30.07.2013 Views

Download het document PDF Format - 1.7 Mb - Crelan

Download het document PDF Format - 1.7 Mb - Crelan

Download het document PDF Format - 1.7 Mb - Crelan

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

Ondernemen<br />

in land- en tuinbouw


2<br />

Inhoudstafel<br />

Voorwoord 7<br />

Starten in de agrarische sector 8<br />

1. Overname van een bestaand bedrijf of de oprichting<br />

van een nieuw bedrijf 9<br />

1.1 Voorbereiding 9<br />

1.1.1 Zoektocht 9<br />

1.1.2 Bedrijfseconomische doorlichting 9<br />

1.1.3 Taxatie en analyse vergunningen 10<br />

1.1.4 Financiering – extern kapitaal 11<br />

1.1.5 Kies de juiste structuur voor uw bedrijf 11<br />

1.2 Overname van de roerende goederen 11<br />

1.2.1 Overnamecontract 12<br />

1.2.2 Maatschapscontract of samenuitbating 12<br />

1.2.3 Bedrijfsinventaris 13<br />

1.2.4 Melding van <strong>het</strong> overnamecontract 14<br />

+ Doel van de melding 14<br />

+ De melding 14<br />

+ Hoofdelijke aansprakelijkheid van de overnemer 14<br />

+ Hoe zich als overnemer indekken: <strong>het</strong> fiscaal of sociaal certificaat 14<br />

+ VLIF-steun bij overname van roerende goederen 15<br />

1.3 Aankoop onroerende goederen 15<br />

1.3.1 De verkoop uit de hand 16<br />

+ De onderhandse verkoopovereenkomst 16<br />

+ De notariële akte 16<br />

+ De optie 16<br />

+ De opschortende en ontbindende voorwaarde 16<br />

1.3.2 De openbare verkoping 17<br />

+ Verschil tussen verkoop uit de hand en openbare verkoping 17<br />

+ Vrijwillige openbare verkoping 17<br />

+ Gedwongen openbare verkoping 17<br />

+ Commandbenoeming 18<br />

1.3.3 Bodemsaneringsdecreet 18<br />

+ VLIF-steun bij de overname van onroerende goederen 19<br />

1.3.4 Postinterventiedossier 19<br />

1.4 Pachtoverdracht 19<br />

1.5 De milieuvergunning 20<br />

1.5.1 Mogelijkheid tot hernieuwing van de milieuvergunning(en) 20<br />

1.5.2 Overdracht van de milieuvergunning 20<br />

1.6 Te vervullen formaliteiten 21


1.6.1 Algemene formaliteiten 21<br />

+ Aanvragen van een ondernemingsnummer 21<br />

+ Btw 21<br />

+ Wat indien u een vennootschap wenst op te richten? 22<br />

+ Openen van een zichtrekening 22<br />

+ Sociaal statuut als zelfstandige 22<br />

+ Statuut meewerkende echtgenoot 22<br />

+ Aansluiting bij een ziekenfonds 23<br />

1.6.2 Kennisgevingen aan <strong>het</strong> Agenstchap voor Landbouw en Visserij 23<br />

+ Melding van overname via identificatiefiche 23<br />

+ Melding van overdrachtquota 23<br />

+ Overdracht agromilieuverbintenissen 23<br />

1.6.3 Melding bij de Vlaamse Landmaatschappij 23<br />

1.6.4 Kennisgeving bij Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw (DGZ-Vlaanderen) 24<br />

1.6.5 Kennisgeving Rendac 24<br />

1.6.6 Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) 24<br />

1.6.7 Licentie teruggave accijns (contingentnummer) 24<br />

1.6.8 Verwittigen van leveranciers en klanten 24<br />

1.6.9 Andere kennisgevingen 24<br />

1.6.10 Kennisgeving aandelenoverdrachten 25<br />

2. Ondernemingsplan 26<br />

2.1 Wat is een ondernemingsplan? 26<br />

2.2 Hoe is een ondernemingsplan opgebouwd? 26<br />

2.2.1 Inleiding 26<br />

2.2.2 Omschrijving van de activiteit 26<br />

2.2.3 Marketing 26<br />

2.2.4 Productieproces 26<br />

2.2.5 Beleid 27<br />

2.2.6 Financiële aspecten 27<br />

+ Investeringsplan 27<br />

+ Rendabiliteit 27<br />

+ Financieringsplan 27<br />

+ Liquiditeitsplan 28<br />

+ Privé-uitgaven 28<br />

2.2.7 Knelpunten 28<br />

2.2.8 Administratie 28<br />

2.2.9 De toekomst 28<br />

2.3 Boekhouding 28<br />

2.3.1 Bedrijfstechnische boekhouding 28<br />

2.3.2 Bedrijfseconomische boekhouding 28<br />

3


4<br />

3. Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) 29<br />

3.1 Algemeen 29<br />

3.2 Steun bij de bedrijfsstart 29<br />

4. Vennootschappen in land- en tuinbouw 30<br />

4.1 Ondernemen als natuurlijke persoon 30<br />

4.1.1 Natuurlijke persoon - “boeren zonder vennootschap” 30<br />

4.1.2 Samenuitbating of maatschap - “boeren met gedeeld risico” 30<br />

4.2 Ondernemen als rechtspersoon 31<br />

4.2.1 Wat is een vennootschap? 31<br />

4.2.2 Waarom een vennootschap oprichten? 31<br />

+ Waarom een vennootschap oprichten? 31<br />

+ Huwelijksvermogenstelsel 32<br />

4.2.3 Welke vennootschapsvorm kiezen? 32<br />

+ Vennootschapsvormen met onbeperkte aansprakelijkheid 33<br />

4.2.4 Oprichting van een vennootschap 34<br />

+ Hoe een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid oprichten? 34<br />

+ Hoe een vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid oprichten? 34<br />

+ Omvorming van een eenmanszaak tot een vennootschap 34<br />

+ Inbreng in natura 35<br />

4.2.5 Vennootschappen en overdracht van de beroepsactiviteiten 35<br />

+ Hoe een land- of tuinbouwbedrijf overdragen? 35<br />

+ Overdracht van activa 36<br />

+ Overdracht aandelen versus overdracht activa: voor- en nadelen 36<br />

4.2.6 Einde van de vennootschap 37<br />

4.3 Zelfstandige natuurlijke personen en de fiscus 37<br />

4.3.1 Het fiscaal stelsel 37<br />

+ Forfaitair stelsel 37<br />

+ Het boekhoudkundig stelsel 37<br />

4.3.2 Stopzettingsmeerwaarden 38<br />

4.3.3 Registratierechten 38<br />

4.3.4 Successierechten 38<br />

+ Tussen erfgenamen in rechte lijn, echtgenoten en samenwonenden 39<br />

+ Andere erfgenamen (niet in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen samenwonenden) 39<br />

4.4 Vennootschap en de fiscus 40<br />

4.4.1 Belastingen op de vennootschapswinst 40<br />

4.4.2 Belastingdruk op inkomsten uit de vennootschap 40<br />

4.5 Voor- en nadelen, vergelijkingspunten vennootschap – natuurlijke persoon 40<br />

4.5.1 Vergelijking van de belastingtarieven 41<br />

4.5.2 Fiscaal optimaliseren 41<br />

4.6 Patrimoniumvennootschap 41<br />

4.7 Landbouwspecifieke nadelen van bepaalde rechtsvormen 42


5. Financieringsmogelijkheden 43<br />

5.1 Samenstelling van <strong>het</strong> bedrijfskapitaal 43<br />

5.2 Kernbegrippen 43<br />

5.2.1 Rendabiliteit 43<br />

5.2.2 Solvabiliteit 43<br />

5.2.3 Liquiditeit 43<br />

5.2.4 Waarborgen 43<br />

5.2.5 Looptijd 43<br />

5.2.6 Gamma 43<br />

5.3 Kernbegrippen 44<br />

5.3.1 Terugbetaling 44<br />

5.3.2 Rentevoet 44<br />

5.4 Krediet op middellange termijn 44<br />

5.4.1 Rentevoet 44<br />

5.4.2 Terugbetaling 45<br />

5.4.3 FM-krediet 45<br />

5.5 Krediet op korte termijn 45<br />

5.5.1 Het klassieke krediet op korte termijn 45<br />

5.5.2 Seizoenlening 45<br />

5.5.3 Hernieuwbaar kortetermijnkrediet 45<br />

5.5.4 Agri-line 45<br />

5.6 Kaskrediet of Business Rekening 45<br />

5.6.1 Duur 46<br />

5.6.2 Waarborgen 46<br />

5.7 Lening voorafbetaling van belastingen 46<br />

5.8 AGRI-FUTURE-pakket voor 1 ste installaties 46<br />

5.8.1 Begeleiding op lange termijn 46<br />

5.8.2 Een aangepaste financiering 46<br />

5.8.3 Prefinanciering van premies 46<br />

5.8.4 De FLEXI-cheque 46<br />

5.8.5 Een tussenkomst in uw oprichtings- en beheerskosten 46<br />

6. Aanwerven personeel 47<br />

6.1 Administratieve verplichtingen bij de aanwerving van personeel 47<br />

6.2 Arbeidsongevallenverzekering 47<br />

6.3 Aansluiting bij een kinderbijslagfonds 47<br />

6.4 Aansluiting bij een kas voor jaarlijkse vakantie 47<br />

6.5 RSZ 47<br />

6.6 Personeelsregister 47<br />

7. Verzekeringen 48<br />

7.1 Inleiding 48<br />

7.2 Brandverzekering 48<br />

5


6<br />

7.3 Bedrijfspolis 48<br />

7.4 Individuele verzekering tegen lichamelijk letsel 48<br />

7.5 Verzekering gewaarborgd inkomen 48<br />

7.6 Levensverzekering 48<br />

7.6.1 Opbouw van een pensioenkapitaal 49<br />

7.6.2 Kapitaalgarantie aan nabestaanden (bij overlijden van de verzekeringnemer) 49<br />

7.6.3 Gemengde formules 49<br />

7.6.4 Financiële formules met of zonder gewaarborgd rendement 49<br />

8. Bankactiviteiten 50<br />

8.1 Het beheer van uw dagelijkse betalingen 50<br />

8.2 Zichtrekening en Businessrekening 50<br />

8.3 <strong>Crelan</strong>-online.be 50<br />

8.4 Dynaphone 50<br />

8.5 Cash & More 50<br />

8.6 Pluk de vruchten van uw spaargeld 50<br />

9. Voorbeeld van verkoopcontract “overname van hoevebekleding” 51<br />

10. Voorbeeld van inventaris roerende goederen (bedrijfsbekleding) 53<br />

11. Nuttige namen, adressen en telefoonnummers 55<br />

11.1 Groep Landbouwkrediet 55<br />

11.2 Vlaamse Overheid – Landbouw en Visserij 55<br />

11.3 Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw 56<br />

11.4 Milieu-administratie 57<br />

11.5 Milieufiscaliteit 58<br />

11.6 Adviesbureaus, provinciale landbouwdiensten en onderzoekscentra 60<br />

1<strong>1.7</strong> Algemeen Boerensyndicaat 61<br />

11.8 RSVZ 61<br />

11.9 Lijst van de sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen 61


Voorwoord<br />

Ondernemen in de agrarische sector is vandaag niet meer zo evident. De<br />

tijd dat een zoon bijna automatisch in de sporen van zijn vader trad, behoort<br />

definitief tot <strong>het</strong> verleden.<br />

Dit heeft in de eerste plaats te maken met de enorme evolutie van de<br />

sector, zoals de almaar groeiende kapitaalsbehoefte, de strengere en ingewikkelde<br />

regelgeving (op gebied van ruimtelijke ordening, milieu, productierechten, fiscale<br />

wetgeving,…), de toenemende prijsrisico’s en de steeds hogere individuele eisen die gesteld<br />

worden aan agrarische ondernemers. Maar ook de algemene tendens van schaalvergroting in<br />

de agrarische sector heeft een impact.<br />

De agrarische sector is per definitie een dynamische sector, die zich steeds opnieuw moet<br />

aanpassen aan nieuwe maatschappelijke verzuchtingen, veranderende marktomstandigheden,<br />

nieuwe wetgeving, bijkomende milieunormering, krimpende marges,… Maar een goede ondernemer<br />

wordt gestimuleerd door een aantal uitdagingen, en daaraan is in de agrarische sector<br />

geen gebrek.<br />

Landbouwkrediet draagt de land- en tuinbouwers een warm hart toe. Vandaar deze nieuwe<br />

brochure met een pak nuttige informatie voor wie een land- of tuinbouwbedrijf wil starten of uitbreiden.<br />

Laat dit echter duidelijk zijn: als u uw eigen bedrijf wilt opstarten, volstaat <strong>het</strong> niet deze<br />

brochure door te nemen. De agrarische sector in <strong>het</strong> algemeen en de omkaderende wetgeving<br />

in <strong>het</strong> bijzonder zijn zo complex, dat een grondige voorbereiding noodzakelijk is.<br />

Laat u dus bijstaan door experts. En vergeet daarbij zeker uw Landbouwkrediet-agent niet. Hij is<br />

een ervaren adviseur, maar ook de ideale gesprekspartner voor al uw vragen over financieringsmogelijkheden<br />

of steunmaatregelen van de overheid.<br />

Luc Versele<br />

CEO Landbouwkrediet<br />

7


8<br />

Starten in de land- en tuinbouw<br />

In theorie kan iedereen een bedrijf opstarten in de agrarische sector. Er zijn zo goed als geen<br />

persoonsgebonden beperkingen of voorwaarden.<br />

De realiteit levert echter omwille van de vereiste kennis, de talloze wettelijke beperkingen en<br />

<strong>het</strong> kapitaalintensieve karakter, een totaal ander beeld op. Als een starter bijvoorbeeld steun<br />

(subsidies) wil van <strong>het</strong> Vlaams Landbouwinvesteringsfonds, zijn er wel een aantal persoonsgebonden<br />

voorwaarden en beperkingen (zie de brochure “VLIF-Reglementering in Vlaanderen.<br />

Alles weten”, uitgegeven door Landbouwkrediet). Ook de wetgeving op <strong>het</strong> gebied van vergunningen,<br />

mestbeleid, productierechten,… formuleert vele voorwaarden en beperkingen die<br />

ervoor zorgen dat starten in de agrarische sector uiteindelijk niet zo eenvoudig is. Een land- of<br />

tuinbouwbedrijf beginnen is bovendien een belangrijke beslissing, die in aanzienlijke mate <strong>het</strong><br />

verdere verloop van uw beroeps- en gezinsleven zal bepalen.<br />

Het is dan ook essentieel dat u bij uw beslissing met zoveel mogelijk elementen rekening<br />

houdt: bedrijfsstructuur, rentabiliteit, gezondheid en welzijn van de dieren, ruimtelijke<br />

inplanting, uitbreidingsmogelijkheden, uitbatingsvorm, familiale situatie, financiering,….<br />

Wanneer u start in de agrarische sector, moet u in ieder geval een zeer kritische houding<br />

aannemen. Stel alles in vraag en ga niet uit van geruchten of halve waarheden. Win ook<br />

voldoende advies in.<br />

Van u wordt verwacht dat u niet alleen een technisch onderlegde bedrijfsleider bent, maar<br />

ook een ondernemer, die daarenboven sterk is in de administratieve opvolging van allerhande<br />

verplichtingen die verder in deze brochure ruimschoots aan bod komen.<br />

In deze brochure proberen we u alvast een aantal antwoorden en hulpmiddelen aan te reiken.


1. Overname van een bestaand<br />

bedrijf of de oprichting van een<br />

nieuw bedrijf<br />

1.1 Voorbereiding<br />

1.1.1 Zoektocht<br />

De overname van een land- of tuinbouwbedrijf vergt<br />

een grondige voorbereiding en veel praten, nadenken,<br />

rekenen, inlichtingen inwinnen,… Voor een beginnend<br />

bedrijf is <strong>het</strong> immers enorm belangrijk dat <strong>het</strong> in optimale<br />

omstandigheden kan starten. De grote meerderheid<br />

van de starters in de agrarische sector vestigt<br />

zich door de overname van een bestaand bedrijf. Toch<br />

zijn er ook een aantal die een totaal nieuw bedrijf oprichten.<br />

Het soort bedrijf en de locatie zullen bepalend<br />

zijn voor de toekomst. Immers, door de verschillende<br />

wetgevingen zijn de locatie en de bedrijfsstructuur niet<br />

te onderschatten parameters. De overname van een<br />

niet of minder rendabel bedrijf om <strong>het</strong> aan de hand<br />

van structurele ingrepen levensvatbaar te maken is<br />

niet (meer) evident, omdat <strong>het</strong> vergunningenbeleid, de<br />

mestwetgeving, de quotareglementering en <strong>het</strong> beleid<br />

inzake steun aan de investeringen (VLIF) een rem gezet<br />

hebben op deze ontwikkeling. Overnames zijn dus nu<br />

gericht op bedrijven waar de overlater gezorgd heeft<br />

voor een goede structuur en waar de inkomensvorming<br />

op relatief lange termijn nog gewaarborgd is. Daarom is<br />

<strong>het</strong> altijd aangewezen om, zelfs wanneer u overweegt<br />

<strong>het</strong> ouderlijk bedrijf over te nemen, een “second opinion”<br />

van een specialist te vragen. Op die manier krijgt u onafhankelijk<br />

advies over <strong>het</strong> bedrijf dat u op <strong>het</strong> oog hebt,<br />

en informatie over de eventuele mogelijkheden van een<br />

ander bedrijf.<br />

Bij de zoektocht naar een gepast bedrijf is de ruimtelijke<br />

ligging van zeer groot belang. Agrarische bedrijven met een<br />

grote ruimtelijke impact van constructies zoals serres voor<br />

glastuinbouw of intensieve veehouderijen krijgen steeds<br />

moeilijker een vergunning, zelfs in agrarisch gebied.<br />

Het Ruimtelijk Structuurplan van Vlaanderen, van de<br />

provincie of van de gemeente kan hier meer duidelijkheid<br />

verschaffen.<br />

Bij <strong>het</strong> overnemen van veehouderijen moet tevens rekening<br />

gehouden worden met de afstand tot geurhindergevoelige<br />

gebieden (vb. woongebieden) of verzuringsgevoelige<br />

gebieden (vb. groengebieden).<br />

Indien u op zoek bent naar een over te nemen<br />

bedrijf zijn relaties belangrijk. Er is geen centrale<br />

databank waarin alle over te nemen bedrijven opgenomen<br />

zijn. U kan zich uiteraard wenden tot een<br />

aantal belangrijke spelers uit de agrarische sector,<br />

zoals beroepsorganisaties, financiële instellingen,<br />

adviesbureaus, veevoederbedrijven, melkerijen,<br />

veilingen,… Ook verschijnen in de gespecialiseerde<br />

pers geregeld advertenties met over te nemen bedrijven.<br />

Er zijn uiteraard ook makelaars actief in de<br />

agrarische sector. Maar hoe u ook aan uw informatie<br />

raakt, vergeet nooit de drie gulden regels:<br />

• laat uw hoofd niet op hol brengen;<br />

• ga nooit over één nacht ijs;<br />

• vraag steeds bijkomend advies van een onafhankelijke<br />

specialist.<br />

1.1.2 Bedrijfseconomische doorlichting<br />

Een bedrijf wordt in de eerste plaats uitgebaat om winst<br />

te maken. Met deze winst kan de bedrijfsleider voorzien<br />

in zijn levensonderhoud.<br />

Een starter zal bijgevolg de winstmogelijkheden van een<br />

potentieel bedrijf grondig moeten onderzoeken. Deze<br />

evidentie wordt binnen de agrarische sector nog steeds<br />

te vaak over <strong>het</strong> hoofd gezien.<br />

9


10<br />

Het is niet zeker dat een bedrijf dat 40 jaar lang een<br />

inkomen heeft gegenereerd voor de overlaters (ouders),<br />

nog eens 40 jaar een inkomen kan genereren voor de<br />

overnemer (dochter/zoon).<br />

We raden daarom iedereen aan om in alle gevallen een<br />

gedetailleerde bedrijfseconomische studie te maken. We<br />

gaan daar verder op in in hoofdstuk 2 (Ondernemingsplan).<br />

1.1.3 Taxatie en analyse vergunningen<br />

Het is belangrijk om goed op de hoogte te zijn van wat<br />

er te koop is, maar ook van wat de juiste prijs ervoor is.<br />

De bepaling daarvan wordt ook wel “taxatie” genoemd.<br />

Hierbij wordt onderzocht wat de materiële en economische<br />

waarde is van een bedrijf.<br />

Hier moet uiteraard gelet worden op de aanwezigheid<br />

van de nodige vergunningen en rechten (milieuvergunningen),<br />

stedenbouwkundige vergunning(en), quota en<br />

premierechten, nutriëntenemissierechten,…).<br />

Er moet ook niet alleen gekeken worden naar de bestaande<br />

toestand van de bedrijfsgebouwen, maar ook<br />

naar de noodzakelijke investeringen.<br />

Een eerste indicatie is de materiële waarde van een<br />

bedrijf, m.a.w. hoeveel kost <strong>het</strong> om een gelijk(w)aardig<br />

bedrijf in dezelfde toestand op te bouwen. Hier wordt<br />

gekeken naar gebouwd volume, gebruikte materialen,<br />

afwerking, functionaliteiten,… Het resultaat is een quasi<br />

objectieve schatting van de materiële waarde.<br />

Daarnaast is er ook de bedrijfseconomische waarde.<br />

Deze waarde weerspiegelt de mogelijkheden van <strong>het</strong><br />

“bedrijf” om een inkomen te genereren.<br />

Het is erg belangrijk om een duidelijk onderscheid te<br />

maken tussen deze twee waardebepalingen. Zo is <strong>het</strong><br />

perfect mogelijk dat een glasgroentenbedrijf een materiele<br />

waarde heeft van € 800.000 maar dat <strong>het</strong> onmogelijk<br />

is om deze waarde “terug te verdienen”, bijvoorbeeld<br />

omdat bijkomende investeringen nodig zijn. De conclusie<br />

moet dan zijn dat de werkelijke waarde van <strong>het</strong> bedrijf<br />

lager ligt dan € 800.000.<br />

Tevens kan niet genoeg beklemtoond worden:<br />

een grondige analyse van de vergunningen is een<br />

absolute noodzaak. Een land- of tuinbouwbedrijf<br />

zonder vergunningen is wettelijk niet in orde! De<br />

milieu- en de stedenbouwkundige vergunning(en)<br />

zijn vanzelfsprekend de belangrijkste vergunningen<br />

voor een land- en tuinbouwbedrijf. Wie een<br />

veebedrijf gaat uitbaten zal ook rekening moeten<br />

houden met <strong>het</strong> meststoffendecreet. Wegens de<br />

complexiteit van de materie en de interferentie<br />

van verscheidene wetteksten is <strong>het</strong> belangrijk voldoende<br />

informatie in te winnen en laat men zich<br />

best professioneel begeleiden om onaangename<br />

verrassingen te vermijden. Zeker in de veehouderij<br />

moet erg grondig nagegaan worden hoe <strong>het</strong> is gesteld<br />

met de vergunningen:<br />

• wanneer werd de vergunning afgeleverd?<br />

• voor hoeveel dieren is een vergunning<br />

afgeleverd?<br />

• tot wanneer loopt de vergunning?<br />

• zijn de dieren nog identiek gehuisvest als op<br />

<strong>het</strong> ogenblik van de vergunning (cfr. bijhorend<br />

milieuplan)?<br />

• is een hernieuwing van de vergunning al bij<br />

voorbaat uitgesloten omwille van verbods- of<br />

afstandsregels?<br />

• zijn de vergunningen voor de andere bedrijfscomponenten<br />

in orde (bv. stookolietank)?<br />

• zijn de mestbankaangiften correct ingevuld?<br />

• is de mest in <strong>het</strong> verleden conform <strong>het</strong> mestdecreet<br />

afgezet?<br />

• mestopslag, nutriëntenemissierechten, mestverwerkingsplicht,…?<br />

Maar omwille van de link met de milieuvergunning moet<br />

ook de stedenbouwkundige vergunning nagezien worden.<br />

Zijn alle bedrijfsgebouwen op legale wijze opgetrokken?<br />

Zijn er zonevreemde inplantingen? In vele gevallen is <strong>het</strong>


zo dat de milieuvergunning vervalt indien er geen correcte<br />

stedenbouwkundige vergunning is.<br />

Een correcte inschatting van de situatie is voor de<br />

ondernemer dan ook van levensbelang, zelfs bij<br />

de overname van <strong>het</strong> ouderlijk bedrijf.<br />

1.1.4 Financiering – extern kapitaal<br />

Wie een bedrijf opstart of overneemt heeft “arbeid” en<br />

“kapitaal” nodig. Arbeid wordt in de land- en tuinbouw<br />

meestal door de bedrijfsleider en zijn gezin gepresteerd.<br />

Om een overname of nieuwe investeringen mogelijk te<br />

maken zijn ook financiële middelen nodig.<br />

Belangrijk is dat je als starter al over een deel eigen<br />

vermogen beschikt dat je bijvoorbeeld vooraf als<br />

loontrekkende buiten de landbouw of als helper<br />

op <strong>het</strong> bedrijf zelf hebt opgebouwd. Anderzijds<br />

kan je terecht bij een financiële instelling die in<br />

combinatie met overheidssteun van <strong>het</strong> Vlaams<br />

Landbouwinvesteringsfonds (kapitaalpremies en/<br />

of rentesubsidies en eventueel een waarborg) bijkomende<br />

middelen kan verschaffen.<br />

Vergeet ook niet om andere technieken te gebruiken om<br />

de overname mogelijk te maken. Zo kan je de overlater<br />

(zeker in familieverband) als verpachters inschakelen<br />

waardoor je op korte termijn vermijdt om te moeten investeren<br />

in gronden. Andere mogelijkheden betreffen <strong>het</strong><br />

afsluiten van een win-winlening wat een leningsformule<br />

is tussen particulieren met bijzondere fiscale voordelen.<br />

Last but not least kan je bij de overname van een ouderlijk<br />

bedrijf voor de bepaling van de prijs eventueel ook<br />

rekening houden met een “uitgesteld loon”. De afstammelingen<br />

van een land- of tuinbouwarbeid(st)er (of van<br />

zijn/haar echtgeno(o)t(e)) en de echtgenoten van deze<br />

afstammelingen hebben daar namelijk recht op als ze<br />

na de leeftijd van 18 jaar gedurende tenminste 5 jaar<br />

doorlopend een niet beloonde normale arbeid op <strong>het</strong><br />

land- of tuinbouwbedrijf hebben verricht.<br />

Dit uitgesteld loon is vastgesteld op de helft van <strong>het</strong><br />

brutoloon van een geschoolde land- of tuinbouwarbeid-<br />

(st)er gedurende maximaal 10 jaar.<br />

1.1.5 Kies de juiste structuur voor uw bedrijf<br />

Heel wat bedrijven die worden opgestart met tussenkomst<br />

van <strong>het</strong> Vlaams Landbouwinvesteringsfonds opteren om<br />

te starten onder vennootschapsvorm. Het is heel belangrijk<br />

dat van bij de start de juiste keuze wordt gemaakt.<br />

Vooral voor de VLIF-tussenkomst, de overdracht van de<br />

nutriëntenemissierechten, en de fiscaliteit is dit van belang.<br />

Om deze keuze te maken heeft u een adviseur nodig<br />

die met al deze wetgevingen vertrouwd is. De keuze<br />

met betrekking tot de bedrijfsstructuur en onder andere<br />

de financiële gevolgen ervan bij de overlater en overnemer<br />

(bijvoorbeeld bij de overname van aandelen), heeft<br />

belangrijke financiële gevolgen die in rekening moeten<br />

worden gebracht bij de bepaling van de overnameprijs.<br />

Anders riskeert u als koper-overnemer onaangename<br />

verrassingen bij uw eerste fiscale aangiften.<br />

1.2 Overname van de roerende<br />

goederen<br />

Als men <strong>het</strong> in gesprekken of in publicaties over “een<br />

overname” heeft, wordt daar vaak de “overname of de<br />

aankoop van de roerende goederen” mee bedoeld.<br />

En inderdaad, in <strong>het</strong> verleden besteedde een starter die<br />

zich voor de eerste maal vestigde als land- of tuinbouwer,<br />

de meeste aandacht aan de overname van de roerende<br />

goederen. En terecht!<br />

Met de overdracht van de roerende goederen (ook wel<br />

“de bedrijfsbekleding” genoemd) wordt de verantwoordelijkheid<br />

over de exploitatie en de “ziel” van <strong>het</strong> bedrijf<br />

overgedragen. Dit heeft niet alleen belangrijke economische<br />

en juridische consequenties, maar ook een niet te<br />

onderschatten sociale en psychologische impact. Hier<br />

moet dan ook de nodige aandacht aan besteed worden.<br />

11


12<br />

1.2.1 Overnamecontract<br />

Zoals we reeds hebben vermeld is <strong>het</strong> “overnamecontract”<br />

juridisch een verkoopsovereenkomst. Er moet<br />

dus duidelijk worden omschreven wat wordt verkocht<br />

en aan welke prijs.<br />

De roerende goederen van een land- of tuinbouwbedrijf<br />

omvatten: dieren, materialen, machinepark, voorraden,<br />

gewassen te velde, voorschotten aan teelten, navetten,<br />

quota, leveringsrechten, vergunningen, nutriëntenemissierechten,<br />

toeslagrechten, enz.<br />

De roerende goederen kunnen geheel of gedeeltelijk<br />

overgenomen worden. De overname kan bij onderhandse<br />

overeenkomst tussen de overlater en de overnemer<br />

gebeuren. Gewoonlijk worden ook een bedrijfsinventaris<br />

en een kwitantie opgemaakt. Deze <strong>document</strong>en (overnamecontract,<br />

bedrijfsinventaris, kwitantie) zijn trouwens<br />

noodzakelijk om in aanmerking te komen voor VLIF-steun<br />

(zie verder).<br />

De volgende gegevens moeten opgenomen<br />

worden in <strong>het</strong> overnamecontract:<br />

• de naam en <strong>het</strong> adres van de overnemer(s) en<br />

de overlater(s);<br />

• de oppervlakte en de ligging van <strong>het</strong> bedrijf;<br />

• een beschrijving van de roerende goederen<br />

met vermelding van de prijs. Hiertoe wordt als<br />

bijlage een inventaris gevoegd. Deze inventaris<br />

bevat informatie over:<br />

- de dieren;<br />

- <strong>het</strong> materieel;<br />

- de voorraden;<br />

- de vruchten te velde;<br />

- de navetten;<br />

- <strong>het</strong> recht op vergoeding voor bedrijfs-<br />

gebouwen (art. 26 van de pachtwet);<br />

• de datum waarop de hoeve vrij en ter beschikking<br />

zal zijn van de overnemer(s);<br />

• eventuele afspraken over <strong>het</strong> gebruiksrecht<br />

van bedrijfsgebouwen en gronden (pacht,<br />

pachtoverdracht);<br />

• de regeling van de sociale en fiscale lasten<br />

voor <strong>het</strong> lopende jaar;<br />

• afspraken voor de te betalen pacht voor <strong>het</strong><br />

lopende jaar;<br />

• er wordt vermeld in <strong>het</strong> kader van o.a. de btwwetgeving<br />

of de overdracht een volledig bedrijf<br />

betreft en wie bij verschillende btw-regimes de<br />

btw-regularisatie op zich zal nemen;<br />

• een duidelijke vermelding dat de overlaters<br />

bereid zijn de melding inzake de overdracht<br />

van de milieuvergunning (en eventueel de<br />

nutriëntenemissierechten) te ondertekenen;<br />

• een verklaring van de verkoper m.b.t. mogelijke<br />

bodemverontreinigende activiteiten van <strong>het</strong><br />

verleden;<br />

• een verklaring van de verkoper dat hij deze<br />

overeenkomst zal overmaken aan de bevoegde<br />

diensten van de belastingen, de RSZ en <strong>het</strong><br />

sociaal verzekeringsfonds waaraan hij zijn<br />

bijdragen betaalt.<br />

Het overnamecontract en de inventaris moeten<br />

door beide partijen ondertekend worden nadat<br />

ze er eigenhandig “Gelezen en goedgekeurd” op<br />

hebben geschreven.<br />

Merk op dat er verschillende malen gesproken wordt over<br />

immateriële aspecten (“recht op vergoeding voor bedrijfsgebouwen”,<br />

“te betalen pacht”, “overdracht milieuvergunning”).<br />

Hieruit blijkt dat de verschillende aspecten van een<br />

bedrijfsovername nauw verweven zijn met elkaar.<br />

Achteraan in deze brochure vindt u als bijlage een voorbeeld<br />

van een overnamecontract. Vanzelfsprekend kan een dergelijk<br />

standaard<strong>document</strong> nooit voorzien in alle specifieke<br />

situaties die kunnen voorkomen bij een overname!<br />

1.2.2 Maatschapscontract of samenuitbating<br />

Bij een gedeeltelijke overname van de roerende goederen<br />

komt feitelijk een samenuitbating tot stand. Dit<br />

betekent dat de overnemer en de overlater samen <strong>het</strong><br />

bedrijf leiden.<br />

Dit zal bijvoorbeeld <strong>het</strong> geval zijn wanneer de overnemer<br />

een bepaalde bedrijfstak overneemt en die vervolgens


autonoom leidt. Het is ook mogelijk dat de overnemer<br />

ten belope van een bepaald percentage <strong>het</strong> volledige<br />

bedrijf overneemt, waardoor de overnemer en de overlater<br />

daadwerkelijk samen <strong>het</strong> hele bedrijf leiden.<br />

In beide gevallen moet er naast <strong>het</strong> overnamecontract<br />

ook een maatschapscontract opgesteld worden. In dit<br />

contract worden de regels en afspraken voor de samenuitbating<br />

vastgelegd.<br />

De volgende afspraken worden best vastgelegd<br />

in <strong>het</strong> maatschapscontract:<br />

• afspraken over <strong>het</strong> eigendomsrecht en de terbeschikkingstelling<br />

van de productiemiddelen<br />

in de samenuitbating: de grond, de gebouwen,<br />

<strong>het</strong> vee, de machines, <strong>het</strong> gereedschap en andere<br />

productiemiddelen;<br />

• afspraken over door de samenuitbating in de<br />

toekomst aan te gane kredieten en in de toekomst<br />

uit te voeren bedrijfsinvesteringen;<br />

• afspraken over de wederzijdse aansprakelijkheid<br />

van de partijen voor de goederen van de<br />

gemeenschap;<br />

• afspraken over <strong>het</strong> beheer en de vertegenwoordiging<br />

van de gemeenschappelijke uitbating;<br />

• afspraken over de inbreng van arbeid en de<br />

daar tegenoverstaande arbeidsvergoeding;<br />

• afspraken over <strong>het</strong> houden van een bedrijfsboekhouding,<br />

<strong>het</strong> nemen van een financiële bedrijfsrekening<br />

en de maandelijkse en jaarlijkse<br />

afrekeningen;<br />

• afspraken over <strong>het</strong> te leveren bedrijfskapitaal;<br />

• afspraken over de eventuele ontbinding van de<br />

samenuitbating en de verdeling op dat ogenblik<br />

van de goederen en de schulden van de<br />

samenuitbating.<br />

De vennootschapswetgeving is van toepassing op een<br />

samenuitbating of maatschap. Wat de fiscale wetgeving<br />

betreft is enige voorzichtigheid geboden. Een maatschap<br />

moet immers een nieuw btw-nummer aanvragen<br />

en zeker wanneer er btw werd gerecupereerd op gebouwen<br />

door de overlater moet vermeden worden dat<br />

dit in de toekomst aanleiding zou kunnen zijn om btw te<br />

herzien (terug te storten).<br />

1.2.3 Bedrijfsinventaris<br />

Een inventaris is een opsomming van alle over te laten<br />

roerende materiële of immateriële goederen (quota) en<br />

dieren.<br />

Naargelang de stand van de productiecyclus op <strong>het</strong><br />

moment van de overname kan de waardering sterk verschillen<br />

(cfr. invloed op <strong>het</strong> bedrijfskapitaal).<br />

Gronden en gebouwen zijn onroerend en kunnen in<br />

principe niet overgedragen worden via een onderhandse<br />

overeenkomst zoals <strong>het</strong> overnamecontract. Het kan<br />

daarom belangrijk zijn bepaalde inrichtingen als roerend<br />

of onroerend te onderscheiden om registratierechten te<br />

besparen. Stalinrichtingen, kraamhokken, voederinstallaties,<br />

kalverbabyboxen,… kunnen gedemonteerd worden<br />

en in een andere stal geplaatst worden. Voor zover<br />

door de fiscus aanvaard, kunnen deze inrichtingen als<br />

roerend beschouwd worden.<br />

Gebouwen die door de overlater werden opgericht op<br />

gepachte gronden, kunnen evenwel toch via een onderhandse<br />

overeenkomst worden overgedragen, als een<br />

“recht op vergoeding voor...”.<br />

Een gedetailleerde inventaris van de overgenomen bedrijfsbekleding<br />

is een absolute voorwaarde voor VLIFtussenkomst.<br />

De VLIF-steun voor de overname van voorraden<br />

wordt beperkt tot € 20.000 per bedrijf (€ 30.000<br />

per bedrijf zonder vruchten te velde); die voor<br />

vruchten te velde tot € 750 per hectare en die<br />

voor navetten tot € 200 per hectare.<br />

Achteraan in deze brochure vindt u – louter ter<br />

illustratie – een voorbeeld van een bedrijfsinventaris.<br />

Het spreekt vanzelf dat een dergelijk standaard<strong>document</strong><br />

nooit kan voorzien in alle specifieke situaties<br />

die kunnen voorkomen bij een overname!<br />

13


14<br />

1.2.4 Melding van <strong>het</strong> overnamecontract<br />

Doel van de melding<br />

De melding van <strong>het</strong> overnamecontract aan de belastingadministratie<br />

(directe belastingen en btw), de RSZ<br />

en <strong>het</strong> sociaal verzekeringsfonds van de overlater is<br />

verplicht. Deze maatregel moet voorkomen dat belastingplichtigen<br />

met een fiscale of sociale schuld, aan hun<br />

verplichtingen ontsnappen bij <strong>het</strong> overlaten van een<br />

bedrijfspatrimonium. De betrokken diensten zijn immers<br />

niet altijd op de hoogte van de overdracht van <strong>het</strong><br />

bedrijfspatrimonium. Ze zijn hierdoor niet in staat hun<br />

rechten als schuldeiser te laten gelden en de door de<br />

overlater verschuldigde belasting te recupereren vóór<br />

de effectieve eigendomsoverdracht.<br />

Daarom is de overname slechts tegenstelbaar aan de<br />

betrokken diensten geruime tijd na de melding van de<br />

gehele of gedeeltelijke overdracht van een bedrijfsactiviteit<br />

(in volle eigendom of in vruchtgebruik). Deze maatregel<br />

geldt zowel voor een overdracht door inbreng in<br />

een onderneming als voor de overdracht op een andere<br />

wijze, en zowel voor een kosteloze overdracht als voor<br />

een overdracht tegen vergoeding.<br />

De melding moet gebeuren door de contracterende<br />

partijen.<br />

De melding<br />

De overdracht van de betrokken goederen is slechts<br />

tegenstelbaar aan de Administratie vanaf <strong>het</strong> einde van<br />

de maand volgend op die waarin de akte overgemaakt<br />

werd aan de ontvanger van de directe belastingen van de<br />

woonplaats of de maatschappelijke zetel van de overdrager.<br />

Hetzelfde geldt inzake btw of op sociaal vlak.<br />

De kennisgeving vormt <strong>het</strong> vertrekpunt voor de berekening<br />

van die termijn en er kan nog beslag gelegd worden<br />

op de roerende goederen van de overlater zolang<br />

de termijn niet verstreken is. Bij gebrek aan kennisgeving<br />

begint de termijn nooit te lopen en kan er op elk<br />

ogenblik beslag gelegd worden. Indien de koper de verkoper<br />

reeds betaalde is hij dus zijn geld kwijt zonder dat<br />

hij goederen verkregen heeft.<br />

Voorbeeld: Als de kopie van de akte van overdracht van<br />

een landbouwbedrijf neergelegd is op <strong>het</strong> kantoor van<br />

de ontvanger op 9 april 2011, eindigt de termijn op 31<br />

mei 2011. Tot deze datum kan beslag worden gelegd<br />

op de roerende goederen uit de inventaris, en dit ten<br />

beloop van de schulden van de overdrager.<br />

Hoofdelijke aansprakelijkheid van de overnemer<br />

De overnemer is daarnaast ook nog hoofdelijk aansprakelijk<br />

voor de sociale en fiscale schulden in hoofde van<br />

de overlater, ook na de hierboven vermelde termijn.<br />

De betrokken ontvanger kan dan ook vanaf <strong>het</strong><br />

einde van de voornoemde termijn van de overnemer<br />

de betaling van de vervallen sociale en<br />

fiscale schulden van de overdrager vorderen. De<br />

aansprakelijkheid van de overnemer is wel als<br />

volgt beperkt:<br />

• de geëiste betaling mag de prijs van de overdracht<br />

niet te boven gaan;<br />

• bovendien is ze beperkt tot <strong>het</strong> bedrag dat<br />

reeds door de overnemer betaald is vóór <strong>het</strong><br />

verstrijken van de voornoemde termijn.<br />

Daarom is <strong>het</strong> uitdrukkelijk aan te raden om, ingeval de<br />

nodige certificaten (zie 1.2.4) ontbreken, de invoegetreding<br />

van de akte (overdracht én betaling) uit te stellen<br />

tot na <strong>het</strong> verstrijken van de termijn van (ten hoogste)<br />

2 maanden.<br />

Hoe zich als overnemer indekken: <strong>het</strong> fiscaal of<br />

sociaal certificaat<br />

Het is te verkiezen dat de overlater een zogenaamd<br />

“fiscaal of sociaal certificaat” aanvraagt. Daarin wordt<br />

bevestigd dat op de dag van de aanvraag van <strong>het</strong> certificaat<br />

geen enkele fiscale of sociale schuld ten laste van<br />

de overdrager gevestigd was.<br />

Dit certificaat wordt aangevraagd bij <strong>het</strong> ontvangkantoor<br />

van de directe belastingen, <strong>het</strong> ontvangkantoor van<br />

de btw, de RSZ (bij tewerkstelling van personeel) en <strong>het</strong><br />

sociaal verzekeringsfonds van de overlater. Immers, een<br />

certificaat maakt de akte tegenstelbaar aan de betrokken<br />

dienst en ontheft de overnemer van de hoofdelijke<br />

aansprakelijkheid.


Het certificaat moet door de overdrager in twee exemplaren<br />

worden aangevraagd aan de bevoegde dienst.<br />

De betrokken dienst beslist binnen een termijn van dertig<br />

dagen na de indiening van de aanvraag of hij al dan niet<br />

<strong>het</strong> certificaat aflevert.<br />

Het certificaat is slechts dertig dagen geldig. Daarna<br />

vervalt <strong>het</strong>.<br />

VLIF-steun bij overname van roerende goederen<br />

Voor de overname van de roerende goederen kan in<br />

welbepaalde gevallen VLIF-steun verkregen worden.<br />

Hiertoe moet de bedrijfsleider (overnemer) echter voldoen<br />

aan verschillende voorwaarden. Dit zijn onder<br />

andere voorwaarden m.b.t. leeftijd, beroepsbekwaamheid,<br />

arbeidsbesteding en inkomenssituatie.<br />

Maar ook <strong>het</strong> betrokken bedrijf krijgt een aantal voorwaarden<br />

opgelegd. Zo moet <strong>het</strong> bedrijf “economisch levensvatbaar”<br />

zijn. Tevens moet <strong>het</strong> beschikken over de<br />

nodige geldige stedenbouwkundige en milieuvergunningen<br />

én moeten de normen inzake hygiëne en dierenwelzijn<br />

gerespecteerd worden.<br />

Als aan alle voorwaarden voldaan wordt, kan steun verkregen<br />

worden ten bedrage van max. € 70.000 als volgt<br />

berekend:<br />

een investeringspremie t.b.v. 50% op maximum<br />

€ 60.000 bij een natuurlijk persoon en op € 80.000 bij<br />

de aankoop van aandelen van een vennootschap.<br />

Deze premie wordt in 2 gelijke delen en over<br />

2 jaar uitbetaald:<br />

• een rentetoelage t.b.v. maximum 4% op<br />

€ 192.773,491, gedurende 10 jaar bij overname<br />

bedrijf in persoonlijke naam;<br />

• een rentetoelage t.b.v. maximum 4% op<br />

€ 144.580,121, gedurende 10 jaar bij overname<br />

bedrijf door aankoop aandelen;<br />

• een waarborg: aanvullend op de eigen waarborgen<br />

kan een gewestwaarborg verkregen<br />

worden t.b.v. 80% van <strong>het</strong> betoelaagd kredietbedrag,<br />

en dit gedurende maximum 15 jaar.<br />

Voor de overname van de roerende goederen in <strong>het</strong> kader<br />

van een samenuitbating kan in welbepaalde gevallen<br />

VLIF-steun verkregen worden. Hiertoe gelden dezelfde<br />

voorwaarden als bij de volledige overname van de roerende<br />

goederen (bedrijfsbekleding). Bij een overname in<br />

meerdere fasen kan de steun enkel verkregen worden<br />

op de eerste fase, tenzij de volgende fasen zich binnen<br />

de 6 maand na vestiging plaats vinden.<br />

Voor meer informatie over deze steunmogelijkheden<br />

verwijzen we u graag naar de brochure “VLIF-reglementering<br />

in Vlaanderen. Alles weten.”, uitgegeven door<br />

Landbouwkrediet.<br />

1.3 Aankoop onroerende goederen<br />

De onroerende goederen omvatten in deze context de<br />

gronden, de gebouwen en de roerende goederen die<br />

juridisch gezien onroerend zijn geworden door aanhechting<br />

(bv. melkinstallatie, koelcel).<br />

Het verwerven van onroerende goederen in eigendom<br />

is geen noodzakelijke voorwaarde om een agrarisch bedrijf<br />

te kunnen uitbaten. Onroerende goederen kunnen<br />

ook gepacht worden. Dit kan ofwel door een voortzetting<br />

van een bestaande pacht (pachtoverdracht) ofwel<br />

via een nieuw pachtcontract (zie 1.4).<br />

Bij de aankoop van onroerende goederen is <strong>het</strong> belangrijk<br />

om hun juridische status te onderzoeken. Zijn alle<br />

bedrijfsgebouwen op legale wijze opgetrokken? Zijn er<br />

zonevreemde inplantingen? Gelden er gebiedsgerichte<br />

verscherpingen op de landbouwgronden? Zijn er belangrijke<br />

verbouwingen nodig waarvan we de btw willen<br />

recupereren,…<br />

Het zijn allemaal zaken die absoluut moeten beoordeeld<br />

worden bij de overdracht van de onroerende goederen.<br />

15


16<br />

1.3.1 De verkoop uit de hand<br />

Vanuit juridisch oogpunt is een onroerend goed verkocht<br />

zodra er tussen de koper en de verkoper een akkoord<br />

tot stand is gekomen over de prijs en <strong>het</strong> voorwerp van<br />

de verkoop.<br />

De onderhandse verkoopovereenkomst<br />

Het akkoord tussen de koper en de verkoper wordt<br />

meestal “voorlopige verkoopovereenkomst” of “compromis”<br />

genoemd. Deze benamingen zijn echter misleidend.<br />

Vaak gaat men er van uit dat dit compromis<br />

“voorlopig” is, en dat enkel de notariële akte definitief is.<br />

Dit is een foute veronderstelling! De prijs en de verkoopsvoorwaarden<br />

liggen immers met een verkoopovereenkomst<br />

definitief vast, zowel voor de koper als<br />

voor de verkoper. Het is daarom beter te spreken van<br />

een “onderhandse verkoopovereenkomst”.<br />

De notariële akte<br />

De notaris maakt van de onderhandse verkoopovereenkomst<br />

een akte en verleent de verkoop hiermee een officieel<br />

karakter. De opmaak van deze notariële akte moet<br />

plaatsvinden binnen de 4 maanden na <strong>het</strong> afsluiten van<br />

de onderhandse verkoopovereenkomst; zoniet vervalt<br />

de onderhandse verkoopovereenkomst.<br />

Bij de opmaak van de notariële akte is de notaris gebonden<br />

door de bepalingen van de onderhandse overeenkomst.<br />

Desgevallend kan deze gewijzigd worden om<br />

aan dwingende wettelijke voorschriften te voldoen en<br />

zal de notaris voorstellen ze aan te vullen waar dit nuttig<br />

of raadzaam is.<br />

Elke verkoop, schenking of andere overdracht van een<br />

eigendom dient in een hypotheekkantoor te worden<br />

“overgeschreven”. De ambtenaar (de hypotheekbewaarder)<br />

die met deze taak belast is, kan enkel notariële<br />

akten “overschrijven”.<br />

De optie<br />

Stel dat u interesse hebt voor een bepaald goed, maar<br />

er nog niet 100% zeker van bent dat u <strong>het</strong> gaat kopen.<br />

Anderzijds laat u niet graag de gelegenheid aan u voor-<br />

bijgaan. In dat geval kan u aan de eigenaar-verkoper<br />

een optie vragen. Dit is een eenzijdige verbintenis van<br />

de eigenaar waarmee hij bevestigt <strong>het</strong> goed niet aan<br />

een derde te zullen verkopen binnen een bepaalde termijn<br />

(bv. 1 week of 14 dagen).<br />

Beslist u binnen deze periode tot aankoop over te<br />

gaan, dan laat u dit schriftelijk weten aan de verkoper.<br />

Dit noemt men dan <strong>het</strong> “lichten” van de optie. Meestal<br />

wordt overeengekomen dat dit per aangetekende brief<br />

moet gebeuren. Eenmaal de optie gelicht, is de verkoop<br />

definitief.<br />

Wordt daarentegen de optie niet gelicht binnen de bepaalde<br />

termijn, dan is er geen verkoop en is de eigenaar<br />

opnieuw vrij om <strong>het</strong> goed te verkopen aan wie hij wil.<br />

Omdat na <strong>het</strong> lichten van de optie automatisch de verkoop<br />

volgt, is <strong>het</strong> noodzakelijk dat alle modaliteiten van<br />

de verkoop (onder meer de prijs, de betalingstermijn en<br />

de voorwaarden) reeds nauwkeurig in de optie zijn opgenomen.<br />

Teneinde de eigenaarverkoper ertoe te bewegen een<br />

dergelijke optie toe te staan, zal de kandidaat-koper<br />

hiervoor soms moeten betalen. Wordt de optie niet gelicht,<br />

dan behoudt de eigenaar deze som als een soort<br />

schadeloosstelling. Wordt de optie wel gelicht, dan zal<br />

dit bedrag gelden als eerste voorschot. Aldus wordt rekening<br />

gehouden met de belangen van beide partijen.<br />

Zoals bij de onderhandse verkoopovereenkomst, moet<br />

ook hier uiterlijk vier maanden na <strong>het</strong> lichten van de optie<br />

de notariële akte volgen.<br />

De opschortende en ontbindende voorwaarde<br />

De opschortende voorwaarde is een clausule in de<br />

overeenkomst waarmee de koper en de verkoper hun<br />

akkoord nog laten afhangen van de vervulling van een<br />

voorwaarde. Meestal wordt deze voorwaarde gesteld<br />

door de kandidaat-koper. Hij kan b.v. bedingen dat de<br />

verkoop alleen doorgaat als hem een krediet wordt toegekend.<br />

De opschortende voorwaarde in de verkoopovereenkomst<br />

is in dit geval <strong>het</strong> toestaan van een financiering.<br />

De opschortende voorwaarde kan bijvoorbeeld ook <strong>het</strong><br />

bekomen van een stedenbouwkundig attest zijn, even-


tueel gekoppeld aan een milieuvergunning, waarbij binnen<br />

een bepaalde termijn wordt bevestigd wat de bestemming<br />

van de grond is.<br />

De optie en de opschortende voorwaarde kunnen ook<br />

van nut zijn indien <strong>het</strong> bodemattest nog niet voorhanden<br />

zou zijn.<br />

1.3.2 De openbare verkoping<br />

Verschil tussen verkoop uit de hand en openbare<br />

verkoping<br />

Zoals hiervoor reeds werd aangehaald, wordt bij een<br />

verkoop uit de hand de notariële akte slechts voorbereid<br />

nadat er een akkoord is tussen de verkoper en de<br />

koper, en soms pas na de vervulling van een opschortende<br />

voorwaarde.<br />

Bij een openbare verkoping daarentegen is er geen aanloopperiode,<br />

maar zal de notaris, indien de eigenaar ermee<br />

akkoord gaat, <strong>het</strong> goed dadelijk toewijzen aan de<br />

meestbiedende. Op <strong>het</strong> ogenblik van de toewijzing is<br />

de verkoop gesloten en wordt de akte in de verkoopzaal<br />

opgemaakt en ondertekend. De kosten moeten de<br />

volgende dag betaald worden. Voor de betaling van de<br />

koopsom heeft de koper meestal één maand de tijd.<br />

Daarna moeten verwijlintresten betaald worden. Deze<br />

regeling wordt voorgelezen op de verkoopdag zelf.<br />

Belangrijk is dat u als koper bij de toewijzing geen<br />

bedenktijd meer kunt vragen of geen opschortende<br />

voorwaarde kunt bedingen. U koopt of u<br />

koopt niet. Zorg er daarom voor dat u zich vóór<br />

de definitieve koopdag grondig informeert.<br />

Neem indien nodig vooraf contact met een agent van<br />

Landbouwkrediet. Die zal u kunnen vertellen tot welk<br />

bedrag u kan bieden. Dit hangt af van de waarde van<br />

<strong>het</strong> te koop gestelde goed en uiteraard ook van uw financiële<br />

mogelijkheden.<br />

Vrijwillige openbare verkoping<br />

Wanneer een eigenaar de keuze heeft tussen een verkoop<br />

uit de hand, en een openbare tekoopstelling en<br />

kiest voor de laatste mogelijkheid, dan spreken we van<br />

een “vrijwillige” openbare verkoping.<br />

Sinds 1 januari 2010 gebeurt dit in principe in 1 zitdag.<br />

In één zitdag<br />

Indien de verhoopte prijs wordt bekomen, wordt <strong>het</strong> eigendom<br />

dezelfde dag verkocht. Indien dit niet <strong>het</strong> geval<br />

is, kan een tweede zitdag worden vastgelegd waar een<br />

hoger bod kan worden uitgebracht dat minstens 10%<br />

hoger is.<br />

Een premie is enkel nog mogelijk wanneer de notaris<br />

een instelprijs vastlegt en wanneer de persoon die eerst<br />

deze instelprijs biedt ook effectief koopt. Er worden dus<br />

geen premies meer uitbetaald aan wie niet koopt.<br />

De opdracht om over te gaan tot een vrijwillige<br />

openbare verkoping kan steeds ingetrokken<br />

worden door de eigenaar, zonder dat hij daarvoor<br />

enige verantwoording moet afleggen.<br />

Gedwongen openbare verkoping<br />

Tegenover een vrijwillige openbare verkoping staat een<br />

“gedwongen” of “gerechtelijke” openbare verkoping. Hier<br />

beslist de eigenaar van <strong>het</strong> goed niet zelf om <strong>het</strong> te verkopen,<br />

maar zijn <strong>het</strong> zijn schuldeisers die dit vorderen op<br />

basis van een vonnis of van een authentieke akte.<br />

Een gedwongen openbare verkoping wordt gehouden<br />

in één enkele zitdag met de mogelijkheid van een hoger<br />

bod nadien. Wanneer de biedingen onvoldoende zijn,<br />

kan een tweede zitdag vastgesteld worden.<br />

De toewijzing geschiedt steeds onder de opschortende<br />

voorwaarde van de afwezigheid van een hoger bod.<br />

Binnen de 15 dagen kan iedereen een opbod doen via<br />

de gerechtsdeurwaarder. Dit opbod moet 10% bedragen<br />

van de laatst geboden prijs met een minimum van<br />

€ 250 en een maximum van € 6.200.<br />

Er zijn dus twee mogelijkheden:<br />

• er komt geen opbod binnen de 15 dagen ➞ de laatste<br />

bieder wordt de definitieve koper;<br />

17


18<br />

• er is wel een hoger bod ➞ de notaris stelt een nieuwe<br />

en definitieve zitdag vast. Op deze zitdag kan iedereen<br />

weer aan de biedingen deelnemen en zal er toegewezen<br />

worden aan de hoogstbiedende.<br />

Commandbenoeming<br />

Zowel bij een vrijwillige als bij een gerechtelijke openbare<br />

verkoping heeft de uiteindelijke koper de mogelijkheid<br />

om een “command” (= lastgever) aan te stellen. Dit<br />

betekent dat hij verklaart <strong>het</strong> goed niet voor zichzelf te<br />

hebben gekocht, maar voor een derde, die onbekend<br />

wenste te blijven bij de openbare biedingen. Deze commandbenoeming<br />

gebeurt via een notariële akte, die<br />

moet ondertekend worden vóór 10 uur de dag na <strong>het</strong><br />

definitief worden van de verkoping, om te vermijden dat<br />

tweemaal kosten moeten betaald worden.<br />

1.3.3 Bodemsaneringsdecreet<br />

Om de verwerver van gronden te beschermen, wordt de<br />

overdrager verplicht om, alvorens een overeenkomst te<br />

sluiten betreffende de overdracht van gronden, een bodemattest<br />

aan te vragen bij de Openbare Afvalstoffenmaatschappij<br />

voor <strong>het</strong> Vlaamse Gewest (OVAM). Indien<br />

gronden overgedragen worden, gelden welbepaalde<br />

verplichtingen in <strong>het</strong> kader van <strong>het</strong> bodemsaneringsdecreet.<br />

Het bodemsaneringsdecreet definieert wat precies onder<br />

overdracht van gronden dient te worden verstaan:<br />

• de overdracht onder levenden van <strong>het</strong> eigendomsrecht<br />

op gronden;<br />

• <strong>het</strong> aangaan of beëindigen van een huur, handelshuur-,<br />

pacht-, bruikleen- of concessieovereenkomst<br />

op een niet-risicogrond voor een gecumuleerde duur<br />

van meer dan 9 jaar;<br />

• <strong>het</strong> vestigen en beëindigen van een erfpacht of opstalrecht;<br />

• <strong>het</strong> aangaan van een onroerende leasing met betrekking<br />

tot een grond en de beëindiging van de onroerende leasing<br />

met of zonder lichting van de aankoopoptie;<br />

• <strong>het</strong> beëindigen van een onroerende leasing van een<br />

gebouw en grond met lichting van de aankoopoptie;<br />

• de fusie van vennootschappen waarvan één eigenaar is<br />

van verontreinigde grond, of de splitsing van een vennootschap<br />

die eigenaar is van verontreinigde grond;<br />

• <strong>het</strong> vestigen en beëindigen van vruchtgebruik en van<br />

recht van gebruik en bewoning;<br />

• de huur e.d. van “risicogrond” indien de totale termijn<br />

1 jaar overschrijdt;<br />

• <strong>het</strong> overdragen onder de levenden van diverse rechten<br />

zoals gebruik, huur, leasing,… (met onder meer ook de<br />

inbreng in éénhoofdige rechtspersoon van eigendom,<br />

huur, leasing, gebruik,…);<br />

• de inbreng van een algemeenheid of een bedrijfstak,<br />

voor zover daarbij grond is betrokken;<br />

• <strong>het</strong> opstellen van statuten van <strong>het</strong> gebouw zoals bedoeld<br />

in artikel 577-4 van <strong>het</strong> Burgerlijk Wetboek, en<br />

<strong>het</strong> acteren van de instemming van de mede-eigenaars<br />

met de afwijking zoals bedoeld in artikel 577-3,<br />

eerste lid, van <strong>het</strong> Burgerlijk Wetboek. Dit omvat bijvoorbeeld<br />

appartementsgebouwen, kantoren in kantoorgebouwen,<br />

bungalows in bungalowparken,…<br />

Een aantal zaken worden expliciet niet beschouwd<br />

als een overdracht van grond:<br />

• de inbreng in een gemeenschappelijk huwelijksvermogen<br />

van eigendom, huur, gebruiksrecht,<br />

leasing,…;<br />

• de huur van particuliere woningen, indien er<br />

zich geen risico-activiteiten bevinden;<br />

• de verlenging van huur tot meer dan 9 jaar indien<br />

in <strong>het</strong> begin van de huur een bodemattest<br />

aangevraagd was.<br />

De overdracht onder de levenden van <strong>het</strong> onverdeeld<br />

mede-eigendomsrecht op een gedeelte van <strong>het</strong> gebouw,<br />

wordt niet beschouwd als een overdracht van<br />

grond voor de toepassing van <strong>het</strong> bodemsaneringsdecreet<br />

voor zover er zich in <strong>het</strong> betrokken gedeelte van<br />

<strong>het</strong> gebouw of in de gemeenschappelijke bestanddelen<br />

van <strong>het</strong> gebouw geen risico-activiteit bevindt/bevond.<br />

De overdracht van gronden waarop een inrichting gevestigd<br />

is of was, of waar een activiteit wordt of werd<br />

uitgevoerd die opgenomen is op de lijst van activiteiten<br />

en inrichtingen die bodemverontreiniging kunnen


veroorzaken, is sinds 1 oktober 1996 slechts mogelijk<br />

na een oriënterend onderzoek.<br />

Als uitzondering geldt dat er evenwel geen nieuw<br />

bodemonderzoek moet plaatsvinden indien een<br />

oriënterend bodemonderzoek binnen twee jaar<br />

voor de overdracht werd uitgevoerd, en indien<br />

sinds dit onderzoek geen activiteiten hebben<br />

plaatsgevonden die tot bijkomende bodemverontreiniging<br />

kunnen leiden.<br />

Na de uitvoering van <strong>het</strong> oriënterend onderzoek deelt<br />

de overdrager zijn intentie tot overdracht mee aan de<br />

OVAM. Bij deze melding voegt hij <strong>het</strong> verslag van <strong>het</strong><br />

oriënterend onderzoek.<br />

Indien de OVAM meent dat er – op basis van <strong>het</strong> oriënterend<br />

bodemonderzoek of op basis van de gegevens<br />

uit <strong>het</strong> register van verontreinigde gronden – ernstige<br />

aanwijzingen zijn dat de gronden in die mate verontreinigd<br />

zijn dat er een saneringsplicht kan zijn, dan maant<br />

zij de overdrager binnen een termijn van zestig dagen<br />

aan om tot de uitvoering van een beschrijvend onderzoek<br />

over te gaan. Indien de OVAM zestig dagen na<br />

de melding geen aanmaning heeft afgeleverd, kan de<br />

overdracht plaatsvinden.<br />

VLIF-steun bij de overname van onroerende goederen<br />

Voor <strong>het</strong> verwerven van bedrijfsgebouwen kan in welbepaalde<br />

gevallen VLIF-steun verkregen worden. Hiertoe<br />

moet de bedrijfsleider (overnemer) echter voldoen aan<br />

verschillende voorwaarden. Dit zijn onder andere voorwaarden<br />

m.b.t. beroepsbekwaamheid, arbeidsbesteding<br />

en inkomenssituatie.<br />

Maar ook <strong>het</strong> betrokken bedrijf en de sector krijgen een<br />

aantal voorwaarden opgelegd. Er is VLIF-subsidie mogelijk<br />

als de aangekochte bedrijfsgebouwen minder dan<br />

15 jaar oud zijn.<br />

Voor meer informatie over deze steunmogelijkheden<br />

verwijzen we u naar de brochure “VLIF-Reglementering<br />

in Vlaanderen. Alles weten.”, uitgegeven door Landbouwkrediet.<br />

1.3.4 Postinterventiedossier<br />

Sinds 1 mei 2001 is <strong>het</strong> bij de constructie van gebouwen<br />

wettelijk verplicht een “postinterventiedossier” te<br />

laten samenstellen door een veiligheidscoördinator. Dit<br />

dossier geeft aan op welke manier een gebouw moet<br />

gebruikt en onderhouden worden.<br />

Hoewel <strong>het</strong> geen wettelijke verplichting is, raden we de<br />

overnemer van een onroerend goed aan om contractueel<br />

te bedingen dat <strong>het</strong> eventueel aanwezige postinterventiedossier<br />

mee overgedragen wordt.<br />

1.4 Pachtoverdracht<br />

Bij de overname van een bedrijf dient de overnemer te<br />

kunnen beschikken over een bepaalde oppervlakte aan<br />

gronden. Deze gronden kunnen gepacht worden van<br />

de overlater die eigenaar is van de betreffende gronden<br />

of de overlater kan voor de gronden die hij pacht zijn<br />

pachtrechten overdragen aan de koper van zijn bedrijf.<br />

Gronden kunnen mondeling verpacht worden maar<br />

bij een overname is een schriftelijke pachtovereenkomst<br />

omwille van de rechtszekerheid aangewezen.<br />

Een notariële pacht met een eerste gebruiksperiode<br />

van 18 jaar is te overwegen omdat<br />

dit zowel voor de verpachter interessant is omwille<br />

van de hogere pachtprijs en de fiscale vrijstelling, als<br />

voor de pachter-overnemer die over een gegarandeerde<br />

gebruiksperiode beschikt.<br />

Bij overdracht van pacht door de overlater aan de overnemer<br />

is in principe steeds de schriftelijke en voorafgaande<br />

toestemming nodig van de verpachter-eigenaar.<br />

In enkele specifieke situaties is dit niet vereist. De overdracht<br />

van een bestaand pachtcontract zonder schriftelijke<br />

en voorafgaande toestemming van de verpachter<br />

is slechts mogelijk in drie gevallen:<br />

1. De overnemer en de overlater zijn naaste familieleden,<br />

d.w.z. afstammelingen en schoonkinderen,<br />

of afstammelingen en schoonkinderen van de<br />

echtgeno(o)t(e). Er zijn twee systemen te onderscheiden:<br />

19


20<br />

Pachtoverdracht zonder pachtvernieuwing<br />

• overdracht van <strong>het</strong> gehele pachtgoed aan een<br />

“naast familielid”;<br />

• de overnemer treedt in alle rechten en verplichtingen<br />

van de oorspronkelijke pachter;<br />

• de overdrager blijft hoofdelijk gehouden t.o.v. de<br />

verpachter.<br />

Pachtoverdracht met pachtvernieuwing<br />

(bevoorrechte pachtoverdracht)<br />

• overdracht van <strong>het</strong> gehele pachtgoed aan een<br />

“naast familielid”;<br />

• de overnemer treedt in alle rechten en verplichtingen<br />

van de oorspronkelijke pachter, met dien verstande<br />

dat er bovendien een “pachtvernieuwing” is. Dit houdt<br />

in dat een nieuwe eerste pachtperiode van 9 jaar<br />

begint te lopen ten voordele van de overnemer;<br />

• de verpachter moet door de oorspronkelijke pachter<br />

én binnen de drie maanden na de overname op<br />

de hoogte gebracht worden. De namen en adressen<br />

van de overnemers moeten daarbij worden<br />

vermeld. De mededeling dient te gebeuren met een<br />

aangetekende brief of bij deurwaardersexploot.<br />

2. Bij een gemeenschappelijke uitbating van een pachtgoed<br />

door verschillende pachters, kan bij de stopzetting<br />

door één van hen, de pacht worden verdergezet<br />

door de andere(n).<br />

3. Wanneer de overdracht gebeurt aan een landbouwvennootschap,<br />

dient geen toestemming gevraagd te<br />

worden aan de verpachter indien de beherende vennoot<br />

de oorspronkelijke pachter of een naast familielid<br />

is. In dit geval wordt de exploitatie door de beherende<br />

vennoot gelijkgesteld aan een persoonlijke exploitatie.<br />

In alle andere gevallen is steeds de schriftelijke én voorafgaande<br />

toestemming nodig van de eigenaar-verpachter.<br />

1.5 De milieuvergunning<br />

1.5.1 Mogelijkheid tot hernieuwing van de<br />

milieuvergunning(en)<br />

Een milieuvergunning wordt toegestaan voor een welbe-<br />

paalde termijn (normaliter 20 jaar). Vóór 1 januari 2000<br />

moest een nieuwe vergunning worden aangevraagd tussen<br />

18 en 12 maanden vóór <strong>het</strong> verstrijken van de lopende vergunning.<br />

Tot 1 januari 2000 werd de einddatum van de milieuvergunning<br />

dus beschouwd als een vaststaand gegeven.<br />

Door de wetswijziging van 11 mei 1999 (in voege<br />

sinds 1 januari 2000) is de situatie echter veranderd.<br />

Momenteel is <strong>het</strong> mogelijk een nieuwe vergunning<br />

aan te vragen vóór de achttiende maand<br />

voor <strong>het</strong> verstrijken van de milieuvergunning, indien:<br />

• Een overname van de inrichting is gepland;<br />

• De exploitant een belangrijke verandering beoogt<br />

van de inrichting waarvoor de vergunning werd<br />

afgeleverd.<br />

Op deze manier kan een grotere rechtszekerheid verkregen<br />

worden m.b.t. de vergunningssituatie. Immers, bij een<br />

overname overschrijdt de financieringstermijn in de meeste<br />

gevallen de einddatum van de milieuvergunning. Het<br />

aanvragen van een nieuwe vergunning kan dus opnieuw<br />

zekerheid verschaffen voor een periode van 20 jaar.<br />

De procedure voor de hernieuwing is dezelfde als die voor<br />

een nieuwe aanvraag: een volledig dossier moet ingediend<br />

worden bij de vergunningverlenende overheid, met name<br />

de Bestendigde Deputatie van de provincie of <strong>het</strong> College<br />

van Burgemeester en Schepenen van de gemeente van<br />

de aanvrager, naargelang <strong>het</strong> type vergunning.<br />

1.5.2 Overdracht van de milieuvergunning<br />

De overdracht van de aan <strong>het</strong> bedrijf afgeleverde milieuvergunning<br />

moet vóór de overnamedatum gemeld worden<br />

aan de vergunningverlenende overheid. De overnamedatum<br />

is gelijk aan de startdatum van de exploitatie of<br />

de datum waarop de vergunningsplichtige inrichting in<br />

bedrijf wordt genomen.<br />

De melding dient te gebeuren met een speciaal formulier<br />

dat u kunt bekomen op <strong>het</strong> gemeentehuis. Het<br />

formulier moet verstuurd worden naar <strong>het</strong> College van<br />

Burgemeester en Schepenen of naar de Bestendige<br />

Deputatie naargelang <strong>het</strong> type vergunning.


1.6 Te vervullen formaliteiten<br />

Bij de overname moet tevens aan een reeks instanties<br />

worden gemeld dat de uitbater van <strong>het</strong> betreffende<br />

land- of tuinbouwbedrijf is gewijzigd. Het gaat hier zowel<br />

over typische agrarische overheidsinstanties (bijv. de<br />

Mestbank) en fiscaal-economische diensten (bijv. btw)<br />

als handelsrelaties (bank, leveranciers,…).<br />

1.6.1 Algemene formaliteiten<br />

De belangrijkste algemene formaliteiten worden hier besproken.<br />

Aanvragen van een ondernemingsnummer<br />

Het ondernemingsnummer vervangt <strong>het</strong> vroegere handelsregisternummer.<br />

In tegenstelling tot voorheen moeten<br />

alle land- en tuinbouwers (zelfs al zijn ze geen handelaar)<br />

een ondernemingsnummer aanvragen. Ditzelfde nummer<br />

kan, op verzoek van de belastingplichtige, geactiveerd<br />

worden als btw-nummer. Het ondernemingsnummer op<br />

zich mag niet gebruikt worden als btw-nummer zonder<br />

dat <strong>het</strong> hiervoor eerst is geactiveerd. De aanvraag moet<br />

gericht worden aan een ondernemingsloket.<br />

Onderstaande lijst van ondernemingsloketten geeft enkel<br />

de coördinaten van de maatschappelijke zetel van elk ondernemingsloket<br />

weer. De volledige lijst van de erkende<br />

ondernemingsloketten vindt u op www.mineco.fgov.be,<br />

rubriek Ondernemingen & Zelfstandigen.<br />

ACERTA ONDERNEMINGSLOKET vzw<br />

Buro & Design Center<br />

Heizel Esplanade, Postbus 65 - 1020 Brussel<br />

BIZ ONDERNEMINGSLOKET vzw<br />

Koningsstraat 269 - 1030 Brussel<br />

EUNOMIA vzw<br />

Kolonel Bourgstraat 113 - 1140 Brussel<br />

FORMALIS vzw<br />

Lombardstraat 34-42 - 1000 Brussel<br />

SECUREX ONDERNEMINGSLOKET -<br />

GO-START vzw<br />

Tervurenlaan 43 - 1040 Brussel<br />

H.D.P. ONDERNEMINGSLOKET vzw<br />

Koningstraat 196 - 1210 Brussel<br />

PARTENA ONDERNEMINGSLOKET vzw<br />

Anspachlaan 1 - 1000 Brussel<br />

ZENITO ONDERNEMINGSLOKET vzw<br />

Spastraat 8 - 1000 Brussel<br />

U.C.M. ONDERNEMINGSLOKET vzw<br />

Adolphe Lacomblélaan 29 - 1030 Brussel<br />

Op al uw <strong>document</strong>en dient u uw ondernemingsnummer<br />

te vermelden.<br />

Btw<br />

Het btw-nummer kent u door de eerste “0” (nul) van <strong>het</strong><br />

ondernemingsnummer weg te laten.<br />

U dient zich nog steeds aan te melden bij <strong>het</strong> plaatselijk<br />

btw-kantoor als btw-plichtig.<br />

Wanneer u zich aanmeldt, is <strong>het</strong> heel belangrijk om de<br />

bankvolmacht voor <strong>het</strong> terugkrijgen van btw-tegoeden<br />

zo snel mogelijk in orde te brengen. Deze volmacht geeft<br />

aan de btw-diensten de opdracht om <strong>het</strong> btw-tegoed te<br />

storten op een rekening naar keuze.<br />

De btw-plichtige kan kiezen uit twee stelsels:<br />

<strong>het</strong> algemeen stelsel en <strong>het</strong> forfaitair stelsel.<br />

Het algemeen stelsel:<br />

In dit stelsel moet men, afhankelijk van <strong>het</strong> omzetcijfer,<br />

maandelijks of per kwartaal een btwaangifte<br />

indienen. Bovendien dient men jaarlijks<br />

een btw-listing op te maken en aan <strong>het</strong> btwkantoor<br />

over te maken. Een btw-listing is een lijst<br />

van alle klanten met <strong>het</strong> omzetcijfer en hun btwnummers.<br />

21


22<br />

Het grote voordeel van <strong>het</strong> algemeen stelsel is<br />

dat men bij zware investeringen (bijvoorbeeld<br />

nieuwe installaties of stallen) waarop een hoog<br />

btw-tarief van toepassing is, die btw onmiddellijk<br />

volledig kan terugkrijgen, terwijl de verkoop van<br />

geproduceerde goederen onderworpen is aan<br />

een laag btw-tarief.<br />

Het forfaitair stelsel:<br />

In dit stelsel moet men geen btw-aangiften indienen.<br />

Wel dient men jaarlijks een btw-listing in te<br />

dienen.<br />

Wanneer men voor dit stelsel kiest, heeft men<br />

geen recht op teruggave van de betaalde btw.<br />

De ontvangen btw mag men wel houden en dient<br />

ter compensatie van de betaalde btw.<br />

Een van de belangrijkste redenen om voor<br />

<strong>het</strong> forfaitair stelsel te kiezen is de eenvoudige<br />

administratie.<br />

Men kan vrij overstappen van <strong>het</strong> forfaitair naar <strong>het</strong> algemeen<br />

stelsel. In <strong>het</strong> andere geval moet men eerst drie<br />

jaar <strong>het</strong> algemeen stelsel gevolgd hebben. Bij de overstap<br />

van <strong>het</strong> ene naar <strong>het</strong> andere systeem moet de btw<br />

op de waarde van de goederen geregulariseerd worden.<br />

Hiervoor raadpleegt u best een accountant.<br />

Wat indien u een vennootschap wenst op te richten?<br />

Indien u een vennootschap wenst op te richten dient u uw<br />

statuten neer te leggen bij de Griffie van de Rechtbank van<br />

Koophandel. Het zal ook deze instantie zijn die <strong>het</strong> ondernemingsnummer<br />

van uw vennootschap zal afleveren. Nadien<br />

dient u zich evenwel nog steeds aan te melden bij <strong>het</strong><br />

plaatselijk ondernemingsloket en btw-kantoor.<br />

In de praktijk verloopt de oprichting van een vennootschap<br />

via de notaris. Alleen bij een landbouwvennootschap<br />

zonder inbreng van onroerende goederen kan<br />

uzelf of een andere adviseur de nodige stukken opmaken<br />

en neerleggen bij de bevoegde griffie.<br />

Openen van een zichtrekening<br />

Wanneer u start met een eigen zaak dient u een zichtrekening<br />

bij uw bank te openen. Deze rekening is best<br />

gescheiden van uw privé-rekening en u gebruikt ze dan<br />

enkel voor verrichtingen in verband met uw toekomstige<br />

onderneming.<br />

Op alle <strong>document</strong>en en handelspapieren van uw onderneming<br />

(brieven, facturen, enz.) moet u uw rekeningnummer<br />

samen met de naam van uw financiële instelling<br />

en van uw eigen onderneming vermelden.<br />

Sociaal statuut als zelfstandige<br />

Elke zelfstandige dient zich aan te sluiten bij een sociaal<br />

verzekeringsfonds. Dit moet voor <strong>het</strong> starten van de<br />

zelfstandige activiteit gebeuren op straffe van een boete.<br />

Door deze aansluiting krijgt de zelfstandige recht op:<br />

• de terugbetaling van ziektekosten;<br />

• dagvergoeding in geval van werkonbekwaamheid<br />

(vanaf tweede maand);<br />

• een pensioen als zelfstandige;<br />

• faillissementsverzekering;<br />

• kraamgeld en kinderbijslag.<br />

Statuut meewerkende echtgenoot<br />

Iemand wordt als de meewerkende echtgenoot van een<br />

zelfstandige beschouwd als:<br />

• hij/zij partner is van een zelfstandige (via een<br />

huwelijks- of samenlevingscontract);<br />

• hij/zij effectief meehelpt in de zaak;<br />

• en hij/zij een beperkt inkomen uit een andere<br />

activiteit heeft.<br />

De medewerkende echtgeno(o)t(e) is verplicht<br />

zich aan te sluiten bij <strong>het</strong> volledige statuut van een<br />

zelfstandige. Dit betekent dat ook zij recht zullen<br />

hebben op een eigen pensioen, uitkeringen voor<br />

arbeidsongeschiktheid en invaliditeit, moederschapsbescherming,<br />

enz. Uiteraard betekent dit<br />

wel dat deze ook sociale bijdragen zal moeten<br />

betalen. Echtgenoten die evenwel geboren zijn<br />

voor 1 januari 1956 zijn enkel verplicht om bijdragen<br />

voor arbeidsongeschiktheid en invaliditeit te<br />

betalen (“mini-statuut”). Zij kunnen zich wel vrijwillig<br />

voor <strong>het</strong> ”maxi-statuut” verzekeren.


Het grote voordeel van <strong>het</strong> nieuwe statuut is dat de<br />

meewerkende echtgenoot in geval van echtscheiding,<br />

overlijden of faillissement niet meer in de kou blijft staan.<br />

Hij/zij zal dus recht hebben op een eigen pensioen, op<br />

uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid en invaliditeit,<br />

op moederschapsbescherming, op tussenkomsten<br />

voor gezondheidszorg,… Bovendien kan hij/zij een eigen<br />

vrij aanvullend pensioen opbouwen.<br />

Aansluiting bij een ziekenfonds<br />

Naast de aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds is<br />

een aansluiting bij een ziekenfonds noodzakelijk.<br />

1.6.2 Kennisgevingen aan <strong>het</strong> agentschap<br />

voor Landbouw en Visserij<br />

Melding van overname via identificatiefiche<br />

Wanneer een exploitatie wordt overgenomen, moet dit<br />

via de zogenaamde identificatiefiche gemeld worden<br />

aan de Provinciale Buitendiensten van de afdeling Markt<br />

en Inkomensbeheer van <strong>het</strong> Agentschap voor Landbouw<br />

en Visserij (ALV). Het formulier bevindt zich op <strong>het</strong><br />

bedrijf van de overlater en moet door zowel overnemer<br />

als overlater ingevuld en ondertekend worden. Indien de<br />

overlater dit formulier niet meer vindt kan een duplicaat<br />

worden gevraagd.<br />

Een overname die via dit formulier wordt gemeld aan<br />

<strong>het</strong> ALV, wordt ook doorgegeven aan de Vlaamse Landmaatschappij<br />

(VLM) in <strong>het</strong> kader van de mestbank en de<br />

beheersovereenkomsten VLM.<br />

Melding van overdracht quota<br />

Daarnaast moet ook aan <strong>het</strong> Ministerie van Landbouw<br />

gemeld worden dat eventuele aanwezige quota (melk- en<br />

zoogkoeienquota) overgenomen worden. Dit doet u via<br />

speciale formulieren die u kan verkrijgen bij de (provinciale)<br />

buitendiensten of op de website: http://lv.vlaanderen.<br />

be onder de rubriek ‘Mijn Bedrijf’ Ook bij een gedeeltelijke<br />

overname is de melding verplicht (vader-zoonbedrijf).<br />

Overdracht agromilieuverbintenissen<br />

Lopende agromilieuverbintenissen kunnen overgedragen<br />

worden aan de overnemer door een formulier ‘overdracht<br />

agromilieuverbintenissen’.<br />

1.6.3 Melding bij de Vlaamse<br />

Landmaatschappij<br />

Een melding van overname via de identificatiefiche aan<br />

<strong>het</strong> Agentschap voor Landbouw en Visserij, wordt via<br />

hen doorgegeven aan de Vlaamse Landmaatschappij.<br />

Mestbank<br />

Bij een overname blijven alle rechten en plichten die<br />

voortvloeien uit de dierlijke productie en <strong>het</strong> gebruik<br />

van cultuurgronden aan de overlater verbonden tot de<br />

datum waarop de bedrijfsovername schriftelijk aan de<br />

Mestbank gemeld is.<br />

Dit is zeer belangrijk! Zorg er dus steeds voor dat bij de<br />

overname van een veehouderij de mestputten en -opslagen<br />

leeg zijn.<br />

De Mestbank zal na de ontvangst van de overdrachtsverklaring<br />

aan de overnemer een overzicht bezorgen<br />

van de verplichtingen waaraan hij op basis van de bepalingen<br />

van <strong>het</strong> mestdecreet moet voldoen.<br />

Zo zal de overnemer – indien de overdracht tijdig gemeld<br />

is aan de Mestbank – vooraf goed geïnformeerd zijn over<br />

de aangifteplicht, de beschikbare nutriëntenemissierechten,<br />

de eventuele mestverwerkingsplicht, enz.<br />

Voor de overname van nutriëntenemissierechten dient<br />

door de overlater en de overnemer een gezamenlijk<br />

dossier te worden ingediend bij de provinciale afdeling<br />

van de Vlaamse Landmaatschappij, voor de datum van<br />

overname.<br />

Beheersovereenkomsten<br />

Indien de overlater met betrekking tot bepaalde percelen<br />

of perceelsranden die hij/zij in gebruik heeft, beheersovereenkomsten<br />

afgesloten heeft met een natuurvereniging<br />

of met een bepaalde administratie van <strong>het</strong><br />

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, dan zullen<br />

deze beheerscontracten moeten overgedragen worden<br />

aan de overnemer van <strong>het</strong> bedrijf.<br />

Voor meer informatie hierover kunt u terecht bij de<br />

Vlaamse Landmaatschappij, Gulden Vlieslaan 72,<br />

1060 Brussel (tel. 02/543.72.00 - fax 02/543.73.99).<br />

23


24<br />

1.6.4 Kennisgeving bij Dierengezondheids-<br />

zorg Vlaanderen vzw (DGZ-Vlaanderen)<br />

De overname, stopzetting of verhuizing van een bedrijf met<br />

rundvee, varkens, schapen, geiten, hertachtigen of pluimvee,<br />

moet steeds gemeld worden aan DGZ-Vlaanderen.<br />

Dit dient te gebeuren via de beslagfiche. Dit <strong>document</strong><br />

bevindt zich op <strong>het</strong> bedrijf van de overlater of kan aangevraagd<br />

worden bij DGZ-Vlaanderen (www.dgz.be).<br />

Info: DGZ Vlaanderen vzw – Dienst Identificatie<br />

en Registratie, Deinse Horsweg 1, 9031 Drongen<br />

(tel. 070/22.00.23 – fax 070/22.01.22).<br />

1.6.5 Kennisgeving RENDAC<br />

Ook <strong>het</strong> vilbeluik RENDAC nv dient van een bedrijfsovername<br />

op de hoogte gebracht te worden met <strong>het</strong><br />

oog op de overdracht van <strong>het</strong> RENDAC-abonnement.<br />

Volgende gegevens moeten gemeld worden:<br />

• naam van overlater en overnemer;<br />

• adresgegevens;<br />

• datum van overdracht;<br />

• btw-nummer(s);<br />

• Aansluitingsnummer RENDAC nv.<br />

Info: RENDAC nv, Fabriekstraat 2, 9470 Denderleeuw<br />

(tel. 053/64.02.11 - fax 053/64.03.60).<br />

1.6.6 Vlaamse Milieumaatschappij (VMM)<br />

De wijzigingen zijn ook van belang voor de waterheffingen<br />

(dit betekent zowel de heffing op waterverontreiniging als<br />

de heffing op <strong>het</strong> gebruik van grondwater) en moeten dus<br />

schriftelijk meegedeeld worden aan de Vlaamse Milieumaatschappij,<br />

A. Van der Maelestraat 96, 9320 Erembodegem<br />

(tel. 053/72.62.11 - fax 053/77.71.68).<br />

In geval van een bedrijfsovername met plichten en rechten<br />

worden ook openstaande saldi bij de VMM integraal<br />

overgenomen.<br />

Bij een overname dient ook de drinkwatermaatschappij<br />

zo vlug mogelijk geïnformeerd te worden.<br />

1.6.7 Licentie teruggave accijns<br />

(contingentnummer)<br />

Land- en tuinbouwers kunnen bij <strong>het</strong> Ministerie van<br />

Financiën een contingent verkrijgen voor korting op hun<br />

aankopen van energieproducten (bijvoorbeeld aardgas,<br />

diesel en elektriciteit). Bij een bedrijfsoverdracht moet<br />

de overlater aan de overheid die de contingentnummers<br />

verleent (Ministerie van Financiën, Administratie<br />

der Douanen en Accijnzen) melden dat hij (de overlater)<br />

<strong>het</strong> bedrijf stopzet. De overnemer moet vervolgens een<br />

nieuw contingentnummer aanvragen. Hiervoor kan hij<br />

bij <strong>het</strong>zelfde Ministerie de nodige aanvraagformulieren<br />

bekomen.<br />

1.6.8 Verwittigen van leveranciers en<br />

klanten<br />

Bij een volledige overname is <strong>het</strong> aangewezen de leveranciers<br />

van goederen en diensten en de klanten in te<br />

lichten. Dit gebeurt best schriftelijk met vermelding van<br />

alle nodige gegevens:<br />

• naam en adres;<br />

• btw-nummer;<br />

• rekeningnummer;<br />

• vast en mobiel telefoonnummer.<br />

1.6.9 Andere kennisgevingen<br />

Naast bovenstaande instanties kunnen nog andere meldingen<br />

verplicht zijn. Deze hebben dan te maken met:<br />

• suikerbietenquota: dient via de suikerfabriek overgedragen<br />

te worden op naam van de nieuwe uitbater;<br />

• keuring van spuittoestellen;<br />

• zelfverwerking en rechtstreeks verkopen van zuivel-<br />

en of pluimveeproducten;<br />

• registratienummer Dienst Teeltmateriaal;<br />

• handelaars-bereiders van aardappelen;<br />

• mengen van veevoeders op eigen bedrijf (zelfmengers);


1.6.10 Kennisgeving aandelenoverdrachten<br />

Tenslotte bezit u als land- of tuinbouwer wellicht een<br />

aantal eigendomsbewijzen of aandelen van coöperatieve<br />

afzetkanalen (veiling, zuivelcoöperatie, slachthuis,<br />

suikerfabriek). De melding van overname (of bedrijfsstart)<br />

gebeurt best schriftelijk met vermelding van alle<br />

nodige gegevens:<br />

• naam en adres;<br />

• btw-nummer;<br />

• rekeningnummer;<br />

• vast en mobiel telefoonnummer.<br />

25


26<br />

2. Ondernemingsplan<br />

De eerste misvatting over <strong>het</strong> ondernemingsplan is dat<br />

<strong>het</strong> een instrument zou zijn om de bank(en) te overtuigen<br />

voldoende geld ter beschikking te stellen van de<br />

ondernemer. Niets is minder waar!<br />

Het ondernemingsplan is in de eerste plaats een<br />

werkinstrument voor de kandidaat-ondernemer<br />

zelf. Het dwingt u namelijk om even stil te staan en<br />

na te denken. Het structureert uw plannen, expliciteert<br />

risico’s,…<br />

Schrijf uw ondernemingsplan zoveel mogelijk zelf. U<br />

kunt natuurlijk wel hulp aan adviseurs vragen. Zorg er<br />

dan wél voor dat u zelf een duidelijke toelichting kunt<br />

geven aan uw bank.<br />

2.1 Wat is een ondernemingsplan?<br />

Een ondernemingsplan is een <strong>document</strong> waarin de toekomst<br />

(bijvoorbeeld de eerstkomende 5 jaren) van de<br />

onderneming cijfermatig wordt beschreven. Het is dus<br />

inderdaad de bedoeling om bijvoorbeeld te berekenen<br />

hoeveel varkens, tomaten, melk,… er verkocht zullen<br />

worden tijdens <strong>het</strong> eerste jaar. En <strong>het</strong> tweede jaar. En<br />

<strong>het</strong> derde jaar...<br />

De productie alleen is niet voldoende. Er moet ook een<br />

prijs op papier gezet worden. Het is natuurlijk onbegonnen<br />

werk om bijvoorbeeld de varkens- of tomatenprijzen<br />

te voorspellen voor de komende 5 jaar. Een ondernemingsplan<br />

heeft dan ook niet de pretentie om de<br />

toekomst te voorspellen. Het is enkel de bedoeling om<br />

een eerlijke en realistische inschatting te maken.<br />

2.2 Hoe is een ondernemingsplan<br />

opgebouwd?<br />

Een ondernemingsplan kan op verschillende manieren<br />

opgesteld worden. Hieronder wordt een voorbeeld van<br />

structuur weergegeven. Het is slechts een voorbeeld.<br />

U bent als ondernemer vrij om uw eigen ondernemingsplan<br />

op te stellen.<br />

2.2.1 Inleiding<br />

Hierin beschrijft u in grote trekken wat uw plannen zijn.<br />

U kunt hier ook uw motivatie om te starten in de agrarische<br />

sector in opnemen.<br />

2.2.2 Omschrijving van de activiteit<br />

Hier wordt dieper ingegaan op de te ontwikkelen activiteit.<br />

Betrek ook uzelf hierin. Het gaat hier niet over <strong>het</strong><br />

bedrijf op zich. Hier staat vooral de activiteit, de ervaring<br />

en de beroepsbekwaamheid die u in deze activiteit in te<br />

brengen hebt centraal.<br />

2.2.3 Marketing<br />

In vele gevallen is de startende ondernemer opgegroeid<br />

in de landbouw. Dit betekent dat hij de sector door en<br />

door kent. Maar <strong>het</strong> kan ook betekenen dat <strong>het</strong> tijd<br />

is om de oogkleppen af te werpen, en de sector van<br />

op afstand te bekijken. Is er overproductie? Wat zijn<br />

de prijsverwachtingen op middellange termijn? Welke<br />

milieumaatregelen zijn op komst? Allemaal vragen die<br />

u helpen om de sector kritisch te beoordelen. Ook hier<br />

kan <strong>het</strong> nooit kwaad om extern advies in te winnen.<br />

In dit kader is <strong>het</strong> ook nuttig om te vermelden of u een<br />

specifieke aanpak heeft. Hebt u eigen verkoopkanalen?<br />

Doet u aan thuisverwerking?<br />

2.2.4 Productieproces<br />

Het bedrijf staat hier centraal. Op welk locatie bevindt <strong>het</strong><br />

zich? In welke staat zijn de bedrijfsgebouwen? En <strong>het</strong><br />

machinepark? Wat hierbij ook belangrijk is, is de situatie<br />

m.b.t. allerlei vergunningen. We trappen een open deur<br />

in als we zeggen dat <strong>het</strong> belang van de vergunnings-


toestand moeilijk kan overschat worden: milieuvergunning,<br />

stedenbouwkundige vergunning, nutriëntenemissierechten,<br />

quota, bedrijfsplafonds… Er zijn zodanig<br />

veel beperkingen in de agrarische sector dat u overal<br />

rekening moet mee houden.<br />

Het al dan niet voorhanden zijn van de nodige vergunningen<br />

en productiemiddelen is van levensbelang voor de<br />

startende ondernemer in de agrarische sector. We raden<br />

u zelfs met klem aan om altijd – ook bij een overname van<br />

<strong>het</strong> ouderlijk bedrijf – extern advies in te winnen.<br />

2.2.5 Beleid<br />

Wie draagt de eindverantwoordelijkheid op <strong>het</strong> bedrijf?<br />

Hebt u werknemers nodig? Wie zorgt er voor de administratie?<br />

Welke juridische vorm gaat uw onderneming aannemen?<br />

Een eenmanszaak, een landbouwvennootschap,<br />

een bvba? Welk fiscaal stelsel gaat u volgen: <strong>het</strong> algemene<br />

of <strong>het</strong> forfaitaire? Als ondernemer bent u niet enkel bezig<br />

met <strong>het</strong> dagelijks werk op <strong>het</strong> bedrijf, er zijn duizend-enéén<br />

zaken waarin u een beslissing moet nemen.<br />

2.2.6 Financiële aspecten<br />

Investeringsplan<br />

Het investeringsplan heeft tot doel om alle geplande investeringen<br />

op een rijtje te zetten. Onder investeringen<br />

verstaan we de eenmalige uitgaven die verbonden zijn<br />

aan de overname of de bedrijfsstart.<br />

Hier ziet u welke kosten of investeringen hier<br />

o.m. opgenomen moeten worden:<br />

• de overname van de roerende goederen;<br />

• de aankoop van de onroerende goederen;<br />

• <strong>het</strong> ereloon van de notaris en de registratierechten;<br />

• de dossierkosten voor de financiering;<br />

• de kosten voor de waarborgvestiging (hypotheek/landbouwvoorrecht);<br />

• de aankoop van nieuw materieel of levende have;<br />

• <strong>het</strong> omlopend kapitaal of bedrijfskapitaal (zie<br />

verder).<br />

Het totale bedrag van <strong>het</strong> investeringsplan geeft u een<br />

overzicht van alle uitgaven en geeft aan hoeveel geld u<br />

nodig hebt om de plannen te realiseren (zie 2.6.6).<br />

Rendabiliteit<br />

Zoals reeds eerder aangehaald is <strong>het</strong> aangewezen om<br />

een gedetailleerde bedrijfseconomische studie te maken.<br />

In deze studie wordt een financiële planning opgesteld,<br />

waarin de inkomsten en kosten over een periode<br />

van bijvoorbeeld 5 jaar geraamd worden. Wees daarin<br />

realistisch!<br />

Op deze manier weet u van welke parameters de eventuele<br />

winst of verlies zal afhangen. U kunt bijvoorbeeld<br />

uitrekenen hoeveel uw winst zal stijgen/dalen indien de<br />

marktprijzen zouden stijgen/dalen met 5%.<br />

Een dergelijke rendabiliteitsstudie is geen absolute voorspelling.<br />

Het is meer een instrument dat u in staat stelt<br />

om op een nuchtere manier na te denken over de financiële<br />

consequenties van de bedrijfsvoering. Het bereidt<br />

u tevens voor op <strong>het</strong> financieringsgesprek met uw financiële<br />

instelling.<br />

Financieringsplan<br />

U hebt een aantal plannen. Die plannen kosten meestal<br />

geld. Hoe krijgt u dit geld bij elkaar? Indien u geld ontleent,<br />

wordt bovendien verwacht dat u <strong>het</strong> terugbetaalt.<br />

Hoe u <strong>het</strong> nodige geld bij elkaar gaat krijgen, en hoe u<br />

<strong>het</strong> achteraf gaat terugbetalen, dat moet aan bod komen<br />

in <strong>het</strong> financieringsplan. Dit zijn enkele elementen<br />

die erin kunnen opgenomen worden:<br />

• inbreng van eigen middelen;<br />

• uitgesteld loon;<br />

• bedrag en looptijd van kredieten bij de bank, en<br />

aard van de kredieten (investeringskrediet, korte<br />

termijnkrediet, kaskrediet,…);<br />

• betalingsuitstel leveranciers;<br />

• VLIF-steun.<br />

Uiteindelijk hangt <strong>het</strong> van de rendabiliteit van <strong>het</strong> bedrijf<br />

af, of <strong>het</strong> geleende geld kan terugbetaald worden.<br />

27


28<br />

Liquiditeitsplan<br />

Hierbij is <strong>het</strong> ook belangrijk dat u de nodige aandacht<br />

besteedt aan de liquiditeiten. Een bedrijf kan perfect<br />

“rendabel” zijn en toch op een bepaald moment in geldnood<br />

raken. U kan met deze situatie best op voorhand<br />

rekening houden.<br />

Zo is op een agrarisch bedrijf <strong>het</strong> “omlopend kapitaal”<br />

omvangrijk. Wanneer u (een) teelt(en) opstart, zijn er<br />

uitgaven vooraleer u kunt oogsten: meststoffen, sproeistoffen,<br />

zaaigoed, loonwerken, voeder,...<br />

Deze kosten moeten meegerekend worden bij <strong>het</strong> opstellen<br />

van <strong>het</strong> investeringsplan. Zoniet kunt u na enkele<br />

maanden liquiditeitsproblemen krijgen.<br />

Privé-uitgaven<br />

Het is ook belangrijk om na te gaan hoeveel geld u wilt<br />

overhouden. Of, met andere woorden, hoeveel geld wilt<br />

u privé kunnen uitgeven? Ook daar zult u over moeten<br />

nadenken.<br />

2.2.7 Knelpunten<br />

Risico’s zijn er altijd en overal, maar <strong>het</strong> kan verhelderend<br />

werken om de risico’s van uw onderneming even<br />

op een rijtje te zetten. Vervolgens gaat u na hoe u zou<br />

reageren indien er zich iets voordeed, en onderzoekt u<br />

wat de consequenties zouden kunnen zijn. Het is onmogelijk<br />

om alle risico’s uit te sluiten – laat dat duidelijk<br />

zijn. Maar <strong>het</strong> kan nooit kwaad om er in de mate van <strong>het</strong><br />

mogelijke op te anticiperen.<br />

2.2.8 Administratie<br />

Een ondernemer beschouwt zijn administratie vaak als<br />

een noodzakelijk kwaad. Gevolg: de administratie wordt<br />

nogal eens verwaarloosd. Die administratie is nochtans<br />

nodig. Niet alleen voor de overheid maar ook om als<br />

ondernemer zelf goed te kunnen opvolgen wat er binnen<br />

<strong>het</strong> bedrijf gebeurt. Wie geen oog heeft voor de<br />

technische of financiële opvolging van zijn bedrijf, kan<br />

nooit op tijd ingrijpen bij een negatieve evolutie. Geen<br />

goede ondernemer zonder een goede administratie, is<br />

<strong>het</strong> devies.<br />

Hoe ziet u de toekomst evolueren? Plant u nog<br />

een aantal investeringen voor de eerstkomende<br />

jaren? Gaat u een bedrijfstak meer ontwikkelen<br />

dan een andere? Gaat u overschakelen op een<br />

andere productiemethode? Dit zijn relevante vragen<br />

waar u rekening moet mee houden in uw<br />

planning.<br />

2.3 Boekhouding<br />

Zoals gezegd is <strong>het</strong> ondernemingsplan een werk<strong>document</strong>.<br />

Eenmaal u gestart bent, zult u echter uw bedrijf<br />

continu moeten opvolgen. Daarom is <strong>het</strong> ten zeerste<br />

aan te raden om een boekhouding te voeren. Deze<br />

boekhouding stelt u als bedrijfsleider in staat om uw bedrijfsresultaten,<br />

zowel technisch als economisch, op te<br />

volgen, te evalueren en desgewenst bij te sturen.<br />

2.3.1 Bedrijfstechnische boekhouding<br />

De bedrijfstechnische boekhouding verleent inzicht in<br />

de technische resultaten van <strong>het</strong> bedrijf (aantal biggen<br />

gespeend per zeug, voederconversie, liters melk per<br />

koe,…). Deze technische resultaten hebben in de agrarische<br />

sector een belangrijke impact op de rendabiliteit.<br />

Het continu bijhouden van een bedrijfstechnische boekhouding<br />

is dan ook een absolute must.<br />

2.3.2 Bedrijfseconomische boekhouding<br />

De bedrijfseconomische boekhouding drukt de resultaten<br />

van <strong>het</strong> bedrijf uit in geld. Het bijhouden en opvolgen<br />

van de bedrijfseconomische resultaten is van levensbelang<br />

voor de bedrijfsvoering. Het is niet voldoende<br />

te weten of de technische resultaten goed zijn. Het is<br />

noodzakelijk dat u ook een inzicht hebt in de geldstromen<br />

binnen <strong>het</strong> bedrijf. Als u moet ingrijpen, moet u ook<br />

kunnen inschatten waar er moet ingegrepen worden.<br />

Indien u beroep doet op VLIF-steun moet u trouwens verplicht<br />

een boekhouding bijhouden. Deze kan ook vervangen<br />

worden door een fiscaal bewijskrachtige boekhouding<br />

waarbij in de loop van <strong>het</strong> boekjaar de verschillende goederen-<br />

en geldstromen systematisch worden geregistreerd<br />

en jaarlijks een begin- en eindinventaris, een balans en een<br />

gedetailleerde resultatenrekening opgesteld worden.


3. Vlaams Landbouw-<br />

investeringsfonds (VLIF)<br />

3.1 Algemeen<br />

Het VLIF ondersteunt <strong>het</strong> investerings- en structuurbeleid<br />

in de agrarische sector.<br />

De wijze van steunverlening is de laatste jaren ingrijpend<br />

gewijzigd. Er werd een systeem ontwikkeld waarin investeringen<br />

die gefinancierd worden met eigen middelen,<br />

een kapitaalpremie genieten, en investeringen die<br />

gefinancierd worden met een krediet, een rentesubsidie<br />

die aangevuld wordt met een kapitaalpremie.<br />

Enerzijds is er zogenaamde vestigingssteun die een natuurlijk<br />

persoon (bedrijfsleider) geniet wanneer hij aankopen<br />

doet m.b.t. zijn vestiging of installatie. Anderzijds is<br />

er investeringssteun waarvoor ook bestaande land- en<br />

tuinbouwers (natuurlijke personen of vennootschappen)<br />

in aanmerking komen bij welbepaalde investeringen.<br />

3.2 Steun bij de bedrijfsstart<br />

Voor startende land- en tuinbouwers is er zowel bij de<br />

overname van een bestaand bedrijf als bij <strong>het</strong> opstarten<br />

van een nieuw bedrijf steun. Meer specifiek kunnen de<br />

volgende investeringen gesubsidieerd worden:<br />

• overname van de bedrijfsbekleding;<br />

• aankoop van materieel;<br />

• bouwen en inrichten van bedrijfsgebouwen;<br />

• aankoop van bedrijfsgebouwen;<br />

• modernisering van bedrijven;<br />

• investeringen ten gunste van <strong>het</strong> milieu en <strong>het</strong><br />

dierenwelzijn.<br />

Wie zich vestigt als bedrijfsleider van een vennootschap<br />

(beherende vennoot, zaakvoerder,<br />

bestuurder) verkrijgt steun bij de overname van<br />

de aandelen van de betreffende vennootschap.<br />

Deze steun wordt toegekend in verschillende stelsels<br />

en onder verschillende vormen: overheidswaarborg,<br />

rentesubsidie en kapitaalpremies.<br />

Als u als starter subsidies wenst te verkrijgen,<br />

moet u wél rekening houden met een aantal persoonsgebonden<br />

voorwaarden en beperkingen.<br />

Voor meer informatie over deze steunmogelijkheden<br />

verwijzen we graag naar de brochure “VLIF-reglementering<br />

in Vlaanderen. Alles weten”, uitgegeven door<br />

Landbouwkrediet.<br />

29


30<br />

4. Vennootschappen in land-<br />

en tuinbouw<br />

Eens uw plannen voor de oprichting of de overname<br />

van een land- of tuinbouwbedrijf vaste vorm gekregen<br />

hebben (cfr. hoofdstuk 1) en uit <strong>het</strong> ondernemingsplan<br />

blijkt dat uw project levensvatbaar is (cfr. hoofdstuk 2),<br />

moet u nog bepalen in welk juridisch kader u uw bedrijfsactiviteit<br />

gaat uitoefenen. Gaat u uw bedrijf leiden<br />

Natuurlijke persoon<br />

Vennootschap<br />

Voordelen<br />

» eenvoudige administratie<br />

» minder jaarlijkse kosten<br />

» fiscaal vriendelijker<br />

» betere successieplanning<br />

» goed financieel overzicht<br />

» bij overdracht blijft de vennootschap<br />

bestaan, voor derden verandert er niets<br />

» bescherming zaakvoerder in geval van<br />

faillissement<br />

In dit hoofdstuk zullen we deze voor- en nadelen bespreken en situeren.<br />

4.1 Ondernemen als natuurlijke<br />

persoon<br />

4.1.1 Natuurlijke persoon - “boeren zonder<br />

vennootschap”<br />

Dit is de eenvoudigste ondernemingsvorm: de ondernemer<br />

zorgt zelf voor kapitaal en leidt de zaak alleen.<br />

als een natuurlijke persoon, of heeft u er belang bij uw<br />

activiteiten onder te brengen in een vennootschap?<br />

De voor- en nadelen van beide uitbatingsvormen situeren<br />

zich op diverse vlakken en zijn soms tegengesteld. Een<br />

overzicht:<br />

Nadelen<br />

» fiscaal onvriendelijk bij hoge winsten<br />

» faillissement bedrijf impliceert<br />

altijd ook persoonlijk faillissement<br />

(onvermogend verklaring)<br />

» volledige boekhouding<br />

» jaarlijkse kosten (neerlegging balans)<br />

» bij overdracht worden de lusten en de<br />

lasten van <strong>het</strong> verleden overgenomen<br />

(meestal meer lasten dan lusten)<br />

4.1.2 Samenuitbating of maatschap -<br />

“boeren met gedeeld risico”<br />

Deze oneigenlijke vennootschap kan gebruikt worden<br />

tussen verschillende personen, veelal familie. De statuten<br />

van deze ondernemingsvorm worden best zo uitgebreid<br />

mogelijk opgesteld.<br />

Alle vennoten zijn onbeperkt aansprakelijk. De vennootschap<br />

of maatschap heeft geen rechtspersoonlijkheid<br />

en kan onderhands (zonder notaris) opgericht worden.<br />

Omdat een maatschap geen rechtspersoonlijkheid<br />

heeft betekent dit dat bij wijziging ervan (intrede of uit-


trede van vennoten of leden) er heel wat administratieve<br />

formaliteiten – o.a. nieuwe btw-nummer – moeten vervuld<br />

worden.<br />

4.2 Ondernemen als rechtspersoon<br />

4.2.1 Wat is een vennootschap?<br />

Een vennootschap, of een rechtspersoon, is niets meer<br />

dan de creatie van een nieuwe “persoon”. In feite is een<br />

vennootschap een juridisch vehikel (rechtspersoonlijkheid)<br />

om een duidelijk onderscheid te kunnen maken<br />

tussen de controlerende natuurlijke persoon, en zijn<br />

bedrijf. Dit gebeurt in essentie omwille van de risico’s<br />

die verbonden zijn aan <strong>het</strong> ondernemen. De creatie van<br />

een rechtspersoon legt de verantwoordelijkheid bij die<br />

rechtspersoon, zodat de natuurlijke persoon zijn privévermogen<br />

en eventueel ook zijn verantwoordelijkheid<br />

(aansprakelijkheid) kan afschermen of beperken (onbeperkte<br />

of beperkte aansprakelijkheid). Een vennootschap<br />

is ook een ideaal middel om de samenwerking<br />

tussen verschillende natuurlijke personen te organiseren<br />

en vast te leggen.<br />

De personen die een vennootschap oprichten worden<br />

de oprichters genoemd. Het oprichten van een vennootschap<br />

brengt een zekere verantwoordelijkheid met<br />

zich mee (oprichtersaansprakelijkheid).<br />

De link tussen de natuurlijke persoon en de<br />

rechtspersoon bestaat in de eerste plaats via de<br />

aandelen. De aandelen zijn in feite niets meer<br />

dan <strong>het</strong> eigendomsbewijs van de vennootschap.<br />

De personen die aandelen bezitten worden ook<br />

vennoten genoemd. Het zijn de aandeelhouders<br />

(of vennoten) die <strong>het</strong> nodige kapitaal (werkingsmiddelen)<br />

bij elkaar brengen.<br />

De eventuele winst die de vennootschap maakt,<br />

wordt <strong>het</strong>zij opnieuw in de vennootschap geïnvesteerd,<br />

<strong>het</strong>zij binnen de vennootschap gereserveerd,<br />

<strong>het</strong>zij uitgekeerd aan de aandeelhouders.<br />

De uitkering van de winst aan de aandeelhouders<br />

gebeurt via de uitbetaling van een dividend.<br />

Het bestuur (de leiding) van de vennootschap is in<br />

handen van de bestuurders (of zaakvoerders), die niet<br />

noodzakelijk aandelen in handen hebben.<br />

4.2.2 Waarom een vennootschap oprichten?<br />

De landbouwsector maakt, zoals alle andere sectoren,<br />

deel uit van een snel veranderende maatschappij. Langs<br />

diverse kanalen wordt de landbouwer bestookt met allerlei<br />

reglementeringen: de milieu- en stedenbouwkundige<br />

vergunningen, <strong>het</strong> mestdecreet, de quotaregels,…<br />

De nagestreefde schaalvergroting maakt de sector meer<br />

dan vroeger kapitaalintensief. Daartegenover staat een<br />

steeds afnemend rendement. Met andere woorden, de<br />

risico’s nemen toe. Hierdoor neemt <strong>het</strong> belang toe om<br />

een duidelijk onderscheid te maken tussen <strong>het</strong> privévermogen<br />

en <strong>het</strong> bedrijf, en daarom kan <strong>het</strong> aangewezen<br />

zijn de bedrijfsactiviteit onder te brengen in een vennootschap.<br />

Waarom een vennootschap oprichten?<br />

De keuze om een vennootschap op te richten is nooit<br />

een eenduidige keuze. Er zijn steeds argumenten vóór<br />

en argumenten tegen. Deze moeten steeds goed afgewogen<br />

worden. Zo kan <strong>het</strong> zijn dat de oprichting<br />

van een vennootschap een goede zaak is om fiscale<br />

redenen. Toch moet steeds gekeken worden naar alle<br />

consequenties. Een ogenschijnlijk voordeel kan volledig<br />

teniet worden gedaan door de daaraan onrechtstreeks<br />

gekoppelde nadelen. Het is dus zaak om u goed te informeren<br />

en de keuze vanuit verschillende oogpunten<br />

te onderzoeken.<br />

De voordelen situeren zich voornamelijk op volgende<br />

vlakken:<br />

• flexibiliteit: u kunt de eigenschappen van de vennootschap<br />

voor een groot stuk zelf invullen, zodat u echt<br />

een vennootschap kan oprichten die op maat van u of<br />

van uw bedrijfsactiviteit is gemaakt.<br />

• overdraagbaarheid: de overdracht van een vennootschap<br />

gebeurt via de overdracht van aandelen. Dit<br />

is een stuk eenvoudiger dan de overdracht van de<br />

roerende en onroerende goederen (registratierechten)<br />

van een bedrijf. Zo kunnen bijvoorbeeld de aandelen<br />

ook gespreid in de tijd overgedragen worden.<br />

31


32<br />

• beperkte aansprakelijkheid: <strong>het</strong> is de vennootschap<br />

zelf die aansprakelijk is voor de bedrijfsactiviteit. Dit<br />

houdt in dat <strong>het</strong> ondernemersrisico beperkt blijft tot de<br />

vennootschap. Hier moet wel aan toegevoegd worden<br />

dat ingeval externe financiering gevraagd wordt,<br />

bijvoorbeeld persoonlijke borgstellingen deze beperkte<br />

aansprakelijkheid (gedeeltelijk) teniet doen.<br />

• fiscaliteit: normaliter ligt de gemiddelde belastingdruk<br />

in een vennootschap lager dan de gemiddelde aanslagvoet<br />

in de personenbelasting.<br />

Naast de voordelen zijn er echter ook nadelen:<br />

• hogere vaste kosten: de oprichting van een vennootschap<br />

brengt kosten met zich mee, die u anders niet hebt;<br />

• hogere jaarlijkse uitgaven: kosten boekhouder veel hoger;<br />

• meer administratie: door de bedrijfsactiviteit onder te<br />

brengen in een vennootschap moet je in de meeste<br />

gevallen voldoen aan een aantal specifieke wetgevingen<br />

(boekhouding, btw-aangifte,…) waardoor <strong>het</strong> administratief<br />

werk sterk toeneemt;<br />

• geen mogelijkheid tot afschrijven bij overname van<br />

aandelen: indien u de aandelen van een vennootschap<br />

overneemt, kan u de investering die daarmee<br />

gepaard gaat niet afschrijven;<br />

• specifieke agrarische wetgeving: de land- en tuinbouwsector<br />

wordt geconfronteerd met een zeer specifieke<br />

wetgeving die in vele gevallen geen of weinig<br />

rekening houdt met de vennootschapswetgeving (en<br />

omgekeerd): bv. pachtwetgeving.<br />

Huwelijksvermogenstelsel<br />

Wie zijn activiteiten wenst onder te brengen in een vennootschap<br />

moet ook even stilstaan bij <strong>het</strong> huwelijksvermogenstelsel.<br />

In een vennootschap behouden de<br />

oprichters en de aandeelhouders een zekere vorm van<br />

aansprakelijkheid waarbij hun privévermogen niet altijd<br />

volledig afgeschermd wordt. Dit geldt evenzeer voor de<br />

echtgenoten van de oprichters-aandeelhouders.<br />

Wanneer zij gehuwd zijn volgens <strong>het</strong> stelsel van gemeenschap<br />

van goederen, zijn beide partners in onverdeeldheid<br />

eigenaar van de aandelen. Wanneer echtgenoten<br />

gehuwd zijn volgens <strong>het</strong> stelsel van scheiding van<br />

goederen, zijn beiden automatisch vennoot.<br />

Het is echter ook mogelijk dat <strong>het</strong> verwerven van de<br />

aandelen, of de oprichting van de vennootschap gebeurt<br />

met gelden uit <strong>het</strong> eigen vermogen, zodat ook<br />

de aandelen tot <strong>het</strong> eigen vermogen van een van de<br />

echtgenoten behoort. Dit kan een aantal belangrijke<br />

consequenties hebben, en dit zowel op gebied van aansprakelijkheid,<br />

als op gebied van een aantal specifieke<br />

wetgevingen die van kracht zijn binnen de sector.<br />

4.2.3 Welke vennootschapsvorm kiezen?<br />

De land- of tuinbouwer die zijn activiteiten wenst onder<br />

te brengen in een vennootschap kan kiezen uit verschillende<br />

vennootschapvormen. Welke vennootschapsvorm<br />

hij uiteindelijk zal kiezen hangt af van persoonlijke<br />

factoren. De land- en tuinbouwer zal m.a.w. op basis<br />

van de specificiteiten van elke vennootschapsvorm<br />

(administratie, aansprakelijkheid, startkapitaal, successieplanning,<br />

enz.) zelf moeten uitmaken welke vennootschapsvorm<br />

voor hem de meest geschikte is.<br />

Ook factoren van technische aard spelen een rol bij de<br />

keuze van een vennootschapsvorm. Zo legt <strong>het</strong> wetboek<br />

van vennootschappen, al naargelang <strong>het</strong> type<br />

vennootschap, een aantal boekhoudkundige en fiscale<br />

verplichtingen op die vaak belastend zijn voor de vennoten/zaakvoerders.<br />

In wat volgt zullen we de verschillende vennootschapsvormen<br />

overlopen en telkens de karakteristieken, de<br />

voordelen en de nadelen bespreken.<br />

Vennootschapsvormen met beperkte aansprakelijkheid<br />

We onderscheiden 3 belangrijke rechtsvormen, de naamloze<br />

vennootschap (nv), de besloten vennootschap met<br />

beperkte aansprakelijkheid (bvba) en de coöperatieve<br />

vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (cvba).<br />

Onderstaand schema geeft een overzicht van de voor- en<br />

nadelen, en de bijzondere kenmerken van elke specifiek<br />

rechtsvorm.


nv<br />

bvba<br />

cvba<br />

nv<br />

bvba<br />

cvba<br />

Voordelen<br />

» eenvoudige overdracht aandelen<br />

» mogelijkheid tot beperking<br />

oprichtersaansprakelijkheid<br />

» een bestuurder kan ook een<br />

rechtspersoon zijn<br />

» éénpersoonsvennootschap<br />

mogelijk<br />

» laag startkapitaal<br />

» een zaakvoerder kan statutair<br />

benoemd worden, d.w.z. zeer<br />

moeilijk afzetbaar<br />

» laag startkapitaal<br />

Bijzondere Kenmerken<br />

» minimum 3 bestuurders (elke bestuurder moet voldoen aan voorwaarden VLIF)<br />

» bestuurders worden voor maximum 6 jaar benoemd<br />

» minimumkapitaal € 61.500<br />

Vennootschapsvormen met onbeperkte<br />

aansprakelijkheid<br />

» eenvoudig in- en uittreden<br />

» eenzelfde persoon kan slechts 1 eenpersoons-bvba hebben<br />

» statuten kunnen opvolger aanstellen<br />

» minimumkapitaal € 18.550 waarvan € 6.200 volgestort bij oprichting<br />

» zaakvoerder kan voor onbepaalde duur aangesteld worden<br />

» <strong>het</strong> aantal vennoten en hun inbreng is veranderlijk<br />

Binnen de land- en tuinbouw kunnen we twee belangrijke<br />

rechtsvormen onderscheiden: de landbouwvennootschap<br />

(lv) en de coöperatieve vennootschap met<br />

onbeperkte en hoofdelijke aansprakelijkheid (cvoha).<br />

Nadelen<br />

» hoog startkapitaal<br />

» meerdere bestuurders<br />

» niet aangepast aan<br />

landbouwwetgeving (o.a. pacht,<br />

VLIF,…)<br />

» volledige boekhouding<br />

» jaarlijkse kosten (neerlegging balans)<br />

» bij overdracht worden de lusten en de<br />

lasten van <strong>het</strong> verleden overgenomen<br />

(meestal meer lasten dan lusten)<br />

» aandelen zijn altijd op naam<br />

De landbouwvennootschap (lv)<br />

De landbouwvennootschap is een vennootschap naar<br />

burgerlijk recht, die is opgenomen in <strong>het</strong> wetboek van<br />

vennootschappen (art. 789 e.v.):<br />

• zij wordt aangegaan, <strong>het</strong>zij tussen uitsluitend beherende<br />

vennoten, ofwel tussen één of meer beherende en<br />

33


34<br />

één of meer stille vennoten. De beherende vennoten<br />

verrichten lichamelijke arbeid; stille vennoten brengen<br />

kapitaal in. Bovendien kunnen alleen natuurlijke personen<br />

vennoot worden.<br />

• <strong>het</strong> minimumkapitaal van een landbouwvennootschap<br />

bedraagt € 6.150, dat vanaf de oprichting volledig volgestort<br />

moet worden (kiest men voor vennootschapsbelasting<br />

dan moet <strong>het</strong> volstorte kapitaal € 30.950<br />

worden).<br />

• de aandelen van een landbouwvennootschap zijn op<br />

naam. Ze kunnen slechts overgedragen worden bij<br />

overlijden of onder de levenden met toestemming van<br />

alle beherende vennoten enerzijds, en van de meerderheid<br />

van de stille vennoten anderzijds.<br />

• aansprakelijkheid: de beherende vennoten zijn ten<br />

opzichte van de vennootschap aansprakelijk voor de<br />

fouten die zij in de uitoefening van hun opdracht begaan,<br />

zelfs indien zij hun taken verdeeld hebben.<br />

• beherende vennoten zijn ten opzichte van derden<br />

hoofdelijk aansprakelijk voor schade als gevolg van<br />

overtreding van de vennootschapswet.<br />

• algemene vergadering: de vergadering wordt voorgezeten<br />

door de oudste in leeftijd onder de aanwezige<br />

beherende vennoten.<br />

• fiscaal stelsel: de landbouwvennootschap heeft de<br />

keuze tussen <strong>het</strong> stelsel van vennootschapsbelasting<br />

of van personenbelasting.<br />

De coöperatieve vennootschap met onbeperkte<br />

en hoofdelijke aansprakelijkheid (cvoha)<br />

• in tegenstelling tot de cvba, kan de cvoha opgericht<br />

worden bij onderhandse akte (zonder notaris) indien<br />

geen onroerende goederen worden ingebracht; de<br />

vennoten zijn persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk<br />

voor de schulden van de vennootschap.<br />

4.2.4 Oprichting van een vennootschap<br />

Hoe een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid<br />

oprichten?<br />

De vennootschap moet worden opgericht bij een voor<br />

een notaris verleden authentieke akte. De personen die<br />

bij de oprichtingsakte verschijnen, worden als oprichters<br />

beschouwd. De oprichters dienen vóór de oprichting<br />

een financieel plan aan de notaris te overhandigen.<br />

Als de vennootschap binnen de 3 jaar failliet gaat en uit<br />

<strong>het</strong> financieel plan blijkt dat <strong>het</strong> oprichtingskapitaal ontoereikend<br />

was, kan de rechtbank de oprichters eventueel<br />

aansprakelijk stellen.<br />

Hoe een vennootschap met onbeperkte<br />

aansprakelijkheid oprichten?<br />

Voor de oprichting van een landbouwvennootschap<br />

kan zowel een authentieke akte als een onderhandse<br />

oprichtingsakte opgesteld worden. De oprichting wordt<br />

bekendgemaakt in <strong>het</strong> Belgisch Staatsblad binnen de<br />

15 dagen na de neerlegging.<br />

De oprichting van een coöperatieve vennootschap met<br />

onbeperkte en hoofdelijke aansprakelijkheid gebeurt<br />

eveneens schriftelijk. Voor deze vennootschapsvorm<br />

mag dit een bijzondere onderhandse akte zijn.<br />

Wanneer bij de oprichting onroerende goederen in een<br />

lv of een cvoa worden ingebracht is wel de tussenkomst<br />

van een notaris vereist.<br />

Omvorming van een eenmanszaak tot<br />

een vennootschap<br />

Indien een vennootschap wordt opgericht, is op de inbreng<br />

die wordt vergoed door aandelen geen registratierechten<br />

verschuldigd.<br />

Bij inbreng van onroerende goederen die gedeeltelijk<br />

of geheel gebruikt worden voor privébewoning is dit<br />

steeds 10%. Dit is ook <strong>het</strong> geval indien samen met onroerende<br />

goederen leningen worden ingebracht.<br />

De oprichting van de vennootschap leidt meestal<br />

ook tot de stopzetting van de eenmanszaak.<br />

Op dat ogenblik is die aan een speciaal regime<br />

van stopzettingsmeerwaarden onderworpen.<br />

Hier komen we verder nog op terug (zie 4.3.2).


Inbreng in natura<br />

Een inbreng die niet uit geld bestaat, komt slechts in<br />

aanmerking voor een vergoeding met aandelen die <strong>het</strong><br />

maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen, als de inbreng<br />

bestaat uit vermogensbestanddelen die naar economische<br />

maatstaven kunnen worden gewaardeerd,<br />

bijvoorbeeld landbouwmachines, stal, veestapel. Deze<br />

inbreng wordt inbreng in natura genoemd.<br />

Bij een inbreng in natura wordt voor de oprichting van<br />

de vennootschap een bedrijfsrevisor aangewezen door<br />

de oprichters, tenzij <strong>het</strong> om een landbouwvennootschap<br />

of cvoha gaat.<br />

In een bijzonder verslag zetten de oprichters uiteen<br />

waarom de inbreng in natura van belang is voor de<br />

vennootschap.<br />

4.2.5 Vennootschappen en overdracht<br />

van de beroepsactiviteiten<br />

Zoals eerder vermeld, biedt een vennootschap de mogelijkheid<br />

om de eigendomsoverdracht van de ene generatie<br />

op de andere geruisloos, geleidelijk, flexibel en<br />

kosteloos te laten verlopen.<br />

Hierdoor is de omvorming van een eenmanszaak naar<br />

een vennootschap vaak ingegeven door de problematiek<br />

inzake opvolging.<br />

Een familiaal land- of tuinbouwbedrijf dat niet is ondergebracht<br />

in een vennootschap (eenmanszaak) kan<br />

reeds op voorhand overgedragen worden aan één of<br />

meer erfgenamen. Het grote nadeel daarvan is dat de<br />

overnemer bij wet verplicht is de andere erfgenamen<br />

een opleg te betalen.<br />

Die financiële verplichting kan er toe leiden dat er geen<br />

financiële ruimte meer overblijft om investeringen te<br />

doen, zodat de continuïteit van <strong>het</strong> bedrijf alsnog in gevaar<br />

komt.<br />

Een vennootschap is een betere garantie voor<br />

de continuïteit: een overlijden laat de juridische<br />

entiteit van de vennootschap onaangeroerd. Er<br />

wordt niet meer gesproken over de verdeling<br />

van goederen. De aandelen vertegenwoordigen<br />

de goederen. Bij een overlijden blijft de vennootschap<br />

op zich gewoon bestaan, enkel de aandeelhouders<br />

veranderen. Indien de overleden<br />

persoon tevens de zaakvoerder is, moet uiteraard<br />

ook een nieuwe zaakvoerder aangesteld<br />

worden. Maar <strong>het</strong> bedrijf als bedrijf ondergaat<br />

geen enkele wijziging.<br />

Hoe een land- of tuinbouwbedrijf overdragen?<br />

Naargelang <strong>het</strong> land- of tuinbouwbedrijf al dan niet is<br />

ondergebracht in een vennootschap, kan de overdracht<br />

gebeuren via de overdracht van de aandelen of via de<br />

overdracht van de (roerende) activa.<br />

Overdracht van de aandelen<br />

Hier moet een onderscheid gemaakt worden tussen de<br />

overdracht van ouders aan kinderen of een overdracht<br />

aan derden.<br />

Bij een overdracht tussen ouders en kinderen staat de<br />

eigendomsoverdracht tussen de generaties centraal. Dit<br />

wordt successieplanning genoemd. Deze planning houdt<br />

in dat vóór <strong>het</strong> overlijden nagegaan wordt op welke wijze<br />

en binnen welk tijdsbestek de eigendomsoverdracht <strong>het</strong><br />

best kan verlopen. Fiscale overwegingen kunnen hier een<br />

rol spelen. Maar ook <strong>het</strong> feit dat de ouders op deze manier<br />

mee kunnen bepalen wat er met <strong>het</strong> bedrijf (de aandelen<br />

en de controle) gebeurt na hun dood. Bovendien hoeft <strong>het</strong><br />

niet noodzakelijk zo te zijn dat de ouders reeds vóór hun<br />

overlijden de controle over <strong>het</strong> bedrijf verliezen.<br />

Enkele mogelijkheden zijn:<br />

• alle aandelen worden aan de kinderen geschonken<br />

bij notariële akte. Dit heeft tot gevolg dat er schenkingsrechten<br />

verschuldigd zijn (3% bij schenking in<br />

rechte lijn en tussen echtgenoten, 2% bij schenking<br />

van aandelen van familiale ondernemingen);<br />

• ingeval van een cvba en een cvoha is de overdracht<br />

van aandelen strikt geregeld in de statuten<br />

en moet dus ook voldaan worden aan deze statuten.<br />

U hebt bij de opstelling van de statuten wel<br />

een grote vrijheid;<br />

35


36<br />

• de ouders kunnen een testament opmaken. Dit<br />

houdt wel <strong>het</strong> gevaar in dat de ouders zolang<br />

ze in leven zijn, <strong>het</strong> testament kunnen herroepen<br />

(en daarbij geen rekening hoeven te houden met<br />

de reeds door de kinderen geleverde prestaties).<br />

Hierdoor hebben de kinderen <strong>het</strong> bedrijf pas<br />

echt in handen na <strong>het</strong> overlijden van de ouders;<br />

• er bestaat een mogelijkheid om van de aandelen<br />

enkel de naakte eigendom te schenken aan<br />

de kinderen (behoud medezeggenschap). De<br />

ouders houden levenslang <strong>het</strong> vruchtgebruik.<br />

Hierdoor behouden de ouders stemrecht en<br />

<strong>het</strong> recht op een dividend uit de vennootschap;<br />

• bij een verkoop van de aandelen aan één van<br />

de kinderen, kan men bijvoorbeeld de overnamesom<br />

kwijtschelden; uiteraard moet op dat<br />

ogenblik ook een financiële regeling getroffen<br />

worden met de andere kinderen;<br />

• bij verkoop van aandelen aan derden is <strong>het</strong> uiteraard<br />

de overeengekomen prijs die primeert.<br />

De overlater ontvangt dit bedrag privé. Er zijn in<br />

principe geen belastingen op verschuldigd. Een<br />

overdracht van aandelen kan bij gewone onderhandse<br />

akte. Dat bij een overdracht van aandelen<br />

de wederzijdse rechten en plichten van alle partijen<br />

duidelijk moeten worden omschreven in de<br />

onderhandse overeenkomst, spreekt voor zich.<br />

Overdracht van activa<br />

In dit geval worden enkel de aanwezige activa van een<br />

bedrijf verkocht. Dit kunnen zowel de activa van een<br />

eenmanszaak als van een vennootschap zijn. De overnemende<br />

partij betaalt de prijs en daarmee is de kous af.<br />

Overdracht aandelen versus overdracht activa: voor-<br />

en nadelen<br />

De overname van een land- of tuinbouwbedrijf kan, voor<br />

zover de overnemer de keuze heeft, dus gebeuren via de<br />

overdracht van aandelen of van de activa. Er zijn steeds<br />

argumenten voor en argumenten tegen, te beginnen met<br />

de financiering. In beginsel is een aandelentransactie <strong>het</strong><br />

eenvoudigst: een akkoord over de prijs volstaat. De externe<br />

financiering van een aandelentransactie is echter<br />

niet eenvoudig: de kredietinstelling kan en mag immers<br />

niet de onderliggende activa als onderpand nemen.<br />

Eventueel te verstrekken waarborgen dienen buiten de<br />

aandelentransactie om te worden gevonden.<br />

De externe financiering van de overdracht van louter de<br />

activa is eenvoudiger aangezien de overgenomen activa<br />

als waarborgen voorhanden zijn.<br />

De overdracht van activa is echter wel onderworpen<br />

aan een ingewikkeld stelsel van stopzettingsmeerwaarden.<br />

Hier komen we later op terug (zie 4.3.2).


Andere voor- en nadelen zijn:<br />

Voordelen<br />

Nadelen<br />

Aandelenoverdracht<br />

4.2.6 Einde van de vennootschap<br />

Het leven van een vennootschap kan op diverse manieren<br />

tot een einde komen: dit kan op vrijwillige basis,<br />

maar <strong>het</strong> kan ook gedwongen.<br />

• Vrijwillige ontbinding van een vennootschap<br />

Ook hier dient een onderscheid te worden gemaakt:<br />

- de mogelijkheid bestaat dat in de statuten van de<br />

vennootschap is bepaald dat de vennootschap<br />

maar voor een bepaalde periode is opgericht;<br />

- de algemene vergadering van de aandeelhouders kan<br />

ook beslissen om de vennootschap te vereffenen.<br />

• Onvrijwillige ontbinding van een vennootschap<br />

Hier zijn ook een aantal mogelijkheden:<br />

- wanneer de vennootschap failliet wordt verklaard;<br />

- wanneer <strong>het</strong> nettoactief van de vennootschap<br />

onder <strong>het</strong> minimum voorziene kapitaal is gedaald,<br />

kan iedere belanghebbende de ontbinding van de<br />

vennootschap voor de rechtbank vorderen.<br />

4.3 Zelfstandige natuurlijke<br />

personen en de fiscus<br />

» alle bestaande vergunningen en<br />

contracten worden overgenomen<br />

» voor de buitenwereld verandert er<br />

niets, de juridische entiteit blijft<br />

dezelfde<br />

» overname van de vennootschap<br />

met de lusten en de lasten<br />

» eventuele “lijken in de kast”<br />

» de overnemer kan zijn<br />

overnamesom niet afschrijven<br />

» krediet op privénaam<br />

In dit hoofdstuk wordt de relatie behandeld tussen de<br />

fiscus en de natuurlijke persoon die op zelfstandige<br />

basis een bedrijfsactiviteit uitvoert (eenmanszaak).<br />

In een volgend hoofdstuk wordt de relatie met de fiscus<br />

behandeld wanneer dezelfde bedrijfsactiviteit uitgeoefend<br />

wordt binnen een vennootschap.<br />

4.3.1 Het fiscaal stelsel<br />

Forfaitair stelsel<br />

Overdracht activa<br />

» men koopt op factuur en weet dus wat<br />

men koopt<br />

» de overnemer kan de overname<br />

afschrijven<br />

» contracten moeten eventueel<br />

opnieuw onderhandeld worden<br />

» stopzettingsmeerwaarden voor de<br />

verkoper (zie 4.3.2)<br />

» overdracht van alle vergunningen<br />

is nodig<br />

Binnen <strong>het</strong> forfaitair systeem wordt de land- of tuinbouwer<br />

belast op basis van een gemiddelde winst (de zogenaamde<br />

semi-brutowinst) per productie-eenheid (per<br />

hectare, per zeug,…). Deze forfaitaire grondslagen van<br />

aanslag voor de landbouwers, worden in overleg met de<br />

betrokken beroepsverenigingen vastgelegd. De meeste<br />

land- en tuinbouwers opteren voor dit systeem.<br />

De verplichte administratie is uiterst beperkt. Elk jaar<br />

moet een belastingaangifte ingevuld en ingestuurd worden<br />

waarbij op basis van de bedrijfsomvang en een<br />

aantal extra aftrekbare kosten de bedrijfswinst en dus<br />

ook de te betalen belasting berekend wordt.<br />

Het boekhoudkundig stelsel<br />

De landbouwer kan eveneens kiezen voor de normale<br />

regeling. Dit wil zeggen dat de landbouwer als een normale<br />

eenmanszaak wordt beschouwd.<br />

37


38<br />

Hierbij moet de natuurlijke persoon een bewijskrachtige<br />

boekhouding voeren waarin alle opbrengsten en kosten<br />

worden opgenomen en waaruit bijgevolg zijn werkelijke<br />

bedrijfswinst kan afgeleid worden.<br />

Wanneer de landbouwer een vennootschap heeft opgericht,<br />

heeft hij geen keuze. Hij is onderworpen aan de wet<br />

Voor- en nadelen van forfaitair of boekhoudkundig stelsel<br />

Voordelen<br />

Nadelen<br />

4.3.2 Stopzettingsmeerwaarden<br />

Wanneer een eenmanszaak wordt stopgezet en ingebracht<br />

in een vennootschap, dan wil dit in de praktijk<br />

zeggen dat de voorheen uitgeoefende werkzaamheden<br />

definitief worden stopgezet. In dat geval wordt <strong>het</strong><br />

stelsel van de stopzettingsmeerwaarden van toepassing.<br />

Stopzettingsmeerwaarden zijn in essentie meerwaarden<br />

die gerealiseerd worden bij de verkoop van<br />

de eigendommen. Deze eigendommen hebben een<br />

welbepaalde boekhoudkundige waarde. Indien de verkoopprijs<br />

hoger ligt dan deze waarde, spreken we van<br />

een stopzettingsmeerwaarde.<br />

Aangezien deze meerwaarden nog nergens belast werden,<br />

heft de fiscus hier een meerwaardebelasting op.<br />

Afhankelijk van <strong>het</strong> moment en de reden van stopzetting<br />

zal de belastingdruk bepaald worden.<br />

4.3.3 Registratierechten<br />

Forfaitair stelsel<br />

» eenvoudige administratie<br />

» belast op <strong>het</strong> gemiddelde van de<br />

sector, kan in <strong>het</strong> voordeel spelen<br />

» belast op <strong>het</strong> gemiddelde van de<br />

sector, kan in <strong>het</strong> nadeel spelen<br />

De natuurlijke persoon die zijn land- of tuinbouwbedrijf<br />

op de boekhouding en automatisch ook aan de vennootschapsbelasting.<br />

Uitzondering hierop is de landbouwvennootschap.<br />

Landbouwvennootschappen hebben in<br />

tegenstelling tot andere vennootschapsvormen de mogelijkheid<br />

om te kiezen voor <strong>het</strong> forfaitair stelsel wanneer<br />

ze niet kiezen voor de vennootschapsbelasting.<br />

Boekhoudkundig stelsel<br />

» volledige boekhouding: goed<br />

financieel overzicht<br />

» fiscale optimalisatie: via o. a. de<br />

afschrijvingen<br />

» verliezen kunnen overgedragen<br />

worden<br />

» meer administratie<br />

wenst onder te brengen in een vennootschap, moet op<br />

de waarde van de (in de vennootschap) ingebrachte<br />

(onroerende) goederen in principe geen registratierechten<br />

betalen. Er kan wel 10% registratierecht verschuldigd zijn<br />

wanneer onroerende goederen en schulden worden ingebracht<br />

of bij inbreng van een privéwoning.<br />

Op de overdracht van aandelen zijn geen registratierechten<br />

verschuldigd. Dit is één van de voordelen van een<br />

vennootschap. De overdracht van de eigendomsrechten<br />

op onroerende goederen, weliswaar onder de koepel van<br />

een vennootschap, kunnen overgedragen worden zonder<br />

dat er registratierechten moeten betaald worden.<br />

4.3.4 Successierechten<br />

Successierechten zijn een belasting op een erfenis.<br />

Aangezien <strong>het</strong> vermogen dat omgaat in de land- en tuinbouwsector<br />

aanzienlijk is, is <strong>het</strong> erg belangrijk om deze<br />

kwestie goed te regelen. Er zijn immers mogelijkheden<br />

om de overdracht van <strong>het</strong> vermogen van de ene op de<br />

andere generatie ook bij leven te regelen (zie 4.2.5.).


Tussen erfgenamen in rechte lijn, echtgenoten en samenwonenden<br />

Onderstaande tabel bevat <strong>het</strong> tarief in rechte lijn (vader-zoon-kleinzoon),<br />

tussen echtgenoten, en tussen<br />

samenwonenden (die minstens 1 jaar samenwonen).<br />

Andere erfgenamen (niet in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen samenwonenden)<br />

Dit tarief wordt per rechtverkrijgende toegepast op <strong>het</strong><br />

netto-aandeel in de onroerende goederen enerzijds, en<br />

op <strong>het</strong> netto-aandeel in de roerende goederen anderzijds<br />

volgens de overeenstemmende gedeelten zoals<br />

voorkomend in de eerste kolom.<br />

Tarief in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen samenwonenden<br />

van € 0,01 tot € 50.000<br />

van € 50.000 tot € 250.000<br />

boven € 250.000<br />

Onderstaande tabel geeft de tarieven weer tussen andere personen dan in “rechte lijn, echtgenoten en samenwonenden”.<br />

3%<br />

9%<br />

27%<br />

Tarief tussen andere personen dan in rechte lijn, echtgenoten,<br />

tussen samenwonenden en tussen echtgenoten<br />

van € 0,01 tot € 75.000<br />

van € 75.000 tot € 125.000<br />

boven € 125.000<br />

Tussen broers en zusters<br />

30%<br />

55%<br />

65%<br />

Tussen anderen<br />

45%<br />

55%<br />

65%<br />

39


40<br />

4.4 Vennootschap en de fiscus<br />

In dit hoofdstuk wordt de relatie behandeld tussen de<br />

fiscus en de vennootschap waarbinnen de bedrijfsactiviteit<br />

wordt uitgeoefend.<br />

4.4.1 Belastingen op de vennootschapswinst<br />

Het bedrijfsresultaat (de winst) wordt uiteraard belast.<br />

De tarieven die hier van toepassing zijn worden behandeld<br />

in hoofdstuk 4.5.<br />

Hierna bespreken we hoe de inkomsten die een natuurlijke<br />

persoon verwerft uit een vennootschap fiscaal behandeld<br />

worden.<br />

4.4.2 Belastingdruk op inkomsten<br />

uit de vennootschap<br />

• Inkomsten uit arbeid: <strong>het</strong> loon dat uit de vennootschap<br />

wordt opgenomen, evenals de tantième (loonbestanddeel<br />

afhankelijk van de winst) die toegekend<br />

kan worden bij de verdeling van <strong>het</strong> resultaat, zijn<br />

onderworpen aan <strong>het</strong> progressief tarief in de personenbelasting.<br />

• Voordelen in natura: wanneer blijkt uit de exploitatie<br />

van de vennootschap dat de zaakvoerder/bestuurder<br />

een kosteloos voordeel geniet (bijvoorbeeld huur,<br />

personenwagen, nutsvoorzieningen), dan wordt <strong>het</strong><br />

hieraan toegekende voordeel ook aan <strong>het</strong> progressief<br />

tarief in de personenbelasting onderworpen.<br />

Beide voorgaande vergoedingen zijn ook<br />

onderworpen aan sociale bijdragen van zelfstandigen.<br />

• Dividenden: de vennoten die zichzelf een dividend<br />

uitkeren bij de resultaatverdeling, betalen<br />

hierop meestal 15% roerende voorheffing.<br />

Dit is de eindbelasting voor de genieter.<br />

Het moet gaan om dividenden van aandelen die<br />

na 1 januari 1994 zijn uitgegeven en die aan een<br />

aantal bijkomende voorwaarden beantwoorden.<br />

We vermelden als voornaamste:<br />

- dat bij de uitgifte een beroep werd gedaan op<br />

<strong>het</strong> publieke spaarwezen;<br />

- of dat de aandelen op naam werden uitgegeven;<br />

- of dat de aandelen sinds de uitgifte in open<br />

bewaargeving werden gegeven bij een financiele<br />

instelling.<br />

Indien niet voldaan wordt aan één van deze<br />

voorwaarden, bedraagt de roerende voorheffing<br />

25%.<br />

• Op de rente die wordt betaald op de lening die<br />

de zaakvoerder heeft uitstaan op de vennootschap,<br />

is eveneens een roerende voorheffing<br />

van 15% verschuldigd.<br />

• De huur die wordt betaald door de vennootschap<br />

aan de zaakvoerder/bestuurder, wordt<br />

belast als onroerend inkomen uit de verhuur<br />

aan personen/vennootschappen die <strong>het</strong> goed<br />

voor hun beroep gebruiken. In principe is de<br />

huur slechts ten beloop van 60% (gebouwen)<br />

of 90% (gronden) van de huurgelden belast<br />

tegen <strong>het</strong> progressief tarief in de gewone<br />

personenbelasting. Voor aan de vennootschap<br />

verpachte goederen gelden een aantal gunstmaatregelen<br />

waardoor de te betalen belasting<br />

bij de verhuurder aanzienlijk lager kan zijn.<br />

4.5 Voor- en nadelen, vergelijkingspunten<br />

vennootschap –<br />

natuurlijke persoon<br />

De keuze om de bedrijfsactiviteit uit te oefenen binnen<br />

een vennootschap heeft uiteraard voor- en nadelen<br />

waaronder een aantal fiscale. Echter, enkel de overstap<br />

maken omwille van louter fiscale overwegingen is<br />

meestal niet relevant. Correct advies inwinnen is dus de<br />

boodschap.


4.5.1 Vergelijking van de belastingtarieven<br />

In de personenbelasting bestaat een belastingvrij minimum<br />

(0%) dat gebaseerd is op de gezinssituatie (alleenstaand,<br />

gehuwd, aantal kinderen ten laste,…) en daarnaast een<br />

schaal van progressieve tarieven (van 25 tot 50%) te<br />

verhogen met gemiddeld 7% gemeentebelasting. Voor<br />

land- en tuinbouwers geldt een speciaal tarief van<br />

16,5% voor Europese premies en toelagen, naast een<br />

aantal tijdelijke gunstmaatregelen omwille van de crisis.<br />

In de vennootschapsbelasting variëren de tarieven van<br />

ongeveer 25 tot 34%. Er zijn geen bijzondere tarieven<br />

voor Europese premies, behalve een gunstmaatregel<br />

omwille van de crisis met betrekking tot VLIF-steun.<br />

Fiscaal gezien zou <strong>het</strong> interessant kunnen zijn om de<br />

overstap naar een (kmo-)vennootschap te overwegen<br />

vanaf een belastbaar inkomen van ongeveer € 20.000.<br />

Dit is echter te eenvoudig voorgesteld. In de praktijk<br />

wordt meestal gekozen voor vennootschapsbelasting<br />

bij schommelende inkomsten en bij netto-inkomsten<br />

vanaf € 40.000.<br />

4.5.2 Fiscaal optimaliseren<br />

Zoals reeds gesteld variëren de tarieven in de vennootschapsbelasting<br />

tussen 25 en 34%. Dit is aanmerkelijk<br />

lager dan in de personenbelasting (zonder vennootschap)<br />

maar er moet rekening gehouden worden met<br />

<strong>het</strong> feit dat dit geen eindbelasting is. Uw belasting blijft<br />

enkel beperkt tot dit percentage wanneer u deze gelden<br />

in de vennootschap houdt en eventueel aanwendt voor<br />

nieuwe investeringen (bvb. aankoop gronden,…). De<br />

vennootschapsbelasting zal dus eerder interessant zijn<br />

voor bedrijven met hoge inkomsten, al dan niet afwisselend<br />

in goede en slechte jaren.<br />

De manier waarop uw fiscaal adviseur de winsten laat<br />

terugvloeien naar uw privévermogen is daarbij van essentieel<br />

belang. Dit kan zoals hierboven uitgelegd via<br />

loon, huur, rente of een dividend.<br />

De tariefstructuur is op zich niet alleen van belang. Ze<br />

vormt vooral <strong>het</strong> vertrekpunt van een optimalisatie van<br />

winsten die in de vennootschap blijven en vergoedingen<br />

die uitgekeerd worden aan de zaakvoerder(s) en<br />

aandeelhouder(s) voor de terbeschikkingstelling van<br />

hun arbeid en kapitaal.<br />

Tips en voorbeelden:<br />

• De zaakvoerder(s) ontvangen minstens een<br />

loon waardoor hun belastingvrij minimum in de<br />

personenbelasting wordt ingevuld;<br />

• Een pacht aan de vennootschap wordt gunstig<br />

belast bij de verpachter en vormt een (aftrekbare)<br />

kost bij de vennootschap;<br />

• Een opstal-, erfpacht of vruchtgebruikconstructie<br />

waardoor kosten ten laste van de vennootschap<br />

vallen en u op termijn eigenaar wordt van <strong>het</strong> goed.<br />

4.6 Patrimoniumvennootschap<br />

• Waarom een patrimoniumvennootschap oprichten?<br />

- Wanneer er een aanzienlijk onroerend vermogen is, kan<br />

een patrimonium-vennootschap interessant zijn om een<br />

goed overzicht te behouden bij <strong>het</strong> beheer van <strong>het</strong> onroerend<br />

vermogen. Het doorschuiven naar de volgende<br />

generatie wordt een stuk eenvoudiger. Om een versnippering<br />

van onroerend goed in de toekomst te vermijden,<br />

is <strong>het</strong> ook een interessant instrument.<br />

- Wanneer onroerend goed in een aparte vennootschap<br />

wordt aangehouden, wordt <strong>het</strong> financieel ook een stuk<br />

eenvoudiger om een landbouwbedrijf over te laten.<br />

• Belangrijk nadeel van een patrimonium-vennootschap:<br />

- Eens onroerend goed is ingebracht in een vennootschap<br />

is <strong>het</strong> zeer moeilijk om <strong>het</strong> opnieuw uit de<br />

vennootschap te halen.<br />

• Aangezien <strong>het</strong> onroerend goed in de vennootschap<br />

werd afgeschreven, is de boekwaarde lager dan de<br />

realisatiewaarde. Dit wil zeggen dat, indien <strong>het</strong> onroerend<br />

goed wordt verkocht, op de meerwaarde<br />

vennootschapsbelasting is verschuldigd. Deze kan<br />

eventueel gespreid worden in de tijd wanneer er herinvesteringen<br />

gebeuren in afschrijfbare activa.<br />

Tevens moet de koper van <strong>het</strong> onroerend goed de<br />

41


42<br />

toepasselijke registratierechten van 10% betalen.<br />

In sommige gevallen moet de verkrijger maar 1% registratierecht<br />

betalen. Ook hier zal <strong>het</strong> van belang zijn<br />

om tijdig advies in te winnen om van dit gunsttarief te<br />

kunnen genieten.<br />

• Onroerend goed in de personenbelasting:<br />

- De meerwaarde wordt normaal niet belast wanneer<br />

<strong>het</strong> goed behoort tot <strong>het</strong> privé-eigendom van de betrokkene<br />

en er geen speculatief karakter kan worden<br />

toegeschreven aan de verkoop.<br />

- Als <strong>het</strong> onroerend goed werd gebruikt voor de werkzaamheden<br />

en werd afgeschreven, dan wordt de<br />

meerwaarde in principe mee belast met de gewone<br />

bedrijfswinsten, uitgezonderd bij stopzetting (zie stopzettingsmeerwaarden,<br />

zie 4.3.2).<br />

4.7 Landbouwspecifieke nadelen<br />

van bepaalde rechtsvormen<br />

Wat soms over <strong>het</strong> hoofd wordt gezien, is dat er in de<br />

agrarische sector zeer specifieke wetgevingen gelden<br />

zodat steeds moet nagegaan worden of de overstap<br />

naar een rechtsvorm geen onverwachte gevolgen heeft.<br />

In dit kader is <strong>het</strong> ook belangrijk om er op te wijzen dat<br />

de diverse wetgevingen in de agrarische sector de landbouwvennootschap<br />

in vergelijking met de andere vennootschapsvormen<br />

als een buitenbeentje behandelen.<br />

Pachtwetgeving<br />

• De pachtwetgeving is eveneens van toepassing bij de<br />

verhuur van onroerende goederen aan een vennootschap.<br />

Wél moet de exploitatie gebeuren door de bestuurders<br />

(van de vennootschap), en niet alleen door<br />

haar aangestelden.<br />

• Indien een land- of tuinbouwer zijn exploitatie wenst<br />

over te dragen aan een vennootschap, is er geen<br />

sprake van bevoorrechte pachtoverdracht. Dit houdt<br />

dus in dat er een schriftelijke en voorafgaande toestemming<br />

moet zijn van de verpachter bij pachtoverdracht<br />

aan de vennootschap. Deze vereiste geldt niet<br />

bij overschakeling naar een landbouwvennootschap.<br />

VLIF-reglementering<br />

• Om VLIF-steun te kunnen genieten moet de vennootschap<br />

voldoen aan een aantal voorwaarden:<br />

- de hoofdactiviteit moet statutair bepaald zijn en<br />

moet betrekking hebben op de productie van<br />

land- of tuinbouwproducten en de verhandeling van<br />

hoofdzakelijk op <strong>het</strong> eigen bedrijf voortgebrachte<br />

producten;<br />

- de vennootschap moet opgericht zijn voor onbepaalde<br />

duur of voor een duur van tenminste 20 jaar;<br />

- de aandelen moeten op naam zijn;<br />

- elke zaakvoerder of bestuurder moet tenminste<br />

25% van de aandelen bezitten (niet bij een lv);<br />

- de zaakvoerders en de bestuurders moeten onder<br />

de vennoten aangewezen worden;<br />

- elke beherende vennoot, zaakvoerder, bestuurder<br />

of afgevaardigde bestuurder moet voldoen aan<br />

de voorwaarden inzake inkomen, arbeidsduur en<br />

bekwaamheid.<br />

• Bij een bedrijfsovername is enkel de overname van<br />

aandelen subsidiabel, en dit voor zover zowel de natuurlijke<br />

persoon (tijdbesteding, beroepsinkomsten en<br />

beroepsbekwaamheid) als de vennootschap voldoen<br />

aan de voorwaarden. Tevens kan enkel steun verkregen<br />

worden naar rato van de subsidiabele bezittingen<br />

van de vennootschap, en moet de vennootschap een<br />

positief eigen vermogen hebben.<br />

Melkquotareglementering<br />

• De overdracht van melkquota van een natuurlijke persoon<br />

naar een vennootschap, wordt beschouwd als een<br />

transfer van melkquota. Dit betekent ook dat rekening<br />

moet gehouden worden met stopzettingsmeerwaarden<br />

en afschrijvingsmogelijkheden.<br />

Voor meer informatie over de steunmogelijkheden<br />

verwijzen we graag naar de brochure “VLIF-reglementering<br />

in Vlaanderen. Alles weten”, uitgegeven<br />

door Landbouwkrediet.


5. Financieringsmogelijkheden<br />

Maar weinig banken zijn vertrouwd met de complexe<br />

realiteit van de land- en tuinbouw. Alleen een gespecialiseerde<br />

bankier zal met kennis van zaken met ondernemingen<br />

uit die sector kunnen praten over <strong>het</strong> vak,<br />

de mogelijkheden en de uitdagingen. En op dat vlak<br />

bekleedt Landbouwkrediet een unieke positie in België.<br />

Want met dienstverlening aan de landbouw heeft <strong>het</strong><br />

naam gemaakt.<br />

5.1 Samenstelling van <strong>het</strong><br />

bedrijfskapitaal<br />

De installatie, de aankoop van gronden, de oprichting<br />

van gebouwen en zelfs <strong>het</strong> dagelijkse beheer van een<br />

bedrijf vergen veel kapitaal. Land- en tuinbouwers beschikken<br />

vaak niet over voldoende eigen kapitaal en<br />

doen dus een beroep op investeringskredieten om een<br />

onderneming op te richten of ze winstgevend te maken.<br />

De rol van geleend geld in <strong>het</strong> bedrijf wordt steeds<br />

belangrijker. Landbouwkrediet heeft een heel gamma<br />

aan kredieten ontworpen, specifiek voor de land- en<br />

tuinbouwers. Wat ook uw behoeften zijn, onze agenten<br />

kunnen een oplossing uitwerken die helemaal is aangepast<br />

aan uw situatie.<br />

Alvorens de verschillende mogelijkheden te overlopen<br />

die u door Landbouwkrediet worden geboden, bespreken<br />

we een paar belangrijke aspecten die van belang<br />

zullen zijn voor uw kredietaanvraag.<br />

5.2 Kernbegrippen<br />

5.2.1 Rendabiliteit<br />

Dit is zonder twijfel <strong>het</strong> voornaamste aspect van een<br />

krediet. Bij een kredietaanvraag wordt de rendabiliteit<br />

van de geplande investering onderzocht door middel<br />

van een begroting van de geraamde kosten en opbrengsten.<br />

5.2.2 Solvabiliteit<br />

De solvabiliteitsratio is de verhouding tussen <strong>het</strong> eigen<br />

vermogen (de eigen bezittingen en <strong>het</strong> kapitaal van de<br />

zaak) en <strong>het</strong> totaal vermogen (= de vreemde middelen<br />

(<strong>het</strong> geleende geld) + <strong>het</strong> eigen vermogen). Het eigen<br />

vermogen zou moeten volstaan om de risico’s van <strong>het</strong><br />

bedrijf te dekken. Een solvabiliteitsratio van 20% is een<br />

minimum voor een gezonde startbasis, doch deze cijfers<br />

zijn zeer relatief. Ze zijn afhankelijk van de grootte, de toestand<br />

en de aard van de onderneming.<br />

5.2.3 Liquiditeit<br />

De liquiditeit is de verhouding tussen enerzijds de beschikbare<br />

of de op korte termijn realiseerbare middelen<br />

(facturen die kunnen geïnd worden, goederen die kunnen<br />

verkocht worden) en anderzijds de op korte termijn<br />

te betalen schulden. Bij de aanvraag van een krediet<br />

dient men rekening te houden met de liquiditeit op <strong>het</strong><br />

ogenblik van de aanvraag, maar ook met de kredietbehoeften<br />

tot aan de ontvangsten van de opbrengsten,<br />

zodat er zich geen problemen kunnen voordoen. Het<br />

is dus aangewezen een schatting te maken van de<br />

liquiditeitsbehoeften per maand, per trimester en op <strong>het</strong><br />

ogenblik van de ontvangsten van de opbrengsten.<br />

5.2.4 Waarborgen<br />

Een krediet wordt toegestaan op basis van de door<br />

de ontlener gegeven waarborgen. Er zijn verschillende<br />

waarborgen mogelijk: hypotheek, landbouwvoorrecht,<br />

inpandgeving, borgstelling door <strong>het</strong> VLIF, persoonlijke of<br />

wederzijdse borgstelling, enz.<br />

5.2.5 Looptijd<br />

De looptijd van een krediet hangt af van de bestemming<br />

van <strong>het</strong> krediet (de looptijd van <strong>het</strong> krediet moet overeenstemmen<br />

met de economische levensduur van <strong>het</strong><br />

te financieren goed) en de terugbetalingsmogelijkheden<br />

van de ontlener.<br />

5.2.6 Gamma<br />

Een investering kan veel verschillende gedaanten aannemen.<br />

Daarom kunt u bij Landbouwkrediet uw investeringskrediet<br />

kiezen uit een uitgebreid gamma formules:<br />

43


44<br />

• 1/1/1: een investeringskrediet met een variabele rentevoet,<br />

die elk jaar herzien wordt;<br />

• 3/3/3: een investeringskrediet met een variabele rentevoet,<br />

die om de 3 jaar herzien wordt;<br />

• 5/5/5: een investeringskrediet met een variabele rentevoet,<br />

die om de 5 jaar herzien wordt;<br />

• 10/5/5: een investeringskrediet met een variabele rentevoet,<br />

die pas na 10 jaar voor de eerste keer herzien<br />

wordt, en daarna om de 5 jaar;<br />

• Fix 3: een investeringskrediet op 3 jaar met een vaste<br />

rentevoet;<br />

• Fix 5: een investeringskrediet op 5 jaar met een vaste<br />

rentevoet;<br />

• Fix 7: een investeringskrediet op 7 jaar met een vaste<br />

rentevoet;<br />

• Fix 10: een investeringskrediet op 10 jaar met een<br />

vaste rentevoet;<br />

• Fix 15: een investeringskrediet op 15 jaar met een<br />

vaste rentevoet;<br />

• Fix 20: een investeringskrediet op 20 jaar met een<br />

vaste rentevoet;<br />

• Fix 25 en Fix 30: twee investeringskredieten met een<br />

vaste rentevoet op 25 resp. 30 jaar, specifiek voor de<br />

aankoop van landbouwgrond.<br />

5.3 Krediet op lange termijn<br />

Een krediet op lange termijn wordt toegestaan voor 10<br />

tot 25-30 jaar. Het wordt gebruikt voor de financiering<br />

van investeringen zoals:<br />

• de aankoop van gronden, gebouwen en woningen;<br />

• de overname van de bedrijfsbekleding van een land-<br />

of tuinbouwbedrijf;<br />

• <strong>het</strong> bouwen of verbouwen van stallingen, serres,...<br />

5.3.1 Terugbetaling<br />

De terugbetaling van <strong>het</strong> krediet op lange termijn gebeurt<br />

via degressieve of constante annuïteiten. In <strong>het</strong><br />

geval van degressieve annuïteiten wordt elk jaar een<br />

gelijk deel van <strong>het</strong> kapitaal afgelost. De intresten verminderen<br />

dus elk jaar en bijgevolg ook <strong>het</strong> af te lossen<br />

bedrag. Het belangrijkste voordeel van dit systeem is<br />

dat <strong>het</strong> terug te betalen bedrag beduidend lager ligt dan<br />

bij <strong>het</strong> systeem met vaste annuïteiten. Let wel: in <strong>het</strong><br />

systeem met degressieve annuïteiten liggen de terugbetalingen<br />

in <strong>het</strong> begin hoger dan bij vaste annuïteiten. Het<br />

krediet kan ook afgelost worden via zesmaandelijkse,<br />

driemaandelijkse of maandelijkse terugbetalingen. Wie<br />

kiest voor een van deze vormen van terugbetaling, betaalt<br />

minder dan wie slechts een keer per jaar betaalt.<br />

De kredieten op lange termijn worden vaak toegestaan<br />

onder de vorm van een kredietopening. De ontlener kan<br />

bijgevolg een beroep doen op de gevestigde waarborgen<br />

bij een nieuwe investering ten beloop van <strong>het</strong> reeds<br />

terugbetaalde kapitaal.<br />

Het systeem met degressieve annuïteiten heeft op dit<br />

vlak een streepje voor omdat u met dit systeem sneller<br />

kapitaal afbouwt (dat u bijgevolg ook sneller ruimte krijgt<br />

om beroep te doen op dezelfde waarborgen).<br />

5.3.2 Rentevoet<br />

De rentevoet kan worden herzien, jaarlijks of om de 3, 5<br />

of 10 jaar, afhankelijk van de formule die werd gekozen<br />

bij de afsluiting van <strong>het</strong> contract. Voor de investeringskredieten<br />

kan men ook opteren voor tarieven die gegarandeerd<br />

zijn voor een periode van 15 of 20 jaar. Voor de<br />

bestemming ‘aankoop landbouwgrond’ is tevens een<br />

vaste rentevoet voor 25 of 30 jaar mogelijk.<br />

5.4 Krediet op middellange termijn<br />

Het krediet op middellange termijn wordt toegestaan<br />

voor maximum 10 jaar. Het wordt gebruikt voor de financiering<br />

van investeringen zoals:<br />

• de aankoop van materieel en uitrustingen (landbouwmachines);<br />

• de aankoop van vee;<br />

• de samenstelling van bedrijfskapitaal.<br />

5.4.1 Rentevoet<br />

Zoals voor kredieten op lange termijn zijn er voor deze<br />

op middellange termijn diverse formules voor de herziening<br />

van de rentevoet: jaarlijks, om de 3 of om de 5 jaar. Er bestaat<br />

ook de mogelijkheid om een vaste rentevoet voor de<br />

volledige looptijd van <strong>het</strong> krediet af te sluiten.


5.4.2 Terugbetaling<br />

Voor de terugbetaling van een krediet op middellange<br />

termijn kan geopteerd worden voor degressieve (verminderende)<br />

bedragen of constante (elk jaar <strong>het</strong>zelfde<br />

bedrag) aflossingen. Die worden jaarlijks, om de zes<br />

maanden, om de drie maanden of maandelijks verricht.<br />

5.4.3 FM-krediet<br />

Naast <strong>het</strong> klassieke krediet op middellange termijn, zijn<br />

ook kredieten ontwikkeld voor specifieke gevallen, zoals<br />

<strong>het</strong> “FM-krediet”. Het FM-krediet of “krediet voor de<br />

financiering van land- en tuinbouwmaterieel” loopt over<br />

maximum 7 jaar voor de aanschaf van nieuw materieel,<br />

en 5 jaar voor tweedehandsmaterieel. Het te financieren<br />

bedrag moet minstens € 12.500 zijn. Het bedrag van <strong>het</strong><br />

FM-krediet is beperkt tot <strong>het</strong> totaalbedrag van de factuur.<br />

Specifiek aan deze kredieten is dat <strong>het</strong> gefinancierde<br />

materieel als onderpand wordt genomen. Voor een bedrag<br />

van minder dan € 12.500 stelt Landbouwkrediet een<br />

lening op afbetaling voor. De lening op afbetaling is trouwens<br />

een oplossing voor alle financieringsbehoeften van minder<br />

dan € 12.500.<br />

5.5 Krediet op korte termijn<br />

Het krediet op korte termijn wordt toegestaan voor een<br />

looptijd van maximum 1 jaar. Er bestaan verschillende<br />

vormen. Het wordt gebruikt voor de financiering van investeringen<br />

zoals de aankoop van:<br />

• zaad- en plantgoed;<br />

• voeders;<br />

• meststoffen;<br />

• brandstoffen.<br />

5.5.1 Het klassieke krediet op korte termijn<br />

Het klassieke krediet op korte termijn wordt verstrekt voor<br />

de financiering van exact omschreven eenmalige uitgaven,<br />

om landbouwers die kampen met een tijdelijk tekort aan<br />

liquide middelen te helpen, tot de verwachte inkomsten<br />

binnenkomen. Het krediet op korte termijn wordt ook toegestaan<br />

als voorschot op een gevraagd krediet.<br />

5.5.2 Seizoenlening<br />

De seizoenlening is een eenvoudige en voordelige oplossing<br />

voor de financiering van uitgaven die noodzakelijk zijn om<br />

de jaarlijks terugkerende productie op te starten of te ondersteunen.<br />

De seizoenlening is bestemd voor de financiering<br />

van uitgaven die nodig zijn tijdens de productiecyclus van<br />

akkerbouwgewassen, groenten- of fruitteelt, of die voortkomen<br />

uit <strong>het</strong> houden van zoogdieren. Het krediet loopt<br />

over minimum 6 en maximum 12 maanden. Het bedrag<br />

van de lening is minimum 10.000 EUR; <strong>het</strong> maximum is<br />

afhankelijk van <strong>het</strong> soort productie.<br />

5.5.3 Hernieuwbaar kortetermijnkrediet<br />

Het hernieuwbaar kortetermijnkrediet wordt verstrekt<br />

voor de financiering van de productie- of afmestingscycli<br />

op varkens- en rundveebedrijven. Het is een kredietopening<br />

voor onbepaalde duur, wat betekent dat de voorschotten<br />

automatisch hernieuwd worden zolang aan de<br />

vereiste criteria is voldaan. De looptijd van elk voorschot<br />

en <strong>het</strong> maximaal te financieren bedrag zijn afhankelijk van<br />

de aard van de productie.<br />

5.5.4 Agri-line<br />

De voorfinanciering van de MTR-premie kan gebeuren<br />

door middel van een Agri-line. Deze kredietvorm laat toe<br />

om <strong>het</strong> tekort aan bedrijfskapitaal in de landbouwonderneming<br />

te financieren onder de vorm van een kredietlijn<br />

met meerdere trekkingen.<br />

5.6 Kaskrediet of Business<br />

Rekening<br />

Een kaskrediet is een kredietopening gekoppeld aan<br />

een zichtrekening. Wie een kaskrediet heeft, kan op zijn<br />

rekening tot een bepaald bedrag “in <strong>het</strong> rood gaan”.<br />

Deze limiet wordt op voorhand vastgelegd. Dankzij een<br />

kaskrediet kunnen ondernemers over bedrijfskapitaal<br />

beschikken.<br />

45


46<br />

5.6.1 Duur<br />

De duur is in principe onbeperkt. De intresten worden dag<br />

aan dag berekend; de creditintresten zijn gelijk aan deze<br />

van de zichtrekening terwijl de debetintresten afhankelijk<br />

zijn van de evolutie van de rente op korte termijn.<br />

5.6.2 Waarborgen<br />

De te geven waarborgen zijn dezelfde als deze voor een<br />

klassiek krediet (zie 5.2.4).<br />

5.7 Lening voorafbetaling van<br />

belastingen<br />

Land- en tuinbouwers hebben de mogelijkheid vrijwillig<br />

vooraf hun belastingen te betalen. Hierdoor kan belastingverhoging<br />

vermeden worden en bestaat de mogelijkheid<br />

van belastingvermindering, als meer voorafbetaald<br />

werd dan nodig om de verhoging te vermijden.<br />

Om deze verhoging te vermijden, kan de belastingplichtige<br />

voorafbetalingen doen voorafgaand aan de vier volgende<br />

data: 10 april, 10 juni, 10 oktober en 20 december.<br />

Hoe vroeger de stortingen, hoe meer belastingen<br />

men bespaart.<br />

Indien de land- of tuinbouwer de voorafbetalingen niet<br />

kan realiseren met eigen middelen, kan hij beroep doen<br />

op een specifieke lening voor de voorafbetaling van belastingen<br />

(VAB). Bij Landbouwkrediet kan hij kiezen uit<br />

drie formules. Om van een maximale belastingvermindering<br />

te kunnen genieten, verricht Landbouwkrediet bij<br />

elke formule één storting op 10 april.<br />

In alle gevallen leent de land- of tuinbouwer tegen een<br />

voordelige rentevoet. De looptijd en de datum van de<br />

eerste terugbetaling van de lening variëren afhankelijk<br />

van de gekozen formule:<br />

• Formule VAB+, terugbetaling van 10 januari tot<br />

10 december (12 maanden);<br />

• Formule VAB 8, terugbetaling van 10 mei tot 10<br />

december (8 maanden);<br />

• Formule VAB 12, terugbetaling van 10 mei tot 10<br />

april <strong>het</strong> jaar nadien (12 maanden).<br />

Iedere formule heeft zijn eigen rentevoet. Deze wordt ieder<br />

jaar aangepast in functie van de markevolutie.<br />

5.8 AGRI-FUTURE-pakket voor<br />

1 ste installaties<br />

5.8.1 Begeleiding op lange termijn<br />

Wij onderzoeken uw project tot in de kleinste details en<br />

adviseren u bij alle aspecten van uw boekhouding en<br />

bedrijfsbeheer.<br />

5.8.2 Een aangepaste financiering<br />

De diepgaande analyse van uw project samen met onze<br />

agent of relatiegelastigde, laat ons toe u een flexibel en<br />

volledig financieringsaanbod voor te stellen.<br />

5.8.3 Prefinanciering van premies<br />

Als u aanspraak maakt op toeslagrechten of andere<br />

subsidies dan stellen we u de volledige prefinanciering<br />

van deze bedragen voor.<br />

5.8.4 De FLEXI-cheque<br />

Bij Landbouwkrediet weten we dat een landbouwer<br />

soms met moeilijkheden geconfronteerd wordt.<br />

Daarom bieden we u een FLEXI-cheque aan waarmee<br />

u uw afbetalingsplan zonder administratieve kosten kan<br />

laten aanpassen.<br />

5.8.5 Een tussenkomst in uw oprichtingsen<br />

beheerskosten<br />

Starten met een bedrijf gaat gepaard met talrijke en soms<br />

dure formaliteiten. Soms is <strong>het</strong> aangewezen een beroep<br />

te doen op experts, bijvoorbeeld voor de opmaak van <strong>het</strong><br />

overnamecontract, <strong>het</strong> aanvragen van vergunningen,…<br />

Ook dan wil Landbouwkrediet als een partner aan uw zijde<br />

staan en bieden wij u een tussenkomst in de kosten die<br />

u eventueel moet maken bij <strong>het</strong> opstarten van uw bedrijf.


6. Aanwerven personeel<br />

6.1 Administratieve<br />

verplichtingen bij de aanwerving<br />

van personeel<br />

De hele personeelsadministratie, <strong>het</strong> storten van de<br />

RSZ-bijdragen en de uitbetalingen van <strong>het</strong> loon kunnen<br />

op verzoek van de uitbater gedaan worden door een<br />

erkend sociaal secretariaat.<br />

6.2 Arbeidsongevallenverzekering<br />

Als werkgever bent u verplicht om een arbeids-ongevallenverzekering<br />

af te sluiten voor uw personeel.<br />

6.3 Aansluiting bij een<br />

kinderbijslagfonds<br />

Elke werkgever (en werknemer) dient bijdragen te betalen<br />

aan een kinderbijslagfonds. Binnen de 90 dagen na<br />

de aanwerving van een personeelslid kan u aansluiten<br />

bij een fonds naar keuze.<br />

6.4 Aansluiting bij een kas voor<br />

jaarlijkse vakantie<br />

Het jaarlijks vakantiegeld voor arbeiders wordt betaald<br />

door de kas voor jaarlijkse vakantie. Indien u arbeiders<br />

tewerkstelt moet u dus zo snel mogelijk na de aanwerving<br />

aansluiten bij een dergelijke kas.<br />

Het vakantiegeld voor bedienden wordt rechtstreeks<br />

uitbetaald door de werkgever.<br />

6.5 RSZ<br />

Elke werkgever dient een inschrijvingsnummer bij de<br />

RSZ te hebben. Bij uw eerste aanwerving moet u dit<br />

nummer dus aanvragen. RSZ-bijdragen zijn verschuldigd<br />

door zowel werkgever als werknemer.<br />

6.6 Personeelsregister<br />

In een aantal sectoren geldt de verplichting om een aanwezigheidsregister<br />

bij te houden. Dit is onder meer zo in<br />

de tuinbouwsector. De werkgever moet hierin de prestaties<br />

van de werknemers en hun identificatiegegevens<br />

noteren.<br />

47


48<br />

7. Verzekeringen<br />

7.1 Inleiding<br />

Zoals iedere privépersoon moet ook een land- of tuinbouwer<br />

zich verzekeren tegen bepaalde risico’s. De wet<br />

verplicht hem zijn motorvoertuigen en zijn personeel te<br />

verzekeren.<br />

Daarenboven zijn er bepaalde verzekeringen die opgelegd<br />

worden door een contract of overeenkomst. Dit is<br />

onder meer <strong>het</strong> geval voor de brandverzekering en de<br />

schuldsaldoverzekering bij de aanvraag van een krediet.<br />

Daarnaast kan <strong>het</strong> voor land- en tuinbouwers ook interessant<br />

zijn om een levensverzekering te onderschrijven.<br />

Deze term dekt diverse verzekeringsvormen, zoals<br />

de verzekering bij overlijden, de verzekering bij leven, of<br />

ook de reeds eerder vermelde schuldsaldoverzekering.<br />

De overlijdensverzekering waarborgt de rechthebbenden<br />

een kapitaal indien de verzekerde overlijdt tijdens<br />

een vastgelegde periode. Met een verzekering bij leven<br />

kan men een kapitaal opbouwen voor een bepaalde<br />

gelegenheid, zoals de beroepsinstallatie van een kind of<br />

<strong>het</strong> bereiken van de pensioenleeftijd. Gemengde verzekeringen<br />

zijn een combinatie van de twee voorgaande.<br />

Tenslotte zijn ook de specifieke risico’s die eigen zijn<br />

aan elk bedrijf verzekerbaar. Zo mag u zeker niet vergeten<br />

<strong>het</strong> machinepark te verzekeren. En u laat best<br />

de polis uitbreiden met burgerlijke aansprakelijkheid en<br />

rechtsbijstand, zodat u bij een ongeval niet in de problemen<br />

komt.<br />

Het aanbod aan verzekeringsformules is zeer uitgebreid.<br />

We bespreken hierna de meest voorkomende<br />

types.<br />

7.2 Brandverzekering<br />

De brandverzekering dekt schade door brand aan<br />

gebouwen en de inboedel. In een brandpolis worden<br />

meestal nog andere waarborgen vastgelegd, zoals<br />

storm- en hagelschade, waterschade, diefstal,…<br />

7.3 Bedrijfspolis<br />

Bij de exploitatie van uw land- of tuinbouwbedrijf kan u<br />

ongewild schade toebrengen aan derden. Deze risico’s<br />

worden gedekt door een bedrijfspolis. Het principe is<br />

vergelijkbaar met een familiale verzekering die uw burgerlijke<br />

aansprakelijkheid dekt.<br />

7.4 Individuele verzekering tegen<br />

lichamelijk letsel<br />

Op een land- of tuinbouwbedrijf werken is niet zonder<br />

risico’s. Werken met machines en vee kan leiden tot<br />

grote of kleine ongevallen. Bij een ongeval zal de verzekering<br />

een bepaalde som uitkeren, die contractueel<br />

bepaald wordt bij <strong>het</strong> aangaan van <strong>het</strong> contract. Dit kan<br />

gaan van de terugbetaling van geneeskundige verzorging<br />

tot de uitbetaling van een kapitaal bij overlijden of<br />

van een premie ingeval van tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid.<br />

Het verzekeringscontract bepaalt de modaliteiten en de<br />

bedragen die zullen uitgekeerd worden.<br />

7.5 Verzekering gewaarborgd<br />

inkomen<br />

Een zelfstandige die omwille van ziekte (of ongeval) niet<br />

in staat is om arbeid te verrichten, ontvangt de eerste 3<br />

maanden geen vergoeding van zijn ziekenfonds. Bovendien<br />

is de vergoeding nadien eerder beperkt. Daarom<br />

kan <strong>het</strong> aangewezen zijn om een aanvullende verzekering<br />

“gewaarborgd inkomen” af te sluiten.<br />

7.6 Levensverzekering<br />

De levensverzekering is tegenwoordig een vlag die vele<br />

ladingen dekt. Elke levensverzekeringsformule probeert


te beantwoorden aan de verwachtingen van de verzekeringnemer.<br />

Welke verwachtingen kunnen we onderscheiden?<br />

7.6.1 Opbouw van een pensioenkapitaal<br />

Door een levensverzekering af te sluiten kan u een extralegaal<br />

pensioen opbouwen. Een appeltje voor de dorst<br />

dat na afloop van uw loopbaan van pas kan komen.<br />

Het wettelijk pensioen voor een zelfstandige ligt immers<br />

maar rond € 500.<br />

7.6.2 Kapitaalgarantie aan nabestaanden<br />

(bij overlijden van de verzekeringnemer)<br />

Enkel bij overlijden van de verzekerde wordt een kapitaal<br />

uitgekeerd.<br />

Bij een tijdelijke overlijdensdekking stort de verzekeraar<br />

alleen een kapitaal indien de verzekerde tijdens de looptijd<br />

van <strong>het</strong> contract overlijdt. Dat contract kan worden<br />

onderschreven voor een erg korte of een langere looptijd.<br />

De schuldsaldoverzekering (SSV) is een specifieke<br />

tijdelijke overlijdensdekking die vaak afgesloten wordt<br />

naar aanleiding van een krediet. De schuldsaldoverze-<br />

kering zal bij overlijden van de kredietnemer <strong>het</strong> kredietsaldo<br />

aan de financiële instelling betalen, zodat de<br />

nabestaanden zich geen zorgen moeten maken over de<br />

terugbetaling van de betreffende lening.<br />

7.6.3 Gemengde formules<br />

Hierbij worden de twee bovenstaande formules gecombineerd<br />

in één en dezelfde levensverzekering.<br />

De “gemengde levensverzekering” waarborgt een pensioen-<br />

en een overlijdenskapitaal.<br />

De “verzekering met vaste looptijd” garandeert de uitkering<br />

van een kapitaal op <strong>het</strong> einde van <strong>het</strong> contract, of<br />

de verzekerde nu nog in leven is of niet.<br />

7.6.4 Financiële formules met of zonder<br />

gewaarborgd rendement<br />

Er bestaan ook allerlei verzekeringsformules die vooral<br />

de nadruk leggen op de rendabiliteit en minder op <strong>het</strong><br />

sociale aspect van de verzekering. Ze zijn dan ook te<br />

vergelijken met bancaire beleggingsproducten.<br />

49


50<br />

8. Bankactiviteiten<br />

8.1 Het beheer van uw dagelijkse<br />

betalingen<br />

Voor een goed beheer moet u over de juiste hulpmiddelen<br />

beschikken. Landbouwkrediet biedt u een gamma<br />

moderne en betrouwbare betaalmiddelen aan, waarmee<br />

u bovendien ook nog tijd wint.<br />

8.2 Zichtrekening en<br />

Businessrekening<br />

De zichtrekening van Landbouwkrediet met bijhorende<br />

klassieke betaalmiddelen zoals debet- en kredietkaarten,<br />

overschrijvingen en cheques, laten u toe om snel<br />

en in alle veiligheid uw verrichtingen uit te voeren. De<br />

gebruikskosten zijn beperkt en voor Fidelio-cliënten<br />

zelfs gratis!<br />

8.3 <strong>Crelan</strong>-online.be<br />

<strong>Crelan</strong>-online.be, <strong>het</strong> e-bankingsysteem van Landbouwkrediet,<br />

kunt u 7 dagen op 7 gebruiken waar u ook<br />

bent. Het enige dat u nodig heeft is een computer, een<br />

internetverbinding en een Digipass. <strong>Crelan</strong>-online.be<br />

biedt tal van mogelijkheden: van een enkelvoudige of<br />

meervoudige overschrijving tot <strong>het</strong> beheer van permanente<br />

opdrachten en domicilieringen. Zelfs de opvolging<br />

van uw kredietsituatie is mogelijk.<br />

8.4 Dynaphone<br />

Wordt u liever toegesproken door een charmante stem die<br />

Disclaimer<br />

u door al uw verrichtingen begeleidt? Dan is Dynaphone,<br />

onze phone-bankingdienst iets voor u. Het is volledig gratis<br />

en eveneens 7 dagen op 7 bereikbaar.<br />

8.5 Cash & More<br />

De agentschappen van Landbouwkrediet zijn uitgerust<br />

met terminals voor selfbanking. Deze gebruiksvriendelijke,<br />

veilige en performante Cash & More-terminals zijn<br />

alle dagen toegankelijk van 6 uur tot 23 uur. U kunt er<br />

geld afhalen, maar ook andere verrichtingen doen, zoals<br />

de naam al aangeeft.<br />

Word Fidelio, en doe zelf een maximum aan verrichtingen<br />

via <strong>Crelan</strong>-online.be, Dynaphone of Cash<br />

& More. Elke Fidelio-cliënt die een actieve gebruiker<br />

is van <strong>Crelan</strong>-online.be krijgt bovendien een vast<br />

bedrag van € 5 per jaar op zijn rekening gestort!<br />

8.6 Pluk de vruchten van uw<br />

spaargeld<br />

In ons uitgebreide beleggingsgamma vindt u ongetwijfeld<br />

de formule die <strong>het</strong> best bij u past. Landbouwkrediet<br />

beschikt over alle klassieke producten zoals spaarboekjes<br />

en termijnrekeningen, maar biedt uiteraard ook een grote<br />

keuze aan beleggingsfondsen en beveks. Uw keuze is<br />

afhankelijk van uw beleggingshorizon en <strong>het</strong> risico dat u<br />

wilt nemen. Ook pensioensparen is een aanrader, daar<br />

sommige formules u onmiskenbare fiscale voordelen kunnen<br />

opleveren.<br />

Deze brochure heeft enkel tot doel de land- en tuinbouwers te informeren en te helpen bij de uitbating van hun bedrijf. De land- en tuinbouwers kunnen<br />

zich niet op de inhoud van deze brochure verhalen om mogelijke tekortkomingen in hun bedrijfsvoeringen te verrechtvaardigen.<br />

Landbouwkrediet aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit <strong>het</strong> gebruik van deze brochure of de toepassing van adviezen.


9. Voorbeeld van verkoopcontract<br />

“overname van hoevebekleding”<br />

Tussen de ondergetekenden:<br />

(naam, geboortedatum, geboorteplaats), en zijn echtgenote<br />

(naam, geboortedatum, geboorteplaats) wonende<br />

te (volledig adres)<br />

Hierna vermeld als “de kopers” enerzijds,<br />

en<br />

(naam, geboortedatum, geboorteplaats), en zijn echtgenote<br />

(naam, geboortedatum, geboorteplaats) wonende<br />

te (volledig adres)<br />

Hierna vermeld als “de verkopers” anderzijds,<br />

is overeengekomen wat volgt:<br />

1. De kopers kopen hierbij van de verkopers de volledige<br />

bekleding van hun landbouwbedrijf, gelegen<br />

te (volledig adres bedrijfszetel), met een oppervlakte<br />

van….................... ha ..................… are.<br />

2. In deze verkoop zijn begrepen alle dieren, machines,<br />

materieel, stocks, afsluitingen, vruchten te velde,<br />

navetten andere rechten en de reeds gedane bewerkingen<br />

bestaande op (datum inventaris), uiteengezet<br />

in bijgevoegde inventaris.<br />

In deze verkoop zijn niet begrepen:…<br />

3.. De verkoop gebeurt tegen de prijs van… euro (bedrag<br />

in cijfers en letters). Onder voorbehoud van wat<br />

wordt bepaald in punt 10 van deze overeenkomst<br />

moet <strong>het</strong> verkoopbedrag ten laatste zes maanden<br />

na de overnamedatum betaald zijn. Na deze periode<br />

is de wettelijke intrest verschuldigd, zonder enige uitdrukkelijke<br />

ingebrekestelling.<br />

4. De verkopers verklaren hierbij dat <strong>het</strong> bedrijf vrij en<br />

ter beschikking zal zijn van de kopers op …………….<br />

(datum overname).<br />

5. De verkopers verklaren uitdrukkelijk dat vanaf de on-<br />

dertekening van dit contract, zonder medeweten en<br />

uitdrukkelijke toestemming van de overnemers, geen<br />

enkel dier, geen enkele machine, niets van <strong>het</strong> materieel,<br />

geen enkel product, noch om <strong>het</strong> even welke<br />

andere zaak van <strong>het</strong> bedrijf en de bijhorende landerijen<br />

en weiden verwijderd zal worden.<br />

6. Partijen gaan akkoord dat tot op ..................................<br />

de verkopers de hoeve zullen uitbaten en tot deze<br />

datum aansprakelijk zullen zijn voor alle fiscale en<br />

sociale lasten m.b.t. de exploitatie. De belasting op<br />

mogelijke meerwaarden is ten laste van de verkoper.<br />

In toepassing van art. 11 van <strong>het</strong> BTW-wetboek is op<br />

de overdracht van een algemeenheid van goederen<br />

of van een bedrijfsafdeling geen BTW verschuldigd.<br />

De eventuele BTW-regularisatie overeenkomstig<br />

BTW-aanschrijving nr. 5 van 1979 zal uitgevoerd<br />

worden door de koper die hiervan de kost of de opbrengst<br />

zal op zich nemen. De verkopers verbinden<br />

er zich toe alle nuttige <strong>document</strong>en (o.a. facturen<br />

m.b.t. de overgenomen goederen) op vraag van de<br />

koper te verschaffen.<br />

7. De kopers zullen, in toepassing van art. 19 van <strong>het</strong><br />

Decreet van 28 juni 1985, de overname van de aan<br />

<strong>het</strong> bedrijf toegekende milieuvergunning(en) melden<br />

aan de overheid die de vergunning heeft verleend.<br />

De verkopers verbinden zich ertoe de melding<br />

van de overname van de aan <strong>het</strong> bedrijf toegekende<br />

milieuvergunning(en) mee te ondertekenen.<br />

Wanneer de melding van overname niet integraal geacteerd<br />

wordt door de vergunningverlenende overheid<br />

en/of de Vlaamse Landmaatschappij kennis<br />

geeft dat een reductie zal worden toegepast, kunnen<br />

de kopers op grond hiervan dit verkoopcontract laten<br />

ontbinden zonder dat ze een schadevergoeding hoeven<br />

te betalen.<br />

51


52<br />

8. Samen met dit verkoopcontract en afhankelijk ervan,<br />

wordt door de verkopers met de kopers een pachtovereenkomst<br />

opgemaakt voor de (bedrijfsgebouwen en)<br />

gronden met een oppervlakte van… ha .................…<br />

are ...............… ca , voor een eerste pachtperiode<br />

van minimum 9 jaar, die aanvangt op (datum) tegen<br />

de wettelijk toegelaten maximum pachtprijs.<br />

De verkopers maken zich ook sterk voor <strong>het</strong> feit dat<br />

de kopers van de eigenaars van (de bedrijfsgebouwen<br />

en van) alle afzonderlijke gronden en weiden een<br />

pacht zullen bekomen ofwel door middel van een<br />

pachtoverdracht, ofwel van een nieuw pachtcontract.<br />

De pachtprijs voor <strong>het</strong> pachtjaar ……...............….<br />

zal proportioneel verdeeld worden tussen verkopers<br />

en kopers.<br />

9. De verkopers verklaren dat er op de gronden die deel<br />

uitmaken van <strong>het</strong> bedrijf, in <strong>het</strong> verleden geen activiteit<br />

heeft plaats gevonden die voorkomt op de lijst<br />

vermeld in bijlage 1 Vlarebo (V. Bl Reg. 5 maart 1996)<br />

en er bijgevolg geen voorafgaand bodem-oriënterend<br />

onderzoek vereist is. Indien dit toch <strong>het</strong> geval zou blijken<br />

te zijn, dan kan de overnemer ofwel een bodemoriënterend<br />

onderzoek laten verrichten op kosten<br />

van de verkopers ofwel de koop laten ontbinden.<br />

Een eventuele wettelijk verplichte sanering als gevolg<br />

hiervan is ten laste van de verkopers.<br />

10. De verkopers verbinden er zich toe dit contract<br />

aangetekend te versturen aan de ontvanger van de<br />

directe belastingen en de BTW van de woonplaats<br />

van de verkopers, aan <strong>het</strong> sociaal verzekeringsfonds<br />

van de verkopers en (bij tewerkstelling van<br />

personeel) aan de RSZ. Zij zullen de bewijzen van de<br />

aangetekende zendingen bezorgen aan de kopers.<br />

In geval één van bovengenoemde diensten beslag<br />

legt op de goederen die <strong>het</strong> voorwerp van<br />

deze overeenkomst uitmaken, beschikken de kopers<br />

over de mogelijkheid om op grond hiervan de<br />

overeenkomst eenzijdig te ontbinden. Alle eventueel<br />

reeds betaalde koopsommen zullen hen automatisch<br />

en van rechtswege terugbetaald worden.<br />

Ter aanvulling van punt 3 van deze overeenkomst<br />

komen de partijen uitdrukkelijk overeen dat in geval<br />

er niet samen met <strong>het</strong> verkoopcontract een certificaat<br />

of attest kan worden verzonden waarin wordt<br />

gesteld dat er geen sommen meer verschuldigd zijn<br />

aan de betrokken diensten, er geen enkele betaling<br />

door de kopers dient te gebeuren vóór <strong>het</strong> einde<br />

van de maand volgend op de maand waarin de<br />

kennisgeving is gebeurd.<br />

11. De verkopers zullen op vraag van de kopers alle<br />

nodige <strong>document</strong>en overmaken (of ondertekenen)<br />

aan de bevoegde administratieve diensten van de<br />

Vlaamse of federale overheid m.b.t. de identificatiekaart,<br />

Sanitel, quotumoverdrachten, nutriëntenemissierechten,<br />

MTR-rechten, enz. De verkopers<br />

verbinden er zich toe ieder <strong>document</strong> te ondertekenen<br />

dat de overdracht van deze rechten aan de<br />

kopers moet mogelijk maken.<br />

12. De kosten van deze overeenkomst zijn ten laste van<br />

de kopers.<br />

13. Dit contract zal door de partijen te goeder trouw worden<br />

uitgevoerd. Indien er moeilijkheden rijzen, zullen<br />

deze in der minne worden opgelost, ofwel worden<br />

voorgelegd aan de bevoegde rechtbank van <strong>het</strong> gerechtelijk<br />

arrondissement…………………………….<br />

Opgesteld in drievoud. Een exemplaar is bestemd voor<br />

elk van de ondertekenende partijen. Het derde exemplaar<br />

bestemd voor de registratie.<br />

Opgemaakt te (plaats) op (datum ondertekening).<br />

(handtekening voorafgegaan door “Gelezen en goedgekeurd”)<br />

De verkopers De kopers


10. Voorbeeld van inventaris roerende<br />

goederen (bedrijfsbekleding)<br />

Inventaris van de bedrijfsbekleding van <strong>het</strong> bedrijf gelegen te (plaats) en behorende bij <strong>het</strong> overnamecontract van hoevebekleding<br />

tussen de heer/mevr. (naam + voornaam) en zijn/haar echtgeno(o)t(e), en de heer/mevr. (naam + voornaam) (de<br />

verkopers), en de heer/mevr. (naam + voornaam) en zijn/haar echtgeno(o)t(e) de heer/mevr. (naam + voornaam) (de kopers)<br />

d.d. (datum ondertekening verkoopcontract “overname van hoevebekleding”).<br />

1. DIEREN<br />

Runderen:<br />

Melkkoeien<br />

Zoogkoeien<br />

Volle vaarzen<br />

Vaarzen > 1 jaar en < 2 jaar<br />

Kalveren > 6 maand en < 1 jaar<br />

Kalveren < 6 maand<br />

Dekstieren<br />

Mestvee<br />

Varkens:<br />

Zeugen in productie<br />

Jonge zeugen<br />

Biggen (0 - 20 kg)<br />

Mestvarkens (20 - 50 kg)<br />

Mestvarkens (50 - 110 kg)<br />

Pluimvee:<br />

Leghennen<br />

Mestkuikens<br />

Andere dieren<br />

2. MATERIEEL<br />

Tractoren:<br />

Aantal Waarde Waarde / Tak<br />

x<br />

x<br />

x<br />

x<br />

x<br />

x<br />

x<br />

x<br />

x<br />

x<br />

x<br />

x<br />

x<br />

x<br />

x<br />

x<br />

x<br />

=<br />

=<br />

=<br />

=<br />

=<br />

=<br />

=<br />

=<br />

=<br />

=<br />

=<br />

=<br />

=<br />

=<br />

=<br />

=<br />

=<br />

Totaal dieren:<br />

Merk Type PK Bouwjaar Prijs<br />

Machines:<br />

Omschrijving Type Bouwjaar Prijs<br />

53


54<br />

Machines:<br />

Omschrijving Type Bouwjaar Prijs<br />

3. VRUCHTEN TEN VELDE<br />

Teelt Ha, are<br />

x<br />

x<br />

Prijs / ha Prijs<br />

Totaal vruchten ten velde:<br />

4. VOORRADEN<br />

Soort in ton<br />

x<br />

x<br />

Prijs / ton Prijs<br />

Totaal voorraden:<br />

5. INSTALLATIES<br />

Beschrijving<br />

x<br />

x<br />

Prijs<br />

6. NAVETTEN EN PRIJZIJ<br />

Ha, are Teelten<br />

x<br />

x<br />

Prijs / ha Prijs<br />

7. ANDERE<br />

Alle overgenomen goederen zijn door beide partijen gekend en goedgekeurd.<br />

Opgemaakt te (plaats) op (datum ondertekening).<br />

De verkopers De kopers<br />

Totaal materieel:<br />

Totaal installaties:<br />

Totaal navetten en prijzij:<br />

Algemeen Totaal:


11. Nuttige namen, adressen en<br />

telefoonnummers<br />

11.1 Groep Landbouwkrediet<br />

Landbouwkrediet<br />

Sylvain Dupuislaan 251 - 1070 Brussel<br />

Tel.: 02/558.71.11<br />

E-mail: info@landbouwkrediet.be<br />

website: www.landbouwkrediet.be<br />

CCAB – Centrum Agrarische Bedrijfsleiding<br />

Ambachtsweg 18a<br />

9820 Merelbeke<br />

Tel.: 09/244.64.53<br />

www.ccab.be<br />

11.2 Vlaamse Overheid – Landbouw en Visserij<br />

• Departement Landbouw en Visserij, Agentschap voor Landbouw en Visserij, Instituut voor Landbouw- en<br />

Visserijonderzoek, Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing<br />

Ellipsgebouw (5de verdieping)<br />

Koning Albert II-Laan 35, bus 40<br />

1030 Brussel<br />

Tel.: 02/552.77.00 - Fax 02/552.77.01<br />

E-mail: communicatie@lv.vlaanderen.be<br />

• Provinciale buitendiensten en bevoegde ambtenaren m.b.t. Vlif:<br />

- Structuur en Investeringen Vlaams-Brabant<br />

Diestsepoort 6, bus 102 - 3000 Leuven<br />

Tel.: 016/66.6<strong>1.7</strong>0 - Fax 016/66.61.41<br />

Veerle Blommaert, ingenieur<br />

E-mail: veerle.blommaert@lv.vlaanderen.be<br />

- Structuur en Investeringen Antwerpen<br />

Vlaams Administratief Centrum - Lange Kievitstraat 111-113, bus 72 - 2018 Antwerpen<br />

Tel.: 03/224.92.20 - Fax 03/224.92.01<br />

André De Rop, ingenieur<br />

E-mail: andre.derop@lv.vlaanderen.be<br />

55


56<br />

- Structuur en Investeringen Limburg<br />

Vlaams Administratief Centrum - Koningin Astridlaan 50, bus 6 - 3500 Hasselt<br />

Tel.: 011/74.26.30 - Fax 011/74.26.69<br />

Koenraad Jespers, ingenieur<br />

E-mail: koenraad.jespers@lv.vlaanderen.be<br />

- Structuur en Investeringen Oost-Vlaanderen (arrondissementen Gent en Oudenaarde)<br />

Burgemeester Van Gansberghelaan 92 - 9820 Merelbeke<br />

Tel.: 09/272.22.40 - Fax 09/272.22.41<br />

Georges Van Nieuwerburgh, ingenieur<br />

E-mail: georges.vannieuwerburgh@lv.vlaanderen.be<br />

- Structuur en Investeringen Oost-Vlaanderen (arrondissementen Aalst, Dendermonde, Sint-Niklaas en Eeklo)<br />

Burgemeester Van Gansberghelaan 92 - 9820 Merelbeke<br />

Tel.: 09/272.22.40 - Fax 09/272.22.41<br />

Jean De Neef, ingenieur<br />

E-mail: jean.deneef@lv.vlaanderen.be<br />

- Structuur en Investeringen West-Vlaanderen (arrondissementen Brugge, Diksmuide, Oostende en Veurne)<br />

Baron Ruzettelaan 1 - 8310 Brugge<br />

Tel.: 050/20.76.50 - Fax 050/20.76.59<br />

Danny Persyn, ingenieur<br />

E-mail: danny.persyn@lv.vlaanderen.be<br />

- Structuur en Investeringen West-Vlaanderen (arrondissementen Ieper, Kortrijk, Roeselare en Tielt)<br />

Baron Ruzettelaan 1 - 8310 Brugge<br />

Tel.: 050/20.76.50 - Fax 050/20.76.59<br />

Willy Beghein, ingenieur<br />

E-mail: willy.beghein@lv.vlaanderen.be<br />

11.3 Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw<br />

• DGZ Torhout,<br />

Industrielaan 29<br />

8820 Torhout<br />

Tel.: 050/230.530<br />

• DGZ Drongen<br />

Deinse Horsweg 1<br />

9031 Drongen<br />

Tel.: 09/216.71.11<br />

• DGZ Lier<br />

Hagenbroeksesteenweg 167<br />

2500 Lier<br />

Tel.: 03/489.74.75


11.4 Milieu-administratie<br />

• Bestendige deputaties:<br />

- Antwerpen<br />

Koningin Elisabethlei 22<br />

2018 Antwerpen<br />

Tel.: 03/240.50.11<br />

- Limburg<br />

Universiteitslaan 1<br />

3500 Hasselt<br />

Tel.: 011/23.71.11<br />

- Oost-Vlaanderen<br />

Gouvernementstraat 1<br />

9000 Gent<br />

Tel.: 09/267.80.11<br />

- Vlaams-Brabant<br />

Provincieplein 1<br />

3010 Leuven<br />

Tel.: 016/26.70.11<br />

- West-Vlaanderen<br />

Provinciehuis Boeverbos, Koning Leopold III laan 41<br />

8200 St –Andries<br />

Tel.: 050/40.31.11<br />

• Departement Leefmilieu, Natuur en Energie<br />

Koning Albert II–laan 20 bus 8<br />

1000 Brussel<br />

Tel.: 02/553.80.11<br />

E-mail: info@lne.be<br />

• Buitendiensten Afdeling Milieuvergunningen:<br />

- Antwerpen<br />

Lange Kievitstraat 111-113 bus 61<br />

2018 Antwerpen<br />

Tel.: 03/224.64.81 - Fax: 03/224.64.51<br />

E-mail: milieuvergunningen.ant@lne.vlaanderen.be<br />

- Limburg<br />

Koningin Astridlaan 50 bus 5<br />

3500 Hasselt<br />

Tel.: 011/74.25.80 - Fax: 011/74.25.99<br />

E-mail: milieuvergunningen.lim@lne.vlaanderen.be<br />

57


58<br />

- Oost-Vlaanderen<br />

Apostelhuizen 26K<br />

9000 Gent<br />

Tel.: 09/235.58.20 - Fax: 09/235.58.49<br />

E-mail: milieuvergunningen.ovl@lne.vlaanderen.be<br />

- Vlaams-Brabant<br />

Diestsepoort 6 bus 72<br />

3000 Leuven<br />

Tel.: 016/66.60.40 - Fax: 016/66.60.45<br />

E-mail: milieuvergunningen.vbr@lne.vlaanderen.be<br />

- West-Vlaanderen<br />

Koningin Astridlaan 29 bus 7<br />

8200 Brugge<br />

Tel.: 050/40.43.11 - Fax: 050/39.10.51<br />

E-mail: milieuvergunningen.wvl@lne.vlaanderen.be<br />

• Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor <strong>het</strong> Vlaamse Gewest (OVAM)<br />

Stationsstraat 110<br />

B-2800 Mechelen<br />

Tel.: 015/284.284 - Fax 015/203.275<br />

E-mail: info@ovam.be<br />

• Vlaamse Milieumaatschappij (VMM)<br />

A. Van de Maelestraat 96<br />

9320 Erembodegem<br />

Tel.: 053/72.64.45 - Fax 053/71.10.78<br />

E-mail: info@vmm.be<br />

• Vlaamse Landmaatschappij (VLM) – Mestbank<br />

Gulden Vlieslaan 72<br />

1060 Brussel<br />

Tel.: 02/543.72.00 - Fax: 02/543.73.99<br />

- Mestbank hoofdbestuur<br />

Gulden Vlieslaan 72<br />

1060 Brussel<br />

Fax: Mestbank: 02/543.73.98<br />

• Provinciale afdelingen:<br />

- Antwerpen<br />

Cardijnlaan 1<br />

2200 Herentals<br />

Tel: 014/25.83.00


- Limburg<br />

Koningin-Astridlaan 10<br />

3500 Hasselt<br />

Tel.: 011/29.87.00<br />

- Vlaams-Brabant<br />

Diestsepoort 6 bus 74<br />

3000 Leuven<br />

Tel.: 016/66.52.00<br />

- Oost-Vlaanderen<br />

Ganzendries 149<br />

9000 Gent<br />

Tel.: 09/224.85.00<br />

- West-Vlaanderen<br />

Velodroomstraat 28<br />

8200 Brugge<br />

Tel.: 050/45.81.00<br />

11.5 Milieufiscaliteit<br />

Verhoogde investeringsaftrek<br />

Ministerie van Financiën<br />

Administratie der Directe Belastingen<br />

Financietoren bus 33<br />

Kruidtuinlaan 50<br />

1010 Brussel<br />

Tel.: 02/210.21.11<br />

Energiebesparende investeringen<br />

Vlaams Energieagentschap<br />

Koning Albert II-laan 20 – bus 17<br />

1000 Brussel<br />

Tel.: 02/553.46.00 - Fax: 02/553.46.01<br />

E-mail: energie@vlaanderen.be<br />

Website: http://www.energiesparen.be<br />

Milieuvriendelijk onderzoek en ontwikkeling<br />

Vlaamse Overheid: Departement Leefmilieu, Natuur en Energie<br />

Graaf de Ferraris-gebouw, Koning Albert II-laan 20, bus 8, 1000 Brussel<br />

Tél: 02/553.80.23 - Fax: 02/553.80.55<br />

59


60<br />

11.6 Adviesbureaus, provinciale landbouwdiensten en onderzoekscentra<br />

CCAB – Centrum Agrarische Bedrijfsleiding<br />

Ambachtsweg 18a<br />

9820 Merelbeke<br />

Tel.: 09/244.64.53<br />

www.ccab.be<br />

Provinciale Dienst voor landbouw en plattelandsbeleid - Antwerpen<br />

Koningin Elisabethlei 22<br />

2018 Antwerpen<br />

Tel.: 03/240.58.37<br />

E-mail: dlp@admin.provant.be<br />

Landbouwdienst van de Provincie Limburg<br />

Universiteitslaan 1<br />

3500 Hasselt<br />

Tel.: 011/23.74.40<br />

E-mail: landbouw@limburg.be<br />

Provincie West-Vlaanderen<br />

Dienst Economie – Landbouw en Visserij<br />

Provinciehuis Olympia<br />

Koning Leopold-III laan 66<br />

8200 Sint-Andries<br />

Tel.: 050/40.33.54<br />

E-mail: landbouwenvisserij@west-Vlaanderen.be<br />

Provincie Oost-Vlaanderen<br />

Dienst Landbouw & Platteland<br />

Gouvernementstraat 1<br />

9000 Gent<br />

Tel.: 09/267.86.78<br />

E-mail: landbouw@oost-vlaanderen.be<br />

Provincie Vlaams-Brabant<br />

Dienst Land- en Tuinbouw (landbouwbeleid)<br />

Provincieplein 1<br />

3010 Leuven<br />

Tel.: 016/26.72.72 (contactpersoon: Ine Vervaeke)<br />

E-mail: landbouw@vlaamsbrabant.be


Provinciaal Onderzoeks- en Voorlichtingscentrum voor Land- en Tuinbouw<br />

Ieperseweg 87<br />

8800 Rumbeke - Roeselare (Beitem)<br />

Tel.: 051/27.32.50 - fax: 051/24.00.20<br />

Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO)<br />

Burg. van Gansberghelaan 96, bus 1, 9820 Merelbeke<br />

Tel.: 09/272.25.00 - Fax: 09/272.25.01<br />

E-mail: ilvo@ilvo.vlaanderen.be<br />

Bodemkundige Dienst van België<br />

Willem De Croylaan 48<br />

3001 Heverlee<br />

Tel.: 016/22.54.26<br />

Provinciaal Ontledings- en Onderzoeksstation voor Land- en Tuinbouw<br />

Sint-Niklaasstraat 17<br />

1310 Terhulpen<br />

Tel.: 02/656.09.70<br />

BLIK vzw<br />

Tüv Nord Integra<br />

Statiestraat 164<br />

2600 Berchem<br />

Tel.: 03/287.37.60<br />

1<strong>1.7</strong> Algemeen Boerensyndicaat<br />

H. Consciencestraat 53A<br />

8800 Roeselare<br />

Tel.: 051/26.08.20 - Fax: 051/24.25.39<br />

E-mail: abs.roeselare@absvzw.be<br />

11.8 RSVZ<br />

Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen<br />

Jan Jacobsplein 6<br />

B-1000 Brussel<br />

Tel.: 02/546.42.11 - Fax: 02/511.21.53<br />

11.9 Lijst van de sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen<br />

Groep S<br />

Poincarélaan 78<br />

1060 Brussel<br />

Tel.: 02/555.15.20 - Fax: 02/555.15.45<br />

E-mail: infosvk@groeps.be<br />

http://www.groeps.be<br />

61


62<br />

XERIUS<br />

Brouwersvliet 4 - bus 2<br />

2000 Antwerpen<br />

Tel.: 078/15.00.15 - Fax: 03/226.12.66<br />

E-mail: info@xerius.be<br />

http://www.xerius.be<br />

Zenito<br />

Spastraat 8<br />

1000 Brussel<br />

Tel.: 02/238.04.11 - Fax: 02/238.04.12<br />

E-mail: sociaalverzekeringsfonds@zenito.be<br />

http://www.zenito.be<br />

Partena<br />

Anspachlaan 1 (Philips Toren)<br />

1000 Brussel<br />

Tel.: 02/549.73.00 - Fax: 02/223.73.79<br />

E-mail: mkt.svz@start.partena.be<br />

http://www.partena.be<br />

Acerta<br />

Buro & Design Center<br />

Heizel Esplanade PB 65<br />

1020 Brussel<br />

Tel.: 02/475.45.00 - Fax: 02/773.16.03<br />

E-mail: contact.svf@acerta.be<br />

http://www.acerta.be<br />

Securex-Integrity<br />

Sint-Michielswarande 30<br />

1040 Brussel<br />

Tel.: 02/729.92.22 - Fax: 02/729.92.20<br />

E-mail: merode@securex.be<br />

http://www.securex.be<br />

Attentia sociaal verzekeringsfonds vzw<br />

Torhoutsesteenweg 384<br />

8200 Brugge<br />

Tel.: 050/40.65.65 - Fax: 050/40.65.99<br />

E-mail: info.svas@attentia.be<br />

http://www.attentia.be<br />

Multipen<br />

Zeutestraat 2B<br />

2800 Mechelen<br />

Tel.: 015/45.12.60 - Fax: 015/45.12.68<br />

E-mail: info@multipen.be<br />

http://www.multipen.be


HDP<br />

Koningsstraat 196<br />

1000 Brussel<br />

Tel.: 02/289.68.02 - Fax: 02/289.68.49<br />

E-mail: infosvf@hdp.be<br />

http://www.hdp.be<br />

Steunt elkander<br />

Kolonel Bourgstraat 113<br />

1140 Brussel<br />

Tel.: 02/743.05.10 - Fax: 02/734.04.79<br />

E-mail: svk@steuntelkander.be<br />

http://www.steuntelkander.be<br />

Caisse d’Assurances sociales de l’UCM<br />

Chaussée de Marche 637 (Nationale 4)<br />

5100 Namur (Wierde)<br />

Tel.: 081/32.06.11 - Fax: 081/30.74.09<br />

Postadres: B.P. 38 - 5100 Namur (Jambes)<br />

E-mail: cas@ucm.be<br />

http://www.ucm.be<br />

Nationale Hulpkas voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen<br />

Jan Jacobsplein 6<br />

1000 Brussel<br />

Tel.: 02/546.45.22<br />

Tel.: vennootschappen: 02/546.45.53 en 02/546.45.51 - Fax: 02/513.04.13<br />

E-mail: mailcnh@rsvz-inasti.fgov.be<br />

E-mail vennootschappen: cnh-sov@rsvz-inasti.fgov.be<br />

http://www.rsvz-inasti.fgov.be/nl/helpagency/index.htm<br />

63


Deze brochure werd gerealiseerd door de dienst<br />

Marketing van Landbouwkrediet.<br />

Reproductie voor eigen of intern gebruik is toegestaan.<br />

Bronvermelding is verplicht.<br />

De gegevens in deze brochure zijn louter informatief.<br />

Landbouwkrediet verschaft deze informatie te goeder<br />

trouw, maar kan niet aansprakelijk gesteld worden voor<br />

eventuele onvolledigheden of onjuiste informatie.<br />

info@landbouwkrediet.be<br />

www.landbouwkrediet.be<br />

64<br />

V.U.: Rik Duyck – Sylvain Dupuislaan 251 – 1070 Brussel – 11/2011.

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!