DE JOURNALIST

webstore.iisg.nl

DE JOURNALIST

NE 340 20 April 1922

DE JOURNALIST

Orgaan vanden Nederlandschen Journalisten-Kring

Adres voor Redactie en Administratie

BUS SUM Kon. Emmaiaan 13

Pensioen-Voorstel.

Het is het Kringbestuur aangenaam, aan de leden te

kunnen meededen, dat inzake een ontwerp-Pensioenregeling

overeenstemming is bereikt met het Bestuur van de directeuren-vereeniging

De Nederlandsche Dagbladpers.

Het ontwerp luidt als volgt:

Tenzij een voor den journalist voordeeliger

regeling is of wordt getroffen, wordt het volgende

bepaald :

1. ledere directie verklaart zich bereid, voor eiken

in haar dienst zijnden journalist een Pensioentoeslag

te geven, ten bedrage van tenminste

5 °/o van het salaris, onder voorwaarde dat deze

door den journalist met tenminste een gelijk

bedrag wordt aangevuld.

2. De totale Pensioen-toeslag wordt door of ten

behoeve van den journalist aangewend ter verzekering

van:

a. of een eigen pensioen;

b. of een weduwen-pensioen;

c. of een uitkeering ineens op zekeren leeftijd of

aan zijn nabestaanden;

d. of eenige der hiergenoemde verzekeringen

gezamenlijk.

3. De premies van de verzekering worden voldaan

door de directie, die bevoegd is het aandeel van

den journalist in mindering te brengen van zijn

salaris, tenzij de journalist afdoende aantoont

dat de premie door hem op andere wijze wordt

betaald.

4. Voor de journalisten, die op het oogenblik

waarop deze regeling in werking treedt 50 jaar

of ouder zijn, zal, behalve het bovenstaande, nog

een speciale maatregel worden getroffen, teneinde

hun een behoorlijk pensioen op 65-jarigen leeftijd

te verzekeren.

5. De leiding van deze Pensioen-regeling wordt

opgedragen aan een permanente Pensioencommissie,

bestaande uit 4 a 5 leden, en wel

2 vertegenwoordigers van de Vereeniging De

Nederlandsche Dagbladpers, 1 vertegenwoordiger

van den Nederlandschen Journalisten-Kring en

1 vertegenwoordiger van de R. K. Journalistenvereeniging,

welke 4 leden desgewenscht gezamenlijk

een vijfde lid aanwijzen, eventueel buiten

deze vereenigingen staande.

Ter toelichting van dit voorstel kan het volgende worden

medegedeeld.

Zooals men weet, had de Directeuren-vereeniging reeds

twee algemeene vergaderingen aan de zaak gewijd, beide

echter met negatief resultaat. De kwestie bleek moeilijk en

ingewikkeld en de financieele gevolgen waren lastig te overzien.

Een nieuw en langdurig onderzoek naar één en ander scheen

onvermijdelijk, tenzij men van weerszijden bereid bleek, de

Redacteur:

CORN. A. CRAYÉ

Dit blad verschijnt den eersten en

derden Donderdag van iedere maand

oplossing in een eenigszins andere richting te zoeken, waarbij

dan op den voorgrond stond, dat. er onmiddellijk iets bereikt

moest worden.

In de opnieuw gehouden conferenties is de noodzakelijkheid

van dit laatste onzerzijds op den voorgrond gesteld. Om

allerlei redenen, die hier niet nader behoeven te worden

aangeduid, scheen ons de urgentie van de zaak zóó groot en

zóó ernstig, dat dogmatische voorkeur voor een bepaald

systeem op zij moest worden geschoven en met man en macht

diende fe worden gestreefd naar een begin, naar een grondslag,

evenals zulks bij de salaris-regeling is geschied. Politiek in

het algemeen, maar zeer zeker ook vakvereenigings-politiek,

is de kunst om het bereikbare te bereiken.

Dit hebben wij thans nog sterker dan tot dusver betracht

en in dit licht moet het voorstel worden beschouwd.

Het is een basis. Een minimum-regeling. Die ruimte laat

voor alle mogelijke uitbreiding en iederen gewenschten

voortbouw. Ziedaar het karakter ervan. Naast onze salarisminima

krijgen we nu pensioen-minima.

Voor twee groepen van journalisten zal de voorgestelde

regeling niet zonder meer gelden.

De eerste groep vindt men aangeduid in den aanhef van

het voorstel. „Tenzij een voor den journalist voordeeliger

regeling is of wordt getroffen", staat daar. Het voorstel

beoogt dus niet verplichtend en dogmatisch voor te schrijven,

dat de hier geschetste regeling overal in dien vorm moet

worden aanvaard. Waar een regeling bestaat die voor den

journalist gunstiger is, mag (moet) die worden gehandhaafd.

Dat is in het belang der betrokkenen. En de directie, die

een regeling wil maken van gunstiger strekking, heeft daartoe

de vrije hand. Wat het voorstel dus doet is het minimum

vastleggen.

De tweede groep, voor welke de voorgestelde regeling niet

zonder meer geldt, zijn de journalisten van 50 jaar en ouder

(punt 4). Voor hen, dus voor de ouderen onder ons, hebben

wij nog iets méér verkregen. Behalve hetgeen het voorstel

biedt zal voor hen nog „een speciale maatregel" worden

getroffen, om hun „een behoorlijk pensioen" te waarborgen.

Het is duidelijk, dat, indien zij nu nog met stortingen moeten

beginnen, die stortingen zéér hoog zullen moeten zijn om een

dragelijk pensioen te verzekeren. Dit kan natuurlijk op bezwaren

stuiten. Vandaar de „speciale maatregel" als aanvulling,

waarbij wij de stellige verwachting uitspreken, dat de

directies tegenover deze ouderen zoo ver zullen gaan als maar

eenigszins mogelijk is. Wij zouden ons b.v. kunnen voorstellen,

dat de betrokken directies zich bereid verklaren het pensioen,

dat voor de plus-50-jarigen door de algemeene regeling verkregen

wordt, uit eigen beweging aan te vullen, tot een

behoorlijk bedrag is bereikt.

Voor alle overige journalisten zal de algemeene regeling

dus van kracht zijn.

Zij schept het instituut van den Pensioen-toeslag. Het

minimum daarvan bedraagt per jaar 10 °/0 van het salaris,

door directie en journalist elk voor de helft te voldoen. Het

scheen ons billijk, dat de verplichting van storting door den

journalist werd opgenomen. In het algemeen kan de moreele

plicht, om uit eigen middelen iets voor de toekomst van het

gezin te doen, niet worden ontkend. Een premie-vrij pensioen

trouwens — afgezien nog van het argument, dat de tijdsomstandigheden

voor het verkrijgen daarvan niet gunstig zijn


54 DE JOURNALIST

— is naar onze overtuiging tot op zekere hoogte een fictie:

de werkgever houdt er bij de vaststelling van het salaris

toch rekening mee. De 5 % is — wij herhalen het — een

minimum. De directie kan hooger gaan. Natuurlijk moet dan

ook de journalist hooger gaan, maar hier is ruimte voor

dispensatie in verband met den aanhef van het voorstel.

„Tenzij een voor den journalist voordeeliger regeling wordt

getroffen", staat er. Een directeur mag dus uit eigen beweging

zijn 5 % veranderen in 7 °/0, en tegelijk goedvinden dat de

journalist 5 % blijft betalen. Nog een andere regeling is

mogelijk. Het voorstel zegt: de directeur en de journalist

betalen ieder als minimum 5 %. In totaal dus 10 °/0. Deze

10 °/o vormen het verplichte minimum, maar iedere directeur

bezit bevoegdheid, om het aandeel voor zich zelf te verhoogen

en dat voor den journalist te verlagen., b.v. resp. in 7 °/0 en

3 °/0. Voorwaarde is, dat de 10 °/0 bereikt blijft, doch op

dezen grondslag is iedere wijziging geoorloofd, die voor den

journalist voordeeliger is.

De aldus samengestelde Pensioen-toeslag nu mag door den

journalist naar eigen beslissing worden besteed, mits natuurlijk

voor pensioen of verzekering.

Reeds in de inleiding, welke de Kringvoorzitter in onze

algemeene vergadering' van 18 December j.1. over deze

kwestie hield, heeft hij doen uitkomen,^dat, indien er een

begin werd gemaakt, velen onzer vermoedelijk de voorkeur

zouden geven aan een weduwen-pensioen boven een eigen

pensioen. Voor zulk een voorkeur laat de regeling alle ruimte.

De journalist zal den Pensioen-toeslag mogen aanwenden op

een wijze, zooals hijzelf met zijn belangen het meest vereenigbaar

acht. Hij mag uitzoeken, hetzij een pensioen voor

zich zelf, hetzij voor zijn nabestaanden, hetzij een uitkeering,

hetzij eenige van deze gecombineerd.

In dit verband moeten wij met grooten nadruk de aandacht

vestigen op het Pensioen-contract, in 1905 (met wijziging in

1911) gesloten tusschen de Nationale Levensverzekeringbank

en den Kring. Volgens dit contract kan elk lid van den

Kring zich een Pensioen-boekje aanschaffen, wanneer hij per

jaar tenminste een bedrag stort van f 30. Tot dusver nemen

slechts 55 leden aan deze pensioen-verzekering deel, waarvoor

enkelen van hun directie toeslag ontvangen. Door den loop

van zaken is deze pensioen-verzekering uitermate voordeelig

geworden. De tarieven zijn, aangezien zij van 1911 dateeren,

bijzonder laag, en de directie van de Nationale heeft ons

zeer onlangs' dan ook ronduit medegedeeld, dat zij liever het

contract zag opgeheven. Iets, waartoe onzerzijds natuurlijk

geen aanleiding bestaat, omdat, wanneer aanstonds in 1905

of in 1911 of in 1914 alle Kringleden tot deze verzekering

waren toegetreden, het contract natuurlijk was blijven gelden.

Feitelijk is dus het geringe aantal deelnemers voor de Nationale

sinds jaren een financieel voordeel en kan zij zich in geen

enkel opzicht beklagen, wanneer thans honderden nieuwe

deelnemers zouden toetreden. Wèl heeft de Nationale krachtens

het contract het recht, de tarieven te verhoogen, doch dit

kan pas in 1926, en bovendien geldt die verhooging dan

alleen nog maar voor hen, die daarna tot de verzekering

toetreden, en blijven voor allen, die vóór 1926 met storten

begonnen, de oude tarieven gelden.

Ieder journalist, die dus thans toetreedt tot het Pensioe?icontract

van den Kring met de Nationale, en zich door

bemiddeling van het Kringbestuur een Pensioen-boekje aanschaft,

kan zich een eigen pensioen verzekeren op voorwaarden, zooals

hij die nergens elders vindt, aangezien de tarieven sinds 1911

tenminste zijn verdubbeld. Hoe hooger de stortingen (rninimum

f 30.— per jaar) hoe hooger het pensioen. Ieder die thans

toetreedt tot deze verzekering kan zijn geheele leven voor de

bestaande, in ic/11 vastgestelde, dus uiterst voordeelige tarieven

blijven storten. Deze tarieven gelden alleen voor de leden van

den Nederlandschen journalisten-Kring. Het pensioen gaat in

op het 6j e jaar, als regel, doch kan vroeger of later worden

gesteld.

Ziedaar de gunstige situatie voor hen, (en speciaal voor de

jongeren onder ons) die den Pensioen-toeslag geheel of

gedeeltelijk willen gebruiken, om een Pensioen-boekje van

den Kring te koopen. Ziedaar hoe thans de wijze voorzorg,

door onze bestuurders vroeger getoond, wordt beloond. Ziedaar,

eindelijk, hoe het lidmaatschap van den Kring thans

ook voor het pensioen op andere deelnemers een zeer aanzienlijken

voorsprong geeft, en een prachtige gelegenheid tot

pensioen-verzekering bij een van onze meest solide maatschappijen.

Om eenigszins een indruk te krijgen van de te

bereiken pensioenen, raadplege men de achterstaande tabellen.

Intusschen: wie den toeslag anders besteden wil, heeft

daartoe vrijheid. Wenscht men een weduwen-pensioen of een

weduwen-uitkeering, men kan z'n gang gaan. Daartoe echter

biedt het Kringcontract geen gelegenheid. Men zal dus daarvoor

of collectief (een aantal deelnemers gezamenlijk, tegen

speciale tarieven) of individueel een contract moeten sluiten.

Wij aarzelen niet als onze meening uit te spreken, dat ook

dergelijke contracten bij de Nationale gesloten zullen moeten

worden. Dit achten wij onzerzijds een zekere moreele plicht.

Nu voor alle leden de gelegenheid openstaat om tegen

abnormaal-lage tarieven een Pensioen-boekje bij de Nationale

te nemen, is het onzerzijds een zekere contraprestatie, om

onze leden aan te sporen ook alle andere contracten met de

Nationale aan te gaan, een advies dat wij, gezien de. positie

van deze maatschappij, met volle vertrouwen kunnen geven.

De wijze waarop deze verzekeringen gesloten zullen worden

komt natuurlijk eerst bij de uitwerking ter sprake, doch reeds

thans kunnen wij meedeelen, dat de Nationale zich bereid

heeft verklaard tegen verlaagde tarieven collectieve contracten

aan te gaan met die groepen van onze leden, die, inplaats

van een pensioen-verzekering, iets anders kiezen.

Op een zeer speciaal en zeer belangrijk punt moge vervolgens

nog de aandacht worden gevestigd. Velen, wellicht zeer velen

onzer zullen reeds op eigen kosten een levensverzekering

hebben loopen, waarbij ook in meerdere of mindere mate

voor de nabestaanden is gezorgd. Wenscht men den Pensioentoeslag

geheel of gedeeltelijk te gebruiken, om die verzekering

te verhoogen en te verbeteren, dan heeft men daartoe volledige

vrijheid. Maar er is nog iets anders. De premie, die

men voor deze verzekering op het oogenblik reeds betaalt,

mag men in mindering brengen van de 5 °/0, die men volgens

de voorgestelde regeling verplicht is aan den Pensioen-toeslag

toe te voegen.

Voorbeeld. — Journalist A. heeft een salaris van f 3600.

De directie en A. moeten dus ieder f {80 per jaar aan den

Pensioen-toeslag bijdragen. A. heeft reeds een levensverzekering

of een pensioen-ver zekering loopen, waarvoor hij per jaar

f 120 storting betaalt. Dan behoeft hij daarnaast nog slechts

f 180—f 120 = f 60 aan den Pensioen-toeslag bij te dragen.

Met andere worden: wat de journalist op het oogenblik reeds

uitgeeft voor pensioen of verzekering, kan hij, indien hij zulks

wenscht, in rekening brengen bij het vaststellen van zijn

aandeel in den Pensioen-toeslag.

De bepaling is opgenomen, dat de directie bevoegd is, het

aandeel van den journalist in mindering te brengen van zijn

salaris. Dat is billijk. De journalist zal echter, indien hij uit

eigen beweging (b.v. bij een loopende verzekering, volgens

bovenstaand voorbeeld) reeds zijn aandeel geheel of ten deele

voldaan heeft, de kwitantie daarvan aan de directie mogen

overleggen, waardoor er van zijn salaris niets (of minder)

wordt afgehouden.

Tenslotte worde aangestipt, dat een Permanente Pensioencommissie

zal worden ingesteld, die de leiding van en het

toezicht op de uitvoering der regeling zal hebben. De mogelijkheid

is opengelaten, om tot vijfde lid van deze commissie

een buitenstaander te benoemen, indien zulks door de commissie

zélf gewenscht geacht wordt.

Hiermee is voor het oogenblik het voorstel voldoende

toegelicht. Het is een eenvoudige regeling, die aan de leden

wordt voorgesteld, maar in haar eenvoud biedt zij voldoenden

waarborg voor een goed en stevig begin. Wij behoeven op

deze manier ook niet te wachten, tot een geheel eigen systeem

is uitgewerkt, de directies weten precies, wat zij betalen


moeten, wij weten precies wat wij ontvangen en bijdragen,

en wij kunnen dit onmiddellijk aanwenden voor het doel,

dat zich bij onze behoeften het best aansluit.

En overigens worde herhaald: het is een begin

en het is een minimum-regeling, die voor uitbouw alle

gelegenheid biedt, gelegenheid ook aan directies, die dat

Toelichting.

I

LEEFTIJD

waarop de

stortingen

beginnen

1. Bovenstaande pensioen-tabel vermeldt de pensioenbedragen,

die verkregen worden door een periodieke en

uniforme storting van het boven de tabel vermelde bedrag.

Voorbeelden. — Iemand is 34 jaar. Dan krijgt hij, wanneer

hij voortaan geregeld ieder jaar, tot aan z'n 64', f 100 stort,

een pensioen van f973. Stort hij ieder jaar f 200, dan'wordt

het pensioen f 1946. Dus met iedere geregelde storting van

f 100 komt er f 973 bij. Voor f 50 méér dus de helft hiervan.

Stort hij per jaar f 350, dan bedraagt het pensioen 3 ] /, X

f 973 = f 3405. — Iemand is 30 jaar. Hij gaat per "jaar

f 300 storten. Pensioen: f 3732. — Voor alle leeftijden is de

tabel gemakkelijk te raadplegen. — Wil men het ééne jaar

méér storten dan het andere, dan kan dat natuurlijk ook.

Dit zal trouwens bij iedereen wel het geval zijn, aangezien

de Pensioen-toeslag in totaal 10 °/0 van het salaris is, en de

toeslag dus hooger wordt naarmate het salaris klimt. •— Iedere

storting verhoogt het pensioen. — Wie in een jaar eens iets

extra wil storten, verhoogt dus het pensioenbedrag.

II. Het pensioen gaat in op het 65 e jaar, doch kan vroeger

of later worden gesteld. Dan wijzigen zich de bedragen.

III. De kolommen II tot en met VI vermelden de pensioen -

bedragen volgens een tarief, waarbij de stortingen niet worden

teruggegeven. Men kan echter ook overeenkomen, dat alle

stortingen aan de nabestaanden worden terugbetaald bij overlijden

vóór het 6j e jaar. Dan geldt, voor iedere f 100 geregelde

DE JOURNALIST 55

wenschen, om haar eigen redactie-personeel in een gunstiger

positie te brengen dan het voorstel aangeeft. Zoo is het toch

ook — en niet zonder voldoening en trots worde dit geconstateerd

— de basis, waarop eenmaal zoo volledig mogelijk

gebouwd zal zijn: de pensioen-regeling voor den Nederlandschen

journalist en zijn weduwen en weezen.

PENSIOEN-TABEL

ingevolge het contract van den N. J. K. met de NATIONALE.

25

26

27

28

29

30

31

32

33

34

35

36

37

38

39

40

41

42

43

44

45

46

47

48

49

50

51

52

53

54

11

Pensioen voor

f 100 storting

(ieder jaar)

f 1660

„ 1570

„ 1482

.. 1400

„ 1320

, 1244

„ 1172

„ 1102

„ 1036

„ 973

„ 912

„ 855

„ 800

. 747

„ 697

. 649

„ 603

„ 560

» 519

„ 479

„ 442

. 406

• 372

. 340

n 310

„ 281

, 253

„ 227

„ 203

„ 180

in

Pensioen voor

f 200 storting

(ieder jaar)

f 3320

„ 3140.

, 2964

„ 2800

„ 2640

„ 2488

„ 2344

„ 2204

„ 2072

„ 1946

„ 1824

„ 1710

„ 1600

„ 1494

„ 1394

„ 1298

„ 1206

„ 1120

„ 1038

„ 958

, 884

, 812

. 744

„ 680

„ 620

„ 562

„ 506

„ 454

. 406

„ 360

IV

Pensioen voor

f 300 storting

(ieder jaar)

/•4980

. 4710

, 4447

„ 4200

„ 3960

„ 3732

„ 3516

„ 3306

„ 3108

„ 2919

„ 2736

„ 2565

„ 2400

. 2241

„ 2091

„ 1947

„ 1809

„ 1680

„ 1557

. 1437

„ 1326

„ 1218

. 1116

„ 1020

„ 930

. 843

„ 759

. 681

„ 609

. 540

V

Pensioen voor

f 400 storting

(ieder jaar)

/' 6640

„ 6280

„ 5930

„ 5600

„ 5280

„ 4976

„ 4688

„ 4408

. 4144

„. 3892

„ 3648

, 3420

„ 3200

„ 2988

„ 2798

„ 2596

„ 2412

„ 2240

, 2076

„ 1916

„ 1768

„ 1624

„ 1488

„ 1360

„ 1240

„ 1124

„ 1012

„ 908

. 812

, 720

storting, het pensioen-bedrag vermeldt in kolom VII. — Verder

is er nog een tarief (dat hier niet is vermeld), waarbij de

stortingen worden terugbetaald ook bij overlijden na het

Ó5 e jaar. Dan zijn natuurlijk de pensioen-bedragen weer lager.

IV. Voorbeelden. — Iemand is 37 jaar. Salaris f 3500.

Pensioen-toeslag, dus pensioen-storting, 10 % = f 350 (door

directie en journalist ieder voor de helft te voldoen). Dan is

het pensioen, wanneer de storting ieder jaar geregeld plaats

heeft, 3% X f 8o ° = f 2800. — Wenscht men dat de stortingen

bij overlijden vóór het 65 e jaar aan de nabestaanden worden

terugbetaald, dan is het pensioen 3)^ X f 623 = f 2180.

Iemand is 40 jaar. Salaris f 5000. Pensioen-toeslag, dus

pensioen-storting, f 500. Pensioen: 5 X f 6 49 = f 3245, of

(bij terugbetaling der stortingen) 5 X f 5°7 — f 2535.

Nu een jong collega. Iemand is 27 jaar. Salaris f3000.

Toeslag, dus storting, f 300. Pensioen: 3 X f 1482 =: f 4446,

of (bij terugbetaling der stortingen) 3 X f nói z: f3483.

Bovenstaande voorbeelden bewijzen, dat het tarief zéér

gunstig is. Vooral de jongeren en de nog-niet-ouderen kunnen

zich op deze wijze een aardig pensioen verzekeren. Waarbij

men bedenke, dat hun salaris in den loop der jaren toeneemt,

zoodat daardoor vanzelf de pensioen-toeslag, dus het pensioen,

grooter wordt.

V. Alle in deze en de volgende tabel voorkomende pensioen-bedragen

zijn door het Dag. Bestuur (niet dus door de

Nationale) berekend. In werkelijkheid kan er een verschil

zijn van f2 of f 3. De bedragen zijn afgerond.

VI

Pensioen voor

f 500 storting

(ieder jaar)

/•8300

„ 7850

. 7410

„ 7000

„ 6600

„ 6220

„ 5860

„ 5510

„ 5180

„ 4865

„ 4560

, 4275

„ 4000

„ 3735

, 3485

„ 3245

„ 3015

„ 2800

„ 2595

„ 2395

„ 2210

„ 2030

„ 1860

, 1700

„ 1550

„ 1405

„ 1265

„ 1135

„ 1015

„ 900

VII

Pensioen voor f 100

storting (ieder jaar),

met terugbetaling

van alle stortingen

bij overlijden vóór

het 65e jaar

f 1304

„ 1230.

„ 1161

„ 1094-

„ 1031

. 971

. 913

. 859

n 807

. 757

. 710

„ 665

„ 623

„ 582

• 544

> 507

. 472

, 439

. 408

. 378

„ 350

. 323

„ 297

» 273

„ 250

» 228

. 207

. 187

. 168

., 150


58

Tenslotte hebben wij de voorgaande Pensioen-tabel nog

eens omgewerkt in een statistiek, waaruit men zien kan hoe

groot het pensioen is voor bepaalde salarissen op bepaalde

feeftijden, uitgaande van een jaarlijksche pensioen-storting van

io °/o (5 % door de directie en 5 % door den journalist).

De pensioenen gemerkt a zijn de bedragen die men ontvangt

LEEFTIJD

waarop de

stortingen

beginnen

.25 . .

30 . .

32 . .

35 . .

37 . .

40 . .'

42 . .

45 . .

47 . .

50 . .

52 . .

54 . .

PENSIOEN

bij een salaris

van f 2S00

(storting 10 %)

a 4150

b 32,60

a 3110

b 2577

a 2755

b 2147

a 2280

b 1775

a 2000

b 1557

a 1622

b 1267

a 1400

b 1097

a 1115

b 875

a 930

b 742

a 702

b 570

a 567

b 467

a 450

ft 375

PENSIOEN

bij een salaris

van f 3000

(storting 10 »/o)

a 4980

b 39.12

a 3732

b 2913

a 3306

ft 2577

a 2736

b 2130

a 2400

b 1869

a 1947

b 1521

a 1680

b 1317

a 1336

b 1050

a 1116

b 891

a 843

b 684

a 681

b 561

a 540

b 450

DE JOURNALIST

Uit het bovenstaande kan ieder dus zeer gemakkelijk zien,

hoeveel pensioen hij krijgt bij toetreding tot de verzekeringvan

het contract.

Voorbeeld. — Journalist A is 35 jaar. Salaris f 3500.. Dan

leert een enkelen blik op de tabel, dat zijn pensioen f 3192

bedraagt {zonder terugbetaling der stortingen) en f 2485 (met

terugbetaling der stortingen aan zijn nabestaanden bij overlijden

vóór het Ó5 e jaar).

Wij hebben in bovenstaande tabel natuurlijk niet alle leeftijden

en alle salarissen kunnen opnemen, maar ieder, wiens

leeftijd en salaris niet precies in de tabel is vermeld, kan zijn

pensioen zeer gemakkelijk op grond van bovenstaande gegevens

berekenen.

Men houde bij al de hier opgegeven pensioen-bedragen in

het oog, dat zij de minimum-pensioenen vermelden. Deze

minima kunnen op twee manieren verhoogd worden, en wel:

ie door de stortingen, hetzij geregeld, hetzij enkele malen,

vrijwillig te verhoogen,


PENSIOEN

bij een salaris

van f 3S0O

(storting 10 o/0)

a 5810

b 4564

a 4354

b 3448

a 3857

b 3007

a 3192

b 2485

a 2800

b 2181

a 2272

b 1775

a 1960

b 1537

a 1557

b 1225

a 1302

b 1040

a 982

b 798

a 795

b 652

a 630

b 525

PENSIOEN

bij een salaris

van f 4000

(storting 10 %)

a 6640

b 5216

a 4976

b 3933

a 4408

b 3437

a 3648

b 2840

a 3200

b 2492

a 2597

b 2029

a 2240

b 1757

a 1768

b 1400

a 1488

b 1189

a 1122

b 912

a 909

b 743

a 720

b 600

zonder dat de stortingen bij overlijden worden teruggegeven,

de pensioenen gemerkt b vermelden de bedragen, die verzekerd

zijn met de bepaling dat alle stortingen worden terugbetaald

bij overlijden vóór het ójp jaar.

De bedragen kunnen in werkelijkheid enkele guldens verschillen.

Ziehier de tabel:

PENSIOEN

bij een salaris

van f 4500

(storting 10 0/0)

a 7470

b 5868

a 5598

b 4418

a 4959

b 3867

a 4104

b 3195

a 3600

b 2805

a 2922 '

b 2283

a 2520

b 1977

a 1949

b 1575

a 1674

b 1338

a 1262

b 1026

a 1023

b 834

a 810

b 675

a 2046

ft 1636

a 1542

b ft 1254

•a 1251

b ft 1016

a 990

b 825

2e doordat in den loop der jaren het salaris, dus ook de

storting, toeneemt.

PENSIOEN

bij een salaris

van f 5000

(storting 10 %)

a 8300

b 6520

a 6220

b 4855

a 5510

ö 4295

a 4560

ö 3550

a 4000

b 3115

a 3247

b 2537

a 2800

& 2197

a 2220

ft 1750

a 1860

ft 1487

a 1402

ft 1140

a 1137

ft 925

a 900

ft 750

PENSIOEN

bij een salaris

van f 5500

(storting 10 %)

a 9130

ft 7172

a 6842

ft 5388

a 6061

ft 4727

a 5016

ft 3905

a 4400

ft 3429

a 3572

ft 2791

a 3080

ft 2417

a 2441

ft 1925

PENSIOEN

bij een salaris

van f 6000

(storting 10 %)

a 9960

ft 7824

a 7464

ft 5826

a 6612

ft 5154

a 5472

ft 4260

a 4800

ft 3738

a 3894

ft 3042

a 3360

ft 2637

a 2652

ft 2100

a 2232

ft 1782

a 1686

ft 1368

a 1362

ft 1122

a 1080

ft 900

Voorbeeld. — Journalist A is 37 jaar. Salaris f4000. Pensioen:

f 3200 (zonder terugbetaling) of f 2492 (met terugbetaling

der stortingen bij overlijden voor het 6s e jaar). Dit zijn dus

minima. Wanneer A in een zeker jaar zijn storting verhoogt,

vermeerdert' ook zijn pensioen, al stort hij die verhooging

slechts één keer. Iedere extra-storting maakt het pensioen

blijvend hooger. En wanneer het salaris van A toeneemt,

worden dus de stortingen ook verhoogd en wordt het pensioen

belangrijk hooger.

Wie al deze cijfers zorgvuldig nagaat, zal spoedig tot de

conclusie komen, dat zij een zeer voordeelige pensioen-verzekering

bieden. Welke men, desgewenscht, met een weduweuitkeering

kan combineeren. Trouwens: in een pensioen-verzekering

met terugbetaling der stortingen zit vanzelf een

weduwen-uitkeering.


INHOUD. Officieele Mededeelingen: Pensioen-Voorstel; Agenda

Algemeene Vergadering; De Algemeene Vergadering; Kringbestuur;

Het salaris- en contributieformulier; Schrijven Maatschappij

van Geneeskunde; Justitie, Politie en Pers; Toespraken

van de Koningin; Rapport Reorganisatie-commissie;

Jaarlijksch uitstapje; Ledenlyst. — Plaatselijke Vereenigingen:

Haagsche Journalisten-Vereeniging. — Algemeene belangen:

Misverstand; De Nieuwe Courant; Tellen en wegen; Pers en

Taal; Een slechte regeling. — Varia: Persdelicten in Joegoslavië;

Een bekend oorlogscorrespondent overleden. — Personalia

en Berichten: Blinde politie; Vrijgesproken; Het R. K.

Perscongres: enz. — Ingezonden: Justitie contra Pers; Redevoeringen

vooraf. — Advertenties.

Officieele Mededeelingen.

Algemeene Vergadering

Op Zondag 30 APRiL 1922 's morgens 11 uur precies

te AMSTERDAM

in AMERICAN HOTEL, Leidscheplein ingang Mamixstr.

AGENDA:

1. Notulen Algemeene Vergadering van 19 Maart 1922

te 's-Gravenhage.

2. Mededeelingen.

3. Rapport Reorganisatie-Commissie. Het Kringbestuur stelt

de door de Commissie aangenomen motie aan de

algemeene vergadering voor. Zij luidt:

De algemeene vergadering,

overwegende dat het wenschelijk is, den bestaanden

organisatie-vorm van den Kring in dien zin te wijzigen,

dat de Kring wordt omgevormd in een Bond met

Aldeelingen,

van oordeel echter, dat een zoodanige re-organisatie

alleen dan kan geschieden, wanneer het vaststaat dat,

naast de bestaande aangesloten vereenigingen, in verschillende

deelen des lands nieuwe plaatselijke of-gewestelijke

organisaties kunnen worden opgericht,

besluit:

i e het Kringbestuur uit te noodigen, voorstellen te doen

tot wijziging van Statuten en Huishoudelijk Reglement,

waardoor:

a. re-organisatie van den Kring in een Bond met

Afdeelingen door de Statuten niet meer wordt belemmerd,

b. de leden van den Kring, behoudens dispensatie in

bijzondere gevallen, verplicht worden toe te treden tot de

betrokken plaatselijke of gewestelijke vereeniging,

c. iedere aangesloten vereeniging het recht krijgt, op

kosten van de Kringkas, een delegatie naar de algemeene

vergadering van den Kring te zenden,

2 e het Kringbestuur op te dragen, ten spoedigste een

krachtige actie te voeren voor de oprichting van nieuwe

plaatselijke en gewestelijke vereenigingen.

's Middags 2 uur:

4. Pensioen-voorstel (zie elders in dit blad).

5. Rondvraag.

De middag-vergadering, waarin de Pensioen-kwestie

behandeld wordt, is een gecombineerde algemeene

vergadering met de Roomsch-Katholiekejournalisten-

Vereeniging, evenals zulks bij de behandeling der

salaris-voorstellen het geval is geweest.

* *

*

Het Kringbestuur doet een dringend beroep op de leden,

om deze belangrijke vergadering in grooten getale bij te

wonen.

DE J O U R N A L I S T 57

De Algemeene Vergadering.

Reeds Zondag 30 April moet het Pensioen-voorstel in onze

algemeene vergadering worden behandeld.

De directeuren komen op 9 Mei in algemeene vergadering

bijeen, om het in behandeling te nemen, en wij moeten vóór

dien dag vergaderen, teneinde gelegenheid te hebben eventueele

opmerkingen nog aan het Bestuur van De Nederlandsche

Dagbladpers in overweging te geven.

Onze vergadering is gecombineerd met die der K^^plieke

Vereeniging. ^^H

's Morgens behandelen wij het Reorganisatie-rappor^Wndat

anders binnenkort hiervoor weer een afzonderlijke vergadering

noodig zou zijn.

Het Kringbestuur hoopt, dat nu eens heel veel leden aanwezig

zullen zijn. Hun belangen zijn onmiddellijk bij deze

vergadering betrokken.

Kringbestuur.

Het Kringbestuur kwam op Zaterdag 8 April, 's middags

en 's avonds, te 's-Gravenhage bijeen.

Aanwezig waren de bestuursleden HANS, voorzitter, VOOGD,

VAN DER HOUT, SCHOTTING, CRAYÉ, POLAK DANIELS, BIEMOND,

RITTER en de gedelegeerden KOUWENAAR (Amsterdam), VAN

BERKUM (den Haag), DE ROT (Rotterdam) en VAN OOSTEN

(Haarlem).

Bij de ingekomen stukken werden verschillende onderwerpen

behandeld.

a. De voorzitter van Vreemdelingen-verkeer, baron VAN

ÏUYLL VAN SEROOSKERKEN, had den Kringvoorzitter om advies

gevraagd inzake een reis van vreemde journalisten naar

Nederland. Besloten werd sympathie met het plan te betuigen,

doch in overweging te geven het eerst in het volgend jaar

(b.v. bij het regeerings-jubileum van H. M. de Koningin)

uit te voeren.

b. Een brief van minister HEEMSKERK inzake de te houden

conferentie over het bekende onderwerp..

c. De vraag werd gesteld waarheen dit jaar het uitstapje

zal zijn. Wordt in de volgende bestuursvergadering beslist.

d. De Voorzitter deelde mede, dat het zijn voornemen is

zich, naar aanleiding van het gebeurde met de toespraak der

Koningin te Brielle (zie vorig nummer), tot baron VAN GEEN

te wenden. De vergadering keurde dat goed.

e. Onder instemming van de vergadering zeide de Voorzitter

met groote belangstelling kennis te hebben genomen

van de poging tot oprichting van een gewestelijke journalistieke

vereeniging in het oosten des lands.

f. Ingekomen was • een dankbetuiging van collega J. E.

STOKVIS voor de hem betoonde belangstelling op zijn jubileum.

Verslaan op feestdagen. — Inzake de kwestie van het

houden van congressen en vergaderingen op feestdagen, door

het Bestuur der Kath. Journalisten-Vereeniging aanhangig

gemaakt (de heer J. H. A. SCHUURS, bestuurslid dier vereeniging,

woonde de bespreking van dit en het volgende

punt bij) bepaalde men zich, na uitvoerig debat, tot het

besluit (met 4—3 stemmen genomen), om in de kranten te

publiceeren dat het Bestuur van den Kring den wensch heeft

uitgesproken, dat, in het belang der journalisten, op feestdagen

zoo weinig mogelijk in het openbaar zal worden vergaderd.

Pers-insigne. — Het debat over de instelling van een

algemeen pers-insigne, geldig voor het geheele land en alleen

voor beroeps-journalisten, zal in de volgende vergadering

worden voortgezet.

Pensioen-actie. — Bij de behandeling van de vraag eener

doelmatige contributie-inning, gaf de penningmeester zijn

erkentelijkheid te kennen aan den gedelegeerde van Amsterdam,

den heer KOUWENAAR, die met verblijdend resultaat

behulpzaam is geweest bij de inning der achterstallige contributies

te Amsterdam.

Rapport Reorganisatie-commissie. — Naar aanleiding van

het rapport der Reorganisatie-commissie besloot het Bestuur,

de motie der commissie over te nemen en aan de algemeene

vergadering voor te stellen. Van meer dan één zijde constateerde

men met voldoening, dat de commissie tot overeenstemming

is gekomen. De heer RITTER verklaarde echter zich

niet met de motie te kunnen vereenigen (hij zou blanco

stemmen) omdat de oprichting van een algemeene vereeniging

te Utrecht onmogelijk zou zijn. Waartegen werd aangevoerd,

dat dit een kwestie is van later zorg: de motie immers

bedoelt juist om de mogelijkheid van de oprichting van nieuwe

vereenigingen te onderzoeken.

Algemeene • Vergadering. — Zoo spoedig als mogelijk is (de


datum zal door het Dag. Bestuur worden vastgesteld) heeft

een algemeene vergadering plaats ter verdere behandeling van

de pensioen-kwestie. Tevens zal dan het Rapport der Reorganisatie-commissie

v/orden behandeld. De vergadering zal gehouden

worden te Amsterdam.

Nieuwe Courant. — In den loop der vergadering zeide de

eere-voorzitter (die 's avonds gedurende korten tijd aanwezig

was) dat het hem verwonderd had in het laatste nummer

van het orgaan niets te hebben gelezen over de bevredigende

vijzi^fcarop de kwestie van het redactie-personeel van de

Niev^J Courant was opgelost. Na de artikelen van den

vooratter in een vorig nummer had op die bevredigende

oplossing (die feitelijk van den aanvang af in de bedoeling

van commissarissen heeft gelegen) toch wel gewezen mogen

worden.

• De Voorzitter deelde naar aanleiding hiervan mede, dat

hem van ter zijde het bericht heeft bereikt, dat de zaak

bevredigend is opgelost, doch dat bijzonderheden hem daaromtrent

niet bekend zijn. Het heeft hem verwonderd en

pijnlijk getroffen, dat niemand van de betrokken collega's

hem de beslissing heeft medegedeeld. Hij is ten allen tijde,

en bij wijze van spreken dag en nacht, voor de leden bereikbaar

en beschikbaar, om hun belangen te behartigen, en ook

in de zaak van De Nieuwe Courant is hij naar zijn beste

weten opgetreden (uit dankbaarheid daarvoor zond een in

het buitenland gevestigd redactie-lid van dat blad hem f 25

voor het Gedenkboek-fonds), maar hij is niet van plan de

leden na te loopen, en hij meende er dan ook recht op te

hebben, dat men hem de gevallen beslissing had medegedeeld.

Nu hij hieromtrent echter niets wist, heeft hij er ook niets

over kunnen meededen in het orgaan.

Algemeen — de eere-voorzitter inbegrepen — onderschreef

men de opmerkingen van den voorzitter en betreurde men

dat niemand hem op de hoogte had gebracht.

Eenige punten der agenda moesten worden uitgesteld.

Het salaris- en contributieformulier.

Hier volgt de lijst van hen, die nog niet hun formulier voor

de salarissen en de contributie terugzonden. Moge de publicatie

voor allen een aansporing zijn om alsnog spoedig dat biljet aan

den Kringsecretaris in te zenden.

K. Aartsma, L. Aletrino (Praag), De Balluseck, Barenbroek.

Bax, Bekaar, J. Z. van den Berg, J. J. F. van den Bergh, Van

Berkum, Blokzijl, Boas. Bochardt, Boersma, Van Bolhuis, Bosch,

Boskamp, Bottenheim, Brants, L. P. v. d. Broek, Van den Broeke,

Van Bruggen. Bruysten, Buis, Weruméus Buning, Van Calker,

Canter, Cohen (Haarlem), Colson, Croiset van Uchelen, Derks,

Doorman, Douwens, Douwes, Draayer-de Haas, Hankes Drielsma,

Van Duyn. Van Dijk, Van Kysselsteyn, Fuldauer, Gaanderse, Geijl,

Godfried, Godschalk, Goedemans, De Graaff, De Graaff-Paauw,

H. F. de Groot, Hageman, Harms Tiepen, Van Hees, Herberts,

Hyacinth Hermans, Hirsch, Hoek, ter Hoeven, Hol, Holdert,

Holdert-Zuikerberg, Van Houten, Janze, De Jong van Beek en

Donk, de Jongh, Jongsma, Jung, Kellenaers. Kenther, Kingmans,

Knuvelder, Kropman, Sint Yoost de Kruyff, Lamers, T. Landré,

De Lange, Lansberg, B. Levy, Van Liefland, Van Lissa, Luger,

Mechanicus, Meerum Terwogt, Mees, De Meester, Meeuwsen,

Minkman. P. Muller, Van de Munnik, De Neeve, Neijenesch,

Nierstrasz, W. J. Nieuwenhuis, Nollet, Nova, Nypels, Van Outhoorn,

Dr. Van Overbeek, Pannekoek, Pelt, Person, Picard, Plasschaert,

E. Polak Daniels, Puister, E. van Raalte, F. van Raalte, Rebel,

Van der Reis, De Ridder, Reijneke van Stuwe. De Ronde, De Roode,

Rutters, J. de Ruyter, Van 't Sant, Schaardenburg, Schabeek,

Schilp, Schlick, Schoonderwoerd, Schrier, Seyffert, Sluiter, Smink,

Speet, Sternheim, De Stoppelaar, Stratemeijer, Sturenberg, Sijtsma,

Tegelaar, Tervooren, Themans, Tïelkemeijer, Van Tilburg, B.

Timmer, P. H. Timmer, Timmermans, Tinbergen, A. S. Vas Dias,

Veenhuyzen, Van der Veer, Van 't Veer, Vergouwe, Vienings,

Vliegen, Vonk, Voorbeijtel, S. de Vries (Den Haag), A. de Wal,

H. van der Wal, Walenkamp, Weeraat, Werkman, Wermeskerken,

Weterings, Van der Wielen-Moerel, v. d. Wielen, Wiessing, Wilkie,

Willinge, Wilmer, Wolff, de Wolf, Van der Wijk, Zandberg, Zijlstra.

Het aantal is niet gering en de leden van deze lijst zullen wel

begrijpen wat een alleraangenaamste bezigheid het voor den

Kringsecretaris was om hun namen uit te zoeken uit de lijst.

Bovendien weet hij bijvoorbaat dat, mocht hij er fouten inmaken,

hij allercharmantste briefjes tegemoet kan zien.

Even zij aangeteekend dat aan de redacteuren van De Nieuive

Courant om begrijpelijke redenen eerst na 1 April de biljetten

zijn toegezonden. De meesten van hen zonden reeds in. De rest

moge volgen.

We kunnen slechts hopen dat deze lijst in het volgend nummer

veel korter zal zijn. Het ligt in de bedoeling de publiceering

voort te zetten van alle verzuimers tot alle lijsten binnen zijn.

DE J O U R N A L I S T

Schrijven Maatschappij van Geneeskunde.

Bij het Kringbestuur is de volgende brief ingekomen:

„Naar aanleiding van een van het bestuur van een onzer

afdeelingen bij het hoofdbestuur ingekomen schrijven inzake

het overnemen van publicaties uit het Ned. Tijdschrift voor

Geneeskunde door de pers, werd in de j.1. gehouden hoofdbestuursvergadering

aan ondergeteekende opgedragen u te

verzoeken te willen bevorderen, dat geen ziektegeschiedenissen

uit geneeskundige bladen worden overgenomen, omdat gebleken

is dat dit hoogst schadelijke gevolgen kan hebben.

Namens het hoofdbestuur:

De waarnemend-secretaris,

BUNING."

Het Kringbestuur besloot dit schrijven, door opneming in

het orgaan, ter kennis van alle leden te brengen.

Justitie, Politie en Pers.

De minister van justitie, mr. HEEMSKERK, heeft 1 April 1.1.

op zijn departement een langdurig onderhoud gehad met de

heeren D. HANS, A. VOOGD, W. N. VAN DER HOUT en

L. SCHUTTING, vertegenwoordigend het bestuur van den Nederlandschen

Jonrnalisten-Kring, inzake de samenwerking tusschen

justitie, politie en pers.

De resultaten van deze conferentie, die mede werd bijgewoond

door de heeren prof. mr. J. V. VAN DIJCK, raadadviseur,

en mr. P. R. BLOK (die den minister op de beide

algemeene vergaderingen van den Kring, welke aan het

onderwerp waren gewijd, vertegenwoordigde), zullen nader op

schrift worden gesteld.

Toespraken H. M. de Koningin.

Namens het Kringbestuur is een schrijven gericht tot baron

VAN GEEN, den secretaris van H. M. de Koningin, teneinde

te bevorderen dat redevoeringen, welke H. M. houdt, zooveel

mogelijk van te voren aan de pers zullen worden verstrekt.

Zulks in verband met het gebeurde in Den Briel.

Rapport Reorganisatie-commissie.

Het Rapport van deze commissie is, in brochure-vorm,

aan alle leden verzonden. Het zal worden behandeld in een

algemeene vergadering van den Kring, die in de maand Mei

in Amsterdam zal plaats hebben.

Jaarlijkseh uitstapje.

Wie van de leden geeft aan het Bestuur eens een wenk,

waarheen in den a.s. zomer het jaarlijkseh uitstapje zal moeten

gaan?

Ledenlijst.

Verhuisd:

J. W. BOSCH naar Laan van Rozenburg 5, Heemstede.

W. LUBBERINK naar Bestevaerstraat 21, Amsterdam.

D. MANASSEN naar Zocherstraat 70 boven, Amsterdam.

Nico OOSTERBEEK naar Eschdoornstraat 77, Den Haag.

H. W. SANDBERG, Holl. Nsb., naar Irisstraat 116, Den Haag.

J. E. STOKVIS naar Buitenzorg (N. Indië).

Plaatselijke Vereenigingen.

Haagsche Journalisten-Vereeniging.

Als leden hebben zich aangemeld de heeren H. F. DE

GROOT, Avondpost, en FR. C. H. MEEUWSEN, Residentiebode.

Over de toelating beslist het bestuur ten vroegste acht

dagen, nadat dit bericht ter kennis van de leden is gekomen.


Misverstand.

DE J O U R N A L I S T 59

NATIONALE

Levensverzekeringbank

te ROTTERDAM, Boompjes 10,

Nettopremie - methode

voor de berekening

der wiskundige

reserve

opgericht in 1863.

Veilige grondslagen

voor de berekeningen

(sterftetafel en

rentevoet)

mmmmammÊmÈamËMU

DE VIER HOEKSTEENEN VAN EEN GOED LEVENSVERZEKERINGS-HUIS

Waardebepaling der

effecten voor de balans

naar den koers van

31 December

Algemeene belangen.

Het lijkt mij gewenscht, een enkele opmerking te maken

over het volgend stukje van collega JAN FEITH, dat ik vond

in de Indische Post:

„Ginds (in Nederland) waren het, ongeveer dertig jaar geleden,

enkele vooraanstaande kranten-schrijvers, niet eens alle hoofdredacteuren

van : bladen, die den drang voelden nader met elkaar

in aanraking te komen, en van hun vrije dagen gebruik te maken,

om in kameraadschappelijken omgang zoowel over vak-belangen

als andere onderwerpen 'van gedachten te wisselen. De daaruit

ontstane Journalisteu-vereeniging berustte dus, van huls-uit, op een

collegialen grondslag en bedoelde den gezelligen omgang te bevorderen

tusschen menschen, die eenzelfde beroep uitoefenen. In den

loop dei' jaren veranderde de Nederl. Journalisten-Kring echter

allengs van karakter, zoowel onder zijn bekwamen voorganger

Mr. PMMP VAN DUIVELAND, toenmaals hoofdredacteur van de

Haagsche De Nieuwe Courant, als ouder zijn opvolger, den Haagschen

7W«/raa/-redacteur D. HANS. Vooral onder het energiek regime

van dezen laatsten Kringvoorzitter verkreeg de Journalisten-vereeniging

geheel het karakter eener vakorganisatie, welke zich

uitsluitend toelegt op het behartigen van vak-belangen, voornamelijk

van de niet tot een hoofdredactie behoorende journalisten. Beter

arbeids-voorwaarden, hoogere salarissen, duurte-toeslagen, vacantieen

pensioen-regeling zijn de voornaamste resultaten eener goed

voorbereide en krachtig doorgezette actie van den Nederl. Journalisten-Kring

geweest."

In dit stukje van FEITH (voor zijn vriendelijke woorden

ben ik dankbaar) schuilen twee misverstanden, die ik daarom

even moet rechtzetten, omdat er ook in ons land zélf nog

altijd eenige personen te vinden zijn, welke ze tegen onze

vereeniging zouden kunnen en willen uitspelen.

Niet juist is, dat de Kring zich „uitsluitend" toelegt op

het behartigen van economische vakbelangen. Dat deze sinds

een aantal jaren een voorname plaats innemen op ons program

is natuurlijk waar, maar zij worden volstrekt niet „uitsluitend"

behartigd, want er zouden tal van voorbeelden zijn aan te

voeren ten bewijze, dat ook ideëel, specifiek-journalistiek,

representatief en vertegenwoordigend werk in de laatste jaren

ruim is verricht. Men denke slechts aan ons congres (anony-

Voorzichtig beheer.

(In 1920 bedroegen de

totale onkosten 0.0051

van 't verzekerd bedrag)

miteit; verhouding regeering en pers), aan het bevorderen

der publiciteit, aan de samenwerking van intellectueelen, aan

de samenwerking tusschen justitie, politie en pers, aan onze

uitstapjes, aan de representatie op alle mogelijke conferenties,

recepties, congressen, aan velerlei arbeid in de oorlogsjaren,

aan het vergemakkelijken van het beroepswerk bij tal van

groote openbare gebeurtenissen, en aan veel meer. Waarbij

nog komt dat, wie de economische standing van den journalist

en van het vak verhoogt, daardoor de voorwaarden schept

voor verhooging van het ideëele peil. En eveneens is niet

juist, dat wij voornamelijk werken voor de niet-hoofdredacteuren.

De overgroote meerderheid der hoofdredacteuren is

lid van den Kring en ook voor hen geldt onze economische

arbeid: bij de jongste salaris-herziening hebben wij speciaal

voor hen een gunstige regeling weten te verkrijgen.

Ik vind deze beide vergissingen van onzen begaafden

collega heusch niet verschrikkelijk, maar, zooals gezegd, zij

zouden, zoo zij onweersproken bleven, tegen den Kring

kunnen worden uitgespeeld. En dat mag niet.

Aan het slot van zijn stukje noemt FEITH ook de pensioenregeling

als bereikt resultaat. Ik hoop dat deze profetie

spoedig waarheid moge blijken. Wie weet'

D. H.

De Nieuwe Courant.

Inzake de Nieuwe Courant (men zie ook het verslag der

jongste bestuursvergadering van den Kring) bereikte mij

12 April, dus enkele dagen na die vergadering, een schrijven

van den heer J. J. BRUNA.

Deze deelde mij hierin mede, van meening te zijn geweest,

dat enkele redacteuren van de Nieuwe Courant mij den

afloop der zaak zouden berichten. Nu dit niet was geschied,

wenschte hij mij te melden, „dat met de betrokken Kringleden,

zoowel die heengaan als die blijven, door de liquideerende

ventwotschap een regeling is getroffen, die hun ten volle

bevredigt".

Ik neem hiervan gaarne acte.

Natuurlijk doet het mij in hooge mate genoegen èn dat

de betrokken journalisten met de getroffen regeling volkomen

tevreden zijn èn dat de (oude) vennootschap begrepen heeft

wat zij tegenover hen verschuldigd was.


60 D Ë JOURNALIST

De heer BRUNA schreef mij verder „dat deze regeling van

den aanvang aan in het voornelnen van commissarissen der

N. V. De Nieuwe Courant heeft gelegen", maar . . . „zij

konden daaraan niet uitdrukking geven, omdat de vergadering

van aandeelhouders, die haar sanctie aan de plannen der

commissarissen moest geven, nog niet had plaats gehad".

Deze verklaring accepteer ik natuurlijk. Alleen zij mij de

opmerking veroorloofd, dat de aan de redacteuren verzonden

ontslag-circulaire dan toch wel een bijzonder onjuisten indruk

van de situatie heeft gegeven, want daaruit viel volstrekt

dat goede voornemen van commissarissen niet af te leiden.

Integendeel. En juist omdat die circulaire ontsteltenis had

gewekt onder de collega's van de Nieuwe Courant ben ik

als voorzitter van den Kring onmiddellijk opgetreden. Dat

was mijn plicht. Dan verdienen zij een woord van waardeering.

Wanneer nu wordt medegedeeld, dat commissarissen nooit

iets anders dan een goede regeling van plan zijn geweest —

zooveel te béter.

De betrokken collega's hebben ervaren dat in moeilijke

oogenblikken het bestuur van hun vereeniging achter hen

staat, en de meesten van hen hebben niet nagelaten daarvoor

waardeering te betuigen, één zelfs (ten bate van het Gedenkboekfonds)

in stoffelijken vorm. Blijkt nu dat ook zonder dat .

optreden een goede regeling zou zijn getroffen, dan leg ik

mij daarbij neer. Het is mij niet in de eerste plaats om

persoonlijk of organisatorisch succes te doen, maar om het

belang der journalisten. Als dat belang bedreigd wordt, zal

de Kring blijven optreden en dat het door de circulaire

bedreigd werd kan niemand ontkennen.

En ik voor mij hoop dan steeds directies of

commissarissen aan te treffen, die nooit iets anders dan een

gunstige regeling hebben bedoeld.

6 B D. H.

Nadat ik het bovenstaande geschreven had, bereikte mij

ook een brief van eenige redacteuren der Nieuwe Courant,

die.bevestigden dat voor allen inderdaad een gunstige regeling

is getroffen. En ik mag niet nalaten hier uit eigen beweging

bij te voegen, dat den heer H. NIJGH een woord van oprechte

waardeering toekomt voor de wijze, waarop hij (naar mij uit

de thans binnenkomende opgaven blijkt) de salarissen heeft

geregeld.

Tellen — en wegen.

Wèèr twee nieuwe leden in den Kring_. Weer een paar

schreden dichter bij de 500.

Maar: als ik ditmaal niet eens alleen mag tellen, doch ook

wegen, dan zij mij de opmerking veroorloofd dat deze beide

nieuwe leden mij een bijzondere voldoening zijn.

De eerste is de heer H. COLIJN, de nieuwe hoofdredacteur

van De Standaard. Ik begroet deze begaafde figuur, opvolger

van dr. KUYPER, die in onze journalisten-gelederen heeft

plaats genomen, met vreugde. Het is ons allen een oorzaak

tot blijdschap dat hij, die KTJYPER'S journalistieke plaats heeft

vervuld, thans ook is toegetreden tot de vereeniging, welke

zijn voorganger als voorzitter en eere-voorzitter aan haar

hoofd heeft zien staan.

De tweede is de heer H. S. M. VAN WICKEVOORT CROMMELIN,

sinds vele jaren al journalist, redacteur van het Nieuws van

den Dag te Amsterdam. De heer CROMMELIN heeft eenige

jaren geleden voor het lidmaatschap bedankt, omdat hij

bezwaar had tegen de gestie van den Kring als vak-vereeniging.

Thans deelde hij mij mede, dat hij zijn oude plaats weer

komt innemen, aangezien zijn bezwaren in de practijk niet

steekhoudend zijn gebleken.

Bravo —!

Ieder nieuw lid is ons allen welkom. Maar als wij deze

twee nieuwelingen niet alleen tellen, doch ook wegen —

dan is er reden tot bijzondere vreugde.

D. H.

Pers en Taal.

Met volkommen instemming las ik in De Journalist van

6 April de opwekking van Mej. EMMY J. BELINFANTE om

op een volgend perscongres eens aan het onderwerp: „Pers

en Taal" aandacht te wijden. Niet eens ben ik het met haar,

als zij spreekt over „zulk een nietig taal vraagstuk". De Pers

geeft uitdrukking aan hetgeen er in het volk leeft, maar dat

beteekent niet, dat zij gehouden is de zonden van het groote

publiek over te nemen of ze zelf in praktijk te brengen. En

een der zonden van het publiek is toch zeker de schandelijke

verwaarloozing van de Nederlandsche taal.

De periodieke pers is lang niet vrij van deze zonde.

Er zijn redacties, die min of meer angstvallig waken tegen

het misbruik van vreemde woorden, maar daarentegen zijn

er bladen, die wemelen van allerlei -ismen en slordigheden.

Als verontschuldiging beroept men zich op het haastige

werk op een redactie-bureau, waardoor een „slip of the pen"

te vergeven zou zijn en een vertaling wel eens ter perse gaat,

zonder dat het stuk is overgelezen. Maar reeds het herhaaldelijk

voorkomen van ongelukkige uitdrukkingen en afschuwelijke

germanismen bewijst toch, dunkt mij, dat het taalgevoel

van den schrijver niet bijzonder fijn is. Was dat wel

het geval, dan zou het hem onmogelijk zijn menige barbaarschheid

„uit zijn pen te laten vloeien".

Wij hebben nu wel in Charivarius een censor, die ons,

persmenschen, onze feilen toont, maar 't is de vraag, of niet

velen zijn distellezing nagaan, eerder met een glimlach op

de lippen dan met een schaamteblos op de wangen.

Mej. BELINFANTE heeft zich geërgerd aan de herhaalde

„doorvoering". Zij had het ook kunnen doen en heeft het

zeker gedaan aan „een proces van eeuwen terug; aan de

uawereld (lees: Nachtwelt); aan de pijnlijke zorg voor vele

zaken; aan de hooghartige menschenvrienden, op wie een

beroep wordt gedaan (tegenstelling denkelijk van laaghartigen);

aan de ontelbare dingen, die ontrouwbaar zijn en toch maar

blijven bestaan; aan de eindelooze verwarring van destijds

en indertijd; aan de oproeren die tot hongeroproeren teruggebracht

moeten worden; aan de bedienden die voor spoedigst

gevraagd worden; aan de vele maatregelen, waarvoor het

hoogste tijd is; aan het krachtvoer dat ook al niet billijk is:

aan een bijeenkomst, die tot doel had ophejjing van het

bedrijf en daarbij (of desondanks?) rustige ontwikkeling van

de kwekerij; zelfs aan den storm, die heeft afgenomen".

Ik heb maar enkele feilen van den laatsten tijd opgesomd.

De meesten van ons zullen weleens klagen over het slechte

lezen van het publiek; wie van ons goed lezen, kunnen in

een paar dagen de boven aangegeven feilen met een of meer

dozijnen vermeerderen.

NIJMEGEN 13 April 1922 TH. KUIJPER.

Een slechte regeling;

Het behoort tegenwoordig tot de groote uitzonderingen

dat op congressen en groote vergaderingen de vertegenwoordigers

der groote pers niet in staat worden gesteld hun taak

naar behooren te vervullen.

De deputatenvergadering van de Antirev. partij gehouden

op 13 April jl. in Tivoli in Utrecht is een van die uitzonderingen

geweest.

Het begon al bij den ingang naar de zaal. Orde-commissarissen

weigerden enkelen Utrechtschen collega's en mij

beslist den toegang omdat we niet voorzien waren van kaarten.

Ze hadden de opdracht niemand toe te laten zonder kaart;

aan pers-legitimatiebewijzen hadden de heeren geen boodschap.

Gelukkig vielen we toen in de armen van collega BOHLMEIJKR

van De Standaard op dat oogenblik fungeerende als ordecommissaris.

Deze wist de deuren voor ons open te krijgen.

Inmiddels was daarmee zooveel tijd verloopen, dat de vergadering

begonnen was. Tafels zoowel als stoelen voor ons

bestemd waren in beslag genomen door deputaten. Het was

een groote kluwen menschen, op de plaats voor ons journalisten

bestemd. Indien we in de ochtenduren veel hadden

moeten schrijven was dat niet mogelijk geweest in deze

eivolle zaal.

Van copy weg krijgen was geen kwestie, want de paden

naar den uitgang waren meer dan bezet.

Bovendien waren we verstoken van alle faciliteiten. Een

agenda was niet voor ons beschikbaar. Toen ik in de pauze

bij den seretaris, den heer DEN OUDEN, trachtte een agenda

machtig te worden en daarbij natuurlijk mijn kwaliteit meedeelde,

werd mij geantwoord, dat er geen exemplaar meer

was, maar dat ik er ook geen noodig had.

Een dergelijk antwoord van iemand, die ook nog wel eens

iets met de pers te maken heeft gehad, is mij onbegrijpelijk.

Resumeerende: Geen toegang waar - toegang was, geen

behoorlijke plaats, geen enkel stukje papier betrekking hebbende

op de vergadering, geen gelegenheid om copy weg te

krijgen.

En dat in een vergadering, waarin de directeur-redacteur

van De Standaard, voor wien toch persregelingen niet vreemd

zijn, aan de bestuurstafel zat.

J. H. ROGGE.


DE J O U R N A L I S T 61

DDDDDDDDDDDDDDDDDDDaDDaDaDDaDDDDDDDDaDDaDDDDDDDaDDDDDDDD

HIM A'S zijn goede rijwielen.

nDDDDDDDDDDDDDDDDaaDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDD

Varia.

Persdelicten in Joegoslavië.

Een Wol ff-tz\egxa.m uit Belgrado meldt: Met het oog op

het misbruik, hetwelk door enkele bladen van de persvrijheid

wordt gemaakt, heeft de commissie voor de herzieningvan

de wet op de persvrijheid zich kunnen vereenigen met

het voorstel tot verscherping van de wettelijke bepalingen in

zake de verantwoordelijkheid voor persdelicten. Zoo werd de

minimumstraf voor persovertredingen verhoogd tot twee

maanden gevangenisstraf benevens 5000 dinar geldboete.

Een bekend oorlogscorespondent overleden.

Het overlijden wordt gemeld, 70 jaar oud, van den heer

FREDERIC VILLIERS, een uit de oude school der oorlogscorrespondenten

en -teekenaars.

Hij begon als teekenaar voor de Graphic in Servië in 1876.

Sedert zijn er weinig veldtochten of vredesstoringen geweest

waarbij hij niet tegenwoordig geweest is.

Behalve aan de „schetsende" wijdde hij zich ook aan de

beschrijvende journalistiek. Door zijn reizen en trekken gedurende

een halve eeuw had hij een uitgebreide kennis van

personen en toestanden. Ondanks zijn gevorderden leeftijd

voegde hij zich in 1914 bij de Fransche legers en maakte er

verschillende wapenfeiten mede. Hij heeft tal van bladen

gediend, maar zijn beste werk deed hij voor de Graphic en

de Illustrated Loudon News.

Ook schreef hij verschillende boeken; het laatste verscheen

in Juli van verleden jaar en was getiteld „Villiers: His Five

Decades of Adventure".

Uit het verslag van Sparta's „promotie":

„De heer D. HANS sprak als eere-voorzitter van een comité,

gevormd door leden van Sparta, die het elftal een blijvende

hulde zullen aanbieden. Hij gaf DE KORVER een lauwerkrans

en verklapte dat binnenkort borstbeelden vervaardigd zullen

worden van de heeren DE KORVF.R en OVEREYNDER, die men,

naast een aandenken voor de elftalspelers zelf, Sparta zal

aanbieden."

Als HANS geen voorzitter van den N. J. K. was, dan zou

hij voorzitter van Sparta willen zijn!

Blinde politie.

Personalia en Berichten.

De Avoudposf van 4 Maart publiceert een opstel van

BROEKHUYS, waarin deze verhaalt, hoe de politie maandenlang

vergeefs getracht heeft, hem te arresteeren. Hij vertelt dan

ook, dat hij ongeveer een jaar in een huis te Amsterdam

woonde, en daar „oude relatiën en journalisten" ontving.

De Folitiegids teekent daarbij aan:

Alzoo zijn er ... . journalisten geweest, die, terwijl de politie

zoekende was, wisten, waar de gezochte te vinden was.

't Zou merkwaardig zijn te vernemen, door welke „journalisten''

deze dubbelzinnige rol gespeeld is.

Collega Is. S. zendt mij dit orgaan, en kantteekent nijdig

bij deze vraag „Moeten wij misschien als politiespionnen

optreden?"

Vrijgesproken.

Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft den hoofdredacteur

van De Residentiebode, die door de Haagsche Rechtbank

veroordeeld was tot f 50 boete of tien dagen hechtenis wegens

eenvoudige beleediging van den heer C. D. WESSELING, lid

van den gemeenteraad van Den Haag en van de Prov.

Staten van Zuid-Holland, vrijgesproken, aangezien het in de

dagvaarding ten laste gelegde niet bewezen werd geacht.

Het R. K. Perscongres.

In een gezamenlijke vergadering der besturen van de

R. K. Directeurenvereeniging en van de Nederlandsche

R. K. Journalistenvereeniging is besloten, dat de beide

besturen te zamen het bestuur zouden vormen van het R. K.

Perscongres, op Woensdag 7 Juni tijdens den tweeden Nederlandschen

Katholiekendag te Nijmegen te houden.

Tot voorzitter van het Congresbestuur werd aangewezen

de heer J. B. VESTERS, tot secretaris de heer L. J. STOLWIJK,

resp. voorzitter en secretaris van de Ned. R. K. Journalistenvereeniging.

Met hen beiden zullen verder het Congresbestuur

uitmaken de heeren G. J. BECKERS, S. BRUYSTEN, ALB. VAN-

DER KALLEN, H. KUYPERS, ARNOLD SMITS, bestuursleden van

de R. K. Directeurenvereeniging; L. A. P. M. VAN DEN

BROEKE, W. S. GALESLOOT, J. H. A. SCHUURS, P. H. J.

STEENHOFF, J. THOMASSEN, bestuursleden, en pater BONAVEN-

TURA KRUITWAGEN O. F. M., geestelijk adviseur van de Ned.

R. K. Journalistenvereeniging.

Indië.

De heer H. JOEL is aan de redactie van De Indische

Coui'ant, Oost Jaya-editie, verbonden.

De heer MESU is uit de redactie van De Preangerbode

getreden.

De hoofdredacteur van de Oost Java-editie van de De Ind.

Ct., heeft een aanklacht ingediend tegen den hoofdredacteur

van De Javabode wegens laster of beleediging naar aanleiding

van een entrefilet in De favabode van 10 Maart.

De Preangerbode vertelt van het vreemde geval, dat De

School, het N.I.O.G.-orgaan, uit de Makassaarsche Courant

avonturen van een Duitschen onderwijzer in Indië overneemt

en die courant als geestelijke moeder noemt, terwijl ze in

Bandoeng beschreven werden voor de P. B.

Het meest typische van het geval is, dat De School en de

Pr. Bode op één en dezelfde drukkerij het levenslicht zien!

Het onderhavige stuk maakte dus de reis naar Makasser

en in anderen vorm terug en werd toen opnieuw herdrukt.

Een ander avontuur:

De redactie van de P. B. vertaalde uit een Maleische krant

het verhaal van een juffrouw die naar de bioscoop ging en

zie! het Maleische blad zette zich aan het vertalen van zijn

eigen stuk en noemde als bron de P. B.

Buitenland.

The Times wijdt sinds 10 April, dagelijks een bladzijde

aan literatuur van den dag. De rubriek geeft: besprekingen

en berichten betreffende het verschijnen van nieuwe werken,

mededeelingen omtrent schrijvers, een lijst van nieuwe uitgaven,

enz.


62 DE J O U R N A L I S T

Redevoeringen vooraf.

Ingezonden.

Onder dit hoofdje heeft in De Journalist van 6 April jl.

een uit De Telegraaf overgenomen fragment van een verslag

der Brielsche feesten gestaan, waarin o. a. geklaagd werd dat

„een der christelijke bladen de rede (van de Koningin nl.)

vooruit heeft ontvangen door de gunst van een chr. historisch

minister". Het zou weinig zin hebben, na zooveel dagen nog

De Telegraaf met een ingezonden stuk lastig te vallen, over

een onderwerp dat, als behoorende tot de cuisine der krant,

haar lezers maar matig moet interesseeren. Doch wel zou ik

voor de collega's even gelegenheid willen hebben om den

chr.-hist. minister bovengenoemd van alle blaam van bevoordeeling

der christelijke pers te zuiveren. Inderdaad verkeerde

ik in de meening, dat De Nederlander de redevoering van

de Koningin ontvangen had. De voorraad kopy, die wij van

te voren ontvangen hadden van verschillende zijden, had ik

slechts vluchtig doorgekeken, daar mijn tijd Vrijdag drong.

Daarbij had mij het hoofdje „redevoering der Koningin"

getroffen, terwijl ik dacht, dat die daaronder volgde. In werkelijkheid

bleek het hoofdje er alleen te staan. Vandaar dus

mijn woorden tegen collega PERSON: „die redevoeringen

hadden wij reeds".

Van bevoordeeling is dus geen sprake en ik stel er prijs

op, dat de chr.-hist. minister hierboven bedoeld, ook verder

voor de collega's blijft de vriendelijke, joviale excellentie,

voor wie alle persvertegenwoordigers gelijk zijn.

Justitie contra Pers.

VEERSEMA.

Nu de redacteur in zeker kleedingstuk is blijven staan,

gaat- hij bij gebrek aan argumenten, aan het insinueeren en

weet hij het heel collegiaal klaar te spelen om mijn rol van

aanklager om te zetten in die van beklaagde.

Zoo is hij in zijn laatste epistel aan 't fantaseeren over

„mijn te keer gaan in de eenzaamheid van een telefooncel",

terwijl notabene het bewuste gesprek met den heer VAN BLOM

plaats vond op mijn bureau, m 't bijzijn van enkele getuigen,

die bereid zijn te verklaren dat mijnerzijds geheel correct

het woord is gevoerd.

Dan heeft hij het over de gemoedelijkheid van dezen

secretaris-generaal. Naast zijn verklaring uit den mond van

een Haagsch collega, kan ik er één geven van een onzer

vooraanstaande collega's, die mij, kort nadat ik hem mededeeling

had gedaan van de ondervonden telefonische bejegening,

vertelde wel eens eerder over den heer VAN BLOM te hebben

hooren klagen.

Tenslotte nog iets over de discussies op de laatste Kringvergadering

aan dit onderwerp gewijd.

De heer VOOGD heeft gemeend daar te moeten verklaren,

dat ik ter inleiding van het telefonische gesprek met den

secretaris-generaal, mijn naam niet zou hebben genoemd.

Hoe komt hij aan die wijsheid? Ik herinner me niet dat hij

bij het bewuste gesprek tegenwoordig is geweest. Hiertegenover

wensch ik uitdrukkelijk te verklaren, dat ik — zooals mijn

gewoonte is — begonnen ben met den naam van mijn blad

en mijn naam en kwaliteit aan dat blad mede te deelen.

Ook deze vlieger gaat dus niet op. Hoe de heeren ook

hun hersenen pijnigen om de figuur van den heer VAN BLOM

ten mijnen koste te redden, succes hebben zij er tot heden

niet mee bereikt.

'S-GRAVENHAGE 13 April 1922 P. VAN 'T VEER.

[Meditatie van den redacteur: Ach! Nu moet ik hem

nog dankbaar zijn voor egards ook! Ik wist niet beter, of hij

had mij in al mijn naaktheid den volke getoond ... en nu

verzekert hij zélf, dat hij mij „zeker kleedingstuk" gelaten

heeft.]

Advertentiën.

GEHUWD:

G. POLAK DANIELS

en

G. J. STEENMEIJER

die, mede namens wederzijdsche familie, hartelijk'dank zeggen

voor de vele blijken van belangstelling bij hun huwelijk ondervonden.

DEN HAAG, 20 April 1922.

Gedrukt bij A. de la Mar Azn., Amsterdam

Aan allen die hem hun gelukwenschen boden met de hem bij

gelegenheid van het Standaard-jubileum verleende Koninklijke

Onderscheiding, betuigt ondergeteekende zijn weigemeenden dank.

AMSTERDAM, 19 April 1922. R. C. VERWEIJCK.

Verantwoordelijk Redacteur

aan provincieblad in het centrum van het land, zoekt plaatsing

in of nabij een der grootste steden. Ook genegen van positie te

ruilen met ondergeschikt Redacteur, belast met een afdeeling.

Brieven te richten aan het Kringsecretariaat onder No. 14.

Wordt voor spoedige indiensttreding gevraagd

JONG REDACTEUR

ijverig bureauwerker, voor rubriek Binnenland.

Kennis van sport in algemeenen zin noodzakelijk.

VOORTS EEN ALGEMEEN ONTWIKKELD

REDACTEUR

Buitenland, goed Vertaler, en in staat stenografisch

telegrammen per tyfoon in vreemde talen op te nemen.

Brieven onder No. 15 aan het Bureau van dit Blad.

Andere tijden, andere zeden.

Bij POLMAN kon men vroeger

alleen a la carte eten.

Thans zijn van 5-8 uur in Polmans Huis

ook Diners a prix fixe verkrijgbaar.

Het fixum is bepaald op f 2.50.

Het diner is goed.

De bediening is oplettend.

De wijnkelder geniet nog

altijd een goede reputatie.

Warmoesstraat 197-199 Amsterdam.

Iftk, 'L _______-AL ^

More magazines by this user
Similar magazines