Strategische inzichten (PDF) - Een Nieuwe Oude Dag

nieuweoudedag.nl

Strategische inzichten (PDF) - Een Nieuwe Oude Dag

Nieuwe Oude Dag

Verslag van onderzoekstraject naar toekomst

van zorg / welzijn / wonen / pensioen


Inhoudsopgave

Vooraf 3

De wereld verandert 4

Visionair vergezicht, de “nieuwe oude dag” 5

Sociaal verband: zelfsturende communities 5

Voorbeelden van vernieuwing 7

Voorbeelden >> Fijn wonen, gewoon thuis 11

Voorbeelden >> Zinvolle rol in mijn omgeving 13

Voorbeelden >> Mag ik even... Genieten! 15

Voorbeelden >> Ziek? Zorg? Samen doen 15

Succesfactoren in deze voorbeelden lijken te zijn: 11

Weak signals 12

Nieuwe ronde, nieuwe rollen 14

Samenwerken in de keten? 15

Eerste stappen 16

1. Geef huidige leden/klanten de keuze 16

2. Ontwikkel een aanbod voor en met (groepen) zzp’ers 16

3. Stimuleer medewerkers in uw eigen organisatie om in hun eigen communities een gewaardeerde rol te

vervullen 16

4. Oprichten van speciale unit die communities ondersteunt 17

5. Uitnodigen van ouderen om zelf een actieve bijdrage te leveren 17

6. Pioniers in en om de eigen organisatie boeien en binden 17

7. Toekomstvisie vertalen naar strategie, onderzoek en politieke beïnvloeding 18

Meer informatie + dank: 19

Bijlage 1: Onderzoeksverantwoording 20

Bijlage 2: Deelnemers aan het onderzoek 21

1


genodigden bijeenkomst Visie op de Toekomst 21

genodigden bijeenkomst Aansprekende Voorbeelden 21

genodigden bijeenkomst Businessmodellen 22

genodigden Great Place to Live bijeenkomst 22

Bijlage 3: Uitgangspunten voor sociale innovatie 23

Essentie van het vraagstuk als uitgangspunt. 23

Waarde toevoegen aan de maatschappij 23

Sturen op flow 23

Het is een experiment :: ‘wat als het geld op is?’ 23

Belangrijk en spannend imago ::: in het hart van de vernieuwing 23

Lokaal en praktisch 23

Participanten participeren omdat zij dit zélf willen 24

Proces regisseren 24

Bijlage 4: Visie op de Toekomst 25

2010 25

Nieuwe norm 25

Oorzaak van de verandering 25

Nieuwe waarden 26

Communities 27

Solidariteit 27

Publicatie en co-creatie 27

Participeren 27

Bijlage 5. Landschap Nieuwe Oude Dag 28

Bijlage 6. Websites 29

2


Vooraf

Wat gebeurt er als je de visionairs en durfondernemers uit het netwerk van PGGM, Espria, Uvit, Twijnstra Gudde

en Great Place to Live vraagt naar de toekomst? Van oktober 2009 tot april 2010 hebben circa 150 vrijdenkers

en ondernemende doeners hun krachten en gedachten gebundeld. Oud en jong. Van binnen en buiten de

“ouderenbranche”. Steeds met als uitgangspunt: een waardevolle oude dag. Met steeds een andere insteek:

visionaire vergezichten, voorbeelden van vernieuwing of nieuwe businessmodellen.

In dit rapport komen alle inzichten samen. Ook zijn hierin opgenomen de Visie op de Toekomst zoals deze is

ontwikkeld én de landkaart van de Nieuwe Oude Dag. Want een waardevolle toekomst, is een reis die we samen

maken waarbij we tegelijkertijd het landschap in kaart brengen én het ontwikkelen.

Wij wensen u veel plezier met dit onderzoeksverslag. Dat het u mag inspireren tot veel initiatieven die de oude

dag nog waardevoller maken.

Frido Kraanen, initiatiefnemer namens PGGM

Noor Bongers en Harold Smits, ideeontwikkeling & onderzoek

3


De wereld verandert

Kijk eens om je heen... In ons dagelijkse leven blijven veel dingen hetzelfde en tegelijkertijd verandert er veel.

Al jaar en dag hebben mensen de behoefte om naar muziek te luisteren. Dat zal niet snel veranderen. Alleen de

vorm waarin dit gebeurt verandert in rap tempo: elpee, cassette, cd, minidisc, mp3. Dit soort ontwikkelingen zie

je overal, niet alleen gedreven door technische doorbraken. Door de hele samenleving heen is er een

onderstroom te signaleren van standaardisatie naar doelgroepmerken gevolgd door cocreatie. De marktleiders

van nu zijn niet automatisch de marktleiders van morgen. Daarvoor moet men continu alert blijven op de

drijfveren van nieuwe generaties, oog hebben voor ondernemers die het anders doen en luisteren naar

klantwensen.

Bedrijven willen van betekenis zijn voor een groep mensen. Een groep die onpeilbaar lijkt en als een zwerm

iedere keer ergens anders is. Hoe kun je als merk een rol van betekenis innemen in deze fluïde omgeving? Dit

kan enkel door waarde toe te voegen aan de beleving van één consument. Zijn of haar persoonlijke levensvisie

en behoeften worden verrijkt door jouw product of dienst. Het is toepasbaar. En dit vertelt zich rond. Geef

mensen de gelegenheid om zélf iets met het product te doen.

Authenticiteit in communicatie en eerlijkheid over het product zijn hierin cruciaal. In het traject van de Nieuwe

Oude Dag staat ‘eigen regie van de oudere’ centraal. Hoe kun je hieraan bijdragen? En hoe kun je waarde

toevoegen aan een groep ouderen die hun oude dag op hun manier willen inrichten?

Sommigen zullen blijven kiezen voor een standaard (luxe) pakket dat wordt aangeboden. In ruil voor geld krijgen

consumenten dan zorg. Maar anderen hebben of geen geld of hebben andere wensen die vragen om een andere

benadering van hún wensen. Zij verenigen zich in collectieven gebaseerd op hun eigen vragen en overtuigingen.

Zichtbaar richting aanbieders, maar heel vaak ook onzichtbaar omdat zij zich begeven in een periferie die

onpeilbaar is voor de reguliere meetinstrumenten (ze passen niet in een klantprofiel). Dit is een interessante

maatschappelijke trend die aangeeft dat de tijd verandert en daarmee een andere rol van dienstverleners is

gewenst.

4


Visionair vergezicht, de “nieuwe oude dag”

Stel je voor... je maakt een sprong in de tijd naar 2030 en kijkt terug. Wat is er veranderd in de samenleving en

hoe heeft dat zijn weerslag gehad op datgene wat we in 2010 nog de “oude dag” of “pensioen” noemden?

Twee belangrijke onderstromen geven richting aan de toekomst:

- zelfbeschikking: ik bepaal graag zelf wat er met mijn leven en/of geld gebeurt; ik wil niet behandeld

worden als groep, laat staan als passieve of consumerende bejaarde. ik leef mijn eigen leven en wil

daarmee doorgaan tot ik erbij neerval. Voor mij geen leven achter de begonia’s met andere bejaarden. Ik

wil doorgaan met mijn eigen leven.

- kleinschaligheid: ik wil geen efficiënte zorgfabriek of klinisch wooncentrum. Juist in de laatste fase van

mijn leven gaat het mij om oprechte, authentieke aandacht van mensen. Niet alleen van professionals,

maar vooral ook van ‘mensen uit mijn eigen kringetje’ (familie, vrienden en kennissen). Een gedeelde

levensstijl of liefhebberij bindt mensen; oud/jong, professionals/hobbyisten.

Sociaal verband: zelfsturende communities

In 2030 leven mensen – nog meer dan nu – in zelfsturende communities. Men is geen “lid” van een

community, maar is afwisselend aangesloten bij circa tien verschillende sociale netwerkjes. Met de buren of de

sportclub deelt men weer andere dingen dan met de reisclub, het kookclubje, de motorclub of met de

vakidioten die jongeren de kneepjes van het vak bijbrengen.

Tijdens het onderzoekstraject is er naast de drie bijeenkomsten met experts een Great Place to Live ontmoeting

geweest op 1, 2, 3, .... 10! Oftewel 12 maart 2010 vond het Laboratorium van de Toekomst plaats in Landgoed

De Horst in Driebergen. Het thema was ‘dynamiek in communities’. Er is van deze dag én rond dit thema een

Great Place to Live magazine verschenen (in 4.000 exemplaren en online op http://issuu.com/okparking/docs/

binnenwerk_issu en http://greatplacetolive.ning.com) waarin de visie en kaart van de Nieuwe Oude Dag werden

gepresenteerd. Hieronder de voornaamste aanbevelingen en conclusies die de ‘nieuwe generatie’ heeft gegeven.

Exit:

• ouderen geïsoleerd bij elkaar

• bejaardenhuizen met ziekenhuissfeer

• het woord 'ouderen'

• institutionaliseren van zorg via (centrale) overheid

• alles via geld regelen

Wel:

• kleinere collectieven van jong/oud

• mensen waar je bepaalde normen/waarden mee deelt

• communities georganiseerd rondom: leefomgeving, passie (wat je echt leuk vindt om te doen)

Systeem:

• balans tussen geven en nemen (bijhouden maatschappelijke bijdrage)

• systeem zonder belonen/straffen

• hoe minder systeem, hoe beter (voorkom: big brother is watching you)

• systeem moet wel binnen de community inzicht geven in:

o wat heb je nodig?

o wat kun je bieden? wat doe je heel erg graag? waar zit jouw talent? (geldt voor iedereen die mee

wil doen: jong/oud, gezond/ziek, etc)

5


Plek van zorgaanbieder/pensioen/woonclub:

• onderdeel van de community (meeting point voor de community)

• niet met "welzijnsorganisatie" en "helpende" geiten wollen sokken" gevoel

• rol: zorg/woon/onderwijs wensen inventariseren en koppelen aan zorg/woon/onderwijs aanbod IN DE

COMMUNITY (kan bijvoorbeeld 'in de wijk' zijn of 'binnen de sportvereniging')

• rol: zorgen voor meetingpoints (virtueel + reële) + bij elkaar brengen van vraag en aanbod "winkeltje"

6


Voorbeelden van vernieuwing

De vernieuwing zit hem dus in zelfsturende communities die vanuit zelfbeschikking en kleinschaligheid zelf het

heft in handen nemen. Daarop hoef je niet te wachten tot 2030. Nu al – in 2010 – zijn er volop succesvolle

voorbeelden van dergelijke projecten. Een greep uit de initiatieven van durfondernemers uit het netwerk laat

zien dat er al een nieuwe wereld aan het ontstaan is, vaak buiten het vizier van de grote aanbieders in zorg-,

pensioen-, woon- en verzekeringsland.

Opmerkelijk is dat de durfondernemers inderdaad in de periferie lijken te opereren. Kleinschalig beginnen en

vanuit hier langzaam uitbouwen en het initiatief iets groter maken. Daarom blijven zij voor de grote partijen vaak

onzichtbaar. De mensen voor wie het initiatief is ontwikkeld maken er naar tevredenheid gebruik van en er is

ruchtbaarheid in kleine kring. De initiatiefnemers richten zich op het resultaat van dit initiatief en daarmee op

haar dynamiek. Zij richten zich dus nadrukkelijk niet op het grote publiek en de massa media en grote

instituten of politiek.

De kennis wordt via informele netwerken gedeeld en ontsloten richting andere initiatieven. Dit maakt de

zichtbaarheid nog lastiger. Ook is het lastig om de partijen aan elkaar te verbinden om de initiatieven groter te

maken (institutionalisering ligt meteen op de loer) en daarmee om op alle aspecten de innovatie te ontsluiten.

Of alle innovatieve aspecten in één initiatief terug te vinden. Interessant is daarom om dit wél te onderzoeken

en aan te sluiten bij een aantal van deze initiatieven.

En de parameters van innovatie te ontdekken. Noodzakelijk om deze initiatieven te kunnen benchmarken én

waarmee nieuwe initiatieven en pilots kunnen worden ontwikkeld.

Hieronder een aantal voorbeelden met de onderscheidende elementen.

Voorbeelden >> Fijn wonen, gewoon thuis

Mantelzorgwoning initiatiefnemers: Ruud Dirkse

Sinds wanneer: 2004

Website: www.kcwz.nl

Omschrijving: verplaatsbare woning die in de achtertuin kan worden gezet om

het leveren van mantelzorg te vergemakkelijken

Innovatie: tijdelijke oplossing / op maat

Maatschappelijke meerwaarde: geeft ruimte aan familiezorg

Texel initiatiefnemers: Texelaars

Sinds wanneer: mensenheugenis

Website: geen, vindt via informele circuit plaats

Omschrijving: kleine gemeenschap die vanuit sociale zorg en met gesloten

beurzen voor elkaar zorgt. Elkaar een lift geven, je groentes uit de tuin bij

elkaar aan de deur hangen, zieken bezoeken enz.

Innovatie: terug naar de ‘eenvoud’

Maatschappelijke meerwaarde: door sociale controle/hechtheid kunnen,

durven en willen mensen veel langer zelfstandig wonen. Minder

georganiseerde zorg/instanties nodig. Ook :: acceptatie van de outcasts in een

samenleving

7


Maar ook:

ODENSE HUIS AMSTERDAM

Eigen initiatief van mensen met en zonder dementie in combinatie met gemeente + zorgorganisatie.

http://www.odensehuis.nl

WOONINITIATIEVEN OUDEREN

Gezamenlijk zorgen voor een goede woonomgeving: zorg, omgeving, diversiteit tussen samen optrekken, allen

wonen en zorg voor elkaar

THUISHUIZEN

Kleinschalige woonvorm voor (eenzame) ouderen met smalle beurs. Ondersteuning door buurt.

http://thuisinwelzijn.nl

DOMUS MAGNUS, STIJLVOL WONEN

Zes locaties in NL waar ouderen kunnen wonen in luxe. In landhuizen en stadskastelen.

http://www.vkbanen.nl/zorg/754061/Oud-worden-in-luxe.html

OPZOOMEREN ROTTERDAM

Verschillende bewoners (jong/oud, werkend, werkloos) doen samen leuke dingen, als kerstboom optuigen,

koken, films draaien, straat schoonmaken en op kinderen passen. Initiatief ligt bij bewoners. Opzoomermee

ondersteunt met periodieke gift. www.opzoomermee.nl

voorbeeld van doe-het-zelf straat: www.graafflorisstraat.nl

Voorbeelden >> Zinvolle rol in mijn omgeving

Doorstart Polaroid initiatiefnemers: oud medewerkers van Polaroid

Sinds wanneer: 2008

Website: www.the-impossible-project.com

Omschrijving: 10 oud polaroid medewerkers (> 50 jr) starten eigen bedrijf

om nieuwe toepassingen polaroidfilm te ontwikkelen.

Innovatie: kennis delen vanuit ervaring door zelf/samen te gaan ondernemen.

Maatschappelijke meerwaarde: kennis niet verloren laten gaan, ook voor

jongeren (leerwerktrajecten)

Zilveren Krachtcentrale initiatiefnemers: - (in Leiden/Oegstgeest)

Sinds wanneer: -

Website: http://www.zilverenkracht.nl/

Omschrijving: burger initiatieven van ouderen stimuleren door hen

ondersteuning te bieden die zij nodig hebben.

Innovatie: de vriendelijke vragen zijn opvallend klein/simpel in te voorzien en

leveren vaak veel op.

Maatschappelijke meerwaarde: ouderen durven hun wensen te formuleren

8


Maar ook:

A SOUL FOR EUROPE

Ouderen en jongeren die samen hun ideaal realiseren: Europeanen trots maken op Europa

http://www.asoulforeurope.eu

PLUSPUNT ROTTERDAM

Ouderen geven training aan groepen ouderen met als doel hun talenten te laten ontdekken en hoe zij die

kunnen inzetten.

www.pluspuntrotterdam.nl

SESAM ACADEMIE

Oud-directeuren leren de sociale sector kennen en bieden hun kennis aan als interim vrijwilliger

http://www.sesamacademie.nl

RDM CAMPUS ROTTERDAM

Oude werf en gebouwen waar studenten, ouderen en bedrijven experimenteren en innoveren in maakindustrie

www.rdmcampus.nl

DIALOOGSESSIES IN DE WIJK

Dialoog voeren met bewoners/bestuurders over thema’s en zo de sociale cohesie versterken. Er ontstaat een

community die over de generaties heen gaat en waarin mensen elkaars toegevoegde waarde gaan waarderen.

Voorbeelden >> Mag ik even... Genieten!

Geluksbudget initiatiefnemers: gemeente Almelo, Arco en de provincie Overijssel

Sinds wanneer: 2008

Website: www.geluksbudget.nl

Omschrijving: Persoons Gebonden Budget voor “geluk”, mensen helpen dat te

vinden wat zij graag doen en hen daar (beperkte) middelen voor geven.

Innovatie : kleinschalig en gericht op het activeren van mensen in dat wat zij

al kunnen en willen. Mobiliseren van energie in plaats van te richten op wat

niet kan. Resultaat is dat vaak met veel minder budget en de inzet van

sociaal kapitaal een resultaat wordt geboekt.

Maatschappelijke meerwaarde: zelfsturend vermogen van mensen en

communities wordt vergroot. Plezier en welbevinden van de oude dag worden

vergroot. Er ontstaat sociale synergie doordat mensen met elkaar elkaars

dromen gaan vormgeven.

Het vrije leven initiatiefnemers: ABN AMRO

Sinds wanneer: 2006

Website: www.abnamro.nl/nl/prive/lenen/vrije_leven_krediet/introductie.html

Omschrijving: mogelijkheid kredietverlening voor 70+

Innovatie: ouderen als doelgroep

Maatschappelijke meerwaarde: voorziet in leemte bij banken

9


Voorbeelden >> Ziek? Zorg? Samen doen

Hoogeloon initiatiefnemers: bewoners dorp Hoogeloon in Brabant

Sinds wanneer: 2003

Website: www.kcwz.nl

Omschrijving: dorp regelt zelf de ouderenzorg

Innovatie: combinatie van vrijwillige zorg en professionele zorg

Maatschappelijke meerwaarde: meer mogelijkheden voor zorg in kleine

kernen, onderlinge zorg/meer gemeenschapszin.

Mijn zorgnet initiatiefnemers: patiëntenvereniging + Radboud universiteit (neurologie)

Sinds wanneer: 2008

Website: www.parkinsonweb.nl

Omschrijving: naast informatie-uitwisseling tussen zorgverleners zoeken

patiënten elkaar op (digitaal en in levende lijve)

Innovatie: patiënten zijn elkaars adviseur; kennispartner en steun

Maatschappelijke meerwaarde: meer eigen kracht, leren van elkaar,

zorgkosten omlaag

Maar ook:

BUURTZORG NEDERLAND

Verpleegkundigen die in kleine teams kosten efficiënt zorg leveren aan huis. Met plezier en aandacht

http://buurtzorgnederland.com

Opmerkelijk is dat dit allen HBO professionals zijn die eerder in de reguliere thuiszorg werkten en gek werden

van de procedures. Zelf hebben zij BuurtZorg opgericht waardoor het mogelijk is kwalitatief hoogstaande zorg

te geven aan ouderen. De verpleegkundige doet gewoon ‘wat nodig is’ en regelt haar/zijn eigen werkindeling.

De tijd die werd opgeslokt door procedures en controle kan nu worden benut voor zorgtaken.

WERKVLOER CENTRAAL

Door empowerment verbetert het werkplezier en ontstaan innovaties via individuele zorgprofessional

www.dewerkvloercentraal.nl

VZH LANGEWEI

Verder betrekken van de buurt in het verzorgingstehuis via: restaurant, wijkbewoners die meedoen bij

activiteiten en ondersteuning.

www.delangewei.nl

“RUILMAMA” (JAPAN)

Jij verzorgt de moeder van iemand anders en haar dochter/zoon verzorgt jouw mama. Een in Japan zeer veel

gebruikt netwerk van zonen en dochter wiens ouders hulpbehoevend zijn.

10


LEO POLAK

Toezicht op dementerende senioren via een polsbandje. Met minder personeel meer bewegingsvrijheid voor

dementerenden.

www.osira.nl

EZIP :: Elektronisch Zorg Leef Plan

Software om zorgbehoefte te indexeren op individueel niveau (ipv standaardisatie). Het ezlp is een

webapplicatie die inzicht geeft in de behoeften van de cliënt en tegelijkertijd laat zien hoe de bekostiging

voor de geleverde zorg is opgebouwd. Dit betekent transparantie voor alle betrokkenen: verzorgers, managers

en als voornaamste natuurlijk de cliënten en hun familie. Deze tool is ontwikkeld door Noorderbreedte in

Leeuwarden samen met software ontwikkelaars en zorg professionals.

www.lable.org http://ezlp.nl/

Succesfactoren in deze voorbeelden

· Leer mensen om hun eigen regie te nemen. Kleine stapjes werken daarbij betere dan grote. Je kunt het

niet altijd alleen.

· Altijd individueel maatwerk en echte aandacht. In plaats van standaardoplossingen. Goede voorbeelden

waarin je jezelf herkent, helpen. Zodat je kunt denken “ja, zo wil ik het ook!”.

· Instituten voor zorg/wonen moeten dienstbaar zijn aan de sociale dynamiek. Ofwel: hoe kunnen wij

mensen helpen om door te gaan met hun leven?

· Op deze wijze ontstaan ook allianties tussen deze organisaties. Kleinschalig, gebaseerd op ieders

toegevoegde waarde aan het proces en doel.

· Weinig regels en institutionalisering. Op basis van vertrouwen en in een kleine groep werkt het ook. En

vaak beter dan met ingewikkelde procedures die * in feite * de kwaliteit van het werk in de weg staan.

· Gebaseerd op levensvisie en attitude en passend bij de leefsfeer. Of het nu gaat over zorg inkopen

(kapitaalkrachtigen) of waarde toevoegen aan de maatschappij (Zilveren kracht), de community-spirit is

leidend in het initiatief.

· Het welzijn van de oudere staat centraal. De inzet van betrokkenen wordt afgemeten aan het doel van

het project.

· Individuen zijn de initiatiefnemers. Niet de instituten.

11


Weak signals

Wat zijn de ‘weak signals’ die merkbaar aantonen dat er werkelijk iets aan het veranderen is:

- groei van zzp’ers uit de professionele zorg die hun diensten gaan leveren in de communities waar men

zelf deel van uitmaakt; geen vaste baan meer in de zorg, maar een combinatie van ‘eigen toko’ met ‘flex

kracht’ bij grotere centra,

- groeiende groep zorgverleners die het idee hebben ‘niet meer aan hun werk toe te komen’ omdat zij de

procedures en ‘in losse vakjes ingedeelde werkzaamheden’ als belemmerend ervaren en een grote stain-de-weg

voor de kwaliteit van hun dienstverlening.

- wet maatschappelijke ondersteuning die zorg, welzijn en wonen veel kleinschaliger en geïntegreerde

organiseert, binnen de eigen wijk/gemeente. Budgetten verschuiven naar lokaal niveau.

- steeds meer 65+ ers hebben de behoefte om “door te blijven werken” en zo een nuttige rol te blijven

vervullen in de samenleving. Niet omdat het moet, maar omdat men dat wil. Van jobcoaching en

studiebegeleiding tot kinderopvang. Soms voor geld, ook vaak als bijdrage ‘in natura’ aan de

communities waarvan zij deel uitmaakten.

- vanuit persoonsgebonden budgetten gaan non-professionals uit de eigen, directe omgeving een actieve

zorgtaak uitvoeren. Denk aan oppasouders. Zorg besteedt men liever uit aan mensen die je kent, dan

aan “anonieme staatsinrichtingen”. Nb. Dit levert meteen een interessante interactie op tussen deze

zorginstellingen en de non-professionals. De instellingen zijn nog niet ingericht om deze interactie goed

vorm te geven en een situatie te realiseren waarbij non-professionals en de professionals samen werken,

waarbij het welzijn van de zorg-hebbende centraal staat.

- bewoners van zorgtehuizen en ziekenhuizen worden steeds mondiger over wat zij willen en waar zij

recht op menen te hebben. De ‘schrale eenheidsworst’ dienstverlening verschuift naar ‘modulaire

service-arrangementen’ die men zelf kan samenstellen. Verzekeraars beginnen zich te profileren met dit

soort pakketten. De oudere van morgen is een consument die wil kiezen. En... wie betaalt, die bepaalt.

- de roep om zorg die past bij een levensvisie wordt steeds groter. De standaardisatie wordt als eenzijdig

ervaren. Muziek, zingeving, alternatieve geneeswijzen en ‘prikkelen tot het nemen van eigen regie’ zijn

vaak niet in dit standaardpakket opgenomen.

- Met name het zingevingsaspect is van groot belang voor het welzijn van een oudere. En is bovendien

economisch aantrekkelijk omdat vaak met minder zorg, maar met gerichtere aandacht effect kan

worden bereikt. Het sociaal kapitaal van de oudere kan worden geactiveerd wat een sociale positie van

de oudere tot gevolg heeft, waarin hij/zei een rol van betekenis heeft.

- ook in de politiek is het “standaardiseren van zorg met gemiddelde kwaliteit” niet meer automatisch de

norm. Het abstracte pensioen verschuift naar een meer doelgericht “zelf (bij)sparen voor zorg en een

fijne oude dag”.

- Consumententrends van duurzaamheid, authenticiteit en persoonlijke aandacht werken ook door in de

oude dag. Efficiency/standaardisatie/ goedkoop wordt steeds minder gewaardeerd. Prima voor de andere

mensen, maar zelf wil ik service.

- Ouderen met een vergelijkbare levensstijl (vb: kunstenaars, vakantiegangers) gaan steeds meer samen

hun leventje inrichten. In plaats van een ‘koude oude dag’ koopt men samen de zorg in en regelt men

de huisvesting.

12


- Groeiende onzekerheid bij burgers over de financierbaarheid van een welvarende oude dag in tijden van

overheidsbezuinigingen, schaarste van goede zorgverleners, plus wantrouwen in de financiële sector

zorgt ervoor dat men sneller het voor zichzelf goed wil regelen. Het Zwitserleven pensioen is een fata

morgana. De financiering van de oude dag verschuift van de tweede kamer naar de huiskamer.

- een grote groep jonge zzp’ers heeft nog niets geregeld qua pensioen. De verzekering hiervoor vindt men

te duur, maar belangrijker nog, men vertrouwt niet meer in het huidige systeem van pensioenen. Ze

vertrouwen erop ‘dat het dan wel goed komt op een nieuwe manier die past bij een nieuwe tijd’.

Zelfwerkzaamheid, waarde toevoegen binnen een netwerk en uitgaan van wederkerigheid zijn hierin

sleutelbegrippen.

Deze weak signals zijn het bewijs van een onderstroom naar een samenleving (inclusief oude dag) die uitgaat

van meer zelfsturing en kleinschaligheid.

13


Nieuwe ronde, nieuwe rollen

Wat is de rol die zorg-, pensioen- en woonpartijen kunnen oppakken? Sowieso van grootschalig naar

(meervoudig) kleinschalig. En qua rol: van regelen en uit handen nemen, naar faciliteren en mensen helpen om

hun zin te krijgen. Geen communities maken, maar faciliteren van bestaande communities. Bijvoorbeeld door

te:

Als individuele medewerker van zo’n grote club gewoon mee te draaien in zo’n community, zodat je - als

er een vraag op jouw gebied komt en niemand in de eigen community kan hem invullen – je kunt

doorverwijzen naar de diensten van de organisatie waar je voor werkt. Of waarbij je via een soort

‘consumers united’ voordelig de juiste kwaliteit kunt inkopen.

Helpen bij inventariseren van het aanbod in een community, zowel van non-professionals als van

professionals (wat is jouw liefhebberij? Wat wil jij inbrengen?). Aanbod bij de vraag brengen en

andersom. Niet buiten de community, maar daarbinnen. Organiseren van zorgvragen en inkoop.

Aanspreken van het sociale kapitaal.

Investeren via een soort microkrediet of doorstartsubsidie binnen de community om mensen een zetje

te geven. Gericht op: podium geven aan mensen om hun bijdrage te tonen ((bekend maakt bemind) of

om de onderlinge uitruil te mogelijk te maken (momenten organiseren).

Aan meer dan dat is vaak geen behoefte. Dat willen mensen uit de community zelf graag oppakken. Misschien

is het nog wel belangrijker om – als medewerkers van een grote zorg, woon of pensioenclub – om heel goed te

kijken naar bestaande communities en initiatieven. Nog zónder meteen te acteren. Hoe ontvouwen deze

communities zich? Wat zijn hierin de leidende elementen? Wat maakt dat succes ontstaat? Hoe interacteren zij

met hun omgeving? En, wat zijn verschillen tussen communities en losse collectieven? Teneinde met deze

beschouwingen heel goed te kunnen inschatten wat er nodig is om deze communities te faciliteren. En hoe deze

manier van werken een (aparte?) plek binnen een groot instituut kan krijgen.

Beginnen met deze laatste vraag (implementatie nieuwe dienstverlening) is veel te groot. De dynamiek van grote

organisaties is niet toegericht om in te spelen op behoeften van kleine eenheden. Terwijl deze kleine eenheden

de toekomst zijn. Ook binnen marktonderzoekbureau’s is N=1 inmiddels een bekend fenomeen. Concentreer je

op de behoefte van één klant, faciliteer hem in zijn behoefte, kijk hoe dit werkt en of je dit principe kunt

toepassen op meerdere mensen. Klein beginnen, daar alles goed doen en dan uitbouwen, is het principe.

Leestip I: The U Theory van Otto Scharmer. Theory U gaat over persoonlijk leiderschap: ‘hoe kan ik

als mens een volstrekt eigen bijdrage leveren die tegelijkertijd aansluit bij wat de omgeving echt

nodig heeft’. Dit vraagt om transformatie en het brengt innovatie. Innovatie niet als opdracht, maar

als persoonlijk antwoord op de omgeving.

Leestip 2: Presence van Peter Senge over verandering van binnenuit. Met eigen drijfveren en

motivatie als uitgangspunt voor vernieuwing.

14


Samenwerken in de keten?

De organisaties op het gebied van zorg, pensioen, wonen en welzijn beginnen in elkaars domein te geraken. Of

door functies van elkaar over te nemen of doordat hun dienstverlening elkaar beïnvloedt en zij zich genoodzaakt

zien deze op elkaar aan te passen. De interactie is interessant. Waar deze zich soms enkel op “interne

aangelegenheden en machtsposities” richt en daarmee de innovatie belemmert, ligt er een weg open in

daadwerkelijke co-creatie met elkaar waarin het welzijn van de oudere (de consument, de klant) centraal staat.

De belangrijkste succesfactoren daarbij zijn:

- ruimte geven aan zelfsturing van mensen in een community,

- kleinschaligheid en menselijke maat in de uitvoering.

Het gaat dus om: waarde toevoegen aan één enkele klant of specifieke community of klantgroep. Samen met de

andere organisaties faciliteren van zijn behoefte. (in plaats van de standaardoplossingen ieder afzonder over de

schutting van de klant te gooien). Dit vraagt om samenwerking op maat, maar ook om flexibele ruimte.

Een mini-PGGM-pje dat bestaat uit een mini-Uvitje, een mini-Espria en een mini-Twijnstra kan als regisseur in

een wijk of plaats een functie binnen deze gemeenschap vervullen. Door te zien wat nodig is en meteen te

kunnen handelen op maat. Deze mini PUET is in staat zich flexibel te bewegen in een community van mensen

en hier waarde te creëren. Tegelijkertijd kan de grootte van de organisatie nog steeds het schaalvoordeel geven

dat nodig is om goedkoop in te kopen en diensten te verlenen.

Het Münschhauser manifest in Rotterdam is een mooi voorbeeld. Hier hebben de directies van

wonen, zorg en welzijn het heft in handen genomen tot het onmiddellijk regelen van een oplossing in

noodsituaties. Bijvoorbeeld als iemand schulden heeft, een alleenstaande moeder is, uit huis wordt

gezet, geen baan heeft etc etc. dan slaan zij de handen in één en regelen eenvoudigweg sámen dat

deze vrouw op alle niveau’s tegelijk wordt geholpen zodat zij haar leven weer kan inrichten en niet

alles spaak loopt. Dit initiatief is geroemd in Rotterdam en wordt vaak als voorbeeld gebruikt.

15


Eerste stappen

Wat kun je doen als grote aanbieder van pensioenen, zorg, wonen of verzekeringen, met deze ontwikkelingen in

het vizier? Niets doen lijkt onverstandig. Enkele suggesties waarmee uw organisatie vinger aan de pols kan

houden bij ontwikkelingen in de tijd.

1. Geef huidige leden/klanten de keuze

Doel: hoge tevredenheid over aandacht en bediening,

Acties:

• onderzoek met centrale vraag: Waar willen leden nu zelf keuzes maken?

• En wat willen ze graag door ons laten bepalen?

• Hoeveel keuzeruimte willen de meeste leden daarbij (bijna niets, doelgroeppakket, zelf aan de

knoppen?)

Resultaat: ontdekken op welke vlakken klanten geen behoefte meer hebben aan (standaard) dienstverlening

2. Ontwikkel een aanbod voor en met (groepen) zzp’ers

Doel: aanbod dat zelfsturende mensen faciliteert in plaats van ontzorgt

Acties:

• onderzoek welke groep mensen aangeeft het wel zonder een grote aanbieder te willen regelen; wat is

voor hen de drempel?

• wat willen zij zelf doen, waarin wijkt men af van de huidige generatie ouderen?

• ontwikkel met hen een aanbod in plaats van voor hen, en geef hen een rol daarin.

Resultaat: ontdekken wat mensen zelf willen doen en waarin zij gefaciliteerd willen worden.

3. Stimuleer medewerkers in uw eigen organisatie om in hun eigen communities

een gewaardeerde rol te vervullen

Doel: infiltratie in communities op een volsterkt natuurlijke manier (niet als instituut, maar als persoon die

een gedeelde passie heeft met de diverse communities)

Acties:

• onderzoek welke mensen in uw organisatie openstaan om als ambassadeur op te treden richting hun

eigen omgeving

• van welke netwerkjes, clubs ben je onderdeel, hoe lever jij daarin je bijdrage?

• wat kunnen wij voor jouw netwerk betekenen, welke hiaten zijn er in het aanbod? Of is er op een andere

manier te profileren van grootschaligheid achter de schermen (zoals een inkoopvoordeel)?

16


• tip: niet overhaasten. eerst enkel observeren, dan inter-acteren, dan pas co-creëren

Resultaat: versterken van de band met de organisatie van meest talentvolle medewerkers en stimuleren tot

andere vormen van acteren in het licht van het doel van de organisatie. Draagvlak voor innovatie en nieuwe

manieren van allianties en dienstverlening.

4. Oprichten van speciale unit die communities ondersteunt

Doel: ontwikkelen businessmodel en organisatievorm van de toekomst

Acties:

• onderzoek welke mensen de behoefte hebben om te pionieren / ondernemen

• geef hen vrije ruimte (een zolder en een beperkt budget), waarbij men geen last heeft van protocollen,

afrekensystemen en planningssystemen van het moederbedrijf)

• directe rapportagelijn aan de RvB

• laat hen met bestaande communies tot een aanbod komen (proces van co-creatie)

• ontdek welke aspecten kunnen worden gestandaardiseerd in aanpak en aanbod (modules) en welke

altijd opnieuw moeten ontstaan in cocreatie met de communities.

Resultaat: dienstverlening met veel maatwerk in de frontoffice en inkoop/efficiency voordelen achter de

schermen. Er bestaat een kans dat deze cel uiteindelijk een trusted advisor / incubator wordt voor innovaties op

dit gebied met een hoge slagingskans.

5. Uitnodigen van ouderen om zelf een actieve bijdrage te leveren

Doel: activeren en vitaal houden van ouderen

Acties:

• onderzoek welke afdelingen/units als pilot kunnen dienen, eventueel met een (geografisch) afgebakende

klantgroep

• inventariseer bij de ouderen de fascinaties/liefhebberijen en wat zij graag willen inbrengen

• stel hen de vraag wat men hiervoor (in natura?) voor terug zou willen hebben

• ga experimenteren met waarde-uitwisseling en ontwikkel eventueel een alternatief systeem van

waardepapieren voor binnen de community

Resultaat: grote betrokkenheid van de oudere bij uw organisatie. Geen zeurende consument, maar ambassadeur/

co-producent.

6. Pioniers in en om de eigen organisatie boeien en binden

Doel: kennisontwikkeling en innovatieve ontwikkelingen op de voet volgen

Acties:

• onderzoek welke mensen er in de eigen organisatie bezig zijn met vernieuwing en koppel die aan

innovatieve zzp’ers/ MKB’ers uit het netwerk van de medewerkers

17


• ontwikkel en voedt netwerkjes van gelijkgestemden, via live bijeenkomsten en online activiteiten (zwaan

kleef aan)

• publiceer samen, zowel extern als intern

• monitor innovaties en mooie voorbeelden

• deel de kennis van de pilots met hen en betrek hen bij projecten

• organiseer bijeenkomsten rond de hoogste ambitie

Resultaat: reputatie van innovatie en zien wat er gebeurt zodat je als grote organisatie op het juiste moment

kunt inspringen. Ook zullen innovatieve pioniers, beleidsmakers op wijkniveau en projectontwikkelaars die

belang hebben bij synergie in de wijk de voorkeur hebben om met dergelijke organisaties samen te werken.

7. Toekomstvisie vertalen naar strategie, onderzoek en politieke beïnvloeding

Doel: neuzen in de organisatie en de politiek richten op de nieuwe generatie (die geen standaardisatie meer

wenst)

Acties:

• onderzoek de omvang van deze ontwikkeling in de vraag en de snelheid waarmee die vraag zich

ontwikkelt

• wetenschappelijk monitoren van de maatschappelijke opbrengst die onderlinge waardenuitruil binnen

communities heeft (case van maken die niet alleen op financiële in/output meet, maar ook op waarde

voor de samenleving en het creëren van een nieuw businessmodel)

• creëer mentale en financiële ruimte voor pilots en innovatie met het oog op een nieuwe norm /

organisatiestrategie / werkwijze / financieringsstelsel

• sluit met pilots en initiatieven aan bij de algemene trends in de samenleving en maatschappelijke

issues (onverzekerde groep zzp’ers, onbetaalbare zorgdienstverlening, autonomie en authenticiteit)

• ontwikkel parameters voor succes en draag deze uit in eigen activiteiten en publicaties.

• faciliteren van netwerk van pioniers rond deze thema’s.

Resultaat: strategische en politiek draagvlak voor innovatie, zwaan kleef aan effect sorteren, mooiste pioniers

aantrekken, effectiviteit innovatie aantonen.

18


Meer informatie + dank:

Noor Bongers Noor Bongers onderneemt, www.noorbongers.nl

Harold Smits A*Life www.a-life.nl

Frido Kraanen PGGM www.pggm.nl

Met dank aan:

PGGM die dit onderzoek mogelijk heeft gemaakt.

Peter Borgdorff en Martin van Rijn met wie de eerste kopjes koffie werden gedronken omtrent dit onderwerp.

De leden van het kernteam; Margriet Adema, Hans Broere, Dirk Dekker, Marien Gramser, Gerard te Kaath en

Emmie Lewin die hun kennis en kunde en netwerken hebben aangewend voor dit onderzoek.

Alle pioniers die bijdragen aan een waardevolle oude dag en pionieren in het nog onontdekte landschap. En

dank aan Jean Klare die dit landschap samen met ons in kaart heeft gebracht.

www.nieuweoudedag.nl

www.nieuweoudedag.ning.com

19


Bijlage 1: Onderzoeksverantwoording

De methode die is gebruikt bij het verkennende onderzoek Nieuwe Oude Dag is het Delphi onderzoek.

Een Delphi-onderzoek (genoemd naar het orakel van Delphi) is een onderzoeksmethode waarbij de meningen

van een groot aantal experts wordt gevraagd ten aanzien van een onderwerp waar geen consensus over

bestaat. In dit geval de oude dag in de (nabije) toekomst.

Het onderzoek kende vier rondes van winter 2009 tot lente 2010, waarvoor steeds andere experts zijn

gevraagd naar hun mening. Via een gestructureerd gesprek werden de experts gevraagd om hun gedachten en

opinies naar voren te brengen om uiteindelijk tot een consensus te komen. Het resultaat van iedere ronde

werd gebruikt als input voor elke volgende ronde.

De eerste ronde kende als gespreksonderwerp “oude dag van 2030”. Deelnemers waren 10 visionairs uit het

netwerk van PGGM, Uvit, Espria, Twijnstra Gudde en Great Place to Live. Het resultaat van de eerste ronde is

geconcretiseerd in een visionair vergezicht, waarbij vanuit 2030 twintig jaar wordt teruggekeken.

Zie: Visie op een Nieuwe Oude Dag, op www.nieuweoudedag.nl

De tweede ronde ging over “succesvolle innnovaties anno nu”. Deelnemers waren 10 durfondernemers uit het

netwerk van PGGM, Uvit, Espria, Twijnstra Gudde en Great Place to Live. Het resultaat van de deze ronde is

samengenomen in een powerpoint presentaties van succesvolle projecten.

Zie: Voorbeelden presentatie (slideshare), op www.nieuweoudedag.nl

De derde ronde concentreerde zich op “businessmodellen en waardeuitwisseling”. Deelnemers waren 10

interactie-experts uit het netwerk van PGGM, Uvit, Espria, Twijnstra Gudde en Great Place to Live. Het

resultaat is verwerkt naar een mindmap, gegoten in de vorm van een landkaart.

Zie: Kaart, op www.nieuweoudedag.nl

De laatste ronde betrof een herhaling van de eerste drie rondes, bij een controlegroep van 40 pioniers in

sociale innovatie. Tijdens het Laboratorium van de Toekomst van Great Place to Live leidde een

groepsdiscussie in drie soortgelijke rondes tot praktisch dezelfde resultaten. Conclusie: de visie die hier ligt is

behoorlijk robuust.

Tijdens dit proces zijn de uitgangspunten voor Sociale Innovatie gehanteerd, welke u kunt lezen in bijlage 3.

Het zijn elementen voor een nieuwe manier van ondernemen gebaseerd op de dynamiek die ontstaat tijdens

het proces, de attitude van de deelnemers en een focus op de essentie van het vraagstuk. Centraal staat het

idee ‘waarde toevoegen’ in plaats van de problemen of onmogelijkheden benoemen. De eigen cirkel van

invloed van mensen wordt als uitgangspunt genomen. Wat kun jij hieraan bijdragen?

De genodigden worden hierboven genoemd als leden van het netwerk van de deelnemende organisaties. Maar

specifieker zijn dit mensen uit het netwerk van de deelnemers van het kernteam. Hierbij gelet op het

vermogen van de deelnemers om buiten de bestaande paden te denken, wars van concurrentieopvattingen en

met het vermogen om een netwerk te mobiliseren rond deze innovatieve ambitie.

20


Bijlage 2: Deelnemers aan het onderzoek

Wie hebben actief deelgenomen aan de gedachtenvorming?

(in 3 sessies en GPTL bijeenkomst)

genodigden bijeenkomst Visie op de Toekomst

10 november 2007 14.00 tot 17.00 uur te gast bij Gerard te Kaath

Emmie Lewin PGGM

Piet de Bekker Berenschot en Zorgambassade

Anne Mei The schrijfster, jurist en antropoloog

Gerard te Kaath Espria

Johan Strik wethouder te Woerden

Twan van der Munckhof Rivas Zorggroep

Joop Jaspers Uvit

Marian Adriaans Lector chronische en langdurige ziekten HAN

Dirk Dekker Twijnstra Gudde

Jan Kleberg Agens

Jan van der Linden ecosoof

Willem Brethouder Marketrespons

Fred Schoorl Ymere

genodigden bijeenkomst Aansprekende Voorbeelden

8 december 2009 14.00 tot 17.00 uur te gast bij Hans Broere

Marco Ouwerhand Martha Flora Huizen

Johan van Boldrik VB-Groep

Henk Nies Vilans groep

Daniëlle Harkes Kenniscentr. Wonen en Zorg Aedes/Actiz

Christina Mercken sociaal gerontoloog & Kronos

Jasper Klapwijk Woonzorg Nederland

Dionne Schellekens Hogeschool Arnhem Nijmegen

Jan Slappendel Uvit, zorgkantoor Waardenand

Hans Broere Twijnstra Gudde

Jan Coolen patiënten en consumentenfederatie

Isrid van Geuns Isworks

Marjolein Hins Q-Search

Steve Austen Austen BV, Soul for Europe

Jean Klare bekend van de Atlas van de Belevingswereld

21


genodigden bijeenkomst Businessmodellen

19 januari 14.00 tot 17.00 uur te gast bij Marien Gramser / Uvit

Frido Kraanen PGGM

Leo Vollebregt Innosanna

Piet de Bekker Stichting de Zorgambassade

Jan Leunis de Beij ledenorganisatie Evean / Icare

Jan van der Kaij Between-Us

Tim de Jong Espria

Ad van Berlo Smart Homes

Marien Gramser Uvit

Hans Broere Twijnstra Gudde

Jean Klare bekend van de Atlas van de Belevingswereld

Fanny Koerts Kikan en Elvenstone

Bart Götte MarketResponse

Max Rens Atos Origin

Rolf Swens ZKopers

genodigden Great Place to Live bijeenkomst

Laboratorium van de Toekomst, 12 maart 2010 Landgoed de Horst in Driebergen

Een bont gezelschap van 150 genodigden, allen pioniers op het gebied van sociale innovatie. De bijeenkomst

was geïnitieerd en had als thema :: dynamiek in communities. Verschillende casus en issues passeerden de

revue. Nieuwe Oude Dag was er een van. In drie sessies met drie keer een groep verschillende mensen (30

per keer) is het thema verder onderzocht.

Een verslag van deze bijeenkomst, alsmede het magazine dat rond deze bijeenkomst is ontwikkeld zijn te

lezen op http://greatplacetolive.ning.com/ mét prachtige foto’s!

22


Bijlage 3: Uitgangspunten voor sociale innovatie

Onderstaande elementen zijn als uitgangspunt genomen voor het onderzoeksproces. Wij raden aan deze

elementen óók de hanteren in het ontwikkelen van pilots en verdere activiteiten. Omdat het de nieuwe tijd

weerspiegeld en parameters zijn van het nieuwe ondernemen.

Essentie van het vraagstuk als uitgangspunt.

De essentie van een vraag stuk verbindt partijen aan elkaar. En maakt het mogelijk om ‘synergie in de dop’ te

ontwikkelen. Waarin meerdere stakeholders waarde kunnen toevoegen én belang hebben bij een goede

oplossing. Wat is de échte toegevoegde waarde van een pensioenfonds, een woningbouwcoöperatie, een

vakschool of een zorginstelling hierbinnen? Hoe kun je deze rol op nieuwe wijze vormgeven?

Waarde toevoegen aan de maatschappij

Maatschappelijke meerwaarde als uitgangspunt maakt het mogelijk meerdere partijen aan te trekken en te cocreëren.

Open source. Het genereert een zwaan-kleef-aan effect wat Nieuwe Oude Dag toegankelijk maakt voor

pioniers om samen te ondernemen. Daarnaast is het voorop plaatsen van het maatschappelijk belang een

absolute must als je een open netwerk initieert en geloofwaardig wilt blijven. Consistent gedrag op visie en

uitvoering is belangrijk.

Sturen op flow

Om een dynamiek te genereren die wérkt is het belangrijk te sturen op de energie van de mensen die

participeren. Mensen doen mee omdat dit aansluit bij de wensen die zij zelf hebben én zij zijn bereid tot actie

op een positieve manier. Het mobiliseren van de intrinsieke motivatie van de deelnemers is nodig om tot een

gewenst resultaat te komen.

Het is een experiment :: ‘wat als het geld op is?’

We creëren een vrijplaats waarbinnen van alles mogelijk is. De essentie van een vrijplaats is dat het oordeelloos

wordt ontwikkeld, met ruimte voor experiment, zonder tevoren een vastomlijnd resultaat te benoemen. De

kwaliteit van het proces én de mensen die participeren brengen logischerwijs een resultaat waar we iets mee

kunnen.

Belangrijk en spannend imago ::: in het hart van de vernieuwing

Het is belangrijk de externe communicatie rondom dit experiment zorgvuldig te monitoren. Het is nieuw, het

proces is innovatief (en daarmee wat ongrijpbaar), het is een thema dat veel rumoer gaat veroorzaken. De rol

van PGGM wordt als facilitator gepositioneerd, de kennis wordt gedeeld, het experiment kent zijn eigen

dynamiek. Een sfeer waarin mensen reageren ‘Oh! Wat is dát? Daar wil ik bijhoren! Ik weet niet precies wát

daar gebeurt, maar het is belangrijk en spannend’ is gewenst.

De kracht van een innovatief project is dat er een community ontstaat waar mensen bij willen horen. Dit

betekent ook dat het in eerste instantie selectief wordt gecommuniceerd. Niet meteen te hoog van de toren

blazen. De ‘fluistercampagne’ creëert ruimte voor de vrijplaats om zich te ontwikkelen. De kerngroep kan zich

blijven toespitsen op de kwaliteit van het project. Vanuit deze kern ontstaan mogelijkheden voor publiciteit en

impact.

Lokaal en praktisch

Dit sluit aan bij ‘sturen op flow’. We zoeken een community waarin vernieuwing kan wortelen, met mensen die

écht willen. De resultaten kunnen worden gebruikt om het project groter te maken. Maar we beginnen klein.

Dit is tevens belangrijk om de politieke discussie rond dit onderwerp (inclusief beleidsvoorstellen,

systeemveranderingen, belangen van brancheverenigingen etc.) zo lang mogelijk uit te stellen.

23


Participanten participeren omdat zij dit zélf willen

Van mensen moet je het hebben. Met name van hen die al gestalte geven aan innovatie en een waardevolle

Nieuwe Oude Dag creëren. De energie die hier ontstaat vormen de bouwstenen voor toekomstige projecten en

stappen. We hoeven niet te gaan trekken aan een dood paard of aan organisaties die niet direct mee willen

doen. Zichtbaar maken wat er al ís en op deze flow sturen genereert én een groots effect én heeft op termijn

ook een aantrekkingskracht richting de organisaties die nu nog weerstand ervaren en niet in actie komen. We

richten ons op de mogelijkheden en de mensen die in actie zijn.

Proces regisseren

Met een focus op de uitgangspunten (essentiële vraag) en de kwaliteit van het proces (voegt het werkelijke

waarde toe?) ontstaat een dynamiek waarin resultaten naar boven kunnen komen. Bovenstaande

uitgangspunten geven richting aan het proces.

24


Bijlage 4: Visie op de Toekomst

Nieuwe Oude Dag

Visie op de toekomst

uitkomst van de brainstorm op 10 november 2009 - ontwikkeldocument

Stel je voor… je maakt een sprong in de tijd naar 2030 en kijkt terug. Wat is er veranderd in de samenleving en

hoe heeft dat zijn weerslag gehad op datgene wat we in 2010 nog de “oude dag” of “pensioen” noemden?

2010

In 2010 werd het duidelijk, bij steeds meer mensen. Het systeem van “de overheid zorgt voor je als je 67 bent

geworden” piepte en kraakte. Mensen hadden geen zin om gelabeld te worden als oudere, het verzorgingstehuis

paste niet meer bij de eigen levensstijl en de zorgsector die toen nog bestond werd onbetaalbaar.

Nieuwe norm

Natuurlijk waren er in 2010 al volop mensen die het doorhadden, dat het systeem haar langste tijd had gehad.

Zij waren al aan het experimenteren met ruilhandel, nieuwe vormen van waardebepaling en ideeën voor hun

“tweede vitale fase (67+)”. De toenmalige economische en financiële crisis zorgde voor een schokeffect.

Behoorlijk onverwacht ontstond er een collectief besef waarbij het “oude systeem” werd vervangen door een

nieuwe norm. Met de 67+ ers in een actieve, centrale rol. Niet individualistisch waar eerst nog werd gevreesd,

maar als actieve deelnemer aan zelfsturende collectiefjes. Gedreven door de wens om je eigen talent en passie

ook na je 67e in te blijven te zetten, actief te blijven en waardevol te blijven. Sinds 2015 zitten ouderen niet

meer achter de Geraniums, maar participeren ze actief in communities en hebben ze hun toekomst in hun eigen

hand. Eindelijk onafhankelijk.

Oorzaak van de verandering

Wat heeft er nu toe geleid dat die nieuwe norm ontstond? Wat was ‘the tipping point’, de bron van de

stroomversnelling? Daarover zijn de meningen tot nu toe verdeeld. Nog steeds doen er verschillende verhalen de

ronde over de drijvende krachten achter die nieuwe norm.

de overheid moest rond 2012 drastisch schrappen in de zorguitgaven, waardoor grote groepen Nederlanders zelf

de zorg voor hun ouders, vrienden en buren op zich gingen nemen. In eerste instantie nog omdat het moest,

maar opmerkelijk genoeg leidde dit tot een opwaardering van “zorgen”. Na de ideologie van het genieten en

consumeren, kwam de trend van duurzaamheid en authenticiteit met in de slipstream: aandacht en zorg voor

elkaar. Zorgen zat tot die tijd nog in een hokje “niet leuk, dat besteed je uit aan staatsinrichtingen”. Wie kan

dat nu nog voorstellen? Nu is zorgen voor elkaar onderdeel geworden van ons DNA, het geeft bijna iedereen

vervulling en geluk.

Maar er was meer aan de hand. En dat was ook waar. Ouderen met een vergelijkbare levensstijl gingen steeds

meer samen hun leventje inrichten. Zij hadden geen zin in een ‘koude oude dag’ en sloegen de handen ineen.

Samen zorg inkopen. Samen huisvesting regelen. Samen een nuttige bijdrage leveren aan de samenleving. Van

jobcoaching en studiebegeleiding tot kinderopvang. De ouderen verzilverden hun kennis en inzichten tot hele

waardevolle diensten. Soms voor geld, maar veel vaker als bijdrage ‘in natura’ aan de communities waarvan zij

deel uitmaakten.

Maar er ontstonden niet alleen communities van ouderen. Ouderen gingen juist steeds vaker participeren in

clubjes die heel divers zijn qua leeftijd, professie en geografische ordening. Een gedeelde intrinsieke motivatie

was het bindmiddel in die communities en juist de diversiteit van talent zorgde voor het actief uitruilen van

waarde. Ieder vanuit het eigen belang én het collectieve belang.

En dan had je natuurlijk de ontwikkeling die al was ingezet met het snel groeiende aantal zzp’ers (in 2010

waren het er pas een miljoen!): een leven lang werkplezier. Van je 25e tot je 80e elke week een goede balans

25


tussen werken, liefhebben, sporten, etc. Wat is dat lang geleden, die strikte scheiding tussen jezelf kapot

werken en jezelf daarna kapot genieten. Je hele leven lang waarde blijven toevoegen, hoe bijzonderder hoe

waardevoller. In 2015 wierp dat ook een heel ander licht op ‘ziek zijn’. De basishouding werd: je bent nooit

ziek of afgekeurd. Iedereen heeft altijd kwaliteiten die ingezet kunnen worden. Juist als authist, adhd’er of

allochtoon uit een achterstandswijk. Het zzp’denken is sinds 2015 ongeveer de norm geworden voor werkend

Nederland. En nu in 2030 is dat de norm voor het hele leven. Ken je waarde, voeg waarde toe aan andere

netwerkjes. Haal uit jezelf wat erin zit.

Hoe het ook zij… de norm van ‘zelfsturende collectiefjes’ heeft ergens rond 2015 definitief de norm vervangen

van “de overheid zorgt voor je als je ouder dan 67 bent”. En dat heeft ons veel opgeleverd, voor jonge mensen,

oudere mensen, als de samenleving in totaal. De netwerksamenleving heeft ons weer een gidsland gemaakt in

de hele wereld, met cocreatie en overvloed als leidende principes.

Nieuwe waarden

Laat ons nog eens kijken naar een paar begrippen die in de laatste 20 jaar een heel andere betekenis hebben

gekregen. Altijd handig als je terugkijkt en probeert te begrijpen waar mensen in 2010 mee bezig waren.

Zorg (2010): dat was toen een soort geïnstitutionaliseerde dienst die je uitbesteedde aan een professionele

bedrijfstak. Je kon toen ook specifiek een opleiding doen voor het zorgvak. Grootschaligheid en anonimiteit

waren centrale begrippen. Mensen snakten naar de menselijke maat. Financiering werd grotendeels verzorgd

door de landelijke overheid.

Zorg (2030): aandacht en zorg voor elkaar is net zoiets geworden als “geld verdienen” rond het jaar 2000. Een

vast onderdeel ook van het onderwijs en de opvoeding. Uiteraard zijn er nog steeds zorgspecialisten, maar de

basiszorg die pak je zelf op in de communities waar jij deel van uitmaakt. Natuurlijk kan de één meer ‘zorgen’

als dit zijn/haar talent is en iemand anders een geheel ander talent in de community etaleert.

Ouderen (2010): dat waren toen mensen die ouder waren dan 65 of 67, een leeftijd waar iedereen naartoe

leefde. Na jaren van plichtmatig werken, werd je met je 65e een ‘oudere’, hoefde je niets meer te doen behalve

plichtmatig genieten. Deze groep groeide immens en richtte zelfs een politieke partij op zodat zij invloed

konden blijven uitoefenen buiten het economisch principe. Genieten en consumeren stonden hierin centraal. In

het aftakelende systeem probeerden zij vooral hun verworven rechten te behouden.

Ouderen (2030): de actieve, vitale leeftijd is geen harde grens meer. Voor de ene persoon is het 62, maar voor

de meesten 80. Zinnen als ‘een leven lang leren’ en ‘participeren in de maatschappij’ zijn gemeengoed

geworden en ouderen hebben een actieve (óf passieve) rol IN de maatschappij in gelijkwaardigheid met andere

groepen. Zelfs als je passief bent kun je nog waarde creëren is het credo.

NB. Mag worden opgemerkt dat binnen de communities vele ‘andersdenkenden’ ook een functie

hebben. Gehandicapten, kunstenaars en ouderen worden niet meer als een aparte groep gezien met aparte

woon- en leefomgevingen, maar als waardevol onderdeel van de maatschappij. Diversiteit wordt gezien als

rijkdom.

Arbeid (2010): dat was toen een soort plicht, iets wat je deed voor het geld en voor de gezelligheid.

Uitgangspunt was wat de economie van je vroeg en daar werd je voor opgeleid. Langzaam leerden mensen te

leven naar eigen inzicht en dit als waardevol te beschouwen. De economie maakte een principedraai van

schaarste naar overvloed. Van aanpassen en invoegen in een systeem naar geven en daarmee een nieuw

economisch principe creëren.

Arbeid (2030): het woord arbeid bestaat niet meer en wordt gezien als iets uit de industriële tijd. Werkplezier is

het uitgangspunt waarbij werk energie moet opleveren in plaats van dat dit energie aan je onttrekt.

Verantwoordelijkheid voor het ‘geheel’ is de norm en hoe je bijdraagt wordt bepaald door je eigen talent en

motivatie. Mensen stimuleren elkaar hiertoe. De waarde wordt gewogen door de perceptie van de ontvanger ;)

26


Ruilwaarde (2010): de ruilwaarde werd uitgemeten in vaste eenheden. Meestal in geld en tijd. Er waren enkele

experimenten met sociaal kapitaal en uitwisselen van waarde.

Ruilwaarde (2030): is persoonlijk en wordt individueel beoordeeld. Ruilwaarde is gericht op het geven van

mogelijkheden voor de ánder aan wie je iets geeft. Het is altijd gerelateerd aan je eigen motivatie en talent

omdat wordt aangenomen dat je dan de beste kwaliteit levert. Deze duurzame kwaliteit wordt uitgangspunt van

de economie. Dit is ook een sociale duurzaamheid.

Communities

Met het wegvallen van het “one size fits all” systeem waarbij de nationale overheid zorgde voor haar burgers,

zijn het de zelfsturende private collectiefjes geworden die inhoud geven aan werk, hobby, zorg, etc.

Net als bij facebook destijds maak je nu als zeventigjarige deel uit van meerdere clubjes rondom een intrinsieke

motivatie. Sommige clubjes zijn tijdelijk, anderen kennen een langere levensduur. Sommige clubjes zijn heel

internationaal, andere clubjes juist ‘in my backyard’.

Voorbeelden:

• studiegenoten,

• geloofsgenoten/spirituele stromingen,

• huisgenoten (verzamelgebouw),

• taartenliefhebbers

• aandeelhouders/vereniging van eigenaren,

• familie,

• gezin,

• antibewegingen,

• gemeenschappelijke geschiedenis,

• etc.

Sommige van deze communities gaan door generaties heen, terwijl in andere communities leeftijdsgenoten

elkaar blijven opzoeken. Vergeleken met 2010 zijn de communities nu in 2030 veel minder leeftijdgebonden.

Omdat zij uitgaan van waardeuitwisseling en daarom belang hebben bij diversiteit. Opvallend is het verschil

tussen geografisch georiënteerde communities en weid verspreide communities gebaseerd op een gedeelde

attitude.

Solidariteit

De mechanische solidariteit (waarbij de rijkere de arme helpt vanuit goed-doen), is vervangen door organische

solidariteit. Daarbij ben je solidair met mensen die je zelf uitkiest. En dat zijn niet automatisch groepen voor

het leven. Niets is zeker. Alleen de waarde die je toevoegt aan de groepjes waar je bij hoort.

Publicatie en co-creatie

Deze toekomstvisie is een co-creatie van: Gerard te Kaath, Emmie Lewin, Johan Strik, Twan van den Munckhof,

Joop Jaspers, Jan Kleberg, Dirk Dekker, Willem Brethouwer, Jan van der Linden, Hein Middelhoven, Johan

Frisse, Noor Bongers en Harold Smits.

Gepubliceerd op www.nieuweoudedag.nl, in het Great Place to Live magazine in print en op

www.greatplacetolive.ning.com en op www.nieuweoudedag.ning.com en digitaal verspreid.

27


Bijlage 5. Landschap Nieuwe Oude Dag

De kaart die is ontwikkeld tijdens dit proces door Jean Klare. Deze kaart is in een oplage van 6.500

gepubliceerd en in 20 exemplaren op A2 formaat geprint en ingelijst. Deze kaart is vrij te downloaden op

www.nieuweoudedag.nl. De rechten zijn voorbehouden aan Jean Klare en PGGM. Publicatie en reproductie

daarom graag in overleg. Full-screen is vanwege de detaillering aan te raden.

28


Bijlage 6. Websites

www.nieuweoudedag.nl

www.nieuweoudedag.ning.com

en voor het Great Place to Live magazine www.greatplacetolive.ning.com

29


Nieuwe Oude Dag

die maken wij ten slotte sámen ; )

Similar magazines