Jaarverslag 2008 - Psychiatrisch Centrum Zoete Nood Gods
Jaarverslag 2008 - Psychiatrisch Centrum Zoete Nood Gods
Jaarverslag 2008 - Psychiatrisch Centrum Zoete Nood Gods
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
<strong>Jaarverslag</strong> <strong>2008</strong><br />
www.pclede.be
Inhoudsopgave<br />
1 Inleiding 1<br />
2 Basisgegevens 2<br />
2.1 Historiek 2<br />
2.2 Missie en kritische doelstellingen 4<br />
2.2.1 Missie en visie van het centrum 4<br />
2.2.2 Kritische doelstellingen 4<br />
2.3 Doelgroepen 5<br />
2.3.1 <strong>Psychiatrisch</strong> ziekenhuis 5<br />
2.3.2 <strong>Psychiatrisch</strong> Verzorgingstehuis 8<br />
2.4 Officiële samenwerkingsverbanden 10<br />
2.5 Partner in een aantal zorgvernieuwingsprojecten 10<br />
2.6 Raad van bestuur 11<br />
3 Beleidsdomeinen 12<br />
3.1 Algemeen beleid: strategisch plan 12<br />
3.2 Medisch en therapeutisch beleid 15<br />
3.2.1 Medisch beleid 15<br />
3.2.2 Therapeutisch beleid 16<br />
3.2.3 Verpleegkundig en paramedisch beleid 17<br />
3.3 Personeelsbeleid 18<br />
3.4 Vormingsbeleid 19<br />
3.5 Pastoraal en ethisch beleid 20<br />
3.5.1 Pastoraal beleid: opening nieuwe stille ruimte 20<br />
3.5.2 Ethisch beleid 22<br />
3.5.2.1 Nieuw ethisch advies 22<br />
2.5.2.2 Werking en structuur van de Commissie Ethiek GGZ Broeders van Liefde 25<br />
4 Belangrijke gebeurtenissen 26<br />
4.1 Anders Gewoon Event 26<br />
4.2 Participatie aan Open Bedrijvendag 26<br />
4.3 Kwaliteitsverbetering facilitaire dienstverlening: studie en doorlichting van de schoonmaak<br />
In samenwerking met Advibel 28<br />
4.4 Optimalisatie uurroosterplanning 29<br />
4.5 Uitkomstenmanagement in de GGZ in Vlaanderen 29<br />
4.6 Start van de elektronische handtekening (Elodis) 30<br />
5 Hoogtepunten 32<br />
5.1 De afdelingsvisie als een noodzakelijk instrument in de uitbouw van goede zorg 32<br />
5.2 Het pilootproject voeding: een stand van zaken 35<br />
5.3 Patiëntveiligheid 37<br />
5.4 Criminaliteitspreventie 40<br />
5.5 QPR: een geïnformatiseerde ‘tool’ waarmee indicatoren<br />
grafisch voorgesteld kunnen worden 42<br />
6 Samenvatting van het jaarverslag van de vzw Provincialaat der Broeders van Liefde 44<br />
6.1 Nieuws vanuit de sector geestelijke gezondheidszorg 44<br />
6.2 Nieuws vanuit de ruimere organisatie van de Broeders van Liefde 46<br />
6.2.1 Sector geestelijke gezondheidszorg 46<br />
6.2.2 Algemeen 47<br />
6.2.2.1 Visietekst Identiteit 47<br />
6.2.2.2 Samenwerking sectoren welzijn en buitengewoon onderwijs 47<br />
6.2.2.3 Conceptnota ‘Leerzorg’ 47
1 Inleiding<br />
In <strong>2008</strong> werd binnen het <strong>Psychiatrisch</strong> <strong>Centrum</strong> <strong>Zoete</strong> <strong>Nood</strong> <strong>Gods</strong> heel wat tijd en energie<br />
geïnvesteerd in het uitwerken van een strategisch plan. Dit plan werd opgesteld met de<br />
actuele ontwikkelingen binnen de psychiatrische sector in het vizier. De belangrijkste<br />
ontwikkelingen zijn vermaatschappelijking van zorg, extramuralisatie, de verdere uitbouw<br />
van zorgcircuits en zorgnetwerken, differentiatie van zorg en evidence based medicine.<br />
De verdere uitbouw van het initiatief beschut wonen, activering en ontmoeting en psychiatrische thuiszorg,<br />
maar ook de ontwikkeling van woonomgevingen voor specifieke doelgroepen binnen het psychiatrisch<br />
verzorgingstehuis werden hierbij hoog op de agenda geplaatst.<br />
In dit jaarverslag kan u lezen welk beleid en welke nieuwe ontwikkelingen in <strong>2008</strong> werden aangewend om<br />
deze toekomstvisie met bijhorende doelstellingen te kunnen bewerkstelligen.<br />
In 2009 zullen heel wat van de in dit jaarverslag beschreven projecten verder gecontinueerd worden. Verder<br />
staan er een aantal grote nieuwe projecten op til, zoals de implementatie van het elektronisch patiëntendossier<br />
en de opstart van de volgende fase in de uitwerking van het masterplan van het centrum. Concreet<br />
houden wij ons hierbij de nieuwbouw PVT en de bouw van nieuwe studio’s binnen Beschut Wonen voor ogen.<br />
Tot slot willen wij onze voorname dank en appreciatie uiten naar alle personeelsleden die zich dagelijks met<br />
hart en ziel inzetten voor het welbevinden van onze patiënten en bewoners op een directe of indirecte wijze.<br />
Ook een bijzonder woordje van dank aan alle personen die de totstandkoming van dit jaarverslag hebben<br />
ondersteund.<br />
Veel leesgenot.<br />
De directie<br />
1
2 Basisgegevens<br />
2.1 Historiek<br />
In de loop van de maand juni <strong>2008</strong> hebben de laatste twee zusters het klooster te Lede<br />
verlaten. Het kloostergebouw was veel te groot geworden voor de nog aanwezige<br />
zusters en niet meer aangepast aan de stijgende zorglast. De meeste zusters vonden<br />
intussen een nieuw onderkomen in het Woon- en Zorgcentrum Avondzon te Erpe-Mere.<br />
De Zusters Maricolen zijn de stichters van het <strong>Psychiatrisch</strong> <strong>Centrum</strong> <strong>Zoete</strong> <strong>Nood</strong> <strong>Gods</strong> en<br />
zijn bijgevolg een begrip in Lede.<br />
De stichting van de Zusters Maricolen in 1663<br />
Een vrome begijn uit Dendermonde, Anna<br />
Puttemans, en de jonge prior van de karmelieten<br />
Pater Herman a Sancto Norberto stichtten op<br />
19 maart 1663 in Dendermonde “een familie van<br />
vrome jonge dochters” die later zouden uitgroeien<br />
tot de Zusters Maricolen. Zij vonden hun inspiratie<br />
in het leven en het werk van Theresia van Avilla,<br />
de hervormster van de Karmelieten. Aanvankelijk<br />
richtten de Zusters Maricolen zich in Dendermonde<br />
vooral naar de opvang en zorg van oudere<br />
vrouwen. Later waren ze ook actief in de Burgerlijke<br />
<strong>Gods</strong>huizen. Tussen 1804 en 1856 waren ze ook<br />
actief betrokken in de krankzinnigenzorg van de<br />
Stedelijke Overheid te Dendermonde. Ook het<br />
huidige Woon- en Zorgcentrum Huize Mariatroon in<br />
de Brusselsestraat te Dendermonde werd opgericht<br />
door de Zusters Maricolen.<br />
De oprichting van het psychiatrisch ziekenhuis<br />
te Lede<br />
Op 26 juni 1845 kochten de Zusters Maricolen een<br />
kasteel van de familie Hellinkx (cfr. Hellinckxwegel)<br />
te Lede. De zusters openden hier in Lede op<br />
28 december 1845 een gesticht waar zij zich<br />
inzetten voor de krankzinnigen. Men begon met<br />
12 mannelijke patiënten die van Dendermonde naar<br />
Lede werden overgebracht. Lang zouden deze hier<br />
niet blijven want kort na hun aankomst werden ze<br />
overgebracht naar de Broeders van Liefde in Gent.<br />
Men opteerde ervoor om vanaf dan enkel nog<br />
vrouwelijke patiënten op te nemen. Op 19 mei 1848<br />
werd de eerste vrouwelijke patiënt opgenomen.<br />
De officiële goedkeuring voor het gesticht dateert<br />
van 9 november 1856. Pas in 1989 werd beslist<br />
om opnieuw mannelijke patiënten op te nemen.<br />
Momenteel worden er ongeveer evenveel vrouwen<br />
als mannen opgenomen.<br />
Van krankzinnigengesticht naar ziekenhuis<br />
Met het verschijnen van de wet op de ziekteverzekering<br />
(1963), de wet op het beheer van<br />
de goederen van de patiënten (1964) en de<br />
ziekenhuiswet zou er heel wat veranderen.<br />
Algemeen kan men stellen dat de psychiatrische<br />
ziekenhuizen vanaf 1960 een ware metamorfose<br />
ondergingen. Het is in deze periode dat het<br />
ziekenhuis ook zijn huidige naam krijgt. Het<br />
ziekenhuis in Lede had in haar bestaan al<br />
verschillende namen gehad zoals Maison de santé à<br />
Lede, Gezondheidshuis en Krankzinnigengesticht. In<br />
1966 koos men resoluut voor de naam <strong>Psychiatrisch</strong><br />
Ziekenhuis <strong>Zoete</strong> <strong>Nood</strong> <strong>Gods</strong>. De naam verwijst naar<br />
de bijzondere verering sinds 1414 van Onze Lieve<br />
Vrouw te Lede als de “<strong>Zoete</strong> <strong>Nood</strong> <strong>Gods</strong>”.<br />
Voor een uitgebreide historiek verwijzen wij graag<br />
naar onze website www.pclede.be<br />
(<strong>Psychiatrisch</strong> Ziekenhuis/Algemeen/Historiek/<br />
Historiek uitgebreid onderaan de webpagina).
2.2 Missie en kritische doelstellingen<br />
2.2.1 Missie en visie van het centrum<br />
Vanuit de christelijke inspiratie van onze stichters<br />
vormen we een authentieke leef- en werkgemeenschap<br />
waar respect, dienstbaarheid, transparantie,<br />
innovatie, creativiteit en geborgenheid dragende<br />
krachten zijn en waar de kwaliteit van leven groeit<br />
dankzij deskundige en professionele begeleiding.<br />
Wij zorgen voor psychiatrische patiënten,<br />
volwassenen en ouderen, met zowel acute als<br />
langdurige en complexe problematiek, ongeacht<br />
hun oorsprong, geslacht, overtuiging of financiële<br />
draagkracht. Kansarmen en minderbedeelden,<br />
mensen met bedreigde ontwikkelingsmogelijkheden<br />
of beperkte functioneringskansen en personen<br />
die maatschappelijk uit de boot dreigen te vallen,<br />
verdienen onze bijzondere aandacht.<br />
Een mensgerichte organisatie, een holistische<br />
mensvisie, een aangepaste omgeving met aandacht<br />
voor ruime toegankelijkheid, vormen hiervoor het<br />
kader.<br />
We verstrekken zorg op maat met het oog op het<br />
herstel van het psychisch evenwicht of het dragelijk<br />
maken van psychische stoornissen voor patiënten,<br />
bewoners en hun leefomgeving opdat aldus<br />
2.2.2 Kritische doelstellingen<br />
1. Centraal stellen van de patiënt of de bewoner<br />
en zijn omgeving, uitgaand van een<br />
maximale participatie, integratie en<br />
vermaatschappelijking.<br />
2. Christelijk geïnspireerd volgens de waarden<br />
van de Stichter en de spiritualiteit van de<br />
congregatie.<br />
3. Aanbieden van een optimale zorg binnen een<br />
goede personele en materiële omkadering en<br />
met oog voor de toegankelijkheid en de financiële<br />
leefbaarheid.<br />
4. Bieden van zorg op maat met openheid voor<br />
nieuwe noden en actieve inzet naar de meest<br />
zwakke groepen.<br />
5. Aanbieden van een kwaliteitsvolle en<br />
vernieuwende zorg in een geest van<br />
dienstbaarheid.<br />
patiënten competenties verwerven of ontwikkelen<br />
die de basis vormen voor hun emancipatie en hun<br />
maatschappelijk geïntegreerd functioneren.<br />
We doen maximaal beroep op de medeverantwoordelijkheid<br />
en de zelfredzaamheid van de patiënt<br />
en zijn omgeving om zo gebruik te maken van de<br />
minst ingrijpende behandeling om ten aanzien van<br />
de vastgestelde problematiek het gewenste effect<br />
zo maximaal mogelijk te bereiken.<br />
Onze zorg voldoet aan de vereisten van<br />
doelmatigheid, doeltreffendheid, continuïteit,<br />
maatschappelijke aanvaardbaarheid en is practice<br />
of evidence based.<br />
We dragen ook zorg voor elkaar en stimuleren onze<br />
medewerkers om zich professioneel continu verder<br />
te bekwamen.<br />
Wij werken actief samen met andere zorgactoren<br />
in de regio bij de uitbouw van instellingsoverschrijdende<br />
zorgprogramma’s door het creëren van<br />
zorgcircuits en netwerken zonder hierbij onze eigen<br />
identiteit te verliezen.”<br />
6. Bouwen aan een goed gestructureerde en<br />
mensgerichte werk- en leefgemeenschap<br />
waarbij het welzijn van iedere medewerker,<br />
bewoner en patiënt belangrijk is.<br />
7. Actief samenwerken met andere zorgactoren<br />
bij de uitbouw van zorgprogramma’s en<br />
zorgnetwerken.<br />
8. Positief beïnvloeden van het beleid inzake<br />
geestelijke gezondheidszorg.<br />
9. Positief beïnvloeden van de beeldvorming<br />
rond de persoon met een geestesziekte en<br />
rond de geestelijke gezondheidszorg.
2.3 Doelgroepen<br />
2.3.1 <strong>Psychiatrisch</strong> ziekenhuis<br />
Het <strong>Psychiatrisch</strong> Ziekenhuis heeft de volgende afdelingen:<br />
• Egidius<br />
• Esperanza 0<br />
• Esperanza 1<br />
Afdeling Egidius<br />
Deze afdeling beschikt over 39 bedden voor<br />
opname en behandeling van volwassenen met<br />
acute en chronische verslavingsproblemen<br />
(alcohol en medicatie) en het syndroom van<br />
Korsakov.<br />
Stuurgroepleden:<br />
Psychiater: Dr. Herman Van Wesemael<br />
Hoofdverpleegkundige: Mevr. Sigrid Van Lierde<br />
Maatschappelijk werker: Dhr. Dirk Van Herreweghe<br />
Psychologe: Mevr. Christine De Brouwer<br />
Ergotherapeut: Dhr. Lieven Van Lierde<br />
Afdeling Esperanza 0<br />
Deze afdeling beschikt over 24 bedden voor<br />
crisisopvang en intensief kortdurende behandeling<br />
van volwassenen met acute en ernstige<br />
psychiatrische problemen in een gestructureerde<br />
omgeving. De meest voorkomende ziektebeelden<br />
zijn schizofrenie en andere psychotische<br />
stoornissen en stemmingsstoornissen. Deze<br />
zorgeenheid fungeert tevens als opnameafdeling<br />
voor het merendeel van de patiënten die gedwongen<br />
opgenomen worden<br />
Stuurgroepleden:<br />
Psychiater: Dr. Geert De Bruecker<br />
Hoofdverpleegkundige: Mevr. Sophie De Bruycker<br />
Maatschappelijk werkers:<br />
Mevr. Sofie Lalmant en Dhr. Stijn Claus<br />
Psychologe: Mevr. Barbara Vaneeckhout<br />
Ergotherapeut: Dhr. Bruno Schotsaert<br />
• Providentia<br />
• Theresia<br />
• Emmaüs (daghospitaal)<br />
Afdeling Esperanza 1<br />
Deze afdeling bestaat uit twee units, gespreid<br />
over twee verdiepingen, met elk hun specifieke<br />
doelgroepen.<br />
Unit 1 beschikt over 23 plaatsen voor opname<br />
en behandeling van volwassenen met diverse<br />
acute psychische en psychiatrische klachten die<br />
kunnen fungeren binnen een open context. In het<br />
bijzonder richt men zich naar de behandeling van<br />
stemmingsstoornissen en psychosenzorg.<br />
Stuurgroepleden:<br />
Psychiater: Dr. Elke Lievens<br />
Hoofdverpleegkundige: Mevr. Leen Ruyssinck<br />
Adjunct-hoofdverpleegkundige:<br />
Dhr. Jan Van Wijmeersch<br />
Maatschappelijk werkers:<br />
Mevr. Cedrine Frérart en Dhr. Stijn Claus<br />
Psychologe: Mevr. Greta Van Damme<br />
Ergotherapeut: Dhr. Peter Van den Berghe<br />
Unit 2 beschikt over 23 plaatsen waarvan<br />
18 bedden voor de behandeling van gerontopsychiatrische<br />
patiënten. Daarnaast heeft de unit<br />
tevens 5 plaatsen voorbehouden voor een intensief<br />
voorbereidingsprogramma voor kandidaten<br />
Beschut Wonen. Ook nachthospitalisatie is mogelijk.<br />
Stuurgroepleden:<br />
Psychiaters:<br />
Dr. Luc Bollengier en Dr. Benedicte Monté<br />
Hoofdverpleegkundige: Mevr. Leen Ruyssinck<br />
Adjunct-hoofdverpleegkundige:<br />
Dhr. Jan Van Wijmeersch<br />
Maatschappelijk werker: Mevr. Cindy Renneboog<br />
Psychologe: Mevr. Christine De Brouwer<br />
Ergotherapeuten: Mevr. Lutgarde De Bruycker en<br />
Mevr. Sara Schockaert<br />
5
Afdeling Providentia<br />
Deze afdeling beschikt over 36 bedden en is<br />
onderverdeeld in twee units.<br />
Unit 1 beschikt over 23 bedden en richt zich<br />
naar volwassenen tussen 18 en 60 jaar die lijden<br />
aan een ernstige psychotische problematiek welke<br />
een meer langdurige en intensieve behandeling<br />
behoeft. In eerste instantie betreft het patiënten<br />
met een schizofrenie-spectrumstoornis. Andere<br />
psychotische aandoeningen worden individueel<br />
bekeken.<br />
Stuurgroepleden:<br />
Psychiater: Dr. Gerda Dewaelheyns<br />
Hoofdverpleegkundige: Dhr. Paul De Leeuw<br />
Maatschappelijk werker: Dhr. Stijn Claus<br />
Psychologisch assistente: Mevr. Debbie Sierens<br />
Psychologe: Mevr. Roos Crabbe<br />
Ergotherapeute: Mevr. Sabine De Schepper<br />
Unit 2 beschikt over 13 bedden voor voortgezette<br />
behandeling van volwassenen met eetstoornissen:<br />
anorexia, boulemia nervosa en binge eating disorder<br />
(BED).<br />
Stuurgroepleden:<br />
Psychiater: Dr. Fransiska Vermeersch<br />
Hoofdverpleegkundige: Dhr. Paul De Leeuw<br />
Maatschappelijk werkers: Mevr. Cedrine Frérart en<br />
Dhr. Stijn Claus<br />
Psycholoog: Mevr. Stefanie De Winter<br />
Ergotherapeute: Mevr. Carmen De Bundel<br />
Afdeling Theresia<br />
Deze gesloten afdeling beschikt over een specifieke<br />
erkenning als Sp-dienst psychogeriatrie met<br />
22 bedden voor ouderen. De afdeling heeft<br />
2 doelgroepen:<br />
• Patiënten met een dementieel beeld ten gevolge<br />
van de ziekte van Alzheimer, vasculaire problemen,<br />
ethylisme of andere organische aandoeningen.<br />
• Ouderen met chronische psycho-organische<br />
aandoeningen.<br />
Stuurgroepleden:<br />
Psychiaters: Dr. Luc Bollengier en<br />
Dr. Benedicte Monté<br />
Hoofdverpleegkundige: Dhr. Yves De Schynkel<br />
Maatschappelijk werker: Mevr. Cindy Renneboog<br />
Psychologe: Mevr. Greta Van Damme<br />
Ergotherapeute: Mevr. Marieken Eeckhout<br />
Afdeling Emmaüs<br />
De afdeling Emmaüs is een afdeling voor daghospitalisatie<br />
met een erkenning van 38 plaatsen.<br />
Via daghospitalisatie kan een volledige hospitalisatie<br />
(24-uurs hospitalisatie) worden voorkomen of ingekort.<br />
Het kan ook een tussenstap zijn tussen volledige<br />
hospitalisatie en de thuissituatie.<br />
Binnen deze afdeling wordt er binnen 5 afzonderlijke<br />
units gewerkt met 5 subdoelgroepen:<br />
1. Intensieve behandeling van volwassenen<br />
met ernstige psychische moeilijkheden zoals<br />
stemmingsstoornissen, schizofrene stoornissen<br />
en persoonlijkheidsstoornissen.<br />
2. Behandeling van volwassenen met een<br />
problematisch gebruik van alcohol,<br />
medicatie en andere verslavende<br />
genotsmiddelen met uitsluiting van drugsverslaving.<br />
Probleemgedrag tengevolge van<br />
gokverslaving kan eveneens behandeld worden.<br />
3. Langdurige behandeling en begeleiding van<br />
volwassenen met chronische psychiatrische<br />
problemen, gecombineerd met sociaal<br />
maatschappelijke problemen. De zorgvrager<br />
vertoont een langdurige psychiatrische<br />
problematiek samenhangend met sociaal<br />
maatschappelijke problemen. De belangrijkste<br />
doelstelling is hier reïntegratie in het maatschappelijk<br />
leven.<br />
4. Behandeling en rehabilitatie van<br />
volwassenen met chronische psychiatrische<br />
problemen. Het gaat hier om zorgvragers<br />
waarvoor de resocialisatiedoelstelling niet<br />
haalbaar is, omwille van de chronische<br />
psychiatrische problematiek en waarbij<br />
professionele zorg- en hulpverlening binnen<br />
een ziekenhuisomkadering nodig is.<br />
5. Opname en behandeling van ouderen met<br />
psychische problemen, waarbij er nog een<br />
redelijke vorm van zelfredzaamheid aanwezig<br />
is. Wegloopgedrag door desoriëntatie wordt als<br />
een exclusiecriterium beschouwd.<br />
Stuurgroepleden:<br />
Psychiater: Dr. Fransiska Vermeersch<br />
Hoofdverpleegkundige Dhr. Gerit De Saedeleer<br />
Maatschappelijk werker: Mevr. Leen Van Langenhoven<br />
Psycholoog: Dhr. Ivan Klinckaert<br />
Ergotherapeut: Dhr. Guy Vermeulen
2.3.2 <strong>Psychiatrisch</strong> Verzorgingstehuis<br />
Het <strong>Psychiatrisch</strong> Verzorgingstehuis heeft de volgende afdelingen:<br />
• Nieuwemeers A<br />
• Nieuwemeers B<br />
Afdeling Nieuwemeers<br />
Hier verblijven 60 bewoners verdeeld over<br />
2 afdelingen.<br />
NIEUWEMEERS A<br />
Een afdeling voor 28 mannen en vrouwen<br />
met gestabiliseerde chronisch psychiatrische<br />
aandoeningen. Twintig bewoners met bijkomende<br />
somatische problemen, verblijven in patio 1<br />
(verzorgingsunit) en 8 bewoners verblijven in patio 2.<br />
Stuurgroepleden:<br />
Psychiater: Dr. Gerda Dewaelheyns<br />
Hoofdverpleegkundige: Mevr. Hilde Van Wesemael<br />
Maatschappelijk werkers: Mevr. Godelieve Coen en<br />
Mevr. Anne-Marie Perreman<br />
NIEUWEMEERS B<br />
Hier verblijven 32 volwassen bewoners<br />
(24 bewoners in socio-woningen, 8 bewoners in<br />
een patio) met een gestabiliseerde psychiatrische<br />
aandoening.<br />
• Caritas<br />
• Sancta-Maria<br />
Het PVT is een residentiële voorziening voor zowel mannen als vrouwen met<br />
gestabiliseerde psychiatrische problemen. Deze personen hebben vooral nood aan<br />
opvang, begeleiding en activering die hen moet toelaten hun autonomie te verruimen<br />
en sommigen moet toelaten in het normale maatschappelijke leven terug te keren. Voor<br />
de meeste van de huidige bewoners is het psychiatrisch verzorgingstehuis de enige<br />
woonomgeving waarbinnen ze zich kunnen handhaven. De klemtoon in de PVT-werking<br />
ligt op het aanbieden van een aangename en huiselijke woonomgeving, op het optimaal<br />
aanspreken van de resterende capaciteiten van de bewoners, op activering, vorming en<br />
begeleiding en het aanbieden van zinvolle dag- en ontspanningsactiviteiten.<br />
Psycho-sociale rehabilitatie wordt hierbij gehanteerd als begeleidingskader.<br />
Stuurgroepleden:<br />
Psychiater: Dr. Gerda Dewaelheyns<br />
Hoofdverpleegkundige: Dhr. Hubert De Sutter<br />
Maatschappelijk werkers: Mevr. Godelieve Coen en<br />
Mevr. Anne-Marie Perreman<br />
Afdeling Caritas<br />
Momenteel verblijven hier 32 chronisch psychiatrische<br />
patiënten. Het is de bedoeling om op korte termijn<br />
voor een aantal van deze bewoners een nieuwbouw<br />
te realiseren op de campus van Huize Mariatroon te<br />
Dendermonde.<br />
Stuurgroepleden:<br />
Psychiater: Dr. Elke Lievens<br />
Hoofdverpleegkundige: Mevr. Magda Borms<br />
Maatschappelijk werkers: Mevr. Anne-Marie Perreman<br />
en Dhr. Jeroen Haesebeyt<br />
Ergotherapeute: Mevr. Simonne Adam
Afdeling Sancta-Maria<br />
Hier verblijven 53 verstandelijk gehandicapten,<br />
voornamelijk vrouwen. Er worden geen nieuwe<br />
bewoners met een verstandelijke handicap<br />
opgenomen, zodat deze afdeling op termijn een<br />
uitdovend karakter heeft. Sinds begin <strong>2008</strong> is de<br />
opsplitsing in twee units opgeheven en dit vanuit<br />
de voortdurende afbouw.<br />
Op de afdeling Sancta-Maria bevinden zich<br />
enerzijds bewoners met voornamelijk een licht en<br />
matig verstandelijke handicap waarvan sommigen<br />
met bijkomende psychische of gedragstoornissen<br />
of meervoudige handicaps: gehoorstoornissen,<br />
motorische problemen, enz. Anderzijds zijn<br />
er ook bewoners aanwezig met voornamelijk<br />
een matig tot ernstige verstandelijke handicap<br />
waarvan sommigen met bijkomende gedrags- en/<br />
of psychische moeilijkheden en/of ook nog<br />
lichamelijke stoornissen hebben.<br />
Stuurgroepleden:<br />
Psychiater: Dr. Gerda Dewaelheyns<br />
Hoofdverpleegkundige: Dhr. Marc Smekens<br />
Maatschappelijk werkers: Mevr. Godelieve Coen en<br />
Dhr. Jeroen Haesebeyt<br />
Orthopedagogen: Mevr. An Degreef en<br />
Mevr. Veerle De Vreeze<br />
Ergotherapeute: Mevr. Nicole De Smet<br />
9
2.4 Officiële samenwerkingsverbanden<br />
•<br />
•<br />
•<br />
•<br />
•<br />
•<br />
•<br />
Overlegplatform<br />
Popov GGZ, Drongen<br />
<strong>Centrum</strong> voor Geestelijke Gezondheidszorg<br />
<strong>Centrum</strong> voor Geestelijke Gezondheidszorg zuid Oost-Vlaanderen, Aalst<br />
Beschut wonen<br />
VZW Reymeers, Lede<br />
Dagactiveringscentrum SAVA, Lede<br />
Ouderenzorg<br />
Woon- en zorgcentrum Huize Mariatroon, Dendermonde<br />
Expertisecentrum dementie De Meander, Dendermonde<br />
VZW Residentie het Prieelshof, Oordegem<br />
VZW Huize Rozenwater, Wetteren<br />
Algemene ziekenhuizen<br />
Algemeen Stedelijk Ziekenhuis, Aalst<br />
Poliklinische diensten<br />
Medische Beeldvorming MCLL cvba, Sint-Martens-Latem<br />
VZW Medische Staf Stedelijk Ziekenhuis, Aalst<br />
2.5 Partner in een aantal zorgvernieuwingsprojecten<br />
• Het dagactiviteitencentrum Sava, VZW Reymeers, Dwarsstraat 1, 9340 Lede<br />
• Project activering, FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu<br />
• Project <strong>Psychiatrisch</strong>e zorg in de thuissituatie ‘Lotus- De Monding’, FOD Volksgezondheid,<br />
Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu<br />
• Project Zorgtrajectbegeleiding voor ouderen met ernstige en complexe psychiatrische problemen<br />
• Deelname Therapeutisch project nr. 9: ’Onderzoek naar de kritische succesfactoren en de mogelijke<br />
ICT-toepassingen bij de uitbouw van een zorgcircuit voor ouderen met ernstige en langdurige stemmingsstoornissen’,<br />
FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu<br />
Partners:<br />
Ŧ <strong>Centrum</strong> voor Geestelijke Gezondheidszorg zuid Oost-Vlaanderen, Langestraat 12, 9300 Aalst<br />
Ŧ GDT Ovosit, Jubileumlaan 225, 9000 Gent<br />
Ŧ Beschut Wonen, VZW Reymeers, Reymeersstraat 13a, 9340 Lede<br />
Ŧ PVT Nieuwemeers, Reymeersstraat 13a, 9340 Lede<br />
Ŧ VZW Rustoord Sint-Jozef, Bruulstraat 17, 9450 Haaltert<br />
Ŧ WZC Denderrust, Alfons De Cockstraat 12a, 9310 Herdersem<br />
Ŧ WZC St.-Vincentius, Aaigemdorp 68,9420 Aaigem<br />
Ŧ WZC Huize Mariatroon, Brusselsestraat 90, 9200 Dendermonde<br />
Ŧ WZC St.-Antonius, Rootjesweg 77, 9200 Grembergen<br />
Ŧ PZT ‘Lotus-De Monding’, Reymeersstraat 13a, 9340 Lede<br />
• Partner in het therapeutisch project nr. 78: “Multizorgbenadering en -behandeling van alcoholmisbruik en<br />
-verslaving bij vrouwen”, FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu<br />
• Project Ontslagmanagement, FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu<br />
• Voedingsproject: Pilootproject inzake het aanstellen van een voedingsverantwoordelijke en een voedingsteam<br />
in het kader van het nationaal Voedings- en Gezondheidsplan voor België
2.6 Raad van bestuur<br />
•<br />
•<br />
•<br />
•<br />
•<br />
Gedelegeerd bestuurder:<br />
Dhr. Raphaël De Rycke<br />
Voorzitter:<br />
Eerwaarde Broeder Veron Raes<br />
Secretaris:<br />
Eerwaarde Broeder Frits Swinnen<br />
Penningmeester:<br />
Eerwaarde Broeder Joris De Roeck<br />
Leden:<br />
Eerwaarde Broeder Luc Maes<br />
Eerwaarde Broeder Julius Cocquyt<br />
Eerwaarde Broeder Frans Van Hoorde<br />
Eerwaarde Broeder Victor Quets<br />
Eerwaarde Broeder Lucien De Priester<br />
Dhr. Michel Paquet<br />
Dhr. Hendrik Delaruelle<br />
Dhr. Koen Oosterlinck<br />
Dhr. Luk De Staercke<br />
11
3 Beleidsdomeinen<br />
3.1 Algemeen beleid: strategisch plan<br />
Vanuit de bekommernis van een betere zorg op maat en continuïteit van zorg wordt<br />
sedert het tweede deeladvies van de NRZV (1997) gepleit om de organisatie van de GGZ<br />
te ontwikkelen in de richting van zorgcircuits in netwerken. Door de gemeenschappelijke<br />
verklaringen van de bevoegde federale en gemeenschapsministers in 2004 werd<br />
bekrachtigd om zorgprogramma’s te realiseren voor een leeftijdsgebonden doelgroep<br />
waarbij GGZ-actoren gemeenschappelijk de verantwoordelijkheid opnemen voor het<br />
totaalpakket aan zorg voor de patiënten van de doelgroep binnen een werkingsgebied.<br />
Deze onderlinge samenwerking van de GGZ-actoren dient te worden geformaliseerd in<br />
een functioneel samenwerkingsverband.<br />
Aan elke bevoegde minister werd bovendien de<br />
ruimte gelaten om, binnen de eigen bevoegdheid,<br />
experimenten op te zetten om het huidige,<br />
voorzieningsgerichte zorgaanbod om te zetten in<br />
nieuwe zorgvormen- en inhouden. Twee federale<br />
initiatieven werden in dit kader reeds opgezet om<br />
een bijdrage te leveren aan de exploratie hoe de<br />
toekomstige doelgroepgerichte zorgprogramma’s<br />
er moeten uitzien. Zo zijn er de pilootprojecten<br />
van de FOD Volksgezondheid die focussen op<br />
het uittesten van nieuwe zorgvormen zoals PTZ,<br />
outreach kinderen of nieuwe zorginhouden zoals<br />
SGA en dubbeldiagnosen. Daarnaast zijn er de<br />
therapeutische projecten in de schoot van het<br />
RIZIV die experimenteren met het cliëntgebonden<br />
overleg tussen de ambulante en residentiële<br />
actoren en niet GGZ-actoren. Via deze projecten<br />
waarin het cliëntenoverleg rond patiënten met<br />
ernstige en langdurige psychiatrische stoornissen<br />
centraal staat, wil men de continuïteit en de zorg<br />
op maat voor deze individuele cliënten verbeteren.<br />
In bovenstaande types van experimenten maar<br />
ook in de dagelijkse praktijk in de ambulante en<br />
residentiële GGZ-voorzieningen, botst men meer en<br />
meer op de limieten van het huidige zorgaanbod.<br />
Men stelt vast dat een patiënt nood heeft aan een<br />
zorgvorm/inhoud die op heden niet bestaat omdat<br />
ze bijvoorbeeld niet past in de huidige regelgeving<br />
(PZ, PAAZ, PVT,BW,CGG) van zorgverlening of ze<br />
binnen de huidige structuren niet optimaal kunnen<br />
worden gerealiseerd t.g.v. een te lage intensiteit<br />
aan zorg door onvoldoende of onvoldoende<br />
gekwalificeerd personeel. Zorgcontinuïteit en zorg<br />
op maat kunnen maar verbeteren indien er naast<br />
overleg tussen de aanwezige zorg- en dienstverleners<br />
rond één patiënt ook alternatieve zorgvormen/<br />
inhouden mogelijk worden gemaakt.<br />
Verder stelt Minister Laurette Onkelinx (<strong>2008</strong>) in<br />
haar beleidsnota dat het beleid in de geestelijke<br />
gezondheidszorg dient gebaseerd te zijn op de<br />
noden van de patiënt en zijn familie. Zij vormen<br />
immers de spil voor de verdere uitbouw van<br />
de geestelijke gezondheidszorg. In 2009 zullen<br />
bijkomende inspanningen geleverd worden om het<br />
aanbod van de GGZ beter te laten aansluiten bij<br />
de behoeften. Minister Onkelinx wil de klemtoon<br />
leggen op de verdere invulling van de hiaten in het<br />
zorgaanbod voor de bestaande doelgroepen van<br />
kinderen en jongeren, volwassenen en ouderen als<br />
voor nieuwe doelgroepen zoals volwassenen met<br />
een dubbele diagnostiek (meer bepaald personen<br />
met een mentale handicap en gedragsproblemen).<br />
Er zullen extra impulsen gegeven worden om te<br />
komen tot een reorganisatie van de residentiële<br />
geestelijke gezondheidszorg naar een meer gemeenschapsgerichte<br />
zorg. Via B4-overeenkomsten<br />
zullen de psychiatrische ziekenhuizen een deel<br />
van hun budget van financiële middelen flexibel<br />
kunnen inzetten ter realisatie van artikel 107 van de<br />
ziekenhuiswet en via de ZIV-wet (artsenhonoraria).<br />
Bovendien zal de herinvestering van de middelen<br />
van de uitdovende PVT-bedden een stimulans<br />
zijn in de organisatie van zorgvormen die de<br />
reïntegratie van de psychiatrische patiënt in de<br />
samenleving ondersteunt.
In het licht van bovenstaande evoluties werd in de<br />
tweede helft van <strong>2008</strong> binnen het directiecomité<br />
een strategische bezinning gehouden waarbij<br />
nagedacht werd over volgende vragen:<br />
• Hoe kan de instelling mee een rol spelen in de<br />
uitvoering van artikel 107 van de ziekenhuiswet<br />
om mee gestalte te geven aan het ontwikkelen van<br />
zorgcircuits in netwerken?<br />
• Hoe kunnen de beschikbare middelen nog meer<br />
effectief en doelmatig worden ingezet?<br />
• Hoe bereiken we nog meer zorg op maat en<br />
kan een meer vraaggerichte werking ontplooid<br />
worden?<br />
• Kunnen we ons inschrijven in (piloot)projecten die<br />
een verder doorgedreven differentiatie van (sub)doelgroepen,<br />
zorgfuncties en zorgmodaliteiten<br />
mogelijk maken?<br />
• Kan de geografische, psychologische en financiële<br />
toegankelijkheid door bijvoorbeeld delokalisatie<br />
verbeterd worden?<br />
Voor deze strategische bezinning werd het<br />
directiecomité uitgebreid met de middenkaders<br />
van het ziekenhuis. Er werd vertrokken vanuit<br />
de bestaande missie en kernopdrachten van de<br />
Broeders van Liefde en de instellingseigen visie.<br />
Tevens werd een swot-analyse van de huidige<br />
werking en zorgprogramma’s gemaakt waarbij<br />
sterken en zwakten werden in kaart gebracht<br />
en bedreigingen en opportuniteiten werden<br />
geformuleerd. Hierbij werden een aantal indicatoren<br />
aan een diepgaander onderzoek onderworpen.<br />
Zo werd bijvoorbeeld op basis van MPG een studie<br />
gemaakt van het langverblijf binnen de T-diensten.<br />
De opnamedienst werd betrokken bij een analyse<br />
van de opnameaanvragen in de periode 2007-<strong>2008</strong>.<br />
Ook werd een regio-omschrijving gemaakt volgens<br />
de herkomst van de patiënten (cfr. kaart). Het<br />
aanbod van alle GGZ-actoren werd voor deze<br />
regio in kaart gebracht en vergeleken met de<br />
programmatie.<br />
Daarnaast werd bij deze uitgebreide omgevingsanalyse<br />
bijzondere aandacht besteed aan<br />
maatschappelijke tendensen en evoluties in het<br />
algemeen en de evoluties binnen de GGZ in het<br />
bijzonder. Heel wat adviezen van de NRZV werden<br />
bestudeerd en de beleidsnota’s van de Ministers<br />
Aelvoet-Vandenbroucke (2001), Demotte (2005),<br />
Vanackere (2009) en Onkelinx (2009) werden<br />
geresumeerd. De heer Yves Wuyts van het VVI<br />
gaf ons een toelichting over de evoluties binnen<br />
de GGZ op internationaal, nationaal en regionaal<br />
niveau. Een aantal belangrijke GGZ-actoren uit<br />
de regio zoals het CCG zuid Oost-Vlaanderen, De<br />
Sleutel, PTZ Lotus, het initiatief Beschut Wonen<br />
Reymeers en het project activering (SAVA) werden<br />
bij dit overleg betrokken.<br />
Bij het formuleren van de strategische opties voor<br />
de toekomst werden volgende uitgangspunten<br />
weerhouden:<br />
• Het afbakenen van een duidelijke zorgregio waarop<br />
we ons willen richten;<br />
• Langlopende zorgprogramma’s zoveel als mogelijk<br />
vervangen door kortdurende;<br />
• Verder streven naar vermaatschappelijking van<br />
zorg;<br />
• Verschuiving van grootschalige intramurale zorg<br />
naar zorg aan huis;<br />
• Maximale reïntegratie van chronische patiënten;<br />
• Inschrijving van de instelling in doelgroepgerichtevoorzieningsoverschrijdende<br />
zorgcircuits in netwerken via functionele<br />
samenwerkingsverbanden;<br />
• Wetenschappelijk onderbouwde zorg verstrekken<br />
evidence en/of practice based;<br />
• Werken aan destigmatisering van de GGZ-cliënt via<br />
empowerment en recovery.<br />
Zowel voor de doelgroep ouderen als voor de<br />
doelgroep volwassenen werden een aantal<br />
strategische opties geformuleerd. We denken hier<br />
o.a. aan:<br />
• De verdere uitbouw van het zorgcircuit ouderen;<br />
• Optimalisatie van de samenwerking met het eigen<br />
Woon- en Zorgcentrum Huize Mariatroon;<br />
• Verdere delokalisatie via creatie en op termijn<br />
uitbreiding en differentiatie van een PVT te<br />
Dendermonde;<br />
• Verdere differentiatie en uitbreiding binnen<br />
beschut wonen zowel wat betreft doelgroepen als<br />
wat betreft woonformules;<br />
• Uitbouw van zorgcircuits voor volwassenen met<br />
ernstige en chronische problematiek en voor<br />
patiënten met middelenafhankelijkheid;<br />
• Optimalisatie van het zorgprogramma en<br />
inschrijving in zorgcircuit voor patiënten met<br />
eetstoornissen;<br />
• Verdere uitbreiding en uitbouw van het netwerk<br />
activering voor patiënten met langdurige en<br />
complexe problematiek;<br />
• Verdere uitbreiding en uitbouw van het project<br />
psychiatrische thuiszorg.<br />
Momenteel wordt verder onderzocht hoe en binnen<br />
welke tijdspanne deze opties kunnen gerealiseerd<br />
worden.
3.2 Medisch en therapeutisch beleid<br />
3.2.1 Medisch beleid<br />
De geplande uitbreiding van de medische staf met collega Hans Christiaens, huisarts, werd in<br />
<strong>2008</strong> gerealiseerd. De collega zal onmisbaar zijn in de ondersteuning van de somatische zorg<br />
binnen de instelling.<br />
Op klinisch vlak worden de afdelingen voor<br />
psychosenzorg, stemmingsstoornissen,<br />
eetstoornissen en afhankelijkheidsproblematiek<br />
verder uitgebouwd. Bijzondere aandacht gaat<br />
ook naar de psychopathologie van de derde en<br />
vierde leeftijd, met verdere op punt stelling van<br />
de behandeling van psychiatrische problematiek<br />
gekoppeld aan dementiële stoornissen. In dit<br />
verband moeten ook de therapeutische projecten<br />
waaraan de medische staf actief deelneemt,<br />
worden vermeld.<br />
De informatisering van het medische dossier heeft<br />
dit jaar zijn beslag gekregen in de diverse pilootprojecten,<br />
en zal eerstdaags inderdaad kunnen<br />
worden geïmplementeerd in de instelling. Van de<br />
kant van de medici zijn de verwachtingen zeer hoog<br />
gespannen, en er wordt verwacht dat het gebruik<br />
van dit dossier, en de daaraan inherente creatie van<br />
structuren binnen de zorg, een belangrijke stap<br />
voorwaarts zullen betekenen in de kwaliteit<br />
van de zorg.<br />
In samenwerking met de onderzoekseenheid<br />
van het Aalsterse Onze-Lieve-Vrouw Ziekenhuis<br />
participeert de instelling nog steeds actief in<br />
medisch onderzoek, in het bijzonder in fase I<br />
onderzoek in de behandeling van schizofrenie.<br />
Ook op het terrein van de psychofysiologie blijft<br />
de instelling vertegenwoordigd. Op het psychofysiologie<br />
congres te Beaune was de instelling<br />
vertegenwoordigd met een presentatie over de responspredictie<br />
in de behandeling van depressie. Op<br />
het vierde Vlaams Geestelijk Gezondheidscongres te<br />
Antwerpen werden mee een poster presentatie en<br />
satelliet symposium verzorgd over de toepassingen<br />
van psychofysiologie in de psychiatrische kliniek.<br />
15
3.2.2 Therapeutisch beleid<br />
In <strong>2008</strong> werd het gevoerde therapeutisch beleid verder gezet. Wat de doelgroepen<br />
betreft, zien we geen wijzigingen. Er werd verder werk gemaakt van de uitbouw van<br />
de specifieke unit voor de doelgroep eetstoornissen op de afdeling Providentia. Verder<br />
kregen alle stuurgroepen de opdracht na te denken over hun doelgroep en dit binnen<br />
het kader van het uitschrijven van hun afdelingsvisie. Vanuit deze oefening kwamen<br />
er een aantal vragen/voorstellen die mee opgenomen werden binnen de strategische<br />
bezinning. Een aantal elementen uit deze strategische bezinning kunt u lezen in hoofdstuk<br />
2 van dit jaarverslag.<br />
Het aantal medische opnames ligt in de lijn van<br />
vorig jaar. Van de 612 opnames was 40 % (n = 246)<br />
een eerste opname binnen de voorziening. Dit is<br />
een 6 % minder (2007= 286) dan het vorige jaar.<br />
Wat de hoofddiagnoses bij de medische opname<br />
betreft, zien we een gelijkaardig patroon zoals<br />
in 2007. Een 29 % van de opnames betreft een<br />
opname omwille van een verslavingsproblematiek<br />
(medicatie en/of alcohol). In <strong>2008</strong> werd dan<br />
ook verder werk gemaakt van de uitbouw van het<br />
zorgcircuit alcoholverslaving en dit onder meer<br />
door een verdere participatie aan het therapeutisch<br />
project ‘multizorgbenadering en –behandeling<br />
van alcoholmisbruik en –verslaving bij vrouwen’.<br />
Dit therapeutisch project situeert zich o.a. in het<br />
arrondissement Aalst, Oudenaarde en is in nauwe<br />
samenwerking met o.a. de ontwenningskliniek De<br />
Pelgrim en het CGG zuid Oost-Vlaanderen.<br />
Wanneer we de andere diagnoses bekijken, zien<br />
we een zelfde beeld als 2007 waarbij 21 % van<br />
de opnames verband houden met een stemmingsstoornis<br />
in het bijzonder een depressieve<br />
stoornis (16 % van deze 21 %). Ondanks een<br />
beperkte profilering voor deze doelgroep en de<br />
aanwezigheid van verschillende PAAZ-diensten,<br />
merken we toch heel wat vragen tot opname.<br />
Waarschijnlijk heeft dit te maken met onze voortrekkersrol<br />
binnen het therapeutisch project ‘uitbouw<br />
van een zorgcircuit voor ouderen met ernstige en<br />
langdurige stemmingsstoornissen’ waardoor er een<br />
meer gerichte doorverwijzing gekomen is.<br />
De uitdaging voor de komende jaren is dan ook om<br />
dit zorgcircuit binnen de eigen voorziening verder<br />
uit te bouwen en dit niet alleen voor de ouderen<br />
maar tevens voor de volwassenen.<br />
Wat verder opvalt, is dat het aantal opnames<br />
van patiënten met schizofrenie en aanverwante<br />
psychotische stoornissen status quo blijft en<br />
schommelt rond de 20 %. Binnen het psychiatrisch<br />
centrum wordt er dan ook heel wat inspanning<br />
ondernomen om de behandeling en begeleiding<br />
van deze doelgroep verder uit te bouwen. Zo wordt<br />
er verder werk gemaakt van de uitbouw van o.a.<br />
cognitieve therapie, de implementatie van psychoeducatie,<br />
het vormen van medewerkers in het<br />
motiveren van patiënten met deze diagnose, enz.<br />
Afsluitend wensen we nog te vermelden dat er dit<br />
jaar door de stuurgroepleden van de verschillende<br />
afdelingen hard werd gewerkt aan het verder<br />
uitschrijven van hun afdelingsvisie en daaraan<br />
gekoppeld o.a. hun therapeutisch beleid omtrent<br />
het omgaan met hun doelgroep. In 2009 zal dit<br />
verder gefinaliseerd worden en zal dit o.a. leiden<br />
tot het herwerken van hun afdelingsbrochures, hun<br />
aangeboden behandelprogramma en het werken<br />
met afdelingsbeleidsplannen .
3.2.3 Verpleegkundig en paramedisch beleid<br />
Dit jaar werden binnen het verpleegkundig-paramedisch beleid een aantal klemtonen<br />
gelegd. In opvolging van de uitwerking van een strategisch beleid voor het verpleegkundig<br />
en paramedisch beleid, werd er in <strong>2008</strong> eveneens een beleidsplan uitgeschreven voor<br />
zowel het ziekenhuis als het PVT waarin een aantal doelstellingen vooropgesteld werden.<br />
Onderstaand geven we een kort overzicht van de belangrijkste realisaties.<br />
•<br />
•<br />
Verdere implementatie van het informatiseren<br />
van het medicatiegebeuren (infomedic) op<br />
alle afdelingen<br />
Sinds 2007 draaien alle afdelingen op modus 2.<br />
In <strong>2008</strong> werd er dan ook verder werk gemaakt van<br />
de verdere implementatie en borging van dit veranderingsproces.<br />
Zo werd er aandacht besteed aan<br />
de opleiding van de zorgkundigen en de nieuwe<br />
medewerkers in het omgaan met infomedic,<br />
werden een aantal procedures herschreven en<br />
werd er systematisch aandacht besteed aan<br />
het doorgeven van vragen tot verandering aan<br />
het programma en dit via de gebruikersgroep<br />
infomedic. In het tweede semester van <strong>2008</strong> werd<br />
eveneens gestart met de voorbereiding van het<br />
invoeren van de elektronische handtekening<br />
binnen infomedic (Elodis of Electronic or Digital<br />
Signature Implementation System). Voor meer<br />
info omtrent dit project verwijzen we tevens naar<br />
hoofdstuk 5.<br />
Optimalisatie van de overlegstructuren<br />
binnen de afdelingswerking/uitschrijven<br />
van de afdelingsvisie<br />
Naast de systematische opvolging van de<br />
stuurgroepwerking werd er eveneens aandacht<br />
gegeven aan de frequentie van de teamvergaderingen,<br />
het aantal interdisciplinaire patiëntenbesprekingen,<br />
de overdrachtmomenten of briefings en<br />
de vooropgestelde patiënten-stafvergaderingen.<br />
De werking van de stuurgroep werd ondersteund<br />
door aan de stuurgroepleden meerdere vormingen<br />
te geven omtrent het opmaken en uitschrijven<br />
van hun afdelingsvisie. Eind <strong>2008</strong> heeft dan ook<br />
iedere afdeling zijn afdelingsvisie opnieuw bekeken<br />
•<br />
•<br />
en uitgeschreven. Deze afdelingsvisie zal in 2009<br />
verder gebruikt worden bij zowel de uitbouw<br />
van het interne zorgcircuit (samenwerking en<br />
afstemming tussen de afdelingen onderling) als bij<br />
de afstemming met diverse externe partners i.h.k.v.<br />
de netwerkvorming. Daarnaast zal vanuit deze<br />
afdelingsvisie eveneens werk gemaakt worden van<br />
het jaarlijks opmaken van een afdelingsbeleidsplan<br />
en vormingsbeleidsplan. Voor een uitgebreidere<br />
toelichting verwijzen we tevens naar hoofdstuk 4.<br />
Verdere integratie van zorgkundigen binnen<br />
het multidisciplinaire team<br />
In opvolging van het KB van 16.02.06 werd er<br />
verder werk gemaakt van de inschakeling van deze<br />
zorgverleners binnen het departement.<br />
In het bijzonder werd er aandacht gegeven aan de<br />
invulling van het begrip ‘gestructureerde equipe’ en<br />
het ‘toezicht’.<br />
Optimaliseren van het begeleidingsplan<br />
binnen PVT<br />
In <strong>2008</strong> werden de opgemaakte begeleidingsplannen<br />
van de bewoners, verblijvend binnen PVT, van<br />
naderbij bekeken. Zo werd nagegaan in hoeverre<br />
er voor iedere bewoner een begeleidingsplan<br />
aanwezig was en dit ook geactualiseerd was.<br />
Binnen deze beweging werd ook (het gebruik van)<br />
het bewonersdossier opnieuw bekeken.<br />
17
•<br />
•<br />
Analyse van de opname-aanvragen<br />
In het kader van de strategische bezinning werd<br />
er dit jaar aandacht besteed aan de registratie en<br />
analyse van alle opname-aanvragen. Gedurende<br />
een bepaalde periode (1 maand) werden alle<br />
opname-aanvragen geregistreerd en werden alle<br />
aanvragen opgevolgd tot de afhandeling ervan.<br />
De resultaten ervan werden getoetst aan een vorig<br />
onderzoek, werden besproken op de verschillende<br />
overlegorganen en werden eveneens gebruikt bij<br />
het uittekenen van het strategisch beleid van de<br />
voorziening.<br />
Herziening van de week en weekend<br />
bestaffing<br />
Bij de uittekening van de afdelingsvisie met daarbij<br />
de bespreking van het behandelprogramma<br />
werd het vraagstuk van de optimale bestaffing<br />
besproken. Immers een behandelaanbod valt<br />
3.3 Personeelsbeleid<br />
en staat met de aanwezigheid van voldoende<br />
deskundig en gekwalificeerd personeel. Doorheen<br />
de besprekingen werd er dan ook werk gemaakt<br />
omtrent het bepalen van minimum en maximale<br />
bestaffing. Opzet is om dit bestaffingsgetal jaarlijks<br />
te herbekijken waarbij er rekening wordt gehouden<br />
met het wettelijk kader, het gewenste kader vanuit<br />
behandelperspectief bekeken, het aangeboden<br />
behandelprogramma, enz.<br />
Naast bovengenoemde actiepunten werd er<br />
eveneens ingestapt in een aantal nieuwe of<br />
lopende projecten. We verwijzen hiervoor naar<br />
hoofdstuk 4 en 5 van dit jaarverslag.<br />
In <strong>2008</strong> werden gemiddeld 267,56 fulltime-equivalent (FTE) personeelsleden tewerkgesteld.<br />
In koppen bedraagt dit 382 personeelsleden.<br />
188,28 FTE werden ingezet binnen het<br />
verpleegkundig en paramedisch departement<br />
(ziekenhuis en PVT).<br />
149,80 FTE werden tewerkgesteld als verpleegkundige,<br />
zorgkundige of logistiek assistent.<br />
Het centrum telde 38,48 FTE paramedici, waarvan:<br />
• 4,60 FTE als psychologen<br />
• 0,92 FTE als psychologisch assistenten<br />
• 15,19 FTE als ergotherapeuten<br />
• 1,2 FTE als bewegingstherapeuten<br />
• 1,65 FTE als kinesisten<br />
• 8,22FTE als medewerkers sociale dienst<br />
• 1,46FTE als pastorale medewerkers<br />
• 2,5 FTE als diëtisten<br />
• 1,74 FTE als orthopedagogen<br />
• 1 FTE als muziektherapeute<br />
54,08 FTE werden ingezet binnen de facilitaire<br />
diensten, 13,93 FTE binnen de voedingsdienst,<br />
23,82 FTE binnen de huishoudelijke dienst,<br />
11,58 FTE binnen de technische dienst en 4,75 FTE<br />
binnen de wasserij.<br />
Binnen de administratie werden 20,19 FTE ingezet.<br />
Andere zijn 5 FTE (stafmedewerkers, …).
3.4 Vormingsbeleid<br />
Het centrum streeft naar een optimale behandeling en begeleiding van de opgenomen<br />
psychiatrische patiënten en bewoners. Om de deskundigheid van de medewerkers<br />
continu op peil te houden, meer nog, verder te verhogen, voorziet de organisatie in heel<br />
wat vormingsinitiatieven welke zijn samengebundeld binnen een vormingsbeleid. Sinds<br />
2004 is hiervoor een raamkader uitgeschreven dat ook als basis diende voor het leerbeleid<br />
in <strong>2008</strong>.<br />
In totaal werd er in <strong>2008</strong> een vormingsbudget<br />
voorzien en uitgegeven van circa € 15 000.<br />
Dit vormingsbudget werd voor ongeveer 2/3<br />
aangewend om medewerkers te ondersteunen bij<br />
het volgen van ‘externe’ vormingen.<br />
Dit omvatte zowel langdurige opleidingen van<br />
enkele medewerkers (bijvoorbeeld het volgen<br />
van een managementopleiding of een intensieve<br />
opleiding ‘leiding geven’) als het ondersteunen<br />
van heel wat medewerkers bij het volgen van<br />
kortdurende opleidingen. Het overige budget werd<br />
gebruikt om de interne vormingen te financieren,<br />
het aanschaffen van educatief materiaal,…<br />
Verder werden er ook heel wat kosteloze vormingen<br />
aangeboden voornamelijk door de eigen referentiepersonen<br />
binnen de voorziening.<br />
Wat de inhoud van de externe vormingen betreft,<br />
zien we dat de verschillende behandelteams<br />
ook dit jaar gekozen hebben voor themata die<br />
aansloten bij de behandeling/begeleiding van hun<br />
doelgroep. Thema’s als behandeling van depressie,<br />
diagnostische scenario’s bij intake, dialectische<br />
gedragstherapie, zorg voor de geriatrische<br />
patiënt,… scoorden dan ook hoog.<br />
Wat de interne aangeboden vormingen betreft,<br />
werd een groot deel van de opleidingstijd<br />
gespendeerd aan de volgende opleidingen: het<br />
werken vanuit een afdelingsvisie en dit t.b.v. het<br />
uitschrijven van deze visie, opvang en begeleiding<br />
van medewerkers en dit na een traumatische<br />
gebeurtenis, HACCP-normering en de toepassing<br />
ervan op de afdelingen, motiverende gespreksvoering,<br />
malnutritie, …<br />
Wat de eigen kosteloze vormingen betreft, werden<br />
er heel wat medewerkers verder opgeleid door<br />
de eigen referentiepersonen. Zo werden zowel<br />
de lesgevers als de nieuwe medewerkers verder<br />
geschoold in infomedic, werd de interventieploeg<br />
van het cluster Esperanza 0,<br />
Esperanza 1 en Providentia opgeleid om te<br />
interveniëren bij dreigend destructief gedrag,<br />
kregen de medewerkers de kans zich in te schrijven<br />
op cursussen brandpreventie en infomedic en<br />
werden er vele vormingsuren geïnvesteerd in hef-<br />
en tiltechnieken.<br />
Bij de evaluatie van het vormingsgebeuren blijkt<br />
dan ook dat de aangeboden vormingen als<br />
positief beoordeeld werden en is er de vraag naar<br />
verdere opvolging van het geleerde. We stellen<br />
wel vast dat – verhoudingsgewijs en dit vooral<br />
binnen de eigen interne vormingen – er nog iets<br />
teveel vormingsuren gaan naar de ‘verplichte<br />
vormingen’ zoals hef- en tiltechnieken, omgaan<br />
met agressie, brandpreventie,… en dit ten nadele<br />
van bijvoorbeeld een aanbod omtrent ‘begeleidingsvaardigheden’<br />
in het omgaan met bepaalde<br />
psychopathologieën.<br />
Ondanks ons streven om in <strong>2008</strong> dit enigszins<br />
te veranderen, zijn we hier nog onvoldoende in<br />
geslaagd. In 2009 wensen we dan ook hier een<br />
verdere bijsturing rond te doen. Vanuit het beleid<br />
werd daarom – binnen het strategisch beleidsplan<br />
– al een aantal doelstellingen/streefwaarden<br />
ingeschreven binnen de Balanced Score Card.<br />
Tevens werd begin <strong>2008</strong> een dossier ingediend en<br />
goedgekeurd door het Sociaal Fonds voor de Privéziekenhuizen<br />
om aan een grote groep medewerkers<br />
vorming/coaching te voorzien in het begeleiden<br />
van de hun toegewezen doelgroep. In het naja<br />
ar <strong>2008</strong> werden dan ook de nodige afspraken<br />
gemaakt omtrent de uitvoering van deze vorming.<br />
Zo zullen de psychologen vooral deze vorming<br />
coördineren. In 2009 verwachten we dan ook dat op<br />
de verschillende ziekenhuis- en PVT-afdelingen deze<br />
vorming wordt uitgevoerd en de medewerkers niet<br />
alleen meer kennis hebben van bepaalde psychopathologie<br />
die zich op hun afdeling voordoet maar<br />
ook specifieke begeleidingsvaardigheden kunnen<br />
verwerven in het omgaan met deze doelgroep.<br />
We kijken alvast hoopvol uit naar dit intense<br />
coachingsproces.<br />
19
Daarnaast zullen er ook initiatieven genomen<br />
worden om de transfer van het geleerde naar de<br />
praktijk te bevorderen. Hiertoe zal het leerbeleid<br />
binnen het departement patiëntenzorg verder<br />
bijgestuurd en uitgewerkt worden. Waar in <strong>2008</strong> de<br />
verschillende stuurgroepleden gevormd werden<br />
in het neerschrijven van hun afdelingsvisie en<br />
afdelingsbeleidsplan, zal er in 2009 ook aanvang<br />
genomen worden met het uitschrijven van en<br />
3.5 Pastoraal en ethisch beleid<br />
3.5.1 Pastoraal beleid: opening nieuwe stille ruimte<br />
Sinds 12 oktober <strong>2008</strong> is de kloosterkapel niet meer in gebruik. Na het vertrek van de<br />
zusters Maricolen en het sluiten van het klooster, is met de sluiting van de kloosterkapel<br />
opnieuw een hoofdstuk omgeslagen in het rijke geschiedenisboek van ons psychiatrisch<br />
centrum. De kloosterkapel stond zeker al in 1885 op de huidige plaats en werd in 1913<br />
grondig verbouwd, met als resultaat de bestaande kapel. Nu de kloosterkapel definitief<br />
werd gesloten, werd een nieuwe kapel/stille ruimte ingericht op de benedenverdieping<br />
van de afdeling Providentia. Het is een stemmige, intieme ruimte met plaats voor maximum<br />
40 personen. De ruimte is ingericht met een altaar, tabernakel, lezenaar, kruisbeeld<br />
en twee bijbelse schilderijen over de verzoening.<br />
De zachte kant van het professionele zorgbedrijf<br />
In een tijd waarin de zorg steeds meer vermarkt<br />
wordt, is stevig management - de zakelijke, harde<br />
kant van de organisatie – hoogst noodzakelijk om<br />
de missie van het psychiatrisch centrum waar te<br />
kunnen maken. Het succes van ons centrum wordt<br />
evenzeer bepaald door de zachte kant, namelijk<br />
door de motivatie van de zorgverleners om op<br />
betrokken en professionele wijze zorg te dragen<br />
voor de kwetsbare medemens. Dit heeft te maken<br />
met bezieling, met spirit, met spiritualiteit. In de<br />
context van geprofessionaliseerde zorg behoren<br />
een traditioneel element als ‘roeping’ of een oud<br />
begrip als ‘caritas’ niet meer tot het moderne<br />
zorgdiscours. Toch is de intrinsieke betrokkenheid<br />
essentieel voor de diverse zorgverleners, al wordt<br />
in de dagelijkse arbeid die spirit in het werk<br />
nauwelijks nog gethematiseerd. Ook de erkenning<br />
van die betrokkenheid is essentieel: de passie<br />
voor het zorgberoep dreigt te verdorren en te<br />
verzakelijken wanneer er geen ruimte, geen taal,<br />
geen gelegenheid meer is om de compassie te<br />
thematiseren.<br />
werken met ‘vormingsbeleidsplannen’ per afdeling.<br />
Opzet is om het vormingsbeleidsplan heel sterk te<br />
laten aansluiten bij het vooropgestelde afdelingsbeleidsplan.<br />
Evaluatie hiervan voorzien we tijdens<br />
de jaarlijkse ontmoeting tussen de directie en de<br />
stuurgroepleden en dit in het najaar 2009, begin<br />
2010.<br />
Het is binnen dit discours dat reflectie over de<br />
betekenis van de kapel voor het centrum plaats<br />
vindt. Wat de harde kant van de zorgorganisatie<br />
betreft, valt er immers totaal geen economisch<br />
voordeel te behalen uit de bekostiging van een<br />
kapel. Een kapel of stille ruimte is niet nuttig en<br />
dient tot niks. Maar dat het centrum er toch voor<br />
kiest om hiervoor kostbare ruimte en middelen te<br />
investeren, is een belangrijk statement. Het is een<br />
aanbod, een initiatief van een organisatie die met<br />
volle kracht optimale zorg wil verlenen en daarbij<br />
ook de zogenaamde zachte kant van zorg essentieel<br />
vindt.<br />
De kapel als verwijzing en vrijplaats<br />
De kapel is als het ware de ruimtelijke verwijzing<br />
naar en woordenloze taal voor datgene waar het<br />
dit centrum en al haar medewerkers uiteindelijk<br />
om begonnen is en nog steeds om gaat: vanuit<br />
innerlijke bewogenheid zorg bieden aan de<br />
kwetsbare medemens. Dit vormt de grondslag van<br />
het centrum, dit is het gemeenschappelijk project,<br />
hoe divers ieders taken en verantwoordelijkheden<br />
ook zijn om deze missie concreet te maken. Binnen<br />
het psychiatrisch centrum is de kapel dan een
ijzondere ruimte die te denken geeft, die herinnert<br />
aan en verwijst naar het gezamenlijke ideaal.<br />
Door de aanwezigheid van de kapel geeft het<br />
centrum een belangrijk signaal aan patiënten,<br />
bewoners en hun naasten, aan bezoekers en aan<br />
haar medewerkers: betrokkenheid, beleving en<br />
zingeving van zowel zorgvragers als zorgverleners<br />
hebben een eigen onvervangbare waarde naast<br />
verpleging, verzorging, begeleiding, facilitaire<br />
dienstverlening, … Het is voor patiënten, bewoners,<br />
familieleden en bezoekers goed te weten dat er<br />
ook letterlijk ruimte is voor geestelijk welzijn en<br />
spirituele beleving.<br />
Theologisch gezien is een kapel ‘voor de gelovigen<br />
een bijzonder teken, een blijvende verwijzing naar<br />
God die wel onzichtbaar blijft voor hun ogen, maar<br />
die zij in geloof midden onder hen aanwezig weten.<br />
Het is <strong>Gods</strong> huis te midden van de mensen’.<br />
Naast materiële verwijzing naar immateriële<br />
waarden is de kapel ook een vrijplaats, een ruimte<br />
om te zijn. Patiënten en bewoners lopen er binnen<br />
als zij in het hoofdgebouw zijn, of zij zoeken<br />
expliciet de stilte en de geborgenheid van deze<br />
ruimte op. Ze bidden er om kracht en troost, ze<br />
vinden er ruimte om te wachten, te denken, te<br />
hopen. Naast gebedsdiensten en bezinningen<br />
vindt er bovendien elke dag een eucharistieviering<br />
plaats waaraan de patiënten en bewoners kunnen<br />
deelnemen. De medewerker vindt er een toevlucht<br />
voor een moment van reflectie en rust.<br />
Beleidsplan pastorale dienst<br />
De bovenstaande thema’s van ‘verwijzing’ en<br />
‘vrijplaats’ sluiten nauw aan bij de thema’s van het<br />
nieuwe pastorale beleidsplan, vorig jaar opgesteld<br />
door de pastores, in overleg met de pastorale<br />
werk- en stuurgroep. Het uitgangspunt van dit<br />
beleidsplan is de bevestiging van het huidige<br />
profiel van de pastorale dienst gekoppeld aan<br />
een sterke christelijke identiteit, een uitgesproken<br />
vrijplaatspositie en een selectieve structurele – niet<br />
inhoudelijke – integratie. Patiëntgericht pastoraat<br />
blijft een prioriteit van het pastorale zorgaanbod.<br />
Hiertoe zal het huidige aanbod op individueel en<br />
op groepsniveau gehandhaafd en eventueel – waar<br />
dit kan – uitgebreid worden. Er zal maximaal<br />
geïnvesteerd worden in de aanwezigheid van<br />
de pastores – zowel formeel als informeel – op<br />
de afdelingen. Het plan gaat ook dieper in op<br />
het pastoraat van de ontmoeting, waarin het<br />
gesprek fungeert als vrije ruimte waarbinnen<br />
de pastor een spiegel vormt waartegenover de<br />
patiënt zich bewust kan worden van zijn/haar<br />
persoonlijke overtuiging en/of geloofsbeleving.<br />
Vanuit het perspectief van de pastorale dienst<br />
is deze vrije ruimte bovendien een plaats van<br />
<strong>Gods</strong>ontmoeting, een plaats waar God de mens in<br />
al zijn kwetsbaarheid barmhartig tegemoet treedt.<br />
Dit wordt meer en meer de “core-business” van de<br />
pastorale dienst.<br />
De kunstwerken<br />
De in de nieuwe kapel geïntegreerde kunstwerken<br />
kunnen helpen om rust te vinden en tot<br />
contemplatie te komen.<br />
De twee bijbelse schilderijen zijn al een tijdje in<br />
het bezit van het centrum, maar hebben nu hun<br />
definitieve plaats gevonden. Ze werden geschilderd<br />
door Armand Demeulemeester († Ronse 2002), één<br />
van de belangrijkste Vlaamse religieuze kunstenaars<br />
van de laatste decennia. Ze heten beiden ‘de<br />
Verzoening’ en illustreren twee verhalen uit het<br />
Oude Testament.<br />
Het tabernakel en de kruisgroep zijn kunstwerken<br />
van de Leuvense beeldhouwer Willy Peeters. Op<br />
de drie zichtbare delen van het tabernakel staan<br />
verschillende bronzen afbeeldingen.<br />
Het bronzen kruisbeeld met een compositie van<br />
drie neerzakkende figuren onder de gekruisigde<br />
Christus is gebaseerd op een tekening uit het<br />
recente boek ‘Kleine Kruisweg met Thérèse’<br />
(Iny Driessen en Willy Peeters , uitgeverij<br />
Carmelitana, <strong>2008</strong>).<br />
Een nieuw altaar en een lezenaar met bijhorende<br />
sokkels voor de beelden zijn in hetzelfde materiaal<br />
uitgevoerd als de bestaande vaste kastenwand.<br />
De nieuwe ruimte is elke dag open voor iedereen<br />
die rust en stilte zoekt, die wil bidden of mediteren.<br />
Ook wordt er elke dag eucharistie gevierd om<br />
9.30 uur.<br />
21
3.5.2 Ethisch beleid<br />
3.5.2.1 Nieuw ethisch advies<br />
De organisatie van de zorg evolueert van een voorzieningsgerichte naar een vraaggerichte<br />
structuur met netwerken, zorgcircuits en samenwerkingsverbanden in functie<br />
van specifieke doelgroepen. Meer samenwerking vereist meer overleg en communicatie<br />
tussen cliënt, professionele zorgverleners, mantelzorgers, familieleden en derden die op<br />
de cliënt betrokken zijn. Daarom was een nieuw advies nodig over “het uitwisselen van<br />
informatie bij het samenwerken in de geestelijke gezondheidszorg” (november 2004)<br />
dat in <strong>2008</strong> gereviseerd werd.<br />
In dit advies verstaan we onder informatie alle<br />
gegevens over de cliënt in zijn of haar leefwereld.<br />
Deze gegevens kunnen mondeling, elektronisch<br />
of via beelden verstrekt worden. We beperken ons<br />
tot het uitwisselen van informatie in een team,<br />
tussen zorgverleners in een netwerk en tussen<br />
zorgverleners en derden.<br />
De vragen die zorgverleners zich stellen bij het<br />
uitwisselen van informatie vinden niet steeds een<br />
afdoend antwoord in wat het recht voorhoudt in<br />
verband met het beroepsgeheim en de hulpverleningsplicht<br />
van de zorgverleners. Daarom vullen we<br />
in dit advies het recht aan met ethische principes<br />
en opties zonder tegen het recht te willen ingaan.<br />
Voor de zorgverlening is het heel belangrijk dat<br />
het vertrouwen kan groeien en bewaard blijft<br />
in de vroegere, de actuele en de toekomstige<br />
zorgrelatie. Om dit vertrouwen zoveel mogelijk<br />
te bevorderen en te beschermen, hebben<br />
zorgverleners de opdracht om de persoonlijke<br />
levenssfeer van de cliënt te respecteren en het<br />
beroepsgeheim te bewaren. Deze twee contexten<br />
met hun onderliggende waarden leiden tot een<br />
spanningsveld tussen het vertrouwelijk houden en<br />
het meedelen van informatie.
Algemene principes: zorgvuldigheid en overleg<br />
Zorgvuldigheid<br />
Om zo zorgvuldig mogelijk af te wegen of ze<br />
informatie vertrouwelijk houden of meedelen,<br />
kunnen de zorgverleners de volgende tien criteria<br />
gebruiken.<br />
Waarom?<br />
1. Met welk doel wordt de informatie meegedeeld?<br />
Wie?<br />
2. Is de informatieontvanger voldoende betrokken?<br />
3. Kan de informatieontvanger de informatie verwerken?<br />
4. Wie is de meest geschikte informatieverstrekker?<br />
Wat?<br />
5. Is de informatie relevant?<br />
6. Is de informatie gepast?<br />
7. Is de informatie gegrond en betrouwbaar?<br />
Hoe?<br />
8. Wordt de informatie vertrouwelijk meegedeeld?<br />
9. Wat zijn de gunstigste omstandigheden om<br />
informatie mee te delen?<br />
10. Kan de cliënt aanwezig zijn bij het meedelen<br />
van de informatie?<br />
Overleg<br />
Aan de hand van deze criteria kan een visie en<br />
beleid uitgewerkt worden over het uitwisselen van<br />
informatie met de belangrijkste partners in de zorg.<br />
Vervolgens wordt vanuit een houding van kritische<br />
zelfbevraging het uitwisselen van informatie getoetst<br />
aan de zorgvuldigheidscriteria. Het toetsen van de<br />
criteria gebeurt in overleg met de zorgverleners in<br />
het team, met de cliënt zelf en met de zorgverleners<br />
of derden aan wie ze de informatie uitwisselen.<br />
Toepassingen: verschillende doelgroepen<br />
Informatie uitwisselen in een team van<br />
zorgverleners<br />
Afbakening<br />
Een team van zorgverleners omschrijven we als een<br />
duidelijk afgebakende en herkenbare groep van<br />
professionele zorgverleners uit één zorgeenheid<br />
die een gezamenlijke zorgopdracht voor een cliënt<br />
hebben en gebonden zijn aan het beroepsgeheim.<br />
Algemene optie:<br />
voorwaardelijk gedeeld beroepsgeheim<br />
Als de zorgverleners gezamenlijk verantwoordelijk<br />
zijn voor de zorg voor een cliënt, moeten ze ook<br />
onder elkaar de relevante informatie kunnen<br />
uitwisselen om die verantwoordelijkheid te kunnen<br />
opnemen. Daarom vatten we het beroepsgeheim<br />
in een team op als een gedeeld beroepsgeheim.<br />
Men moet dan niet telkenmale de toestemming<br />
van de cliënt vragen. Buiten het team houden ze de<br />
informatie geheim.<br />
Het gedeeld beroepsgeheim in een team van<br />
zorgverleners is echter voorwaardelijk, en dus<br />
gebonden aan een aantal voorwaarden. De<br />
coördinator van het team heeft de bijzondere<br />
verantwoordelijkheid om na te gaan of deze<br />
voorwaarden vervuld zijn.<br />
1. Het team van zorgverleners is duidelijk<br />
afgebakend en herkenbaar.<br />
2. Het team heeft een gezamenlijke zorgopdracht.<br />
3. De zorgverleners van het team zijn gebonden<br />
aan het beroepsgeheim.<br />
4. Er is overleg met geïnformeerde toestemming<br />
van de cliënt.<br />
5. Toepassing van de relevantiefilter en zorgvuldigheidscriteria.<br />
Verdere reflectie<br />
Disciplines in het team<br />
Omwille van het interdisciplinair karakter van het<br />
samenwerken in team geven we de voorkeur aan<br />
het interdisciplinair delen van informatie in een<br />
team boven het geheim houden van informatie<br />
binnen een discipline. Zorgverleners moeten dus<br />
goede redenen hebben om relevante informatie<br />
niet te delen met zorgverleners van een andere<br />
discipline in het eigen team.<br />
Verwijzing naar een ander team<br />
Bij een verwijzing naar een ander team binnen<br />
of buiten de voorziening is het verstrekken van<br />
informatie aan de zorgverleners noodzakelijk<br />
omwille van de kwaliteit en de continuïteit van zorg.<br />
De cliënt of de wettelijke vertegenwoordiger geeft<br />
hierbij zijn toestemming.<br />
Stagiairs<br />
Stagiairs kunnen voor een bepaalde periode tot het<br />
team van professionele zorgverleners behoren en<br />
kunnen dan de informatie delen vanuit het gedeeld<br />
beroepsgeheim van het team. Zij passen ook de<br />
relevantiefilter met grote zorgvuldigheid toe.<br />
23
Informatie uitwisselen in een netwerk van<br />
zorgverleners<br />
Afbakening: netwerk van zorgverleners<br />
Een netwerk van zorgverleners kunnen we<br />
omschrijven als een duidelijk afgebakende en<br />
herkenbare groep van individuele zorgverleners<br />
of zorgverleners uit verschillende zorgeenheden<br />
die een gezamenlijke zorgopdracht voor een cliënt<br />
hebben en gebonden zijn aan het beroepsgeheim.<br />
Eerste optie:<br />
voorwaardelijk gedeeld beroepsgeheim<br />
Het gedeeld beroepsgeheim in een netwerk<br />
moet aan dezelfde 5 voorwaarden voldoen<br />
als het gedeeld beroepsgeheim in een team<br />
van zorgverleners. Omdat de zorgverleners<br />
uit verschillende zorgeenheden komen en de<br />
communicatie in een netwerk anders verloopt dan<br />
in een team is dit niet altijd eenvoudig. Daarom<br />
is extra zorgvuldigheid nodig om te toetsen of de<br />
voorwaarden voor het gedeeld beroepsgeheim<br />
voldaan zijn.<br />
Tweede optie: toestemming of anonimiteit<br />
Als aan één van de voorwaarden niet voldaan is,<br />
kan het gedeeld beroepsgeheim niet verantwoord<br />
worden. Dan vatten we het uitwisselen van<br />
informatie in een netwerk op als het verstrekken<br />
van informatie aan derden.<br />
Verdere reflectie: mantelzorgers in het netwerk<br />
Het opnemen van mantelzorgers in het netwerk kan<br />
alleen met de expliciete toestemming van de cliënt<br />
of diens wettelijke vertegenwoordiger.<br />
Informatie uitwisselen tussen zorgverleners en<br />
derden<br />
Afbakening: derden<br />
Derden zijn personen die geen zorgopdracht<br />
hebben voor de cliënt maar wel op een of andere<br />
wijze betrokken zijn op de cliënt<br />
Eerste optie: toestemming<br />
De zorgverleners overleggen met de cliënt en<br />
vragen een uitdrukkelijke toestemming. Ze houden<br />
rekening met de relevantiefilter en passen de<br />
zorgvuldigheidscriteria toe.<br />
Tweede optie: anonimiteit<br />
Het anoniem verstrekken van informatie is vooral<br />
van toepassing bij intervisie of supervisie en bij<br />
registratie of wetenschappelijk onderzoek.<br />
Uitzondering:<br />
dreigende schade aan de integriteit<br />
Wanneer er ernstige schade dreigt aan de integriteit<br />
of het leven van de cliënt of een andere persoon en<br />
die schade alleen kan vermeden worden door het<br />
doorgeven van informatie dan moet het verstrekken<br />
van die informatie gericht zijn op het voorkomen of<br />
herstellen van die schade.<br />
Deze beslissing wordt getoetst aan de zorgvuldigheidscriteria<br />
en van daaruit gemotiveerd aan de<br />
cliënt.<br />
Verdere reflectie<br />
• Gerechtelijke instanties<br />
De twee opties en de uitzondering zijn ook van<br />
toepassing op het verstrekken van informatie aan<br />
gerechtelijke instanties.<br />
• Medecliënten<br />
De zorgverleners bespreken in het kader van de<br />
begeleidingsrelatie het belang van het respectvol<br />
omgaan met informatie over medecliënten.<br />
• Telefonisch contact<br />
Zorgverleners mogen alleen informatie via<br />
de telefoon geven indien ze zeker zijn van de<br />
identiteit van de persoon die opbelt en indien<br />
aan de bovenvermelde voorwaarden van overleg<br />
en zorgvuldigheid is voldaan. De zorgverleners<br />
overleggen vooraf met de cliënt welke informatie<br />
aan welke persoon zal mogen doorgegeven<br />
worden en de zorgverleners kunnen deze persoon<br />
aan de telefoon identificeren.<br />
Besluit<br />
In een team kunnen de zorgverleners een beroep<br />
doen op het gedeeld beroepsgeheim indien<br />
aan een aantal voorwaarden voldaan wordt met<br />
betrekking tot de samenstelling van de groep en<br />
de uitvoering van het gedeeld beroepsgeheim.<br />
Dan staan de waarden van zorg, integriteit of<br />
gezondheid voorop.<br />
Ook in een netwerk kunnen de zorgverleners een<br />
beroep doen op het gedeeld beroepsgeheim indien<br />
aan dezelfde voorwaarden voldaan wordt.<br />
Aan derden kunnen zorgverleners enkel informatie<br />
verstrekken indien ze daartoe de toestemming<br />
van de cliënt gekregen hebben of indien ze de<br />
informatie anoniem kunnen doorgeven.
3.5.2.2 Werking en structuur van de Commissie Ethiek GGZ Broeders van Liefde<br />
Overeenkomstig het KB van 1994 heeft de Commissie Ethiek GGZ Broeders van Liefde<br />
een drievoudige opdracht namelijk het geven van adviezen bij onderzoeksprotocollen,<br />
het verlenen van algemene zorgadviezen en het geven van adviezen voor specifieke<br />
individuele casussen.<br />
Samenstelling<br />
De Commissie Ethiek GGZ Broeders van Liefde is<br />
samengesteld overeenkomstig het KB van 1994 en<br />
bestaat uit 15 leden waarvan 8 artsen. De andere<br />
leden zijn de voorzitter, de vice-voorzitter, de<br />
secretaris, een ethicus, een jurist en een externe<br />
huisarts. Het bureau bestaat uit een voorzitter<br />
(Prof Dr. Schotsmans), een vice-voorzitter<br />
(Dr. M. Malfroid), een ethicus (Prof. Axel Liégeois)<br />
en een secretaris (Jan Deckers). Voor haar<br />
werking delegeert de Commissie Ethiek GGZ<br />
haar bovenvermelde opdrachten aan twee<br />
subcommissies namelijk de Toetsingscommissie en<br />
de Begeleidingscommissie. Deze subcommissies<br />
leggen hun adviezen ter goedkeuring voor aan de<br />
Commissie Ethiek GGZ.<br />
De Commissie Ethiek GGZ komt tweemaal per<br />
jaar samen. Alle leden van de centrale en lokale<br />
toetsingscommissie worden uitgenodigd doch<br />
enkel de 15 leden van de Commissie Ethiek GGZ<br />
hebben stemrecht.<br />
Op de agenda staan de opvolging, de evaluatie<br />
en de goedkeuring van de activiteiten van de<br />
beide subcommissies. Voor de Toetsingscommissie<br />
worden de activiteiten geëvalueerd en<br />
goedgekeurd en worden de wetgeving en<br />
ontwikkelingen in de beoordeling van protocollen<br />
opgevolgd. Voor de Begeleidingscommissie worden<br />
de activiteiten geëvalueerd en goedgekeurd. De<br />
vergaderingen van de Commissie Ethiek GGZ, de<br />
Toetsingscommissie en de Begeleidingscommissie<br />
zijn niet openbaar. De informatie en besprekingen<br />
hebben een vertrouwelijk karakter en de leden zijn<br />
gebonden aan het beroepsgeheim.<br />
Toetsingscommissie<br />
Deze commissie krijgt van de Commissie Ethiek GGZ<br />
de opdracht gedelegeerd om advies te formuleren<br />
bij onderzoeksprotocollen. Ze komt éénmaal per<br />
jaar bijeen, aansluitend bij een bijeenkomst van de<br />
Commissie Ethiek GGZ. Ze bestaat uit een centrale<br />
toetsingsgroep met deskundigen uit de sector GGZ<br />
van de Broeders van Liefde en uit lokale toetsingsgroepen<br />
met vertegenwoordigers per voorziening.<br />
De lokale toetsingsgroepen zijn samengesteld uit<br />
minstens drie leden waarvan minstens één arts en<br />
minstens één niet-arts. Voor onze instelling bestaat<br />
deze commissie uit dhr. Gerit De Sadeleer,<br />
mevr. Maria Eeckhout en dr. Elke Lievens. De vragen<br />
om advies worden gestuurd naar de secretaris van<br />
de Commissie Ethiek GGZ.<br />
De secretaris stuurt het protocol naar alle leden van<br />
de centrale toetsingsgroep, naar de leden van de<br />
lokale toetsingsgroep van de voorziening waarop<br />
het protocol betrekking heeft en naar de andere<br />
leden van de Commissie Ethiek GGZ.<br />
Begeleidingscommissie<br />
Deze commissie krijgt van de Commissie Ethiek GGZ<br />
een tweevoudige opdracht gedelegeerd namelijk<br />
om algemene zorgadviezen en om adviezen bij<br />
individuele casussen te formuleren.<br />
Deze commissie komt onder het voorzitterschap<br />
van Prof. Axel Liégeois viermaal per jaar bijeen.<br />
Ze bestaat uit leden van de Commissie Ethiek<br />
GGZ aangevuld met vertegenwoordigers uit de<br />
voorzieningen en andere deskundigen.<br />
25
4 Belangrijke gebeurtenissen<br />
4.1 Anders Gewoon Event<br />
Op vrijdag 25 april <strong>2008</strong> was het <strong>Psychiatrisch</strong> <strong>Centrum</strong> <strong>Zoete</strong> <strong>Nood</strong> <strong>Gods</strong> prominent<br />
aanwezig op het Anders Gewoon Event rond geestelijke gezondheid in het ICC te Gent.<br />
Door zowel hulpverleners als patiënten vanuit verschillende afdelingen was er maanden<br />
op voorhand naarstig gewerkt rond het uitbouwen van een kunsttentoonstelling met<br />
als thema ‘Ook in jouw dorp’. Opzet was om aan de vele bezoekers die dag duidelijk te<br />
maken dat er in ieder dorp mensen aanwezig zijn met psychiatrische problemen en dat<br />
dit gewone mensen zijn. Mensen van vlees en bloed met ook hun verlangens, emoties,<br />
gedachten, …<br />
In de verschillende kunstwerken – foto’s, maquette,<br />
beeld – werd zowel het dagelijkse leven uitgebeeld<br />
als informatie verstrekt over de verschillende<br />
ziektebeelden. Afgaande op de vele bezoekers die<br />
onze stand bezochten alsook de vele interessante<br />
vragen die gesteld werden, mogen we besluiten<br />
dat we als voorziening zeker een bijdrage geleverd<br />
hebben aan een positievere beeldvorming omtrent<br />
geestelijke gezondheid. Daarnaast hebben meerdere<br />
4.2 Participatie aan Open Bedrijvendag<br />
hulpverleners mogen ervaren dat – ondanks<br />
het ziektebeeld van de patiënten – sommigen<br />
getalenteerd zijn met bijzondere eigenschappen.<br />
Het samen mogen werken aan een project, het<br />
doorbreken van de klassieke rolpatronen hulpverlenerpatiënt<br />
heeft er eveneens toe bijgedragen om in<br />
de toekomst verder te werken aan het empoweren<br />
van de patiënt en dit tevens binnen de klassieke<br />
behandeling.<br />
Naar jaarlijkse traditie zetten op zondag 5 oktober <strong>2008</strong> heel wat bedrijven hun deuren<br />
wagenwijd open voor het grootste evenement in Vlaanderen, Open Bedrijvendag. Ook<br />
ons centrum besliste om dit jaar deel te nemen. De respons die wij mochten ontvangen<br />
na onze deelname aan Open Monumentendag in 2007 was uitermate positief. Een<br />
vervolg hierop kon dus niet uitblijven…<br />
Een deelname aan Open Bedrijvendag is een ideale<br />
manier om de buitenwereld te laten kennismaken<br />
met onze organisatie en haar activiteiten. Wat<br />
er precies allemaal gaande is binnen de muren<br />
van een psychiatrisch centrum is niet altijd even<br />
duidelijk voor de buitenwereld. Vaak hebben<br />
mensen verkeerde of verouderde ideeën over wat<br />
psychiatrie precies inhoudt. De bezoekersenquêtes<br />
bevestigden dat.<br />
Het thema voor de editie van dit jaar was<br />
‘Technologische innovatie’. De aanpak voor Open<br />
Bedrijvendag was iets ruimer en grootser opgevat<br />
dan Open Monumentendag. In het gebouw<br />
Providentia konden bezoekers een kijkje gaan<br />
nemen op onze verschillende administratieve<br />
diensten. Ook de fitnessruimte, het computerleslokaal<br />
(met demo’s en workshops), de ergotherapie/<br />
keramiekruimte, de kinesitherapie en de pastorale<br />
dienst in dit gebouw namen deel. De bedrijfsfilm,<br />
die eind mei in ons centrum werd gedraaid, kon<br />
men bekijken in de feestzaal en de cafetaria. Nieuw<br />
dit jaar was de rondleiding in de keuken waar<br />
bezoekers konden kennismaken met het ganse
ereidingsproces vanaf het leveren van de<br />
voedingsstoffen tot de maaltijdbereiding en<br />
-bedeling. Het internetcafé en de andere facilitaire<br />
diensten (technische dienst, schoonmaakdienst en<br />
wasserette) werden eveneens in de kijker gezet.<br />
Een fototentoonstelling van de kunstacademie,<br />
een (foto)tentoonstelling over de psychiatrie van<br />
vroeger, kunstwerken van patiënten en bewoners<br />
kruidden het geheel. De afdeling Nieuwemeers<br />
nam deel met een fotoreportage over het leven<br />
en werken in de moderne psychiatrie en een<br />
voorstelling van de geplande nieuwbouwprojecten<br />
4.3 Kwaliteitsverbetering facilitaire dienstverlening: studie<br />
en doorlichting van de schoonmaak in samenwerking<br />
met Advibel<br />
De schoonmaak binnen een bedrijf is een complex gegeven. Verschillende deelaspecten<br />
vragen een professionele benadering en een aanpak die het nattevingerwerk overstijgt.<br />
Advibel Schoonmaakconsulting was voor ons de ideale partner om onze schoonmaakorganisatie<br />
aandachtig onder de loep te nemen. Met een wetenschappelijk onderbouwd<br />
calculatieprogramma werden al de verschillende deelfacetten op een betrouwbare en<br />
overzichtelijke manier in kaart gebracht en geanalyseerd.<br />
Bij de calculatie werd rekening gehouden met:<br />
• De aard van het gebouw<br />
• Het type lokaal<br />
• De vervuilingsgraad en aard van de vervuiling per<br />
lokaal<br />
• De m² per lokaal<br />
• Gestelde kwaliteitseisen per lokaal met het oog om<br />
de hygiëne binnen het centrum te waarborgen<br />
• Bovenstaande parameters werden vertaald in<br />
frequenties, aantal schoonmaakbeurten per lokaal<br />
Op basis van de verkregen resultaten zijn we aan de<br />
slag gegaan. De calculaties werden opgedeeld in<br />
werkplekken waardoor gelijke werkdruk ontstond<br />
voor alle medewerkers. Zo werd de schoonmaakorganisatie<br />
binnen onze instelling geperfectioneerd<br />
en precies afgestemd op onze reële schoonmaakbehoeften.<br />
Een nieuwe en rendabele organisatie<br />
werd geïntroduceerd waarbij alle economische en<br />
ergonomische behoeften werden ingevuld. In onze<br />
instelling moeten er dagelijks 25 schoonmaakprogramma’s<br />
ingevuld worden om een oppervlakte van<br />
20.466 m² te reinigen. Hiervoor hebben we 23.67<br />
FTE nodig.<br />
en het masterplan. Ook het activiteitencentrum<br />
SAVA was vertegenwoordigd in de feestzaal.<br />
Tussen de vele bezoekers bevonden zich ook heel<br />
wat geïnteresseerde werkzoekenden. Deze mensen<br />
konden terecht op het jobinfopunt in de wintertuin<br />
van het kloostergebouw. Het dagcentrum Emmaüs<br />
vulde zijn deelname in door een voorstelling van de<br />
verschillende leefgroepen en begeleidingsmethodieken<br />
bij deze verschillende doelgroepen. In totaal<br />
mochten wij ongeveer 900 bezoekers verwelkomen.<br />
Elke werkplek heeft een map waarin men het<br />
schoonmaakprogramma, het schoonmaakrooster,<br />
het noodprogramma, de invulroosters, de instructiefiches,<br />
de afdelingsgebonden info en een<br />
memoblad terugvindt.<br />
Vanaf maart 2009 starten wij met een kwaliteitscontrolesysteem.<br />
Deze is gebaseerd op een<br />
snelcontrole. Met de snelcontrole kunnen we op<br />
steekproefsgewijze controleren of de taken van<br />
het schoonmaakprogramma correct uitgevoerd<br />
zijn. Dankzij het softwarepakket worden korte maar<br />
regelmatige controles een beheersinstrument van<br />
de schoonmaakkwaliteit. Overzichtelijke rapporten<br />
zullen de gegevens samenvatten waarover wij<br />
moeten beschikken om de geleverde prestaties<br />
doelgericht bij te sturen.<br />
Belangrijk om weten is dat wij de menselijke factor<br />
op geen enkel moment uit het oog verloren zijn.<br />
Een tevreden en gemotiveerde ploeg is immers een<br />
belangrijke bepalende factor voor rendabiliteit van<br />
de schoonmaak.
4.4 Optimalisatie uurroosterplanning<br />
<strong>2008</strong> was een jaar van verandering op het gebied van de strikte toepassing van de<br />
sociale wetgeving en uurroosterplanning. De aanleiding was een bezoek van de arbeidsinspectie<br />
aan een aantal algemene ziekenhuizen en de aankondiging dat ook andere<br />
(psychiatrische) ziekenhuizen mogelijks geïnspecteerd zullen worden.<br />
Bijgevolg is onze organisatie niet bij de pakken<br />
blijven zitten. Vooreerst werd een centrale<br />
werkgroep samengesteld. Aansluitend werden de<br />
bevindingen van deze werkgroep besproken met de<br />
werknemersafgevaardigden op de interzetel. Op het<br />
lokale niveau werd een werkgroep opgericht die de<br />
centrale richtlijnen naar lokaal toepasbare afspraken<br />
vertaalde. Heel wat medewerkers volgden hiervoor<br />
specifieke opleidingen of woonden studiedagen<br />
bij om met actuele kennis van zaken aan deze<br />
uitwerking te kunnen participeren.<br />
Het eindresultaat van de lokale werkgroep was<br />
een nota met een bijhorende lokaal ontwikkelde<br />
software om in eerste fase de uurroosterplanning<br />
binnen de diverse departementen op correcte en<br />
uniforme wijze te kunnen uitvoeren. In dit huidig<br />
Omschrijving<br />
Het meten van uitkomsten duikt meer en meer<br />
op in de gezondheidszorg, inclusief de geestelijke<br />
gezondheidszorg. De Vlaamse overheid gaf in<br />
2006 de opdracht aan de Vlaamse Vereniging<br />
voor Geestelijke Gezondheidszorg (VVGG) om<br />
wetenschappelijke ondersteuning te bieden bij het<br />
meten van behandelingsresultaten. Het doel van<br />
de opdracht is een antwoord te verkrijgen op drie<br />
vragen:<br />
• Wat zijn de uitkomsten van een behandeling in de<br />
geestelijke gezondheidszorg?<br />
• Hoe kunnen de verschillende soorten uitkomsten<br />
gemeten worden?<br />
• Wat doen de zorginstellingen en de overheid met<br />
deze resultaten?<br />
systeem wordt de sociale wetgeving correct<br />
toegepast, op enkele uitzonderlijke bijna niet te<br />
vermijden situaties na. Alle leidinggevenden binnen<br />
het psychiatrisch centrum kregen een interne<br />
opleiding en brachten op hun beurt hun kennis<br />
over op hun teamleden.<br />
In 2009 wordt er werk van gemaakt om over te<br />
schakelen naar een meer gespecialiseerde software<br />
die extern aangekocht zal worden. Deze software<br />
zal de afdelingshoofden toelaten op efficiëntere<br />
wijze te plannen. Deze software zal ook perfect<br />
integreren met deze voor aanwezigheidsregistratie<br />
en met de loonadministratie.<br />
4.5 Uitkomstenmanagement in de GGZ in Vlaanderen<br />
De vier kwadranten<br />
Uitkomstenmanagement gaat over het meten van<br />
resultaten van een behandeling. Walburg (2003)<br />
ziet uitkomstenmanagement als een voortdurend<br />
verbeteren van zorguitkomsten van de best<br />
mogelijke zorgprocessen met het meest efficiënte<br />
gebruik van hulpmiddelen. Hierbij maakt hij<br />
gebruik van 4 kwadranten:<br />
• Klinische uitkomsten: Deze onderzoeken<br />
symptoomreductie.<br />
• Functionele uitkomsten: Deze geven een beeld van<br />
de kwaliteit van leven en de zelfredzaamheid in het<br />
dagelijkse leven.<br />
• Tevredenheid door de patiënt en de omgeving over<br />
het zorgproces en zorgresultaat.<br />
• De kosten van het zorgproces, kosteneffectiviteit of<br />
doelmatigheid.<br />
29
Uitkomstenmanagement in de eigen instelling<br />
Het is de bedoeling om in het eerste semester<br />
van 2009 met dit project van start te gaan. Op<br />
twee pilootafdelingen (Esperanza 1 doelgroep<br />
stemmingstoornissen) en op Egidius (doelgroep<br />
verslavingszorg) zullen de uitkomsten van de<br />
behandeling gemeten worden volgens het<br />
kwadrant van Walburg. Later zal het uitkomstenmanagement<br />
uitgebreid worden naar de andere<br />
afdelingen.<br />
Doelstelling van het uitkomstenmanagement:<br />
• Aantoonbare verbeteringen van klinische resultaten<br />
bereiken.<br />
• Een algemene kwaliteitsverbetering in de instelling<br />
bereiken.<br />
• Feedback krijgen over de efficiëntie van een<br />
behandelmethode voor een bepaalde doelgroep.<br />
• Beogen van tevredenheid door de patiënten.<br />
• Goede, ervaren kwaliteit van leven bieden aan de<br />
patiënt.<br />
• Implementeren van het project tegen aanvaardbare<br />
kosten.<br />
Gebruik op de afdeling Esperanza 1<br />
Eind 2006, bij het opstarten van de cognitieve<br />
gedragstherapeutische groepstherapie voor<br />
depressieve patiënten, werd de effectiviteit van<br />
deze behandelmethode al nagegaan a.h.d.v. de<br />
MADRS (Montgomery Asberg Depression Rating<br />
Scale). Bij het instappen in het project werden<br />
4.6 Start van de elektronische handtekening (Elodis)<br />
Begin 2007 was de afdeling Emmaüs de laatste afdeling die overschakelde op modus 2<br />
binnen infomedic. Hiermee werd een eerste fase afgerond omtrent het opstarten van het<br />
infomedic verhaal binnen onze voorziening. Gedurende de periode tussen 2007 en heden<br />
zijn er nog een aantal aanpassingen geweest aan het programma en dit op basis van de<br />
eerste ervaringen van de gebruikers.<br />
Een probleem dat zich echter bleef voordoen, is het<br />
gegeven dat een aantal voorschriften en verpleegkundige<br />
nota’s nog steeds dienden gevalideerd<br />
te worden d.m.v. de geschreven handtekening<br />
van de arts. Al snel werd de omslachtigheid en<br />
de traagheid van dit gebruik als een knelpunt<br />
benoemd door heel wat gebruikers. Vanuit de vzw<br />
Provincialaat van de Broeders van Liefde werd er<br />
intussen mee ingestapt in een project van FOD<br />
de pre- en de postmeting uitgebreid met twee<br />
bijkomende meetinstrumenten nl. de Beck-NL- II<br />
(Beck Depression Inventory) en de HoNos (Health of<br />
the Nation Outcome Scales). Deze meetinstrumenten<br />
worden dus enkel afgenomen bij de patiënten<br />
die deelnemen aan de groepstherapie. De MADRS<br />
en de Beck-NL- II meten klinische uitkomsten. De<br />
MADRS wordt afgenomen door de psychologe en<br />
de Beck-NL-II wordt ingevuld door de patiënt zelf.<br />
De HoNos geeft een beeld over de kwaliteit van het<br />
leven van de patiënt. Deze test meet de geestelijke<br />
gezondheid en het sociaal functioneren. Deze test<br />
wordt ook ingevuld door de psycholoog. De VVGG<br />
gaf advies bij de keuze van de meetinstrumenten<br />
en gaat in de toekomst ondersteuning bieden bij de<br />
verwerking van de testresultaten.<br />
Gebruik op de afdeling Egidius<br />
Omwille van de vrij homogene doelgroep besloot<br />
deze afdeling ook deel te nemen aan dit project.<br />
De definitieve keuze van het meetinstrument moet<br />
nog gemaakt worden door de stuurgroep. De<br />
VVGG adviseerde de EuropASI (European Addiction<br />
Severity Index) en de MATE (Measurement in the<br />
Addictions for Triage and Evaluation). De EuropASI<br />
bevat twee modules. De MATE bestaat uit vijf<br />
modules en de afname duurt ongeveer twee uur.<br />
De stuurgroep zal beslissen, indien ze voor de<br />
MATE kiest, of de test in zijn geheel zal afgenomen<br />
worden of dat er slechts enkele modules zullen<br />
uitgenomen worden.<br />
omtrent het zoeken naar een oplossing voor<br />
intra-muros elektronische of digitale handtekening<br />
in gezondheidszorginstellingen, ELODIS genaamd<br />
(Electronic Or Digital Signature Implementation<br />
System). Dit alles resulteerde in een Elodis-richtlijn:<br />
binnen de gezondheidszorginstellingen is een<br />
elektronische handtekening voldoende mits aan<br />
een aantal (informatica)technische en vooral<br />
procedurele zaken voldaan zijn. In deze bijdrage
wensen we enerzijds stil te staan bij deze Elodisrichtlijn<br />
en anderzijds de uitwerking en betekenis<br />
hiervan voor ons centrum te belichten.<br />
Stand van zaken omtrent de invoering van de<br />
elektronische handtekening.<br />
Eind november 2007 kregen de instellingen van de<br />
Broeders van Liefde vanuit de FOD de toestemming<br />
om met de implementatie van Elodis aan de slag<br />
te gaan. Voorwaarde was wel dat de voorzieningen<br />
overgeschakeld waren op modus 2, wat ook zo is<br />
voor ons centrum. Nu, om te kunnen overschakelen<br />
naar Elodis dient men te voldoen aan een aantal<br />
(informatica)technische en vooral procedurele<br />
zaken. Deze zaken zijn gebundeld in een actielijst<br />
en worden geformaliseerd in 4 ondertekende<br />
protocollen. Kort samengevat komen deze op het<br />
volgende neer:<br />
• Aangepaste bedrijfscode m.b.t. het gebruik van<br />
software, interne, PC, ... met daarin waarborgen<br />
i.f.v. betrouwbaarheid, gebruikersbeheer,<br />
paswoordbeheer, veiligheid, …;<br />
• Een algemene overeenkomst tussen de algemene,<br />
de medische, de administratieve – lees informaticaen<br />
patiëntenzorgdirectie. Deze overeenkomst heeft<br />
tot doel de algemene technische en procedurele<br />
afspraken duidelijk te maken die in het PC<br />
<strong>Zoete</strong> <strong>Nood</strong> <strong>Gods</strong> gehanteerd worden voor het<br />
gebruik van de elektronische handtekening in het<br />
departement patiëntenzorg;<br />
• Een individuele overeenkomst voor elektronische<br />
handtekening waar iedere gebruiker een document<br />
ondertekent waarin hij enerzijds de elektronische<br />
handtekening erkent als valide en gelijksgesteld<br />
aan zijn handgeschreven handtekening, anderzijds<br />
erkent kennis te hebben van bovenstaande<br />
overeenkomsten;<br />
• Een overeenkomst binnen het medisch<br />
farmaceutisch comité waarin infomedic als<br />
alternatief voor het handgeschreven en getekend<br />
voorschrift wordt goedgekeurd met daarin een<br />
verwijzing naar voorgaande documenten.<br />
Zodra deze vier protocollen gevalideerd zijn, kan<br />
infomedic voor de meeste voorschriften volledig<br />
elektronisch worden en dit op voorwaarde dat<br />
iedere gebruiker de individuele overeenkomst<br />
ondertekend heeft.<br />
Verdere uitwerking van Elodis binnen het<br />
centrum<br />
In overleg met de lokale stuurgroep Izoproc<br />
is besloten om in <strong>2008</strong> de implementatie van<br />
Elodis verder voor te bereiden. Hiervoor werd een<br />
actielijst opgesteld die grotendeels in <strong>2008</strong> werd<br />
afgehandeld. Onderstaand benoemen we nog even<br />
kort de belangrijkste punten:<br />
• Informatieverstrekking naar de medewerkers<br />
omtrent Elodis. Via de verschillende informatiekanalen<br />
werden de medewerkers geïnformeerd over het<br />
project Elodis.<br />
• Verificatie van de beroepskwalificatie van de zorgverstrekkers.<br />
Er werd een systematische verificatie<br />
uitgevoerd van de beroepskwalificatie van de<br />
zorgverstrekkers die bevoegd zijn om binnen<br />
de instelling te presteren. Hierbij wordt gebruik<br />
gemaakt van het inschrijvingsnummer dat door<br />
de Provinciale Commissie wordt toegekend aan de<br />
verpleegkundigen en de zorgkundigen. Er werd<br />
dan ook gevraagd om dit inschrijvingsnummer<br />
door te geven aan de personeelsdienst. Dit unieke<br />
nummer wordt tevens gebruikt als registratiecode<br />
binnen Elodis. Concreet betekent dit dat verpleegkundigen<br />
een elektronische handtekening zullen<br />
plaatsen en dit bij de volgende acten: klaarzetten<br />
van medicatie, toedienen of meegeven van<br />
medicatie, het opmaken van een verpleegkundige<br />
nota, …<br />
• Het ondertekenen van de verschillende<br />
bijeenkomsten. Aan de medewerkers werd<br />
gevraagd om deze individuele overeenkomst te<br />
ondertekenen.<br />
• Afspraken omtrent audits en controles. Er dient<br />
binnen de voorziening een persoon te worden<br />
aangesteld om de invoering te controleren van de<br />
elektronische handtekeningenovereenkomsten<br />
met de gebruikers van het informaticasysteem.<br />
Deze persoon zal op regelmatige tijdstippen een<br />
terugkoppeling aan de directie geven.<br />
• Up-date van het gebruikersbeheer met toezicht op<br />
toegangsrechten en handtekeningbevoegdheden.<br />
Samenvattend kunnen we stellen dat we binnen de<br />
voorziening een tweede en noodzakelijke stap aan<br />
het zetten zijn binnen het informatiseringsproces<br />
en dit met als doel om nog efficiënter te kunnen<br />
werken. Momenteel zijn een aantal noodzakelijke<br />
voorbereidingen achter de rug en wordt er nu<br />
gewacht op verdere afspraken vanuit de centrale<br />
werkgroep. Wanneer alles zal afgerond zijn, hopen<br />
we op deze manier weerom een bijdrage geleverd<br />
te hebben aan onze kwaliteitsvolle zorg. Immers, de<br />
vrijgekomen tijd – door niet meer met afgedrukte<br />
documenten te moeten werken – kunnen we<br />
dan hopelijk opnieuw investeren in het directe<br />
patiëntencontact.<br />
31
5 Hoogtepunten<br />
5.1 De afdelingsvisie als een noodzakelijk instrument in de<br />
uitbouw van goede zorg<br />
Binnen het verpleegkundig en paramedisch departement is er in <strong>2008</strong> heel wat tijd<br />
gespendeerd aan het (opnieuw) uitschrijven van de afdelingsvisie. Onder het begrip<br />
afdelingsvisie bedoelen we een beeld op langere termijn (bijvoorbeeld 5 jaar) waarheen<br />
de afdeling zich moet ontwikkelen en dit om de organisatievisie te kunnen realiseren.<br />
De keuze om in <strong>2008</strong> rond afdelingsvisie te gaan werken, werd ingegeven vanuit verschillende<br />
redenen. We benoemen er enkele.<br />
De afdelingsvisie als communicatie-instrument<br />
binnen de verdere uitbouw van zorgcircuits en<br />
netwerken<br />
Doorheen het overleg met de verschillende externe<br />
partners kwam naar voor dat het belangrijk is om<br />
het eigen aanbod zeer goed te definiëren. Het is<br />
pas vanuit de goede kennis van elkaars aanbod dat<br />
men verder kan differentiëren en hiaten binnen het<br />
zorgaanbod kan opsporen. Binnen deze afstemming<br />
met de verschillende externe partners is het dan<br />
ook belangrijk een goed zicht te hebben op het<br />
eigen behandelaanbod.<br />
<strong>Nood</strong> aan een duidelijke definiëring van de<br />
doelgroepen per afdeling<br />
Doorheen de voorbije jaren en de verdere uitbouw<br />
van de verschillende afdelingen, was er tussen<br />
bepaalde afdelingen onduidelijkheid gekomen<br />
omtrent de afbakening van de doelgroep.<br />
Bijvoorbeeld: Waar dient de fysieke ontwenning van<br />
personen met een alcoholprobleem te gebeuren?<br />
Is dit op de crisisafdeling of dient de verslavingszorg<br />
daar zelf voor in te staan? Wat bepaalt dat<br />
een psycho-geriatrische patiënt op de afdeling<br />
Esperanza 1 wordt opgenomen en wanneer op<br />
de afdeling Theresia? …. Met het uitschrijven van<br />
de afdelingsvisie waarin het definiëren van de<br />
doelgroep, het bepalen van inclusie- en exclusiecriteria<br />
een belangrijk onderdeel is, is getracht op deze<br />
vragen een antwoord te formuleren en zodoende<br />
een dialoog op gang te brengen t.b.v. de uitbouw<br />
van het interne zorgcircuit.<br />
<strong>Nood</strong> aan een duidelijk behandelprogramma<br />
Vanuit het gegeven dat het doelgroepenbeleid een<br />
verdere verfijning vroeg, stelden we vast dat de<br />
multidisciplinaire behandelteams moeilijkheden<br />
hadden om hun vooropgesteld behandelprogramma<br />
aan te bieden. Deels kwam dit vanuit de<br />
ervaring dat hun bestaande behandelprogramma<br />
niet meer aansloot bij de noden van de patiënt,<br />
deels omdat het mutatiebeleid niet toeliet dat<br />
het behandelprogramma van de desbetreffende<br />
patiënt op die afdeling afgewerkt werd. Overleg<br />
tussen de afdelingen drong zich op. Het beschikken<br />
over een uitgeschreven afdelingsvisie, het kunnen<br />
aftoetsen van deze visie bij elkaar en de koppeling<br />
ervan binnen de organisatievisie is dan ook een<br />
conditio sine qua non waarrond het overleg kon<br />
georganiseerd worden.<br />
Vanuit deze en nog andere bekommernissen,<br />
werd er in <strong>2008</strong> heel veel energie gestoken in<br />
het herdefiniëren van de afdelingsvisie. Hiervoor<br />
werd een project opgezet waarbij er – naast de<br />
begeleiding vanuit de stafdienst patiëntenzorg<br />
en kwaliteitscoördinator – er eveneens externe<br />
begeleiding/coaching voorzien werd. Het project<br />
werd opgedeeld in een viertal fasen.<br />
In een eerste fase werd er aan de verschillende<br />
stuurgroepen (beleidsteams per afdeling) een<br />
intense vorming aangeboden omtrent het werken<br />
vanuit een afdelingsvisie.
Inhoudelijk werd hierbij aandacht gegeven aan<br />
o.a. het belang van een afdelingsvisie met daarbij<br />
aandacht voor het omschrijven van de doelgroep,<br />
het bepalen van de aangeboden zorgfuncties,<br />
de behandelvisie (hoe kijken we naar bepaalde<br />
pathologie), het bepalen van de behandeldoelstellingen,<br />
het zo concreet mogelijk gaan uitschrijven<br />
van een behandelprogramma (start, duurtijd, de<br />
inhoudelijke invulling ervan, …), het benoemen van<br />
de begeleidingsmethodieken, enz.<br />
In een tweede fase werden de stuurgroepen<br />
zelf aan het werk gezet. Aan de verschillende<br />
stuurgroepen werd dan ook gevraagd een<br />
terugkoppeling te doen van deze vorming aan alle<br />
stuurgroepleden en aan de basismedewerkers van<br />
hun afdeling. Op verschillende afdelingen zagen we<br />
dan ook verschillende werkgroepen/adhoc groepen<br />
ontstaan die zich met bepaalde deelaspecten van<br />
de afdelingsvisie bezig hielden. Rekening houdende<br />
met onze participatie aan de Open Bedrijvendag op<br />
5 oktober <strong>2008</strong> was het streefdoel om het raamwerk<br />
– lees de grote lijnen – van de afdelingsvisie rond<br />
te hebben tegen begin september <strong>2008</strong>. In deze<br />
opdracht zijn ook alle stuurgroepleden geslaagd<br />
en konden we aan de vele bezoekers van die dag<br />
ook al menige deelaspecten van de afdelingsvisie<br />
terugkoppelen.<br />
Momenteel zit het project in een derde fase. In<br />
deze fase – die voorzien is tot juni 2009 – wordt<br />
er systematisch een overleg gepland tussen de<br />
directie en de verschillende teams met daarbij<br />
de bespreking van de afdelingsvisie als centraal<br />
agendapunt. Men kan deze fase omschrijven als<br />
het fiatteren van de afdelingsvisie. Het goedkeuren<br />
van deze afdelingsvisie is niet onbelangrijk. Immers<br />
in de toekomst zullen de verschillende afdelingsbeleidsplannen<br />
hierop geënt worden en zal het<br />
eigen vormingsplan getoetst worden aan deze<br />
afdelingsvisie.<br />
Eens nu de afdelingsvisie goedgekeurd wordt,<br />
treedt de vierde fase van het project in werking,<br />
m.n. de communicatie ervan en dit zowel intern<br />
als extern. De interne communicatie zal vooral<br />
gebeuren via de formele overlegkanalen zoals<br />
o.a. het overleg directie-geneesheren (POC), het<br />
kwarto-overleg en via de afdelingshoofdenvergadering.<br />
De communicatie naar de basismedewerkers<br />
zal naast de terugkoppeling door de eigen<br />
stuurgroepleden verder gebeuren via o.a. de eigen<br />
nieuwsbrief Ter Sprake. Binnen de voorziene rubriek<br />
zullen de verschillende afdelingsvisies uitvoerig<br />
toegelicht worden. Wat de externe communicatie<br />
betreft (partners GGZ, huisartsen, …) zal de<br />
afkondiging van de verschillende afdelingsvisies<br />
gebeuren via o.a. de eigen website, de opmaak van<br />
aangepaste afdelingsbrochures, afdelingsflyers, enz.
5.2 Pilootproject voeding: een stand van zaken<br />
In juni 2007 ontving onze voorziening een schrijven van de FOD (federale overheidsdienst<br />
voor volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu) met een oproep tot kandidaatstelling<br />
voor een pilootproject met het oog op het aanstellen van een voedingsverantwoordelijke<br />
en een voedingsteam in het kader van het nationaal voedings- en gezondheidsplan<br />
voor België (NVGP-B). In respons op deze oproep hebben wij ons kandidaat gesteld en<br />
in september heeft men ons meegedeeld dat het project van start ging op 1 oktober 2007.<br />
In totaal hebben 40 ziekenhuizen zich ingeschreven voor dit project en alle deelnemende<br />
instellingen ontvangen hiervoor €10.000. In <strong>2008</strong> werd dit project verder gezet op de afdeling<br />
Theresia en werd ook begonnen met de uitbreiding naar andere afdelingen.<br />
Binnen onze voorziening wordt er heel wat<br />
aandacht gegeven aan het verstrekken van<br />
kwaliteitsvolle zorg. Dit project wordt dan ook<br />
volledig ingepast in het algemene kwaliteitsbeleid.<br />
Enerzijds wordt er al lang gewerkt conform<br />
de vereisten van de overheid i.v.m. kwaliteit en<br />
veiligheid, anderzijds wordt er getracht om ook<br />
nog eigen kwaliteitsprojecten op te stellen. Zo zijn<br />
we in april 2006 gestart met een kwaliteitsproject<br />
over de verbetering van de communicatie tussen<br />
de voedingsdienst en de verschillende afdelingen<br />
met daarbij aandacht voor de voedingsnoden van<br />
de patiënt. Het feit dat deze groep op geregelde<br />
tijdstippen al samen kwam en de thematiek al<br />
projectmatig benaderde, lijkt ons een surplus<br />
in het ontwikkelen van een voedingsbeleid. Zo<br />
werd ook in het recente verleden al eens een<br />
berekening gedaan van de voedingswaarde<br />
van de hoofdmaaltijd en de resultaten hiervan<br />
vergeleken met de vooropgestelde normen voor<br />
ouderen. Verder zijn we in 2005 ook gestart op de<br />
verschillende afdelingen met het energieprogramma.<br />
In dit psycho-educatief programma gingen<br />
we vooral in op de thematiek van voeding en de<br />
preventie van overgewicht. Deze kennis is zich nu<br />
aan het ontwikkelen binnen het centrum. Graag<br />
hadden we dan ook onze kwaliteitsvolle zorg over<br />
de ‘ondervoede’ patiënt verder opgebouwd.<br />
Vanuit onze voorziening zijn we in het voedingsproject<br />
ingestapt met de Sp-afdeling Theresia.<br />
Op deze psycho-geriatrische afdeling richten<br />
we ons in hoofdzaak naar de behandeling en<br />
begeleiding van de ouderen met o.a. cognitieve<br />
stoornissen (dementie). Niet alleen het<br />
dementerende gedrag op zich maar ook de daarbij<br />
horende gedragsproblemen zorgen vaak voor een<br />
verminderde voedselinname bij de patiënt. Binnen<br />
dit pilootproject wilden we dan ook nagaan in<br />
hoeverre de bestaande richtlijn concreet vertaald<br />
kan worden binnen het psychiatrische werkveld<br />
en in het bijzonder bij deze psycho-geriatrische<br />
populatie.<br />
In onze aanpak op de afdeling Theresia vinden<br />
we dat het in de eerste plaats de taak is van de<br />
diëtiste om alle ondervoede patiënten te screenen<br />
maar daarnaast willen we eveneens dat alle andere<br />
disciplines hierbij betrokken worden. Dit impliceert<br />
dat alle ondervoede patiënten wekelijks op de patiëntenbespreking<br />
dienen geëvalueerd te worden.<br />
In de aanpak van de voedingsproblematiek op de<br />
afdeling Theresia werden reeds volgende keuzes<br />
gemaakt:<br />
• In het actieplan wordt er zoveel mogelijk voor<br />
gekozen om de voeding te ondersteunen met<br />
orale voedingssupplementen (in de normale en<br />
natuurlijke consistentie).<br />
• De zelfstandigheid van de patiënten wordt zoveel<br />
mogelijk bevorderd. Men wil de zelfzorg zoveel<br />
mogelijk stimuleren (model van Orem). Hiervoor wil<br />
men ook de patiënten gaan groeperen tijdens het<br />
maaltijdgebeuren.<br />
• De oorzaak wordt zoveel mogelijk direct aangepakt:<br />
bij de concrete aanpak van ondervoeding<br />
wordt er zoveel mogelijk vertrokken vanuit de<br />
verpleegproblemen: ‘weigeren van voeding’, ‘ziekte’,<br />
‘slikproblemen’ en ‘kauwproblemen’.<br />
• Op het vlak van interne communicatie werden<br />
al volgende initiatieven genomen: een aantal<br />
documenten dienen op intranet ter beschikking<br />
te zijn, zodat zij tegelijkertijd door de verschillende<br />
disciplines kunnen geraadpleegd worden.<br />
35
•<br />
De externe communicatie bij opname en ontslag<br />
zal meer onze aandacht verdienen. Wij kiezen<br />
ervoor om bij alle opnames de rol van de familie<br />
en/of de begeleiders te benadrukken.<br />
Ook de transmurale aanpak bij ontslag moet<br />
verbeteren. Er werd een aangepast ontslagdocument<br />
ontworpen en de contacten via reeds<br />
bestaande samenwerkingsverbanden dienen<br />
nog meer uitgewerkt. Het is namelijk zo dat op de<br />
afdeling voor psycho-geriatrie we o.a. een grote<br />
instroom van patiënten zien vanuit de thuiszorg en<br />
residentiële voorzieningen (woon- en zorgcentra).<br />
Momenteel wordt er nog maar weinig aandacht<br />
gegeven aan het voedingsplan van de patiënt. We<br />
zijn ervan overtuigd dat door het participeren aan<br />
dit project we ook gerichter informatie kunnen<br />
doorgeven naar de thuiszorg bij het ontslag van de<br />
patiënt.<br />
In ons ziekenhuis worden de maaltijden momenteel<br />
op de verschillende afdelingen op een verschillende<br />
wijze aangeboden. Van self-service (patiënten<br />
proportioneren zelf ) tot het volledig overnemen<br />
van het voedingsgebeuren bij de patiënt (patiënten<br />
worden gevoed). Vanuit o.a. het milieutherapeutisch<br />
denken, worden er vanuit de directie kritische<br />
vragen gesteld over de gehanteerde organisatie.<br />
Door participatie aan dit project, wensen we de<br />
bestaande organisatie kritisch te kunnen bekijken<br />
en menen we dat we – op termijn – een juist<br />
leefklimaat kunnen aanbieden, waarbij de omgevingsfactoren<br />
zoals de sfeer, de infrastructuur,<br />
de bediening, de gedragsinterventies van de<br />
medewerkers, de bestaffing, … allen bijdragen<br />
tot een optimaal afdelingsklimaat t.b.v. het<br />
maaltijdgebeuren.<br />
Wanneer we momenteel de dagdagelijkse praktijk<br />
beschouwen, merken we dat heel wat voedingsmiddelen<br />
die geleverd worden aan de afdeling,<br />
opnieuw de afdeling verlaten zonder benut te zijn.<br />
Vanuit de HACCP-reglementering betekent dit dat<br />
deze ‘overschotten’ naar de afvalberg verwezen<br />
worden. Dit voedselafval betekent enerzijds een<br />
gigantische kost op jaarbasis. We wensen het hier<br />
dan nog niet te hebben over de ethische aspecten<br />
ervan. Anderzijds gaan we er vanuit dat er zich<br />
toch een aantal ‘ondervoede’ patiënten binnen het<br />
centrum bevinden. Wij hopen dat een aangepast en<br />
doorgevoerd voedingsbeleid een positieve bijdrage<br />
kan leveren aan het terugdringen van zowel de<br />
directe voedingskost als de indirecte kosten (o.a.<br />
langere verblijfsduur door ondervoeding, verhoogd<br />
medicatiegebruik).<br />
Sinds oktober <strong>2008</strong> is het bekend dat er vanuit<br />
de federale overheid een verdere financiering zal<br />
voorzien worden voor een voortzetting van dit<br />
project. Dit wil zeggen dat alle ziekenhuizen die een<br />
positieve evaluatie krijgen dit werk mogen verder<br />
zetten. Het is daarna de bedoeling om dit project<br />
binnen onze voorziening te laten uitdeinen naar<br />
andere afdelingen. Zeker naar de afdelingen die te<br />
maken hebben met ondervoeding. De procedures<br />
en de documenten die op Theresia werden<br />
ontwikkeld zullen ook aan die afdelingen ter<br />
beschikking worden gesteld. Al van bij de aanvang<br />
van het project werd één van onze diëtisten<br />
aangesteld als algemeen voedingsverantwoordelijke<br />
(overkoepelend) maar sinds september <strong>2008</strong><br />
werd er ook voor gekozen om op elke afdeling een<br />
‘referentiepersoon voeding en gezonder leven’ aan<br />
te stellen. Onze voorziening probeert nu eveneens<br />
middelen vrij te maken om vanaf 2009 een diëtist<br />
voor 50% op de afdelingen zelf in te schakelen.<br />
Daarnaast blijft opleiding onze volle aandacht<br />
vragen en daarom zal er op de pilootafdeling in<br />
februari 2009 een ‘training on the job’ plaats vinden.<br />
De verdere ‘veralgemening naar het volledige<br />
ziekenhuis’ wat in 2007-<strong>2008</strong> vooral met<br />
communicatie en informatie werd aangevat, zal<br />
verder worden opgevolgd. Onze hoofddoelstelling<br />
blijft in 2009 om de kwalitatieve zorg rond voeding<br />
binnen het <strong>Psychiatrisch</strong> <strong>Centrum</strong> te versterken. We<br />
willen dit ondermeer doen door twee reeds geïmplementeerde<br />
projecten – voedingsproject omtrent<br />
ondervoeding en ‘Energie & Mijn Gezondheid’<br />
en project omtrent overvoeding – elkaar te laten<br />
versterken. Het project ondervoeding kijkt naar<br />
voeding vanuit de verantwoordelijkheid van de<br />
instelling/zorgverlener en wenst organisatorische<br />
en structurele processen te versterken (vertrekt<br />
vanuit een probleem). Het project energie wenst<br />
de patiënt centraal te stellen in het proces naar een<br />
evenwichtige voedingsgewoonte (als onderdeel<br />
van gezondere leefgewoonten), waarbij instelling<br />
en zorgverleners de patiënt ondersteunen om zelf<br />
te ijveren voor een gezondere keuze, maar ook door<br />
zelf gezondere keuzes te maken (vertrekt vanuit<br />
een aandachtspunt). Door de combinatie van deze<br />
projecten kunnen een aantal organisatorische en<br />
structurele keuzes gezonder leven toegankelijker<br />
maken voor mensen binnen de GGZ.
Gezien de verplichtingen van het contract zal<br />
onze voorziening uiteraard verder de screenings<br />
uitvoeren en de andere gegevens verzamelen zodat<br />
het probleem van malnutritie zo volledig mogelijk<br />
in kaart kan gebracht worden (bij start, tijdens<br />
verblijf, enz.) Maar daarnaast willen wij ook terug<br />
een tevredenheidsbevraging doen over het voedingsgebeuren<br />
in onze instelling, zodat onze eigen<br />
diensten over zoveel mogelijk info beschikken.<br />
5.3 Patiëntveiligheid<br />
Patiëntveiligheid wordt doorgaans omschreven als ‘het voorkomen van schade aan de<br />
patiënt als gevolg van de zorg of door het contact met het zorgsysteem’. Het richt zich op<br />
klinische risico’s, onder meer gerelateerd aan medicatiegebruik, antibioticabeleid, bloedtransfusie,<br />
ziekenhuishygiëne, decubitus, valincidenten, ondervoeding, chirurgische<br />
ingrepen, spoedinterventies, medische materialen, agressiepreventie, criminaliteit, …<br />
Patiëntveiligheid is een belangrijk topic geworden<br />
na de publicatie van het rapport ‘To err is<br />
human’ (2000). Uit dit rapport blijkt dat er in de<br />
Amerikaanse ziekenhuizen jaarlijks tussen de<br />
44 000 en 98 000 mensen overlijden ten gevolge<br />
van ‘preventable medical errors’. Deze resultaten<br />
werden later bevestigd in onderzoeken uit andere<br />
landen (Australië, Engeland, Canada, Denemarken,<br />
Nieuw Zeeland en Nederland). Samenvattend kan<br />
worden gesteld dat bij 5 tot 10 % van de patiënten<br />
die worden opgenomen in een ziekenhuis ‘iets<br />
mis gaat’ en dat bij 5 tot 10 % van die gevallen de<br />
gevolgen ernstig zijn: overlijden of blijvend letsel,<br />
functiebeperking of handicap. Veel kleiner leed<br />
daarnaast – pijn, ongemak, angst, verlengd verblijf<br />
e.d. – blijft vaak onopgemerkt, wordt niet gemeten<br />
en verschijnt in geen enkele statistiek.<br />
Deze overtuigende cijfers, die voldoende<br />
internationaal herkenbaar en vergelijkbaar zijn,<br />
hebben waarschijnlijk ook de Belgische overheid<br />
aangezet om specifieke aandacht te besteden<br />
aan de patiëntveiligheid in de ziekenhuizen. De<br />
uitgeschreven contracten rond kwaliteitsverbetering<br />
en patiëntveiligheid (2007-<strong>2008</strong>) zijn hier een<br />
concreet voorbeeld van. Momenteel hebben<br />
170 ziekenhuizen ingetekend op dergelijk contract.<br />
Ons ziekenhuis is er één van. In Oost-Vlaanderen<br />
Wij streven er tenslotte naar om in 2009 de interdisciplinaire<br />
communicatie (arts, verpleegkundigen,<br />
therapeuten, logistieke diensten, directie, staf, …)<br />
te kunnen versterken en ons eveneens te focussen<br />
op de externe communicatie met het netwerk na<br />
ontslag (huisarts, familie, andere voorzieningen, ...).<br />
gaat het om 26 ziekenhuizen. 75% van de<br />
psychiatrische ziekenhuizen hebben het contract<br />
ondertekend. Alle ziekenhuizen die aan dit contract<br />
wensen deel te nemen, moesten aan volgende<br />
voorwaarden voldoen:<br />
1. De voorziening dient haar missie, visie,<br />
strategie en haar doelstellingen op het vlak van<br />
kwaliteit en patiëntveiligheid te omschrijven.<br />
2. De coördinatie van de kwaliteitsstructuren<br />
dienen in een organogram voorgesteld.<br />
3. Er dient een meting te gebeuren van de<br />
patiëntveiligheidscultuur.<br />
4. De voorziening dient te beschikken over een<br />
registratie van incidenten en bijna-incidenten<br />
en hiervan een analyse te doen.<br />
5. De voorziening dient drie beschrijvende fiches<br />
op te stellen van kwaliteitsprojecten.<br />
In een eerste fase was het de bedoeling van de<br />
overheid om de zorginstellingen en zorgverstrekkers<br />
te informeren en te sensibiliseren. Mede<br />
daarom werd in oktober <strong>2008</strong> terug ‘een week voor<br />
de patiëntveiligheid’ georganiseerd. Tijdens dit<br />
symposium werd de nadruk gelegd op de rol van<br />
het ziekenhuismanagement bij patiëntveiligheid<br />
en werd de patiëntveiligheid in de psychiatrische<br />
ziekenhuizen meer onder de loep genomen, ook<br />
37
het belang van een veilig geneesmiddelencircuit<br />
werd nogmaals benadrukt.<br />
In een tweede fase wil de Federale Overheidsdienst<br />
Volksgezondheid de veiligheidscultuur (derde<br />
onderdeel van het contract) in de zorginstellingen<br />
aanpakken. Het belang van een stimulerende<br />
organisatiecultuur voor de ontwikkeling van de<br />
patiëntveiligheid wordt steeds meer erkend,<br />
ook door de WHO en de Europese commissie.<br />
Het bekomen van een veiligheidscultuur wordt<br />
door het Institute of Medicine beschouwd als de<br />
grootste uitdaging om een veiligere gezondheidszorg<br />
te kunnen realiseren. Dit omvat immers het<br />
overschakelen naar een cultuur waarin fouten niet<br />
langer beschouwd worden als persoonlijk falen,<br />
maar als een mogelijkheid om het systeem te<br />
verbeteren en schade in de toekomst te vermijden.<br />
Organisaties met een effectieve veiligheidscultuur<br />
stellen de continue toewijding naar veiligheid<br />
als belangrijke prioriteit. Deze ingesteldheid<br />
geraakt de laatste jaren stilaan ingeburgerd en<br />
blijft een eerste vereiste in de uitbouw van een<br />
geïntegreerd en kwaliteitsvol veiligheidsbeleid in de<br />
zorginstellingen.<br />
Vandaar dat alle instellingen die aan het contract<br />
deelnemen een cultuurmeting inzake patiëntveiligheid<br />
in het ziekenhuis dienden te organiseren. In<br />
onze voorziening gebeurde dit op het einde van<br />
2007. De belangrijkste resultaten werden begin<br />
<strong>2008</strong> aan de werkvloer meegedeeld. We hadden<br />
een hoog antwoordpercentage, namelijk 84% in<br />
het ganse centrum. De frequentie van rapportering<br />
(met 51,7 %) scoort niet slecht maar kon nog beter.<br />
Blijkbaar is er op de werkvloer niet goed geweten<br />
wat er wordt bedoeld met patiëntveiligheid en<br />
welke acties hiertoe worden ondernomen. Slechts<br />
26 % van de ondervraagden vonden dat de acties<br />
van het management aangeven dat patiëntveiligheid<br />
een topprioriteit is. De samenwerking<br />
met andere afdelingen werd door 41 % als<br />
problematisch gezien. 37 % van de ondervraagden<br />
vonden dat het wisselen van werkposten<br />
problematisch is voor de patiënten/bewoners in<br />
ons centrum en 48 % vond dat er belangrijke info<br />
verloren gaat bij het wisselen van werkposten.<br />
Uit deze resultaten bleek dat er binnen onze<br />
instelling nog heel wat werk aan de winkel is.<br />
Om de veiligheidscultuur zich ten volle te laten<br />
installeren in onze voorziening, moesten twee<br />
mythes definitief worden gebannen. Een eerste<br />
mythe, ‘de perfectiemythe’: indien de zorgverstrekker<br />
hard genoeg zijn best doet, kunnen<br />
de incidenten worden vermeden. En een tweede<br />
mythe, ‘de penalisatiemythe’: indien de zorgverstrekker<br />
gestraft wordt voor het veroorzaken<br />
van een incident, zal hij deze in de toekomst<br />
kunnen vermijden. Een transparante veiligheidscultuur<br />
en een penalisatiecultuur sluiten elkaar per<br />
definitie uit. We moeten aanvaarden dat incidenten<br />
onlosmakelijk verbonden zijn met het menselijk<br />
handelen in het zorgproces en dat de zorgverstrekkers<br />
onopzettelijk een incident kunnen veroorzaken.<br />
Als er dan sprake is van een positieve veiligheidscultuur<br />
kan er in onze voorziening op een positieve en<br />
lerende manier met incidenten worden omgegaan.<br />
Het ontwikkelen en handhaven immers, van een<br />
meldsysteem voor incidenten en bijna-incidenten<br />
wordt door de overheid gezien als een belangrijke<br />
volgende fase in de ontwikkeling van een<br />
geïntegreerd patiëntveiligheidsbeleid.<br />
In onze instelling zijn we momenteel (samen met<br />
onze collega’s binnen de Broeders van Liefde) op<br />
zoek naar een goed instrument om incidenten en<br />
nearly-incidenten te registreren. Begin <strong>2008</strong> werd<br />
hiervoor een adhoc werkgroep opgericht met leden<br />
van de verschillende ziekenhuizen van de Broeders<br />
van Liefde. Hierbij is het belangrijk dat het melden<br />
van een incident op een eenvoudige manier kan<br />
verlopen en dat het toegankelijk en vertrouwelijk is<br />
voor alle zorgverleners. De melder moet eveneens<br />
zeker zijn dat hij niet wordt bestraft voor het<br />
gerapporteerde incident of bijna-incident. Om de<br />
melders in deze optiek een garantie te bieden is<br />
de overheid nog op zoek naar de uitbouw van een<br />
wettelijk kader.<br />
Tenslotte moet benadrukt worden dat alle<br />
zorgverleners en medewerkers actief deelnemen<br />
aan het patiëntveiligheidsbeleid in onze<br />
voorziening. Veilige zorg is een thema dat vanaf<br />
<strong>2008</strong> multidisciplinair wordt aangepakt en dat met<br />
andere woorden ook door de ziekenhuisdirectie en<br />
het management wordt gedragen en bijgestuurd.<br />
Patiëntveiligheid is in onze voorziening een zaak<br />
van iedereen!
5.4 Criminaliteitspreventie<br />
Een psychiatrisch centrum dient in te staan voor kwalitatieve zorgverlening. Het is een<br />
plaats waar patiënten naartoe komen om in alle rust te herstellen van een ziekte. Een<br />
psychiatrisch centrum is geen penitentiaire inrichting, noch is het een plaats die men<br />
direct met criminaliteit in verband zou brengen, en toch … de bezoekers, de patiënten<br />
en vooral het verzorgend en verplegend personeel worden regelmatig met fenomenen<br />
van diefstal, vandalisme en agressief gedrag geconfronteerd. Deze problemen kunnen<br />
een psychiatrisch centrum niet enkel een slechte reputatie bezorgen maar bederven ook<br />
de werksfeer en het psycho-sociaal welbevinden van éénieder die ermee geconfronteerd<br />
wordt.<br />
Daarnaast voorziet de gewijzigde wetgeving<br />
betreffende ‘Geweld, pesterijen en ongewenst<br />
seksueel gedrag op het werk’ dd. 06.06.2007 in<br />
specifieke maatregelen ter bescherming van<br />
werknemers, die in de uitvoering van hun werk in<br />
contact komen met derden. Meer concreet dient<br />
de werkgever preventieve maatregelen te nemen<br />
om de werknemers te beschermen tegen geweld,<br />
pesterijen en ongewenst seksueel gedrag van<br />
bijvoorbeeld patiënten, bewoners of eventueel<br />
familieleden van patiënten of bewoners.<br />
Rekening houdende met het bovenstaande en<br />
vanuit een beleidsvoering om de criminaliteitsrisico’s<br />
en het onveiligheidsgevoel dat hieruit<br />
voortvloeit te verminderen, zijn er de voorbije<br />
periode meerdere acties ondernomen binnen het<br />
centrum.<br />
Vooreerst heeft het centrum zich ingeschreven op<br />
het project ‘stewards‘ van de overheid en hebben<br />
we sinds eind 2007 reeds een veiligheidsmedewerker<br />
binnen het centrum. Ten tweede willen<br />
we beklemtonen dat verschillende richtlijnen<br />
en procedures m.b.t. veiligheid/agressie werden<br />
herbekeken en/of uitgewerkt en dit binnen de<br />
werkgroep agressiebeheersing en -preventie.<br />
Daarnaast vermelden we nog dat er een studie<br />
werd gedaan van het Handboek Geïntegreerde<br />
Criminaliteitspreventie in Ziekenhuizen en de<br />
Brochure Preventie Ziekenhuiscriminaliteit die<br />
het centrum ter beschikking werden gesteld<br />
door de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van<br />
de Voedselketen en Leefmilieu en door de FOD<br />
Binnenlandse Zaken. Deze handleiding gaf een<br />
aantal handvatten om het eigen veiligheidsbeleid<br />
verder uit te schrijven.<br />
Tot slot willen we nog meegeven dat er vanuit<br />
de afdelingen - o.a. de afdeling Esperanza 0 -<br />
vragen kwamen om de samenwerking met de<br />
externe diensten (politie) te optimaliseren en dit<br />
naar aanleiding van een aantal minder positieve<br />
ervaringen binnen de samenwerking.<br />
Dit alles heeft ertoe geleid dat binnen de<br />
stuurgroep criminaliteitspeventie en veiligheid en<br />
onder impuls van de algemeen directeur een nota<br />
criminaliteitspreventie werd uitgeschreven.<br />
Deze nota bestaat uit een vijftal delen.<br />
In een eerste deel onderzoeken we hoe we verder<br />
vorm kunnen geven aan een effectief en efficiënt<br />
criminaliteitspreventiebeleid binnen de voorziening.<br />
In deel twee bespreken we de huidige structuur<br />
van het criminaliteitspreventiebeleid binnen onze<br />
voorziening. In het derde deel geven we enkele<br />
eerste aanzetten voor een meer specifiek agressiepreventie-<br />
en beheersingsbeleid. We vermelden<br />
tevens de reeds bestaande procedures waarvan<br />
steekkaarten opgenomen zijn in de bijlagen. In een<br />
vierde deel vermelden we ook een aantal vragen<br />
tot optimalisering van de samenwerking met de<br />
politie in het kader van de verdere ontwikkeling<br />
van een geïntegreerd criminaliteitspreventiebeleid.
In het vijfde en laatste deel vinden we een aantal<br />
bijlagen/procedures terug.<br />
Samenvattend kunnen we dus stellen dat de<br />
nota dus procedures, adviezen, richtlijnen,<br />
goede praktijken aanreikt voor het nemen van<br />
noodzakelijke stappen om ziekenhuiscriminaliteit<br />
(diefstal, vandalisme, verbaal en fysiek geweld, ...)<br />
tegen te gaan.<br />
Bedoeling is nu dat er met deze nota de komende<br />
jaren ‘aan de slag’ wordt gegaan.<br />
Vooreerst werd deze nota gebruikt in het<br />
onderhoud op 7 maart <strong>2008</strong> en dit met de<br />
regionale politie, de vrederechter van dit Kanton,<br />
de Procureur des Konings,… Bedoeling was<br />
om enerzijds een dialoog aan te gaan met de<br />
verschillende partners omtrent de problematiek<br />
van criminaliteit binnen de voorziening. Anderzijds<br />
te komen tot een aantal concrete afspraken in<br />
de samenwerking en dit met betrekking tot het<br />
omgaan met deze thematiek. Het onderhoud was<br />
dan ook zeer vruchtbaar en heeft o.a. geleid tot:<br />
• Afstemming van de procedures voor spoedgevallen<br />
(contactpersoon in het ziekenhuis en op het<br />
commissariaat, afzonderen van probleemgevallen,<br />
politie toegang verschaffen tot het ziekenhuis, …).<br />
• Samenwerking op langere termijn: het regelmatig<br />
evalueren van de procedures en de genomen<br />
maatregelen, bevorderen van dialoog.<br />
• Het opbrengen van begrip voor de wederzijdse<br />
prioriteiten van de twee diensten.<br />
• ...<br />
Ten tweede werd deze nota ook ter beschikking<br />
gesteld aan de medewerkers uit de verschillende<br />
departementen.<br />
Ten derde wensen we deze nota in 2009 ook te<br />
gebruiken als ‘naslagwerk’ bij de vorming die er<br />
omtrent dit thema zal komen. We hebben immers<br />
vastgesteld dat een aantal ‘onzekerheden’ bestaan in<br />
dit centrum die te maken hebben met een gebrek<br />
aan kennis omtrent bijvoorbeeld eigen rechten<br />
en plichten. Door o.a. vormingssessies te geven<br />
omtrent bijvoorbeeld aansprakelijkheid van een<br />
hulpverlener, de rechten als slachtoffer, wat met<br />
het beroepsgeheim, … hopen we de medewerkers<br />
juist te informeren zodat ze de juiste handelingen<br />
kunnen stellen. Momenteel zijn we nog aan het<br />
bekijken hoe we deze vorming het best aanbieden<br />
maar de planning is dat we nog in 2009 hieromtrent<br />
actie ondernemen.<br />
Tot slot wensen we nog mee te geven dat deze<br />
nota niet dient gelezen te worden als een statisch<br />
gegeven maar eerder als een dynamisch geheel<br />
dat permanent wordt geëvalueerd en waardoor de<br />
erin opgenomen procedures in de toekomst en in<br />
overleg met interne en externe diensten, regelmatig<br />
kunnen wijzigen.<br />
Besluitend kunnen we dus stellen dat er verder<br />
ernstige inspanningen worden gedaan om het<br />
gevoel van veiligheid binnen dit centrum te<br />
bevorderen. Het aanreiken van een nota criminaliteitspreventie<br />
aan alle medewerkers kan<br />
hiertoe een belangrijke bijdrage leveren en dit<br />
binnen een context waarbij iedereen mee de<br />
schouders wil zetten onder het creëren van een<br />
veilige werkomgeving en een veilig milieu voor de<br />
patiënten.<br />
41
5.5 QPR: een geïnformatiseerde ‘tool’ waarmee indicatoren<br />
grafisch voorgesteld kunnen worden<br />
Onder stimulans van het kwaliteitsdecreet in 2003 dienden de instellingen in hun<br />
kwaliteitshandboek een hoofdstuk over de evaluatie te voorzien. Deze evaluatie is een<br />
systematische evaluatie van de processen, structuren en resultaten van de voorziening<br />
en wordt door de voorziening zelf verwezenlijkt.<br />
In een eerste deel verwacht de overheid indicatoren<br />
die kunnen worden ingevuld met gegevens uit<br />
MPG. Deze indicatoren zullen door de administratie<br />
via een elektronische feedback aan elk psychiatrisch<br />
ziekenhuis geleverd worden. Het ziekenhuis kan<br />
deze gegevens dan gebruiken bij de zelfevaluatie.<br />
In een tweede deel verwacht men een hele<br />
reeks indicatoren waarvoor een extra registratie<br />
noodzakelijk is. Voor dit soort indicatoren is men<br />
uitgegaan van de hoofdprocessen binnen het<br />
traject dat een patiënt doorloopt binnen een<br />
psychiatrisch ziekenhuis, namelijk “opname”,<br />
“therapie” en “ontslag”. Belangrijk hierbij is dat<br />
telkens de doelstelling en de indicator duidelijk<br />
omschreven worden en ook de meetmethode en<br />
meetfrequentie precies aangegeven worden.<br />
Naast deze stimulans van de overheid om meer<br />
gebruik te gaan maken van indicatoren werd er<br />
binnen onze groep (Broeders van Liefde) ook nog<br />
beslist om een Balanced Score Card (BSC) uit te<br />
bouwen op groepsniveau en op niveau van de<br />
instelling. Een Balanced Score Card geeft een<br />
snelle, maar volledige kijk op de “business”. Vanuit<br />
verschillende invalshoeken worden de prestaties<br />
van de onderneming in beeld gebracht. Het geeft<br />
inzicht in de relatie tussen financiële en niet-financiële<br />
indicatoren. De Balanced Scorecard probeert<br />
een antwoord te geven op de volgende vragen:<br />
KLANT PERSPECTIEF<br />
Hoe zien onze<br />
klanten ons?<br />
FINANCIEEL PERSPECTIEF<br />
Hoe zien onze<br />
aandeelhouders ons?<br />
VERBETER PERSPECTIEF<br />
Zijn we in staat continu te<br />
verbeteren?<br />
1. Hoe zien onze aandeelhouders ons? (financieel<br />
perspectief): Bij dit perspectief gaat het om<br />
hoe aantrekkelijk de onderneming is voor<br />
aandeelhouders en eventuele andere vermogenverschaffers.<br />
Financiële indicatoren zoals<br />
rentabiliteit, eigen vermogen, rendement op<br />
geïnvesteerd vermogen en liquiditeit zijn hier<br />
belangrijk.<br />
2. Hoe zien onze klanten ons? (klant-perspectief):<br />
De prestaties worden gemeten door de<br />
bril van de klant. Indicatoren zoals leverbetrouwbaarheid,<br />
levertijd, klachten en aantal<br />
retourzendingen zijn hier belangrijk.<br />
3. Wat is de toegevoegde waarde van onze<br />
belangrijkste bedrijfsprocessen? (organisatieperspectief):<br />
Dit richt zich op de processen<br />
binnen de organisatie. De primaire processen<br />
zullen effectief en efficiënt uitgevoerd<br />
moeten worden. Indicatoren als doorlooptijd,<br />
arbeidsproductiviteit en de ontwikkelingstijd<br />
van nieuwe producten zijn in dit perspectief<br />
relevant.<br />
4. Zijn we in staat continu te verbeteren?<br />
(verbeter-perspectief): Door de intensieve<br />
concurrentie moeten organisaties hun<br />
producten en diensten steeds snel aanpassen<br />
aan de wensen van de klant. Indicatoren zoals<br />
het aantal nieuwe producten, ontwikkelingssnelheid<br />
en het aantal goedgekeurde verbeteringsvoorstellen<br />
zijn hier belangrijk.<br />
ORGANISATIE PERSPECTIEF<br />
Wat is de toegevoegde waarde van<br />
onze belangrijkste bedrijfsprocessen?
Het gevolg is dus dat er op verschillende niveau’s<br />
indicatoren werden opgesteld en ter evaluatie<br />
werden voorgelegd, meer bepaald op Vlaams<br />
niveau, instellingsoverstijgend niveau (BSC voor<br />
de groep van ziekenhuizen), op het niveau van<br />
de instelling (eigen BSC) en in het kader van<br />
specifieke verbeteringsprojecten (aan de hand<br />
van het Kwadrant-managementmodel). Om deze<br />
indicatoren nu eenvoudig en grafisch te gaan<br />
voorstellen waren wij binnen onze groep van<br />
ziekenhuizen op zoek naar een geïnformatiseerd<br />
instrument. Deze ‘tool’ met de welluidende<br />
anglofiele naam van QPR oftewel Quality, Processes,<br />
Results vonden wij bij de firma Ackinas en werd in<br />
<strong>2008</strong> ook in ons ziekenhuis geïntroduceerd.<br />
De belangrijkste voordelen van een dergelijk<br />
programma zijn:<br />
• Men gaat sneller en efficiënter werken doordat<br />
men een volledig overzicht van de samenhang<br />
van taken krijgt en doordat men de problemen<br />
en moeilijkheden kan lokaliseren net als de<br />
opportuniteiten.<br />
• Het geeft de medewerkers een beter inzicht<br />
in hun bijdrage aan een proces dat gaat over<br />
departementen en de samenhang van processen.<br />
• Het is een ondersteuning van<br />
veranderingsprocessen.<br />
•<br />
•<br />
•<br />
•<br />
•<br />
De kosten worden gereduceerd.<br />
Het vereenvoudigt de communicatie en de<br />
opleiding.<br />
Effectieve communicatie naar de medewerkers:<br />
introductie en continue verbetering.<br />
Vastleggen van kennis (knowledge management).<br />
Betere processen in de praktijk.<br />
QPR mag niet gezien worden al een rapporteringstool<br />
of weer een nieuw IT-project maar eerder<br />
als een methode om een strategie in te voeren in<br />
de organisatie en vooral als communicatie-tool.<br />
Bijkomend is het de bedoeling om in de toekomst<br />
aan de hand van QPR de opgezette modellen en<br />
scorecards te verfijnen. Verder kunnen bestaande<br />
processen (proces AS IS) geoptimaliseerd worden<br />
door overleg met betrokken partijen (proces<br />
SHOULD BE) en kunnen er makkelijk bijkomende<br />
indicatoren gecreëerd worden. QPR biedt eveneens<br />
de mogelijkheid om automatisch gegevens op te<br />
halen uit bestaande Excel- of Access-bestanden.<br />
Tenslotte hoeft het niet gezegd dat de vorming van<br />
de medewerkers m.b.t. gebruik van de portaal-site<br />
en de aanlevering van de gegevens niet mag<br />
vergeten worden en moet benadrukt worden dat<br />
QPR het accent wil leggen op de processen en<br />
eigenlijk een stuurbord wil zijn om te meten, te<br />
leren en te verbeteren.<br />
43
6 Samenvatting<br />
van het jaarverslag<br />
van de vzw Provincialaat der Broeders van Liefde<br />
6.1 Nieuws vanuit de sector geestelijke gezondheidszorg<br />
• In de zomer <strong>2008</strong> presenteerde het Federaal<br />
Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg<br />
een studie over de patiënten die langer dan 1<br />
jaar opgenomen en behandeld worden in de<br />
T-diensten van de psychiatrische ziekenhuizen.<br />
Het profiel van deze patiënten, de geleverde zorg<br />
en de mate waarin zij in aanmerking komen voor<br />
alternatieve voorzieningen waren de belangrijkste<br />
onderzoeksvragen.<br />
Enerzijds stelt men een groot aantal langverblijvers<br />
in deze diensten vast. In België verbleven in 2003<br />
ongeveer 5.000 patiënten langer dan één jaar in<br />
een psychiatrisch ziekenhuis. Ca. 1.600 van deze<br />
patiënten verbleven zelfs al meer dan zes jaar in<br />
het ziekenhuis. Ongeveer 40% van hen vertoont<br />
agressief gedrag of wordt gekenmerkt door een<br />
antisociale houding.<br />
Anderzijds stelt zich de vraag naar het waarom<br />
van dit langdurige karakter. Men kan niet rond<br />
het ontbreken van voldoende plaatsen en de<br />
vereisten qua zorgdifferentiatie in de psychiatrische<br />
verzorgingstehuizen (PVT) en de initiatieven<br />
beschut wonen en rond de financiële drempels<br />
tussen de bestaande zorgvormen. Ze verhinderen<br />
een vlotte doorstroming vanuit die psychiatrische<br />
ziekenhuizen. De sector geestelijke gezondheidszorg<br />
vraagt van de overheid de mogelijkheden om<br />
zorgvernieuwende initiatieven te nemen en zo tot<br />
meer zorg op maat en een continuüm van zorg te<br />
komen.<br />
Tegelijk mag men niet uit het oog verliezen dat een<br />
mogelijke uitstroom naar alternatieve zorgvormen<br />
•<br />
•<br />
gecompenseerd zal worden door een nieuwe<br />
instroom van patiënten. Bepaalde groepen van<br />
personen met ernstige, complexe psychiatrische<br />
patiënten krijgen op vandaag niet of veel te laat de<br />
zorg die ze nodig hebben. Zo verblijven momenteel<br />
nog ongeveer 1.000 geïnterneerden in de Belgische<br />
gevangenissen en zijn er de lange wachttijden<br />
voor opname van kinderen en jongeren met<br />
psychiatrische stoornissen.<br />
Een door de K.U.Leuven gevoerd onderzoek<br />
bevestigde de noodzaak van een herverdeling<br />
tussen de psychiatrische ziekenhuizen van de<br />
middelen voor de ondersteunende diensten<br />
(onderdeel B1 van het ziekenhuisbudget) en de<br />
globale onderfinanciering van de personeelskosten<br />
(onderdelen B2 en B4).<br />
Voor het eerst kende de overheid het kader voor<br />
de structurele erkenning van één van de in het<br />
voorbije decennium opgestarte zorgvernieuwingsprojecten.<br />
De projecten voor de intensieve<br />
behandeling van sterk gedragsgestoorde<br />
en agressieve patiënten (SGA) kunnen met<br />
ingang van 1 januari 2009 erkend worden als een<br />
Intensieve Behandeleenheid (IB) met een passende<br />
omkadering. De ziekenhuizen die dergelijk zorgvernieuwingsproject<br />
opstartten, kunnen bestaande<br />
A- of T-bestaande reconverteren tot een IB-dienst.
6.2 Nieuws vanuit de ruimere organisatie van<br />
•<br />
de Broeders van Liefde<br />
6.2.1 Sector Geestelijke gezondheidszorg<br />
•<br />
Nu de sector geestelijke gezondheidszorg weer op<br />
een belangrijk kruispunt lijkt te komen staan<br />
(cf. rapport Federaal Kenniscentrum), stelde de raad<br />
van bestuur haar strategische beleidskeuzes voor<br />
deze sector in de loop van <strong>2008</strong> op diverse vlakken<br />
scherper.<br />
Ŧ<br />
Ŧ<br />
Op inhoudelijk vlak wordt hierin, naast het respect<br />
voor de eigen identiteit, de zorgdoelstellingen,<br />
de zorgprogramma’s en de samenwerking met<br />
eerste lijn en natuurlijke leefomgeving, vooral<br />
aandacht besteed aan een aantal zorginhoudelijke<br />
tendensen en voorstellen. Die kunnen algemeen<br />
in drie rubrieken ondergebracht worden: 1. meer<br />
categorale zorg, specialistische en topklinische<br />
zorg voor alle doelgroepen en zorgvormen; 2.een<br />
intensifiëring en verdere differentiatie van de zorg<br />
in de psychiatrische ziekenhuisdiensten; 3. verder<br />
concreet gestalte geven aan de vermaatschappelijking<br />
van de geestelijke gezondheidszorg door<br />
intensifiëring en differentiatie van de zorg buiten<br />
het psychiatrisch ziekenhuis.<br />
Op organisatorisch vlak handelen de<br />
beleidskeuzes over de ontwikkeling van de<br />
voorzieningsoverstijgende netwerken, de<br />
privatisering en commercialisering, het belang<br />
van het wetenschappelijk onderzoek en de<br />
financiering van de zorg, de infrastructuur en de<br />
ondersteunende diensten in de psychiatrische<br />
ziekenhuizen en verzorgingstehuizen.<br />
Gezien de ontwikkelingen inzake steeds<br />
verdergaande samenwerking intra- en extra-muros<br />
werd het ethisch advies betreffende het uitwisselen<br />
van informatie in de geestelijke gezondheidszorg<br />
gereviseerd. Een zorgvuldig gebruik van het<br />
‘gedeeld beroepsgeheim’ in de samenwerking,<br />
zowel in het eigen centrum als in een extern<br />
netwerk, staat daarbij centraal.<br />
•<br />
•<br />
•<br />
In <strong>2008</strong> werden via gezamenlijke inspanning van<br />
de psychiatrische centra een wetenschappelijk<br />
adviescomité en een fonds voor wetenschappelijk<br />
onderzoek in de sector geestelijke gezondheidszorg<br />
Broeders van Liefde opgestart. Hiermee wil<br />
men niet alleen concrete onderzoeksprojecten<br />
financieel ondersteunen, maar ook de verdere<br />
ontwikkeling van een cultuur van onderzoek in de<br />
centra stimuleren.<br />
Na maanden proefdraaien in het P.C. Sint-Alexius te<br />
Grimbergen en de <strong>Psychiatrisch</strong>e Kliniek Broeders<br />
Alexianen te Tienen keurde de raad van bestuur<br />
eind <strong>2008</strong> het voorstel goed om vanaf 2009<br />
in alle psychiatrische centra het Regas-pakket<br />
te implementeren voor het beheer van het<br />
elektronisch patiëntendossier.<br />
Dat vermaatschappelijking van zorg niet steeds van<br />
een leien dakje loopt ondervond het Nakuurhome<br />
Papiermoleken. Tengevolge van buurtprotest kon<br />
het in <strong>2008</strong> nog niet rekenen op de verwachte<br />
bouwvergunning voor haar nieuwbouwproject in<br />
Korbeek-Lo.
6.2.2 Algemeen<br />
6.2.2.1 Visietekst Identiteit<br />
In het verlengde van vele reflecties en gesprekken<br />
over de spiritualiteit, de identiteit en de missie van<br />
de Broeders van Liefde heeft de raad van bestuur<br />
in haar streven een geactualiseerde benadering te<br />
omschrijven met betrekking tot deze identiteit en<br />
missie drie fundamentele keuzes gemaakt:<br />
• De centrale optie is dat we in dialoog willen<br />
bouwen aan identiteit in de pluraliteit.<br />
• Dit is iets anders dan aansturen op een vrijblijvende<br />
neutraliteit. Het is integendeel in trouw aan onze<br />
christelijke wortels uitkomen voor wie we zijn, onze<br />
inspiratie, grondhoudingen en waarden benoemen<br />
en in gesprek hierover verdieping van ons samen<br />
werken en leven nastreven.<br />
• Een tweede optie is dat we in dit bouwen een goed<br />
evenwicht willen nastreven tussen een top-down<br />
en een bottom-up-benadering. Dit veronderstelt<br />
dat er in de voorzieningen een eigen werking rond<br />
de missie uitgebouwd wordt.<br />
•<br />
•<br />
Ten slotte willen we in dit bouwen vanuit de<br />
eigenheid van onze organisatie verbindend werken.<br />
Meerdere dwarsverbindingen verdienen hierbij<br />
de aandacht: die tussen werken in de diepte en<br />
in de breedte, tussen het sociale en het spirituele<br />
project, tussen organisatie en congregatie, tussen<br />
het centrale en het lokale niveau, tussen de drie<br />
sectoren, tussen voorzieningen, tussen onze en<br />
andere organisaties … Ook de wisselwerking<br />
tussen de regio’s van de congregatie verdient de<br />
nodige aandacht.<br />
Vanuit deze drie opties werden een zestal<br />
doelstellingen afgeleid waar we in de periode<br />
<strong>2008</strong>-2012 werk van willen maken. In oktober<br />
<strong>2008</strong> vond hieromtrent een startdag voor de<br />
directieteams van alle Vlaamse scholen en<br />
voorzieningen plaats.<br />
6.2.2.2 Samenwerking sectoren welzijn en buitengewoon onderwijs<br />
Om de samenwerking tussen de verschillende<br />
actoren van een orthopedagogisch centrum<br />
(= scholen buitengewoon basis- en secundair<br />
onderwijs, MPI’s of tehuizen voor personen met een<br />
handicap, thuisbegeleidingsdiensten, …) in meer<br />
optimale omstandigheden te laten verlopen en een<br />
meer strategische dimensie te geven, besliste de<br />
raad van bestuur een nieuwe organisatiestructuur<br />
voor deze centra op te starten door de oprichting<br />
van een strategisch en een operationeel comité. In<br />
de organisatiestructuur van de organisatie werden<br />
6.2.2.3 Conceptnota ‘Leerzorg’<br />
De raad van bestuur boog zich het voorbije<br />
jaar verder herhaaldelijk over de conceptnota<br />
‘Leerzorg’ van Minister Frank Vandenbroucke<br />
waarin een basiskader aangereikt wordt voor<br />
de structurering van de zorg in het onderwijs.<br />
Daarbij wordt gepoogd de nood aan verbetering<br />
in het buitengewoon onderwijs en de nood aan<br />
afstemming op internationale tendensen en<br />
ontwikkelingen op het gebied van onderwijs op<br />
de sectoren welzijn en buitengewoon onderwijs<br />
samengevoegd. Een gezamenlijke strategische visie<br />
voor beide subsectoren is immers een conditio<br />
sine qua non om te kunnen inspelen op een aantal<br />
belangrijke uitdagingen en evoluties die zich<br />
aandienen zowel in het buitengewoon onderwijs<br />
als in welzijn (bv. de conceptnota leerzorg, het<br />
decreet inzake integrale jeugdhulpverlening, het<br />
burgerschapsparadigma en de inclusiebeweging,<br />
de nieuwe subsidiëringsreglementering inzake<br />
infrastructuur, …).<br />
maat in de scholen voor gewoon onderwijs, mee in<br />
rekening te brengen.<br />
Hoewel nog heel wat onduidelijkheden bestaan<br />
over de toepassing van het concept, verklaarde de<br />
raad van bestuur zich ten aanzien van de minister<br />
bereid om in een proefproject te stappen, waarbij<br />
zij de verschillende positieve uitgangspunten van<br />
het concept in voor de leerlingen en voor de sector<br />
haalbare toepassingen om te zetten.<br />
47
Het jaarverslag is een uitgave van het<br />
<strong>Psychiatrisch</strong> <strong>Centrum</strong> <strong>Zoete</strong> <strong>Nood</strong> <strong>Gods</strong>.<br />
De directie dankt iedereen die meewerkte<br />
aan dit verslag.<br />
“Het psychiatrisch <strong>Centrum</strong> behoort tot de<br />
vzw Provincialaat der Broeders van Liefde.”<br />
<strong>Psychiatrisch</strong> <strong>Centrum</strong>, Reymeersstraat 13a, 9340 Lede.<br />
Tel.: 053 76 21 11 - Fax: 053 76 21 99<br />
e-mail: pc.zoetenoodgods@fracarita.org - www.pclede.be<br />
Uw gegevens worden door het <strong>Psychiatrisch</strong> <strong>Centrum</strong> in een<br />
bestand opgenomen.<br />
Overeenkomstig de privacy-wet van 08-12-1992 heeft u recht<br />
op inzage en correctie van de door het <strong>Psychiatrisch</strong> <strong>Centrum</strong><br />
bewaarde informatie.