25.09.2013 Views

DE ACTUALITEIT VAN INCLUSIEF DENKEN - Hogeschool Utrecht

DE ACTUALITEIT VAN INCLUSIEF DENKEN - Hogeschool Utrecht

DE ACTUALITEIT VAN INCLUSIEF DENKEN - Hogeschool Utrecht

SHOW MORE
SHOW LESS

You also want an ePaper? Increase the reach of your titles

YUMPU automatically turns print PDFs into web optimized ePapers that Google loves.

CENTRUM VOOR<br />

SOCIAL WORK/ <strong>DE</strong> HORST<br />

AMERSFOORT<br />

Horstcahier 27<br />

<strong>DE</strong> <strong>ACTUALITEIT</strong> <strong>VAN</strong><br />

<strong>INCLUSIEF</strong> <strong>DE</strong>NKEN<br />

Maarten van der Linde (red.)<br />

Met bijdragen van Hans Achterhuis, Charlotte van Besouw,<br />

Bureau Empowerment, Léon van de Griendt, Arriën Kruyt,<br />

Jos van der Lans, Mario Nossin, Jan van der Meulen,<br />

Herman Noordegraaf, Herma Tigchelaar en Gerrit Wolfswinkel.<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

87


Horstcahier 27 De actualiteit van inclusief denken


Horstcahier 27<br />

De ActuAliteit vAn<br />

inclusief Denken<br />

Maarten van der Linde (red.)<br />

Met bijdragen van Hans Achterhuis, Charlotte van Besouw,<br />

Bureau Empowerment, Léon van de Griendt, Arriën Kruyt,<br />

Jos van der Lans, Mario Nossin, Jan van der Meulen,<br />

Herman Noordegraaf, Herma Tigchelaar en Gerrit Wolfswinkel.<br />

Prijs: t 10,-<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst


Inhoud<br />

Voorwoord 6<br />

Welkom 8<br />

Léon van de Griendt<br />

Inclusief denken 10<br />

Arriën Kruyt<br />

Feitse Boerwinkel 12<br />

Maarten van der Linde<br />

Is inclusief denken mogelijk? 15<br />

Hans Achterhuis<br />

Uit de discussie met Hans Achterhuis 28<br />

Maarten van der Linde<br />

Boerwinkels beproeving moet nog komen 32<br />

Jos van der Lans<br />

Burgerschap en inclusie: over de betekenis van het cliëntenperspectief 43<br />

Mario Nossin<br />

De Kamers, een plek voor cultuur en ontmoeting in Amersfoort-Noord 50<br />

Jan van der Meulen<br />

Feitse Boerwinkel als inspirator voor diversiteit en multiculturaliteit 55<br />

Herma Tigchelaar<br />

Een deltaplan voor de grijze golf 64<br />

Gerrit Wolfswinkel<br />

De actualiteit van inclusief denken


Inclusief denken en huiselijk geweld 68<br />

Charlotte van Besouw<br />

Inclusief of exclusief? 70<br />

Bureau Empowerment<br />

Het inclusieve denken van Feitse Boerwinkel 73<br />

Herman Noordegraaf<br />

Medewerkers aan deze publicatie 78<br />

Horstcahiers 80<br />

Colofon 84<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst


Maarten van der Linde<br />

Voorwoord<br />

Dit Horstcahier biedt actueel en spannend studiemateriaal over het inclusieve denken,<br />

zoals dat veertig jaar geleden door Feitse Boerwinkel werd geformuleerd. Het zijn de<br />

integrale teksten die zijn gepresenteerd op de studiedag op 12 mei 200 in het<br />

gebouw van HU Amersfoort, aan de Berkenweg. Deze studiedag werd georganiseerd<br />

door het Alumnibureau van Centrum voor Social Work/ De Horst ter gelegenheid van<br />

de honderdste geboortedag van Feitse Boerwinkel (190 -200 ) en de veertigste<br />

‘verjaardag’ van zijn bestseller Inclusief denken (19 -200 ).<br />

Een stoet van personen presenteerde aan het gehoor (circa 1 deelnemers) analyses,<br />

visies en impressies, waarbij het interessante was dat sommigen van hen<br />

Boerwinkel goed hadden gekend en zelfs al in de jaren zestig/zeventig met zijn werk in<br />

de weer (of in de clinch) waren en anderen nog nooit van hem hadden gehoord, maar<br />

wel sterk in dezelfde geest werkzaam blijken te zijn. Zo was er Léon van de Griendt,<br />

directeur van het Centrum voor Social Work/ De Horst die destijds als ‘katholieke<br />

Brabander tijdens zijn opleiding in Eindhoven geïnspireerd werd door de protestantse<br />

Boerwinkel’ en de Amersfoortse wethouder Arriën Kruyt, die zich herinnerde hoe hij als<br />

tweede jaarsstudent in <strong>Utrecht</strong> in 19 7 in een vrijzinnig-christelijk dispuut het boekje<br />

Inclusief denken bestudeerde.<br />

Twee bekende schrijvers presenteerden een geheel verschillende visie. De filosoof<br />

Hans Achterhuis (kende Boerwinkel goed en ging met hem in debat) gaf een kritische<br />

analyse vanuit drie invalshoeken. Allereerst analyseerde hij de spanning tussen inclusief<br />

denken op individueel en op maatschappelijk-politiek niveau; vervolgens onderzocht<br />

hij de strijdigheid die optreedt tussen inclusief denken en erkenning van de ander;<br />

tenslotte behandelde hij een aantal denkers, die na Boerwinkel over deze thema’s<br />

hebben gepubliceerd.<br />

De publicist/politicus Jos van der Lans (die tot voor kort nog nooit van Boerwinkel<br />

had gehoord) plaatste Boerwinkel in de context van de culturele vloedgolf van de<br />

jaren zestig en zeventig waarin hij hem opvoert als de grote inspirator van de nieuwe<br />

De actualiteit van inclusief denken


solidariteitsgedachte die in die jaren doorbrak. Hij vroeg zich af wat de doorwerking<br />

van dit gedachtegoed is geweest en wat er nu nog steeds de actuele betekenis van is.<br />

Vervolgens was het woord aan mensen uit de sociaal-agogische beroepspraktijk.<br />

Want deze studiedag werd georganiseerd door het Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

en dan hoort een belangrijke vraagstelling te zijn: wat betekent deze visie van het<br />

inclusieve denken voor het werk met mensen?<br />

Deze vraag werd behandeld met zes invalshoeken: Mario Nossin met als invalshoek het<br />

cliëntenperspectief, de inclusie van mensen met een verstandelijke beperking; Jan van<br />

der Meulen vanuit een vernieuwend samenlevingsopbouwproject in Amersfoort-Noord;<br />

Herma Tigchelaar vanuit het perspectief van diversiteit en multiculturaliteit; Gerrit<br />

Wolfswinkel met als invalshoek de grijze golf; Charlotte van Besouw met als invalshoek<br />

huiselijk geweld en het vierdejaars Studentenbureau Empowerment met als invalshoek<br />

drie discussiestellingen.<br />

In de uitnodiging voor de studiedag van 12 mei werd Boerwinkel aangehaald;<br />

hij schreef over veranderingen in die tijd, die ‘niet het karakter hebben van een<br />

stroomversnelling, maar van een waterval. Dit eist een nieuwe manier van denken en<br />

handelen. Het oude denken was overheersend antagonistisch en exclusief, waarbij de<br />

tegenstellingen het meest op de voorgrond traden en beslissend waren. De totaal<br />

nieuwe situatie, waarin we nu leven, vraagt een inclusief denken, d.w.z. een denken<br />

dat er principieel van uitgaat dat mijn welzijn niet verkregen wordt ten koste van of<br />

zonder de ander, maar alleen als de mens tegelijk het welzijn van de ander beoogt en<br />

bevordert.’<br />

Uit de reacties van deelnemers – op de dag zelf en ook in de schriftelijke evaluatie -<br />

bleek dat de studiedag positief is gewaardeerd.<br />

Op deze plaats nog een woord van dank:<br />

- aan de leden van het Alumnibureau: Ans de Bruin, Hananja Venema en Gerrit<br />

Wolfswinkel;<br />

- aan de collega’s van het Praktijkbureau voor hun praktische hulp;<br />

- aan Stichting Vermogen die deze dag en de uitgave van twee Horstcahiers<br />

financieel heeft gesteund.<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

7


Léon van de Griendt<br />

welkom<br />

Namens de directie van het Centrum voor Social Work van de <strong>Hogeschool</strong> <strong>Utrecht</strong> heet<br />

ik u hartelijk welkom. Eigenlijk zou mijn collega Anneke Menger hier staan, maar zij is<br />

door ziekte geveld. Het spijt haar enorm, omdat zij het een belangrijke en interessante<br />

studiedag vindt, maar ook omdat zij zelf een oud-student van De Horst is en destijds<br />

als eerstejaars-student nog heeft meegewerkt bij het afscheidsprogramma van<br />

Boerwinkel in juni 1971.<br />

Met de organisatoren van deze dag ben ik blij dat u in zo’n groten getale bent gekomen.<br />

Allereerst een speciaal welkom aan de leden van de familie Boerwinkel. Het is voor u<br />

een bijzondere dag, want precies vandaag 12 mei 200 is het honderd jaar geleden dat<br />

uw vader / schoonvader / grootvader werd geboren. Wij stellen het zeer op prijs dat u<br />

aanwezig wilt zijn bij deze conferentie over het thema ‘inclusief denken’.<br />

Ook welkom aan alumni uit alle jaargangen, in het bijzonder aan drie oud-studenten uit<br />

de allereerste lichting van 19 : mw. Gijsje van den Akker, mw. Doortje Jansen en de<br />

heer Leen van Ginkel. Uit alle decennia zien wij oud-studenten en wij zijn blij dat ook<br />

een groep eerstejaars die dit jaar met hun studie zijn begonnen, vandaag meedoen.<br />

Er zijn hier studenten en oud-studenten die met elkaar meer dan 0 jaar opleiding en<br />

beroep overbruggen. Dat alleen al maakt deze dag tot een bijzondere ontmoeting<br />

tussen de generaties.<br />

Ook heten wij docenten en oud-docenten welkom, en ook vertegenwoordigers van<br />

diverse werkveldinstellingen met wie wij samenwerken, en vele anderen die op een of<br />

andere wijze met Feitse Boerwinkel hebben samengewerkt of zich hebben laten<br />

inspireren door zijn gedachtegoed.<br />

In het bijzonder wil ik daarbij ook het bestuur van Kerk en Wereld welkom heten.<br />

De actualiteit van inclusief denken


Kerk en Wereld is ten slotte toch de bakermat waarop <strong>Hogeschool</strong> De Horst is groot<br />

geworden.<br />

Bij het begin van deze dag wil ik hier nog iets persoonlijks zeggen. Het is zeker zo dat<br />

de denkwereld van de protestantse Boerwinkel voor mij als katholieke Brabander<br />

minder bekend was. Maar ik herinner mij dat ik zijn ideeën over ‘inclusief denken’ heel<br />

boeiend vond en van groot belang voor het maatschappelijk werk. In de opleiding<br />

voor maatschappelijk werk die ik in Eindhoven volgde, werd zijn boekje – dat was<br />

uitgegeven door de destijds zeer bekende Werkgroep 2000 in Amersfoort – in de<br />

jaren zestig behandeld en het inspireerde ons enorm.<br />

Tot zover deze kleine persoonlijke noot van mijn kant. Graag wens ik u een boeiende<br />

en leerzame studiedag toe.<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

9


10<br />

arriën Kruyt<br />

InclusIef denken<br />

Het is voor mij om drie redenen belangrijk om hier het openingswoord te mogen voeren:<br />

1. Als wethouder van Amersfoort ben ik er trots op dat Feitse Boerwinkel in<br />

Amersfoort is geboren, dat zijn boekje Inclusief Denken destijds in 19 is uitgegeven<br />

door de in Amersfoort gevestigde Werkgroep 2000 en dat er nu veertig jaar later<br />

een congres over zijn publicatie wordt gehouden in Amersfoort.<br />

2. De inspirator van deze bijeenkomst Maarten van der Linde is een oude vriend van mij.<br />

Maar eigenlijk zijn dat niet de echte redenen.<br />

. De echte reden is dat ik altijd gefascineerd en geïnspireerd ben geweest door het<br />

boekje Inclusief Denken van Boerwinkel.<br />

Toen het boekje in 19 verscheen, studeerde ik in <strong>Utrecht</strong> aan de universiteit. In 19 7<br />

werd ik bestuurslid van de afdeling <strong>Utrecht</strong> van de Vrijzinnig Christelijke Studenten<br />

Bond (VCSB). Als bestuurslid was ik belast met de disputen. Vanzelfsprekend kwam er<br />

een dispuut over Inclusief Denken, omdat er onder studenten een grote behoefte was<br />

om zich te verdiepen in het geschrift van Feitse Boerwinkel.<br />

Ik heb ter voorbereiding van deze bijeenkomst het boekje opnieuw gelezen en ik was<br />

aangenaam verrast bij het vaststellen van het feit dat het thema nog steeds actueel is.<br />

Een enkel citaat:<br />

“Tegenover het oude antagonistische, exclusieve denken zou ik als adekwaat antwoord<br />

op de totaal veranderde situatie willen stellen: een nieuw, een inclusief denken.<br />

Daaronder versta ik een denken, dat er principieel van uitgaat dat mijn heil (geluk,<br />

leven, welvaart) niet verkregen wordt ten koste van of zonder de ander, maar dat het<br />

alleen verkregen kan worden als ik tegelijk het heil van de ander beoog en bevorder.”<br />

De actualiteit van inclusief denken


Dat staat haaks op het denken in tegenstellingen tussen armen en rijken en haaks op<br />

de politiek waarbij vaak juist tegenstellingen worden benadrukt. Haaks op het denken<br />

van Pim Fortuyn en Rita Verdonk die over buitenlanders praten in termen van wij en zij.<br />

Dat zijn mensen die antagonistisch denken en spreken. Ook binnen mijn eigen<br />

gemeenteraad zie ik politici die denken in termen van wij en zij, maar ik zie ook politici<br />

die de saamhorigheid in woord en daad bevorderen.<br />

Nog een citaat dat mij trof bij het herlezen van Inclusief Denken: “Deze vraag is van<br />

groot belang, oa. in de coming dialogue, die Prof. Kraemer zag tussen de grote<br />

wereldreligies; een dialoog die in de komende decenniën veel aandacht zal vragen.<br />

Reeds thans zijn er ook in ons land honderden turken, islamieten dus, en dit is in heel<br />

Europa het geval. Meer dan een miljoen mohammedanen werkt naast christelijke<br />

arbeiders in de fabrieken van West-Europa.” Boerwinkel voorzag in 19 al de noodzaak<br />

van het gesprek met de Islam!<br />

Heel goed dat er nu veertig jaar na dato aandacht geschonken wordt aan deze denker<br />

die vooruitliep.<br />

Ik hoop dat de <strong>Hogeschool</strong>, voor mij nog steeds De Horst, nog veel meer van dit<br />

soort initiatieven zal nemen. We zullen graag als gemeente meewerken. Ik heb nog<br />

een vraag aan U. In <strong>Utrecht</strong> heeft de Universiteit verschillende gebouwen genoemd<br />

naar beroemde hoogleraren. Waarom wordt dit gebouw aan de Berkenweg niet<br />

vernoemd naar Boerwinkel? Een Boerwinkel Academie of een Boerwinkel Gebouw zou<br />

zowel de hogeschool als Amersfoort sieren.<br />

Arriën Kruyt<br />

Wethouder sociale zaken, cultuur en sport<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

11


12<br />

Maarten van der Linde<br />

feItse BoerwInkel,<br />

InclusIef denker<br />

Feitse Boerwinkel (190 -19 7) groeide op in Amersfoort als oudste zoon in een kinderrijk<br />

gereformeerd middenstandsgezin, waar muziek en literatuur een belangrijke plaats<br />

innamen. Hij bezocht het Stedelijk Gymnasium te Amersfoort en studeerde in <strong>Utrecht</strong><br />

Nederlandse letteren en geschiedenis.<br />

Bij het conflict in de Gereformeerde Kerken over ‘het spreken van de slang’, dat na<br />

de synode van Assen 192 leidde tot een kerkscheuring, nam de 20-jarige Boerwinkel<br />

zelfstandig de beslissing om zich aan te sluiten bij de Gereformeerde Kerken in<br />

Hersteld Verband.<br />

Tijdens zijn studententijd in <strong>Utrecht</strong> was Boerwinkel een actief lid van de NCSV. Hij<br />

ontwikkelde een brede sociale, culturele en politieke belangstelling, waarbij hij van<br />

verschillende kanten invloeden onderging, o.a. Karl Barth, Rudolf Otto, Frits Kuiper en<br />

Heiko Miskotte. Vanaf zijn studententijd publiceerde hij artikelen in vele tijdschriften.<br />

Onder de indruk van de naoorlogse literatuur waarin de gruwelen van de Eerste<br />

Wereldoorlog werden beschreven, en geraakt door de vredesbeweging, werd<br />

Boerwinkel pacifist. Bij de herhalingsoefeningen weigerde hij in 1927 militaire dienst<br />

en vervulde zijn vervangende dienstplicht op het Centraal Bureau voor de Statistiek in<br />

Den Haag, waar hij Jan Tinbergen leerde kennen. Boerwinkel werd lid van Kerk en<br />

Vrede. Na ‘München 19 ’ vond hij het echter onmogelijk zo absoluut ‘neen’ te zeggen<br />

tegen het leger als Kerk en Vrede deed. Hij zegde zijn lidmaatschap op.<br />

In 1929 sloot Boerwinkel zich aan bij de SDAP. Hij meende dat de sociaal-democratie<br />

het mogelijk maakte ‘iets te verwezenlijken van Gods heilige wil’. In de rijen van de<br />

SDAP wilde hij meestrijden voor ‘de eisen der gerechtigheid zoals die in de Bijbel zijn<br />

geopenbaard’. Om meer mensen hiertoe te stimuleren richtte hij in 19 0 samen met<br />

anderen het comité ‘Socialisme en Kerk’ op, waarvan hij secretaris werd.<br />

De actualiteit van inclusief denken


In de crisisjaren was het moeilijk een baan te vinden. Na een jaar jeugdwerk in het<br />

Zuider Volkshuis in Rotterdam kon Boerwinkel in 19 als leraar Nederlands tijdelijk<br />

invallen aan het Baarns Lyceum. Een jaar later kon hij terecht op het piepjonge Stichtse<br />

Montessori Lyceum in Amersfoort. Dit lyceum telde bij de start in 19 negen leerlingen<br />

en een handjevol leerkrachten. Na twee jaar werd Boerwinkel al benoemd tot rector.<br />

Boerwinkel huwde in 19 te Amersfoort met Hens van Es (1911-200 ), lerares M.O.<br />

Duits. Zij was opgegroeid in een gezin dat lid was van de Apostolische Gemeenschap.<br />

Het echtpaar kreeg vijf kinderen. Feitse en Hens waren aan elkaar gewaagd; zij waren<br />

verwante zielen en hun huwelijk was voor beiden de uitvalsbasis voor grote activiteit.<br />

Zij deelden een grote belangstelling voor cultuur, godsdienst, literatuur, muziek en het<br />

onderwijs.<br />

In de oorlogsjaren leefde het gezin Boerwinkel intens mee met de vervolgde joodse<br />

landgenoten; zij gaven onderdak aan joodse onderduikers. Als rector kwam Boerwinkel,<br />

samen met andere schoolleiders, op voor jongens boven 1 jaar die voor de Arbeidsdienst<br />

werden opgeroepen. Door de lectuur van Edda en Thora door Miskotte<br />

verdiepte hij zich in Godenschemering van de schrijver Emants. Het resultaat was zijn<br />

dissertatie De levensbeschouwing van Marcellus Emants waarin hij het ontstaan van de<br />

pessimistische levensbeschouwing van Emants onderzocht en de oorzaak van zijn<br />

levenshaat. Als hoofdschuldige voor zijn falen wees Emants de Schepper aan die de<br />

schepping zo in elkaar heeft gezet dat de mens wel móest falen.<br />

In 19 vroeg Hendrik Kraemer Boerwinkel als lid van de directie van Kerk en Wereld.<br />

Hij werd ook rector van het (gemengde) internaat van de academie van Kerk en<br />

Wereld. Boerwinkel doceerde o.a. cultuurgeschiedenis, hedendaagse politieke en<br />

geestelijke stromingen, moderne literatuur en poëzie. Na de verzelfstandiging van de<br />

academie tot school voor maatschappelijk werk in 19 , werd Boerwinkel tevens<br />

directeur. In 1971 nam hij afscheid.<br />

Boerwinkel had zich al in zijn studententijd laten inspireren door personen die<br />

vroomheid, aandacht voor liturgie en radicaal protest tegen maatschappelijk onrecht in<br />

zich verenigden. Na 19 onderhield hij - samen met zijn vrouw - intensieve contacten<br />

met verschillende spirituele gemeenschappen in Europa, onder andere met Taizé in<br />

Frankrijk, Grandchamps in Zwitserland, Imshausen in Duitsland en Iona in Schotland.<br />

Boerwinkel was gevoelig voor wat hij beschouwde als een gedeeltelijk gelijk van de<br />

christelijk-sektarische bewegingen, die hij ‘de onbetaalde rekeningen van de kerk’<br />

noemde. Tegelijkertijd was hij een voorstander van oecumene, ook tussen de kerken.<br />

Hij nodigde in de loop der jaren vertegenwoordigers van verschillende bewegingen en<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

1


1<br />

kerkgenootschappen uit voor lezingen op De Horst, o.a. Jehova’s Getuigen, leden van<br />

de Pinksterbeweging, joden en katholieken.<br />

Door zijn werk in Driebergen heeft Boerwinkel invloed uitgeoefend via zijn talloze<br />

leerlingen. Daarnaast heeft hij grote invloed uitgeoefend door zijn handzame en<br />

heldere boeken zoals Inclusief denken (19 , 19e druk in 19 0), Einde of nieuw begin?<br />

(197 , e druk 1979) en Meer dan het gewone (over de Bergrede, 1977, e druk<br />

19 ). Deze boeken werden in vele gespreksgroepen en ook in scholen en opleidingen<br />

besproken en bestudeerd.<br />

Reeds in de jaren dertig onderhield Boerwinkel contacten met de joodse gemeenschap<br />

in Amersfoort. Na de oorlog is het betere begrip tussen tussen jodendom en<br />

christendom hem intens blijven bezighouden. Zijn vriendschap met joden, o.a. Henri<br />

van Praag en Jacob Soetendorp, leidde tot gezamenlijke activiteiten. In dit klimaat<br />

paste ook zijn medewerking aan de experimentele reeks Phoenix Bijbelpockets. Vanaf<br />

het begin was Boerwinkel betrokken bij de joodse leerhuizen. Ook nam hij deel aan<br />

initiatieven ter bevordering van de dialoog tussen jodendom, christendom en islam.<br />

Henk Berkhof schreef dat Boerwinkel alles radicaler wilde: ‘Het ging hem om de<br />

werkzame tegenwoordigheid van de Geest in de wereld. Dat hield zijn vele aandachtsvelden,<br />

van de Pinkstergroepen tot de anti-atoomacties, in één blik bij elkaar.’<br />

Ter gelegenheid van de studiedag 12 mei 200 verscheen:<br />

Feitse Boerwinkel, inclusief denker. Horstcahier 2 . Hierin is een meer uitgebreide<br />

biografische schets opgenomen: ‘Feitse Boerwinkel, bouwstenen voor een biografie’.<br />

De actualiteit van inclusief denken


Hans acHterHuis<br />

Is InclusIef denken mogelIjk?<br />

Zo’n dikke jaar geleden, om precies te zijn op augustus 1970, heb ik in een<br />

uitvoerig artikel in het al lang ter ziele gegane linkse weekblad De Nieuwe Linie het<br />

boek Inclusief Denken van Feitse Boerwinkel fel bekritiseerd. Als ik nu terugga naar<br />

die tijd en mijn artikel herlees, blijft de inhoud van mijn kritiek grotendeels overeind<br />

staan, al schrik ik van het soort toontje dat ik toen aansloeg. Voor toon en inhoud<br />

beide werd ik zowel door mijn voormalige rector van het Revius Lyceum in Doorn,<br />

dr. H.C. de Ru als door Feitse Boerwinkel zelf, die ik via zijn kinderen met wie ik op<br />

school zat, redelijk goed kende, op het matje geroepen. Bij beiden mocht ik een hele<br />

middag in hun studeerkamer spitsroeden lopen. Dat mijn toon weinig pas gaf, erkende<br />

ik graag in die gesprekken, waarin ik desondanks de inhoud van mijn kritiek overeind<br />

probeerde te houden.<br />

Voor mijn toonhoogte had en heb ik een aantal excuses. Omdat ze nog steeds van<br />

belang zijn, som ik ze kort op:<br />

1. In het algemeen ben ik mij bewust dat mijn geschreven teksten vaak een felheid en<br />

scherpte vertonen, die in mijn gedrag dat eerder op verzoening en consensus<br />

gericht is, ontbreekt. Misschien teveel ontbreekt, voeg ik toe.<br />

2. In dit speciale geval was er bovendien sprake van een afrekening met mijn eigen<br />

achtergrond en ideeën. Ik was als het ware in discussie met mijzelf en in zo’n<br />

discussie kan het soms fel toegaan. Deze discussie voer ik nog steeds. In heel wat<br />

van de boeken die ik heb gelezen, staat al dan niet met een uitroepteken ‘I.D.’ in<br />

de marge bij passages die me uitdaagden en prikkelden. En in mijn grote studie<br />

De erfenis van de utopie kan ik er niet omheen het inclusieve denken met de daarin<br />

door mij bestreden utopische inspiratie te verbinden. Kortom, de discussie met<br />

Boerwinkel en mijzelf duurt voort.<br />

. Mijn discussie met mijzelf ging gepaard met een soort ‘ontdekkersvreugde’ over<br />

nieuwe ideeën, die ik aan het eind van mijn studie in de theologie en aan het begin<br />

van mijn werk bij het Werelddiakonaat van de Nederlandse Hervormde Kerk had<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

1


1<br />

opgedaan. Twee van die ideeën staan in mijn artikel centraal en ik zal ze in het<br />

vervolg ook apart belichten.<br />

Als laatste herinnering moet ik hieraan toevoegen dat Boerwinkel mijn centrale ideeën<br />

zei te onderschijven. Ze vielen volgens hem zonder problemen onder zijn begrip van<br />

‘inclusief denken’. Dat bracht mij in verwarring. Was hij in het gesprek te aardig en<br />

meegaand? Stelde hij zich als ik het zo zeggen mag, te ‘inclusief’ op? Dat was<br />

ongetwijfeld het geval, maar er zat meer achter; het ging dieper en was fundamenteler.<br />

Want in één van de vele latere drukken van ‘Inclusief denken’ verwees Boerwinkel<br />

onder de aanbevolen literatuur ook naar mijn boek De uitgestelde revolutie uit 197 ,<br />

dat naar mijn eigen mening juist tegen het inclusieve denken gericht was. Berustte<br />

mijn kritiek toch op een misverstand, begreep ik niet waar het hem om ging? Of lag<br />

het toch aan het concept ‘Inclusief denken’ dat te breed en te vaag was? Ik laat het<br />

antwoord op deze vragen aan de lezer van dit artikel over en begin met mijn ‘oude<br />

munitie’, die ik wel deels naar mijn laatste inzichten uitwerk.<br />

Individu en groep, moraal en politiek<br />

Eerst een oud citaat om toon en inhoud van mijn Nieuwe Linie-verhaal te vatten.<br />

“Nergens in zijn boek maakt Boerwinkel duidelijk of hij in de eerste plaats over groepen<br />

of over individuen praat. Liever gezegd, hij maakt geen enkel onderscheid tussen het<br />

inclusieve denken van een groep en dat van een enkeling. Als hij betoogt dat er tot aan<br />

onze tijd alleen maar antagonistisch is gedacht, heeft hij het over groepsverhoudingen,<br />

over de klassenstrijd en de voortdurende oorlog tussen nationale staten. Als hij echter<br />

woorden van Jezus citeert, of als hij praat over “inclusief denken en tolerantie”, of<br />

“inclusief denken en abnormaal gedrag” heeft hij het duidelijk over individuen.<br />

De verhouding tussen individu en groep is voor de schrijver kennelijk geen probleem;<br />

de wijze waarop wij als individu optreden werkt door op het veld van de gehele<br />

samenleving. Als wij in het klein inclusief gaan denken, komt alles in het groot ook<br />

vanzelf op zijn pootjes terecht.<br />

Helaas ligt de relatie tussen groep en individu niet zo rechtlijnig. Vele inclusief denkende<br />

eenlingen vormen nog steeds geen inclusief denkende samenleving. Door van groepen<br />

hetzelfde gedrag te verwachten als van individuen, plaatst Boerwinkel zich van meet af<br />

aan buiten de sociale en politieke realiteit, en veroordeelt hij zich tot een toeschouwer,<br />

die niets anders overblijft dan vermanend de vinger op te heffen tegen staten en<br />

groepen die niet inclusief wensen te denken.”<br />

De actualiteit van inclusief denken


Reinhold Niebuhr<br />

Dit onderscheid tussen het morele gedrag van enkelingen en groepen dankte ik aan<br />

professor Hannes de Graaf, mijn leermeester in de ethiek. Er zijn vele redenen waarom<br />

ik hem dankbaar ben. Eén van de belangrijkste is dat hij mij voor mijn doctoraalexamen<br />

een boek liet bestuderen dat mij intens heeft beïnvloed: Moral man and Immoral<br />

Society van Reinhold Niebuhr met als ondertitel A study in Ethics and Politics. Sinds<br />

mijn afstuderen had ik het boek niet meer in handen gehad. Het was uitverkocht en ik<br />

beschikte slechts over een eigen uittreksel plus een aantal aantekeningen. Wie schetst<br />

mijn verrassing toen ik afgelopen jaar plotseling een heel stapeltje ervan in een boekwinkel<br />

zag liggen. In de eerbiedwaardige reeks ‘Continuüm Impacts’ was het temidden<br />

van andere klassiekers herdrukt. De verrassing, gecombineerd overigens met schrik,<br />

werd bij herlezing alleen maar groter. Losse zinnen, maar zelfs hele gedachtegangen<br />

eruit bleken her en der in mijn eigen werk te staan. Het leek soms bijna plagiaat omdat<br />

ik zelden expliciet naar Niebuhr verwezen had. Kennelijk kan een goed gekozen boek<br />

dat je in je jonge jaren intensief hebt bestudeerd, inderdaad zoals het kaftje van<br />

Continuum Impacts suggereert, “de manier waarop wij denken [blijvend] veranderen”.<br />

Niebuhrs grondstelling, die ook mijn uitgangspunt in mijn kritiek op Boerwinkel was,<br />

luidt “dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen het morele en sociale gedrag<br />

van individuen en van maatschappelijke groeperingen”. Dit onderscheid vormt de<br />

noodzaak en rechtvaardiging van politieke praktijken die een op persoonlijke verhoudingen<br />

en het individuele geweten gerichte ethiek altijd ongemakkelijk en aanstootgevend zal<br />

vinden. Op individuen kan vaak een moreel beroep worden gedaan, bijvoorbeeld om<br />

inclusief te denken. Zij houden dan rekening met andermans belangen en kunnen zich<br />

zelfs voor anderen opofferen. Dankzij een morele opvoeding kan hun bestaande<br />

sympathie ook rationeel uitgebouwd worden tot een idee van rechtvaardigheid waarin<br />

de eigen belangen en die van anderen tamelijk objectief kunnen worden afgewogen.<br />

Dit alles kan, aldus Niebuhr, veel moeilijker en soms zelfs helemaal niet voor groepsverhoudingen<br />

worden bereikt. Zelfopoffering mag men hier nooit verwachten, maar<br />

ook van andere morele handelingen en deugden zal veel minder sprake zijn.<br />

Maatschappelijk-politieke strijd<br />

Niebuhrs boek verscheen in 19 2. De polemische kanten ervan zijn gericht tegen veel<br />

maatschappij-opvoeders, predikers en moralisten uit die tijd. In de lijn van Dewey<br />

meenden deze dat de toen bestaande extreme klassen- en rassentegenstellingen door<br />

morele educatie en beïnvloeding overwonnen konden worden. Hun grote campagnes<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

17


1<br />

hiervoor worden door Niebuhr aan de kaak gesteld. Alleen maatschappelijk-politieke<br />

strijd waarin, zoals hij uitdrukkelijk stelt, ook de dreiging en het daadwerkelijk gebruik<br />

van geweld een rol kunnen spelen, kan een beweging in de richting van grotere gelijkheid<br />

in gang zetten. Deze laatste stelling wordt door hem zowel met veel historische<br />

voorbeelden als met profetische vergezichten uitgewerkt. Theo Witvliet wijst met recht<br />

op de grote invloed die Niebuhr had op het denken van Martin Luther King. Met meer<br />

recht nog kan men stellen dat Niebuhrs strategische ideeën waarin de onontkoombaarheid<br />

van geweldgebruik voor het openbreken van bevroren maatschappelijke<br />

verhoudingen van uitbuiting, vernedering en onderdrukking beklemtoond wordt, passen<br />

bij de Black Power beweging van Malcolm X, die Kings principiële geweldloosheid<br />

afwees.<br />

Juist op grond van Moral Man and Immoral Society wordt Niebuhr vaak gerekend tot<br />

de aartsvaders van de Amerikaanse school van het politieke realisme. Dit gaat ervan<br />

uit dat in internationale verhoudingen staten zich alleen moeten laten leiden door hun<br />

belangen. Bij afwezigheid van een boven hen staand gezag dat rechtsregels zou kunnen<br />

opleggen en garanderen, zijn zij aangewezen op macht. Idealistische argumenten en<br />

morele waarden zijn hierbij uit den boze: staten hebben geen vrienden.<br />

Morele waarden<br />

Het zal in de lijn van mijn hierboven aangehaalde voorbeelden al duidelijk zijn dat<br />

Niebuhr niet op ongekwalificeerde wijze het politiek-realistische paradigma omhelst.<br />

Hij hanteert het hoogstens als descriptief gegeven, maar weigert het op normatieve<br />

wijze voor te schrijven. Om interstatelijke relaties maar ook veel maatschappelijke<br />

verhoudingen tussen collectieven te begrijpen kan het belangrijke diensten bewijzen.<br />

Tegelijkertijd probeert Niebuhr op grond van dit politiek-realistische uitgangspunt<br />

mogelijkheden te onderzoeken waarin morele waarden maatschappelijk een grotere<br />

rol kunnen spelen. De moraal is voor hem enerzijds geen franje die zoals de politieke<br />

realisten beweren, als het er op aankomt, beter afgeschaft en gedumpt kan worden.<br />

Ze is anderzijds geen panacee dat door moralisten voor elke maatschappelijke kwaal<br />

kan worden aangeroepen. Wie haar enigszins binnen maatschappelijk-politieke<br />

constellaties wil inzetten, zal deels langs de politiek-realistische weg hard moeten<br />

studeren en vechten om te kijken of en in hoeverre dit bereikbaar is. Het uiteindelijke<br />

doel van zijn studie is, zo stelt Niebuhr aan het slot van de inleiding “om politieke<br />

methoden te vinden die het meest beloftevol zijn om een ethisch maatschappelijk doel<br />

voor de maatschappij te bereiken”.<br />

De actualiteit van inclusief denken


Deugd baart monster<br />

In het gesprek dat ik met Boerwinkel had, bleek hij vanzelfsprekend het werk van<br />

Niebuhr goed te kennen. Het had volgens hem wel degelijk een rol gespeeld in zijn<br />

boek, maar dan vooral bij zijn verwerping van wat hij als het oude, exclusieve denken<br />

omschrijft. Hier had hij impliciet verwezen naar wat Niebuhr omschrijft als “de ethische<br />

paradox van de vaderlandsliefde”, die ook in andere groepsverhoudingen tot uiting<br />

komt. Het gaat er om dat een beroep op de hoogste morele waarden tot het meest<br />

extreme geweld van de oorlog kan leiden. Patriottisme verandert individuele<br />

opofferingsgezindheid in collectief egoïsme. De altruïstische gevoelens van de mens<br />

hebben zich in de loop van de geschiedenis via familie, clan en stam tot de natie<br />

uitgebreid. Juist op deze gevoelens berusten de saamhorigheid, de macht en de<br />

veiligheid van de natie. In een oorlogssituatie zullen ze de patriot echter blind maken<br />

voor het grootschalige geweld dat de nationale krijgsmacht tegen de vijand uitoefent.<br />

Goed en kwaad blijken in deze ethische paradox onontwarbaar verstrengeld. De deugd<br />

van de vaderlandsliefde kan de meest monsterlijke vormen van geweld baren.<br />

Inclusiviteit en outgroup<br />

Boerwinkel onderstreept deze analyse als hij in het begin van zijn tweede hoofdstuk<br />

erop wijst dat menselijke inclusiviteit en samenwerking altijd in het verleden tot stand<br />

kwamen in de strijd tegen een andere groep. “Sociologisch gesproken: tegen een<br />

‘out-group’. De bedreiging die het bestaan van deze out-group vormde was over het<br />

algemeen het hechtste bindmiddel om tot een zekere samenwerking te komen, zelfs<br />

van mensen die het in allerlei opzicht absoluut niet met elkaar eens waren.”<br />

Alle Europese nationale staten, om te beginnen natuurlijk ons eigen land in de<br />

Tachtigjarige Oorlog tegen Spanje, zijn volgens Boerwinkel op deze wijze ontstaan.<br />

“Maar niet alleen ons land, ook andere nationale staten zijn in de strijd tegen een<br />

out-group ontstaan. Om dicht bij huis te beginnen: België tegen de out-group Noord-<br />

Nederland, Frankrijk (in de 100-jarige oorlog) tegen de Engelsen, Zwitserland tegen<br />

de Oostenrijkse Habsburgers, de Verenigde Staten in hun gezamenlijke verzet tegen<br />

de Engelse overheersing (no taxation without representation). Steeds was er dus een<br />

out-group, die de samenhang van de in-group bewerkstelligde en in stand hield zolang<br />

de bedreiging duurde. Viel die weg dan laaide de onderlinge (latente) onenigheid<br />

weer des te heviger op, soms tot vernietiging toe.”<br />

Dat is een imposante opsomming van de kracht van wat Boerwinkel als het oude,<br />

antagonistische of exclusieve denken omschrijft. Als hij er vervolgens op wijst dat de<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

19


20<br />

Europese eenheid ook vooral tot stand kwam via de aaneensluiting tegen de dreiging<br />

van de Sovjet-Unie lijkt het argument ten gunste van het antagonistische denken<br />

alleen maar sterker te worden. Toch gaat Boerwinkel dan zonder veel problemen over<br />

naar de morele oproep om ‘inclusief te denken’. Hoe dit zou moeten, gezien alles wat<br />

we uit de geschiedenis weten, zegt hij nergens. En hoe de waarschuwingen van<br />

Niebuhr hierbij ontlopen kunnen worden, geeft hij evenmin aan.<br />

Averechtse effecten<br />

Een ander voorbeeld van het realisme à la Niebuhr zijn de uitspraken die Boerwinkel<br />

doet over ontwikkelingshulp. Hij lijkt zich goed bewust te zijn van het gegeven dat<br />

persoonlijke goede bedoelingen in de politiek-maatschappelijke werkelijkheid wel<br />

eens averechts kunnen uitpakken. Hij komt tot de met het nodige cijfermateriaal<br />

onderbouwde vaststelling “dat van het verlenen van hulp zoals het tot nu toe is<br />

gebeurd, het resultaat dikwijls was: dat rijke mensen uit de ontwikkelingslanden nog<br />

rijker en arme nog armer werden”.<br />

Desondanks poneert hij één pagina verder, na eerst opgemerkt te hebben dat er<br />

meer onderzoek nodig is om deze feitelijke mislukking van de ontwikkelingshulp te<br />

begrijpen, in naam van het algemene principe van het inclusieve denken dat “we nog<br />

meer geld” moeten fourneren om de problemen te boven te komen. En nog twee<br />

pagina’s verder wordt “het prachtige werk van de grote hulpacties … van de<br />

Wereldraad van Kerken” geprezen. Hoe dat te rijmen is met de eerdere constateringen<br />

over de contraproductiviteit van ontwikkelingshulp wordt nergens uitgelegd.<br />

Ik kan dit soort tegenspraken, waar je vaak snel overheen leest, alleen maar begrijpen<br />

vanuit de morele gevoeligheid van het individu. Omdat de meeste mensen zich in hun<br />

persoonlijke verhoudingen sterk door morele waarden laten leiden, is het vaak te pijnlijk<br />

om te erkennen dat er hiervoor in het grote politieke spel weinig ruimte bestaat.<br />

Daar sluit men de ogen dan ook graag voor. Op politieke handelingen worden dan<br />

morele begrippen geplakt of de gewelddadige kanten ervan worden via eufemismen<br />

afgezwakt en verborgen. Mijns inziens gebeurt dit ook in ‘Inclusief denken’. Het lijkt<br />

mij dat Boerwinkel de lessen van Niebuhr onvoldoende ter harte heeft genomen.<br />

Erkenning<br />

Dankte ik mijn eerste ontdekking van een centraal idee aan Hannes de Graaf, voor de<br />

tweede moet ik Hebe Kohlbrugge, mijn toenmalige baas bij het Werelddiakonaat van<br />

de Nederlandse Hervormde Kerk, dankbaar zijn. Hebe wapende mij tegen elke<br />

De actualiteit van inclusief denken


gemakkelijke vorm van christelijk missionair heilsdenken door mij met het werk van<br />

Rosenstock-Huessy (die Boerwinkel overigens ook weer kent en zelfs citeert) kennis te<br />

laten maken. In een analyse van mondiale conflicten waar wij via het werelddiakonaat<br />

bij betrokken waren – Israël-Palestijnen, de afscheidingsoorlog van Biafra in Nigeria,<br />

de apartheid in Zuid-Afrika, de oorlog in Vietnam, de strijd voor sociale gerechtigheid<br />

in Latijns-Amerika – hield zij mij en mijn collega Bert Kisjes voor dat het steeds ten<br />

diepste ging om Anerkennung, om erkenning door de ander. Als ik nu wat passages<br />

hierover uit mijn Nieuwe-Linie artikel citeer, is het bijna of ik Hebe Kohlbrugge weer<br />

direct hoor praten.<br />

“Het oude, exclusieve denken wordt door Boerwinkel als een “struggle for life”<br />

beschreven: “zelfbehoud is de eerste levenswet; of hij gaat eraan of ik”. In dit denken<br />

wordt het heil slechts gezien in de negatie van de ander. Hier tegenover plaatst de<br />

schrijver dan zijn nieuwe denken waarin het eigen heil gevonden wordt, als men het<br />

welzijn van de ander zoekt. Mijn vraag bij deze twee soorten denken is of het neodarwiniaanse<br />

uitgangspunt van Boerwinkel wel een adequate beschrijving geeft van de<br />

intermenselijke relaties. Een mens strijdt namelijk niet in de eerste plaats om zijn<br />

bestaan ten koste van zijn medemensen, maar hij vecht om erkenning door zijn<br />

medemensen. We hoeven er echt de dialectiek van Hegel, volgens welke ik pas mijn<br />

eigen zelf, mijn eigen identiteit vind door middel van erkenning van de ander, bij te<br />

halen om uit eigen ervaring te weten dat wij niet in de eerste plaats om meer bezit,<br />

om ons leven vechten, maar om erkenning door de mensen met wie wij te maken<br />

hebben. Reeds Kaïn sloeg Abel dood omdat hij meende niet erkend te worden.<br />

Boerwinkels darwiniaanse uitgangspunt geeft een inadequate beschrijving van de<br />

tussenmenselijke relaties, maar de omkering ervan levert helaas een even onjuiste<br />

beschrijving op. Hij wil namelijk dat ik inclusief ga denken, dat ik “het heil van de<br />

Amerikanen, van de Russen en van de Chinezen”, om over dat van de ontwikkelingslanden<br />

maar te zwijgen, voortdurend beoog en bevorder. Het lijkt mij nu dat de Russen,<br />

Chinezen, etc. hier niet zo erg van gediend zijn. Het zal hen er eerder om gaan als<br />

gelijkwaardig erkend te worden, dan van boven af geholpen te worden.<br />

De landen uit de derde wereld vragen ons echt niet nog meer aan hun heil te denken<br />

dan we vroeger gedaan hebben, maar ze willen hun heil zelf bepalen, ze willen zelf<br />

hun identiteit door strijd en revolutie heen, ontdekken. In feite heeft het christelijke<br />

Westen altijd inclusief gedacht, heeft het altijd “de opdracht gevoeld om de zegeningen<br />

der beschaving aan de andere volken te brengen”, zoals reeds in 1 de in Berlijn<br />

gehouden Congoconferentie zo treffend formuleerde. En het verwarrende voor ons is<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

21


22<br />

nu juist dat er een eind komt aan het tijdperk waarin wij het heil van de andere volken<br />

als onze opdracht beschouwden. Maar daar willen we nog niet aan, daarom creëren<br />

we de term ‘inclusief denken’, die voor ons in geseculariseerde vorm de oude missieopdracht<br />

levend houdt.<br />

Het denken om het heil van de ander wordt vaak een denken over en ten behoeve<br />

van de ander, zelfs een denken in plaats van de ander. Nooit komt men langs deze<br />

weg tot een volmondige erkenning van de ander als ander. … Wij zijn hier in het<br />

Westen vergeten dat enkele dingen niet geschonken kunnen worden. Vrijheid, een<br />

gevoel van eigenwaarde, erkenning door de ander, moeten veroverd worden. Terwille<br />

hiervan vochten Biafranen en Nigerianen, terwille hiervan vechten Palestijnen en<br />

Israëli. Als zelfbehoud inderdaad de eerste levenswet was, dan zou de vrede in Biafra<br />

wel gemakkelijker bereikbaar zijn geweest, dan zou het Midden-Oosten nu niet al<br />

meer dan twintig jaar in brand staan. De oplossing van het inclusieve denken die<br />

Boerwinkel in dit laatste geval voorstelt, is geen oplossing. Het gaat er niet om dat de<br />

Arabieren schadeloosstelling krijgen of terug mogen keren naar hun huis en grond.<br />

Zij vechten om erkenning en die erkenning en eigen identiteit kunnen alleen veroverd<br />

worden in een sterke organisatie van de eigen groep. Precies hetzelfde geldt voor de<br />

Israëli. Hun eerste wens is niet vrede, maar behoud van eigen identiteit.<br />

In het Israëlische tijdschrift New-Outlook stond onlangs een onthullende briefwisseling<br />

tussen de Nationale Unie van Israëlische Studenten en de Al-Fatach, die het bovenstaande<br />

scherp belicht. Zowel de Israëli’s als de Arabieren weigeren het object van het<br />

inclusief denken van de ander te worden. Vooral in het antwoord van de Israëli’s komt<br />

dit scherp uit. ‘Wij zullen voortgaan met de strijd totdat wij over onze eigen toekomst<br />

kunnen beslissen”, schrijf je. Wees voorzichtig mijn neef, je begint te praten als een<br />

zionist. Want geloof je nu heus dat wij genoegen nemen met iets minder … met de<br />

status van een getolereerde minderheid. Wij wensen jullie verdraagzaamheid niet. Wij<br />

vragen jullie aanvaarding. Wij keerden niet terug naar ons vaderland om te assimileren,<br />

om Joodse Arabieren te worden zoals jij zou willen, maar om onszelf voor eens en voor<br />

altijd te bevrijden van anderen die ons lot bepalen. Wij zullen onze toekomst bepalen,<br />

en wij zullen de strijd voortzetten om deze zelfbeschikking veilig te stellen.’” Tot zover<br />

mijn Nieuwe Linie-tekst.<br />

Erkenning bij Hegel<br />

Hoezeer ik mij ook in het werk van Rosenstock-Huessy heb verdiept, het viel mij altijd<br />

moeilijk om als argumentatief ingesteld filosoof het mij geheel eigen te maken.<br />

De actualiteit van inclusief denken


Daarvoor was het mij enerzijds te speculatief, anderzijds te verhalend. Als ik nu iets<br />

meer in het algemeen zeg over de strijd om erkenning ga ik dan toch maar weer terug<br />

naar de grote Duitse negentiende-eeuwse filosoof Hegel. Deze gaat uit van een soort<br />

natuurstaat, waarin de menswording haar beslag kreeg. Hegels “eerste mens” deelt met<br />

de dieren een aantal begeertes. Hij heeft behoefte aan voedsel, warmte, beschutting en<br />

veiligheid. Deze behoeftes kan hij bevredigen door zich te richten op objecten buiten<br />

hem. Als sociaal wezen – Hegel onderstreept met recht dat de mens dit van meet af<br />

aan is – krijgt hij echter niet alleen met andere objecten maar ook met andere bewustzijnen<br />

te maken. Het menselijke zelfbewustzijn kan zich alleen in de confrontatie met<br />

een ander bewustzijn ontwikkelen. Mijn begeerte is niet gericht op het bezitten van de<br />

ander als object maar op het erkend worden door de ander, juist in mijn begeerte.<br />

Ik begeer de begeerte van de ander en omgekeerd. De menselijke seksuele relatie is<br />

niet alleen gericht op het lichaam van de ander, maar ook op de begeerte van de<br />

ander. Pas daarin vindt erkenning plaats.<br />

Voor de volledige menswording is volgens Hegel nog een tweede stap vereist. De mens<br />

wil niet zomaar door de ander erkend worden; hij wil erkend worden als mens. En het<br />

meest fundamentele aspect van de menselijke identiteit waarin hij verschilt van dieren is<br />

het vermogen om zijn eindigheid onder ogen te zien en zijn leven op het spel te zetten.<br />

“Daarom leidt de ontmoeting van ‘de eerste mens’ met andere mensen tot een<br />

gewelddadige strijd waarin elke betrokkene de ander hem wil doen ‘erkennen’ door zijn<br />

leven te riskeren. De mens is een fundamenteel op anderen gericht sociaal dier, maar<br />

zijn maatschappelijkheid leidt hem niet naar een vreedzame burgerlijke maatschappij,<br />

maar stort hem in een gewelddadige strijd op leven en dood voor puur prestige”.<br />

Aldus de samenvatting van Fukuyama van de oorsprong der geschiedenis volgens Hegel.<br />

Hoe te ontsnappen aan deze strijd van allen tegen allen die slechts met de dood van<br />

één van de twee bewustzijnen lijkt te kunnen eindigen? Bij Hegel onderwerpt de één<br />

zich aan de ander; er ontstaan knechten en heren. De knecht heeft uit angst voor een<br />

gewelddadige dood de meester erkend en zal hem voortaan dienen door voor hem te<br />

werken. De geschiedenis van de ongelijkheid en volgens Marx van de uitbuiting kan<br />

beginnen.<br />

Wij zitten, dat geldt ook voor de tijd waarin Inclusief denken verscheen, nog midden in<br />

deze geschiedenis van ongelijkheid, onderdrukking en geweld. De strijd om erkenning<br />

speelt hierin een belangrijke rol. We kunnen hem niet met een beroep op ‘inclusief<br />

denken’ terzijde schuiven.<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

2


2<br />

Voorbij het inclusieve denken<br />

De Hegeliaanse ideeën over de strijd om erkenning hebben de filosofie uit het laatste<br />

kwart van de vorige eeuw diepgaand beïnvloed. Ik wil tot slot heel kort een aantal<br />

denkers noemen, die vaak al eerder publiceerden, maar die pas in de laatste decennia<br />

van de eeuw gehoor vonden en invloed kregen.<br />

Levinas<br />

Kun je het welzijn van de ander beogen? Veel van mijn boeken draaien rondom deze<br />

vraag. Hoe kun je bepalen wat dat welzijn is? Moet die ander dat niet zelf beslissen?<br />

Boerwinkel heeft de verandering niet meegemaakt van het denken over de ander<br />

naar zoals Levinas het stelt ‘de idee van een radicale exterioriteit’. Het gebod dat van<br />

het gelaat van de ander uitgaat is voor Levinas juist een radicale doorbreking van een<br />

houding die meent de ander te kunnen includeren. Voor Levinas gaat het hier om een<br />

denken dat hij als totaliteit beschrijft en dat in tegenstelling tot wat Boerwinkel beweert,<br />

altijd overheersend is geweest. De geschiedenis van het Westen is een totaliteitsgeschiedenis,<br />

steeds meer mensen werden via verovering, missionering en kolonialisme<br />

ingesloten. Tegenover deze totaliteit en universaliteit stelt Levinas de oneindigheid<br />

van het gelaat van de Ander, die altijd buiten mijn ideeën en opvattingen blijft staan,<br />

maar wel als weerloos gelaat de eis stelt ‘gij zult niet doden’. Deze eis is heel anders<br />

dan de suggestie ‘gij zult mijn welzijn bevorderen’.<br />

Foucault<br />

Michel Foucault als tweede denker in deze reeks, heeft in dezelfde lijn betoogd dat de<br />

recente westerse geschiedenis er één van insluiting en niet zoals Boerwinkel betoogt,<br />

van uitsluiting is geweest. In de Middeleeuwen werden bijvoorbeeld gekken, zieken en<br />

misdadigers vaak buitengesloten, als vreemden en anderen uit de samenleving<br />

verbannen. Dat verandert volgens Foucault in de moderne tijd, die juist als een periode<br />

van insluiting kan worden omschreven, waarin het welzijn van dit soort groepen werd<br />

beoogd. Daar kunnen wij achteraf denigrerend over doen door te stellen dat het niet<br />

echt om het welzijn van de uitgeslotenen ging. Dat lijkt me echter te gemakkelijk. Wie<br />

durft staande te houden dat onze eigen ideeën over het welzijn van de ander ook niet<br />

tijdsgebonden zijn, zoals die van onze voorouders? Zelfs als ik mijn eigen leven overzie,<br />

is het duidelijk dat de ideeën over het welzijn van de ander de afgelopen 0 jaar flink<br />

zijn veranderd. Bepaalde ideeën over ontwikkelingshulp uit begin jaren ’ 0 als een<br />

typische uiting van westers inclusief denken zouden tegenwoordig voor de meesten van<br />

De actualiteit van inclusief denken


ons onacceptabel zijn. Hoewel, ze bestaan nog steeds. In de woorden van Finkielkraut<br />

lijkt het er vaker om te gaan hongerige monden met voedsel vol te stoppen zodat we<br />

niet hoeven te luisteren naar wat deze zelfde monden te vertellen hebben.<br />

Arendt<br />

Alles wat ik nu gezegd heb, is in zekere zin unfair naar Boerwinkels geschrift. Ik citeer<br />

steeds denkers die na hem hebben geschreven of waarvan in elk geval het werk na zijn<br />

boek in de aandacht is gekomen. Dat laatste geldt bijvoorbeeld voor de denkster die<br />

ikzelf als mijn intellectuele leidsvrouwe beschouw: Hannah Arendt. Haar kernbegrip is<br />

in dit geval pluraliteit. Mensen zijn radicaal verschillend en onderscheiden, de afstand<br />

tussen hen kan in de politieke en publieke werkelijkheid nooit worden uitgewist of<br />

overbrugd. Net als Levinas stelt Arendt dat vooral het westerse politieke denken deze<br />

radicale pluraliteit al snel via Plato heeft ingeruild voor een universaliteitsdenken met<br />

utopische trekken. Arendts grote studie The human condition stamt uit 19 , dus lang<br />

voor de verschijning van ‘Inclusief denken’. Maar haar boodschap werd nauwelijks<br />

opgepikt en begrepen. De tijdgeest was er niet rijp voor, de radicale begrippen van<br />

Arendt werden geneutraliseerd en in een universaliteitsdenken opgenomen. Het meest<br />

typerende hiervoor vind ik wel de aanvankelijke Nederlandse vertaling van haar hoofdwerk:<br />

‘De mens, bestaan en bestemming’. Welnu, als er iets is dat Arendt als hoofdlijn<br />

in haar boek verkondigt dan is het dat dé mens niet bestaat. We kennen alleen een<br />

pluraliteit van mensen met verschillen tussen hen. Het is onmogelijk ze in één inclusief<br />

denken te vatten. Ik geef meteen toe, de titel van de vertaler klinkt veel beter en<br />

imposanter. Zij suggereert een universaliteitsmetafysica die Arendt in het voetspoor<br />

van haar partiële inspirator Martin Heidegger nu juist bestrijdt. Ik geef ook meteen toe<br />

dat ik in die tijd nu juist voor deze titel viel. Het is dezelfde universaliteitspretentie die<br />

uit Inclusief denken sprak. Een voormalig studente van De Horst die in 19 begon,<br />

herhaalt het ook in haar terugblik over de boodschap die de studenten toen meekregen:<br />

“Het ging om De Mens (met hoofdletters), om alle mensen”.<br />

Arendts denken is wel omschreven als een antagonistisch pluralisme. Tussen mensen<br />

bestaat er voor haar verschil en geschil, een term van de Franse filosoof Lyotard, wiens<br />

denken ik hier verder niet bespreek, maar die wel in dit rijtje anti-inclusieve denkers<br />

past. Via overreding en argumentatie proberen mensen deze verschillen te overbruggen<br />

en deze geschillen op te lossen. Dat is echter nooit geheel mogelijk; de communicatie<br />

tussen mensen biedt nooit volgens Arendt zoals dat voor Habermas het geval is, uitzicht<br />

op een uiteindelijke overeenstemming waarin de waarheid – de ene waarheid –<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

2


2<br />

tenslotte gerealiseerd kan worden.<br />

Schmitt<br />

De ander blijft altijd met de centrale term van Carl Schmitt, de volgende denker die ik<br />

kort wil noemen, de vijand, degene die mijn wijze van bestaan radicaal bevraagt en in<br />

twijfel kan trekken. Voor Carl Schmitt, de voormalige kroonjurist van het Derde Rijk,<br />

bestond in de progressieve jaren ‘ 0, waarin elke gevaarlijke denker al snel ‘fascist’<br />

heette, geen belangstelling, ook al dateert zijn belangrijkste boek Het begrip politiek<br />

uit begin jaren 0. Het denken van Schmitt, die waarschijnlijk van alle door mij<br />

genoemden het felst anti-inclusief is, is vaak misverstaan.<br />

De vijand is voor hem geen morele, maar een existentiële categorie. Hij is degene<br />

die in de relatie tussen staten en groepen – want Schmitt heeft het net als Niebuhr over<br />

politieke en niet over persoonlijke verhoudingen – mijn levenswijze en voortbestaan<br />

zodanig uitdaagt dat ik om deze te behouden mijn leven in de strijd tegen hem op het<br />

spel moet zetten. Het is van belang dat de vijand geen morele categorie is. Hij is de<br />

ander, die ik kan respecteren, kan bestrijden, maar hij is geen misdadiger die ik kan<br />

demoniseren, veroordelen. Dat zijn juist categorieën die bij het door Schmitt scherp<br />

afgewezen universalistische denken horen. “Und willst du nicht mein Bruder sein, so<br />

schlag ich dir dein Schädel ein”.<br />

Het universalisme kent de vijand als misdadiger tegen de mensheid, als absolute<br />

vijand, tegen wie vaak in een zogeheten nieuwe wereldorde, de laatste oorlog om alle<br />

oorlogen voortaan op te heffen, gevoerd moet worden. De vijand-categorieën die wij<br />

in navolging van Bush vaak voor het moslimterrorisme of überhaupt de politieke islam<br />

hanteren zouden door Schmitt fel verworpen worden. Zeker, het gaat hier volgens hem<br />

om de vijand, maar die kan niet in termen van wit en zwart, goed en kwaad van ons<br />

onderscheiden worden. Hij moet niet zoals Bush zei in al zijn holen worden opgezocht<br />

en uitgerookt, maar wel als vijand erkend en bestreden worden.<br />

Hierin verschilt Schmitt scherp van het voor kort zo populaire multi-culturalisme.<br />

Met Samuel Huntington gaat hij uit van een clash of civilizations, een botsing van<br />

culturen, die door geen enkel universalisme of multiculturalisme overwonnen kan worden.<br />

Ik noem Huntington hier met name omdat hij ook zo vaak misverstaan is. Hij voert<br />

zeker niet, zoals hem vaak in de schoenen geschoven wordt, een pleidooi voor een<br />

oorlog tussen beschavingen. Integendeel, zijn boek is één groot betoog dat de lezer<br />

moet overtuigen om in wereldverband vreedzaam met geschillen en verschillen tussen<br />

culturen om te gaan. Natuurlijk gebruikt Huntington het begrip niet, maar elk denken<br />

De actualiteit van inclusief denken


dat naar inclusie neigt, is volgens hem gevaarlijk en eurocentrisch. Wij menen een<br />

gemeenschappelijk heil voor ons en de ander te kunnen formuleren, maar in werkelijkheid<br />

plakken wij snel onze westerse waarden die wij universalistisch noemen op de<br />

ander. Het is realistischer om hen als menselijke vijand te erkennen en respecteren.<br />

Derrida<br />

Een laatste naam, grondlegger van het deconstructivisme, Jacques Derrida. Het is niet<br />

overdreven te stellen dat Derrida de hele westerse filosofie als een grootse, maar<br />

uiteindelijk mislukte poging ziet om inclusief te denken, om de ander en zijn welzijn in<br />

mijn denken te includeren om, zoals Derrida stelt, de Ander (l’autre) tot het zelf (le même)<br />

te herleiden, om ‘De mens’ te denken in plaats van het verschil tussen mensen te<br />

articuleren. Zijn deconstructie laat in het ontrafelen van de klassieke teksten steeds zien<br />

in hoeverre dat mislukt is, waar de ander in de marges van de tekst als onherleidbaar<br />

en niet te includeren opduikt.<br />

Die methode van de deconstructie heb ik in mijn verhaal ook deels gebruikt om het<br />

boek Inclusief denken te ontrafelen. Net als Derrida die de filosofie niet afschreef, maar<br />

juist de grootsheid ervan beklemtoonde, heb ik met mijn deconstructie en kritiek het<br />

belang van het werk van Boerwinkel willen onderstrepen. Dat ik er nog steeds door<br />

geobsedeerd ben, is het uiteindelijke bewijs voor mij dat we hier met een tekst en een<br />

denker te maken hebben die weerbarstig blijft en niet eenvoudig geïncludeerd kan<br />

worden.<br />

Literatuur<br />

Arendt, H., Vita Activa (voorheen ‘De Mens’), Amsterdam: Boom, 199 .<br />

Derrida, J., Marges van de filosofie, Kampen: Kok Agora, 199 .<br />

Foucault, M., Bewaken en straffen, Groningen: Historische Uitgeverij, 1992.<br />

Fukuyama, F., Het einde van de geschiedenis en de laatste mens, Amsterdam: Olympus, 200<br />

Hegel, G.W.F., Phänomenologie des Geistes, Hamburg: Felix Meiner Verlag, 19 2.<br />

Huntington, S.P., Botsende beschavingen; Cultuur en conflict in de twintigste eeuw, Baarn:<br />

Anthos, 1997.<br />

Levinas, E., De totaliteit en het oneindige, Baarn: Ambo, 19 7.<br />

Niebuhr, R., Moral man and immoral society, New York: Continuum, 200 .<br />

Rosenstock-Huessy, De grote revoluties; autobiografie van de westerse mens, Vught: Skandalon,<br />

200 .<br />

Schmitt, C., Het begrip politiek, Amsterdam: Boom, 2001.<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

27


2<br />

Maarten van der Linde<br />

uIt de dIscussIe<br />

met hans achterhuIs<br />

Jeanne van Engelen: ‘En toch!’ Ik kan het allemaal volgen en de bezwaren die je<br />

aanvoert, kan ik begrijpen, ik begrijp dat je niet idealistisch en utopisch kunt werken,<br />

maar dan denk ik: ‘En toch!’ Zonder de inspiratie die uitgaat van idealen en utopieën<br />

kan ik niet leven.’<br />

Hans Achterhuis: ‘Dat is ook mijn eigen vraag. Je moet niet je eigen idealen opgeven.<br />

Boerwinkel kende Niebuhr wel degelijk. Niebuhr was christen-socialist. Hij was van<br />

mening dat je je idealen alleen kunt verwezenlijken door hard studeren en te strijden in<br />

maatschappelijke realiteiten. Ik erken wel het belang van idealen, maar een universeel<br />

ideaal, dat vind ik een schrikbeeld. Er is niet één waarheid. Het gevaarlijke van idealen<br />

is dat ze elk moment kunnen verstarren, en dan worden ze gevaarlijk. Het leerzame<br />

van Hannah Arendt vind ik dat ze de nadruk heeft gelegd op de verschillen, er zijn<br />

spannende verschillen. Levinas zegt dat we geen ideaal nodig hebben; het ‘gelaat van<br />

de Ander’ is genoeg.’<br />

Lambert van Elk: ‘Ik vind het jammer dat in de liberale tijdgeest sinds de jaren 19 0 de<br />

solidariteitsgedachte op de achtergrond is geschoven. Ik zie inclusief denken in het<br />

verlengde van de solidariteitsgedachte. Hoe kunnen we samen verschillend denken?<br />

Is dat mogelijk?’<br />

HA: ‘Boerwinkel laat in zijn boekje zien dat solidariteit wordt gevonden door je<br />

onderling af te grenzen van een andere groep. Hoe houd je de Nederlandse<br />

verzorgingsstaat in stand met de komst van vele immigranten in een tijd van steeds<br />

verdergaande globalisering. Concreet ontkom je niet aan het je sterk maken als eigen<br />

De actualiteit van inclusief denken


groep: Fort Europa. Daar zitten grote morele en ethische bezwaren aan, maar we<br />

gooien ook niet zomaar alle grenzen open.<br />

Over je vraag of samen verschillend denken mogelijk is. Strijd is niet erg. Als je degene<br />

met een ander standpunt maar niet verkettert. Ik vind nog altijd erg interessant wat<br />

Macchiavelli in zijn Discorsi schrijft over de geschiedenis van Rome. De clou is dat ze<br />

groot zijn geworden door conflicten niet uit de weg te gaan, maar ze uit te vechten.<br />

Carl Schmitt schrijft over het begrip ‘vijand’. Hij zegt: beschouw de vijand niet als<br />

moreel slecht, maar als iemand die mij uitdaagt. Ik leer hieruit dat het van wezenlijk<br />

belang is verschillen te erkennen. Ga confrontaties niet uit de weg.’<br />

Biem Lap: ‘Als inclusief denken verkeert in zijn tegendeel en als je het morele appel<br />

van inclusief denken verwerpt, wat blijft er dan over? Is er een ethisch veld waarop we<br />

maatschappelijk kunnen opereren? Of is dat alleen mogelijk in de privé-sfeer?’<br />

HA: ‘Ik ben een voorstander van gesprekken, die moreel gedragen worden. Waarin je<br />

niet probeert te verzoenen wat niet verzoend kan worden, maar waarbij je elkaar wel<br />

vasthoudt. Hannah Kohlbrugge was hoogleraar Iraanse Taal- en Letterkunde en een<br />

groot kenner van de Islam. Zij had interessante ideeën over de onverenigbaarheid van<br />

Christendom en Islam. Erken dat verschillen ook geschillen kunnen zijn. Ik verzet mij<br />

tegen een te gemakkelijke overeenstemming. Ik ben zelf nogal positief over het boek van<br />

Samuel Huntington, Clash of Civilisations. Hij zegt dat we met elkaar moeten samenleven,<br />

maar ook dat de verschillen zeer groot zijn. Hij waarschuwt voor universalisme waardoor<br />

de ander wordt ontkend. Je kunt het heil van het ander niet bepalen.’<br />

Sigrid Teunis: ‘Ik proef in het hele idee van inclusief denken van Boerwinkel een<br />

ongelooflijk paternalistische houding. Ik maak wel uit wat goed voor jou is. Ik ben daar<br />

allergisch voor.’<br />

Leen van Ginkel: ‘Ik ben van de eerste lichting studenten, van 19 dus. Ik heb Boerwinkel<br />

heel goed gekend. Die tijd wás paternalistisch! Boerwinkel zette vlak na de oorlog een<br />

student die in de oorlog zich bij de SS had aangemeld en aan het Oostfront had<br />

gevochten en een andere student die in het verzet had gezeten, was gepakt en<br />

gedeporteerd naar een Duits concentratiekamp, bewust bij elkaar, op één kamer.<br />

Dat was paternalistisch, maar het gevolg was wel dat die twee met elkaar een gesprek<br />

moesten gaan voeren. Dat ze zich moesten gaan verdiepen in elkaars achtergronden<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

29


0<br />

en motieven. Dat was niet makkelijk, dat was vreselijk moeilijk. Zulke dingen deed<br />

Boerwinkel. Hij haalde in 19 al Duitse studenten naar De Horst zodat we elkaar<br />

leerden kennen en over de oorlog konden praten. Dat was ongelooflijk, iedereen was<br />

anti-Duits, en niemand zat op gesprekken met Duitsers te wachten. Boerwinkel was<br />

paternalistisch, maar met zijn visie was hij zijn tijd ver vooruit.’<br />

Hannie Nanlohy-Sniphout: ‘U verzet zich tegen een soort inclusief denken, dat erkenning<br />

van de ander zou kunnen belemmeren. Hoe kijkt u aan tegen alle discussies over<br />

Marokkaanse jongeren. Hebben zij erkenning nodig?’<br />

HA: ‘Ik was erg geschokt door de artikelen in de pers na de moord op Theo van Gogh.<br />

Bijvoorbeeld wat Joost Zwagerman schreef. Het ademde een en al wij/zij-denken. Met<br />

zo’n vijandbeeld zullen wij altijd bang blijven voor Marokkanen.’<br />

André de Leeuw: ‘Wethouder Aboutaleb bezoekt scholen in Amsterdam en spreekt de<br />

(o.a.. Marokkaanse) jongeren toe: wat de samenleving van hen verwacht. Dat zijn<br />

paternalistische toespraken.’<br />

HA: ‘Ik wil nog iets zeggen over het begrip identiteit. Als we het hebben over<br />

Marokkaanse jongeren pinnen we ze vast op een groepsidentiteit, maar in werkelijkheid<br />

hebben deze jongeren allemaal een individuele identiteit.’<br />

Josien Hofs: ‘Toch is het ingewikkeld. Er is een nieuw taboe ontstaan op doelgroepdenken,<br />

onder het mom van inclusief denken. Toch zijn soms extra voorzieningen<br />

nodig, als strategisch belang, niet als principe. Ik wil nog wat zeggen over verschillen.<br />

Ik vind het interessant dat mensen verschillend zijn en uit verschillende culturen<br />

afkomstig.’<br />

Hannie Nanlohy-Sniphout: ‘Maar de vraag is wel hoe die verschillen benoemd worden.<br />

Altijd gebeurt dat in termen van meer of minder waardevol. Stereotype beeldvorming<br />

is erg hardnekkig.’<br />

Leen van Ginkel: ‘Inclusief denken kost strijd, strijd en nog eens strijd. Bloed, zweet en<br />

tranen. En het duurt jaren en nog eens jaren voor je iets bereikt. Ik was in 19 0 op<br />

Kerk en Wereld / De Horst deelnemer bij de allereerste gesprekken tussen hervormden<br />

De actualiteit van inclusief denken


en gereformeerden over Samen-op-weg. Het heeft v e e r t i g jaar geduurd voordat<br />

deze twee kerkgenootschappen, die allebei toch dezelfde achtergrond hadden<br />

- christelijk en protestant -, tot samengaan konden besluiten! Maar ik heb hieruit<br />

geleerd: alle begin is klein en intensief, en reken niet op snelle successen. Het kan ook<br />

niet snel. In Assen begeleid ik al vijf jaar een gespreksgroep tussen vertegenwoordigers<br />

van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) en imams. Vergeet niet dat religie<br />

deep-down ingrijpt in het leven van mensen.’<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

1


2<br />

Jos van der Lans<br />

BoerwInkels BeproeVIng<br />

moet nog komen<br />

Laat ik maar meteen beginnen met een bekentenis, dan ben ik daar vanaf. Tot ik<br />

uitgenodigd werd voor deze studiedag had ik nog nooit van Feitse Boerwinkel<br />

gehoord. Zijn naam had in mijn herinnering geen plek gekregen en mijn eerste reactie<br />

was dan ook dat het natuurlijk wel heel vreemd zou zijn om te spreken op een studiedag<br />

ter ere van iemand waar je nog nooit van gehoord hebt. Maar de organisatie wist<br />

mij te overtuigen dat het niet zozeer om Boerwinkel ging als om de actualiteit van zijn<br />

boodschap, namelijk de oproep tot inclusief denken, en dat ik daar gezien mijn<br />

geschriften wel degelijk iets zinnigs over te berde zou weten te brengen.<br />

Of dat zo is, zal moeten blijken, maar juist die conclusie dat er zoveel raakvlakken zijn<br />

tussen wat Feitse Boerwinkel beweerde en wat ik belangrijk vind, maakt het natuurlijk<br />

vreemd dat zijn naam en werk niet tot mijn geestelijke bagage zijn doorgedrongen.<br />

Bedenk daarbij, dat de enorme verkoopcijfers van Boerwinkels bestseller, Inclusief<br />

denken, in de eerste tien jaren na verschijning in 19 werden gehaald, precies de<br />

jaren waren van mijn politiek-intellectuele vorming.<br />

En toch is Boerwinkel mij geheel ontgaan.<br />

Daar is maar één verklaring voor te geven. Ik ben van katholieke komaf en studeerde<br />

begin jaren zeventig aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, waar wij bezig waren<br />

met een geheel eigen revolutie. Wij hadden af te rekenen met onze eigen paapse<br />

regentenkliek en dat kostte al moeite genoeg. Bovendien was Boerwinkels boodschap<br />

voor ons vermoedelijk veel te lief geweest. Wij waren in die roerige jaren meer van het<br />

exclusief denken, want wie niet voor ons was, was dus tegen ons. Of je was voor de<br />

bestaande orde (en met die mensen wilden we niks te maken hebben) of je was<br />

progressief. Meer smaken waren er niet, en wat ons betreft moest iedereen in die<br />

dagen van polarisatie en conflictmodel kleur bekennen.<br />

De actualiteit van inclusief denken


Het gedachtegoed van Feitse Boerwinkel was dus aan ons niet besteed, net zomin als<br />

aan de toenmalige studenten aan de Academie De Horst, die – zoals Maarten van de<br />

Linde het in zijn biografische schets treffend beschrijft - meenden dat Boerwinkel<br />

bezig was ‘de vorige oorlog te winnen, terwijl zij al met iets radicalers bezig waren,<br />

waar ze niet uitkwamen door ‘inclusief te denken’.’<br />

Elke zuil zijn eigen jaren zestig<br />

Maar toch is dat niet de enige verklaring voor mijn onbekendheid met Boerwinkel.<br />

Want ook in katholieke kring waren er in die dagen verlichte denkers, die bezig waren<br />

met het winnen van de vorige oorlog, en die door grenzen heen gingen. Ik studeerde<br />

cultuur- en godsdienstpsychologie, een vakgroep die groot gemaakt was door Han<br />

Fortmann, een zeer erudiete, ruimdenkende jezuïet, die in zijn denken en interesse<br />

duidelijk verwantschap toonde met Boerwinkel. Maar in zijn geschriften, kom je geen<br />

verwijzing tegen naar het boek van Feitse Boerwinkel, ik heb het er speciaal nog eens<br />

op nageslagen.<br />

Dat is op zichzelf een interessante constatering. We denken tegenwoordig dat de<br />

jaren zestig en zeventig de stoot gaven tot een algehele ontzuiling van Nederland,<br />

maar in werkelijkheid ligt het veel genuanceerder. Elke zuil had zijn eigen jaren zestig<br />

en zeventig. Het was in de eerste plaats een revolutie in eigen kring en die kostte al<br />

zoveel denkwerk dat zelfs erudiete types als Fortman de oversteek naar ruimdenkers<br />

uit andere zuilen niet konden maken. Met als gevolg dat wij ex-katholieken geen<br />

herinnering hebben aan Feitse Boerwinkel en naar ik aanneem de meeste al dan niet<br />

ex protestanten geen weet hebben van Han Fortmann. Misschien moeten we alsnog<br />

aan een uitwisselingsprogramma beginnen.<br />

Die eigen verzuilde dynamiek verklaart vermoedelijk ook de andere accenten die<br />

vrijzinnige denkers als Fortman en Boerwinkel legden. Zo is het tegen de achtergrond<br />

van de katholieke cultuur niet zo vreemd dat de katholiek Fortmann eerder de zelfverwerkelijking<br />

en bezieling centraal stelt. Je zou kunnen zeggen dat hij voor de<br />

katholieke kudde, waarin individualisme een schaars goed was, de weg verkende naar<br />

zichzelf, naar een meer geïndividualiseerd bestaan.<br />

Daar staat tegenover dat – voor zover ik dat kan nagaan – bij Boerwinkel niet zozeer<br />

de ontdekking van jezelf, maar de ontdekking van de ander centraal staat. Je zou kunnen<br />

zeggen dat hij het protestantse individualisme in zekere zin collectiveert. Inclusief<br />

denken betekent immers dat je jezelf immers altijd in relatie tot de ander moet denken.<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst


Individueel geluk is, nee moet, een gedeeld goed zijn.<br />

Twee voedingsbronnen<br />

Zelfverwerkelijking en betrokkenheid op de ander, je zou dat ook als nieuwe solidariteit<br />

kunnen aanduiden, de thema’s van respectievelijk Fortmann en Boerwinkel, vormen<br />

twee belangrijke ideologische voedingsbronnen van de jaren zestig en zeventig. Zij<br />

vormen in onze moderne culturele geschiedenis denksporen die met elkaar verweven<br />

zijn, maar elkaar ook regelmatig hebben afgestoten. Zowel Fortmann als Boerwinkel<br />

behoorden tot de eerste generatie intellectuele woordvoerders van deze nieuwe<br />

mentale ontdekkingen die de samenleving zijn gaan veranderen. Zij vormden niet de<br />

revolutionaire voorhoede, maar zij leverden wel de intellectuele munitie. Zij leverden<br />

voor grote groepen de eye-openers.<br />

Dat maakt nog een andere nuancering over die jaren mogelijk. De jaren zestig zijn<br />

niet alleen gemaakt door de jeugdige generatie die toen is opgestaan, maar zijn in<br />

kleine kring voorbereid door verlichte elites die nieuwe gedachten aan het verkennen<br />

waren. De jaren zestig vormen in onze culturele geschiedenis ogenschijnlijk een bizarre<br />

explosie, een razendsnelle verdichting van allerhande ontwikkelingen, maar wie deze<br />

jaren echt wil begrijpen moet op zoek gaan naar de intellectuele gisting die daaraan<br />

vooraf ging.<br />

Precies dat maakt de biografie van Boerwinkel zo interessant, en het valt te hopen<br />

dat de biografische schets zoals Maarten van de Linde die heeft gemaakt nog eens<br />

uitgroeit tot een volwassen biografie, omdat we daarmee ook onze eigen moderne<br />

geschiedenis beter kunnen begrijpen.<br />

Culturele vloedgolf: de voorkant<br />

Laat ik mij beperken tot het spoor dat vanuit het denken en het werk van Feitse<br />

Boerwinkel naar de tegenwoordige tijd trekt. Dan denk ik dat zijn pleidooi voor inclusief<br />

denken voorop ging in de culturele vloedgolf die de jaren zestig en zeventig op gang<br />

brachten. Het surfde als het ware voor de golf uit. Daar is uiteraard niet alleen<br />

Boerwinkel een intellectuele bron voor, maar ook andere boeken die niet toevallig in<br />

dezelfde tijd bekendheid kregen. Denk aan het boek van Herman Milikowski, Lof der<br />

onaangepastheid, dat in dezelfde jaren de ene druk na de andere beleefde. Of denk<br />

aan – iets later – het boek van de psychiater Jan Foudraine: Wie is van hout. Die boeken<br />

gingen met vele tienduizenden over toonbank, dat zijn oplagen waar je tegenwoordig<br />

alleen nog maar van kunt dromen.<br />

De actualiteit van inclusief denken


Het hoort allemaal bij elkaar. Waar het inclusief denken van Boerwinkel nog een<br />

christelijk-sociaal filosofische toonzetting had, kwam Milikowski met een sociologisch<br />

verhaal waarin de cultuur van de arbeiders niet langer werd afgedaan als onmaatschappelijk,<br />

maar een eigen waardering kreeg. En de psychiater Foudraine ontdekte<br />

het mooie van de gek. Het zijn allemaal fraaie staaltjes inclusief denken, die al snel<br />

radicaliseerden tot een bijna revolutionaire omhelzing van het abnormale, het afwijkende<br />

of de minder bedeelde. De gek als kunstenaar, de asociale als held, de arbeider als<br />

revolutionair. Zelf heb ik al die jaren het prachtige zilverkleurige affiche van de stichting<br />

Pandora op mijn kamer gehad: Ooit een normaal mens ontmoet? En beviel het…<br />

De jaren zestig/zeventig werden zo de jaren van ongelijke gelijkheid: omdat iedereen<br />

anders was, was iedereen gelijk, niemand kon apart gezet worden. Het waren de jaren<br />

dat Rita Verdonk, ook student te Nijmegen en een goede bekende van me, zich<br />

aansloot bij de Bond van Wetsovertreders, een organisatie die opkwam voor de<br />

belangen van gevangenen en die zich openlijk afvroeg of het apart zetten van wetsovertreders<br />

(gevangenen was een vies woord) in gevangenissen nu wel zo zinvol was.<br />

Het inclusieve denken behoorde, met andere woorden, tot een van de voornaamste<br />

leerstellingen van deze periode. Niet letterlijk zoals Boerwinkel het had opgeschreven,<br />

maar wel als gedachtegoed en dan vaak in hele geradicaliseerde varianten. Het was<br />

een manier om tegen de gevestigde instellingen aan te schoppen, om aan de kleinburgerlijkheid<br />

(‘het klootjesvolk’) te ontsnappen, om openheid te creëren.<br />

Het hoogtepunt, of te wel het dieptepunt, werd gevormd door het verdunningsexperiment<br />

dat Carel Muller en de zijnen aan wilden gaan in Dennendal, een instelling<br />

voor verstandelijk gehandicapten. Het idee was om zwakzinnigen uit hun medisch asiel<br />

te halen en te laten wonen, leven en werken met gewone mensen. Vijf jaar hebben<br />

Muller en de zijnen er aan mogen werken, vanaf 19 9 tot begin juli 197 toen de ME het<br />

terrein heeft ontruimd en Mullers pupillen over andere inrichtingen werden verspreid.<br />

Inmiddels is de verdunningsfilosofie de dominante beleidsfilosofie.<br />

De invloed van dat inclusief denken tekent zich ook af aan het systematisch verbannen<br />

van geringschattende aanduidingen van mensen. Zwakzinnigen heten sindsdien mensen<br />

met een verstandelijke beperking, en nog steeds staan er mensen op die vinden dat dat<br />

een te denigrerende aanduiding is. Je zou ze ook ‘anders begaafden’ kunnen noemen,<br />

vertelde mij laatst iemand met een buitengewoon serieuze ondertoon. Wij noemen<br />

mensen ook niet meer gestoord of gek of van de verkeerde kant of asociaal of<br />

onmaatschappelijk of buitenlander, maar we zijn - soms bijna op een hilarische wijze -<br />

op zoek gegaan naar neutrale aanduidingen van mensen die niet tot het gemiddelde<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst


horen. Tegenwoordig vatten we dat samen als politiek correct denken, maar in feite is<br />

het een poging tot respectvol spreken en als zodanig bijna een letterlijke erfenis van<br />

Boerwinkel.<br />

Doorwerking van inclusief denken<br />

De invloed van deze golf van inclusief denken is enorm geweest en tot op de dag<br />

vandaag zichtbaar. In de beleidswereld is de boodschap van Boerwinkel en zijn<br />

geradicaliseerde geestverwanten van de jaren zestig/zeventig neergedaald in termen<br />

als de-institutionalisering, normalisering en vermaatschappelijking. Kort gezegd komt<br />

het erop neer dat het bijzondere zoveel mogelijk als normaal moet worden behandeld.<br />

Dus geen gekkenhuizen en zwakzinnigenoorden in de bossen en op de hei, maar<br />

gewoon kleinschalige leefvoorzieningen tussen de mensen<br />

Die operatie is in de jaren tachtig ingezet en gaat tot op de dag van vandaag voort.<br />

In Brabant komen de komende jaren zo’n twintig locaties vrij waar in het verleden<br />

grote voorzieningen waren voor psychiatrische patiënten, zwakzinnigen, moeilijk<br />

opvoedbare kinderen, noem maar op. In totaal kan je er, ware het niet dat de gebieden<br />

allemaal in de bossen en fraaie natuurgebieden liggen, wel twintigduizend woningen<br />

op bouwen.<br />

En dan hebben we het nog niet eens over de kloosters, de kostscholen, de internaten,<br />

de woonoorden, de opvoedingskampen, al die plaatsen van apartheid, waar mensen om<br />

tot de jaren zestig tal van uiteenlopende redenen geparkeerd werden. Het is allemaal<br />

afgeschaft mede als gevolg van het inclusieve denken. Je zet je kinderen niet meer op<br />

een kostschool, want je zorgt zelf voor de opvoeding. Je zet asocialen niet meer apart<br />

in een woonschool op de Drentse hei, maar probeert ze te socialiseren in de samenleving.<br />

Zelfs broeders en zusters die hun heil in god zochten, voelden er steeds minder<br />

voor om in kloosters onder elkaar te zijn en kozen en masse voor het wereldse leven.<br />

En in die stemming, dat maatschappelijk klimaat van normaliseren en van openheid,<br />

keken wij in de jaren zeventig ook aan tegen het fenomeen van gastarbeiders die<br />

steeds langer bleven. Hadden de werkgevers ze eerst nog op de meest vernederende<br />

manieren naar ons land gelokt, in de jaren zeventig gingen we ze geheel in de geest van<br />

de nieuwe tijd bejegenen onder het motto ‘integratie met behoud van eigen identiteit<br />

en cultuur’, wat zo ongeveer het summum is van het inclusief denken.<br />

Dat was dus de voorkant van de vloedgolf van de jaren zestig en zeventig, waarvan<br />

het inclusieve denken in zijn meest brede betekenis de geestelijke brandstof vormde.<br />

Die vloedgolf spoelde heel veel ordeningen, instellingen, hokjes en huisjes weg waar-<br />

De actualiteit van inclusief denken


voor een open, geëmancipeerde, mondige samenleving en institutionele orde in de<br />

plaats kwam.<br />

Culturele vloedgolf: de achterkant<br />

Maar – om het beeld van de golf maar even vast te houden – de vloedgolf kende niet<br />

alleen een voorkant, zeg maar de kant waar het spectaculaire surfen op plaats vindt,<br />

maar ook een achterzijde, die – zoals dat gaat met golven die het strand op rollen –<br />

veel massiever en volumineuzer was.<br />

Als je het denkspoor van Boerwinkel in die voorkant van de golf plaatst, zou je het<br />

denkspoor van Han Fortmann in die massieve achtergolf kunnen plaatsen. Niet alleen<br />

het inclusieve denken, de lof der onaangepastheid, rolde over de samenleving heen,<br />

tegelijkertijd en in het kielzog ontdekten de Nederlanders ook zichzelf en hun eigen<br />

nieuwe mogelijkheden en vrijheden. Waar Fortmann dat in bijna religieus-filosofische<br />

termen zelfverwerkelijking, zelfontdekking, zelfontplooiing noemt, wordt dat in de<br />

praktijk van het alledaagse leven een bevrijding uit oude verzuilde benauwenissen,<br />

loskomen van hiërarchische sociale verbanden. De burger wordt van onderdaan zelfvoldaan,<br />

hij emancipeert, komt los van god en zuil, maar tegelijkertijd wordt hij meegenomen<br />

door welvaart en voorspoed, weet hij zich verzekerd door een snel groeiende<br />

verzorgingsstaat en koestert hij zich in de weelde van het moderne consumentenbestaan.<br />

Dat is het tweede spoor dat uit de jaren zestig en zeventig voorkomt: het<br />

spoor van de individualisering, van het hedonisme, van het consumentisme. Het spoor<br />

dat ons – om toch nog even de titel van mijn laatste boek te noemen – Koning Burger<br />

heeft gebracht.<br />

Als je het geheel overziet, kan je zeggen dat de vloedgolf van de jaren zestig en<br />

zeventig als een ware tsunami over onze samenleving is gerold, waarbij de voorkant en<br />

achterkant van de golf eerst gelijktijdig vaart maakten, maar waarbij met het verstrijken<br />

van de jaren tachtig en negentig de voorkant op allerhande financiële, ideologische en<br />

maatschappelijke tegenstromen begon te stuiten waardoor de massieve achterkant er<br />

met toenemend geraas over heen stortte.<br />

Daar zou een heel boek over te schrijven zijn. Maar in het kort kan je bijvoorbeeld<br />

zeggen dat de economische crisis van begin jaren tachtig, en de bezuinigingen die deze<br />

crisis tot gevolg had, de eerste tegenstroom vormde waar de voorkant van de golf op<br />

stuitte. De weerstand werd verhevigd als gevolg van de opkomst van een neoliberale<br />

ideologie en het daarbij horende zakelijke bedrijfseconomische (no nonsense) denken.<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

7


Dat is van een heel andere orde dan het inclusieve denken van Boerwinkel.<br />

De massieve achterkant van de vloedgolf leunde als gevolg van deze tegenstromen<br />

steeds meer over de voorkant heen, om er uiteindelijk in het begin van de 21e eeuw<br />

met veel geraas over heen te storten. Mijn stelling is dat we in het jaar 2002 met veel<br />

aplomb definitief het razen van de jaren zestig en zeventig hebben afgesloten.<br />

Sindsdien leven we in een nieuw en vooralsnog onduidelijk tijdperk. waarin de jaren<br />

zeventig een herinnering geworden is. De metamorfose van Rita Verdonk, die deze<br />

hele omslag persoonlijk geïncorporeerd heeft en uiteindelijk tegen de golf is gaan<br />

zwemmen die haar ooit heeft opgetild, geeft aan dat het niet om andere of nieuwe<br />

generaties gaat, maar om een veranderend klimaat dat in toenemende mate tot het<br />

denken is doorgedrongen van de oude troepen die ooit in het front van de golf opereerden.<br />

Het exclusieve denken rukt op<br />

Daar valt veel meer over te zeggen en in mijn boek Koning Burger – Nederland als<br />

zelfbedieningszaak heb ik daar ook al wat pogingen toe ondernomen, maar voor het<br />

onderwerp dat ons vandaag bezighoudt is het van belang om de vraag te stellen wat<br />

deze geschiedenis betekent voor de actualiteit van het inclusieve denken.<br />

Ik denk dat we moeten constateren dat Boerwinkels gedachtegoed nu pas voor zijn<br />

grootste beproeving is komen te staan. In zekere zin heeft zijn boodschap al die tijd<br />

meegesurfd op de golf, maar nu ineens zie je dat het overspoeld dreigt te raken. Ik<br />

vertel hier niets nieuws als ik constateer dat we op tal van terreinen het exclusieve<br />

denken zien oprukken en het inclusieve denken zien wijken. Het inclusieve denken is<br />

immers een vorm van denken die geënt is op een open mind, nieuwsgierigheid in de<br />

ander, tolerantie, geduld, respect en mededogen en precies dat zijn mentaliteiten die<br />

vandaag de dag niet verdwenen zijn, maar die niet langer meer de boventoon voeren<br />

in het maatschappelijk denken en de opinievorming.<br />

De voorbeelden daarvan liggen voor het oprapen. De grootste omslag hebben we<br />

zien voltrekken op het terrein van de multiculturele samenleving, waarin – mede ook als<br />

gevolg van internationale spanningen – de verhoudingen verstard zijn, het wantrouwen<br />

groot is, de openheid verdwenen. Er is een klimaat van uitsluiting gegroeid, van nieuwe<br />

apartheden. Kijk naar de werkloosheidscijfers, proef de stemming onder Marokkaanse<br />

jongeren, loop door de grote steden en peil de meningen van Nederlanders en de<br />

conclusie kan niet anders zijn dan dat een cultuur van relatieve overheid in ieder geval<br />

in de ogen van de allochtone bevolking is omgezet in een cultuur van bijna ongrijpbare,<br />

De actualiteit van inclusief denken


maar wel voelbare vernedering en achterstelling. Het inclusiviteitsparadigma heeft hier<br />

in een korte periode veel terrein verloren. Buitenlanders proeven een ander Nederland<br />

als ze hier komen, en dat is veelzeggend.<br />

Maar dat is niet alleen in interculturele relaties aan de orde, je ziet het op veel meer<br />

maatschappelijke terreinen. In de vormgeving van de sociale zekerheid, zie je het<br />

wantrouwen in de mensen die ervan afhankelijk zijn toenemen. Je staat eerder onder<br />

verdenking als je er gebruik van maakt, uit alles blijkt dat je er zo snel mogelijk met<br />

harde hand moet worden uitgebonjourd. Kijk naar de razendsnelle opkomst van het<br />

woord ‘echt’ in het politieke taalgebruik; je moet echt ziek zijn, echt arbeidsongeschikt,<br />

echt hulpbehoevend; een taalgebruik dat op zijn minst de suggestie impliceert dat<br />

heel veel mensen de kluit belazeren. Exclusiviteit is hier de toon gaan zetten.<br />

En kijk naar het enthousiasme waarin wordt gepleit voor opvoedingskampen voor<br />

jongeren, of over de heropening van psychiatrische woningen in de rust van Drenthe<br />

wordt gesproken, of de roep om totale verbanning van TBS’ers uit het maatschappelijk<br />

leven als er één ongeluk gebeurt, of de politieke en beleidsmatige aarzelingen over<br />

verdere vermaatschappelijking van psychiatrische patiënten. Je kunt deze verschuivingen<br />

simpelweg analyseren als een correctie op een te ver doorgeschoten optimisme van<br />

het inclusiviteitsparadigma (en daar is zeker wat van waar), maar je kunt het ook zien als<br />

een afscheid van het gevoel dat we elkaar bij de hand nemen, dat we de boel bij elkaar<br />

moeten houden, dat we geen samenleving willen, waarbij de insiders ongestoord hun<br />

leventje leiden en de outsiders uit het zicht gehouden worden.<br />

Nieuw leven inblazen<br />

Treur niet, het klinkt heel defaitistisch maar in werkelijkheid is het natuurlijk geen gelopen<br />

koers. Er zijn nog genoeg gelovigen van het inclusiviteitsparadigma om het zo maar<br />

even te zeggen, maar je ziet wel dat het tij veranderd is. De erfenis van Boerwinkel<br />

vindt niet langer vanzelf zijn weg, maar de leer van het inclusief denken moet weer<br />

verkondigd worden, nieuw leven ingeblazen. Je zou dus kunnen zeggen: juist nu komt<br />

het erop aan, juist nu moet blijken dat die denkbeelden de moeite van het koesteren<br />

waard zijn, dat ze nog steeds inspirerend kunnen werken.<br />

Hoe zou dat moeten? Het heruitgeven van Boerwinkels boekje over Inclusief denken<br />

lijkt mij een kansloze zaak. Ik vrees dat je het verplicht op de literatuurlijst van deze<br />

academie moet zetten wil je nog wat exemplaren slijten. Je zult zijn boodschap dus<br />

moeten herijken, je zult op zoek moeten gaan naar nieuwe ankerpunten. Nogmaals, ik<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

9


0<br />

ben geen Boerwinkel-kenner, en wat ik ervan weet is tot mij gekomen uit de samenvattingen<br />

die ik van anderen heb gekregen. Maar wat ik daaruit begrepen heb is dat<br />

Boerwinkel zijn inclusieve denken verankerde door zijn stelling dat zich een ‘mutatie<br />

van de mensheid’ aan het voltrekken was, die om een andere wijze van denken vroeg.<br />

Als oorzaak van die mutatie ontleedde hij verschillende ‘cascadische versnellingen’ die<br />

sprongsgewijs tot grote maatschappelijke veranderingen zouden leiden.<br />

Het gaat om de versnelling van de mobiliteit, versnelling in de het denken en ordenen<br />

(computertechnologie), versnelling in de communicatie (televisie, telefonie). De lijst is<br />

niet compleet, maar deze versnellingen vormden het decor waartegen Boerwinkel zijn<br />

gedachten ordende. Simpel gezegd probeerde hij met zijn gedachtegoed een tegenwicht<br />

te bieden tegen het oneindig accelereren van het maatschappelijke leven, want<br />

waar de versnellingskrachten alles uit elkaar trekken, moet ons denken iets hebben dat<br />

ons bijeen houdt, en dat is het inclusieve denken.<br />

Versnellingen zijn doorgegaan...<br />

Inmiddels zijn we veertig jaar verder. De door Boerwinkel voorziene versnelling heeft<br />

op alle terreinen van het maatschappelijke leven inderdaad om zich heen gegrepen.<br />

Niet alleen in de sfeer van bits and bytes, of in de snelheid van de mobiliteit, maar ook<br />

in de vormgeving van het maatschappelijke en institutionele leven. De schaalvergrotingsoperaties<br />

die de publieke sector in de greep hebben genomen sinds de jaren zeventig<br />

zijn in mijn optiek evenzeer uitdrukkingen van de cascadische versnellingen die<br />

Boerwinkel analyseerde. Daaronder moeten we dus niet alleen letterlijk fysieke versnelling<br />

verstaan, maar ook de behoefte om omvattender en grootschalig te ordenen. Je zou<br />

kunnen zeggen dat het trio: versnelling, vergroting en beheersing het mantra der<br />

moderne tijd is geworden. Het is een drie-eenheid. Heel simpel uitgedrukt: de opkomst<br />

van de managers, ook al een gevolg van de turbulentie die sinds de jaren zestig op<br />

gang is gebracht, is ook een uitdrukking van de cascadische versnelling en de daarbij<br />

horende technocratische behoefte tot beheersing.<br />

... maar roepen ook tegenbeweging op<br />

Ik denk dat Boerwinkel dat allemaal redelijk scherp heeft zien aankomen, maar wat hij<br />

niet heeft kunnen voorzien is dat deze totaalbeweging van versnelling, vergroting en<br />

beheersing tegelijkertijd zijn tegenbeweging zou gaan oproepen. Versnelling roept als<br />

vanzelf vertraging op, schaalvergroting leidt tot de nieuwe behoefte aan overzichtelijkheid<br />

en kleinschaligheid, en beheersing tot nieuwe ontsnappingen. Daar zijn talloze<br />

De actualiteit van inclusief denken


voorbeelden van te vinden. Een jachtiger en drukker bestaan leidt tot een herverdeling<br />

van zorg en arbeid en zorg, tot een groei aan deeltijdwerk, tot een opwaardering van<br />

het privé leven. Grootschaliger organisaties, leiden tot bureaucratische beheersingsvormen<br />

en hebben het gevolg dat er vanzelf behoefte staat aan nieuwe ordeningen,<br />

kleinere werkverbanden, opdelingen in nieuwe kleine eenheden. Zoals je tegenwoordig<br />

ook ziet dat de beheersing van professionele arbeid tot op de werkvloer leidt tot zichtbare<br />

ongenoegens en pleidooien voor nieuwe vormen van professionele autonomie.<br />

Zo kun je ook zeggen dat in de sociale sector de drie-eenheid van versnelling,<br />

schaalvergroting en rationalisatie het werk in zijn greep heeft genomen. De versnelling<br />

bestaat uit het optillen van dit werk uit de sfeer van liefdadigheid en het onderbrengen<br />

in een resultaatsgericht en ongedurig overheidsbeleid, de schaalvergroting heeft in de<br />

publieke sector nagenoeg alle kleine instellingen weggevaagd en de spanbreedte van<br />

professionele organisaties in een periode van 20 jaar met een factor tien vermenigvuldigd<br />

en de beheersing heeft geleid tot de cumulatieve reeks van registratie, toetsing<br />

en verantwoordingsprocessen.<br />

Maar je ziet ook – zeker de laatste jaren – de tegenbeweging ontstaan. Gevoed door<br />

officiële denktanks van de regering, de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, de<br />

Wetenschappelijke raad voor het Regeringsbeleid, maar ook links en rechts in het land<br />

zie je dat er een groeiend onbehagen ontstaat tegen de cultuur die de cascadische<br />

versnelling heeft gebracht. Het gist, zoals dat ook aan de vooravond van de jaren zestig<br />

het geval was. We hebben al geconcludeerd dat we in een ander tijdperk staan, daar<br />

zou je aan de hand van deze tegenbewegingen aan toe kunnen voegen dat er opnieuw<br />

een behoefte is aan een andere wijze van denken, van ordenen, van sturen.<br />

Verzet tegen de verdinglijking<br />

Ik denk dat het inclusieve denken van Boerwinkel zich met deze nieuwe tegenbewegingen<br />

zou moeten zien te verbinden. Inclusief denken is in de eerste plaats relationeel denken,<br />

denken over betrekkingen tussen mensen, en dus ook over betrekkingen tussen<br />

professionals en burgers. Dat betekent dat je vanuit het inclusieve denken verzet moet<br />

aantekenen tegen de verdinglijking van sociaal werk tot een product, tot een markt,<br />

tot een consumentengoed. Daar ligt voor mij ook een belangrijk raakvlak tussen mijn<br />

denken en dat van Boerwinkel. Ik pleit al jaren voor het feit dat een wezenlijk kenmerk<br />

van het sociaal werk is dat het om een wederzijdse, inclusieve betrekking gaat. Zie mijn<br />

pleidooien in het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken om de ordening en inrichting van<br />

de publieke sector opnieuw te gaan denken vanuit de kleinst denkbare organisatorische<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

1


2<br />

eenheid: de relatie tussen professional(s) en burger(s).<br />

En zo kan je meer ankerpunten maken voor een hedendaags inclusief denken.<br />

Zo betekent inclusief denken in de praktijk van het sociaal werk dat niet de kantoorwerkelijkheid<br />

of de instituutswerkelijkheid voorop staat in de professionele praktijk,<br />

maar de leefwereld van burgers het werkterrein wordt. Inclusief denken betekent ook<br />

nabijheid en aanwezigheid, en waar nodig sturend, modern paternalistisch optreden.<br />

Inclusief denken betekent ruimte voor professioneel handelen, ruimte voor intuïtie,<br />

harttocht en passie als brandstof voor professionele praktijken.<br />

Inclusief denken nog steeds richtinggevend<br />

Zo geformuleerd – en ik realiseer me dat het allemaal wat kortademig geformuleerd is<br />

– bestaat de actualiteit van het inclusief denken uit het feit dat deze erfenis van<br />

Boerwinkel ons met de intellectuele opgave opzadelt om de tekenen des tijds<br />

opnieuw te verstaan, om vanuit dat begrip te bouwen aan nieuwe ordeningen en<br />

nieuwe professionele praktijken in de sociale sector.<br />

Die andere praktijken, dat nieuwe denken en ordenen is nodig omdat onze cultuur<br />

meer en meer exclusief dreigt te worden, meer en meer een domein van insiders<br />

dreigt te worden, waarin uitsluiting gewoon wordt. Openheid, nieuwsgierigheid,<br />

dialoog, mededogen, interesse, respect, al die woorden die de brandstof vormen van<br />

Boerwinkels denken zijn daarom niet meer vanzelf gegeven, maar de vitaliteit daarvan<br />

zullen we dag in dag uit moeten gaan bewijzen in professionele praktijken. Dat vraagt<br />

om andere manieren van denken, andere praktijken, andere organisaties. Dat vraagt<br />

ook om het nodige eigentijdse denkwerk. De actualiteit van Boerwinkels inclusieve<br />

denken bestaat eruit dat ze nog immer richtinggevend is. Alleen zullen we zelf de weg<br />

moeten zien te vinden.<br />

Een verkorte versie van deze voordracht is opgenomen in TSS Tijdschrift voor Sociale<br />

Vraagstukken, oktober 2006, pp. 20-23, met als titel: ‘Recept tegen modern wantrouwen.<br />

Feitse Boerwinkels inclusieve denken afgestoft.’<br />

De actualiteit van inclusief denken


Mario nossin<br />

Burgerschap en InclusIe:<br />

oVer de BetekenIs Van het<br />

clIëntenperspectIef<br />

Mijn inleiding geef ik als titel: Burgerschap en inclusie. Ik wil onderzoeken tegen welke<br />

belemmeringen mensen met een beperking aanlopen bij het realiseren van volwaardig<br />

burgerschap en welke factoren volwaardig burgerschap kunnen bevorderen.<br />

Maar laat ik allereerst bekennen dat ik van Boerwinkel nog nooit had gehoord, maar met<br />

veel interesse heb ik nu zijn boekje Inclusief denken uit 19 gelezen. Behalve dat ik<br />

zelf tegenwoordig in Amersfoort woon, zijn er toch wel interessantere overeenkomsten.<br />

De actualiteit van ‘Inclusie’ en daarmee ook van Inclusief Denken heeft ook voor mij<br />

een focus op ‘insluiten of uitsluiten’ en daarmee ook op ‘Samen-leving of Apart-leving’.<br />

De persoon centraal<br />

Wanneer wij kwaliteit evalueren vanuit het perspectief van de cliënt, dan kijken we<br />

allereerst naar behoeftes en wensen van mensen. Daarbij gaan we uit van universele<br />

behoeftes, dit zijn de behoeftes die voor iedereen gelden. Dan gaat het over respect en<br />

waardering hebben voor elkaar, actief participeren, thuis kunnen zijn en jezelf kunnen<br />

ontwikkelen, dat is dus INSLUITEN. Vanuit deze universele behoeftes richten we ons<br />

vervolgens op de specifieke behoefte van een persoon, bijvoorbeeld leren koken of<br />

vriendschappen onderhouden. Pas dan bekijken we welke ondersteuning daarbij past.<br />

Uitgangspunt blijft de vraag van de persoon en wat is daarbij in zijn belang, zoals met<br />

wie wil ik wonen en word ik met respect benaderd? Wie van u woont er in een ‘sociowoonvoorziening’,<br />

wie van u heeft er ‘dagbesteding’? Deze programma’s/activiteiten<br />

zijn uitvindingen van professionals en vallen voor mij onder de categorie UITSLUITEN.<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst


Een gewaardeerde sociale rol - een bijdrage leveren aan de samenleving<br />

Een ‘inclusief’ leven betekent dat je waardevolle contacten hebt in de samenleving.<br />

Contact met mensen die om je geven zoals familie, vrienden of mensen met dezelfde<br />

interesses, met wie je woont, werkt of leert. Waardevol in de zin dat mensen zich in<br />

“gewaardeerde sociale rollen” tot elkaar verhouden. INSLUITEN dus!!<br />

De meeste mensen vervullen allerlei rollen tegelijkertijd in hun leven. Zij hebben een<br />

aantal rollen die voortkomen uit de relaties die zij hebben op het gebied van werk, rollen<br />

als burger etc. Ook gedurende de dag wisselt een persoon voortdurend van rol.<br />

Mensen met een beperking blijven vaak hangen in hun rol als cliënt of bewoner omdat<br />

ze vaak niet verder kunnen komen dan hun activiteiten op het dagcentrum of in de<br />

(groeps)woning. Maar dat niet alleen, een rol is vaak beperkt omdat mensen met een<br />

handicap meestal geen uitgebreid persoonlijk netwerk hebben (bijvoorbeeld alleen de<br />

naaste familie). De meeste mensen die ze tegenkomen worden betaald om in hun<br />

leven te zijn, UITSLUITEN dus! Om een gewaardeerde rol te hebben moeten ook zij<br />

buurman, kind, zus, huurder, leerling, werknemer, student of vriend kunnen zijn. Dan<br />

kun je vervolgens ook met vrienden naar een club gaan en niet als een cliënt met zijn<br />

begeleider. Door dat te bewerkstelligen kan een belangrijk aspect van de traditionele<br />

dienstverlening omgezet worden naar een passende ondersteuning in de samenleving.<br />

Zeggenschap en regie<br />

Een fundamentele behoefte van mensen, zo vertellen zij ons tijdens evaluaties, is om<br />

zeggenschap over het eigen leven te hebben. Om volwaardig burgerschap te kunnen<br />

realiseren is het van groot belang te voldoen aan de meest essentiële basisvoorwaarden<br />

voor persoonlijke ontwikkeling namelijk: de bewustwording en de erkenning van<br />

individuele behoeftes en wensen en daarmee de impliciete erkenning van het kunnen<br />

hebben van regie over het eigen leven. Dat vraagt om een ondersteuning waarbij de<br />

persoon wordt gevolgd, een ondersteuning die aansluit op de eigen kracht van mensen,<br />

INSLUITEN. De ernst van de beperking kan daarbij nooit bepalend zijn voor het vraagstuk<br />

waar en hoe mensen wonen, werken, onderwijs krijgen of hun vrije tijd besteden.<br />

De persoon moet centraal staan en hij heeft regie over zijn eigen leven en staat in zijn<br />

eigen kracht. Helaas zien we vaak dat echter de organisatie centraal staat en dus ook<br />

het managen van de zorg, dit bevordert UITSLUITEN.<br />

De actualiteit van inclusief denken


Perspectief is een toetsingsorganisatie: Onze bevindingen<br />

Met een verhuizing vanuit de instelling zijn mensen midden in de samenleving komen<br />

wonen, maar daarmee ben je er natuurlijk niet. Met een ‘verhuizing’ bedoel ik natuurlijk<br />

alle mogelijke veranderingen in het leven van een persoon met een beperking.<br />

Organisaties zetten hiermee een veranderingsproces in gang waardoor mensen in<br />

principe deel hebben aan het gewone sociale leven zoals iedere burger. We concluderen<br />

dat het van groot belang is door te gaan en nu de zoektocht met individuen aan te<br />

gaan. Daarop moet geïnvesteerd worden, we willen immers de eenzaamheid van het<br />

instituut niet vervangen door de eenzaamheid in de samenleving. Ik wil hier een aspect<br />

nader toelichten, andere aspecten zal ik in de workshop verder bespreken.<br />

Visie-ontwikkeling<br />

Volwaardige burgers die participeren in de samenleving:<br />

• kunnen zelf keuzes maken, de juiste opties zijn beschikbaar;<br />

• worden met respect behandeld en hebben toegang tot ondersteuning om in de<br />

samenleving te kunnen functioneren;<br />

• kunnen relaties met anderen aangaan en onderhouden.<br />

Opvallend is dat er in ‘de visie’ vaak niet vooraf, tijdens of na de verhuizing wordt<br />

geïnvesteerd. Mensen, en ik bedoel zowel mensen met beperkingen, hun familie als<br />

ook het personeel hebben overwegend weinig idee van de uitgangspunten van waaruit<br />

wordt gewerkt. Beelden van datgene waar naar toe gewerkt wordt, ontbreken. Het<br />

instituutsterrein mag dan wel weg zijn, maar wanneer het institutionele zorgdenken<br />

niet wordt veranderd, blijven mensen cliënten. En blijf je instituten bouwen om hen<br />

daarin een plaats te geven, ook al staan ze in woonwijken. Dat zien we terug in de<br />

visie op mensen en in het taalgebruik: hoog niveau, laag niveau, deconcentratie,<br />

groepsbegeleider. We zien het echter ook in het dagelijks handelen, in de structuur en<br />

in het naar binnen gerichte werken. Vermaatschappelijking start met een heldere visie<br />

op mensen en daarmee een visie op ondersteuning of support in de maatschappij.<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst


Wat horen we nog veel<br />

- cliënten, afhankelijkheid<br />

- problemen, doelgroepen<br />

- hulpverleningsmethodieken<br />

- woonvoorzieningen<br />

- speciaal onderwijs<br />

- Uitsluiten<br />

De actualiteit van inclusief denken<br />

Wat past bij burgerschap<br />

- mensen als ieder ander, burgers<br />

- universele/specifieke behoeftes<br />

- ontwikkeling/leefplanning<br />

- huis van iemand of werkplek in de buurt<br />

- vriendschappen, sociale rollen, lokale<br />

voorzieningen, onderwijs.<br />

- Insluiten<br />

Alle betrokkenen moeten daarom de uitgangspunten delen en zich daar<br />

verantwoordelijk voor voelen, anders lukt het niet! Dat betekent onder meer dat alle<br />

belanghebbende mensen (geen afvaardiging in de vorm van oudercommissie of iets<br />

dergelijks!) een grote invloed moeten hebben op het proces en de verdere<br />

ontwikkelingen.<br />

Actie voor Inclusie<br />

Kijken we vervolgens naar de ‘rollen’ die mensen in de samenleving hebben zoals<br />

ouder of kind zijn, huurder, werknemer, leerling, geliefde, vriend, buurman, dan kunnen<br />

we constateren dat in deze richting nog veel ontwikkelingen kunnen plaatsvinden zoals:<br />

• Sociale netwerken versterken zodat vriendschappen een betere kans van slagen<br />

hebben en de afhankelijkheid van professionals wordt verkleind;<br />

• activiteiten in de samenleving ondernemen op basis van persoonlijke interesses;<br />

• reguliere voorzieningen gebruiken op het gebied van werk, onderwijs, educatie en<br />

welzijn.<br />

Willen we deze rollen ontwikkelen dan moet zorg losgekoppeld zijn van alle andere<br />

functies en rollen in het leven. Het aspect ‘wonen’ richt zich op de rol van huurder,<br />

koper of buurman. ‘Dagbesteding’ richt zich op de rol van bakker, boer, leerling/student<br />

of postbezorger. De medische zorg komt van de huisarts of misschien de verpleegkundige<br />

thuiszorg.<br />

Conclusie: Daadwerkelijke Inclusie is Insluiten in de Samen-leving.


Daarover gaat ook de workshop, ik zal dan dieper ingaan op de praktijk, het volgende<br />

komt aan de orde:<br />

1. Organisatie: support en ondersteuning<br />

We zien nog steeds traditionele, hiërarchische organisaties met structuren waarin<br />

professionals dominant zijn: doktoren, gedragsdeskundigen en multidisciplinaire teams.<br />

Hier wordt veel over mensen gesproken en voor mensen gedacht. Vragen van mensen<br />

worden vertaald naar een zorgaanbod, waarin de focus vooral de ‘beperkingen” zijn<br />

van mensen. Er is deskundigheid voor handen, maar die heeft betrekking op het<br />

omgaan met handicaps.<br />

De visie waarbij de persoon centraal staat vraagt om een andere opbouw van de<br />

ondersteuning, immers behoeftes van het individu en het ontwikkelen van een<br />

persoonlijk netwerk staan daarbij centraal. Om hier aan tegemoet te kunnen komen zal<br />

het nodig zijn een nieuwe opbouw en infrastructuur te ontwikkelen.<br />

Bij de omslag naar ondersteuning gericht op kwaliteit en burgerschap ligt het<br />

perspectief in de samenleving. Een samenleving die in verband gebracht kan worden met<br />

tal van begrippen zoals vriendschappen, huisvesting, werk, relaties, winkelen, hobby’s<br />

of uitgaan. Voorzieningen waar iedere burger gebruik van kan maken, verzorging<br />

neemt dan een veel minder prominente plaats in. De ondersteuning is zodanig<br />

georganiseerd dat de regie bij de mensen zelf ligt en ze biedt elk individu kansen zich<br />

verder te ontwikkelen in gewaardeerde sociale rollen.<br />

2. Van Interne Gerichtheid naar Samenleving en Samenwerking<br />

We zien vaak een grote inzet en betrokkenheid van mensen en een aantal pogingen om<br />

mensen te ondersteunen om optimaal gebruik te gaan maken van de mogelijkheden<br />

die de nieuwe omgeving hen biedt. Het gaat bij inclusie om versterking en verbreding<br />

van persoonlijke en sociale netwerken, waarin mensen zich verbonden voelen omdat<br />

ze elkaar iets te bieden hebben en daar plezier aan beleven. Daarbij maken mensen<br />

vanzelfsprekend gebruik van voorzieningen die voor iedereen bedoeld zijn.<br />

Medewerkers zullen zich nieuwe vaardigheden eigen moeten kunnen maken en de<br />

organisatie zal daarvoor de voorwaarden moeten scheppen. Om de ondersteuning te<br />

kunnen afstemmen op wat de persoon wenselijk vindt zal hij de belangrijkste stem<br />

moeten hebben in wie de ondersteuning gaat leveren en op welke momenten: de<br />

organisatie levert haar dienstverlening op basis van die vraag. Daarnaast zullen medewerkers<br />

nauwer moeten gaan samenwerken met mensen in de maatschappij. Dat zijn<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

7


naast de mensen uit het natuurlijke netwerk ook vrijwilligers, reguliere instellingen zoals<br />

gemeenten, thuiszorg en bedrijven. Dit is een omslag van het traditionele ‘zorgen voor’<br />

naar ‘ondersteunen van’.<br />

Hier heeft de organisatie een belangrijke rol. De stijl van leidinggeven zal faciliterend<br />

zijn en het leerklimaat heeft daarbij een sterke relatie met het dagelijks handelen in de<br />

praktijk. Een persoonlijk ontwikkelplan voor de medewerkers kan daarbij behulpzaam<br />

zijn met het daarbij behorende persoonlijke budget.<br />

3. Maatschappelijke ontwikkelingen<br />

• De ‘markt’ wordt steeds verder vrijgegeven, maar zijn er ook daadwerkelijk opties<br />

om een keuze uit te kunnen maken; is er ook een breder aanbod?<br />

• Het PGB geeft meer koopkrachtmogelijkheden, kun je dat betalen?<br />

• De WMO legt verantwoordelijkheden bij gemeenten; horen burgers met een handicap<br />

er voor hen ook bij?<br />

• Zorgkantoren bestuderen wat er ‘verzekerd’ moet worden, welke indicaties?<br />

Hoe de persoon het best tot zijn recht kan komen, in plaats van hoe de organisatie het<br />

beste gestructureerd kan worden blijft hierbij een belangrijke vraag die nauwelijks<br />

gesteld wordt! Er zijn belemmeringen, maar ook mogelijkheden. Samenvattend zou ik<br />

willen zeggen dat een maatschappij die wil bevorderen dat mensen deel hebben en<br />

kunnen bijdragen aan een inclusieve samenleving, de volgende kenmerken heeft:<br />

• Vermaatschappelijking start met een heldere visie op mensen en support.<br />

• De persoon staat centraal, wat is voor hem belangrijk.<br />

• Kijk vanuit een breed perspectief naar het gehele leven van een persoon met zijn<br />

algemene en specifieke behoeftes. Zorg is losgekoppeld van andere aspecten van<br />

het leven.<br />

• Mensen hebben gewaardeerde sociale rollen, zij willen niet blijven hangen in de rol<br />

van cliënt maar willen buurman, bakker of student zijn!<br />

• De regie ligt bij mensen zelf en hun netwerk. Zij nodigen mensen uit die van<br />

betekenis zijn in hun leven en zij hebben de vrijheid om een leef/werkwijze te kiezen<br />

die bij hen past.<br />

• De organisatie investeert en ontwikkelt verschillende rollen en functies die nodig<br />

zijn zoals coach, facilitator en belangenbehartiger zonder daar op voorhand rigide<br />

taken aan te verbinden.<br />

De actualiteit van inclusief denken


• Strategieën zijn gericht op verbondenheid. Nieuwe vaardigheden worden eigen<br />

gemaakt op het gebied van intensief samenwerken met alle betrokkenen rond een<br />

persoon. vooral ook uit reguliere voorzieningen<br />

• Een nieuwe opbouw en infrastructuur wordt ontwikkeld van waaruit genoemde<br />

processen gefaciliteerd kunnen worden los van de dagelijkse dienstverlening aan<br />

mensen en met een onderscheid tussen dagelijkse diensten als (ver)zorg(ing) en<br />

diensten als belangenbehartiging, ondersteuning en dergelijke.<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

9


0<br />

Jan van der MeuLen<br />

de kamers, een plek Voor<br />

cultuur en ontmoetIng In<br />

amersfoort-noord<br />

Ter voorbereiding voor deze studiedag kreeg ik het boekje van Feitse Boerwinkel<br />

opgestuurd. Ik heb het in één adem uitgelezen; ik werd geraakt door de actuele<br />

inhoud en ik besefte toen dat waar wij mee bezig zijn een naam heeft: Inclusief denken.<br />

Eindelijk hoorden wij ergens bij!<br />

Als beeldend kunstenaar ben ik geschoold in vrij en creatief denken en het onderzoeken<br />

en bewandelen van nieuwe paden. Ik heb twintig jaar als beeldend kunstenaar en Art<br />

Director vanuit mijn eigen vormgevingsbureau gewerkt. In 1999 heb ik mijn bedrijf<br />

verkocht omdat ik meer maatschappelijke uitdagingen aan wilde gaan.<br />

Werkend en wonend in Amersfoort –Noord, een vinex locatie, ontstond het idee en<br />

het verlangen om een plek te realiseren waar cultuur en ontmoeting mogelijk was. Die<br />

droom deel ik met Jos van Oord. Hij is al jaren werkzaam als dominee in diverse vinex<br />

locaties.<br />

Samen zijn we gestart met De Kamers.<br />

We zijn nu drie jaar verder en bouwen dit jaar in Vathorst/ Amersfoort-noord een eigen<br />

huis. Een gek en mooi gebouw met o.a. een woonkamer met een open haard, hier hoef<br />

je even niks: een hangplek voor volwassenen, een eetkamer als restaurant, een theater/<br />

filmkamer met plaats voor honderd bezoekers als plek voor kwaliteit en try-outs.<br />

En dat doen we niet alleen: inmiddels zijn in de diverse Kamers al zo’n veertig vrijwilligers<br />

actief.<br />

De actualiteit van inclusief denken


Zolang ons eigen huis nog niet klaar is hebben we onderdak in wat wij noemen logeerkamers.<br />

Wijkcentra, kerken, scholen, sporthallen, in de buitenlucht en bestaande woningen.<br />

Ons eigen gebouw is geen doel maar een middel om straks verder te kunnen groeien.<br />

De Kamers is als gebouw ook een soort casco waar ruimtes bewust onbestemd zijn,<br />

een open en verleidelijke plek voor ontmoeting en nieuwe initiatieven.<br />

In ons werk laten wij ons leiden door een aantal basisprincipes.<br />

Als eerste geldt: De Kamers is er voor iedereen.<br />

Een voorbeeld: Stadsgenoten/Disgenoten.<br />

Maandelijks organiseren wij een maaltijd bereid door vrijwilligers/kamerleden voor<br />

nieuwe inwoners van Vathorst en gasten uit de rest van Amersfoort.<br />

Elke maaltijd heeft een thema, meestal gelinkt aan het werk van een kunstenaar.<br />

Nieuwe bewoners uit Vathorst wordt de kans geboden om anderen te ontmoeten en<br />

bewoners buiten Vathorst komen nieuwsgierig kijken wat er in zo’n nieuwe wijk nu<br />

eigenlijk te beleven is. Het publiek is divers, oud jong, alleen of samen.<br />

Ook bewoners met een verstandelijke beperking schuiven regelmatig aan.<br />

De inbreng van de kunstenaar zorgt meestal voor een verrassende en uitnodigende<br />

sfeer.<br />

De Kamers zorgt voor de randvoorwaarde, het casco en de gasten doen de rest.<br />

In een dergelijke activiteit wordt een tweede principe duidelijk: CULTUUR IS HET<br />

MID<strong>DE</strong>L.<br />

Bijvoorbeeld ook in onze leeskamer.<br />

Een aantal vrijwilligers wilden iets met literatuur en ontmoeting doen, de leeskamer<br />

was geboren. Als resultaat een prachtige middag met een kinderboekenschrijfster en<br />

met basisscholieren een aantal workshops.<br />

Na het leggen van contact met de Bibliotheek van Amersfoort is gezamenlijk een plan<br />

ingediend voor een aanvraag voor een landelijk fonds bibliotheek vernieuwing<br />

Literatuur als aanjager tot sociale cohesie.<br />

Doelgroep kinderen, jongeren, volwassenen.<br />

De toegekende projectsubsidie maakt het ons mogelijk om de komende drie jaar hierin<br />

een flinke stap te maken.<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

1


2<br />

Book crossing, bewoners bieden zelf hun favoriete boek aan via een digitaal netwerk<br />

voor een openbare wijk bibliotheek.<br />

Projecten waar verbindingen worden gelegd tussen literatuur, film, muziek theater,<br />

maaltijden en educatie.<br />

Basisscholieren en jongeren maken en beleven hun eigen boek.<br />

Het allerbelangrijkste principe voor de Kamers is:<br />

TEKORT EN OVERVLOED VIN<strong>DE</strong>N ELKAAR.<br />

De Kamers legt verbindingen die voor alle partijen wat opleveren.<br />

De Kamers fungeert als spin in het web: zorgt voor verbindingen tussen allerlei<br />

verschillende partijen en mensen. Maakt mensen en organisaties bewust dat zij wat te<br />

bieden hebben. Vaak méér dan ooit gedacht. Tekort en overvloed vinden elkaar.<br />

Bijvoorbeeld: voor de opzet van de organisatie en het gebouw: bouwers, accountants,<br />

bank, ROC, adviesbureau, bibliotheek, maatschappelijke organisaties (allemaal vanuit<br />

betrokken ondernemen)<br />

Maar vooral ook bij de uitvoering van onze activiteiten. Een prachtig voorbeeld<br />

daarvan is een spectaculaire dag die wij in januari hebben georganiseerd<br />

Aan het hof van Mozart. (In het kader van het Mozart jaar)<br />

In Vathorst staat een prachtig nieuw gebouw, het Brink Cluster en dat gebouw geeft<br />

onderdak aan vier basisscholen en kinderdagverblijven.<br />

Het is een gebouw volgens het brede-school-concept, een proces dat door de<br />

diversiteit van de scholen nog een lange weg te gaan heeft.<br />

Een prima plek voor een brede culturele ontmoeting!<br />

Directies van de scholen en collega’s, kinderen en ouders werd gevraagd om actief<br />

mee te doen, waar enthousiast op werd gereageerd.<br />

Met behulp van stagiaires, jongeren, kamerleden, mensen van Amerpoort (verstandelijke<br />

beperking), ingehuurde krachten en de nodige attributen hebben we het moderne<br />

gebouw omgetoverd in een achttiende-eeuws Paleis.<br />

De behoefte om samen iets te doen is er!<br />

Even geen vergadering maar samen verkleed hoofse dansen instuderen en elkaar op<br />

De actualiteit van inclusief denken


een andere manier ontmoeten. Een dag waar kinderen en hun ouders samen dansles<br />

krijgen, muziek maken, Wiener schnitzel eten en met andere ogen naar elkaar en naar<br />

de juffen en meesters kijken.<br />

Het geheel werd door bedrijven en de gemeente Amersfoort financieel mogelijk gemaakt.<br />

Een flink project dat door een kwalitatieve voorbereiding (voor een groot deel door<br />

een stagiaire) door meerdere partijen werd uitgevoerd.<br />

Gemeente Amersfoort<br />

De activiteiten van De Kamers zijn voor de Gemeente Amersfoort niet onopgemerkt<br />

gebleven.<br />

Een particulier initiatief dat door vrijwilligers en met financiële steun van bedrijven en<br />

fondsen, met een hypotheek van de Rabobank, een rol van betekenis begint te spelen<br />

in wijkopbouw en sociale cohesie?<br />

Hoe verhoudt zich dat met bestaande beleidsnotities en langlopende contracten met<br />

bestaande partijen?<br />

Bij gesprekken met de afdeling cultuur van de gemeente werden we doorgestuurd<br />

naar de Afdeling Welzijn en van Welzijn weer naar Cultuur.<br />

Waar horen wij thuis, welk etiket past ons?<br />

De Kamers wil zich met haar activiteiten richten op alle bewoners, kinderen, jongeren,<br />

de dertiger, veertiger en +, de vitale senior, allochtoon/ autochtoon, man en vrouw.<br />

Beleidsmatig verdeeld in doelgroepen, budgetten en bijbehorende afdelingen en niet<br />

met elkaar verbonden.<br />

Prachtige voorbeelden van exclusief en inclusief denken hebben we aan den lijve<br />

ondervonden, bij anderen, maar ook bij onszelf.<br />

Maar geïnspireerd door de voelbare behoefte en noodzaak van deze tijd om breder te<br />

denken en te handelen, dwars door muren van bestaande denkpatronen en heilige<br />

huisjes heen, hebben wij ons pad vervolgd.<br />

Eind vorig jaar heeft de gemeente De Kamers gevraagd om op een eigentijdse wijze<br />

invulling te geven aan het welzijnsbudget voor Vathorst en een regierol te vervullen<br />

voor de brede scholen.<br />

Enthousiast door het lef van een wethouder en de politiek om deze keuze te maken en<br />

voor onszelf de kans om professioneel verder te groeien, hebben wij hier ja opgezegd.<br />

Niet De Kamers als welzijnsorganisatie maar als maatschappelijke projectontwikkelaars.<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst


Een regisseursrol in een nieuwe wijk van 12.000 woningen, met bewoners van alle leeftijden,<br />

kleuren en standen.<br />

Wij willen graag een creatieve en doelgerichte speler zijn die verbindingen legt tussen<br />

mensen, maatschappelijke organisaties, scholen en bedrijven.<br />

Een casco zijn als leerplek voor jongeren en volwassenen.<br />

Een partij die bruggen slaat tussen cultuur en welzijn, tussen tekort en overvloed, tussen<br />

vraag en talent en tussen exclusief en inclusief denken.<br />

Het is net als in de liefde, het mag van beide kanten komen.<br />

Ik dank u wel.<br />

www.dekamers.nl<br />

De actualiteit van inclusief denken


HerMa tiGcHeLaar<br />

feItse BoerwInkel als<br />

InspIrator Voor dIVersIteIt<br />

en multIculturalIteIt<br />

Inleiding<br />

In het huidige multiculturele debat spelen denkbeelden van Feitse Boerwinkel, soms<br />

verborgen, soms openlijk en met naamsvermelding, een rol. Boerwinkel inspireert mij<br />

in het denken van diversiteit. In dit artikel presenteer ik vier perspectieven, die voortborduren<br />

op de thematiek van inclusie en exclusie. Deze worden gepresenteerd in<br />

relatie tot een aantal passages en kerngedachten uit Boerwinkels meest bekende<br />

boek: Inclusief denken.<br />

Bij het eerste perspectief gaat het om het centrale motto van Boerwinkel. Zijn<br />

programma voor inclusief-denkers luidt: Beseffen dat ons heil samenhangt met hun<br />

heil. In de Epiloog van zijn boek behandelt Boerwinkel de verhouding tussen “Israël en<br />

de Arabieren”. Zoals bij elk wereldwijd thema dat Boerwinkel aansnijdt, is ook dit nog<br />

‘akelig’ actueel. Voor conflicterende partijen (in dit geval Israël en de Arabieren) is zelfoverwinning<br />

en zelfbeheersing het adagium. Voor de derde partij, de buitenstaanders is<br />

het adagium: “Wij kunnen daarbij als niet-joden en niet-Arabieren onmogelijk als<br />

toeschouwers met de armen over elkaar afwachtend blijven kijken of zij tot een nieuwe<br />

verhouding komen. Inclusief denken betekent in dit geval voor ons: hun zaak als de<br />

onze beschouwen. Beseffen dat ons heil samenhangt met hun heil – a matter of life<br />

and death” 1 . Dit brengt me bij de eerste invalshoek: de mensheid is een familie.<br />

Hierbij laat ik me al verder denkend inspireren door Ron Evans, een indiaanse<br />

Chippewa-Cree medicijnman, afkomstig uit Canada.<br />

De tweede invalshoek begint bij de opvatting van Boerwinkel dat inclusief denken<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst


gecombineerd wordt met inclusief handelen. Boerwinkel betoogt zeer genuanceerd:<br />

“Dit omzetten van ons denken, dit om-denken, gaat aan een nieuw handelen vooraf.<br />

Dit betekent niet, dat men eerst met een nieuw denken klaar moet zijn, voor men tot<br />

een nieuw handelen kan komen. Er is hier een voortdurende wisselwerking: elk begin<br />

van nieuw handelen versterkt ook weer een nieuw denken”.(p.27). Hier leg ik verbanden<br />

naar de thematiek van diversiteitsbeleid in organisaties en interculturele communicatie.<br />

Edwin Hoffman is een van de bekendste theoretici in Nederland op dit gebied. Hij maakt<br />

gebruik van de theorie van Boerwinkel.<br />

De derde invalshoek is het perspectief van zwarte migranten en vluchtelingenvrouwen.<br />

Gloria Wekker is inspirator van het “Kruispuntdenken” dat in vrouwenstudies en<br />

etnische studies eind jaren ‘90 en begin 2000 wordt ontwikkeld. Haar denkbeelden<br />

presenteer ik in enkele verhalen.<br />

De vierde invalshoek sluit aan bij Hoofdstuk van het boek van Boerwinkel. Dit gaat<br />

over inclusief denken in de praktijk. Boerwinkel benadrukt dat het van belang is te<br />

beginnen bij het macro-inclusieve denken, het denken in afmetingen van grote wereldproblemen.<br />

Dit macro-denken kan echter pas plaatsvinden als het gesteund wordt<br />

door een inclusief denken in de kleine dagelijkse verhoudingen waarin wij leven.<br />

Scholen, vormingsinstituten, kerken en levensbeschouwelijke organisaties, maar ook<br />

massamedia hebben hierin een taak. Wat betreft levensbeschouwing benadrukt<br />

Boerwinkel het vinden van nieuwe mogelijkheden in het contact met andere godsdiensten<br />

en met degenen die niet tot een bepaalde godsdienst behoren. Hier<br />

presenteer ik enkele resultaten uit een recent eigen onderzoek in een social work<br />

instelling. Enkele social workers van moslimhuize presenteren hun – wat ik nu zou<br />

noemen- inclusieve visie op de plek van religie in de praktijk van jeugdzorg.<br />

1. ‘The family of man’ en ‘We are a People’: Ron Evans<br />

Een inclusief denken betekent dat mijn heil (geluk, leven, welvaart) alleen verkregen<br />

kan worden als ik tegelijk het heil van de ander beoog en bevorder. (27) Mijn geluk<br />

hangt samen met het geluk van anderen. Boerwinkel concretiseert dit met: “Het kan in<br />

een gezin niet goed gaan als 1 lid wordt verwaarloosd of uitgesloten. (Dat zal ons vroeg<br />

af laat opbreken)”.(2 ) Zo is het ook in het groot: met de family of man: wij kunnen<br />

alleen overleven door samen te leven. (2 )<br />

Elke moderne social worker kent het verschil tussen ik-culturen en wij-culturen. (welke<br />

theorie je ook aanspreekt; of het Pinto is, Hofstede en Hofstede of Trompenaars 2 .)<br />

De actualiteit van inclusief denken


Boerwinkel kiest het principe van de wij-cultuur als hij het heeft over de family of man.<br />

Hij zegt: dit besef is al heel oud en in allerlei godsdiensten en culturen aanwezig. Hij<br />

citeert onder andere de Chinese wijsgeer Confucius. Deze zegt: ‘Alle mensen tussen<br />

de vier zeeën zijn broeders’.(29) Ook de joodse profeet Amos waarschuwde zijn volksgenoten<br />

al om toch vooral niet te denken dat God hen superieur acht boven andere<br />

volken.<br />

Ik voeg daaraan toe het perspectief van een indiaans medicijnman. Ron Evans.<br />

Hij geeft teachings, uitgenodigd door Toinette Loeffen , docent <strong>Hogeschool</strong> <strong>Utrecht</strong>.<br />

Een van de lessen die ik leerde van Ron Evans, treffend voor mij als docent, gaat over<br />

leren. Het concept teaching kennen wij niet als indianen. Bij ons is het ‘be aware’:<br />

neem waar, wees aanwezig, wees erbij. Het gaat zo van: Grandma: Ik wil leren naaien.<br />

Grandson: watch me. Hoe krijg je de draad door de naald? Grandson: watch me… Dat<br />

is leren en dat is lesgeven.<br />

Boerwinkels idee van ‘the family of man’ noemt Ron Evans: ‘We are a people’.<br />

Indianen kennen geen rassen of etniciteit: mensen zijn ‘a people. In zijn verhalen trof<br />

me het gebruik van de woorden son, brother, sister, grandson. Elke oude man kan<br />

grootvader genoemd worden en hij kan elke jongere man kleinzoon noemen, kan hem<br />

grandson noemen als dat gevoel er is. Net als ik mijn beste vriendin voel als mijn zus.<br />

Een verhaal van Ron Evans illustreert dit: “Op een avond ging ik op bezoek bij een<br />

oude man van mijn volk. Hij is echt oud. Hij zit bij het vuur in de avond. Ik kom op<br />

bezoek. “Oh grandson, there you are”… We zitten samen bij het vuur. We spreken<br />

lange tijd niet. Wij hoeven niet te spreken als we samen zijn. Na een lang stil samen<br />

zijn zegt hij: “Grandson, het is zo fijn dat we hier samen zitten. We weten niet of er<br />

een volgende keer is. Misschien ga jij dood voor de volgende keer en misschien ik.”<br />

Het concept ‘we are a people’ strekt zich uit voorbij de levende mensen. Het gaat<br />

ook over voorouders en geesten. Net als bij de Afrikaanse Ashanti: zij spreken over ‘de<br />

levende doden’. Dat zijn de doden die nog levend zijn in de herinneringen en de<br />

verhalen van de levenden. Het geloof in het (voort)bestaan van voorouders gaat<br />

eigenlijk meer over de continuïteit van de familie over de grenzen van de dood dan<br />

over het voortbestaan van het individu. Het geeft aan dat het bestaan van een mens<br />

sterk wordt bepaald door zijn of haar lidmaatschap van een familie. Een familie kan<br />

worden beschouwd als bestaand uit een gemeenschap van de levenden en de doden.<br />

In deze Ashanti-gedachte is Boerwinkel een levende dode.<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

7


2. Inclusief handelen vormt de kern van een multiculturele organisatie: Edwin Hoffman<br />

Je hoeft niet eerst met een nieuw denken klaar te zijn voor je tot een nieuw handelen<br />

kunt komen (27). Denken en doen gaan samen, zegt Boerwinkel. Elk begin van nieuw<br />

handelen, versterkt ook weer nieuw denken. Op deze lijn gaat Edwin Hoffman verder.<br />

Hij is bekend om zijn boek over Interculturele gespreksvoering.<br />

Hij wijdt in zijn boek een hoofdstuk aan organisatiebeleid en machtsprocessen binnen<br />

organisaties. In dit hoofdstuk bespreekt hij Boerwinkels concept van inclusief denken.<br />

Inclusief denken en handelen is, zo stelt Hoffman, uitgangspunt van het managen van<br />

diversiteit binnen organisaties. Hij vertaalt het als íntegraal rekening houden van<br />

organisaties met (in dit verband) autochtonen en allochtonen. “Het gaat hierbij om<br />

een inclusief organisatiemodel dat pluriform van karakter is. Binnen de organisatie is<br />

ruimte voor en erkenning van verschillen. Vanuit zo’n model wordt niet exclusief<br />

(uit-sluitend) gedacht en gehandeld in termen van wij en zij: van wij autochtone<br />

Nederlanders en zij allochtonen, of andersom, maar vanuit een wij-gevoel: wij<br />

medewerkers en onze cliënten.”<br />

Exclusief denken is een denken in tegenstellingen: Boerwinkel: “Of mijn groep wint<br />

of de zijne”. Daarbij is men er steeds op uit geweest om zich met mensen te verbinden<br />

TEGEN andere mensen – groepen. Exclusief denken leidt tot uitsluiting van personen<br />

en groepen. Edwin Hoffman: betrekt bij interculturele communicatieproblemen op de<br />

werkvloer altijd ook de organisatorische context, dat wil zeggen de functionele context.<br />

In trainingen,cursussen en workshops geeft Edwin Hoffman inclusief handelen ‘handen<br />

en voeten.’ Ik geef een aantal voorbeelden uit een Post-hbo opleiding “De kracht van<br />

Diversiteit’. 7 Het zijn voorbeelden die cursisten naar voren brachten.<br />

Een voetbalclub wil geen allochtone kinderen meer aannemen, omdat deze ouders<br />

niet langs de lijn staan en niet meerijden, halen en brengen. Een inclusief perspectief<br />

leidt tot een andere benadering. We zijn een goede voetbalclub voor alle kinderen.<br />

Ze hadden kunnen zeggen: we nemen geen kinderen aan van wie de ouders niet mee<br />

gaan. Bekijk het functioneel en inclusief. Een ander voorbeeld betreft taalcursussen voor<br />

allochtonen of voor iedereen die zijn rapportages wil verbeteren. Dat laatste is waar<br />

Hoffman vanuit het principe van erkende gelijkheid voor pleit. Zorg dat je organisatie<br />

iedereen insluit. Biedt de cursussen aan iedereen aan. Maar wees ook niet bang voor het<br />

nemen van bepaalde aparte maatregelen voor bepaalde groepen vanuit het principe<br />

van erkende diversiteit.<br />

Of nog een voorbeeld: Een maatschappelijk werker kan bij sommige gelegenheden<br />

De actualiteit van inclusief denken


eter bij crisissituaties interveniëren wanneer hij het in het Arabisch doet. Waarom zou<br />

dat niet mogen als het effect van de communicatie dan groter is? Erken het effect van<br />

gebruik van eigen taal. Maar doe het dan wel zo dat je je collega niet uitsluit. Zeg er<br />

even iets van tegen je collega wanneer je in het Arabisch spreekt. Zorg dat er niemand<br />

is uitgesloten.<br />

Een laatste voorbeeld: Een politieman solliciteert. Tijdens het sollicitatiegesprek blijkt<br />

dat hij vrouwen geen hand wil geven, geïnspireerd door zijn geloof. De juiste vraag is<br />

dan: wat betekent dat voor de uitoefening van zijn functie? Stel dat hij bijvoorbeeld in<br />

situaties van gevaar vrouwen niet wil aanraken. Kijk met de ogen van de ander en stel<br />

dan vragen in het sollicitatiegesprek: maak het functioneel en professioneel. Wat<br />

betekent dat voor je werk als politieagent.<br />

Ik vind het een prachtig refrein: bekijk het functioneel.<br />

3. Inclusief handelen en wisselen van perspectief: Gloria Wekker<br />

Gloria Wekker publiceerde samen met andere Nederlandse zwarte, migranten- en<br />

vluchtelingenvrouwen in 2001 het boek “Caleidoscopische Visies”. In het hoofdstuk:<br />

“De ontwikkeling van het gender- en etniciteitsdenken, en identiteiten” geven Gloria<br />

Wekker en Helma Lutz inzicht in de theorie van het gender- en etniciteitsdenken en<br />

illustreren aan de hand van een case de toepassing van deze inzichten. In dit hoofdstuk<br />

wordt het concept ‘inclusief denken’ besproken, (overigens zonder verwijzing naar<br />

Boerwinkel). Zij plaatsen het tegen-de-ander-denken tegenover ‘en-en’ denken: “Het<br />

kost moeite deze andere, inclusievere manier van denken aan te leren en in de praktijk<br />

te brengen. Het betekent immers dat we willen breken met de gewoonte in binaire,<br />

hiërarchische categorieën te denken die steeds opnieuw uitsluiting produceren.”( 1)<br />

Het Kruispuntdenken daarentegen propageert het EN-EN perspectief: combineert<br />

verschillende perspectieven: het bekijkt gender, etniciteit en alle andere ordenende<br />

mechanismen niet apart, maar gaat ervan uit dat ze allemaal tegelijkertijd werkzaam<br />

zijn en samen tot stand komen, elkaar co-construeren. Inclusief en dynamisch denken.<br />

In deze theorie wordt ervan uitgegaan dat onze identiteiten meervoudig zijn.<br />

Uitsluiting en insluiting is meervoudig en wisselt van perspectief. Om dit te verduidelijken<br />

geef ik een aantal voorbeelden.<br />

Verhaal 1: Vrouwensynode, Kerk en Wereld 1992.<br />

In het jaar 1992 vindt op vormingscentrum Kerk en Wereld in Driebergen een Vrouwensynode<br />

plaats. Feministische christelijke vrouwen uit heel Nederland verzamelen zich<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

9


0<br />

op Kerk en Wereld op het terrein naast <strong>Hogeschool</strong> De Horst. Zij houden een kerkvergadering<br />

om de regels en de dogma’s van de Nederlandse kerken te veranderen,<br />

vrouwvriendelijker te maken. Op de conferentie breekt echter de pleuris uit. De<br />

veronderstelde gedeelde identiteit ‘vrouwen’ is op eerdere vrouwensynodes meermalen<br />

ter discussie gesteld door zwarte vrouwen. De witte meerderheid houdt zich doof. Tot op<br />

die ochtend voor het ontbijt een groep zwarte vrouwen een actie voert. Zij verschijnen<br />

met boeien en kettingen geketend op de groene grasvlakten, naast <strong>Hogeschool</strong><br />

De Horst. Het is een verwijzing naar de slavernij. En naar de verschillen tussen zwarte<br />

en witte vrouwen.<br />

Verhaal 2: Sojourner Truth<br />

Hun actie was een echo van een actie die in Amerika plaatsvond in 1 . Sojourner<br />

Truth (1797-1 ), een voormalige slavin, die geboren werd als eigendom van een rijke<br />

Nederlandse slavenmeester in de Staat New York. Deze vrouw was actief, zowel in de<br />

beweging voor de afschaffing van de slavernij als in de vrouwenbeweging. Tijdens een<br />

campagne voor stemrecht van Amerikaanse vrouwen (1 ), voerde zij het woord. Ze<br />

vertelde over haar leven en vroeg telkens weer “Ain’t I a woman?” (Ben ik dan geen<br />

vrouw?)<br />

Verhaal 3: Het privilege van de homo pleegouder<br />

In het tijdschrift The Psychologist (mei 200 ) schrijven twee onderzoekers uit Australië<br />

over ‘the ignorance van mainstream psychology’; dat veel psychologen weigeren om<br />

cultureel competent te werken met -isms: sexisme, homophobia, ageism, racism,<br />

ethnocentrism and so forth. Naast dit artikel staat als illustratie een ervaringsverhaal<br />

van een homo pleegouder. 9 Hij vertelt over zijn ervaringen tijdens een bijeenkomst met<br />

pleegouders. Er waren daar zowel heteroseksuele pleegouders als lesbische en homoseksuele<br />

pleegouders aanwezig. “Ik voelde me bemoedigd door de manier waarop de<br />

social worker met me sprak over pleegouderschap in een relatie tussen twee mannen of<br />

twee vrouwen”. De heteroseksuele pleegouders luisterden, knikten, en ondersteunden<br />

wat ik naar voren bracht. It felt amazing. Er werd naar hem geluisterd zowel door deze<br />

hetero-ouders als door de social worker.<br />

Maar dan vraagt in de pauze, in de wandelgangen, één van deze Australische pleegouders<br />

aan de social worker hoe het gaat met het probleem van de Aboriginals.<br />

Het gebouw waar zij waren, was namelijk gebouwd op grond waar onrust over was.<br />

Het land behoorde aan de Aboriginals. Traditioneel waren zij de eigenaars. De social<br />

De actualiteit van inclusief denken


worker antwoordde:“Ik denk wel goed”. Er bleek een conflict te zijn over de grond<br />

tussen het witte gemeentebestuur en de indigenous people die traditioneel het land<br />

waarop de stad was gebouwd, bewoonden. De vrouw die de vraag stelde, zei dat ze<br />

zich altijd ongemakkelijk voelde in dit gebouw, als ze naar buiten ging voor een sigaret<br />

of lunch en dan zaten er Aboriginals buiten en vroegen haar om een sigaret of om<br />

geld. ‘Ik heb er geen problemen mee’, zei de social worker.<br />

De homoseksuele pleegouder beschrijft zijn gevoelens van ongemak. Ook omdat er<br />

twee social workers bij stonden, die zelf ook indianen waren. Hij zei echter niks. Zijn<br />

positieve ervaring van veiligheid in deze groep die vooral bestond uit witte heteroseksuele<br />

Australiërs liet hij voorgaan boven het sociale onrecht dat ter sprake werd<br />

gebracht. Het bracht hem tot stilzwijgende instemming. Hij nam niet het risico om te<br />

confronteren.<br />

Zijn eigen reflectie was: Dit kon ik doen door mijn gesitueerdheid als wit persoon.<br />

Alle witte mensen zijn medeplichtig aan racisme. Het was niet simpel zo eenvoudig dat<br />

deze mensen racistisch waren en ik niet. “I stand to benefit from the same privileges<br />

as they do, and I too live on land stolen from indigenous people.” Dit verhaal laat zien<br />

hoe privileges en uitsluiting nauw verbonden zijn. Ik als homo man heb vaak oppression<br />

ervaren, maar ik heb geen racisme ervaren. Ik kan me permitteren om te zwijgen. Ik heb<br />

mijn ervaring van ingesloten worden laten voorgaan boven mijn medeplichtigheid aan<br />

uitsluiting. Dit noem ik zelf: racisme door nalatigheid, medeplichtigheid, zwijgen.<br />

In de lijn van Gloria Wekker kunnen we dit ervaringsverhaal analyseren als: uitsluiting<br />

en insluiting is meervoudig en wisselt van perspectief.<br />

Boerwinkel: ‘Der Mensch ist ein Abgrund, es schwindelt einem, wenn man hinunterschaut’.<br />

(2 )<br />

4. Inclusief Religie: Islam op de agenda van social work<br />

Graag geef ik tenslotte enkele voorbeelden uit het onderzoek dat Said Satyane en ik<br />

deden, vanuit het lectoraat Diversiteit en de multiculturele competentie (<strong>Hogeschool</strong><br />

<strong>Utrecht</strong>/ Centrum De Horst.) We interviewden social workers, werkzaam bij Bureau<br />

Jeugdzorg <strong>Utrecht</strong>. We spraken met hulpverleners die zelf van moslimhuize zijn en<br />

vroegen hen naar hun ervaringen met families die ook van moslimafkomst zijn.<br />

De vraagstelling betrof de inclusie van het religieuze perspectief in Social Work.<br />

Gebruik je religieuze invalshoeken in je hulpverlening? vroegen wij hen. Ik laat tenslotte<br />

enkele van deze social workers aan het woord.<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

1


2<br />

Basishouding<br />

Ik beweeg mij binnen het religieuze zingevingssysteem van de cliënt. “Hoe kunt u<br />

ervoor zorgen dat uw religie u kan helpen. U vindt dat van belang, Ik vind dat ook van<br />

belang en ik heb er ook alle vertrouwen in. Je hoeft niet te discussiëren over religieuze<br />

zaken. Je beschouwt het als waarheid. Je hebt een open houding. Prima dat dit zo is<br />

voor u<br />

Ik gebruik eventueel religie als onderdeel van mijn professioneel handelen. De cliënt<br />

zal zich, als hij zich erkend voelt ook meer baat hebben van de hulpverlening. Mijn<br />

uitgangspunt is: ‘Ik accepteer waar je vandaan komt en maak gebruik van datgene<br />

waar je zo sterk in bent. En als u verwezen wilt worden en naast mij met iemand anders<br />

wilt praten is dat prima. Als dat een imam is Prima. Als dat een alternatief genezer is,<br />

prima. Als het een pandit is: ook prima! 10<br />

Relativering<br />

Ik stem af op de normen en gebruiken van het gezin waar ik kom. Men maakt een<br />

inschatting of het gebruik van religie gewenst is of niet. Niets is vanzelfsprekend. Ik kom<br />

in gezinnen waar tegen me wordt gezegd: “U bent Marokkaan, Maar ga het me niet<br />

over de islam hebben’.<br />

Laatste voorbeeld<br />

Het laatste voorbeeld komt van een vrouw die een gezin begeleidt dat meer<br />

praktiserend is dan zijzelf.<br />

Hoewel ik er westers uitzie, ben ik wel op de hoogte van waarden en normen en de<br />

verplichtingen in de islam. Ik heb daar een duidelijk standpunt over. Dan krijg je ook<br />

respect. Ook van oudere mannen die aanzien genieten. Iemand heeft eens tegen mij<br />

gezegd: ‘Ik heb uiteindelijk heel veel respect voor u gekregen. Ik merk dat je ons<br />

begrijpt en aan onze kant staat. Ik wens jou een plaats in de hemel. Je bent een echte<br />

moslima.’<br />

Ik heb zijn dochter naar huis gehaald. Ze was weggelopen en ze voelde zich hopeloos<br />

ongelukkig in de instelling waar ze was. Haar vader wilde haar niet meer in huis nemen.<br />

Het is ons uiteindelijk gelukt haar weer terug naar huis te laten gaan, waarbij zowel<br />

haar vader als zij een beetje water in de wijn moesten doen. (Laat hij niet horen dat ik<br />

dit zeg) De vader was zo blij haar terug te hebben. Hij was degene die dat gezegd<br />

heeft tegen mij. 11<br />

De actualiteit van inclusief denken


De boodschap van deze hulpverleners is eigenlijk: doe normaal over religie. Ook als je<br />

zelf niet religieus bent, of het wel bent geweest, maar niet meer bent (dan wordt het<br />

al moeilijker), ook als je genoeg redenen hebt om je af te keren van religie of als je<br />

een andere levensbeschouwing aanhangt…<br />

Om met Boerwinkel te spreken: “Beteugel je gevoelens en maak ze dienstbaar aan<br />

constructieve strevingen.” Ik zou zeggen: Doe normaal over religie; dat hoort bij je vak.<br />

Ik besluit deze verhalen met een wens voor Feitse Boerwinkel: Ik wens jou een plaats<br />

in de hemel…<br />

Noten<br />

1 Boerwinkel, Feitse, Inclusief denken (1966), 89.<br />

2 Pinto, David (2005), ‘De wereld volgens Pinto - Gedragsgids voor het nieuwe Nederland’,<br />

Uitgeverij Karakter Uitgevers B.V., ISBN: 90-6112-862-5; Hofstede, Geert & Hofstede, Gert-Jan,<br />

(2005) Allemaal andersdenkenden. Amsterdam, Uitgeverij Contact; Trompenaars, Fons (1998),<br />

Riding the waver of culture. Understandig cultural diversity in business, Nicolas Brealy.<br />

3 www.storiesandstones.nl<br />

4 Marleen De Witte (2001), Long live the dead, Changing funeral celebrations in Asante, Ghana,<br />

Amsterdam, Aksan Academic Publishers, 26.<br />

5 Edwin Hoffman (2002), Interculturele gespreksvoering. Theorie en praktijk van het TOPOI-model,<br />

Houten, Bohn Stafleu van Loghum.<br />

6 Edwin Hoffman (2002), 288.<br />

7 Post-HBO Leergang ‘De kracht van diversiteit’: aangeboden door <strong>Hogeschool</strong> <strong>Utrecht</strong>/ Centrum<br />

voor Social Work/ De Horst en Fontys Hogescholen, Eindhoven, april – juni 2006.<br />

8 Gloria Wekker, Maayke Botman en Nancy Jouwe ed. (2001), Caleidoscopische Visies. Zwarte,<br />

Migranten- en Vluchtelingen- Vrouwenbeweging in Nederland. (Amsterdam: Koninklijk Instituut<br />

voor de Tropen.<br />

9 The Psychologist (mei 2006), 11.<br />

10 Said Satyane & Herma Tigchelaar (2005), Ik wens jou een plaats in de hemel. Hulpverleners<br />

spelen in op de religieuze achtergrond van moslimcliënten. Horstcahier 25. Centrum voor<br />

Social Work/ De Horst Amersfoort, 21, 22.<br />

11 Ibid, 36, 37.<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst


Gerrit WoLfsWinKeL<br />

workshop: een deltaplan<br />

Voor de grIjze golf<br />

Een grijze golf overspoelt Europa. Het is een angstaanjagend beeld waar slechts met<br />

grote vrees over gesproken wordt: hoe moet het als over 20 jaar de gemiddelde leeftijd<br />

in Europa ruim jaar is en er 9 niet-productieven staan tegenover iedere 100<br />

productieven?<br />

Wat betekent dit voor de economie, voor de inkomens, voor de zorg? Moeten we<br />

weer gastarbeiders gaan werven of geboorte stimuleren, langer doorwerken of iets<br />

van onze welvaart inleveren? Hoe solidair zijn de toekomstige jongere generaties?<br />

Het zijn vooral politieke vragen, maar hoewel regeren vooruitzien heet, is politiek<br />

bedrijven vooral gericht op korte termijn successen. In deze workshop werden de<br />

dilemma’s geschetst en de alternatieven gewogen. Hoe bedreigend is de vergrijzing<br />

en wie lopen de grootste risico’s en wat zijn eigenlijk de voordelen van een ouder<br />

wordende bevolking?<br />

Aan deze workshop namen 1 mensen van zeer uiteenlopende leeftijd deel, ook de<br />

man-vrouw verhouding was aardig in evenwicht.<br />

In mijn inleiding kwamen verschillende componenten aan de orde die met deze<br />

problematiek samenhangen:<br />

1. Het begrip oud<br />

2. Demografische ontwikkelingen in Nederland en Europa<br />

. De rol en betekenis van arbeid voor het individu<br />

. De ontwikkeling van de verzorgingsstaat, gezien in het licht van Europese en mondiale<br />

ontwikkelingen<br />

. Economische en politieke keuzen<br />

. Ten slotte werd een viertal stellingen besproken.<br />

De actualiteit van inclusief denken


Het verloop van de workshop<br />

De discussie vond al tijdens de inleiding plaats. De implicaties van het thema zijn zeer<br />

divers en complex en dat bleek ook wel uit het verloop van het gesprek. Het werd een<br />

zeer levendige gedachtewisseling, die weliswaar niet leidde tot afgeronde conclusies<br />

(dat zou ook niet kunnen), maar waarbij wel duidelijk was dat de vergrijzing, in samenhang<br />

met ontgroening, multi-culturalisering en mondialisering niet gezien hoeft te<br />

worden als een boven ons hangende donkere wolk van onzekerheid en rampspoed,<br />

maar als een ontwikkeling die heel goed in banen (in twee betekenissen) te leiden is,<br />

mits de politiek daar de passende maatregelen toe neemt.<br />

Ook werd onderschreven dat het om meer gaat dan een economisch vraagstuk, maar<br />

dat het een kwestie is die de kwaliteit van de samenleving als geheel betreft. We kunnen<br />

deze ontwikkeling niet overlaten aan een simpel marktdenken.<br />

Een korte samenvatting van de inhoud van de workshop<br />

1. Het begrip oud.<br />

Dit begrip werd behandeld vanuit verschillende invalshoeken:<br />

- in termen van wet- en regelgeving: arbeidswetten, ontwikkeling verzorgingsstaat,<br />

pensioeneisen in een historisch kader;<br />

- in termen van gezondheid: ontwikkelingen van de levensverwachting van<br />

verschillende bevolkingsgroepen, lichamelijke en geestelijke veroudering;<br />

- in termen van carrière: vergroting van de arbeidsparticipatie van oudere werknemers,<br />

toename van het aantal buitenshuis werkende vrouwen, verschuiving verplichte<br />

pensioenleeftijd van naar 7 jaar, uitzendbureaus voor -plussers, demotie.<br />

2. Demografische ontwikkelingen in Nederland en Europa<br />

Ter vergelijking tussen de landen van de Europese Unie werden cijfers gepresenteerd<br />

over de gemiddelde leeftijd. Nederland hoort (na Ierland) tot de landen met de jongste<br />

bevolking. In 2001 was de gemiddelde leeftijd van de Nederlander , jaar, de<br />

Ieren zijn gemiddeld , jaar.<br />

In Zweden, Duitsland en Frankrijk ligt de gemiddelde leeftijd momenteel het hoogste.<br />

Over 20 jaar bestaat de EU uit gemiddeld uit veertigers (van 9,9 nu tot , in 202 )<br />

In 2001 stonden nog 27 niet-productieven tegenover 100 potentieel productieven, in<br />

202 zijn dat er 9.<br />

Het aantal gepensioneerden stijgt het snelst in Finland, Italië, (beide op de 100),<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst


Duitsland en Frankrijk. Daarbij vergeleken blijft de Nederlandse situatie beheersbaar, al<br />

is er onmiskenbaar sprake van een probleem dat om een structurele oplossing vraagt.<br />

3. De rol en betekenis van arbeid voor het individu<br />

Er kwamen een viertal aspecten van arbeid aan de orde: arbeid ter verwerving van<br />

inkomen, arbeid als zingeving, arbeid als tijdsbesteding en arbeid als statusindicatie<br />

Ook werd de belastbaarheid van ouderen in het arbeidsproces besproken en de<br />

noodzaak van een leeftijdsbewust personeelsbeleid.<br />

Verder kwam de beeldvorming over oudere werknemers aan de orde (productiviteit,<br />

ziekteverzuim, kennisontwikkeling, motivatie, salariëring).<br />

4. De ontwikkeling van de verzorgingsstaat, gezien in het licht van Europese en<br />

mondiale ontwikkelingen<br />

Mondialisering (in economisch opzicht) is een van de thema’s die momenteel het<br />

sterkst het politieke klimaat bepalen. De ideologie van de vrije markt is oppermachtig<br />

en daaraan zijn andere belangen als sociale rechtvaardigheid, een gezond milieu,<br />

duurzaamheid en zelfs vrede en veiligheid ondergeschikt. Gevolgen: arbeidsmigratie,<br />

productieverplaatsing naar ‘lage lonen landen’, milieubelasting door productie en<br />

transport, groeiende verschillen tussen arm en rijk.<br />

5. Economische en politieke keuzen<br />

In de politiek worden verschillende oplossingen aangedragen, zoals een AOW-spaarfonds,<br />

het fiscaliseren van de AOW, versneld aflossen van de staatsschuld, langer<br />

doorwerken. Daarbij speelt ook de vraag naar de solidariteit tussen de generaties: tot<br />

welke premiehoogte zijn de komende generaties bereid te gaan om de AOW te kunnen<br />

betalen? Andere voorstellen betreffen het bevorderen van het krijgen van kinderen door<br />

premies, het aantrekken van buitenlandse werknemers, meer vrouwen aan het werk,<br />

het terugdringen van arbeidsongeschiktheid en werkloosheid.<br />

Naast de vraag naar arbeidsproductiviteit speelt ook de vraag naar de kosten van de<br />

gezondheid. Ouderen, zeker van boven de 7 jaar, hebben in verhouding veel gezondheidsproblemen.<br />

Dit leidt tot stijging van de kosten van de gezondheidszorg. Daar valt<br />

echter nog wel iets over te zeggen:<br />

Gezondheidsproblemen treden vooral op tijdens de laatste jaren van het leven. Wordt<br />

iedereen gemiddeld vijf jaar ouder, dan schuiven die dure jaren ook mee, blijkt uit een<br />

onderzoek van de Wereldbank uit 1999 en komen er dus niet bij.<br />

De actualiteit van inclusief denken


In verhouding tot het BBP zijn de kosten voor de gezondheidszorg de laatste jaren<br />

niet gestegen. De Wet van Baumol, (William Baumol, USA,1922) die stelt dat de<br />

productiviteitsstijging in de dienstverlenende beroepen – dus ook de zorg – eindig is,<br />

stelt juist dat in een groeiende economie de uitgaven voor de gezondheidszorg wel<br />

moeten stijgen om de salarissen in de pas te laten lopen met de marktsector.<br />

6. Conclusies in de vorm van stellingen.<br />

Stelling 1<br />

Gezien de sterk verbeterde gezondheidssituatie en de langere levensverwachting is het<br />

juist dat de pensioengerechtigde leeftijd – net als in Duitsland - geleidelijk verhoogd<br />

wordt naar 7 jaar.<br />

Ontslagregelingen op basis van leeftijd moeten verboden worden.<br />

Stelling 2<br />

Om de verzorgingsstaat in stand te houden en spanningen tussen generaties te voorkomen<br />

moet de AOW gefiscaliseerd worden, dat wil zeggen dat de AOW-uitkeringen<br />

niet langer uit premies worden betaald, maar uit belastingopbrengsten zodat de rijkere<br />

ouderen meebetalen aan de stijgende AOW-lasten.<br />

Stelling<br />

Het is moreel verwerpelijk om kenniswerkers uit landen als India hierheen te halen,<br />

terwijl ze voor de ontwikkeling van hun eigen land hard nodig zijn.<br />

Stelling<br />

Geld uit de levensloopregelingen mag niet gebruikt worden voor vroegpensioen.<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

7


cHarLotte van BesouW<br />

InclusIef denken<br />

en huIselIjk geweld<br />

“Mag ik een persoonlijke vraag stellen?”, vraag ik aan het begin van de workshopbijeenkomst.<br />

“Mag ik vragen wie van jullie persoonlijk ervaring heeft met huiselijk geweld?”<br />

Het mag en een tiental deelnemers (van de 2 ) steekt een hand op. Zo ongeveer<br />

conform de landelijke onderzoeksgegevens dus.<br />

“Ik denk dat wij allemaal met huiselijk geweld te maken hebben of hebben gehad”,<br />

zeg ik daarop.<br />

De knuppel in het hoenderhok: inclusief denken over huiselijk geweld.<br />

Op deze vermetele stelling ontstaat commotie en er volgt een heftige discussie. Een<br />

deel van de groep verzet zich tegen de stelling. Zij vinden het belangrijk om “huiselijk<br />

geweld” af te bakenen en op maat passende hulp te bieden en passend beleid te<br />

ontwikkelen. Het is onrechtvaardig voor slachtoffers van huiselijk geweld om hun<br />

problemen te bagatelliseren door ze niet te onderscheiden net zo als het onrechtvaardig<br />

is om iedereen te beschuldigen van dader- en/of slachtoffergedrag.<br />

Opvallend is dat degenen, die hun vinger hadden opgestoken bij de vraag of ze met<br />

huiselijk geweld te maken hadden (gehad) – en ik hoor daar zelf ook bij – zich prima in<br />

de stelling kunnen vinden. Misschien hebben de persoonlijke zoektochten om huiselijk<br />

geweld te begrijpen en te verwoorden het geweld menselijker proporties gegeven.<br />

Het is nu eenmaal fijner om de mensen van wie je houdt niet als on-mensen/niet-mensen<br />

te zien, maar als gewone mensen bij wie gewone zaken dramatisch uit de hand zijn<br />

gelopen. Geweld normaal maken, maakt het hanteerbaarder en geeft hoop.<br />

Een derde deel in de groep twijfelt. Hoe belangrijk is het om de eigen pijn te onderkennen<br />

om die van de ander te kunnen verdragen? Hoeveel moet je vergeven van je<br />

eigen ouders en van jezelf als ouder om begrip op te kunnen brengen voor ouders die<br />

De actualiteit van inclusief denken


hun kinderen mishandelen?<br />

Inclusief denken over huiselijk geweld. Slapende honden wakker maken. Zou dat de<br />

bedoeling zijn? Jammer, dat we het Feitse Boerwinkel niet meer kunnen vragen...<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

9


70<br />

Bureau eMpoWerMent<br />

InclusIef of exclusIef?<br />

Vrijdag 12 mei 200 , een studiedag over het ‘inclusief denken’ van Feitse Boerwinkel<br />

op de HU in Amersfoort. De ochtend begon om 11 uur in een overvolle collegezaal<br />

– naar schatting 1 0 deelnemers – , gevuld met oud- en huidige studenten van<br />

De Horst. De leeftijd varieerde van 19 tot jaar!!<br />

De opening zou gedaan worden door directeur Anneke Menger, maar helaas moest zij<br />

het af laten weten wegens ziekte. Zij werd goed vervangen door haar collega-directeur<br />

Léon van de Griendt. Na wat opstartproblemen met de microfoon, kon de ochtend<br />

beginnen.<br />

De eerste spreker was Arriën Kruyt, wethouder van Amersfoort, die trots was dat<br />

deze dag werd georganiseerd en nog wel in Amersfoort, de geboorteplaats van Feitse<br />

Boerwinkel. Hij sprak over het antagonistische denken in de politiek en zette dit af<br />

tegen het inclusieve denken van Boerwinkel, die de problemen in 19 al onderkende.<br />

Hij besloot met het voorstel om het gebouw van HU Amersfoort de naam van<br />

Boerwinkel te geven, bijvoorbeeld het Boerwinkel College.<br />

Maarten van der Linde zou met hulp van lichtbeelden een biografische schets van<br />

Boerwinkel presenteren, maar hij werd onderbroken door twee leden van het bureau<br />

Empowerment, studenten die dit jaar afstuderen. Zij hadden ontdekt dat er heel veel<br />

aanmeldingen waren voor de workshop van Hans Achterhuis en dat die niet allemaal<br />

geplaatst konden worden. Er moest dus een selectie gaan plaats vinden. Om deze<br />

selectie uit te voeren hadden zij drie vragen opgesteld, die beantwoord moesten worden<br />

door de mensen die zich voor deze workshop hadden ingeschreven. Deze drie vragen<br />

werden gepresenteerd met een PowerPoint presentatie. Er waren drie categorieën<br />

met elk één vraag. De categorieën waren: Niveau, IQ en EQ. Wie de vraag ‘goed’ had<br />

beantwoord, kreeg een formulier waarmee hij/zij aan de workshop mee kon doen.<br />

De zaal deed helemaal mee en iedereen zag er de humor wel van in, ook vanwege de<br />

soepele en humoristische manier waarop het geheel werd gebracht. Na elke vraag was<br />

de animo voor een formulier erg groot.<br />

De actualiteit van inclusief denken


Na de drie vragen werden de studenten onderbroken door een derde student die<br />

boos was omdat dit een dag was over inclusief denken en deze selectie daar dus echt<br />

haaks op stond. Zij eindigde met een citaat van Feitse Boerwinkel.<br />

Na deze actie kon Maarten toch nog beginnen met de korte biografie van Feitse<br />

Boerwinkel, deze werd aangekleed met verschillende foto’s van Feitse en de omgeving<br />

waarin hij opgroeide.<br />

De volgende spreker was Hans Achterhuis, hij had jaar geleden scherpe kritiek<br />

geuit op het boek van Feitse Boerwinkel en was op het matje geroepen. Hij had in de<br />

voorbereiding voor deze dag het artikel nog eens nagelezen en was geschrokken van<br />

de felle toon die hij toen had gebruikt. Hij heeft toentertijd een persoonlijk gesprek<br />

gehad met Feitse en was tevreden over hoe het gesprek was verlopen. Toch bleek uit<br />

zijn betoog dat hij nog steeds dezelfde kritiek had op het inclusieve denken.<br />

Hans Achterhuis werd afgelost door Jos van der Lans, die geheel onbekend was met<br />

Feitse Boerwinkel. Dit verklaarde hij door de verzuiling die er in die tijd heerste. Jos<br />

groeide op in de katholieke zuil en Boerwinkel opereerde toch vooral binnen het<br />

protestantse volksdeel. Elke zuil beleefde zijn eigen jaren ‘ 0 en ’70; er was geen tijd<br />

en aandacht voor een kijkje bij ‘een andere zuil’. Van der Lans was voorstander van een<br />

vertaling van Boerwinkels inclusieve denken naar het nieuwe tijdperk waarin we nu leven.<br />

Na al deze sprekers was het de hoogste tijd om te lunchen. Hier werd gretig gebruik<br />

van gemaakt.<br />

We werden bij de lunch als Bureau veel spontaan aangesproken door mensen die in de<br />

zaal hadden gezeten en meegedaan hadden aan ‘de selectie’ voor de workshop van<br />

Hans Achterhuis’. De reacties waren positief, het ging van ‘verfrissend’, ‘een leuke<br />

afwisseling’ in een ochtend van alleen maar luisteren tot een mevrouw van 7 die mij<br />

vertelde dat ze echt wel een beetje geschrokken was. Ze dacht altijd dat ze overal<br />

over nadacht en een helder oordeel kon vellen maar dat ze in dit geval alleen maar<br />

dacht dat ze zo’n formuliertje wilde hebben om toch maar mee te kunnen doen aan de<br />

workshop. Toen ik zei dat we uiteindelijk allemaal toch een soort schapen waren,<br />

moest ze lachen en gaf dat ruiterlijk toe.<br />

De middag stond geheel in het teken van de workshops. Voor onze workshop hadden<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

71


72<br />

zich 10 mensen aangemeld. Er kwamen er uiteindelijk wat minder maar we hebben het<br />

opgevuld met bureauleden.<br />

We hadden drie stellingen genomen:<br />

• Verplichte sterilisatie voor verstandelijk gehandicapten;<br />

• Staatsopvoeding voor probleemjongeren en<br />

• Verplicht ouderschapsexamen.<br />

De bedoeling was om met elkaar in gesprek te komen hoe we met deze dilemma’s uit<br />

de praktijk van het inclusief denken omgaan. Inclusief denken betekent namelijk ook<br />

keuzes maken, kleur bekennen.<br />

Joost was de discussieleider en legde uit wat wij vanmiddag gingen doen met het<br />

thema ‘inclusief denken’.<br />

De eerste stelling, staatsopvoeding voor probleemjongeren, werd ingeleid door Julio<br />

en Ron waarbij de één voor en de ander tegen was. Hierna kwam de discussie op gang<br />

door een casus die een opbouw had in de problematiek van een jongen van 1 jaar<br />

die steeds verder van het rechte pad afraakte.<br />

Joost voegde steeds meer toe zodat we ‘vanzelf’ op het thema ouderschapsexamen<br />

en verplichte sterilisatie voor verstandelijk gehandicapten kwamen. We dachten dat de<br />

twee uur die we hadden voor de workshop te lang zou zijn maar de discussie kwam<br />

goed op gang en voor we het wisten was het tijd om te stoppen. De feedback van de<br />

deelnemers was positief, ze hadden het een interessante middag gevonden met veel<br />

zaken waar nog maar eens goed over nagedacht moest worden.<br />

De middag werd afgesloten met een borrel in de lounge.<br />

De actualiteit van inclusief denken


HerMan noordeGraaf<br />

het InclusIeVe denken Van<br />

feItse BoerwInkel<br />

Op 12 mei jongstleden vond er een studiedag plaats ter gelegenheid van de honderdste<br />

geboortedag van Feitse Boerwinkel. Daarbij stond centraal de actuele betekenis van<br />

diens boekje over Inclusief denken, waarvan veertig jaar gelden – in 19 dus – de<br />

eerste druk verscheen. 1<br />

De naam Boerwinkel is onlosmakelijk verbonden met die van het instituut Kerk en<br />

Wereld, dat van 19 tot 200 te Driebergen gevestigd was, en van Academie De<br />

Horst (de latere hogeschool) die tot 200 in Driebergen was gevestigd. Als centrum<br />

voor opleiding van ‘werkers in kerkelijke arbeid’ (de zogeheten wika’s), voor cursussen<br />

en vormingswerk, studie, beraad en conferenties was Kerk en Wereld de uitdrukking<br />

bij uitstek van het apostolaire streven en elan van de Nederlandse Hervormde Kerk.<br />

Tezamen met het Haagse cluster rondom de Synode vormde Kerk en Wereld het<br />

institutionele complex dat de vernieuwing van de hervormde kerk na de Tweede<br />

Wereldoorlog vorm gaf en waaraan – voor de eerste fase tot in de jaren zestig - roemruchte<br />

namen verbonden waren als die van F.J. Pop, H. Berkhof, W. Banning, J.P. Kruijt,<br />

A.W. Kist, J.M. de Jong en dus ook die van Boerwinkel. 2<br />

Boerwinkel (190 -19 7) was na werkzaam te zijn als docent Nederlands en geschiedenis<br />

van 19 tot 19 directeur van Kerk en Wereld en van 19 tot 1971 ook directeur<br />

van de School van Maatschappelijk Werk/Acdemie De Horst. Hij doceerde cultuurgeschiedenis,<br />

hedendaagse politieke en geestelijke stromingen en moderne literatuur<br />

en poëzie – een vakkenpakket waarin hij zijn brede culturele, sociale en politieke<br />

belangstelling goed kwijt kon.<br />

Biografie<br />

Boerwinkels biografie moet nog geschreven worden, maar op de genoemde studiedag<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

7


7<br />

werd wel een boek gepresenteerd, dat hiervoor de bouwstenen bevat: Feitse<br />

Boerwinkel, inclusief denker van de hand van de historicus Maarten van der Linde,<br />

dè historicus van Kerk en Wereld/De Horst. Het bevat drie delen: allereerst een<br />

biografische schets inclusief een overzicht van zijn geschriften, dan volgt een deel over<br />

zijn boek Inclusief denken waarin de inhoud, de reacties en de invloed van dit geschrift<br />

aan de orde komen. Tot slot zijn drie autobiografische schetsen uit de nalatenschap<br />

afgedrukt. Ik beveel deze uitgave van harte aan voor diegenen die nader kennis willen<br />

nemen van Boerwinkels leven en denken en concentreer me nu op zijn pleidooi voor<br />

‘inclusief denken’, een gevleugelde uitdrukking die, zoals Van der Linde laat zien,<br />

regelmatig opduikt, ook heeft men lang niet altijd weet waar die oorspronkelijk<br />

vandaan komt.<br />

Mens of dino<br />

Inclusief denken verscheen zoals gezegd in 19 en werd een bestseller: het beleefde<br />

19 drukken, er werden 000 exemplaren van verkocht en het werd in het Spaans en<br />

het Engels vertaald. In dit boekje van nog geen honderd bladzijden stelde Boerwinkel<br />

het oude exclusieve denken tegenover het inclusieve denken. Het eerste kenmerkt<br />

zich door een of-of denken en is derhalve antagonistisch: of hij gaat eraan of ik.<br />

Inclusief denken daarentegen is een denken dat er principieel vanuit gaat dat mijn heil<br />

(geluk, leven, welvaart) niet verkregen wordt ten koste van of zonder de ander, maar<br />

dat dit alleen verkregen kan worden als ik tegelijk het heil van de ander beoog en<br />

bevorder. Dit is niet in de eerste plaats idealistisch, maar bovenal realistisch en<br />

verstandig. Het is dwaas om het niet te doen. De mensheid vormt één groot gezin en<br />

als één lid lijdt, lijden alle leden. Deze wijsheid is al oud en te vinden in allerlei religies,<br />

maar heeft een een beklemmende actualiteit door veranderingen van kwalitatieve aard,<br />

die ons een nieuw tijdperk doen ingaan. Boerwinkel noemt een zestal ‘cascadische<br />

versnellingen’, namelijk in het voortbewegen, in het denken (wetenschap, computer<br />

enzovoort), in de vernietigingskracht (waarbij vooral aan de atoombom valt te denken),<br />

‘hoogterecords’ (de raket naar de maan), de bevolkingstoename en de communicatie.<br />

Op een meer algemene noemer gebracht wijst (in mijn woorden samengevat)<br />

Boerwinkel dus op de toenemende afhankelijkheid van mensen van elkaar, waarbij door<br />

de groei van kennen en kunnen het menselijk handelen steeds ingrijpender gevolgen<br />

heeft. Wil, aldus Boerwinkel, de mens niet het lot van de dinosaurussen ondergaan, dan<br />

zal hij dit alles in zijn denken moeten verdisconteren. Dit nieuwe denken zal er, ondanks<br />

de push-factoren die liggen in de zich voordoende ontwikkelingen, niet vanzelf komen.<br />

De actualiteit van inclusief denken


Het vergt moed om de situatie waarin wij verkeren, recht in de ogen te zien en vindingrijkheid<br />

en geloof om tot en adequaat handelen te komen. Ook worden mensen mede<br />

door irrationele factoren bepaald: de rol van de ratio is beperkt. Met Teilhard de<br />

Chardin wijst Boerwinkel er daarom op dat er ook en ‘pull’, een aantrekkende kracht<br />

nodig is, die van de ware ‘supersoon’, die de ware superliefde is. Hoewel het woord<br />

ethos Boerwinkels bedoeling wellicht beter had weergegeven, koos hij toch voor het<br />

woord denken, omdat hij het accent wil leggen op de intellectuele inspanning die<br />

nodig is om tot verheldering te komen en verder dan allerlei vage gevoelens.<br />

In zijn strategische doordenking pleit Boerwinkel, geïllustreerd met praktijkvoorbeelden,<br />

voor een combinatie van macro- en microstrategieën, waarbij hij bij het laatste grote<br />

waarde toekent aan educatie en vorming. Daarbij hebben ook kerken en levensbeschouwelijke<br />

organisaties en rol te vervullen.<br />

Einde of nieuw begin?<br />

Wat is nu nog de betekenis van dit pleidooi voor inclusief denken? Boerwinkels<br />

verhandeling zijn uiteraard sterk gestempeld door de tijd waarin hij leefde, zoals toen<br />

nog de Koude Oorlog. De hedendaagse vraagstukken van (om het kort aan te duiden)<br />

de positie van de islam, de verhouding tussen allochtonen en autochtonen, de opkomt<br />

van het populisme en nog andere te noemen ontwikkelingen komen begrijpelijkerwijs<br />

niet of nauwelijks aan de orde. Hoewel hij sprak in termen van ‘mogelijkheid’, heeft hij<br />

waarschijnlijk niet verwacht dat de tegenkrachten zo sterk zouden zijn. Ik geef daarvan<br />

een voorbeeld uit een volgend boek van zijn hand.<br />

Boerwinkel heeft zijn lievelingsthema van tijdperken en overgangsperioden, waar zijn<br />

belangstelling voor denkers als Toynbee, Jaspers en Teilhard de Chardin bij aansluit,<br />

verder uitgewerkt in zijn boek Einde of nieuw begin? Ook dit vond veel weerklank en<br />

is vooral in kerkelijk toerustingswerk gebruikt. Hij ziet daarin een versneld ten einde<br />

gaan van het agrarisch, het constantijns en het renaissancistisch tijdperk alsmede dat<br />

van de blanke suprematie, de mannensuprematie en van de joodse ballingschap.<br />

We staan op al deze fronten voor de mogelijkheid van een nieuw begin. Eén van de<br />

punten die hij daarbij noemt is het ten einde lopen van het liberaal economisch stelsel.<br />

Dat roept dringend de vraag op van communale vormen van productie en distributie<br />

en een andere verdeling van macht en bezit. Welnu, die mogelijkheid is niet benut.<br />

Vanaf de tweede helft van de jaren zeventig zien we juist de opkomst van neoconservatieve<br />

en neoliberale ideologieën en een daardoor geïnspireerd beleid, die<br />

tendensen van uitsluiting en van grotere wordende sociaal-economische verschillen en<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

7


7<br />

de door Boerwinkel genoemde versnellingen alleen maar hebben versterkt.<br />

Daarmee is echter niet gezegd dat de principiële kern van Boerwinkels pleidooi achterhaald<br />

is. Deze heeft juist aan actualiteit gewonnen: bij vraagstukken van integratie, de<br />

positie van mensen met beperkingen, arm-rijkverhoudingen, toekomstige generaties<br />

enzovoort is steeds de vraag in het geding of het denken, het handelen en het beleid<br />

van dominante groepen zich kenmerkt door inclusief of door exclusief denken. In het<br />

laatste geval worden de belangen van niet-dominante groepen niet of maar ten dele<br />

meegewogen en vindt de normering éénzijdig vanuit de dominant plaats. Bij het in<br />

acht nemen van een langer tijdsperspectief vallen eigenbelang en morele overwegingen<br />

van rechtvaardigheid in hoge mate samen. De onevenwichtigheden in onze wereldsamenleving<br />

roepen zoveel spanningen op, maken reeds zoveel slachtoffers, dat het<br />

geen kwestie van doemdenken is, maar van realistisch inzicht om te zien dat dit niet<br />

goed kan blijven gaan (en dat al in hoge mate niet doet). Maar het grote knelpunt<br />

blijft het gebrek aan doorwerking daarvan in het denken en handelen op korte termijn.<br />

Meer dan het gewone<br />

In dat verband lijken mij inzichten uit Boerwinkels derde bestseller, Meer dan het<br />

gewone , van belang. Van de boeken uit zijn trilogie komt daarin de betekenis van het<br />

christelijke geloof voor het bewerken van het nieuwe begin het meest uitdrukkelijk aan<br />

de orde. Belangrijk is daarbij de Bergrede. Deze proclameert niet, zoals Boerwinkel<br />

laat zien, een of andere supermoraal, maar een kompas voor het dagelijkse leven<br />

biedt. Eén van de sleutels voor het begrijpen van de Bergrede ligt voor Boerwinkel,<br />

net als voor Bonhoeffer, in de woorden ‘meer dan het gewone’ (vgl. Matteüs : 7).<br />

Met een ethiek, vul ik nu aan, die alleen op wederkerigheid is gebaseerd (ik doe iets,<br />

omdat ik er iets voor terugkrijg), komen we niet uit. Deze heeft zijn betekenis en zal<br />

ook vanwege haar grote stuwkracht benut moeten worden. In die zin blijft intellectuele<br />

verheldering hard nodig om het ‘verlichte eigenbelang’ zichtbaar te maken. Maar om<br />

dit te kunnen verdiepen is ook een ethiek van ‘meer dan het gewone’, als een ethos<br />

van door liefde gevoede praktische wijsheid noodzakelijk en mensen en groepen die<br />

zich in hun denken en inzet daardoor laten inspireren. Zo hebben we alle drie de boeken<br />

van Boerwinkel nodig om het inclusieve denken, waarvan het belang alleen nog maar<br />

aan kracht gewonnen heeft, te stimuleren tegen het exclusieve denken in.<br />

De actualiteit van inclusief denken


Noten<br />

1 F. Boerwinkel, Inclusief denken. Een andere tijd vraagt een ander denken, Werkgroep 2000/<br />

Paul Brand, Hilversum/ Antwerpen 1966.<br />

2 Zo treffend: H.E.S. Woldring, D.Th. Kuiper, Reformatorische maatschappijkritiek. Ontwikkelingen op<br />

het gebied van sociale filosofie en sociologie in de kring van het Nederlandse protestantisme<br />

van de 19e eeuw tot heden, J.H. Kok, Kampen 1980, p. 309/310. Op het terrein van Kerk en<br />

Wereld is sinds 2003 gevestigd het Management Centrum VNO-NCW de Baak; op het terrein van<br />

<strong>Hogeschool</strong> De Horst is sinds 2006 de particuliere school Maupertuus gevestigd.<br />

3 Maarten van der Linde, Feitse Boerwinkel, inclusief denker, Horstcahier 26, Centrum voor Social<br />

Work/De Horst, Amersfoort 2006 (tel. 033- 4212400; info.dehorst@hu.nl). Van der Linde publi-<br />

ceerde onder meer ook: Werkelijk, ik kan alles. Werkers in kerkelijke arbeid in de Nederlandse<br />

Hervormde Kerk 1945-1966, Boekencentrum Zoetermeer 1995; De Horst 1945-2005. Biografie<br />

van een buitenbeentje, SWP Amsterdam 2005.<br />

4 Einde of nieuw begin? Onze maatschappij op de breuklijn, Amboboeken Biltoven, 1974 (achtste<br />

druk 1979).<br />

5 Meer dan het gewone. Over Jezus en zijn bergrede, Amboboeken Baarn, 1977 (achtste druk 1984).<br />

Dit artikel is overgenomen uit Theologisch Debat, september 2006.<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

77


7<br />

MedeWerKers aan deze puBLicatie<br />

Hans Achterhuis (19 2) is hoogleraar algemene wijsbegeerte aan de Universiteit<br />

Twente. Van hem verscheen eerder o.a. De markt van welzijn en geluk (1979), Arbeid,<br />

een eigenaardige medicijn (19 ), Het rijk van de schaarste (19 ), De erfenis van de<br />

utopie (199 ) en Politiek van goede bedoelingen (2000).<br />

Charlotte van Besouw is docente op De Horst. Zij houdt zich sinds de jaren ’70<br />

professioneel bezig met de bestrijding van huiselijk geweld, o.a. als medewerker van<br />

‘Blijf van m’n lijf” <strong>Utrecht</strong> 1977 – 19 2 en als coördinator Steunpunt Huiselijk en<br />

Seksueel Geweld Rotterdam 199 – 2001. In het schooljaar 200 -2007 biedt zij een<br />

minor “Agressie en huiselijk geweld” aan.<br />

Bureau Empowerment functioneerde in het hogeschooljaar 200 -2007 als een groep<br />

enthousiaste vierdejaars deeltijdstudenten SPH met een ruime ervaring in het sociaalpedagogisch<br />

werkveld. Leden van het bureau waren: Anja Bout, Elly Hagenaars,<br />

Nathalie Huguenin, Ron Kleefsman, Joost Kroon, Julio Pacheco, José Ruig, Ellen<br />

Slingerland, Anuschka Smallenburg, Martijn Visser en Ilse Wiegmann.<br />

Jos van der Lans (19 ) is cultuurpsycholoog en journalist. Hij werkte voor verschillende<br />

tijdschriften op het terrein van zorg en welzijn en was begin jaren negentig als redacteur<br />

verbonden aan de Volkskrant. Momenteel is hij medewerker van TSS - Ttijdschrift voor<br />

sociale vraagstukken, Aedes Magazine en DANS waarin hij commentaren, columns en<br />

essays publiceert. Alleen en/of samen met anderen schreef hij verschillende boeken,<br />

ondermeer over de moderne sociaal-culturele geschiedenis van Nederland. Zijn laatste<br />

boek, dat eind 200 verscheen bij uitgeverij AUGUSTUS, heeft als titel Koning Burger<br />

– Nederland als zelfbedieningszaak. Sinds juni 1999 is hij – ten slotte - lid van de<br />

Eerste Kamer voor GroenLinks. Zie voor meer informatie en een publiek archief van<br />

zijn recente publicaties: www.josvdlans.nl<br />

Maarten van der Linde (19 ) is historicus en werkt als docent op Centrum voor<br />

Social Work/ De Horst, HU Amersfoort. Hij publiceerde o.a. Werkelijk ik kan alles.<br />

Werkers in kerkelijke arbeid in de Nederlandse Hervormde Kerk 1945-1966 (1995),<br />

Het visioen van Eijkman (2003), De Horst 1945-2005. Biografie van een buitenbeentje<br />

(2005) en Feitse Boerwinkel, inclusief denker (200 ). In 200 -200 werkt hij samen met<br />

De actualiteit van inclusief denken


Johan Frieswijk (Fryske Akademie) aan een onderzoek naar de geschiedenis van de<br />

Volkshogeschoolbeweging in Nederland.<br />

Jan van der Meulen (19 ) is kunstenaar en maatschappelijk ondernemer. Hij heeft<br />

lange ervaring in VINEX-wijken op het gebied van cultuur, vrijwilligerswerk en sociale<br />

cohesie. Hij is mede-initiatiefnemer van De Kamers in de wijk Vathorst, Amersfoort.<br />

jvandermeulen@dekamers.nl, www.dekamers.nl<br />

Herman Noordegraaf (19 1) is opgeleid als socioloog en theoloog en werkt op het<br />

terrein van kerk en samenleving; sinds enkele jaren als docent diaconaat aan het<br />

Theologisch Wetenschappelijk Instituut van de Universiteit Leiden. Hij is voorzitter van<br />

de Vereniging Zingeving.net en ook van het Trefpunt van Socialisme en Levensovertuiging<br />

van de PvdA. Hij publiceerde Niet met de wapenen der barbaren. Het christen-<br />

socialisme van Bart de Ligt (199 ) en vele actuele en historische studies op het gebied<br />

van christelijk geloof, politiek, sociaal werk en samenleving.<br />

Mario Nossin is directeur van Stichting Perspectief sinds de oprichting in 1999.<br />

Perspectief evalueert de dienstverlening aan mensen met een beperking vanuit het<br />

perspectief van de persoon. Centrale vraag daarbij is altijd de verbetering van de<br />

kwaliteit van bestaan van de mensen die ondersteuning ontvangen en hun familie en<br />

persoonlijke netwerk. Uitgangspunt is dat de handicap niet in de persoon zit maar in<br />

de samenleving! Meer informatie is te vinden op de website www.perspectief.org en<br />

www.inclusie.nl<br />

Herma Tigchelaar is docente aan het Instituut voor Social Work/ De Horst HU en werkzaam<br />

als onderzoeker in het lectoraat “Diversiteit en de multiculturele competentie”.<br />

In 200 publiceerde zij samen met Said Satyane het onderzoek Ik wens jou een plaats<br />

in de hemel. Hulpverleners van moslimhuize, werkzaam bij Bureau Jeugdzorg <strong>Utrecht</strong>,<br />

spelen in op de religieuze achtergrond van moslimcliënten. (Horstcahier 2 )<br />

Gerrit Wolfswinkel (19 ) werkt sinds 1990 op het Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

met als opdracht o.a. het verzorgen van onderwijs en studiedagen op het gebied van<br />

ouder worden en ouderenwerk. Ook werkte hij mee aan het Tsjechisch-Nederlands<br />

Ouderenwerkproject. In 199 publiceerde hij samen met Dirk Oostelaar een studieboek<br />

voor het HBO onder de titel: Ouderen in de samenleving (2e uitgebreide druk,<br />

200 ).<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

79


0<br />

HorstcaHiers<br />

Actuele publicaties met blijvende waarde<br />

Reeds verschenen<br />

1 Naar een gedeelde werkelijkheid. `Werken vanuit verschillen’.<br />

Verslag conferentie CMV. m.m.v. Chan Choenni, Alex Leenders, Albert van<br />

Wingerden en Leila Jaffar, november 1994. 68 blz. Prijs: t 5,-<br />

2. Het verband tussen godsdienst en welzijnswerk. ‘God sta me bij’.<br />

Verslag conferentie Theologie & Maatschappij. M.m.v. Elisabeth Posthumus Meyjes,<br />

Maarten van der Linde, Harm Dane en Sylvia Seker-Ullu, december 1994. 36 blz.<br />

Prijs: t 3,-<br />

. Wat is Sociaal Pedagogische Hulpverlening?<br />

Kennismaking en eerste oriëntatie inzake SPH.<br />

Auteur: Piet Winkelaar, 2e, herziene druk, oktober 1997. 32 blz. Uitverkocht.<br />

. Profiel van CMV. Uitverkocht. Vervangen door Horstcahier 1 .<br />

Meerwaarde uit verschil. Interculturalisatie op De Horst:<br />

concretisering van de uitgangspunten. Auteur: Francien Wieringa, februari 1997.<br />

24 blz. Prijs: t 2,05<br />

Hoezo illegaal? Als de wereld van iedereen is, kan niemand illegaal zijn.<br />

Conferentie in het kader van de 52ste Dies Natalis van <strong>Hogeschool</strong> De Horst.<br />

M.m.v. Joke den Dulk, Rian Ederveen, Merijn Goeman, Hamid, Eric Krebbers,<br />

Leida Schuringa en Gabbi Wierenga, januari 1998. 40 blz. Prijs: t 2,95<br />

7 Op weg naar inburgering.<br />

Werkconferentie in <strong>Utrecht</strong>. M.m.v. Mulugeta Asmellash, Larbi Edriouch, Homayoun<br />

Mehrani, Jacqueline van Poeteren en Leida Schuringa, februari 1998. 24 blz. Prijs: t 2,05<br />

De actualiteit van inclusief denken


Confrontatie met cultuurverschillen.<br />

De multiculturele samenleving als stimulans tot creativiteit.<br />

Auteur: Han Schoorl, juni 1998. 36 blz. Prijs: t 2,70<br />

9 Springen over je eigen schaduw. Opstellen over autonomie, gezondheid en ziekte.<br />

Auteur: Jacqueline Kool, januari 1999. 50 blz. Prijs: t 3,65<br />

10 FIE SOGH: Tot ziens in de wijk!<br />

Conferentie over sociaal inburgeren en maatschappelijke begeleiding van vluchtelingen<br />

en andere nieuwkomers. M.m.v. Mulugeta Asmellash, Bernadette Clemens, Jeichien<br />

Martens, Shervin Nekuee e.a. Leida Schuringa (red.), maart 1999. 68 blz. Prijs: t 5,-<br />

11 Werken met het persoonsgebonden budget.<br />

Ervaringen van cliënten, ouders, hulpverleners en zorginstellingen. M.m.v. Fransje<br />

Baarveld, Monique Borgonje, José Bouts, Egbert Slot en Rudolf van Tilborg, maart<br />

1999. 45 blz. Uitverkocht.<br />

12 Van ouderen leren.<br />

Studiemiddag over de relatie tussen onderwijs en ouder worden. M.m.v. Jan<br />

Willem Gouverneur, Trix van Loosbroek, Dirk Oostelaar, Theo Wehkamp en Gerrit<br />

Wolfswinkel, december 1999. 40 blz. Prijs: t 2,95<br />

1 Verbinden - Motiveren – Ondernemen.<br />

Profiel van de opleiding Culturele en Maatschappelijke Vorming van De Horst.<br />

Auteur: Leida Schuringa, januari 2000. 48 blz. Prijs: t 3,60<br />

1 De legendarische Jopie Eijkman. Leven en werk van dr. J. Eijkman (1892-1945).<br />

Auteur: Maarten van der Linde, mei 2000. 34 blz. Uitverkocht.<br />

1 Is De Horst wel goed bij haar hoofd? Over leren in hersentermen.<br />

Afscheidscollege Han Schoorl. Reacties van Silvia van Kammen, Hans Sopar en Piet<br />

Winkelaar, september 2000. 34 blz. Prijs: t 3,40<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

1


2<br />

1 De stad der blinden door José Saramago.<br />

Een voordracht door Annette van der Ree. M.m.v. Camiel Verhamme, Els Geurten<br />

en Ineke de Weerdt, september 2000. 35 blz. Prijs: t 3,60<br />

17 Symposium Mantelzorg.<br />

In samenwerking met het Regionaal Steunpunt Mantelzorg Zeist. Bijdragen van<br />

Wilma Boelman-Fiesler, Huub Buijssen, Zwanny van Klinken en Gerrit Wolfswinkel,<br />

maart 2001. 41 blz. Prijs: t 2,95<br />

1 Van stoplap tot veelkleurige bril. Methodische verkenningen rond maatschappelijk<br />

werk. Redactie: Maarten van der Linde, mei 2001. 100 blz. Prijs: t 3,65<br />

19 Driehoek in beeld. De kunst van adoptie.<br />

Uitgave van <strong>Hogeschool</strong> De Horst en Stade-Fiom, <strong>Utrecht</strong>. Met bijdragen van Ineke<br />

Bannink, Toinette Loeffen, Klaaske de Vos en Liliane Waanders, maart 2004. 48 blz.<br />

Prijs: t 12,50<br />

20 Tien jaar Hoger Onderwijs voor Ouderen op De Horst.<br />

Met bijdragen van Camiel Verhamme, Klaaske de Vos en Maarten van der Linde,<br />

april 2004. Prijs: t 5,-<br />

21 Multicultureel competent samen(-)leven.<br />

Inaugurele rede uitgesproken op 19 november 2004 in <strong>Hogeschool</strong> De Horst te<br />

Driebergen bij de aanvaarding van het ambt van lector ’Diversiteit en de multiculturele<br />

competentie’ door dr. Lucy Kortram. Prijs: t 7,50<br />

22 Multicultureel competent handelen. Van potentie naar competentie.<br />

Maarten van der Linde (red.) m.m.v. studenten deeltijd CMV/MWD/SPH en Lucy<br />

Kortram, Joyce Cordus, Ed de Jonge, Hannie Nanlohy-Sniphout en Herma<br />

Tigchelaar, april 2005. 60 blz. Prijs t 5,-.<br />

2 Over het wonen van ouderen gesproken.<br />

Met bijdragen van Liesbeth & Liesbet, Piet Driest en Gerrit Wolfswinkel, oktober<br />

2005. 48 blz. Prijs: t 2,-.<br />

De actualiteit van inclusief denken


2 Debattle, rappen en redeneren over jeugd.<br />

Startconferentie in Amersfoort, 15 september 2005. Met bijdragen van Anneke Menger,<br />

Hans van Ewijk, Peter Kwakkelstein en Adri van Montfoort, november 2005. Prijs: t 2,-<br />

2 Ik wens jou een plaats in de hemel.<br />

Hulpverleners van moslimhuize, werkzaam bij Bureau Jeugdzorg <strong>Utrecht</strong>, spelen in<br />

op de religieuze achtergrond van moslimcliënten. Auteurs: Said Satyane en Herma<br />

Tigchelaar. December 2005. 48 blz. Prijs: t 2,-<br />

2 Feitse Boerwinkel, inclusief denker.<br />

Auteur: Maarten van der Linde. Met drie autobiografische schetsen van<br />

F. Boerwinkel. Mei 2006. 108 blz. Prijs: t 10,-<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst


Colofon<br />

tekst<br />

Hans Achterhuis, Charlotte van Besouw, Bureau Empowerment, Léon van de Griendt,<br />

Arriën Kruyt, Jos van der Lans, Mario Nossin, Jan van der Meulen, Herman<br />

Noordegraaf, Herma Tigchelaar, Gerrit Wolfswinkel<br />

redactie<br />

Maarten van der Linde<br />

ontwerp en lay-out<br />

van arendonk ontwerpers<br />

drukwerk<br />

SWZ Zeist<br />

oplage<br />

00<br />

oktober 200<br />

De actualiteit van inclusief denken


86<br />

Horstcahiers<br />

Actuele publicaties met blijvende waarde<br />

Horstcahiers zijn bedoeld om discussie en meningsvorming te stimuleren.<br />

Van het Instituut voor Social Work/ De Horst en het Centrum voor Social Work/<br />

De Horst verschijnen regelmatig teksten - bij studiedagen en conferenties, cursussen<br />

en onderwijsontwikkeling - die een groter publiek verdienen dan alleen de studentengroep,<br />

de cursusdeelnemers, het docententeam, de conferentiegangers.<br />

Het lezerspubliek van de Horstcahiers bestaat uit studenten en medewerkers van<br />

Instituut en Centrum voor Social Work/ De Horst, maar telt ook docenten en<br />

wetenschappers uit het middelbaar en hoger onderwijs, werkgevers en werknemers in<br />

het werkveld, bestuurders van maatschappelijke organisaties, overheidsfunctionarissen<br />

en politici.<br />

Centrum voor Social Work/ De Horst<br />

Berkenweg 11<br />

Postbus 512<br />

3800 AM Amersfoort<br />

T 033 – 421 2400<br />

E info.dehorst@hu.nl<br />

www.csw.hu.nl fmr_eb2_va<br />

De actualiteit van inclusief denken

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!