54 - Stichting Vredescentrum Eindhoven

stichtingvredescentrumeindhoven.nl

54 - Stichting Vredescentrum Eindhoven

Stichting VREDESCENTRUM Eindhoven

Centrum voor vraagstukken van vrede en veiligheid

VredesTertsPeriodiek

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven

Call for papers

International Conference on

Science, Technology and Peace

22-23 September 2011 Eindhoven

Jaargang 20, februari 2011, nr. 54

Uitgave van de Stichting Vredescentrum-Eindhoven-Peace Centre Foundation

!

Jaargang 20, februari 2011, nr. 54

1


2

colofon

Verschijnt: Driemaal per jaar

Redactie: Peter Schmid (hoofdredacteur)

Piet Schram (redactielid)

Hendrik Venema (adviseur)

Henny van der Graaf ( vormgeving)

Druk: Electronische verspreiding en waar mogelijk

beperkte oplage in druk

ISSN: 0926-6992

Stichting Vredescentrum Eindhoven

De stichting is een voortzetting van de op 14 april 1988

opgerichte Bestuurscommissie Vredescentrum TU/e.

De doelstelling van de nieuwe stichting is aandacht te

schenken aan de problematiek van vrede en veiligheid

door het jaarlijks organiseren van een aantal symposia

en lunchdebatten over ontwapening, conversie

van gewelddadige naar duurzame vreedzame middelen

en over terugdringen van het militair/industriële

proces alsmede over de relatie tussen veiligheid en

duurzame ontwikkeling in het kader van de door

de VN geformuleerde millenniumdoelen voor armoedebestrijding.

Geinteresseerden worden uitgenodigd bijdragen te

zenden naar het redactieadres:

Stichting Vredescentrum Eindhoven

p/a Green Cross Nederland

Leemkuil 31

5626 EA Eindhoven

Telefoon: + 31 (0) 40 7878787

Fax: + 31 (0) 40 7878788

Contactpersoon: Mevr. Aicha Belkhadir

Email: secr.svce@stichtingvredescentrumeindhoven.nl

Tekst dient aangeleverd te worden via email of op een

Windows-geformatteerde CD/DVD als MS -WORD

of PDF document samen met illustraties en een foto van

de auteur.

Als illustraties kunnen dienen :

- foto’s ( kleur of zwartwit)

- tekeningen ( max A4 zonder raster)

In JPEG of TIFF format met een voor afdrukken

geschikte resolutie

De redactie behoudt het recht om tekst en stijl aan te

passen.

De inhoud is voor verantwoordelijkheid van

de auteur.

voorblad ontwerp: Peter Schmid

EDITORIAAL

Het VredescentrumStichting Vredescentrum

Eindhoven – Peace Centre Foundation bestaat

nu in haar nieuwe vorm al weer twee-en-een-half

jaar. Een half lustrum ligt dus achter ons met een

zeer rijk programma. Twee jaarverslagen berichten

over genoemde periode gedetailleerd over alle

gehouden evenementen en projecten. Debatten,

Symposia en Vredestuinprojecten, alsmede de

verschillende publicaties daarover, hielden het

Vredescentrum druk bezig.

De prettige samenwerking met de Stichting

Vredesburo Eindhoven kreeg in deze tijd ook

steeds meer beslag, onder ander door een deels

gemeenschappelijke organisatie van evenementen.

In deze tijd is het publiek dat geïnteresseerd en

geëngageerd is in het thema Vrede meer select

dan in achter ons liggende tijden. Voor verschillende

subsidieverstrekkende instanties is dit een reden,

om veel minder toeschietelijk te zijn dan voorheen.

Eigenlijk een onbegrijpelijke reactie, want er zou

eerder meer financiële steun verstrekt moeten

worden, om meer breedte en diepte te bereiken

en weer meer mensen te kunnen benaderen.

Hiervoor zijn uiteraard middelen nodig – middelen

die welbesteed zijn om wereld/probleem nummer

één- het bereiken van een veilige en vreedzame

wereld- naderbij te brengen.

Hiervoor is uiteraard besef nodig van de

onlosmakelijke en soms subtiele samenhang

tussen mondiale problemen en die op lokaal en

regionaal niveau,alsmede inzicht in de mogelijke

ongunstige tot desastreuze lange termijn effecten,

die een voorwaardelijke invloed op beslissingen van

vandaag zou moeten hebben.

Een aanzienlijk deel van de inspanning van het

bestuur moet daarom mede zijn gericht op het

verkrijgen van de nodige subsidies.

Het vredescentrum zal zich blijven inzetten

voor zowel een mondiale benadering van

het vredesvraagstuk als het organiseren van

Vredebevorderende activiteiten op lokaal niveau.

Als het niet mogelijk is, de voor de Vrede

verantwoordelijke personen en groepen te

overtuigen, op een rechtvaardige alles eraan te

zetten, naar Werel/Vrede toe te navigeren, is de

beste aanpak ons voorshands te richten op een

bewustvormingsproces gericht op een positieve

benaderingswijze, informatieverstrekking en

bewustzijnsverruiming ten aanzien van het bouwen

aan Vrede. En daar zullen we dan ook voortaan

onze schouders onder zetten.

Peter Schmid

Hoodredacteur VredesTertsPeriodiek

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven Jaargang 20, februari 2011, nr. 54


INHOUD

H

2. Editoriaal

3. Nieuws van de stichting

Vredescentrum.

4. Een brug te ver, de mythe van het

opleiden van civiele politie onder

oorlogsomstandigheden.

10. Nederlandse politici, het internationale

recht en Israël.

16. De verwantschap tussen kernwapens

en kernenergie.

20. Nieuwjaarsreceptie Vredesbureau.

21. De enige pagoda van West-Europa

22. Dertig jaar University for Peace.

24. Schets planning activiteiten Vredes

centrum.

25. Korte berichten.

26. Call for Papers.

27. TUe college Techniek, Vrede en

Veiligheid

29. 7th International Conference of

Museums for Peace.

30. Considerations

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven

NIEUWS VAN DE STICHTING

VREDESCENTRUM

In de laatste weken was de stichting vooral bezig

de nodige voorbereidingen te treffen voor de in

de Vredesweek van 2011 geplande internationale

conferentie – zie elders ook de aankondiging

daarover in dit blad. Het allerbelangrijkste voorwerk

hiervoor is het beschikbaar krijgen van het nodige

budget, waarvoor subsidie-aanvragen inmiddels

ingediend zijn. Op ogenblik wordt nog steeds op de

uitslag gewacht.

in de tussentijd wordt echter ook inhoudelijk aan de

complexe thematiek gewerkt.

We hopen de aangevraagde subsidie alsnog te

mogen ontvangen, anders zullen we een sterk

afgeslankt programma moeten opzetten.

Het jaarverslag 2009-2010 met alle activiteiten over

die periode is – rijkelijk geillustreerd – uitgewerkt en

kan op de website

( www.stichtingvredescentrumeindhoven.nl)

worden ingezien .

Inmiddels is ook weer gewerkt aan de actualisering

en verbetering van de website , zodat ook daar

– naast deze VTP 54 – meer informatie over het

vredescentrum kan worden verkregen.

Ook is een nieuwe folder in kleur met de

belangrijkste informatie omtrent de Stichting

Vredescentrum Eindhoven ter beschikking. De folder

kan worden aangevraagd bij het secretariaat.

Een nieuw actieprogramma van de stichting is in

voorbereiding en zal naar verwachting in één van

de volgende VredesTertsen worden gepubliceerd.

Dit programma behoort tot de voornaamste

drijfveren van het Vredescentrum, en krijgt alle

aandacht, naast de dagelijke activiteiten voor de

lopende projecten.

RedPS

peter Schmid

Jaargang 20, februari 2011, nr. 54

3


4

EEN BRUG TE VER

DE MYTHE VAN HET OPLEIDEN VAN EEN CIVIELE POLITIE

ONDER OORLOGSOMSTANDIGHEDEN

1) Amerika bepaalt het oorlogsbeleid

De oorlog in Afghanistan wordt vanaf het

begin geteisterd door ernstige “trans-atlantic

differences” tussen Washington en de Europese

landen. In theorie is het een gezamenlijke

strijd, maar Amerika bepaalt de marsroute.

De Europeanen denken vooral in termen van

“stabilization and reconstruction”; zij wijzen vanaf

het begin de eenzijdige militaristische aanpak

van de Amerikanen af. Door deze controverse

was de gezamenlijke (Amerikaans-Europese)

NAVO-missie in Afghanistan ISAF jarenlang intern

verdeeld. Toen president Bush in 2005 voorstelde

ISAF en de Amerikaanse militaire Operation

Enduring Freedom (OEF) in éen organisatie

samen te voegen om tezamen counterinsurgency

operaties uit te voeren werd het

project door Duitsland, Engeland, Frankrijk en

andere Europese landen geblokkeerd. Zij wilden

de ISAF handhaven als een aparte “stabilisatie

macht” die zich inzet voor vredeshandhaving

en wederopbouw. Bovendien weigerden ze in

te gaan op de Amerikaanse eis dat ook ISAF de

papaver-velden zou vernietigen.

Maar het Europese verzet werd gebroken toen in

2007 de Britse generaal Richards1 het commando

over ISAF overdroeg aan de Amerikaanse

generaal McNeill. Sinds dat ogenblik volgt ISAF

de Amerikaanse lijn. McNeill begon onmiddellijk

ISAF conform de Amerikaanse opvattingen om

te bouwen. Zo werd de afdeling voorlichting van

ISAF samengevoegd met “Psy-Ops”, de afdeling

oorlogs-propaganda. De Europese landen

protesteerden, Duitsland dreigde zich uit de

voorlichting terug te trekken, maar de generaal

weigerde op zijn besluit terug te komen.. Het jaar

daarop ging ISAF definitief voor de Amerikaanse

druk door de knieën: voor het eerst werden haar

activiteiten niet langer omschreven als “stability

operations” maar als “counter-insurgency

operations”. 2

2) De opleiding van de Afghaanse politie

Ook bij de opleiding en inzet van de Afghaanse

politie is er sprake van een botsing tussen Europa

en Washington, en ook hier moesten de Europese

opvattingen voor de Amerikaanse wijken. Bij

het begin van de Amerikaanse invasie werd

afgesproken dat de Amerikanen in Afghanistan

het nieuwe Afghaanse leger op zouden leiden,

terwijl de Europeanen (eerst Duitsland, later de

EU) verantwoordelijk werden voor de opbouw

van de nieuwe Afghaanse politiemacht. Op de

politie-academie in Kaboel werd in 2002 gestart

met een drie-jarige opleiding van de civiele politie.

De Amerikanen begonnen echter in 2003 met de

massale training van een eigen politiemacht die ze

als verlengstuk van het leger bij de oorlogvoering

wilden inzetten. Tienduizenden Afghaanse jongeren

werden aanvankelijk enkele dagen, later enkele

weken “drilled in counterinsurgency tactics that will

help defeat the Taliban”. Terwijl de Europese politieopleiding

EUPOL over slechts een paar honderd

politie-trainers beschikte zette Washington hiervoor

duizenden militairen en mariniers in, en sinds 2004

ook de Amerikaanse private military company

Dyncorp.

Hoewel de Europese landen vanaf het begin zeer

kritisch tegenover de Amerikaanse politie-inzet in

de oorlog staan werden ze - ook de Nederlandse

militairen- door de toegenomen Amerikaanse

zeggenschap over de NAVO-missie ISAF betrokken

bij het in een paar weken opleiden van de politiestrijdkrachten.

Dit geldt ook voor de EUPOL, de

organisatie van de Europese politie-trainers.

EUPOL beperkte zich aanvankelijk uitdrukkelijk tot

het opleiden van de civiele politie. Maar aan de

onafhankelijkheid van EUPOL kwam in 2009 onder

Obama een eind: alle politie-trainingen werden

samen met alle leger-opleidingen in éen nieuwe

overkoepelde NAVO-organisatie NTM-A (NATO

Training Mission-Afghanistan) ondergebracht onder

een Amerikaanse opperbevelhebber, generaal

Caldwell. Sindsdien vallen ook de Europese politietrainers

onder “the military command structure”van

de NTM-A 3 en is ook EUPOL ingeschakeld bij de

opleiding van de “little soldiers”

In het kader van de discussie over het zenden van

een Nederlandse politie-missie bevestigde minister

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven Jaargang 20, februari 2011, nr. 54


Verhagen deze nieuwe rol van EUPOL in een

brief aan de Tweede Kamer (25-6-2010): “Dat

de werkverdeling tussen NTM-A en EUPOL in

de praktijk minder scherp is, blijkt uit recente

ontwikkelingen op het gebied van training

voor het lagere politiekader. Een proces van

versterkte samenwerking tussen NMT-A en EUPOL

is ingezet. EUPOL beschikt daarbij over specifieke

politie-expertise, NTM-A heeft vooral de middelen

en mankracht om op grote schaal politietraining

te verzorgen.” Tijdens het daarop volgende

Kamerdebat bevestigde minister Verhagen dat

“EUPOL en de NAVO-trainings-missie elkaar in

de onderlinge samenwerking opzoeken: het zijn

geen aparte missies; ze raken meer en meer met

elkaar verweven.”

In 2009 stelde de Faculteit Militaire

Wetenschappen van de Nederlandse Defensie

Academie in Breda een onderzoek in naar de

ervaringen van de Nederlandse politie-opleiders

in Afghanistan: 4 . Het rapport bevestigt dat er

weinig is overgebleven van de aanvankelijke

vreedzame opzet van de

trainingen door EUPOL:

“In alle opleidingen wordt

relatief weinig aandacht

besteed aan de relatie(s)

tussen burgers en politie

en komt het spanningsveld

tussen mensenrechten

en politiebevoegdheden

nauwelijks aan de orde.....

Bovendien wordt er in de

verschillende opleidingen

veel aandacht besteed aan

‘skills en drills’ en worden

politiemensen veelal

opgeleid op de AK 47 en

behoort een schiet-opleiding

op zwaardere wapens als

een raketwerper niet tot de

uitzonderingen.”

Zoals Detlef Karioth, de

hoogste politie-adviseur van

de Duitse ambassade in

Kaboel het zei: “In der Praxis

macht EUPOL Afghanistan nichts anderes als

Paramilitärs auszubilden.” 5

Para-militaire politie op patrouille

Naast het inschakelen van EUPOL bij

Amerikaanse opleiding van de “little soldiers”

nam Obama nog een aantal andere

maatregelen die alle ingaan tegen de Europese

opvattingen. 6

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven

- Obama besloot om de inzet van de para-militaire

politiemacht in de oorlog nog verder op te voeren

door deze versneld uit te breiden van 100.000

man nu naar 134.000 in oktober 2011. Met het oog

hierop stuurde hij 4.000 extra militaire trainers naar

Afghanistan.

- Om deze versnelde uitbreiding te realiseren

besloot Obama in maart 2010 om de politieopleiding

terug te brengen van acht naar zes

weken. De Europese landen menen juist, dat

die acht weken al veel te kort is om op een

verantwoorde manier politieagenten op te leiden.

- Obama gaat hierbij zo ver dat hij in de begroting

voor 2011 zelfs meer geld uittrekt voor de politiestrijdmacht

dan voor de Afghaanse legerstrijdmacht.

7

- Obama besloot in de herfst van 2009 om het

State Department (het Amerikaanse ministerie

van buitenlandse zaken) te ontheffen van de

verantwoordelijkheid voor de opleiding van de

politie en die aan het Amerikaanse ministerie

van defensie (het Pentagon) toe te wijzen. Dit

para-militaire politie

zal volgens Newsweek leiden tot een verdere

militarisering van de politie. 8 En inderdaad wijzigde

het Pentagon de politie-opleiding “to add more

counterinsurgency skills”. 9

3) De Afghaanse politie wordt massaal ingezet in de

oorlogvoering

Nederland moet geen politie-trainers naar

Jaargang 20, februari 2011, nr. 54

5


6

Afghanistan sturen omdat de Afghaanse politie

onder invloed van de Amerikanen op grote schaal

in de oorlogsvoering wordt ingezet als verlengstuk

van het leger. De Europese landen hebben zich hier

tevergeefs tegen verzet.

Deze para-militaire politieagenten zijn over het

algemeen jonge analfabeten, die dus ook geen

kaart kunnen lezen. Volgens de Amerikaanse

regering is 40 procent drugsgebruiker. Na een

opleiding van een paar weken krijgen ze een

uniform en een wapen uitgereikt, waarna ze als

“little soldiers” worden ingezet bij grootschalige

gevechten met zwaar bewapende talibaneenheden.

Daarnaast worden ze in kleine

aantallen op geïsoleerde posten en in pas

veroverde dorpen geplaatst -vaak als enige lokale

vertegenwoordigers van het Karzai-bewind- om

deze tegen de taliban te beveiligen.

Maar deze para-militaire politie beschikt in

tegenstelling tot het Afghaanse leger niet

over gepantserde voertuigen, vaak niet over

kogelwerende vesten en helmen. Als ze worden

aangevallen kunnen ze niet op het leger terugvallen

omdat ze niet over verbindingsapparatuur

beschikken. Tekenend is dat raketwerpers (Rocketpropelled

grenade systems) wel tot de bewapening

van de politie behoren maar niet eenvoudige

zaken als slagwapens en handboeien waardoor

de politie bij elk incident alleen maar kan schieten.

Het gevolg van dit beleid is dat het aantal gedode

agenten (in 2009 gemiddeld acht per dag 10 )

drie maal zo hoog is als het aantal gesneuvelde

Afghaanse militairen. Daarnaast zijn er duizenden

jonge mensen die voor hun leven verminkt raken of

invalide zijn geworden.

Het is tekenend dat de Amerikanen er niet in

slagen te achterhalen hoeveel para-militairen er

zijn. Veel agenten blijken alleen maar op papier

te bestaan; hun salarissen worden door de

Afghaanse autoriteiten of door hun commandanten

opgestreken. Daarnaast verdwijnt een opvallend

groot aantal politie-militairen na hun opleiding. De

Amerikaanse commandant van de politie en legeropleidingen

Caldwell spreekt zelfs over 67 %. 11 Men

neemt aan dat velen hun wapens aan de taliban

verkopen of zich bij de taliban aansluiten: onder het

taliban-bestuur liggen de politie-salarissen blijkbaar

hoger. 12 Ook zou de Afghaanse politie tot op het

hoogste niveau door de taliban zijn geïnfiltreerd.

Ook Nederland zette in Uruzgan de politie-training

in voor oorlogvoering, Uit een artikel van Eva

Ludemann, De Pers, 23-9-2009:

‘Van een constructief politieoptreden in Uruzgan

is geen sprake. Je kunt daar nog helemaal niet

van een politiemacht spreken. Het is er oorlog,

er wordt nog altijd hard gevochten.” aldus

de Nederlander Paul Meijers, hoofd van het

opleidingsprogramma van de Europese politiemissie

in Afghanistan (EUPOL). Volgens Meijers

sterft een onnodig hoog aantal politiemensen

door een gebrekkige uitrusting, maar vooral ook

omdat de agenten worden ingezet bij militaire

operaties. ‘De agenten doen het werk van de

militairen.’

Dit wordt in hetzelfde artikel bevestigd door een

woordvoerder van het Nederlandse Ministerie

van Defensie: ‘De politie-missie heeft van het

begin af aan primair een focus op militaire

taken.’

Het eerder aangehaalde rapport van de

Nederlandse Defensie Academie in Breda naar

de ervaringen van Nederlandse politie-trainers

bevestigt dit beeld:

“Alle respondenten geven overigens aan dat

het beeld dat de Afghaanse politie oproept

er een van een (para)militaire politie is. Deze

wordt gekenmerkt door een sterke hiërarchie

waarbinnen op centraal niveau beslissingen

worden genomen en waarbij de politiemensen

geen vrije beslissingsruimte hadden. De afstand

tot de bevolking werd als (relatief) groot

beschouwd en interactie met het publiek

ontbrak. De activiteiten waren veelal gefocust

op bescherming, beveiliging en repressief

optreden. Daarbij werd vaak geweld en

gebruik van vuurwapens waargenomen. Zelfs

wanneer de veiligheidssituatie in ogenschouw

wordt genomen, laat een dergelijke politie

zich inderdaad typeren als een paramilitaire

politie.” . “Het merendeel van de respondenten

geeft overigens aan dat Nederland (en ook het

Verenigd Koninkrijk, Canada en Australië) maar

een beperkte ruimte voor eigen invulling krijgt en

dat “de lijn die van de VS” is.”

Tegelijk onderzocht Henk Sollie, docent en

onderzoeker aan de Technische Universiteit

Twente, met ondersteuning van de Koninklijke

Marechaussee de ervaringen van de

Nederlandse marechaussees in Afghanistan. 13

Sollie schrijft dat alle ondervraagde

marechaussees aangaven te vrezen dat hun

inzet de situatie in het land op de langere

termijn niet verandert. De Telegraaf (8-5-

10) concludeerde uit Sollie’s studie: “Bij een

eventuele politie-missie naar Afghanistan

zullen zic zoveel problemen voordoen, dat een

dergelijke operatie nagenoeg zinloos is.”

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven Jaargang 20, februari 2011, nr. 54


“Handboeken voor de plaatselijke politiemensen,

die vertaald zijn in de meest gesproken talen van

Afghanistan, konden de prullenbak in omdat

de meeste agenten daar analfabeet zijn.

Veel lokale politie-commandanten kunnen

geen kaart lezen. Dan wordt het heel lastig

om samen een strategische plek voor

een politiepost te bepalen.” De agenten

die de checkpoints moesten bemannen

“zaten bij eenvoudige gebouwtjes aan de

weg - in niet te beschrijven hygiënische

omstandigheden - waar ze soms 5 à

7 dagen 24 uur per dag achter elkaar

aanwezig waren.” Maar de agenten

hebben niet of nauwelijks een uniform

aan i.v.m. de dreiging van de taliban.

Bij dodelijke incidenten werd er geen

onderzoek ingesteld, alleen werd de

identiteit van het slachtoffer vastgesteld en

werd het stoffelijk overschot binnen 24 uur

aan de familie overgedragen.

De agenten wilden alleen in hun eigen

woongebied werken, bij de eigen stam;

mensen van een andere stam werden

door hen afgeperst. Sollie concludeert dat

er bij de politie een hoge mate van corruptie

is, al dan niet om het lage salaris aan te vullen.

Bij winkeliers proberen ze uit hoofde van hun

functie kortingen te bedingen. Ook Sollie komt

tot de conclusie dat het bij de opleiding van

de “inheemse politie” niet gaat om een echt

politiekorps, maar meer om wat hij noemt een

“semi-infanterie”. Er werd dan ook niets gedaan

op het gebied van verkeershandhaving,

procesverbaal etc.

4) De Nederlandse politie-missie

Bij de discussie over het zenden van een

Nederlandse politie-missie naar Afghanistan 14

prijst de initiatiefneemster van het plan, de

Groenlinks-parlementariër Mariko Peters, het

voorstel aan met uitspraken als “De Afghanen

hebben behoefte aan meer agenten om

de huidige straffeloosheid en corruptie te

bestrijden.” Maar meer politie leidt juist tot meer

misdaad en corruptie en is daarom contraproductief.

De politieagenten blijken niet

alleen gewelddadig tegenover de bevolking

en betrokken bij de drugshandel, maar bij een

enquete onder de bevolking over corruptie

blijkt de politie bovenaan de lijst te staan. In

talloze rapporten staat beschreven hoe de

para-militairen zich ten koste van de bevolking

verrijken. Bij roadblocks wordt iedereen die

wil passeren gedwongen te betalen. Drugs-,

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven

alcohol- en wapen-handelaars/smokkelaars, gok-

en seksbedrijven en zelfs zakkenrollers worden

gedwongen geld te geven. Als ze weigeren worden

EU politietraining

ze opgesloten tot ze betalen. Het gevolg is dat de

haat van de bevolking tegen het Karzai-bewind en

tegen wat zij ervaren als de buitenlandse bezetters

verder toeneemt.

Niet alleen de politie, ook de Afghaanse Ministeries

van Justitie en van Binnenlandse Zaken (waar

de politie onder valt) zijn uiterst corrupt. In feite

verrijkt de hele top in Afghanistan zich via misdaad

en corruptie. Zelfs president Karzai obstrueert

de vervolging van corruptie-verdachten, 15 Juist

door de huidige buitenlandse bezetting en door

de grote bedragen die sindsdien in Afghanistan

worden rondgepompt is de corruptie in het land

enorm toegenomen. Een extra probleem is dat de

Amerikanen -ook de CIA- al acht jaar lang grote

sommen geld aan allerlei beruchte krijgsheren

toestoppen in de verwachting dat zij zich voor de

Amerikaanse zaak zullen inzetten.

Nog steeds beweren sommige voorstanders van de

Nederlandse politie-missie dat hun taak is om de

civiele politie op te leiden, maar dit is misleidend.

Uit het recente Kamerdebat over Afghanistan

(20-6-2010) blijkt dat de Nederlandse missie nauw

verweven is met recente verzoeken van de NAVO

aan Nederland om een politie-trainingsmissie naar

Afghanistan te sturen. Op 4 februari jl. verwoordde

de secretaris-generaal van de NAVO dit verzoek

voor het eerst in een brief aan de Nederlandse

regering. Op 28 april jl deed de NAVO opnieuw een

oproep uitgaan om politie-trainers naar Afghanistan

Jaargang 20, februari 2011, nr. 54

7


8

te sturen. Minister Van Middelkoop verklaarde in

reactie op deze oproep het ‘leidend’ te vinden

wat de NAVO in dit geval wil.

Tijdens het Kamerdebat (30-6-10) over de

politie-missie onderstreepte minister Verhagen

dat hij de NAVO goed op de hoogte houdt

van de Nederlandse discussie. Maar, zo zei hij,

het formele antwoord op het verzoek van de

NAVO-secretaris-generaal om een politie-missie

te sturen zal pas uitgaan als het nieuwe kabinet

hiertoe heeft besloten en als blijkt dat de Kamer

zich hierbij aansluit. Minister Verhagen voegde

hier aan toe dat de Nederlandse bijdrage een

belangrijke impuls zal kunnen geven aan de

NAVO trainingsmissie en aan EUPOL.

Dat het werkelijke doel van de Nederlandse

politie-missie is om politie-strijdkrachten voor

de oorlogsgebieden op te leiden wordt

onderstreept door het voorstel om een

militaire beschermingsmacht van 200 tot 700

Nederlandse militairen met de politie-missie mee

te sturen.

5) De propaganda-oorlog

Rond Afghanistan wordt niet alleen een militair

conflict uitgevochten, maar er woedt ook een

propaganda-oorlog. En die is niet alleen op de

Afghaanse bevolking gericht maar met name op

de westerse bevolking die zich met een steeds

grotere meerderheid tegen het uitzichtloze

bloedvergieten in Afghanistan keert. Velen

durven het nog niet hardop te zeggen, maar de

westerse oorlog in Afghanistan lijkt een verloren

zaak. De verzetsbeweging wordt steeds sterker,

in een jaar tijd is het aantal aanslagen praktisch

verdubbeld. Waarschijnlijk heeft de jarenlange

buitenlandse bezetting tot gevolg dat steeds

meer Afghanen zich bij het verzet aansluiten.

Afghanistan werd door Amerika binnengevallen

om Al Qaeda en de taliban te vernietigen,

dus uitsluitend uit westers eigenbelang. Het

lot van de Afghaanse bevolking speelde bij

deze beslissing geen enkele rol. Maar nu wordt

de oorlog in het westen als een humanitaire

opbouwmissie of vredesmissie aan de man

gebracht. Over de oorlog praten we liever

niet, nee de militairen zijn er om de bevolking

te beveiligen. De militairen leggen wegen

aan, bouwen schooltjes en ziekenhuisjes om

de bevolking te helpen. Dit gold misschien

gedeeltelijk voor de Nederlandse activiteiten

in Uruzgan, maar in feite hebben de

gemilitariseerde hulpprojecten alleen maar tot

doel om het verzet van de bevolking tegen

het Karzai-bewind te breken. Ze zijn een onderdeel

van de oorlogvoering:“In this fight, our dollars are

bullets.”

De elf grote hulporganisaties die in Afghanistan

werken, waaronder Oxfam, protesteerden in

april jl. in een gezamenlijke verklaring tegen dit

misbruik van ontwikkelingsgeld voor militaire en

politieke doeleinden. Hulp wordt volgens hen

door de Amerikanen teveel ingezet als ‘wapen’

tegen opstandelingen. De behoeftes van de

Afghanen worden ondergeschikt gemaakt aan

militair-strategische overwegingen, concludeerden

de hulporganisaties. Maar het enige wat de

organisaties na langdurige onderhandelingen

bereikten was een toezegging van de ISAF dat

de militairen niet langer in witgeschilderde auto’s

zullen rijden. Witte auto’s zijn bestemd voor neutrale

instellingen zoals de VN en de NGO’s. Door het

militaire gebruik van de witte auto’s vrezen de

hulporganisaties dat niet alleen hun auto’s maar

ook hun projecten door het verzet zullen worden

aangevallen.

Maar het Nederlandse plan om een politie-missie

naar Afghanistan te sturen is onderdeel van een

opzettelijke misleiding van het publiek om steun voor

de oorlog te krijgen. De Amerikaanse minister van

defensie Gates vertrouwt er op dat deze misleiding

in Europa zal werken: “Ik denk, eerlijk gezegd, dat

als wij onze eisen richten op civiele experts en

politietrainers we het voor de Europeanen thuis

gemakkelijker maken dan met een verzoek om

meer militairen te sturen.”

Verontrust door het Nederlandse besluit om zich

uit Uruzgan terug te trekken kwam de CIA onlangs

met het plan om de propaganda activiteiten in

Europa te focussen op bezorgdheid over het lot

van de Afghaanse vrouwen. In deze campagne

zal wel niet worden verteld dat de Amerikanen

zelf voor een belangrijk deel verantwoordelijk zijn

voor de achtergestelde positie van de Afghaanse

vrouwen. Van 1978 tot 1992 had Afghanistan een

PDPA-regering die het land moderniseerde en

tot ontwikkeling bracht. Inspiratiebron voor de

PDPA waren de Sovjet republieken ten noorden

van Afghanistan, waar de welvaart toenam en

de vrouwen meer rechten hadden. Door de

PDPA-regering werden gedwongen huwelijken en

kinderhuwelijken verboden, vrouwen kregen het

recht te scheiden, vrouwen konden buitenshuis

gaan werken, kregen stemrecht. Ook alle meisjes

werden leerplichtig. Volgens de PDPA waren aan

de universiteit van Kaboel meer dan 50 % van de

studenten vrouwen en waren in Kaboel 70 % van de

onderwijskrachten en 40 % van de artsen vrouwen.

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven Jaargang 20, februari 2011, nr. 54


Alleen buiten de steden werden deze

veranderingen door verzet van conservatieve

krachten tegengehouden.

Maar de Verenigde Staten begonnen in

1978 in het kader van de koude oorlog

de grootste heimelijke operatie uit hun

naoorlogse geschiedenis om het PDPAbewind

ten val te brengen, kosten 3 miljard

dollar. Het geld en de wapens gingen via

de Pakistaanse geheime dienst naar de

meest oorlogszuchtige, fundamentalistische

en vrouw-onvriendelijke organisaties in

Afghanistan. Daarnaast werden in het

buitenland extremistische fundamentalisten

geworven (ondermeer Osama Bin Laden) om

in Afghanistan te vechten. Zij brachten vanuit

Saudi Arabië de extreme opvattingen over de

islam naar Afghanistan. Uit dit Amerikaanse

initiatief is de vrouw-onvriendelijke taliban

ontstaan, die dankzij de enorme Amerikaanse

steun haar wil aan de Afghaanse bevolking

kon opleggen.

Noten

1. General Richards had tried very hard to create a

separate identity for NATO from the American forces. The

kind of image of the Americans kicking down doors was

something he wanted to avoid. And he wanted to create

a softer, more pro-development image for NATO. Radio

Free Europe 6-2-07

2. Zie Congressional Research Service, Report for Congress

3-12-2009 en 25-2-2010

3. Special Report United States Institute of Peace, August

2009

4. Researchpaper no. 95, “Het onvoltooide debat over

het Afghaanse politiebestel”.

5. Weblog-Sicherheitspolitik, 13.3.2009

6. In Obama’s strategic plan, the Afghan National Police

are often subsumed within the term “Afghan National

Security Forces,” a semantic maneuver blurring the

distinction between the police and military. Foreign Policy

Research Institute, June 2009

7. The Afghan police and army are slated to receive $11.6

billion to fund their operations for 2011, with just over half

going to the police. Newsweek, 16-4-20108. Newsweek

19-3-10”: After the Defense Department took a role in

overseeing that work (de politie-opleiding) in 2005, it

squabbled constantly with State over whether the training

should emphasize police work or counterinsurgency.” 9.

DynCorp’s contract in Afghanistan (to train the Afghan

National Police) was to end in January 2010 as part of

a plan by the U.S. Defense Department to change the

training course to add more counterinsurgency skills. (...)

The Defense Department was aiming to find a contractor

to develop a paramilitary training program—more heavily

aimed at creating a force that could fight the Taliban.The

Huffington Post Investigative Fund, 8 April 2010

10. NRC 24 augustus 2010

11. Lieutenant General Cadwell said the 67-percent

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven

“attrition rate” (natuurlijk verloop) among police recruits was

“far too high”. 3 maart 2010, http://www.thenews.com.pk/

daily_detail.asp?id=226851

12. (...) the startling admission by Lt. Gen. William B. Caldwell

IV, who oversees the training effort, that barely 25% of the

current Afghan National Police (ANP) on duty had received

formal police training. The ANP’s annual desertion rate,

estimated to be somewhere between 50% and 75% (a

significant number of which defect to the Taliban), is one

answer. The other may be that many of those police never

existed. They are “ghost police”, part of the numbers game

in Afghanistan perpetuated by ANP commanders to pilfer

salaries and donor agencies and private contractors to

demonstrate progress to impatient governments at home.

Centre for International Governance Innovation, 29 March

2010

13. http://www.utwente.nl

14. De motie voor de Nederlandse politiemissie werd niet

gesteund door SP, PvdA, Partij voor de Dieren en PVV

15. Washington Post 26-6-2010

Sietze Bosgra

Onafhankelijk onderzoeker

Jaargang 20, februari 2011, nr. 54

9


10

NEDERLANDSE POLITICI,

HET INTERNATIONALE RECHT en ISRAËL

De toekomst van het Nederlandse Midden-

Oostenbeleid en van onze internationale statuur ziet

er, zoals in het verleden, onverminderd somber uit.

Een serieuze bijdrage aan werkelijke vrede tussen

Israël en de Palestijnen is nog ver te zoeken.

Daar moet en kan verandering in komen. Nederland

kan daar - ook in Europees verband - een

aanmerkelijke bijdrage aan leveren. Nederlandse

beleidmakers moeten hun eed van trouw aan de

Grondwet en aan het internationaal recht serieus

nemen.

Israël moet tot de orde worden geroepen.

1. De plaats en het belang van het

internationaal recht

Het internationaal recht is de hoogste uitdrukking

van interstatelijke beschaving. Het nationale

recht is er aan ondergeschikt. De Grondwet,

art. 90 (De regering bevordert de ontwikkeling

van de internationale rechtsorde), onderschrijft

het. Ratificatie van internationale verdragen

in Nederland vindt plaats met twee/derde

meerderheid van stemmen. Het internationaal

recht heeft veel verschijningsvormen: het Handvest

van de Verenigde Naties, Verdragen, Conventies,

Verklaringen, uitspraken van het Internationaal

Gerechtshof, resoluties van de Algemene

Vergadering en de Veiligheidsraad van de VN en

vele andere.

Voor de ministers en de parlementsleden is het

internationaal recht niet vrijblijvend. Veruit de

meeste instrumenten zijn kristalhelder. Soms lijkt

het alsof instrumenten van internationaal recht

naar believen en eenzijdig veranderd kunnen

worden. Dat is regelrechte luchtfietserij, grenzend

aan bewuste misleiding van de bevolking. Het

internationaal recht is dwingend recht en de politiek

heeft zich daarnaar te gedragen.

2. Het politiek zionisme en het Israëlische

regiem

Het seculiere zionisme werd gevestigd aan het

einde van de 19 de eeuw en in het interbellum

sterk beïnvloed door het fascisme. 1 In Israël kreeg

het ook een sterke religieuze component die zich

manifesteerde in de virulente kolonistenbeweging,

illegale nederzettingen en aanzienlijke agressie

tegen de oorspronkelijke, rechtmatige bewoners.

De heersende Blut und Boden ideologie is zo

mogelijk nog extremer dan die van de Nazis.

Voor de Nazis waren de Joden onderwerp van

vreemdelingenhaat en ressentiment. De Palestijnen

nemen in het politiek zionisme die plaats in. De

Israëlische bevolking wordt al sinds 1940 door de

hoogste Israëlische politieke en religieuze leiders

systematisch het beeld opgedrongen dat de

Palestijnen ongedierte zijn dat vernietigd moet

worden.

Het stichten van Eretz- of Groot-Israël, het hoogste

doel, omvat ruwweg het huidige Israël achter de

zgn. Groene Lijn van 1967, Oost-Jeruzalem en de

Westoever van de Jordaan. De Joodse staat werd

in 1948 gesticht. Van ver voordat die een feit was,

werd het beleid al gericht op het in bezit nemen

van zo veel mogelijk land met daarin zo weinig

mogelijk onderworpen Palestijnen en bedoeïenen.

Met recht kan het politiek zionisme de nationale

ideologie van Israël genoemd worden. Het

leiderschap maakt daar sinds de oprichting in

1948 ook geen enkel geheim van. Shimon Peres

ter gelegenheid van zijn ambtsaanvaarding als

president van Israël: “On the future map of Israel

four priorities must be marked: Jerusalem, the

Negev, the Galilee and the Valley of Peace”. In

ieder geval behoren Jeruzalem en de Vallei van de

Vrede zijn land slechts deels toe. Hij schond toen ten

overstaan van zijn volk, de Palestijnen en de hele

wereld het internationale recht.

Albert Einstein, Hannah Arendt en meer dan twintig

andere vooraanstaande Amerikaanse Joden

wezen er al in 1948 op dat Herut, de voorloper

van Likoed en Kadima, een puur Nazistische en

Fascistische politieke partij was. 2 Met de ideologie

van het politiek zionisme is het streven naar ‘de

Joodse staat’ onlosmakelijk verbonden. Vervang

voor ‘de Joodse staat’ de ‘arische’ en de perfecte

onderbouwing van het betoog van Einstein c.s. is

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven Jaargang 20, februari 2011, nr. 54


ook nu nog geleverd. 3

Israël ‘de enige democratie in het Midden-Oosten’

is een drogreden. Met een zeer gering aantal

Palestijnse vertegenwoordigers in de Knesset zijn de

Palestijnse Israëliërs zwaar ondervertegenwoordigd.

Analoog aan theocratisch Saudi Arabië en Iran,

kent het land geen scheiding tussen kerk en staat.

Salomon Bouman: “[...] joodse democratie, met

exclusieve rabbinale macht over geboorte, huwelijk

en dood, is een contradictio in terminis.” Sinds de

stichting van de Staat Israël zijn alle - seculiere -

premiers voor de verkiezingen te biecht gegaan

bij de geestelijkheid, die een buitenproportionele

politieke macht uitoefent. Tussen Joodse

groeperingen uit West-Europa, Rusland en de

Arabische wereld bestaat grote ongelijkheid in

politieke, economische en sociale rechten. In

dit opzicht zijn de bedoeïenen en de Arabische

Israëliërs er zelfs nog slechter aan toe dan de Joden

aan de onderkant van de Israëlische samenleving.

Vaak leven zij in bittere armoede.

Volledige persvrijheid bestaat niet in Israël. Naast

censuur op de berichtgeving, wordt de vrije

nieuwsgaring met alle mogelijke middelen - inclusief

grootschalige misleiding van de publieke opinie

en moord op journalisten, cameralieden en tolken

- gefrustreerd. Deze maatregelen worden steeds

verder aangescherpt: het wettelijk muilkorven

van critici van het bewind, Nazi-achtige eisen tot

het afleggen van een eed van trouw aan ‘de

Joodse staat’ Israël en het buiten de wet stellen

van NGO’s werkzaam op de terreinen van de

mensenrechten. Ook komen berichten los dat,

naast het routinematig martelen van Palestijnse

mannen, vrouwen en kinderen, nu ook Joodse

Israëliërs gefolterd worden.

3. De slachtoffers van het politiek zionisme

De gevolgen van het op het politiek zionisme

gestoelde beleid zijn vèrstrekkend. Zoals gebruikelijk

zijn - naast regelmatig de Libanezen - de Palestijnen

en de bedoeïenen het kind van de rekening:

- de Palestijnen en de bedoeïenen worden zo veel

mogelijk verdreven; wie overblijven wordt het leven

onmogelijk gemaakt en beschouwd als een

wegwerpvolk, als Untermenschen. Dit vindt plaats

in Israël, West- en Oost-Jeruzalem, de Westoever en

in Gaza. De methoden verschillen, het doel is

hetzelfde: die Endlösung der Palästinenserfrage.

Relevante Nederlandse beleidmakers dienen

vertrouwd te zijn met tenminste het gedachtegoed

van de Israëlische New Historians en de begrippen

politicide (Baruch Kimmerling), Slouching towards

a Palestinian Holocaust (Richard Falk) en The Matrix

of Control (Jeff Halper). Zij behoren de vraag

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven

hebben doordacht: When does it become

genocide?, Alarmingly Close in Gaza. (Nadia Hijab)

Een alomvattend beleid van letterlijk tienduizenden

nauwkeurig gecoördineerde juridische, militaire,

bestuurstechnische, demografische en

geografische stappen en stapjes op de weg naar

het Ausradieren van het Palestijnse volk is al sinds

voor de stichting van de staat Israël volop aan de

gang;

- Israël heeft vanaf de oprichting in 1948, en vooral

sinds de illegale bezetting van de Palestijnse

gebieden in 1967, voortdurend en meestal volstrekt

willekeurig, Palestijnse mannen, vrouwen en

kinderen gevangen gezet (sommigen meer dan

20 jaar) en gemarteld - ja, ook de vrouwen en

de kinderen. Zij worden meestal niet in staat van

beschuldiging gesteld, laat s taan dat zij een eerlijk

proces krijgen. Wie wel - onder militair recht! -

veroordeeld worden, ondergaan procedures die

niets te maken hebben met recht en rechtspreken.

Het is een onderdrukkingsmechanisme in zijn

zuiverste vorm.

Nu verblijven zo’n 6.000 tot 10.000 Palestijnse

burgers in Israëlische gevangenissen. Het totale

aantal beloopt sinds 1967 zeker 760.000 burgers.

[Ter vergelijking: ruwweg de gehele bevolking van

Amsterdam];

- vele duizenden [tussen oktober 2000 en april

2009 alleen al 6.700] Palestijnse kinderen, van 8 tot

18 jaar, worden - na een periode von Nacht und

Nebel - net zolang gemarteld, geïsoleerd, seksueel

misbruikt of daarmee bedreigd, tot zij voor hen

onbegrijpelijke bekentenissen in het Hebreeuws

tekenen, om vervolgens door een Israëlisch militair

tribunaal te worden veroordeeld en langdurig

in de gevangenis gesmeten. Gemiddeld worden

per maand dus 55 kinderen op straat of in hun

huis opgepakt en ontvoerd naar Israëlische

gevangenissen.

Doodsbange kinderen worden gedwongen om als

verrader in hun vertrouwde omgeving inlichtingen

voor Israël te verzamelen.

Dit schandaal woekert al decennia lang voort.

De Nederlandse overheid, noch Nederlandse

parlementariërs hebben de moeite genomen

hiertegen te protesteren, laat staan dat zij niet

aflatende druk op Israël uitoefenen om deze

misdaden per omgaande te beëindigen;

- kinderen in Gaza, verdienen - met dank aan

Israël bij gebrek aan bouwmaterialen - een centje

met het verzamelen van kiezelstenen. Komen zij

daarvoor te dicht bij de muur met Israël, worden

zij per op afstand bediend robot gestuurd geschut

vanuit veilige, vergelegen, air conditioned kazernes

overhoop geschoten;

- zolang het zionistische project, Eretz-Israël, nog

Jaargang 20, februari 2011, nr. 54

11


12

niet is voltooid, is Israël niet van plan vrede - en

dan slechts op zijn voorwaarden - te sluiten. De

bouw van en in nederzettingen gaat gewoon

door. Elk van de vele pogingen tot het voeren van

“vredesonderhandelingen” wordt bekwaam en op

het gepaste moment de nek omgedraaid.

Dries van Agt: “Geen kabinet in Jeruzalem,

ongeacht of het onder leiding stond van de

Arbeiderspartij, Likud of Kadima, heeft er ooit over

gepiekerd gevolg te geven aan de resoluties van

de VN, voorop resolutie 242 van de Veiligheidsraad

van 22 november 1967, die Israël opdroegen of

verzochten de bezette gebieden te ontruimen.”

De heilige Augustinus: “Remota iustitia quid

sunt regna nisi magna latrocinia?”; “Wanneer

de gerechtigheid opzij geschoven is, wat zijn

koninkrijken anders dan grote roversbenden?

Op grond van zijn 12 jaar lange blootstelling aan

Nazi-Duitsland - waarvan 10 maanden in Auschwitz

- heeft Dr. Hajo Meyer de volgende stelling

ontwikkeld:

“Wanneer een meerderheid in een samenleving

een minderheid onmenselijk behandelt, dan

is dat alleen mogelijk als die meerderheid zelf,

door systematische hersenspoeling vanaf de

kleuterschool tot in het leger, eerst bijna volledig

ontmenselijkt is.”

De Duitsers overleefden, aldus Meyer, twaalf jaren

Nazi-indoctrinatie, en slaagden erin na de oorlog

heel snel weer een normaal beschaafd land te

worden. In Israël is de systematische hersenspoeling

al 62 jaar, dus meer dan vijf maal zo lang, in volle

gang. Zal het land en de bevolking dat ooit nog te

boven komen, zo vraagt hij zich af.

4. Het Israëlische regiem en het

internationaal recht

Een heel scala aan instrumenten van internationaal

recht wordt dagelijks en op grote schaal door

Israël geschonden. Het onderstaande overzicht is

bepaald niet volledig:

• Het Handvest van de Verenigde Naties;

• de Universele Verklaring van de Rechten van de

Mens, A/RES/217;

• 39 VN-Veiligheidsraad Resoluties over Israël;

• De internationale wetgeving die voortkwam uit

de Vredesconferenties van Den Haag in 1899 en

1907;

• De toelatingsvoorwaarden voor Israël tot de

Verenigde Naties: AV Resolutie 181; AV Resolutie

194 (iii); AV Resolutie 273 (1949);

• De opdracht aan Israël om alle bezette

gebieden te verlaten: VR Resolutie 242 (1967)

• Het humanitaire recht zoals vastgelegd in de

Geneefse Conventies, en vooral de IV de ;

• VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle

vormen van discriminatie van vrouwen;

• VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind;

• VN-Conventie tegen het Martelen en andere

Wrede, Inhumane of Onterende Behandeling of

Bestraffing, AV Resolutie 39/46;

• De Adviserende Opinie over bestaand

internationaal recht van het Internationale

Gerechtshof van 9 juli 2004 over ‘de Muur’ en

andere aspecten.

Israël gaat niet per ongeluk in de fout. Het land

construeerde hoogst ‘originele’ eigen interpretaties

van het internationaal recht, die nooit door de

internationale gemeenschap zijn aanvaard. Doel

is het ondergeschikt te maken aan de nationale

belangen. Zo kunnen rechters het martelen van

mannen, vrouwen en kinderen een zogenaamde

‘wettelijke basis’ geven tegen alle internationale

verdragen en verklaringen over de rechten van de

mens, die van vrouwen en het kind en die tegen het

martelen in.

Vanwege de reikwijdte en de omvang van al die

schendingen wordt de internationale rechtsorde

fundamenteel aangevreten. Dit gedrag noemen

we dan ook staatsterreur.

5. Nederlands beleid in de gevarenzone:

‘Cast Lead’ en ‘de Jordaanse optie’;

medeplichtigheid aan strafbare feiten

5.1. De operatie ‘Cast Lead’ en Verhagen

Mr Heikelien Verrijn Stuart schreef onder de titel ‘We

zullen disproportioneel geweld gebruiken…’ een

lezenswaardig essay in het Nederlands Juristenblad

van 30 januari 2009, blz. 243-250. Deze titel verwijst

naar de, al in de illegale en verwoestende aanslag

op Libanon in de zomer van 2006 gebruikte, ‘Dahiye

Doctrine’. In overtreding van het internationaal

recht, gelden ook burgers als legitieme militaire

doelen gelden. Zij vat haar betoog als volgt samen:

Als het gaat over de Israëlische inval in Gaza

kan in Den Haag een flinke verwarring worden

waargenomen over de verhouding tussen

internationaal humanitair recht en politiek. Het

internationaal humanitair recht moet wijken als het

politiek niet opportuun is en wordt aangeroepen

als het politiek goed uitkomt. Wie serieus een

wereldorde voorstaat die vergelijkbaar is met een

nationale rechtsstaat, zal moeten accepteren

dat ook politieke krachten onderworpen

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven Jaargang 20, februari 2011, nr. 54


zijn aan regels van verdragenrecht, van

mensenrechten en internationaal humanitair recht.

[blz. 250]

Onder ‘Waar twee vechten’ beschrijft Verrijn Stuart

hoe minister Verhagen de uitspraken van Israëlische

leiders negeert, beweert dat Israël proportioneel

geweld gebruikt en deze als op zichzelf staande

gebeurtenissen behandelt. “Niet anders dan toen

de beslissing werd genomen over de aanval op

Irak, zijn juridische overwegingen niet welkom.” [blz.

De gehate muur rond de Westbank

248] Na de verplichtingen van derde staten en

internationale organisaties voor het respecteren, het

nakomen en het naleven van de Verdragen van

Genève, de VN regels en de specifieke afspraken in

de European Guidelines on Promoting Compliance

with International Humanitarian Law uiteen gezet te

hebben, stelt Verrijn Stuart:

Derde staten en hun bewindslieden moeten er

bovendien rekening mee houden, dat zowel

in passieve steun als in actief bijdragen aan

schendingen van het internationaal humanitair

recht een element van medeplichtigheid aan

strafbare feiten kan zijn gelegen.

In de paragraaf over ‘Strafrechtelijke vervolging

door ICC en nationale rechters’ schrijft zij:

“Men moet zich afvragen of het plan van minister

Verhagen Nederland niet nog verder in de richting

van medeplichtigheid aan schendingen van

internationale verdragen trekt. [blz. 249, dezerzijdse

onderstreping]

• WikiLeaks verschaft interessante doorkijkjes.

Verhagen gaf bij zijn aantreden als minister

van Buitenlandse Zaken zijn onvoorwaardelijke

steun aan de Verenigde Staten. De VSambassadeur

in Genève, mevrouw Rosemary

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven

DiCarlo, schreef d.d. 12 november 2009 over

de Nederlandse consistent steunende rol voor

het VS-beleid in de Verenigde Naties onder

andere: ‘ The Netherlands[stood out] for its

principled, helpful stance on Goldstone and the

Palestine resolutions.’ Het Goldstone rapport

stelde vast dat door Israël en Hamas ernstige

schendingen van het oorlogsrecht waren

begaan tijdens de operatie Cast Lead, waar

binnen zes maanden nader onderzoek moest

worden gedaan naar de schuldigen. Mochten

beide in gebreke blijven, wat is gebeurd, dan

dient het Internationaal Strafhof in Den Haag

mogelijke misdaden onderzoeken en eventuele

schuldigen straffen. Nederland stemde in de

Mensenrechtenraad tegen het Goldstonerapport,

als zou het te eenzijdig kritisch voor

Israël zijn. 4

De minister van Buitenlandse Zaken, Verhagen,

offerde de vereiste loyaliteit aan het internationaal

recht op aan zijn machtspolitieke loyaliteit aan de

Verenigde Staten. Dit ging ook ten koste van de

rechtsbescherming van de bevolking van Gaza en,

uiteindelijk, niet in de laatste plaats ten koste van

Israël.

Dat alles behoort voor de heer Verhagen meer

dan pijnlijk te zijn. Voor de nieuwe bewindspersoon

op Buitenlandse Zaken zijn dit ernstige

waarschuwingen.

5.2. De Jordaanse optie’ en Wilders

‘De Jordaanse optie’ kent drie varianten:

- het deporteren van alle Palestijnen uit Israël en

alle bezette gebieden naar Jordanië. Het is een

nauwelijks geheim gehouden, volledig uitgewerkt

plan van Ariel Sharon. Uiteraard neemt Israël

vervolgens bezit van de gehele Westoever;

- generaal b.d. Giora Eiland ontwikkelde het idee

dat de twee staten oplossing - vastgelegd in het

internationaal recht - afwijst. Er komt een Jordaans-

Palestijnse federatie van het huidige Jordanië, het

grootste deel van de Westoever en Gaza. Israël

eigent zich 12% van de Westoever, waar de meeste

kolonisten zijn gevestigd, toe.

Het behoeft geen betoog dat beide varianten

strijdig zijn met het internationaal recht en de

Palestijnen van hun recht op de eigen staat in

Oost-Jeruzalem, op de Westoever en in Gaza

beroven, en dus onaanvaardbaar zijn.

Het Verkiezingsprogramma 2010 - 2015 van de PVV

roemt de verworvenheden van Israël en prijst de

strijd van het land tegen de Islam. Nederland en

Jaargang 20, februari 2011, nr. 54

13


14

de EU mogen geen territoriale concessies van Israël

eisen.

Wilders begrijpt dat dit beleid haaks staat op het

internationaal recht. Daarom worden onder andere

drie ‘oplossingen’ onder het hoofdstuk ‘Kiezen voor

Nederland in ons buitenlandbeleid’ aangedragen:

• schrap ‘handhaving internationale rechtsorde’

uit de Grondwet;

• herziening van Nederlandse deelname aan

internationale verdragen.

• sinds 1946 bestaat er een onafhankelijke

Palestijnse staat, daarom noemt de

Nederlandse regering ‘Jordanië’ voortaan

gewoon ‘Palestina’

Op 5 december 2010 pleitte Wilders in Tel Aviv voor

‘de Israëlische annexatie van de bezette Westekijke

Jordaanoever. De daar wonende Palestijnen

moeten volgens Wilders “vrijwillig” vertrekken

naar Jordanië.’ Naar wegpesten gaat de Israëlische

voorkeur uit.

Wilders kiest dus zonder meer voor een derde

Jordaanse optie. De vraag of iemand vervolgd

moet worden voor opvattingen over “de Islam” en

de effecten daarvan op de Moslimgemeenschap

is één ding. De vraag of iemand vervolgd moet

worden voor het aanzetten tot ‘ethnic cleansing’

is een ander. Voor dit laatste zijn mensen voor

internationale tribunalen in Den Haag en Arusha

(Tanzania) aangeklaagd en

Wilders en de PVV verwerpen het internationaal

recht waar dat hen tegenstaat en willen dat de

Grondwet en tal van internationale verdragen

naar hun inzichten worden gewijzigd. Zij kiezen

ook unverfroren voor het onversneden Israëlische

fascisme.

Alle bewindspersonen en alle parlementsleden

werd het boek ‘De eeuwige terugkeer van het

fascisme’ van Rob Riemen gegeven. Daarin worden

Wilders en zijn beweging als het prototype van het

hedendaags fascisme gekwalificeerd. 5

5.3 Conclusie

Er zijn Nederlandse politici die het internationaal

recht beschouwen als een vrijblijvende verzameling

waardeloze vellen papier. Zij aarzelen niet om

bijvoorbeeld de secuur vastgelegde rechten van de

Palestijnen op basis van een fascistische ideologie

te helpen vermorzelen.

Wat Verhagen, Wilders en andere Nederlandse

politici ook mogen beweren en hoe zij mogen

handelen, zij blijven gebonden aan de Nederlandse

Grondwet, art. 90 en aan het internationaal recht.

Zij blijken zich echter zo weinig aan te trekken van

hun plicht om het internationaal recht te vertalen

in hun beleid, dat zij op z’n minst gevaarlijk dicht

genaderd zijn tot schuld aan medeplichtigheid

aan strafbare feiten. Zij zijn daarvoor niet alleen

verantwoordelijk, zij zijn ook aansprakelijk.

De toekomst van het Nederlandse Midden-Oosten

beleid en onze internationale statuur zien er,

wanneer geen drastische koerswijziging plaatsvindt,

als in het verleden onverminderd somber uit. Een

serieuze bijdrage aan werkelijke vrede tussen Israël

en de Palestijnen is ver te zoeken.

Zo ver mogen we het toch niet laten komen.

6. Het internationaal recht en het politiek

zionisme zijn onverenigbaar

Tussen de aspiraties van de Israëlische nationale

ideologie - het politiek zionisme - enerzijds en de

vereisten van het internationaal recht anderzijds

bevindt zich een onoverbrugbare kloof. Zij zijn

simpelweg onverenigbaar. Het lijkt onwaarschijnlijk

dat er zonder sterke druk van buiten ooit een

duurzame en rechtvaardige vrede tussen Israël en

de Palestijnen tot stand komt.

Het Nederlandse buitenlandse beleid dient op

juridische en morele gronden het Israëlische regiem

met alle ter beschikking staande vreedzame

middelen te bestrijden. De doelstellingen behoren

te zijn: Israëlisch respect voor en uitvoering van het

internationaal recht, daadwerkelijke medewerking

aan het bereiken van vrede op basis van dat

internationaal recht (Zie Bijlage II), regime change

en het tot stand brengen van een democratie die

deze naam ook verdient voor alle - herhaal: alle -

Israëliërs.

Als dit nieuwe beleid niet wordt geformuleerd en

uitgevoerd, als die druk van buiten niet tot stand

komt, zullen de Palestijnen, het internationaal

recht en vrede en veiligheid in de regio (en ver

daarbuiten) de onvermijdelijke slachtoffers zijn en

blijven.

7. Nederlandse politici, Israël, het

internationaal recht en uitzicht op vrede

Het conflict tussen Israël en de Palestijnen sleept zich

al decennia voort. Zicht op een rechtvaardige en

duurzame vrede lijkt niet in zicht. Is het mogelijk uit

deze impasse te geraken?

Onder stringente voorwaarden is het antwoord: ja.

De belangrijkste voorwaarde is dat de Europese

Unie, en Nederlandse politici voorop, eindelijk en

duidelijk kiezen:

wij kiezen voor het internationaal recht èn - binnen

dat stringente kader - voor Israël. Het Israëlische

regiem wordt voor de keus gesteld: je behoudt jouw

ideologie en wordt door ons totaal geïsoleerd of je

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven Jaargang 20, februari 2011, nr. 54


gaat je gedragen als een beschaafd land dat zijn

internationale wettelijke verplichtingen eindelijk

eens honoreert. Slechts in het laatste geval valt er

met je te praten.

Er ligt dan een helder en begaanbaar pad voor ons

op de weg naar vrede en gerechtigheid. Israël en

de Verenigde Staten zullen eerst wel wat sputteren,

maar uiteindelijk van de zin van dit beleid overtuigd

worden.

In feite heeft geen enkele Nederlandse politicus

de optie om niet voor het internationaal recht en

de rechtvaardigheid te kiezen. Pas dan komt een

duurzame en rechtvaardige vrede in zicht.

n o t e n

1. Lenni Brenner, Zionist Collaboration with the Nazis

(2002); Zionism in the Age of Dictators (1983); The Iron

Wall (over Jabotinsky),Tony Greenstein, Zionism and Anti-

Semitism

Weerkerende kenmerken zijn: op ideologisch niveau

affiniteit met Blut und Boden; vrijwillige samenwerking op

politiek gebied, vooral in de ‘20 er en 30 er jaren, maar zelfs

nog begin jaren ‘40; onder zeer grote druk, samenwerking

met, met name, Joodse Raden

2. Among the most disturbing political phenomena of our

time is the emergence in the newly created State of Israel

of the Freedom Party (Herut), a political party closely akin

in its organisation, method, political philosophy and social

appeal to the Nazi and Fascist parties. The York Times, 2 nd

December 1948

3. Albert Camus en Thomas Mann waren zeker niet de

enigen die zich onmiddellijk na het beëindigen van de

oorlog realiseerden wat wij nu maar al te graag willen

vergeten: in het lichaam van de massademocratie zal

de bacil fascisme altijd virulent aanwezig zijn. Dit feit

ontkennen of de bacil anders benoemen, maakt ons niet

resistent. Integendeel. Willen we hem adequaat kunnen

bestrijden, dan zullen we allereerst moeten erkennen

dat hij opnieuw actief is in ons maatschappelijk lichaam

en benoemen wat hij is: fascisme. En fascisme is nooit

een uitdaging, maar altijd een groot probleem, omdat

het onvermijdelijk leidt tot despotisme en geweld. Rob

Riemen, De eeuwige terugkeer van het fascisme, Atlas,

2010, blz. 9

4. Het Goldstone-rapport was niet het enige over de

operatie Cast Lead:het kwam tot vrijwel gelijke conclusies

als het eerdere Dugard-rapport in opdracht van de

Arabische Liga (waaraan de Nederlandse deskundige

internationaal recht, Prof. em. Paul de Waart, deelnam);

- het jaarverslag van de VN-rapporteur voor de

mensenrechten in de Palestijnse gebieden, de Joodse/

Amerikaanse internationaal rechtsgeleerde Richard

Falk. Hij stelde dat Israël het Handvest van de Verenigde

Naties had geschonden. Gewapende strijd is verboden

waar alternatieven voorhanden waren. Hamas had

herhaaldelijk een wapenstilstand en onderhandelingen

aangeboden;

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven

- het Internationale Rode Kruis Rapport terzake;

- het rapport van de Commissie Martin van de Verenigde

Naties over agressie van het Israëlische leger tegen VNfaciliteiten

(scholen, voedselopslagplaatsen, e.d.) en zich

daar schuilhoudende Palestijnse burgers.

In zijn verslag aan de Tweede Kamer [Kamerbrief inzake

Gaza, stand van zaken onderzoeken operatie Cast

Lead, d.d. 10-06-2009] negeerde minister Verhagen het

Falk-rapport, meende dat de rapporten van de VN en

het Rode Kruis niet het onderwerp van openbaar debat

zouden mogen zijn, maar bilateraal met Israël moesten

worden besproken [sic]. Verhagen meende dat het

Dugard-rapport bevooroordeeld was om de eenvoudige

reden dat het onder auspiciën van de Arabische Liga

tot stand was gekomen. Op deze wijze heeft Verhagen

geprobeerd de discussie over een onderwerp van leven

en dood in de Tweede Kamer te smoren. Dat is hem

gelukt.

5. Ik gebruik dat begrip niet zomaar,’ zegt hij

[Rob Riemen]. ‘Ik schets in mijn boek een hele

cultuurgeschiedenis om tot de conclusie te komen

dat Wilders en zijn beweging het prototype zijn van

hedendaags fascisme. Het is waar dat fascist een

gemakkelijk scheldwoord is geworden, maar het is

niet door de woorden te veranderen dat de feiten

veranderen. […] De waarheid is dat Wilders niet is wie

hij pretendeert te zijn: de leider zonder wie Nederland

niet verder kan. Hij heeft nooit iets opgelost en hij zal

ook nooit iets oplossen. Voor je het weet, versplintert

Europa opnieuw tot een soort tribale samenleving waarin

iedereen elkaar de kop inslaat.

Bron: Knack.be

Jan Wijenberg, oud ambassadeur .

De auteur zet zich in voor de positie

van de Palestijnen en was tot 2009

voorzitter van de stichting "Stop de

Bezetting"

Jaargang 20, februari 2011, nr. 54

15


16

DE VERWANTSCHAP VAN KERNWAPENS

EN KERNENERGIE

1. Technologische achtergronden

De technologieën van kernenergie en kernwapens zijn voor een aanzienlijk deel identiek, althans voor

zover het om kernsplitsing gaat. Niet ten onrechte is Hoofdstuk 16 van het boek “De nucleaire erfenis” van

Willem de Ruiter en Bart van der Sijde (1985) getiteld met de vraag “Kernenergie en kernbewapening, een

Siamese tweeling?”

235 In 1938 ontdekten Otto Hahn en Fritz Strassmann, dat het element Uranium235 (U ) door beschieting

92

met neutronen uiteenviel in brokstukken. Daarbij kwam veel meer energie vrij dan in chemische reacties

en werd het aantal neutronen verdrievoudigd. Dat laatste feit kan leiden tot een kettingreactie. Vooral

door de analyse van de theoretisch natuurkundige Lisa Meitner werden de achtergronden van deze

verschijnselen en de enorme betekenis voor toepassingen snel begrepen. De werking van zowel

uraniumkernreactoren als uraniumatoombommen berust op kettingreacties. Die vereisen een massa van

het splijtingsmateriaal groter dan de zogenaamde kritieke massa. De kritieke massa is ongeveer 15 kg voor

235 zuiver U en neemt toe met de mate van onzuiverheid. Een uiterst belangrijke complicatie is namelijk,

92

235 dat U slechts 0,7 % uitmaakt van natuurlijk uraniumerts. De rest bestaat grotendeels uit Uranium238

92

238 235 238 (U ). De elementen U92 en U92 zijn zogenaamde isotopen, d.w.z. ze hebben hetzelfde atoomnummer

92

(92), maar verschillende atoomgewichten. Het atoomnummer bepaalt volledig het chemische karakter

van een element. Daarom zijn isotopen moeilijk van elkaar te scheiden. Die scheiding nu is essentiëel

voor uraniumverrijking: het vergroten van het bestanddeel U235. De verrijkingstechnologie is daarom van

wezenlijk belang voor zowel kernreactoren als kernwapens. Voor kernreactoren is verrijking tot ongeveer 3%

voldoende, voor kernwapens is een veel hoger percentage vereist, minstens 90%.

De meest voorkomende technologie voor de verrijking is de centrifuge, gebruikt door URENCO in Almelo en

van daaruit door spionage van de Pakistaan Khan verspreid naar Pakistan en later naar Noord Korea.

Een ander element, dat van eminent belang is voor kernwapens en kernenergie is Plutonium. Door

238 beschieting van een kern U met een neutron ontstaat onder uitzending van een elektron Plutonium,

92

239 Pu , een uiterst radioactieve en giftige stof.

93

Op grond hiervan kunnen plutoniumbommen gemaakt worden. Het ‘voordeel’ hiervan is, dat de

uraniumverrijking niet nodig is en dat de kritieke massa slechts 4,4 kg bedraagt voor zuiver Plutonium,

het ‘nadeel’ dat de technologische procedure veel moeilijker is dan die voor de uraniumbom. De

ontsteking van uraniumbommen berust eenvoudig op het afschieten van twee subkritieke massa’s op

elkaar, waardoor de kritieke massa wordt overschreden. Bij plutoniumbommen kan dat niet, omdat de

kettingreactie dan te snel van start zou gaan en tot onzekere resultaten zou leiden. Daar moet met een

uiterst nauwkeurige isotrope implosie gewerkt worden. Het mechanisme daarvoor werd in het Manhattenproject

(Amerikaans project voor de ontwikkeling van kernwapens, gestart in 1942) uitgevonden door

een team van briljante fysici waaronder Von Neumann, Tolman en Teller. Daarom is proliferatie van

uraniumbommen veel eerder te verwachten dan die van plutoniumbommen. Niettemin schijnt Noord

Korea daar reeds over te beschikken.

In een uraniumkernreactor wordt ook op deze wijze plutonium gevormd. Dat wordt normaliter als deel

van het afval afgevoerd naar opwerkingsfabrieken (La Hague in Frankrijk, Sellafield in Engeland), waar

zowel U235 als Pu239 uit afgewerkte reactorbrandstof gehaald wordt. Het kan echter ook ‘nuttig’ gebruikt

worden in zogenaamde kweekreactoren, waarvan er een dreigde te komen in Kalkar, een dreiging die

gelukkig is afgewend. Om kweekreactoren te starten is plutonium nodig, dat dus evenals het plutonium

voor bommen uit een opwerkingsfabriek gehaald kan worden. Kweekreactoren kunnen daarom tot

proliferatie van plutoniumbommen leiden.

Tot nu toe ging het hier over splijting van zware kernen, met name van Uranium en Plutonium. Daarnaast

kan nog veel meer energie worden opgewekt door kernfusie, de samensmelting van lichte kernen,

2 3 1 namelijk van Deuterium (H ) en Tritium (H1 ) Dat zijn isotopen van waterstof (H1 ). De waterstofbom is hierop

1

gebaseerd en die heeft een destructief vermogen van (tientallen) miljoenen tonnen TNT, de uraniumbom

op Hiroshima had een kracht van 15 kiloton (15000 ton). (De tonnen TNT geven het equivalent aan van de

hoeveelheid springstof zoals dynamiet, die nodig zou zijn om dezelfde destructie te bewerkstelligen.) De

technologie van waterstofbommen is zeer geavanceerd. De fusiereacties kunnen pas bij temperaturen

van de orde van honderd miljoen graden Celsius opgewekt worden. Daarom wordt een waterstofbom

ontstoken met behulp van stralingskoppeling met een splijtingsbom (Teller-Ulam-Sacharov principe), die dus

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven Jaargang 20, februari 2011, nr. 54


als het ware als ‘lont’ fungeert. Proliferatie van waterstofbommen is dan ook voorlopig zeer onwaarschijnlijk.

Hoe zit het nu met kernfusie als bron van kernenergie? Ook hier gaat het om de samensmelting van

Deuteriumkernen met andere Deuteriumkernen of met Tritiumkernen.

Dit proces moet echter gecontroleerd plaats vinden, dus in afgesloten vaten. Waterstofgas wordt op hoge

temperatuur gebracht en is dan (volledig) geïoniseerd, d.w.z. het bestaat uit elektrisch geladen deeltjes:

positieve ionen (waterstofkernen) en negatieve elektronen. Een dergelijk systeem wordt plasma genoemd.

Het is zeer moeilijk om een plasma stabiel op te sluiten en tot de benodigde extreem hoge temperatuur

(honderd miljoen graden) te verhitten. Het onderzoek op dit gebied is reeds sinds 1946 aan de gang

en is nog steeds niet voltooid. Wel zijn er grote vorderingen gemaakt. Momenteel is een experimentele

kernfusiereactor in aanbouw, “Iter” in Cadarache (Frankrijk), waar men hoopt voor de eerste keer meer

energie te produceren door kernfusie dan erin gestopt moet worden om de reacties op te wekken.

Op grond van het bovenstaande kunnen we concluderen, dat de verwantschap van kernenergie en

kernwapens niet opgaat voor kernfusie.

Kerncentrale

2. Bewapening, ontwapening en vredespolitiek

Zoals blijkt uit het voorgaande is het proliferatiegevaar beperkt tot splijtingsbommen en vooral

uraniumbommen. Vanwege de verwantschap van de technologieën is controle in het kader van het NPV

zeer moeilijk.

Iran heeft nu centrifuge installaties, maar waarschijnlijk nog lang niet genoeg voor de ontwikkeling

van uraniumbommen. Het non-proliferatieverdrag (NPV), waar Iran bij is aangesloten, verbiedt alle

niet-kernwapenstaten kernwapens te ontwikkelen (de officiële kernwapenstaten zijn de Verenigde

Staten, Rusland, China, Engeland en Frankrijk), maar biedt anderzijds hulp bij de ontwikkeling van

kernenergie, zie het voortreffelijke artikel van Bart van der Sijde in VredesTertsPeriodiek 53. Het feit, dat de

verrijkingstechnologie voor zowel kernenergie als kernwapens kan worden gebruikt, maakt de controle

hierop moeilijk. Werkt bijvoorbeeld Iran nu wel of niet aan de ontwikkeling van kernwapens?

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven

Jaargang 20, februari 2011, nr. 54

17


18

De regering van Iran beweert, dat hun verrijkingsinstallaties uitsluitend bedoeld zijn voor kernreactoren.

Alleen een volledige inventarisatie van de in Iran aanwezige centrifuges zou wellicht uitsluitsel kunnen

geven. Gezien de gebrekkige medewerking van de Iraanse autoriteiten ligt dit buiten het bereik van de

hiertoe bevoegde VN-instantie, de IAEA (International Atomic Energy Agency).

Het controle mechanisme van het NPV wordt gehinderd niet alleen door de praktische problemen van

toegang tot de te controleren installaties en gebrekkige medewerking van de betreffende regeringen,

maar vooral ook door de gebrekkige wijze waarop het NPV als zodanig functioneert. Die gebrekkigheid

manifesteert zich in de volgende drie aspecten;

1. Het onderscheid tussen kernwapenstaten en niet-kernwapenstaten is discriminerend en in principe

onrechtvaardig. Dit wordt verergerd doordat de kernwapenstaten decennia lang niet bereid of

niet in staat zijn geweest te voldoen aan artikel 6 van het NPV, dat de kernwapenstaten voorschrijft

te streven naar een spoedige volledige nucleaire ontwapening. Helaas wordt echter geen datum

in dit artikel vermeld. Dit slechte voorbeeld van de kernwapenstaten werkt proliferatie in de hand.

2. Het aan de niet-kernwapenstaten opgelegde verbod van het bezit van kernwapens en van

pogingen tot verwerving ervan is in het licht van de verwantschap van de technologieën welhaast

onverenigbaar met de positieve benadering in het verdrag van kernenergie.

3. De kernwapenstaten verergeren de discriminerende aard van het NPV door hun discriminerende

opstelling ten opzichte van potentiële kernwapens verwervende

staten. De nucleaire aspiraties van Iran worden op allerlei manieren tegengewerkt, terwijl Israël met

zijn paar honderd atoombommen volkomen ongemoeid wordt gelaten en de regering Bush jr.van

de Verenigde Staten een nucleair verdrag met India sloot, een land dat ook over kernwapens

beschikt.

Toepassing windenergie

We kunnen ons nu afvragen welke vredespolitiek optimaal zou zijn om deze problematiek aan te pakken.

-Ik denk, dat de items 1 en 3 hierboven een scherpere uitvoering van het NPV vereisen, zowel wat het

tegengaan van proliferatie betreft als met betrekking tot de nucleaire ontwapening van de officiële

en niet-officiële kernwapenstaten. Hier ligt een duidelijke taak voor de Verenigde Naties. Het probleem

daarbij is natuurlijk, dat juist de kernwapenstaten met hun vetorecht een dominante rol spelen in de

Veiligheidsraad. Hervorming van de VN en de Veiligheidsraad is noodzakelijk om dit probleem op te

lossen. De Veiligheidsraad dient te worden uitgebreid met invloedrijke landen zoals (onder meer) Brazilië,

India, Zuid Afrika, Duitsland en Japan. Het vetorecht dient te worden afgeschaft en de Veiligheidsraad

dient verantwoording af te leggen aan de Algemene Vergadering van de VN. Democratisering op

internationaal niveau is vereist. Er zijn vele serieuze pogingen ondernomen, te beginnen met een

uitgebreid plan van Secretaris Generaal Kofi Annan in 1997. Dat is nooit tot uitvoering gekomen. Ook van

verscheidene pogingen daarna is helaas niets terecht gekomen.

De hervorming van de VN en de aanscherping van het NPV dienen speerpunten van de internationale

vredesbeweging te worden.

-Item 2 is zo mogelijk een nog moeilijker probleem. Om proliferatie uit te bannen moet ook de kernenergie

bestreden worden. Het NPV zou herzien moeten worden en de aangesloten landen zouden moeten

afzien niet alleen van kernwapens, maar ook van kernenergie. Dat zal moeilijk te realiseren zijn, omdat

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven Jaargang 20, februari 2011, nr. 54


het einde van de fossiele grondstoffen in zicht is en het gebruik daarvan bovendien door vergroting van

het broeikaseffect tot klimaatverslechtering zal leiden. Een oplossing is alleen mogelijk door een versneld

omarmen van duurzame energiebronnen: zonne-energie, windenergie, biomassa en waterkracht. Een volle

inzet hierop zal kernenergie overbodig maken.

Kernfusie blijft ook een optie, omdat proliferatiegevaar daarbij afwezig is. Maar het is nog steeds de

vraag of dit ooit een efficiënte energiebron zal worden. Een vraag, die ik geneigd ben bevestigend te

beantwoorden, maar met de aantekening, dat het een extreem grootschalige en dure energiebron

zal worden, alleen geschikt voor even grootschalig gebruik in sterk geïndustrialiseerde en dicht bevolkte

gebieden.

Zonne-energie biedt op niet al te lange termijn de beste vooruitzichten, omdat het een vrijwel onbeperkte

energiebron is en omdat het onderzoek gericht op het vergroten van de efficiëntie gestaag vordert.

De conclusie is dus, dat vredespolitiek gericht moet zijn op versterking en hervorming van het NPV en de VN

en op bevordering van duurzame energie, om op deze wijze uitbanning van kernenergie, non-proliferatie

van nucleaire bewapening en totale nucleaire ontwapening te bereiken.

Toepassing zonne-energie

De auteur prof.dr. Piet

Schram is bestuurslid van

het Vredescentrum

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven

Jaargang 20, februari 2011, nr. 54

19


20

NIEUWJAARSRECEPTIE VREDESBUREAU EINDHOVEN

Het Vredesburo Eindhoven nodigde uit voor de inmiddels traditionele Nieuwjaarsreceptie op zaterdag

15 januari. De ’oase’ in de Hertogstraat was een lange namiddag en avond vol bezet met een boeiend

programma.

Na een muzikaal omlijste diashow van een vredesproject uit de VS, werden vertegenwoordigers van

verschillende vredes- jeugd- integratie- multicultureel-georiënteerde organisaties geïnterviewd over de

actuele stand van zaken, met name de huidige publieke belangstelling en de steun door de overheid.

Deze maatschappelijke organisaties waren vertegenwoordigd door:

• Patrick van der Voort ( Kleurrijke Stad): patrickvdv@kleurrijkestad.nl

• Marcel Schereurs (COS) : m.schreurs@cosbrabant.nl

• Piet de Ponti (Bureau Jeugdzorg) : P.dePont@jeugdzorg-nb.nl

• Bram Soetendal (Stedenband Eindhoven Chinandega: b.soetendal@onsnet.nu

Het resumé kan samengevat worden in de constatering dat beide punten nogal wat te wensen over laten.

Vervolgens zaten een drietal wethouders achter de forumtafel, die het verzoek kregen vanuit hun

persoonlijk standpunt op de actuele situatie binnen het thema vrede en wat daarbij om de hoek komt

kijken, te reageren. De politici waren:

• Renate Richters (Groen Links): renate.groenlinks@gmail.com

• Jan van Erp (SP): j-v-erp@tomaatnet.nl

• Christo Weijs (CDA): c.weijs@eindhoven.nl

De goede wil liet niet te wensen over, maar bezuinigingen zijn blijkbaar niet te voorkomen.

Eén van de interessante diskussie-onderwerpen, waarbij ook het publiek betrokken raakte, was de vraag of

en in hoeverre levens/kwaliteit en het effect van op vrede gerichte activiteiten te meten zijn.

Het publiek werd bij deze gelegenheid geattendeerd op de geplande Vredesconferentie in september

a.s.(zie elders in dit blad) De wethouders onvingen ook een kopie van de aanvraag voor subsidie t.b.v.

deze conferentie gericht aan het College van Burgemeester en Wethouders.

Een gemeenschappelijke ‘wereldmaaltijd’ beëindigde de zeer geslaagde bijeenkomst.

Ieder bezoeker van de receptie ontving de recente, actuele en kleurrijke nieuwsletter van het Vredesburo

met de titel ‘158’, waarmee het aantal nationaliteiten, dat in Eindhoven wordt aangetroffen, bedoeld

wordt en ’The 2011 Peace Office Eindhoven cdrom Peace to All’ met een ook visueel rijk programma.

Kortom een receptie met een zeer waardevolle inhoud – naast de gebruikelijke nuttige netwerking.

RedPS

Een verzameling vredestekens

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven Jaargang 20, februari 2011, nr. 54


DE ENIGE PAGODA VAN WEST-EUROPA

in Friesland

Het enig boeddhistisch heiligdom, een stoepa of pagoda, tussen de Noordzee en de Alpen bevindt zich

te Hantum in Friesland.( zie foto) Pagoda’s of stoepa’s zijn tekens van inkeer en vrede en symboliseren het

cosmische en universele zijn, onafhankelijk van welke andere levensbeschouwing of religie dan ook.

In het begin van de jaren 1970 werd het centrum Karma Deleg Chö Phel Ling in Hantum gevestigd.

Dit was de tijd van de ;Flower Power’en de Hippies met merkwaardige, niet door iedereen aanvaarde

bijverschijnselen, maar ook met een eerlijke, geestelijke openheid, die vooral uiterlijke conventies achter

zich liet. In 1991 werd door het genoemde centrum ook een stoepa gerealiseerd, om de transcendente

basis die aan ons aller bestaan ten grondslag ligt tot uitdrukking te brengen, en gelukbrengend en

stoffelijk,uit te drukken.

De vier zogeheten Onmetelijkheden brengen de inherente boodschap onder woorden :

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven

De Vier Onmetelijkheden

Moge alle wezens geluk verkrijgen en de oorzaken van geluk kunnen scheppen.

Moge zij allen vrij zijn van het lijden en van het scheppen van de oorzaken van lijden.

Moge zij dat nobele geluk vinden dat nooit door lijden kan worden besmeurd.

Moge zij allen universeel en onpartijdig meedogen kunnen opbrengen, voorbij wereldse

vooroordelen ten opzichte van vriend of vijand - voor alle levende wezens.

Stoepa te Hantum in Friesland

Een bezoek aan deze stoepa kan buitengewoon stimulerend zijn.

Jaargang 20, februari 2011, nr. 54

21


22

FELICITATIES VOOR 30 JAAR

UNIVERSITY FOR PEACE

Eind afgelopen jaar bestond de Vredesuniversiteit in Costa Rica 30 jaar. We brengen hier de korte tekst over

de University for Peace, zoals die op de homepage van de universiteit staat :

Headquartered in Costa Rica, the United Nations-mandated University for Peace was established in

December 1980 as a Treaty Organization by the UN General Assembly. As determined in the Charter of the

University, the mission of the University for Peace is: “to provide humanity with an international institution of

higher education for peace with the aim of promoting among all human beings the spirit of understanding,

tolerance and peaceful coexistence, to stimulate cooperation among peoples and to help lessen

obstacles and threats to world peace and progress, in keeping with the noble aspirations proclaimed in the

Charter of the United Nations.”

To ensure academic freedom, the University was established under its own Charter, approved by the

General Assembly. UPEACE is not subject to UN regulations and is directed by its own Council of renowned

Campus Peace University Costa Rica

personalities with expertise in peace and security matters. This has allowed the University to move rapidly

and to innovate, focusing its new, rigorous academic programme on the fundamental causes of conflict

through a multidisciplinary, multicultural-oriented approach.

The wider mission of the University should be seen in the context of the worldwide peace and security

objectives of the United Nations. The central importance of education, training and research in all their

aspects to build the foundations of peace and progress and to reduce the prejudice and hatred on which

violence, conflict and terrorism are based is increasingly recognized. The Charter of the University calls

for UPEACE “to contribute to the great universal task of educating for peace by engaging in teaching,

research, post-graduate training and dissemination of knowledge fundamental to the full development of

the human person and societies through the interdisciplinary study of all matters related to peace”.

Funding of UPEACE programmes comes from the support of a number of donor governments, foundations

and institutions who believe in the mission of the University. Fundraising for an endowment fund is in progress.

The vision of UPEACE is to become a network of collaborating UPEACE centres and activities in different

regions, guided from its headquarters in Costa Rica and cooperating with a large number of universities,

NGOs and other partners on education and research for peace.

De activiteiten van de universiteit zijn gebaseerd op een handvest, dat in vier punten kernachtig is

geformuleerd :

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven Jaargang 20, februari 2011, nr. 54


The Charter of the University sets out in its appendix the following general principles:

1. The persistence of war in the history of mankind and the growing threats against peace in recent

decades jeopardize the very existence of the human race and make it imperative that peace

should no longer be viewed as a negative concept, as the end of conflict or as a simple diplomatic

compromise, but rather that it should be achieved and ensured through the most valuable and

most effective resource that man possesses: education.

2. Peace is the primary and irrevocable obligation of a nation and the fundamental objective of the

United Nations; it is the reason for its existence. However, the best tool for achieving this supreme

good for humankind, namely education, has not been used.

3. Many nations and international organizations have attempted to attain peace through

disarmament. This effort must be continued; yet facts show that man should not be too optimistic

as long as the human mind has not been imbued with the notion of peace from an early age. It is

necessary to break the vicious circle of struggling for peace without an educational foundation.

4. This is the challenge that now faces all nations and all men as the twenty-first century approaches.

The decision must be made to save the human race, which is threatened by war, through education

for peace. If education has been the instrument of science and technology, there is all the more

reason to use it to achieve this primary right of the human being.

Kennis nemend van de inzichten en principes die ten grondslag liggen aan de doelen en middelen die

de Vredesuniversiteit in Costa Rica gebruikt, is het verbazingwekkend te zien, dat vrijwel geen andere

universiteit in de wereld, geen een met UPEACE vergelijkbare faculteit heeft ingesteld.

We wensen UPEACE ter gelegenheid van haar 30-jarig bestaan heel veel sterkte en succes toe !

RedPS

studenten van de University for peace Costa Rica

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven

Jaargang 20, februari 2011, nr. 54

23


24

SCHETS PLANNINGACTIVITEITEN

VREDESCENTRUM

KORTE EN LANGERE TERMIJN

Programma Vredescentrum ( SVCE )

Schets planningactiviteiten voor 2011 en later

SVCE houdt zich bezig met deskresearch, bezoek en registratie van trends en

evenementen van geestverwante verenigingen en instituten t.b.v. actuele informatie en

netwerking.

SVCE verzorgt de 4-maandelijkse uitgave van het tijdschrift VredestertsPeriodiek, jaargang

20 (voor zover niet gedeeltelijk vervangen door Book of Abstracts en Book of Proceedings

van de geplande 2nd International Conference on 22-23 september 2011.

SVCE organiseert (twee)jaarlijks een grote informatieve activiteit met daarnaast debatten

en/of forums. Zo is het Vredescentrum bezig met de organisatie van de 2nd International

Conference on Science,Technology and Peace in Eindhoven tijdens de Vredesweek van

2011. Hiervoor is omvangrijke voorbereiding, begeleiding en nabewerking nodig. In het

zicht van de conferentie staan we o.a. voor de volgende opgaven:

• de verwerving van projectsubsidies;

• de inhoudelijke en logistieke organisatie;

• de electronisch -digitale verspreiding van de inhoud;

• de uitgave van het "Book of Abstracts" en het "Book of Proceedings" ;

• het houden van een enquête en terugkoppeling daarvan met de deelnemers.

SVCE ondersteunt de ontwikkeling en uitwerking van voorstellen voor invulling van het

Vredespad in het Bosrijk (Arboretum) in Meerhoven als het Vredespark van Eindhoven.

Sinds 1993 werkt de Gemeente Eindhoven mee aan de realisering van een Vredespark

in Eindhoven. Momenteel is- na tal van uitgewerkte voorstellen voor verschillende

locaties- het stadium bereikt dat een Vredespad in het Bosrijk [ Arboretum] in Meerhoven

aangelegd zou kunnen worden. Langs dit Vredespad zouden zeven "Vredesdisplays"

geplaatst kunnen worden.. Uitsluitsel daarover is in beraad. De "Vredesdisplays" kunnen

desgewenst ook "geadopteerd worden"

SVCE is bezig met de uitwerking van een boodschap aan alle volkeren en betrokken

niet-gouvernementele organisaties. Deze boodschap dient een gegronde motivatie en

een praktische strategie te bevatten voor een systematische realisering van nationale

en mondiale vredesopbouw.Dit project verkeert nog in "stadium nascendi" Het nodige

onderzoek en het daarop aansluitende brainstormen is net begonnen.Samenwerking

met de Avaaz- organisatie wordt overwogen omdat deze organisatie inmiddels over de

nodige ervaring beschikt met succesvol digitaal actie voeren in conflictueuze situaties.

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven Jaargang 20, februari 2011, nr. 54


Peace Pelgrim

”We beoordelen alles alsof we het centrum van het

universum zijn.”

Mildred Lisette Norman (1908-1981) legde – wandelend

voor de wereldvrede – meer dan

40.000 km in de VS, haar geboorteland af. Jarenlang haar

ene voet voor de andere zettend, zonder bagage en

zonder geld, ontmoette ze op haar weg overal mensen

van goede wil en gastvrijheid. Wat haar dreef en wat

verantwoordelijk is voor de inspirerende uitwerking die

Peace Pilgrim op haar omgeving had, komt treffend tot

uitdrukking in haar woorden :

“In werkelijkheid zijn we natuurlijk allemaal cellen

van het lichaam van de mensheid. We zijn niet

afgesneden van onze medemensen. Alleen vanuit

dit hogere perspectief kun je weten wat het

betekent je naaste lief te hebben als jezelf. Vanuit

dit hogere perspectief is er maar een manier van

werken realistisch en dat is die ten bate van het

geheel. Zolang je werkt voor je eigen kleine zelf ben

je slechts een cel tegenover al die andere cellen.

Zodra je begint te werken voor het geheel, zul je

voelen dat je met al je medemensen in harmonie

leeft.”

Mildred Lisette Norman, De weg naar Vrede,2002

Er zijn geen vijanden,

we hebben allemaal hetzelfde doel :

het behoud van onze planeet.

wie kan daartegen zijn ?

Mathis Wackernagel, De Kleine Aarde, 2007

Innovatie

Van ‘’Innovatie’’ kan alleen sprake zijn,

indien Duurzame Ontwikkeling en

Duurzame Vrede ermee ondersteund wordt.

World

meditation

day

KORTE BERICHTEN

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven

Literatuur over geweldloosheid

Aan de tijdschrift Beweging voor geweldloze kracht

of wel het Handboek Vredevolle Samenleving

ontnemen we een aantal zeer interessante

boekaankondigingen

Zie ook: www.geweldlozekracht.nl

Gene Sharp

Waging Non-Violent Struggle,

20 th Century Practice and 21 st Century Potential

Peter Ackerman en Christopher Krueger

Strategic Nonviolent Conflict,

The Dynamics of People Power in the Twentieth Century

Robert J. Burrowes

The Strategy of Nonviolent Defense,

A Gandhian Approach

Via de boven opgevoerde website kunnen nadere

gegevens over de boeken worden verkregen.

RedPS

Oproep voor hulp

De Stichting Vredescentrum Eindhoven heeft

dringend werkondersteuning op verschillende

terreinen nodig en biedt daarom voor de volgende

deeltijdsactiviteiten uitdagende vrijwilligersplaatsen

aan :

De eindredactie van de voor u liggende

viermaandelijkse VredesTertsPeriodiek – VTP;

Het mede-uitwerken van projecten in het kader van

het programma van het Vredescentrum;

De mede-ontwikkeling van het toekomstige

programma van het Vredescentrum;

Assistentie bij het vinden van subsidiebronnen en bij

het indienen van subsidie-aanvragen;

Ondersteuning bij het houden van bijeenkomsten,

zoals beraadslagingen, debatten, symposia.

Hierbij is het ook mogelijk dat de ene met de andere

taak gecombineerd wordt.

Belangstellenden zijn van harte uitgenodigd een

solicitatie met een C.V. te sturen en contact op te

nemen met het secretariaat voor een afspraak.

secr.svce@stichtingvredescentrumeindhoven.nl

Jaargang 20, februari 2011, nr. 54

25


26

CALL FOR PAPERS

PROVISIONAL ANNOUNCEMENT

2 ND INTERNATIONAL CONFERENCE

SCIENCE, TECHNOLOGY, AND PEACE

FROM CONSUMPTION-DRIVEN SOCIETIES AND A FUNDAMENTALLY

DIVIDED WORLD TOWARDS A GLOBE OF SUSTAINABILITY, JUSTICE, AND PEACE

ORGANISED BY THE

EINDHOVEN PEACE CENTRE FOUNDATION

(STICHTING VREDESCENTRUM EINDHOVEN - SVCE)

EINDHOVEN UNIVERSITY OF TECHNOLOGY – TU/e (RESERVEDLY)

THURSDAY 22 AND FRIDAY 23 SEPTEMBER 2011

NEAR TO THE ONE DAY PEACE – THE INTERNATIONAL DAY OF PEACE

Five years after the successful Expert Meeting, the first ’International Conference Science, Technology, and Peace on Conversion and

Transformation‘, the Eindhoven Peace Centre Foundation organizes a second one in the frame of urgent themes.

The 2011 Peace Conference gives the opportunity for dealing with the burning questions of ending resources, one-sided over/

consumption, ecological, economic, political, social, cultural, and religious systems, and a far spread diversity in an age of globalization

and world-engulfing information technology, where extreme poverty, health, justice, and emancipation problems as well as individual

and inner peace demand more and more attention.

In September 2011 we expect again, beside a number of committed keynote addresses, creative and vital contributions to the burning

theme of this conference, to be held in the Brain Port City Eindhoven, the ’City of Light’ in The Netherlands.

Everybody, particularly scientists and technologists, supporting the different paths towards World / Peace, is kindly invited to present his

or her fundamental ideas and practical proposals at the International Conference on Science, Technology, and Peace with as main

theme From Consumption-Driven Societies and a Fundamentally Divided World Towards a Globe of Sustainability, Justice, and Peace’

Potential speakers and poster presenters are kindly invited to send an abstract of their paper and/or poster - as soon as possible.

CONFERENCE FEES

INCLUDING COFFEE, TEA, AND LUNCHES (IN CASE OF (AN EXPECTED) SUPPORT, FEES COULD GET LOWER)

DELEGATES WITH PAPER PUBLICATIONS IN THE PROCEEDINGS E 190,-, VISITORS E 110,-, AND STUDENTS E 45,-

SUBMISSION OF PAPERS

to be send electronically

ABSTRACTS FOR PAPERS AND POSTERS 1 ST OF MARCH 2011

CONFIRMATION 31 ST OF MARCH 2011

FULL PAPER READY FOR PRINT 1 ST OF JUNE 2011

THE ABSTRACT SHOULD CARRY - BESIDE A (SUB)TITLE (BOLD WRITTEN) AND THE NAME/S AND ADDRESS/ES OF THE AUTHOR/S - THE RELATED

TOPIC/S, MAX. 5 KEYWORDS, A SUMMARY OF MAX. 500 WORDS, ALL TOGETHER MAX. 1 A4, LETTER TYPE ’TIMES NEW ROMAN 12 POINT, TO

BE SEND ELECTRONICALLY TO : secr.svce@stichtingvredescentrumeindhoven.nl

THERE ARE 5 PEACE-RELATED TOPICS

ENDING RESOURCES AND EXPLOITED ECOSYSTEMS

OVER/CONSUMPTION, ARMAMENT PRODUCTION, ECONOMY

NATIONAL AND GLOBAL POLITICS AND JUSTICE

INFORMATION TECHNOLOGY AND PEACE TECHNOLOGIES

SCIENCE OF PEACE, ART, SOCIAL-CULTURAL, AND RELIGIOUS ASPECTS

A SCIENTIFIC COMMITTEE OF THE PEACE FOUNDATION WILL CHECK THE QUALITY OF THE CONTRIBUTIONS

E-MAIL : secr.svce@stichtingvredescentrumeindhoven.nl

WEBSITE : www.stichtingvredescentrumeindhoven.nl

STICHTING VREDESCENTRUM-EINDHOVEN-PEACE CENTRE FOUNDATION

C.O. GREEN CROSS NEDERLAND, LEEMKUIL 31, 5626 EA EINDHOVEN THE NETHERLANDS

PHONE +31 (0)40 2329 005, FAX +31 (0)40 78 78 788

CHAMBER OF COMMERCE BRABANT 17 22 88 46,

ING BETAALREK. 423.62.62, BIC/SWIFT: INGBNL2A, IBAN: NL83INGB0004236262 of StichtingVredescentrumEindhoven

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven Jaargang 20, februari 2011, nr. 54


TUE COLLEGE

T ECHNIEK

V REDE

V EILIGHEID

Verslag College Techniek, Vrede en Veiligheid 2010

Gastdocent op het eerste college was de

PvdA woordvoerder buitenland in de Tweede

Kamer ir. Martijn van Dam, een oud-student van

de TU/e. Hij hield een interessant college over

de verantwoordelijkheid van de ingenieur. Als

voorbeeld gebruikte hij de grondstoffen, of beter

gezegd de edele metalen die worden gebruikt in

mobiele telefoons. Iedereen gebruikt die dingen,

maar realiseert zich niet wat er allemaal inzit en hoe

de fabrikanten aan die materialen komen.

De meest essentiële metalen bijvoorbeeld

worden gewonnen in Afrika. De omstandigheden

voor de mijnwerkers in Oost-Congo zijn

mensonwaardig. De mijnwerkers zijn een soort

lijfeigenen van de militieleiders die het in die regio

voor het zeggen hebben. De gewonnen metalen

worden met grote winsten verkocht via louche

tussenhandelaren. De fabrikanten vragen liever

niet al te veel want ze hebben die metalen nodig

en hoe het spul gewonnen wordt interesseert ze

maar weinig. Ingenieurs zouden hierbij vragen

moeten stellen en van de grote concerns eisen dat

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven

ze verantwoording afleggen voor de wijze waarop

ze aan hun grondstoffen komen. Kortom een

interessant college dat werd bijgewoond door ruim

120 studenten en toehoorders van buiten. Dit jaar

namen 41studenten deel aan de tentamens. Vijf

studenten schreven een scriptie. In totaal leverde

dit ten slotte 137 studiepunten op. Dit waren er 26

minder dan het jaar ervoor. Het opbrengstpatroon

aan studiepunten vertoont al enkele jaren een

zaagtand-beeld. Dat wil zeggen ups en downs rond

de vijftig, zestig met de laatste twee jaar een licht

neergaande trend. Het ziet er echter naar uit dat

dit jaar weer wat meer studenten aan het college

deelnemen.

Veranderingen bij het college

Dit jaar ben ik voor het laatst coordinator van het

College Techniek, vrede en Veiligheid. Het is de

bedoeling dat volgende jaar prof. dr. Ruth Oldenziel

en dr. Giel van Hooff mijn taak overnemen. Ik heb

de zaken bij Techniek, Vrede en Veiligheid altijd

met veel plezier geregeld. Dankzij de medewerking

van de studenten, de betrokken docenten en

last but not least Hendrik Venema is het aantal

deelnemers aan het college in de laatste twaalf

jaar toegenomen van 30 a 40 tot 50 a 60 met wat

uitschieters naar boven. De beoordelingen door de

studenten/deelnemers aan het college lagen altijd

ruim boven het gemiddelde. Het blijft echter van

groot belang om de zaken goed te volgen en alert

te reageren op ontwikkelingen op het terrein van

buitenlandse betrekkingen en technologie en been

ontwapening.

Hans Schippers

Jaargang 20, februari 2011, nr. 54

27


28

Gemeentelijk beraad omtrent Vredespad

De planning tot realisatie van een Vredespad binnen

het Bosrijk, de nieuwe naam voor het Arboretum, dat

van Oirschot naar Meerhoven verplaatst wordt, komt

nu blijkbaar toch dichterbij .

Net nog voor sluiting van de redactie bereikte ons

de mededeling van de gemeentelijke projectleider

Marcel van Meel, dat ook BOA onder leiding van

de landschapsarchitect Frans van der Steen, samen

met Riede, Mol & Donkers, bij het project worden

betrokken. Naar aanleiding van een in mei 2010

gehouden workshop heeft BOA verdienstelijk

werk verricht met het maken van een schetsboek

aangaande de inpassing van een Vredespad in het

Arboretum.

Na afloop van de beraadslagingen, die daarover

binnen de gemeente Eindhoven één dezer dagen

plaatsvinden, horen we van de verdere vooruitgang.

RedPS

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven Jaargang 20, februari 2011, nr. 54


7th International Conference of Museums for Peace

Barcelona International Peace Center, Montjuïc Castle, 4-7 May 2011

The Role of Museums in the Transformation of

a Culture of War & Violence to

a Culture of Peace & Nonviolence

CONFERENCE PROGRAMME (TENTATIVE 1-2-2011)

The Role of Museums in the Transformation of a Culture of

War & Violence to a Culture of Peace & Nonviolence

EARLY REGISTRATION ENDS ON 15 FEBRUARY 2011

REGISTRATIONS WILL BE TAKEN INTO ACCOUNT IN ORDER OF ARRIVAL AND PAYMENT, GIVEN

THE LIMITATION ON THE NUMBER OF PARTICIPANTS (60). PRIORITY IS GIVEN TO THOSE WHO ARE

REGISTERED AS AN INMP ASSOCIATE.

See also the website for more information and registering.

http://www.museumsforpeace.org/

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven

Jaargang 20, februari 2011, nr. 54

29


30

C ONSIDERATIONS

A Day, Beyond Time

July 25 th , ’The Day, Beyond Time’ or ’the day out of time’ is celebrated worldwide since 1992. Everyone is

invited to organize during this day a festival in its own community. The Day beyond Time is auspicious for

Universal Peace, Reconciliation, and the Experience of Harmony in a New Age: an Age of Nature and

Mutual Connections.

This special day is derived from the Moon Calendar of 13 moon months, each of 28 days and nights, what

amounts to 364 days plus the 1 Day – ’Beyond’, which together make the usual 365 days of the year. The

Thirteen Months Calendar starts on the 26 th of July in line with the generally used Gregorian calendar – just

after the Day, Beyond Time.

We already discussed The One Day Peace, 21 st of September earlier in this column. The conclusion was, that

”One Peace Day” should gradually be extended to an “One Peace Week”, to an “One Peace Month” and

finally to a “Peace Year”. And when we arrive at that stage, we could have one day per year to remember

the terribly violent past – albeit virtually – to keep in our minds what never should happen again.

The “One Day Peace” has already, with “The Day, Beyond Time”, a brother – or a sister day at which

not only armistices could be remembered, but Peace should be provoked and supported particularly via

Cultural Festivals because:

“Where there is peace there is culture, where there is culture there is peace”.

A quotation by Nicholas Roerich (1874-1947), who founded with broad international support The Peace

Pact in 1935, and he also designed – being a remarkable painter – The Peace Banner.

Thus, culture can and should play an important role in the process of Peace Building.

Already in 2006, in the VredesTertsPeriodiek nr. 43 1 , we spent attention to these items, just two decades after

the International Year of Peace in 1986, [which was another important issue in that edition.]

There are many people around the world supporting various ways towards World/Peace. The challenge is

how to bundle these efforts effectively?

It seems there is no clear recipe. But we have to find ways and means for a peaceful sustainable

development both on short and long term.

There are many organizations and individuals around the world , such as the United Nations, as well as

some “United Peoples Approaches” , a World Shift Council, and various individual attempts towards World

Peace.

Again, the question arises – how to unite all these positive initiatives into a combined force which can turn

the world into a peaceful environment ?

Could perhaps the World Wide Web be an effective mechanism for bundling all the peace- initiatives into

a comprehensive all embracing effort for peace building world-wide. iIt should be organized in such a way

that there will be no other way anymore than to co-operate and collaborate honestly in solving the world

problems ?

We do hope so – and A Day, Beyond Time could possibly effectively help to bring the good intentions in the

hearts and minds of the people of the world.

Peter Schmid.

1 VT 43, april 2006,Al meer dan 70 jaar Pax Cultura, page 30

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven Jaargang 20, februari 2011, nr. 54


VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven

Jaargang 20, februari 2011, nr. 54

31


32

STICHTING VBREDESCENTRUM EINDHOVEN

REDACTIEADRES:

STICHTING VREDESCENTRUM EINDHOVEN

REDACTIEADRES:

GREEN CROSS NEDERLAND

LEEMKUIL 31

5626 EA EINDHOVEN

TEL: 040 7878787

FAX: 040 7878786

EMAIL: secr.svce@stichtingvredescentrumeindhoven.nl

WEB: www.stichtingvredescentrumeindhoven.nl

KvK Brabant 17228846

ISSN: 0926-6992

VredesTertsPeriodiek Stichting Vredescentrum Eindhoven Jaargang 20, februari 2011, nr. 54

More magazines by this user
Similar magazines