Bijlage 2 Rapport evaluatie woonvisie - Gemeente Drimmelen - 3 ...

drimmelen.shared.1eeurope.nl

Bijlage 2 Rapport evaluatie woonvisie - Gemeente Drimmelen - 3 ...

Evaluatie woonvisie 2004+ (concept)

Opgesteld 25 februari 2008

M. Verschuren

Gemeente Drimmelen

In samenwerking met:

Woningstichting Volksbelang

Woningstichting Goed Wonen

Woningstichting Geertruidenberg (WSG)

Makelaars: Biemans, Daniëls-Stokvis, Ormeling

Huurdersverening Woonbelang

Stichting Welzijn Ouderen (SWO)

Verankeringsgroep Ouderenproof

Ouderenplatform SDOB

Wethouder Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting Gemeente Drimmelen

Collega’s van Gemeente Drimmelen van de afdelingen Ruimtelijke Ordening en

Maatschappelijke Aangelegenheden

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 1


Inhoudsopgave

1. Inleiding evaluatie woonvisie .............................................................................................. 3

2. Samenvatting woonvisie 2004+.......................................................................................... 4

2.1. Analyse woningmarkt Drimmelen................................................................................... 4

2.2. Woonprogramma Drimmelen 2005-2008 ....................................................................... 4

2.2.1. Huurwoningen ............................................................................................................. 5

2.2.2. Koopwoningen............................................................................................................. 5

2.2.3. Wonen, Welzijn, Zorg .................................................................................................. 6

2.3. Stand van zaken ten aanzien van de Woonvisie 2004+ ................................................ 7

3. Beleidswijzigingen en onderzoeken uitgevoerd na vaststelling woonvisie...................... 11

3.1. Beleid Gemeente Drimmelen / regio / Provincie / overheid ......................................... 11

3.1.1. Starters- en toewijzingsbeleid ................................................................................... 11

3.1.2. Sturingscriteria........................................................................................................... 12

3.1.3. Ouderenbeleid en WMO............................................................................................ 12

3.1.4. Leefbaarheid (per kern)............................................................................................. 12

3.1.5. Huisvesting bijzondere doelgroepen......................................................................... 13

3.1.6. Duurzaam bouwen .................................................................................................... 13

3.2. Corporaties.................................................................................................................... 13

3.2.1. Woningtoewijzingsbeleid huurwoningen.................................................................. 13

3.2.2. Strategisch beleid van corporaties............................................................................ 13

3.2.3. Verkoopbeleid corporaties......................................................................................... 13

3.3. Per kern......................................................................................................................... 14

3.4. Demografische ontwikkelingen ..................................................................................... 14

3.4.1. Bevolkings- en woningbehoeftenprognose van de Provincie................................... 14

3.4.2. Demografische ontwikkelingen in de Gemeente Drimmelen ................................... 15

3.5. Conclusies..................................................................................................................... 16

4. Uitgevoerde en lopende projecten.................................................................................... 17

4.1. Opgeleverde projecten.................................................................................................. 17

4.2. Lopende projecten ........................................................................................................ 17

4.2.1. Inhaalslag .................................................................................................................. 18

4.2.2. Voortgangsrapportage 2007, gem. Drimmelen, Geertruidenberg en Moerdijk........ 18

4.3. Woningbouwprogramma door stakeholders................................................................. 19

4.3.1. Doelgroepen .............................................................................................................. 20

4.3.2. Kleine kernen............................................................................................................. 20

4.4. Conclusies..................................................................................................................... 21

5. Nieuwe uitgangspunten / bijstelling woonvisie................................................................. 22

5.1. Aanbevelingen t.a.v. flankerend beleid......................................................................... 22

5.2. Actieprogramma............................................................................................................ 22

BIJLAGEN

Bijlage 1. Letterlijke overname tekst Woonvisie 2004+..................................................... 25

Bijlage 2. Beleid Gemeente Drimmelen / overheid............................................................ 26

Bijlage 3. Ouderen.............................................................................................................. 31

Bijlage 4. Bevolkingsopbouw per kern per 1/1/2008 ......................................................... 33

Bijlage 5. Projectenmatrix: opgeleverde projecten en plannen in ontwikkeling................ 37

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 2


1. Inleiding evaluatie woonvisie

In 2004 is de Woonvisie 2004+ door de gemeente Drimmelen vastgesteld. Hierin staan de

beleidskaders genoemd op het gebied van wonen in de gemeente en de taakstelling voor het

bouwprogramma en de gewenste woningdifferentiatie in de periode 2004-2008. In de

afgelopen jaren is er uitvoering gegeven aan de Woonvisie, het bouwprogramma is

achtergebleven ten opzichte van de ambitie in de woonvisie.

In de visie stond de bouw van 600 woningen op het programma. De afgelopen 3 jaar is er

minder gebouwd en het is niet reëel te verwachten dat in het komende jaar nog zoveel wordt

gebouwd dat alsnog 600 woningen worden gerealiseerd. De stagnatie in de bouwproductie is

voor een groot deel te verklaren door de bouwlocaties. Tot voor kort bestonden die alleen uit

inbreidingslocaties. Deze zijn klein en de invulling is moeilijk omdat er gebouwd wordt in een

bestaande omgeving. Daarnaast moeten op deze locaties ook de groene karakters

behouden blijven. Inmiddels mag de gemeente ook op enkele uitbreidingslocatie bouwen. Dit

geeft de mogelijkheid grotere projecten te ontwikkelen zodat de bouwproductie een flinke

impuls krijgt.

Voorafgaand aan de woonvisie is een woonconsumentenenquête uitgevoerd naar de

woonwensen van de inwoners van de gemeente. Dit is de onderlegger geweest voor de

Woonvisie 2004+. Aangezien er niet zo veel gebouwd is, is de verwachting dat de

woonwensen niet sterk zijn gewijzigd ten opzichte van enkele jaren geleden, maar de druk is

wellicht groter geworden. De grote lijnen in de Woonvisie zijn hierdoor niet veranderd. Wel

zijn er in de afgelopen periode bij zowel de gemeente als de corporaties wijzigingen in beleid

doorgevoerd die van invloed kunnen zijn. In de afgelopen tijd is er ook meer inzicht gekomen

in de wensen van ouderen en starters (door het project ouderenproof en de oprichting van de

startervereniging) . Eind 2007 is er ook nog een bewonersenquête gehouden onder de

inwoners van Wagenberg. De uitkomsten hiervan geven meer inzicht in de wensen van de

inwoners van Wagenberg (zie verderop). In de andere kernen zijn geen aanvullende

onderzoeken gedaan naar de woonwensen.

Omdat de Woonvisie in 2008 afloopt, wordt nu een evaluatie uitgevoerd. Het doel van de

evaluatie is om inzicht te geven in wat er wel en niet gerealiseerd is uit de Woonvisie en op

welke punten de Woonvisie is bijgesteld door later vastgesteld beleid. In de evaluatie zal

terug gekeken worden en vastgesteld worden of de actiepunten gerealiseerd zijn. Zo niet,

waaraan ligt dat en is het zinvol om er alsnog iets mee te doen? Ook worden de uitkomsten

van onderzoeken m.b.t. wonen die in de periode 2004-2007 zijn uitgevoerd, meegenomen .

Deze inzichten moeten leiden tot een herijkte woonvisie 2008-2011.

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 3


2. Samenvatting woonvisie 2004+

In dit hoofdstuk wordt een samenvatting gegeven van de Woonvisie 2004+. Pas in de laatste

paragraaf van dit hoofdstuk wordt ingegaan op de stand van zaken ten aanzien van de totale

Woonvisie.

2.1. Analyse woningmarkt Drimmelen

Voorafgaand aan de opstelling van de Woonvisie 2004+ is begin 2004, in opdracht van de

gemeente Drimmelen, door Companen een woningmarktonderzoek uitgevoerd. Daarbij is

onder meer een enquête gehouden naar de woonwensen van inwoners van de gemeente

die binnen 5 jaar willen verhuizen. De uitkomsten van dit onderzoek zijn in een afzonderlijke

rapportage gepresenteerd en vormen een belangrijke onderbouwing voor deze Woonvisie. 1

De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek kunnen als volgt worden samengevat:

In de gemeente is sprake van een fors woningtekort, met name voor starters en senioren. De

stagnerende woningproductie van de afgelopen jaren heeft tot een aanzienlijk

vertrekoverschot van jonge inwoners geleid. Hierdoor kwam er niet alleen een einde aan de

bevolkingsgroei, maar is er naast de groeiende vergrijzing ook sprake van een extra sterke

ontgroening. In vergelijking met de provincie heeft de gemeente Drimmelen op dit moment

dan ook veel inwoners van 40 jaar en ouder, en relatief weinig inwoners tussen 20 en 40 jaar

(jonge gezinnen).

Als de situatie niet verandert zal de extra scheefgroei in de bevolkingsontwikkeling doorgaan

met als resultaat een eenzijdige, sterk vergrijsde bevolkingsopbouw. Dit is nadelig voor de

vitaliteit en de leefbaarheid in de kernen. Overigens zal er ook bij een 'normale' vergrijzing in

de gemeente, als gevolg van extramuralisering en het langer zelfstandig wonen van

ouderen, een additionele behoefte ontstaan aan bijzondere woonvormen die bij voorkeur

ingebed dienen te zijn in een adequate woonzorgstructuur. Tenslotte blijkt uit het onderzoek

dat de inwoners van de gemeente Drimmelen gehecht zijn aan hun eigen woonkern. Ook

daarom is het belangrijk dat in deze Woonvisie aandacht wordt besteed aan de vitaliteit en

leefbaarheid van de kernen.

2.2. Woonprogramma Drimmelen 2005-2008

In de komende jaren (2005-2008) moet in de eerste plaats de grote uitstroom van jongeren

worden beëindigd. Mede gezien de aanwezige ruimtelijke mogelijkheden, zoals blijkt uit de

StructuurvisiePlus, zet de gemeente zich in op een bouwproductie van 600 woningen in de

periode 2005-2008 (gemiddeld 150 per jaar). Dit wordt als volgt vertaald: in de kernen Made

en Lage Zwaluwe mogen meer woningen gebouwd worden dan voor de autonome groei

nodig is. In de kernen Terheijden, Wagenberg en Hooge Zwaluwe wordt wat minder

gebouwd.

Het gewenste nieuwbouwprogramma kan als volgt worden toegelicht:

Binnen het totale bouwprogramma wordt uitgegaan van een aandeel huurwoningen dat op

40% ligt. Er is een stijgende behoefte aan huurwoningen voor met name senioren, in een

multifunctioneel woningtype 2 .

Het gewenste aandeel koop ligt op 60%, met het accent op de goedkope en middeldure

sector (tot € 275.000). Eénderde hiervan kan in de sfeer van appartementen worden

1 Gemeente Drimmelen: Onderzoek naar het Wonen, bouwstenen voor een woonvisie, 16 april 2004.

2 Een multifunctionele woning is een woning die geschikt is voor meerdere doelgroepen. De voordeur van de woning is

traploos te bereiken en de woonkamer, de keuken, het toilet, de badkamer of douchegelegenheid en tenminste 1

slaapkamer zijn allemaal gelijkvloers, dus op dezelfde verdieping gelegen.

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 4


gerealiseerd. Dit is ongeveer 20% van de totale nieuwbouw. Daarnaast hebben veel

bewoners de behoefte om een eigen woning te realiseren op een bouwkavel. Bij voorkeur

zou minimaal 20% van het bouwprogramma gereserveerd moeten worden voor eigen bouw..

Met name in de kern Lage Zwaluwe liggen hier kansen.

2.2.1. Huurwoningen

Potentiële overschotten van bepaalde woningtypen moeten weggewerkt worden: in de

huursector wordt hierbij gedacht aan het vervangen of verbeteren van verouderde woningen

en verkoop van huurwoningen (mits in de nieuwbouw vervangende woningen kunnen

worden gebouwd). De omvang van de aandachtsgroep 3 in de gemeente bedraagt in 2004

ruim 2.600 huishoudens en komt neer op 26% van alle huishoudens. Dat is een stuk lager

dan het landelijk gemiddelde van 32%. Tot 2010 is op basis van de gehanteerde

uitgangspunten sprake van een afname van de aandachtsgroep met 120 huishoudens. Op

basis van de omvang van de aandachtsgroep, de aandachtsgroep in een koopwoning en de

goedkope scheefheid kan er worden vastgesteld hoeveel woningen er in de kernvoorraad

nodig zijn. Na confrontatie met de beschikbare kernvoorraad blijkt dat voor Drimmelen het

theoretische overschot van 60 woningen oploopt tot ca 180 stuks in 2010.

Tegenover deze theoretische berekeningen staat het huidige ervaringsgegeven dat de druk

op de huurmarkt sterk is gestegen, onder andere door de moeilijke toetreding op de koopmarkt.

Een belangrijk deel van de sociale huurwoningen is nodig voor de huisvesting van

personen die niet tot de aandachtsgroep behoren, maar op de huursector zijn aangewezen

door de huidige woningmarktomstandigheden.

De huidige kernvoorraad sluit niet goed aan bij de woonwensen van de doelgroep: de

kernvoorraad bestaat vooral uit eengezinswoningen terwijl huurders vooral 55+-ers zijn.

Deze oudere huurders hebben behoefte aan multifunctionele (senioren)woningen.

Eengezinswoningen zouden daarom verkocht kunnen worden aan starters, waarbij de

opbrengst ingezet kan worden voor de bouw van multifunctionele huurwoningen.

2.2.2. Koopwoningen

Vasthouden van starters wordt gezocht door de realisatie of beschikbaar krijgen van

betaalbare koopwoningen. Vooral ouderen maken koopwoningen in het middensegment vrij

en wensen een huurwoning. Bij dreigend overaanbod werkt het prijsmechanisme en zullen

ouderen langer in hun huidige woning blijven wonen omdat de verwachte verkoopprijs niet

gerealiseerd kan worden.

Om het voor ouderen mogelijk te maken om langer in de woning te kunnen blijven wonen zijn

vaak woningaanpassingen nodig. De gemeente stelt zich op het standpunt dat de gewenste

woningaanpassing in de koopsector in beginsel tot de verantwoordelijkheid van de eigenaarbewoners

gerekend mag worden. De gemeente wil hierin wel een initiërende en

stimulerende rol spelen door gebruik te maken van het door de provincie in het kader van het

project Vitaal Grijs ontwikkelde verbeterprogramma 'Blijvend Thuis in Eigen Huis'. 4

De starter, alleenstaand of met een partner, is op zoek naar zelfstandige woonruimte en

heeft meestal behoefte aan een woning met minimaal twee slaapkamers. De ervaring leert,

dat op langere termijn, de starter het meeste baat heeft bij een woningmarkt waarin de

doorstroming goed functioneert. De gemeente zet daarom op de eerste plaats in, op het

bevorderen van de doorstroming door strategische nieuwbouw.

Werken aan betere kansen, door:

• Gefaseerde woningbouw

• Bevorderen doorstroming

3 Alleenstaande jonger dan 65 met een inkomen lager dan € 18.725; 65+ < € 16.475; Meerpseroonshuishoudens jonger dan

65 met een inkomen lager dan: € 24.750 en 65+: < € 21.375, prijspeil juli 2007.

4 Dit project loopt momenteel en is erop gericht om mensen langer zelfstandig te laten wonen, door de woning veiliger en

comfortabeler te maken.

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 5


• Verkoop van huurwoningen

• Nieuwbouw van groeiwoningen (woningen met een kleine inhoud en daardoor niet te

duur) op uitbreidingslocaties

• Aanpassen van het woningtoewijzingsbeleid

Voor uitwerking van deze punten, zie bijlage 1.

2.2.3. Wonen, Welzijn, Zorg

Van belang voor deze Woonvisie is de indeling van de gemeente in A- respectievelijk B- of

C- kernen. Deze indeling is als volgt:

• A-kernen: alle voorzieningen op het gebied van wonen, welzijn en zorg.

• B-kernen: basisvoorzieningen.

• C-kernen: zonder noemenswaardige voorzieningen.

In de gemeente Drimmelen zijn Made en Terheijden als een A-kern aan te merken. De kern

Lage Zwaluwe is een A/B-kern, waarvoor de doorgroei naar een volwaardige A-kern gewenst

is. De kern Wagenberg is een B/C-kern, die in aanmerking komt voor een basisvoorziening

zorg/verzorging). De kernen Hooge Zwaluwe en Drimmelen zijn C-kernen; alleen in Hooge

Zwaluwe kan een beperkt steunpunt wonen-welzijn-zorg worden overwogen, als aanvulling

op het bestaande aanbod.

Gezien omvang en aanwezige voorzieningen is het gewenst om in Made, Terheijden en

Lage Zwaluwe een woonservicezone te realiseren. Nader onderzoek moet uitwijzen of deze

behoefte in Wagenberg manifest is of dat de belangstellenden voor dergelijke woonvormen

vooral in grotere kernen met meer voorzieningen willen wonen.

Tot slot staat in de Woonvisie een actieprogramma opgenomen, waarbij bij het vaststellen

van de programma’s de gemeente zich op korte termijn richt op activiteiten met prioriteit 1:

1 Het ontwikkelen van een Actieprogramma Woningbouw dat de realisatie

van een bouwprogramma van 600 woningen in de periode 2005-2008 (4

jaar) mogelijk maakt.

2 Bij de toedeling van de woningbouw over de kernen zal niet alleen rekening

worden gehouden met de ruimtelijke mogelijkheden, maar vanuit de

doelstelling van vitale en leefbare kernen ook met de aanwezige

voorzieningen.

3 Uitgangspunt voor het woningbouwprogramma is een verhouding van 40%

huurwoningen en 60% koopwoningen. Tabel 4.3. wordt als uitgangspunt

aangehouden bij de uitwerking van de verschillende bouwplannen in de

kernen.

4 De samenstelling van het bouwprogramma voor de kernen wordt in

programmatische zin gebaseerd op de woonvoorkeuren, zoals deze uit de

woonwensenenquête naar voren komen.

5 De huurwoningen zullen zoveel mogelijk in een multifunctioneel woningtype

worden gebouwd, terwijl er in de koop naast appartementen ook

grondgebonden woningen voor gezinnen zijn gepland.

6 Naast de nieuwbouw van Volksbelang voor starters zullen er in de koop ook

70 betaalbare starterswoningen worden gebouwd.

7 Waar nodig en mogelijk zullen de (gedeeltelijk nog te ontwikkelen)

strategisch beheerplannen van de corporaties in het nieuwbouwprogramma

worden verwerkt.

8 De gemeente voert voor de lange termijn een woningbouwprogramma uit,

dat op doorstroming is gericht.

9 De gemeente voert diverse maatregelen uit om de kansen van starters en

jonge gezinnen op de woningmarkt te vergroten, waaronder de realisatie

van ca 70 goedkope koopwoningen voor starters.

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 6

1

1

1

1

1

1

2

2

1


10 De gemeente initieert en stimuleert, zodat er een aanzienlijke slag wordt

gemaakt ten aanzien van het beter geschikt maken van het particuliere

woningbezit van oudere eigenaar-bewoners. Hierbij wordt aangesloten op

het provinciale programma 'Blijvend Thuis in Eigen Huis'.

11 Ten behoeve van de ontwikkeling van een evenwichtige woon-welzijn-zorginfrastructuur

in de gemeentelijke woonkernen zal een Nota Integraal

Ouderenbeleid worden opgesteld.

12 In prestatieafspraken minimale omvang kernvoorraad vastleggen op 2.250

huurwoningen.

13 Samenwerking met partners, burgers en instellingen, op vier manieren vorm

geven: via structureel jaarlijks, projectgericht en bestuurlijk overleg en

informele samenwerking.

14 Maken van prestatieafspraken tussen gemeente en corporaties, die jaarlijks

worden geactualiseerd.

15 Jaarlijks: samenstellen cijfermatige monitor en evaluatie van beleid. 2

16 Na twee jaar woonvisie actualiseren en na vier jaar herziening van de

woonvisie (met uitvoering van integraal woningmarktonderzoek).

2.3. Stand van zaken ten aanzien van de Woonvisie 2004+

Van bovengenoemde punten (in voorgaande paragraaf) zijn diverse zaken uitgevoerd. Zo is

er uitvoering gegeven aan de punten 1 t/m 5 en 12 t/m 15. De overige punten zullen hierna

aan de orde komen.

Punt 6 en 9: voldoende starterwoningen. Er zijn in de afgelopen periode (2004-2007) 11

starterswoningen gerealiseerd. Dit is minder dan de benodigde 70. In 2007 is een

startersvereniging opgericht 5 . De vereniging is opgericht om woningbouwprojecten voor

starters te realiseren in Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO). Door deze CPOconstructie

te kiezen is het mogelijk om goedkope koopwoningen te realiseren. De gemeente

is een samenwerking aangegaan met de vereniging en heeft grond ter beschikking gesteld.

Ook Woningstichting Volksbelang is een samenwerking met hen aangegaan en zal

zorgdragen voor de nodige financiering en expertise.

Punt 7: Woningstichting Volksbelang heeft in 2007 haar Strategisch Voorraad Beleid (SVB)

vastgesteld. Alle woningen zijn technisch en woontechnisch beoordeeld. Op basis van de

uitkomsten zijn er scenario’s ontwikkeld voor de korte, middel- en lange termijn. Doel van het

SVB is te komen tot een meer gedifferentieerde woningvoorraad in type, prijs en doelgroep.

Bij het vaststellen van de strategische keuzes zijn er beleidsuitgangspunten gehanteerd en

de opgave vanuit de Woonvisie 2004+.

Volksbelang heeft een groot aantal nieuwbouwprojecten in voorbereiding. Het is onze

ambitie om tot 2011, 240 (sociale) huurwoningen te realiseren. Deze huurwoningen zijn met

name voor ouderen en jongeren. Ook in de koopsector, zowel betaalbaar als duurder,

worden plannen ontwikkeld en naar verwachting zal ook hier voor 2011 een groot deel van

worden opgeleverd. Het gaat om zowel appartementen, mede geschikt voor ouderen, als om

grondgebonden woningen die voor een deel specifiek zijn bedoeld voor starters.

Daarnaast staan er 2 projecten met in totaal 44 woningen voor de bijzondere doelgroep

gepland. Beide projecten worden in samenwerking met zorgaanbieders ontwikkeld. In Made

wordt in samenwerking met Stichting Prisma 20 wooneenheden gerealiseerd als uitbreiding

van de Veestraat. In Wagenberg worden 24 zorgwoningen gebouwd met Surplus.

Het realiseren van nieuwbouw moet de vraagdruk in totaliteit naar woningen verminderen

maar moet ook gericht zijn om meer differentiatie in de voorraad aan te brengen, de

5 Startersvereniging Dynamisch Jong Drimmelen www.sv-djd.nl

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 7

2

1

2

2

1

2


doorstroming te bevorderen en de gemiddelde kwaliteit te verbeteren. Deze differentiatie en

kwaliteitsverbetering wordt ook nagestreefd in het SVB. Voor circa 1000 woningen is

gekozen voor een verbouwingsscenario waarbij de kwaliteit en het wooncomfort wordt

verhoogd. Ook wordt een deel van de bestaande woningvoorraad herbestemt voor andere

doelgroepen. Met deze herbestemming wordt vooral ingespeeld op de grote vraag van

starters in de gemeente. Verder worden circa 126 woningen, allen eengezinswoningen,

verkocht. In eerste instantie worden deze woningen aangeboden aan de zittende huurder.

Wanneer dit niet tot verkoop leidt worden de woningen bij mutatie aangeboden op de “vrije

markt”. (zie verder verkoopbeleid corporaties)

In het verlengde van het SVB heeft Woningstichting Volksbelang ook een duidelijke visie en

ambitie over de leefbaarheid in de kernen. Naast het realiseren van kwalitatieve goede

huisvesting gaat het meer en meer om het creëren van leefbare woonmilieu’s in buurten,

wijken, dorpen en steden, waarin de aspecten van wonen, welzijn en zorg en zelfs werken in

een integrale gebiedsgericht ontwikkelingsvisie samenkomen. Voor het realiseren van deze

gebiedsontwikkelingsvisie zoeken wij samenwerking met strategische partners, zoals de

gemeente en zorginstellingen. Want alleen met een goede samenwerking tussen alle partijen

is een goede visie te maken en uit te voeren.

Een belangrijk punt is het vitaal houden van het wonen en leven in een dorpsgemeenschap.

Dorpen en kleine kernen kenmerken zich vaak door een grote sociale samenhang, vaak

ontstaan vanuit familierelaties en een bloeiend verenigingsleven. Die samenhang zorgt

ervoor dat mensen aandacht voor elkaar hebben en sterker betrokken zijn bij hun (woon)

omgeving.

Corporaties die in een landelijke omgeving werkzaam zijn, moeten die sociale kracht

benutten bij het vitaal houden van dorpen en kernen. Volksbelang vindt dat zij er voor moet

zorgen dat zij een sterke relatie met die gemeenschappen moet hebben.

Woningstichting Goed Wonen heeft in 2005 haar Strategisch Voorraad Beleid (SVB)

opgesteld en zegt hierin dat zij haar plannen afstemt op hetgeen in de Woonvisie 2004+ is

vastgesteld.

Goed Wonen vindt nieuwbouw noodzakelijk ten behoeve van de realisatie van nieuwe

woontechnische ontwikkelingen, en voor het waarborgen van de gevarieerdheid

van het bezit en het bevorderen van doorstroming. Goed Wonen zoekt actief naar

mogelijkheden om nieuw te bouwen in meerdere segmenten (betaalbaar en duur, in zowel

de koop- als de huursector ). De komende 10 jaar (2005-2015) heeft Goed Wonen zichzelf

een nieuwbouwopgave van circa 210 woningen gesteld; 115 woningen worden tot 2008

gerealiseerd. Binnen de bouwplannen wordt ook nadruk gelegd op het bouwen voor starters

en jonge doorstromers. Er komen circa 114 nieuwbouwwoningen in de betaalbare

koop- en – huursector. Daarnaast wordt de doorstroming bevorderd door aanpassingen in

het bestaande bezit, en door nieuwbouw voor senioren te realiseren.

De nieuwbouwverdeling is op dit moment 45% huurwoningen en 55% koopwoningen. Dit is

iets afwijkend van de 40-60 verdeling in de raamovereenkomst. Dit kan worden opgevangen

in de verkoop van kleine, goedkope koopwoningen die een goed aanbod vormen voor de

starters in Lage Zwaluwe.

Goed Wonen wil naast nieuwbouw ook woningverbetering toepassen. Hiermee wordt het

verhogen van het voorzieningenniveau van een woning bedoeld. Aanpassing van de huidige

voorraad betekent hierin het geschikt maken van een woning voor gebruik door minder

validen. Daarbij realiseert Goed Wonen in iedere woning na mutatie haar

basiskwaliteitsniveau. Voor wat betreft de vervanging van huurwoningen heeft Goed Wonen

plannen om in de komende jaren 10 tot 15 van haar huidige huurwoningen te vervangen

door nieuwbouw.

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 8


Het zorgcomplex Ganshoek wordt volledig aangepast, zodat het tekort aan WWZvoorzieningen

kan worden opgelost. Het bouwprogramma bestaat / bestond uit:

• 15 verpleeghuisplaatsen

• 47 aanleunwoningen

• een ouderensociëteit

• 6 dure huur- en 12 koopappartementen (Residentie de Ganshoek, inmiddels opgeleverd).

Wanneer deze aantallen naast de behoefte uit de woonvisie worden gelegd, is te zien dat

Lage Zwaluwe na realisatie van de plannen een overaanbod van 30 intramurale

zorgplaatsen krijgt, alsmede een overaanbod van 15 plaatsen in bijzondere woonvormen

voor mensen met een lichte functiebeperking, lichamelijk en verstandelijk gehandicapten.

Echter, door de vergrijzing en extramuralisering van de zorg neemt de druk op het segment

woon-zorgcombinatie sterk toe. Goed Wonen heeft voorgesteld een steunpunt te realiseren

bij de herontwikkeling in de Olmhof/Kon. Gustav Adolfstraat.

In Hooge Zwaluwe zijn op dit moment de gemeente Drimmelen, Circonflex, SWO en Goed

Wonen druk in overleg over de realisat ie van een steunpunt. Hier komen tevens 20

nieuwbouwwoningen in de huur bij.

Woningstichting Geertruidenberg (WSG) heeft ook bezit in de Gemeente Drimmelen en

bouwt samen met Woningstichtingen Volksbelang en Goed Wonen en met zorgaanbieder

Surplus op diverse locaties in de gemeente. WSG legt zich voornamelijk toe op woningbouw

in het kader van zorg.

Punt 8: zie sturingscriteria projecten (hieronder)

Punt 10 en 11, zie verderop: beleid Blijvend Thuis in Eigen Huis en onderzoeksrapport

Ouderenproof.

Punt 16: de Woonvisie is niet geactualiseerd in 2006. Destijds was voorgesteld om na twee

jaar te kijken of de gekozen beleidsuitgangspunten nog altijd actueel zijn (ook met het oog op

de mogelijk veranderde politieke context na de verkiezingen) of dat aanpassing van beleid

gewenst is. Na vier jaar kan de bestuurlijke context en de situatie op de woningmarkt

dusdanig gewijzigd zijn, dat een herziening van de Woonvisie voor de hand ligt. Het

woningbouwprogramma is achtergebleven, waardoor een actualisatie niet nodig leek. Deze

evaluatie is tevens een actualisatie.

Ook is destijds vastgesteld dat bij de herziening het tevens gewenst is een integraal

woningmarktonderzoek uit te voeren, dat gezamenlijk door gemeente en corporaties wordt

begeleid. Gezien de achterblijvende woningbouwproductie, de onderzoeken die gehouden

zijn in de afgelopen vier jaar, is besloten om geen woningmarktonderzoek uit te voeren. De

woningbehoefte zal niet significant verschillen van vier jaar geleden. Daarnaast wordt door

de Provincie woningonderzoek en woningbouwprogramma gemonitord via WoON

(Woningbehoefte Onderzoek Noord-Branbant). WoON geeft inzicht in de vraag. Zie ook

www.brabant.nl/wonen.

Tijdens de overleggen over nieuwbouwplannen wordt de Woonvisie uitgedragen. De

verhouding huur en koop wordt zo veel mogelijk nagestreefd. Ook is er aandacht voor het

aanvullen van de goedkope voorraad, multifunctionele woningen en een niet te groot aantal

appartementen. Ondanks de vele inspanningen is het forse woningtekort niet ingelopen. De

bouwproductie is sterk achtergebleven op het gewenste aantal van 600 woningen. Ook het

aantal starters- en seniorenwoningen is achtergebleven. Wel staan er diverse projecten op

het bouwprogramma specifiek voor starters en senioren. Denk aan het CPO-project voor

starters (zie verderop) en diverse locaties waar multifunctionele woningen op het programma

staan (o.a. Adelstraat/Meidoornlaan en in Made-Prinsenpolder). Het achterblijven van de

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 9


ouwproductie heeft met name te maken met het feit dat er in de afgelopen jaren alleen

woningbouw mogelijk was op inbreidingslocaties, wat niet de meest makkelijke locaties zijn

voor nieuwbouw (en vaak om kleine aantallen gaat). Pas sinds kort is het mogelijk om in de

gemeente ook op uitbreidingslocaties te bouwen.

Op het gebied van wonen, welzijn en zorg is het nodige onder handen genomen. Zo is het

project Ouderenproof afgerond, met de nodige aanbevelingen. Het project Blijvend Thuis in

Eigen Huis is opgestart. Er staat een klein zorgpunt op het bouwprogramma van Hooge

Zwaluwe. Ook in Wagenberg wordt de mogelijkheid onderzocht voor een seniorenproject

waarbij zorg geleverd kan worden. De woonservicezones in Terheijden, Made en Lage

Zwaluwe zijn nog niet vastgesteld. Voor Lage Zwaluwe is een plan in de maak, een

raadpleging van de bewoners is al geweest. Voor Made staat een raadpleging op het

programma voor 2008. In Terheijden moet nog een start gemaakt worden.

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 10


3. Beleidswijzigingen en onderzoeken uitgevoerd na

vaststelling woonvisie

In de bijlage 2 wordt ingegaan op koerswijzigingen, uitgevoerde onderzoeken, gewijzigd of

toegevoegd rijks-, provinciaal of regionaal beleid e.d. die van invloed zijn op het

woningbouwprogramma en op de woonvisie. Conclusies die uit de onderzoeken en

koerswijzigingen kunnen worden getrokken komen in dit hoofdstuk aan de orde.

3.1. Beleid Gemeente Drimmelen / regio / Provincie / overheid

De Gemeente Drimmelen heeft in de periode 2005-2008 op diverse terreinen beleid

opgesteld, als aanvulling op de Woonvisie of naar aanleiding van landelijk, provinciaal of

regionaal vastgesteld beleid.

3.1.1. Starters- en toewijzingsbeleid

Zo is er in 2007 startersbeleid en toewijzingsbeleid voor koopwoningen vastgesteld. Het

startersbeleid is erop gericht om starters meer mogelijkheden te bieden op de woningmarkt,

met name starters met een laag inkomen 6 . De gemeente zet met haar beleid het instrument

grondprijsdifferentiatie in. Zo wordt starters mogelijk gemaakt zelf grond aan te kopen en te

bebouwen, waardoor de kosten van de woning lager uitvallen dan bij commerciële projecten.

Dit jaar komt er subsidie voor de bouw van goedkope woningen en CPO-projecten 7 vanuit de

Provincie.

Om een deel van de starters tegemoet te komen heeft de gemeente zich ten doel gesteld om

enkele projecten te realiseren in collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO). Zij heeft

hiervoor WoningstichtingVolksbelang benaderd, die graag haar medewerking verleent.

Concreet resulteert dit in enkele bouwplannen waarbij starters zelf de opdrachtgever zijn

(gebundeld in een collectief). Ervaringen elders leren dat op deze wijze woningen gebouwd

kunnen worden die goedkoper zijn dan woningen gebouwd door een projectontwikkelaar.

Doordat starters een deel zelf doen, worden de kosten verlaagd. Twee projecten waar dit

toegepast gaat worden: De Ligne in Made en F-veld in Terheijden. In 2007 is een de

startersvereniging jong dynamisch drimmelen (sv-djd)opgericht, die de belangen van de

Drimmelense starters behartigt. Deze vereniging is in overleg over beide projecten met de

gemeente en Woningstichting Volksbelang.

Voor de woonvisie betekent dit dat de startersproblematiek zeker niet is opgelost en dat deze

nog steeds aandacht vraagt. De aantallen zoals gemeld in de Woonvisie, zullen

gehandhaafd moeten blijven.

Het toewijzingsbeleid 8 voor koopwoningen is opgesteld om de positie van sociaal zwakkeren

(starters, senioren en mensen met een medische indicatie) te versterken. Deze mensen

6 Definitie: starters zijn meerderjarige personen die op zoek zijn naar een zelfstandige koop- of huurwoning, na

verhuizing geen koopwoning achterlaten en ook niet binnen de huursector doorstromen. De starter is

ingeschreven in de Gemeente Drimmelen (of er woonachtig geweest en voor studie woonachtig buiten de

gemeente of door gebrek aan woonruimte elders woonachtig minder dan 5 jaar geleden verhuisd uit de

Gemeente Drimmelen) en heeft een (gezamenlijk) belastbaar inkomen onder de € 33.000 per jaar.

Er bevindt zich in de zo diverse doelgroep starters een deel welke ook zonder extra steun zijn weg tot de

woningmarkt weet te vinden. Het in deze nota opgestelde beleid dient zicht dus te richten op die groep starters

welke er de voorkeur aan geven om in de gemeente Drimmelen te wonen en welke moeite hebben een

betaalbare woning (koop of huur) te betrekken.

7 Collectief Particulier Opdrachtgeverschap.

8 Iedereen die nieuwbouwwoningen toevoegt aan de voorraad, moet zich aan het toewijzingsbeleid

houden. Alle nieuwbouwwoningen en -kavels die verkocht worden in de gemeente moeten via het

woningtoewijzingssysteem op de markt gebracht worden.

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 11


krijgen meer loten toebedeeld bij de woningtoewijzing dan de overige kandidaten. De kans

op een woning of bouwkavel wordt zo vergroot.

3.1.2. Sturingscriteria

Naast het starters- en toewijzingsbeleid zijn er sturingscriteria opgesteld. De sturingscriteria

geven bepaalde projecten voorrang boven andere, als zij het volkshuisvestingsdoel dienen.

Grote projecten op uitbreidingslocaties kunnen hierdoor sneller behandeld worden.

Vooral de aanwezigheid van senioren- en starterswoningen worden beloond met punten, wat

de bouw van dit type woningen stimuleert. Door deze sturingscriteria toe te passen op alle

nieuw ingediende bouwplannen, krijgen de plannen die zorgen voor uitvoering aan de

woonvisie, voorrang boven andere plannen.

3.1.3. Ouderenbeleid en WMO

In verband met het project Ouderenproof is het ouderenbeleid nog niet opgesteld. De

uitkomsten van Ouderenproof vormen een basis voor het op te stellen beleid, zie bijlage 3.

De aanbevelingen vanuit het rapport Ouderenproof (dec. 2007) zijn verwerkt in deze

evaluatie.

De belangrijkste conclusies uit dit rapport, die van invloed zijn op de Woonvisie:

1. Bouwen voor senioren, aanpassen van woningen en ontbureaucratiseren.

2. Creëer een centraal punt (multifunctioneel centrum) voor ontmoeting en

dienstverlening.

3. Er moet voor elk dorp een dekkend zorgnetwerk komen, waarbij een huisarts en 24uurs

zorg in elk geval aanwezig moeten zijn.

Het WMO beleid met betrekking tot wonen is gericht op het versterken van de

participatiestructuur. Per 2009 staat het onderwerp “wonen” op de agenda van de diverse

participatieplatforms zoals de doelgroep van Sociale Zaken, platform mensen met een

verstandelijke beperking en mensen met een fysieke beperking, zodat meer aandacht is voor

specifieke woonwensen, die voorgelegd kunnen worden aan de afdeling grondgebied bij de

bepaling van toekomstig beleid.

In het kader van langer in de eigen woning blijven wonen, heeft de gemeente het mogelijk

gemaakt voor mantelzorgers een beroep te doen op het gedogen van bijwonen. Zo is het

mogelijk om een schuur of garage tijdelijk te verbouwen tot woonruimte, daar waar dit

volgens het bestemmingsplan niet mogelijk is. De gemeente geeft een gedoogbeschikking af

als aangetoond kan worden dat er mantelzorg verleend wordt.

Momenteel loopt het project ‘Blijvend thuis in eigen huis’, dat erop gericht is om mensen

langer zelfstandig te laten wonen, door de woning veiliger en comfortabeler te maken. Sterke

punten van dit programma:

• zeer betaalbaar;

• bereik van grote groepen bewoners;

• uitvoering door lokale partijen die hun doelgroep kennen;

• door inzet van vrijwilligers is er vaak een grotere betrokkenheid en de kosten blijven

laag;

• meer inzicht in de kwaliteit van woningen in totaliteit. Dit kunnen organisaties

benutten in de beleidsontwikkeling;

• meer inzicht in de drijfveren en overwegingen van de doelgroep ‘senioren’ ten

aanzien van de woonomgeving en hun behoeften.

3.1.4. Leefbaarheid (per kern)

Zie WMO-beleid gemeente.

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 12


3.1.5. Huisvesting bijzondere doelgroepen

In de Gemeente Drimmelen zijn voldoende (kwantitatief gezien) huisvestingsmogelijkheden

voor bijzondere doelgroepen. Er is zelfs een klein overschot aan huisvesting in de kern

Terheijden. Deze kern heeft niet alleen een gemeentelijke functie maar ook een regionale.

Dat er een overschot is in onze gemeente wil niet zeggen dat er niet gebouwd zou kunnen

worden voor deze doelgroep. Vooral als het gaat om particuliere initiatieven (denk aan

ouderinitiatieven) valt er nog wel wat te realiseren in onze gemeente. Beleid hiervoor is niet

opgesteld. Hoe gereageerd wordt op initiatieven zal afhangen van de inhoud van de

initiatieven.

3.1.6. Duurzaam bouwen

Eind januari 2008 is het Manifest Duurzaam Dongemond ondertekend. In dit manifest

hebben de in onze gemeente werkzaam zijnde corporaties samen met de Gemeente

Drimmelen zich geconformeerd aan duurzaam bouwen. Dit betekent dat bij nieuwbouw

verder gegaan wordt dan het vastgestelde in de bouwverordening. Alle betrokken partijen

zullen zich inzetten om vooral energiezuinig en duurzaam te bouwen. Ook in de bestaande

voorraad zal gezocht worden naar duurzame initiatieven bij renovatie of onderhoud.

Voor de woonvisie betekent dit qua aantallen niets, wel qua kwaliteit.

3.2. Corporaties

De corporaties hebben gekozen om het woningtoewijzingsysteem te vervangen door een

woningaanbodsysteem. Daarnaast zullen zij een aantal huurwoningen gaan verkopen. Ook

het strategisch voorraadbeheer heeft invloed op de voorraad huurwoningen. Hieronder meer

over de invloed die dit heeft op de woonvisie.

3.2.1. Woningtoewijzingsbeleid huurwoningen

De in de gemeente gevestigde woningcorporaties Volksbelang en Goed Wonen voeren per 1

maart 2008 een nieuw woningtoewijzingsysteem in. Dit systeem is gebaseerd op het

aanbodsysteem: de vrijkomende woningen worden gepubliceerd en woningzoekenden

moeten zelf reageren op de woning(en) van hun keuze. Zij kunnen wekelijks op maximaal 3

woningen reageren.

Met de invoering van het aanbodmodel is gekozen voor zo min mogelijk regels. Alleen daar

waar krapte is op de woningmarkt wordt gewerkt met labeling van woningen (senioren,

starter, 1-2 persoonshuishouden) Inschrijfduur is en blijft het criteria waarop de selectie van

de woningzoekende gebeurd. De woningzoekende met de langste inschrijfduur krijgt de

woning toegewezen. Wat dit voor impact heeft op de wachtlijst is nu nog niet te zeggen. Wel

heeft dit systeem impact op de woningzoekenden zelf. Zij moeten actief gaan reageren i.p.v.

wachten tot ze iets aangeboden krijgen. Het voordeel voor de corporaties is, dat zij meer

zicht krijgen op de populariteit van hun woningen en op het zoekvraag en -gedrag van de

woningzoekenden. Voor de woningzoekenden is het voordeel dat zij inzicht krijgen in het

woningaanbod en dat zij zelf kunnen kiezen of ze wel of niet reageren op dat aanbod.

3.2.2. Strategisch beleid van corporaties

Zie paragraaf 2.3.

3.2.3. Verkoopbeleid corporaties

Het verkoopbeleid van de corporaties heeft invloed op de kernvoorraad in de gemeente

Drimmelen. In de woonvisie is geconcludeerd dat de kernvoorraad 2.250 zou moeten zijn,

terwijl de voorraad in 2005 is vastgesteld op 2.330. Er is dus een licht overschot aan

goedkope en betaalbare huurwoningen. Verkoop van deze woningen is dus geen probleem

en kan eerder zelfs een ander probleem oplossen. Als de huurwoningen verkocht worden

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 13


voor een lage prijs, is daar zeker een doelgroep mee gediend. Starters of groepen die

aangewezen zijn op niet al te dure woningen.

Woningstichting Volksbelang heeft haar woningvoorraad onderworpen aan een

verkoopinspectie. Veel ‘losse’ woningen (het zogenaamde verspreid bezit) komen voor

verkoop in aanmerking. Dit betekent dat de woningen in eerste instantie aangeboden worden

aan de huidige huurder. Wanneer deze niet kopen worden de woningen bij mutatie te koop

aangeboden . Het gaat in totaal om de verkoop van 126 eengezinswoningen. De woningen

worden aangeboden onder de verkoopvariant met een Starterlening. Deze variant geeft de

koper de mogelijkheid om maximaal 20% van de totale aankoopprijs te financieren met een

hypotheek die in beginsel voor 3 jaar aflossings- en rentevrij is. Na 3 jaar wordt getoetst of

de eigenaar bewoners de volledige betalingsverplichting aan kan. Wanneer het inkomen

onvoldoende is kan de periode van uitgestelde betaling worden verlengd. Deze regeling

biedt dus vooral groepen met een lager inkomen dat steuntje in de rug om te starten op de

koopmarkt.

Voor de nieuwbouwwoningen wordt gekeken naar andere verkoopvarianten zoals Slimmer

Kopen. Ook deze variant geeft de mogelijkheid om een woning te kopen tegen een

gereduceerde prijs.

Woningstichting Goed Wonen heeft ook verkoop van enkele woningen op het programma

staan. Ook zij willen woningen die behoren tot het verspreid bezit te koop aanbieden aan de

huurders die er nu wonen of bij mutatie. Woningstichting Goed Wonen denkt de komende

jaren 14 woningen te verkopen, waarbij uitgegaan wordt van een gemiddelde van twee

woningen per jaar.

Door de verkoop van huurwoningen wordt de kernvoorraad aangetast. Op dit moment is er

een theoretisch overschot (van 60 woningen in 2005 tot 180 in 2010). Tegenover deze

theoretische berekeningen staat het huidige ervaringsgegeven dat de druk op de huurmarkt

sterk is gestegen, onder andere door de moeilijke toetreding op de koopmarkt. Door verkoop

van huurwoningen wordt tegemoet gekomen aan de druk op de (goedkope) koopmarkt, dus

dat is gunstig. In totaal zullen 140 huurwoningen verkocht worden. Deze worden niet

allemaal dit jaar verkocht, het aantal zal pas op zijn vroegst in 2010 gehaald worden,

waardoor de kernvoorraad zoals gesteld in de woonvisie gehandhaafd blijft. De verwachting

is dat het over een nog langere termijn zal gaan omdat een groot deel van de woningen pas

mutatie daadwerkelijk verkocht zal worden.

Bovenstaand corporatiebeleid heeft invloed in het aanbod van goedkope woningen,

waarmee voorral de doelgroep starters is gediend.

3.3. Per kern

Onderzoeken uitgevoerd in specifieke kernen: in Wagenberg is in 2007 een Werkgroep

Wonen Wagenberg opgericht om te onderzoeken wat de woonwensen zijn van de inwoners.

Uitkomst onderzoek: in Wagenberg is behoefte aan 50 woningen in 5 jaar tijd. Gezien de

lopende projecten kan dit gerealiseerd worden. Daarnaast is er behoefte aan een

zorgcentrum voor ouderen. Volksbelang is samen met Surplus aan het onderzoeken of dit

mogelijk is en waar het centrum het beste gebouwd kan worden.

3.4. Demografische ontwikkelingen

3.4.1. Bevolkings- en woningbehoeftenprognose van de Provincie

De bevolkings- en woningbehoeftenprognose van de Provincie wordt eens in de drie à vier

jaar geactualiseerd. De laatste prognose is van 1 januari 2005. Deze prognose is

meegenomen in de woonvisie en jaarlijks wordt door de Provincie bijgehouden wat per

gemeente opgeleverd wordt aan woningen. In 2008 wordt er weer een nieuwe prognose

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 14


gemaakt. Daarnaast wordt er een doorkijkje gegeven naar de toekomst. Samenhangend met

de actualisering van de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose wordt in 2008

ook een ‘perspectiefnota’ opgesteld over het onderwerp bevolkingskrimp: wanneer, waar en

in welke mate gaat krimp zich voordoen, en welke effecten (bijvoorbeeld op het vlak van de

woningbouw, maar natuurlijk ook op tal van andere (beleids)terreinen) brengt de teruggang

van de bevolking met zich mee.

3.4.2. Demografische ontwikkelingen in de Gemeente Drimmelen

Uit bovengenoemde prognose zijn de demografische ontwikkelingen in de Gemeente

Drimmelen gedestilleerd, en opgenomen in Tabel 1. Uit de tabel valt op dat de categorie 30-

54 jarigen zal afnemen, terwijl de 65-plussers – en dan met name de 75-plussers – zullen

toenemen. Het aantal kinderen (tot 15 jaar) neemt licht af, het aantal jongeren (15-29 jaar)

neemt tot ongeveer 2017 toe en neemt daarna af.

Deze trends zijn ongeveer gelijk aan de trends in de hele provincie. Wat wel opvalt is dat het

percentage in de categorie 55-64 jaar hoger is dan provinciaal gezien. Ook het aantal 65- en

75-plussers stijgt meer dan gemiddeld in de provincie. Er zijn dus meer senioren in de

gemeente dan gemiddeld in de provincie. Een ander opvallend punt is het aantal kinderen:

deze daalt sterker dan in de provincie. De overige categorieën zijn vergelijkbaar met het

gemiddelde in de provincie. Als gestreefd wordt naar een evenrediger verdeling, conform de

Provincie, zal meer ingezet moeten worden aan het vasthouden of aantrekken van starters

en jonge gezinnen. Iets dat al in de Woonvisie verwoord is.

Het totale aantal inwoners in de gemeente zal de komende jaren licht dalen, van ongeveer

26.700 inwoners in 2006 naar 25.675 in 2030. Een afname van 1.000 inwoners in 24 jaar tijd.

Tabel 1 Prognose van de bevolkingsopbouw naar leeftijdsgroep t.o.v. totale bevolking van de

gemeente Drimmelen (in %)

45

40

35

30

25

20

15

10

5

0

2004

2006

2008

2010

2012

2014

2016

2018

2020

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 15

2022

2024

2026

2028

2030

Leeftijd

0-14jr

15-29jr

30-54jr

55-64jr

65-74jr

75+


Voor het aantal inwoners per kern op 1/1/2008 kan bijlage 4 geraadpleegd worden. Er is

geen prognose per kern te geven, omdat dit op kleine aantallen gebaseerd is en omdat het

een prognose betreft. Er valt daardoor slechts met grote onzekerheid wat over te zeggen,

waardoor hier volstaan wordt met de prognose voor de hele gemeente. Daarnaast geven de

percentages waarover de leeftijdscategorieën zijn verdeeld, geen aanleiding om een

onderscheid te maken per kern. De verschillen per leeftijdscategorie zijn te klein om hier

conclusies aan te verbinden.

3.5. Conclusies

Door de gemeente en corporaties is het nodige gedaan om voorwaarden en kaders te

scheppen voor, dan wel invulling te geven aan het woningbouwprogramma. Woningbouw

heeft een lange adem nodig, woningen zijn niet in een paar weken tijd gebouwd. De

voorwaarden en kaders zijn klaar. Aan de invulling wordt gewerkt.

Het opgestelde beleid is niet in strijd met de Woonvisie, eerder een aanvulling op de

Woonvisie. Deze aanvulling betreft het volgende:

• Er zijn meer mogelijkheden voor de doelgroep starters.

• Starters, senioren en mensen met een medische indicatie zijn gebaat bij het

toewijzingssysteem van de Gemeente Drimmelen inzake koopwoningen en

bouwkavels. Deze groepen kunnen extra loten krijgen bij de loting bij koopwoningen

of bouwkavels, tot een maximum van 3 loten.

• Starters en senioren zijn gebaat bij de sturingscriteria voor voorrang bij projecten.

• Voor starters zijn er extra subsidieregelingen in de maak (bij de Provincie), waardoor

de bouw van goedkope koopwoningen en CPO-projecten makkelijk wordt.

• Senioren kunnen langer in hun eigen woning blijven wonen door regelingen als

Blijvend thuis in eigen huis en bijwonen t.b.v. mantelzorg.

• Door het nieuwe aanbodsysteem van huurwoningen krijgt de potentiële huurder meer

zicht op het aanbod en kan zelf een keuze maken uit het aanbod.

• Mensen met een laag inkomen zijn gebaat bij verkoop van eengezinswoningen door

corporaties. Ook profiteren zij van financiële hulp, door het aanbieden van

koopwoningen in een Slimmer Kopen (soort MGE-) variant en het verstrekken van

startersleningen.

• Door duurzaam te bouwen worden de woonlasten verlaagd.

• De demografische ontwikkelingen in de toekomst laten een daling van het aantal

inwoners zien, waardoor leegstand van woningen op lange termijn kan voorkomen.

Een al te grote bouwproductie zal er voor zorgen dat de minder courante woningen

als eerste leeg komen te staan. Daarnaast is er een ontwikkeling gaande dat steeds

meer mensen alleen wonen of met minder mensen in een woning wonen t.o.v. een

aantal jaren geleden. Of de afname van de bevolking ook daadwerkelijk zal leiden tot

leegstand is nu nog niet met zekerheid vast te stellen.

• Vanuit de stakeholders komt het bericht dat er een tekort aan goedkopere

huurwoningen is. De corporaties realiseren in hun projecten huurwoningen.

Daarnaast onderhandelt de gemeente met projectontwikkelaars over bouwplannen

(groter dan 10 woningen). Hierbij is de woonvisie voor de gemeente de richtlijn, naast

de sturingscriteria. Als er geen huurwoning in het plan zit, gaat het plan niet door.

Voor kleine projecten (minder dan 10 woningen) is het moeilijker om de verhoudingen

huur - koop uit de woonvisie te waarborgen. Kleine projecten zijn vaak al moeilijk om

te realiseren.

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 16


4. Uitgevoerde en lopende projecten

4.1. Opgeleverde projecten

De Provincie houdt het woningbouwprogramma in alle gemeenten bij. Zo kan de Provincie

het programma monitoren. Als de aantallen gerealiseerde bouwplannen die bekend zijn bij

de Provincie worden afgezet tegen de gewenste aantallen, ontstaat het volgende overzicht:

Toedeling bouwprogramma per kern, gebaseerd op uitgangspunten StructuurvisiePlus 2005-2008

Kern Evenredig Correctie Toedeling

Realisatie

aandeel Structuur- 2005-2008 2005 waarvan % van 2006 waarvan % van 2007 waarvan % van

visiePlus aantal huur koop totaal aantal huur koop totaal aantal huur koop totaal

Made 265 45 310 29 29 9% 36 37 12% 16 11 5 5%

Terheijden 145 -35 110 1 1 1% 0% 3 3 3%

Lage Zwaluwe 95 25 120 35 8 27 29% 18 6 12 15% 0 0%

Wagenberg 50 -10 40 0% 0% 2 2 5%

Hooge Zwaluwe 35 -25 10 0% 0% 27 6 21 270%

Drimmelen 10 0 10 5 3 2 50% 0% 0 0%

Totaal 600 0 600 70 11 59 12% 54 6 49 9% 48 17 31 8%

In de periode 2005-2007 zijn er in totaal 172 woningen gerealiseerd. Dit aantal is ver

achtergebleven op de Woonvisie, waarvan uitgegaan werd van een productie van 150

woningen per jaar (dus 450 woningen in 2005-2007). Naast bovenstaande woningen zijn er

ook woningen gerealiseerd door particulieren. Vaak zijn hiervoor ook woningen gesloopt. In

totaal zijn er in 2005-2007 door particuliere initiatieven 15 woningen toegevoegd aan de

voorraad, verspreid over alle kernen. Dit aantal is niet zo groot dat het de totale

woningbouwproductie sterk beïnvloedt. Gezien de behoefte uit de Woonvisie (600

woningen), zouden er dus nog meer dan 400 gebouwd moeten worden.

Uitsplitsing naar woningtype levert het volgende beeld op (waarbij ook de particuliere

initiatieven zijn opgenomen):

woningtype aantal

starters huur 11

appartement / levensloopbestendig huur 10

senioren huur 0

eengezinswoning huur 13

starters koop 0

appartement / levensloopbestendig koop 37

senioren koop 3

rijtjes eengezinswoning koop 44

2/1 kap koop 30

vrijstaand koop 39

totaal 187

In het overzicht lijkt het of er weinig seniorenwoningen zijn gerealiseerd. Toch zijn alle

levensloopbestendige woningen (appartementen) ook geschikt voor senioren. De

opgeleverde woningen zijn alleen niet altijd als seniorenwoning gelabeld.

4.2. Lopende projecten

De op handen zijnde projecten staan in de tabel op de volgende bladzijde. Een uitsplitsing

per project staat in bijlage 5. Als alle projecten bij elkaar opgeteld worden en als de plannen

daadwerkelijk allemaal uitgevoerd worden, wordt ruimschoots tegemoetgekomen aan het

gestelde in de Woonvisie. Alle plannen samen omvatten meer dan de nog 400 te bouwen

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 17


woningen uit de Woonvisie. Als alle plannen tot uitvoer gebracht worden, komen er tussen

2008 en 2015 ruim 950 woningen bij, variërend van startershuurwoningen tot luxe senioren

koopappartementen en alles daartussen in. Hierbij staat wel een grote ‘als’. Gelet op de

harde plancapaciteit (waarbij bouwplannen onherroepelijk zijn), gaat het om een beduidend

lager aantal woningen: slechts voor ongeveer 140 woningen is harde plancapaciteit

beschikbaar. Er moet nog een behoorlijke slag gemaakt worden om daadwerkelijk 400

woningen te realiseren.

projecten in ontwikkeling

per kern

In ontwikkeling zijnde projecten per kern tot 2015

aantal aantal

huurwoningen

koopwoningen

plaats

starters

won

(koop en

huur)

app. /

levensloopbest

senioren huurwon

overige

betaalb

koop koop

categorie totaal te

onbekend realiseren

ruimte voor

ruimte

(buiten

contingent)

zorgwon.

(buiten

contingent)

Lage Zwaluwe 40 12 13 15 10 90 36 162

Hooge Zwaluwe Made

Drimmelen

Wagenberg

Terheijden

Terheijden

totaal

totaal

49

6

57

57

152

152

4

46

62

62

36

15

28

28

92

92

2

56

3

30

30

106

106

107

6

113

113

145

15

51

51

221

221

177

14

17

17

208

208

6

616

3

50

189

189

954

954

17

53

53

20

24

206

206

4.2.1. Inhaalslag

Belangrijk punt voor discussie is hoe de bouwproductie een impuls kan krijgen. Ofwel: hoe

geef je gas? Dit kan door te bouwen op uitbreidingslocaties, zoals in Lage Zwaluwe-West,

Made-Oost en Made-Prinsenpolder. Bij realisatie van deze projecten worden er veel

woningen toegevoegd.

Dit levert nog geen woningen in de andere kernen. In die kernen zijn we meer aangewezen

op inbreidingslocaties. Hoe tackle je de problemen die dit met zich meebrengt? Een goede

manier om problemen aan de voorkant weg te nemen is draagvlak creëren, door investeren

in het voortraject (burgerparticipatie). Wanneer ga je naar burgers: vanaf het startpunt of met

een plan? Randvoorwaarden vanuit partijen moeten wel meegegeven worden. Los daarvan

kunnen bezwaren ook weerlegd worden. Er zal niet alleen naar omwonenden geluisterd

moeten worden, een afweging wat goed is voor de hele kern of goed is voor de toekomst

moet meegenomen worden.

Daarnaast willen partijen ook nieuwe toevoegingen doen op het gebied van bouwen en

wonen. Dit staat vaak haaks op wat omwonenden vinden. Om te laten zien dat wonen ook

anders kan, kunnen dit soort trendbreuken het beste in uitbreidingslocaties worden

gerealiseerd. Dan kunnen mensen er aan wennen en zijn ze vaak toch wel te spreken over

‘het nieuwe’.

4.2.2. Voortgangsrapportage 2007, gem. Drimmelen, Geertruidenberg en

Moerdijk

In de voortgangsrapportage opgesteld door de Provincie in 2007 wordt ingegaan op de

planontwikkeling in onze gemeente. In het uitwerkingsplan zijn voor de gemeente Drimmelen

1.025 woningen gepland in de periode 2002-2015. 9

Plancapaciteit

Het blijkt dat de gemeente Drimmelen over voldoende ‘zachte’ plancapaciteit beschikt voor

de periode tot en met 2016. Echter, de gemeente Drimmelen beschikt voor zowel de korte

als langere termijn over veel te weinig ‘harde’ plancapaciteit, waarmee er onvoldoende

9 Dit aantal ligt iets hoger dan in de vorige paragraaf geconcludeerd werd, dat komt omdat in de

voortgangsrapportage uitgegaan wordt van de periode 2002-2015. Gerealiseerde woningen van 200-

tot 2008 zijn niet van het totale aantal afgehaald.

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 18


waarborgen zijn om op de korte en langere termijn voldoende te kunnen bouwen. Voor de

korte termijn is het belangrijk dat de gemeente Drimmelen ‘zachte’ plancapaciteit omzet in

‘harde’ plancapaciteit.

Op basis van de huidige feiten en inzichten wordt verwacht dat in 2009 slechts 56% van de

jaarlijks geprognosticeerde groei van de woningvoorraad vanaf 2005 gerealiseerd zal zijn. Uit

de ontwikkeling van de stagnatie-indicator blijkt dat de gemeente Drimmelen nog een

belangrijke inhaalslag moet maken. Om de inhaalslag te kunnen maken ten aanzien van de

woningbouwproductie is het belangrijk dat de gemeente Drimmelen voor de korte termijn

over voldoende ‘harde’ plancapaciteit beschikt.

Conclusies t.a.v. de planontwikkeling in de regio Drimmelen, Geertruidenberg en Moerdijk 10

Op dit moment ligt er ten aanzien van de koopwoningen in de nieuwbouwplannen een

duidelijk accent op dure/middeldure koopwoningen. Het aandeel goedkope koopwoningen in

de plannen is laag. De opgave voor de regio is in te zetten op de bouw van goedkope

koopwoningen met toekomstwaarde.

Het aandeel appartementen in de plannen t/m 2010 is met 42% vrij hoog. Er is een risico dat

er tegelijk teveel appartementen op de markt komen. Dit zal de komende jaren goed gevolgd

moeten worden. Gemeenten zullen bij het hard maken van elk plan voor appartementen

goed moeten inschatten of er vraag naar is (op die locatie en op dat moment).

De vergrijzing van de Brabantse bevolking en de extramuralisering van de zorg resulteren in

een toenemende vraag naar nieuwe woon- en verblijfsvormen met een goede samenhang

tussen wonen, zorg en welzijnsdiensten die zijn afgestemd op de eisen van de

doelgroep(en). Beide processen hebben effect op de kwaliteit van de te realiseren

woonvormen en zorgvoorzieningen en de inrichting van de woonomgeving. In de plannen

van de gemeenten zijn voldoende nultredenwoningen opgenomen om aan de vraag naar

geschikt wonen te kunnen voldoen. Voor beschermd en verzorgd wonen lijken er nog

onvoldoende plannen te zijn, al zijn niet alle plannen hiervoor bekend. Wel betreffen de

plannen bijna alleen maar appartementen. Waar is de grondgebonden nultredenwoning? Zet

in op het realiseren van meer grondgebonden nultredenwoningen. En blijf aandacht

besteden aan het beschermd en verzorgd wonen (vaak lastige opgaven!).

4.3. Woningbouwprogramma door stakeholders

Met stakeholders 11 is overleg gevoerd over de Woonvisie en de evaluatie van de Woonvisie.

Aan hen zijn stellingen voorgelegd met betrekking tot het woningbouwprogramma. Hieruit

zijn conclusies te trekken over de richting van het woningbouwprogramma.

De stakeholders zijn er van overtuigd dat alle bouwplannen aandacht verdienen. Het lijkt

erop dat er te veel woningen gebouwd gaan worden, als alles gerealiseerd wordt wat nu in

de planning staat. Maar de ervaring leert dat een aantal plannen zal afvallen. Het is zaak om

vooral door te gaan met het handen en voeten geven van alle plannen. Dit komt ook overeen

met hetgeen de Provincie de gemeente voorschrijft.

De stakeholders zijn het er over eens dat de grote bouwplannen in Made voorzien in de

behoefte van de bewoners. Er wordt voldoende en gevarieerd genoeg gebouwd. Na

realisatie van deze bouwplannen, zullen veel inwoners bediend worden met een woning die

bij hen past. De vraag die zich opdringt is of de doorstroming door genoemde programma’s

10 Bron: Voortgangsrapportage 2007programma’s wonen en werken uitwerkingsplan landelijke regio

Drimmelen, Geertruidenberg en Moerdijk, Provincie nov. 2007

11 In de gemeente werkzaam zijnde corporaties, huurderbelangenvereniging, stg. ouderenwerk,

ouderenproof, ouderenplatform, makelaars en collega-ambtenaren van de gemeente, zie bijlage 6.

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 19


voldoende gewaarborgd is. Zal er een grote verhuisketen op gang gebracht worden na

realisatie, waarbij uiteindelijk ook mensen met weinig inkomen aan verhuizen toe komen

(omdat er aan het eind van de keten een goedkope (huur)woning vrij komt)? Doorstromers

voorrang geven bij loting (meer loten geven) lijkt daarmee gerechtvaardigd.

Woningstichting Volksbelang probeert doorstroming te bevorderen door verkoopvarianten op

de markt te brengen (zie par. 3.2.3).

4.3.1. Doelgroepen

Het bouwen van kleine(re) woningen wordt niet als een probleem gezien. Deze woningen

zullen zeker aantrekkelijk zijn voor een groep mensen. Niet iedereen wil groot wonen. Ook

de stijging van het aantal ouderen binnen de gemeente (zie par. 3.4.2) rechtvaardigt de

aanwezigheid van kleinere woningen. Leegstand van deze woningen op langere termijn

wordt niet verwacht. Hetzelfde geldt voor specifieke seniorenwoningen. Toch zien vooral de

corporaties het liefst de bouw van multifunctionele woningen: deze dienen meerdere groepen

en zal de verhuurbaarheid op langere termijn beter waarborgen.

Jonge gezinnen worden als doelgroep een beetje vergeten. Ook de prognose van de

Provincie laat een daling van het aantal kinderen zien (t.o.v. het gemiddelde in de hele

provincie). Dat suggereert dat jonge gezinnen wegtrekken uit de gemeente. Een deel van

hen is gebaat bij betaalbare woningen. Zij vallen buiten de definitie van starters en hebben

waarschijnlijk ook behoefte aan een iets grotere woning dan starters. Daarom wordt erop

aangedrongen vooral in de wat grotere projecten woningen te realiseren voor deze

doelgroep.

De doelgroep starters is breder dan de definitie van de gemeente. Er zijn starters die net wat

meer inkomsten hebben en daardoor buiten de boot vallen, terwijl zij niet ook moeilijk aan

een woning kunnen komen. Een andere opmerking vanuit de stakeholders is dat starters

vaak geen reële woonwensen hebben. Ze willen voor minder dan € 200.000 een

(half)vrijstaande woning met garage en grote tuin. Zolang er een hiaat is tussen droom en

werkelijkheid, zal de starter niet verhuizen.

Een ander geluid dat te beluisteren viel bij de stakeholders is dat het Collectief Particulier

Opdrachtgeverschap (CPO) wel een mooi instrument is voor starters om de koopprijs laag te

houden, maar dat veel starters deze constructie als tijdrovend zien. Zij kopen liever een kanten-klare

woning. Dat kan een verklaring zijn waarom de startersvereniging niet zo veel leden

heeft. Naast de verklaring dat de startersdefinitie gesteld door de gemeente een beperkte

groep geldt.

4.3.2. Kleine kernen

Het bouwen in kleine kernen verdient ook aandacht. Vooral de leefbaarheid in deze kernen is

belangrijk voor de vitaliteit op langere termijn en het vasthouden van alle leeftijdscategorieën.

Voorzieningen zijn daarbij belangrijk, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan

commerciële voorzieningen maar ook aan maatschappelijke en gemeenschappelijke

voorzieningen. Het aanbod van voorzieningen valt of staat bij het gebruik van en door de

inwoners. Daarom is het belangrijk dat de voorzieningen gedragen worden door de

bewoners van de kern waarin de voorzieningen gerealiseerd (moeten) worden. Het opstellen

van beleid door de gemeente is hierbij niet afdoende. Het moet vooral van onderop komen

en een praktische inslag hebben.

Voor het aantrekken van voorzieningen zou de huurprijs voor deze voorzieningen

(kunstmatig) laag gehouden moeten worden. De vraag rijst of dit door subsidie gerealiseerd

kan worden, of dat dit gerealiseerd moet worden door elders meer opbrengsten te

regenereren dan noodzakelijk is.

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 20


4.4. Conclusies

De woningbouwproductie is sterk achtergebleven op de verwachting. Een inhaalslag kan

gemaakt worden door de uitvoering van lopende plannen als speerpunt te zien. Hierbij moet

vooral de ‘zachte’ plancapaciteit omgezet worden in ‘harde ‘plancapaciteit. Hierbij moeten

demografische en andere ontwikkelingen die het woningbouwprogramma beïnvloeden niet

uit het oog verloren worden.

Als aanvulling op de bestaande projecten moet er meer aandacht komen voor de

doelgroepen die nu buiten de boot dreigen te vallen: starters met een inkomen net boven de

grens gesteld door de gemeente (gezamenlijk inkomen van € 33.000 belastbaar per jaar) en

de doelgroep jonge gezinnen. Voor deze groepen wordt niet specifiek gebouwd, wat wel

wenselijk is om met name de wat jongere bevolking van de gemeente te binden aan de

gemeente en vergrijzing tegen te gaan.

In de kleine kernen verdient de leefbaarheid extra aandacht. Hoe dit ingevuld moet worden,

zal in nauw overleg met de inwoners van deze kernen bepaald moeten worden. Dit kan per

kern verschillen. En vooral draagvlak onder de inwoners is belangrijk voor het slagen van de

te realiseren voorzieningen (in de breedste zin van het woord).

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 21


5. Nieuwe uitgangspunten / bijstelling woonvisie

De werkingsduur van de woonvisie wordt verlengd met vier jaar. De Woonvisie 2004+ krijgt

een werkingsduur tot 2012. Het veranderde beleid dat in de periode 2004 - 2007 is opgesteld

door diverse instanties, wordt hierbij toegevoegd aan de woonvisie en maakt er onderdeel

vanuit. Het gaat hier om het beleid dat in deze evaluatie aan de orde is gekomen.

Het woningbouwprogramma wordt niet bijgesteld. De in ontwikkeling zijnde plannen geven

voldoende aanleiding om alle doelgroepen te bedienen. Wel zal de gemeente erop toezien

dat in plannen van projectontwikkelaars de huur- en sociale component gewaarborgd blijft.

Hiervoor zijn sturingscriteria opgesteld en wordt extra aandacht geschonken bij presentatie

van plannen. Ook doorverwijzing naar de woningstichtingen voor het waarborgen van

betaalbare huurwoningen is common sense binnen de gemeente.

Leefbaarheid in met name de kleine kernen moet vooral met de bewoners in deze kleine

kernen vormgegeven worden. De inwoners moeten aangegeven waar behoefte aan is en of

er voldoende draagvlak is. Het opstellen van ambitienota’s en dergelijke is hierbij niet de

geijkte weg, maar burgerparticipatie.

5.1. Aanbevelingen t.a.v. flankerend beleid

Om doorstroming te bevorderen zouden er extra loten toegekend kunnen worden aan

inwoners van de Gemeente Drimmelen die na inloting een huurwoning of een goedkope

koopwoning (lager dan € 160.000 k.k.) in de gemeente achterlaten. Hiervoor zou het

toewijzingsbeleid van de gemeente aangepast moeten worden.

Om de bouw van huurwoningen door andere partijen dan woningstichtingen te stimuleren

zou in de sturingscriteria van de Gemeente Drimmelen (een) extra punt(en) toegekend

kunnen worden als in het project (sociale) huurwoningen gerealiseerd worden. Hierdoor

worden deze plannen ook eerder haalbaar. De sturingscriteria van de gemeente zouden

daarvoor aangepast moeten worden.

5.2. Actieprogramma

Tot slot stond in de Woonvisie een actieprogramma opgenomen. In hoofdstuk 2 zijn de

actiepunten opgenomen en besproken wat de huidige stand van zaken is. Uit dit

actieprogramma en voorgaande hoofdstukken valt een nieuw actieprogramma op te stellen

dat er als volgt uit ziet:

1

2

3

4

5

De gemeente voert voor de lange termijn een woningbouwprogramma uit, dat op

doorstroming is gericht.

De gemeente voert diverse maatregelen uit om de kansen van starters en jonge

gezinnen op de woningmarkt te vergroten, waaronder de realisatie van ca 70

goedkope koopwoningen voor starters.

De gemeente initieert en stimuleert, zodat er een aanzienlijke slag wordt

gemaakt ten aanzien van het beter geschikt maken van het particuliere

woningbezit van oudere eigenaar-bewoners. Hierbij wordt aangesloten op het

provinciale programma 'Blijvend Thuis in Eigen Huis'.

Ten behoeve van de ontwikkeling van een evenwichtige woon-welzijn-zorginfrastructuur

in de gemeentelijke woonkernen zal een Nota Integraal

Ouderenbeleid worden opgesteld.

Samenwerking met partners, burgers en instellingen, op vier manieren vorm

geven: via structureel jaarlijks, projectgericht en bestuurlijk overleg en informele

samenwerking.

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 22


6 Prestatieafspraken tussen gemeente en corporaties jaarlijks actualiseren.

7 Jaarlijks: samenstellen cijfermatige monitor en evaluatie van beleid.

Na twee jaar woonvisie actualiseren en na vier jaar herziening van de woonvisie

8

(met uitvoering van integraal woningmarktonderzoek).

9

10

11

12

13

14

Woningstichting Volksbelang zal een deel van haar huurwoningen die voor

verkoop in aanmerking komen aanbieden aan (zittende) huurders of kopers die

gebruik kunnen maken van een zogenaamde starterslening.

Woningstichting Volksbelang zal een deel van haar nieuwbouwwoningen voor

starters via een financiële constructie (bijv. Slimmer Kopen) op de markt

brengen, waardoor de woningen ook in de toekomst voor de doelgroep

beschikbaar blijft.

De gemeente stelt beleid op t.a.v. duurzaam bouwen. Uitgangspunt hierbij is dat

de koopprijs iets hoger uit kan vallen voor bijv. de doelgroep starters, wat

gecompenseerd wordt door lagere woonlasten.

De gemeente zal haar beleid aanpassen zodat de bouw van huurwoningen

gewaarborgd wordt, ook in projecten waarbij de woningstichtingen (nog) geen

partij zijn.

De gemeente stelt zich ten doel zich ook in te zetten voor voldoende

woningaanbod voor de doelgroepen jonge gezinnen en starters met een

inkomen net boven de grens van € 33.000.

De gemeente zal in samenspraak met de inwoners van kleine kernen bekijken

hoe de leefbaarheid in deze kernen verbeterd kan worden. Doelstelling hierbij is

niet het opstellen van een ambitienota, maar een praktische insteek, gedragen

door de inwoners.

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 23


BIJLAGEN

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 24


Bijlage 1. Letterlijke overname tekst Woonvisie 2004+

Werken aan betere kansen

De gemeente en corporaties denken aan de inzet van verschillende maatregelen om de

kansen van jongeren en jonge gezinnen op de woningmarkt te vergroten. Mogelijkheden zijn:

• Gefaseerde woningbouw

De starter is het meest gebaat bij een gefaseerde woningbouw. Door in een gelijkmatig

tempo te bouwen, komen jaarlijks woningen beschikbaar en blijft de doorstroming

gaande. Bij grote fluctuaties in het woningbouwtempo, zijn er ook jaren waarin weinig

gebouwd wordt en starters alsnog gedwongen worden naar elders te verhuizen. De

gemeente zal zich tot het uiterste inspannen om de bouwmogelijkheden op de

verschillende locaties zo snel mogelijk te benutten. Dit biedt de basis voor de

doorstroming.

• Bevorderen doorstroming

Essentieel is de doorstroming. Door ook woningen aan de ‘bovenkant van de markt’ te

bouwen, kunnen mensen doorstromen en goedkope(re) koopwoningen vrijmaken. Met

name hierdoor worden de huisvestingsmogelijkheden van starters en jonge gezinnen

vergroot. Het bevorderen van doorstroming blijft de belangrijkste oplossing om het tekort

aan woonruimte voor starters aan te pakken.

• Verkoop van huurwoningen

In de gemeente Drimmelen varieert de marktprijs van een eengezinshuurwoning tussen

de € 120.000 en € 160.000. Bij uitstek is dit dus een prijssegment dat geschikt is voor

tweeverdienende starters en jonge gezinnen.

• Nieuwbouw van groeiwoningen (woningen met een kleine inhoud en daardoor niet te

duur).

Uit het woningmarktonderzoek blijkt dat er een flinke behoefte is aan goedkope

koopwoningen tot € 160.000. In de komende jaren kan hierin maar beperkt worden

voorzien, omdat de woningbouw vooral plaatsvindt op inbreidingslocaties met over het

algemeen hoge grondprijzen. Om die reden vindt de gemeente het belangrijk dat er ook

op uitbreidingslocaties gebouwd wordt. Dit is een essentiële voorwaarde om ook

goedkope woningbouw voor met name starters te realiseren.

• Aanpassen van het woningtoewijzingsbeleid.

De corporaties zullen het huidige aanbodsysteem evalueren en daarbij zal ook

beoordeeld worden of een bijstelling van het woningtoewijzingsbeleid ter verbetering van

de huisvestingskansen van jongeren gewenst is (of meer labellen van vrijkomende

huurwoningen voor jongeren).

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 25


Bijlage 2. Beleid Gemeente Drimmelen / overheid

Startersbeleid Gemeente Drimmelen 12

In 2007 is het startersbeleid door de Gemeente Drimmelen opgesteld. Hierin staat verwoord

wat een starter is en hoe de gemeente de starters wil helpen aan betaalbare woonruimte.

Naast het bouwen voor de doorstroming dienen ook gefaseerd goedkope woningen, in

zowel de koop- als huursector, ontwikkeld te worden. En gezien de achterstand is een

inhaalslag in het goedkope segment zeker gerechtvaardigd.

De meeste financiële maatregelen, zoals koopsubsidie en huurtoeslag, liggen buiten de

beïnvloedingssfeer van de gemeente. Desalniettemin kunnen deze een belangrijke rol

spelen bij het bereikbaar maken van passende huisvesting voor starters.

Er wordt op dit moment afgezien van het opstellen van een gemeentelijke starterslening.

Woningstichting Volksbelang denkt wel na over het verlenen van een starterslening.

Een instrument welke door de gemeente op dit moment al ingezet wordt is de

grondprijsdifferentiatie. Er zijn in de prestatieafspraken verschillende grondprijzen

vastgesteld voor verschillende woningklassen.

Voor de woonvisie betekent dit dat de startersproblematiek zeker niet is opgelost en dat deze

nog steeds aandacht vraagt. De aantallen zoals gemeld in de Woonvisie, zullen

gehandhaafd moeten blijven.

Toewijzingsbeleid Gemeente Drimmelen

Een helder, handzaam en eerlijk woningtoewijzingsbeleid is een zaak van groot publiek

belang. De gemeente Drimmelen ziet zich geconfronteerd met een aanzienlijke

woningbouwopgave, waarbij speciale aandacht uit dient te gaan naar de doelgroepen van

beleid; starters en senioren. Om een juiste woningtoewijzing te waarborgen is een nieuw

toewijzingsbeleid opgesteld. Naast regels ten aanzien van woningen, wordt hierin ook de

toewijzing van bouwkavels en bedrijfsterreinen gereguleerd.

Bij de opstelling van dit toewijzingsbeleid hebben de navolgende uitgangspunten centraal

gestaan:

1. Openheid, eerlijkheid en transparantie

2. Versterking van de positie van de sociaal zwakkeren op de woningmarkt o.a : starters,

senioren en mensen met een medische indicatie

3. Verbetering van de sociale structuur door de terugkeer van de oud-bewoners van de

kernen te bewerkstellen

4. Het waarborgen van de belangen van in Drimmelen gevestigde bedrijven en daarmee

de werkgelegenheid

5. Versterking van de onderkant van de woningmarkt door het vrijkomen van

huurwoningen extra te stimuleren.

12 Definitie: starters zijn meerderjarige personen die op zoek zijn naar een zelfstandige koop- of huurwoning, na

verhuizing geen koopwoning achterlaten en ook niet binnen de huursector doorstromen. De starter is

ingeschreven in de Gemeente Drimmelen (of er woonachtig geweest en voor studie woonachtig buiten de

gemeente of door gebrek aan woonruimte elders woonachtig minder dan 5 jaar geleden verhuisd uit de

Gemeente Drimmelen) en heeft een (gezamenlijk) belastbaar inkomen onder de € 33.000 per jaar.

Er bevindt zich in de zo diverse doelgroep starters een deel welke ook zonder extra steun zijn weg tot de

woningmarkt weet te vinden. Het in deze nota opgestelde beleid dient zicht dus te richten op die groep starters

welke er de voorkeur aan geven om in de gemeente Drimmelen te wonen en welke moeite hebben een

betaalbare woning (koop of huur) te betrekken.

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 26


In principe komt iedereen in aanmerking voor een lot bij woningtoewijzing. Er kunnen

maximaal twee extra loten toegekend worden om bovenstaande punten te bewerkstelligen.

Hiervoor zijn enkele criteria gesteld zoals het vrijmaken van een huurwoning in de Gemeente

Drimmelen; starter zijn; of momenteel niet in de gemeente Drimmelen woonachtig zijn, maar

wel kan aantonen een sociale band en / of een economische binding te hebben met de

gemeente Drimmelen.

De conclusie die hieruit getrokken kan worden t.a.v de woonvisie, is dat er speciale aandacht

bestaat voor doelgroepen van beleid en dat zij meer kans maken op een woning bij

toewijzing van nieuwbouwwoningen of –kavels.

Sturingscriteria

In 2007 is een Raadsbesluit vastgesteld met daarin sturingscriteria voor bouwlocaties groter

dan 3 woningen. De criteria zijn opgesteld omdat de gemeente Drimmelen behoefte heeft

aan een overzicht en sturingsinstrument voor de ontwikkeling van diverse bouwlocaties

binnen de diverse kernen. Er zijn in potentie veel locaties die kunnen worden bebouwd, c.q.

worden herontwikkeld. De vraag is echter of elke locatie zich leent voor woningbouw, op

welke wijze dat dan zou moeten gebeuren en waar prioriteiten liggen. Door het grote aanbod

heeft de gemeente de mogelijkheid en tevens ook de verplichting om strikte voorwaarden te

stellen aan de nieuwe plannen en daarmee dus meer sturend op te kunnen treden in de

planvormingsfase.

De sturingscriteria zijn opgesteld om bepaalde projecten voorrang te kunnen geven boven

andere, als zij het volkshuisvestingsdoel dienen. Grote projecten op uitbreidingslocaties,

kunnen hierdoor sneller behandeld worden. Hierdoor hoopt de gemeente een inhaalslag te

bewerkstelligen op het gebied van het bouwprogramma.

Elk ingediend plan wordt beoordeeld op de volgende gebieden:

1. volkshuisvesting

2. milieubelemmeringen

3. probleemoplossend op andere relevante aspecten

4. stedenbouwkundige samenhang

5. grondpositie van de gemeente

Per aspect kunnen punten ‘verdiend’ worden. Elk project dat minimaal 5 punten scoort, wordt

in behandeling genomen. Andere projecten blijven ‘op de plank liggen’ tot er meer tijd is.

Vooral de aanwezigheid van senioren- en starterswoningen worden beloond met punten, wat

de bouw van dit type woningen stimuleert.

De sturingscriteria zijn opgesteld om bepaalde projecten voorrang te kunnen geven boven

andere, als zij het volkshuisvestingsdoel dienen. Grote projecten op uitbreidingslocaties,

kunnen hierdoor sneller behandeld worden.

Vooral de aanwezigheid van senioren- en starterswoningen worden beloond met punten, wat

de bouw van dit type woningen stimuleert.

Door deze sturingscriteria toe te passen op alle nieuw ingediende bouwplannen, krijgen de

plannen die zorgen voor uitvoering aan de woonvisie, voorrang boven andere plannen.

Burgerparticipatie

Burgerparticipatie staat hoog op de politieke agenda. Voor het opstellen van deze evaluatie

zijn diverse organisaties benaderd en onderzoeken vanuit de burgerparticipatie (bijv.

ouderenproof en werkgroep wonen Wagenberg) meegenomen.

Ouderenbeleid

In verband met het project Ouderenproof is het ouderenbeleid nog niet opgesteld. De

uitkomsten van Ouderenproof vormen een basis voor het op te stellen beleid.

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 27


WMO

Het beleidsplan Wet maatschappelijke ondersteuning “Samenwerken aan nieuwe

verbanden” heeft enkele zaken opgenomen over wonen. De Wmo richt zich op algemeen

welzijnsbeleid voor alle burgers.

Daarbij gaat het om de terreinen leefbaarheid, veiligheid, algemeen welzijn, vrijwilligerswerk,

wonen, zorg en welzijn, het bevorderen van sportdeelname, bevorderen van deelname aan

sociale en culturele activiteiten en afstemming zoeken tussen wonen, welzijn en zorg. Doel is

om inwoners actief deel te kunnen laten nemen aan de maatschappij en een zodanig

leefklimaat te scheppen dat het prettig leven is.

Als het algemeen welzijnsbeleid goed geregeld is, gaat hier een preventieve werking vanuit.

Immers, als mensen goed in hun vel zitten, zich kunnen ontplooien, sportief bezig zijn, zullen

zij minder snel psychosociale problemen ondervinden of fysieke beperkingen krijgen.

De Wmo richt zich specifiek op risicogroepen en kwetsbare groepen in de samenleving.

Sommige inwoners lopen het risico dat zij minder dan anderen kunnen participeren in de

samenleving of ze hebben een ervaring meegemaakt/zijn in een situatie terecht gekomen

waardoor zij kwetsbaar zijn. Deze inwoners hebben daarom extra ondersteuning nodig.

Mogelijke Wmo beleidsopties met betrekking tot wonen kunnen gevonden worden in het

versterken van de participatiestructuur, door bijvoorbeeld het onderwerp “wonen” te

bespreken met een gehandicaptenplatform om op die manier permanent voeling te houden

met de wensen vanuit de samenleving.

Per 2009 staat het onderwerp “wonen” op de agenda van de diverse participatieplatforms

zoals de doelgroep van Sociale Zaken, platform mensen met een verstandelijke beperking

en mensen met een fysieke beperking, zodat meer aandacht is voor specifieke woonwensen,

die voorgelegd kunnen worden aan de afdeling grondgebied bij de bepaling van toekomstig

beleid.

Initiatief ligt bij de afdeling MA in overleg met de afdeling Grondgebied. In 2008 wordt overleg

opgestart om na te gaan welke items in dit verband kunnen worden voorgelegd, welke zaken

in de toekomst gaan spelen etc. zodat er een gestructureerde inbreng van de diverse

doelgroepen gevraagd kan worden.

Nieuwe visies van Provincie / Regio e.d.

Regio

Huisvesting bijzondere doelgroepen

Uit het onderzoek blijkt dat er in de regio een behoorlijk aanbod is op het gebied van

kleinschalige woonvormen voor de bijzondere doelgroepen (mensen met een verstandelijke

beperking, een lichamelijke beperking of met psychische problemen). Naast het bestaande

aanbod bestaan er vooral onder de aanbieders plannen voor een substantiële uitbreiding van

de capaciteit. De regio scoort dan ook beslist niet slecht op het gebied van het wonen in de

wijk voor mensen met beperkingen.

Tegelijkertijd is geconstateerd dat het aanbod niet evenwichtig over de regio is gespreid. De

centrumgemeenten, en dan vooral Breda, nemen verhoudingsgewijs een groot aandeel voor

hun rekening.

Het onderzoek heeft een aantal vraagstukken opgeleverd, waarvan is geconstateerd dat het

wenselijk is deze verder uit te diepen. Enkele voorbeelden:

Men vindt dat bij de spreiding over de regio de vraag uitgangspunt dient te zijn: ofwel er

dient te worden geredeneerd vanuit kansen en keuzevrijheid. Dit kan in de praktijk een

zekere onevenwichtigheid opleveren wanneer sommige woonmilieus bepaalde

doelgroepen aantrekken.

o In de praktijk blijkt er vanuit de vraag beredeneerd wel een probleem te zijn:

de concentratie van het aanbod in sommige delen van de regio beperkt de

keuzevrijheid en het aanbod sluit kwalitatief nog onvoldoende aan bij de

vraag. Wat dat laatste betreft vindt men dat er sprake is van een

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 28


achterstandssituatie en hecht men aan het ondersteunen van kleinschalige

consumenteninitiatieven.

o Ook voor gemeenten kan de spreiding een probleem opleveren: wanneer een

(kleine) gemeente een onevenredig groot deel aan kleinschalige

woonvoorzieningen voor mensen met beperkingen krijgt, kan dit financiële

druk opleveren door een bovengemiddeld beroep op de WMO.

De verantwoordelijkheid voor het bieden van voldoende woonkansen voor mensen met

beperkingen op geschikte locaties ligt bij de gemeenten, zij hebben hierin een

regisserende rol.

o Enerzijds dienen de gemeenten hun beleid ten aanzien van het wonen van

mensen met beperkingen helder en duidelijk te omschrijven 13 , anderzijds

zullen de gemeenten met elkaar moeten afstemmen en samenwerken.

o Gemeenten dienen in het beleid duidelijk aan te geven waar

woonvoorzieningen voor mensen met beperkingen gewenst zijn, rekening

houdend met de vraag, de geschiktheid van de locatie en de gewenste

spreiding.

o Vanuit de regierol dienen zij voorts te coördineren, te toetsen en voorwaarden

te scheppen, uitgaande van de huisvestingsvraag onder de mensen met

beperkingen.

Een sturende, toetsende rol voor de regio vindt men een stap te ver. Wel ligt er voor de

regio een belangrijke taak weggelegd op het gebied van afstemming en monitoring.

o De regio zou een rol moeten spelen bij het in beeld brengen van de regionale

vraag, enerzijds om gemeenten inzicht te verschaffen in de omvang van de

vraag, anderzijds om te kunnen signaleren wanneer mensen / groepen tussen

wal en schip dreigen te raken.

o Daarnaast zou de regio de voortgang moeten monitoren: wat gebeurt er in de

regio, hoe verhoudt dat zich tot de regionale doelstellingen, waar dient

afstemming plaats te vinden.

o Voor gemeenten biedt de regio het platform voor afstemming en

ervaringsuitwisseling.

In de Gemeente Drimmelen zijn voldoende (kwantitatief) huisvestingsmogelijkheden voor

bijzondere doelgroepen. Er is zelfs een klein overschot aan huisvesting in de kern

Terheijden. Deze kern heeft niet alleen een gemeentelijke functie maar een regionale. Dat er

een overschot is in onze gemeente wil niet zeggen dat er niet gebouwd zou kunnen worden

voor deze doelgroep. Met name als het gaat om particuliere initiatieven (denk aan

ouderinitiatieven) valt er nog wel wat te realiseren in onze gemeente. Beleid hiervoor is niet

opgesteld. Hoe gereageerd wordt op initiatieven zal afhangen van die initiatieven.

Provincie

De bevolkings- en woningbehoeftenprognose van de Provincie wordt eens in de drie à vier

jaar geactualiseerd. De laatste is de prognose per 1 januari 2005. Deze prognose is

meegenomen in de woonvisie en jaarlijks wordt door de Provincie bijgehouden wat per

gemeente opgeleverd wordt aan woningen. In 2008 wordt er weer een nieuwe prognose

gemaakt.

Vanaf 1 januari 2008 heeft de Provincie extra geld ter beschikking gesteld voor goedkope

woningen (waaronder starterswoningen) en CPO. Hoe deze subsidie precies uitgekeerd gaat

13 Uit de inventarisatie die in het kader van het onderzoek onder de gemeenten is gehouden, is gebleken dat de

gemeenten destijds (eind 2006) nog nauwelijks beleid ten aanzien van het wonen van mensen met beperkingen

hadden uitgewerkt.

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 29


worden is nog niet bekend, naar verwachting komt hier meer duidelijkheid over in het 2e

kwartaal van 2008. Een deel van de CPO-subsidie zal via een revolving fund langere tijd

beschikbaar zijn voor deze markt.

- stimuleringsregelingen goedkope koop en collectief particulier opdrachtgeverschap

Om bij te dragen aan de bouw van meer goedkope koopwoningen en om het collectief

particulier op-drachtgeverschap te bevorderen is momenteel een tweetal provinciale

stimuleringsregelingen in de maak. Deze regelingen – de ‘stimuleringsregeling goedkope

koop’ en de ‘stimuleringsregeling collectief particulier opdrachtgeverschap’ – zullen begin

2008 van kracht worden en over de voortgang van bei-de regelingen zal (uiteraard) regelmatig

worden gerapporteerd.

Op de Woonvisie heeft dit geen invloed.

Voortgangrapportage Provincie

In de voortgangsrapportage van de provincie valt te lezen dat de harde plancapaciteit achter

blijft.

Daarnaast wordt er een doorkijkje gegeven naar de toekomst. Hierover schrijft de provincie:

- krimp in Brabant

Samenhangend met de actualisering van de provinciale bevolkings- en

woningbehoefteprognose wordt in 2008 ook een ‘perspectief-nota’ opgesteld over het

onderwerp bevolkingskrimp: wanneer, waar en in welke mate gaat krimp zich voordoen, en

welke effecten (bijvoorbeeld op het vlak van de woning-bouw, maar natuurlijk ook op tal van

andere (beleids)terreinen) brengt de teruggang van de bevolking met zich mee.

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 30


Bijlage 3. Ouderen

Ouderenproof

In 2007 is het rapport Ouderenproof uitgekomen. De belangrijkste bevindingen uit dit rapport

zijn:

Bouwen, aanpassen en ontbureaucratiseren

Het zal geen verrassing zijn, maar toch is het bijzonder dat in elke kern een warm pleidooi

wordt gehouden voor het bouwen van extra, betaalbare, woningen voor senioren.

Opvallend daarbij is dat men zeker oog heeft voor de leefbaarheid in de dorpen in bredere

zin. Zo wordt veelvuldig aandacht gevraagd voor woningen voor starters. De dorpen hebben

jongeren nodig om op langere termijn een vitale en leefbare toekomst te hebben. Bovendien

waarschuwen de ouderen zelf tegen het ontstaan van zogenaamde grijze wijken. Men pleit

voor divers samengestelde buurten en roept de gemeente op om daar beleid op te gaan

voeren. De woning wordt nadrukkelijk niet losgezien van het voorzieningenniveau.

Dat is in de kleinere kernen teruggelopen tot een kritisch minimum. Bouwen zonder oog te

hebben voor die problematiek is niet verstandig. In dat kader wordt erop aangedrongen dat

de woonzorgzones op korte termijn worden gerealiseerd.

De ouderen willen in hun eigen woning en in hun eigen dorp blijven wonen. Dat is een

gegeven dat uit alle recente onderzoeken naar voren komt. Ook in het kader van dit project

weer. Het is eveneens bekend dat veel woningen (nog) niet geschikt zijn als woning als

ouderen op latere leeftijd met wat beperkingen te maken krijgen. Dat betekent dat - zelfs als

er veel nieuwe woningen bijkomen voor senioren - er zowel een grote kans als een

noodzaak ligt om bestaande woningen aan te passen. Dat belang wordt in het project

'Drimmelen Ouderenproof' benadrukt.

De woningaanpassing van huur- en koopwoningen moet dan ook op allerhande manieren

worden gestimuleerd. Er worden subsidieregelingen voor woningaanpassing genoemd. Een

goede informatievoorziening is van belang, zodat mensen weten wat de mogelijkheden zijn.

Het project Blijvend Thuis in Eigen Huis (BTEH) verdient, in de ogen van de werkgroepen,

gestimuleerd te worden.

De derde pijler onder dit thema is de oproep aan de gemeente om vooral soepel en flexibel

om te gaan met alle regeltjes. Ten einde voldoende geschikte woningen te bouwen en aan te

passen, wordt van de gemeente een houding gevraagd die uitgaat van de ouderen. Een

houding die op zoek gaat naar de mogelijkheden om de vraag van de ouderen te honoreren.

Dat is natuurlijk een heel ander vertrekpunt dan vooral uitgaan van regels en

bestemmingsplannen. Er zit natuurlijk heel veel ruimte tussen het ontduiken van regelgeving

en een bureaucratische reactie op vragen en plannen. Creatief en actief meedenken

bijvoorbeeld.

Een aantal creatieve suggesties wordt in elk geval in dit rapport naar voren gebracht.

Bijvoorbeeld:

- Door middel van het uitgeven van bouwkavels aan groepen ouderen voor het ontwikkelen

van een gemeenschappelijk complex met seniorenwoningen met gedeelde voorzieningen.

- De mogelijkheid om op eigen terrein te bouwen ten behoeve van de ondersteuning door

mantelzorgers.

- Of de oproep om toch vooral bestaande voorschriften en regels om bestaande woningen

aan te passen te vereenvoudigen

- En er wordt nadrukkelijk voor gepleit meer ruimhartige vergoedingen toe te kennen bij

woningaanpassingen.

Tot slot bij dit centrale thema wordt de volgende suggestie eruit gelicht.

Ontmoeting en de mogelijkheden om elkaar te ontmoeten loopt als een rode draad door alle

onderdelen van het rapport. Dat is cruciaal voor een samenleving, ook in de dorpen. Op het

terrein van het bouwen van woningen, wordt aandacht gevraagd voor een

gemeenschappelijke ruimte bij nieuwbouw van appartementen. Een ruimte om elkaar te

ontmoeten en gezamenlijk te eten bijvoorbeeld.

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 31


Samengevat

1. Bouwen voor senioren, aanpassen van woningen en ontbureaucratiseren.

2. Creëer een centraal punt (multifunctioneel centrum) voor ontmoeting en

dienstverlening.

3. Er moet voor elk dorp een dekkend zorgnetwerk komen, waarbij een huisarts en 24uurs

zorg in elk geval aanwezig moeten zijn.

Blijvend thuis in eigen huis

Dit project loopt momenteel en is erop gericht om mensen langer zelfstandig te laten wonen,

door de woning veiliger en comfortabeler te maken. Sterke punten van dit programma:

• zeer betaalbaar;

• bereik van grote groepen bewoners;

• uitvoering door lokale partijen die hun doelgroep kennen;

• door inzet van vrijwilligers is er vaak een grotere betrokkenheid en de kosten blijven

laag;

• meer inzicht in de kwaliteit van woningen in totaliteit. Dit kunnen organisaties

benutten in de beleidsontwikkeling;

• meer inzicht in de drijfveren en overwegingen van de doelgroep ‘senioren’ ten

aanzien van de woonomgeving en hun behoeften.

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 32


Bijlage 4. Bevolkingsopbouw per kern per 1/1/2008

aantallen

12000

10000

8000

6000

4000

2000

0

bevolkingsopbouw gem. Drimmelen per 1/1/2008

0-14 jaar 15-29 jaar 30-54 jaar 55-64 jaar 65-74 jaar 75+

leeftijdscategorie

GEMEENTE DRIMMELEN

aantallen percentage

Man Vrouw Totaal Man Vrouw Totaal

0-14 jaar 2.350 2.266 4.616 9% 9% 17%

15-29 jaar 2.161 1.957 4.118 8% 7% 15%

30-54 jaar 4.939 4.991 9.930 19% 19% 37%

55-64 jaar 2.083 1.941 4.024 8% 7% 15%

65-74 jaar 1.160 1.169 2.329 4% 4% 9%

75+ 619 987 1.606 2% 4% 6%

TOTAAL 13.312 13.311 26.623 50% 50% 100%

De percentages komen overeen met de prognose door de Provincie voor 2008.

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 33

Man

Vrouw

Totaal


aantallen

aantallen

4500

4000

3500

3000

2500

2000

1500

1000

500

0

300

250

200

150

100

50

0

bevolkingsopbouw Made per 1/1/2008

0-14 jaar 15-29 jaar 30-54 jaar 55-64 jaar 65-74 jaar 75+

leeftijdscategorie

bevolkingsopbouw Drimmelen per 1/1/2008

0-14 jaar 15-29 jaar 30-54 jaar 55-64 jaar 65-74 jaar 75+

leeftijdscategorie

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 34

Man

Vrouw

Totaal

Man

Vrouw

Totaal


aantallen

aantallen

3000

2500

2000

1500

1000

500

0

900

800

700

600

500

400

300

200

100

0

bevolkingsopbouw Terheijden per 1/1/2008

0-14 jaar 15-29 jaar 30-54 jaar 55-64 jaar 65-74 jaar 75+

leeftijdscategorie

bevolkingsopbouw Wagenberg per 1/1/2008

0-14 jaar 15-29 jaar 30-54 jaar 55-64 jaar 65-74 jaar 75+

leeftijdscategorie

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 35

Man

Vrouw

Totaal

Man

Vrouw

Totaal


aantallen

aantallen

700

600

500

400

300

200

100

0

1800

1600

1400

1200

1000

800

600

400

200

0

bevolkingsopbouw Hooge Zwaluwe per 1/1/2008

0-14 jaar 15-29 jaar 30-54 jaar 55-64 jaar 65-74 jaar 75+

leeftijdscategorie

bevolkingsopbouw Lage Zwaluwe per 1/1/2008

0-14 jaar 15-29 jaar 30-54 jaar 55-64 jaar 65-74 jaar 75+

leeftijdscategorie

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 36

Man

Vrouw

Totaal

Man

Vrouw

Totaal


Bijlage 5. Projectenmatrix: opgeleverde projecten en

plannen in ontwikkeling

In onderstaande tabel is te zien hoeveel woningen er zijn opgeleverd in de periode van de

Woonvisie (2004 tot en met 2007). In totaal zijn er 172 woningen opgeleverd. Daarnaast zijn

er 15 woningen door particuliere initiatieven (slechts één woning per project) opgeleverd.

Deze zijn niet in onderstaande tabel verwerkt.

Toedeling bouwprogramma per kern, gebaseerd op uitgangspunten StructuurvisiePlus 2005-2008

Kern Evenredig Correctie Toedeling

Realisatie

aandeel Structuur- 2005-2008 2005 waarvan % van 2006 waarvan % van 2007 waarvan % van

visiePlus aantal huur koop totaal aantal huur koop totaal aantal huur koop totaal

Made 265 45 310 29 29 9% 36 37 12% 16 11 5 5%

Terheijden 145 -35 110 1 1 1% 0% 3 3 3%

Lage Zwaluwe 95 25 120 35 8 27 29% 18 6 12 15% 0 0%

Wagenberg 50 -10 40 0% 0% 2 2 5%

Hooge Zwaluwe 35 -25 10 0% 0% 27 6 21 270%

Drimmelen 10 0 10 5 3 2 50% 0% 0 0%

Totaal 600 0 600 70 11 59 12% 54 6 49 9% 48 17 31 8%

Op de volgende bladzijde staat een tabel met de in ontwikkeling zijnde plannen.

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 25 februari 2008, concept 37


in ontwikkeling zijnde plannen in de gemeente Drimmelen

d.d. 8-jan-08

legenda:

aanwezig in het plan

onbek. = onbekend

plaats lokatie

projecten in ontwikkeling

grootte

project

(aantal

won.)

huur / koop huur koop

starterswoning

(huur

/ koop)

senioren

(huur /

koop)

patio/

levensloopbe

st (huur) huur

betaalb

koop koop

Lage Zwaluwe Lage Zwaluwe-West > 100

Lage Zwaluwe Groenendijk


Bijlage 6 Stakeholdersoverleg: aanwezigen

evaluatie woonvisie 2004+

genodigden 14 febr. 2008

naam organisatie

Anita van Brederode Wst. Volksbelang

Jacques Reniers Wst. Volksbelang

Chris Gommeren Wst. Goed Wonen

Jorg vd Sanden WSG

Goof Akkermans HVV Woonbelang

Ed van Leemt HVV Woonbelang

Marius Diepstraten HVV Woonbelang

Jack Biemans Mak. Biemans

dhr. Ormeling Mak. Ormeling

Hannie Daniels Mak. Daniels-Stokvis

dhr. H. van Dongen Mak. Van Dongen

Mireille Lemmens SWO

Peter Geleijns SWO

Harry Bakker gem. Drimmelen (wethouder)

Jaap Zonneveld gem. Drimmelen (MA)

Pie Bauer gem. Drimmelen (RO)

Corina Segeren gem. Drimmelen (RO)

Henri Gelevert gem. Drimmelen (Grondgebied)

Roni Kreeft gem. Drimmelen (Grondgebied)

Monique Verschuren gem. Drimmelen (VHV)

dhr. A. v.d Bersselaar Ouderenplatform SDOB

dhr. E.Tienkamp Ouderenplatform SDOB

Ida Pullens Verankeringsgroep Ouderenproof

Loes Teunissen Verankeringsgroep Ouderenproof

Evaluatie Woonvisie, opgesteld 7 februari 2008, concept 39

More magazines by this user
Similar magazines