De campus als publiek domein - Rooilijn

rooilijn.nl

De campus als publiek domein - Rooilijn

Rooilijn

Jg. 42 / Nr. 4 / 2009

Column O. Naphta

Universitas

De universiteit is ontstaan in de polis die in het

klassieke Griekenland de bakermat was van onze

Westerse stadssamenleving, onder meer gekenmerkt

door een levendige belangstelling voor abstracte

waarden, zoals openbaar bestuur, kennis en kunst.

Het oorspronkelijke doel van de universiteit was om

stedelingen te scholen tot burgers die zich staande

kunnen houden in de samenleving. Wij danken daaraan

het begrip pedagogai.

Onze oudste universiteiten zijn rond 1200 gesticht.

Nederland was dus laat met de Leidse uit 1575, Italië

had er toen al 16, Duitsland en Frankrijk ieder 14. De

oudste universiteiten staan in Bologna en Parijs. Van

meet af aan heeft de universitas twee betekenissen:

de organisatie van het wetenschappelijk onderwijs en

studie en de sociale organisatie van de universitaire

bevolking. Daarbij ging en gaat het om gezamenlijkheid

en verbondenheid. Deze corporatie van leermeesters

(magistri) en leerlingen (scolares), zegt

mijn oude encyclopedie, sloten zich aaneen ‘om zich

in rechte af te zetten tegen andere maatschappelijke

verbanden, inclusief de wereldlijke en kerkelijke

overheid.’ Wie in de geschiedenis van een eerbiedwaardige

instelling zoals de universiteit leest, komt

evengoed geknoei tegen als in de geschiedenissen

van iedere andere maatschappelijke instelling van

betekenis zoals de stad en de staat. Het recht om te

doceren (licentia docendi) was al vroeg voorwerp van

lucratieve handel die in 1179 op het Derde Lateraanse

Concilie werd verboden. Doceren werd voortaan

alleen toegestaan op grond van een wetenschappelijke

graad, uiteindelijk die van doctor (= docent). De

doctorstitel kreeg het karakter van een meesterstuk

dat toegang gaf tot het lidmaatschap van een gilde.

In 2009 is dat nog steeds zo: geen (vaste) aanstelling

zonder doctorsgraad.

De oudste Engelse universiteiten van Cambridge en

Oxford hebben het best de corporatieve structuur van

Column: Universitas

P. 298

gezamenlijkheid en verbondenheid behouden, getuige de

levenslange verbondenheid van studenten met het college

waar zij studeerden. De autonomie van de universiteiten

die in de loop van de dertiende eeuw ontstond ging

ver. De universiteiten hadden een eigen rechtsspraak

ontwikkeld, uitgeoefend door de rector. Tegen de dreiging

van ingrijpen door een stadsbestuur werd het secessio of

dispersio ingezet: uitwijking naar elders. Zo is Cambridge

ontstaan, weggetrokken uit Oxford; natuurlijk leidend tot

eeuwigdurende rivaliteit. Een blijvend kenmerk van de

colleges is het persoonlijk onderricht, het privatissimum,

dat in onze massa-universiteiten jalousie opwekt.

Cambridge en Oxford, beide kleiner dan de Universiteit

van Amsterdam, maken zich absoluut niet druk om zoiets

als internationalisering of groei van studentenaantallen.

Ik herinner me dat bij de opening van het huidige

academische jaar de rector, ik meen van Cambridge, haar

afschuw uitsprak over de politieke oproep dat universiteiten

minder elitair moeten worden en hebben bij te dragen

aan de verheffing van de zwakkeren in de samenleving.

De vooruitgang van wetenschappelijke kennis is het enige

dat telt. Wie er te stom voor is heeft er niets te zoeken,

aldus mijn even korte als lompe samenvatting van haar

scherpzinnige betoog. Een instelling begrijpt men beter

door haar geschiedenis te bestuderen. Hetzelfde geldt

voor de ruimtelijke omgeving waarin ze gedijt. Kan de

UvA nu nog besluiten om zich in Almere te vestigen?

Deze daad van dispersio zal in de nieuwe stad met open

armen worden ontvangen. In Leuven is het nog gebeurd

in de jaren zestig. Toen de taalkwestie weer eens hoog

werd opgespeeld, werd Louvain-la-Neuve gesticht, een

echte campusuniversiteit. Op het Roeterseiland moet

een open stadscampus ontstaan, niet meer afgesloten

maar samensmeltend met de locale stedelijke omgeving.

Juist daarom moet gestudeerd worden op de eigentijdse

betekenis van de universiteit als verzameling corporaties

van gezamenlijkheid en verbondenheid en moet worden

doorgrond wat dat voor de ruimtelijke inrichting betekent:

dubbel reflexieve planning is een delicate opgave.

More magazines by this user
Similar magazines