De campus als publiek domein - Rooilijn

rooilijn.nl

De campus als publiek domein - Rooilijn

Rooilijn Jg. 42 / Nr. 4 / 2009 Broedmachine van de creatieve klasse

P. 279

De plannen voor het Roeterseilandcomplex (REC) ademen de sfeer van

institutionele veranderingen waarbij de financiering steeds meer gekoppeld raakt

aan de aantallen studenten. Maar dat is niet de enige verandering die van belang

is voor de herontwikkeling van het REC. Er is ook sprake van een veranderde visie

op de relatie tussen kennis(-werkers) en steden waarbij de kwaliteit van de plaats

als een belangrijke vestigingsfactor wordt gezien. Universiteiten moeten opereren

in een context die in bepaalde opzichten verschilt van die van tien jaar geleden.

Het Roeterseilandcomplex is op te vatten als

een geologische formatie met de individuele

gebouwen als representanten van verschillende

perioden. Het zogeheten G-gebouw

aan de Nieuwe Prinsengracht is een specimen

uit de jaren dertig. Dit gebouw, in de

stijl van de Amsterdamse School maar met

een eigen identiteit en zelfs met een in steen

gehouwen opschrift ‘Geologisch Instituut’,

ademt de sfeer van de universiteit als een

tamelijk verheven en gesloten bolwerk van

kennis. Eenmaal binnen biedt het gebouw

ruime toegang tot de werkplekken van

de medewerkers. Het A-gebouw aan de

Roetersstraat weerspiegelt veel meer de veranderingen

van de jaren zestig en zeventig

toen studeren massale proporties begon aan

te nemen en de wereld doortrokken was van

een optimistisch modernisme. Een grote

hal, grote collegezalen zonder enige opsmuk

en bordjes met namen van instituten die

snel weer vervangen kunnen worden. Voor

de medewerkers, toen nog de nieuwe vrijgestelden,

de gestandaardiseerde wereld van

systeemplafonds, dunne scheidingswanden

en plastic koffiebekertjes. De meest recente

toevoeging, het E-gebouw, eveneens aan de

Roetersstraat, is weer anders. De universiteit

als een in zichzelf gekeerde broedmachine.

Na een grote hal, een labyrint van smalle

gangen en klein bemeten uniforme kamertjes

met nauwelijks uitzicht op de wereld

daarbuiten. Voor de daar gehuisveste

economen maakt het misschien ook weinig

uit. Doorgaans zijn ze toch alleen maar

geïnteresseerd in de wereld van hun model

en niet in de wereld om hen heen.

De student als consument

We staan nu aan de vooravond van een

nieuwe periode. De Universiteit van

Amsterdam wil een grote slag slaan in de

huisvesting en overgaan tot het ruimtelijk

concentreren. In dat plan zal het REC

domicilie bieden aan drie Faculteiten:

de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, de

Faculteit Maatschappij- en Gedragswetenschappen

en de Faculteit Economie

en Bedrijfskunde. Deze ruimtelijke

clustering omvat een grootscheepse verbouwing

en nieuwbouw. In 2006 hadden

de drie Faculteiten samen zo’n 18.100

studenten en 1.560 fte medewerkers. In

de ramingen voor 2020 gaat het respectievelijk

om 24.400 studenten en 1.790 fte

medewerkers bij de FEB, FGW en FdR.

De plannen (Roeterseiland gebiedsontwikkeling,

2007; Meerjaren Huisvestingsplan,

2008) laten een duidelijke koerswijziging

zien. Ten eerste wil men streven naar

een soort van campus waarbij meerdere

functies (onderwijs, kantoren, sport,

winkels, theater en horeca) in één complex

worden ondergebracht. Ten tweede wordt

gestreefd naar een veel minder scherpe

scheiding tussen de semi-publieke ruimte

van de universiteit en de openbare

More magazines by this user
Similar magazines