DE JOURNALIST

webstore.iisg.nl

DE JOURNALIST

N^ 366

iut j

Int. Instituut

Soc. Geschiedenis denis [

Amsterdam "-J 19 Juli 1923

DE JOURNALIST

Orgaan van den Nederlandschen Journalisten-Kring

Adres voor Redactie en Administratie

BUSSUM Kon. Emmalaan 13

INHOUD. Offlcieele Mededeelingen: Kringbestuur; Commissie

voor de medezeggenschap; Representatie; Ledenlijst; Royementen.

— Algemeene belangen: Overeenkomst èn verschil;

Het uitstapje op 7 Juli; De buitenlandsche correspondent. —

Uit de Pers: De courant is verkocht. — Personalia en berichten:

In memoriam W. E. Verwey; Onthulling momument gevallen

journalisten. — Ingezonden.

Kringbestuur.

Officiëele Mededeelingen.

Het Kringbestuur kwam op Zaterdag 30 Juni j.1. te

's-Gravenhage bijeen. Aanwezig waren de leden HANS (voorzitter),

VOOGD, VAN DER HOUT, CRAYÉ, POLAK DANIELS,

POLAK, BIEMOND, SCHOTTING en de gedelegeerde HOLSBOER

(Oostelijke Pers).

W. E. Verweij. — De Voorzitter deelde mede, dat zoo

juist bericht was ingekomen van het overlijden van den heer

W. E. VERWEIJ, redacteur van Het Vaderland. Hij behoorde

tot die stille werkers in ons vak, wier namen door het

publiek niet worden gekend, maar die met talent en trouw

hun werk verrichten. Zijn nagedachtenis zal in eere blijven.

Perszaken. — Verder doet de Voorzitter mededeeling van

de bekende gedachtenwisseling der Publiciteitscommissie met

den Minister van Koloniën; van zijn polemiek met de redactie

van Het Gemeene-best, orgaan van het Genootschap voor

Zedelijke Volkspolitiek; van de uitnoodiging van het Dagelijksch

Bestuur aan dr. F. V. ENGELENBURG, hoofdredacteur

van De Voïksstem, tot het vervullen van een spreekbeurt

over Zuid-Afrika en de Zuid-Afrikaansche Pers; van zijn

stukje in de N. R. Crt. tegen de mededeeling van den heer

G. VAN HULZEN, secretaris der Vereeniging van Letterkundigen,

als zou de Kring ongunstig adviseeren omtrent het toelaten

van letterkundigen bij openbare gebeurtenissen. — Op al

deze punten keurt het Bestuur het gevoerde beleid goed.

Jaarlijksch Uitstapje. — Omtrent het doorgaan van het

uitstapje wordt het Dag. Bestuur gemachtigd, daaromtrent

uiterlijk 4 Juli een beslissing te nemen.

Nieuws van den Dag. — Op 30 Juni heeft te Amsterdam

een conferentie plaats gehad tusschen de heeren VOOGD,

VAN DER HOUT en SCHOTTING, (de voorzitter was verhinderd)

als afgevaardigden van het Kringbestuur, en den heer J. FUNKE,

oud-directeur van het Nieuws van den Dag. In deze conferentie

deed de heer FUNKE mededeeling van de ontworpen

regeling inzake schadeloosstelling aan de oud-redacteuren van

het blad. Het bedrag dier schadeloosstelling hing voor elk der

betrokkenen af van salaris en aantal dienstjaren en hield

bovendien rekening met het feit, dat de redacteuren reeds

elders in functie waren getreden. De deputatie van het Kringbestuur

nam acte van de ontworpen regeling en slaagde er

in, deze voor verschillende betrokkenen nog eenigszins verhoogd

te krijgen, zij het dan dat over het algemeen de

bedragen niet geheel voldoende werden geacht. Uitdrukkelijk

werd echter geconstateerd de mededeeling van den heer

FUNKE, dat, zoo er onder de oud-redacteuren mochten zijn

die, elders benoemd, vóór December eventueel weer ontslag

zouden bekomen, voor deze alsnog de schadeloosstelling zou

worden verhoogd.

Medezeggenschap. — Na uitvoerig debat werden de opdracht

en de samenstelling van de commissie voor de medezeggenschap

vastgesteld. {Zie elders.)

Redacteur:

CORN. A. CRAYÉ

Dit blad verschijnt ten minste

éénmaal per maand

Vertrouwelijke zaken. — Hierna werd van gedachten

gewisseld omtrent enkele belangrijke punten, waaromtrent

eerst later mededeeling kan worden gedaan.

Gedelegeerden. — In behandeling kwam de vraag, of ook

over het tweede halfjaar 1923 aan de Oostelijke Pers vergoeding

zou worden toegekend voor het zenden van een

gedelegeerde. Besloten werd, gezien den financieelen toestand,

deze vergoeding alleen incidenteel te verleenen, n.1. wanneer

de behandeling van een speciaal-oostelijk onderwerp de overkomst

van den gedelegeerde noodzakelijk maakt.

Persfotograjieën. — Tenslotte werd gedebatteerd over de

wenschelijkheid en het al of niet toelaatbare van fotografeeren

in de rechtzaal. Dit werd scherp bestreden. Anderen achtten

het moeilijk er afkeuring over uit te spreken. De behandeling

van dit punt kon echter niet ten einde worden gebracht.

Het komt later opnieuw aan de orde.

Reorganisatie. — De eerste bestuursvergadering na de

vacantie zal gewijd zijn aan de vaststelling van het advies

inzake de reorganisatie.

Commissie voor de medezeggenschap.

In de jongste bestuursvergadering is de opdracht aan de

commissie voor de medezeggenschap als volgt vastgesteld:

Aan de commissie worde opgedragen te onderzoeken, en

daaromtrent rapport uit te brengen aan het Kringbestuur:

i e op welke wijze, bij voorgenomen verkoop van een

dagblad, de medezeggenschap van de betrokken journalisten,

of van de organisatie(s) waartoe zij behooren, het best ware

te regelen en te verwezenlijken;

2 e op welke wijze, voor genoemd geval, de materieele

belangen der betrokken journalisten zoo goed mogelijk verzekerd

kunnen worden;

3 e of, ook buiten het geval in de vorige punten genoemd,

medezeggenschap der journalisten in de leiding van het

dagblad als onderneming wenschelijk en mogelijk is, en zoo

ja, op welke wijze.

Representatie.

De voorzitter vertegenwoordigde het Kringbestuur op den

auto-tocht voor de pers bij de bezichtiging van de uitbreiding

van Den Haag (30 Juni); met den secretaris bij de receptie

en den gala-maaltijd van de Koninklijke Nederlandsche

Automobiel-club ter eere van het 25-jarig bestaan (5 Juli);

bij den feestmaaltijd van den Alg. Nederlandschen Wielrijdersbond

ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan (6 Juli).

De heer G. POLAK DANIELS vertegenwoordigde het Kringbestuur

bij het dejeuner-dinatoire ter gelegenheid van het

Congres voor Rundveeteelt, te 's-Gravenhage (5 Juli).

De secretaris vertegenwoordigde den Kring bij de begrafenis

van collega W. E. "VERWEIJ te 's-Gravenhage (3 Juli).

Uitnoodigingen zijn ontvangen ter bijwoning van de opening

der Academie de Droit International in het Vredespaleis, en

van het ter eere daarvan te geven diner (beide op 14 Juli).

De voorzitter heeft zitting genomen in het Eere-Comité

voor het Koloniaal Onderwijs-Congres.


54 DE J O U R N A L I S T

Ledenlijst.

Aangenomen als buitengewoon lid:

A. W. IJZERMAN, Den Haag.

P. KOOMEN, Rotterdam.

Mevr. J. DE BOER-VAN STRIEN, Beukelsdijk 139, Rotterdam,

(alle drie thans gewoon lid).

Mevr. C. POTHUIS-SMIT, De Proletarische Vrouw, Saxen

Weimarlaan 2 a, Amsterdam.

Adresveranderiugen:

G. DE BRUYN Jr. (Prov. Over. en Zwolsche Courant) Roggenstraat

145, Zwolle.

P. C. VAN DOBBEN naar Raamvcst 5 a, Haarlem.

Mevr. L. JARS DE GUBERNATIS naar Kazernestr. 48, Den Haag.

P. KOOMEN naar Verhagen Metmanstraat 18, Rijswijk (Z. H.)

T. LANDRÉ naar Winterfeldstrasse 5 /6 bei Margoninski, Berlijn.

DOUWE MIEDEMA (Nwsbl. v. Friesland) naar Oranjewoud (ï'r.)

H. J. VAN DER MUNNIK naar 2 e Hoogeweg 48, Zeist.

ROELAND VAN RUYVEN naar Laan van Meerdervoort 580,

Den Haag.

Overlede?i:

W. E. VERWEIJ, Den Haag.

Royementen.

Het gewone lid W. M. BEKAAR en het buitengewone

lid J. VAN DRUNEN, die niettegenstaande den oproep

in het vorig nummer niets van zich lieten hooren, zijn van

het lidmaatschap van den Kring vervallen verklaard.

* *

*

De gewone leden HUGO K1NGMANS te Groningen

(met een contributieschuld over 1921, '22 en '23), j. H.

BOAS te Berlijn (contributie schuldig over 1920, '21, '22

en '23), A. KELLENAERS te Breda (contributie schuldig

sinds 1918) en het buitengewone lid W. J. N. LANDRÉ

te Enschedé (contributie schuldig over 1921, '22 en '23)

zullen worden geroyeerd, indien zij binnen 14 dagen hun

schuld aan den Kring niet hebben voldaan.

Algemeene belangen.

Overeenkomst — èn verschil.

HET BESTUUR.

Een collega schrijft ons:

„Het Handelsblad keert 6 procent dividend uit, Het Vaderland

7 procent."

Aldus berichtte een vorig nummer van ons orgaan. Het

berichtje was veelzeggend. Minder om wat het wèl, dan om

wat het niet zei. De procenten zijn ongeveer gelijk. Maar,

wat het verschil betreft, had* het aldus kunnen vervolgen:

„De directie van het Handelsblad is, in 1920, wat de salarisregeling

betreft vèr boven de Kring-schaal uitgegaan en heeft,

in 1922, de pensioen-overeenkomst niet alleen volledig aanvaard,

maar zelfs voor de oudere collega's een zeer gunstige

regeling getroffen. De directie van het Vaderland heeft na veel

strijd een salaris-regeling ingevoerd die zich precies op de

grens van de Kring-schaal beweegt en slechter is dan die aan

vele kleinere bladen, en weigert nog steeds de pensioen-regeling

in te voeren, zoodat de redacteuren er niet de minste zekerheid

bezitten."

Het uitstapje op 7 Juli.

De Voorzitter heeft toch weer gelijk gekregen: het is een

dag van prachtig weer geworden, ons uitstapje van Zaterdag

7 Juli.

Wij laten hier het verslag volgen van ons oudste Leidsche

medelid, collega SIJTSMA:

Toen eenmaal was afgezien van liet voornemen om het

40-jarig bestaan van den Nederlandschen journalisten-Kring

in verband met hetgeen in de laatste maanden in de Nederlandsche

Pers was gebeurd, feestelijk te herdenken, werd toch

de vraag of het jaarlijksche uitstapje nog moest worden

gehouden door het Kringbestuur in bevestigenden zin beantwoord.

De keuze viel op Leiden en omstreken. Een der

Leidsche Kringleden, de heer WESTERBAAN, daarin bijgestaan

door de heeren SIJTSMA en WILMER, verkreeg de medewerking

van het Gemeentebestuur en van de Vereeniging tot bevordering

van het Vreemdelingenverkeer in Leiden en omstreken

en er werd een programma ontworpen, dat, hoewel eenvoudig,

een bijzondere aantrekkelijkheid had, doch waarvan alleen

het welslagen afhankelijk zou zijn van het weer. Men ging

het er op wagen in de hoop dat de zomer toch wel eindelijk

komen zou. Want er stond als hoofdnummer op het programma

voor Zaterdag 7 Juli een boottocht over de Kagerplassen,

aangeboden door Vreemdelingenverkeer.

Zaterdagvoormiddag te tien uur ongeveer kwamen met de

treinen uit de richtingen Amsterdam, Rotterdam en Utrecht

een 80-tal deelnemers aan. Het gezelschap verzamelde zich

in de wachtkamer i e klasse, waar een geïllustreerde gids van

Leiden en omstreken werd aangeboden, een verklarende kaart

van Leiden en omgeving met de Kagerplassen inbegrepen.

De voorzitter van Vreemdelingenverkeer, de heer CHARI.ES

VAN SPALL, heette de aanwezigen van harte welkom.

De voorzitter, de heer D. HANS, dankte namens den Kring

voor de vriendelijke ontvangst, waarna het bureau van

Vreemdelingenverkeer werd bezichtigd, alsmede de door de

vereeniging geëxploiteerde rijwielloodsen.

Daarna wandelde het talrijke gezelschap naar het Stadhuis,

waar het in de uit historisch oogpunt belangwekkende kamer

van B. en W. werd ontvangen en door den burgemeester

Jhr. DE GIJSELAAR op hartelijke wijze toegesproken. Deze

wees er op hoe het algemeen belang wordt gediend met een

goede verstandhouding tusschen en een prettige samenwerking

van overheid en pers. Ook het Leidsche gemeentebestuur

toonde zich daartoe steeds bereid en voelde zich door het

bezoek van hare vertegenwoordigers ook bijzonder vereerd.

Nadat de heer HANS op deze speech even hartelijk als

hoffelijk had geantwoord, werd het mooie stadhuis bezichtigd.

Hierop volgde een gemeenschappelijke lunch op den historischen

Burcht, waar de Voorzitter een woord van dank

bracht aan de organisators van dezen dag, speciaal aan den

heer en mevr. WESTERBAAN.

Onder leiding van den onderdirecteur den heer KOERT,

werd het Stedelijk Museum „De Lakenhal" bezichtigd, met

name het mooie, nieuwe gedeelte, geschenk van mr. PAPE.,

Daarop volgde de boottocht naar het Kagermeer, door

Vreemdelingenverkeer aangeboden.

Was de tocht naar het meer zelf reeds interessant, de

watertochtjes in zeiljachten en motervaartuigen van uit het

Clubhuis van de Zeil- en Motorvereeniging „De Kaag", den

gasten aangeboden, waren verrukkelijk. Op de heenreis werd

thee en op de terugreis wijn en limonade geschonken met

allerlei gebak, waarbij de speciaal Leidsche bolussen niet

ontbraken. Een studentenmuziekgezelschap „Het Groene

Zoodje" zorgde voor opgewekte muziek en op de terugreis

zat de stemming er zoo goed in, dat een groot gedeelte van

het dek werd ingenomen voor dansvloer.

Bestuur en leden zullen dit bezoek en met name den mooien

boottocht nog lang in de herinnering bewaren;

Oe buitenlandsche correspondent.

Naar aanleiding van de rede, waarmee de heer HUDDLESTON,

Parijsch correspondent van de Times, aan het feestmaal,

door de drie vereenigingen van de buitenlandsche pers den

president van de republiek aangeboden, den heer MILLERAND

begroette, vraagt het journal des Débats in een hoofdartikel:

„Kan men hopen (?)-dat de laatste jaren de buitenlandsche

correspondenten hun landen nauwkeurig wisten in te lichten

en dat er geen misverstanden geweest zijn? ... Zij hadden

in de meeningsverschillen tusschen de geallieerden de nuttigste

rol kunnen spelen en meehelpen tot het onderling doen

begrijpen van de belangen en behoeften van elke natie.

Wij twijfelen niet, of ze hebben zich daartoe moeite gegeven.

De ondervinding heeft uitgewezen, dat ze niet altijd zoo

goed geslaagd zijn om dit resultaat te kunnen verwachten.

Wij zijn er blij mee, dat de woorden van den heer HUDDLESTON

een nog ernstiger verlangen laten blijken om bij te dragen

tot het onderling begrijpen en de overeenstemming van de

bevriende landen.

Niets stellig is lastiger voor een buitenlandsch journalist

dan nauwkeurig te ontwaren wat voorvalt in het land, waar

hij te gast is. In Frankrijk spreekt men veel, vrij en met

vertrouwen . . . Een ruime kennis van de politieke kringen

en van de openbare meening is noodig om den dagelijkschen

incidenten hun juiste plaats te geven en om, onder de verscheidenheid

der vluchtige verschijnselen, het wezenlijke en

bestendige te vatten. MILLERAND zei terecht, dat om de

moeilijke taak, een land te leeren kennen en aan een ander


land te doen kennen, naar hehooren te vervullen tegelijk

geest en hart noodig zijn ... In een tijd, waarin de meening

de wereld beheerscht en waarin de betrekkingen tusschen de

volken zoo sterk onder den invloed staan van de natuurlijk

oppervlakkige kennis onder de menschen in het algemeen,

hebben de vertegenwoordigers van de buitenlandsche pers

de hoogste missie, ze dragen hun deel in de politieke verantwoordelijkheid

en de woorden van den heer HUDDLESTON

bewijzen, dat ze zich hun zwareh plicht bewust zijn.

v. L.

De courant is verkocht.

Uit de Pers.

In de Zutphensche Courant was een „Haagsche Correspondentie"

gewijd aan het geval Nieuws van den Dag.

Wij ontleenen daaraan het volgende:

Wij denken er niet aan te beweren, dat een courant-onderneming

nooit „verkocht" zou mogen worden. Een dagblad is nu

eenmaal een commerciëele onderneming. Niet altijd en niet uitsluitend.

Niet altijd: een dagblad kan door een rijken particulier

of door een richting (partij) in 't leven geroepen zijn om een

andere reden dan om er geld mee te verdienen, maar dan blijft

de ernstige schaduwzijde, dat zulk een dagblad afhankelijk blijft

van een of meer vermogende lieden, die iederen dag genoeg

kunnen krijgen van het bijpassen en dan de zaak stopzetten.

Elke dagbladonderneming, ook die zich een louter idieëel doel

stelt, moet dan ook er naar streven zich te bedruipen en nog

beter om winst te maken. Een commerciëele onderneming dus,

waarbij veel, zéér veel afhangt van de kunde en den ijver van

de commerciëele en de technische leiding, doch niet een commerciëele

onderneming zonder meer. Gelijk het terecht- gezegd wordt

in de resolutie, door het bestuur van den Nederlandschen Journalisten-Kring

aangenomen: het uitgeven vaneen dagblad, hoezeer

mede een commerciëele onderneming, waaraan het maken van

geldelijke winst ten grondslag ligt. Laat men deze basis los, dan

wordt de dagbladdirecteur zoowel als de journalist een slaaf van

het publiek, dan geeft de courant geen leiding meer, maar staat

hij beneden zijn lezers en komt hierdoor onherroepelijk op het

peil van de laagststaanden onder het publiek. Zonder nu te willen

zeggen, dat alle dagbladen zich nimmer een oogenblik vergeten

— wie onzer zonder zonden is werpe ook hier den eersten steen —

mag toch met voldoening geconstateerd worden, dat de practijk

klopt met wat in genoemde resolutie gezegd wordt, namelijk dat

het dagblad is een ideëel en cultureel goed, nieuwsblad voorwaar

in de eerste plaats, niettemin ook middel voor de geestelijke,

intellectueele en sociale scholing van het publiek en daarom ook

wordt de verkoop van een dagblad eenvoudig als handelsobject,

zonder dat men weet wie het blad koopt, zonder dus te weten

wat er mee gebeuren zal en in welke richting het verder zal

worden geleid, terecht veroordeeld. Verkoop kan noodig zijn om

een blad in stand te houden, maar wie zijn lezers behandelt als

doode koopwaar, verlaagt het hooge standpunt, waarop de pers

behoort te staan. Opzettelijk willen wij niet stilstaan bij de zorg,

die de verkooper behoort te hebben voor de menschen, die bij

hem in dienst waren; zelfs den schijn van een pleidooi voor vakbroeders

willen we vermijden en daarom willen we liever niets

zeggen over het vraagstuk, in dezelfde resolutie aangeroerd, in

hoever den betrokken journalisten eenig recht van medezeggenschap

zou toekomen, wanneer het om den verkoop van het blad,

waarvan zij den redactioneelen inhoud verzorgden, gaat, een vraagstuk,

dat bovendien eenvoudiger schijnt dan het is.

Hoofdzaak is, dat het geestelijke element bij exploitatie van

dagbladen niet uit het oog mag worden verloren. En als men dan

denkt aan den verkoop van het oude Nieuws van den Dag-, dan

gevoelt een ieder, dat hier iets is gebeurd, dat niet bevredigen

kan. De geheele onderhandelingen zijn gevoerd met een anonymus,

met iemand, die kennelijk strooman was. Zóó is de verkoop tot

stand gekomen. Toen ontpopte zich de nieuwe eigenaar als de

eigenaar van De Telegraaf. De oude onderneming, die een mooien

prijs kreeg voor haar aandeelen, wist niet wie de nieuwe, groote

aandeelhouder werd en nog minder, wat deze voor plannen had.

Deze werden alras duidelijk: de hoofdredacteur van het oude

Nieuvjs nam al zeer spoedig zijn ontslag, zijn terstond ingaand

ontslag en toen de heer Broekhuys met zijn loterij-courant ging

dreigen, kwam op een goeden ochtend het bevel af: Vanavond

verschijnt de courant voor het laatst. Het Nieuws van den Dag

was verdwenen, omdat de heer Holdert het wilde en een ander

blad onder zijn directie kreeg als titel den titel van het verdwenen

blad. Misschien is het een handige „zet" geweest tegenover den

a.s. concurrent Broekhuys. Dit staat buiten onze beoordeeling.

Maar hoe zijn de lezers en lezeressen behandeld? De bedoeling

was, ze als boonen en erwten, als winkelvoorraad mee te verkoopen.

Of dit gelukt is, willen we niet onderzoeken, evenmin of voor de

oude getrouwen, die het Nieuzus vele jaren dienden, behoorlijk is

gezorgd. Doch wie gevoelt niet, dat er op deze wijze in de voorlichting

van het publiek een element wordt gebracht, dat het

aanzien van onze pers niet verhoogen kan?

Moge daarom het voorgevallene een uitzondering blijven!

DE J O U R N A L I S T 55

Personalia en Berichten.

Tot redacteur van het Nieuwsblad van. Friesland te

Heerenveen is benoemd de heer DOUWE MIEDEMA, thans

werkzaam aan de Dr achtster Courant.

In memoriam W. E. Verweij.

De sluwe Dood heeft ook U meegenomen,

die stil en eenzaam door het leven ging,

nooit morrend als der noodzaak scherpe kling

U voortdreef door dags wilde waterstroomen.

En rustig zaagt ge steeds den avond komen,

waarin ge wijsheids schatten garen ging . . .

Zie hoe de stilte 'n wijdingsmantel" hingom

eeuwenlang bewaarde dichterdroomen.

Zoo zie ik U, als ik U weer gedenk,

zoo zal ik aan U denken als ik lees

in boeken, waar gij wijsheid uit vergaarde,

want gij hebt mij gegeven een geschenk

zóó groot en rijk, dat 'k nu reeds" angstig vrees

of 'k ooit zoo'n schat wel schatten kan naar waarde.

DEN HAAG 3 Juli 1923 G. H. PANNEKOEK Jr.

W. E. Verweij. f

Op het vredige kerkhofje te Rijswijk werd 3 Juli j.1. de

laatste eer bewezen aan onzen braven collega WILLEM ELIZA

EIJ.

Onze brave collega; ieder die hem heeft gekend zal het

allereerst het epitheton brave bij zijn naam voegen. Ik heb

zelden een man ontmoet zoo ingetogen, zoo gerust en braaf,

zoo bescheiden ais hij. Bescheidenheid pleegt niet de eigenschap

te zijn die journalisten in de eerste plaats kenmerkt.

Het vak brengt het niet mee. Maar VERWEIJ, die steeds aan

de afdeeling Buitenland heeft gewerkt, was het en zijn werk

heeft er ook het voorbeeld van gehad.

Willem — ieder noemde hem bij zijn voornaam — was

de veertig gepasseerd toen hij in de journalistiek kwam.

Hij bleek echter een bizonder goed journalist te zijn. In één

opzicht overtrof hij vele collega's onmiddellijk n.1. door zijn

groote belezenheid en zijn groote zelfvertrouwen en opgediepte

kennis. Voor het in praktijk brengen daarvan heeft zijn

bescheidenheid hem wel wat in den weg gestaan. . . .

Ik heb het voorrecht gehad éen van zijn eerste vrienden

te zijn geweest. We hebben samen heel wat gediscussieerd

over tal van onderwerpen, want bijna alle onderwerpen van

eenige beteekenis hadden zijne belangstelling. Het meest trof

het mij steeds weer dat zijn inzicht een eigen, zelfverworven

inzicht was, dikwijls heel wat afwijkend van het algemeen

gangbare.

Willem, die altijd bezig was zijn geest te verrijken, heeft

voor goed de oogen gesloten. Bij zijn groeve heb ik een

enkel woord mogen spreken, als zijn vriend en als vertegenwoordiger

van onzen Kring; het was mij een innig verlangen

dit te doen omdat ik hem altijd als éen van mijn beste

vrienden hem geacht.

Brave Willem, sit tibi terra levis!

v. D. H.

De onthulling van het monument voor de

gevallen journalisten.

De onthulling van het monument op het kerkhof aan de

Laanhof te Batavia voor de beide gevallen journalisten

C. BORST, in leven eerste redacteur van de Java Bode en

C. A. GERRITSEN Jr., eerste redacteur van de Indische Courant

(W. J. Editie), werd bijgewoond door een zeventigtal personen,

waaronder resident SCHENCK DE JONG, als vertegenwoordiger

van den gouverneur-generaal, burgemeester MEYROOS,

de hoofdcommissaris van politie, de heer VAN ROSSEN, en

de meeste Bataviaasche collega's.

Mr. THOMAS herinnerde aan het graf der beide gevallen

journalisten, aan de rampspoedige tijding welke geheel Indië,

in alle lagen, doortrilde, toen twee van onze beste collega's

vielen als slachtoffer. -Een gevoelige slag werd toen toegebracht

aan de Indische pers,

Namens het Soer. Hbld., de Deli Crt., de Sumatra Post,

de Nieuwe Soer. Crt., Nieuwe. Vorstenlanden,, Kediri Crt.,


56 DE J O U R N A L I S T

Het Noorden, en den heer RITMAN bracht spr. een groet aan

de beide voor hun beroepseer gevallen journalisten.

Vervolgens bracht spr. een woord van dank aan den heer

LUCIANI voor het door hem ontworpen en vervaardigde

monument, en ten slotte dankte de heer THOMAS speciaal

den vertegenwoordiger van den gouverneur-generaal voor diens

aanwezigheid. Ue geheele pers is Z. Exc. ten zeerste dankbaar

voor dit bewijs van piëteit jegens de gevallen collega's.

Daarop onthulde de heer THOMAS het monument.

Het woord werd vervolgens gevoerd door den heer BELONJE,

hoofdredacteur der West-Java-editie van de Indische Courant,

die namens de beide edities van dit orgaan en de Locomotief

een laatsten groet bracht aan de beide, zoo jong reeds gevallen

collega's. Spr. bracht een woord van dank aan allen,

die hebben bijgedragen tot de fondsen, waardoor het mogelijk

werd niet alleen dit monument op te richten, doch tevens

een bedrag ter hand te stellen aan de achtergelaten betrekkingen

van collega 'GERRITSEN. Ook namens de weduwe

GERRITSEN dankte spr.

Het woord werd daarop gevoerd door den heer JOANKNECHT,

die namens Aneta, het Alg. Jnd. Dagblad, De Preaiigerbode,

en Mataram een laatsten groet bracht aan BORST en GERRITSEN,

gevallen als slachtoffers van hun beroepsplicht.

De resident legde daarop den eersten krans namens den

landvoogd op het zoo juist onthulde monument, gevolgd

door de vertegenwoordigers van Ind. Crt. en Java Bode,

waarna ook de andere kransen van de verschillende vertegenwoordigde

bladen aan den voet van den gedenksteen gedeponeerd

werden. Mr. THOMAS sprak ten slotte een woord

van dank.

Het uitstapje naar Leiden.

Ingezonden.

Hoewel wij niet weten, of het jaarlijksche uitstapje naar

Leiden doorgaat dan wel zal worden afbesteld, meenen wij

het volgende toch even onder de aandacht te moeten brengen

ter leering bij volgende gelegenheden, zoo mogelijk, 't Gaat

niet om personen of wat ook, maar om het principe.

Het idee om Leiden tot „bivak-plaats" te kiezen is ons

totaal vreemd gebleven tot goed en wel het heele plan was

uitgewerkt. Met gevolg, dat zij stonden voor een volslagen

fait accompli; de Leidsche journalisten in algemeenen zin

genomen — stilzwijgend natuurlijk daarmee bedoelend de

de Kringleden — mochten derhalve inschrijven voor deelneming

aan een uitstapje in eigen stad, zonder tevoren ook

maar te zijn gepolst of ook iets te doen wat met eigen kracht

of wat ook. 't Is waar, in Leiden bestaat geen aparte vereeniging,

maar was daarom toch niet even een conferentie

mogelijk geweest? Dat was toch heusch niet zoo moeilijk te

bereiken.

Hoe het komt, dat aldus is te werk gegaan, we weten het

niet, maar principieel veroordeelen wij zoo'n houding a la:

nous traiterons de vous, chez vous et sans vous en wij stellen

er prijs op te verklaren, dat om deze redenen wij hebben

bedankt voor de eer van deelneming, van meening, dat een

ontvangst van collega's niet mocht plaats hebben zonder ook

onzerzijds iets te hebben kunnen doen en dat het ons niet

paste in eigen stad geheel alleen te pronken met andermans

veeren.

Met plaatsing hiervan zult u zeer verplichten.

LEIDEN 29 Juni 1923

B. W. MENKHORST.

P. J. COFFRIE.

K. BEEN.

Het Dag. Bestuur antwoordt hierop: — Wie eenigen tijd

in vereenigingszaken zit, wordt allengs eigenaar van een

behoorlijke dosis philosofische kalmte. Hij is letterlijk op alles

voorbereid. Nu en dan echter voelt hij zich nog even verontwaardigd.

Bovenstaand stukje zou daartoe geschikte aanleiding

zijn.

Het Dag. Bestuur moest in Leiden een collega zoeken, die

ter plaatse voorbereidende regelingen kon treffen. Het behoefde

echter niet te zoeken. In Leiden woont een collega, die het

Kringleven sinds jaren actief meeleeft, die bij alle belangrijke

Kringgebeurtenissen present is, die onze vereeniging zeer is

toegewijd, PIER WESTERBAAN. Wij hebben hem verzocht de

zaak plaatselijk ter hand te willen nemen. Binnen het kader

der opdracht lieten wij hem vrij. In alles echter pleegde hij

met ons overleg, en ook met eenige Leidsche collega's,

b.v. met den oudsten collega van het Leidsch Dagblad.

Wanneer hij niet met alle plaatselijke college's sprak, zal hij

dat niet noodig hebben geacht. De zaak kwam in orde. Als

gevolg daarvan hebben we een heerlijken dag gehad, een

schitterend uitstapje. We zijn allerhartelijkst ontvangen door

het gemeentebestuur, de burgemeester sprak ons zeer waardeerend

toe en beloofde steun aan en samenwerking met de

plaatselijke pers waar dat noodig was, we bezochten eenige

mooie instellingen en 's middags hadden we een onvergelijkelijk

genot op de prachtige meren, waar motorbooten en

zeiljachten te onzer beschikking lagen.

Toen de voorzitter aan de lunch dan ook hulde bracht

aan WESTERBAAN en zijn vrouw, moesten deze een hartelijke

ovatie in ontvangst nemen.

En nu, dank zij de medewerking van ons altijd actieve lid

deze dag zoo keurig is geslaagd, nu komen drie menschen

van wie we nooit iets merkten in den Kring en die tot de

passieven behooren, zich beklagen. Zij hadden officieel gekend

willen worden. Mirabile dictu.

Sterker: zij hebben daarom geweigerd mee te gaan. Door

dit domme besluit hebben zij alleen zich-zelf schade berokkend.

Zij misten de vreugde van dezen stralenden dag. Daardoor

wint ons menschelijk medelijden het van alle andere gevoelens.

Ook al vinden wij het ergerlijk, dat het geachte drietal van het

Leidsch Dagblad durft gewagen van „pronken met andermans

veeren", waar wij niet anders deden dan volgaarne een boottocht

accepteeren, die ons zoo* gracieus door Vreemdelingenverkeer

werd aangeboden. Maar enfin!

Alleen dit nog:

als het Kringbestuur in Leiden weer eens iets te regelen

heeft, zal het zich weer tot collega PIER WESTERBAAN richten.

Dit is een voortreffelijk adres.

Van de Pol op hol — Crayé holt mee.

Geachte Redacteur,

Gedrukt bij A. de la Mar Azn., Amsterdam

Uw onderschrift bij het stuk van RADEMAKER moet ik

betreuren, ook omdat ik vrees, dat VAN DE POL er aanleiding

in zal vinden nogmaals te trachten zijn ongelijk voor gelijk

te doen doorgaan. Want hij had ongelijk en ik vind het een

zonderlinge manier van doen als iemand, die kwaad uit een

vergadering loopt, omdat hij zijn zin niet krijgt, een lang

stuk gaat schrijven om zijn zienswijze, waarvan de onjuistheid

hem duidelijk is aangetoond, toch nog ingang te doen vinden.

Het antwoord van RADEMAKER is dan ook volkomen te

begrijpen, al zullen vermoedelijk de meeste bezoekers van

de vergadering, niet alle kwalificaties wenschen te onderschrijven.

Ik hoop, dat VAN DE POL het er bij laten zal, maar ik

vrees het tegengestelde, want het begint een hobby van hem

te worden voor journalistieken zedemeester te spelen, waarbij

hij vergeet, dat een jeugdig zedemeester op menschen, die

al jarenlang in het vak meeloopen, niet anders dan een

lichtelijk ridiculen indruk kan maken.

Waarom u in uw slotzin de letters „ds." gebruikt, is mij

niet duidelijk. RADEMAKER zelf bezigde die niet en wij zullen

toch geen orthodox-calvinistische vrijzinnig-theologische tegenstellingen

in De Journalist krijgen?

Hoogachtend

C. VOUTE.

[Onderschriften schijnen nu ook al niet kort meer te

mogen zijn — of het misverstand staat voor de deur. 't Is

best mogelijk, dat collega RADEMAKER groot gelijk had, en

collega VAN DE POL ongelijk, ik behoef dat als redacteur

van ons orgaan niet uit te maken.

Maar ik zal wèl altijd acte de presence geven, wanneer

een Kringlid zóó bedenkelijk den collegialen omgangsvormen

te kort doet, als dr. RADEMAKER.

En dat „ds."? Ik had het toch over heeren in Den Haag?

Van iederen dominé, calvinist of modern theoloog, zie ik

graag, dat hij het „heer"-schap, dat de traditie van zijn ambt

hem meer speciaal oplegt (subs, oplegde) ook in toepassing

brengt. Daar heeft de antithese niets-niemendal mee te maken.

Red.]

More magazines by this user
Similar magazines