Samen op Weg 2008 n° 2 - Via Don Bosco

viadonbosco.org

Samen op Weg 2008 n° 2 - Via Don Bosco

SAMEN

OP

W E G

1

TWEEDE KWARTAAL 2008 Driemaandelijks tijdschrift: Zestiende jaargang nr 2 Dienst Missie en Ontwikkelingssamenwerking

p4

MOTARD,

DICHTER EN

DENKER

6

p p12

TERUG NAAR

DE KERN VAN DE

ZENDING

Don Bosco Noord-Zuid

INLEEFREIS HAÏTI

d m o s

België - Belgique

P.B. - P.P.

Gent X

3/1751

Afgiftekantoor Gent X

ISSN=1370-5814

P 602488


2

Met dit nummer heeft u de 62ste

editie van ons tijdschrift ‘Samen

op weg’ in handen. In een

tijdspanne van iets meer dan vijf-

tien jaar heeft het tijdschrift vers-

chillende gedaanten gekend om te

worden tot wat het nu is.

Graag uw

mening

De evoluties gingen hand in hand met de

technologie, de mogelijkheden van het

redactieteam en het huis en de vernieuwingen

op het vlak van de geschreven

communicatie. Zo evolueerde ‘Samen op

weg’ achtereenvolgens van 4 naar 8 bladzijden

om uiteindelijk 16 pagina’s te tellen

in 2006.

Elke ‘kwantitatieve sprong’ werd vergezeld

door een modernere presentatie. Onze

doelstelling is zoals steeds ons ontwikkelingswerk

met u, lezers, te delen.Wij willen

de projecten, die wij in diverse ontwikkelingslanden

ondersteunen, aan u voorstellen

of iets vertellen over de boeiende ontmoetingen

tijdens onze dienstreizen.

Daarbij willen wij u ook informeren over

de ontwikkelingsthema’s die in onze activiteiten

verweven zitten of over de internationale

gebeurtenissen die onze acties

beïnvloeden. Maar wij willen u er ook bij

betrekken. De middenbladzijden zijn

gewoonlijk gewijd aan een project waarvoor

wij een beroep doen op uw edelmoedigheid

en ondersteuning, die wij telkens

opnieuw bewaarheid weten.

Twee jaar geleden hebben wij de structuur

van het tijdschrift gewijzigd tot twee

grote delen. Het eerste deel behandelt de

activiteiten in het Zuiden, terwijl het

tweede gedeelte vooral oog heeft voor de

initiatieven die wij in België nemen op het

gebied van de ontwikkelingseducatie.

Vandaag willen wij op u beroep doen met

een totaal ander verzoek: wij willen uw

mening kennen. Wij willen ervoor zorgen

dat ons tijdschrift zo aantrekkelijk mogelijk

blijft. Daarom hadden wij graag van u

vernomen wat u over het tijdschrift denkt:

is het helder, interessant, mooi en aangenaam

om te lezen? Schenkt het tijdschrift

u de informatie die u zocht en op een zo

volledig mogelijke wijze? Dat zijn vragen

die wij u stellen ( en ook nog heel wat

andere) en waarop u alleen het antwoord

hebt.

Daarom vindt u in de bijlage van 2 bladzijden

een kleine vragenlijst. Het zou ons

zeer verheugen als u de vragenlijst invult

en terugstuurt naar onze zetel: DMOS-

COMIDE, Leopold II-laan 195, 1080

Brussel.

Wij houden u zeker en vast op de hoogte

van de resultaten van deze enquête. Het

redactieteam rekent dankbaar op uw

medewerking.

Bij voorbaat van harte dank.

✒ Françoise Léonard,

directrice


Motard, dichter en denker

Hij moet zuchten als mensen

soms naar zijn schoenen kij-

ken wanneer ze hem zo op

zijn waarde willen taxeren.

Wie langer dan een kwartier

naar hem luistert, leert dat

nochtans vlug af. Het zit van

binnen.

‘Niets doe ik zo graag als op mijn moto rijden,’

vertelt de Bretoense salesiaan Pierre

Chopin. ‘Dan kan ik filosoferen, het leven

bekijken, mensen ontmoeten. Mensen die mij

toezwaaien en vragen om te stoppen voor

een babbel.’ Niet dat ze daar allemaal even

vriendelijk zijn in Congo-Brazzaville en

omgeving. ‘Enkele maanden geleden had ik

een ongeval. Aan 80 km/uur tegen het asfalt

gesmakt. Verdoofd, een hoofdwonde en een

geschaafd been. Er stond al vlug wat volk

rond mij, ik hoorde discussies. Ik voelde mij

nog half versuft, maar enkele mensen riepen:

Ah, neen, dat gaan jullie hem toch niet aandoen?

Hij is onze pastoor!’ Dat was zijn redding.

Of de redding van zijn moto.

_ PIERRE TROUBADOUR

Chopin, iets over de zeventig, is zevenendertig

jaar missionaris in Afrika. We zijn samen

op weg in Kameroen, van Yaounde naar

Douala. Ik herinner mij dat hij enkele jaren

geleden met zijn gitaar en spreuken vormingssessies

rond projecten opluisterde.

‘Muziek is mijn tweede leven. Klarinet, saxofoon

en ja, gitaar ook. Ik maak zelf teksten.

Opstandige, soms grappige liedjes. Geen verzet

tegen de armoede, neen, diepgaander:

verzet in naam van de ergste miserie van

mensen.’ Zoals ik ooit in Gabon ‘aalmoezenier

van de katholieke billen’ was (de majoretteband

van de parochie), schrijf ik nu in

Brazzaville teksten voor ‘Brazza La Galère’,

een popgroepje. Ik kreeg van hen mijn bijnaam:

Piam of Pierre Amant (de minnezanger).

Als we door de eerste bidonvilles van

Douala rijden, zal hij mij nog vertellen hoe hij

al in Frankrijk voor ‘blousons noirs’ vakantiekampen

organiseerde.

We houden halt voor de zoveelste politiecontrole.

Kameroen is nog maar net zware

rellen in Douala en omstreken te boven

gekomen. De agenten roepen tegen elkaar:

ZUID

‘Wahids?!’ We begrijpen pas in tweede

instantie dat ze het over ‘whites’, blanken

hebben. Ze kijken boos, arrogant en dom. Eén

inspecteert mijn pas, kijkt niet naar het

Kameroense maar naar het Congolese visum.

De ander probeert Anaclet, de chauffeur te

intimideren: ‘Ja, ja, alles in orde. Maar je hebt

je veiligheidsgordel niet aan!’ ‘Ik maakte die

los om jou mijn papieren te geven.’ ‘Ja, ja, en

waar is de gevarendriehoek?’

'Het niveau van onze

scholen moet goed blijven,

ook op het platteland.'

Chopin lacht met zijn ogen. Hij heeft al voor

hetere vuren gestaan. Niet toen hij als jonge

Franse militair naar Madagaskar gestuurd

werd (‘Vakantietijd!’). Of evenmin met jeugdige

gevangenen met wie hij zich in het

weekend liet opsluiten (met verbaasde toestemming

van de directie) om met hen te

praten, te zingen, te spelen, te bidden. Maar

in de oorlogsdagen in Congo-Brazzaville, een

tiental jaar terug. In vluchtelingenkampen de

jongste jaren.

3

SAMEN OP WEG 2/2008


4

_ NIET VERBODEN OM NA TE DENKEN

EN TE DROMEN

Wanneer de Rwandese chauffeur, Anaclet,

begint te vertellen over zijn ontsnapping uit

Kigali in 1994, dommelt Pierre Chopin in

slaap over de kilo’s boeken die hij bij zich

heeft. Twintig kilometer evenaarswoud verder

is hij terug wakker. Terwijl wij achter een

vrachtwagen met zware boomstammen blij-

ven hangen, hervindt Chopin zijn elan: ‘Nu

ben ik medeverantwoordelijk voor de

beroepsschool Cité Don Bosco in Brazzaville.

Als verdediger van het beroepsonderwijs ben

ik de laatste van de Mohikanen. Ik heb niet

de indruk dat er veel jonge Afrikaanse medebroeders

zin hebben in het overnemen van

de beroepsscholen. Spijtig. Want echte ontwikkeling

voor arme jongeren in Congo

begint dáár.’ Hij schuift mij enkele van zijn

vele publicaties op de schoot, en wijst op een

fragment. ‘Een bekend Congolees schrijver zei

‘Een diepe wens in hem:

dat de Afrikanen

de touwtjes meer in handen

ooit dat je nooit de lift moet nemen in een

land waar ze geen liften kunnen herstellen.’

Chopin kijkt mij uitdagend aan: ‘De jongeren

in onze centra kunnen zowel liften herstellen

als ze onderhouden zodat ze niet in panne

vallen!’

Vorig jaar was hij nog aanwezig op een inter-

nationaal congres in Ouagadougou

(Burkina Faso) over beroepsonderwijs. Maar

ook in Brazzaville denkt hij verder na. Liefst

met anderen. Chopin: ‘Op recepties bij

ambassadeurs, bij bezoeken aan bedrijven,

tijdens stages zien wij de behoeften van de

economie vandaag. Daarop moeten wij

onze beroepsvormingen afstemmen!

Anders leiden wij toekomstige werklozen

op. De oude technologie van injectiepom-

pen en carburatoren verdwijnt, op de werven

moet je nu machines kennen die de

pannes detecteren.’ Daarvoor ook gebruikt

Chopin zijn moto of de auto, om te lobbyen

in de stad. En als er geen elektriciteitspanne

is, schuimt hij het internet af op zoek

naar interessant materiaal: ‘Ik las dat

Spanjaarden geïnteresseerd zijn in de productie

van palmolie als brandstof voor biodiesel.

Dát zijn de gaten in de markt waarop

wij een antwoord moeten bieden.’

Net voorbij Edea worden wij opnieuw

gecontroleerd. Minder grimmig deze keer.

Als de spijkerplanken die over de weg liggen,

worden weggeschoven, trekken we

traag op. ‘Een rebel, een echte ninja, kwam

na de oorlog bij mij biechten. Hij wilde zijn

leven beteren, zei hij. Ik weigerde. Ik zei

hem: jij gaat je eerst inschrijven in een

beroepsschool. Daarna krijg je vergeving.

Dan pas maak je echt kans dat je je leven

een nieuwe draai kunt geven.’

Een half uur later rijden we de immense

rattenkuil Douala binnen. Het is er vuil,

lawaaierig, broeierig warm. Plassen en putten

op de weg. Extra controles. Zwetende,

drukdoende mensen. ‘Weet je wat Don Bosco

ooit in Turijn aan heren en dames van aanzien

vertelde? ‘Als wij ons vandaag niet

bekommeren om niet geschoolde jongeren

van de grootstad, zullen zij zich wel morgen

met ons bezighouden!’ ‘Heeft Don Bosco dat

echt gezegd?’ vraag ik hem. ‘Bien sûr,’ zegt hij

zo ernstig als hij kan, met zijn hand voor zijn

mond.

✒ Marc VAN LAERE


Op vrijdag 7 maart werd een bijeenkomst in

Santo Domingo van een twintigtal Latijns-

Amerikaanse landen succesvol afgesloten

met de symbolische handdruk tussen de

Colombiaanse president Uribe en zijn

Ecuadoraanse ambtsgenoot Correa.

Daarmee werd een punt gezet achter het

escalerende diplomatische conflict dat ontstaan

is na de luchtaanval van het

Colombiaanse leger op het grondgebied van

Ecuador in hun strijd tegen de FARC-rebellen.

Het moet ongeveer op dat historische

moment zijn dat don Miguel mij uitdaagt

voor een partijtje Dominicaanse domino.

Gezeten op het terras van een luidruchtig

straatcafé, op een steenworp van het presidentiële

paleis waar de grote jongens hun

ruzies beslechten, doet de 57-jarige Miguel

Gutiérrez mij tussen de dominostenen door

zijn relaas over hoe hij als kleine jongen

dagelijks moest vechten. Niet tegen communistische

rebellen of neoconservatieve

presidenten, wel tegen de armoede die het

leeuwendeel van de Dominicanen al decennia

lang teistert.

Dominicaanse

domino-effecten

Het jeugdverhaal van don Miguel is dat van

vele Dominicanen. Hij groeide op in Villa

Juana, een van de sloppenwijken rond Santo

Domingo. In een kleine stenen barak leefde

hij er met zijn moeder, vier zussen en een

oudere broer. Vader was er vandoor gegaan

toen Miguel vijf was. Gebrek aan werk en

een andere, jongere vrouw hadden hem

genoopt tot een nieuwe levenswandel. Het

was het tijdperk van dictator Trujillo. Met

een grote slok Presidente, het nationale bier,

spoelt Miguel zijn verbittering door. “Onze

moeder werkte her en der als naaister, maar

dat was natuurlijk onvoldoende om zes

monden te voeden”, vertelt hij mij. “Op mijn

zesde ging ik voor het eerst met Heriberto,

onze grote broer, mee de straat op. In plaats

van op school te leren lezen en schrijven,

leerde ik alle kneepjes van het ondankbare

straatwerk kennen: schoenen poetsen, kranten

verkopen, fruit of snoep venten, ramen

lappen, grafzerken oppoetsen op

Allerheiligen!”

Zes jaar lang leefde en werkte Miguel op

straat, levend van dag op dag, van karwei op

karwei. Tot op de dag dat hij de schoenen

wou poetsen van een oudere man. Het bleek

dat die schoenen toebehoorden aan padre

Bartolomé. Net zoals Bartolomé de las Casas

in de 16e eeuw streed voor de rechten van

de inheemse bevolking, zette de salesiaanse

padre zich in voor de straatkinderen en

–werkers van Santo Domingo. Vanaf die dag

nam Miguels leven een definitieve wending.

Hij haalde zijn schoolachterstand in op de

Escuela Santo Domingo Savio, leerde allerhande

praktische beroepsvaardigheden en

belandde na zes jaar als manusje-van-alles

in een bedrijfje dat chemische verpakkingen

maakte. Enkele jaren later werd Miguel bij

datzelfde bedrijf gepromoveerd tot verkoper

en na vijftien jaar trouwe dienst werd hij

benoemd tot technisch assistent. Vandaag

leidt hij, samen met zijn drie zonen, al tien

jaar zijn eigen, bescheiden onderneming. Van

een domino-effect gesproken. “Het leven zit

vol onverwachte wendingen, maar met

doorzettingsvermogen en vertrouwen kun je

dromen waarmaken”, doceert hij wijs terwijl

hij een laatste presidente bestelt.

✒ Filip VANHESTE

ZUID

Ondanks de positieve en zonnige associaties die de

Dominicaanse Republiek in het Westen oproept, scoort het

eiland nog steeds niet goed op de ontwikkelingsindex van de

Verenigde Naties. De armoede in de hoofdstad is schrijnend.

Het verhaal van don Miguel is echter een van de zeldzame uit-

zonderingen op de regel.

5

SAMEN OP WEG 2/2008


6

Terug naar

de kern van de

zending

Tijdens de voorbije maanden maart en april had in Rome het

26e Algemeen Kapittel van de salesianen van Don Bosco plaats

onder het voorzitterschap van don Pascual Chávez, 9e opvolger

van Don Bosco en algemeen overste. Het Algemeen Kapittel

bepaalt de grote beleidslijnen van de congregatie voor de

komende zes jaar. Het was een mondiaal gebeuren met 232 aan-

wezigen uit 120 landen. We keken als ngo naar belangrijke ten-

densen die zich in het Zuiden aftekenen.

_ EEN BELANGRIJKE OPDRACHT

In zijn openingstoespraak omschreef don

Chávez op kernachtige wijze de opdracht

van het 26e Algemeen Kapittel:‘Wij hebben

hetzelfde DNA als onze vader Don Bosco’,

zei hij, ‘waarvan onze genen de passie zijn

voor het heil van de jongeren, het vertrouwen

in de waarde van een goed onderwijs,

de grote capaciteit om veel mensen te

mobiliseren, om een beweging op gang te

trekken met heel veel medewerkers die

gemakkelijk met elkaar delen. En dat door

onze missie tot de jeugd.’

_ EEN INGRIJPEND GEBEUREN

Het Algemeen Kapittel was voor don

Chávez een pinkstergebeuren. Een profetisch

gebeuren ook dat verliep in het spanningsveld

tussen herdenken en vooruitzien,

tussen trouwe dankbaarheid tegenover de

oorsprong en de onvoorwaardelijke openheid

voor Gods nieuwheid. Op die manier

kreeg elke aanwezige op het kapittel de

opdracht een actieve medewerker te zijn

met zijn verantwoordelijkheden, zijn verwachtingen

en zijn rijke ervaringen. Elke

salesiaan moet klaar zijn om te luisteren

naar de tekenen van de tijd. ‘Terwijl we

terugkeren naar de oorsprong van het charisma,

naar Don Bosco zelf, worden we

voortgestuwd naar de toekomst,’ zei don

Chávez.Vanuit die reflectie worden de salesianen

en hun medewerkers ertoe uitgenodigd

zich met vertrouwen en creativiteit

open te stellen voor de nieuwe modaliteiten

om het charisma van Don Bosco vandaag

tot uitdrukking te brengen.

Het zal hen beter in staat stellen te beantwoorden

aan de situaties van de jongeren,

hun nieuwe soorten armoede te begrijpen

en te dienen, nieuwe opportune gelegenheden

aan te bieden voor hun humane ontwikkeling

en hun opvoeding, voor hun

geloofsparkoers en voor de volheid van hun

leven.


De oproep die de algemeen overste tot de

kapittelleden richtte, gold eveneens voor

alle medewerkers in de grote Don

Boscofamilie waarin het brede salesiaanse

ngo-netwerk thuishoort. In het spoor van

het Algemeen Kapittel kijken we naar de

ontwikkeling van ons partnernetwerk – de

congregatie van de salesianen – tijdens het

laatste decennium. Er dienen zich nieuwe

grensgebieden van de zending aan op

geografisch, sociaal, cultureel en religieus

gebied, waar we opgeroepen worden om

met meer aangepaste structuren en middelen

aanwezig te zijn, die meer aan de nieuwe

hedendaagse eisen beantwoorden.

_ NIEUWE AANWEZIGHEDEN

De salesianen van Don Bosco hebben zich

in het verleden op heel veel terreinen ingezet,

met een bijzondere aandacht voor de

armste jongeren. Hun werkterreinen lagen

vooral in het onderwijs, de opvangcentra

voor de straatkinderen in de verschillende

continenten, parochies, bezinningscentra

en oratorio’s waar kinderen en jongeren

een thuis vonden.

De sociaaleconomische en culturele ontwikkelingen

door o.m. de globalisatie van

de wereld in de jongste decennia heeft verschillende

nieuwe vormen van opvang en

opvoeding van specifieke groepen in het

leven geroepen. Het zijn ‘nieuwe aanwezigheden’

in antwoord op nieuwe uitdagingen.

Wij noemen de belangrijkste:

• Opvanghuizen voor jongeren die door

seksueel toerisme zijn uitgebuit,

• Tehuizen voor preventie tegen aids/hiv,

• Werken voor de drugverslaafden en voor

de zigeunerkinderen,

• Structuren ten dienste van de zorg voor de

heropleving van de religieuze opvoeding,

• Projecten in de vluchtelingenkampen en

de personen die er verblijven wegens

oorlogssituaties,

• Programma’s ten gunste van migranten,

• Webpagina’s en de evolutie van de communicatiemedia,

• Telefonische opvang, 24 uur op 24 uur,

ten dienste van jongeren met depressies.

Al die nieuwe aanwezigheden kunnen wij

samenvatten onder de noemer ‘aandacht

voor de minsten’. Vanuit het charisma van

Don Bosco, die het integrale heil van elke

jongere voor ogen had, nodigt de congregatie

haar leden en haar medewerkers uit, om

van die ‘aandacht voor de minsten’ de kernactiviteit,

de core business, van alle projecten

en werken op alle domeinen te maken.

Met de ‘minsten’ bedoelen we de jongeren

in bedreigde situaties op psychosociaal

vlak; in bedreigde situaties ter oorzake van

economische, culturele en religieuze

armoede; de armen op affectief, moreel en

spiritueel gebied; jongeren die ontwricht

zijn als gevolg van moeilijke familietoestanden;

jongeren die leven aan de rand van de

maatschappij en kerk. In die situaties moet

de opvoeding haar kritisch woord laten

horen als een instrument om de dagelijkse

realiteit te doorgronden en om waardige

vormings – en levenskansen te scheppen.

De genoemde uitdagingen verschillen van

continent tot continent en zijn vaak beïn-

vloed door de lokale politieke en socio-economische

omstandigheden. Zo staat o.m.

Afrika voor enorme uitdagingen die ook in

de salesiaanse wereld en door de partnerngo’s

gekend zijn.

_ AFRIKA UITGEDAAGD

Het Afrikaanse continent is de laatste

decennia door meervoudige gesels geslagen.

De salesianen van Don Bosco hebben

de laatste dertig jaar in Afrika een grote

inhaalbeweging gemaakt sinds de start van

het Afrikaproject in de jaren ‘70. Hun aanwezigheid

is in vele landen sterk toegeno-

men, maar de noden blijven torenhoog. Ze

worden geconfronteerd met schrijnende

situaties: de armoede, de politieke en sociale

instabiliteit, de verwoestende epidemie

van AIDS-HIV, het ontbreken van sociaaleconomische

mogelijkheden voor jongeren,

om zich heen grijpende religieuze conflicten.

Het lenigen van die noden en noodsituaties

is een niet geringe opgave, niet

alleen voor de Afrikaanse politieke en sociale

leiders, maar ook voor de salesianen en

hun medewerkers uit de ngo-sector.

Het is ook een zware uitdaging om de nodige

financiële middelen te vinden om de

jongeren te leiden op de weg van de ontwikkeling

opdat zij zich op een waardige

wijze zelf kunnen bedruipen. Tijdens het

Algemeen Kapittel had in Rome op 15 en

16 maart een ontmoeting plaats tussen de

salesiaanse ngo’s , waaronder DMOS-

COMIDE, en een talrijke groep kapittelleden.

Het doel was vooral een betere

samenwerking te bereiken voor de ontwikkeling

van kinderen en jongeren in de hele

wereld, maar vooral in de ontwikkelingsgebieden

van het Zuiden. Om op een efficiënte

manier te timmeren aan de moeilijke

weg van solidariteit is het fundamenteel

belangrijk dat de salesianen, de salesiaanse

ngo’s en elke groep van de salesiaanse

familie op harmonieuze manier samenwerken.

Don Francis Alencherry, raadslid voor

de missies, die de bijeenkomst voorzat,

betoogde nadrukkelijk: ‘Samenwerken

garandeert een grotere macht in de verdediging

van de rechten van de minstbedeelden’.

Dat is het uiteindelijke doel dat ook DMOS-

COMIDE voor ogen houdt bij alle interventies

in Zuid-Amerika, Afrika en Azië.

✒ Omer BOSSUYT

ZUID

7

SAMEN OP WEG 2/2008


8

DB-TECH

India

Consolidatie van het niet-formeel beroepsonderwijs in

India

De Indische economie draait op volle

toeren en de vooruitzichten zijn veelbelovend:

een jaarlijkse economische groei

van 8%, een toename van de onderwijsvoorzieningen

en betere lonen voor specialisten.

Ondanks die positieve economische

ontwikkeling heerst er een negatieve

toestand die gekenmerkt wordt

door hoge werkloosheid bij de ongeschoolde

en onvoorbereide beroepsbevolking

en door slechte loonvoorwaarden

op de ongeorganiseerde arbeidsmarkt.

Die paradox is te wijten aan een aantal

factoren zoals het gebrekkige schoolsysteem

met als gevolg de hoge dropoutcijfers

op school (100 miljoen kinderen

die niet naar school gaan), het

beperkte aanbod en de lage kwaliteit van

het technisch en beroepsonderwijs en de

slechte arbeidsvoorwaarden in de informele

sector. Slechts 10% van de jongeren

tussen 15-19 jaar zitten in het technisch

en beroepsonderwijs. De Indische overheid

wil het gebrek aan scholing bij de

beroepsbevolking verminderen door in

samenwerking met de privésector een

toegankelijk marktgericht onderwijsaanbod

te promoten. Vanuit de ngo-sector

wil DBTech-India (DBTI) daartoe bijdragen

en zich sterker profileren om als

partner van de overheid een mogelijk

hervormingsproces verder te stimuleren

en te beïnvloeden.

_ DB-TECH INDIA

In India komen jaarlijks 12, 8 miljoen jongeren

op de arbeidsmarkt terecht. Een

groot aantal van hen zijn laaggeschoolde

jongeren die het secundair onderwijs niet

beëindigen. Deze omvangrijke groep

komt meestal onvoorbereid en zonder

specifieke beroepsopleiding in ongeorganiseerde

arbeidscircuits terecht. Ze hebben

slechts toegang tot minderwaardige

en slecht betaalde jobs. Daartegenover is

er een enorme vraag naar geschoolde

arbeidskrachten in de informele sector.

De Indische overheid en in het bijzonder

het ministerie van Arbeid wil deze

afstand tussen vraag en aanbod alsook

het grote tekort aan technisch geschoolde

arbeidskrachten wegwerken.

De bevoegde overheidsdienst (DGE&T)

wil zo in samenwerking met privé-partners

een hervormingsbeleid stimuleren

voor het technisch en beroepsonderwijs.

In dit kader worden o.m. initiatieven

gestimuleerd om de inlijving van vroegtijdige

schoolverlaters op de arbeidsmarkt

te verbeteren.

DMOS-COMIDE is sinds 2005 samen met

haar Indische partnerorganisaties actief

betrokken bij de oprichting van een

samenwerkingsverband dat de herstructurering,

uitbreiding en erkenning van het

niet-formeel beroepsonderwijs in India

beoogt. Het NVTS Project (National

Vocational Training System) is een initiatief

dat gestalte kreeg door samenwerking

met de regionale ontwikkelingsorganisaties,

de Duitse technische coöperatie

(GTZ) en het ministerie van Arbeid en

Tewerkstelling in India. Het samenwerkingsverband

Don Bosco Tech India

(DBTI) is de nationale koepelorganisatie

van alle salesiaanse technische en

beroepsscholen in India. Het nationale

netwerk omvat 123 technische scholen

met 455 verschillende opleidingseenheden

en telt circa 25.000 leerlingen. Het

initiatief beoogt de hervorming, verbetering

en erkenning van het niet-formeel

beroepsonderwijs in India en is erop

gericht de meerwaarde van het netwerk

te optimaliseren en valoriseren.

Het is de bedoeling om de impact van

het Don Bosco netwerk te verhogen en

zich op nationaal vlak te profileren als

een belangrijke partner voor de hervorming

van het technisch en beroepsonder-

‘Scholen die zich engageren in procesbegeleiding willen

werken aan een duurzame visie op mondiale vorming.’

wijs (TVET) zijnde o.a. standaardisatie en

erkenning niet-formele opleidingen in

India.

_ DON BOSCO TECH INDIA OP HET

NATIONAAL SEMINARIE VOOR

BEROEPSONDERWIJS

Op uitnodiging van het ministerie van

Arbeid en Tewerkstelling nam Don Bosco

Tech India (DBTI) deel aan een nationaal

seminarie over opleidingen voor de informele

sector in India.

Van bij de aanvang was het ontwikkelingsbureau

in New Delhi als “leading

agency” actief betrokken bij het nationale

initiatief voor de implementatie van

een duurzame ontwikkelingsstrategie

voor laaggeschoolde jongeren en kansarme

vrouwen. Om het proces verder te


stimuleren werden verschillende sessies

en workshops ingericht en werden er

diverse pilootprojecten opgestart.

Naast de opleidingen en diensten die

tewerkstelling beogen staan de vormingscentra

in voor tal van socio-educatieve

activiteiten die daarbij aansluiten

en zo het holistische karakter van het

salesiaanse opvoedingsproject illustreren

en waarmaken. Verder voorziet het netwerk

in de nodige capaciteitsopbouw om

de beheerscapaciteit en competenties

van de beroepscentra en van de regio in

zijn geheel te versterken. Aldus beogen de

deelacties een structurele verbetering en

optimalisering van de lokale werking in

functie van reële noden en behoeften op

het terrein.

• Om de beoogde doelstellingen te

bereiken werden in de voorbereidende

fase verschillende stappen ondernomen

om de samenwerking te concreti-

seren. Het betrof o.m. de toepassing

van innoverende benaderingen voor

het niet-formele beroepsonderwijs, de

intranetwerking tussen de Don Bosco

beroepsscholen in India (78 centra), de

opvolging en beïnvloeding van het

nationale beleid betreffende het

beroepsonderwijs, het ontwikkelen van

het curriculum (begeleidingstrajecten,

beroepsgericht modulair curriculum,

…), de standaardisatie van kwaliteitsnormen,

referentiekader, richtlijnen,

procedures, criteria.

Verder hebben DMOS-COMIDE, DBN en

GTZ beslist om de mogelijkheden voor

een gemeenschappelijk beleid en verdere

samenwerking te concretiseren. De ontwikkelingsbureaus

van het Don Bosco

netwerk worden in het proces betrokken

en op de hoogte gebracht van het mandaat,

het takenpakket, de beslissingen en

het activiteitenprogramma. Het gemeen-

schappelijke vademecum en de website

worden verder uitgebreid. De verantwoordelijkheden

van de commissie alsook

de samenwerkingsmodaliteiten van

de organisatie worden uitgewerkt. Het

samenwerkingsverband met NVTS/GTZ

zal verlengd worden en de samenwerking

met internationale organisaties, alsook

met de centrale overheid en nationaal

erkende ngo’s wordt verder onderzocht.

_ GEMEENSCHAPPELIJKE

DOELSTELLINGEN BINNEN HET

NVTS PROJECT:

1. Organisatorische versterking om de

effectiviteit te verhogen

• Uitbouw van een nationaal netwerk

(platform) ter ondersteuning van het

niet-formeel beroepsonderwijs en de

tewerkstelling van laaggeschoolde jongeren

binnen het informele arbeidscircuit.

• Oprichting van een nationale coördinatiestructuur.

• Structurele samenwerking op nationaal

niveau en ontwikkeling website.

• Opstarten van aangepaste programma’s

en projecten tussen scholen en

bedrijven.

1. Capaciteitsopbouw, begeleiding en

ondersteuning

• Definitie, doelstelling en afbakening

van het NF beroepsonderwijs in India

(criteria).

• Planning, monitoring en evaluatie op

nationaal vlak (centraal databanksysteem).

• Uitwisseling van expertise en kennis,

ervaring en informatie, methodologie,

etc.

• Opleiding en bijscholing van leerkrachten

en instructeurs in diverse vakgebieden.

2. Kwalificatie en erkenning door de

overheid

• Aangepaste en op elkaar afgestelde

syllabi en curricula (standaardisatie,

referentiekader).

• Ontwikkeling en proliferatie van korte

opleidingen voor de informele sector

(modules).

• Officiële erkenning, homologatie/certificatie

van het NF-beroepsonderwijs in

India.

✒ Jochim LOURDUSWAMY en

Danny VANDEPUTTE

ZUID

9

SAMEN OP WEG 2/2008


10

Haïti heeft ook

talent

Tijdens de vastencampagne legde

onze samenwerking met Broe-

derlijk Delen geen windeieren. In

heel wat Don Boscoscholen in

Vlaanderen werd de solidariteit

gestimuleerd: een sfeerbeeld

_ HOBOKEN

In Don Bosco Hoboken stond als afsluiter

van het tweede trimester een mondiale dag

op het programma. De hele school ging op

voettocht en sponsorde zo Haïtiaanse projecten.

In de workshops werd het dagelijks

leven op Haïti iets dichterbij gebracht, via

vliegers en maskers maken, djembé spelen,

koken, bakken, voetballen en naar waargebeurde

verhalen luisteren konden de leerlingen

zich meer en meer inleven. De quiz

scherpte de kennis nog wat aan.

_ HECHTEL

Twee leerkrachten staken hun licht op over

de vastencampagne op de lanceerdag van

Broederlijk Delen. Hugo Keunen (schoolanimator

bij BD) zorgde voor een intense ontmoeting

tussen leerlingen en Elwando

Nelson. Deze Haïtiaanse getuige vertelde

vol vuur over zijn land en zijn ervaringen bij

‘Kiro Haiti’. Bij zijn terugblik op het verblijf

in ons land zei hij:’ De bezoeken aan diverse

jeugdgroepen hier hebben me geholpen

de verschillen tussen de Vlaamse en

Haïtiaanse jongeren te zien. In Haïti zijn de

jongeren vrijer, maar is er meer gevaar voor

delinquentie door de armoede.’

_ GENK

Onder de titel ‘Kienen voor het goede doel’

vond op 18 februari de eerste kiendag ten

voordele van Broederlijk Delen/DMOS en

de Wereldwinkel plaats. De actie bleek een

schot in de roos. Alle leerlingen vonden het

heel prettig om leuke prijzen in de wacht te

slepen. Leerkrachten en andere sympathisanten

zorgden voor: cd’s, dvd’s, usb-stick,

mp3-speler en schoonheidsartikelen.

Tijdens het kienen werd een hapje en een

drankje geserveerd met producten van de

Wereldwinkel.

_ HALLE (TSO/BSO)

Vanuit Halle werd gesignaleerd dat er verscheidene

leerkrachten met de campagnefilm

‘Haïti heeft ook talent’ onder hun arm

rondliepen en dat de educatieve site veelvuldig

werd geopend. We kunnen dus met

een gerust hart veronderstellen dat

dit massaal gebruikt werd.

_ DAGCENTRUM DE WIP

IN HALLE

Als sponsoractie werd

er tijdens de vasten

bespaard op zoetigheden.

Als de kinderen

en/of begeleiders

geen dessert

of vieruurtje

aten bracht dat

elke keer 30 cent

op voor de straatkinderenprojecten

in

Haïti. Omdat ze

vooral de nadruk


legden op het recht op onderwijs kreeg elk

kind/begeleider per gespaard vieruurtje/

dessert een kleurpotloodje. Dat werd op de

slogan ‘Ieder kind heeft recht op onderwijs’

in de leefruimte gekleefd. Zo kwamen ze

samen tot het bijeengespaarde bedrag.

_ HAACHT (TSO/BSO)

Een hele mondiale week lang werd Haïti en

de wereldproblematiek onder de aandacht

gebracht. Via toneel, informatieve spelen,

olievatenpercussie, koken, uitleg over de

projecten en verkoop van wereldwinkelproducten

werd het schoolleven in Haacht een

beetje ‘tropisch’ bijgekleurd. De voetbalmatch

met de millenniumbal tussen leerkrachten

en leerlingen bracht een onvergetelijke

ambiance. Of de knappe leerkrachtenbenen

of de cheerleaders met de

meeste aandacht ging lopen is tot nu nog

onbekend.

_ HAACHT ASO

Op de mondiale dag werden de klassen

door elkaar geschud en volgde elke groep

een eigen parcours. In het enorm veelzijdige

programma ging vooral het koken en het

dansen met de meeste waardering van de

leerlingen lopen. Het toonmoment van de

workshop percussie deed de school op zijn

grondvesten daveren. ’s Avonds werd er

onder de titel ‘Ayiti’ verslag uitgebracht aan

ouders en sympathisanten over de geslaagde

projectdag en de projecten die gesponsord

zullen worden. Op de tonen van

Haïtiaanse muziek werd er nagepraat en

genoten van aangepaste hapjes en drankjes.

Samen met Broederlijk Delen blikken we

terug op een deugddoende vastencampagne

en zindert de warmte van solidariteit

nog na.

✒ Lut VAN DAELE

NOORD

SAMEN OP WEG 2/2008

11


12

Sprekende cijfers

Wij kunnen sinds 1999 jaarlijks een lijst uit

onze boekhouding halen van elk bedrag dat

overgemaakt werd aan het Zuiden. De cijfers

die u ziet zijn, per land, de som van de

bedragen die van onze bankrekeningen naar

het Zuiden vertrokken.

Het gaat om een pak geld, voor een stuk

dank zij uw vrijgevigheid.

Wij geven, in grafiekvorm, ook het type van

toelage aan. In de lijn van het opzet van de

Don Boscoscholen gaat het grootste deel

naar informeel onderwijs.

Kijk en vergelijk ! Onze balans- en resultatenrekening

zijn consulteerbaar op onze

website, op www.donorinfo.be en binnenkort

op www.coprogram.be .

Voor projecten zonder medefinanciering

gaat 98 % van de binnengekomen giften

naar het Zuiden, voor projecten met medefinanciering

van Belgische of Europese

overheid houden wij enkel de administratieve

vergoeding die contractueel voorzien

is.

DMOS-COMIDE is niet zo’n bekende

speler op de markt. U komt onze naam

niet zo vaak tegen in de supermarkt, in de

krant, op televisie maar wij trachten optimaal

middelen aan onze Zuidwerking te

besteden. Op 19 december 2007 verscheen

er in De Standaard een artikel

met als titel "Wat gebeurt er met uw

geld?" en DMOS-COMIDE bleek van de

ondervraagde NGO's degene te zijn

waarvan het grootste percentage gelden

naar het Zuiden ging en met de laagste

personeelskosten, procentueel gezien.

Wenst u meer informatie ? Vraag het aan

ondergetekenden.

Wenst u een legaat over te maken ?

Contacteer Omer Bossuyt, onze voorzitter.

✒Jan DE BROECK en Peter GOOS-

SENS

AFRIKA betaald bedrag medefinanciering eigen projecten

Centraal-Afrika

Centraal-Afrikaanse republiek 99.554,69 99.554,69

Kongo - Brazzaville 34.125,00 34.125,00

Kongo - Kinshasa 1.016.907,77 486.420,35 530.487,42

Gabon 4.892,85 4.892,85

Kameroen 461.934,86 457.703,86 4.231,00

Oost-Afrika

Burundi 26.620,67 26.620,67

Ethiopië 9.360,50 9.360,50

Kenia 75.099,00 75.099,00

Rwanda 121.821,29 121.821,29

Soedan 10.325,00 10.325,00

Tanzania 9.326,20 9.326,20

Oeganda 21.045,50 21.045,50

West-Afrika

Benin 5.843,74 5.843,74

Burkina Faso 159.275,24 159.275,24

Ivoorkust 473.929,40 466.507,28 7.422,12

Mali 10.194,35 10.194,35

Senegal 4.810,84 4.810,84

Togo 18.532,04 18.532,04

Zuidelijk Afrika

Zambia 4.809,70 4.809,70

Zuid-Afrika 181.724,44 181.724,44

Indische Oceaan

Madagaskar 441.936,91 413.481,41 28.455,50

Mauritius 1.971,03 1.971,03

Totaal Afrika 3.194.041,02 2.005.837,34 1.188.203,68


S€PA :

de toekomst van het betalingsverkeer

in Europa

Tussen 28 januari 2008 en 31 december

2010 migreren alle Europese banken naar

een "Single Euro Payments Area". Dit betekent

dat vanaf 1 januari 2011 alle betalingen

binnen deze zone als interne betalingen

zullen beschouwd worden, zonder bijkomende

kosten. Daartoe is het nodig dat in

alle landen de bankrekeningnummers aangepast

worden tot een uniek systeem met

controlekarakters, met name het IBANsysteem

(International Bank Account

Number).

Reeds nu staat op uw rekeninguittreksel het

IBAN-bankrekeningnnummer en de BIC

(Bank Identifier Code) van uw bank vermeld.

Ook de overschrijvingsstroken zullen

worden aangepast. DMOS-COMIDE zal in

deze overgang noch koploper, noch staartrijder

zijn. Wij vermelden alvast ons IBANbankrekeningnummer

en BIC op onze website

en in onze colofon. U beslist voor een

stuk zelf wanneer u overschakelt.

Zolang u zelf met het oude systeem

betaalt, blijft u storten op ons rekeningnummer

435-8034101-59. Als u opteert

voor het IBAN-systeem, betekent dit dat

vanaf dat ogenblik al uw betalingen met

IBAN-bankrekeningnummers zullen gebeuren:

zowel uw eigen opdracht als de rekening

van de begunstigde worden dan in

IBAN-formaat ingegeven. Voor DMOS-

COMIDE wordt dit BE84 4358 0341 0159

en de BIC-code is KREDBEBB. Als wij merken

dat de IBAN-overschrijving de norm

wordt, zullen wij ook ons overschrijvingsformulier

dat u in bijlage aantreft, aanpassen.

In geval van twijfels kan u de boekhouding

van DMOS-COMIDE contacteren op emailadres

dmos.comide@skynet.be of telefoneren

naar Jan De Broeck of Peter

Goossens.

NOORD

AMERIKA betaald bedrag medefinanciering eigen projecten

Andeslanden

Bolivia 580.900,43 573.217,43 7.683,00

Colombia 492.708,62 489.448,33 3.260,29

Ecuador 423.687,79 411.892,33 11.795,46

Peru 79.151,08 19.681,47 59.469,61

Centraal-Amerika

Costa Rica 9.172,80 9.172,80

Mexico 24.700,00 24.700,00

Grote Antillen

Cuba 5.000,00 5.000,00

Haïti 133.822,05 133.822,05

Zuid-Amerika

Argentinië 10.025,00 10.025,00

Brazilië 124.914,58 124.914,58

Chili 46.970,80 46.970,80

Totaal Amerika 1.931.053,15 1.494.239,56 436.813,59

AZIE betaald bedrag medefinanciering eigen projecten

Midden-Oosten

Libanon 13.748,06 13.748,06

India en naburige landen

Bangladesh 494.079,67 492.737,28 1.342,39

India 2.313.400,83 1.906.928,32 406.472,51

Nepal 3.642,35 3.642,35

Zuidoost Aziatische eilanden

Filippijnen 222.059,77 222.059,77

Oost-Timor 519,40 519,40

Totaal Azië 3.047.450,08 2.399.665,60 647.784,48

TOTAAL 8.172.544,25 5.899.742,50 2.272.801,75

13

SAMEN OP WEG 2/2008


14

De vierde pijler

Mensen die zich spontaan inzetten voor ‘het goede doel’ vinden al jaar en dag onderdak bij

DMOS-COMIDE. We zetten enkelen onder hen in deze rubriek in de kijker.

_ MAMAYA

Als ik binnenkom, is ze

volop aan het opruimen:

‘Ik stop hier, op het gelijkekansenkabinet.

Ik neem

even een pauze in

Tanzania en dan zoek ik

iets nieuws.’ An Van Goey, een energieke

jonge vrouw, ontvangt me en begint

onmiddellijk over het Peruaanse project

‘Mamaya’ te vertellen. Magaly Montes uit

Peru logeert voor drie maanden bij haar. De

twee jonge dames startten vorig jaar in

Lima een consultancydienst voor verschillende

projecten rond kansarme kinderen in

Chiclayo en Ayacucho.

‘We willen naast juridische, fiscale en

logistieke ondersteuning vooral ons steentje

bijdragen via vorming,’ klinkt het. An en

Magaly geloven sterk in de kracht van

onderwijs. ‘Niet alleen voor kinderen, jongeren

en volwassenen uit kansengroepen,

maar ook voor organisaties die zich voor

hen inzetten, is het belangrijk om de nodige

competenties te ontwikkelen om de

kwaliteit van hun initiatieven te verhogen

of om lokaal ondernemerschap te stimuleren.Alleen

zo kan een land vooruit geraken.’

Het klinkt allemaal overtuigend, maar waar

ik naar op zoek ben is het waarom van

zoveel inzet.

‘Juli 2002, ik ging als studente naar Peru om

Spaans te leren en het land te leren kennen.

Ik logeerde bij Magaly. Wat me verwonderde,

was het lage niveau aan de universiteit.

Ik heb zelfs in mijn gebrekkig Spaans les

gegeven over de werking van de EU tijdens

de stakingen van de profs! Toen ik thuiskwam,

heb ik mijn eerste benefietfuif georganiseerd

ten voordele van Los Gorriones.

www.casahogarlosgorriones.org. ‘ (An)

_ ENGAGEMENT

Ik vind het een uitdaging om in mijn vrije tijd

samen met leeftijdsgenoten uit andere

werelddelen een droom waar te maken: kansen

creëren! Zoals in de bekende parabel vind

ik dat iedereen van op jonge leeftijd zijn of

haar talenten ten volle moet kunnen ontplooien

en er iets constructiefs mee doen.

Wanneer vele voetjes in dezelfde richting

stappen, kunnen ze samen een grote afstand

afleggen. Net zoals een duizendpoot, niet

toevallig het symbool en de vertaling van

'Mamaya' (Peruaans Quechua-woord).

‘Op school vond ik het als

kind onvoorstelbaar onrechtvaardig om ons

op te delen volgens rijk - medium – arm. Ik

kon dat niet aanvaarden. Ik zat nochtans op

een katholieke school. Mijn vader had zich uit

de armoede opgewerkt tot ingenieur en liet

ons studeren. Hij lepelde ons met de paplepel

in dat we anderen moesten helpen.’ (Magaly)

_ ENGAGEMENT

Kinderen zijn vaak de grootste slachtoffers

van een onrechtvaardige situatie.Als we hen

sterker kunnen maken, dan kunnen we misschien

op lange termijn een kettingreactie

veroorzaken die de samenleving in positieve

zin verandert!

‘Ik ben enorm geboeid door andere culturen

en geloof erg sterk in samenwerking tussen

uitersten. De maan in de zon staat symbool

voor mijn drang naar evenwicht en harmonie...mijn

warme hete land op zoek naar wijsheid

in de koele nacht.’

Zie nog: www.mamaya.eu

✒ Lut VAN DAELE


dewereld.be

_ HIER LATEN WIJ JE LOS,TIM.:

Eind vorige maand verongelukte in

Segou (Mali) de Spaanse salesiaan José

Maria Timoneda (44). Verschillende jaren

was ‘Tim’ directeur van het ontwikkelingsbureau

ADAFO SDB in Abidjan

(Ivoorkust). Daar was hij ook bezieler van

een opvangcentrum voor straatkinderen.

Sedert vorig jaar werkte hij in Bamako

(Mali). Daar vond dan ook de begrafenisplechtigheid

plaats

in de kathedraal,

maar Tims stoffelijke

resten werden

op vraag van

de familie overgebracht

naar

zijn Catalaanse

geboortedorp

Bellpuig. DMOS-

COMIDE kende

Tim als een

gedreven missionaris

en goede

vriend.

_ OLYMPISCHE SPELEN:

De Olympische koorts steeg niet alleen

bij de doortocht van de fakkel in Londen,

Parijs en de VS, in Tibet en in Peking. In

Spanje juichtte de Don Bosco school van

Valencia toen zijn oud-leerlinge Merche

Peris zich met een Spaans record naar de

kwalificatie voor Peking zwom. Voor de

specialisten: zij zal er deelnemen aan de

100 meter rug. Haar besttijd is 1.01.32,

28 honderdsten van een seconde onder

het olympische minimum. Wie weet

heeft van een Belgische deelnemer aan

de Olympische Spelen 2008 die uit de

Don Bosco wereld komt, mag het de

redactie laten weten.

_ TSJECH WORDT MISSIEHOOFD:

Het Algemene Kapittel van de salesianen

van Don Bosco dat enkele weken geleden

eindigde, koos de Tsjech Vaclav Klement

(49) tot hoofd van het missiedepartement

van de congregatie. Hij volgt de

Indiase salesiaan Francis Alencherry op.

Zelf was Klement eerst meer dan vijftien

jaar missionaris in Zuid-Korea vooraleer

in 2002 regioverantwoordelijke te worden

voor Oost-Azië en Oceanië.

_ AFRIKAANSE STRIP:

Er zijn vijftig manieren om Afrika te leren

kennen. Trouwen met een Afrikaan(se).

Reizen. Lezen. Films. Muziek. Projecten

steunen. Bezoek krijgen uit Madagaskar,

Mali of Tanzania. Je kan nu ook ‘Aya uit

Yopougon’ lezen. Een driedelige strip van

Marguerite Abouet en Clément Oubrerie

om het ‘echte Afrika’ ‘van binnenuit’ te

leren kennen. Abouet vertelt over

Ivoorkust, Abidjan

(de wijk Yopougon)

met gewone mensen

en alledaagse besognes.

Geen oorlog of

hongersnood, maar

verliefdheden, jaloezie,

vreemdgaan en

familieruzies. Het

resultaat: een levendige

en charmante soap

die wereldwijd aanslaat.

Een aanrader. In het

Nederlands en het Frans verschenen.

NOORD

15

SAMEN OP WEG 2/2008


vamac nv

z.i. mandeldal

I. de raetlaan

b-8870 izegem

Tel. 051 31.06.72 - 3

Fax 051 31.21.69

Driemaandelijks tijdschrift Zestiende jaargang nr 2

Verantwoordelijke uitgever: Omer Bossuyt

Leopold II-laan 195 B 1080 Brussel

info@dmos-comide.org

telefoon: 02 427 47 20

bankrekn.: 435-8034101-59

DE BACKER & Co BVBA

DUBA

Pompen voor ontwikkelingsprojecten

Kasteeldreef 1

B-9230 Wetteren

Tel. (09) 369.34.96 / Fax (09) 369.57.52

SAMEN

OP

WEG

een blad als geen ander

HOOFDREDACTEUR: Françoise Léonard / REDACTIE: Omer Bossuyt, Jan De Broeck, Jempi Hoorelbeke, Miet Provoost, Lut Van Daele en Marc Van Laere / LAY-OUT EN

DRUK: Geers Offset, Oostakker / FRANSTALIGE EDITIE: ‘Faire Route Ensemble’ VOLGENDE UITGAVE: derde kwartaal 2008 / Ken je mensen die Samen op Weg willen

ontvangen, is je adres onjuist of ben je verhuisd, gelieve dit dan te melden aan DMOS-COMIDE, Leopold II-laan 195 te 1080 Brussel, tel. (02) 427 47 20.

Overeenkomstig de wet van 8 december 1992, die de bescherming van de persoonlijke levenssfeer regelt, werd uw naam opgenomen in ons adressenbestand. We gebruiken deze gegevens

alleen voor de verspreiding van informatie inzake onze activiteiten. U heeft onbeperkt toegangs- en correctierecht van de door ons over u bewaarde informatie.

www.kbc.be

Vereniging voor Ethiek in de

Fondsenwerving

More magazines by this user
Similar magazines