31.07.2013 Views

Jaarverslag 2008 - Psychiatrisch Centrum Zoete Nood Gods

Jaarverslag 2008 - Psychiatrisch Centrum Zoete Nood Gods

Jaarverslag 2008 - Psychiatrisch Centrum Zoete Nood Gods

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

<strong>Jaarverslag</strong> <strong>2008</strong><br />

www.pclede.be


Inhoudsopgave<br />

1 Inleiding 1<br />

2 Basisgegevens 2<br />

2.1 Historiek 2<br />

2.2 Missie en kritische doelstellingen 4<br />

2.2.1 Missie en visie van het centrum 4<br />

2.2.2 Kritische doelstellingen 4<br />

2.3 Doelgroepen 5<br />

2.3.1 <strong>Psychiatrisch</strong> ziekenhuis 5<br />

2.3.2 <strong>Psychiatrisch</strong> Verzorgingstehuis 8<br />

2.4 Officiële samenwerkingsverbanden 10<br />

2.5 Partner in een aantal zorgvernieuwingsprojecten 10<br />

2.6 Raad van bestuur 11<br />

3 Beleidsdomeinen 12<br />

3.1 Algemeen beleid: strategisch plan 12<br />

3.2 Medisch en therapeutisch beleid 15<br />

3.2.1 Medisch beleid 15<br />

3.2.2 Therapeutisch beleid 16<br />

3.2.3 Verpleegkundig en paramedisch beleid 17<br />

3.3 Personeelsbeleid 18<br />

3.4 Vormingsbeleid 19<br />

3.5 Pastoraal en ethisch beleid 20<br />

3.5.1 Pastoraal beleid: opening nieuwe stille ruimte 20<br />

3.5.2 Ethisch beleid 22<br />

3.5.2.1 Nieuw ethisch advies 22<br />

2.5.2.2 Werking en structuur van de Commissie Ethiek GGZ Broeders van Liefde 25<br />

4 Belangrijke gebeurtenissen 26<br />

4.1 Anders Gewoon Event 26<br />

4.2 Participatie aan Open Bedrijvendag 26<br />

4.3 Kwaliteitsverbetering facilitaire dienstverlening: studie en doorlichting van de schoonmaak<br />

In samenwerking met Advibel 28<br />

4.4 Optimalisatie uurroosterplanning 29<br />

4.5 Uitkomstenmanagement in de GGZ in Vlaanderen 29<br />

4.6 Start van de elektronische handtekening (Elodis) 30<br />

5 Hoogtepunten 32<br />

5.1 De afdelingsvisie als een noodzakelijk instrument in de uitbouw van goede zorg 32<br />

5.2 Het pilootproject voeding: een stand van zaken 35<br />

5.3 Patiëntveiligheid 37<br />

5.4 Criminaliteitspreventie 40<br />

5.5 QPR: een geïnformatiseerde ‘tool’ waarmee indicatoren<br />

grafisch voorgesteld kunnen worden 42<br />

6 Samenvatting van het jaarverslag van de vzw Provincialaat der Broeders van Liefde 44<br />

6.1 Nieuws vanuit de sector geestelijke gezondheidszorg 44<br />

6.2 Nieuws vanuit de ruimere organisatie van de Broeders van Liefde 46<br />

6.2.1 Sector geestelijke gezondheidszorg 46<br />

6.2.2 Algemeen 47<br />

6.2.2.1 Visietekst Identiteit 47<br />

6.2.2.2 Samenwerking sectoren welzijn en buitengewoon onderwijs 47<br />

6.2.2.3 Conceptnota ‘Leerzorg’ 47


1 Inleiding<br />

In <strong>2008</strong> werd binnen het <strong>Psychiatrisch</strong> <strong>Centrum</strong> <strong>Zoete</strong> <strong>Nood</strong> <strong>Gods</strong> heel wat tijd en energie<br />

geïnvesteerd in het uitwerken van een strategisch plan. Dit plan werd opgesteld met de<br />

actuele ontwikkelingen binnen de psychiatrische sector in het vizier. De belangrijkste<br />

ontwikkelingen zijn vermaatschappelijking van zorg, extramuralisatie, de verdere uitbouw<br />

van zorgcircuits en zorgnetwerken, differentiatie van zorg en evidence based medicine.<br />

De verdere uitbouw van het initiatief beschut wonen, activering en ontmoeting en psychiatrische thuiszorg,<br />

maar ook de ontwikkeling van woonomgevingen voor specifieke doelgroepen binnen het psychiatrisch<br />

verzorgingstehuis werden hierbij hoog op de agenda geplaatst.<br />

In dit jaarverslag kan u lezen welk beleid en welke nieuwe ontwikkelingen in <strong>2008</strong> werden aangewend om<br />

deze toekomstvisie met bijhorende doelstellingen te kunnen bewerkstelligen.<br />

In 2009 zullen heel wat van de in dit jaarverslag beschreven projecten verder gecontinueerd worden. Verder<br />

staan er een aantal grote nieuwe projecten op til, zoals de implementatie van het elektronisch patiëntendossier<br />

en de opstart van de volgende fase in de uitwerking van het masterplan van het centrum. Concreet<br />

houden wij ons hierbij de nieuwbouw PVT en de bouw van nieuwe studio’s binnen Beschut Wonen voor ogen.<br />

Tot slot willen wij onze voorname dank en appreciatie uiten naar alle personeelsleden die zich dagelijks met<br />

hart en ziel inzetten voor het welbevinden van onze patiënten en bewoners op een directe of indirecte wijze.<br />

Ook een bijzonder woordje van dank aan alle personen die de totstandkoming van dit jaarverslag hebben<br />

ondersteund.<br />

Veel leesgenot.<br />

De directie<br />

1


2 Basisgegevens<br />

2.1 Historiek<br />

In de loop van de maand juni <strong>2008</strong> hebben de laatste twee zusters het klooster te Lede<br />

verlaten. Het kloostergebouw was veel te groot geworden voor de nog aanwezige<br />

zusters en niet meer aangepast aan de stijgende zorglast. De meeste zusters vonden<br />

intussen een nieuw onderkomen in het Woon- en Zorgcentrum Avondzon te Erpe-Mere.<br />

De Zusters Maricolen zijn de stichters van het <strong>Psychiatrisch</strong> <strong>Centrum</strong> <strong>Zoete</strong> <strong>Nood</strong> <strong>Gods</strong> en<br />

zijn bijgevolg een begrip in Lede.<br />

De stichting van de Zusters Maricolen in 1663<br />

Een vrome begijn uit Dendermonde, Anna<br />

Puttemans, en de jonge prior van de karmelieten<br />

Pater Herman a Sancto Norberto stichtten op<br />

19 maart 1663 in Dendermonde “een familie van<br />

vrome jonge dochters” die later zouden uitgroeien<br />

tot de Zusters Maricolen. Zij vonden hun inspiratie<br />

in het leven en het werk van Theresia van Avilla,<br />

de hervormster van de Karmelieten. Aanvankelijk<br />

richtten de Zusters Maricolen zich in Dendermonde<br />

vooral naar de opvang en zorg van oudere<br />

vrouwen. Later waren ze ook actief in de Burgerlijke<br />

<strong>Gods</strong>huizen. Tussen 1804 en 1856 waren ze ook<br />

actief betrokken in de krankzinnigenzorg van de<br />

Stedelijke Overheid te Dendermonde. Ook het<br />

huidige Woon- en Zorgcentrum Huize Mariatroon in<br />

de Brusselsestraat te Dendermonde werd opgericht<br />

door de Zusters Maricolen.<br />

De oprichting van het psychiatrisch ziekenhuis<br />

te Lede<br />

Op 26 juni 1845 kochten de Zusters Maricolen een<br />

kasteel van de familie Hellinkx (cfr. Hellinckxwegel)<br />

te Lede. De zusters openden hier in Lede op<br />

28 december 1845 een gesticht waar zij zich<br />

inzetten voor de krankzinnigen. Men begon met<br />

12 mannelijke patiënten die van Dendermonde naar<br />

Lede werden overgebracht. Lang zouden deze hier<br />

niet blijven want kort na hun aankomst werden ze<br />

overgebracht naar de Broeders van Liefde in Gent.<br />

Men opteerde ervoor om vanaf dan enkel nog<br />

vrouwelijke patiënten op te nemen. Op 19 mei 1848<br />

werd de eerste vrouwelijke patiënt opgenomen.<br />

De officiële goedkeuring voor het gesticht dateert<br />

van 9 november 1856. Pas in 1989 werd beslist<br />

om opnieuw mannelijke patiënten op te nemen.<br />

Momenteel worden er ongeveer evenveel vrouwen<br />

als mannen opgenomen.<br />

Van krankzinnigengesticht naar ziekenhuis<br />

Met het verschijnen van de wet op de ziekteverzekering<br />

(1963), de wet op het beheer van<br />

de goederen van de patiënten (1964) en de<br />

ziekenhuiswet zou er heel wat veranderen.<br />

Algemeen kan men stellen dat de psychiatrische<br />

ziekenhuizen vanaf 1960 een ware metamorfose<br />

ondergingen. Het is in deze periode dat het<br />

ziekenhuis ook zijn huidige naam krijgt. Het<br />

ziekenhuis in Lede had in haar bestaan al<br />

verschillende namen gehad zoals Maison de santé à<br />

Lede, Gezondheidshuis en Krankzinnigengesticht. In<br />

1966 koos men resoluut voor de naam <strong>Psychiatrisch</strong><br />

Ziekenhuis <strong>Zoete</strong> <strong>Nood</strong> <strong>Gods</strong>. De naam verwijst naar<br />

de bijzondere verering sinds 1414 van Onze Lieve<br />

Vrouw te Lede als de “<strong>Zoete</strong> <strong>Nood</strong> <strong>Gods</strong>”.<br />

Voor een uitgebreide historiek verwijzen wij graag<br />

naar onze website www.pclede.be<br />

(<strong>Psychiatrisch</strong> Ziekenhuis/Algemeen/Historiek/<br />

Historiek uitgebreid onderaan de webpagina).


2.2 Missie en kritische doelstellingen<br />

2.2.1 Missie en visie van het centrum<br />

Vanuit de christelijke inspiratie van onze stichters<br />

vormen we een authentieke leef- en werkgemeenschap<br />

waar respect, dienstbaarheid, transparantie,<br />

innovatie, creativiteit en geborgenheid dragende<br />

krachten zijn en waar de kwaliteit van leven groeit<br />

dankzij deskundige en professionele begeleiding.<br />

Wij zorgen voor psychiatrische patiënten,<br />

volwassenen en ouderen, met zowel acute als<br />

langdurige en complexe problematiek, ongeacht<br />

hun oorsprong, geslacht, overtuiging of financiële<br />

draagkracht. Kansarmen en minderbedeelden,<br />

mensen met bedreigde ontwikkelingsmogelijkheden<br />

of beperkte functioneringskansen en personen<br />

die maatschappelijk uit de boot dreigen te vallen,<br />

verdienen onze bijzondere aandacht.<br />

Een mensgerichte organisatie, een holistische<br />

mensvisie, een aangepaste omgeving met aandacht<br />

voor ruime toegankelijkheid, vormen hiervoor het<br />

kader.<br />

We verstrekken zorg op maat met het oog op het<br />

herstel van het psychisch evenwicht of het dragelijk<br />

maken van psychische stoornissen voor patiënten,<br />

bewoners en hun leefomgeving opdat aldus<br />

2.2.2 Kritische doelstellingen<br />

1. Centraal stellen van de patiënt of de bewoner<br />

en zijn omgeving, uitgaand van een<br />

maximale participatie, integratie en<br />

vermaatschappelijking.<br />

2. Christelijk geïnspireerd volgens de waarden<br />

van de Stichter en de spiritualiteit van de<br />

congregatie.<br />

3. Aanbieden van een optimale zorg binnen een<br />

goede personele en materiële omkadering en<br />

met oog voor de toegankelijkheid en de financiële<br />

leefbaarheid.<br />

4. Bieden van zorg op maat met openheid voor<br />

nieuwe noden en actieve inzet naar de meest<br />

zwakke groepen.<br />

5. Aanbieden van een kwaliteitsvolle en<br />

vernieuwende zorg in een geest van<br />

dienstbaarheid.<br />

patiënten competenties verwerven of ontwikkelen<br />

die de basis vormen voor hun emancipatie en hun<br />

maatschappelijk geïntegreerd functioneren.<br />

We doen maximaal beroep op de medeverantwoordelijkheid<br />

en de zelfredzaamheid van de patiënt<br />

en zijn omgeving om zo gebruik te maken van de<br />

minst ingrijpende behandeling om ten aanzien van<br />

de vastgestelde problematiek het gewenste effect<br />

zo maximaal mogelijk te bereiken.<br />

Onze zorg voldoet aan de vereisten van<br />

doelmatigheid, doeltreffendheid, continuïteit,<br />

maatschappelijke aanvaardbaarheid en is practice<br />

of evidence based.<br />

We dragen ook zorg voor elkaar en stimuleren onze<br />

medewerkers om zich professioneel continu verder<br />

te bekwamen.<br />

Wij werken actief samen met andere zorgactoren<br />

in de regio bij de uitbouw van instellingsoverschrijdende<br />

zorgprogramma’s door het creëren van<br />

zorgcircuits en netwerken zonder hierbij onze eigen<br />

identiteit te verliezen.”<br />

6. Bouwen aan een goed gestructureerde en<br />

mensgerichte werk- en leefgemeenschap<br />

waarbij het welzijn van iedere medewerker,<br />

bewoner en patiënt belangrijk is.<br />

7. Actief samenwerken met andere zorgactoren<br />

bij de uitbouw van zorgprogramma’s en<br />

zorgnetwerken.<br />

8. Positief beïnvloeden van het beleid inzake<br />

geestelijke gezondheidszorg.<br />

9. Positief beïnvloeden van de beeldvorming<br />

rond de persoon met een geestesziekte en<br />

rond de geestelijke gezondheidszorg.


2.3 Doelgroepen<br />

2.3.1 <strong>Psychiatrisch</strong> ziekenhuis<br />

Het <strong>Psychiatrisch</strong> Ziekenhuis heeft de volgende afdelingen:<br />

• Egidius<br />

• Esperanza 0<br />

• Esperanza 1<br />

Afdeling Egidius<br />

Deze afdeling beschikt over 39 bedden voor<br />

opname en behandeling van volwassenen met<br />

acute en chronische verslavingsproblemen<br />

(alcohol en medicatie) en het syndroom van<br />

Korsakov.<br />

Stuurgroepleden:<br />

Psychiater: Dr. Herman Van Wesemael<br />

Hoofdverpleegkundige: Mevr. Sigrid Van Lierde<br />

Maatschappelijk werker: Dhr. Dirk Van Herreweghe<br />

Psychologe: Mevr. Christine De Brouwer<br />

Ergotherapeut: Dhr. Lieven Van Lierde<br />

Afdeling Esperanza 0<br />

Deze afdeling beschikt over 24 bedden voor<br />

crisisopvang en intensief kortdurende behandeling<br />

van volwassenen met acute en ernstige<br />

psychiatrische problemen in een gestructureerde<br />

omgeving. De meest voorkomende ziektebeelden<br />

zijn schizofrenie en andere psychotische<br />

stoornissen en stemmingsstoornissen. Deze<br />

zorgeenheid fungeert tevens als opnameafdeling<br />

voor het merendeel van de patiënten die gedwongen<br />

opgenomen worden<br />

Stuurgroepleden:<br />

Psychiater: Dr. Geert De Bruecker<br />

Hoofdverpleegkundige: Mevr. Sophie De Bruycker<br />

Maatschappelijk werkers:<br />

Mevr. Sofie Lalmant en Dhr. Stijn Claus<br />

Psychologe: Mevr. Barbara Vaneeckhout<br />

Ergotherapeut: Dhr. Bruno Schotsaert<br />

• Providentia<br />

• Theresia<br />

• Emmaüs (daghospitaal)<br />

Afdeling Esperanza 1<br />

Deze afdeling bestaat uit twee units, gespreid<br />

over twee verdiepingen, met elk hun specifieke<br />

doelgroepen.<br />

Unit 1 beschikt over 23 plaatsen voor opname<br />

en behandeling van volwassenen met diverse<br />

acute psychische en psychiatrische klachten die<br />

kunnen fungeren binnen een open context. In het<br />

bijzonder richt men zich naar de behandeling van<br />

stemmingsstoornissen en psychosenzorg.<br />

Stuurgroepleden:<br />

Psychiater: Dr. Elke Lievens<br />

Hoofdverpleegkundige: Mevr. Leen Ruyssinck<br />

Adjunct-hoofdverpleegkundige:<br />

Dhr. Jan Van Wijmeersch<br />

Maatschappelijk werkers:<br />

Mevr. Cedrine Frérart en Dhr. Stijn Claus<br />

Psychologe: Mevr. Greta Van Damme<br />

Ergotherapeut: Dhr. Peter Van den Berghe<br />

Unit 2 beschikt over 23 plaatsen waarvan<br />

18 bedden voor de behandeling van gerontopsychiatrische<br />

patiënten. Daarnaast heeft de unit<br />

tevens 5 plaatsen voorbehouden voor een intensief<br />

voorbereidingsprogramma voor kandidaten<br />

Beschut Wonen. Ook nachthospitalisatie is mogelijk.<br />

Stuurgroepleden:<br />

Psychiaters:<br />

Dr. Luc Bollengier en Dr. Benedicte Monté<br />

Hoofdverpleegkundige: Mevr. Leen Ruyssinck<br />

Adjunct-hoofdverpleegkundige:<br />

Dhr. Jan Van Wijmeersch<br />

Maatschappelijk werker: Mevr. Cindy Renneboog<br />

Psychologe: Mevr. Christine De Brouwer<br />

Ergotherapeuten: Mevr. Lutgarde De Bruycker en<br />

Mevr. Sara Schockaert<br />

5


Afdeling Providentia<br />

Deze afdeling beschikt over 36 bedden en is<br />

onderverdeeld in twee units.<br />

Unit 1 beschikt over 23 bedden en richt zich<br />

naar volwassenen tussen 18 en 60 jaar die lijden<br />

aan een ernstige psychotische problematiek welke<br />

een meer langdurige en intensieve behandeling<br />

behoeft. In eerste instantie betreft het patiënten<br />

met een schizofrenie-spectrumstoornis. Andere<br />

psychotische aandoeningen worden individueel<br />

bekeken.<br />

Stuurgroepleden:<br />

Psychiater: Dr. Gerda Dewaelheyns<br />

Hoofdverpleegkundige: Dhr. Paul De Leeuw<br />

Maatschappelijk werker: Dhr. Stijn Claus<br />

Psychologisch assistente: Mevr. Debbie Sierens<br />

Psychologe: Mevr. Roos Crabbe<br />

Ergotherapeute: Mevr. Sabine De Schepper<br />

Unit 2 beschikt over 13 bedden voor voortgezette<br />

behandeling van volwassenen met eetstoornissen:<br />

anorexia, boulemia nervosa en binge eating disorder<br />

(BED).<br />

Stuurgroepleden:<br />

Psychiater: Dr. Fransiska Vermeersch<br />

Hoofdverpleegkundige: Dhr. Paul De Leeuw<br />

Maatschappelijk werkers: Mevr. Cedrine Frérart en<br />

Dhr. Stijn Claus<br />

Psycholoog: Mevr. Stefanie De Winter<br />

Ergotherapeute: Mevr. Carmen De Bundel<br />

Afdeling Theresia<br />

Deze gesloten afdeling beschikt over een specifieke<br />

erkenning als Sp-dienst psychogeriatrie met<br />

22 bedden voor ouderen. De afdeling heeft<br />

2 doelgroepen:<br />

• Patiënten met een dementieel beeld ten gevolge<br />

van de ziekte van Alzheimer, vasculaire problemen,<br />

ethylisme of andere organische aandoeningen.<br />

• Ouderen met chronische psycho-organische<br />

aandoeningen.<br />

Stuurgroepleden:<br />

Psychiaters: Dr. Luc Bollengier en<br />

Dr. Benedicte Monté<br />

Hoofdverpleegkundige: Dhr. Yves De Schynkel<br />

Maatschappelijk werker: Mevr. Cindy Renneboog<br />

Psychologe: Mevr. Greta Van Damme<br />

Ergotherapeute: Mevr. Marieken Eeckhout<br />

Afdeling Emmaüs<br />

De afdeling Emmaüs is een afdeling voor daghospitalisatie<br />

met een erkenning van 38 plaatsen.<br />

Via daghospitalisatie kan een volledige hospitalisatie<br />

(24-uurs hospitalisatie) worden voorkomen of ingekort.<br />

Het kan ook een tussenstap zijn tussen volledige<br />

hospitalisatie en de thuissituatie.<br />

Binnen deze afdeling wordt er binnen 5 afzonderlijke<br />

units gewerkt met 5 subdoelgroepen:<br />

1. Intensieve behandeling van volwassenen<br />

met ernstige psychische moeilijkheden zoals<br />

stemmingsstoornissen, schizofrene stoornissen<br />

en persoonlijkheidsstoornissen.<br />

2. Behandeling van volwassenen met een<br />

problematisch gebruik van alcohol,<br />

medicatie en andere verslavende<br />

genotsmiddelen met uitsluiting van drugsverslaving.<br />

Probleemgedrag tengevolge van<br />

gokverslaving kan eveneens behandeld worden.<br />

3. Langdurige behandeling en begeleiding van<br />

volwassenen met chronische psychiatrische<br />

problemen, gecombineerd met sociaal<br />

maatschappelijke problemen. De zorgvrager<br />

vertoont een langdurige psychiatrische<br />

problematiek samenhangend met sociaal<br />

maatschappelijke problemen. De belangrijkste<br />

doelstelling is hier reïntegratie in het maatschappelijk<br />

leven.<br />

4. Behandeling en rehabilitatie van<br />

volwassenen met chronische psychiatrische<br />

problemen. Het gaat hier om zorgvragers<br />

waarvoor de resocialisatiedoelstelling niet<br />

haalbaar is, omwille van de chronische<br />

psychiatrische problematiek en waarbij<br />

professionele zorg- en hulpverlening binnen<br />

een ziekenhuisomkadering nodig is.<br />

5. Opname en behandeling van ouderen met<br />

psychische problemen, waarbij er nog een<br />

redelijke vorm van zelfredzaamheid aanwezig<br />

is. Wegloopgedrag door desoriëntatie wordt als<br />

een exclusiecriterium beschouwd.<br />

Stuurgroepleden:<br />

Psychiater: Dr. Fransiska Vermeersch<br />

Hoofdverpleegkundige Dhr. Gerit De Saedeleer<br />

Maatschappelijk werker: Mevr. Leen Van Langenhoven<br />

Psycholoog: Dhr. Ivan Klinckaert<br />

Ergotherapeut: Dhr. Guy Vermeulen


2.3.2 <strong>Psychiatrisch</strong> Verzorgingstehuis<br />

Het <strong>Psychiatrisch</strong> Verzorgingstehuis heeft de volgende afdelingen:<br />

• Nieuwemeers A<br />

• Nieuwemeers B<br />

Afdeling Nieuwemeers<br />

Hier verblijven 60 bewoners verdeeld over<br />

2 afdelingen.<br />

NIEUWEMEERS A<br />

Een afdeling voor 28 mannen en vrouwen<br />

met gestabiliseerde chronisch psychiatrische<br />

aandoeningen. Twintig bewoners met bijkomende<br />

somatische problemen, verblijven in patio 1<br />

(verzorgingsunit) en 8 bewoners verblijven in patio 2.<br />

Stuurgroepleden:<br />

Psychiater: Dr. Gerda Dewaelheyns<br />

Hoofdverpleegkundige: Mevr. Hilde Van Wesemael<br />

Maatschappelijk werkers: Mevr. Godelieve Coen en<br />

Mevr. Anne-Marie Perreman<br />

NIEUWEMEERS B<br />

Hier verblijven 32 volwassen bewoners<br />

(24 bewoners in socio-woningen, 8 bewoners in<br />

een patio) met een gestabiliseerde psychiatrische<br />

aandoening.<br />

• Caritas<br />

• Sancta-Maria<br />

Het PVT is een residentiële voorziening voor zowel mannen als vrouwen met<br />

gestabiliseerde psychiatrische problemen. Deze personen hebben vooral nood aan<br />

opvang, begeleiding en activering die hen moet toelaten hun autonomie te verruimen<br />

en sommigen moet toelaten in het normale maatschappelijke leven terug te keren. Voor<br />

de meeste van de huidige bewoners is het psychiatrisch verzorgingstehuis de enige<br />

woonomgeving waarbinnen ze zich kunnen handhaven. De klemtoon in de PVT-werking<br />

ligt op het aanbieden van een aangename en huiselijke woonomgeving, op het optimaal<br />

aanspreken van de resterende capaciteiten van de bewoners, op activering, vorming en<br />

begeleiding en het aanbieden van zinvolle dag- en ontspanningsactiviteiten.<br />

Psycho-sociale rehabilitatie wordt hierbij gehanteerd als begeleidingskader.<br />

Stuurgroepleden:<br />

Psychiater: Dr. Gerda Dewaelheyns<br />

Hoofdverpleegkundige: Dhr. Hubert De Sutter<br />

Maatschappelijk werkers: Mevr. Godelieve Coen en<br />

Mevr. Anne-Marie Perreman<br />

Afdeling Caritas<br />

Momenteel verblijven hier 32 chronisch psychiatrische<br />

patiënten. Het is de bedoeling om op korte termijn<br />

voor een aantal van deze bewoners een nieuwbouw<br />

te realiseren op de campus van Huize Mariatroon te<br />

Dendermonde.<br />

Stuurgroepleden:<br />

Psychiater: Dr. Elke Lievens<br />

Hoofdverpleegkundige: Mevr. Magda Borms<br />

Maatschappelijk werkers: Mevr. Anne-Marie Perreman<br />

en Dhr. Jeroen Haesebeyt<br />

Ergotherapeute: Mevr. Simonne Adam


Afdeling Sancta-Maria<br />

Hier verblijven 53 verstandelijk gehandicapten,<br />

voornamelijk vrouwen. Er worden geen nieuwe<br />

bewoners met een verstandelijke handicap<br />

opgenomen, zodat deze afdeling op termijn een<br />

uitdovend karakter heeft. Sinds begin <strong>2008</strong> is de<br />

opsplitsing in twee units opgeheven en dit vanuit<br />

de voortdurende afbouw.<br />

Op de afdeling Sancta-Maria bevinden zich<br />

enerzijds bewoners met voornamelijk een licht en<br />

matig verstandelijke handicap waarvan sommigen<br />

met bijkomende psychische of gedragstoornissen<br />

of meervoudige handicaps: gehoorstoornissen,<br />

motorische problemen, enz. Anderzijds zijn<br />

er ook bewoners aanwezig met voornamelijk<br />

een matig tot ernstige verstandelijke handicap<br />

waarvan sommigen met bijkomende gedrags- en/<br />

of psychische moeilijkheden en/of ook nog<br />

lichamelijke stoornissen hebben.<br />

Stuurgroepleden:<br />

Psychiater: Dr. Gerda Dewaelheyns<br />

Hoofdverpleegkundige: Dhr. Marc Smekens<br />

Maatschappelijk werkers: Mevr. Godelieve Coen en<br />

Dhr. Jeroen Haesebeyt<br />

Orthopedagogen: Mevr. An Degreef en<br />

Mevr. Veerle De Vreeze<br />

Ergotherapeute: Mevr. Nicole De Smet<br />

9


2.4 Officiële samenwerkingsverbanden<br />

•<br />

•<br />

•<br />

•<br />

•<br />

•<br />

•<br />

Overlegplatform<br />

Popov GGZ, Drongen<br />

<strong>Centrum</strong> voor Geestelijke Gezondheidszorg<br />

<strong>Centrum</strong> voor Geestelijke Gezondheidszorg zuid Oost-Vlaanderen, Aalst<br />

Beschut wonen<br />

VZW Reymeers, Lede<br />

Dagactiveringscentrum SAVA, Lede<br />

Ouderenzorg<br />

Woon- en zorgcentrum Huize Mariatroon, Dendermonde<br />

Expertisecentrum dementie De Meander, Dendermonde<br />

VZW Residentie het Prieelshof, Oordegem<br />

VZW Huize Rozenwater, Wetteren<br />

Algemene ziekenhuizen<br />

Algemeen Stedelijk Ziekenhuis, Aalst<br />

Poliklinische diensten<br />

Medische Beeldvorming MCLL cvba, Sint-Martens-Latem<br />

VZW Medische Staf Stedelijk Ziekenhuis, Aalst<br />

2.5 Partner in een aantal zorgvernieuwingsprojecten<br />

• Het dagactiviteitencentrum Sava, VZW Reymeers, Dwarsstraat 1, 9340 Lede<br />

• Project activering, FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu<br />

• Project <strong>Psychiatrisch</strong>e zorg in de thuissituatie ‘Lotus- De Monding’, FOD Volksgezondheid,<br />

Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu<br />

• Project Zorgtrajectbegeleiding voor ouderen met ernstige en complexe psychiatrische problemen<br />

• Deelname Therapeutisch project nr. 9: ’Onderzoek naar de kritische succesfactoren en de mogelijke<br />

ICT-toepassingen bij de uitbouw van een zorgcircuit voor ouderen met ernstige en langdurige stemmingsstoornissen’,<br />

FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu<br />

Partners:<br />

Ŧ <strong>Centrum</strong> voor Geestelijke Gezondheidszorg zuid Oost-Vlaanderen, Langestraat 12, 9300 Aalst<br />

Ŧ GDT Ovosit, Jubileumlaan 225, 9000 Gent<br />

Ŧ Beschut Wonen, VZW Reymeers, Reymeersstraat 13a, 9340 Lede<br />

Ŧ PVT Nieuwemeers, Reymeersstraat 13a, 9340 Lede<br />

Ŧ VZW Rustoord Sint-Jozef, Bruulstraat 17, 9450 Haaltert<br />

Ŧ WZC Denderrust, Alfons De Cockstraat 12a, 9310 Herdersem<br />

Ŧ WZC St.-Vincentius, Aaigemdorp 68,9420 Aaigem<br />

Ŧ WZC Huize Mariatroon, Brusselsestraat 90, 9200 Dendermonde<br />

Ŧ WZC St.-Antonius, Rootjesweg 77, 9200 Grembergen<br />

Ŧ PZT ‘Lotus-De Monding’, Reymeersstraat 13a, 9340 Lede<br />

• Partner in het therapeutisch project nr. 78: “Multizorgbenadering en -behandeling van alcoholmisbruik en<br />

-verslaving bij vrouwen”, FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu<br />

• Project Ontslagmanagement, FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu<br />

• Voedingsproject: Pilootproject inzake het aanstellen van een voedingsverantwoordelijke en een voedingsteam<br />

in het kader van het nationaal Voedings- en Gezondheidsplan voor België


2.6 Raad van bestuur<br />

•<br />

•<br />

•<br />

•<br />

•<br />

Gedelegeerd bestuurder:<br />

Dhr. Raphaël De Rycke<br />

Voorzitter:<br />

Eerwaarde Broeder Veron Raes<br />

Secretaris:<br />

Eerwaarde Broeder Frits Swinnen<br />

Penningmeester:<br />

Eerwaarde Broeder Joris De Roeck<br />

Leden:<br />

Eerwaarde Broeder Luc Maes<br />

Eerwaarde Broeder Julius Cocquyt<br />

Eerwaarde Broeder Frans Van Hoorde<br />

Eerwaarde Broeder Victor Quets<br />

Eerwaarde Broeder Lucien De Priester<br />

Dhr. Michel Paquet<br />

Dhr. Hendrik Delaruelle<br />

Dhr. Koen Oosterlinck<br />

Dhr. Luk De Staercke<br />

11


3 Beleidsdomeinen<br />

3.1 Algemeen beleid: strategisch plan<br />

Vanuit de bekommernis van een betere zorg op maat en continuïteit van zorg wordt<br />

sedert het tweede deeladvies van de NRZV (1997) gepleit om de organisatie van de GGZ<br />

te ontwikkelen in de richting van zorgcircuits in netwerken. Door de gemeenschappelijke<br />

verklaringen van de bevoegde federale en gemeenschapsministers in 2004 werd<br />

bekrachtigd om zorgprogramma’s te realiseren voor een leeftijdsgebonden doelgroep<br />

waarbij GGZ-actoren gemeenschappelijk de verantwoordelijkheid opnemen voor het<br />

totaalpakket aan zorg voor de patiënten van de doelgroep binnen een werkingsgebied.<br />

Deze onderlinge samenwerking van de GGZ-actoren dient te worden geformaliseerd in<br />

een functioneel samenwerkingsverband.<br />

Aan elke bevoegde minister werd bovendien de<br />

ruimte gelaten om, binnen de eigen bevoegdheid,<br />

experimenten op te zetten om het huidige,<br />

voorzieningsgerichte zorgaanbod om te zetten in<br />

nieuwe zorgvormen- en inhouden. Twee federale<br />

initiatieven werden in dit kader reeds opgezet om<br />

een bijdrage te leveren aan de exploratie hoe de<br />

toekomstige doelgroepgerichte zorgprogramma’s<br />

er moeten uitzien. Zo zijn er de pilootprojecten<br />

van de FOD Volksgezondheid die focussen op<br />

het uittesten van nieuwe zorgvormen zoals PTZ,<br />

outreach kinderen of nieuwe zorginhouden zoals<br />

SGA en dubbeldiagnosen. Daarnaast zijn er de<br />

therapeutische projecten in de schoot van het<br />

RIZIV die experimenteren met het cliëntgebonden<br />

overleg tussen de ambulante en residentiële<br />

actoren en niet GGZ-actoren. Via deze projecten<br />

waarin het cliëntenoverleg rond patiënten met<br />

ernstige en langdurige psychiatrische stoornissen<br />

centraal staat, wil men de continuïteit en de zorg<br />

op maat voor deze individuele cliënten verbeteren.<br />

In bovenstaande types van experimenten maar<br />

ook in de dagelijkse praktijk in de ambulante en<br />

residentiële GGZ-voorzieningen, botst men meer en<br />

meer op de limieten van het huidige zorgaanbod.<br />

Men stelt vast dat een patiënt nood heeft aan een<br />

zorgvorm/inhoud die op heden niet bestaat omdat<br />

ze bijvoorbeeld niet past in de huidige regelgeving<br />

(PZ, PAAZ, PVT,BW,CGG) van zorgverlening of ze<br />

binnen de huidige structuren niet optimaal kunnen<br />

worden gerealiseerd t.g.v. een te lage intensiteit<br />

aan zorg door onvoldoende of onvoldoende<br />

gekwalificeerd personeel. Zorgcontinuïteit en zorg<br />

op maat kunnen maar verbeteren indien er naast<br />

overleg tussen de aanwezige zorg- en dienstverleners<br />

rond één patiënt ook alternatieve zorgvormen/<br />

inhouden mogelijk worden gemaakt.<br />

Verder stelt Minister Laurette Onkelinx (<strong>2008</strong>) in<br />

haar beleidsnota dat het beleid in de geestelijke<br />

gezondheidszorg dient gebaseerd te zijn op de<br />

noden van de patiënt en zijn familie. Zij vormen<br />

immers de spil voor de verdere uitbouw van<br />

de geestelijke gezondheidszorg. In 2009 zullen<br />

bijkomende inspanningen geleverd worden om het<br />

aanbod van de GGZ beter te laten aansluiten bij<br />

de behoeften. Minister Onkelinx wil de klemtoon<br />

leggen op de verdere invulling van de hiaten in het<br />

zorgaanbod voor de bestaande doelgroepen van<br />

kinderen en jongeren, volwassenen en ouderen als<br />

voor nieuwe doelgroepen zoals volwassenen met<br />

een dubbele diagnostiek (meer bepaald personen<br />

met een mentale handicap en gedragsproblemen).<br />

Er zullen extra impulsen gegeven worden om te<br />

komen tot een reorganisatie van de residentiële<br />

geestelijke gezondheidszorg naar een meer gemeenschapsgerichte<br />

zorg. Via B4-overeenkomsten<br />

zullen de psychiatrische ziekenhuizen een deel<br />

van hun budget van financiële middelen flexibel<br />

kunnen inzetten ter realisatie van artikel 107 van de<br />

ziekenhuiswet en via de ZIV-wet (artsenhonoraria).<br />

Bovendien zal de herinvestering van de middelen<br />

van de uitdovende PVT-bedden een stimulans<br />

zijn in de organisatie van zorgvormen die de<br />

reïntegratie van de psychiatrische patiënt in de<br />

samenleving ondersteunt.


In het licht van bovenstaande evoluties werd in de<br />

tweede helft van <strong>2008</strong> binnen het directiecomité<br />

een strategische bezinning gehouden waarbij<br />

nagedacht werd over volgende vragen:<br />

• Hoe kan de instelling mee een rol spelen in de<br />

uitvoering van artikel 107 van de ziekenhuiswet<br />

om mee gestalte te geven aan het ontwikkelen van<br />

zorgcircuits in netwerken?<br />

• Hoe kunnen de beschikbare middelen nog meer<br />

effectief en doelmatig worden ingezet?<br />

• Hoe bereiken we nog meer zorg op maat en<br />

kan een meer vraaggerichte werking ontplooid<br />

worden?<br />

• Kunnen we ons inschrijven in (piloot)projecten die<br />

een verder doorgedreven differentiatie van (sub)doelgroepen,<br />

zorgfuncties en zorgmodaliteiten<br />

mogelijk maken?<br />

• Kan de geografische, psychologische en financiële<br />

toegankelijkheid door bijvoorbeeld delokalisatie<br />

verbeterd worden?<br />

Voor deze strategische bezinning werd het<br />

directiecomité uitgebreid met de middenkaders<br />

van het ziekenhuis. Er werd vertrokken vanuit<br />

de bestaande missie en kernopdrachten van de<br />

Broeders van Liefde en de instellingseigen visie.<br />

Tevens werd een swot-analyse van de huidige<br />

werking en zorgprogramma’s gemaakt waarbij<br />

sterken en zwakten werden in kaart gebracht<br />

en bedreigingen en opportuniteiten werden<br />

geformuleerd. Hierbij werden een aantal indicatoren<br />

aan een diepgaander onderzoek onderworpen.<br />

Zo werd bijvoorbeeld op basis van MPG een studie<br />

gemaakt van het langverblijf binnen de T-diensten.<br />

De opnamedienst werd betrokken bij een analyse<br />

van de opnameaanvragen in de periode 2007-<strong>2008</strong>.<br />

Ook werd een regio-omschrijving gemaakt volgens<br />

de herkomst van de patiënten (cfr. kaart). Het<br />

aanbod van alle GGZ-actoren werd voor deze<br />

regio in kaart gebracht en vergeleken met de<br />

programmatie.<br />

Daarnaast werd bij deze uitgebreide omgevingsanalyse<br />

bijzondere aandacht besteed aan<br />

maatschappelijke tendensen en evoluties in het<br />

algemeen en de evoluties binnen de GGZ in het<br />

bijzonder. Heel wat adviezen van de NRZV werden<br />

bestudeerd en de beleidsnota’s van de Ministers<br />

Aelvoet-Vandenbroucke (2001), Demotte (2005),<br />

Vanackere (2009) en Onkelinx (2009) werden<br />

geresumeerd. De heer Yves Wuyts van het VVI<br />

gaf ons een toelichting over de evoluties binnen<br />

de GGZ op internationaal, nationaal en regionaal<br />

niveau. Een aantal belangrijke GGZ-actoren uit<br />

de regio zoals het CCG zuid Oost-Vlaanderen, De<br />

Sleutel, PTZ Lotus, het initiatief Beschut Wonen<br />

Reymeers en het project activering (SAVA) werden<br />

bij dit overleg betrokken.<br />

Bij het formuleren van de strategische opties voor<br />

de toekomst werden volgende uitgangspunten<br />

weerhouden:<br />

• Het afbakenen van een duidelijke zorgregio waarop<br />

we ons willen richten;<br />

• Langlopende zorgprogramma’s zoveel als mogelijk<br />

vervangen door kortdurende;<br />

• Verder streven naar vermaatschappelijking van<br />

zorg;<br />

• Verschuiving van grootschalige intramurale zorg<br />

naar zorg aan huis;<br />

• Maximale reïntegratie van chronische patiënten;<br />

• Inschrijving van de instelling in doelgroepgerichtevoorzieningsoverschrijdende<br />

zorgcircuits in netwerken via functionele<br />

samenwerkingsverbanden;<br />

• Wetenschappelijk onderbouwde zorg verstrekken<br />

evidence en/of practice based;<br />

• Werken aan destigmatisering van de GGZ-cliënt via<br />

empowerment en recovery.<br />

Zowel voor de doelgroep ouderen als voor de<br />

doelgroep volwassenen werden een aantal<br />

strategische opties geformuleerd. We denken hier<br />

o.a. aan:<br />

• De verdere uitbouw van het zorgcircuit ouderen;<br />

• Optimalisatie van de samenwerking met het eigen<br />

Woon- en Zorgcentrum Huize Mariatroon;<br />

• Verdere delokalisatie via creatie en op termijn<br />

uitbreiding en differentiatie van een PVT te<br />

Dendermonde;<br />

• Verdere differentiatie en uitbreiding binnen<br />

beschut wonen zowel wat betreft doelgroepen als<br />

wat betreft woonformules;<br />

• Uitbouw van zorgcircuits voor volwassenen met<br />

ernstige en chronische problematiek en voor<br />

patiënten met middelenafhankelijkheid;<br />

• Optimalisatie van het zorgprogramma en<br />

inschrijving in zorgcircuit voor patiënten met<br />

eetstoornissen;<br />

• Verdere uitbreiding en uitbouw van het netwerk<br />

activering voor patiënten met langdurige en<br />

complexe problematiek;<br />

• Verdere uitbreiding en uitbouw van het project<br />

psychiatrische thuiszorg.<br />

Momenteel wordt verder onderzocht hoe en binnen<br />

welke tijdspanne deze opties kunnen gerealiseerd<br />

worden.


3.2 Medisch en therapeutisch beleid<br />

3.2.1 Medisch beleid<br />

De geplande uitbreiding van de medische staf met collega Hans Christiaens, huisarts, werd in<br />

<strong>2008</strong> gerealiseerd. De collega zal onmisbaar zijn in de ondersteuning van de somatische zorg<br />

binnen de instelling.<br />

Op klinisch vlak worden de afdelingen voor<br />

psychosenzorg, stemmingsstoornissen,<br />

eetstoornissen en afhankelijkheidsproblematiek<br />

verder uitgebouwd. Bijzondere aandacht gaat<br />

ook naar de psychopathologie van de derde en<br />

vierde leeftijd, met verdere op punt stelling van<br />

de behandeling van psychiatrische problematiek<br />

gekoppeld aan dementiële stoornissen. In dit<br />

verband moeten ook de therapeutische projecten<br />

waaraan de medische staf actief deelneemt,<br />

worden vermeld.<br />

De informatisering van het medische dossier heeft<br />

dit jaar zijn beslag gekregen in de diverse pilootprojecten,<br />

en zal eerstdaags inderdaad kunnen<br />

worden geïmplementeerd in de instelling. Van de<br />

kant van de medici zijn de verwachtingen zeer hoog<br />

gespannen, en er wordt verwacht dat het gebruik<br />

van dit dossier, en de daaraan inherente creatie van<br />

structuren binnen de zorg, een belangrijke stap<br />

voorwaarts zullen betekenen in de kwaliteit<br />

van de zorg.<br />

In samenwerking met de onderzoekseenheid<br />

van het Aalsterse Onze-Lieve-Vrouw Ziekenhuis<br />

participeert de instelling nog steeds actief in<br />

medisch onderzoek, in het bijzonder in fase I<br />

onderzoek in de behandeling van schizofrenie.<br />

Ook op het terrein van de psychofysiologie blijft<br />

de instelling vertegenwoordigd. Op het psychofysiologie<br />

congres te Beaune was de instelling<br />

vertegenwoordigd met een presentatie over de responspredictie<br />

in de behandeling van depressie. Op<br />

het vierde Vlaams Geestelijk Gezondheidscongres te<br />

Antwerpen werden mee een poster presentatie en<br />

satelliet symposium verzorgd over de toepassingen<br />

van psychofysiologie in de psychiatrische kliniek.<br />

15


3.2.2 Therapeutisch beleid<br />

In <strong>2008</strong> werd het gevoerde therapeutisch beleid verder gezet. Wat de doelgroepen<br />

betreft, zien we geen wijzigingen. Er werd verder werk gemaakt van de uitbouw van<br />

de specifieke unit voor de doelgroep eetstoornissen op de afdeling Providentia. Verder<br />

kregen alle stuurgroepen de opdracht na te denken over hun doelgroep en dit binnen<br />

het kader van het uitschrijven van hun afdelingsvisie. Vanuit deze oefening kwamen<br />

er een aantal vragen/voorstellen die mee opgenomen werden binnen de strategische<br />

bezinning. Een aantal elementen uit deze strategische bezinning kunt u lezen in hoofdstuk<br />

2 van dit jaarverslag.<br />

Het aantal medische opnames ligt in de lijn van<br />

vorig jaar. Van de 612 opnames was 40 % (n = 246)<br />

een eerste opname binnen de voorziening. Dit is<br />

een 6 % minder (2007= 286) dan het vorige jaar.<br />

Wat de hoofddiagnoses bij de medische opname<br />

betreft, zien we een gelijkaardig patroon zoals<br />

in 2007. Een 29 % van de opnames betreft een<br />

opname omwille van een verslavingsproblematiek<br />

(medicatie en/of alcohol). In <strong>2008</strong> werd dan<br />

ook verder werk gemaakt van de uitbouw van het<br />

zorgcircuit alcoholverslaving en dit onder meer<br />

door een verdere participatie aan het therapeutisch<br />

project ‘multizorgbenadering en –behandeling<br />

van alcoholmisbruik en –verslaving bij vrouwen’.<br />

Dit therapeutisch project situeert zich o.a. in het<br />

arrondissement Aalst, Oudenaarde en is in nauwe<br />

samenwerking met o.a. de ontwenningskliniek De<br />

Pelgrim en het CGG zuid Oost-Vlaanderen.<br />

Wanneer we de andere diagnoses bekijken, zien<br />

we een zelfde beeld als 2007 waarbij 21 % van<br />

de opnames verband houden met een stemmingsstoornis<br />

in het bijzonder een depressieve<br />

stoornis (16 % van deze 21 %). Ondanks een<br />

beperkte profilering voor deze doelgroep en de<br />

aanwezigheid van verschillende PAAZ-diensten,<br />

merken we toch heel wat vragen tot opname.<br />

Waarschijnlijk heeft dit te maken met onze voortrekkersrol<br />

binnen het therapeutisch project ‘uitbouw<br />

van een zorgcircuit voor ouderen met ernstige en<br />

langdurige stemmingsstoornissen’ waardoor er een<br />

meer gerichte doorverwijzing gekomen is.<br />

De uitdaging voor de komende jaren is dan ook om<br />

dit zorgcircuit binnen de eigen voorziening verder<br />

uit te bouwen en dit niet alleen voor de ouderen<br />

maar tevens voor de volwassenen.<br />

Wat verder opvalt, is dat het aantal opnames<br />

van patiënten met schizofrenie en aanverwante<br />

psychotische stoornissen status quo blijft en<br />

schommelt rond de 20 %. Binnen het psychiatrisch<br />

centrum wordt er dan ook heel wat inspanning<br />

ondernomen om de behandeling en begeleiding<br />

van deze doelgroep verder uit te bouwen. Zo wordt<br />

er verder werk gemaakt van de uitbouw van o.a.<br />

cognitieve therapie, de implementatie van psychoeducatie,<br />

het vormen van medewerkers in het<br />

motiveren van patiënten met deze diagnose, enz.<br />

Afsluitend wensen we nog te vermelden dat er dit<br />

jaar door de stuurgroepleden van de verschillende<br />

afdelingen hard werd gewerkt aan het verder<br />

uitschrijven van hun afdelingsvisie en daaraan<br />

gekoppeld o.a. hun therapeutisch beleid omtrent<br />

het omgaan met hun doelgroep. In 2009 zal dit<br />

verder gefinaliseerd worden en zal dit o.a. leiden<br />

tot het herwerken van hun afdelingsbrochures, hun<br />

aangeboden behandelprogramma en het werken<br />

met afdelingsbeleidsplannen .


3.2.3 Verpleegkundig en paramedisch beleid<br />

Dit jaar werden binnen het verpleegkundig-paramedisch beleid een aantal klemtonen<br />

gelegd. In opvolging van de uitwerking van een strategisch beleid voor het verpleegkundig<br />

en paramedisch beleid, werd er in <strong>2008</strong> eveneens een beleidsplan uitgeschreven voor<br />

zowel het ziekenhuis als het PVT waarin een aantal doelstellingen vooropgesteld werden.<br />

Onderstaand geven we een kort overzicht van de belangrijkste realisaties.<br />

•<br />

•<br />

Verdere implementatie van het informatiseren<br />

van het medicatiegebeuren (infomedic) op<br />

alle afdelingen<br />

Sinds 2007 draaien alle afdelingen op modus 2.<br />

In <strong>2008</strong> werd er dan ook verder werk gemaakt van<br />

de verdere implementatie en borging van dit veranderingsproces.<br />

Zo werd er aandacht besteed aan<br />

de opleiding van de zorgkundigen en de nieuwe<br />

medewerkers in het omgaan met infomedic,<br />

werden een aantal procedures herschreven en<br />

werd er systematisch aandacht besteed aan<br />

het doorgeven van vragen tot verandering aan<br />

het programma en dit via de gebruikersgroep<br />

infomedic. In het tweede semester van <strong>2008</strong> werd<br />

eveneens gestart met de voorbereiding van het<br />

invoeren van de elektronische handtekening<br />

binnen infomedic (Elodis of Electronic or Digital<br />

Signature Implementation System). Voor meer<br />

info omtrent dit project verwijzen we tevens naar<br />

hoofdstuk 5.<br />

Optimalisatie van de overlegstructuren<br />

binnen de afdelingswerking/uitschrijven<br />

van de afdelingsvisie<br />

Naast de systematische opvolging van de<br />

stuurgroepwerking werd er eveneens aandacht<br />

gegeven aan de frequentie van de teamvergaderingen,<br />

het aantal interdisciplinaire patiëntenbesprekingen,<br />

de overdrachtmomenten of briefings en<br />

de vooropgestelde patiënten-stafvergaderingen.<br />

De werking van de stuurgroep werd ondersteund<br />

door aan de stuurgroepleden meerdere vormingen<br />

te geven omtrent het opmaken en uitschrijven<br />

van hun afdelingsvisie. Eind <strong>2008</strong> heeft dan ook<br />

iedere afdeling zijn afdelingsvisie opnieuw bekeken<br />

•<br />

•<br />

en uitgeschreven. Deze afdelingsvisie zal in 2009<br />

verder gebruikt worden bij zowel de uitbouw<br />

van het interne zorgcircuit (samenwerking en<br />

afstemming tussen de afdelingen onderling) als bij<br />

de afstemming met diverse externe partners i.h.k.v.<br />

de netwerkvorming. Daarnaast zal vanuit deze<br />

afdelingsvisie eveneens werk gemaakt worden van<br />

het jaarlijks opmaken van een afdelingsbeleidsplan<br />

en vormingsbeleidsplan. Voor een uitgebreidere<br />

toelichting verwijzen we tevens naar hoofdstuk 4.<br />

Verdere integratie van zorgkundigen binnen<br />

het multidisciplinaire team<br />

In opvolging van het KB van 16.02.06 werd er<br />

verder werk gemaakt van de inschakeling van deze<br />

zorgverleners binnen het departement.<br />

In het bijzonder werd er aandacht gegeven aan de<br />

invulling van het begrip ‘gestructureerde equipe’ en<br />

het ‘toezicht’.<br />

Optimaliseren van het begeleidingsplan<br />

binnen PVT<br />

In <strong>2008</strong> werden de opgemaakte begeleidingsplannen<br />

van de bewoners, verblijvend binnen PVT, van<br />

naderbij bekeken. Zo werd nagegaan in hoeverre<br />

er voor iedere bewoner een begeleidingsplan<br />

aanwezig was en dit ook geactualiseerd was.<br />

Binnen deze beweging werd ook (het gebruik van)<br />

het bewonersdossier opnieuw bekeken.<br />

17


•<br />

•<br />

Analyse van de opname-aanvragen<br />

In het kader van de strategische bezinning werd<br />

er dit jaar aandacht besteed aan de registratie en<br />

analyse van alle opname-aanvragen. Gedurende<br />

een bepaalde periode (1 maand) werden alle<br />

opname-aanvragen geregistreerd en werden alle<br />

aanvragen opgevolgd tot de afhandeling ervan.<br />

De resultaten ervan werden getoetst aan een vorig<br />

onderzoek, werden besproken op de verschillende<br />

overlegorganen en werden eveneens gebruikt bij<br />

het uittekenen van het strategisch beleid van de<br />

voorziening.<br />

Herziening van de week en weekend<br />

bestaffing<br />

Bij de uittekening van de afdelingsvisie met daarbij<br />

de bespreking van het behandelprogramma<br />

werd het vraagstuk van de optimale bestaffing<br />

besproken. Immers een behandelaanbod valt<br />

3.3 Personeelsbeleid<br />

en staat met de aanwezigheid van voldoende<br />

deskundig en gekwalificeerd personeel. Doorheen<br />

de besprekingen werd er dan ook werk gemaakt<br />

omtrent het bepalen van minimum en maximale<br />

bestaffing. Opzet is om dit bestaffingsgetal jaarlijks<br />

te herbekijken waarbij er rekening wordt gehouden<br />

met het wettelijk kader, het gewenste kader vanuit<br />

behandelperspectief bekeken, het aangeboden<br />

behandelprogramma, enz.<br />

Naast bovengenoemde actiepunten werd er<br />

eveneens ingestapt in een aantal nieuwe of<br />

lopende projecten. We verwijzen hiervoor naar<br />

hoofdstuk 4 en 5 van dit jaarverslag.<br />

In <strong>2008</strong> werden gemiddeld 267,56 fulltime-equivalent (FTE) personeelsleden tewerkgesteld.<br />

In koppen bedraagt dit 382 personeelsleden.<br />

188,28 FTE werden ingezet binnen het<br />

verpleegkundig en paramedisch departement<br />

(ziekenhuis en PVT).<br />

149,80 FTE werden tewerkgesteld als verpleegkundige,<br />

zorgkundige of logistiek assistent.<br />

Het centrum telde 38,48 FTE paramedici, waarvan:<br />

• 4,60 FTE als psychologen<br />

• 0,92 FTE als psychologisch assistenten<br />

• 15,19 FTE als ergotherapeuten<br />

• 1,2 FTE als bewegingstherapeuten<br />

• 1,65 FTE als kinesisten<br />

• 8,22FTE als medewerkers sociale dienst<br />

• 1,46FTE als pastorale medewerkers<br />

• 2,5 FTE als diëtisten<br />

• 1,74 FTE als orthopedagogen<br />

• 1 FTE als muziektherapeute<br />

54,08 FTE werden ingezet binnen de facilitaire<br />

diensten, 13,93 FTE binnen de voedingsdienst,<br />

23,82 FTE binnen de huishoudelijke dienst,<br />

11,58 FTE binnen de technische dienst en 4,75 FTE<br />

binnen de wasserij.<br />

Binnen de administratie werden 20,19 FTE ingezet.<br />

Andere zijn 5 FTE (stafmedewerkers, …).


3.4 Vormingsbeleid<br />

Het centrum streeft naar een optimale behandeling en begeleiding van de opgenomen<br />

psychiatrische patiënten en bewoners. Om de deskundigheid van de medewerkers<br />

continu op peil te houden, meer nog, verder te verhogen, voorziet de organisatie in heel<br />

wat vormingsinitiatieven welke zijn samengebundeld binnen een vormingsbeleid. Sinds<br />

2004 is hiervoor een raamkader uitgeschreven dat ook als basis diende voor het leerbeleid<br />

in <strong>2008</strong>.<br />

In totaal werd er in <strong>2008</strong> een vormingsbudget<br />

voorzien en uitgegeven van circa € 15 000.<br />

Dit vormingsbudget werd voor ongeveer 2/3<br />

aangewend om medewerkers te ondersteunen bij<br />

het volgen van ‘externe’ vormingen.<br />

Dit omvatte zowel langdurige opleidingen van<br />

enkele medewerkers (bijvoorbeeld het volgen<br />

van een managementopleiding of een intensieve<br />

opleiding ‘leiding geven’) als het ondersteunen<br />

van heel wat medewerkers bij het volgen van<br />

kortdurende opleidingen. Het overige budget werd<br />

gebruikt om de interne vormingen te financieren,<br />

het aanschaffen van educatief materiaal,…<br />

Verder werden er ook heel wat kosteloze vormingen<br />

aangeboden voornamelijk door de eigen referentiepersonen<br />

binnen de voorziening.<br />

Wat de inhoud van de externe vormingen betreft,<br />

zien we dat de verschillende behandelteams<br />

ook dit jaar gekozen hebben voor themata die<br />

aansloten bij de behandeling/begeleiding van hun<br />

doelgroep. Thema’s als behandeling van depressie,<br />

diagnostische scenario’s bij intake, dialectische<br />

gedragstherapie, zorg voor de geriatrische<br />

patiënt,… scoorden dan ook hoog.<br />

Wat de interne aangeboden vormingen betreft,<br />

werd een groot deel van de opleidingstijd<br />

gespendeerd aan de volgende opleidingen: het<br />

werken vanuit een afdelingsvisie en dit t.b.v. het<br />

uitschrijven van deze visie, opvang en begeleiding<br />

van medewerkers en dit na een traumatische<br />

gebeurtenis, HACCP-normering en de toepassing<br />

ervan op de afdelingen, motiverende gespreksvoering,<br />

malnutritie, …<br />

Wat de eigen kosteloze vormingen betreft, werden<br />

er heel wat medewerkers verder opgeleid door<br />

de eigen referentiepersonen. Zo werden zowel<br />

de lesgevers als de nieuwe medewerkers verder<br />

geschoold in infomedic, werd de interventieploeg<br />

van het cluster Esperanza 0,<br />

Esperanza 1 en Providentia opgeleid om te<br />

interveniëren bij dreigend destructief gedrag,<br />

kregen de medewerkers de kans zich in te schrijven<br />

op cursussen brandpreventie en infomedic en<br />

werden er vele vormingsuren geïnvesteerd in hef-<br />

en tiltechnieken.<br />

Bij de evaluatie van het vormingsgebeuren blijkt<br />

dan ook dat de aangeboden vormingen als<br />

positief beoordeeld werden en is er de vraag naar<br />

verdere opvolging van het geleerde. We stellen<br />

wel vast dat – verhoudingsgewijs en dit vooral<br />

binnen de eigen interne vormingen – er nog iets<br />

teveel vormingsuren gaan naar de ‘verplichte<br />

vormingen’ zoals hef- en tiltechnieken, omgaan<br />

met agressie, brandpreventie,… en dit ten nadele<br />

van bijvoorbeeld een aanbod omtrent ‘begeleidingsvaardigheden’<br />

in het omgaan met bepaalde<br />

psychopathologieën.<br />

Ondanks ons streven om in <strong>2008</strong> dit enigszins<br />

te veranderen, zijn we hier nog onvoldoende in<br />

geslaagd. In 2009 wensen we dan ook hier een<br />

verdere bijsturing rond te doen. Vanuit het beleid<br />

werd daarom – binnen het strategisch beleidsplan<br />

– al een aantal doelstellingen/streefwaarden<br />

ingeschreven binnen de Balanced Score Card.<br />

Tevens werd begin <strong>2008</strong> een dossier ingediend en<br />

goedgekeurd door het Sociaal Fonds voor de Privéziekenhuizen<br />

om aan een grote groep medewerkers<br />

vorming/coaching te voorzien in het begeleiden<br />

van de hun toegewezen doelgroep. In het naja<br />

ar <strong>2008</strong> werden dan ook de nodige afspraken<br />

gemaakt omtrent de uitvoering van deze vorming.<br />

Zo zullen de psychologen vooral deze vorming<br />

coördineren. In 2009 verwachten we dan ook dat op<br />

de verschillende ziekenhuis- en PVT-afdelingen deze<br />

vorming wordt uitgevoerd en de medewerkers niet<br />

alleen meer kennis hebben van bepaalde psychopathologie<br />

die zich op hun afdeling voordoet maar<br />

ook specifieke begeleidingsvaardigheden kunnen<br />

verwerven in het omgaan met deze doelgroep.<br />

We kijken alvast hoopvol uit naar dit intense<br />

coachingsproces.<br />

19


Daarnaast zullen er ook initiatieven genomen<br />

worden om de transfer van het geleerde naar de<br />

praktijk te bevorderen. Hiertoe zal het leerbeleid<br />

binnen het departement patiëntenzorg verder<br />

bijgestuurd en uitgewerkt worden. Waar in <strong>2008</strong> de<br />

verschillende stuurgroepleden gevormd werden<br />

in het neerschrijven van hun afdelingsvisie en<br />

afdelingsbeleidsplan, zal er in 2009 ook aanvang<br />

genomen worden met het uitschrijven van en<br />

3.5 Pastoraal en ethisch beleid<br />

3.5.1 Pastoraal beleid: opening nieuwe stille ruimte<br />

Sinds 12 oktober <strong>2008</strong> is de kloosterkapel niet meer in gebruik. Na het vertrek van de<br />

zusters Maricolen en het sluiten van het klooster, is met de sluiting van de kloosterkapel<br />

opnieuw een hoofdstuk omgeslagen in het rijke geschiedenisboek van ons psychiatrisch<br />

centrum. De kloosterkapel stond zeker al in 1885 op de huidige plaats en werd in 1913<br />

grondig verbouwd, met als resultaat de bestaande kapel. Nu de kloosterkapel definitief<br />

werd gesloten, werd een nieuwe kapel/stille ruimte ingericht op de benedenverdieping<br />

van de afdeling Providentia. Het is een stemmige, intieme ruimte met plaats voor maximum<br />

40 personen. De ruimte is ingericht met een altaar, tabernakel, lezenaar, kruisbeeld<br />

en twee bijbelse schilderijen over de verzoening.<br />

De zachte kant van het professionele zorgbedrijf<br />

In een tijd waarin de zorg steeds meer vermarkt<br />

wordt, is stevig management - de zakelijke, harde<br />

kant van de organisatie – hoogst noodzakelijk om<br />

de missie van het psychiatrisch centrum waar te<br />

kunnen maken. Het succes van ons centrum wordt<br />

evenzeer bepaald door de zachte kant, namelijk<br />

door de motivatie van de zorgverleners om op<br />

betrokken en professionele wijze zorg te dragen<br />

voor de kwetsbare medemens. Dit heeft te maken<br />

met bezieling, met spirit, met spiritualiteit. In de<br />

context van geprofessionaliseerde zorg behoren<br />

een traditioneel element als ‘roeping’ of een oud<br />

begrip als ‘caritas’ niet meer tot het moderne<br />

zorgdiscours. Toch is de intrinsieke betrokkenheid<br />

essentieel voor de diverse zorgverleners, al wordt<br />

in de dagelijkse arbeid die spirit in het werk<br />

nauwelijks nog gethematiseerd. Ook de erkenning<br />

van die betrokkenheid is essentieel: de passie<br />

voor het zorgberoep dreigt te verdorren en te<br />

verzakelijken wanneer er geen ruimte, geen taal,<br />

geen gelegenheid meer is om de compassie te<br />

thematiseren.<br />

werken met ‘vormingsbeleidsplannen’ per afdeling.<br />

Opzet is om het vormingsbeleidsplan heel sterk te<br />

laten aansluiten bij het vooropgestelde afdelingsbeleidsplan.<br />

Evaluatie hiervan voorzien we tijdens<br />

de jaarlijkse ontmoeting tussen de directie en de<br />

stuurgroepleden en dit in het najaar 2009, begin<br />

2010.<br />

Het is binnen dit discours dat reflectie over de<br />

betekenis van de kapel voor het centrum plaats<br />

vindt. Wat de harde kant van de zorgorganisatie<br />

betreft, valt er immers totaal geen economisch<br />

voordeel te behalen uit de bekostiging van een<br />

kapel. Een kapel of stille ruimte is niet nuttig en<br />

dient tot niks. Maar dat het centrum er toch voor<br />

kiest om hiervoor kostbare ruimte en middelen te<br />

investeren, is een belangrijk statement. Het is een<br />

aanbod, een initiatief van een organisatie die met<br />

volle kracht optimale zorg wil verlenen en daarbij<br />

ook de zogenaamde zachte kant van zorg essentieel<br />

vindt.<br />

De kapel als verwijzing en vrijplaats<br />

De kapel is als het ware de ruimtelijke verwijzing<br />

naar en woordenloze taal voor datgene waar het<br />

dit centrum en al haar medewerkers uiteindelijk<br />

om begonnen is en nog steeds om gaat: vanuit<br />

innerlijke bewogenheid zorg bieden aan de<br />

kwetsbare medemens. Dit vormt de grondslag van<br />

het centrum, dit is het gemeenschappelijk project,<br />

hoe divers ieders taken en verantwoordelijkheden<br />

ook zijn om deze missie concreet te maken. Binnen<br />

het psychiatrisch centrum is de kapel dan een


ijzondere ruimte die te denken geeft, die herinnert<br />

aan en verwijst naar het gezamenlijke ideaal.<br />

Door de aanwezigheid van de kapel geeft het<br />

centrum een belangrijk signaal aan patiënten,<br />

bewoners en hun naasten, aan bezoekers en aan<br />

haar medewerkers: betrokkenheid, beleving en<br />

zingeving van zowel zorgvragers als zorgverleners<br />

hebben een eigen onvervangbare waarde naast<br />

verpleging, verzorging, begeleiding, facilitaire<br />

dienstverlening, … Het is voor patiënten, bewoners,<br />

familieleden en bezoekers goed te weten dat er<br />

ook letterlijk ruimte is voor geestelijk welzijn en<br />

spirituele beleving.<br />

Theologisch gezien is een kapel ‘voor de gelovigen<br />

een bijzonder teken, een blijvende verwijzing naar<br />

God die wel onzichtbaar blijft voor hun ogen, maar<br />

die zij in geloof midden onder hen aanwezig weten.<br />

Het is <strong>Gods</strong> huis te midden van de mensen’.<br />

Naast materiële verwijzing naar immateriële<br />

waarden is de kapel ook een vrijplaats, een ruimte<br />

om te zijn. Patiënten en bewoners lopen er binnen<br />

als zij in het hoofdgebouw zijn, of zij zoeken<br />

expliciet de stilte en de geborgenheid van deze<br />

ruimte op. Ze bidden er om kracht en troost, ze<br />

vinden er ruimte om te wachten, te denken, te<br />

hopen. Naast gebedsdiensten en bezinningen<br />

vindt er bovendien elke dag een eucharistieviering<br />

plaats waaraan de patiënten en bewoners kunnen<br />

deelnemen. De medewerker vindt er een toevlucht<br />

voor een moment van reflectie en rust.<br />

Beleidsplan pastorale dienst<br />

De bovenstaande thema’s van ‘verwijzing’ en<br />

‘vrijplaats’ sluiten nauw aan bij de thema’s van het<br />

nieuwe pastorale beleidsplan, vorig jaar opgesteld<br />

door de pastores, in overleg met de pastorale<br />

werk- en stuurgroep. Het uitgangspunt van dit<br />

beleidsplan is de bevestiging van het huidige<br />

profiel van de pastorale dienst gekoppeld aan<br />

een sterke christelijke identiteit, een uitgesproken<br />

vrijplaatspositie en een selectieve structurele – niet<br />

inhoudelijke – integratie. Patiëntgericht pastoraat<br />

blijft een prioriteit van het pastorale zorgaanbod.<br />

Hiertoe zal het huidige aanbod op individueel en<br />

op groepsniveau gehandhaafd en eventueel – waar<br />

dit kan – uitgebreid worden. Er zal maximaal<br />

geïnvesteerd worden in de aanwezigheid van<br />

de pastores – zowel formeel als informeel – op<br />

de afdelingen. Het plan gaat ook dieper in op<br />

het pastoraat van de ontmoeting, waarin het<br />

gesprek fungeert als vrije ruimte waarbinnen<br />

de pastor een spiegel vormt waartegenover de<br />

patiënt zich bewust kan worden van zijn/haar<br />

persoonlijke overtuiging en/of geloofsbeleving.<br />

Vanuit het perspectief van de pastorale dienst<br />

is deze vrije ruimte bovendien een plaats van<br />

<strong>Gods</strong>ontmoeting, een plaats waar God de mens in<br />

al zijn kwetsbaarheid barmhartig tegemoet treedt.<br />

Dit wordt meer en meer de “core-business” van de<br />

pastorale dienst.<br />

De kunstwerken<br />

De in de nieuwe kapel geïntegreerde kunstwerken<br />

kunnen helpen om rust te vinden en tot<br />

contemplatie te komen.<br />

De twee bijbelse schilderijen zijn al een tijdje in<br />

het bezit van het centrum, maar hebben nu hun<br />

definitieve plaats gevonden. Ze werden geschilderd<br />

door Armand Demeulemeester († Ronse 2002), één<br />

van de belangrijkste Vlaamse religieuze kunstenaars<br />

van de laatste decennia. Ze heten beiden ‘de<br />

Verzoening’ en illustreren twee verhalen uit het<br />

Oude Testament.<br />

Het tabernakel en de kruisgroep zijn kunstwerken<br />

van de Leuvense beeldhouwer Willy Peeters. Op<br />

de drie zichtbare delen van het tabernakel staan<br />

verschillende bronzen afbeeldingen.<br />

Het bronzen kruisbeeld met een compositie van<br />

drie neerzakkende figuren onder de gekruisigde<br />

Christus is gebaseerd op een tekening uit het<br />

recente boek ‘Kleine Kruisweg met Thérèse’<br />

(Iny Driessen en Willy Peeters , uitgeverij<br />

Carmelitana, <strong>2008</strong>).<br />

Een nieuw altaar en een lezenaar met bijhorende<br />

sokkels voor de beelden zijn in hetzelfde materiaal<br />

uitgevoerd als de bestaande vaste kastenwand.<br />

De nieuwe ruimte is elke dag open voor iedereen<br />

die rust en stilte zoekt, die wil bidden of mediteren.<br />

Ook wordt er elke dag eucharistie gevierd om<br />

9.30 uur.<br />

21


3.5.2 Ethisch beleid<br />

3.5.2.1 Nieuw ethisch advies<br />

De organisatie van de zorg evolueert van een voorzieningsgerichte naar een vraaggerichte<br />

structuur met netwerken, zorgcircuits en samenwerkingsverbanden in functie<br />

van specifieke doelgroepen. Meer samenwerking vereist meer overleg en communicatie<br />

tussen cliënt, professionele zorgverleners, mantelzorgers, familieleden en derden die op<br />

de cliënt betrokken zijn. Daarom was een nieuw advies nodig over “het uitwisselen van<br />

informatie bij het samenwerken in de geestelijke gezondheidszorg” (november 2004)<br />

dat in <strong>2008</strong> gereviseerd werd.<br />

In dit advies verstaan we onder informatie alle<br />

gegevens over de cliënt in zijn of haar leefwereld.<br />

Deze gegevens kunnen mondeling, elektronisch<br />

of via beelden verstrekt worden. We beperken ons<br />

tot het uitwisselen van informatie in een team,<br />

tussen zorgverleners in een netwerk en tussen<br />

zorgverleners en derden.<br />

De vragen die zorgverleners zich stellen bij het<br />

uitwisselen van informatie vinden niet steeds een<br />

afdoend antwoord in wat het recht voorhoudt in<br />

verband met het beroepsgeheim en de hulpverleningsplicht<br />

van de zorgverleners. Daarom vullen we<br />

in dit advies het recht aan met ethische principes<br />

en opties zonder tegen het recht te willen ingaan.<br />

Voor de zorgverlening is het heel belangrijk dat<br />

het vertrouwen kan groeien en bewaard blijft<br />

in de vroegere, de actuele en de toekomstige<br />

zorgrelatie. Om dit vertrouwen zoveel mogelijk<br />

te bevorderen en te beschermen, hebben<br />

zorgverleners de opdracht om de persoonlijke<br />

levenssfeer van de cliënt te respecteren en het<br />

beroepsgeheim te bewaren. Deze twee contexten<br />

met hun onderliggende waarden leiden tot een<br />

spanningsveld tussen het vertrouwelijk houden en<br />

het meedelen van informatie.


Algemene principes: zorgvuldigheid en overleg<br />

Zorgvuldigheid<br />

Om zo zorgvuldig mogelijk af te wegen of ze<br />

informatie vertrouwelijk houden of meedelen,<br />

kunnen de zorgverleners de volgende tien criteria<br />

gebruiken.<br />

Waarom?<br />

1. Met welk doel wordt de informatie meegedeeld?<br />

Wie?<br />

2. Is de informatieontvanger voldoende betrokken?<br />

3. Kan de informatieontvanger de informatie verwerken?<br />

4. Wie is de meest geschikte informatieverstrekker?<br />

Wat?<br />

5. Is de informatie relevant?<br />

6. Is de informatie gepast?<br />

7. Is de informatie gegrond en betrouwbaar?<br />

Hoe?<br />

8. Wordt de informatie vertrouwelijk meegedeeld?<br />

9. Wat zijn de gunstigste omstandigheden om<br />

informatie mee te delen?<br />

10. Kan de cliënt aanwezig zijn bij het meedelen<br />

van de informatie?<br />

Overleg<br />

Aan de hand van deze criteria kan een visie en<br />

beleid uitgewerkt worden over het uitwisselen van<br />

informatie met de belangrijkste partners in de zorg.<br />

Vervolgens wordt vanuit een houding van kritische<br />

zelfbevraging het uitwisselen van informatie getoetst<br />

aan de zorgvuldigheidscriteria. Het toetsen van de<br />

criteria gebeurt in overleg met de zorgverleners in<br />

het team, met de cliënt zelf en met de zorgverleners<br />

of derden aan wie ze de informatie uitwisselen.<br />

Toepassingen: verschillende doelgroepen<br />

Informatie uitwisselen in een team van<br />

zorgverleners<br />

Afbakening<br />

Een team van zorgverleners omschrijven we als een<br />

duidelijk afgebakende en herkenbare groep van<br />

professionele zorgverleners uit één zorgeenheid<br />

die een gezamenlijke zorgopdracht voor een cliënt<br />

hebben en gebonden zijn aan het beroepsgeheim.<br />

Algemene optie:<br />

voorwaardelijk gedeeld beroepsgeheim<br />

Als de zorgverleners gezamenlijk verantwoordelijk<br />

zijn voor de zorg voor een cliënt, moeten ze ook<br />

onder elkaar de relevante informatie kunnen<br />

uitwisselen om die verantwoordelijkheid te kunnen<br />

opnemen. Daarom vatten we het beroepsgeheim<br />

in een team op als een gedeeld beroepsgeheim.<br />

Men moet dan niet telkenmale de toestemming<br />

van de cliënt vragen. Buiten het team houden ze de<br />

informatie geheim.<br />

Het gedeeld beroepsgeheim in een team van<br />

zorgverleners is echter voorwaardelijk, en dus<br />

gebonden aan een aantal voorwaarden. De<br />

coördinator van het team heeft de bijzondere<br />

verantwoordelijkheid om na te gaan of deze<br />

voorwaarden vervuld zijn.<br />

1. Het team van zorgverleners is duidelijk<br />

afgebakend en herkenbaar.<br />

2. Het team heeft een gezamenlijke zorgopdracht.<br />

3. De zorgverleners van het team zijn gebonden<br />

aan het beroepsgeheim.<br />

4. Er is overleg met geïnformeerde toestemming<br />

van de cliënt.<br />

5. Toepassing van de relevantiefilter en zorgvuldigheidscriteria.<br />

Verdere reflectie<br />

Disciplines in het team<br />

Omwille van het interdisciplinair karakter van het<br />

samenwerken in team geven we de voorkeur aan<br />

het interdisciplinair delen van informatie in een<br />

team boven het geheim houden van informatie<br />

binnen een discipline. Zorgverleners moeten dus<br />

goede redenen hebben om relevante informatie<br />

niet te delen met zorgverleners van een andere<br />

discipline in het eigen team.<br />

Verwijzing naar een ander team<br />

Bij een verwijzing naar een ander team binnen<br />

of buiten de voorziening is het verstrekken van<br />

informatie aan de zorgverleners noodzakelijk<br />

omwille van de kwaliteit en de continuïteit van zorg.<br />

De cliënt of de wettelijke vertegenwoordiger geeft<br />

hierbij zijn toestemming.<br />

Stagiairs<br />

Stagiairs kunnen voor een bepaalde periode tot het<br />

team van professionele zorgverleners behoren en<br />

kunnen dan de informatie delen vanuit het gedeeld<br />

beroepsgeheim van het team. Zij passen ook de<br />

relevantiefilter met grote zorgvuldigheid toe.<br />

23


Informatie uitwisselen in een netwerk van<br />

zorgverleners<br />

Afbakening: netwerk van zorgverleners<br />

Een netwerk van zorgverleners kunnen we<br />

omschrijven als een duidelijk afgebakende en<br />

herkenbare groep van individuele zorgverleners<br />

of zorgverleners uit verschillende zorgeenheden<br />

die een gezamenlijke zorgopdracht voor een cliënt<br />

hebben en gebonden zijn aan het beroepsgeheim.<br />

Eerste optie:<br />

voorwaardelijk gedeeld beroepsgeheim<br />

Het gedeeld beroepsgeheim in een netwerk<br />

moet aan dezelfde 5 voorwaarden voldoen<br />

als het gedeeld beroepsgeheim in een team<br />

van zorgverleners. Omdat de zorgverleners<br />

uit verschillende zorgeenheden komen en de<br />

communicatie in een netwerk anders verloopt dan<br />

in een team is dit niet altijd eenvoudig. Daarom<br />

is extra zorgvuldigheid nodig om te toetsen of de<br />

voorwaarden voor het gedeeld beroepsgeheim<br />

voldaan zijn.<br />

Tweede optie: toestemming of anonimiteit<br />

Als aan één van de voorwaarden niet voldaan is,<br />

kan het gedeeld beroepsgeheim niet verantwoord<br />

worden. Dan vatten we het uitwisselen van<br />

informatie in een netwerk op als het verstrekken<br />

van informatie aan derden.<br />

Verdere reflectie: mantelzorgers in het netwerk<br />

Het opnemen van mantelzorgers in het netwerk kan<br />

alleen met de expliciete toestemming van de cliënt<br />

of diens wettelijke vertegenwoordiger.<br />

Informatie uitwisselen tussen zorgverleners en<br />

derden<br />

Afbakening: derden<br />

Derden zijn personen die geen zorgopdracht<br />

hebben voor de cliënt maar wel op een of andere<br />

wijze betrokken zijn op de cliënt<br />

Eerste optie: toestemming<br />

De zorgverleners overleggen met de cliënt en<br />

vragen een uitdrukkelijke toestemming. Ze houden<br />

rekening met de relevantiefilter en passen de<br />

zorgvuldigheidscriteria toe.<br />

Tweede optie: anonimiteit<br />

Het anoniem verstrekken van informatie is vooral<br />

van toepassing bij intervisie of supervisie en bij<br />

registratie of wetenschappelijk onderzoek.<br />

Uitzondering:<br />

dreigende schade aan de integriteit<br />

Wanneer er ernstige schade dreigt aan de integriteit<br />

of het leven van de cliënt of een andere persoon en<br />

die schade alleen kan vermeden worden door het<br />

doorgeven van informatie dan moet het verstrekken<br />

van die informatie gericht zijn op het voorkomen of<br />

herstellen van die schade.<br />

Deze beslissing wordt getoetst aan de zorgvuldigheidscriteria<br />

en van daaruit gemotiveerd aan de<br />

cliënt.<br />

Verdere reflectie<br />

• Gerechtelijke instanties<br />

De twee opties en de uitzondering zijn ook van<br />

toepassing op het verstrekken van informatie aan<br />

gerechtelijke instanties.<br />

• Medecliënten<br />

De zorgverleners bespreken in het kader van de<br />

begeleidingsrelatie het belang van het respectvol<br />

omgaan met informatie over medecliënten.<br />

• Telefonisch contact<br />

Zorgverleners mogen alleen informatie via<br />

de telefoon geven indien ze zeker zijn van de<br />

identiteit van de persoon die opbelt en indien<br />

aan de bovenvermelde voorwaarden van overleg<br />

en zorgvuldigheid is voldaan. De zorgverleners<br />

overleggen vooraf met de cliënt welke informatie<br />

aan welke persoon zal mogen doorgegeven<br />

worden en de zorgverleners kunnen deze persoon<br />

aan de telefoon identificeren.<br />

Besluit<br />

In een team kunnen de zorgverleners een beroep<br />

doen op het gedeeld beroepsgeheim indien<br />

aan een aantal voorwaarden voldaan wordt met<br />

betrekking tot de samenstelling van de groep en<br />

de uitvoering van het gedeeld beroepsgeheim.<br />

Dan staan de waarden van zorg, integriteit of<br />

gezondheid voorop.<br />

Ook in een netwerk kunnen de zorgverleners een<br />

beroep doen op het gedeeld beroepsgeheim indien<br />

aan dezelfde voorwaarden voldaan wordt.<br />

Aan derden kunnen zorgverleners enkel informatie<br />

verstrekken indien ze daartoe de toestemming<br />

van de cliënt gekregen hebben of indien ze de<br />

informatie anoniem kunnen doorgeven.


3.5.2.2 Werking en structuur van de Commissie Ethiek GGZ Broeders van Liefde<br />

Overeenkomstig het KB van 1994 heeft de Commissie Ethiek GGZ Broeders van Liefde<br />

een drievoudige opdracht namelijk het geven van adviezen bij onderzoeksprotocollen,<br />

het verlenen van algemene zorgadviezen en het geven van adviezen voor specifieke<br />

individuele casussen.<br />

Samenstelling<br />

De Commissie Ethiek GGZ Broeders van Liefde is<br />

samengesteld overeenkomstig het KB van 1994 en<br />

bestaat uit 15 leden waarvan 8 artsen. De andere<br />

leden zijn de voorzitter, de vice-voorzitter, de<br />

secretaris, een ethicus, een jurist en een externe<br />

huisarts. Het bureau bestaat uit een voorzitter<br />

(Prof Dr. Schotsmans), een vice-voorzitter<br />

(Dr. M. Malfroid), een ethicus (Prof. Axel Liégeois)<br />

en een secretaris (Jan Deckers). Voor haar<br />

werking delegeert de Commissie Ethiek GGZ<br />

haar bovenvermelde opdrachten aan twee<br />

subcommissies namelijk de Toetsingscommissie en<br />

de Begeleidingscommissie. Deze subcommissies<br />

leggen hun adviezen ter goedkeuring voor aan de<br />

Commissie Ethiek GGZ.<br />

De Commissie Ethiek GGZ komt tweemaal per<br />

jaar samen. Alle leden van de centrale en lokale<br />

toetsingscommissie worden uitgenodigd doch<br />

enkel de 15 leden van de Commissie Ethiek GGZ<br />

hebben stemrecht.<br />

Op de agenda staan de opvolging, de evaluatie<br />

en de goedkeuring van de activiteiten van de<br />

beide subcommissies. Voor de Toetsingscommissie<br />

worden de activiteiten geëvalueerd en<br />

goedgekeurd en worden de wetgeving en<br />

ontwikkelingen in de beoordeling van protocollen<br />

opgevolgd. Voor de Begeleidingscommissie worden<br />

de activiteiten geëvalueerd en goedgekeurd. De<br />

vergaderingen van de Commissie Ethiek GGZ, de<br />

Toetsingscommissie en de Begeleidingscommissie<br />

zijn niet openbaar. De informatie en besprekingen<br />

hebben een vertrouwelijk karakter en de leden zijn<br />

gebonden aan het beroepsgeheim.<br />

Toetsingscommissie<br />

Deze commissie krijgt van de Commissie Ethiek GGZ<br />

de opdracht gedelegeerd om advies te formuleren<br />

bij onderzoeksprotocollen. Ze komt éénmaal per<br />

jaar bijeen, aansluitend bij een bijeenkomst van de<br />

Commissie Ethiek GGZ. Ze bestaat uit een centrale<br />

toetsingsgroep met deskundigen uit de sector GGZ<br />

van de Broeders van Liefde en uit lokale toetsingsgroepen<br />

met vertegenwoordigers per voorziening.<br />

De lokale toetsingsgroepen zijn samengesteld uit<br />

minstens drie leden waarvan minstens één arts en<br />

minstens één niet-arts. Voor onze instelling bestaat<br />

deze commissie uit dhr. Gerit De Sadeleer,<br />

mevr. Maria Eeckhout en dr. Elke Lievens. De vragen<br />

om advies worden gestuurd naar de secretaris van<br />

de Commissie Ethiek GGZ.<br />

De secretaris stuurt het protocol naar alle leden van<br />

de centrale toetsingsgroep, naar de leden van de<br />

lokale toetsingsgroep van de voorziening waarop<br />

het protocol betrekking heeft en naar de andere<br />

leden van de Commissie Ethiek GGZ.<br />

Begeleidingscommissie<br />

Deze commissie krijgt van de Commissie Ethiek GGZ<br />

een tweevoudige opdracht gedelegeerd namelijk<br />

om algemene zorgadviezen en om adviezen bij<br />

individuele casussen te formuleren.<br />

Deze commissie komt onder het voorzitterschap<br />

van Prof. Axel Liégeois viermaal per jaar bijeen.<br />

Ze bestaat uit leden van de Commissie Ethiek<br />

GGZ aangevuld met vertegenwoordigers uit de<br />

voorzieningen en andere deskundigen.<br />

25


4 Belangrijke gebeurtenissen<br />

4.1 Anders Gewoon Event<br />

Op vrijdag 25 april <strong>2008</strong> was het <strong>Psychiatrisch</strong> <strong>Centrum</strong> <strong>Zoete</strong> <strong>Nood</strong> <strong>Gods</strong> prominent<br />

aanwezig op het Anders Gewoon Event rond geestelijke gezondheid in het ICC te Gent.<br />

Door zowel hulpverleners als patiënten vanuit verschillende afdelingen was er maanden<br />

op voorhand naarstig gewerkt rond het uitbouwen van een kunsttentoonstelling met<br />

als thema ‘Ook in jouw dorp’. Opzet was om aan de vele bezoekers die dag duidelijk te<br />

maken dat er in ieder dorp mensen aanwezig zijn met psychiatrische problemen en dat<br />

dit gewone mensen zijn. Mensen van vlees en bloed met ook hun verlangens, emoties,<br />

gedachten, …<br />

In de verschillende kunstwerken – foto’s, maquette,<br />

beeld – werd zowel het dagelijkse leven uitgebeeld<br />

als informatie verstrekt over de verschillende<br />

ziektebeelden. Afgaande op de vele bezoekers die<br />

onze stand bezochten alsook de vele interessante<br />

vragen die gesteld werden, mogen we besluiten<br />

dat we als voorziening zeker een bijdrage geleverd<br />

hebben aan een positievere beeldvorming omtrent<br />

geestelijke gezondheid. Daarnaast hebben meerdere<br />

4.2 Participatie aan Open Bedrijvendag<br />

hulpverleners mogen ervaren dat – ondanks<br />

het ziektebeeld van de patiënten – sommigen<br />

getalenteerd zijn met bijzondere eigenschappen.<br />

Het samen mogen werken aan een project, het<br />

doorbreken van de klassieke rolpatronen hulpverlenerpatiënt<br />

heeft er eveneens toe bijgedragen om in<br />

de toekomst verder te werken aan het empoweren<br />

van de patiënt en dit tevens binnen de klassieke<br />

behandeling.<br />

Naar jaarlijkse traditie zetten op zondag 5 oktober <strong>2008</strong> heel wat bedrijven hun deuren<br />

wagenwijd open voor het grootste evenement in Vlaanderen, Open Bedrijvendag. Ook<br />

ons centrum besliste om dit jaar deel te nemen. De respons die wij mochten ontvangen<br />

na onze deelname aan Open Monumentendag in 2007 was uitermate positief. Een<br />

vervolg hierop kon dus niet uitblijven…<br />

Een deelname aan Open Bedrijvendag is een ideale<br />

manier om de buitenwereld te laten kennismaken<br />

met onze organisatie en haar activiteiten. Wat<br />

er precies allemaal gaande is binnen de muren<br />

van een psychiatrisch centrum is niet altijd even<br />

duidelijk voor de buitenwereld. Vaak hebben<br />

mensen verkeerde of verouderde ideeën over wat<br />

psychiatrie precies inhoudt. De bezoekersenquêtes<br />

bevestigden dat.<br />

Het thema voor de editie van dit jaar was<br />

‘Technologische innovatie’. De aanpak voor Open<br />

Bedrijvendag was iets ruimer en grootser opgevat<br />

dan Open Monumentendag. In het gebouw<br />

Providentia konden bezoekers een kijkje gaan<br />

nemen op onze verschillende administratieve<br />

diensten. Ook de fitnessruimte, het computerleslokaal<br />

(met demo’s en workshops), de ergotherapie/<br />

keramiekruimte, de kinesitherapie en de pastorale<br />

dienst in dit gebouw namen deel. De bedrijfsfilm,<br />

die eind mei in ons centrum werd gedraaid, kon<br />

men bekijken in de feestzaal en de cafetaria. Nieuw<br />

dit jaar was de rondleiding in de keuken waar<br />

bezoekers konden kennismaken met het ganse


ereidingsproces vanaf het leveren van de<br />

voedingsstoffen tot de maaltijdbereiding en<br />

-bedeling. Het internetcafé en de andere facilitaire<br />

diensten (technische dienst, schoonmaakdienst en<br />

wasserette) werden eveneens in de kijker gezet.<br />

Een fototentoonstelling van de kunstacademie,<br />

een (foto)tentoonstelling over de psychiatrie van<br />

vroeger, kunstwerken van patiënten en bewoners<br />

kruidden het geheel. De afdeling Nieuwemeers<br />

nam deel met een fotoreportage over het leven<br />

en werken in de moderne psychiatrie en een<br />

voorstelling van de geplande nieuwbouwprojecten<br />

4.3 Kwaliteitsverbetering facilitaire dienstverlening: studie<br />

en doorlichting van de schoonmaak in samenwerking<br />

met Advibel<br />

De schoonmaak binnen een bedrijf is een complex gegeven. Verschillende deelaspecten<br />

vragen een professionele benadering en een aanpak die het nattevingerwerk overstijgt.<br />

Advibel Schoonmaakconsulting was voor ons de ideale partner om onze schoonmaakorganisatie<br />

aandachtig onder de loep te nemen. Met een wetenschappelijk onderbouwd<br />

calculatieprogramma werden al de verschillende deelfacetten op een betrouwbare en<br />

overzichtelijke manier in kaart gebracht en geanalyseerd.<br />

Bij de calculatie werd rekening gehouden met:<br />

• De aard van het gebouw<br />

• Het type lokaal<br />

• De vervuilingsgraad en aard van de vervuiling per<br />

lokaal<br />

• De m² per lokaal<br />

• Gestelde kwaliteitseisen per lokaal met het oog om<br />

de hygiëne binnen het centrum te waarborgen<br />

• Bovenstaande parameters werden vertaald in<br />

frequenties, aantal schoonmaakbeurten per lokaal<br />

Op basis van de verkregen resultaten zijn we aan de<br />

slag gegaan. De calculaties werden opgedeeld in<br />

werkplekken waardoor gelijke werkdruk ontstond<br />

voor alle medewerkers. Zo werd de schoonmaakorganisatie<br />

binnen onze instelling geperfectioneerd<br />

en precies afgestemd op onze reële schoonmaakbehoeften.<br />

Een nieuwe en rendabele organisatie<br />

werd geïntroduceerd waarbij alle economische en<br />

ergonomische behoeften werden ingevuld. In onze<br />

instelling moeten er dagelijks 25 schoonmaakprogramma’s<br />

ingevuld worden om een oppervlakte van<br />

20.466 m² te reinigen. Hiervoor hebben we 23.67<br />

FTE nodig.<br />

en het masterplan. Ook het activiteitencentrum<br />

SAVA was vertegenwoordigd in de feestzaal.<br />

Tussen de vele bezoekers bevonden zich ook heel<br />

wat geïnteresseerde werkzoekenden. Deze mensen<br />

konden terecht op het jobinfopunt in de wintertuin<br />

van het kloostergebouw. Het dagcentrum Emmaüs<br />

vulde zijn deelname in door een voorstelling van de<br />

verschillende leefgroepen en begeleidingsmethodieken<br />

bij deze verschillende doelgroepen. In totaal<br />

mochten wij ongeveer 900 bezoekers verwelkomen.<br />

Elke werkplek heeft een map waarin men het<br />

schoonmaakprogramma, het schoonmaakrooster,<br />

het noodprogramma, de invulroosters, de instructiefiches,<br />

de afdelingsgebonden info en een<br />

memoblad terugvindt.<br />

Vanaf maart 2009 starten wij met een kwaliteitscontrolesysteem.<br />

Deze is gebaseerd op een<br />

snelcontrole. Met de snelcontrole kunnen we op<br />

steekproefsgewijze controleren of de taken van<br />

het schoonmaakprogramma correct uitgevoerd<br />

zijn. Dankzij het softwarepakket worden korte maar<br />

regelmatige controles een beheersinstrument van<br />

de schoonmaakkwaliteit. Overzichtelijke rapporten<br />

zullen de gegevens samenvatten waarover wij<br />

moeten beschikken om de geleverde prestaties<br />

doelgericht bij te sturen.<br />

Belangrijk om weten is dat wij de menselijke factor<br />

op geen enkel moment uit het oog verloren zijn.<br />

Een tevreden en gemotiveerde ploeg is immers een<br />

belangrijke bepalende factor voor rendabiliteit van<br />

de schoonmaak.


4.4 Optimalisatie uurroosterplanning<br />

<strong>2008</strong> was een jaar van verandering op het gebied van de strikte toepassing van de<br />

sociale wetgeving en uurroosterplanning. De aanleiding was een bezoek van de arbeidsinspectie<br />

aan een aantal algemene ziekenhuizen en de aankondiging dat ook andere<br />

(psychiatrische) ziekenhuizen mogelijks geïnspecteerd zullen worden.<br />

Bijgevolg is onze organisatie niet bij de pakken<br />

blijven zitten. Vooreerst werd een centrale<br />

werkgroep samengesteld. Aansluitend werden de<br />

bevindingen van deze werkgroep besproken met de<br />

werknemersafgevaardigden op de interzetel. Op het<br />

lokale niveau werd een werkgroep opgericht die de<br />

centrale richtlijnen naar lokaal toepasbare afspraken<br />

vertaalde. Heel wat medewerkers volgden hiervoor<br />

specifieke opleidingen of woonden studiedagen<br />

bij om met actuele kennis van zaken aan deze<br />

uitwerking te kunnen participeren.<br />

Het eindresultaat van de lokale werkgroep was<br />

een nota met een bijhorende lokaal ontwikkelde<br />

software om in eerste fase de uurroosterplanning<br />

binnen de diverse departementen op correcte en<br />

uniforme wijze te kunnen uitvoeren. In dit huidig<br />

Omschrijving<br />

Het meten van uitkomsten duikt meer en meer<br />

op in de gezondheidszorg, inclusief de geestelijke<br />

gezondheidszorg. De Vlaamse overheid gaf in<br />

2006 de opdracht aan de Vlaamse Vereniging<br />

voor Geestelijke Gezondheidszorg (VVGG) om<br />

wetenschappelijke ondersteuning te bieden bij het<br />

meten van behandelingsresultaten. Het doel van<br />

de opdracht is een antwoord te verkrijgen op drie<br />

vragen:<br />

• Wat zijn de uitkomsten van een behandeling in de<br />

geestelijke gezondheidszorg?<br />

• Hoe kunnen de verschillende soorten uitkomsten<br />

gemeten worden?<br />

• Wat doen de zorginstellingen en de overheid met<br />

deze resultaten?<br />

systeem wordt de sociale wetgeving correct<br />

toegepast, op enkele uitzonderlijke bijna niet te<br />

vermijden situaties na. Alle leidinggevenden binnen<br />

het psychiatrisch centrum kregen een interne<br />

opleiding en brachten op hun beurt hun kennis<br />

over op hun teamleden.<br />

In 2009 wordt er werk van gemaakt om over te<br />

schakelen naar een meer gespecialiseerde software<br />

die extern aangekocht zal worden. Deze software<br />

zal de afdelingshoofden toelaten op efficiëntere<br />

wijze te plannen. Deze software zal ook perfect<br />

integreren met deze voor aanwezigheidsregistratie<br />

en met de loonadministratie.<br />

4.5 Uitkomstenmanagement in de GGZ in Vlaanderen<br />

De vier kwadranten<br />

Uitkomstenmanagement gaat over het meten van<br />

resultaten van een behandeling. Walburg (2003)<br />

ziet uitkomstenmanagement als een voortdurend<br />

verbeteren van zorguitkomsten van de best<br />

mogelijke zorgprocessen met het meest efficiënte<br />

gebruik van hulpmiddelen. Hierbij maakt hij<br />

gebruik van 4 kwadranten:<br />

• Klinische uitkomsten: Deze onderzoeken<br />

symptoomreductie.<br />

• Functionele uitkomsten: Deze geven een beeld van<br />

de kwaliteit van leven en de zelfredzaamheid in het<br />

dagelijkse leven.<br />

• Tevredenheid door de patiënt en de omgeving over<br />

het zorgproces en zorgresultaat.<br />

• De kosten van het zorgproces, kosteneffectiviteit of<br />

doelmatigheid.<br />

29


Uitkomstenmanagement in de eigen instelling<br />

Het is de bedoeling om in het eerste semester<br />

van 2009 met dit project van start te gaan. Op<br />

twee pilootafdelingen (Esperanza 1 doelgroep<br />

stemmingstoornissen) en op Egidius (doelgroep<br />

verslavingszorg) zullen de uitkomsten van de<br />

behandeling gemeten worden volgens het<br />

kwadrant van Walburg. Later zal het uitkomstenmanagement<br />

uitgebreid worden naar de andere<br />

afdelingen.<br />

Doelstelling van het uitkomstenmanagement:<br />

• Aantoonbare verbeteringen van klinische resultaten<br />

bereiken.<br />

• Een algemene kwaliteitsverbetering in de instelling<br />

bereiken.<br />

• Feedback krijgen over de efficiëntie van een<br />

behandelmethode voor een bepaalde doelgroep.<br />

• Beogen van tevredenheid door de patiënten.<br />

• Goede, ervaren kwaliteit van leven bieden aan de<br />

patiënt.<br />

• Implementeren van het project tegen aanvaardbare<br />

kosten.<br />

Gebruik op de afdeling Esperanza 1<br />

Eind 2006, bij het opstarten van de cognitieve<br />

gedragstherapeutische groepstherapie voor<br />

depressieve patiënten, werd de effectiviteit van<br />

deze behandelmethode al nagegaan a.h.d.v. de<br />

MADRS (Montgomery Asberg Depression Rating<br />

Scale). Bij het instappen in het project werden<br />

4.6 Start van de elektronische handtekening (Elodis)<br />

Begin 2007 was de afdeling Emmaüs de laatste afdeling die overschakelde op modus 2<br />

binnen infomedic. Hiermee werd een eerste fase afgerond omtrent het opstarten van het<br />

infomedic verhaal binnen onze voorziening. Gedurende de periode tussen 2007 en heden<br />

zijn er nog een aantal aanpassingen geweest aan het programma en dit op basis van de<br />

eerste ervaringen van de gebruikers.<br />

Een probleem dat zich echter bleef voordoen, is het<br />

gegeven dat een aantal voorschriften en verpleegkundige<br />

nota’s nog steeds dienden gevalideerd<br />

te worden d.m.v. de geschreven handtekening<br />

van de arts. Al snel werd de omslachtigheid en<br />

de traagheid van dit gebruik als een knelpunt<br />

benoemd door heel wat gebruikers. Vanuit de vzw<br />

Provincialaat van de Broeders van Liefde werd er<br />

intussen mee ingestapt in een project van FOD<br />

de pre- en de postmeting uitgebreid met twee<br />

bijkomende meetinstrumenten nl. de Beck-NL- II<br />

(Beck Depression Inventory) en de HoNos (Health of<br />

the Nation Outcome Scales). Deze meetinstrumenten<br />

worden dus enkel afgenomen bij de patiënten<br />

die deelnemen aan de groepstherapie. De MADRS<br />

en de Beck-NL- II meten klinische uitkomsten. De<br />

MADRS wordt afgenomen door de psychologe en<br />

de Beck-NL-II wordt ingevuld door de patiënt zelf.<br />

De HoNos geeft een beeld over de kwaliteit van het<br />

leven van de patiënt. Deze test meet de geestelijke<br />

gezondheid en het sociaal functioneren. Deze test<br />

wordt ook ingevuld door de psycholoog. De VVGG<br />

gaf advies bij de keuze van de meetinstrumenten<br />

en gaat in de toekomst ondersteuning bieden bij de<br />

verwerking van de testresultaten.<br />

Gebruik op de afdeling Egidius<br />

Omwille van de vrij homogene doelgroep besloot<br />

deze afdeling ook deel te nemen aan dit project.<br />

De definitieve keuze van het meetinstrument moet<br />

nog gemaakt worden door de stuurgroep. De<br />

VVGG adviseerde de EuropASI (European Addiction<br />

Severity Index) en de MATE (Measurement in the<br />

Addictions for Triage and Evaluation). De EuropASI<br />

bevat twee modules. De MATE bestaat uit vijf<br />

modules en de afname duurt ongeveer twee uur.<br />

De stuurgroep zal beslissen, indien ze voor de<br />

MATE kiest, of de test in zijn geheel zal afgenomen<br />

worden of dat er slechts enkele modules zullen<br />

uitgenomen worden.<br />

omtrent het zoeken naar een oplossing voor<br />

intra-muros elektronische of digitale handtekening<br />

in gezondheidszorginstellingen, ELODIS genaamd<br />

(Electronic Or Digital Signature Implementation<br />

System). Dit alles resulteerde in een Elodis-richtlijn:<br />

binnen de gezondheidszorginstellingen is een<br />

elektronische handtekening voldoende mits aan<br />

een aantal (informatica)technische en vooral<br />

procedurele zaken voldaan zijn. In deze bijdrage


wensen we enerzijds stil te staan bij deze Elodisrichtlijn<br />

en anderzijds de uitwerking en betekenis<br />

hiervan voor ons centrum te belichten.<br />

Stand van zaken omtrent de invoering van de<br />

elektronische handtekening.<br />

Eind november 2007 kregen de instellingen van de<br />

Broeders van Liefde vanuit de FOD de toestemming<br />

om met de implementatie van Elodis aan de slag<br />

te gaan. Voorwaarde was wel dat de voorzieningen<br />

overgeschakeld waren op modus 2, wat ook zo is<br />

voor ons centrum. Nu, om te kunnen overschakelen<br />

naar Elodis dient men te voldoen aan een aantal<br />

(informatica)technische en vooral procedurele<br />

zaken. Deze zaken zijn gebundeld in een actielijst<br />

en worden geformaliseerd in 4 ondertekende<br />

protocollen. Kort samengevat komen deze op het<br />

volgende neer:<br />

• Aangepaste bedrijfscode m.b.t. het gebruik van<br />

software, interne, PC, ... met daarin waarborgen<br />

i.f.v. betrouwbaarheid, gebruikersbeheer,<br />

paswoordbeheer, veiligheid, …;<br />

• Een algemene overeenkomst tussen de algemene,<br />

de medische, de administratieve – lees informaticaen<br />

patiëntenzorgdirectie. Deze overeenkomst heeft<br />

tot doel de algemene technische en procedurele<br />

afspraken duidelijk te maken die in het PC<br />

<strong>Zoete</strong> <strong>Nood</strong> <strong>Gods</strong> gehanteerd worden voor het<br />

gebruik van de elektronische handtekening in het<br />

departement patiëntenzorg;<br />

• Een individuele overeenkomst voor elektronische<br />

handtekening waar iedere gebruiker een document<br />

ondertekent waarin hij enerzijds de elektronische<br />

handtekening erkent als valide en gelijksgesteld<br />

aan zijn handgeschreven handtekening, anderzijds<br />

erkent kennis te hebben van bovenstaande<br />

overeenkomsten;<br />

• Een overeenkomst binnen het medisch<br />

farmaceutisch comité waarin infomedic als<br />

alternatief voor het handgeschreven en getekend<br />

voorschrift wordt goedgekeurd met daarin een<br />

verwijzing naar voorgaande documenten.<br />

Zodra deze vier protocollen gevalideerd zijn, kan<br />

infomedic voor de meeste voorschriften volledig<br />

elektronisch worden en dit op voorwaarde dat<br />

iedere gebruiker de individuele overeenkomst<br />

ondertekend heeft.<br />

Verdere uitwerking van Elodis binnen het<br />

centrum<br />

In overleg met de lokale stuurgroep Izoproc<br />

is besloten om in <strong>2008</strong> de implementatie van<br />

Elodis verder voor te bereiden. Hiervoor werd een<br />

actielijst opgesteld die grotendeels in <strong>2008</strong> werd<br />

afgehandeld. Onderstaand benoemen we nog even<br />

kort de belangrijkste punten:<br />

• Informatieverstrekking naar de medewerkers<br />

omtrent Elodis. Via de verschillende informatiekanalen<br />

werden de medewerkers geïnformeerd over het<br />

project Elodis.<br />

• Verificatie van de beroepskwalificatie van de zorgverstrekkers.<br />

Er werd een systematische verificatie<br />

uitgevoerd van de beroepskwalificatie van de<br />

zorgverstrekkers die bevoegd zijn om binnen<br />

de instelling te presteren. Hierbij wordt gebruik<br />

gemaakt van het inschrijvingsnummer dat door<br />

de Provinciale Commissie wordt toegekend aan de<br />

verpleegkundigen en de zorgkundigen. Er werd<br />

dan ook gevraagd om dit inschrijvingsnummer<br />

door te geven aan de personeelsdienst. Dit unieke<br />

nummer wordt tevens gebruikt als registratiecode<br />

binnen Elodis. Concreet betekent dit dat verpleegkundigen<br />

een elektronische handtekening zullen<br />

plaatsen en dit bij de volgende acten: klaarzetten<br />

van medicatie, toedienen of meegeven van<br />

medicatie, het opmaken van een verpleegkundige<br />

nota, …<br />

• Het ondertekenen van de verschillende<br />

bijeenkomsten. Aan de medewerkers werd<br />

gevraagd om deze individuele overeenkomst te<br />

ondertekenen.<br />

• Afspraken omtrent audits en controles. Er dient<br />

binnen de voorziening een persoon te worden<br />

aangesteld om de invoering te controleren van de<br />

elektronische handtekeningenovereenkomsten<br />

met de gebruikers van het informaticasysteem.<br />

Deze persoon zal op regelmatige tijdstippen een<br />

terugkoppeling aan de directie geven.<br />

• Up-date van het gebruikersbeheer met toezicht op<br />

toegangsrechten en handtekeningbevoegdheden.<br />

Samenvattend kunnen we stellen dat we binnen de<br />

voorziening een tweede en noodzakelijke stap aan<br />

het zetten zijn binnen het informatiseringsproces<br />

en dit met als doel om nog efficiënter te kunnen<br />

werken. Momenteel zijn een aantal noodzakelijke<br />

voorbereidingen achter de rug en wordt er nu<br />

gewacht op verdere afspraken vanuit de centrale<br />

werkgroep. Wanneer alles zal afgerond zijn, hopen<br />

we op deze manier weerom een bijdrage geleverd<br />

te hebben aan onze kwaliteitsvolle zorg. Immers, de<br />

vrijgekomen tijd – door niet meer met afgedrukte<br />

documenten te moeten werken – kunnen we<br />

dan hopelijk opnieuw investeren in het directe<br />

patiëntencontact.<br />

31


5 Hoogtepunten<br />

5.1 De afdelingsvisie als een noodzakelijk instrument in de<br />

uitbouw van goede zorg<br />

Binnen het verpleegkundig en paramedisch departement is er in <strong>2008</strong> heel wat tijd<br />

gespendeerd aan het (opnieuw) uitschrijven van de afdelingsvisie. Onder het begrip<br />

afdelingsvisie bedoelen we een beeld op langere termijn (bijvoorbeeld 5 jaar) waarheen<br />

de afdeling zich moet ontwikkelen en dit om de organisatievisie te kunnen realiseren.<br />

De keuze om in <strong>2008</strong> rond afdelingsvisie te gaan werken, werd ingegeven vanuit verschillende<br />

redenen. We benoemen er enkele.<br />

De afdelingsvisie als communicatie-instrument<br />

binnen de verdere uitbouw van zorgcircuits en<br />

netwerken<br />

Doorheen het overleg met de verschillende externe<br />

partners kwam naar voor dat het belangrijk is om<br />

het eigen aanbod zeer goed te definiëren. Het is<br />

pas vanuit de goede kennis van elkaars aanbod dat<br />

men verder kan differentiëren en hiaten binnen het<br />

zorgaanbod kan opsporen. Binnen deze afstemming<br />

met de verschillende externe partners is het dan<br />

ook belangrijk een goed zicht te hebben op het<br />

eigen behandelaanbod.<br />

<strong>Nood</strong> aan een duidelijke definiëring van de<br />

doelgroepen per afdeling<br />

Doorheen de voorbije jaren en de verdere uitbouw<br />

van de verschillende afdelingen, was er tussen<br />

bepaalde afdelingen onduidelijkheid gekomen<br />

omtrent de afbakening van de doelgroep.<br />

Bijvoorbeeld: Waar dient de fysieke ontwenning van<br />

personen met een alcoholprobleem te gebeuren?<br />

Is dit op de crisisafdeling of dient de verslavingszorg<br />

daar zelf voor in te staan? Wat bepaalt dat<br />

een psycho-geriatrische patiënt op de afdeling<br />

Esperanza 1 wordt opgenomen en wanneer op<br />

de afdeling Theresia? …. Met het uitschrijven van<br />

de afdelingsvisie waarin het definiëren van de<br />

doelgroep, het bepalen van inclusie- en exclusiecriteria<br />

een belangrijk onderdeel is, is getracht op deze<br />

vragen een antwoord te formuleren en zodoende<br />

een dialoog op gang te brengen t.b.v. de uitbouw<br />

van het interne zorgcircuit.<br />

<strong>Nood</strong> aan een duidelijk behandelprogramma<br />

Vanuit het gegeven dat het doelgroepenbeleid een<br />

verdere verfijning vroeg, stelden we vast dat de<br />

multidisciplinaire behandelteams moeilijkheden<br />

hadden om hun vooropgesteld behandelprogramma<br />

aan te bieden. Deels kwam dit vanuit de<br />

ervaring dat hun bestaande behandelprogramma<br />

niet meer aansloot bij de noden van de patiënt,<br />

deels omdat het mutatiebeleid niet toeliet dat<br />

het behandelprogramma van de desbetreffende<br />

patiënt op die afdeling afgewerkt werd. Overleg<br />

tussen de afdelingen drong zich op. Het beschikken<br />

over een uitgeschreven afdelingsvisie, het kunnen<br />

aftoetsen van deze visie bij elkaar en de koppeling<br />

ervan binnen de organisatievisie is dan ook een<br />

conditio sine qua non waarrond het overleg kon<br />

georganiseerd worden.<br />

Vanuit deze en nog andere bekommernissen,<br />

werd er in <strong>2008</strong> heel veel energie gestoken in<br />

het herdefiniëren van de afdelingsvisie. Hiervoor<br />

werd een project opgezet waarbij er – naast de<br />

begeleiding vanuit de stafdienst patiëntenzorg<br />

en kwaliteitscoördinator – er eveneens externe<br />

begeleiding/coaching voorzien werd. Het project<br />

werd opgedeeld in een viertal fasen.<br />

In een eerste fase werd er aan de verschillende<br />

stuurgroepen (beleidsteams per afdeling) een<br />

intense vorming aangeboden omtrent het werken<br />

vanuit een afdelingsvisie.


Inhoudelijk werd hierbij aandacht gegeven aan<br />

o.a. het belang van een afdelingsvisie met daarbij<br />

aandacht voor het omschrijven van de doelgroep,<br />

het bepalen van de aangeboden zorgfuncties,<br />

de behandelvisie (hoe kijken we naar bepaalde<br />

pathologie), het bepalen van de behandeldoelstellingen,<br />

het zo concreet mogelijk gaan uitschrijven<br />

van een behandelprogramma (start, duurtijd, de<br />

inhoudelijke invulling ervan, …), het benoemen van<br />

de begeleidingsmethodieken, enz.<br />

In een tweede fase werden de stuurgroepen<br />

zelf aan het werk gezet. Aan de verschillende<br />

stuurgroepen werd dan ook gevraagd een<br />

terugkoppeling te doen van deze vorming aan alle<br />

stuurgroepleden en aan de basismedewerkers van<br />

hun afdeling. Op verschillende afdelingen zagen we<br />

dan ook verschillende werkgroepen/adhoc groepen<br />

ontstaan die zich met bepaalde deelaspecten van<br />

de afdelingsvisie bezig hielden. Rekening houdende<br />

met onze participatie aan de Open Bedrijvendag op<br />

5 oktober <strong>2008</strong> was het streefdoel om het raamwerk<br />

– lees de grote lijnen – van de afdelingsvisie rond<br />

te hebben tegen begin september <strong>2008</strong>. In deze<br />

opdracht zijn ook alle stuurgroepleden geslaagd<br />

en konden we aan de vele bezoekers van die dag<br />

ook al menige deelaspecten van de afdelingsvisie<br />

terugkoppelen.<br />

Momenteel zit het project in een derde fase. In<br />

deze fase – die voorzien is tot juni 2009 – wordt<br />

er systematisch een overleg gepland tussen de<br />

directie en de verschillende teams met daarbij<br />

de bespreking van de afdelingsvisie als centraal<br />

agendapunt. Men kan deze fase omschrijven als<br />

het fiatteren van de afdelingsvisie. Het goedkeuren<br />

van deze afdelingsvisie is niet onbelangrijk. Immers<br />

in de toekomst zullen de verschillende afdelingsbeleidsplannen<br />

hierop geënt worden en zal het<br />

eigen vormingsplan getoetst worden aan deze<br />

afdelingsvisie.<br />

Eens nu de afdelingsvisie goedgekeurd wordt,<br />

treedt de vierde fase van het project in werking,<br />

m.n. de communicatie ervan en dit zowel intern<br />

als extern. De interne communicatie zal vooral<br />

gebeuren via de formele overlegkanalen zoals<br />

o.a. het overleg directie-geneesheren (POC), het<br />

kwarto-overleg en via de afdelingshoofdenvergadering.<br />

De communicatie naar de basismedewerkers<br />

zal naast de terugkoppeling door de eigen<br />

stuurgroepleden verder gebeuren via o.a. de eigen<br />

nieuwsbrief Ter Sprake. Binnen de voorziene rubriek<br />

zullen de verschillende afdelingsvisies uitvoerig<br />

toegelicht worden. Wat de externe communicatie<br />

betreft (partners GGZ, huisartsen, …) zal de<br />

afkondiging van de verschillende afdelingsvisies<br />

gebeuren via o.a. de eigen website, de opmaak van<br />

aangepaste afdelingsbrochures, afdelingsflyers, enz.


5.2 Pilootproject voeding: een stand van zaken<br />

In juni 2007 ontving onze voorziening een schrijven van de FOD (federale overheidsdienst<br />

voor volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu) met een oproep tot kandidaatstelling<br />

voor een pilootproject met het oog op het aanstellen van een voedingsverantwoordelijke<br />

en een voedingsteam in het kader van het nationaal voedings- en gezondheidsplan<br />

voor België (NVGP-B). In respons op deze oproep hebben wij ons kandidaat gesteld en<br />

in september heeft men ons meegedeeld dat het project van start ging op 1 oktober 2007.<br />

In totaal hebben 40 ziekenhuizen zich ingeschreven voor dit project en alle deelnemende<br />

instellingen ontvangen hiervoor €10.000. In <strong>2008</strong> werd dit project verder gezet op de afdeling<br />

Theresia en werd ook begonnen met de uitbreiding naar andere afdelingen.<br />

Binnen onze voorziening wordt er heel wat<br />

aandacht gegeven aan het verstrekken van<br />

kwaliteitsvolle zorg. Dit project wordt dan ook<br />

volledig ingepast in het algemene kwaliteitsbeleid.<br />

Enerzijds wordt er al lang gewerkt conform<br />

de vereisten van de overheid i.v.m. kwaliteit en<br />

veiligheid, anderzijds wordt er getracht om ook<br />

nog eigen kwaliteitsprojecten op te stellen. Zo zijn<br />

we in april 2006 gestart met een kwaliteitsproject<br />

over de verbetering van de communicatie tussen<br />

de voedingsdienst en de verschillende afdelingen<br />

met daarbij aandacht voor de voedingsnoden van<br />

de patiënt. Het feit dat deze groep op geregelde<br />

tijdstippen al samen kwam en de thematiek al<br />

projectmatig benaderde, lijkt ons een surplus<br />

in het ontwikkelen van een voedingsbeleid. Zo<br />

werd ook in het recente verleden al eens een<br />

berekening gedaan van de voedingswaarde<br />

van de hoofdmaaltijd en de resultaten hiervan<br />

vergeleken met de vooropgestelde normen voor<br />

ouderen. Verder zijn we in 2005 ook gestart op de<br />

verschillende afdelingen met het energieprogramma.<br />

In dit psycho-educatief programma gingen<br />

we vooral in op de thematiek van voeding en de<br />

preventie van overgewicht. Deze kennis is zich nu<br />

aan het ontwikkelen binnen het centrum. Graag<br />

hadden we dan ook onze kwaliteitsvolle zorg over<br />

de ‘ondervoede’ patiënt verder opgebouwd.<br />

Vanuit onze voorziening zijn we in het voedingsproject<br />

ingestapt met de Sp-afdeling Theresia.<br />

Op deze psycho-geriatrische afdeling richten<br />

we ons in hoofdzaak naar de behandeling en<br />

begeleiding van de ouderen met o.a. cognitieve<br />

stoornissen (dementie). Niet alleen het<br />

dementerende gedrag op zich maar ook de daarbij<br />

horende gedragsproblemen zorgen vaak voor een<br />

verminderde voedselinname bij de patiënt. Binnen<br />

dit pilootproject wilden we dan ook nagaan in<br />

hoeverre de bestaande richtlijn concreet vertaald<br />

kan worden binnen het psychiatrische werkveld<br />

en in het bijzonder bij deze psycho-geriatrische<br />

populatie.<br />

In onze aanpak op de afdeling Theresia vinden<br />

we dat het in de eerste plaats de taak is van de<br />

diëtiste om alle ondervoede patiënten te screenen<br />

maar daarnaast willen we eveneens dat alle andere<br />

disciplines hierbij betrokken worden. Dit impliceert<br />

dat alle ondervoede patiënten wekelijks op de patiëntenbespreking<br />

dienen geëvalueerd te worden.<br />

In de aanpak van de voedingsproblematiek op de<br />

afdeling Theresia werden reeds volgende keuzes<br />

gemaakt:<br />

• In het actieplan wordt er zoveel mogelijk voor<br />

gekozen om de voeding te ondersteunen met<br />

orale voedingssupplementen (in de normale en<br />

natuurlijke consistentie).<br />

• De zelfstandigheid van de patiënten wordt zoveel<br />

mogelijk bevorderd. Men wil de zelfzorg zoveel<br />

mogelijk stimuleren (model van Orem). Hiervoor wil<br />

men ook de patiënten gaan groeperen tijdens het<br />

maaltijdgebeuren.<br />

• De oorzaak wordt zoveel mogelijk direct aangepakt:<br />

bij de concrete aanpak van ondervoeding<br />

wordt er zoveel mogelijk vertrokken vanuit de<br />

verpleegproblemen: ‘weigeren van voeding’, ‘ziekte’,<br />

‘slikproblemen’ en ‘kauwproblemen’.<br />

• Op het vlak van interne communicatie werden<br />

al volgende initiatieven genomen: een aantal<br />

documenten dienen op intranet ter beschikking<br />

te zijn, zodat zij tegelijkertijd door de verschillende<br />

disciplines kunnen geraadpleegd worden.<br />

35


•<br />

De externe communicatie bij opname en ontslag<br />

zal meer onze aandacht verdienen. Wij kiezen<br />

ervoor om bij alle opnames de rol van de familie<br />

en/of de begeleiders te benadrukken.<br />

Ook de transmurale aanpak bij ontslag moet<br />

verbeteren. Er werd een aangepast ontslagdocument<br />

ontworpen en de contacten via reeds<br />

bestaande samenwerkingsverbanden dienen<br />

nog meer uitgewerkt. Het is namelijk zo dat op de<br />

afdeling voor psycho-geriatrie we o.a. een grote<br />

instroom van patiënten zien vanuit de thuiszorg en<br />

residentiële voorzieningen (woon- en zorgcentra).<br />

Momenteel wordt er nog maar weinig aandacht<br />

gegeven aan het voedingsplan van de patiënt. We<br />

zijn ervan overtuigd dat door het participeren aan<br />

dit project we ook gerichter informatie kunnen<br />

doorgeven naar de thuiszorg bij het ontslag van de<br />

patiënt.<br />

In ons ziekenhuis worden de maaltijden momenteel<br />

op de verschillende afdelingen op een verschillende<br />

wijze aangeboden. Van self-service (patiënten<br />

proportioneren zelf ) tot het volledig overnemen<br />

van het voedingsgebeuren bij de patiënt (patiënten<br />

worden gevoed). Vanuit o.a. het milieutherapeutisch<br />

denken, worden er vanuit de directie kritische<br />

vragen gesteld over de gehanteerde organisatie.<br />

Door participatie aan dit project, wensen we de<br />

bestaande organisatie kritisch te kunnen bekijken<br />

en menen we dat we – op termijn – een juist<br />

leefklimaat kunnen aanbieden, waarbij de omgevingsfactoren<br />

zoals de sfeer, de infrastructuur,<br />

de bediening, de gedragsinterventies van de<br />

medewerkers, de bestaffing, … allen bijdragen<br />

tot een optimaal afdelingsklimaat t.b.v. het<br />

maaltijdgebeuren.<br />

Wanneer we momenteel de dagdagelijkse praktijk<br />

beschouwen, merken we dat heel wat voedingsmiddelen<br />

die geleverd worden aan de afdeling,<br />

opnieuw de afdeling verlaten zonder benut te zijn.<br />

Vanuit de HACCP-reglementering betekent dit dat<br />

deze ‘overschotten’ naar de afvalberg verwezen<br />

worden. Dit voedselafval betekent enerzijds een<br />

gigantische kost op jaarbasis. We wensen het hier<br />

dan nog niet te hebben over de ethische aspecten<br />

ervan. Anderzijds gaan we er vanuit dat er zich<br />

toch een aantal ‘ondervoede’ patiënten binnen het<br />

centrum bevinden. Wij hopen dat een aangepast en<br />

doorgevoerd voedingsbeleid een positieve bijdrage<br />

kan leveren aan het terugdringen van zowel de<br />

directe voedingskost als de indirecte kosten (o.a.<br />

langere verblijfsduur door ondervoeding, verhoogd<br />

medicatiegebruik).<br />

Sinds oktober <strong>2008</strong> is het bekend dat er vanuit<br />

de federale overheid een verdere financiering zal<br />

voorzien worden voor een voortzetting van dit<br />

project. Dit wil zeggen dat alle ziekenhuizen die een<br />

positieve evaluatie krijgen dit werk mogen verder<br />

zetten. Het is daarna de bedoeling om dit project<br />

binnen onze voorziening te laten uitdeinen naar<br />

andere afdelingen. Zeker naar de afdelingen die te<br />

maken hebben met ondervoeding. De procedures<br />

en de documenten die op Theresia werden<br />

ontwikkeld zullen ook aan die afdelingen ter<br />

beschikking worden gesteld. Al van bij de aanvang<br />

van het project werd één van onze diëtisten<br />

aangesteld als algemeen voedingsverantwoordelijke<br />

(overkoepelend) maar sinds september <strong>2008</strong><br />

werd er ook voor gekozen om op elke afdeling een<br />

‘referentiepersoon voeding en gezonder leven’ aan<br />

te stellen. Onze voorziening probeert nu eveneens<br />

middelen vrij te maken om vanaf 2009 een diëtist<br />

voor 50% op de afdelingen zelf in te schakelen.<br />

Daarnaast blijft opleiding onze volle aandacht<br />

vragen en daarom zal er op de pilootafdeling in<br />

februari 2009 een ‘training on the job’ plaats vinden.<br />

De verdere ‘veralgemening naar het volledige<br />

ziekenhuis’ wat in 2007-<strong>2008</strong> vooral met<br />

communicatie en informatie werd aangevat, zal<br />

verder worden opgevolgd. Onze hoofddoelstelling<br />

blijft in 2009 om de kwalitatieve zorg rond voeding<br />

binnen het <strong>Psychiatrisch</strong> <strong>Centrum</strong> te versterken. We<br />

willen dit ondermeer doen door twee reeds geïmplementeerde<br />

projecten – voedingsproject omtrent<br />

ondervoeding en ‘Energie & Mijn Gezondheid’<br />

en project omtrent overvoeding – elkaar te laten<br />

versterken. Het project ondervoeding kijkt naar<br />

voeding vanuit de verantwoordelijkheid van de<br />

instelling/zorgverlener en wenst organisatorische<br />

en structurele processen te versterken (vertrekt<br />

vanuit een probleem). Het project energie wenst<br />

de patiënt centraal te stellen in het proces naar een<br />

evenwichtige voedingsgewoonte (als onderdeel<br />

van gezondere leefgewoonten), waarbij instelling<br />

en zorgverleners de patiënt ondersteunen om zelf<br />

te ijveren voor een gezondere keuze, maar ook door<br />

zelf gezondere keuzes te maken (vertrekt vanuit<br />

een aandachtspunt). Door de combinatie van deze<br />

projecten kunnen een aantal organisatorische en<br />

structurele keuzes gezonder leven toegankelijker<br />

maken voor mensen binnen de GGZ.


Gezien de verplichtingen van het contract zal<br />

onze voorziening uiteraard verder de screenings<br />

uitvoeren en de andere gegevens verzamelen zodat<br />

het probleem van malnutritie zo volledig mogelijk<br />

in kaart kan gebracht worden (bij start, tijdens<br />

verblijf, enz.) Maar daarnaast willen wij ook terug<br />

een tevredenheidsbevraging doen over het voedingsgebeuren<br />

in onze instelling, zodat onze eigen<br />

diensten over zoveel mogelijk info beschikken.<br />

5.3 Patiëntveiligheid<br />

Patiëntveiligheid wordt doorgaans omschreven als ‘het voorkomen van schade aan de<br />

patiënt als gevolg van de zorg of door het contact met het zorgsysteem’. Het richt zich op<br />

klinische risico’s, onder meer gerelateerd aan medicatiegebruik, antibioticabeleid, bloedtransfusie,<br />

ziekenhuishygiëne, decubitus, valincidenten, ondervoeding, chirurgische<br />

ingrepen, spoedinterventies, medische materialen, agressiepreventie, criminaliteit, …<br />

Patiëntveiligheid is een belangrijk topic geworden<br />

na de publicatie van het rapport ‘To err is<br />

human’ (2000). Uit dit rapport blijkt dat er in de<br />

Amerikaanse ziekenhuizen jaarlijks tussen de<br />

44 000 en 98 000 mensen overlijden ten gevolge<br />

van ‘preventable medical errors’. Deze resultaten<br />

werden later bevestigd in onderzoeken uit andere<br />

landen (Australië, Engeland, Canada, Denemarken,<br />

Nieuw Zeeland en Nederland). Samenvattend kan<br />

worden gesteld dat bij 5 tot 10 % van de patiënten<br />

die worden opgenomen in een ziekenhuis ‘iets<br />

mis gaat’ en dat bij 5 tot 10 % van die gevallen de<br />

gevolgen ernstig zijn: overlijden of blijvend letsel,<br />

functiebeperking of handicap. Veel kleiner leed<br />

daarnaast – pijn, ongemak, angst, verlengd verblijf<br />

e.d. – blijft vaak onopgemerkt, wordt niet gemeten<br />

en verschijnt in geen enkele statistiek.<br />

Deze overtuigende cijfers, die voldoende<br />

internationaal herkenbaar en vergelijkbaar zijn,<br />

hebben waarschijnlijk ook de Belgische overheid<br />

aangezet om specifieke aandacht te besteden<br />

aan de patiëntveiligheid in de ziekenhuizen. De<br />

uitgeschreven contracten rond kwaliteitsverbetering<br />

en patiëntveiligheid (2007-<strong>2008</strong>) zijn hier een<br />

concreet voorbeeld van. Momenteel hebben<br />

170 ziekenhuizen ingetekend op dergelijk contract.<br />

Ons ziekenhuis is er één van. In Oost-Vlaanderen<br />

Wij streven er tenslotte naar om in 2009 de interdisciplinaire<br />

communicatie (arts, verpleegkundigen,<br />

therapeuten, logistieke diensten, directie, staf, …)<br />

te kunnen versterken en ons eveneens te focussen<br />

op de externe communicatie met het netwerk na<br />

ontslag (huisarts, familie, andere voorzieningen, ...).<br />

gaat het om 26 ziekenhuizen. 75% van de<br />

psychiatrische ziekenhuizen hebben het contract<br />

ondertekend. Alle ziekenhuizen die aan dit contract<br />

wensen deel te nemen, moesten aan volgende<br />

voorwaarden voldoen:<br />

1. De voorziening dient haar missie, visie,<br />

strategie en haar doelstellingen op het vlak van<br />

kwaliteit en patiëntveiligheid te omschrijven.<br />

2. De coördinatie van de kwaliteitsstructuren<br />

dienen in een organogram voorgesteld.<br />

3. Er dient een meting te gebeuren van de<br />

patiëntveiligheidscultuur.<br />

4. De voorziening dient te beschikken over een<br />

registratie van incidenten en bijna-incidenten<br />

en hiervan een analyse te doen.<br />

5. De voorziening dient drie beschrijvende fiches<br />

op te stellen van kwaliteitsprojecten.<br />

In een eerste fase was het de bedoeling van de<br />

overheid om de zorginstellingen en zorgverstrekkers<br />

te informeren en te sensibiliseren. Mede<br />

daarom werd in oktober <strong>2008</strong> terug ‘een week voor<br />

de patiëntveiligheid’ georganiseerd. Tijdens dit<br />

symposium werd de nadruk gelegd op de rol van<br />

het ziekenhuismanagement bij patiëntveiligheid<br />

en werd de patiëntveiligheid in de psychiatrische<br />

ziekenhuizen meer onder de loep genomen, ook<br />

37


het belang van een veilig geneesmiddelencircuit<br />

werd nogmaals benadrukt.<br />

In een tweede fase wil de Federale Overheidsdienst<br />

Volksgezondheid de veiligheidscultuur (derde<br />

onderdeel van het contract) in de zorginstellingen<br />

aanpakken. Het belang van een stimulerende<br />

organisatiecultuur voor de ontwikkeling van de<br />

patiëntveiligheid wordt steeds meer erkend,<br />

ook door de WHO en de Europese commissie.<br />

Het bekomen van een veiligheidscultuur wordt<br />

door het Institute of Medicine beschouwd als de<br />

grootste uitdaging om een veiligere gezondheidszorg<br />

te kunnen realiseren. Dit omvat immers het<br />

overschakelen naar een cultuur waarin fouten niet<br />

langer beschouwd worden als persoonlijk falen,<br />

maar als een mogelijkheid om het systeem te<br />

verbeteren en schade in de toekomst te vermijden.<br />

Organisaties met een effectieve veiligheidscultuur<br />

stellen de continue toewijding naar veiligheid<br />

als belangrijke prioriteit. Deze ingesteldheid<br />

geraakt de laatste jaren stilaan ingeburgerd en<br />

blijft een eerste vereiste in de uitbouw van een<br />

geïntegreerd en kwaliteitsvol veiligheidsbeleid in de<br />

zorginstellingen.<br />

Vandaar dat alle instellingen die aan het contract<br />

deelnemen een cultuurmeting inzake patiëntveiligheid<br />

in het ziekenhuis dienden te organiseren. In<br />

onze voorziening gebeurde dit op het einde van<br />

2007. De belangrijkste resultaten werden begin<br />

<strong>2008</strong> aan de werkvloer meegedeeld. We hadden<br />

een hoog antwoordpercentage, namelijk 84% in<br />

het ganse centrum. De frequentie van rapportering<br />

(met 51,7 %) scoort niet slecht maar kon nog beter.<br />

Blijkbaar is er op de werkvloer niet goed geweten<br />

wat er wordt bedoeld met patiëntveiligheid en<br />

welke acties hiertoe worden ondernomen. Slechts<br />

26 % van de ondervraagden vonden dat de acties<br />

van het management aangeven dat patiëntveiligheid<br />

een topprioriteit is. De samenwerking<br />

met andere afdelingen werd door 41 % als<br />

problematisch gezien. 37 % van de ondervraagden<br />

vonden dat het wisselen van werkposten<br />

problematisch is voor de patiënten/bewoners in<br />

ons centrum en 48 % vond dat er belangrijke info<br />

verloren gaat bij het wisselen van werkposten.<br />

Uit deze resultaten bleek dat er binnen onze<br />

instelling nog heel wat werk aan de winkel is.<br />

Om de veiligheidscultuur zich ten volle te laten<br />

installeren in onze voorziening, moesten twee<br />

mythes definitief worden gebannen. Een eerste<br />

mythe, ‘de perfectiemythe’: indien de zorgverstrekker<br />

hard genoeg zijn best doet, kunnen<br />

de incidenten worden vermeden. En een tweede<br />

mythe, ‘de penalisatiemythe’: indien de zorgverstrekker<br />

gestraft wordt voor het veroorzaken<br />

van een incident, zal hij deze in de toekomst<br />

kunnen vermijden. Een transparante veiligheidscultuur<br />

en een penalisatiecultuur sluiten elkaar per<br />

definitie uit. We moeten aanvaarden dat incidenten<br />

onlosmakelijk verbonden zijn met het menselijk<br />

handelen in het zorgproces en dat de zorgverstrekkers<br />

onopzettelijk een incident kunnen veroorzaken.<br />

Als er dan sprake is van een positieve veiligheidscultuur<br />

kan er in onze voorziening op een positieve en<br />

lerende manier met incidenten worden omgegaan.<br />

Het ontwikkelen en handhaven immers, van een<br />

meldsysteem voor incidenten en bijna-incidenten<br />

wordt door de overheid gezien als een belangrijke<br />

volgende fase in de ontwikkeling van een<br />

geïntegreerd patiëntveiligheidsbeleid.<br />

In onze instelling zijn we momenteel (samen met<br />

onze collega’s binnen de Broeders van Liefde) op<br />

zoek naar een goed instrument om incidenten en<br />

nearly-incidenten te registreren. Begin <strong>2008</strong> werd<br />

hiervoor een adhoc werkgroep opgericht met leden<br />

van de verschillende ziekenhuizen van de Broeders<br />

van Liefde. Hierbij is het belangrijk dat het melden<br />

van een incident op een eenvoudige manier kan<br />

verlopen en dat het toegankelijk en vertrouwelijk is<br />

voor alle zorgverleners. De melder moet eveneens<br />

zeker zijn dat hij niet wordt bestraft voor het<br />

gerapporteerde incident of bijna-incident. Om de<br />

melders in deze optiek een garantie te bieden is<br />

de overheid nog op zoek naar de uitbouw van een<br />

wettelijk kader.<br />

Tenslotte moet benadrukt worden dat alle<br />

zorgverleners en medewerkers actief deelnemen<br />

aan het patiëntveiligheidsbeleid in onze<br />

voorziening. Veilige zorg is een thema dat vanaf<br />

<strong>2008</strong> multidisciplinair wordt aangepakt en dat met<br />

andere woorden ook door de ziekenhuisdirectie en<br />

het management wordt gedragen en bijgestuurd.<br />

Patiëntveiligheid is in onze voorziening een zaak<br />

van iedereen!


5.4 Criminaliteitspreventie<br />

Een psychiatrisch centrum dient in te staan voor kwalitatieve zorgverlening. Het is een<br />

plaats waar patiënten naartoe komen om in alle rust te herstellen van een ziekte. Een<br />

psychiatrisch centrum is geen penitentiaire inrichting, noch is het een plaats die men<br />

direct met criminaliteit in verband zou brengen, en toch … de bezoekers, de patiënten<br />

en vooral het verzorgend en verplegend personeel worden regelmatig met fenomenen<br />

van diefstal, vandalisme en agressief gedrag geconfronteerd. Deze problemen kunnen<br />

een psychiatrisch centrum niet enkel een slechte reputatie bezorgen maar bederven ook<br />

de werksfeer en het psycho-sociaal welbevinden van éénieder die ermee geconfronteerd<br />

wordt.<br />

Daarnaast voorziet de gewijzigde wetgeving<br />

betreffende ‘Geweld, pesterijen en ongewenst<br />

seksueel gedrag op het werk’ dd. 06.06.2007 in<br />

specifieke maatregelen ter bescherming van<br />

werknemers, die in de uitvoering van hun werk in<br />

contact komen met derden. Meer concreet dient<br />

de werkgever preventieve maatregelen te nemen<br />

om de werknemers te beschermen tegen geweld,<br />

pesterijen en ongewenst seksueel gedrag van<br />

bijvoorbeeld patiënten, bewoners of eventueel<br />

familieleden van patiënten of bewoners.<br />

Rekening houdende met het bovenstaande en<br />

vanuit een beleidsvoering om de criminaliteitsrisico’s<br />

en het onveiligheidsgevoel dat hieruit<br />

voortvloeit te verminderen, zijn er de voorbije<br />

periode meerdere acties ondernomen binnen het<br />

centrum.<br />

Vooreerst heeft het centrum zich ingeschreven op<br />

het project ‘stewards‘ van de overheid en hebben<br />

we sinds eind 2007 reeds een veiligheidsmedewerker<br />

binnen het centrum. Ten tweede willen<br />

we beklemtonen dat verschillende richtlijnen<br />

en procedures m.b.t. veiligheid/agressie werden<br />

herbekeken en/of uitgewerkt en dit binnen de<br />

werkgroep agressiebeheersing en -preventie.<br />

Daarnaast vermelden we nog dat er een studie<br />

werd gedaan van het Handboek Geïntegreerde<br />

Criminaliteitspreventie in Ziekenhuizen en de<br />

Brochure Preventie Ziekenhuiscriminaliteit die<br />

het centrum ter beschikking werden gesteld<br />

door de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van<br />

de Voedselketen en Leefmilieu en door de FOD<br />

Binnenlandse Zaken. Deze handleiding gaf een<br />

aantal handvatten om het eigen veiligheidsbeleid<br />

verder uit te schrijven.<br />

Tot slot willen we nog meegeven dat er vanuit<br />

de afdelingen - o.a. de afdeling Esperanza 0 -<br />

vragen kwamen om de samenwerking met de<br />

externe diensten (politie) te optimaliseren en dit<br />

naar aanleiding van een aantal minder positieve<br />

ervaringen binnen de samenwerking.<br />

Dit alles heeft ertoe geleid dat binnen de<br />

stuurgroep criminaliteitspeventie en veiligheid en<br />

onder impuls van de algemeen directeur een nota<br />

criminaliteitspreventie werd uitgeschreven.<br />

Deze nota bestaat uit een vijftal delen.<br />

In een eerste deel onderzoeken we hoe we verder<br />

vorm kunnen geven aan een effectief en efficiënt<br />

criminaliteitspreventiebeleid binnen de voorziening.<br />

In deel twee bespreken we de huidige structuur<br />

van het criminaliteitspreventiebeleid binnen onze<br />

voorziening. In het derde deel geven we enkele<br />

eerste aanzetten voor een meer specifiek agressiepreventie-<br />

en beheersingsbeleid. We vermelden<br />

tevens de reeds bestaande procedures waarvan<br />

steekkaarten opgenomen zijn in de bijlagen. In een<br />

vierde deel vermelden we ook een aantal vragen<br />

tot optimalisering van de samenwerking met de<br />

politie in het kader van de verdere ontwikkeling<br />

van een geïntegreerd criminaliteitspreventiebeleid.


In het vijfde en laatste deel vinden we een aantal<br />

bijlagen/procedures terug.<br />

Samenvattend kunnen we dus stellen dat de<br />

nota dus procedures, adviezen, richtlijnen,<br />

goede praktijken aanreikt voor het nemen van<br />

noodzakelijke stappen om ziekenhuiscriminaliteit<br />

(diefstal, vandalisme, verbaal en fysiek geweld, ...)<br />

tegen te gaan.<br />

Bedoeling is nu dat er met deze nota de komende<br />

jaren ‘aan de slag’ wordt gegaan.<br />

Vooreerst werd deze nota gebruikt in het<br />

onderhoud op 7 maart <strong>2008</strong> en dit met de<br />

regionale politie, de vrederechter van dit Kanton,<br />

de Procureur des Konings,… Bedoeling was<br />

om enerzijds een dialoog aan te gaan met de<br />

verschillende partners omtrent de problematiek<br />

van criminaliteit binnen de voorziening. Anderzijds<br />

te komen tot een aantal concrete afspraken in<br />

de samenwerking en dit met betrekking tot het<br />

omgaan met deze thematiek. Het onderhoud was<br />

dan ook zeer vruchtbaar en heeft o.a. geleid tot:<br />

• Afstemming van de procedures voor spoedgevallen<br />

(contactpersoon in het ziekenhuis en op het<br />

commissariaat, afzonderen van probleemgevallen,<br />

politie toegang verschaffen tot het ziekenhuis, …).<br />

• Samenwerking op langere termijn: het regelmatig<br />

evalueren van de procedures en de genomen<br />

maatregelen, bevorderen van dialoog.<br />

• Het opbrengen van begrip voor de wederzijdse<br />

prioriteiten van de twee diensten.<br />

• ...<br />

Ten tweede werd deze nota ook ter beschikking<br />

gesteld aan de medewerkers uit de verschillende<br />

departementen.<br />

Ten derde wensen we deze nota in 2009 ook te<br />

gebruiken als ‘naslagwerk’ bij de vorming die er<br />

omtrent dit thema zal komen. We hebben immers<br />

vastgesteld dat een aantal ‘onzekerheden’ bestaan in<br />

dit centrum die te maken hebben met een gebrek<br />

aan kennis omtrent bijvoorbeeld eigen rechten<br />

en plichten. Door o.a. vormingssessies te geven<br />

omtrent bijvoorbeeld aansprakelijkheid van een<br />

hulpverlener, de rechten als slachtoffer, wat met<br />

het beroepsgeheim, … hopen we de medewerkers<br />

juist te informeren zodat ze de juiste handelingen<br />

kunnen stellen. Momenteel zijn we nog aan het<br />

bekijken hoe we deze vorming het best aanbieden<br />

maar de planning is dat we nog in 2009 hieromtrent<br />

actie ondernemen.<br />

Tot slot wensen we nog mee te geven dat deze<br />

nota niet dient gelezen te worden als een statisch<br />

gegeven maar eerder als een dynamisch geheel<br />

dat permanent wordt geëvalueerd en waardoor de<br />

erin opgenomen procedures in de toekomst en in<br />

overleg met interne en externe diensten, regelmatig<br />

kunnen wijzigen.<br />

Besluitend kunnen we dus stellen dat er verder<br />

ernstige inspanningen worden gedaan om het<br />

gevoel van veiligheid binnen dit centrum te<br />

bevorderen. Het aanreiken van een nota criminaliteitspreventie<br />

aan alle medewerkers kan<br />

hiertoe een belangrijke bijdrage leveren en dit<br />

binnen een context waarbij iedereen mee de<br />

schouders wil zetten onder het creëren van een<br />

veilige werkomgeving en een veilig milieu voor de<br />

patiënten.<br />

41


5.5 QPR: een geïnformatiseerde ‘tool’ waarmee indicatoren<br />

grafisch voorgesteld kunnen worden<br />

Onder stimulans van het kwaliteitsdecreet in 2003 dienden de instellingen in hun<br />

kwaliteitshandboek een hoofdstuk over de evaluatie te voorzien. Deze evaluatie is een<br />

systematische evaluatie van de processen, structuren en resultaten van de voorziening<br />

en wordt door de voorziening zelf verwezenlijkt.<br />

In een eerste deel verwacht de overheid indicatoren<br />

die kunnen worden ingevuld met gegevens uit<br />

MPG. Deze indicatoren zullen door de administratie<br />

via een elektronische feedback aan elk psychiatrisch<br />

ziekenhuis geleverd worden. Het ziekenhuis kan<br />

deze gegevens dan gebruiken bij de zelfevaluatie.<br />

In een tweede deel verwacht men een hele<br />

reeks indicatoren waarvoor een extra registratie<br />

noodzakelijk is. Voor dit soort indicatoren is men<br />

uitgegaan van de hoofdprocessen binnen het<br />

traject dat een patiënt doorloopt binnen een<br />

psychiatrisch ziekenhuis, namelijk “opname”,<br />

“therapie” en “ontslag”. Belangrijk hierbij is dat<br />

telkens de doelstelling en de indicator duidelijk<br />

omschreven worden en ook de meetmethode en<br />

meetfrequentie precies aangegeven worden.<br />

Naast deze stimulans van de overheid om meer<br />

gebruik te gaan maken van indicatoren werd er<br />

binnen onze groep (Broeders van Liefde) ook nog<br />

beslist om een Balanced Score Card (BSC) uit te<br />

bouwen op groepsniveau en op niveau van de<br />

instelling. Een Balanced Score Card geeft een<br />

snelle, maar volledige kijk op de “business”. Vanuit<br />

verschillende invalshoeken worden de prestaties<br />

van de onderneming in beeld gebracht. Het geeft<br />

inzicht in de relatie tussen financiële en niet-financiële<br />

indicatoren. De Balanced Scorecard probeert<br />

een antwoord te geven op de volgende vragen:<br />

KLANT PERSPECTIEF<br />

Hoe zien onze<br />

klanten ons?<br />

FINANCIEEL PERSPECTIEF<br />

Hoe zien onze<br />

aandeelhouders ons?<br />

VERBETER PERSPECTIEF<br />

Zijn we in staat continu te<br />

verbeteren?<br />

1. Hoe zien onze aandeelhouders ons? (financieel<br />

perspectief): Bij dit perspectief gaat het om<br />

hoe aantrekkelijk de onderneming is voor<br />

aandeelhouders en eventuele andere vermogenverschaffers.<br />

Financiële indicatoren zoals<br />

rentabiliteit, eigen vermogen, rendement op<br />

geïnvesteerd vermogen en liquiditeit zijn hier<br />

belangrijk.<br />

2. Hoe zien onze klanten ons? (klant-perspectief):<br />

De prestaties worden gemeten door de<br />

bril van de klant. Indicatoren zoals leverbetrouwbaarheid,<br />

levertijd, klachten en aantal<br />

retourzendingen zijn hier belangrijk.<br />

3. Wat is de toegevoegde waarde van onze<br />

belangrijkste bedrijfsprocessen? (organisatieperspectief):<br />

Dit richt zich op de processen<br />

binnen de organisatie. De primaire processen<br />

zullen effectief en efficiënt uitgevoerd<br />

moeten worden. Indicatoren als doorlooptijd,<br />

arbeidsproductiviteit en de ontwikkelingstijd<br />

van nieuwe producten zijn in dit perspectief<br />

relevant.<br />

4. Zijn we in staat continu te verbeteren?<br />

(verbeter-perspectief): Door de intensieve<br />

concurrentie moeten organisaties hun<br />

producten en diensten steeds snel aanpassen<br />

aan de wensen van de klant. Indicatoren zoals<br />

het aantal nieuwe producten, ontwikkelingssnelheid<br />

en het aantal goedgekeurde verbeteringsvoorstellen<br />

zijn hier belangrijk.<br />

ORGANISATIE PERSPECTIEF<br />

Wat is de toegevoegde waarde van<br />

onze belangrijkste bedrijfsprocessen?


Het gevolg is dus dat er op verschillende niveau’s<br />

indicatoren werden opgesteld en ter evaluatie<br />

werden voorgelegd, meer bepaald op Vlaams<br />

niveau, instellingsoverstijgend niveau (BSC voor<br />

de groep van ziekenhuizen), op het niveau van<br />

de instelling (eigen BSC) en in het kader van<br />

specifieke verbeteringsprojecten (aan de hand<br />

van het Kwadrant-managementmodel). Om deze<br />

indicatoren nu eenvoudig en grafisch te gaan<br />

voorstellen waren wij binnen onze groep van<br />

ziekenhuizen op zoek naar een geïnformatiseerd<br />

instrument. Deze ‘tool’ met de welluidende<br />

anglofiele naam van QPR oftewel Quality, Processes,<br />

Results vonden wij bij de firma Ackinas en werd in<br />

<strong>2008</strong> ook in ons ziekenhuis geïntroduceerd.<br />

De belangrijkste voordelen van een dergelijk<br />

programma zijn:<br />

• Men gaat sneller en efficiënter werken doordat<br />

men een volledig overzicht van de samenhang<br />

van taken krijgt en doordat men de problemen<br />

en moeilijkheden kan lokaliseren net als de<br />

opportuniteiten.<br />

• Het geeft de medewerkers een beter inzicht<br />

in hun bijdrage aan een proces dat gaat over<br />

departementen en de samenhang van processen.<br />

• Het is een ondersteuning van<br />

veranderingsprocessen.<br />

•<br />

•<br />

•<br />

•<br />

•<br />

De kosten worden gereduceerd.<br />

Het vereenvoudigt de communicatie en de<br />

opleiding.<br />

Effectieve communicatie naar de medewerkers:<br />

introductie en continue verbetering.<br />

Vastleggen van kennis (knowledge management).<br />

Betere processen in de praktijk.<br />

QPR mag niet gezien worden al een rapporteringstool<br />

of weer een nieuw IT-project maar eerder<br />

als een methode om een strategie in te voeren in<br />

de organisatie en vooral als communicatie-tool.<br />

Bijkomend is het de bedoeling om in de toekomst<br />

aan de hand van QPR de opgezette modellen en<br />

scorecards te verfijnen. Verder kunnen bestaande<br />

processen (proces AS IS) geoptimaliseerd worden<br />

door overleg met betrokken partijen (proces<br />

SHOULD BE) en kunnen er makkelijk bijkomende<br />

indicatoren gecreëerd worden. QPR biedt eveneens<br />

de mogelijkheid om automatisch gegevens op te<br />

halen uit bestaande Excel- of Access-bestanden.<br />

Tenslotte hoeft het niet gezegd dat de vorming van<br />

de medewerkers m.b.t. gebruik van de portaal-site<br />

en de aanlevering van de gegevens niet mag<br />

vergeten worden en moet benadrukt worden dat<br />

QPR het accent wil leggen op de processen en<br />

eigenlijk een stuurbord wil zijn om te meten, te<br />

leren en te verbeteren.<br />

43


6 Samenvatting<br />

van het jaarverslag<br />

van de vzw Provincialaat der Broeders van Liefde<br />

6.1 Nieuws vanuit de sector geestelijke gezondheidszorg<br />

• In de zomer <strong>2008</strong> presenteerde het Federaal<br />

Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg<br />

een studie over de patiënten die langer dan 1<br />

jaar opgenomen en behandeld worden in de<br />

T-diensten van de psychiatrische ziekenhuizen.<br />

Het profiel van deze patiënten, de geleverde zorg<br />

en de mate waarin zij in aanmerking komen voor<br />

alternatieve voorzieningen waren de belangrijkste<br />

onderzoeksvragen.<br />

Enerzijds stelt men een groot aantal langverblijvers<br />

in deze diensten vast. In België verbleven in 2003<br />

ongeveer 5.000 patiënten langer dan één jaar in<br />

een psychiatrisch ziekenhuis. Ca. 1.600 van deze<br />

patiënten verbleven zelfs al meer dan zes jaar in<br />

het ziekenhuis. Ongeveer 40% van hen vertoont<br />

agressief gedrag of wordt gekenmerkt door een<br />

antisociale houding.<br />

Anderzijds stelt zich de vraag naar het waarom<br />

van dit langdurige karakter. Men kan niet rond<br />

het ontbreken van voldoende plaatsen en de<br />

vereisten qua zorgdifferentiatie in de psychiatrische<br />

verzorgingstehuizen (PVT) en de initiatieven<br />

beschut wonen en rond de financiële drempels<br />

tussen de bestaande zorgvormen. Ze verhinderen<br />

een vlotte doorstroming vanuit die psychiatrische<br />

ziekenhuizen. De sector geestelijke gezondheidszorg<br />

vraagt van de overheid de mogelijkheden om<br />

zorgvernieuwende initiatieven te nemen en zo tot<br />

meer zorg op maat en een continuüm van zorg te<br />

komen.<br />

Tegelijk mag men niet uit het oog verliezen dat een<br />

mogelijke uitstroom naar alternatieve zorgvormen<br />

•<br />

•<br />

gecompenseerd zal worden door een nieuwe<br />

instroom van patiënten. Bepaalde groepen van<br />

personen met ernstige, complexe psychiatrische<br />

patiënten krijgen op vandaag niet of veel te laat de<br />

zorg die ze nodig hebben. Zo verblijven momenteel<br />

nog ongeveer 1.000 geïnterneerden in de Belgische<br />

gevangenissen en zijn er de lange wachttijden<br />

voor opname van kinderen en jongeren met<br />

psychiatrische stoornissen.<br />

Een door de K.U.Leuven gevoerd onderzoek<br />

bevestigde de noodzaak van een herverdeling<br />

tussen de psychiatrische ziekenhuizen van de<br />

middelen voor de ondersteunende diensten<br />

(onderdeel B1 van het ziekenhuisbudget) en de<br />

globale onderfinanciering van de personeelskosten<br />

(onderdelen B2 en B4).<br />

Voor het eerst kende de overheid het kader voor<br />

de structurele erkenning van één van de in het<br />

voorbije decennium opgestarte zorgvernieuwingsprojecten.<br />

De projecten voor de intensieve<br />

behandeling van sterk gedragsgestoorde<br />

en agressieve patiënten (SGA) kunnen met<br />

ingang van 1 januari 2009 erkend worden als een<br />

Intensieve Behandeleenheid (IB) met een passende<br />

omkadering. De ziekenhuizen die dergelijk zorgvernieuwingsproject<br />

opstartten, kunnen bestaande<br />

A- of T-bestaande reconverteren tot een IB-dienst.


6.2 Nieuws vanuit de ruimere organisatie van<br />

•<br />

de Broeders van Liefde<br />

6.2.1 Sector Geestelijke gezondheidszorg<br />

•<br />

Nu de sector geestelijke gezondheidszorg weer op<br />

een belangrijk kruispunt lijkt te komen staan<br />

(cf. rapport Federaal Kenniscentrum), stelde de raad<br />

van bestuur haar strategische beleidskeuzes voor<br />

deze sector in de loop van <strong>2008</strong> op diverse vlakken<br />

scherper.<br />

Ŧ<br />

Ŧ<br />

Op inhoudelijk vlak wordt hierin, naast het respect<br />

voor de eigen identiteit, de zorgdoelstellingen,<br />

de zorgprogramma’s en de samenwerking met<br />

eerste lijn en natuurlijke leefomgeving, vooral<br />

aandacht besteed aan een aantal zorginhoudelijke<br />

tendensen en voorstellen. Die kunnen algemeen<br />

in drie rubrieken ondergebracht worden: 1. meer<br />

categorale zorg, specialistische en topklinische<br />

zorg voor alle doelgroepen en zorgvormen; 2.een<br />

intensifiëring en verdere differentiatie van de zorg<br />

in de psychiatrische ziekenhuisdiensten; 3. verder<br />

concreet gestalte geven aan de vermaatschappelijking<br />

van de geestelijke gezondheidszorg door<br />

intensifiëring en differentiatie van de zorg buiten<br />

het psychiatrisch ziekenhuis.<br />

Op organisatorisch vlak handelen de<br />

beleidskeuzes over de ontwikkeling van de<br />

voorzieningsoverstijgende netwerken, de<br />

privatisering en commercialisering, het belang<br />

van het wetenschappelijk onderzoek en de<br />

financiering van de zorg, de infrastructuur en de<br />

ondersteunende diensten in de psychiatrische<br />

ziekenhuizen en verzorgingstehuizen.<br />

Gezien de ontwikkelingen inzake steeds<br />

verdergaande samenwerking intra- en extra-muros<br />

werd het ethisch advies betreffende het uitwisselen<br />

van informatie in de geestelijke gezondheidszorg<br />

gereviseerd. Een zorgvuldig gebruik van het<br />

‘gedeeld beroepsgeheim’ in de samenwerking,<br />

zowel in het eigen centrum als in een extern<br />

netwerk, staat daarbij centraal.<br />

•<br />

•<br />

•<br />

In <strong>2008</strong> werden via gezamenlijke inspanning van<br />

de psychiatrische centra een wetenschappelijk<br />

adviescomité en een fonds voor wetenschappelijk<br />

onderzoek in de sector geestelijke gezondheidszorg<br />

Broeders van Liefde opgestart. Hiermee wil<br />

men niet alleen concrete onderzoeksprojecten<br />

financieel ondersteunen, maar ook de verdere<br />

ontwikkeling van een cultuur van onderzoek in de<br />

centra stimuleren.<br />

Na maanden proefdraaien in het P.C. Sint-Alexius te<br />

Grimbergen en de <strong>Psychiatrisch</strong>e Kliniek Broeders<br />

Alexianen te Tienen keurde de raad van bestuur<br />

eind <strong>2008</strong> het voorstel goed om vanaf 2009<br />

in alle psychiatrische centra het Regas-pakket<br />

te implementeren voor het beheer van het<br />

elektronisch patiëntendossier.<br />

Dat vermaatschappelijking van zorg niet steeds van<br />

een leien dakje loopt ondervond het Nakuurhome<br />

Papiermoleken. Tengevolge van buurtprotest kon<br />

het in <strong>2008</strong> nog niet rekenen op de verwachte<br />

bouwvergunning voor haar nieuwbouwproject in<br />

Korbeek-Lo.


6.2.2 Algemeen<br />

6.2.2.1 Visietekst Identiteit<br />

In het verlengde van vele reflecties en gesprekken<br />

over de spiritualiteit, de identiteit en de missie van<br />

de Broeders van Liefde heeft de raad van bestuur<br />

in haar streven een geactualiseerde benadering te<br />

omschrijven met betrekking tot deze identiteit en<br />

missie drie fundamentele keuzes gemaakt:<br />

• De centrale optie is dat we in dialoog willen<br />

bouwen aan identiteit in de pluraliteit.<br />

• Dit is iets anders dan aansturen op een vrijblijvende<br />

neutraliteit. Het is integendeel in trouw aan onze<br />

christelijke wortels uitkomen voor wie we zijn, onze<br />

inspiratie, grondhoudingen en waarden benoemen<br />

en in gesprek hierover verdieping van ons samen<br />

werken en leven nastreven.<br />

• Een tweede optie is dat we in dit bouwen een goed<br />

evenwicht willen nastreven tussen een top-down<br />

en een bottom-up-benadering. Dit veronderstelt<br />

dat er in de voorzieningen een eigen werking rond<br />

de missie uitgebouwd wordt.<br />

•<br />

•<br />

Ten slotte willen we in dit bouwen vanuit de<br />

eigenheid van onze organisatie verbindend werken.<br />

Meerdere dwarsverbindingen verdienen hierbij<br />

de aandacht: die tussen werken in de diepte en<br />

in de breedte, tussen het sociale en het spirituele<br />

project, tussen organisatie en congregatie, tussen<br />

het centrale en het lokale niveau, tussen de drie<br />

sectoren, tussen voorzieningen, tussen onze en<br />

andere organisaties … Ook de wisselwerking<br />

tussen de regio’s van de congregatie verdient de<br />

nodige aandacht.<br />

Vanuit deze drie opties werden een zestal<br />

doelstellingen afgeleid waar we in de periode<br />

<strong>2008</strong>-2012 werk van willen maken. In oktober<br />

<strong>2008</strong> vond hieromtrent een startdag voor de<br />

directieteams van alle Vlaamse scholen en<br />

voorzieningen plaats.<br />

6.2.2.2 Samenwerking sectoren welzijn en buitengewoon onderwijs<br />

Om de samenwerking tussen de verschillende<br />

actoren van een orthopedagogisch centrum<br />

(= scholen buitengewoon basis- en secundair<br />

onderwijs, MPI’s of tehuizen voor personen met een<br />

handicap, thuisbegeleidingsdiensten, …) in meer<br />

optimale omstandigheden te laten verlopen en een<br />

meer strategische dimensie te geven, besliste de<br />

raad van bestuur een nieuwe organisatiestructuur<br />

voor deze centra op te starten door de oprichting<br />

van een strategisch en een operationeel comité. In<br />

de organisatiestructuur van de organisatie werden<br />

6.2.2.3 Conceptnota ‘Leerzorg’<br />

De raad van bestuur boog zich het voorbije<br />

jaar verder herhaaldelijk over de conceptnota<br />

‘Leerzorg’ van Minister Frank Vandenbroucke<br />

waarin een basiskader aangereikt wordt voor<br />

de structurering van de zorg in het onderwijs.<br />

Daarbij wordt gepoogd de nood aan verbetering<br />

in het buitengewoon onderwijs en de nood aan<br />

afstemming op internationale tendensen en<br />

ontwikkelingen op het gebied van onderwijs op<br />

de sectoren welzijn en buitengewoon onderwijs<br />

samengevoegd. Een gezamenlijke strategische visie<br />

voor beide subsectoren is immers een conditio<br />

sine qua non om te kunnen inspelen op een aantal<br />

belangrijke uitdagingen en evoluties die zich<br />

aandienen zowel in het buitengewoon onderwijs<br />

als in welzijn (bv. de conceptnota leerzorg, het<br />

decreet inzake integrale jeugdhulpverlening, het<br />

burgerschapsparadigma en de inclusiebeweging,<br />

de nieuwe subsidiëringsreglementering inzake<br />

infrastructuur, …).<br />

maat in de scholen voor gewoon onderwijs, mee in<br />

rekening te brengen.<br />

Hoewel nog heel wat onduidelijkheden bestaan<br />

over de toepassing van het concept, verklaarde de<br />

raad van bestuur zich ten aanzien van de minister<br />

bereid om in een proefproject te stappen, waarbij<br />

zij de verschillende positieve uitgangspunten van<br />

het concept in voor de leerlingen en voor de sector<br />

haalbare toepassingen om te zetten.<br />

47


Het jaarverslag is een uitgave van het<br />

<strong>Psychiatrisch</strong> <strong>Centrum</strong> <strong>Zoete</strong> <strong>Nood</strong> <strong>Gods</strong>.<br />

De directie dankt iedereen die meewerkte<br />

aan dit verslag.<br />

“Het psychiatrisch <strong>Centrum</strong> behoort tot de<br />

vzw Provincialaat der Broeders van Liefde.”<br />

<strong>Psychiatrisch</strong> <strong>Centrum</strong>, Reymeersstraat 13a, 9340 Lede.<br />

Tel.: 053 76 21 11 - Fax: 053 76 21 99<br />

e-mail: pc.zoetenoodgods@fracarita.org - www.pclede.be<br />

Uw gegevens worden door het <strong>Psychiatrisch</strong> <strong>Centrum</strong> in een<br />

bestand opgenomen.<br />

Overeenkomstig de privacy-wet van 08-12-1992 heeft u recht<br />

op inzage en correctie van de door het <strong>Psychiatrisch</strong> <strong>Centrum</strong><br />

bewaarde informatie.

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!