De campus als publiek domein - Rooilijn

rooilijn.nl

De campus als publiek domein - Rooilijn

Rooilijn Jg. 42 / Nr. 4 / 2009

Compacte clusteruniversiteit 1950-2010

een aantrekkelijke openbare ruimte. Het Weesperplein

vormt als verkeersknooppunt voor beide onderwijsclusters

het scharnierpunt. De routes voor het

openbaar vervoer verschillen wel van de belangrijkste

fiets- en looproutes. Rondom het Weesperplein is het

voorzieningenniveau laag. Er is wat horeca en een

enkele winkel. Maar er zijn geen grote publiekstrekkers,

die liggen verder weg.

Het vraagstuk van scheiding of verweving en de voor-

en nadelen van campusuniversiteiten kent al een lange

historie. In een interview in het vaktijdschrift Plan met

de Delftse prof.ir. S.J. van Embden, stedebouwkundige

van de TU Twente en Eindhoven (Plan, 1970), zegt Van

Embden dat de sleutelbegrippen interne en externe integratie

en flexibiliteit zijn. Maar volgens hem “bemoeilijkt

de eis van een nauwe interne samenhang, ter wille

van de integratie van de disciplines, gecombineerd met

deze toenemende omvang van het totale instituut, de

integratie van dat totale universiteitscomplex in het

stadsgeheel en daarmee van de universiteitsgemeenschap

(zo die al zou willen ontstaan) in de maatschappij.

Was de universiteit vroeger misschien een soort collectieve

ivoren behuizing voor een kleine elite, vandaag

dreigt zij een onverteerbare reuzenklont te worden

in het stadsgeheel” (Plan, p. 673). Deze opmerkelijke

waarschuwing van de Nederlandse campusspecialist bij

uitstek heeft nog niets van zijn waarde verloren. Het is

dan ook opvallend dat de term campus aan de UvA en

HvA weer zo populair is geworden, terwijl men tegelijkertijd

propageert een stadsuniversiteit te zijn. Volgens

van Dale’s Etymologisch Woordenboek betekent de term

campus wel universiteitsterrein, maar stamt deze af van

het Latijnse campus, wat het vlakke veld betekent. Dat

lijkt niet bepaald een geschikt label om de verweving

van de universiteit met de stad aan te duiden. In die zin

is de term cluster veel neutraler en minder verwarrend.

Creëren van stedelijkheid

Van Iersel en Jenniskens (2008) constateren dat het

gebied rond de Wibautstraat nu nog de aantrekkingskracht

en de levendigheid van beroemde studentenwijken

als Quartier Latin in Parijs of Greenwich Village

P. 245

in New York mist. Volgens hen ligt dat onder andere

aan de ligging in de stad, het soort en aantal studenten

en de schaalverschillen tussen de onderwijsgebouwen

en de directe omgeving. Hier wordt mijns inziens de

vinger op de zere plek gelegd. De monofunctionaliteit

en grofkorreligheid van de huidige gebouwen van de

UvA en HvA zijn een handicap om de beoogde unieke,

levendige stadscampus te bereiken. Het stofferen van

de plinten met publieksvoorzieningen is onvoldoende.

Winkels dienen immers aan een doorgaande belangrijke

looproute te liggen. De krimp in de bestaande

winkellinten in de Plantage Kerklaan en Plantage

Middenlaan en de moeilijke verhuurbaarheid van de

nieuwe commerciële ruimten in de Roetersstraat en

Sarphatistraat illustreren dit.

Van Iersel en Jenniskens (2008) zien diverse ruimtelijke

en functionele kansen en bedreigingen. In ruimtelijke

zin ligt het Roeterseiland nu erg verscholen.

De Singelgracht en de Mauritskade vormen fysieke

barrières voor de doorsteek van de Amstelcampus

naar het Roeterseiland. Een eerste kans zou zijn het

Weesperplein het ‘huisadres’ van de UvA en HvA te

laten zijn. Hoewel geluid- en stankoverlast rondom

het Weesperplein de gebruiksmogelijkheden daar

belemmeren, kan de universiteit wel beter zichtbaar

worden gemaakt in de metrohalte en op straat.

Een nieuwe naamgeving van het metrostation,

‘Universiteit van Amsterdam’, is volgens hen een

eerste stap in de goede richting. Een andere kans

is te zorgen voor extra studentenhuisvesting op de

beide campussen zodat er meer levendigheid komt.

Ook het toevoegen van sportfaciliteiten (op de

Amstelcampus) en culturele voorzieningen (op het

Roeterseiland) zorgt voor meer onderlinge loopstromen

en daarmee voor meer levendigheid.

Voor het Roeterseilandcomplex lijkt de les van het

BG-terrein enigszins ter harte genomen. Er komen

meer openbare routes over het terrein die ook voor

andere stadsbewoners toegankelijk zijn. Ook komen

er meer niet-universitaire functies in de plinten. Het

percentage niet-universitaire functies is weliswaar

More magazines by this user
Similar magazines