De Lever - AyurvedaActueel.com

ayurvedaactueel.com

De Lever - AyurvedaActueel.com

Health Bulletin Ayurveda Actueel nr. 4 - 2008

Dhr. Anil K. Mehta

Dhr. Kabir Mehta

De Lever

Het grootste inwendige orgaan in ons lichaam is de lever. Hij ligt bijna

helemaal binnen het buikvlies (intraperitoneaal). De lever is roodbruin

gekleurd en wordt omgeven door een glad, glanzend kapsel. De onderzijde

van de lever is afgeplat en de bovenzijde is gewelfd waardoor de lever in

het rechterdeel van de koepel van het middenrif (diafragma) past en

daar plaatselijk mee vergroeid is.

De lever heeft een grote rechterkwab welke reikt met een scherpe voorrand

tot een paar centimeters onder de rechter ribbenboog en een kleinere

linkerkwab welke reikt tot links van het midden boven de maag. Aan de

bovenzijde en aan de voor-onderzijde bevindt zich tussen de beide

leverkwabben een sikkelvormig ligament de zogeheten ligamentum

falciforme, dat aan de buikwand is bevestigd. Aan de onderkant gaat

dit ligament over in het ronde ligament de zogeheten ligamentum teres

die met de navel verbonden is.

Aan de onderkant van de lever bevindt zich de leverpoort (leverhilus).

Hier komen de poortader en de leverslagader de lever binnen. Ook bevindt

zich daar de leverbuis (ductus hepaticus) die de lever verlaat. De drie

leveraders verlaten de lever aan de boven-achterzijde waar ze uitmonden

in de onderste holle ader.

De lever is opgebouwd uit een zeer groot aantal, doorgaans zeshoekige

leverlobjes die ieder een diameter hebben van circa 1,5 millimeter en die

allemaal omgeven worden door een bindweefselkapseltje. Tussen de

leverlobjes bevinden zich kleine bindweefselruimten waarin zich een

takje bevindt van zowel de leverslagader, de poortader en een galgang

voor de afvoer van de door de levercellen gevormde gal. Deze

bindweefselruimten worden de driehoekjes van Kiernan genoemd.

Een leverlobje wordt gevormd door leverparenchymcellen (hepatocyten)

die ongeveer zeshoekig zijn.

Deze zijn gerangschikt tot rechte of gebogen platen die een of twee cellagen

dik zijn en gescheiden worden door holten waarin zich de sinusoïden

bevinden die een netwerk vormen van bloedruimten en die gezien worden


als de capillaire eindvertakkingen van de leverslagader

(arteria hepatica) en de poortader (vena portae).

De wand van de sinusoïden bestaat uit endotheelcellen

(= inwendig bekleedsel van bloed- en lymfevaten) en

uit grote cellen die stervormig zijn, de zogeheten cellen

van Kupffer.

In het centrum van ieder leverlobje bevindt zich een

centraal adertje dat zorgt voor de afvoer van het bloed

naar een van de drie leveraders welke allen uitmonden

in de onderste holle ader (vena cava inferior).

Uiteraard is er nog veel meer te vertellen over de

microscopische opbouw van de lever maar in het bestek

van dit artikel zou dit te ver gaan. Daarom beperken

we ons tot bovenstaand waaruit zeker mag blijken dat

de lever een zeer boeiend en ingewikkeld orgaan is

waarin een groot aantal activiteiten plaatsvinden die

essentieel zijn voor een goede gezondheid.

Functies van de lever.

De lever heeft vele functies en kan beschouwd worden

als de ‘centrale plek’ van de stofwisseling. De

levercellen zijn in staat om alle functies van de lever

uit te oefenen. Binnen de lever zelf bestaat er dus geen

taakverdeling.

Alle voedingstoffen die in het lichaam komen –

behoudens de meeste vetten – moeten eerst de lever

passeren voordat ze in de onderste holle ader komen.

De verschillende functies van de lever zijn:

- glucosestofwisseling: omdat de lever het

glucosegehalte van het bloed min of meer constant

houdt werkt hij daardoor als een soort

glucosebuffer. Aangevoerde monosachariden

fructose en galactose worden in de lever omgezet

tot glucose. Om het glucosegehalte op een constant

peil te kunnen houden zijn er twee antagonistische

processen werkzaam, te weten het proces waarbij

glucose wordt omgezet tot glycogeen (glycogenese)

en het proces van de glycogeen waarbij deze wordt

omgezet tot glucose.

Het eerste proces komt tot stand onder invloed van

het hormoon insuline. Indien er in de lever eenerg

grote aanvoer van monosachariden is wordt

glucose omgezet tot vet dat daarna vervoerd wordt

naar de vetdepots (onderhuids bindweefsel) waar

het wordt opgeslagen. Deze omzetting wordt

lipogenese genoemd. Het proces van de glycogeen

wordt gestimuleerd door de hormonen glucagon,

adrenaline en groeihormonen. De lever is ook in

staat om glucose te halen uit andere verbindingen

dan alleen glycogeen (Dit proces heet

gluconeogenese). Dit is belangrijk omdat bepaalde

weefsels zoals de hersenen in grote mate

afhankelijk zijn van glucose als primaire

brandstof. Een mens heeft per etmaal ongeveer 160

gram glucose nodig. Door de hersenen wordt

hiervan circa 120 gram gebruikt. Het menselijk

lichaam beschikt – behalve de geringe hoeveelheid

glucose die in het bloed is opgelost – over een

glycogeenvoorraad van een paar honderd

Health Bulletin Ayurveda Actueel nr. 4 - 2008

grammen: de lever bevat circa 100 tot 200 gram en

de spieren ongeveer 250 gram. Dit is voldoende

om in de dagelijkse behoefte te voorzien. Maar bij

overmatige en/of langdurige inspanning of na

een etmaal vasten moet er glucose uit andere

bronnen worden gehaald dan uit glycogeen. De

belangrijkste stoffen waaruit dan de glucose wordt

gevormd zijn: aminozuren (uit het voedsel en uit de

eiwitten van de skeletspieren), glycerol (ontstaat

door ontleding van vetten in de vetcellen) en

melkzuur dat bij flinke lichamelijke inspanning in

de spieren wordt gevormd. Het proces van de

glucogeneogenese wordt geactiveerd door een

groep hormonen uit de bijnierschors: de

glucocorticosteroïden. Gluconeogenese vindt voor

een heel klein deel echter ook plaats in de nieren en

de skeletspieren.

- eiwitstofwisseling: aminozuren die via de

poortader worden aangevoerd, dienen onder

andere voor de synthese (verbinding van

afzonderlijke elementen tot een nieuw geheel) van

de plasma-eiwitten, te weten: albumine, globulinen

en fibrinogeen. Als mede voor de synthese van de

vele enzymen die in de levercellen werkzaam zijn

o.a. de transaminasen en fosfatasen. Door de lever

wordt ongeveer 75 tot 100 gram eiwit per etmaal

geproduceerd. In de lever vinden er vele

aminotransferasen plaats waarbij essentiële

aminozuren worden omgezet tot niet-essentiële

aminozuren. Overtollige aminozuren worden

omgezet tot glucose. De aminogroepen die

afgesplitst worden, worden omgezet tot ammoniak

dat giftig is. Met behulp van CO2 wordt ammoniak

vervolgens omgezet tot ureum (eindproduct van

de eiwitstofwisseling) waarna dit via de nieren uit

het bloed wordt verwijderd (urine). Overtollige

aminozuren kunnen echter ook worden omgezet

tot vetten: lipogenese.

- veststofwisseling: vrije vetzuren komen via het

bloed in de lever terecht. Door de lever worden

hieruit lichaamsvetten gesynthetiseerd. De lever is

in staat cholesterol te produceren dat voor een

groot deel samen met vetzuren wordt omgezet tot

galzouten die met de gal worden afgegeven aan

de dunne darm waarna ze hun belangrijke

functie verder kunnen vervullen

- ontgifting: ontgifting is in dit geval het

onwerkzaam maken en/of voor uitscheiden (via

gal of urine) geschikt maken van bepaalde stoffen

die anders zeer schadelijk voor het lichaam

zouden kunnen zijn, zoals ammoniak waarover

eerder in dit artikel werd gesproken. De stof

bilirubine (roodbruine galkleurstof) die vooral in

de milt wordt gevormd wordt daarna via de lever

die het koppelt aan glucuronzuur, uitgescheiden

door de gal. Veel geneesmiddelen die geslikt

worden, worden in de lever omgezet in stoffen die

in water oplosbaar zijn en daarom uitgescheiden

kunnen worden via de urine of de gal. Dit proces

heet biotransformatie. Biotransformatie vindt o.a.

plaats door koppeling aan glucuronzuur.

- productie van gal (excretiefunctie van de lever):

door de lever wordt continu gal geproduceerd.

Deze gal wordt tijdelijk opgeslagen in de galblaas


Health Bulletin Ayurveda Actueel nr. 4 - 2008

waar ze wordt ingedikt. De galsecretie wordt

gestimuleerd door de zwervende zenuw (nervus

vagus) en door het weefselhormoon secretine dat

afkomstig is uit de wand van de twaalfvingerige

darm (bovenste deel van de dunne darm).

De galblaas wordt geleegd onder invloed van een

andere hormoon dat geproduceerd wordt door de

wand van de twaalfvingerige darm. Dit hormoon

zorgt ervoor dat de gal samen met het pancreassap

dat ook aanwezig is kan wegvloeien naar de holte

van de twaalfvingerige darm. De door het

beenmerg geproduceerde rode bloedcellen die na

die productie vrijkomen in de baan leven daarna

nog ongeveer 120 dagen. Aan het eind van die

periode zwellen deze bloedcellen langzaam op

waardoor ze door de lever en vooral door de milt

worden afgebroken. Tijdens dat afbraakproces

komt hemoglobine (bloedkleurstof) vrij dat daarna

door zowel de lever als de milt wordt omgezet in

ongekoppeld bilirubine (roodbruine galkleurstof).

De bilirubine die in de milt is gevormd gaat via de

poortader naar de lever. De lever wil deze

ongekoppelde bilirubine uitscheiden in de gal.

Maar omdat de gal een waterige oplossing is

waarin het niet in water oplosbare ongekoppelde

bilirubine niet kan worden uitgescheiden zorgt de

lever ervoor dat het wel in water oplosbaar is door

het te koppelen aan glucuronzuur. Hierna spreken

we van gekoppeld bilirubine. Na uitscheiding

door de lever in de gal en opslag in de galblaas

wordt het gekoppelde bilirubine geloosd in de

darm. Vandaar uit wordt het door de darmen

verder verwerkt tot ontlasting of urine.

- vitaminestofwisseling: Vitaminen A, D, E en K zijn

in vet oplosbare vitaminen. Deze vitaminen zijn heel

afhankelijk van de aanwezigheid van galzouten die

door de lever worden geproduceerd willen ze goed

opgenomen worden in de dunne darm. Voor de

productie van stollingsfactoren en dan vooral voor de

vorming van het plasma-eiwit protrombine, heeft de

lever vitamine K nodig. De vitaminen A, B1, B2, B12

en D worden in de lever opgeslagen.

- Depotfunctie: Naast de bovengenoemde functies

van de lever, is deze tevens een belangrijke

opslagplaats voor ijzer dat vrijkomt bij de afbraak

van hemoglobine. Net als de milt is de lever een

heel bloedrijk orgaan. Ze omvat ongeveer een

kwart van het totaal aan bloedvolume in ons

lichaam. Door een soort sponswerking heeft de

lever invloed op de hoeveelheid bloed die in ons

lichaam circuleert. Hierdoor draagt de lever bij tot

de regulatie van ons bloedvolume.

- Warmteproducent: Doordat er veel reacties

plaatsvinden in de lever komt er veel warme vrij.

Per dag kan de lever ongeveer 1.700 kJ aan

warmte produceren. Door de bloedcirculatie in

ons lichaam wordt de vrijgekomen warmte

gelijkmatig verdeeld over het hele lichaam.

Meest Voorkomende Ziekten Van De

Lever.

Ook de lever kan getroffen worden door ziekten. Als

de lever door welke oorzaak dan ook niet goed

functioneren kan, heeft dit grote tot zeer grote gevolgen

voor het goed kunnen functioneren van ons lichaam.

Er zijn verschillende vormen van leverziekten zoals

aangeboren afwijkingen, stofwisselingsziekten,

virussen, bacteriën, tumoren. Maar ook het slikken van

bepaalde medicijnen, een teveel aan alcohol,

verwondingen kunnen de lever ziek maken. Als de

lever door welke oorzaak ook niet goed functioneren

kan ontstaan er storingen in de stofwisseling.

We willen ons in dit artikel beperken tot de volgende

ziekten:

- hepatitis

- levercirrose

- alcoholische leverziekte

- leverkanker

- leverfalen

Hepatitis.

Als er sprake is van een acute, een subacute of een

chronische ontsteking van de lever, spreken we van

hepatitis. Deze wordt meestal veroorzaakt door een

virus. Een aantal virussen die deze ontsteking kunnen

veroorzaken zijn: hepatitis A, B, C, D, E en G, herpes

simplex, influenza, gele koorts, mononucleosis (o.a.

ziekte van Pfeiffer).

Ook kan er sprake zijn van ontstekingen die

veroorzaakt worden door een bacterie zoals de ziekte

van Weil, toxoplasmose evenals inname van toxische

stoffen zoals alcohol, bepaalde geneesmiddelen en

andere giftige stoffen.

Als de lever ontstoken is kan dit gevaar opleveren voor

het hele lichaam omdat de lever – zoals duidelijk mag

blijken uit haar werking – zeer veel functies heeft.

Als de ontsteking veroorzaakt wordt door een

virusinfectie noemt men dit virale hepatitis. De

bekendste vormen hiervan zijn hepatitis A en B. Deze

vorm is besmettelijk.

De symptomen van hepatitis zijn afhankelijk van

welke vorm van hepatitis sprake is. Meestal is er sprake

van moeheid, geen eetlust, soms koorts, gekleurde

urine, geelzucht waarbij de huid een geelachtig uiterlijk

krijgt, vergroting van de lever.

Zoals reeds is aangegeven zijn er verschillende soorten

hepatitis, zoals:

- hepatitis A: dit is meestal een acute vorm. Het

virus wordt nogal eens overgedragen door

uitwerpselen, door eten en door water wat besmet

is met menselijk afval. Na de infectie kan het twee

tot zes weken duren voor de ziekte uitbreekt. De

symptomen zijn: moeheid, geen eetlust, dikwijls

misselijkheid, een gele huid en een vergrote lever

die pijn veroorzaakt in de buik. De infectie is

doorgaans over na ongeveer zes tot acht weken.

Verstandig is gedurende de ziekteperiode weinig

vet voedsel te eten en veel eiwit- en

koolhydraatrijke voeding te gebruiken. Er bestaat

een mogelijkheid om preventief ingeënt te worden

tegen deze vorm. Daarvoor dienen er twee


injecties toegediend te worden met circa een half

jaar tot één jaar tussenpoze. Deze injecties bieden

minimaal 15 jaar bescherming tegen deze vorm

van hepatitis

- hepatitis B: deze vorm lijkt op die van hepatitis

A. Besmetting gebeurt via speeksel, bloed of

bloedproducten (via injectienaalden, bloedtransfusie,

intraveneus drugsgebruik), insectensteken en via

geslachtsverkeer. Deze vorm kan overgedragen

worden door een zwangere vrouw aan haar

ongeboren kind. Doorgaans geneest deze vorm

wel maar kan overgaan in een chronische vorm.

Deze vorm van hepatitis is erg besmettelijk. De

periode tussen besmetting en het uitbreken van

deze ziekte is van twee tot zes maanden. De

symptomen kunnen zijn koorts, huiduitslag,

gewrichtsklachten, geelzucht, leverstoornissen.

De ziekte kan heel acuut verlopen. Één op de circa

1.000 mensen die deze ziekte krijgt sterft aan

acuut leverfalen. Mensen kunnen heel lang

rondlopen met chronische hepatitis B zonder

daar iets van te merken en dan op een gegeven

moment toch leverfalen of leverkanker krijgen.

Gedurende die periode (kan zelfs 25 jaar duren)

kan de besmette persoon ook andere mensen

besmetten zonder dit zelf te weten. Helaas bestaat

er geen adequate medische behandeling tegen

deze ziekte. Soms hebben antivirale middelen of

immuuntherapie wel succes. Om deze vorm te

voorkomen bestaat de mogelijkheid ingeënt te

worden. Een volledige vaccinatie bestaat uit drie

injecties die verspreid over één jaar worden

toegediend.

- hepatitis C: deze vorm komt het meest voor. Het

wordt verspreid door bloed en bloedproducten.

Sinds 1991 hebben de bloedbanken in Nederland

screeningtesten voor bloed en bloedproducten

ingevoerd. De kans is daardoor uiterst miniem op

besmetting via deze weg. In Nederland blijkt één

op de 2500 bloeddonors besmet te zijn met deze

vorm. Het spreekt voor zich dat het bloed van

deze donor niet gebruikt wordt. De besmetting kan

plaatsvinden na gebruik van vuile naalden die

nogal eens gebruikt worden bij intraveneus

drugsgebruik en bij het laten zetten van

tatoeages.

Ook kan iemand zich per ongeluk prikken aan een

vuile naald met alle gevolgen vandien. Hepatitis C

kan jaren in het lichaam aanwezig zijn zonder dat

het klachten veroorzaakt. In veel gevallen gaat

deze vorm over in chronische hepatitis. Hepatitis

C komt in Nederland niet dikwijls meer voor maar

in het buitenland wel. Als u in het buitenland

onverwacht een bloedtransfusie nodig mocht

hebben is het risico zeer wel aanwezig dat u

besmet kan raken met deze vorm

- hepatitis E: deze vorm is besmettelijk via de

ontlasting en mond. Vooral water dat door

menselijke uitwerpselen verontreinigd is vormt

een belangrijke bron van besmetting. In

Nederland komt deze vorm zeer zelden voor. In

landen zoals Noord Afrika en India wel. Tegen

deze vorm is nog geen vaccinatie mogelijk

- hepatitis G: deze vorm wordt vooral veroorzaakt

Health Bulletin Ayurveda Actueel nr. 4 - 2008

door bloedtransfusie. In Nederland is deze vorm

zeldzaam

Levercirrose.

Levercirrose begint met nieuwe vorming van

bindweefsel (fibrose) dat in een latere fase gaat

schrompelen waardoor de cellen van de lever te gronde

gaan en dit verhardt. Hierdoor kan de lever niet

normaal meer functioneren en soms ook de normale

bloeddoorstroming van de lever belemmerd wordt.

Levercirrose kan optreden ten gevolge van o.a. een

chronisch en agressief hepatitis virus (voor B en C),

door langdurig gebruik van teveel alcohol, door

chronische obstructie van de galwegen, door autoimmuunziekten,

door bepaalde stofwisselingsziekten

zoals de hemochromatose (= ziekte die veroorzaakt

wordt door een overmaat aan ijzer in het lichaam), etc.

In veel gevallen zijn er geen verschijnselen of ze zijn

onduidelijk. Er kan sprake zijn van een algeheel gevoel

van malaise, gebrek aan eetlust, verlies van gewicht,

soms zijn de handpalmen roder gekleurd dan normaal,

ook kunnen er spinachtige bloedvatkluwens

verschijnen in de huid of is er sprake van haaruitval of

het verlies van libido. Bij mannen kan er sprake zijn

van borstontwikkeling of het kleiner worden van de

zaadballen. Bij vrouwen kunnen juist de borsten

verschrompelen en kan er sprake zijn van problemen

met de menstruatie. Als er meer leverweefsel verloren

gaat kunnen er zwellingen van de buik en/of de

ledematen optreden evenals het geel worden van de

huid. Ook kunnen er spontaan hevige bloedingen

optreden of bij geringe verwonding bloeduitstortingen

ontstaan.

Behandeling dient gericht te worden op het achterhalen

van de oorzaak waardoor levercirrose is ontstaan. Als

er sprake is van een overmatig alcoholgebruik, dient

de patiënt dit onmiddellijk te stoppen. Als een virus

de oorzaak is dient deze bestreden te worden. Ook

kunnen antibiotica voorgeschreven worden of een

aangepast dieet dat uit minder eiwitten bestaat.

Een en ander is afhankelijk van de oorzaak van

levercirrose.

Als de lever volledig dreigt uit te vallen kan een

levertransplantatie noodzakelijk zijn.

Levercirrose is een ernstige aandoening die kundig en

snel behandeld dient te worden.

Alcoholische Leverziekte.

Via de slokdarm komt de gedronken alcohol in de maag

terecht. Via de maagwand wordt circa 20% van de

alcohol in het bloed opgenomen. De rest gaat via de

maag in de dunne darm waarna het in het bloed

terechtkomt. Daarna gaat het bloed naar de lever en

wordt daar verder afgebroken. Door de lever wordt

alcohol voor ruim 95% afgebroken. De rest van de

alcohol verlaat het lichaam via de urine, transpiratie

en de adem. Het door de lever afbreken van alcohol na

het drinken van 1 glas sterke drank duurt circa één á

anderhalf uur. Als er zes glazen sterke drank


Health Bulletin Ayurveda Actueel nr. 4 - 2008

gedronken worden duurt dit afbraakproces dus circa

zes á negen uur. Al die uren blijft alcohol dus in het

bloed aanwezig. Het afbraakproces door de lever kan

op niet één manier beïnvloed worden, dus ook niet

door het drinken van zwarte koffie, door veel te

bewegen, door een koude douche etc.

De alcohol in sterke drank heeft als scheikundige naam

ethanol (C2H5OH). Tijdens het afbreken van alcohol

ontstaat eerst de stof aceetaldehyde. Deze stof is nog

giftiger en schadelijker dan de alcohol zelf.

Aceetaldehyde wordt omgezet in azijnzuur en

vervolgens afgebroken tot kooldioxide en water.

Via het bloed bereikt alcohol na circa tien minuten de

hersenen. Zodra alcohol de hersenen bereikt heeft ben

je onder ‘invloed’. Als er voldoende voedsel in de maag

zit duurt de opname van alcohol wat langer. De alcohol

beïnvloedt in de hersenen de manier waarop zenuwen

signalen aan elkaar doorgeven middels bepaalde stofjes

die overdrachtsstoffen genoemd worden.

De alcohol heeft een verdovend effect op de hersenen,

op de stemming en op het gedrag van mensen.

Remmingen vallen weg, het geheugen vermindert

evenals de concentratie en de zelfkritiek verdwijnt.

Door overmatig gebruik van alcohol raakt de

afbraakfunctie van de lever verstoord. Dit kan al na

enkele dagen flink alcoholgebruik gebeuren waardoor

er een ophoping van vet in de levercellen kan

plaatsvinden. Indien er een ernstige vetophoping in de

lever ontstaat kan de lever gaan zwellen. Hierbij kunnen

de volgende klachten optreden: pijn, slechte eetlust,

misselijkheid soms gepaard met braken en geelzucht.

Als er gestopt wordt met het drinken van alcohol

herstelt de lever zich en verdwijnt het opgestapeld vet.

Maar als er sprake is van langdurig overmatig gebruik

(alcoholisme) is de kans dat de lever gaat ontsteken

(alcoholhepatitis) groot.

Als er regelmatig teveel alcohol wordt gedronken kan

dit leiden tot levercirrose.

Leverkanker.

In de lever kunnen twee vormen van kanker

voorkomen, te weten:

- primaire leverkanker. Deze vorm ontstaat in de

lever zelf

- uitzaaiingen van kankercellen in de lever

veroorzaakt door kanker die ergens anders in het

lichaam is begonnen. Deze vorm is de meest

voorkomende vorm van kanker in de lever. Omdat

het om uitzaaiingen spreekt men bij deze vorm

niet van leverkanker.

Primaire leverkanker komt doorgaans voor bij mensen

vanaf 40 jaar. Als er sprake is van uitzaaiingen in de

lever kan dit in principe gebeuren op iedere leeftijd

maar meestal op oudere leeftijd. Dit is afhankelijk van

het soort kanker waar de uitzaaiingen door zijn

ontstaan.

Verschillende factoren kunnen oorzaak zijn voor het

ontstaan van leverkanker zoals bijvoorbeeld primaire


levertumor, levercirrose als gevolg van alcohol

misbruik en chronische hepatitis.

Als er sprake is van kanker in de lever (primair of

uitzaaiingen) geeft dit pas in een laat stadium klachten

als het gezwel groot is of als het gezwel op de galwegen

drukt waardoor er geelzucht kan ontstaan evenals jeuk,

vermoeidheid, ontkleuring van de ontlasting (wit) en

donkere urine.

De westerse medische behandeling van kanker in de

lever hangt af van de grootte van het gezwel en de

kwaliteit van de lever.

Als het gezwel klein is en er sprake is van slechts één

tumor (dus geen uitzaaiingen) kan een deel van de

lever chirurgisch worden verwijdert. Hierbij dient

minstens 30% van de lever in het lichaam achter te

blijven en dit gedeelte moet dan ook nog afdoende

kunnen blijven functioneren. Ook kan de tumor

middels thermisch uitschakelen (de plek wordt dan

sterk verhit zodat hij wegbrandt) aangepakt worden.

Als het gezwel groot is of als er sprake is van

vergevorderde levercirrose kan de aangetaste lever

operatief weggenomen worden en een nieuwe

donorlever in het lichaam geplaatst worden.

Voorwaarden zijn dat er in ieder geval geen

uitzaaiingen zijn in de lever van een tumor die elders

in het lichaam ontstaan is.

Geprobeerd kan ook worden om de tumor te verkleinen

door chemotherapie of immunotherapie.

Als er sprake is van uitzaaiingen kan er – mits de

uitzaaiingen beperkt zijn of niet te groot zijn – operatief

ingegrepen worden om deze te verwijderen.

Dit is wel afhankelijk van het type kanker. Bij niet alle

soorten kanker is een dergelijke ingreep zinvol

bijvoorbeeld als er sprake is van uitzaaiingen door

borstkanker en prostaatkanker.

Als de uitzaaiingen zijn gekomen door darmkanker

kunnen deze eventueel in combinatie met chemotherapie

chirurgisch of thermisch verwijderd worden.

Chirurgisch ingrijpen is niet zonder risico. Omdat de

lever een orgaan is dat sterk doorbloed is, vereist een

dergelijke ingreep bijzondere deskundigheid.

Behandeling van leverkanker kent twee eindresultaten:

- als de lever na de behandeling goed kan

functioneren kan iemand herstellen

- als de lever echter na behandeling niet voldoende

functioneren kan, is leven helaas niet (lang meer)

mogelijk

Het spreekt voor zich dat alle behandelingen zeer

lichamelijk én geestelijk zeer ingrijpend zijn en de

nodige (dikwijls verre van prettige) bijwerkingen met

zich mee brengen.

Leverfalen.

Als een lever zijn zeer belangrijke werk niet meer

voldoende of zelfs helemaal niet meer kan doen en

Health Bulletin Ayurveda Actueel nr. 4 - 2008

wanneer de mogelijkheid tot herstel uitblijft, is

levertransplantatie dikwijls nog de enige weg om het

te kunnen overleven.

Zolang er nog geen geschikte lever via een donor

beschikbaar is bestaat er een nieuwe behandeling met

een kunstlever (albuminedialyse) om de patiënt zoveel

mogelijk te stabiliseren. Daardoor loopt deze minder

risico te overlijden voordat er een nieuwe lever

beschikbaar is.

Met de albuminedialyse worden schadelijke stoffen

uit het bloed gefilterd door een dialyseapparaat dat

buiten het lichaam staat. De aangedane lever wordt

hierdoor ontlast en in sommige gevallen kan de lever

zich zelf herstellen.

Deze behandeling bevindt zich echter nog in het

beginstadium.

Ayurveda en de Lever (yakrut).

Circa 5.000 jaren geleden waren de Ayurvedische

geleerden het er over eens dat de wortel van rakta dhãtu

(bloedweefsel) zich bevond in de lever en de milt omdat

Rakta dhãtu gevormd wordt in de lever en milt van

een embryo. Nadat de baby is geboren en het kindje

zelfstandig gaat ademen stoppen de lever en de milt

met het aanmaken van rode bloedcellen en wordt de

functie overgedragen naar het beenmerg die de beide

functies heeft om rakta en maja dhãtus aan te maken.

Voordat het voedsel dat we eten in de lever komt,

passeert het eerst de maag. Door de maag wordt het

voedsel dusdanig bewerkt dat het naar de darmen kan

voor verdere verwerking. Tijdens dit spijsverteringsproces

worden voedingsstoffen die voor het lichaam

noodzakelijk zijn ondermeer opgenomen door de

vlokkige aanhangsels (villi) van de dunne darm

waarna het uiteindelijk via het bloed in de lever belandt

voor verdere be- en verwerkingen.

Het Sanskriet woord voor lever is yakrut. Ya betekent

circulatie en krut actie. De lever speelt een belangrijke

rol in de vertering van vet en samenstelling van

proteïnes door het vormen van amino- zuur. Het helpt

rañjaka pitta ook circuleren door het systeem dat bloed

aanmaakt.

Pitta bevindt zich o.a. in de maag, de dunne darm, in

het bloed, in de lever, de galblaas en de milt (plihã).

Pitta heeft affiniteit met deze plekken en is daar dan

ook geconcentreerd. Pitta is ook aanwezig in de ogen,

transpiratie, vet en de grijze hersenmassa (sãdhaka).

Maar de belangrijkste plek waar Pitta zich bevindt is

de dunne darm.

In de lever komt pitta voor in de gal en in het bloed dat

zich bevindt in de lever en in de milt.

In de lever bevindt zich eveneens Samãna Vãyu die

voor energie zorgt om enzymen en gal af te kunnen

scheiden waarna deze terecht komen in de galblaas

(pittasha) en vandaar uit uitgescheiden worden naar

de twaalfvingerige darm (grahani). Als pitta in de lever

verhoogd is kan dit leiden tot productie van teveel


Health Bulletin Ayurveda Actueel nr. 4 - 2008

enzymen waardoor verwerking van de enzymen te

intensief wordt. Als pitta te laag is in de lever kan dit

leiden tot te weinig productie van enzymen.

De lever is een afscheidings- zowel als een

uitscheidingsorgaan. Het scheidt gal af en scheidt

ongewenste giftige stoffen uit. Gal is ranjaka pitta. Het

is geelgroen gekleurd, vloeibaar, olieachtig, bitter en

scherp en alkalisch. Het bevat anorganische zouten

en pigmentatie. Gal helpt afscheiding door de

peristaltische beweging van het spijsverteringskanaal

te stimuleren en geeft door de aanwezigheid van

pigmentatie kleur aan de ontlasting.

De lever handhaaft het zuur-alkali gehalte in ons

bloed. In de lever worden rode bloedcellen die ongeveer

120 dagen oud kunnen worden, afgebroken. Uit het

ijzercomponent dat zich in de af te breken rode

bloedcellen bevindt wordt een gewijzigde ranjaka pitta

vervaardigd. Een van de stoffen die vrijkomt bij de

afbraak van rode bloedcellen is biliverdin, dat gevormd

is door de oxidatie van bilirubin door ranjaka agni en

rakta agni en dat daarna uitgescheiden wordt in de

gal. Het werkzame kapha gedeelte, globine

(eiwitbestanddeel van hemoglobine), voedt de lever en

handhaaft de immuniteit.

Rañjaka pitta (rañjaka betekent: kleur geven) geeft in

de lever kleur aan alle weefsels.

Rañjaka pitta doodt bacteriën en parasieten in de milt

en produceert ook witte bloedcellen waardoor haar

functie ook beschermend is.

De milt filtert het bloed en stuurt voor het lichaam

onnodige en oude rode bloedcellen naar de lever

waarna de lever ze vernietigt en de hemoglobine eruit

haalt. Daarna gebruikt de lever deze hemoglobine voor

de aanmaak van galzouten, pigment en enzymen.

Als de lever niet goed functioneren kan zal het beenmerg

ook niet goed kunnen functioneren evenals de milt en

andere organen. De lever is een gecompliceerd vitaal

orgaan. Zonder milt, met maar één long of nier, is te

leven maar zonder lever absoluut niet.

Ayurveda stelt dat ook bhuta agni (de vijf basiselementen:

ether, lucht, vuur, water en aarde worden bhutas

genoemd) zich in de lever bevindt. Het Sanskriet woord

bhuta betekent element of dát wat zich manifesteert als

materie.

Jãthara agni (jathari agni is het centrale vuur van het

spijsverteringssysteem dat verantwoordelijk is voor

vertering en opname van het voedsel dat we eten. Het

voedt alle lichaamsvuur.) manifesteert zich in de lever

als vuur voor de vertering van deze vijf elementen

(bhuta) die in onze ingenomen voeding zitten. In de

lever worden deze elementen van het verteerde voedsel

door bhuta-agni omgezet in stoffen die noodzakelijk

zijn voor ons hele lichaam.

Rañjaka agni is het vuurelement van ranjaki pitta en

bevindt zich in de lever, de milt en de maag. Het is het

deel dat vrijkomt na het afbreken van rode bloedcellen

en het leidt de omzetting van rasa in rakta dhatu.

Er bestaat een samenwerking tussen rañjaka agni, bhuta

agni en rakta agni. Rañjaka agni verenigd bhuta agni

en geeft kleur aan de rasa dhata en verandert rasa in

onrijp rakta dhatu, Bhuta agni is de gespecialiseerde

funtie van ranjaka agni in de lever dat voedsel omzet in

stoffen die het lichaam nodig heeft. Rakta agni verandert

daarna de onrijpe in rijpe bloedcellen.

Ziektes van ranjak pitta zijn hepatitis, bloedarmoede,

chronische vermoeidheid syndroom en mononucleosis

(klierkoorts of ziekte van Pfeiffer). Als kapha ranjaka

pitta verstoord raakt zal de patiënt galstenen

produceren. Als kapha langdurig verblijft in de lever

zal er hoge cholesterol geproduceerd worden of een

vettig soort diarrhee.

Er is een overeenkomst tussen ranjaka pitta en

alochaka pitta (evenals tussen de lever en de ogen)

welke laatste zich in de ogen bevindt. Als het oogwit

geel is komt dit door een verstoring van ranjaka pitta

en alochaka pitta.

Wanneer er zich giftige stoffen in de lever bevinden

kan dit stoornissen bij het zien opleveren.

Als er teveel alcohol gedronken worden zal bij het

verwerken door de lever van de alcohol pitta behoorlijk

toenemen

Alcohol zowel als vet worden in de lever afgebroken.

Wanneer bhuta agni niet goed werkzaam is in de lever,

zal dit kunnen leiden tot een verhoogd

cholesterolgehalte in het bloed ondanks dat iemand

niet veel vetten eet. Alcohol dat voor een groot deel uit

gefermenteerde (gisting) suiker bestaat wordt in de lever

ook omgezet tot vet. Een teveel aan alcohol kan

vervetting van de lever opleveren en op den duur kan

de lever vergroot raken of kan er cirrose optreden

Een van de functies van de lever is het opslaan van

vetten (meda dhatu) en bhuta agni stimuleert meda

agni om de vetweefsels te voeden. Als dit proces niet

goed werkt zal dit zich kunnen uiten in een verhoogd

cholesterolgehalte in het bloed.

Bhuta agni voedt ashthi dhatu (botweefsel) middels

stofwisseling van mineralen en met vitamine B12 en

door maagzuur. Ook helpt bhuta agni bij de productie

van rode bloedcellen in het beenmerg (majja dhatu =

beenmergweefsel). Als het bloed in de lever komt en

de oude bloedcellen hier afgebroken worden, haalt de

lever ijzer uit deze afgebroken rode bloedcellen en

stuurt deze ijzer terug naar het beenmerg alwaar

nieuwe rode bloedcellen gemaakt worden.

Middels werking van hormonen helpt bhuta agni bij

de voeding van majja (beenmerg) en shukra/artavam

dhatus (vrouwelijk voortplantingsweefsels). Deze

processen zijn allemaal nauw met elkaar verbonden.

Als iemand lijdt aan ziekte van de lever kan één of

meerdere functies van de lever aangetast worden met

alle gevolgen vandien. De patiënt kan last hebben van

bloedarmoede, geelzucht, verval van de spieren,

vermagering, de botten kunnen poreus worden en

dikwijls is er ook sprake van libido-verlies.


Belang van de smaak bitter voor de lever.

Alle voedsel dat we eten is samengesteld uit één of

meerdere smaken, te weten:

- zoet (madhura) met als elementen aarde en water

- zuur (amla) met als elementen aarde en vuur

- zout (lavana) met als elementen water en vuur

- scherp (katu) met als elementen lucht en vuur

- bitter (tikta) met als elementen lucht en ether

- samentrekkend (kashaya) met als elementen lucht

en aarde

Al deze smaken worden geassocieerd met de

verschillende organen in ons lichaam, te weten:

- zoet met de schildklier en het bovenste gedeelte

van de longen

- zuur met de longen

- zout met de nieren

- scherp met de maag en het hart

- bitter met de pancreas, de lever en de milt

- samentrekkend met de darmen

De vijf smaken zijn van grote invloed op een goede

werking van de organen in ons lichaam. Het is daarom

zeer belangrijk dat het dagelijkse voedsel dat we

gebruiken, is samengesteld uit deze vijf smaken.

Zoals uit bovenstaand blijkt heeft de smaak bitter

invloed op de lever, de pancreas en de milt.

Bitter (tikta) is koud, licht en droog. Bitter doet vata

toenemen en pitta en kapha afnemen.

Voedingsmiddelen met een bittere smaak zijn o.a.: aloë

vera, geelwortel, fenegriek, koffie, witlof, andijvie,

spinazie en andere bittersmakende soorten groenten

(vooral bladgroenten).

De smaak bitter werkt anti-toxisch en doodt bacillen,

virussen en wormen in de darmen. Het helpt bij het

verlichten van brandende sensaties in het lichaam, bij

jeuk, bij flauwvallen en bij hardnekkige huidziekten.

Het is ontstekingremmend, verlaagt de koorts, werkt

laxerend en het maakt de lever schoon (lekhana=

wegschrapen van vet en gift). Het heeft een drogende

werking waardoor vet in het lichaam verminderd kan

worden. Een overmaat aan de smaak bitter verstoort

vata.

Bitter is op zichzelf geen echt lekkere smaak. Veel

mensen houden dan ook niet van de smaak bitter.

Teveel eten van voedsel waarin de smaak bitter zit kan

alle doshas uitputten en kan duizeligheid en

onbewustheid veroorzaken evenals ernstige droogte

en ruwheid in het lichaam, vermagering en

vermoeidheid. Een teveel aan bitter in het lichaam kan

eveneens de aanmaak van beenmerg verminderen en

tot osteoporose leiden. Bitter heeft ook invloed op

seksuele energie. Een teveel aan bitter vermindert deze

energie of laat het zelfs verdwijnen. Veel yogi’s in India

nemen extra bitter in de vorm van Neem om sober,

streng voor zichzelf en celibatair te kunnen zijn en dit

vol te kunnen houden.

Behandeling van leverziekten.

Health Bulletin Ayurveda Actueel nr. 4 - 2008

Uit dit artikel mag blijken dat ziekten van de lever een

ernstige zaak zijn. Het is dan ook van zeer groot belang

nauwkeurig onderzoek te laten doen om te kunnen

vaststellen van welke ziekte er sprake is. Pas daarna

kan deze ziekte zo adequaat mogelijk behandeld

worden. Zelfmedicatie is niet aan te bevelen als er

sprake is van een ziekte aan de lever. Wel is het

verstandig om zo gezond en regelmatig mogelijk te

leven en het gebruik van alcohol sterk te verminderen

of te stoppen. Als de lever aangetast is door het innemen

van westerse medicijnen dient met de behandelende

arts nagegaan te worden of er niet gestopt kan worden

met het slikken van dergelijke medicijnen en er

mogelijke – indien medicatie noodzakelijk is –

alternatieven zijn die minder schadelijk zijn.

Bij sommige aandoeningen is het beslist noodzakelijk

dat er een beroep gedaan wordt op de westerse

geneeskunde, zoals bijvoorbeeld bij leverkanker,

levercirrose, leverfalen. Ayurveda kan een uitstekende

ondersteuning bieden bij de westerse medische

behandelingen ten aanzien van leverziekten.

Als leverklachten veroorzaakt worden doordat pitta

is verhoogd of te laag is, dient pitta middels

Ayurvedische middelen en aangepast dieet verhoogd

of verlaagd te worden. Dit geldt ook voor Samana Vayu

en voor Bhuta agni.

Er kunnen diverse middelen door een Ayurvedisch

arts voorgeschreven worden als er sprake is van

leverklachten, te weten:

- Liv. 52: dit middel werkt o.a. corrigerend en

beschermend op de lever. Het bevordert de

levercelregeneratie en versnelt het metabolisme. Dit

middel wordt vooral voorgeschreven als er sprake

is van beschadiging van de lever, een slechte

werking van de lever en nog voor andere klachten

- LivoVishisht: dit middel heeft een beschermende

werking voor de lever door zijn ontstekingsremmende

effecten. Het activeert de functies van de lever,

reguleert het bilirubinemetabolisme en bevordert de

galstroom naar de darmen. Het wordt nogal eens

voorgeschreven bij stoornissen van de lever, als er


Health Bulletin Ayurveda Actueel nr. 4 - 2008

teveel galbestanddelen in het bloed zitten, bij

chronische hepatitis, lever- en miltvergroting,

stoornissen in de galproduktie

Uw Ayurvedische arts heeft nog meer Ayurvedische

middelen tot zijn beschikking. Hij bepaalt na onderzoek

welke middelen voor u het geschiktst zijn.

De volgende kruiden kunnen heel heilzaam zijn bij

leverklachten, te weten:

- aloë vera: bevat de smaken bitter en zoet en heeft

een algemeen verkoelend effect op het lichaam.

Het kan gebruikt worden om de lever te ontdoen

van een teveel aan pitta en om tegelijkertijd het

verteringsvuur te verlagen. Het is een krachtige

maar toch zachte plant voor ontgiften. Het kan de

drie doshas in evenwicht brengen

- picrorhiza kurroa (kutki): is een van de meest sterke

zuiveringsmiddelen in de Ayurveda. Het wordt

gebruikt als er sprake is van leverbeschadigende

vergiftigingen of bij ontstekingen van de lever. Als

er sprake is van teveel alcoholgebruik of drugs kan

kutki gebruikt worden als onderdeel van een

ontgiftingskuur. Ook kan kutki ingezet worden bij

de behandeling van chronische hepatitis

- mariadistel (silybum Marianum): dit kan gebruikt

worden bij de behandeling van leverontstekingen

en cirrose en bij het beschermen van de lever tegen

de giftigheid van bepaalde geneesmiddelen,

chemotherapie en medicijnen tegen kanker.

Uiteraard zijn er nog veel meer kruiden en planten die

genezend werken bij leveraandoeningen. Maar het zou

te ver gaan om ze allemaal te vermelden in dit artikel.

Als u een bepaalde plant of kruid wil gaan gebruiken

om klachten van de lever te bestrijden, overlegt u dan

altijd eerst met uw Ayurvedische arts of de betreffende

plant of kruid voor u wel geschikt zijn.

Het kan niet genoeg gezegd worden dat gezond eten,

het voedsel te gebruiken dat hoort bij uw unieke

lichaamsconstitutie, regelmatig eten en leven, genoeg

bewegen, matig en liever geen alcoholgebruik, het

zoveel mogelijk vermijden van stress en meditatie sterk

aan te raden zijn wilt u er voor zorgen dat u zo

lichamelijk én geestelijk zo gezond mogelijk blijft.

Emoties.

De lever is een belangrijke plaats voor het element vuur

en vormt door dit vuur een plek voor de volgende

emoties: ergernis, haat, afgunst en jaloezie. Deze

emoties moeten allemaal ‘verwerkt’ worden zowel

geestelijk als lichamelijk. Om deze emoties te verwerken

is het belangrijk dat men zich bewust is van deze

emoties en is het verstandig er ook de nodige aandacht

aan te besteden waardoor het vuur (agni) in de lever

deze emoties uit de lever kan gaan verwerken. Als

emoties onderdrukt worden kunnen ze (grote) stress

veroorzaken in de corresponderende organen met als

uiteindelijk gevolg ziekten. De emoties willen uit het

lichaam. Dit kan door totaal bewust te zijn van de

betreffende emotie en met wat het jou doet zowel

geestelijk als lichamelijk.

Ayurveda ziet de geest en het bewustzijn niet los van

het lichaam. Dus ook onze emoties. Dit in tegenstelling

tot de westerse medische wetenschap die het lichaam

al te dikwijls los vindt staan van de geest en ons

bewustzijn.

Conclusie.

Uit dit artikel blijkt de belangrijkheid van de rol die de

lever speelt in ons lichaam en zijn invloed op onze

gezondheid. Zonder lever kan geen mens leven.

Gelukkig kunnen we er zelf het nodige aan doen om

zo gezond mogelijk te blijven. Lichamelijk zowel als

geestelijk. Maar als iemand onverhoopt toch te maken

krijgt met leverziekten door bijvoorbeeld een besmetting

met hepatitis, dan is het zaak daar niet zelf aan te gaan

sleutelen maar een beroep te doen op een Ayurvedisch

arts of een reguliere arts.

Ziekten aan de lever mogen nooit lichtvaardig

genomen worden. Er moet ook niet afgewacht worden

of ze niet vanzelf overgaan. Een zieke lever beïnvloedt

een goede werking van het hele lichaam.

Het lichaam kan vergiftigd raken, er kan ernstige

bloedarmoede optreden, etc. Als leverziekten

onbehandeld blijven, kan de consequentie uiteindelijk

zijn: de dood.

Wees altijd verstandig als er sprake is van klachten

aan de lever.

1. Komt een patient bij de dokter en verteld dat hij

veel drinkt en bijna niks eet.

dokter; als u nog 2 jaar zo door gaat bent u binnen

een maand doodt.

2. zegt de dokter ik geef u nog 6 maanden te leven,

omdat hij zijn rekeningen niet had betald gaf de

dokter hem nog eens 6 maanden.

More magazines by this user
Similar magazines