Berlijn arm aber sexy dec 2011

reizen.nl

Berlijn arm aber sexy dec 2011

72 |

Berlijn

Arm aber sexy

Laten we aLvast een voorschot nemen op de Lente.

de mensen gaan de straat weer op, bomen botten

uit en op tv voorspeLt weerman tim FrühLing

morgen wéér zo’n mooie dag. een tocht Langs oud

en nieuw, over TourisTenTrampelpfade en karaoke

am mauer. vijF dagen in trendy berLijn.

Tekst: Anne Wesseling | Fotografie: Paul Tolenaar


74 |

Berlijn in de lente

Vrijdag

Friedrichshain & Kreuzberg

We zijn in het Berlijnse stadsdeel

Friedrichshain. Ik ben neergestreken in

een hipperdepip hotel (als je de televisie

niet kunt vinden: die zit weggewerkt in

de spiegel) maar buiten kon de omgeving de

snelle upgrade niet zo snel bijbenen. Vanaf het

moment dat ik uit de metro stapte, voelde het alsof

ik in een tijdmachine was beland. Ze hebben hier

nog punkers! Er zijn kraakpanden! Muren vol

graffiti! Moet je dat affiche zien: Udo Jürgens treedt

nog op!

Verderop ligt de East Side Gallery, een lang stuk

Muur dat bewaard is gebleven, mét schilderingen,

zo fris dat het lijkt alsof de Muur pas gisteren is

gevallen.

We zitten op een muurtje bij Yaam, een strandtent

aan de Spree met een relaxte reggae-uitstraling.

Totaal op ons gemak. Met een flesje fris. Aan de

overkant is iets wat lijkt op een papier-recycle-

bedrijf. Het is een beetje rommelig, bij Yaam.

Er liggen hier en daar plastic limonadeflessen. Er

groeien brandnetels. Kinderen zijn aan het spelen.

Het lijkt nog het meest op een opgeschoten landje

uit je jeugd. Een stuk land waar ooit gebouwd gaat

worden, maar dat nu een ruig soort speeltuin is.

‘Berlin ist arm aber sexy’, zei burgemeester Klaus

Wowereit een paar jaar geleden. Het is een kreet

die bleef hangen omdat het zo waar is. Berlijn heeft

een plein met terrassen,

een jazzorkestje en

kwetterende musjes,

mooier wordt

de lente niet

geen cent te makken (schulden: ruim boven de 60

miljard), maar juist daardoor zijn er braakliggende

stukken land, wordt niet alle graffiti meteen weggepoetst.

Er is een bepaalde nonchalance en tegendraadsheid

– ook gevoed doordat er van oudsher al

mensen gingen wonen die hun eigen levenspad kozen.

In de tijd dat de Muur er nog stond, hoefde je

niet in dienst als je je in Kreuzberg wilde vestigen.

De volgende ochtend neemt gids David Baumgarten

ons mee op een graffiti-excursie door Friedrichshain

en Kreuzberg. Het is zo’n ochtend waarop je werke-

lijk anders leert kijken. Graffiti is er in honderd-

duizend varianten. Er zijn mozaïektegeltjes.

Er is iemand (op een fiets) die door heel Berlijn de

cijfers ‘66’ neerkalkt, niemand weet waarom. We

lopen door de Mariannenstrasse, langs de enorme

astronaut van de kunstenaar Victor Ash (als de

Volkswagendealer ’s avonds een spot aanzet, heeft

hij een vlag in zijn handen). Er zijn sjablonen.

Breiwerkjes om lantaarnpalen. En letters, de prachtigste

letters. Op een muur van het oude industriecomplex

RAW, nu in gebruik als culturele

werkplaats, staat (zo groot dat je het bijna niet kunt

lezen): ‘DASEIN’.

David heeft zelf ook graffiti op muren gespoten.

Wat fascineert hem zo aan graffiti?

‘De tijdelijkheid’, zegt hij na enig nadenken. ‘Als

graffitikunstenaar weet je dat wat je doet tijdelijk is.

Dat het zal verdwijnen.’

Op de terugweg lopen we weer langs de East Side

Gallery. ‘Weet je wie dat is?’, vraag ik aan een paar

meiden die zichzelf fotograferen bij de muurschildering

van de ‘broederkus’ van Brezjnev en Honecker.

Ik dacht dat ze uit Rusland kwamen en misschien

nog iets te zeggen zouden hebben over Brezjnev.

Maar ze komen uit Zweden en ze hebben geen

idee. ‘Gewoon, twee oude mannen die elkaar

zoenen’, giechelen ze.

Zaterdag

Nefertiti en Helios

We verhuizen naar een hotel in het stadsdeel Mitte.

Een van de weinige wijken waar je een aantal

bezienswaardigheden vrij eenvoudig lopend kunt

afgaan. Maar niet nadat we ons hebben losgescheurd

van de Hackescher Markt, want koffie

drinken op een plein met terrassen, strandstoelen,

een jazzorkestje, een bloemenmarkt, kwetterende

musjes op tafel – mooier wordt de lente niet. Het

liefst zou ik hier de hele dag blijven zitten met een

boek. Alleen, daarvoor ga je niet naar Berlijn (hoewel...).

Eerst naar het DDR Museum, een sympathiek

museum dat gebaseerd is op de gedachte dat

je weetjes beter onthoudt als je er een luikje of een

laatje voor moet opentrekken, en dat ís ook zo. Zodoende

weet ik even later niet alleen wanneer ook

alweer de muur werd gebouwd (start op 13 augustus

1961) maar ook dat er in de DDR kruidenthee

beschikbaar kwam. En dat koffie werd gemaakt van

spullen die in Nederland zelfs de meest hardcore

macrobioten elkaar niet durfden voor te zetten.

Weet u hoeveel liter benzine er in de tank van een

Trabant P601 kan?

Ik wel.

Vanaf het DDR Museum hoef je de brug maar over

te steken en je bent op het Museumsinsel – het

museumeiland met maar liefst vijf van de mooiste,

statigste musea van Berlijn. Er is er altijd wel een

dicht wegens renovatie, maar er is er ook altijd wel

een heropend die je nog steeds graag wilde zien.

In dit geval: het Neues Museum, waar ik per se

heen wil, al was het maar voor de buste van de

Egyptische koningin Nefertiti.

Alleen nog voor de sier: Checkpoint Charlie

Ontspannen aan de Spree

Winkel in Neukölln

‘Ja genau, arm aber sexy


Pergamonmuseum op het Museuminsel ‘I did it my way!’

Holocaust-monument

Infopaneel bij resten van De Muur, nabij Checkpoint Charlie

Ze heeft een eigen kamer, in prachtige kleuren en

kijkt naar een standbeeld van zonnezoon Helios,

een eind verderop.

Wat me nog meer fascineert is het gebouw zelf.

De muren zien eruit als lappendekens van oude

schilderingen en nieuw stucwerk. Is dat bedacht

door binnenhuisarchitecten, of zijn er echt oude

fragmenten in verwerkt?

‘Dat is allemaal echt’, legt een suppoost uit. ‘Het

museum is verwoest bij luchtaanvallen in 1943 en

1945. Sommige delen werden compleet vernietigd.

Pas in 1986 werd er een provisorisch dak overheen

gezet. Alle muurschilderingen en decoratieve

elementen die nog bruikbaar waren, zijn eruit

gehaald en in een database gezet.’

‘Ook al die mozaïeksteentjes van de vloeren?’

‘Allemaal. Daarna werden ze tijdens de restauratie

tussen 2004 en 2008 op hun exacte historische

plaats teruggezet.’

De ontroerendste zaal vind ik het Fragmentarium,

waar de brokstukken bewaard worden die nergens

meer ingepast konden worden. Leeuwenpootjes van

een bank uit het trappenhuis. Engeltjes tegen een

blauwe achtergrond, uit een kamer tussen de

Romeinen en de middeleeuwen: 2032 Rosette aus

einer Luftöffnung der Heizungsbänke aus Ebene 3.

Op weg naar de uitgang kom ik weer langs de

suppoost. ‘Scheisskriege’, mompelt hij voor zich uit.

‘Wat er niet allemaal aan cultuur vernietigd is...’

Zondag

Platzak in Prenzlauerberg

Er is trouwens iets wat ze in voormalig Oost-Berlijn

niet hebben. Daar komen we achter in het Mauerpark,

in de wijk Prenzlauerberg. In het park is elke

zondag een grote rommelmarkt, met allerlei leuke

spullen in dozen. Ik vind twee Chinese vazen, lichtblauw

en lentewit, zo mooi. Maar ik heb net mijn

laatste euro’s aan twee flesjes biologische limonade

en een fooi voor de straatgitarist uitgegeven.

‘Mag ik van jou een tientje lenen?’, vraag ik aan

fotograaf Paul.

‘Dit is mijn laatste briefje.’

‘Het zijn écht mooie vazen. Dan ga ik daarna

meteen pinnen.’

Vervolgens is er geen pinautomaat. Nergens. Het

Mauerpark op zondagmiddag is een féést, er zijn

spontane concerten, de zon schijnt, het is lente.

Heel hip en trendy Berlijn staat of ligt te loungen in

het gras, en wij hebben geen geld meer voor een

biertje. Het is misschien wel sexy om arm te zijn,

maar zó arm hoeft nou ook weer niet.

We gaan op de tribune zitten bij de openlucht

karaokeshow. Het is erg druk en er zijn al drie

mensen bijna op mijn vazen gaan staan.

dan begint een man

te zingen, een beetje

onstabiel misschien,

maar wel vanuit

zijn tenen.

‘Zal ik kijken of ik mijn vazen weer aan iemand kan

verkopen?’, bied ik Paul aan.

‘Nee hoor. Laat maar.’

Dan komt er een zwerver het karaoke podium op.

Een clochard zoals je ze in Parijs al niet meer vindt:

met een lange baard, een haveloze jas en een plastic

tas met lege flessen erin. Hij geeft zijn verzoeknummer

door aan de Amerikaan die de karaoke

organiseert, die rommelt wat aan de apparatuur, er

klinkt muziek en ik houd mijn adem in. De man

begint te zingen, een beetje onstabiel misschien,

maar wel vanuit zijn tenen: ‘I did it my way.’

Het publiek barst los in een enorm gejuich en

applaus, hij komt er nauwelijks bovenuit met zijn

stem.

Dit heb je echt alleen in Berlijn denk ik, met een

dichte strot van ontroering.

‘s Avonds, als we een pinautomaat hebben gevonden

en een biertje hebben gedronken op de Kastanienallee

(op een terras vol design zonnebrillen en

héle dure buggies), gaan we naar de Kulturbrauerei.

Zo’n oud industrieel complex waar nu allerlei

culturele activiteiten plaatsvinden (Paul: ‘Net de

Westergasfabriek’). We eten in het leukste restaurantje

tot nu toe, Malzcafé, met muziek van Louis

Armstrong en een uitgebreide (ook vegetarische)

kaart. Ik overweeg nu werkelijk om in Berlijn te

gaan wonen. Wat doe je anders in een vreemde

stad, dan plekken zoeken om je thuis te voelen?

Maandag

Touristentrampelpfade

De volgende dag gaan we eens lekker de Touristentrampelpfade

af. Kom maar op met de Potzdamer

Platz en de Boulevard der Stars! Die plekken zijn

gemaakt voor de Berlijnse Schnappschüsse: kiekjes

van jezelf voor een stuk muur (op de Potzdamer

Platz), of van jezelf met Margarethe von Trotta (op

de Boulevard der Stars). Checkpoint Charlie niet

vergeten. Kijk, daar rijden Trabi’s!

‘Weet jij trouwens hoe je de waarde van je Trabi

kon verdubbelen?’

‘Nee?’

Berlijn in de lente

| 77


78 |

OP DE FLOHMARKT AM MAUERPARK VIND IK TWEE

CHINESE VAzEN, LICHTBLAUW EN LENTEWIT, zO MOOI.


80 |

Berlijn in de lente

‘wij zijn juist blij

met toeristen’, zegt

een vrouw die hoeden

verkoopt die je op

twaalf manieren

kunt dragen

‘De tank volgooien.’

Maar belangrijker – en ook ingrijpender om te

bezoeken – is het Denkmal für die ermordeten

Juden Europas, een monument van Peter Eisenman.

Hij ontwierp een vlakte vol steles, massief stenen

kolommen. Van buitenaf lijkt het een redelijk vlak

gebied, pas als je erdoorheen loopt merk je dat het

terrein afloopt, dat de zuilen om je heen steeds

hoger zijn, tot je het gevoel krijgt dat je erdoor

verpletterd wordt. Adem krijgen we pas als we

kinderen tussen de kolommen zien spelen.

De Topographie des Terrors is ook iets waarvoor het

woord ‘attractie’ misplaatst klinkt. Het is het voormalige

hoofdkwartier van de SS, dat er lange tijd

verwaarloosd bij lag. Nu is er een museum en een

tentoonstellingsruimte, met informatie over de

opkomst van het nazisme.

‘Ja, het is pijnlijk’, zegt Kay Uwe Damaros van het

museum. ‘Maar het is een deel van onze geschiedenis.

Het is juist belangrijk om er aandacht aan te

schenken. Er zijn zoveel jonge mensen die over die

geschiedenis willen weten en er van willen leren.

Je moet het onder ogen durven zien, er niet voor

wegrennen.’

Berlijn is een stad met lagen, bedenk ik als we weer

buiten staan. Elke generatie tekent een nieuwe

kaart op het oude perkament, maar als je goed kijkt,

schemeren de oude lagen er doorheen.

‘s Avonds laat staan we besluiteloos op de Kurfürstendamm.

Overdag, als de winkels en de attracties

(Story of Berlin bijvoorbeeld) open zijn is het daar

best gezellig, maar ’s avonds? Nu hebben we geld,

maar kunnen we geen leuk restaurant vinden.

Terug naar het gezellige Prenzlauerberg dan maar?

Of naar die leuke Indiër bij de Hackescher Markt?

Vooruit, we doen een restaurant in een zijstraat,

omdat er ‘Futtern wie bei Muttern’ op de deur staat.

En het is best oké hoor – maar je kunt je eigenlijk

niet voorstellen dat de Kurfürstendamm, toen de

Muur er nog stond, het meest zinderende deel van

West-Berlijn was.

Dinsdag

Wandelen door Neukölln

Er zijn in Berlijn trouwens ook mensen die helemaal

niet van toeristen houden. De Touris maken lawaai,

drijven de prijzen op, laten rommel achter. De tirades

die ik op internet las over de Touris lijken wel

een beetje op wat ik hier in Berlijn van een student

hoorde over de Schwaben – de import uit Zuid-

Duitsland. ‘Die komen vanuit Lederhosen-territory

naar Berlijn omdat de stad zo lekker nonchalant en

vrijdenkend is, en vervolgens gaan ze alles lopen

gladstrijken.’

Ironisch, eigenlijk. Als ik eine Berlinerin was, sluit

ik niet uit dat ik ook wel eens een Berlin doesn’t

love you-sticker op een lantaarnpaal zou plakken.

Op de markt aan de Maybachufer in Neukölln merk

je echter niets van dat soort sentimenten.

‘Ben je gek, wij zijn juist blij met de toeristen’, zegt

een vrouw die hoeden verkoopt die je op twaalf

verschillende manieren kunt dragen.

Neukölln is op dit moment de wijk die aan gentri-

ficatie ten prooi valt. Er zijn achtereenvolgens studenten,

kunstenaars en yuppen komen wonen. De

wijk wordt steeds hipper, de huren steeds hoger.

Maar goed, in alle eerlijkheid, qua winkels gaat het

er wel op vooruit. De fotograaf bijvoorbeeld, staat

met zijn neus tegen de etalage van een fietsenwinkel

met hele bijzondere fietsen (zonder rem en zo).

Als eigenaar Tobias naar buiten komt, raken ze

meteen aan de praat – net Top Gear, maar dan op

twee wielen.

‘Vier jaar geleden was hier in de buurt nog niets’,

vertelt Tobias.

‘Geen winkels, geen cafés, geen restaurants. De

laatste twee jaar is het erg veranderd. Nu gaan de

huren omhoog. Voor ons was het wel goed. We

konden hier nog goedkoop een woning en winkel

krijgen. De mensen die hier nu komen wonen, dat

zijn onze klanten.’

Wij gedragen ons in Neukölln alsof we op visite

zijn. ‘Oh jee’, denken we de hele tijd, ‘iedereen ziet

natuurlijk dat wij Touris zijn!’ Ik ben blij dat er een

scheur in mijn jas zit, dan val ik minder op.

Bij Kaffee Mafia (de naam zegt al: deze wijk wórdt

het) halen we herinneringen op aan Amsterdam in

de jaren tachtig, toen Paul in een Amsterdams kraakpand

woonde. Ik roer in mijn cappuccino en denk

aan het jaar dat de Muur viel. Ik sprong op de trein,

sprak af met wat vrienden die ik tijdens verre reizen

had ontmoet, we logeerden bij studenten op zolder in

Kreuzberg, we vierden Oud en Nieuw boven op de

Muur, met vuurwerk en champagne. Tóen was ik pas

arm aber sexy! Alleen zie je dat pas achteraf.

Dat is de troostrijke gedachte om mee naar huis te

nemen, na vijf dagen Berlijn. Dat, en twee Chinese

vazen. Die ik op Berlin Hauptbahnhof, wachtend op

de trein naar huis, net iets te hard op het perron zet.

Oh ja, voor ik het vergeet: er gaat 24 liter in de tank

van zo’n Trabant. •

Reacties: reizen@anwb.nl of via

www.twitter.com/reizenmagazine

Iets minder arm bij het Brandenburger Tor

Terras op de Hackescher Markt

Het Mauerpark op zondagmiddag is een féést, er zijn spontane concerten, de zon schijnt, het is lente.

More magazines by this user
Similar magazines