ZILVER! - P-magazine
ZILVER! - P-magazine
ZILVER! - P-magazine
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
Van ezeL tot KoersPaard<br />
De wk-tijDrit van jonas in cijfers:<br />
afstanD: 10,7 km<br />
tijD: 14’48’’15<br />
gemiDDelDe snelheiD: 43,37 per uur<br />
gemiDDelDe caDans: 94 omwentelingen per minuut<br />
gemiDDelDe hartslag: 174 ( max: 180)<br />
kent het parcours als zijn broekzak en is,<br />
samen met de Brit Jeff Jones, de te kloppen<br />
man. Dat bewijst Backelandt met een wel<br />
heel erg scherpe tijd: 14 minuten 48 seconden<br />
en een klets, of een gemiddelde van<br />
meer dan 43 per uur. Op zo’n zwaar parcours<br />
in de Vlaamse Ardennen ligt dat zeker<br />
niet voor de hand. Ik schud het hoofd. Aan<br />
deze tijd kom ik nooit.<br />
De hel in het<br />
kwaDraat<br />
15u35. Ik sta klaar aan de start. Nog vier<br />
minuten en dan is het mijn beurt om 10,7<br />
kilometer te vlammen. Ik kan maar aan één<br />
ding denken. Niet afgaan! Niet voor het oog<br />
van al mijn supporters, niet voor de kritische<br />
blik van de P-lezers. “Top-10, top-10.” De<br />
steeds weerkerende mantra in mijn hoofd<br />
maakt me niet bepaald rustiger. Nog twee<br />
minuten. Ik luister nog een laatste keer naar<br />
mijn coach: “Rustig blijven, op de hellende<br />
stroken niet te diep gaan zodat je niet helemaal<br />
verzuurt”. Ik geef nog een ultieme kus<br />
aan vrouw en dochters en meld me aan bij<br />
de koerscommissarissen. Zoals het in echte<br />
tijdritten hoort, houden die me recht op de<br />
fiets terwijl ik mijn schoenen in de pedalen<br />
klik. Nog 45 seconden. Ik keer me nu helemaal<br />
in mezelf. Iets wat ik geleerd heb van<br />
übertijdritspecialist Fabian Cancellara. Hij<br />
zei: “Jij en je fiets moeten in een soort tunnel<br />
komen en pas aan de finish mag je die<br />
tunnel weer uit”. Ik hoop maar dat er licht is<br />
aan het einde van die tunnel.<br />
“Nog vijf seconden.” Ik zuig mijn longen vol<br />
lucht, blaas mijn wangen bol en hoor alleen<br />
nog maar de stem van de aftellende koerscommissaris.<br />
Ik heb het koud en voel het<br />
haar op mijn armen rechtkomen. “Vier!” Dit<br />
is opperste concentratie, besef ik. “Drie!” Ik<br />
start mijn Polar. “Twee!” Dag ezel, schiet<br />
het door mijn hoofd. “Eén!” In mijn eerste<br />
halen bal ik alle energie samen in mijn niet<br />
meer al te brede lijf. Gaat-ie!<br />
En dan gaat het snel. En dan heb ik het niet<br />
over mijn snelheid op de fiets, maar over de<br />
gedachten en emoties die in mijn hoofd<br />
rondtollen. “Ik ga niet snel genoeg! Hier opletten<br />
voor de kiezels in de bocht! Nu optrekken!<br />
Verdomme Jonas, tandje kleiner!”<br />
Mijn hersenen kunnen amper volgen. Op andere<br />
momenten lijkt het dan weer alsof ik in<br />
slow motion denk en fiets. Ik zie welke kleren<br />
mensen langs de kant van de weg dra-<br />
Vlak voor de start: een<br />
kus van dochterlief.<br />
gen. Hoor als in een soort echo wat mijn<br />
Admiraal-vrienden me halfweg het parcours<br />
toeroepen.<br />
Het is afzien. Bij de beesten. Voor iemand<br />
als ik die het moet hebben van het grote<br />
mes, vlakke, lange rechte stukken zonder<br />
bochten, is dit parcours de hel. In het kwadraat.<br />
Telkens wanneer ik een beetje in mijn<br />
ritme kom, wacht me alweer een hellende<br />
strook, een venijnige bocht of een combinatie<br />
van beide. De weinige keren dat ik een<br />
blik op mijn Polar werp, geven me weinig<br />
hoop. Ik rijd verdomme veel te traag om in<br />
de buurt van een gemiddelde van 43 per uur<br />
te komen. “Sneller! Sneller!” schreeuw ik<br />
mezelf toe. Tevergeefs. Ik zit aan mijn maximum,<br />
dat voel ik aan alles. Proef ik bloed in<br />
mijn keel? Is dat mijn hart dat ik voel kloppen<br />
in mijn oren? Zijn dat mijn longen die<br />
langzaam vuur vatten? Drie keer ja, wellicht.<br />
Maar ik verplicht mezelf daar nu niet aan te<br />
denken. Straks misschien, na de finish,<br />
wanneer de ambulanciers mij aan het reanimeren<br />
zijn.<br />
Langzaam verdwijnt mijn geloof in een top-<br />
10-plaats. Verdomme toch! Toch blijf ik<br />
mijn pedalen geselen. Voor al mijn supporters,<br />
voor mijn gezin dat me de voorbije<br />
maanden zo vaak moest missen wegens ‘nog<br />
een training’, voor mijn eer...<br />
De zure smaak van<br />
braaksel<br />
Na driekwart tijdrit worstel ik met een van<br />
die ambetante, hellende stroken op het parcours.<br />
Ik ga uit het zadel en probeer mijn<br />
Vlak na de start:<br />
een zilveren plas.<br />
snelheid aan te houden. De top laat lang – te<br />
lang - op zich wachten. Ik plof weer neer,<br />
schakel kleiner en ... proef plots de zure<br />
smaak van braaksel in mijn keel. Ook dat<br />
nog. Slikken en trappen, een andere optie<br />
heb ik niet. Vier kilometer van meer afzien,<br />
sterven en toch nog doorgaan later wacht de<br />
laatste bocht en daarna de laatste rechte<br />
lijn. Die is maar liefst 1 kilometer lang. Eerst<br />
500 meter naar beneden, daarna een halve<br />
kilometer aan 4 procent omhoog.<br />
Ik schakel naar de grote molen en gooi me in<br />
de diepte. 60 per uur, merk ik. Ça va. Jammer<br />
dat het wegdek zo slecht is. Putten, bobbels,<br />
spleten... Met mijn armen in de beugel daver<br />
ik haast van mijn fiets. Maar versagen is geen<br />
optie, zeker niet nu de weg weer begint op te<br />
lopen. Nog driehonderd meter. Plots merk ik<br />
dat de mensen langs de kant van de weg verbazend<br />
veel lawaai maken. En dat ze allemaal<br />
zwarte T-shirts dragen met de beeltenis van<br />
een ezel. Mijn supporters hebben zich over de<br />
laatste 250 meter van het parcours verdeeld<br />
en schreeuwen me nu naar boven. Een niet te<br />
beschrijven, majestueus gevoel maakt zich<br />
van me meester waardoor ik nog iets harder<br />
ga fietsen. Nog 150 meter. Het lijkt nu alsof<br />
ik langzaam gevierendeeld word door een stel<br />
Brabantse trekpaarden. Ik zie mijn kameraden,<br />
mijn ouders, mijn madam. Allemaal<br />
staan ze half op de weg. Ze roepen niet, ze<br />
tieren. Ze ballen hun vuisten als Sugar Jackson.<br />
Hun ogen spuwen vuur. Ik pers er een<br />
laatste sprintje uit. Mijn mond wijd open,<br />
mijn handen verkrampt rond het stuur. Maar<br />
daar is de meet. 14 minuten 48 seconden en<br />
15 honderdsten. Een halve seconde sneller<br />
dan Frederik Backelandt! De rest is geschiedenis.<br />
Voor meer foto’s en tekst op de wielerblog<br />
van Jonas. Check www.p-<strong>magazine</strong>.be/<br />
vanezeltotkoerspaard.<br />
28.09.2010 P-<strong>magazine</strong> l 141