DE JOURNALIST

webstore.iisg.nl

DE JOURNALIST

N^ 346 15 Juli 1922

DE JOURNALIST

Orgaan van den Nederlandschen Journalisten-Kring

Adres voor Redactie en Administratie

BUSSUM Kon. Emmalaan 13

INHOUD. Officieele Mededeelingen: De Pensioen-verzekering;

Ledenlijst. — Algemeene belangen: De invoering der Pensioenverzekering;

„Doormails daad" (1905 en 1922). — Personalia

en Berichten: C. A. Gerritsen + en K. Borst f> Persplaatsen

in het Stadion; Nederlandsche en Luiksche journalisten.

Officieele Mededeelingen.

De Pensioen-verzekering.

Op 28 Juni j.1. is de eerste aanvraag om een Pensioenverzekering

krachtens het Kringcontract bij de Pensioen-

Commissie ingekomen en aan de Nationale doorgezonden.

Ziedaar dus het eerste en concrete begin van de uitvoering,

het eerste tastbare resultaat der actie.

En daarna kwamen er allengs mèèr binnen. De invoering

„loopt". Moge zij binnenkort overal zijn geschied.

Ledenlijst.

Adresveranderingen:

C. J. A. VAN BRUGGEN, naar .Rue du Coin Musard, Samois

sur Seine. >

F. DE JONGE, naar Nassaukade 83, Amsterdam.

Ir. W. H. KLOPPENBURG, naar Nachtegaallaan 15, Den Haag.

JAC. P. VAN TERM, naar Papenweg 1, Maastricht. •

Algemeene belangen.

De invoering der Pensioen-verzekering.

Ter wille van een vlotten gang van zaken wil ik nog even

precies aan de leden meedeelen, hoe de invoering der Pensioenverzekering

in haar werk gaat.

Ziehier:

a. aan alle dagblad-directies is op 3 Juni een circulaire

gezonden, met verzoek aan de Pensioen-Commissie mede te

deelen of zij bereid zijn de overeenkomst in te voeren;

b. van verscheidene directies is daarop reeds een gunstig

antwoord ontvangen;

c. aan de directies, die nog niet hadden geantwoord, is

op 2 Juli een nadere circulaire gezonden;

d. zoodra de directie van een bepaald blad zich bereid

heeft verklaard de overeenkomst in te voeren, wordt door de

Pensioen-Commissie aan alle aan dat blad werkzame journalisten

een circulaire met vragenlijst gezonden;

e. deze vragenlijst moet worden ingevuld en aan mij

teruggestuurd;

ƒ. zij, die voor den Pensioen-toeslag een levens-verzekering

kiezen, moeten — zooals in de circulaire vermeld staat —

na opzending van de vragenlijst aan mij de zaak verder zelf

regelen en mij berichten wanneer hun verzekering in orde is;

g. indien mij uit de antwoorden der vragenlijst blijkt, dat

de betrokken collega toetreedt tot het Kringcontract met de

Nationale, zend ik de lijst door aan onzen penningmeester,

collega A. VOOGD, na er een gedrukt formuliertje op te hebben

geplakt, waarop ik de totale storting invul;

h. de Penningmeester stuurt zijnerzijds de lijst aan de

Nationale;

i. de Nationale maakt voor iedereen die toetreedt een

Pensioen-boekje gereed en zendt dit aan den Penningmeester;

j. de Penningmeester stuurt te zijner tijd aan mij bericht,

welke boekjes hij ontvangen heeft.

Ziedaar de loop van zaken.

Redacteur:

CORN. A. CRAYÉ

Dit blad verschijnt den eersten en

derden Donderdag van iedere maand

Zoodra het Pensioen-boekje gereed is, is voor den betrokken

collega de administratieve voorbereiding afgeloopen.

Dan is het wachten alleen nog maar op de eerste storting,

die in December a.s. zal moeten plaats hebben en waaromtrent

te zijner tijd aan de directies en journalisten nader

bericht wordt gezonden.

Ik hoop — ik ben nu eenmaal optimist — dat wij vóór

December voor alle leden de zaak geregeld hebben, zoodat

er werkelijk niemand meer zal zijn, voor wie de overeenkomst

niet is ingevoerd.

Tenslotte moet ik de leden nog eens dringend uitnoodigen,

om mede te werken tot een geregelden en snellen loop van

zaken. Laat men de vragenlijsten toch niet zoo lang onder

zich houden. Hoe spoediger ze zijn teruggestuurd, hoe beter.

En laat men ze volledig invullen en niets overlaten aan mijn

fantasie, die op pensioengebied gevaarlijk is. Vooral moet

men niet verzuimen, het ingevulde formulier voor „gezien"

te laten teekenen door de directie.

D. H.

„Doormans daad" (1905 en 1922).

Het stukje van collega ELOUT in het vorig nummer noodzaakt

mij tot enkele opmerkingen, èn omdat het een verkeerden

schijn kan doen ontstaan èn ter wille van een zuivere en

volledige historie-beschrijving.

Het stukje kan — onbedoeld — den indruk wekken, of

het tege?rwoordige Bestuur niet gaarne en gul erkent wat een

vroeger Bestuur inzake de Pensioen-verzekering heeft gedaan.

Dit is wèl het geval.

In nr. 340, toelichting tot de ontwerp-Pensioen-overeenkomst,

leest men: „Ziedaar hoe thans de wijze voorzorg, door onze

bestuurders vroeger getoond, wordt beloond". In mijn Rapport

(nr. 344) schreef ik: „Ik zeg deze dingen niet om een

particuliere maatschappij te gerieven, maar om te wijzen op

de beteekenis van een stuk werk van den Kring: het sinds

1905 bestaande Pensioencontract. Het toenmalig Bestuur blijkt

een uitstekende keus te hebben gedaan, waarvan honderden

journalisten thans de vruchten kunnen plukken". Duidelijker

kan het toch al niet. Ik heb in de algemeene vergadering

van 24 Juni het Bestuur van 1905 ook mondeling zoo onomwonden

hulde gebracht, dat één mijner opposanten voor

overdrijving vreesde en als zijn meening uitsprak, dat te

groote consideratie voor het toenmalig Bestuur de conclusie

van mijn Rapport zou hebben be-invloed. En wat „Doormans

daad" betreft leze collega ELOUT nog eens over wat ik op

bl. 86 e. v. van mijn „Schets" van de geschiedenis van den

Kring schreef, en waaruit ik alleen deze woorden citeer:

„Zoo was J. DOORMAN, de nobele voorzitter die KUYPER

opvolgde, de man der Pensioen-verzekering. Hij gaf er den

stoot toe". — Collega ELOUT behoeft dus niet bevreesd te

zijn, dat wij de verdiensten van onze voorgangers uit het oog

zullen verliezen.

Als hij dan maar niet uit het oog verliest — het essentieele

verschil tusschen toen en nu.

Hij herinnert er zelf aan, dat er in 1906 waren 40 deelnemers.

Thans, 16 jaar later, zijn er nog geen 60, terwijl het

ledental is gegroeid van 228 tot ongeveer 500. Relatief is

thans het aantal deelnemers dus veel minder (12 °/0 tegen 17 °/0)

dan toen. Wat blijkt hieruit? Dat het werk van DOORMAN

niet naar verdienste is uitgevoerd en beloond. Eensdeels,

omdat de journalisten er te weinig gebruik van maakten

(gevolg van lage salarissen), anderdeels omdat de directies

ook niets deden. Want ik weet dat verscheidene directies,

die collega ELOUT opsomt, er niets of zoo goed als niets aan

hebben gedaan. Bij de 60 deelnemers van het oogenblik

zijn er dan ook verscheidene, die er van hun directies niets

bijgestort krijgen. De individueele bereidverklaringen van

1905 zijn al lang vergeten. Om „Doormans daad", de Pen-


106 DE J O U R N A L I S T

sioen-verzekering, tot haar recht te doen komen, ontbrak het

voornaamste: een goed-geregelden schriftelijk accoord tusschen

de wederzijdsche organisaties.

Ziedaar het verschil tusschen toen en nu. Het tegenwoordige

Bestuur heeft van de Directeuren-vereeniging gedaan

weten te krijgen, dat het instituut van den pensioen-bijslag

officieel en collectief is erkend, en in een overeenkomst

schriftelijk neergelegd. Wat in 16 jaar tijd voor nog geen

60 journalisten is bereikt, hopen wij thans binnenkort over

de geheele linie bereikt te hebben. Bovendien is het minimum

van den toeslag op 5" % van het salaris gesteld. Terwijl in

1905 de hoofdzaak was een overeenkomst met de Nationale,

is ons werk geweest een overeenkomst met de directies. Wat

er aan vastgezeten heeft om hiertoe te komen, welk een lange

en zorgvuldige voorbereidingen en onderhandelingen daarvoor

noodig zijn geweest, en wat er thans nog aan vastzit eer

alles is ingevoerd — dat weten maar héél weinigen.

Het tegenwoordige Bestuur wenscht zich hierop niet te

verheffen. Het steekt zich geen onverdiende pluimen op den

hoed. Het brengt hulde aan zijn voorgangers, die door de

tot-stand-koming' van het contract met de Nationale den

grondslag hebben gelegd voor de thans getroffen overeenkomst

met de directies.

D. H.

Personalia en Berichten.

De Fransche regeering heeft den heer F. Th. HOLSBOER,

hoofdredacteur van het Deventer Dagblad, benoemd tot

officier d'Académie.

C. A. Gerritsen f — K. Borst f

Het is wèl onder diep-tragische omstandigheden dat de

eerste groote luchtvaartlijn in Nederlandsch Indië haar lang

verbeide taak heeft aanvaard. De verbijsterende berichten

hebben het ons verteld: een scherpe bocht; een sterk „sleepen"

van de machine ... een val ... de bestuurder HUSSNI en

twee journalisten verpletterd ... gedood ... een vernield

vliegtuig ... een geweldige ontroering onder de Indische

collega's ... een nieuwe huivering door de menschen die

straks zouden vliegen van Batavia naar Soerabaja . . . Inderdaad:

het is wel onder aangrijpende gebeurtenissen, dat de

eerste Indische lijn ging „starten".

En, laten we maar zeggen: het „noodlot", heeft weer twee

van de allerbeste journalistieke krachten uitgekozen! De dood

kan soms zoo wreed-kieskeurig zijn! ...

Twee eerste redacteuren. GERRITSEN van de Indische

Courant en BORST van de Java Bode; twee collega's ongeveer

dertig jaar oud, nog in de kracht van het leven, nog vol

idealen, hebben het leven er bij ingeboet. „In en door den

dienst" . . . Wie zal volgen?

*

De heer GERRITSEN was eerst sinds enkele jaren in Indië.

Aanvankelijk werkzaam als tweede redacteur aan de Oost

Java-Editie van de Indische Courant, werd hij, bij de oprichting

van de West Java-Editie van dit zich snel uitbreidende orgaan,

overgeplaatst naar Batavia, waar hij de functie van eerste

redacteur ging vervullen en dus plaatsvervanger werd van

den hoofdredacteur, den heer BKLONJE.

Een stille, stoere werker. Een jonge man, die we zouden

zeggen: het huishoudelijk gedeelte van de krant verzorgde;

van een krant, die dagelijks met twee „heele bladen" verschijnt,

en die daarnaast, èn daarna — want tot laat in den

nacht 'kon men GERRITSEN tusschen de Hollandsche en

buitenlandsche bladen aantreffen — nog gelegenheid vond

tot het schrijven van een asterisk, van een commentaar, van

opmerkingen, die immer van frischheid, van een zakelijke,

géén persoonlijke behandeling der feiten getuigden.

3 Wie de gelegenheid had GERRITSEN te ontmoeten en aan

het werk te zien in het mooie gebouw van de Indische

Courant aan den Gang Petjenongan te Weltevreden, kreeg

een kort, vriendelijk-collegiaal woord van hem . . . maar lang

mocht het niet duren, want telefoon en telegraaf, de eerste

en de tweede „vorm" namen den ijverigen collega den geheelen

dag in beslag.

Wat de Indische Courant in haar eersten redacteur heeft

verloren, daarvan heeft ongetwijfeld de hoofdredacteur reeds

getuigd in zijn orgaan en de Nederlandsche collega's zullen

er straks kennis van kunnen nemen. Het is hier de plaats

niet, om in den breede de verdiensten van GERRITSEN te

gaan schetsen. Hetgeen we hier schreven is bedoeld als een

Gedrukt bij A. de la Mar Azn., Amsterdam

woord van weemoedige hulde, van diepgevoelde deernis, van

oprechte deelneming.

*

En niet minder groot is het verlies, dat de Java Bode

heeft geleden.

KEES BORST, de eenige zoon van den stationschef te

Zwijndrecht, was hier te lande werkzaam aan enkele bladen

— o. a. De Telegraaf — en vervulde gedurende eenige

jaren een journalistieke betrekking aan de Ne-w York Herald.

Hij aanvaardde in 1920 het eerste redacteurschap aan de

Deli Courant te Medan, — waar hij werd opgevolgd door

den heer VAN MEURS, van de Nieuwe Courant; werkte

vervolgens — doch slechts een zeer korten tijd — aan het

Persbureau Aneta te Weltevreden, om daarna, na het vertrek

van den heer SCHAAP en de benoeming van den heer

DE VRIES tot waarnemend hoofdredacteur van de Java Bode,

aan dit blad werkzaam te zijn als eerste redacteur.

Niet minder dan collega GERRITSEN was ook BORST de

harde werker; niet onder maar naast zijn onmiddellijken chef

redigeerde hij het vooral op Java invloedrijke orgaan, waarin

hij kort geleden een artikelenreeks opende onder het kopje

„Journalistieke Ervaringen" . . . artikelen, die in populairen

trant en op boeiende wijze het leven en werken van den

Amerikaanschen journalist, — of liever: van den journalist

in Amerika, kenschetste.

Ook BORST telde nauwelijks dertig jaren. Ongeveer één jaar

gehuwd . . . vervuld met toekomst-idealen die steeds wezen

in de richting van het buitenland, en die hij grondde op

zijn werkkring te New York, waarvan hij zoo vol geestdrift

kon vertellen. ... De plaats, door KEES BORST op het

redactiebureau van de Java Bode ingenomen, zal moeilijk

door een zijns gelijken te vervangen zijn. Ook daarvan zullen

de nummers van het blad straks getuigen.

Zijn nagedachtenis zal vooral in de kringen van de Indische

journalisten in hooge eere blijven. Zij verliezen in hem een

steeds welwillend collega; de Java Bode een harer beste

krachten; de familie een oppassenden jongen . . .

* , *

*

KEES BORST en C. A. GERRITSEN, verbrijzeld, verpletterd

in en door den dienst. ... Zij rusten in vrede! L.

Persplaatsen in het Stadion.

Uit het jaarverslag van den Nederlandschen Voetbalbond:

„Ook thans was de secretaris der commissie belast met de

persregeling voor de dit seizoen gehouden interland-wedstrijden

in het Stadion te Amsterdam. Waar allengs gebleken is, dat

de aldaar ter beschikking zijnde persplaatstn niet aan de

gestelde eischen voldoen, is na bespreking met den voorzitter

van den Nederlandschen Journalisten-Kring besloten, een

meer geschikte gelegenheid voor de sportjournalisten beschikbaar

te stellen. Hiertoe zullen in den loop van den zomer

voorbereidingen worden getroffen."

Nederlandsche en Luiksche journalisten.

Uit de Luiksche kranten zien we, dat den 2i en Juni ter

gelegenheid van het ingenieurscongres journalisten verbonden

aan de Gazette de Liége, het Journal de Liége, La Meüse,

La Wallonië Socialiste en L' Express een maaltijd hebben

aangeboden aan de vertegenwoordigers van Nederlandsche

periodieken, de heeren R. A. VAN SANDICK, redacteur van

De Lngenieur en CHR. DE GRAAFF, Belgisch correspondent van

De Telegraaf. De voorzitter van de tafel, de heer FERNAND

CRETS, president van het Comité, dat bedoelt de expansie

van de Belgische industrie in het buitenland, heeft aan het

dessert op de Nederlandsche vertegenwoordigers gedronken.

De heer VAN SANDICK heeft in zijn antwoord gewezen op

het gemeenschappelijk belang, dat tusschen de beide landen

bestaat en er zijn vreugde over te kennen gegeven, dat hij

hier kon constateeren, dat de Belgische en de Nederlandsche

pers gezamenlijk trachten de banden, die ons vereenigen,

nauwer aan te halen.

De heer DELCHEVALERIE, van L' Express, heeft namens de

Belgische journalisten geantwoord. Hij sloot zich aan bij de

woorden van den heer VAN SANDICK en wees op de belangen,

die beiden landen gemeen zijn inzake de defensie en op de

oude herinneringen, die zoowel Nederland als België het een

plicht maken elkaar te kennen, wederkeerig te apprecieeren

en te verstaan.

In één woord, aldus voegt L' Express aan haar verslag toe,

het was een samenzijn vol hartelijkheid en waarvan men

moet wenschen, dat het voor de veiligheid en de welvaart

van de beide naties ook zijn bescheiden vruchten zal afwerpen.

More magazines by this user
Similar magazines