SCHORVOORT MORGEN - Stad Turnhout

old.turnhout.be

SCHORVOORT MORGEN - Stad Turnhout

JUNI 2011

SCHORVOORT MORGEN

Volgens het gewestplan en de aanpassingen ervan zijn er nog honderden bouwmogelijkheden in Schorvoort.

Tientallen hectaren woongebied liggen nog klaar om te ontwikkelen. Ook als het stadsbestuur niets doet zullen

er vele honderden woningen bij komen.

Het stadsbestuur wil enkel projecten met aandacht voor de levenskwaliteit van de Schorvoortenaars. Daarom

heeft de universiteit van Leuven opdracht gekregen een studie te maken over de behoeften van de mensen,

de problemen en de kansen die er zijn voor de toekomst. Ze hebben met verschillende bewoners en belanghebbenden

gepraat. Ook de resultaten van de ‘Doe mee-avonden’ zijn opgenomen. De onderzoekers maakten

allerlei tekeningen om dingen te bespreken en te bekijken. Er zijn nog geen projectplannen. De tekeningen in de

studie zijn slechts eerste ideeën die problemen en kansen duidelijk kunnen maken.

De gemeenteraad heeft deze studie nu goedgekeurd. De ambtenaren en het schepencollege kregen de

opdracht hiermee rekening te houden als er met grondeigenaars en ontwikkelaars gepraat wordt over

Schorvoort. De hoofdzaken staan kort samengevat in de ‘10 punten voor Schorvoort’.

CONCREET:

Wanneer worden gronden verkaveld en projecten gebouwd?

Het kan nog makkelijk 20 jaar duren voor dit allemaal rond is. Eerst moeten er nog afspraken tussen de

verschillende eigenaars en ontwikkelaars gemaakt worden over wat waar en wanneer moet gebeuren.

Pas als dat duidelijk is, kan er aan echte projectplannen gewerkt worden. Volgend jaar kunnen we daar

hopelijk de eerste dingen van bespreken met heel Schorvoort.

Wat als ik grond heb liggen in de buurt van zo’n project?

Er is nu nog ruimte voor veel overleg. Wie een bouwperceel heeft kan daar nog altijd hetzelfde op doen als voor

de studie. Maar als je zin hebt om te praten met andere eigenaars kan dat ook. Er zijn nu geen plannen voor

onteigening. Maar sommige percelen willen ontwikkelaars misschien wel graag aankopen of ruilen.

Zijn er nu nog geen plannen dan?

De tekeningen in deze studie zijn enkel gemaakt om over de punten op de achterzijde na te denken en er over

te kunnen praten. Het zijn nog geen bouwplannen of projectplannen. Hoe de dingen echt worden kan nog

helemaal anders zijn. Maar de ‘punten voor Schorvoort’ moeten wel gevolgd worden.

Kunnen we meepraten over de toekomst van Schorvoort?

In zekere mate wel. Maar als private mensen hun plannen maken doen ze dat niet op een buurtvergadering.

Wie een grond heeft laat zijn buurman ook niet bepalen wat hij er mee gaat doen. Maar het stadsbestuur

zal regelmatig informatie verspreiden. Regelmatig zullen we samen met de mensen van Schorvoort bekijken

hoe ver we staan met de ‘punten voor Schorvoort’. Zeker als het eigen stadsprojecten zijn zullen we tijdig

communiceren.

De studie, het volledige besluit van de gemeenteraad en de presentatie staan voor iedereen

ter beschikking op de website van het stadsbestuur: www.turnhout.be/schorvoort


10 PUNTEN VOOR SCHORVOORT

1. Schorvoort is een woongemeenschap waar ook buurtvoorzieningen, het erfgoed en groene

ruimte belangrijk zijn. Oude en nieuwe inwoners moeten zich gemakkelijk thuis voelen.

2. Er zijn meer woningen nodig, maar dat mag de dorpse menselijke schaal niet verdringen.

De woonzones mogen enkel bebouwd worden met een gepast aantal en type van woningen.

Mengen van verschillende groottes en types van woningen is aangewezen. De grote projectgebieden

moeten ruimte geven voor ontspanning, zorg en verenigingsleven waarbij een sociale

mix bereikt wordt.

3. Langs de Aa moet een groot deel van de groenruimte bewaard blijven als buurtpark.

Mensen moeten daar kunnen wandelen. In natte periodes moet het water hier genoeg ruimte

hebben.

4. De blijvende aanwezigheid van verenigings- en sportlokalen in het hart van Schorvoort is

belangrijk. Best in de buurt van school, kerk en parochiezaal. Daar komen de mensen het meest

samen. Ook voor handel, diensten en bejaardenzorg ligt hier het centrum.

5. Voor veel mensen is Schorvoort een doolhof. Een duidelijk net van wandel- en fietspaden

moet de verschillende buurten op een kindvriendelijke manier verbinden met het dorpscentrum,

de school en het buurtpark aan de Aa.

6. Straten, pleintjes en groenruimten moeten functioneel en veilig ingericht worden.

Verkeersveilige straten en bespeelbare open ruimten zijn belangrijk.

7. Er moet een duidelijk en veilig fietspad komen vanuit Oud-Turnhout, langs het Aa-park naar

het Stadspark. Zo kunnen ook Schorvoortenaars veilig de steenweg oversteken naar het

Stadspark.

8. De aansluiting met de Steenweg op Zevendonk moet veilig gemaakt worden. Toch moet

voorkomen worden dat sluikverkeer doorheen Schorvoort gaat rijden om de ring te vermijden.

9. Duurzaam Schorvoort wil zeggen: met zorg voor iedereen, bouwen zonder energie te

verspillen, met aandacht voor de natuur en toch economisch haalbaar.

10. De verdere ontwikkeling van Schorvoort is voor iedere bewoner van belang. Door samen

te werken en gronden te ruilen tussen private eigenaars, het OCMW en De ARK kunnen betere

woonbuurten gemaakt worden. Maar ook regelmatig praten met de gewone Schorvoortenaar is

nodig.

Contact Projectmanagement - hanne.teunckens@turnhout.be – 014 44 33 94


Onderzoek naar een door stakeholders en bewoners gedeeld programma van

eisen voor de ruimtelijke ontwikkeling van Schorvoort

Stad Turnhout KULeuven Planning & Ontwikkeling

April 2011 Marleen Goethals, Frank Moulaert, Jan Schreurs

1


Inhoudsopgave

1. Inleiding ....................................................................................................................................... 5

1.1 Onderzoekscontext ................................................................................................................. 5

1.2 Onderzoeksbenadering ........................................................................................................... 6

1.3 Onderzoeksmethodiek: banden met het IWT/SBO project SPINDUS ..................................... 7

2. Juridische en ruimtelijke planningscontext ............................................................................... 10

2.1 Projectzones: juridische context en eigendomsstructuur ..................................................... 10

2.2 Waterhuishouding ................................................................................................................. 11

2.3 Gewenste ruimtelijk-natuurlijke structuur ............................................................................ 13

2.4 Gewenste nederzettingsstructuur......................................................................................... 13

2.5 Overzicht regels en indicaties i.v.m. woondichtheid, woninghoeveelheden en woningtypes

nieuwe woonprojecten in beleidsdocumenten ................................................................................ 14

2.6 Gewenste ruimtelijk-economische structuur ........................................................................ 16

2.7 Gewenste structuur van sport en recreatie .......................................................................... 16

2.8 Gewenste verkeers- en vervoersstructuur ............................................................................ 17

2.9 20m2 buurtgroen per wooneenheid ..................................................................................... 20

2.10 Gebiedsgerichte werking ....................................................................................................... 20

3. Staat van Schorvoort ................................................................................................................. 21

3.1 Bestaande ruimtelijke structuur en wensen ......................................................................... 21

3.1.1 Fysieke ondergrond, reliëf en water ................................................................................. 21

3.1.1.1 Historisch-morfologische beschrijving .......................................................................... 21

3.1.1.2 Kwaliteiten, problemen, wensen, potenties en dynamieken die bedreigend zijn voor

de waterhuishoudkunde en de waarneembaarheid van het reliëf............................................... 22

3.1.1.3 Bouwstenen ruimtelijke kwaliteit i.v.m reliëf en water ................................................ 23

3.1.2 Natuur ................................................................................................................................ 23

3.1.2.1 Beschrijving.................................................................................................................... 23

3.1.2.2 Kwaliteiten, problemen, wensen, potenties en dynamieken die bedreigend zijn voor

het natuurlijk systeem ................................................................................................................... 24

3.1.2.2 Bouwstenen ruimtelijke kwaliteit i.v.m natuurontwikkeling ........................................ 24

3.1.3 Recreatie ............................................................................................................................ 24

3.1.3.1 Beschrijving ....................................................................................................................... 24

3.1.3.2 Kwaliteiten, problemen, wensen, potenties en dynamieken die bedreigend zijn voor de

recreatie ........................................................................................................................................ 25

3.1.3.3 Bouwstenen ruimtelijke kwaliteit i.v.m recreatie ............................................................. 25

2


3.1.4 Landbouw en blekerijen .................................................................................................... 26

3.1.4.1 Historisch-morfologische beschrijving .......................................................................... 26

3.1.4.2 Problemen, wensen, potenties en dynamieken die bedreigend zijn voor de landbouw

en voor de beleving van het landbouwlandschap ......................................................................... 27

3.1.4.3 Bouwstenen ruimtelijke kwaliteit i.v.m landbouw ........................................................ 28

3.1.5 Woonwijkmorfologie en woontypologie ........................................................................... 28

3.1.5.1 Historisch-morfologische beschrijving ...................................................................... 28

3.1.5.2 Woningtypes: huidige verdeelsleutel woningtypes in Schorvoort................................ 29

3.1.5.3 Huidige woondichtheid in Schorvoort ............................................................................... 30

3.1.5.4 Problemen, wensen, potenties en dynamieken die bedreigend zijn voor de kwaliteit van

het wonen in Schorvoort ............................................................................................................... 30

3.1.5.5 Bouwstenen ruimtelijke kwaliteit i.v.m woonwijkmorfologie en woontypologie ........ 33

3.1.6 Wegeninfrastructuur ......................................................................................................... 34

3.1.6.1 Problemen, wensen, potenties en dynamieken i.v.m. de verkeersafwikkeling in en rond

Schorvoort ..................................................................................................................................... 34

3.1.6.2 Bouwstenen ruimtelijke kwaliteit i.v.m wegeninfrastructuur ......................................... 35

3.1.7 Fiets- en voetpaden .................................................................................................................. 35

3.1.7.1 Beschrijving, problemen, potenties en wensen i.v.m. fiets- en voetpaden ...................... 35

3.1.7.2 Bouwstenen ruimtelijke kwaliteit i.v.m fiets- en voetpaden ........................................... 36

3.1.8 Voorzieningen........................................................................................................................... 36

3.1.8.1 Beschrijving ....................................................................................................................... 36

3.1.8.2 Problemen, wensen, potenties en dynamieken i.v.m. voorzieningen in Schorvoort ....... 37

3.1.8.3 Bouwstenen ruimtelijke kwaliteit i.v.m voorzieningen ................................................. 39

3.2 Bestaande sociale structuur en wensen ................................................................................ 39

3.2.1 Demografie en demografische evolutie Turnhout/Schorvoort ................................................ 39

Gegevens en ambities ........................................................................................................................ 39

3.2.2 Het sociaal weefsel van Schorvoort ......................................................................................... 40

3.2.2.1 Beschrijving sociaal weefsel .............................................................................................. 40

3.2.2.1.1 Samenhang tussen sociale en ruimtelijke structuren .................................................... 40

3.2.2.1.2 Beschrijving sociaal weefsel ...................................................................................... 41

3.2.2.2 Bouwstenen voor sociale innovatie .................................................................................. 43

4. Visie en concepten voor het ontwikkelingsplan ‘Schorvoort Morgen’ ......................................... 44

4. 1 Visie ............................................................................................................................................ 44

4.2 Concepten ................................................................................................................................... 45

3


4.2.1 Een ruimer stadspark rond de Aa-vallei bemiddelt tussen de stadsdelen binnenstad,

Schorvoort, Papenbruggen en Ringweg ........................................................................................ 45

4.2.2 Mobiliteit en zachte recreatie in Schorvoort: van isolement naar (klimaatbewuste)

toegankelijkheid dank zij een meervoudig raster van trage wegen ............................................. 46

4.2.3 De publieke ruimte van Schorvoort faciliteert bemiddeling en herkenbaarheid ................ 48

4.2.4 Velden voor woonontwikkeling ............................................................................................ 49

Bibliografie..................................................................................................................................... 51

Beleidsdocumenten ....................................................................................................................... 51

Verslagen en overzichten gebiedsgerichte werking stad Turnhout .............................................. 51

Interviews ...................................................................................................................................... 52

Werkvergaderingen ....................................................................................................................... 52

4


1. Inleiding

1.1 Onderzoekscontext

Voor figuren zie afzonderlijke figurenbundel

Fig. 1 Situering Schorvoort in de stadsregio Turnhout

Fig. 2 Straatnamenplan

Fig. 3 GewRUP met situering Schorvoort

Fig. 4 Drie projectzones voor woonontwikkeling (stedelijk woongebied) in Schorvoort (luchtfoto)

De stad Turnhout zet in zijn algemeen beleidsplan 2008-2013 sterk in op het verhogen van het inwonersaantal

in kwaliteitsvolle woonomgevingen en het vergroten van de betrokkenheid van de burger door gebiedsgerichte

aanpak. Het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan ‘Afbakening regionaalstedelijk gebied Turnhout’ (GewRUP

2004) stelt dat Turnhout zijn woonontwikkeling a.d.h.v. kernversterking en inbreiding moet concentreren in

twee clusters. Binnen deze clusters zouden hogere dichtheden (minimum 25 woningen/ha) moeten

gerealiseerd worden.

De woonwijk Schorvoort is gelegen binnen de cluster Turnhout/Oud-Turnhout en beschikt over drie grote

zones met niet-ontwikkelde bouwgronden.

Dit betekent dat op middellange termijn in Schorvoort een groot aantal woningen (een 500-tal volgens

Ruimtelijk Structuurplan stad Turnhout (RST 2008)) kunnen ontwikkeld worden. Het realiseren van deze

huisvesting moet passen binnen de globale ontwikkeling van Schorvoort en moet de leefbaarheid en kwaliteit

van deze wijk op middellange en lange termijn bestendigen en verhogen.

Voor dit kader voor de toekomstige ontwikkeling van Schorvoort moet een stads- en

landschapsontwerp/stedenbouwkundig ontwikkelingsplan gemaakt worden. De ontwerper hiervan dient

echter gevoed te worden met een programma van eisen waarmee een ruimtelijk ontwerp kan gemaakt

worden.

De opgave van dit onderzoek bestond uit het opmaken van een startnota en een programma van eisen voor de

opmaak van een stedenbouwkundig ontwikkelingsplan voor het stadsdeel Schorvoort. Het volgende diende

daarbij minimaal ondernomen te worden:

- De interpretatie van beschikbare statistische en objectieve gegevens (ruimtelijk, economisch,

demografisch, sociaal) en een analyse van hoe deze evolueren in de toekomst (o.a. demografische

trendscenario’s)

- De integratie van de aandachtspunten die voortvloeien vanuit de gebiedsgerichte werking die in 2009

werd opgestart in Schorvoort

- Interviews met betrokken stakeholders (grondeigenaars, beleidsmakers, ambtenaren etc.) zodat een

globaal beeld kan worden uitgewerkt met betrekking tot noden en wensen, zijnde het ‘programma

van eisen’ (algemeen, woningtypologie, sociale mix, voorzieningen etc.) in combinatie met de

beschikbare beleidsplannen (mobiliteitsplan, structuurplan, milieubeleidsplan etc.)

Het uiteindelijke doel was om de beleidsintenties van het stadsbestuur en de wensen van de private

grondeigenaars en huidige bewoners in combinatie met de analyse van beschikbare statistische en objectieve

gegevens, te vertalen naar een concreet programma van eisen ten behoeve van de uiteindelijke ontwerpteams

die de stedenbouwkundige studie voor het stadsdeel dienen uit te werken.

Gezien de nadruk die we tijdens het onderzoek wensten te leggen op het sociaal weefsel (zie 1.2

Onderzoeksbenadering) en gezien de problematische bestaande ruimtelijke situatie in Schorvoort (slechte

5


elaties met het stadscentrum en –park, geringe oriënteerbaarheid, lage woondichtheid, te grote concentraties

van sociale woningen, vergaande enclavering van deelwijken, door ontwikkeling bedreigde Aa-vallei etc.) werd

er beslist om het onderzoek meer te richten op de ‘draagkracht’ van het gebied. Dit hield een keuze in voor

kwaliteit in plaats van (enkel) kwantiteit (vandaar ook minder focus op de interpretatie van beschikbare

statistische en objectieve gegevens). We wilden daarom ook ontwerpend onderzoek als onderzoeksmethode

inzetten. Door concrete toekomstbeelden voor Schorvoort te ontwerpen hebben we gezocht naar wat passend

zou kunnen zijn in Schorvoort. Tegelijkertijd heeft het korte ontwerpproces de ‘informatie-uitwisseling’ en de

ontwikkeling van door stakeholders, bewoners en onderzoekers ‘gedeelde eisen’ voor de ruimtelijke toekomst

van Schorvoort (sociaal draagvlak) gestimuleerd. De basisconcepten uit dit ontwerpend onderzoek vormen een

flexibel ruimtelijk kader dat we wilden opnemen in de projectdefinitie.

Bij gebrek aan consensus (over woningaantallen, dichtheden en woontypes) bij de stakeholders is het

eindproduct geen kant en klare projectdefinitie geworden maar een rapport van de gewenste ruimtelijke

kwaliteiten voor Schorvoort en een ruimtelijk kader dat plaats biedt voor meerdere sociale scenario’s die zich

geleidelijk in de tijd zullen ontplooien. Dit kader vormt ook de basis voor verdere afspraken tussen de

stakeholders (eigenaars, beleidsmakers) van het woonontwikkelingsproject.

De opgave voor de volgende fase in het ontwerpend onderzoek en ontwerpend onderhandelen moet

geconcretiseerd worden na verder overleg met de beleidsmakers en de stakeholders. Het ontwerpteam zou

minimaal als volgt moeten samengesteld worden:

- Stedenbouwkundige

- Architect

- Landschapsontwerper

- Verkeersdeskundige

- Deskundige waterhuishouding

- Bioloog

- Ruimtelijk socioloog

1.2 Onderzoeksbenadering

Bij deze studie voor een wijkontwikkelingsplan voor Schorvoort hebben we naast de meer klassieke ‘urban

design en ruimtelijke planningsaanpak’ zeer sterk de nadruk gelegd op Schorvoort als een sociaal weefsel dat

gebruik maakt van zijn eigen ruimte en die daarbuiten. Daarom zijn we via studiewerk, eigen observaties en

gesprekken zowel met professionele technici als buurtbewoners op zoek gegaan naar hoe de ruimte gebruik

wordt, hoe ze beter gebruikt kan worden en ook hoe ze anders ingericht kan worden om haar kwaliteit te

verbeteren. Drie bijkomende klemtonen worden gelegd: de noodzaak tot versterken van de natuur en het

beleven van natuur, het klimaatbewust ontwikkelen en het ontwikkelen van gedeelde kwaliteitseisen.

Wanneer ruimtelijke planners het over sociaal weefsel hebben maken ze daar steeds een ruimtelijke

voorstelling of invulling bij. Omgekeerd is het moeilijk om uitspraken te doen over ruimtegebruik zonder over

sociaal weefsel en sociale praktijk in de ruimte te spreken. De (sociale, culturele, economische, ...)

eigenschappen van groepen (gebruikers) moeten betrokken worden in de analyse van het ruimtegebruik. Deze

eigenschappen kunnen (vereenvoudigd hier) als volgt ingedeeld worden:

- sociaaldemografisch: leeftijd, nationaliteit, opleiding en sociaal-culturele interesses

- ruimtevoorkeuren van gebruikers: band en interactie met de natuur, vermenging en verweving van

functionele gebruiksruimtes (huis/tuin/werk) in de micro-omgeving van de gebruikers

- beleving van relaties tussen ruimtelijke schalen: subwijkniveau, wijk, bovenwijk niveau (gemeentelijk,

aangrenzende gemeentes, ...)

- mobiliteit.

6


De wisselwerking tussen sociaal weefsel en sociale praktijken enerzijds en ruimtebeleving en gebruik anderzijds

kan via de volgende vragen onderzocht worden :

Welk ruimtegebruik stemt overeen met de menselijke functies wonen, werken, consumeren, onderwijs en

opleiding, zorgfuncties, administratieve functies, vrije tijdsbesteding, enz.? Hoe staat het met dat

ruimtegebruik nu en hoe kan het in de toekomst ingevuld worden? [Functioneel ruimtegebruik]

Hoe en vanuit welke fysische, biologische en sociaalfunctionele behoeften wordt omgegaan met de natuur?

[Natuur, ecologisch evenwicht, zachte recreatie, ...]

Hoe verplaatst de mens zich in de ruimte? [Mobiliteit]

Welke betekenis geeft de mens aan zijn ruimtegebruik, het huidige en het toekomstige? Hoe ziet hij de

interactie in de ruimte/met de ruimte in de toekomst in Schorvoort? Is er behoefte aan een grotere functionele

en sociale hybriditeit?

Hoe ziet ruimtelijkheid van het sociaal weefsel eruit en hoe evolueert ze? Om die vragen te beantwoorden

bekijkt ons onderzoek de volgende aspecten van ruimtelijkheid en zijn beleving:

- Ruimtelijke vermenging van functies en groepen die sociale cohesie bevordert (belang van gemengde

en complementaire centraliteiten; van vlotte toegankelijkheid tussen deelwijken) of belemmert (bv.

onverzoenbaarheid van functies zoals rustige recreatie en druk verkeer)

- Gedeelde ruimtelijke betekenissen over de grenzen van de deelwijken heen [probleem van de

relatieve scheiding van deelwijken in Schorvoort]

- Ruimtelijk-architecturale vertaling van gedeelde betekenissen

- Schaalverbinding: inbreiding van dienstenfuncties en ontmoetingsplaatsen tussen wijken onderling:

‘binnendoorheid’ bevorderen – Sociale invulling van breuklijnen en onvoltooide fiets- en

wandelnetwerken – Verdunning en verdichting van bepaalde verplaatsingsassen.

Hoe evolueren de relaties tussen de drie ruimtelijke schalen? Een interactieve benadering van de ruimtelijkheid

op die schalen is noodzakelijk (bv. fiets en wandelroutes tussen wijken kunnen ook ‘binnendoorheid’ van een

(deel)wijk positief beïnvloeden, in tegenstelling tot een drukke hogere-schaal verkeersweg door een wijk die de

binnendoorheid belemmert – en dus eerder tot ‘binnendorheid’ leidt).

1.3 Onderzoeksmethodiek: banden met het IWT/SBO project SPINDUS

De Schorvoort-voorstudie vormt ook een eerste stap in één van de gevallenstudies van het IWT/SBO project

lopende SPINDUS-onderzoek SBO-IWT-onderzoek ‘Spatial innovation, planning, design and user involvement

(SPINDUS 2009-2013)’. Dit IWT/SBO project co-financiert bovendien deze voorstudie.

In dit SPINDUS-onderzoek werkt onze onderzoeksgroep P&D samen met OSA van de KU Leuven en de School of

Architecture, Planning and Landscape van de Newcastle University aan de ontwikkeling van een praktische en

pedagogische planning- en ontwerpmethodologie om ruimtelijke kwaliteit in de ruimste (!) betekenis van de

term te analyseren, te evalueren en te implementeren. Aangezien opinies van gebruikers en verschillende

onderzoeksgemeenschappen over wat een ruimtelijke organisatie kwalitatief sterk maakt uiteenlopen, is er

nood een aan een transdisciplinaire (met betrekken van verschillende types ruimtelijke actoren) en

interdisciplinaire verbreding van het begrip ‘ruimtelijke kwaliteit’ en een vernieuwing van de

onderzoeksmethodologie.

In het SPINDUS-onderzoek werken drie academische disciplines ( ‘social innovation’, ‘spatial design’

(meerbepaald urban design) en ‘strategic and institutional planning’) aan een gedeeld interdisciplinair

referentiekader voor ruimtelijke kwaliteit. Binnen dit referentiekader (meta-kader) wordt een gedeelde taal

7


ontwikkeld om ruimtelijke kwaliteit te lezen en te bediscussiëren (Moulaert, Schreurs, Oosterlynck, SPINDUS

proposal SBO-IWT 2009).

Het meta-kader gaat uit van een ruimtelijk-relationele benadering, een benadering die de drie disciplines

bekoort en ook vaak toegepast wordt. Deze ruimtelijk-relationele benadering wordt gebruikt om de verbanden

tussen ruimte-actoren en factoren zowel als dimensies van ruimtelijke kwaliteit te onderzoeken. Maar ze kan

ook toegepast worden op de groep actoren die de ruimtelijke kwaliteit analyseert en zoekt te verbeteren via

sociale innovaties, stadsontwerp en ruimtelijke planning. Voor Schorvoort gaat het hier dan om het

Stadsbestuur en de Stadsdiensten, de eigenaars, de bewoners, de passanten, de professionele experten enz.

Het SPINDUS meta-kader analyseert de relaties tussen ruimte, zijn gebruikers en hun ruimtelijke praktijken

volgens zeven dimensies.

1. Ruimte is relationeel, zijn gebruik is relationeel en daarom zijn de reflecties over ruimtelijke

kwaliteiten ook relationeel.

2. Een relationele benadering binnen een sociale ruimte heeft een ethische dimensie. Individuele en

collectieve relaties tussen mensen en tussen mensen en ‘niet humane actanten’ hebben betrekking op

gedeelde maar ook niet gedeelde waarden en waardenschalen, communicatie en

samenwerkingsnormen. De ethiek die de SPINDUS methodologie leidt in haar ruimtelijk-relationele

benadering kan wellicht het best samengevat worden als ‘ruimtelijke rechtvaardigheid’, die zowel

betrekking heeft op de ethiek van de actoren, als op de waardenschalen die door de leden van het

transdisciplinaire onderzoekteam (P&D, Stadsdiensten, ...) vooropgesteld worden.

3. De relationele benadering houdt rekening met machtsverhoudingen en – structuren als belangrijke

factoren van ruimtegebruik- en transformatie. Daarom heeft ze ook aandacht voor coalitievorming,

bewegingen voor verbetering van ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit.

4. Het gebruik van ruimte kan gelezen en geïnterpreteerd worden volgens verschillende types van ruimte

of interactie met de ruimte. Ze verwijzen naar sociale, culturele, fysische, biologische, ... [dimensies

van ] ruimtes die met elkaar verbonden zijn en die – afhankelijk van de focus die de analyse van

ruimtelijke kwaliteit hanteert – kunnen optreden als actanten in de interactie tussen natuur en

maatschappij.

Ruimtelijke kwaliteit lezen vanuit het perspectief van de verschillende actanten en types van interactie

met de ruimte heeft ook te maken met de verschillende wijzen van ruimtebeleving (sensormotorisch,

tactiel, visueel, conceptueel, ...) en hoe de verschillende gebruikers ruimte en plaats aanvoelen.

5. De ruimtelijk-relationele benadering werkt interscalair (vanaf het niveau van de woning via de blok en

de wijk, enz. tot op het regionale niveau). Ze hanteert een dynamisch beeld van ruimte in al zijn

dimensies en benadert plaatsen en locaties binnen hun relationele netwerken.

6. De analyse, evaluatie en verbetering van ruimte is een gezamenlijk leerproces, met veel

onderhandeling en actie. In die zin onthult dit proces niet alleen het sociale karakter van ruimte en

ruimtegebruik, maar wijst het de weg naar meer gedeelde, participatieve sociale relaties.

7. Duurzame ontwikkeling [het zogenaamde 3 E model in zijn verschillende varianten en met al zijn

tekortkomingen] is een betekenisvol uitgangspunt voor de visie op de realiteit (ontologie) die in het

meta-kader gebruikt wordt. D.O. vormt een basis om waargenomen ruimtelijke ontwikkelingen te

analyseren en te verbeteren. Maar ze zou veel actiever ingezet kunnen worden als een

veranderingsagenda, waarin sociale duurzaamheid (bv. via verbetering van ‘governance’ structuren)

een centrale rol zou krijgen.

Dit meta-kader heeft als voordeel dat het de meest dimensies van de benadering van ruimtelijke kwaliteit

afdekt en aangeeft hoe ze tot elkaar te relateren. Het nadeel is dat dit meta-kader algemene, abstracte

benamingen van kwaliteiten, gebruiken, gebruikers, enz. hanteert. Daarom vraagt de toepassing van het

metakader om een vertaling naar specifieke toestanden. Voor Schorvoort zijn we die vertaling aan het

uitwerken, en de meeste elementen die in het vervolg van het rapport uitgewerkt zijn kunnen in die zin

8


uimtelijk-relationeel ingevuld worden. Om dit rapport niet te overbelasten geven we hier slechts één

voorbeeld van hoe dit in de Schorvoort-studie aangepakt kan worden.

1. Ruimte is relationeel, zijn gebruik is relationeel en daarom zijn de reflecties over ruimtelijke kwaliteiten ook

relationeel.

- Schorvoort is niet alleen een bebouwde omgeving, een wijk, maar ook een sociaal weefsel, een geheel van

sociale relaties tussen groepen, subwijken, verschillende types van sociale gebruiken van de subruimtes.

- De Startnota zal daarom eerst een beschrijving geven van de bestaande sociale en ruimtelijke structuur en

van het gevoerde ruimtelijke beleid (inclusief de bestaande planningscontext). Er worden knelpunten en

potenties geïdentificeerd. Visies en wensen van de belangrijkste stakeholders (bewoners, College, Dienst

Stedelijke Ontwikkeling, Dienst Cultuur en Vrije tijd, Dienst Buurt- en Wijkwerking, Turnhoutse maatschappij

voor de huisvesting ‘De Ark’, OCMW, private grondeigenaars) komen vervolgens aan bod. Vanuit de overtuiging

dat het succes van het stadsdeel vooral afhangt van zijn ruimtelijke en sociale kwaliteiten, worden bestaande

relaties tussen onderdelen van de ruimtelijk structuur onderzocht en rekening houdend met de verschillende

gebruikswensen op mogelijke verbeteringen getest. Reflecties [over verschillende dimensies van ruimtelijke

kwaliteit] worden in verschillende focusgroepen gemaakt.

Binnen het meta-kader spelen de relaties tussen actoren en hun wensen een grote rol bij het bepalen van

de ruimtelijke kwaliteit. Tijdens de gevallenstudie van het SPINDUS-project worden deze wensen opgelijst.

Hiervoor worden de transcripties van de interviews en de workshops die voor het voorliggende onderzoek

naar een gedeeld programma van eisen voor de ontwikkeling van Schorvoort werden uitgevoerd grondig

geanalyseerd. Er wordt ook nagegaan hoe deze wensen vertaald werden in het door de onderzoekers

uitgevoerde ontwerpend onderzoek. In een tabel ‘Wensen professionelen en stakeholders worden wensen

en ontwerpvertalingen met elkaar in verband gebracht wordt. Onderstaand fragment van deze tabel

‘Wensen professionelen en stakeholders’ illustreert deze analyse uit de SPINDUS-gevallenstudie.

Wiens wensen? En hoe vertaald in ons discussievoorstel?

OCMW (Luc Op de Beeck, Vz. OCMW; Bart

Michielsen, waarnemend secretaris; Jeroen

Peeters, waarnemend directeur SZ)

Zij reageren op de vragenlijst die hun vooraf

toegestuurd is.

OCMW wil en zorgcentrum oprichten; dat hoeft

niet meersverdiepig te zijn

Gevaar voor te grote densiteit rond sociale

huurwoningen in wijk Schorvoort. Pleidooi voor

een sociale mix.

Zorgcentrum architecturaal geïntegreerd in wijk;

toegankelijk; functievermenging (doelgroepen,

proximiteit)

9


Aangepaste seniorenwoningen:

Maar, acuut – acuut nu misschien niet direct,

maar het zal er niet ver vanaf zitten – is daar

volgens mij noodzaak om ervoor te zorgen dat

senioren daar blijven wonen. Dat is belangrijk.

Die huizen zijn niet aangepast. De wijk is er op dit

moment niet op voorzien om er senioren te laten

wonen. We zien daar al een stukje een vlucht van

senioren naar de stad…

Obligatiewoningen; met zorgondersteuning,

maar niet alleen voor senioren, ook voor andere

sociaal-demografische groepen

Voetbalvelden kunnen eventueel verplaatst

(aangeduid op kaart) ... zo ook via

‘Voetbaltunnel’ toegankelijk maken voor

Zevendonk

2. Juridische en ruimtelijke planningscontext

2.1 Projectzones: juridische context en eigendomsstructuur

Fig. 5 Bestemmingen projectzones en omgeving

Fig. 6 Eigendomsstructuur projectzones

ruiloperatie: White Star wordt wooninbreiding –

woonontwikkelingszone Aa-vallei wordt

gedeeltelijk Aa-valleipark; voetbalvelden liggen

goed zichtbaar aan Schorvoortse toegang naar

Aa-valleipark

Fig. 7 GewRUP: Afbakening Regionaalstedelijk gebied Turnhout. Plan 9.G Stedelijke woongebieden en reservegebieden voor stedelijk

woongebied Schorvoort. Bijlage 1: Verordenend Grafisch Plan

In Schorvoort bevinden zich drie clusters met niet-ontwikkelde bouwgronden in stedelijk woongebied:

1. Projectzone Aa-vallei

De projectzone Aa-vallei bevindt zich in het noorden van de woonwijk. Het betreffen graaslanden en

bospercelen achter de lintbebouwing van de straten Schorvoortberg en Oude Dijk in de ‘natuurlijk

overstroombare’ vallei van de Aa. De bestemming van dit gebied werd tijdens de opmaak van het

Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan ‘Afbakening regionaalstedelijk gebied Turnhout’ (GewRUP) in

2004 omgezet van ‘woonuitbreidingsgebied’ naar ’stedelijk woongebied’.

Gezien het ‘onbebouwbaar karakter’ van dit gebied werd in deze zone een ‘structurerend groengebied

Aa-beek’ aangeduid (GewRUP). Dit houdt in dat het waterbergend vermogen van het gebied maximaal

dient behouden te worden (RST p. 175). Desgevallend kan de stad Turnhout in dit ‘structurerend

groengebied’ een buurtpark lokaliseren. Dit buurtpark zou eveneens in het stedelijk woongebied

kunnen gelegd worden (GewRUP, RST). Het ‘structurerend groengebied’ splitst de projectzone voor

stedelijk wonen op in twee zones: 1a Aa-vallei Noord en zone 1b Aa-vallei Zuid.

10


Eigendomsstructuur: OCMW, stad Turnhout, private eigenaars verenigd in de ‘Vereniging van

particuliere grondeigenaars Schorvoort’

Oppervlakte projectzone Aa-vallei: 15 ha

Woondichtheid: minimaal 25 woningen/ha (Structuurplan Vlaanderen stedelijk gebied)

2. Projectzone ‘White Star’

De projectzone ‘White Star’ ligt centraal in Schorvoort in het binnengebied van het bouwblok omrand

door de straten Schorvoortberg, Oude Dijk en Schorvoortstraat. Drie voetbalvelden, een kantine en

een parking van de voetbalclub ‘White Star’ nemen momenteel het grootste deel van dit binnengebied

in. Het Ruimtelijk Structuurplan stad Turnhout (RST) wil de voetbalvelden in dit binnengebied

onbebouwd houden (RST p. 197).

Eigendomsstructuur: OCMW, stad Turnhout, private eigenaars (nog niet betrokken in het project)

Oppervlakte projectzone ‘White Star’: 5,19 ha

Woondichtheid: minimaal 25 woningen/ha (Structuurplan Vlaanderen stedelijk gebied)

3. Projectzone ‘Slagmolen’

De projectzone ‘Slagmolen’ ligt in het zuiden van Schorvoort en bestaat uit akkers die omrand worden

door de straten Oude Dijk, Wolfjagerspad en Slagmolenstraat. In tegenstelling tot de andere

projectzones is deze projectzone geen enclave in een binnengebied van een bouwblok. De randen van

dit bouwblok bleven tot op heden onbebouwd. Hoewel het gebied niet opgenomen is in risicogebied

voor overstromingen zorgt de Schorvoortloop, die door dit bouwblok loopt, af en toe voor

overstromingen. Woonontwikkeling van dit gebied kan enkel gerechtvaardigd worden mits

aangepaste maatregelen (Watertoets)(Structuurplan p. 198).

Eigendomsstructuur: De Ark (Turnhoutse Maatschappij voor sociale huisvesting), private eigenaars

(nog niet betrokken in het project)

Oppervlakte projectzone ‘Slagmolen’: 6,53 ha

Woondichtheid: minimaal 25 woningen/ha (Structuurplan Vlaanderen stedelijk gebied)

2.2 Waterhuishouding

Fig. 8 Bekkenbeheerplan Netebekken (voorontwerp 2006)

Fig. 9 Overstromingskaart (Structuurplan, Stramien 2008)

Fig. 10 Overzicht studies gescheiden waterhuishouding en retentie regionaalstedelijk gebied Turnhout (deel Turnhout) (Nolf 2010)

Fig. 11 Principes gescheiden waterhuishouding Turnhout binnenstad (Nolf 2010)

Fig. 12 Plan regenwater-assen en retentiecapaciteiten (Nolf 2010)

Fig. 13 Schema Drempel Park (Nolf 2010)

Fig. 14 Schema regenwaterassen binnenstad

Waterhuishoudingsproblematiek

De twee Schorvoortse waterlopen, de Aa en de Schorvoortloop, behoren tot het stroombekken van de Nete.

Volgens het Bekkenbeheerplan Netebekken veroorzaakt de verharding van het regionaalstedelijk gebied

Turnhout té grote debieten in de riolering bij piekbuien. Overstorten zorgen dan voor directe lozing van

11


gemengd rioolwater en regenwater in de Aa. De Aa is ten gevolge van kanalisatie en profielversmalling niet

langer in staat is om dit piekdebiet ‘traag’ af te voeren. Overdadige groei van riet ten gevolge van eutrofiëring

door run-off nutriënten van aanliggende akkers vertraagt weliswaar de waterafvoer, maar verkleint ook de

waterbergingscapaciteit. Ook het steeds verder bebouwen en verharden van de Aa-vallei reduceert de

waterbergingscapaciteit. De Aa treedt hierdoor vooral stroomafwaarts buiten haar oevers. Een gescheiden

waterhuishoudings-systeem, waterretentie, hermeandering en herstellen van de winterbedding van de Aa etc.

kunnen hier soelaas brengen. De Vlaamse Milieumaatschappij (Aa, categorie 1), de provincie Antwerpen (Aa,

categorie 2, Visbeek) en de stad Turnhout/Aquafin (rioleringssysteem stedelijk gebied) werken hier plannen

voor uit.

Stroomgebieden in de binnenstad

Het gescheiden waterhuishoudingssysteem zou in de Turnhoutse binnenstad kunnen opgevat worden als een

nieuw stroomgebied van de Aa en de Visbeek. Enkele hoofdstraten functioneren als verzamelassen voor

proper water in de richting van de Aa (regenwaterassen). Door huishoudelijk gebruik van regenwater en

waterretentie in de binnengebieden en in de publieke ruimte wordt de hoeveelheid proper water dat in de

verzamelassen terechtkomt zo laag mogelijk gehouden. Bij een piekbui moet het resterend volume proper

water vertraagd afgevoerd worden naar de Aa. Voor iedere verzamelas moet retentiecapaciteit voorzien

worden net voor ze de Aa bereikt.

Door deze retentiebekkens aan te leggen als een krans rond de R13 zouden ze een ‘Drempel Park’ kunnen

vormen en aldus bijdragen aan de belevingswaarde in Turnhout (Nolf 2010).

In het noordelijk deel van de Schorvoortse Aa-vallei moet het watervolume van de groene as (Kwakkelstraat)

én de paarse as (Professor Devochtstraat) gebufferd worden. Voor beide assen samen wordt de nodige

buffercapaciteit geraamd op 13.000m3. 3000m3 zou moeten ondergebracht worden in de projectzone Aavallei

ten noorden van de Aa. De overige retentiecapaciteit van 10.000m3 wil men voorzien in de zoekzone

‘Blekerij Hendrickx’ aan Broekzijde. De locatie van de retentiebekkens moet bepaald worden in functie van het

maximale rendement voor de buffering maar steeds met respect voor de landschappelijke inpassing in de

omgeving.

Indien de waterretentie in de omgeving van de oude blekerij op Broekzijde niet met het nodige respect voor

het gebouwde en landschappelijke erfgoed kan voorzien worden, moet de waterbufferingscapaciteit in de

projectzone Aa-vallei ten noorden van de Aa vergroot worden. De waterbuffering kan dan over deze beide

zones gespreid worden.

Stroomgebieden in Schorvoort

In Schorvoort werden vier stroomgebieden voor regenwater afgebakend (Nolf 2010):

1. Schorvoortberg-noordzijde-Bergbeemden vloeit af naar de Aa

2. Het gebied tussen Schorvoortberg en de Schorvoortloop vloeit af naar de Schorvoortloop

3. Het gebied ten zuiden van de Schorvoortloop vloeit af naar de Schorvoortloop

4. Het gebied van de Slagmolenstraat ten noorden van de Azaleastraat (incl. Azaleastraat) vloeit af naar

een zijbeek van de Pikloop

Waterretentie in Schorvoort voor de stroomgebieden ‘Binnenstad’ en ‘Schorvoort’

Deze stroomgebieden takken op verschillende plaatsen aan op de natuurlijke waterlopen (en niet met

duidelijke regenwaterassen zoals in de binnenstad).

Naast de waterretentie voor twee regenwaterassen uit de binnenstad moet in Schorvoort dus ook

waterretentie voorzien worden voor het regenwater uit de vier Schorvoortse stroomgebieden. Hiervoor gelden

12


dezelfde principes als in de binnenstad. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt het regenwater zoveel mogelijk

vastgehouden in de projectgebieden zelf (huishoudelijk gebruik van regenwater, waterretentie in

binnengebieden en publieke ruimte, minimale verharding open ruimte). Het resterend volume water kan

vervolgens met retentiebekkens vertraagd afgevoerd worden naar de waterlopen. In Schorvoort is buffering

van proper water in oppervlaktewater het meest aangewezen. Wegens een hoge grondwatertafel zou

buffering in de bodem te weinig retentiecapaciteit opleveren.

2.3 Gewenste ruimtelijk-natuurlijke structuur

Fig. 15 RST kaart 22: Profiel natuur en open ruimte (informatief gedeelte)

Fig.16 RST kaart 2: Gewenste natuurlijke structuur (richtinggevend gedeelte)

Fig. 17 RST kaart 1: Selectie en categorisering van elementen van de gewenste natuurlijke structuur (bindend gedeelte)

Fig. 18 GewRUP kaart 7: Stedelijke natuurelementen en Randstedelijke vingers en open ruimte verbindingen

Fig. 19 RST concept ‘ Randafwerking woonlobben buiten de ring’ p. 172 (richtinggevend gedeelte)

Natuurgebieden en ecologische verbindingen in Turnhout en Schorvoort

Het regionaalstedelijk gebied Turnhout wordt omringd met belangrijke natuurgebieden (VEN-gebieden,

Habitatrichtlijngebieden, vogelrichtlijngebieden en andere). De Aa-vallei, waarvan zich een segment in

Schorvoort bevindt, zou volgens het ‘richtinggevend deel’ van het Ruimtelijk Structuurplan stad Turnhout (RST)

kunnen functioneren als belangrijke ecologische verbinding tussen de natuurgebieden in het noorden en het

zuiden van de stad (Liereman, natuurreservaat Frans Segers en Tielenheide-Gierls bos) (Structuurplan p. 170).

Het valleikarakter van deze waterloop zou waar mogelijk hersteld moeten worden. In het ‘bindend gedeelte’

van dit structuurplan wordt de Aa-vallei echter niet meer weerhouden als ecologische verbinding (de valleien

van de grote Kaliebeek en de Galgebeek-Meirgorenloop wel!)(Structuurplan kaart 1 Selectie en categorisering

van elementen van de gewenste natuurlijke structuur). De Aa-vallei wordt in het GewRUP herbestemd tot

’stedelijk woongebied’, groen lint en een ‘structurerend groengebied Aa-beek’. Desgevallend zou dit

groengebied kunnen ingericht worden als buurtpark.

Groene vingers en randafwerking woonlobben buiten de ring

Volgens het ‘bindend gedeelte’ van het RST moeten groene linten vanuit de open ruimte rond Turnhout

doorgetrokken worden tot in het centrum van de stad. Deze ‘groene vingers’ moeten functioneren als groene

dragers die de link leggen met de natuur rond de stad. Een van deze groene dragers, de Darisdonkvinger, vormt

een groene corridor tussen Schorvoort en Oud-Turnhout (RST p. 171, 173). De Darisdonkvinger werd bij de

‘Afbakening van de natuurlijke en agrarische structuur’ (Afbakening buitengebied) bestemd als ‘herbevestigd

agrarisch gebied’. Een deelgebied van deze Darisdonkvinger, zone Waterheide, werd bestemd als ‘stedelijk

bouwvrij agrarisch gebied’. De bedoeling is om dit gebied in de toekomst te herbestemmen naar

bedrijvengebied.

Om de visuele relatie vanuit de open ruimte aantrekkelijker te maken en om de open ruimte zichtbaar te

maken vanuit de straten van de woonlobben buiten de ring wordt in het RST ‘richtinggevend gedeelte’ een

goede randafwerking aanbevolen (enkelzijdig bebouwde uiterste straten, wandel- en fietspaden achter

achtertuinen) (RST p. 172).

2.4 Gewenste nederzettingsstructuur

Fig. 20 GewRUP kaart 1 ‘Wonen concentreren in twee clusters’.

13


Fig. 21 RST concept ‘Woongebieden met grote diversiteit’ p. 163 (richtinggevend gedeelte)

Fig. 22 GewRUP kaart 3 ‘Binnenstad Turnhout als commercieel en cultureel hart van het stedelijk gebied’

Stedelijke woonprojecten binnen twee clusters (GewRUP 2004)

Het GewRUP bakent twee clusters met verschillend karakter af waarbinnen alle stedelijke woonprojecten

moeten geconcentreerd worden. Schorvoort ligt in de cluster Turnhout/Oud-Turnhout. Deze cluster is

dominant en stedelijker (er zijn hogere dichtheden). De tweede cluster Beerse/Vosselaar heeft een suburbaan

karakter. De binnenstad wordt beschouwd als hét commercieel en cultureel hart van het stedelijk gebied

(GewRUP p. 7).

Wonen tussen stad en werk (RST 2008)

In het RST ‘richtinggevend gedeelte’ wenst men zowel in de stad als in de rand woongebieden te creëren met

een sterke aantrekkingskracht. Ze kunnen een grote verscheidenheid bieden aan woonomgevingen en

woonvormen. Zo kan een ruime keuzemogelijkheid ontstaan van wonen in hogere dichtheden in het centrum

van de kernen tot wonen in een groene omgeving in de rand (RST p. 163).

‘Wonen tussen stad en werk’ is het beeld voor de zuidelijke woongebieden buiten de ring, op fietsafstand van

het centrum en van het industriegebied, met ruimte voor woningen met tuinen, en met eigen

basisvoorzieningen. Veilige fietsverbindingen moeten de aantrekkingskracht van deze wijken versterken (RST p.

163).

Bij alle nieuwe woonprojecten moet gestreefd worden naar een hoog aandeel van sociale woningbouw. Naar

aanleiding van de taakstelling wonen in het regionaalstedelijk gebied wordt een richtcijfer voorgesteld van 15%

(RST p. 181).

De bestaande woongebieden buiten de ring, waaronder Schorvoort, moeten volgens het RST verder afgewerkt

worden tot volwaardige woonwijken met eigen basisvoorzieningen en een eigen karakter (RST p. 180). De

gaten in het woonweefsel (met uitzondering van de voetbalvelden White Star) kunnen opgevuld worden met

kwalitatieve inbreidingen met voldoende publiek groen, zodat de dichtheid niet te hoog wordt (RST p. 197).

2.5 Overzicht regels en indicaties i.v.m. woondichtheid, woninghoeveelheden en woningtypes

nieuwe woonprojecten in beleidsdocumenten

Ruimtelijk Structuurplan stad Turnhout (Stramien 2008)

- Aantrekken van nieuwe doelgroepen door het aanbieden van diverse woonmilieus

- Ontwikkelen van een ‘Turnhouts woonmodel’: ‘stedelijk wonen in het groen’

- Minimale dichtheid van 25 woningen/ha voor nieuwe ontwikkelingen, waarvan 15% per woonproject

als sociale woningen dient gerealiseerd te worden (Ruimtelijke structuurplan Turnhout)

- 56 ha woongebied (1400 nieuwe woningen) beschikbaar in Schorvoort, Parkwijk-Blijkhoeve, Eyssels en

Zevendonk

- Woonprogrammatie: taakstelling voor Turnhout van 3150 nieuwe woningen tegen 2007

- Gebieden te ontwikkelen op middellange termijn, 2007-2013

14


- Reserve voor lange termijn (na 2013)

GewRUP voor de afbakening van het regionaalstedelijk gebied Turnhout (2004)

De taakstelling voor het regionaalstedelijk gebied Turnhout werd berekend op 7.297 bijkomende

woongelegenheden voor de periode 1991-2007. Tussen 1991 en 1997 zijn er reeds 2.375 van gerealiseerd. De

resterende taakstelling voor de periode 1997-2007 bedraagt dus 4.922 eenheden. Binnen het bestaande

vastliggende juridische aanbod wordt geschat dat er zo'n 6.300 mogelijkheden zijn voor de realisatie van

woningen tot 2007.

Beleidsovereenkomst Stedenfonds tussen de Vlaamse Gemeenschap en de stad Turnhout (2003-2007

- De huidige bewoners behouden en gezinnen met kinderen aantrekken door het verhogen van het

aanbod betaalbare en kwaliteitsvolle woningen.

- Promotie van Turnhout als aantrekkelijke woonstad, geflankeerd met een stedelijk premiestelsel om

jonge gezinnen met kinderen aan te trekken

Prioriteitstelling ruimtelijke projecten Turnhout (Ideaconsult 2005)

- Aanbod: bouwvergunningen schommelen tussen 100 en 200 woningen per jaar (1996-2003). Meer

dan de helft zijn aanvragen voor appartementen.

- Confrontatie tussen vraag en aanbod:

o Op basis van de huidige trends: 200 woningen per jaar, 60% appartementen, 40%

ééngezinswoningen.

15


o Op basis van taakstelling regionaal stedelijk gebied en beleidswensen (aantrekken gezinnen

met kinderen, bestaande groepen behouden): 320 woningen per jaar (dit stelt ook eisen aan

fasering binnen Schorvoort!), waarvan 130 appartementen en 190 grondgebonden woningen

(40% appartementen, 60% % ééngezinswoningen)

- Op basis van enkele factoren zoals stand van zaken planologisch en stedenbouwkundig kader, gedane

ontwikkelingsinspanningen, strategisch karakter etc. kregen de projecten Schorvoortberg en

Slagmolenstraat een normale prioriteit toegekend (de mogelijkheden zijn: acuut, hoog, normaal, laag,

normaal: het project kan uitgevoerd worden als de beschikbare capaciteit (in de stedelijke

administratie) en marktomstandigheden de nodige ruimte beschikbaar maken).

- Aanbieden van een diversiteit aan woontypes voor verschillende doelgroepen, zorg voor voldoende

onderscheidend vermogen van de projecten.

Algemeen beleidsplan 2008 – 2013

Waardig langer leven: Aandacht voor vergrijzing en de verscheidenheid binnen de groep senioren

Onderzoek naar de vestigings- en verhuismotieven bij de Turnhoutse bevolking 2006

- Turnhout is minder aantrekkelijk voor jonge gezinnen en scoort slechter dan andere centrumsteden,

maar wel beter dan de kleinere centrumsteden (jonge gezinnen-index)

- De buurgemeenten, al of niet behorend tot regionaal stedelijk gebied Turnhout, lijken een grotere

aantrekkingskracht uit te oefenen op jonge gezinnen met kinderen.

- Prijsstijging van bouwgrond is meer uitgesproken in Turnhout dan in de andere steden van de Kempen

en dan in de omliggende gemeenten. Aankoop van bouwgrond op het grondgebied Turnhout is

onbetaalbaar geworden voor het modale gezin.

- Deze evolutie is minder uitgesproken op het gebied van verkoopprijzen van woningen.

- Er is weinig aanbod van bouwgronden.

- Perceelsoppervlakte van het aanbod bouwgronden is klein.

- Verlaters citeren vooral de beperkte grootte van de woning, het ontbreken van een garage en een

onvoldoende grote tuin als hoofdredenen.

- Huishoudens met kinderen hechten belang aan de nabijheid van scholen, groen en speelruimte.

- Vestigingsmotieven zijn vooral een grotere woning en een betaalbare woning

2.6 Gewenste ruimtelijk-economische structuur

Fig. 23 RST kaart 6: Gewenste economische structuur (richtinggevend gedeelte)

Fig. 24 GewRUP kaart 2: A21/E34 als economische as

Fig. 25 kaart 11g: Afbakening regionaalstedelijk gebied Turnhout Deelplan 17 Waterheide (Informatief gedeelte)

Volgens het richtinggevend gedeelte van het RST en volgens het GewRUP moeten nieuwe bedrijventerreinen

zich concentreren aan de bestaande bedrijventerreinen rond de E34. De ontsluiting moet ook primair gericht

zijn op de bestaande opritten van de E34. Voor de periode na 2007 wordt de ontwikkeling van een eventueel

nieuw regionaal bedrijventerrein 'Waterheide' mogelijk gemaakt door dit gebied te vrijwaren van bebouwing

(GewRUP p. 9).

2.7 Gewenste structuur van sport en recreatie

Fig. 26 RST kaart 7: Gewenste structuur van sport en recreatie (richtinggevend gedeelte)

Recreatievoorzieningen koppelen aan fietsverbindingen naar open ruimte (RST 2008)

16


In het richtinggevend gedeelte van het RST wordt voorgesteld om sport en recreatie-voorzieningen te koppelen

aan fietsverbindingen naar de open ruimte (RST p. 229). Eén van deze assen, de zuidoostelijke as

(Kwakkelstraat-Oude Dijk-Wolfjagerstraat), zou het stadscentrum met de White Star voetbalclub, met de

Technico voetbalclub (beiden in Schorvoort), met Waterheide, met het natuur- en recreatiegebied de

Mellevijver, met Kasterlee en met de natuurgebieden en andere attracties verder naar het zuiden moeten

verbinden. Bij de uitwerking van deze fietsassen moet veel aandacht gaan naar het creëren van veilige

oversteken over de grote verkeersinfrastructuren. Zo is de ontwikkeling van de zuidoostelijke as een

aandachtspunt bij de herinrichting van het knooppunt R13-N19 (RST p. 237).

De aanleg van een recreatief bos ten zuiden van de E34 en in de omgeving van de Mellevijver zou kunnen

voorzien in de behoeftes aan sport- en spelruimte herbebossing.

Actieve recreatieve steunpunten zijn best ook verbonden met het verkeersnetwerk voor auto’s en openbaar

vervoer, zodat ze een startpunt kunnen vormen voor fietsen en wandelen in de omgeving.

Bestaande en nieuwe parken moeten zo direct mogelijk gekoppeld worden aan de binnenstad

Bestaande en nieuwe parken moeten zo direct mogelijk gekoppeld worden aan de binnenstad, zodat een

sterke en veilige verbinding ontstaat. Ook met het bestaande stadspark en met de zuidelijke woonwijken

kunnen veilige verbindingen gerealiseerd worden (RST p. 233).

2.8 Gewenste verkeers- en vervoersstructuur

Fig. 27 Het Turnhoutse regionaal wegennetwerk (Beleidsplan bovengemeentelijk mobiliteitsplan van het Turnhoutse (Stramien en

Langzaam Verkeer 2004))

Fig. 28 Wegencategorisering (Mobiliteitsplan Stadsregio Turnhout (Tritel 2010))

Fig. 29 Wensbeeld fietsnetwerk (Mobiliteitsplan Stadsregio Turnhout (Tritel 2010))

Fig. 30 Knelpunten fietsnetwerk (Mobiliteitsplan Stadsregio Turnhout (Tritel 2010))

Fig.31 Wensbeeld voetgangerszones Turnhout (Tritel 2010) p. 225

Fig. 32 Overzicht types voetgangerszones (Tritel 2010) p. 72

Fig. 33 RST gewenste ruimtelijke structuur concept ‘Omgeving ring: concentratie van stedelijke activiteiten’ (p. 162 richtinggevend gedeelte)

Fig. 34 Stedelijk Plateau Office en Technum 2009

Fig. 35 Streefbeeld R13: Dwarsprofiel N19 (Vectris CBVA, Stramien CVBA 2005)

Fig.36 Streefbeeld R13: gewenste verkeersstructuur N19 korte en lange termijn (Vectris CBVA, Stramien CVBA 2005)

Zware verkeersaders isoleren Schorvoort

Het regionaal wegennetwerk van Turnhout is onderdeel van een hoger wegennet dat Antwerpen met

Eindhoven (E34) verbindt en Geel verbindt met Tilburg (N19, R13), en dus ook Turnhout ontsluit op dit

macroniveau. De N19 (via knooppunt 24) en de N140 (via knooppunt 23) zijn de meest directe verbindingen

tussen Ring en centrumgebied enerzijds en de E34 anderzijds. Schorvoort wordt praktisch volledig ingesloten

door deze zware verkeersaders: de ringweg R13 in het noorden, de N19 in het oosten en de E34 in het zuiden.

Dit betekent dat Schorvoort geïsoleerd wordt van de binnenstad , het stadspark, de woonwijken Papenbruggen

en Zevendonk en de bedrijvenzones.

In de studie ‘Ruimtelijk streefbeeld R13 - N12 - N19 - N132 - N140 Ring van Turnhout en omgeving’ Vectris

CVBA, Stramien CVBA 2005) ( hierna Streefbeeld R13 genoemd) en in het Mobiliteitsplan Stadsregio Turnhout

17


(Tritel 2010) (hierna Mobiliteitsplan genoemd) worden een aantal wensbeelden ontwikkeld die de

toegankelijkheid en de mobiliteit in Schorvoort beïnvloeden:

- Wegencategorisering

De N19 werd geselecteerd als primaire weg type II (verbinding met Geel), terwijl de functie van de

N140 herleid werd tot Secundaire weg type II. Dit neemt niet weg dat het zuidelijke deel van de N140

(omgeving knooppunt 23 Turnhout-west) een belangrijke ontsluitingsfunctie heeft voor de

industrieterreinen langs de E34 (Mobiliteitsplan).

- Wensbeeld voetgangersnetwerk

‘Voor voetgangers werd een opdeling gemaakt in verschillende voetgangerszones. Binnen deze zones

wordt een specifieke aanpak vooropgesteld. Zo wordt een samenhangend geheel van

voetgangersruimtes opgebouwd’ (Mobiliteitsplan). In Schorvoort moeten de Slagmolenstraat, de

Steenweg op Zevendonk en de Schorvoortstraat tot aan het kruispunt met de Waterheidestraat

ingericht worden volgens voetgangerszone type III: Voetpaden langs ontsluitingsstraten en

hoofdstraten. De voetgangerszone vormt een aparte zone en de toegelaten snelheid is < 50km/u. De

voetgangerszones in alle andere straten worden ingericht volgens type II-woonzone: Woonwijken. De

voetgangerszone krijgt hier prioriteit boven de verkeersruimte van de wagens.

- Wensbeeld fietsnetwerk

‘Het fietsnetwerk werd opgebouwd aan de hand van het bestaande provinciaal netwerk. Naast de

ontsluitende lokale routes die de verschillende attractiepolen bedienen, werd ook gewerkt met een

gemeentelijke hoofdstructuur die de belangrijkste woon- en werkpolen met elkaar verbindt. Het is de

bedoeling dat deze routes een rustig en kwalitatief alternatief bieden voor functionele verplaatsingen,

maar ook als recreatieve route gebruikt kunnen worden’(Mobiliteitsplan 2010).

Volgende routes gaan door Schorvoort:

o zuidoostelijke as van de binnenstad via Schorvoort naar de Mellevijver, Zevendonk en

Kasterlee (zie 2.7 Gewenste structuur van sport en recreatie)(alternatieve bovenlokale route)

o oostwestverbinding tussen Vosselaar en Oud-Turnhout, via de bedrijvenzones aan de E34 en

de Slagmolenstraat in Schorvoort (bovenlokale route)

o kortsluiting (lokale route) tussen de oostwestverbinding en de noordzuidroute over de N19

o lokale fietsroute langs de Aa-beek (Deze route eindigt aan de N19)

- Oplossingen voor knelpunten op het fietsnetwerk

De N19 en de R13 bevatten belangrijke (fiets)toegangen tot Schorvoort. De verbetering van de

bestaande fietstunnel op het kruispunt van de Schorvoortstraat en de N19 en twee nieuwe

ongelijkvloerse kruisingen voor fietsers en voetgangers (één op de N19 (kruising Everdongenlaan -

Steenweg op Zevendonk – N19) en één op de R13 (kruising Kwakkelstraat – Oude Dijk – R13))

moeten het kruisen van deze zware verkeersaders veiliger maken. De as Oude Dijk – kwakkelstraat is

een aanbevolen schoolfietsroute (Schoolroutekaart Turnhout). Door deze ingrepen wordt eveneens de

relatie tussen Schorvoort, het stadspark en de parkwijk verbeterd. Het park dient ook meer zichtbaar

en toegankelijk gemaakt te worden langs de zijde van de N19 (Streefbeeld, Mobiliteitsplan).

Een derde ongelijkvloerse kruising wordt voorzien op de kruising van een nieuw fietstracé naar het

zuiden met de E34 (samen met het fietstracé op de Kwakkelstraat en de Oude Dijk maakt dit nieuwe

fietspad deel uit van de zuidoostelijke fietsas van de binnenstad via Schorvoort naar de Mellevijver,

Zevendonk en Kasterlee (zie 2.7 Gewenste structuur van sport en recreatie).

- Herinrichting op- en afrittencomplex nr. 24

18


De herinrichting van het gevaarlijke op- en afrittencomplex nr. 24 (N19 / E34) wordt gekoppeld aan de

inrichting van Waterheide tot regionaal bedrijventerrein. Op termijn zouden alle bedrijvenzones langs

de E34 rechtstreeks via dit knooppunt moeten ontsloten worden. De toegang via de Everdongenlaan

kan dan gesupprimeerd worden.

Beeldbepalende bebouwing en een sterke landschappelijke integratie en ruimtelijke vormgeving van

de infrastructuur kunnen van dit knooppunt de toegangspoort tot het stedelijk gebied Turnhout

maken (Streefbeeld R13). Bij de herinrichting van de knoop moeten veiligheid en de gewenste

ongelijkvloerse kruisingen van het fietsnetwerk belangrijke randvoorwaarden zijn (Streefbeeld R13).

- Stedelijk Plateau aan de zuidkant

Het RST stelt voor om een ‘stedelijk plateau’ te voorzien op de R13. De R13 wordt beschouwd als een

ruimte voor stedelijke activiteiten. Om het stedelijke karakter van Turnhout te versterken worden

deze stedelijke activiteiten best geconcentreerd op drie plekken: de zuidkant van de binnenstad en

de knopen van de R13 met N12 en N18. ‘Door aan de zuidkant van de binnenstad de ring in tunnel te

leggen wordt niet alleen een zware barrière in de stad weggewerkt, maar ontstaat bovengronds ook

ruimte voor de inplanting van nieuwe stedelijke functies. Zo ontstaat de mogelijkheid om naast het

centrumgebied een complementaire stedelijke ruimte toe te voegen. Hier kunnen naast de al

bestaande activiteiten nieuwe functies worden toegevoegd. Het nieuwe zwembad in het stadspark

zou dan ook meteen in de stad komen te liggen. Door een kwalitatieve inrichting van deze omgeving

en door een kwalitatieve architectuur van de bebouwing kan hier een sterk nieuw stadsbeeld

gecreëerd worden als handelsmerk van Turnhout’ (RST p. 162).

De uitwerking van dit concept was de opgave voor een Open Oproep in 2009. Deze wedstrijd werd

gewonnen door Office Kersten Geers David Van Severen –Technum. Zij voorzien een dijklichaam met

een half verzonken tunnel. De R13 wordt onder de kruispunten met de Steenweg op Tielen en met de

N19 wel volledig ingetunneld. Deze ingrepen waarborgen een betere doorstroming voor wagens op

de R13 en een vlotte oversteekbaarheid voor fietsers en voetgangers door ongelijkvloerse en veiligere

gelijkvloerse kruisingen met de R13.

- Ruimtelijk streefbeeld voor N19 en R13 (streefbeeld R13)

In de studie streefbeeld R13 worden voorstellen gedaan voor de herinrichting van de R13 en de N19.

Door het voorzien van een betere oversteekbaarheid, van meer ruimte voor fietsers en voetgangers

en van een betere ontsluiting van de aanliggende stedelijke voorzieningen met ventwegen wordt de

capaciteit van deze infrastructuren/grenzen om te bemiddelen tussen verschillende stadsdelen

verhoogd.

Voor de Schorvoortse kruispunten op de N19 en R13 wordt het volgende voorgesteld:

o ‘Heraanleg kruispunt Everdongenlaan - Steenweg op Zevendonk in een compactere

vorm als stedelijke toegangspoort. Via dit kruispunt worden de industriezones, de

Parkwijk en Schorvoort ontsloten. De Slagmolenstraat wordt een lokale

ontsluitingsstraat, in eerste instantie voor de wijk Schorvoort. Doorgaand verkeer

van en naar Oud-Turnhout wordt zeker niet meer bewegwijzerd via deze route.

Sluikverkeer via deze as wordt ontmoedigd door remmende maatregelen bij de

herinrichting van de Slagmolenstraat. De haalbaarheid/wenselijkheid wordt

onderzocht van een zuidwaartse verschuiving van het kruispunt waardoor meer

ruimte beschikbaar komt voor de moeilijke aansluiting met de Steenweg op

Zevendonk. Dit vraagt wel bijkomende onteigeningen aan de westzijde (verlegging

Everdongenlaan)’ (Streefbeeld R13).

o ‘Het kruispunt Schorvoortstraat wordt als tweede ontsluitingsmogelijkheid voor

Schorvoort heraangelegd als volwaardig T-kruispunt (alle bewegingen mogelijk). De

bestaande voetgangers- en fietstunnel wordt verbeterd qua comfort en sociale

19


veiligheid: toegangshellingen zonder scherpe hoeken, lichtschacht in middenberm,

zo mogelijk verbreding, verlichting, betere aansluiting op het tweerichtingsfietspad

aan de westzijde van de N19’ (Streefbeeld R13).

o ‘Aan de noordzijde wordt Schorvoort via de Oude Dijk enkel ontsloten door middel

van een ongelijkvloerse fietsverbinding over of onder de R13 en een oprit voor

bussen naar de Ring’ (Streefbeeld R13).

2.9 20m2 buurtgroen per wooneenheid

De stad Turnhout ‘vraagt/eist’ dat voor iedere woonontwikkeling minimum 20m² aaneengesloten groene

publieke ruimte per wooneenheid wordt voorzien. Deze groene publieke ruimte moet afgestaan worden aan

het openbaar domein. Juridisch gezien kan dit niet worden afgedwongen omdat deze regel niet in een

verordening of voorschrift opgenomen werd.

2.10 Gebiedsgerichte werking

Met de communicatieraad, de buurtraden en inspraakvergaderingen worden Turnhoutse burgers betrokken bij

het beleid. Daarnaast bouwt de stad Turnhout haar gebiedsgerichte werking uit. Aan de hand van acties in de

wijk wordt informatie verzameld en uitgewisseld door wijkwerkers (Digidak (openbare computerruimte met

begeleiding, doelstelling is het ‘overbruggen van de digitale kloof’, buurtgericht jeugdwerk, buurtcomités etc.).

Bijkomend bestaat de gebiedsgerichte werking uit een systematische doorlichting van de stadsdelen. Hierdoor

raken stadsdiensten ook beter op elkaar afgestemd, waardoor er ook beter gecommuniceerd kan worden. In

Schorvoort werd de voorbije twee jaar tweemaal gepolst naar wensen over ruimtelijke wijzigingen in de buurt:

- Griffelkermis: ‘Post it actie: mijn wijk doet mij denken aan’ (27.09.09)

Bewoners werden uitgenodigd om hun mening over Schorvoort op een ‘post it’ te schrijven. Al deze

meningen werden opgelijst.

- Doe mee-avond met de ‘Kandoe methode’ (12.10.09)

Ruimtelijke problemen en wensen van bewoners werden thematisch samengevat op vijf fiches:

1. Fietsen en voetpaden:

- Voetpad van de tunnel tot school ligt slecht

- Ontbreken van voetpad van Slagmolenstraat tot school

- Gedoogbeleid: spookrijden fietspad overkant Stadspark: duidelijk maken met borden

- Fietspad van brug AA tot Oude Dijk stopt

- Fietsdoorsteek van Azalealaan tot Den Brand ligt slecht, naast reling gracht

2. Onderhoud en beplanting:

- We willen zoveel mogelijk groen, maar wel de juiste boom/plant op de juiste plaats

- Zitbanken in de buurt, o.a. op het speelpleintje achter de kerk

3. Tunnel:

- Toegang van tunnel aan Stadspark uitbouwen met een bocht zodat de tunnel ook door

fietsers gebruikt kan worden

- Plinten en tegels van de tunnel vervangen: slipgevaar

- Paaltjes langs kant van Schorvoort

4. Verkeersveiligheid en veilige kruispunten:

- Uitgangen Schorvoort

- Kruispunt school: niet parkeren – voorrang veranderen aan apotheek

- Snelheid: Oude Dijk en Slagmolenstraat

- Fietspad Slagmolenstraat slecht

- Zwaar verkeer moet er niet zijn

20


5. Zwerfvuil – sluikstort – hondenpoep:

- Voor de wijk: iedereen moet zijn eigen stoep schoonmaken

- Stad: toezicht, controle, bekeuren

- Veel vuil op braakliggende stukken grond: wie ruimt dit op?

3. Staat van Schorvoort

Aan de hand van terreinbezoeken, diepte-interviews met bewoners en stakeholders, werkvergaderingen en

een ontwerpend onderzoek en aan de hand van een analyse van de juridische context, de planningscontext, de

demografische gegevens en de resultaten gebiedsgerichte werking werd een lezing gemaakt van de

kwaliteiten, problemen, wensen, potenties en dynamieken die bedreigend zijn voor bestaande kwaliteiten in

het projectgebied. Deze lezing wordt hieronder weergegeven in twee delen: 3.1 Bestaande ruimtelijke

structuur en wensen en 3.2 Het sociaal weefsel van Schorvoort.

3.1 Bestaande ruimtelijke structuur en wensen

De kwaliteiten, problemen, wensen, potenties en dynamieken die bedreigend zijn voor bestaande kwaliteiten

betreffende de ruimtelijke structuur van het projectgebied worden weergegeven aan de hand van acht lagen:

fysieke ondergrond en water, natuur, recreatie, landbouw, woonwijkmorfologie, wegeninfrastructuur, fiets- en

voetpaden, voorzieningen. Per laag wordt een (historische-morfologische) beschrijving, een overzicht van

problemen, potenties en wensen en een overzicht van de bouwstenen voor ruimtelijke kwaliteit gegeven. Er

wordt telkens aangegeven door wie wensen of problemen uitgesproken werden.

3.1.1 Fysieke ondergrond, reliëf en water

3.1.1.1 Historisch-morfologische beschrijving

Fig. 37 Schorvoort op de Ferrariskaart (1771 – 1778)

Fig. 38 Waterlopen in Schorvoort/Turnhout

Fig. 39 ‘Reliëf’ en waterlopen in Turnhout-zuid

Fig. 40 Waarneembaarheid reliëfovergang(en), drainagebeken en blekerijgrachten in Schorvoort

De Aa op historische kaarten

Het regionaal stedelijk gebied Turnhout bevindt zich in de Noorderkempen in een vrij vlak gebied dat

dooraderd wordt de Aa en haar zijbeken. De Aa stroomt in zuidelijke richting. Deze waterlopen behoren tot het

stroombekken van de Nete. Tussen de verschillende beekdalen van het Aa-stelsel liggen iets hoger gelegen

‘ruggen’ (weinig reliëf merkbaar). Op historische kaarten is te zien hoe vochtige graaslanden aan de Aa en haar

zijbeken groene meanderende aders vormden in een droog, zanderig gebied. De Aa heeft geen bron, maar

wordt gevoed door kwellen en vennen, sommige vind je nog terug in het landschap (o.a. in het natuurgebied

‘Liereman’). Als laaglandrivier wordt haar waterpeil vooral gestuurd door neerslag. Drainagebeken loodrecht

op de Aa ontwaterden de graaslanden in de Aa-vallei.

Kanalisering en bouwen in de Aa-vallei

Vandaag hebben woonbebouwing, bedrijventerreinen en akkerbouw grote delen van dit groene lint van de Aa

ingepalmd. Vanaf de 20 ste eeuw werden het drainagesysteem van de Aa en de landbouw ‘geoptimaliseerd’. De

Aa werd op vele plaatsen recht getrokken om zo het water sneller af te voeren. Dit leidde eveneens tot meer

21


‘rechthoekige’ landbouwkavels die een efficiëntere bewerking toelieten. De wegen zorgen voor

discontinuïteiten in de Aa-vallei. De N19, N18 en de E34 kokeren de Aa in en veroorzaken ecologische barrières

in het natuurlijke watersysteem.

Reliëfovergangen

De binnenstad van Turnhout bevindt zich op een hoger gelegen plateau ten noorden van de Aa. Iets verder

naar het zuiden en stroomafwaarts voegt de grote Kaliebeek zich bij de Aa. Ten zuiden van de binnenstad

bevindt zich een oost-west georiënteerde rug tussen de Aa en haar zijbeek de Grote Kaliebeek. Deze rug wordt

ter hoogte van Schorvoort nog eens ingesneden door de gegraven waterloop de pikloop en twee noord-zuid

gerichte subloopjes van de Pikloop, de Schorvoortloop en de x-loop. Op de oost-west gerichte subrug met zijn

twee noord-zuid gerichte zijruggen ontwikkelde zich het landbouwgehucht Schorvoort. De hoogte-overgang

tussen de Aa-vallei en de rug van de Schorvoortberg is vanaf de publieke ruimte enkel nog waarneembaar

vanaf de Oude Dijk, net ten oosten van de tweesprong Schorvoortberg-Oude Dijk.

De heidebodem op de ruggen werd vruchtbaar gemaakt door het vermengen met bemeste heideplaggen uit de

veestallen. Vennen werden ontwaterd en opgehoogd. Dit zorgde voor kunstmatige reliëfverschillen in het

landschap.

Blekerijgrachten, kanaal Dessel-Schoten, vijvers en kleiputten

In het landschap bevindt zich ook nog water dat buiten het hierboven beschreven waterhuishoudingssyteem

valt:

- de gegraven grachtenstelsels en stuwen van de 18 de en 19 de eeuwse textielblekerij-nijverheid langs de

Aa

- het kanaal van Dessel naar Schoten over Turnhout

- waterbekkens die ontstonden door ontginning van klei en zand: oude kleiputten langs het kanaal, de

oude zandwinningsput van de Mellevijver ten zuiden van de E34, de vijver in het stadspark etc.

3.1.1.2 Kwaliteiten, problemen, wensen, potenties en dynamieken die bedreigend zijn voor de

waterhuishoudkunde en de waarneembaarheid van het reliëf

Stedelijk woongebied in de natuurlijk overstroombare Aa-vallei?

Hoewel het Bekkenbeheerplan Netebekken aandacht vraagt voor retentie-capaciteit, hermeandering en

overstromingscapaciteit rond de Aa in het Turnhoutse (zie 2.2 Waterhuishouding) werd de natuurlijk

overstroombare Aa-vallei in Schorvoort toch herbestemd tot ’stedelijk woongebied’ (GewRUP). Er wordt in de

begeleidende nota wel gewezen op het onbebouwbaar karakter van het gebied. Men stelt eveneens dat het

waterbergend vermogen bij ontwikkeling maximaal moet gehouden worden. Stadsambtenaren stellen dat de

zone voor ‘structurerend groengebied Aa-beek’ als minimale oppervlakte voor het organiseren van een goede

waterhuishouding voor de binnenstad en Schorvoort moet beschouwd worden.

De opmaak van de plannen voor de woonontwikkeling in Schorvoort moet zeker gepaard gaan met een

onderzoek en ontwerp voor het waterhuishoudkundig systeem van de betrokken stadsdelen (Binnenstad en

Schorvoort).

De Aa-vallei als identiteitsverlener

Fig. 41 Synthese mental maps bewoners

22


Fig. 42 foto’s

De onderzoekers merkten bij hun eerste terreinbezoek een gebrek aan herkenbaarheid op in Schorvoort.

Schorvoort zou bij wijze van spreken overal in Vlaanderen kunnen liggen. Bij nader toezien bleek het

studiegebied wel over enkele ruimtelijke enkele elementen te beschikken die Schorvoort en Turnhout met hun

geografische ligging, hun lokale menselijke activiteiten en hun historiek verbinden. Achter de lintbebouwing

van Schorvoortberg ligt een nog quasi intacte graaslandvallei. Deze Aa-vallei met haar waterbouwkundige

menselijke ingrepen (graaslanden en blekerij)-alhoewel nauwelijks voelbaar- beschikt over potenties om

identiteitsverlener te zijn van Schorvoort en Turnhout.

Aa-vallei is niet toegankelijk

De Aa staat niet op de mentale kaart van de door ons bevraagde Schorvoortenaars. Wellicht omdat ze noch

visueel noch fysisch toegankelijk is. De visuele toegangen die er nu nog resten aan de Oude Dijk kunnen in

principe dichtgebouwd worden.

Karakteristiek landschap van drainagegrachten en blekerijgrachten wordt bedreigd

Ondoordachte woonontwikkeling en grootschalige retentiebekkens zouden het karakteristieke landschap van

drainagegrachten en blekerijgrachten kunnen verstoren. De mate waarin de resterende onbebouwde ruimte

herkenbaar blijft als vochtige graaslandvallei moet bij het ontwerpen van de woonontwikkeling in Schorvoort

de uiterste bouwlijn bepalen. Het ‘structurerend groengebied Aa-beek’ dat volgens RST en GewRUP als

buurtpark ingericht kan worden moet dus als de minimale bouwvrije zone beschouwd worden.

3.1.1.3 Bouwstenen ruimtelijke kwaliteit i.v.m reliëf en water

- Behouden van het karakteristieke groene en blauwe patroon van de vallei (Onderzoekers P&D)

- Aandacht voor de herkenbaarheid en voor het behouden van de waarneembaarheid van de hoogteovergangen

(Onderzoekers P&D)

- Voldoende ruimte voorzien voor waterretentie en overstromingscapaciteit (3000m3 in de projectzone

Aa-vallei ten noorden van de Aa, 10.000m3 in de zoekzone ‘oude blekerij’ Broekzijde, een nog te

bepalen hoeveelheid in de projectzone Aa-vallei ten zuiden van de Aa) (Bekkenbeheerplan

Netebekken, Stedelijk beleid Turnhout, Onderzoekers P&D)

- Waterretentie en overstromingscapaciteit voorzien met respect voor het bestaande kleinschalige

landschappelijke patroon van de afwateringsgrachten, houtkanten en blekerijgrachten (Onderzoekers

P&D)

- Open ruimte in de woonontwikkelingen minimaal verharden, groendaken toepassen, regenwater

opslaan voor huishoudelijk gebruik (Bekkenbeheerplan Netebekken, Stedelijk beleid Turnhout,

Onderzoekers P&D)

- De Aa-vallei en het blekerij-erfgoed toegankelijk maken voor bewoners (Bewoners, Onderzoekers

P&D)

3.1.2 Natuur

3.1.2.1 Beschrijving

Fig. 43 De Aa als ecologische corridor tussen de natuurgebieden in Turnhout

Fig. 44 VEN-gebieden, NATURA 2000-gebieden en Biologische waarderingskaart

23


Er bevinden zich geen echte natuurgebieden in Schorvoort. De Aa-vallei heeft potentieel om te functioneren

als belangrijke ecologische verbinding tussen de natuurgebieden in het noorden en het zuiden van Turnhout

(Liereman, natuurreservaat Frans Segers en Tielenheide-Gierls Bos).

3.1.2.2 Kwaliteiten, problemen, wensen, potenties en dynamieken die bedreigend zijn voor het natuurlijk

systeem

Biologische kwaliteit van de Aa-vallei

Ter hoogte van Schorvoort is het niet goed gesteld met de biologische kwaliteit van de Aa-vallei. Waar De Aa

Schorvoort passeert geeft de biologische waarderingskaart slechts enkele biologisch waardevolle percelen aan:

Stadspark, het kasteelpark van Heiken, de Blekerij Hendrickx Broekzijde (nr. 34) en enkele velden ten zuiden

van Oud-Turnhout.

Overstorten van vuil water in de Aa en de run-off van nutriënten van aanpalende landbouwpercelen zorgen

voor een slechte kwaliteit van het water in de Aa. Het kanaliseren, de steile oevers ten gevolge van het

verdiepen en versmallen van het profiel van de Aa, het bebouwen van de Aa-vallei en discontinuïteiten ten

gevolge van inkokering onder wegen veroorzaken een lage biologische waardering van de vallei. Tijdens het

ontwerp van de woonontwikkeling in Schorvoort moet voldoende aandacht besteed worden aan de

randvoorwaarden die de natuurontwikkeling in de Aa-vallei kunnen stimuleren. Het bepalen van de mate

waarin de vallei bebouwbaar en betreedbaar is moet in functie staan van het verhogen van de biologische

kwaliteit.

Bindende bepaling natuurontwikkeling Aa ontbreekt in planningscontext

Het GRUP beschouwt de Aa als een groen lint. In het stedelijk structuurplan worden geen duidelijke bindende

visies voor de Aa geformuleerd (wel voor de vallei van de Grote Kaliebeek en de Galgebeek-Meirgorenloop). In

het richtinggevend gedeelte selecteert men de Aa-vallei en de Visbeek-vallei als belangrijke ecologische

verbinding tussen de natuurgebieden in het noorden en het zuiden van de stad (Liereman, natuurreservaat

Frans Segers en Tielenheide-Gierls Bos). Het valleikarakter moet waar mogelijk hersteld worden (P. 170). Een

deel van de Aa-vallei in Turnhout wenst men te herbestemmen tot randstedelijk groengebied aan de Aa-beek.

Dit houdt in dat het waterbergend vermogen van het gebied maximaal dient behouden te worden, met

mogelijke inrichting als buurtpark met respect voor de Aa. (p. 175).

3.1.2.2 Bouwstenen ruimtelijke kwaliteit i.v.m natuurontwikkeling

- Voldoende ruimte voorzien voor natuurontwikkeling (hermeandering, zuiveringsvelden voor run-off

van de velden, aandacht voor vochtigheidsgradiënten (variatie in de hellingsgraden van de oevers)

enz.) (Bekkenbeheerplan Netebekken, Stedelijk beleid Turnhout, Onderzoekers P&D)

- Aandacht voor de samenhang van het Aa-stelsel (eco-verbindingen onder N19, ecoverbindingen naar

de groene landbouwvingers, behoud van kleine landschapselementen en beken in Aa-vallei,

Darisdonkvinger en Waterheide) (Bekkenbeheerplan Netebekken, Stedelijk beleid Turnhout,

Onderzoekers P&D)

3.1.3 Recreatie

3.1.3.1 Beschrijving

Fig. 45 recreatie in Schorvoort/Turnhout

24


Schorvoort beschikt over twee voetbalsites, een terrein voor de jeugdbeweging en een parochiezaal waar

zowel buurt- als buurtoverschrijdende activiteiten georganiseerd worden. Iedere deelwijk beschikt over een

groen speelparkje waar ook gevoetbald kan worden. Aan de rand van de sociale woonwijk ‘Den Brand’

bevinden zich volkstuintjes. Die zullen echter op korte termijn verkaveld worden.

De recreatieve activiteitenzones situeren zich in de binnengebieden. Het sociale leven in Schorvoort wordt zo

aan het oog onttrokken van de toevallige passant.

De Mellevijver (natuur, wandelen en zeilen, ondanks verbod barbecue en zwemmen in de zomer) en het

Stadspark zijn vanuit Schorvoort enkel bereikbaar via de N19.

Contacten met niet-buurtbewoners zijn intens rond de voetbal, waarbij het terrein van White Star de

belangrijkste plaats inneemt: alle bevolkingsgroepen komen er.

3.1.3.2 Kwaliteiten, problemen, wensen, potenties en dynamieken die bedreigend zijn voor de recreatie

‘Een recreatieve wandeling in Schorvoort zelf? Dan doen wij zo eens vanuit de Brandhoef een stukje langs de Oude Dijk, dan gaan we naar

Den Brand, helemaal de achterkant, komen we in de Azalealaan en komen we zo terug. Dan toen we toch een toer van een paar kilometer.

Maar dat doen we zo maar eens als we echt 's zondags eens niet weg gaan. Als ik zeg 'Ik wil toch eens buiten'. Zo een klein wandelingetje’

(Bewoner, P&D onderzoek 2010).

‘Ik wandel nooit in Schorvoort *…+ Ik heb altijd graag gewandeld, en vroeger wandelden wij in Schilde met de jeugdbeweging. En dan

wandelden wij 's zondags in het bos in Zoersel. En dat deden we dan langs de riviertjes daar. En daar kon je toen op de oevers wandelen, ik

zeg niet dat er een pad was, maar het kon en het werd getolereerd. Dat is nu ondenkbaar geworden. *…+ Moest je naast de Aa, het is

natuurlijk zomaar een idee, een wandelpad kunnen hebben... ‘(bewoner, P&D onderzoek 2010).

‘Vroeger kon je ook wandelen door de velden *…+ Er waren toen van die velden met tarwe en korenbloemen. Maar dat kan je nu niet meer.

Meestal zijn die veldwegen doodlopend ‘(bewoner, P&D onderzoek 2010).

Publieke ruimte

Schorvoort heeft een kerkplein dat ingericht is als parkeerplaats. Deze plek ligt er meestal verlaten bij. Omdat

er te weinig voorzieningen rond het plein zijn en omdat er geen zitgelegenheid is functioneert deze plek niet als

bemiddelende ruimte voor de maatschappelijke groepen van Schorvoort (zie 3.2 Bestaande sociale structuur

en wensen).

Grootschalige groene publieke ruimte

Hoewel Schorvoort omringd wordt door groene open ruimte (Aa-vallei, Darisdonkvinger) kunnen

Schorvoortenaars niet recreatief wandelen of fietsen in hun buurt. Om het stadspark te bereiken moeten ze

steeds de drukke N19 oversteken. Een padennetwerk, een nieuw buurt/stadspark (of een uitbreiding van het

stadspark in de projectzone Aa-vallei) en een betere oversteekbaarheid van de N19 zouden de relatie van de

Schorvoortenaar met de natuur kunnen verbeteren.

Andere tekorten

De White Star-voetbalclub zou willen uitbreiden. Zij beschikken nu over twee competitievelden en één

oefenveld. Zij hebben nood aan twee bijkomende oefenvelden (leden van White Star, P&D onderzoek).

In Turnhout is er vraag naar volkstuintjes (…)

3.1.3.3 Bouwstenen ruimtelijke kwaliteit i.v.m recreatie

25


- Voldoende ruimte voorzien voor natuurrecreatie (padennetwerk in Darisdonkvinger en Aa-vallei, een

nieuw buurt/stadspark) (bewoners, Onderzoekers P&D )

- Ruimte voorzien voor volkstuinen en collectieve boomgaarden. Volkstuinen bevorderen bovendien

sociale interactie (zie 3.2 Bestaande sociale structuur en wensen) (Onderzoekers P&D)

- Aandacht voor een evenwichtige verhouding tussen betreding en natuurontwikkeling in de Aa-vallei

(Onderzoekers P&D)

- Aandacht voor paden naar verder afgelegen recreatieve attracties (stadspark, Mellevijver) met veilige

en aangename ongelijkvloerse kruisingen met zware verkeersaders (Stedelijk beleid Turnhout,

Onderzoekers P&D)

- Aandacht voor een goede landschapsbeleving (Aa-vallei en Darisdonkvinger) en voor behoud en

visuele toegankelijkheid van historische landschappelijke en gebouwde relicten van het Aa-stelsel en

de Darisdonkvinger (Onderzoekers P&D)

- Een Aa-vallei-pad zou eveneens als verbindend element (natuur en recreatie) tussen de

Darisdonkvinger en de Bentelvinger kunnen ingezet worden (Stedelijk beleid Turnhout, Onderzoekers

P&D)

3.1.4 Landbouw en blekerijen

3.1.4.1 Historisch-morfologische beschrijving

Fig. 46.1 Primair ontsluitingssysteem en noord-zuid gerichte raster van secundaire ontsluitingssyteem en perceelgrenzen op de Ferrariskaart

Fig. 46.2 Secundair ontsluitingssysteem en perceelsgrenzen vandaag

Fig. 47 De boerderijen van Schorvoort in de eerste helft van de 20 ste eeuw (Van Dooren Karel 2010)

Fig. 48 Relicten van het blekerij-verleden aan de Aa

De landbouw ten zuiden van Turnhout voegde zich tot het begin van de 20 ste eeuw in het patroon van

beekdalen en ruggen. Op de Ferrariskaart (1777) werden de beekdalen als hooiland gebruikt. De linten met

hoeves lagen dikwijls parallel aan de Aa-vallei, op de grens tussen de hoger gelegen plaggengronden en de

vochtige hooilanden (en kleine wilgenbosjes voor productie voedsel en tenen voor manden), of langs wegels

die de hoger gelegen gronden ontsloten. In het gehucht Schorvoort waaierde de invalsweg naar Turnhout vanaf

het zuiden uit. De hoeves concentreerden zich rond twee trajecten:

- het traject dat het zuidelijke hinterland met Turnhout verbond over de meest noordelijke ‘rug’ van

Schorvoort, de Schorvoortberg, naar een brug of doorwaadbare plaats in de Aa aan Broekzijde

- het traject dat het hinterland verbond met Oud-Turnhout over de Slagmolenstraat

Kleinere clusters hoeves lagen langs het x-vormige stelsel van kortsluitingen tussen beide hoofdtrajecten, de

Schorvoortstraat en de Oude Dijk. Op tweesprongen verbreedden de wegen tot gemeenschappelijke

drinkplekken voor het vee. De Schorvoortbergstraat verbreedde ter hoogte van het huidige kerkplein tot een

langgerekt plein. Opvallend is dat er geen ontwikkeling was langs de rechtstreekse verbinding naar Turnhout,

de huidige N19. Deze ging namelijk door de vochtige vallei van de Aa die op deze plek heel breed was, en

wellicht niet altijd oversteekbaar was.

Anders dan Oud-Turnhout of Oosthoven ontwikkelde Schorvoort zich niet tot een dorp (daarvoor lag het

gehucht misschien te dicht bij Turnhout? Of was de landbouwgrond in Schorvoort minder vruchtbaar dan in

Oosthoven of Oud-Turnhout?). Reeds op de Vandermaelenkaart (1865) zijn de drinkplaatsen en

straatverbredingen, patronen waaruit veelal de latere dorpspleinen ontwikkelden, verdwenen. Geraakten ze

met de tijd opgeslorpt door de verbreding van de landbouwwegeninfrastructuur of door het maximaliseren van

de individuele landbouwgrond of bouwgrond. Ook de Steenweg op Geel (N19) is op deze kaart rechtgetrokken

26


ter hoogte van de vroegere drinkplaats aan de tweesprong van de Schorvoortberg (splitsing weg naar Geel of

weg naar Turnhout). In de jaren ’60 evolueerde Schorvoort van landbouwersgehucht naar residentiële parochie

van Turnhout.

Zowel de velden als de hooilanden werden gekenmerkt door een rastervormige perceelsstructuur, tevens

secundair ontsluitingssysteem (het hierboven vermelde landbouwwegenstelsel was het primaire

ontsluitingssysteem en tevens publieke ruimte). Op de hoger gelegen plaggengronden waren de kavels groter

en grotendeels noord-zuid gericht. In de vallei volgden de perceelsgrenzen, die loodrecht op de Aa stonden, de

loop van de deels meanderende en gekanaliseerde waterloop. Alle velden en weilanden waren voorzien van

houtkanten of bomenrijen (veekering, afscherming voor zand, hakhout). Tweezijdige aangeplante noord-zuid

dreven ontsloten lagergelegen weilanden. Ook de Aa werd op haar zuidelijke oever voorzien van een bomenrij.

In de Aa-vallei aan de Schorvoortberg en in het gebied Waterheide is de perceelsstructuur met

drainagegrachten en houtkanten vrij goed bewaard gebleven. Het huidig gebruik van deze vroegere hooilanden

is paardenweitjes,terrein voor de jeugdbeweging, hooiland, maïsvelden, productiebosjes.

In het landbouwgebied ten oosten van Schorvoort bevinden zich grootschaligere landbouwactiviteiten zoals

enkele grootschalige laagstamappelboomgaarden aan de zijde van Oud-Turnhout. Aan de zijde van Schorvoort

lijken de vroegere akkers vervangen door weilanden. Omheiningen en paden vertonen nog de rastervormige

perceelsstructuur van weleer. Enkele prachtige solitaire eiken herinneren hier nog aan de verdwenen

houtkanten.

Aan de noordzijde van de Aa ontwikkelde zich vanaf de 18 de eeuw de pre-industriële activiteit van de textielblekerijen.

Aan de hand van stuwen werd het heldere water van de Aa in een rastervormige bekenstructuur

rond de blekerij-weides, die tussen de gebouwen en de Aa lagen, geleid. De blekerij-gebouwen stonden rond

een viertal erven die t.o. v. de weg Broekzijde-Dijkzijde achter de hoger gelegen akkers en moestuinen lagen.

Ze werden ontsloten met prachtige noord-zuid gerichte lindendreven. Eén van deze blekerijen is tot op heden

volledig bewaard gebleven (Blekerij Hendrickx). Van de overige blekerijerven schieten enkel nog de

(heraangeplante) dreven over.

3.1.4.2 Problemen, wensen, potenties en dynamieken die bedreigend zijn voor de landbouw en voor de

beleving van het landbouwlandschap

Verdwijnen van cultuur-historisch waardevol landbouwlandschap

Enkele waardevolle Schorvoortse landschappen worden door de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling

bedreigd. Deze landschappen zouden nochtans kunnen ingezet worden als identiteitsverleners voor Turnhout

en Schorvoort.

Het concept ‘groene Darisdonkinger’ (RST) en de bestemming ‘herbevestigd agrarisch gebied’ zullen de

Darisdonkvinger ( en de site van de blekerij Hendrickx) op lange termijn van bebouwing vrijwaren. De tendens

van schaalvergroting in de landbouw (agro-industrie) kan het landschap van de Darisdonkvinger echter grondig

wijzigen. Kleine landschapselementen en microreliëf verdwijnen gestadig.

Het gebied Waterheide zal op korte termijn ingericht worden als bedrijvengebied. Hierdoor dreigt een

waardevol kleinschalig landschap met populierenrijen naast grachten te verdwijnen.

Door de woongebied-bestemming van de Aa-vallei in Schorvoort kan het waardevolle vochtige hooilandlandschap

met houtkanten en drainagebeken in principe (bijna) volledig bebouwd worden.

27


3.1.4.3 Bouwstenen ruimtelijke kwaliteit i.v.m landbouw

- Landbouwgronden moeten maximaal gevrijwaard worden voor efficiënte maar ecologisch

verantwoorde uitbating (o.a. Community Supported Agriculture (zelfoogsstboerderijen), biolandbouw,

hoevetoerisme) (Onderzoekers P&D)

- Het landbouwlandschap moet ingezet worden als recreatief netwerk van trage wegen dat stad en

woongebieden met de open ruimte verbindt (Bewoners, Stedelijk beleid Turnhout, Onderzoekers

P&D)

- Er moet maximale zorg besteed worden aan relicten van het landbouwverleden (Onderzoekers P&D)

- Het buurt/stadpark in de Aa-vallei zou kunnen opgevat worden als een landschapspark met ‘agrarisch

medegebruik’ (beheer via begrazing) (Onderzoekers P&D)

- Bij de inrichting van het bedrijvengebied op Waterheide:

o moeten de landschappelijke relicten uit het landbouwverleden en het recreatief netwerk van

trage wegen behouden blijven. De trage wegen kunnen ingezet worden als fiets-ontsluiting

voor het bedrijvengebied

o Moet de bebouwing ingezet worden als geluidswering (Onderzoekers P&D)

- Moeten buffergebieden tussen bedrijvengebied en woongebied opgevat worden als

koppelingsgebieden met recreatie- , waterretentie- en natuurontwikkelingsmogelijkheden (Stedelijk

beleid Turnhout, Onderzoekers P&D)

3.1.5 Woonwijkmorfologie en woontypologie

3.1.5.1 Historisch-morfologische beschrijving

Fig. 49 Woontypologie van Schorvoort

Fig. 50 Wegeninfrastructuur op schaalniveau van Schorvoort en groene publieke ruimte in de verkavelingen

Onder impuls van het toegenomen wagenbezit en het gevoerde ruimtelijke en sociale woningbouwbeleid

ontwikkelde Schorvoort zich vanaf de jaren ’60 van landbouwersgehucht naar residentiële parochie. In de jaren

’60 werden ook de kerk, de parochiezaal en de school gebouwd, niet langs de steenweg, maar in het

bebouwingslint van de Schorvoortberg. Tussen 1940 en 1970 wordt de ringweg van Turnhout aangelegd.

Hierdoor geraakt Schorvoort opnieuw wat meer geïsoleerd t.o.v. Turnhout. Eind jaren ’60 worden de Parkwijk

(1965-1979) en de ‘witte wijk’ (Waterheidestraat-Acacialaan) gebouwd. Wanneer rond 1970 de E34 snelweg

van Antwerpen naar Eindhoven aangelegd wordt en Turnhout aangesloten wordt groeit de stad Turnhout naar

het zuiden (i.p.v. naar het noorden (kanaal), of naar het westen langs de steenweg naar Antwerpen). De

snelwegafritten trekken bedrijvenzones aan. Ook Schorvoort groeide verder. De woonontwikkeling in

Schorvoort gebeurde volgens drie types, die gelijke tred hielden.

De lintbebouwing: Het primaire ontsluitingsstelstel werd geleidelijk verbreed en verhard. De boerderijpercelen

en de akkers die grensden aan de landbouwwegen (primair stelsel) werden opgedeeld in smalle (10 à 15m),

diepe (40 à 100m) percelen. Enkele boerderijgebouwen werden opgedeeld in twee woningen. Meestal werden

ze gewoon afgebroken en vervangen door driegevelwoningen en alleenstaande woningen met voortuinen. In

de diepe tuinen van deze lintbebouwing worden dikwijls nog groenten gekweekt.

De sociale verkavelingen: De sociale woningbouwmaatschappij ‘Turnhoutse maatschappij voor Huisvesting’

verwierf in Schorvoort twee grote zones landbouwgronden, en ontwikkelde daarop twee introverte

woonwijken. Deze woonwijken worden ontsloten naar de aanpalende straat met enkele lussen rond

bouwblokken (Waterheidestraat-Acacialaan), ofwel met één lus met doodlopende zijtakken (Den Brand). Deze

verkavelingen worden gekenmerkt door uniforme bebouwing van rijen ééngezinswoningen, voortuinparken,

experimentele aandacht voor publiek-privaat gradiënten en door een groot aanbod aan collectieve open

ruimte. In de wijk Waterheidestraat-Acacialaan vormen de rijwoningen smalle soms halve bouwblokken. In de

28


wijk Den Brand vormen de rijwoningen losse rijtjes. Drie rijen kronkelen rond collectieve voortuinen. De straten

ontsloten oorspronkelijk enkel de garages aan de achterkanten van de woningen. Een padensyteem ontsloot

de voordeuren die zich aan de collectieve groene ruimtes bevinden. Weinig bewoners gebruiken de

voordeuren, en ontvangen hun gasten via de achterkant. Platen en heggen verhinderen inkijk in de

achtertuinen vanaf de straat (de experimentele organisatie van publieke en private ruimtes wordt zo teniet

gedaan. De woningen grenzen nu met voor- en achterkant aan (semi-)publieke ruimtes).

De straten van deze enclaves lopen nooit door naar parallelle oude straten. Deze wijken vormen, geheel in het

gedachtegoed van de jaren ’70, geen bouwblokkenweefsel met de lintbebouwing langs de oude straten maar

introverte verkeersveilige woonerven. De woningen zijn er doorgaans kleiner, de tuinen ondiep

(perceelsafmetingen breedte 7m, diepte 17 à 25m ). In oorsprong waren alle woningen huurwoningen. In de

wijk Waterheidestraat-Acacialaan zijn een groot aantal woningen in privaat bezit.

Den Brand werd recent uitgebreid met elf nieuwe sociale huurwoningen langs de Brandhoefstraat. Ze

verstevigen de ruimtelijke relatie tussen ‘Den Brand’ en ‘Brandhoef’. Op de volkstuintjes langs Den Brand

worden sociale kavels aangeboden.

De private verkavelingen: Schorvoort heeft vier private verkavelingen: Brandhoef, Bergbeemden, Schobbaard

en Schuermansstaat. Brandhoef en Bergbeemden zijn de grootste private verkavelingen. Brandhoef werd

aangezet eind 1960, Bergbeemden eind 1970. Beide verkavelingen worden tot op heden verder ingevuld en

uitgebreid. Ze werden net als de sociale verkavelingen als introverte eilanden ontwikkeld op grote zones

landbouwgrond, gelegen achter het reeds gedeeltelijk bebouwde primaire agrarische ontsluitingssysteem.

Bergbeemden ligt in de natuurlijk overstroombare Aa-vallei. Het ontsluitingssysteem van Brandhoef bestaat uit

een lus met enkele kortsluitende straten en één doodlopende straat. Bergbeemden wordt ontsloten via een

doodlopend L- vormige straat waar zes secundaire doodlopende straatjes op aantakken. Beide verkavelingen

worden gekenmerkt door een diverse architectuur. In Brandhoef betreft het vijf bouwblokken, met variërende

formaten, en twee halve bouwblokken met brede (15 à 20m) en ondiepe (35 à 45m) percelen met vrijstaande

woningen en driegevelwoningen met private voortuinen en opritten. Op het binnengebied van één van de

grotere bouwblokken werd recent een nieuwe verkaveling ontwikkeld (Schobbaard). In Bergbeemden zijn de

percelen kleiner (breedte 12 à 14m, diepte 28m). Er werden paren van driegevelwoningen met de garages aan

elkaar geschakeld tot smalle, korte bouwblokken. In tegenstelling tot de sociale verkavelingen werd er weinig

aandacht besteed aan de gradiënt publiek-privaat en aan collectieve open ruimte. Brandhoef beschikt over een

groen speelpleintje met petanquebaan. Het zit middenin een groter bouwblok en is niet zichtbaar vanaf de

weg. Bergbeemden heeft een speeltuin achter de kerk en aan de rand van de woonwijk en een buurtparkje aan

de Aa.

Op deze manier geraakten de oostelijke en de westelijke kwadrant omschreven door het primaire

stratenstelsel volgebouwd. Van de noordelijke kwadrant zijn enkel de randen bebouwd, in het binnengebied

liggen de voetbalvelden van de White Star (projectzone White Star). De zuidelijke kwadrant (projectzone

Slagmolen) bleef nagenoeg onbebouwd. De vroegere perceelsstructuur van de akkers en het secundaire

agrarische ontsluitingssysteem zijn in het bebouwde gebied nog te herkennen in de perceelsstructuur van de

lintbebouwing en in de contouren en de ontsluitingsstraten van de verkavelingen. Slechts enkele van de talrijke

(langgevel)boerderijen (hoeve met verankerd woonstalhuis) zijn bewaard gebleven, o.a. de frituur en de

wijnhandel langs de Slagmolenstraat. Slechts één ervan staat op de erfgoedlijst (Steenweg op Zevendonk 116).

Doordat de lusvormige en doodlopende ontsluitingsstraten van deze verkavelingen nergens naartoe leiden

tenzij naar de woningen, worden bezoekers snel opgemerkt. Buitenstaanders krijgen zo het gevoel indringers

te zijn.

3.1.5.2 Woningtypes: huidige verdeelsleutel woningtypes in Schorvoort

29


Fig. 51 Spreiding wooneenheden GIS

- Totaal aantal woningen: 1182

- Indeling volgens woontypes: 96 appartementen, studio’s, kamers

29 woningen met winkel of andere voorziening

428 rijwoningen

395 driegevelwoningen

306 vrijstaande woningen

3.1.5.3 Huidige woondichtheid in Schorvoort

Fig. 52 Netto-oppervlakte bouwblokken Schorvoort bestaande toestand

- Tot. Netto-oppervlakte Schorvoort: 935130 m²

(exclusief Aa-park Bergbeemden, landbouwgebied Aa, Kerkplein, scoutsterrein, White Star,

landbouwgebied Slagmolen)

- Oppervlaktes per grote bouwblok/kwadrant:

Bergbeemden: 101950m²

Schorvoortberg: 38080m²

White Star bouwblok: 93380m²

Wijk Acacialaan, Steenweg op Zevendonk: 271610m²

Den Brand, Brandhoef en Schobbaard 279950m²

Slagmolenstraat Noord 54510m²

Slagmolenstraat Zuid 95650m²

- Totaal aantal woningen: 1182

- Totaal aantal inwoners: 3180

- Woondichtheid netto: 1182 woningen/93,51ha

12,64 woningen/ha

3180 inwoners/93,51ha

34 inwoners/ha

3.1.5.4 Problemen, wensen, potenties en dynamieken die bedreigend zijn voor de kwaliteit van het wonen in

Schorvoort

Tijdens gesprekken met stakeholders en bewoners werden problemen met drie aspecten van de morfologie en

de woontypologie van Schorvoort benadrukt: De hoge concentratie van sociale huurwoningen in Schorvoort,

het gebrek aan kleine en aangepaste woningen voor ouderen en starters en het gebrek aan oriënteerbaarheid.

De hoge concentratie en herkenbaarheid van sociale woningen en het gebrek aan kleine woningen voor

ouderen en starters wordt veelvuldig vermeld. Het gebrek aan leesbaarheid van de publieke ruimte wordt

maar door enkele respondenten aangehaald. Dit probleem blijkt echter ook uit de mentale kaarten (P&D

werkvergadering met bewoners juni 2010) en wordt ook door de onderzoekers als sterk problematisch beleefd.

Gebrek aan oriënteerbaarheid / Mentale kaarten

‘Ik heb bijzonder veel moeite om Schorvoort te lezen. De verschillende ‘wijken’ zijn bijzonder moeilijk opgebouwd. Hierdoor maak je ook

geen gebruik van de verschillende fietsdoorsteken en voetgangerspaadjes die er zijn. Je rijdt gewoon verloren. Wat op zich geen probleem

is, want je weet dat je steeds wel op een van de gekende punten uitkomt (Oude Dijk, Schorvoortstraat, Slagmolenstraat)’

(Ambtenaar/bewoner1, P&D onderzoek 2010).

30


‘Ja, als ze mij daar met mijn ogen toe zetten en ik moet dan zien *waar ik ben+, dan weet ik het ook niet direct’ (Ambtenaar/bewoner2,

P&D onderzoek 2010).

Het gebrek aan oriënteerbaarheid ontstaat vooral door het moeilijk te memoriseren verloop van de diagonale

oude straten (Schorvoortstraat en Oude Dijk), en omdat deze twee diagonale oude straten, en de

Schorvoortberg onderling weinig onderscheidbaar zijn (zelfde types bebouwing, zelfde straatbreedte, zelfde

wegprofiel, zelfde betekenisloze straatbomen en verlichtingsarmaturen). Het verloop van de straten werd

nooit correct getekend op de mentale kaarten van de bewoners. Ofwel geeft men het schuine verloop van de

straten weer als een orthogonaal raster, ofwel als een erg organisch stratenpatroon. Schorvoortberg wordt

weergeven als een straat evenwijdig aan de N19, terwijl die eigenlijk parallel aan de Ring loopt.

Bij nader toezien zijn er wel andere, minder traditionele onderscheiden ervaarbaar in het stratenpatroon en de

bebouwing van Schorvoort, namelijk het contrast tussen doodlopende stratenclusters van planmatig

ontwikkelde wijken met een qua types en bouwperiode gelijkvormige bebouwing, en de doorlopende oude

straten met een qua types en bouwperiode gevarieerde lintbebouwing.

Deze onderscheidbaarheid heeft echter ook tot gevolg dat waar de deelwijken een herkenbare uniforme en

experimentele sociale woningbouwstempel hebben er een duidelijke sociale afscheiding ontstaat (zie 3.2

sociale structuur en wensen).

Concentratie sociale woningbouw

‘Het gevaar *bestaat+ dat we daar een te grote densiteit gaan ontwikkelen rond sociale huurwoningen, als we het allemaal bij elkaar

brengen. Ik denk dat we die moeten verspreiden over Schorvoort *…+ ‘(stakeholder OCMW, P&D onderzoek 2010).

‘Een tweede toch wel niet onbelangrijke uitdaging is het gegeven dat we daar nog behoorlijk wat grond hebben liggen in de onmiddellijke

nabijheid van onze andere twee grote clusters. Dat is voor ons al jaren een moeilijkheid. Wij zien geen mogelijkheid of zien niet de

wenselijkheid om daar nog een derde grote getto aan toe te voegen. Het is op zich al moeilijk genoeg. De mentaliteit en visie is nogal sterk

gewijzigd in de richting van sociale mix. Het is dan ook van daaruit dat wij, ondertussen toch al enkele jaren geleden, ik denk toch dat we

voor een stuk de initiators zijn geweest, zijn gaan nadenken en ook met onze overheden hebben gepraat over een mogelijkheid dat we die

6,5 hectare die er nog liggen… dat we in gesprekken met andere ontwikkelaars over ruilen spreken. Wij een stuk in hun ontwikkeling en zij

een stuk op onze gronden. Op die manier kunnen we ook die sociale mix creëren ‘(stakeholder De Ark, P&D onderzoek 2010).

‘Bijkomend probleem is de sociale last die momenteel al aanwezig is in de wijk ’t Schorvert. Destijds hebben wij hierop eens een kleine

vingeroefening gedaan. Blijkt dat die wijk – dacht ik – al tussen de 20 en de 25 procent zit. Dan kan u zich natuurlijk de vraag stellen: als je

hier een paar honderd wooneenheden gaat bouwen, moet dit dan wel allemaal sociale huisvesting zijn? Als je echter louter gaat kijken in

het project, dan zou je zeggen: 15 tot 20 procent sociale last, hier en daar. Maar als je dat gaat optellen met de sociale last die er al is op

de wijk ’t Schorvert, dan krijg je eigenlijk een scheefgetrokken beeld…‘(stakeholder Vereniging van particuliere grondeigenaars Schorvoort,

P&D onderzoek 2010).

Er zijn [in Den Brand bewoners] die veel ‘vereneweren’.*…+ En die verbrodden het voor de rest. *…+Je moet die niet allemaal laten

samenhokken hé! (Bewoners, P&D onderzoek 2010).

Maar wat je zegt hé, in het begin hadden de mensen van de Brandhoef daar *van de ontwikkeling van de sociale verkaveling ‘Den Brand’+

wel schrik van. Van wat daar ging komen’ (Bewoner, P&D onderzoek 2010).

‘Snap je, als er iemand weg gaat... *komen er allochtone huurders in de plaats+ ik heb altijd geweten dat ‘Den Brand’ gemengd was. Dat er

weinig buitenlanders woonden en redelijk veel Belgen, en dat ging goed’ (Bewoner, P&D onderzoek 2010).

Het aandeel sociale huurwoningen in het totaal aantal bestaande woningen in Schorvoort is vrij hoog (286 soc.

huurwoningen / 1182 totaal aantal woningen=24% t.o.v. 6,93% voor Turnhout en 3,25 % voor Turnhoutcentrum

(geen gegevens over soc. koopwoningen ). Doordat deze woningen in twee vrij grote clusters

voorkomen met een onderscheiden morfologie en architecturaal voorkomen (caracollen, uniforme

architectuur wijk Acacialaan) is deze hoge concentratie erg zichtbaar.

Sociale mix bewerkstelligen

31


Nieuw te ontwikkelen sociale woningen zouden in elk geval weinig onderscheidbaar en verspreid over de

verschillende projectzones moeten voorzien worden (15% van de totale nieuwbouw) (Onderzoekers P&D).

In Berlijn wordt aan sociale huurders een huursubsidie toegekend. Hiermee wordt gehuurd op de private

markt. Dit zou een middel kunnen zijn om een sociale mix te bewerkstelligen in woonomgevingen en

stigmatisering van sociale woonblokken te vermijden (dit systeem heeft natuurlijk ook nadelen: aanbod en

kwaliteit is moeilijker te controleren) (Onderzoekers P&D).

De negatieve uitstraling, het sociale isolement en het grote verloop van (probleem)huurders van de bestaande

clusters kan door privatisering van woningen enigszins genuanceerd worden (Bewoner, P&D onderzoek 2010).

Er zou een subsidie-systeem ontwikkeld moet worden om de koopprijzen van sociale huurwoningen betaalbaar

te houden voor voormalige huurders. Door op deze manier de concentratie van probleemhuurders per

deelwijk te verkleinen kan het imago van deze deelwijken verbeteren (Onderzoekers P&D).

Gebrek aan woningen voor ouderen en starters, gebrek aan voorzieningen voor ouderenzorg

‘De wijk is er op dit moment niet op voorzien om er senioren te laten wonen. We zien daar al een stukje een vlucht van senioren naar de

stad… ‘(Stakeholder OCMW, P&D onderzoek 2010).

‘In feite is het streven naar zodanig te bouwen zodat alle leeftijden er kunnen zijn. En ook alle gezinssituaties om het even zo te noemen.

Want met een gezin bedoel ik evengoed alleenstaande mensen. Die diversiteit moeten we krijgen’(Bewoner, P&D onderzoek 2010).

Bij ons zien we dat in de wijk die 45 jaar bestaat al veel mensen weggaan, hun huis verkopen. Ze gaan in de stad naar een flatje of naar het

rusthuis als de leeftijd er is. Ook omwille van het feit dat wij hier een stukje van de stad weg zitten, wij moeten altijd die ring over. En dat

vind ik, als je wat ouder wordt, ook wel een handicap’ (Bewoner, P&D onderzoek 2010).

Slechts 12% van de Schorvoortse woningen bestaat uit appartementen en studio’s. Ouderen en jonge

‘startende’ gezinnen komen hier niet aan hun trekken. Meestal trekken ze naar de binnenstad waar het aanbod

van kleine appartementen en seniorenflats groter is.

Het woonzorgzone-concept

Verschillende stakeholders willen zorg organiseren voor de vergrijzende bevolking van Schorvoort zodat

bewoners zo lang mogelijk en voldoende geïntegreerd in hun vertrouwde buurt en woning kunnen blijven

wonen (woonzorgzone-concept). Dit impliceert eveneens wensen met betrekking tot de morfologie van

Schorvoort en betreft niet enkel de typologie van het woningenaanbod en het voorzien van een sociale zorginfrastructuur.

Het is in eerste instantie de bedoeling dat ouderen zo lang mogelijk in hun eigen woning blijven wonen.

Wanneer ze minder mobiel worden kan de huidige woning aangepast worden op het vlak van toegankelijkheid.

(Sommige bronnen raden daarom het principe van ‘levensbestendige woningen’ aan.) Een andere mogelijkheid

is dat de oudere verhuist binnen de bestaande wijk. Een aanbod in de wijk van kleine toegankelijke woningen

(alle kamers op één niveau, gelijkvloerse appartementen of appartementen met lift (80-95m²) is daartoe

noodzakelijk. Dit aanbod ligt bij voorkeur dicht bij de voorzieningen-as en bij het dienstencentrum (Vranken

2009, onderzoekers P&D). Op deze manier komen de grotere woningen beschikbaar voor nieuwe jonge

gezinnen.

Wanneer de ouderen zorgbehoevend worden is verhuizen naar een serviceflat (80-95m² per flat, incl.

gemeenschappelijke ruimtes) aangewezen. Ook die moeten aangeboden worden zo dicht mogelijk bij de

voorzieningen en ingepast in het bestaande woonweefsel waar ze de bestaande mix van sociale categorieën en

leeftijdscategorieën niet scheeftrekken maar verrijken (Vranken 2009, onderzoekers P&D).

32


De oriënteerbaarheid, de onderscheidbaarheid van een voorzieningencircuit (voetgangerscirkel), de begrenzing

van de wijk, de inter-generationele uitwisseling en de verkeersveiligheid van de publieke ontsluitingsruimte van

de wijk spelen een belangrijke rol in het zorgconcept (woonzorgzone).

In Schorvoort is er reeds een concentratie van diensten aanwezig. Het verdient aanbeveling om deze

concentratie als ruggengraat van de verdere ontwikkeling te beschouwen (herkenbaarheid, inter-generationele

uitwisseling)(Onderzoekers P&D).

Een woonzorgzone stelt ook eisen aan de inrichting van de publieke ruimte van het voorzieningencircuit. Het

moet een ‘obstakelloze’ route zijn die de woningen van de ouderen met het dienstencentrum en andere

voorzieningen verbindt (Vranken 2009).

In een woonzorgzone wordt extramurale zorg (o.a. dienstencentrum voor ouderenzorg, mobiele diensten,

thuiszorg, 24 uurs-toezicht, alarmsystemen, goed aanbod openbaar vervoer etc.) aangeboden. De bedoeling is

om ouderen meer autonomie, woonkwaliteit en integratie in de wijk aan te bieden. Tegelijk is het belangrijk

dat de woonwijk een gemengde woonwijk blijft, het is niet de bedoeling om een nieuwe doelgroep

zorgbehoevenden aan te trekken (Vranken 2009).

3.1.5.5 Bouwstenen ruimtelijke kwaliteit i.v.m woonwijkmorfologie en woontypologie

- Oriënteerbaarheid bevorderen

Een gestructureerd padennetwerk met korte verbindingen tussen relevante bestemmingen, het beter

zichtbaar maken van bestaande markante gebouwen en het toevoegen van bakengebouwen kunnen

de oriënteerbaarheid verhogen (en de capaciteit van de publieke ruimte om te bemiddelen tussen

sociaal-demografische groepen verhogen, zie 3.2 Bestaande sociale structuur en wensen)

(Onderzoekers P&D)

- Spreiding sociale woningbouw

o Het nieuw sociaal aanbod (15% van de totale nieuwbouw) zou weinig onderscheidbaar en

verspreid over de verschillende projectzones moeten voorzien worden (Vereniging van

particuliere grondeigenaars Schorvoort, OCMW, De Ark, Stedelijk beleid, Onderzoekers P&D)

o Het invoeren van een huursubsidiesysteem kan hier aan bijdragen (Onderzoekers P&D)

o De negatieve uitstraling en het sociale isolement van de bestaande sociale clusters kan

genuanceerd worden door verdere privatisering van de sociale huurwoningen

(aankoopsubsidie) (Onderzoekers P&D)

- Aanbod woningen en voorzieningen voor ouderen en starters

o Voldoende kleine toegankelijke woningen voorzien, voldoende zorgwoningen met

zorgondersteuning voorzien, maar niet alleen voor senioren, ook voor andere sociaaldemografische

groepen. Dit aanbod wordt ontwikkeld door zowel sociale als private partijen

en ligt bij voorkeur dicht (500m) bij de voorzieningen-as en bij het dienstencentrum (OCMW,

De Ark, Stedelijk beleid, Vereniging van particuliere grondeigenaars Schorvoort,

Onderzoekers P&D)

o Aandacht voor oriënteerbaarheid, onderscheidbaarheid van een voorzieningencircuit

(voetgangerscirkel), begrenzing van de wijk, inter-generationele uitwisseling en

verkeersveiligheid van de publieke ontsluitingsruimte (Onderzoekers P&D)

o De bestaande concentratie van voorzieningen (Schorvoortstraat-Kerkplein) als ruggengraat

beschouwen van de woonzorgzone (Onderzoekers P&D)

- Gewenste woondichtheid en verdeelsleutel woontypologie in de projectzones

Hierover werd nog geen consensus gevonden. Als mogelijke richtcijfers (Onderzoekers P&D) stellen we

voor: Woondichtheid tussen 25 en 45 woningen per ha

V/T index tussen 0,45 en 0,70

33


(de oppervlakte van een groot buurtpark mag hier van afgetrokken worden, kleinere deelwijkparkjes,

publieke (ontsluitings)ruimte voor de deelwijken, waterretentie op deelwijkniveau en voorzieningen

mogen niet afgetrokken worden)

- Andere

o Aandacht voor de slechte draagkracht van de grond in de projectzones (Vereniging van

particuliere grondeigenaars Schorvoort)

o Aandacht voor parkeren, individuele private garages op het gelijkvloers moeten vermeden

worden (Onderzoekers P&D)

3.1.6 Wegeninfrastructuur

3.1.6.1 Problemen, wensen, potenties en dynamieken i.v.m. de verkeersafwikkeling in en rond Schorvoort

Fig. 53 Hogere wegeninfrastructuur en de drie Schorvoortse kruispunten

‘Je spreekt er nu wel van dat er zoveel mensen gaan komen wonen, maar die ontsluiting van Schorvoort naar de stad is toch heel miniem.

Heb je dat niet opgemerkt?’ (Bewoner1, P&D onderzoek 2010).

‘En hier, kijk hier, zouden meer fietspaden en voetpaden moeten komen in Schorvoort. En meer van die vluchtheuvels enzo ‘(Bewoner1,

P&D onderzoek 2010).

Isolement door zware verkeersaders en gevaarlijke kruispunten

Schorvoort wordt praktisch volledig ingesloten door zware verkeersaders: de ringweg R13 in het noorden, de

N19 in het oosten en de E34 in het zuiden. Schorvoort wordt hierdoor geïsoleerd van de binnenstad , het

stadspark, de woonwijken Parkwijk en Zevendonk en de bedrijvenzones. De uitwisseling tussen Schorvoort,

Parkwijk en Turnhout-centrum verloopt steeds via onveilige kruispunten en trajecten over het hoger wegennet:

- Kruispunt 1: Steenweg op Zevendonk oud, Steenweg op Zevendonk nieuw(N19) met verkeerslichten

- Kruispunt 2: Schorvoortstraat, Steenweg op Zevendonk (N19) zonder verkeerslichten,

voetgangerstunnel

- Kruispunt 3: Oude Dijk-Kwakkelstraat, Parklaan, met verkeerslichten

Hoge snelheden Oude Dijk en Slagmolenstraat, zwaar verkeer Slagmolenstraat

Uit interviews en uit de resultaten van de Doe mee-avond met de Kandoe methode (Gebiedsgerichte werking)

blijkt er overlast te zijn van zwaar verkeer op de Slagmolenstraat en van te hoge snelheden door

autobestuurders in de Oude Dijk en de Slagmolenstraat.

Zware vrachtwagen rijden de Slagmolenstraat in vanaf het kruispunt N19-Steenweg op Zevendonk met als

bestemming enkele bouwmaterialenbedrijven aan het begin van de Slagmolenstraat. In principe zouden ze na

laden en lossen terug moeten draaien richting N19. Vele vrachtwagens rijden echter door richting Oud-

Turnhout. Een betere signalisatie zou deze overlast moeten verhelpen volgens het mobiliteitsplan.

Zowel de Oude Dijk als de Slagmolenstraat worden door automobilisten als sluikroute tussen Ring, Oud

Turnhout en het knooppunt 24 E34-E19 gebruikt. Hiermee worden files op de ringweg R13 ontweken. De

Steenweg op Zevendonk - Slagmolenstraat zou volgens het mobiliteitsplan niet mogen fungeren niet als

verbinding tussen de N19 (E34 - knooppunt nr. 24) en Oud-Turnhout, omdat de Steenweg op Mol (N18) en het

knooppunt 25 met de E34 de meest aangewezen hoofdontsluiting tot dit gebied vormt. De Steenweg op

Zevendonk zou enkel Schorvoort mogen ontsluiten vanaf de N19.

34


3.1.6.2 Bouwstenen ruimtelijke kwaliteit i.v.m wegeninfrastructuur

- Herinrichting van de drie Schorvoortse kruispunten met R13 en N19 zoals voorgesteld in de

Streefbeeldstudie R13 en het Mobiliteitsplan 2010

- Betere bewegwijzering voor vrachtverkeer naar de bedrijven aan de Slagmolenstraat (zoals

voorgesteld in de Streefbeeldstudie R13)

- Het voorzien van nieuwe woonomgevings-ontsluitingen op de Oude Dijk, Slagmolenstraat en

Schorvoort zullen de verkeersintensiteit op deze wegen en op de kruispunten met de R13 en N19 doen

toenemen. Een mobiliteitsonderzoek moet tijdens het ontwerp van het ontwikkelingsplan van

Schorvoort uitwijzen of de voorgestelde maatregelen uit de Streefbeeldstudie R13 en het

Mobiliteitsplan 2010 kunnen aangehouden worden (OCMW, De Ark, Stedelijk beleid, Vereniging van

particuliere grondeigenaars Schorvoort, Onderzoekers P&D)

- Door de Slagmolenstraat (binnen de bebouwde kom) en de Schorvoortstraat een meer lokaal karakter

te geven (voetgangerszonetype II – Woonwijk en Dorpskern) i.p.v. voetgangerszone type III

(Voetpaden langs ontsluitingsstraten en hoofdstraten) zoals voorgesteld in het Mobiliteitsplan kan het

snelrijdende sluikverkeer ontmoedigd worden (Onderzoekers P&D)

- Herinrichting met een meer lokaal karakter (met bredere voetpaden, en de fietsers gemengd met het

autoverkeer) zal snelheidsverlagend werken in de Oude Dijk (Onderzoekers P&D)

3.1.7 Fiets- en voetpaden

3.1.7.1 Beschrijving, problemen, potenties en wensen i.v.m. fiets- en voetpaden

Fig. 54 Ongestructureerd en onvolledig padennetwerk in Schorvoort

Doorwaadbaarheid en oriënteerbaarheid in Schorvoort

Je neemt in Schorvoort steeds de kortste weg naar een ‘hoofdbaan’ om dan naar je bestemming te rijden in Schorvoort (school, bakker,

kerk,…) of buiten Schorvoort (meestal richting binnen de ring). *…+ Mensen van buiten Schorvoort zullen enkel de ‘grote’ straten nemen om

zo op de eenvoudigste manier (daarom niet de kortste) naar hun bestemming te gaan. *…+ Daarom: intern in de verschillende wijken

kunnen zulke speelse doorsteken interessant zijn. Maar op grotere schaal werkt dit niet’ (Ambtenaar/bewoner1, P&D onderzoek 2010).

‘Dan kom je bij ons op de Bergbeemden. Maar dat is gevraagd [verbinding tussen Bergbeemden en Carrefour met brug over de Aa] , maar

het mag niet hé! De mensen van de Bergbeemden zijn daar tegen. Die zitten daar nu rustig, maar die denken dat ze daar veel meer

verkeersdrukte zouden krijgen...Maar als ze daar nu maar een voetgangersbrugje maken... *…+ Ja niet voor auto's! *…+ En dat zou voor de

mensen van Schorvoort heel veilig zijn. Die kunnen recht naar de Carrefour, recht naar de Lidl’ (Bewoner1, P&D onderzoek 2010).

‘Als wij van de Brandhoef rechtdoor konden rijden [met de fiets], waren wij op twee minuten daar in het centrum [Schorvoortstraat]. En nu

moeten wij altijd [via de Oude Dijk] rond de tip [van het White Star bouwblok] of langs de Schorvoortberg’ (Bewoner1, P&D onderzoek

2010).

De paden in Schorvoort vormen geen weloverwogen gestructureerd netwerk en dragen dus weinig bij aan de

doorwaadbaarheid, aan de aantrekkelijkheid van verplaatsingen te voet en met de fiets (kortsluitingen) en aan

de oriënteerbaarheid binnen Schorvoort. Voor een ‘wijk tussen stad en werk’ is dit niet aangewezen. Het grote

ondoorwaadbare White Star-bouwblok veroorzaakt een omrijbeweging voor voetgangers en fietsers die vanaf

de Schepersstraat (Brandhoef, Den Brand) de winkels en de school in de Schorvoortstraat willen bereiken.

Verbindingen naar de omgeving

Fietsers en voetgangers die Schorvoort willen bereiken of verlaten moeten steeds de zware verkeersaders van

de N19 en de ringweg kruisen op hierboven beschreven gevaarlijke kruispunten.

Hoewel uit de resultaten van de stadsmonitorbevraging (2008) blijkt dat Turnhout bij uitstek een fietstad is

(50% fietsgebruik in vrije tijd, 40% fietsgebruik voor woon-werk/schoolverkeer), liggen Schorvoort en directe

omgeving er toch zeer fietsonvriendelijk bij. Ook uit de resultaten van de wijkwerking blijkt dat de bestaande

35


fietsvoorzieningen en voetpaden veel te wensen overlaten (zie 2.10 Gebiedsgerichte werking). Het

Mobiliteitsplan 2010 komt tegemoet aan deze verzuchtingen.

3.1.7.2 Bouwstenen ruimtelijke kwaliteit i.v.m fiets- en voetpaden

- In het mobiliteitsplan worden drie nieuwe ongelijkvloerse kruisingen voor zwakke weggebruikers

voorgesteld (Mobiliteitsplan 2010):

o aan het kruispunt ring-Oude Dijk

o aan het kruispunt Steenweg op Zevendonk-Everdongenlaan met de N19

o bij het hertekenen van de verkeerswisselaar 24 (in functie van de ontsluiting van de regionale

bedrijvenzone Waterheide) zal het fietspad ongelijkvloers kruisen met de afritten van de E34

- De voetgangerstunnel op de kruising Schorvoortstraat-N19 moet verbeterd worden (Mobiliteitsplan

2010)

- Herinrichting van de Schorvoortse straten (zie hierboven 3.1.6.2 Bouwstenen ruimtelijke kwaliteit

i.v.m. wegeninfrastructuur)

- Het wensbeeld voor het fietsnetwerk uit het Mobiliteitsplan verbindt Schorvoort met de belangrijkste

woon-, werk-, voorzieningen- en harde recreatiepolen en recreatiegelegenheden in natuurlijke

omgevingen in het Turnhoutse

- Het wensbeeld voor het fietsnetwerk (Mobiliteitsplan 2010) vormt een goede basis voor het nog uit te

bouwen Schorvoortse fietsnetwerk. Er zouden maasverkleiningen en uitbreidingen kunnen

voorgesteld worden in functie van:

o Kortere routes naar de voorzieningen in het centrum en aan de rand van Schorvoort

(o.a.Carrefour)

o Ontsluiting van de projectzones voor woonontwikkeling

o Kortere recreatieve tracés naar de Aa-vallei, Darisdonkvinger en Waterheide

(Pikloopvallei)(Onderzoekers P&D)

- Maasverkleiningen, uitbreidingen en aanplantingen op het geplande fietsnetwerk (Mobiliteitplan

2010) moeten bijdragen aan het verhogen van de oriënteerbaarheid in Schorvoort (Onderzoekers

P&D)

3.1.8 Voorzieningen

3.1.8.1 Beschrijving

Fig. 55 Voorzieningen in Schorvoort

Voorzieningen in Schorvoort

In Schorvoort concentreren de voorzieningen zich rond enkele assen:

- Langs het oude oostwestlint (begin Schorvoortstraat-Schorvoortberg) liggen een frituur, een

droogkuis, een bakker, een drankenhandel, de basisschool (Sint Franciscus), een kledijwinkel, de Sint

Franciscuskerk, het parochiehuis en een broodjeszaak.

- De overige winkels concentreren zich in de Schorvoortstraat: een apotheek, een slager, een bakker,

een kruidenier en een krantenwinkel. In de Waterheidestraat bevindt zich nog een kleine supermarkt.

- Langs de Slagmolenstraat liggen Voetbalclub Technico, een frituur en een wijnhandel, en tegen de N19

aan bevinden zich een bouwmaterialenhandel en opslagruimtes en ateliers voor kleine

bouwondernemers. Deze bedrijven trekken zwaar verkeer aan.

- In het oude segment van de Steenweg op Zevendonk parallel en aan de voet van het grondlichaam

van de N19-brug over de E34 bevindt zich nog een bakker.

36


Voorzieningen aan de rand van Schorvoort (N19, R13)

- Langsheen de N19 en de R13 vestigden zich voorzieningen die zich richten op de hele stadsregio:

o Kruispunt N19-stadsring: Stadspark, Cluster Carrefour, Taverne De ring, Lunchgarden,

kapperszaak, Pizzahut, Mc Donalds, Brico, Shell tankstation, Auto vijf, Ixina keukens, Lidl

o R13: dokterspraktijken en accountants

o N19: drie banken (hoofdkantoor), winkels diefstalbeveiliging, chocolatier, Daf vrachtwagens,

tankstation, verfhandel, meubelwinkel, Sauna- en whirlpoolwinkel, fietsen en

grasmaaierwinkel, vloerenbedrijf, twee cafés en één frituur.

Verschijningsvorm van de voorzieningen

In de verschijningsvorm van de voorzieningen zijn grosso modo vier types te onderscheiden:

- Nieuwe winkelwoningen aan de Schorvoortstraat en de Schorvoortberg

- Herbestemming van oude boerderijgebouwen in de Slagmolenstraat (loodgieter, wijnwinkel, frituur)

- Herbestemming van oude rijhuizen langs de N18

- Baanwinkels langs N19 en Ring.

Er is geen spontane ontwikkeling van voorzieningen in bestaande woningen van verkavelingen, enkel in de

Welvaartstraat vestigde zich een afhaalchinees.

Bedrijvenzones

Rond de E34 en de knooppunten 23 en 24 liggen grote regionale bedrijvenzones (Everdongen, Visbeek,

Veedijk). Ze worden vanaf de N19 ontsloten via de Everdongenlaan en via ontsluitingen die aantakken op de

N140.

Op het ‘stedelijk bouwvrij agrarisch gebied’ Waterheide tussen Slagmolenstraat en E34 willen het stedelijke en

Vlaamse beleid in de toekomst een nieuwe regionale bedrijvenzone ontwikkelen.

3.1.8.2 Problemen, wensen, potenties en dynamieken i.v.m. voorzieningen in Schorvoort

Te weinig voorzieningen

‘Bewoners van obligatiewoningen, seniorenflats en aanleunwoningen moeten binnen een straal van 500 meter voorzieningen van de lokale

middenstand kunnen aantreffen. Dat is onmogelijk als er geen marktplein aanwezig is waar ze naar de bakker kunnen, naar de slager, de

krant gaan halen, eens iets gaan drinken, de krant kopen, … ‘ (Stakeholder OCMW, P&D onderzoek 2010).

De wijk Schorvoort beschikt over te weinig voorzieningen om als een volwaardige Turnhouts ‘dorp’ beschouwd

te kunnen worden. Een woonontwikkeling op maat van Schorvoort kan het noodzakelijke draagvlak leveren om

het voorzieningenniveau van Schorvoort op te krikken in afstemming met de centrale stedelijke voorzieningen.

Tijdens gesprekken werden volgende tekorten aangehaald:

- Café

- Bankautomaat

- Postkantoor

- Bovenlokale winkel zoals Aveve

Kleine buurtvoorzieningen in de deelwijken

- Plekken voor buurt-kunstproject, betekenis geven aan zielloze plekken

37


- Bijkomende lokalen voor het verenigingsleven

- Buitenschoolse kinderopvang (50 kinderen) en kinderdagverblijf

- Dienstencentrum voor ouderenzorg

- Zitbanken aan het kerkplein, op speeltuinen

Tentatieve programma’s voor ontbrekende voorzieningen

- Buitenschoolse kinderopvang (50 kinderen) en kinderdagverblijf (50 kinderen)

De vzw Kinderopvang Turnhout organiseert momenteel buitenschoolse kinderopvang in de Sint-Franciscusbasisschool

in Schorvoort. De locatie Schorvoort is wel gemeld aan Kind & Gezin maar werd niet erkend (en

dus ook niet gesubsidieerd door Kind & Gezin) omdat de locatie niet voldoet aan de voorwaarden inzake

infrastructuur. Kind & Gezin is ook geen voorstander van het organiseren van buitenschoolse kinderopvang in

lokalen van een school.

Gezien de plannen om het aantal woongelegenheden in de nabije omgeving verder uit te breiden, lijkt het

opportuun om voldoende plaats voor kinderopvang te voorzien. Wanneer er meer jonge gezinnen zich in de

toekomst gaan vestigen in dit woongebied, zal de behoefte aan kinderopvang nog toenemen.

De vzw vraagt om een locatie voor de kinderopvang in te plannen binnen dit woongebied. Indien deze locatie

voldoet aan de erkenningvoorwaarden wordt deze ook gesubsidieerd. Een realistische schatting is een locatie

van 50 kindplaatsen voor buitenschoolse kinderopvang.

Ook de mogelijkheid om een kinderdagverblijf te openen dient te worden onderzocht. In dit gedeelte van

Turnhout is er immers nog geen gelegenheid om kinderen jonger dan 3 jaar op te vangen in groepsverband

terwijl de noodzaak hieraan steeds groter wordt.

(VZW Kinderopvang Turnhout, Nota kinderopvang in Turnhout 11 augustus 2010)

Programma: tentatief voorstel op basis van referentievoorbeelden IGLO Antwerpen (De Smet-Vermeulen

architecten) en normen Kind en Gezin

Buitensschoolse kinderopvang 50 kinderen:

700m² (gelijkvloers), 55m² (+1)

Omvat 4m²/kind binnenruimte (200m²), keuken (10m²), sanitair/berging (25m²), administratie +

vergaderruimte (20m²), buitenruimte (500m²).

Kinderdagverblijf voor 3*14 kinderen (aangenomen capaciteit opvang jonge kinderen = opvang

schoolgaande kinderen):

1200m² (gelijkvloers), 130m² (+1)

Omvat binnenruimte, keuken, sanitair/berging, administratie + vergaderruimte, buitenruimte (300m²).

- Lokaal dienstencentrum voor ouderenzorg (tentatief voorstel op basis van projectdefinitie open oproep IGLO

Antwerpen 2005)

- In de wijk zichtbaar, toegankelijk, aantrekkelijk

- Gericht op de wijk, Interactief, inter-generationeel, intercultureel

- 1200m² (incl. heemkundige kring (50m²) en oxfamwinkel (50m²))

- Omvat:

o Aanspreekpunt (Informatie en adviesloket)

38


o Ontmoetingscentrum (cafetaria) (sociale cohesie bevorderen)

o Coördinatie- en servicepunt voor hulp en dienstverlening

o Zorgloket

o uitvalsbasis zorgverlening aan huis

o polyvalente ruimte (voor de gehele buurt)

o wellness, wassalon, kapsalon, maaltijden, badfaciliteiten.

- Multifunctioneel lokaal voor geloofsbelijdenis(sen) van de Schorvoortse gemeenschappen, andere dan de

katholieke eredienst

- 500m²

- Omvat buurtbidhuis, parking, 1 leslokaal, kleine buitenruimte

3.1.8.3 Bouwstenen ruimtelijke kwaliteit i.v.m voorzieningen

- Aandacht voor kernversterking: alle nieuwe voorzieningen worden bij voorkeur gelokaliseerd op de

bestaande voorzieningen-as van Schorvoort (Schorvoortstraat, kerkplein). Seniorenflats worden bij

voorkeur op 500m wandelafstand van de voorzieningen-as ingeplant (OCMW, Onderzoekers P&D)

- Door hun architectuur en volumetrie moeten belangrijke voorzieningen, zoals het dienstencentrum

voor ouderenzorg en de kinderopvang, als bakens functioneren in de woonomgeving. Ze dragen zo

ook bij aan de oriënteerbaarheid van Schorvoort (Onderzoekers P&D)

- Potentiële inter-generationele relaties, zoals het inzetten van ouderen bij de kinderopvang en bij het

beheer van volkstuintjes, moeten aangemoedigd worden door deze activiteiten te clusteren

(Onderzoekers P&D)

3.2 Bestaande sociale structuur en wensen

3.2.1 Demografie en demografische evolutie Turnhout/Schorvoort

Gegevens en ambities

In Schorvoort woonden in 2009 3180 bewoners, dat is 8% van de 40.617 inwoners van Turnhout.

Het stedelijk beleid wil dit aantal gevoelig opdrijven. Het ruimtelijk structuurplan (p. 178) streeft ernaar in de

periode 2007-2013 nog 327 bijkomende woningen te bouwen. Indien de hydrologische situatie het toelaat

zouden er op langere termijn nog ca. 160 woningen moeten bijkomen. Dat zou tussen 750 en 1.120

bijkomende bewoners kunnen opleveren zodat er meer dan 10% van de bevolking van Turnhout zou wonen.

Een dergelijk percentage is betekenisvol voor een stad: het levert een voldoende draagvlak voor een zekere

centraliteit (winkels, voorzieningen …). Toenemende bevolking doet ook de vraag stijgen naar meer diensten

en voorzieningen, alsook naar meer open(bare) ruimten, circulatieruimte, infrastructuren, …

In de oorspronkelijke opdracht werd gevraagd om dergelijke evoluties te begroten: ‘De interpretatie van

beschikbare statistische en objectieve gegevens (ruimtelijk, economisch, demografische, sociaal) en een

analyse van hoe deze evolueren in de toekomst (o.a. demografische trenscenario’s)’. We kozen ervoor om

deze benadering achterwege te laten. Dit gebeurde niet enkel omdat in de loop van het proces de indruk

steeds sterker werd dat bepaalde stakeholders dergelijke ‘objectieve’ informatie wensten in te zetten voor

louter particuliere doelstellingen. Een belangrijker reden is dat dergelijke ramingen meestal verkeerd blijken te

zijn omwille van onvolledige gegevens, verkeerde (verdelings)gewichten, on(aan)gepaste methodes,

onverwachte wendingen in preferenties, onvoorspelbare veranderingen in randvoorwaarden, onderschatte

migraties tussen deelgebieden, enzovoort. Bovendien wordt de logica van de ontwikkeling van een stad(sdeel)

39


op zijn kop gezet. Steden en stadsdelen groeien door menselijke beslissingen. Locatiebeslissingen werken ‘van

onder op’, geleid door – voor individu of gezin - kwalitatieve factoren (huis met tuin, goede school in de buurt,

gezonde lucht, goede bereikbaarheid, dicht bij werkgelegenheid …) die worden afgewogen tegen de kostprijs.

Beleidsbeslissingen werken van boven uit en trachten het complex systeem ‘stad’ zo goed en zo lang mogelijk

in dynamisch evenwicht te houden, geleid door overwegingen die collectief welzijn en welvaart voorop stellen,

daarbij gebruik makend van specifieke woningtypes, bepaalde niveaus van diensten en voorzieningen, gepaste

(veilige, voldoende, gediversifieerde) infrastructuren, voldoende open en groene ruimten, concentratie of

spreiding van functies …

Omdat Schorvoort enerzijds volgens het stedelijk en het Vlaamse bestuursniveaus moet groeien in inwoners,

diensten en voorzieningen, maar omdat Schorvoort anderzijds reeds tamelijk is volgebouwd, op een

onevenwichtige wijze, met tal van problemen (zoals slechte relaties met het stadscentrum en –park, te grote

concentraties van sociale woningen …) en met enkele absoluut te behouden kwaliteiten (open landschap, Aavallei,

historische relicten, therapeutische voetbalvelden …) hebben we het over een andere boeg gegooid.

In het zog van het Structuurplan Vlaanderen dat expliciet afstand neemt van ‘stedenbouw van de vraag’, is in

dit onderzoek een gamma van instrumenten ingezet (interviews, workshops, observaties, mentale kaarten,

ontwerpen …) om de ‘draagkracht’ van Schorvoort te onderzoeken. Het begrip draagkracht slaat zowel op wat

de omgeving nog aan kan (grotere dichtheden, meer bebouwing, waterbekkens …) als op opportuniteiten voor

(toekomstgerichte) verbeteringen (veiligheid, natuurontwikkeling, connectiviteit met de omgeving …). Dit

houdt een keuze in voor kwaliteit in plaats van (enkel) kwantiteit, vanuit de overtuiging dat sturen op kwaliteit

veel effectiever en efficiënter is dan vertrouwen in trendscenario’s. Dit houdt tevens een keuze in voor het

maken van een sterk maar flexibel ruimtelijk kader dat plaats biedt voor meerder sociale scenario’s die zich

geleidelijk in de tijd ontplooien, voortbouwend op voorgaande beslissingen, realisaties en reacties daarop.

3.2.2 Het sociaal weefsel van Schorvoort

3.2.2.1 Beschrijving sociaal weefsel

3.2.2.1.1 Samenhang tussen sociale en ruimtelijke structuren

Fig. 56 Spreiding allochtone bewoners in Schorvoort

Fig. 57 Afbakening buurtcomités in Schorvoort

De evolutie van sociale en ruimtelijke aspecten in Schorvoort samen lezen leidt tot de suggestie dat er zich

geleidelijke samenhangen hebben ontwikkeld tussen sociale en ruimtelijke structuren. De geleidelijke opbouw

van het ruimtelijk weefsel rond oude wegen met lintbebouwing van hoeves en (half)vrijstaande woningen die

geleidelijk worden uitgebreid om plaats te bieden aan stallingen en bergruimten, ruimteverslindende moderne

toestellen, individuele kamers, hobbyruimten, … waarin traag mee-evoluerende gezinnen trachten goede

buren te worden en bedrijven langs de drukst bereden wegen de plaats innemen van koe en hooi. Bestuurlijke

bekommernis drukt zich uit in sociale tuinwijken met een initieel homogene bevolking waarvan een minderheid

nadien voldoende hoog op de sociale ladder klimt om de reeds eigengemaakte woning te verwerven en –

uiteraard – grondig te verbouwen terwijl een ander deel het onderhoud overlaat aan de bouwmaatschappij. De

‘betere’ verkavelingen’, mogelijk gemaakt door landbouwgrond in de woningmarkt te schuiven en de waarde

ervan te optimaliseren in individuele expressies van individuele strevingen, met trapveldjes waar de bewoners

thuis zijn, maar niemand thuis is voor de anderen. Paradepaardjes van sociale groepswoningbouw waarin het

experimenteren met woningplattegronden verschuift naar de wijkplattegronden met een groot collectief

imago, waarbij de huurders enkel rest de voor-achter-logica om te keren wat zorgt voor hoge omheiningen

rond achtertuinen en een naargeestige straat.

40


Door deze evolutie is Schorvoort geen homogene wijk geworden: ze vertoont een grote diversiteit, zowel naar

demografie en sociale structuur als naar woonstructuur en fysieke structuur. Grosso modo springen

morfologisch vier gebieden in het oog – zie kaart – die ook in grote lijnen herkenbaar zijn in de samenstelling

van de bevolking en in de wijkwerking : Schorvoortberg – Oude Dijk; de sociale woonwijk Waterheidestraat-

Acacialaan (‘Witte wijk’); de sociale woonwijk den Brand; de Brandhoefstraat en omgeving. Fysiek en sociale

diversiteit gaan met elkaar echter op complexe wijze om. De fysisch meest homogene van deze wijken is den

Brand: een tamelijk uniform sociaal wooncomplex maar met een zeer verscheiden bevolking en een relatief

hoge concentratie bewoners van niet-EU origine. De vrij traditionele verkaveling Brandhoefstraat en omgeving

heeft een veel homogenere bevolking (betere middenklasse) en distantieert zich zowel ruimtelijk als sociaal

van Den Brand en de wijk Waterheidestraat-Acacialaan, de andere en grotere sociale woonwijk waar reeds een

groot aantal woningen is verkocht aan de bewoners. Schorvoort-Oude-Dijk is zeer gemengd qua bebouwing en

qua sociale samenstelling.

De huidige fysieke diversiteit herhaalt zich ook in de wijkwerkingen. Bewoners van vier uitgesproken

verschillende woonbuurten organiseren zich in afzonderlijke bewonersgroepen:

o Het brandhoefcomité werd opgericht door en voor de bewoners van de introverte

burgerijverkaveling Brandhoef (Azalealaan, Brandhoefstraat, Schanssstraat, Schepersstraat,

Welvaartstraat, Wolfjagersstraat, Oude Dijk (oneven nrs 103-117), Schorvoortstraat (oneven

nrs 29-127), Slagmolenstr (oneven nrs 105-125)) (gesubsidieerd door Gebiedsgerichte

Werking)

o Het buurtwerk ‘Schorvoortberg-Oude Dijk’ werd op touw gezet door en voor de bewoners

van de lintbebouwing langs de Schorvoortberg, Oude Dijk, Broekzijde en Wolfjagersstraat

(gesubsidieerd door Gebiedsgerichte Werking)

o Het lopend vuurtje is een bewonersgroep voor de bewoners van de introverte sociale

verkaveling ‘Den brand’. Deze groep werd door de stedelijke dienst ‘gebiedsgerichte werking’

opgericht en heeft een eigen buurthuis (gesubsidieerd door Gebiedsgerichte Werking)

o De bewoners van de Waterheidestraat organiseren zich eveneens in een buurtcomité. Dit

comité wordt wegens te weinig georganiseerde activiteiten niet gesubsidieerd door de

‘Gebiedsgerichte Werking’ van de stad

Dit levert de indruk dat er betekenisvolle samenhangen zijn ontstaan tussen de bewoners en hun omgeving.

Bevestiging hiervoor wordt gevonden in de breuklijnen tussen de wijkwerkingen: in een zelfde straat stoppen

de uitnodigingen voor de wijkvergaderingen en –initiatieven waar de woningen veranderen. Dit voorbeeld

toont tegelijkertijd aan dat deze samenhangen alles behalve eenduidig zijn.

De vier opvallende deelgebieden zijn erg complex en divers in hun combinatie van bewoners- en

omgevingskenmerken. Geleidelijk lijkt die diversiteit echter uit te logen. De ‘Witte wijk’ verliest karakter door

geleidelijke verkoop, waardoor tientallen micro-aanpassingen de identiteit onder een klusserskorst verbergen.

Den Brand zal wellicht – om dit ‘zwart schaap’ onder de wijken beheersbaar te kunnen houden – dezelfde weg

opgaan, met wellicht een nog sterkere aantasting van het beeld. De oude wegen slibben geleidelijk volledig

dicht langs beide zijden waardoor kenmerkende doorkijken naar het landschap verdwijnen. Tegelijkertijd

neemt de voortwoekerende verzegeling van voortuintjes veel van de prettige accentjes weg die voor huis-tuinen-keuken-vlijt

staan maar ook de straat een eigen gezicht geven. Tenslotte stelt men vast dat de centraliteit in

Schorvoort weliswaar niet beduidend afneemt, maar inboet qua diversiteit: in het recent verleden verdwenen

de Post en AVEVE.

3.2.2.1.2 Beschrijving sociaal weefsel

Gebiedsgerichte werking doet er alles aan om het sociale weefsel – relaties tussen sociale groepen - te

versterken door via initiatieven de sociale dynamiek te versterken.

41


- Griffelkermis, Post it: mijn wijk doet mij denken aan (27.09.09)

- Doe mee-avond met de Kandoe methode (12.10.09)

- Digidak in buurthuis Den Brand

- Kookcursus in buurthuis Den Brand

- Jeugdwerking in Den Brand

- Jeugdcafé

- Bewonersgroepen

- Intentie tot samenwerking tussen eigenaars van projectgebieden voor woonontwikkeling (vermijden

van concentratie sociale woningen, verkeersproblematiek etc.)

Ook het ruimtelijk weefsel wordt voor de versterking van het sociale weefsel aangesproken. Men polst

bijvoorbeeld naar gewenste ruimtelijke wijzigingen in de buurt. De mate waarin mensen ruimte kunnen

inzetten om de uitwisselingen tussen hun persoonlijk en/of groep en hun sociale contexten te beheren (bijv.

garanderen van privacy van woningen;beheersbaarheid van de uitwisseling publiek privaat; bijdrage van

private sfeer en inrichting tot de publieke sfeer …) is inderdaad van het grootste belang en moet zorgvuldig

worden overdacht.

Hoe bepalend de organisatie van de ruimte voor de uitwisseling tussen bevolkingsgroepen en tussen

verschillende deelgebieden is leren we uit de buurtwerking in Schorvoort. Hierboven legden we kort uit welke

deelgebieden we in de wijk kunnen onderscheiden. Deze deelgebieden komen grosso modo overeen met de

actieve wijkwerkingen, waarvan er drie van de vier door de Buurtraad erkend en gesubsidieerd worden.

Eerst en vooral is het zo dat de buurtwerkingen zeer sterk op de eigen buurt gericht zijn. Bovendien is er een

wederzijdse versterking tussen de ruimtelijke en de sociale scheidingen. Voor Den Brand is dit zeer duidelijk.

Maar ook voor Schorvoortberg-Oude Dijk en de Waterheidestraat, waar de interne ‘bouweenheid’ veel minder

duidelijk is, is dit het geval. Duidelijke afscheiding komt er door herkenbare sociale woningbouw, maar ook

door drukke straten die eigenlijk sociaal op elkaar afgestemde gebieden van elkaar weghouden

Deze wederzijdse versterking van lokaal-ruimtelijke en lokaal-sociale patronen trekt zich ook gedeeltelijk door

in de ruimtelijke invulling van ander sociaal gedrag zoals schoolgaan en aanspraak maken op dienstverlening

buiten het eigen gebied.

Toch mag deze wederzijdse versterking van fysische en sociale ruimtelijke scheiding niet verabsoluteerd

worden. Buurthuis Den Brand is bijvoorbeeld host voor een aantal wijkoverschrijdende activiteiten/iniatieven.

Whitestar trekt jeugd aan van ver buiten Schorvoort. ...

Uit de interviews bleek dat er zowel uitwisselingen met een positieve als een negatieve lading voorkomen.

Plekken waar men komt voor dagelijkse behoeften spelen een belangrijke rol in bewonerscontacten (bakker,

drankenwinkel, maar ook school en apotheek (omwillen van de wachtenden). Veel netwerken ontstaan

omtrent school, ook de Griffelkermis is van groot belang. Organisaties spelen een belanrijke rol: jeugdbeweging

en vrijwilligers die een Jeugdcafé open houden. En uiteraard de vele buurtcomités. In deze rij neemt de

exlusiviteit echter toe. Verenigingen krijgen enkel leden en bekenden over de vloer, ook al is dat niet steeds zo

bedoeld. Bewuste exclusiviteit is sterk tussen de bewoners van de wijk Brandhoef en de kinderen uit Den Brand

die er op het pleintje willen spelen. Het is een pars pro toto voor een telkens weerkerend refrein: Den Brand is

speciaal, haar bewoners vallen bijna overal buiten, in belangrijke mate ook omdat ze nauwelijks op

uitnodigingen ingaan. Bewoners van Den Brand moeten ter plaatse worden opgezocht, het jeugdlokaal (en

jeugddienst, en wijkgerichte werking) speelt daarbij een cruciale rol. Recent tekenen zich vergelijkbare

fenomenen af in de ‘sociale woonwijk rond de Acacialaan’ (die overigens een vergelijkbaar profiel vertoont qua

bevolking. Te eenzijdige concentraties van kansarmen zijn wellicht de basis van het probleem; het relatief groot

aantal allochtonen versterkt dit, zeker omdat er mensen uit erg gesloten tradities komen (bv. Berbers).

42


Contacten met niet-buurtbewoners zijn intens rond de voetbal, waarbij het terrein van White Star de

belangrijkste plaats inneemt: alle bevolkingsgroepen komen er. Sport in het algemeen is een aantrekkelijke

factor voor uitwisseling (er is ook een korfbalclub). Meer en meer verenigingen van buiten Schorvoort komen

de oude parochiezaal huren. ‘Schorvoort leeft’ (Ambtenaar/bewoner1, P&D onderzoek 2010). Het feit dat men vanuit

het centrum de ‘mentale grens’ (Ambtenaar/bewoner2, P&D onderzoek 2010) van de Ring oversteekt is betekenisvol.

Ook wat externe uitwisseling betreft is Den Brand speciaal: het pleintje blijkt regelmatig ex-bewoners (tot uit

Nederland) over de vloer te krijgen, die er elkaar en de huidige bewoners ontmoeten.

3.2.2.2 Bouwstenen voor sociale innovatie

Sociale interactie is het beste cement voor een duurzaam sociaal weefsel. De geplande woonverdichting die

meer ‘menselijke dichtheid’ in Schorvoort zal creëren is een belangrijke voorwaarde voor de toenemende

kansen op sociale interactie. Ook vormt ze de aanleiding om de verdichting potentieel te laten samenvallen

met de kwalitatieve ontwikkeling van latente/embryonale plekken voor het ‘kleine ontmoeten’ (Soenen 2006)

in Schorvoort.

Sociale interactie is een onderdeel van sociale cohesie als proces (Moulaert, F., Musterd, S., Miciukiewicz, K.,

Novy, A. 2012 Special Issue of Urban Studies over Social Cohesion in the City, forthcoming). Die interactie is

geleed. Lofland onderscheidt drie verschillende relationele vormen voor sociaal stadsleven: de publiekrelationele

sfeer, de parochiaal-relationele sfeer en de privaat-relationele sfeer.

De privaat-relationele sfeer betreft de relaties van intimiteit binnen families en vriendenkring. Privaatrelationele

activiteiten spelen zich in Schorvoort af in de private ruimtes in en rond de woningen.

De parochiaal-relationele sfeer betreft het gevoel van gemeenschappelijkheid tussen mensen zoals buren,

collega’s etc. Het gevoel van gemeenschappelijkheid op basis van specifieke woonsituaties is vaak de

onderlegger bij het vormen van dergelijke relaties. De relaties in de parochiaal-relationele sfeer treffen we in

Schorvoort bijv. aan onder de vorm van bewonersgroepen.

De publiek-relationele sfeer is de wereld van interacties met vreemden en speelt zich af in de publieke ruimte

en in de collectieve ruimte van winkels, sportclubs, scholen etc. (Lofland in Soenen 2006: 48). Deze ruimtes

hebben als kenmerk dat ze ‘ambivalent’ zijn of ‘bemiddeling’ toelaten: je kan er bekende en onbekende

mensen zowel vermijden als ontmoeten of afstandelijk observeren (Soenen 2006: 63, Loeckx 1999: 200). Het is

veelal via vluchtige contacten (observeren, korte vluchtige gesprekken) dat ouderen interageren met jongeren,

allochtonen met autochtonen. Interculturele relaties ontwikkelen zich dikwijls via deze kleine contacten

(Soenen 2006: 43). Het is daarom een cruciale sfeer in de vorming van sociale weefsels.

De omgeving speelt een belangrijke rol in de vorming, het in stand houden en het valoriseren van die relaties.

Ze kan de hoeveelheid en de intensiteit van de contacten ondersteunen. Vooral bijdragen tot een diversiteit

van mogelijke contacten is een belangrijke bekommernis. Deze diversiteit aan contacten is voorwaarde voor

een rijk en geschakeerd sociaal weefsel.

De kleinschalige introverte publieke buurtparkjes met speeltuigen, voetbalveldjes en petanquebanen (geheel in

lijn met het jaren ’70 gedachtegoed van lusvormige woonerven) moedigen de interactie tussen buurtbewoners

aan. Het groepsgevoel in deze parochiaal relationele sfeer leidt echter ook tot het uitsluiten van interactie

tussen de bewonersgroepen. Zo laat de bewonersgroep van Oude Dijk geen leden toe die in Den Brand wonen,

wordt het gebruik van het pleintje in Brandhoef door de allochtone kinderen van Den Brand ontmoedigd en

dulden bewoners van Den Brand niet dat Brandhoefbewoners hun hond uitlaten op de groene ruimte van Den

Brand.

43


De ‘enclavering’ (Loeckx 1999: 199) van de stadswijk Schorvoort staat sociale activiteiten in de publiekrelationele

sfeer in de weg. De ontsluitingsstraten en introverte mini-parkjes van de verkavelingen geven

buitenstaanders het gevoel indringers te zijn. Toch zijn contacten ook niet volledig onbestaand. In interviews

werden de winkels van de Schorvoortstraat en de schoolpoort meermaals vermeld als plekken voor ‘vluchtige’

ontmoetingen. De inrichting van de publieke ruimte ondersteunt deze potentie echter niet. Hoewel de sociale

activiteiten in de kerk, in de parochiezaal, op de White Star-voetbalvelden en op het scoutsterrein eveneens

bouwstenen zouden kunnen zijn van een bemiddelende publieke ruimte, brengen we ze vooralsnog eerder in

de categorie ‘parochiaal-relationele sfeer’ onder. In deze ruimtes organiseren ‘parochiale groeperingen’ zoals

KVLV (landelijke vrouwenbeweging), koorgroepen, voetbalclub hun activiteiten. Hun verborgen ligging (cfr.

White Star, scoutslokalen …), een gebrek aan een synergie van activiteiten (bijvoorbeeld rond het kerkplein), en

onaangepaste publieke ruimte (veel verharding/parking, geen zitgelegenheden …) verhinderen dat deze

activiteiten ook aanleiding zouden geven tot ‘bemiddeling tussen vreemden’. Even belemmerend is het

ontbreken van voldoende (diverse) verbindingen tussen dergelijke plekken, want die zouden moeten zorgen

voor voldoende en diverse ruimtegebruikers.

De geplande verdichtingsoperatie levert dus een gedroomde aanleiding om ook sociale uitwisseling te

verdichten. Dit kan onder andere door het voorzien van voldoende doorwaadbaarheid, synergieën tussen

activiteiten, ruimtelijke vermenging van functies en groepen, gemengde en complementaire centraliteiten,

grotere binnendoorheid binnen de bouwblokken en deelwijken, vlotte toegankelijkheid tussen deelwijken,

schaalverbindingen door inbreiding van dienstenfuncties en ontmoetingsplaatsen tussen wijken onderling. Ook

gedeeld ruimtegebruik van winkels, parochiezaal, buurtpark, stadspark, sociale invulling van breuklijnen en

onvoltooide fiets- en wandelnetwerken, verdunning (qua verkeer) en verdichting (qua netwerking) van

bepaalde verplaatsingsassen kunnen de gewenste sociale uitwisseling bevorderen.

4. Visie en concepten voor het ontwikkelingsplan ‘Schorvoort Morgen’

Op basis van de lezing van kwaliteiten, problemen, wensen, potenties en dynamieken in Schorvoort en op basis

van overleg met stakeholders en bewoners aan de hand van een beknopt ontwerpend onderzoek formuleren

we onderstaande visie en concepten. Over deze ideeën werd bij de meeste betrokken partijen consensus

gevonden.

4. 1 Visie

De woonontwikkelingsopgave die door het GewRUP geformuleerd werd voor Schorvoort moet aangegrepen

worden om Schorvoort te laten ontwikkelen tot een klimaatbewust, multicultureel en sociaal-innovatief dorp

binnen de Turnhoutse stadregio, op wandelafstand (1,5km tot de Grote Markt) van de binnenstad. Dit houdt in

dat:

- er voldoende ruimte gegeven wordt aan de Aa-vallei om te functioneren als volwaardige ecologische

verbinding, waterretentie- en overstromingszone en stadspark

- de agrarische sector in Schorvoort moet aangemoedigd worden tot omschakeling naar een

innovatieve milieubewuste en sociaal geëngageerde landbouw (Community Supported Agriculture,

biolandbouw, hoevetoerisme etc.)

- alle sociaal-demografische groepen (de huidige vergrijzende bevolking, starters, zorgbehoevenden

(senioren en andere ), meer en minder kapitaalkrachtige groepen etc.) hier een geschikte

klimaatbewuste woning, dorpsvoorzieningen en (natuurlijke) ontspanningsruimte kunnen vinden

- Schorvoortenaars zich veilig en klimaatbewust kunnen verplaatsen naar de belangrijkste woon-, werk-,

voorzieningen- en harde recreatiepolen en recreatiegelegenheden in natuurlijke omgevingen in het

44


Turnhoutse. Schorvoort moet ook veilig en vlot kunnen bereikt worden door bewoners uit andere

stadsdelen

- er voldoende bemiddelende publieke ruimte en voorzieningen aanwezig zijn zodat de

hierdoor mogelijke menging van functies en groepen het sociaal weefsel van Schorvoort en Turnhout

kan versterken

- het aanbod sociale woningen (15 % van het totale woningenaanbod) verspreid en weinig

onderscheidbaar voorzien wordt

- het karakter van Schorvoort zich onderscheidt van andere stadsdelen

- de inrichting en de aanplanting van de publieke ruimte en de architectuur van de nieuwe woningen en

voorzieningen herkenbaarheid en oriënteerbaarheid bevorderen

- de Schorvoortse publieke ruimte en de publieke voorzieningen zodanig ontworpen worden dat ze

robuust en ‘onderhoudsvriendelijk’ zijn

- stakeholders en bewoners intens moeten betrokken tijdens het ontwerpproces van het Schorvoortse

ontwikkelingsplan

4.2 Concepten

4.2.1 Een ruimer stadspark rond de Aa-vallei bemiddelt tussen de stadsdelen binnenstad, Schorvoort,

Papenbruggen en Ringweg

Fig. 58 Parkgebied en velden voorwoonontwikkeling volgens GewRUP en RST

Fig. 59 Een ruimer stadspark rond de Aa-vallei bemiddelt tussen de stadsdelen binnenstad, Schorvoort, Papenbruggen en ringweg

Fig. 60 Stadspark-Schorvoort als natuurlijke en agrarisch beheerde tegenhanger van Stadspark-Turnhout in Engelse landschapsstijl

Fig. 61 Volkstuintjes inzetten om groepen en functies te mengen in het park

Fig. 62 Referentiebeeld ongelijkvloerse kruising fietspad en eco-verbinding onder N19

Fig. 63 Kleinschalige waterretentie met tijdelijke bekkens in het Aa-valleipark

Fig. 64 Referentiebeeld Kleinschalige waterretentie met tijdelijke bekkens

Fig. 65-66 Een lange onderbreking in de lintbebouwing van de Schorvoortberg maakt ongehinderde zichtrelaties mogelijk tussen de

hoogteovergang Aa-vallei-Schorvoortberg en de uitgestrekte open ruimte van de Darisdonkvinger

‘Het is een toffe buurt om te wonen zolang er zoveel activiteiten georganiseerd worden en er voldoende groen in Schorvoort blijft. Het

doet me pijn te zien dat alle groene plekken volgebouwd worden met huizen en later met fabrieken. Dat is er teveel aan’ (Post it,

Griffelkermis 2009).

Een ruimer stadspark en natuurontwikkeling rond de Aa-vallei

Uit voorgaande delen blijkt dat het aangewezen is om de Aa-vallei in Schorvoort grotendeels te vrijwaren van

bebouwing. Niet als smal groen lint, maar als volwaardige vochtige hooiland-vallei. Ze kan verschillende

wensen een plek geven:

- Ecologische verbinding tussen natuurgebieden in het noorden en het zuiden van de stad, en tussen

het stadspark en de Schorvoortse Aa-vallei

- Waterretentiegebied voor de stadsregio en overstromingsgebied voor de Aa

- Veilige toegang (nieuwe ongelijkvloerse kruising N19) naar het stadspark vanuit Schorvoort

- Als cultuurhistorisch relict van het landbouwverleden en identiteitsdrager verbindt ze Schorvoort met

zijn landbouwverleden

- Het verruimd stadspark brengt groene open ruimte binnen handbereik van de Schorvoortenaar

- Volkstuinsite voor Turnhout

45


- Publieke ruimte voor bemiddeling tussen maatschappelijke groepen op mesoschaal (Schorvoort) en op

macroschaal (stadsregio)

White Star-bouwblok wordt verdicht, woonontwikkelingszone Aa-vallei wordt kleiner

Een ruiloperatie dringt zich op: grootschalige groenvoorziening op de plek die nu reeds beschikt over de

vereiste schaal en de groene belevingskwaliteit maar als gebied voor stedelijk wonen herbestemd werd;

woningen ontwikkelen op de voetbalenclave van White Star (volgens GRUP en GRS te vrijwaren van

bebouwing). De voetbalvelden herlokaliseren we aan de Schorvoortse hoofdtoegang naar het nieuwe

stadsparkdeel (Voor het parkeren door clubleden en bezoekers kan gezocht worden naar een samengebruik

van de Carrefourparking, zie 4.2.3)( Er is bijkomend onderzoek nodig naar de draagkracht van de gronden in de

Aa-vallei).

De noodzakelijke ruimte om een goede waterretentie (voor het regenwater van de binnenstad en van

Schorvoort), overstromingscapaciteit, natuurontwikkeling en zachte recreatie te voorzien zal de uiterste

bebouwingsgrenzen van de projectzones Aa-vallei noord en zuid bepalen.

Kleinschalige waterretentie inpassen in waardevol historisch landschap

We stellen voor om de waterretentie in de projectzone zeer kleinschalig te realiseren door alle bestaande

grachten wat te verbreden en meerdere kleine smalle tijdelijke bekkens te voorzien haaks op en tussen de

parallelle drainagegrachten. Zo wordt het nieuwe waterretentiesysteem geïntegreerd in het bestaande

kleinschalige landschappelijke patroon van afwateringsgrachten, houtkanten en blekerijgrachten. De

waterretentie moet ook zichtbaar zijn vanaf de Oude Dijk en zo de toegang naar het Aa-valleipark accentueren.

Het Aa-valleipark vrijwaart een waardevolle zichtrelatie tussen vallei en Darisdonkvinger

Het nieuwe Aa-valleipark grenst aan de Schorvoortberg. Een lange onderbreking in de lintbebouwing van de

Schorvoortberg maakt ongehinderde zichtrelaties mogelijk tussen de hoogteovergang Aa-vallei-Schorvoortberg

en de uitgestrekte open ruimte van de Darisdonkvinger.

4.2.2 Mobiliteit en zachte recreatie in Schorvoort: van isolement naar (klimaatbewuste) toegankelijkheid

dank zij een meervoudig raster van trage wegen

Fig. 67 Raster Schorvoortse trage wegen als maasverkleiningen van het geplande fietsnetwerk(Mobiliteitsplan 2010)

Fig. 68 Mobiliteit en zachte recreatie in Schorvoort: van isolement naar (klimaatbewuste) toegankelijkheid dank zij een meervoudig raster

van trage wegen

Fig. 69 Referentiebeeld groene publieke ruimte als drager voor waterretentie en relatie natuur (Lanxmeer Culemborg en Waterrijk

Eindhoven)

Fig. 70 Secundair ontsluitingssysteem beperkt toegankelijk voor wagens van bewoners (enkel bewonersparkeren)

Klimaatbewuste toegankelijkheid: meervoudig raster trage wegen als secundair ontsluitingssysteem

Met de herinrichting van de kruispunten zoals voorzien in de streefbeeldstudie voor de R13 (Vectris CBVA,

Stramien CVBA 2005) zal de ontsluiting voor de wagen van Schorvoort beter worden. Gezien de nabijheid van

de binnenstad willen wij Schorvoort op een klimaatbewuste manier uit zijn isolement halen. Door Schorvoort

in te bedden in een meervoudig raster van trage wegen worden functionele en recreatieve verplaatsingen per

fiets en te voet aantrekkelijker en kan het autogebruik teruggedrongen worden.

Het wensbeeld voor het fietsnetwerk en de ongelijkvloerse kruisingen van R13, N19 en E34 (Mobiliteitsplan

2010) vormt een goede basis voor het Schorvoortse raster van trage wegen. De ruimte in de projectzones biedt

46


potentie om in Schorvoort de mazen van dit fietsroutenetwerk te verkleinen. Er zouden maasverkleiningen en

uitbreidingen kunnen voorgesteld worden in functie van:

- Het vervolledigen van het bestaande Schorvoortse onvoltooide padennetwerk

- Kortere routes naar de voorzieningen in het centrum en aan de rand van Schorvoort (o.a.Carrefour)

- Ontsluiting van de projectzones voor woonontwikkeling

- Kortere recreatieve tracés naar het erfgoed van de blekerij- en landbouwactiviteit in de Aa-vallei, de

Darisdonkvinger en de Pikloopvallei in Waterheide (In de toekomst fietsontsluiting van de regionale

bedrijvenzone ‘Waterheide’?)

Secundair ontsluitingssysteem trage wegen versterkt doorwaadbaarheid, oriënteerbaarheid en identiteit

Het historische secundaire ontsluitingsrooster van akkers, hooilanden en blekerijen met zijn majestueuze

noord-zuid gerichte lindendreven dient als denkbeeldige en werkelijke onderlegger (zie Fig. 46.1 en 46.2). Zo

verhogen we de interne doorwaadbaarheid, oriënteerbaarheid en de identiteitswaarde (natuurlijk reliëf en

historiek) van Schorvoort. Het raster van trage wegen verbindt Schorvoort op die manier met de

landschappelijke schaal.

De Aa speelt haar rol als fietsverbinding tussen: de groene vingers; de noordelijke en zuidelijke

natuurgebieden; de dorpskernen van Oosthoven, Oud-Turnhout, Schorvoort en Papenbruggen; de recreatieve

trekpleisters van de kanaalzone, de kleiputten, de Hoogt (sportcentrum), het stadspark (met zwembad en

sporthal) en het Frac jeugdterrein; de winkelvoorzieningen aan de ringweg.

Het fijnmazige raster van trage wegen is ter hoogte van de ontsluitingen van de nieuwe woonvelden beperkt

toegankelijk voor wagens (enkel bewoners, bezoekers parkeren op de straten van het primaire

ontsluitingssysteem). De auto-ontsluitingen zijn steeds doodlopend.

Herinrichting primaire ontsluitingswegen

Een herinrichting van het primaire stelsel van ontsluitingswegen moet de verkeersveiligheid (zie wensen

verkeersveiligheid gebiedsgerichte werking) verhogen. Deze herinrichting is eveneens noodzakelijk om de

maatregelen getroffen in het mobiliteitsplan kracht bij te zetten.

- Slagmolenstraat, Oude Dijk, Schorvoortstraat en Schorvoortberg meer verblijfskarakter geven door

overal zone 30 door te voeren

- Herinrichting volgens type II dorpskern en woonzone (typologie inrichting voetgangerszones) en geen

toepassing van het type III ontsluitingsstraten binnen de bebouwde kom (in tegenstelling tot

wensbeeld in Mobiliteitsplan (Tritel 2010))

- De kruisende noord-zuid fietstracés accentueren, autorijstroken versmallen, voetpaden verbreden,

aangepaste dorpskernverlichting (i.p.v. steenwegverlichting) voorzien en fietsverkeer mengen met

autoverkeer

- Vrachtverkeer met signalisatie duidelijk maken dat op de Slagmolenstraat enkel plaatselijk

vrachtverkeer toegelaten is

- Toegankelijkheid voor auto’s in de Oude Dijk op het kruispunt met R13 beperken

Secundair ontsluitingsstelsel trage wegen als drager voor waterretentie en relatie met de natuur

Het ontwerp van het nieuwe stelsel secundaire ontsluitingsruimtes moet samengaan met het ontwerp voor het

waterhuishoudingssysteem (infiltratie (verhouding verharde en onverharde publieke ruimte) en waterretentie)

van de nieuwe en de bestaande woonwijken. Ook het contact met de natuur (zie ‘permaculture-principe’ in

referentieproject Lanxmeer Culemborg) moet voldoende aandacht krijgen.

47


4.2.3 De publieke ruimte van Schorvoort faciliteert bemiddeling en herkenbaarheid

Fig. 71 De publieke ruimte van Schorvoort faciliteert bemiddeling en herkenbaarheid

Fig. 72 Referentiebeelden voor de toegangserven naar het Aa-valleipark: Broëlberg Gigon-Guyer,erf blekerij aan Broekzijde, ontwerpend

onderzoek P&O

‘Zoiets is eigenlijk het verhaal. Hierin moeten wij dan facilitatoren zijn. Ik denk dat wij ons daar weliswaar niet in mogen overschatten. Dit

in de zin van dat wij denken: we gaan daar iets zetten, dat gaat daar perfect, de sociale cohesie gaat er fantastisch zijn, de sociale mix die

zit ginds, … Wij moeten mee de facilitator zijn. We gaan toch een ander model moeten ontwikkelen – denk ik – waarbij inderdaad die lokale

kracht (esoterisch) die er ook zit zich ook kan ontwikkelen. Daar zit wel iets in’ (Stakeholder OCMW, P&D onderzoek 2010).

Schaalverbinding en ruimtelijke vermenging van functies en groepen bevorderen sociale cohesie

Het fietsnetwerk uit het Mobiliteitsplan en het raster van trage wegen in Schorvoort verbindt niet alleen de

Schorvoortse deelwijken met de belangrijkste woon- en werkvoorzieningen en recreatiepolen in de omgeving.

Dit stelsel van trage wegen ontsluit eveneens de Schorvoortse recreatie-attracties (voetbal, Darisdonkvinger,

Aa-vallei, Waterheide) voor bewoners uit andere stadsdelen. Doordat de trage wegen door de bestaande

enclaves en door de nieuwe woonvelden geleid worden kunnen plaatselijke (bestaande en nieuwe)

deelwijkontsluitingen eveneens functioneren als doorgaande fiets- en wandeltrajecten op verschillende

schaalniveaus. Dit verhoogt de kans op ruimtelijke vermenging van maatschappelijke groepen en gaat

overdreven enclavevorming in de woonvelden tegen.

Gradiënt in de vermenging van functies en groepen

Deze vermenging van functies en groepen hoeft niet overal in Schorvoort even groot te zijn. Zo is in de

introverte verkavelingen de hoeveelheid van groepen en functies waartussen uitwisseling plaatsvindt bij

voorkeur beperkt. Andere zones in Schorvoort zullen echter wel varen bij wat meer drukte.

Schorvoortse noordzuidas en parkrand als zones voor meer intense vermenging van functies en groepen

Een hogere intensiteit van uitwisseling tussen groepen is gewenst op het achttal nieuwe toegangen naar het

nieuwe stadspark.

Door met een nieuw fiets- en wandeltraject (3) de geplande route (1) naar het stadscentrum (over de

Rubensstraat, het Stedelijk Plateau en het stadspark) en de geplande route (2) vanaf de Slagmolenstraat naar

de Mellevijver en Zevendonk te verbinden met de bestaande concentraties van voorzieningen in Schorvoort

(Carrefourcluster, Jeugdterrein, kerkplein, Schorvoortstraat, frituur aan de Slagmolenstraat) ontstaat er een

nieuwe noord-zuid gerichte langzaam verkeersas parallel aan de N19. Deze as verbindt een groot aantal

voorzieningen en zal dus intensiever gebruikt worden dan de overige trage wegen.

Voorzieningenvork

Het segment van de nieuwe noordzuid-as tussen Aa-vallei-park/hoofdtoegang en Schorvoortstraat vormt

samen met de Schorvoortstraat een ‘voorzieningenvork’. Een heraanleg van de Schorvoortstraat dringt zich op.

Vanaf het kruispunt met de N19 tot het kruispunt met de Oude Dijk krijgt de voetganger prioriteit op de autoverkeersruimte

(Dorpskern type II – activiteitenzone).

Nieuwe complementaire voorzieningen faciliteren centraliteit, synergie en inter-generationele activiteiten op de

voorzieningenvork

Nieuwe voorzieningen moeten gestimuleerd worden zich in te planten op de voorzieningenvork (of in de

nabijheid ervan) waar ze nieuwe knooppunten met betekenis kunnen opladen (voetbalterreinen,

dienstencentrum ouderenzorg, kinderopvang, serviceflats,...).

48


Door de voetbalvelden en kantine van de White Star in te planten op het knooppunt tussen de noordzuidas en

het oost-west-fietspad door het Aa-vallei-park (en verder naar De Hoogt en Liereman) kan intensieve

bemiddeling op verschillende schaalniveaus (tussen stad/dorp/wijk) gefaciliteerd worden. In de nieuwe

publieke ruimte kan de nu goed zichtbare voetbalactiviteit van White Star de reeds bestaande interactie tussen

clubleden uit verschillende sociaal-demografische groepen uitbreiden met toevallige vluchtige contacten

tussen clubleden en passanten of tussen passanten onderling (van afstandelijk observeren tot elkaar

ontmoeten).

Het dienstencentrum voor ouderenzorg, de serviceflats en de kinderopvang zijn gebaat bij een ligging dicht bij

de bestaande voorzieningen. Het clusteren van deze activiteiten bewerkstelligt eveneens inter-generationele

uitwisseling.

Het parkeerterrein van de Carrefour zou ook door de White-Starbezoekers kunnen gebruikt worden. De

parking kan zelfs een startplaats worden voor een recreatieve fietstocht op zondag. Deze functiemenging kan

ook hier aanleiding geven tot menging van bevolkingsgroepen.

Herkenbaarheid en verblijfsruimten

Door op de hierboven beschreven drukkere plekken erven te voorzien kan het verblijven en het observeren van

de sociale processen in de publieke ruimte gestimuleerd worden. De belevingswaarde van Schorvoort kan

hierdoor verhogen. Deze pleinen kunnen ook bestaande voorzieningen, zoals de basisschool, of Schorvoorts

erfgoed valoriseren (zoals de oude schuur (frituur) en de eiken op de tweesprong Slagmolenstraat-Oude Dijk,

tevens kruising van twee geplande fietsroutes).

Het plein aan de nieuwe White Star is de toegangspoort tot Schorvoort vanaf de nieuwe noordzuidas (fietsas).

Het formaat van dit centrumerf mag dan ook wat groter zijn dan dat van de overige erven.

De voorzieningen met publieke dienstverlening zoals de kinderopvang, het dienstencentrum voor

ouderenzorg,... worden bij voorkeur ondergebracht in markante gebouwen. Ze kunnen functioneren als bakens

op de nieuwe en bestaande pleinen van Schorvoort en bijdragen aan de herkenbaarheid en oriënteerbaarheid

in Schorvoort.

Herinrichting N19

De N19 wordt nu vooral ervaren als een grens van Schorvoort. Deze verkeersader ontsluit eveneens heel wat

voorzieningen. Een herinrichting met ventwegen, meer ruimte voor voetgangers en fietsers en een betere

oversteekbaarheid kan deze barrière omturnen tot bemiddelaar tussen de stadsdelen Papenbruggen en

Schorvoort.

4.2.4 Velden voor woonontwikkeling

Op de velden die afgebakend worden door het hierboven beschreven kader kan het dichter wonen in

Schorvoort ontwikkeld worden. Aandachtspunten:

1. De volumetrie en typologie woningen en publieke ruimte moeten in een hoge woondichtheid

resulteren en tegelijkertijd het dorpskarakter van Schorvoort onderstrepen

(woondichtheid tussen 25 en 45 woningen per ha, V/T index tussen 0,45 en 0,70)

2. Aangezien de na te streven woondichtheid hoog is, zullen de private tuinen eerder klein zijn. Een

riante groene publieke ruimte kan dit compenseren en kan het sociaal weefsel van de woonbuurt

verstevigen. De verhouding tussen publieke, collectieve en private open ruimte kan variëren: van

bouwblokken met kleine private achtertuinen en verborgen collectief beheerde binnentuinen, tot

bouwblokken met enkel private tuinen en groene publieke ruimte.

49


3. Goed uitgewerkte publiek-privaat-gradiënten moeten bewoners in staat stellen om hun persoonlijke

uitwisseling met de sociale context te beheren. Ook het herdenken van de publiek-privaat-gradiënt en

de toe-eigening van voortuinen in de sociale verkavelingen kan bij de ontwerpopgave horen.

4. Breuklijnen tussen bestaande wijken en nieuwe wijken kunnen omgeturnd worden tot

verblijfsruimten en speeltuinen. Deze ruimtes kunnen sociale uitwisseling tussen de wijken

aanmoedigen. De breuklijnen krijgen zo een sociale invulling.

5. Een goed waterhuishoudingssysteem vereist huishoudelijk gebruik van regenwater, een minimale

verharding van de open ruimte en waterretentie in binnengebieden, op groendaken en in publieke

ruimte. Speeltuinen en voetbalveldjes in de woonvelden kunnen mits ze verdiept aangelegd worden

ook als retentiebekkens functioneren.

6. Het uitwerken van het contact met de natuur in de woonvelden is een belangrijk aandachtspunt.

7. Het aanbod van woningen voor ouderen moet dicht bij de voorzieningenvork (< 500m) voorzien

worden.

8. Een goede energiehuishouding en streven naar zo veel mogelijk autarkisch zijn wordt aangemoedigd.

9. Er moet rekening gehouden worden met potentiële verdichtings-operaties in de bestaande

woonlinten en verkavelingen.

10. Er is bijkomend onderzoek nodig naar de draagkracht van de gronden in de Aa-vallei en langs de

Schorvoortloop.

Een reeks referentievoorbeelden illustreert deze aandachtspunten. Zie hiervoor de afzonderlijke

Referentiebeeldenbundel

50


Bibliografie

Loeckx, A. (1999). Architectuur van de eenentwintigste eeuwse stad. Plaatsen voor plaatsloosheid. In De mens

en zijn wereld morgen. Lessen voor de 21 ste eeuw. Leuven: Davidsfonds.

Moulaert, F., Van Dijk, B. (2010). Meta-theoretisch kader SPINDUS.

Moulaert, F., Schreurs, J., Oosterlynck, S. (2009) SPINDUS proposal SBO-IWT.

Nolf, C. (2010). Water Research in Flemish Urbanized Landscapes. KULeuven ASRO/OSA: Presentaties en

rapport in het kader van een lopend doctoraatsonderzoek.

Soenen, R. (2006). Het kleine ontmoeten. Over het sociale karakter van de stad. Apeldoorn: Garant-Uitgevers

n.v..

Vanhout, L. (2009). Ruimtelijke studie wijk Schorvoort te Turnhout.

Vanhout, L. (2009). Stedenbouwkundige studie Slagmolenstraat te Turnhout.

Vanhout, L. (2009). Parkstad Turnhout.

Vranken, V. (2009). De woonzorgzone. Masterproef Master Stedenbouwkunde en Ruimtelijke Planning Artesis

Hogeschool Antwerpen.

Beleidsdocumenten

Bekkenbeheerplan Netebekken (voorontwerp 2006) IVA-VMM, afdeling Water

Gewestelijk Ruimtelijke Uitvoeringsplan Afbakening van regionaalstedelijk gebied Turnhout, Toelichtingsnota

(2004)

Ruimtelijk Structuurplan stad Turnhout (2008) Stramien cbva 2008

Bovengemeentelijk Mobiliteitsplan van het Turnhoutse (2004) Stramien, Langzaam verkeer

Ruimtelijk streefbeeld R13 – N12 – N19 – N132 – N140 Ring van Turnhout en omgeving (2005) Vectris CBVA,

Stramien CVBA

Mobiliteitsplan stadsregio Turnhout. Beleidsplan (2010) Tritel

Beleidsovereenkomst Stedenfonds tussen de Vlaamse Gemeenschap en de stad Turnhout (2003-2007)

Prioriteitstelling ruimtelijke projecten Turnhout (2005) Ideaconsult

Algemeen beleidsplan Turnhout 2008 – 2013

Onderzoek naar de vestigings- en verhuismotieven bij de Turnhoutse bevolking (2006) Strategisch Plan

Kempen, Bastijns, T., Imans, J.

Verslagen en overzichten gebiedsgerichte werking stad Turnhout

Inventaris ‘overzicht Schorvoort’ februari 2009

Fiches opgemaakt n.a.v. gebiedsgerichte werking en Kandoe-methodiek in Schorvoort op 12 oktober 2009

51


Verslag ‘Schorvoort doe mee !’ Post it ‘Mijn wijk doet mij denken aan…’ Griffelkermis 27 september 2009

Interviews

Interview Gebiedsgerichte werking (Irene Van De Ven) en Medewerker Sociale Dienst De Ark (Dien Haemhouts)

Interview beleid Cultuur en Vrije tijd (Nico Verhoeven) en beleid Welzijn en Diversiteit (Bieke Van Riel

(eveneens bewoner)

Interview Jeugddienst (Stan Van Hees, x)

Interview beleid Milieu (Marc Machielsen) en beleid Mobiliteit (Wouter Verhaert)

Interview College burgemeester en schepenen 29 maart 2010

Interview Turnhoutse sociale huisvestingsmaatschappij ‘De Ark’ (Peter Vanommeslaeghe, Geert Schoofs)

Interview OCMW (Luc Op de beeck,

Interview beleid economie (x)

Interview ‘Vereniging van particuliere grondeigenaars Schorvoort’ (Luc Vanhout, x)

Werkvergaderingen

Werkvergadering ‘Schorvoort morgen’ dinsdag 19 januari 2010 Introductie Schorvoort door betrokken

ambtenaren

Werkvergadering ‘Schorvoort morgen’ dinsdag 29 juni 2010 (selectie bewoners ‘interesting locals’, betrokken

ambtenaar). Bevraging:

Sociaal-ruimtelijke praktijken waarmee bewoners Schorvoort toe-eigenen (mentale kaarten (dagelijkse

activiteiten en routes), populaire plekken, ontmoetingsplekken, geliefkoosde wandelingen)

Karakter van de plek: Sporen van vroegere activiteiten, natuurlijke karakteristieken, lelijke en mooie plekken

Werkvergadering ‘Schorvoort morgen’ donderdag 19 augustus 2010 (College burgemeester en schepenen,

ambtenaren)

Werkvergadering ‘Schorvoort morgen’ vrijdag 20 augustus 2010 (OCMW, De Ark, ‘Vereniging van particuliere

grondeigenaars Schorvoort’, selectie bewoners ‘interesting locals’, betrokken schepenen en ambtenaren)

Consensusvergadering ‘Schorvoort morgen: ‘morfologie, woningtypologie, woningaantallen en

woningdichtheid’ woensdag 3 november 2010 (OCMW, De Ark, ‘Vereniging van particuliere grondeigenaars

Schorvoort’, betrokken schepen en ambtenaren)

52

More magazines by this user
Similar magazines