Signaal 1 - OB&V holding BV

obenv.nl

Signaal 1 - OB&V holding BV

In de bouw moeten

de lijnen kort zijn

René Gubbels is senior projectleider bij BAM

Utiliteitsbouw in Maastricht. Afkomstig uit een

Limburgs aannemersgezin waar de handen uit de

mouwen werden gestoken.

1

Een goed netwerk

laat de beste teams

samenstellen

Jurjen Thomas is vastgoedontwikkelaar bij Provast.

In de keet in het centrum van Rotterdam vertelt hij

wat hem boeit aan de bouw.

It takes a village to

raise a child!

Wessel Visser is manager facilitaire zaken bij

Korein, een organisatie met circa 120

kinderopvanglocaties in Zuidoost-Brabant.

2

signaal

3

Wereldwijd beheer

en onderhoud voor

Buitenlandse Zaken

Marcel Cocx is coördinator Beheer en Onderhoud

bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Zijn

werk valt onder de Directie Huisvesting en

Facilitaire zaken.

4


Voorwoord

Zo’n jaar geleden ontstond bij ons het idee om een soort nieuwsflits voor onze

relaties en medewerkers te laten maken. Niet met beschrijvingen van de pure

bouwtechniek of met interessante bouwprojecten, maar juist onze relaties en

opdrachtgevers zouden daarin centraal moeten staan. Dat idee hebben we

uitgewerkt. Vol trots presenteren wij u nu onze nieuwe relatiemagazine: Signaal.

De titel refereert naar het signalerende karakter van onze organisatie en de

signaalkleuren in de huisstijl.

Zoals wel vaker gebeurt, bleek het transformeren

van zo’n idee naar een goed uitgewerkt en gedegen

eindproduct uiteindelijk meer tijd te kosten dan

gedacht. Het vinden van de juiste mensen met de

juiste expertise en het uitkristalliseren van het idee

naar een definitief plan, bleek behoorlijk wat voeten

in de aarde te hebben. Met een beetje fantasie is

het realiseren van een eigen magazine te vergelijken

met een bouwproces. Dat elk nadeel ook zijn

voordeel heeft, en dat volgens zeggen van onze

nationale voetbal goeroe Cruyff, bleek ook nu.

Maar daar staat een minstens zo treffende oneliner

van de master himself tegenover, dat als je niet

schiet, je ook nooit zult scoren. Geluk bij een

ongeluk valt door het ongewild opschuiven in de

tijd, de eerste nieuwsbrief mooi samen met het

45 jarig bestaan van OB&V holding BV, of voor de

ouderen onder ons misschien beter bekend onder

de oorspronkelijke naam ‘btb-organisatie BV’.

Nu is het dan zover. Het eerste exemplaar van

Signaal ligt bij u op de mat. Hierin staan een aantal

interviews met een paar van onze beste relaties en

opdrachtgevers. Mensen waarmee we al lange tijd

succesvol samenwerken en de mooiste projecten

hebben gerealiseerd. Wij laten ze vertellen over

OB&V SIGNAAL. p2

hun werk in de bouw en wat hen daarin boeit.

Dat is ook leerzaam voor ons. Wij hebben het

gevoel dat de artikelen een goed beeld geven van

de drijfveren van de geïnterviewden binnen hun

eigen werkomgeving. Op een luchtige wijze verteld

en vastgelegd.

Wij denken dat wij niet alleen staan in ons enthousiasme

over Signaal en we hopen dat u als lezer

onze mening deelt. Daarom horen we graag uw

mening. U kunt daarvoor bellen met Fokje Jansma,

038 421 13 13 of mailen naar f.jansma@obenv.nl.

Wellicht bent u de volgende die als geïnterviewde in

ons relatiemagazine verschijnt. Het lijkt ons meer

dan nuttig om op deze manier onze relaties te leren

kennen en om nog beter te kunnen ontdekken en te

begrijpen wat hen in hun werk zoal beweegt. In ieder

geval wensen we u veel leesplezier toe!

Met vriendelijke groet,

OB&V holding BV

Jan Hoorn Erik Rietdijk

algemeen directeur directeur


in de bouw

moeten

de liJnen

kort ziJn

René Gubbels is senior projectleider bij BAM Utiliteits bouw in Maastricht.

Afkomstig uit een Limburgs aannemersgezin waar de handen uit de mouwen

werden gestoken. “Gelukkig kiest de jongelui weer voor de bouw. We hebben

hen voor de toekomst hard nodig.”

Het liefst had Gubbels voor een gesprek in de

bouwkeet afgesproken in plaats van op kantoor,

maar zijn drukke agenda liet dat niet toe. “Ik ben

graag bij de productie en probeer kantoorwerk zo

veel mogelijk vanaf de bouwplaats te doen.”

zonder omweg

De bouw is een branche van korte lijnen. Concepten

en instructies moeten direct, zonder omweg

overgebracht kunnen worden. Dat levert minder

fouten en betere resultaten op. Gubbels: “Korte

lijnen houden ook in dat je directe feedback krijgt

van jouw mensen. Directe samenwerking zorgt

ervoor dat ingewikkelde trajecten tot succesvolle

projecten leiden. Een bouwproject aansturen vanaf

de bouwplaats met architect en opdrachtgever

levert vaak direct resultaat op. “Al ben ik nu ‘de

baas van het spul’ met een net pak aan, ooit heb ik

ook bij het bedrijf van mijn vader met de voeten in

het beton gestaan.” Gubbels’ carrière in de bouw bij

de BAM verloopt al 36 jaar crescendo. Promoties

heeft hij altijd gekregen en nooit om hoeven vragen.

Door de jaren heen heeft hij het bedrijf verschillende

keren door fusies van naam zien veranderen.

Gubbels startte als bouwkundig tekenaar. Via werkvoorbereider

groeide hij door tot senior projectleider

bij BAM Utiliteitsbouw. Hij stuurt nu projectteams

aan waarbinnen circa 40 eigen mensen en een groep

nevenaannemers werkzaam zijn.

Jeugd

Gubbels werkt graag met jonge mensen. Hij vindt

het prachtig ze het ambachtvak te leren. “Daar leer ik

ook weer van. Jongelui houden je scherp. Toen ik

begon had ik slechts een rekenliniaal om de m3 en m2 uit te tellen. Nu maak ik samen met de ondersteuning

van jonge collega’s PowerPointpresentaties op de

computer.” Gubbels valt het op dat de bouw weer

populair wordt bij de jeugd. “Bouwkunde als vak

krijgt volop de aandacht. Het aanbod aan stagiairs

bij de BAM is enorm. We kunnen ze helaas niet

allemaal plaatsen.” Gubbels merkt direct of een

nieuwe werknemer geschikt is. “Dat begint vaak met

de persoonlijke inzet. Ik kan er erg van genieten als

die jonge gasten echt wat willen bereiken in de bouw.

Niet alleen hun belangstelling voor het vak, maar

ook hoe ze zich opstellen binnen een organisatie,

hun arbeidsmentaliteit vind ik zeer belangrijk.”

OB&V SIGNAAL. p3


1

normen

Van zijn ouders leerde hij dat je altijd voor kwaliteit

moest gaan. Nooit voor het gemiddelde. “Tegenwoordig

gaat bijna niemand meer voor een tien.

Een mager zesje voldoet al aan de normen.”

Gubbels neemt de NEN-normen als voorbeeld.

“Niet alle normen staan automatisch voor kwaliteit.

Daar kan ik me soms behoorlijk aan storen.

Een deur die kromtrekt, maar wel aan bepaalde

normen voldoet, blijft voor mij een waardeloze

deur als deze scheluw is.” Of het meevalt kwaliteit

te blijven waarborgen bij bouwprojecten? Volgens

Gubbels is kwaliteit leveren een kwestie van

moeten. “Je ontkomt er niet meer aan als je duurzaam,

energiezuinig en milieuverantwoord wilt

bouwen.” Bij de BAM worden deze onderwerpen op

voorhand al meegenomen in de bouwplannen.

Uitgezocht wordt hoe het meest duurzaam en

energiezuinig gebouwd kan worden.” Een van onze

medewerkers zoekt voor opdrachtgevers uit hoe

efficiënt bijvoorbeeld energie bespaard kan worden

in zijn gebouw.”

toezicht op kwaliteit

Gubbels vertelt dat zijn afdeling zich nu buigt over

het thema risico-inventarisering, ofwel welke

kansen en bedreigingen projecten met zich mee

kunnen brengen. “Kansen en bedreigingen liggen

OB&V SIGNAAL. p4

per project anders. Het bespreekbaar maken van de

risico’s is al een hele vooruitgang gebleken”, zegt

Gubbels. “Bouwfouten en faalkosten zijn een

belangrijk item binnen de bouwbranche, dat alle

aandacht verdient. We zijn tot de conclusie gekomen

dat als je geen risico-inventarisaties maakt, de

bedrijfsvoering in gevaar kan lopen. Voor die strikte

controle hebben we inspecteurs van btb in de arm

genomen. Ze houden het project en de kwaliteit van

het geleverde werk voortdurend voor ons in de gaten.

Ze komen kijken waar we het fout doen. Zij controleren

op het werk en maken daar rapporten van. Dit soort

bouwtechnische controles zijn ook echt nodig om

tijdig in te kunnen grijpen.” Volgens Gubbels loopt de

samenwerking tussen controleur en bouwer bijzonder

soepel. “Daaraan ligt een enorm vertrouwen ten

grondslag. Vertrouwen is een gevleugelde term, waar

ons succes sterk van afhangt.”

Opdrachtgever

BAM Utiliteitsbouw, www.bam.nl

Projecten

O.a. Nieuwbouw MediReva Maastricht

Dienst

Btb


it takes a

Village to

raise a

child!

Wessel Visser is manager facilitaire

zaken bij Korein, een organisatie met

circa 120 kinderopvanglocaties in

Zuidoost-Brabant. “Alles draait om

het kind, vinden we bij Korein, dus

óók de leefomgeving!”

De kinderpleinen, zoals de kinderdagverblijven

worden genoemd, zijn voor kinderen tussen 0 en

12 jaar. Het motto van Korein is dat opvang,

begeleiding en activiteiten aansluiten bij de ontwikkelingsgebieden

en interesses van het kind.

“Het interieurconcept is een belangrijk element voor

Korein”, legt Visser uit. Veel aandacht voor kleur en

vorm zetten bewust een onderscheidend interieur

neer. Korein wil hiermee een bepaalde bedrijfscultuur

en organisatie onderschrijven. “Het interieur is

bewust gebouwd op een pedagogische visie, die in

al het handelen van de medewerkers van Korein zit

geworteld. En dat komt tot uiting in de vormgeving

van de binnen- én de buitenruimte. Ook het

Centrumplein, het hoofdkantoor van Korein in

Eindhoven, is zeker geen standaard grijze kantoorruimte.

Het kantoor volgt dat aansprekende

interieurconcept waarmee al die kinderdagverblijven

zijn ontworpen. De grote centrale ruimte, het plein,

dat tevens als bedrijfsrestaurant dient, heeft aparte

kleinere hoeken, die zijn ingekaderd door vrolijke

en bont bedrukte panelen. Bij de entree wijst een

kleurige wegbewijzering aan, zoals in een pretpark,

waar de verschillende afdelingen te vinden zijn.

“Alle kinderpleinen hebben deze herkenbare sfeer”,

zegt Visser. Een centrale ontmoetingsruimte waar

omheen allerlei groepen elkaar kunnen ontmoeten.

“Motiverende ruimten waarin ik me volledig herken.

Kleuren en vormen van het interieur zijn minstens zo

belangrijk als voorzieningen en klimaat beheersing.”

Als facilitair manager zit Visser daar bovenop.

Samen met visiplan werkt hij intensief samen om

verschillende locaties volgens dit concept vorm te

geven en om daaruit zoveel mogelijk resultaten te

behalen. “Een match die er absoluut is!”

uitblinken

Visser is opgeleid in bedrijfskunde en logistiek.

Een organisator. Bij Korein is de afdeling facilitaire

zaken een ondersteunende dienst. Visser geeft

leiding aan vier teams: huisvesting, service &

inkoop, onderhoudsdienst en het secretariaat met

receptie. Vanuit het team huisvesting liggen de

contacten met visiplan. “Het doel is om het primaire

proces maximaal te ondersteunen. Voor 120 vestigingen

hebben we een grote brok ondersteuning

nodig. Waarbij ook het facilitaire proces kwaliteit

moet toevoegen aan het proces van kinderopvang.

Bij een kinderdagverblijf horen daar naast zaken als

gebouwenbeheer, inkoop en kleinschalig onderhoud

ook heel diverse onderwerpen bij zoals meewerken

OB&V SIGNAAL. p5


2

aan het innovatieve proces waarin Korein als

ambitieuze kinderopvangorganisatie wil uitblinken.

Kansen genoeg voor kinderdagverblijven, die Korein

met beide handen aangrijpt. Vooral in de laatste

jaren heeft Korein een onstuimige groei in capaciteit

doorgemaakt waarmee het aantal kindplaatsen fors

is toegenomen. Visser noemt ook als voorbeeld de

actuele ontwikkelingen op het gebied van combinatieruimten

van primair onderwijs en naschoolse

opvang. “Naast een aantal stand alone locaties

krijgen we steeds meer brede scholen met meerdere

kindgerelateerde partijen, rond de doorgaande

ontwikkelingslijn van 0 tot 12 jaar. We gaan na

welke samenwerkingsverbanden met andere be trokken

partijen zoals onderwijsinstellingen mogelijk

zijn. Ook op organisatorisch vlak.” Vanuit facilitair

oogpunt zal Visser de komende jaren bij deze

ontwikkelingen betrokken worden. “De pedagogische

visie als basis is helder. Maar welke concrete

consequenties dat heeft voor de huisvesting en

ruimte van locaties, is nu nog niet te overzien,”

geeft hij toe. “Het combineren van kinderopvang en

scholen heeft onherroepelijk weerslag op de

inrichting en vormgeving van die nieuwe of

vernieuwde huisvesting.”

huisVesting

Met visiplan rolt Korein een aantal plannen uit.

Zoals de uitbreidingstrajecten van nieuwe en de

restylingtrajecten van de bestaande kinderpleinen

waarin meteen het Korein interieurconcept wordt

meegenomen. Dat betekent vaak een stuk interieur

vervangen, andere materialen en kleuren. Maar ook

verandering van indeling en functies, of het aanpassen

van de klimaatbeheersing en akoestiek.

“Dat leidt vaak tot omvangrijke, bouwkundig

ingestoken, huisvestingsprojecten, die we veelal

laten leiden door facilitaire projectmanagers van

visiplan. Zij voeren het project uit en zetten er ook

een opzichter van btb bij als dat nodig is. En dat

werkt uitstekend”, geeft Visser aan. “Vooral omdat

ze direct capaciteit voorhanden hebben en nogal

flexibel zijn. Om kansen te pakken zijn we zelf

nogal van het rennen en stilstaan en dan is het best

prettig als we andere partijen vinden die gemakkelijk

hierop kunnen inspelen.” Naast flexibiliteit kost zo’n

traject ook een behoorlijk inlevingsvermogen van

alle partijen. “Het interieurconcept dat we op alle

OB&V SIGNAAL. p6

locaties willen doorvoeren, moet wel goed begrepen

en uitgesproken worden. Een projectleider is een

spin in het web, die een werk- en leefbare plek moet

helpen creëren voor de kinderen en mensen van

Korein en aandacht heeft voor technische zaken,

waar wij nooit aan gedacht zouden hebben. Voor

een kinderdagverblijf, dat ver weg staat van techniek

en bouwzaken, is het voor de voortgang van een

project best prettig dat de technische mensen van

visiplan heel soepel weten te laveren tussen die

a-technische, pedagogische medewerkers van

Korein.”

Opdrachtgever

Korein Kinderplein, www.korein.nl

Projecten

Herinrichten en verbouwen van kinderpleinen

Dienst

Visiplan


een goed

netwerk

laat de

beste teams

samenstellen

Jurjen Thomas is vastgoedontwikkelaar bij Provast. In de keet van de BAM,

waarmee Provast op dit moment in het centrum van Rotterdam een nieuw

gebouw van Loyens en Loeff realiseert, vertelt hij wat hem boeit aan de bouw.

“Concreet gebouwd zien worden wat op papier is bedacht.”

Thomas heeft weg- en waterbouw gestudeerd.

Startte zijn carrière bij adviesbureau D3BN, nu

onderdeel van DHV. Hij had aanvankelijk zijn

zinnen gezet op offshore projecten. Liep stage bij

offshorebedrijf Heerema, maar de crisis eind jaren

’80 maakte daar korte metten mee. “Mij boeit de

combinatie ontwerp en realisatie. Dat is ook het

mooie aan de bouw. Je creëert gebouwen die door

intensieve samenwerking tot stand komen.

De kunst is om de juiste mensen bij elkaar te

brengen en op de juiste plek in te zetten, waardoor

een zekere wisselwerking ontstaat, waarin partijen

elkaar versterken. Dat mechanisme vind ik zeer

boeiend. In de bouw is dat mechanisme sterk

vertegenwoordigd, omdat je met zoveel verschillende

partijen te maken hebt. Communicatie en

onderlinge samenwerking vormen de speerpunten

van een project”. Thomas is voorstander van

competentiegericht samenwerken. Hij doorziet

snel wie waar goed in is, waarbij vrijheid en

vertrouwen de sleutelwoorden zijn.” Omdat

Thomas bij D3BN de creatieve kant van het vak

koos, rolde hij vanzelf in de richting van het

bouwen. “Mijn vak was constructies bedenken en

berekenen, die zo optimaal mogelijk aansluiten bij

het ontwerp van de architect.” Na verloop van tijd

werd Thomas meer en meer betrokken bij de

financiële kant van een project. Hij werd vrij snel

in het managementteam opgenomen en verantwoordelijk

gesteld voor de financiële zaken van

alle projecten. “Maar die projecten werden steeds

groter. Voor ik het wist was ik alleen nog maar met

financiën bezig.” Het bureau breidde zich in die

periode fors uit en werd overgenomen door DHV.

“Ik heb er van alles meegemaakt. Van klein tot

zeer groot.” Uiteindelijk bereikte Thomas de

positie van raadgevend ingenieur bij de ONRI, het

hoogste niveau op adviesgebied. De overgang

naar DHV vergrootte zijn werkterrein, maar de

speelruimte werd beperkter. Kortom, het werd tijd

voor wat anders.

afgebakend

Thomas werd door Provast gevraagd het

vastgoedteam in Den Haag te komen versterken.

“Een hele ommezwaai van adviseur naar ontwikkelaar

OB&V SIGNAAL. p7


OB&V SIGNAAL. p8


3

en daarmee samengaande grotere risico’s en

verantwoordelijkheden”, zegt Thomas. “Ik ben als

projectmanager weer onderaan begonnen.” Provast

is een platte, overzichtelijke organisatie met een

aantal directeuren, even zoveel secretaressen en

projectmanagers en veel vrijheid in doen en laten.

Provast richt zich veelal op complexe binnenstedelijke

projecten met allure.

“Technisch vaak lastige en commercieel ingewikkelde

projecten. Dat is ook de reden waarom ik

voor deze uitdaging koos. De projectmanagers

moeten alles regelen waardoor ik bij alle aspecten

van het ontwikkelen betrokken word. Dat verbreedt

mijn horizon. Projectontwikkeling is meer een

ondernemende dan een dienstverlenende activiteit.

Ik moest best wennen aan die ommezwaai”, geeft

hij toe. “Projectontwikkeling vraagt echt om

jarenlange kennis en ervaring. Bij ons zijn het vaak

de mensen met veel ervaring en een ruime staat

van dienst, die de projecten leiden. Zij weten hoe

de hazen lopen.” Tekort aan ervaring is een

belemmering voor een succesvol verloop van een

bouwproject. “De bouw is een behoorlijk gesegmenteerde

bedrijfstak. Met aannemers, onderaannemers

en gespecialiseerde leveranciers.

Iedere partij kijkt sterk naar zijn eigen scope.

Het projectbelang verliest men daardoor wel eens

uit het oog. Van integrale samenwerking is dan

nauwelijks sprake meer. De kunst is om de taken

op de juiste manier te verdelen en ervoor te zorgen

dat ze goed worden uitgevoerd.”

engineering en build

Provast realiseert ook engineering en build -

projecten, zoals het kantoor Blaak 31 in Rotterdam

voor huurder Loyens & Loeff. BAM Utiliteitsbouw

is de hoofdaannemer. Hierbij richt Provast zich op

haar kernactiviteiten en huurt adviseurs en

opzichters van OB&V in voor ondersteuning.

“Dit soort projecten vraagt om een andere invulling

dan een traditioneel bouwproces. Ze ontstaan

vaak door tijdsdruk, op basis van een definitief

ontwerp. In die realisatie en uitontwikkeling speelt

de ontwikkelaar een andere rol. Meer controlerend.

De aannemer moet zorgen dat het werk binnen de

contractueel afgesproken kaders uitgewerkt en

gebouwd wordt. Ook het communiceren loopt

bijvoorbeeld anders. Er moeten veel vragen

worden gesteld en informatie opgevraagd zonder

het bouwproces te verstoren of grip op kwaliteit te

verliezen.” In het communicatieproces zijn de

huurder Loyens en Loeff en belegger CRI sterk

vertegenwoordigd. Zo worden ze nauw betrokken

bij de uitvoering en inrichting van het pand.

De belangen zijn zeer groot. “Ook zij huren allerlei

adviseurs in”, zegt Thomas. “Door het korte

ontwikkeltraject en de druk op de planning, kan

het proces van afstemmen en communicatie soms

uitermate intensief zijn. Voor mij is daarom een

uitstekend werkend netwerk zo belangrijk, zodat

ik voortdurend de juiste mensen bij elkaar kan

brengen.”

Opdrachtgever

Provastgoed Nederland BV, www.provast.nl

Projecten

O.a. Kantoorgebouw Blaak 31

en Markthallen Rotterdam

Dienst

Btb, Oculus

OB&V SIGNAAL. p9


wereldwiJd beheer

en onderhoud Voor

buitenlandse zaken

Marcel Cocx is coördinator Beheer

en Onderhoud bij het Ministerie van

Buitenlandse Zaken. Zijn werk valt

onder de Directie Huisvesting en

Facilitaire zaken. Kort gezegd

coördineert hij voor het beheer en

onderhoud de inspecties van alle

Nederlandse ambassade- en woongebouwen

in het buitenland.

“Elk land vergt een eigen aanpak.”

OB&V SIGNAAL. p10

Voor het onderhoud en beheer aan deze gebouwen

stuurt Cocx de eigen inspecteurs en adviseurs de

wereld rond. Voor extra support vraagt hij de

inspecteurs van visiplan of zij voor het ministerie

naar het buitenland willen afreizen.

Cocx is van huis uit bouwkundige. Niet alleen

vanwege zijn interesse voor bouwtechniek.

“Bij bouwen gaat het vooral om mensen faciliteren” is

zijn uitspraak. Bij huisvesting komt daar ook het

aspect emotie aan te pas. Toen Cocx eind jaren 90

begon bij Buitenlandse Zaken stond Beheer en

Onderhoud nog in de kinderschoenen. “In 1996 had

de Rekenkamer een behoorlijk negatief rapport

geschreven over het onderhoud van de ambassades

in het buitenland”, geeft Cocx aan. “Er was een wereld

te ontdekken, toen ik hier kwam werken. Aanvragen

voor onderhoud kwamen per fax of brief binnen.

Niets was al digitaal geregeld. Er moesten systemen

en programma’s worden ontwikkeld en beleid worden

uitgestippeld en uitgevoerd. Dit alles was nodig om

het beheer en onderhoud voor alle gebouwen van

Buitenlandse Zaken in het buitenland in kaart te

brengen, om uiteindelijk een volcontinu proces op

gang te houden.” Een zeer uitdagende wereld, volgens

Cocx, want elk land is weer anders als het gaat om

technische adviezen en oplossingen bedenken.


Vertegenwoordiging in 132 landen

Van de circa vierhonderd panden in beheer zijn er

283 eigendom van Buitenlandse Zaken. Zoals de

kanselarij, ofwel het ambassadegebouw, inclusief de

visumafdeling en de residenties, de woningen van de

ambassadeurs of consuls generaal. Daarnaast is een

aantal personeelswoningen ooit aangekocht dat

onderhouden moet worden. “Vroeger werd ook nog

gezorgd voor de inhuur van personeelswoningen

van de uitgezonden medewerkers in het buitenland,

maar dat is nu niet meer zo”, vertelt Cocx.

De vertegen woordigingen van Buitenlandse Zaken

zijn wisselend klein tot heel groot. Doha, in Qatar,

dat een paar jaar geleden is geopend heeft twee

uitgezonden en drie lokale medewerkers. Het kleine

kantoortje is niet groter dan 240 vierkante meter.

Washington is met circa honderd medewerkers de

grootste ambassade en beslaat vijfduizend vierkante

meter. In een ambassadegebouw zitten vaak mensen

van allerlei ministeries zoals landbouw, defensie en

mensen van de kamer van koophandel. In één

ambassade zit zelfs het bureau van toerisme.

Het oudste ambassade gebouw, een monument van

twee eeuwen oud, staat in Istanbul. “Vroeger werden

panden of grond vaak aangekocht tegen gunstige

voorwaarden of symbo lische bedragen. Dat gebeurt

nog zelden.”

digitalisering

Buitenlandse Zaken heeft wereldwijd opmerkelijke

panden in haar bezit. Niet alleen fraaie monumenten,

maar ook spraakmakende nieuwe ambassadegebouwen

die door bekende Nederlandse architecten

zijn ontworpen. Rem Koolhaas ontwierp de Nederlandse

ambassade in Berlijn, Erick van Egeraat de

ambassade in Warschau en Carel Weeber de Dakar

residentie. “Om de vier jaar wisselt de uitgezonden

ambtenaar van een ambassade en verhuist naar een

nieuwe post. Dat betekent voor het onderhoud werk

aan de winkel omdat de woningen tijdelijk leeg

staan. De posten zijn zelf verantwoordelijk voor de

uitvoering van het onderhoud. Maar, voor ons

onder houds overzicht hebben we regelmatig contact

met alle vestigingen. Vroeger gaven de posten zelf

op een briefje aan wat de komende jaren moest

gebeuren. Digitalisering was wel een enorme

uitkomst om het beheer beter te plannen. Dit jaar

gaat een nieuw systeem werken waarbij de posten

op locatie zelf hun jaaroverzicht onderhoud kunnen

bekijken en bijhouden. Maar de uitvoering van het

inspectiewerk blijft wel ter plaatse.”

locale omstandigheden

Wereldwijd beheer en onderhoud van panden vergt

een speciale aanpak. Locale omstandigheden zoals

cultuur, klimaat, kennis en conflictsituaties waarmee

een land te maken heeft, beïnvloeden de conditie van

een pand. Voor advies hierover bij de ambassadegebouwen

gelden over het algemeen de Nederlandse

bouwnormen en -eisen, zoals die voor veiligheid en

gezondheid. Het is onmogelijk om van alle

internationale markten thuis te zijn. “We kunnen niet

zomaar een grote ploeg naar het buitenland sturen,

omdat we ook rekening moeten houden met efficiëntie

en doelmatigheid. Inspecteurs die door ons op pad

worden gestuurd, hebben naast kennis van

bouwkunde ook verstand van installatietechniek en

elektra. Van de inspecteurs wordt wel verwacht dat

ze op creatieve en inventieve wijze de juiste oplossingen

vinden, om onderhoudstrajecten te ad viseren

en ze succesvol te laten verlopen. Ook mensen goed

aansturen en de juiste kennis boven tafel te halen,

zijn van belang. Kennis over materialen bijvoorbeeld,

en waar ze verkrijgbaar zijn. Of over culturele

achtergronden en zakenrelaties. Dat vraagt van een

inspecteur wel om een behoorlijke flexibele inzet en

verstand van zaken”, geeft Cocx aan. Daarbij moet hij

ook naar het buitenland willen”, zegt Cocx. “We zijn

terughoudend om mensen naar Bagdad of Kabul uit

te zenden, maar ze gaan wel naar Islamabad, Addis

Abeba of Zuid-Soedan. Uiteraard wegen we de

gevaren en risico’s zorgvuldig af. Het beleid is, zolang

een ambassade open is sturen we daar mensen naar

toe. Inspecties worden meestal één keer in de drie

jaar uitgevoerd, met als resultaat een onderhoudsrapport

en een meerjaren onderhouds planning.

Het inspecteren van de beveiliging van ambassadegebouwen

behoort niet tot de afdeling van Cocx.

Opdrachtgever

Ministerie van Buitenlandse Zaken, www.buza.nl

Projecten

Diverse buitenlandse ambassades

Dienst

Visiplan

OB&V SIGNAAL. p11


COLOFON

Aan deze editie van Signaal werkten mee Teksten Tosca Vissers, Rotterdam / Fotografie Erik Schilt, Dordrecht / Redactie Fokje Jansma, OB&V holding BV /

Geïnterviewden Jurjen Thomas, Wessel Visser, Marcel Cocx en René Gubbels / Ontwerp & Layout Maquet, Rotterdam / Druk Oldehove, Westland / Oplage 1750 /

Uitgave mei 2010

Signaal is een uitgave van OB&V holding BV © Voor meer informatie: www.obenv.nl

Rotterdamseweg 402g

Postbus 152

2600 AD Delft

T 015 - 251 52 51

F 015 - 251 52 61

Assiesstraat 2

Postbus 1405

8001 BK Zwolle

T 038 - 421 13 13

F 038 - 421 84 54

Crabethstraat 7f

Postbus 6177

5600 HD Eindhoven

T 040 - 245 26 22

F 040 - 245 37 55

OB&V holding BV

KvK 27273700

info@obenv.nl

www.obenv.nl

OB&V holding BV is de overkoepelende organisatie van de werkmaatschappijen oculus, btb en visiplan

Similar magazines