*Tonrnalisi

webstore.iisg.nl

*Tonrnalisi

•jgr -JT 3e JAARC JAARGANG - MAANDBLAD 7

De l^tliolieke

RUARI 1949

* T onrnalisi

INZENDINGEN AAN HET SECRETARIAAT:

KONINGSSTRAAT22B.TEL.6529

HILVERSUM

R E D A C T ! El

J. W. L. VAN MASTR1GT

A. L. G. M. VAN OORSCHOT

S. H. A. M. ZOETMULDER

ORGAAN VAN DE KATHOLIEKE

NEDERLANDSE JOURNALISTENKRING

EEN JAAR VAN UITBOUW

/ N het ernstige streven naar ontwikkeling en verbreding van de pers in

Nederland heeft de K.N.J.K. in 19^8 belangrijk deelgenomen. Samen met

de N.J.K., in de overkoepeling van de Federatie van Nederlandse journalisten,

hebben wij na de opbouw in 19Jt7 een jaar van uitbouw kunnen afsluiten.

Maar ook in eigen kring konden wij er in slagen, resultaten te bereiken, die

belangrijke steun kunnen bieden bij de verdere ontwikkeling van onze katholieke

organisatie. Ook nu heeft het hoofdbestuur niet stil gezeten; men heeft

het werk niet afgewacht, maar het opgezocht. En daarbij heeft het Hoogwaardig

Episcopaat, gesteund met zekere financiële armslag, opdat wij konden

doorzetten, waar de geldelijke bijdragen van onze leden ontoereikend

mochten zijn.

NS* initiatief tot vestiging van

O een katholieke journalistieke

vakopleiding heeft na een vruchtdragende

voorbereiding de stichting

bereikt van een Journalistenschool

aan de R.K. Universiteit van Nijmegen,

de eerste in ons land. Het curatorium

van deze school, waarin ons

hoofdbestuur twee plaatsen bezet,

heeft met gerechte vreugde uit de

mond van vele der uitgenodigde

autoriteiten vernomen, hoezeer men

ons deze instelling benijdt. Nu reeds

25 studenten volgen deze Nijmeegse

cursus. Dankbaar wordt herinnerd

aan het belangrijke aandeel, dat de

vorige rector-magnificus, Mgr. prof.

dr. R. P. Post,, in de voorbereidingen

had. En wij kunnen ons gelukkig prijzen,

dat twee van onze oud-leden, die

journalistieke naam verwierven, de

leiding van het onderwijs hebben,

Hans Hermans als lector in de dagbladwetenschap

en Jan Nieuwenhuis

als leider van het Instituut.

Evenzeer onze sympathie heeft de

journalistieke cursus vanwege het

Ned. schriftelijk studiecentrum van

de paters Augustijnen te Culemborg.

Ook hier is de vakopleiding gegeven

in handen van een bonafide journalist,

met als gevolg de inschrijving

van een groot aantal cursisten.

E samenwerking, waarvan reeds

in het vorige jaarverslag sprake

was, heeft zich in 1948 uitgebreid tot

het buitenland, waar wij contacten

konden leggen met groepen van

katholieke publicisten. Het begon in

Duitsland, waar een commissie uit

het hoofdbestuur, bestaande uit de

collegae L. Frequin, W. Goldschmitz

en A. van Oorschot enkele dagen een

congres van katholieke publicisten

uit alle Westerse landen heeft bijgewoond.

Daarna zocht schrijver van

dit verslag contact met Vlaamse

journalisten, met wie hij besprekingen

had, eerst in Brussel, verder

in Antwerpen. Daaruit is gevolgd

een uitnodiging tot bijwoning van

het gouden bestaansfeest van de

Bond van katholieke dagbladschrijvers

in België. De collegae Hanekroot

en Van Oorschot hebben daar onze

organisatie vertegenwoordigd. Intussen

.had het dagelijks bestuur van de

K.N.J.K. overleg gepleegd met het

bestuur van de K.N.D.P. om terzake

van de katholieke internationale

samenwerking met publicisten (journalisten,

schrijvers en uitgevers) een

houding te bepalen. In 1949 hopen

wij tot eerste resultaten te komen en

dan tevens gevolg te geven aam een

uitnodiging die ons reeds uit Parijs

was gedaan.

NS hoofdbestuur, dat verleden

O jaar zes -maal in vergadering

bijeen kwam, had aanvankelijk

twee ivacatures, die echter spoedig

werden opgelost door de

benoeming van de collegae Paul

Kuypers (Noord-Brabant) en W. Pedroli

(Zuid-Holland). Helaas moesten

wij afscheid nemen van onze geestelijk

raadsman, prof, dr. L. J. W.

Smit, omdat het Hoogwaardig Episcopaat

een algemeen: aalmoezenier

van de pers had benoemd. In de persoon

van dr. P. Heymeijer S.J. kunnen

wij thans onze nieuwe geestelijk

raadsman begroeten. In de afdelingsbesturen

kwamen enkele mutaties

voor.

Op verzoek van de zuidelijke afdelingen

werd de jaarvergadering

van 6 Maart gehouden te 's Hertogenbosch.

Nochtans viel over de

opkomst, zelfs uit Limburg en Noord-

Brabant, niet te juichen. Deze vergadering

leverde een nieuwe contributieregeling

op, waardoor vooral de

leden met gezinnen financieel werden

verlicht.

Door het in werking treden van

de CA.O. steeg het ledental van 315

tot 360. Het lid Harry Bronk

(K.R.0.) te Amsterdam ontviel ons

door een plotselinge dood. De katholieke

journalistiek verloor verder

twee bekende figuren, namelijk

Max van Poll en Albert Kaller, die

onderscheidenlijk te Eindhoven en

Vaals overleden.

Gelukkig nog slechts weinig collegae

bleven buiten het verband van

de organisatie. Wij betreuren dat het

meest voor hen zelf, want zij missen

daardoor verschillende voordelen,

o.a. ons maandblad, dat verleden

jaar in totaal 168 pagina's voor journalisten

waarlijk voorlichtende kopij

heeft gebracht. (De plaats van Ad

Bevers fa de redactiecommissie werd

bezet door collega J. W. L. van

Mastrigt).

Wij mogen niet verzuimen, te herinneren

aan de samenwerking in Federatie

en met de N.J.K., hetgeen tot

zoveel voldoening heeft geleid en tot

succes naar buiten. Met name Mr.

M. Rooy en Mr. A. E. van Rantwijk,

voorzitter en. secretaris van de Federatie,

moeten wij danken voor hun

bereidheid en collegiale houding.

Helaas konden wij ook in 1948 nog

niet komen tot rechtsherstel inzake

de geldelijke bezittingen van de Ned.

R.K. Journalistenvereniging, namelijk

een som van ongeveer ƒ 2.600

staatsschuld ten behoeve van het

Steunfonds en ƒ 1.600 kasgeld. Hierbij

kan worden aangevuld, dat uit het

vroegere Steunfonds nu nog voorschotten

in omloop zijn tot een be-

1


Onze financiën

Een blik op de hier afgedrukte

rekening en concept-begroting toont

aan, dat wij in 1948 financieel konden'

uitkomen, mede dank zij het

subsidie-overschot van het Hoogwaardig

Episcopaat. De contributies

kwamen bijna ƒ 850.— boven de raming;

en dan hebben wij niet eens

bijgerekend de nog te vorderen contributie-bedragen.

Dat de totaal-uitgaven zijn opgelopen

tot 'f 19.657.32, of wel ƒ 4.157.37

boven de begroting, komt door de

verhoogde uitkering aan de Federatie,

waartoe door de Fed. raad was

besloten. En ook voor 1949 zullen wij

Ontvangsten:

In kas 1 Januari 1948 ƒ

Amsterdamse Bank (inbegrepen restant

subsidie Episcopaat ƒ 1.670.96)

Amsterdamse Bank, rente >>

Saldo postrekening

Contributies: kas ƒ 37.52

giro Breda „ 727.40

giro (v. O.) „ 692.38

Bank t/m Mei ... „ 2.444.74

Federatie (na Mei) „ 5.941.06

„ nog te vorderen p.m.

(geraamd ƒ 9.000) • „

Maandblad: abonnementen ...... ƒ 23.90

advertenties , 226.20

Inkomsten

op ongeveer eenzelfde uitgave aan de

Federatie moeten rekenen. Een gelukkige

omstandigheid is, dat —

naarmate de Federatie meer werk

van ons overneemt — sommige eigen

uitgaven kunnen dalen. Om die reden

is de raming van die eigen uitgaven

over 1949 lager dan over het afgelopen

jaar.

Ofschoon wij dit jaar konden beginnen

met een batig saldo van

f 1.520.30 en wij de contributie-opbrengst

veilig konden schatten op

ƒ 15.000.—, is dit totaal lang niet

toereikend, om de geschatte uitgaven

te kunnen dekken. Vandaar het geraamde

tekort van rond ƒ 3.100.—.

Nu heeft het hoofdbestuur in zijn

jongste vergadering (waar de reke­

REKENING K.N.J.K. OVEK 1948

92.91

10.232.80

7.06

751.65

9.843.10

250.10

ƒ 21.177.62

Batig Saldo 1948 f 1.520.30

Contributies .. 15.000 —

„ (achterstallig)

p.m.

Abonnementen en advertenties

179.70

drag van ƒ 1.325. Nochtans is de

vrees groot, • dat wij wel niet tot

rechtsherstel zullen geraken.

Ook in het afgelopen jaar heeft de

K.N.J.K. deel genomen aan nog

andere arbeid, die rechtstreeks of

zijdelings de katholieke journalistiek

raakte. Wij nemen deel in de Commissie

van samenwerking voor het

katholieke perswezen en met het

bestuur van de K.N.D.P. werkten wij

vruchtbaar samen.

Met name de leden van het dagelijks

bestuur hebben herhaaldelijk

plichten van representatieve aard

imoeten vervullen. Naarmate de Federatie

groeit, zal de representatie

voor ons ongetwijfeld vereenvoudigen.

2

Uitgaven

BEGROTING 1949

ƒ 16.700.-

ning voorlopig werd goedgekeurd)

besloten, ernstig na te gaan, op welke

wijze de begroting-1949 kan worden

sluitend gemaakt.

Wij hebben gemeend, onze leden in

het afgelopen jaar niet te moeten belasten

met de verplichte individuele

bijdrage van ƒ 5.—• voor de Weerstandskas.

Maar nu over de grote linie

salarisverbetering is bereikt,

moet deze bijdrage dit jaar natuurlijk

wèl worden voldaan. Door storting

uit de verenigingskas is de Weerstandskas

intussen verstevigd tot een

bedrag van ƒ 3.700.—, waarbij straks

komt ƒ 1.800.—, als statutaire bijdrage

van 10 procent van het budget.

Verder wordt verwezen naar de

hier volgende financiële overzichten:

Federatie f 8.333.18

(kas K.N.J.K.) „ 144.84

Dag. bestuurskosten ,, 948.87

Hoofdbestuurskosten „ 1.159.55

Maandblad „ 4.015.64

Vergaderingen: bestuur 552.80

leden „ 221.05

„ kringraad „ 96.20

Subsidies: afdelingen , 529.—

„ algemeen „ 1.328.—

Commissies , 344.49

Onvoorzien 315.66

Weerstandskas „ 1.668.—

ƒ 19.657.32

Batig saldo 1948 , 1.520.30

Uitgaven

Bezit Weerstandskas: ƒ 3.700.-

TJjET hoofdbestuur is zijn streven

* •* naar geregelder contact zo goed

mogelijk nagekomen. Als het niet

steeds en overal tot resultaat kon

leiden, lag de oorzaak ten dele in

minder actieve belangstelling, ook

van de kant van sommige afdelingen

en leden. Dat zal ons nochtans niet

remmen in de veelomvattende arbeid,

nodig fa een dynamische onderneming

als de organisatie van katholieke

journalisten, in het nieuwe

(het 47ste) jaar van haar bestaan.

Gods zegen blijve ons bij!

Voor het Hoofdbestuur:

VAN OORSCHOT

(Het jaarverslag van de Federatie wordt

afgedrukt in het Maart-nummer van ons

maandblad).

ƒ 21.177.62

Begroting 1949

Uitgaven

ƒ 8.200 —

„ 1.700.—

3.900.—

>' 500.—

M 500 —

ir


900.—

1.400 —

400.—

500 —

1.800 —

ƒ 19.800 —

(Zie totaalstaat) ƒ 19.800.—

(Geraamd tekort 1949:

ƒ 19.800.— minus ƒ 16.700.— is ƒ 3.100.—)

Groot R.K. Dagblad vraagt voor

spoedige indiensttreding

GEROUTINEERDE

MEDEWERKER OP

FINANCIëXE AFDELING.

Zij, die bekend zijn met verslaggeving,

vergaderingen en algemene

ervaring hebben opgedaan

op het gebied van dagelijkse redactie-bezigheden,

genieten


Honderd jaar Gelderlander

BET stralend, oprecht feestbetoori

is 2 Jan. j.1. het eeuwfeest van

de Gelderlander-pers gevierd. Niet

slechts uit kringen van de [Nederlandse

pers, maar uit alle maatschappelijke

en religieuze groepen,

was de belangstelling zeer groot. De

K.N.J.K. was vertegenwoordigd door

de collegae L. Hanekroot en A. van

Oorschot.

De Bisschop van 's Bosch, mgr.

Mutsaerts, droeg in de kapel van het

St. Canisiuscollege een pontificale H.

Mis op. Na de kerkelijke viering

verenigden de genodigden zich met de

Gelderlander-gemeenschap aan een

gemeenschappelijke lunch, waarbij

coll. Wehberg uit naam van het personeel

aan de N.V. «en marmeren

klok en een smeedijzeren lamp aanbood.

In de „Vereniging" werd een feestelijke

samenkomst gehouden, waarop

talrijke genodigden blijk, van meeleven

gaven. De president-commissaris,

Mr. J. Wierdels, sprak het openingswoord.

Dr. J. Brinkhoff hield de

feestrede, welsprekend door inhoud

en vorm, waarin hij schetste de eigenlijke

betekenis, het wezenlijike karakter

van het katholieke dagblad. Hopelijk

zal het woord van dr. Brinkhoff

doorklinken in het komende gedenkboek.

Mgr. Mutsaerts belichtte de grote

betekenis van de gewestelijke katholieke

pers (70 % van de katholieken

lezen een gewestelijk katholiek dagblad)

en deelde mede dat het Z. H.

de Paus had behaagd de hoofdredacteur,

collega Louis Frequin te benoemen

tot ridder in de St. Gregoriusorde.

Proficiat!

Mgr. Huurdeman, vicaris-generaal

van het Aartsbisdom, bracht de gelukwensen

over van de Kardinaal, en

Wees eveneens op de waarde, die de

gewestelijke pers bezit voor de gezinnen.

Nadat ook minister Kutten, de burgemeester

van Nijmegen en anderen

het woord hadden gevoerd, sprak

directeur Bodewes een slotwoord.

Honderden en honderden zijn toen

ter receptie gekomen. Vrijwel een

ieder, die relatie heeft met de Gelderlander-pers,

was aanwezig.

Tot slot van de middag werd een

gemeenschappelijke maaltijd aangericht,

waaraan vele autoriteiten aanzaten,

onder wie dr. Beekenkamp als

Vertegenwoordiger van de minister

v an Onderwijs. Hier spraken de heer

J - v. d. Kjieft, voorz. van de N.D.P.

Joh, Kuypers, vice-voorzitter van de

K.N.D.P., C. Dosker uit naam van de

Zuid-Oostpers, L. Hanekroot voor de

K.N.J.K. en de Federatie van Nederlandse

journalisten.

Het aantal bloemstukken, telegrafische

en schriftelijke gelukwensen,

^at op het eeuwgetij binnenkwam,

w as zeer groot.

COLLEGA LOUIS FREQUIN,

benoemd tot Ridder in de Orde van de H. Gregorius

Onze journalisten-opleiding

De katholieken in ons land gaan

voorop met een wetenschappelijke

opleiding van journalisten. Colleges

aan de Nijmeegse Universiteit gecombineerd

met een practische opleiding

aan een Instituut voor

Katholieke Journalistiek konden de

liefhebber voor dit beroep een diploma

bezorgen. Een diploma, dat

echter geen academische graad bezorgde.

Dat gaat nu anders worden.

Nijmegen heeft sinds kort een

politiek-sociale faculteit (voorlopig

nog ressorterend onder de juridische).

De bedoeling is nu, dat de adspirantjournalist

eerst een volledig candidaats

Politiek-ïSociaal doet, om daarna

vrij doctoraal te maken, (te vergelijken

met het vrije doctoraal bij de

juridische faculteit). Tegelijk heeft

dan de splitsing in de verschillende

richtingen van de journalistiek zelf

plaats. Naast de academische opleiding

blijft men het instituut voor

practische opleiding volgen.

Zo wordt aan de journalistiek een

academische graad verbonden. Zodra

de politiek-sociale faculteit wettelijk

zal zijn erkend, zal dit een officiële

titel zijn.

„UITSTEKEND

VAK-JOURNALIST"

noemt vooraanstaand dagbladdirecteur

mij. Om privé-redenen

wil ik van werkkring verwisselen.

Heb ervaring op buitenland (als

rubriekschef), reportage, opmaak.

28 jaar. Alleen leidinggevende

post. Directe indiensttreding.

Brieven onder No. 81/48 aan „De

Katholieke Journalist", Koningsstraat

22 B, Hilversum.


Nieuws uit de K.N.J.K.

VERGADERING HOOFDBESTUUR

In zijn vergadering van 14 Januari

heeft tiet hoofdbestuur de aalmoezenier,

dr. P. Heymeijer S. J., kunnen

begroeten. Collega L. Frequin werd

gecomplimenteerd wegens de ondersciheiding

die hij verwierf. Besloten

werd een gelukwens te sturen aan

oud-coll. C. Dosker wegens zijn benoeming

tot voorzitter van de

K.NJD.'P. en een brief van afscheid te

richten aan pater H. Gall van de

Bisschoppelijke Commissie.

Verschillende nieuwe leden werden

aangenomen, jaarverslagen van secretaris-penningmeester

werden uitgebracht

(men zie elders in dit nummer).

Met het Kath. Genootschap

voor geestelijke vernieuwing zal worden

overlegd omtrent de mogelijkheid

van samenspreking met Duitse publicisten.

Verschillende ingekomen voorstellen

van coll. F. Kampmeijer werden

doorgezonden aan de afd. Noord-

Holland. Besloten werd, de subsidieverlening

aan de afdelingen aldus te

bezien, dat het grootste bedrag toevalt

aan de actiefste afdelingen. Af 1 -

delingen kunnen over dit jaar hun

begroting indienen, binnen de perken

van ƒ 2.50 vergoeding per lid. Het

hoofdbestuur bleef nog lang in vergadering

voor het behandelen van

veel zakelijke agenda-punten.

ND3UWE LEDEN

Met ingang van 1 Januari 1949 zijn

aangenomen als gewone leden:

L, H. Altema, Beneden Knijpe 90.

Laeuwarden. (Nieuwsblad voor

Friesland).

G. J. van Griensven, Floralaan 126,

Eindhoven. (Sportwereld).

J. D. A. van Mierlo, Villa Tivoli,

Hulst (De Stem).

J. M. M. v. d. Pluytn, Speelhuislaan

86, Breda. (Dagblad „De Stem").

H. C. van Soelen, Jacob Obrechtstraat

14II, Amsterdam (Volkskrant)

.

W. J. v. d. Voort, Witte de Withstraat

34, Den Haag. (De Tijd).

Als adspirant-leden:

Mej. A. M. L. B. Arts, Keizersgracht

395, Amsterdam. (N.V. De Tijd).

C. A. A. Jongeling, Engel de Ruyterstraat

6, Breukelen. (Utr. Kath.

Dagblad).

Met ingang van 1 Febr. 1949, zijn

aangenomen als gewone leden:

C. G. H. M. Cosijn, Tramsingel 75,

Breda (Nieuwsblad voor het Kanton

Oosterhoiut).

C. H. Enkelaar, Middenweg 193,

Amsterdam-O. (De Volkskrant).

J. G. M. Hulsman, Melis Stokelaan

102, Den Haag (Alg. Ned. Persbureau).

Mej. P. C. M. Kortekaas, „De Spoel",

van Lenneplaan 113, Amersfoort

(Drukkerij „De Spaarnestad").

L. Leijendekker, Steijnlaan 41, Den

Haag (Alg. Ned. Persbureau).

4

H. W. M. van Run, Linnaeuslaan 16,

Haarlem (De Nieuwe Haarlemse

Courant).

W. M. v. d. Velden, Zandbergplein 10,

Breda (Dagblad „De Stem").

Mej. E. J. F. Zoetmulder, Van der

Aastraat 132, Den Haag (Alg.

Ned. Persbureau).

Als adspirant-lid:

J. N. Andriesseu, Frans van Mierisstraat

43 hs, Amsterdam-Z. (Alg.

Handelsblad).

AFDELING

MIDDEN-NEDERLAND

OPGERICHT.

Op Driekoningendag is te Utrecht

in een gecombineerde vergadering

van de afdelingen Utrecht en Het

Gooi, na fusie van deze beide, opgericht

de afdeling Middein-Nederland

van onze K.N.J.K. Met dit besluit is

uitvoering gegeven aan een streven,

dat reeds lang in Utrecht en in Het

Gooi heeft geleefd.

Onmiddellijk na de opening stelde

de voorzitter, coll. J. Wilbrink, /de

samenstelling van het nieuwe bestuur

aan de orde. Hij deelde mee, dat de

besturen van beide afdelingen na

overleg tot de conclusie waren gekomen,

dat de nieuw op te richten

afdeling Midden-Nederland evenals

die, waaruit zij was voortgekomen,

een bestuur van vijf leden zou krijgen.

De aftredende bestuursleden stelden

zich herkiesbaar, met uitzondering

vam de heer A. O de Graaf,

secretaris van de afdeling Utrecht,

d'Je erop aandrong, dat de vergadering

zich door middel van een vrije,

schriftelijke stemming over de samenstelling

van het nieuwe bestuur

zou uitspreken. Dit voorstel nam de

vergadering met algemeen goedvinden

aan.

Als voorzitter van de afdeling

Midden-Nederland werd daarna met

9 van de 17 stemmen coll. J. Wilbrink

gekozen; als overige bestuursleden

de collegae A. Gieskens, C. Sikking,

O Huygens en A. C. de Graaf.

De verkiezing van. afgevaardigden

en hun plaatsvervangers voor de

Kringraad leverde een procedurekwestie

op. Ten slotte werden als

afgevaardigde en plaatsvervanger

voor het bestuur aangewezen de collegae

Gieskens en Sikking, voor de

leden de collegae G. Hol en I. Agasi.

Bij de rondvraag kwam de reductiekaart

der N.'S. ter sprake, waarvan

men het wenselijk achtte, dat deze

in het vervolg op naam van de redactie,

in plaats van op naam van

de drager wordt gesteld. Naar aanleiding

hiervan merkte coll. A. v.

Oorschot op, dat de reductiekaarten

steeds aan de hoofdredacties ter verdeling

naar eigen iniziciht worden

toegezonden. Het gebruik eist nu

eenmaal, dat de kaarten op naam

worden gesteld.

Op de vraag of het nieuwe bestuur

nu reeds kon besluiten, het reisgeld

der leden voor vergaderingbezoek te

vergoeden, ontspon zich enige discussie,

waarbij coll. De Graaf opmerkte,

dat deze kwestie aan het

hoofdbestuur moet worden voorgelegd.

Coll. v. Oorschot maakte er op attent,

dat vergoeding van reiskosten

voor de afdelingsvergaderingen een

zaak is van de afdeling. Men zou

kunnen putten uit het subsidie van

ƒ 2.50 per lid, dat jaarlijks wordt

uitgekeerd.

Nadat de vergadering was gesloten,

werden de bestuursfuncties verdeeld

aldus: J. Wilbrink (Utrecht)

voorzitter, A. Gieskens (Bussum)

vice-voorzitter, C. Sikkink (Hilversum)

seer., A. de Graaf (Utrecht)

tweede secr. en O Huygens (Utrecht)

penningmeester.

VERGADERING B.Z.K.-PEKS

Wanneer de secretaris van de Brabants-Zeeuwse

afdeling van de KNJK

leest, dat zijn collega van de Amsterdamse

Pers tevreden is, als hij

van de circa tweehonderd, bijna allen

in de hoofdstad residerende leden er

25 ter vergadering ziet verschijnen,

dan mag hij bij een comparitie van

bijna hetzelfde aantal op een totaal

van zeventig van de B.Z.K.-Pers niet

klagen.

Dit karige kwarthonderd was in

„Modern" in Tilburg samengerot onder

praesidium van collega J. Bruna,

die na zijn herdenken van twee oudjournalisten

— Jan Bakker en Max

van Poll — wier werkzaamheid voor

een groot deel in Brabant had gelegen,

de enquête naar het kindertal,

welke voor het voorstel-Verkade

voor de contributieregeling nodig

was, een slepende geschiedenis noemde.

Na een overzicht van de bestuursrepresentatie

in dit jaar, de totstandkoming

van de CAO en wat daarmede

verband houdt, verzekerde sprdat

de Belgische collegae zulk een

overeenkomst als een onbereikbaarheid

in hun land beschouwen en ze

ons dan ook benijden.

Het jaarverslag, dat een vorig e

vergadering niet uitgebracht kon

worden en toen in afschrift gecirculeerd

heeft, werd na enige discussie

mede over de wijze, waarop de secretaris

zijn inzichten in het bemiddelend

werk van de KNJK voor enkele

collegae had weergegeven, door

de vergadering bij stemming aanvaard.

Zij stelde verder alsnog het

afdelingsreglement conform het ontwerp

van de federatie vast. Het bestuur

werd bij acclamatie aangevuld

met de collegae Nic. de Rooy (Het

Huisgezin, Den Bosch) en H. H. van

Rijthoven (Nieuwsblad van het Zuiden,

Tilburg), die ook als plaatsvervangers

naar de Kringraad zullen

optreden, voor welk college de vergadering

eveneens bij acclamatie

coll. J. Wasser (Oost-Brabant, Eindhoven)

als metgezel van coll. Verkade

benoemde.

(Vervolg hiernaast)


Men wake voor eigen recht!

BOLDERS in dit nummer wordt ge-

*-* publiceer! het reglement, dat de

Raad van Uitvoering voor de C.A.O.

voor dagbladjournalisten heeft vastgesteld

voor de behandeling van „geschillen"

en „aangelegenheden", welke

uit hoofde van de toe-passing van

deze overeenkomst rijzen; dit reglement

treedt op 1, Februari a.s. in

werking. Wie de moeite neemt dit

reglement door te lezen, zal ervaren,

dat de Raad er naar heeft gestreefd,

de uitvoering van de hem opgedragen

taak te stellen onder de gelding van

gezonde rechtsbeginselen. Met name

het beginsel van hoor en wederhoor

is in deze regeling neergelegd. Zij,

die een geschil of een aangelegenheid

betreffende de C.A.O. bij de Raad

aanhangig willen rnaken, moeten

zich voortaan onderwerpen aan de

voorschriften van dit reglement. Zij,

die deze voorschriften veronachtzamen,

hebben het aan zich zelf te wijten,

indien dit tot vertraging van hun

zaken leidt. Mocht dit geldelijk nadeel

ten gevolge hebben, dan is zulks

hun eigen schuld. De Raad streeft

naar spoedige afdoening van de bij

hem aanhangig gemaakte zaken; hij

komt daartoe elke veertien dagen bijeen.

IDe leden van de Raad verrichten

de uit hun functie voortvloeiende

arbeid belangeloos en stellen hun

meestal kostbare tijd hiervoor beschikbaar.

Teneinde nodeloos werk

voor de Raad en zijn secretariaat te

voorkomen, moet elke collega, die

zich tot dit college wendt, dit doen

overeenkomstig het vorenbedoelde

reglement; laat hij vooral zijn schriftelijke

stukken indienen in het voorgeschreven

aantal exemplaren!

Collega Wolters drong er op aan,

dat de jaarvergadering van de

Kring liefst deze zomer in Oss

zal worden gehouden in verband met

het eeuwfeest van deze stad, die vroeger

wel eens de onvriendelijke belangstelling

van de pers heeft getrokken,

hetgeen het gemeentebestuur

in geval van een congres evenwel

sans rancune met een ontvangst

ten stadhuize zal reciproceren. De

Voorzitter vreesde, dat de gewoonte

v an in het voorjaar te congresseren

de uitvoering van dit aantrekkelijke

Pian in de weg staat, maar wilde

gaarne overwegen of niet de afde-

'ingsvergadering op de aangeboden

"Jd en plaats zal kunnen belegd worden.

Tot besluit hield de nieuw benoemde

hoogleeraar in de geschiedenis van

de i9


WIST U DAT H.N.Pen

M • • •

z= het een eeuw geleden is dat Reuter

door freiherr von Reuter werd

gesticht ?

= in de vergadering van aandeelhouders

van de N.V. Deli Courant te

Amsterdam de jaarstukken over de

boekjaren 1946 en '47 zijn goedgekeurd

en het voorstel van de directie

is aanvaard, om over 1946 geen dividend

uit te keren, doch de behaalde

winst af te schrijven op het oorlogsverlies

en over 1947 een dividend van

10 % uit te keren, zodra de hiervoor

benodigde transfer zal zijn verkregen?

= vijf redacteuren van het onder

Russisch toezicht verschijnende Berlijnse

blad „Taegliche Rundschau"

met hun gezinnen naar West-Duitsland

uitgeweken zijn?

= Collega Wagener ons de volgende

brief schreef:

Wist V dat

Collega Wagenaar, die volgens uw

inlichtingen 25 jaren kunstredacteur

van het Rotterdamsch Nieuwsblad

was, sinds 47 jaar Wagener heet en

dat wijlen Henri Dekking ruim de

helft van die 25 jaren het kunstredacteurschap

voor collega Wagener

waarnam, totdat hij de pensioengerechtigde

leeftijd bereikte?

Zo ja, wat is het dan jammer, dat

U bewust zondigdet tegen de beginselen,

die collega Rooy in „Facts are

Sacred" ook te uwer opvoeding heeft

ontvouwd. >

Zo neen, neemt U het dan maar gerust

aan! Ik put het uit doorgaans

welingelichte bron.

= wij nooit Wisten dat collega Wagener

zo geestig was?

= wij evenmin wisten dat wij bewust

gezondigd hadden?

= wij ons (onder ons gezegd) op

onze leeftijd niet meer laten opvoeden

(zelfs door onze goede kringvoorzitter

niet) ?

= wij collega Wagener onze diepgevoelde

verontschuldigingen aanbieden

voor een onbewuste zonde (ontleend

aan een domweg, opgeplakt

knipsel) ?

= wij collega Wagener nóg 47 jaar

Wagener toewensen ?

= H. Keizer onlangs een kwart-eeuw

werkzaam was in de biljart-journalistiek?

= Johan Winkler het Parool verlaten

heeft en bij Vrij Nederland is gekomen

?

= Hans Gompertz geen Parijs' correspondent

van het Parool meer is?

== Het Parool een aanklacht tegen

Lunshof en de uitgever van diens

brochure „Dieven in de Nacht" heeft

ingediend ?

=r De rechter-comrnissaris in Den

Haag opdracht gegeven heeft tot

strafrechtelijke vervolging tegen de

algemeen hoofdredacteur van de

vakpers van de uitgeversmaatschappij

„De Gelderlander", de heer W. H.

6

Kruiderink, en de redacteur van de

„Kruidenier", de heer P. Corstiaensen,

omdat deze weigeren de bron te

noemen van een reeks artikelen over

de z.g. margarine-conventie?

= Genoemde journalisten enige tijd

gegijzeld geweest zijn, waarna een

verhoor werd afgenomen?

= de heer Hans Hermans naar Curacao

is gegaan om te onderzoeken

hoe het daar staat met de voorlichting

?

== er A.N.P.-kantoren in Curagao en

Suriname zullen komen?

= Aneta zich derhalve zal terugtrekken

uit deze delen des Rijks ?

= Indonesische Journalisten te Soerabaja

een culturele vereniging hebben

opgericht die zich ook zal bewegen

op sociaal gebied?

=: Met ingang van 1 Januari jhr J.

W. J. Witsen Elias, lid van de redactieraad

van de Leeuwarder Courant,

benoemd is tot directeur van de N.V.

Erven Koumans—Smeding in de

plaats van mr J. Sprenger. En dat,

al zal de heer Witsen Elias nog wel

journalistieke bijdragen aan de

Leeuwarder Courant blijven leveren,

aan zijn eigenlijke journalistieke

loopbaan hiermede een eind gekomen

is?

= in de'Persraad benoemd zijn tot

leden in de vacature-pater H. Gall,

de heer J. G. J. Nieuwenhuis, perschef

der gemeente Rotterdam en in de

vacature ds G. van Veldhuizen, jkvr.

mr C. W. I. Wttewaal van Stoetwegen,

lid der Tweede Kamer?

= de schrijver van ons 1 Journalistiek

Journaal' zich in 't vorige nummer

afschuwelijk vergistte? Omdat

= hij Mr. E., C. A. Kuyper (N.R.C.'s

voortreffelijke correspondent te Brussel)

doodverfde als de schrijver van

de Ouracaose en Surinaamse brieven

in die Courant, maar dat hij N.R.C.'s

bekwame reiscorrespondent drs. Korteweg

bedoelde ?

= niet alleen Hans Hermans doch

ook mr. W. van der Kallen naar de

West gaat om de voorlichting te

„onderzoeken". De eerste voor de

regering, de tweede voor het A.N.P. ?

= Th. de Vlieger uit Utrecht, chefredacteur

van de Biltse- en Bilthovense

Courant is geworden?

= collega ter Woort (cd. Telegraaf,

Parool, Lichtspoor) belast is met de

redactionele leiding van De Hervormde

Kerk?

= dr. E. van Raalte geestdriftig

over Amerika is geworden op zijn

Amerikaanse reis, doch niet over de

Amerikaanse pers?

= het Curatorium van het Instituut

voor perswetenscihap aan de Gemeentelijke

Universiteit te Amsterdam als

volgt is samengesteld: A. J. Boskamp

(voorzitter), prof. dr. H. J. Pos (vicevoorzitter),

mr. P. J. Mijksenaar

(secr.), 'R. W. Peereboom (penningmeester),

prof. dr. N. W, Posthumus,

Nederlandse Nieuwsblad Pers,

het orgaan van de Vereniging

van in Nederland verschijnende

nieuwsbladen, heeft in een jaaroverzicht

ook enkele opmerkingen gemaakt

over de positie van de nieuwsblad-journalisten.

Het blad memoreert

dat 't in de bedoeling van de

N.N.P. ligt die positie met de Federatie

te regelen, maar dat men het

voorlopig nog te druk heeft gehad

met andere dingen. „Intussen is de

ter bestudering van dit onderwerp

door de N.N.P. benoemde commissie

met haar werkzaamheden aangevangen

en zal zij zo spoedig mogelijk

contact met de journalisten-,

federatie opnemen. Dat dit contact

ook van nieuwbladstandpunt bezien

geen overbodige weelde is blijkt b.v.

wel uit de verwijzing naar de journalistenorganisatie

welke de N.N.Pvan

overheidswege ontving toen zij

de kwestie van door de overheid

gewaarmerkte legitimatiebewijzen

voor nieuwsbladuitgevers-redacteuren

en nieuwsbladjournalisten bij

het ministerie van Justitie en de

Regeringsvoorlichtingsdienst aan de

orde stelde. Ook het feit dat een lid

van het dagelijks bestuur der journalistenfederatie

tijdens een een

dezer dagen gehouden vergadering

de daarbij aanwezige vertegenwoordigers

der N.N.P. voor kampioenen

van de gratis-advertentiebladen aanzagen,

toont wel aan, dat nadere

kennismaking geen overbodige weelde

is."

In aansluiting op het bovenstaande

kunnen wij nog mededelen, dat

zeer binnenkort een bespreking tussen

de door de N.N.P. ingestelde

studiecommisise en een delegatie der

Federatie zal worden gehouden.

mr. A. E. van Rantwijk en mr. A. de

Roos. Directeur is prof. dr. K. Baschwitz,

adjunct-directrice mej. dr. Jde

Boer, en dat in het Curatorium

zijn vertegenwoordigd: de gemeente

Amsterdam, de gemeente-universiteit,

dagbladuitgevers en journalisten?

= het hoofdbestuur der Christelijk-

Historische Unie in zijn dezer dagen

gehouden vergadering langdurig stu

gestaan heeft bij de positie van het

dagblad De Nederlander, en dat off

het voortbestaan van het blad mogelijk

te maken, werd besloten tot instelling

van een persfonds ? Dat voorts

werd overgegaan tot instelling van

een commissie van advies, die « e

hoofdredacteur van De Nederlander,

de beer H. A. Lunshof, van raad z aI '

dienen en in deze commissie zijn benoemd

de heren Tilanus, Van Bruggen,

Van Niftrik, Scihmal en D e

Zwaan ? ,

En is het niet verrukkelijk, dat

dit nu allemaal weet?


BOEKEN ^ JOURNALISTEN

VOOR

Ik was achter het ijzeren

Gordijn, door Harold French.

Uitgave Nederlands Beekhuis,

Tilburg; 224 blz. Geb.

ƒ 5.90.

Deze studie over Oost-Duitsland in

de greep van het sovjetisnie is van

omze collega L. J. 'M. van den Berk

uit Eindhoven, wiens pseudoniem

reeds stond boven een vroegere uitgave

„Bloed over Europa". In concrete

vorm heeft de schrijver een interessant

beeld opgehangen van de

ellende, die de politieke onderwereld

van Berlijn te zien geeft en waarover

de kranten steeds weer hun lezers op

de hoogte houden. Henri de Greeve

noemt in zijn voorwoord lectuur als

dit boek „eigenlijk triest en weerzinwekkend,

maar noodzakelijk om te

ontwaken tot een almachtig verzet op

de eerste plaats door inkeer tot een

diep gefundeerd christelijk leven". Zo

is het inderdaad. En dan te weten,

dat de slavernij, de honger en terreur,

waarover dit boek gaat, zich voltrekt

op een afstand, die niet veel verder

af ligt dan Bergen-op-Zoom van Groningen.

Deze uitgave bevat ook veel

bruikbaar documentatie-materiaal

voor de journalist.

De Grauwe Wacht, door J.

W. Hofwijk. Uitgave Nijgh

& Van Ditmar, Rotterdam;

403 blz. Geb. ƒ 9.50.

De schrijver van de geprezen Msb.reportages

over „onze jongens" in

Indonesië is niet alleen journalist,

maar ook romanschrijver. Geboren in

het Zeeuwsen-Vlaamse dorp Ossenisse,

heeft hij de aard van zijn volk

nooit verloochend. Ginds kent men

hem beter bij zijn ware naam, die

van A. Kindt; hier kennen wij slechts

het pseudoniem J. W. Hofwijk, de

journalist, die als war-correspondent

in Duitsland was geweest, daarna bij

Radio „Herrijzend Nederland" de

capitulatie van Wageningen en de bevrijding

van het Westen versloeg en

vervolgens meewerkte in het soldatenblad

„Pen Gun". Nu ligt zijn

tweede roman op onze schrijftafel,

veelbelovend werk van een slechts 23

jaren tellend collega. Met suggestieve

Pen heeft hij het schippers-milieu op

de Zeeuwse wateren beschreven; hij

heeft sfeer geschapen, zoals bijvoorbeeld

an de passages over de moord

op de Tholenaar. Nochtans is zijn

talent niet voldoende gegroeid; diepe

karaktertekening, scherpe analyse

ontbreken nogal eens. En wat ons het

minst voldoet, is de vaak pessimistische

toon, die een lichtend einde van

deze roman stellig tegenhield.

Het witte huis in *t Groen,

door ds. A. Li. Boer en anderen.

Uitgave A. G. Schoonderbeek,

Laren; 52 blz.

In deze rubriek hebben wij verschillende

nieuwe uitgaven besproken,

die verband hielden met de nationale

gebeurtenissen in 1948. Dit kostbaar

uitgegeven boek is weliswaar niet

een uitgesproken gelegenheidsuitgave,

maar het schenkt toch bevrediging

aan veler verlangen, om de omgeving

van onze Koninklijke familie te

kennen en een blijvende' herinnering

te bezitten aan een tocht naar die

omgeving. Zowel de samensteller, als

de historicus J. K. van Loon en de

burgemeester van Baarn hebben het

duidelijk gemaakt, dat Soestdijk voor

ons volk een begrip werd. De inhoud

is uitstekend en de fotoreeks van

Jaap Doeser prachtig. Ook uit het

oogpunt van historie, folklore en toerisme

is deze uitgave haar verschijning

alleszins waard.

Keesings historisch archief;

uitgave Ruysdaelstraat 71,

Amsterdam; ƒ 30 en ƒ 15 per

jaargang.

Geen dagblad-redactie, of zij zal in

het bezit zijn van dit onmisbaar naslawerk.

De gegevens die het bevat

zijn concreet en overzichtelijk en

snel; men kan spreken van een dagelijks

gebruiksvoorwerp aan de krant.

Wij zouden deze informatiebron bovendien

in handen wensen van iedere

individuele journalist, omdat ze een

basis vormt voor zijn dagelijks vakwerk.

Ook journalisten, die opleiding

genieten, zullen van deze documentatie

veel gemak ondervinden. Keesing

heeft verder in, de handel gebracht

een vernuftig ingericht plakboek, dat

niet slechts knipsels kan bevatten,

maar gehele kranten-pagina's, zodanig,

dat toch niet veel ruimte wordt

in beslag genomen. Collegae, met zin

tot verzamelen, kunnen van één

exemplaar jarenlang genoegen beleven.

Diverse uitgaven

De Ned. Spoorwegen gaven ook

voor 1949 een op het bedrijf afgestemde

maandkialender uit. — Rijk

geïllustreerd is het herinneringstooek

van de feesten, die de Avro heeft gehouden

bij gelegenheid van het zilveren

jubileum. — Een herdenkingsnummer,

royaal van omvang en kostbaar

van inhoud, verscheen bij gelegenheid

van het eeuwfeest der Gelderlander-pers.

Terecht heeft men

gebroken met de gewoonte, allerlei

gelegenheidsstukken af te drukken.

Deze uitgave heeft inderdaad iets te

zeggen.

JONG JOURNALIST

met ruime ervaring op het gebied

van de economische journalistiek,

wenst van betrekking te veranderen.

Op de hoogte van opmaak.

Brieven onder No. 76/48, „De Katholieke

Journalist", Koningsstr.

22b, Hilversum.

Citaat van de maand

Mr. M. J. C. M. Kolkman was

een zeer bekend katholiek politicus,

groot vriend van Dr. Schoepman,

en «at in het ministerie-

Heemskerk, van 1908—1913, als

minister van Financiën.

Hij heeft hét zelf, een 30 jaar

geleden ongeveer, in een lezing

verteld: hoe hij, als propagandist

van ons blad (De Gelderlander)

speciaal de pastorieën afging om

de pastoors voor de katholieke

kranlt te interesseren en hoe hij

toen nogal eens op merkwaardige

tegenstand stuitte.

Zo kwam hij eens bij een dorpspastoor,

die van de krant niets

wilde weten.

Onze mensen hier, aldus zijn

Eerw., weten genoeg. En wat ze

nog niet weten dat zal Heeroom

hun zelf wel vertéllen.... Daar

hebben we geen kramt voor nodig

.... (Gelderlander-pers)

C. Dosker voorzitter

Kath. Ned. Dagbladpers

In de te Utrecht gehouden vergadering

van de Katholieke Nederlandse

Dagbladpers is tot voorzitter

gekozen de heer C. M. 'Dosker, directtour

van de Maas- en Roerbode, zulks

om te voorzien in de vacature, ontstaan

doordat de heer G. Bodewes,

directeur van „De Gelderlander", niet

meer voor een benoeming in aanmerking

wenste te komen.

Het bestuur is thans als volgt

samengesteld:

C. M. Dosker, voorzitter; Joh.

Kuypers, directeur van, De Maasbode,

vice-voorzitter; C. Drabbe, directeur

van Het Binnenhof; Dr. H. v. d.

Grinten, directeur van de Helmondse

Courant en F. J. M. Oremus, directeur

van het Utrechts Katholiek

Dagblad, leden.

Radio-toesteilen voor journalisten

Het Philips Persbureau deelt mede,

dat het aantal typen radio-toestellen,

welke ingevolge de getroffen regeling

voor journalisten beschikbaar zijn, is

uitgebreid. Thans kunnen toestellen

worden aangevraagd in de prijsklassen

van ƒ 135.—, ƒ 195.—, ƒ 260.—,

ƒ 395.— en ƒ 580.—.

Het toestel van ƒ 105.— wordt

voor een journalist liever niet aanbevolen,

aangezien dit niet van een

ultrakorte golf is voorzien.

Dit ter aanvulling van de uitvoerige

mededeling over dit onderwerp

in het Januari-nummer van het

orgaan.

7


ebruik makende van de hem

G door de C.A.O. toegekende bevoegdheid

heeft de Raad van Uitvoering

thans een reglement vastgesteld,

waarin voorschriften worden gegeven

voor de procedure bij behandeling

van geschillen of aangelegenheden,

welke zich bij de uitvoering

van de C.A.O. kunnen voordoen. Dit

reglement voorziet in een lacune,

daar de Raad bij de behandeling

van het vrij grote aantal tot dusver

reeds aan hem voorgelegde gevallen,

ten aanzien van de procedure

heeft moeten „improviseren",

waarbij uiteraard de billijkheid en

redelijkheid steeds werden nagestreefd.

Hoewel een dergelijk reglement

niet bepaald boeiende lectuur

is, menen wij de kennisneming daarvan

aan onze leden toch zeer te

moeten aanbevelen, opdat zij weten

wat in voorkomende gevallen hun

rechten en verplichtingen te dezen

zijn. En in ieder geval verzoeken wij

hen dit reglement zorgvuldig te bewaren;

het kan misschien eens te

pas komen.

Daar wij hierboven spraken van

het vrij grote aantal tot dusver reeds

behandelde gevallen willen wij nog

even de aandacht er op vestigen, dat

de meeste uitspraken van de Raad

niet worden gepubliceerd. Publicatie

geschiedt in den regel alleen in die

gevallen, waarin er omtrent de

interpretatie van een bepaling van

de C.A.O. twijfel kan ontstaan.

DE RAAD VAN UITVOERING,

Gezien de aan de Raad in art. 40,

lid 2, van na te melden C.A.O. verleende

bevoegdheid, om met inachtneming

van de bepalingen van de

Collectieve Arbeidsovereenkomst voor

Dagbladjournalisten bij reglement

nadere regelen vast te stellen met

betrekking tot de behandeling van

aangelegenheden en geschillen, welke

zich naar aanleiding' van de uitvoering

van voormelde C.A.O. voordoen;

In acht nemende, de desbetreffende

Wetsartikelen, alsmede de bepalingen

van vorenbedoelde C.A.O., met

name van de artt. 35 t.m. 40 van

deze C.A.O.;

heeft vastgesteld, gelijk de Raad bij

deze vaststelt, het navolgend

REGLEMENT

Artikel 1.

Definities.

In dit reglement wordt verstaan

onder:

C.A.O.:

de Collectieve Arbeidsovereenkomst

voor Dagbladjournalisten;

journalist

journalistieke arbeid,

dagbladonderneming,

directie,

hetgeen daaronder wordt verstaan

in art. 3, lid 1, van de C.A.O.;

de Raad:

de Raad van Uitvoering, als bedoeld

in art. 35 e.v. van de C.A.O.;

8

Reglement Raad v

Redactiecommissie:

de in art. 34 van de C.A.O. bedoelde

Commissie;

het Secretariaat:

het Secretariaat van de Raad;

rechtstreeks betrokkene:

de directie of de journalist, rechtstreeks

betrokken bij een aan de

de Raad voorgelegde aangelegenheid

uit hoofde van de uitlegging

en/of toepassing der C.A.O.

Artikel 2.

Geschillen.

1. Een geschil wordt geacht zich

voor te doen:

a. wat betreft een geschil, als bedoeld

in art. 36, lid 1, van de

C.A.O., op het ogenblik, waarop

een der betrokken partijen, waaronder

mede te begrijpen een tot

de C.A.O. toegetreden organisatie,

hetzelve acht aanwezig te zijn;

b. wat betreft een geschil, als bedoeld

in art. 38, lid 1, van de

C.A.O., op het ogenblik, waarop

twee betrokken partijen, hetzelve

achten tussen haar aanwezig te

zijn;

2. Indien tussen hen, die als rechtstreeks

betrokkene dan wel als

partij bij een bij de Raad aanhangig

gemaakt onderwerp betrokken

zijn, verschil van inzicht

bestaat, of sprake is van een

aangelegenheid — als bedoeld in

art. 16 — dan wel van een geschil,

zal het onderwerp geacht

worden bij wijze van geschil aanhangig

te zijn gemaakt.

Artikel 3.

Aanhangig maken.

1. Een geschil wordt aanhangig gegemaakt

door de indiening van

een schriftelijke, duidelijk gemotiveerde

uiteenzetting van het geschil,

waaraan verbonden wordt een aanduiding

van de beslissing, welke men

wenst uit te lokken. De uiteenzetting

dient vergezeld te gaan van een opgave

van namen en woonplaatsen

van de partijen.

2. De indiening geschiedt:

a. ingeval van een geschil, als bedoeld

in art. 2, lid 1, sub a, door

de meest gerede partij, waaronder

mede te begrijpen een tot de

C.A.O. toegetreden organisatie;

b. ingeval van een geschil, als bedoeld

in art. 2, lid 1, sub b, door

de betrokken partijen.

3. De indiening dient te geschieden

uiterlijk vier weken nadat het geschil

zich heeft voorgedaan; de Raad

voor Dag

is bevoegd, om — indien te zijnen

genoege wordt aangetoond, dat het

inachtnemen van deze termijn voor

de betrokkene(n) ernstige bezwaren

oplevert of heeft opgeleverd — in

voorkomende gevallen een langere

termijn vast te stellen; de Raad kan

deze bevoegdheid delegeren aan de

Voorzitter en/of het Secretariaat.

4. De indiening dient te geschieden

in tienvoud bij aangetekend schrijven,

gericht aan het Secretariaat.

Artikel 4.

Horen Wederpartij.

1. Het Secretariaat zendt onverwijld

een afschrift van een overeenkomstig

art. 3 ingediend geschrift

aan de andere partij (en)

bij het geschil, tenzij het een geschil

betreft als bedoeld in art. 2,

lid 1, sub b.

2.' Indien de Voorzitter zulks nodig

oordeelt, zendt het Secretariaat

mede een afschrift aan de redactiecommissie

van de betrokken

onderneming (en).

3. De personen en/of instanties, aan

welke op grond van het in dit

artikel bepaalde een afschrift van

een ingediend geschrift is toegezonden,

zijn bevoegd binnen twee

weken na ontvangst daarvan hun

zienswijze aan de Raad kenbaar te

maken, door indiening in tienvoud

van een desbetreffende memorie van

antwoord bij het Secretariaat; het

Secretariaat kan —> indien het daartoe

termen aanwezig acht — in overleg

met de Voorzitter vorenbedoelde

termijn met maximaal vier weken

verlengen.

4. De verzending van de in dit artikel

bedoelde stukken dient aangetekend

te geschieden.

Artikel 5.

Toezending aan de Raad.

Het Secretariaat draagt zorg, dat

een afschrift van een ingediend geschrift,

alsmede van een eventueel

daarop ontvangen memorie van antwoord

binnen een week na ontvangst

wordt toegezonden aan ieder van de

(plaatsvervangende) leden van d e

Raad, die deel uitmaken van het college,

aan hetwelk de behandeling

en/of de beslissing der onderwerpelijke

kwestie zijn opgedragen.

Artikel 6.

Bijeenkomst Raad.

De Raad komt zo spoedig

mogelijk bijeen, teneinde de onder-

Uitvoerin

ournalisten

werpelijke kwestie in behandeling te

nemen; (plaatsvervangende) leden

van de Raad, welke bij deze kwestie

direct of zijdelings zijn betrokken,

zullen aan deze behandeling niet

kunnen deelnemen, noch in enigerlei

vorm tot de beslissing kunnen

bijdragen.

Beslissing Raad.

Artikel 7.

1. De Raad neemt als uitgangspunt

van behandeling en als grondslag

van zijn beraadslagingen, de uiteenzetting

als neergelegd in het in art.

3, lid 1, bedoeld geschrift (en), en in

fle in art. 4, lid 3, bedoelde memorie(s).

2. De leden van de Raad oordelen

als goede mannen naar billijkheid;

iedere beslissing wordt genomen

bij meerderheid vanstemmen,

zonder dat uit de beslissing van het

gevoelen der leden afzonderlijk

blijkt; de Raad zal zich niet van het

geven ener beslissing kunnen onthouden.

3. De Raad slaat op de beslissingen,

welke hetzij ten aanzien van de

onderwerpelijke kwestie, hetzij ten

aanzien van de interpretatie van

daarbij in het geding' zijnde artikelen

van de C.A.O. reeds eerder zijn

genomen, acht in zodanige mate, als

de Raad in iedere afzonderlijke

kwestie zal vermenen te behoren.

Artikel 8.

Bijstand en vertegenwoordiging.

Elke partij kam — behalve in het

geval voorzien in art. 11, lid 2, sub

c — bij een van behoorlijke volmacht

voorziene gemachtigde verschijnen,

of — in alle gevallen —

zich door een juridisch raadsman

doen bijstaan.

Artikel 9.

Minnelijke oplossing geschil.

De Raad zal de behandeling van elk

aan de Raad voorgelegd geschil

— indien de Raad daartoe termen

aanwezig acht — een aanvang kunnen

doen nemen met een persoonlijke

comparitie van partijen, teneinde

te beproeven partijen langs minnelijke

weg op grondslag van de

C.A.O. tot elkander te brengen.

Indien bijzondere omstandigheden

de Raad daartoe aanleiding geven,

kan een zodanige comparitie ook

floor de Raad worden bevolen

tijdens de voortgezette behandeling,

y CA.O.

als bedoeld in art. 11. Nadat door de

Raad uitspraak is gedaan kan een

comparitie — als hierboven bedoeld

— echter niet meer plaats

vinden.

Artikel 10.

Verloop na comparitie.

1. Indien een persoonlijke comparitie,

als bedoeld in art. 9, leidt

tot overeenstemming tussen partijen,

zal de Raad deze overeenstemming

doen vastleggen in een van de comparitie

door het Secretariaat op te

maken proces-verbaal.

2. Dit proces-verbaal zal de uitdrukkelijke

— ten overstaan

van de Raad af te leggen — verklaring

van partijen behelzen, dat zij

zich door het ter comparitie getroffen

vergelijk evenzeer .gebonden

achten en zullen achten en daaraan

dezelfde kracht zullen toekennen,

als ware een en ander neergelegd in

een door de Raad bij wijze van

bindend advies tussen haar gedane

uitspraak.

3. Het origineel van het procesverbaal

zal door de Voorzitter

en de beide secretarissen, alsmede

door partijen worden ondertekend

en ten kantore van het Secretariaat

worden gedeponeerd; aan partijen

zal door het Secretariaat een gewaarmerkt

afschrift worden verzonden.

4. Indien de Raad daartoe termen

aanwezig acht, kan de Raad in

het tussen partijen getroffen vergelijk

mede een regeling betreffende

de verdeling en het verhaal der

kosten betrekken.

Artikel 11.

Voortgezette behandeling.

IJ Indien aanvankelijk geen persoonlijke

comparitie plaats

vindt, dan wel indien ter gelegenheid

van een persoonlijke comparitie

geen overeenstemming wordt bereikt,

zal de Raad overgaan tot

voortgezette behandeling van het

geschil.

2. De Raad kan bij deze voortgezette

behandeling:

a. schriftelijke re- en dupliek uitlokken;

b^ een mondelinge behandeling gelokken.

e. partijen oproepen, in persoon

voor de Raad te verschijnen, tot

het geven van nadere inlichtingen;

d. zowel ambtshalve als op verzoek

van partijen getuigen en/of deskundigen

horen;

e. van directies en journalisten de

inlichtingen vragen, welke de

Raad nuttig of nodig acht.

3. Indien één der partijen, c.q. een

betrokken redactie-commissie

zulks verlangt, zal de Raad partijen,

c.q. de redactie-commissie, die van

een daartoe strekkend verlangen

heeft doen blijken, in de gelegenheid

stellen, haar standpunten mondeling

nader toe te lichten.

4. In het algemeen zullen kosten,

verbonden aan het oproepen en

horen van getuigen en/of deskundigen

voor rekening van de betrokken

partijen komen, behoudens

eventueel verhaal op de in het

ongelijk gestelde wederpartij; de

Raad kan echter bepalen, dat deze

kosten — behoudens verhaal als

voormeld — voor zijn rekening

komen.

Artikel 12.

Einde voortgezette behandeling.

Indien de Raad zich voldoende voorgelicht

acht, zal de Raad de voortgezette

behandeling — behoudens

het bepaalde in het derde lid van

at. 11 — een einde doen nemen en

de dag bepalen, waarop de Raad

uitspraak zal doen; deze termijn zal

maximaal vier weken bedragen en

ten hoogste met een duur van vier

weken verlengd kunnen worden.

Artikel 13.

Beslissing geschil.

1. De beslissingen van de Raad

inzake een aanhangig gemaakt

geschil zijn met redenen omkleed.

2. Van de beslissingen, als bedoeld

in het vorig lid, wordt aan partijen

binnen twee weken nadat zij

zijn uitgesproken, door het Secretariaat

een gewaarmerkt afschrift bij

aangetekend schrijven toegezonden.

Het origineel blijft berusten ten

kantore van het Secretariaat; het

zal worden ondertekend door de

HIJ HUURDE ZIJN KLEEDING BU:

Gebr.Lokhoff

GERARD DOUSTRAAT 88

AMSTERDAM ZUID

TROUW-, ROUW- EN

AVONDKLEEOING

9


Voorzitter of, in geval van diens

ontstentenis, door een (plaatsvervangend)

lid, dat aan de behandeling

heeft deelgenomen, en door de

beide secretarissen, tenzij één van

hen verhinderd is, in welk geval zal

worden volstaan met de handtekening

van de ander.

3. De Raad zal — behoudens het

bepaalde in het vijfde lid van

art. 18 — zijn beslissingen in dier

voege openbaar maken, als hij in het

belang van de goede betrekkingen

in het dagbladbedrijf wenselijk zal

oordelen.

Artikel Uf.

Kosten-veroordeling.

Behalve een uitspraak ten aanzien

van het punt — c.q. de punten van

geschil, zullen de beslissingen van

de Raad mede kunnen inhouden de

veroordeling van de in het ongelijk

gestelde partij (en) in een zodanig

deel van de. van de zijde van de

wederpartij (en) en/of de Raad op

de behandeling gevallen kosten, als

de Raad redelijk zal oordelen. In

voorkomende gevallen kan de Raad

uit dezen hoofde van partijen van

tevoren storting van een waarborgsom

verlangen.

Artikel 15.

Verdere bevoegdheden.

Uitspraken van de Raad inzake

een geschil, als bedoeld in art. 1, lid

1, sub a, zullen beslissingen kunnen

behelzen, welke door de Raad worden

gegeven op grond van de bevoegdheden,

omschreven in art. 35,

lid 2, sub b, c, d, e en g van de

C.A.O.

Artikel 16.

Aangelegenheden uit hoofde

van de C.A.O.

1. Een aangelegenheid uit hoofde van

de uitlegging en/of toepassing der

C.A.O. — waaronder is te verstaan

ieder onderwerp, de uitlegging en/of

toepassing der C.A.O. betreffende,

voorzover niet aan te merken als een

geschil, als bedoeld in art. 2 —

wordt geacht zich voor te doen op

het ogenblik, waarop één der rechtstreeks,

betrokkenen dan wel een

betrokken redactiecommissie dezelve

ter kennis van de Raad brengt.

2. Op de behandeling door de Raad

van een aangelegenheid, als in het

eerste lid bedoeld, zijn van analoge

toepassing de bepalingen van artikel

2, lid 2, artikel 3, leden 1, 2, sub a,

en 4, artikel 4, 5, 6, 7, 8, 11, leden 2

en 3, artikel 12, 13 en 15, met dien

verstande, dat waar in deze bepalingen

wordt gesproken van partij,

daaronder moet worden verstaan:

rechtstreeks betrokkene.

Artikel 17.

Beslissing aangelegenheid.

1. Indien van de Raad een beslissing

wordt gevraagd inzake een aangelegenheid,

als bedoeld in het vorige

, artikel, geeft de Raad deze beslissing

10

in de vorm van een met redenen omkleed

advies, dat — onverminderd

het bepaalde in art. 15 — echter niet

bindend is voor de rechtstreeks betrokkenen,

dan voorzover deze daarmede

uitdrukkelijk accoord gaan.

De beslissing zal met name het

advies kunnen behelzen, dat het onderhavig

onderwerp bij wijze van geschil

bij de Raad aanhangig worde

gemaakt.

2. Indien de rechtstreeks betrokkenen

daartoe de wens te kennen

geven, zal de Raad het Secretariaat

opdracht geven van het bereikte accoord

een schriftelijke acte op te

maken, welke acte de uitdrukkelijke

verklaring van de rechtstreeks betrokkenen

zal behelzen, dat zij zich

door het advies van de Raad evenzeer

gebonden achten en zullen achten

en daaraan dezelfde kracht zullen

toekennen, als ware een en ander

neergelegd in een door de Raad bij

wijze van bindend advies tussen hen

gedane uitspraak.

3. Het origineel van deze acte zal

door de rechtstreeks betrokkenen

worden ondertekend en ten kantore

van het Secretariaat worden gedeponeerd;

aan de rechtstreeks betrokkenen

zal door het Secretariaat een

gewaarmerkt afschrift worden verzonden.

Artikel 18.

Ontslag-kwesties.

1. Indien de Raad door de bevoegde

overheidsinstanties wordt aangezocht,

advies uit te brengen met betrekking

tot bij deze instanties aanhangig

gemaakte ontslagkwesties,

zal de Raad daartoe zijn medewerking

verlenen.

2. De behandeling van deze zaken is

opgedragen aan de Ontslagkamer

van de Raad, bestaande uit twee leden

— van wie één wordt aangewezen

door de bij de C.A.O. aangesloten

werkgeversorganisatie en de andere

door de bij de C.A.O. aangesloten

werknemersorganisaties uit de leden

en plaatsvervangende leden van de

Raad. Voor ieder wordt op soortgelijke

wijze een plaatsvervangend lid

benoemd.

Het Secretariaat van de Ontslagkamer

wordt waargenomen door één

van de beide secretarissen van de

Raad.

3. Het in het eerste lid bedoelde advies

wordt op zo kort mogelijke

termijn uitgebracht, doch niet dan

nadat de betrokkenen door de Ontslagkamer

zijn gehoord of op andere

wijze in de gelegenheid zijn gesteld

van hun zienswijze te doen blijken.

De Ontslagkamer is voort bevoegd,

het advies te doen voorafgaan door

zodanig onderzoek, als de Kamer in

ieder afzonderlijk geval zal vermenen

te moeten instellen. Het bepaalde in

de artikelen 9, 10 en 11 is op dit

onderzoek van analoge toepassing.

4. Indien de ingewikkeldheid van een

zaak zulks vergt, alsmede indien

tussen de beide leden van de Ontslagkamer

geen overeenstemming kan

worden bereikt ten aanzien van de

inhoud van een uit te brengen advies,

zal de Kamer zich van het doen van

een uitspraak onthouden en de onderwerpelijke

aangelegenheid ter beslissing

aan de Raad voorleggen.

Het bepaalde in het voorgaande lid

is op de behandeling door de Raad

mede van toepassing.

5. In het algemeen zal geen bekendheid

worden gegeven aan uit

hoofde van dit artikel uitgebrachte

adviezen, tenzij bijzondere redenen

daartoe aanleiding geven.

Artikel 19.

Geheimhouding.

De leden, plaatsvervangende leden

en secretarissen van de Raad zijn

tot geheimhouding verplicht terzake

van al datgene, wat hun als zodanig

in verband met aan het oordeel

van de Raad onderworpen aangelegenheden

en geschillen ter kennis

komt, tenzij — en dan nog slechts

voorzover — tot publicatie is besloten

overeenkomstig het bepaalde

in het derde lid van art. 13 of het

vijfde lid van art. 18.

Artikel 20.

Wijzigingen.

De Raad kan op grond van de in

art. 40, lid 2 der C.A.O., aan de

Raad verleende bevoegdheden in dit

reglement die wijzigingen en/of aanvullingen

aanbrengen, die de Raad

nuttig of noodzakelijk voorkomen.

Inwerkingtreding.

Artikel SI.

Dit Reglement treedt in werking

op 1 Februari 1949 en zal ter kennis

van de leden der bij de C.A.O. aangesloten

organisaties worden gebracht

door middel van publicatie

in de desbetreffende verenigingsorganen.

Aldus vastgesteld en goedgekeurd

in de vergadering

van de Raad van Uitvoering

d.d. 17 December 1948.

R.K. JONGEMAN,

25 jaar, leerling-journalist, derde

leerjaar bijna voltooid hebbende,

zoekt plaatsing bij R.K. Dagblad,

waar promotiekansen aanwezig

zijn.

Brieven onder No. 79/48 „De Katholieke

Journalist", Koningsstraat

22 b, Hilversum.

BEERLING-JOUBNALIST

Wie heeft plaats voor een leerling-journalist

? Candidaat heeft

6 jaar Gymnasium en aanleg voor

Klass. en Lit. wetenschap. Uitstekende

referenties.

Brieven onder No. 81/48 „De Katholieke

Journalist", Koningsstraat

22 b, Hilversum.


HET PUBLIEK KIEST DE KRANT,

omdat men er door wordt ingelicht

N het herdenkingsnumimer van De

Ï Gelderlanderpers verscheen een

Gallup-enquête over de Nederlandse

kranten, bekeken van de 1 journalistieke

kanten. Wij ontlenen er het belangrijkste

aan. Intussen bevatten de

„Mededelingen" van de Ned. Dagbladpers

een dergelijke enquête

(J.v.V.) voor wat betreft de dagbladadvertenties.

ORT geleden stelde het Neder-

K derlands Instituut voor de Publieke

Opinie twee interessante vragen

aan een heel groot aantal mannen

en vrouwen, die tezamen het Nederlands

publiek in al zijn geledingen

weerspiegelen.

De eerste luidde: „Kunt U uit

kranten, tijdschriften, radio, film e.d.

voldoende inlichtingen krijgen over

wat er in de wereld gebeurt, of niet?

68 % antwoordt: Voldoende inlichtingen

over het wereldgebeuren. 24 %

Niet voldoende'. 8 % Geen mening.

Vrouwen spreken meer hun tevredenheid

uit (72 %) dan mannen

(65 %) maar de verschillen, ook naar

leeftijd en welstand onderscheiden,

blijven gering.

De volgende Gallup-vraag verschaft

een belangwekkend inzicht in

de bronnen waaruit het publiek zijn

inlichtingen put.

„Welke nieuws- en inlichtingenbronnen

verschaffen U de meeste

inlichtingen over wat er in de wereld

gebeurt?" vroegen de N.I.P.O.-interviewers

namelijk en het publiek antwoordt:

70 % de krant, 38 % de radio,

13 % tijdschriften, 3 % film, 2 %

andere bronnen. (Verschillende noemen

meer dan één nieuwsbron).

Een onderverdeling naar welstand

brengt interessante verschillen aan

het licht:

De krant

Radio

Tijdschriften

Film

Andere

W R

S? 5

%

78

27

4

6

4

c

CU CU

23

S3

%

69

40

11

1

1

1 c

%

66

46

17

2

2

Ü5

c

tu

CU §

MM

ra C

%

62

43

38

3

1

Tijdschriften zijn dus voor de beter

gesitueerden een veel belangrijker

inlichtingenbron dan voor de grote

massa, doch bij alle groepen blijven

dagblad en radio nummer één en

twee. *

Als U hoofdredacteur was?

ANNEER U de directeur of de

Whoofdredacteur was van uw

krant, wanneer U het dus voor het

zeggen had wat er in uw krant moet

komen, zou U dan veranderingen in

uw krant aanbrengen, of niet? vroegen

de enquêteurs van het Nederlands

Instituut voor de Publieke Opinie aan

abonné's op alle mogelijke Nederlandse

dagbladen. En hoewel uit een

andere enquête is gebleken dat 7 van

de 10 krantenlezers tevreden zijn over

de voorlichting in ons land, zou toch

meer dan een derde zijn dagblad willen

veranderen.

De antwoorden op deze vraag luiden

rul.: 35 % wil veranderingen in

de krant aanbrengen, 34 % vindt

haar zo goed, 31 % geen mening.

De mannelijke lezers zijn veel critischer

dan de vrouwen. Van de -mannen

wil 41 % de krant veranderd

zien, van de vrouwen 28 %. Ook

scheelt het nogal welke krant men

leest. Er is een dagblad waarvan

56 % der ondervraagde lezers veranderingen

zou willen aanbrengen, een

ander dagblad heeft slechts 21 %

van zulke lezers met critiek.

De geregelde krantenlezers

N de opiniepeiling van October 1948

S stelde het Nederlands Instituut

voor de Publike Opinie de volgende

vraag.

„Leest U geregeld uw- krant voor

het grootste deel, maar ten dele of

slechts kleine stukken er uit?"

Mijnheer de

„WEEKLACHT UIT DE WEST".

Het spijt mij, dat ik al weer verplicht

ben een kanttekening te maken,

nu door de door U opgestelde en van

een onderschrift voorziene „Weeklacht

uit de West".

Ik weet niet, waarover ik mij meer

verwonderen moet, over de „weeklacht"

van de „Amigoe di Curagao"

of over het redactionele onderschrift.

Het mag toch zo langzamerhand wel

algemeen bekend zijn, dat Suriname

en de Antillen, wat de nieuwsvoorziening

betreft, buiten het arbeidsterrein

van het A.N.P. vallen. Contractueel

zijn deze gebieden aan Aneta

toebedeeld. De hoeveelheid nieuws die

A.N.P. naar de West seint, is afhankelijk

van hetgeen Aneta bestelt. Ik

neem aan, dat Aneta daarbij te

werk gaat volgens de aanwijzingen

of verlangens van de in de West gevestigde

dagbladen, of misschien in

overeenstemming met de betalingen

van de Curacaose pers.

Ik meen geen geheim te verklappen,

indien ik -mededeel, dat A.N.P.

reeds bij Aneta heeft aangedrongen

op wijziging van de contractuele

De resultaten zijn: Leest grootste

deel 45 %, leest ten dele 28 %, leest

klein stuk 24 %, leest geen krant

3 %.

Vijf en veertig procent van de

ondervraagden lezen het grootste deel

van hun krant. Dat is echter niet

voor alle groepen hetzelfde. Hier is

b.v. een verdeling van de antwoorden

naar welstand:

Laagste inkomens, grootste deel

35 %, ten dele 29 %, klein stuk

30 %, geen krant 6 %.

Lage inkomens: grootste deel 47 %,

ten dele 28 %, klein stuk 22 %, geen

krant 3 %.'

Middenklasse: grootste deel 51 %,

ten dele 28 %, klein stuk 20 %, geen

krant 1 %.

Weigestelden: grootste deel 64 %,

ten dele 24 %, klein stuk 10 %,

geen krant 2 %.

Naar mate de welstand toeneemt

wordt de krant beter gelezen. Bij de

laagste inkomens leest 35 % grootste

deel. Bij de weigestelden 64 %!

Ook naar ontwikkeling komen dergelijke

grote verschillen voor.

Een tweede vraag door het N.I.P.O.

gesteld luidde: „Hoe lang leest U zo

's avonds in uw krant?"

En de resultaten zijn: minder dan

5 minuten 5 %, 5—10 minuten 12 %,

10—15 minuten 23 %, 30 min.—1

uur 43 %, langer dan 1 uur 13 %,

weet het niet 4 %.

Redacteur.*..

verhoudingen en dat een aanzienlijke

uitbreiding van de dienst van Nederland

naar de West tegemoet kan

worden gezien, indien daartoe de medewerking

kan worden verkregen

van de in de West gevestigde bladen.

Het gering aantal woorden, dat

A.NP. in opdracht van Aneta naar

' Curagao seint, laat niet toe, dat de

Troonrede in volle omvang daarin

wordt opgenomen.

Met de meeste hoogachting,

gaarne Uw dw.,

D. J. LAMBOOY

Algemeen Hoofdredacteur.

<

Voor studie-doeleinden zou ik

gaarne een exemplaar van het bij

de boekhandel uitverkochte

STUDIES EN LEZINGEN

(L. Simons, Wereldbibliotheek)

bezitten. Welke collega kan mij

hieraan helpen?

J. Thomas, Adrichemstraat 24,

Beverwijk.

11


DE PERS IN „TIEN JAREN".

Dr Maarten Schneider schrijft ons:

Mag ik even reageren op het onvermeld

laten van de journalistieke

vakopleiding te Nijmegen in mijn

artikel over de pers in „Tien Jaren" ?

(blz. 8 van het jongste nummer van

„De Katholieke Journalist").

Deze critiek is begrijpelijk, omdat

het boek volgens de titel handelt over

de jaren 1938 tot '48. Dit boek is

evenwel ongeveer een half jaar eerder

onder de titel Supplement op de

5de druk van de Winkler Prins ter

beschikking gesteld van de intekenaren

op bedoelde druk. In de heruitgave

onder de nieuwe titel zijn

slechts enkele artikelen tot 1948 bijgewerkt,

daaronder was niet mijn

artikel.

„Ik moest de kopij voor mijn artikel

afsluiten in het vroege vqorjaar

van 1947. Het was dus onmogelijk,

om Nijmegen te vermelden. Evenmin

kon ik vermelden, dat de Gem. Universiteit

van Amsterdam een buitengewoon

hoogleraar pers, openbare

mening en propaganda gekregen had.

Wel heb ik de omzetting van het privaat

docentschap in een lectoraat

aldaar vermeld, omdat deze inderdaad

had plaats gehad.

-Dit wetend, zult U het met mij

eens kunnen zijn, dat van een „verwaarlozing"

van Nijmegen door rnij

geen sprake kan zijn.

Het leek mij goed, U te wijzen op

een, achteraf bezien, chronologisch

onmogelijke eis, die U steldet.

(Tout savoir est tout pardonner.

— Red. K. J.).

WAT IS MOREEL-ONGEZONDE

JOURNALISTIEK ?

Mijn grote naamgenoot schrijft in

het laatste nummer van „De Katholieke

Journalist", dat hij het A.N.P.verslag

inzake het geval-Enkhuizen

journalistiek uitmuntend acht en

moraliter alleszins oirbaar.

In hetzelfde nummer worden resp.

op pag. 13 en pag. 11 Mr. Rooy en de

„Twentse Courant" geciteerd, die

spreken over sensatie-journalistiek

en bedreiging van de geestelijke

volksgezondheid naar aanleiding van

de publicaties over dezelfde zaak.

De -meningen hieromtrent blijken

dus nogal uiteen te lopen. Ik vind het

niet erg, dat zulks uit de inhoud van

een en dezelfde aflevering van ons

blad blijkt, maar zou de redacties van

„De Journalist" en „De Katholieke

Journalist" de vraag willen voorleggen,

of zij er niet voor voelen de

kwestie „ongezonde journalistiek"

eens volledig te behandelen, waarbij

de zaak-Enkhuizen, en in concreto

het gewraakte en bewonderde A.N.P.verslag,

als uitgangspunt zou kunnen

dienen.

De lezer zou bijvoorbeeld graag

van Mr. Elias horen, op welke gronden

hij het A.N.P.-verslag de qualificatie

„zakelijk stuk proza" meegeeft.

Ik heb het bedoelde verslag

hier niet bij de hand, doch meen me

te herinneren, dat er schilderachtige

détails over de maan bij te pas kwamen,

die wel zeer ver-af stonden van

12

de gebruikelijke „droge noteerlust

der enz.", waarmee het overigens,

naar de mening van anderen, nog wel

mee valt.

Van de andere kant zou het mij

interesseren, van Mr. Rooy te vernemen,

waar hij meent, dat de grens

getrokken moet worden. Ik kan mij

namelijk voorstellen, dat niet alle

kranten de N.R.C, in degelijkheid op

dit stuk willen volgen.

Er zitten natuurlijk nog vele

andere aspecten aan deze kwestie,

zoals b.v. wat een persbureau wel en

niet moet of mag doorgeven; waar

ik voornamelijk naar uitzie, is een

enigszins volledige behandeling van

de vraag ..Wat is moreel ongezonde

journalistiek?"

Ik meen, dat dit de lezers'van onze

vakbladen zeker zal interesseren. In

de kring — met kleine k — der

Haagse journalisten is over de publiciteit

bij de moordzaak-Enkhuizen

vrij veel geboomd.

Met belangstelling zie ik uit naar

een beschouwing.

TON ELIAS.

(Wij zijn er zeker van, dat een

confrontatie Elias-Elias niet lang op

zich zal laten wachten. Deze keer is

onze ruimte gerantsoeneerd. Red.).

„THERE 'S MUCH IN A NAME!"

Collega J. F. toonde zich in het

Januari-nummer eens. geestes met de

grote William, al zal die wel nooit

aan een belangrijke begrafenis op

een regenachtige herfstmorgen hebben

gedacht, toen hij zijn beroemd

geworden Verzuchting slaakte —

althans op papier zette. Collega P.

heeft zich namelijk ook afgevraagd

wat er in een naam schuilt, maar

waar Shakespeare het „en detail"

deed, handelt hij „en gros": hij haalt

zijn schouders op over de waslijsten

van namen, die voor de oorlog vaak

een verslag onleesbaar maakten en

nu hardnekkig pogen dat weer te

doen.

Met de strekking van het betoog

van collega F. kan ik het in beginsel

eens zijn, maar het komt -mij

voor, dat hij de kwestie niet al te

gedegen doordacht heeft. Zijn artikeltje

„Namen nemen" geeft een

heel eenvoudige oplossing: noem die

en die en laat de rest waaien.

Ik zou van*, harte wensen, dat die

knoop zo simpel door te hakken viel.

Het zou iedere collega, die nog niet

aan het schrijven van hoofdartikelen

toe is, veel narigheid besparen. Maar

de zaak ligt nu eenmaal niet precies

als collega F. haar stelt. Hij

vergeet iets heel belangrijks, en wel

dit.

Namen noemen doet de journalist

niet om vriendjes te maken of die

f.e houden, om de ijdelheid der genoemden

te strelen. Een bepaalde

naam, in een rij andere gememoreerd,

kan aan een bepaalde gebeurtenis

een zeer bijzonder karakter

geven. Het gaat dan niet om de man,

maar om wie en wat hij vertegenwoordigt.

Iedere collega zal beseffen,

hoe belangrijk zo'n naam is. Zo al

niet voor de ene, dan toch voor de

andere verslaggever, al naar de

richting van het blad dat elk hunner

vertegenwoordigt.

Collega F. zal mij tegenwerpen:

Goed, neem die naam dan. Ik heb

immers geschreven, dat een volkomen

boycot van officiële personen

onmogelijk is — de belangrijkste

dienen genoemd te worden.

Juist, en daar zit nu de grote

moeilijkheid. Want ik zou verschillende

gevallen kunnen noemen, waarin

een bepaalde naam juist belangrijk

werd in verband met andere

namen, welke, weggelaten zijnde, de

aanwezigheid van mijnheer A. in een

ander daglicht zouden stellen dan het

juiste. En, als de naam van mijnheer

A. pas belangrijk wordt, wanneer

die van de heren B. en C. hem

volgen, dan zitten de verslaggevers

weer met de waslijst.

Voor het overige ga ik graag met

collega F. accoord: het klakkeloos

noemen van namen — met de nadruk

op klakkeloos — dient zo spoedig

mogelijk te verdwijnen. Het zal de

verslagen van recepties zo goed als

van begrafenissen leesbaarder maken.

Utrecht. EIBERT H. BUNTE

Enigssina bekort. — Red.

Technische outillage dagbladbedrijf

Het bestuur van de Nederlandse

Dagbladpers 1945 heeft onlangs een

onderzoek ingesteld naar dé noodzakelijke

behoeften der dagbladondernemingen

in Nederland op het gebied

van zet- en drukcapaciteit. De uitkomst

van dit onderzoek is geweest,

dat men de noodzaak aanwezig acht

om gedurende de eerste jaren voor de

navolgende bedragen aan nieuwe machines

aan te schaffen: zetmachines

en matrijzen ƒ3.020.000, rotatiepersen

ƒ 6.120.000, overig materiaal

ƒ 1.500.000. Hierbij zijn dan nog

buiten beschouwing gelaten de bedragen,

welke de thans nog niet over

eigen drukkerijen beschikkende dagbladen

nodig zullen hebben om zich

van de nodige eigen zet- en drukcapaciteit

te voorzien en welke op

rond ƒ 6.500.000 worden geraamd.

Eerste redacteur-buitenland van

groot dagblad zoekt functie van

BUITENLANDS

CORRESPONDENT.

28 jaar, gehuwd. Snel, accuraat,

betrouwbaar nieuwsman. Vlot, ervaren

stylist. Eventueel combinatie

(ook met Vlaamse bladen).

Brieven onder No. 80/48 aan „De

Katholieike Journalist", Koningsstraat

22 B, Hilversum.

Aan een Katholiek Dagblad in

grote provinciestad kan op korte

termijn geplaats worden een jong,

Katholiek, zeer goed ontwikkeld,

ALL-*ROUND JOURNALIST

voor bureauwerk en reportage.

Uitvoerige sollicitaties worden

ingewacht onder No. 78/48, „De

Katholieke Journalist", Koningsstraat

22 b, Hilversum.


JOURNALISTIEK JOURNAAL

• Een gedeelte van de Europese

pers schijnt zich nog steeds te verlustigen

in het denkbeeld, dat

de (Noord) Amerikaanse pers

minderwaardig, sensationeel en alle

ellendigs wat ge maar meer

bedenken kunt, zou zijn. Deze generalisering

is onbillijk en belachelijk.

Men behoeft alleen maar de New

York Herald Tribune en de New

York Times te lezen om zulk een

waanwijs oordeel glimlachend op zij

te schuiven. Misschien zijn die twee

de beste bladen van de wereld. In

ieder geval behoren zij tot de beste

van de wereld.

• De New York Herald Tribune

heeft nu een E.CA. crediet. van

100.000 dollar gekregen om haar

Europese (Parijse) editie in 40.000

exemplaren in de Britse en Amerikaanse

Zones van Duitsland te verspreiden.

En sedert ruim een maand

kunnen wij in Europa de luchtpostuitgave

van de New York Times (ad

30 cent per nummer van 12 pagina's,

vrijwel zonder advertenties) kopen,

op z'n hoogst één dag na verschijning

in New York. Wij hebben geen idee

hoeveel Herald en Times per dag in

Nederland verkocht worden. Het zullen

er bepaald niet veel zijn. Maar

wie ze lezen, geraken er spoedig aan

verknocht. Het zijn prachtige kranten.

Méér zeg ik hier maar liever niet

van, al brandt het mij op de tong om

iets te zeggen van „voorbeeldige"

kranten.

9 De heer Hans Hermans is nu

op Curagao om de nieuwsvoorziening

Europees Nederland—Amerikaans

Nederland te bezien. Met alle problemen

van dien. Rijkelijk laat! De boei'

is al aardig in de Caraïbische soep

gereden. Aneta heeft zich daar niet

van zijn flinkste zijde doen kennen.

Maar: het is hollen of stilstaan. Nu

zijn er ineens drie instanties die zich

met Curagao gaan bemoeien wat de

berichtgeving en wat daarmee samenhangt

betreft: 1) de regering; 2)

A.N.P.; 3) de Culturele Commissie

Nederland, Indonesië, Suriname, Curagao.

Alle drie instanties willen er

een ibureau met één of meer kereltjes

vestigen. Dat wordt een hele warboel.

En heel veel weggesmeten guldens,

wanneer het inderdaad zó zou

gaan. Het is goed dat de heer Hermans

er poolshoogte gaat nemen.

Want er bestaan over deze materie

de grootste (en duurste) waandenkbeelden.

En van het-zelfde laken een

pak wat Suriname betreft, waar men

precies het zelfde moet gaan doen

als in Curagao. Wanneer men het mij

zou vragen, zou ik voorspellen dat —

wanneer men niet terdege oppast —

Suriname en Curagao een Voorlichtings-operette

van je-welste te zien

zullen krijgen. Veel te duur gemonteerd

en buitengewoon overdreven.

Wanneer men niet oppast

• De .regeringsvoorlichting in

haar geheel genomen zal in 1949 een

bedrag van ruim 7.500.000 gulden opeisen.

Eerlijk gezegd komt het mij

nogal geflatteerd laag voor. Ik denk

dat het werkelijke •bedrag boven dit

„begroting-kundige" uit zal komen.

Er is, dezerzijds, geen enkel bezwaar

(wanneer de heer Lieftinok het goed

vindt) dit bedrag goed te vinden. Ik

zou zelfs zeggen: hoe meer, hoe liever,

mits het geld goed besteed wordt

door de bekwaamst-beschikbaren. Ik

maak deze restrictie, omdat ik nog

altijd het collegiale vertrouwen heb

dat werkelijk bekwame journalisten,

die de vrijheid per se en ex perfesso

liefhebben, er niet over zullen peinzen

journalistiek ambtenaar te worden.

Dat zou, geloof ik, niet denkbaar zijn.

Maar ik wilde zeggen dat wanneer 1 '

de officiële voorlichting in handen

is van de bekwaamste-beschikbaren,

zelfs een bedrag van 7% mil-lioen

voor de gehele overheidsvoorlichting

ook aan het buitenland bescheiden

lijkt.

0, ja?

Anne Hallema in Het Gemeenebest:

De meest toekende persbureaux zijn

thans behalve Reuter te Londen en

Havas te Parijs de in ons land ook

welbekende Belga, de Russische Tass,

de Zweedse T.T., de Deense Ritzau,

en niet te vergeten de Amerikaanse

A.P. (Associated Press) en U.P.

(United Press), door Nederlandse

persmensen in hun vakjargon vaak

aangeduid met „Epie" en „Joejoe".

D. J. L.

Op 1 Februari 1948 kwam, zo

schrijft de Nieuwe Courant, de heer

D. J. Lambooy als algemeen hoofdredacteur

bij het A.N.P. Voordien

had hij reeds méér dan 30 jaar contact

gehad met het persbureau, want

sedert, alweer 1 Fetor., 1917 is hij

journalist. Dertien jaar zat hij op de

perstribune van de Tweede Kamer

en van '34 tot '41 was hij werkzaam

o(p het departement van Buitenlandse

Zaken als sous-chef van de Reg.

Persdienst, de voorloper van de Reg.

Voorlichtingsdienst. Als zodanig was

het contact met het A.N.P. zeer

nauw.

„Het streven van het A.N.P., zowel

op morele als practische gronden,

moet zijn strikt objectief nieuws te

geven", aldus de heer Lambooy, wanneer

hij spreekt over het werk dat

hem lief is.

Het A.N.P., een stichting van alle

Nederlandse dagbladen, werd in 1935

opgericht.

• Maar geloof mij, wanneer ik

zeg dat er ook nog aardig wat geliefhebberd

wordt op dit gebied. Er

zijn wel wat voze plekken, vooral in

het buitenland. Anderzijds zijn er Nederlandse

voorlichtingsposten buitenslands

die uitstekend werk verrichten.

Veel meer goede dan kwade

posten, geloof ik. Na de oorlog is'

er veel ten goede veranderd. Wie herinnert

zich nog onze eerste Regeringsvoorlichtinigsdiiiensit

onder leiding

van wijlen Plemp? Een klein

kantoortje met een paar mensen. (Nü

alleen bij Landbouw, Voedselvoorziening,

Visserij al: meer dan 1200

voorlichters!) Er is wal veel veranderd.

En dat in zo korte tijd.

@ Op de opmerking in dit Journaal

van vorige maand over de uitbuiting

der free-lances heb ik zeven'

brieven gekregen van zeven mensen

die mij gelijk geven. Een aardig

staaltje horen? Een combinatie van

grote plaatselijke dagbladen heeft

een bod gedaan op een dag-feuilleton,

geschreven door een niet-onbekende

Nederlandse scribent. Men wil ƒ 300

betalen. Dat wil zeggen ƒ 30 per'

krant per feuilleton. Ongeveer zestig

plaatsingen. Dat is twee kwartjes

per dagelijks hoofdstuk per krant.

Ik noem geen namen. Samenvattende

zou „kleine kruideniertjes" passend

zijn voor deze magnaten.

Dank zij een uitgebreide telexapparatuur

bezit het verbindingen

over het gehele land. Bladen in Groningen

en bladen in Maastricht, zij

krijgen op hetzelfde moment het

nieuws in huis. „Snel er in en snel

er uit", dat is het devies van ons

nationale persbureau.

Directe telexlijnen met Reuter in

Londen zorgen voor de aanvoer van de

laatste berichten van dit persbureau;

daarnaast heeft men 'telexverbindingen

met Parijs, Brussel, Frankfort. Bovendien

nog vele niet-constante telexverbindingen

met andere hoofdsteden.

En niet te vergeten de communicaties

van elke dag per Morse en per

lange en korte golf in de z.g. Hellapparatuur.

„Zegt u vooral dat de directeur, de

heer H. H. J. v. d. Pol, de stuwende

kracht hier is", zegt collega Lambooy

bij het afscheid bescheiden, die vergat

te spreken over de Haagse Journalisten

Vereniging, waarvan hij, als

voorzitter, de stuwende kracht is.

Nieuw Katholiek tijdschrift

in Hongarije

Onlangs is de eerste aflevering

verschenen van de „Werkblatter für

Laienarbeit in Gottesreich" (Gids

voor lekenarbeid in het Rijk Gods).

Deze uitgave is de voortzetting van

twee tijdschriften, die in 1938 werden

geschorst: „In heiliger Sendung" en

„Der Sakristan". De hoofdredactie

van het nieuwe orgaan werd toevertrouwd

aan Kanunnik Dr Karl

Rudolf.

13


DE PERS UIT EEN ANDERE WERELD

mmgz lyeker vertelt van zijn stydierais

TTJET is welbekend, dat ongeveer

* •*• honderd jaar geleden zes concurrerende

New Yorkse bladen een

coöperatief telegraaf-syisteem begonnen,

dat is uitgegroeid tot dat

enorme nieuwsgaar-apparaat de

Associated Press. Dit wereld-agentschap

zetelt op vier verdiepingen

van een vijftien etages hoge wolkenkrabber

van Rockefeller's Radiostad.

De nieuwszaal van de redactie heeft

een oppervlakte van ongeveer 12.000

vierkante meter, binnen welke alle

fases van dit apparaat gebonden

zijn: de sport-redactie, de Europakabel,

het Zuid-Amerlka-net, de

draadloze foto-transmissie en de telefoto

zenders, de hoofdredactie en de

archieven. De zaal wordt door elk

van de vijf electrische centrales van

de wereldstad bediend, zodat, als er

ongelukken gebeuren, altijd wel één

van de vijf de AP zal bedienen. Een

paar honderd telex-machines (teleprinters)

_ doen er dag en nacht

dienst: één alleen voor de radiozenders,

één voor Sport, een draadloze

verbinding met Fleet-street, een telex

met Londen, en honderden lijnen

naar alle grote bladen op het continent.

AP bezit 3300 telexapparaten

in de Verenigde Staten, en heeft zijn

eigen telex herstelplaats. De telefoon

is er absoluut verdrongen door de

telex — ik kan me niet herinneren

er een gezien te hebben. — De kapitein

op die dagelijkse zee van nieuws,

een millioen woorden per dag, de beroemde

Gould, maakte in de verkiezingsnaeht

meer de indruk van een

onderwijzer die liep te ijsberen terwijl

de kinderen schriftelijk werk

doen, dan van een prins-consort van

de Koningin der Aarde. Enkele blokken

verder, in de redactiezalen van

de Herald Tribune, kon de bezoeker

waden door het papier, en brak hij

zijn nek over honderden mensen die

allemaal een kleinigheidje peuterden

in die enorme kranten en met 'n lust

en een leven alsof ze in de Olympische

Spelen uit moesten komen.

Een archief van micro-films

TVENK niet dat de archief-afdeling

*-* van Associated Press een grote

zaal is, het was maar een klein

hoekje met een paar stalen kasten en

een vreemd apparaat dat er uitzag

als een televisie-toestel, maar een

hele verdieping' krantenleggers in

zich bleek te huizen. Het archiefsysteem

is namelijk ontzaglijk vereenvoudigd

door het gebruik van

micro-films. Elke dag wordt de New

York Times van de eerste pagina

links boven in tot de laatste pagina

rechts onder in (en er zijn wel Zondagen

van 140 pagina's) gefilmd.

Elkeen kan die films kopen voor het

belachelijk lage bedrag van 140 dollars

per jaargang (daar moet natuurlijk

geld bij.'), en dat, terwijl een

14

gebonden jaargang van de New York

Times, die men dan wel met een

twee-tons truck mag laten afhalen,

drie honderd dollar kost en dure

ruimte in beslag zou nemen.

Deze films zijn te gebruiken op

een soort projectie-machine, die er

uit ziet als een zeer omvangrijk

café-radiotoestel, en welke 300 dollar

kost. Men zet de film er in,

draait de gewenste datum en bladzijde

en de kwart pagina van de

krant wordt geprojecteerd op een

matglazen scherm van een kwart

vierkante meter. Een handle stelt de

gebruiker in staat de gehele pagina

af te tasten al zoekend naar het bericht

dat hij nodig heeft.

Een eenvoudig kaartsysteem levert

onmiddellijk datum en codenummer.

We zochten bijvoorbeeld

onder Churchill diens redevoering

„Blood, sweat and tears" op, het codenummer

was binnen enkele minuten

door de machine verwerkt. Pen

en inkt op een lessenaar vlak voor

het scherm stellen degenen die de

informatie zoekt in staat, aantekeningen

te maken. De Times heeft in

de leeszaal voor de bediening van

haar abonné's een batterij van twaalf

stuks in gebruik, plus nog twee machines

op het archief. De AP heeft

er maar één en wat stalen klappers

waar het nieuws van de laatste drie

jaar, waarvan nog heel wat weg

kan, wordt opgeborgen. Door deze

films zo goedkoop' te maken heeft

de Times het klaar gekregen, dat alle

grote -bibliotheken ter wereld de

New York Times al jaren op microfilm

hebben, zodat dus de concurrerende

bladen (zoals de Herald) voor

lang tijd zijn uitgeschakeld.

Efficiënte journalistiek

|_ÏET gevoel van een „andere we-

*• •* reld" ontstaat voornamelijk uit

het eigenaardig perspectief dat de

Amerikaanse journafetiek heeft gekregen

door de efficiënte toepassing

van journalistieke inventies. Men

heeft soms het gevoel alsof men als

negentiende-eeuwer in de een-entwintigste

eeuw stapt. Dat is nergens

zo sterk als bij die drieling van Luce:

Time, Life en Foi\


VAN ALLERLEI KANTEN:::EN^RANTEN

GABRIëL SMIT EN DE LINIE

Het weekblad „De Linie" dartelt

vaak als een wild en onbezonnen

veulen in de wei van de

katholieke journalistiek en dit gebrek

aan ervaring is voor dit

weekblad dan ook nog geen bezwaar

om eerbiedwaardige grijsaards

op dit terrein vaak op hoge

toon de les te lezen.

Op het terrein van de katholieke

voorlichting, vooral in film-,

boek- en toneelrecensies, schijnt

het blad iets van het oude en beruchte

integralisme er op na te

houden, dat in ons katholieke

volksleven in de jaren, welke onmiddellijk

aan de eerste wereldoorlog

voorafgingen, zoveel

kwaad gedaan heeft. We denken

hier aan het verketteren van mede-katholieken,

die het met ,,onze

integrale opvattingen" in deze

niet eens zijn.

Deze houding heeft er dan ook

reeds toe geleid, dat de katholieke

dichter Gabriël Smit in De Volkskrant

een artikel publiceerde,

waarin hij voorstelde een speldje

te gaan dragen onder de katholieken,

die daardoor openlijk te

kennen geven, het niet eens te zijn

met ,,De Linie" met haar vaak

extra-vagante opvattingen, niet

de mening weergeeft van ,,De Katholieken"

aldus Gabriël Smit.

Het bovenstaande is ontleend

aan „Ons Noorden". Intussen is

Gabriël Smit in De Volkskrant

op deze zaak teruggekomen met

een verduidelijking. Het volgende

is er aan ontleend:

Het gaat er (dus) niet om, of

Blunders bij de verkiezingen

PR is al meer dan genoeg geschre-

*-* ven over de blunders van de

Amerikaanse pers voor, tijdens en na

de verkiezingen, maar het was allemaal

negatief. Nergens zag ik iets

over de wonderlijke manier waarop

Time a, 1'improviste zijn reputatie

voor nieuws-verslaggeverij heeft weten

te bewaren. Dat grapje heeft

110.000 dollar gekost, maar Time

Was Donderdagsmorgens op tijd,

met de volledige uitslag en met alle

kleine feilen weggewerkt. Dat is, in

"het kort, zo gebeurd: Time heeft 64

uur nodig om te*draaien. Men heeft

die week achtmaal zoveel platen gegoten

en persen ingeschakeld. Daardoor

werd de draaitijd teruggebracht

v an 64 uur tot 8 uur. De 56 uur aldus

gewonnen kreeg de redactie om de

Weuwe tekst te maken voor de betreffende

rubriek en alle foutjes (president-elect

Dewey veranderen in

gouverneur Dewey enz.) weg te

vlooien.

men het met „De Linie" al of niet

eens zou zijn in zake de handhaving

van bepaalde morele normen

in leven en kunst. Het gaat er om

of deze morele normen, overgebracht

op een pasklaar nieetlatje,

zo maar, klakkeloos, naast een

kunstwerk mogen worden gelegd

met voorbijzien van alle waarden,

die er niet héél duidelijk op staan

aangetekend. Alsof iedere ironie

verkrachting van menselijkheid

zou zijn en ieder cynisme een

godslastering. Zó eenvoudig is het

niet. Zeker, de christelijke normen

dienen onverzwakt en melt vurigheid

te worden gehandhaafd,

maar dezelfde liefde, die ons

daartoe dwingt, verplicht ons

evenzeer tot de voorzichtigheid,

de behoedzaamheid en vooral de

diepere aandacht, zonder dewelke

van liefde en vurigheid niet veel

anders overblijft dan fanatisme en

een zekere houwdegen-mentaliteit.

Het is deze laatste mentaliteit,

waarmee „De Linie" de katholieke

zaak in ons land veel schade toebrengt.

Niet met de openlijke

strijd voor de christelijke beginselen,

waarvoor zij ons aller respect

verdient, maar door haar

methode, haar dictatoriale allures,

haar f linke-mannen-gebaar of

— zoals in de bespreking van het

boek van Du Perron — haar domheid.

Want dat wij, die ons christenen

hopen -te mogen noemen,

door anderen en door de wereld

om ons geloof worden bespot of

vervolgd, is een waarheid, die ons

tot eer strekt en die wij met

vreugde willen ervaren, maar dan

Newsweek deed het eenvoudiger.

Dat maakt ee nnormale, neutrale editie

en gooide daar een extra-nummer

over de verkiezingen achteraan.

Netjes, maar net niet geniaal. En later

dan Time. Businessweek verscheen

die week met een kaft-in-kleuren

met Dewey's portret. En de dagbladen?

Daar kan straks een student

in de journalistiek op promoveren.

Twintig jaar geleden is een weekblad,

de Literary Digest, kapot gegaan

aan en na een verkeerde

prognose over de toekomstige president.

Een handig journalist heeft

de laatste hoofdredacteur van dat

blad geïnterviewd. Die zeide dat hij

de dag na de verkiezingen naar het

kerkhof was geweest om do omgekeerde

graven van al zijn vroegere

redacteuren te zien, die zich krom

hadden gelachen over de ochtendbladen

na de verkiezing.

Het was bar... Het heeft de directies

kapitalen gekost. En ze waren

niet verzekerd.

toch alleen cp grond van de werkelijke

principes van dit geloof en

niet op grond van tactloosheid en

onverstand.

VOORLICHTING.

Het Persbureau Reuter heeft de

weg weten te vinden zowel naar

Minister-president Drees als naar

Minster Sassen voor het houden van

een vraaggesprek. Het is van grote

betekenis, dat aldus een uiteenzetting

van het Nederlandse standpunt nu

ook bij de grote bladen van de hele

wereld terecht komt. De wereld moet

weten dat de agressie al maanden

lang van de zijde van de Republiek

kwam en dat diezelfde Republiek ook

thans niet denkt aan het staken van

het vuren. Men heeft niet de indruk,

dat onze Ministers vroeger zo erg

toegankelijk waren voor gezaghebbende

buitenlandse correspondenten.

Minister. Sassen merkte op: „De Nederlanders

zijn er absoluut zeker van,

dat de Verenigde Staten van Amerika,

wanneer de feiten en omstandigheden

beter bekend zijn geworden,

een fair oordeel zullen vellen over de

merites van de zaak en onze houding

op haar juiste waarde zullen schatten".

Het ongeluk is, dat vroeger nooit

de geëigende personen, organen en

middelen zijn gevonden, om onze

voorlichting van Amerika en andere

landen goed te verzorgen. Laat men

toch begrijpen, dat hier op beknibbelen

het snijden in eigen vlees betekent.

(Dagblad De Stem).

ALS DE PERS WEGGAAT.

De heer Maas kon, nadat de vergadering

(van de Zaandamse gemeenteraad)

heropend was, zijn rede

voortzetten, doch begon met de mededeling,

dat het eigenlijk geen zin had

te spreken, nu het publiek verwijderd

was, ook al, omdat de aanwezige

persvertegenwoordigers zijn woorden

toch verdraaid zouden weergeven.

Deze insinuatie was voor de aanwezige

journalisten aanleiding direct

uit protest en bloc te verdwijnen. De

aanwezige verslaggever van „De

Waarheid" was, toen de publieke

tribune werd ontruimd, met zijn

partijgenoten naar beneden gegaan

en uit het gemeentehuis verwijderd,

zodat niet alleen de publieke, maar

ook de perstribune geheel verlaten

was.

Terwijl de verslaggevers naar beneden

liepen, kwamen de niet-communistische

raadsleden hun achter

op. Ook dezen hadden er genoeg van.

Voor de Voorzitter zat er niets

anders op, dan de vergadering op

grond van art. 45 van het Reglement

van Orde te verdagen.

«• (De Zaanlander).

15


CHA

Humiliationele verontschuldiging

Discipulus dacht dat hij grappig

was toen hij de vorige keer een aantal

adjectieven op -oneel verzon.

Maar sindsdien heeft hij in de Volkskrant

de operationele afdeling van

Schiphol ontdekt, en nu beseft hij dat

je opzettelijk nooit zo gek kunt doen

als een ander die het ernstig méént.

Hij trekt zich dan ook discretioneel

terug.

In de schaduwen van vandaag

„Het is ook nu nog een vreugde

dit prachtige en sprankelende journalistieke

proza te lezen", schrijft

Het Vrije Volk over een artikel van

wijlen collega Karl Marx in wijlen

de Rheinische Zeitung. En dan

vertaalt en commentarieert Het Vrije

Volk:

Het wezen van de vrije pers is het karaktervolle

wezen der vrijheid. Het karakter

van de gecensureerde pers is het

karakterloze „onwezen" der onvrijheid.

De tegenwoordige eensuurverhoudingen.

De persvrijheid is een levensnoodzaak

voor de democratie.

Het is goed het nog weer eens vast te

stellen.

Barbarisering noemde Huizinga:

„een cultuurproces, waarbij' een

bereikte geestelijke gesteldheid van

hooge waarde" (bv. prachtig en

sprankelend proza) „verdrongen

wordt door elementen van lager

gehalte" (bv. germanismen).

Transitohandel

Broer Jansz heeft ook reeds vaak aan

het bovennet zien morrelen om die verandering

door te voeren. (Volkskr.).

Moeilijke, zo niet onmogelijke doorvoering

van de Benelux overeenkomst.

(Alg. Hbl.).

Wanneer het er om gaat zijn economisch-sociale

wetgeving door te voeren.

De doorvoering van deze maatregelen.

(Groene).

Knock-out

Men kent de Discipulus-se grapjes

tegen Hitlerse overblijfselen als „het

Woltersomse conglomeraat" (Alg.

Hbl.). Maar „het Kro-se lichtbaken"

(Groene), dat zelfs geen Duits meer

is, slaat hem met stomheid.

Geen onregelmatigheden

Dahran, waar de K. L. M.-vliegtuigen

in de afgelopen week regelmatig landden.

(Tijd).

De middelmatige buitenlanders, die

men regelmatig te horen krijgt. (Parool).

Dat kon alleen doordat een vroegere

loopjongen een maand lang regelmatig

boeken uit de voorraad had gestolen.

(Parool).

Volgens zijn pertinente verklaring zou

hij (een internationale spion) in de jaren

1937 en 1938 regelmatig uiterst belangrijk

geheim materiaal hebben verkregen

van verschillende hoge ambtenaren.

(Vrije Volk).

Sommige mensen schijnen daar

iets op tegen te hebben. Waarom, als

die spion toch blijkbaar niets onregelmatigs

heeft gedaan?

Horizontale afdeling

Intellectuelen, die in de sfeer van de

partij liggen. (Parool).

16

De Staten-Generaal kunnen geen vat

op een situatie krijgen zo lang zij niet

weten hoe die situatie ligt. (Parool).

Of liggen de verhoudingen hier toch

weer anders? (Linie).

Men dient te bedenken, dat de zaken

thans veel ongunstiger liggen. (N. R. C).

Met verontschuldigingen aan collega

Dagboekenier voor het opschrift.

Wetenschappelijke gevolgtrekking

Voorts mag men veilig aannemen dat

de ouders van een hogere stand in doorsnee

intelligenter zijn dan die van een

lagere stand. (Linie).

In perspectief zijn ze daarentegen

iets dommer.

Vriendelijk, vriendelijker,

vriendelijkst en . . .

De Russisch-vriendelijke dominé Hromadka.

(Alg. Hbl.).

Vandaar de zegswijze: zo vriendelijk

als een Rus.

Zijn wij bevrijd?

En nu wordt Discipulus kriebelig

en veegt heel de Middeneuropese

oogst van een paar dagen krantenlezen

op één hoop:

De beschikbare fokzeugen zullen 1.7

millioen biggen ter wereld moeten brengen;

dit is een moeilijke opgave. (Volkskrant).

— Alleen de katoenindustrie zou

zonder het plan-Marshall tot 50 'h van

de huidige bedrijvigheid teruggebracht

zijn. (Alg. Hbl.). — De vraag, met welke

personen van de Republiek contact opgenomen

kan of moet worden. (Alg.

Hbl.). Op Banka zal de C. v. G. D. contact

opnemen met Moh. Hatta. (Parool).

Een uitgesproken gunstige factor. (N.

R

c.). — Een uitgesproken violistisch

talent. (Parool). — De juwelier zette

grote ogen op, toen hij aan het monogram

ontdekte,'dat het zijn bestek was.

(Parool). — Zoals bekend is het beeld

eigendom van de familie Maduro.

(Parool).'—" Zoals bekend, geeft de K.

V. P. een maandblad uit. (Nieuwe

Eeuw). — Wanneer Nederland dan maar

de moed opbrengt om de onaangename

stappen te ondernemen. (Parool). — De

reserveschroef van de ,,Willem Ruys"

zal in bedrijf moéten worden gesteld.

(Tijd). — De betreffende afdeling. (Parool).

De betreffende studie. (N. R. C).

— Een van de doeleinden der actie is de

aantrekking en veiligstelling van de van

nature bezadigde republikeinse leiders.

(N. R. C). — Hij zwakte de ambtelijke

gestrengheid af met een weinig jovialiteit.

(Parool). — Een advertentie die

helaas wordt afgezwakt doordat de

layoutman (iets) niet heeft aangevoeld.

(Ariadne). — Schijnbaar moeiteloze elegance.

(Parool). — Een installatie die

beduidend duurder zal zijn. (Groene).—

De bedoeling zit voor, de ondernemers

zo min mogelijk in de weg te staan.

(Groene). — Na het beëindigen van de

oorlog. (Vrije Volk). — De differentiaal

diagnose. (Alg. Hbl.). — De klasse der

grootwerkgevers. (Kath. Staatk. Maandschr.).

— Zonder adempauze. (Volkskr.).

— Bij nauwkeurige kennisname. (Güoene).

— De toeiname van onproductieve overheidsuitgaven.

(Parool). — Met financiële

deelname van W. H. Muller en Co.

(Parool). — De geheime diplomatie, het

censorschap en de propaganda, die de

behandelde vraagstukken versluierd hebben.

(N. R. C). — Een planmatige conjunctuurpolitiek.

(Groene).

Zijn wij bevrijd? NEE!

Dear, dear

De „Rode Dear van Canterbury".

(Zwingli).

Les malades imaginaires

Van de duizend gezonde mensen hebben

er vier tuberculose.

(Gooische Klanken).

A.N.P. beledigt kunstenaar

„Kunstenaars over hun werk" zette

het A.N.P. boven een bericht

(4452/wk/1521/ve/kgi/2140) waarvan

de laatste zin luidde: j w s de groot

sluit op 13 april de rij met een causerie

over „kitsch".

Voetbalvereniging „Sport en

Stichting"

Menige staking werd in Engeland gevoerd

al voetballende met de politie en

onder gezang van psalmen. (Vrije Volk).

Bijvoorbeeld van Psalm 9 vers 15:

De heidnen zijn, door waan misleid,

Gestort in kuilen mij bereid.

Hun voet verwart zich in de netten.

A hyphenated journalist

Communistische eenheden concentreerden

zich Donderdag in Tsjiengtsjang

Hyphen Ying. (Het Vrije Volk).

Kent u de aardige uitdrukking „a

hyphenated American" voor: een

Amerikaan die nog niet geheel geassimileerd

is?

Chronische hyphenitis

Als de universiteit te Groningen

niet de GronAngen-universiteit is,

de aankomst van de Koningin niet

de Koningin-aankomst, een weg door

het Gooi niet een Gooi-weg en de

rubriek van Discipulus niet de Discipulus-rubriek,

waarom schrijft men

dan wel:

Venlo-incident (Tijd); Prestwick-ramp

(Nieuwe Dag); Nijmegen-ramp (Tijd);

Ajax-ramp (Vrije Volk); Afrika-film

(Parool); Philips-employé's (Parool);

Lenin-litteratuur (Vrij Ned.); Van

Beinum-concerten, Bruckner-concert,

Franck-concert, Badings-concert (Linie);

Calvin-Benson-methode (Groene); Mindszenty-proces,

Mindszenty-affaire (Groene);

Mauritius-route (Groene); Groeneredactie.

Groene-kolom (Linie); Amsterdam-prijsvraag

(Groene); Ruys-schroef

(Tijd); Limburgia-verdediging; Limburgia-defensie

(Volkskr.); Kravchenkoproces

(Linie); Moscou-zenders.

(Vrije Volk)?

Aowoord: waarom zou je je hersens

inspannen om uit een handvol

voorzetsels het juiste te zoeken, ais

je alles met één streepje kunt afdoen

?

Nog meer streepjes

Een „kruistocht van Wall Street" naar

het midden- en verre-Oosten. (Alg. Hbl.).

Drs. Den Uyl was na de bevrijding

enige maanden sociaal-redacteur van

onze krant. (Parool).

In dit deel toont de schrijver aan dat

alleen een totaal-Christen een totaalmens

is. (Volkskr.).

Géén streepjes

Centrale Kader Cursus. (Alg. Hbl.)- '

Bedrijfs Kader Training. (Alg. Hbl.).

Wiardi Beekman Stichting. (Parool).

Landbouw hogeschool. (N. R. C).

Benelux overeenkomst. (Alg. Hbl.).

Daarom niet

De Europese soft currency markt _ of

waarom eigenlijk niet: zacht-geld markt.

(Groene)-

Omdat goed Engels altijd nog t> e "

ter is dan slecht Nederlands.

DISCIPULUS

More magazines by this user
Similar magazines