Wringen we tot de laatste druppel? Duurzaam grondstoffenbeheer ...

feb.preprod.unitednetworks.be

Wringen we tot de laatste druppel? Duurzaam grondstoffenbeheer ...

OPENER Duurzaam grondstoffenbeheer

34 OKTOBER 2010


We leven alweer dik anderhalve

maand op krediet. Dit jaar viel

‘Overschoot Day’, het moment

dat de aarde meer verbruikt dan ze produceert,

op 21 augustus. En elk jaar schuift die

datum op naar voren. Alar me rend. We moeten

met z’n al len anders gaan denken, leven,

consume ren, produceren, uitvinden en creëren

om deze planeet leefbaar te houden voor

zijn 7 miljard bewoners. Of zoals de directeur

van de milieuorganisatie Ecolife, Marc Bon -

temps, het onlangs in De Tijd formuleerde:

“Onze bestuurders beschikken over allerhan -

de cijfers, maar hoe ver de ‘brandstoftank’ reikt,

houdt niemand in de gaten!” Sinds filosoof Adam

Smith eind 18 de eeuw het economisch liberalisme

bedacht en sinds de In dustriële Re volutie die erop volgde,

is de hele economie er im mers op gericht om zoveel mogelijk

producten tegen een zo laag mogelijke prijs in de winkelrekken

te krij gen. Toen Smith zijn theorieën verspreidde, kon niemand

zelfs maar vermoeden dat de na tuurlijke rijkdommen van deze

aardbol eindig zouden zijn. Grond stoffen waren bijgevolg goedkoop

en geen issue. Eeuwen werd er vooral gepalaverd over de

productiefactoren arbeid en kapitaal. Tot vandaag. Vandaag we -

ten we wel zeker dat de planeet niet voldoende reserves heeft

om zonder verder nadenken grondstoffen te ontginnen, om te

zetten in producten en die na gebruik op een afvalberg te

gooien. En dat die manier van doen ook andere problemen meebrengt,

zoals CO ² -uitstoot, lucht- en watervervuiling en klimaatsprongen.

Bo vendien maakt de technologische vooruitgang dat

we geen genoegen meer nemen met enkele klassieke grondstoffen,

maar dat we een hele resem nieuwe stoffen en metalen

delven. Vaak uitsluitend te vinden in landen die het met de

democratie, de mensenrechten of de milieuaspecten niet altijd

even nauw ne men. Het stelt de EU – met een hoop producenten

in geavanceerde technologie – voor extra uitdagingen. Een eco-

IN DIT DOSSIER

Grondstoffen

Een eindig verhaal!

36 Nood aan grondstof!

Moeten we evolueren naar een nieuw economisch model?

42 De cirkel rond maken

Denkpistes voor een duurzaam grondstoffenbeheer

Duurzaam grondstoffenbeheer

nomiestudent met een leuke internetblog* vroeg het zich ook al

af: “On danks het feit dat we steeds meer overtuigd raken van de

onwenselijkheid van de uitputting van de aarde en de afvalop -

hoping, vinden we het bijzonder moeilijk daar iets aan te doen.

Wat belet ons om zó te ontwerpen dat we grondstofverbruik en

afval minimaliseren?” Ons economisch verouderde model was

zijn gok. Hij pleit voor een volledige omslag naar een diensteneconomie,

waar een koelkastproducent een dienstaanbieder van

‘koele ruimte’ wordt. De koelkast wordt dan vanzelf energiezuiniger

gebouwd en zal langer meegaan. En het bedrijf kan op het

einde van de levensduur een hoop materialen makkelijk terug

recycleren. Dat we naar een kringloopmodel moeten staat vast,

de gesprekspartners in dit dossier hameren er allemaal op. Dat

was ook wat VBO-voorzitter Thomas Leysen deze zomer namens

het bedrijfsleven verkondigde op een informele Raad met de 27

EU-ministers van Milieu in Gent: “Ik ben verheugd dat de

grondstoffenproblematiek op Europees niveau steeds meer de

aandacht krijgt die ze verdient. Hoewel onze bedrijven in de

voorbije jaren al enorme inspanningen hebben gedaan om

grondstoffen efficiënter te gebruiken, blijft er nog een weg af te

leggen. De EU moet een sturende rol spelen. Er moet een eenduidig

juridisch kader komen in de EU voor ontginningen op

eigen bodem. Bedrijven moeten worden aangemoedigd hun

procesefficiëntie nog te verbeteren en te brainstormen over

nieuwe inzamel- en recyclagestromen. Consumenten moeten op

hun beurt overtuigd worden van het belang van selectieve inzameling.

Een geïntegreerd en coherent Europees beleid vergt

een betere afstemming tussen de beleidsdomeinen. En om een

level playing field te creëren, moet Europa ook op internationaal

niveau pleiten voor een duurzaam grondstoffenbeheer.” Een

hele boterham. EU-Commissaris Potoçnik riep 2011 prompt uit

tot het jaar van de grondstoffenefficiëntie. Hij zal met één jaar

wellicht niet toekomen…

SBR

* www.ontopofmaslow.org

OKTOBER 2010

OPENER

35


OPENER Duurzaam grondstoffenbeheer

Nood aan grondstof!

...of is het: Grondstof in nood?

Hoe ver reiken onze reserves aan natuurlijke rijkdommen? En moeten we

evolueren naar een nieuw economisch model? Al jarenlang sporen we bedrijven

aan om te innoveren. Wat blijkt? Die technologische vooruitgang bracht

een nieuwe materialenmix mee. De mondialisering van de economie zorgde

tegelijk voor een ongeziene schaalvergroting. De rush op de natuurlijke rijkdommen

van deze planeet is in dit tempo onhoudbaar. Steeds vaker vallen

immense prijsschommelingen en leveringsproblemen aankopers ten deel.

Materiaalkringlopen en ecodesign zijn niet langer natte dromen van geitenwollensokkendragers.

Ze zijn een must voor wie economisch wil overleven.

Eén beeld zegt meer dan duizend woorden. De curve

op de grafiek die de invoer van primaire grondstoffen

in België weergeeft (metalen en mineralen),

spreekt boekdelen. Met z’n allen voeren

we steeds meer grondstoffen in vanuit

het buitenland. Het is nochtans niet zo

dat we zelf geen grondstoffen in eigen

bodem hebben. Onze zand-, kalk- en

kleisoorten kunnen zelfs bijdragen tot

een duurzame economie. Maar wie wil er

nog graag een zavel- of kleiwinning in

zijn achtertuin? De administratieve procedures

houden geïnteresseerde bedrijven

aan het lijntje en de winning is niet

altijd economisch rendabel. In het lijstje

ingevoerde producten zien we dus ook materialen opduiken

die we in eigen bodem kunnen vinden. Maar uiteraard

INVOER VAN GRONDSTOFFEN (IN MLD EUR; BRON: NBB)

90

80

70

60

50

40

30

20

10

0

36 OKTOBER 2010

2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008

© D. Rys

ook een hele reeks andere. Van staal tot allerlei non-ferrometalen.

Daarvoor moeten we zelfs buiten de Europese

grenzen gaan kijken. We zien ook steeds meer exoti

sche namen opduiken als antimonium, gallium, germanium

en indium… mineralen die in onze produc-

“ Om de toegang tot de eigen

grondstoffen te verzekeren,

hanteren bepaalde landen

diverse exportrestricties en

-taksen” Birgit Fremault (VBO)

tieprocessen slopen, vaak na spectaculaire doorbraken op

R&D-vlak. Jammer genoeg voor de industrie zijn sommige

van die materialen slechts in beperkte mate te vinden in de

natuur en zijn de vindplaatsen bovendien nogal geconcentreerd

in gebieden die niet meteen als de meest stabiele

worden bestempeld (zie de wereldkaart op p.35). Zo ligt de

legendarische bodemrijkdom van de Democratische Re pu -

bliek Congo niet zelden aan de basis van conflicten in de

regio en heeft China ongeveer 90% van de reserves aan

zeldzame aardmetalen in handen (gebruikt in allerlei elektronica,

digitale beeldschermen en militaire toepassingen).

Voorts werden ook Mexico en Rusland goed bedeeld door

Moeder Natuur.

Het baart de EU almaar meer zorgen. “De toegang tot en

de betaalbaarheid van minerale grondstoffen zijn cruciaal

voor de goede werking van de economie van de EU”, lezen

we in een rapport met als titel ‘Raw Materials Initiative’. Het

vervolgt: “De EU is sterk afhankelijk van de invoer van strategisch

belangrijke grondstoffen, die in toenemende mate


OPENER Duurzaam grondstoffenbeheer

het effect van marktdistorsies ondervindt. In het geval van

hoogtechnologische metalen kan deze afhankelijkheid

gezien de economische waarde en de hoge leveringsrisico’s

zelfs als kritiek worden beschouwd.” Vlak voor de

zomer lijstte de Unie dan ook een veertiental grondstoffen

op die aan de definitie ‘kritisch’ voldoen. De meeste aandacht

gaat naar kobalt, platina, zeldzame aardmetalen en

titaan. Die spelen immers een essentiële rol in de ontwikkeling

van innovatieve ‘milieutechnieken’ die een efficiënt

gebruik van energie bevorderen en broeikasgasuitstoten

verminderen. Die sleutelrol in de economie, gecombineerd

met de hoge leveringsrisico’s en het gebrek aan alternatieven,

maakt van deze materialen Europese zorgenkinderen.

En de EU is uiteraard niet de enige regio die het belang van

deze materialen inziet. “Om de toegang tot de eigen

grondstoffen te verzekeren, hanteren bepaalde landen

diverse exportrestricties en -taksen”, weet Birgit Fremault,

VBO-experte.

Schattenjacht

Boosdoener is in de eerste plaats China. De EU kan niet

veel anders dan de marktdistorties aan te geven bij de

Wereldhandelsorganisatie (WTO). Maar de klachten blijven

komen. China zelf argumenteert dat de exportbeperkingen

vermijden dat deze zeldzame materialen worden verspild in

niet-efficiënte productieprocessen. Meegenomen voor het

land zijn neveneffecten als hoge prijszetting en het feit dat

producenten van hightechmateriaal geneigd zijn om hun

productiefaciliteiten naar China te verhuizen omdat de

zeldzame aardmetalen ginds goedkoper zijn. Toch beweerde

de Chinese premier Wen Jiabao nog deze zomer dat hij

de export van deze natuurlijke rijkdommen niet zal blokkeren.

Intussen probeert China voet aan wal te krijgen in

Afrika, niet toevallig in die gebieden waar de grond schatten

bevat die menig producent zou verblijden.

De prijzen gaan… omlaag

“Mocht China de export blokkeren, heeft dat

zeker een effect op de prijzen”, zegt Stefan

Bringezu, director material flows and resource

management van het Wuppertal Institute ons.

Hij is één van de vaak geconsulteerde adviseurs

door de Europese instellingen op dit

vlak. “Niet alleen omdat het aanbod vermindert,

maar omdat er ook meer geld zal worden

geïnvesteerd in de exploratie van andere

werelddelen.” Raar maar waar, als we de grond -

stofprijzen over de laatste eeuwen bekijken, dalen de prijzen.

“Dat komt omdat we steeds rijker worden – het aandeel

van de grondstofprijs wordt dus minder groot in ons

totale budget – en omdat we over betere technologie be -

schikken voor de winning.”

De dynamiek op korte en middellange termijn ziet er echter

heel anders uit. “Er is de uitputting van de voorraad, er zijn

prijsevoluties gelinkt aan technologische bottlenecks en

mismatchen tussen soms scherpe toenames van de vraag

en de onmogelijkheid om de toevoer daar onmiddellijk op

38 OKTOBER 2010

25-27 oktober - OESO-congres in Mechelen

Global Forum on Environment:

Sustainable Materials

Management

Voor de Organisatie voor Economische Samenwerking en

Ontwikkeling (OESO) is een duurzaam materialenmanagement

een belangrijk agendathema. In 2005 besteedde men

er al een workshop aan in Seoul en in 2008 volgde er nog

een in Tel Aviv. De conclusies van die confrontatie van

experts vormt, samen met een grootschalig onderzoek opgezet

in de OESO-lidstaten en diverse rapporten en case studies,

de basis van een veel grootschaliger congres eind oktober

in Mechelen (Lamot Conference Centre). Als gastheer

treedt de Vlaamse afvalstoffenmaatschappij OVAM op.

Verschillende bedrijven (Stora Enzo, Umicor, Ecover, Ivarem-

Indaver, Apparec en Desso) zetten voor de gelegenheid hun

deuren open en gunnen het internationale congrespubliek

een blik achter de schermen van hun materialenbeleid. Zowel

beleidsvoerders met milieu en materialen als competentie,

als academici, vertegenwoordigers van de industrie en andere

experts van zowel OESO -als niet-OESO- landen worden

verwacht op de bijeenkomst. Een unieke gelegenheid om

inspiratie op te doen via best practices en mee vorm te

geven aan denkpistes voor de toekomst.

www.oecd.org/environment/gfenv

af te stemmen. En de politieke spelletjes. Dat geldt a fortiori

voor zeldzame metalen als indium (gebruikt voor

onder meer lcd-schermen).” Bringezu hoopt

dat deze factoren de industrie zullen aanzetten

om deze stoffen nog efficiënter te gebrui-

“ Hoe kunnen we in de wereld met

een steeds groeiende economie,

een uitputting van de eindige

grondstofvoorraden voorkomen?”

Stefan Bringezu (Wuppertal Institute)

ken dan ze al deden in het verleden. Idealiter

moeten R&D en brainware worden ingezet om zo onafhankelijk

mogelijk te worden van natuurlijke rijkdommen. Want

niet alleen die onvoorspelbare prijszetting is vervelend, op

een dag is de voorraad wellicht ook werkelijk uitgeput.

Niemand die precies weet hoe het staat met de voorraden.

Het zijn goed bewaakte geheimen van Staten en machtige

mijnbedrijven. Waar men een jaar of drie geleden dacht dat

we nog slechts 6.000 ton indium tegoed hadden, worden

de reserves nu geschat op 50.000 MT. De prijzen zakten

sinds 2007 met 50%.


OPENER Duurzaam grondstoffenbeheer

Toch mogen we ervan uitgaan dat, zelfs al blijken bepaalde

schattingen niet heel accuraat, dat de reservekast van deze

aardbol eindig is. De natuur is in elk geval niet in staat om

onze consumptie op eigen kracht bij te benen. Bovendien

kampen mijnbedrijven ook met milieu-uitdagingen. Ten

slotte verspreiden we door onze producten een hoop zware

metalen en andere moeilijk of niet afbreekbare materialen

in ons leefmilieu. Redenen te meer om te

trachten zo onafhankelijk mogelijk te worden

van primaire grondstoffen. En er werd

al behoorlijk wat werk verricht. De laatste

de cennia vond er een relatieve ontkoppeling

plaats tussen de wereldwijde economische

groei en het wereldwijd grondstofgebruik.

Tussen 1980 en 2005 nam de

grondstofintensiteit van de wereldeconomie

met een kwart af. Maar deze verbete-

40 OKTOBER 2010

“ Men doet stilaan het

onderscheid tussen afval- en

grondstoffen vervagen”

ring van de eco-efficiëntie was onvoldoende

om het grondstofverbruik in absolute termen

te doen dalen. In diezelfde periode

verdubbelde het Bruto Mondiaal Product

en steeg het grondstofverbruik met

nagenoeg 50%...

Milieu: het hoge woord

is eruit

“Hoe kunnen we in de wereld met een steeds groei -

ende wereldbevolking en een steeds groeiende economie,

een uitputting van de eindige grondstofvoorraden voorkomen?”

Dát is de kernvraag, aldus Bringezu. Hoe kunnen we

de nog beschikbare grondstoffen zo oordeelkundig mogelijk

inzetten om maximaal invulling te geven aan de legitieme

behoeften van de bevolking? En hoe kunnen we, bij de

ontginning, verwerking, productie, gebruik en verwijdering

de impact op het milieu dermate

beperken dat we de draagkracht

van de ecosystemen niet

overschrijden?, zijn afgeleide

kwesties die worden behandeld

in de EU-discussienota die de

interparlementaire conferentie

van 3 en 4 oktober voorbereidt.

“Het antwoord op deze uitdagingen

ligt in een duurzaam

be heer van grondstoffen en

materialen en in een duurzaam

productbeleid”, lezen we. “De

ontwerp-, productie-, gebruik-

Karl Vrancken (VITO)

Meten is… besparen

en verwerkingsfase moeten

alle inzetten op een meer

spaarzaam gebruik van primaire

grondstoffen en energie,

op de vervanging van primaire grond -

stoffen door secundaire grondstoffen via de recyclage

en op de vervanging van niet-hernieuwbare grondstoffen

door duurzaam geproduceerde hernieuwbare

grondstoffen. Daarnaast kan een verdere

ontwikkeling van een dienstenmaatschappij

ervoor zorgen dat meer maatschappelijke

behoeften worden gelenigd met een inzet van

minder producten. Daarbij horen systemen van

herstel en hergebruik, het leasen of verhuren

van producten, de verkoop van diensten…”

Naar een ander economisch

model

Er zijn al tal van initiatieven om het materialendilemma

op te lossen. Zo is er Hazel Prichard,

verbonden aan de School of Earth Ocean and Planetary

Science, die in containers van straatvegers op zoek gaat

naar sporen van platinum. Of de optie van het Russische

bedrijf RKK Energia dat vanaf 2025 het waardevolle Helium-

3 wil ontginnen op de maan. Iets dichter bij huis zette Nike

een faciliteit op waar het rubber van sportschoenen recycleert

tot sportvloeren en op termijn tot nieuwe sportschoenzolen.

Afgedankte lcd-schermen worden voorlopig

in loodsen gestockeerd in afwachting van bruikbare technologie

om de grondstoffen erin te kunnen recupereren.

Geen gebrek dus aan groeiend bewustzijn.

Dat vindt ook Karl Vrancken, de materialenspecialist bij

VITO, het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek.

“Ik zie ook een wijziging op beleidsniveau. Men doet stil -

aan het onderscheid tussen afval- en grondstoffen vervagen

en vervangt het door een materialenbeleid.

Dat maakt het mogelijk om materialen

in kringlopen te laten lopen.” Zo

onderzoekt een collega van Vrancken

naar alternatieven voor grint. De winning

gebeurt nog in Vlaanderen, maar

men wil naar een afbouwscenario. In

eerste instantie komen slakken en

Niets zo’n globaal probleem als hoe we met z’n allen grondstoffen gebruiken. De om -

vang is letterlijk planetair en het is niet altijd duidelijk hoe een individueel bedrijf op

korte termijn toch zijn steentje kan bijdragen tot een betere wereld. Zelfs zonder ingrijpende

ver anderingen ligt er vaak een hele weg tot verbetering open. “In eerste instantie

is het be langrijk goed te weten welke grondstoffen je gebruikt en hoeveel. Je zou ervan

versteld staan hoeveel be drijven daar eigenlijk geen nauwkeurige gegevens over hebben”,

aldus Stefan Bringezu van het Wuppertal Institute. Bedrijven weten niet hoeveel


assen van industriële processen, maar ook bouwen

sloopafval in het vizier.

Subsitutie is echter niet altijd een positieve

zaak, wil Stefan Bringezu nog wel kwijt. “Soms

verplaatst het alleen het probleem.” En we lazen

net nog een persbericht van het bedrijf Testbiotech

dat waarschuwt voor het inzetten van systhetische algen

als substituutmateriaal voor traditionele biobrandstof. De

gevolgen voor de ecosystemen zouden niet te overzien zijn

mochten die niet natuurlijke levensvormen in de natuur

terechtkomen, aldus de experts. “Om de kringlopen echt

te sluiten, is er toch nog één belangrijke stap nodig”,

meent Vrancken. “Het is niet voldoende om aan het einde

van de levensfase van een product te kijken wat we kunnen

recupereren. Dat moet al ingebouwd worden van bij het

begin, in de designfase. Vandaag is het vaak moeilijk om

bijvoorbeeld metalen te recupereren omdat ze in com-

primaire grondstoffen ze precies aankopen, hoeveel ze daarvan opslaan,

hoeveel er in het productieproces per producteenheid worden

gebruikt, hoeveel ze verspillen. Er zijn dus in veel bedrijven

besparingen mogelijk op het vlak van aankoop, opslag en afvalvermijding.

“Onze ervaring wijst uit dat alleen al het bijhouden van een

grondstoffenboekhouding tot kostenvermindering leidt omdat men

die processen gaat optimaliseren.”

Een tweede stap is de aanvoerroute van diverse materialen nagaan.

Ook daar kan men vaak efficiënter tewerk gaan. Tegelijk kan men er

Duurzaam grondstoffenbeheer

plexe legeringen vastzitten en ook plastics

komen vaak in composietvorm voor.

Design for recycling of design for dismantling

komt stilaan op, maar mag

toch best meer aandacht krijgen.”

Dat, en het concept van leasing van producten

of onderdelen ervan, zijn de meest opmerkelijke

pistes die Vlaams minister van Leefmilieu

Schauvlieghe en EU-commissaris Potocnik willen promoten.

Schauvlieghe pleit voorts ook voor meer samenwerking tussen

de beleidsdomeinen, een verschuiving van de lasten op

arbeid naar lasten op grondstoffen, recyclagecertificaten en

voor een label dat de ecologische voetafdruk van producten

weergeeft.

© Europese commissie

De EU lijstte 14 kritische

grondstoffen op. Kritisch,

omdat ze moeilijk te

verkrijgen zijn en nauwelijks

te vervangen of omdat ze

een sleutelrol innemen in de

EU-economie.

SBR

ook via een beleid van Corporate Social Responsibility voor zorgen

dat de materialen die men ge bruikt op een zinvolle en respectvolle

manier voor mens en natuur tot stand komen. Nog te vaak zijn de

werkomstandigheden in mijnen mensonwaardig en wordt er om elementaire

milieuregels heen gefietst. “In de Duit ste productie-industrie

maken grondstoffen ongeveer 40% van de kosten uit tegenover

20% personeelskosten. Als bedrijven werken op het aspect grond -

stoffen, zal dat dus zeker een positieve economische impact hebben”,

besluit Bringezu.

OKTOBER 2010

OPENER

41


© BBF

OPENER Duurzaam grondstoffenbeheer

Denkpistes voor een duurzaam grondstoffenbeheer

De cirkel rond maken

Een duurzaam gebruik van grondstoffen: tal van bedrijven en sectorfederaties

hebben al concrete acties ondernomen of spelen

met serieuze toekomstplannen. Wij tasten de kringloop van een

grond stof af samen met vier sectoren: de baksteenfederatie, de

chemische sector, de technologische bedrijven en de milieubedrijven

federatie. Respectievelijk lichten ze toe welke problemen zij

ervaren en welke oplossingen ze bedenken bij het ontginnen van

grondstoffen, tijdens het productieproces, bij het gebruik en de

recyclage van materialen.

In tegenstelling tot veel andere Europese industrieën is

onze keramische sector niet afhankelijk van de invoer

van economisch belangrijke grondstoffen. “Dat betekent

allerminst dat we geen oog hebben voor de duurzame

winning en productie”, beklemtoont Jo Van Den Bossche,

directeur van de Belgische Baksteenfederatie. “Onze primai -

re grondstoffen, leem en klei, zijn overvloedig

aanwezig in de Belgische ondergrond.

Het grote probleem echter is de

toegankelijkheid.”

Wachten op…

De morfologie van België laat niet toe om eender waar een

groeve te beginnen. Alleen de daarvoor aangewezen

locaties op de gewestplannen en bijzondere plannen van

aanleg in het buitengebied komen hiervoor in aanmerking.

Omdat de in de jaren zeventig toegewezen ge bieden volledig

ontgonnen raken, keurde de Vlaamse overheid in 2003

een decreet goed om nieuwe zones aan te duiden waaruit

de sector zou kunnen putten. “Ondertussen zijn we bijna

tien jaar verder en moeten de eerste ruimtelijke plannen

nog worden goedgekeurd. De procedures lopen tergend

traag omdat te veel actoren uit de meest uiteenlopende

42 OKTOBER 2010

1. BAKSTEENSECTOR KRIJGT NAUWELIJKS

TOEGANG TOT RIJKE BELGISCHE BODEM

“ Zuinig omspringen met de

re serves zit in de sector inge bakken”

Jo Van Den Bossche (Belgische Baksteenfederatie)

belangengroepen en besturen

inspraak krijgen en verzoend

moeten worden.”

Om de beschikbare voorraden zoveel mogelijk te sparen,

worden opportuniteiten benut en alternatieven ingezet. “Bij

grote infrastructuurwerken, zoals het aanleggen van een

treinbedding of de bouw van een ondergrondse parkeergarage,

kunnen we de uitgegraven gronden (vaak klei en leem)

inzetten als grondstof in het productieproces en zo de druk

op de groeves verminderen”, legt Kristin

Aerts, milieu-ingenieur bij de federatie,

uit. “Recyclage van de ‘rode fractie’ uit het

bouwpuin biedt voor bepaalde producten

ook een alternatief. Ondertussen zoekt

de sector voortdurend naar alternatieve

grondstoffen om met de klei te vermengen.

Dat is eveneens eindig, want je kunt

de primaire grondstof nooit helemaal vervangen.” Import is

al helemaal geen optie vanwege de te hoge economische

en milieukostprijs.

Geringe milieu-impact

De traagheid der dingen en de daarmee gepaard gaande

onzekerheid over de grondstoffenvoorziening hypothekeren

de investeringsbeslissingen en brengen op termijn de baksteennijverheid

in gevaar. Van Den Bossche vraagt zich af of

de overheid niet verzandt in een politiek onder de kerktoren

en daarbij het algemeen belang uit het oog verliest. “In

tegenstelling tot sommige vooroordelen, pleegt de klei- en


aan de oppervlakte

leem winning geen roofbouw

op het milieu. We

winnen de grondstof

waarbij de milieuhin-

der heel gering is. De ontginning is bovendien

van tijdelijke aard

en beslaat een be -

fasen ontginnen: winning wordt direct ge volgd

perkte oppervlakte omdat we een gebied in

Tussen 1970

en 2010 verviervoudigde

de output van de Belgische chemiesector,

terwijl de energieconsumptie slechts

verdubbelde. Volgens Yves Verschueren, gedelegeerd

bestuurder van essenscia (de Belgische Federatie

van de Chemische Industrie en van Life Sciences) is dat het

mooiste bewijs dat de chemische industrie een early

adopter is van het bewustzijn dat de wereld duurzamer

moet omspringen met de beschikbare grondstofvoorraden.

“Meer waarde creëren met dezelfde

hoeveelheid primaire grondstof kan op verschillende

manieren. Zo kun je bijvoorbeeld de levenscyclus

van een grondstof verlengen. Beter nog: de intrinsieke

ei genschappen van een grondstof maximaal

benutten in alle fasen van de levenscyclus: van primair

gebruik over recyclage tot een maximale energiewaarde

bij verbranding van het restafval. Zaak is

om van bij het ontwerp van het product de grondstofefficiëntie

fun damenteel in te bouwen. Dat spaart

onze planeet en levert tegelijk meer winst voor het bedrijf.”

Zoeken naar alternatieve grondstoffen

Toch claimt de sector de laatste druppel olie. “Omdat die het

best gevaloriseerd wordt in zijn chemische toepassing. Vergeet

niet dat de chemische industrie 95% van haar aardolie gebruikt

als niet-energetische grondstof. Van die aardolie maken we op

een energie-efficiënte manier polymeren die op hun beurt weer

als halffabricaat dienen voor bijvoorbeeld andere kunststofproducten.

Op het einde van de eerste levenscyclus kunnen die

producten optimaal worden gerecycleerd en krijgen ze een

tweede, derde, ... leven. Op het vlak van recyclage is België kop -

loper in Europa en in de rest van de wereld. Maar we kunnen

nog beter doen.” Via technologische innovatie probeert de

industrie bo vendien de intrinsieke grondstofeigenschappen te

© essencia

Duurzaam grondstoffenbeheer

door her aan leg van de site.” Die heraanleg en de realisatie

van de nabestemming (landbouw, natuur, re creatie, …) kunnen

volgens Aerts zelfs tot een meerwaarde leiden. “En

aangezien de baksteen- en dakpannenfabrieken meestal in

de onmiddellijke nabijheid van de groeves liggen, wordt

ook het transport tot een minimum beperkt. Zelfs als de

fabrikanten klei uit andere graverijen aanvoeren om hun

productgamma uit te breiden.”

2. GEEN PANIEK IN DE

essencia

CHEMISCHE INDUSTRIE ©

optimaliseren om zodoende meer (en beter) te puren uit minder.

“Of zoeken we naar alternatieve oplossingen voor bestaande

toepassingen. Denk maar aan de grote vinylschijf die

werd verdrongen door de muziek-cd die op een kleinere op -

pervlakte veel meer informatie op een kwalitatievere manier

kan opslaan.” Ook de zoektocht naar alternatieve grondstoffen

biedt een uitweg om de druk op de voorraden te verminderen:

biomassa in plaats van fossiele grondstoffen, om er een te noemen.

“Er worden momenteel heel interessante

toepassingen ontwikkeld, zoals de natuurlijke

en zymen in wasmiddelen”, geeft Verschueren als

voorbeeld. “Ze vervangen de chemische com ponenten,

maar was sen minstens even doeltreffend,

zoniet nog schoner. Bovendien zijn deze enzymen minder

of niet belastend voor het milieu.”

Neuzen naar één kant

Vreest de sector een acute schaarste? Of wordt het moeilijker

om toegang te krijgen tot bepaalde grondstoffen omdat de

aanvoer onderhevig is aan bepaalde marktdistorsies? Ver -

schue ren maakt zich weinig zorgen, maar waarschuwt in één

adem dat die zorgeloosheid geen alibi mag zijn om de zoektocht

naar alternatieven af te remmen. “De chemische bedrijven

moeten vandaag al nadenken over de toepassingen die in

2030-2040 wereldwijd op grote schaal geproduceerd zullen

moeten worden. Want in onze kapitaalintensieve industrie

scha kel je de productieprocessen niet in een vingerknip om.”

Hij verwijst naar het Solar Impuls-avontuur (vlieg tuig op zonne-

OKTOBER 2010

OPENER

“ Meer waarde creëren met

minder primaire grondstof kan

op verschillende manieren”

Yves Verschueren (essenscia)

43


OPENER Duurzaam grondstoffenbeheer

energie) van Solvay. Behalve uiterst performante fotovoltaïsche

cellen is het tuig ook ultralicht en -efficiënt. De nieuwe composietmaterialen

die daarvoor worden gebruikt, zouden wel eens

innovaties kunnen ontketenen voor de komende decennia. De

enorme uitdaging vormt te gelijk een even grote opportuniteit.

44 OKTOBER 2010

3. CONSUMENTEN OVERTUIGEN BLIJFT EEN

HELE UITDAGING

Zodra grondstoffen verwerkt zijn in producten en bij de

gebruikers belanden, komt het erop aan ze na hun le vens -

cyclus opnieuw te recupereren. “Ook tijdens de ge bruikersfase

blijven we vat hebben op grondstoffen en materialen”,

zegt Patrick Van den Bossche, directeur sector metalen en ma -

terialen bij Agoria. Hij onderscheidt drie drijfveren om goederen

en dus grondstoffen te recycleren. “Een eerste mo tief is het

economische. Metalen zijn duur en dus waardevol. Een ton aluminium

kost algauw zo’n 2.000 euro. Dus ook na

dertig jaar is het zinvol om aluminiumprofielen te

recupereren. Schroot heeft een waarde. Dat is ook

meteen de verklaring voor de vele koperdiefstallen.

Ko per is immers duur”, vertelt Van den Bossche.

“ Ook tijdens de gebruikersfase

blijven we vat hebben op grondstoffen

en materialen”

Patrick Van den Bossche (Agoria)

Een tweede motief is het leefmilieu. “Hier gaat het vooral om

het recycleren van elektrische en elektronische toestellen. Ook

deze bevatten waardevolle metalen, maar te weinig om recyclage

te stimuleren. Niettemin is het waardevol, omwille van het

leefmilieu en de volksgezondheid, om ook deze metalen op -

nieuw te gebruiken. Maar omdat economische motieven niet

doorslaggevend zijn voor deze productcategorieën, moet men

zoeken naar andere manieren zoals terugnameplicht, bijvoorbeeld

via recupel.” Een derde drijfveer is volumegedreven.

Financiële stimuli niet voldoende

De grote uitdaging is de toegang tot secundaire grondstoffen

te vergroten. Het via financiële stimuli consumenten aanzetten

afgedankte toestellen en apparaten terug naar afzender te sturen

werkt, maar is niet sluitend. “Het blijft moeilijk con sumenten

te overtuigen oude toestellen en apparaten in te leveren voor

recyclage. Meestal verhuizen deze toestellen naar de kelder of

de zolder en staan ze stof te vergaren in de veronderstelling dat

ze later misschien nog wel van pas kunnen komen. Hierdoor

gaan echter heel wat secundaire grondstoffen verloren. Con -

“Mij stemt het alvast op timistisch dat Europa als geen ander

begaan is met de grond stoffenproblematiek. Het is aan ons

om, samen met de regionale, nationale en supranationale

over heden, een geïntegreerde evolutie waar te maken en we -

reldwijd alle neuzen één kant op te krijgen.”

sumenten overtuigen dit toch te doen, is dan ook een heuse

uitdaging”, weet Van den Bossche. Een andere evolutie dat de

toegang tot secundaire grondstoffen belemmert, is de stijgende

uitvoer van grondstoffen voor recyclage vanuit de Europese

landen naar de rest van de wereld. “Tweedehandstoe stellen

ver schepen naar bijvoorbeeld Afrika is weliswaar positief. Maar

we hebben er nog te weinig vat op wat er met die toestellen

gebeurt als ze ook daar niet meer bruikbaar zijn. Ook daar is er

dringend nood aan systemen voor het inzamelen

en recycleren van toestellen en apparaten”,

merkt Van den Bossche op.

Dit laatste is overigens een van de voorstellen

van de werkgeversfederatie in het kader van het

‘Raw Materials Initiative’ binnen de schoot van

de Eu ro pese Commissie. “De focus van dit Eu -

ro pese ini tiatief is de toegang tot secundaire

grondstoffen te verbeteren. In dit kader hebben

we een tiental voorstellen gedaan. Zo pleiten

we ervoor om in douaneformulieren een extra

veld aan te brengen waarin aangeduid kan worden

of het al dan niet om tweedehandsproducten

gaat. Dit moet meer gerichte controles toelaten en illegale

trafieken onderscheppen”, vertelt Van den Bossche. Een ander

voorstel is het invoeren van een wereldwijd certificatiesysteem

om de recyclage-efficiëntie te vergroten.

Lease… en blijf eigenaar!

De toegang verzekeren tot secundaire grondstoffen is echter

meer dan recyclage. “Het heeft ook te maken met het efficiën -

ter gebruiken van grondstoffen, bijvoorbeeld door de levensduur

van producten te verlengen of door bij het design meer

oog te hebben voor de recyclagemogelijkheden achteraf.

Door staal bijvoorbeeld te voorzien van een laagje zink, wordt

de levensduur van staal verlengd. Ook lichtere materialen

gebruiken, bijvoorbeeld bij de constructie van voertuigen, is

een optie. Zo wordt er niet alleen bespaard op grondstoffen,

maar vermindert ook de CO 2 -uitstoot.”

De recyclagesector is een hoogtechnologische sector waar

meer en meer wordt geëxperimenteerd met allerlei nieuwe

concepten en formules om de kringloop te sluiten. Een formu-


OPENER Duurzaam grondstoffenbeheer

le die furore maakt, is het gebruik van leasingcontracten. “In

de chemiesector wordt dit hier en daar al uitgetest, bijvoorbeeld

voor katalysatoren. Maar welke oplossing het beste

past, hangt onder meer af van de complexiteit van het product

en de productketen, de gebruikte grondstoffen en de

46 OKTOBER 2010

4. BELGIË IS KOPLOPER VOOR SELECTIEF INZAMELEN

EN SORTEREN VAN AFVALSTOFFEN

grote uitdaging ligt vooral in het hergebruik van

deze afvalstoffen”, zegt Werner Annaert, alge-

“De

meen directeur van Febem, de Federatie van Be -

drijven voor Milieubeheer. “Zowel de Belgische overheden als

Eu ropese overheden hebben de voorbije jaren vooral ingezet

op het selectief verzamelen en sorteren van afvalstoffen, maar

minder op de tweede fase van het proces,

het ontwikkelen van een markt voor gerecycleerde

materialen en grondstoffen. Hoe wel

gerecycleerd materiaal al lang niet meer als

minderwaardig wordt beschouwd, denken

be drijven er nog te weinig aan om secundaire

materialen en grondstoffen te gebruiken

zo wel in het productieproces als voor het op -

wekken van energie. Er is dringend nood aan

een stimuleringsbeleid van de overheid”, be -

nadrukt Annaert.

“ Gerecycleerd materiaal wordt al lang niet

meer als minderwaardig beschouwd”

Werner Annaert (Febem)

Dit kan onder meer via fiscale maatregelen. “Maar de overheid

heeft ook een voorbeeldfunctie en kan het hergebruik van ma -

terialen stimuleren door het gebruik daarvan te verplichten in

lastenboeken en zeker door het materiaal te gebruiken bij overheidsopdrachten.

Klaarheid scheppen in de diverse kwaliteitssystemen

is een andere taak van de overheid. Op die ma nier

wordt heel wat onzekerheid omtrent de kwaliteit en secundaire

materialen weggewerkt”, somt Annaert op.

Onderzoek naar de technologische mogelijkheden om secundaire

grondstoffen en materialen te gebruiken, zit in de lift. “In

eerste instantie gaat de aandacht vooral naar het inventariseren

van hoeveel primaire grondstoffen de industrie nodig heeft en

welk percentage kan vervangen worden door secundaire

grond stoffen. Een andere beloftevolle piste is het gebruik van

afvalstoffen voor het produceren van groene energie. Dit past

volledig in de discussie om CO 2 -emmissies te reduceren. Afval

biedt hier een enorm potentieel. Door afval te recycleren en op

levensduur van producten. Een bedrijf dat aluminiumverpakkingen

maakt, kan de kringloop gemakkelijk sluiten door de

uitval terug te bezorgen aan de leverancier die het op zijn

beurt verwerkt in nieuwe aluminiumplaten. Voor het recycleren

van gsm’s is dat al moeilijker.”

die manier de inzet van nieuwe grondstoffen te voorkomen,

kun nen immers vele miljoenen tonnen CO 2 -uitstoot uitge -

spaard worden. Zo slaan we twee vliegen in één klap. Door te

recycleren zorgen we er voor dat natuurlijke grondstoffen in het

milieu blijven. Bovendien leidt recyclage van restproducten tot

nieuwe grondstoffen in praktisch alle gevallen tot CO 2 -reductie”,

vertelt Annaert.

100% gerecycleerde krant

De algemeen directeur verwijst naar Stora Enso, de grootste

papierproducent van Europa. De Gentse vestiging bouwde een

installatie om uit afvalstoffen energie te halen voor het productieproces.

“Op die manier is het bedrijf minder afhankelijk van

primaire brandstoffen en staat het minder bloot aan prijsschom -

melingen van aardgas en olie. Voor onze sector is dit bovendien

ook interessant, want wij kunnen onze afvalstoffen er leveren.”

De papierproducent is bovendien koploper inzake gerecycleerd

krantenpapier. De productie van krantenpapier gebeurt voor

hon derd procent op basis van gerecycleerde vezels uit oud pa -

pier en karton. “Een verdere ontwikkeling van onze industrie en

het promoten van het gebruik van secundaire grondstoffen

gaan samen en komen niet alleen onze sector ten goede, maar

ook de industriële sectoren”, zegt Annaert.

Febem blijft voorstander van collectieve systemen van recyclage,

zoals VAL-I-PAC. “Dit systeem heeft ervoor gezorgd dat on -

geveer 80% van bedrijfsmatige verpakkingen gerecycleerd wordt.

De voorwaarde is wel dat dergelijke initiatieven niet markt verstorend

werken en tot een monopolie leiden. Bin nen de federatie

leeft de idee om ook voor het inzamelen van landbouwfolies

zo’n collectief systeem op te zetten.”

Illegale afvaluitvoer

Een andere uitdaging is het oprollen van het zwarte circuit waarbij

afval en afvalstoffen verscheept worden naar bijvoorbeeld

Afrika. “Het is oneerlijke concurrentie en besmeurt het imago

van onze sector. Het komt er vooral op aan malafide verhandelaars

op heterdaad te betrappen. Hiervoor zijn op Europees

niveau gecoördineerde acties nodig. Anderzijds kan een duidelijkere

reglementering ook helpen.”

Hilde Vereecken en Johan Van Praet

More magazines by this user
Similar magazines