Download het document PDF Format - 1.7 Mb - Crelan
Download het document PDF Format - 1.7 Mb - Crelan
Download het document PDF Format - 1.7 Mb - Crelan
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
Ondernemen<br />
in land- en tuinbouw
2<br />
Inhoudstafel<br />
Voorwoord 7<br />
Starten in de agrarische sector 8<br />
1. Overname van een bestaand bedrijf of de oprichting<br />
van een nieuw bedrijf 9<br />
1.1 Voorbereiding 9<br />
1.1.1 Zoektocht 9<br />
1.1.2 Bedrijfseconomische doorlichting 9<br />
1.1.3 Taxatie en analyse vergunningen 10<br />
1.1.4 Financiering – extern kapitaal 11<br />
1.1.5 Kies de juiste structuur voor uw bedrijf 11<br />
1.2 Overname van de roerende goederen 11<br />
1.2.1 Overnamecontract 12<br />
1.2.2 Maatschapscontract of samenuitbating 12<br />
1.2.3 Bedrijfsinventaris 13<br />
1.2.4 Melding van <strong>het</strong> overnamecontract 14<br />
+ Doel van de melding 14<br />
+ De melding 14<br />
+ Hoofdelijke aansprakelijkheid van de overnemer 14<br />
+ Hoe zich als overnemer indekken: <strong>het</strong> fiscaal of sociaal certificaat 14<br />
+ VLIF-steun bij overname van roerende goederen 15<br />
1.3 Aankoop onroerende goederen 15<br />
1.3.1 De verkoop uit de hand 16<br />
+ De onderhandse verkoopovereenkomst 16<br />
+ De notariële akte 16<br />
+ De optie 16<br />
+ De opschortende en ontbindende voorwaarde 16<br />
1.3.2 De openbare verkoping 17<br />
+ Verschil tussen verkoop uit de hand en openbare verkoping 17<br />
+ Vrijwillige openbare verkoping 17<br />
+ Gedwongen openbare verkoping 17<br />
+ Commandbenoeming 18<br />
1.3.3 Bodemsaneringsdecreet 18<br />
+ VLIF-steun bij de overname van onroerende goederen 19<br />
1.3.4 Postinterventiedossier 19<br />
1.4 Pachtoverdracht 19<br />
1.5 De milieuvergunning 20<br />
1.5.1 Mogelijkheid tot hernieuwing van de milieuvergunning(en) 20<br />
1.5.2 Overdracht van de milieuvergunning 20<br />
1.6 Te vervullen formaliteiten 21
1.6.1 Algemene formaliteiten 21<br />
+ Aanvragen van een ondernemingsnummer 21<br />
+ Btw 21<br />
+ Wat indien u een vennootschap wenst op te richten? 22<br />
+ Openen van een zichtrekening 22<br />
+ Sociaal statuut als zelfstandige 22<br />
+ Statuut meewerkende echtgenoot 22<br />
+ Aansluiting bij een ziekenfonds 23<br />
1.6.2 Kennisgevingen aan <strong>het</strong> Agenstchap voor Landbouw en Visserij 23<br />
+ Melding van overname via identificatiefiche 23<br />
+ Melding van overdrachtquota 23<br />
+ Overdracht agromilieuverbintenissen 23<br />
1.6.3 Melding bij de Vlaamse Landmaatschappij 23<br />
1.6.4 Kennisgeving bij Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw (DGZ-Vlaanderen) 24<br />
1.6.5 Kennisgeving Rendac 24<br />
1.6.6 Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) 24<br />
1.6.7 Licentie teruggave accijns (contingentnummer) 24<br />
1.6.8 Verwittigen van leveranciers en klanten 24<br />
1.6.9 Andere kennisgevingen 24<br />
1.6.10 Kennisgeving aandelenoverdrachten 25<br />
2. Ondernemingsplan 26<br />
2.1 Wat is een ondernemingsplan? 26<br />
2.2 Hoe is een ondernemingsplan opgebouwd? 26<br />
2.2.1 Inleiding 26<br />
2.2.2 Omschrijving van de activiteit 26<br />
2.2.3 Marketing 26<br />
2.2.4 Productieproces 26<br />
2.2.5 Beleid 27<br />
2.2.6 Financiële aspecten 27<br />
+ Investeringsplan 27<br />
+ Rendabiliteit 27<br />
+ Financieringsplan 27<br />
+ Liquiditeitsplan 28<br />
+ Privé-uitgaven 28<br />
2.2.7 Knelpunten 28<br />
2.2.8 Administratie 28<br />
2.2.9 De toekomst 28<br />
2.3 Boekhouding 28<br />
2.3.1 Bedrijfstechnische boekhouding 28<br />
2.3.2 Bedrijfseconomische boekhouding 28<br />
3
4<br />
3. Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) 29<br />
3.1 Algemeen 29<br />
3.2 Steun bij de bedrijfsstart 29<br />
4. Vennootschappen in land- en tuinbouw 30<br />
4.1 Ondernemen als natuurlijke persoon 30<br />
4.1.1 Natuurlijke persoon - “boeren zonder vennootschap” 30<br />
4.1.2 Samenuitbating of maatschap - “boeren met gedeeld risico” 30<br />
4.2 Ondernemen als rechtspersoon 31<br />
4.2.1 Wat is een vennootschap? 31<br />
4.2.2 Waarom een vennootschap oprichten? 31<br />
+ Waarom een vennootschap oprichten? 31<br />
+ Huwelijksvermogenstelsel 32<br />
4.2.3 Welke vennootschapsvorm kiezen? 32<br />
+ Vennootschapsvormen met onbeperkte aansprakelijkheid 33<br />
4.2.4 Oprichting van een vennootschap 34<br />
+ Hoe een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid oprichten? 34<br />
+ Hoe een vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid oprichten? 34<br />
+ Omvorming van een eenmanszaak tot een vennootschap 34<br />
+ Inbreng in natura 35<br />
4.2.5 Vennootschappen en overdracht van de beroepsactiviteiten 35<br />
+ Hoe een land- of tuinbouwbedrijf overdragen? 35<br />
+ Overdracht van activa 36<br />
+ Overdracht aandelen versus overdracht activa: voor- en nadelen 36<br />
4.2.6 Einde van de vennootschap 37<br />
4.3 Zelfstandige natuurlijke personen en de fiscus 37<br />
4.3.1 Het fiscaal stelsel 37<br />
+ Forfaitair stelsel 37<br />
+ Het boekhoudkundig stelsel 37<br />
4.3.2 Stopzettingsmeerwaarden 38<br />
4.3.3 Registratierechten 38<br />
4.3.4 Successierechten 38<br />
+ Tussen erfgenamen in rechte lijn, echtgenoten en samenwonenden 39<br />
+ Andere erfgenamen (niet in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen samenwonenden) 39<br />
4.4 Vennootschap en de fiscus 40<br />
4.4.1 Belastingen op de vennootschapswinst 40<br />
4.4.2 Belastingdruk op inkomsten uit de vennootschap 40<br />
4.5 Voor- en nadelen, vergelijkingspunten vennootschap – natuurlijke persoon 40<br />
4.5.1 Vergelijking van de belastingtarieven 41<br />
4.5.2 Fiscaal optimaliseren 41<br />
4.6 Patrimoniumvennootschap 41<br />
4.7 Landbouwspecifieke nadelen van bepaalde rechtsvormen 42
5. Financieringsmogelijkheden 43<br />
5.1 Samenstelling van <strong>het</strong> bedrijfskapitaal 43<br />
5.2 Kernbegrippen 43<br />
5.2.1 Rendabiliteit 43<br />
5.2.2 Solvabiliteit 43<br />
5.2.3 Liquiditeit 43<br />
5.2.4 Waarborgen 43<br />
5.2.5 Looptijd 43<br />
5.2.6 Gamma 43<br />
5.3 Kernbegrippen 44<br />
5.3.1 Terugbetaling 44<br />
5.3.2 Rentevoet 44<br />
5.4 Krediet op middellange termijn 44<br />
5.4.1 Rentevoet 44<br />
5.4.2 Terugbetaling 45<br />
5.4.3 FM-krediet 45<br />
5.5 Krediet op korte termijn 45<br />
5.5.1 Het klassieke krediet op korte termijn 45<br />
5.5.2 Seizoenlening 45<br />
5.5.3 Hernieuwbaar kortetermijnkrediet 45<br />
5.5.4 Agri-line 45<br />
5.6 Kaskrediet of Business Rekening 45<br />
5.6.1 Duur 46<br />
5.6.2 Waarborgen 46<br />
5.7 Lening voorafbetaling van belastingen 46<br />
5.8 AGRI-FUTURE-pakket voor 1 ste installaties 46<br />
5.8.1 Begeleiding op lange termijn 46<br />
5.8.2 Een aangepaste financiering 46<br />
5.8.3 Prefinanciering van premies 46<br />
5.8.4 De FLEXI-cheque 46<br />
5.8.5 Een tussenkomst in uw oprichtings- en beheerskosten 46<br />
6. Aanwerven personeel 47<br />
6.1 Administratieve verplichtingen bij de aanwerving van personeel 47<br />
6.2 Arbeidsongevallenverzekering 47<br />
6.3 Aansluiting bij een kinderbijslagfonds 47<br />
6.4 Aansluiting bij een kas voor jaarlijkse vakantie 47<br />
6.5 RSZ 47<br />
6.6 Personeelsregister 47<br />
7. Verzekeringen 48<br />
7.1 Inleiding 48<br />
7.2 Brandverzekering 48<br />
5
6<br />
7.3 Bedrijfspolis 48<br />
7.4 Individuele verzekering tegen lichamelijk letsel 48<br />
7.5 Verzekering gewaarborgd inkomen 48<br />
7.6 Levensverzekering 48<br />
7.6.1 Opbouw van een pensioenkapitaal 49<br />
7.6.2 Kapitaalgarantie aan nabestaanden (bij overlijden van de verzekeringnemer) 49<br />
7.6.3 Gemengde formules 49<br />
7.6.4 Financiële formules met of zonder gewaarborgd rendement 49<br />
8. Bankactiviteiten 50<br />
8.1 Het beheer van uw dagelijkse betalingen 50<br />
8.2 Zichtrekening en Businessrekening 50<br />
8.3 <strong>Crelan</strong>-online.be 50<br />
8.4 Dynaphone 50<br />
8.5 Cash & More 50<br />
8.6 Pluk de vruchten van uw spaargeld 50<br />
9. Voorbeeld van verkoopcontract “overname van hoevebekleding” 51<br />
10. Voorbeeld van inventaris roerende goederen (bedrijfsbekleding) 53<br />
11. Nuttige namen, adressen en telefoonnummers 55<br />
11.1 Groep Landbouwkrediet 55<br />
11.2 Vlaamse Overheid – Landbouw en Visserij 55<br />
11.3 Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw 56<br />
11.4 Milieu-administratie 57<br />
11.5 Milieufiscaliteit 58<br />
11.6 Adviesbureaus, provinciale landbouwdiensten en onderzoekscentra 60<br />
1<strong>1.7</strong> Algemeen Boerensyndicaat 61<br />
11.8 RSVZ 61<br />
11.9 Lijst van de sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen 61
Voorwoord<br />
Ondernemen in de agrarische sector is vandaag niet meer zo evident. De<br />
tijd dat een zoon bijna automatisch in de sporen van zijn vader trad, behoort<br />
definitief tot <strong>het</strong> verleden.<br />
Dit heeft in de eerste plaats te maken met de enorme evolutie van de<br />
sector, zoals de almaar groeiende kapitaalsbehoefte, de strengere en ingewikkelde<br />
regelgeving (op gebied van ruimtelijke ordening, milieu, productierechten, fiscale<br />
wetgeving,…), de toenemende prijsrisico’s en de steeds hogere individuele eisen die gesteld<br />
worden aan agrarische ondernemers. Maar ook de algemene tendens van schaalvergroting in<br />
de agrarische sector heeft een impact.<br />
De agrarische sector is per definitie een dynamische sector, die zich steeds opnieuw moet<br />
aanpassen aan nieuwe maatschappelijke verzuchtingen, veranderende marktomstandigheden,<br />
nieuwe wetgeving, bijkomende milieunormering, krimpende marges,… Maar een goede ondernemer<br />
wordt gestimuleerd door een aantal uitdagingen, en daaraan is in de agrarische sector<br />
geen gebrek.<br />
Landbouwkrediet draagt de land- en tuinbouwers een warm hart toe. Vandaar deze nieuwe<br />
brochure met een pak nuttige informatie voor wie een land- of tuinbouwbedrijf wil starten of uitbreiden.<br />
Laat dit echter duidelijk zijn: als u uw eigen bedrijf wilt opstarten, volstaat <strong>het</strong> niet deze<br />
brochure door te nemen. De agrarische sector in <strong>het</strong> algemeen en de omkaderende wetgeving<br />
in <strong>het</strong> bijzonder zijn zo complex, dat een grondige voorbereiding noodzakelijk is.<br />
Laat u dus bijstaan door experts. En vergeet daarbij zeker uw Landbouwkrediet-agent niet. Hij is<br />
een ervaren adviseur, maar ook de ideale gesprekspartner voor al uw vragen over financieringsmogelijkheden<br />
of steunmaatregelen van de overheid.<br />
Luc Versele<br />
CEO Landbouwkrediet<br />
7
8<br />
Starten in de land- en tuinbouw<br />
In theorie kan iedereen een bedrijf opstarten in de agrarische sector. Er zijn zo goed als geen<br />
persoonsgebonden beperkingen of voorwaarden.<br />
De realiteit levert echter omwille van de vereiste kennis, de talloze wettelijke beperkingen en<br />
<strong>het</strong> kapitaalintensieve karakter, een totaal ander beeld op. Als een starter bijvoorbeeld steun<br />
(subsidies) wil van <strong>het</strong> Vlaams Landbouwinvesteringsfonds, zijn er wel een aantal persoonsgebonden<br />
voorwaarden en beperkingen (zie de brochure “VLIF-Reglementering in Vlaanderen.<br />
Alles weten”, uitgegeven door Landbouwkrediet). Ook de wetgeving op <strong>het</strong> gebied van vergunningen,<br />
mestbeleid, productierechten,… formuleert vele voorwaarden en beperkingen die<br />
ervoor zorgen dat starten in de agrarische sector uiteindelijk niet zo eenvoudig is. Een land- of<br />
tuinbouwbedrijf beginnen is bovendien een belangrijke beslissing, die in aanzienlijke mate <strong>het</strong><br />
verdere verloop van uw beroeps- en gezinsleven zal bepalen.<br />
Het is dan ook essentieel dat u bij uw beslissing met zoveel mogelijk elementen rekening<br />
houdt: bedrijfsstructuur, rentabiliteit, gezondheid en welzijn van de dieren, ruimtelijke<br />
inplanting, uitbreidingsmogelijkheden, uitbatingsvorm, familiale situatie, financiering,….<br />
Wanneer u start in de agrarische sector, moet u in ieder geval een zeer kritische houding<br />
aannemen. Stel alles in vraag en ga niet uit van geruchten of halve waarheden. Win ook<br />
voldoende advies in.<br />
Van u wordt verwacht dat u niet alleen een technisch onderlegde bedrijfsleider bent, maar<br />
ook een ondernemer, die daarenboven sterk is in de administratieve opvolging van allerhande<br />
verplichtingen die verder in deze brochure ruimschoots aan bod komen.<br />
In deze brochure proberen we u alvast een aantal antwoorden en hulpmiddelen aan te reiken.
1. Overname van een bestaand<br />
bedrijf of de oprichting van een<br />
nieuw bedrijf<br />
1.1 Voorbereiding<br />
1.1.1 Zoektocht<br />
De overname van een land- of tuinbouwbedrijf vergt<br />
een grondige voorbereiding en veel praten, nadenken,<br />
rekenen, inlichtingen inwinnen,… Voor een beginnend<br />
bedrijf is <strong>het</strong> immers enorm belangrijk dat <strong>het</strong> in optimale<br />
omstandigheden kan starten. De grote meerderheid<br />
van de starters in de agrarische sector vestigt<br />
zich door de overname van een bestaand bedrijf. Toch<br />
zijn er ook een aantal die een totaal nieuw bedrijf oprichten.<br />
Het soort bedrijf en de locatie zullen bepalend<br />
zijn voor de toekomst. Immers, door de verschillende<br />
wetgevingen zijn de locatie en de bedrijfsstructuur niet<br />
te onderschatten parameters. De overname van een<br />
niet of minder rendabel bedrijf om <strong>het</strong> aan de hand<br />
van structurele ingrepen levensvatbaar te maken is<br />
niet (meer) evident, omdat <strong>het</strong> vergunningenbeleid, de<br />
mestwetgeving, de quotareglementering en <strong>het</strong> beleid<br />
inzake steun aan de investeringen (VLIF) een rem gezet<br />
hebben op deze ontwikkeling. Overnames zijn dus nu<br />
gericht op bedrijven waar de overlater gezorgd heeft<br />
voor een goede structuur en waar de inkomensvorming<br />
op relatief lange termijn nog gewaarborgd is. Daarom is<br />
<strong>het</strong> altijd aangewezen om, zelfs wanneer u overweegt<br />
<strong>het</strong> ouderlijk bedrijf over te nemen, een “second opinion”<br />
van een specialist te vragen. Op die manier krijgt u onafhankelijk<br />
advies over <strong>het</strong> bedrijf dat u op <strong>het</strong> oog hebt,<br />
en informatie over de eventuele mogelijkheden van een<br />
ander bedrijf.<br />
Bij de zoektocht naar een gepast bedrijf is de ruimtelijke<br />
ligging van zeer groot belang. Agrarische bedrijven met een<br />
grote ruimtelijke impact van constructies zoals serres voor<br />
glastuinbouw of intensieve veehouderijen krijgen steeds<br />
moeilijker een vergunning, zelfs in agrarisch gebied.<br />
Het Ruimtelijk Structuurplan van Vlaanderen, van de<br />
provincie of van de gemeente kan hier meer duidelijkheid<br />
verschaffen.<br />
Bij <strong>het</strong> overnemen van veehouderijen moet tevens rekening<br />
gehouden worden met de afstand tot geurhindergevoelige<br />
gebieden (vb. woongebieden) of verzuringsgevoelige<br />
gebieden (vb. groengebieden).<br />
Indien u op zoek bent naar een over te nemen<br />
bedrijf zijn relaties belangrijk. Er is geen centrale<br />
databank waarin alle over te nemen bedrijven opgenomen<br />
zijn. U kan zich uiteraard wenden tot een<br />
aantal belangrijke spelers uit de agrarische sector,<br />
zoals beroepsorganisaties, financiële instellingen,<br />
adviesbureaus, veevoederbedrijven, melkerijen,<br />
veilingen,… Ook verschijnen in de gespecialiseerde<br />
pers geregeld advertenties met over te nemen bedrijven.<br />
Er zijn uiteraard ook makelaars actief in de<br />
agrarische sector. Maar hoe u ook aan uw informatie<br />
raakt, vergeet nooit de drie gulden regels:<br />
• laat uw hoofd niet op hol brengen;<br />
• ga nooit over één nacht ijs;<br />
• vraag steeds bijkomend advies van een onafhankelijke<br />
specialist.<br />
1.1.2 Bedrijfseconomische doorlichting<br />
Een bedrijf wordt in de eerste plaats uitgebaat om winst<br />
te maken. Met deze winst kan de bedrijfsleider voorzien<br />
in zijn levensonderhoud.<br />
Een starter zal bijgevolg de winstmogelijkheden van een<br />
potentieel bedrijf grondig moeten onderzoeken. Deze<br />
evidentie wordt binnen de agrarische sector nog steeds<br />
te vaak over <strong>het</strong> hoofd gezien.<br />
9
10<br />
Het is niet zeker dat een bedrijf dat 40 jaar lang een<br />
inkomen heeft gegenereerd voor de overlaters (ouders),<br />
nog eens 40 jaar een inkomen kan genereren voor de<br />
overnemer (dochter/zoon).<br />
We raden daarom iedereen aan om in alle gevallen een<br />
gedetailleerde bedrijfseconomische studie te maken. We<br />
gaan daar verder op in in hoofdstuk 2 (Ondernemingsplan).<br />
1.1.3 Taxatie en analyse vergunningen<br />
Het is belangrijk om goed op de hoogte te zijn van wat<br />
er te koop is, maar ook van wat de juiste prijs ervoor is.<br />
De bepaling daarvan wordt ook wel “taxatie” genoemd.<br />
Hierbij wordt onderzocht wat de materiële en economische<br />
waarde is van een bedrijf.<br />
Hier moet uiteraard gelet worden op de aanwezigheid<br />
van de nodige vergunningen en rechten (milieuvergunningen),<br />
stedenbouwkundige vergunning(en), quota en<br />
premierechten, nutriëntenemissierechten,…).<br />
Er moet ook niet alleen gekeken worden naar de bestaande<br />
toestand van de bedrijfsgebouwen, maar ook<br />
naar de noodzakelijke investeringen.<br />
Een eerste indicatie is de materiële waarde van een<br />
bedrijf, m.a.w. hoeveel kost <strong>het</strong> om een gelijk(w)aardig<br />
bedrijf in dezelfde toestand op te bouwen. Hier wordt<br />
gekeken naar gebouwd volume, gebruikte materialen,<br />
afwerking, functionaliteiten,… Het resultaat is een quasi<br />
objectieve schatting van de materiële waarde.<br />
Daarnaast is er ook de bedrijfseconomische waarde.<br />
Deze waarde weerspiegelt de mogelijkheden van <strong>het</strong><br />
“bedrijf” om een inkomen te genereren.<br />
Het is erg belangrijk om een duidelijk onderscheid te<br />
maken tussen deze twee waardebepalingen. Zo is <strong>het</strong><br />
perfect mogelijk dat een glasgroentenbedrijf een materiele<br />
waarde heeft van € 800.000 maar dat <strong>het</strong> onmogelijk<br />
is om deze waarde “terug te verdienen”, bijvoorbeeld<br />
omdat bijkomende investeringen nodig zijn. De conclusie<br />
moet dan zijn dat de werkelijke waarde van <strong>het</strong> bedrijf<br />
lager ligt dan € 800.000.<br />
Tevens kan niet genoeg beklemtoond worden:<br />
een grondige analyse van de vergunningen is een<br />
absolute noodzaak. Een land- of tuinbouwbedrijf<br />
zonder vergunningen is wettelijk niet in orde! De<br />
milieu- en de stedenbouwkundige vergunning(en)<br />
zijn vanzelfsprekend de belangrijkste vergunningen<br />
voor een land- en tuinbouwbedrijf. Wie een<br />
veebedrijf gaat uitbaten zal ook rekening moeten<br />
houden met <strong>het</strong> meststoffendecreet. Wegens de<br />
complexiteit van de materie en de interferentie<br />
van verscheidene wetteksten is <strong>het</strong> belangrijk voldoende<br />
informatie in te winnen en laat men zich<br />
best professioneel begeleiden om onaangename<br />
verrassingen te vermijden. Zeker in de veehouderij<br />
moet erg grondig nagegaan worden hoe <strong>het</strong> is gesteld<br />
met de vergunningen:<br />
• wanneer werd de vergunning afgeleverd?<br />
• voor hoeveel dieren is een vergunning<br />
afgeleverd?<br />
• tot wanneer loopt de vergunning?<br />
• zijn de dieren nog identiek gehuisvest als op<br />
<strong>het</strong> ogenblik van de vergunning (cfr. bijhorend<br />
milieuplan)?<br />
• is een hernieuwing van de vergunning al bij<br />
voorbaat uitgesloten omwille van verbods- of<br />
afstandsregels?<br />
• zijn de vergunningen voor de andere bedrijfscomponenten<br />
in orde (bv. stookolietank)?<br />
• zijn de mestbankaangiften correct ingevuld?<br />
• is de mest in <strong>het</strong> verleden conform <strong>het</strong> mestdecreet<br />
afgezet?<br />
• mestopslag, nutriëntenemissierechten, mestverwerkingsplicht,…?<br />
Maar omwille van de link met de milieuvergunning moet<br />
ook de stedenbouwkundige vergunning nagezien worden.<br />
Zijn alle bedrijfsgebouwen op legale wijze opgetrokken?<br />
Zijn er zonevreemde inplantingen? In vele gevallen is <strong>het</strong>
zo dat de milieuvergunning vervalt indien er geen correcte<br />
stedenbouwkundige vergunning is.<br />
Een correcte inschatting van de situatie is voor de<br />
ondernemer dan ook van levensbelang, zelfs bij<br />
de overname van <strong>het</strong> ouderlijk bedrijf.<br />
1.1.4 Financiering – extern kapitaal<br />
Wie een bedrijf opstart of overneemt heeft “arbeid” en<br />
“kapitaal” nodig. Arbeid wordt in de land- en tuinbouw<br />
meestal door de bedrijfsleider en zijn gezin gepresteerd.<br />
Om een overname of nieuwe investeringen mogelijk te<br />
maken zijn ook financiële middelen nodig.<br />
Belangrijk is dat je als starter al over een deel eigen<br />
vermogen beschikt dat je bijvoorbeeld vooraf als<br />
loontrekkende buiten de landbouw of als helper<br />
op <strong>het</strong> bedrijf zelf hebt opgebouwd. Anderzijds<br />
kan je terecht bij een financiële instelling die in<br />
combinatie met overheidssteun van <strong>het</strong> Vlaams<br />
Landbouwinvesteringsfonds (kapitaalpremies en/<br />
of rentesubsidies en eventueel een waarborg) bijkomende<br />
middelen kan verschaffen.<br />
Vergeet ook niet om andere technieken te gebruiken om<br />
de overname mogelijk te maken. Zo kan je de overlater<br />
(zeker in familieverband) als verpachters inschakelen<br />
waardoor je op korte termijn vermijdt om te moeten investeren<br />
in gronden. Andere mogelijkheden betreffen <strong>het</strong><br />
afsluiten van een win-winlening wat een leningsformule<br />
is tussen particulieren met bijzondere fiscale voordelen.<br />
Last but not least kan je bij de overname van een ouderlijk<br />
bedrijf voor de bepaling van de prijs eventueel ook<br />
rekening houden met een “uitgesteld loon”. De afstammelingen<br />
van een land- of tuinbouwarbeid(st)er (of van<br />
zijn/haar echtgeno(o)t(e)) en de echtgenoten van deze<br />
afstammelingen hebben daar namelijk recht op als ze<br />
na de leeftijd van 18 jaar gedurende tenminste 5 jaar<br />
doorlopend een niet beloonde normale arbeid op <strong>het</strong><br />
land- of tuinbouwbedrijf hebben verricht.<br />
Dit uitgesteld loon is vastgesteld op de helft van <strong>het</strong><br />
brutoloon van een geschoolde land- of tuinbouwarbeid-<br />
(st)er gedurende maximaal 10 jaar.<br />
1.1.5 Kies de juiste structuur voor uw bedrijf<br />
Heel wat bedrijven die worden opgestart met tussenkomst<br />
van <strong>het</strong> Vlaams Landbouwinvesteringsfonds opteren om<br />
te starten onder vennootschapsvorm. Het is heel belangrijk<br />
dat van bij de start de juiste keuze wordt gemaakt.<br />
Vooral voor de VLIF-tussenkomst, de overdracht van de<br />
nutriëntenemissierechten, en de fiscaliteit is dit van belang.<br />
Om deze keuze te maken heeft u een adviseur nodig<br />
die met al deze wetgevingen vertrouwd is. De keuze<br />
met betrekking tot de bedrijfsstructuur en onder andere<br />
de financiële gevolgen ervan bij de overlater en overnemer<br />
(bijvoorbeeld bij de overname van aandelen), heeft<br />
belangrijke financiële gevolgen die in rekening moeten<br />
worden gebracht bij de bepaling van de overnameprijs.<br />
Anders riskeert u als koper-overnemer onaangename<br />
verrassingen bij uw eerste fiscale aangiften.<br />
1.2 Overname van de roerende<br />
goederen<br />
Als men <strong>het</strong> in gesprekken of in publicaties over “een<br />
overname” heeft, wordt daar vaak de “overname of de<br />
aankoop van de roerende goederen” mee bedoeld.<br />
En inderdaad, in <strong>het</strong> verleden besteedde een starter die<br />
zich voor de eerste maal vestigde als land- of tuinbouwer,<br />
de meeste aandacht aan de overname van de roerende<br />
goederen. En terecht!<br />
Met de overdracht van de roerende goederen (ook wel<br />
“de bedrijfsbekleding” genoemd) wordt de verantwoordelijkheid<br />
over de exploitatie en de “ziel” van <strong>het</strong> bedrijf<br />
overgedragen. Dit heeft niet alleen belangrijke economische<br />
en juridische consequenties, maar ook een niet te<br />
onderschatten sociale en psychologische impact. Hier<br />
moet dan ook de nodige aandacht aan besteed worden.<br />
11
12<br />
1.2.1 Overnamecontract<br />
Zoals we reeds hebben vermeld is <strong>het</strong> “overnamecontract”<br />
juridisch een verkoopsovereenkomst. Er moet<br />
dus duidelijk worden omschreven wat wordt verkocht<br />
en aan welke prijs.<br />
De roerende goederen van een land- of tuinbouwbedrijf<br />
omvatten: dieren, materialen, machinepark, voorraden,<br />
gewassen te velde, voorschotten aan teelten, navetten,<br />
quota, leveringsrechten, vergunningen, nutriëntenemissierechten,<br />
toeslagrechten, enz.<br />
De roerende goederen kunnen geheel of gedeeltelijk<br />
overgenomen worden. De overname kan bij onderhandse<br />
overeenkomst tussen de overlater en de overnemer<br />
gebeuren. Gewoonlijk worden ook een bedrijfsinventaris<br />
en een kwitantie opgemaakt. Deze <strong>document</strong>en (overnamecontract,<br />
bedrijfsinventaris, kwitantie) zijn trouwens<br />
noodzakelijk om in aanmerking te komen voor VLIF-steun<br />
(zie verder).<br />
De volgende gegevens moeten opgenomen<br />
worden in <strong>het</strong> overnamecontract:<br />
• de naam en <strong>het</strong> adres van de overnemer(s) en<br />
de overlater(s);<br />
• de oppervlakte en de ligging van <strong>het</strong> bedrijf;<br />
• een beschrijving van de roerende goederen<br />
met vermelding van de prijs. Hiertoe wordt als<br />
bijlage een inventaris gevoegd. Deze inventaris<br />
bevat informatie over:<br />
- de dieren;<br />
- <strong>het</strong> materieel;<br />
- de voorraden;<br />
- de vruchten te velde;<br />
- de navetten;<br />
- <strong>het</strong> recht op vergoeding voor bedrijfs-<br />
gebouwen (art. 26 van de pachtwet);<br />
• de datum waarop de hoeve vrij en ter beschikking<br />
zal zijn van de overnemer(s);<br />
• eventuele afspraken over <strong>het</strong> gebruiksrecht<br />
van bedrijfsgebouwen en gronden (pacht,<br />
pachtoverdracht);<br />
• de regeling van de sociale en fiscale lasten<br />
voor <strong>het</strong> lopende jaar;<br />
• afspraken voor de te betalen pacht voor <strong>het</strong><br />
lopende jaar;<br />
• er wordt vermeld in <strong>het</strong> kader van o.a. de btwwetgeving<br />
of de overdracht een volledig bedrijf<br />
betreft en wie bij verschillende btw-regimes de<br />
btw-regularisatie op zich zal nemen;<br />
• een duidelijke vermelding dat de overlaters<br />
bereid zijn de melding inzake de overdracht<br />
van de milieuvergunning (en eventueel de<br />
nutriëntenemissierechten) te ondertekenen;<br />
• een verklaring van de verkoper m.b.t. mogelijke<br />
bodemverontreinigende activiteiten van <strong>het</strong><br />
verleden;<br />
• een verklaring van de verkoper dat hij deze<br />
overeenkomst zal overmaken aan de bevoegde<br />
diensten van de belastingen, de RSZ en <strong>het</strong><br />
sociaal verzekeringsfonds waaraan hij zijn<br />
bijdragen betaalt.<br />
Het overnamecontract en de inventaris moeten<br />
door beide partijen ondertekend worden nadat<br />
ze er eigenhandig “Gelezen en goedgekeurd” op<br />
hebben geschreven.<br />
Merk op dat er verschillende malen gesproken wordt over<br />
immateriële aspecten (“recht op vergoeding voor bedrijfsgebouwen”,<br />
“te betalen pacht”, “overdracht milieuvergunning”).<br />
Hieruit blijkt dat de verschillende aspecten van een<br />
bedrijfsovername nauw verweven zijn met elkaar.<br />
Achteraan in deze brochure vindt u als bijlage een voorbeeld<br />
van een overnamecontract. Vanzelfsprekend kan een dergelijk<br />
standaard<strong>document</strong> nooit voorzien in alle specifieke<br />
situaties die kunnen voorkomen bij een overname!<br />
1.2.2 Maatschapscontract of samenuitbating<br />
Bij een gedeeltelijke overname van de roerende goederen<br />
komt feitelijk een samenuitbating tot stand. Dit<br />
betekent dat de overnemer en de overlater samen <strong>het</strong><br />
bedrijf leiden.<br />
Dit zal bijvoorbeeld <strong>het</strong> geval zijn wanneer de overnemer<br />
een bepaalde bedrijfstak overneemt en die vervolgens
autonoom leidt. Het is ook mogelijk dat de overnemer<br />
ten belope van een bepaald percentage <strong>het</strong> volledige<br />
bedrijf overneemt, waardoor de overnemer en de overlater<br />
daadwerkelijk samen <strong>het</strong> hele bedrijf leiden.<br />
In beide gevallen moet er naast <strong>het</strong> overnamecontract<br />
ook een maatschapscontract opgesteld worden. In dit<br />
contract worden de regels en afspraken voor de samenuitbating<br />
vastgelegd.<br />
De volgende afspraken worden best vastgelegd<br />
in <strong>het</strong> maatschapscontract:<br />
• afspraken over <strong>het</strong> eigendomsrecht en de terbeschikkingstelling<br />
van de productiemiddelen<br />
in de samenuitbating: de grond, de gebouwen,<br />
<strong>het</strong> vee, de machines, <strong>het</strong> gereedschap en andere<br />
productiemiddelen;<br />
• afspraken over door de samenuitbating in de<br />
toekomst aan te gane kredieten en in de toekomst<br />
uit te voeren bedrijfsinvesteringen;<br />
• afspraken over de wederzijdse aansprakelijkheid<br />
van de partijen voor de goederen van de<br />
gemeenschap;<br />
• afspraken over <strong>het</strong> beheer en de vertegenwoordiging<br />
van de gemeenschappelijke uitbating;<br />
• afspraken over de inbreng van arbeid en de<br />
daar tegenoverstaande arbeidsvergoeding;<br />
• afspraken over <strong>het</strong> houden van een bedrijfsboekhouding,<br />
<strong>het</strong> nemen van een financiële bedrijfsrekening<br />
en de maandelijkse en jaarlijkse<br />
afrekeningen;<br />
• afspraken over <strong>het</strong> te leveren bedrijfskapitaal;<br />
• afspraken over de eventuele ontbinding van de<br />
samenuitbating en de verdeling op dat ogenblik<br />
van de goederen en de schulden van de<br />
samenuitbating.<br />
De vennootschapswetgeving is van toepassing op een<br />
samenuitbating of maatschap. Wat de fiscale wetgeving<br />
betreft is enige voorzichtigheid geboden. Een maatschap<br />
moet immers een nieuw btw-nummer aanvragen<br />
en zeker wanneer er btw werd gerecupereerd op gebouwen<br />
door de overlater moet vermeden worden dat<br />
dit in de toekomst aanleiding zou kunnen zijn om btw te<br />
herzien (terug te storten).<br />
1.2.3 Bedrijfsinventaris<br />
Een inventaris is een opsomming van alle over te laten<br />
roerende materiële of immateriële goederen (quota) en<br />
dieren.<br />
Naargelang de stand van de productiecyclus op <strong>het</strong><br />
moment van de overname kan de waardering sterk verschillen<br />
(cfr. invloed op <strong>het</strong> bedrijfskapitaal).<br />
Gronden en gebouwen zijn onroerend en kunnen in<br />
principe niet overgedragen worden via een onderhandse<br />
overeenkomst zoals <strong>het</strong> overnamecontract. Het kan<br />
daarom belangrijk zijn bepaalde inrichtingen als roerend<br />
of onroerend te onderscheiden om registratierechten te<br />
besparen. Stalinrichtingen, kraamhokken, voederinstallaties,<br />
kalverbabyboxen,… kunnen gedemonteerd worden<br />
en in een andere stal geplaatst worden. Voor zover<br />
door de fiscus aanvaard, kunnen deze inrichtingen als<br />
roerend beschouwd worden.<br />
Gebouwen die door de overlater werden opgericht op<br />
gepachte gronden, kunnen evenwel toch via een onderhandse<br />
overeenkomst worden overgedragen, als een<br />
“recht op vergoeding voor...”.<br />
Een gedetailleerde inventaris van de overgenomen bedrijfsbekleding<br />
is een absolute voorwaarde voor VLIFtussenkomst.<br />
De VLIF-steun voor de overname van voorraden<br />
wordt beperkt tot € 20.000 per bedrijf (€ 30.000<br />
per bedrijf zonder vruchten te velde); die voor<br />
vruchten te velde tot € 750 per hectare en die<br />
voor navetten tot € 200 per hectare.<br />
Achteraan in deze brochure vindt u – louter ter<br />
illustratie – een voorbeeld van een bedrijfsinventaris.<br />
Het spreekt vanzelf dat een dergelijk standaard<strong>document</strong><br />
nooit kan voorzien in alle specifieke situaties<br />
die kunnen voorkomen bij een overname!<br />
13
14<br />
1.2.4 Melding van <strong>het</strong> overnamecontract<br />
Doel van de melding<br />
De melding van <strong>het</strong> overnamecontract aan de belastingadministratie<br />
(directe belastingen en btw), de RSZ<br />
en <strong>het</strong> sociaal verzekeringsfonds van de overlater is<br />
verplicht. Deze maatregel moet voorkomen dat belastingplichtigen<br />
met een fiscale of sociale schuld, aan hun<br />
verplichtingen ontsnappen bij <strong>het</strong> overlaten van een<br />
bedrijfspatrimonium. De betrokken diensten zijn immers<br />
niet altijd op de hoogte van de overdracht van <strong>het</strong><br />
bedrijfspatrimonium. Ze zijn hierdoor niet in staat hun<br />
rechten als schuldeiser te laten gelden en de door de<br />
overlater verschuldigde belasting te recupereren vóór<br />
de effectieve eigendomsoverdracht.<br />
Daarom is de overname slechts tegenstelbaar aan de<br />
betrokken diensten geruime tijd na de melding van de<br />
gehele of gedeeltelijke overdracht van een bedrijfsactiviteit<br />
(in volle eigendom of in vruchtgebruik). Deze maatregel<br />
geldt zowel voor een overdracht door inbreng in<br />
een onderneming als voor de overdracht op een andere<br />
wijze, en zowel voor een kosteloze overdracht als voor<br />
een overdracht tegen vergoeding.<br />
De melding moet gebeuren door de contracterende<br />
partijen.<br />
De melding<br />
De overdracht van de betrokken goederen is slechts<br />
tegenstelbaar aan de Administratie vanaf <strong>het</strong> einde van<br />
de maand volgend op die waarin de akte overgemaakt<br />
werd aan de ontvanger van de directe belastingen van de<br />
woonplaats of de maatschappelijke zetel van de overdrager.<br />
Hetzelfde geldt inzake btw of op sociaal vlak.<br />
De kennisgeving vormt <strong>het</strong> vertrekpunt voor de berekening<br />
van die termijn en er kan nog beslag gelegd worden<br />
op de roerende goederen van de overlater zolang<br />
de termijn niet verstreken is. Bij gebrek aan kennisgeving<br />
begint de termijn nooit te lopen en kan er op elk<br />
ogenblik beslag gelegd worden. Indien de koper de verkoper<br />
reeds betaalde is hij dus zijn geld kwijt zonder dat<br />
hij goederen verkregen heeft.<br />
Voorbeeld: Als de kopie van de akte van overdracht van<br />
een landbouwbedrijf neergelegd is op <strong>het</strong> kantoor van<br />
de ontvanger op 9 april 2011, eindigt de termijn op 31<br />
mei 2011. Tot deze datum kan beslag worden gelegd<br />
op de roerende goederen uit de inventaris, en dit ten<br />
beloop van de schulden van de overdrager.<br />
Hoofdelijke aansprakelijkheid van de overnemer<br />
De overnemer is daarnaast ook nog hoofdelijk aansprakelijk<br />
voor de sociale en fiscale schulden in hoofde van<br />
de overlater, ook na de hierboven vermelde termijn.<br />
De betrokken ontvanger kan dan ook vanaf <strong>het</strong><br />
einde van de voornoemde termijn van de overnemer<br />
de betaling van de vervallen sociale en<br />
fiscale schulden van de overdrager vorderen. De<br />
aansprakelijkheid van de overnemer is wel als<br />
volgt beperkt:<br />
• de geëiste betaling mag de prijs van de overdracht<br />
niet te boven gaan;<br />
• bovendien is ze beperkt tot <strong>het</strong> bedrag dat<br />
reeds door de overnemer betaald is vóór <strong>het</strong><br />
verstrijken van de voornoemde termijn.<br />
Daarom is <strong>het</strong> uitdrukkelijk aan te raden om, ingeval de<br />
nodige certificaten (zie 1.2.4) ontbreken, de invoegetreding<br />
van de akte (overdracht én betaling) uit te stellen<br />
tot na <strong>het</strong> verstrijken van de termijn van (ten hoogste)<br />
2 maanden.<br />
Hoe zich als overnemer indekken: <strong>het</strong> fiscaal of<br />
sociaal certificaat<br />
Het is te verkiezen dat de overlater een zogenaamd<br />
“fiscaal of sociaal certificaat” aanvraagt. Daarin wordt<br />
bevestigd dat op de dag van de aanvraag van <strong>het</strong> certificaat<br />
geen enkele fiscale of sociale schuld ten laste van<br />
de overdrager gevestigd was.<br />
Dit certificaat wordt aangevraagd bij <strong>het</strong> ontvangkantoor<br />
van de directe belastingen, <strong>het</strong> ontvangkantoor van<br />
de btw, de RSZ (bij tewerkstelling van personeel) en <strong>het</strong><br />
sociaal verzekeringsfonds van de overlater. Immers, een<br />
certificaat maakt de akte tegenstelbaar aan de betrokken<br />
dienst en ontheft de overnemer van de hoofdelijke<br />
aansprakelijkheid.
Het certificaat moet door de overdrager in twee exemplaren<br />
worden aangevraagd aan de bevoegde dienst.<br />
De betrokken dienst beslist binnen een termijn van dertig<br />
dagen na de indiening van de aanvraag of hij al dan niet<br />
<strong>het</strong> certificaat aflevert.<br />
Het certificaat is slechts dertig dagen geldig. Daarna<br />
vervalt <strong>het</strong>.<br />
VLIF-steun bij overname van roerende goederen<br />
Voor de overname van de roerende goederen kan in<br />
welbepaalde gevallen VLIF-steun verkregen worden.<br />
Hiertoe moet de bedrijfsleider (overnemer) echter voldoen<br />
aan verschillende voorwaarden. Dit zijn onder<br />
andere voorwaarden m.b.t. leeftijd, beroepsbekwaamheid,<br />
arbeidsbesteding en inkomenssituatie.<br />
Maar ook <strong>het</strong> betrokken bedrijf krijgt een aantal voorwaarden<br />
opgelegd. Zo moet <strong>het</strong> bedrijf “economisch levensvatbaar”<br />
zijn. Tevens moet <strong>het</strong> beschikken over de<br />
nodige geldige stedenbouwkundige en milieuvergunningen<br />
én moeten de normen inzake hygiëne en dierenwelzijn<br />
gerespecteerd worden.<br />
Als aan alle voorwaarden voldaan wordt, kan steun verkregen<br />
worden ten bedrage van max. € 70.000 als volgt<br />
berekend:<br />
een investeringspremie t.b.v. 50% op maximum<br />
€ 60.000 bij een natuurlijk persoon en op € 80.000 bij<br />
de aankoop van aandelen van een vennootschap.<br />
Deze premie wordt in 2 gelijke delen en over<br />
2 jaar uitbetaald:<br />
• een rentetoelage t.b.v. maximum 4% op<br />
€ 192.773,491, gedurende 10 jaar bij overname<br />
bedrijf in persoonlijke naam;<br />
• een rentetoelage t.b.v. maximum 4% op<br />
€ 144.580,121, gedurende 10 jaar bij overname<br />
bedrijf door aankoop aandelen;<br />
• een waarborg: aanvullend op de eigen waarborgen<br />
kan een gewestwaarborg verkregen<br />
worden t.b.v. 80% van <strong>het</strong> betoelaagd kredietbedrag,<br />
en dit gedurende maximum 15 jaar.<br />
Voor de overname van de roerende goederen in <strong>het</strong> kader<br />
van een samenuitbating kan in welbepaalde gevallen<br />
VLIF-steun verkregen worden. Hiertoe gelden dezelfde<br />
voorwaarden als bij de volledige overname van de roerende<br />
goederen (bedrijfsbekleding). Bij een overname in<br />
meerdere fasen kan de steun enkel verkregen worden<br />
op de eerste fase, tenzij de volgende fasen zich binnen<br />
de 6 maand na vestiging plaats vinden.<br />
Voor meer informatie over deze steunmogelijkheden<br />
verwijzen we u graag naar de brochure “VLIF-reglementering<br />
in Vlaanderen. Alles weten.”, uitgegeven door<br />
Landbouwkrediet.<br />
1.3 Aankoop onroerende goederen<br />
De onroerende goederen omvatten in deze context de<br />
gronden, de gebouwen en de roerende goederen die<br />
juridisch gezien onroerend zijn geworden door aanhechting<br />
(bv. melkinstallatie, koelcel).<br />
Het verwerven van onroerende goederen in eigendom<br />
is geen noodzakelijke voorwaarde om een agrarisch bedrijf<br />
te kunnen uitbaten. Onroerende goederen kunnen<br />
ook gepacht worden. Dit kan ofwel door een voortzetting<br />
van een bestaande pacht (pachtoverdracht) ofwel<br />
via een nieuw pachtcontract (zie 1.4).<br />
Bij de aankoop van onroerende goederen is <strong>het</strong> belangrijk<br />
om hun juridische status te onderzoeken. Zijn alle<br />
bedrijfsgebouwen op legale wijze opgetrokken? Zijn er<br />
zonevreemde inplantingen? Gelden er gebiedsgerichte<br />
verscherpingen op de landbouwgronden? Zijn er belangrijke<br />
verbouwingen nodig waarvan we de btw willen<br />
recupereren,…<br />
Het zijn allemaal zaken die absoluut moeten beoordeeld<br />
worden bij de overdracht van de onroerende goederen.<br />
15
16<br />
1.3.1 De verkoop uit de hand<br />
Vanuit juridisch oogpunt is een onroerend goed verkocht<br />
zodra er tussen de koper en de verkoper een akkoord<br />
tot stand is gekomen over de prijs en <strong>het</strong> voorwerp van<br />
de verkoop.<br />
De onderhandse verkoopovereenkomst<br />
Het akkoord tussen de koper en de verkoper wordt<br />
meestal “voorlopige verkoopovereenkomst” of “compromis”<br />
genoemd. Deze benamingen zijn echter misleidend.<br />
Vaak gaat men er van uit dat dit compromis<br />
“voorlopig” is, en dat enkel de notariële akte definitief is.<br />
Dit is een foute veronderstelling! De prijs en de verkoopsvoorwaarden<br />
liggen immers met een verkoopovereenkomst<br />
definitief vast, zowel voor de koper als<br />
voor de verkoper. Het is daarom beter te spreken van<br />
een “onderhandse verkoopovereenkomst”.<br />
De notariële akte<br />
De notaris maakt van de onderhandse verkoopovereenkomst<br />
een akte en verleent de verkoop hiermee een officieel<br />
karakter. De opmaak van deze notariële akte moet<br />
plaatsvinden binnen de 4 maanden na <strong>het</strong> afsluiten van<br />
de onderhandse verkoopovereenkomst; zoniet vervalt<br />
de onderhandse verkoopovereenkomst.<br />
Bij de opmaak van de notariële akte is de notaris gebonden<br />
door de bepalingen van de onderhandse overeenkomst.<br />
Desgevallend kan deze gewijzigd worden om<br />
aan dwingende wettelijke voorschriften te voldoen en<br />
zal de notaris voorstellen ze aan te vullen waar dit nuttig<br />
of raadzaam is.<br />
Elke verkoop, schenking of andere overdracht van een<br />
eigendom dient in een hypotheekkantoor te worden<br />
“overgeschreven”. De ambtenaar (de hypotheekbewaarder)<br />
die met deze taak belast is, kan enkel notariële<br />
akten “overschrijven”.<br />
De optie<br />
Stel dat u interesse hebt voor een bepaald goed, maar<br />
er nog niet 100% zeker van bent dat u <strong>het</strong> gaat kopen.<br />
Anderzijds laat u niet graag de gelegenheid aan u voor-<br />
bijgaan. In dat geval kan u aan de eigenaar-verkoper<br />
een optie vragen. Dit is een eenzijdige verbintenis van<br />
de eigenaar waarmee hij bevestigt <strong>het</strong> goed niet aan<br />
een derde te zullen verkopen binnen een bepaalde termijn<br />
(bv. 1 week of 14 dagen).<br />
Beslist u binnen deze periode tot aankoop over te<br />
gaan, dan laat u dit schriftelijk weten aan de verkoper.<br />
Dit noemt men dan <strong>het</strong> “lichten” van de optie. Meestal<br />
wordt overeengekomen dat dit per aangetekende brief<br />
moet gebeuren. Eenmaal de optie gelicht, is de verkoop<br />
definitief.<br />
Wordt daarentegen de optie niet gelicht binnen de bepaalde<br />
termijn, dan is er geen verkoop en is de eigenaar<br />
opnieuw vrij om <strong>het</strong> goed te verkopen aan wie hij wil.<br />
Omdat na <strong>het</strong> lichten van de optie automatisch de verkoop<br />
volgt, is <strong>het</strong> noodzakelijk dat alle modaliteiten van<br />
de verkoop (onder meer de prijs, de betalingstermijn en<br />
de voorwaarden) reeds nauwkeurig in de optie zijn opgenomen.<br />
Teneinde de eigenaarverkoper ertoe te bewegen een<br />
dergelijke optie toe te staan, zal de kandidaat-koper<br />
hiervoor soms moeten betalen. Wordt de optie niet gelicht,<br />
dan behoudt de eigenaar deze som als een soort<br />
schadeloosstelling. Wordt de optie wel gelicht, dan zal<br />
dit bedrag gelden als eerste voorschot. Aldus wordt rekening<br />
gehouden met de belangen van beide partijen.<br />
Zoals bij de onderhandse verkoopovereenkomst, moet<br />
ook hier uiterlijk vier maanden na <strong>het</strong> lichten van de optie<br />
de notariële akte volgen.<br />
De opschortende en ontbindende voorwaarde<br />
De opschortende voorwaarde is een clausule in de<br />
overeenkomst waarmee de koper en de verkoper hun<br />
akkoord nog laten afhangen van de vervulling van een<br />
voorwaarde. Meestal wordt deze voorwaarde gesteld<br />
door de kandidaat-koper. Hij kan b.v. bedingen dat de<br />
verkoop alleen doorgaat als hem een krediet wordt toegekend.<br />
De opschortende voorwaarde in de verkoopovereenkomst<br />
is in dit geval <strong>het</strong> toestaan van een financiering.<br />
De opschortende voorwaarde kan bijvoorbeeld ook <strong>het</strong><br />
bekomen van een stedenbouwkundig attest zijn, even-
tueel gekoppeld aan een milieuvergunning, waarbij binnen<br />
een bepaalde termijn wordt bevestigd wat de bestemming<br />
van de grond is.<br />
De optie en de opschortende voorwaarde kunnen ook<br />
van nut zijn indien <strong>het</strong> bodemattest nog niet voorhanden<br />
zou zijn.<br />
1.3.2 De openbare verkoping<br />
Verschil tussen verkoop uit de hand en openbare<br />
verkoping<br />
Zoals hiervoor reeds werd aangehaald, wordt bij een<br />
verkoop uit de hand de notariële akte slechts voorbereid<br />
nadat er een akkoord is tussen de verkoper en de<br />
koper, en soms pas na de vervulling van een opschortende<br />
voorwaarde.<br />
Bij een openbare verkoping daarentegen is er geen aanloopperiode,<br />
maar zal de notaris, indien de eigenaar ermee<br />
akkoord gaat, <strong>het</strong> goed dadelijk toewijzen aan de<br />
meestbiedende. Op <strong>het</strong> ogenblik van de toewijzing is<br />
de verkoop gesloten en wordt de akte in de verkoopzaal<br />
opgemaakt en ondertekend. De kosten moeten de<br />
volgende dag betaald worden. Voor de betaling van de<br />
koopsom heeft de koper meestal één maand de tijd.<br />
Daarna moeten verwijlintresten betaald worden. Deze<br />
regeling wordt voorgelezen op de verkoopdag zelf.<br />
Belangrijk is dat u als koper bij de toewijzing geen<br />
bedenktijd meer kunt vragen of geen opschortende<br />
voorwaarde kunt bedingen. U koopt of u<br />
koopt niet. Zorg er daarom voor dat u zich vóór<br />
de definitieve koopdag grondig informeert.<br />
Neem indien nodig vooraf contact met een agent van<br />
Landbouwkrediet. Die zal u kunnen vertellen tot welk<br />
bedrag u kan bieden. Dit hangt af van de waarde van<br />
<strong>het</strong> te koop gestelde goed en uiteraard ook van uw financiële<br />
mogelijkheden.<br />
Vrijwillige openbare verkoping<br />
Wanneer een eigenaar de keuze heeft tussen een verkoop<br />
uit de hand, en een openbare tekoopstelling en<br />
kiest voor de laatste mogelijkheid, dan spreken we van<br />
een “vrijwillige” openbare verkoping.<br />
Sinds 1 januari 2010 gebeurt dit in principe in 1 zitdag.<br />
In één zitdag<br />
Indien de verhoopte prijs wordt bekomen, wordt <strong>het</strong> eigendom<br />
dezelfde dag verkocht. Indien dit niet <strong>het</strong> geval<br />
is, kan een tweede zitdag worden vastgelegd waar een<br />
hoger bod kan worden uitgebracht dat minstens 10%<br />
hoger is.<br />
Een premie is enkel nog mogelijk wanneer de notaris<br />
een instelprijs vastlegt en wanneer de persoon die eerst<br />
deze instelprijs biedt ook effectief koopt. Er worden dus<br />
geen premies meer uitbetaald aan wie niet koopt.<br />
De opdracht om over te gaan tot een vrijwillige<br />
openbare verkoping kan steeds ingetrokken<br />
worden door de eigenaar, zonder dat hij daarvoor<br />
enige verantwoording moet afleggen.<br />
Gedwongen openbare verkoping<br />
Tegenover een vrijwillige openbare verkoping staat een<br />
“gedwongen” of “gerechtelijke” openbare verkoping. Hier<br />
beslist de eigenaar van <strong>het</strong> goed niet zelf om <strong>het</strong> te verkopen,<br />
maar zijn <strong>het</strong> zijn schuldeisers die dit vorderen op<br />
basis van een vonnis of van een authentieke akte.<br />
Een gedwongen openbare verkoping wordt gehouden<br />
in één enkele zitdag met de mogelijkheid van een hoger<br />
bod nadien. Wanneer de biedingen onvoldoende zijn,<br />
kan een tweede zitdag vastgesteld worden.<br />
De toewijzing geschiedt steeds onder de opschortende<br />
voorwaarde van de afwezigheid van een hoger bod.<br />
Binnen de 15 dagen kan iedereen een opbod doen via<br />
de gerechtsdeurwaarder. Dit opbod moet 10% bedragen<br />
van de laatst geboden prijs met een minimum van<br />
€ 250 en een maximum van € 6.200.<br />
Er zijn dus twee mogelijkheden:<br />
• er komt geen opbod binnen de 15 dagen ➞ de laatste<br />
bieder wordt de definitieve koper;<br />
17
18<br />
• er is wel een hoger bod ➞ de notaris stelt een nieuwe<br />
en definitieve zitdag vast. Op deze zitdag kan iedereen<br />
weer aan de biedingen deelnemen en zal er toegewezen<br />
worden aan de hoogstbiedende.<br />
Commandbenoeming<br />
Zowel bij een vrijwillige als bij een gerechtelijke openbare<br />
verkoping heeft de uiteindelijke koper de mogelijkheid<br />
om een “command” (= lastgever) aan te stellen. Dit<br />
betekent dat hij verklaart <strong>het</strong> goed niet voor zichzelf te<br />
hebben gekocht, maar voor een derde, die onbekend<br />
wenste te blijven bij de openbare biedingen. Deze commandbenoeming<br />
gebeurt via een notariële akte, die<br />
moet ondertekend worden vóór 10 uur de dag na <strong>het</strong><br />
definitief worden van de verkoping, om te vermijden dat<br />
tweemaal kosten moeten betaald worden.<br />
1.3.3 Bodemsaneringsdecreet<br />
Om de verwerver van gronden te beschermen, wordt de<br />
overdrager verplicht om, alvorens een overeenkomst te<br />
sluiten betreffende de overdracht van gronden, een bodemattest<br />
aan te vragen bij de Openbare Afvalstoffenmaatschappij<br />
voor <strong>het</strong> Vlaamse Gewest (OVAM). Indien<br />
gronden overgedragen worden, gelden welbepaalde<br />
verplichtingen in <strong>het</strong> kader van <strong>het</strong> bodemsaneringsdecreet.<br />
Het bodemsaneringsdecreet definieert wat precies onder<br />
overdracht van gronden dient te worden verstaan:<br />
• de overdracht onder levenden van <strong>het</strong> eigendomsrecht<br />
op gronden;<br />
• <strong>het</strong> aangaan of beëindigen van een huur, handelshuur-,<br />
pacht-, bruikleen- of concessieovereenkomst<br />
op een niet-risicogrond voor een gecumuleerde duur<br />
van meer dan 9 jaar;<br />
• <strong>het</strong> vestigen en beëindigen van een erfpacht of opstalrecht;<br />
• <strong>het</strong> aangaan van een onroerende leasing met betrekking<br />
tot een grond en de beëindiging van de onroerende leasing<br />
met of zonder lichting van de aankoopoptie;<br />
• <strong>het</strong> beëindigen van een onroerende leasing van een<br />
gebouw en grond met lichting van de aankoopoptie;<br />
• de fusie van vennootschappen waarvan één eigenaar is<br />
van verontreinigde grond, of de splitsing van een vennootschap<br />
die eigenaar is van verontreinigde grond;<br />
• <strong>het</strong> vestigen en beëindigen van vruchtgebruik en van<br />
recht van gebruik en bewoning;<br />
• de huur e.d. van “risicogrond” indien de totale termijn<br />
1 jaar overschrijdt;<br />
• <strong>het</strong> overdragen onder de levenden van diverse rechten<br />
zoals gebruik, huur, leasing,… (met onder meer ook de<br />
inbreng in éénhoofdige rechtspersoon van eigendom,<br />
huur, leasing, gebruik,…);<br />
• de inbreng van een algemeenheid of een bedrijfstak,<br />
voor zover daarbij grond is betrokken;<br />
• <strong>het</strong> opstellen van statuten van <strong>het</strong> gebouw zoals bedoeld<br />
in artikel 577-4 van <strong>het</strong> Burgerlijk Wetboek, en<br />
<strong>het</strong> acteren van de instemming van de mede-eigenaars<br />
met de afwijking zoals bedoeld in artikel 577-3,<br />
eerste lid, van <strong>het</strong> Burgerlijk Wetboek. Dit omvat bijvoorbeeld<br />
appartementsgebouwen, kantoren in kantoorgebouwen,<br />
bungalows in bungalowparken,…<br />
Een aantal zaken worden expliciet niet beschouwd<br />
als een overdracht van grond:<br />
• de inbreng in een gemeenschappelijk huwelijksvermogen<br />
van eigendom, huur, gebruiksrecht,<br />
leasing,…;<br />
• de huur van particuliere woningen, indien er<br />
zich geen risico-activiteiten bevinden;<br />
• de verlenging van huur tot meer dan 9 jaar indien<br />
in <strong>het</strong> begin van de huur een bodemattest<br />
aangevraagd was.<br />
De overdracht onder de levenden van <strong>het</strong> onverdeeld<br />
mede-eigendomsrecht op een gedeelte van <strong>het</strong> gebouw,<br />
wordt niet beschouwd als een overdracht van<br />
grond voor de toepassing van <strong>het</strong> bodemsaneringsdecreet<br />
voor zover er zich in <strong>het</strong> betrokken gedeelte van<br />
<strong>het</strong> gebouw of in de gemeenschappelijke bestanddelen<br />
van <strong>het</strong> gebouw geen risico-activiteit bevindt/bevond.<br />
De overdracht van gronden waarop een inrichting gevestigd<br />
is of was, of waar een activiteit wordt of werd<br />
uitgevoerd die opgenomen is op de lijst van activiteiten<br />
en inrichtingen die bodemverontreiniging kunnen
veroorzaken, is sinds 1 oktober 1996 slechts mogelijk<br />
na een oriënterend onderzoek.<br />
Als uitzondering geldt dat er evenwel geen nieuw<br />
bodemonderzoek moet plaatsvinden indien een<br />
oriënterend bodemonderzoek binnen twee jaar<br />
voor de overdracht werd uitgevoerd, en indien<br />
sinds dit onderzoek geen activiteiten hebben<br />
plaatsgevonden die tot bijkomende bodemverontreiniging<br />
kunnen leiden.<br />
Na de uitvoering van <strong>het</strong> oriënterend onderzoek deelt<br />
de overdrager zijn intentie tot overdracht mee aan de<br />
OVAM. Bij deze melding voegt hij <strong>het</strong> verslag van <strong>het</strong><br />
oriënterend onderzoek.<br />
Indien de OVAM meent dat er – op basis van <strong>het</strong> oriënterend<br />
bodemonderzoek of op basis van de gegevens<br />
uit <strong>het</strong> register van verontreinigde gronden – ernstige<br />
aanwijzingen zijn dat de gronden in die mate verontreinigd<br />
zijn dat er een saneringsplicht kan zijn, dan maant<br />
zij de overdrager binnen een termijn van zestig dagen<br />
aan om tot de uitvoering van een beschrijvend onderzoek<br />
over te gaan. Indien de OVAM zestig dagen na<br />
de melding geen aanmaning heeft afgeleverd, kan de<br />
overdracht plaatsvinden.<br />
VLIF-steun bij de overname van onroerende goederen<br />
Voor <strong>het</strong> verwerven van bedrijfsgebouwen kan in welbepaalde<br />
gevallen VLIF-steun verkregen worden. Hiertoe<br />
moet de bedrijfsleider (overnemer) echter voldoen aan<br />
verschillende voorwaarden. Dit zijn onder andere voorwaarden<br />
m.b.t. beroepsbekwaamheid, arbeidsbesteding<br />
en inkomenssituatie.<br />
Maar ook <strong>het</strong> betrokken bedrijf en de sector krijgen een<br />
aantal voorwaarden opgelegd. Er is VLIF-subsidie mogelijk<br />
als de aangekochte bedrijfsgebouwen minder dan<br />
15 jaar oud zijn.<br />
Voor meer informatie over deze steunmogelijkheden<br />
verwijzen we u naar de brochure “VLIF-Reglementering<br />
in Vlaanderen. Alles weten.”, uitgegeven door Landbouwkrediet.<br />
1.3.4 Postinterventiedossier<br />
Sinds 1 mei 2001 is <strong>het</strong> bij de constructie van gebouwen<br />
wettelijk verplicht een “postinterventiedossier” te<br />
laten samenstellen door een veiligheidscoördinator. Dit<br />
dossier geeft aan op welke manier een gebouw moet<br />
gebruikt en onderhouden worden.<br />
Hoewel <strong>het</strong> geen wettelijke verplichting is, raden we de<br />
overnemer van een onroerend goed aan om contractueel<br />
te bedingen dat <strong>het</strong> eventueel aanwezige postinterventiedossier<br />
mee overgedragen wordt.<br />
1.4 Pachtoverdracht<br />
Bij de overname van een bedrijf dient de overnemer te<br />
kunnen beschikken over een bepaalde oppervlakte aan<br />
gronden. Deze gronden kunnen gepacht worden van<br />
de overlater die eigenaar is van de betreffende gronden<br />
of de overlater kan voor de gronden die hij pacht zijn<br />
pachtrechten overdragen aan de koper van zijn bedrijf.<br />
Gronden kunnen mondeling verpacht worden maar<br />
bij een overname is een schriftelijke pachtovereenkomst<br />
omwille van de rechtszekerheid aangewezen.<br />
Een notariële pacht met een eerste gebruiksperiode<br />
van 18 jaar is te overwegen omdat<br />
dit zowel voor de verpachter interessant is omwille<br />
van de hogere pachtprijs en de fiscale vrijstelling, als<br />
voor de pachter-overnemer die over een gegarandeerde<br />
gebruiksperiode beschikt.<br />
Bij overdracht van pacht door de overlater aan de overnemer<br />
is in principe steeds de schriftelijke en voorafgaande<br />
toestemming nodig van de verpachter-eigenaar.<br />
In enkele specifieke situaties is dit niet vereist. De overdracht<br />
van een bestaand pachtcontract zonder schriftelijke<br />
en voorafgaande toestemming van de verpachter<br />
is slechts mogelijk in drie gevallen:<br />
1. De overnemer en de overlater zijn naaste familieleden,<br />
d.w.z. afstammelingen en schoonkinderen,<br />
of afstammelingen en schoonkinderen van de<br />
echtgeno(o)t(e). Er zijn twee systemen te onderscheiden:<br />
19
20<br />
Pachtoverdracht zonder pachtvernieuwing<br />
• overdracht van <strong>het</strong> gehele pachtgoed aan een<br />
“naast familielid”;<br />
• de overnemer treedt in alle rechten en verplichtingen<br />
van de oorspronkelijke pachter;<br />
• de overdrager blijft hoofdelijk gehouden t.o.v. de<br />
verpachter.<br />
Pachtoverdracht met pachtvernieuwing<br />
(bevoorrechte pachtoverdracht)<br />
• overdracht van <strong>het</strong> gehele pachtgoed aan een<br />
“naast familielid”;<br />
• de overnemer treedt in alle rechten en verplichtingen<br />
van de oorspronkelijke pachter, met dien verstande<br />
dat er bovendien een “pachtvernieuwing” is. Dit houdt<br />
in dat een nieuwe eerste pachtperiode van 9 jaar<br />
begint te lopen ten voordele van de overnemer;<br />
• de verpachter moet door de oorspronkelijke pachter<br />
én binnen de drie maanden na de overname op<br />
de hoogte gebracht worden. De namen en adressen<br />
van de overnemers moeten daarbij worden<br />
vermeld. De mededeling dient te gebeuren met een<br />
aangetekende brief of bij deurwaardersexploot.<br />
2. Bij een gemeenschappelijke uitbating van een pachtgoed<br />
door verschillende pachters, kan bij de stopzetting<br />
door één van hen, de pacht worden verdergezet<br />
door de andere(n).<br />
3. Wanneer de overdracht gebeurt aan een landbouwvennootschap,<br />
dient geen toestemming gevraagd te<br />
worden aan de verpachter indien de beherende vennoot<br />
de oorspronkelijke pachter of een naast familielid<br />
is. In dit geval wordt de exploitatie door de beherende<br />
vennoot gelijkgesteld aan een persoonlijke exploitatie.<br />
In alle andere gevallen is steeds de schriftelijke én voorafgaande<br />
toestemming nodig van de eigenaar-verpachter.<br />
1.5 De milieuvergunning<br />
1.5.1 Mogelijkheid tot hernieuwing van de<br />
milieuvergunning(en)<br />
Een milieuvergunning wordt toegestaan voor een welbe-<br />
paalde termijn (normaliter 20 jaar). Vóór 1 januari 2000<br />
moest een nieuwe vergunning worden aangevraagd tussen<br />
18 en 12 maanden vóór <strong>het</strong> verstrijken van de lopende vergunning.<br />
Tot 1 januari 2000 werd de einddatum van de milieuvergunning<br />
dus beschouwd als een vaststaand gegeven.<br />
Door de wetswijziging van 11 mei 1999 (in voege<br />
sinds 1 januari 2000) is de situatie echter veranderd.<br />
Momenteel is <strong>het</strong> mogelijk een nieuwe vergunning<br />
aan te vragen vóór de achttiende maand<br />
voor <strong>het</strong> verstrijken van de milieuvergunning, indien:<br />
• Een overname van de inrichting is gepland;<br />
• De exploitant een belangrijke verandering beoogt<br />
van de inrichting waarvoor de vergunning werd<br />
afgeleverd.<br />
Op deze manier kan een grotere rechtszekerheid verkregen<br />
worden m.b.t. de vergunningssituatie. Immers, bij een<br />
overname overschrijdt de financieringstermijn in de meeste<br />
gevallen de einddatum van de milieuvergunning. Het<br />
aanvragen van een nieuwe vergunning kan dus opnieuw<br />
zekerheid verschaffen voor een periode van 20 jaar.<br />
De procedure voor de hernieuwing is dezelfde als die voor<br />
een nieuwe aanvraag: een volledig dossier moet ingediend<br />
worden bij de vergunningverlenende overheid, met name<br />
de Bestendigde Deputatie van de provincie of <strong>het</strong> College<br />
van Burgemeester en Schepenen van de gemeente van<br />
de aanvrager, naargelang <strong>het</strong> type vergunning.<br />
1.5.2 Overdracht van de milieuvergunning<br />
De overdracht van de aan <strong>het</strong> bedrijf afgeleverde milieuvergunning<br />
moet vóór de overnamedatum gemeld worden<br />
aan de vergunningverlenende overheid. De overnamedatum<br />
is gelijk aan de startdatum van de exploitatie of<br />
de datum waarop de vergunningsplichtige inrichting in<br />
bedrijf wordt genomen.<br />
De melding dient te gebeuren met een speciaal formulier<br />
dat u kunt bekomen op <strong>het</strong> gemeentehuis. Het<br />
formulier moet verstuurd worden naar <strong>het</strong> College van<br />
Burgemeester en Schepenen of naar de Bestendige<br />
Deputatie naargelang <strong>het</strong> type vergunning.
1.6 Te vervullen formaliteiten<br />
Bij de overname moet tevens aan een reeks instanties<br />
worden gemeld dat de uitbater van <strong>het</strong> betreffende<br />
land- of tuinbouwbedrijf is gewijzigd. Het gaat hier zowel<br />
over typische agrarische overheidsinstanties (bijv. de<br />
Mestbank) en fiscaal-economische diensten (bijv. btw)<br />
als handelsrelaties (bank, leveranciers,…).<br />
1.6.1 Algemene formaliteiten<br />
De belangrijkste algemene formaliteiten worden hier besproken.<br />
Aanvragen van een ondernemingsnummer<br />
Het ondernemingsnummer vervangt <strong>het</strong> vroegere handelsregisternummer.<br />
In tegenstelling tot voorheen moeten<br />
alle land- en tuinbouwers (zelfs al zijn ze geen handelaar)<br />
een ondernemingsnummer aanvragen. Ditzelfde nummer<br />
kan, op verzoek van de belastingplichtige, geactiveerd<br />
worden als btw-nummer. Het ondernemingsnummer op<br />
zich mag niet gebruikt worden als btw-nummer zonder<br />
dat <strong>het</strong> hiervoor eerst is geactiveerd. De aanvraag moet<br />
gericht worden aan een ondernemingsloket.<br />
Onderstaande lijst van ondernemingsloketten geeft enkel<br />
de coördinaten van de maatschappelijke zetel van elk ondernemingsloket<br />
weer. De volledige lijst van de erkende<br />
ondernemingsloketten vindt u op www.mineco.fgov.be,<br />
rubriek Ondernemingen & Zelfstandigen.<br />
ACERTA ONDERNEMINGSLOKET vzw<br />
Buro & Design Center<br />
Heizel Esplanade, Postbus 65 - 1020 Brussel<br />
BIZ ONDERNEMINGSLOKET vzw<br />
Koningsstraat 269 - 1030 Brussel<br />
EUNOMIA vzw<br />
Kolonel Bourgstraat 113 - 1140 Brussel<br />
FORMALIS vzw<br />
Lombardstraat 34-42 - 1000 Brussel<br />
SECUREX ONDERNEMINGSLOKET -<br />
GO-START vzw<br />
Tervurenlaan 43 - 1040 Brussel<br />
H.D.P. ONDERNEMINGSLOKET vzw<br />
Koningstraat 196 - 1210 Brussel<br />
PARTENA ONDERNEMINGSLOKET vzw<br />
Anspachlaan 1 - 1000 Brussel<br />
ZENITO ONDERNEMINGSLOKET vzw<br />
Spastraat 8 - 1000 Brussel<br />
U.C.M. ONDERNEMINGSLOKET vzw<br />
Adolphe Lacomblélaan 29 - 1030 Brussel<br />
Op al uw <strong>document</strong>en dient u uw ondernemingsnummer<br />
te vermelden.<br />
Btw<br />
Het btw-nummer kent u door de eerste “0” (nul) van <strong>het</strong><br />
ondernemingsnummer weg te laten.<br />
U dient zich nog steeds aan te melden bij <strong>het</strong> plaatselijk<br />
btw-kantoor als btw-plichtig.<br />
Wanneer u zich aanmeldt, is <strong>het</strong> heel belangrijk om de<br />
bankvolmacht voor <strong>het</strong> terugkrijgen van btw-tegoeden<br />
zo snel mogelijk in orde te brengen. Deze volmacht geeft<br />
aan de btw-diensten de opdracht om <strong>het</strong> btw-tegoed te<br />
storten op een rekening naar keuze.<br />
De btw-plichtige kan kiezen uit twee stelsels:<br />
<strong>het</strong> algemeen stelsel en <strong>het</strong> forfaitair stelsel.<br />
Het algemeen stelsel:<br />
In dit stelsel moet men, afhankelijk van <strong>het</strong> omzetcijfer,<br />
maandelijks of per kwartaal een btwaangifte<br />
indienen. Bovendien dient men jaarlijks<br />
een btw-listing op te maken en aan <strong>het</strong> btwkantoor<br />
over te maken. Een btw-listing is een lijst<br />
van alle klanten met <strong>het</strong> omzetcijfer en hun btwnummers.<br />
21
22<br />
Het grote voordeel van <strong>het</strong> algemeen stelsel is<br />
dat men bij zware investeringen (bijvoorbeeld<br />
nieuwe installaties of stallen) waarop een hoog<br />
btw-tarief van toepassing is, die btw onmiddellijk<br />
volledig kan terugkrijgen, terwijl de verkoop van<br />
geproduceerde goederen onderworpen is aan<br />
een laag btw-tarief.<br />
Het forfaitair stelsel:<br />
In dit stelsel moet men geen btw-aangiften indienen.<br />
Wel dient men jaarlijks een btw-listing in te<br />
dienen.<br />
Wanneer men voor dit stelsel kiest, heeft men<br />
geen recht op teruggave van de betaalde btw.<br />
De ontvangen btw mag men wel houden en dient<br />
ter compensatie van de betaalde btw.<br />
Een van de belangrijkste redenen om voor<br />
<strong>het</strong> forfaitair stelsel te kiezen is de eenvoudige<br />
administratie.<br />
Men kan vrij overstappen van <strong>het</strong> forfaitair naar <strong>het</strong> algemeen<br />
stelsel. In <strong>het</strong> andere geval moet men eerst drie<br />
jaar <strong>het</strong> algemeen stelsel gevolgd hebben. Bij de overstap<br />
van <strong>het</strong> ene naar <strong>het</strong> andere systeem moet de btw<br />
op de waarde van de goederen geregulariseerd worden.<br />
Hiervoor raadpleegt u best een accountant.<br />
Wat indien u een vennootschap wenst op te richten?<br />
Indien u een vennootschap wenst op te richten dient u uw<br />
statuten neer te leggen bij de Griffie van de Rechtbank van<br />
Koophandel. Het zal ook deze instantie zijn die <strong>het</strong> ondernemingsnummer<br />
van uw vennootschap zal afleveren. Nadien<br />
dient u zich evenwel nog steeds aan te melden bij <strong>het</strong><br />
plaatselijk ondernemingsloket en btw-kantoor.<br />
In de praktijk verloopt de oprichting van een vennootschap<br />
via de notaris. Alleen bij een landbouwvennootschap<br />
zonder inbreng van onroerende goederen kan<br />
uzelf of een andere adviseur de nodige stukken opmaken<br />
en neerleggen bij de bevoegde griffie.<br />
Openen van een zichtrekening<br />
Wanneer u start met een eigen zaak dient u een zichtrekening<br />
bij uw bank te openen. Deze rekening is best<br />
gescheiden van uw privé-rekening en u gebruikt ze dan<br />
enkel voor verrichtingen in verband met uw toekomstige<br />
onderneming.<br />
Op alle <strong>document</strong>en en handelspapieren van uw onderneming<br />
(brieven, facturen, enz.) moet u uw rekeningnummer<br />
samen met de naam van uw financiële instelling<br />
en van uw eigen onderneming vermelden.<br />
Sociaal statuut als zelfstandige<br />
Elke zelfstandige dient zich aan te sluiten bij een sociaal<br />
verzekeringsfonds. Dit moet voor <strong>het</strong> starten van de<br />
zelfstandige activiteit gebeuren op straffe van een boete.<br />
Door deze aansluiting krijgt de zelfstandige recht op:<br />
• de terugbetaling van ziektekosten;<br />
• dagvergoeding in geval van werkonbekwaamheid<br />
(vanaf tweede maand);<br />
• een pensioen als zelfstandige;<br />
• faillissementsverzekering;<br />
• kraamgeld en kinderbijslag.<br />
Statuut meewerkende echtgenoot<br />
Iemand wordt als de meewerkende echtgenoot van een<br />
zelfstandige beschouwd als:<br />
• hij/zij partner is van een zelfstandige (via een<br />
huwelijks- of samenlevingscontract);<br />
• hij/zij effectief meehelpt in de zaak;<br />
• en hij/zij een beperkt inkomen uit een andere<br />
activiteit heeft.<br />
De medewerkende echtgeno(o)t(e) is verplicht<br />
zich aan te sluiten bij <strong>het</strong> volledige statuut van een<br />
zelfstandige. Dit betekent dat ook zij recht zullen<br />
hebben op een eigen pensioen, uitkeringen voor<br />
arbeidsongeschiktheid en invaliditeit, moederschapsbescherming,<br />
enz. Uiteraard betekent dit<br />
wel dat deze ook sociale bijdragen zal moeten<br />
betalen. Echtgenoten die evenwel geboren zijn<br />
voor 1 januari 1956 zijn enkel verplicht om bijdragen<br />
voor arbeidsongeschiktheid en invaliditeit te<br />
betalen (“mini-statuut”). Zij kunnen zich wel vrijwillig<br />
voor <strong>het</strong> ”maxi-statuut” verzekeren.
Het grote voordeel van <strong>het</strong> nieuwe statuut is dat de<br />
meewerkende echtgenoot in geval van echtscheiding,<br />
overlijden of faillissement niet meer in de kou blijft staan.<br />
Hij/zij zal dus recht hebben op een eigen pensioen, op<br />
uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid en invaliditeit,<br />
op moederschapsbescherming, op tussenkomsten<br />
voor gezondheidszorg,… Bovendien kan hij/zij een eigen<br />
vrij aanvullend pensioen opbouwen.<br />
Aansluiting bij een ziekenfonds<br />
Naast de aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds is<br />
een aansluiting bij een ziekenfonds noodzakelijk.<br />
1.6.2 Kennisgevingen aan <strong>het</strong> agentschap<br />
voor Landbouw en Visserij<br />
Melding van overname via identificatiefiche<br />
Wanneer een exploitatie wordt overgenomen, moet dit<br />
via de zogenaamde identificatiefiche gemeld worden<br />
aan de Provinciale Buitendiensten van de afdeling Markt<br />
en Inkomensbeheer van <strong>het</strong> Agentschap voor Landbouw<br />
en Visserij (ALV). Het formulier bevindt zich op <strong>het</strong><br />
bedrijf van de overlater en moet door zowel overnemer<br />
als overlater ingevuld en ondertekend worden. Indien de<br />
overlater dit formulier niet meer vindt kan een duplicaat<br />
worden gevraagd.<br />
Een overname die via dit formulier wordt gemeld aan<br />
<strong>het</strong> ALV, wordt ook doorgegeven aan de Vlaamse Landmaatschappij<br />
(VLM) in <strong>het</strong> kader van de mestbank en de<br />
beheersovereenkomsten VLM.<br />
Melding van overdracht quota<br />
Daarnaast moet ook aan <strong>het</strong> Ministerie van Landbouw<br />
gemeld worden dat eventuele aanwezige quota (melk- en<br />
zoogkoeienquota) overgenomen worden. Dit doet u via<br />
speciale formulieren die u kan verkrijgen bij de (provinciale)<br />
buitendiensten of op de website: http://lv.vlaanderen.<br />
be onder de rubriek ‘Mijn Bedrijf’ Ook bij een gedeeltelijke<br />
overname is de melding verplicht (vader-zoonbedrijf).<br />
Overdracht agromilieuverbintenissen<br />
Lopende agromilieuverbintenissen kunnen overgedragen<br />
worden aan de overnemer door een formulier ‘overdracht<br />
agromilieuverbintenissen’.<br />
1.6.3 Melding bij de Vlaamse<br />
Landmaatschappij<br />
Een melding van overname via de identificatiefiche aan<br />
<strong>het</strong> Agentschap voor Landbouw en Visserij, wordt via<br />
hen doorgegeven aan de Vlaamse Landmaatschappij.<br />
Mestbank<br />
Bij een overname blijven alle rechten en plichten die<br />
voortvloeien uit de dierlijke productie en <strong>het</strong> gebruik<br />
van cultuurgronden aan de overlater verbonden tot de<br />
datum waarop de bedrijfsovername schriftelijk aan de<br />
Mestbank gemeld is.<br />
Dit is zeer belangrijk! Zorg er dus steeds voor dat bij de<br />
overname van een veehouderij de mestputten en -opslagen<br />
leeg zijn.<br />
De Mestbank zal na de ontvangst van de overdrachtsverklaring<br />
aan de overnemer een overzicht bezorgen<br />
van de verplichtingen waaraan hij op basis van de bepalingen<br />
van <strong>het</strong> mestdecreet moet voldoen.<br />
Zo zal de overnemer – indien de overdracht tijdig gemeld<br />
is aan de Mestbank – vooraf goed geïnformeerd zijn over<br />
de aangifteplicht, de beschikbare nutriëntenemissierechten,<br />
de eventuele mestverwerkingsplicht, enz.<br />
Voor de overname van nutriëntenemissierechten dient<br />
door de overlater en de overnemer een gezamenlijk<br />
dossier te worden ingediend bij de provinciale afdeling<br />
van de Vlaamse Landmaatschappij, voor de datum van<br />
overname.<br />
Beheersovereenkomsten<br />
Indien de overlater met betrekking tot bepaalde percelen<br />
of perceelsranden die hij/zij in gebruik heeft, beheersovereenkomsten<br />
afgesloten heeft met een natuurvereniging<br />
of met een bepaalde administratie van <strong>het</strong><br />
Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, dan zullen<br />
deze beheerscontracten moeten overgedragen worden<br />
aan de overnemer van <strong>het</strong> bedrijf.<br />
Voor meer informatie hierover kunt u terecht bij de<br />
Vlaamse Landmaatschappij, Gulden Vlieslaan 72,<br />
1060 Brussel (tel. 02/543.72.00 - fax 02/543.73.99).<br />
23
24<br />
1.6.4 Kennisgeving bij Dierengezondheids-<br />
zorg Vlaanderen vzw (DGZ-Vlaanderen)<br />
De overname, stopzetting of verhuizing van een bedrijf met<br />
rundvee, varkens, schapen, geiten, hertachtigen of pluimvee,<br />
moet steeds gemeld worden aan DGZ-Vlaanderen.<br />
Dit dient te gebeuren via de beslagfiche. Dit <strong>document</strong><br />
bevindt zich op <strong>het</strong> bedrijf van de overlater of kan aangevraagd<br />
worden bij DGZ-Vlaanderen (www.dgz.be).<br />
Info: DGZ Vlaanderen vzw – Dienst Identificatie<br />
en Registratie, Deinse Horsweg 1, 9031 Drongen<br />
(tel. 070/22.00.23 – fax 070/22.01.22).<br />
1.6.5 Kennisgeving RENDAC<br />
Ook <strong>het</strong> vilbeluik RENDAC nv dient van een bedrijfsovername<br />
op de hoogte gebracht te worden met <strong>het</strong><br />
oog op de overdracht van <strong>het</strong> RENDAC-abonnement.<br />
Volgende gegevens moeten gemeld worden:<br />
• naam van overlater en overnemer;<br />
• adresgegevens;<br />
• datum van overdracht;<br />
• btw-nummer(s);<br />
• Aansluitingsnummer RENDAC nv.<br />
Info: RENDAC nv, Fabriekstraat 2, 9470 Denderleeuw<br />
(tel. 053/64.02.11 - fax 053/64.03.60).<br />
1.6.6 Vlaamse Milieumaatschappij (VMM)<br />
De wijzigingen zijn ook van belang voor de waterheffingen<br />
(dit betekent zowel de heffing op waterverontreiniging als<br />
de heffing op <strong>het</strong> gebruik van grondwater) en moeten dus<br />
schriftelijk meegedeeld worden aan de Vlaamse Milieumaatschappij,<br />
A. Van der Maelestraat 96, 9320 Erembodegem<br />
(tel. 053/72.62.11 - fax 053/77.71.68).<br />
In geval van een bedrijfsovername met plichten en rechten<br />
worden ook openstaande saldi bij de VMM integraal<br />
overgenomen.<br />
Bij een overname dient ook de drinkwatermaatschappij<br />
zo vlug mogelijk geïnformeerd te worden.<br />
1.6.7 Licentie teruggave accijns<br />
(contingentnummer)<br />
Land- en tuinbouwers kunnen bij <strong>het</strong> Ministerie van<br />
Financiën een contingent verkrijgen voor korting op hun<br />
aankopen van energieproducten (bijvoorbeeld aardgas,<br />
diesel en elektriciteit). Bij een bedrijfsoverdracht moet<br />
de overlater aan de overheid die de contingentnummers<br />
verleent (Ministerie van Financiën, Administratie<br />
der Douanen en Accijnzen) melden dat hij (de overlater)<br />
<strong>het</strong> bedrijf stopzet. De overnemer moet vervolgens een<br />
nieuw contingentnummer aanvragen. Hiervoor kan hij<br />
bij <strong>het</strong>zelfde Ministerie de nodige aanvraagformulieren<br />
bekomen.<br />
1.6.8 Verwittigen van leveranciers en<br />
klanten<br />
Bij een volledige overname is <strong>het</strong> aangewezen de leveranciers<br />
van goederen en diensten en de klanten in te<br />
lichten. Dit gebeurt best schriftelijk met vermelding van<br />
alle nodige gegevens:<br />
• naam en adres;<br />
• btw-nummer;<br />
• rekeningnummer;<br />
• vast en mobiel telefoonnummer.<br />
1.6.9 Andere kennisgevingen<br />
Naast bovenstaande instanties kunnen nog andere meldingen<br />
verplicht zijn. Deze hebben dan te maken met:<br />
• suikerbietenquota: dient via de suikerfabriek overgedragen<br />
te worden op naam van de nieuwe uitbater;<br />
• keuring van spuittoestellen;<br />
• zelfverwerking en rechtstreeks verkopen van zuivel-<br />
en of pluimveeproducten;<br />
• registratienummer Dienst Teeltmateriaal;<br />
• handelaars-bereiders van aardappelen;<br />
• mengen van veevoeders op eigen bedrijf (zelfmengers);
1.6.10 Kennisgeving aandelenoverdrachten<br />
Tenslotte bezit u als land- of tuinbouwer wellicht een<br />
aantal eigendomsbewijzen of aandelen van coöperatieve<br />
afzetkanalen (veiling, zuivelcoöperatie, slachthuis,<br />
suikerfabriek). De melding van overname (of bedrijfsstart)<br />
gebeurt best schriftelijk met vermelding van alle<br />
nodige gegevens:<br />
• naam en adres;<br />
• btw-nummer;<br />
• rekeningnummer;<br />
• vast en mobiel telefoonnummer.<br />
25
26<br />
2. Ondernemingsplan<br />
De eerste misvatting over <strong>het</strong> ondernemingsplan is dat<br />
<strong>het</strong> een instrument zou zijn om de bank(en) te overtuigen<br />
voldoende geld ter beschikking te stellen van de<br />
ondernemer. Niets is minder waar!<br />
Het ondernemingsplan is in de eerste plaats een<br />
werkinstrument voor de kandidaat-ondernemer<br />
zelf. Het dwingt u namelijk om even stil te staan en<br />
na te denken. Het structureert uw plannen, expliciteert<br />
risico’s,…<br />
Schrijf uw ondernemingsplan zoveel mogelijk zelf. U<br />
kunt natuurlijk wel hulp aan adviseurs vragen. Zorg er<br />
dan wél voor dat u zelf een duidelijke toelichting kunt<br />
geven aan uw bank.<br />
2.1 Wat is een ondernemingsplan?<br />
Een ondernemingsplan is een <strong>document</strong> waarin de toekomst<br />
(bijvoorbeeld de eerstkomende 5 jaren) van de<br />
onderneming cijfermatig wordt beschreven. Het is dus<br />
inderdaad de bedoeling om bijvoorbeeld te berekenen<br />
hoeveel varkens, tomaten, melk,… er verkocht zullen<br />
worden tijdens <strong>het</strong> eerste jaar. En <strong>het</strong> tweede jaar. En<br />
<strong>het</strong> derde jaar...<br />
De productie alleen is niet voldoende. Er moet ook een<br />
prijs op papier gezet worden. Het is natuurlijk onbegonnen<br />
werk om bijvoorbeeld de varkens- of tomatenprijzen<br />
te voorspellen voor de komende 5 jaar. Een ondernemingsplan<br />
heeft dan ook niet de pretentie om de<br />
toekomst te voorspellen. Het is enkel de bedoeling om<br />
een eerlijke en realistische inschatting te maken.<br />
2.2 Hoe is een ondernemingsplan<br />
opgebouwd?<br />
Een ondernemingsplan kan op verschillende manieren<br />
opgesteld worden. Hieronder wordt een voorbeeld van<br />
structuur weergegeven. Het is slechts een voorbeeld.<br />
U bent als ondernemer vrij om uw eigen ondernemingsplan<br />
op te stellen.<br />
2.2.1 Inleiding<br />
Hierin beschrijft u in grote trekken wat uw plannen zijn.<br />
U kunt hier ook uw motivatie om te starten in de agrarische<br />
sector in opnemen.<br />
2.2.2 Omschrijving van de activiteit<br />
Hier wordt dieper ingegaan op de te ontwikkelen activiteit.<br />
Betrek ook uzelf hierin. Het gaat hier niet over <strong>het</strong><br />
bedrijf op zich. Hier staat vooral de activiteit, de ervaring<br />
en de beroepsbekwaamheid die u in deze activiteit in te<br />
brengen hebt centraal.<br />
2.2.3 Marketing<br />
In vele gevallen is de startende ondernemer opgegroeid<br />
in de landbouw. Dit betekent dat hij de sector door en<br />
door kent. Maar <strong>het</strong> kan ook betekenen dat <strong>het</strong> tijd<br />
is om de oogkleppen af te werpen, en de sector van<br />
op afstand te bekijken. Is er overproductie? Wat zijn<br />
de prijsverwachtingen op middellange termijn? Welke<br />
milieumaatregelen zijn op komst? Allemaal vragen die<br />
u helpen om de sector kritisch te beoordelen. Ook hier<br />
kan <strong>het</strong> nooit kwaad om extern advies in te winnen.<br />
In dit kader is <strong>het</strong> ook nuttig om te vermelden of u een<br />
specifieke aanpak heeft. Hebt u eigen verkoopkanalen?<br />
Doet u aan thuisverwerking?<br />
2.2.4 Productieproces<br />
Het bedrijf staat hier centraal. Op welk locatie bevindt <strong>het</strong><br />
zich? In welke staat zijn de bedrijfsgebouwen? En <strong>het</strong><br />
machinepark? Wat hierbij ook belangrijk is, is de situatie<br />
m.b.t. allerlei vergunningen. We trappen een open deur<br />
in als we zeggen dat <strong>het</strong> belang van de vergunnings-
toestand moeilijk kan overschat worden: milieuvergunning,<br />
stedenbouwkundige vergunning, nutriëntenemissierechten,<br />
quota, bedrijfsplafonds… Er zijn zodanig<br />
veel beperkingen in de agrarische sector dat u overal<br />
rekening moet mee houden.<br />
Het al dan niet voorhanden zijn van de nodige vergunningen<br />
en productiemiddelen is van levensbelang voor de<br />
startende ondernemer in de agrarische sector. We raden<br />
u zelfs met klem aan om altijd – ook bij een overname van<br />
<strong>het</strong> ouderlijk bedrijf – extern advies in te winnen.<br />
2.2.5 Beleid<br />
Wie draagt de eindverantwoordelijkheid op <strong>het</strong> bedrijf?<br />
Hebt u werknemers nodig? Wie zorgt er voor de administratie?<br />
Welke juridische vorm gaat uw onderneming aannemen?<br />
Een eenmanszaak, een landbouwvennootschap,<br />
een bvba? Welk fiscaal stelsel gaat u volgen: <strong>het</strong> algemene<br />
of <strong>het</strong> forfaitaire? Als ondernemer bent u niet enkel bezig<br />
met <strong>het</strong> dagelijks werk op <strong>het</strong> bedrijf, er zijn duizend-enéén<br />
zaken waarin u een beslissing moet nemen.<br />
2.2.6 Financiële aspecten<br />
Investeringsplan<br />
Het investeringsplan heeft tot doel om alle geplande investeringen<br />
op een rijtje te zetten. Onder investeringen<br />
verstaan we de eenmalige uitgaven die verbonden zijn<br />
aan de overname of de bedrijfsstart.<br />
Hier ziet u welke kosten of investeringen hier<br />
o.m. opgenomen moeten worden:<br />
• de overname van de roerende goederen;<br />
• de aankoop van de onroerende goederen;<br />
• <strong>het</strong> ereloon van de notaris en de registratierechten;<br />
• de dossierkosten voor de financiering;<br />
• de kosten voor de waarborgvestiging (hypotheek/landbouwvoorrecht);<br />
• de aankoop van nieuw materieel of levende have;<br />
• <strong>het</strong> omlopend kapitaal of bedrijfskapitaal (zie<br />
verder).<br />
Het totale bedrag van <strong>het</strong> investeringsplan geeft u een<br />
overzicht van alle uitgaven en geeft aan hoeveel geld u<br />
nodig hebt om de plannen te realiseren (zie 2.6.6).<br />
Rendabiliteit<br />
Zoals reeds eerder aangehaald is <strong>het</strong> aangewezen om<br />
een gedetailleerde bedrijfseconomische studie te maken.<br />
In deze studie wordt een financiële planning opgesteld,<br />
waarin de inkomsten en kosten over een periode<br />
van bijvoorbeeld 5 jaar geraamd worden. Wees daarin<br />
realistisch!<br />
Op deze manier weet u van welke parameters de eventuele<br />
winst of verlies zal afhangen. U kunt bijvoorbeeld<br />
uitrekenen hoeveel uw winst zal stijgen/dalen indien de<br />
marktprijzen zouden stijgen/dalen met 5%.<br />
Een dergelijke rendabiliteitsstudie is geen absolute voorspelling.<br />
Het is meer een instrument dat u in staat stelt<br />
om op een nuchtere manier na te denken over de financiële<br />
consequenties van de bedrijfsvoering. Het bereidt<br />
u tevens voor op <strong>het</strong> financieringsgesprek met uw financiële<br />
instelling.<br />
Financieringsplan<br />
U hebt een aantal plannen. Die plannen kosten meestal<br />
geld. Hoe krijgt u dit geld bij elkaar? Indien u geld ontleent,<br />
wordt bovendien verwacht dat u <strong>het</strong> terugbetaalt.<br />
Hoe u <strong>het</strong> nodige geld bij elkaar gaat krijgen, en hoe u<br />
<strong>het</strong> achteraf gaat terugbetalen, dat moet aan bod komen<br />
in <strong>het</strong> financieringsplan. Dit zijn enkele elementen<br />
die erin kunnen opgenomen worden:<br />
• inbreng van eigen middelen;<br />
• uitgesteld loon;<br />
• bedrag en looptijd van kredieten bij de bank, en<br />
aard van de kredieten (investeringskrediet, korte<br />
termijnkrediet, kaskrediet,…);<br />
• betalingsuitstel leveranciers;<br />
• VLIF-steun.<br />
Uiteindelijk hangt <strong>het</strong> van de rendabiliteit van <strong>het</strong> bedrijf<br />
af, of <strong>het</strong> geleende geld kan terugbetaald worden.<br />
27
28<br />
Liquiditeitsplan<br />
Hierbij is <strong>het</strong> ook belangrijk dat u de nodige aandacht<br />
besteedt aan de liquiditeiten. Een bedrijf kan perfect<br />
“rendabel” zijn en toch op een bepaald moment in geldnood<br />
raken. U kan met deze situatie best op voorhand<br />
rekening houden.<br />
Zo is op een agrarisch bedrijf <strong>het</strong> “omlopend kapitaal”<br />
omvangrijk. Wanneer u (een) teelt(en) opstart, zijn er<br />
uitgaven vooraleer u kunt oogsten: meststoffen, sproeistoffen,<br />
zaaigoed, loonwerken, voeder,...<br />
Deze kosten moeten meegerekend worden bij <strong>het</strong> opstellen<br />
van <strong>het</strong> investeringsplan. Zoniet kunt u na enkele<br />
maanden liquiditeitsproblemen krijgen.<br />
Privé-uitgaven<br />
Het is ook belangrijk om na te gaan hoeveel geld u wilt<br />
overhouden. Of, met andere woorden, hoeveel geld wilt<br />
u privé kunnen uitgeven? Ook daar zult u over moeten<br />
nadenken.<br />
2.2.7 Knelpunten<br />
Risico’s zijn er altijd en overal, maar <strong>het</strong> kan verhelderend<br />
werken om de risico’s van uw onderneming even<br />
op een rijtje te zetten. Vervolgens gaat u na hoe u zou<br />
reageren indien er zich iets voordeed, en onderzoekt u<br />
wat de consequenties zouden kunnen zijn. Het is onmogelijk<br />
om alle risico’s uit te sluiten – laat dat duidelijk<br />
zijn. Maar <strong>het</strong> kan nooit kwaad om er in de mate van <strong>het</strong><br />
mogelijke op te anticiperen.<br />
2.2.8 Administratie<br />
Een ondernemer beschouwt zijn administratie vaak als<br />
een noodzakelijk kwaad. Gevolg: de administratie wordt<br />
nogal eens verwaarloosd. Die administratie is nochtans<br />
nodig. Niet alleen voor de overheid maar ook om als<br />
ondernemer zelf goed te kunnen opvolgen wat er binnen<br />
<strong>het</strong> bedrijf gebeurt. Wie geen oog heeft voor de<br />
technische of financiële opvolging van zijn bedrijf, kan<br />
nooit op tijd ingrijpen bij een negatieve evolutie. Geen<br />
goede ondernemer zonder een goede administratie, is<br />
<strong>het</strong> devies.<br />
Hoe ziet u de toekomst evolueren? Plant u nog<br />
een aantal investeringen voor de eerstkomende<br />
jaren? Gaat u een bedrijfstak meer ontwikkelen<br />
dan een andere? Gaat u overschakelen op een<br />
andere productiemethode? Dit zijn relevante vragen<br />
waar u rekening moet mee houden in uw<br />
planning.<br />
2.3 Boekhouding<br />
Zoals gezegd is <strong>het</strong> ondernemingsplan een werk<strong>document</strong>.<br />
Eenmaal u gestart bent, zult u echter uw bedrijf<br />
continu moeten opvolgen. Daarom is <strong>het</strong> ten zeerste<br />
aan te raden om een boekhouding te voeren. Deze<br />
boekhouding stelt u als bedrijfsleider in staat om uw bedrijfsresultaten,<br />
zowel technisch als economisch, op te<br />
volgen, te evalueren en desgewenst bij te sturen.<br />
2.3.1 Bedrijfstechnische boekhouding<br />
De bedrijfstechnische boekhouding verleent inzicht in<br />
de technische resultaten van <strong>het</strong> bedrijf (aantal biggen<br />
gespeend per zeug, voederconversie, liters melk per<br />
koe,…). Deze technische resultaten hebben in de agrarische<br />
sector een belangrijke impact op de rendabiliteit.<br />
Het continu bijhouden van een bedrijfstechnische boekhouding<br />
is dan ook een absolute must.<br />
2.3.2 Bedrijfseconomische boekhouding<br />
De bedrijfseconomische boekhouding drukt de resultaten<br />
van <strong>het</strong> bedrijf uit in geld. Het bijhouden en opvolgen<br />
van de bedrijfseconomische resultaten is van levensbelang<br />
voor de bedrijfsvoering. Het is niet voldoende<br />
te weten of de technische resultaten goed zijn. Het is<br />
noodzakelijk dat u ook een inzicht hebt in de geldstromen<br />
binnen <strong>het</strong> bedrijf. Als u moet ingrijpen, moet u ook<br />
kunnen inschatten waar er moet ingegrepen worden.<br />
Indien u beroep doet op VLIF-steun moet u trouwens verplicht<br />
een boekhouding bijhouden. Deze kan ook vervangen<br />
worden door een fiscaal bewijskrachtige boekhouding<br />
waarbij in de loop van <strong>het</strong> boekjaar de verschillende goederen-<br />
en geldstromen systematisch worden geregistreerd<br />
en jaarlijks een begin- en eindinventaris, een balans en een<br />
gedetailleerde resultatenrekening opgesteld worden.
3. Vlaams Landbouw-<br />
investeringsfonds (VLIF)<br />
3.1 Algemeen<br />
Het VLIF ondersteunt <strong>het</strong> investerings- en structuurbeleid<br />
in de agrarische sector.<br />
De wijze van steunverlening is de laatste jaren ingrijpend<br />
gewijzigd. Er werd een systeem ontwikkeld waarin investeringen<br />
die gefinancierd worden met eigen middelen,<br />
een kapitaalpremie genieten, en investeringen die<br />
gefinancierd worden met een krediet, een rentesubsidie<br />
die aangevuld wordt met een kapitaalpremie.<br />
Enerzijds is er zogenaamde vestigingssteun die een natuurlijk<br />
persoon (bedrijfsleider) geniet wanneer hij aankopen<br />
doet m.b.t. zijn vestiging of installatie. Anderzijds is<br />
er investeringssteun waarvoor ook bestaande land- en<br />
tuinbouwers (natuurlijke personen of vennootschappen)<br />
in aanmerking komen bij welbepaalde investeringen.<br />
3.2 Steun bij de bedrijfsstart<br />
Voor startende land- en tuinbouwers is er zowel bij de<br />
overname van een bestaand bedrijf als bij <strong>het</strong> opstarten<br />
van een nieuw bedrijf steun. Meer specifiek kunnen de<br />
volgende investeringen gesubsidieerd worden:<br />
• overname van de bedrijfsbekleding;<br />
• aankoop van materieel;<br />
• bouwen en inrichten van bedrijfsgebouwen;<br />
• aankoop van bedrijfsgebouwen;<br />
• modernisering van bedrijven;<br />
• investeringen ten gunste van <strong>het</strong> milieu en <strong>het</strong><br />
dierenwelzijn.<br />
Wie zich vestigt als bedrijfsleider van een vennootschap<br />
(beherende vennoot, zaakvoerder,<br />
bestuurder) verkrijgt steun bij de overname van<br />
de aandelen van de betreffende vennootschap.<br />
Deze steun wordt toegekend in verschillende stelsels<br />
en onder verschillende vormen: overheidswaarborg,<br />
rentesubsidie en kapitaalpremies.<br />
Als u als starter subsidies wenst te verkrijgen,<br />
moet u wél rekening houden met een aantal persoonsgebonden<br />
voorwaarden en beperkingen.<br />
Voor meer informatie over deze steunmogelijkheden<br />
verwijzen we graag naar de brochure “VLIF-reglementering<br />
in Vlaanderen. Alles weten”, uitgegeven door<br />
Landbouwkrediet.<br />
29
30<br />
4. Vennootschappen in land-<br />
en tuinbouw<br />
Eens uw plannen voor de oprichting of de overname<br />
van een land- of tuinbouwbedrijf vaste vorm gekregen<br />
hebben (cfr. hoofdstuk 1) en uit <strong>het</strong> ondernemingsplan<br />
blijkt dat uw project levensvatbaar is (cfr. hoofdstuk 2),<br />
moet u nog bepalen in welk juridisch kader u uw bedrijfsactiviteit<br />
gaat uitoefenen. Gaat u uw bedrijf leiden<br />
Natuurlijke persoon<br />
Vennootschap<br />
Voordelen<br />
» eenvoudige administratie<br />
» minder jaarlijkse kosten<br />
» fiscaal vriendelijker<br />
» betere successieplanning<br />
» goed financieel overzicht<br />
» bij overdracht blijft de vennootschap<br />
bestaan, voor derden verandert er niets<br />
» bescherming zaakvoerder in geval van<br />
faillissement<br />
In dit hoofdstuk zullen we deze voor- en nadelen bespreken en situeren.<br />
4.1 Ondernemen als natuurlijke<br />
persoon<br />
4.1.1 Natuurlijke persoon - “boeren zonder<br />
vennootschap”<br />
Dit is de eenvoudigste ondernemingsvorm: de ondernemer<br />
zorgt zelf voor kapitaal en leidt de zaak alleen.<br />
als een natuurlijke persoon, of heeft u er belang bij uw<br />
activiteiten onder te brengen in een vennootschap?<br />
De voor- en nadelen van beide uitbatingsvormen situeren<br />
zich op diverse vlakken en zijn soms tegengesteld. Een<br />
overzicht:<br />
Nadelen<br />
» fiscaal onvriendelijk bij hoge winsten<br />
» faillissement bedrijf impliceert<br />
altijd ook persoonlijk faillissement<br />
(onvermogend verklaring)<br />
» volledige boekhouding<br />
» jaarlijkse kosten (neerlegging balans)<br />
» bij overdracht worden de lusten en de<br />
lasten van <strong>het</strong> verleden overgenomen<br />
(meestal meer lasten dan lusten)<br />
4.1.2 Samenuitbating of maatschap -<br />
“boeren met gedeeld risico”<br />
Deze oneigenlijke vennootschap kan gebruikt worden<br />
tussen verschillende personen, veelal familie. De statuten<br />
van deze ondernemingsvorm worden best zo uitgebreid<br />
mogelijk opgesteld.<br />
Alle vennoten zijn onbeperkt aansprakelijk. De vennootschap<br />
of maatschap heeft geen rechtspersoonlijkheid<br />
en kan onderhands (zonder notaris) opgericht worden.<br />
Omdat een maatschap geen rechtspersoonlijkheid<br />
heeft betekent dit dat bij wijziging ervan (intrede of uit-
trede van vennoten of leden) er heel wat administratieve<br />
formaliteiten – o.a. nieuwe btw-nummer – moeten vervuld<br />
worden.<br />
4.2 Ondernemen als rechtspersoon<br />
4.2.1 Wat is een vennootschap?<br />
Een vennootschap, of een rechtspersoon, is niets meer<br />
dan de creatie van een nieuwe “persoon”. In feite is een<br />
vennootschap een juridisch vehikel (rechtspersoonlijkheid)<br />
om een duidelijk onderscheid te kunnen maken<br />
tussen de controlerende natuurlijke persoon, en zijn<br />
bedrijf. Dit gebeurt in essentie omwille van de risico’s<br />
die verbonden zijn aan <strong>het</strong> ondernemen. De creatie van<br />
een rechtspersoon legt de verantwoordelijkheid bij die<br />
rechtspersoon, zodat de natuurlijke persoon zijn privévermogen<br />
en eventueel ook zijn verantwoordelijkheid<br />
(aansprakelijkheid) kan afschermen of beperken (onbeperkte<br />
of beperkte aansprakelijkheid). Een vennootschap<br />
is ook een ideaal middel om de samenwerking<br />
tussen verschillende natuurlijke personen te organiseren<br />
en vast te leggen.<br />
De personen die een vennootschap oprichten worden<br />
de oprichters genoemd. Het oprichten van een vennootschap<br />
brengt een zekere verantwoordelijkheid met<br />
zich mee (oprichtersaansprakelijkheid).<br />
De link tussen de natuurlijke persoon en de<br />
rechtspersoon bestaat in de eerste plaats via de<br />
aandelen. De aandelen zijn in feite niets meer<br />
dan <strong>het</strong> eigendomsbewijs van de vennootschap.<br />
De personen die aandelen bezitten worden ook<br />
vennoten genoemd. Het zijn de aandeelhouders<br />
(of vennoten) die <strong>het</strong> nodige kapitaal (werkingsmiddelen)<br />
bij elkaar brengen.<br />
De eventuele winst die de vennootschap maakt,<br />
wordt <strong>het</strong>zij opnieuw in de vennootschap geïnvesteerd,<br />
<strong>het</strong>zij binnen de vennootschap gereserveerd,<br />
<strong>het</strong>zij uitgekeerd aan de aandeelhouders.<br />
De uitkering van de winst aan de aandeelhouders<br />
gebeurt via de uitbetaling van een dividend.<br />
Het bestuur (de leiding) van de vennootschap is in<br />
handen van de bestuurders (of zaakvoerders), die niet<br />
noodzakelijk aandelen in handen hebben.<br />
4.2.2 Waarom een vennootschap oprichten?<br />
De landbouwsector maakt, zoals alle andere sectoren,<br />
deel uit van een snel veranderende maatschappij. Langs<br />
diverse kanalen wordt de landbouwer bestookt met allerlei<br />
reglementeringen: de milieu- en stedenbouwkundige<br />
vergunningen, <strong>het</strong> mestdecreet, de quotaregels,…<br />
De nagestreefde schaalvergroting maakt de sector meer<br />
dan vroeger kapitaalintensief. Daartegenover staat een<br />
steeds afnemend rendement. Met andere woorden, de<br />
risico’s nemen toe. Hierdoor neemt <strong>het</strong> belang toe om<br />
een duidelijk onderscheid te maken tussen <strong>het</strong> privévermogen<br />
en <strong>het</strong> bedrijf, en daarom kan <strong>het</strong> aangewezen<br />
zijn de bedrijfsactiviteit onder te brengen in een vennootschap.<br />
Waarom een vennootschap oprichten?<br />
De keuze om een vennootschap op te richten is nooit<br />
een eenduidige keuze. Er zijn steeds argumenten vóór<br />
en argumenten tegen. Deze moeten steeds goed afgewogen<br />
worden. Zo kan <strong>het</strong> zijn dat de oprichting<br />
van een vennootschap een goede zaak is om fiscale<br />
redenen. Toch moet steeds gekeken worden naar alle<br />
consequenties. Een ogenschijnlijk voordeel kan volledig<br />
teniet worden gedaan door de daaraan onrechtstreeks<br />
gekoppelde nadelen. Het is dus zaak om u goed te informeren<br />
en de keuze vanuit verschillende oogpunten<br />
te onderzoeken.<br />
De voordelen situeren zich voornamelijk op volgende<br />
vlakken:<br />
• flexibiliteit: u kunt de eigenschappen van de vennootschap<br />
voor een groot stuk zelf invullen, zodat u echt<br />
een vennootschap kan oprichten die op maat van u of<br />
van uw bedrijfsactiviteit is gemaakt.<br />
• overdraagbaarheid: de overdracht van een vennootschap<br />
gebeurt via de overdracht van aandelen. Dit<br />
is een stuk eenvoudiger dan de overdracht van de<br />
roerende en onroerende goederen (registratierechten)<br />
van een bedrijf. Zo kunnen bijvoorbeeld de aandelen<br />
ook gespreid in de tijd overgedragen worden.<br />
31
32<br />
• beperkte aansprakelijkheid: <strong>het</strong> is de vennootschap<br />
zelf die aansprakelijk is voor de bedrijfsactiviteit. Dit<br />
houdt in dat <strong>het</strong> ondernemersrisico beperkt blijft tot de<br />
vennootschap. Hier moet wel aan toegevoegd worden<br />
dat ingeval externe financiering gevraagd wordt,<br />
bijvoorbeeld persoonlijke borgstellingen deze beperkte<br />
aansprakelijkheid (gedeeltelijk) teniet doen.<br />
• fiscaliteit: normaliter ligt de gemiddelde belastingdruk<br />
in een vennootschap lager dan de gemiddelde aanslagvoet<br />
in de personenbelasting.<br />
Naast de voordelen zijn er echter ook nadelen:<br />
• hogere vaste kosten: de oprichting van een vennootschap<br />
brengt kosten met zich mee, die u anders niet hebt;<br />
• hogere jaarlijkse uitgaven: kosten boekhouder veel hoger;<br />
• meer administratie: door de bedrijfsactiviteit onder te<br />
brengen in een vennootschap moet je in de meeste<br />
gevallen voldoen aan een aantal specifieke wetgevingen<br />
(boekhouding, btw-aangifte,…) waardoor <strong>het</strong> administratief<br />
werk sterk toeneemt;<br />
• geen mogelijkheid tot afschrijven bij overname van<br />
aandelen: indien u de aandelen van een vennootschap<br />
overneemt, kan u de investering die daarmee<br />
gepaard gaat niet afschrijven;<br />
• specifieke agrarische wetgeving: de land- en tuinbouwsector<br />
wordt geconfronteerd met een zeer specifieke<br />
wetgeving die in vele gevallen geen of weinig<br />
rekening houdt met de vennootschapswetgeving (en<br />
omgekeerd): bv. pachtwetgeving.<br />
Huwelijksvermogenstelsel<br />
Wie zijn activiteiten wenst onder te brengen in een vennootschap<br />
moet ook even stilstaan bij <strong>het</strong> huwelijksvermogenstelsel.<br />
In een vennootschap behouden de<br />
oprichters en de aandeelhouders een zekere vorm van<br />
aansprakelijkheid waarbij hun privévermogen niet altijd<br />
volledig afgeschermd wordt. Dit geldt evenzeer voor de<br />
echtgenoten van de oprichters-aandeelhouders.<br />
Wanneer zij gehuwd zijn volgens <strong>het</strong> stelsel van gemeenschap<br />
van goederen, zijn beide partners in onverdeeldheid<br />
eigenaar van de aandelen. Wanneer echtgenoten<br />
gehuwd zijn volgens <strong>het</strong> stelsel van scheiding van<br />
goederen, zijn beiden automatisch vennoot.<br />
Het is echter ook mogelijk dat <strong>het</strong> verwerven van de<br />
aandelen, of de oprichting van de vennootschap gebeurt<br />
met gelden uit <strong>het</strong> eigen vermogen, zodat ook<br />
de aandelen tot <strong>het</strong> eigen vermogen van een van de<br />
echtgenoten behoort. Dit kan een aantal belangrijke<br />
consequenties hebben, en dit zowel op gebied van aansprakelijkheid,<br />
als op gebied van een aantal specifieke<br />
wetgevingen die van kracht zijn binnen de sector.<br />
4.2.3 Welke vennootschapsvorm kiezen?<br />
De land- of tuinbouwer die zijn activiteiten wenst onder<br />
te brengen in een vennootschap kan kiezen uit verschillende<br />
vennootschapvormen. Welke vennootschapsvorm<br />
hij uiteindelijk zal kiezen hangt af van persoonlijke<br />
factoren. De land- en tuinbouwer zal m.a.w. op basis<br />
van de specificiteiten van elke vennootschapsvorm<br />
(administratie, aansprakelijkheid, startkapitaal, successieplanning,<br />
enz.) zelf moeten uitmaken welke vennootschapsvorm<br />
voor hem de meest geschikte is.<br />
Ook factoren van technische aard spelen een rol bij de<br />
keuze van een vennootschapsvorm. Zo legt <strong>het</strong> wetboek<br />
van vennootschappen, al naargelang <strong>het</strong> type<br />
vennootschap, een aantal boekhoudkundige en fiscale<br />
verplichtingen op die vaak belastend zijn voor de vennoten/zaakvoerders.<br />
In wat volgt zullen we de verschillende vennootschapsvormen<br />
overlopen en telkens de karakteristieken, de<br />
voordelen en de nadelen bespreken.<br />
Vennootschapsvormen met beperkte aansprakelijkheid<br />
We onderscheiden 3 belangrijke rechtsvormen, de naamloze<br />
vennootschap (nv), de besloten vennootschap met<br />
beperkte aansprakelijkheid (bvba) en de coöperatieve<br />
vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (cvba).<br />
Onderstaand schema geeft een overzicht van de voor- en<br />
nadelen, en de bijzondere kenmerken van elke specifiek<br />
rechtsvorm.
nv<br />
bvba<br />
cvba<br />
nv<br />
bvba<br />
cvba<br />
Voordelen<br />
» eenvoudige overdracht aandelen<br />
» mogelijkheid tot beperking<br />
oprichtersaansprakelijkheid<br />
» een bestuurder kan ook een<br />
rechtspersoon zijn<br />
» éénpersoonsvennootschap<br />
mogelijk<br />
» laag startkapitaal<br />
» een zaakvoerder kan statutair<br />
benoemd worden, d.w.z. zeer<br />
moeilijk afzetbaar<br />
» laag startkapitaal<br />
Bijzondere Kenmerken<br />
» minimum 3 bestuurders (elke bestuurder moet voldoen aan voorwaarden VLIF)<br />
» bestuurders worden voor maximum 6 jaar benoemd<br />
» minimumkapitaal € 61.500<br />
Vennootschapsvormen met onbeperkte<br />
aansprakelijkheid<br />
» eenvoudig in- en uittreden<br />
» eenzelfde persoon kan slechts 1 eenpersoons-bvba hebben<br />
» statuten kunnen opvolger aanstellen<br />
» minimumkapitaal € 18.550 waarvan € 6.200 volgestort bij oprichting<br />
» zaakvoerder kan voor onbepaalde duur aangesteld worden<br />
» <strong>het</strong> aantal vennoten en hun inbreng is veranderlijk<br />
Binnen de land- en tuinbouw kunnen we twee belangrijke<br />
rechtsvormen onderscheiden: de landbouwvennootschap<br />
(lv) en de coöperatieve vennootschap met<br />
onbeperkte en hoofdelijke aansprakelijkheid (cvoha).<br />
Nadelen<br />
» hoog startkapitaal<br />
» meerdere bestuurders<br />
» niet aangepast aan<br />
landbouwwetgeving (o.a. pacht,<br />
VLIF,…)<br />
» volledige boekhouding<br />
» jaarlijkse kosten (neerlegging balans)<br />
» bij overdracht worden de lusten en de<br />
lasten van <strong>het</strong> verleden overgenomen<br />
(meestal meer lasten dan lusten)<br />
» aandelen zijn altijd op naam<br />
De landbouwvennootschap (lv)<br />
De landbouwvennootschap is een vennootschap naar<br />
burgerlijk recht, die is opgenomen in <strong>het</strong> wetboek van<br />
vennootschappen (art. 789 e.v.):<br />
• zij wordt aangegaan, <strong>het</strong>zij tussen uitsluitend beherende<br />
vennoten, ofwel tussen één of meer beherende en<br />
33
34<br />
één of meer stille vennoten. De beherende vennoten<br />
verrichten lichamelijke arbeid; stille vennoten brengen<br />
kapitaal in. Bovendien kunnen alleen natuurlijke personen<br />
vennoot worden.<br />
• <strong>het</strong> minimumkapitaal van een landbouwvennootschap<br />
bedraagt € 6.150, dat vanaf de oprichting volledig volgestort<br />
moet worden (kiest men voor vennootschapsbelasting<br />
dan moet <strong>het</strong> volstorte kapitaal € 30.950<br />
worden).<br />
• de aandelen van een landbouwvennootschap zijn op<br />
naam. Ze kunnen slechts overgedragen worden bij<br />
overlijden of onder de levenden met toestemming van<br />
alle beherende vennoten enerzijds, en van de meerderheid<br />
van de stille vennoten anderzijds.<br />
• aansprakelijkheid: de beherende vennoten zijn ten<br />
opzichte van de vennootschap aansprakelijk voor de<br />
fouten die zij in de uitoefening van hun opdracht begaan,<br />
zelfs indien zij hun taken verdeeld hebben.<br />
• beherende vennoten zijn ten opzichte van derden<br />
hoofdelijk aansprakelijk voor schade als gevolg van<br />
overtreding van de vennootschapswet.<br />
• algemene vergadering: de vergadering wordt voorgezeten<br />
door de oudste in leeftijd onder de aanwezige<br />
beherende vennoten.<br />
• fiscaal stelsel: de landbouwvennootschap heeft de<br />
keuze tussen <strong>het</strong> stelsel van vennootschapsbelasting<br />
of van personenbelasting.<br />
De coöperatieve vennootschap met onbeperkte<br />
en hoofdelijke aansprakelijkheid (cvoha)<br />
• in tegenstelling tot de cvba, kan de cvoha opgericht<br />
worden bij onderhandse akte (zonder notaris) indien<br />
geen onroerende goederen worden ingebracht; de<br />
vennoten zijn persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk<br />
voor de schulden van de vennootschap.<br />
4.2.4 Oprichting van een vennootschap<br />
Hoe een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid<br />
oprichten?<br />
De vennootschap moet worden opgericht bij een voor<br />
een notaris verleden authentieke akte. De personen die<br />
bij de oprichtingsakte verschijnen, worden als oprichters<br />
beschouwd. De oprichters dienen vóór de oprichting<br />
een financieel plan aan de notaris te overhandigen.<br />
Als de vennootschap binnen de 3 jaar failliet gaat en uit<br />
<strong>het</strong> financieel plan blijkt dat <strong>het</strong> oprichtingskapitaal ontoereikend<br />
was, kan de rechtbank de oprichters eventueel<br />
aansprakelijk stellen.<br />
Hoe een vennootschap met onbeperkte<br />
aansprakelijkheid oprichten?<br />
Voor de oprichting van een landbouwvennootschap<br />
kan zowel een authentieke akte als een onderhandse<br />
oprichtingsakte opgesteld worden. De oprichting wordt<br />
bekendgemaakt in <strong>het</strong> Belgisch Staatsblad binnen de<br />
15 dagen na de neerlegging.<br />
De oprichting van een coöperatieve vennootschap met<br />
onbeperkte en hoofdelijke aansprakelijkheid gebeurt<br />
eveneens schriftelijk. Voor deze vennootschapsvorm<br />
mag dit een bijzondere onderhandse akte zijn.<br />
Wanneer bij de oprichting onroerende goederen in een<br />
lv of een cvoa worden ingebracht is wel de tussenkomst<br />
van een notaris vereist.<br />
Omvorming van een eenmanszaak tot<br />
een vennootschap<br />
Indien een vennootschap wordt opgericht, is op de inbreng<br />
die wordt vergoed door aandelen geen registratierechten<br />
verschuldigd.<br />
Bij inbreng van onroerende goederen die gedeeltelijk<br />
of geheel gebruikt worden voor privébewoning is dit<br />
steeds 10%. Dit is ook <strong>het</strong> geval indien samen met onroerende<br />
goederen leningen worden ingebracht.<br />
De oprichting van de vennootschap leidt meestal<br />
ook tot de stopzetting van de eenmanszaak.<br />
Op dat ogenblik is die aan een speciaal regime<br />
van stopzettingsmeerwaarden onderworpen.<br />
Hier komen we verder nog op terug (zie 4.3.2).
Inbreng in natura<br />
Een inbreng die niet uit geld bestaat, komt slechts in<br />
aanmerking voor een vergoeding met aandelen die <strong>het</strong><br />
maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen, als de inbreng<br />
bestaat uit vermogensbestanddelen die naar economische<br />
maatstaven kunnen worden gewaardeerd,<br />
bijvoorbeeld landbouwmachines, stal, veestapel. Deze<br />
inbreng wordt inbreng in natura genoemd.<br />
Bij een inbreng in natura wordt voor de oprichting van<br />
de vennootschap een bedrijfsrevisor aangewezen door<br />
de oprichters, tenzij <strong>het</strong> om een landbouwvennootschap<br />
of cvoha gaat.<br />
In een bijzonder verslag zetten de oprichters uiteen<br />
waarom de inbreng in natura van belang is voor de<br />
vennootschap.<br />
4.2.5 Vennootschappen en overdracht<br />
van de beroepsactiviteiten<br />
Zoals eerder vermeld, biedt een vennootschap de mogelijkheid<br />
om de eigendomsoverdracht van de ene generatie<br />
op de andere geruisloos, geleidelijk, flexibel en<br />
kosteloos te laten verlopen.<br />
Hierdoor is de omvorming van een eenmanszaak naar<br />
een vennootschap vaak ingegeven door de problematiek<br />
inzake opvolging.<br />
Een familiaal land- of tuinbouwbedrijf dat niet is ondergebracht<br />
in een vennootschap (eenmanszaak) kan<br />
reeds op voorhand overgedragen worden aan één of<br />
meer erfgenamen. Het grote nadeel daarvan is dat de<br />
overnemer bij wet verplicht is de andere erfgenamen<br />
een opleg te betalen.<br />
Die financiële verplichting kan er toe leiden dat er geen<br />
financiële ruimte meer overblijft om investeringen te<br />
doen, zodat de continuïteit van <strong>het</strong> bedrijf alsnog in gevaar<br />
komt.<br />
Een vennootschap is een betere garantie voor<br />
de continuïteit: een overlijden laat de juridische<br />
entiteit van de vennootschap onaangeroerd. Er<br />
wordt niet meer gesproken over de verdeling<br />
van goederen. De aandelen vertegenwoordigen<br />
de goederen. Bij een overlijden blijft de vennootschap<br />
op zich gewoon bestaan, enkel de aandeelhouders<br />
veranderen. Indien de overleden<br />
persoon tevens de zaakvoerder is, moet uiteraard<br />
ook een nieuwe zaakvoerder aangesteld<br />
worden. Maar <strong>het</strong> bedrijf als bedrijf ondergaat<br />
geen enkele wijziging.<br />
Hoe een land- of tuinbouwbedrijf overdragen?<br />
Naargelang <strong>het</strong> land- of tuinbouwbedrijf al dan niet is<br />
ondergebracht in een vennootschap, kan de overdracht<br />
gebeuren via de overdracht van de aandelen of via de<br />
overdracht van de (roerende) activa.<br />
Overdracht van de aandelen<br />
Hier moet een onderscheid gemaakt worden tussen de<br />
overdracht van ouders aan kinderen of een overdracht<br />
aan derden.<br />
Bij een overdracht tussen ouders en kinderen staat de<br />
eigendomsoverdracht tussen de generaties centraal. Dit<br />
wordt successieplanning genoemd. Deze planning houdt<br />
in dat vóór <strong>het</strong> overlijden nagegaan wordt op welke wijze<br />
en binnen welk tijdsbestek de eigendomsoverdracht <strong>het</strong><br />
best kan verlopen. Fiscale overwegingen kunnen hier een<br />
rol spelen. Maar ook <strong>het</strong> feit dat de ouders op deze manier<br />
mee kunnen bepalen wat er met <strong>het</strong> bedrijf (de aandelen<br />
en de controle) gebeurt na hun dood. Bovendien hoeft <strong>het</strong><br />
niet noodzakelijk zo te zijn dat de ouders reeds vóór hun<br />
overlijden de controle over <strong>het</strong> bedrijf verliezen.<br />
Enkele mogelijkheden zijn:<br />
• alle aandelen worden aan de kinderen geschonken<br />
bij notariële akte. Dit heeft tot gevolg dat er schenkingsrechten<br />
verschuldigd zijn (3% bij schenking in<br />
rechte lijn en tussen echtgenoten, 2% bij schenking<br />
van aandelen van familiale ondernemingen);<br />
• ingeval van een cvba en een cvoha is de overdracht<br />
van aandelen strikt geregeld in de statuten<br />
en moet dus ook voldaan worden aan deze statuten.<br />
U hebt bij de opstelling van de statuten wel<br />
een grote vrijheid;<br />
35
36<br />
• de ouders kunnen een testament opmaken. Dit<br />
houdt wel <strong>het</strong> gevaar in dat de ouders zolang<br />
ze in leven zijn, <strong>het</strong> testament kunnen herroepen<br />
(en daarbij geen rekening hoeven te houden met<br />
de reeds door de kinderen geleverde prestaties).<br />
Hierdoor hebben de kinderen <strong>het</strong> bedrijf pas<br />
echt in handen na <strong>het</strong> overlijden van de ouders;<br />
• er bestaat een mogelijkheid om van de aandelen<br />
enkel de naakte eigendom te schenken aan<br />
de kinderen (behoud medezeggenschap). De<br />
ouders houden levenslang <strong>het</strong> vruchtgebruik.<br />
Hierdoor behouden de ouders stemrecht en<br />
<strong>het</strong> recht op een dividend uit de vennootschap;<br />
• bij een verkoop van de aandelen aan één van<br />
de kinderen, kan men bijvoorbeeld de overnamesom<br />
kwijtschelden; uiteraard moet op dat<br />
ogenblik ook een financiële regeling getroffen<br />
worden met de andere kinderen;<br />
• bij verkoop van aandelen aan derden is <strong>het</strong> uiteraard<br />
de overeengekomen prijs die primeert.<br />
De overlater ontvangt dit bedrag privé. Er zijn in<br />
principe geen belastingen op verschuldigd. Een<br />
overdracht van aandelen kan bij gewone onderhandse<br />
akte. Dat bij een overdracht van aandelen<br />
de wederzijdse rechten en plichten van alle partijen<br />
duidelijk moeten worden omschreven in de<br />
onderhandse overeenkomst, spreekt voor zich.<br />
Overdracht van activa<br />
In dit geval worden enkel de aanwezige activa van een<br />
bedrijf verkocht. Dit kunnen zowel de activa van een<br />
eenmanszaak als van een vennootschap zijn. De overnemende<br />
partij betaalt de prijs en daarmee is de kous af.<br />
Overdracht aandelen versus overdracht activa: voor-<br />
en nadelen<br />
De overname van een land- of tuinbouwbedrijf kan, voor<br />
zover de overnemer de keuze heeft, dus gebeuren via de<br />
overdracht van aandelen of van de activa. Er zijn steeds<br />
argumenten voor en argumenten tegen, te beginnen met<br />
de financiering. In beginsel is een aandelentransactie <strong>het</strong><br />
eenvoudigst: een akkoord over de prijs volstaat. De externe<br />
financiering van een aandelentransactie is echter<br />
niet eenvoudig: de kredietinstelling kan en mag immers<br />
niet de onderliggende activa als onderpand nemen.<br />
Eventueel te verstrekken waarborgen dienen buiten de<br />
aandelentransactie om te worden gevonden.<br />
De externe financiering van de overdracht van louter de<br />
activa is eenvoudiger aangezien de overgenomen activa<br />
als waarborgen voorhanden zijn.<br />
De overdracht van activa is echter wel onderworpen<br />
aan een ingewikkeld stelsel van stopzettingsmeerwaarden.<br />
Hier komen we later op terug (zie 4.3.2).
Andere voor- en nadelen zijn:<br />
Voordelen<br />
Nadelen<br />
Aandelenoverdracht<br />
4.2.6 Einde van de vennootschap<br />
Het leven van een vennootschap kan op diverse manieren<br />
tot een einde komen: dit kan op vrijwillige basis,<br />
maar <strong>het</strong> kan ook gedwongen.<br />
• Vrijwillige ontbinding van een vennootschap<br />
Ook hier dient een onderscheid te worden gemaakt:<br />
- de mogelijkheid bestaat dat in de statuten van de<br />
vennootschap is bepaald dat de vennootschap<br />
maar voor een bepaalde periode is opgericht;<br />
- de algemene vergadering van de aandeelhouders kan<br />
ook beslissen om de vennootschap te vereffenen.<br />
• Onvrijwillige ontbinding van een vennootschap<br />
Hier zijn ook een aantal mogelijkheden:<br />
- wanneer de vennootschap failliet wordt verklaard;<br />
- wanneer <strong>het</strong> nettoactief van de vennootschap<br />
onder <strong>het</strong> minimum voorziene kapitaal is gedaald,<br />
kan iedere belanghebbende de ontbinding van de<br />
vennootschap voor de rechtbank vorderen.<br />
4.3 Zelfstandige natuurlijke<br />
personen en de fiscus<br />
» alle bestaande vergunningen en<br />
contracten worden overgenomen<br />
» voor de buitenwereld verandert er<br />
niets, de juridische entiteit blijft<br />
dezelfde<br />
» overname van de vennootschap<br />
met de lusten en de lasten<br />
» eventuele “lijken in de kast”<br />
» de overnemer kan zijn<br />
overnamesom niet afschrijven<br />
» krediet op privénaam<br />
In dit hoofdstuk wordt de relatie behandeld tussen de<br />
fiscus en de natuurlijke persoon die op zelfstandige<br />
basis een bedrijfsactiviteit uitvoert (eenmanszaak).<br />
In een volgend hoofdstuk wordt de relatie met de fiscus<br />
behandeld wanneer dezelfde bedrijfsactiviteit uitgeoefend<br />
wordt binnen een vennootschap.<br />
4.3.1 Het fiscaal stelsel<br />
Forfaitair stelsel<br />
Overdracht activa<br />
» men koopt op factuur en weet dus wat<br />
men koopt<br />
» de overnemer kan de overname<br />
afschrijven<br />
» contracten moeten eventueel<br />
opnieuw onderhandeld worden<br />
» stopzettingsmeerwaarden voor de<br />
verkoper (zie 4.3.2)<br />
» overdracht van alle vergunningen<br />
is nodig<br />
Binnen <strong>het</strong> forfaitair systeem wordt de land- of tuinbouwer<br />
belast op basis van een gemiddelde winst (de zogenaamde<br />
semi-brutowinst) per productie-eenheid (per<br />
hectare, per zeug,…). Deze forfaitaire grondslagen van<br />
aanslag voor de landbouwers, worden in overleg met de<br />
betrokken beroepsverenigingen vastgelegd. De meeste<br />
land- en tuinbouwers opteren voor dit systeem.<br />
De verplichte administratie is uiterst beperkt. Elk jaar<br />
moet een belastingaangifte ingevuld en ingestuurd worden<br />
waarbij op basis van de bedrijfsomvang en een<br />
aantal extra aftrekbare kosten de bedrijfswinst en dus<br />
ook de te betalen belasting berekend wordt.<br />
Het boekhoudkundig stelsel<br />
De landbouwer kan eveneens kiezen voor de normale<br />
regeling. Dit wil zeggen dat de landbouwer als een normale<br />
eenmanszaak wordt beschouwd.<br />
37
38<br />
Hierbij moet de natuurlijke persoon een bewijskrachtige<br />
boekhouding voeren waarin alle opbrengsten en kosten<br />
worden opgenomen en waaruit bijgevolg zijn werkelijke<br />
bedrijfswinst kan afgeleid worden.<br />
Wanneer de landbouwer een vennootschap heeft opgericht,<br />
heeft hij geen keuze. Hij is onderworpen aan de wet<br />
Voor- en nadelen van forfaitair of boekhoudkundig stelsel<br />
Voordelen<br />
Nadelen<br />
4.3.2 Stopzettingsmeerwaarden<br />
Wanneer een eenmanszaak wordt stopgezet en ingebracht<br />
in een vennootschap, dan wil dit in de praktijk<br />
zeggen dat de voorheen uitgeoefende werkzaamheden<br />
definitief worden stopgezet. In dat geval wordt <strong>het</strong><br />
stelsel van de stopzettingsmeerwaarden van toepassing.<br />
Stopzettingsmeerwaarden zijn in essentie meerwaarden<br />
die gerealiseerd worden bij de verkoop van<br />
de eigendommen. Deze eigendommen hebben een<br />
welbepaalde boekhoudkundige waarde. Indien de verkoopprijs<br />
hoger ligt dan deze waarde, spreken we van<br />
een stopzettingsmeerwaarde.<br />
Aangezien deze meerwaarden nog nergens belast werden,<br />
heft de fiscus hier een meerwaardebelasting op.<br />
Afhankelijk van <strong>het</strong> moment en de reden van stopzetting<br />
zal de belastingdruk bepaald worden.<br />
4.3.3 Registratierechten<br />
Forfaitair stelsel<br />
» eenvoudige administratie<br />
» belast op <strong>het</strong> gemiddelde van de<br />
sector, kan in <strong>het</strong> voordeel spelen<br />
» belast op <strong>het</strong> gemiddelde van de<br />
sector, kan in <strong>het</strong> nadeel spelen<br />
De natuurlijke persoon die zijn land- of tuinbouwbedrijf<br />
op de boekhouding en automatisch ook aan de vennootschapsbelasting.<br />
Uitzondering hierop is de landbouwvennootschap.<br />
Landbouwvennootschappen hebben in<br />
tegenstelling tot andere vennootschapsvormen de mogelijkheid<br />
om te kiezen voor <strong>het</strong> forfaitair stelsel wanneer<br />
ze niet kiezen voor de vennootschapsbelasting.<br />
Boekhoudkundig stelsel<br />
» volledige boekhouding: goed<br />
financieel overzicht<br />
» fiscale optimalisatie: via o. a. de<br />
afschrijvingen<br />
» verliezen kunnen overgedragen<br />
worden<br />
» meer administratie<br />
wenst onder te brengen in een vennootschap, moet op<br />
de waarde van de (in de vennootschap) ingebrachte<br />
(onroerende) goederen in principe geen registratierechten<br />
betalen. Er kan wel 10% registratierecht verschuldigd zijn<br />
wanneer onroerende goederen en schulden worden ingebracht<br />
of bij inbreng van een privéwoning.<br />
Op de overdracht van aandelen zijn geen registratierechten<br />
verschuldigd. Dit is één van de voordelen van een<br />
vennootschap. De overdracht van de eigendomsrechten<br />
op onroerende goederen, weliswaar onder de koepel van<br />
een vennootschap, kunnen overgedragen worden zonder<br />
dat er registratierechten moeten betaald worden.<br />
4.3.4 Successierechten<br />
Successierechten zijn een belasting op een erfenis.<br />
Aangezien <strong>het</strong> vermogen dat omgaat in de land- en tuinbouwsector<br />
aanzienlijk is, is <strong>het</strong> erg belangrijk om deze<br />
kwestie goed te regelen. Er zijn immers mogelijkheden<br />
om de overdracht van <strong>het</strong> vermogen van de ene op de<br />
andere generatie ook bij leven te regelen (zie 4.2.5.).
Tussen erfgenamen in rechte lijn, echtgenoten en samenwonenden<br />
Onderstaande tabel bevat <strong>het</strong> tarief in rechte lijn (vader-zoon-kleinzoon),<br />
tussen echtgenoten, en tussen<br />
samenwonenden (die minstens 1 jaar samenwonen).<br />
Andere erfgenamen (niet in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen samenwonenden)<br />
Dit tarief wordt per rechtverkrijgende toegepast op <strong>het</strong><br />
netto-aandeel in de onroerende goederen enerzijds, en<br />
op <strong>het</strong> netto-aandeel in de roerende goederen anderzijds<br />
volgens de overeenstemmende gedeelten zoals<br />
voorkomend in de eerste kolom.<br />
Tarief in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen samenwonenden<br />
van € 0,01 tot € 50.000<br />
van € 50.000 tot € 250.000<br />
boven € 250.000<br />
Onderstaande tabel geeft de tarieven weer tussen andere personen dan in “rechte lijn, echtgenoten en samenwonenden”.<br />
3%<br />
9%<br />
27%<br />
Tarief tussen andere personen dan in rechte lijn, echtgenoten,<br />
tussen samenwonenden en tussen echtgenoten<br />
van € 0,01 tot € 75.000<br />
van € 75.000 tot € 125.000<br />
boven € 125.000<br />
Tussen broers en zusters<br />
30%<br />
55%<br />
65%<br />
Tussen anderen<br />
45%<br />
55%<br />
65%<br />
39
40<br />
4.4 Vennootschap en de fiscus<br />
In dit hoofdstuk wordt de relatie behandeld tussen de<br />
fiscus en de vennootschap waarbinnen de bedrijfsactiviteit<br />
wordt uitgeoefend.<br />
4.4.1 Belastingen op de vennootschapswinst<br />
Het bedrijfsresultaat (de winst) wordt uiteraard belast.<br />
De tarieven die hier van toepassing zijn worden behandeld<br />
in hoofdstuk 4.5.<br />
Hierna bespreken we hoe de inkomsten die een natuurlijke<br />
persoon verwerft uit een vennootschap fiscaal behandeld<br />
worden.<br />
4.4.2 Belastingdruk op inkomsten<br />
uit de vennootschap<br />
• Inkomsten uit arbeid: <strong>het</strong> loon dat uit de vennootschap<br />
wordt opgenomen, evenals de tantième (loonbestanddeel<br />
afhankelijk van de winst) die toegekend<br />
kan worden bij de verdeling van <strong>het</strong> resultaat, zijn<br />
onderworpen aan <strong>het</strong> progressief tarief in de personenbelasting.<br />
• Voordelen in natura: wanneer blijkt uit de exploitatie<br />
van de vennootschap dat de zaakvoerder/bestuurder<br />
een kosteloos voordeel geniet (bijvoorbeeld huur,<br />
personenwagen, nutsvoorzieningen), dan wordt <strong>het</strong><br />
hieraan toegekende voordeel ook aan <strong>het</strong> progressief<br />
tarief in de personenbelasting onderworpen.<br />
Beide voorgaande vergoedingen zijn ook<br />
onderworpen aan sociale bijdragen van zelfstandigen.<br />
• Dividenden: de vennoten die zichzelf een dividend<br />
uitkeren bij de resultaatverdeling, betalen<br />
hierop meestal 15% roerende voorheffing.<br />
Dit is de eindbelasting voor de genieter.<br />
Het moet gaan om dividenden van aandelen die<br />
na 1 januari 1994 zijn uitgegeven en die aan een<br />
aantal bijkomende voorwaarden beantwoorden.<br />
We vermelden als voornaamste:<br />
- dat bij de uitgifte een beroep werd gedaan op<br />
<strong>het</strong> publieke spaarwezen;<br />
- of dat de aandelen op naam werden uitgegeven;<br />
- of dat de aandelen sinds de uitgifte in open<br />
bewaargeving werden gegeven bij een financiele<br />
instelling.<br />
Indien niet voldaan wordt aan één van deze<br />
voorwaarden, bedraagt de roerende voorheffing<br />
25%.<br />
• Op de rente die wordt betaald op de lening die<br />
de zaakvoerder heeft uitstaan op de vennootschap,<br />
is eveneens een roerende voorheffing<br />
van 15% verschuldigd.<br />
• De huur die wordt betaald door de vennootschap<br />
aan de zaakvoerder/bestuurder, wordt<br />
belast als onroerend inkomen uit de verhuur<br />
aan personen/vennootschappen die <strong>het</strong> goed<br />
voor hun beroep gebruiken. In principe is de<br />
huur slechts ten beloop van 60% (gebouwen)<br />
of 90% (gronden) van de huurgelden belast<br />
tegen <strong>het</strong> progressief tarief in de gewone<br />
personenbelasting. Voor aan de vennootschap<br />
verpachte goederen gelden een aantal gunstmaatregelen<br />
waardoor de te betalen belasting<br />
bij de verhuurder aanzienlijk lager kan zijn.<br />
4.5 Voor- en nadelen, vergelijkingspunten<br />
vennootschap –<br />
natuurlijke persoon<br />
De keuze om de bedrijfsactiviteit uit te oefenen binnen<br />
een vennootschap heeft uiteraard voor- en nadelen<br />
waaronder een aantal fiscale. Echter, enkel de overstap<br />
maken omwille van louter fiscale overwegingen is<br />
meestal niet relevant. Correct advies inwinnen is dus de<br />
boodschap.
4.5.1 Vergelijking van de belastingtarieven<br />
In de personenbelasting bestaat een belastingvrij minimum<br />
(0%) dat gebaseerd is op de gezinssituatie (alleenstaand,<br />
gehuwd, aantal kinderen ten laste,…) en daarnaast een<br />
schaal van progressieve tarieven (van 25 tot 50%) te<br />
verhogen met gemiddeld 7% gemeentebelasting. Voor<br />
land- en tuinbouwers geldt een speciaal tarief van<br />
16,5% voor Europese premies en toelagen, naast een<br />
aantal tijdelijke gunstmaatregelen omwille van de crisis.<br />
In de vennootschapsbelasting variëren de tarieven van<br />
ongeveer 25 tot 34%. Er zijn geen bijzondere tarieven<br />
voor Europese premies, behalve een gunstmaatregel<br />
omwille van de crisis met betrekking tot VLIF-steun.<br />
Fiscaal gezien zou <strong>het</strong> interessant kunnen zijn om de<br />
overstap naar een (kmo-)vennootschap te overwegen<br />
vanaf een belastbaar inkomen van ongeveer € 20.000.<br />
Dit is echter te eenvoudig voorgesteld. In de praktijk<br />
wordt meestal gekozen voor vennootschapsbelasting<br />
bij schommelende inkomsten en bij netto-inkomsten<br />
vanaf € 40.000.<br />
4.5.2 Fiscaal optimaliseren<br />
Zoals reeds gesteld variëren de tarieven in de vennootschapsbelasting<br />
tussen 25 en 34%. Dit is aanmerkelijk<br />
lager dan in de personenbelasting (zonder vennootschap)<br />
maar er moet rekening gehouden worden met<br />
<strong>het</strong> feit dat dit geen eindbelasting is. Uw belasting blijft<br />
enkel beperkt tot dit percentage wanneer u deze gelden<br />
in de vennootschap houdt en eventueel aanwendt voor<br />
nieuwe investeringen (bvb. aankoop gronden,…). De<br />
vennootschapsbelasting zal dus eerder interessant zijn<br />
voor bedrijven met hoge inkomsten, al dan niet afwisselend<br />
in goede en slechte jaren.<br />
De manier waarop uw fiscaal adviseur de winsten laat<br />
terugvloeien naar uw privévermogen is daarbij van essentieel<br />
belang. Dit kan zoals hierboven uitgelegd via<br />
loon, huur, rente of een dividend.<br />
De tariefstructuur is op zich niet alleen van belang. Ze<br />
vormt vooral <strong>het</strong> vertrekpunt van een optimalisatie van<br />
winsten die in de vennootschap blijven en vergoedingen<br />
die uitgekeerd worden aan de zaakvoerder(s) en<br />
aandeelhouder(s) voor de terbeschikkingstelling van<br />
hun arbeid en kapitaal.<br />
Tips en voorbeelden:<br />
• De zaakvoerder(s) ontvangen minstens een<br />
loon waardoor hun belastingvrij minimum in de<br />
personenbelasting wordt ingevuld;<br />
• Een pacht aan de vennootschap wordt gunstig<br />
belast bij de verpachter en vormt een (aftrekbare)<br />
kost bij de vennootschap;<br />
• Een opstal-, erfpacht of vruchtgebruikconstructie<br />
waardoor kosten ten laste van de vennootschap<br />
vallen en u op termijn eigenaar wordt van <strong>het</strong> goed.<br />
4.6 Patrimoniumvennootschap<br />
• Waarom een patrimoniumvennootschap oprichten?<br />
- Wanneer er een aanzienlijk onroerend vermogen is, kan<br />
een patrimonium-vennootschap interessant zijn om een<br />
goed overzicht te behouden bij <strong>het</strong> beheer van <strong>het</strong> onroerend<br />
vermogen. Het doorschuiven naar de volgende<br />
generatie wordt een stuk eenvoudiger. Om een versnippering<br />
van onroerend goed in de toekomst te vermijden,<br />
is <strong>het</strong> ook een interessant instrument.<br />
- Wanneer onroerend goed in een aparte vennootschap<br />
wordt aangehouden, wordt <strong>het</strong> financieel ook een stuk<br />
eenvoudiger om een landbouwbedrijf over te laten.<br />
• Belangrijk nadeel van een patrimonium-vennootschap:<br />
- Eens onroerend goed is ingebracht in een vennootschap<br />
is <strong>het</strong> zeer moeilijk om <strong>het</strong> opnieuw uit de<br />
vennootschap te halen.<br />
• Aangezien <strong>het</strong> onroerend goed in de vennootschap<br />
werd afgeschreven, is de boekwaarde lager dan de<br />
realisatiewaarde. Dit wil zeggen dat, indien <strong>het</strong> onroerend<br />
goed wordt verkocht, op de meerwaarde<br />
vennootschapsbelasting is verschuldigd. Deze kan<br />
eventueel gespreid worden in de tijd wanneer er herinvesteringen<br />
gebeuren in afschrijfbare activa.<br />
Tevens moet de koper van <strong>het</strong> onroerend goed de<br />
41
42<br />
toepasselijke registratierechten van 10% betalen.<br />
In sommige gevallen moet de verkrijger maar 1% registratierecht<br />
betalen. Ook hier zal <strong>het</strong> van belang zijn<br />
om tijdig advies in te winnen om van dit gunsttarief te<br />
kunnen genieten.<br />
• Onroerend goed in de personenbelasting:<br />
- De meerwaarde wordt normaal niet belast wanneer<br />
<strong>het</strong> goed behoort tot <strong>het</strong> privé-eigendom van de betrokkene<br />
en er geen speculatief karakter kan worden<br />
toegeschreven aan de verkoop.<br />
- Als <strong>het</strong> onroerend goed werd gebruikt voor de werkzaamheden<br />
en werd afgeschreven, dan wordt de<br />
meerwaarde in principe mee belast met de gewone<br />
bedrijfswinsten, uitgezonderd bij stopzetting (zie stopzettingsmeerwaarden,<br />
zie 4.3.2).<br />
4.7 Landbouwspecifieke nadelen<br />
van bepaalde rechtsvormen<br />
Wat soms over <strong>het</strong> hoofd wordt gezien, is dat er in de<br />
agrarische sector zeer specifieke wetgevingen gelden<br />
zodat steeds moet nagegaan worden of de overstap<br />
naar een rechtsvorm geen onverwachte gevolgen heeft.<br />
In dit kader is <strong>het</strong> ook belangrijk om er op te wijzen dat<br />
de diverse wetgevingen in de agrarische sector de landbouwvennootschap<br />
in vergelijking met de andere vennootschapsvormen<br />
als een buitenbeentje behandelen.<br />
Pachtwetgeving<br />
• De pachtwetgeving is eveneens van toepassing bij de<br />
verhuur van onroerende goederen aan een vennootschap.<br />
Wél moet de exploitatie gebeuren door de bestuurders<br />
(van de vennootschap), en niet alleen door<br />
haar aangestelden.<br />
• Indien een land- of tuinbouwer zijn exploitatie wenst<br />
over te dragen aan een vennootschap, is er geen<br />
sprake van bevoorrechte pachtoverdracht. Dit houdt<br />
dus in dat er een schriftelijke en voorafgaande toestemming<br />
moet zijn van de verpachter bij pachtoverdracht<br />
aan de vennootschap. Deze vereiste geldt niet<br />
bij overschakeling naar een landbouwvennootschap.<br />
VLIF-reglementering<br />
• Om VLIF-steun te kunnen genieten moet de vennootschap<br />
voldoen aan een aantal voorwaarden:<br />
- de hoofdactiviteit moet statutair bepaald zijn en<br />
moet betrekking hebben op de productie van<br />
land- of tuinbouwproducten en de verhandeling van<br />
hoofdzakelijk op <strong>het</strong> eigen bedrijf voortgebrachte<br />
producten;<br />
- de vennootschap moet opgericht zijn voor onbepaalde<br />
duur of voor een duur van tenminste 20 jaar;<br />
- de aandelen moeten op naam zijn;<br />
- elke zaakvoerder of bestuurder moet tenminste<br />
25% van de aandelen bezitten (niet bij een lv);<br />
- de zaakvoerders en de bestuurders moeten onder<br />
de vennoten aangewezen worden;<br />
- elke beherende vennoot, zaakvoerder, bestuurder<br />
of afgevaardigde bestuurder moet voldoen aan<br />
de voorwaarden inzake inkomen, arbeidsduur en<br />
bekwaamheid.<br />
• Bij een bedrijfsovername is enkel de overname van<br />
aandelen subsidiabel, en dit voor zover zowel de natuurlijke<br />
persoon (tijdbesteding, beroepsinkomsten en<br />
beroepsbekwaamheid) als de vennootschap voldoen<br />
aan de voorwaarden. Tevens kan enkel steun verkregen<br />
worden naar rato van de subsidiabele bezittingen<br />
van de vennootschap, en moet de vennootschap een<br />
positief eigen vermogen hebben.<br />
Melkquotareglementering<br />
• De overdracht van melkquota van een natuurlijke persoon<br />
naar een vennootschap, wordt beschouwd als een<br />
transfer van melkquota. Dit betekent ook dat rekening<br />
moet gehouden worden met stopzettingsmeerwaarden<br />
en afschrijvingsmogelijkheden.<br />
Voor meer informatie over de steunmogelijkheden<br />
verwijzen we graag naar de brochure “VLIF-reglementering<br />
in Vlaanderen. Alles weten”, uitgegeven<br />
door Landbouwkrediet.
5. Financieringsmogelijkheden<br />
Maar weinig banken zijn vertrouwd met de complexe<br />
realiteit van de land- en tuinbouw. Alleen een gespecialiseerde<br />
bankier zal met kennis van zaken met ondernemingen<br />
uit die sector kunnen praten over <strong>het</strong> vak,<br />
de mogelijkheden en de uitdagingen. En op dat vlak<br />
bekleedt Landbouwkrediet een unieke positie in België.<br />
Want met dienstverlening aan de landbouw heeft <strong>het</strong><br />
naam gemaakt.<br />
5.1 Samenstelling van <strong>het</strong><br />
bedrijfskapitaal<br />
De installatie, de aankoop van gronden, de oprichting<br />
van gebouwen en zelfs <strong>het</strong> dagelijkse beheer van een<br />
bedrijf vergen veel kapitaal. Land- en tuinbouwers beschikken<br />
vaak niet over voldoende eigen kapitaal en<br />
doen dus een beroep op investeringskredieten om een<br />
onderneming op te richten of ze winstgevend te maken.<br />
De rol van geleend geld in <strong>het</strong> bedrijf wordt steeds<br />
belangrijker. Landbouwkrediet heeft een heel gamma<br />
aan kredieten ontworpen, specifiek voor de land- en<br />
tuinbouwers. Wat ook uw behoeften zijn, onze agenten<br />
kunnen een oplossing uitwerken die helemaal is aangepast<br />
aan uw situatie.<br />
Alvorens de verschillende mogelijkheden te overlopen<br />
die u door Landbouwkrediet worden geboden, bespreken<br />
we een paar belangrijke aspecten die van belang<br />
zullen zijn voor uw kredietaanvraag.<br />
5.2 Kernbegrippen<br />
5.2.1 Rendabiliteit<br />
Dit is zonder twijfel <strong>het</strong> voornaamste aspect van een<br />
krediet. Bij een kredietaanvraag wordt de rendabiliteit<br />
van de geplande investering onderzocht door middel<br />
van een begroting van de geraamde kosten en opbrengsten.<br />
5.2.2 Solvabiliteit<br />
De solvabiliteitsratio is de verhouding tussen <strong>het</strong> eigen<br />
vermogen (de eigen bezittingen en <strong>het</strong> kapitaal van de<br />
zaak) en <strong>het</strong> totaal vermogen (= de vreemde middelen<br />
(<strong>het</strong> geleende geld) + <strong>het</strong> eigen vermogen). Het eigen<br />
vermogen zou moeten volstaan om de risico’s van <strong>het</strong><br />
bedrijf te dekken. Een solvabiliteitsratio van 20% is een<br />
minimum voor een gezonde startbasis, doch deze cijfers<br />
zijn zeer relatief. Ze zijn afhankelijk van de grootte, de toestand<br />
en de aard van de onderneming.<br />
5.2.3 Liquiditeit<br />
De liquiditeit is de verhouding tussen enerzijds de beschikbare<br />
of de op korte termijn realiseerbare middelen<br />
(facturen die kunnen geïnd worden, goederen die kunnen<br />
verkocht worden) en anderzijds de op korte termijn<br />
te betalen schulden. Bij de aanvraag van een krediet<br />
dient men rekening te houden met de liquiditeit op <strong>het</strong><br />
ogenblik van de aanvraag, maar ook met de kredietbehoeften<br />
tot aan de ontvangsten van de opbrengsten,<br />
zodat er zich geen problemen kunnen voordoen. Het<br />
is dus aangewezen een schatting te maken van de<br />
liquiditeitsbehoeften per maand, per trimester en op <strong>het</strong><br />
ogenblik van de ontvangsten van de opbrengsten.<br />
5.2.4 Waarborgen<br />
Een krediet wordt toegestaan op basis van de door<br />
de ontlener gegeven waarborgen. Er zijn verschillende<br />
waarborgen mogelijk: hypotheek, landbouwvoorrecht,<br />
inpandgeving, borgstelling door <strong>het</strong> VLIF, persoonlijke of<br />
wederzijdse borgstelling, enz.<br />
5.2.5 Looptijd<br />
De looptijd van een krediet hangt af van de bestemming<br />
van <strong>het</strong> krediet (de looptijd van <strong>het</strong> krediet moet overeenstemmen<br />
met de economische levensduur van <strong>het</strong><br />
te financieren goed) en de terugbetalingsmogelijkheden<br />
van de ontlener.<br />
5.2.6 Gamma<br />
Een investering kan veel verschillende gedaanten aannemen.<br />
Daarom kunt u bij Landbouwkrediet uw investeringskrediet<br />
kiezen uit een uitgebreid gamma formules:<br />
43
44<br />
• 1/1/1: een investeringskrediet met een variabele rentevoet,<br />
die elk jaar herzien wordt;<br />
• 3/3/3: een investeringskrediet met een variabele rentevoet,<br />
die om de 3 jaar herzien wordt;<br />
• 5/5/5: een investeringskrediet met een variabele rentevoet,<br />
die om de 5 jaar herzien wordt;<br />
• 10/5/5: een investeringskrediet met een variabele rentevoet,<br />
die pas na 10 jaar voor de eerste keer herzien<br />
wordt, en daarna om de 5 jaar;<br />
• Fix 3: een investeringskrediet op 3 jaar met een vaste<br />
rentevoet;<br />
• Fix 5: een investeringskrediet op 5 jaar met een vaste<br />
rentevoet;<br />
• Fix 7: een investeringskrediet op 7 jaar met een vaste<br />
rentevoet;<br />
• Fix 10: een investeringskrediet op 10 jaar met een<br />
vaste rentevoet;<br />
• Fix 15: een investeringskrediet op 15 jaar met een<br />
vaste rentevoet;<br />
• Fix 20: een investeringskrediet op 20 jaar met een<br />
vaste rentevoet;<br />
• Fix 25 en Fix 30: twee investeringskredieten met een<br />
vaste rentevoet op 25 resp. 30 jaar, specifiek voor de<br />
aankoop van landbouwgrond.<br />
5.3 Krediet op lange termijn<br />
Een krediet op lange termijn wordt toegestaan voor 10<br />
tot 25-30 jaar. Het wordt gebruikt voor de financiering<br />
van investeringen zoals:<br />
• de aankoop van gronden, gebouwen en woningen;<br />
• de overname van de bedrijfsbekleding van een land-<br />
of tuinbouwbedrijf;<br />
• <strong>het</strong> bouwen of verbouwen van stallingen, serres,...<br />
5.3.1 Terugbetaling<br />
De terugbetaling van <strong>het</strong> krediet op lange termijn gebeurt<br />
via degressieve of constante annuïteiten. In <strong>het</strong><br />
geval van degressieve annuïteiten wordt elk jaar een<br />
gelijk deel van <strong>het</strong> kapitaal afgelost. De intresten verminderen<br />
dus elk jaar en bijgevolg ook <strong>het</strong> af te lossen<br />
bedrag. Het belangrijkste voordeel van dit systeem is<br />
dat <strong>het</strong> terug te betalen bedrag beduidend lager ligt dan<br />
bij <strong>het</strong> systeem met vaste annuïteiten. Let wel: in <strong>het</strong><br />
systeem met degressieve annuïteiten liggen de terugbetalingen<br />
in <strong>het</strong> begin hoger dan bij vaste annuïteiten. Het<br />
krediet kan ook afgelost worden via zesmaandelijkse,<br />
driemaandelijkse of maandelijkse terugbetalingen. Wie<br />
kiest voor een van deze vormen van terugbetaling, betaalt<br />
minder dan wie slechts een keer per jaar betaalt.<br />
De kredieten op lange termijn worden vaak toegestaan<br />
onder de vorm van een kredietopening. De ontlener kan<br />
bijgevolg een beroep doen op de gevestigde waarborgen<br />
bij een nieuwe investering ten beloop van <strong>het</strong> reeds<br />
terugbetaalde kapitaal.<br />
Het systeem met degressieve annuïteiten heeft op dit<br />
vlak een streepje voor omdat u met dit systeem sneller<br />
kapitaal afbouwt (dat u bijgevolg ook sneller ruimte krijgt<br />
om beroep te doen op dezelfde waarborgen).<br />
5.3.2 Rentevoet<br />
De rentevoet kan worden herzien, jaarlijks of om de 3, 5<br />
of 10 jaar, afhankelijk van de formule die werd gekozen<br />
bij de afsluiting van <strong>het</strong> contract. Voor de investeringskredieten<br />
kan men ook opteren voor tarieven die gegarandeerd<br />
zijn voor een periode van 15 of 20 jaar. Voor de<br />
bestemming ‘aankoop landbouwgrond’ is tevens een<br />
vaste rentevoet voor 25 of 30 jaar mogelijk.<br />
5.4 Krediet op middellange termijn<br />
Het krediet op middellange termijn wordt toegestaan<br />
voor maximum 10 jaar. Het wordt gebruikt voor de financiering<br />
van investeringen zoals:<br />
• de aankoop van materieel en uitrustingen (landbouwmachines);<br />
• de aankoop van vee;<br />
• de samenstelling van bedrijfskapitaal.<br />
5.4.1 Rentevoet<br />
Zoals voor kredieten op lange termijn zijn er voor deze<br />
op middellange termijn diverse formules voor de herziening<br />
van de rentevoet: jaarlijks, om de 3 of om de 5 jaar. Er bestaat<br />
ook de mogelijkheid om een vaste rentevoet voor de<br />
volledige looptijd van <strong>het</strong> krediet af te sluiten.
5.4.2 Terugbetaling<br />
Voor de terugbetaling van een krediet op middellange<br />
termijn kan geopteerd worden voor degressieve (verminderende)<br />
bedragen of constante (elk jaar <strong>het</strong>zelfde<br />
bedrag) aflossingen. Die worden jaarlijks, om de zes<br />
maanden, om de drie maanden of maandelijks verricht.<br />
5.4.3 FM-krediet<br />
Naast <strong>het</strong> klassieke krediet op middellange termijn, zijn<br />
ook kredieten ontwikkeld voor specifieke gevallen, zoals<br />
<strong>het</strong> “FM-krediet”. Het FM-krediet of “krediet voor de<br />
financiering van land- en tuinbouwmaterieel” loopt over<br />
maximum 7 jaar voor de aanschaf van nieuw materieel,<br />
en 5 jaar voor tweedehandsmaterieel. Het te financieren<br />
bedrag moet minstens € 12.500 zijn. Het bedrag van <strong>het</strong><br />
FM-krediet is beperkt tot <strong>het</strong> totaalbedrag van de factuur.<br />
Specifiek aan deze kredieten is dat <strong>het</strong> gefinancierde<br />
materieel als onderpand wordt genomen. Voor een bedrag<br />
van minder dan € 12.500 stelt Landbouwkrediet een<br />
lening op afbetaling voor. De lening op afbetaling is trouwens<br />
een oplossing voor alle financieringsbehoeften van minder<br />
dan € 12.500.<br />
5.5 Krediet op korte termijn<br />
Het krediet op korte termijn wordt toegestaan voor een<br />
looptijd van maximum 1 jaar. Er bestaan verschillende<br />
vormen. Het wordt gebruikt voor de financiering van investeringen<br />
zoals de aankoop van:<br />
• zaad- en plantgoed;<br />
• voeders;<br />
• meststoffen;<br />
• brandstoffen.<br />
5.5.1 Het klassieke krediet op korte termijn<br />
Het klassieke krediet op korte termijn wordt verstrekt voor<br />
de financiering van exact omschreven eenmalige uitgaven,<br />
om landbouwers die kampen met een tijdelijk tekort aan<br />
liquide middelen te helpen, tot de verwachte inkomsten<br />
binnenkomen. Het krediet op korte termijn wordt ook toegestaan<br />
als voorschot op een gevraagd krediet.<br />
5.5.2 Seizoenlening<br />
De seizoenlening is een eenvoudige en voordelige oplossing<br />
voor de financiering van uitgaven die noodzakelijk zijn om<br />
de jaarlijks terugkerende productie op te starten of te ondersteunen.<br />
De seizoenlening is bestemd voor de financiering<br />
van uitgaven die nodig zijn tijdens de productiecyclus van<br />
akkerbouwgewassen, groenten- of fruitteelt, of die voortkomen<br />
uit <strong>het</strong> houden van zoogdieren. Het krediet loopt<br />
over minimum 6 en maximum 12 maanden. Het bedrag<br />
van de lening is minimum 10.000 EUR; <strong>het</strong> maximum is<br />
afhankelijk van <strong>het</strong> soort productie.<br />
5.5.3 Hernieuwbaar kortetermijnkrediet<br />
Het hernieuwbaar kortetermijnkrediet wordt verstrekt<br />
voor de financiering van de productie- of afmestingscycli<br />
op varkens- en rundveebedrijven. Het is een kredietopening<br />
voor onbepaalde duur, wat betekent dat de voorschotten<br />
automatisch hernieuwd worden zolang aan de<br />
vereiste criteria is voldaan. De looptijd van elk voorschot<br />
en <strong>het</strong> maximaal te financieren bedrag zijn afhankelijk van<br />
de aard van de productie.<br />
5.5.4 Agri-line<br />
De voorfinanciering van de MTR-premie kan gebeuren<br />
door middel van een Agri-line. Deze kredietvorm laat toe<br />
om <strong>het</strong> tekort aan bedrijfskapitaal in de landbouwonderneming<br />
te financieren onder de vorm van een kredietlijn<br />
met meerdere trekkingen.<br />
5.6 Kaskrediet of Business<br />
Rekening<br />
Een kaskrediet is een kredietopening gekoppeld aan<br />
een zichtrekening. Wie een kaskrediet heeft, kan op zijn<br />
rekening tot een bepaald bedrag “in <strong>het</strong> rood gaan”.<br />
Deze limiet wordt op voorhand vastgelegd. Dankzij een<br />
kaskrediet kunnen ondernemers over bedrijfskapitaal<br />
beschikken.<br />
45
46<br />
5.6.1 Duur<br />
De duur is in principe onbeperkt. De intresten worden dag<br />
aan dag berekend; de creditintresten zijn gelijk aan deze<br />
van de zichtrekening terwijl de debetintresten afhankelijk<br />
zijn van de evolutie van de rente op korte termijn.<br />
5.6.2 Waarborgen<br />
De te geven waarborgen zijn dezelfde als deze voor een<br />
klassiek krediet (zie 5.2.4).<br />
5.7 Lening voorafbetaling van<br />
belastingen<br />
Land- en tuinbouwers hebben de mogelijkheid vrijwillig<br />
vooraf hun belastingen te betalen. Hierdoor kan belastingverhoging<br />
vermeden worden en bestaat de mogelijkheid<br />
van belastingvermindering, als meer voorafbetaald<br />
werd dan nodig om de verhoging te vermijden.<br />
Om deze verhoging te vermijden, kan de belastingplichtige<br />
voorafbetalingen doen voorafgaand aan de vier volgende<br />
data: 10 april, 10 juni, 10 oktober en 20 december.<br />
Hoe vroeger de stortingen, hoe meer belastingen<br />
men bespaart.<br />
Indien de land- of tuinbouwer de voorafbetalingen niet<br />
kan realiseren met eigen middelen, kan hij beroep doen<br />
op een specifieke lening voor de voorafbetaling van belastingen<br />
(VAB). Bij Landbouwkrediet kan hij kiezen uit<br />
drie formules. Om van een maximale belastingvermindering<br />
te kunnen genieten, verricht Landbouwkrediet bij<br />
elke formule één storting op 10 april.<br />
In alle gevallen leent de land- of tuinbouwer tegen een<br />
voordelige rentevoet. De looptijd en de datum van de<br />
eerste terugbetaling van de lening variëren afhankelijk<br />
van de gekozen formule:<br />
• Formule VAB+, terugbetaling van 10 januari tot<br />
10 december (12 maanden);<br />
• Formule VAB 8, terugbetaling van 10 mei tot 10<br />
december (8 maanden);<br />
• Formule VAB 12, terugbetaling van 10 mei tot 10<br />
april <strong>het</strong> jaar nadien (12 maanden).<br />
Iedere formule heeft zijn eigen rentevoet. Deze wordt ieder<br />
jaar aangepast in functie van de markevolutie.<br />
5.8 AGRI-FUTURE-pakket voor<br />
1 ste installaties<br />
5.8.1 Begeleiding op lange termijn<br />
Wij onderzoeken uw project tot in de kleinste details en<br />
adviseren u bij alle aspecten van uw boekhouding en<br />
bedrijfsbeheer.<br />
5.8.2 Een aangepaste financiering<br />
De diepgaande analyse van uw project samen met onze<br />
agent of relatiegelastigde, laat ons toe u een flexibel en<br />
volledig financieringsaanbod voor te stellen.<br />
5.8.3 Prefinanciering van premies<br />
Als u aanspraak maakt op toeslagrechten of andere<br />
subsidies dan stellen we u de volledige prefinanciering<br />
van deze bedragen voor.<br />
5.8.4 De FLEXI-cheque<br />
Bij Landbouwkrediet weten we dat een landbouwer<br />
soms met moeilijkheden geconfronteerd wordt.<br />
Daarom bieden we u een FLEXI-cheque aan waarmee<br />
u uw afbetalingsplan zonder administratieve kosten kan<br />
laten aanpassen.<br />
5.8.5 Een tussenkomst in uw oprichtingsen<br />
beheerskosten<br />
Starten met een bedrijf gaat gepaard met talrijke en soms<br />
dure formaliteiten. Soms is <strong>het</strong> aangewezen een beroep<br />
te doen op experts, bijvoorbeeld voor de opmaak van <strong>het</strong><br />
overnamecontract, <strong>het</strong> aanvragen van vergunningen,…<br />
Ook dan wil Landbouwkrediet als een partner aan uw zijde<br />
staan en bieden wij u een tussenkomst in de kosten die<br />
u eventueel moet maken bij <strong>het</strong> opstarten van uw bedrijf.
6. Aanwerven personeel<br />
6.1 Administratieve<br />
verplichtingen bij de aanwerving<br />
van personeel<br />
De hele personeelsadministratie, <strong>het</strong> storten van de<br />
RSZ-bijdragen en de uitbetalingen van <strong>het</strong> loon kunnen<br />
op verzoek van de uitbater gedaan worden door een<br />
erkend sociaal secretariaat.<br />
6.2 Arbeidsongevallenverzekering<br />
Als werkgever bent u verplicht om een arbeids-ongevallenverzekering<br />
af te sluiten voor uw personeel.<br />
6.3 Aansluiting bij een<br />
kinderbijslagfonds<br />
Elke werkgever (en werknemer) dient bijdragen te betalen<br />
aan een kinderbijslagfonds. Binnen de 90 dagen na<br />
de aanwerving van een personeelslid kan u aansluiten<br />
bij een fonds naar keuze.<br />
6.4 Aansluiting bij een kas voor<br />
jaarlijkse vakantie<br />
Het jaarlijks vakantiegeld voor arbeiders wordt betaald<br />
door de kas voor jaarlijkse vakantie. Indien u arbeiders<br />
tewerkstelt moet u dus zo snel mogelijk na de aanwerving<br />
aansluiten bij een dergelijke kas.<br />
Het vakantiegeld voor bedienden wordt rechtstreeks<br />
uitbetaald door de werkgever.<br />
6.5 RSZ<br />
Elke werkgever dient een inschrijvingsnummer bij de<br />
RSZ te hebben. Bij uw eerste aanwerving moet u dit<br />
nummer dus aanvragen. RSZ-bijdragen zijn verschuldigd<br />
door zowel werkgever als werknemer.<br />
6.6 Personeelsregister<br />
In een aantal sectoren geldt de verplichting om een aanwezigheidsregister<br />
bij te houden. Dit is onder meer zo in<br />
de tuinbouwsector. De werkgever moet hierin de prestaties<br />
van de werknemers en hun identificatiegegevens<br />
noteren.<br />
47
48<br />
7. Verzekeringen<br />
7.1 Inleiding<br />
Zoals iedere privépersoon moet ook een land- of tuinbouwer<br />
zich verzekeren tegen bepaalde risico’s. De wet<br />
verplicht hem zijn motorvoertuigen en zijn personeel te<br />
verzekeren.<br />
Daarenboven zijn er bepaalde verzekeringen die opgelegd<br />
worden door een contract of overeenkomst. Dit is<br />
onder meer <strong>het</strong> geval voor de brandverzekering en de<br />
schuldsaldoverzekering bij de aanvraag van een krediet.<br />
Daarnaast kan <strong>het</strong> voor land- en tuinbouwers ook interessant<br />
zijn om een levensverzekering te onderschrijven.<br />
Deze term dekt diverse verzekeringsvormen, zoals<br />
de verzekering bij overlijden, de verzekering bij leven, of<br />
ook de reeds eerder vermelde schuldsaldoverzekering.<br />
De overlijdensverzekering waarborgt de rechthebbenden<br />
een kapitaal indien de verzekerde overlijdt tijdens<br />
een vastgelegde periode. Met een verzekering bij leven<br />
kan men een kapitaal opbouwen voor een bepaalde<br />
gelegenheid, zoals de beroepsinstallatie van een kind of<br />
<strong>het</strong> bereiken van de pensioenleeftijd. Gemengde verzekeringen<br />
zijn een combinatie van de twee voorgaande.<br />
Tenslotte zijn ook de specifieke risico’s die eigen zijn<br />
aan elk bedrijf verzekerbaar. Zo mag u zeker niet vergeten<br />
<strong>het</strong> machinepark te verzekeren. En u laat best<br />
de polis uitbreiden met burgerlijke aansprakelijkheid en<br />
rechtsbijstand, zodat u bij een ongeval niet in de problemen<br />
komt.<br />
Het aanbod aan verzekeringsformules is zeer uitgebreid.<br />
We bespreken hierna de meest voorkomende<br />
types.<br />
7.2 Brandverzekering<br />
De brandverzekering dekt schade door brand aan<br />
gebouwen en de inboedel. In een brandpolis worden<br />
meestal nog andere waarborgen vastgelegd, zoals<br />
storm- en hagelschade, waterschade, diefstal,…<br />
7.3 Bedrijfspolis<br />
Bij de exploitatie van uw land- of tuinbouwbedrijf kan u<br />
ongewild schade toebrengen aan derden. Deze risico’s<br />
worden gedekt door een bedrijfspolis. Het principe is<br />
vergelijkbaar met een familiale verzekering die uw burgerlijke<br />
aansprakelijkheid dekt.<br />
7.4 Individuele verzekering tegen<br />
lichamelijk letsel<br />
Op een land- of tuinbouwbedrijf werken is niet zonder<br />
risico’s. Werken met machines en vee kan leiden tot<br />
grote of kleine ongevallen. Bij een ongeval zal de verzekering<br />
een bepaalde som uitkeren, die contractueel<br />
bepaald wordt bij <strong>het</strong> aangaan van <strong>het</strong> contract. Dit kan<br />
gaan van de terugbetaling van geneeskundige verzorging<br />
tot de uitbetaling van een kapitaal bij overlijden of<br />
van een premie ingeval van tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid.<br />
Het verzekeringscontract bepaalt de modaliteiten en de<br />
bedragen die zullen uitgekeerd worden.<br />
7.5 Verzekering gewaarborgd<br />
inkomen<br />
Een zelfstandige die omwille van ziekte (of ongeval) niet<br />
in staat is om arbeid te verrichten, ontvangt de eerste 3<br />
maanden geen vergoeding van zijn ziekenfonds. Bovendien<br />
is de vergoeding nadien eerder beperkt. Daarom<br />
kan <strong>het</strong> aangewezen zijn om een aanvullende verzekering<br />
“gewaarborgd inkomen” af te sluiten.<br />
7.6 Levensverzekering<br />
De levensverzekering is tegenwoordig een vlag die vele<br />
ladingen dekt. Elke levensverzekeringsformule probeert
te beantwoorden aan de verwachtingen van de verzekeringnemer.<br />
Welke verwachtingen kunnen we onderscheiden?<br />
7.6.1 Opbouw van een pensioenkapitaal<br />
Door een levensverzekering af te sluiten kan u een extralegaal<br />
pensioen opbouwen. Een appeltje voor de dorst<br />
dat na afloop van uw loopbaan van pas kan komen.<br />
Het wettelijk pensioen voor een zelfstandige ligt immers<br />
maar rond € 500.<br />
7.6.2 Kapitaalgarantie aan nabestaanden<br />
(bij overlijden van de verzekeringnemer)<br />
Enkel bij overlijden van de verzekerde wordt een kapitaal<br />
uitgekeerd.<br />
Bij een tijdelijke overlijdensdekking stort de verzekeraar<br />
alleen een kapitaal indien de verzekerde tijdens de looptijd<br />
van <strong>het</strong> contract overlijdt. Dat contract kan worden<br />
onderschreven voor een erg korte of een langere looptijd.<br />
De schuldsaldoverzekering (SSV) is een specifieke<br />
tijdelijke overlijdensdekking die vaak afgesloten wordt<br />
naar aanleiding van een krediet. De schuldsaldoverze-<br />
kering zal bij overlijden van de kredietnemer <strong>het</strong> kredietsaldo<br />
aan de financiële instelling betalen, zodat de<br />
nabestaanden zich geen zorgen moeten maken over de<br />
terugbetaling van de betreffende lening.<br />
7.6.3 Gemengde formules<br />
Hierbij worden de twee bovenstaande formules gecombineerd<br />
in één en dezelfde levensverzekering.<br />
De “gemengde levensverzekering” waarborgt een pensioen-<br />
en een overlijdenskapitaal.<br />
De “verzekering met vaste looptijd” garandeert de uitkering<br />
van een kapitaal op <strong>het</strong> einde van <strong>het</strong> contract, of<br />
de verzekerde nu nog in leven is of niet.<br />
7.6.4 Financiële formules met of zonder<br />
gewaarborgd rendement<br />
Er bestaan ook allerlei verzekeringsformules die vooral<br />
de nadruk leggen op de rendabiliteit en minder op <strong>het</strong><br />
sociale aspect van de verzekering. Ze zijn dan ook te<br />
vergelijken met bancaire beleggingsproducten.<br />
49
50<br />
8. Bankactiviteiten<br />
8.1 Het beheer van uw dagelijkse<br />
betalingen<br />
Voor een goed beheer moet u over de juiste hulpmiddelen<br />
beschikken. Landbouwkrediet biedt u een gamma<br />
moderne en betrouwbare betaalmiddelen aan, waarmee<br />
u bovendien ook nog tijd wint.<br />
8.2 Zichtrekening en<br />
Businessrekening<br />
De zichtrekening van Landbouwkrediet met bijhorende<br />
klassieke betaalmiddelen zoals debet- en kredietkaarten,<br />
overschrijvingen en cheques, laten u toe om snel<br />
en in alle veiligheid uw verrichtingen uit te voeren. De<br />
gebruikskosten zijn beperkt en voor Fidelio-cliënten<br />
zelfs gratis!<br />
8.3 <strong>Crelan</strong>-online.be<br />
<strong>Crelan</strong>-online.be, <strong>het</strong> e-bankingsysteem van Landbouwkrediet,<br />
kunt u 7 dagen op 7 gebruiken waar u ook<br />
bent. Het enige dat u nodig heeft is een computer, een<br />
internetverbinding en een Digipass. <strong>Crelan</strong>-online.be<br />
biedt tal van mogelijkheden: van een enkelvoudige of<br />
meervoudige overschrijving tot <strong>het</strong> beheer van permanente<br />
opdrachten en domicilieringen. Zelfs de opvolging<br />
van uw kredietsituatie is mogelijk.<br />
8.4 Dynaphone<br />
Wordt u liever toegesproken door een charmante stem die<br />
Disclaimer<br />
u door al uw verrichtingen begeleidt? Dan is Dynaphone,<br />
onze phone-bankingdienst iets voor u. Het is volledig gratis<br />
en eveneens 7 dagen op 7 bereikbaar.<br />
8.5 Cash & More<br />
De agentschappen van Landbouwkrediet zijn uitgerust<br />
met terminals voor selfbanking. Deze gebruiksvriendelijke,<br />
veilige en performante Cash & More-terminals zijn<br />
alle dagen toegankelijk van 6 uur tot 23 uur. U kunt er<br />
geld afhalen, maar ook andere verrichtingen doen, zoals<br />
de naam al aangeeft.<br />
Word Fidelio, en doe zelf een maximum aan verrichtingen<br />
via <strong>Crelan</strong>-online.be, Dynaphone of Cash<br />
& More. Elke Fidelio-cliënt die een actieve gebruiker<br />
is van <strong>Crelan</strong>-online.be krijgt bovendien een vast<br />
bedrag van € 5 per jaar op zijn rekening gestort!<br />
8.6 Pluk de vruchten van uw<br />
spaargeld<br />
In ons uitgebreide beleggingsgamma vindt u ongetwijfeld<br />
de formule die <strong>het</strong> best bij u past. Landbouwkrediet<br />
beschikt over alle klassieke producten zoals spaarboekjes<br />
en termijnrekeningen, maar biedt uiteraard ook een grote<br />
keuze aan beleggingsfondsen en beveks. Uw keuze is<br />
afhankelijk van uw beleggingshorizon en <strong>het</strong> risico dat u<br />
wilt nemen. Ook pensioensparen is een aanrader, daar<br />
sommige formules u onmiskenbare fiscale voordelen kunnen<br />
opleveren.<br />
Deze brochure heeft enkel tot doel de land- en tuinbouwers te informeren en te helpen bij de uitbating van hun bedrijf. De land- en tuinbouwers kunnen<br />
zich niet op de inhoud van deze brochure verhalen om mogelijke tekortkomingen in hun bedrijfsvoeringen te verrechtvaardigen.<br />
Landbouwkrediet aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit <strong>het</strong> gebruik van deze brochure of de toepassing van adviezen.
9. Voorbeeld van verkoopcontract<br />
“overname van hoevebekleding”<br />
Tussen de ondergetekenden:<br />
(naam, geboortedatum, geboorteplaats), en zijn echtgenote<br />
(naam, geboortedatum, geboorteplaats) wonende<br />
te (volledig adres)<br />
Hierna vermeld als “de kopers” enerzijds,<br />
en<br />
(naam, geboortedatum, geboorteplaats), en zijn echtgenote<br />
(naam, geboortedatum, geboorteplaats) wonende<br />
te (volledig adres)<br />
Hierna vermeld als “de verkopers” anderzijds,<br />
is overeengekomen wat volgt:<br />
1. De kopers kopen hierbij van de verkopers de volledige<br />
bekleding van hun landbouwbedrijf, gelegen<br />
te (volledig adres bedrijfszetel), met een oppervlakte<br />
van….................... ha ..................… are.<br />
2. In deze verkoop zijn begrepen alle dieren, machines,<br />
materieel, stocks, afsluitingen, vruchten te velde,<br />
navetten andere rechten en de reeds gedane bewerkingen<br />
bestaande op (datum inventaris), uiteengezet<br />
in bijgevoegde inventaris.<br />
In deze verkoop zijn niet begrepen:…<br />
3.. De verkoop gebeurt tegen de prijs van… euro (bedrag<br />
in cijfers en letters). Onder voorbehoud van wat<br />
wordt bepaald in punt 10 van deze overeenkomst<br />
moet <strong>het</strong> verkoopbedrag ten laatste zes maanden<br />
na de overnamedatum betaald zijn. Na deze periode<br />
is de wettelijke intrest verschuldigd, zonder enige uitdrukkelijke<br />
ingebrekestelling.<br />
4. De verkopers verklaren hierbij dat <strong>het</strong> bedrijf vrij en<br />
ter beschikking zal zijn van de kopers op …………….<br />
(datum overname).<br />
5. De verkopers verklaren uitdrukkelijk dat vanaf de on-<br />
dertekening van dit contract, zonder medeweten en<br />
uitdrukkelijke toestemming van de overnemers, geen<br />
enkel dier, geen enkele machine, niets van <strong>het</strong> materieel,<br />
geen enkel product, noch om <strong>het</strong> even welke<br />
andere zaak van <strong>het</strong> bedrijf en de bijhorende landerijen<br />
en weiden verwijderd zal worden.<br />
6. Partijen gaan akkoord dat tot op ..................................<br />
de verkopers de hoeve zullen uitbaten en tot deze<br />
datum aansprakelijk zullen zijn voor alle fiscale en<br />
sociale lasten m.b.t. de exploitatie. De belasting op<br />
mogelijke meerwaarden is ten laste van de verkoper.<br />
In toepassing van art. 11 van <strong>het</strong> BTW-wetboek is op<br />
de overdracht van een algemeenheid van goederen<br />
of van een bedrijfsafdeling geen BTW verschuldigd.<br />
De eventuele BTW-regularisatie overeenkomstig<br />
BTW-aanschrijving nr. 5 van 1979 zal uitgevoerd<br />
worden door de koper die hiervan de kost of de opbrengst<br />
zal op zich nemen. De verkopers verbinden<br />
er zich toe alle nuttige <strong>document</strong>en (o.a. facturen<br />
m.b.t. de overgenomen goederen) op vraag van de<br />
koper te verschaffen.<br />
7. De kopers zullen, in toepassing van art. 19 van <strong>het</strong><br />
Decreet van 28 juni 1985, de overname van de aan<br />
<strong>het</strong> bedrijf toegekende milieuvergunning(en) melden<br />
aan de overheid die de vergunning heeft verleend.<br />
De verkopers verbinden zich ertoe de melding<br />
van de overname van de aan <strong>het</strong> bedrijf toegekende<br />
milieuvergunning(en) mee te ondertekenen.<br />
Wanneer de melding van overname niet integraal geacteerd<br />
wordt door de vergunningverlenende overheid<br />
en/of de Vlaamse Landmaatschappij kennis<br />
geeft dat een reductie zal worden toegepast, kunnen<br />
de kopers op grond hiervan dit verkoopcontract laten<br />
ontbinden zonder dat ze een schadevergoeding hoeven<br />
te betalen.<br />
51
52<br />
8. Samen met dit verkoopcontract en afhankelijk ervan,<br />
wordt door de verkopers met de kopers een pachtovereenkomst<br />
opgemaakt voor de (bedrijfsgebouwen en)<br />
gronden met een oppervlakte van… ha .................…<br />
are ...............… ca , voor een eerste pachtperiode<br />
van minimum 9 jaar, die aanvangt op (datum) tegen<br />
de wettelijk toegelaten maximum pachtprijs.<br />
De verkopers maken zich ook sterk voor <strong>het</strong> feit dat<br />
de kopers van de eigenaars van (de bedrijfsgebouwen<br />
en van) alle afzonderlijke gronden en weiden een<br />
pacht zullen bekomen ofwel door middel van een<br />
pachtoverdracht, ofwel van een nieuw pachtcontract.<br />
De pachtprijs voor <strong>het</strong> pachtjaar ……...............….<br />
zal proportioneel verdeeld worden tussen verkopers<br />
en kopers.<br />
9. De verkopers verklaren dat er op de gronden die deel<br />
uitmaken van <strong>het</strong> bedrijf, in <strong>het</strong> verleden geen activiteit<br />
heeft plaats gevonden die voorkomt op de lijst<br />
vermeld in bijlage 1 Vlarebo (V. Bl Reg. 5 maart 1996)<br />
en er bijgevolg geen voorafgaand bodem-oriënterend<br />
onderzoek vereist is. Indien dit toch <strong>het</strong> geval zou blijken<br />
te zijn, dan kan de overnemer ofwel een bodemoriënterend<br />
onderzoek laten verrichten op kosten<br />
van de verkopers ofwel de koop laten ontbinden.<br />
Een eventuele wettelijk verplichte sanering als gevolg<br />
hiervan is ten laste van de verkopers.<br />
10. De verkopers verbinden er zich toe dit contract<br />
aangetekend te versturen aan de ontvanger van de<br />
directe belastingen en de BTW van de woonplaats<br />
van de verkopers, aan <strong>het</strong> sociaal verzekeringsfonds<br />
van de verkopers en (bij tewerkstelling van<br />
personeel) aan de RSZ. Zij zullen de bewijzen van de<br />
aangetekende zendingen bezorgen aan de kopers.<br />
In geval één van bovengenoemde diensten beslag<br />
legt op de goederen die <strong>het</strong> voorwerp van<br />
deze overeenkomst uitmaken, beschikken de kopers<br />
over de mogelijkheid om op grond hiervan de<br />
overeenkomst eenzijdig te ontbinden. Alle eventueel<br />
reeds betaalde koopsommen zullen hen automatisch<br />
en van rechtswege terugbetaald worden.<br />
Ter aanvulling van punt 3 van deze overeenkomst<br />
komen de partijen uitdrukkelijk overeen dat in geval<br />
er niet samen met <strong>het</strong> verkoopcontract een certificaat<br />
of attest kan worden verzonden waarin wordt<br />
gesteld dat er geen sommen meer verschuldigd zijn<br />
aan de betrokken diensten, er geen enkele betaling<br />
door de kopers dient te gebeuren vóór <strong>het</strong> einde<br />
van de maand volgend op de maand waarin de<br />
kennisgeving is gebeurd.<br />
11. De verkopers zullen op vraag van de kopers alle<br />
nodige <strong>document</strong>en overmaken (of ondertekenen)<br />
aan de bevoegde administratieve diensten van de<br />
Vlaamse of federale overheid m.b.t. de identificatiekaart,<br />
Sanitel, quotumoverdrachten, nutriëntenemissierechten,<br />
MTR-rechten, enz. De verkopers<br />
verbinden er zich toe ieder <strong>document</strong> te ondertekenen<br />
dat de overdracht van deze rechten aan de<br />
kopers moet mogelijk maken.<br />
12. De kosten van deze overeenkomst zijn ten laste van<br />
de kopers.<br />
13. Dit contract zal door de partijen te goeder trouw worden<br />
uitgevoerd. Indien er moeilijkheden rijzen, zullen<br />
deze in der minne worden opgelost, ofwel worden<br />
voorgelegd aan de bevoegde rechtbank van <strong>het</strong> gerechtelijk<br />
arrondissement…………………………….<br />
Opgesteld in drievoud. Een exemplaar is bestemd voor<br />
elk van de ondertekenende partijen. Het derde exemplaar<br />
bestemd voor de registratie.<br />
Opgemaakt te (plaats) op (datum ondertekening).<br />
(handtekening voorafgegaan door “Gelezen en goedgekeurd”)<br />
De verkopers De kopers
10. Voorbeeld van inventaris roerende<br />
goederen (bedrijfsbekleding)<br />
Inventaris van de bedrijfsbekleding van <strong>het</strong> bedrijf gelegen te (plaats) en behorende bij <strong>het</strong> overnamecontract van hoevebekleding<br />
tussen de heer/mevr. (naam + voornaam) en zijn/haar echtgeno(o)t(e), en de heer/mevr. (naam + voornaam) (de<br />
verkopers), en de heer/mevr. (naam + voornaam) en zijn/haar echtgeno(o)t(e) de heer/mevr. (naam + voornaam) (de kopers)<br />
d.d. (datum ondertekening verkoopcontract “overname van hoevebekleding”).<br />
1. DIEREN<br />
Runderen:<br />
Melkkoeien<br />
Zoogkoeien<br />
Volle vaarzen<br />
Vaarzen > 1 jaar en < 2 jaar<br />
Kalveren > 6 maand en < 1 jaar<br />
Kalveren < 6 maand<br />
Dekstieren<br />
Mestvee<br />
Varkens:<br />
Zeugen in productie<br />
Jonge zeugen<br />
Biggen (0 - 20 kg)<br />
Mestvarkens (20 - 50 kg)<br />
Mestvarkens (50 - 110 kg)<br />
Pluimvee:<br />
Leghennen<br />
Mestkuikens<br />
Andere dieren<br />
2. MATERIEEL<br />
Tractoren:<br />
Aantal Waarde Waarde / Tak<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
=<br />
=<br />
=<br />
=<br />
=<br />
=<br />
=<br />
=<br />
=<br />
=<br />
=<br />
=<br />
=<br />
=<br />
=<br />
=<br />
=<br />
Totaal dieren:<br />
Merk Type PK Bouwjaar Prijs<br />
Machines:<br />
Omschrijving Type Bouwjaar Prijs<br />
53
54<br />
Machines:<br />
Omschrijving Type Bouwjaar Prijs<br />
3. VRUCHTEN TEN VELDE<br />
Teelt Ha, are<br />
x<br />
x<br />
Prijs / ha Prijs<br />
Totaal vruchten ten velde:<br />
4. VOORRADEN<br />
Soort in ton<br />
x<br />
x<br />
Prijs / ton Prijs<br />
Totaal voorraden:<br />
5. INSTALLATIES<br />
Beschrijving<br />
x<br />
x<br />
Prijs<br />
6. NAVETTEN EN PRIJZIJ<br />
Ha, are Teelten<br />
x<br />
x<br />
Prijs / ha Prijs<br />
7. ANDERE<br />
Alle overgenomen goederen zijn door beide partijen gekend en goedgekeurd.<br />
Opgemaakt te (plaats) op (datum ondertekening).<br />
De verkopers De kopers<br />
Totaal materieel:<br />
Totaal installaties:<br />
Totaal navetten en prijzij:<br />
Algemeen Totaal:
11. Nuttige namen, adressen en<br />
telefoonnummers<br />
11.1 Groep Landbouwkrediet<br />
Landbouwkrediet<br />
Sylvain Dupuislaan 251 - 1070 Brussel<br />
Tel.: 02/558.71.11<br />
E-mail: info@landbouwkrediet.be<br />
website: www.landbouwkrediet.be<br />
CCAB – Centrum Agrarische Bedrijfsleiding<br />
Ambachtsweg 18a<br />
9820 Merelbeke<br />
Tel.: 09/244.64.53<br />
www.ccab.be<br />
11.2 Vlaamse Overheid – Landbouw en Visserij<br />
• Departement Landbouw en Visserij, Agentschap voor Landbouw en Visserij, Instituut voor Landbouw- en<br />
Visserijonderzoek, Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing<br />
Ellipsgebouw (5de verdieping)<br />
Koning Albert II-Laan 35, bus 40<br />
1030 Brussel<br />
Tel.: 02/552.77.00 - Fax 02/552.77.01<br />
E-mail: communicatie@lv.vlaanderen.be<br />
• Provinciale buitendiensten en bevoegde ambtenaren m.b.t. Vlif:<br />
- Structuur en Investeringen Vlaams-Brabant<br />
Diestsepoort 6, bus 102 - 3000 Leuven<br />
Tel.: 016/66.6<strong>1.7</strong>0 - Fax 016/66.61.41<br />
Veerle Blommaert, ingenieur<br />
E-mail: veerle.blommaert@lv.vlaanderen.be<br />
- Structuur en Investeringen Antwerpen<br />
Vlaams Administratief Centrum - Lange Kievitstraat 111-113, bus 72 - 2018 Antwerpen<br />
Tel.: 03/224.92.20 - Fax 03/224.92.01<br />
André De Rop, ingenieur<br />
E-mail: andre.derop@lv.vlaanderen.be<br />
55
56<br />
- Structuur en Investeringen Limburg<br />
Vlaams Administratief Centrum - Koningin Astridlaan 50, bus 6 - 3500 Hasselt<br />
Tel.: 011/74.26.30 - Fax 011/74.26.69<br />
Koenraad Jespers, ingenieur<br />
E-mail: koenraad.jespers@lv.vlaanderen.be<br />
- Structuur en Investeringen Oost-Vlaanderen (arrondissementen Gent en Oudenaarde)<br />
Burgemeester Van Gansberghelaan 92 - 9820 Merelbeke<br />
Tel.: 09/272.22.40 - Fax 09/272.22.41<br />
Georges Van Nieuwerburgh, ingenieur<br />
E-mail: georges.vannieuwerburgh@lv.vlaanderen.be<br />
- Structuur en Investeringen Oost-Vlaanderen (arrondissementen Aalst, Dendermonde, Sint-Niklaas en Eeklo)<br />
Burgemeester Van Gansberghelaan 92 - 9820 Merelbeke<br />
Tel.: 09/272.22.40 - Fax 09/272.22.41<br />
Jean De Neef, ingenieur<br />
E-mail: jean.deneef@lv.vlaanderen.be<br />
- Structuur en Investeringen West-Vlaanderen (arrondissementen Brugge, Diksmuide, Oostende en Veurne)<br />
Baron Ruzettelaan 1 - 8310 Brugge<br />
Tel.: 050/20.76.50 - Fax 050/20.76.59<br />
Danny Persyn, ingenieur<br />
E-mail: danny.persyn@lv.vlaanderen.be<br />
- Structuur en Investeringen West-Vlaanderen (arrondissementen Ieper, Kortrijk, Roeselare en Tielt)<br />
Baron Ruzettelaan 1 - 8310 Brugge<br />
Tel.: 050/20.76.50 - Fax 050/20.76.59<br />
Willy Beghein, ingenieur<br />
E-mail: willy.beghein@lv.vlaanderen.be<br />
11.3 Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw<br />
• DGZ Torhout,<br />
Industrielaan 29<br />
8820 Torhout<br />
Tel.: 050/230.530<br />
• DGZ Drongen<br />
Deinse Horsweg 1<br />
9031 Drongen<br />
Tel.: 09/216.71.11<br />
• DGZ Lier<br />
Hagenbroeksesteenweg 167<br />
2500 Lier<br />
Tel.: 03/489.74.75
11.4 Milieu-administratie<br />
• Bestendige deputaties:<br />
- Antwerpen<br />
Koningin Elisabethlei 22<br />
2018 Antwerpen<br />
Tel.: 03/240.50.11<br />
- Limburg<br />
Universiteitslaan 1<br />
3500 Hasselt<br />
Tel.: 011/23.71.11<br />
- Oost-Vlaanderen<br />
Gouvernementstraat 1<br />
9000 Gent<br />
Tel.: 09/267.80.11<br />
- Vlaams-Brabant<br />
Provincieplein 1<br />
3010 Leuven<br />
Tel.: 016/26.70.11<br />
- West-Vlaanderen<br />
Provinciehuis Boeverbos, Koning Leopold III laan 41<br />
8200 St –Andries<br />
Tel.: 050/40.31.11<br />
• Departement Leefmilieu, Natuur en Energie<br />
Koning Albert II–laan 20 bus 8<br />
1000 Brussel<br />
Tel.: 02/553.80.11<br />
E-mail: info@lne.be<br />
• Buitendiensten Afdeling Milieuvergunningen:<br />
- Antwerpen<br />
Lange Kievitstraat 111-113 bus 61<br />
2018 Antwerpen<br />
Tel.: 03/224.64.81 - Fax: 03/224.64.51<br />
E-mail: milieuvergunningen.ant@lne.vlaanderen.be<br />
- Limburg<br />
Koningin Astridlaan 50 bus 5<br />
3500 Hasselt<br />
Tel.: 011/74.25.80 - Fax: 011/74.25.99<br />
E-mail: milieuvergunningen.lim@lne.vlaanderen.be<br />
57
58<br />
- Oost-Vlaanderen<br />
Apostelhuizen 26K<br />
9000 Gent<br />
Tel.: 09/235.58.20 - Fax: 09/235.58.49<br />
E-mail: milieuvergunningen.ovl@lne.vlaanderen.be<br />
- Vlaams-Brabant<br />
Diestsepoort 6 bus 72<br />
3000 Leuven<br />
Tel.: 016/66.60.40 - Fax: 016/66.60.45<br />
E-mail: milieuvergunningen.vbr@lne.vlaanderen.be<br />
- West-Vlaanderen<br />
Koningin Astridlaan 29 bus 7<br />
8200 Brugge<br />
Tel.: 050/40.43.11 - Fax: 050/39.10.51<br />
E-mail: milieuvergunningen.wvl@lne.vlaanderen.be<br />
• Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor <strong>het</strong> Vlaamse Gewest (OVAM)<br />
Stationsstraat 110<br />
B-2800 Mechelen<br />
Tel.: 015/284.284 - Fax 015/203.275<br />
E-mail: info@ovam.be<br />
• Vlaamse Milieumaatschappij (VMM)<br />
A. Van de Maelestraat 96<br />
9320 Erembodegem<br />
Tel.: 053/72.64.45 - Fax 053/71.10.78<br />
E-mail: info@vmm.be<br />
• Vlaamse Landmaatschappij (VLM) – Mestbank<br />
Gulden Vlieslaan 72<br />
1060 Brussel<br />
Tel.: 02/543.72.00 - Fax: 02/543.73.99<br />
- Mestbank hoofdbestuur<br />
Gulden Vlieslaan 72<br />
1060 Brussel<br />
Fax: Mestbank: 02/543.73.98<br />
• Provinciale afdelingen:<br />
- Antwerpen<br />
Cardijnlaan 1<br />
2200 Herentals<br />
Tel: 014/25.83.00
- Limburg<br />
Koningin-Astridlaan 10<br />
3500 Hasselt<br />
Tel.: 011/29.87.00<br />
- Vlaams-Brabant<br />
Diestsepoort 6 bus 74<br />
3000 Leuven<br />
Tel.: 016/66.52.00<br />
- Oost-Vlaanderen<br />
Ganzendries 149<br />
9000 Gent<br />
Tel.: 09/224.85.00<br />
- West-Vlaanderen<br />
Velodroomstraat 28<br />
8200 Brugge<br />
Tel.: 050/45.81.00<br />
11.5 Milieufiscaliteit<br />
Verhoogde investeringsaftrek<br />
Ministerie van Financiën<br />
Administratie der Directe Belastingen<br />
Financietoren bus 33<br />
Kruidtuinlaan 50<br />
1010 Brussel<br />
Tel.: 02/210.21.11<br />
Energiebesparende investeringen<br />
Vlaams Energieagentschap<br />
Koning Albert II-laan 20 – bus 17<br />
1000 Brussel<br />
Tel.: 02/553.46.00 - Fax: 02/553.46.01<br />
E-mail: energie@vlaanderen.be<br />
Website: http://www.energiesparen.be<br />
Milieuvriendelijk onderzoek en ontwikkeling<br />
Vlaamse Overheid: Departement Leefmilieu, Natuur en Energie<br />
Graaf de Ferraris-gebouw, Koning Albert II-laan 20, bus 8, 1000 Brussel<br />
Tél: 02/553.80.23 - Fax: 02/553.80.55<br />
59
60<br />
11.6 Adviesbureaus, provinciale landbouwdiensten en onderzoekscentra<br />
CCAB – Centrum Agrarische Bedrijfsleiding<br />
Ambachtsweg 18a<br />
9820 Merelbeke<br />
Tel.: 09/244.64.53<br />
www.ccab.be<br />
Provinciale Dienst voor landbouw en plattelandsbeleid - Antwerpen<br />
Koningin Elisabethlei 22<br />
2018 Antwerpen<br />
Tel.: 03/240.58.37<br />
E-mail: dlp@admin.provant.be<br />
Landbouwdienst van de Provincie Limburg<br />
Universiteitslaan 1<br />
3500 Hasselt<br />
Tel.: 011/23.74.40<br />
E-mail: landbouw@limburg.be<br />
Provincie West-Vlaanderen<br />
Dienst Economie – Landbouw en Visserij<br />
Provinciehuis Olympia<br />
Koning Leopold-III laan 66<br />
8200 Sint-Andries<br />
Tel.: 050/40.33.54<br />
E-mail: landbouwenvisserij@west-Vlaanderen.be<br />
Provincie Oost-Vlaanderen<br />
Dienst Landbouw & Platteland<br />
Gouvernementstraat 1<br />
9000 Gent<br />
Tel.: 09/267.86.78<br />
E-mail: landbouw@oost-vlaanderen.be<br />
Provincie Vlaams-Brabant<br />
Dienst Land- en Tuinbouw (landbouwbeleid)<br />
Provincieplein 1<br />
3010 Leuven<br />
Tel.: 016/26.72.72 (contactpersoon: Ine Vervaeke)<br />
E-mail: landbouw@vlaamsbrabant.be
Provinciaal Onderzoeks- en Voorlichtingscentrum voor Land- en Tuinbouw<br />
Ieperseweg 87<br />
8800 Rumbeke - Roeselare (Beitem)<br />
Tel.: 051/27.32.50 - fax: 051/24.00.20<br />
Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO)<br />
Burg. van Gansberghelaan 96, bus 1, 9820 Merelbeke<br />
Tel.: 09/272.25.00 - Fax: 09/272.25.01<br />
E-mail: ilvo@ilvo.vlaanderen.be<br />
Bodemkundige Dienst van België<br />
Willem De Croylaan 48<br />
3001 Heverlee<br />
Tel.: 016/22.54.26<br />
Provinciaal Ontledings- en Onderzoeksstation voor Land- en Tuinbouw<br />
Sint-Niklaasstraat 17<br />
1310 Terhulpen<br />
Tel.: 02/656.09.70<br />
BLIK vzw<br />
Tüv Nord Integra<br />
Statiestraat 164<br />
2600 Berchem<br />
Tel.: 03/287.37.60<br />
1<strong>1.7</strong> Algemeen Boerensyndicaat<br />
H. Consciencestraat 53A<br />
8800 Roeselare<br />
Tel.: 051/26.08.20 - Fax: 051/24.25.39<br />
E-mail: abs.roeselare@absvzw.be<br />
11.8 RSVZ<br />
Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen<br />
Jan Jacobsplein 6<br />
B-1000 Brussel<br />
Tel.: 02/546.42.11 - Fax: 02/511.21.53<br />
11.9 Lijst van de sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen<br />
Groep S<br />
Poincarélaan 78<br />
1060 Brussel<br />
Tel.: 02/555.15.20 - Fax: 02/555.15.45<br />
E-mail: infosvk@groeps.be<br />
http://www.groeps.be<br />
61
62<br />
XERIUS<br />
Brouwersvliet 4 - bus 2<br />
2000 Antwerpen<br />
Tel.: 078/15.00.15 - Fax: 03/226.12.66<br />
E-mail: info@xerius.be<br />
http://www.xerius.be<br />
Zenito<br />
Spastraat 8<br />
1000 Brussel<br />
Tel.: 02/238.04.11 - Fax: 02/238.04.12<br />
E-mail: sociaalverzekeringsfonds@zenito.be<br />
http://www.zenito.be<br />
Partena<br />
Anspachlaan 1 (Philips Toren)<br />
1000 Brussel<br />
Tel.: 02/549.73.00 - Fax: 02/223.73.79<br />
E-mail: mkt.svz@start.partena.be<br />
http://www.partena.be<br />
Acerta<br />
Buro & Design Center<br />
Heizel Esplanade PB 65<br />
1020 Brussel<br />
Tel.: 02/475.45.00 - Fax: 02/773.16.03<br />
E-mail: contact.svf@acerta.be<br />
http://www.acerta.be<br />
Securex-Integrity<br />
Sint-Michielswarande 30<br />
1040 Brussel<br />
Tel.: 02/729.92.22 - Fax: 02/729.92.20<br />
E-mail: merode@securex.be<br />
http://www.securex.be<br />
Attentia sociaal verzekeringsfonds vzw<br />
Torhoutsesteenweg 384<br />
8200 Brugge<br />
Tel.: 050/40.65.65 - Fax: 050/40.65.99<br />
E-mail: info.svas@attentia.be<br />
http://www.attentia.be<br />
Multipen<br />
Zeutestraat 2B<br />
2800 Mechelen<br />
Tel.: 015/45.12.60 - Fax: 015/45.12.68<br />
E-mail: info@multipen.be<br />
http://www.multipen.be
HDP<br />
Koningsstraat 196<br />
1000 Brussel<br />
Tel.: 02/289.68.02 - Fax: 02/289.68.49<br />
E-mail: infosvf@hdp.be<br />
http://www.hdp.be<br />
Steunt elkander<br />
Kolonel Bourgstraat 113<br />
1140 Brussel<br />
Tel.: 02/743.05.10 - Fax: 02/734.04.79<br />
E-mail: svk@steuntelkander.be<br />
http://www.steuntelkander.be<br />
Caisse d’Assurances sociales de l’UCM<br />
Chaussée de Marche 637 (Nationale 4)<br />
5100 Namur (Wierde)<br />
Tel.: 081/32.06.11 - Fax: 081/30.74.09<br />
Postadres: B.P. 38 - 5100 Namur (Jambes)<br />
E-mail: cas@ucm.be<br />
http://www.ucm.be<br />
Nationale Hulpkas voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen<br />
Jan Jacobsplein 6<br />
1000 Brussel<br />
Tel.: 02/546.45.22<br />
Tel.: vennootschappen: 02/546.45.53 en 02/546.45.51 - Fax: 02/513.04.13<br />
E-mail: mailcnh@rsvz-inasti.fgov.be<br />
E-mail vennootschappen: cnh-sov@rsvz-inasti.fgov.be<br />
http://www.rsvz-inasti.fgov.be/nl/helpagency/index.htm<br />
63
Deze brochure werd gerealiseerd door de dienst<br />
Marketing van Landbouwkrediet.<br />
Reproductie voor eigen of intern gebruik is toegestaan.<br />
Bronvermelding is verplicht.<br />
De gegevens in deze brochure zijn louter informatief.<br />
Landbouwkrediet verschaft deze informatie te goeder<br />
trouw, maar kan niet aansprakelijk gesteld worden voor<br />
eventuele onvolledigheden of onjuiste informatie.<br />
info@landbouwkrediet.be<br />
www.landbouwkrediet.be<br />
64<br />
V.U.: Rik Duyck – Sylvain Dupuislaan 251 – 1070 Brussel – 11/2011.