Nieuwe ruimte in een sportieve stad - Rooilijn

rooilijn.nl

Nieuwe ruimte in een sportieve stad - Rooilijn

Rooilijn Jg. 42 / Nr. 7 / 2009 Nieuwe ruimte in een sportieve stad

P. 512

Nieuwe ruimte in

een sportieve stad

Figuur 1: Luchtbeeld Sportpark Marco van Basten in de Utrechtse wijk West (Bron: Google Earth)

Mark van den Heuvel


Rooilijn Jg. 42 / Nr. 7 / 2009 Nieuwe ruimte in een sportieve stad

P. 514

het versterken van sport in de bestaande

stad, naast de ontwikkeling van nieuwe

voorzieningen in vinexlocatie Leidsche

Rijn. Het stedelijk decor was hetzelfde als

in andere steden: grondprijzen liepen sterk

op, behoefte aan woningen bleef groot,

ruimte was schaars en er waren nog altijd

wijken met een achterstand in de fysieke

en sociale infrastructuur. Met stedelijke

vernieuwingsgelden realiseerde Utrecht op

een aantal plekken in de stad nieuwe sportvoorzieningen

met een belangrijke functie

voor de omringende wijk. Voorbeelden

zijn het Sportpark Marco van Basten in de

wijk West en het Thorbeckepark waarin

sportvoorzieningen onderdeel moeten

gaan vormen van de revitalisering van de

probleemwijk Ondiep.

Sportpark Marco van Basten

De bouw van Leidsche Rijn leidde tot de

verplaatsing van een groot aantal buitensportcomplexen

met circa vijftien sportverenigingen.

Dit gold ook voor een zestal

sportverenigingen die aan de westkant

van het Amsterdam-Rijnkanaal lagen. Het

plan was om deze verenigingen in Leidsche

Rijn onder te brengen. Dit zou betekenen

dat veel leden die in de Utrechtse wijk West

woonden een veel grotere afstand zouden

moeten afleggen om bij hun vereniging te

komen. Voor de betreffende verenigingen

was dit geen gunstig vooruitzicht. Zij

lieten hun oog vallen op een gebied van 2,5

hectare aan de andere kant van het kanaal,

in de wijk West, meer richting de stad en

dichterbij de leden (figuur 1).

Een vliegende start

Hoewel ook bezwaren tegen de plannen

bestonden – men was vooral bang voor

overlast van jongeren en vandalisme –

vonden toch veel mensen uit de buurt

een nieuw sportcomplex geen slecht idee.

Men vond dat een sportpark in de wijk

thuishoorde en ook dat het wat rommelige

gebied, met op dat moment een trapveldje

met aftandse doelen, een opknapbeurt

diende te krijgen. Ook de Dienst

Maatschappelijke Ontwikkeling van de

Gemeente Utrecht stond niet afwijzend

tegenover de plannen. Daartegenover

stond dat andere afdelingen van de

Gemeente de bestaande groenstructuur

wilden behouden. Uiteindelijk werd het

pleit beslecht in het voordeel van de sport

en samen met de zes verenigingen werkte

de Gemeente de plannen verder uit. Met

behulp van stedelijke vernieuwingsgelden

werd in 2005 een nieuw multifunctioneel

sportpark gerealiseerd op de Noordpunt:

een locatie in Utrecht West, ingeklemd

tussen twee kanalen en direct grenzend

aan de buurt Halve Maan en iets verder

weg van Lombok. Zes verenigingen maken

gebruik van het complex. Daarnaast

huurt een organisatie voor kinderopvang

permanent ruimte in het gebouw, hetgeen

voor structurele inkomsten zorgt voor

Stichting de Noordpunt, die het complex

beheert. De stichting heeft één professionele

kracht; een verenigingsmanager die

de dagelijkse gang van zaken binnen het

park coördineert.

In 2010 bestaat het park vijf jaar. Hoe

heeft het multifunctionele sportpark zich

ontwikkeld? Het nieuwe park leidde tot

een opbloei van de verenigingen. De mooie

accommodatie en de betere organisatie en

bereikbaarheid zorgden voor groei van de

ledenaantallen. Op dit moment bestaat er

een wachtlijst voor het voetbal. Groei kan

alleen nog plaatsvinden via optimalisering

van het gebruik van het park. Verreweg

de meeste leden zijn afkomstig uit de wijk


Rooilijn Jg. 42 / Nr. 7 / 2009 Nieuwe ruimte in een sportieve stad

P. 515

West of direct omliggende wijken, dus de

wijkfunctie is onmiskenbaar.

Succes uitbouwen

De organisatie van het park staat en de

opgave is nu om de identiteit en cultuur

van de verschillende verenigingen te

bewaren en voor een aantal verenigingen

(korfbal, darts) het ledental te verhogen.

Daarnaast doet zich ook binnen dit

sportcomplex de discussie voor in hoeverre

het sportcomplex zich als maatschappelijk

ondernemer kan en moet opstellen. Met

andere woorden, of een door vrijwilligers

aangestuurde organisatie nog meer, niet

direct sportgerelateerde, activiteiten moet

organiseren? Stichting de Noordpunt

ziet het belang van maatschappelijk

ondernemen wel, maar wijst op de grenzen

van het organiserend vermogen van een

vrijwilligersorganisatie. De stichting ziet

in de verenigingsmanager iemand die het

maatschappelijk ondernemen gestalte

moet geven. De verenigingsmanager

zal zich (blijven) richten op een betere

exploitatie van het gebouw (verhuur aan

buurtgroepen), op de externe contacten

met wijkorganisaties en op de coördinatie

van de kinderopvang. In die zin is deze

persoon eerder de manager van het sportcomplex

dan van de verenigingen.

De relatie tussen het sportpark en de wijk

is niet eenduidig. Schothorst (2009) laat

in haar onderzoek zien dat veel bewonersorganisaties

uit de wijk vinden dat

het sportpark de leefbaarheid vergroot,

maar dat het zich beter zou kunnen

positioneren in de wijk. Dit geldt sterker

voor bewonersorganisaties uit de buurten

direct bij het park dan uit andere buurten.

Verder blijkt dat veel bewoners wel weten

dat er een sportpark is, maar van verdere

details, zoals wat voor sporten worden

aangeboden, niet op de hoogte zijn.

Wel wordt het sportpark gebruikt door

jongeren uit de wijk om wat te voetballen

of elkaar te ontmoeten. Het gebruik als

openbare ruimte wordt in principe gefaciliteerd

maar kent ook zijn keerzijde in

de vorm van vernielingen en rotzooi. Dit

heeft geleid tot het plaatsen van speciale

hekken waar brommers niet doorheen

kunnen, hetgeen weer strijdig is met het

idee van openbare ruimte. Meervoudig

gebruik van sportvoorzieningen blijft een

lastige opgave.

Op basis van haar onderzoek concludeert

Schothorst dat het sportpark er zeker is

voor de bewoners van de wijk West maar

dat nog geen sprake is van een sportpark

dat door de bewoners wordt gerealiseerd,

gelet op de relatieve onbekendheid van

het park onder de bewoners van West.

Schothorst pleit voor het organiseren van

meer activiteiten, zoals wijktoernooien of

het promoten van het park als openbare

groenvoorziening. Het realiseren van het

sportpark door bewoners heeft niet alleen

te maken met de mate van bekendheid in

de wijk. Belangrijk is ook dat de gebruikers

van het park een afspiegeling vormen

van de samenstelling van de wijk en dat

wijkbewoners actief betrokken zijn bij het

sportpark. Wat leeftijd betreft vormen

de leden van het park een goede afspiegeling

van de wijk (zeker tot 55 jaar), maar

daarentegen zijn er veel meer mannen

dan vrouwen lid (75 procent tegenover

25 procent). Wat betreft etniciteit vormt

alleen het voetbal een redelijke afspiegeling

van de wijk, bij de jeugdteams (de grootste

groep) is de verhouding 50 procent autochtoon

en 50 procent allochtoon (Schothorst,

2009). Vormt voetbal een redelijke


Rooilijn Jg. 42 / Nr. 7 / 2009 Nieuwe ruimte in een sportieve stad

P. 516

afspiegeling van de wijk, de samenstelling

van het vrijwilligersbestand is dat niet.

Hier doet zich het probleem voor waar veel

sportverenigingen in stedelijke contexten

mee kampen: de moeite om allochtonen

als vrijwilliger bij de vereniging te

betrekken. Het landelijke project Meedoen

Allochtone Jeugd waar het sportpark in

participeerde, heeft wel enig effect gehad

in termen van meer allochtone leden, maar

de ouderparticipatie vanuit deze groep als

coach, trainer, begeleider of bestuurder

loopt sterk achter (Genc, 2009).

Thorbeckepark

Het Thorbeckepark ligt in de Utrechtse

probleemwijk Ondiep. De ontwikkeling

van dit park vormt onderdeel van de meeromvattende

stedelijke herstructureringsopgave

Utrecht Vernieuwt. Het park is nog

in ontwikkeling en de Gemeente streeft

ernaar om van het park het sport- en

welzijnshart van de wijk Ondiep te maken,

gecombineerd met appartementen en een

groenvoorziening. Het Thorbeckepark

is een goed voorbeeld van het belang dat

gemeenten in toenemende mate hechten

aan multifunctionele sportvoorzieningen

voor wijkontwikkeling. Het project is

ontstaan vanuit de ontwikkeling van het

integraal accommodatiebeleid (Gemeente

Utrecht, 2007). Het uitgangspunt hiervan

is dat met de opbrengst van de verkoop

van gronden en panden van de Dienst

Maatschappelijke Ontwikkeling nieuwe

integrale maatschappelijke voorzieningen

kunnen worden gerealiseerd. Met behulp

van een subsidie vanuit stedelijke vernieuwingsgelden

is door de Gemeente, de

woningbouwcorporatie en een projectontwikkelaar

een plan opgesteld dat voorziet

in appartementen, sporthal, fitnessvoorziening,

nieuwe (kunstgras)voetbalvelden

en een nieuw sportpaviljoen. Inmiddels

zijn het sportpaviljoen en de velden

gerealiseerd en is ook een fusie tot stand

gekomen tussen de voetbalvereniging

die al gebruik maakte van het oude park

en een verder weg gelegen vereniging die

onder druk stond.

Het draagvlak voor het Thorbeckepark

onder de bevolking is breed. Uit de vele

gesprekken en bewonersavonden blijkt

dat bewoners het idee van een sport- en

welzijnshart toejuichen, maar ook kritisch

blijven. Zo is men bang dat de hoeveelheid

groen zeer beperkt blijft door de ruimte

die de appartementen innemen en dat de

verkeersdruk toeneemt. Ook stelde men

het beoogde bovenwijkse karakter van de

fitnessvoorziening aan de kaak. In verband

met dit laatste punt heeft de Gemeente

inmiddels besloten de fitnessvoorziening

als gemeentelijke voorziening, in plaats van

als commerciële voorziening, te exploiteren.

Daarnaast is de voetbalvereniging

als grootste gebruiker van het park een

belangrijke speler. De opgave is om intern

tot een goed lopende organisatie te komen

en extern de verbinding met de wijk te

leggen. Om dit proces te faciliteren is een

‘kwartiermaker verenigingsmanagement’

aangesteld, die adviseert over de organisatie

en de positionering van de vereniging in

de wijk. De kwartiermaker kampt met de,

vanwege de fusie, nog altijd bestaande cultuurverschillen

binnen het bestuur van de

voetbalvereniging en meer in het algemeen

met een tekort aan vrijwilligers binnen de

vereniging. Een verbinding met de wijk in

de vorm van bijvoorbeeld een intensieve

samenwerking met welzijnsorganisaties,

bewonersorganisaties en onderwijs heeft

nog tijd nodig. Wel zijn er al successen

geboekt; behalve de realisatie van een kwa-


Rooilijn Jg. 42 / Nr. 7 / 2009 Nieuwe ruimte in een sportieve stad

P. 517

litatief hoogwaardige accommodatie is het

aantal leden sterk gegroeid in het afgelopen

jaar. De verwachting is dat het aantal nog

verder zal groeien, hoewel onduidelijk is in

welke mate.

Sportieve steden

Het idee van sport als aanjager van

stedelijke kwaliteit is relatief nieuw. De

verbinding tussen vrijetijdsactiviteiten

en stedelijke ontwikkeling werd lange

tijd gemaakt vanuit de optiek van kunst,

cultuur en entertainment of, als het om

sport ging, de bouw van grote stadions. Nu

is daar sport in haar volle breedte bijgekomen,

waarbij steden zich zowel richten op

grootschalige evenementen en de bouw

van multifunctionele stadions (vooral

vanuit oogpunt van citymarketing) als op

kleinschalige, wijkgerichte sportactiviteiten

en accommodaties (vooral vanuit het

oogpunt van leefbaarheid). Het spreekt

vanzelf dat dit ruimte kost en dus dure

grond. Het verhogen van de stedelijke kwaliteit

vanuit het perspectief van sport is dan

ook een keuze. De voorbeelden uit Utrecht

laten zien dat deze keuze goed uitpakt in

termen van leefbaarheid en wijkontwikkeling

en dat door grondexploitatie nieuwe

multifunctionele sportaccommodaties

betaald kunnen worden.

Afgaande op de dynamiek in veel steden

rondom het realiseren van sport- en

beweegvoorzieningen lijkt het erop dat een

flinke slag gewonnen is om de hardware.

Maar dat is lang niet het hele verhaal.

Ontwikkelen van de software duurt minstens

zo lang. Het gaat hierbij om beheer en

exploitatie van de voorzieningen, de relatie

met de stad of de wijk en om het bestuur

en management van sportverenigingen.

Ook gaat het om de place-making: het

creëren van communities en van een betere,

mooiere openbare ruimte. Niet voor niets

stellen gemeenten vaak als eis aan sportvoorzieningen

dat zij meervoudig gebruikt

kunnen worden, dus ook voor niet-leden,

voor mensen uit de buurt die elkaar willen

ontmoeten en individueel willen sporten.

De ervaring leert dat de theorie vaak mooier

is dan de praktijk. En het gaat natuurlijk ook

om de sport. Stadsbewoners willen sporten

en wel in een kwalitatief hoogwaardige

omgeving. Dat kan de openbare ruimte van

de stad zijn of de semi-openbare ruimte van

een sportpark. Het is en blijft de opgave om

sport en bewegen een herkenbare plek in

steden te geven, niet meer weggestopt in het

groene buitengebied, maar volop onderdeel

van het stedelijke leven.

Mark van den Heuvel (mail@remarkableresearch.nl) is

oprichter en directeur van onderzoeksbureau Remarkable

Research en tevens verbonden als zelfstandig onderzoeker aan

het W.J.H. Mulier Instituut.

Literatuur

Gemeente Amsterdam (2006) Vraag en aanbod van de

Amsterdamse basissportaccommodaties, DMO/DRO,

Amsterdam

Gemeente Utrecht (2007) Collegeadvies Thorbeckepark Ondiep.

Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling/Programmabureau,

Utrecht

Genc, H. (2009) Eindrapportage Tijd voor sport, voetbalvereniging

PVC Utrecht, KNVB

Ministerie van VWS (1996) Wat sport beweegt. Contouren

en speerpunten voor het sportbeleid van de Rijksoverheid,

Rijswijk

Schothorst, S. (2009) Sportpark Marco van Basten: een

sportpark van, voor en door de bewoners van Utrecht West?

Een onderzoek naar de betekenis die de bewoners van de

wijk Utrecht West geven aan sportpark Marco van Basten,

Afstudeerscriptie Master Sportbeleid en Sportmanagement

USBO, Universiteit Utrecht

Zonneveld, W. (1993) Ruimtelijke planning. In: E. Taverne & I.

Visser (red.), Stedebouw. De geschiedenis van de stad in de

Nederlanden van 1500 tot heden, SUN, Nijmegen

More magazines by this user
Similar magazines