DOSSIER Armoede - OCMW Halle

ocmwhalle.be

DOSSIER Armoede - OCMW Halle

©Kubis

steunpunt sociale planning

Dossier

Armoede in Vlaams-Brabant

2011

www.vlaamsbrabant.be/socialeplanning

Filip De Maesschalck, tine De Rijck en Wendy Broos


Voorwoord Voorwoord

Voorwoord

Armoede vind je, helaas, overal. Vlaams-Brabant heeft de naam een rijke provincie te zijn en die

reputatie is terecht. Toch zijn er ook in onze provincie veel mensen in armoede, zowel in de

steden, als in de rand rond Brussel, als op het platteland. Bovendien kent Vlaams-Brabant een

grotere inkomensongelijkheid dan andere Vlaamse provincies.

Armoede is onaanvaardbaar. Tegelijk zien we dat de laatste jaren steeds meer gezinnen

nauwelijks rondkomen. Er is dus werk aan de winkel. Alle overheden hebben daarin een

verantwoordelijkheid op te nemen. Zeker lokale besturen kunnen een belangrijke rol spelen. Zij

staan het dichtst bij de bevolking, zien het best waar er dingen fout lopen en kunnen het snelst

ingrijpen.

Vanuit de provincie willen we steden, gemeenten en OCMW's een duwtje in de rug geven. Met

acties op het terrein, zoals op de internationale dag van verzet tegen armoede, maar ook

bijvoorbeeld door de ondersteuning van groepswerkingen waar armen zelf hun problemen

trachten te overwinnen.

Armoede is erg complex, en raakt je tot in de kern van je bestaan. Daarom kiezen we bij de

provincie voor een brede aanpak: in alle beleidsdomeinen gaat aandacht naar armoede. Zo staat

zowel in onze scholen als in het onderwijsflankerend beleid het bevorderen van gelijke kansen

centraal. Want scholen kunnen de armoedespiraal doorbreken. We zetten ook sterk in op het

verkleinen van de gezondheidskloof. Ondanks ons sociale zekerheidsstelsel, dat terecht

wereldwijd benijd wordt, glippen nog velen door de mazen van het net.

Via deze publicatie willen we de armoede in Vlaams-Brabant beter zichtbaar maken. We geven

armoedecijfers over de verschillende levensdomeinen. Hiermee willen we beleidsmakers bij

lokale besturen en welzijnsorganisaties ondersteunen bij het voeren van een onderbouwd

armoedebeleid.

Naast nuttige cijfers en boeiende analyses maken we ook plaats voor de ervaringen van de

mensen in armoede zelf. We bedanken hiervoor de participatieraad armoede van de provincie.

Organisaties die werken met mensen in armoede, en personen in armoede zelf komen zo veel

mogelijk samen naar de vergaderingen. We stellen in deze publicatie ook de verschillende

organisaties aan u voor.

We hopen van harte dat dit dossier kan bijdragen tot een actief armoedebeleid in onze provincie

en wensen u veel leesplezier.

Nathalie Van Biesen Karin Jiroflée

Persoon in armoede gedeputeerde voor diversiteit en

Actief in buurtwerk ‘t Lampeke gelijke kansen

3


Voorwoord............................................................................................................................. 3

Inleiding ................................................................................................................................. 6

DEEL I: Armoede-indicatoren............................................................................................... 8

4

1 Belastbare inkomens ................................................................................................... 8

1.1 Een grote inkomensongelijkheid .......................................................................... 8

1.2 Verschillende inkomensgroepen, verschillende inkomensbronnen ....................... 10

1.3 Grote verschillen tussen de gemeenten .............................................................. 11

1.4 Vlaams-Brabant in perspectief............................................................................ 15

2 Vervangingsinkomens ............................................................................................... 17

2.1 Werkloosheid .................................................................................................... 18

2.2 Het leefloon en het recht op maatschappelijke integratie .................................... 25

2.3 De inkomensgarantie voor ouderen.................................................................... 32

2.4 Tegemoetkomingen voor personen met een handicap........................................ 34

2.5 Verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering.......................................... 35

DEEL II: Verhoogd risico op armoede.................................................................................. 38

3 Opleiding.................................................................................................................. 38

4 Demografische factoren ............................................................................................ 40

4.1 Ouderen ........................................................................................................... 40

4.2 Eenoudergezinnen............................................................................................. 44

4.3 Bevolking van niet-Belgische origine................................................................... 45

5 Gezondheidsproblemen ............................................................................................ 47

5.1 Algemene gezondheidstoestand ........................................................................ 47

5.2 Personen met een handicap............................................................................... 48

6 Woonsituatie ............................................................................................................ 50

6.1 Hoge woning- en huurprijzen ............................................................................ 50

6.2 Het huisvestingsaanbod..................................................................................... 52

6.3 Energie en water ............................................................................................... 55

7 Gezinnen met schuldenlast........................................................................................ 57

7.1 Het aantal mensen met schuldenlast .................................................................. 57

7.2 Betalingsproblemen voor elektriciteit en gas....................................................... 57

DEEL III: Armoede bij gezinnen met kinderen................................................................... 60

8 Kinderen in gezinnen zonder werk............................................................................. 61

9 Kinderen met een voorkeursregeling in de ziekteverzekering ...................................... 62

10 Kinderen geboren in kansarme gezinnen ................................................................... 64

10.1 Kansarmoedecriteria.......................................................................................... 65

10.2 Geboorten in kansarme gezinnen ...................................................................... 66

11 De GOK-indicatoren.................................................................................................. 67

11.1 Aantal leerlingen met een schooltoelage ............................................................ 68


11.2 Aantal leerlingen waarvan de moeder geen diploma secundair onderwijs heeft ... 69

11.3 GOK-leerlingen.................................................................................................. 70

12 Risicoschoolloopbanen .............................................................................................. 72

13 Gezinssituatie............................................................................................................ 75

DEEL IV: Beleid om armoede tegen te gaan ..................................................................... 76

14 Europa 2020............................................................................................................. 76

15 Het armoedebeleid van de federale overheid.............................................................. 77

15.1 Tweejaarlijks Verslag over bestaanszekerheid, armoede en sociale uitsluiting en

ongelijke toegang tot de rechten ................................................................................... 77

15.2 Het Federaal Plan Armoedebestrijding................................................................ 77

16 Het armoedebeleid van de Vlaamse overheid ............................................................. 78

16.1 Pact 2020.......................................................................................................... 78

16.2 Decreet betreffende armoedebestrijding ............................................................ 79

16.3 Vlaamse armoedemonitor.................................................................................. 80

16.4 Vlaams Actieplan Kinderarmoede....................................................................... 81

16.5 Vorming............................................................................................................ 81

16.6 Onderzoek ........................................................................................................ 82

17 Het provinciale armoedebeleid................................................................................... 82

17.1 Provinciale opdrachten....................................................................................... 82

17.2 Werkgroepen/netwerken in Vlaams-Brabant....................................................... 84

17.3 Provinciale acties in het kader van de internationale dag van het verzet tegen

extreme armoede .......................................................................................................... 85

17.4 Provinciale subsidies .......................................................................................... 86

18 Het lokale armoedebeleid.......................................................................................... 86

18.1 Lokaal Sociaal Beleid.......................................................................................... 86

18.2 OCMW-werking................................................................................................ 87

19 Aanbod voor personen in armoede in Vlaams-Brabant ............................................... 89

19.1 Samenlevingsopbouw........................................................................................ 89

19.2 Algemeen Welzijnswerk..................................................................................... 89

19.3 De inloopcentra................................................................................................. 91

19.4 Verenigingen waar armen het woord nemen...................................................... 92

19.5 Welzijnsschakels................................................................................................ 92

19.6 Andere vormen van hulp ................................................................................... 93

Algemene conclusies............................................................................................................. 94

Bijlage I: Indicatoren per gemeente........................................................................................ 97

Bijlage II: Lijst van kaarten, figuren en tabellen in de tekst .....................................................113

BIJLAGE III: Organisaties in de provinciale advies- en participatieraad armoede.......................116

Eindnoten............................................................................................................................118

5


Inleiding

Inleiding

Vlaams-Brabant is gemiddeld een rijke provincie, maar dat zegt niet meer dan wat het is: een

gemiddelde waarde. Armoede is immers ook in onze provincie een werkelijkheid. Bovendien

kampen armen in Vlaams-Brabant met specifieke problemen, zoals het beperkt aantal sociale

huurwoningen en hoge huurprijzen. In dit dossier wordt de armoede in Vlaams-Brabant onder

de loep genomen, waar mogelijk op gemeentelijk niveau. Het is bedoeld om lokale

beleidsmakers en welzijnsorganisaties te helpen in de strijd tegen armoede, en vormt een

bijkomend instrument bovenop de bestaande, maar meer algemene publicaties over armoede in

België. Het jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting, dat zich vooral op Vlaanderen richt, is al

aan zijn 19de editie toe. 1

Het Brussels armoederapport verschijnt ook al sinds 1991. 2

Het eerste

federale jaarboek Armoede en Sociale uitsluiting werd uitgegeven in 2010. 3

Wat Wat is is armoede armoede? armoede

Armoede is in de eerste plaats een materieel

probleem. Wie niet voldoende

bestaansmiddelen heeft om algemeen

aanvaarde leefpatronen te kunnen

opbouwen, wordt beschouwd als arm.

Maar het is ook meer dan dat. Iemand die

zich zowel op het domein van opleiding,

gezondheid, woonsituatie als gezinssituatie

in een moeilijke positie bevindt, kan veel

moeilijker uit de armoede klimmen dan

iemand die minder problemen cumuleert.

Ook andere factoren kunnen de situatie

bemoeilijken. Denken we maar aan

intergenerationele armoede, of de omvang

van de armoede. Armoede is met andere

woorden multidimensioneel, en draait niet

enkel om een beperkt inkomen. Men

spreekt in die context vaak over sociale

uitsluiting: armoede kan worden

beschouwd als een netwerk van sociale

uitsluitingen dat zich uitstrekt over

meerdere gebieden van het individuele en

collectieve bestaan. Het scheidt de armen

van de algemeen aanvaarde leefpatronen

van de samenleving. 4 De oorzaak van die

armoede kan op verschillende manieren

worden benaderd: men kan de nadruk

leggen op verschillende schalen (individueel,

institutioneel, maatschappelijk), en men kan

vertrekken van een schuldmodel (interne

oorzaken) of een ongevalmodel (externe

oorzaken).

6

Ervaring Ervaring uit uit uit een een een Welzijnsschakel

Welzijnsschakel

“Een tekort aan geld is één van de zwaarste

beproevingen die ik moest meedragen in mijn

leven. Je vervreemdt in de samenleving:

omdat je steeds het gevoel hebt dat je bekeken

wordt,

omdat je er met niemand over durft praten,

omdat je denkt dat je de enige bent en je

daardoor onbegrepen voelt,

omdat de communicatie zoals tv en telefoon je

veel te duur zijn,

omdat een auto niet meer in je budget past,

omdat je, als je de voordeur opentrekt, voor alles

en nog wat geld nodig hebt en het leven - al

beweren ze van niet - steeds duurder wordt,

omdat het sociaal contact voor het grootse deel

afgebroken wordt,

omdat je jezelf onwaardig voelt tegenover de

rest van de gemeenschap,

omdat je vindt dat je er niet meer bij hoort.”


Het Het Het meten meten meten van van van armoede armoede

armoede

DEEL I: Armoede-indicatoren

Om armoede te meten baseert men zich vaak op enquêtegegevens. Daarbij stelt men een reeks

vragen aan een deel van de bevolking en doet op basis daarvan schattingen voor de gehele

bevolking: hoe omvangrijk is de groep die een beschikbaar inkomen heeft onder een bepaalde

drempel, wat is hun opleidingsgraad, wat is de kwaliteit van hun woning, enz. Omwille van het

relatief beperkt aantal respondenten, zijn de resultaten van deze enquêtes enkel betrouwbaar

op het niveau van het gehele Vlaams Gewest, en kunnen ze dus geen beeld geven van de

situatie in Vlaams-Brabant. Bijgevolg moeten we in dit dossier vertrekken van administratieve

gegevens.

Administratieve gegevens worden door de overheid verzameld en hebben het grote voordeel

dat ze meestal de hele bevolking omvatten. Het nadeel is dat ze maar een deel van de

werkelijkheid weergeven. 5

Zo kunnen we bijvoorbeeld nagaan hoeveel mensen een

voordeeltarief in de ziekteverzekering krijgen omwille van een laag inkomen, maar we weten

tegelijkertijd dat er mensen zijn die wel recht hebben op dit voordeeltarief maar het niet hebben

aangevraagd. Een recente studie schat het aantal personen dat recht heeft op het leefloon,

maar het niet opneemt op 57% tot 67% van het totaal aantal rechthebbenden. 6

Deze waarden

zijn vergelijkbaar met de omvang van de niet-opname in het buitenland. Bovendien is het

relatief belang van deze niet-opname ongetwijfeld ook verschillend van gemeente tot

gemeente. Ook dat blijkt uit studies in het buitenland. 7 De redenen voor niet-opname zijn divers,

en gaan van gebrek aan informatie over problemen met de administratieve afhandeling tot

sociale en psychologische factoren als stigma en schaamtegevoelens. Met deze factoren moet

rekening gehouden worden bij de interpretatie van de gegevens.

Overzicht Overzicht dossier

dossier

In een eerste eerste deel deel worden een reeks armoede-indicatoren op een rijtje gezet. Het gaat om

gegevens die wijzen op een beperkte financiële armslag. In een tweede tweede deel deel worden een aantal

groepen afgebakend die een verhoogd armoederisico kennen, zoals alleenstaande ouders of

personen met een zwakke gezondheid. Deze cijfers wijzen dus niet op armoede zelf. Zo hebben

alleenstaande ouders een groter armoederisico, maar dit wil niet zeggen dat alle alleenstaande

ouders arm zijn. De richting van het verband is ook niet altijd eenduidig: is men arm omdat men

een slechte gezondheid heeft of heeft men een slechte gezondheid omdat men arm is? Het

oorzakelijk verband is meestal wederzijds. In een derde derde derde deel wordt ingegaan op het beleid om

armoede tegen te gaan en op participatie van de armen zelf.

In dit dossier worden een hele reeks gegevens samengebracht, verwerkt, toegelicht en

weergegeven in tabellen, tabellen, grafieken grafieken en en kaarten kaarten. kaarten Waar mogelijk worden de gegevens van het

Brussels Hoofdstedelijk Gewest meegenomen. 8

Op die manier kan worden nagegaan in

hoeverre er een ruimtelijke continuïteit bestaat tussen de Vlaams-Brabantse en Brusselse

gemeenten. Veel ontwikkelingen stoppen immers niet aan de administratieve grenzen, en er

bestaat een sterke wisselwerking tussen Brussel en de rand. Achteraan in het dossier kan u voor

alle Vlaams-Brabantse gemeenten de belangrijkste gegevens terugvinden in tabelvorm. Andere

gegevens die in het dossier worden voorgesteld, kan u steeds opvragen bij het steunpunt sociale

planning. In dit dossier komen echter niet alleen cijfers aan bod. Ook heel wat getuigenissen getuigenissen van

mensen in armoede zijn opgenomen, telkens gericht op een specifiek thema.

7


8

DEEL I: Armoede-indicatoren

DEEL DEEL I: I: I: Armoede Armoede-indicatoren

Armoede indicatoren

1 Belastbare Belastbare iinkomens

i nkomens

De fiscale gegevens geven een beeld van het inkomen dat gezinnen ter beschikking hebben. Het

gaat natuurlijk alleen om de inkomens die aan de fiscus worden doorgegeven. Zo ontbreken

meestal de inkomsten uit roerend goed, zoals spaarboekjes en beleggingen. Uit een recente

studie in Wallonië, waar rekening gehouden werd met alle inkomsten, blijkt dat het werkelijke

inkomen meestal hoger ligt dan het inkomen dat aangegeven werd. 9

Dit was echter vooral het

geval in de grensgemeenten, waar heel wat werknemers in het buitenland werken.

Specifiek in Vlaams-Brabant, en zeker in de gemeenten ten oosten en ten zuiden van Brussel,

speelt een gelijkaardig fenomeen. Daar wonen immers een groot aantal werknemers van

internationale organisaties. Heel wat van deze groepen zijn vrijgesteld van belastingen. Zo zijn

de beroepsinkomsten die EU-ambtenaren ten laste van de EU verkrijgen bij overeenkomst

vrijgesteld van belastingen in België. Hierdoor dienen deze inkomsten niet te worden

aangegeven in de belastingaangifte. Andere inkomsten (bv. uit onroerend goed of andere

beroepsinkomsten in het fiscale huishouden) moeten wel worden aangegeven, zodat de

aangegeven inkomsten van deze huishoudens sterk beneden de werkelijke inkomsten liggen.

In onderstaande cijfers wordt meestal het inkomen per aangifte gebruikt, en niet het inkomen

per inwoner. Het inkomen per aangifte houdt geen rekening met de grootte van het

huishouden, maar heeft wel het voordeel dat aangiften zonder fiscale inkomsten niet worden

meegeteld in de cijfers. Het gaat om niet-belastbare aangiften, bijvoorbeeld omwille van een erg

laag inkomen, of omdat men ambtenaar is bij de EU. Van de 646.888 aangiften zijn er 48.563

niet-belastbare aangiften. Dat is 7,5% van de aangiften. Natuurlijk zijn ook de huishoudens die

geen aangifte hebben gedaan niet inbegrepen.

In deze statistiek wordt meestal het netto belastbaar inkomen gebruikt. Dat bestaat uit alle

netto inkomsten verminderd met de aftrekbare uitgaven. Netto inkomsten zijn de inkomsten

vóór aftrek van belastingen, zoals bedrijfsvoorheffing, maar na aftrek van de solidariteitsbijdrage

(RSZ). Het gaat niet alleen om inkomsten uit arbeid: aangegeven inkomsten van onroerende

goederen, inkomsten en opbrengsten van roerende goederen en kapitalen, bedrijfsinkomsten

en diverse inkomsten zijn inbegrepen.

1.1 1.1 Een Een grote grote iinkomensongelijkheid

ii

nkomensongelijkheid

Het totale inkomen is erg ongelijk verdeeld, ook nadat belastingen werden geïnd. Figuur 1 geeft

het totale inkomen weer, na aftrek van belastingen, van een aantal inkomensgroepen. Deze tien

inkomensgroepen werden bepaald door 10% van de aangiften te nemen met het laagste

inkomen, vervolgens 10% met het op één na laagste inkomen, enz. Daaruit blijkt dat de helft

van de Vlaams-Brabantse aangiften meer dan drie kwart van het totale inkomen cumuleert. Een

tiende van de aangiften totaliseert zelfs meer dan een kwart van het totale inkomen. Deze

aangiften omvatten een groter inkomen dan de 50% laagste aangiften.

Bovendien neemt de inkomensongelijkheid toe. Figuur 2 stelt de evolutie van het gemiddeld

inkomen per aangifte voor van elke inkomensgroep (eveneens na belastingen). Zoals in de

figuur hierboven werd een onderverdeling gemaakt in 10 inkomensgroepen die net evenveel

aangiften omvatten. Het inkomen in 1977 van elk van deze groepen werd gelijk gesteld aan de

waarde 100, en het inkomen in elk van de volgende jaren werd uitgedrukt als een percentage

van dit bedrag. Deze grafiek is indicatief omdat de fiscale wetgeving continu verandert. De jaren

waarin de grootste veranderingen plaatsvonden zijn weggelaten op de figuur. 10


DEEL I: Armoede-indicatoren

Figuur Figuur 1: : Aande Aandeel Aande

l van van de de verschillende verschillende verschillende inkomensgroepen inkomensgroepen in in het het totale totale inkomen in in Vlaams Vlaams-Brabant Vlaams Brabant (2007)

(2007)

29,5%

16,1%

0,6%

12,3%

Bron data: ADSEI, FOD Economie

3,7%

5,4%

6,4%

10,0%

7,4%

8,5%

10% laagste inkomens

10% hoogste inkomens

Figuur Figuur 2: : : Evolutie Evolutie van van het het gemiddeld gemiddeld inkomen inkomen van van de de verschillende verschillende inkomensgroepen in in Vlaams Vlaams-Brabant

Vlaams Brabant

index (1977=100)

350

300

250

200

150

100

50

0

1975 1980 1985 1990 1995 2000 2005 2010

Bron data: ADSEI, FOD Economie

50%

laagste

inkomens

50%

hoogste

inkomens

10%

laagste

inkomens

10%

hoogste

inkomens

50%

laagste

inkomens

50%

hoogste

inkomens

Tot aan de economische crisis van de jaren 1980 steeg het inkomen van de laagste

inkomensgroep nog het sterkst en dat van de hoogste inkomensgroep het minst sterk, maar

sindsdien gebeurt het omgekeerde. De laatste jaren neemt de inkomensongelijkheid nog sterker

toe. Vooral de daling van het inkomen van de laagste inkomensgroep is opvallend. De figuur

toont dus duidelijk aan dat de inkomensongelijkheid toeneemt in de tijd: het inkomen van de

hoogste inkomensgroepen stijgt sterk, dat van de laagste stijgt minder sterk of daalt zelfs.

9


10

DEEL I: Armoede-indicatoren

1.2 1.2 Verschillende Verschillende Verschillende inkomensgroepen, inkomensgroepen, verschillende

verschillende

inkomensbronnen

inkomensbronnen

Figuur 3 geeft, voor de 10 verschillende inkomensgroepen, het belang van de verschillende

inkomensbronnen. Zoals rechts op de figuur aangegeven zijn wedden en lonen gemiddeld de

belangrijkste inkomensbron (64,5%), vervolgens de pensioenen (19,2%), dan de

bedrijfsinkomens van zelfstandigen (9,7%) en pas helemaal op het einde komen onroerend

goed (2,7%), ziekte- en invaliditeitsuitkeringen (2,0%) en werkloosheidsuitkeringen (1,8%).

Andere inkomsten, bijvoorbeeld een leefloon, zijn erg beperkt (0,2%).

Figuur Figuur 3: : Inkomensbronnen van de verschillende inkomensgroepen in Vlaams Vlaams-Brabant Vlaams

Brabant Brabant (2007) (2007)

(2007)

Bron data: ADSEI, FOD Economie

Er zijn echter grote verschillen tussen de inkomensgroepen. We zien algemeen een stijging van

het aandeel van wedden en lonen naarmate het inkomen stijgt. Alleen de laagste

inkomensgroepen vormen hierop een uitzondering. Mogelijk speelt hier de invloed van deeltijds

werk, bijvoorbeeld van jobstudenten, of van inkomens uit arbeid die gedeeltelijk vrijgesteld zijn

van belastingen. Het aandeel van ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en werkloosheidsuitkeringen

daalt naargelang het inkomen stijgt. De laagste inkomensgroep vormt hier wel opnieuw een

uitzondering. Het aandeel van andere inkomsten, zoals leeflonen, kent eveneens een dalende

trend naarmate het inkomen stijgt. De pensioenen kennen een oververtegenwoordiging in de

derde laagste inkomensgroep, om vervolgens aan belang in te boeten naarmate het inkomen

stijgt. De andere inkomensbronnen kennen een minder duidelijk verloop, hoewel

bedrijfsinkomens van zelfstandigen wel het grootste aandeel kennen bij de hoogste

inkomensgroepen.

Algemeen kunnen we dus stellen dat rijke huishoudens hun inkomsten vooral uit wedden en

lonen en in mindere mate uit bedrijfsinkomens halen, terwijl dat voor arme huishoudens vaak

leeflonen, ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en werkloosheidsuitkeringen zijn. Huishoudens die

hun inkomen in belangrijke mate uit pensioenen halen, vallen eerder onder de lagere

inkomensgroepen.


DEEL I: Armoede-indicatoren

1.3 1.3 Grote Grote verschillen verschillen tussen tussen de de gemeenten

gemeenten

Kaart 1 geeft het netto belastbaar inkomen per aangifte weer. Dit is vooral hoog in de

residentiële rand rond Leuven en de residentiële rand rond Brussel, vooral in het zuidoosten.

Leuven en Brussel zelf kennen een lager gemiddeld inkomen, wat vooral in Brussel uitgesproken

is. De laagste inkomens in Vlaams-Brabant vinden we in het industriële gebied van de

Zennevallei, van Halle tot Vilvoorde, en in de plattelandsgemeenten in het oosten van het

Hageland. Ook de gemeente Liedekerke kent een opvallend lage waarde.

Kaart Kaart 1: Gemiddeld Gemiddeld inkomen inkomen per per aangifte aangifte (2008)

(2008)

in euro

35.823 - 40.044

33.823 - 35.822

31.823 - 33.822

29.823 - 31.822

25.184 - 29.822

(Brussel: 16739 - 29.822)

Vlaams-Brabant: 31.823

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

Keerbergen

Boortmeerbeek

Steenokkerzeel

Machelen

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: ADSEI, FOD Economie

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

Wanneer we kijken naar het aandeel van de lagere aangiften (kleiner of gelijk aan 20.000 euro)

en naar het aandeel van de hoge aangiften (meer dan 50.000 euro), zien we een gelijkaardig

beeld. Een groot aandeel lage aangiften vinden we in de Zennevallei, in het oosten van het

Hageland en in een aantal andere gemeenten als Leuven, Wemmel, Tremelo en Bever (Kaart 2).

Een groot aandeel hoge aangiften vinden we in de rand rond Leuven, in de zuidoostelijke rand

rond Brussel en in een aantal andere residentiële gemeenten als Meise, Keerbergen en Zemst

(Kaart 3).

11


12

DEEL I: Armoede-indicatoren

Kaart Kaart 2: : : Aangiften Aangiften kleiner kleiner of of gelijk gelijk aan aan 20.000 20.000 euro euro (2008)

% van de aangiften

45,4 - 49,8 (Brussel: 45,4 - 72,7)

43,9 - 45,3

42,4 - 43,8

40,9 - 42,3

37,2 - 40,8

Vlaams-Brabant: 42,4

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Aantal

Zemst

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

Keerbergen

Boortmeerbeek

Steenokkerzeel

Machelen

Kaart Kaart Kaart 3: : Aangiften Aangiften groter groter dan dan 50.000 50.000 euro euro (2008)

(2008)

% van de aangiften

21,0 - 24,4

19,0 - 20,9

17,0 - 18,9

15,0 - 16,9

10,1 - 14,9

(Brussel: 3,4 - 14,9)

Vlaams-Brabant: 17,0

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

10.000

< 10.000 euro

van 10.001 tot 20.000 euro

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Aantal

100

1.000

Zemst

Overijse

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: ADSEI, FOD Economie

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

Keerbergen

Boortmeerbeek

Steenokkerzeel

Machelen

10.000

Kampenhout

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Linter

Landen

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: ADSEI, FOD Economie

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

Geetbets

Zoutleeuw


DEEL I: Armoede-indicatoren

Binnen enkele gemeenten zijn er ook grote verschillen tussen de deelgemeenten. Kaart 4 geeft

het gemiddeld inkomen per aangifte weer op dit niveau. 11

Daaruit blijkt dat de verschillen tussen

deelgemeenten vooral groot zijn in drie groepen gemeenten. De eerste groep omvat enkele

gemeenten rond Brussel: Asse, Grimbergen, Sint-Pieters-Leeuw, Beersel, Zaventem. De tweede

groep zijn de steden (Tienen, Diest, Leuven), waar er een groot verschil is tussen het centrum en

sommige andere deelgemeenten. Daarnaast zijn er enkele gemeenten waarvan minstens een

deel behoort tot de residentiële rand van Leuven of Brussel (Lubbeek, Boutersem, Hoegaarden,

Holsbeek, Oud-Heverlee, Kortenberg, Huldenberg, Lennik). In die laatste groep van gemeenten

is het inkomen in de minst rijke deelgemeente echter nog relatief hoog in vergelijking met

enkele deelgemeenten rond Brussel en de stadskernen. De grote verschillen worden er vooral

veroorzaakt door erg hoge inkomens in een aantal deelgemeenten.

Kaart Kaart 4: Ge Gemiddeld Ge Gemiddeld

middeld inkomen inkomen per per aangifte aangifte op op het het niveau van deelgemeenten (2008)

(2008)

in euro

35.823 - 44.371

33.823 - 35.822

31.823 - 33.822

29.823 - 31.822

24.150 - 29.822

(Brussel: 16.844 -29.822)

geen gegevens beschikbaar

Vlaams-Brabant: 31.823

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Roosdaal

Gooik

Affligem

Ternat

Lennik

Pepingen

Opwijk

Asse

Merchtem

Halle

Dilbeek

Londerzeel

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

Zemst

Grimbergen Vilvoorde

Linkebeek

Beersel Sint-

Genesius-

Rode

Steenokkerzeel

Machelen

Kortenberg

Zaventem

Kraainem

Hoeilaart

Wezembeek- Bertem

Oppem

Tervuren

Boortmeerbeek

Kampenhout

Overijse

Huldenberg

Keerbergen

Haacht

Herent

Tremelo

Rotselaar

Leuven

Begijnendijk

Holsbeek

Bierbeek

Oud-Heverlee

Lubbeek

Aarschot

Boutersem

Hoegaarden

Tielt-Winge

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: ADSEI, FOD Economie

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Diest

Kortenaken Geetbets

Linter

Landen

Zoutleeuw

13


14

DEEL I: Armoede-indicatoren

Hoge Hoge inkomens inkomens trekken trekken trekken naar naar de de rand rand rond rond de de steden steden

steden

De hoge inkomens in de rand rond de steden en de lage inkomens in de stadscentra (Brussel,

Leuven, Halle, Vilvoorde, maar ook Diest, Tienen en Aarschot), zijn het resultaat van

suburbanisatie. Dit is een proces dat geleidelijk op gang kwam in de periode na de tweede

wereldoorlog en waarbij steeds meer mensen uit de stad de groene rand opzochten, wat

mogelijk werd door de stijging van het algemene welvaartspeil en door de veralgemening van

het autobezit. Een vergelijking van een kaart van het inkomen in 1963 en in 2008 illustreert dit.

In 1963 waren de hoogste inkomens nog te vinden in de steden zelf en in een aantal

randgemeenten waar de suburbanisatie vroeg op gang kwam. Het platteland kende algemeen

lage inkomens. In 2008 zijn de laagste inkomens te vinden in de steden, en zijn de hoogste

inkomens te vinden in de ruime rand rond die steden. Alleen in de plattelandsgemeenten in het

uiterste oosten van de provincie blijft het inkomen nog erg laag.

Gemiddeld Gemiddeld inkomen inkomen inkomen per per per aangifte aangifte (1963)

(1963)

in EURO (geïndexeerd)

15.466 - 31.183

11.466 - 15.465

7.709 - 11.465

Vlaams-Brabant: 13.465

geen gegevens beschikbaar

Gemiddeld Gemiddeld inkomen inkomen inkomen per per aangifte aangifte (2008)

(2008)

in EURO

34.824 - 44.371

28.824 - 34.823

16.844 - 28.823

Vlaams-Brabant: 31.823

geen gegevens beschikbaar

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: ADSEI, FOD Economie

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: ADSEI, FOD Economie

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)


DEEL I: Armoede-indicatoren

De bestaande verschillen tussen de gemeenten versterkten zich. Kaart 5 geeft de evolutie van

het inkomen in de laatste 10 jaar. 12

In de gemeenten waar het inkomen (in absolute cijfers) het

sterkst gestegen is, was het inkomen meestal al erg hoog, en omgekeerd. Dit betekent dat

residentiële gemeenten over het algemeen een sterke inkomensstijging kennen, door verdere

suburbanisatie of door een inkomensstijging van de bestaande bewoners. Het omgekeerde

geldt voor de stedelijke gemeenten (inclusief de gemeenten van de Zennevallei). Ook een aantal

landelijke gemeenten kennen een relatief sterke inkomensstijging. Dit is vooral het geval in het

Pajottenland. Mogelijk speelt inwijking van hogere inkomensgroepen ook hier een rol.

Kaart Kaart 5: : Inkomensevolutie Inkomensevolutie 1998 1998-2008 1998 2008

gemiddeld inkomen per aangifte 2008 - gemiddeld inkomen per aangifte 1998

6750 - 8128

5850 - 6749

4950 - 5849

4050 - 4949

3069 - 4049

(Brussel: -58 - 4049)

Vlaams-Brabant: 4.949

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

Boortmeerbeek

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

1.4 1.4 Vlaams Vlaams-Brabant Vlaams Brabant Brabant in in perspectief perspectief

perspectief

Keerbergen

Bertem

Huldenberg

Haacht

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: ADSEI, FOD Economie

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

Uit bovenstaande kaarten bleek al dat het inkomen in Vlaams-Brabant gemiddeld veel hoger ligt

dan dat in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ook in vergelijking met Vlaanderen als geheel en

Wallonië is dit het geval. Het gemiddeld inkomen in het arrondissement Halle-Vilvoorde is nog

wat hoger dan dat in Leuven. Op Figuur 4 werd het gemiddeld inkomen per aangifte afgebeeld

voor de verschillende gewesten, voor Vlaams-Brabant en voor de Vlaams-Brabantse

arrondissementen. Ook het mediaan inkomen per aangifte werd weergegeven (dat is het

inkomen van de middelste aangifte: er zijn evenveel aangiften met een lager inkomen en

evenveel aangiften met een hoger inkomen). Die vertoont dezelfde tendens als het gemiddeld

inkomen per aangifte.

Vlaams-Brabant kent gemiddeld het hoogste inkomen van alle provincies. Meer dan de helft van

de 20 rijkste gemeenten van het land bevinden zich in Vlaams-Brabant: Keerbergen, Oud-

Heverlee, Wezembeek-Oppem, Kraainem, Sint-Genesius-Rode, Tervuren, Overijse, Lubbeek,

Bierbeek, Herent en Meise.

15


16

DEEL I: Armoede-indicatoren

Figuur Figuur 4: : Gemiddeld Gemiddeld en en mediaaninkomen mediaaninkomen per per per aangifte aangifte aangifte (2008) (2008)

(2008)

bedrag (euro)

35.000

30.000

25.000

20.000

15.000

10.000

5.000

0

23.972

16.959

Brussels

Hoofdstedelijk

Gewest

25.159

Bron data: ADSEI, FOD Economie

18.764

26.722

20.142

Waals Gewest België Vlaams Gewest Arrondissement

Leuven

28.022

21.390

Gemiddeld inkomen per aangifte Mediaan inkomen per aangifte

31.440

22.890

31.823

22.978

32.143

23.050

Provincie Arrondissement

Vlaams-Brabant Halle-Vilvoorde

Figuur Figuur 5: : Relatief Relatief belang belang belang van van de de inkomenscategorieën inkomenscategorieën inkomenscategorieën (link (links (link s - 2008) 2008) en en van de inkomensbronnen (rechts - 2007)

2007)

100%

90%

80%

70%

60%

50%

40%

30%

20%

10%

0%

8,8

4,9

9,3

18,8

35,5

22,6

Brussels

Hoofdstedelijk

Gewest

12,8

7,0

11,2

22,6

30,4

17,0

7,3

11,6

21,6

26,7

15,9 15,7

Vlaams Gewest Provincie Vlaams-

Brabant

> 50.000 EURO

40.001 - 50.000 EURO

30.001 - 40.000 EURO

20.001 - 30.000 EURO

10.001 - 20.000 EURO

=< 10.000 EURO

Bron data: ADSEI, FOD Economie

100%

90%

80%

70%

60%

50%

40%

30%

20%

10%

0%

11,2 10,0 9,7

3,4

20,1

2,7

6,5

56,0

Brussels

Hoofdstedelijk

Gewest

2,3 2,7

20,8

2,5

2,5

61,8

19,2

64,5

2,0

1,8

Vlaams Gewest Provincie Vlaams-

Brabant

Wedde en lonen Werkloosheid

Ziekte en invaliditeit Pensioenen

Onroerende goederen Bedrijfsinkomens

Andere


DEEL I: Armoede-indicatoren

Op Figuur 5 (links) is te zien dat het aandeel hoge inkomens hoger is en het aandeel lage

inkomens lager dan in Vlaanderen als geheel. Dat is nog meer het geval in vergelijking met

Brussel. De provincie Vlaams-Brabant kent ook een veel groter aandeel inkomens uit wedden en

lonen dan Vlaanderen als geheel (Figuur 5, rechts) Het omgekeerde geldt voor alle andere

inkomensbronnen, afgezien van de inkomsten uit onroerend goed. Deze verschillen zijn meestal

nog meer uitgesproken als er vergeleken wordt met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, hoewel

daar de inkomens uit onroerend goed een wat hoger aandeel hebben.

Tegelijkertijd is de inkomensongelijkheid in Vlaams-Brabant, en vooral in Halle-Vilvoorde, heel

wat groter dan in Vlaanderen als geheel, maar lager dan in Brussel. Figuur 6 geeft voor deze

gebieden de evolutie van de gini-coëfficiënt, die een indicatie geeft van de

inkomensongelijkheid (na belastingen). Wanneer deze coëfficiënt nul bedraagt, heeft iedereen

perfect hetzelfde netto inkomen. Wanneer deze coëfficiënt één bedraagt is al het inkomen in

handen van één huishouden. De inkomensongelijkheid neemt toe voor alle deelgebieden.

Figuur Figuur 6: Evolutie van de inkomensongelij

inkomensongelijkheid inkomensongelij

kheid ( (gini (

gini gini-coëfficiënt

gini coëfficiënt coëfficiënt) coëfficiënt )

0,375

0,35

0,325

0,3

0,275

0,25

0,225

0,2

1992 1994 1996 1998 2000 2002 2004 2006 2008

Provincie Vlaams-Brabant Vlaams Gewest

Arrondissement Halle-Vilvoorde Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Arrondissement Leuven

Bron data: ADSEI, FOD Economie

2 Vervangingsinkomens

Vervangingsinkomens

Om na te gaan of iemand in armoede leeft of een armoederisico kent, wordt vaak gebruik

gemaakt van de armoedegrens of armoederisicogrens. Deze grens wordt vaak gebruikt in

internationale vergelijkingen, onder meer door de EU. De waarde hiervan wordt vastgelegd op

60% van het nationaal mediaan inkomen, gemeten in de door Europa gecoördineerde SILC-

enquêtes. 13

Wanneer iemand een inkomen heeft lager dan deze waarde, wordt hij of zij

beschouwd als arm of blootgesteld aan een armoederisico. In België gold dit in 2008 voor

14,7% van de bevolking, in Vlaanderen voor 10,1% en in Brussel voor 26,3%.

Personen met een vervangingsinkomen zijn een bijzondere risicogroep voor armoede. De

uitkeringen liggen immers vaak onder de armoedegrens. Tabel 1 geeft de sociale uitkeringen in

België als aandeel van deze grens, zowel voor alleenstaanden als voor een koppel met twee

kinderen. Ook het minimumloon wordt als referentie aangegeven. Daaruit blijkt dat de situatie

vooral problematisch is voor koppels met kinderen, en dat vooral het leefloon, de

17


18

DEEL I: Armoede-indicatoren

inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT), de werkloosheidsuitkering en de

inkomensgarantie voor ouderen (IGO) niet volstaan om iemand uit de armoede te tillen. Op

deze uitkeringen wordt in dit onderdeel dieper ingegaan.

Tabel Tabel 1: : Sociale uitkeringen als percentage van de armoederisicogrens

Alleenstaande

Koppel met

twee kinderen*

Minimumloon 132 90

Pensioen 107 88

Invaliditeit 102 84

IGO 92 82

Werkloosheid 89 67

IVT 76 68

Leefloon 76 66

Bron: De interfederale armoedebarometer 2010

*bij de IGO en het pensioen gaat het om een koppel zonder kinderen

2.1 2.1 Werkloosheid

Werkloosheid

Werkloosheid

De werkloosheidscijfers die hier worden gebruikt zijn jaargemiddelden. 14

Het gaat om alle niet

werkende werkzoekenden (NWWZ) ingeschreven bij de VDAB. Dat wil zeggen dat zowel

uitkeringsgerechtigde als niet uitkeringsgerechtigde werkzoekenden zijn opgenomen. De

werkloosheidsgraad is de verhouding tussen het aantal NWWZ van 18 tot 64 jaar oud en de

beroepsbevolking van 18 tot 64 jaar oud. De beroepsbevolking is de som van de niet-werkende

werkzoekende bevolking en de werkende bevolking. 15

Dat wil zeggen dat bijvoorbeeld

huisvrouwen en -mannen niet worden meegerekend.

2.1.1 2.1.1 2.1.1 Werkloosheidsgraad

Werkloosheidsgraad

Werk is een sterke buffer tegen armoede, hoewel ook werkenden onder de armoededrempel

kunnen vallen. Het gaat in vergelijking met werklozen echter over relatief kleine aantallen.

Terwijl 4,8% van de werkenden arm is, is dat voor werklozen 34,8% 16

.

Figuur 7 geeft de evolutie van de werkloosheidsgraad in de Vlaams-Brabantse

arrondissementen, in Vlaams-Brabant als geheel en in het Vlaams Gewest. Daaruit blijkt dat de

werkloosheidscijfers sterk afhankelijk zijn van de economische conjunctuur. Sinds 2005 was er

een daling van de werkloosheid merkbaar, maar sinds 2009 zijn de werkloosheidscijfers

opnieuw sterk gestegen. Het arrondissement Halle-Vilvoorde kent nu een hogere

werkloosheidsgraad dan het arrondissement Leuven, maar ligt nog ruim beneden de waarde

voor het Vlaams Gewest. De werkloosheidsgraad in Brussel ligt meer dan drie maal hoger dan in

Vlaams-Brabant, met 17,4%. 17

Ook de werkloosheidsduur varieert met de economische conjunctuur. Figuur 8 geeft de evolutie

van het aandeel langdurig werklozen (een jaar of meer werkloos) en het aandeel werklozen dat

minder dan een jaar werkloos is. Wanneer het economisch goed gaat daalt het aandeel

langdurig werklozen en omgekeerd. De langdurige werkloosheid is in Vlaams-Brabant minder

uitgesproken dan in het Vlaams Gewest. In het Brusselse gewest zijn de cijfers nog hoger; daar

is meer dan de helft van de werkzoekenden langer dan 1 jaar werkloos.


Figuur Figuur 7: : Evolut Evolutie Evolut ie van de werkloosheidsgraad

% van de beroepsbevolking .

9

8

7

6

5

DEEL I: Armoede-indicatoren

4

1999 2001 2003 2005 2007 2009 2011

arr. Halle-Vilvoorde arr. Leuven prov. Vlaams-Brabant Vlaams Gewest

Bron data: VDAB, via ARVASTAT

Figuur Figuur 8: : : Aandeel Aandeel van van langdurige langdurige werklozen werklozen onder onder de de werkzoekenden

werkzoekenden

% van de NWWZ

80

70

60

50

40

30

20

10

1999 2001 2003 2005 2007 2009 2011

Bron data: VDAB, via ARVASTAT

=1 jaar arr. Halle-Vilvoorde

=1 jaar arr. Leuven

=1 jaar prov. Vlaams-Brabant

=1 jaar Vlaams Gewest

19


20

DEEL I: Armoede-indicatoren

Kaart 6 geeft de werkloosheidsgraad per gemeente. Daaruit blijkt dat die vooral hoog is rond

Brussel - zij het in mindere mate ten zuidoosten van de stad -, in Leuven en in het Hageland,

vooral in de steden (Tienen, Aarschot, Diest, Landen, Zoutleeuw).

Kaart Kaart 6: : Niet Niet werkende werkende wwerkzoekenden:

w erkzoekenden: werkloosheidsgraad (2010)

% van de beroepsbevolking (18-64 jaar)

7,3 - 10,1 (Brussel: 7,3 - 30,7)

5,8 - 7,2

4,8 - 5,7

3,8 - 4,7

2,9 - 3,7

Vlaams-Brabant: 5,7

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kortenberg

Zaventem

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Hoeilaart

Boortmeerbeek

Overijse

Aantal NWWZ

Kampenhout

100

500

1.000

Keerbergen

Bertem

Haacht

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Tielt-Winge

Lubbeek

Glabbeek

Boutersem

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Bekkevoort

Tienen

Diest

Kortenaken

Linter

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: VDAB, via ARVASTAT; ACTIRIS

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Er zijn ook hier soms grote verschillen tussen de deelgemeenten. Kaart 7 toont het aantal nietwerkende

werkzoekenden per deelgemeente, als percentage van het aantal 18-64 jarigen. 18

Er

zijn vooral grote verschillen in enkele gemeenten rond Brussel (Sint-Pieters-Leeuw, Asse,

Vilvoorde, Zaventem, Grimbergen) en in sommige (andere) steden: Tienen, Leuven en Diest. Op

deze kaart is het industriële gebied van de Zennevallei duidelijk te zien, evenals de algemeen

hogere waarden in grote delen van het Hageland.

Kaart Kaart 7: : Niet Niet-werkende Niet werkende werkzoekenden, naar deelgemeente (31/12/2010)

% van de 18-64 jarigen

5,1 - 39,0

4,0 - 5,0

3,2 - 3,9

2,7 - 3,1

0,9 - 2,6

Vlaams-Brabant: 3,9

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Roosdaal

Gooik

Affligem

Ternat

Lennik

Pepingen

Opwijk

Asse

Merchtem

Halle

Dilbeek

Londerzeel

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

Zemst

Grimbergen Vilvoorde

Linkebeek

Beersel Sint-

Genesius-

Rode

Steenokkerzeel

Machelen

Kortenberg

Zaventem

Kraainem

Hoeilaart

Wezembeek-Bertem

Oppem

Tervuren

Boortmeerbeek

Kampenhout

Overijse

Herent

Huldenberg

Keerbergen

Haacht

Tremelo

Rotselaar

Leuven

Begijnendijk

Holsbeek

Bierbeek

Oud-Heverlee

Lubbeek

Aarschot

Boutersem

Hoegaarden

Tielt-Winge

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Zoutleeuw

Landen

Diest

Geetbets

Kortenaken Geetbets

Linter

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: VDAB; bevolking: Rijksregister, verwerking Steunpunt sociale planning

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Landen

Zoutleeuw


DEEL I: Armoede-indicatoren

2.1.2 2.1.2 Werkloosheidsgraad Werkloosheidsgraad naar naar geslacht geslacht en en leeftijd

leeftijd

De werkloosheidsgraad is verschillend bij mannen en bij vrouwen (Figuur 9). De

werkloosheidsgraad bij vrouwen is telkens groter dan de werkloosheidsgraad bij mannen, maar

het verschil tussen beiden verkleint wel in de tijd. In het arrondissement Leuven liggen beide

cijfers nu erg dicht bij elkaar. Mannen blijken gevoeliger te zijn voor de recente economische

laagconjunctuur.

Figuur Figuur 9: : Evolutie Evolutie van van de de werkloosheidsgraad werkloosheidsgraad naar naar geslacht

geslacht

% van de beroepsbevolking .

11

10

9

8

7

6

5

4

3

1999 2001 2003 2005 2007 2009 2011

Bron data: VDAB, via ARVASTAT

mannen arr. Halle-Vilvoorde vrouwen arr. Halle-Vilvoorde

mannen arr. Leuven vrouwen arr. Leuven

mannen prov. Vlaams-Brabant vrouwen prov. Vlaams-Brabant

mannen Vlaams Gewest vrouwen Vlaams Gewest

Er zijn ook sterke verschillen tussen de leeftijdsgroepen. Jongeren kennen een veel hogere

werkloosheidsgraad en zijn gevoeliger voor de economische omstandigheden (Figuur 10). De

stijging van de werkloosheid bij ouderen is eveneens opvallend, maar dat is mee te verklaren

door de optrekking van de leeftijd (in 2002) waarop men vrijstelling van inschrijving als

werkzoekende kan verkrijgen. 19

21


22

DEEL I: Armoede-indicatoren

Figuur Figuur 10 10: 10

: Evolutie van van de werkloosheidsgraad werkloosheidsgraad naar leeftijd

% van de beroepsbevolking ,

18

16

14

12

10

8

6

4

2

1999 2001 2003 2005 2007 2009 2011

< 25 jaar arr. Halle-Vilvoorde 25-50 jaar arr. Halle-Vilvoorde >= 50 jaar arr. Halle-Vilvoorde

< 25 jaar arr. Leuven 25-50 jaar arr. Leuven >= 50 jaar arr. Leuven

< 25 jaar prov. Vlaams-Brabant 25-50 jaar prov. Vlaams-Brabant >= 50 jaar prov. Vlaams-Brabant

< 25 jaar Vlaams Gewest 25-50 jaar Vlaams Gewest >= 50 jaar Vlaams Gewest

Bron data: VDAB, via ARVASTAT

Er zijn ook ruimtelijke verschillen naar geslacht en leeftijd. Werkloosheid onder vrouwen is iets

meer uitgesproken in het Hageland dan wat geldt voor de gehele bevolking (Kaart 8). Dit geldt

ook voor de jongeren (Kaart 9).

Kaart Kaart 8: : Vrouwelijke Vrouwelijke niet niet-werkende niet werkende werkzoekenden: werkloosheidsgraad (2010)

% van de vrouwelijke beroepsbevolking

7,5 - 11,2 (Brussel: 7,5 - 32,7)

6,0 - 7,4

5,0 - 5,9

4,0 - 4,9

2,7 - 3,9

Vlaams-Brabant: 5,9

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kortenberg

Zaventem

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Hoeilaart

Aantal NWWZ

Overijse

600

< 25 jaar

25-50 jaar

50+

Boortmeerbeek

Kampenhout

Keerbergen

Bertem

Haacht

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Tielt-Winge

Lubbeek

Glabbeek

Boutersem

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Bekkevoort

Tienen

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: VDAB, via ARVASTAT; ACTIRIS

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Linter

Zoutleeuw

Landen

Geetbets


DEEL I: Armoede-indicatoren

Kaart Kaart 9: : Jonge Jonge niet niet-werkende niet werkende werkzoekenden: werkloosheidsgraad (2010)

% van de beroepsbevolking (< 25 jaar)

16,7 - 19,7 (Brussel: 16,7 - 40,9)

14,5 - 16,6

12,5 - 14,4

11,3 - 12,4

8,2 - 11,2

Vlaams-Brabant: 14,4

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kortenberg

Zaventem

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Hoeilaart

Aantal NWWZ

Overijse

200

mannen

vrouwen

Boortmeerbeek

Kampenhout

Keerbergen

Bertem

Haacht

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

2.1.3 2.1.3 2.1.3 Werkloosheid Werkloosheid naar naar naar opleiding opleiding en en en origine origine

origine

Aarschot

Tielt-Winge

Lubbeek

Glabbeek

Boutersem

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Bekkevoort

Tienen

Diest

Kortenaken

Linter

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: VDAB, via ARVASTAT; ACTIRIS

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Ook laaggeschoolden en personen van niet-Belgische origine, vooral van niet-Europese origine,

kennen een hogere werkloosheid dan gemiddeld en zijn kwetsbaarder voor de economische

omstandigheden. Laaggeschoolde werkzoekenden van niet-Belgische origine worden daarbij

sterker getroffen dan laaggeschoolden van Belgische origine. 20

Voor deze groepen kunnen we geen werkloosheidsgraden berekenen omdat we de juiste

grootte van de referentiegroep niet kennen: we weten niet hoe groot de laaggeschoolde

beroepsbevolking is of hoe groot de beroepsbevolking van niet-Belgische origine is. Wel kunnen

we het aandeel van de laaggeschoolde werkzoekenden en de werkzoekenden van niet-

Belgische origine in het totaal aantal NWWZ bekijken (Kaart 10 en Kaart 11). Er is telkens een

sterke overeenkomst met het totaal aandeel laaggeschoolden en het totaal aandeel personen

van niet-Belgische origine in de bevolking. Laaggeschoolden zijn sterk vertegenwoordigd in het

Hageland, het Pajottenland en de Zennevallei. Personen van niet-Belgische origine vinden we

vooral in de ruime rand rond Brussel, in Leuven en in mindere mate in Diest en Tienen.

Zoutleeuw

Landen

Geetbets

23


24

DEEL I: Armoede-indicatoren

Kaart Kaart 10 10: 10 : Laaggeschoolden Laaggeschoolden niet niet-werkende niet werkende werkende werkzoekenden (2010) (2010)

% van de niet-werkende werkzoekenden

48,1 - 55,5

41,6 - 48,0

38,6 - 41,5

32,1 - 38,5

25,9 - 32,0

Vlaams-Brabant: 41,5

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kortenberg

Zaventem

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Hoeilaart

Aantal laaggeschoolde NWWZ

Boortmeerbeek

Overijse

10

100

Kampenhout

1.000

Keerbergen

Bertem

Haacht

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Kaart Kaart 11 11: 11 : Niet Niet-werkende Niet werkende werkzoekenden van van niet niet-Belgische niet

Belgische origine (2010)

% van de niet-werkende werkzoekenden

41,7 - 59,0

29,7 - 41,6

19,7 - 29,6

11,7 - 19,6

5,9 - 11,6

Vlaams-Brabant: 29,6

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Aarschot

Tielt-Winge

Lubbeek

Glabbeek

Boutersem

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Bekkevoort

Tienen

Diest

Kortenaken

Linter

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: VDAB, via ARVASTAT

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Aantal NWWZ met een niet-Belgische origine

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

Overijse

10

100

Boortmeerbeek

1.000

Kampenhout

Keerbergen

Bertem

Haacht

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Tielt-Winge

Lubbeek

Glabbeek

Boutersem

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Bekkevoort

Tienen

Diest

Kortenaken

Linter

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: VDAB, via ARVASTAT

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Zoutleeuw

Landen

Landen

Geetbets

Geetbets

Zoutleeuw


DEEL I: Armoede-indicatoren

Voor de groep van niet-Belgische origine kunnen we ook nagaan wat het belang is van de

werkloosheid binnen de volledige bevolking van niet-Belgische origine van 18-64 jaar (Kaart

12). 21

Op deze kaart zien we dat de werkloosheid onder personen van niet-Belgische origine

vooral hoog is in de ruime rand rond Brussel. 22

De zuidoostelijke rand vormt een duidelijke

uitzondering. De waarden zijn vooral hoog ten noordoosten en ten noordwesten van Brussel,

tot aan de provinciegrens. Ook in het Hageland zijn de cijfers hoog, maar hier gaat het om een

relatief kleine groep.

Kaart Kaart 12 12: 12 : Werkloosheid Werkloosheid binnen binnen de de groep groep van van niet niet-Belgische niet Belgische origine origine ( (2010) (

2010)

% van de bevolking met een niet-Belgische origine

12,0 - 16,6

10,0 - 11,9

8,5 - 9,9

6,5 - 8,4

3,7 - 6,4

Vlaams-Brabant: 8,5

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kortenberg

Zaventem

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Hoeilaart

Boortmeerbeek

Overijse

Aantal

Kampenhout

300

Keerbergen

Bertem

Haacht

Huldenberg

origine van de EU-14

origine van buiten de EU-15

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Tielt-Winge

Lubbeek

Glabbeek

Boutersem

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Bekkevoort

Tienen

Diest

Kortenaken

Linter

Zoutleeuw

Landen

Geetbets

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: VDAB, via ARVASTAT; bevolking: Rijksregister, verwerking Steunpunt sociale planning

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

2.2 2.2 Het Het leefloon leefloon en en het het recht recht op op maatschappelijke maatschappelijke integratie

integratie

Het leefloon is een minimuminkomen dat kan worden aangevraagd als men niet over

toereikende bestaansmiddelen beschikt of kan beschikken. Wanneer men niet aan alle

voorwaarden 23

voldoet om het leefloon te ontvangen, voornamelijk omwille van de

nationaliteit, kan men terugvallen op een equivalent leefloon. De gepresenteerde cijfers zijn een

optelling van de leefloners en equivalent leefloners en omvatten al diegenen die in de loop van

het jaar minstens één maand het leefloon of het equivalent leefloon hebben ontvangen.

Het leefloon maakt deel uit van het Recht op Maatschappelijke Integratie (RMI). Het equivalent

leefloon maakt deel uit van het Recht op Maatschappelijke Hulp (RMH). Het merendeel van de

personen die beroep doen op deze rechten krijgt een (equivalent) leefloon, maar het kan ook

een tewerkstelling inhouden en, in het geval van de RMH, medische hulp. Ook hier worden de

RMI-gerechtigden en de RMH-gerechtigden opgeteld en worden al diegenen beschouwd die in

de loop van het jaar minstens één maand deze rechten hebben ontvangen. 24

25


26

DEEL I: Armoede-indicatoren

2.2.1 2.2.1 Het Het leefloon leefloon en en het het equivalent equivalent leefloon

leefloon

Figuur 11 geeft de evolutie van het aantal personen dat recht heeft op een leefloon of een

equivalent leefloon vanaf 2003. In oktober 2002 ging de nieuwe leefloonwet van start,

waardoor de cijfers van voor deze wetswijziging niet helemaal vergelijkbaar zijn. Deze figuur

toont een daling van het aandeel leefloners (inclusies equivalent leefloners) in Vlaams-Brabant

tot in 2008, waarna een stijging merkbaar is, zeker in het arrondissement Leuven. Voor

Vlaanderen is de ontwikkeling gelijkaardig, maar de cijfers liggen hier heel wat hoger. In Brussel

zijn de cijfers meer dan zes maal hoger dan in Vlaams-Brabant. 6,3 % van de bevolking krijgt er

een leefloon of equivalent leefloon, en het aandeel stijgt over de gehele periode.

Figuur Figuur 11 11: 11

: : Aantal Aantal leefloners leefloners en equivalent equivalent leefloners leefloners, leefloners

, evolutie in de tijd

% van de bevolking (18+) .

1,8

1,6

1,4

1,2

1

0,8

2003 2005 2007 2009 2011

arr. Halle-Vilvoorde prov. Vlaams-Brabant

arr. Leuven Vlaams Gewest

Bron data: POD Maatschappelijke Integratie; bevolking: ADSEI, FOD Economie

We zien dus een gelijkaardige evolutie als bij de werkloosheidsgraad, die gelijkloopt met de

economische conjunctuur. Er zijn echter grote verschillen tussen het leefloon en het equivalent

leefloon. Het aandeel leefloners kent globaal een stijgende tendens, terwijl het aandeel

equivalent leefloners daalt tot in 2009 (Figuur 12). In Vlaanderen zien we dezelfde tendensen,

maar het aandeel leefloners is er veel hoger. In Brussel is de stijging van het aandeel leefloners

meer uitgesproken, en ook de daling van het aandeel equivalent leefloners is er minder sterk.

Door de recente stijging is het aandeel equivalent leefloners er nu hoger dan in 2003.


DEEL I: Armoede-indicatoren

Figuur Figuur 12 12: 12

: : Aan Aantal Aan Aantal

tal leefloners leefloners of of equivalent equivalent leefloners, leefloners, evolutie evolutie in in de de tijd

tijd

% van de bevolking (18+) .

1

0,8

0,6

0,4

0,2

0

2003 2005 2007 2009 2011

leefloon arr. Halle-Vilvoorde eq. leefloon arr. Halle-Vilvoorde

leefloon arr. Leuven eq. leefloon arr. Leuven

leefloon prov. Vlaams-Brabant eq. leefloon prov. Vlaams-Brabant

leefloon Vlaams Gewest eq. leefloon Vlaams Gewest

Bron data: POD Maatschappelijke Integratie; bevolking: ADSEI, FOD Economie

Equivalent leefloners zijn voornamelijk personen die geen leefloon kunnen ontvangen omdat ze

geen burger zijn van de EU en niet in het bevolkingsregister zijn ingeschreven. Dat laatste wil

zeggen dat ze niet het statuut van 'gevestigde vreemdeling' hebben. Het gaat dan ook bijna

uitsluitend (99%) om niet-Belgen, en meer specifiek niet-EU-nationaliteiten (97%). Ter

vergelijking: bij het gewone leefloon is het aandeel niet-Belgen 24% en het aandeel niet-EU-

nationaliteiten 17%. 25

De dalende tendens van het aandeel equivalent leefloners heeft

grotendeels te maken met wetswijzigingen. Het aantal asielzoekers dat gebruik kan maken van

financiële hulp is ingeperkt. In principe komen kandidaat-vluchtelingen nu alleen nog in

aanmerking voor materiële steun. Er zijn echter een aantal uitzonderingen. Dit geldt

bijvoorbeeld voor de asielaanvragen die ontvankelijk zijn verklaard voor 1 juni 2007, of voor

kandidaat-vluchtelingen die door FEDASIL worden doorverwezen naar een OCMW. Dat laatste

gebeurt wanneer het aantal beschikbare plaatsen in de opvangstructuren ontoereikend blijkt.

Op dit moment is het aandeel kandidaat-vluchtelingen binnen de equivalent leefloners relatief

beperkt (27%). In 2008 bestond nog meer dan de helft van de equivalent leefloners uit

kandidaat-vluchtelingen. De meeste andere equivalent leefloners zijn vreemdelingen die in het

vreemdelingenregister zijn ingeschreven. 26

27


28

DEEL I: Armoede-indicatoren

Slechts 3,2% van de leefloners en equivalent leefloners is ouder dan 65. Deze groep wordt hier

niet beschouwd en komt aan bod bij het hoofdstuk over de inkomensgarantie voor ouderen.

De leefloners (inclusief equivalent leefloners) zijn ongelijk gespreid over de provincie. Kaart 13

toont de (equivalent) leefloners van 18 tot 64 jaar als aandeel van de bevolking van 18 tot 64

jaar. 27

Het aandeel leefloners en equivalent leefloners jonger dan 65 jaar is hoog rond Brussel,

vooral ten noordoosten en noordwesten van de stad, in Leuven, Tienen, en in mindere mate in

Halle, Landen en Liedekerke.

Kaart Kaart 13 13: 13 : Leefloners Leefloners en en equivalent equivalent leefloners leefloners jonger jonger dan dan 65 65 jaar jaar (2010)

(2010)

% van de bevolking (18-64 jaar)

1,66 - 2,98 (Brussel: 1,66 - 15,69)

1,23 - 1,65

0,86 - 1,22

0,61 - 0,85

0,27 - 0,60

Vlaams-Brabant: 1,22

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

aantal

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

400

leefloon

equivalent leefloon

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

Boortmeerbeek

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

Keerbergen

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: POD maatschappelijke integratie; bevolking: ADSEI, FOD Economie

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

2.2.2 2.2.2 2.2.2 Verschillen Verschillen naar naar geslacht, geslacht, geslacht, leeftijd leeftijd en en gezin gezinsvorm gezin gezinsvorm

svorm

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

Mannen en vrouwen, verschillende leeftijdsgroepen en verschillende gezinsvormen zijn niet

allemaal gelijk vertegenwoordigd bij de leefloners. Figuur 13 (links) toont de evolutie van het

aandeel vrouwen dat aangewezen is op een leefloon of equivalent leefloon. Dit aandeel ligt in

stijgende lijn, en bedraagt nu meer dan de helft. Dit heeft vooral te maken met een stijging van

het aandeel vrouwen bij het equivalent leefloon, van 32% naar 42%. Bij het leefloon is het

aandeel vrouwen steeds hoger geweest en schommelt rond de 55%. Figuur 13 (rechts) toont

het aandeel van de verschillende leeftijdsgroepen en de evolutie daarvan in de tijd. Meer dan de

helft van de (equivalent) leefloners is jonger dan 35 jaar, en het aandeel van de jongste groep

(jonger dan 25 jaar) stijgt. Ook het aandeel van de hogere leeftijdsgroepen (45+) stijgt. Deze

stijging is te wijten aan een inhaalbeweging bij het equivalent leefloon, waar de middengroepen

(25-34 jaar en 35-44 jaar) wel nog steeds veel sterker vertegenwoordigd zijn dan bij de

leefloners.


DEEL I: Armoede-indicatoren

Figuur Figuur 13 13: 13

: : Aantal Aantal leefloners leefloners en en equivalent equivalent leefloners leefloners in in Vlaams-Brabant Vlaams

Brabant naar geslacht (links) en leeftijd (rechts)

100%

90%

80%

70%

60%

50%

40%

30%

20%

10%

0%

2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010

Bron data: POD Maatschappelijke Integratie

Vrouw

Man

100%

90%

80%

70%

60%

50%

40%

30%

20%

10%

0%

2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010

Figuur 14 toont het aandeel van de verschillende gezinsvormen onder (equivalent) leefloners.

Het aandeel van gezinnen met kinderen stijgt, maar de belangrijkste groep bestaat nog steeds

uit alleenstaanden. Dit aandeel daalt wel, maar bedraagt nog steeds bijna de helft. Deze daling

is vooral opvallend bij het equivalent leefloon. De leefloners en equivalent leefloners hebben nu

een gelijkaardige gezinsstructuur. Een groeiende groep onder de leefloners zijn studenten. Het

gaat nu om 10% van de leefloners, dubbel zoveel dan in 2003.

Figuur Figuur 14 14: 14

: : Aantal Aantal leefloners leefloners en en equivalent equivalent leefloners leefloners in in Vlaams-Brabant Vlaams

Brabant naar naar gezinssituatie

100%

90%

80%

70%

60%

50%

40%

30%

20%

10%

0%

2005 2006 2007 2008 2009 2010

Bron data: POD Maatschappelijke Integratie

Onbekend

Met kinderen

Samenwonend

Alleenstaand

2.2.3 2.2.3 2.2.3 Recht Recht op op maatschappelij

maatschappelijke maatschappelij ke integratie integratie en en recht recht op op op maatschappelijke

maatschappelijke

hulp

hulp

Zoals eerder gesteld zijn het leefloon en het equivalent leefloon een onderdeel van het Recht op

Maatschappelijke Integratie (RMI), respectievelijk het Recht op Maatschappelijke Hulp (RMH).

Naast het (equivalent) leefloon kan ook tewerkstelling en medische hulp worden toegekend. De

overgrote meerderheid van de RMI-gerechtigden in Vlaams-Brabant ontvangen ook een leefloon

(94%). Dit is minder uitgesproken bij RMH-gerechtigden, waar het om 65% gaat. Dit aandeel

daalt ook sterk. In 2003 was dat nog meer dan 80%. In Vlaanderen als geheel en in Brussel zijn

deze cijfers nog lager. In Brussel is het nu zelfs minder dan de helft.

55+

45-54

35-44

25-34


30

DEEL I: Armoede-indicatoren

Gezien de meerderheid van de RMI- en RMH-gerechtigden een (equivalent) leefloon ontvangen,

zien we gelijkaardige evoluties in de tijd dan bij de (equivalent) leefloners, hoewel de cijfers

natuurlijk wat hoger liggen (Figuur 15 en Figuur 16). Ook de verschillen tussen de gemeenten

leveren een gelijkaardig beeld op (Kaart 14). RMH-gerechtigen wegen wel wat meer door, net

omdat een minder groot aandeel van hen financiële steun ontvangt.

Figuur Figuur 15 15: 15

: : Aantal Aantal rechthebbenden rechthebbenden op op een een RMI RMI en en RMH, RMH, evolut evolutie evolut ie in de tijd

% van de bevolking (18+) .

2

1,8

1,6

1,4

1,2

1

2003 2005 2007 2009 2011

arr. Halle-Vilvoorde prov. Vlaams-Brabant

arr. Leuven Vlaams Gewest

Bron data: POD Maatschappelijke Integratie; bevolking: ADSEI, FOD Economie

Figuur Figuur 16 16: 16

: : Aantal Aantal rechthebbenden rechthebbenden op op een een RMI RMI of of RMH RMH , , evolutie evolutie in in de de tijd

tijd

% van de bevolking (18+) .

1,2

1

0,8

0,6

0,4

0,2

2003 2005 2007 2009 2011

RMI arr. Halle-Vilvoorde RMH arr. Halle-Vilvoorde

RMI arr. Leuven RMH arr. Leuven

RMI prov. Vlaams-Brabant RMH prov. Vlaams-Brabant

RMI Vlaams Gewest RMH Vlaams Gewest

Bron data: POD Maatschappelijke Integratie; bevolking: ADSEI, FOD Economie


DEEL I: Armoede-indicatoren

Kaart Kaart 14 14: 14 : RMI RMI- RMI en RMH RMH-gerechtigden RMH

gerechtigden jonger dan 65 jaar jaar (2010)

% van de bevolking (18-64 jaar)

1,96 - 3,45 (Brussel: 1,96 - 17,92)

1,47 - 1,95

1,06 - 1,46

0,76 - 1,05

0,44 - 0,75

Vlaams-Brabant: 1,46

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

aantal

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

400

Recht op Maatschappelijke Integratie

Recht op Maatschappelijke Hulp

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

Boortmeerbeek

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

Keerbergen

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: POD maatschappelijke integratie; bevolking: ADSEI, FOD Economie

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

Ook de cijfers naar geslacht en leeftijd zijn gelijkaardig (Figuur 17) aan die van het (equivalent)

leefloon, hoewel de mannen hier nog net in de meerderheid zijn en de middelste

leeftijdsgroepen (25-44 jaar) wat meer aanwezig zijn. RMH-rechthebbenden wegen hier immers

wat meer door en de mannen en middelste leeftijdsgroepen zijn daar relatief belangrijker dan bij

de RMI-gerechtigden.

Figuur Figuur 17 17: 17

: : Aantal Aantal RMI RMI- RMI en RMH RMH-gerechtigden RMH

gerechtigden gerechtigden in in Vlaams Vlaams-Brabant Vlaams

Brabant naar geslacht (links) en leeftijd leeftijd (rechts)

100%

90%

80%

70%

60%

50%

40%

30%

20%

10%

0%

2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010

Bron data: POD Maatschappelijke Integratie

Vrouw

Man

100%

90%

80%

70%

60%

50%

40%

30%

20%

10%

0%

2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010

55+

45-54

35-44

25-34


32

DEEL I: Armoede-indicatoren

Een deel van de RMI- en RMH-gerechtigden kan worden tewerkgesteld. Dit aandeel stijgt sterk

in de tijd, zowel in het arrondissement Leuven, het arrondissement Halle-Vilvoorde als in

Vlaanderen (Figuur 18). Het bedraagt nu meer dan 10%. Binnen de tewerkgestelden zijn

mannen licht in de meerderheid en hun aandeel stijgt. Verder is er een oververtegenwoordiging

van de 35-44 en 45-54 jarigen. Er is een ondervertegenwoordiging van de jongste en oudste

leeftijdsgroep. Bijna 1 op 4 is een RMH-gerechtigde en dit aandeel stijgt.

Figuur Figuur 18 18: 18

: : Aan Aantal Aan tal RMI RMI- RMI

en RMH RMH-gerechtigden RMH

gerechtigden met tewerkstelling

% van de RMI- en RMH-gerechtigden .

12

10

8

6

4

2003 2005 2007 2009 2011

arr. Halle-Vilvoorde prov. Vlaams-Brabant

arr. Leuven Vlaams Gewest

Bron data: POD Maatschappelijke Integratie

2.3 2.3 De De De inkomensgarantie inkomensgarantie voor voor ouderen

ouderen

De inkomensgarantie voor ouderen (IGO) is een minimuminkomen voor personen vanaf 65 jaar.

Het wordt toegekend aan ouderen die niet voldoende pensioenrechten hebben opgebouwd en

niet over voldoende andere bestaansmiddelen beschikken. Bij wie op de leeftijd van 65 jaar

reeds een pensioen of een andere tegemoetkoming ontvangt of heeft aangevraagd wordt het

recht op een IGO sinds 2010 automatisch onderzocht. 28

De IGO is op 1 juni 2001 ingevoerd ter vervanging van het gewaarborgd inkomen voor

bejaarden (GIB). Diegenen voor wie het bedrag van het GIB hoger bleek dan het IGO, blijven

het GIB ontvangen. In 2011 ging het in Vlaams-Brabant nog om 14% van de begunstigden. De

hier gebruikte cijfers bevatten ook de begunstigden van een GIB.

Kaart 15 toont het aandeel ouderen dat recht heeft op een inkomensgarantie voor ouderen. Dit

aandeel is vooral hoog in het Hageland, in Leuven, in een aantal gemeenten rond Brussel (Asse,

Drogenbos, Sint-Pieters-Leeuw, Vilvoorde) en in een aantal gemeenten in het westen van de

provincie (Londerzeel, Opwijk, Roosdaal). Ten zuidoosten van Brussel en Leuven zijn er lage

waarden, met uitzondering van Bertem en Huldenberg. Tenslotte heeft ook Kampenhout een

bovengemiddelde waarde.


DEEL I: Armoede-indicatoren

Kaart Kaart 15 15: 15 : Aandeel Aandeel van van de de 65 65-plussers 65 plussers dat dat een IGO ontvangt (01/01/2011)

% van de bevolking (65+)*

5,2 - 6,2 (Brussel: 5,2 - 23,7)

3,4 - 5,1

2,8 - 3,3

2,2 - 2,7

1,5 - 2,1

Vlaams-Brabant: 3,3

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

* t.o.v. de bevolking op 01/01/2010

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

aantal

Boortmeerbeek

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

10

100

1.000

Keerbergen

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: Rijksdienst voor pensioenen; bevolking: ADSEI, FOD Economie

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

De laatste jaren is er geen sterke stijging van het aandeel 65-plussers dat beroep doet op een

IGO, maar het gemiddeld uitgekeerd bedrag kent wel een stijging. Niet iedereen ontvangt

immers hetzelfde bedrag. Het juiste bedrag dat wordt uitgekeerd is afhankelijk van het pensioen

en de bestaansmiddelen waarover men reeds kan beschikken. De IGO is een individueel recht,

maar het bedrag is mede afhankelijk van het feit of men al dan niet alleen woont. Kaart 16

toont het gemiddeld bedrag per begunstigde. Dit aandeel is vooral hoog in stedelijke gebieden:

het is bovengemiddeld in de ruime rand rond Brussel (behalve in het zuidoosten) en in het

Leuvense. In het Hageland is het alleen in Scherpenheuvel-Zichem bovengemiddeld. De hogere

waarden in stedelijke gebieden betekenen niet noodzakelijk dat de armoede er meer ouderen

treft, maar wel dat de armoede er scherper is.

Kaart Kaart 16 16: 16 : Gemiddeld Gemiddeld uitgekeerd uitgekeerd bedrag bedrag van van de de IGO IGO (01/01/2011)

(01/01/2011)

euro per begunstigde

358 - 436 (Brussel: 358 - 497)

318 - 357

278 - 317

238 - 277

157 - 237

Vlaams-Brabant: 317

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

aantal

Boortmeerbeek

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

10

100

1.000

Keerbergen

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: Rijksdienst voor pensioenen

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

33


34

DEEL I: Armoede-indicatoren

2.4 2.4 Tegemoetkomingen Tegemoetkomingen voor voor personen personen met met een een handicap

handicap

Een integratietegemoetkoming (IT) kan worden toegekend aan iemand met een handicap of

chronische ziekte bij wie een gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid werd

vastgesteld en die daardoor bijkomende kosten heeft om zich in het maatschappelijke leven in

te passen. Een inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT) kan worden toegekend aan

iemand die wegens een handicap of chronische ziekte niet meer dan één derde kan verdienen

van wat een gezond persoon zou kunnen verdienen. Deze twee tegemoetkomingen kunnen

gelijktijdig of afzonderlijk worden toegekend. De IT en de IVT kunnen aangevraagd worden

vanaf de leeftijd van 21 jaar (daarvóór kan verhoogde kinderbijslag worden aangevraagd) en

tot en met de leeftijd van 64 jaar. Vanaf de 65ste verjaardag kan alleen een tegemoetkoming

voor hulp aan bejaarden (THAB) worden aangevraagd. Deze tegemoetkoming kan worden

toegekend bij een verminderde zelfredzaamheid of gebrek aan zelfredzaamheid. Personen

ouder dan 65 kunnen wel een IT en/of IVT blijven ontvangen, als het bedrag ervan hoger is dan

het bedrag van de THAB. Genoemde tegemoetkomingen zijn een recht en worden niet

automatisch toegekend. Er gelden inkomensvoorwaarden, verblijfsvoorwaarden (verblijf in

België) en nationaliteitsvoorwaarden. 29

Kaart 17 geeft het aantal personen van 21-64 jaar dat een IT en/of IVT ontvangt, per 1.000

inwoners. De aanwezigheid van voorzieningen voor personen met een handicap beïnvloeden

duidelijk de cijfers. Zo zien we de hoogste waarden in Bierbeek, Roosdaal, Tienen en Lennik.

Algemeen zijn de hoge waarden in het oostelijke Hageland wel opvallend.

Kaart Kaart 17 17: 17 : Aantal Aantal personen personen van van 21 21-64 21 64 64 jaar dat dat een IT en/of en/of IVT ontvangt (01/04/2011)

(01/04/2011)

per 1.000 inwoners (21-64 jaar)*

18,7 - 47,3

13,7 - 18,6

11,2 - 13,6

8,7 - 11,1

6,5 - 8,6

Vlaams-Brabant: 13,6

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

* t.o.v. de bevolking op 01/01/2010

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

aantal

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

400

enkel IT

enkel IVT

IT en IVT

Boortmeerbeek

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

Keerbergen

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: POD maatschappelijke integratie; bevolking: ADSEI, FOD Economie

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

Kaart 18 toont het aandeel personen van 65 jaar en ouder dat een IT, IVT en/of THAB ontvangt.

Het aandeel is hier veel hoger dan bij de 21-64 jarigen, en bedraagt in een aantal gemeenten

bijna 20%. Hoge waarden vinden we vooral in het Hageland en in het Pajottenland. Rond

Brussel en in het Leuvense zijn de waarden meestal erg laag.


DEEL I: Armoede-indicatoren

Kaart Kaart 18 18: 18 : Aantal Aantal personen personen van van 65 65 jaar jaar of of meer meer dat dat een een IT, IT, IVT IVT en/of en/of THAB THAB ontvangt ontvangt (01/04/2011)

(01/04/2011)

per 1.000 inwoners (65+)*

119,1 - 192,5

94,1 - 119,0

69,1 - 94,0

44,1 - 69,0

13,9 - 44,0

Vlaams-Brabant: 69,1

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

* t.o.v. de bevolking op 01/01/2010

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

aantal

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

400

IT of IVT

IT en IVT

THAB

Boortmeerbeek

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

Keerbergen

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: POD maatschappelijke integratie; bevolking: ADSEI, FOD Economie

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

2.5 2.5 Verhoogde Verhoogde tegemoetkoming tegemoetkoming in in de de ziekteverzekering

ziekteverzekering

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

De voorkeursregeling in de ziekteverzekering maakt de gezondheidszorg goedkoper (minder

remgeld, lager plafondbedrag voor de maximumfactuur ...) voor bepaalde personen en

gezinnen met een laag inkomen. Alle personen die een leefloon, een inkomensgarantie voor

ouderen of een tegemoetkoming voor personen met een handicap ontvangen krijgen een

verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering. In bepaalde gevallen geldt dat ook voor

de andere leden van hun gezin. De voorkeursregeling geldt echter ook voor een hele reeks

andere groepen met een laag inkomen. De hier gebruikte cijfers kunnen dus worden

beschouwd als een veralgemening van bovenstaande cijfers.

Concreet zijn er drie categorieën van personen die recht hebben op een verhoogde

tegemoetkoming in de ziekteverzekering:

Een eerste eerste categorie categorie verkrijgt de voorkeursregeling op basis van hun hoedanigheid

hoedanigheid. hoedanigheid Het gaat om

gepensioneerden, weduwen en weduwnaars, wezen en invaliden (het vroegere WIGW-statuut),

langdurig werklozen van minstens 50 jaar oud, ambtenaren die op vroegtijdig pensioen zijn

gesteld wegens ziekte of gebrekkigheid, en meer in het algemeen alle personen vanaf 65 jaar

die in België verblijven, naast een aantal specifieke, numeriek kleine categorieën. Dit recht geldt

ook voor de echtgeno(o)t(e) of levenspartner van de rechthebbende en eventuele personen ten

laste. In alle genoemde gevallen is de voorkeursregeling wel aan inkomensvoorwaarden

gebonden. Ze wordt ook niet automatisch toegekend, maar moet eerst worden aangevraagd.

Een tweede tweede tweede categorie categorie verkrijgt de voorkeursregeling automatisch omdat zij reeds een sociaa sociaal sociaa l

voordeel voordeel voordeel ontvangen: het leefloon, OCMW-steun, een gewaarborgd inkomen voor bejaarden of

inkomensgarantie voor ouderen, een tegemoetkoming aan personen met een handicap of een

verhoogde kinderbijslag wegens handicap. Dit recht geldt ook voor de echtgeno(o)t(e) van de

rechthebbende en eventuele personen ten laste. Om dat recht uit te breiden tot de

levenspartner moet de rechthebbende die partner wel kenbaar maken bij het ziekenfonds.

35


36

DEEL I: Armoede-indicatoren

Een derde categorie wordt gevormd door diegenen met het OMNIO OMNIO-statuut

OMNIO statuut statuut. statuut Dit statuut, dat

geldt voor het hele gezin, is afhankelijk van het gezinsinkomen en is in het leven geroepen voor

gezinnen met een laag inkomen die niet onder de twee genoemde categorieën van verhoogde

tegemoetkoming vallen. Indien iemand in het gezin reeds recht heeft op verhoogde

tegemoetkoming maar een ander lid van het gezin niet, kan de laatstgenoemde wel een

aanvraag in het kader van OMNIO indienen.

De cijfers die hier worden gebruikt zijn gegevens die verwerkt werden door de Studiedienst van

de Vlaamse Regering (SVR). Voor Brussel zijn deze gegevens niet beschikbaar. Ze omvatten

zowel de titularissen als de personen ten laste, en worden hier apart beschouwd voor personen

jonger dan 65 jaar en 65-plussers. Ze werden uitgedrukt als percentage van de bevolking in de

betreffende leeftijdsgroep.

Er is een duidelijk verschil tussen beide leeftijdsgroepen (Kaart 19 en Kaart 20). Bij personen van

0 tot 64 jaar gaat het in Vlaams-Brabant om 5,4% van de bevolking. De waarden zijn vooral

hoog in stedelijke gebieden. De hoogste waarden vinden we in Drogenbos, Vilvoorde,

Machelen, Leuven, Tienen en Diest. Het gebied ten westen en zuidwesten van Brussel (Wemmel,

Asse, Liedekerke, Sint-Pieters-Leeuw, Halle) en het oostelijk Hageland (Aarschot,

Scherpenheuvel-Zichem, Geetbets, Zoutleeuw en Landen) vertonen wel algemeen wat hogere

waarden. De waarden bij de 65-plussers zijn veel hoger (25,2% van het totaal van de 65plussers

in Vlaams-Brabant) en vooral het platteland vertoont hoge waarden. Dit geldt zowel

voor het Hageland als voor het Pajottenland. Bovengemiddelde waarden vinden we verder

alleen in het uiterste noordwesten van de provincie, in Drogenbos, Hoeilaart, Kampenhout,

Bertem en Huldenberg.

Kaart Kaart 19 19: 19 : Personen Personen van van 00-64

0 64 64 jaar jaar met met een een verhoogde verhoogde tegemoetkoming tegemoetkoming in in de de ziekteverzekering ziekteverzekering (01/01/2010)

(01/01/2010)

% van de bevolking (0-64 jaar)

7,4 - 9,6

5,5 - 7,3

4,2 - 5,4

3,5 - 4,1

2,7 - 3,4

Vlaams-Brabant: 5,4

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

aantal

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

1.500

o.b.v. hoedanigheid

o.b.v. sociaal voordeel

OMNIO-statuut

Boortmeerbeek

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

Keerbergen

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: KSZ, bewerking SVR; bevolking: ADSEI, FOD Economie

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw


DEEL I: Armoede-indicatoren

Kaart Kaart 20 20: 20 : Personen Personen van van 65 65 jaar jaar of of meer meer met met een een verhoogde verhoogde tegemoetkoming tegemoetkoming in in de de ziekteverzekering ziekteverzekering (01/01/2010)

(01/01/2010)

% van de bevolking (65+)

36,2 - 47,4

30,2 - 36,1

25,2 - 30,1

21,2 - 25,1

8,9 - 21,1

Vlaams-Brabant: 25,2

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

aantal

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

1.500

o.b.v. hoedanigheid

o.b.v. sociaal voordeel

OMNIO-statuut

Boortmeerbeek

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

Keerbergen

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: KSZ, bewerking SVR; bevolking: ADSEI, FOD Economie

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Er zijn ook verschillen naar geslacht. Het aandeel vrouwen (10,5%) met een voordeeltarief in de

ziekteverzekering is heel wat hoger dan het aandeel mannen (7,2%). Een van de verklaringen

hiervoor is de hogere levensverwachting van vrouwen, gecombineerd met het grotere aandeel

ouderen dat een voorkeursregeling geniet. 30

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

Vrouwen met een voorkeursregeling zijn, mede

door het genoemde leeftijdseffect, iets talrijker op het platteland dan in de steden en

omgekeerd.

37


38

DEEL II: Verhoogd risico op armoede

DEEL DEEL II: II: Verhoogd Verhoogd Verhoogd risico risico risico op op armoede

armoede

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op een aantal situaties die kunnen leiden tot een verhoogd

risico op armoede. Het gaat om de opleiding opleiding, opleiding om demografische demografische demografische factoren factoren, factoren om

gezondheid

gezondheidproblemen

gezondheid

gezondheidproblemen

problemen en om de woonsituatie

woonsituatie. woonsituatie

Vaak hangen die factoren samen. Zo kan een

slechte woonsituatie leiden tot een zwakke gezondheid, of kan een alleenstaande ouder minder

tijd vrij maken voor opleiding. Genoemde factoren kunnen zowel oorzaak als gevolg zijn van

armoede. Zoals hoger gesteld hebben kinderen die in armoede opgroeien ook meer kans om

later zelf in armoede terecht te komen.

Het is belangrijk te benadrukken dat alle tot hier behandelde factoren enkel een verhoogde kans

op armoede inhouden. Zo is de kans dat iemand met een slechte gezondheid of een lage

opleiding in de armoede belandt groter dan gemiddeld, maar dat is lang niet altijd het geval. 31

3 Opleiding

Opleiding

Een laag opleidingsniveau leidt, via de

arbeidsmarkt, tot een hoger armoederisico.

Er is ook een duidelijke link tussen de

opleidingsgraad van de ouders en die van

hun kinderen: gemiddeld genomen zullen

de kinderen van hoogopgeleide ouders een

hogere scholing bereiken dan kinderen van

laagopgeleide ouders.

Ervaring Ervaring van van een een 17 17-jarige 17 jarige jongen jongen

jongen

“Ik moest naar het bijzonder onderwijs omdat ik

een ‘lastige leerling’ was. Toegegeven, ik had

nogal een grote mond … maar er waren

leerkrachten die ik wel echt respecteerde! In het

bijzonder onderwijs heb ik veel te weinig

geleerd, dus nu kan ik alleen maar gaan werken

in een beschutte werkplaats. En ook al wil ik niks

slecht zeggen over die mensen, ik vind het echt

niet tof om tussen gehandicapten te werken. Ik

wil tramchauffeur worden!“

Kaart 21 toont het aantal personen van 25 jaar en meer met ten hoogste een diploma lager

middelbaar 32

. Er zijn hoge waarden in het Hageland, in de Zennevallei en in mindere mate in het

Pajottenland (met wel een erg hoge waarde voor Liedekerke) en het noordwesten van de

provincie. Er zijn relatief weinig laagopgeleiden in het Leuvense, ten zuidoosten van Brussel en

in andere residentiële gemeenten als Wemmel, Meise en Keerbergen. De kaart van het aandeel

personen met een diploma hoger onderwijs geeft het omgekeerde beeld. De gelijkenis tussen

Kaart 21 en Kaart 22, die het aantal leerlingen in het beroepssecundair onderwijs (B-stroom in

de eerste graad en BSO in de 2de, 3de en 4de graad) weergeeft, is opvallend. Alleen in het

westen van de provincie is dat minder het geval.


DEEL II: Verhoogd risico op armoede

Kaart Kaart 21 21: 21 : Bevolking Bevolking (25+) (25+) met met hoogstens hoogstens een een diploma diploma diploma lager lager middelb middelbaar middelb middelbaar

aar onderwijs onderwijs (01/10/2001)

(01/10/2001)

(01/10/2001)

% van de bevolking (25+)

50,0 - 55,8 (Brussel: 50,0 - 59,9)

46,0 - 49,9

42,0 - 45,9

38,0 - 41,9

26,2 - 37,9

Vlaams-Brabant: 42,0

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kortenberg

Zaventem

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Hoeilaart

Boortmeerbeek

Overijse

Kampenhout

Keerbergen

Bertem

Haacht

Huldenberg

Aantal

Herent

Rotselaar

Leuven

1.000

5.000

10.000

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Kaart Kaart 22 22: 22 : Aantal Aantal leerlingen leerlingen in in de de BB-stroom

B stroom en het BSO (schooljaar 2009 2009-2010)

2009

2010) 2010)

% van het aantal leerlingen in het gewoon voltijds secundair onderwijs

22,2 - 29,3

18,2 - 22,1

16,2 - 18,1

14,2 - 16,1

8,8 - 14,1

Vlaams-Brabant: 18,1

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Aarschot

Tielt-Winge

Lubbeek

Glabbeek

Boutersem

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Bekkevoort

Tienen

Diest

Kortenaken

Linter

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: ADSEI, FOD Economie

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

Boortmeerbeek

Overijse

Kampenhout

Keerbergen

Bertem

Haacht

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aantal

400

Aarschot

Tielt-Winge

Lubbeek

Glabbeek

Boutersem

B-stroom

BSO

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Bekkevoort

Tienen

Diest

Kortenaken

Linter

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: Vlaamse Overheid, Departement Onderwijs en Vorming

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Zoutleeuw

Landen

Landen

Geetbets

Geetbets

Zoutleeuw

39


4 Demografische Demografische factoren

factoren

40

DEEL II: Verhoogd risico op armoede

Het armoederisico is hoger voor bepaalde demografische groepen dan voor anderen. Eerder

onderzoek toonde al aan dat ouderen het meest kwetsbaar zijn. Voor hen is het armoederisico

bijna dubbel zo groot dan gemiddeld. Mede daardoor is het armoederisico ook hoger bij

eenpersoonshuishoudens en tweepersoonshuishoudens waarvan minstens één persoon ouder is

dan 65. Ook voor vrouwen - die een langere levensverwachting hebben - is het armoederisico

hoger, hoewel het verschil hier minder uitgesproken is. Het armoederisico bij eenoudergezinnen

is bijna drie maal zo groot dan gemiddeld. 33

Daarnaast is ook de bevol bevolking bevol king van van niet niet-Belgische

niet Belgische

origine origine bijzonder kwetsbaar en dat geldt vooral voor personen van niet-Europese origine.

Natuurlijk is het niet zo dat men arm is omdat men ouder is, in een eenoudergezin leeft of een

niet-Belgische origine heeft. Zoals voor laagopgeleiden verloopt de causaliteit vaak via de

tewerkstelling. De toegang tot de arbeidsmarkt is moeilijker voor eenoudergezinnen en

personen van niet-Belgische origine, en dus ligt gemiddeld ook hun inkomen lager.

4.1 4.1 Ouderen

Ouderen

Het aandeel ouderen in de bevolking is vooral hoog in het Hageland en in enkele residentiële

gemeenten in en rond Brussel. In het Pajottenland zijn er ook vaak bovengemiddelde waarden.

De oudere leeftijdsstructuur in deze gebieden heeft niet alleen te maken met ruimtelijke

verschillen in natuurlijke aangroei, maar ook en vooral met migratiepatronen. Zo trekken

jongeren weg uit landelijke gebieden, maar ook jongeren uit residentiële gemeenten kunnen

(tijdelijk) wegtrekken, vaak naar de steden.

Kaart Kaart 23 23: 23 : Aantal Aantal 65 65-pluss 65 pluss plussers pluss ers (01/01/2010)

(01/01/2010)

% van de bevolking

18,8 - 21,1

17,8 - 18,7

17,3 - 17,7

16,8 - 17,2

14,8 - 16,7 (Brussel: 7,7 - 16,7)

Vlaams-Brabant: 17,7

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kortenberg

Zaventem

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Hoeilaart

Overijse

Aantal

Boortmeerbeek

Kampenhout

100

1.000

Keerbergen

Bertem

Haacht

Huldenberg

10.000

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Tielt-Winge

Lubbeek

Glabbeek

Boutersem

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Bekkevoort

Tienen

Diest

Kortenaken

Linter

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: ADSEI, FOD Economie

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Zoutleeuw

Landen

Geetbets


De inkomens van ouderen worden in

belangrijke mate bepaald door de

pensioenen. Hieronder brengen we de

hoogte van die pensioenen 34

in kaart. Figuur

19 toont het pensioenbedrag voor

verschillende gezinsvormen.

Het ligt voor de hand dat het pensioen van

een alleenstaande gemiddeld lager is dan

het totale pensioenbedrag van een koppel.

Bij koppels waar er, naast 1 pensioen, nog

een andere inkomensbron is (uit arbeid, van

een RVA-uitkering, van OCMW-steun of van

een arbeidsongeschiktheidsuitkering) zijn er

wat meer hoge pensioenen en wat minder

lage pensioenen dan bij alleenstaanden. Bij

koppels met 2 pensioenen zijn er het minst

pensioenen van minder dan 1.000 euro en

het meest van meer dan 2.500 euro. 35

DEEL II: Verhoogd risico op armoede

Figuur Figuur 19 19: 19

: : Pensioenbedrag Pensioenbedrag voor voor verschillende verschillende gezinsvormen gezinsvormen (31/12/2008)

(31/12/2008)

100%

80%

60%

40%

20%

0%

4,4

8,0

31,8

52,2

alleenstaanden

Bron data: KSZ

3,5

7,0 7,6

7,9 6,1

13,3

28,4

43,3

koppels met 1

pensioen +

ander inkomen

23,6

37,1

25,6

koppels met 1

pensioen

23,7

15,7

28,5

22,1

10,0

koppels met 2

pensioenen

Ervaring Ervaring vvan

v an een 65 65-jarige 65

jarige jarige man man man uit uit regio regio Tienen

Tienen

"Ik ben sinds juli van dit jaar gepensioneerd.

Voorheen stond ik al lange tijd 'op de

ziekenkas’. Ze hebben me voor 66% invalide

verklaard. Wat kan ik nog zeggen? Ik ben

alleenstaand en heb een klein inkomen. Ik huur

momenteel een private woning voor 500 € per

maand. En dat is iets minder dan de helft van

mijn vervangingsinkomen. Zo kon het voor mij

niet verder meer. Ik heb een sociale woning

aangevraagd. Nu is er mij eentje toegewezen,

maar ik heb bijna 5 jaar op de wachtlijst

gestaan. En elk jaar maar opnieuw hernieuwen.

Ik blijf met een grote onzekerheid zitten. Kan ik

wel met mijn bescheiden pensioentje de eindjes

aan elkaar knopen? De huisvestingsmaatschappij

heeft weinig begrip voor onze situatie. Dat is

toch mijn gedacht."

17,4

11,9

26,6

28,0

16,2

totaal koppels

met enkel

pensioen(en)

5,5

5,9

9,9

29,1

49,5

andere

gezinsvormen

>=2500 euro

2000-2499 euro

1500-1999 euro

1000-1499 euro


42

DEEL II: Verhoogd risico op armoede

Kaart 24 en Kaart 25 tonen, respectievelijk voor alleenstaanden en voor koppels, het aantal

gezinnen met een pensioenbedrag lager dan 1.500 euro. De koppels met nog andere inkomens

buiten het pensioen worden hier niet beschouwd.

Bij de alleenstaanden vinden we vooral op het platteland hoge waarden. Opvallend is het

Hageland, maar ook het Pajottenland, Huldenberg en Hoeilaart. Het omgekeerde zien we in

stedelijk gebied. Lage waarden vinden we in het Leuvense, Tienen, Landen en Diest, en in heel

wat gemeenten rond Brussel. Bij de koppels zien we een gelijkaardig beeld.

Herne

Kaart Kaart 24 24: 24 : AAlleenstaanden

A Alleenstaanden

lleenstaanden met met een een pensioenbedrag pensioenbedrag lager lager dan dan 1.500 1.500 euro euro (31/12/2008)

(31/12/2008)

% van de alleenstaanden met een pensioen

83,0 - 90,9

77,0 - 82,9

71,5 - 76,9

66,5 - 71,4

56,0 - 66,4

Vlaams-Brabant: 71,4

Bever

Galmaarden

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

aantal

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

1.000

Boortmeerbeek

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

< 1000 euro

1000 - 1499 euro

Overijse

Keerbergen

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Kaart Kaart 25 25: 25 25:

: Koppels Koppels met met een een pensioenbedrag pensioenbedrag lager lager dan dan 1.500 1.500 euro euro (31/12/2008)

(31/12/2008)

% van de koppels met een of twee pensioenen

37,3 - 49,9 (Brussel: 37,3 - 56,4)

31,3 - 37,2

26,3 - 31,2

22,3 - 26,2

17,9 - 22,2

Vlaams-Brabant: 31,2

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

Overijse

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Linter

Landen

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: KSZ

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

aantal

Boortmeerbeek

Kampenhout

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

500

< 1000 euro

1000 - 1499 euro

Keerbergen

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Linter

Landen

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: KSZ

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Geetbets

Zoutleeuw

Geetbets

Zoutleeuw


DEEL II: Verhoogd risico op armoede

Figuur 20 toont de evolutie van het aandeel pensioenen lager dan 1.500 euro, voor

alleenstaanden en voor koppels. Ook hier werden koppels met nog een andere inkomensbron

dan het pensioen niet beschouwd. Zowel voor de alleenstaanden als voor de koppels zien we

dat het aandeel sterk daalt gedurende de laatste jaren, en zeker in 2008. Deze daling heeft niet

alleen te maken met nieuwe gepensioneerden, met een hoger pensioen, maar ook met

indexsprongen. Wanneer we de Vlaams-Brabantse waarden vergelijken met de Vlaamse

waarden, zien we dat er in Vlaanderen relatief meer gepensioneerden zijn met een pensioen

lager dan 1.500 euro. In Vlaams-Brabant zelf zijn de waarden het laagst in Halle-Vilvoorde. Tot

voor kort waren de laagste waarden in Brussel te zien, maar deze voorsprong kalft af. Bij de

koppels zijn er nu relatief meer pensioenen beneden de 1.500 euro in Brussel dan in Vlaams-

Brabant.

Figuur Figuur 20 20: 20

: Aandeel Aandeel pensioenen pensioenen lager lager dan dan 1.500 1.500 euro euro voor voor alleenstaanden alleenstaanden alleenstaanden en en koppels

koppels

% < 1.500 euro

90

80

70

60

50

40

30

20

Bron data: KSZ

2003 2004 2005 2006 2007 2008

alleenstaanden arr. Halle-Vilvoorde koppels arr. Halle-Vilvoorde

alleenstaanden arr. Leuven koppels arr. Leuven

alleenstaanden prov. Vlaams-Brabant koppels prov. Vlaams-Brabant

alleenstaanden Vlaams Gewest koppels Vlaams Gewest

alleenstaanden Brussels Gewest koppels Brussels Gewest

43


4.2 4.2 4.2 Eenoudergezinnen

Eenoudergezinnen

Kaart 26 toont het aantal

eenoudergezinnen als percentage van het

totaal aantal gezinnen (met of zonder

kinderen) 36

44

. Hoge waarden zijn er rond

Brussel, in het zuiden van het Hageland en

in een aantal gemeenten van het

Pajottenland. In een aantal gevallen worden

de cijfers wel sterk beïnvloed door de

gezinsstructuur in de gemeente. Zo is het

aantal eenoudergezinnen in Leuven erg laag

als we dat bekijken t.o.v. het totaal aantal

gezinnen. Wanneer we echter zouden

kijken naar het aantal eenoudergezinnen als

percentage van het aantal gezinnen met

kinderen, krijgen we daar wel een hoge

waarde. Dit is te verklaren door het grote

aantal alleenwonenden in Leuven, waarin

de rol van de universiteit groot is. In Brussel

is trouwens hetzelfde te zien in de

omgeving van de ULB en de VUB in Elsene

en Etterbeek. Omgekeerd zijn de waarden

in het Pajottenland veel minder hoog als we

dat zouden bekijken t.o.v. het aantal

gezinnen met kinderen, omwille van het

lage aantal alleenwonenden in deze

gemeenten.

DEEL II: Verhoogd risico op armoede

Ervaring Ervaring van van een een alleenstaande alleenstaande moeder moeder moeder van van 7

7

kinderen kinderen kinderen uit uit de de regio regio Vilvoorde

Vilvoorde

"Twee van de kinderen gingen met de school op

zeeklassen. Toen ik de rekening hiervoor moest

betalen ben ik met het vonnis, zeggende dat de

vader voor de helft moet tussenkomen in de

schoolkosten en de ziektekosten, naar de school

gegaan. Ik heb mijn deel betaald en de naam

van de schuldbemiddelaar van de vader aan

school gegeven. De vader van de kinderen heeft

zijn deel niet betaald, ik moest dan betalen of de

kinderen mochten niet mee. Als je voor alles

alleen staat is het niet moeilijk om in de

armoede te komen. Of er nu een vonnis is of

niet, de alimentatie wordt maar met

mondjesmaat betaald of helemaal niet. Veel

zeggen dan: we zullen loonbeslag leggen. Maar

dan veranderen ze van werk en je bent terug

naar af. Het is gewoon een vicieuze cirkel maar

ondertussen moet je zorgen dat de kinderen

groot worden.”

Kaart Kaart 26 26: 26 26:

: Aantal Aantal eenoudergezinnen eenoudergezinnen als als percentage percentage van van het het totaal totaal aantal aantal gezinnen gezinnen (01/01/2011)

(01/01/2011)

% van het totaal aantal gezinnen

9,8 - 13,5

8,8 - 9,7

8,0 - 8,7

7,4 - 7,9

6,6 - 7,3

Vlaams-Brabant: 8,7

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kortenberg

Zaventem

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Hoeilaart

Overijse

Aantal

Boortmeerbeek

Kampenhout

1.200

alleenstaande moeders

alleenstaande vaders

Keerbergen

Bertem

Haacht

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Tielt-Winge

Lubbeek

Glabbeek

Boutersem

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Bekkevoort

Tienen

Diest

Kortenaken

Linter

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: Rijksregister, verwerking Steunpunt sociale planning; BISA

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Zoutleeuw

Landen

Geetbets


DEEL II: Verhoogd risico op armoede

4.3 4.3 Bevolking Bevolking van van niet niet-Belgische niet Belgische origine

origine

De bevolking van niet-Belgische origine kent

een hoog armoederisico. Dit geldt vooral

voor personen van niet-Europese herkomst,

en het meest voor personen van

Maghrebijnse of Turkse herkomst. Voor

mensen afkomstig van een EU-land is dit

veel minder het geval, zeker in Vlaams-

Brabant waar heel wat medewerkers van de

EU wonen (vooral ten zuidoosten van

Brussel). Wanneer personen met een Zuid-

Europese herkomst niet worden

meegerekend, is de werkloosheid bij

mensen van EU-herkomst zelfs lager dan bij

personen van Belgische origine. 37

Ervaring Ervaring van van een een allochtone allochtone man man uit uit de de regio

regio

Tienen Tienen

Tienen

"Ik ben in Armenië geboren en sinds 1997 ben

ik naar België gekomen. Ik heb het statuut van

politiek vluchteling. In Armenië was ik

gedurende 20 jaar vrachtwagenchauffeur. Via

Open School heb ik de 'Vlaamse' taal

aangeleerd. Naast de VDAB ben ik goed

geholpen door het OCMW van Tienen. Die

sociale assistent heeft me heel veel geholpen. Ik

kon geen vrachtwagenchauffeur meer worden

omwille van gezondheidsredenen. Ik heb het

moeilijk gehad omwille van mijn huidskleur en

leeftijd. Maar nu werk ik in de keuken van de

Amerant. Het is een contract voor 1 jaar. Ik werk

hier graag, Ik kom onder de mensen. Voor de

toekomst wil ik graag in de Kringloopwinkel van

Tienen werken. Het is een betere job en vooral,

ik werk dan full-time. Mijn sociaal assistent wil

me daarbij helpen. De patrons zeggen altijd dat

ze alleen maar jonge mensen willen. Daar kan ik

toch niet tegen op. Ik kom uit het Oostblok en

er is grote concurrentie met de mensen uit

Polen."

Kaart 27 geeft aan waar de bevolking van niet-EU-origine woont. Deze bevolkingsgroep is sterk

vertegenwoordigd rond Brussel, vooral ten noordoosten van de stad, in Leuven en in Diest. De

gemeenten ten zuidoosten van Brussel herbergen relatief veel personen afkomstig van rijke

OESO-landen (VS, Canada, Australië, Japan ...). In de andere gemeenten rond Brussel, en vooral

ten noordoosten van de stad, is de Maghrebijnse herkomst belangrijk. In Diest gaat het vooral

om mensen van Turkse origine. In de meeste andere gemeenten zijn andere herkomstlanden

belangrijker. Ten westen van Brussel zijn Afrikaanse herkomstlanden sterk vertegenwoordigd.

Ten oosten van Brussel, en heel opvallend in Leuven, is de Aziatische herkomst belangrijk.

Kaart 28 herhaalt deze gegevens op het niveau van deelgemeenten. Daaruit blijkt dat er ook

binnen gemeenten grote verschillen zijn. Zo komt de kanaalzone rond Brussel veel duidelijker tot

uiting. Ook is het duidelijk dat de waarden in de stadscentra veel hoger liggen dan in de andere

deelgemeenten van de steden.

45


46

DEEL II: Verhoogd risico op armoede

Kaart Kaart 27 27: 27 : De De bevolking bevolking van van niet niet-Europese niet Europese origine (01/01/2011)

% van de bevolking

12,1 - 17,2

6,2 - 12,0

3,1 - 6,1

1,6 - 3,0

0,9 - 1,5

Vlaams-Brabant: 6,1

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

aantal

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

3.000

Maghreb-landen en Turkije

Noord-Amerika, Oceanië en andere rijke OESO-landen

andere landen

Boortmeerbeek

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

Keerbergen

Bertem

Huldenberg

Haacht

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: Rijksregister, verwerking Steunpunt sociale planning

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Kaart Kaart 28 28: 28 : De De De bevolking bevolking van van niet niet-Europese niet Europese origine op op hhet

h

et niveau niveau niveau van van de de deelgemeenten deelgemeenten (01/01/2011)

(01/01/2011)

% van de bevolking

12,1 - 23,1

6,2 - 12,0

3,1 - 6,1

1,6 - 3,0

0,0 - 1,5

Vlaams-Brabant: 6,1

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Gooik

Affligem

Roosdaal

Ternat

Lennik

Pepingen

Opwijk

Asse

Merchtem

Halle

Dilbeek

Londerzeel

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

Zemst

Grimbergen Vilvoorde

Linkebeek

aantal

Beersel Sint-

Genesius-

Rode

2.000

Maghreb-landen en Turkije

Noord-Amerika, Oceanië en andere rijke OESO-landen

andere landen

Steenokkerzeel

Machelen

Kortenberg

Zaventem

Kraainem

Hoeilaart

Wezembeek-Bertem

Oppem

Tervuren

Boortmeerbeek

Kampenhout

Overijse

Herent

Huldenberg

Keerbergen

Haacht

Tremelo

Rotselaar

Leuven

Begijnendijk

Holsbeek

Bierbeek

Oud-Heverlee

Lubbeek

Aarschot

Boutersem

Hoegaarden

Tielt-Winge

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

Diest

Kortenaken Geetbets

Linter

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: VDAB; bevolking: Rijksregister, verwerking Steunpunt sociale planning

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Landen

Zoutleeuw


5 Gezondheidsproblemen

Gezondheidsproblemen

Personen met een zwakke gezondheid of

met een handicap kennen een groter

armoederisico dan gemiddeld. Ook hier

speelt moeilijke toegang tot de

arbeidsmarkt vaak een rol. Omgekeerd kan

armoede ook leiden tot

gezondheidsproblemen. Men stelt al jaren

vast dat zowel het aantal gezonde jaren als

de levensverwachting lager is voor armen

dan gemiddeld. We kijken eerst naar de

algemene algemene gezondheidstoestand gezondheidstoestand van de

bevolking, en vervolgens naar de personen ersonen

met met een een handicap handicap. handicap

DEEL II: Verhoogd risico op armoede

5.1 5.1 Algemene Algemene gezondheidstoestand

gezondheidstoestand

Ervaring Ervaring van van een een gehuwde gehuwde gehuwde vrouw vrouw vrouw met met met drie drie

drie

kinderen kinderen kinderen uit uit de de regio regio Vilvoorde

Vilvoorde

"Mijn man is ziek gevallen, resultaat: veel

minder inkomen. Gelukkig hadden we een

sociale woning. We hadden wel drie studerende

kinderen, eerst nog lagere school, dan

middelbaar en dan Universiteit en Hoge School.

Het inkomen bleef altijd hetzelfde. Kwam er 2%

bij dan ging de huishuur omhoog en zo kwam er

nooit iets bij. Dus moest ik gewoon zoveel

mogelijk alles organiseren en de moed niet laten

zakken, wat soms moeilijk is. We moeten altijd

zien dat we geen schulden maken. Geen

vakantie, niet roken of drinken, alleen het

nodige kopen. Zorgen dat de kinderen konden

studeren voor een goed diploma. Ik heb jaren

mijn verstand op nul gezet en alles uitgespaard

om de studies en de kleren voor de kinderen te

kunnen betalen. Ik kan mij ontspannen door

vrijwilligerswerk te doen en andere mensen in

armoede te helpen. Ik spreek een troostend

woord en probeer ze de weg te wijzen hoe ze

met minder geld kunnen leven. Mijn spreuk is: je

staat ervoor en je moet erdoor."

Voor de algemene gezondheidstoestand zijn we aangewezen op de gegevens van de sociaaleconomische

enquête van 2001, waarbij de gehele bevolking werd bevraagd. 21,7% van de

bevolking in Vlaams-Brabant vindt zijn of haar algemene gezondheidstoestand niet goed. Van

4,9% van de bevolking is de gezondheidstoestand slecht of zeer slecht. In Vlaanderen zijn de

waarden wat lager, in Brussel heel wat hoger. 38

Deze beoordeling is afhankelijk van de leeftijd

en het geslacht. Zo rapporteren oudere mensen vanzelfsprekend vaker een minder goede

gezondheid dan jongeren. Om deze impact van leeftijdsstructuur en geslachtsverdeling weg te

werken werd een index berekend. 39

Als deze index hoger is dan 1, wil dit zeggen dat de

gerapporteerde gezondheid minder goed is in die gemeente dan in Vlaanderen als geheel, los

van leeftijds- of geslachtseffecten. Als deze index lager is dan 1, is de gerapporteerde

gezondheid beter dan in Vlaanderen als geheel. Kaart 29 geeft deze index weer.

47


48

DEEL II: Verhoogd risico op armoede

Kaart Kaart 29 29: 29 29:

: Subjectieve Subjectieve gezondheidstoestand gezondheidstoestand van van de de bevolking, bevolking, gecorrigeerd gecorrigeerd voor voor leeftijd leeftijd en en geslacht geslacht (01/10/2001)

(01/10/2001)

% niet goed (index*)

1,12 - 1,37 (Brussel: 1,12 - 1,87)

1,03 - 1,11

0,97 - 1,02

0,91 - 0,96

0,80 - 0,90

Vlaanderen: 1,0

Vlaams-Brabant: 1,02

* werkt het effect weg

van een verschillende

leeftijds- en geslachtsstructuur

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

aantal

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

7.500

redelijk

slecht

zeer slecht

Boortmeerbeek

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

Keerbergen

Bertem

Huldenberg

Haacht

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: ADSEI, FOD Economie

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

De gezondheidstoestand is duidelijk minder goed in het gehele Hageland, in de Zennevallei en

in mindere mate in het Pajottenland. Ze is heel goed in de residentiële gemeenten ten

zuidoosten en in mindere mate ten noordwesten van Brussel. Er is op gemeentelijk niveau dus

een duidelijke overeenkomst tussen de gezondheidstoestand en het gemiddeld inkomen.

5.2 5.2 Personen Personen met met een een handicap

handicap

Om een tegemoetkoming te ontvangen

voor personen met een handicap of te

genieten van bepaalde sociale en fiscale

voordelen is een attest nodig van de

Directie-Generaal (DG) Personen met een

handicap. Kaart 30 toont het aantal

personen met zulke erkenning. Ook hier zijn

er lage waarden ten zuidoosten van Brussel

en zijn er hoge waarden in het Hageland.

Het Pajottenland vertoont hier ook hoge

waarden. Zowel bij de 18-64 jarigen als bij

de 65-plussers zijn deze patronen te zien. Bij

de 18-64 jarigen zijn de waarden wel

duidelijk hoger in gemeenten met grote

voorzieningen voor personen met een

handicap, zoals in Roosdaal, Bierbeek,

Tienen en Diest. 40

Ervaring Ervaring uit uit de de regio regio Tie Tienen Tie nen

"Het leven lachte me toe. Ik was getrouwd, ik

had werk en we hadden een huis gekocht. Toen

sloeg het noodlot toe. Ik werd zwaar ziek. Ik

kreeg fibromiogie. Dat is een tumor op het

verdeelcentrum van de hersenen. Ze kwamen

me halen met de ambulance van het Vlaamse

Kruis. De toegang tot gezondheidszorg blijft

beperkt voor arme mensen. De afstand is soms

figuurlijk, soms letterlijk enorm groot. Ik kan

geen medicamenten kopen, want mijn zoontje

heeft schoolboeken nodig."


DEEL II: Verhoogd risico op armoede

Kaart Kaart 30 30: 30 : Personen Personen met met een een erkenning erkenning door door de de DG DG Personen Personen met met een een handicap handicap (31/12/2010)

(31/12/2010)

% van de bevolking (18+)*

6,9 - 8,8

4,9 - 6,8

4,4 - 4,8

3,4 - 4,3

2,1 - 3,3

Vlaams-Brabant: 4,9

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

* t.o.v. de bevolking op 01/01/2010

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

Keerbergen

Boortmeerbeek

Steenokkerzeel

Machelen

aantal

1.500

18-64 jaar

65+

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

Bertem

Huldenberg

Haacht

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: DG Personen met een handicap; bevolking: ADSEI, FOD Economie

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Natuurlijk hebben niet alle personen met een handicap een erkenning (aangevraagd). We

kunnen het totaal aantal personen met een handicap begroten door middel van de sociaaleconomische

enquête 2001. Daarin werd aan iedereen gevraagd of men lijdt aan één of

meerdere langdurige ziekten of handicap. Dit is het geval voor 19% van de bevolking. 14,9%

van de bevolking is daardoor (af en toe of voortdurend) belemmerd in de dagelijkse bezigheden.

5,3% is zelfs (af en toe of voortdurend) bedlegering vanwege deze ziekten. In Vlaanderen zijn

de waarden wat hoger; in Brussel zijn ze nog hoger. 41

Kaart 31 toont het aantal personen dat

regelmatig belemmerd wordt in de dagelijkse bezigheden door een langdurige ziekte of

handicap, opnieuw voorgesteld door een index. Deze kaart vertoont heel wat overeenkomsten

met de kaart van het aantal erkenningen.

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

Kaart Kaart 31 31: 31 : Aantal Aantal personen personen dat dat belemmerd belemmerd belemmerd wordt wordt in in in dde

d e dagelijkse bezigheden bezigheden door door langdurige langdurige ziekte ziekte of of handicap

handicap

(01/10/2001)

(01/10/2001)

% regelmatig (index*)

1,13 - 1,41 (Brussel: 1,12 - 1,47)

0,97 - 1,12

0,91 - 0,96

0,85 - 0,90

0,75 - 0,84

Vlaanderen: 1,00

Vlaams-Brabant: 0,96

* werkt het effect weg

van een verschillende

leeftijds- en geslachtsstructuur

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

aantal

Overijse

5.000

Boortmeerbeek

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

af en toe

voortdurend

Keerbergen

Bertem

Huldenberg

Haacht

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: ADSEI, FOD Economie

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

49


50

DEEL II: Verhoogd risico op armoede

Wel is het zo dat enkele gemeenten, zoals Vilvoorde en Machelen, hier relatief hogere waarden

hebben. Het lijkt er dus op dat daar heel wat personen geen erkenning hebben (aangevraagd).

Het omgekeerde is dan weer het geval in het Pajottenland. Informatieverstrekking en

communicatie rond sociale voordelen en uitkeringen kunnen daarbij een rol spelen.

Verschillende redenen kunnen ertoe leiden dat de bevolking in bepaalde gemeenten minder

goed ingelicht is over het bestaan van sociale voordelen en uitkeringen en de manier waarop

deze moeten worden aangevraagd. In de rand rond Brussel zijn er bijvoorbeeld veel

anderstaligen en het voorzieningenaanbod is er kleiner, zodat doorverwijzing minder efficiënt

kan gebeuren.

6 Woonsituatie

Woonsituatie

Gemiddeld genomen heeft een huurder een

groter risico op armoede dan een eigenaar.

Dat wil niet zeggen dat woningeigenaars

geen risico lopen op armoede. Wel is het zo

dat personen in armoede meestal

aangewezen zijn op de huurmarkt. De

huurmarkt wordt meer en meer een

restcategorie voor huishoudens die geen

woning meer kunnen verwerven. Het

gemiddeld inkomen van huurders daalt met

de jaren. 42

Ervaring Ervaring uit uit de de regio regio Halle

Halle

"Ik woonde in een klein huisje (eigenlijk een

krot) aan een drukke steenweg. De huisbaas

beloofde me vanaf het begin dat ik erin woonde

om nieuwe ramen te steken en het lekkende dak

te hermaken. Tien jaar later was er nog steeds

niets gebeurd. Het regende letterlijk overal

binnen en de wind waaide er harder dan buiten.

Resultaat: overal schimmel en geen courage

meer om te kuisen en op te ruimen. Tot ik

uiteindelijk in contact kwam met het OCMW. Ze

lieten het huis onbewoonbaar verklaren en ik

kon uiteindelijk terecht in een sociale woning. Ik

leef nu in een kalme wijk. Ik moet het me wel

terug gewoon maken om mijn huis in orde te

houden want dat was ik na al die jaren wel

verleerd, maar ik leef nu tenminste wind- en

vochtvrij."

Een specifiek probleem waarmee armen in Vlaams-Brabant kampen zijn de hoge hoge wwoning

w woning

oning- oning en

huurprijzen huurprijzen. huurprijzen Dat wordt in een eerste onderdeel bekeken. Bovendien is het aanbod aan sociale

woningen lager dan elders in Vlaanderen en België. Het huisvestingsaanbod wordt in een

tweede onderdeel bekeken. In een derde onderdeel wordt ingegaan op de problematiek van

energie energie en en water water. water De sterk stijgende prijzen hiervan zijn problematisch voor heel wat gezinnen

met een laag inkomen.

6.1 6.1 Hoge Hoge woning woning- woning en en huurprijzen huurprijzen

huurprijzen

Op Waals-Brabant na is Vlaams-Brabant de duurste Belgische provincie om te wonen, wanneer

we ons baseren op de verkoopprijzen van gewone woonhuizen 43

. Vooral de prijzen in het

arrondissement Halle-Vilvoorde zijn erg hoog (Kaart 32). Alleen in het Brussels Hoofdstedelijk

Gewest zijn de prijzen nog hoger. De minst hoge prijzen vinden we in het uiterste oosten van de

provincie en in mindere mate in het uiterste westen.


DEEL II: Verhoogd risico op armoede

Kaart Kaart 32 32: 32 : Gemiddelde Gemiddelde verkoopprijs verkoopprijs gewone gewone woonhuizen woonhuizen (2010)

(2010)

in euro

256.000 - 366.613 (Brussel: 256.000 - 477.145)

236.000 - 255.999

211.000 - 235.999

181.000 - 210.999

143.425 - 180.999

Vlaams-Brabant: 211.000

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

Boortmeerbeek

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

aantal verkopingen

Overijse

250

Keerbergen

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: ADSEI, FOD Economie

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Bijgevolg zijn ook de huurprijzen, waar mensen in armoede vaak op aangewezen zijn, erg hoog

in Vlaams-Brabant. De meest recente cijfers over de huurprijzen (2001) 44

geven aan dat alleen

Waals-Brabant nog duurder is. Ook bij de huurprijzen zijn de cijfers het hoogst in het

arrondissement Halle-Vilvoorde (Kaart 33). Deze kaart wordt wel beïnvloed door de ongelijke

spreiding van verschillende woningtypes: de huurwoningen ten zuidoosten van Brussel zijn heel

wat groter dan de huurwoningen in Leuven of Vilvoorde, waar het vaak om appartementen

gaat. Ook de kwaliteit van de woningen is verschillend.

Kaart Kaart 33 33: 33 : Gemiddelde Gemiddelde huurprijs huurprijs woningen woningen (01/10/2001)

(01/10/2001)

in euro

516 - 709

476 - 515

436 - 475

396 - 435

334 - 395

Vlaams-Brabant: 436

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

aantal

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

3.000

< 248 euro

248 - 496 euro

> 496 euro

Boortmeerbeek

Kampenhout

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

Keerbergen

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Linter

Landen

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: ADSEI, FOD Economie

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

Geetbets

Zoutleeuw

51


52

DEEL II: Verhoogd risico op armoede

Hoge huurprijzen betekenen een grote hap uit het budget van lage inkomensgroepen. In het

woononderzoek wordt er meestal een grens gelegd tussen 20% en 30%. Boven deze waarde

wordt er gesteld dat de woonuitgaven een onredelijk deel van het inkomen in beslag nemen. 45

Wanneer we een aantal vervangingsinkomens (het leefloon en de inkomensgarantie voor

ouderen) vergelijken met de huurprijs van een gemiddelde woning, blijkt dat deze grens ruim

overschreden wordt. Wanneer samenwonenden (met of zonder kinderen) die aangewezen zijn

op een leefloon een gemiddelde woning huren, ligt het aandeel van de woonkost in hun

inkomen tussen 52% en 78%. Het eerste cijfer is vermoedelijk een onderschatting en werd

bepaald door de huurprijzen in 2001 te indexeren naar 2010. Het tweede cijfer is vermoedelijk

een overschatting en werd bepaald door de huurprijzen in 2001 aan te passen aan de

woningprijsevolutie tussen 2001 en 2010. Voor samenwonenden (met of zonder kinderen) die

aangewezen zijn op een inkomensgarantie voor ouderen ligt dit aandeel tussen 42% en 63%

(Tabel 2). Er zijn natuurlijk grote verschillen tussen de gemeenten. De laagste huurprijzen vinden

we in Landen, de hoogste huurprijzen in Overijse (Kaart 33).

Tabel Tabel 2: : Het Het aandeel aandeel van van de de huurprijs huurprijs van van een een gemiddelde gemiddelde woning woning in in het het inkomen inkomen van samen samenwonenden

samen

wonenden

inkomen

(euro)

gemiddelde

huur in

2001

(euro)

gemiddelde

huur 2010,

geïndexeerd

(euro)

% van

het

inkomen

gemiddelde huur

2010, aangepast

aan de woningprijsevolutie

(euro)

% van het

inkomen

Leefloon eefloon 1.007 436 516 51,2 51,2 51,2

769 76, 76,3 76,

IGO IGO

1.246 436 516 41,4 41,4

769 61,7

61,7

Bron data inkomens: POD Maatschappelijke integratie; Rijksdienst voor pensioenen

Bron Data huurprijzen: ADSEI, FOD Economie

6.2 6.2 6.2 Het Het Het huisvestingsaanbod

huisvestingsaanbod

De sociale huursector kan een alternatief bieden voor gezinnen met lage inkomens. Het

inkomen van sociale huurders ligt inderdaad sterk beneden het gemiddelde. Het gemiddelde

gezinsinkomen van sociale huurders bedraagt 16.957 euro, terwijl het gemiddeld netto

belastbaar inkomen per aangifte 31.823 euro bedraagt. Dat wil zeggen dat het gemiddeld

gezinsinkomen van sociale huurders slechts 53% bedraagt van het gemiddeld gezinsinkomen. 46

Het aantal sociale woningen in Vlaams-Brabant is echter erg beperkt: geen enkele Vlaamse

provincie kent een lager aandeel sociale huurwoningen dan Vlaams-Brabant. Vlaams-Brabant

heeft slechts 3,5% sociale huurwoningen, terwijl het in Vlaanderen om 5,5% van de woningen

gaat (wat ook weer lager is dan de waarden in Wallonië of Brussel 47

). Deze

ondervertegenwoordiging geldt zowel voor het arrondissement Leuven (3,4%) als voor het

arrondissement Halle-Vilvoorde (3,7%). Het aandeel sociale huurwoningen ligt wel gevoelig

hoger in een aantal steden (Vilvoorde, Leuven, Landen, Halle, Diest). Daarnaast hebben enkel

Wezembeek-Oppem en Sint-Pieters-Leeuw nog een waarde die boven het Vlaamse gemiddelde

ligt (Kaart 34). 9 van de 13 gemeenten zonder sociale woningen liggen in Vlaams-Brabant.


Kaart Kaart 34 34: 34 : Aandeel Aandeel sociale sociale huurwoningen huurwoningen huurwoningen (31/12/2009)

(31/12/2009)

% van de huishoudens

5,6 - 10,9 (Brussel: 5,7 - 18,1)

3,6 - 5,5

1,6 - 3,5

0,1 - 1,5

0,0

Vlaams-Brabant: 3,5

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

DEEL II: Verhoogd risico op armoede

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

aantal

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

750

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

eengezinswoningen

appartementen

Boortmeerbeek

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

Keerbergen

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: VMSW; huishoudens: Rijksregister, verwerking Steunpunt sociale planning;

Observatorium voor Gezondheid en Welzijn van Brussel-Hoofdstad

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Bijgevolg staan er heel wat gezinnen op de wachtlijst voor een sociale huurwoning. In Vlaams-

Brabant waren er op 31 december 2009 9.610 kandidaat-huurders. De gemiddelde leeftijd van

de aanvragers was 46 jaar, en de meeste aanvragers zijn tussen 30 en 50 jaar. De wachttijd

(gemeten op het moment van toewijzing van een woning) bedroeg met 842 dagen meer dan

twee jaar. 48

Er zijn echter grote verschillen van gemeente tot gemeente (Kaart 35). Het aantal

kandidaat-huurders is vooral hoog in Leuven, in de industriële as rond Brussel (Vilvoorde,

Machelen, Zaventem, Sint-Pieters-Leeuw, Asse) en in andere steden (Diest, Tienen, Asse).

Daarnaast zijn er enkel nog bovengemiddelde waarden in Ternat en Tremelo. Dit wil overigens

niet zeggen dat deze gezinnen een sociale woning in die gemeente hebben aangevraagd. Wel

verblijven zij op het moment van hun aanvraag in die gemeente. Deze kaart wordt dus mee

bepaald door de spreiding van het huisvestingsaanbod in de minder dure segmenten.

Kaart Kaart 35 35: 35 : Aantal Aantal kandidaat kandidaat-hu

kandidaat hu huurders urders van van een een sociale sociale woning, woning, naar naar woonplaats woonplaats (13/12/2009)

(13/12/2009)

% van de private huishoudens

4,5 - 9,7

2,3 - 4,4

1,2 - 2,2

0,7 - 1,1

0,0 - 0,6

Vlaams-Brabant: 2,2

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

aantal

Boortmeerbeek

Kampenhout

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

1

10

1.000

Keerbergen

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Linter

Landen

Diest

Kortenaken

Linter

Landen

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: VMSW; huishoudens: Rijksregister, verwerking Steunpunt sociale planning

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Geetbets

Zoutleeuw

Geetbets

Zoutleeuw

53


Ervaring Ervaring van van iemand iemand uit uit de de regio regio Halle

Halle

"Ik wacht al negen jaar op een sociale woning.

De huishuur op de privémarkt was in het begin

nog net betaalbaar, maar uiteindelijk ben ik

eraan ten onder gegaan. Mijn aanvraag was

ingediend, maar ik kreeg geen antwoord.

Uiteindelijk bleek dat ik die vraag moest

vernieuwen, maar ik had wel andere zorgen aan

mijn hoofd. De brief waarin dat stond, moet

ergens tussen de stapels facturen verloren

gegaan zijn. Eigenlijk kan het me allemaal niet

meer schelen. Ik heb toch niets meer dat ze me

kunnen afpakken."

Kaart Kaart 36 36: 36 : Aantal Aantal huurwoningen huurwoningen (01/10/2001)

(01/10/2001)

% van het aantal woningen

54

29,6 - 45,0 (Brussel: 29,6 - 72,9)

23,6 - 29,5

17,6 - 23,5

13,6 - 17,5

7,1 - 13,5

Vlaams-Brabant: 23,5

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

DEEL II: Verhoogd risico op armoede

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

aantal

3.000

Boortmeerbeek

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

Door dit lage aandeel sociale huurwoningen

zijn de meeste kandidaat-huurders

aangewezen op de private huurmarkt. Ook

de private huurmarkt is vooral belangrijk in

stedelijke gebieden.

Kaart 36 geeft het aandeel van alle

huurwoningen in het totaal aantal

woningen. We zien opnieuw de industriële

as rond Brussel en de stad Leuven.

Daarnaast hebben ook Diest, Tienen,

Aarschot en zowat alle gemeenten rond

Brussel een bovengemiddelde waarde.

private woning

sociale woning

Keerbergen

Bertem

Huldenberg

Haacht

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: ADSEI, FOD Economie

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

In de goedkopere segmenten van de private huurmarkt laat de kwaliteit van de woningen vaak

te wensen over, maar ook heel wat eigenaarswoningen bieden een beperkte kwaliteit. Er is

sinds 2001 echter geen enkele indicator beschikbaar die de woningkwaliteit meet. We kunnen

wel kijken naar de ouderdom van de woningen, hoewel oude woningen niet noodzakelijk

samengaan met een slechte kwaliteit. Kaart 37 toont het aantal woonhuizen gebouwd voor

1946. We zien hier het zuiden van de provincie (vooral zuidelijk Hageland en zuidelijk

Pajottenland), de stad Leuven en de industriële as rond Brussel.


DEEL II: Verhoogd risico op armoede

Kaart Kaart 37 37: 37 : Aantal Aantal woonhuizen woonhuizen gebouwd gebouwd voor voor 1946 1946 (01/01/2010)

(01/01/2010)

% van de woonhuizen

39,7 - 61,7 (Brussel: 39,7 - 98,8)

29,7 - 39,6

24,7 - 29,6

22,2 - 24,6

11,7 - 22,1

Vlaams-Brabant: 29,6

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

Ervaring Ervaring van van een een alleenstaande alleenstaande vrouw vrouw zonder zonder

zonder

kinderen kinderen uit uit de de regio regio Tienen

Tienen

"Ik trek een tegemoetkoming van ‘De Zwarte-

Lieve-Vrouwestraat’. Ik sta dus op de ziekenkas.

Noodgedwongen heb ik moeten verhuizen van

een privé-huurwoning naar een appartement

van de sociale huisvestingsmaatschappij. Ik

moest wel, want het was ervoor vies, vuil en

ongezond. Voor mijn situatie als 'epileptieker'

deed dat zeker geen goed. De huishuur was wel

laag, maar wat koop je daar voor? Sommige

delen van het huis waren niet verzekerd en ik

droeg er wel de verantwoordelijkheid voor als er

iets moest gebeuren, brand of zo… Sinds juni

van dit jaar is me uiteindelijk een appartement

aangeboden. Een heel opluchting voor mij. Ik zie

lucht, ik zie licht en ik kom nu meer onder de

mensen. Nu woon ik gerieflijk en de buren zijn

vriendelijk"

6.3 6.3 6.3 Energie Energie Energie en en water

water

aantal

3.000

voor 1919

Boortmeerbeek

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

1919-1945

Overijse

Keerbergen

Bertem

Huldenberg

Haacht

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: ADSEI, FOD Economie

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

Aan de onderkant van de woningmarkt zijn

er ook mensen die zich geen huurwoning

meer kunnen veroorloven. Het is niet

bekend hoeveel daklozen er in Vlaams-

Brabant zijn. We weten wel dat in 2010 132

gezinnen een installatiepremie van het

OCMW kregen, waarvan 66 in Leuven. De

installatiepremie is een geldsom die een

gezin in staat moet stellen een woning te

betrekken en in te richten. Daarmee kunnen

meubels worden gekocht of aansluitingen

betaald. Het doel van de premie is daklozen

en personen die op een camping verblijven,

aan te moedigen om zich in een woning te

vestigen en zo over een officieel adres te

beschikken.

Terwijl de woningprijzen de laatste jaren heel sterk stegen (een woning in Vlaams-Brabant

kostte in 2010 meer dan 30% meer dan in 2005); geldt dit ook voor de andere woonkosten:

energie en water. Figuur 21 geeft de evolutie weer van de prijzen van elektriciteit, water, gas en

vloeibare brandstoffen (stookolie) vanaf januari 2006. De waarde op deze datum werd gelijk

gesteld aan 100 en de waarden in de maanden daarna werden als een percentage van dit getal

uitgedrukt. We zien een opwaartse beweging van de elektriciteitsprijs en waterprijs, die ruim

boven de stijging van de algemene levensduurte (gemeten door middel van het algemeen

indexcijfer) uitkomt. De prijs van gas en zeker van stookolie varieert erg sterk, maar kent de

laatste maanden ook een zeer sterke prijsstijging.

55


56

DEEL II: Verhoogd risico op armoede

Figuur Figuur 21 21: 21

Algemene Algemene index index en en de de index index van van aardgas, aardgas, aardgas, stookolie, stookolie, elektriciteit elektriciteit en en water.

water.

180

160

140

120

100

80

60

01/2006 01/2007 01/2008 01/2009 01/2010 01/2011

Bron data: ADSEI, FOD Economie

Er bestaan echter een aantal federale sociale

maatregelen die via de OCMW's

tussenkomen in de energiekosten. Het

sociaal verwarmingsfonds komt gedeeltelijk

tussenbeide in de betaling van de

verwarmingsfactuur wanneer men zich in

een moeilijke financiële situatie bevindt. In

Vlaams-Brabant deden in 2010 8.359

gezinnen een beroep op dit fonds 49

Dat is

1,9% van het totaal aantal private

huishoudens.

Elektriciteit

Waterverbruik

Gas

Vloeibare brandstoffen

Algemeen indexcijfer

Ervaring Ervaring uit uit uit de de de regio regio Halle

Halle

"Bij ons in de blokken hebben ze een paar jaar

geleden de energievoorzieningen 'vernieuwd'.

Het gevolg is dat nu alle tellers in een proper

lokaal staan, maar omdat dat lokaal proper zou

blijven is dat steeds op slot. Wij kunnen dus zelf

niet eens meer gaan controleren hoeveel we

verbruiken. Ik volgde een cursus om beter met

energie om te springen, maar ik kan niet weten

of ik eigenlijk goed bezig ben. Als we vragen om

naar de meters te kijken, kan dat niet. Na veel

aandringen zeggen ze het ons wel, maar je moet

achter hun veren zitten en dat pakt tijd. We zijn

dus nog meer afhankelijk en of we nu willen of

niet, we kunnen niets weten over ons verbruik.

Mensen met een budgetmeter moeten ook

gokken wanneer hun kaart zal op zijn."

Het sociaal verwarmingsfonds komt echter niet tussen wanneer men verwarmt met aardgas via

het distributienet. Bijgevolg is het aandeel gezinnen dat hiervan gebruik maakt erg klein in

stedelijke gebieden, waar vooral met aardgas wordt verwarmd. Zij kunnen wel beroep doen op

het gas- en elektriciteitsfonds. Dit fonds komt niet tussenbeide in de betaling, maar financiert

wel de OCMW's die daarmee een dienst voor schuldbemiddeling en budgetbegeleiding kunnen

opzetten. Ze kunnen ook achterstallige rekeningen aanzuiveren en maatregelen nemen voor

een preventief sociaal energiebeleid. In Vlaams Brabant werd in 2010 voor 7.648 gezinnen

schuldbemiddeling, budgetbegeleiding of budgetbeheer voorzien. Voor 3.377 gezinnen werd

een tegemoetkoming gedaan voor de aanzuivering van niet-betaalde rekeningen. Voor 1.494

gezinnen werden individuele acties preventief sociaal energiebeleid uitgevoerd. 50


DEEL II: Verhoogd risico op armoede

7 Gezinnen Gezinnen met met schuldenlast

schuldenlast

'Nieuwe armoede' is een term die al enkele decennia gebruikt wordt om armoede aan te duiden

waarvan de oorzaak ligt in economische recessie. Mensen die voorheen geen armoede kenden,

worden getroffen door werkloosheid en komen zo in een armoedesituatie terecht. De laatste

jaren stijgt het aantal gezinnen met schuldenlast heel sterk. Ook dat wordt vaak veroorzaakt

door economische omstandigheden. Omwille van hun beperkte financiële armslag zijn mensen

in armoede sterk vertegenwoordigd binnen deze groep van schuldenaren. Zij staan ook sterk

onder druk van de consumptiemaatschappij, onder meer door het verlangen om via consumptie

erkend te worden als volwaardig lid van de samenleving. In een eerste onderdeel wordt kort het

het

aantal aantal mensen mensen met met schuldenlast schuldenlast begroot. In een tweede onderdeel gaan we dieper in op

betalingsproblemen betalingsproblemen voor voor elektriciteit elektriciteit en en gas gas. gas De eerder vermelde sterk stijgende prijzen voor

deze producten werken betalingsproblemen immers in de hand.

7.1 7.1 Het Het Het aantal aantal mensen mensen met met schuldenlast

schuldenlast

Het aantal mensen met schuldenlast loopt op. Begin 2007 waren er in België al 337.852

kredietnemers (consumentenkredieten en hypothecaire leningen) met minstens één achterstallig

krediet. Eind 2010 waren er dat al 365.374. Dit is 4,2% van de meerderjarige bevolking. In

Vlaanderen is deze waarde lager (2,8%), in Wallonië en Brussel hoger (respectievelijk 5,8% en

5,4%). In Vlaams-Brabant is deze waarde het laagst, met 2,5%. In het arrondissement Leuven

gaat het zelfs maar om 2,2%. 51

7.2 7.2 Betalingsproblemen Betalingsproblemen Betalingsproblemen voor voor elektriciteit elektriciteit en en gas

gas

Energieleveranciers kunnen het contract beëindigen van huishoudelijke klanten die hun

energiefactuur niet meer betalen. Wanneer de klant geen nieuwe leverancier vindt, komt hij of

zij automatisch terecht bij de netbeheerder van de gemeente die dan optreedt als sociale

leverancier. Betaalt de klant ook hier de facturen niet, dan zal de sociale leverancier een

budgetmeter plaatsen die vooraf moet worden opgeladen. In het najaar van 2009 werden de

eerste budgetmeters voor aardgas geplaatst. Voordien waren enkel budgetmeters voor

elektriciteit in omloop. Wanneer de klant ook de sociale leverancier niet meer betaalt, is er een

minimumlevering voorzien, die echter ook niet gratis is. In een aantal gevallen zet ook de

netbeheerder de levering stop.

Voor het afsluiten van de energielevering moet de netbeheerder wel de toestemming krijgen

van de gemeentelijke Lokale Adviescommissie (LAC). Hetzelfde geldt overigens voor het afsluiten

van de watervoorziening. De LAC bestaat uit vertegenwoordigers van het OCMW en van de

water- en energieleveranciers en zoekt in overleg met de achterstallige betaler naar een

realistisch afbetalingsplan. Zij beslist dan bij consensus of de vraag van de distributeur terecht is

en of deze dus mag overgaan tot afsluiting bij de klant. Dit kan enkel in bepaalde gevallen,

bijvoorbeeld wanneer de klant weigert om een afbetalingsplan te sluiten. Ook zonder een advies

van de LAC kan er worden afgesloten, maar enkel in welbepaalde situaties (bij onveiligheid,

fraude, leegstand of levering zonder contract na verhuizing). De LAC komt ook samen bij een

vraag van een klant voor heraansluiting.

In Vlaams-Brabant waren er begin 2010 4.502 geplaatste actieve budgetmeters voor

elektriciteit. Dat is 0,98% van de huishoudelijke elektriciteitsafnemers aangesloten op het

distributienet. Op het einde van het jaar waren er dat al 4.949 of 1,08%. Het totale aantal

budgetmeters voor elektriciteit (actief en niet actief) ligt bijna dubbel zo hoog (9.190 of 2,00%).

57


58

DEEL II: Verhoogd risico op armoede

Het aandeel actieve budgetmeters is vooral hoog in de Zennevallei van Halle tot Vilvoorde, in de

noordwestelijke rand van Brussel, in Liedekerke en in Tienen (Kaart 38). Ook de gemeenten

Bever, Aarschot, Diest en Hoegaarden hebben bovengemiddelde waarden. Erg lage waarden

vinden we vooral in het centrale deel van het Hageland en in het Pajottenland. De cijfers in

Vlaanderen liggen heel wat hoger. Begin 2010 had 1,41% van de huishoudelijke

elektriciteitsafnemers er een actieve budgetmeter. Op het einde van het jaar was dat al 1,55%.

3,01% van de gezinnen heeft er een actieve of niet-actieve budgetmeter.

Kaart Kaart 38 38: 38 38:

: Het Het aantal aantal geplaatste geplaatste actieve actieve budgetmeters budgetmeters voor voor elektriciteit elektriciteit per per 1.000 1.000 gezinnen gezinnen (31/12/2010)

(31/12/2010)

per 1.000 gezinnen

17,1 - 25,0

11,1 - 17,0

8,1 - 11,0

5,1 - 8,0

0,0 - 5,0

Vlaams-Brabant: 11,0

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

De Vlaams-Brabantse Lokale

Adviescommissies (LAC's) behandelden in

2010 3.602 dossiers. Er werden 214

huishoudelijke afnemers afgesloten

(exclusief afsluitingen ingevolge verhuis) na

een advies van het LAC, voornamelijk

omwille van weigering of niet-naleving van

een afbetalingsplan. 189 afsluitingen

(exclusief afsluitingen ingevolge verhuis)

gebeurden zonder advies van het LAC,

voornamelijk omwille van leegstand. Begin

2010 waren er 250 huishoudelijke afnemers

afgesloten van elektriciteit. Op het einde

van het jaar waren er dat 317. Ook hier

liggen de cijfers heel wat hoger in

Vlaanderen als geheel.

aantal

10

50

100

Boortmeerbeek

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

Keerbergen

Bertem

Huldenberg

Haacht

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: VREG; gezinnen: Rijksregister, verwerking Steunpunt sociale planning

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

Ervaring Ervaring van van een een een alleenstaande alleenstaande vrouw vrouw uit uit de de

de

regio regio regio Leuven Leuven

Leuven

“Ik ben ooit afgesloten van energie. Op het

begin durfde ik hier met niemand over praten of

iemand om hulp vragen. Ik schaamde mij dat het

mij moest overkomen en dacht dat ik met mijn

probleem alleen stond. Op het ogenblik van de

afsluiting woonden mijn kinderen nog thuis.

Vooral voor hen vond ik het erg. Zij konden er

immers niets aan doen en ik had schrik dat ze

van mij weggenomen zouden worden.

Uiteindelijk heb ik al mijn moed bijeen geraapt

en ben ik toch hulp gaan zoeken. Alle

energieproblemen zijn nu van de baan. Intussen

heb ik ook geleerd dat ik niet de enige ben die

in de problemen is geraakt.”


DEEL II: Verhoogd risico op armoede

In Vlaams-Brabant waren er begin 2010 587 geplaatste actieve budgetmeters voor aardgas. Dat

is 0,21% van de huishoudelijke afnemers aangesloten op het distributienet. Op het einde van

het jaar waren er dat al 2.132 of 0,77%. De sterke stijging heeft te maken met het feit dat

budgetmeters voor aardgas nog maar geplaatst worden sinds het najaar van 2009. Het totale

aantal budgetmeters voor aardgas (actief en niet actief) ligt dan ook niet zo veel hoger (2.486 of

0,90%) dan het aantal actieve budgetmeters. Ook hier liggen de cijfers hoger in Vlaanderen.

De spreiding is gelijkaardig aan die van de budgetmeters voor elektriciteit, alleen hebben de

gemeenten Aarschot, Diest en Bever hier geen bovengemiddelde waarden. Deze cijfers moeten

wel met omzichtigheid worden geïnterpreteerd. Zowat alle gezinnen zijn aangesloten op het

distributienet voor elektriciteit, maar dit geldt niet voor aardgas. Er zijn 457.569 huishoudelijke

afnemers van elektriciteit via het distributienet, maar voor aardgas is dat slechts 275.741. Het

aantal afnemers is relatief hoger in de rand rond Brussel, in het Leuvense en in Tienen.

59


60

DEEL III: Armoede bij gezinnen met kinderen

DEEL DEEL III: III: Armoede Armoede bij bij gezinnen gezinnen met met kinderen kinderen

kinderen

Kinderarmoede is bijzonder ernstig omdat het niet alleen het welzijn van de kinderen in gevaar

brengt, maar ook hun toekomst. Kinderen die in armoede leven hebben immers een veel hoger

risico om later ook in armoede te belanden. Het is alarmerend dat de armoede onder kinderen

in België hoger is dan de armoede onder de totale bevolking: 16,6% van de 0-17 jarigen leeft

onder de armoedegrens, terwijl dit voor de totale bevolking 14,7% bedraagt. 52

Bij de jongste

leeftijdsgroep, de 0-6 jarigen leeft 16,5% onder de armoedegrens. Voor de 13-17 jarigen is het

zelfs nog hoger (19,5%). Alleen de 65-plussers kennen nog een groter aandeel armen. Er zijn

ook grote ruimtelijke verschillen. In Vlaanderen is het risico voor kinderen veel lager (8,3%), in

Brussel is het veel hoger (31,1%).

In een eerste deel gaan we na hoeveel kinderen opgroeien in een gezin zonder werk. De

overgrote meerderheid van kinderen die opgroeien in een gezin zonder werk zijn immers arm

(82,1%). Daarbij mag echter niet vergeten worden dat nog steeds 60% van de kinderen in

armoede in een gezin wonen waar wel wordt gewerkt, deeltijds of voltijds, door één of twee

ouders. In een tweede deel wordt nagegaan hoeveel kinderen een voorkeursregeling in de

ziekteverzekering hebben omwille van een laag gezinsinkomen. Daar gaat het dus om een

indicator die breder is dan alleen de werksituatie van de ouders. 53

In een derde derde deel worden de

'Gelijke Onderwijskansen'- of 'GOK'-indicatoren van de leerlingen in het basisonderwijs en

secundair onderwijs geanalyseerd. Een van die indicatoren meet het gezinsinkomen, maar

bijvoorbeeld ook de opleiding van de ouders wordt bevraagd. Dat laatste houdt wel een

verhoogd risico op armoede in, maar betekent niet noodzakelijk dat het gezin ook arm is. In een

vierde vierde deel deel wordt het aantal geboorten in kansarme gezinnen bekeken. Hier speelt het

samenspel van niet alleen de werksituatie, het inkomen en de opleiding van de ouders, maar

ook van de huisvestingssituatie, de opvoedingssituatie en de gezondheidssituatie. In de

volgende twee onderdelen ligt de focus minder op armoede-indicatoren, maar verschuiven we

de focus naar een aantal risicofactoren voor armoede. In het vijfde deel gaan we in op leerlingen

met risicoschoolloopbanen, die kunnen leiden tot vroegtijdige schooluitval. In een zesde zesde zesde deel

deel

hernemen we één van de demografische risicofactoren, de gezinssituatie, vanuit het perspectief

van het kind. We kijken niet naar het aantal eenoudergezinnen ten opzichte van het totaal

aantal gezinnen, maar we kijken naar het aantal kinderen dat opgroeit in een eenoudergezin

ten opzichte van het totaal aantal kinderen.

Ervaring Ervaring uit uit de de regio regio Buizingen

Buizingen

"Mijn ouders scheidden toen ik vijf jaar was. Vader verdween met de noorderzon. Moeder geraakte in

een depressie. De alimentatie kwam erg onregelmatig zodat het vaak de eindjes aan elkaar knopen was.

Al snel leerde ik met heel weinig tevreden zijn: voeding en kleding was een voortdurende zorg, uitstapjes,

film, vakantie kwam niet aan de orde. Moeder had ook een hele grote fierheid waardoor ze moeilijk om

hulp kon vragen. Daarbij speelde voortdurend de zorg om moeder, en haar zoektocht om rond te komen,

haar ziekte,… bezorgden me vele slapeloze nachten. Dankzij begrip vanuit de school, studietoelagen kon

ik de school afmaken. Ik hou er een dubbel gevoel aan over: enerzijds dankbaarheid voor de steun die we

kregen en anderzijds spijt om de vele gemiste kansen door gebrek aan vertrouwen en angst om in het

leven te durven staan."


DEEL III: Armoede bij gezinnen met kinderen

8 Kinderen Kinderen in in gezinnen gezinnen zonder zonder werk

werk

Het aandeel minderjarigen dat opgroeit in een gezin zonder inkomen uit arbeid of pensioen

bedraagt in Vlaams-Brabant 7,0%, terwijl het in Vlaanderen om 7,5% gaat. Wanneer we naar

de gezinnen kijken, liggen de waarden iets lager. Het aandeel gezinnen met minderjarige

kinderen zonder inkomen uit arbeid of pensioen bedraagt in Vlaams-Brabant 6,6% en in

Vlaanderen 7,0%.

Deze cijfers daalden met de sterke economische conjunctuur in het midden van de jaren 2000,

maar gaan sinds eind 2008 terug in stijgende lijn. Vooral eenoudergezinnen met minderjarige

kinderen hebben geen inkomen uit arbeid of pensioen. Daar gaat het om 20,5%, terwijl het bij

koppels met minderjarige kinderen slechts om 3,9% gaat.

De waarden zouden in Vlaams-Brabant nog heel wat lager liggen moesten de gezinnen van

werknemers van internationale organisaties, die in Vlaams-Brabant relatief talrijk zijn, niet

worden meegeteld. De hier gebruikte cijfers zijn afkomstig van de Kruispuntbank van de Sociale

Zekerheid (KSZ), die deze gezinnen registreert als gezinnen zonder inkomen uit arbeid, omdat zij

niet verbonden zijn met de Belgische sociale zekerheid. Dit is heel duidelijk te zien op Kaart 39,

waar de hoogste waarden ten zuiden en oosten van Brussel liggen. Daarom werden op deze

kaart de gemeenten aangeduid waar een belangrijke aanwezigheid is van internationale

werknemers. 54

Wanneer we naar de andere gemeenten kijken, waar dit effect niet of minder

speelt, zien we hoge waarden in de Zennevallei (Drogenbos, Vilvoorde, Machelen) en Leuven.

Ook Tienen, Asse, Wemmel en Sint-Pieters-Leeuw hebben nog bovengemiddelde waarden.

Verder zijn er nog iets meer uitgesproken waarden rond Brussel, in de steden in het Hageland

en in enkele verspreide gemeenten (Liedekerke, Bever, Geetbets). Lage waarden zijn er in het

Pajottenland, in het noorden van de provincie en ten zuiden en ten oosten van Leuven, tot aan

de provinciegrens. Het gaat dus vooral om een stedelijk fenomeen.

Kaart Kaart 39 39: 39 : Gezinnen Gezinnen met met minderjarige minderjarige kinderen kinderen zzonder

z zonder

onder inkomen inkomen uit arbeid of pensioen (31/12/2008)

% van de gezinnen met minderjarige kinderen

8,1 - 26,0

6,7 - 8,0

4,2 - 6,6

2,8 - 4,1

1,0 - 2,7

Vlaams-Brabant: 6,6

Bever

Galmaarden

Herne

(Brussel: 8,5 - 35,0)

belangrijke aanwezigheid

internationale werknemers

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

Keerbergen

Boortmeerbeek

Steenokkerzeel

Machelen

aantal

300

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

alleenstaande ouders

koppels

Overijse

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Linter

Landen

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: KSZ

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Geetbets

Zoutleeuw

61


62

DEEL III: Armoede bij gezinnen met kinderen

9 Kinderen Kinderen met met een een voorkeursregeling voorkeursregeling voorkeursregeling in in de

de

ziekteverzekering

ziekteverzekering

ziekteverzekering

Figuur 22 geeft het aandeel van de bevolking dat gebruik maakt van de voorkeursregeling in de

ziekteverzekering omwille van een laag inkomen (voor een omstandige definitie van de

voorkeursregeling, zie p. 35) voor de verschillende leeftijdsgroepen. Het is duidelijk dat de

waarden vooral hoog zijn bij de ouderen. 55

Voor de leeftijdsgroepen onder de 50 jaar zijn het

echter vooral de kinderen die terugvallen op de voorkeursregeling. De percentages stijgen

naarmate de leeftijd vordert, tot een maximum bij de leeftijdsgroep van 15-19 jaar. Ook hier zijn

de waarden in Vlaanderen beduidend hoger dan in Vlaams-Brabant. In het arrondissement

Leuven zijn ze wat hoger voor de oudere kinderen. In het arrondissement Halle-Vilvoorde zijn ze

wat hoger voor de jongere kinderen.

De evolutie over de laatste drie jaar wijst naar een verjonging van de groep die een

voorkeursregeling in de ziekteverzekering krijgt. Beneden de 45 jaar zien we een stijging van het

aandeel. Hoe jonger de leeftijdsgroep, hoe sterker die stijging. Vanaf 45 jaar zien we een daling

van het aandeel, dat sterker wordt naarmate de leeftijd toeneemt. Zo kennen de 0-4 jarigen een

stijging van 3,7% naar 4,7%, terwijl de 75-plussers een daling kennen van 37,2% naar 33,6%.

Figuur Figuur 22 22: 22

: Percentage Percentage van van de de bevolking bevolking met met een een voorkeursregeling voorkeursregeling in in de de ziekteverzekering, ziekteverzekering, naar naar leefti leeftijd leefti jd

% voorkeursregeling

25

20

15

10

5

0

0 5 10 15 20 25 30 35 40 45 50 55 60 65 70 75 +

leeftijdsgroep

Bron data: KSZ, bewerking SVR; bevolking: ADSEI, FOD Economie

Vlaams Gewest

prov. Vlaams-Brabant

arr. Halle-Vilvoorde

arr. Leuven

Het OMNIO-statuut is in het leven geroepen voor gezinnen met een laag inkomen die niet onder

de twee andere categorieën van verhoogde tegemoetkoming vallen (voor een omstandige

definitie van de voorkeursregeling, zie p. 35). Het zijn vooral gezinnen met jonge kinderen die

van dit statuut genieten. Dit is duidelijk te zien op Figuur 23, die het relatief belang van de drie

genoemde regelingen in beeld brengt voor de verschillende leeftijdsgroepen.


DEEL III: Armoede bij gezinnen met kinderen

Figuur Figuur 23 23: 23

Manieren anieren waarop de voorkeursregeling in in de ziekteverzekering wordt verkregen, naar naar leeftijd

percentage

80

70

60

50

40

30

20

10

0

0 5 10 15 20 25 30 35 40 45 50 55 60 65 70 75+

Bron data: KSZ, bewerking SVR

leeftijdsgroep

o.b.v. hoedanigheid

o.b.v. sociaal voordeel

OMNIO-statuut

Kaart 40 en Kaart 41 tonen, voor de twee jongste en voor de twee oudste leeftijdsgroepen, het

percentage van de kinderen dat geniet van de voorkeursregeling. Bij de 0-9 jarigen zijn de

waarden vooral hoog in de Zennevallei, in de gemeenten ten noordwesten van Brussel, in

Leuven, Liedekerke, Diest, Tienen, Zoutleeuw en Landen. De hoogste waarden zijn er in Leuven,

Vilvoorde, Machelen en Asse. Het gaat dus vooral om een stedelijk fenomeen. Met uitzondering

van de gemeenten ten zuidoosten van Brussel, vertoont heel de ruime rand rond Brussel

trouwens waarden die rond of boven het gemiddelde liggen. Dit geldt echter ook voor een

aantal meer landelijke gemeenten in het Hageland.

Bij de 10-19 jarigen zien we een gelijkaardig beeld, maar is het Hageland relatief belangrijker,

en het Pajottenland vertoont daar ook minder lage waarden.

63


64

DEEL III: Armoede bij gezinnen met kinderen

Kaart Kaart 40 40: 40 : Personen Personen van van 00-9

0 9 jaar jaar met met een een een verhoogde verhoogde tegemoetkoming tegemoetkoming in in in de de ziekteverzekering ziekteverzekering (01/01/2010)

(01/01/2010)

% van de 0-9 jarigen

8,2 - 11,3

5,2 - 8,1

3,2 - 5,1

2,2 - 3,1

1,4 - 2,1

Vlaams-Brabant: 5,1

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

aantal

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

300

o.b.v. hoedanigheid

o.b.v. sociaal voordeel

OMNIO-statuut

Boortmeerbeek

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

Keerbergen

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: KSZ, bewerking SVR; bevolking: ADSEI, FOD Economie

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Kaart Kaart 41 41: 41 Personen Personen Personen van van 10 10-19 10 19 19 jaar jaar met met een een verhoogde verhoogde verhoogde tegemoetkoming tegemoetkoming in in de de ziekteverzekering ziekteverzekering (01/01/2010)

(01/01/2010)

% van de 10-19 jarigen

9,6 - 12,9

6,6 - 9,5

4,6 - 6,5

3,6 - 4,5

2,3 - 3,5

Vlaams-Brabant: 6,5

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

aantal

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

300

o.b.v. hoedanigheid

o.b.v. sociaal voordeel

OMNIO-statuut

Boortmeerbeek

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

Keerbergen

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Linter

Landen

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: KSZ, bewerking SVR; bevolking: ADSEI, FOD Economie

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

10 10 Kinderen Kinderen geboren geboren in in kansarme gezinnen

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

Geetbets

Zoutleeuw

Kinderen die geboren worden in een kansarm gezin, krijgen niet altijd de kans om zich op een

gelijkwaardige manier te ontplooien en te ontwikkelen. Ze lopen een verhoogd risico om ook als

volwassene in een kwetsbare situatie terecht te komen.


10.1 10.1 Kansarmoedecriteria

Kansarmoedecriteria

Kansarmoedecriteria

DEEL III: Armoede bij gezinnen met kinderen

Aan de hand van zes criteria bepalen de regioteamleden van Kind en Gezin of een gezin

waarmee zij in contact komen, al dan niet in kansarmoede leeft. In principe spreekt Kind en

Gezin van een kansarm gezin als het aan minstens drie van de zes criteria voldoet. De

regioteamleden kunnen echter beslissen om ook wanneer het gezin aan minder criteria voldoet,

het toch als kansarm te beschouwen. Bovendien dient opgemerkt te worden dat niet voor alle

criteria er een objectieve en absolute grens is. De zes criteria zijn:

• Beschikbaar maandinkomen

• Opleiding van de ouders

• Arbeidssituatie van de ouders

• Laag stimulatieniveau

• Huisvesting

• Gezondheid

Onderstaande kaart toont hoeveel gezinnen er per gemeente aan de verschillende criteria

voldoen. Het gaat hier om het gemiddeld aantal gezinnen in de jaren 2006 en 2007.

Gemeenten met minder dan zeven geboorten in kansarme gezinnen, worden omwille van de

leesbaarheid niet opgenomen op de kaart.

In Leuven, Tienen en Vilvoorde, de gemeenten met het grootste aandeel geboorten in kansarme

gezinnen bevinden gezinnen zich vooral in een meer kwetsbare situatie door hun lage inkomen,

hun arbeidssituatie en hun opleidingsniveau. In Zaventem, ook een gemeente met een eerder

hoog aandeel van geboorten in kansarme gezinnen, zijn er minder gezinnen met een laag

opleidingsniveau, maar de huisvestingssituatie zorgt er wel vaker voor een verhoogd risico op

kwetsbaarheid.

Kaart Kaart 42 42: 42 42:

: Criteria Criteria van van kansarme kansarme geboorten: geboorten: gemiddeld gemiddeld aantal aantal gezinnen gezinnen per per jaar jaar (2006-2007)

(2006

2007)

gemiddeld aantal

47

Bever

Inkomen

Arbeidssituatie

Opleidingsniveau

Huisvesting

Stimulatieniveau

Gezondheid

Galmaarden

Liedekerke

Herne

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Lennik

Pepingen

Asse

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Wemmel

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Steenokkerzeel

Machelen

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Wezembeek-

Oppem

Kraainem

Hoeilaart

Keerbergen

Boortmeerbeek

Overijse

Bertem

Haacht

Herent

Leuven

Tervuren

Oud-

Huldenberg Heverlee

Tremelo

Begijnendijk

Rotselaar

Holsbeek

Bierbeek

Lubbeek

Aarschot

Boutersem

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Tienen

Bekkevoort

Diest

Tielt-

Winge Kortenaken

Geetbets

Glabbeek

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: Kind en Gezin

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Linter

Zoutleeuw

Landen

65


66

DEEL III: Armoede bij gezinnen met kinderen

10.2 10.2 Geboorten Geboorten in in kansarme kansarme gezinnen

gezinnen

Op Kaart 43 kan u terugvinden welk aandeel van de kinderen geboren in 2006 tot 2008,

geboren werd in een kansarm gezin. We maken hierbij gebruik van een driejarig gemiddelde

omdat, door het kleine aantal in sommige gemeenten, er soms erg grote schommelingen zijn

tussen de jaren. Vooral in Leuven en Tienen wordt een groot deel van de kinderen geboren in

een kansarm gezin. Ook in de regio Vilvoorde-Zaventem, in Asse en in verschillende gemeenten

in Noord- en Zuid-Hageland worden er meer kinderen dan gemiddeld in Vlaams-Brabant

geboren in een kansarm gezin.

Kaart Kaart 43 43: 43 : GGeboorten

G eboorten in in in kansarme kansarme gezinnen gezinnen (2006 (2006-2008)

(2006 2008)

% van totaal aantal geboorten

Bever

7,2 - 11,0

4,2 - 7,1

3,2 - 4,1

1,7 - 3,1

0,0 - 1,6

Vlaams-Brabant: 4,1

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

gemiddeld aantal per jaar

Meise

Wemmel

Beersel

60

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

Keerbergen

Boortmeerbeek

Steenokkerzeel

Machelen

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

Bertem

Huldenberg

Haacht

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: SVR, via lokale statistieken

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

Vervolgens kunnen we ook kijken naar de evolutie van het aantal geboorten in kansarme

gezinnen. In Figuur 24 is duidelijk te zien dat het aandeel van de geboorten in kansarme

gezinnen in de twee arrondissementen onder het aandeel in het Vlaamse gewest ligt. Toch zien

we ook in Vlaams-Brabant een duidelijke stijging en zien we na een groeiende kloof met

Vlaanderen in de periode 2001-2005 opnieuw een 'inhaalbeweging'. Hoewel vanaf 2005 het

aantal geboorten in kansarme gezinnen stijgt in heel Vlaanderen, is deze stijging in Vlaams-

Brabant veel groter.


DEEL III: Armoede bij gezinnen met kinderen

Figuur Figuur 24 24: 24

: : Evolutie Evolutie van van van de de geboorten geboorten in in kansarme kansarme gezinnen

gezinnen

% geboorten in een kansarm gezin

8

6

4

2

0

1997 1999 2001 2003 2005 2007 2009

Bron data: SVR, via lokale statistieken

11 11 De De GOK GOK-indicatoren

GOK

indicatoren indicatoren

arr. Halle-Vilvoorde prov. Vlaams-Brabant

arr. Leuven Vlaams Gew est

Scholen die erkend zijn door de Vlaamse Gemeenschap verzamelen jaarlijks de 'Gelijke

Onderwijskansen'- of 'GOK'-indicatoren. Het gaat om vijf indicatoren die de thuissituatie

weergeven van de leerlingen. Daarbij wordt gepeild naar het gezinsinkomen, naar de opleiding

van de moeder, naar het al dan niet inwonen bij de ouders, naar het al dan niet behoren tot de

trekkende bevolking, en naar de taal die in het gezin wordt gesproken.

Wanneer één of meer van die indicatoren van toepassing is op een leerling gaat het om een

zogenaamde indicator-leerling. Het aantal indicator-leerlingen is van belang bij de

voorrangsregeling bij inschrijvingen. Wanneer één of meer van die indicatoren van toepassing is

op een leerling, zonder rekening te houden met de thuistaal, gaat het om een zogenaamde

GOK-leerling. Het aantal GOK-leerlingen is van belang voor extra ondersteuning van de scholen.

Concreet gaat het om de volgende vijf indicatoren:

• Het gezin ontving in het schooljaar, voorafgaand aan het schooljaar waarop de

inschrijving van het kind betrekking heeft, minstens één schooltoelage;

• De moeder is niet in het bezit van een diploma van het secundair onderwijs, een

studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het

beroepssecundair onderwijs of van een daarmee gelijkwaardig studiebewijs;

• De leerling is tijdelijk of permanent buiten het eigen gezinsverband opgenomen

door een gezin of persoon, een voorziening of een sociale dienst;

• De ouders behoren tot de trekkende bevolking (binnenschippers, kermis- of

circusexploitanten, woonwagenbewoners);

67


68

DEEL III: Armoede bij gezinnen met kinderen

• De taal die de leerling in het gezin spreekt - dit is de taal die de leerling spreekt met

moeder, vader, broers of zussen - is niet het Nederlands. Die taal is niet het

Nederlands indien de leerling in het gezin met niemand of in een gezin met drie

gezinsleden (de leerling niet meegerekend) met maximaal één gezinslid het

Nederlands spreekt. Broers en zussen worden als één gezinslid beschouwd.

De eerste vier indicatoren worden hieronder in kaart gebracht, zowel voor het basisonderwijs

(kleuter- en lagere school) als voor het secundair onderwijs. Zij geven een goed beeld van de

sociaal-economische situatie van de gezinnen met kinderen in Vlaams-Brabant. De indicator die

de thuistaal meet wordt hier niet gebruikt. Die geeft immers een heel ander beeld en heeft geen

directe relatie met (kans)armoede. 56

Deze indicatoren worden gekarteerd volgens de woonplaats van de leerlingen en niet volgens

de plaats van de school. In het secundair onderwijs zijn de verschillen tussen beiden

vanzelfsprekend erg groot, gezien 31 van de 65 Vlaams-Brabantse gemeenten geen secundaire

school hebben.

11.1 11.1 Aantal Aantal leerlingen leerlingen met met een een schooltoelage

schooltoelage

Kaart 44 geeft, voor het basisonderwijs, het aandeel leerlingen dat een schooltoelage krijgt. Het

krijgen van een schooltoelage is afhankelijk van het gezinsinkomen en is dus rechtstreeks

verbonden met de armoedeproblematiek. 57

Gemiddeld krijgt 15% van de leerlingen in het

basisonderwijs een schooltoelage. De waarden zijn vooral hoog in de (vroegere) industriële as

langs het kanaal Charleroi - Brussel - Schelde dat de Zenne volgt van Halle tot Vilvoorde. Ook in

het oostelijk Hageland zijn er een aantal hoge waarden. Verder zijn er nog bovengemiddelde

waarden in enkele gemeenten ten westen van Brussel (Asse, Affligem en Liedekerke) en in

Leuven. De laagste waarden worden opgetekend in de residentiële zone ten zuidoosten van

Brussel en ten zuiden van Leuven, en in een aantal andere residentiële gemeenten als

Keerbergen en Meise.

Kaart Kaart 44 44: 44 44:

: Aantal Aantal leerlingen leerlingen met met een een schooltoelage schooltoelage in in het het basisonderwijs basisonderwijs (01/02/2010)

(01/02/2010)

% van de leerlingen in het basisonderwijs

19,9 - 34,0 (Brussel: 19,9 -53,3)

14,9 - 19,8

11,9 - 14,8

8,9 - 11,8

4,8 - 8,8

Vlaams-Brabant: 14,8

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

Keerbergen

Boortmeerbeek

Steenokkerzeel

Machelen

aantal

10

100

Overijse

1.000

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: AgODi, Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw


DEEL III: Armoede bij gezinnen met kinderen

Kaart 45 geeft de waarden voor het secundair onderwijs. De cijfers liggen beduidend hoger

(18,2%) dan bij het basisonderwijs. Mogelijk heeft dit te maken met het groter aantal kinderen

per gezin (de gezinsvorming is op deze leeftijd vaak ten einde). De inkomensgrenzen die worden

gebruikt voor het toekennen van de schooltoelage zijn immers mee afhankelijk van het aantal

kinderen ten laste Ook het groter aantal eenoudergezinnen kan een rol spelen (het aantal

scheidingen neemt toe met de tijd). In zulke nieuwe eenoudergezinnen valt er immers vaak een

inkomen weg. 58

We zien in grote lijnen hetzelfde beeld, maar het Hageland kent relatief hogere

waarden en ook in het Pajottenland vinden we hier en daar bovengemiddelde waarden.

Kaart Kaart 45 45: 45 : Aantal Aantal leerlingen leerlingen met met een een schooltoelage schooltoelage in in het het secundair secundair onderwijs onderwijs (01/02/2010)

(01/02/2010)

% van de leerlingen in het secundair onderwijs

23,3 - 33,9 (Brussel: 23,3 - 54,8)

18,3 - 23,2

15,3 - 18,2

12,3 - 15,2

7,1 - 12,2

Vlaams-Brabant: 18,2

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

Keerbergen

Boortmeerbeek

Steenokkerzeel

Machelen

aantal

1

10

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

1.000

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: AgODi, Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

11.2 11.2 Aantal Aantal leerlingen leerlingen waarvan waarvan dde

d e moeder moeder geen geen diploma diploma

diploma

secundair secundair onderwijs onderwijs heeft heeft

heeft

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

Kaart 46 en Kaart 47 geven, respectievelijk voor het basisonderwijs en het secundair onderwijs,

het aandeel leerlingen waarvan de moeder geen diploma van het secundair onderwijs heeft.

Gezien het sterke verband tussen opleidingsniveau enerzijds en werkzekerheid en inkomen

anderzijds, is dit een risicogroep. Voor het basisonderwijs gaat het om 13,6% van de leerlingen.

De cijfers zijn opnieuw hoog in de Zennevallei (met de hoogste waarden in Sint-Pieters-Leeuw,

Drogenbos, Vilvoorde, Machelen en Zaventem), ten westen van Brussel en in het oosten van het

Hageland (met de hoogste waarden in Tienen en Diest). Erg lage waarden vinden we in de

gemeenten rond Leuven, in de gemeenten ten zuidoosten van Brussel en in Keerbergen.

We zien in grote lijnen dezelfde patronen bij het secundair onderwijs, hoewel ook hier het

Hageland relatief wat hoger scoort en enkele gemeenten in het Pajottenland hier een

bovengemiddelde waarde hebben. De cijfers over het secundair onderwijs zijn ook hier wat

hoger (16,5% in Vlaams-Brabant) dan die over het basisonderwijs. De gemiddelde

opleidingsgraad van de bevolking daalt met de leeftijd, zodat ouders van kinderen in het

secundair onderwijs gemiddeld een wat lagere opleidingsgraad hebben dan ouders van

kinderen in het basisonderwijs. 59

69


70

DEEL III: Armoede bij gezinnen met kinderen

Kaart Kaart 46 46: 46 : Aantal Aantal leerlingen leerlingen in in het het het basisonderwijs basisonderwijs waarvan waarvan de de moeder moeder geen geen diploma diploma secundair secundair onderwijs onderwijs he heeft he eft

(01/02/2010)

(01/02/2010)

% van de leerlingen in het basisonderwijs

19,7 - 33,0 (Brussel: 19,7 - 52,5)

13,7 - 19,6

10,7 - 13,6

7,7 - 10,6

4,2 - 7,6

Vlaams-Brabant: 13,6

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

Keerbergen

Boortmeerbeek

Steenokkerzeel

Machelen

aantal

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

10

100

1.000

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: AgODi, Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

Kaart Kaart 47 47: 47 : Aantal Aantal leerlingen leerlingen in in het het secundair secundair onderwijs onderwijs waarvan waarvan de de moeder moeder geen geen diploma diploma secundair secundair onderwijs onderwijs heeft

heeft

(01/02/2010)

(01/02/2010)

% van de leerlingen in het secundair onderwijs

22,6 - 36,8 (Brussel: 22,6 - 61,4)

16,6 - 22,5

13,6 - 16,5

10,6 - 13,5

6,8 - 10,5

Vlaams-Brabant: 16,5

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

11.3 11.3 GOK GOK-leerlingen

GOK leerlingen

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

Keerbergen

Boortmeerbeek

Steenokkerzeel

Machelen

aantal

10

100

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

1.000

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: AgODi, Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

GOK-leerlingen zijn leerlingen op wie minstens één GOK-indicator van toepassing is, afgezien

van de thuistaal. Het gaat om leerlingen met een schooltoelage, leerlingen waarvan de moeder

geen diploma secundair onderwijs heeft, leerlingen die buiten het gezinsverband worden

opgenomen en de leerlingen die behoren tot de trekkende bevolking. Deze twee


DEEL III: Armoede bij gezinnen met kinderen

laatstgenoemde indicatoren worden hier niet gekarteerd, omdat het om heel erg kleine

aantallen gaat. Van alle leerlingen in het basisonderwijs en secundair onderwijs worden er 362

leerlingen buiten het eigen gezinsverband opgenomen en 143 leerlingen behoren tot de

trekkende bevolking. Dat is respectievelijk 0,22% en 0,10% van de leerlingen.

Ervaring Ervaring uit uit een een Wel Welzijnsschakel

Wel ijnsschakel

”In de basisschool betaalt de sociale kas de

sportweek. Het is 15 euro voor drie halve dagen.

Voor mij is dat veel, want we leven van een

vervangingsinkomen. Ik moet vaak zelf de stap

naar de school zetten wat mij een triestig en raar

gevoel geeft. Daarna houd ik er een goed gevoel

aan over, want ik doe het voor mijn kinderen.”

Ervaring Ervaring uit uit uit een een een Welzijnsschakel

Welzijnsschakel

“Mijn dochter moet vanuit de school op

'smartschool', voor huiswerk, opgaven,

uurrooster examens, enz. Je bent dus wel

verplicht om thuis internet te hebben. Je kunt

niet elke dag naar de bib lopen. Ik heb niet zelf

een computer moeten kopen, ze heeft de

computer van haar zus gekregen. Maar ook de

programma’s kunnen duur zijn, vb.

tekenprogramma’s. De licenties kosten geld.”

Kaart 48 toont het aandeel GOK-leerlingen in het basisonderwijs en Kaart 49 het aandeel GOKleerlingen

in het secundair onderwijs. In het basisonderwijs gaat het om bijna een kwart van de

leerlingen (23%); in het secundair onderwijs om meer dan een kwart (28%). We zien hier

opnieuw dezelfde patronen opduiken. Er zijn erg hoge waarden in de Zennevallei: van Halle

over Sint-Pieters-Leeuw en Drogenbos tot in Vilvoorde, Machelen en Zaventem.

Bovengemiddelde waarden vinden we in een reeks gemeenten ten westen van Brussel (van

Grimbergen over Wemmel, Asse en Affligem tot in Liedekerke), in Leuven, en een reeks

gemeenten in het oosten van het Hageland. De hoogste waarden van het Hageland vinden we

in Diest, Geetbets en Tienen. Lage waarden zien we in de gemeenten ten zuidoosten van

Brussel, rond Leuven en in een aantal andere residentiële gemeenten als Keerbergen en Meise.

In het secundair onderwijs is het beeld gelijkaardig, maar het Hageland kent relatief wat hogere

waarden en ook in het Pajottenland zijn er enkele gemeenten met bovengemiddelde waarden.

Kaart Kaart 48 48: 48 : GOK GOK-le GOK le leerlingen le erlingen in het basisonderwijs (01/02/2010)

(01/02/2010)

% van de leerlingen in het basisonderwijs

30,1 - 48,2 (Brussel: 30,1 - 71,9)

23,1 - 30,0

18,1 - 23,0

15,1 - 18,0

9,7 - 15,0

Vlaams-Brabant: 23,0

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

Keerbergen

Boortmeerbeek

Steenokkerzeel

Machelen

aantal

10

100

Overijse

1.000

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: AgODi, Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

71


72

DEEL III: Armoede bij gezinnen met kinderen

Kaart Kaart 49 49: 49 GOK GOK-leerlingen GOK leerlingen in het secundair secundair onderwijs (01/02/2010)

% van de leerlingen in het secundair onderwijs

35,6 - 50,8 (Brussel: 35,6 - 78,2)

28,6 - 35,5

23,6 - 28,5

20,6 - 23,5

14,7 - 20,5

Vlaams-Brabant: 28,5

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

Keerbergen

Boortmeerbeek

Steenokkerzeel

Machelen

12 12 Risicoschoolloopbanen

Risicoschoolloopbanen

aantal

10

100

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Overijse

1.000

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Lubbeek

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: AgODi, Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

Leerlingen met minstens twee jaar schoolse vertraging en leerlingen die in het buitengewoon

onderwijs of deeltijds beroepssecundair onderwijs les volgen hebben een hoger risico op

vroegtijdige schooluitval (het onderwijs verlaten zonder diploma) en later op werkloosheid.

Onderstaande kaarten bevatten enkel gegevens over onderwijsinstellingen erkend door de

Vlaamse Gemeenschap. Vooral in de rand rond Brussel kan dat leiden tot sterke vertekeningen.

In de meeste gemeenten die aan Brussel grenzen, vooral in het zuidoosten, gaat immers meer

dan een kwart van de leerlingen niet naar het secundair onderwijs erkend door de Vlaamse

Gemeenschap. In de faciliteitengemeenten is dat meer dan de helft. In Drogenbos, Kraainem,

Linkebeek en Wezembeek-Oppem gaat het zelfs om meer dan driekwart. In het lager onderwijs

zijn de cijfers wat minder uitgesproken, onder meer omwille van de aanwezigheid van

Franstalige basisscholen in de faciliteitengemeenten.

Kaart 50 geeft het aantal leerlingen met minstens 2 jaar schoolse vertraging in het lager

onderwijs. Kaart 51 geeft het aantal leerlingen met minstens 2 jaar schoolse vertraging in het

secundair onderwijs. 60

In het lager onderwijs zijn er hoge waarden in de as die loopt van Halle

tot Vilvoorde en in het gebied ten noordwesten van Brussel, van Wemmel tot Liedekerke. Vooral

Vilvoorde en Machelen vertonen erg hoge waarden. Daarnaast zijn er nog hogere waarden in

Leuven en in enkele gemeenten van het Hageland. De schoolse achterstand in het secundair

onderwijs levert een gelijkaardig beeld op. Hier vallen wel de hoge waarden in Drogenbos en

Tienen op. Rond Brussel is het beeld ook enigszins verschillend, maar hier is er heel wat

uitstroom naar het Franstalig of internationaal onderwijs in Brussel.


DEEL III: Armoede bij gezinnen met kinderen

Kaart Kaart 50 50: 50 : Leerlingen Leerlingen met met minstens minstens 2 2 jjaar

j aar schoolse schoolse vertraging vertraging in in in het het lager lager onderwijs onderwijs (schooljaar 2009 2009-2010)

2009 2010)

% van het aantal leerlingen gewoon lager onderwijs

1,75 - 4,12 (Brussel: 1,75 - 4,37)

0,95 - 1,74

0,55 - 0,94

0,35 - 0,54

0,00 - 0,34

Vlaams-Brabant: 0,94

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Kortenberg

Zaventem

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Hoeilaart

Keerbergen

Boortmeerbeek

Steenokkerzeel

Machelen

Overijse

Kampenhout

Aantal

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

1

10

100

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Tielt-Winge

Lubbeek

Glabbeek

Boutersem

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Bekkevoort

Tienen

Diest

Kortenaken

Linter

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: Vlaamse Overheid, Departement Onderwijs en Vorming

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Zoutleeuw

Kaart Kaart 51 51: 51 : Leerlingen Leerlingen Leerlingen met met met minstens minstens 2 2 jaar jaar schoolse schoolse vertraging vertraging in in het het secundair secundair onderwijs onderwijs (schooljaar (schooljaar (schooljaar 2009 2009-2010)

2009 2010)

% van het aantal leerlingen gewoon voltijds secundair onderwijs

9,4 - 13,2

5,7 - 9,3

4,7 - 5,6

3,7 - 4,6

2,0 - 3,6

Vlaams-Brabant: 5,6

Bever

Galmaarden

Herne

(Brussel: 9,4 - 25,5)

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Kortenberg

Zaventem

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Hoeilaart

Keerbergen

Boortmeerbeek

Steenokkerzeel

Machelen

Overijse

Kampenhout

Haacht

Bertem

Huldenberg

Herent

Rotselaar

Leuven

Aantal

Tremelo

1

10

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

100

Aarschot

Tielt-Winge

Lubbeek

Glabbeek

Boutersem

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Bekkevoort

Tienen

Diest

Kortenaken

Linter

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: Vlaamse Overheid, Departement Onderwijs en Vorming

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Landen

Landen

Geetbets

Geetbets

Zoutleeuw

73


74

DEEL III: Armoede bij gezinnen met kinderen

Kaart 52 geeft het aantal leerlingen in het buitengewoon lager onderwijs. Kaart 53 geeft het

aantal leerlingen in het Buitengewoon Secundair Onderwijs (BuSO) en het Deeltijds

Beroepssecundair onderwijs (DBSO). 61

Hier zijn er opnieuw hoge waarden in de Zennevallei en,

heel uitgesproken, in het Hageland. Ook Leuven, Liedekerke, Roosdaal en Merchtem hebben

telkens bovengemiddelde waarden.

Kaart Kaart 52 52: 52 52:

: Leerlingen Leerlingen in in het het buitengewoon buitengewoon lager lager onderwijs onderwijs (schooljaar (schooljaar 2009-2010)

2009

2010) 2010)

% van het aantal leerlingen in het lager onderwijs

7,5 - 12,5

5,5 - 7,4

4,5 - 5,4

3,5 - 4,4

0,2 - 3,4 (Brussel: 0,0 - 3,4)

Vlaams-Brabant: 5,4

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Kortenberg

Zaventem

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

Hoeilaart

Keerbergen

Boortmeerbeek

Steenokkerzeel

Machelen

Overijse

Kampenhout

Haacht

Bertem

Huldenberg

Aantal

Herent

Kaart Kaart 53 53: 53 : Leerlingen Leerlingen in in het het BUSO BUSO en en het het DBSO DBSO (schooljaar (schooljaar 2009 2009-2010)

2009 2010)

% van het aantal leerlingen in het secundair onderwijs

4,8 - 6,3 (Brussel: 4,8 - 10,8)

3,8 - 4,7

3,1 - 3,7

2,7 - 3,0

0,0 - 2,6

Vlaams-Brabant: 3,7

Bever

Galmaarden

Herne

Liedekerke

Affligem

Roosdaal

Gooik

Opwijk

Ternat

Asse

Lennik

Pepingen

Dilbeek

Halle

Londerzeel

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

GrimbergenVilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Zemst

Wezembeek-

Kraainem

Oppem

Tervuren

1

10

100

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Tielt-Winge

Lubbeek

Glabbeek

Boutersem

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Bekkevoort

Tienen

Diest

Kortenaken

Linter

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: Vlaamse Overheid, Departement Onderwijs en Vorming

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

Keerbergen

Boortmeerbeek

Steenokkerzeel

Machelen

Overijse

Kampenhout

Haacht

Bertem

Huldenberg

Aantal

Herent

50

BuSO

DBSO

Rotselaar

Leuven

Tremelo

Begijnendijk

Holsbeek

Oud-Heverlee Bierbeek

Aarschot

Tielt-Winge

Lubbeek

Glabbeek

Boutersem

Hoegaarden

Scherpenheuvel

-Zichem

Bekkevoort

Tienen

Diest

Kortenaken

Linter

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron data: Vlaamse Overheid, Departement Onderwijs en Vorming

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Zoutleeuw

Landen

Landen

Geetbets

Geetbets

Zoutleeuw


13 13 Gezinssituatie

Gezinssituatie

DEEL III: Armoede bij gezinnen met kinderen

Het armoederisico van kinderen hangt sterk samen met de gezinsvorm. Vooral kinderen die

leven in een eenoudergezin hebben een verhoogd risico op armoede. Terwijl slechts 6,7% van

de kinderen in een gezin met 2 volwassen en 2 kinderen onder de armoededrempel leven, is dat

voor kinderen in eenoudergezinnen 42,3%. Kaart 54 toont het aandeel kinderen (personen

jonger dan 18 jaar) die opgroeien in een eenoudergezin, als aandeel van de bevolking in die

leeftijdsgroep. Dit aandeel is vooral hoog rond Brussel. Ook in Leuven, Diest, Aarschot, het

zuidelijk Hageland (Hoegaarden, Tienen, Landen) en ten westen van Brussel, tot in Liedekerke,

vinden we nog hoge waarden.

Kaart Kaart 54 54: 54 : Aantal Aantal kinderen kinderen in in een een eenoudergezin eenoudergezin (01/01/2011)

(01/01/2011)

% van de bevolking


76

DEEL IV: Beleid om armoede tegen te gaan

DEEL DEEL IV: IV: IV: Beleid Beleid Beleid om om om armoede armoede armoede tegen tegen tegen te te gaan

gaan

In dit deel beschrijven we het beleid van de verschillende overheden om armoede tegen te gaan.

Hierbij komen het Europese, het federale, het Vlaamse, het provinciale en het lokale beleid ter

sprake.

Daarnaast zijn er ook welzijnsorganisaties die actief werken aan de bestrijding van armoede,

hulp bieden of de participatie van de doelgroep bevorderen.

Een beleid om armoede tegen te gaan kan zich in de eerste plaats richten op maatregelen die

zorgen voor voldoende bestaansmiddelen, hetzij via tewerkstelling, hetzij via een uitkering of

tegemoetkoming. Zoals reeds in de inleiding werd gezegd, beperkt armoede zich echter niet tot

enkel het financiële aspect of een beperkt inkomen, maar strekken de problemen zich vaak uit

over verschillende levensdomeinen. Voor al deze domeinen zijn er maatregelen, kortingen,

premies waarvan mensen met een laag inkomen gebruik kunnen maken, en dit vanuit

verschillende overheidsniveaus of organisaties:

• huisvesting: sociale woningen, sociale verhuurkantoren, tussenkomst huurwaarborg,

tegemoetkoming in de huurprijs …

• energie: sociale maximumprijs voor elektriciteit en gas, budgetmeter,

stookoliepremie …

• mobiliteit: reductiekaart NMBS, terugbetaling vervoerskosten leerlingen …

• onderwijs en opleiding: studietoelagen, gelijke onderwijskansen beleid …

• gezondheid: voorkeurregeling ziekteverzekering, wijkgezondheidscentra, dringende

medische hulp …

• vrije tijd: vrijetijdspas en vrijetijdstoelage, steunpunt vakantieparticipatie …

• materiële hulp: voedselbedeling, kringloopcentra, sociale restaurants …

• …

Het zou ons te ver leiden al deze maatregelen te behandelen in het kader van dit dossier. We

beperken ons daarom tot de grootste beleidslijnen en een beschrijving van de belangrijkste

organisaties die in Vlaams-Brabant actief zijn op het vlak van armoedebestrijding of participatie.

14 14 14 Europa Europa Europa 2020 2020

2020

De strategie strategie van van Lissabon Lissabon (ook wel proces, agenda of akkoord van Lissabon) is een actie- en

ontwikkelingsplan van en voor de Europese Unie (EU), dat in maart 2000 is aangenomen en een

looptijd van tien jaar had. Ondanks de belofte die in 2000 werd gedaan is deze strategie er niet

in geslaagd een beslissende impact te hebben op de uitroeiing van armoede.

De Europa 2020-strategie is de groeistrategie van de Europese Unie voor de periode van 2010

tot 2020. Deze strategie is de opvolger van de oude Lissabonstrategie (2000-2010).

Deze strategie bestaat uit 5 grote doelstellingen te bereiken tegen het jaar 2020 :

1. 1. Werkgelegenheid

Werkgelegenheid

• 75% van de bevolking tussen 20 en 64 jaar heeft werk;

2. 2. Onderzoek, Onderzoek, Onderzoek, ontwikkeling ontwikkeling en en innovatie

innovatie

• 3% van het bruto binnenlands product (bbp) van de EU (zowel openbare als

privésector) gaat naar onderzoek, ontwikkeling en innovatie;


3. 3. Klimaatverandering Klimaatverandering en en energie energie

energie

DEEL IV: Beleid om armoede tegen te gaan

• 20% minder uitstoot van broeikasgassen dan in 1990 (of zelfs 30%, als de

omstandigheden het toelaten)

• 20% van de energie uit duurzame energiebronnen halen

• 20 % meer energie-efficiëntie

4. 4. 4. Onderwijs

Onderwijs

• Minder dan 10% vroegtijdige schoolverlaters

• Ten minste 40% van de 30 tot 34-jarigen heeft een einddiploma hoger onderwijs

5. 5. Armoede Armoede en en sociale sociale uitsluiting

uitsluiting

• Ten minste 20 miljoen minder mensen die slachtoffer van armoede en sociale

uitsluiting zijn of dreigen te worden

Deze doelstellingen worden per EU-land naar nationale doelstellingen vertaald, zodat ieder EUland

de eigen vooruitgang kan beoordelen. Ze houden geen lastenverdeling in. Het zijn

gemeenschappelijke doelstellingen die met een combinatie van nationale en EU-maatregelen

nagestreefd worden.

15 15 Het Het armoedebeleid armoedebeleid van van de de federale federale overheid

overheid

15.1 15.1 Tweejaarlijks Tweejaarlijks Tweejaarlijks Verslag Verslag over over over bestaanszekerheid, armoede en

en

sociale sociale uit uitsl uit uitsl

sluiting sl uiting en en ongelijke ongelijke toegang toegang tot tot de de rechten rechten

rechten

In 1994 verscheen het Algemeen Verslag over de Armoede, in opdracht van de toenmalige

federale regering. Dat verslag was het resultaat van twee jaar werk en het bracht

hulpverleningsverenigingen samen waarin de armsten het woord nemen, maatschappelijk

werkers uit de welzijnssector en de bijzondere jeugdbijstand, leerkrachten, artsen, sociale

partners…

In het Algemeen Verslag over de Armoede werd gevraagd om een structureel werkinstrument

op punt te stellen voor de bestrijding van armoede. In 1998 werd er een

‘Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Gemeenschappen en Gewesten

betreffende de bestendiging van het armoedebeleid’ ondertekend, dat in 1999 van kracht ging.

Dit akkoord voorziet onder meer in de oprichting van het Steunpunt tot bestrijding van

armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting, dat om de twee jaar instaat voor het

opstellen van een Verslag over bestaansonzekerheid, armoede, sociale uitsluiting en ongelijke

toegang tot de rechten.

Het tweejaarlijks verslag armoedebestrijding heeft als doel een coherent

armoedebestrijdingsbeleid te stimuleren en richt zich specifiek tot de bevoegde politici op zowel

federaal, gewestelijk als gemeenschapsniveau. Het verslag vormt het resultaat van het collectieve

denkwerk dat door verschillende actoren, ook mensen in armoede, binnen thematische

werkgroepen is gebeurd.

15.2 15.2 Het Het Federaal Federaal Plan Plan Armoedebestrijding

Armoedebestrijding

Op 4 juli 2008 keurde de regering het eerste federaal plan armoedebestrijding goed. Dit plan

wordt gecoördineerd door de nieuwe Staatsecretaris voor maatschappelijke integratie en

armoedebestrijding en bevat 59 concrete maatregelen op het gebied van lonen, werk,

gezondheid, huisvesting, toegang tot energie en overheidsdiensten.

77


78

DEEL IV: Beleid om armoede tegen te gaan

Verder heeft de regering binnen dit plan de oprichting van een permanente armoedebarometer

in het leven geroepen en een jaarlijkse prijs gelanceerd.

15.2.1 15.2.1 De De Interfederale Interfederale Armoedebarometer

Armoedebarometer

In 2009 werd de Interfederale Armoedebarometer voor het eerst, zoals voorzien in het Federaal

Plan Armoedebestrijding, gepresenteerd. Het voornaamste doel van dit instrument is om jaarlijks

te meten hoe de armoede in ons land evolueert. De Armoedebarometer is gebaseerd op vijftien

indicatoren die de verschillende facetten van armoede en sociale onzekerheid meten: inkomen

en schulden, gezondheidszorg, werk, onderwijs, huisvesting, deelname aan sportieve,

recreatieve of artistieke activiteiten en niet-monetaire deprivatie 62

.

15.2.2 15.2.2 De De fe federale fe federale

derale prijs prijs Armoedebestrijding

Armoedebestrijding

Heel wat mensen en verenigingen zetten zich elke dag in voor de strijd tegen de armoede. Het

is net om deze mensen of initiatieven te belonen dat de staatssecretaris de jaarlijkse Federale

Prijs Armoedebestrijding in het leven riep. De drie laureaten krijgen, naast een trofee en een

promotiefilmpje waarin ze hun project voorstellen, een financiële tegemoetkoming van 10.000

EUR. Dit bedrag kunnen ze aanwenden om nieuwe projecten of initiatieven rond

armoedebestrijding te ontwikkelen of verder uit te bouwen.

16 16 Het et armoedebeleid van de Vlaamse Vlaamse overheid

overheid

Het regeerakkoord 2009-2014, “Een daadkrachtig Vlaanderen in beslissende tijden”, stelt dat

armoedebestrijding een topprioriteit is van de Vlaamse Regering.

De Vlaamse regering heeft ervoor gekozen om een coördinerend minister voor

armoedebestrijding aan te stellen, die tegelijk viceminister-president is. Deze minister heeft als

opdracht om alle ministers te overtuigen een armoedebestrijdende dimensie in hun beleid te

voeren. Zo wordt elk beleidsdomein bij armoedebestrijding betrokken, wat mee de visie

ondersteunt dat armoede een multidimensioneel gegeven is.

16.1 16.1 Pact Pact 2020

2020

De Vlaamse regering en de Vlaamse sociale partners hebben begin 2009 het initiatief genomen

om de concrete doelstellingen voor Vlaanderen in Actie (VIA) vast te leggen in een nieuw

toekomstpact voor Vlaanderen: het Pact 2020. 63

Het Pact 2020 weerspiegelt de gezamenlijke

langetermijnvisie van de Vlaamse regering en de sociale partners en bevat 20 doelstellingen die

van Vlaanderen tegen 2020 een van de allerbeste regio's moet maken op economisch,

ecologisch, sociaal en maatschappelijk vlak.

Doelstelling 13 focust expliciet op armoede:

• In 2020 ligt het aandeel inwoners dat leeft in armoede en geconfronteerd wordt

met sociale uitsluiting laag in vergelijking met de best presterende EU27-landen.

• Dat houdt in dat in 2020 in Vlaanderen elk gezin ongeacht de samenstelling,

minstens een inkomen heeft dat de Europese armoederisicodrempel bereikt.

• In 2020 is er een duidelijk resultaat merkbaar van een intensieve bestrijding van

armoede en sociale uitsluiting op meerdere gebieden. Het betreft resultaten van

investeringen in sociale woningen, onderwijs en opleiding van kansengroepen,

ziektepreventie bij kansengroepen, …

• Die inspanningen resulteren o.m. in een halvering van het aantal kinderen dat

geboren wordt in armoede, een beperking van de laaggeletterdheid tot 3%, en op

het vlak van huisvesting in een substantiële verhoging van de woonkwaliteit in 2020

door halvering t.a.v. 2006 van het aandeel van de bevolking dat een woning betrekt


DEEL IV: Beleid om armoede tegen te gaan

met twee of meer structurele gebreken en/of een gebrek aan basiscomfort, o.a.

door de creatie van minstens 43.000 bijkomende sociale huurwoningen zoals

bepaald in het decreet Grond- en pandenbeleid.

16.2 16.2 Decreet Decreet betreffende betreffende armoedebestrijdin

armoedebestrijding

armoedebestrijdin

Het decreet betreffende de armoedebestrijding van 21 maart 2003 bepaalt, samen met het

uitvoeringsbesluit van 15 mei 2009, de wettelijke basis van het Vlaams Actieplan

Armoedebestrijding. In dit decreet is vastgelegd hoe de coördinatie en uitvoering van de

armoedebestrijding in Vlaanderen moeten gebeuren. Daarnaast voorziet dit decreet een

financiële ondersteuning van organisaties en belangrijke initiatieven.

16.2.1 16.2.1 Vlaams Vlaams Actieplan Actieplan Armoedebestrijding Armoedebestrijding (VAPA)

Het decreet stelt dat alle beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid het

armoedebestrijdingsbeleid binnen hun domein moeten voorbereiden, uitvoeren en evalueren.

Het armoededecreet verplicht de Vlaamse Regering binnen twaalf maanden na haar aantreden

een Vlaams Actieplan Armoedebestrijding (VAPA) op te stellen dat over een periode van vijf jaar

loopt. Dit actieplan komt tot stand in samenwerking met de vertegenwoordigers

(aandachtsambtenaren) van alle beleidsdomeinen, binnen het permanent armoedeoverleg (PAO)

van de Vlaamse overheid, met participatie van de doelgroepen in partnerschap met het Vlaams

Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen en verschillende stakeholders.

Het verticale PAO wordt per beleidsdomein georganiseerd en heeft als functie de specifieke

beleidsinitiatieven te toetsen aan de visie en ervaring van de doelgroep en andere relevante

actoren en voorstellen tot bijsturing te formuleren.

In juli 2010 keurde de Vlaamse Regering een Vlaams Actieplan Armoedebestrijding goed, met

194 acties die de armoede in Vlaanderen moeten terugdringen.

In maart 2011 bleek uit het opvolgingsrapport dat heel wat acties wel zijn opgestart, maar dat

nog niet veel acties concrete resultaten opleverden, daarom zijn 13 prioriteiten goedgekeurd

waarop eerst zal gefocust worden. 64

• Burgers moeten hun rechten automatisch toegekend krijgen in alle levensdomeinen

(waar dat technisch mogelijk is);

• Er moeten meer wijkgezondheidscentra komen, die ook meer diensten aanbieden;

• Het secundair onderwijs moet goedkoper worden;

• De Vlaamse overheid moet een gericht activeringsbeleid voeren om meer mensen

aan het werk te krijgen, waarbij ondermeer de werkloosheidsvallen worden

weggewerkt;

• Er moet een automatische huursubsidie komen voor mensen die te lang op de

wachtlijst staan voor een sociale woning, en voor de laagste inkomensgroepen;

• Mensen met schulden moeten beter begeleid en ondersteund worden

(schuldhulpverlening);

• Voor elke nieuwe regelgeving en dienstverlening moet de Vlaamse overheid nagaan

of die toegankelijk is, gebruiksvriendelijk, verstaanbaar en inclusief, of ze inspraak

toelaat, of ze beschikt over een vlotte klachtenprocedure en of ze geen nieuwe

armoede creëert (armoedetoets);

• De Vlaamse overheid moet mensen in armoede ondersteunen en begeleiden in de

zoektocht naar een duurzame job waarbij men ook aandacht heeft voor het welzijn

van de betrokkene;

79


80

DEEL IV: Beleid om armoede tegen te gaan

• Opleidingsverstrekkers moeten meer kennis hebben van armoede, zodat ze er beter

op kunnen inspelen;

• De Vlaamse overheid moet de conclusies van het onderzoek over armoede

toepassen in haar armoedebeleid;

• Er moet een Vlaamse vrijetijdskaart komen die mensen in armoede de kans geeft

om tegen een verlaagd tarief deel te nemen aan cultuur-, sport- en

jeugdactiviteiten;

• Er moet meer samenwerking komen tussen de verschillende hulpverlenende

diensten voor mensen in armoede;

• De Vlaamse overheid moet meer aandacht hebben voor armoede bij mensen van

allochtone afkomst (gekleurde armoede).

16.2.2 16.2.2 Financieel Financieel ondersteunde ondersteunde organisaties

organisaties

Verenigingen Verenigingen Verenigingen waar waar waar armen armen armen het het het woord woord woord nemen nemen

nemen

Participatie staat centraal in het armoededecreet. Om die participatie te bereiken, voorziet het

decreet betreffende de armoedebestrijding in de erkenning en subsidiëring van 'verenigingen

waar armen het woord nemen'. Dit zijn vzw's die zes soorten activiteiten organiseren:

• armen blijven zoeken;

• armen samenbrengen in groep;

• armen het woord geven;

• werken aan de maatschappelijke emancipatie van armen;

• werken aan maatschappelijke structuren;

• vormingsactiviteiten en de dialoog organiseren.

Het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen (www.vlaams-netwerkarmoede.be)

ondersteunt de uitwisseling tussen verenigingen en organiseert de dialoog tussen

beleid en mensen in armoede.

Erv rv rvaringsdeskundigen rv aringsdeskundigen in in de de armoede

armoede

Ervaringsdeskundigen zijn mensen die de armoede aan den lijve hebben ondervonden. Via een

opleiding hebben zij hun eigen armoede-ervaring verwerkt en verruimd. Zij beschikken over de

nodige vaardigheden om in een beroepscontext een brugfunctie te vervullen tussen de wereld

van de armen en de niet-armen. Opgeleide ervaringsdeskundigen werken in allerlei sectoren

zoals Kind en Gezin, Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW), VDAB, Federale

overheidsdiensten, armoede-verenigingen, CLB,…

Vzw De Link (www.de-link.net) is erkend en gesubsidieerd als organisatie voor de opleiding tot

ervaringsdeskundige in de armoede en sociale uitsluiting.

16.2.3 16.2.3 Projecten

Projecten

Het armoededecreet voorziet ook in de subsidiëring van projecten met een experimenteel,

aanvullend en/of vernieuwend karakter. De projecten moeten vernieuwend zijn op het vlak van

doelgroep, processen of methodieken. De resultaten van deze projecten moeten na een

positieve evaluatie inzake efficiëntie en effectiviteit op termijn toepasbaar worden in andere

beleidsdomeinen.

De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin bepaalt jaarlijks de projecten die in

het kader van armoedebestrijding worden gesubsidieerd. 65


16.3 16.3 Vlaamse Vlaamse armoedemonitor

armoedemonitor

DEEL IV: Beleid om armoede tegen te gaan

Ter ondersteuning van het Vlaamse armoedebeleid werd op vraag van de minister van

Armoedebestrijding door de Studiedienst van de Vlaamse Regering de Vlaamse

Armoedemonitor 66

ontwikkeld. Bedoeling van de monitor is om op een bevattelijke en

overzichtelijke manier de armoedesituatie en –evolutie in Vlaanderen in kaart te brengen en op

te volgen. Het gaat om een omgevingsmonitor. Dat betekent dat niet het armoedebeleid zelf in

beeld wordt gebracht, maar wel de bestaande armoedesituatie waaraan dat beleid iets wil

veranderen.

16.4 16.4 Vlaams Vlaams Actieplan Actieplan Kinderarmoede

Kinderarmoede

De Vlaamse regering heeft een specifiek actieplan ter bestrijding van kinderarmoede met focus

op kinderen van 0 tot 3 jaar goedgekeurd. In dit plan wordt de klemtoon gelegd op de

negatieve impact van armoede op kinderen tussen 0 en 3 jaar. Recente literatuur en recent

onderzoek over kinderarmoede tonen aan dat de periode tussen 0 en 3 jaar cruciaal is om de

intellectuele, emotionele en sociale vaardigheden van jonge kinderen te ontwikkelen en om de

armoedespiraal te doorbreken.

Om stappen vooruit te kunnen zetten in de aanpak van armoede bij kinderen is op 24 maart

2011 een VIA-rondetafel over dit thema georganiseerd. Hier zijn enkele actiethema's besproken,

nl. kwaliteitsvolle gezinsondersteuning, toegankelijkheid van welzijns- en

gezondheidsvoorzieningen, inter- en intrasectorale samenwerking, toeleiding naar het

kleuteronderwijs en tot slot een aangepaste leefomgeving. Op de zitting van deze rondetafel

werd over deze thema's in dialoog gegaan met mensen in armoede, met het brede middenveld

en met beleidsmakers op Vlaams en lokaal niveau. Op basis hiervan zijn een aantal acties ter

bestrijding van kinderarmoede met focus op kinderen van 0 tot 3 jaar geformuleerd. 67

16.5 16.5 Vorming

Vorming

De Vlaamse overheid wil de verzamelde kennis en ervaringsdeskundigheid over armoede en

sociale uitsluiting in Vlaanderen bij een ruim publiek verspreiden om op die manier te komen tot

meer respect, solidariteit en sociale insluiting. Verschillende organisaties zorgen voor

sensibilisering en vorming, naast hun andere taken. In het kader van vorming worden volgende

initiatieven specifiek ondersteund:

Bind Bind-Kracht

Bind Kracht

Bind-Kracht (www.bindkracht.be) is een initiatief binnen de Karel de Grote-hogeschool. Doel

van het project is een kwaliteitsverbetering van de hulpverlening aan mensen in armoede. Het

ontwikkelen van krachtgerichte hulpverleningsrelaties, omgaan met afhankelijkheid in de

hulpverlening, werken aan duurzame resultaten inzake autonomieverhoging en integratie,

werken aan inspraak, participatie en empowerment zijn daarbij kernthema’s.

Armoede Armoede In In-zicht In zicht

Armoede In-zicht is een gezamenlijk project van het Vlaams Netwerk van Verenigingen waar

Armen het Woord nemen en Welzijnszorg vzw. Het project wil inzicht bevorderen in

uitsluitingmechanismen en in hoe mensen in armoede die situatie beleven. Armoede In-zicht wil

via vorming kortsluitingen tussen armen en niet-armen blootleggen en op die manier werken

aan een duurzamere dialoog (www.armoede-in-zicht.be).

Team Team Team Advies Advies Advies Ondersteuning Ondersteuning (TAO) (TAO)

(TAO)

Team Advies Ondersteuning (TAO) in het werken met en voor mensen in kansarmoede is

momenteel een proefproject in Limburg van vzw De Link. TAO biedt inzicht in de

81


82

DEEL IV: Beleid om armoede tegen te gaan

armoedemechanismen van binnenuit, door het inzetten van opgeleide ervaringsdeskundigen

voor bepaalde opdrachten (vorming, coaching, advies) binnen de hulpverlening, dienstverlening

en beleid, om meer effectieve acties voor en met mensen in armoede te realiseren.

16.6 16.6 Onderzoek

Onderzoek

Het Jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting van Onderzoeksgroep Armoede, Sociale uitsluiting

en de Stad (Universiteit Antwerpen) analyseert, synthetiseert, verwerkt en duidt de statistische

gegevens over de stand van zaken van de armoede in Vlaanderen. Op basis van de

onderzoeksgegevens en de analyses formuleren de auteurs van het jaarboek

beleidsaanbevelingen. 68

17 17 Het Het provinciale provinciale armoedebeleid

armoedebeleid

Om de federale en Vlaamse doelstellingen inzake armoedebestrijding te halen zullen alle

beleidsniveaus een bijdrage moeten leveren. De provincie zit als streekbestuur in een unieke

positie om daaraan haar bijdrage te leveren. De provincie treedt niet in de plaats van lokale

besturen maar werkt wel ondersteunend.

17.1 17.1 Provinciale Provinciale opdrachten

opdrachten

Het provinciaal armoedebeleid steunt op volgende vier principes.

• De doelgroep binnen een provinciaal armoedebeleid bestaat uit de meest

maatschappelijk uitgesloten groepen.

Armoede is structureel. Maatschappelijke en economische structuren moeten zo

beheerd worden dat niemand uitgesloten wordt.

Armoede is multidimensioneel. Armoede is een netwerk van sociale uitsluitingen en

moet op alle levensdomeinen aangepakt worden. Dit impliceert een inclusief beleid.

• Participatie is belangrijk. De dialoog mét en activering van maatschappelijk

uitgesloten groepen is noodzakelijk.

Vertrekkend vanuit dit kader en deze missie, hebben de provincies een eigen opdracht. Die

opdracht is complementair en in harmonie met de federale en Vlaamse doelstellingen inzake

armoedebestrijding. Sociale uitsluiting voorkomen betekent in essentie meer ruimte maken voor

groepen die onderaan de sociale ladder hangen. Dat vergt niet alleen een andere manier van

kijken en denken (mentaliteitsverandering), meer samenwerking en afstemming, maar ook het

verhogen van de kwaliteit van het openbaar en particulier dienst- en hulpverleningsaanbod.

Specifieke provinciale opdrachten kunnen zijn:

1. Het garanderen van de de sociale grondrechten

De provincie spant zich in om binnen haar eigen bevoegdheidsdomeinen de sociale

grondrechten 69

te realiseren. In essentie gaat het hier om het verruimen van de

keuzemogelijkheden van maatschappelijk uitgesloten groepen. De provincie kan daarbij

stimulerend optreden afhankelijk van de regionale situatie en mogelijkheden.

Voorbeelden in Vlaams-Brabant:

• Onderwijsflankerend beleid: gratis aanbod voor lagere scholen inzake algemene

sensibilisering rond armoede, alsook vorming met kapstokken om concreet aan de

slag te gaan in de klas/school;


DEEL IV: Beleid om armoede tegen te gaan

• Preventief gezondheidsbeleid: ondersteunen en stimuleren van de logo’s in hun

opdrachten naar maatschappelijk uitgesloten groepen, ondersteuning opstart

wijkgezondheidscentra;

• Energiebesparende maatregelen: ontwikkeling van workshops op maat voor

kansarmen betreffende energiebesparende maatregelen, dakisolatieproject voor

kansarmen.

2. 2. Het Het Het voeren voeren voeren van van van een een een inclusief inclusief inclusief provinciaal provinciaal provinciaal beleid beleid

beleid

Het provinciaal beleid moet gestalte krijgen vanuit een aantal universele uitgangspunten. In elk

beleidsvoorstel en elke actie moet de aandacht voor maatschappelijke uitsluiting prioritair zijn.

Informatie, toegankelijkheid en actieve participatie zijn daarbij sleutelbegrippen. We pleiten dus

niet voor een apart beleid naar 'armen' of 'kansarmen' of 'maatschappelijk uitgesloten

groepen'.

Voorbeelden in Vlaams-Brabant:

• Via sensibileringsacties en vormingen worden concrete aandachtspunten binnen de

verschillende beleidsdomeinen aangebracht;

• Binnen elk van die domeinen is één medewerker verantwoordelijk voor aandacht

voor maatschappelijk uitgesloten groepen.

3. 3. Het Het Het integrere integreren integrere n van van van de de participatie participatie van van van de de doelgroep doelgroep in in in de de beleidsvoering

beleidsvoering

Participatie houdt in dat de mensen die dagelijks ondervinden wat het betekent in armoede te

leven rechtstreeks worden betrokken bij de beleidsvoorbereiding en –uitvoering. Zij zijn immers

het best geplaatst om aan te duiden waar het misloopt en om voorstellen te formuleren voor

verbetering. Daarvoor worden de nodige structuren en acties opgezet, zodat armen hun

burgerschap ten volle kunnen opnemen. Het tempo van de armen en hun verenigingen dient

hierbij gerespecteerd te worden. Daarom is het belangrijk dat de agenda en de timing van deze

dialoog in handen blijft van de armen en hun verenigingen zelf.

Voorbeelden in Vlaams-Brabant:

• Provinciale participatieraad armoede die het algemeen provinciaal beleid adviseert

en waarin de kansarmen vertegenwoordigd zijn (zie verder);

• Ondersteunen en stimuleren van de oprichting van (inter)gemeentelijke

adviesraden/werkgroepen met als doel de participatie aan het gemeentelijk beleid te

realiseren (zie verder);

• Regionale en provinciale kanalen creëren waardoor de lokale besturen en

particuliere organisaties in contact komen met de doelgroepen (regionale

welzijnsraden, OCMW-overleg, CAW-overleg …).

4. 4. 4. Het Het Het verhogen verhogen van van van de de de kwaliteit kwaliteit kwaliteit van van een een een behoeftedekkend behoeftedekkend behoeftedekkend en en en doelma doelmatig doelma doelma tig

hulpverlenings

hulpverlenings- hulpverlenings en dienstenaanbod

Aandacht voor maatschappelijk uitgesloten groepen in de samenleving dient zich te vertalen in

het verhogen van de kwaliteit van het dienst- en hulpverleningsaanbod, vertrekkend van de

noden, behoeften, vragen en voorstellen van de doelgroepen (vraaggestuurd werken). De

provincie moet terzake ondersteunend, stimulerend, innoverend, sensibiliserend en corrigerend

werken.

Voorbeelden in Vlaams-Brabant:

• Het ontwikkelen van krachtgerichte en vraaggestuurde methodieken zoals bvb.

‘peerbevraging’ en ‘verbetergroepen’; methodieken die laagdrempelig werken

beogen zoals bvb. ‘basisschakelmethodiek’.

83


84

DEEL IV: Beleid om armoede tegen te gaan

Het inschakelen van ervaringsdeskundigen in de armoede is belangrijk om de toegankelijkheid

en de effectiviteit van diensten en voorzieningen te verhogen voor maatschappelijk uitgesloten

groepen. De provincie moet zich inspannen om de inschakeling van ervaringsdeskundigen in het

openbare en particuliere aanbod op een verantwoorde manier mogelijk te maken.

Voorbeelden in Vlaams-Brabant:

• Ondersteuning van de aanwerving van ervaringsdeskundigen in de armoede

(subsidies vzw De Link).

5. 5. Het Het stimuleren stimuleren stimuleren van van de de netwerkvorming

netwerkvorming

Geen enkele sector en geen enkele categoriale voorziening heeft voldoende in de

gereedschapskoffer om de oorzaken en gevolgen van armoede op haar eentje aan te pakken.

De provincie schept een kader voor onderlinge contacten en informatie-uitwisseling met het oog

op afstemming en netwerkvorming.

Voorbeelden in Vlaams-Brabant:

• Ondersteuningstraject schuldhulpverleners;

• Intervisiegroep inloopcentra Vlaams-Brabant;

• Verschillende organisaties nemen deel aan de provinciale participatieraad armoede.

Uitwisseling van informatie en ervaringen is een van de doelstellingen.

6. 6. 6. Het Het zichtbaar zichtbaar maken maken van van armoede

armoede

Men bereikt een inclusief beleid door achterstelling zichtbaar te maken en in kaart te brengen.

De cijfers op Vlaams niveau volstaan niet om eventuele regionale ontwikkelingen en trends vast

te stellen. Zicht houden op sociale uitsluiting binnen de regio is een noodzakelijke voorwaarde

voor alle opdrachten die hierboven staan. Dat beeld dient zowel kwantitatief als kwalitatief een

invulling te krijgen. De provincie dient daarvoor een steunpunt sociale planning uit te bouwen

met aandacht voor de kruisbestuiving tussen wetenschappelijke kennis en ervaringskennis.

Voorbeelden in Vlaams-Brabant:

• Provinciaal dossier 'Armoede in Vlaams-Brabant';

• Ondersteuning uitbouw verschillende acties i.k.v. 17 oktober in Vlaams-Brabant (zie

verder).

17.2 17.2 Werkgroepen/netwerken Werkgroepen/netwerken in Vlaams Vlaams-Brabant

Vlaams Brabant

17.2.1 17.2.1 Provincia Provinciale Provincia le advies advies- advies en participatieraad armoede

De communicatie tussen mensen die in armoede leven en het beleid is van essentieel belang

voor een goed armoedebeleid. Personen die dagelijks ondervinden wat het betekent uitgesloten

te worden zijn het best geplaatst om aan te geven welke maatregelen er dienen genomen te

worden om deze uitsluitingen weg te werken.

Om de dialoog tussen mensen in armoede en het beleid te realiseren werd de provinciale advies-

en participatieraad armoede in het leven geroepen. De belangrijkste personen in de

participatieraad armoede zijn de mensen die in armoede leven of geleefd hebben. Omdat het

niet evident is deze mensen naar een adviesorgaan te krijgen, vertrekken we vanuit lokale

armoedewerkingen bij CAW, OCMW, inloopcentra, welzijnsschakels, buurthuizen, verenigingen

waar armen het woord nemen ... vanuit de ganse provincie.

Enkele vaste werkpunten binnen de participatieraad zijn:


DEEL IV: Beleid om armoede tegen te gaan

• Uitwisseling tussen de verschillende deelnemers: zowel tendensen/noden in de eigen

regio als de daaraan gekoppelde hulpverlening. Alsook uitwisseling van ervaringen zowel

op niveau van de mensen in armoede als op niveau van de welzijnsorganisaties;

• Voorstelling verschillende organisaties met hun specifieke werking aan de hand van

georganiseerde bezoeken;

• Advisering en indien nodig/mogelijk ondersteuning van het provinciale armoedebeleid.

Zo werd heel het ondersteuningstraject van provinciale acties in het kader van 17

oktober ontwikkeld binnen de participatieraad.

Daarnaast probeert de participatieraad te onderzoeken hoe de provincie en de lokale besturen

hun beleid beter kunnen afstemmen op de noden van de kansarmen.

17.2.2 17.2.2 Regionale Regionale en en lokale lokale werkgroepen werkgroepen armoede

armoede

Via dit provinciale netwerk, de provinciale advies- en participatieraad, kunnen bestaande

regionale en/of lokale netwerken armoede versterkt worden. Indien wenselijk kan er ook

geholpen worden om in andere regio's dergelijke netwerken op te starten.

Zo bestaat er ondertussen een werkgroep armoede in Leuven, Halle, Tienen, Landen, alsook een

intergemeentelijke werkgroep armoede voor de regio Diest-Scherpenheuvel-Zichem.

Verschillende lokale organisaties en partners zoals Kind en Gezin, LOP-medewerkers, initiatieven

inzake lokale diensteneconomie, scholen, lokale besturen, buurthuizen… nemen deel aan deze

werkgroepen.

Daarnaast zijn er ook lokale werkgroepen armoede opgericht in het kader van het Lokaal Sociaal

Beleid. Hier heeft de provincie vooral in de opstart van deze werkgroepen een ondersteunende

rol gespeeld.

Betere samenwerking en afstemming van het hulpverleningsaanbod in de ruime betekenis van

het woord, alsook de uitbouw van een adequaat lokaal armoedebeleid zijn de belangrijkste

doelstellingen van deze werkgroepen.

17.3 17.3 Provinciale Provinciale acties acties in in het het kader kader van van van de de internationale internationale dag dag van van

van

het het het vverzet

v

erzet tegen extrem extreme extrem

e armoede

Op 22 december 1992 riep de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties '17 oktober' uit

tot Werelddag van het Verzet tegen Extreme Armoede. Mensen die in armoede leven worden

opgeroepen om zich op deze dag te verenigen en hun rechten te doen respecteren. 70

85


86

DEEL IV: Beleid om armoede tegen te gaan

In 2003 heeft de provinciale participatieraad armoede 17 oktober voor de eerste keer in onze

provincie in de kijker gezet. De eerste jaren werd er één provinciale actie georganiseerd door de

provinciale participatieraad. Door het stimuleren en ondersteunen van regionale en lokale

netwerken werd er in 2007 op drie plaatsen gelijktijdig een regionale actie opgezet. Deze

tendens is verder uitgegroeid tot 8 regionale acties in 2008 en 16 acties in 2011.

Deze verschillende acties worden nog steeds onder de vleugels van de provinciale

participatieraad armoede gecoördineerd waarbij gemeenschappelijke afspraken gemaakt

worden, maar voor de concrete uitwerking van de acties ter plaatse subsidieert de provincie

Vlaams-Brabant sinds 2009 de regionale partners binnen de provinciale participatieraad.

Een voorbeeld van gemeenschappelijke afspraak, gemaakt in de participatieraad, is de

campagne van de geknoopte witte lakens. Elke lokale actie neemt deel aan deze campagne en

probeert in de eigen regio zoveel mogelijk witte geknoopte lakens uit te hangen.

17.4 17.4 Provinciale Provinciale subsidies

subsidies

17.4.1 17.4.1 Inloopcentra Inloopcentra voor voor laagdrempelige laagdrempelige laagdrempelige armoedebestrijding

armoedebestrijding

De provincie sloot met elk autonoom Centrum voor Algemeen Welzijnswerk (CAW) in Vlaams-

Brabant een aparte convenant af, om in hun werkingsregio een minimale dienstverlening te

ondersteunen en verder uit te bouwen. Eén van die doelstellingen is het bestrijden van armoede.

Om kansarmen beter te bereiken, krijgt elk CAW in Vlaams-Brabant een subsidie voor het

opzetten van een laagdrempelige werking, meestal in de vorm van een inloopcentrum.

Het provinciebestuur verwacht dat elk CAW een weloverwogen actieplan opstelt om deze

laagdrempelige werking uit te bouwen. Algemene aandachtspunten binnen dit actieplan zijn de

participatie van de doelgroep, regionale uitstraling en het werken volgens de

basisschakelmethodiek.

17.4.2 17.4.2 Subsidie Subsidie voor voor startende startende verenigingen verenigingen waar waar armen armen het het woord woord nemen

nemen

De subsidiëring van Verenigingen waar Armen het Woord Nemen is door het armoededecreet

een Vlaamse taak. Binnen het kader van haar impulsbeleid kan een provincie wel, beperkt in de

tijd, subsidies verlenen aan kandidaat-verenigingen. Aangezien Vlaams-Brabant de minste

erkende verenigingen heeft worden er binnen het impulsbeleid middelen voorzien om

verenigingen te stimuleren in regio’s waar er momenteel geen bestaan, gekoppeld aan het

blindevlekkenbeleid van het Vlaams Netwerk.

17.4.3 17.4.3 Provinciaal Provinciaal subsidiereglement subsidiereglement ter ter ondersteuning ondersteuning van

van

groepswerkingen groepswerkingen inzake inzake armoedebestrijding

armoedebestrijding

armoedebestrijding

Armoede pak je best samen aan. Daarom geeft de provincie subsidies aan werkingen waar

mensen in groep hun problemen trachten te overwinnen. Gemeenten, OCMW's en

welzijnsorganisaties kunnen een aanvraag indienen. 71

18 18 Het Het lokale lokale armoedebeleid

armoedebeleid

18.1 18.1 Lokaal Lokaal Sociaal Sociaal Beleid Beleid

Beleid

Het decreet Lokaal Sociaal Beleid (17 maart 2004) heeft als doel te verzekeren dat iedereen een

gelijke toegang verkrijgt tot het recht op een menswaardig leven. Dit brengt met zich mee dat

de toegankelijkheid van de sociale dienst- en hulpverlening moet verbeteren.


DEEL IV: Beleid om armoede tegen te gaan

Lokaal sociaal beleid is het resultaat van de acties die OCMW, gemeente, andere overheden,

semi-publieke, private en privé organisaties ondernemen om de sociale grondrechten voor

iedereen te realiseren. Via de opmaak van een lokaal sociaal beleidsplan worden alle acties

gebundeld waarbij een integrale, geïntegreerde en inclusieve aanpak het uitgangspunt vormt.

In het decreet Lokaal Sociaal Beleid wordt een sterkere, coördinerende rol voor de lokale

besturen voorzien. Het Lokaal Sociaal Beleidsplan is een instrument om dit concreet te

realiseren. Gemeente en OCMW werken dit plan samen met de lokale actoren uit.

Drie pijlers zijn belangrijk binnen het lokaal sociaal beleid: samenwerking, sociaal huis en

participatie. Bij samenwerking wordt zowel de samenwerking tussen OCMW en gemeente als

de samenwerking van het lokale bestuur met lokale actoren bedoeld.

Om de maximale toegankelijkheid van de dienstverlening te bekomen realiseren de lokale

besturen een Sociaal Huis, waar burgers terecht kunnen met vragen rond de sociale

dienstverlening in hun gemeente, buurt of wijk. Het lokale bestuur bepaalt zelf hoe het de drie

functies (informatiefunctie, loketfunctie en doorverwijsfunctie) van het Sociaal Huis invult.

18.2 18.2 OCMW OCMW-werking

OCMW werking werking

In België is de maatschappelijke dienstverlening een systeem dat bescherming wil bieden aan

personen en gezinnen die niet meer beschikken over voldoende middelen om een leven te

kunnen leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid (bijvoorbeeld door een

faillissement, een ziekte, een ontslag, familiale problemen, etc.).

De steun die het OCMW toekent kan verschillende vormen aannemen en is afhankelijk van de

situatie waarin iemand zich bevindt. Het kan gaan om financiële hulp (leefloon of een equivalent

aan het leefloon), psychosociale hulp, medische hulp enz. Het OCMW onderzoekt elke

steunaanvraag en doet voorstellen die het best daarbij aansluiten en die beantwoorden aan de

behoefte van de persoon in kwestie.

Naast het toekennen van individuele steun aan personen in moeilijkheden, voorziet de wet

bovendien dat het OCMW, daar waar het nodig blijkt, instellingen of diensten met een sociaal,

curatief of preventief karakter kan opstarten en beheren. De diensten die beheerd worden door

het OCMW zijn zeer verschillend en hangen in grote mate af van de behoeften van de bevolking

die leeft in de gemeente. Zo heeft OCMW Herent een sociaal restaurant, werkt OCMW

Kortenaken met een mobiele ambtenaar en bouwt OCMW Vilvoorde wijkcentra uit.

Wie geen of een te laag inkomen heeft, er niet in slaagt de eindjes aan elkaar te knopen of

opkijkt tegen een hoge schuldenberg, kan aangepaste hulp krijgen bij het OCMW.

Leefloon Leefloon en en equivalent equivalent leefloon

leefloon

Wanneer een persoon of gezin bestaansmiddelen heeft die ontoereikend zijn en deze persoon

of dit gezin niet in staat is om zelf die toestand te veranderen, dan kan het OCMW een leefloon

uitbetalen (zie ook hoofdstuk 2.2) . Voordat het OCMW beslist om het leefloon toe te kennen,

zal het eerst de financiële situatie van de aanvrager onderzoeken.

Het equivalente leefloon is een financiële bijstand die het OCMW toekent aan de personen of

gezinnen die geen recht hebben op het leefloon (omdat ze niet aan alle vereiste voorwaarden

voldoen), maar die zich in een gelijkaardige noodsituatie bevinden.

Tussenkomsten

ussenkomsten

In sommige gevallen verleent het OCMW aanvullende financiële hulp. Het leefloon en het

equivalente leefloon worden bepaald door wetten, die voor alle OCMW's in België van

toepassing zijn. Daarnaast kan elk OCMW zelf beslissen over de aard en het bedrag van

bijkomende financiële tussenkomsten.

87


88

DEEL IV: Beleid om armoede tegen te gaan

Er is een waaier aan mogelijkheden, maar veelvoorkomende tussenkomsten zijn:

• dringende steun (spoedsteun), overbruggingssteun ...;

• tussenkomst in medische kosten (van remgeld medicamenten tot tussenkomst in de

aankoop van een bril, tandprothese ...);

• tussenkomst in woonkosten (huurtussenkomst, huurwaarborg ...);

• tussenkomst in energiekosten;

• tussenkomst schoolkosten.

Budgetbegeleiding

Budgetbegeleiding

Budgetbegeleiding

Wanneer een persoon of gezin voldoende inkomsten heeft maar meer en meer schulden

opstapelt, kan het OCMW helpen om het budget te ordenen en de uitgaven onder controle te

krijgen. De persoon of het gezin houdt zijn budget volledig zelf in handen.

Budgetbeheer

Budgetbeheer

Budgetbeheer

Wanneer de situatie zeer ernstig is kan het OCMW het budget een tijdlang overnemen. Het

OCMW ontvangt dan alle inkomsten en voert in naam van de persoon of het gezin de

betalingen uit. De persoon of het gezin heeft inspraak en controle op zijn budget. Voor

schuldeisers betekent een 'budgetbeheer' een extra garantie dat de afbetalingen daadwerkelijk

uitgevoerd worden, waardoor andere maatregelen minder nodig zijn (vb. aanmaningsbrieven,

deurwaarders, beslag).

Schuldbemiddeling

Schuldbemiddeling

Schuldbemiddeling

Wanneer een persoon of gezin een probleem van overmatige schuldenlast heeft kan het OCMW

overgaan tot schuldbemiddeling.

Een eerste vorm van schuldbemiddeling is een 'minnelijke aanzuiveringsregeling' waarbij het

OCMW bemiddelt met de schuldeisers om tot een afbetalingsplan te komen.

Indien het niet mogelijk is de overmatige

schuldenlast weg te werken via een

minnelijke aanzuiveringsregeling, kan de

persoon of het gezin een verzoek indienen

voor een collectieve schuldbemiddeling bij

de arbeidsrechtbank. Als de aanvraag

volledig is en aan de voorwaarden voldoet,

stelt de rechter een schuldbemiddelaar aan

(advocaat, notaris, deurwaarder of erkende

schuldbemiddelingsdienst). Deze laatste zal

een plan opstellen voor de afbetaling van de

schulden, waardoor de financiële toestand

van de persoon of het gezin dat het verzoek

heeft ingediend kan worden hersteld, terwijl

die persoon of dat gezin toch een

menswaardig leven kan leiden.

Ervaring rvaring uit de regio Leuven Leuven

“Tijdens mijn verblijf in Kortenberg had ik een

assistent van het OCMW omdat ik bij mijn exvrouw

heel veel schulden had opgebouwd. Ik

kon hier helemaal niet meer aan uit en mijn

assistent heeft dit allemaal uitgezocht en er een

dossier van gemaakt. Hiermee moest ik naar het

gerecht en sindsdien ben ik in collectieve

schuldbemiddeling. Voor mij was het op dat

moment belangrijk dat mijn assistent even alles

uit handen nam want ik kon dat zelf niet op dat

moment.”


DEEL IV: Beleid om armoede tegen te gaan

19 19 Aanbod Aanbod voor voor personen personen in in armoede armoede in in Vlaams Vlaams-Brabant

Vlaams Brabant

19.1 19.1 Samenlevingsopbouw

Samenlevingsopbouw

De sector Samenlevingsopbouw organiseert maatschappelijk kwetsbare groepen. Samen met

hen pakken buurtwerkers en opbouwwerkers gemeenschappelijke problemen aan die te maken

hebben met grondrechten of met de leefbaarheid in hun buurt, stad, dorp of streek. De focus

ligt op de verbetering van de kwaliteit van het leven en het samenleven. Samenlevingsopbouw

werkt aan een beleid dat afgestemd is op de noden en behoeften van maatschappelijk

kwetsbare groepen.

Het Regionaal Instituut voor Samenlevingsopbouw (RISO) Vlaams-Brabant is een vzw die op

verschillende plaatsen in de provincie opbouwwerk en buurtwerk organiseert (www.risovlb.be).

Zij werken met groepen die zelf niet gemakkelijk opkomen voor hun rechten. Samen met de

mensen pakken ze problemen aan die te maken hebben met huisvesting, samenleven,

vereenzaming, onderwijs, arbeid ... Kaart 55 toont de gemeenten waar het RISO aanwezig is

met een opbouwwerkproject of buurtwerk.

Kaart Kaart 55 55: 55 : Projecten Projecten van van Riso Riso Vlaams Vlaams-Brabant

Vlaams Brabant

Gemeente met project

Bever

Galmaarden

Herne

Roosdaal

Affligem

Liedekerke

Gooik

Ternat

Lennik

Pepingen

Opwijk

Merchtem

Asse

Dilbeek

Sint-

Pieters-

Leeuw

Halle

Londerzeel

Meise

Wemmel

Beersel

Kapelleopden-

Bos

Drogenbos

Zemst

Grimbergen

Vilvoorde

Linkebeek

Sint-

Genesius-

Rode

Machelen

19.2 19.2 Algemeen Algemeen Algemeen Welzijnswerk

Welzijnswerk

Steenokkerzeel

Zaventem

Kampenhout

Kortenberg

Kraainem

Bertem

Wezembeek-

Oppem

Tervuren

Hoeilaart

Boortmeerbeek

Overijse

Huldenberg

Keerbergen

Haacht

Herent

Begijnendijk

Tremelo

Rotselaar

Leuven

Oud-Heverlee

Holsbeek

Bierbeek

Lubbeek

Aarschot

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel-

Zichem

Glabbeek

Tienen

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron: RISO Vlaams-Brabant (www.risovlb.be)

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Het Algemeen Welzijnswerk biedt psychosociale hulp- en dienstverlening aan personen van wie

de welzijnskansen bedreigd of verminderd worden. Dit kan het gevolg zijn van gebeurtenissen

in de persoonlijke levenssfeer, problemen ten gevolge van gebeurtenissen in een context van

criminaliteit of problemen van meervoudige kwetsbaarheid ten gevolge van een proces van

sociale uitsluiting. Het algemeen welzijnswerk helpt mensen om zich persoonlijk en sociaal te

ontplooien, hun individuele en sociale rechten uit te oefenen, zodat ze een menswaardig leven

kunnen leiden.

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

89


Het algemeen welzijnswerk wil:

90

DEEL IV: Beleid om armoede tegen te gaan

• de toegankelijkheid van de maatschappelijke basisvoorzieningen en de

gespecialiseerde zorgvoorzieningen bevorderen en hun bereikbaarheid effectief

helpen realiseren;

• problemen inzake sociale integratie en bevredigend persoonlijk functioneren

voorkomen;

• oplossingen aanbieden voor de problemen van personen.

Vlaams-Brabant telt momenteel vier autonome Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW) (Kaart

56):

• CAW Regio Leuven

• CAW Hageland

• CAW Regio Vilvoorde

• CAW Delta

Kaart Kaart 56 56: 56 : Centra Centra Algemeen Algemeen Welzijnswerk Welzijnswerk in in Vlaams Vlaams-Brabant

Vlaams Brabant

CAW regio's

Bever

regio Leuven

Hageland

Hageland en Leuven

regio Vilvoorde

Delta

Haaltert Denderleeuw

Ninove

Galmaarden

Herne

Roosdaal

Gooik

Affligem

Liedekerke

Ternat

Lennik

Pepingen

Opwijk

Asse

Merchtem

Dilbeek

Sint-

Pieters-

Leeuw

Halle

Londerzeel

Meise

Wemmel

Kapelleop-den-

Bos

Drogenbos

Zemst

Grimbergen

Vilvoorde

Linkebeek

Sint-

Beersel Genesius-

Rode

Machelen

Kraainem

Steenokkerzeel

Zaventem

Wezembeek-

Oppem

Hoeilaart

Boortmeerbeek

Kampenhout

Kortenberg

Tervuren

Overijse

Bertem

Huldenberg

Keerbergen

Haacht

Herent

Begijnendijk

Tremelo

Rotselaar

Leuven

Oud-Heverlee

Holsbeek

Bierbeek

Lubbeek

Aarschot

Boutersem

Tielt-Winge

Hoegaarden

Scherpenheuvel-

Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Linter

Landen

Kaart: Steunpunt sociale planning

Bron: CAW's Vlaams-Brabant

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Geetbets

Zoutleeuw


In 2009 ontvingen de CAW's van Vlaams-

Brabant meer dan 13.800 keer iemand aan

het onthaal. De meest voorkomende

problemen waren relationele problemen,

administratieve en juridische problemen,

psychische en persoonlijke problemen en

materiële of financiële problemen.

Tegelijkertijd werden meer dan 3.700

begeleidingen verzorgd. De meeste

begeleidingen gebeurden voor relationele

problemen en psychische en persoonlijke

problemen, maar heel wat van die cliënten

hadden ook administratieve en juridische

problemen en materiële of financiële

problemen. 72

19.3 19.3 De De inloopcentra

inloopcentra

De inloopcentra zijn deelwerkingen van de

Centra Algemeen Welzijnswerk. Een

inloopcentrum is een ontmoetingsplaats

voor mensen die, omwille van

omstandigheden, uitgesloten worden op

verschillende levensdomeinen. Mensen die

geen sociaal netwerk meer hebben, kunnen

er terecht. Er worden activiteiten

georganiseerd en

ontmoetingsmogelijkheden en

dienstverlening geboden. Bezoekers worden

aangemoedigd om als vrijwilliger mee te

werken aan de uitbouw van het centrum.

Op die manier wil men de mensen

versterken in hun eigenwaarde en ervoor

zorgen dat ze opnieuw aansluiting vinden

bij anderen, bij diensten en in de

samenleving.

DEEL IV: Beleid om armoede tegen te gaan

Ervaring Ervaring van van een een alleenstaande alleenstaande vrouw vrouw met

met

kinderen kinderen uit uit Leuven Leuven

Leuven

“De opvang in het vluchthuis is een heel

positieve ervaring geweest voor mij en mijn

kinderen. Ze hebben mij vooral gewezen op mijn

rechten als moeder/vrouw. Dit is heel belangrijk

voor mij geweest. Tijdens de andere

hulpverlening en in mijn verder leven, probeer ik

zoveel mogelijk mijn rechten te benutten. In het

vluchthuis heb ik respect gekregen en werd ik

als mens behandeld! Ik heb er geleerd om terug

voor mezelf op te komen en ben terug ‘iemand’

geworden. Hier heb ik ook opnieuw mijn eerste

stappen naar een nieuw sociaal leven gezet. “

Ervaring Ervaring uit uit een een een inloopcentrum

inloopcentrum

inloopcentrum

“Omwille van mijn ziekte is het voor mij altijd

moeilijk geweest om me te bedwingen in

stresssituaties. Dat maakt het heel moeilijk voor

mij om werk te vinden, laat staan om het te

houden. Ik heb een periode gehad van twaalf

stielen en dertien ongelukken, maar ik kan mijn

werkgevers wel begrijpen. Sommigen hadden al

wat meer geduld met mij dan anderen, maar

uiteindelijk moet je als werkkracht geld

opbrengen en er moet een zekere regelmaat in

je prestaties zitten. Dat is voor mij altijd heel

moeilijk geweest.

Nu word ik begeleid om op mijn eigen tempo

terug mijn draai te vinden op de arbeidsmarkt.

Enkele dagen in de week ga ik naar het

inloopcentrum. Daar kiezen we zelf welke

activiteiten er komen en we organiseren ze mee.

Ik heb er geleerd dat er nog mensen in een

gelijkaardige situatie zitten. Ik doe er soms

vrijwilligerswerk. Op die manier probeer ik wat

structuur in mijn leven te brengen. Op termijn

hoop ik nog eens een betaalde job te doen,

maar ik mag de lat niet ineens te hoog leggen.

De kans dat ik dan gedemotiveerd raak is groot.

Dan moet ik veel meer moeite doen om terug te

geraken waar ik stond.

Ik ben er me van bewust dat het altijd op en af

zal gaan met mij, maar ik ben mede dankzij de

steun van de andere bezoekers aan het leren om

daar minder destructief mee om te gaan. Om

zelf verantwoordelijkheid op te nemen als het

wat moeilijker gaat.”

91


92

DEEL IV: Beleid om armoede tegen te gaan

19.4 19.4 Verenigingen Verenigingen waar waar armen armen het het woord woord woord nemen

nemen

Een Vereniging waar armen het woord nemen (VWAWN) heeft als doel armoede en sociale

uitsluiting weg te werken. Ze doen dit door te wegen op het beleid. Input van mensen in

armoede staat centraal, een sociale mix wordt als verrijkend ervaren. In Vlaanderen bestaan er

meer dan 40 erkende verenigingen, waarvan er slechts 4 in Vlaams-Brabant zijn gesitueerd: 2 in

Leuven, 1 in Halle, en één vereniging in opstart in Tienen. Ze komen samen in verschillende

themawerkgroepen (tewerkstelling, gezondheid en gezin, cultuur- en sportparticipatie, wonen,

onderwijs en vorming)

De verenigingen hebben allemaal een eigen

werking, die kan verschillen. Sommigen

hebben een kinderwerking, een sociaal

restaurant of een sociale kruidenier.

19.5 19.5 Welzijnsschakels

Welzijnsschakels

Welzijnsschakels

Vrijwilligers, zowel mensen in armoede als

niet-armen, verbonden met

Welzijnsschakels, werken in hun (eigen)

buurt samen rond armoede en uitsluiting.

Ze vertalen concrete vormen van solidariteit

naar maatschappelijke en politieke signalen

van uitsluiting. Ze organiseren activiteiten

die mensen samenbrengen en waarin ze

diverse talenten, vaardigheden en

interesses, ook culturele, aanspreken. Ze

zoeken inzicht in mechanismen die armoede

en uitsluiting in stand houden, en volgen

hiertoe vorming. Hierin willen ze

samenwerken met organisaties of mensen

die hun doel kunnen versterken.

Ervaring Ervaring uit een vereniging

“In ’t Lampeke hebben bezoekers en werkers

altijd een luisterend oor. Je kan er lekker eten,

we lachen veel en je zit gezellig bij elkaar. We

doen zowel ontspannende als serieuze

activiteiten. In vormingen en werkgroepen leren

we veel bij. We zoeken ook naar oplossingen

voor problemen die we mee maken. We zien dat

er soms met de voorstellen die we doen,

vooruitgang wordt geboekt.”

Tekst Tekst van van bezoeker bezoeker van een Welzijnschakel

In de loop van ons leven komen er ogenblikken

waarop wij klem geraken.

Wij zien geen uitweg.

Onze draagkracht is opgebruikt.

Wij liggen verlamd neer.

Gelukkige mensen zijn wij dan, wanneer

medemensen zich over ons ontfermen, ons

dragen, ons opnieuw tot leven brengen.

Dan kunnen wij zelf onze taak weer opnemen.


Kaart Kaart 57 57: 57 : Werkingen Werkingen rond rond armoede

armoede

Vereniging waar armen het woord nemen

Inloopcentrum

Welzijnsschakel

Bever

Galmaarden

Herne

Affligem

Gooik

Asse

Liedekerke Ternat

Roosdaal

Lennik

Pepingen

Dilbeek

DEEL IV: Beleid om armoede tegen te gaan

Londerzeel

Opwijk

Merchtem

Sint-

Pieters-

Leeuw

Halle

Meise

Wemmel

Drogenbos

Kapelleop-den-

Bos

Zemst

Grimbergen

Vilvoorde

Linkebeek

Sint-

Beersel Genesius-

Rode

Machelen

Kampenhout

Kortenberg

Zaventem

Hoeilaart

Boortmeerbeek

Steenokkerzeel

Kraainem

Wezembeek-

Oppem

Tervuren

Overijse

Bertem

Huldenberg

Keerbergen

Haacht

Herent

Rotselaar

Leuven

Begijnendijk

Tremelo

Aarschot

Holsbeek

Lubbeek

Tielt-Winge

Boutersem

Bierbeek

Oud-Heverlee

Hoegaarden

Scherpenheuvel-

Zichem

Glabbeek

Tienen

Bekkevoort

Diest

Kortenaken

Kaart: Steunpunt sociale planing

Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product)

Ervaring Ervaring van van een een oudere oudere vrouw vrouw uit uit de de regio regio Leuven

Leuven

“Ik ben ooit afgesloten van energie. In het begin durfde ik hier met niemand over praten of iemand om

hulp vragen. Ik schaamde mij dat het mij moest overkomen en dacht dat ik met mijn probleem alleen

stond. Op het ogenblik van de afsluiting woonden mijn kinderen nog thuis. Vooral voor hen vond ik het

erg. Zij konden er immers niets aan doen en ik had schrik dat ze van mij weggenomen zouden worden.

Uiteindelijk heb ik al mijn moed bijeen geraapt en ben ik toch hulp gaan zoeken. Alle energieproblemen

zijn nu van de baan. Intussen heb ik ook geleerd dat ik niet de enige ben die in de problemen is geraakt.

Via een vereniging waar armen het woord nemen en werkgroepen van het Vlaams Netwerk ben ik in

contact gekomen met andere mensen die in dezelfde situatie zitten. De meeste van deze mensen durfden

niet zomaar te vertellen wat hen overkomen is. Ik doe dit wel. Misschien zijn er lezers die afgesloten zijn,

maar die zich hier op dit moment nog te veel over schamen om hulp te zoeken. Het vergt een inspanning

en het doet soms pijn wanneer ik mijn verhaal vertel, maar het gaat hier om een situatie die onmenselijk is

en ik vind dat de buitenwereld mag horen dat dit gebeurt en welke invloed dit kan hebben op iemands

leven. Het zijn over het algemeen mensen die niet weten wat het is om zonder elektriciteit en gas te

moeten leven die beslissen of mensen afgesloten worden of niet.”

19.6 19.6 Andere Andere vormen vormen van hulp

Naast deze armoedewerkingen zijn er ook projecten in het kader van samenlevingsopbouw,

buurthuizen, tweedehandswinkels, kringwinkels, voedselbedelingen, sociale restaurants, sociale

kruideniers, sociale tewerkstellingsprojecten, projecten in de cultuursector en onderwijssector

met armoede als belangrijke invalshoek, enzovoort. In het kader van deze analyse is het niet

mogelijk al deze verschillende voorzieningen in kaart te brengen.

Linter

Landen

Geetbets

Zoutleeuw

93


Algemene Algemene conclusies

conclusies

94

ALGEMENE CONCLUSIES

Vlaams-Brabant is gemiddeld een rijke provincie provincie, provincie

maar dat betekent niet dat armoede er niet

bestaat. Bovendien is het inkomen in Vlaams-Brabant meer ongelijk verdeeld dan in Vlaanderen

als geheel. De 10% hoogste inkomens bezitten samen een groter inkomen dan de 50% laagste

inkomens, en de verschillen nemen toe.

Armoede Armoede-indicatoren

Armoede indicatoren

Het gemiddeld inkomen is vooral laag in het oosten van het Hageland, inclusief de Hagelandse

steden (Tienen, Diest, Aarschot). Daarnaast vallen ook enkele sterk verstedelijkte gemeenten van

Vlaams-Brabant op. Bij die laatste is het industriële gebied van de Zennevallei, van Halle in het

zuiden tot Vilvoorde en Machelen en een deel van Zaventem in het noorden. Ook horen er

enkele aan Brussel grenzende deelgemeenten ten noorden en westen van Brussel bij. Het

centrum van Leuven heeft eveneens een erg laag gemiddeld inkomen. Dit lage inkomen in

stedelijk gebied hangt samen met het vertrek van hogere inkomensgroepen naar de groene

rand rond de steden. We zien dan ook de hoogste gemiddelde inkomens ten zuidoosten van

Brussel, ten zuiden van Leuven en in andere residentiële gemeenten, zoals Keerbergen. Dit geldt

daarnaast in enkele deelgemeenten ten noorden en westen van Brussel of rond kleinere steden

als Tienen. Nog steeds stijgt het inkomen sterk in deze (deel)gemeenten, terwijl het veel minder

snel stijgt in stedelijke gebieden. In sommige plattelandsgemeenten, vooral in het Pajottenland,

neemt het inkomen eveneens relatief sterk toe.

Het al dan niet hebben van werk werk werk speelt een belangrijke rol in de armoedeproblematiek. Werk is

een sterke buffer tegen armoede, hoewel ook werkenden onder de armoededrempel kunnen

vallen. De werkloosheid is algemeen sterk afhankelijk van de economische conjunctuur, die na

2008 in een dal terecht kwam. Hoge werkloosheidscijfers vinden we meestal waar ook het

gemiddeld inkomen laag is: in de Zennevallei, in enkele andere aan Brussel grenzende

deelgemeenten in het noorden en het westen (algemeen zijn er wat hogere waarden ten

westen van Brussel), in het centrum van Leuven en in het oostelijk Hageland, vooral in de

steden. De werkloosheid in de plattelandsgemeenten van het Hageland heeft een ander

karakter dan die in de stedelijke gebieden. De werklozen op het platteland zijn vaker van

Belgische origine. De werkloosheid onder ouderen, en in mindere mate onder jongeren, is op

het platteland meer uitgesproken. In de steden vinden we meer werklozen uit de tussenliggende

leeftijdsgroepen. In de plattelandsgemeenten van het Hageland is de scholingsgraad van de

werklozen erg laag, net als in het noorden van de Zennevallei en Tienen.

Personen die niet over toereikende bestaansmiddelen beschikken of kunnen beschikken, kunnen

een beroep doen op een leefloon leefloon leefloon of equivalent leefloon. We zien een stijging van het aantal

(equivalent) leefloners in de laatste jaren. Het leefloon is bij uitstek een stedelijk fenomeen:

opvallend zijn Leuven, Tienen en de noordelijke rand rond Brussel. De inkomensgarantie inkomensgarantie voor

ouderen, die kan worden beschouwd als een leefloon voor ouderen, is eveneens belangrijk in de

stedelijke gebieden, maar ook in plattelandsgemeenten, vooral in het oostelijk Hageland. Het

gemiddeld uitgekeerde bedrag is er wel lager.

Een meer algemene indicator voor armoede is de verhoogde verhoogde tegemoetkoming in de

ziekteverzekering

ziekteverzekering, ziekteverzekering die kan worden aangevraagd bij een laag inkomen. Meer dan een kwart van

de 65-plussers maakt gebruik van deze tegemoetkoming. Erg hoge waarden bij ouderen vinden

we in de plattelandsgemeenten van het Pajottenland en vooral het oostelijk Hageland. Bij de

andere leeftijdsgroepen gaat het om een goede 5% van de bevolking. Dit is vooral een stedelijk

fenomeen.


Risicofactoren

Risicofactoren

ALGEMENE CONCLUSIES

Armoede is in de eerste plaats een materieel probleem. Wie niet voldoende bestaansmiddelen

heeft om algemeen aanvaarde leefpatronen te kunnen opbouwen, wordt beschouwd als arm.

Maar het is ook meer dan dat. Iemand die zich op verschillende verschillende domeinen domeinen, domeinen zoals de

gezinssituatie, opleiding, gezondheid, woonsituatie… in een moeilijke positie bevindt, kan veel

moeilijker uit de armoede klimmen dan iemand die minder problemen cumuleert.

Het armoederisico is veel hoger bij eenoudergezinnen eenoudergezinnen (in de praktijk meestal alleenstaande

moeders), wat een stedelijk fenomeen is, en vooral uitgesproken rond Brussel. Een andere

risicogroep zijn de personen van niet-Europese origine origine die vooral rond Brussel sterk aanwezig

zijn, zeker in het noordoosten, maar ook in Leuven, Diest en in mindere mate Tienen. Ook

ouderen ouderen lopen meer risico om in armoede terecht te komen. Ze zijn sterk vertegenwoordigd in

het Hageland en in enkele residentiële gemeenten rond Brussel. De pensioenen zijn gemiddeld

heel wat lager in het Hageland dan rond Brussel. De opleidingsgraad opleidingsgraad is opvallend laag in het

oostelijk Hageland, in de Zennevallei en in Liedekerke. Het aandeel leerlingen dat nu een

beroepsopleiding volgt, is ook in die gemeenten het hoogst. Heel opvallend is de slechte

gezondheidssituatie gezondheidssituatie en het hoge aandeel personen met een langdurige ziekte of handicap in het

Hageland, veel meer nog dan in de Zennevallei, ook als er gecorrigeerd wordt voor de

leeftijdsstructuur. Het aantal erkende handicaps en het aantal uitkeringen voor personen met

een handicap is relatief nog hoger in het Hageland, maar ook in het Pajottenland.

Wonen Wonen is is is duur duur duur in Vlaams-Brabant. Een gezin dat leeft van een leefloon of een inkomensgarantie

voor ouderen is er niet in staat een gemiddeld huis te huren, en bovendien zijn er weinig sociale

woningen. Personen in armoede zijn dus meestal aangewezen op de private huurmarkt in de

goedkopere en minder kwalitatieve segmenten. Private huurwoningen zijn vooral te vinden in

stedelijke gebieden. De huurprijzen zijn gemiddeld het minst hoog in Leuven, in de Zennevallei

en in het oostelijke Hageland, waar er buiten de steden wel weinig huurwoningen zijn. De

minder hoge huurprijzen in deze gebieden hangen wel samen met het relatief belangrijke

aanbod aan huurwoningen in de minder kwalitatieve segmenten. De gezinnen die een aanvraag

indienen voor een sociale woning wonen dan ook vaak in deze gemeenten. Opvallend zijn

Leuven, de Zennevallei en kleinere steden als Tienen, Diest en Asse.

Het aantal gezinnen met schuldenlast schuldenlast neemt toe. Onder meer de stijgende energie energie- energie energie en

en

waterprijzen waterprijzen zorgen voor betalingsproblemen. Gezinnen met een budgetmeter voor elektriciteit,

die geplaatst wordt bij betalingsproblemen, vinden we vooral in de stedelijke gebieden: de

Zennevallei, Tienen, maar ook Asse en Liedekerke. Op het platteland zijn er heel lage waarden.

Ook op dit vlak zien we dus dat de armoedeproblematiek andere karakteristieken heeft op het

platteland dan in de steden.

Armoede Armoede bij bij kinderen

kinderen

Het aandeel minderjarigen dat opgroeit in een gezin zonder inkomen uit arbeid of pensioen

bedraagt in Vlaams-Brabant 7,0% (werknemers van internationale organisaties zijn wel

inbegrepen). 20,5% van de eenoudergezinnen met minderjarige kinderen hebben geen

inkomen uit arbeid of pensioen. Er vallen meer kinderen onder de voorkeursregeling in de

ziekteverzekering dan volwassenen op actieve leeftijd. Het gaat vooral om een stedelijk

fenomeen. Bij de kinderen op secundaire schoolleeftijd zijn de waarden ook hoog in het

Hageland, zij het vooral in de steden. Meer en meer kinderen vallen onder de voorkeursregeling.

Bij het leefloon is er, naast een stijgend aandeel vrouwen, ook een steeds hoger aandeel

jongeren en gezinnen met kinderen. Dat is een alarmerende evolutie. Kinderarmoede is

bijzonder belangrijk omdat het niet alleen het welzijn van de kinderen in gevaar brengt, maar

ook hun toekomst. Kinderen die in armoede leven hebben immers een veel hoger risico om later

ook in armoede te belanden.

95


96

ALGEMENE CONCLUSIES

Aan de hand van zes criteria geeft Kind en Gezin aan welke kinderen geboren geboren worden in een

kansarm kansarm gezin gezin. gezin Vooral in Leuven en Tienen wordt zijn de aandelen hoog. Ook in de regio

Vilvoorde-Zaventem, in Asse en in verschillende gemeenten in Noord- en Zuid-Hageland worden

er veel kinderen geboren in een kansarm gezin. Hoewel het cijfer van Vlaams-Brabant nog

steeds onder het Vlaamse gemiddelde blijft, zien we in Vlaams-Brabant de laatste jaren een

sterkere stijging van het aandeel kansarme geboorten.

De leerlingenkenmerken

leerlingenkenmerken leerlingenkenmerken of zogenaamde gelijke gelijke kansenindicatoren kansenindicatoren (leerlingen met

schooltoelage, met een lage opleiding van de ouders, die niet thuis wonen of geen vast adres

hebben) vormen een andere indicator voor armoede bij kinderen. Wanneer we kijken naar het

aantal leerlingen met een schooltoelage omwille van een laag inkomen, zien we opnieuw de

bekende patronen: hoge waarden in de Zennevallei, in het oostelijk Hageland (vooral de

steden), in Leuven en in enkele gemeenten ten westen van Brussel, van Asse tot Liedekerke.

Lage waarden vinden we ten zuidoosten van Brussel, ten zuiden van Leuven, en in een aantal

andere residentiële gemeenten als Keerbergen en Meise. In het secundair onderwijs is het

oostelijk Hageland veel meer uitgesproken. De verspreiding van de leerlingen waarop één of

meerdere van de gelijke kansenindicatoren van toepassing is, geeft in grote lijnen hetzelfde

ruimtelijke beeld. Bijna een kwart van de Vlaams-Brabantse kinderen in het basisonderwijs valt

hieronder. In het secundair onderwijs is dat meer dan een kwart.

Leerlingen in risicoschoolloopbanen

isicoschoolloopbanen (leerlingen in het gewoon onderwijs met minstens 2 jaar

schoolse vertraging of leerlingen in het buitengewoon onderwijs of deeltijds onderwijs) hebben

een hogere kans op vroegtijdige schooluitval en uiteindelijk ook op werkloosheid.

Risicoschoolloopbanen zijn vooral belangrijk in een stedelijke context, hoewel het aandeel

leerlingen in het buitengewoon onderwijs ook opvallend hoog is in de plattelandsgemeenten

van het Hageland.


BIJLAGEN

Bijlage Bijlage I: I: Indi Indicatoren Indi catoren per per gemeente

Indicator 1: Inkomensaangiften (2008, aanslagjaar 2009) ...................................................................98

Indicator 2: Werkloosheidsgraden, algemeen en naar geslacht (2010).................................................99

Indicator 3: Werkloosheidsgraden, naar leeftijd (2010) .....................................................................100

Indicator 4: Niet-werkende werkzoekenden (NWWZ) naar scholing en naar origine (2010) ................101

Indicator 5: Recht op maatschappelijke integratie (RMI) en recht op maatschappelijke hulp (RMH) (2010)102

Indicator 6: Inkomensgarantie voor ouderen (IGO) en gewaarborgd inkomen voor bejaarden (GIB)

(01/01/2011)...................................................................................................................103

Indicator 7: Tegemoetkomingen voor personen met een handicap (01/04/2011) ...............................104

Indicator 8: Tegemoetkomingen voor personen met een handicap (01/04/2011) ...............................105

Indicator 9: Verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering 0-64 jaar (01/01/2010) ..................106

Indicator 10: Verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering 65-plus (01/01/2010)...................107

Indicator 11: Gezinnen met minderjarige kinderen zonder inkomen uit arbeid of pensioen (31/12/2008)108

Indicator 12: Verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering bij kinderen en jongeren 0-9 jaar

(01/01/2010)...................................................................................................................109

Indicator 13: Verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering bij kinderen en jongeren 10-19 jaar

(01/01/2010)...................................................................................................................110

Indicator 14: GOK-indicatoren basisonderwijs (01/02/2010)..............................................................111

Indicator 15: GOK-indicatoren secundair onderwijs (01/02/2010)......................................................112

97


Indicator ndicator 1: : Inkomensaangiften Inkomensaangiften (200 (2008, (200

8, aanslagjaar aanslagjaar aanslagjaar 2009 2009) 2009

98

BIJLAGEN

aangiften

aangiften

gemiddeld gemiddeld inkomen inkomen per

per

aangifte aangifte aangifte ( (in ( in euro)

totaal

totaal

aantal

aantal

aantal

aantal

aantal aantal

aantal totaal

totaal 50.000

>50.000

aantal

aantal van van 10.001

10.001 aantal

aantal euro:

euro: aantal

aantal euro:

euro:

Gemeente

Gemeente


BIJLAGEN

Indicator Indicator 2: Werkloosheidsgraden

Werkloosheidsgraden, Werkloosheidsgraden , algemeen en naar geslacht (2010 (2010) (2010

algemeen algemeen algemeen

naar naar geslacht

geslacht

mannen mannen mannen

vrouwen

vrouwen

Gemeente

Gemeente

aantal aantal niet niet- niet

werken werkende werken de

werk-

werk

zoekenden

zoekenden

(NWWZ)

(NWWZ)

werk werkloos werk oos-

heidsgraad

heidsgraad

aantal

aantal

NWWZ

NWWZ

werkloos-

werkloos

heidsgraad

heidsgraad

aantal antal

NWWZ NWWZ

NWWZ

werkloos-

werkloos

heidsgraad

heidsgraad

Affligem 277 4,5 145 4,6 132 4,5

Asse 926 6,6 464 6,4 462 6,8

Beersel 597 5,6 313 5,6 284 5,6

Bever 56 5,5 27 5,1 29 6,0

Dilbeek 1.071 6,0 502 5,4 569 6,6

Drogenbos 216 10,0 98 8,8 118 11,2

Galmaarden 144 3,5 71 3,2 73 3,7

Gooik 131 3,0 66 2,7 65 3,2

Grimbergen 981 6,1 470 5,7 511 6,5

Halle 1.042 6,1 588 6,6 454 5,7

Herne 124 4,1 64 4,0 60 4,2

Hoeilaart 246 5,6 125 5,4 121 5,9

Kampenhout 247 4,5 127 4,4 120 4,7

Kapelle-op-den-Bos 161 3,6 78 3,3 83 4,0

Kraainem 328 7,2 163 6,7 165 7,8

Lennik 162 3,8 82 3,6 80 4,0

Liedekerke 328 5,6 169 5,5 159 5,8

Linkebeek 161 8,0 76 7,4 85 8,7

Londerzeel 330 3,9 168 3,7 162 4,1

Machelen 456 7,5 228 7,1 228 7,8

Meise 440 4,9 212 4,5 228 5,3

Merchtem 327 4,5 174 4,4 153 4,5

Opwijk 261 4,1 143 4,2 118 3,9

Overijse 485 5,0 245 4,8 240 5,3

Pepingen 73 3,4 39 3,4 34 3,4

Roosdaal 242 4,6 134 4,7 108 4,4

Sint-Genesius-Rode 490 6,7 227 5,9 263 7,7

Sint-Pieters-Leeuw 1.091 7,7 540 7,2 551 8,2

Steenokkerzeel 237 4,4 101 3,6 136 5,3

Ternat 320 4,4 164 4,3 156 4,5

Vilvoorde 1.655 9,4 825 8,8 830 10,1

Wemmel 569 8,6 275 8,0 294 9,3

Wezembeek-Oppem 331 6,8 151 5,8 180 7,8

Zaventem 980 7,8 508 7,7 472 7,9

Zemst 423 3,9 211 3,7 212 4,2

Aarschot 828 6,0 436 5,9 392 6,2

Begijnendijk 225 4,7 112 4,3 113 5,2

Bekkevoort 141 5,0 67 4,4 74 5,6

Bertem 174 3,9 97 4,1 77 3,7

Bierbeek 149 3,5 77 3,4 72 3,6

Boortmeerbeek 225 4,1 118 3,9 107 4,2

Boutersem 118 3,2 60 3,0 58 3,4

Diest 748 6,9 393 6,6 355 7,2

Geetbets 152 5,5 75 4,9 77 6,2

Glabbeek 90 3,5 58 4,2 32 2,7

Haacht 291 4,4 154 4,4 137 4,4

Herent 393 4,2 198 4,1 195 4,3

Hoegaarden 145 4,7 84 5,2 61 4,2

Holsbeek 160 3,5 80 3,3 80 3,8

Huldenberg 180 4,2 81 3,4 99 5,0

Keerbergen 278 4,7 126 3,9 152 5,6

Kortenaken 169 4,7 84 4,2 85 5,2

Kortenberg 438 5,0 227 4,9 211 5,1

Landen 478 6,6 239 6,2 239 7,2

Leuven 3.162 7,0 1.888 7,8 1.274 6,2

Linter 169 4,9 82 4,4 87 5,6

Lubbeek 225 3,5 119 3,4 106 3,6

Oud-Heverlee 201 3,9 104 3,8 97 4,0

Rotselaar 316 4,3 159 4,0 157 4,6

Scherpenheuvel-Zichem 591 5,6 282 4,9 309 6,5

Tervuren 438 5,4 228 5,3 210 5,5

Tielt-Winge 223 4,3 114 4,1 109 4,6

Tienen 1.141 7,6 624 7,7 517 7,4

Tremelo 338 4,9 177 4,7 161 5,2

Zoutleeuw 243 6,2 116 5,5 127 7,1

Vlaams Vlaams Gewest Gewest

208.242 208.242

7,2 7,2

108.155 108.155

6,8 6,8 100.086 100.086

7,6

7,6

Prov. Prov. Vl Vlaams Vl Vlaams

aams-Brabant

aams Brabant 28.327 5,7 5,7

14.634 5,5 13.693 13.693 5,9

Arr. Arr. Halle Halle-Vilvoorde

Halle Vilvoorde 15.900 15.900

5,9 5,9

7.975 7.975

5,6 5,6

7.925 7.925

6,2

6,2

Arr. Arr. Arr. Leuven Leuven

12.427 12.427

5,5 5,5

6.659 6.659

5,5 5,5

5.769 5.769

5,5

5,5

Bron: VDAB, via ARVASTAT

99


Indicator Indicator 3: : : Werkloosheidsgraden, Werkloosheidsgraden, naar naar leeftijd leeftijd (2010 (2010) (2010

100

BIJLAGEN

naar naar leeftijd leeftijd

leeftijd

50 jaar

Gemeente

Gemeente

aantal

aantal

NWWZ

NWWZ

werkloos-

werkloos

heidsgraad

heidsgraad

aantal

aantal

NWWZ

NWWZ

werkloos-

werkloos

heidsgraad

heidsgraad

aantal

aantal

NWWZ NWWZ

NWWZ

werk werkloos werk oos-

heidsgraad

heidsgraad

Affligem 56 12,0 129 3,2 92 6,0

Asse 182 15,8 542 5,8 202 5,7

Beersel 119 13,8 330 4,8 148 5,2

Bever 8 10,2 36 5,2 12 5,0

Dilbeek 198 13,8 587 5,1 286 5,9

Drogenbos 36 18,4 124 8,7 56 10,2

Galmaarden 33 10,5 77 2,7 34 3,3

Gooik 31 8,2 64 2,2 36 3,3

Grimbergen 172 14,0 586 5,5 223 5,4

Halle 233 14,4 563 5,0 246 6,3

Herne 23 10,2 67 3,3 34 4,2

Hoeilaart 36 13,1 135 4,7 75 6,0

Kampenhout 49 11,3 122 3,4 76 5,4

Kapelle-op-den-Bos 35 8,5 78 2,7 48 4,2

Kraainem 42 12,5 193 7,0 93 6,4

Lennik 34 11,0 77 2,7 51 4,6

Liedekerke 72 15,5 182 4,6 74 5,4

Linkebeek 26 19,2 91 7,4 44 6,8

Londerzeel 81 11,2 147 2,6 102 5,0

Machelen 95 15,4 270 6,6 91 6,5

Meise 91 11,9 222 4,0 127 4,8

Merchtem 78 12,4 184 3,7 65 4,0

Opwijk 63 12,1 136 3,2 62 4,0

Overijse 89 14,0 273 4,3 123 4,5

Pepingen 17 8,2 39 2,8 17 3,0

Roosdaal 60 12,9 117 3,3 65 4,9

Sint-Genesius-Rode 73 14,8 305 6,8 112 5,0

Sint-Pieters-Leeuw 223 16,6 604 6,6 264 7,3

Steenokkerzeel 45 10,8 128 3,6 64 4,6

Ternat 76 12,3 153 3,2 91 4,9

Vilvoorde 301 18,0 978 8,1 376 9,9

Wemmel 101 18,9 327 7,8 141 7,7

Wezembeek-Oppem 58 16,8 175 6,1 98 5,8

Zaventem 170 17,2 582 7,0 228 7,2

Zemst 92 11,2 192 2,7 139 5,0

Aarschot 192 16,5 414 4,5 222 6,9

Begijnendijk 48 11,4 89 2,8 88 7,5

Bekkevoort 33 14,3 74 3,9 34 5,1

Bertem 34 10,5 90 3,0 50 4,4

Bierbeek 31 11,4 75 2,7 43 3,4

Boortmeerbeek 53 11,9 107 3,0 65 4,5

Boutersem 29 11,3 56 2,3 33 3,4

Diest 172 16,7 394 5,5 182 6,9

Geetbets 32 15,8 80 4,2 40 5,9

Glabbeek 20 11,2 46 2,6 24 3,8

Haacht 70 13,7 127 2,9 94 5,6

Herent 80 11,1 200 3,3 113 4,6

Hoegaarden 35 17,2 73 3,4 37 5,1

Holsbeek 37 11,4 86 2,8 37 3,4

Huldenberg 37 11,6 91 3,2 52 4,5

Keerbergen 49 11,7 119 3,2 110 6,2

Kortenaken 30 10,8 73 3,0 66 7,4

Kortenberg 84 11,9 230 4,0 124 5,6

Landen 109 19,4 233 4,9 136 7,4

Leuven 627 16,4 1.952 6,2 583 6,1

Linter 42 15,9 79 3,4 48 5,9

Lubbeek 59 12,5 98 2,4 68 3,7

Oud-Heverlee 44 12,9 97 3,0 60 4,0

Rotselaar 82 15,7 150 3,1 84 4,4

Scherpenheuvel-Zichem 126 14,8 280 3,9 185 7,6

Tervuren 80 15,0 235 4,5 123 5,4

Tielt-Winge 54 12,2 108 3,2 61 4,7

Tienen 254 19,7 602 6,1 285 7,4

Tremelo 74 12,8 151 3,3 113 7,0

Zoutleeuw 49 16,3 123 4,7 71 7,5

Vlaams Vlaams Gewest Gewest

45.349 45.349 15,8 15,8 15,8

110.453 110.453

5,8 5,8

52.439 52.439

7,7

7,7

Pr Prov. Pr Prov.

ov. Vlaams Vlaams-Brabant

Vlaams Brabant 5.763 5.763 14,4 14,4

15.345 4,7 7.219 5,8 5,8

Arr. Arr. Halle Halle-Vilvoorde

Halle Vilvoorde 3.096 3.096 14,0 14,0 14,0

8.812 8.812

5,0 5,0

3.991 3.991

5,8

5,8

Arr. Arr. Arr. Leuven Leuven

2.667 2.667 14,8 14,8 14,8

6.533 6.533

4,3 4,3

3.228 3.228

5,8

5,8

Bron: VDAB, via ARVASTAT


BIJLAGEN

Indicator Indicator 4: Niet Niet-werkende Niet werkende wwerkzoekenden

w

erkzoekenden

erkzoekenden (NWWZ) naar scholing en naar origine origine (2010 (2010) (2010

naar naar scholing naar naar origine origine

Gemeente

Gemeente

aantal aantal laag-

geschoolde

geschoolde

NWWZ

NWWZ

aantal aantal

aantal

laag-

laag

geschoolde geschoolde

geschoolde

NWWZ:

NWWZ:

% % van van van de

de

NWWZ

NWWZ

aantal

aantal

NWWZ,

NWWZ,

origine

origine

niet niet-Belg niet niet Belg

EU EU-15 EU 15

aantal

aantal

NWWZ,

NWWZ,

origine origine

origine

niet niet-Belg niet niet Belg

buiten

buiten

EU EU-15 EU 15

aantal

aantal

NWWZ,

NWWZ,

origine origine

origine

niet niet-Belg niet niet Belg

totaal

totaal

aantal aantal

aantal

NWWZ,

NWWZ,

origine origine origine niet niet- niet

Belg Belg (totaal):

(totaal):

% % van van de de

de

NWWZ

NWWZ

aantal aantal NWWZ,

NWWZ,

origine origine origine niet niet- niet

Belg Belg Belg (totaal):

(totaal):

% % van van de

de

18 18-64 18 64 jarigen

Affligem 128 46,4 17 43 60 21,7 11,9

Asse 437 47,2 59 366 425 45,9 12,2

Beersel 239 40,1 77 97 174 29,2 7,7

Bever 23 41,1 4 2 6 10,9 6,5

Dilbeek 427 39,8 118 268 386 36,0 9,7

Drogenbos 108 50,2 35 61 96 44,2 10,1

Galmaarden 65 45,5 2 9 11 7,6 5,9

Gooik 64 48,9 4 10 14 10,6 6,7

Grimbergen 378 38,6 91 324 415 42,4 10,0

Halle 486 46,6 75 236 311 29,8 10,9

Herne 56 44,8 5 7 12 9,6 6,1

Hoeilaart 67 27,3 21 41 62 25,3 4,4

Kampenhout 90 36,6 15 22 37 15,0 7,7

Kapelle-op-den-Bos 62 38,3 6 13 19 11,8 7,2

Kraainem 85 26,0 45 93 138 42,1 4,2

Lennik 64 39,5 7 28 35 21,7 9,9

Liedekerke 160 48,8 14 79 93 28,2 12,8

Linkebeek 46 28,8 23 19 42 26,1 7,4

Londerzeel 130 39,4 12 35 47 14,3 7,8

Machelen 236 52,0 44 216 260 57,1 10,3

Meise 173 39,4 37 79 116 26,4 9,6

Merchtem 129 39,3 20 64 84 25,7 11,2

Opwijk 107 41,0 9 40 49 18,7 12,6

Overijse 132 27,3 75 86 161 33,2 4,2

Pepingen 25 34,2 3 6 9 12,2 8,8

Roosdaal 118 48,8 9 29 38 15,8 10,0

Sint-Genesius-Rode 128 26,2 67 108 175 35,7 6,1

Sint-Pieters-Leeuw 550 50,3 159 313 472 43,3 9,8

Steenokkerzeel 91 38,4 22 47 69 29,1 8,7

Ternat 136 42,5 13 40 53 16,5 9,0

Vilvoorde 866 52,3 165 811 976 59,0 13,0

Wemmel 244 43,0 70 181 251 44,1 10,4

Wezembeek-Oppem 90 27,2 44 70 114 34,4 4,5

Zaventem 367 37,4 115 390 505 51,5 8,0

Zemst 157 37,0 25 48 73 17,2 8,6

Aarschot 397 48,0 18 65 83 10,0 9,7

Begijnendijk 103 45,6 5 16 21 9,3 9,3

Bekkevoort 67 47,5 3 11 14 10,0 12,1

Bertem 52 29,9 8 23 31 17,8 5,1

Bierbeek 48 32,2 6 8 14 9,3 4,5

Boortmeerbeek 95 42,2 5 18 23 10,3 5,6

Boutersem 42 35,3 4 14 18 15,1 8,1

Diest 346 46,2 20 153 173 23,1 10,2

Geetbets 77 50,7 3 15 18 11,9 11,7

Glabbeek 37 41,1 5 5 10 11,1 13,2

Haacht 128 44,0 11 21 32 11,0 9,1

Herent 121 30,9 14 65 79 20,2 9,3

Hoegaarden 57 39,9 5 17 22 15,3 9,8

Holsbeek 48 29,8 5 12 17 10,7 7,6

Huldenberg 54 30,0 11 23 34 18,9 5,6

Keerbergen 87 31,1 15 15 30 10,8 4,1

Kortenaken 86 50,6 6 5 11 6,5 7,7

Kortenberg 156 35,5 27 87 114 25,9 7,2

Landen 245 51,3 11 64 75 15,7 12,3

Leuven 1.140 36,1 155 1.007 1.162 36,7 7,2

Linter 78 45,9 6 14 20 11,8 13,2

Lubbeek 64 28,4 4 16 20 8,9 5,7

Oud-Heverlee 59 29,2 5 16 21 10,4 4,8

Rotselaar 118 37,3 11 24 35 11,0 7,8

Scherpenheuvel-Zichem 282 47,7 17 44 61 10,3 9,9

Tervuren 119 27,2 67 77 144 32,9 3,7

Tielt-Winge 81 36,7 4 9 13 5,9 6,4

Tienen 634 55,6 29 208 237 20,8 14,0

Tremelo 148 44,0 10 20 30 8,8 6,8

Zoutleeuw 130 53,5 6 31 37 15,2 16,6

Vlaams Vlaams Vlaams Gewest Gewest

105.131 50,5 50,5

13.810 13.810 50.935 50.935 64.745 64.745 64.745

31,1 31,1

-

Prov. Prov. Prov. Vlaams Vlaams-Brabant

Vlaams Vlaams Brabant 11 11.763 11 763 763 41,5 41,5

2.006 2.006 6.376 6.376 8.382 8.382

29,6 29,6 29,6

8,5

Arr. Arr. Halle Halle-Vilvoorde

Halle Vilvoorde 6.665 665 41,9 41,9

1.509 1.509 4.277 4.277 5.786 .786 36,4 36,4

9,0 9,0

Arr. Arr. Leuven Leuven

5.098 098 41,0 41,0

496 496 2.100 2.100 2.596 2.596

20,9 20,9 20,9

7,5

Bron: VDAB, via ARVASTAT; bevolking (01/01/2010): Rijksregister, verwerking Steunpunt sociale planning

101


102

BIJLAGEN

Indicator Indicator 5: Recht Recht op op maa maatschappelijke maa maatschappelijke

tschappelijke integratie integratie (RMI) en rrecht

r

echt op maatschappelijke hulp (RMH) (RMH) (2010 (2010) (2010

RMI RMI RMI en en en RMH RMH

waarvan waarvan (equivalent) (equivalent) (equivalent) leefloon

leefloon

totaal otaal otaal: otaal :

totaal: otaal:

% % van van de

de

% % van van de de

de

Gemeente Gemeente

RMI RMI RM RMH RM totaal otaal

18 18-64 18 64

jarigen jarigen

leefloon

leefloon

equivalent

equivalent

leefloon leefloon totaal otaal

18 18-64 18 64

jarigen

jarigen

Affligem 41 25 66 0,85 38 16 54 0,69

Asse 254 141 395 2,14 226 121 347 1,88

Beersel 131 22 153 1,07 127 15 142 0,99

Bever 6 5 11 0,83 6 5 11 0,83

Dilbeek 222 131 353 1,48 197 93 290 1,21

Drogenbos 51 22 73 2,48 42 6 48 1,63

Galmaarden 25 10 35 0,66 23 4 27 0,51

Gooik 18 18 36 0,65 16 9 25 0,45

Grimbergen 230 127 357 1,68 208 99 307 1,44

Halle 239 124 363 1,65 221 72 293 1,33

Herne 34 10 44 1,09 34 7 41 1,02

Hoeilaart 38 29 67 1,08 37 20 57 0,92

Kampenhout 37 16 53 0,76 33 9 42 0,60

Kapelle-op-den-Bos 21 19 40 0,70 21 10 31 0,54

Kraainem 58 32 90 1,10 54 24 78 0,95

Lennik 38 24 62 1,13 38 17 55 1,00

Liedekerke 74 39 113 1,47 74 30 104 1,36

Linkebeek 26 9 35 1,22 23 7 30 1,05

Londerzeel 54 29 83 0,76 53 19 72 0,66

Machelen 128 55 183 2,29 120 46 166 2,07

Meise 55 50 105 0,90 51 25 76 0,65

Merchtem 142 52 194 2,02 138 42 180 1,88

Opwijk 79 15 94 1,14 71 10 81 0,98

Overijse 52 62 114 0,79 45 41 86 0,59

Pepingen 8 18 26 0,96 7 7 14 0,52

Roosdaal 21 15 36 0,52 21 13 34 0,49

Sint-Genesius-Rode 113 62 175 1,62 105 36 141 1,31

Sint-Pieters-Leeuw 153 93 246 1,28 139 58 197 1,02

Steenokkerzeel 33 6 39 0,55 32 6 38 0,54

Ternat 56 25 81 0,87 54 15 69 0,74

Vilvoorde 348 188 536 2,26 313 110 423 1,78

Wemmel 109 62 171 1,91 98 28 126 1,40

Wezembeek-Oppem 81 32 113 1,37 78 18 96 1,17

Zaventem 245 133 378 2,01 232 96 328 1,75

Zemst 31 46 77 0,55 28 9 37 0,27

Aarschot 145 47 192 1,08 139 36 175 0,98

Begijnendijk 19 15 34 0,54 18 13 31 0,49

Bekkevoort 12 21 33 0,90 12 13 25 0,68

Bertem 17 17 34 0,58 14 8 22 0,38

Bierbeek 30 15 45 0,77 30 14 44 0,76

Boortmeerbeek 41 13 54 0,75 40 8 48 0,66

Boutersem 31 13 44 0,93 30 8 38 0,80

Diest 117 87 204 1,39 108 64 172 1,18

Geetbets 17 31 48 1,30 12 9 21 0,57

Glabbeek 7 7 14 0,44 7 4 11 0,34

Haacht 40 21 61 0,70 39 15 54 0,62

Herent 51 63 114 0,93 45 29 74 0,60

Hoegaarden 30 19 49 1,22 27 12 39 0,97

Holsbeek 18 28 46 0,78 18 12 30 0,51

Huldenberg 29 12 41 0,72 28 7 35 0,61

Keerbergen 49 29 78 0,99 48 19 67 0,85

Kortenaken 17 42 59 1,26 17 9 26 0,55

Kortenberg 69 61 130 1,11 66 40 106 0,90

Landen 131 44 175 1,81 126 30 156 1,61

Leuven 1.451 738 2.189 3,45 1.341 551 1.892 2,98

Linter 21 11 32 0,73 21 7 28 0,64

Lubbeek 39 13 52 0,61 38 11 49 0,58

Oud-Heverlee 35 25 60 0,88 33 9 42 0,61

Rotselaar 60 17 77 0,79 58 5 63 0,65

Scherpenheuvel-Zichem 88 44 132 0,93 84 32 116 0,82

Tervuren 67 38 105 0,84 61 22 83 0,66

Tielt-Winge 40 15 55 0,83 38 8 46 0,69

Tienen 310 207 517 2,58 292 113 405 2,02

Tremelo 29 31 60 0,67 27 13 40 0,44

Zoutleeuw 13 13 26 0,50 13 9 22 0,42

Vlaams Vlaams Gewest Gewest

49 49.333 49

333 28 28.937 28

937 937 78 78.270 78 270 2,01 45 45.719 45 719 719 16 16.260 16

260 260 61 61.979 61 979 1,59

Prov. Prov. Prov. Vlaams Vlaams-Brabant

Vlaams Vlaams Brabant 6.274 274 3.483 483 9.757 757 1,46 1,46

5.833 833 2.273 273 8.106 106 1,22

1,22

Arr. Arr. Halle Halle-Vilvoorde

Halle Vilvoorde 3.251 251 1.746 746 746 4.997 997 1,38 3.003 003 1.143 143 4.146 146 1,14

Arr. Arr. Arr. Leuven Leuven

3.023 023 1.737 737 4.760 760 1,57 1,57

2.830 830 1.130 130 3.960 960 1,30

1,30

Bron: POD Maatschappelijke Integratie; bevolking (01/01/2010): ADSEI, FOD Economie


BIJLAGEN

Indicator Indicator 6: IInkom

I

nkom nkomensgarantie nkom ensgarantie voor voor ouderen ouderen (IGO) (IGO) en en gewaarborgd ewaarborgd inkomen voor bejaar bejaarden bejaar

den (GIB) (GIB) ( (01/01/ (

01/01/ 01/01/201 01/01/ 201 2011) 201

IGO IGO of of of GIB:

GIB:

gemiddeld

gemiddeld

% % % van van de

de uitgekeerd uitgekeerd bedrag

bedrag

Gemeente Gemeente

IGO of GIB GIB

65 65-plussers 65 plussers plussers

(in in euro)

Affligem 65 3,2 313

Asse 190 3,6 333

Beersel 81 1,9 396

Bever 8 2,5 273

Dilbeek 223 2,8 332

Drogenbos 40 4,4 374

Galmaarden 43 3,1 301

Gooik 47 2,9 259

Grimbergen 144 2,1 369

Halle 203 3,1 337

Herne 35 2,9 292

Hoeilaart 52 3,0 285

Kampenhout 79 4,4 180

Kapelle-op-den-Bos 35 2,2 221

Kraainem 37 1,7 344

Lennik 34 2,1 252

Liedekerke 75 3,3 256

Linkebeek 13 1,6 367

Londerzeel 137 4,3 228

Machelen 57 2,6 395

Meise 78 2,6 283

Merchtem 83 3,1 265

Opwijk 118 5,2 200

Overijse 80 1,8 306

Pepingen 11 1,5 196

Roosdaal 76 4,0 295

Sint-Genesius-Rode 50 1,6 337

Sint-Pieters-Leeuw 219 3,8 402

Steenokkerzeel 65 3,3 265

Ternat 75 2,8 340

Vilvoorde 218 3,5 366

Wemmel 89 3,0 331

Wezembeek-Oppem 43 1,9 358

Zaventem 138 2,8 384

Zemst 88 2,5 265

Aarschot 185 3,2 264

Begijnendijk 68 4,0 205

Bekkevoort 64 5,7 257

Bertem 54 3,4 311

Bierbeek 27 1,6 285

Boortmeerbeek 69 3,2 312

Boutersem 35 2,7 243

Diest 176 4,1 312

Geetbets 68 6,1 157

Glabbeek 27 2,8 224

Haacht 78 3,2 217

Herent 77 2,3 393

Hoegaarden 46 4,2 216

Holsbeek 54 3,4 197

Huldenberg 70 4,5 301

Keerbergen 62 2,8 275

Kortenaken 94 5,8 223

Kortenberg 79 2,5 274

Landen 98 3,4 245

Leuven 851 5,5 436

Linter 61 4,6 202

Lubbeek 63 2,5 197

Oud-Heverlee 33 1,8 373

Rotselaar 87 3,3 250

Scherpenheuvel-Zichem 107 2,4 336

Tervuren 55 1,5 370

Tielt-Winge 70 4,0 285

Tienen 253 3,8 311

Tremelo 126 4,8 294

Zoutleeuw 96 6,2 235

Vlaams Vlaams Gewest Gewest

56 56.231 56 231 5,0 5,0

291

291

Prov. Prov. Prov. Vlaams Vlaams-Brabant

Vlaams Vlaams Brabant 6.262 262 3,3 317

317

Arr. Arr. Halle Halle-Vilvoorde

Halle Vilvoorde 3.029 029 029 2,9 2,9

319

319

Arr. Arr. Leuven Leuven Leuven

3.233 233 3,8 3,8

316

316

Bron: Rijksdienst voor pensioenen; bevolking (01/01/2010): ADSEI, FOD Economie

103


104

BIJLAGEN

Indicator Indicator 7: : : Tegemoetkomingen Tegemoetkomingen voor voor personen personen met met met een een handicap handicap 21 21-64 21

64 jaar jaar (01/04/2011

(01/04/2011)

(01/04/2011

21 21-64 21 64 jaar

enkel

enkel

enkel

enkel

inkomens-

inkomens

integratie-

integratie vervangende

vervangende

totaal:

totaal:

tegemoet-

tegemoet tegemoet-

tegemoet

per per 1.000

1.000

Gemeente

Gemeente

koming

koming

(IT)

(IT)

koming koming

koming

(IVT) (IVT) (IVT) IT en IVT totaal

totaal

inwoners inwoners

inwoners

(21 (21-64 (21 64 jaar)

Affligem 38 7 28 73 9,8

Asse 105 12 87 204 11,7

Beersel 51 8 47 106 7,9

Bever 2 0 8 10 8,0

Dilbeek 90 26 160 276 12,4

Drogenbos 20 4 28 52 18,7

Galmaarden 32 0 46 78 15,5

Gooik 23 1 25 49 9,3

Grimbergen 100 27 120 247 12,3

Halle 180 22 107 309 14,9

Herne 14 3 18 35 9,3

Hoeilaart 17 3 27 47 8,1

Kampenhout 17 3 94 114 17,3

Kapelle-op-den-Bos 18 2 20 40 7,4

Kraainem 14 7 34 55 7,2

Lennik 51 1 103 155 30,3

Liedekerke 57 9 100 166 22,9

Linkebeek 10 3 8 21 8,0

Londerzeel 63 10 40 113 10,9

Machelen 19 12 68 99 13,2

Meise 40 4 52 96 8,8

Merchtem 35 2 32 69 7,7

Opwijk 33 6 29 68 8,7

Overijse 71 8 92 171 12,6

Pepingen 11 1 15 27 10,6

Roosdaal 63 5 172 240 37,1

Sint-Genesius-Rode 33 4 41 78 7,8

Sint-Pieters-Leeuw 83 27 94 204 11,4

Steenokkerzeel 40 4 30 74 11,1

Ternat 48 10 42 100 11,5

Vilvoorde 119 43 120 282 12,7

Wemmel 35 4 39 78 9,3

Wezembeek-Oppem 14 9 37 60 7,9

Zaventem 39 18 58 115 6,5

Zemst 44 12 50 106 8,1

Aarschot 157 24 171 352 20,8

Begijnendijk 38 3 38 79 13,3

Bekkevoort 23 5 22 50 14,5

Bertem 26 4 14 44 8,1

Bierbeek 80 12 167 259 47,3

Boortmeerbeek 19 2 34 55 8,0

Boutersem 15 3 13 31 6,9

Diest 156 28 162 346 24,9

Geetbets 24 8 22 54 15,5

Glabbeek 11 3 10 24 7,9

Haacht 39 3 42 84 10,3

Herent 48 12 84 144 12,5

Hoegaarden 21 5 10 36 9,5

Holsbeek 22 4 22 48 8,6

Huldenberg 14 5 91 110 20,4

Keerbergen 23 2 49 74 9,9

Kortenaken 21 5 39 65 14,5

Kortenberg 56 11 85 152 13,7

Landen 60 15 55 130 14,2

Leuven 347 99 480 926 15,3

Linter 24 2 22 48 11,5

Lubbeek 29 3 29 61 7,6

Oud-Heverlee 23 3 37 63 9,8

Rotselaar 41 4 40 85 9,4

Scherpenheuvel-Zichem 117 12 66 195 14,5

Tervuren 40 12 38 90 7,7

Tielt-Winge 29 6 16 51 8,1

Tienen 202 45 395 642 33,7

Tremelo 61 12 82 155 18,2

Zoutleeuw 32 4 39 75 15,2

Vlaams Vlaams Gewest Gewest Gewest

28 28.60 28 60 600 60

6.420 420 41 41.120 41

120 76 76.140 76 140 20,8

Prov. Prov. Prov. Vlaams Vlaams-Brabant

Vlaams Vlaams Brabant 3.427 427 427 673 673 4.445 445 445 8.545 545 545 13,6

13,6

Arr. Arr. Halle Halle-Vilvoorde

Halle Vilvoorde 1.629 629 629 317 317 2.071 071 4.017 017 11,8

Arr. Arr. Arr. Leuven Leuven Leuven

1.798 798 798 356 356 356 2.374 374 4.528 528 15,7 15,7

15,7

Bron: DG Personen met een handicap; bevolking (01/01/2010): ADSEI, FOD

Economie


BIJLAGEN

Indicator Indicator 8: : : Tegemoetkomingen Tegemoetkomingen voor voor personen personen personen met met een een handicap handicap 65 65-plus 65

plus (01/04/2011

(01/04/2011)

(01/04/2011

65 65-plus 65 plus plus

tegemoet-

tegemoet

koming koming voor

voor

totaal:

totaal:

hulp hulp aan

aan

per per 1.000

1.000

Gemeente Gemeente

IT IT of of IVT IVT IT en IVT

bejaarden bejaarden

bejaarden

(THAB) (THAB)

totaal

totaal

inwoners

inwoners

(65 (65-plus) (65 plus)

Affligem 18 4 146 168 82,1

Asse 22 10 307 339 63,6

Beersel 6 2 153 161 38,4

Bever 3 1 35 39 123,8

Dilbeek 34 17 264 315 39,1

Drogenbos 10 9 70 89 98,2

Galmaarden 9 3 143 155 111,9

Gooik 9 3 132 144 89,5

Grimbergen 16 15 199 230 34,2

Halle 37 12 387 436 65,8

Herne 8 4 91 103 85,8

Hoeilaart 8 1 71 80 45,7

Kampenhout 9 10 112 131 72,5

Kapelle-op-den-Bos 6 3 92 101 64,5

Kraainem 6 3 22 31 13,9

Lennik 7 37 74 118 73,1

Liedekerke 21 7 280 308 135,4

Linkebeek 0 1 24 25 30,0

Londerzeel 15 3 295 313 97,7

Machelen 10 13 57 80 37,1

Meise 23 6 120 149 49,6

Merchtem 17 7 153 177 66,5

Opwijk 10 5 186 201 89,1

Overijse 23 21 73 117 26,6

Pepingen 3 1 83 87 117,6

Roosdaal 15 8 197 220 114,9

Sint-Genesius-Rode 4 6 55 65 21,4

Sint-Pieters-Leeuw 30 10 307 347 60,7

Steenokkerzeel 10 3 93 106 53,6

Ternat 15 4 167 186 69,7

Vilvoorde 23 17 241 281 44,8

Wemmel 9 4 90 103 34,4

Wezembeek-Oppem 2 1 39 42 18,1

Zaventem 13 9 122 144 28,8

Zemst 12 2 134 148 42,7

Aarschot 45 39 540 624 107,5

Begijnendijk 10 3 194 207 120,8

Bekkevoort 7 3 160 170 152,2

Bertem 9 1 119 129 81,1

Bierbeek 14 13 60 87 52,9

Boortmeerbeek 8 4 87 99 46,2

Boutersem 15 2 107 124 95,3

Diest 43 16 366 425 98,2

Geetbets 9 3 160 172 154,7

Glabbeek 4 4 94 102 105,4

Haacht 19 7 149 175 71,2

Herent 10 6 187 203 60,2

Hoegaarden 4 4 82 90 81,8

Holsbeek 9 2 157 168 106,2

Huldenberg 12 9 95 116 74,1

Keerbergen 10 5 130 145 65,2

Kortenaken 14 7 209 230 140,9

Kortenberg 17 9 126 152 48,7

Landen 16 9 250 275 96,4

Leuven 82 49 824 955 61,9

Linter 10 3 152 165 124,2

Lubbeek 13 5 141 159 63,4

Oud-Heverlee 4 0 64 68 37,5

Rotselaar 18 2 194 214 82,1

Scherpenheuvel-Zichem 40 12 567 619 136,3

Tervuren 7 0 74 81 22,3

Tielt-Winge 13 5 185 203 115,9

Tienen 57 30 451 538 80,3

Tremelo 54 31 334 419 160,8

Zoutleeuw 16 7 274 297 192,5

Vlaams Vlaams Gewest Gewest Gewest

10 10.433 10 433 5.133 5.133 5.133 100.303 100.303 115 115.869 115

869 102,1

Prov. Prov. Prov. Vlaams Vlaams-Brabant

Vlaams Vlaams Brabant 1.052 052 052 552 552 11.546 11.546 13 13.150 13 150 69,1

69,1

Arr. Arr. Halle Halle-Vilvoorde

Halle Vilvoorde 463 262 5.014 5.014

5.739 739 55,0

Arr. Arr. Arr. Leuven Leuven Leuven

589 589 290 290 6.532 6.532

7.411 411 86,1 86,1

86,1

Bron: DG Personen met een handicap; bevolking (01/01/2010): ADSEI, FOD

Economie

105


106

BIJLAGEN

Indicator Indicator 9: : : Verhoogde Verhoogde tegemoetkoming tegemoetkoming in in de de ziekteverzekering ziekteverzekering 00-64

0 64 jaar jaar (01/01/2010

(01/01/2010)

(01/01/2010

0-64 64 jaar

o.b.v.

o.b.v. o.b.v.

o.b.v.

totaal: totaal: % % % van

van

Gemeente

Gemeente

hoedanig-

hoedanig

heid

heid

sociaal

sociaal

voordeel voordeel

voordeel

OMNIO-

OMNIO

statuut statuut totaal

totaal

de de be bevolking be bevolking

volking

(0 (0-64 (0 64 jaar)

Affligem 125 211 80 416 3,9

Asse 350 988 399 1.737 7,1

Beersel 242 401 183 826 4,3

Bever 38 29 14 81 4,7

Dilbeek 323 893 328 1.544 4,8

Drogenbos 90 196 62 348 8,7

Galmaarden 64 128 45 237 3,5

Gooik 98 146 12 256 3,4

Grimbergen 352 891 267 1.510 5,3

Halle 472 1.017 268 1.757 6,1

Herne 71 115 27 213 4,1

Hoeilaart 88 190 43 321 3,8

Kampenhout 93 135 39 267 2,8

Kapelle-op-den-Bos 76 119 9 204 2,9

Kraainem 63 217 71 351 3,3

Lennik 75 166 29 270 4,1

Liedekerke 173 393 94 660 6,6

Linkebeek 39 64 26 129 3,1

Londerzeel 196 297 67 560 3,9

Machelen 195 418 254 867 8,3

Meise 108 299 116 523 3,4

Merchtem 156 348 79 583 4,6

Opwijk 103 256 69 428 4,0

Overijse 159 356 71 586 2,9

Pepingen 34 58 18 110 3,2

Roosdaal 123 222 82 427 4,9

Sint-Genesius-Rode 111 361 101 573 3,8

Sint-Pieters-Leeuw 402 835 450 1.687 6,6

Steenokkerzeel 83 186 48 317 3,4

Ternat 153 240 65 458 3,5

Vilvoorde 685 1.359 977 3.021 9,2

Wemmel 125 370 166 661 5,5

Wezembeek-Oppem 84 224 86 394 3,6

Zaventem 252 696 349 1.297 5,2

Zemst 169 284 38 491 2,8

Aarschot 454 734 180 1.368 6,1

Begijnendijk 104 195 46 345 4,3

Bekkevoort 92 108 22 222 4,7

Bertem 69 141 43 253 3,2

Bierbeek 102 212 24 338 4,4

Boortmeerbeek 89 194 39 322 3,3

Boutersem 53 113 56 222 3,6

Diest 543 708 170 1.421 7,6

Geetbets 119 132 31 282 5,9

Glabbeek 64 77 7 148 3,7

Haacht 161 242 75 478 4,2

Herent 136 329 137 602 3,9

Hoegaarden 41 98 20 159 3,3

Holsbeek 96 127 32 255 3,2

Huldenberg 59 134 59 252 3,3

Keerbergen 116 163 28 307 3,0

Kortenaken 112 162 28 302 4,8

Kortenberg 144 296 74 514 3,4

Landen 302 457 99 858 7,2

Leuven 1.459 3.935 2.365 7.759 9,6

Linter 106 107 20 233 4,0

Lubbeek 120 173 50 343 3,1

Oud-Heverlee 61 143 76 280 3,4

Rotselaar 161 261 54 476 3,9

Scherpenheuvel-Zichem 442 443 158 1.043 6,2

Tervuren 101 275 87 463 2,7

Tielt-Winge 144 169 39 352 4,2

Tienen 573 1.310 241 2.124 8,4

Tremelo 157 307 87 551 4,7

Zoutleeuw 159 188 65 412 6,3

Vlaams Vlaams Gewest Gewest

104.712 194.239 85.883 384.834 384.834

7,6

7,6

Prov. Prov. Prov. Vlaams Vlaams-Braba

Vlaams Vlaams Braba Brabant

nt 12.309 12.309 12.309 25.041 25.041 25.041 9.444 9.444 9.444 46.794 46.794 46.794

5,4 5,4

5,4

Arr. Arr. Halle Halle-Vilvoorde

Halle Halle Vilvoorde 5.970 13.108 13.108 13.108 5.032 24.110 5,0

5,0

Arr. Arr. Leuven Leuven

6.339 6.339 11.933 11.933 4.412 4.412 4.412 22.684 22.684

5,8 5,8

5,8

Bron: KSZ, bewerking SVR; bevolking (01/01/2010): ADSEI, FOD Economie


BIJLAGEN

Indicator Indicator 10 10: 10

: Verhoogde Verhoogde tege tegemoetkoming tege

moetkoming moetkoming in in de de de ziekteverzekering ziekteverzekering 65 65-plus 65 plus (01/01/2010

(01/01/2010)

(01/01/2010

65 65-plus 65 plus plus

o.b.v.

o.b.v.

totaal: totaal: % % van

van

hoedanig-

hoedanig o.b.v. o.b.v. sociaal

sociaal OMNIO OMNIO-

OMNIO

de de bevolking

bevolking

Gemeente

Gemeente

heid

heid voordeel

voordeel statuut statuut totaal

totaal (65 (65-plus) (65 plus)

Affligem 357 228 2 587 28,2

Asse 855 548 10 1.413 25,7

Beersel 595 253 5 853 19,7

Bever 71 53 0 124 39,0

Dilbeek 1.160 531 10 1.701 20,4

Drogenbos 154 94 2 250 26,9

Galmaarden 248 200 0 448 31,4

Gooik 338 182 4 524 33,1

Grimbergen 889 386 5 1.280 18,7

Halle 981 638 5 1.624 24,2

Herne 269 164 0 433 34,6

Hoeilaart 363 119 1 483 27,0

Kampenhout 417 195 0 612 32,2

Kapelle-op-den-Bos 270 129 2 401 24,5

Kraainem 149 64 1 214 8,9

Lennik 303 128 0 431 25,4

Liedekerke 377 355 3 735 32,3

Linkebeek 69 39 0 108 13,3

Londerzeel 606 455 1 1.062 32,0

Machelen 328 123 5 456 20,1

Meise 464 216 2 682 22,5

Merchtem 536 267 1 804 29,0

Opwijk 436 296 6 738 32,9

Overijse 599 190 0 789 17,4

Pepingen 187 92 0 279 36,4

Roosdaal 438 310 2 750 36,9

Sint-Genesius-Rode 283 122 1 406 12,9

Sint-Pieters-Leeuw 931 476 5 1.412 23,8

Steenokkerzeel 281 174 0 455 22,4

Ternat 458 263 1 722 26,5

Vilvoorde 968 475 11 1.454 22,6

Wemmel 343 172 1 516 17,1

Wezembeek-Oppem 185 79 1 265 11,2

Zaventem 603 286 6 895 16,9

Zemst 482 237 2 721 20,3

Aarschot 992 774 15 1.781 30,3

Begijnendijk 293 264 3 560 31,9

Bekkevoort 284 209 0 493 43,2

Bertem 317 213 5 535 31,6

Bierbeek 276 135 4 415 23,5

Boortmeerbeek 384 161 3 548 25,1

Boutersem 240 146 2 388 28,5

Diest 692 572 5 1.269 28,8

Geetbets 304 231 3 538 47,4

Glabbeek 244 125 1 370 37,6

Haacht 453 251 0 704 28,2

Herent 528 249 8 785 22,8

Hoegaarden 207 153 0 360 31,6

Holsbeek 293 191 5 489 30,0

Huldenberg 383 155 2 540 33,1

Keerbergen 316 192 3 511 22,1

Kortenaken 433 297 1 731 44,7

Kortenberg 547 236 5 788 24,6

Landen 479 339 0 818 27,8

Leuven 2.160 1.574 39 3.773 23,9

Linter 289 200 2 491 36,2

Lubbeek 441 219 3 663 25,1

Oud-Heverlee 237 119 7 363 19,6

Rotselaar 464 302 9 775 29,4

Scherpenheuvel-Zichem 625 722 9 1.356 29,5

Tervuren 432 158 1 591 15,7

Tielt-Winge 384 280 3 667 36,0

Tienen 971 726 7 1.704 24,9

Tremelo 523 462 1 986 37,2

Zoutleeuw 319 347 3 669 43,9

Vlaams Vlaams Gewest Gewest Gewest

210.584 154.237 2.304 2.304 367.125 31,9

Prov. Prov. Prov. Vlaams Vlaams-Brabant

Vlaams Vlaams Brabant 30.503 30.503 30.503 18.541 18.541 18.541

244 244 49.288 49.288

25,2

25,2

Arr. Arr. Halle Halle-Vilvoorde

Halle Vilvoorde 15.993 8.539 95 95 24.627 24.627

23,0

Arr. Arr. Arr. Leuven Leuven Leuven

14.510 14.510 10.002 10.002 10.002

149 149 24.661 24.661

28,0 28,0

28,0

Bron: KSZ, bewerking SVR; bevolking (01/01/2010): ADSEI, FOD Economie

107


108

BIJLAGEN

Indicator Indicator 11 11: 11 : Gezinnen met minderjarige minderjarige kinderen zonder zonder inkomen inkomen uit uit arbeid arbeid arbeid of of pensioen pensioen (31/12/2008

(31/12/2008)

(31/12/2008

gezinnen gezinnen met met minde minderjarige minde minderjarige

rjarige kinderen

totaal

totaal

zonder zonder zonder inkomen inkomen inkomen uit uit arbeid arbeid of of pensioen

pensioen gezinnen gezinnen met met minderjarige minderjarige kinderen kinderen

kinderen

Gemeente

Gemeente

alleenstaande

alleenstaande

alleenstaande

ouders ouders koppels koppels koppels totaal

alleenstaande

alleenstaande

ouders ouders koppels koppels koppels totaal

totaal

gezinnen gezinnen met

met

minderjarige minderjarige kinderen

kinderen

zonder zonder inkomen inkomen uit

uit

arbeid arbeid of of pensioen

pensioen

(%)

(%)

Affligem 23 17 40 169 1.274 1.443 2,8

Asse 189 87 276 685 2.766 3.451 8,0

Beersel 100 64 164 495 2.369 2.864 5,7

Bever 10 4 14 40 232 272 5,1

Dilbeek 186 90 276 886 3.617 4.503 6,1

Drogenbos 46 26 72 160 427 587 12,3

Galmaarden 12 5 17 104 855 959 1,8

Gooik 8 10 18 115 896 1.011 1,8

Grimbergen 158 105 263 771 3.243 4.014 6,6

Halle 128 78 206 754 3.394 4.148 5,0

Herne 17 4 21 119 637 756 2,8

Hoeilaart 45 109 154 219 1.046 1.265 12,2*

Kampenhout 34 17 51 194 1.137 1.331 3,8

Kapelle-op-den-Bos 8 6 14 122 864 986 1,4

Kraainem 89 316 405 266 1.291 1.557 26,0*

Lennik 13 7 20 128 832 960 2,1

Liedekerke 34 21 55 224 1.116 1.340 4,1

Linkebeek 32 31 63 145 461 606 10,4*

Londerzeel 26 16 42 241 1.732 1.973 2,1

Machelen 84 62 146 304 1.365 1.669 8,7

Meise 63 38 101 348 1.733 2.081 4,9

Merchtem 42 22 64 300 1.432 1.732 3,7

Opwijk 33 13 46 212 1.286 1.498 3,1

Overijse 103 291 394 421 2.541 2.962 13,3*

Pepingen 4 1 5 44 437 481 1,0

Roosdaal 32 16 48 168 1.141 1.309 3,7

Sint-Genesius-Rode 108 165 273 428 1.792 2.220 12,3*

Sint-Pieters-Leeuw 170 95 265 653 3.029 3.682 7,2

Steenokkerzeel 30 28 58 171 1.151 1.322 4,4

Ternat 37 15 52 263 1.462 1.725 3,0

Vilvoorde 237 190 427 935 3.946 4.881 8,7

Wemmel 96 43 139 397 1.357 1.754 7,9

Wezembeek-Oppem 103 205 308 290 1.371 1.661 18,5*

Zaventem 231 332 563 725 2.861 3.586 15,7*

Zemst 31 25 56 295 2.271 2.566 2,2

Aarschot 74 38 112 460 2.332 2.792 4,0

Begijnendijk 12 6 18 119 925 1.044 1,7

Bekkevoort 9 4 13 68 556 624 2,1

Bertem 26 31 57 149 983 1.132 5,0

Bierbeek 11 10 21 107 890 997 2,1

Boortmeerbeek 20 15 35 171 1.126 1.297 2,7

Boutersem 12 6 18 94 788 882 2,0

Diest 99 45 144 372 1.928 2.300 6,3

Geetbets 15 12 27 75 557 632 4,3

Glabbeek 8 8 16 60 523 583 2,7

Haacht 25 17 42 215 1.385 1.600 2,6

Herent 54 22 76 335 1.944 2.279 3,3

Hoegaarden 11 6 17 121 646 767 2,2

Holsbeek 19 10 29 123 988 1.111 2,6

Huldenberg 27 24 51 142 996 1.138 4,5

Keerbergen 28 24 52 192 1.225 1.417 3,7

Kortenaken 7 10 17 69 706 775 2,2

Kortenberg 75 100 175 366 1.903 2.269 7,7*

Landen 50 40 90 260 1.343 1.603 5,6

Leuven 376 358 734 1.602 7.103 8.705 8,4

Linter 16 10 26 95 677 772 3,4

Lubbeek 19 11 30 157 1.296 1.453 2,1

Oud-Heverlee 10 13 23 158 1.094 1.252 1,8

Rotselaar 36 18 54 238 1.546 1.784 3,0

Scherpenheuvel-Zichem 67 35 102 324 1.974 2.298 4,4

Tervuren 112 362 474 418 2.264 2.682 17,7*

Tielt-Winge 21 8 29 145 963 1.108 2,6

Tienen 132 83 215 612 2.588 3.200 6,7

Tremelo 30 18 48 229 1.398 1.627 3,0

Zoutleeuw 19 13 32 112 739 851 3,8

Vlaams Vlaams Vlaams Gewest Gewest

24.494 22.765 47.259 107.499 569.323 676.822 7,0

Prov. Prov. Vlaams Vlaams-Brabant

Vlaams Vlaams Brabant 3.982 3.911 7.893 19.379 100.750 120.129 6,6

Arr. Arr. HHalle

H Halle

alle-Vilvoorde

alle Vilvoorde 2.562 2.554 5.116 11.791 57.364 69.155 7,4

Arr. Arr. Leuven Leuven

1.420 1.357 2.777 7.588 43.386 50.974 5,4

*belangrijke aanwezigheid internationale werknemers Bron: KSZ


BIJLAGEN

Indicator Indicator 12 12: 12 : Verhoogde Verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering bij kinderen en en jongeren 0-9 9 jaar jaar (01/01/2010

(01/01/2010)

(01/01/2010

0-9 9 jaar

o.b.v.

o.b.v. o.b.v.

o.b.v.

totaal: totaal: % % van van

van

Gemeente

Gemeente

hoedanig-

hoedanig

heid

heid

sociaal

sociaal

voordeel voordeel

voordeel

OMNIO-

OMNIO

statuut statuut totaal

totaal

de de de bevolking

bevolking

(0 (0-9 (0 9 jaar)

Affligem 5 17 20 42 3,0

Asse 32 202 114 348 9,7

Beersel 17 55 42 114 4,0

Bever 2 2 1 5 1,7

Dilbeek 19 104 92 215 5,2

Drogenbos 7 20 15 42 7,0

Galmaarden 2 3 10 15 1,6

Gooik 6 9 1 16 1,7

Grimbergen 39 142 75 256 6,4

Halle 41 113 70 224 5,4

Herne 2 6 4 12 1,6

Hoeilaart 18 25 9 52 3,9

Kampenhout 10 12 6 28 2,2

Kapelle-op-den-Bos 3 12 1 16 1,7

Kraainem 7 34 9 50 3,2

Lennik 8 10 7 25 2,9

Liedekerke 13 59 23 95 7,2

Linkebeek 1 6 1 8 1,6

Londerzeel 13 27 16 56 3,0

Machelen 27 80 78 185 10,7

Meise 12 45 20 77 4,2

Merchtem 4 57 21 82 5,0

Opwijk 8 29 14 51 3,2

Overijse 12 31 9 52 1,8

Pepingen 3 8 4 15 2,9

Roosdaal 6 27 24 57 4,5

Sint-Genesius-Rode 9 49 11 69 3,2

Sint-Pieters-Leeuw 27 121 118 266 7,6

Steenokkerzeel 8 28 11 47 3,5

Ternat 9 21 17 47 2,9

Vilvoorde 98 209 303 610 11,3

Wemmel 12 52 34 98 5,7

Wezembeek-Oppem 6 31 16 53 3,4

Zaventem 21 80 96 197 5,4

Zemst 13 25 5 43 1,8

Aarschot 13 51 35 99 3,9

Begijnendijk 4 7 7 18 1,8

Bekkevoort 5 7 3 15 2,4

Bertem 5 16 13 34 2,8

Bierbeek 1 11 6 18 1,6

Boortmeerbeek 5 16 3 24 1,9

Boutersem 4 10 12 26 2,8

Diest 35 65 40 140 6,4

Geetbets 5 6 4 15 2,5

Glabbeek 2 7 1 10 1,7

Haacht 12 21 16 49 3,1

Herent 11 49 37 97 4,0

Hoegaarden 1 15 0 16 2,0

Holsbeek 7 18 7 32 2,8

Huldenberg 1 18 8 27 2,3

Keerbergen 6 6 6 18 1,4

Kortenaken 8 16 7 31 3,9

Kortenberg 5 24 11 40 1,8

Landen 34 50 18 102 6,3

Leuven 112 468 500 1.080 10,9

Linter 5 10 3 18 2,5

Lubbeek 5 16 5 26 1,9

Oud-Heverlee 0 16 11 27 2,2

Rotselaar 11 27 9 47 2,8

Scherpenheuvel-Zichem 25 38 21 84 3,9

Tervuren 9 34 17 60 2,2

Tielt-Winge 12 22 3 37 3,3

Tienen 41 155 51 247 7,4

Tremelo 2 17 9 28 1,9

Zoutleeuw 13 12 18 43 5,3

Vlaams Vlaams Vlaams Gewest Gewest

8.677 677 20 20.881 20 881 20 20.410 20 410 49 49.968 49 968 7,5

7,5

Prov. Prov. Prov. Vlaams Vlaams-Brabant

Vlaams Vlaams Brabant 919 919 2.979 979 2.178 178 6.076 076 5,1 5,1

5,1

Arr. Arr. Halle Halle-Vilvoorde

Halle Vilvoorde 520 1.751 751 1.297 297 3.568 568 5,2 5,2

5,2

Arr. Arr. Leuven Leuven

399 399 1.22 22 228 22

881 881 2.508 508 4,9

4,9

Bron: KSZ, bewerking SVR; bevolking (01/01/2010): ADSEI, FOD Economie

109


110

BIJLAGEN

Indicator Indicator 13 13: 13

: : Verhoogde Verhoogde tegemoetkoming tegemoetkoming in in de de ziekteverzekering ziekteverzekering bij bij kinderen kinderen en en jongeren jongeren 10-19 10

19 jaar jaar (01/01/2010

(01/01/2010)

(01/01/2010

10 10-19 10 19 jaar

o.b.v.

o.b.v. o.b.v.

o.b.v.

totaal: totaal: % % van

van

Gemeente

Gemeente

hoedanig-

hoedanig

heid

heid

sociaal

sociaal

voordeel

voordeel

OMNIO-

OMNIO

statuut statuut totaal

totaal

de de bevolking

bevolking

(10 (10-19 (10 19 jaar)

Affligem 12 24 18 54 3,9

Asse 50 150 96 296 8,4

Beersel 48 74 51 173 5,5

Bever 10 4 7 21 8,0

Dilbeek 49 163 83 295 5,9

Drogenbos 27 31 13 71 11,5

Galmaarden 9 25 19 53 5,7

Gooik 12 28 5 45 4,0

Grimbergen 49 142 65 256 6,4

Halle 72 186 67 325 7,9

Herne 15 25 9 49 6,1

Hoeilaart 11 32 9 52 4,1

Kampenhout 19 15 13 47 3,4

Kapelle-op-den-Bos 9 19 2 30 3,0

Kraainem 8 34 11 53 2,9

Lennik 11 13 8 32 2,9

Liedekerke 23 64 20 107 7,7

Linkebeek 12 7 8 27 3,8

Londerzeel 27 41 20 88 4,3

Machelen 54 109 68 231 12,9

Meise 19 50 41 110 4,6

Merchtem 23 63 21 107 5,8

Opwijk 16 45 17 78 5,5

Overijse 24 30 18 72 2,3

Pepingen 7 4 2 13 2,4

Roosdaal 17 42 26 85 6,1

Sint-Genesius-Rode 28 85 37 150 5,7

Sint-Pieters-Leeuw 83 163 123 369 9,3

Steenokkerzeel 11 44 11 66 5,0

Ternat 27 34 16 77 4,2

Vilvoorde 162 251 249 662 12,8

Wemmel 28 66 41 135 7,3

Wezembeek-Oppem 25 39 20 84 4,2

Zaventem 52 146 92 290 7,6

Zemst 36 42 12 90 3,3

Aarschot 60 96 38 194 6,7

Begijnendijk 8 24 8 40 3,9

Bekkevoort 11 14 6 31 4,4

Bertem 11 21 9 41 3,5

Bierbeek 11 25 2 38 3,5

Boortmeerbeek 9 17 9 35 2,5

Boutersem 11 20 18 49 5,4

Diest 97 91 41 229 9,6

Geetbets 19 15 10 44 6,8

Glabbeek 10 25 1 36 6,0

Haacht 32 36 20 88 5,0

Herent 21 57 39 117 4,7

Hoegaarden 9 19 5 33 4,2

Holsbeek 20 14 7 41 3,3

Huldenberg 12 24 16 52 4,4

Keerbergen 20 25 5 50 3,2

Kortenaken 14 23 4 41 5,3

Kortenberg 27 47 21 95 4,2

Landen 60 102 28 190 12,0

Leuven 186 514 355 1.055 12,5

Linter 19 19 4 42 5,3

Lubbeek 15 34 12 61 3,5

Oud-Heverlee 6 37 33 76 5,4

Rotselaar 35 49 15 99 5,1

Scherpenheuvel-Zichem 70 56 52 178 8,0

Tervuren 23 37 28 88 3,1

Tielt-Winge 24 15 12 51 4,5

Tienen 76 183 64 323 10,2

Tremelo 15 30 34 79 4,8

Zoutleeuw 20 28 15 63 7,5

Vlaams Vlaams Gewest Gewest Gewest

19 19.021 19 021 27 27.925 27 925 21 21.202 21 202 68 68.148 68 148 9,6

9,6

Prov. Prov. Prov. Vlaams Vlaams-Brabant

Vlaams Vlaams Brabant Brabant 2.036 036 3.987 987 987 2.229 229 229 8.252 252 252 6,5 6,5

6,5

Arr. Arr. Halle Halle-Vilvoorde

Halle Vilvoorde 1.085 085 2.290 290 290 1.318 318 4.693 693 6,4 6,4

6,4

Arr. Arr. Leuven Leuven

951 951 1.697 697 697 911 911 3.559 559 559 6,8

6,8

Bron: KSZ, bewerking SVR; bevolking (01/01/2010): ADSEI, FOD Economie


BIJLAGEN

Indicator Indicator 14 14: 14

: GOK GOK-indicatoren GOK

indicatoren basisonderwijs (01/02/2010)

basisonderwijs

basisonderwijs

schooltoelage schooltoelage

opleiding opleiding moeder moeder moeder

GOK GOK-leerling

GOK

leerling

Gemeente

Gemeente

aantal

aantal

leerlingen

leerlingen

% % van van van de

de

leer leerlin leer leerlin

lingen lingen

gen

aantal

aantal

leer leerlingen leer lingen

% % % van van de

de

leerl leerlingen leerl ingen

aantal

aantal

leerl leerlingen leerl ingen

% % van van de

de

leer leerlingen leer lingen

Affligem 199 14,9 176 13,2 309 23,2

Asse 532 18,2 516 17,7 860 29,4

Beersel 314 14,9 310 14,7 507 24,0

Bever 22 9,9 17 7,7 34 15,3

Dilbeek 351 11,1 431 13,6 675 21,3

Drogenbos 22 17,7 33 26,6 43 34,7

Galmaarden 74 8,4 80 9,1 136 15,4

Gooik 99 11,0 80 8,9 152 16,9

Grimbergen 422 14,3 440 14,9 700 23,7

Halle 722 20,3 647 18,2 1.109 31,2

Herne 62 10,5 66 11,2 114 19,4

Hoeilaart 77 8,2 99 10,5 158 16,8

Kampenhout 109 9,0 108 9,0 194 16,1

Kapelle-op-den-Bos 84 9,8 90 10,5 141 16,4

Kraainem 31 8,4 19 5,2 45 12,2

Lennik 89 11,2 82 10,3 147 18,4

Liedekerke 236 19,7 226 18,9 381 31,8

Linkebeek 6 4,8 6 4,8 12 9,7

Londerzeel 176 10,3 163 9,5 287 16,7

Machelen 349 26,7 418 32,0 578 44,3

Meise 133 8,1 139 8,4 232 14,1

Merchtem 182 12,4 191 13,1 313 21,4

Opwijk 146 10,4 168 12,0 262 18,7

Overijse 148 7,2 162 7,9 277 13,5

Pepingen 43 8,9 33 6,8 65 13,5

Roosdaal 144 12,8 118 10,5 215 19,0

Sint-Genesius-Rode 74 9,5 76 9,8 124 16,0

Sint-Pieters-Leeuw 501 20,3 606 24,6 883 35,9

Steenokkerzeel 96 8,3 122 10,5 185 15,9

Ternat 143 9,8 185 12,7 291 19,9

Vilvoorde 1.431 34,0 1.386 33,0 2.026 48,2

Wemmel 86 11,5 122 16,3 179 23,9

Wezembeek-Oppem 20 4,8 26 6,2 42 10,0

Zaventem 399 18,6 504 23,4 697 32,4

Zemst 170 7,5 198 8,8 318 14,1

Aarschot 347 14,9 260 11,2 513 22,1

Begijnendijk 120 13,0 102 11,1 184 20,0

Bekkevoort 93 14,8 82 13,0 151 24,0

Bertem 121 11,3 66 6,2 167 15,6

Bierbeek 93 8,5 61 5,6 134 12,2

Boortmeerbeek 118 10,2 122 10,5 197 17,0

Boutersem 95 10,6 59 6,6 130 14,4

Diest 471 22,7 455 21,9 711 34,3

Geetbets 123 23,0 92 17,2 175 32,8

Glabbeek 53 9,2 50 8,7 88 15,2

Haacht 173 11,6 123 8,2 260 17,4

Herent 292 13,1 164 7,3 383 17,1

Hoegaarden 84 11,8 61 8,6 134 18,9

Holsbeek 108 9,7 52 4,7 145 13,1

Huldenberg 76 7,6 51 5,1 109 10,9

Keerbergen 97 7,6 76 6,0 155 12,2

Kortenaken 99 13,9 88 12,4 161 22,7

Kortenberg 169 8,8 152 7,9 285 14,8

Landen 259 18,9 222 16,2 379 27,7

Leuven 1.612 19,4 1.128 13,6 2.109 25,4

Linter 103 15,5 65 9,8 151 22,7

Lubbeek 139 9,8 86 6,0 201 14,1

Oud-Heverlee 87 7,5 49 4,2 123 10,6

Rotselaar 207 13,2 98 6,3 266 17,0

Scherpenheuvel-Zichem 307 15,9 229 11,8 454 23,5

Tervuren 131 7,6 96 5,5 192 11,1

Tielt-Winge 137 13,4 92 9,0 197 19,3

Tienen 658 22,7 702 24,2 1.043 36,0

Tremelo 144 10,6 120 8,9 227 16,8

Zoutleeuw 144 19,1 112 14,8 212 28,1

Vlaams Vlaams Gewest Gewest

- - - - - -

Prov. Prov. Prov. Vlaams Vlaams-Brabant

Vlaams Vlaams Brabant 14.352 14,8 14,8 13.158 13,6 22.327 22.327 23,0

Arr. Arr. Halle Halle-Vilvoorde

Halle Vilvoorde 7.692 7.692 15,1 15,1

8.043 8.043 15,7 15,7

12.691 12.691 24,8

24,8

Arr. Arr. Leuven Leuven

6.660 6.660 14,5 14,5

5.115 5.115 11,1 11,1

9.636 9.636 21,0

21,0

Bron: AgODi, Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming

111


112

BIJLAGEN

Indicator Indicator 15 15: 15 : GOK GOK-indicatoren

GOK

indicatoren secundair onderwijs (01/02/2010)

(01/02/2010)

secundair secundair onderwijs

onderwijs

schooltoelage schooltoelage

opleiding opleiding moeder moeder moeder

GOK GOK-leerling

GOK

leerling

Gemeente

Gemeente

aantal

aantal

leerlingen

leerlingen

% % van van de

de

leer leerlingen leer leer lingen

aanta aantal aanta l

leerl leerlingen leerl ingen

% % van van de

de

leerlingen

leerlingen

aantal

aantal

leerlingen eerlingen

% % van van van de

de

leerlingen

leerlingen

Affligem 113 13,6 116 14,0 195 23,6

Asse 299 17,0 337 19,1 531 30,1

Beersel 186 14,5 205 15,9 325 25,3

Bever 25 19,8 21 16,7 42 33,3

Dilbeek 300 13,2 296 13,0 525 23,0

Drogenbos 25 29,1 26 30,2 39 45,3

Galmaarden 91 16,8 107 19,7 165 30,4

Gooik 89 12,7 87 12,4 156 22,3

Grimbergen 268 14,5 292 15,8 470 25,4

Halle 514 22,8 517 22,9 831 36,9

Herne 84 20,6 51 12,5 109 26,8

Hoeilaart 71 14,1 79 15,7 127 25,2

Kampenhout 100 11,6 112 13,0 183 21,2

Kapelle-op-den-Bos 106 16,4 113 17,5 184 28,4

Kraainem 12 7,1 14 8,2 25 14,7

Lennik 82 12,9 75 11,8 143 22,4

Liedekerke 149 19,2 200 25,7 287 36,9

Linkebeek 5 7,5 9 13,4 11 16,4

Londerzeel 176 13,9 164 13,0 304 24,1

Machelen 182 24,5 247 33,3 334 45,0

Meise 192 15,0 144 11,2 286 22,3

Merchtem 171 16,2 143 13,6 256 24,3

Opwijk 148 17,1 147 17,0 249 28,8

Overijse 112 9,4 117 9,8 206 17,3

Pepingen 44 13,8 36 11,3 65 20,4

Roosdaal 139 17,0 128 15,7 217 26,6

Sint-Genesius-Rode 52 12,3 50 11,8 91 21,6

Sint-Pieters-Leeuw 291 17,7 435 26,4 596 36,2

Steenokkerzeel 94 12,6 109 14,6 175 23,4

Ternat 176 16,3 170 15,8 283 26,3

Vilvoorde 789 33,9 857 36,8 1.184 50,8

Wemmel 60 14,3 64 15,3 104 24,8

Wezembeek-Oppem 30 13,2 23 10,1 44 19,4

Zaventem 254 19,6 309 23,8 449 34,6

Zemst 220 13,2 212 12,7 376 22,6

Aarschot 383 21,2 309 17,1 573 31,8

Begijnendijk 123 18,5 92 13,8 179 26,9

Bekkevoort 106 23,5 81 18,0 159 35,3

Bertem 102 15,4 74 11,2 152 22,9

Bierbeek 98 15,0 51 7,8 136 20,9

Boortmeerbeek 114 12,5 104 11,4 193 21,2

Boutersem 91 16,9 69 12,8 136 25,2

Diest 436 28,7 354 23,3 609 40,0

Geetbets 93 23,0 87 21,5 150 37,1

Glabbeek 63 17,0 39 10,5 93 25,1

Haacht 179 16,2 127 11,5 260 23,5

Herent 239 15,4 142 9,1 325 20,9

Hoegaarden 85 17,2 64 13,0 127 25,7

Holsbeek 97 12,8 54 7,1 137 18,1

Huldenberg 75 12,0 73 11,6 127 20,3

Keerbergen 101 10,3 94 9,5 179 18,2

Kortenaken 91 17,8 92 18,0 156 30,5

Kortenberg 176 14,0 159 12,6 297 23,6

Landen 206 23,4 192 21,8 325 37,0

Leuven 1.161 22,6 829 16,1 1.550 30,2

Linter 104 21,1 93 18,9 163 33,1

Lubbeek 115 10,8 78 7,3 171 16,0

Oud-Heverlee 132 14,8 61 6,8 170 19,1

Rotselaar 235 18,5 137 10,8 314 24,8

Scherpenheuvel-Zichem 335 24,0 272 19,5 505 36,3

Tervuren 136 14,3 93 9,8 198 20,8

Tielt-Winge 166 23,3 85 11,9 210 29,5

Tienen 539 28,6 482 25,6 802 42,5

Tremelo 200 18,6 158 14,7 309 28,7

Zoutleeuw 125 24,7 110 21,7 192 37,9

Vlaams Vlaams Gewe Gewest Gewe Gewest

st - - - - - -

Prov. Prov. Prov. Vlaams Vlaams-Brabant

Vlaams Vlaams Brabant 11.755 18,2 18,2

10.667 16,5 18.464 18.464 28,5

Arr. Arr. Halle Halle-Vilvoorde

Halle Vilvoorde 5.649 5.649

17,0 17,0

6.012 6.012 18,1 18,1

9.567 9.567 28,9

28,9

Arr. Arr. Leuven Leuven

6.106 6.106

19,4 19,4

4.655 4.655 14,8 14,8

8.897 8.897 28,2

28,2

Bron: AgODi, Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming


BIJLAGEN

Bijlage Bijlage II: II: Lijst van van kaarten, kaarten, figuren figuren en en tabellen tabellen in in de de tekst

tekst

Kaarten Kaarten

Kaarten

Kaart 1: Gemiddeld inkomen per aangifte (2008)...............................................................................11

Kaart 2: Aangiften kleiner of gelijk aan 20.000 euro (2008)................................................................12

Kaart 3: Aangiften groter dan 50.000 euro (2008) .............................................................................12

Kaart 4: Gemiddeld inkomen per aangifte op het niveau van deelgemeenten (2008)...........................13

Kaart 5: Inkomensevolutie 1998-2008 ...............................................................................................15

Kaart 6: Niet werkende werkzoekenden: werkloosheidsgraad (2010)..................................................20

Kaart 7: Niet-werkende werkzoekenden, naar deelgemeente (31/12/2010).........................................20

Kaart 8: Vrouwelijke niet-werkende werkzoekenden: werkloosheidsgraad (2010)................................22

Kaart 9: Jonge niet-werkende werkzoekenden: werkloosheidsgraad (2010) ........................................23

Kaart 10: Laaggeschoolden niet-werkende werkzoekenden (2010) .....................................................24

Kaart 11: Niet-werkende werkzoekenden van niet-Belgische origine (2010) ........................................24

Kaart 12: Werkloosheid binnen de groep van niet-Belgische origine (2010).........................................25

Kaart 13: Leefloners en equivalent leefloners jonger dan 65 jaar (2010) ..............................................28

Kaart 14: RMI- en RMH-gerechtigden jonger dan 65 jaar (2010).........................................................31

Kaart 15: Aandeel van de 65-plussers dat een IGO ontvangt (01/01/2011) ..........................................33

Kaart 16: Gemiddeld uitgekeerd bedrag van de IGO (01/01/2011)......................................................33

Kaart 17: Aantal personen van 21-64 jaar dat een IT en/of IVT ontvangt (01/04/2011).........................34

Kaart 18: Aantal personen van 65 jaar of meer dat een IT, IVT en/of THAB ontvangt (01/04/2011).......35

Kaart 19: Personen van 0-64 jaar met een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering

(01/01/2010).....................................................................................................................36

Kaart 20: Personen van 65 jaar of meer met een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering

(01/01/2010).....................................................................................................................37

Kaart 21: Bevolking (25+) met hoogstens een diploma lager middelbaar onderwijs (01/10/2001).........39

Kaart 22: Aantal leerlingen in de B-stroom en het BSO (schooljaar 2009-2010) ...................................39

Kaart 23: Aantal 65-plussers (01/01/2010) .........................................................................................40

Kaart 24: Alleenstaanden met een pensioenbedrag lager dan 1.500 euro (31/12/2008).......................42

Kaart 25: Koppels met een pensioenbedrag lager dan 1.500 euro (31/12/2008)..................................42

Kaart 26: Aantal eenoudergezinnen als percentage van het totaal aantal gezinnen (01/01/2011).........44

Kaart 27: De bevolking van niet-Europese origine (01/01/2011) ..........................................................46

Kaart 28: De bevolking van niet-Europese origine op het niveau van de deelgemeenten (01/01/2011) .46

Kaart 29: Subjectieve gezondheidstoestand van de bevolking, gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht

(01/10/2001).....................................................................................................................48

Kaart 30: Personen met een erkenning door de DG Personen met een handicap (31/12/2010).............49

Kaart 31: Aantal personen dat belemmerd wordt in de dagelijkse bezigheden door langdurige ziekte of

handicap (01/10/2001) ......................................................................................................49

113


114

BIJLAGEN

Kaart 32: Gemiddelde verkoopprijs gewone woonhuizen (2010).........................................................51

Kaart 33: Gemiddelde huurprijs woningen (01/10/2001).....................................................................51

Kaart 34: Aandeel sociale huurwoningen (31/12/2009) ......................................................................53

Kaart 35: Aantal kandidaat-huurders van een sociale woning, naar woonplaats (13/12/2009)..............53

Kaart 36: Aantal huurwoningen (01/10/2001)....................................................................................54

Kaart 37: Aantal woonhuizen gebouwd voor 1946 (01/01/2010)........................................................55

Kaart 38: Het aantal geplaatste actieve budgetmeters voor elektriciteit per 1.000 gezinnen (31/12/2010)58

Kaart 39: Gezinnen met minderjarige kinderen zonder inkomen uit arbeid of pensioen (31/12/2008)...61

Kaart 40: Personen van 0-9 jaar met een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering

(01/01/2010).....................................................................................................................64

Kaart 41: Personen van 10-19 jaar met een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering

(01/01/2010).....................................................................................................................64

Kaart 42: Criteria van kansarme geboorten: gemiddeld aantal gezinnen per jaar (2006-2007) .............65

Kaart 43: Geboorten in kansarme gezinnen (2006-2008)....................................................................66

Kaart 42: Aantal leerlingen met een schooltoelage in het basisonderwijs (01/02/2010) ........................68

Kaart 43: Aantal leerlingen met een schooltoelage in het secundair onderwijs (01/02/2010) ................69

Kaart 46: Aantal leerlingen in het basisonderwijs waarvan de moeder geen diploma secundair onderwijs

heeft (01/02/2010) ............................................................................................................70

Kaart 47: Aantal leerlingen in het secundair onderwijs waarvan de moeder geen diploma secundair

onderwijs heeft (01/02/2010).............................................................................................70

Kaart 48: GOK-leerlingen in het basisonderwijs (01/02/2010)..............................................................71

Kaart 49: GOK-leerlingen in het secundair onderwijs (01/02/2010) .....................................................72

Kaart 50: Leerlingen met minstens 2 jaar schoolse vertraging in het lager onderwijs (schooljaar 2009-

2010)................................................................................................................................73

Kaart 51: Leerlingen met minstens 2 jaar schoolse vertraging in het secundair onderwijs (schooljaar

2009-2010).......................................................................................................................73

Kaart 52: Leerlingen in het buitengewoon lager onderwijs (schooljaar 2009-2010)..............................74

Kaart 53: Leerlingen in het BUSO en het DBSO (schooljaar 2009-2010)...............................................74

Kaart 54: Aantal kinderen in een eenoudergezin (01/01/2011)............................................................75

Kaart 55: Projecten van Riso Vlaams-Brabant......................................................................................89

Kaart 56: Centra Algemeen Welzijnswerk in Vlaams-Brabant..............................................................90

Kaart 57: Werkingen rond armoede...................................................................................................93

Figuren

Figuren

Figuur 1: Aandeel van de verschillende inkomensgroepen in het totale inkomen in Vlaams-Brabant

(2007).................................................................................................................................9

Figuur 2: Evolutie van het gemiddeld inkomen van de verschillende inkomensgroepen in Vlaams-Brabant9

Figuur 3: Inkomensbronnen van de verschillende inkomensgroepen in Vlaams-Brabant (2007).............10

Figuur 4: Gemiddeld en mediaaninkomen per aangifte (2008)............................................................16

Figuur 5: Relatief belang van de inkomenscategorieën (links - 2008) en van de inkomensbronnen (rechts

- 2007)..............................................................................................................................16


BIJLAGEN

Figuur 6: Evolutie van de inkomensongelijkheid (gini-coëfficiënt) ........................................................17

Figuur 7: Evolutie van de werkloosheidsgraad ....................................................................................19

Figuur 8: Aandeel van langdurige werklozen onder de werkzoekenden...............................................19

Figuur 9: Evolutie van de werkloosheidsgraad naar geslacht ...............................................................21

Figuur 10: Evolutie van de werkloosheidsgraad naar leeftijd................................................................22

Figuur 11: Aantal leefloners en equivalent leefloners, evolutie in de tijd ..............................................26

Figuur 12: Aantal leefloners of equivalent leefloners, evolutie in de tijd...............................................27

Figuur 13: Aantal leefloners en equivalent leefloners in Vlaams-Brabant naar geslacht (links) en leeftijd

(rechts)..............................................................................................................................29

Figuur 14: Aantal leefloners en equivalent leefloners in Vlaams-Brabant naar gezinssituatie .................29

Figuur 15: Aantal rechthebbenden op een RMI en RMH, evolutie in de tijd .........................................30

Figuur 16: Aantal rechthebbenden op een RMI of RMH , evolutie in de tijd .........................................30

Figuur 17: Aantal RMI- en RMH-gerechtigden in Vlaams-Brabant naar geslacht (links) en leeftijd (rechts)31

Figuur 18: Aantal RMI- en RMH-gerechtigden met tewerkstelling .......................................................32

Figuur 19: Pensioenbedrag voor verschillende gezinsvormen (31/12/2008) ..........................................41

Figuur 20: Aandeel pensioenen lager dan 1.500 euro voor alleenstaanden en koppels ........................43

Figuur 21: Algemene index en de index van aardgas, stookolie, elektriciteit en water. .........................56

Figuur 22: Percentage van de bevolking met een voorkeursregeling in de ziekteverzekering, naar leeftijd62

Figuur 23: Manieren waarop de voorkeursregeling in de ziekteverzekering wordt verkregen, naar leeftijd63

Figuur 24: Evolutie van de geboorten in kansarme gezinnen...............................................................67

Tabellen

Tabellen

Tabel 1: Sociale uitkeringen als percentage van de armoederisicogrens ...............................................18

Tabel 2: Het aandeel van de huurprijs van een gemiddelde woning in het inkomen van samenwonenden52

115


BIJLAGE BIJLAGE III: III: Organisaties Organisaties in in de de pprovinciale

p rovinciale advies advies- advies

en

en

participatieraad participatieraad armoede

armoede

1. 1. 1. Verenigingen Verenigingen Verenigingen waar waar waar armen armen armen het het het woord woord woord neme nemen neme neme

Buurtwerk Buurtwerk 't 't Lampeke Lampeke vzw

vzw

Ridderstraat 147

3000 Leuven

016/23 80 19

info@lampeke.be

Erm Erm 'n 'n 'n Erm

Erm

RISO Vlaams-Brabant

Grote Bergstraat 21

3300 Tienen

016/78 14 10

Open Open Armen

Armen

August Demaeghtlaan 305

1500 Halle

0479/41 28 63

2. 2. 2. Inloopcentra

Inloopcentra- Inloopcentra deelwerking van de Centra Algemeen Welzijnswerk

De De Meander Meander

Meander

Redingenstraat 6

3000 Leuven

016/58 38 53

meander@cawleuven.be

De De Zonnebloem

Zonnebloem

Michel Theysstraat 7

3290 Diest

013/33 52 47

onthaal@cawhageland.be

Amerant

Amerant

Oude Vestenstraat 6

3300 Tienen

016/82 70 27

inloopcentrum@cawhageland.be

Den Den 33

33

J.B. Nowélei 33

1800 Vilvoorde

02/252 09 39

't 't Klavertje Klavertje 4

4

A. Demaeghtlaan 305

1500 Halle

0479/41 28 63

info@cawdelta.be

116


Inloopcentrum Inloopcentrum Asse Asse

Asse

Frans Timmermansstraat 1

1731 Asse-Zellik

0470/23 51 91

info@cawdelta.be

3. 3. Welzijnsschakels

Welzijnsschakels

Buurthuis Buurthuis Om Ommekaar Om mekaar vzw

Hoogveld 1

1501 Buizingen

02/361 22 93

Bezorgd Bezorgd Om Om Mensen Mensen vzw

vzw

Aarschotsesteenweg 3/2

3300 Tienen

016/81 03 51

Welzijnsschakel Welzijnsschakel Leuven

Leuven

Parkstraat 64

3000 Leuven

016/30 16 24

wzsleuven@gmail.com

4. 4. 4. Welzijn Welzijnszorg

Welzijn szorg

Welzijnszorg Welzijnszorg Vlaams Vlaams-Brabant, Vlaams

Brabant, Brabant, Mechelen, en Brussel

015/29 84 58

mechelen@bdwzz.be

5. 5. OCMW

OCMW

Sociaal Sociaal Sociaal Huis Huis Dilbeek

OCMW - Sociale Bijstand

Itterbeeksebaan 210

1701 Itterbeek

02/568 05 00

socialebijstand@ocmw-dilbeek.be

Sociaal Sociaal Sociaal Huis Huis Herent

Herent

Groepswerking Marant

Huis Marant

Mechelsesteenweg 485

3020 Herent

016/298 832

117


Eindnoten

Eindnoten

1 Het meest recente jaarboek is dat van 2010: VRANKEN J., DE BLUST S., DIERCKX D. & VAN HAARLEM A.

(red.), Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2010, Leuven: Acco.

2 Het meest recente armoederapport is dat van 2010: Observatorium voor Gezondheid en Welzijn Brussel

(2010), Brussels armoederapport 2010. http://www.observatbru.be/documents/publications.xml?lang=nl

3 DIERCKX D., Van HERCK N. & VRANKEN J. (red.), Armoede in België, Leuven: Acco.

4 Zie VRANKEN J. (2010), Inleiding, in DE BLUST S., DIERCKX D. & VAN HAARLEM A. (red.), Armoede en

sociale uitsluiting. Jaarboek 2010, Leuven: Acco, pp. 35-53.

5

Zie Observatorium voor Gezondheid en Welzijn Brussel (2010), Brussels armoederapport 2010.

6

Zie BOUCKAERT N. & SCHOKKAERT E. (2001), A first computation of non-take up behaviour in the

'leefloon', FLEMOSI Discussion Paper, 6.

7

Voor een overzicht, zie HERNANZ V., MALHERBET F. & PELLIZZARI M. (2004), Take-up of welfare benefits

in OECD countries: a review of the evidence, OECD Social, Employment & Migration Working Paper 17.

8

Wanneer de gegevens beschikbaar zijn, worden de gemeenten van het Brussels Gewest mee ingekleurd

op de kaarten. Omwille van de leesbaarheid worden de absolute aantallen, in de vorm van cirkels, niet

weergegeven op de kaarten. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft immers meer inwoners dan

Vlaams-Brabant, en dit op een relatief kleine oppervlakte.

9 Zie MAY X. (2009), Estimation, origine et composition des revenus des habitants dans les communes

wallonnes, Belgeo, 2009/2, pp. 137-152.

10

De cijfers van het jaar waarin een aanpassing gebeurde werden op het niveau van het voorgaande jaar

geplaatst, en voor de jaren erna geldt deze waarde als de nieuwe referentiewaarde.

11

De gegevens werden berekend op basis van het aantal aangiften en het totale inkomen op het niveau

van de statistische sectoren. Van statistische sectoren met minder dan 200 aangiften waren geen

inkomensgegevens beschikbaar en deze zijn dus niet meegenomen in de analyse. Het gaat om 7,0% van

de aangiften. Wanneer Brussel niet wordt meegerekend gaat het om 11,8% van de aangiften. Van

sommige deelgemeenten zijn er geen gegevens omdat ze alleen statistische sectoren tellen met minder

dan 200 aangiften.

12 Bepaalde categorieën van lage inkomens worden pas sinds 2004 opgenomen in de cijfers (inkomens

tussen 4.000 en 11.000 euro, jobstudenten, ontvangers van belastingkredieten). De evolutie over de

laatste drie jaar is echter gelijkaardig. Alleen spelen toevalsfactoren hier een wat grotere rol.

13 Meer bepaald wordt het equivalent inkomen gebruikt. Bij de berekening van het equivalent inkomen

worden de verschillen in huishoudgrootte in rekening gebracht. Daarbij wordt aan de eerste volwassene

in een huishouden het equivalent 1 toegekend, de tweede en volgende volwassene(n) het equivalent 0,5

en alle kinderen (jonger dan 14 jaar) het equivalent 0,3. Aan elk individu van het betreffende huishouden

wordt dan een inkomen toebedeeld door het totaal beschikbare huishoudinkomen te delen door de som

van de equivalenten.

14 Concreet gaat het om het gemiddelde van het aantal niet werkende werkzoekenden (NWWZ) op het

einde van elke maand. Een aantal groepen zijn niet opgenomen in de cijfers, zoals werkzoekenden die

een opleiding volgen of die tewerkgesteld zijn in het Derde Arbeidscircuit.

15

De werkende bevolking wordt bepaald aan de hand van de gegevens van de Belgische instellingen van

de sociale zekerheid. Dit betekent dat bijvoorbeeld EU-ambtenaren niet zijn opgenomen.

16

Zie VAN HAARLEM A. & CAMPAERT G. (2010), Armoede en sociale uitsluiting in Europa en België, in

DIERCKX D., Van HERCK N. & VRANKEN J. (red.), Armoede in België, Leuven: Acco, pp. 37-60.

17 De werkloosheidsgraden in Brussel zijn afkomstig van ACTIRIS en omvatten de bevolking van 15-64 jaar.

118


18 Het gaat hier dus niet om de werkloosheidsgraad. Dit betekent dat bijvoorbeeld huismannen en -

vrouwen worden meegeteld in de noemer. De werkloosheidsgraad kan hier niet berekend worden omdat

de beroepsbevolking niet gekend is per deelgemeente.

In de statistieken van de VDAB werden een aantal deelgemeenten samengevoegd, en die hebben

bijgevolg op deze kaart dezelfde waarde gekregen: Pamel, Strijtem en Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek in

Roosdaal, Boutersem en Vertrijk in Boutersem, Willebringen en Neervelp in Boutersem, Waasmont,

Wezeren, Walsbets en Walshoutem in Landen, en Haasrode en Korbeek-Lo in Leuven.

19

zie Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, Jaarverslag 2010.

www.rva.be/D_stat/Jaarverslag/Jaarverslag_volledig/2010/RA2010_NL.pdf

20

Zie VDAB Studiedienst (2009), Kansengroepen in Kaart: Allochtonen op de Vlaamse arbeidsmarkt.

http://vdab.be/trends/kik/doc/KiK_Allochtonen200903.pdf

21

Opgelet: het gaat hier niet om de werkloosheidsgraad. Huisvrouwen en -mannen zitten immers mee in

de referentiegroep. Het gaat om de bevolking van niet-Belgische origine van 18-64 jaar op 01/01/2010.

22

Landen die behoren tot de EU-15 waren al lid van de Europese Unie in 1995. De EU-14 wordt gevormd

door dezelfde landen, met uitzondering van België. De werkloosheidscijfers werden beschouwd t.o.v. de

bevolking op 1 januari 2010.

23 Naast een aantal inkomensvoorwaarden, gelden de volgende voorwaarden: de meerderjarigheid (tenzij

men getrouwd is, kinderen ten laste heeft of zwanger is), het verblijf in België, en een

nationaliteitsvoorwaarde. De volgende nationaliteiten komen in aanmerking: Belgen, EU-onderdanen met

een verblijfsrecht van meer dan 3 maanden, vreemdelingen opgenomen in het bevolkingsregister

(gevestigde vreemdelingen), erkende vluchtelingen en staatlozen.

24

De gegevens in dit hoofdstuk werden telkens beschouwd t.o.v. de bevolking op 1 januari van het

desbetreffende jaar.

25

Het aandeel niet-Belgen en niet-EU-nationaliteiten bij de leefloners is wat hoger in het arrondissement

Halle-Vilvoorde dan in het arrondissement Leuven. In Vlaanderen liggen deze cijfers nog hoger en in

Brussel zijn ze heel wat hoger. Bij het equivalent leefloon zien we de omgekeerde tendens, maar de cijfers

blijven boven de 90%.

26

In Vlaanderen bedroeg het aandeel vreemdelingen ingeschreven in het vreemdelingenregister ook al

meer dan de helft in 2008 (62%), en zeker in Brussel was dat al het geval (90%). Ook nu liggen de cijfers

daar hoger (respectievelijk 81% en 92%). In het arrondissement Halle-Vilvoorde zijn er verhoudingsgewijs

meer asielzoekers dan in het arrondissement Leuven.

27

Het aantal (equivalent) leefloners van 18-64 jaar werd bepaald door van het totaal aantal (equivalent)

leefloners de groep van 65-69 jarigen en de groep van 70-plussers af te trekken. Het gaat hier om een

lichte onderschatting, gezien er binnen die groep van ouderen een aantal dubbeltellingen zijn: diegenen

die in de loop van het jaar 70 zijn geworden kunnen zowel bij de 65-69-jarigen als bij de 70-plussers

voorkomen.

28

Voor het verkrijgen van een IGO gelden ook verblijfs- en nationaliteitsvoorwaarden. Men moet

daadwerkelijk en bestendig in België verblijven en onderdaan zijn van een EU-land, Ijsland, Liechtenstein,

Noorwegen of Zwitserland, of een erkende vluchteling of staatloze zijn. Wanneer men een andere

nationaliteit bezit, kan men een IGO verkrijgen als men in België pensioenrechten heeft opgebouwd.

29

De volgende nationaliteiten komen in aanmerking: Belgen, EU-onderdanen, vreemdelingen opgenomen

in het bevolkingsregister (gevestigde vreemdelingen), erkende vluchtelingen en staatlozen, onderdanen

van Noorwegen, Ijsland, Liechtenstein, Zwitserland, Marokko, Algerije en Tunesië en een aantal heel

specifieke categorieën van vreemdelingen. De grootte van de tegemoetkoming is niet alleen afhankelijk

van het inkomen, maar ook van de ernst van de handicap.

30 Dit is echter slechts een deel van de verklaring. Bij de ouderen is het OMNIO-statuut bijna onbestaande,

en wordt de voorkeursregeling vooral toegekend o.b.v. hoedanigheid. In vergelijking met mannen

genieten ook vrouwen meer van de voorkeursregeling o.b.v. hoedanigheid en minder via het OMNIOstatuut.

Dit wijst op een leeftijdseffect. Het verschil is echter kleiner dan de verhouding mannen/vrouwen

aangeeft, wat erop wijst dat ook zonder het leeftijdseffect er meer vrouwen onder de voorkeursregeling

zouden vallen.

119


31 In de jaarboeken armoede en sociale uitsluiting kan men algemene informatie terugvinden over de

armoedeproblematiek van deze groepen. Zie bv. DE BLUST S. (2010), 'Talent komt niet vanzelf

bovendrijven' over onderwijs en opleiding, DE BLUST S. & VAN HAARLEM A. (2010), 'Hoe beter het leven,

hoe langer het duurt' over gezondheid en DE BLUST S. (2010) 'Wachten op wonen' over wonen.

Toegespitst op Vlaams-Brabant kan men meer informatie vinden over deze groepen in de dossiers van het

Steunpunt Sociale Planning: over kinderen en jongeren, minderheden, ouderen en personen met een

handicap.

32

De meest recente gegevens over de opleidingsgraad van de bevolking dateren van 2001. Gezien het

hoofdzakelijk om afgestudeerden gaat (bevolking van 25 jaar en ouder), veranderen deze gegevens niet

zo gauw (weinig mensen behalen nog een diploma eens ze 25 zijn geworden). Omdat de cijfers 10 jaar

oud zijn, zijn diegenen die nu jonger zijn dan 35, wel niet inbegrepen.

33

Voor de concrete cijfers, zie VAN HAARLEM A. (2010), Armoede en sociale uitsluiting ontcijferd, in

VRANKEN J., DE BLUST S., DIERCKX D. & VAN HAARLEM A. (red.), Armoede en sociale uitsluiting.

Jaarboek 2010, Leuven: Acco, pp. 392-450.

34

Dit is natuurlijk maar een indicatie. Inkomsten uit vermogens zijn bijvoorbeeld niet inbegrepen.

Eenmalige kapitalen (vooral bij tweedepijlerpensioenen) zijn eveneens niet inbegrepen. Het gaat om het

pensioen in de maand december.

35 Alleenstaanden zijn hier personen die alleen wonen. Alleenstaande ouders zijn bijvoorbeeld niet

inbegrepen. Deze werden bij 'andere gezinsvormen' gevoegd. Ook bij koppels zijn er hier geen andere

inwonende gezinsleden. Koppels met andere inwonende gezinsleden werden eveneens bij 'andere

gezinsvormen' gevoegd.

36

120

De cijfers voor Brussel zijn van 2006 en de bron is het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA).

37

Meer gedetailleerde informatie is te vinden in het dossier 'Minderheden in Vlaams-Brabant'

www.vlaamsbrabant.be/dossierminderheden

38

In Vlaanderen gaat het om 22,2% en 4,8%. In Brussel gaat het om 27,6% en 7,4%.

39

Eerst werd per gemeente de proportie personen bepaald die zich in minder goede gezondheid voelen

indien de gezondheid naar leeftijd en geslacht in de gemeente zou overeenstemmen met de algemene

gezondheidstoestand van het Vlaams gewest. Vervolgens werd de werkelijk geobserveerde proportie

personen die zich in minder goede gezondheid voelen gedeeld door deze waarde.

40

41

Zie ook Dossier 'Handicap in Vlaams-Brabant' 2010 www.vlaamsbrabant.be/dossierhandicap

In Vlaanderen gaat het om 19,7%, 15,5% en 5,3%. In Brussel gaat het om 22,2%, 17,3% en 7,0%.

42

Zie DE DECKER P. & GEURTS V. (2005), Residualiseert de huursector?, in DE DECKER P., GOOSSENS L. &

PANNECOUCKE I. (red.), Wonen aan de Onderkant, Antwerpen: Garant, pp. 83-92.

43

De categorie van gewone woonhuizen omvat volgens de definitie van de FOD Economie arbeiders-,

bedienden-, renteniers- en burgerhuizen, alsook landelijke huizen waarvan de oppervlakte minder dan 5

are bedraagt.

44 Deze cijfers zijn afkomstig van de socio-economische enquête 2001. Er werd niet gevraagd naar de

exacte huurprijs. Wel werd gevraagd de huurprijs in één van vijf prijscategorieën te plaatsen. De

gemiddelde prijs werd hier berekend door telkens de gemiddelde waarde van die categorieën te

gebruiken.

45

Zie HEYLEN K. & HAFFNER M. (2010), Hoe meten we de betaalbaarheid van het wonen?, in WINTERS S.

(red.), Is wonen in Vlaanderen betaalbaar?, Antwerpen: Garant, pp. 49-70.

46

Dit cijfer is een benadering, omdat het gezinsinkomen van sociale huurders en het inkomen per fiscale

aangifte niet helemaal overeenkomen. Het gezinsinkomen van sociale huurders is het inkomen dat als

berekeningsbasis gebruikt wordt voor de huurprijs. Dit bedrag ligt vaak hoger dan enkel de fiscale

inkomsten. Zo worden niet-belastbare vervangingsinkomsten en een deel van de inkomsten van

((over)groot)ouders hier wel meegerekend. Er zijn ook grote verschillen tussen de gemeenten.

47 De cijfers van Brussel zijn afkomstig van het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn van Brussel-

Hoofdstad en geven de situatie in 2007.


48 Nochtans is de behoefte - bepaald op basis van het aantal kandidaat-huurders - in Vlaams-Brabant laag

in vergelijking met de andere provincies. Ook de wachttijd is lager dan in Vlaanderen als geheel. Daarbij

moet wel rekening gehouden worden met het feit dat het aanbod ook de vraag beïnvloedt.

49 Het gaat om het aantal dossiers waarvoor de OCMW's een bijdrage hebben gevraagd bij de federale

overheid. Bron data: POD Maatschappelijk Integratie

50

Ook bij deze cijfers gaat het om dossiers die de OCMW's doorstuurden naar de federale overheid.

51 Bron: Nationale Bank van België (2011), Statistieken Centrale voor kredieten aan particulieren - 2010.

www.nbb.be/DOC/CR/CCP/Publications/BRO_CKPSTAT2010N_31122010.pdf

De percentages ten opzichte van het aantal kredietnemers zijn uiteraard hoger. In 2010 had in Vlaanderen

5,2% van de kredietnemers een betalingsachterstand, in Wallonië 9,5% en in Brussel 10,6%. Ook hier

heeft Vlaams-Brabant de laagste waarde, en op arrondissementeel niveau het arrondissement Halle-

Vilvoorde. Hier gaat het wel om de gegevens van 2005 (Bron: DE DONCKER H. (2006), Kredieten aan

particulieren – Analyse van de in de Centrale voor Kredieten aan Particulieren geregistreerde gegevens,

Working Paper document 78. www.nbb.be/doc/ts/publications/wp/wp78Nl.pdf)

52

De cijfers over de bevolking onder de armoededrempel in dit hoofdstuk zijn afkomstig van VRANKEN J.

(2010), Kinderarmoede, in DIERCKX D., Van HERCK N. & VRANKEN J. (red.), Armoede in België, Leuven:

Acco, pp. 183-198.

53

Het aantal kinderen dat recht heeft op verhoogde kinderbijslag zou ook kunnen worden gebruikt om

inkomensarmoede te meten. Het is echter moeilijk om deze cijfers samen te stellen, zeker op

gemeenteniveau, omdat er verschillende stelsels zijn voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren.

54

Het gaat om alle gemeenten waar het aantal EU-ambtenaren en geprivilegieerde vreemdelingen (bv.

NAVO-medewerkers) boven de 1,5% ligt. Deze groepen worden in het rijksregister afzonderlijk

geregistreerd. Ook in Brussel, zeker in het zuidoosten, speelt dit effect. De cijfers liggen daar echter heel

veel hoger. 28% van de gezinnen met minderjarige kinderen hebben er geen inkomen uit arbeid of

pensioen.

55

Voor personen van 75 jaar of meer gaat het in Vlaanderen zelfs om 42%, in het arrondissement Leuven

om 37%, in het arrondissement Halle-Vilvoorde om 31% en in de provincie Vlaams-Brabant om 34%.

56

Er zijn bovengemiddelde waarden in de faciliteitengemeenten en meer algemeen in de rand rond

Brussel. Voor het basisonderwijs geldt nog een bovengemiddelde waarde in Liedekerke, voor het

secundair onderwijs in Leuven. In het noorden van het Hageland zijn er algemeen lage waarden. In geheel

Vlaams-Brabant gaat het om 17% van de leerlingen in het basisonderwijs en 10% in het secundair

onderwijs. De lagere waarde voor het secundair onderwijs gaat samen met de uitstroom naar het

Franstalig en internationaal onderwijs.

57

Naast inkomensgrenzen gelden een aantal nationaliteitsvoorwaarden (de leerling heeft, behoudens een

aantal uitzonderingen, een permanente verblijfsvergunning nodig) en het kadastraal inkomen van

onroerende goederen mag niet te hoog zijn (onroerende goederen bestemd voor eigen beroepsgebruik of

de eigen woning worden daarbij niet meegerekend).

58

Vooral rond Brussel is er ook een uitstroom naar het Franstalig en internationaal onderwijs, mogelijk van

hogere inkomensgroepen. In het basisonderwijs is het aandeel leerlingen dat niet naar een school gaat die

erkend wordt door het Vlaams Gewest relatief beperkt, met minder dan 5%. In het secundair onderwijs is

dat al meer dan 10%.

59

Ook hier kan de uitstroom naar Franstalige en internationale scholen een rol spelen.

60

Leerlingen in een specifieke pedagogische methode zijn niet inbegrepen in deze kaarten. Hetzelfde

geldt, voor het basisonderwijs, voor de leerlingen in de Franstalige scholen in de faciliteitengemeenten.

61 De gegevens voor Brussel zijn telkens van het schooljaar 2008-2009.

62 Niet-monetaire deprivatie: het niet kunnen beschikken over een aantal goederen en diensten of het niet

kunnen deelnemen aan bepaalde activiteiten die als noodzakelijk worden beschouwd (bijvoorbeeld

vakantie nemen, vlees eten, beschikken over een televisietoestel, wasmachine of telefoon).

63

Zie ook: http://vlaandereninactie.be/actie/pact-2020

121


64 Zie ook: http://www4wvg.vlaanderen.be/wvg/armoede/vlaamsactieplan/Paginas/inhoud.aspx

65 Zie ook: http://wvg.vlaanderen.be/juriwel/armoede/regelgeving/decr210303-1.htm

66 Zie ook: http://www4.vlaanderen.be/dar/svr/Pages/2011-03-23-armoedemonitor.aspx

67

Zie ook:

http://www4wvg.vlaanderen.be/wvg/armoede/publicaties/Documents/Vlaams_actieprogramma_kinderarm

oede.pdf

68

122

Zie ook: www.oases.be

69 Sinds 1994 bevat de Belgische Grondwet het artikel 23 waarin een menswaardig leven wordt

gegarandeerd via volgende sociale grondrechten: recht op arbeid en vrije beroepskeuze, recht op sociale

zekerheid, bescherming van de gezondheid en sociale, geneeskundige en juridische bijstand, het recht op

een behoorlijke huisvesting, recht op bescherming van een gezond leefmilieu en recht op culturele en

maatschappelijke ontplooiing. Sociale grondrechten zijn eigenlijk intenties die niet kunnen afgedwongen

worden. De overheid moet de sociale grondrechten bevorderen met beleid.

70

Zie ook: www.17oktober.be

71 Het subsidiereglement is beschikbaar op www.vlaamsbrabant.be/subsidies

72 Voor een overzicht voor Vlaanderen, zie Steunpunt Algemeen Welzijnswerk (2010), CAW in beeld:

cijfers 2009. www.steunpunt.be/_steunpunt/Documents/Dossiers/caw-in-beeld-cijfers2009-def.pdf


steunpunt sociale planning

Dienst Welzijn en gezondheid

provincie Vlaams-Brabant

socialeplanning@vlaamsbrabant.be

www.vlaamsbrabant.be/socialeplanning

Filip De Maesschalck: 016-26 77 75

armoedebeleid

Dienst diversiteit en gelijke kansen

provincie Vlaams-Brabant

wendy.broos@vlaamsbrabant.be

www.vlaamsbrabant.be/armoede

Wendy Broos: 016- 26 73 88

Meer cijfers

www.vlaamsbrabant.be/cijfers

Voorzieningen

www.desocialekaart.be

D/2011/8495/16

Dossier

Armoede in Vlaams-Brabant

2011

www.vlaamsbrabant.be/socialeplanning

More magazines by this user
Similar magazines