Verslag platform Milieuhandhaving grote gemeenten - Pmgg

pmgg.nl

Verslag platform Milieuhandhaving grote gemeenten - Pmgg

Verslag 10 december 2009

Kwaliteitscriteria en uitvoeringsdiensten

Welkom

Voor de uitvoering van de Wabo taken hebben we een ideale opstelling nodig, met een ideaal bestuur,

een ideale organisatie en natuurlijk ideale medewerkers. Helpen kwaliteitscriteria en uitvoeringsdiensten

daarbij? We gaan vandaag spiegelen en ook een beetje provoceren. Want we zitten nog in de fase van

beeldvorming en nog niet in die van beoordelen en besluiten. Wat we in ieder geval niet moeten

vergeten is dat kwaliteit van de handhaving, want daar gaat dit allemaal over, behalve door bestuurlijke

daadkracht, een goede prioriteitstelling met voldoende middelen, vooral ook wordt gemaakt door de

kennis en vaardigheden van de handhaver zelf. Zoek de vorm bij het probleem en bezie alles door de

bril van klant, bestuur en organisatie.

Wat is ook al weer kwaliteit?

Het hele proces heeft al tot een unicum geleid, namelijk een motie in de Eerste Kamer dat er geen

omgevingsdiensten mogen komen, zoals eerst voorgesteld in het rapport Mans. Waarop IPO en VNG

met een alternatief traject kwamen waarin we nu (weer) kwaliteitscriteria hebben geformuleerd. Over

kritieke massa, proceskwaliteit en inhoud en prioriteiten. Bijvoorbeeld eisen op ‘deskundigheidsgebieden’

als externe veiligheid, constructieve veiligheid en asbest en sloop. Veel over het proces staat overigens

eigenlijk al in de BOR en de MOR. Ook, en daar zijn we blij mee, wordt als concrete uitwerking het

toezichtprotocol, ‘of een vergelijkbaar instrument’, genoemd.

Waar je vraagtekens bij kunt hebben is de loskoppeling van de Wabo, zowel de planning als de

integrale klantgerichte gedachte; de keuze om (voorlopig?) te beperken tot milieu. En blijft er bij de

gemeenten wel genoeg over als je het basispakket uitbesteed? En wat is dan nu precies het basispakket.

Het zal zeker allemaal nog een vervolg krijgen. De druk blijft, onzekerheden ook en vooral ook het

gebrek aan draagvlak. Vandaag is het nog niet precies wat de volgende zet zal zijn.

Als we de managers en uitvoerders in de zaal vragen of ze nog geloven in uitvoeringsdiensten dan weten

ook de grootste helden binnen het platform het niet meer precies. Dat we kwaliteit beter moet en kan

daar zijn we het over eens. Maar is daarvoor zo’n omvangrijke reorganisatie voor nodig? Het loket blijft bij

de gemeente en juist daar het je kwaliteit nodig. Bij twijfel niet inhalen? Wat komt er nu terecht van de

schreeuw om de aanpak van de milieucriminaliteit? Het leuke is dat we ook met nogal wat milieudiensten

in de zaal zitten. En deze managers, zeker ook niet de minsten, zijn overtuigd van het nut van

uitvoeringsdiensten. Maar welke probleem lost het nu echt op? Er zijn voor en tegenstanders maar ook

twijfelaars. Opvallend is dat gemeenten die al ervaring hebben met uitbesteding aan een dienst ook al

lang ‘om’ zijn. Maar geldt dat dan ook voor het bouw deel? Genoeg reden om wel in de te halen?

Er is nu in ieder geval een nieuwe (afgezwakte?) versie van de kwaliteitscriteria gemaakt, waar VROM

nog mee bezig is om het juiste communicatiemoment voor te kiezen. Vanwege het gevoelige aspect van

dit veranderingstraject. Vanuit de VNG, vooral de groep van gemeentesecretarissen, wil men eerst ook

laten zien wat die kwaliteitscriteria en uitvoeringsdiensten dan gaan opleveren. Op zich een goed idee,

want je wilt als bestuurder weten tot welk resultaat dit proces zal leiden. Dus criteria in de zin van output

en outcome. Is het (mede) een vertragingstactiek? We weten vanuit de eerdere trajecten van de


kwaliteitscriteria dat dit enorm lastig is. Maar niettemin nuttig. We zijn benieuwd en willen graag

meedenken.

Kwaliteitscriteria; de kleine lettertjes

Behalve over uitvoeringsdiensten gaat deze dag ook over de kwaliteitscriteria. Ook, en dat beseffen velen

wellicht nog niet helemaal, omdat deze criteria bepalen of je kunt voldoen en voldoende robuust bent om

‘alleen’ zonder een uitvoeringsdienst verder te kunnen. Het basispakket is pas de eerste stap zou je

kunnen zeggen. We zitten met zijn allen als het ware op de lopende band. Weten we wel waar we

uitkomen? Je kunt afwachten of wat meer pro-actief zijn en zelf mee helpen produceren. Maar weet ten

minste wat er op je af komt. Vandaar nog even inzoomen.

Waar we naar toe willen is integraal toezicht van goede kwaliteit. Iedereen kent wel die situaties in zijn

gemeente die integraal aangepakt moeten worden wat vaak nog een grote uitdaging is. We hebben met

zijn allen forse kritiek gehad op de kwaliteitscriteria maar we weten als professionals ook dat het stukken

beter kan en moet. Neem jezelf dan ook eens de maat in jouw eigen gemeente aan de hand van de

nieuwe criteria en kijk waar je staat. We hebben dat al eens gedaan voor de milieutaak, maar pak nu ook

alle Wabo-taken mee. Alleen al de probleemanalyse op alle Wabo taken is een grote klus.

Als je aan de slag gaat weet dan dat het gebruik van het toezichtprotocol, of iets vergelijkbaars,

verplicht is. Doe je dat al? Wabo-breed? Wie de kengetallen uit de CKB voor bouwen gebruikt weet dat je

meestal te weinig personeel hebt. Eigenlijk geldt dat voor elke gemeente wel als je eerlijk bent. Dus als je

er dan onder gaat zitten moet je het wel bestuurlijk vastleggen. En dan de sanctiestrategie; hoe pas je

die Wabo breed toe? Die bij milieu kenen we al, maar die is ook aan herziening toe. Denk aan

bijvoorbeeld de legalisatietoets die bij bouwen verplicht is. En het gebrek aan ervaring die we in de

andere velden hebben met handhaving. Want bijvoorbeeld een dwangsom bij evenementen werkt

eigenlijk niet, of in ieder geval anders. Wat doe je met de verplichte scheiding tussen vergunnen en

toezicht bij bouwen? En het roulatiesysteem? Vaak werken we daar gebiedsgericht en dat is wel zo

prettig; ken je gebied en ken je klant. Maar ben je dan nog wel onafhankelijk genoeg? De bouwfase is

een moment, dus het opbouwen van een al te vriendschappelijke relatie is daar niet aan de orde. Je moet

eerder denken aan relaties met aannemers die veel in jouw gemeente werken.

Dan nog de piketregeling. Hoe loopt die nu bij milieu? Ben je alleen bereikbaar middels een telefoonlijst

of ben je ook echt beschikbaar met een aanrijtijd van minder dan 30 minuten? Is er ook zo’n regeling

nodig bij APV? Omdat de uitvoering ervan behoorlijk kostbaar is, moet je wel wikken en wegen wat het de

belastingbetaler in jouw gemeente nou echt oplevert.

Kortom, de kwaliteitscriteria stellen pittige eisen; Wabo-breed. Neem jezelf de maat en ga voor die

kwaliteit. Maar maak wel de afweging tussen kosten en effect. Want vanuit de ivoren toren is het

makkelijk roepen dat het allemaal beter moet, maar er zit wel een prijs aan. En daar moeten we onze

bestuurders ook mee helpen om een verantwoorde keuze te maken met de eerste bezuinigingen in

aantocht.

Mag het wat meer kosten? Business-case Midden-Holland

Midden-Holland is een voorbeeld van een milieudienst de vol gaan voor een nieuwe uitvoeringsdienst

met het liefst een zo breed mogelijk takenpakket. Ook met de uitvoering van BWT taken hebben zij

goede ervaringen. De uitdaging is nu om ook met de provincie samen te werken. Maar ook om meer


ouw en andere Wabo taken uit te kunnen voeren. Belangrijk is daarbij dat de komst van de RUD

uitdaging en ontplooiingsmogelijkheden biedt voor het personeel.

Om dit proces vloeiend te laten verlopen is het allereerst belangrijk om te beginnen met een krachtige

visie op samenwerking en de meerwaarde daarvan voor alle betrokken overheden. En personeel.

Daarna ga je het hebben over bijvoorbeeld kosten, die voor de huidige deelnemende gemeenten gelijk

moeten blijven; de kwaliteit die het liefst nog weer beter moet en de aansturing die in goede verhouding

moet staan tot het belang en de deelname. De overeenkomsten in inzicht en wensen zijn groter dan de

verschillen, die overbrugbaar zijn. Natuurlijk moeten de transitiekosten zo laag mogelijk worden

gehouden. En overheadkosten moet besproken worden.

Voor Midden-Holland, en dat zal voor alle RUD’s in oprichting gaan gelden, is een belangrijk

aandachtspunt de aansturing. Bijvoorbeeld middels contactambtenaren die bij de gemeente

gedetacheerd zijn. En straks ook bij de provincie. En die de bestuurlijke besluitvorming voorbereiden en

in de gaten houdt of de RUD zijn werk wel tijdig en goed genoeg doet. Dit is ook het belangrijkste

argument tegen een RUD; de afstand van het bestuur en de afstemming met de gemeentelijke

organisatie. Je kan en moet dit dus goed organiseren. Het mag niet zo zijn dat alle aandacht straks

uitgaat naar de problemen van de ‘groten’. Dat zou in de huidige werkwijze van Midden-Holland ook niet

kunnen omdat met strakke productie afspraken wordt gewerkt. Om inzicht te geven in de voorgang

daarvan bijvoorbeeld, wordt gezocht naar een middel om on-line inzicht te geven in de voortgang van de

uitvoering van de controles. De gemeente blijft ‘in charge’ en zelf het mandaat hebben en dus

verantwoordelijk voor de eindbeslissing op vergunningverlening en handhaving. Ook als de

wethouder bijvoorbeeld wil inbreken in de twee staps handhaving is dat zijn beslissing om de dwangsom

nog even uit te stellen.

Vertrouwen moet je als uitvoeringsdienst verdienen en dat kost tijd en energie. Doe waar je goed in bent.

Het resultaat is dan ook vaak een bestuur dat trots is op haar milieudienst. Mag het wat meer kosten?

Het hoeft niet. Waarschijnlijk zullen de personeelskosten niet het probleem zijn. De overhead is een

aandachtspunt voor de toekomst. Daar moet wel een oplossing voor mogelijk zijn. Uit de zaal klinkt een

déja-vu gevoel van de gemeentelijke herindeling …

Winst voor RUD, milieu en medewerkers

Voor alle betrokkene is de discussie naar aanleiding van het rapport van Mans een veranderproces.

Mochten we echt overstappen op een landelijk dekkend beeld met uitvoeringsdiensten, dan heeft het

voor velen aanzienlijke gevolgen. Veranderen kost energie. Ieder mens wil wel veranderen als het maar

niet moet omdat een ander het zegt. Je verandert alleen als je het zelf wilt. Dus niet als een stel

professoren een rapportje schrijven tijdens een vakantie periode en je daar ook helemaal geen inspraak

hebt mogen hebben. Is er wel een probleem? Is de RUD daar een oplossing voor?

De discussie die dan volgt lijkt dan nog wel rationeel, maar weerstand uit angst overheerst. En die angst

laat je natuurlijk niet blijken dus je geeft argumenten die wel rationeel lijken. Ook objectief zijn tegen de

RUD voldoende krachtige argumenten in te brengen. Zoals al gezegd de afstemming met de

gemeentelijke organisatie, de afstand tot de klant en het gebrek aan integraliteit. Daar zijn natuurlijk ook

weer oplossingen voor. Samenwerken kan alleen als je weet wat jezelf wilt, wat de ander wilt en je daar

samen over praat.

In Brabant is het gelukt om via bestuurlijke sessies tot draagvlak te komen. Overigens werkt Brabant als

langer met vier ‘uitvoeringsdiensten’ die toezicht voor de provincie uitvoeren. Gekozen is voor vier RUD’s,

in afwijking van de drie veiligheidsregio’s, omdat Midden-Brabant de afstand tot het bestuur beperkt wil


houden. Want de afstand is voor bestuurders een heel belangrijk punt. De ervaringen met de

reorganisatie van de politie zijn slecht; bestuurders zijn voorzichtig.

En daarmee snijden we ook het punt van integrale handhaving aan. Bijvoorbeeld de handhaving op het

gebied van openbare orde en veiligheid willen burgemeesters begrijpelijkerwijs niet loslaten. In Tilburg

werkt men al jaren met tevredenheid met een geheel integrale afdeling Handhaving. Gaan we nu alleen

milieu overbrengen naar de RUD? Of ook deels brandveiligheid en bouwen? We moeten goed nadenken

hoe we de knip gaan aanbrengen. Want we willen de efficiency en de effectiviteit van het doel integrale

handhaving niet verliezen. En dan nog iets; de eenduidigheid. We willen in Nederland geen lappendeken

in verscheidenheid van milieudiensten en samenwerking, de ene dit de ander dat. Ook daarover moeten

we goed nadenken.

En milieucriminaliteit? Die moet je toch anders organiseren; daar zijn RUD’s nauwelijks een oplossing

voor. Ook niet voor IPPC en BRZO die misschien beter nog wel een niveau hoger zouden mogen.

Aanpassing van Wet milieubeheer-IVB zou dan bevoegdheid naar VROM of provincie kunnen brengen

i.p.v. RUD’s.

Winstkansen zijn er genoeg; voor het bestuur: korte afstand en goede grip op prioriteiten en kosten.

Voor de RUD: medewerkers met kennis van de lokale situatie. Voor de medewerker: bredere inzet, meer

diepgang binnen vakgebied (bijvoorbeeld provinciale inrichtingen), voor de provinciale medewerker

dichter bij de uitvoering komen en voor de burger professioneler toezicht. Gaan we voor die

overwinning?

Volgende bijeenkomst

De volgende bijeenkomst is op donderdag 11 februari 2010 van 10-13 uur inclusief lunch.

More magazines by this user
Similar magazines