Monumentenzorg ZE december 2005.pdf - Stichting Cultureel ...

scez.nl

Monumentenzorg ZE december 2005.pdf - Stichting Cultureel ...

ARCHEOLOGIEERFGOEDEDUCATIEGESCHIEDBEOEFENINGMONUMENTENWACHTMONUMENTENZORGMUSEASTREEKTALEN

• SCEZ verricht onderzoek naar historische kerken

In Zeeland staan zo’n 280 kerken die als ‘historisch’

kunnen worden aangemerkt, kerkgebouwen gebouwd

vóór 1970. Tussen deze kerken bestaan grote verschillen.

Sommige zijn gebouwd in de middeleeuwen en andere

nog maar vijftig jaar geleden. Sommige zijn protestants,

andere katholiek, enkele hebben de status van rijksmonument

en andere hebben deze status weer niet. Maar

de kerken hebben een belangrijke karakteristiek gemeen:

het zijn beeldbepalende gebouwen, die van oudsher het

hart van de Zeeuwse samenleving vormen. Een kerkgebouw

uit de wederopbouwperiode (1940-1965/1970)

kan immers evenzeer een centrale, beeldbepalende plek in

een buurt, dorp of stad innemen als een kerk die er al een

paar honderd jaar staat. Daarnaast hebben veel van deze

kerken, ook de jongere, te kampen met problemen van

diverse aard; veel van deze kerken dreigen door teruggang

in het kerkbezoek of oplopende kosten voor instandhouding

uit het stads- of dorpsbeeld te verdwijnen.

Vanwege de zorg over deze bijzondere en belangwekkende

categorie gebouwen heeft de Provincie Zeeland opdracht

gegeven aan de SCEZ om:

1. De problemen in kaart te brengen ten aanzien van de

instandhouding van historische kerkgebouwen in Zeeland;

2. Aanbevelingen te formuleren voor instandhouding, op

basis waarvan de provincie samen met andere overheden

en organisaties beleid kan formuleren.

Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van twee

casussen, te weten de Hervormde kerk van Hoofdplaat en

de rooms-katholieke dorpskerken in de gemeente Hulst.

Toch is het onderzoek nadrukkelijk van toepassing op heel

Zeeland. Naast deze twee casussen zijn immers ook alle

gemeenten in Zeeland geënquêteerd en zijn meer dan

dertig instanties geïnterviewd. De projectgroep die het

onderzoek heeft uitgevoerd werd geleid door de SCEZ.

Daarnaast waren de Provincie Zeeland, de

Monumentenwacht Zeeland, de Vereniging Zeeuwse

Gemeenten en de gemeente Hulst in de projectgroep

vertegenwoordigd. Het Monumentenhuis Brabant is door

Historische kerken zijn van belang voor het

Zeeuwse landschap en voor de identiteit van

dorpen en steden. Ze vormen van oudsher het

hart van de samenleving. Maar de grootte van

de kerkgebouwen verhoudt zich niet langer

meer tot de grootte en de draagkracht van de

kerkgemeenschappen die er samenkomen.

Sluiting van kerkgebouwen is dan ook

onvermijdelijk geworden. Vanaf de jaren

zestig van de twintigste eeuw zijn in Zeeland

circa vijfentwintig historische kerken aan de

eredienst onttrokken (van de 280, zie

voorgaande artikel), maar dit aantal zal zeker

nog flink gaan stijgen.

Ontkerkelijking

De belangrijkste oorzaak is de ontkerkelijking.

Dit proces is in Zeeland minder snel verlopen

Zeeuws Erfgoed 13

SCEZ bij het onderzoek betrokken vanwege de ervaringen

die zij hebben opgedaan bij een soortgelijk onderzoek in

de provincie Noord-Brabant. Tijdens de provinciale

opening van de Open Monumentendag op 7 september

in Goes is het eerste exemplaar van de rapportage

Historische kerken in Zeeland uitgereikt aan de

vertegenwoordigers van de Rooms-Katholieke Kerk en

de Protestantse Kerk in Nederland, respectievelijk deken

Peter van Hecke en dominee Louis Wüllschleger. Op de

pagina’s monumentenzorg van dit nummer leest u meer

over de uitkomsten van dit onderzoek.

• Meer informatie?

• Aanwezigheid kerk in stad of dorp niet meer vanzelfsprekend

dan in de rest van het land en de mate van

kerkelijkheid ligt hier nog altijd hoger dan

het landelijke gemiddelde. Toch zullen er de

komende periode in Zeeland meer kerken dan

ooit aan de eredienst onttrokken worden.

Het aantal kerkleden neemt af. Minder leden

betekent ook minder inkomsten. Het relatief

hoge geboortecijfer in de naoorlogse jaren

onder met name rooms-katholieken en

gereformeerden heeft de ontkerkelijking in

Zeeland lange tijd kunnen maskeren. Dat geldt

ook voor de gewoontegelovigen waarmee vooral

de rooms-katholieke kerk te maken heeft.

De fusie van de Nederlandse Hervormde Kerk

met de Gereformeerde en Lutherse kerken tot

de Protestantse Kerk in Nederland zal niet

kunnen voorkomen dat ook veel protestantse

kerken zullen moeten sluiten. Daar waar in

Het onderzoeksrapport

Historische kerken in Zeeland

is te downloaden van de website

van de Provincie Zeeland

(www.zeeland.nl/loket/

publicaties/rapporten/

historische_kerken)

of is te bestellen bij het

Informatiecentrum van

de provincie

(telefoon 0118-631400,

e-mail infocentrum@zeeland.nl,

Nieuwe Burg 42,

4331 AH, Middelburg).

sommige dorpen nog drie kerkgebouwen

aanwezig zijn, kan in de nabije toekomst

met één gebouw worden volstaan.

Vitaliteit en draagvlak

Naast de ontkerkelijking speelt ook de vitaliteit

van de verschillende geloofsgemeenschappen

een rol. Deze vitaliteit wordt voor een groot

deel bepaald door de vrijwilligers. Deze zijn

belangrijk voor bestuur, beheer, onderhoud,

organisatie, maar ook voor zaken met

betrekking tot liturgie, diaconie en catechese.

Zonder vrijwilligers komt het voortbestaan

van de geloofsgemeenschap in gevaar. Met

name in de katholieke kerk worden er projecten

georganiseerd die de vitaliteit van de geloofsgemeenschap

via de vrijwilligers proberen te

versterken. Een hier aan gerelateerd aspect is


het draagvlak in de samenleving. Niet alleen

draagvlak in de eigen geloofsgemeenschap is van

belang, maar ook het draagvlak bij de bevolking,

het lokale bestuur en het bedrijfsleven. Ook

het toerisme kan extra draagvlak creëren, zowel

vanwege de gelovigen onder hen als de

potentiële (betalende) bezoekers voor culturele

manifestaties die in het kerkgebouw

georganiseerd kunnen worden. Uit de casus van

Hoofdplaat bleek dat een kerk die op weinig

draagvlak kan rekenen het moeilijker heeft dan

kerken die daar wel over beschikken, zoals de

vele rooms-katholieke dorpskerken in

Oost-Zeeuws-Vlaanderen.

Het monumentale exterieur met expressionistische

art déco-vormen van de RK kerk Heilige Teresia

van het Kindje Jezus te Heikant. Helaas verkeert

de kerk in grote problemen

(bron: Manifestatie Monument in Gevaar,

Nationaal Contact Monumenten).

In Oost-Zeeuws-Vlaanderen proberen veel

rooms-katholieke geloofsgemeenschappen zo

goed en zo kwaad als het kan, op basis van

vitaliteit en draagvlak, de problemen zo goed

mogelijk het hoofd te bieden. Desalniettemin

is verdergaande samenwerking noodzakelijk

vanwege het tekort aan pastores en andere

problemen. Een eventuele fusie of sluiting van

kerken dient zoveel mogelijk ‘van onderaf’

genomen te worden. Een belangrijk punt voor

het wel of niet onttrekken van een kerk aan de

eredienst is de eventuele beschikbaarheid van

een lokaal alternatief. In dat geval kan de vraag

worden gesteld of het wel verstandig is veel in

een (kerk)gebouw te investeren; de geloofs-

ARCHEOLOGIEERFGOEDEDUCATIEGESCHIEDBEOEFENINGMONUMENTENWACHTMONUMENTENZORGMUSEASTREEKTALEN

gemeenschap wordt daar niet altijd beter van.

Er zijn voorbeelden bekend van kerken waar

zo zeer werd ingezet op restauratie, dat de hele

kerkelijke organisatie uit het oog dreigde te

worden verloren.

Onderhoud en bouwtechnische staat

Kerken zijn complexe en lastige gebouwen

om te onderhouden. Regelmatige bouwkundige

inspectie door bijvoorbeeld de monumentenwacht

is een vereiste om een goed beeld te

krijgen van de noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden.

Onderhoudsachterstanden

accumuleren snel en gevolgschade heeft vaak

grote financiële consequenties. Over het

algemeen zijn katholieke kerken slechter

onderhouden dan protestantse kerken.

Regionaal gezien doen de grootste problemen

zich voor in Zeeuws-Vlaanderen. De onderhoudssituatie

aldaar is te kwalificeren als zeer

zorgelijk. Het onderhoud van de kerken op

Zuid-Beveland lijkt redelijk, maar kan beter.

Op Walcheren en Schouwen-Duiveland zijn de

kerken over het algemeen goed onderhouden.

Om de stijgende onderhoudskosten het hoofd

te bieden, hebben kerkgenootschappen

verschillende opties. Ze kunnen nevenactiviteiten

organiseren als lezingen,

tentoon-stellingen en concerten; ook kan het

kerkgebouw ter beschikking worden gesteld

voor borrels, presentaties en symposia.

Voorts bestaan er mogelijkheden inkomsten te

verwerven met de toren (zendinstallatie) en een

begraafplaats (normale bedrijfseconomische

exploitatie). Het kan een overweging zijn het

eigendom van de kerk over te dragen aan een

exploitatiestichting die de instandhouding van

de kerk op lange termijn zou moeten kunnen

garanderen. Diverse kerken in Zeeland hebben

voor deze eigendomsvariant gekozen. Meer

drastische oplossingen om inkomsten te

verwerven is het permanent toelaten van een

andere functie in de kerk, waardoor de vaste

kosten gedeeld kunnen worden. Een voorbeeld

is het toelaten van een bankfiliaal of een

VVV-kantoor in een deel van de kerk. Eventueel

kunnen kerkgenootschappen een samenwerking

aangaan, met als doel het gezamenlijke gebruik

van een kerkgebouw.

De nieuwe instandhoudingsregeling BRIM

(zie artikel verderop: ‘Nieuwe regeling…’) heeft

grote gevolgen voor kerken. Deze kampen in

sommige gevallen met restauratieachterstanden

waarin de nieuwe regeling niet meer voorziet.

Hier moeten oplossingen voor worden gezocht.

Hergebruik, herbestemming of sloop

Als een kerk dan toch aan de eredienst

ontrokken wordt en leeg komt te staan,

Zeeuws Erfgoed 14

zijn er drie mogelijkheden: hergebruik,

herbestemming of sloop.

Hergebruik, waarbij de functie van eredienst

gehandhaafd blijft, is de beste oplossing, dan

zijn er geen ingrijpende aanpassingen nodig.

Hoewel het bij veel geloofsgemeenschappen

heel gevoelig ligt, is het op zichzelf een goede

oplossing. Vooral ook omdat diverse, veelal

orthodox-christelijke en evangelische geloofsgemeenschappen

op zoek zijn naar een ruimte

van samenkomst. Deze geloofsrichtingen hebben

in tegenstelling tot de traditionele hoofdstromingen

niet te kampen met teruggang van

het aantal het gelovigen, maar juist met enorme

en voortdurende stijging.

Herbestemming is een complex proces waarbij

zowel de kerkelijke gemeente als de burgerlijke

gemeente betrokken zijn. Het is belangrijk dat

er de gezamenlijke wil is om het proces te doen

slagen. Voor de kerkelijke gemeente is het van

belang dat er een passende herbestemming

wordt gevonden die recht doet aan de religieuze

functie. Idealiter houdt het gebouw dan een

Interieur van de RK Heilige Maria

Hemelvaartkerk te Graauw: in 1915 hebben

Belgische vluchtelingen (vanwege de Eerste

Wereldoorlog) deze schilderingen in

art nouveau-stijl aangebracht.

gemeenschapsfunctie en krijgt het een

bestemming in de sociaal-culturele hoek als

museum, concertzaal of bibliotheek. Veel van

dergelijke functies zijn in het verleden bedrijfseconomisch

niet verantwoord gebleken.

De burgerlijke gemeente ziet graag ook een

passende functie, maar dan het liefst één die

haar niet opzadelt met voortdurende verzoeken

om subsidie om het gebouw in stand te houden.

Het vestigen van woningen of commerciële

functies is vanuit die optiek heel wat

aantrekkelijker, maar minder gunstig voor

de monumentale waarde van een kerkgebouw.

Dergelijke functies betekenen vaak een grote

aantasting van het interieur en de ruimtelijkheid,

tenzij het een kleine kerk betreft.

In Zeeland zal het zeker in plattelandsgebieden

niet altijd makkelijk zijn tot een gewenste


ARCHEOLOGIEERFGOEDEDUCATIEGESCHIEDBEOEFENINGMONUMENTENWACHTMONUMENTENZORGMUSEASTREEKTALEN

Bonte schilderingen door J. Colette uit 1950/1951 in de RK Sint-Petrus en Pauluskerk

te Vogelwaarde-Boschkapelle.

herbestemming te komen. Flexibiliteit met

het bestemmingsplan is dan een belangrijke

randvoorwaarde.

Herbestemming valt te prefereren boven sloop.

Met sloop verdwijnt er meer dan alleen een

gebouw, met sloop wordt ook het hart uit de

• Sloop van kerken in Zeeland

Zoals in het hoofdartikel al is aangegeven, is

sloop soms een logisch gevolg van een proces

dat al veel eerder is begonnen (exploitatieproblemen,

leegstand). Het proces van verval

kan te ver zijn voortgeschreden en de kosten

voor restauratie dermate excessief, dat er geen

ander alternatief meer is. Ook is het niet altijd

mogelijk om na sluiting van een kerk een

nieuwe, passende herbestemming te vinden.

Soms gebeurt het dat sloop bij voorbaat gewenst

is, een eigenaar is immers niet altijd bereid een

nieuwe functie toe te laten en kan sloop

prefereren boven herbestemming. Daarbij

kunnen ook financiële motieven een rol spelen.

Daarom is een goede communicatie met de

eigenaar van een kerkgebouw van levensbelang

voor het behoud ervan. Gemeenten zijn

daarbij beducht voor mogelijke financiële

consequenties; zeker bij rijksmonumenten

bestaat de maatschappelijke verantwoordelijkheid

deze monumenten voor het nageslacht te

behouden. Wat te doen als de eigenaar/

gebruiker het gebouw verlaat en er geen

onderhoud meer aan wordt verricht? Dan vindt

een acute dreiging plaats van hetgeen volgens de

wet is beschermd en dan is de gemeente aan zet.

Zeeuws Erfgoed 15

samenleving verwijderd. Sloop brengt ook vaak

emotionele schade met zich mee. Tot op heden

zijn in Zeeland vier kerken gesloopt. In alle

gevallen heeft er voorafgaand aan de beslissing

tot sloop geen cultuurhistorisch onderzoek

plaatsgevonden en kon er dus ook geen goede

afweging worden gemaakt. Kerken uit de

Herbestemming van een kerk valt vanuit

verschillende invalshoeken te prefereren boven

sloop. Naast de monumentale, cultuurhistorische,

bouwhistorische waarde, is een kerk

bijna altijd beeldbepalend voor een stad of dorp.

Kerken zijn in hun verschijningsvorm veelal

uniek en geven identiteit aan de plaats waar ze

staan. Daarnaast is een besluit tot sloop vaak erg

snel genomen, zonder dat men voldoende op de

hoogte is van de cultuurhistorische waarde die

het gebouw heeft en zonder een brede

maatschappelijke afweging. Niet in de laatste

plaats is sloop van een kerk voor veel mensen

een emotionele gebeurtenis, zeker als niet goed

naar alternatieven is gezocht. Veel mensen,

gelovig of niet, koesteren een band met een

kerkgebouw of prefereren de esthetische en

emotionele waarde ervan boven de eventuele

aldaar geplande nieuwbouw. Ten slotte is sloop

kapitaalvernietiging.

Uit de enquête die ten behoeve van het onderzoek

onder de Zeeuwse gemeenten is uitgezet,

is gebleken dat er vanaf de jaren zestig van de

twintigste eeuw in Zeeland vier kerken zijn

gesloopt. De sloop van de Opstandingskerk uit

1890 in 1968 in Wissenkerke (Noord-Beveland)

had als voornaamste oorzaak restauratieachter-

wederopbouwperiode en andere kerken zonder

monumentenstatus lopen het grootste gevaar,

min of meer ongemerkt, onder de slopershamer

te verdwijnen (zie ook artikel ‘Sloop van kerken

in Zeeland’).

Tot slot

De kerkelijke en de burgerlijke gemeente

moeten meer met elkaar samenwerken.

Momenteel opereren kerken veelal op eigen

houtje en zijn gemeenten zich te weinig bewust

van wat er bij de kerken speelt. Een betere

communicatie en meer uitwisseling van

informatie is voor de instandhouding van

historische kerken zeer wenselijk. De gemeenten

krijgen hierdoor de mogelijkheid om in hun

beleid in te spelen op veranderingen in het

kerkelijke landschap. Ook zal er bij de

gemeenten meer begrip ontstaan voor de

kwetsbaarheid van de instandhouding van

kerken. Deze is namelijk te veel afhankelijk

van een beperkt aantal vrijwilligers, die een (te)

zware last op hun schouders moeten torsen.

Overheden zouden, vanuit hun maatschappelijke

taak en verantwoordelijkheid, voor

verlichting kunnen zorgen door bijvoorbeeld

(centrale) ondersteuning te bieden.

standen. Op dezelfde plaats heeft men een

geheel nieuwe kerk gebouwd, in combinatie met

een dorpshuis. De sloop werd achteraf betreurd

en als onnodig gekwalificeerd. De drie andere

De Opstandingskerk te Wissenkerke,

Noord-Beveland, voor de sloop in 1968

(bron: gemeente Noord-Beveland).


Sloop van de Opstandingskerk te Wissenkerke,

Noord-Beveland

(bron: gemeente Noord-Beveland).

kerken die zijn gesloopt betreffen de Hervormde

kerk aan de Lange Wolstraat te Sluis (gebouwd

in 1950, gesloopt in 1995), de eveneens

Hervormde Johanneskerk te Vlissingen

(gebouwd in 1955, gesloopt in 1996) en het

Engelse kerkje in Vlissingen (gebouwd 1914,

gesloopt 1964). Genoemde kerken zijn allen

direct gesloopt na onttrekking aan de eredienst,

om plaats te maken voor nieuwbouw.

De in 1996 gesloopte hervormde Johanneskerk,

Vlissingen (bron: gemeente Vlissingen).

Meer sloop in aantocht

Uit dezelfde enquête bleek ook dat er

momenteel acht kerken leegstaan, waarbij er

vier op de nominatie staan om gesloopt te

worden. Deze vier kerken zijn geen van allen

rijksmonument en daarom vogelvrij. Daarnaast

loopt de in 1910/11 gebouwde neoromaanse

Onze Lieve Vrouwe Rozenkranskerk te

Vlissingen ook kans gesloopt te worden.

De kosten om dit kerkgebouw weer in goede

staat te krijgen zijn dermate fors dat het bisdom

toestemming heeft gegeven aan het parochiebestuur

om onderhandelingen te beginnen met

projectontwikkelaars. Het is dan de bedoeling

dat kerk en pastorie worden afgebroken, waarbij

op een klein gedeelte van het perceel een nieuwe

kerk zal verrijzen en op de rest appartementen.

ARCHEOLOGIEERFGOEDEDUCATIEGESCHIEDBEOEFENINGMONUMENTENWACHTMONUMENTENZORGMUSEASTREEKTALEN

De in 1995 gesloopte Hervormde kerk aan de

Lange Wolstraat te Sluis (bron: gemeente Sluis).

Een zeer kwetsbare categorie:

wederopbouwkerken

Hoewel sloop misschien niet altijd te

voorkomen valt, moet er tenminste cultuurhistorisch

onderzoek naar de eventueel te slopen

kerk worden verricht om te bepalen welke

waarden vernietigd worden indien

daadwerkelijk tot sloop zal worden overgegaan.

Uit de enquête onder de gemeenten bleek dat

momenteel maar naar een fractie van het aantal

historische kerken bouwhistorisch of cultuurhistorisch

onderzoek is verricht. Met name

bij kerken uit de wederopbouwperiode

(1940-1965/1970) is er weinig bekend over

de cultuurhistorische waarde. Ook zijn kerken

uit deze periode nog nooit geïnventariseerd en

in afwachting van een landelijk selectiebeleid

zijn er ook nog geen wederopbouwkerken

Zeeuws Erfgoed 16

Genomineerd voor sloop: de RK Onze Lieve

Vrouwe Rozenkranskerk te Vlissingen

(foto Ramon de Nennie).

voorgedragen voor rijksbescherming. Het

algehele gebrek aan kennis omtrent kerken uit

deze periode weerspiegelt zich ook in het gebrek

aan waardering voor deze jonge bouwkunst.

Om deze redenen vormen de wederopbouwkerken

binnen het religieuze erfgoed een zeer

kwetsbare categorie.

Het Engelse kerkje aan de Badhuisstraat in Vlissingen, gesloopt in 1964 (bron: internet).


ARCHEOLOGIEERFGOEDEDUCATIEGESCHIEDBEOEFENINGMONUMENTENWACHTMONUMENTENZORGMUSEASTREEKTALEN

• Pleidooi gedeputeerde voor meer overleg kerk en overheid

Gedeputeerde Harry van Waveren heeft in zijn rede tijdens de Open

Monumentendag in de Grote of Maria Magdalenakerk te Goes op 7

september gepleit voor een beter contact tussen de burgerlijke en

kerkelijke gemeenten.

Zo ging de gedeputeerde in op de eeuwenlange scheiding tussen kerk en

staat: “Al ruim vierhonderd jaar lang wordt er bij iedere Nederlander

keihard ingeramd: er is scheiding van kerk en staat. En ik vind dat prima

voor zover dat betreft Staat en de geloofsleer en Staat en functioneren van

geloofsgemeenschappen. Maar dit is funest als het gaat om het behoud

van onze historische kerkgebouwen! Het onderzoek is er glashelder over:

als kerkbesturen en gemeentebesturen met de ruggen naar elkaar toe staan,

wordt het behoud van de kerkgebouwen een vrijwel onmogelijke

opgaven.” De gedeputeerde toonde zich zeer betrokken bij het onderwerp

en schetste een somber toekomstbeeld. “De kerkelijke gemeenschappen

worden kleiner. Dat betreur ik als lid van een kerkgenootschap. Maar als

bestuurder constateer ik dat het een tijdbom is onder ons religieus erfgoed.

In veel gevallen zijn het bevlogen ouderen die vanaf kinds af aan

vertrouwd zijn met een gebouw, die nu zorgen voor de instandhouding.

Maar, hoeveel kinderen komen er nog wekelijks in de kerk? Wie staat

klaar om de taken van de kerkrentmeesters over te nemen? Historische

kerkgebouwen zullen moeten kunnen rekenen op de steun van dorpsgemeenschappen

en eventueel financiële bijdragen van overheden.”

Maar de gedeputeerde wees ook de kerkbesturen op hun morele plicht om

draagvlak voor de kerk te vergroten en dienstbaar te zijn aan de samenleving:

“Daar tegenover dient wel te staan dat kerkbesturen de deuren van

de kerkgebouwen openen en niet moeten wachten tot de laatste lidmaat

het licht uitdoet. Wie denkt het gebouw op die wijze voor zichzelf te

behouden, die zal het verliezen…”.

De gedeputeerde concludeerde dat er een mentaliteitsverandering nodig

is om de betekenis van kerkgebouwen in de samenleving te onderkennen

• Nieuwe regeling volgens gedeputeerde ongunstig voor kerken

Van Waveren breekt lans voor kerk Groede

Daarnaast vroeg de gedeputeerde aandacht voor

het verdwijnen van de rijkssubsidieregelingen

voor onderhoud en restauratie. Deze maken per

1 januari 2006 plaats voor één regeling voor

instandhouding, het BRIM (Besluit Rijkssubsidiëring

Instandhouding Monumenten).

In zijn visie is het op zich een goede zaak dat

monumenten niet eerst hoeven te verpauperen,

voor er wat aan mag worden gedaan. Maar tegelijkertijd

constateerde Van Waveren dat het er

helaas naar uit ziet dat de kerkelijke rijksmonumenten

hiervan de dupe zullen worden. De

nieuwe regeling wordt immers gefaseerd ingevoerd

waarbij de kerken als laatste aan bod

komen. Tot die tijd is er geen geld voor grootschalige

ingrepen of restauratie, zodat er vier à

vijf jaar geen nieuwe projecten worden aangepakt.

Van Waveren: “Het bedrag dat voor instandhouding

van een object beschikbaar komt, is

minimaal. In mijn visie te weinig. En niet het

onbelangrijkste: een instandhoudingregeling kan

alleen werken als er geen restauratieachterstand

is. Deze laatste is er nog wel. Een concreet voor-

Zeeuws Erfgoed 17

beeld hiervan is de voormalig Hervormde kerk

van Groede, waar dringend wat aan gedaan

moet worden.” Verder gaf de gedeputeerde aan

blij te zijn met 100 miljoen euro die het kabinet

op Prinsjesdag beschikbaar heeft gesteld om de

restauratieachterstanden aan te pakken, hoewel

dit niet toereikend is. Van Waveren: “Er is

berekend dat de achterstand 234 miljoen is en

je hoeft geen pessimist te zijn om in te kunnen

schatten, dat dit bedrag naar boven toe moet

worden afgerond. In de volgende kabinetsperiode

zal er jaarlijks 40 miljoen beschikbaar

moeten komen. Zonder die inzet gaat er

waardevol erfgoed verloren.”

Het volgende nummer van Zeeuws Erfgoed

zal overigens meer aandacht besteden aan de

gevolgen voor de verschillende soorten

monumenteigenaren die in de nieuwe regeling

onderscheiden worden. Tenslotte wees Van

Waveren ook nog op het nieuwe provinciale

cultuurfonds voor monumenten, waar ook

kerken aanspraak op kunnen maken. Uit dit

fonds worden laagrentende leningen verstrekt

voor restauraties van gemeentelijke

waarbij zowel gemeenten als gemeenschappen hun maatschappelijke

verantwoordelijkheid zullen moeten nemen om deze monumentale

gebouwen voor de toekomstige generaties te behouden. “Als het credo

blijft ‘Scheiding van Kerk en Staat’ zal er de komende jaren veel religieus

erfgoed verloren gaan.” Maar Van Waveren wilde ook vooruit kijken:

“Ook in het heden worden kerken gebouwd, waardoor de historische lijn

wordt doorgezet en de specifieke architectuur van kerken zich verder kan

ontwikkelen. Misschien krijgen we in de toekomst wel andere soorten

kerkgebouwen, misschien kleiner en met meerdere functies. De toekomst

zal het leren…”.

Enkele gemeenten hebben reeds de handschoen opgepakt en aangegeven

de dialoog met de kerkbesturen in hun gemeente te openen.

Harry van Waveren maakt zich sterk voor meer overleg

(foto gemeente Goes).

monumenten en beeldbepalende panden,

gelegen in een beschermd stads- en dorpsgezicht

en voor de restauratie van geïnventariseerde

historische boerderijen in Zeeland. Ook voor de

restauratie van kerken die geen rijksmonument

zijn kan hier gebruik van worden gemaakt.

Monument in nood: de NH kerk te Groede

(bron: Manifestatie Monument in Gevaar,

Nationaal Contact Monumenten).

More magazines by this user
Similar magazines