De campus als publiek domein - Rooilijn

rooilijn.nl

De campus als publiek domein - Rooilijn

Rooilijn Jg. 42 / Nr. 4 / 2009

Compacte clusteruniversiteit 1950-2010

Achtergrond

We schrijven 1632, de oprichting van het Athenaeum Illustre. Bijna vier eeuwen

later worden de herstructureringsplannen van het Roeterseiland gepresenteerd.

Met de opgedane kennis en ervaring richt de opgave zich nu op een succesvolle

transformatie van het Roeterseilandcomplex en de Amstelcampus. In dit artikel

wordt een overzicht gegeven van de huisvestingsplannen die de Universiteit van

Amsterdam sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw heeft gepresenteerd. Lang niet

alle plannen en voorstellen zijn tot uitvoering gekomen. Verschil in inzichten over

verweving en scheiding tussen universiteit en stad volgde de trends van de periode

waarin de plannen werden gemaakt.

De Universiteit van Amsterdam kent een eeuwenoude

traditie om grotere gebouwen te transformeren voor

nieuw gebruik (Souwer, 2000). Het begon met de

voorloper van de universiteit, het Athenaeum Illustre

gehuisvest in de Agnietenkapel. Bij de Alteratie van

Amsterdam in 1578 was deze overgegaan van de

katholieke kerk naar de (inmiddels calvinistische)

gemeente. De kapel werd benut als auditorium en de

toenmalige universiteitsbibliotheek, de ‘stadslibrye’,

werd gehuisvest op de zolder van de kapel. Tot het

einde van de negentiende eeuw konden de 250

studenten daar goed uit de voeten. In 1877 werd

het Athenaeum Illustre universiteit en kwam de

Oudemanhuispoort beschikbaar voor huisvesting.

In het voormalig bejaardenhuis werd ook de aula

gevestigd. De medici kregen het Binnengasthuis en de

P. 239

biologen de Hortus Botanicus en Artis. Later kwamen

in en bij de Plantagebuurt ook instituten voor andere

bètaopleidingen. Tot 1961 is de universiteit van de

gemeente (GU). De gemeente faciliteert in die tijd de

huisvesting, maakt huisvestingsplannen en ontwerpt

zelfs de gebouwen.

Tot 1920 telt de voorloper van de Universiteit van

Amsterdam niet meer dan duizend studenten (zie

figuur 1). Vlak na de Tweede Wereldoorlog wordt de

grens van vijfduizend studenten gepasseerd en in 1950

telt de UvA zevenduizend studenten. Voor de periode

daarna verwachtte de universiteit een beperkte en geleidelijke

groei van het studentenaantal. Een voorspelling

die klopte, want tussen 1952 en 1962 groeide het aantal

niet verder.

More magazines by this user
Similar magazines