Printversie wandeling (PDF) - Evangelisch-Lutherse Gemeente ...

luthersamsterdam.nl

Printversie wandeling (PDF) - Evangelisch-Lutherse Gemeente ...

Stadswandeling door Luthers Amsterdam

Sinds 1588 heeft Amsterdam een Lutherse gemeente. Klein begonnen groeit de gemeente snel en aan het eind van de

Gouden Eeuw is bijna twintig procent van de Amsterdamse bevolking luthers. De Oude Lutherse kerk op het Spui en de

Ronde Lutherse kerk op de Singel getuigen van het belang van lutheranen in Amsterdam. Maar in de geschiedenis van de

Amsterdamse lutheranen hebben ook minder bekende gebouwen een rol gespeeld: weeshuizen, hofjes en kerken die

vaak hun oorspronkelijke functie verloren hebben. Op deze wandeling leert u ze kennen.

De wandeling begint bij het Centraal Station, en brengt u via de Brouwersgracht naar de Jordaan, en vandaar via de

grachten naar de Oude Lutherse kerk op het Spui. De verlenging van de wandeling gaat vervolgens via de

Kloveniersburgwal naar het oosten van het centrum en eindigt bij de Plantage Kerklaan.

Van Centraal Station naar Oude Lutherse kerk duurt de wandeling ongeveer anderhalf tot twee uur. Met de verlenging

erbij duurt de wandeling ongeveer een uur langer.

Tijdens de wandeling vindt u op meerdere plaatsen openbaar vervoer waarmee u terug kunt reizen naar het Centraal

Station.


Routebeschrijving

De wandeling begint bij Amsterdam Centraal Station. Vanaf de voorkant van het Centraal Station steekt u via

het Stationsplein de Prins Hendrikkade over. Sla voor hotel Victoria rechtsaf en volg de Prins Hendrikkade

naar rechts tot aan de Singel. Voor de brug gaat u linksaf de Singel op. Na ongeveer 100 meter komt u bij de

Ronde Lutherse kerk.

De Ronde Lutherse Kerk aan het Singel

De bouw van de Ronde Lutherse Kerk, de tweede lutherse kerk in

Amsterdam, begint in 1668. In 1671 wordt de kerk geopend. Van

het gereformeerde stadsbestuur mogen de lutheranen geen kerk

met een toren bouwen. De architect, Adriaan Dortsman, bouwt

daarom een kerk met een imposante koepel die ver boven de

bestaande zeventiende-eeuwse bebouwing uitsteekt. Bovenop de

koepel wordt een lutherse zwaan als windwijzer geplaatst. Op de

begane grond en de gaanderijen kunnen vijfduizend mensen een

plaats vinden. Het orgel, gebouwd door Cornelis Hoornbeek, wordt

pas in 1719 in gebruik genomen.

Ruim honderd jaar later, in 1822, brandt de kerk grotendeels af.

Al snel wordt begonnen met de wederopbouw. Stadarchitect Jan

de Greef tekent voor de herbouw op basis van de oorspronkelijke

bouwplannen. Het nieuwe orgel wordt gebouwd door Jonathan

Bätz en in 1830 in gebruik genomen. De kerk heeft een

uitstekende akoestiek en wordt veel gebruikt voor concerten.

Sinds 1935 is het gebouw niet meer in gebruik als kerk. Na een

periode van verval wordt de kerk sinds 1975 gebruikt als cultuur-

en congrescentrum eerst door het Amsterdam Sonestahotel en

thans door het Amsterdam Renaissance hotel. In 1993 ontstaat

opnieuw brand in de kerk, waardoor grote schade optreedt. De

vele miljoenen kostende restauratie duurt tot 1995. Bij bijzondere

gelegenheden maakt de lutherse gemeente nog steeds gebruik van de kerk.

Ronde Lutherse Kerk

Korte geschiedenis van de lutheranen in Amsterdam

Het stichtingsjaar van de Evangelisch-Lutherse Gemeente is 1588. In dat jaar wordt aan de burgemeesters van Amsterdam een

samenvatting van het lutherse geloof overhandigd. De nieuwe kerk geeft zichzelf de naam "Christelijke gemeente toegedaan de

Augsburgse Geloofsbelijdenis". Pas later wordt de naam veranderd in 'Evangelisch-Lutherse gemeente', ontleend aan de naam van

de kerkhervormer Maarten Luther (1483-1546).

Vanaf 1600 komt de jonge gemeente bijeen in een pakhuis aan het Spui op welke plaats in 1633 de Oude Lutherse kerk wordt

geopend. In de decennia daarna groeit de kerk snel, vooral dankzij de vele lutherse immigranten uit Duitsland en later uit

Scandinavië. In de eerste dertig jaar van het bestaan van de gemeente wordt er regelmatig in het Duits gepreekt. In 1669 telt de

gemeente 26.000 leden, ongeveer twintig procent van de stadsbevolking.

In 1792 leidt een strijd tussen vrijzinnige en rechtzinnige lutheranen tot de afscheiding van de 'Hersteld Evangelisch-Lutherse

gemeente. Pas in 1952 komt aan de afscheiding een eind door de fusie van de beide kerken.

In de negentiende en vooral de twintigste eeuw breidt de stad zich uit. Het kerkelijk leven verplaatst zich van het centrum van de

stad naar de buitenwijken waar nieuwe kerken en wijkgebouwen ontstaan. De laatste decennia wordt in sommige van deze kerken

samengewerkt met de hervormden en gereformeerden.

De huidige lutherse gemeente van Amsterdam heeft tegenwoordig een kleine 1000 belijdende leden alsmede zo'n 2000 doopleden.

Ga terug naar de brug over de Singel en sla na de brug direct linksaf. Zowel van de brug als van de overkant

van de Singel heeft u goed zicht op de Ronde Lutherse kerk. Na ongeveer 40 meter gaat u rechtsaf de

Brouwersgracht op. Volg deze tot u bij een plein komt, de Herenmarkt. Op het plein ziet u de achterkant van

het West-Indisch Huis. Sla aan het begin van het plein rechtsaf en loop langs het West-Indisch Huis naar de

Haarlemmerstraat.


West Indisch Huis

In het West Indisch Huis op de Herenmarkt lag ooit de beroemde

zilverschat van Piet Hein opgeslagen (de geldkisten zijn nog in

eigendom bij een lutherse stichting). Gebouwd in 1617 dankt het

gebouw zijn naam aan de periode tussen 1623 en 1647, toen de

Heren Negentien van de West-Indische Compagnie hier

bijeenkwamen. Daarna wordt het een ‘herenlogement’, een

herberg voor voorname gasten.

Van 1825 tot 1954 is in het gebouw het Wees en Oudeliedenhuis

van de Hersteld Evangelisch-Lutherse Gemeente gevestigd. In

1873 wordt een nieuwe vleugel aan het gebouw gebouwd met

daarin ook een nieuwe kerkzaal. Het weeshuis heeft een

vergunning om varkens te houden in de varkensstal aan de

Herenmarkt. In de fronton aan de Haarlemmerdijk is nog de

Lutherse zwaan te zien die in die tijd geplaatst is.

In 1954 wordt het gebouw verkocht aan een groothandelaar in

textiel. Na een brand in 1975 wordt het in 1981 gerestaureerd.

Sindsdien wordt het West Indisch Huis onder meer gebruikt als

trouwlocatie.

Loop langs de voorkant van het West-Indisch Huis

(nummer 75) en sla direct daarna linksaf, terug naar de

West Indisch Huis

Brouwersgracht. Vervolg de wandeling over de

Brouwersgracht. Op het stuk tussen de Binnenbrouwersstraat en de Prinsengracht ziet u aan de overzijde

het grote pakhuis De Kroon (huisnummers 75 en 77).

Pakhuis De Kroon

Op de nummers 75 en 77 van de Brouwersgracht ligt het pakhuis

De Kroon. Vanaf 1658 komt de lutherse gemeente hier bijeen

omdat er te weinig ruimte is in de kerk aan het Spui. Na de

opening van de Ronde Lutherse kerk in 1671 wordt de Kroon niet

meer gebruikt.

pakhuis De Kroon

Loop door tot aan de Prinsengracht, steek de brug naar

links over en direct daarna de brug naar rechts over de Prinsengracht. Vervolg de wandeling over de

Prinsengracht langs de Noordermarkt tot aan de Tuinstraat, waar op de nummers 35 tot 49 het

ClaesClaeshofje gevestigd is. De ingang tot het hofje is om de hoek in de Eerste Egelantiersdwarsstraat.

Claes Claeszhofje

Op de nummers 35 tot 49 van de Tuinstraat is het Claes Claeszhofje gevestigd. Het huidige complex is een samenvoeging

van drie oudere hofjes: het oude Claes Claeszhofje, het Anslo’s hofje en het Zwaardvegershofje. De ingang van het

huidige hofje is om de hoek in de Egelantiersdwarsstraat.

Het Zwaardvegershofje – een viertal huisjes aan de

Zwaardvegersgang - wordt gesticht in 1739. De huisjes in het

hofje – bezit van de lutherse diaconie - zijn bestemd voor

armlastige weduwen en ongehuwde vrouwen.

In 1909 stoot de diaconie het hofje af . In plaats van het

Zwaardvegershof - en enkele andere hofjes – wordt het veel

grotere Lutherhof aan het Staringplein in Amsterdam-West

gebouwd.

Het Zwaardvegershofje dankt zijn naam aan een oude ambacht.

Een zwaardveger was een smid die blanke wapens (zoals

zwaarden) maakte. Voordat het een hofje werd woonden er enkele

wapensmeden in de huisjes aan de Zwaardvegersgang.

Loop terug naar de Tuinstraat en vervolg die. Sla links de

Tweede Egelantiersdwarsstraat in en loop door de Eerste

Nieuwe gevelsteen van het Claes Claeshofje

Leliedwarsstraat tot aan de Bloemgracht. Sla hier voor de

brug rechtsaf. Na een twintigtal meter ziet u aan de overkant van de gracht (op nummer 65) het gebouw

waar het eerste lutherse ziekenhuis gevestigd was.


Het Lutherse ziekenhuis

Sinds 1886 zijn er lutherse diaconessen in onze stad. In 1890 wordt Bloemgracht 65 hun ‘moederhuis’, de plaats waar de

diaconessen wonen en van waar de diaconessenarbeid uitging. In 1892 kreeg het gebouw ook de functie van een

ziekenhuis. Er waren twaalf bedden, uitsluitend voor vrouwelijke patiënten.

De diaconessen woonden ín het ziekenhuis. Het waren ongehuwde vrouwen of weduwen die hun leven wijdden aan het

verplegen van zieken. De diaconessen sliepen in het moederhuis waar een overste, Moeder genoemd, de scepter zwaaide.

Naast kost en inwoning kregen de pleegzusters niet meer dan een zeer bescheiden zakgeld. De diaconessen mochten

geen burgerkleding dragen en werden geacht kuis te leven.

Het gebouw wordt in 1898 verlaten wanneer een nieuw ziekenhuis aan de Koninginneweg (in de buurt van het

Vondelpark) in gebruik wordt genomen.

Diaconie

De diaconie biedt hulp aan armen en zwakken. Het woord 'diaconie' komt van het Griekse 'diakonia', dat letterlijk 'dienst' betekent.

Diaconie is dienst aan mensen, door christenen verricht uit liefde tot God.

Vanaf de zestiende eeuw zorgt de diaconie van de lutherse gemeente voor hulpbehoevende lutheranen in Amsterdam. Voor de

wezen, de ouden, en de armen worden de hofjes, weeshuizen en oude mannen- en vrouwenhuizen gebouwd die we nu nog in de

stad terugvinden. In de negentiende eeuw komen daar de instellingen van de diaconessen bij die actief zijn in de wijkverpleging en

later ook zieken verzorgen in een eigen ziekenhuis.

Met het ontstaan van de verzorgingsstaat in de twintigste eeuw verandert de rol van de diaconie. Onder het motto 'Helpen waar

geen helpers zijn' biedt de diaconie nog steeds steun aan mensen die tussen wal en schip vallen. Ook zijn de hofjes nog steeds in

gebruik.

Vervolg de tocht langs de Bloemgracht. Sla de eerste brug linksaf over en loop via de Tweede

Bloemdwarsstraat naar de Rozengracht. Steek die over en vervolg de wandeling via de Eerste

Rozendwarsstraat en loop door tot aan de Lauriergracht. Sla hier voor de brug rechtsaf. Op de nummers 112

tot 118 vindt u het vroegere Lutherse weeshuis. Steek de gracht over om beter zicht te krijgen op het pand.

‘De Laurier’ (Lauriergracht 112-118)

In 1678 wordt het Lutherse Weeshuis aan de Lauriergracht

opgericht. Het weeshuis wordt ook wel ‘De Laurier’ genoemd en is

meerdere keren uitgebreid. De huidige voorgevel is uit 1757. Het

gebouw is een schenking van de lutherse koopman Jan Geerkens.

In het weeshuis wordt onderwijs gegeven dat alle wezen volgen.

Weesjongens die de school hebben doorlopen worden meestal als

werkjongens bij ambachtslieden in de leer gedaan. Voor meisjes

volgt doorgaans werk in de huishouding.

In het weeshuis bevindt zich een bakkerij. Behalve voor de wezen

is het brood ook bestemd voor uitdeling aan de armen. Daarnaast

zijn vanaf 1783 ook een apotheek en een schoenmakerswinkel aan het weeshuis verbonden.

In 1811 wordt het gebouw door de Franse bezetter gevorderd om als hospitaal voor de Franse troepen te dienen. De 141

wezen verhuizen noodgedwongen naar Oude Mannen- en Vrouwenhuis van de Lutherse Diaconie aan de Nieuwe

Keizersgracht.

Op de fronton van het voormalige weeshuis is nog steeds de lutherse zwaan te zien.

Loop aan deze kant van de gracht (de overzijde van het weeshuis) de Lauriergracht af richting

Prinsengracht. Vlak voor de Prinsengracht slaat u rechtsaf de Konijnenstraat in, waar op nummer 16 ooit het

Konijnenhofje, het eerste lutherse diaconiehofje, was gevestigd.

Konijnenhofje

In de tweede helft van de zeventiende eeuw zijn er plannen om in de Konijnenstraat de tweede lutherse kerk te bouwen.

Na veel strubbelingen wordt echter besloten om de Ronde Lutherse kerk aan de kop van de Singel te bouwen en de grond

op het Konijnenerf krijgt een andere bestemming. De lutherse diaconie krijgt de helft van het erf om er 'armenhuisjes' op

bouwde. Dit eerste lutherse diaconiehofje krijgt de naam ‘Konijnenhofje’. Er waren acht huisjes, bedoeld voor behoeftige

vrouwen. Het hofje is later uitgebreid.

Nieuwbouw heeft de hofjes verdrongen Van de originele bouwsels is niets bewaard gebleven.

Lutherse zwaan in fronton


Lutherse symbolen

De lutherse zwaan

De zwaan is het symbool van Maarten Luther en van de lutherse

kerk in Nederland. In allerlei vormen valt hij te ontwaren: als

windwijzer op kerken, in timpanen, gebrandschilderde ramen, op

orgels, kansels en lezenaars, doopbogen en doopvonten,

avondmaalszilver, voorzitterhamers, troffels voor eerste

steenleggingen, zegels, stempels, sloten, penningen en prenten.

En er is ook een versje:

De Gereformeerden hebben een haantje

de Luthersen hebben een zwaantje,

de Roomsen hebben een kruisje,

en de Mennisten een houten huisje

De oorsprong van deze symboliek is gelegen in een oude

legende: De Tsjechische hervormer Johannes Hus, voorloper van

de reformatie, die door het Concilie van Constanz in 1415 ter

dood werd veroordeeld, zou toen hij op de brandstapel stond,

gezegd hebben: 'Thans braadt gij een gans, maar over honderd

jaar komt er een zwaan, die jullie niet te pakken zullen krijgen'.

De Tsjechische naam Hus betekent: gans. Met de zwaan zou hij

Maarten Luther hebben bedoeld. Vanaf het begin van zijn

optreden wordt Luther op gravures en munten afgebeeld met

naast zich de zwaan.

Loop de Konijnenstraat uit, sla linksaf naar de Prinsengracht. Ga daar rechtsaf en vervolg uw weg langs de

Prinsengracht tot de Looiersgracht. Op de brug over de Looiergracht ziet u aan de overkant van de

Prinsengracht, op nummer 537, de voormalige pakhuizen Moskou en Vologda, die omstreeks 1900 tot

appartementen zijn verbouwd.

De pakhuizen Moskou en Vologda

In de achttiende eeuw zijn de pakhuizen Moskou en Vologda op de Prinsengracht 537 eigendom van de steenrijke

lutherse koopman Christoffel Van Brants. Van Brants heeft een grote handelsonderneming met verschillende vestigingen

in Rusland. Hij is bevriend met tsaar Peter de Grote van Rusland. Hij ontvangt de tsaar in zijn handelsonderneming in

Moskou, maar ook in Nederland: in zijn huis aan de Keizersgracht en in zijn buitenplaats aan de Vecht dat hij Petersburg

had genoemd. De tsaar verheft Van Brants in de erfelijke Russische adelstand. Daarnaast benoemt hij Brants tot zijn

ambassadeur in Amsterdam.

De pakhuizen Moskou en Vologda zijn omstreek 1900 verbouwd tot appartementen. Ook de huidige gevel dateert uit deze

tijd.

Loop even terug en steek de brug over de Prinsengracht over. Via de Runstraat komt u bij de Keizersgracht.

Sla hier voor de brug linksaf en loop door tot vlak voor de volgende brug. Aan de overkant op nummer 317

ziet u het herenwoonhuis van Christoffel van Brants.

Herenwoonhuis van Christoffel van Brants

Vanaf 1705 is het grachtenpand op de Keizersgracht 317 het

woonhuis van de rijke lutherse koopman Christoffel Van Brants.

Het huis wordt in 1713 verbouwd door de beroemde beeldhouwer

Anthonie Turck naar een ontwerp van Simon Schijnvoet. Bovenop

de voorgevel staan twee tuinvazen met medaillons waarop

Christoffel van Brants en tsaar Peter de Grote zijn afgebeeld. Van

Brants is een persoonlijke vriend van de tsaar en diens

ambassadeur in Amsterdam. Het tuinhuis achter dit pand is het

mooiste van Amsterdam. Hier staan vazen met medaillons van de

tsaar en tsarina.

Peter de Grote logeert in het huis op 17 en 18 december 1716.

voorgevel Keizersgracht 317

Volgens de legende krijgt de tsaar ruzie met Brants over de prijs

van een poppenhuis (dat nu in het Rijksmuseum staat). Brants zou de tsaar hebben gezegd dat hij het poppenhuis wél

kon betalen, waarna deze kwaad afreist naar het Amsterdamse huis van de Moskoviet Soloffihoff.

Christoffel van Brants sticht in 1732 aan de Nieuwe Keizersgracht het Van Brants Rus hof. De verlenging van deze

wandeling voert langs dit hof.

Christoffel van Brants wordt op 11 november 1732 begraven in de Ronde Lutherse Kerk.

De Lutherroos

Net als de zwaan is de Lutherroos een symbool van de

lutheranen. Het symbool is door Maarten Luther zelf bedacht als

merkteken van zijn theologie. In de Lutherroos voegde Luther

elementen van zijn familiewapen samen met het rode hart van

het wapen van de Augustijner orde.

Luther zelf schrijft het volgende erover:

"Het eerste moet een kruis zijn, een zwart kruis in

een hart in zijn natuurlijke kleur, om er mij steeds

weer aan te herinneren dat het geloof in de

Gekruisigde ons zalig maakt. Want de

rechtvaardige zal uit zijn geloof leven, uit zijn

geloof aan de Gekruisigde. Zulk een hart moet

midden in een witte roos staan om aan te duiden

dat het geloof vreugde, troost en vrede geeft. Daarom moet die

roos wit zijn en niet rood, want wit is de kleur der geesten en

van alle engelen. Zulk een roos staat in een hemelsblauw veld

omdat die vreugde in de geest en in het geloof de aanvang is

van de komende hemelse vreugde. En dan daaromheen een

gouden ring, die zegt dat deze zaligheid in de hemel eeuwig

duurt en geen einde heeft en zoveel kostelijker is dan alle aardse

vreugde en goed, als het goud schoner is, edeler en kostbaarder

dan alle andere metalen."


Loop door tot aan de eerste brug, steek deze over en ga direct na de brug rechtsaf. Volg de Keizersgracht

langs het huis van Van Brants tot aan de eerste brug. Sla hier linksaf de Huidenstraat in en loop vervolgens

via de Heisteeg naar het Spui, waar u de Oude Lutherse kerk vindt.

Oude Lutherse kerk

De oude kerk is de eerste lutherse kerk in Amsterdam. In 1605

wordt op deze plaats een pakhuis - ‘De vergulde pot’- aangekocht

als plaats van samenkomst. In een aantal jaren wordt een totaal

van zeven pakhuizen verworven. In 1631 geeft de (calvinistische)

stedelijke overheid toestemming om op de plaats van de

pakhuizen een kerk te bouwen. Maar de kerk mag uiterlijk niet

teveel afwijken van de oude huizengevel. Aan de kant van het

Spui zijn in de buitenmuur van de (volledig nieuw gebouwde) kerk

de scheidslijnen tussen de oorspronkelijke pakhuizen nog terug te

vinden. De kerk wordt ingewijd op eerste Kerstdag van 1633 en

biedt dan plaats aan zo’n 2500 gelovigen.

Van 1674 tot 1866 wordt in de kerk ook begraven. Onder anderen

vinden hier de beroemde orgelbouwers Christiaan Müller en

Johann Strumphler hun laatste rustplaats. De kerk is verschillende

keren gerestaureerd, voor het laatst van 1985-1986.

Het aangrenzend gebouw beschikt over een aantal mooie zalen. Zo is er de Trouwzaal uit 1885 en de Tetterodebibliotheek

uit 1917 ontworpen door de architect K.P.C. de Bazel. Er zijn in de kerk in de loop der eeuwen verschillende

orgels geweest. Het eerste is uit 1658 van de hand van Jan Norel uit Kalkar. Dit instrument wordt door Johannes

Duyschot van 1690-93 vergroot. De orgelkas wordt beschilderd door Philip Tideman (1657-1705). Deze kas bevindt zich

thans in de Nieuwe Kerk te Middelburg. In de kerk zijn nog wel altijd de 8 grisaille-schilderijen (grauwtjes) van Tideman

in de orgelbalustrade aanwezig. Sinds 1886 staat hier het prachtige orgel gebouwd door Frederik Witte (van de firma

J.Bätz en co). Dit orgel heeft in 1993-1995 een zorgvuldige restauratie ondergaan.

De kerk heeft vele functies gekend. Lange tijd komt de lutherse synode hier bijeen en wordt vanuit deze kerk leiding

gegeven aan de lutherse kerk in Nederland. Predikanten in opleiding oefenen hier, de Maatschappij tot Nut van ’t

Algemeen houdt er haar eerste algemene vergadering. Van 1959 tot 1979 worden hier de herdenkingsdiensten voor de

gevallen in de tweede wereldoorlog gehouden. Sinds 1961 is de kerk door de week in gebruik als aula van de Universiteit

van Amsterdam. De Lutherse gemeente houdt er nog elke zondag dienst en ook andere kerkelijke activiteiten vinden er

plaats.

Einde van de korte variant van de wandeling

Oude Lutherse Kerk

Evangelisch-Luthers

Het lutheranisme is de oudste en naast het calvinisme de belangrijkste stroming binnen het protestantse christendom. De naam

Luthers is voor het eerst gebruikt door de tegenstanders van Luther tijdens het dispuut in 1519 in Leipzig. Luther zelf gaf de

voorkeur aan Evangelisch.

Door bestudering van de Brief aan de Romeinen kwam Luther tot de opvatting dat de zondige mens alleen door het geloof deel

krijgt aan de gerechtigheid van God. Het geloof verenigt met Christus en plaatst de goddeloze weer in de juiste verhouding met

God. De zonden kunnen niet worden afgekocht door geld aan de kerk te geven ( de zogenaamde aflaten) maar worden door

oprecht berouw vergeven en door het geloof bedekt. Deze rechtvaardiging door het geloof wordt in de lutherse traditie dan ook

gezien als de maatstaf waaraan alle christelijke leer moet worden gemeten.

De Lutherse traditie wordt in de diensten gekenmerkt door een rijke liturgische traditie. De Lutherse kerk wordt wel de 'zingende

kerk' genoemd. Het zingen in de dienst, zoals dat tot uitdrukking komt in de wisselzang tussen voorganger en gemeente en in de

liederen, is een wezenlijk deel van de eredienst.

De Lutherse traditie wordt verder gekenmerkt door een klimaat van vrijheid. Elk mens heeft een eigen geloofsrelatie met God en

draagt hiervoor zelf de verantwoordelijkheid. Geen kerkelijk gezag heeft het recht om tussen beiden te komen. Daardoor heerst er

een sfeer van verdraagzaamheid en respect voor een ieders eigen manier van geloven.

Over de hele wereld zijn er ongeveer 80 miljoen mensen lid van Lutherse kerken. De helft daarvan woont in Duitsland. In

Nederland zijn momenteel 55 Lutherse gemeenten, met in totaal ruim 14.000 leden. Alle Evangelisch-Lutherse gemeenten maken

deel uit van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), maar hebben ter plaatse nog vaak hun zelfstandigheid behouden.


Verlenging

Wie de verlenging van de wandeling wil lopen, steekt het Spui over (u passeert de winkel van Esprit aan uw

linkerhand) in de richting van de Kalverstraat die u kruist. U komt bij het Rokin en steekt die over. Loop

langs het ruiterstandbeeld van Wilhelmina en de boten van rederij Kooy rechtdoor de Lange Brugstraat in die

doorloopt in de Grimburgwal. Loop deze af tot de Oudezijds Achterburgwal. Ga daar naar links en dan direct

rechtsaf de Oude Manhuispoort in tot aan de Kloveniersburgwal. Sla hier linksaf tot u bij nummer 50 bent,

het voormalige kerkgebouw van de Hersteld Lutherse Gemeente.

‘De Kloof’: Kerkgebouw Hersteld Lutherse Gemeente

In 1792 ontstaat een scheuring in de lutherse kerk. Een groep

orthodoxen scheidt zich af en de Hersteld Evangelisch-Lutherse

gemeente was een feit.

De ‘herstelden’ komen eerst bijeen in het Gasthuiskerk, maar

kopen al snel het Dolhuis (krankzinnigengesticht) aan de

Kloveniersburgwal om op die plaats een nieuwe kerk te bouwen.

Dit geeft aanleiding tot een spotvers waaruit de volgende regels

komen:

"Men zei: gij waart Hersteld – en heeft daarna vernomen,

Dat gij eerst in ’t gasthuis zijt gekomen;

En nu, daar elk uw ziekte ongeneeslijk acht

Verhaalt men, dat ge in ’t kort in ’t Dolhuis wordt gebracht"

De kerk - gebouwd door de stadsarchitect Abraham van der Hart –

'De Kloof'

krijgt als snel de bijnaam ‘De Kloof’. Het interieur lijkt op dat van

de Oude Lutherse Kerk aan het Spui. De kerk wordt vooral bekend vanwege het prachtige – door J.S. Strümphler

gebouwde – orgel dat in 1796 in gebruik wordt genomen. Het orgel is nu nog te zien in de (Nederlands-hervormde)

Eusebiuskerk in Arnhem.

Het frontispice van de kerk is van de beeldhouwer Anthony Ziesenis. Het stelt Vrouwe Godsdienst voor, in de enen hand

houdt zij de bijbel vast, de andere wijst in de verte. Naast haar staan twee kinderen die bij een altaar staan De een met

een zuiltje verbeeldt de standvastigheid, de ander met een kelk het geloof.

Nadat de twee lutherse gemeenten in 1952 weer samen zijn gegaan wordt het gebouw verkocht aan de Nederlandse

Bank. Die laat de spreuk op de fronton “En zij bleven standvastig in de leer der apostelen” verwijderen Sinds 1997 is het

gebouw het theater van het Toneelgezelschap de Trust.

De afgescheiden Hersteld Evangelisch-Lutherse Gemeente

In de tweede helft van de 18de eeuw ontstaat onder invloed van de Verlichting een vrijzinnige stroming in de lutherse theologie.

predikanten van deze stroming leggen de nadruk op het verstand en de waarde van een deugdzaam leven. Ze benaderen de bijbel

kritisch en zien Jezus nog uitsluitend als een groot leraar. Een aantal predikanten en gelovigen vindt dat met de nadruk op 'deugd'

het 'geloof' op een tweede plaats komt en voelt zich steeds minder thuis in de kerk.

Als er bij de vacature voor een predikant opnieuw een rationalist wordt gekozen, slaat de vlam in de pan. In 1792 scheidt een deel

van de gemeente zich af. Ze kiezen bewust voor een herstel van de tradities en noemen zich de Hersteld Evangelisch-Lutherse

gemeente. De Lutherse gemeente verliest hiermee een kwart van haar leden. De afgescheiden gemeente sticht een nieuw

kerkgebouw aan de Kloveniersburgwal dat in 1793 wordt geopend en tot 1952 in gebruik is geweest.

De gemeenten leiden gescheiden levens. De 'herstelden' hebben eigen kerken, wijkgebouwen en diaconale instellingen. Pas in 1952

komt aan de afscheiding een eind door de fusie van de beide kerken.

Loop terug en steek bij het Rusland linksaf de brug over. Direct over de brug slaat u rechtsaf. U loopt nu aan

de overzijde van de Kloveniersburgwal naar de volgende brug, waar u linksaf de Staalstraat inslaat. U volgt

deze straat over bruggen en door stegen tot u voor de Stopera staat. Vervolg de weg langs de Amstel (u

kruist een drukke weg met rechts van u de Blauwbrug) tot aan de Nieuwe Keizersgracht. Sla direct na de

brug over deze gracht linksaf. Op de Nieuwe Keizersgracht 28-44 staat het Van Brants Rus Hof.


Van Brants Rus hof

Het Van Brants Rus Hof aan de Nieuwe Keizersgracht is gesticht door Christoffel van Brants, een rijke Lutherse handelaar

en vriend van tsaar Peter de Grote. Op 20 mei 1932 legt hij de eerste steen van het hofje. Na zijn dood in dat zelfde jaar

wordt het hofje afgebouwd door de executeuren.

Het hofje is bestemd voor “behoeftige arme vrouwen, niet onder de vijftig jaren oud, van de Luthersche gezindte”. Van

Brants bepaalt ook dat het moet gaan om “bejaarde dochters of weduwen zonder kinderen (...) van fatsoenlijke

opvoeding en van een goed gerucht, gedrag en handel, zonder de allerminste opspraak”. Het hofje bevat ruimte voor 48

vrouwen: 21 vertrekken voor twee vrouwen elk en nog 6 vertrekken voor één vrouw. Het hofje is gereed in 1733.

Het Van Brants Rus hof is ontworpen door Daniel Marot, een bekend bouwmeester in die tijd. De voorgevel in Lodewijk

XIV-stijl bevat een reliëf dat de weldadigheid symboliseert. Dit beeldhouwwerk is van de hand van Ignatius en Jan van

Logteren. Daaronder bevindt zich het adellijke wapen van Van Brants. Achter het hofje bevindt zich een mooie, door Mien

Ruijs ontworpen tuin. In originele staat zijn nog de regentenkamer, een oorspronkelijk woninkje met bedsteden voor twee

dames, de drijvende waterkelders en vele andere authentieke details.

Sinds midden jaren tachtig wordt het hofje bewoond door studenten die na ballotage worden toegelaten tot het Hofje.

Loop verder de Nieuwe Keizersgracht af. Op het einde van de gracht komt u bij het verpleeghuis

‘Wittenberg’, voorheen het Lutherse Diaconie Oude Mannen en Vrouwenhuis. Dit is tevens het einde van de

wandeling.

Wittenberg / Het Lutherse Diaconie Oude Mannen- en

Vrouwenhuis

In het huidige verpleeghuis Wittenberg op de hoek van de Nieuwe

Keizersgracht/Nieuwe Kerkstraat worden al sinds 1772 ouden van

dagen verzorgd. Het gebouw is oorspronkelijk bestemd voor

lutherse behoeftige mannen en vrouwen. Als in 1811 het Lutherse

Weeshuis op de Lauriergracht gevorderd wordt door de Franse

bezetter komen hier ook de 141 lutherse wezen terecht. Ze blijven

er tot 1881. Naast het oorspronkelijke gebouw wordt in 1856 een

ziekenhuis gebouwd dat weer later tot pensionhuis wordt

omgevormd.

Het huis kan gebouwd worden dankzij een groot legaat van

Abraham en Johanna Cromhuysen in 1772. Ontwerper en bouwer

is Coenraad Hoeneker. De eerste steen wordt gelegd door de

lutherse koopman Jan Gildemeester Janszoon, de belangrijkste

Het Lutherse Diaconie Oude Mannen- en Vrouwenhuis

kunstverzamelaar van die tijd. Ter ere van de burgemeesters van

Amsterdam, die de grond ter beschikking stellen, wordt een burgemeesterspoort opgericht in de grote zaal. Ook de

toenmalige regenten worden met een poort vereerd.

Sinds 1974 is het verpleeghuis Wittenberg in dit gebouw gevestigd. Eén van de binnenplaatsen is voorzien van een

glaskap. In de rechtervleugel zijn nog de voormalige regentenkamers met een grote collectie lutherse kunst te vinden.

Wittenberg is de naam van de Duitse stad waar Maarten Luther in 1517 professor in de theologie is. Hij schrijft er de 95

stellingen die leiden tot de reformatie.

Maarten Luther

Maarten Luther is op 10 november 1483 geboren in Eisleben in Duitsland. Hij begint rechten te studeren aan de universiteit van

Erfurt. In 1505 wordt Luther na een ingrijpende ervaring in zijn leven (de blikseminslag in de boom waar hij net onder schuilde)

monnik in het Zwarte Klooster te Erfurt. Een aantal jaren later wordt hij priester en na een studie theologie wordt hij professor in de

theologie aan de Wittenbergse universiteit.

Luther gelooft dat ieder mens zich levenslang behoort toe te vertrouwen aan Gods genade en zich in nederigheid moest

onderwerpen. Het vergeven van zonden tegen betaling - zoals dat met de aflaten gebeurt - strookt niet met zijn denkbeelden. Op

31 oktober 1517 schrijft hij aan zijn meerderen een brief waar hij 95 stellingen bijvoegt die als uitgangspunt voor een gesprek

zouden moeten dienen. Er is zowel sprake van stormachtige bijval van de kant van de humanistische geleerden als volledige

afwijzing van de zijde van de Rooms katholieke Kerk. Uiteindelijk wordt hij in 1518 door de paus in de kerkelijke ban gedaan.

In 1521 wordt Luther uitgenodigd te verschijnen op de Rijksdag te Worms. De kerk hoopt op een boetegang, maar het lijkt meer

een triomftocht. Luther wordt overal met grote geestdrift ontvangen. Een vrijgeleide verzekert hem ervan niet gearresteerd te

worden. De keizer spreekt de rijksban over Luther uit: hij is nu vogelvrij.

Op de terugreis laat Luther zich ontvoeren naar de afgelegen Wartburg. Daar begint hij aan de vertaling van het Nieuwe Testament

uit het Grieks naar het Duits. Later volgen delen van het Oude Testament. In 1534 verschijnt de gehele uitgave van de Bijbel in het

Duits.

In 1522 keert Luther terug naar Wittenberg. Na een tijd van rondreizen om het evangelie te verkondigen, trouwt hij in 1525 met

Katharina van Bora. Hij gaat verder met het op orde stellen van kerk en gemeente. Luther sterft op 18 februari 1546 te Eisleben.

Einde van de wandeling

© Evangelisch-Lutherse gemeente Amsterdam - www.elgadam.nl

More magazines by this user
Similar magazines