feith 3 2012.pdf - Dag van de Groninger Geschiedenis

dagvandegroningergeschiedenis.nl

feith 3 2012.pdf - Dag van de Groninger Geschiedenis

26 e DAG VAN DE

GRONINGER

GESCHIEDENIS

special

13 oktober 2012, 11.00-17.00 uur

Cascadeplein 4/10 Groningen

gratis toegang

cultuur, geschiedenis en taal van groningen - nr. 3 2012


voorwoord

colofon

FEITH is een gezamenlijke uitgave van het

Huis van de Groninger Cultuur, het Regionaal

Historisch Centrum Groninger Archieven, het

Gronings AudioVisueel Archief, het Oorlogs- en

Verzetscentrum Groningen en de Cultuurhistorische

Vereniging Stad&Lande. FEITH verschijnt vier

keer per jaar en wordt gratis verspreid.

Dit nummer van FEITH staat geheel in het teken

van de Dag van de Groninger Geschiedenis 2012,

met als thema ‘Arm en Rijk’. Meer informatie over

de Dag van de Groninger Geschiedenis vindt u op

www.dagvandegroningergeschiedenis.nl.

Oplage: 10.000

Redactie:

Monique Banda (hoofdredacteur), Margriet Dijk,

Harma Rozema-Woldhuis

Vaste medewerkers:

Bettie Jongejan, correspondent OVCG

Jona van Keulen, correspondent RHC Groninger

Archieven

Gert Plas, correspondent GAVA

Emme Groot, foto Yolanda Wals

Albert Buursma, correspondent Stad en Lande

Columnist: Frank den Hollander

Aan dit nummer werkten mee: René Duursma,

GroninGen leeft!

Gerda Huisman, Emme Groot, Egge Knol, Arine

Mentink, Patricia Ottay, Harry Perton, Marlies Schipperheijn,

Henk Scholte, Rolf ter Sluis, Harry Wubs

Ontwerp: Richard Bos, Wergea

Wat is er mooier dan een dag volledig in het teken van onze prachtige Groninger Fotografie: Hans Banus, M.A. Douma,

geschiedenis? Al een aantal jaren organiseren het RHC Groninger Archieven, het Ymkje de Jong, Marij Kloosterhof, P.B. Kramer,

Huis van de Groninger Cultuur, de Cultuurhistorische Vereniging Stad en Lande, Mieke Riezebos, Wim Schrijver, Yolanda Wals

Afbeeldingen omslag:

het Gronings AudioVisueel Archief, Biblionet Groningen, het Groninger Museum,

Voorkant: Seth Gaaikema, foto Hans Banus

het Noordelijk Scheepvaartmuseum en het Groninger Forum deze dag met tallo-

Achterkant: Jan Ensing, Bezoekers Groningsche

ze activiteiten in een grote variatie. Aan het aantal bezoekers dat ieder jaar groeit,

Soepkokerij, 1850, particuliere collectie

is af te lezen dat de Groninger geschiedenis leeft en heel veel mensen boeit. Ook Druk: Koninklijke Van Gorcum BV, Assen

de grote variatie in activiteiten geeft aan dat veel mensen zich bezig houden

met het Groningse. Dat kun je breed zien: geschiedenis, taal, cultuur, erfgoed. ISSN: 2211-7008

Alle kleuren en smaken van Groningen tref je aan op de Dag van de Groninger

Contact

Geschiedenis.

Redactie FEITH, Cascadeplein 4

9726 AD Groningen, Telefoon: 050-5992000

Wat ik nu zo mooi vind, is dat niet alleen op deze dag mensen warm lopen voor E-mail: FEITH@groningerarchieven.nl

Groningen. Het hele jaar door zie je dat talloze activiteiten die op Groningen

zijn geënt, zich kunnen verheugen in een grote belangstelling. Ik kan niet anders www.huisvandegroningercultuur.nl

www.groningerarchieven.nl

concluderen dan dat het Groningse leeft. Dat is van enorme waarde voor het be-

www.gava.nl

houd van die typische Groninger cultuur. De Dag van de Groninger Geschiedenis

www.ovcg.nl

draagt daaraan bij en biedt mensen de mogelijkheid in een notendop kennis te

www.stad-lande.nl

maken met de rijke schakeringen van ons Groninger leven, in het verleden, in het

heden en daarmee ook naar de toekomst toe.

Auteursrecht is voorbehouden. Niets uit deze

uitgave mag worden openbaar gemaakt of

verveelvoudigd zonder voorafgaande schrifte-

Ik nuig joe van haarten op dizze dag, van de Grunneger geschiedenis, te heuren,

lijke toestemming van de redactie. De redactie

vuilen, zain en pruiven.

behoudt zich het recht voor (ingezonden) stukken

in te korten, aan te passen of niet te plaatsen.

E.A. Groot, voorzitter van het Huis van de Groninger Cultuur

Ingezonden brieven vallen niet onder verantwoordelijkheid

van de redactie.

2 Feith


4 6 8 14

19 20 24 28

2 Voorwoord

Voorwoord van Emme Groot, voorzitter

van het Huis van de Groninger Cultuur

4 Seth Gaaikema: hail gewoon!

Interview met cabaretier Seth

Gaaikema. Hij opent de Dag van

de Groninger Geschiedenis

6 Het leed waarover je leest, is

monumentaal. Hoe kon men leven

met deze ellende?

FEITH interviewt prof.dr. Auke van

der Woud, die op de Dag van de

Groninger Geschiedenis een lezing

geeft over arme achterbuurten

8 Creatief koken in tijden van

schaarste

Bij het uitbreken van de Tweede

Wereldoorlog gingen speciale oorlogskookboeken

als warme broodjes

over de toonbank. FEITH belicht hier

een aantal van

10 Feitelijk en Actueel

Nieuws over diverse activiteiten

en deelnemers op de Dag van de

Groninger Geschiedenis

12 De FEITH 50 van 1852

Top 50 van hoogstaangeslagenen

in de provincie Groningen in 1852

14 Gronings academisch erfgoed

Een aantal objecten uit de collectie

van de Rijksuniversiteit Groningen

wordt belicht

16 PROGRAmmA DAG VAN

DE GRONINGER GESCHIEDENIS

Programmaoverzicht van alle

activiteiten

19 Topvrouw uit verzet

op Groninger Nacht van de

Geschiedenis

Siet Gravendaal-Tammens zal aanwezig

zijn op de Groninger Nacht van de

Geschiedenis op 11 oktober 2012

20 ‘Dagsluiter’ Vissering

FEITH interviewt de natuurvorser

Alex Vissering, die op de Dag van de

Groninger Geschiedenis gaat verhalen

over zijn belevenissen tijdens zijn

‘struintochten’ voor Pronkjewailtjes

inhoud

22 Stuutsiekoorn:

van werkkledij tot lifestyle item

De Groningse benaming voor ribfluweel

of manchester is stuutsiekoorn

24 De kracht van amateurfilm

Het GAVA gaat actief video’s werven

van de laatste 30 jaar

26 Arm en rijk aan boord

van de Titanic

De scheepsramp met de Titanic,

dit jaar 100 jaar geleden, is nog steeds

een zeer bekende tragedie. Onder de

opvarenden bevonden zich ook drie

Nederlanders

28 Ensings afhaalders van soep

Dankzij de Groninger schilder Jan

Ensing zijn er beelden van de arme

Groningers die soep kwamen halen

bij de soepuitdelingen, georganiseerd

door de Commissie tot Spijsuitdeling

30 Column

Column van Frank den Hollander over

het ‘eigentijdse Groningse erfgoedland’

31 Initiatiefnemers

Overzicht van alle organisatoren van

de Dag van de Groninger Geschiedenis

Feith i n h o u d 3


seth Gaaikema:

hail Gewoon!

Hij voelt zich naarmate hij ouder wordt steeds meer Groninger.

Dat gevoel moet in zijn genen zitten. Hij keert terug naar zijn bron.

Via zijn vader, grootvader en verder voorgeslacht belandt hij in

gedachten op een boerderij in Oldehove. Daar liggen zijn ‘roots’,

de wortels van zijn bestaan. De telgen van het boerengeslacht was

het Groningen-gevoel aangeboren. Ze lieten het na en vererfden de

– veelal onuitgesproken – band met het Groningerland. Zo zal het

ook in zijn geval zijn geweest. door Harry Wubs

Seth Gaaikema, foto Hans Banus

Seth Gaaikema zit op een zomerse

dag buiten mijmerend zijn bezoek af

te wachten. Vanuit zijn tuin kijkt hij uit

over het omringende Brabantse land.

De gelijkenis met Groningen dringt

zich op: rust, vergezichten, knotwilgen

en boerengeluiden op afstand. Geen

wonder dat Groningens meest succesvolle

cabaretier ooit zich hier thuis

voelt. En toch… Hoewel hij er al jaren

woont, gaat zijn hart nog regelmatig uit

naar Groningen. “Er zijn daar dingen die

ik geweldig vind. Afgezien van de rust

en de ruimte, kan ik enorm genieten

van de prachtige Romaanse kerken. In

4 Feith


Ansichtkaart Volkshogeschool Oldörp Uithuizen, uitgever Hoff’s Boekhandel, Uithuizen, ca. 1966, collectie RHC Groninger Archieven, 1986-17210

veel dorpen staat er gelukkig nog een.

Als ik er ben, voel ik de historie. En dan

de Menkemaborg. Dat is naar mijn mening

de mooiste borg van Groningen.

Ik vind het nog altijd een voorrecht in

zo’n omgeving te zijn opgegroeid.”

Seth Gaaikema bedoelt dan onmiskenbaar

Uithuizen en ’t Oldörp. Zijn ouders

(beiden doopsgezind predikant én socialist)

lieten op die plek het gemeenschapshuis

met dezelfde naam bouwen

en exploiteerden dit later als volkshogeschool.

In ‘t Oldörp liggen de jeugd

en jonge jaren van Seth Gaaikema. Van

daaruit trok het kind Seth dagelijks naar

school in Oethoezen. Het dialect leerde

hij nooit echt. Thuis spraken zijn ouders

Nederlands tegen hem en op school

deden zijn medeleerlingen dat eveneens

op z’n Hooghollands of wat daar

voor doorging. “Dialect werd tegen mij

niet gebruikt; ik was immers het zoontje

van de dominee!”

Seth – sinds zijn afgeronde studie Nederlands

aan de Rijksuniversiteit Groningen

drs. Gaaikema – ging daarna

zijn eigen weg. Het had gekund, maar

hij werd leraar noch wetenschapper.

Het zullen bezigheden zijn geweest

waarin hij zijn creativiteit niet kwijt kon.

Seth Gaaikema ging op de artistieke

toer, maakte liedjes bij de vleet (voor

onder meer Wim Kan), schreef musicals

en beklom later zelf het podium.

Doopsgezinde kerk Uithuizen, foto M.A. Douma,

1973, collectie RHC Groninger Archieven, 818-15137

Hij stond voor volle zalen, soms dagen

achter elkaar, verraste zijn publiek met

prachtige conferences en fijngevoelige

liedjes. Maar hij draaide ook zijn

hand niet om voor meezingers als Wat

een spreker is die man! en Nooit meer

doen in zijn oudejaarsconferences. Hij

had Groningen toen allang verlaten en

verruild voor Amsterdam. Daar werd hij

al snel in de artistieke adelstand verheven;

hij kreeg het predicaat BN’er of

beter: Bekende Nederlander. Iedereen

kende hem van radio en tv of van zijn

theatershows, iedereen in het wereldje

wilde graag met hem worden gezien.

Toen hij uit Groningen vertrok was Seth

Gaaikema in deze stad al Een Naam. In

1966 – hij was nog niet eens 30 – ontving

hij de culturele prijs van de provincie

Groningen. Sinds zijn verhuizing

bezocht hij zijn geboortestreek vele,

vele malen, privé en vanzelfsprekend

ook als cabaretier. Vanuit Amsterdam

begon echter zijn victorie. In Nederland

werkt dat nu eenmaal zo. Hij had

het er vaak over met de veel betreurde

Toon Hermans, een dierbare vriend van

Seth. “Over de trein die naar Holland

ging, spraken we dan. Hij vertrok vanuit

Sittard naar het gedoe, zoals we het

noemden, ik uit Groningen. We hadden

er hetzelfde gevoel over. Het was zelfs

de basis voor onze vriendschap.”

Voor Groningers is hij nog altijd gewoon

Seth. Het volk kent hem en hij

kent het volk. Het is een mensensoort,

waartoe ook zijn grootvader behoorde.

Die was 60 jaar organist in de doopsgezinde

kerk in Noordhorn en begroette

op een dag een nieuwe predikant

in het dorp. De dominee was naar

grootvaders woorden “hail gewoon”.

Daar was alles mee gezegd en dat was

een groot compliment. “Zo’n opmerking

is een verademing voor mij. Daar

zit alles in, alles klopt. Die geeft aan dat

de nieuwe predikant in het dorp volkomen

op zijn plaats zal zijn.” Seth Gaaikema

is in oktober weer in Groningen

te signaleren. Hij is eregast op de Dag

van de Groninger Geschiedenis. Hij zal

daar Groninger met de Groningers zijn.

‘Hail gewoon’ dus, want die eigenschap

heeft hij ook geërfd.


het leed waarover je leest,

is monumentaal. hoe kon men

leven met deze ellende?

Prof. dr. Auke van der Woud wilde na zijn publicaties over het Ne-

derlandse landschap in de negentiende eeuw aandacht besteden

aan de steden van die tijd. Maar de toenmalige beschrijvingen van

woonomstandigheden van de armen maakten zo’n indruk, dat

hij daarover een boek schreef: Koninkrijk vol sloppen, dat in 2010

verscheen. Over dit onderwerp spreekt hij tijdens de Dag van de

Groninger Geschiedenis. Hij geeft dan ook voorbeelden uit de stad

Groningen. door Jona van Keulen

Van der Woud wil met zijn boek een

breed publiek bereiken en zo concreet

mogelijk verbeelden hoe het leven

in die achterbuurten was. Mijn eerste

vraag aan hem is dan ook, hoe hij die

wereld voor zichzelf opriep, omdat

daar nu bijna niets meer van te zien is.

“Daarvoor heb ik natuurlijk vooral gebruik

gemaakt van gedrukte bronnen

en oude foto’s. Al vanaf ongeveer 1850

kregen artsen en ingenieurs aandacht

voor het leven in de achterbuurten,

veel later ook journalisten. Ze gingen

er kijken en met de bewoners praten,

6 Feith


en schreven daarover. Ze waren sociaal

betrokken personen, die het publiek

wakker wilden schudden, zoals Hélène

Mercier en Aletta Jacobs, die verbanden

legden tussen leefomgeving en de

volksgezondheid.

In Nederland hadden wij geen Dickens,

die al rond 1860 romans schreef over

het ellendige lot van de armen. In Nederland

schreef Israël Querido kort na

1900 vier dikke romans over het leven

in de Jordaan, toen de grootste achterbuurt

van ons land. En van Rotterdam

zijn er ‘prachtige’ foto’s van Henri

Berssenbrugge. Ook zulke bronnen

hielpen me een beeld te vormen. En

ik beschrijf alles ook heel gedetailleerd

om voelbaar te maken hoe men toen in

de stegen en sloppen leefde. Het leed

waarover ik las, is monumentaal en dat

lees je niet als een machine.

Veel arbeiders verhuisden in het laatste

kwart van de negentiende eeuw

naar een stad, in de hoop op werk en

een beter leven. Naar schatting tweevijfde

deel van de bevolking woonde in

achterbuurtjes. Je kunt de toenmalige

situatie vergelijken met de krottenwijken

in de grote steden van de ontwikkelingslanden.

De groei gaat zo snel,

dat het niet lukt om de grote stroom

immigranten goed te huisvesten. Voor

Nederland gold dat ook. De miserabele

woonomstandigheden waren een te

groot probleem om in één generatie

op te lossen. De laatste krotten zijn

pas in de jaren zestig van de twintigste

eeuw gesloopt.

Ik heb me wel steeds afgevraagd hoe

de negentiende-eeuwse burgers die

niet tot de armen behoorden, konden

leven met zo veel Nederlanders

die vaak bijna niet te eten hadden en

soms als dieren waren gehuisvest. De

armen woonden niet in grote aparte

wijken, maar in achterbuurtjes, achter

en tussen de ‘betere’ straten. Iedereen

wist dat ze daar waren, men zag dat als

iets wat bij het leven hoorde; het was

gewoon zo.

In Groningen was de situatie niet anders,

maar in mijn boek besteed ik daar

minder aandacht aan, omdat er betrekkelijk

weinig bronnenmateriaal is. Een

prachtige bron is het boek van de arts

S.E. Stratingh, Groningen als woonplaats

beschouwd. Eene bijdrage tot de

geneeskundige plaatsbeschrijving van

deze stad (1858). Hij mat de woningen

van de armen en de steegjes waar ze

woonden. Hij beschreef de afvoer van

vuilnis en vuil en de schaarse beschikbaarheid

van goed drinkwater. De ar-

Prof.dr. A. van der Woud (1947) was

tot zijn pensionering hoogleraar architectuur-

en stedenbouwgeschiedenis

aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij

schreef bestsellers over Nederland in

de negentiende eeuw. Bekend zijn: Het

lege land (1986), Een nieuwe wereld.

Het ontstaan van het moderne Nederland

(2006) en Koninkrijk vol sloppen,

achterbuurten en vuil in de negentiende

eeuw (2010).

chitect Bonne Kazemier publiceerde in

1941 een artikel over zijn ervaringen in

de achterbuurten van Groningen en de

verbeteringen die de woningwet van

1901 bracht. Hij maakte ook foto’s van

de steegjes en krotten, met de bewoners

erbij.

Ik heb geen onderzoek gedaan naar

inkomen. Alle bewoners van de steegjes

en sloppen waren arm. Verreweg

de meesten waren niet asociaal, maar

deden hun best om fatsoenlijk te leven.

Ze woonden alleen erbarmelijk. Zo las

ik een verhaal over een man die op zijn

werk opmerkingen kreeg, omdat hij

muf rook. Dat kon hij niet helpen: hij

woonde in een kelder en daar was het

altijd vochtig en bedompt; dus roken

zijn kleren daarnaar.

Ik heb gekeken naar de woonomstandigheden:

40% van de bevolking leefde

rond 1900 in éénkamerwoningen en

deelde met vele anderen een privaat

buiten. Zij verbleven altijd in de buurt

van stank en vuil. Het is niet te onderschatten

hoe belangrijk de komst

van schoon water, riolering en wc’s is

geweest. Wij denken wel eens wat te

makkelijk dat onze wereld van nu altijd

zo geweest is.”


creatief koken

in tijden van

schaarste

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog

gingen speciale oorlogskookboeken als warme

broodjes over de toonbank. Ook al was er,

zeker in de beginjaren, nog niet echt sprake van

schaarste, vrouwen moesten er wel rekening mee

houden. Zowel de schrijfsters van de boekjes,

die net als in de Eerste Wereldoorlog ook nu

weer voornamelijk afkomstig waren uit de kring

van de huishoudscholen, als het kopende

publiek deden dit dan ook. door Bettie Jongejan

Zo was bijvoorbeeld het Oorlogskookboek van mevrouw A.

Geurts al in 1940 aan een tweede druk toe. In datzelfde jaar

verscheen Onze voeding in distributietijd van R. Lotgering-

Hillebrand, en wat later verschenen tal van titels als Kookkunst

voor den distributietijd en ten deele ... voor altijd van

C.H.A. Scholte-Hoek en Ons dagelijksch brood. Goede

maaltijden in oorlogstijd van C.J. Ooms-Vinckers. Het meest

volledig is Koken .... Nu! uit 1942.

Overigens blijkt, dat de schrijfsters van de meeste van deze

oorlogsboekjes nog geen volledig beeld hadden van de zich

aandienende schaarste. Zij baseerden zich voornamelijk op

de ervaringen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Zo komen we

in hun recepten nog opvallend veel eieren en vlees tegen.

Overigens waarschuwden de auteurs zelf al, dat de schaarste

er binnenkort wel eens anders uit zou kunnen zien. Geurts

biedt 33 maaltijden met óf een voorgerecht (meestal soep)

óf een nagerecht (gebakken grutjes met stroopsaus, griesmeelpudding

met pruimencompote). De gerechten zijn

simpel, relatief sober en ook niet prijzig.

Heel praktisch gericht is

het 32 pagina’s tellende

boekje Voorschriften en

recepten voor de keuken

in oorlogstijd dat

rond 1941 verscheen.

Onder de tips hoe optimaal

gebruik te maken

van producten die op

de bon waren, valt het

recept ‘Wij verdubbelen

het boterrantsoen’: “Wij

nemen een half pond

boter. Een vierde liter

melk brengen we aan

de kook en laten het in

de melkkoker afkoelen,

waaraan wij een theelepeltje zout toevoegen. We gieten

daarna de melk over de boter en kloppen het mengsel -ongeveer

vijftien minuten- tot de melk geheel in de boter is

opgenomen. Ons half pond boter is daarna een heel pond

geworden; het vetgehalte is natuurlijk niet verdubbeld, doch

wij kunnen er tenminste het dubbele aantal boterhammen

mee besmeren. Wij kunnen de aldus verkregen boter, die

wat lichter van kleur is, desgewenscht met wat boterkleursel

of met een paar druppels wortelsap bijkleuren.”

De kookleraressen konden toen nog niet vermoeden dat

recepten voor tulpenbollen en bietenpulp adequater waren

geweest voor de huisvrouw!


Noodkacheltje. Vrouw met pannetje in de hand bij open

vuurtje. Locatie onbekend. Collectie OVCG, 2219-864

Feith 9


feitelijk

en actueel

de martino’s:

onvervalste

smartlappen

voor arm en rijk

Vleesch noch visch? Mond- of klauwzeer?

Kant noch wal?

De Martino’s, zonder prik of ‘on the

rocks’, altijd in te nemen, boert niet op.

Het songfestival winnen we er niet mee,

Idols zullen het nu nooit meer worden

en voor hun rollatorrijbewijs zijn ze

al drie keer gezakt. De Martino’s met

voor elke stemming een ander lied,

vals of niet, ‘t blijft zuivere emotie.

Ze spelen op gevoel, zingen fonetisch

en klinken waarachtig voor alle gezindten

waar de euro wettig betaalmiddel

is. Nederlands, Fries of Engels. Een

middag opgeleukte treurigheid vol vals

geluk; van smartlap tot rock lied, van

disco tot fiasco. De Martino’s malen er

niet om. Hun handicap is uw geluk.

Gelooft u het?

De Martino’s bestaan uit de volgende

leden:

Mariska Snakenborg - dans & vertier

Trienke Hoogenberg - zang & mandoline

Sido Martens - zang & gitaar

De Martino’s, foto Wim Schrijver

wat u altijd al

wilde weten

over een pand

hulp en advies bij uw huis- en

omgevingsonderzoek

Tijdens de Dag van de Groninger Geschiedenis

zal vanaf 12.00 uur een panel

van deskundigen klaar staan om u

te helpen met al uw vragen over de geschiedenis

van een pand of een andere

woonomgeving.

Het kan daarbij gaan om uw huidige

woning, maar ook om het huis dat u wilt

gaan kopen of net hebt gekocht en wilt

gaan verbouwen. Misschien wilt u teruggaan

in het verleden en iets opzoeken

over het huis waar u bent geboren of de

plaats waar u uw jeugd heeft doorgebracht.

Het kan gaan om een huis, maar

ook om een wijk, een straat of een dorp.

En uiteraard kunnen wij u ook helpen

met onderzoek naar allerlei andere gebouwde

objecten, zoals bedrijfspanden

of monumenten. Onze deskundigen

helpen u graag zoeken in de veelheid

aan bouwdossiers, bouwtekeningen,

kaarten, plattegronden, bouwhistorische

onderzoeken, film- en fotomateriaal en

kadastrale gegevens, waarvan een deel

al digitaal beschikbaar is.

Het panel zal bestaan uit vertegenwoordigers

van RHC Groninger Archieven,

de Dienst Ruimtelijke Ordening en

Economische Zaken van de gemeente

Groningen, het Kadaster en een bouwhistoricus.

10 f e i t e l i j k en ac t u e e l Feith


Foto Marij Kloosterhof

informatie- en

boekenmarkt

Zoals elk jaar is er ook dit jaar gelegenheid

voor culturele verenigingen en

erfgoedorganisaties om zich te presenteren

en voor boekhandelaren en

antiquaren om hun aanbod te verkopen.

Een bekend gezicht op de historische

informatiemarkt is Henk Nieborg

uit Scharmer-Harkstede.

“Zo lang die markt bestaat, hebben we

die nog geen enkele keer gemist”, zegt

Foto Marij Kloosterhof

Henk Nieborg. Het leukst vindt hij het

informeren van mensen – zijn vereniging

wordt daar zelf ook wijzer van. “In

de vraag zit altijd informatie opgesloten.

Soms levert iemand een oude foto

aan en dan mogen wij zeggen wie erop

staan. En dan vertelt zo iemand wat er

bij hem of haar bekend is. We verkopen

ook wel boeken en tijdschriften, maar

dat is niet de hoofdzaak. Dat zijn de

contacten, ook met mensen van andere

historische verenigingen. Daarbij

doe je nog wel eens ideeën op voor

lezingen of excursies.”

Nieborg is bijna gepensioneerd leraar.

Ooit begonnen met genealogie, raakte

hij gegrepen door de geschiedenis van

zijn streek, het tweelingdorp Harkstede-Scharmer.

Vanaf het begin - 1995

- zit hij bij de lokale historische vereniging,

de oudste van de gemeente

Slochteren. “Officieel ben ik secretaris”,

zegt hij, “maar eigenlijk is dat bijzaak.

Het maken van het blad, daar gaat veel

meer tijd in zitten.” Hij schrijft stukken

en doet de opmaak. Bovendien werkt

hij momenteel aan een boerderijenboek

dat met een beetje geluk eind

2013 uitkomt.

Gevraagd naar bijzondere ervaringen

op de Dag van de Groninger Geschiedenis,

herinnert hij zich een lezing van

wijlen Kees Hartenhof. De oud-landbouwer

uit Slochteren zocht in het

voorjaar, als het geregend had, stenen

op zijn land. “Hij had handen als kolenschoppen

en ik zie daar nog zo’n

pijlpuntje in liggen. Hij vertelde over

een proef met zo’n pijlpunt: “Hai gong

dwaars deur ’t swien hèn”, zei hij.”


De Quote 500 is in vrij korte tijd een

begrip geworden. Slechts weinig

Nederlanders zullen deze lijst van

rijkste landgenoten niet kennen.

Haar faam dankt de lijst mede

aan de discussies die ze los-

maakte. Dat Quote er de privacy

van de superrijken mee schond, en mogelijk zelfs delicten als ontvoering uit-

lokte, stond voor velen buiten kijf. Vanuit een dergelijke bezorgdheid zijn er in 2006

zelfs nog Kamervragen over gesteld. door Albert Buursma en Harry Perton

Toch blijkt er, historisch beschouwd,

weinig nieuws onder de zon. Medio

negentiende eeuw bevatten alle regionale

kranten jaarlijks lijstjes van alle

hoogstaangeslagenen in hun provincies.

Uit deze mannen die de hoogste

bedragen betaalden aan directe belastingen,

destijds primair grondbelasting,

Grootegast

Nr. 26, de uit de stad afkomstige notaris jhr. Johan

Wichers Quintus (1807-1864), was als telg uit een

regentenfamilie en jurist voorbestemd voor een

politieke carrière. Zowel zijn vader als schoonvader

was Tweede Kamerlid. Zelf werd hij in 1843 statenlid,

in 1845 raadslid en in 1862 Eerste Kamerlid.

Nog maar kort in die functie overleed hij, geroemd

om zijn ijver, bescheidenheid en hulpvaardigheid.

Hij had vooral land in het Oldambt, maar ook wel

elders in de provincie.

moesten de Provinciale Staten vanaf

1849 de leden van de Eerste Kamer kiezen.

De namen van deze hoogstaangeslagenen

waren openbaar, omdat

het om publieke functies ging.

In Groningen ging het in 1852 om 63

namen. De eerste 50 hebben we hier in

Jhr. mr. Johan Wichers Quintus. Foto: Parlementair Documentatie Centrum, Universiteit Leiden

Ulrum

Grijpskerk

Marum

Kloosterburen

Oldehove

Oldekerk

Zuidhorn

Leek

Leens

Eenrum

Ezinge

Aduard

Baflo

Winsum

Hoogkerk

Warffum

Adorp

Groningen

Uithuizen

Uithuizermeeden

Usquert

Bedum

Kantens

Middelstum

Noorddijk

Haren

Stedum

Ten Boer

Harkstede

‘t Zandt

Loppersum

Appingedam

Siddeburen

Noordbroek

Veendam

Wildervank

Woongemeenten van

de hoogstaangeslagenen.

Delfzijl

Nieuwe

Pekela

Termunten

Midwolda

Scheemda

Sappermeer

Zuidbroek

WesterWin- Hoogezand Muntendam Meeden leeschoten feith50

VAN 1852

Slochteren

Bierum

Onstwedde

Wedde

Vlagtwedde

kaart gebracht. Waar woonden ze, wat

waren hun beroepen en hoe zat het

met hun macht op nationaal, provinciaal

en lokaal niveau?

Allereerst de geografische spreiding.

Het blijkt, dat de ‘Top 50’ vooral geworteld

is in de top van de provincie:

de gebieden vlakbij het wad met

uitgestrekte kwelders en polders; jonge

aanwas met een florerende teelt

van gewassen als koolzaad en granen.

De ‘oude’ kleigebieden van Hunze en

Fivel zijn herkenbaar als witte vlekken

op de kaart en dat geldt ook voor de

nog armere gronden van het zuidelijk

Westerkwartier, de Woldstreek, de

Veenkoloniën en Westerwolde.

Een opvallende concentratie van vijf

hoogstaangeslagenen treffen we aan

12 Feith

Nieuwwolda

Oude

Pekela

Finsterwolde

Beerta

Bellingwolde

Nieuweschans

Bourtange


in de gemeente Usquert. Deze evenaart

daarmee bijna de veel meer

zielen tellende stad Groningen. Deze

spreiding heeft alles te maken met de

aard van het grondbezit. Afgezien van

de jonge landaanwinningsgebieden

in de kuststrook waren er elders ook

goede landbouwgronden, maar vaak

ging het daarbij om boerenbedrijven

met beklemmingen die minder geld –

en belasting – opleverden dan de ‘vrije’

aanwasgebieden.

Bij een grove indeling van de hoogstaangeslagenen

naar beroepen vallen

deze uiteen in vier groepen. Het leeuwendeel

- 70% - vormen de landbouwers.

Op een gedeelde tweede plaats

- ieder 10% - komen de ‘jonkers’/grootgrondbezitters

en de juristen: advocaten

en notarissen. Daarna komt een

restgroep met onder meer een fabrikant,

een paar leden van het patriciaat

en een collecteur der belastingen. Zo

beschouwd was het gewest Groningen

een waar bolwerk van herenboeren.

Nummer 1 met stip was niet voor niets

Geert Reinders met het megaboerenbedrijf

‘Groot Zeewijk’ ter grootte van

200 bunder en met 40 man personeel

in de Noordpolder. De macht van de

jonkers – met veelal beklemd grond-

bezit – was tanende. Een exponent was

de ‘Dolle Jonker’, Ferdinand Foleff van

In- en Kniphuisen op Nienoord. Aangezien

belastingheffing voornamelijk

was gebaseerd op grondbezit kwamen

rijke fabrikanten zonder veel landerijen

niet in de lijsten voor. Een uitzondering

vormde de stad-Groninger tabaksfabrikant

Lieftinck.

Vergelijking van de Top 50 met de Groningse

Regeringsalmanak uit 1852 leert,

dat 22 van de 50 politieke functies bekleedden,

dus bijna de helft. Beide Eerste

Kamerleden uit Groningen behoorden

tot de hoogstaangeslagenen, maar

dat was gezien het passieve kiesrecht

ook geen wonder. Van de 4 Tweede

Kamerleden stond er 1, alweer Geert

Reinders uit Warffum, op de lijst met

rijkaards. Dat is 25%. Verder kwamen 7

van de 45 Groninger statenleden voort

uit de hoogstaangeslagenen, dus 17%.

Op lokaal niveau vinden we dan nog 3

van de 57 burgemeesters (zeg 5%, die

van Ezinge, Loppersum, Winschoten)

terug op onze naboblijst, naast 5 wethouders

en 12 raadsleden (inclusief die

wethouders). Kortom, hoe hoger het

echelon, hoe meer de politieke functies

werden bekleed door hoogstaangeslagenen.

Vooral op nationaal en provinciaal

niveau was hun invloed groot. Maar

lokaal moeten we hun formele macht

niet overdrijven. Hier heerste geen volstrekte

plutocratie.


tentoonstellinG

GroninGs

academisch

erfGoed

Tijdens de Dag van de Groninger Geschiedenis is een expositie

ingericht met bijzondere objecten uit de collectie van de

Rijksuniversiteit Groningen. door Rolf ter Sluis en Gerda Huisman

Kroniek van het klooster Bloemhof

te Wittewierum

De Universiteitsbibliotheek toont de

beroemde kroniek van het klooster

Bloemhof te Wittewierum. Ruzies met

buren en bisschoppen, oorlogen en

kruistochten, epidemieën en overstromingen,

het wel en wee van abten

en monniken: deze en nog veel

meer onderwerpen komen aan bod in

de Kroniek van Wittewierum. Met hun

Ommelander klooster als middelpunt

beschrijven de auteurs, de abten Emo

en Menko, de geschiedenis van Europa

in hun tijd, de dertiende eeuw. Omdat

zij deel uitmaakten van een groot netwerk,

onder meer opgebouwd tijdens

Emo’s reis naar Rome, wisten zij goed

wat er in de wereld speelde. Niet alleen

dat maakt de tekst tot een uniek

historisch document, Emo beschrijft

bovendien zijn persoonlijke gedachten

en zielestrijd, zodat het boek deels ook

een autobiografie is.

Uit de collectie van het Universiteitsmuseum

worden vier objecten getoond

die symbool staan voor belangrijke

ontwikkelingen in de verschillende

wetenschappelijke disciplines die aan

de Groninger Universiteit werden en

worden onderwezen.

Wagentje van Stratingh

Sommige zaken komen tot stand, omdat

iets anders niet werkt of vervelende

bijeffecten kent. Zo ook het elektrische

wagentje van hoogleraar Stratingh. Hij

had in het begin van de negentiende

eeuw een stoomwagen ontwikkeld,

maar deze had te weinig vermogen en

maakte veel lawaai. Hij wilde een stiller

apparaat ontwerpen en kwam als een

van de eersten ter wereld met een prototype

van een elektrisch voertuig.

14 Feith


Verlostang van Boerma

Deze arts-assistent verloskunde werkte

in Groningen aan de Munnekeholm

waar tot 1903 het Academisch Ziekenhuis

was gevestigd. Boerma merkte

dat veel verlostangen groot waren en

vooral veel te hard in het hoofdje van

een baby knepen tijdens een tangverlossing.

Een bestaande tang paste hij

aan; hij maakte deze korter en veranderde

de uiteinden. Daardoor kon niet

echt meer hard geknepen worden met

de tang en was deze daarnaast geschikt

Geboortemodel van Auzoux

Anatomie is een belangrijk onderdeel

van het medisch onderwijs. In de negentiende

eeuw werd het mogelijk met

nieuwe materialen (in dit geval papiermaché)

levensechte modellen te maken

die het onderwijs ondersteunden.

Dit model, een van de oudste in Nederland,

werd waarschijnlijk ook door

Aletta Jacobs bekeken tijdens haar opleiding

tot arts in Groningen.

Heymans

De hoogleraar Psychologie Heymans

werd beroemd, omdat hij het experiment

invoerde in zijn onderzoek.

Daarmee wist hij harde data te vergaren

waarmee hij zijn onderzoeksvragen

kon uitwerken en beantwoorden.

Heymans werd vooral ook beroemd

door zijn onderzoek naar het menselijk

karakter. Dit apparaat, de Zöllnerillusie,

was een testinstrument om optische illusies

te onderzoeken.


proGramma daG van de

Cascadeplein 4 11.00 11.15 11.30 11.45 12.00 12.15 12.30 12.45 13.00 13.15 13.30

Podium

Centrale Hal

Optreden

Martino’s

Studiezaal

Kantine

1 e verdieping

Het EI,

1 e verdieping

Kamer 1.15

1 e verdieping

Kamer 1.16

1 e verdieping

Kamer 1.19

1 e verdieping

Depot*

Cascadeplein 10 11.00 11.15 11.30 11.45 12.00 12.15 12.30 12.45 13.00 13.15 13.30

Hal

Expositie over Fongers-fietsen + tentoonstelling door het Streekhistorisch Centrum Stadskanaal rond bedrijvigheid in de

Kantine

Zaal 1

(lezingen)

Zaal 2

(lezingen)

Opening door

cabaretier

Seth Gaaikema

Informatiemarkt*

Expositie rondom de soepuitdeling met voorwerpen uit het Groninger Museum

Expositie van Kroniek van Emo (UB) en voorwerpen uit het Universiteitsmuseum

Boekenmarkt*

Optreden

Bert

Hadders

en ukelelespelers

Act Heerlijkheid

Harssens

WiGeDok* Interview met

middenstanders

Pandenpanel* – hulp en advies bij huis- en omgevingsonderzoek

‘Arme achterbuurten’

door Auke van

der Woud

‘Leven in stadspaleizen

en krotwoningen’.

Huisvesting en

levensomstandigheden

van arme en

rijke Stadjers in ca.

1600-1940’ door

Albert Buursma

Act Heerlijkheid

Harssens

Buiten 11.00 11.15 11.30 11.45 12.00 12.15 12.30 12.45 13.00 13.15 13.30

Boonstrawandeling*

o.l.v.

Michael Hermse

Boonstra-wandeling

Stadswandeling*

door Paulien

Ex(cursions)

Stadswandeling Stadswand

Busexcursie* o.l.v.

stadshistoricus

Jan van den Broek

Busexcursie Busexcurs

* zie volgende pagina. Programma is onder voorbehoud. Zie voor de laatste stand van zaken: www.dagvandegroningergeschiedenis.nl

16 Feith

Workshop

Rondleiding Rondleidin

‘Pronkjewailtjes’

door Alex Vissering

‘Met de D van de

diaconie op de

mouw’. Een schets

van armen en

armenzorg in Oost-

Groningen door

Harry Perton

Optreden Safari Joe


GroninGer Geschiedenis

13.45 14.00 14.15 14.30 14.45 15.00 15.15 15.30 15.45 16.00 16.15 16.30 16.45

Nico Herwig*

g Rondleiding Rondleiding

13.45 14.00 14.15 14.30 14.45 15.00 15.15 15.30 15.45 16.00 16.15 16.30 16.45

kanaalstreek.

Debat over verschillen in arme

en rijke wijken*

‘Arme achterbuurten’

door Auke van

der Woud

‘Kasboek Fraeylemaborg’.

over de

borg familie en haar

personeel door

Henny van Harten

13.45 14.00 14.15 14.30 14.45 15.00 15.15 15.30 15.45 16.00 16.15 16.30 16.45

eling Stadswandeling

ie Busexcursie

Interview met

middenstanders

Optreden Martino’s Mode- Optreden

Groninger

Optreden Safari Joe

show Bert

Geschiedenisquiz*

Stuutsie- Hadders

koorn en ukelelespelers

Boonstra-wandeling

Workshop Nico Herwig*

‘Met de D van de

diaconie op de

mouw’. Een schets

van armen en

armenzorg in Oost-

Groningen door

Harry Perton

‘Leven in stadspaleizen

en krotwoningen’.

Huisvesting en

levensomstandigheden

van arme en

rijke Stadjers in ca.

1600-1940’ door

Albert Buursma

‘Pronkjewailtjes’

door Alex Vissering

‘Kasboek Fraeylemaborg’.

over de

borg familie en haar

personeel door

Henny van Harten

Feith 17


proGramma daG van de

GroninGer Geschiedenis

Programma is onder voorbehoud. Zie voor de laatste stand van zaken: www.dagvandegroningergeschiedenis.nl

cascadeplein 4

Debat

Debat met wethouder Jannie Visscher, GGD-expert

Edward Mackenzie en historica Minie Baron over

verschillen tussen bewoners van ‘arme en rijke’ wijken in

ouderdom, leefgewoonten, opvoeding, scholing enz.

Groninger Geschiedenisquiz

Reinder Smith van RTV Noord presenteert de Groninger

Geschiedenisquiz, de jaarlijkse quiz over hoogteen

dieptepunten uit de Groninger historie.

Informatiemarkt

Groninger historische en culturele presenteren zich op de

informatiemarkt. Verder verzorgen de N.G.V., afd. Groningen

en een aantal Groninger gemeentearchieven genealogische

presentaties rond het thema ‘arm en rijk’ en is het

mogelijk een aantal afleveringen uit de tv-serie Verborgen

Verleden te bekijken. Daarnaast is er een tentoonstelling

over stuutsiekoorn.

Pandenpanel – hulp en advies bij huis- en omgevingsonderzoek

Een panel van deskundigen staat met een aantal korte

voordrachten klaar om u te helpen met al uw vragen over

de geschiedenis van een pand of woonomgeving.

WiGeDok

Het bedrijfsarchievenproject WiGeDok belicht de kleine

middenstand. Voor meer informatie over het project

www.wigedok.eu.

Workshop ‘Hoe vertel ik het aan mijn publiek’

De workshop van Nico Herwig laat de deelnemers oefenen

met de kunst van het boeien van ‘hun’ publiek. Via oefeningen

wordt duidelijk wat wezenlijk is bij het vertellen van

een verhaal. Ook krijgen de deelnemers zicht op hoe een

goed verhaal in elkaar zit. Een paar deelnemers worden in

de gelegenheid gesteld om ‘hun’ verhaal te bewerken en

daarna te vertellen aan de andere deelnemers. Dus wilt u

op verhaal komen, kom dan naar deze workshop.

cascadeplein 10

Boekenmarkt

Boekhandelaren en antiquariaten verkopen boeken over de

Groninger geschiedenis en het Groninger erfgoed.

overiGe activiteiten

• Museumschip Emma van het Noordelijk Scheepvaartmuseum

ligt bij de sluis in de Zuiderhaven t.o. de Groninger

Archieven en maakt korte tochtjes

• In het kader van het project van de Groninger Archieven

rond historische kentekens zijn enkele particuliere

oldtimers en oude trucks van Groninger transportbedrijven

te zien op het parkeerdek

• Om te proeven, soep op het Parkeerdek, in het bijzonder

Rumfordsoep en vegetarische soepen van Soepzooi

• Oldambtster poffertjes op het Parkeerdek

• Boonstra-wandeling o.l.v. Michael Hermse langs

locaties uit het boek Groningen 1948-1968, samengesteld

uit foto’s uit de collectie van het fotopersbureau

P. Boonstra, duur 1 uur, vertrek om 12.30 en 14.30 uur

vanaf de Groninger Archieven

• Stadswandeling door Paulien Ex(cursions) naar omgeving

Westerhaven in het kader van het thema Arm en Rijk,

duur 1 uur, vertrek om 12.00 , 13.30 en 15.00 uur vanaf

de Groninger Archieven

• Excursie met een historische bus uit het Nationaal Busmuseum

te Hoogezand o.l.v. stadshistoricus Jan van den

Broek naar bezoekerscentrum Buitenplaats Reitdiep van

het Groninger Landschap, duur 1,5 uur, vertrek om 12.00

en 14.00 uur vanaf de Groninger Archieven

• Rondleidingen door het depot van de Groninger Archieven,

duur 50 minuten, beginnend om 12.30, 13.30, 14.30

en 15.30 uur

Voor de wandelingen, busexcursie en rondleidingen geldt: opgave

op de dag zelf bij de receptie van de Groninger Archieven.

Catering

Vergaderzaal en Koffieruimte Cascadeplein 4

11.00 - 17.00 uur Koffie, thee, frisdrank en kleine versnaperingen

zijn te koop in de Koffieruimte. Astoria uit Haren

biedt lunchmaaltijden aan in de Vergaderzaal.

18 Feith


topvrouw uit verzet

op GroninGer nacht

van de Geschiedenis

Siet Gravendaal-Tammens (nu 98 jaar) zat als enige vrouw in de

top van het Groningse verzet. Toen tijdens de bezetting de Joden-

vervolging begon, besloot de lerares aan een BLO-school in Gronin-

gen hulp te gaan bieden. door Arine Mentink

Ze regelde bonnen voor onderduikers

en nam met haar collega-verzetsmannen

beslissingen over liquidaties van

Duitsgezinden. Vóór een liquidatie kon

ze er wakker van liggen, maar als het

besluit unaniem genomen was door de

vijfhoofdige verzetsstuurgroep, moest

het wel een goede beslissing zijn en

twijfelde ze niet meer.

In juni 1944 werd Siet verraden en gearresteerd.

Ze werd door de Sicherheitsdienst

Groningen ter dood veroordeeld,

maar het vonnis werd niet

uitgevoerd. Het laatste

oorlogsjaar werd

Na de oorlog, in 1947, vertrok

Siet naar Curaçao. Hier

zit ze aan het strand. Privécollectie

Siet Gravendaal-

Tammens

ze gevangengehouden op Borkum. Na

de oorlog raakte ze bijzonder teleurgesteld

over de terugkeer van de verzuilde

structuren, terwijl er in het verzet juist

zo eendrachtig was samengewerkt. Ze

vertrok naar Curaçao.

Siet Gravendaal-Tammens wordt op de

Nacht van de Geschiedenis door Liefke

Knol geïnterviewd over de veranderende

beeldvorming over en waardering voor

het verzet na de Tweede Wereldoorlog.

Daarbij worden filmfragmenten getoond

uit: Verzet in

Groningen (GAVA),

Het meisje met het

rode haar, Pastorale

43 en De aanslag.

Deze fragmenten

illustreren vier ver-

Siet als onderwijzeres van de BLO-school in Groningen, tijdens de

Tweede Wereldoorlog. Privécollectie Siet Gravendaal-Tammens

schillende visies op verzetslieden: verzetslieden

als heroïsche figuren uit een

jongensboek, als idealistische wereldverbeteraars,

als aanmodderende amateurs

en als plegers van zinloos geweld.

De Groninger Nacht van de Geschiedenis

is een jaarlijkse activiteit van

het Groninger Forum en studievereniging

Ubbo Emmius. Een hele avond

wordt stilgestaan bij actuele historische

trends, oud nieuws en nieuw

onderzoek. Jelle Brandt Corstius zal

de avond openen. Onder anderen

James Kennedy, Rutger Bregman,

Jouke Turpijn, Egge Knol en Ad Geerdink

maken hun opwachting. ‘CSI Delft’ komt

langs, met hun nieuwe onderzoek naar

de moord op Willem de Zwijger. Ook

moet u beslist een bezoek brengen aan

het ‘kerkhof van gevallen helden’ in de

kelder van ForumImages!


Alex Vissering, foto Mieke Riezebos

‘daGsluiter’

visserinG

20 Feith


’t Is net als in de begintijd van de Nederlandse televisie: als besluit van de avond één man in beeld, een

pastoor of een dominee. De teksten waren soms vermanend, maar meestal troostend. En de kijkers

keken in grote getale! Ook RTV Noord heeft nu zijn ‘dagsluiter’, maar dan anders. Alex Vissering vertelt

als besluit van elke uitzending over zijn belevenissen in de Groninger natuurwereld. Hij, buitenmens

bij uitstek, weet daarin de weg. Het is dat lichamelijk ongemak hem tegenwoordig tot een kantoor-

baan dwingt, anders zou hij nog steeds dagelijks rondstruinen in het vrije veld, muskusratten

vangend, vogels observerend en zijn oog laten vallen op alles wat fladdert, groeit en bloeit.

Geen zorgen, helemaal verdwenen uit het Groninger landschap is hij niet. Dagelijks laat hij de

kijkers van RTV Noord genieten van zijn Pronkjewailtjes. door Harry Wubs

In een mini-item van anderhalve minuut vertelt hij over het

wel en (soms) wee in de natuurgebieden van de stichting Het

Groninger Landschap en de provincie Groningen. Sinds dit

jaar zijn ook het waterschap Hunze en Aa’s en Groningen

Seaports sponsors van het programma en zo komt het dat

Alex nu ook aan de Groninger zeedijk is te vinden, van waar

hij de kijker informeert over de opbouw van de deltadijken,

over de hoogste waterstand ooit bij De Fiemel in 2006 of ter

plekke aan de waddenkust in de weer is met glasaaltjes. Op

zijn eigen wijze hoopt hij de interesse te wekken voor de Groninger

natuur en natuurgebieden en wat zich daarin afspeelt.

Het idee voor het programma kwam overigens van Moomba

Media, een productiebedrijf dat programma’s voor RTV Noord

aanbiedt en opneemt. Directeur Jaap Alkema zocht een presentator

voor de Pronkjewailtjes. Er waren twee eisen: deze

man of vrouw moest kijk op de natuur hebben en bovendien

Gronings spreken. Tja, en dan kom je in het Groningerland al

snel bij Alex Vissering terecht. “Het is de bedoeling met het

programma de kijkers te verrassen. Dat lijkt ons aardig te zijn

gelukt, want deze opzet sloeg direct aan. Er wordt veel naar

gekeken, eigenlijk direct vanaf het begin.”

De Pronkjewailtjes lijken hem op het lijf geschreven. Alex Vis-

sering presenteert ze met – naar het lijkt – speels gemak. Hij

is duidelijk in zijn element. “Denk nu niet,” nuanceert hij, “dat ik

alles weet van wat ik vertel. Ik moet het vooral van de kennis

van anderen hebben, van de rayonbeheerders van de gebieden

die ze onder hun hoede hebben. Zij weten enorm veel van

het gebied waarin ze werken. Daar profiteer ik optimaal van.”

Soms ontpopt Alex Vissering zich als een moderne Willy

Wortel. Voor eigen gebruik heeft hij een soort autocue in elkaar

geknutseld, een soort ‘leesbalk’ op de camera, die voor

hem een geheugensteun vormt. En dan wil het nog wel eens

gebeuren, dat hij in alle haast zijn leesbril is vergeten, waardoor

hij onverwacht op eigen improvisatie is aangewezen.

Het zijn bij Alex Vissering overigens niet alleen de natuur en

natuurgebieden wat de klok slaat. Ook begeeft hij zich graag

op het terrein van de cultuurhistorie. Wanneer hij bijvoorbeeld

in het Oldambt een Pronkjewailtje opneemt belicht

hij het grote verschil tussen arm en rijk, dus tussen arbeiders

en boeren, dat ooit in deze streek bestond. Het schrijnende

ervan is er gelukkig allang af, maar wel is het verschil in

‘stand’ nog steeds zichtbaar aan de bebouwing in het Oldambt:

boerderijen als paleizen naast kleine arbeidershuisjes.

En min of meer terloops lijkt hij bij de grotendeels afgegraven

wierde in Ezinge te vertellen, dat de vrijkomende grond

werd benut om de arme veenkoloniale en Drentse gronden

te bemesten. Het is echter allerminst toevallig, de natuurvorser

Vissering levert op deze manier een bijdrage aan het

overdragen – ook al is het in een notendop – van stukjes

cultuurhistorie.

Maar zijn hart gaat in de hoogste versnelling wanneer hem

wordt verteld, dat er ergens een bijzondere vogel zit. Begin

juli was het weer zover. Rayonbeheerders ergens in Groningen

vertelden hem van twee zeldzame vogels die waren gesignaleerd,

de witwangstern en de buidelmees. Dan is Vissering

op zijn best, kan hij bijna niet wachten tot de opnamedag

waarop hij de vogels hoopt te zien. Hij hoopt natuurlijk dat de

kijker zich zijn enthousiasme dan kan voorstellen.

Alex Vissering beleeft natuurlijk veel meer tijdens zijn ‘struintochten’

voor de Pronkjewailtjes. Daarover gaat hij vertellen

op de Dag van de Groninger Geschiedenis.

Feith 21


stuutsiekoorn:

van werkkledij

tot lifestyle item

Ribfluweel of manchester is een zacht katoenen poolweefsel met

een neerwaartse vleug en ribbels in de stoflengte. De stofnaam is

omstreeks 1858 bedacht door een vindingrijke man in Manchester,

Engeland, waar de stof vroeger veelvuldig werd gefabriceerd.

Manchester heet in het Gronings mesester. door Patricia Ottay

Ribfluweel is in het Gronings stuutsie-

koor(n), konnerstuutsiekoor(n), striepsiekoorn

of ommejas. De laatste benaming

verwijst naar de Noord-Franse

stad Amiens. Koor is afgeleid van koord

of ribbel: een verwijzing naar een geribbelde

stof waarbij de ribbels heel

dicht tegen elkaar aanliggen. Ook wel

constitutiekoord genoemd, vandaar de

naam stuutsiekoor of konnerstuutsiekoor.

Het Engelse woord constitution

betekent o.a. samenstelling. Andere

Groningse, maar ook Drents verwante

benamingen zijn (s)triepkoor (trijpkoorden)

of koorstreep.

Van marktwaar naar vakkleding

Stuutsiekoorn werd in de achttiende

en eerste helft negentiende eeuw verwerkt

tot werkkleding voor landarbeiders,

ambachtslieden en fabrieksmedewerkers.

De stof werd in Groningen

onder meer verkocht door kiepkerels,

Noord-Duitse marskramers die van de

zeventiende tot begin twintigste eeuw

door Noord-Nederland trokken. Hun

koopwaar vervoerden ze in een mand

(in het Nedersaksisch kiep genoemd)

die ze op de rug droegen.

In Groningen werd stuutsiekoorn werk-

kleding rond 1925 verkocht bij Het Vak-

kledinghuis in de Oude Ebbingestraat.

Werknemer (kolensjouwer) in stuutsiekoorn

werkkleding. Fa. Verenigde Kolenhandel

Borgesius & Uithof, Stad, winter 1962 - 1963.

Foto (uitsnede) Fotobedrijf Piet Boonstra,

www.beeldbankgroningen.nl, 1785-28921

22 Feith


Het Vakkledinghuis had een grote collectie

manchester jassen en broeken,

veelal afgezet met leren stukken, voor

lieden die buiten werkten. Harry Hensen,

oud-eigenaar van Het Vakkledinghuis,

hielp vanaf 1943 als achtjarige

jongen mee in de winkel van zijn vader.

Hij herinnert zich nog de zogenaamde

klettervesten. “Een kort vestje, dubbelrij

knoops, gespen en smalle zakjes. De

jasjes werden vaak gedragen door boderijders,

die pakjes en boodschappen

op briefjes rondbrachten. Die briefjes

stopten ze in hun zakjes, gaven ze af

bij het juiste adres en ook bij Het Vakkledinghuis.”

De klettervesten worden

nog altijd in opdracht gemaakt voor

Het Vakkledinghuis. De prijzen zijn

meegegaan met de tijd: in de begintijd

kostte een manchester broek een gulden

en een manchester jas twee gulden

vijfennegentig; tegenwoordig kost

een klettervest honderdvijftig euro.

Typisch Gronings is volgens Hensen de

kleur drab. “De kleur is te omschrijven

als donkerbeige, haast okerachtig. Arbeiders

in Groningen liepen meestal

rond in drabkleurig manchester. Zwart

was een algemene kleur die overal in

Nederland en in het Westland werd gedragen

door boderijders en kolensjouwers.

Blauw, grijs en bruin kwamen pas

na de oorlog in de mode.”

De stof stuutsiekoorn werd in Neder-

land gemaakt door de textielfabriek

Schuttersveld van de gebroeders Van

Heek in Enschede. Een bekende landelijke

fabrikant van stuutsiekoorn maatkleding

was P. Ordelman (Zutphen). Het

Vakkledinghuis had voor het maken

van stuutsiekoorn kleding twee eigen

kleermakers uit Groningen in dienst:

Poelstra en Zijlstra. In Stadskanaal was

er vanaf 1947 de bedrijfskledingfabriek

J.B. Goes, een in Noord-Nederland

bekend kledingbedrijf dat onder meer

ribfluwelen werkbroeken en jassen

vervaardigde. Op het kledinglabel

stond de afkorting GS vermeld: Goes

Stadskanaal. Maar GS was ook een

kwaliteitsmerk voor een onverslijtbaar

fabricaat: Geweldig Sterk.

In de mode

Rond 1960 verdween manchester als

werkbroek door de komst van de spijkerbroek.

Ook de jeugd droeg spijkerkleding,

het was de periode van de

nozems en de mods. Vanaf eind jaren

zestig en in de jaren zeventig waren het

de linkse politici en welzijnswerkers die

Landarbeider in stuutsiekoorn werkkleding, uit

Van Bombazijn tot Fluweel – 100 jaar Schuttersveld

Gebroeders van Heek, 1959

stuutsiekoorn droegen. Groninger vak-

bondsman en politicus Fré Meis werd

vaak gezien in ribfluwelen kostuums.

Een stevig manchester maatpak was

veelzeggend voor het daadkrachtige

en sociale imago dat linkse politici naar

het volk wilden uitstralen.

Vanaf de jaren zeventig werd corduroy

een modebegrip. Trendy broeken en

jassen werden vervaardigd van de stof

die, door de opwaartse vleug, zachter

en vaak mooier van kleur was dan de

oude manchester stof.

In Groningen wordt nog altijd authentiek

stuutsiekoorn verkocht bij Het

Vakkledinghuis. De moderne variant

corduroy is onder andere verkrijgbaar

bij de trendy kledingzaak Simsalabim in

de Folkingestraat.

Fanclub

In 2005 werd in New York een club

voor liefhebbers van corduroy opgericht:

The Corduroy Appreciation

Club. Groningen heeft sinds oktober

2011 de Stuutsiekoorn Facebookgroep.

Radioproducent en –technicus Rolf

Schreuder is geestelijk vader hiervan.

Tijdens een uitzending van Radio Noord

Twij deuntjes veur ain cent kwam Rolf

in een Roemeens stuutsiekoorn jasje de

studio binnenlopen. Presentator Henk

Scholte was onder de indruk van de

snit. Na een enthousiast gesprek over

stuutsiekoorn plaatste Rolf een foto

van zijn outfit op Facebook. Binnen

korte tijd was de Facebookgroep een

feit. Een jaar verder kent de groep 170

enthousiaste stuutsiekoorn-vrienden.

Dag van de Groninger Geschiedenis

Het Verhaal van Groningen en het Huis

van de Groninger Cultuur besteden

tijdens de Dag van de Groninger Geschiedenis

extra aandacht aan stuutsiekoorn.

De dresscode van de dag is

stuutsiekoorn en er is een themamodeshow.

Ook worden er videoportretten

vertoond met persoonlijke verhalen

over stuutsiekoorn.

Op www.verhaalvangroningen.nl zijn

meer verhalen en herinneringen te lezen

over het onderwerp stuutsiekoorn

en de textielindustrie in Groningen.

Bronnen:

- Van Bombazijn tot Fluweel – 100 jaar Schuttersveld

Gebroeders van Heek – Harriët

Freezer (Enschede, 1959)

- http://corduroyclub.com

- Kiepkerels: www.veenkoloniaalmuseum.nl

- Interview Harry Hensen, oud-eigenaar Vakkledinghuis

- Interview Marianne Goos, dochter eigenaar

bedrijfskledingfabriek Goes Stadskanaal

Feith 23


Er ontbreekt iets in het archief. De collectie is

nog lang niet compleet. In de jaren tachtig en

negentig van de vorige eeuw zijn steeds meer

mensen gaan filmen op video en werden er

vele uren meer gefilmd dan in de jaren daar-

voor op Super8 en 8mm film. door René Duursma

de kracht van

Het medium film/video werd democratischer, omdat het

goedkoper werd in aanschaf en gemakkelijker in gebruik. Iedereen

kon filmen, maar video is wel veel kwetsbaarder dan

film. Een film uit 1925 kunnen we in 2025 nog wel afspelen,

maar een video uit 1980 in 2010 soms al niet meer. Ook het

overzetten op DVD biedt geen soelaas voor de langere termijn.

DVD’s zijn voor een archief geen betrouwbare drager.

Daarom wil GAVA nu de nadruk leggen op het verzamelen

van juist die video’s die wellicht overal nog liggen te wach-

Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid richt in 2012

een platform amateurfilm op waarbij het samenwerkt met

regionale AV archieven. Vanaf het begin werkt het GAVA

mee en we besteden daarom aandacht aan dit platform

op Home Movie Day Groningen, gehouden op 14 oktober

a.s. in ForumImages. Zie voor meer info www.gava.nl

Op de Dag van de Groninger Geschiedenis en op de

Home Movie Day is er in ForumImages, in het kader van

de Maand van de Geschiedenis, een doorlopende voorstelling

te zien; Celluloid, over een man die bezeten was

van film en amateurfilm en er is de mogelijkheid om uw

videobanden mee te nemen en te laten bekijken door

specialisten van het archief.

C. Tiddens, still uit een 16mm film uit ca. 1938, GAVAnr. AV0063

ten bij mensen thuis en die eigenlijk dringend op hoge kwaliteit

gedigitaliseerd zouden moeten worden.

Amateurfilm is film gemaakt door filmmakers die niet om den

brode filmen, veelal persoonlijk van aard, geschoten in huiselijke

kring, op vakantie of tijdens bijzondere gelegenheden als

jubilea, verjaardagen, feestdagen, sportwedstrijden of ijspret.

Dit soort filmmateriaal is internationaal gezien aan een opmars

bezig. Was het in de jaren negentig van de vorige eeuw

nog moeilijk om als onderzoeker of als geïnteresseerde kijker

filmmateriaal uit dit genre te kunnen bekijken, inmiddels is het

op veel plaatsen online beschikbaar. Het wordt bekeken uit

nostalgische overwegingen: hoe zag vroeger mijn buurt eruit,

hoe leefden de mensen in mijn dorp toen ik geboren werd?

Maar ook filmmakers en kunstenaars raadplegen deze films.

Wat maakt dit genre nu zo interessant voor velen?

Het is vaak niet het meest strak geschoten materiaal als het om

familiefilms gaat: het beeld wiebelt, er kan een haar voor de

lens zitten of de blik dwaalt te lang af naar een bepaald onderwerp.

Wat familiefilms wel weer interessant maakt is de relatie

die de filmer heeft met degenen die gefilmd worden. Meestal

is de filmer de vader, de echtgenoot of de zoon. In een aantal

gevallen gaat het om de moeder, de echtgenote of de dochter.

24 Feith


dhr. Koller, still uit een Betamax video uit ca. 1985, GAVAnr. AV5658

amateurfilm

Maar in de meerderheid van de films zijn het de mannen geweest

die filmden, met als gevolg dat ze zelf niet vaak op beeld

staan. Wat bijzonder is aan deze films is dat ze ons een kijkje

gunnen in het familieleven, ze bieden herkenning en verwondering.

Het is een ongepolijste tijdmachine waarmee we jaren

terug in de tijd kunnen gaan. Deze films voldoen niet aan de

mores van de huidige of toenmalige media.

Vaak echter hebben deze familiefilms tot aan de jaren tachtig

geen geluid. Als dat wel het geval was, dan is dat meestal

het werk van een semiprofessionele filmer geweest. Deze

filmers noemden zichzelf amateur, omdat ze niet commercieel

werkten. De term amateur is hier duidelijk niet gelijk aan

Film was tot in de jaren zestig vooral weggelegd voor de

rijkere en middenklasse. De camera was duur, evenals de

rolletjes en het ontwikkelen. En dan moest je ook nog een

projector hebben. Vanaf de komst van Super8 film, in cassettes,

werd het filmen door meer mensen gedaan en met

de opkomst van video kreeg de meerderheid beschikking

over de middelen om hun leven vast te leggen. Tegenwoordig

zit er in elke mobiele telefoon of fotocamera wel

de optie om te filmen, zelfs op behoorlijke kwaliteit.

M. Levie, opening jeugdsjoel, 1939, GAVAnr. MA0278

minder goed gefilmd, integendeel. Soms zijn deze amateurof

familiefilms zelfs de enig overgebleven getuigen van een

tijdperk, zoals de films van mr. M. Levie, die de inwijding van

de jeugdsjoel in Groningen filmde of de beelden van Buddy

Hermans, die een groot deel van het literaire leven in de stad

Groningen vastlegde in de jaren zeventig, met daarop een

nog piepjonge Herman Finkers.

Terug naar de familiefilms, waarop we te zien krijgen hoe

geboorte, trouwerijen en familieuitjes zich opvolgen. Hoe

de huisdieren deel uitmaken van de gezinnen, hoe de mode

verandert, en hoe mensen steeds verder weg op vakantie

gaan naarmate de welvaart toeneemt. Dit filmen houdt niet

op, er wordt nu volop gefilmd met mobiele telefoons. Waar

voorheen een film werd vertoond in huiselijke kring, kunnen

dezelfde beelden nu meteen beleefd worden op internet.

Ook deze films moeten uiteindelijk voor een deel hun weg

vinden naar het Gronings AudioVisueel Archief (GAVA). Maar

voor nu geldt de zorg voor de videocollectie van de laatste

ca. 30 jaar. Het GAVA gaat actief werven om te zorgen dat we

over 30 jaar geen groot gat in de collectie hebben van de ons

zo dierbare en herkenbare huis-tuin-en-keukenfilms. Het

belang van deze video’s is uiteindelijk in 2030 net zo groot

als dat van de 8mm films van onze opa’s en oma’s.


arm en rijk

aan boord van

De Titanic was gebouwd als een van de

drie schepen van de White Star Line die

de trans-Atlantische passagiersvaart

moesten dienen. Het eerste schip dat

gebouwd werd, heette de Olympic, het

tweede was de Titanic en het derde zou

de Gigantic heten, maar werd omgedoopt

tot Brittanic na de ramp met de

Titanic. De schepen werden zeer luxe

uitgevoerd, het ene nog groter dan het

andere, met de Titanic als koploper.

Nederlanders aan boord

Onder de opvarenden van die eerste

reis zaten ook drie Nederlanders,

wat in de vergetelheid is geraakt in

Nederland. In dit Titanicjaar, met vele

nationale en internationale herdenkin-

de titanic

De scheepsramp met de Titanic, dit jaar honderd jaar geleden, is

nog steeds een zeer bekende tragedie. Van de ruim 2200 opva-

renden kwamen 1522 mensen om in de nacht van 14 op 15 april

1912, toen de Titanic tijdens haar eerste reis op een ijsberg voer en

zonk. Dit schip, dat was gebouwd door de rederij White Star Line,

werd onzinkbaar geacht door haar makers. door Marlies Schipperheijn

26

gen, is er weer hernieuwde aandacht

ontstaan voor deze Nederlanders aan

boord van de Titanic. De stoker

Wessel van der Brugge, de kok

Hendrik (roepnaam Hennie)

Bolhuis en jonkheer George

Reuchlin, directeur van de

Holland-Amerika Lijn, hadden

ieder hun eigen redenen om

aan boord te zijn. Bijzonder is,

dat zij alle drie uit een andere

laag van de samenleving kwamen.

Arm en rijk

De verschillen tussen arm en

rijk aan boord worden door

deze drie Nederlanders goed

weergegeven. Van de stoker Van der

Brugge is niet zoveel bekend. Het leven

van een stoker aan boord van dergelijke

passagiersschepen was zeer zwaar.

Stokers verdienden zeer weinig en werden

in dit slopende beroep niet oud.

Over de welgestelde George Reuchlin

is veel meer bekend. Hij was de zoon

van Otto Reuchlin, ooit eigenaar van

de Holland-Amerika Lijn. George had

het directeurschap van zijn vader overgenomen

en was op uitnodiging van

de White Star Line aan boord van de

zo veelbelovende reis van de Titanic.

Hoewel de welgestelde passagiers aan

boord van het schip de beste overle


vingskansen hadden, is ook de heer

Reuchlin, net als Van der Brugge en

Bolhuis, omgekomen bij de ramp.

Hennie Bolhuis

De derde Nederlander aan boord was

de Groninger Hendrik Bolhuis. Hij was

nog een jongeman van 27 toen hij aan

boord van de Titanic stapte. Zijn familiegeschiedenis

kende maatschappelijke

ups en downs, maar tijdens zijn

leven behoorde zijn familie tot de middenklasse.

Hennie had eerder als kok

gewerkt in diverse internationale hotels,

bijvoorbeeld in Monte Carlo. Ook

had hij in 1911 als kok op de Olympic

gewerkt. Met dit zusterschip van de Titanic

maakte hij ooit al eens een aanvaring

mee. Hennie schreef hierover aan

zijn broer Klaas in Groningen: “Bijna

waren we met man en muis vergaan”.

Het werk dat Hennie aan boord van

de Titanic deed in de keuken, speelde

zich voornamelijk af aan de ‘koude

kant van de keuken: de bereiding van

sandwiches, salades en koude schotels.

Zijn positie op het schip was zeker

beter dan die van de stoker Wessel van

der Brugge, maar dit heeft hem bij de

ramp niet kunnen redden. Zoals veel

Hendrik Bolhuis in Monte Carlo, collectie Han

Slager

van de stafleden aan boord, overleefde

Hennie de ramp niet. Omdat Hennie

zijn familie niet had ingelicht over zijn

aanmonstering op de Titanic, was zijn

familie aanvankelijk niet op de hoogte

van zijn dood. Pas eind juli 1912 kwam

zijn broer Klaas erachter, dat Hendrik

gestorven was op zee. Rond die tijd

kwam er dus ook pas een overlijdensadvertentie

in het Nieuwsblad van het

Noorden te staan.

Tentoonstelling

Het is inmiddels honderd jaar geleden

dat het schip zonk, maar het ongelukkige

lot van de Titanic en haar passagiers

spreekt nog steeds tot de verbeelding.

Veel is er inmiddels veranderd in

de scheepvaart, zeker ook als gevolg

van deze tragedie. In de tentoonstelling

Nederlanders op de Titanic in het

Noordelijk Scheepvaartmuseum zal het

lot van Wessel van der Brugge, George

Reuchlin en in het bijzonder de Stadjer

Hennie Bolhuis herdacht worden, in

het licht van deze wereldwijd bekende

ramp met de Titanic. Deze tentoonstelling

is eerder dit jaar te zien geweest in

het Maritiem Museum Rotterdam. In

het Noordelijk Scheepvaartmuseum is

de tentoonstelling aangepast en uitgebreid

met uniek materiaal over de Groninger

Hendrik Bolhuis.

Aanbieding

Voor de lezers van FEITH is er een speciale

aanbieding. Op de Dag van de

Groninger Geschiedenis kunt u een

bon afhalen in de stand van het Noordelijk

Scheepvaartmuseum. Op vertoon

van deze bon krijgt u korting op

uw entree en betaalt u slechts €3,50 in

plaats van €6,00 entree tot het Noordelijk

Scheepvaartmuseum en de tentoonstelling

Nederlanders op de Titanic.

Feith 27


De soepinstallatie zoals die in 1955 werd

aangetroffen. Twee grote ketels en een

kleine in het midden waren helemaal

ingemetseld met eronder stookgaten.

Op de soepketels grote houten

opklapbare deksels. Foto: Fotobedrijf

Piet Boonstra, collectie RHC Groninger

Archieven, 1785-28057

ensinGs afhaa

Bij armoede in Groningen komt al snel de reusachtige

soepketel in gedachten waarover het Groninger Museum

beschikt. De ketel met een inhoud van 2430 liter en een

doorsnede van 1,60 meter bij een hoogte van 1,18 meter

is er één van twee ketels die in de negentiende eeuw

gebruikt werden om een voedzame maaltijdsoep voor

arme Groningers in te bereiden. door Egge Knol

Van 1802 tot en met 1918, in de maanden januari, februari

en maart, vonden de soepuitdelingen, georganiseerd door

de Commissie tot Spijsuitdeling, plaats. Lange tijd in het

Roode Weeshuis en vanaf 1846 vanuit het soephuis in de

Zwanestraat, hoek Soephuisstraat. In 1919 legde de commissie

de soepbereiding stil. De ketels werden achter een

muur weggebouwd om zo nodig weer in gebruik te nemen.

In 1955 werd de installatie gesloopt en kwamen een van de

twee ketels en enige toebehoren in het Groninger Museum.

Een bewaard gebleven bord gaf de mentaliteit weer die ten

grondslag lag aan de uitdelingen:

Denk sterveling aan de wet U, door natuur gegeven.

Troost, uwen evenmensch die gij in lijden ziet.

Verlicht, indien gij kunt, zijn zorg- en rampvol leven

En weiger hem, voor ’t minst het noodig voedsel niet.

Er zijn over een deel van de jaren afrekeningen bekend. Zo

bleken in 1842 de volgende ingrediënten ingekocht te zijn:

rundvlees, gort, aardappelen, selderij, sijpels ofwel uien alsmede

zout, peper en kruidnagelen. De volgende bewaard

gebleven afrekening is uit 1850. In plaats van aardappelen

werden nu veldbonen gebruikt.

De leden van de Commissie van Spijsuitdeling kwamen uit

het Groninger patriciaat en wie er werk van maakt, zal van

menig commissielid een portret kunnen opduiken. De deftigheid

is vaak geportretteerd, maar de doelgroep van de soep

werd dat natuurlijk niet. Toch is er dankzij de Groninger schilder

Jan Ensing (Groningen 1819 - Vlaardingen 1894) ook een

beeld van hen bewaard. Ensing was een bekend portrettist in

zijn tijd die menig Groninger hoogleraar aan het doek toevertrouwde.

Zijn prachtig uitgewerkte aquarellen van Groninger

28 Feith


stadsgezichten bepalen mede het beeld dat bestaat van de

negentiende-eeuwse stad. Ensing kon het tekenen niet laten

en krabbelde voortdurend schetsjes van zijn omgeving. Daarbij

begon hij in het midden van de negentiende eeuw op grote

schaal stadstypen te tekenen. Zonder Ensings werk zouden

we hier geen beeld van hebben. Dankzij hem weten we hoe

gewone mensen er uitzagen. Iets wat maar van weinig steden

bekend is. Er zijn prachtig uitgewerkte tekeningen, maar ook

leuke potloodschetsen. Naast allerlei ambachtslieden, kooplieden,

dienstboden en voorbijkomende figuren als schoorsteenvegersjongens,

kermislui of zeelieden, waren in de winter

van 1844 ook de afhaalders der soep drie maal onderwerp

van zijn tekendrift. Zijn werkstukken zijn in feite gemengde

techniek. Naast dunne potloodlijntjes en aquareltechniek,

werden accenten met rode kleurpotlood aangebracht. De Bezoekers

der Groningsche soepkokerij, zie de afbeelding op de

achterkant, toont een vrouw met ingevallen wangen die gelaten

voor zich uit kijkt. Haar kleding oogt vervallen. Nonchalant

hangt een aardewerken pot met hengels en houten deksel

aan haar arm. Dicht tegen haar aangekropen is een meisje

dat afwachtend kijkt, de handen onder haar schort verborgen.

Het zal koud geweest zijn, in elk geval was de winter 1844-45

erg koud. Ensing zet de afhalers van de soep met mededogen

neer. In 1850 waren zij in Bij de Groningsche soepuitdeeling

Jan Ensing, Bij de Groningsche soepuitdeeling, 1850, particuliere collectie

lders van soep

nogmaals onderwerp voor Ensing. Op één blad zette hij tweemaal

een zittende moeder met haar dochtertje dicht tegen

haar aan op het papier. De moeder draagt een metalen emmer

voor de soep. Keken in 1844 de kinderen nog hoopvol op het

vooruitzicht van de soep, nu mist ook het kind de hoopvolle

blik. De armoede en honger in de winter van arme mensen

zijn in onze tijd nauwelijks voor te stellen. Van de maaltijdsoep,

voor ieder in hun pot of aker een kloeke schep, kon een of

twee dagen worden gegeten. Het was altijd een gedrang bij

de soepuitdeling, want in anderhalf uur moesten soms meer

dan tweeduizend porties soep worden uitgedeeld. Het was

natuurlijk geen rijkdom en de soep stond in schril contrast met

de maaltijden die de commissieleden zelf verorberden als ze

iets te vieren hadden, maar niet vergeten mag worden dat de

soepuitdeling meer dan een eeuw een belangrijke schakel is

geweest in de armenzorg van Groningen.

P. Holthuis, 2002: Tweehonderd jaar Spijsuitdeling in Groningen 1802-

2002, Groningen

E. Knol, 1998: De Soepketel, Stad & Lande 7(4), 6-9

J. Schuller tot Peursum-Meijer, 1981: Jan Ensing 1819-1894, tekenaar.

Schilder en onderwijzer, Groningen

A.T. Schuitema-Meijer, 1976: Album van Oud-Groningen 1750-1880,

Groningen

Premieplaat december 1924, Maandblad Groningen 7(12)

Feith 29


verborGen armoede

door Frank den Hollander

Frank den Hollander belicht voor FEITH de belangrijkste

ontwikkelingen in Gronings erfgoedland. Dit keer is hij op

bezoek bij een arme familie.

Als je om je heen kijkt, zie je dat wij Ne- Daar, aan het eind van een klein steegje

derlanders het eigenlijk gewoon heel tussen twee armetierige boerderijtjes,

goed hebben. Er is geen hongersnood, ligt half verscholen achter een lage

de arbeiders hoeven niet meer met de houtwal de plaggenhut van de familie

pet in de hand bij de baas soebatten Venema. Een magere man komt ons

om een paar gulden loonsverhoging… tegemoet. “Armoedjekieken?” vraagt

Maar is het echt zo dat echte armoede hij. “Da’s dan zestien euro per per-

niet meer bestaat? Voor dit themasoon.” We begrijpen dat de armoede

nummer van FEITH groeven we ons deze man tot het uiterste drijft, en be-

eerst enkele weken door duizenden talen graag deze forse entreeprijs.

tabellen en staatjes van het Centraal “Ie moeten eem an de bukjederij”, zegt

Bureau voor de Statistiek, om vervol- Venema terwijl hij het stuk wrakhout opgens

op onderzoek uit te gaan in wat zijschuift dat als voordeur dient. Binnen

uit die statistieken naar voren kwam is het aardedonker; pas nadat onze ogen

als een van de armste buurten van Ne- aan de duisternis gewend zijn geraakt,

derland: Gasselterboerveenschemond, ontwaren we een bleke vrouw achter

net over de Groningse provinciegrens een wasbord. Met een stuk groene zeep

in de Drentse veenkoloniën.

staat ze een stuutsiekoorn werkbroek in

te zepen. Rondom haar

krioelen een stuk of zes

kleine kinderen, allen

even schamel gekleed

en met zwarte vegen in

het gezicht. Een rafelig

gordijn hangt tussen

de woonkamer en wat

blijkbaar de enige slaapkamer

is; door een kier

zien we drie bedstedes,

waarin hier en daar nog

meer kinderen liggen en

zitten.

Hinderkien van der Sluis-Nijhof met haar kinderen voor hun plaggenhut in “Woj koffie?” vraagt de

Onstweddertange, ca. 1913, collectie RHC Groninger Archieven, 818-11741 vrouw, haar handen aan

haar gestreepte voor-

“Armelui? Dan moej bij Wander Venema schort afvegend. “Da’s dan twee euro

wezen”, zegt een man die met zijn fiets per kop.” Aarzelend knikken we, blij dat

op de kruising staat rond te kijken. Enig deze straatarme familie zo nog wat in-

rondvragen brengt ons in het armste komsten kan genereren. Mevrouw Ve-

straatje van het dorp, een zijstraatje van nema pakt een grote ketel die in de hoek

de hoofdweg dat uitkomt op het kanaal. boven een turfvuurtje hangt en schenkt

column

water in een gebarsten mok. “Koffiebonen

he’k nie”, zegt ze, “is warm wotter

ook goed?”

“Tjarko! Engelien!” Twee kindjes kijken

verschrikt op. “Hup noar boeten!”,

wijst Wander, “turf steken veur dominee!”

Met doffe ogen lopen de arme

schaapjes naar buiten. “Kriegen ze drie

cent de kilo, kenn wie weer warm eten

volgende weke”, legt hun vader uit.

Zwijgend drinken we het lauwe koffiewater.

“Eiglieks zol ik joe der jenever

bie schenken”, zegt Wanders vrouw,

“maar dat hewwe nie.”

Onder de indruk van deze pure armoede

nemen we afscheid van het

gezin, waarbij we niet vergeten nog

wat kleingeld in de opgestoken handjes

van de kindertjes te stoppen. Pas als

we al in de auto zitten, bedenken we

dat we nog een paar foto’s van de Venema’s

hadden willen maken voor bij

dit artikel. Snel keren we terug, maar de

plaggenhut ligt er nu leeg bij.

“Zeg Engelien meid, als jij nu even de

lasagne in de oven schuift, dan trek ik

deze puike Chardonnay uit 1998 open”,

horen we vanachter de hut. We lopen

eromheen en stuiten op een strakwitgestucte

uitbouw. Door het raam

zien we het gezin onder een mooie

design lamp rond de tafel zitten, allen

netjes gekleed en frisgewassen. Mevrouw

Venema kijkt met haar oudste

dochter een filmpje op haar iPad, terwijl

een paar jongere kinderen languit

voor een grote flatscreen-televisie liggen,

druk whatsappend op hun smartphones.

Wander Venema ziet ons en

grijnst. “Woj mit-eten? Da’s dan dertien

euro per couvert!”

30 Feith


initiatiefnemers

daG van de GroninGer

Geschiedenis

Regionaal Historisch Centrum

Groninger Archieven

Het RHC Groninger Archieven is hét

informatiecentrum voor de geschiedenis

van de stad en provincie Groningen.

Archieven, boeken, kranten, geografische

kaarten, foto’s, films, video’s en

geluidsopnames vertellen het verhaal

van Groningen van toen tot nu.

www.groningerarchieven.nl

Huis van de Groninger Cultuur

Het Huis van de Groninger Cultuur stimuleert

activiteiten en organisaties gericht

op het ontwikkelen, verspreiden,

behouden en beschermen van de Groninger

cultuur en informeert daarnaast

particulieren, culturele organisaties, instellingen

en overheden.

www.huisvandegroningercultuur.nl

Cultuurhistorische Vereniging

Stad en Lande

Stad en Lande is een vereniging voor

iedereen die zich interesseert voor de

geschiedenis van stad en provincie

Groningen. De vereniging is een ontmoetingsplaats

voor professionele historici,

amateurs en geïnteresseerden

en vormt een platform voor nieuwe

ontwikkelingen op cultuurhistorisch

gebied. Daarnaast bevordert Stad &

Lande met verschillende activiteiten de

belangstelling voor de Groninger geschiedenis

en behartigt zij de culturele

belangen, zoals het behoud van monumenten.

www.stad-lande.nl

Gronings AudioVisueel Archief

Het GAVA bewaart en biedt (historisch)

audiovisueel materiaal aan met zoveel

mogelijk informatie over het archiefmateriaal

als historische bron of voor

gebruik in kunstproducties. Het GAVA

heeft een uitgebreide raadpleegcollectie,

die te bekijken is in de studiezaal

van het RHC Groninger Archieven.

Daarnaast biedt het GAVA een steeds

groeiende hoeveelheid film- en videomateriaal

aan via internet.

www.gava.nl

Biblionet Groningen

Biblionet is de netwerkorganisatie van

alle bibliotheken in stad en provincie

Groningen. In samenwerking met andere

culturele organisaties organiseert

Biblionet verschillende activiteiten die

in het teken staan van het Groninger

erfgoed.

www.mijneigenbibliotheek.nl

Noordelijk Scheepvaartmuseum

Het Noordelijk Scheepvaartmuseum

laat de geschiedenis zien van de

Noord-Nederlandse scheepsbouw en

scheepvaart vanaf de Middeleeuwen

tot aan de dag van vandaag. In de

beide middeleeuwse museumpanden

komen verschillende thema’s aan bod,

zoals: Hanzevaart in de Middeleeuwen,

virtueel Groningen in 1470, turf- en

binnenvaart, kust- en waddenvaart op

zeil en motor, scheepsbouw in hout en

ijzer en scheepsmotoren.

www.noordelijkscheepvaartmuseum.nl

Groninger museum

Collecties, presentaties en educatie

vormen de basis van het Groninger

Museum. Het Groninger Museum

is extrovert en veelkleurig en

richt zich op een breed publiek.

Met presentaties van nationale en internationale

betekenis wil het Groninger

Museum het publiek verwonderen

en aanzetten tot meningsvorming.

www.groningermuseum.nl

Groninger Forum

Het Groninger Forum wil bezoekers

op speelse en onderzoekende wijze in

aanraking brengen met en laten leren

over levensvraagstukken en grootse

thema’s om op die manier dwarsverbanden

te laten zien die er zijn in heden,

verleden en toekomst en tussen

thema’s. Bezoekers worden actief betrokken

bij informatie, cultuur, actualiteit

en geschiedenis. Multidisciplinair,

crossmediaal, grenzeloos, transparant,

veranderlijk en dialoog zijn de kernbegrippen.

Het Groninger Forum presenteert

eenmalige en terugkerende

projecten, projecten die aanhaken bij

landelijke manifestaties en doorlopende

programmering.

www.groningerforum.nl

Het Verhaal van Groningen

Het Verhaal van Groningen is dé verzamelplaats

van foto’s, video’s, feiten

en herinneringen uit de Groningse geschiedenis.

Professional of leek: wie wil

schrijft mee. Zoek en vind: de verhalenkaart

wijst de weg. De site is een samenwerking

tussen de grote erfgoedinstellingen

uit de provincie Groningen.

www.hetverhaalvangroningen.nl

Feith 31


Biblionet

Groningen

Similar magazines