26.09.2013 Views

Oude gebouwen nieuwe functies - Evert Verhagen

Oude gebouwen nieuwe functies - Evert Verhagen

Oude gebouwen nieuwe functies - Evert Verhagen

SHOW MORE
SHOW LESS

Create successful ePaper yourself

Turn your PDF publications into a flip-book with our unique Google optimized e-Paper software.

‘De hype rond de<br />

creatieve stad is<br />

voorbij, hoog tijd<br />

voor volwaardige<br />

strategieën.’<br />

Inhoud<br />

26 Voorwoord<br />

30 Inleiding<br />

Nieuwe kansen, <strong>nieuwe</strong> aanpak<br />

46 Hoofdstuk 1<br />

Genetische modificatie van<br />

de stad: DNA & identiteit<br />

64 Milaan: Porta Nuova<br />

66 Hoofdstuk 2<br />

Synergie tussen artistiek<br />

en commercieel<br />

78 Berlijn: Prenzlauer Berg<br />

82 Hoofdstuk 3<br />

Cultureel-economische strategieën<br />

in de stedelijke vernieuwing<br />

100 Manchester: Northern Quarter<br />

102 Hoofdstuk 4<br />

Waardeontwikkeling en creatieve<br />

economie<br />

126 Birmingham: Custard Factory<br />

130 Hoofdstuk 5<br />

Nieuwe verbindingen maken<br />

het creatief DNA: proces<br />

en coalitievorming<br />

144 Helsinki: Arabianranta<br />

146 Hoofdstuk 6<br />

Creatieve economie en<br />

architectuur<br />

158 Lille: European Capital of Culture<br />

2004<br />

164 Coolhaveneiland Rotterdam<br />

176 Hazemeyer Hengelo<br />

190 Oliemolenkwartier Amersfoort<br />

204 NDSM-Werf Oost Amsterdam-Noord<br />

216 Creatoop-strategie Arnhem<br />

232 Olympisch Gebied Amsterdam<br />

246 Communicatiestad Leiden<br />

258 Van onderhandelen naar<br />

samen werking.<br />

Het verhaal van de CoP<br />

Creatieve Economie<br />

272 <strong>Evert</strong> <strong>Verhagen</strong><br />

leiderschap in plaats<br />

van regelgeving<br />

Interview door Jeroen Saris<br />

278 Bronnen<br />

279 Auteurs


Voorwoord<br />

door onwetendheid het kunnen ervaren van het bijzondere licht onmogelijk is geworden<br />

en het daardoor gewoon een mooie plek wordt als alle andere. Of dat deze gebiedskennis<br />

wordt gebruikt bij de herinrichting van het terrein. En dat NDSM opnieuw bijzonder<br />

wordt, zoals het altijd bijzonder is geweest.<br />

Dat is lastig in de werkelijkheid van generieke concepten en beleidsnota’s, als je niet gewend<br />

bent wat preciezer van binnen naar buiten te kijken.<br />

De CoP creatieve economie gaat over precies kijken en onderzoeken. Wat maakt dat een<br />

plek zich ontwikkelt tot een creatieve be-doel-ing? Iedere context is weer anders door<br />

de geschiedenis, de omgeving en de spelers.<br />

Zijn er wetmatigheden in creatieve ontwikkeling? Welke thema’s komen telkens op de<br />

agenda terug ongeacht de specifieke context? Wat moet je doen en bovenal laten? Gras<br />

gaat niet harder groeien als je eraan trekt, maar een beetje mest wil vaak helpen.<br />

Dit boek is de afsluiting van bijna drie jaar gebiedsontwikkeling, specifiek op zeven plekken<br />

voor creatieve economie in Nederland. Praktijkontwikkeling met mensen afkomstig uit<br />

de omgeving van die plekken: wethouders, ambtenaren, projectontwikkelaars, <strong>nieuwe</strong><br />

en oude bewoners, kunstenaars, ondernemers. Met experts van buiten, onderzoekers en<br />

wetenschappers. The whole system in one room.<br />

De CoP als een rondreizend circus: van Hengelo, naar Rotterdam, naar Amersfoort,<br />

Amsterdam, Leiden en naar Arnhem. Om intrigerende vraagstukken voor die ene plek<br />

bij de kop te pakken, elkaar te helpen door scherp door te vragen en eigen ervaringen<br />

in te brengen.<br />

Resultaatgericht op twee niveaus: het doorontwikkelen van de creatieve ontwikkeling<br />

op de tijdige standplaats van het circus en het vergroten van het vakmanschap en de kennis<br />

van de circusartiesten.<br />

26 Welke kunsten we geleerd hebben en hoe we de creatieve ontwikkeling verder hebben<br />

geholpen, kunt u lezen in dit boek.<br />

27<br />

Het is 13 september<br />

2007, een zonnige<br />

nazomerdag. Met de<br />

pont over het IJ varen<br />

is als het aankomen<br />

in een nieuw land<br />

dat nog ontdekt mag<br />

worden.<br />

In de expertmeeting van de Community of Practice (CoP) Creatieve Economie staat<br />

vanmiddag de toekomst van de NDSM-werf centraal. Tijdens een discussie met gebruikers<br />

van het terrein zijn zorgen uitgesproken over de toenemende interesse van commerciële<br />

partijen voor dit gebied. Om een beeld te vormen over wat passend is, is het belangrijk<br />

om samen met anderen een toekomstvisie te vormen over de werf en de ruimte aan te<br />

geven waarbinnen activiteiten en ontwikkelingen denkbaar en wenselijk zijn. Ook een<br />

gesprek over waarden en waardering.<br />

Aan tafels hebben zich onder meer kunstenaars geschaard, ambtenaren van het stadsdeel<br />

en de centrale stad, een wethouder, de programmeur van Over ’t IJ, een onderzoeker van<br />

creatieve economie, een MTV’er, medewerkers van de Huurdersvereniging NDSM-terrein,<br />

projectontwikkelaars, collega-CoP’ers uit Amersfoort, Leiden, Hengelo, Arnhem. Het<br />

zijn allen kennisdragers met gevarieerde kennis over het gebied, en andere gebieden waar<br />

creatieve economie moet floreren, over het hoofdstedelijk beleid, over het opzetten van<br />

commerciële activiteiten, over het binden van bewoners aan een gebied, over kunst<br />

maken aan het IJ.<br />

Het wordt stil als zij het woord neemt. Een bewoonster met liefde voor de plek. Dat voel<br />

je als ze beschrijft wat de NDSM-werf zo bijzonder maakt. Het licht! Dat vindt je nergens<br />

anders meer aan het IJ dan hier. Op alle andere plekken is het bijzondere licht gewoon<br />

geworden. Dat bijzondere licht was ons niet zo opgevallen, maar wij waren ook maar<br />

passanten voor een middag, bivakkerend in een industrieel complex met een rijk verleden.<br />

Je kunt je gemakkelijk voorstellen dat in de toekomst wordt gesloopt en gebouwd, dat<br />

Ab van Luin<br />

Habiforum


1<br />

28 29


Inleiding<br />

Jeroen Saris, de Stad bv<br />

Nieuwe kansen,<br />

<strong>nieuwe</strong> aanpak<br />

Aanleiding<br />

De hype rond de creatieve stad is voorbij. Rond de eeuwwisseling voorspelde Sir Peter<br />

Hall (1998) dat in de 21e eeuw stedelijke bloei het resultaat zou zijn van een combinatie<br />

van cultuur, technologie en grootstedelijk organisatievermogen. Charles Landry en Franco<br />

Bianchini volgden hem op de voet met de term creatieve stad, waarna Richard Florida in<br />

The Rise of the Creative Class (2002) de <strong>nieuwe</strong> economische kansen voor steden benadrukte.<br />

De creativiteitsthese vloog de wereld rond en landde in 2002 in Nederland op de conferentie<br />

van de Deltametropool over cultuur (Hemel, 2002). Eindhoven was met de oprichting van<br />

de stichting ALICE en met de conferentie over ‘Creatief DNA’ de eerste stad die creativiteit<br />

omarmde als bron van innovatie. Daarna ging het snel in heel Nederland. Bij de opening<br />

van het Cultuurpark Westergasfabriek in Amsterdam in 2003, waar zowel Florida als Landry<br />

optrad, kwamen de voornaamste ingrediënten van de ‘creativity and the city’ op het juiste<br />

moment en op de juiste plaats bij elkaar: het industrieel erfgoed van de Westergasfabriek,<br />

de herontwikkeling en de culturele invulling, de creativiteit als bron van economische groei<br />

en voorspoed, de stad als plek waar dit <strong>nieuwe</strong> avontuur zich zou gaan voltrekken. Toen ook<br />

het Kabinet in de nota ‘Ons cultureel kapitaal’, mede op basis van onderzoek door TNO,<br />

RPB, de Atlas van Nederlandse gemeenten, ABF Research en ETIN, tot de conclusie kwam<br />

dat creatieve bedrijvigheid een substantiële bijdrage levert aan de groei van de stedelijke<br />

economie, was de hype een feit.<br />

Elke stad in Nederland, groot of klein, ging op zoek naar de creatieve kansen voor de<br />

stedelijke economie en het belang van cultuur om de aantrekkingskracht van de stad op<br />

de creatieve klasse te vergroten. Wat is de belofte van de creatieve economie voor de steden?<br />

– <strong>nieuwe</strong> ideeën voor verouderde <strong>gebouwen</strong> en wijken in het postindustriële tijdperk;<br />

– terugkeer van symbolische productie in de binnenstad;<br />

– een beter ontmoetingsklimaat;<br />

– versterkte aantrekkingskracht van steden en regio’s op talent;<br />

– meer kansen voor opwaardering en herontwikkeling van binnenstedelijke wijken;<br />

– kansen voor verbreding van de stedelijke economie.<br />

Op vele plaatsen zijn coalities gevormd van gemeenten, eigenaren van oude industriële<br />

panden, gebiedsontwikkelaars en de creatieve sector. Zij zien kansen in de toegevoegde<br />

waarde van de creatieve klasse, creatieve industrie en creatieve economie. <strong>Oude</strong> industriële<br />

<strong>gebouwen</strong> zouden op deze manier behouden en hergebruikt kunnen worden. De toegevoegde<br />

waarde van de creatieve economie manifesteert zich in waardestijging van buurten<br />

of wijken en in het financierbaar maken van de herontwikkeling van locaties. De kansen<br />

die de creatieve economie biedt, liggen niet alleen in het behoud van industrieel erfgoed<br />

maar op een breed terrein, zelfs op gebied van sociaal welzijn. De <strong>nieuwe</strong> ideeën voor<br />

deze oude <strong>gebouwen</strong> die zijn aangedragen door de creatieve sector hebben gemeenten,<br />

woningcorporaties, financiers en projectontwikkelaars op hun beurt weer op <strong>nieuwe</strong><br />

ideeën gebracht.<br />

De tijd was rijp om de hype om te zetten in volwaardige strategieën van herontwikkeling<br />

om de groei van de creatieve economie te bevorderen. Een coalitie van gemeenten, gebiedsontwikkelaars<br />

en financiers uit het hele land richtte in samenwerking met Habiforum een<br />

leeromgeving in om de strategieën beter te onderbouwen en te beproeven. In zeven projecten,<br />

de Proeftuinen Creatieve Economie, leerden zij niet alleen van elkaar, maar leerden zij ook<br />

hoe de herontwikkeling van en voor de creatieve economie gedaan kan worden.<br />

Het resultaat is vastgelegd in het voorliggende Nieuwe ideeën voor oude <strong>gebouwen</strong>. Het is<br />

een praktijkboek dat inzicht geeft in de wijze waarop met creatieve economie kan worden<br />

omgegaan, in welke milieus creativiteit bloeit, hoe groei versneld kan worden, hoe waardeontwikkeling<br />

bevorderd kan worden en hoe creatieve economie kan bijdragen aan herontwikkeling<br />

van <strong>gebouwen</strong> en wijken. Om de belofte van de creatieve economie te<br />

verzilveren, is behoefte aan effectieve strategieën die op de praktijk zijn gebaseerd en niet<br />

op wensdenken of copy-paste. In deze strategieën wordt de verbinding gelegd tussen de eigen<br />

31


aard van de creatieve economie, kansrijke milieus, stedelijke identiteit en coalitievorming.<br />

Uit deze verbinding komen strategieën voort die werkelijk hout snijden.<br />

Verder in deze inleiding gaan we voorbij de hype en laten we zien wat de duurzaamheid<br />

van de belofte van de creatieve economie is, zowel voor steden als voor de economie.<br />

We sluiten af met een leeswijzer voor de rest van het boek.<br />

en toepassing wordt creativiteit een kernvaardigheid waarover alle deelnemers dienen te<br />

beschikken. De stad is de geschikte omgeving om deze uitwisseling en overvloeiing van<br />

kennis en techniek te laten plaatsvinden. Hoe rijker, gevarieerder de omgeving, hoe groter<br />

de kans op kruisbestuiving en experiment.<br />

Creativiteit en de stad<br />

Creativiteit en economie<br />

De derde reden waarom de steden duurzaam onder invloed zullen staan van de creatieve golf<br />

Overal in de ontwikkelde landen van Europa, Amerika en elders in de wereld nemen steden hun<br />

heeft te maken met de economische ontwikkeling. De markteconomie beschikt over een<br />

toevlucht tot culturele strategieën voor de revitalisering van het stedelijk leven in de postindustriële<br />

sterke revolutionerende kracht die in staat is het sociale leven en de vorm van steden telkens<br />

samenleving. In dit boek staan enkele voorbeelden, zoals Birmingham en Manchester, waar<br />

weer ingrijpend te veranderen. Zal de creatieve economie als <strong>nieuwe</strong> loot aan de stam van<br />

oude wijken zijn getransformeerd tot woon-, werk- en uitgaansmilieus voor de creatieve klasse.<br />

het kapitalisme opnieuw zorgen voor grote veranderingen in het sociale en stedelijk leven?<br />

Of Helsinki, waar Arabianranta, een heel <strong>nieuwe</strong> wijk voor kennis, cultuur en technologie,<br />

Richard Florida denkt van wel, en met hem vele anderen. Na de postindustriële samenleving<br />

is ontstaan. Lille heeft de aanwijzing tot Culturele Hoofdstad aangegrepen voor een regionale<br />

en de diensteneconomie is de creatieve economie de volgende stap van de (westerse) samen-<br />

culturele revival. In Berlijn maken de culturele ondernemers in wijken als Prenzlauer Berg,<br />

leving op de piramide van Maslow: de productie van betekenis vercommercialiseerd en wordt<br />

Friedrichshain en Kreuzberg gebruik van de leegstand en van de lage kosten. Ze bouwen een<br />

creatieve markt op waar menige stad zijn vingers bij zal aflikken. Amsterdam en Londen roepen<br />

toegankelijker. We gaan op deze economische duurzaamheid uitvoeriger in.<br />

zichzelf uit tot creatieve hoofdstad van Europa. Is dit nog wel een hype?<br />

Industriële markteconomie<br />

De markteconomie heeft periodiek voor economische omwentelingen gezorgd, <strong>nieuwe</strong><br />

Er zijn minstens drie goede reden om aan te nemen dat creativiteit voor langere tijd betekenis<br />

technologieën in zich opgenomen en culturele veranderingen teweeggebracht. Deze<br />

zal hebben voor steden. De eerste is dat steden van oudsher de cultuurproducenten zijn.<br />

omwen telingen hebben het sociale leven, de cultuur en de steden diepgaand beïnvloed.<br />

Kerk, kunst, ambacht en wetenschap vormden eeuwenlang het hart van de stad, tot de<br />

Bloei en verval van steden hangen ervan af. Andersom hebben <strong>nieuwe</strong> technologieën,<br />

binnensteden veranderden in koopcentra. Voor cultuurproductie zijn ontmoeting, uitwis-<br />

culturele veranderingen en wetenschappelijke ontwikkelingen de voorwaarden geschapen<br />

seling en nabijheid op een klein oppervlak eeuwenlang belangrijke voorwaarden geweest.<br />

om de grenzen van de economie te verleggen. ‘All that is solid melts into air’, zei Marx<br />

Is dat nog steeds zo in het internettijdperk, met permanente wereldwijde synchrone<br />

(1848) al. Het handelskapitalisme bracht koopmanssteden voort als Venetië, Londen en<br />

32 communicatie? Internet is inderdaad een grote accelerator van de uitwisseling. Traditionele<br />

Amsterdam. Steden die het handelsverkeer op <strong>nieuwe</strong> leest hebben geschoeid, zowel in<br />

33<br />

culturen waren sterk plaats- en tijdgebonden. Plaats en tijd worden in dit tijdperk van elkaar<br />

financiële techniek als in de organisatie op wereldschaal van de handel. De stedenbouw,<br />

losgemaakt en op een <strong>nieuwe</strong> wijze verbonden (Giddens, 1991; Castells, 1996). Mondiale<br />

de grachten en kanalen, paleizen en pakhuizen getuigen daarvan, maar ook de burgerlijke<br />

uitwisseling van beelden en informatie leidt tot relativering van traditionele verbanden<br />

cultuur en de politiek.<br />

en de lokale culturen. Voor velen is het doorsnijden van traditionele banden verwarrend,<br />

De industriële productie doorbrak de traditionele stedelijke structuur door middel van<br />

voor anderen is het identiek aan vrijheid. Voor beide neemt de behoefte aan zingeving<br />

grootschalige productie in fabrieken. Kenmerken van de moderne stad zoals de scheiding<br />

en betekenis sterk toe, ook al kiest de een voor Al Jazeera en de ander voor YouTube.<br />

van wonen en werken komen voort uit <strong>nieuwe</strong> technologieën, die onder meer de metro,<br />

Voor de productie van content, betekenis, zijn lokale contexten en lokale netwerken niet<br />

trein en auto mogelijk maakten. Daarnaast zorgden gas, licht en waterleiding, industriële<br />

minder belangrijk geworden (Landry & Bianchini, 1995). Nieuwe culturele uitingen<br />

bouw en moderne architectuur voor de noodzakelijke organisatorische en technische<br />

en vormen vinden hun inspiratie in deze contexten en mengen zich snel met andere<br />

voorwaarden voor stedelijke groei, waardoor industriële steden konden uitgroeien tot<br />

als er voldoende diversiteit aanwezig is. Culturele diversiteit is daarmee een belangrijke<br />

19e- eeuwse metropolen. De massamens maakt zijn historisch debuut (ook op het witte<br />

voorwaarde geworden om het tempo van de culturele verandering te kunnen bijhouden.<br />

doek in Metropolis en Modern Times). De migratiegolven naar de steden waar het werk is,<br />

Verwacht mag worden dat creatieve en culturele productie zich steeds meer in steden zal<br />

worden opgevangen in tamelijk eenvormige arbeiderswijken. Tot in de eerste helft van<br />

concentreren waar in elk opzicht (geloof, kunst, wetenschap, economie, muziek en straat-<br />

de 21e eeuw speelt de industriële productie nog weinig in op de individuele behoefte. Vaak<br />

cultuur) diversiteit aanwezig is.<br />

wordt in dit verband Henry Ford aangehaald: ‘We hebben T-Fords in alle kleuren als ze maar<br />

De tweede reden dat de creatieve economie duurzaam kan zijn: sinds Leonardo da Vinci,<br />

zwart zijn.’ Het cultuurdebat over de massamens en de onderwerping van de menselijke<br />

de laatste universele mens, is een toenemende scheiding ontstaan tussen disciplines in kunst,<br />

behoefte aan de wetten van de markt, vond daar zijn oorsprong en gaat nog onverminderd<br />

wetenschap en techniek. In de architectuur en in industrieel design is de verbinding tussen<br />

techniek en ontwerp nooit geheel verbroken, hoewel ook daar de vorm steeds vaker werd<br />

door (Klein, 2000; Barber, 2007).<br />

gezien als afgeleide van de functionaliteit. In de wetenschap, technologie en de kunst komt<br />

De postindustriële economie<br />

in de laatste decennia steeds meer het accent te liggen op de integratieve benaderingen.<br />

Het postindustriële tijdperk is moeilijker te typeren. Er worden telkens andere termen<br />

Holisme ontwikkelt zich als tegenhanger van steeds verdere specialisatie. Technieken en<br />

gebruikt zoals diensteneconomie, kenniseconomie en nu de creatieve klasse. De diensten-<br />

vormentalen worden van de ene discipline overgenomen door de andere. Een voorbeeld<br />

economie heeft steden verrijkt met kantoorlocaties, hoogbouw en <strong>nieuwe</strong> skylines. De<br />

is een tentoonstelling in Parijs waar architectuurontwerpen worden getoond die motieven<br />

<strong>functies</strong>cheiding tussen wonen en werken heeft zich doorgezet in kantoorparken, terwijl<br />

en technieken uit de mode verwerken in de ‘huid’ van het gebouw. Ook het gebruik van<br />

het werk in de industrie steeds meer uit het stadsbeeld is verdrongen. In de ene stad werden<br />

ICT leidt tot steeds meer overvloeiende technieken in verschillende domeinen, van analyses<br />

het centrum opgeslokt door cityvorming, op andere plaatsen verhuisden de kantoren naar<br />

van mensenstromen tot gestroomlijnde ontwerpen van stations of andere publieke ruimten<br />

de goed bereikbare locaties langs uitvalswegen rond de steden. Verrommeling is de populaire<br />

(Arnhem). In het leggen van de verbinding en integratie van ontwerp, kennis, technologie<br />

uitdrukking voor de snelwegdiensteneconomie. De spreidingstendensen uit het industriële


34<br />

tijdperk herhaalden zich in versterkte mate voor het locatiebeleid in de diensteneconomie.<br />

Het begrip kenniseconomie (Drucker, 1993) gaat verder en veronderstelt dat de productie<br />

en toepassing van kennis in toenemende mate bepalend zullen zijn voor de toegevoegde<br />

waarde in het economisch verkeer. Kennisinstellingen, laboratoria en een goed opgeleide<br />

beroepsbevolking zijn van beslissende betekenis voor de welvaart op nationale en regionale<br />

schaal. De kenniseconomie zou zich, zo werd gedacht op het hoogtepunt van de ICT-<br />

revolutie, onttrekken aan de wetten van groei en recessie die het kapitalisme al eeuwen<br />

kenmerken. De internetcommunicatie zou bedrijven footloose maken, de steden leegzuigen<br />

en ‘urban sprawl’ bevorderen. Naast de ‘space of places’ zou een ‘space of flows’ de ruimtelijke<br />

ontwikkeling van de wereld beheersen, met enkele ‘global cities’ op de belangrijkste knooppunten<br />

van informatie en geld (Castells, 1996). Aanhangers van de clustertheorie menen<br />

dat de regionale en stedelijke economie sterker staat naarmate meer sprake is van clustervorming<br />

van producenten, toeleveranciers en kennisinstellingen rond bepaalde productieketens<br />

(Porter, 1998; Scott, 2000). Clusters zorgen voor relatieve vermindering van de<br />

transactiekosten en comparatieve voordelen. Maar gaan de clustervoordelen ook op voor<br />

de informatiemaatschappij?<br />

De postindustriële samenleving (Bell, 1973) heeft behoefte aan snelle informatiestromen<br />

doordat in veel grotere mate wordt tegemoetgekomen aan de verscheidenheid van behoeften<br />

bij consumenten. Informatietechnologie maakt het mogelijk de vraag snel te volgen<br />

en de wensen om te zetten in aangepaste producten of <strong>nieuwe</strong> marketingstrategieën. Het<br />

volgen van de consument en het ontwikkelen van strategieën om consumenten aan merken<br />

te binden, wordt steeds belangrijker.<br />

De creatieve dienstverlening die zich hiermee bezighoudt (marketing, reclame, design en<br />

ICT), beschouwt de stad als haar biotoop om <strong>nieuwe</strong> trends op te vangen, onderling informatie<br />

uit te wisselen en elkaar te ontmoeten. ICT is essentieel omdat communicatie de kern van<br />

het werk is. In hun ontwikkeling stuwen <strong>nieuwe</strong> communicatietechnologieën en creatieve<br />

dienstverlening elkaar op in een wederkerig proces. Steden met een grote commu nicatie-<br />

en marketingsector als Amsterdam en Londen hebben hiervan flink geprofiteerd.<br />

De wereldwijde communicatie heeft ook deconcentratie-effecten. De snelle informatiestromen<br />

hebben er ook voor gezorgd dat de verwerking overal ter wereld kan plaatsvinden<br />

en de productie van veraf kan worden aangestuurd. Lagelonenlanden met een goed opgeleide<br />

bevolking kunnen van deze opkomende markt profiteren als goedkope producenten.<br />

Aanvankelijk werd dat nog niet zo als een probleem gezien, iedereen zou profiteren van<br />

de ‘emerging markets’. Tot de bubble barste en het internetoptimisme vervloog. Niet lang<br />

daarna kwam Richard Florida met het goede nieuws: creativiteit zou de beslissende productiefactor<br />

worden. In de globaliserende economie met snelle informatiestromen zouden de<br />

meest getalenteerde mensen juist daarheen trekken waar de stedelijke en maatschappelijke<br />

omstandigheden het aantrekkelijkst zijn. Steden die over de drie T’s (‘talent, technology,<br />

tolerance’) beschikken zouden zegevieren in de strijd om de creatieve klasse en andere<br />

zullen wegkwijnen. Hier ontmoet de kwaliteit van de ‘steden’ de uitdagingen die de<br />

‘creatieve economie’ stelt: wat heeft Boston wel en Pittsburgh niet?<br />

Creatieve economie en de stad<br />

Florida geeft in zijn beide boeken antwoord op de vraag waarom de ene stad, of zelfs het<br />

ene land, aantrekkelijker is voor de creatieve klasse dan de andere: het ‘people climate’ is<br />

beslissend. Boston is een stad waar talent zich thuisvoelt, met beroemde kennisinstellingen,<br />

een aantrekkelijk cultuuraanbod en een tolerante sfeer. Pittsburgh is de neergang van de<br />

industriële bedrijvigheid nooit te boven gekomen, omdat creatief talent zich daar niet thuisvoelt.<br />

De universiteit is goed, de technologie is aanwezig, maar aan tolerantie en talent<br />

ontbreekt het. Hiermee wordt ook de economische clustertheorie op z’n kop gezet. Niet<br />

de kwaliteit van het regionale cluster van bedrijvigheid trekt <strong>nieuwe</strong> bedrijven aan, maar<br />

het cluster aan talent is de belangrijkste drijfveer voor vestiging van bedrijven (Florida, 2005).<br />

Een aantal Nederlandse steden heeft de les van Florida vereenvoudigd tot de conclusie dat<br />

het erom zou gaan de magneetwerking op talent te versterken. Om de aantrekkingskracht<br />

op creatief talent te vergroten, hebben ze hun toevlucht te genomen tot citymarketing<br />

met een zwaar accent op het promoten van de stad als een creatieve en culturele hotspot.<br />

Maar werkt deze magneetstrategie wel? Als elke stad zich wil ontwikkelen tot een talentenmagneet,<br />

wat is dan een onderscheidend profiel? De magneetstrategie is behoorlijk risicovol<br />

en hoe meer steden deze volgen, hoe kleiner de kans op succes. Allereerst staat het niet vast<br />

dat bedrijven de creativiteitsdragers zullen volgen. Op de tweede plaats is onduidelijk welke<br />

bedrijven welke talenten volgen. Zijn dat reclamebureaus, modehuizen, mediaproducenten,<br />

technologieproducenten of wat nog meer? De derde vraag is waarheen deze bedrijven<br />

zullen gaan. Wat is hun vestigingsvoorkeur? Zijn dat de cultuurmetropolen (zoals Londen<br />

verwacht), de financiële metropolen (in dit geval toevallig ook Londen) of de technopolen,<br />

zoals Eindhoven of Grenoble? Het staat vast dat er grote verschillen zijn tussen de mogelijkheden<br />

van megapolen, kleine wereldsteden en steden op de nationale schaal.<br />

De ‘Proeftuinen Creatieve Economie’ hebben niet gekozen voor deze marketingaanpak<br />

waarin de megatrends rechtstreeks worden doorvertaald naar een lokale verleidingsstrategie<br />

voor talent. Op stedelijk niveau kan deze strategie succesvol zijn, maar ze kan ook leiden tot<br />

onnodige concurrentie tussen steden of tussen locaties binnen steden, in stedelijke netwerken,<br />

of regio’s. Om tot synergie en versterkende strategieën te kunnen komen, is in de Proeftuinen<br />

Creatieve Economie de vraag gesteld:<br />

‘Welke kansen biedt de creatieve economie<br />

en hoe sluiten deze aan bij de specifieke<br />

mogelijkheden van het gebouw, de wijk,<br />

het gebied, de stad of de regio en hoe kunnen<br />

deze twee gematcht worden?’<br />

Nu we de hype voorbij zijn, wordt het tijd een verfijnde methodiek te ontwikkelen waarmee<br />

gemeenten, projectontwikkelaars, gebiedsontwikkelaars, financiers en natuurlijk<br />

de creatieven zelf uit de voeten kunnen om de kwaliteit van oude industriële locaties<br />

te behouden en de weg naar de creatieve economie uit te stippelen. Om te beginnen gaan<br />

we nog wat dieper in op de vraagkant, de wijze waarop creativiteit zich verhoudt tot de<br />

economie. Vervolgens zullen we de gevolgen daarvan voor de gewenste creatieve milieus<br />

in kaart brengen.<br />

Figuur 1 verbeeldt de verschillende facetten waarin de creatieve economie zich manifesteert.<br />

De eerste kring duidt op de functie van creativiteit als inspiratiebron voor ideeënvorming op<br />

allerlei terreinen, zoals kunst, techniek en wetenschap. Creativiteit hoeft geen economische<br />

functie te hebben. Nieuwsgierigheid naar een andere benadering, of de wens een grens te<br />

verleggen, is een waarde op zichzelf. We kennen deze waarde uit de cultuurproductie pur<br />

sang, maar ook uit de wetenschap of techniek.<br />

Een creatieve stad met veel cultuur, talent en interessante mensen is een bron van inspiratie<br />

voor de inwoners, bezoekers en creatieve ondernemers. Cultuuriconen met een tot de<br />

verbeelding sprekende architectuur kunnen belangrijk bijdragen aan de beeldvorming over<br />

de stad als geheel. De creatieve stad waarover Landry spreekt, is wel inspirerend, maar hoeft<br />

niet per se een stad met een bloeiende creatieve economie te zijn.<br />

35


36<br />

Figuur 1 van inspiratie naar transactie (de Stad bv)<br />

Inspiratie<br />

Figuur 2 typen creatieve milieus (de Stad bv)<br />

Creatieve werkplaats<br />

– open en divers<br />

– multifunctioneel<br />

– complementair<br />

– interactie met buiten<br />

– connectivity<br />

Broedplaatsen<br />

– interne interactie<br />

– goedkoop en ruim<br />

– verscheidenheid<br />

– startersmilieu<br />

– trail and error<br />

Transactie<br />

Introvert Extravert<br />

Interactie<br />

Transactiemilieu<br />

– stedelijk<br />

– interdiscipinair<br />

– open en tolerant<br />

– multifunctioneel<br />

– uitwisseling<br />

– venture capital<br />

Experiment Markt<br />

Creatieve productie<br />

– eenzijdig<br />

– kennisproductie<br />

– toeleveren<br />

– bedrijvenpark<br />

– effciency<br />

De tweede kring betreft de interactie rond de creatieve productie die vorm krijgt in tentoonstellingen,<br />

openingen en evenementen, maar ook in formele en informele ontmoetingen.<br />

Nieuwe ideeën, zeker in de culturele sfeer, hebben publiek nodig om te worden uitgeprobeerd.<br />

In de bètasfeer (technologische innovatie) vindt de test van een nieuw idee meestal niet<br />

plaats door publiek optreden, maar in de toepassing. Pas daarna komen de tentoonstellingen<br />

en expo’s.<br />

Interactie heeft wel een relatie met economie, zij het indirect. Vaak wordt de economische<br />

waarde van het cultuuraanbod, naast de directe omzet in de cultuursector, uitgedrukt in de<br />

indirecte bestedingen, toerisme, hotels, horeca en de betekenis voor het vestigingsklimaat<br />

van bedrijven. Florida voegt daar de informele ontmoeting, de levensstijl en de tolerantie<br />

aan toe. De stedelijke ontmoetingscultuur is een belangrijke magneet voor de talentstrategie.<br />

Een stad die talent wil trekken en een creatieve reputatie wil opbouwen, kan dat doen met<br />

cultuur<strong>gebouwen</strong> en herhaalbare evenementen. Ook hier kunnen iconen belangrijk zijn<br />

voor het versterken van de aantrekkingskracht. Voorbeelden zijn het Guggenheim in Bilbao,<br />

of dichter bij huis: het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam.<br />

In de derde kring wordt creativiteit verbonden met economische waardeketens door<br />

middel van transacties. De creatieve productie, ook wel symbolische productie genoemd<br />

(Bourdieu, 1971), kan betrekking hebben op boodschappen (content) van allerlei aard, op<br />

cultuur, beleving, of vormgeving van producten die daardoor een betekenis of een verhaal<br />

meekrijgen, en op de dragers van de boodschappen, technologie, media, software of websiteontwerp.<br />

De symbolische productie is in toenemende mate van belang in een economie<br />

waar aan de eerste levensbehoeften van mensen ruimschoots kan worden voldaan (piramide<br />

van Maslow). Om <strong>nieuwe</strong> producten te ontwikkelen, doelgroepen te bereiken en te binden,<br />

<strong>nieuwe</strong> markten op te bouwen, om <strong>nieuwe</strong> levensstijlen te ‘ontwerpen’, om in hoog tempo<br />

te voldoen aan de behoefte aan maatwerk is een creatieve sector nodig die sterk op de markt<br />

gericht is.<br />

De drie kringen overlappen elkaar en staan in een permanente uitwisseling tot elkaar. Zo<br />

kan een inspirerende vondst in de vormgeving direct zijn weg vinden naar de productie<br />

of eerst via de interactie weer verder worden gebracht. Het ver<strong>nieuwe</strong>nde van de creatieve<br />

economie is dat deze uitwisseling niet aan het toeval wordt overgelaten, maar bewust in een<br />

vroeg stadium wordt opgezocht, zodat de cross-overs versneld worden en daarmee een<br />

marktvoordeel kan worden behaald.<br />

Voor stedelijke strategieën is het nodig een vertaling te maken van vraagkant, creatieve<br />

transactie en interactie naar de aanbodkant, de stedelijke omgeving en de <strong>gebouwen</strong>.<br />

Creatieve milieus<br />

Florida (2002) sprak over een ‘creatieve klasse’, Hall (1998), Landry & Bianchini (1995)<br />

zijn geïnteresseerd in de ‘creatieve stad’, Rutten (2005) en Kloosterman (2004) in ‘cultural<br />

industries’ en met name (geografische) clustervorming. In Nieuwe ideeën voor oude <strong>gebouwen</strong><br />

verbinden we de economische kansen van de creatieve economie aan de herontwikkeling<br />

van oude industriële locaties of wijken. Om niet in termen van klasse of steden te hoeven<br />

praten, introduceren we het begrip van ‘creatieve milieus’. In deze milieus zijn kwaliteiten<br />

van de omgeving (gebouw, wijk, gebied, stad) verbonden aan twee kwaliteiten waarmee<br />

creativiteit aan de economie verbonden is: interactie en transactie. (Figuur 2)<br />

De vier milieus komen tot stand langs twee assen. De eerste as betreft de mate van transactiegerichtheid<br />

die loopt van experimenteel naar marktgericht. De tweede as betreft de interactie<br />

en loopt van introvert naar extravert.<br />

Deze milieutypen maken het mogelijk om te onderzoeken welke creatieve milieus aanwezig<br />

zijn op allerlei geografische en bestuurlijke niveaus (hoewel kleiner dan buurtniveau<br />

moeilijk is en ook de niet-geregistreerde kleine zelfstandigen onzichtbaar blijven). Door<br />

de ontwikkeling van de creatieve milieus per geografische eenheid (buurt, wijk, stad, regio)<br />

37


in historisch perspectief te plaatsen en hun ontwikkeling te laten zien, wordt inzichtelijk<br />

waar de kansen liggen voor deze specifieke locatie, wijk, gemeente, et cetera.<br />

Door ABF Research zijn de creatieve milieus op verschillende schaalniveaus in de proeftuinen,<br />

en in opdracht van de ministeries van Economische Zaken en VROM ook op<br />

niveau van de Randstad en Nederland, in kaart gebracht. De kaarten van verschillende<br />

regio’s laten opvallende verschillen zien (kaarten ABF Research, p. 43). Zo zijn de broedplaatsen<br />

en creatieve werkplaatsen sterker geconcentreerd in de regio Amsterdam–Utrecht<br />

en de productieplaatsen in de Zuidvleugel van de Randstad en het zuiden en oosten van het<br />

land. De productieplaatsen zijn veelal gespreid langs de randen van de stad en de snelwegen.<br />

De broedplaatsen en creatieve werkplaatsen bevinden zich bij voorkeur in de vooroorlogse<br />

stad rond het centrum of op voormalige industrieterreinen. De dynamiek van de creatieve<br />

bedrijvigheid zorgt ervoor dat de binnensteden hun functie in de symbolische productie<br />

herwinnen en een gevarieerde binnenstedelijke omgeving ontstaat, waar de monofunctionaliteit<br />

van de scheiding tussen het winkelhart en de woonwijk wordt opgeheven. Creatieve<br />

bedrijvigheid heeft, misschien juist door het symbolische karakter van de productie, meer<br />

behoefte aan karakteristieke omgevingen. <strong>Oude</strong> <strong>gebouwen</strong>, voormalige fabrieken waar de<br />

schaal en de robuustheid herinneren aan het harde bestaan, leveren een context die door<br />

creatieve ondernemers zeer op prijs wordt gesteld. De dynamiek van creatieve bedrijvigheid<br />

is een bron van <strong>nieuwe</strong> kansen voor binnenstedelijke herontwikkeling. Leo Versteijlen<br />

werkt deze kansen uit in hoofdstuk 3, ‘Cultureel economische strategieën in de stedelijke<br />

vernieuwing’.<br />

gemeente moet bewaken ter wille van het publieke belang. Op de NDSM-werf Oost<br />

botsten de wensen van de kunstenaars in het kunstenaarsdorp met de veiligheidsregels van<br />

de overheid en met de behoeften van grotere gebruikers als MTV. Op het Coolhaveneiland<br />

bleef ondanks de vorming van een publiek-private stuurgroep van corporaties, Ontwikkelingsbedrijf<br />

Rotterdam (OBR) en deelgemeente Delfshaven toch nog lang aarzeling bestaan<br />

over de risico’s die partijen willen nemen en de onderlinge afstemming van de publieke<br />

en private acties.<br />

Anders gezegd: de ontwikkelaars streven vanwege onzekerheden in de creatieve markt naar<br />

maximalisering van hun vrijheid om de markt te verkennen middels publieksevenementen<br />

en tijdelijke gebruikers; overheden trachten het publieke belang vast te leggen door grenzen<br />

te trekken en gebruikers hebben zowel behoefte aan experimenteerruimte als aan zekerheid<br />

op de lange termijn. Het moge duidelijk zijn dat deze wensen niet goed combineerbaar zijn.<br />

In de meeste gevallen kunnen de verschillen worden overbrugd door de gedeelde waarden<br />

op te zoeken van de toekomstige identiteit van de locatie. Op de gewenste identiteit kunnen<br />

vervolgens een handelingsperspectief en taakverdeling voor de verschillende partijen worden<br />

gebaseerd. De opbouw van een werkzame coalitie vereist een goed doordacht en methodisch<br />

opgezet proces. Op basis van de proeftuinen is de ‘Venetiaanse brug’ ontstaan als model voor<br />

het proces waarin tijdens de zoektocht naar de kansen en mogelijkheden een coalitie wordt<br />

opgebouwd die in staat is de belangentegenstellingen te ‘overbruggen’ en een handelingsperspectief<br />

te ontwerpen (figuur 3). In hoofdstuk 5 gaat Jeroen Saris hier dieper op in op<br />

basis van een procesontwerp van Renée Hogendoorn.<br />

Door metingen in meerdere jaren (1996, 2000, 2004 en 2006) met elkaar te vergelijken zijn<br />

Bij projectontwikkeling voor een bekende verhuurmarkt wordt zo snel mogelijk gewerkt<br />

kansenkaart opgesteld (p. 44). De kansenkaart geeft op postcodeniveau inzicht in potentiële<br />

aan het verminderen van de vrijheidsgraden middels het opstellen van een visie/concept om<br />

38 veranderingen: mogelijkheden voor <strong>nieuwe</strong> creatieve milieus of opschaling van bestaande,<br />

vervolgens af te dalen via het programma en de middelen naar de uitvoering. Bij de creatieve 39<br />

mogelijke verdwijning van bestaande creatieve milieus en verkleuring ervan. Inzicht in<br />

markt bestaat vaak geen bekende gebruiker. In dat geval zal eerst de ruimte voor ‘het mogelijke’<br />

de ontwikkelingen die al gaande zijn in ‘hun’ creatieve economie wakkert ook de wens aan<br />

vergroot moeten worden. In het model wordt de toename van de vrijheidsgraden verbeeld<br />

bij steden en projectontwikkelaars om deze ontwikkelingen te faciliteren. De herontwikke-<br />

door de oplopende lijn van de divergentie. Het toevoegen van <strong>nieuwe</strong> mogelijkheden en<br />

ling van oude industriële locaties, maar ook strategieën voor wijken en steden, springen in<br />

vrijheidsgraden vindt plaats door een systematisch onderzoek van de condities, de herwaar-<br />

op de kansen die de creatieve economie biedt. Daarbij moeten de oude manieren van herdering<br />

van de locatie en het (laten) formuleren van perspectieven door verschillende partijen.<br />

ontwikkeling en strategievorming worden verlaten. In de Proeftuinen Creatieve Economie<br />

Tijdens dit proces kan worden begonnen met het inzetten van tijdelijk gebruikers en evene-<br />

begon een zoektocht naar <strong>nieuwe</strong> manieren van samenwerken en strategievorming.<br />

menten om beter zicht te krijgen op doelgroepen en gebruikers die bij de ontwikkeling<br />

Een van de economische wetten, groei is schaalvergroting, gaat daarbij niet zonder meer<br />

(en de coalitievorming) kunnen worden betrokken. De publieke en private samenwerkings-<br />

op. De (kleine) ondernemers in de creatieve markt hechten vaak meer waarde aan interessant<br />

partners worden tijdens het onderzoek middels een interactief proces in de opgaande lijn<br />

werk dan aan de opbrengst en omzet. Voor de huisvesting van de creatieve sector vloeien<br />

meegenomen naar het opbouwen van een coalitie. De verschillende fases van het proces<br />

hieruit specifieke vraagstukken voort met gevolgen voor de betrokken gebiedsontwikkelaars,<br />

worden telkens afgesloten met een cyclische evaluatie en selectie van de resultaten. De resul-<br />

financiers en gemeenten. Zo bleek in Arnhem (ETIN, 2006) een duidelijke mismatch tussen<br />

taten gaan mee naar de volgende ronde en worden daarin opnieuw beproefd en zonodig aan-<br />

de huisvestingsvraag en het aanbod.<br />

gevuld. Het divergentieproces wordt afgesloten met een reeks gemeenschappelijke waarden<br />

Voor gemeenten en projectontwikkelaars ligt hier een kans om waarde te ontwikkelen, zowel<br />

die de partijen delen bij het ontwerp van de toekomstige identiteit van de plek, wijk of stad.<br />

in culturele als in financieel-economische zin, van oude industriële locaties en van voormalige<br />

In de convergentiefase staan het programma en ontwerp centraal. Door steeds preciezer te<br />

arbeiderswijken. Deze <strong>gebouwen</strong> en wijken blijken aantrekkelijk voor een specifieke groep<br />

worden in de markt en de verhouding tussen kosten en opbrengsten wordt toegewerkt naar<br />

ondernemers die tijdelijk gebruik en de slechte staat van onderhoud juist omarmen. Deze<br />

de uitvoering. In dit model wordt niet uitgegaan van een grand design/masterplan. Onder-<br />

vernieuwingen in herontwikkeling, ook hier blijkt de creatieve economie creatief, stellen<br />

zoek en ontwikkeling gaan hand in hand. De aanvankelijke investeringen zijn beperkt tot<br />

<strong>nieuwe</strong> eisen aan samenwerking tussen eigenaren en gebruikers van de ruimten.<br />

het mogelijk maken van tijdelijk gebruik, zodat zo snel mogelijk kan worden begonnen met<br />

het genereren van inkomsten. De risico’s kunnen op deze wijze worden beperkt en de grote<br />

Venetiaanse brug<br />

investeringen kunnen worden gedaan als de gebruikers bekend zijn.<br />

De proeftuinen hebben stuk voor stuk geworsteld met de vraag hoe de samenwerking tussen<br />

In hoofdstuk 4 werkt Gerben van Straaten de relatie tussen het proces, de Venetiaanse brug<br />

de partijen, ontwikkelaar, gemeente en creatieve ondernemers gestalte zou kunnen krijgen.<br />

In de verschillende casus wordt beschreven hoe deze vraag zich telkens in een andere vorm<br />

en de waardevorming verder uit in de vorm van verschillende modellen voor waardevorming.<br />

weer opnieuw voordeed. De gemeente Hengelo en de ontwikkelaars van De Creatieve<br />

Volwaardige en effectieve strategieën<br />

Fabriek hebben twee jaar nodig gehad om een goede balans te vinden tussen de vrijheid<br />

Het is een wereldwijd verschijnsel dat leegstaande industriële <strong>gebouwen</strong> tijdelijk in gebruik<br />

die de ontwikkeling van de creatieve bedrijvigheid nodig heeft en de grenzen die de<br />

worden genomen door kunstenaars, soms als krakers, als antikraak of gewoon als huurders.


40<br />

Figuur 3 de Venetiaanse Brug (de Stad bv)<br />

vrijheden<br />

condities<br />

interactie, stakeholders, coalitie samenwerking<br />

herwaardering<br />

perspectieven<br />

visie<br />

middelen<br />

realisatie<br />

tijd<br />

Dat is niet nieuw. Soms komen daar interessante culturele activiteiten uit voort, maar vaak<br />

ook niet. De tijdelijke activiteiten kunnen bijdragen tot de waardevorming van een gebouw,<br />

maar lang niet altijd. Het is niet zo eenvoudig dat elke oude fabriek in een handomdraai kan<br />

worden omgetoverd tot een centrum van creativiteit. Het is ook niet zo dat elke opwaardering<br />

van broedplaats naar creatieve marktplaats leidt tot gentrification en verdringing van<br />

de ‘oorspronkelijke’ en experimentele creatieve kunstenaars. De buitenlandse voorbeelden<br />

(Prenzlauer Berg in Berlijn, Custard Factory in Birmingham) en de Nederlandse proeftuinen<br />

laten zien dat een commerciële ontwikkeling van de creatieve economie niet diametraal<br />

tegenover de vernieuwing staat.<br />

Er is een groot gebrek aan strategie, vooral bij de overheden, maar ook bij ontwikkelaars.<br />

De waan van de dag heerst, waardoor de creatieve economie een vaag en amateuristisch/<br />

gesubsidieerd imago houdt, met een elitair tintje. Luke Bruins (MediaWharf), Rob Vooren<br />

(Stadsdeel Amsterdam-Noord) en Roel de Jong (Kinetisch Noord), alledrie betrokken bij<br />

de NDSM-werf, geven in hoofdstuk 2 aan hoe de synergie tussen commerciële en artistieke<br />

ontwikkelingen kan worden bevorderd.<br />

Vaak steken de lokale overheden een hoop geld in de herontwikkeling van industrieel erfgoed<br />

zonder precies te weten waar behoefte aan is. Er wordt gedacht: als we van deze fabriek<br />

een cultuurgebouw maken waarin kunstinstellingen kunnen worden gevestigd, dan komt<br />

het publiek vanzelf en wordt het imago van de stad opgepoetst. Of in zulke gevallen de<br />

baten opwegen tegen de kosten is zeer de vraag, immers de overheid betaalt twee keer:<br />

de eerste keer voor de herontwikkeling van het gebouw en vervolgens voor de huur van<br />

de gesubsidieerde culturele instelling.<br />

Het kan ook zijn dat een culturele broedplaats wordt gecreëerd. Vaak op hoop van zegen.<br />

Maar is er overal wel behoefte aan een broedplaats? Is een broedplaats voor kunstenaars wel<br />

belangrijker voor de stad dan een verzamelgebouw voor creatieve ondernemers, of een<br />

marktplaats waar creatieve ondernemers hun product kunnen verkopen?<br />

De proeftuinen hebben ons geleerd dat de herontwikkeling van <strong>gebouwen</strong> en wijken met<br />

veel meer strategisch inzicht en succes ter hand genomen kan worden. De lessen van proeftuinen<br />

kunnen kort en bondig worden samengevat.<br />

1. Een eerste vereiste is een proces dat ruimte creëert om <strong>nieuwe</strong> mogelijkheden te ontdekken,<br />

zowel voor en door de creatieve ondernemers als voor de <strong>gebouwen</strong> en wijken. Het onderzoeksproces<br />

wordt door partijen gezamenlijk ondernomen, zodat de uitkomsten ook draagvlak<br />

hebben bij de samenwerkende partijen. De <strong>nieuwe</strong> identiteit van het gebied komt voort<br />

uit de combinatie van de kenmerken van de locatie, de creatieve clusters en wat het genetisch<br />

materiaal van de stad genoemd kan worden. In hoofdstuk 1, ‘Genetische modificatie van<br />

de stad: DNA & identiteit’, gaat Jean Baptiste Benraad (Stadswonen) op dit onderwerp in.<br />

2. Creatieve herontwikkeling heeft vaak te maken met zowel de transactie-as als met de<br />

interactie-as. Soms bevinden zich op de transactie-as commerciële partijen die sterk marktgericht<br />

zijn, terwijl aan de andere kant experimentele kunstenaars bezig zijn interactie te<br />

organiseren. Deze combinatie van partijen kan synergetisch zijn, maar ook conflictueus.<br />

In hoofdstuk 2 worden de mogelijkheden van een synergetische benadering verkend door<br />

Luke Bruins (Red Concepts), Rob Vooren (Stadsdeel Amsterdam-Noord) en Roel de Jong<br />

(Kinetisch Noord).<br />

3. Creatieve bedrijvigheid kan, als eenmaal wordt begrepen hoe het werkt, ook worden<br />

ingezet als herontwikkelingsstrategie. Leo Versteijlen, directeur bij Kristal, werkt deze strategie<br />

uit in hoofdstuk 3. Het bevorderen van creatief ondernemerschap kan <strong>nieuwe</strong> kansen<br />

opleve ren waar ook de huidige bewoners van kunnen profiteren. Op grond van de ervaringen<br />

in Rotterdam en Arnhem is de verwachting gerechtvaardigd dat de creatieve economie een<br />

bijdrage kan leveren aan de wijkverbetering door versterking van het cultureel kapitaal.<br />

4. Gerben van Straaten (Walas The Maverick) stelt dat er veel meer mogelijkheden zijn dan<br />

gedacht om de herontwikkeling te laten plaatsvinden op marktconforme wijze tegen lagere<br />

publieke kosten. In hoofdstuk 4 presenteert hij een model van waardevorming dat nauw<br />

41


aansluit bij het proces. Daardoor ontstaat een lager risicoprofiel en een grotere kans op<br />

waardevorming. De samenwerkende partijen moeten wel bereid zijn elkaars risico af te dekken<br />

en ruimte te geven aan de ontwikkeling van <strong>nieuwe</strong> economie.<br />

5. Alles overkoepelend is het proces. Renée Hoogendoorn (directeur Gebiedsontwikkeling<br />

AM) toont een procesaanpak voor het bij elkaar brengen van software en hardware. Voor het<br />

succesvol realiseren van de strategie is een ondernemende coalitie nodig van drie partijen: markt,<br />

gebruikers en overheden, die goed geïnformeerd over elkaars wensen en verwachtingen een<br />

perspectief formuleren en uitvoeren.<br />

6. In verschillende hoofdstukken wordt ingegaan op de wederkerige relatie tussen creatieve<br />

economie en de gebouwde omgeving, de stad en het gebouw. In dit hoofdstuk wordt<br />

expliciet ingegaan op de architectonische opgave. Heeft de creatieve economie specifieke<br />

<strong>gebouwen</strong> en vestigingscondities nodig? Vier aspecten van deze relatie worden onder de<br />

loep genomen: de reputatie van een plek, het belang van een integraal concept, tijdelijke<br />

architectuur en permanente onafheid.<br />

In het tweede deel van dit boek worden de proeftuinen zelf beschreven. De auteurs zijn<br />

leden van het kernteam die bij deze projecten in een leidinggevende rol betrokken zijn<br />

geweest. Per proeftuin worden de locatie, de ontwikkelingsvraag en belangrijkste ‘lessen’<br />

geformuleerd. Daarnaast worden facts & figures gepresenteerd over de sterkte van de creatieve<br />

economie en van de creatieve milieus en een kansenkaart.<br />

Het boek wordt afgesloten met een tweetal beschouwingen. Een evaluatie van de ‘Community<br />

of Practice’ van de hand van Marc Coenders (Leerarchitectuur) en Tamara Metze (de Stad<br />

Creatieve milieus in de Randstad<br />

bv) onder de titel ‘Van onderhandelen naar samenwerken’. Het laatste woord is aan <strong>Evert</strong><br />

<strong>Verhagen</strong> vanuit zijn expertise opgedaan in de herontwikkeling van de Westergasfabriek<br />

in 2007<br />

42 en als extern adviseur betrokken bij de Proeftuinen Creatieve Economie. Hij blikt terug<br />

op de oogst van de proeftuinen en vooruit naar de toekomst, waarin creativiteit steeds<br />

belangrijker zal worden voor iedereen die iets wil produceren, zeker nu de stedelijke<br />

herontwikkeling hoog op de agenda staat.<br />

Habiforum, de Stad bv en ABF Research hebben het initiatief genomen tot de Proeftuinen<br />

Creatieve Economie om op een proefondervindelijke wijze tot onderbouwde strategieën<br />

voor de creatieve economie te komen. Daarvoor heeft de Stad bv een reeks initiatiefnemers<br />

voor projecten, projectontwikkelaars en gemeenten bijeengebracht in een leeromgeving,<br />

een Community of Practice. De proeftuinen hebben door onderlinge advisering, expertmeetings,<br />

onderzoek en ontwikkeling <strong>nieuwe</strong> praktijken voor stedelijke herontwikkeling<br />

43<br />

en creatieve economie ontwikkeld. Het resultaat daarvan wordt in dit boek weergegeven<br />

in het model dat de Venetiaanse brug is genoemd.<br />

De proeftuinen zijn gevoed door onderzoek naar de stedelijke condities voor creatieve<br />

economie en door evaluatieonderzoek naar soortgelijke ontwikkelingen in binnenen<br />

buitenland.<br />

Creatieve milieus in 1996 Creatieve milieus in 2004<br />

*<br />

Broedplaats<br />

Creatieve werkplaats<br />

Transactiemilieu<br />

Productiemilieu<br />

Proefuin


44<br />

Kansenkaart creatieve milieus<br />

in de Randstad<br />

Kans op nieuw creatief milieu<br />

Kans op opschaling<br />

Kans op terugschaling<br />

Kans op verdwijning<br />

Creatieve milieus in 2004<br />

* Proefuin<br />

Groei kern creatieve industrie<br />

1996–2007 en omvang van de<br />

creatieve werkgelegenheid in 2007<br />

Groei kern creatieve industrie 1996-2007<br />

10,3 - 60,2<br />

60,3 - 100,3<br />

10,4 - 173,8<br />

Omvang werkgelegenheid creatieve industrie<br />

Kern creatieve industrie<br />

Overige creatieve industrie<br />

45


Hoofdstuk 1<br />

Jean Baptiste Benraad, Stadswonen<br />

Simon van Dommelen, de Stad bv<br />

Genetische<br />

modificatie van<br />

de stad: DNA<br />

& identiteit<br />

‘Creatief in Rotterdam’, kopt de Volkskrant in oktober van 2007. Aanleiding vormden de<br />

bouwwerkzaamheden rond The Creative Factory, een ‘broedplaats voor jonge ondernemers’<br />

in een reusachtige oude graansilo in Rotterdam-Zuid, waar eerder Now & Wow al was<br />

gestart met de programmering van bijzondere clubavonden. De gemeente investeert 5,5<br />

miljoen euro in het gebouw om dit geschikt te maken voor creatieve ondernemers. Daarnaast<br />

wordt 50% van de huurkosten van de ondernemers vergoed door de stad, omdat The Creative<br />

Factory gevestigd is in Charlois en deze wijk tot de ‘kansenzones’ wordt gerekend. Er is<br />

al voor de opening een wachtlijst voor kantoorruimte in het pand. Tot nu toe hebben 45<br />

starters en 6 gevestigde ondernemers een contract getekend voor een ruimte met een huurprijs<br />

tussen de 135 en 164 euro per maand. Na eerdere investeringen in de Witte de Withstraat,<br />

de Van Nellefabriek en de Schiecentrale voegt Rotterdam zich daarmee definitief in de rij<br />

steden met de ambitie om creatieve stad te zijn. De vraag is wat de ankerpunten zijn waarop<br />

de stad haar beleid baseert. Voor The Creative Factory worden er twee genoemd. In de eerste<br />

plaats het gebouw zelf, dat als industrieel monument op zichzelf al een grote aantrekkingskracht<br />

uitoefent op creatieven. En daarnaast de kansen die de gemeente toedicht aan creatieven<br />

om als ‘pioniers’ een gentrification-proces op gang te brengen in achterstandsgebieden.<br />

In het streven om hoger opgeleiden aan de stad te binden bieden creatieven een interessant<br />

perspectief, zij prefereren een stedelijke levensstijl boven een gezinswoning met tuin in<br />

Spijkenisse. En ook betaalbaarheid speelt een rol, zoals John Wanders betoogt in de Volkskrant:<br />

‘Dikke kans dat deze vaak avontuurlijk ingestelde types juist de sociaal zwakkere wijken van<br />

Rotterdam verkiezen als ideale, want goedkope, woonplek’ (Wanders, 2007).<br />

Los van het feit of deze wijken aantrekkelijk worden bevonden door creatieve ondernemers,<br />

zeker als daar subsidie tegenover staat, is het nog maar de vraag of de creatieve economie ook<br />

daadwerkelijk een voedingsbodem heeft in Rotterdam-Zuid. Wat goed is voor Rotterdam,<br />

werkt dat ook voor de sector zelf? Wat is het perspectief van de creatieve starters in De Graansilo,<br />

kunnen ze hier een succesvolle beroepspraktijk opbouwen? Waar liggen eigenlijk de<br />

beste kansen in Rotterdam en wat zijn de randvoorwaarden voor blijvende verankering?<br />

En wellicht nog relevanter, welke strategie moet worden toegepast om kansen te benutten<br />

en uit te groeien tot een succesvolle creatieve stad die haar bewoners stimuleert, maar ook<br />

<strong>nieuwe</strong> deelnemers van buiten trekt?<br />

In dit artikel worden hiervoor twee belangrijke stappen genoemd. De eerste is prioritering,<br />

het maken van de juiste keuzes. Wat wordt er ontwikkeld? Belangrijk is dat gekozen wordt<br />

voor branches die aansluiten bij het profiel en dus de kansen van de stad, waar de stad zich<br />

mee onderscheidt van andere steden en aldus concurrentievoordeel is te behalen. Daarnaast<br />

gaat prioriteren ook over de plek waar de ontwikkeling moet plaatsvinden. Welke grond<br />

biedt de beste voedingsbodem voor het juiste type creatieve economie, en hoe laat je de<br />

ontwikkeling aansluiten bij de situatie ter plekke?<br />

De tweede stap is het gunnen van een ontwikkeling. Dat gaat over de acceptatie van alle<br />

partijen dat een initiatief op een specifieke plek de beste voedingsbodem heeft en niet elders<br />

moet worden gekopieerd. Het sluit aan bij de initiatieven die organisch tot stand komen.<br />

Prioriteren en gunnen hangen sterk samen met de identiteit van de stad en van de wijk.<br />

Zoals in de inleiding al beschreven, vereist projectontwikkeling binnen de creatieve economie<br />

inzicht in het DNA van stad en de plek waar het moet neerslaan. Er moeten aanknopingspunten<br />

zijn waarop doorgebouwd kan worden. Niet door te vergroten en herhalen van wat<br />

er al zit, maar door iets toe te voegen wat de identiteit versterkt en verrijkt en uiteindelijk<br />

een verandering in de genen tot stand brengt. Er zal in dit hoofdstuk aan de hand van het<br />

procesverloop in Arnhem eerst worden stilgestaan bij de wijze waarop de identiteit kan<br />

worden achterhaald en uitgangspunt moet zijn voor planontwikkeling. Vervolgens wordt<br />

de Rotterdamse beleidspraktijk onder de loep genomen en het proces van keuzes en prioritering<br />

geanalyseerd.<br />

Drie thema’s spelen daarin een rol. Ten eerste de zoektocht naar kansrijke clusters, economische<br />

sectoren die passen bij het profiel van de stad. Vervolgens gaan we in op de voedingsbodem<br />

47


voor de creatieve economie: op welke plekken in een stad gedijt de sector het best. En ten<br />

slotte wordt ingegaan op de zichtbaarheid van de sector. Op welke wijze vormt de creatieve<br />

economie een pull factor voor bedrijven en consumenten van buiten? De Rotterdamse casus<br />

toont het belang van de profilering en zichtbaarheid van de sector.<br />

De prioriteiten die leiden tot een beleidsvisie zullen moeten landen in een beleidsaanpak<br />

die uitgaat van een aantal keuzes. Daarmee wordt voorkomen dat de creatieve economie<br />

vlees noch vis is, doordat partijen in de stad elkaar beconcurreren. Dit vergt een sterke stadsbrede<br />

coalitie van marktpartijen en publieke partners die gezamenlijk beleidsdoelen opstellen<br />

en bereid zijn om elkaar een succesvolle ontwikkeling te gunnen, als dat bijdraagt tot de<br />

versterking van de creatieve economie in de hele stad. De volgende paragraaf gaat hierop<br />

in en trekt lessen uit concrete casus in het verleden.<br />

Dit gunnen van een ontwikkeling aan een bepaalde plek raakt aan een belangrijk dilemma<br />

binnen de Rotterdamse creatieve sector. Nieuwe initiatieven in de creatieve sector duikelen<br />

over elkaar heen, nog voordat de vorige plek is uitgegroeid tot een volwaardig creatief milieu.<br />

De ondernemerszin is groot in Rotterdam, het is een stad van pioniers, maar het ongeduld<br />

van creatieven én beleidsmakers belet de stad om volwassen te worden.<br />

constateren ze dat Arnhem zich wel kan profileren als experimenteer- en productieplek<br />

voor de branche. De modeacademie brengt veel jong talent voort dat graag in de luwte<br />

aan een collectie bouwt. Succesvolle ontwerpers in Arnhem behouden vaak hun productiefaciliteiten<br />

in de stad, nadat ze zelf naar Amsterdam zijn verhuist. Ook de belangrijkste issues<br />

zijn vaak kenmerkend voor het profiel van de stad. Voor Arnhem waren dit onder meer de<br />

gebrekkige huisvesting voor afgestudeerde creatieven en met name doorstarters, de onzichtbaarheid<br />

van de sector, en het ontbreken van een platform waarin creatieven kunnen kennismaken<br />

met een potentiële afzetmarkt. Dat laatste werd toegeschreven aan het gebrek aan<br />

ontmoetingsplekken. Sommige thema’s vergen aanvullend onderzoek, zoals de meer specifieke<br />

huisvestingswensen van de creatieve ondernemer, die voor Arnhem in kaart zijn gebracht<br />

door onderzoeksbureau ETIN (2006). Wat hier blijkt is het voordeel van de ‘second cities’:<br />

steden die niet steeds de schijnwerper op zich gericht voelen. Er is daardoor vrije ruimte<br />

om de experimenteren, te oefenen en te starten voor de volgende generatie. Een voordeel<br />

wat in Rotterdam, als het niet om de haven gaat, ook een grote rol speelt.<br />

Zoeken naar identiteit, het onderscheidend vermogen<br />

Stap twee<br />

Deze gaat over de vorming van coalities rond deze thema’s. Door creatieven in contact te<br />

brengen met elkaar en met potentiële partners zoals ontwikkelaars, corporaties en de gemeente<br />

Om richting te kunnen geven aan de ontwikkeling van een creatieve economie dient te<br />

worden partijen bewust van de mogelijkheden die ze hebben om zelf iets te doen aan de<br />

worden aangesloten bij het DNA van een stad, bestaande economische, sociale en fysieke<br />

situatie die zij als problematisch ervaren of om al succesvolle activiteiten voort te zetten. Door-<br />

kenmerken die de drager kunnen zijn van <strong>nieuwe</strong> ontwikkelingen. Verpauperde buurten<br />

dat creatieven zelf initiatiefnemer zijn of betrokken worden bij de projecten, worden de<br />

zijn op die manier omgeturnd in dynamische en hippe wijken. Denk aan het Northern<br />

wensen van de sector direct vertaald in de planvorming. Projecten als de Mode Biënnale, het<br />

Quarter in Manchester (zie internationale casus), of dichter bij huis, De Pijp in Amsterdam.<br />

In Rotterdam heeft een wijkontwikkelingsmaatschappij (WOM) in de Witte de Withstraat<br />

Ontwerp Platform Arnhem en Modewijk Klarendal ontlenen daaraan hun bestaansrecht.<br />

48 een proces van gentrification aangewakkerd door in de bestaande structuur <strong>nieuwe</strong> creatieve<br />

Stap drie<br />

49<br />

activiteiten toe te voegen, zoals hippe horeca, galeries en winkels. De straat vormt een ver-<br />

De derde stap gaat over de zoektocht naar de plekken met de meest gunstige omstandiglengde<br />

van zowel de binnenstad als het Museumpark, waarbij detailhandel en de museale<br />

heden om specifieke onderdelen uit de sector te huisvesten. Deze huisvestingsbehoeften<br />

functie natuurlijk in elkaar overlopen en extra waarde toevoegen aan het gebied.<br />

lopen binnen de sector sterk uiteen. Het model van de creatieve milieus (p. 00) brengt een<br />

Het uitgangspunt moet zijn wat er (potentieel) in een gebied zit, en wat daaraan kenmerkend<br />

differentiatie aan in de behoeften van creatieven voor een specifiek milieu. Het model heeft<br />

is. Om het creatief DNA van een stad te kunnen blootleggen en het juiste deel van de creatieve<br />

twee assen, de ‘interactie-as’ en ‘transactie-as’, die tezamen vier creatieve milieus vormen:<br />

activiteiten op de juiste plek te laten landen, kan een voorbeeld worden genomen aan de<br />

broedplaats, creatieve werkplaats, transactiemilieu en het creatief productiemilieu.<br />

creatoop-strategie in de gemeente Arnhem. Hoewel deels gebaseerd op toevalligheden en<br />

De geschiktheid van een specifieke omgeving voor creatieve activiteiten hangt samen met<br />

ongeplande acties en met veel vertraging, heeft deze aanpak geleid tot een stadsbrede coalitie<br />

een aantal factoren, zoals de ligging ten opzichte van de binnenstad, de stedenbouwkundige<br />

van gemeentelijke diensten, ontwikkelaars, woningcorporaties en creatieven die met de<br />

structuur, de beschikbaarheid van ruimte, bestaande <strong>functies</strong> en de creatieve activiteiten die<br />

neuzen in dezelfde richting een gezamenlijk doel nastreven: het vergroten van de dynamiek<br />

er reeds zijn gevestigd, al dan niet autonoom gegroeid. Daarnaast is de aanwezigheid van<br />

van Arnhem door middel van het versterken van het creatief potentieel. Hoewel dit doel<br />

onderwijsinstellingen, aansluitend op dit deel van de creatieve economie, vaak een belang-<br />

nog niet is bereikt, zijn er succesvolle ontwikkelingen te benoemen die de stad op de kaart<br />

rijke trekker, met name voor de instroom van creatieven van buiten de stad. Verder in dit<br />

hebben gezet: creatieve locaties als Het Hoofdkwartier, Modewijk Klarendal en de eind<br />

hoofdstuk (p. 00) en in hoofdstuk 3 wordt dieper op deze voorwaarden ingegaan. Arnhem<br />

2007 geopende conceptwinkel Coming Soon van kunstacademie ArtEZ. Maar ook activi-<br />

kent een vrij logische indeling van een binnenstad met een winkelhart dat uitlopers heeft<br />

teiten die de zichtbaarheid van de creatieve sector in Arnhem hebben vergroot, zoals de<br />

in een stegenstelsel met relatief lage prijzen waar creatieven hun etalage- en ontmoetings-<br />

succesvolle Mode Biënnale en tentoonstellingen onder de noemer Made in Arnhem.<br />

functie hebben (transactiemilieu). Daaromheen bevindt zich een ring van wijken die elk<br />

Nieuwe activiteiten volgen elkaar in hoog tempo op.<br />

hun eigen karakter hebben: het Stationskwartier (creatieve werkplaats) met instituten<br />

In de strategie zijn een aantal stappen te onderscheiden die essentieel zijn geweest voor<br />

als ArtEZ, het Museum voor Moderne Kunst en Het Hoofdkwartier; het Burgemeesters-<br />

het succes van Arnhem.<br />

kwartier (productiemilieu), waar de creatieve zakelijke dienstverlening zich autonoom heeft<br />

gevestigd in representatieve maar relatief dure herenhuizen; het Spijkerkwartier (creatieve<br />

Stap een<br />

werkplaats) als verlengde van de binnenstad met een fijnmazige structuur, waar creatieven<br />

Om er achter te komen wat kenmerkend is voor de creatieve sector in de betreffende stad<br />

zowel werken als ontmoeten. Iets verder ligt Klarendal (broedplaats) met een achterstands-<br />

en wat er speelt bij de ondernemers zullen creatieven zelf ondervraagd moeten worden<br />

problematiek die juist voor startende creatieven interessante perspectieven biedt om betaal-<br />

in hun eigen biotoop. Bijvoorbeeld over hun motieven om in de stad gevestigd te zijn en<br />

bare huisvesting te vinden. Langs de Rijn bevindt zich het Centrum-Oost (productiemilieu).<br />

de problemen waar ze als ondernemers tegen aanlopen. Zij tonen de eigenheid van de stad<br />

Dit is deels een oud industrieterrein met industriële monumenten die de nodige vierkante<br />

en laten zien wat wel en niet werkt. In Arnhem is men zich bijvoorbeeld sterk bewust van<br />

meters bieden aan creatieve activiteiten die wat meer ruimte-intensief zijn. Ten slotte moet<br />

de ondergeschikte positie van de mode-industrie ten opzichte van Amsterdam. Tegelijk<br />

het echte topklimaat op creatief en cultureel gebied landen in het grootschalige Rijnboog-


project (transactiemilieu), dat over een paar jaar een nieuw stuk binnenstad toevoegt aan de<br />

bestaande stad.<br />

Men stelt wel eens de vraag of Arnhem de massa heeft om zo veel beschikbare ruimte te<br />

vullen. De binnenstad en omliggende wijken vormen echter een compact geheel, de onderlinge<br />

afstanden zijn gering. Bovendien is de vraag naar ruimte onverminderd groot. Wellicht<br />

dat de stad met de op één na grootste kunstenaarskolonie van Nederland (na Amsterdam)<br />

(Marlet & Van Woerkens, 2005) eindelijk in staat is om het creatief talent langer aan zich te<br />

binden. De aanwezigheid van de Academie voor beeldende kunst en vormgeving Arnhem<br />

(ArtEZ) is hierbij van veel belang. Hier kan van geleerd worden dat steden zich veel beter de<br />

bijeffecten van hun onderwijsinstellingen dienen te realiseren. Een bijbehorende broedplaats<br />

als opvolger van de speelplaats van lagere scholen schept kansen. We zien dat ook terug op<br />

het Coolhaveneiland in Rotterdam. Het is in dit kader jammer dat de onderwijsinstellingen<br />

nog autonoom te werk gaan. Het succes van de interactie is nu bijna altijd afhankelijk van<br />

het handelen van de studenten en afgestudeerden. Hier valt meer resultaat te behalen.<br />

Kennis- en creatieve economie liggen direct in elkaars verlengde, voorzover de creatieve<br />

economie vaak al niet besloten is in de kenniseconomie.<br />

(RRKC) en Stadshavens is de afgelopen jaren gewerkt aan een visie op de creatieve economie<br />

en een uitvoeringsprogramma. Daarin zijn drie belangrijke doelstellingen geformu leerd: (1)<br />

een toename van het aantal arbeidsplaatsen in de sector van 10.000 tot 12.000 banen, (2)<br />

het op gang brengen van kruisbestuivingen, en (3) het vergroten van de zichtbaarheid van<br />

de sector. Wat vertrouwen geeft voor de toekomst is dat Rotterdam in deze economische<br />

visie de creatieve stad onderdeel maakt van de kennisstad onder de ambitie ‘Samen leren’.<br />

Deze integrale benadering van de creatieve economie in Rotterdam is een trendbreuk met<br />

de sectorale aanpak die aan dit beleid voorafging. Na het succes van de Witte de Withstraat<br />

hadden vanuit centrale aansturing met name de audiovisuele sector en architectuur de volle<br />

aandacht. We zullen hier dieper ingaan op het beleid rond de AV-sector.<br />

Stap vier<br />

AV-cluster<br />

Hoewel destijds nog een marginale sector qua werkgelegenheid, zagen beleidsmakers al<br />

in 1997 veel potentie om in Rotterdam te bouwen aan een krachtig AV-cluster. Het succesvolle<br />

International Film Festival Rotterdam is een van de aanjagers. Door grote televisieen<br />

filmproducties naar de stad te halen en de vestigingscondities voor ondernemingen te<br />

verbeteren, hoopte Rotterdam een belangrijke speler te worden op het gebied van audiovisuele<br />

media. Hoewel bijna alle producties nog altijd in de Noordvleugel worden gedraaid,<br />

De vierde en laatste stap gaat over het commitment van partijen dat nodig is om de ontwik-<br />

is het Rotterdam redelijk gelukt om de AV-sector lokaal in de kijker te zetten.<br />

kelingen te laten slagen. Dit is extra belangrijk omdat de creatieve economie een grillig<br />

Het veronderstelde succes is vaak onderbouwd met het onderzoek van TNO naar de<br />

karakter heeft en bijna per definitie een onbekende uitkomst heeft (zie hoofdstuk 3, 5).<br />

creatieve industrie in Rotterdam (2004). Volgens TNO is de media- en entertainmentsector,<br />

Dat vergt veel flexibiliteit van de betrokken partijen. Voor Arnhem was het cruciaal dat de<br />

waar de AV-sector deel van uitmaakt, tussen 1996 en 2003 met 13,3% gegroeid, terwijl die<br />

wethouders hun zegen gaven aan de ontwikkelingen. Daarmee hadden zowel ontwikkelaars<br />

in Amsterdam juist stagneert (1,1%). Deze onderbouwing is echter flinterdun. In de eerste<br />

als de eigen gemeentelijke organisatie voldoende ruggensteun om met projecten aan de slag<br />

plaats is de media- en entertainmentsector in absolute zin gering met een aandeel van 3400<br />

50 te gaan. Veel projecten in Nederland verzanden in goede bedoelingen door een gebrek aan<br />

banen in Rotterdam (in 2003). In Amsterdam is de sector ruim drie keer zo groot, en met 51<br />

bestuurlijke moed.<br />

Hilversum meegerekend ongeveer zes keer groter. Beide steden vormen in Noordvleugel-<br />

De aanpak in Arnhem toont aan dat duurzame coalities met zowel creatieven als met uitverband<br />

één cluster (Van der Groep, 2004). Een grote relatieve groei in Rotterdam pakt<br />

voerende partijen (ontwikkelaars, corporaties, gemeente) essentieel zijn voor het verwezen-<br />

in absolute zin kleiner uit en moet dus in een ander perspectief worden geplaatst. Daarnaast<br />

lijken van de ambitie om de creatieve economie een impuls te geven. Coalitiepartners zullen<br />

wordt de media- en entertainmentindustrie in Rotterdam voor een groot deel wordt<br />

een visie pas ondersteunen op het moment dat de juiste prioriteiten worden gesteld en<br />

gedomineerd door uitgeverijen (69%) en ook de groei met 400 arbeidsplaatsen komt voor<br />

de ontwikkelingen logisch worden ingepast in de bestaande economische en ruimtelijke<br />

het overgrote deel voor rekening van de uitgeverijbranche (Manshanden et al., 2005).<br />

structuur van de stad. Kennis van het DNA is een vereiste, er moeten ankerpunten zijn<br />

Slechts 25% van de banen is AV-gerelateerde werkgelegenheid (radio en televisie, film-<br />

waarop voortgebouwd kan worden. Partijen zullen in dat geval sneller bereid zijn om elkaar<br />

productie, fotografie, vertoning van films).<br />

een ontwikkeling te gunnen, omdat ze zich beter bewust zijn van de potenties van derge-<br />

Niettemin heeft de stad al acht jaar een onuitputtelijke ambitie om een krachtig AV-cluster<br />

lijke investeringen, ook voor de eigen projecten. Het gaat om de juiste keuzes op de juiste<br />

op de kaart te zetten. Met gunstige vestigingsvoorwaarden probeert men bedrijven naar de<br />

plekken. Creatieve economie is niet maakbaar, maar er kan wel op worden ingespeeld.<br />

stad te halen. Deze volhardendheid is niet zonder effect, veel pioniers op het gebied van AV<br />

hebben de weg naar Rotterdam gevonden, of zijn met hun bedrijf gestart in de Maasstad.<br />

Kansrijke clusters en Rotterdamse genen<br />

Van deze bedrijfjes zijn er echter ook alweer een aantal verdwenen. De huidige plantjes<br />

Rotterdam heeft de afgelopen tien jaar diverse sectoren aangewezen als economische kansen-<br />

groeien maar langzaam en zaaien zich niet uit. Volgens Jacques van Heijningen, directeur<br />

clusters. Aanvankelijk waren dat er nog zeven, waarvan de AV-sector en vrijetijdseconomie<br />

van het Rotterdams Fonds voor de Film en audiovisuele media (RFF), is het een vaststaand<br />

de meeste raakvlakken vertoonden met de ‘huidige’ creatieve industrie. In 2005 heeft<br />

gegeven dat er van de tien <strong>nieuwe</strong> bedrijven in de creatieve sector altijd zeven tot acht<br />

de publiek-private Economic Development Board Rotterdam (EDBR) samen met het<br />

zullen mislukken (Willigenburg, 2007). Hij pleit dan ook voor een lange adem. Het zou<br />

Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam (OBR) de ‘Economische Visie Rotterdam 2020’ opgesteld,<br />

de stad helpen als ze de zo gewenste grote trekker naar de stad weten te halen, die er nog<br />

die vervolgens is vertaald in het ‘Uitvoeringsprogramma Economie Rotterdam 2006–2009’.<br />

moet komen nadat MTV Networks koos voor Amsterdam.<br />

De creatieve sector, die in 2003 met een omzet van 400 miljoen euro slechts 2,2% bijdraagt<br />

Voorlopig wordt er nog volop geïnvesteerd in het AV-cluster. Deze investeringen concen-<br />

aan de Rotterdamse economie en 3,3% van de werkgelegenheid, heeft een prominente<br />

treren zich met name op de Lloydpier met de Schiecentrale en het 25kV-gebouw. Door zich<br />

positie verworven in het economisch beleid. Uit het onderzoek van TNO naar de creatieve<br />

te focussen op één gebied en daar ook opleidingen, luxe appartementen en voorzieningen<br />

industrie in Rotterdam (Manshanden et al., 2005) bleek namelijk ook dat de werkgelegenheid<br />

te situeren, hoopt men een cluster van AV-bedrijvigheid te realiseren. De forse verliezen<br />

in de creatieve industrie veel harder groeit dan in de overige sectoren in Rotterdam. De stad<br />

die het OBR leed op de Schiecentrale in de afgelopen jaren tonen aan dat het nog niet de<br />

wil haar beleid daarop afstemmen. Onder aanvoering van het OBR en met partijen als de<br />

AV-toplocatie is geworden die men voor ogen had. Veel bedrijven kunnen zich alleen een<br />

EDBR, de diensten Stedenbouw en Volkshuisvesting (dS+V), Kunst en Cultuur (dKC),<br />

werkruimte veroorloven als ze worden gesubsidieerd op de huur. Dat blijkt bijvoorbeeld<br />

Jeugd, Onderwijs en Samenleving (JOS), de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur<br />

uit een berichtje waarin tv-producent Men At Work overwoog om het tv-programma


52 53<br />

‘Creatieven laten zich al snel<br />

verleiden om zich te vestigen<br />

in een oude loods in het<br />

haven gebied als daar een flinke<br />

subsidie tegenover staat.’<br />

Voorlopig afgesloten publieke<br />

ruimte achter het woonwerkgebouw<br />

Puntegale. In de toekomst een<br />

openbaar plein.


Raymann is laat te verhuizen naar Hilversum vanwege de ophanden zijnde huurverhoging<br />

Rotterdamse genen<br />

door Van der Linde Partyservice, die de exploitatie voor de studio in de Schiecentrale heeft<br />

Het DNA van Rotterdam ligt deels besloten in de succes van de stad (de herkenbaarheid),<br />

overgenomen van het OBR. Alleen door bemiddeling van de burgemeester en een huur-<br />

de ontwikkeling in het verleden en de cultuur, de attitude die daaruit voortkomt en de<br />

verlaging is de verhuizing voorkomen (Van der Velden, 2007). De onderhandelingen met<br />

ontwikkelingen in het heden. De resultaten hiervan zijn:<br />

Men At Work zeggen ook iets over de motieven van de gemeente. Het is er Rotterdam veel<br />

– een enorme internationale bekendheid als basis dankzij de wereldhaven Rotterdam;<br />

aan gelegen om producties aan de stad te binden, ook al moet daar de hele infrastructuur<br />

– dankzij diezelfde haven een positieve attitude van de stad en haar inwoners tegenover<br />

van Hilversum wekelijks voor worden verhuisd. Er wordt nauwelijks geredeneerd vanuit<br />

alles wat van ‘elders komt’; in dit kader past een verwijzing naar de voorwaarden van<br />

de inhoudelijke verankering die programma’s als Raymann is laat hebben met de stad. De<br />

de creatieve economie volgens Florida;<br />

inhoud van het programma, de presentator ervan en het publiek zijn door en door Rotter-<br />

– door de aanwezigheid van 170 nationaliteiten en een grote jonge bevolking een stevige<br />

dams. Dat zijn de incentives waarmee je een producent aan je stad bindt.<br />

basis voor alles wat met de ‘urban culture’ te maken heeft alsmede het tonen, door-<br />

Hieruit blijkt het belang om gebruik te maken van de genen van de stad; de grootschalige<br />

ontwikkelen en verkopen van de verworvenheden van andere culturen (zoals het<br />

traditionele producties voor de nationale omroepen horen bij de genen van het (autochtone)<br />

Zomercarnaval), maar ook de vernieuwing van de vermaaksindustrie voor de <strong>nieuwe</strong><br />

Gooi en Amsterdam; daar ligt het netwerk, ontmoeten producenten elkaar en ontstaan<br />

(van oorsprong allochtone) inwoners;<br />

<strong>nieuwe</strong> initiatieven. Een wekelijkse verplaatsing naar Rotterdam doet daar niets aan af.<br />

– grote variëteit aan muziek en dans vanwege het bijeenkomen van zo veel culturen, die<br />

Programma’s als Raymann is laat zitten in de genen van het multiculturele Rotterdam. Daar-<br />

een basis vormt voor culturele integratie;<br />

naast zijn <strong>nieuwe</strong> vormen van AV – flexibel, snel, en voor een select publiek – financieel<br />

– mediaproducties aansluitend bij de aanwezigheid van de vele culturen; kleinschalig en<br />

haalbaar door (live-)uitzending via internet en mobile telefoon.<br />

via de <strong>nieuwe</strong> media;<br />

– vernieuwing en ondersteuning in handel, transport en logistiek, alsmede in de petro-<br />

Verschuiving naar kennis en <strong>nieuwe</strong> media<br />

chemische sector;<br />

Om toch maximaal rendement te halen uit de investeringen in het AV-cluster is het<br />

– een grote vraag uit het bedrijfsleven naar ontwerp- en ideeënontwikkeling, van huisstijl<br />

ver standig om politiek uithoudingsvermogen te tonen, ook al heeft men zich neergelegd<br />

tot pr-campagne;<br />

bij de dominante positie van Amsterdam/Hilversum. Het OBR heeft in 2005 de genen van<br />

– architectuur en stedenbouw, mede ook vanuit de eigen wederopbouwervaringen;<br />

de stad erkend door de aandacht te verschuiven van film en tv naar <strong>nieuwe</strong> media, een sector<br />

– economie en bedrijfswetenschappen, vanuit de langjarige onderscheidende bekendheid<br />

waar aanzienlijk meer ankerpunten voor zijn te vinden in de stad. Nieuwe communicatie-<br />

van het betreffende onderwijs;<br />

54 technieken passen beter bij de pionierscultuur van Rotterdam, waar kunstenaars en creatieven<br />

al volop experimenteren met alternatieve media, al dan niet in experimenteerclubs als<br />

– aanpak en oplossing van de problemen die de stad zelf kent door haar specifieke situatie. 55<br />

Locus 010, V2 _, Digital Playground en WORM. Inmiddels is ook de (beleidsmatig gewenste)<br />

Vruchtbare grond<br />

koppe ling met de kenniseconomie aangebracht door te bevorderen dat enkele interessante<br />

Meer nog dan de sector speelt de locatie een rol bij de ontwikkeling van een creatieve stad.<br />

mediaopleidingen zich vestigen op het naastgelegen Coolhaveneiland, dat de westelijke<br />

Hoe kenmerkt zich de voedingsbodem waarop creatieven hun bestaansrecht bouwen?<br />

uitloper is van de KennisAs door het centrum van de stad. Dergelijke onderwijsinstellingen<br />

In de inleiding (p. 43) werd al vermeld dat de verscheidenheid van creatieve milieus in de<br />

trekken pioniers die niet ingeweven zijn in vaste patronen en die een vliegwieleffect kunnen<br />

Noordvleugel groot is, waar in de Zuidvleugel vooral de productiemilieus voor de creatieve<br />

veroorzaken door <strong>nieuwe</strong> markten aan te boren binnen de creatieve sector, zoals De Digitale<br />

economie domineren. De overige creatieve activiteiten, buiten de kern van de creatieve<br />

Stad en XS4ALL dat deden in Amsterdam in de jaren negentig. Doordat zich vanwege<br />

industrie, zoals creatieve productie, distributie, organisatie en toepassingen, domineren<br />

de concentratie op die KennisAs daar inmiddels ook het World Music and Dance Centre<br />

in Rotterdam en omgeving. Vermoedelijk is de creatieve sector in de Noordvleugel meer<br />

(WMDC) heeft gevestigd, verbreden de basis en verankering zich. Ontdekken en combineren<br />

van muziekvormen over de hele wereld sluit aan bij de ver<strong>nieuwe</strong>nde genen van multi-<br />

zelfstandig en stuwend en in de Zuidvleugel volgend (ABF Research, 2007a).<br />

cultureel Rotterdam, waar door de aanwezigheid van 170 nationaliteiten geen enkele bezoeker<br />

Een andere mogelijke verklaring voor het ontbreken van transactiemilieus is de lage dicht-<br />

meer vreemd is. Dit vereist wel dat er plekken en media zijn waar deze diversiteit en interheid<br />

van creatieve bedrijven. In Rotterdam valt op dat creatieve ondernemingen verspreid<br />

nationaal denken (wat door de wereldhaven al tot de genen behoorde) zichtbaar zijn. De<br />

zijn over de stad, in de binnenstad, <strong>Oude</strong> Noorden, delen van Rotterdam-Zuid, Coolhaven-<br />

jaarlijkse optocht van het Zomercarnaval is hiervan een icoon met landelijke bekendheid.<br />

eiland/Lloydkwartier en in oude loodsen in de haven. De absolute omvang per gebied is<br />

relatief klein, evenals het aandeel in de totale werkgelegenheid. Het aanbod van kantoor-,<br />

Het acht jaar geleden ingezette beleid van de gemeente om de AV-sector een impuls te<br />

atelier- en overige werkruimten is redelijk groot en divers en de prijzen zijn relatief laag,<br />

geven is gebaseerd op de verkeerde motieven, namelijk de ondervertegenwoordiging van<br />

niet in de laatste plaats dankzij allerlei stimuleringsregelingen van de gemeente. Dat laatste<br />

de sector. Men zag dat AV een groeisector was en wilde hiervan een graantje meepikken.<br />

beïnvloedt de keuze van bedrijven om zich ergens te vestigen. Zolang het beleid niet is<br />

Een natuurlijke verankering met Rotterdam ontbreekt vrijwel volledig, waardoor de sector<br />

gericht op concentratie van creatieve werkgelegenheid leidt dit tot verdere verdunning van<br />

voortdurend met publieke middelen zal moeten worden gevoed om overeind te blijven.<br />

de sector. Een creatieve onderneming heeft niet per definitie belang bij de aanwezigheid<br />

Bovendien moest de hele infrastructuur van de grond af worden opgebouwd. Daar heeft<br />

van andere creatieve ondernemers in de directe omgeving, zoals vaak wordt gesuggereerd.<br />

men van geleerd en door een accentverschuiving aan te brengen naar <strong>nieuwe</strong> media en<br />

Clustering komt alleen natuurlijk tot stand op de plekken waar de vestigingscondities voor<br />

muziek kan een <strong>nieuwe</strong> groeimarkt worden aangeboord die aansluit bij het profiel van<br />

een bepaald type ondernemers en studenten gunstig zijn (zie casus Arnhems, p. 216) of door<br />

de stad. Dat lijkt te lukken, en het is daarom belangrijk dat projecten zoals de Schiecentrale<br />

persoonlijke motieven (zie Prenzlauer Berg, p. 78).<br />

en het Rotterdams Fonds voor de Film worden gecontinueerd, want ondanks de aanloop-<br />

Vestigingsmotieven zijn vaak heel traditioneel, waar het gaat om de betaalbaarheid, beschikproblemen<br />

lijkt het mediacluster in Rotterdam een succes te worden.<br />

bare ruimte en de uitstraling van het pand zelf. Creatieven laten zich al snel verleiden om


56 57<br />

Expositie ‘Brand New Bags’ tijdens<br />

de Modebiënnale 2007 in Arnhem<br />

De Meelfabriek in Leiden, waar een deel<br />

van het concept Huis van de<br />

Communicatie zal worden gehuisvest.


zich te vestigen in een oude loods in het havengebied, als daar flinke subsidie tegenover staat.<br />

Venster zich laten verleiden om zich te vestigen in gebouw Las Palmas op de Kop van Zuid,<br />

Dit roept echter de vraag op of deze bedrijven op die plek ook de beste voedingsbodem<br />

met een aanzienlijke financiële bijdrage van de gemeente. De directeur van Cinerama, een<br />

hebben. De grond kan aantrekkelijk zijn voor creatieve bedrijven, maar is die ook vruchtbaar?<br />

ander filmhuis in het centrum, waarvan het huurcontract binnenkort wordt beëindigd, ziet<br />

geen reden om te verhuizen naar de andere kant van de Maas. Volgens hem is er geen markt<br />

Niet elke grond verdraagt dezelfde plant<br />

voor een arthouse-publiek in Zuid. Veelbetekenend is een uitspraak van dichter Manuel<br />

Het verhaal in Arnhem laat zien dat creatieve ontwikkelingen met name kansrijk zijn als<br />

Kneepkens uit hetzelfde artikel: ‘Die zuidelijke oever wil maar niet tot bloei komen en dus<br />

deze aansluiten bij activiteiten die daar autonoom zijn gegroeid op basis van de bestaande<br />

past de gemeente nu allerlei kunstgrepen toe. In een poging dat gebied alsnog tot leven te<br />

structuur, zoals de mix van <strong>functies</strong> in het Spijkerkwartier, de ver<strong>nieuwe</strong>nde winkel- en<br />

wekken.’ De term ‘kunstgrepen’ geeft de essentie weer van de kritiek op de plannen van het<br />

horecaconcepten in het stegenstelsel en de aanzuigende en stimulerende werking van de<br />

stadsbestuur om een gentrification-proces op gang te brengen in Zuid. Er is geen natuur-<br />

onderwijsinstellingen.<br />

lijke verankering met de omgeving. De hoge investeringen en subsidies zijn daarvoor een<br />

Naast de algemene vestigingsmotieven van creatieven speelt ook het type bedrijvigheid een<br />

belangrijke indicator. En waar de geldstroom stopt, verdwijnt ook de levensvatbaarheid<br />

rol. Zoals uit de gegeven definities blijkt, is de bandbreedte van wat we als creatief aanduiden<br />

van een project. Het faillissement van restaurant ’t Gemaal als onderdeel van het niet levens-<br />

erg groot, met als gevolg ook zeer verschillende wensen en succesfactoren. Niet elke plant<br />

vatbaar gebleken initiatief ‘Eetplein Afrikaanderplein’ is zo’n voorbeeld. Moeten we niet<br />

verdraagt dezelfde grond en dus zal er gedifferentieerd moeten worden. De leegstand van<br />

de conclusie trekken dat een McDonald’s voorlopig beter past dan een sterrenrestaurant?<br />

winkels in de Arnhemse wijk Klarendal biedt creatieven betaalbare mogelijkheden om een<br />

Interessant is dat een tijdelijke dependance van tentoonstellingsruimte TENT in Rotterdamwerkplaats<br />

te combineren met een etalagefunctie. Hier zitten pioniers, startende onder-<br />

Zuid wél perspectief heeft en een aantrekkelijke impuls kan zijn voor zowel de omgeving<br />

nemers die nog volop aan het experimenteren zijn, maar die wel hun eerste collecties willen<br />

als de Rotterdamse kunstwereld. Het verschil zit hem in de inhoud. In TENT.ZUID wordt<br />

presenteren aan een niche-publiek. Dat zijn geen passanten, maar doelbewuste consumenten.<br />

de programmering aangepast aan de omgeving. De kunstwerken gaan over de stedelijke<br />

Datzelfde geldt voor de bijzondere winkeltjes en restaurants die de laatste jaren zijn ontstaan<br />

transformatie en komen tot stand in interactie met de buurt. Het instituut ziet zichzelf als<br />

in Oud-Charlois in Rotterdam-Zuid. Het zijn de grensgebieden waar nog een publieke<br />

de cultuurverkenner van Rotterdam-Zuid, ze zoeken aansluiting bij de specificiteit van de<br />

functie mogelijk is, maar voor beide voorbeelden geldt dat dit al niet meer zonder subsidies<br />

omgeving. In dat perspectief maakt ook de exploitant van De Graansilo de juiste keuze door<br />

mogelijk is. Trek je in Rotterdam verder het havengebied in, dan kom je uit bij de <strong>nieuwe</strong><br />

voorrang te verlenen aan (allochtone) ondernemers uit de buurt. Daarmee verbindt de<br />

creatieve hotspot van de stad, de Heijplaat met het voormalige RDM-hoofdkantoor als<br />

eyecatcher, dat tegenwoordig plaats biedt aan creatieve ondernemers. Men droomt al van een<br />

Graansilo zich aan de wijk.<br />

58 theater, een visrestaurant en een terras (Duursma, 2006). De term hotspot impliceert een<br />

Coolhaveneiland<br />

59<br />

magnetische werking, maar of daar werkelijk sprake van kan zijn, is de vraag. De fietsreis<br />

Nog vóór de eerder vermelde ontwikkelingen op de Lloydpier is er vanaf 1990 een gentri-<br />

neemt minimaal drie kwartier in beslag en de omgeving met haar zware industrie en vrachtfication-proces<br />

op gang gebracht op het aangrenzende Coolhaveneiland door de transformatie<br />

wagens is bepaald niet uitnodigend. Alleen experimentele en/of productiegerichte activiteiten<br />

van grote pakhuizen en de <strong>gebouwen</strong> van het Gemeentelijk Energiebedrijf en de Belasting-<br />

in de creatieve economie zullen daar een bestaansrecht op kunnen bouwen, als pioniers.<br />

dienst naar huisvesting voor studenten en young urban professionals. Inmiddels wonen en<br />

De Heijplaat is vruchtbare grond voor dat deel van de creatieve economie dat zich kan<br />

werken hier meer dan 1500 jonge mensen met gemiddeld een hoog opleidingsniveau. Zij<br />

vinden in de typisch Rotterdamse genen voor dit gebied: ruig, ongestructureerd en perifeer.<br />

maakten van dit armoedig stukje Delfshaven als het ware een deel van het binnenstedelijke<br />

De geruchten dat de Academie van Bouwkunst haar vestiging naar het RDM-terrein<br />

milieu van Rotterdam. Dit proces vertrok zich, zonder sturing van bovenaf, met succes<br />

verplaatst, wekken veel verbazing.<br />

ondanks het vertrek van het Conservatorium uit het pand aan de Pieter de Hoochweg, waar<br />

de bakermat ligt van de Erasmus Universiteit. Het gebouw kreeg met de huisvesting van het<br />

Kunstgrepen in Rotterdam-Zuid<br />

Jeugdtheater en de Theaterhavo/vwo een <strong>nieuwe</strong> bestemming, passend bij de ontwikkeling<br />

Rotterdam-Zuid staat volop in de schijnwerpers sinds de implementatie van het Pact<br />

op Zuid. Al eerder is de Kop van Zuid in ontwikkeling gebracht, met een beoogd grootste-<br />

van de wijk (zie casusbeschrijving, p. 82).<br />

delijk klimaat. Nu ontstaan ook steeds meer initiatieven op het gebied van de creatieve<br />

De transformatie van de karakteristieke grote complexen was de eerste bijdrage van<br />

economie in de zuidelijke krachtwijken Feijenoord, IJsselmonde en met name Charlois.<br />

woning corporatie Stadswonen, de huisvester van studenten en young urban professionals<br />

De ontwikkelingen in De Graansilo zijn het meest aansprekend, zoals in de inleiding<br />

in Rotterdam. Het gaat om de verlenging van de KennisAs vanaf het Erasmus MC-terrein<br />

al aangestipt. De waarde van dergelijke investeringen staat echter voortdurend ter discussie<br />

in westelijke richting met een gebied grenzend aan het binnenstedelijke milieu. Gezien<br />

in krantenberichten en reacties van experts. We geven enkele voorbeelden. Om te beginnen<br />

deze ligging was het een logische uitbreiding van het door deze klantengroep zo gewenste<br />

De Graansilo zelf. Hoewel er wordt gesuggereerd dat het nu al een succes is, vanwege de<br />

binnenstedelijke milieu.<br />

wachtlijst voor bedrijfsruimte, zijn er nauwelijks bedrijven gevestigd die ouder zijn dan drie<br />

Rotterdam is de derde onderwijsstad van Nederland met 60.000 studenten wo en hbo.<br />

jaar. Op zichzelf zegt dat nog niets, maar feit is dat de huidige ondernemers flink worden<br />

In deze topdrie is Rotterdam uniek als het gaat om de locatie van zowel de onderwijs-<br />

gesubsidieerd op de huur. En dat roept de vraag op of ze wel voldoende omzet genereren<br />

instellingen als de studentenhuisvesting, die allemaal boven de oost-westmetro rond een as<br />

om te kunnen concurreren met soortgelijke bedrijven die wel een marktconforme huur<br />

dwars door de binnenstad liggen. Om de unieke situatie als voordeel benoembaar te maken,<br />

opbrengen op centraler gelegen locaties. Anders gezegd, is De Graansilo de juiste plek voor<br />

heeft Stadswonen ervoor gekozen deze campus in de stad aan te duiden als de KennisAs<br />

succesvol ondernemerschap; sluit het wel aan bij zijn omgeving waaruit voeding en voor-<br />

(zie afbeelding p. 61).<br />

zieningen moeten voortkomen?<br />

Op deze KennisAs zijn vijf ‘magneten’ benoemd die afhankelijk van hun (toenemende)<br />

Iets soortgelijks geldt voor de culturele instellingen. In NRC Handelsblad (Meerberg, 2008)<br />

sterkte voor een steeds groter gebied een aantrekkende werking hebben. Iedere magneet<br />

wordt gewag gemaakt van leegloop van de binnenstad naar Zuid, zo heeft filmhuis Lantaren/<br />

heeft een andere functie. De focus aan de oostzijde is meer gericht op economische,


edrijfskundige en juridische studies en hun (verblijfs)voorzieningen. Na het overgangsgebied<br />

Westblaak, waar de grootste vermenging plaatsvindt met de andere economieën van<br />

de stad, richten de westelijke magneten zich op medisch (EMC), architectonisch en creatief<br />

(Coolhaveneiland).<br />

KennisAs ®<br />

Stadswonen verwacht een optimale voedingsbodem te genereren in de magneet Coolhaveneiland<br />

door zich te richten op de creatieve sector, met daarin een zwaartepunt op<br />

muziek, dans en (de koppeling aan) communicatie, digitale media en multi mediadesign.<br />

Door samen met collega-corporatie Woonbron huisvesting voor wonen en werken te<br />

bieden, bij voorrang aan de (short-stay-)studenten en starters ontstaat dit gunstige klimaat.<br />

Coolhaven Hoboken Westblaak Oostplein Eur-Woudenstein<br />

Dit wordt nog versterkt door in bestaande <strong>gebouwen</strong>, zoals de oude monumentale<br />

Machinistenschool en nieuwbouw (de <strong>nieuwe</strong> Machinist), en in delen van de buitenruimte<br />

voorzieningen aan te bieden voor werken, opleiding en ontmoeten. Beide corporaties<br />

zullen daarvoor naast de al lopende plannen locaties verwerven en investeren.<br />

Het Coolhaveneiland heeft fysiek ook een groot voordeel voor de ontwikkeling van de<br />

creatieve economie. Het is een semi-eiland met mooie hoogteverschillen en restanten<br />

van haven<strong>functies</strong> met monumentale <strong>gebouwen</strong>. Het is een oude wijk gelegen naast de<br />

historische Delftshaven. Het heeft alles mee om zich als een gemeenschap te ontwikkelen.<br />

Dit is dan ook merkbaar, want terwijl het stedenbouwkundig project vertraging oploopt,<br />

ontstaan er autonoom allerlei initiatieven in de wijk. Er wonen steeds meer jongeren en<br />

er vestigen zich ondernemers en kunstenaars. Het Coolhaveneiland kent daarbij bijzonder<br />

veel dynamiek. Veel <strong>nieuwe</strong> bedrijven starten, bestaande bedrijven vestigen zich er. Een<br />

groot deel van de creatieve werkgelegenheid bevindt zich in de wat kleinere bedrijven<br />

tot twintig werknemers, waaronder veel ontwerpers. Als er ergens in Rotterdam DNA<br />

aanwezig is, dan is het wel op het Coolhaveneiland. Er lijkt zich nu spontaan creatieve<br />

Werken<br />

Wonen<br />

Zorgen<br />

Leren<br />

Logeren<br />

Zorgen<br />

Leren<br />

Logeren<br />

Ontspannen<br />

Ontmoeten<br />

Wonen<br />

Leren<br />

Experimenteren<br />

Wonen<br />

60 bedrijvigheid te ontwikkelen, waardoor het Coolhaveneiland kan uitgroeien tot een multiculturele<br />

wijk met een spontaan gentrification-proces. Rotterdam is daarmee weer een<br />

nieuw en spannend creatief en cultureel milieu rijker.<br />

Het is een soort ‘veenbrand’, voor buitenstaanders niet direct zichtbaar maar wel voelbaar.<br />

De actieven in dit proces vragen dan ook om een te grote sturing van buitenaf, met name<br />

van ambtelijke zijde, achterwege te laten. Dit zou het beste bewijs kunnen zijn dat de<br />

juiste combinatie van genen en voedingsbodem hier gevonden is.<br />

Het Coolhaveneiland is een gebied met kansen. Een bedreiging kan het gebrek aan huisvestigingsmogelijkheden<br />

voor bedrijven zijn; zeker omdat de gemeente met haar blik<br />

gericht is op Zuid en minder naar de plekken waar het gebeurt. Ook aan de zichtbaarheid<br />

van de creatieve activiteiten binnen <strong>gebouwen</strong> en de verblijfswaarde op straat, nog aan te<br />

leggen pleinen en wandelroutes, zal nog hard gewerkt moeten worden. De grond op het<br />

Coolhaveneiland is vruchtbaar, en met kleine inspanningen kan het Coolhaveneiland cool<br />

worden. Een extra muziekcafé of restaurant, op korte termijn, kan een reden zijn om op<br />

het Coolhaveneiland te blijven wonen en werken of zich er te vestigen. Sloop niet te veel,<br />

creatieven willen vooral zelf ontdekken. Garandeer originaliteit en leg de voorwaarden niet<br />

vast: liever chaos binnen kaders dan orde (zie ook hoofdstuk 3). Dan zal de ‘veenbrand’ nog<br />

lang voortduren.<br />

61<br />

Zichtbaarheid<br />

Daar waar de ontwikkelingen zouden moeten aansluiten bij de identiteit van een gebied<br />

speelt zichtbaarheid een essentiële rol. Identiteit gaat voor een groot deel over de uitstraling<br />

van een gebied.<br />

Publieke ruimte<br />

De inrichting van de publieke ruimte in Rotterdam heeft lange tijd geen prioriteit gehad.<br />

De kritiek spitst zich toe op de anonimiteit en ontoegankelijkheid die het uitstraalt. De<br />

publieke ruimte bepaalt in belangrijke mate de ‘sense of place’ van een gebied. Een stad


die na de oorlog het centrum opnieuw moest opbouwen, een stad van werkers, realiseert<br />

zich momenteel heel goed dat hier verbetering in moet komen. In publieke debatten tussen<br />

degenen die zich dit gebrek aantrekken en internationale deskundigen op het gebied van<br />

publieke ruimte als Jan Gehl en Rob Adams, met voorbeelden als Melbourne, wordt door<br />

de dienst Stedenbouw en Volkshuisvesting (dS+V) een basis bepaald voor verbetering, te<br />

beginnen in de binnenstad. In hoog tempo verschijnt hiervoor beleid tot aanpak: ‘Stadsvisie<br />

Rotterdam: Ruimtelijke ontwikkelingsstrategie 2030’, ‘Buitenruimtenota Binnenstad’,<br />

‘Rotterdamse aanpak kwaliteit buitenruimte’ en het ‘Binnenstadsplan’. De inzet van dit beleid<br />

wordt door de deelnemers van het convenant rond het Coolhaveneiland overgenomen.<br />

onderwereld (huurders, beheerders) zorgt voor de essentie van het gebied, de bovenwereld<br />

(publiek, gebruikers) voor de existentie. Een plek heeft geen betekenis als niemand daarvan<br />

kennis kan nemen. Succesvolle plekken hebben een relatie met de omgeving die te ‘voelen’<br />

is. De stad wordt pas aantrekkelijk en de creatieve economie pas succesvol als de toegankelijkheid<br />

en zichtbaarheid van het creatief potentieel worden vergroot. Dan wordt ook de in<br />

de ‘Economische Visie Rotterdam 2020’ beoogde attractieve stad werkelijkheid. Het woord<br />

marketing is niet vies, het is inherent aan de creatieve economie. Het is de pokon die de<br />

juiste plant (DNA) op de juiste grond (omgeving/locatie) kan laten groeien.<br />

Marketing als pokon voor de creatieve economie<br />

Gunnen<br />

Een belangrijke voorwaarde voor het succes van de creatieve economie in een stad is een<br />

Zichtbaarheid uit zich niet alleen in de publieke ruimte, maar ook in de beeldvorming<br />

gedeeld belang voor het geheel. De kans dat de individuele belangen van ontwikkelende<br />

naar buiten, de wijze waarop bedrijven en de stad zichzelf in de markt zetten. Terwijl veel<br />

partijen, de gemeente en de creatieve ondernemer synchroon lopen is klein. Er rest dus niets<br />

gemeenten geen kans onbenut laten om zichzelf op de borst te kloppen, houdt Rotterdam<br />

anders dan dat partijen elkaar ondersteunen in hun initiatieven, voor zover deze op de juiste<br />

vast aan zijn ‘niet lullen maar poetsen’-mentaliteit. Het niet-koketteren met de successen van<br />

de stad is onderdeel van de Rotterdamse identiteit en zorgt voor een paradoxale verhouding<br />

gronden worden genomen.<br />

met het beleid op het gebied van de creatieve economie. Veel Rotterdamse creatieven<br />

De topdownaanpak van de Schiecentrale heeft veel weerstand opgeroepen bij creatieve<br />

herkennen zich namelijk sterk in deze karaktereigenschap en voelen zich prettig bij het<br />

ondernemers. Dat gaat soms zo ver dat creatieven bewust op zoek gaan naar locaties die niet<br />

bestaan in de marges van de creatieve economie. Sterker nog, het afzetten tegen de gangbare<br />

worden ondersteund of gecontroleerd door de gemeente. De Creative Cube in het oude<br />

modus vormt hun bestaansrecht. Was Rotterdam niet de stad van het experiment, van<br />

postkantoor vlak bij het Centraal Station is zo’n voorbeeld. Een van de initiatiefnemers zegt<br />

pioniers? Tegelijk beperkt deze extravertheid de ondernemers in hun groeikansen, omdat<br />

over de lokroep naar Lloydkwartier of het RDM-terrein: ‘Dat leek ons niks, de gemeente zet<br />

ze onzichtbaar zijn voor een breder publiek. Dat maakt het creatief milieu eenzijdig introvert<br />

daar bedrijven bij elkaar die allemaal op elkaar lijken. Maar wij vinden juist dat de bedrijven<br />

(zie p. 37). Een belangrijk beleidsdoel van de gemeente is niet voor niets het zichtbaar<br />

die samen in zo’n pand zitten elkaar moeten aanvullen, met kennis en diensten. (…) Boven-<br />

maken van de sector, om de stad aantrekkelijker te maken voor zowel de creatieve ondernemer<br />

dien willen we in het centrum werken. Da’s inspirerend. Hier komt ook onze doelgroep.<br />

62 als zijn publiek. De campagne ‘Creativity starts here’ toont een filmpje waarin bekende<br />

Deze omgeving helpt om goede werknemers binnen te halen. Zij werken gewoon liever in 63<br />

creatieven, zoals ontwerper Richard Hutten en kunstenaar Joep van Lieshout, hun stad<br />

de stad’ (Clevers, 2006). De Creative Cube is volledig eigenstandig verbouwd en ingericht.<br />

een gezicht geven. Stickers met de campagnetitel moeten de bedrijven letterlijk zichtbaar<br />

Creatieve ondernemers hebben een uitgesproken mening over hun ideale werkomgeving.<br />

maken voor passanten.<br />

Dat zijn geen vaststaande concepten (zie ook hoofdstuk 3). Het OBR zal in zijn uitvoerings-<br />

Creatieve ondernemers zullen zich meer moeten openstellen voor invloeden van buitenaf.<br />

programma voor de creatieve economie het vertrouwen moeten terugwinnen van de sector<br />

Niet alleen om hun markt te vergroten, maar ook voor onverwachte ontmoetingen, het<br />

om het beleid te laten slagen. Dat vergt een flexibele houding.<br />

aan gaan van <strong>nieuwe</strong> samenwerkingsverbanden en het opdoen van inspiratie. De meeste<br />

De op het Coolhaveneiland ontstane ‘veenbrand’ is een goed voorbeeld dat het bij de juiste<br />

vernieuwing ontstaat door interactie met partijen buiten je eigen netwerk. Dat netwerk<br />

inzet wel ‘van binnenuit’ kan ontstaan en aanzwellen. Dat wil niet zeggen dat overheid en<br />

is klein in Rotterdam, iedereen kent elkaar, en dus zullen de vleugels verder moeten worden<br />

(vastgoed)organisaties langs de kant moeten gaan zitten; ze zullen randvoorwaarden, <strong>gebouwen</strong><br />

uitgespreid. Helaas wegen andere belangen vaak zwaarder. De Van Nelle Ontwerpfabriek<br />

en veranderingen in de buitenruimte moeten creëren. Van veel belang hierbij is dat men zich<br />

bijvoorbeeld is een groot deel van haar dynamiek verloren, doordat het gebouw letterlijk<br />

realiseert dat succes voor een aanpak niet universeel toepasbaar is. De creatieve economie<br />

is afgesloten van de buitenwereld. Geïnteresseerden voor de architectuur van het gebouw<br />

kent veel verschillende sectoren die voor succes hun specifieke locatie en omstandigheden<br />

of de activiteiten die er plaatsvinden, kunnen de slagbomen alleen passeren op afspraak.<br />

nodig hebben (de combinatie van het juiste DNA en voedingsbodem). Dit vraagt overheden<br />

Buiten de bedrijven om is van spontane dynamiek geen sprake meer.<br />

voor het stellen van prioriteiten en het daarna gunnen aan het juiste gebied om dit te<br />

Als men niet oplet dreigt hetzelfde te gebeuren met het World Music and Dance Centre<br />

realiseren. Dan moet je elders niet met hetzelfde aan de slag, want daarmee ontstaat een<br />

(WMDC) op het Coolhaveneiland. Dit instituut is daar sinds 2007 gevestigd, maar daar merk<br />

confettistad met kleinschalige, gelijksoortige initiatieven verspreid over de stad. Die plekken<br />

je een jaar later weinig van als je door de straat loopt, ondanks het ruime aanbod van concerten.<br />

zijn weinig kansrijk om uit te groeien tot een volwaardig creatief milieu.<br />

Een horecagelegenheid zou de eerste stap kunnen zijn om de drempel te verlagen. Dit initiatief<br />

Corporaties kunnen voor het stimuleren van ontwikkelingen ‘van binnenuit’ vaak meer<br />

wordt elders in de wijk opgepikt, alwaar in 2008 in de Machinistenschool een muziekcafé<br />

betekenen dan ze zich nu realiseren. Het vraagt een omwenteling vanuit de situatie van<br />

wordt gerealiseerd. Sowieso is in Rotterdam een gebrek aan podia en platforms om creatieve<br />

waaruit ze altijd hebben geopereerd. Het eerlijk verdelen van de schaarse woonruimte legt<br />

producties te tonen aan een groter publiek, zoals de RRKC in 2007 al concludeerde in haar<br />

de prioriteit bij het systeem, terwijl het bevorderen van de economie in een wijk moet<br />

sectoranalyse: ‘In Rotterdam is voldoende aanbod van av-content maar er zijn onvoldoende<br />

etalages om producties onder de aandacht te brengen. Meer aandacht is nodig voor de relatie<br />

tussen producent en afnemer’ (Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur, 2007).<br />

Feit is dat veel plekken enkel worden bezocht door de creatieve kern, de producenten<br />

zelf, terwijl een veel grotere groep niet zelf creatief is, maar er wel graag bij wil horen, als<br />

consument. Zij voelen zich aangetrokken tot de sector en de activiteiten en producten<br />

die daaruit voortkomen. Het is het verschil tussen de ‘onderwereld’ en ‘bovenwereld’. De<br />

uitgaan van het ruimte geven aan die gemeenschap.


Porta Nuova<br />

Milaan<br />

Auteurs<br />

64<br />

Milaan is de stad van design, waar de Salone del Mobile wordt gehouden en<br />

waar toonaangevende architecten en designers in het wild over straat lopen.<br />

Des te opvallender is het dat de lokale overheid daarvan alleen de meest<br />

commerciële top bij de stadsontwikkeling heeft betrokken en het ‘autonome’<br />

creatieve potentieel van de stad lange tijd over het hoofd heeft gezien in.<br />

Actieve publieke steun aan culturele clusters komt mondjesmaat op gang.<br />

Daar komt nog bij dat de lokale overheid een topdownbenadering hanteert,<br />

waarbij weinig aandacht wordt besteed aan de coördinatie tussen de verschillende<br />

departementen. Dit heeft ertoe geleid dat tot vijf jaar geleden geen<br />

directe verwijzing bestond naar de ontwikkeling van culturele activiteiten<br />

in de ontwikkelingsprojecten van het stadsbestuur. De aantrekkingskracht<br />

en cultuur van de stad zijn voornamelijk geworteld in de commerciële sector,<br />

de beurzen, modeshows en de magneetwerking die van Milaan zelf uitgaat.<br />

De houding van de regionale overheid begint te veranderen: ze is actief<br />

betrokken in de promotie van cultuur en houdt de vinger aan de pols van<br />

het culturele aanbod en de consumptie van cultuur. Nieuw voor het stadsbestuur<br />

is dat het onderkennen van de verschillende lokale identiteiten<br />

in de stad als leidraad kan worden gebruikt bij herontwikkelingsprojecten.<br />

Het grootschalige project Porta Nuova illustreert deze problematiek.<br />

Porta Nuova is de naam van een herontwikkelingsproject<br />

onder leiding van vastgoedontwikkelaar<br />

Hines Italia voor drie aan elkaar grenzende wijken<br />

in het noorden van Milaan: Garibaldi-Repubblica<br />

(24 ha), Isola Lunetta (3,1 ha) en Varesine (8,5 ha).<br />

Tot de plannen van Porta Nuova behoren groen voorzieningen,<br />

woningen en commerciële en culturele<br />

activiteiten. Deze verschillende <strong>functies</strong> zullen met<br />

elkaar worden verbonden door middel van voetgangers<br />

paden. Bovendien voorzien de plannen in<br />

de aanleg van een <strong>nieuwe</strong> metrolijn die samen met<br />

spoor- en tramlijnen een dicht infrastructureel netwerk<br />

moet gaan vormen dat optimaal wordt benut.<br />

De benadering van de culturele ontwikkeling van<br />

het gebied, wordt uit de plannen niet duidelijk.<br />

Garibaldi-Repubblica, Varesine en Isola Lunetta zijn<br />

opvallend verschillend van karakter. De eerste twee<br />

gebieden worden gezien als symbolen van stedelijk<br />

verval en vormen samen een van de oudste lege<br />

ruimten in de stad. Isola Lunetta contrasteert hiermee.<br />

De wijk dankt zijn naam aan de geïsoleerde<br />

positie: het gebied wordt gescheiden van het stadcentrum<br />

door een treinspoor en door de lege stedelijke<br />

ruimten van<br />

Garibaldi-Repubblica en Varesine. Door deze geïsoleerde<br />

ligging heeft de wijk gedeeltelijk zijn oude<br />

identiteit kunnen behouden. De wijk heeft een<br />

bijzondere interne, fysieke en relationele structuur<br />

met een eigen karakter en atmosfeer. In de wijk met<br />

kleine, smalle straatjes zijn naast de traditionele<br />

huizen en winkeltjes ook ambachts- en restauratieruimten,<br />

creatieve werkplaatsen, tentoonstellingsruimten,<br />

verenigingen, cultuurcentra, <strong>nieuwe</strong> kunstgalerieën<br />

en het Verdi-theater te vinden. Isola<br />

is een zeer vitale, multifunctionele wijk, waar het<br />

traditionele gecombineerd wordt met innovatief<br />

ruimtegebruik.<br />

In 2000 is door bewoners van de wijk Isola de<br />

vereniging Cantieri Isola opgericht om te antwoorden<br />

op de publicatie van het project Città della Moda,<br />

dat in 1999 door de gemeente in samenwerking<br />

met private ontwikkelaar Hines Italia werd gelanceerd.<br />

De oorspronkelijke bedoeling was dat Isola<br />

modeateliers en het modemuseum Modam zou huisvesten<br />

en een <strong>nieuwe</strong> pool zou worden voor design<br />

en andere aan mode gerelateerde activiteiten. Van<br />

begin af aan was echter een groot aantal van de<br />

belanghebbenden in de modesector het oneens<br />

over de noodzaak van een dergelijk project. Daarnaast<br />

prefereerden veel belanghebbenden andere<br />

plekken in de stad met een ‘sense of place’, een<br />

eigen identiteit, waar sociale netwerken al ontwikkeld<br />

zijn. Het project is dan ook nooit van de grond<br />

gekomen. Cantieri Isola heeft hierbij een belangrijke<br />

rol gespeeld. De vereniging bestaat uit een gekleurd<br />

palet van bewoners (als architecten en kunstenaars)<br />

en sinds de oprichting probeert ze de buurt te promo<br />

ten door de verschillende talenten van het gebied<br />

te tonen, problemen onder ogen te zien en te anticiperen<br />

op toekomstige veranderingen. De vereniging<br />

is dan ook stevig geworteld in het lokale territorium<br />

en de sociale netwerken van de wijk. Ze heeft tot<br />

doel de politieke en stedelijke besluitvormingsprocessen,<br />

die in hun ogen een negatieve impact<br />

hebben op de lokale bevolking, te veranderen.<br />

Mede dankzij de strijd en tegenstand van bewoners<br />

tegen het project Porta Nuova zijn <strong>nieuwe</strong> doelstellingen<br />

geformuleerd met betrekking tot de groene<br />

gebieden, congestie, het behoud van de traditionele<br />

lokale architectuur en de promotie van de lokaal<br />

gebonden culturele activiteiten. Niettemin is er nog<br />

steeds weinig aandacht voor de behoeften van<br />

de bewoners van het gebied. Het ontbreekt aan<br />

commu nicatie tussen de verschillende actoren.<br />

Het risico blijft dat de specifieke identiteit van<br />

de wijk Isola en haar publieke ruimten teniet wordt<br />

gedaan. Isola is vooral spontaan en zelfgestuurd<br />

ontwikkeld; de wijk bestaat in Milaan zonder enige<br />

interventie of beleid van de lokale overheid. Porta<br />

Nuova weerspiegelt een model van stedelijke<br />

ontwikkeling, waarin architecten en planners zich<br />

tot doel hebben gesteld om te realiseren wat zij<br />

hebben gepland in alle <strong>nieuwe</strong> stedelijke gebieden,<br />

name lijk: een efficiënt transportsysteem, een dicht<br />

netwerk van diensten en faciliteiten, alles op loopafstand<br />

en niet te vergeten een hoge kwaliteit van<br />

leven. Hierbij is grotendeels voorbijgegaan aan de<br />

specifieke lokale identiteit van Isola Lunetta.<br />

De ervaring van Isola Lunetta is niet uniek voor<br />

Milaan. Maar al te vaak worden bestaande waarden<br />

bij stedelijke vernieuwing beschouwd als lastig en<br />

tegengesteld aan de modernisering. Waar dadendrang<br />

en maakbaarheidsgeloof overheersen, wordt<br />

de aanwezige voedingsbodem voor vernieuwing<br />

gemakkelijk over het hoofd gezien. Rotterdam is<br />

een voorbeeld van de topdownbenadering: eerst<br />

wordt de Schiecentrale bestempeld tot centrum<br />

van de AV-sector; een jaar later moet iedereen<br />

weer naar Zuid. Zo wordt Rotterdam geen filmstad,<br />

maar ook geen creatieve stad. Door aan te sluiten<br />

bij de feite lijke ontwikkeling van de KennisAs en<br />

de combinatie te maken met de autonome groei<br />

van de creatieve sector en cultuur die in Delfshaven<br />

al aanwezig is, kan een versnelling in de groei van<br />

de creatieve economie mogelijk worden gemaakt.<br />

Gebaseerd op:<br />

R.C. Kloosterman e.a. (2007), Proeftuinen.<br />

Cultuur als hefboom voor de lokale economie.<br />

De cases Helsinki, Manchester, Lille, Milaan<br />

en Birmingham.<br />

65


Hoofdstuk 2<br />

Luke Bruins, Red Concepts<br />

Roel de Jong, Stichting Kinetisch Noord<br />

Rob Vooren, Projectbureau Noordwaarts<br />

Tamara Metze, de Stad bv<br />

Synergie tussen<br />

artistiek en<br />

commercieel<br />

Veel oude industriële locaties zijn in de jaren negentig van de vorige eeuw ontdekt door<br />

krakers, autonome kunstenaars, kleine zelfstandig ondernemers uit de creatieve economie<br />

en organisatoren van (vaak illegale) feesten. De locaties leenden zich voor activiteiten<br />

die niet meteen veel geld opleverden en vaak te luidruchtig, te groot of te alternatief waren<br />

voor het ‘normale’ uitgaansleven, de kunstwereld of de architectuur. De creatieven brachten<br />

<strong>nieuwe</strong> ideeën naar oude <strong>gebouwen</strong> en terreinen en bliezen die nieuw leven in.<br />

In de loop der jaren professionaliseerden de kunstenaars en andere (illegale) gebruikers zich.<br />

Een aantal kunstenaars, theatermakers, en skaters en voormalige krakers van de Zuidelijke<br />

IJ-oevers richtte eind jaren negentig de Stichting Kinetisch Noord op en schreven een voorstel<br />

voor cultureel hergebruik van de voormalige NDSM-werf Oost na een oproep van het<br />

Stadsdeel Amsterdam-Noord. Kinetische Noord kreeg gemeentelijke subsidie om een plan<br />

uit te werken voor uiteenlopend gebruik van de werf, zoals atelierruimte, een skatebaan<br />

en een theaterwerkplaats.<br />

De locatie oefende een grote aantrekkingskracht uit op anderen. Er vestigde zich horeca<br />

en minder marginale bedrijvigheid en kunstuitingen. Anno 2008 hebben onder andere<br />

MTV Networks, IdtV en de restaurants Noorderlicht en IJ-kantine alsmede tal van andere<br />

kleine bedrijven zich op of rond de NDSM-werf Oost gevestigd en zijn alle vormen van<br />

creatieve milieus aanwezig: van de introverte en experimentele broedplaats tot het extraverte<br />

en commerciële transactiemilieu (zie Inleding of p. 205).<br />

De culturele activiteiten en de onafheid en het industriële karakter van de oude <strong>gebouwen</strong><br />

en wijken zijn vooral in trek bij de ‘creatieve klasse’ (Florida , 2002), die zich met productie<br />

van cultuur, betekenis en vermaak bezighoudt. De ruigheid en rauwheid van het gebied<br />

samen met de diversiteit en flexibiliteit van activiteiten worden door alle soorten gebruikers<br />

in meer of mindere mate geroemd. Of ze nu commercieel en op massacultuur georiënteerd<br />

zijn of artistiek autonoom kunstenaar: ze vestigen zich graag op deze locaties.<br />

In dit hoofdstuk laten we aan de hand van voorbeelden uit de proeftuinen zien hoe de<br />

synergie tussen de verschillende creatieve milieus ontstaat of gestimuleerd wordt. Meestal<br />

gaat dit met vallen en opstaan. Uiteraard vinden de ‘artistieken’ en ‘commerciëlen’ elkaar niet<br />

altijd. De extreme groepen op deze dimensie wantrouwen elkaar. Maar er is een grote groep<br />

creatieven die graag samenwerkt, en die introverte artistieke activiteiten met commerciële<br />

activiteiten afwisselt. Deze synergie biedt een kans voor waardestijging van <strong>gebouwen</strong>, buitenruimten<br />

en omgeving, zowel in financiële, architectonische als in culturele zin. De uitwisseling<br />

tussen het introverte experimentele milieu (de ‘artistieken’) en het extraverte transactiemilieu<br />

(de ‘commerciëlen’) kan in herontwikkeling van oude <strong>gebouwen</strong>, terreinen en wijken<br />

juist worden ingezet voor waardestijging. Net als de architectonische uitdaging om een<br />

goede mix tussen het ruige, rauwe industriële en het comfortabele moderne te krijgen<br />

(zie figuur 2, p.36), kunnen projectontwikkelaars, gemeenten en woningcorporaties de<br />

synergie tussen de commerciële en niet-commerciële creatieven in veel gevallen stimuleren.<br />

Creativiteit in verschillende gedaantes<br />

Al langer is de spanning tussen commerciële massacultuur en elitaire autonome cultuur een<br />

gespreksonderwerp in de wereld der creatieven. In de negentiende eeuw kwam de massaproductie<br />

van kunst op gang en daarmee ook de discussie over de artistieke waarde van deze<br />

lopendebandkunst. Veel kunstenaars wilden hun vakmanschap en idealisme beschermen<br />

tegen vercommercialisering. Nog steeds is deze strijd gaande, maar steeds vaker zijn kunst,<br />

commercie en massaproductie verstrengeld geraakt. De popart uit de jaren vijftig nam zelfs<br />

de consumptiemaatschappij en massaproductie tot onderwerp. Alledaagse voorwerpen<br />

werden tot kunst verheven. De popart had ook een verandering van de kunstbeleving tot<br />

gevolg: kunst verplaatste zich naar de straat en kunstenaars haalden hun inspiratie daar vandaan.<br />

Sinds de vorige eeuw is kunst niet alleen toegankelijk voor de massa, maar inspireert de<br />

massa ook de kunst. René Boomkens, de eerste hoogleraar popmuziek aan een Nederlandse<br />

67


68 69<br />

Start van een vruchtbare samenwerking<br />

tussen kunstenaars, creatieve ondernemers,<br />

ontwikkelaars en de gemeente<br />

in Amersfoort.<br />

‘Synergie tussen artistiek en<br />

commercieel, tussen grote en kleine<br />

bedrijven, tussen denken en doen,<br />

kan bereikt worden door de dialoog<br />

over de betekenis en de waarde van<br />

de ruimte op gang te houden.’<br />

Pakhuis de Zwijger (boven), platform voor<br />

creatie en innovatie, één van de weinige<br />

voormalige havenloodsen die aan de<br />

sloophamer is ontkomen bij de grootschalige<br />

stadsvernieuwing op de zuidelijke<br />

IJoevers van Amsterdam (onder).


universiteit, beschreef in Kritische massa dat de elitaire kunst en de commerciële massacultuur<br />

aan en mensen vertrekken. Hierdoor verandert de samenstelling en de samenwerking.<br />

elkaar naderen: kunst met de kleine k en met de grote K zijn niet meer zo eenduidig van<br />

De ideale mix tussen deze variaties van creatieve bedrijvigheid blijft een zoektocht waarbij<br />

elkaar te onderscheiden, ondanks verwoede pogingen van de elite om dit onderscheid te<br />

de verschillende perspectieven en belangen van projectontwikkelaars, gemeenten, woning-<br />

blijven maken (Boomkens, 1994).<br />

Ook in de werkwijze van kunstenaars en creatieven is het onderscheid aan het vervagen.<br />

corporaties en creatieven op gespannen voet kunnen staan of juist tot synergie leiden.<br />

Kunstopleidingen besteden meer aandacht aan bedrijfsvoering, opdrachtverwerving en<br />

Zout in de pap<br />

trachten kunstenaars op te leiden die zich ook financieel kunnen bedruipen. In het bedrijfs-<br />

Zoals elders in dit boek al betoogd, is typerend voor herontwikkeling van en voor de creatieve<br />

leven bestond al lang belangstelling voor kunst en kunstenaars, bijvoorbeeld door middel<br />

economie dat gemeenten, project- en gebiedsontwikkelaars en woningcorporaties tijdelijk<br />

van aankopen van werken van jong talent. Vanaf ongeveer de jaren zestig van de vorige eeuw<br />

gebruik van de oude <strong>gebouwen</strong> en plekken toestaan om te verkennen op welke wijze de<br />

zijn er steeds meer bedrijven die ‘cultuur’ en ‘creativiteit’ als product verkopen. Webdesign,<br />

creatieve economie permanent gevestigd kan worden. Om de oude <strong>gebouwen</strong> en locaties<br />

productdesign, architectuur, muziekindustrie, televisieproducties; het zijn allemaal voorbeelden<br />

te kunnen behouden voor de creatieve economie, moeten naast de kleine zelfstandige<br />

van creativiteit met marktwaarde. Bovendien genereert ‘creativiteit’ toegevoegde waarde<br />

creatieven, <strong>nieuwe</strong> draagkrachtige en stabiele huurders worden aangetrokken.<br />

bij alledaagse producten. Symbolische betekenis en identiteit zijn onderdeel geworden van<br />

Private maar ook publieke eigenaren zien financieel-economische mogelijkheden om door<br />

kleding, schoenen en computers. Het massaproduct is customized. Richard Florida (2002)<br />

tijdelijk gebruik de pioniers niet alleen tijdens herontwikkeling voor enige inkomsten<br />

gaf het voorbeeld van de bril die vroeger met de hand gemaakt werd en toch goedkoper was<br />

te laten zorgen, maar ook om met behulp van tijdelijk gebruik de waarde te laten stijgen<br />

dan het hedendaagse massaproduct. Naast de bril wordt met het design en het merk, kortom,<br />

(zie hoofdstuk 4). Tegelijkertijd hebben veel stadsbesturen het doel om een economische impuls<br />

de symbolische betekenis verkocht. Tot slot vindt alle product- en bedrijfsontwikkeling plaats<br />

aan hun stad te geven, het vestigingsklimaat voor bedrijven te verbeteren, gentrification<br />

in een creatief proces en is creativiteit meer dan ooit een productiefactor geworden (zie<br />

te stimuleren en bijvoorbeeld de huizenprijzen van aanpalende wijken te laten stijgen,<br />

Inleiding).<br />

en om de openbare ruimte te verbeteren (zie hoofdstuk 3).<br />

De herontwikkelins projecten voor de creatieve economie laten zien dat de twee werelden<br />

Bij het legaliseren of professionaliseren van het tijdelijk gebruik kiezen eigenaren voor<br />

van commerciële en niet-commerciële kunst overlappen: de autonoom kunstenaars zijn niet<br />

(gedeeltelijk of tijdelijk) behoud van de oude <strong>gebouwen</strong> en wijken. In plaats van radicale<br />

vies van ondernemerschap van succes bij een groot publiek, en de commerciële industrie is<br />

afbraak en nieuwbouw is het voor alle partijen interessant geworden om de <strong>gebouwen</strong><br />

niet per definitie een gemaksproduct of eenheidsworst. Zij zijn allen ‘creaciëlen’. Bovendien<br />

te behouden. Op dat moment veranderen de verhoudingen tussen de gebruikers en de<br />

blijkt dat in de vier milieus uit de inleiding verschillende soorten creatieven werken die<br />

publieke en private eigenaren: zij erkennen elkaar iets te bieden te hebben. Alle groepen<br />

70 soms extravert en marktgericht zijn, maar ook introvert en experimenteel kunnen zijn. Zo<br />

hebben elkaar nodig om een bepaalde kwaliteit te behouden. Tegelijkertijd ontstaat ook een 71<br />

is MTV Networks te plaatsen in het transactiemilieu dat extravert en op de markt gericht<br />

onderhandelingssituatie. De pioniers van het eerste uur willen graag verworven vrijheden<br />

is, maar als we kijken wie er werken, dan zijn dat niet alleen de extraverte accountmanagers<br />

en kwaliteiten behouden en meeprofiteren van de waardestijging die hun ‘missiewerk’ met<br />

voor de commercials, maar ook de introverte ontwerpers voor bumpertjes en animaties.<br />

zich meebrengt. De publieke en private ontwikkelaars willen verandering stimuleren die<br />

Onder de kunstenaars uit het kunstenaarsdorp in een van de grote hallen op de scheepswerf<br />

<strong>nieuwe</strong> huurders en gebruikers uitnodigt. De waardestijging, zowel in kwaliteit van de ruimte<br />

bevinden zich vele toegepaste kunstenaars die kleinschalig, maar wel commercieel en extravert<br />

als financieel-economisch, en de toegenomen populariteit moeten niet langer alleen een<br />

werken. Ook het onderzoek naar de creatieven in Prenzlauer Berg (zie internationale casus<br />

elite ten goede komen.<br />

Prenzlauer Berg, p. 00) laat zien dat zodra we inzoomen op de creatieve milieus, de typering<br />

Naast allerlei praktische, juridische, beleidsmatige en financiële zaken die een rol spelen<br />

niet houdbaar is op het niveau van de onderneming of de kunstenaar. De typering in creatieve<br />

bij het besluit om <strong>gebouwen</strong> en hun functie te handhaven, is dit tevens het moment in<br />

milieus is vooral bruikbaar om historische verschuivingen te duiden die op het niveau van<br />

de herontwikkeling dat de discussie over de ‘juiste’ mix aan creatieve bedrijvigheid relevant<br />

een locatie, wijk of zelfs stad plaatsvinden, maar zodra we samenwerking tussen organisaties<br />

wordt. Jean Baptiste Benraad (Stadswonen) formuleerde deze vraag als: ‘Hoeveel zout is<br />

of kunstenaars beschouwen zijn de milieus niet langer houdbaar.<br />

nodig om de pap eetbaar te houden?’ Met andere woorden: hoeveel creativiteit is er nodig,<br />

De praktijkvoorbeelden uit de proeftuinen tonen eveneens dat de creatieven verschillende<br />

om massacultuur dragelijk te maken en deze locaties zich te laten onderscheiden van een<br />

gedaanten aannemen. In Amersfoort zitten ondernemende autonome kunstenaars uit de<br />

‘gewone’ bedrijfslocatie? In een zoektocht naar het antwoord op deze vraag worden de<br />

beeldende sector. Arnhem zet de vanzelfsprekende mix tussen massacultuur en kunst van<br />

grenzen aan wat de ‘creatieve economie’ is opgezocht: past het hoofdkantoor van de HEMA<br />

de mode-industrie in als city marketing. Hengelo huisvest ‘welzijnskunst’ in de vorm van<br />

op de NDSM-werf of een grote studio van Endemol tv-producties? En hoeveel autonome<br />

een gehandicaptentheater in de oude hallen van de Hazemeyerfabriek. In Leiden is de<br />

kunstenaars en kleine creatieve ondernemers heb je eigenlijk nodig om het unieke karakter<br />

communicatiesector aan zet. Rotterdam herbergt veel kleine ondernemers in de audiovisuele<br />

kunst. Amsterdam wil in het Olympisch Gebied klein- en grootschalige creativiteit<br />

en de creatieve kwaliteit van de locatie te behouden?<br />

en sport mixen, en op de NDSM-werf Oost vindt een heel scala aan creatieve uitingen<br />

Zoektocht naar grenzen aan creatieve economie<br />

plaats dat zowel introvert als extravert is. Op al deze plekken worden in meer of mindere<br />

Een eenduidig antwoord op de vraag wat de grenzen aan de creatieve economie zijn, en<br />

mate commerciële (massa)productie en niet-commerciële creativiteit gecombineerd. Die<br />

wat maakt dat een locatie zich onderscheidt van een gewone bedrijfslocatie, is niet te geven.<br />

combinaties zitten soms binnen een persoon, soms binnen een organisatie, of soms door<br />

In iedere proeftuin was dit een zoektocht. Per locatie of gebied verschilt de mix en zijn<br />

een mix aan verschillende typen bedrijven.<br />

er verschillende creatieven betrokken. Die mix is afhankelijk van de perspectieven van de<br />

De praktijkvoorbeelden laten zien dat al deze creatieven, of zij nu commercieel, niet-<br />

betrokken partijen en de betekenis die zij toekennen aan de locaties en de creatieve econo-<br />

commercieel of een mengelmoes zijn, een liefde delen voor oude <strong>gebouwen</strong> en wijken<br />

mie. Sommige ontwikkelaars zullen de pioniers lastig vinden, en anderen willen juist graag<br />

als plek om te werken en elkaar te ontmoeten. De herontwikkeling van de oude <strong>gebouwen</strong><br />

samenwerken. Evenzo ontvangen sommige pioniers verandering met open armen en willen<br />

en locaties vindt plaats terwijl de creatieven er gevestigd zijn. Nieuwe bedrijven sluiten zich<br />

anderen hun verworven gebied beschermen. Ook gemeenten hebben verschillende wensen


72 73<br />

Interieur van MTV Networks Benelux in<br />

de verbouwde timmerwerkplaats op de<br />

NDSM-werf, ontwerp van QuA Associates<br />

en Max van Aerschot Architecten.


en stimuleren soms de herontwikkeling of houden die tegen omdat andere plaatsen al tot<br />

waarbij, zeker in de fase van tijdelijk gebruik, tijd genomen kan worden om te komen tot<br />

broedplaats, horeca of cultureel centrum bestemd waren. Zelfs als alle partijen het wenselijk<br />

een goede mix, de juiste hoeveelheid zout in de pap. Maar ook als er een stabiele coalitie<br />

vinden dat er specifiek voor de creatieve economie wordt herontwikkeld, lopen de perspec-<br />

en zelfs als er een relatief stabiele huurdersgroep ontstaat, zoeken interne en externe partijen<br />

tieven en de betekenis die betrokkenen aan de locaties toekennen uiteen.<br />

de grenzen op van wat inderdaad nog een locatie voor de creatieve economie is, van wat<br />

Uit de proeftuinen blijkt bijvoorbeeld dat op het NDSM-terrein een verschuiving plaats-<br />

de kwaliteit van dit soort herontwikkeling is, en van de mogelijkheden tot waardestijging,<br />

vond van een relatief experimenteel en introvert milieu naar een meer extraverte creatieve<br />

zowel cultureel als financieel.<br />

werkplaats. Sommige pioniers van het eerste uur waren allang vertrokken omdat zij al in een<br />

Deze dynamiek en het proces van herdefiniëren van wat die creatieve economie is, wat de<br />

vroeg stadium vonden dat er te professioneel gewerkt werd. Andere pioniers zijn gebleven<br />

locatie is, en wie daarbij passen en wie niet, is maar tot op zekere hoogte te stimuleren en<br />

en zijn mee geprofessionaliseerd. Een prachtig voorbeeld van een goede synergie is het<br />

te sturen. De ervaringen uit de proeftuinen laten zien dat er wel verschillende manieren zijn<br />

ontwerp van het Karrenspoor, dat door een architectenbureau is ontwikkeld en door<br />

waarop gemeenten, project- en gebiedsontwikkelaars en creatieven zoeken naar de meest<br />

commerciële bedrijven wordt benut. Ook het Robodock Festival, dat op wereldschaal<br />

productieve dynamiek tussen groot en klein, commercieel en niet-commercieel, massa-<br />

een alternatieve manifestatie is die techniek, wetenschap en theater combineert, trekt veel<br />

bezoekers en is een groot succes. Een groot deel van de synergie op de NDSM-werf is als<br />

productie en artistieke creativiteit, die leiden tot synergie.<br />

vanzelf ontstaan, zonder inmenging van gemeente of projectontwikkelaars. Toch hebben<br />

Stimuleren van synergie<br />

enkele strategieën ook aan de synergie bijgedragen.<br />

In de andere hoofdstukken wordt een aantal manieren genoemd die de grenzen aan de<br />

Het concept ‘mediawharf’ en de ‘Mix-to-the-max’-strategie van Kinetisch Noord, gemeente<br />

herontwikkeling voor de creatieve economie min of meer bepalen: onderzoek naar het<br />

en ontwikkelaar zijn succesvol in het creëren van de synergie, maar soms botsen de belangen<br />

DNA laat zien wat een kansrijke creatieve sector kan zijn, ‘tijdelijk gebruik’ is een strategie<br />

tussen de kleine zelfstandigen en de grotere bedrijven. MTV Networks en IdtV zijn op<br />

om te achterhalen waar de kansen liggen, en ook in de samenstelling van de coalitie<br />

wereld schaal zeer ‘publiek’, in de zin dat ze deelnemen aan de samenleving. Tegelijkertijd<br />

die her ontwikkeling trekt, wordt mede bepaald wat wel en niet kan op de locatie. Voor<br />

klagen enkele kunste naars uit de broedplaats dat MTV niet toegankelijk is: het gebouw is<br />

de ontwikke ling van het Coolhaveneiland te Rotterdam zette een coalitie van gemeente<br />

niet zomaar binnen te lopen en de kantine is niet door andere huurders op de NDSM-werf<br />

en ontwikkelaars in eerste instantie in op de audiovisuele sector, maar het DNA bleek in de<br />

te gebruiken. Het kunstenaarsdorp is op zijn buurt niet makkelijk te vinden en relatief<br />

richting van muziek en film te wijzen. Een panstrategie waarbij juist het tijdelijk gebruik<br />

afgesloten. Uit dagingen van buitenaf zorgen ook voor veranderingen in de ‘mix’ en het<br />

door kunstenaars en theatermakers de weg wijst naar een kansrijke identiteit is een ander<br />

testen van de grenzen aan de creatieve economie. Een enkele keer wijst de centrale stad<br />

voorbeeld, zoals dat in Hengelo is toegepast om te kunnen vaststellen hoeveel creativiteit<br />

74 ondernemers de weg naar de NDSM-werf Oost van wie het de vraag is of zij er goed passen.<br />

nodig is om succesvol te zijn. Deze panstrategie, die wat geduld vereist, maakt duidelijk<br />

75<br />

Financiële uitdagingen bij alle partijen kunnen er voor zorgen dat de herontwikkeling<br />

welke kant de ‘vissen’ op zwemmen en wat dus commercieel succesvol is. Deze strategie<br />

wordt versneld of vertraagd. Sommige kunstenaars uit de broedplaats in een van de grote<br />

bestaat bij de gratie van pioniers, de ‘visjes’ die buiten de hoofdstroom vallen.<br />

hallen ontpoppen zich bijvoorbeeld als ondernemer en willen niet alleen de eigen werkplek<br />

Een manier om synergie tussen huurders en gebruikers te faciliteren, is het gebruik van<br />

financieren, maar ook het casco opkopen om hun autonomie te waarborgen én om rende-<br />

een verbindend ‘concept’ (zie ook: Laclau, 1996; Star & Griesemer, 1989; Metze, 2007). Soms<br />

ment uit het pand te halen.<br />

wordt dit concept aangedragen door een gebiedsontwikkelaar, in andere gevallen door de<br />

Een ander voorbeeld uit de proeftuinen laat zien dat kunstenaars zich soms hard maken om<br />

creatieve sector. Het verbindende element kan ook worden geconstrueerd in een interactief<br />

op het terrein te mogen blijven. Op het Rohm & Haas-terrein in Amersfoort liep het tijde-<br />

proces waaraan eigenaren, ontwikkelaars, gemeenten, huurders en zelfs toekomstige huurders<br />

lijke antikraakhuurcontract van twee beeldend kunstenaars af. Via de gang naar de gemeente-<br />

en gebruikers deelnemen. In Leiden werkt het idee van het ‘Huis van de Communicatie’<br />

raad zijn de beeldend kunstenaars weer in het vizier van de eigenaren en ontwikkelaars<br />

synthetiserend en geeft richting aan de herontwikkeling van De Meelfabriek. De NDSM-<br />

terechtgekomen, en hebben zij voorlopig de garantie dat zij kunnen blijven. De locatie<br />

werf Oost heeft het concept ‘mediawharf’, en Arnhem is de modestad met Klarendal als<br />

wordt nu met hen ontwikkeld tot een ‘great place to meet’.<br />

mode wijk. De concepten geven richting en leiden tot ideeën voor het soort creatieve sector<br />

Ook in Hengelo zochten en zoeken gemeente en projectontwikkelaar naar een goede mix<br />

dat aangetrokken en gestimuleerd kan worden en maakt duidelijk welke sectoren daarbuiten<br />

aan bedrijvigheid voor een creatieve locatie. In eerste instantie vreesde de gemeente dat de<br />

vallen. Maar wat de ideale mix in grootte van gevestigde creatieve bedrijven is, en de mix<br />

‘grote formules’, zoals HEMA, Blokker en C&A, zich zouden aandienen en dat de project-<br />

tussen commerciële en niet-commerciële activiteiten, kan met het DNA, de identiteit en<br />

ontwikkelaars dan geen ‘nee’ zouden kunnen zeggen. Maar de projectontwikkelaar en<br />

de flexibele concepten niet worden vastgelegd. Het blijft een zoekproces.<br />

financier pleitten voor een ‘isotopen–invulling’ van het terrein. Zij wilden meerdere <strong>functies</strong><br />

Een van de conclusies uit de proeftuinen was dat de concepten of strategieën, zoals hier boven<br />

maar wel in samenhang, waarbij zij ruimte geven aan kleine zelfstandigen. Ook de horeca-<br />

beschreven, niet door een partij opgesteld en topdown geïmplementeerd moeten worden.<br />

vereniging stond niet onverdeeld positief tegenover de ontwikkeling van een <strong>nieuwe</strong> locatie,<br />

In eerste instantie kan een partij wel de voorzet doen, maar de betekenis van het concept,<br />

omdat dit voor concurrentie zou kunnen zorgen. De partijen raakten overtuigd dat een<br />

het beeld moet gedeeld worden. Het moet flexibel genoeg zijn om <strong>nieuwe</strong> betekenissen<br />

gezamenlijke zoektocht naar synergie tussen commercieel en niet-commercieel, grote en<br />

en belangen te kunnen absorberen en stabiel genoeg om richting te geven. Bovendien moet<br />

kleine bedrijven, horeca en andere <strong>functies</strong> afgestemd op andere locaties en met de mogelijk-<br />

het gesprek over de waarde en de richting van de ontwikkeling gaande gehouden worden.<br />

heid een <strong>nieuwe</strong> markt aan te boren, niet alleen kansen bood voor het Hazemeyerterrein<br />

De coalitie van eigenaren en ontwikkelaars kan stabiliseren, maar is nooit volledig uitgekris-<br />

maar voor allen.<br />

talliseerd. Bovendien dienen <strong>nieuwe</strong> huurders en gebruikers zich aan en mensen vertrekken<br />

Kortom, in de proeftuinen worden de grenzen aan creatieve herontwikkeling en de daarbij<br />

ook weer. De nieuwkomers interpreteren het ‘concept’ en de <strong>gebouwen</strong> en hun omgeving<br />

behorende mix aan kleine zelfstandigen, grote ondernemingen, introverte en extraverte<br />

op hun eigen wijze. De locatie is kinetisch en nodigt uit tot beweging. Locaties voor de<br />

activiteiten en soorten creatieve productie opgezocht. Tegelijkertijd wordt daarmee in een<br />

creatieve economie zijn plaatsen van wisselende bezetting en verrassende ontmoetingen.<br />

continue zoektocht de synergie zo veel mogelijk gestimuleerd. Dit is een continu proces,<br />

Kortom, synergie tussen commercieel en niet-commercieel, tussen grote en kleine bedrijven,


tussen denken en doen, kan bereikt worden door de dialoog over de betekenis en de waarde<br />

buitenruimte, tot afspraken met gemeente over het ophalen van vuilnis.<br />

van de ruimte op gang te houden. Dat kan onder andere door met toekomstbeelden, wens-<br />

Duidelijkheid en zekerheden voor de huidige gebruikers kunnen door eigenaren, ontwikkebeelden,<br />

bedreigende beelden, maar ook uitdagende en mogelijke beelden te werken,<br />

laar en gemeenten gegeven worden door hen te betrekken bij het formuleren en interpreteren<br />

of door op gezette tijden vast te stellen wat de gedeelde waarden, de kernwaarden, van het<br />

van het verbindende concept, bij het experimenteren met de mix, en bij het opstellen van<br />

gebied zijn (zie casusbeschrijving van Amersfoort; NDSM-werf; Leiden). Het vaststellen<br />

een beheersplan. Hun vertrouwen in de veranderingen kan ook gewaarborgd worden door<br />

van een identiteit, profiel en karakter is onontbeerlijk voor het faciliteren van synergie,<br />

praktische ‘continuïteitsgaranties’ te bieden in bijvoorbeeld het huurcontract met daarin de<br />

maar is en blijft een beweeglijk proces (zie ook hoofdstuk 5).<br />

normale afspraken met toevoegingen die betrekking hebben op wat wordt veranderd en wat<br />

Naast dit gesprek over de kwaliteit en waarde van de locatie, past de strategie van het ‘laten<br />

vaststaat tijdens de herontwikkeling: de garantie op hoogte en tijd van de huur, of bijvoorbeeld<br />

bloeien van duizend bloemen’. Zoals we zagen spreken gemeente en ontwikkelaar op het<br />

NDSM-terrein van ‘mix to the max’. Ook Amersfoort stimuleert de diversiteit en ontwikkelt<br />

het handhaven van een bepaald percentage broedplaatsfunctie.<br />

verder met aanwezigheid van architecten, een adviesbureau en de beeldend kunstenaars.<br />

De Venetiaanse brug<br />

Hengelo nodigt actief verschillende soorten creatieven en activiteiten uit voor deze locatie<br />

Uit de proeftuinen bleek dat alle partijen de synergie tussen commercieel en niet-commercieel<br />

en neemt de tijd om het beeld te laten ontstaan. In Rotterdam ging men voortvarend van<br />

stimuleren. Zij willen alle een dynamische mix aan creatieve bedrijvigheid. De publieke en<br />

start met branding, maar spreekt de directeur van Stadswonen inmiddels over een ‘veenbrand’<br />

private eigenaren, de huurders en gebruikers van de locaties zijn het met elkaar eens dat die<br />

die zich onttrekt aan het oog van bestuurders en ontwikkelaars, maar die wel degelijk voor<br />

mix van klein en groot, commerciële en niet-commerciële creatieven, denken en doen, zich<br />

vuurwerk in de Rotterdamse creatieve economie kan zorgen.<br />

onderscheidt van gewone vestigingslocaties. De creatieven, of zij nu voor een groot bedrijf<br />

Het gedeelde beeld biedt enig houvast voor het bepalen van de grenzen aan de creatieve<br />

werken of als kleine zelfstandigen, zijn een permanente bron van vernieuwing. Het blijft<br />

economie en voor het minimaal noodzakelijke voor het behoud van kwaliteit en kern-<br />

echter een continu zoekproces om synergie tussen al deze verschillende soorten creatieven<br />

waarden van het gebied. Verder moeten bestuurders, ambtenaren, eigenaars en ontwikkelaars<br />

te stimuleren en om een creatieve locatie te blijven.<br />

vooral ook durven loslaten. De duizend bloemen, met maximale variatie, dagen het syntheti-<br />

Tijdens de herontwikkeling tasten alle partijen gezamenlijk de grenzen van deze creatieve<br />

serende concept steeds uit en zoeken de grenzen ervan op. De variatie in sectoren, in grootte<br />

herontwikkeling af. Daarbij overschrijden ze die soms aan de commerciële kant, maar ook<br />

van bedrijf, in aanwezig zijn van ‘bedenken’ en ‘maken’, en zelfs variatie in de snelheid waar-<br />

aan de ‘niet-commerciële’ kant. Dit experimenteren gaat soms met conflicten gepaard, maar<br />

mee creatieve producten worden afgeleverd, maken de locatie dynamisch. Die dynamiek<br />

die zijn nodig om tot een betekenisvolle synergie te komen. Bemiddeling door onafhankelijke<br />

is aantrekkelijk voor de creatieve klasse. Daarom streeft de coalitie van gemeente en ontwik-<br />

derden kan helpen om potentiële conflicten om te zetten in vruchtbare samenwerking. Het<br />

76 kelaars ernaar om creatieven de mogelijkheid te bieden om als het ware hun hele carrière<br />

vaststellen van een synthetiserend concept, van een beheersplan, en het ontwikkelen van een 77<br />

op het terrein te doorlopen. Dat is op zowel het Hazemeyerterrein in Hengelo het geval,<br />

cultureel programma kan gezamenlijk worden gedaan. Daarnaast zijn garanties voor huidige<br />

als op de NDSM-werf en andere locaties. Van kleine huisvesting met lage huren, kleine huis-<br />

huurders en gebruikers nodig, zodat zij niet voortijdig de plek verlaten.<br />

vesting met korte contracten en iets hogere huren, of grote behuizing met hoge huren, of<br />

Het proces van stimuleren van synergie tussen commercieel en niet-commercieel tijdens<br />

met stabiele huurcontracten: al deze soorten werkruimten moeten uiteindelijk aanwezig zijn.<br />

de herontwikkeling kan losjes op de Venetiaanse brug uit de inleiding worden geplaatst.<br />

Andere middelen die in de verschillende proeftuinen worden ingezet om het ‘creatieve’<br />

Ook hier geldt weer dat dit geen ijzeren wetten zijn, maar dat de brug handvatten geeft<br />

karakter van een locatie te bewaken en tot synergie tussen alle variaties in creatieve bedrijvig-<br />

om in het proces van herontwikkeling te bepalen wat goede momenten zijn. In feite wordt<br />

heid te komen zijn: een gezamenlijke culturele programmering en, indien nodig of wenselijk,<br />

de brug steeds opnieuw op- en afgelopen en is er sprake van een continue gezamenlijke<br />

een gezamenlijk beheersplan voor de publieke ruimten.<br />

zoektocht naar gedeelde kwaliteit en betekenis.<br />

De gezamenlijke culturele programmering bouwt meestal voort op de evenementen die<br />

In het proces van herontwikkeling zoals verbeeld in de Venetiaanse brug is er in de eerste<br />

al georganiseerd worden op de locatie. Tijdelijke exposities, theaterfestivals, muziekfestivals,<br />

‘fase’ sprake van coalitievorming van publieke en private eigenaren en huidige huurders<br />

openluchtmarkten, skate-demonstraties, modeshows – soms is het pure noodzaak om al de<br />

en gebruikers. In deze fase stellen zij samen de waarde en betekenis van de oude <strong>gebouwen</strong><br />

activiteiten af te stemmen. De afstemming biedt ook een kans om de kleur van het gebied,<br />

en de omgeving vast. Zij zoeken naar gedeelde kwaliteit die kan worden gevat in een concept<br />

het DNA, te versterken en de synergie in de samenwerking te stimuleren. Op de NDSM-<br />

of strategie voor de herontwikkeling. Dat is niet een kwestie van rond de tafel gaan zitten.<br />

werf Oost wordt de Stichting NDSM opgericht, die de programmering (en het fysiek beheer,<br />

De ontluikende coalitie gaat meteen aan de slag. Zij zorgen voor gezamenlijke program-<br />

zie hierna) gaat verzorgen. Ook op het Coolhaveneiland en in Hengelo vindt gezamenlijke<br />

mering van activiteiten. Van het begin van de herontwikkeling wordt geëxperimenteerd<br />

programmering plaats. De programmeur zorgt voor afstemming tussen langlopende festivals<br />

met de mix van commercieel en niet-commercieel. Zodra de contouren van de kernwaarden<br />

in de buitenruimte en experimenteert met het programmeren van <strong>nieuwe</strong> activiteiten. Ook<br />

en de waarde van de locatie zichtbaar zijn en er sprake is van een redelijk stabiele coalitie,<br />

hier worden soms grenzen overschreden – zo vielen de motorcrossdemonstraties op het<br />

kunnen ook de randvoorwaarden worden geformuleerd waaronder <strong>nieuwe</strong> gebruikers mogen<br />

NDSM-terrein niet bij iedereen in de smaak. Ook hier is experimenteren de sleutel tot<br />

toetreden. Het stimuleren van dynamiek en diversiteit zonder de waarde van het terrein<br />

het behoud van de dynamiek op de locatie.<br />

te verminderen, is daarbij uitgangspunt. Die voorwaarden kunnen heel praktische zaken<br />

Naast deze flexibiliteit en dynamiek staan praktische afspraken die zekerheden bieden aan<br />

betreffen, zoals het beheer van de openbare ruimte of een herinvestering van hogere huur-<br />

huidige huurders. Afspraken over beheer zijn daarbij nodig. Zoals Roland Kluskens van<br />

opbrengsten. Ook de toegankelijkheid van de <strong>gebouwen</strong> en het deelnemen aan discussies over<br />

de gemeente Arnhem al zei: ‘Het is soms zo plat als de vraag wie de kliko buiten zet’. Dit<br />

de betekenis van het concept of de strategie kunnen er onderdeel van uitmaken. Synergie<br />

beheerplan, dat wederom in samenspraak met de gebruikers moet worden opgesteld, legt<br />

tussen commercieel en niet-commercieel is niet af te dwingen, maar wel steeds opnieuw<br />

vast wie welke taken wat betreft onderhoud of verbetering van de buitenruimte op zich<br />

neemt. In het beheerplan zijn vele varianten van beheer mogelijk: van eigen creatief beheer,<br />

zoals het onderhouden van stroken groen en het plaatsen van eigen kunstwerken in de<br />

op te zoeken.


Prenzlauer Berg<br />

Berlijn<br />

Karin Blokzijl, de Stad bv<br />

De diversiteit aan ondernemers in Prenzlauer Berg<br />

is met name te verklaren door de grillige wijze<br />

waar op het gentrification-proces zich heeft voltrokken<br />

in de wijk. Door huurregulatie, publieke<br />

renovatie en onduidelijkheden omtrent de teruggave<br />

van voor malig Joods bezit heeft gentrification<br />

in Prenzlauer Berg slechts gefragmenteerd plaatsgevonden.<br />

Daar bij is de druk op de lokale kantorenmarkt<br />

beperkt, omdat Berlijn vanwege zijn<br />

ongun stige economisch klimaat met een miljoenenoverschot<br />

aan vierkante meters kantoor ruimte<br />

kampt. Als gevolg hiervan kunnen onaffe nichegebieden<br />

naast chique gerenoveerde bouwblokken<br />

bestaan en is het fysieke fundament voor de<br />

ideale mix gelegd.<br />

Als gezegd is een scherpe scheiding tussen experimentele<br />

en commerciële ondernemers in Prenz lauer<br />

Berg afwezig. De geïdentificeerde experi mentele<br />

ondernemers zijn niet wars van commercie: ze<br />

geven er zelfs de voorkeur aan om naast hun autonome<br />

werk ook ‘business’ te bedrijven. Andersom<br />

draagt een opvallend aan tal commerciële creatieven<br />

experimentele kenmerken in zich: ze wensen de<br />

bedrijfsomvang beperkt te houden om zich volledig<br />

op de ontwerp activiteit te kunnen richten. Net als<br />

experimentele ondernemers trachten ze concessies<br />

aan hun eigen stijl te beperken: ‘We willen niet de<br />

grote markt op met ons product, het is te bijzonder.’<br />

Dankzij de grote geografische reikwijdte van hun<br />

afzetmarkt, kunnen ze het zich ook daadwerkelijk<br />

veroorloven om geen mainstreamproduct te leveren. tele als commerciële ondernemers kunnen gedijen.<br />

78 De ideale mix van experiment en commercie bestaat niet. Welke mix als<br />

79<br />

ideaal geldt, is afhankelijk van de specifieke omstandigheden en de achterliggende<br />

doelstelling. Een vorm van ‘ideale mix’ werd gevonden in de Oost-<br />

Berlijnse wijk Prenzlauer Berg, in de volksmond Prenzlberg. Onderzoek door<br />

middel van een dertigtal interviews met zowel experimentele als commerciële<br />

creatieve ondernemers in deze wijk laat zien dat ondernemers van beide typen<br />

samen een dynamisch creatief milieu vormen. De verklaring: experimentelen<br />

en commerciëlen blijken niet zo gek veel van elkaar te verschillen. De experimentele<br />

noch de commerciële ondernemer beantwoordt aan het stereotiepe<br />

beeld dat van hem bestaat. Daarbij is de financiële druk in Prenzlauer Berg<br />

dermate laag dat van economische verdringing van het experimentele type<br />

evenmin sprake is.<br />

Al voor de val van de Muur ontstond in Prenzlauer Berg, waar de originele<br />

blokbebouwing zowel de geallieerde bombardementen als de communis tische<br />

sloophamer overleefde, een milieu van dissidenten, activisten, intellectuelen<br />

en kunstenaars. Nu, twintig jaar later, kent de wijk een bij zondere mix van<br />

experimentele en commer ciële creatieve ondernemers. Tot de groep ‘experimentele<br />

creatieven’ behoren autonome kunstenaars, ondernemers die<br />

zoekende zijn en ondernemers die een beperkte commer ciële groeiambitie<br />

laten zien. Voor al deze experimentele creatieven geldt dat zij in commerciële<br />

zin (nog) weinig succes kennen. ‘Commerciële creatieven’ kunnen contras -<br />

terend worden getypeerd als toegepaste, gevestigde en commercieel succesvolle<br />

onder nemers. Voordat wordt ingegaan op het nuanceren van deze ogenschijnlijke<br />

dichotomie, wordt hieronder allereerst een aantal contextuele<br />

bijzonderheden van Berlijn aangestipt die ten grond slag liggen aan de huidige<br />

mix van experiment en commercie.<br />

Via goede zichtbaarheid op internet kunnen tal<br />

van nichemarkten worden bereikt. De betreffende<br />

commerciële ondernemers wekken de indruk over<br />

een dubbele identiteit te beschikken: op lokaal<br />

niveau manifesteren ze zich als experimentele<br />

partij, op (inter)nationaal niveau opereren zij als<br />

professionele ‘handelaar’.<br />

Als gevolg van hun gelijkende karakteristieken<br />

laten experimentele en commerciële ondernemers<br />

een sterke overlap zien in hun ruimtelijke wensen,<br />

gedrag en waardering. Voor ondernemers van beide<br />

typen krijgt het milieu zijn betekenis als ontmoetingsplaats<br />

en als bron van inspiratie. Experimentele<br />

en commer ciële creatieven laten zich inspireren<br />

door dezelfde onafheid, authen ticiteit, diversiteit,<br />

tolerantie en dynamiek. In combinatie met de lage<br />

financiële druk en een experimentele sfeer waarin<br />

‘alles kan en alles mag’ vormen deze karakteristieken<br />

een voedingsbodem voor alle mogelijke<br />

ontwikkelingsrichtingen. De ‘permanent experimentelen’<br />

vinden in Prenzlauer Berg de benodigde<br />

financiële en sociale ruimte voor hun voortdurende<br />

experiment. Ondernemers die wel wensen door<br />

te groeien tot commercieel bedrijf profiteren van<br />

dezelfde kwaliteiten in de aanloop naar hun commerciële<br />

succes. Ook de commercieel al succesvolle<br />

ondernemers profi teren van deze lokale<br />

‘maakcultuur’. Conform bovengenoemde dubbele<br />

identiteit weten deze ondernemers hun lokale<br />

experimentele activiteiten op een hoger schaalniveau<br />

met professiona liteit te verbinden. Een<br />

voorbeeld: enkele ondernemers vormen op lokaal<br />

schaalniveau een flexibele keten of netwerk van<br />

complementaire bedrijfjes, waardoor zij klein kunnen<br />

blijven, hun identiteit en flexibiliteit kunnen<br />

behouden, maar toch als grote speler kunnen<br />

optreden en zodoende omzetgroei kunnen realiseren.<br />

Daarbij profiteren deze onder nemers van het<br />

ons-kent-ons-klimaat waarin lokale ‘zaken vrienden’<br />

als schakel naar (inter)nationale opdracht gevers<br />

fungeren. Prenzlauer Berg biedt, conclu derend,<br />

de mogelijkheid tot het verbinden van experi ment<br />

en commercie, maar staat ook toe dat beide naast<br />

elkaar bestaan.<br />

Teruggrijpend op bovengenoemde factoren waardoor<br />

ondernemers van beide typen zich laten<br />

inspireren, kan worden gesteld dat ‘dynamiek’ een<br />

breed te interpreteren kwaliteit is. Anders dan het<br />

stereo tiepe beeld over de voorkeur van met name<br />

experimentelen doet vermoeden, beperkt inspirerende<br />

dynamiek zich niet tot illegale feesten op<br />

spannende locaties. Wanneer werd gevraagd naar<br />

de specifieke invulling van ‘inspirerende dynamiek’<br />

werd de ontwikkeling van het creatieve milieu an<br />

sich door vele respondenten genoemd. De precieze<br />

invulling van dynamiek blijkt inhoudelijk niet te<br />

hoeven aansluiten bij de persoonlijke voorkeuren<br />

van de ondernemers: iets wat in beweging is<br />

en zich vernieuwt, is per definitie interessant,<br />

zo stellen ondernemers van beide typen.<br />

Het creatieve milieu van Prenzlauer Berg laat zien<br />

dat de combinatie van onafheid, diversiteit, authenticiteit,<br />

tolerantie, dynamiek en een lage financiële<br />

druk een klimaat creëert waarin zowel experimen-<br />

De wijk biedt een voedingsbodem voor alle mogelijke<br />

ontwikkelingsrichtingen. De bewering dat in<br />

‘speeltuin Berlijn’ geen geld verdiend zou kunnen<br />

worden, kan op basis van dit onderzoek worden<br />

weerlegd. Voor commerciële creatieven fungeert<br />

het lokale milieu als werkplaats, waar de wereld<br />

hun marktplaats vormt. Het bijzondere van Prenzlauer<br />

Berg is dat experimentele creatieven die<br />

slechts willen maken zonder (op grote schaal) te<br />

handelen, niet uit de wijk worden ‘gedrukt’. De<br />

vraag is of deze lage financiële druk en ‘onafheid’<br />

in Nederlandse casussen nagestreefd zou moeten<br />

worden. Wel kan iets worden geleerd van de<br />

behoefte van creatieven aan ‘permanente onafheid’.<br />

De vraag hoe een aantrekkelijk en vruchtbaar milieu<br />

met een ideale mix te creëren is, is wellicht de<br />

verkeerde vraag om te stellen, want: creatieven<br />

máken vaak de plek. In dit licht zou de vraag<br />

moeten zijn: is er nog ruimte om de plek te maken?<br />

Deze benadering vraagt om een <strong>nieuwe</strong> rolverdeling<br />

in ruimtelijke-ontwikkelingsprocessen, waarbij ontwikkelaars<br />

zich terughoudender opstellen en letterlijk<br />

dan wel figuurlijk ‘ruimte geven’ aan het scheppende<br />

vermogen van de creatieve ondernemer.<br />

Gebaseerd op het afstudeeronderzoek:<br />

K. Blokzijl, 2008. Experiment en commercie in<br />

creatief Prenzlberg: een kwalitatief onderzoek naar<br />

de invloed van milieufactoren op de ontwikkeling<br />

van de creatieve ondernemer in Prenzlauer Berg,<br />

Berlijn. Masterscriptie Universiteit Utrecht.


80 81<br />

linkerpagina boven Bar Kohlen Quelle<br />

in de Kopen hagenerstraße, Berlijn<br />

linkerpagina onder Filmopnames in<br />

Prenzlauer Berg, Berlijn<br />

boven Filmopnames in het Mauerpark,<br />

Berlijn<br />

onder Uitgaan in de Kastanienallee,<br />

Berlijn


Hoofdstuk 3<br />

Leo Versteijlen, Kristal<br />

Simon van Dommelen, de Stad bv<br />

Jeroen Saris, de Stad bv<br />

Cultureel-<br />

economische<br />

strategieën<br />

in de stedelijke<br />

vernieuwing<br />

Nieuwe kansen voor binnensteden dankzij creatieve economie<br />

Economie terug in het hart van de stad<br />

De creatieve sector heeft de economie teruggebracht in binnensteden. Nog maar kort geleden<br />

vreesden gemeentebesturen en bewoners dat hun binnenstad zou ontaarden in een koopgoot<br />

voor consumentisme en vertier. De traditionele economie verdwijnt inderdaad vaak uit het<br />

stadshart, maar waar de creatieve economie sterk groeit, blijft de gevreesde monocultuur uit.<br />

Creatieve ondernemers zoeken de dynamiek van de binnenstad op als voeding voor zichzelf<br />

en hun medewerkers. En als de binnenstad ‘op’ is breiden ze hem uit.<br />

Neem nou Amsterdam. De panden die zijn vrijgekomen omdat de traditionele kern van de<br />

binnenstadseconomie, de financiële dienstverlening, en masse zijn domicilie heeft gekozen<br />

op de Zuidas, worden in een razend tempo omgeturnd tot creatieve broedplaatsen of gehuurd<br />

door creatieve bedrijven. Internationale marketingsbureaus en succesvolle ontwerpers nestelen<br />

zich op de mooiste plekken in de grachtengordel en het Museumkwartier en drukken startende<br />

creatieven naar de randen van de binnenstad en daaroverheen.<br />

Het gevolg is dat de binnenstad ‘overkookt’ en zich uitbreidt naar Westerpark (Cultuurpark),<br />

naar Oud-West (terrein voormalig Wilhelmina Gasthuis), naar Oosterpark (Burgerweeshuis)<br />

en naar Noord, waar recht tegenover de binnenstad concentraties van bedrijvigheid ontstaan.<br />

In Oud-West bijvoorbeeld is de laatste jaren een heuse creatieve kolonie ontstaan (Van der<br />

Groep & Röling 2005). In 2004 was in de Overtoom/Helmersbuurt al sprake van een creatieve<br />

werkgelegenheid van bijna 1700 banen (ABF Research, 2007a). Niet alleen de creatieve<br />

bedrijvigheid gaat naar de voormalige bedrijfsterreinen en volkswijken. Overal waar zij gaan,<br />

nemen de creatieve ondernemers het gewenste ontmoetingsklimaat met zich mee. Er ontstaan<br />

hippe restaurants, zoals Hotel De Goudfazant in een fabriekshal onder de rook van Ketjen<br />

en Draka, en informele tentoonstellingsruimten of trendy winkels op plaatsen waar vroeger<br />

weinig te beleven was.<br />

De trek naar de binnenstad en de uitbreiding daarvan naar de omliggende wijken is niet<br />

typisch Amsterdams. In andere steden in binnen- en buitenland is het niet anders. De<br />

buitenlandse voorbeelden laten soortgelijke processen zien in Birmingham, Manchester,<br />

Berlijn en Helsinki.<br />

Neem Arnhem, daar is een soortgelijk proces aan de gang. In een onderzoek van ruimtelijkeconomisch<br />

adviesbureau ETIN naar de vestigingswensen van creatieve ondernemers<br />

(ETIN 2006) komt een grote behoefte aan het licht naar een centrumstedelijk woon-<br />

en werkmilieu. Wens en werkelijkheid lopen nogal eens uiteen. De beschikbare financiële<br />

ruimte van creatieve ondernemers, uitgezonderd de commercieel ingestelde bureaus, is vaak<br />

onvoldoende voor de marktprijzen die worden gevraagd. Creatieven hikken aan tegen de<br />

hoge huur- en koopprijzen binnen de singels. Bovendien zijn veel ruimten te klein voor<br />

de activiteiten van de ondernemers. Daarmee komt de ring om de binnenstad in beeld<br />

als vestigingsmilieu. Unieke winkelformules, galeries en restaurants voortkomend uit de<br />

creatieve sector zijn meer afhankelijk van een bezoekersstroom en vinden in Arnhem een<br />

betaalbare plek in het stegenstelsel aan de rand van het kernwinkelgebied. Dat is in andere<br />

steden niet anders.<br />

In veel grote steden verkeert het gentrification-proces in de ring om de binnenstad in een<br />

vergevorderd stadium sinds jonge hoogopgeleiden de stad hebben herontdekt als aantrekkelijk<br />

vestigingsklimaat. Denk aan De Pijp in Amsterdam, de Vogelenbuurt in Utrecht en het<br />

Spijker kwartier in Arnhem. Het broedplaatsmilieu heeft zich geleidelijk getransformeerd<br />

tot een transactiemilieu (zie Inleiding voor toelichting op de milieus). Mensen wonen,<br />

werken, ontmoeten, recreëren en consumeren binnen loopafstand. Door stijgende huur prijzen<br />

en onzekerheden over de bedrijfsmatige toekomst combineren veel startende creatieve<br />

ondernemers en kunstenaars wonen en werken aan huis of zoeken een uitweg in goedkope<br />

ruimte elders. Soms is dat een bewuste keuze. Kunstenaars en starters zien zichzelf graag als<br />

pioniers van de buurt en smalen over de ‘yuppenwijken’ met hun achterhaalde dynamiek.<br />

Ze zoeken naar bijzondere plekken waar ze zelf de rol van katalysator kunnen vervullen.<br />

83


Daar ontstaan <strong>nieuwe</strong> scharnierpunten in de stad, de nog-net-niet-ontdekte plekken.<br />

Kritische succesfactoren<br />

Het interessante is dat creatieve ondernemers daarmee steeds vaker het domein betreden<br />

Nu wijken als Klarendal, Spijkerkwartier, Coolhaven en de NDSM-werf zijn herontdekt<br />

van de krachtwijken en, bewust of onbewust, een rol vervullen in de revitaliseringslag<br />

door creatieven en de opwaardering in gang is gezet, is de vraag of er ergens een kritische<br />

van deze wijken. Drie van de zeven proeftuinen bevinden zich binnen een van de veertig<br />

grens ligt. Zal de olievlek zich oneindig uitbreiden of komt er een moment waarop de<br />

Vogelaarwijken: Klarendal in Arnhem, Coolhaveneiland in Rotterdam en de NDSM-<br />

grenzen van een creatief vestigingsklimaat zijn bereikt? Met andere woorden, kunnen<br />

werf in Amsterdam-Noord.<br />

wijken als Presikhaaf, Malburgen of Nieuw West ook profiteren van de herwaardering<br />

door creatieven? We lopen de voorwaarden langs.<br />

Krachtwijken herstellen sneller met cultuur<br />

Ten eerste de beschikbare ruimte. Is er überhaupt vraag naar betaalbare ruimte of kan daar<br />

ABF Research (2007b) heeft in opdracht van OCW onderzoek gedaan naar de positie en<br />

elders, op aantrekkelijkere locaties in de stad aan worden voldaan? De voorkeur van de<br />

mogelijkheden van kunst en cultuur in achterstandswijken. Een van de belangrijkste conclusies:<br />

creatieve sector gaat duidelijk uit naar karakteristieke omgevingen. Liever in Zaanstad<br />

‘Kunst en cultuur zijn trekkers voor de stedelijke vernieuwing. Wijken met veel kunst en<br />

in een oude loods langs de Zaan dan in Amsterdam in een kantorenpark. Pakhuizen, oude<br />

cultuur herstellen zich sneller dan vergelijkbare andere wijken.’ ABF Research verstaat onder<br />

fabrieks<strong>gebouwen</strong> en havenloodsen zijn zeer in trek bij creatieve ondernemers. Maar biedt<br />

kunst en cultuur onder meer de aanwezigheid van culturele voorzieningen en monumenten.<br />

de pioniersgeest van creatieve ondernemers ook perspectief in andere in onbruik geraakte<br />

In hetzelfde rapport is ook de rol van creatieve industrie in de wijk onderzocht, met een nog<br />

locaties zoals kantoren?<br />

explicietere uitkomst: ‘De creatieve industrie is een waardemaker in dubbel opzicht. Net als<br />

Kantoorparken kunnen we voorlopig wel afschrijven. Voor individuele kantoorpanden hangt<br />

bij kunst en cultuur kennen wijken met een omvangrijke creatieve industrie extra vastgoed-<br />

het af van de huurprijzen, de inrichting, maar vaak ook van de ligging. Het Hoofdkwartier<br />

waarde. De creatieve industrie zorgt echter ook voor werkgelegenheid die past bij een stede-<br />

in Arnhem, Post CS, in Amsterdam en het Volkskrantgebouw in Amsterdam zijn daarvan het<br />

lijke omgeving en via die weg voor toegevoegde waarde.’<br />

voorbeeld. Er is behoeft aan een bepaalde kritische massa van creatieven om de juiste sfeer<br />

In het stedelijke-vernieuwingsbeleid van de voorafgaande jaren is veel aandacht voor het<br />

te creëren. Waar deze kritische massa nog ontbreekt, zoals in Zaanstad of in Hengelo, kunnen<br />

mengen van bevolkingsgroepen in de wijk door te differentiëren in het woningaanbod. Succes-<br />

andere kenmerken doorslaggevend zijn, zoals de emotionele of historische waarde van<br />

volle bewoners fungeren als rolmodel voor andere bevolkingsgroepen en kunnen ook het imago<br />

<strong>gebouwen</strong> zelf en/of van de omgeving. Zelfs al liggen die plekken in de periferie van de stad.<br />

van de wijk een impuls geven. Algemeen wordt aangenomen dat deze menging leidt tot<br />

De aanwezigheid van monumenten en vooroorlogse woningtypen bevordert de aantrekke-<br />

‘verdunning’ van de problemen en sociale stijging in de wijk (Wittebrood & Van Dijk, 2007).<br />

lijkheid van de omgeving voor creatieve bedrijven. Naoorlogse wijken hebben weinig van<br />

Maar er blijven nogal wat kwesties liggen die niet direct worden opgelost door menging.<br />

deze ‘spannende’ plekken. Toch kunnen ook hier inspirerende locaties ontstaan, zoals het oude<br />

84 De wijkeconomie en de werkgelegenheid profiteren niet vanzelf van de <strong>nieuwe</strong> bewoners<br />

Huygenscollege in Slotervaart (Vliegbasis de Huygens), dat door Kristal is herontwikkeld 85<br />

en van interactie tussen hogere inkomensgroepen en andere in de wijk is nauwelijks sprake.<br />

voor creatieve bedrijven en starters. In de naoorlogse wijken bevindt zich nog steeds veel<br />

Kunst en cultuur zijn, naast onderwijs en sport, belangrijk om de brug te slaan tussen de<br />

aantrekkelijk vastgoed zoals kerken en scholen, maar ook sommige woon<strong>gebouwen</strong> lenen<br />

verschillende doelgroepen.<br />

zich mogelijk voor een herontwikkeling voor de creatieve sector. In de stedelijke vernieuwing<br />

Kunstenaars en creatieve ondernemers oefenen aantrekkingskracht uit op mensen van<br />

zouden deze mogelijkheden veel vaker benut kunnen worden.<br />

buiten de wijk en kunnen daarmee een vliegwieleffect op gang brengen. Neem de voor-<br />

Een creatief gebouw is iets anders dan een creatief milieu. Een creatief milieu heeft meer<br />

malige scheeps werf NDSM in Amsterdam-Noord. Tien jaar geleden nog het domein van<br />

nodig dan ruimte voor creatief ondernemerschap. De vibe is wel een van de belangrijkste<br />

zwervers en gelukszoekers, nu zijn er de Kunstad en MediaWharf in opbouw. Tussen de werf<br />

eigenschappen van een creatief milieu. Het Coolhaveneiland in Delfshaven heeft een vibe,<br />

en het Centraal Station varen dagelijks elk uur rechtstreeks meerdere ponten en daar staan<br />

Rotterdam-Zuid nog niet. Deze achterstandswijken liggen op gelijke afstand van de binnen-<br />

op gezette tijden meer binnenstadsbewoners op dan noorderlingen. Zij komen af op een<br />

stad, wat is het verschil? Het zijn de kleine initiatieven die iets losmaken bij de bewoners,<br />

van de vele activiteiten in het gebied, werken bij A-Film of Gsus industries of ze zijn klant<br />

maar ook bij mensen van buiten de wijk. Het HipHopHuis en WORM op het Coolhaven-<br />

bij MTV of IdtV, die zich in het kielzog van de kunstenaars op het terrein vestigden. Ook<br />

eiland oefenen beide een aantrekkingskracht uit op een creatieve nichemarkt tot ver buiten<br />

andere delen in Noord profiteren van de toegenomen aandacht. De vraag naar kleine<br />

de stad. Ook het World Music and Dance Centre, evenals de theaterschool dragen daaraan<br />

kantoor- en werkruimte is onuitputtelijk en de bedrijfsverzamel<strong>gebouwen</strong> zijn niet aan<br />

bij. Een vibe zou geen vibe zijn als we het ontstaan precies zouden kunnen verklaren.<br />

te slepen (Todorovic, 2008). En Noord komt ook steeds meer in trek als woongebied. De<br />

Wat een vibe veroorzaakt verschilt sterk per plek. Het moet bijvoorbeeld aansluiten bij<br />

woningen op Overhoeks, het voormalige Shellterrein, waren verkocht voor de eerste paal<br />

de gebouwde omgeving, of bij de bevolking. De ‘urban culture’ die in Delfshaven bloeit,<br />

was geslagen.<br />

veroorzaakt daar wel een vibe, maar niet in een witte wijk als Kralingen.<br />

De opkomst van een creatief milieu leidt tot sociale stijging en waardestijging en dat lijkt<br />

Een onmisbare succesfactor is de mentaliteit van de wijkbewoners en gebruikers in een<br />

ook mogelijk in wijken die aanvankelijk als achterstandswijk te boek stonden. Hoewel een<br />

gebied. Op veel plekken staan mensen (nog) niet open voor diversiteit en een onders-<br />

groot deel van de veertig achterstandswijken op dit moment niet als creatief milieu is aan<br />

cheidende levens stijl. Onveiligheidsgevoelens (gesloten gordijnen, veel blauw op straat)<br />

te merken, blijken veel van deze wijken wel over de juiste condities te beschikken om uit<br />

en nimby-gedrag zijn bevorderlijk voor dynamiek en diversiteit. Studenten en jonge starters<br />

te groeien tot een van de vier creatieve milieus; ze zijn dus kansrijk voor de creatieve sector.<br />

op de woningmarkt vormen op het Coolhaveneiland een voedingsbodem voor een dyna-<br />

Creatieve economie is, naast de Turkse groenteboer/slager, een van de weinige economische<br />

misch woon-werkmilieu. De Bijlmermeer lijkt meer succes te hebben op creatief gebied<br />

sectoren met overlevingskans in achterstandsgebieden. De voornaamste condities hiervoor<br />

dan Nieuw West, terwijl beide wijken min of meer dezelfde problematiek hebben. De Zuidzijn<br />

daar namelijk potentieel aanwezig: bruikbaar en betaalbaar vastgoed; de aanwezigheid<br />

Amerikaanse levensstijl van Kaapverdianen, Surinamers en Antillianen wijkt in uitbundigheid<br />

van culturele voorzieningen; diversiteit en vooral de aanwezigheid van jongeren met een<br />

nogal af van de bevolking in veel naoorlogse wijken. Dat zorgt voor dynamiek. Delfshaven<br />

goede opleiding; het aanbod van ontmoetingsruimte en de nabijheid van opdrachtgevers<br />

en de Bijlmer hebben een eigen identiteit ontwikkeld, waardoor mensen trots kunnen zijn<br />

(gemeente en woningcorporaties) (ABF Research, 2007a).<br />

op hun wijk. Het Kwakoe Festival in het Bijlmerpark is een jaarlijkse bevestiging daarvan.


De creatieve economie en de zoektocht van migranten naar hun identiteit kunnen een<br />

hadden gevestigd. Zij dienden een tegenvoorstel in en wisten de politiek te overtuigen<br />

wederkerig versterkende relatie aangaan, zoals nu in Brixton lijkt te gebeuren.<br />

om ook hun een plek te geven in de herontwikkeling. Het resultaat is dat beide partijen nu<br />

Dat wil niet zeggen dat het altijd koek en ei hoeft te zijn. De creatieve sector mag best<br />

gezamenlijk een nieuw plan ontwikkelen. De coalitie wordt zodoende complexer. De drie<br />

confronteren. De jeugd in West bijvoorbeeld onttrekt zich juist aan de gangbare mores met<br />

betrokken partijen zetten een extra stap op de Venetiaanse brug om nog meer divergentie-<br />

initiatieven als theater- en dansgroep ISH en het Pal West Modeatelier. Zoiets als graffiti<br />

belangen te intregeren in het ontwikkelingsproces en zodoende het momentum van de<br />

is vaak een doorn in het oog van het gros van de bevolking, maar er zijn wel professionele<br />

gemeenschappelijke visie en identiteit te bereiken (zie hoofdstuk 1). Het voordeel is dat<br />

ontwerpers en illustratoren uit voortgekomen. Creatieve economie is geen democratie, het<br />

de oplossingen ‘rijker’ worden en het draagvlak toeneemt.<br />

gaat erom dat de straatkunstenaars en creatieve initiatieven wortelen en uitgroeien tot het<br />

Bij binnenstedelijke gebiedsontwikkeling treden ook omgevingseffecten op. De waarde-<br />

cultureel kapitaal van de wijk. Op het Coolhaveneiland en in Nieuw-West wordt al volop<br />

ontwikkeling die ontstaat uit creatieve bedrijvigheid beperkt zich niet tot het gebouw<br />

gepionierd. Of deze creatieve ondernemers als magneet mogen functioneren hangt af van<br />

of gebied dat in ontwikkeling wordt gebracht. Het is aantoonbaar dat de realisatie van het<br />

keuzes die gemaakt worden in de marketing en beeldvorming van die wijken door overheid,<br />

Cultuurpark Westergasfabriek heeft geleid tot een stijging van de woningprijs in de nabije<br />

corporaties en projectontwikkelaars. Hoe gaan zij om met de conceptuele creatieve economie?<br />

omgeving. Om meer te kunnen profiteren van de waardestijging kan een ontwikkelaar zijn<br />

Worden de graffiti-artiesten beboet of krijgen ze hun eigen freezones waar ze hun creativiteit<br />

grondposities in het gebied uitbreiden. Daarmee nemen de risico’s evenredig toe. De waar-<br />

de vrije loop kunnen laten?<br />

destijging ligt niet bij voorbaat vast en het is evenmin duidelijk op welk schaalniveau deze<br />

Er is zeker een verband tussen creatieve economie, sociale stijging en waardestijging in<br />

zich gaat manifesteren. Een andere oplossing is de risico’s te delen met andere eigenaren<br />

binnenstedelijke gebieden, maar het is geen automatisme. Waardestijging ontstaat pas als er<br />

door deze in de herontwikkeling te betrekken. Daarmee kan free-rider-gedrag worden tegen-<br />

ook in de ogen van de bewoners van dat gebied sprake is van een toegevoegde waarde, die<br />

gegaan maar niet uitgesloten. Dat hoeft geen probleem te zijn, tenzij het gaat om een<br />

meetbaar zou moeten zijn in een stijging van de verkoopwaarde van het vastgoed. Waarde-<br />

strategische positie die de gebiedsexploitatie raakt.<br />

stijging is dus onherroepelijk gekoppeld aan de perceptie van bewoners c.q. de vastgoed-<br />

Een eigenaar streeft immers naar maximale opbrengst en heeft er geen belang bij om<br />

eigenaren. Een ateliergebouw voor kunstenaars hoeft niet noodzakelijkerwijs door de<br />

het object vooraan in de ontwikkeling te verkopen als het hoogtepunt van de waarde-<br />

omliggende buurt als positief te worden beoordeeld, zeker niet als dat leidt tot dichtgeplakte<br />

ontwik keling nog moet worden bereikt. Er zijn ook eigenaars die gewoon een andere<br />

atelierramen en rommel op straat. De belangrijkste succesfactor voor investeren in creatieve<br />

ontwikkeling voor ogen hebben. De dreiging van free-riders en eigenaren die op een<br />

economie in het kader van binnenstedelijke gebiedsontwikkeling is de uitstraling naar zijn<br />

andere markt opereren, kan leiden tot stagnatie in de ontwikkeling doordat vastgoed-<br />

omgeving en de aansluiting hiervan op de aanwezige of te creëren woon-werkcultuur.<br />

eigenaren een afwachtende positie innemen. Wie investeert wil immers ook maximaal<br />

86 profiteren. Dat is ook een van de drijvende krachten achter de recente fusiegolf van woning- 87<br />

Dilemma’s<br />

corporaties. Gebiedsmacht is een essentiële voorwaarde om onrendabele investeringen in<br />

Bij het inzetten van creatieve economie in binnenstedelijke gebiedsontwikkeling komen we<br />

maatschappelijk vastgoed en woningen rendabel te maken.<br />

vier dilemma’s tegen die afwijken van wat we gewoon zijn. De dilemma’s hebben gemeen dat<br />

Dit strategische spel is aan de orde op het Coolhaveneiland. Een te voortvarend insteken<br />

ze zich slecht laten verenigen met gangbare ordeningsprincipes in de ruimtelijke ontwikkeling:<br />

op gentrification middels de herontwikkeling van <strong>gebouwen</strong> en een activiteitenprogramma<br />

– onroerend eigendom vs. creatief ondernemerschap;<br />

zou kunnen leiden tot een scherpe waardestijging van het nog te verwerven onroerend goed.<br />

– uiteenlopende belangen vs. convergerende perspectieven;<br />

Verwervingsstrategie en ontwikkelingsstrategie moeten zorgvuldig met elkaar in balans zijn.<br />

– onvoorspelbaarheid vs. zekerheid;<br />

Vandaar dat corporaties en gemeente vooralsnog terughoudend zijn in de uitvoering van<br />

– ordening vs. flexibiliteit.<br />

plannen.<br />

In een aantal proeftuinen wordt druk voorgesorteerd op de waardeontwikkeling in het gebied.<br />

Eigendom en creatief ondernemerschap?<br />

De Key bijvoorbeeld heeft plannen om de loods met Kunstad op de NDSM-werf te kopen<br />

Wie betaalt bepaalt. Dit adagium geldt voor bijna elke gebiedsontwikkeling, maar zet tevens<br />

van de gemeente, om zo een positie te verwerven in het gebied. De corporatie heeft immers<br />

de verhouding met de creatieve sector op scherp. Een creatief ondernemer is door de bank<br />

nog geen ontwikkelingsrecht op het terrein. De herontwikkeling van de NDSM-werf is<br />

genomen niet geneigd zijn handtekening te zetten onder een huurcontract voor onbepaalde<br />

eenvoudiger te sturen dan gebiedsontwikkeling in bestaand stedelijk gebied met complexere<br />

tijd op een toplocatie tegen een marktconform huurtarief. Hij of zij ziet zichzelf eerder als<br />

eigendomsverhoudingen. De risico’s op de werf zijn overzichtelijk geworden nu de startfase<br />

een belangrijke speler in de gebiedsontwikkeling, met een duidelijk beeld hoe zo’n plek eruit<br />

voorbij is. De huurders van de casco-ateliers in de Kunstad hebben dat goed begrepen. Om<br />

moet zien. Deze actieve houding, evenals de pluriformiteit in vestigingsvoorkeuren van de<br />

geen speelbal te worden van het strategospel en om hun autonomie veilig te stellen, hebben<br />

creatieve bedrijven, noopt een ontwikkelingsconsortium om de creatieve ondernemer actief te<br />

ze het plan opgevat zelf collectief eigenaar te worden van de werf. Een kosten-batenanalyse<br />

betrekken bij gebiedsontwikkelingen voor de creatieve economie. Er zijn immers geen blauwdrukken<br />

voor (her)ontwikkeling ten behoeve van de creatieve economie. Het is echter on-<br />

voor een bestaande wijk als het Coolhaveneiland lijkt veel ingewikkelder.<br />

duidelijk hoe de invloed van creatieve ondernemers in de ontwikkeling gestalte moet krijgen.<br />

Discrepantie in belangen<br />

De complexe verhoudingen worden mooi geïllustreerd in de proeftuin Amersfoort. De<br />

De toenemende complexiteit in de verhoudingen bij binnenstedelijk gebiedsontwikkelingen<br />

gemeente had in 2006 nog een duidelijke visie over de wijze waarop het gebouw Rohm<br />

die nog eens versterkt wordt door een mondige creatieve klasse toont de noodzaak aan<br />

& Haas in het Oliemolenkwartier zou moeten worden herontwikkeld. Het gebied, dat naast<br />

van brede coalities. Friso de Zeeuw, directeur bij Bouwfonds en praktijkhoogleraar gebieds-<br />

het <strong>nieuwe</strong> Eemcentrum is gelegen, moest een interactieve plek worden voor creatieve onderontwikkeling<br />

aan de TU Delft, zegt het al in het boekje De engel uit het marmer: ‘Communicatie<br />

nemers uit de ICT-, bouw- en advieswereld. Twee creatieve bedrijven, Poolen Architekten<br />

met belanghebbenden is uitgegroeid tot één van de belangrijkste succes/faalfactoren bij<br />

en adviesbureau Pentascope, ontwikkelden een plan dat goed aansloot bij deze visie. De<br />

binnenstedelijke gebiedsontwikkeling’ (De Zeeuw, 2007).<br />

gemeente ging daarmee echter voorbij aan drie kunstenaars die hier hun tijdelijke atelier<br />

Er zijn enkele factoren die de verhouding tussen partijen hebben geproblematiseerd. In de


88 89<br />

boven Het WYT-gebouw in de stedelijke<br />

vernieuwingswijk Coolhaveneiland.<br />

Meerdere creatieve bedrijven hebben zich<br />

hier gevestigd, waaronder architectenbureau<br />

MVRDV.<br />

onder Verloedering en dynamiek gaan<br />

hand in hand op het Coolhaveneiland.<br />

‘Het gaat erom dat<br />

de straat kunstenaars<br />

en creatieve initiatieven<br />

wortelen en uitgroeien<br />

tot het cultureel<br />

kapitaal van de wijk.’<br />

Het monumentale VOC-gebouw aan<br />

de Achterhaven, tijdelijk in gebruik door<br />

creatief collectief WORM.


vorige paragraaf werd duidelijk dat creatieven meer invloed opeisen op de herontwikkeling.<br />

en gemeenten worden daar weer onrustig van. Hoe kunnen ze anticiperen op de wensen<br />

Maar daarin zal niet alleen met de eigenaars, maar ook met de gemeente (soms in de rol<br />

van de creatieve ondernemers als deze het zelf niet weten? De ene keer kiest men voor<br />

van eigenaar) moeten worden onderhandeld. De weerstand tegen instituties, met name de<br />

het tijdelijk gebruik van maximaal vijf jaar van een gebouw dat zal worden herontwikkeld<br />

overheid, is bij creatieven relatief groot, zoals in de Rotterdamse casus al aan de orde kwam<br />

(Post CS, Volkskrantgebouw, etc.) en worden langlopende contracten niet aantrekkelijk<br />

(hoofdstuk 1). Aan de roep om vrijheid en flexibiliteit kan de gemeente simpelweg niet (altijd)<br />

gevonden. In het andere geval (NDSM kunstad) eisen de creatieven juist langlopende<br />

voldoen. Ze vertegenwoordigt immers ook andere groepen in de samenleving. Niettemin<br />

contracten (twintig jaar of langer) om investeringen te kunnen terugverdienen.<br />

nam de realiteitszin ook bij creatieve ondernemers sterk toe in de afgelopen jaren. Zij reali-<br />

Overheden en corporaties koesteren regelmatig overdreven verwachtingen ten aanzien van<br />

seren zich dat ze zich moeten professionaliseren als ze willen profiteren van de belangstelling<br />

de maatschappelijke betrokkenheid van de creatieve ondernemers. Ze worden gezien als de<br />

bij de overheid en marktpartijen. Dit kan leiden tot vruchtbare samenwerking, zoals bleek<br />

reddingsboei voor de lokale economie en tegelijk als culturele ver<strong>nieuwe</strong>rs en maatschap-<br />

bij de proeftuin Leiden. Jeroen Maters, directeur van een communicatiebureau, liep al een<br />

pelijke ondernemers die geacht worden culturele achterstanden in de wijken uit te bannen.<br />

tijdje rond met het idee voor een Huis van de Communicatie. Nadat hij een coalitie had<br />

Creatieven laten zich niet vastpinnen op deze verwachtingen. Hoe meer de creatieve economie<br />

gevormd met andere communicatiebedrijven en de cijfers aantoonden dat de sector er in<br />

wordt geïnstrumentaliseerd tot incubator in de wijk, hoe benauwender deze opgelegde taak<br />

Leiden goed voorstond, raakte ook de gemeente overtuigd, evenals de eigenaren van twee<br />

werkt voor de ontwikkeling van het ondernemerschap. De onderschikking aan maatschap-<br />

markante <strong>gebouwen</strong>, De Meelfabriek (Van der Wiel Bouw, SLS Wonen) en een voormalig<br />

pelijk wenselijke doelen beperkt de vrijheid om ver<strong>nieuwe</strong>nde activiteiten te ontplooien en<br />

Nuongebouw (Portaal). De creatieve ondernemers zijn tot aan de dag van vandaag intensief<br />

te experimenteren. Het zijn tenslotte ondernemers, die als ze zich ergens vestigen dat doen<br />

betrokken bij de herontwikkeling van deze <strong>gebouwen</strong> tot ‘communicatiehuizen’ en werken<br />

omdat ze daar hun werk goed kunnen doen. Anderzijds is de uitstraling op de omgeving een<br />

samen met de gemeente aan een programma van ‘Leiden Communicatiestad’.<br />

belangrijk neveneffect, waar soms best op voorgesorteerd mag worden, zeker als daar een<br />

Een politiek probleem in gebiedsontwikkeling is het gebrek aan lef. Analisten noemen<br />

lage huur tegenover staat. In dat geval is er voor creatieven, mits goed gecommuniceerd, vanaf<br />

verschillende oorzaken voor de politieke angsthazerij, maar populisme, dualisme en media-<br />

het begin duidelijkheid over hun positie en rol. In sommige <strong>gebouwen</strong>, bijvoorbeeld het<br />

tisering horen bij de topdrie. Wethouders nemen steeds minder risico bij gebiedsontwikke-<br />

Volkskrantgebouw, wordt als toelatingseis gesteld dat de gebruikers zich groeperen rond voorlingen,<br />

bang om afgerekend te worden in de media, of anders wel omdat de gemeenteraad<br />

stellen die in het belang zijn van de buurt. Daarmee worden twee vliegen in één klap geslagen:<br />

zich vaker laat leiden door sentimenten in de samenleving. De twijfel bij de overheid slaat<br />

de creatieven worden gewezen op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en tot samen-<br />

regelmatig over naar marktpartijen. Zij kunnen pas vertrouwen in het resultaat van hun<br />

investeringen als de overheid meewerkt en niet aarzelt. Op een expertmeeting van de proefwerking<br />

aangezet en de sympathie van de buurt voor de creatieve invasie wordt bevorderd.<br />

90 tuin Arnhem liet de gemeente een filmpje zien waarin de plannen voor een investerings-<br />

Ordening versus flexibiliteit<br />

91<br />

impuls van de creatieve sector in Arnhem op overtuigende wijze werden gepresenteerd. Voor<br />

Overheden tonen sinds de brand in Volendam en de explosie van de vuurwerkfabriek in<br />

Chris Jagtman, directeur bij AM, was dat signaal nodig om te kunnen vertrouwen in de<br />

Enschede steeds minder ambitie om risicovolle projecten ter hand te nemen. De rampen<br />

koers van de gemeente: ‘Door dit <strong>nieuwe</strong> elan wordt het voor marktpartijen aantrekkelijker<br />

hebben ertoe geleid dat de overheid de teugels weer strakker aantrekt. Daarnaast is de politiek<br />

om te investeren. Het moeras is verdwenen.’ De bestuurlijke inzet van beide aanwezige<br />

meer dan ooit bevreesd dat te grote ambities in de media zullen worden neergesabeld. Het<br />

wethouders versterkte dit gevoel bij de aanwezige marktpartijen.<br />

gevolg is risicomijdend gedrag, dat vaak leidt tot eindeloze procedures en onderzoek naar de<br />

De rol van de burger in een gebied is nog niet aan de orde geweest. Zij zullen deel moeten<br />

gewenste effecten van projecten. Het gevolg is veel onnodige vertraging in de planvorming.<br />

uitmaken van de coalitie als hun belangen in het geding zijn in de gebiedsontwikkeling.<br />

De creatieve economie verdraagt dat niet. Snel reageren en benutten van het momentum<br />

Dit is onder meer aan de orde in de achterstandswijken, waar de creatieve economie haar<br />

zijn de basisregels voor succes. Een goed idee is binnen de kortste keren achterhaald, maar<br />

bestaansrecht deels ontleent aan de impuls die het geeft aan de buurt. Kunstenaars en creatieve<br />

dan is het vaak al te laat om in te grijpen. Het gevolg is dat partijen gemakkelijk langdurig<br />

ondernemers zijn beter in staat om burgers te inspireren dan projectontwikkelaars en<br />

langs elkaar heen praten. Voor de overheid is zekerheid een voorwaarde voor geloofwaardig-<br />

woningbouwcorporaties.<br />

heid, voor de creatieve ondernemer is snelheid en improvisatievermogen van de overheid<br />

het bewijs van goede trouw en medewerking.<br />

De onvermijdelijke onvoorspelbaarheid en de zucht naar zekerheid<br />

In Hengelo werd twee jaar gewerkt aan de Nota van Uitgangspunten voor het Hazemeyer-<br />

Veel onrust bij autoriteiten en ontwikkelaars komt voort uit onbekendheid met het fenomeen<br />

terrein. De opdracht van het bestuur om een nota te maken waarin de vrijheid van de<br />

van de creatieve economie en de al dan niet vermeende onvoorspelbaarheid van de sector.<br />

ontwikkelaars in balans zou worden gebracht met de risico’s voor de binnenstad, de horeca,<br />

De ontwikkelingscyclus van creatieve bedrijven zorgt ervoor dat ook aan de creatieve milieus<br />

de middenstand en het project Hart van Zuid had aanvankelijk het effect dat alle afdelingen<br />

steeds hogere eisen worden gesteld. De broedplaats voor beginnende ondernemers of kunste-<br />

zo nauwkeurig mogelijk hun beperkingen op schrift zetten. Een lijvige nota met 80 pagina’s<br />

naars is maar een van de denkbare milieus. Veel creatieve ondernemers zijn dat stadium allang<br />

voorschriften was het gevolg. Het college zelf moest ingrijpen om het evenwicht te herstellen.<br />

gepasseerd en zoeken naar interactie met soortgenoten om snel op <strong>nieuwe</strong> ontwik kelingen<br />

Uiteindelijk werd een oplossing gevonden waar alle partijen zich in konden vinden, en is<br />

in de markt te kunnen reageren. Anderen hebben behoefte aan marktplaatsen om de creatieve<br />

het document teruggebracht tot 25 pagina’s.<br />

producten onder de aandacht van de afnemers te brengen. Het netwerk van creatieve onder-<br />

De oorzaak ligt niet in de eerste plaats bij de gemeente, maar bij de regelgeving die uitnodigt<br />

nemers is permanent aan verandering onderhevig, omdat de markt waarop zij zich bewegen<br />

en soms zelfs dwingt tot bemoeizucht. De regels die zijn opgesteld om de uitwassen van het<br />

ook voortdurend in beweging is. Het kleinschalige karakter stelt de bedrijven en netwerken<br />

industriële kapitalisme in toom te houden op het gebied van de ruimtelijke ordening en<br />

in staat om zich snel aan te passen aan veranderingen in de markt en innovaties te bevorderen.<br />

milieu leiden op dit moment een zelfstandig leven zonder dat de raison d’être nog actueel<br />

De wensen ten aanzien van huisvesting veranderen mee met de veranderende netwerken<br />

is. Milieucontouren ten aanzien van geluid of andere overlast worden automatisch ingezet,<br />

en <strong>nieuwe</strong> perspectieven. De permanente behoefte aan verandering maakt creatieve onder-<br />

met als gevolg dat functiemenging en intensief ruimtegebruik op locaties vlak naast binnennemers<br />

onvoorspelbaar in hun wensen ten aanzien van hun omgeving. Projectontwikkelaars<br />

steden onnodig wordt bemoeilijkt. Ook de zorg om het cultureel erfgoed leidt met verwijzing


92<br />

naar de Nota Belvedere nogal eens tot onhanteerbare regelzucht. Tot in detail wordt voorgeschreven<br />

welke kozijnen en materialen vereist zijn bij de herontwikkeling van het industrieel<br />

erfgoed, ook als dat hergebruik van het gebouw voor <strong>nieuwe</strong> <strong>functies</strong> onmogelijk maakt.<br />

Naleving van de regels en risicobeheersing wegen zwaarder dan de benutting van kansen<br />

om binnensteden en verlaten industriële gebieden tot leven te brengen. Toch is zicht op<br />

het eind resultaat onmisbaar om investeerders en overheid te verleiden tot het investeren<br />

in creatieve economie. Traditionele stedenbouwkundige plannen stellen maar al te vaak een<br />

te knellend kader. Het is de uitdaging om <strong>nieuwe</strong> proces- en planvormen te ontwikkelen<br />

waarin maximale dynamiek behouden blijft binnen een toetsbaar perspectief.<br />

De corporatie heeft een cruciale maatschappelijke taak in de herstructurering van de wijken.<br />

De creatieve economie kan een interessant instrument worden om de leefbaarheid te vergroten.<br />

Maar de creatieve economie is een markt waarin de corporaties niet zo thuis zijn,<br />

omdat hun organisaties zijn ingesteld op de ontwikkeling van vastgoed, beheer en onderhoud.<br />

Het ondernemerschap dat nodig is voor het realiseren van een succesvol creatief gebouw valt<br />

vaak tussen wal en schip van goedbedoelde initiatieven en de beheerbureaucratie van een<br />

corporatie. Corporaties die in culturele <strong>gebouwen</strong> hebben geïnvesteerd, zoals Het Oosten<br />

in Oibibio, werden daarvoor kortgeleden nog zwaar afgestraft. Intussen is het gedrag van<br />

de toezichthouder versoepeld, maar de onduidelijkheid is niet helemaal weggenomen. De<br />

rijksoverheid dreigt de verantwoordelijkheid voor culturele investeringen in wijken weg<br />

te willen nemen bij de corporaties. Voor een effectieve wijkaanpak is juist het omgekeerde<br />

wenselijk. Woningcorporaties kunnen een effectieve partner zijn voor de versterking van<br />

het culturele kapitaal in de aandachtswijken.<br />

Onlangs heeft het Rijk zelf zijn ontwikkelende rol herontdekt. Veel eigendom van het Rijk<br />

is uitermate geschikt voor herontwikkeling ten behoeve van de creatieve economie. Het spel<br />

tussen gemeenten, Rijk (Domeinen) en de markt wordt regelmatig gehinderd door wantrouwen<br />

en verkeerde percepties van elkaars belangen. Aankoop van rijkseigendom voor<br />

de creatieve economie wordt niet vanzelfsprekend als een publiek doel opgevat. Creatieve<br />

bedrijvigheid is immers een marktgerichte bedrijfstak, waarom zou dan geen marktconforme<br />

prijs mogen worden gevraagd? Het zou een oplossing kunnen zijn als ook op de binnenstedelijke<br />

gebiedsontwikkeling de methodiek van de maatschappelijke kosten-batenanalyse<br />

(MKBA) van toepassing zou worden verklaard. Het gaat bij creatieve economie immers om<br />

ontmoeting, culturele ontplooiing, onderwijs en de ontwikkeling van <strong>nieuwe</strong> bedrijvigheid.<br />

93<br />

Conclusies<br />

De vier beschreven dilemma’s zijn typerend voor wat in de bestuurskunde wordt aangeduid<br />

als complexe vraagstukken in een multi-actor-omgeving. De invloed van de creatieve<br />

econo mie op de stedelijke omgeving is een uitermate complex vraagstuk in meerdere<br />

opzichten: het is economisch, cultureel, planologisch, stedenbouwkundig en sociologisch<br />

van aard. Er is een veelvoud aan stakeholders met verschillende rollen, perspectieven en<br />

belangen waartussen <strong>nieuwe</strong> verbindingen nodig zijn om tot effectieve strategieën te komen.<br />

De strategieën die nodig zijn om de creatieve economie een bijdrage te laten leveren aan<br />

de herontwikkeling van wijken, worden gekenmerkt door eenzelfde complexiteit als de<br />

omgeving waarin deze een effect moeten sorteren. De strategieën kunnen evenmin worden<br />

opgezet vanuit het perspectief van één actor, of een boven de partijen staand publiek belang.<br />

De strategie is wezenlijk multi-actor en multiperspective van karakter. Vereenvoudiging tot een<br />

ontwikkelaarsperspectief op de gebouwde omgeving heeft weinig zin, omdat het bij de aandachts<br />

wijken gaat om cultureel kapitaal in een bepaalde omgeving, en bij creatieve economie<br />

om cultuur met een economische waarde die onder bepaalde omstandigheden effect kan<br />

hebben op de waarde van de gebouwde omgeving en sociale stijging van de bevolking.<br />

In het dilemma van orde en chaos, of complexiteit, regeert de onzekerheid. Onzekerheid<br />

maakt mensen angstig. We kennen de verschijnselen: wethouders die bang zijn, of moedig<br />

en dan tot aftreden worden gedwongen; corporaties die graag iets willen bijdragen aan de<br />

Leegstand in de Arnhemse achterstandswijk<br />

Klarendal wordt bedwongen door<br />

ruimte beschikbaar te stellen aan<br />

startende modevormgevers, in dit geval<br />

Marck&Mo, producent van exclusieve<br />

couturetassen.


aandachtswijken maar geen centrale sturing verdragen; bewoners die de omgeving snel zien<br />

Ontwikkelen zonder eindbeeld, een gedeeld perspectief<br />

veranderen en geen middelen zien om in te grijpen; creatieve ondernemers die veel kansen<br />

Scharnierpunten in de stad, op de randen van het binnenstedelijk gebied, bieden de meeste<br />

zien, maar niet van plan zijn zich te gedragen volgens de gangbare economische wetten;<br />

ruimte voor de ‘<strong>nieuwe</strong> maakbaarheid’ in de creatieve economie. Dat kunnen voormalige<br />

ambtenaren die niet weten waarop zij straks worden afgerekend.<br />

haven- of fabrieksterreinen zijn, of oude wijken die toe zijn aan herstructurering. De maak-<br />

Bestuurders hebben de neiging om de kant van de orde te kiezen in de steeds complexer<br />

baarheid daarvan is beperkt, de gebieden worden immers van binnenuit ontwikkeld. De<br />

wordende werkelijkheid van samengestelde systemen (Teisman, 2005). Met beroep op het<br />

creatieve economie vraagt niet om blauwdrukplanning die de eindsituatie vastpint, maar<br />

primaat van de politiek, leiderschap en strikte handhaving van regels wordt getracht een<br />

om een flexibele strategie die inspeelt op markt. De markt kan de eindgebruiker zijn, de<br />

politiek rationele weg te wijzen voor het beteugelen van de ‘chaos’. De behoefte aan orde<br />

publieks stroom die op gang wordt gebracht door een aantrekkelijk cultureel klimaat of een<br />

en de drang tot vereenvoudiging vergroten de chaos. De verkokering gaat door en het leven<br />

verzame ling interessante producenten die gezamenlijk een creatief klimaat scheppen.<br />

onttrekt zich aan de bestuurlijke orde en aan het oog van bestuurders. En wat is de strategie<br />

Het opbouwen van een strategie vereist dat ontwikkelende partijen bereid zijn een langetermijnverbintenis<br />

aan te gaan, waarbij de eerste tijd geen rendement verwacht mag worden.<br />

Een ontwikkelingsstrategie voor creatieve wijken (de <strong>nieuwe</strong> maakbaarheid)<br />

De basis voor de ontwikkeling wordt gelegd in de zoektocht naar de eerste gebruikers.<br />

Onzekerheid vergt vertrouwen<br />

Wie zijn dat? Hoe passen ze in de identiteit van de omgeving en welk publiek zijn zij<br />

De creatieve economie is een complex terrein dat niet valt in te delen naar de gemeentelijke<br />

in staat aan te trekken? De coalitie wordt tijdens deze zoektocht gevormd en stelt zijn toeorganisatie.<br />

Iedereen heeft ermee te maken: culturele zaken, economische zaken, ruimtelijke<br />

en uittreedregels vast.<br />

ordening, grondzaken, milieu en maatschappelijke ontwikkeling. En aandachtswijken al<br />

Om succesvol te zijn zal ook gerekend moeten worden: wanneer wordt de eerste waarde-<br />

helemaal: minstens vier ministeries hebben aandacht voor deze wijken en dan nog de talloze<br />

sprong verwacht en hoe rekenen we die terug naar nu en welke investeringen kunnen dan<br />

maatschappelijke organisaties. Het is niet anders: zo is een multi-actor-omgeving.<br />

wel en niet gedaan worden. De strategie is niet gebaseerd op de individuele vis maar op<br />

De adviezen van bestuurskundigen lopen uiteen, maar één advies hebben ze gemeen: het<br />

de school: de panstrategie. Zoals in de inleiding is gesteld, de creatieve economie bestaat<br />

draait om vertrouwen. Niet om blind vertrouwen, het gaat om het vertrouwen dat de spelers<br />

voor het grootste deel uit zwermen kleine zelfstandigen met geen of weinig personeel. Het<br />

van het spel in de herontwikkeling van wijken in elkaar hebben. Op basis van vertrouwen<br />

is vaak nodig een hele zwerm te vangen om voldoende massa te maken. De creatieve onder-<br />

zullen de spelers meer risico’s durven te nemen en worden de verbindingen tussen verschilnemers<br />

trekken het publiek aan, de eindgebruikers. Het uiteindelijke doel is een stroom van<br />

lende systemen gelegd. Hoe meer verbindingen (interconnectiviteit), hoe ontvankelijker<br />

consumenten op gang te brengen en voldoende omzet te maken om de investeringen te<br />

men is voor invloeden van buitenaf. In de economie leidt dat tot innovatie, bij stedelijke<br />

kunnen terugverdienen. In die zin is het succes van de creatieve ondernemer ook het succes<br />

94 ontwikkeling tot ruimte voor experiment en dynamiek. Precies de eigenschappen waar<br />

van de onroerendgoedontwikkelaar: hoe meer de creatieve ondernemer omzet en hoe meer 95<br />

creatieve ondernemers naar op zoek zijn.<br />

publiek deze trekt, hoe groter de waarde van het onroerend goed. De investeerder profiteert<br />

Een belangrijke voorwaarde is dat alle relevante spelers, ontwikkelaars, overheden, creatieve<br />

daarvan in de vorm van relatief sneller stijgende huren.<br />

ondernemers en wijkbewoners kunnen deelnemen aan het spel. Om nimby-gedrag te<br />

De basis van deze strategie ligt in de afstemming van acties/handelingen van de verschillende<br />

vermijden, maar ook om de interconnectiviteit te vergroten en daarmee de ontwikkeling<br />

actoren: de overheid wat betreft de regels, maar ook de openbare ruimte, de kwaliteit van<br />

te versterken. Dat vereist stevige (robuuste, heet dat in jargon) coalities van ontwikkelende<br />

creatieve ondernemers en de service van de ontwikkelaars. Dat noemen we ook wel inter-<br />

partijen, overheden en creatieve ondernemers en in veel gevallen ook burgers. Juist in<br />

connectiviteit. Het inzicht in het belang van interconnectiviteit heeft zich bij de proeftuinen<br />

bestaande stedelijke gebieden zijn de verhoudingen vaak traditioneel gegroeid en wordt<br />

door ervaring en reflectie ontwikkeld. Een interessant voorbeeld is Amersfoort, waar in het<br />

alles wat daartegen ingaat gewantrouwd.<br />

Oliemolenkwartier is gekozen voor maximale vrijheid met slechts één beperking, de tijds-<br />

En dan hebben we het nog niet gehad over de samenwerking met creatieve ondernemers.<br />

horizon. Over vijftien jaar moet van de wethouder de bulldozer eroverheen kunnen om<br />

De complexiteit wordt vergroot door de weerstand van creatieven tegen ordening. Zij zoeken<br />

plaats te maken voor een definitieve invulling. Daarmee werd de projectmanager voor een<br />

naar maximale vrijheid en gedijen beter dan overheden in een onzekere omgeving met een<br />

lastig dilemma geplaatst: welke <strong>functies</strong> zouden binnen vijftien jaar de investeringen kunnen<br />

ongekende toekomst. De weerstand werd zichtbaar op een bijeenkomst van creatieve onder-<br />

terugverdienen? Het advies van de expertmeeting was tweeledig. Dat kan alleen met hernemers<br />

op het Coolhaveneiland, waar werd opgeroepen om de ontwikkeling buiten de<br />

gebruik van <strong>gebouwen</strong> óf nu door verplaatsing, óf straks door herplaatsing op een andere<br />

ambtenaren om ter hand te nemen. Volgens hen slaat de creativiteit dood bij de gemeente.<br />

plek. Het zou ook kunnen met een grote publieksstroom die bijvoorbeeld door de horeca<br />

Een stoer radicalisme dat uiteindelijk contraproductief uitpakt. De gemeente zal hoe dan<br />

op gang wordt gebracht. Uiteindelijk is gekozen voor een tijdelijke grondexploitatie op<br />

ook deel uitmaken van het spel en wel op meerdere niveaus.<br />

De drang maar meestal ook bittere noodzaak om ontwikkelingen onder controle te<br />

basis van beperkte investeringslasten.<br />

houden, geldt ook voor projectontwikkelaars en woningcorporaties. Voorkomen moet<br />

Ondernemende coalities, naar een vruchtbare rolverdeling<br />

worden dat risicomijdend gedrag het uitgangspunt gaat vormen. Goede vormen van risico-<br />

Corporaties vervullen een <strong>nieuwe</strong> rol tussen marktpartijen en overheid. De maatschappelijke<br />

management waarin rekening wordt gehouden met kansen en bedreigingen en gewerkt<br />

opdracht van de corporatie staat nog steeds bovenaan, maar de vorm waarin deze gerealiseerd<br />

wordt met toekomst scenario’s in plaats van een lineaire ontwikkelingsgang, zijn een<br />

moet worden is privaat. Vroeger kon de corporatie volstaan met het bouwen en beheren van<br />

onmisbaar gereedschap.<br />

woningen, maar in deze tijd staat de corporatie tevens voor de ontwikkeling van de wijk als<br />

Vertrouwen is in deze tijd niet meer gebaseerd op een eindbeeld en evenmin op de arbeids-<br />

onderdeel van de stad. Een corporatie kan zich vanuit maatschappelijk maar ook uit financieel<br />

deling. Een gemeenschappelijk toekomstbeeld is moeilijk meer voorstelbaar in deze tijd,<br />

oogpunt geen achterstandswijken veroorloven. Corporaties realiseren zich meer en meer<br />

maar een visie waarin de perspectieven van meerdere partijen vervlochten zijn wel. Voor<br />

dat ze beleggingsinstellingen zijn met een grote portfolio in kwetsbare omgevingen. Het<br />

vertrouwen is meer nodig: een handelingsperspectief waarin partijen weten wat ze van<br />

ontwikkelen van cultureel-economische strategieën voor aandachtswijken ligt wel op de<br />

elkaar kunnen en mogen verwachten.<br />

weg van de corporatie, maar het staat nog in de kinderschoenen. Tot op heden beperkt het


96 97<br />

Industrieel erfgoed op het Hembrugterrein<br />

in Zaandam wacht op renovatie<br />

en een <strong>nieuwe</strong> bestemming.<br />

‘Het ontwikkelen van<br />

cultureel-economische<br />

strategieën voor<br />

aandachts wijken ligt<br />

op de weg van de<br />

corporatie, maar het<br />

staat nog in de kinderschoenen.’


zich voornamelijk tot initiatieven op gebouwniveau. Of de corporaties deze rol aankunnen<br />

profiteren van het indirecte rendement mede-investeerder worden in dit soort van tijdelijke<br />

staat nog te bezien. Het voordeel is dat corporaties veel kennis van de wijk hebben en<br />

exploitaties. Omdat het gaat over zeer lange termijnen zullen vooral grotere vastgoed-<br />

opereren tussen de markt en overheid. Vaak hebben ze veel vertrouwen bij de creatieve<br />

partijen (corporaties, beleggers) geïnteresseerd zijn in dit soort constructies. Op het KNSM-<br />

sector, meer dan de overheid en de markt.<br />

eiland in Amsterdam is door de corporaties geïnvesteerd in ateliers en huisvesting van<br />

Corporaties kunnen ook de link leggen tussen de puur fysieke aanpak in de wijk en de<br />

kunstenaars. Zonder dat men zich daar toen van bewust was, is dit een zeer goede investering<br />

culturele of creatieve strategie. Binnen het corporatiebezit kan de waardeontwikkeling van<br />

geweest. De kunstenaars op het KNSM-eiland bleken belangrijke sfeerbepalers die het<br />

de omgeving vertaald worden in stijgende bedrijfswaarden. Meerdere corporaties kunnen<br />

gebied mede gemaakt hebben tot wat het nu is. Vanzelfsprekend is in veel situaties de over-<br />

ook een gezamenlijke strategie voor een wijk ontwikkelen, zoals op het Coolhaveneiland.<br />

heid een van de partijen die profiteren van waardeontwikkeling. Haar aandeel in het in-<br />

Dat vraagt wel goede uitvoeringscoördinatie. In hun private rol zijn corporaties immers<br />

directe rendement zal zich vertalen in stijgende grondprijzen. Middels PPS-constructies of<br />

ook elkaars concurrenten.<br />

bijdragen uit de grondexploitatie kan ook de overheid bijdragen in onrendabele exploitaties.<br />

Coolhaven laat ook zien dat ondernemende coalities niet vanzelf tot stand komen. Het bij<br />

Het ontbreekt momenteel in de vastgoedpraktijk aan een instrumentarium om indirect<br />

elkaar brengen van initiatieven van onderop en grote instellingen als corporaties en over-<br />

rendement toe te rekenen aan de exploitatie van dit soort <strong>gebouwen</strong> of initiatieven (hetzelfde<br />

heid is een moeizaam proces. Hier ligt een belangrijke taak voor procesmanagers om tussen<br />

speelt bij de invloed van voorzieningen op de waardeontwikkeling). Dat is logisch, omdat<br />

partijen te coördineren en de verwachtingen van partijen te managen. Corporaties hebben<br />

waardeontwikkeling afhankelijk is van een veelheid aan factoren en speculatief is. Uiteinde-<br />

behoefte aan een investeringskader, creatieven aan actie, beide zijn onmisbaar voor succes.<br />

lijk is het een kwestie van ondernemerschap en vertrouwen in de ontwikkeling. Toch kan<br />

Op het Coolhaveneiland wordt gewerkt met een projectenplan om de belangen te verenigen.<br />

met een aantal eenvoudige rekensommen van een boventrendmatige waardeontwikkeling<br />

Daarnaast is er behoefte aan een vereniging met andere eigenaren en met de gemeente. Een<br />

van het te ontwikkelen en omliggend vastgoed, inzicht verkregen worden in de effecten.<br />

brede coalitie vereist onderhoud en een uitvoeringsgerichte cultuur. Het duurt vaak lang<br />

Dan blijkt natuurlijk dat de tijd en schaal van de ontwikkeling doorslaggevende factoren<br />

voor de beheersmatige cultuur heeft plaatsgemaakt voor een meer ondernemende.<br />

zijn. Zo blijkt het voor een consortium waarin Kristal participeert in Laakhaven (Den Haag)<br />

Gebiedsmacht is essentieel voor een effectieve investeringsstrategie. Een ondernemende<br />

aantrekkelijk om te investeren in een cultuurgebouw, omdat een boventrendmatige stijging<br />

coalitie zal daarom altijd moeten bestaan uit de belangrijkste vastgoedpartijen gekoppeld<br />

van de verkoopprijzen wordt verwacht in de jaren na oplevering ervan. Het betreft hier<br />

aan de belangrijkste ondernemende partijen. In sommige gevallen zou overwogen kunnen<br />

ruim duizend woningen in een tijdspanne van ongeveer acht jaar.<br />

worden een wijkontwikkelingsmaatschappij (WOM) of andere PPS-constructie op te<br />

Moeilijker wordt het wanneer er geen sprake is van een dominante vastgoedpartij en het<br />

richten, op deze wijze kan de overheid meeprofiteren van haar investeringen en ontstaat<br />

eigendom verdeeld is, hetgeen vaak het geval is in bestaand stedelijk gebied. Investeringen<br />

98 een gelijkgericht publiek en privaat belang.<br />

dreigen dan vooral ten goede te komen aan free-riders. Dan wordt het een uitgebalanceerde<br />

strategie van beperkt investeren en verwerven, totdat de vastgoedpositie afdoende is. Free-<br />

99<br />

Investeren en verevenen<br />

riders zijn echter nooit uit te sluiten. De <strong>nieuwe</strong> grondexploitatiewet biedt weliswaar een<br />

Investeren in creatieve economie hoeft beslist niet onrendabel te zijn, zoals het succes van<br />

MediaWharf in Amsterdam leert. In veel binnenstedelijke ontwikkelingen is echter sprake<br />

instrumentarium om kosten te verhalen, maar niet om baten af te romen.<br />

van een relatief slecht renderende investering, die alleen afgewogen kan worden in relatie<br />

Conclusies<br />

tot de gebiedsontwikkeling als geheel. De creatieve economie floreert het best in gemengde<br />

Investeren in creatieve economie kan een belangrijke bijdrage leveren aan het succes van<br />

woon-werkgebieden of aan de rand daarvan. Andersom zijn gebieden met een ‘urban<br />

binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen. Dat is geen vanzelfsprekendheid. Creatieve bedrijvig-<br />

vibe’ van creatieve economie aantrekkelijk voor bepaalde groepen bewoners. De creatieve<br />

heid is op zoek naar aantrekkelijk vastgoed nabij de rafelranden van stedelijke ontwikkelingen.<br />

economie maakt veelal onbekende plekken in de stad zichtbaar en functioneert in die zin<br />

Als strategie voor binnenstedelijke ontwikkeling is het slechts interessant als er ook een<br />

als een kataly sator voor de erop volgende gebiedsontwikkeling. De vastgoedstrategieën ten<br />

creatief milieu ontstaat van interactie tussen creatieven en bewoners. Dat vergt een integrale<br />

aanzien van wonen en creatieve economie gaan hand in hand. Er is sprake van een maximale<br />

benadering van wonen en (culturele) bedrijvigheid waarbij beide doelgroepen elkaars meer-<br />

synergie wanneer creatieven en bewoners een plek herkennen als een creatief milieu,<br />

waarde herkennen; een sociaal-cultureel en economisch perspectief dat zich vertaalt in<br />

‘a place to be’. Succesvolle investeringsstrategieën zullen altijd uitgaan van deze integrale<br />

waardeontwikkeling.<br />

benadering, dat noemen we gebiedsontwikkeling. Als de investeerder ziet dat zijn woningen<br />

Investeren in creatieve economie is een kwestie van korte en lange termijn; veelal tijdelijke<br />

meer waard worden door de aanwezigheid van een aantrekkelijk creatief milieu (waarin<br />

exploitaties die pas renderen indien ze in het perspectief worden geplaatst van de langetermijn-<br />

horeca vaak een doorslaggevende rol speelt), zal hij bereid zijn te investeren in creatieve<br />

gebiedsontwikkeling. Deze twee tijdshorizonten moeten aan elkaar worden verbonden.<br />

economie. De creatieven op hun beurt willen zich liever niet vestigen in een saaie of mono-<br />

Dat vergt rekenmodellen maar vooral ook coalities van langetermijninvesteerders, overheid<br />

functionele omgeving.<br />

en creatieven. In deze coalities zit vaak een spanningsveld tussen bureaucratie en onder-<br />

Investeren met het oog op waardeontwikkeling is echter een zaak van lange adem, zeker in<br />

nemer schap. Deze multi-sector-omgeving dient geaccepteerd te worden. Het opbouwen<br />

het geval van de creatieve economie. In de casus van Amersfoort maar ook in andere situaties<br />

van vertrouwen middels intensieve netwerken is een sleutel tot succes.<br />

wordt de creatieve invulling in eerste instantie gebruikt om het gebied op de kaart te zetten.<br />

Corporaties kunnen hierin een bijzondere rol spelen, enerzijds hebben ze vanuit hun vastgoed-<br />

Er is sprake van een tijdelijke exploitatie en de investeringen moeten in een korte periode<br />

posities directe belangen in de ontwikkeling van duurzame milieus voor wonen en werken<br />

worden afgeschreven. Dit legt ofwel een te grote commerciële druk op de tijdelijke exploitatie,<br />

en denken ze vanuit een langetermijnperspectief. Anderzijds vervullen ze een bijzondere<br />

waardoor het doel voorbij wordt geschoten, of de gemeente moet bijspringen met subsidies.<br />

rol tussen het private en het publieke belang. Het ontbreekt de corporaties op dit moment<br />

De tijdelijke exploitatie heeft wel als indirect effect een waardestijging van de grond<br />

gerealiseerd. Dit is ook het geval op de NDSM-werf. Investeren in creatieve economie moet<br />

worden gezien als een langetermijninvesteringsstrategie. Dat kan alleen als de partijen die<br />

nog aan organiserend vermogen. Daar ligt een grote uitdaging.


Manchester<br />

Northern Quarter<br />

Auteurs<br />

Tot in de jaren zeventig werd de hoofdstraat<br />

van het Norther Quarter gezien als Manchesters<br />

populairste commerciële gebied. De jaren tachtig<br />

luidden echter een periode in van algehele neergang<br />

en verval. Dankzij de lage huurkosten, soepelheid<br />

met het afgeven van de planolo gische vergunningen,<br />

de centrale ligging en de beschik baar heid<br />

van de overgebleven leegstaande commerciële<br />

panden en pakhuizen, werd het gebied aantrekkelijk<br />

voor alternatieve, culturele bedrijven, die een<br />

rekolonisatie inzetten.<br />

Tegen het begin van de jaren negentig begonnen<br />

deze lokale ondernemers aandacht te vragen voor<br />

het potentieel dat het creatieve milieu in het<br />

noorden van Manchester bood en werd een lobby<br />

gestart op lokaal niveau. In 1993 leidde dit tot<br />

de oprichting van de Eastside Association (later<br />

de Northern Quarter Association genoemd), waarin<br />

de lokale ondernemers zich verenigden. Het stadsbestuur<br />

kwam in aanraking met deze organisatie<br />

en vanuit de gedeelde belangen werd een gezamenlijke<br />

ontwikkelingsstrategie voor het gebied geformuleerd.<br />

Uit een intensieve inventarisatie van de economische<br />

en culturele capaciteiten binnen het gebied<br />

volgde het concept van een ‘cultureel kwartier’;<br />

het Northern Quarter werd een feit. Het aantrekken<br />

van kleinschalige, creatieve bedrijven, investering<br />

in de publieke ruimte, woningbouw en een levendig<br />

nachtleven waren speerpunten van het herontwik-<br />

kelingsproject. Het Institute for Popular Culture als het CIDS een faciliterende rol.<br />

100 Manchester staat bekend als geboorteplaats van de eerste industriële<br />

101<br />

revo lutie. Al in de late jaren zestig van de vorige eeuw ondervond de stad,<br />

eveneens als eerste, de gevolgen van de deïndustrialisatie. Cultuur werd<br />

al snel aangewend als middel om investeringen, toeristen en bewoners aan<br />

te trekken en <strong>nieuwe</strong> economische impulsen te genereren en vormt een<br />

speerpunt in de regeneratieprocessen die vanaf midden jaren tachtig zijn<br />

geïnitieerd. Het stadsbestuur heeft een breed stadsvernieuwingsprogramma<br />

gelanceerd, met als basis het aantrekken van investeringen en het her<strong>nieuwe</strong>n<br />

van het stedelijk imago. Cultuur vormde hierbij het sleutelwoord.<br />

De culturele strategie van Manchester rust op een tweetal intenties, enerzijds<br />

het verbreden van de doelstellingen en het integreren met andere<br />

velden van stedelijk management en anderzijds het vergroten van de<br />

variëteit aan belanghebbenden die betrokken zijn in het stedelijk beleid.<br />

Het Manchester model van cultuurgedreven herontwikkelingsbeleid wordt<br />

internationaal erkend en tot voorbeeld genomen. Belangrijke succesfactor<br />

is de unieke organisatorische en strategische aanpak van verschillende<br />

projecten in de stad. Het Norther Quarter is hier een goed voorbeeld van.<br />

(Manchester Metropolitan University) is vanaf het<br />

begin nauw betrokken geweest bij de ontwikkeling<br />

van het Northern Quarter, middels het uitvoeren<br />

van haalbaarheidsstudies en verscheidene publicaties<br />

over het culturele district.<br />

Vandaag de dag wordt het Northern Quarter<br />

gekarak teriseerd door een mix van commerciële<br />

creatieve industrie, ‘semi-commerciële’ bedrijvigheid<br />

alsmede gesubsidieerde creatieve onder nemingen<br />

zoals Band on the Wall, een poppodium met<br />

wereld wijde bekendheid. Een kernkwaliteit van<br />

de creatieve industrie is de aanwezigheid van onafhankelijke<br />

detailhandel. Deze richt zich meer op<br />

nichemarkten en draagt daarmee bij aan het unieke<br />

karakter van het gebied. Kleinschalige culturele<br />

bedrijvigheid, zoals kleding boetieks, muziekzaken<br />

en barretjes overheersen in het gebied. Ook<br />

bevinden zich in Northern Quarter twee belangrijke<br />

instellingen die de creatieve industrie ondersteunen:<br />

de Department Store, die expositie- en werkruimtes<br />

biedt aan kunstenaars en kunstgroepen en het<br />

levendige Manchester Craft and Design Centre.<br />

Deze gemeentelijke instelling is de grootste aanbieder<br />

van studio- en detailhandelruimte en stimuleert<br />

ontwerpers in de noordwestregio. Eveneens<br />

bevindt zich in het gebied een van de eerste<br />

en meest succesvolle organisaties ter promotie<br />

van creatieve industrie, de in 2000 opgerichte<br />

Cultural Industries Development Service (CIDS).<br />

Dit is een vraaggerichte organisatie met taken<br />

als informatie voorziening en doorverwijzing van<br />

creatieve onder nemers, bemiddeling voor studenten<br />

en afgestudeerden, subsidiëring van de oprichting<br />

of uit breiding van bedrijven, sectorale promotie-<br />

subsidies, netwerkontwikkeling en professionele<br />

ontwikkelingsprogramma’s.<br />

Het Northern Quarter is een voorbeeld van een<br />

geregenereerd gebied waarin de publieke interventie<br />

zich beperkte tot het opknappen van <strong>gebouwen</strong><br />

en openbare ruimte en de verbetering van de infrastructuur.<br />

Aan het project kwam nauwelijks enige<br />

vorm van geplande investering te pas en daarmee<br />

is het een toevluchtsoord voor de avant-garde<br />

(handwerk, mode en ontwerp productie) geworden,<br />

gekarakteriseerd door micro bedrijven en organisaties<br />

die voor een groot deel zijn voortgekomen uit<br />

de roemruchte jeugd- en popmuziekcultuur ian de<br />

stad. Het initiatief wordt gedragen door een breed<br />

samenwerkingsverband volgens een governancemodel<br />

van stadsbestuur, lokale bedrijvigheid,<br />

bewoners, kunstinstellingen, culturele producenten<br />

en grondbezitters. Het initia tief lag echter bij de<br />

ondernemers zelf. Zij zorgden voor de herwaardering<br />

van het gebied, waarna in het kielzog allerlei<br />

andere ondernemers en organisaties de weg naar<br />

het Northern Quarter wisten te vinden en een<br />

revitaliseringslag werd ingezet. Zij wisten zich te<br />

verenigen in een krachtige coalitie waarmee voorkomen<br />

is dat grootschalige ‘corporate’ investeerders<br />

het gebied onder handen hebben genomen.<br />

Ook het stadsbestuur stelt zich terughoudend<br />

op en draagt vooral zorg voor de noodzakelijke<br />

ingrepen in de infrastructuur en publieke ruimte.<br />

Daarnaast vervult de overheid middels instituten<br />

De vitaliteit van het gebied is gecreëerd door<br />

degenen die er werken en leven. Op die manier<br />

zijn het onderscheidende karakter en de ‘sense<br />

of place’, behouden gebleven. ‘Grote gebaren’<br />

hadden het gebied beroofd van zijn identiteit. Door<br />

desinteresse van de overheid en projectontwikkelaars<br />

hebben er echter geen grootschalige sloop/<br />

nieuwbouwprocessen plaatsgevonden. In feite<br />

boden de economische neergang en het verval<br />

van het gebied de beste uitgangspositie voor het<br />

ontstaan van een dynamisch creatief milieu.<br />

Daarmee ontstaat een interessant perspectief voor<br />

de aandachtswijken in Nederland. Met behulp van<br />

creatieve ondernemers en door een bottom-upstrategie<br />

kan een <strong>nieuwe</strong> dynamiek ontstaan.<br />

Grote ingrepen zijn niet nodig, wel een krachtige<br />

coalitie van betrokken partijen die bereid zijn om<br />

in gezamenlijkheid en met een ongekende toekomst<br />

de herontwikkeling van een gebied ter hand te<br />

nemen. De krachtige identiteit van een wijk biedt<br />

het vertrouwen en de basis voor een succesvolle<br />

afloop. In wijken uit de proeftuinen als Klarendal<br />

en Coolhaveneiland wordt al volop geëxperimenteerd<br />

met een soortgelijke aanpak.<br />

Gebaseerd op:<br />

R.C. Kloosterman e.a. (2007), Proeftuinen.<br />

Cultuur als hefboom voor de lokale economie.<br />

De cases Helsinki, Manchester, Lille, Milaan<br />

en Birmingham.


Hoofdstuk 4<br />

Gerben van Straaten, Walas The Maverick<br />

Waardeontwikkeling<br />

en creatieve<br />

economie<br />

‘It is so easy to blame the decay of cities<br />

on traffic... or immigrants... or the whimsies<br />

of the middle class. The decay of cities goes<br />

deeper and is more complicated. It goes right<br />

down to what we think we want, and to our<br />

ignorance about how cities work. The forms<br />

in which money is used for city building<br />

– or withheld from use – are powerful<br />

instruments of city decline today. The forms<br />

in which money is used must be converted<br />

to instruments of regeneration – from<br />

instruments buying violent cataclysms<br />

to instruments buying continual, gradual,<br />

complex and gentler change.’<br />

Jane Jacobs, The death and life of great American cities, 1961<br />

Creatieve economie als instrument voor stedelijke vernieuwing.<br />

Creatieve economie is populair. Zo populair dat wie er niet aan meedoet gemakkelijk het<br />

verwijt zal krijgen kansen onbenut te laten. Een stad die zich niet richt op de ontwikkeling<br />

van de creatieve sector loopt het risico niet serieus te worden genomen. ‘En maakt dat wat<br />

uit?’, zou u zeggen. Ja, dat maakt wat uit. Een illusie of niet, het uitstralen van creativiteit,<br />

vernieuwing, innovatie en jeugdigheid is attractief voor <strong>nieuwe</strong> bedrijvigheid en heeft een<br />

positieve invloed op het vestigingsklimaat, het imago en de (re)creatieve positie van een stad.<br />

Zo maar een greep uit de krant. Het Arnhemse Spijkerkwartier is door de gemeente<br />

opgeschoond van prostitutie en aanverwante onwenselijke zaken (Sligter, 2008). Echt<br />

opgeknapt is de voormalige rosse buurt nog niet, maar veel creatievelingen klussen er<br />

inmiddels aan huizen en panden om er de hipste buurt van de regio van te maken. Zij zien<br />

de mogelijkheden om zich er te ontplooien, als kunstenaar of startend creatief ondernemer,<br />

maar ook als <strong>nieuwe</strong> bewoner. Het is nog onduidelijk waar het heen gaat, maar het gevoel<br />

van vernieuwing leeft volop. Ook de gemeente heeft er hoge verwachtingen van, die de<br />

<strong>nieuwe</strong> invulling van het gebied zelfs ontstijgen. Naar men hoopt zal de invulling een impuls<br />

geven aan de creatieve economie van Arnhem als geheel.<br />

Of neem Amsterdam. De stad doet rigoureuze ingrepen en doelgerichte investeringen<br />

om de uitwassen van de rosse economie te vervangen. De creatieve economie wordt hierbij<br />

heel gericht ingezet. Overgenomen panden worden betrokken door kunstenaars en modeontwerpers,<br />

die tegen gunstige voorwaarden de droomkans krijgen om zich te vestigen op<br />

plekken die in het normale economische verkeer onbereikbaar zijn voor startende bedrijven.<br />

Amsterdam gelooft in zichzelf als topstad en als mogelijke wereldleider van creatieve steden,<br />

naast bijvoorbeeld New York, London en Berlijn. De creatieve bedrijvigheid heeft succes<br />

en groeide tot inmiddels 6,8% van de totale werkgelegenheid in de stad, het aantal creatieve<br />

103


104<br />

starters is spectaculair gestegen met 12,2% (ANP, 2008). En het zij gezegd: Amsterdam heeft<br />

– met of zonder profetische visie – al vroeg geïnvesteerd in het succes van Westerpark en de<br />

Noordelijke IJ-oevers.<br />

Ook Rotterdam is in de ban van de creatieve economie (Wanders, 2007). Doel is economische<br />

vernieuwing, verbetering van verpauperde stadsdelen, een meer uitdagend imago<br />

en natuurlijk een sterke concurrentiepositie als vestigingsstad voor <strong>nieuwe</strong> bedrijvigheid.<br />

De Rotterdamse creatieven maken 3,3% uit van de werkenden en ze hopen dat dit in 2010<br />

zal zijn toegenomen tot 4%. Ook hier worden in korte tijd grote financiële impulsen gegeven.<br />

De Volkskrant bevestigt wat Charles Landry al eerder schetste: de creatieve sector werkt<br />

graag in aansprekende, authentieke <strong>gebouwen</strong>. Industrieel erfgoed is bij uitstek geschikt.<br />

Rotterdams Van Nellefabriek is een vermaard voorbeeld, dat verleidt tot navolging. Dus<br />

er wordt geïnvesteerd.<br />

Vele andere steden volgen hetzelfde voorbeeld. Eindhoven kiest richting als designstad,<br />

Arnhem als modestad, Enschede profileert zich met muziek en <strong>nieuwe</strong> media, Leiden met<br />

creatieve communicatie-industrie, Hengelo onder andere met kunst, ontwerp en ambacht.<br />

De activiteiten van creatieven slaan neer in opvallende en robuuste <strong>gebouwen</strong>. Leegstaande<br />

fabrieks<strong>gebouwen</strong> zijn er genoeg en er komen dagelijks <strong>nieuwe</strong> bij.<br />

De <strong>gebouwen</strong> zijn aantrekkelijk voor de creatieve bedrijvigheid. Ze stralen authenticiteit<br />

en eerlijkheid uit, zijn robuust en kunnen tegen een stootje. De vloerindeling en vloerbelastingen<br />

van de panden die eens de industriële machineparken moesten huisvesten, laten<br />

experimenten en producties toe die moderne <strong>gebouwen</strong> nog zelden verdragen. En wat nog<br />

meer speelt: in de eerste fases van revitalisering door creatieve industrie zijn relatief lage tot<br />

zeer lage huisvestingskosten te verwachten. Toch liggen ze vaak midden in een aantrekkelijke<br />

stedelijke omgeving. Die is immers deels ontstaan door de activiteiten die zich in de industriecomplexen<br />

afspeelden.<br />

Creatieve economie en industrieel erfgoed zijn daardoor nauw verbonden. Zo nauw zelfs,<br />

dat in de discussies die er worden gevoerd over de ontwikkeling van creatieve stedelijke<br />

economie het soms onduidelijk is wanneer de argumentatie over creatieve economie<br />

ophoudt en die over industrieel of stedelijk erfgoed begint. Dat deze beide niet over één<br />

kam kunnen worden geschoren, zal nog duidelijk worden.<br />

105<br />

Geleidelijke en explosieve waardecreatie<br />

Meer dan Landry en Florida, de goeroes van de creatieve stad, leert Jane Jacobs ons over<br />

mechanismen die van een stad een levend orgaan maken. Het citaat waarmee dit hoofdstuk<br />

opent, dateert uit de jaren zestig jaren van de vorige eeuw. Hoewel de problemen in de steden<br />

tegenwoordig in andere gedaante en omvang verschijnen dan destijds, blijft de kern van<br />

Jacobs’ betoog overeind. Haar stad is meer een verzameling mensen, dan <strong>gebouwen</strong>, straten,<br />

scholen. Ze zoekt naar de menselijke maat, het overzicht in alle levensfases, de ruimte voor<br />

levensbehoeften en de stedelijke anatomie, waarin het organisme vitaal blijft.<br />

Net als toen staat de toekomst van steden vandaag volop op de agenda. Steden groeien<br />

nog steeds en de ruimtelijke druk neemt toe. Problemen van verkeer en mobiliteit vragen<br />

onverminderde aandacht. Nieuwe bevolkingsgroepen veranderen de stad op sociaal-cultureel<br />

gebied, maar ook op economisch gebied. De vraag dringt zich meteen op hoe deze <strong>nieuwe</strong><br />

invloeden zich mengen met de historie, het erfgoed en het karakter van de stad. Een vitale<br />

stad herkent en erkent haar eigen stedelijk DNA, hoe sterker dit is geprofileerd, des te beter<br />

het zich verbindt en verbetert met het DNA van <strong>nieuwe</strong> bewoners. Jacobs pleit sterk voor<br />

diversiteit en ze streeft naar multifunctionaliteit in elk gedeelte van de stad. De analogie met<br />

de creatieve economie is sterk waar zij beschrijft hoe groot het belang is dat de menselijke<br />

maat en de multifunctionaliteit zich manifesteren in relatief kleine en overzichtelijke<br />

een heden. Elke wijk is op zich een compleet stuk stad, levend en organisch, intelligent<br />

en gezond, geschikt om te groeien en mee te bewegen met de ontwikkeling van de stad<br />

als geheel. Voor de voortdurende succesrijke doorontwikkeling van een stad poneert zij<br />

Kunstenaars Thijs Trompert en Marisja<br />

Smit dragen met hun atelier in de voormalige<br />

fabriek Rohm & Haas bij aan de<br />

waardeontwikkeling in het Oliemolenkwartier<br />

in Amersfoort.


in zeer ferme bewoordingen de noodzaak tot het behoud en het gebruik van oude <strong>gebouwen</strong><br />

op financiële middelen en methodes om creatieve economie te ontwikkelen en hoe het<br />

als compromisloze voorwaarde voor duurzame vitaliteit.<br />

stedelijk en industrieel vastgoed kan worden behouden en opnieuw gebruikt. Daarvoor<br />

Voor Jacobs zijn dit de cruciale factoren die een stad fris, levendig, bewoonbaar en zowel<br />

is inzicht nodig in de toegevoegde waarde van creatieve economie, de waardecreatie van<br />

economisch als sociaal-cultureel levenskrachtig en duurzaam maken. Niet de verkeers-<br />

betrokken vastgoed en het belang van beide voor de vitaliteit van de stad en de economie<br />

problematiek en of de immigratie zet onze stadsontwikkeling onder druk, maar het gebrek<br />

in het algemeen. De condities waaronder financiering mogelijk is, dienen in kaart te worden<br />

aan begrip hoe een stad werkt. De wijze waarop geld en kapitaal beschikbaar komen voor<br />

gebracht om deze meer methodisch en strategisch te kunnen inzetten. Geld heeft zijn<br />

de stedelijke groei hoe de financiering kan worden geïnstrumentaliseerd tot een methode<br />

beperkingen en is op zichzelf ook geen garantie voor succes. Onder ongunstige condities<br />

om de gewenste revitalisering te bereiken, daar gaat het om. Jacobs herkent daarin ‘gradual<br />

kan geld alleen weinig uitrichten.<br />

money’ en ‘cataclysmic money’, letterlijk ‘geleidelijk geld’ en ‘rampengeld’, hier aangeduid<br />

Wat weinigen zich realiseren, is dat bij gunstige condities de kans op succes nog steeds gering<br />

als ‘regelmatig kapitaal’ en ‘lawinekapitaal’.<br />

is. Geld kan voor de stad evenveel schade veroorzaken als nut hebben. Zonder de juiste<br />

In de processen rondom creatieve economie en industrieel erfgoed treden deze onderwerpen<br />

condities volgen geen investeringen op de juiste plek, zonder financiering zullen de gewenste<br />

opnieuw op de voorgrond als inzet voor profilering en tactische stadsontwikkeling. De<br />

ontwikkelingen niet tot stand komen. We dienen mogelijke waardeontwikke lingen te her-<br />

creatieve economie is zo populair dat wie er niet aan meedoet gemakkelijk het verwijt zal<br />

kennen om de gewenste verandering zonder onnodig risico te kunnen nastreven. Dat het<br />

krijgen kansen onbenut te laten. De vraag is of we inmiddels voldoende begrijpen hoe een<br />

begrip waarde door verschillende betrokkenen uiteenlopend wordt begrepen, zal duidelijk<br />

stad werkt, of dat we simpelweg de toolkits van Florida en Landry volgen.<br />

zijn. Dat er in relatie tot dat begrip door verschillende betrokkenen ook uiteen lopende geld-<br />

Gezien persberichten over stormachtige ingrepen in de grote steden, worden daar nu kansen<br />

stromen ontstaan die instrumenteel zijn voor de ontwikkeling van creatieve economie, is<br />

gezien die men eerder heeft laten liggen. Er is een sterk gevoel van urgentie om nu vooral<br />

daarvan een logisch gevolg.<br />

snel en veel te doen om de creatieve economie in de eigen stad op de troon te tillen en de<br />

Van oudsher zijn de pure financiers, de banken, het meest betrokken. Ze verlenen kredieten<br />

concurrentie voor te zijn in de culturele vernieuwing. Een gebrek aan geleidelijkheid en<br />

en leningen aan mensen in de stad, die daarmee hun huizen financieren, hun bedrijven, de<br />

regelmatige financiering van de stedelijke vernieuwing kan leiden tot verpaupering. Dat is<br />

opleiding van hun kinderen. Nieuwe initiatieven, ook in de creatieve economie, zullen hun<br />

te wijten aan gebrek aan inzicht in de noodzakelijk processen, het te laat onderkennen van<br />

bank bij hun initiatief betrekken, met diverse effecten. De bedrijvigheid komt wellicht beter<br />

trends en een verkeerde politieke en strategische prioritering. Een gebrek aan aandacht en<br />

en sneller tot resultaat, het bedrijfje kan een bedrijfspand huren en daarvoor een redelijke<br />

investeringen leidt tot achterstanden, die vaak pas worden opgelost als de negatieve waarde-<br />

prijs betalen, er zullen eventueel extra arbeidsplaatsen ontstaan. Reeds gevestigde bedrijven<br />

ontwikkeling een diepte heeft bereikt waardoor het interessant wordt om tot rigoureuze<br />

hebben ook een lening bij hun lokale bank. Ze kunnen aanhaken op de <strong>nieuwe</strong> ontwikke-<br />

106 ingrepen en investeringen te komen, met hoge financiële waardecreatie en rendementslingen<br />

en een deel van hun kapitaal inzetten op de <strong>nieuwe</strong> ontwikkelingen.<br />

107<br />

verwachtingen. Het proces van verpaupering, lawinekapitaal en explosieve waardecreatie<br />

Overheden en semi-overheden zijn steeds meer als financiële partner betrokken. Het behoort<br />

wordt door Jacobs aangeduid als ‘slummin and unslumming’. Dit mechanisme heeft als<br />

tot de kerntaken van de overheid rechtstreeks in de stad te investeren om publieke/generieke<br />

nadeel dat na de explosieve input er vooral rendement wordt ‘genomen’ door de investeerder<br />

condities te scheppen, bijvoorbeeld logistiek, zoals geschikte ruimten, regelgeving en<br />

en het project opnieuw een route inzet naar verpaupering. Na de explosieve investerings-<br />

bestemmingen. Daarmee worden vele secundaire effecten bewerkstelligd, zoals scholing<br />

injecties blijft de continue financieringsstroom uit waarmee een minder traumatisch<br />

en opleidingen.<br />

veranderings- en aanpassingsproces een kans gegeven zou worden. Grote waardefluctuaties<br />

De overheid kan de markt beïnvloeden door garanties te verlenen aan particulieren en<br />

in het economische proces en het betrokken vastgoed zijn het gevolg. Van oudsher waren<br />

bedrijven en door investeringen in de gewenste sectoren aan te moedigen. De overheid<br />

het vooral ontwikkelaars en investeerders die met hun explosievere aanpak de heftige<br />

verleent subsidies voor startende bedrijven, maar ook aan culturele en creatieve instellingen<br />

schommelingen teweegbrachten en dienden vooral de overheden met meer regelmatige<br />

die zich daarmee bijvoorbeeld kunnen mengen in de clustering van creatieve activiteit, ook<br />

financiering voor de geleidelijkheid en betere beheersbaarheid van de vernieuwings-<br />

als huurder van de te revitaliseren <strong>gebouwen</strong>. Net als bij banken hebben de investeringsprocessen<br />

te zorgen.<br />

beslissingen van de overheden indirecte resultaten.<br />

In de ontwikkeling van creatieve economie en de herontwikkeling van industrieel en stede-<br />

Ten slotte heeft de overheid sociale doelstellingen van publieke aard, zoals stedelijke<br />

lijk vastgoed ervaren we dat ook de overheid meedoet in de explosieve aanpak. Dit zal grote<br />

vernieuwing. Het tegengaan van verpaupering, criminaliteit en andere ongewenste effecten<br />

gevolgen hebben voor de concrete waardeontwikkeling. Steden bemoeien zich nadrukkelijk<br />

die een negatieve invloed hebben op de buurt, verlicht de sociale problemen, maar heeft<br />

met de kansen en veranderingen, ze ontwikkelen tactische inhoud, bemoeien zich met de<br />

ook directe waarde-effecten op de omgeving.<br />

creatieve branchering en trekken niet zelden hun beurs. Amsterdam en Arnhem forceren met<br />

De derde partij, ontwikkelaars en grootschalige investeerders, speelt een steeds belangrijkere rol.<br />

intensief optreden de veranderingen in hun rosse buurten. In hoeverre de <strong>nieuwe</strong> industrie<br />

Zij richten zich meer op projectlocaties en de kansen op waardeontwikkeling en rende-<br />

zich aanpast aan de waarde van de panden, of uiteindelijk de waarde van de investeringen<br />

menten die rechtstreeks uit een project voortvloeien. Waar banken en overheden vooral<br />

wordt genivelleerd tot het niveau van de <strong>nieuwe</strong> gebruikers, valt nog te bezien. In hoeverre<br />

op regelmaat en geleidelijkheid uit zijn, is het laatste type financiering meer gericht op<br />

steden met hun bemoeienis de juiste veranderingsprocessen mogelijk maken, of ze daarmee<br />

de snelle, intensieve investering, vaak op een locatie van beperkte omvang.<br />

de organische veranderingen die door de mensen worden geïnitieerd katalyseren of juist<br />

Uit de aangehaalde krantenberichten blijkt dat de overheid van rol verandert en zich meer en<br />

frustreren, zal evenzeer in de toekomst moeten blijken.<br />

meer opstelt als ‘cataclysmic financer’. Waar deze opstelling niet gepaard gaat aan een vervolgstrategie<br />

van geleidelijke progressieve ontwikkeling, zullen de lawine-ingrepen vaak niet tot<br />

Waarde als meervoudig begrip<br />

een succes voor de stad leiden. Ook de gemeente kan zijn geld maar één keer uitgeven.<br />

Er is tot nog toe vooral geschreven over creatieve economie, de voorwaarden waaronder<br />

De waarde die betrokkenen bij stedelijke vernieuwing vanuit de eigen discipline zien en<br />

deze ontstaat, het hergebruik van industriële complexen en het intrinsieke succes van<br />

de bereidheid om waardevormende ontwikkelingen te financieren, zijn sterk met elkaar<br />

steden, maar nog weinig over de financiering van deze processen. Hierna zullen we ingaan<br />

verbonden. Het een volgt ook niet op het ander, het is een dynamisch proces van wederzijdse


108 109<br />

De buitenruimte van de NDSM-werf<br />

als theaterdecor<br />

‘Lawinekapitaal en explosieve<br />

waarde creatie hebben als nadeel dat<br />

er snel rendement wordt genomen<br />

en het project opnieuw de route inzet<br />

naar verpaupering.’<br />

Kunstenaars en creatieven in de NDSM-<br />

Kunstad bouwen hun eigen werkruimtes<br />

in cascoconstructies van Dynamo<br />

Architecten.


110<br />

Figuur 4 piramide van de economische waardecreatie<br />

1<br />

2<br />

3<br />

4<br />

diensten<br />

goederen leveren<br />

diensten bedenken en leveren<br />

commodities<br />

grond en delfstoffen<br />

ontdekken en ontginnen<br />

oud vasgoed<br />

vasthouden, consolideren,<br />

transformeren<br />

creative economie<br />

bedenken en ver<strong>nieuwe</strong>n<br />

verbinden en veranderen<br />

industrie<br />

grond en delfstoffen bewerken<br />

goederen maken<br />

toegevoegde waarde<br />

toegevoegde waarde<br />

toegevoegde waarde<br />

toegevoegde waarde<br />

toegevoegde waarde<br />

beïnvloeding. De symmetrie van waardecreatie door projecten en van financierbaarheid<br />

van projecten is volledig en over de gehele lengte van de problematiek is de een gespiegeld<br />

aan de ander.<br />

Waarde in economie en waarde in het ruimtelijke complex<br />

Terwijl hiervoor werd gepleit voor het uiteenhouden van condities en potentiële gevolgen<br />

in de creatieve economie enerzijds en die rondom de vastgoedcomplexen anderzijds, werden<br />

de verschillende factoren in de voorafgaande beschrijvingen soms flink door elkaar gehaald,<br />

vooral ook omdat ze in de praktijk zo veel door elkaar lopen. Onterecht. De combinatie van<br />

ver<strong>nieuwe</strong>nde creatieve industrie met beschikbare panden maakt een afzonderlijke beoordeling<br />

van de waardeontwikkeling niet overbodig. De waardeontwikkeling in de creatieve<br />

economie in het algemeen en de waardeontwikkeling in het vastgoed, zijn van een andere<br />

orde en een ander principe.<br />

Het is niet ongewoon dat rondom een creatief project, een gebouw dat een katalysator wil<br />

zijn voor verdere creatieve economische vernieuwing, de betrokkenen, inclusief bewoners<br />

en ondernemers in een wijk, zich in een projectteam verenigen en zich mengen in ogenschijnlijk<br />

dezelfde discussie over de waardeontwikkeling van het project dat men onder<br />

handen heeft.<br />

De overheid heeft een dubbel belang: zowel bij de waarde van kansrijke economische<br />

innova tie en <strong>nieuwe</strong> impulsen, als bij een plan voor het behoud van de authentieke<br />

<strong>gebouwen</strong> waarbij de verpaupering stopt. Gelukkig maar dat lokale kunstenaars en culturele<br />

instellingen zich zo graag vestigen naast <strong>nieuwe</strong> creatieve bedrijvigheid, maar niet altijd<br />

lopen deze belangen parallel.<br />

De ontwikkelaar aan dezelfde tafel onderschrijft die doelstellingen graag, maar vertaalt ze<br />

al snel in mogelijke huurcontracten of operationele activiteiten, waarmee zijn investeringen<br />

in het vastgoed ook wat opbrengsten tegemoet kunnen zien. Deze inkomsten worden pas<br />

echt serieus als ze zijn vastgeklonken in huurcontracten. Contracten die op hun beurt weer<br />

voornamelijk van belang zijn voor de investeerders en beleggers, die een vooruitzicht op<br />

duurzaam rendement nodig hebben om projecten in hun portefeuille te kunnen opnemen.<br />

Sommige van die beleggers hebben een bredere horizon dan je in eerste instantie zou denken,<br />

omdat ze in de omgeving van het project meerdere panden hebben. Een nieuw creatief<br />

project kan een positieve waarde-impuls geven aan hun bestaande portefeuille. Een project<br />

dat verdere verpaupering kan voorkomen, neemt een hele zorg weg bij de belegger.<br />

De creatieve ondernemers die de spil zijn in de <strong>nieuwe</strong> economische sector en tevens de<br />

kern vormen van de functionele ontwikkeling van het vastgoed, kijken vanzelfsprekend<br />

vooral hoe zij hun creativiteit kunnen ontplooien en hoe zij als ondernemer of kunstenaar<br />

een bestaan kunnen opbouwen. Daarbij zullen ze afwegen of de locatie overeenkomt met<br />

‘de fase’ waarin hun bestaan of bedrijf zich bevindt. In de coalities die rondom dergelijke<br />

projecten ontstaan, is het van groot belang inzicht te ontwikkelen in de diverse opvattingen<br />

van het nut van het project, de beoogde waardeontwikkeling en van hetgeen men er uiteindelijk<br />

voor overheeft om het doel te bereiken.<br />

Toegevoegde waarde in de algemene economie<br />

De economie werkt in termen van toegevoegde waarde in elkaar logisch opeenvolgende<br />

sectoren. Die sectoren hebben zich historisch ontwikkeld. Het begint met het vinden<br />

en gebruiken van grondstoffen en basisgoederen en in hogere sectoren zien we vooral<br />

economische innovatie onder invloed van vergaande arbeidsverdeling, specialisatie, kennis<br />

en techniek.<br />

In de piramide van economische waardecreatie (figuur 4) wordt meestal in drie basislagen<br />

onderscheiden. De sectoren die erin worden beschreven, bestaan wel al zolang dat we veilig<br />

kunnen aannemen dat ze de basis vormen voor verdere economische ontwikkeling. De<br />

eerste sector bestaat uit het vergaren en gebruiken van grond- en delfstoffen, agrarische<br />

111


producten en andere uit de natuur gewonnen basisproducten. Het worden wel commodities<br />

genoemd, of goederen. Het betreft gestandaardiseerde producten, die weinig onderscheidend<br />

zijn en nauwelijks waarde kunnen toevoegen.<br />

In de tweede sector, de industrie, worden de producten bewerkt en aangepast, zodat er vele<br />

<strong>nieuwe</strong> producten en goederen ontstaan. Door de bewerking wordt er waarde toegevoegd<br />

aan de grondstoffen. We spreken internationaal van toegevoegde waarde. Overheden zien<br />

het graag, omdat ze over alle toegevoegde waarde graag een directe belasting toegevoegde<br />

waarde heffen.<br />

De derde sector levert goederen en diensten boven op de producten en bedenkt <strong>nieuwe</strong><br />

toepassingen voor bestaande producten. De dienstensector heeft flinke toevoegde waarde.<br />

Daarboven dienen zich <strong>nieuwe</strong> systemen van waardetoevoeging aan, waarvan het nog<br />

onduidelijk is hoe ze zich precies zullen gedragen en wat het bestendig aandeel in de <strong>nieuwe</strong><br />

laag van waardetoevoeging is. Wat betreft de beschrijving van de vierde sector en de vijfde<br />

sector zijn er verschillende kandidaten. Pine en Gilmore (1999) breken een lans voor waardecreatie<br />

door de zogenaamde beleveniseconomie, niet zonder reden. Eenzelfde rol mag de<br />

creatieve economie voor zich opeisen.<br />

In de vierde sector wordt waardetoevoeging op de normale dienstverlening en levering<br />

van producten gerealiseerd door het bedenken van <strong>nieuwe</strong> toepassingen, <strong>nieuwe</strong> gebruiks-<br />

1<br />

mogelijkheden, het zoeken van creatieve verbindingen tussen verschillende producten en<br />

diensten en andere veranderingsprocessen. De waardetoevoeging in de vierde sector is nog<br />

steeds gekoppeld aan het zogenaamde transactiemoment. Hiermee wordt bedoeld dat het<br />

product dat wordt geleverd inclusief alle veranderingen en vernieuwingen tot een <strong>nieuwe</strong>,<br />

verhoogde prijs leidt, die door de consument min of meer simultaan bij aanschaf of tijdens<br />

beleggers en financiers<br />

112 de consumptie wordt afgerekend.<br />

Kenmerkend voor de vijfde economische sector is dat er extra waarde wordt gecreëerd,<br />

113<br />

maar losgekoppeld van de consumptie. De afnemer is bereid meer te besteden voor een<br />

totale ervaring of een integraal concept, maar rekent niet evenredig af voor alle onderdelen<br />

die tot die waardetoevoeging bijdragen.<br />

In het geval van creatieve economie zou het kunnen zijn dat juist het gedeelte van waardecreatie<br />

dat zich consolideert in het integrale complex van het oude vastgoed kenmerkend<br />

is voor de vijfde-sectoreconomie. Dit wordt ook wel transformatie-economie genoemd.<br />

De onderscheidingskracht die de consument ertoe verleid voor het product meer te betalen,<br />

wordt voor dat onderscheidende product afgerekend, maar in zijn periferie. Misschien helpt<br />

Figuur 3 waardecreatie op basis van de consument/gebruiker<br />

een voorbeeld: er wordt vaak gezegd dat cultuur geen geld oplevert en daardoor weinig<br />

toegevoegde waarde heeft. Kunst en cultuur zijn echter belangrijke factoren voor bezoek-<br />

de consument<br />

gebruikers<br />

bereidheid, bestedingsbereidheid en onderscheidend vermogen. De bezoeker besteedt meer<br />

in de omliggende horeca, winkels en andere perifere <strong>functies</strong> dan aan het culturele product,<br />

waarvoor hij in eerste instantie is gekomen. In plaats van een direct gekoppelde transactie<br />

4<br />

(creatieve) ondernemers<br />

vindt er een transformatie van besteding plaats. Deze is heel goed in waarde om te zetten,<br />

3<br />

als die uitvloeiende toegenomen bestedingen (opbrengsten) in de ontvangende bedrijven<br />

ook kunnen worden geconsolideerd, bijvoorbeeld in een huurcomponent of een bijdrage<br />

exploitatie integraal project<br />

aan de cultuur<strong>functies</strong>.<br />

2<br />

Toegevoegde waarde en het gerevitaliseerde vastgoed<br />

Als de creatieve economie <strong>nieuwe</strong> waarde toevoegt, betekent dat nog niet dat deze waarde<br />

zich ook zodanig manifesteert, dat ze ten goede komt aan de projectontwikkeling. Ook al<br />

zoeken de creatieve ondernemers een bestaan in oude industriële complexen, daarmee is<br />

allerminst gegarandeerd dat deze complexen zelf ook een significante waardeontwikkeling<br />

ondergaan.<br />

Het herontwikkelen van industrieel erfgoed gaat zelden langs de weg der geleidelijkheid.<br />

Vaak worden dergelijke complexen door een ontwikkelaar of een ontwikkelende coalitie<br />

Figuur 5 waardecreatie vanuit de grondpositie<br />

1<br />

2<br />

3<br />

4<br />

de consument<br />

gebruikers<br />

(creatieve) ondernemers<br />

exploitatie intergraal project<br />

ontwikkelaar<br />

ontwikkelaar<br />

beleggers en financiers


opgepakt op een moment dat de economische waarde een dieptepunt heeft bereikt. Naast<br />

kapitaal en geleidelijke maar onomkeerbare waardecreatie ontwikkelen. Het is daarom<br />

de absolute waardecreatie die zou kunnen voortvloeien uit de algemene economische<br />

interessant om projecten als het Distillery District in Toronto, Granville Island in Vancouver<br />

vernieuwing voortkomend uit de creatieve economie, valt er in relatief veel waarde aan het<br />

en de Custard Factory in Birmingham en zo veel andere Britse of Noord-Amerikaanse<br />

bestaande vastgoed toe te voegen. Traditioneel kun je die waardekolom eventueel als volgt<br />

voorbeeldprojecten te volgen in hun toekomstige levensfases.<br />

beschrijven. Het project is gebaseerd op een grondpositie, de waarde van de grond en de<br />

De optimale bestedingsmogelijkheden uit de algemene kolom op de meest efficiënte en<br />

opstallen. Door het project te herontwikkelen en van <strong>nieuwe</strong> <strong>functies</strong> en gebruikers te<br />

duurzame wijze consolideren in het project, vraagt een marktgerichte en betrokken aanpak.<br />

voorzien, kan er een opwaardering plaatsvinden. Normaliter wordt die bereikt door onder-<br />

Op basis van in het vastgoed geconsolideerde financiële opwaardering kan de creatieve<br />

delen van de <strong>gebouwen</strong> langjarig te verhuren. De ontwikkelaar die voldoende huurcontracten<br />

economie weer een <strong>nieuwe</strong> impuls krijgen. Software en hardware, <strong>functies</strong> en huisvesting,<br />

kan overleggen aan een belegger, kan de door hem toegevoegde waarde op het project<br />

ideeën en producten zijn zowel voorwaarde als gevolg voor elkaar. Het gevolg is een weder-<br />

consolideren. Belegger en ontwikkelaar zijn het meest gebaat bij sterke exploitaties van de<br />

zijdse stimulans en waardecreatie, terwijl deze zonder wederkerige relatie marginaal zou blijven.<br />

huurders. Hoe hoger de omzet, hoe hoger de bijdrage aan huur en servicekosten kan zijn.<br />

Programmering is de kern van de ontwikkeling: van een uitgebalanceerd en creatief cultu-<br />

Toch bemoeien ontwikkelaar en belegger zich nauwelijks met de reële exploitatiekansen<br />

reel-sociaal-economisch complex, van multifunctionaliteit, van clustering van activiteiten,<br />

van hun huurders. Liever richten zij zich op partijen die zich elders al hebben bewezen en<br />

van samenhang en synergie. Wie optimale waardecreatie wil voor zijn project investeert<br />

zoeken ze hun zekerheden in de organisatie van de huurder en de omvang van diens omzet<br />

vooral in een slagvaardige organisatie die in staat is tot dynamische, effectieve en duurzame<br />

in andere projecten. In deze gevallen wordt er vanuit de grondpositie aan waardecreatie<br />

gewerkt (figuur 5). Voor homogene projecten in woningbouw, detailhandel of kantoren<br />

programmering.<br />

is dat een prima aanpak.<br />

Waardeontwikkeling in de praktijk: creatieve economie, broedplaatsen als impuls<br />

Terug naar de condities voor de effectieve realisatie van creatieve economie. Het beeld dat<br />

Voor multifunctionele projecten en voor innovatieve projecten zoals degene die voort-<br />

Jane Jacobs halverwege de vorige eeuw schetste van de condities voor succesvolle stedelijke<br />

komen uit de creatieve economie is deze aanpak minder geschikt. Duidelijke referenties en<br />

vernieuwing en vitaliteit heeft aan actualiteit gewonnen in deze fase van de economie en<br />

de gebruikelijke kengetallen ontbreken. Het is in dat geval nuttiger om vanuit de potentiële<br />

is met enige aanpassing uitstekend toe te passen op de processen die zich rondom creatieve<br />

waardeontwikkeling in de algemene economie terug te redeneren naar de grondpositie<br />

economie afspelen. Beleidsmakers jagen energiek de beloftes van creatieve economie voor<br />

(figuur 6).<br />

hun stad na, zonder daarbij scherp in het oog te houden wat de stad werkelijk nodig heeft.<br />

‘It goes right down to what we think we want, and to our ignorance about how cities work’<br />

114 De verbondenheid van traditionele ontwikkelaars en beleggers met de prestaties van het<br />

(Jacobs, 1961). Veel van de waarden die deze beleidsmakers in de creatieve innovatie zien, 115<br />

eigen project in de exploitatiefase is dus relatief virtueel. Voor de ondernemers die ruimte<br />

zijn indirect en non-financieel. De verwachte meerwaarden (of de toegevoegde waarden)<br />

huren in een creatief en multifunctioneel complex is het echter wel van belang dat zij optimaal<br />

worden geprojecteerd op de versterking van de stedelijke economie, beloftes voor de toe-<br />

renderen in het project. Dat begint bij een inschatting van hun optimale omzetkansen. Daarkomst,<br />

concurrentiekracht, <strong>nieuwe</strong> kansen, het creëren of het profileren van een <strong>nieuwe</strong><br />

voor is nodig dat we de eindgebruikers van hun producten kennen, hun bestedingsbereidheid<br />

creatieve klasse die veel zal bijdragen aan de levenskracht van de stad. Creatieve economie<br />

taxeren en deze terugrekenen naar de exploitatiekracht van de ondernemer. De toegevoegde<br />

wordt opgevat als motor voor nieuw economisch elan.<br />

waarde van het integrale project is daarmee niet optimaal gewaarborgd. Elke afzonderlijke<br />

De creativiteit, kunst en cultuur gedijen het best in een multifunctionele omgeving met een<br />

ondernemer dient daarvoor een gezonde exploitatie te kunnen voeren, maar binnen een<br />

tamelijk compleet voorzieningenniveau, in een entourage waar ook mensen kunnen worden<br />

sterke eenheid van kwaliteit en dienstverlening. Een slecht presterende onderneming kan<br />

opgeleid, waar gewoond en gewerkt wordt, waar ver<strong>nieuwe</strong>nde horecaconcepten, galeries<br />

bijzonder negatieve effecten hebben op de omzetkansen van zijn naburige ondernemers.<br />

en unieke winkels worden geïntroduceerd. Clustering en profilering van de creatieven<br />

Voor de exploitatie van het integrale project is een sterk totaalconcept nodig op drie niveaus,<br />

vergroot hun collectieve slagkracht. Creatieve clusters fungeren als broedplaats of proeftuin,<br />

waarin eerst naar de opbrengstkansen bij de eindgebruikers wordt gekeken, vervolgens naar<br />

experimentele practica waar proefondervindelijke creativiteit en de markt elkaar testen.<br />

de dienstverlening aan de individuele ondernemers om optimaal te renderen en ten derde<br />

De creatieve clusters dagen uit, prikkelen, vallen op. De deelnemers worden beter gevonden<br />

moet het concept ervoor zorgen dat het geheel meer is dan de som van de samenstellende<br />

en herkend. Economische wederkerigheid tussen creativiteit en waardecreatie wordt in fases<br />

delen. Daarmee creëert de projectexploitatie de optimale huuropbrengst voor de ontwik-<br />

op gang gebracht. Het zijn in samenhang de voorwaarden voor een innovatief klimaat, waar<br />

kelaar en de belegger.<br />

vooral ook het reguliere bedrijfsleven zijn voordeel mee kan halen.<br />

Om een creatieve broedplek in stedelijk erfgoed tot ontwikkeling te brengen, is een<br />

Afstemming van beide systemen: programmeren!<br />

programmering nodig conform de volgende belijning (figuur 7). Een snel resultaat is te<br />

Afstemming van de potentiële waardeontwikkeling die voorvloeit uit de processen van<br />

bereiken door een creatief milieu samen te stellen (zie voor toelichting op creatieve milieus<br />

de creatieve economie en de wijze waarop waarde wordt gecreëerd in het daarvoor zo<br />

Inleiding, p. 36). De deelnemers kunnen tegen lage kosten in zo’n nog wat introverte broed-<br />

geschikte vastgoed, vraagt om gecombineerd inzicht in beide systemen. Wat stroomt<br />

plaats instappen. Tijdelijke exploitatievormen (tentoonstellingen, evenementen, shows,<br />

in de creatieve economie stolt enigszins in het unieke industriële of stedelijke vastgoed,<br />

workshops, kort stondige verhuur, werkprojecten) nemen meteen een aanvang.<br />

broedplaatsen als kleine maalstroompjes houden de zaak in beweging en zorgen voor een<br />

Zodra het creatieve milieu samenhang tussen deelnemers begint te vertonen, wordt gewerkt<br />

verfrissende doorstroming.<br />

aan een interactiemilieu. Het interactiemilieu voegt waarde toe aan de nog summiere producties<br />

In de Angelsaksische praktijk is veel ervaring opgedaan met de programmering. Er zijn veel<br />

uit het experimentele creatieve milieu. De creatieve initiatiefnemers spiegelen hun ideeën<br />

succesvolle projecten ontwikkeld, waarbij zowel regelmatig kapitaal alsook lawinekapitaal<br />

aan de input van collega’s uit andere broedplaatsen, van gekende experts, zij ontmoeten<br />

wordt toegepast. In enkele zeer succesvolle projecten heeft de ontwikkelaar zich vooral als<br />

mensen uit het bedrijfsleven en brengen de vruchten van hun werk naar buiten. Het project<br />

programmeur opgesteld en zien we dat ook de ontwikkelaars methoden van regelmatig<br />

opent zich en wordt meer extravert. Tijdens het interactiemilieu neemt de activiteit toe, de


116<br />

Figuur 7 milieutypering in model gradual finance (de Stad bv)<br />

investeringswaarde<br />

kosten<br />

creatief milieu<br />

evenwicht kosten<br />

-opbrengst<br />

interactiemilieu<br />

autonome<br />

ontwikkelingen<br />

0 10<br />

20 30<br />

Figuur 8 model bij cataclysmic finance (de Stad bv)<br />

investeringswaarde<br />

kosten<br />

autonome<br />

ontwikkelingen<br />

sloop nieuwbouw<br />

transactiemilieu<br />

waarde<br />

ontwikkeling<br />

0 10<br />

20 30<br />

impuls 1<br />

impuls 2<br />

evenwicht kosten<br />

-opbrengst<br />

transformatiemilieu<br />

tijd<br />

waarde<br />

ontwikkeling<br />

tijdelijke exploitatie intensiveert en ideeën worden omgezet in kleine opdrachten en<br />

producties. De waardecreatie door de creatieve ondernemers wordt deels al omgezet<br />

in waardecreatie voor het project. Ondersteunende <strong>functies</strong> als horeca, musea en culturele<br />

instellingen nestelen zich nabij de broedplaatsen.<br />

Nadat het interactiemilieu kennelijk zijn waardecreatie heeft voltooid, zal de programmering<br />

zich richten op het instigeren van een transactiemilieu. De contacten met het reguliere<br />

bedrijfs leven, onderwijs- en kennisinstellingen worden uitgebreid. Een selectie van<br />

creatieve producten ontgroeit de experimentele fase en vindt de weg naar een marktplaats.<br />

De marktplaats trekt zowel consumenten als bedrijven. Niet alleen de producten zijn interessant,<br />

ook de beleving en de recreatieve elementen spreken de consument aan. De programmering<br />

past zich hier op aan. Ook tijdelijke exploitatievormen zoeken meer aanhechting<br />

met het transactiemilieu. Meer bedrijvigheid is in staat om zich tegen marktconforme termen<br />

te vestigen op de locatie. Horeca krijgt meer en meer een autonoom bestaansrecht. Bepaalde<br />

commerciële bedrijvigheid verkeert graag in deze complete creatieve omgeving. Wonen,<br />

werken en verblijven worden belangrijke onderdelen van de programmering. De cyclus van<br />

waardecreatie die is ingezet door de broedplaatsen is voltooid en gereed om zich te herhalen.<br />

Succesvol hergebruik van bestaande complexen is niet eenvoudig (en al helemaal niet snel)<br />

te realiseren. De <strong>gebouwen</strong> worden vaak verlaten na zeer langdurig gebruik en de laatste<br />

jaren daarvan is in het onderhoud al nauwelijks meer geïnvesteerd. Nadat de industriële<br />

gebruiker is vertrokken, staan de <strong>gebouwen</strong> in veel gevallen nog geruime tijd leeg. De<br />

ongebruikte complexen zijn een magneet voor vandalen, onoordeelkundige en destructieve<br />

gebruikers, soms zelfs criminele activiteiten. Het gebied blijft achter met veel problemen.<br />

Vaak is er vervuiling in grond of water die dient te worden gesaneerd. De verpaupering<br />

maakt zich meester van het complex en straalt na verloop van tijd ook af op de omgeving.<br />

Dat is te merken aan een negatieve waardeontwikkeling van het complex, maar mogelijk<br />

ook van woningen en andere panden in de omgeving, of van de bedrijvigheid in de buurt.<br />

Wie aan de herontwikkeling begint, moet achterstanden goedmaken. Er liggen hoge kosten<br />

in het verschiet, niet alleen vanwege de verpaupering maar ook vanwege het onzekere proces<br />

naar hergebruik. De <strong>nieuwe</strong> eigenaar krijgt te maken met hoge instandhoudingskosten en<br />

een onoverzichtelijk en moeilijk stuurbaar proces. Vooraf bestaat geen duidelijkheid over<br />

het tijdsbeslag, de inzet die het vergt, de partijen die zich naast de ambtelijke en politieke<br />

organisatie nog in het proces mengen en evenmin over de uitkomst wat betreft de <strong>nieuwe</strong><br />

bestemmingen. De projecten worden niet zelden beladen met emotionele reacties van<br />

bewoners, binnenstadsorganisaties of van vermeend concurrerende projecten.<br />

En als er dan eindelijk kan worden begonnen met de daadwerkelijke herontwikkeling,<br />

blijkt dat er dure aanpassingen verplicht worden om de <strong>gebouwen</strong> op het niveau van<br />

moderne regelgeving te brengen, een en ander in een bouwproces dat naar verwachting<br />

veel inefficiënter verloopt dan nieuwbouwprocessen.<br />

Waarom wil iemand die zo veel kosten moet maken investeren in zulke revitaliseringsprojecten?<br />

Dat kan alleen maar omdat de relatieve verpaupering een zodanig lage aanvangswaarde<br />

heeft gecreëerd dat van daaruit in relatieve zin een aanvaardbare kans op een aantrekkelijke<br />

waardecreatie kan plaatsvinden.<br />

Specialisten hebben geleerd om te gaan met de ingewikkelde processen die bij hergebruik<br />

van stedelijke erfgoedlocaties horen. Het doel is dan steeds waardetoevoeging door het<br />

ontwikkelen van <strong>nieuwe</strong> <strong>functies</strong>. Bij een duidelijke langjarige strategie die is gebaseerd<br />

op intelligente programmering van <strong>functies</strong> binnen de ruimtelijke mogelijkheden en<br />

geïncorporeerd in de moeilijke fasering die door de bewuste projecten wordt opgedrongen,<br />

zal de waardeontwikkeling optimaal verlopen.<br />

In het verleden is veel gekozen voor een explosieve benadering (zie figuur 8). Er wordt<br />

veel ineens gedaan, veelal als het project ook op een aanzienlijke financiële bijdrage van<br />

de overheid mag rekenen. De (autonome) waardeontwikkeling die in het algemeen door<br />

117


118<br />

Figuur 9 waarde impulsen en investeringen in model gradual finance (de Stad bv)<br />

investeringswaarde<br />

kosten<br />

creatief milieu<br />

evenwicht kosten<br />

-opbrengst<br />

interactiemilieu<br />

transactiemilieu<br />

waarde<br />

ontwikkeling<br />

autonome<br />

ontwikkelingen<br />

0 10<br />

20 30<br />

transformatiemilieu<br />

tijd<br />

de vernieuwingsprocessen van de creatieve economie mogelijk wordt gemaakt en die een<br />

voorwaarde vormt voor succesvolle en duurzame waardecreatie in het vastgoed, is geen onderdeel<br />

van de ontwikkelingstactiek. Er is ineens veel kapitaal voorhanden, waarmee vooral aan<br />

het vastgoed gekoppelde doelen worden gerealiseerd. Het is daarbij een kunst om nog aan<br />

te haken bij de economische ontwikkelingen. Het gerevitaliseerde project is daarna ook<br />

vaak minder geleidelijk en duurzaam te ontwikkelen. Met het beschikbare kapitaal doet<br />

men grote investeringen en de kosten lopen aanzienlijk op, hetgeen de pressie op snellere<br />

en grotere waardeontwikkelingen, dus grotere waardeschommelingen, sterk doet toenemen.<br />

Op langere termijn is er daardoor wellicht een groter risico op het verdwijnen van <strong>nieuwe</strong><br />

investeringen en een grotere kans op hernieuwde verpaupering.<br />

De weg der geleidelijkheid leidt met minder risico tot een gezonde waardeontwikkeling.<br />

De kosten blijven wat meer in de hand en van meet af aan is programmering van <strong>functies</strong><br />

in relatie tot de mogelijkheden die de creatieve economie daarvoor toestaat het doel. Met<br />

een regelmatige en ook geleidelijke serie van impulsen richt het programma zich in eerste<br />

instantie vooral op het spoedig vereffenen van de kosten, daarna op het laten groeien van<br />

de economische activiteit en daarmee de waardecomponent van het vastgoed en dan weer<br />

te investeren voor een volgende fase (figuur 9).<br />

De samenhang tussen waardecreatie door verhoogde economische activiteit en de waardecreatie<br />

voor het vastgoed is een programmatisch instrument voor de projectontwikkeling.<br />

Programmering bevordert de symbiose tussen de beide processen van waardetoevoeging<br />

zoals eerder geschetst. De geleidelijke strategie van waardecreatie is voor het publieke en<br />

algemene belang van de stad in veel gevallen te verkiezen boven de cataclystische aanpak<br />

(figuur 8). Om deze effectief te laten zijn, richt de prestatie van het integrale project zich<br />

noodzakelijkerwijs op de som van de individuele exploitaties. Daarnaast zal er vaak een<br />

partij nodig zijn die bereid is initiatief en risico te nemen in tijdelijke exploitatieactiviteiten.<br />

Het inrichten van een resultaatgerichte overkoepelende exploitatiemaatschappij als programmeur<br />

is hiervoor een effectief middel. Naast een afgewogen strategie voor geconsolideerde<br />

waardecreatie heeft zo’n exploitatiekoepel ook duidelijke voordelen wat betreft organisatiekracht<br />

en financierbaarheid.<br />

Waarde in soorten<br />

Na de uiteenzetting over verschillende betekenissen over het begrip waarde bij de diverse<br />

betrokkenen in een proces van creatieve economie en/of revitalisering van stedelijk erfgoed,<br />

zullen we ingaan op de verschillende rollen en posities die met de waardeontwikkeling<br />

te maken hebben. Naast de aandachtspunten die iets van de inkleuring van waardecreatie<br />

duidelijk maken, zal daarna ook in korte bewoordingen worden ingegaan op de financierbaarheid<br />

van projecten.<br />

Waardeontwikkeling op het project zelf<br />

De toegevoegde waarde die ontstaat door <strong>nieuwe</strong> processen van productinnovatie, vernieuwing<br />

van dienstverlening of het veranderen van de perceptie rondom het aanbod<br />

en het leggen van <strong>nieuwe</strong> verbindingen wordt geleverd door de creatieve economie.<br />

De <strong>nieuwe</strong> laag van toegevoegde waarde kan uitgroeien tot een gekende <strong>nieuwe</strong> economische<br />

sector.<br />

Authentiek vastgoed dat in onbruik is geraakt, is uitermate geschikt om creatieve bedrijven<br />

te huisvesten. Als de bedrijfsprocessen van deze ondernemers zich bestendigen, kan daaruit<br />

een huurwaarde worden gedestilleerd die de waardevorming van het vastgoed positief<br />

beïnvloedt. In verdere fases zal deze waardeontwikkeling aantrekkelijk doorgroeien, omdat<br />

het creatieve milieu uit de vroegste fase culmineert in een interessant creatief transactiemilieu.<br />

Noodzaak is het deze waardecreatie door doelgerichte programmering te stimuleren<br />

119


120 121<br />

Het Hazemeyercomplex in Hengelo met<br />

onder de Reyrolle Hal<br />

Tentoonstelling voor hedendaagse kunst<br />

OkArt (oktober 2007) in het Hazemeyercomplex


en te consolideren voor de vastgoedsituatie. Door die verbeterde vastgoedsituatie worden<br />

is de gedachte. Dat steden als geheel daarin al hun actieve rol vervullen, blijkt wel uit de<br />

de creatieven in staat gesteld om economisch door te groeien. Programmering zorgt voor<br />

actuele situatie van veel projecten. De overheid ziet in toenemende mate de meerwaarde<br />

een zo geleidelijk mogelijke waardeontwikkeling en financiering. Toch zal in veel gevallen<br />

van de creativiteit en de revitalisering en participeert in financiering en programmering.<br />

van revitalisering van industrieel en stedelijk erfgoed nog steeds worden uitgegaan van een<br />

Ze ondersteunt het bereiken van haar eigen publieke doelen ook op andere wijze, bijvoor-<br />

verpauperde situatie met een in relatieve termen lage waarde voor het vastgoed. De verleiding<br />

beeld door rechtstreekse subsidies aan de projectontwikkelaar of de programmerende<br />

– en soms de noodzaak – is groot om in fases met wat meer explosieve investeringen het<br />

exploitatie maatschappij, indirecte subsidies aan bijvoorbeeld de culturele en creatieve<br />

project te financieren. Waar dat niet eenvoudig tot evenredige waardeontwikkeling in<br />

instellingen die zich vestigen in het creatieve complex. Er valt ook te denken dat de over-<br />

het vastgoed leidt, zien we dat overheden zich ook steeds meer met deze heftige kapitaalsheid<br />

indirecte investeringen pleegt om de gewenste doelen te bereiken of te versnellen.<br />

injecties bemoeien.<br />

Het verbeteren van infrastructuur en faciliteiten voor startende creatieve ondernemers<br />

Een overkoepelende exploitatiemaatschappij is bij uitstek geschikt om de waardepotentie<br />

zijn goede voor beelden. De gezamenlijke overheden zouden verder moeten nadenken<br />

die de processen van de creatieve economie biedt te consolideren in het betrokken vastgoed.<br />

hoe zij zouden kunnen bijdragen tot de risicobeperking (garantiefonds) voor de onzekere<br />

Het draagt zorg voor focus, doelgerichtheid en resultaat. Daarnaast implementeert en bewaakt<br />

herontwikkeling van het creatieve complex, of juist het hergebruik van industrieel en stede-<br />

de exploitatiemaatschappij het integraal concept en maakt ze vormen van tijdelijke gebruik<br />

lijk erfgoed kunnen stimuleren (investeringsfonds).<br />

mogelijk. De gebruikers en bezoekers zien de projecten vaak als een geïntegreerde eenheid.<br />

Dat zou ook moeten gelden voor bijvoorbeeld woningcorporaties. In hoeverre het profijt-<br />

Zij bezoeken in hun beleving en waardering de Westergasfabriek, de Lichtfabriek of<br />

beginsel zich laat vertalen naar een bijdrage ten behoeve van de eigen toegevoegde waarde,<br />

Hazemeyer Hengelo. Zelfs de prestaties van individuele <strong>functies</strong> zijn van grote invloed<br />

hetzij als financiering vooraf, hetzij als toezegging vooraf indien de waarde werkelijk is<br />

op de waardering voor het project als geheel. De term waardering is van grote invloed<br />

gerealiseerd, is nog de vraag. Free-riders zijn er vele in deze discussie, bij corporaties, allerlei<br />

op de waardevorming. De exploitatiekoepel kan het belang van de integraliteit bewaken<br />

andere vastgoedeigenaren en bij vele andere instanties. Zij wachten liever af dan te partici-<br />

en doet daarmee ook de beste zaken voor de individuele deelnemers. De exploitatiemaatperen.<br />

Het verdient verdere aandacht om na te gaan hoe juist deze partijen kunnen en<br />

schappij maakt in elk geval transformatieve waardevorming mogelijk. Ze kan bijvoorbeeld<br />

willen gaan bijdragen aan de geleidelijke en daardoor meer consistente ontwikkeling van<br />

gemakkelijker tot verevening van huuropbrengsten tussen culturele, creatieve en commer-<br />

het creatieve complex en daarmee de vitalisering van het stadsgebied als geheel.<br />

ciële partijen komen.<br />

Een vroege bundeling van het bredere belang en de vorming van resultaatgerichte coalities<br />

die ieders wensen en belangen optimaal dienen, maakt de realisatie van de complexen<br />

Perifere waardeontwikkeling<br />

eenvoudiger. Iedere partij hoort in een vroeg stadium duidelijk te maken wat en wanneer<br />

122 De revitalisering van stedelijke en industriële erfgoedlocaties creëert niet alleen <strong>nieuwe</strong><br />

hij denkt bij te dragen aan het project in relatie tot de door hem verwachte uiteindelijke 123<br />

waarde op de locatie zelf, ook in de omgeving van het project zal er waardeontwikkeling<br />

optreden. Vaak heeft die omgeving al te maken gehad met een negatieve waardeontwikke-<br />

waardeontwikkeling.<br />

ling, omdat leegstaande complexen nu eenmaal zelden een positief effect op hun omgeving<br />

Financierbaarheid<br />

hebben. De buurt revitaliseert dus mee. Bedrijfjes voelen zich er prettiger en kunnen<br />

Daarmee is een opening gegeven om vanuit allerlei mogelijke waardevormingen deel<br />

er beter renderen. Door verhoogde economische activiteit zal de gemiddelde bestedings-<br />

te nemen aan de financiering en financierbaarheid van projecten. Het is geen wonder dat<br />

capaciteit toenemen, zodat ook winkels en horeca in het gebied een verbeterde nering<br />

stedelijke overheden zo intensief hebben geïnvesteerd in bepaalde complexen. Traditionele<br />

hebben. Ook het woonklimaat wordt duidelijk positief beïnvloed en vooral ook in dit<br />

financiering bleek vaak erg lastig. Ontwikkelaars zagen vaak wel de potentie van het indus-<br />

segment zal waardecreatie plaatsvinden.<br />

triële erfgoed, maar door de andere processen en partijen die zich rondom deze projecten<br />

Als er zulke toegevoegde waarde in de omgeving ontstaat, is het de vraag of deze niet kan<br />

bewegen, was het niet eenvoudig daar hun reguliere afnemers, de beleggers, voor te interes-<br />

bijdragen aan de geleidelijke financiering van de projecten. Projecten staan namelijk niet<br />

seren. De risico’s lijken groter, de zekerheden geringer. In elk geval vielen de gebruikelijke<br />

op zich. Het creatief complex (creatieve economie plus hergebruikt vastgoed) is veelal een<br />

kengetallen en toetsingscriteria nauwelijks toe te passen op de creatieve industrie en de<br />

katalysator voor gebiedsontwikkeling in het algemeen. Het behoud van de oude <strong>gebouwen</strong><br />

is voor verdere stedelijke ontwikkeling ook een belangrijke voorwaarde. Ook hier is de<br />

hergebruikprojecten.<br />

Westergasfabriek, Nederlands meest geciteerde voorbeeld, een goede graadmeter. Hier valt<br />

Toetsingscriteria beleggers<br />

duidelijk te zien dat de omgeving van het Westerpark zich aan het elastiek van het project<br />

Beleggers nemen het project van een ontwikkelaar graag over als die gebaseerd is op vol-<br />

heeft opgetrokken en dat ook in de directe omgeving aanzienlijke waardestijgingen zijn<br />

doende huurcontracten. Afhankelijk van het soort huurders en het soort project zullen zij<br />

gerealiseerd en geconsolideerd.<br />

deze toetsen aan hun risicoanalyse. Maar in het algemeen kan men stellen dat een belegger<br />

Veel steden erkennen inmiddels ook de katalysewerking van de creatieve complexen. Wie<br />

gebaat is bij langjarige huurcontracten van minimaal vijf, en liefst tien of vijftien jaar, die zijn<br />

nog een groter stadsgebied wil herontwikkelen, zal deze complexen een kans moeten geven<br />

afgenomen door gerenommeerde bedrijven die al geruime tijd winstgevend zijn. Dergelijke<br />

en dus de expertise moeten opbouwen om door de programmering de waardecreatie te<br />

bedrijven hebben vaak kapitaal opgebouwd, dat meetelt in het risicoprofiel. Zij maken vaak<br />

stimuleren en vast te klinken in het project en het gebied. Voor ontwikkelaars is het dus<br />

deel uit van een grotere organisatie, die eventueel garant staat voor de huur. Dergelijke partijen<br />

steeds belangrijker om deze competentie te verwerven, of partners te kiezen die deze klus<br />

hebben per branche hun trackrecords achtergelaten en er zijn vele statistieken verzameld die<br />

kunnen klaren. De ontwikkelaar die dit kan, maakt meer aanspraak op de meer reguliere<br />

kunnen bijdragen aan het formuleren van rationele getallen die investering, risico en waarde-<br />

stadsontwikkelingen in de periferie van het project. Ook dat is een aanzienlijk voordeel.<br />

ontwikkeling vooraf kunnen toetsen.<br />

Om de creatieve complexen liefst geleidelijk te financieren, heeft men zich vaak afgevraagd<br />

In de creatieve complexen wordt zelden aan deze voorwaarden voldaan. Het gaat hier vooral<br />

of de waardecreatie in de periferie niet zou kunnen bijdragen aan de realisatie van de<br />

om veel bedrijven met een kleine omvang, die iets nieuws doen en <strong>nieuwe</strong> samenwerking<br />

complexen. Wie er uiteindelijk profijt van heeft zou er ook aan kunnen meebetalen,<br />

opbouwen. Betrouwbare business engineering ontbreekt. Het verloop is groter en ze zijn


niet geneigd om in te tekenen op langjarige huurcontracten. Zij voelen zich graag onafhankelijk<br />

en autonoom en binden zich tijdens hun creatieve opstart niet lang aan vaste plekken.<br />

Zij zijn het best te binden aan contracten met ingroeihuren. In Angelsaksische projecten<br />

wordt veel gewerkt met huren die een percentage bedragen van de gerealiseerde omzet,<br />

eventueel met een vooraf afgesproken voorschot op basis van omzetprognoses. Dat ligt in<br />

de Nederlandse situatie nog steeds erg moeilijk, alhoewel er nu diverse partijen studeren op<br />

<strong>nieuwe</strong> methodieken voor creatieve complexen. Beleggers, ontwikkelaars en programmeurs<br />

moeten dan vooral ook leren van consumentencijfers en bestedingspotenties. Hoe beter zij<br />

hun huurders kunnen helpen aan een grotere omzet, hoe hoger de absolute huursommen<br />

en de daaraan gekoppelde waarde van het vastgoed.<br />

manifestaties, et cetera. Daarnaast kunnen er broedplaatsen worden ingericht en kunnen<br />

creatieven in de eerste fase hun intrek nemen met gebruikerscontracten.<br />

De overkoepelende exploitatiemaatschappij blijkt een aantrekkelijk vehikel voor de financierbaarheid<br />

van de projecten. De exploitatieorganisatie kan uitgroeien tot een gerenommeerd<br />

bedrijf dat een beter gekwalificeerde partner is voor de beleggers en kredietverstrekkers.<br />

Ze hebben een overkoepelend langjarig huurcontract, waardoor de eindbelegger in eerste<br />

aanleg niet met tientallen kleine huurders te maken krijgt. De exploitatiemaatschappij<br />

verhuurt weer door aan de onderliggende partijen. Waar nodig kunnen deze contracten<br />

als zekerheid worden verpand aan de financier. De centrale exploitatiemaatschappij zal ook<br />

van private investeerders en aandeelhouders gemakkelijker een bijdrage kunnen verwachten<br />

dan de verzameling van bedrijfjes.<br />

Optimaal renderen van creatieve plekken<br />

De modus operandi van de succesvolle Angelsaksische praktijk geeft een menging van aan-<br />

Besluit<br />

dachtspunten, die in de tamelijk vaste structuren van de traditionele aanpak in Nederland<br />

Financiering komt in stappen dichterbij naarmate de kennis van de ontwikkeling van<br />

lastig zijn in te bedden.<br />

creatieve complexen toeneemt. De relatie tussen waardeontwikkeling en financierbaarheid<br />

Creatieve projecten bewijzen zich het best en het snelst door het activeren van zo veel<br />

is in het voorgaande vanuit meerdere invalshoeken beschreven. Geen waardeontwikkeling<br />

mogelijk puur en uniek ondernemerschap. Elke ondernemer in het creatief complex moet<br />

zonder financiering. Geen financiering zonder waardeontwikkeling. Deze schijnbare vicieuze<br />

zich vanuit zijn individuele bedrijfsbelang persoonlijk verbinden aan de doelen en resultaten<br />

cirkel wordt nog al te gemakkelijk met geweld doorbroken door de injectie van het zoge-<br />

van het geheel. Het blijkt dat repeterende formules, franchises en filiaalbedrijven het succes<br />

naamde lawinekapitaal. Inmiddels is er genoeg praktische ervaring en expertise voor derge-<br />

vertragen of verhinderen. Creatieve ondernemers willen zich namelijk onderscheiden<br />

lijke projecten opgebouwd, vooral maar niet uitsluitend in de Angelsaksische wereld, dat<br />

en dat rendeert beter in een onderscheidend project, dat niet wordt gedomineerd door<br />

de mogelijkheden voor geleidelijke investeringen en een duurzaam progressief model van<br />

bedrijven die middle-of- the-road zijn. Voor de creatieve complexen is een dynamische<br />

waardeontwikkeling kan worden gerealiseerd. Daarvan dienen nog zeker veel partijen zich<br />

menging en clustering van kleine en jonge partijen nodig. De consolidatie is net zo gemengd,<br />

te vergewissen. Nieuwe coalities en kansrijke projecten zullen de realisatie van dergelijke<br />

door in opzet, vastheid en contractsduur uiteenlopende huurcontracten en gebruikers-<br />

projecten in de toekomst zeker meer hanteerbaar maken.<br />

124 overeenkomsten.<br />

Er wordt vaak gekozen voor percentagehuren, die periodiek (alleen omhoog) worden<br />

bij gesteld en waarin tussentijdse ontbindingsmogelijkheden zijn opgenomen, als niet aan<br />

de minimale verwachtingen wordt voldaan. Kennis van de macro-economische kengetallen<br />

van eindgebruikers en consumenten, branchegetallen en dergelijke is dan van groot belang.<br />

Programmeurs, vaak georganiseerd in een centrale exploitatiemaatschappij, rekenen met<br />

hun huurders mee om de omzetpotentie te optimaliseren en het proces van waardecreatie<br />

daarop stevig af te stemmen. Zij denken mee in de bedrijfsprocessen van hun huurders<br />

en beïnvloeden het geheel van de bedrijfsprocessen. De kern van de waardecreatie wordt<br />

gevormd door de business engineering van het integrale project met de individuele ondernemers<br />

en tijdelijke exploitatieactiviteiten als bouwstenen. Inmiddels is met deze aanpak<br />

aangetoond dat de geconsolideerde waardecreatie (uiteindelijk) aanzienlijk hoger uitvalt<br />

dan bij een traditionele ontwikkeling van de creatieve complexen. Daarmee is echter<br />

de financierbaarheid nog niet verbeterd, omdat de kennisontwikkeling vooral binnen<br />

de pionierende ontwikkelaars en programmeurs is opgeslagen.<br />

125<br />

Rol overkoepelende exploitatiemaatschappij<br />

De overkoepelende exploitatiemaatschappij richt zich op de exploitatiekracht en de<br />

gradueel groeiende exploitatiefase van een project. Daarmee is ook een belangrijk deel<br />

van de continuïteit gewaarborgd.<br />

Naar analogie van de Angelsaksische voorbeelden vindt ook op het Europese continent<br />

de exploitatiemaatschappij meer en meer navolging. Deze neemt het integrale hoofdhuurcontract<br />

voor het hele complex van de ontwikkelaar en zorgt voor parkmanagement,<br />

commercieel management en marketing. De focus is gefixeerd op de duale waardeontwikkeling<br />

(economische activiteit versus consolidatie voor het vastgoed) en programmering.<br />

Vanuit de programmering worden <strong>nieuwe</strong> creatieve activiteiten geïnitieerd of ondersteund,<br />

worden <strong>nieuwe</strong> ondernemers geworven en tijdelijke exploitatievormen ontwikkeld. Deze<br />

bestaan bijvoorbeeld uit tentoonstellingen, beursactiviteiten, entertainment, culturele


Custard Factory<br />

Birmingham<br />

Auteurs<br />

De Custard Factory is een productiecentrum voor<br />

kunst en media dat gevestigd is in de fabriekspanden<br />

van de voormalige Bird’s Custard Factory,<br />

gelegen in het oosten van Birmingham in het voormalig<br />

industriële Digbethdistrict. Het terrein is ruim<br />

2 hectare groot en bevat een aantal fabriekspanden<br />

van ongeveer een eeuw oud. In de loop van de jaren<br />

tachtig raakten de <strong>gebouwen</strong> in onbruik en in 1990<br />

ging de herontwikkeling van start. Het is daarmee<br />

het eerste project in Birmingham waarbij de creatieve<br />

industrie centraal stond. Er werd begonnen<br />

met negentien studio’s voor kunstenaars. Vanaf<br />

het begin van het project was de populariteit onder<br />

startende ondernemers overweldigend. In vijftien<br />

jaar is de Custard Factory uitgegroeid tot een cluster<br />

van bedrijfs<strong>gebouwen</strong>. Maar liefst 500 professionals<br />

uit de creatieve industrie zijn er werkzaam, 95% van<br />

de ruimte is verhuurd en voor de goedkopere ateliers<br />

bestaat een lange wachttijd. Het culturele cluster<br />

beperkt zich niet tot de bedrijven<strong>gebouwen</strong>; er is<br />

een geheel <strong>nieuwe</strong> omgeving ontstaan met elkaar<br />

versterkende <strong>gebouwen</strong>, <strong>functies</strong> en binnenplaatsen<br />

(Van der Aalst, Hardorff & Horsten, 2007).<br />

De Custard Factory in haar huidige vorm is opgezet<br />

door Bennie Gray en is in beheer van zijn<br />

organi satie SPACE (Society for the Promotion of<br />

Artistic and Creative Enterprise). SPACE is een<br />

zogenaamde not- for-profitorganisatie, die naast<br />

de Custard Factory nog dertien andere projecten<br />

in beheer heeft. Gray kocht de Custard Factory ‘per<br />

ongeluk’ in 1990. Oorspronkelijk had hij zijn oog projectorganisatie van SPACE en de leidende rol van<br />

126 Net als zovele andere industriesteden krijgt ook Birmingham gedurende de<br />

127<br />

jaren zeventig te maken met een teruglopende industriële sector en afnemende<br />

werkgelegenheid. Halverwege de jaren tachtig stelt het stadsbestuur dan ook<br />

een strategie op ter modernisering van de economische structuur, die een<br />

keerpunt teweegbrengt in het verval van de stad. Kern van deze strategie<br />

is het ontwikkelen van de congres- en toeristenindustrie. Sindsdien is het<br />

stedelijk imago sterk verbeterd en is de stad een toeristentrekker geworden,<br />

met maar liefst 23 miljoen bezoekers per jaar. Ook is de economie meer<br />

gediversifieerd geraakt. In 2005 telde Birmingham al 26.000 banen in de<br />

creatieve industrie, oftewel 5,2% van de werkgelegenheid.<br />

laten vallen op een ander gebouw in Birmingham.<br />

Voorwaarde van die verkoop was echter dat Gray<br />

ook het gebied van de voormalige Custard Factory<br />

erbij zou aanschaffen. De verkoper omschreef het<br />

als een ‘pile of rubbish’. Gray zag echter wel de<br />

potentie van het gebied en was, zoals hij zelf stelt,<br />

‘stunned by the sheer beauty of the place’ (www.<br />

spaceorg.co.uk). Ondanks de kwaliteiten van het<br />

gebied had hij geen vooraf vastgesteld plan voor<br />

de invulling ervan. Door toevallige ontmoetingen<br />

ontstond het idee om studio’s voor artiesten te<br />

realiseren. De immense populariteit van deze<br />

studio’s bepaalde de uiteinde lijke richting van<br />

het herontwikkelingsproject.<br />

De veertien projecten uitgevoerd door SPACE, waar<br />

de Custard Factory er één van is, zijn gebaseerd<br />

op het volgende principe: ‘(…) creating coherent<br />

“working communities” – and then helping to release<br />

and nurture the tremendous energy that always<br />

seem to flow from them in order to bring about<br />

urban revitalisation (www.spaceorg.co.uk)’.<br />

Uit dit citaat blijkt dat een project niet eindigt bij<br />

de herontwikkeling van een gebied, maar dat het<br />

management een wezenlijk onderdeel is van het<br />

gehele project. De naadloze overgang van de fase<br />

van ontwikkeling naar de fase van management is<br />

volgens Gray de kern van een geslaagde herontwikkeling.<br />

Bij dit management is flexibiliteit van cruciaal<br />

belang, omdat men te maken heeft met de behoeften<br />

van een groot aantal creatieve en onafhankelijke<br />

mensen die per definitie een starre structuur<br />

en bureaucratie afwijzen. Over het managen van<br />

herontwikkelingsprojecten zegt Gray het volgende:<br />

‘In a very real sense, if you’ve done it in the right<br />

way, you will be midwife to the birth of a lusty working<br />

community. In the early months you will attempt to<br />

nurture and also to guide the anarchic infant. But<br />

as people get to know each other and as they develop<br />

all sorts of fertile relationships, the project<br />

– like any new born creature – will begin to establish<br />

a spirit, an identity and a direction of its own. Meanwhile,<br />

however, you must engender and maintain<br />

discipline and structure of a high degree – but you<br />

must do so without a smidgen of the appearance<br />

of bureaucracy’ (www.spaceorg.co.uk).<br />

In het Custard Factory project wordt het creëren<br />

van zo’n eigen identiteit actief nagestreefd. Het<br />

grootste gebouw in het gebied, The Devonshire<br />

House, wordt ontwikkeld tot een centrum met werkplaatsen,<br />

winkels en galeries. In dit gebouw wordt<br />

met een transparante inrichting en de aanwezigheid<br />

van een binnentuin gestreefd naar meer dynamiek<br />

en interactie tussen organisaties onderling, maar<br />

ook tussen bezoekers. En dat is hard nodig, want<br />

ondanks deze pogingen is de Custard Factory<br />

momen teel vooral een productiegerichte omgeving<br />

en zijn er nauwelijks publieke <strong>functies</strong> aanwezig.<br />

Gevolg hiervan is dat het tijdens werkdagen in<br />

de avond zo verlaten is op straat dat men een<br />

beveiligingsbedrijf heeft moeten inschakelen. Het<br />

genereren van traffic, zowel overdag als ’s avonds,<br />

zal moeten worden nagestreefd om meer dynamiek<br />

in het gebied te creëren.<br />

In de Custard Factory is, mede door de uitzonderlijke<br />

Bennie Gray, een gezonde omgeving gecreëerd voor<br />

startend ondernemerschap en er is ruimte voor<br />

cultureel experiment. De Custard Factory zal echter<br />

moeten doorontwikkelen en vooral moeten werken<br />

aan publieke <strong>functies</strong>, het creëren van een eigen<br />

identiteit en het aantrekken van meer respectabele<br />

en volgroeide organisaties (Van der Aalst, Hardorff<br />

& Horsten, 2007).<br />

Het Hazemeyer complex in Hengelo staat voor een<br />

soortgelijke opgave. De ontwikkeling wordt gestart<br />

zonder eindbeeld op basis van de dynamiek<br />

die wordt losgemaakt door de ontwikkelaar en de<br />

eerste gebruikers. De kunst is meteen bij de eerste<br />

gebruikers de juiste keuzes te maken en een<br />

bezoekersstroom te genereren. Dat kan door de<br />

gebruikers de gelegenheid te geven zichzelf en daarmee<br />

het gebied een identiteit te geven. De genen<br />

van de ontwikkeling zitten niet in de stenen, maar<br />

in het gevoel van de plek en het programma van<br />

de gebruikers. Bennie Grays vergelijking van de<br />

ontwikkelaar met een vroedvrouw gaat een beetje<br />

mank, om nieuw DNA tot ontwikkeling te brengen<br />

zal er toch eerst een bevruchting moeten plaatsvinden.<br />

Bronnen:<br />

P. van der Aalst, A. Hardorff & P. Horsten, 2007.<br />

Custard met een creatief smaakje. Uncover!, 1<br />

(1), p. 7-12.<br />

R.C. Kloosterman e.a. (2007), Proeftuinen. Cultuur<br />

als hefboom voor de lokale economie. De cases<br />

Helsinki, Manchester, Lille, Milaan en Birmingham.<br />

www.spaceorg.co.uk


128 129<br />

The Custard Factory, creatieve hotspot<br />

in Birmingham<br />

Quote


Hoofdstuk 5<br />

Jeroen Saris, de Stad bv<br />

In samenspraak met Renée Hoogendoorn, directeur Gebiedsontwikkeling AM BV.<br />

De gepresenteerde procesopzet is ontwikkeld in haar vorige functie als directeur<br />

Strategische Projecten bij ING Real Estate Development NL<br />

Nieuwe<br />

verbindingen<br />

maken het<br />

creatief DNA:<br />

proces en<br />

coalitie vorming<br />

Als het werken aan de creatieve stad in de afgelopen jaren ons iets geleerd heeft, dan is<br />

het wel dat daarvoor <strong>nieuwe</strong> verbindingen nodig zijn tussen de hardware (stad, gebouw,<br />

ontwikkelaar) en de software (creatieve bedrijvigheid en consumenten). Dat creativiteit en<br />

cultuur bijdragen tot de waardevorming van een gebouw of van een gebied is wel bekend,<br />

maar hoe komen we erachter welke waarde bij welke omgeving past? Welk samenspel tussen<br />

gebruikers, ontwikkelaars en omgeving, de culturele en kennisinstellingen, de gemeente en<br />

financiers, leidt tot succesvolle herontwikkelingsprojecten? De casus in dit boek illustreren<br />

de grote verscheidenheid aan succesvolle projecten. Creatieve economie vraagt om een<br />

andere benadering van de vastgoedontwikkeling, maar ook een andere benadering van de<br />

stad. Het einde van scheiding van <strong>functies</strong> betekent het leggen van <strong>nieuwe</strong> verbindingen.<br />

Andere markt, ander proces?<br />

Bij de herontwikkeling van binnenstedelijke locaties voor creatieve economie zijn de<br />

standaard methodieken voor vastgoedontwikkeling veelal niet van toepassing. De redenen<br />

daarvoor liggen zowel in de aard van de markt als in het afwijkende karakter van de locaties.<br />

De creatieve markt bestaat uit meerdere sectoren waarvan sommige, zoals media en marketing,<br />

een levenscyclus doorlopen conform de economische wetten van omzetgroei, standaardisatie,<br />

kostenbeheersing en efficiency. Voor deze bedrijven is de projectontwikkeling niet wezenlijk<br />

anders dan in de kantorenmarkt, zij het dat deze creatieve bedrijven andere eisen stellen aan<br />

de locatie. Leegstaande kantoren komen niet in aanmerking omdat ze niet aan de locatie-<br />

en imagovereisten van de creatieve sector voldoen. Een mediaproducent als Endemol kan<br />

in Aalsmeer groot worden dankzij de beschikbare ruimte, bereikbaarheid en lage kosten,<br />

maar kiest uiteindelijk toch voor verhuizing naar een plek in de stad die aan dezelfde criteria<br />

voldoet. Voor IdtV of MTV spelen de traditionele factoren een ondergeschikte rol bij de<br />

keuze voor een vestigingsplaats. Directies en de medewerkers van deze bedrijven hebben<br />

een voor keur voor locatie met een veel hogere ‘belevingswaarde’. In de keuze van MTV<br />

voor het NDSM-terrein in Amsterdam-Noord is de stem van het personeel doorslaggevend<br />

geweest. Dat is ook logisch voor een creatief bedrijf: de creativiteit van de medewerkers<br />

is gebaat bij een uitdagende en prikkelende omgeving. Degenen die in deze sector werken,<br />

stellen een creatieve omgeving dermate op prijs dat het mogelijk een reden kan zijn om<br />

al dan niet bij MTV te willen werken.<br />

Voor IdtV heeft het creatieve gebruik van een oud kraanspoor voor de nieuwbouw van<br />

een langgerekt kantoor in het IJ een hoge toegevoegde waarde. Het gedurfde ontwerp<br />

van Trude Hooykaas is een krachtige onderstreping van het imago van IdtV als een zichzelf<br />

telkens ver<strong>nieuwe</strong>nd creatief productiebedrijf.<br />

De projectontwikkeling voor deze markt van ‘gevestigde’ creatieve industrie verschilt van de<br />

gewone kantoor- en verhuurmarkt vooral in het opzicht dat de locatiekeuze en de conceptontwikkeling<br />

aan de specifieke eisen van de creatieve markt moeten voldoen. De wijze waar op<br />

de <strong>gebouwen</strong> worden herontwikkeld en verhuurd, verschilt niet van de reguliere markt.<br />

Voor andere delen van de creatieve economie (design, kunsten, mode) gelden andere regels.<br />

Ze gedragen zich minder volgens de klassieke wetten van de groei. Het overgrote deel van<br />

de creatieve bedrijvigheid in deze sectoren bestaat uit kleine bedrijven met weinig of geen<br />

personeel. Deze ondernemers hechten meer waarde aan het permanent creatief blijven dan<br />

aan de groei van het bedrijf. De omzet wordt vaak gemaakt in samenwerking met andere<br />

zelfstandig ondernemers in elkaar overlappende netwerken. Studies die gedaan zijn naar<br />

de mediasector in Amsterdam en Hilversum laten deze verschillen in ondernemerschap<br />

goed zien (Van der Groep, 2005). Veelal wordt verondersteld dat het zelfstandig creatief ondernemerschap<br />

een fase in de ontwikkeling is. Om deze reden wordt ook gedacht dat een<br />

broedplaats of bedrijfsverzamelgebouw voor creatieve ondernemers een tijdelijke behuizing<br />

is die als springplank dient tot het moment dat de ondernemers succesvol worden. Oedzge<br />

Atzema et al. (2005) heeft in een vergelijking van bedrijfsverzamel<strong>gebouwen</strong> laten zien dat<br />

dat slechts voor een deel van de ondernemers geldt. Voor een andere groep is het bedrijfs-<br />

131


132 Het eerste initiatief kan van verschillende kanten komen. In Birmingham ontdekte Bennie 133<br />

boven Bid- en tankstation ‘God en Gas’<br />

op de NDSM-werf, kunstwerk van Jeroen<br />

Bisscheroux en Michiel Voet.<br />

onder Monumentale kraan op de NDSMwerf.<br />

verzamelgebouw geen springplank; zij komen niet om te springen maar om te zwemmen.<br />

Onderzoek van Kennisland, Creative Clusters (Londen) en van de Stad bv in Berlijn<br />

(Blokzijl, 2008) bevestigt het beeld dat de groei van de creatieve economie het meer van<br />

de zwerm aan bedrijven dan van een groeiende bedrijfsomvang moet hebben. Om deze<br />

markt te bedienen en om binnen deze markt onroerendgoedwaarde te produceren, zijn heel<br />

andere strategieën en processen nodig. Processen waarin andere criteria de kwaliteit en<br />

het succes van de locatie bepalen. Net als bij de vorige groep creatieve ondernemers is het<br />

karakter van de locatie ook voor deze groep belangrijk, maar daarnaast ook andere criteria.<br />

Een gebouw of gebied dient ook geschikt te zijn voor de interactie in netwerken, voor<br />

inspiratie en ontmoeting. De omgeving dient gevarieerd te zijn en verdraagzaam ten aanzien<br />

van de verschillende levensstijlen. De nadelen van de kleinschaligheid van de ondernemingen<br />

kunnen worden opgevangen middels gedeelde voorzieningen, zoals receptie, presentatieruimten,<br />

ondersteuning, representatieve ruimten en ook evenementen en programma’s. In<br />

de proeftuinen creatieve economie is duidelijk geworden dat projectontwikkeling voor deze<br />

markt andere processen vereist waarin <strong>nieuwe</strong> oplossingen worden gecreëerd, zowel voor<br />

de creatieve ondernemers als voor de waarde creatie. Karin Blokzijl bepleit dat ontwikkelaars<br />

bij de ontwikkeling van een plek een mate van onafheid te laten bestaan, waardoor de<br />

gebruikers hun creatieve stempel erop kunnen drukken.<br />

De ervaring die de proeftuinen hebben opgedaan met de wijze waarop deze processen<br />

kunnen worden ingericht, heeft geleid tot de hierna beschreven procesopzet. Deze procesopzet<br />

wordt in dit artikel eerst in onderdelen beschreven en daarna bij elkaar gebracht in<br />

het procesverloop zoals geschetst in de inleiding: de Venetiaanse brug.<br />

Initiatief en urgentie<br />

Gray (SPACE) als eerste de schoonheid van de Custard Factory en vervolgens viel hij voor<br />

het voorstel van een toneelgezelschap om daar te mogen repeteren en optreden. In Amsterdam-<br />

Noord grepen voormalige krakers van de Zuidelijke IJ-oevers hun kans naar aanleiding van<br />

een advertentie waarin gevraagd werd om een ‘cultureel ondernemer’ om op de NDSMwerf<br />

een kunstenstad te bouwen. In Hengelo was de eigenaar van de Hazemeyerfabriek,<br />

Van Hoogevest, zo pienter een ontwikkelaar in de arm te nemen die de commerciële kansen<br />

ervan onmiddellijk ontwaarde. In Ede zag AM de onwaarschijnlijke kansen van het Enkaterrein<br />

als daar een multifunctionele stad gebouwd zou mogen worden.<br />

In Amsterdam heeft het Consortium Zuidas (ABN-AMRO, ING Real Estate, NS, Gemeente<br />

Amsterdam) in 2004 het initiatief genomen voor de oprichting van een Design Museum.<br />

Als tijdelijke smaakmaker is door hetzelfde consortium met steun van de Premsela Stichting<br />

Platform 21 opgezet als een voorlopige voorziening voor internationale ontmoetingen tussen<br />

publiek, bedrijfsleven en bedrijfsleven. Op het Coolhaveneiland trokken de corporaties<br />

Woonbron en Stadswonen de consequenties uit het beleid van Rotterdam om langs de<br />

KennisAs meer hoger opgeleide professionals aan de stad te binden. In Amersfoort hebben<br />

de adviesbureaus de ogen van de gemeente geopend voor de kansen van een creatief centrum<br />

in het gebouw van Rohm & Haas als aanjager van het Oliemolenkwartier.<br />

In elke stad begint het anders. Soms ligt het initiatief bij de eigenaar, soms bij een PPS of<br />

een consortium, maar het kan ook de gebruiker of de gemeente zijn bij wie het gevoel van<br />

urgentie het eerste opkomt. De kunst is dit gevoel te laten delen door anderen en daarmee<br />

het begin van een ondernemende coalitie te laten ontstaan.<br />

De match tussen vraag en aanbod is vaak niet onmiddellijk gemaakt. De oorzaken daarvan<br />

zijn verschillend. De verschillende partijen hebben hun eigen percepties van de mogelijkheden<br />

van een gebouw of omgeving. Soms is de eigenaar meer geïnteresseerd in wonen dan<br />

in creatieve economie, omdat de opbrengst daarvan bekend en risicoloos is, een andere keer<br />

is de gebruiker bang voor commerciële benutting van de als creatief bestempelde ruimte.<br />

De match van vraag en aanbod is bij een relatief <strong>nieuwe</strong> markt als de creatieve economie


geen eenvoudig proces. Er zijn percepties die elkaar wederzijds uitsluiten. Hoe artistieker<br />

de potentiële gebruikers uit de creatieve sector zichzelf opvatten, hoe minder de kans dat zij<br />

de samenwerking met een projectontwikkelaar opzoeken. Het gevoel gebruikt te worden als<br />

verkenner van de waarde van een gebouw en vervolgens weer te mogen ophoepelen, bevordert<br />

de samenwerking niet. Andersom leeft bij de aanbodkant de gedachte dat deze markt bestaat<br />

uit alleraardigste bohemiens die niet in staat zijn een rendabele huur op te brengen. Hoeveel<br />

behoefte is er eigenlijk aan creatieve bedrijvigheid? Is hier wel sprake van een economisch<br />

rendabele sector en wanneer is de grens van de creatieve bedrijvigheid bereikt?<br />

Het opruimen van de wederzijdse beeldvorming is geen spontaan proces. Wel hebben<br />

intussen veel creatieve ondernemers ingezien dat de herontwikkeling van voormalige industriegebieden<br />

niet alleen door henzelf kan worden aangepakt en dat ervaring en kapitaal onmisbaar<br />

zijn. De onroerendgoedpartijen hebben uit ervaring met antikraak geleerd dat tijdelijke<br />

Hardware<br />

gebruikers in staat zijn een reputatie van een plek op te bouwen. Ook overheden hebben<br />

(visible)<br />

een grote rol gespeeld in de ontdekking van de waarde van het industrieel erfgoed voor de<br />

– meeting points<br />

ontwikkeling van de creatieve economie. Met de herontwikkeling van de Van Nellefabriek,<br />

de Westergasfabriek, Strijp S en Caballero zijn iconen zijn neergezet voor een <strong>nieuwe</strong> aanpak.<br />

Toch overheerst bij de overheid nog steeds het aanboddenken: hoe meer ateliers en broed-<br />

– workspace<br />

plaatsen, hoe creatiever de stad. Daarmee wordt de vitale betekenis van samenwerking met<br />

creatieve ondernemers en projectontwikkelaars onderschat. De creatieve sector zelf ontdekt<br />

vaak eerder dan de overheid de waarde van industriële <strong>gebouwen</strong>.<br />

Het begint met een gevoel van urgentie bij een of meer initiatiefnemers om een afgeschreven<br />

Ambition/goal<br />

gebouw niet te slopen maar te behouden voor de toekomst. De ene keer vanwege de cultuurhistorische<br />

waarde, de andere keer omdat het gebouw vraagt om een tot de verbeelding<br />

Figuur 2 environment (© Renée Hoogendoorn)<br />

134 sprekende gebruiker, maar ook omdat voor de gebiedsontwikkeling op grotere schaal een<br />

culturele katalysator nodig wordt geacht. Soms is de gebruiker de first mover, maar het kan<br />

ook de gemeente of het bedrijfsleven zijn. Het belangrijkste is dat het gevoel van urgentie<br />

gedeeld wordt door meerdere partijen. Pas als de verschillende stakeholders bereid zijn over<br />

hun kortetermijnbelang heen te kijken, kan het inzicht groeien dat samenwerking op lange<br />

Software<br />

Hardware<br />

135<br />

termijn meerwaarde oplevert voor alle partijen. Herontwikkeling van binnenstedelijke locaties<br />

begint met herwaardering van de plek, de locatie, de ligging, de kansen of de intrinsieke<br />

waarde. Het moment dat meerdere stakeholders daarvan overtuigd raken, markeert het begin<br />

van een ondernemende coalitie.<br />

Culture/social affair<br />

Policy<br />

Ubran design/planning<br />

De wijze waarop de herwaardering plaatsvindt en hardware en software elkaar vinden,<br />

is niet langer van toevalligheden afhankelijk. Er is intussen nationaal en internationaal al<br />

geruime tijd ervaring opgedaan met de herontwikkeling van de brownfields, van Amsterdam<br />

en Hengelo tot Helsinki, Essen en Toronto.<br />

Economics<br />

De omgeving<br />

Elk project vindt plaats in een andere omgeving. In Amsterdam-Noord, recht tegenover het<br />

centrum van de stad, liggen kansen anders dan in Hengelo. De NDSM werd gekoloniseerd<br />

door kunstenaars die zochten naar tot de verbeelding sprekende en betaalbare werkruimte.<br />

In Hengelo werd de creatieve sector uitgenodigd door Walas, de ontwikkelaar, om het<br />

Hazemeyerterrein te bezichtigen. De verschillen in kansen tussen beide steden komen niet<br />

alleen voort uit de schaal of de locatie, maar uit een veel dieper gewortelde traditie: Amsterdam<br />

is een metropolitane cultuur en handelsstad, Hengelo een stad van technologie en innovatieve<br />

maakindustrie, die eveneens op mondiaal niveau acteert maar binnen een geheel verschillende<br />

context.<br />

De omgeving heeft meerdere dimensies. Naast de lokale omstandigheden en de verbinding<br />

met de lokale cultuur gaat het ook om de netwerken op regionale, nationale en internationale<br />

schaal. Hoe belangrijk de internationale schaal is voor de lokale mogelijkheden<br />

wordt geïllustreerd door Helsinki, maar evengoed door Amsterdam en Hengelo. Amsterdam<br />

Figuur 1 urgency (© Renée Hoogendoorn)<br />

Science<br />

consultants<br />

university<br />

Software<br />

(Creative Industry)<br />

Source/origin: Need<br />

Software<br />

(invisible)<br />

– atmosphere<br />

– networks<br />

Network<br />

organisations<br />

institutions<br />

Science<br />

consultants<br />

university<br />

Hardware<br />

(Real Estate)<br />

Government<br />

Commerce


is een spin in zowel de culturele als de financiële netwerken. Hengelo is een centrum van<br />

Tot het onderzoek van de omgeving behoort ook dat de trends, de economische en sociale<br />

innovatieve technologie en materialen. Beide omgevingen leveren onvergelijkbare kansen<br />

sterkten en zwakten, <strong>nieuwe</strong> lifestyles, jongerencultuur, aantrekkingskracht op talent en<br />

op in de creatieve economie.<br />

professionals worden onderzocht. Het omgevingsonderzoek vindt plaats binnen het verband<br />

Tot de omgeving behoort ook de institutionele omgeving: kennisinstellingen, culturele<br />

van de potentiële samenwerkingspartners, zodat zij zich kunnen positioneren in een bredere<br />

infra structuur, gemeentelijke diensten, marktpartijen en andere potentiële coalitiepartners.<br />

maatschappelijke context. De beoogde coalitiepartners groeien daarin naar elkaar toe, leren<br />

Kennisinstellingen zoals universiteiten en hogescholen blijken een belangrijke partner in<br />

elkaars context en taal kennen en zijn daardoor beter in staat hun perspectieven op elkaar<br />

Rotterdam voor de aansluiting bij de KennisAs, in Leiden, waar de Hogeschool betrokken<br />

af te stemmen.<br />

wordt bij het Huis van Communicatie, en in Arnhem, waar zonder ArtEZ geen modewijk<br />

Onroerendgoedontwikkelaars hebben deze houding niet vanzelfsprekend. In de traditionele<br />

in Klarendal zou kunnen worden gerealiseerd. In Hengelo is HeArtpool, een particuliere<br />

projectontwikkeling zou een marktonderzoek naar potentiële huurders en beleggers vol-<br />

kunstkring van ondernemers, een belangrijke medespeler in De Creatieve Fabriek, zoals<br />

doende zijn om de marktpotenties van een locatie te bepalen. In de creatieve economie als<br />

de Premsela Stichting op de Zuidas. Ten slotte zijn de gemeentelijke diensten een belang-<br />

drager van binnenstedelijke herontwikkeling kan daarmee niet worden volstaan. Creatieve<br />

rijke partij, juist omdat deze vaak niet één partij zijn, maar geïnstitutionaliseerde deel-<br />

economie gaat over het ontwikkelen van <strong>nieuwe</strong> bedrijvigheid en het aantrekken van<br />

belangen een verdelende of een verenigende rol kunnen spelen afhankelijk van de mate<br />

<strong>nieuwe</strong> consumenten. De ontwikkeling daarvan vereist een open proces waarbij het experi-<br />

waarin het gemeentebestuur in staat is sturend op te treden en de eigen rol in de coalitie<br />

ment een noodzakelijk element in de zoektocht is. Het opsporen van <strong>nieuwe</strong> consumenten<br />

te bepalen.<br />

en <strong>nieuwe</strong> markten is niet mogelijk met een vaststaand eindbeeld of blauwdruk van de<br />

Last but not least zijn de marktpartijen belangrijke spelers in de omgeving van een creatief<br />

toekomstige functionele invulling.<br />

initiatief, die verschillende rollen kunnen kiezen: regisserend, faciliterend, bepalend, inter-<br />

Tot de partijen die betrokken dienen te worden bij De Nieuwe Aanpak behoort ook de<br />

actief of in zichzelf gekeerd, afhankelijk van de wijze waarop zij hun belang definiëren.<br />

overheid. Voor de overheid is een open proces niet altijd comfortabel. Zeker waar een regio<br />

Het verbinden van de verschillende perspectieven van deze partijen tot een coalitie is de<br />

te maken heeft met tegenslag is de neiging sterk om een defensieve opstelling te kiezen<br />

tweede stap in het proces.<br />

waarbij bestaande belangen van ondernemers leidend zijn. De ondernemers eisen dat vaak<br />

en welke politicus waagt het om zich de haat van het MKB op de hals te halen. Het vergt<br />

Omgeving is ook belangrijk voor de wijze waarop sociale en culturele trends doorwerken<br />

een hoop stuurmanskunst de achterban mee te nemen in het denken in <strong>nieuwe</strong> markten en<br />

op lokaal niveau. Staat de lokale samenleving open voor <strong>nieuwe</strong> trends in jongerencultuur,<br />

een nieuw groeipotentieel. Ook voor de ambtelijke organisatie is het lastig een kader te stellen<br />

mode of media, of is deze gesloten en traditioneel? Zijn er trendsetters in de regio die<br />

voor <strong>nieuwe</strong> ontwikkelingen zonder duidelijk beeld van het eindresultaat. De bescherming<br />

136 kunnen uitgroeien van lokale baanbrekers tot internationale ‘sterren’.<br />

van bestaande belangen en de uitvoering van het bestaande beleid zijn niet gebaat bij de 137<br />

Elke omgeving biedt andere kansen voor creatieve projecten. De kansen ontstaan door kennis-<br />

vrijheid die nu juist nodig is om de creatieve economie de kans te geven zich te ontplooien.<br />

instellingen, technologische of innovatieve bedrijven, cultuur en creatief ondernemerschap<br />

De vereisten van de creatieve economie staan haaks op het conserverende instrumentarium<br />

met elkaar te verbinden. Vaak speelt de overheid een cruciale rol in het initiëren van <strong>nieuwe</strong><br />

dat gericht is op de bescherming van sectorale belangen zoals DPO, milieuwetgeving,<br />

verbindingen. Niet dat de overheid zelf bepaalt waar de verbindingen toe leiden, daar is ze<br />

bestemmingsplannen en zelfs het op aanbodgerichte cultuurbeleid. Creatieve economie heeft<br />

helemaal niet toe in staat. Het is vaak zo dat de overheid de facilitator is van het zoekproces<br />

behoefte aan ontwikkelings- en productieruimte, meer dan aan bescherming of begrenzing.<br />

waarin adviseurs/consultants of ontwikkelaars worden ingeschakeld om de verbindingen<br />

De overheid heeft in de creatieve coalitie met gebruikers, ontwikkelaars en eigenaren vooral<br />

te leggen. De Stad bv heeft deze rol in meerdere projecten op verschillende wijze vervuld.<br />

een bevrijdende en verbindende rol.<br />

In Rotterdam stelden de corporaties de vraag of creatieve bedrijvigheid de aantrekkelijk-<br />

Het in kaart brengen van de complexe netwerkstructuur rond projecten in de creatieve<br />

heid van het Coolhaveneiland voor hoger opgeleide jongeren en starters zou kunnen bevor-<br />

economie vereist intensieve interactie met de belangrijkste technologische, culturele<br />

deren. In Amersfoort werd de adviessector betrokken bij de creatieve sector en gewezen op<br />

en economische stakeholders om het potentieel van de creatieve economie per locatie<br />

de kansen van bepaalde locaties. In Hengelo heeft de Stad bv geadviseerd op het Hazemeyer-<br />

juist te kunnen inschatten en coalities te formeren rond de meest kansrijke initiatieven.<br />

terrein activiteiten te ondernemen die gericht zijn op een creatief en cultureel geïnteresseerd<br />

De betrokkenheid van de regionale spelers is nodig om een belangenverstrengeling te<br />

publiek in Twente en de wijde omgeving. De aanwezigheid van HeArtpool, een vereniging<br />

creëren die het draagvlak biedt om creatieve initiatieven te laten uitgroeien tot een substan-<br />

van ondernemers die geïnteresseerd zijn in beeldende kunst en jaarlijks een stimuleringsprijs<br />

uitreiken aan baanbrekende jonge kunstenaars, is een niet-geringe stimulans voor de invulling<br />

tieel onderdeel van de regionale economie.<br />

van wat intussen De Creatieve Fabriek is gaan heten.<br />

Ondernemende coalitie<br />

In het geval van het NDSM-terrein heeft Red Concepts met MediaWharf de verbinding<br />

Na het verkennende stadium van de ontwikkeling van een creatief cluster waarin de match<br />

gelegd tussen de beweging van de mediasector richting de ruige plek boven het IJ. In Leiden<br />

tussen hardware en software en de verkenning van de omgeving centraal staan, komt de fase<br />

werd de relatie gelegd tussen de mediaopleidingen, de communicatiesector, de universiteit<br />

van de conceptontwikkeling. De belangrijkste partijen hebben met elkaar de lokale kansen<br />

en de ontwikkelaars van De Meelfabriek met als resultaat het Huis van de Communicatie.<br />

verkend en de netwerken zijn geëxploreerd. Elke partij heeft de gelegenheid gehad zich te<br />

In al deze voorbeelden gaat het niet om de schijnbaar toevallige combinatie van factoren,<br />

beraden op zijn eigen belangen en betrokkenheid. Om de verscheidenheid van particuliere<br />

die niet kopieerbaar is, maar om de methode, De Nieuwe Aanpak (DNA), waarbij het her-<br />

belangen te overstijgen en vertrouwen tussen partijen tot stand te brengen, is de ontwikkeling<br />

waarderen en benutten van de lokale en regionale condities en kansen met de omgeving<br />

van een concept nodig.<br />

een belangrijke stap is in het herdefiniëren van de verouderde binnenstedelijke locaties. De<br />

In Leiden kreeg de ontwikkeling van de Nieuwe Energie pas echt vaart nadat het Huis<br />

Nieuwe Aanpak is geen statische combinatie van traditionele vestigingsvoorwaarden, maar<br />

van de Communicatie als verenigend concept was neergezet. Op de Noordelijke IJ-oevers<br />

een dynamisch proces waarin partijen met elkaar in gesprek gaan om <strong>nieuwe</strong> verbindingen<br />

vonden overheid en private partijen elkaar nadat Red Concepts het concept MediaWharf<br />

en netwerken tot stand te brengen.<br />

had neergezet.


Voor de vorming van een ondernemende coalitie tussen ontwikkelaars, overheid en<br />

in staat zijn experimenten op hun waarde te schatten en zich de bijpassende levenstijl snel<br />

gebruikers is een concept nodig waarin alle partijen zich kunnen herkennen. Concept,<br />

eigen te maken. Zij vertalen de experimenten naar een groter publiek en zetten deze om in<br />

coalitievorming en vertrouwen gaan samen. Pas als partijen het eens zijn over de identiteit,<br />

trends. De trendvolgers zijn essentieel voor het uiteindelijke succes van een creatief milieu,<br />

de doelgroep, de markt en de wijze waarop de rollen verdeeld gaan worden, kan met ver-<br />

omdat voor rendabele exploitatie de traffic en de omzet bepalend zijn. Ten slotte komt het<br />

trouwen aan de uitvoeringsfase worden begonnen. Er is geen ondernemende coalitie denk-<br />

grote publiek dat zich graag voegt bij de trendsetters en trendvolgers. Het resultaat van de<br />

baar zonder vertrouwen, er is geen vertrouwen zonder een bindend concept waarin alle<br />

creatieve herontwikkeling is dat op de locatie een nieuw en groot publiek zich thuis gaat<br />

partijen zich kunnen herkennen.<br />

voelen en door zijn consumptieve uitgaven de investeringen rendabel maakt.<br />

Het concept is een kernachtige aanduiding van gedeelde waarden tussen de ontwikkelende<br />

Het concept en de keuze voor bepaalde groep hebben grote invloed op de waardevorming<br />

partijen. Het concept is een amalgaam van belangen dat in elke stad zijn eigen specifieke<br />

van het gebied. In feite ligt de kern van de creatieve projectontwikkeling in het kunnen<br />

samenstelling kent. In Amersfoort is het concept gekleurd door de combinatie van de advies-<br />

beoordelen van de mogelijke opeenvolging van consumenten/gebruikers. Creatieve<br />

sector en de beeldende kunst: de etalage van advies en cultuur. Op het Coolhaveneiland<br />

herontwikkeling is een risicovol experiment, omdat de primaire keuze voor de groep<br />

wordt de KennisAs verbonden met de jongerencultuur, muziek en media. In het Olympisch<br />

experimen tele gebruikers met vele onzekerheden omgeven is. Juist daarom wordt in dit<br />

Gebied in Amsterdam wordt de verbinding gelegd tussen sport, excellentie en interactie<br />

boek gepleit voor een proces dat voldoende ruimte laat om het terrein van het mogelijke<br />

op lokale en mondiale schaal. In Arnhem zijn mode en design de kernthema’s waarmee de<br />

grondig te onderzoeken. Ontwikkelaars en de gemeente hebben er baat bij alle mogelijk-<br />

creatieve economie in de wijken rond de binnenstad wordt ontwikkeld. Het concept kan,<br />

heden goed te onderzoeken en te testen om er achter te komen welke plaats een project<br />

zoals in Klarendal, een positionerend karakter hebben voor de wijkontwikkeling door<br />

kan innemen in de creatieve economie en niet te snel door te stoten naar doelgroepen-<br />

te investeren in het culturele kapitaal van de wijk. Elke coalitie heeft een specifiek concept<br />

dat past bij de hardware en de software, dat inspeelt op de omgeving en de netwerken en<br />

analyses zonder grond onder de voeten.<br />

vertrouwen schept tussen de partijen als basis. Het concept is niet eenduidig, maar verenigend.<br />

De uitvoering<br />

Het is niet de optelsom van belangen, maar een set waarden die daarboven uitstijgt en<br />

Als de ondernemende coalitie is gevormd en de visie op de toekomst door de stake-<br />

gevat wordt in een gedeelde visie op de toekomst van de stad, de wijk of de locatie.<br />

holders wordt gedeeld, is de uitvoering aan de orde. De regie voor de uitvoering ligt bij<br />

De ondernemende coalitie is niet het product van goede bedoelingen, maar van een<br />

de profes sionele beheerder die namens de eigenaar de regie voert. In veel gevallen zal de<br />

gerichte zoekstrategie. Als een locatie niet vanzelfsprekend in aanmerking komt voor de<br />

professionele ontwikkelaar de regie al in eerder stadium in handen hebben genomen en<br />

verhuurmarkt voor bekende eigenaren ontstaat een zoekproces waarin de creatieve sector<br />

de deelnemende partijen aan de ondernemende coalitie mede selecteren op hun bijdrage<br />

138 een betekenisgevende rol speelt. Het kunstenaarsduo Marisja Smit en Thijs Trompert,<br />

aan het realiseren van het beoogde concept.<br />

139<br />

die hun atelier hebben in Rohm & Haas in Amersfoort, waren niet alleen antikrakers, maar<br />

Zoals hierboven is beschreven, zal de ontwikkelaar vaak in een vroeg stadium tijdelijke<br />

ook ‘Raumpionier’, zoals dat in het Duits heet. Het atelier was meer dan een kunstproductie-<br />

gebruikers inzetten om achter de potenties van de locatie te komen. Om de stap van tijderuimte.<br />

Het was tegelijk een statement voor hergebruik van de voormalige fabrieksruimte<br />

lijke naar definitieve invulling te maken, kunnen allerlei contract- en organisatievormen<br />

als cultuurfabriek. In Hengelo is deze omkering ook letterlijk in de naam van de voormalige<br />

Hazemeyerlocatie tot uitdrukking gebracht: De Creatieve Fabriek. Elders in de wereld<br />

worden gekozen.<br />

gebeurt hetzelfde zoals in Distillery District in Toronto, de Kunstad op de Noordelijke<br />

In het geval dat een industrieel gebouw of een verouderd kantoor in één keer wordt her-<br />

IJ-oevers en de Custard Factory in Birmingham.<br />

ontwikkeld voor de creatieve markt, zal de bouw meestal pas aanvangen als de helft of meer<br />

De ondernemende coalitie vat zichzelf soms ook op als aanjager, katalysator, van <strong>nieuwe</strong><br />

verhuurd is. Bij oplevering wordt dan de rest verhuurd, zodat de ontwikkelaar het geheel bij<br />

stedelijke ontwikkelingen. De symbolische productie heeft als voordeel boven de industrie<br />

een belegger kan onderbrengen. In het geval dat gekozen wordt voor een meer geleidelijke<br />

dat deze niet botst met de andere <strong>functies</strong> van het binnenstedelijke gebied. Integendeel, met<br />

ontwikkeling zullen de contracten een meer flexibel karakter dragen in tijd, omvang of prijs.<br />

de creatieve bedrijvigheid keert een authentieke stedelijke functie terug in het hart van<br />

Dat kan door de vierkantemeterprijs geheel of gedeeltelijk te koppelen aan de omzet, of<br />

de stad. Als de ondernemende coalitie de versterking van de culturele functie van de stad als<br />

door flexibel om te gaan met de omvang van de gehuurde ruimte, variërend van een bureau<br />

doel omarmt, wordt een authentieke functie van het binnenstedelijke gebied op een <strong>nieuwe</strong><br />

of werkplek tot een geheel kantoor, atelier of bedrijfsruimte. De flexibiliteit stelt de creatieve<br />

wijze vormgegeven.<br />

ondernemer die nog zoekende is in staat werkruimte te huren die meebeweegt met de groei<br />

De ondernemende coalitie vereist een conceptueel kader waarmee zowel de ontwikkelaars,<br />

en krimp van de werkzaamheden zonder grote risico’s te lopen. De eigenaar/ontwikkelaar<br />

de overheid als de gebruikers zich duurzaam kunnen identificeren. De gedeelde waarden<br />

heeft ook belang bij flexibiliteit, omdat deze daardoor kan meeprofiteren van de mate waarin<br />

zijn dan ook meer dan een optelsom, maar eerder een <strong>nieuwe</strong> identiteit, die wortelt in de<br />

de huurders succes hebben op de markt.<br />

historie, aansluit bij het heden en de verscheidenheid aan belangen en tegelijk richting geeft<br />

De ontwikkelaar die zich bewust is van het feit dat de waarde van het gebouw afhangt van<br />

aan het handelen in de toekomst.<br />

het succes van de huurders, kan bijdragen aan het slagen van de gehuisveste ondernemers<br />

De aanpak, het concept, vergt een visie op de opeenvolging van gebruikers en consumenten.<br />

door extra bedrijfsondersteunende service en voorzieningen te bieden naast de fysieke ruimte.<br />

De first movers of pioniers zijn beslissend voor de opbouw van een <strong>nieuwe</strong> reputatie van<br />

De service waar creatieve ondernemers de meeste behoefte aan hebben, betreft hulp bij<br />

een brownfield of voormalig industriegebied. Zij bepalen welke doelgroepen worden bereikt<br />

het ontwikkelen van een ondernemingsplan, bemiddeling bij kredietverlening, financiële<br />

door de eerste evenementen en markten. Het is voor de positionering van de herontwikke-<br />

expertise, verbindingen met andere ondernemers en HRM-expertise. Gebruikers en<br />

ling van een gebied dan ook cruciaal wie de first movers zijn en wie zij in hun kielzog zullen<br />

ontwikkelaars kunnen ook ervoor kiezen het accent te leggen op de zelforganisatie van<br />

meenemen.<br />

de gebruikers. Een extreem voorbeeld van zelforganisatie is Kinetisch Noord, waarin de<br />

De eerste groep wordt geselecteerd op zijn vermogen <strong>nieuwe</strong> trendy consumenten aan<br />

kunstenaars georganiseerd als corporatie zelf het gebouw trachten te verwerven om een collec-<br />

te trekken. Immers na de eerste groep experimentelen komen de early adopters, degenen die<br />

tieve autonomie te bewerkstelligen. Maar ook sommige verhuurders kunnen erg ver gaan


140 141<br />

NDSM-loods in Amsterdam<br />

Detail van de Van Nelle Ontwerpfabriek<br />

in Rotterdam


142<br />

Figuur 3 approach (© Renée Hoogendoorn)<br />

Volume<br />

Start<br />

branding<br />

incubator<br />

incubator<br />

incubator<br />

Time<br />

Figuur 4 organisation (© Renée Hoogendoorn)<br />

flexible/fixed<br />

incubator<br />

building identity<br />

Ambition/goal<br />

tenants operator owner fin. opportunities<br />

Volumre 1 /auth.<br />

Sponsor<br />

Subsidy<br />

Philantrophy<br />

Culture fund<br />

Governance<br />

Trad. loan<br />

in het bevorderen van zelforganisatie door extra voorwaarden te stellen aan de gebruikers,<br />

zoals het deelnemen aan gezamenlijke programma’s en evenementen die in de locatie<br />

worden georganiseerd. In het Volkskrant-gebouw zijn de gebruikers per verdieping<br />

bij elkaar gebracht en geselecteerd op synergie en bereidheid aan een gezamenlijke doelstelling<br />

bij te dragen.<br />

Deze verbindingen tussen gebruikers en tussen gebruikers en ontwikkelaars vormen het<br />

DNA van de creatieve ontwikkeling. De aard van de verbindingen bepaalt voor een groot<br />

deel de uitkomst in termen van waardeontwikkeling. De waarde hoeft overigens lang niet<br />

altijd beperkt te worden tot de financiële waarde. Het culturele programma kan in de<br />

aandachtswijk bijvoorbeeld bijdragen aan de lokale samenleving en daarmee belangrijke<br />

maatschappelijke baten of immateriële waarden tot gevolg hebben. Die kunnen tijdens<br />

de realiseringsfase te voorschijn komen uit de wijze waarop tijdens de initiatieffase de verbindingen<br />

tussen partijen zijn gelegd. Een gezamenlijke ondernomen zoektocht aan het<br />

begin van het proces zorgt voor vertrouwen tussen partijen en zorgt ervoor dat partijen het<br />

onderhandelingsmodel (maximalisatie van het individuele voordeel ten koste van de andere<br />

partij) achter zich laten en overgaan tot het zoeken naar optimalisering van het wederkerig<br />

voordeel. Voorbeelden van dergelijke verbindingen worden gegeven in de casusbeschrijvingen<br />

van Hengelo, Amersfoort en NDSM.<br />

De Venetiaanse brug<br />

De hierboven beschreven processtappen komen in grote lijnen overeen met de Venetiaanse<br />

brug die in de inleiding is gepresenteerd. Beide metaforen leggen het accent op de zoektocht<br />

die nodig is aan het begin van het proces om de range aan mogelijkheden te vergroten en<br />

een coalitie van partijen te vormen die bereid is deze <strong>nieuwe</strong> mogelijkheden ook te benutten.<br />

In beide procesbeschrijvingen vormt de herwaardering van de industriële omgeving, de<br />

<strong>nieuwe</strong> trends en leefstijlen en de economische kansen van het binnenstedelijke gebied<br />

de tweede stap in het proces.<br />

Uit deze twee stappen volgen de visie en conceptvorming, niet als een architectonisch of<br />

stedenbouwkundig ontwerp van een gewenste toekomst, maar in de vorm van een visie op<br />

gedeelde waarden en een handelingsperspectief voor de deelnemers aan de ondernemende<br />

coalitie. Het ontwerpstadium komt daarna pas, als er zicht is op de uitvoering. Niet dat<br />

daarvoor geen beelden of ontwerpen mogen worden gebruikt. Integendeel, maar ontwerp<br />

en verbeelding dienen in de eerste drie processtappen het onderzoek naar de verruiming<br />

van de mogelijkheden en het voorstelbaar maken van het onmogelijke. Pas als de zoektocht<br />

achter de rug is, kan het ontwerp de realisatie ondersteunen.<br />

Het hier beschreven proces is niet eenmalig. De cyclische opwerking van de locatie naar een<br />

hoger niveau van waardeontwikkeling vraagt om herhaling van het proces, nadat de vorige<br />

concepten in de loop der tijd sleets zijn geworden. In de creatieve economie mag verwacht<br />

worden dat de concepten elkaar sneller zullen opvolgen en dat wat gisteren nog hip en cool<br />

was, morgen al weer hopeloos ouderwets is. Een goed vormgegeven coalitie van creatieve<br />

ondernemers, eigenaren en ontwikkelaars kan de basis zijn voor een cyclisch creatief proces<br />

waarbij alle partijen een volgend stadium van hun economische levenscyclus bereiken. Daarbij<br />

hoeft de ondernemende coalitie niets van zijn glans en creativiteit te verliezen. Het is een<br />

wijdverbreid misverstand dat het bereiken van een hoger stadium van commercieel succes<br />

noodzakelijk gepaard gaat aan een verlies aan creativiteit. Het misverstand komt voort uit de<br />

wetten van de industriële economie die gebaseerd waren op standaardisatie en kostenreductie.<br />

In de creatieve economie komt de waardestijging voort uit het in stand houden van de illusie<br />

dat een plek, een gebouw of een buurt een unieke bron van belevenis en creativiteit is.<br />

De Venetiaanse brug uit de Inleiding p. 40 verbeeldt de zelfreflectie waarmee de permanente<br />

vernieuwing van deze illusie gestalte krijgt. Aan de andere kant van de brug ligt het<br />

Venetië van de toekomst.<br />

143


Arabianranta<br />

Helsinki<br />

Auteurs<br />

Arabianranta is gelegen in een van de oudste<br />

industriële gebieden van Helsinki en omvat 85<br />

hectare. In 2006 telde Arabianranta 5000 inwoners<br />

en een gelijk aantal werknemers. De voorspelling<br />

is dat rond 2010 het aantal inwoners verdubbeld<br />

zal zijn, het aantal banen gegroeid tot 8000 en het<br />

gebied zo’n 6000 studenten zal tellen. Tweederde<br />

van de bedrijven in Arabianranta zijn vandaag de<br />

dag actief op het terrein van de creatieve industrie<br />

en veel van de kleine bedrijven werken voor grotere<br />

multinationals als Ericson, Nokia en Siemens.<br />

De University of Art and Design Helsinki (UIAH)<br />

heeft een belangrijke rol gespeeld als pionier in<br />

de ontwikkeling van het gebied. Nadat de UIAH<br />

zich in het gebied vestigde, volgden meer instituten<br />

zoals het Helsinki Pop & Jazz Conservatory, de<br />

School of Art and Media Pori en Media Lab. Later<br />

vestigden zich ook steeds meer ICT- en moderne<br />

mediabedrijven in het gebied, allereerst als onderdeel<br />

van de <strong>nieuwe</strong> cursussen en onderzoeksagenda<br />

van de UIAH, later ook in de vorm van<br />

gemeenschappelijke ontwikkelingsprojecten.<br />

De UIAH is betrokken geweest bij het opzetten<br />

en organiseren van verschillende projecten zoals<br />

Lume, het grootste audiovisuele ontwikkelings-<br />

en onderzoekscentrum van Noord-Europa, en de<br />

instelling Huippu Design Management, die Fins<br />

design promoot . De UIAH coördineert ook een<br />

project waarbij kunstenaars uit Arabia worden<br />

gestimuleerd in hun ontwikkeling door kunst te<br />

integreren in het planningsproces. Daarnaast is een aan innovaties en waardeontwikkeling, ondanks<br />

144 Volgens het European Economic Research Consortium (ERECO) was de stad<br />

145<br />

Helsinki in de periode 1995–2000, na Dublin, de Europese metropool met<br />

het hoogste economische groeicijfer. Deze hoge positionering op de Europese<br />

ranglijst is niet alleen te danken aan de economische prestaties van de stad,<br />

maar ook aan de culturele activiteiten die in Helsinki plaatsvinden. Sinds het<br />

midden van de jaren tachtig heeft de stad sterk geïnvesteerd in de culturele<br />

infrastructuur en in het organiseren van evenementen (bijvoorbeeld het<br />

museum van hedendaagse kunst Kiasma en de Museum nacht) en in 2000<br />

was Helsinki Culturele Hoofdstad van Europa.<br />

Diverse sleutelfiguren in de regio van Helsinki, zowel afkomstig uit de overheid<br />

als uit het bedrijfsleven, hebben een integrale visie ontwikkeld over een<br />

regionale strategie. Het ontwikkelen van Helsinki tot een Scandinavische regio<br />

van interactie met een focus op duurzame groei en gebaseerd op kennis<br />

als basiselementen. Aan de hand van deze visie werden vele initiatieven<br />

en plannen ontwikkeld, met een focus op de samenwerking tussen bedrijven<br />

en onderzoeksinstituten in de regio. De kunst- en designstad Arabianranta<br />

is een belangrijk voorbeeld van zo’n samenwerking tussen de publieke en<br />

private sector waarin zowel de design- als de ICT-sector betrokken was.<br />

publiek-privaat consortium actief in Arabianranta<br />

met de ontwikkeling van Helsinki Virtual Village,<br />

een virtuele, experimentele interactieve gemeenschap.<br />

Draadloze ADSL-verbindingen voor alle<br />

huishoudens en bedrijven versterken de onderlinge<br />

contacten tussen bedrijven, de ontwikkeling van<br />

netwerken, de lokale kennis en de betrokkenheid<br />

van de actoren in het gebied.<br />

De basis voor de herontwikkeling van Arabianranta<br />

is weliswaar de vestiging van UIAH geweest, maar<br />

het project is uiteindelijk mogelijk gemaakt door<br />

omvangrijke publiek-private samenwerking. In 1995<br />

namen invloedrijke grond- en bedrijfseigenaren<br />

en belangengroeperingen in Helsinki het besluit<br />

om een gemeenschappelijk publiek-privaat ontwikkelings<br />

bedrijf op te richten, genaamd Art and Design<br />

City Helsinki Ltd. (ADC Ltd.), vanuit het oogpunt dat<br />

de creatieve economie vraagt om <strong>nieuwe</strong> samenwerkingsvormen.<br />

Deelnemers aan dit partnership<br />

waren de UIAH, de stad Helsinki, het ministerie<br />

van Industrie, het Helsinki Pop & Jazz Conservatory,<br />

Hackman BV (eigenaar van het merendeel van<br />

de grond en de designrechten van de voormalige<br />

porseleinfabriek Arabia) en nog een aantal andere<br />

grondbezitters, waaronder bouwbedrijven. Doel van<br />

dit ontwikkelingsbedrijf was het creëren van onderwijs-<br />

en arbeidsfaciliteiten, maar ook de versterking<br />

van het leefklimaat om het gebied een impuls te<br />

geven.<br />

Arabianranta is een multisectoraal ontwikkelingsproject<br />

waarin zowel publieke als private actoren<br />

betrokken zijn. Het is een samenwerking tussen<br />

overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen, zoals<br />

in Nederland bijvoorbeeld succesvol wordt toegepast<br />

in Brainport Eindhoven. Het project kent<br />

intersectorale en wederzijds versterkende effecten,<br />

die over de lokale en nationale grenzen heen gaan.<br />

De verschillende innovatieve processen zijn parallel<br />

aan elkaar gestart en ontworpen om met elkaar<br />

te interacteren. Daarmee is het geheel meer dan<br />

de som der delen en passen <strong>nieuwe</strong> ontwikkelingen<br />

en partijen naadloos in de bestaande structuur.<br />

Arabianranta is een dynamische wijk die zichzelf<br />

voortdurend uitvindt.<br />

Een van de voornaamste succesfactoren is de<br />

brede coalitie die door ADC Ltd. is gevormd. Naast<br />

draagvlak ontstaat daarmee ook een platform voor<br />

kennisuitwisseling, innovatie en het genereren van<br />

sociaal kapitaal in het gebied. Het ontwikkelingsbedrijf<br />

heeft hiervoor zijn eigen interactieve omgeving<br />

geschapen, in zowel fysieke als virtuele vorm. Een<br />

belangrijk signaal is dat werknemers uit het gebied<br />

zich steeds vaker willen vestigen in Arabianranta.<br />

Een levendige gemeenschap is wellicht de belangrijkste<br />

voorwaarde voor een dynamisch en interactief<br />

creatief milieu, iets wat op de High Tech<br />

Campus in Eindhoven na vijven nog moet worden<br />

uitgevonden.<br />

Niettemin is gebiedsontwikkeling ook in Nederland<br />

steeds meer een gedeeld domein van ontwikkelaars,<br />

overheden, kennisinstellingen en (creatieve) ondernemers.<br />

Men realiseert zich dat de verschillende<br />

<strong>functies</strong> en partijen elkaar versterken en bijdragen<br />

de complexiteit in het begin van het proces. De<br />

casus in Helsinki toont aan dat hiervoor een krachtige<br />

coalitie nodig is met een gedeeld belang en<br />

gebaseerd op gemeenschappelijke kernwaarden.<br />

R.C. Kloosterman e.a. (2007), Proeftuinen.<br />

Cultuur als hefboom voor de lokale economie.<br />

De cases Helsinki, Manchester, Lille, Milaan<br />

en Birmingham.


Hoofdstuk 6<br />

Jeroen Saris<br />

Creatieve<br />

economie en<br />

architectuur<br />

In deze tijd houden creatieve mensen, waar ook ter wereld, van oude <strong>gebouwen</strong>. Of zij nu<br />

kunstenaar, ondernemer of beide tegelijk zijn, ze hebben een uitgesproken voorkeur voor<br />

vestiging in oude panden en oudere stadswijken. In naoorlogse wijken of <strong>gebouwen</strong> zijn<br />

opvallend weinig creatieve ondernemers te vinden. Af en toe in een verouderd kantoorpand,<br />

zoals het Hoofdkwartier in Arnhem, of de Vliegbasis in het voormalige Huygenscollege, maar<br />

dat is het dan. Hoe kan dat?<br />

Ooit was ‘modern’ het sleutelwoord voor de culturele avant-garde in de beeldende kunst,<br />

de architectuur, de literatuur en de muziek. Vooral in de Nederlandse architectuur heeft het<br />

modernisme zich langer gehandhaafd dan elders, waar postmodernisme en eclecticisme<br />

eerder de kop opstaken.<br />

Op dit moment zien we dat de <strong>nieuwe</strong> garde van Nederlandse architecten de voorkeur voor<br />

oude <strong>gebouwen</strong> deelt met de creatieve bedrijvigheid, zeker waar het om de eigen bedrijfsvestiging<br />

gaat. MVRDV heeft zich gevestigd in het prachtige pand van de voormalige<br />

drukkerij Wyt op Coolhaveneiland. Jan Poolen, architect in Amersfoort, heeft een ontwerp<br />

gemaakt voor de voormalige fabriek van Rohm & Haas in Amersfoort om zich daar zelf te<br />

vestigen. De voorliefde van creatieve bedrijven voor oude <strong>gebouwen</strong> heeft iets paradoxaals.<br />

In dit hoofdstuk we zullen de redenen voor deze voorkeur proberen te achterhalen en de<br />

architectonische waarden die een rol spelen bij herontwikkeling. De volgende vragen komen<br />

hierbij aan orde.<br />

Wanneer is een gebouw in staat betekenis te geven aan een plek, en kan deze betekenis<br />

een belangrijke vestigingsfactor zijn voor creatieve bedrijven? Heeft de creatieve economie<br />

specifieke <strong>gebouwen</strong> nodig om te voldoen aan de behoeften van creatieve ondernemers<br />

en kunstenaars? Hoe komt de reputatie van een plek, the sense of place, tot stand? Welke rol<br />

spelen iconen in het vertellen van het <strong>nieuwe</strong> verhaal van de plek en de <strong>nieuwe</strong> gebruikers.<br />

Hoe drukken hun levenstijlen, woon- en werkwensen zich uit in het programma van eisen<br />

voor de gebouwde omgeving? Een belangrijk aspect is tijdelijk gebruik en daarmee samenhangend<br />

de permanente onafheid. Ten slotte zullen we enkele consequenties hieruit trekken<br />

voor het Belvederebeleid en de rol van architectuur.<br />

Waarde voor de creatieve bedrijvigheid en de betekenis van het gebouw<br />

Is het voldoende dat een gebouw economisch waardeloos is, en dus goedkoop, om de lust<br />

van de creatieve ondernemer op te wekken, of heeft de liefde een diepere dimensie? Soms<br />

is een gebouw té verleidelijk. In het geval de Van Nellefabriek nodigt de modernistische<br />

architectuur vanzelfsprekend uit om de lijn door te trekken naar een radicale moderne<br />

herinterpretatie en herpositionering van het gebouw in de postindustriële economie.<br />

Functie volgt vorm, zou je met enige ironie kunnen zeggen.<br />

Bij Kraanspoor is de verbeelding aan de macht. Architect Trude Hooykaas zag in de<br />

stoerheid waarmee een voormalige kraanspoor het IJ instak al het gebouw voordat<br />

er sprake was van enige ontwikkeling, laat staan van een ontwikkelaar. Het ontwerp dat<br />

zij ervoor maakte, een liggende toren, moest vanwege de eisen die het toekomstig gebruik<br />

stelt aan de organisatie van een dergelijk gebouw als één geheel tot in detail worden<br />

uitgewerkt.<br />

Voor het type herontwikkeling waarbij een heel complex in één keer opnieuw ontwikkeld<br />

wordt, is een totaalaanpak nodig die zowel de restauratie van het monument betreft als<br />

het herontwerp van de binnenkant, de omgeving, de openbare ruimte en de ontsluiting.<br />

Deze aanpak vraagt om forse investeringen ineens. Vaak is het toekomstig gebruik vooraf<br />

bekend, inclusief de gebruiker zelf, zoals IdtV bij Kraanspoor en de ontwerpbranche in<br />

de Van Nellefabriek. Een grootschalige totaal aanpak vereist grote geldstromen in korte<br />

tijd, zogenaamd lawinekapitaal (zie hoofdstuk 4). Een geforceerde ontwikkeling met lawinekapitaal<br />

brengt grote financiële risico’s met zich mee, waardoor alle partijen tot elkaar<br />

veroordeeld zijn. In veel gevallen participeert de overheid in het lawinekapitaal door<br />

de onrendabele kosten weg te nemen en het risico voor de ontwikkelaar te beperken.<br />

147


148 149<br />

boven Cascobouw in de NDSM-loods,<br />

door Dynamo Architecten.<br />

onder Ontwerp van Poolen Architekten<br />

voor Mediafusion op het Oliemolenkwartier<br />

in Amersfoort.<br />

De 9 Straatjes in Amsterdam met zijn<br />

fijnmazige stedenbouwkundige structuur<br />

en multifunctioneel gebruik. De ideale<br />

voedingsbodem voor spontane interactie<br />

en creativiteit.


Concept ontmoet gebouw<br />

en expositieruimte. Harry van ’t Hof: ‘De industriële omgeving biedt ruimte voor deze<br />

Het kan ook anders. De Meelfabriek in Leiden stond op de nominatie te worden afgebroken,<br />

verscheidenheid aan behoeften. Daarom worden in de ene hal van De Creatieve Fabriek<br />

een sta-in-de-weg voor de woningbouw waar Leiden, door ruimtegebrek binnen de<br />

lofts gebouwd en wordt de andere hal zo kaal en helder mogelijk gehouden, zodat deze<br />

gemeentegrenzen, dringend behoefte aan had. Dat dit industriële monument er nog steeds<br />

voor elk gebruik geschikt is.’<br />

staat, is te danken aan het feit dat Van der Wiel Bouw het gekocht heeft, aan volhardende<br />

Het is een andere manier van ontwikkelen, geleidelijker, minder topdown en zonder lawine-<br />

stads bewoners en de monumentenwet. De <strong>nieuwe</strong> eigenaren zagen vooral grote kansen op<br />

kapitaal. Ook de ‘sense of place’ krijgt de tijd zich te ontwikkelen als functie en doel groep nog<br />

de woonmarkt. De woningcorporatie SLS werd partner voor de ontwikkeling van studen-<br />

niet vaststaan. Door een evenwichtige verhouding in de tijd tussen uitgaven en inkomsten<br />

tenhuisvesting, onder meer in de silo’s. De befaamde Zwitserse architect Peter Zumthor is<br />

worden de risico’s beperkt en ontstaat in een vroeger stadium een rendement op de inves te-<br />

uitgenodigd het ontwerp te maken voor een programma van wonen, lofts, studenten, starters<br />

en voorzieningen. Het resultaat is fascinerend, maar de studentenwoningen zijn in de nieuwringen.bouw<br />

ondergebracht omdat de silo’s daarvoor niet geschikt bleken te zijn. Van creatieve<br />

Variëteit en ensemble: het agglomeratievoordeel<br />

economie was indertijd nog geen sprake. In ‘Communicatiestad Leiden’ (zie casus Leiden<br />

Industriële complexen en oude wijken hebben het voordeel van de schaal en de verscheiden-<br />

p. 246) wordt beschreven hoe de ontmoeting met het concept heeft plaatsgevonden. Het<br />

heid aan <strong>gebouwen</strong>, waardoor het ensemble net als een stad een variëteit aan sferen en <strong>functies</strong><br />

Huis van de Communicatie is een visie op de <strong>nieuwe</strong> fase in de economische ontwikkeling<br />

kan herbergen. Variëteit is nu net wat de creatieve economie nodig heeft. Consumenten en<br />

van de Leidse binnenstad. De Meelfabriek heeft de poorten geopend voor de terugkeer<br />

bezoekers komen niet alleen voor de ene creatieve producent, maar ook voor de belevenis<br />

van de symbolische productie in het hart van de stad. Het uitzicht vanuit de horeca op het<br />

van het geheel. Een integraal concept en een collectieve programmering zijn essentieel voor<br />

dak van het gebouw geeft een beeld van de markt die de communicatiesector vanuit Leiden<br />

de waardevorming in de creatieve economie (zie hoofdstuk 4). Voor de architect ligt de opgave<br />

kan bestrijken: van de Zuidas in Amsterdam tot de ministeries in Den Haag en de Kop van<br />

in het vormgeven van het totaalconcept met routing voor het publiek, en ruimte te laten<br />

Zuid in Rotterdam.<br />

voor de creatieve ondernemer om zijn eigen stempel te zetten.<br />

Eén probleempje is nog niet opgelost: het hergebruik van de silo’s. Door de constructie<br />

Harry van ’t Hof: ‘Het is onze taak een geheel te maken van het terrein, een stedenbouw-<br />

en de maat zijn deze niet gemakkelijk in te vullen met <strong>functies</strong> in de creatieve economie.<br />

kundige eenheid erin te brengen. Daarom hebben we twee straten in oost-westelijke richting<br />

Afbreken gaat ook niet, want de silo’s zijn beschermd door de monumentenstatus.<br />

ontworpen, met twee pleinen: één zakelijk en een ander op het zuiden als ontmoetingsplaats<br />

De match tussen creatieve gebruikers en het gebouw komt zelden voort uit de functionaliteit<br />

met horeca. Ruimtes met deze hoogte en afmetingen zou je niet bedacht hebben, maar nu<br />

van het gebouw. Het is vooral het verhaal en de ligging, de ‘sense of place’. Het verhaal van<br />

ze er zijn kan je de hoogte uitbuiten en door iets spectaculairs erbovenop te plaatsen de weg<br />

150 de veranderde economische functie, de respectvolle wijze waarop Zumthor in zijn ontwerp<br />

van het station naar De Creatieve Fabriek wijzen. Ruimtelijk-economisch moet het ook als 151<br />

omgaat met de monumentale waarde van de architectuur en ligging in de stad komen uitermate<br />

een geheel gaan werken, waarbinnen de industriële sfeer en de creativiteit de aantrekkelijk-<br />

goed overeen met de vestigingseisen van de creatieve sector. De symbolische productie bouwt<br />

heid bepalen, die in andere <strong>functies</strong> (wonen, horeca en belevenis) in waarde wordt omgezet.’<br />

zelf iets op wat we ‘de <strong>nieuwe</strong> reputatie van de plek’ (Luc Vrolijks) zouden willen noemen.<br />

Het concept van het geheel is van groot belang voor de exploitatie. De huren van de experimentele<br />

ondernemers kunnen alleen laag worden gehouden als elders in het gebouw geld<br />

Leven en werken in het creatieve tijdperk<br />

kan worden verdiend.<br />

Wie de Hazemeyerhal in Hengelo binnenloopt, bijvoorbeeld om een kunsttentoonstelling<br />

Jan Poolen (Poolen Architekten) spreekt in dezelfde termen over Rohm & Haas in Amersfoort.<br />

ter gelegenheid van de de Wolvecampprijs te zien, wordt getroffen door de schoonheid van<br />

‘De plek is interessant omdat we daar evenementen kunnen organiseren voor de stad en van-<br />

de ruimte. De hoogte, de lichtinval, de robuuste kolommen, de hoge ramen en de rondgang<br />

wege de dynamiek van samenwerking met andere creatieve ondernemers en kunstenaars.<br />

op de eerste verdieping doen denken aan een mediterrane overdekte markt. Eens stond dit<br />

Het is een prachtig gebouw, met een vijf meter hoge hal, een glazen dak, spanten en details<br />

gebouw vol stampende en stinkende machines die sissende en snerpende geluiden maakten.<br />

die blijk geven van een ambachtelijk vakmanschap. Wij willen dat combineren met nieuw-<br />

Nu is het een oase van rust, waar de tentoongestelde schilderijen door de lichtinval prachtig<br />

uitkomen. De ruimte is groot, maar tegelijk intiem. De hal nodigt uit tot publieksevenementen,<br />

bouw en krijgen die vormen en maten als een cadeautje mee.’<br />

zoals tentoonstellingen, markten, ontmoetingen en conferenties. Dat is precies wat de creatieve<br />

De stad in de stad<br />

bedrijvigheid nodig heeft: ruimte voor belevenis en publiek. De architect van De Creatieve<br />

Wonen, werken, vrije tijd en cultuur lopen in het creatieve milieu in elkaar over. De creatieve<br />

Fabriek Harry van ’t Hof ziet het als zijn taak de architectuur van Hazemeyer weer in oude<br />

klasse is geen ‘leisure class’. Integendeel, de creatieve werkers kunnen vaak niet ophouden<br />

luister te herstellen. ‘Het gaat erom het gevoel voor het industriële weer te kunnen beleven,<br />

met werken. Zij combineren een calvinistische arbeidsmoraal met een hedonistische levens-<br />

een soort industriële nostalgie.’<br />

instelling, zegt Florida. De levensstijl wordt aangepast aan het creatieve proces. Als deadlines<br />

Hazemeyer is een voorbeeld van een andere, meer geleidelijke aanpak. De ontwikkelaar<br />

moeten gehaald, wordt er doorgewerkt in de avond en het weekend. Als er even geen inspiratie<br />

zoekt samen met de eerste gebruikers naar een definitieve bestemming. De herontwikkeling<br />

is, wordt het tijd om bij te tanken. Daarvoor is nodig dat de verschillende <strong>functies</strong> in de nabij-<br />

wordt gefaseerd en afgestemd op de wijze waarop behoeften van de gebruikers zich ontwikheid<br />

zijn. In het informele ontmoetingsklimaat van de horeca, op binnenpleinen, terrassen<br />

kelen. Veel creatieve ondernemers willen wonen en werken combineren in een pand of<br />

en exposities wordt even vanzelfsprekend professionele kennis uitgewisseld als nieuwtjes<br />

in een complex. De individuele creatieve ondernemer zoekt voor de eigen productiewerk-<br />

over trends, modes en events die je niet mag missen.<br />

zaamheden relatief goedkope bedrijfsruimte, liefst casco, zodat hij eigen programma kan<br />

Wijken uit negentiende en begin twintigste eeuw lenen zich daar het meest voor door de<br />

ontwikkelen en zijn eigen stempel erop kan drukken. Sommige creatieve bedrijven, bijvoor-<br />

aanwezigheid van etalages, de maatvoering en de plafondhoogte. De ruimtelijke variëteit is<br />

beeld meubelmakers of beeldende kunstenaars, hebben hoge ruimtes nodig. Anderen willen<br />

de reden dat de creatieve milieus, met uitzondering van de productiemilieus (ABF Research<br />

met hun atelier een statement afgeven. Als totale groep gebruikers van een locatie hebben<br />

2008) zich voornamelijk in deze delen van de stad bevinden.<br />

de creatieve ondernemers behoefte aan gezamenlijke voorzieningen: een balie, horeca<br />

Arnhem baseert een stedelijke herontwikkelingsstrategie op dit fenomeen. Voor de omgeving


152 153<br />

Animatie van het ontwerp door MVRDV<br />

voor het woongebouw de ‘Nieuwe<br />

Machinist’ op het Coolhaveneiland<br />

in Rotterdam. Op de achtergrond<br />

de oude Machinistenschool.<br />

‘Een icoon doet er alleen<br />

toe in relatie tot de stad, het<br />

gebouw en het verhaal.’<br />

De voormalige Machinistenschool op<br />

het Coolhaveneiland wordt door Kristal<br />

in samenwerking met de corporaties<br />

Woonbron en Stadswonen herontwikkeld<br />

tot ‘kennis- en cultuurfabriek’ met een<br />

podium, ateliers, werkruimtes en horeca.


ond Station Velperpoort, op de grens van Klarendal en Spijkerkwartier, waar zich kortgeleden<br />

Caroline Bijvoet (Bijvoet architectuur&stadsontwerp) verwacht dat ‘Rotterdam grote kans<br />

geen ondernemer wilde vestigen, worden plannen gemaakt om <strong>nieuwe</strong> creatieve <strong>functies</strong><br />

heeft erin te slagen op Coolhaveneiland creatieve starters, architecten en jonge mensen<br />

te vestigen in oude bedrijfspanden en winkels. Vijftig jaar geleden bruiste dit gebied nog van<br />

een creatief milieu te bieden en deze groepen in de toekomst aan de stad te binden.’ Het<br />

stedelijke dynamiek. De structuur, winkels, plafondhoogte en gevelmaat zijn nog aanwezig.<br />

Rotterdamgevoel krijgt een actuele betekenis door de Nieuwe Machinist als herkennings-<br />

De creatieve economie zorgt voor een snelle comeback van de functiemenging in de<br />

punt toe te voegen. Het ontwerp van dit gebouw versterkt ‘de reputatie van de plek’ als<br />

binnensteden en wekt een <strong>nieuwe</strong> ambachtelijke en ondernemende dynamiek tot leven.<br />

hotspot voor creatieve bedrijven en past uitstekend bij de architectuurstad en bij Coolhaven-<br />

Er is weinig reden om te veronderstellen dat de creatieve economie zich ook in toekomst<br />

eiland, waar het architectuurcluster de snelste groeier is. ‘Het ensemble van de Machinisten-<br />

zal beperken tot oude <strong>gebouwen</strong>. Het wordt de opgave voor Rijnboog, de toekomstige<br />

school, Nieuwe Machinist en de openbare ruimte verbindt verschillende ruimtelijke en<br />

creatieve marktplaats van Arnhem, om <strong>nieuwe</strong> architectuur te ontwerpen die deze multi-<br />

verhaallijnen in de stad. De Nieuwe Machinist past in die omgeving en wordt in baksteen<br />

functionaliteit vorm geeft. De kunst zal zijn om de creatieve stad ook in de nieuwbouw<br />

uitgevoerd. Het gebouw zal van veraf zichtbaar zijn als een markante toevoeging aan het<br />

architectonisch vorm te geven.<br />

geheel. Van de vierde tot de zestiende verdieping is er uitzicht op de iconen van de stad en<br />

de Maas. Je weet waar je bent’, zegt architect Jacob van Rijs, medeoprichter van MVRDV.<br />

De icoon en het verhaal<br />

De openbare ruimte wordt ontworpen door wUrck. ‘Het plein heeft geen toeters en bellen<br />

Hergebruik van bestaande <strong>gebouwen</strong> is een breuk met en tegelijk een voortzetting van<br />

nodig, het wordt een podium voor de buurt en activiteitenplek voor de stad. Er komt geen<br />

het verleden. Het collectieve geheugen van een stad, de architectonische waarde en gebruiks-<br />

zware constructie voor de techniek boven het plein te hangen zoals in Almere. Voor een<br />

waarde van een monument staan nog al eens op gespannen voet met elkaar.<br />

enkele grote opera kan je dat gebruiken, maar hoe sta je daaronder met je trekzak’, aldus<br />

De Lichttoren in Eindhoven heeft als een icoon een meervoudige betekenis. Aan de ene<br />

Paul Kersten, landschapsarchitect bij wUrck. ‘Er komen hoogteverschillen, een podium en<br />

kant zet deze de geschiedenis van de lichtstad voort in <strong>nieuwe</strong> mondiale verhoudingen.<br />

een verdiept gedeelte. De entrees en de routing zijn cruciaal. Het uitzicht over het water met<br />

Aan de andere kant markeert De Lichttoren een breuk met het verleden waarin Philips alles<br />

de voorbijvarende boten en de sluizen kan een echte Rotterdamse sfeer scheppen, waar de<br />

voor zich zelf hield en het terrein midden in de stad afgesloten hield voor publiek. Voor de<br />

stad nu te weinig van heeft. Met daarnaast een lichtplan is het spectaculair genoeg. Het plein<br />

stad Eindhoven en de bewoners markeert de <strong>nieuwe</strong> Lichttoren niet alleen het moment<br />

heeft geen icoon maar programmering nodig om te slagen.’<br />

waarop de afgesloten delen aan de stad worden teruggeven als openbare ruimte, maar ook<br />

De vergelijking met Almere is opmerkelijk. Stedelijkheid wordt niet gemaakt door imposante<br />

de <strong>nieuwe</strong> fase van creatieve economie waarin Philips en het gehele cluster van hightech-<br />

aankleding van de openbare ruimte, maar door interactie tussen gebruikers en bewoners<br />

bedrijven zich openstellen voor creatieve interactie tussen technologie en ontwerp.<br />

van het eiland en door de creativiteit van de gebruikers: musici, dansers, mediabedrijven<br />

154 Het Olympisch Stadion in Amsterdam wordt als icoon recycled. Een fysieke ingreep wordt<br />

niet nodig geacht. Het van de ondergang geredde en herontwikkelde stadion van architect<br />

Jan Wils wordt alsnog ingebed in een coalitie van sportorganisaties, beleggers, ontwikkelaars,<br />

bedrijven, de Rietveld Academie en buurtgroepen. Samen geven zij de olympische gedachte<br />

een eigentijdse invulling en zetten deze in voor de marketing van het gebied. De kern<br />

van de brand is creativiteit, sport en spel. Daarop is een businessplan gebaseerd met een brede<br />

scope, van het plein tot en met de 25 steden in de wereld met een Olympisch Stadion. De<br />

olympische gedachte wordt vertaald naar verhuur van het stadion, naar programmering van<br />

evenementen, naar wijkverbetering, vestigingsvoorwaarden voor creatieve ondernemers<br />

en naar het toekomstig gebruik van de monumentale Citroëngarage.<br />

Een icoon als een eenmalige piek werkt niet. Een icoon doet er alleen toe in relatie tot de<br />

stad, het gebouw en het verhaal. Een gebouw werkt pas als symbool als het de verbinding<br />

legt tussen de uiteenlopende verhalen van verleden en de toekomst van de stad, tussen de<br />

verwachtingen van de bewoners en de ambities van creatieve ondernemers, en als er een<br />

ontwikkeling op gang wordt gebracht die zichzelf versterkt.<br />

en hiphoppers.<br />

155<br />

De reputatie van de plek en de verbinding<br />

Op het Coolhaveneiland leeft de havengeschiedenis van Rotterdam voort in de namen<br />

van de <strong>gebouwen</strong>, waarvan enkele opvallen door hun architectuur: de Machinistenschool,<br />

het Loodswezen, Zeevaartschool, het Douanegebouw, Wyt (architect W. Kromhout) en<br />

Puntegale (architect H. Hoekstra) het voormalige belastingkantoor. ‘De robuuste <strong>gebouwen</strong><br />

sluiten aan bij een Rotterdamgevoel. De <strong>nieuwe</strong> gebruikers van deze <strong>gebouwen</strong>, Media aan<br />

de Maas, het World Music and Dance Centre, Codarts en SKVR waaronder ook MVRDV<br />

architecten, schrijven <strong>nieuwe</strong> geschiedenis’, zegt Rob Bekenkamp procesmanager van<br />

Coolhaveneiland.<br />

De voormalige Machinistenschool (Woonbron, Kristal) wordt een verzamelplaats van creatieve<br />

bedrijven en horeca. De Nieuwe Machinist (Stadswonen, Kristal) markeert het creatieve<br />

sluitstuk van de KennisAs door Rotterdam en tegelijk een <strong>nieuwe</strong> fase van stedelijkheid.<br />

Tijdelijkheid en permanente onafheid<br />

Wie kent ze niet, de tijdelijke horecagelegenheden in verplaatsbare halfpipes, zoals Zandfoort<br />

aan de Eem, Noorderlicht aan het IJ of restaurants zoals Hotel de Goudfazant in een fabriekshal,<br />

Tottweeduizendzeven in de Opelgarage in Amersfoort (tegenwoordig Sober), Plan-2<br />

in het Klokgebouw in Eindhoven. Veel van deze horeca bevindt zich in de directe nabijheid<br />

van concentraties van creatieve bedrijvigheid, waarvoor zij de informele ontmoetingsplaats<br />

zijn. Wat hebben creatieve ondernemers met tijdelijkheid?<br />

De ‘experimentele’ levensstijl en de groeistuipen van de creatieve ondernemers uiten<br />

zich in de vorm van tijdelijkheid. De creatieve bedrijvigheid is nog volop in beweging.<br />

Sommige sectoren zijn uitgegroeid tot volwassen bedrijfstakken, zoals de mediasector<br />

met AV-bedrijven, tv-producenten, muziekzenders en ook de creatieve dienstverlening<br />

met architectenbureaus, designers en marketingbedrijven. Daaromheen hangt een zwerm<br />

van creatieve eenlingen, ZZP’ers, freelancers, kleine maatschappen en ondernemers met<br />

een paar medewerkers. De creatieve ondernemer straalt graag dynamiek uit en houdt<br />

van een vlottende omgeving, van mogelijkheden om flexibel te reageren en <strong>nieuwe</strong> samenwerkingsverbanden<br />

aan te gaan. Zeker de groep zelfstandige creatieve ondernemers is<br />

gebaat bij een zekere onafheid in de omgeving om zich te onderscheiden van de anonimiteit.<br />

De cultuur en de aard van het werk brengen een behoefte aan tijdelijke ruimte met<br />

zich mee. Ook aan de andere kant, bij de aanbieders van onroerend goed, bestaat behoefte<br />

aan tijdelijke gebruikers. Tijdelijk gebruik is een geschikte methode voor ontwikkelaars en<br />

exploitanten om de kansen van locaties, <strong>gebouwen</strong> en van creatieve groeisectoren te onderzoeken<br />

(zie hoofdstuk 4 en 5).<br />

Creatief zelfbeheer<br />

Tijdelijkheid speelt ook een rol in de architectuur. Een spectaculair voorbeeld van tijdelijke<br />

architectuur is NDSM-Kunstad, gebouwd in opdracht van de Stichting Kinetisch Noord


en ontworpen door Dynamo Architecten. De kunstenaars hebben meegedacht over de basis<br />

Ontwerp met een open einde<br />

van het ontwerp. Kunstad wordt casco opgeleverd. In het ontwerp is ervoor gezorgd dat alle<br />

‘Ontwikkel om te behouden’ is een goed uitgangspunt voor creatief gebruik van oude<br />

ateliers op drie bouwlagen daglichtinval hebben. De stad wordt doorsneden door een lange<br />

<strong>gebouwen</strong>. Het doel van herontwikkeling is niet uitsluitend om rijksmonumenten of<br />

gang, een kruisroute en een diagonaal. Binnen deze structuur zijn pleinen en stegen uitgespaard<br />

industriële monumenten in oude luister te herstellen, maar om <strong>gebouwen</strong> en wijken waarin<br />

om ontmoetingen, evenementen, oefeningen en exposities mogelijk te maken. Door deze<br />

zij staan in de volgende fase van hun bestaan te brengen. De <strong>nieuwe</strong> <strong>functies</strong> vereisen dat de<br />

opzet dringt het daglicht door tot de vloer van het gebouw. ‘De diagonale straat maakt het<br />

<strong>gebouwen</strong> zich aanpassen aan de <strong>nieuwe</strong> vereisten. Met een beetje inventiviteit kunnen veel<br />

mogelijk nog steeds, in een oogopslag te overzien hoe de NDSM-Kunstad zich verhoudt<br />

meer <strong>gebouwen</strong> dan alleen monumenten behouden blijven en kunnen veel monumenten<br />

tot de oude scheepsbouwloods’, zegt architect Peter de Bruin. Je kunt zeggen dat we een<br />

<strong>nieuwe</strong> <strong>functies</strong> krijgen. Soms is het mogelijk met veel lawinekapitaal en een goed ontwerp<br />

overdekte stad hebben gemaakt, als een schip in een fles. We hebben procesontwerp, vloeren<br />

in één keer door te stoten naar de gewenste kwaliteit. Vaak is dat niet het geval en verdient<br />

en een plug-instad geleverd.’<br />

een geleidelijke herontwikkeling de voorkeur. Deze aanpak stelt andere eisen aan de architect<br />

Het liefst hadden de kunstenaars ook het casco zelf gebouwd, maar dat was onmogelijk<br />

en het ontwerp:<br />

vanwege de regelgeving. ‘Tijdens het ontwerp moesten de regels worden uitgevonden, het<br />

– Koester de permanente onafheid, waardoor de <strong>nieuwe</strong> gebruikers de ruimte krijgen om<br />

was vooral procesarchitectuur, een diapositief van het ontwerp.’ De kunstenaars maken van<br />

zich te ontplooien en hun stempel op de locatie te drukken.<br />

de afbouw gebruik om hun eigen stempel te drukken op de vormgeving van hun atelier.<br />

– Faciliteer de flexibiliteit in het gebruik door meerdere sferen en ensembles van <strong>functies</strong><br />

Het resultaat is dat alles voortdurend in beweging blijft. ‘Elke week als ik er kom, is er weer<br />

mogelijk te maken.<br />

iets veranderd’, zegt De Bruin.<br />

– Bevorder de verzameling van kleine en grote creatieve ondernemers door agglomeratie-<br />

Na deze fase nemen de huurders het heft weer in eigen handen. Tenminste als het aan<br />

voordelen te bewerkstelligen zoals synergie in de voorzieningen, het vormgeven van<br />

Eva de Klerk ligt, zal de zelforganisatie van de huurders erop gericht zijn het eigendom<br />

totaalconcept en de daarbij behorende publieksgroepen.<br />

en het beheer te verwerven.<br />

– Realiseer je dat voor de creatieve ondernemer ‘value for money’ een belangrijke over-<br />

Het zelfbeheer strekt zich tot nu toe nog niet uit tot de werf als geheel. Op een steenworp<br />

weging is: de investeringen dienen te passen bij het stadium van ontwikkeling van<br />

afstand ligt een andere box-in-de-box, nu niet tijdelijk: het MTV-gebouw. De oude<br />

de gebruikers. De contracten veranderen mee met de levensfase en de draagkracht van<br />

Timmer werkplaats, een rijksmonument, werd door Max van Aerschot omgetoverd tot<br />

de ondernemers.<br />

studio, kantoor en restaurant. Door goed gebruik te maken van de open en de gesloten<br />

– Bouw de reputatie van de plek op uit de ingrediënten die aanwezig zijn, de <strong>gebouwen</strong>,<br />

zijde van het gebouw en het restaurant in de studio te hangen, is een ruimte ontstaan waarin<br />

de ligging, de stad en de software die zich ontwikkelt, de eerste gebruikers, de publieks-<br />

156 de industriële architec tuur volledig zichtbaar blijft en tegelijk alles licht en zwevend<br />

trekkers en het totaalconcept.<br />

157<br />

is. ‘We hebben geen probleem gehad met de monumentenstatus, ondanks het ontbreken<br />

Het ontwerp van de architect beperkt zich tot het scheppen van de voorwaarden zonder het<br />

van een plan zijn we in twee jaar van niks naar een gebouw gegaan.’ Waar Van Aerschot zich<br />

ontwerp door te voeren tot in al zijn consequenties zoals materiaalgebruik en detaillering.<br />

wel zorgen over maakt, is de openbare ruimte op een hoger schaalniveau. Er is nog geen<br />

Er is veel ruimte nodig voor de gebruikers om hun eigen stempel op het ontwerp van de<br />

gemeenschappelijk beeld voor de openbare ruimte van de NDSM, waar zowel de Kunstad<br />

omgeving te drukken, zodat elke unit en de publieke ruimte een veranderlijke sfeer krijgt.<br />

als MTV zich in kan vinden. Het ontbreekt, zegt Van Aerschot, aan een beeld van de wijze<br />

Een zekere losheid in het ontwerp is gewenst. Voor <strong>nieuwe</strong> oplossingen in oude <strong>gebouwen</strong><br />

waarop de verkleuring van het gebied kan stollen in materiaalgebruik, rails en industriële<br />

zijn inventieve architecten nodig.<br />

restanten, en evenmin is duidelijk hoe de ontsluiting, de programmering en de verlichting<br />

Herontwikkeling van oude <strong>gebouwen</strong> middels creatieve economie vereist ruimte in denken,<br />

zouden kunnen bijdragen tot het realiseren van synergie tussen de partijen.<br />

beleid en regelgeving om innovatieve oplossingen ook mogelijk te maken. In het Belvederebeleid,<br />

in de vergunningen, in de RO, in de ARBO en in de milieusfeer is nog een hoop werk<br />

Een gevoelige huid<br />

aan de winkel. Vaak gaat het er niet eens om de regels te veranderen, maar vooral om deze met<br />

Voor het Oliemolenkwartier heeft de gemeente Amersfoort bepaald dat er de komende<br />

enige verbeelding toe te passen. De stad, de identiteit en de creatieve bedrijvigheid worden<br />

vijftien jaar geen definitieve bebouwing wordt toegestaan. Jan Poolen heeft in opdracht<br />

van MediaFusion (ROC en gemeente) een tijdelijk gebouw ontworpen, dat bestaat uit<br />

geassembleerde industriële onderdelen. ‘Het is 90% industrieel en 10% emotie. De huid<br />

bestaat uit een projectiedoek waarop van binnenuit telkens andere actuele beelden geprojecteerd<br />

kunnen worden al naar gelang de activiteiten en de stemming binnen. De binnenstructuur<br />

is gebaseerd op aanpasbare kolommen, waardoor het gebouw zich aan het gebruik<br />

kan aanpassen. De buitenkant maakt de verandering in de tijd zichtbaar.’ Zelfs in deze uiterst<br />

vluchtige vorm blijkt de verhouding tussen vast en vloeibaar de kern te zijn van de opgave.<br />

De term ‘permanente onafheid’ (Karin Blokzijl, 2008) duidt daarop. De beweeglijke creatieve<br />

economie zoekt het decor van de robuuste en karakteristieke vormen van de industriële<br />

<strong>gebouwen</strong>. Dit contrast tussen stoere industriële (of <strong>nieuwe</strong>) architectuur en de vloeiende<br />

stroom van betekenissen, beelden en vormen, verrijkt de ervaring van de bezoeker of de<br />

gebruiker die voor één activiteit is gekomen met de belevenis van het creatieve ensemble<br />

als geheel. Binnen het concept van een wijk of fabrieksterrein is de verhouding tussen vast<br />

en vloeiend, af en onaf, oud en nieuw, een cruciale vraag voor het ontwerp in de creatieve<br />

economie.<br />

daar beter van.


European Capital<br />

of Culture 2004<br />

Lille<br />

Auteurs<br />

Het European Capital of Culture (ECC), voorheen<br />

European City of Culture genaamd, is in 1985<br />

gelanceerd door de Europese Raad van Ministers.<br />

Waar eind jaren tachtig vooral gevestigde kunstcentra<br />

zoals Athene (1985), Amsterdam (1987) en<br />

Parijs (1989) de titel droegen, is vanaf 1990 met<br />

de benoeming van Glasgow de focus verschoven.<br />

Deze industriestad genoot geen internationale<br />

erkenning in de kunstwereld en stond eerder bekend<br />

om zijn diepgewortelde sociale problematiek. Glasgow<br />

wilde echter zijn titel van Culturele Hoofdstad<br />

inzetten als middel tot economische regeneratie en<br />

imagoverbetering, en combineerde hierbij publieke<br />

met private financiering. Al snel volgden andere<br />

voormalige industriële centra zoals Antwerpen<br />

(1993), Rotterdam (2001) en recentelijk dus Lille.<br />

Het zwaartepunt van het ECC-programma is hiermee<br />

verschoven van een veredeld zomerfestival<br />

naar een integraal programma waarbij zowel artistieke,<br />

sociale als economische ontwikkeling wordt<br />

nagestreefd. Bovendien beslaat de planhorizon<br />

in de meeste gevallen niet langer enkel het jaar<br />

van de benoeming zelf, maar betreft een meerjarig<br />

programma dat langetermijneffecten beoogt.<br />

De nadruk in het ECC-programma ligt dus in toenemende<br />

mate op het inzetten van cultuur als<br />

instrument tot stedelijke regeneratie. In het project<br />

Lille 2004 is, in tegenstelling tot eerdere European<br />

Cultural Capitals, hiervoor een complex en gedifferentieerd<br />

beleidsmodel op een hoog ruimtelijk<br />

schaalniveau geïmplementeerd. Het project blijft voor bezoekers, het stimuleren van betrokkenheid,<br />

158 Net als veel andere West-Europese steden geraakte ook Lille in de jaren<br />

159<br />

zeventig in een sociaal-economische crisis. De industriële werkgelegenheid<br />

daalde dramatisch. De neergang zette zich voort op het sociale en stedelijke<br />

vlak. Hoge werkloosheidcijfers gingen gepaard met een groeiende discrepantie<br />

tussen bloeiende wijken enerzijds en omvangrijke, sociaal homogene banlieues<br />

anderzijds. Een grondige herontwikkeling werd dan ook in gang gezet, gericht<br />

op zowel stadsvernieuwing als het ruimte bieden aan private investeringen.<br />

Cultuur en creativiteit vormen kernfactoren in het streven om in Lille een<br />

<strong>nieuwe</strong>, economische basis te creëren en worden ook ingezet om andere,<br />

sociaal-maatschappelijke doelen zoals sociale cohesie te bereiken. Deze<br />

herontwikkeling beperkt zich niet alleen tot de stad Lille met zijn 200.000<br />

inwoners; ook de Lille Métropole Communauté urbaine, kortweg Lille Métropole,<br />

wordt een ‘grand project’. Lille Métropole telt ongeveer 1,1 miljoen<br />

nwoners en is verdeeld over 87 gemeenten. De bestuurlijke organisatie waar<br />

Lille onderdeel van uitmaakt is tamelijk complex, waarbij regionale structuren<br />

op verschillende schaalniveaus van invloed zijn op de besluitvorming. In 2000<br />

is door Lille Métropole een expliciet cultureel beleid op metropolitaan niveau<br />

geformuleerd, na een intensief overlegproces waarbij een groot aantal publieke<br />

en private actoren betrokken is geweest. In lijn met het gelanceerde beleid<br />

heeft men besloten mee te dingen in de strijd naar de titel ‘European Capital<br />

of Culture’, die men in het jaar 2004 heeft weten te behalen. De invloed die<br />

dit heeft gehad op het revitalisatie- en cultuurbeleid van Lille is groot.<br />

niet beperkt tot slechts de (binnen)stad; de gehele<br />

regio Nord-Pas du Calais is in het programma<br />

opgenomen, evenals delen van de naburige<br />

Belgische regio, hetgeen neerkomt op in totaal<br />

193 dorpen en steden. Aldus was Lille 2004 de<br />

eerste grensoverschrijdende en daarmee ‘meest<br />

Europese’ case binnen de ECC-geschiedenis, in<br />

termen van projectmatige networking.<br />

Er lagen verschillende redenen ten grondslag aan<br />

de keuze om ruimtelijk gezien voor zo’n brede focus<br />

te kiezen. Aan de ene kant diende het programma<br />

een stimulans voor de hele metropool te zijn.<br />

Zodoende is creatieve participatie aangewend<br />

om de sociale cohesie binnen de regio te verhogen<br />

en de trots van de bewoners te vergroten door<br />

deelname aan de vele straatfestivals, bijeenkomsten<br />

en workshops. Aan de andere kant speelden er<br />

ook wel degelijk economische motieven mee in<br />

de keuze om de gehele metropool onderdeel van<br />

het programma te maken. Zo zou op deze wijze<br />

bijgedragen worden aan een gunstig klimaat voor<br />

het aantrekken van hoofdkantoren van nationale<br />

en internationale bedrijven, evenals private investeringen.<br />

Voor het beheren van een dergelijk integraal en<br />

strategisch programma was het noodzakelijk om<br />

actoren uit verschillende sectoren (publiek, privaat<br />

en civil society) en schaalniveaus (lokaal, regionaal,<br />

landelijk en Europees) te verenigen. Dit is gedaan<br />

middels de vorming van een associatie, Lille Horizon<br />

2004, waarvan de burgemeester van Lille voorzitter<br />

was en waaraan 42 instellingen deelnamen, die<br />

gecategoriseerd werden in drie groepen: institutioneel,<br />

cultureel en economisch (inclusief leiders uit<br />

het bedrijfsleven). Ondanks de vertegenwoordiging<br />

van deze drie groepen en de pogingen die zijn<br />

gedaan om partnership te creëren, kan gesteld<br />

worden dat het programma van Lille 2004 vooral in<br />

overheidshanden lag, qua initiatief, qua organisatie<br />

en grotendeels qua financiën. Vrijwel alle verschillende<br />

overheidsniveaus waren vertegenwoordigd,<br />

waarbij zelfs op transnationaal niveau samenwerking<br />

is gerealiseerd door de gehele Euroregio. Er<br />

is zodoende een gelaagde publieke samenwerking<br />

gerealiseerd, waarbij het initiatief bij de lagere<br />

(regionale en lokale) overheid lag. Dit is vrij uitzonderlijk,<br />

gezien de Franse publieke sector bijzonder<br />

hiërarchisch (top-down) georganiseerd is.<br />

Anders dan in de meeste Culturele Hoofdsteden<br />

lag in Lille 2004 de nadruk niet op blockbusters,<br />

maar is gekozen voor verspreide, gedifferentieerde<br />

festiviteiten. Het betrekken van zo veel mogelijk<br />

cultureel producenten stond hierbij voorop.<br />

Gedurende het ECC-jaar zijn er circa 2500 grotere<br />

projecten gerealiseerd, voornamelijk op het terrein<br />

van de uitvoerende kunsten (40%). Het totale<br />

aantal festiviteiten lag echter rond de 17.500, een<br />

breed scala aan evenementen zoals theater, dans,<br />

muziek, literatuur, film en design, in de vorm van<br />

onder meer exposities, festivals en optochten.<br />

Het Lille 2004 ECC-programma heeft aangetoond<br />

dat cultuur (en creatieve industrie) een veelvoud<br />

aan wenselijke doeleinden kan dienen: het vergroten<br />

van de aantrekkelijkheid en het imago van de stad<br />

trots en cohesie onder bewoners en het geven van<br />

een impuls aan het lokale productiemilieu. Het feit<br />

dat Lille al over een gevarieerde en vitale culturele<br />

infrastructuur beschikte, zowel qua faciliteiten als<br />

qua aanwezigheid van een netwerk aan cultureel<br />

ondernemers, is essentieel geweest voor het succes<br />

van het ECC-programma.<br />

Leerzaam voor de creatieve economie in Nederland<br />

is de wijze waarop gewerkt is aan het vormen van<br />

een culturele identiteit op basis van bestaande<br />

identiteiten en met een fijnmazige en kleinschalige<br />

aanpak. Cultuur werd niet uitgevent met opzienbarende<br />

tentoonstellingen en publiekstrekkers,<br />

maar gebruikt als bindmiddel om sociale problemen<br />

in achterstandswijken te lijf te gaan middels versterking<br />

van het culturele kapitaal. Interessant is<br />

ook de schaal van regionale samenwerking binnen<br />

de metropool. Iets waar de Amsterdamse metropool<br />

nog veel aan kan hebben, maar ook BrabantStad<br />

of Stadsregio Arnhem-Nijmegen bij hun gooi naar<br />

de Culturele Hoofdstad in 2018. Een beetje topdown<br />

is niet zo erg, als er maar een brede coalitie<br />

wordt gevormd.<br />

Gebaseerd op:<br />

R.C. Kloosterman e.a. (2007), Proeftuinen.<br />

Cultuur als hefboom voor de lokale economie.<br />

De cases Helsinki, Manchester, Lille, Milaan<br />

en Birmingham.


2<br />

160 161


Samenstelling werkgelegenheid 2007 in de zes gemeenten en in Nederland.<br />

Amsterdam<br />

Amsterdam Amsterdam<br />

Rotterdam<br />

Amsterdam<br />

162 163<br />

Arnhem<br />

Hengelo Arnhem Arnhem<br />

Nederland<br />

Rotterdam<br />

Amersfoort Rotterdam Rotterdam<br />

Hengelo<br />

Leiden Hengelo Hengelo<br />

Amsterdam<br />

Amersfoort<br />

Amersfoort Amersfoort Arnhem<br />

Hengelo<br />

Arnhem<br />

Rotterdam Amersfoort Arnhem<br />

Leiden<br />

Leiden Leiden<br />

Nederland<br />

Hengelo Leiden Nederland<br />

Kunst<br />

Media<br />

Ontwerp<br />

Onderzoek<br />

ICT<br />

Organisatie CI<br />

Vervaardiging cr producten<br />

Ambachtelijke toepassing cr producten<br />

Technische toepassing cr producten<br />

Amsterdam<br />

Rotterdam<br />

Nederland<br />

Rotterdam<br />

Amersfoo<br />

Henge<br />

Leiden


Coolhaveneiland<br />

Rotterdam<br />

Rob Bekenkamp, procesmanager Coolhaveneiland<br />

‘Waar de huidige bewoners en hoger<br />

opgeleide stedelingen, geslaagde migranten<br />

en creatieve jongeren graag willen verblijven.’<br />

164 Situatie<br />

Coolhaven is een wijk in de deelgemeente Delfshaven (een van de zogenaamde<br />

Vogelaarwijken). Het ligt ten westen van het centrum van Rotterdam,<br />

aan de voet van de Euromast en op loopafstand van de Nieuwe Maas, nabij<br />

het Lloydkwartier, daar waar volop beweging is om een audiovisueel/mediacluster<br />

tot stand te brengen.<br />

Het Erasmus Medisch Centrum ligt op een steenworp afstand, maar is van<br />

Coolhaven gescheiden door een van de belangrijkste Rotterdamse verkeersaders,<br />

het Maastunneltracé.<br />

Coolhaven kent een duidelijke begrenzing. Op de kop treffen we de Parksluizen<br />

165<br />

en het recentelijk door woningcorporatie Stadswonen ontwikkelde Puntegale,<br />

een voormalig belastingkantoor, ‘grande dame’, en boegbeeld op het vlak<br />

van jongerenhuisvesting en (creatieve) bedrijvigheid. Aan de westelijke zijde<br />

ligt de Westzeedijk, de verbindingsroute met in de toekomst te ontwikkelen<br />

havengebieden in de relatieve nabijheid van het centrum. Aan de oostzijde,<br />

de voornaamste verbinding met het centrum, stroomt de rivier de Schie, die<br />

vanouds Delft met Rotterdam en Delfshaven verbindt. Een waterverbinding<br />

die volop ontwikkelingsmogelijkheden biedt. Aan de staart ligt wederom water,<br />

de Achterhaven, de Buizenwaal en de Middenkous, feitelijk de grens met<br />

historisch Delfshaven.<br />

Creatieve milieus in 1996 Creatieve milieus in 2004<br />

Breukvlak in de stad<br />

Vanwege het water, de heldere begrenzing, het relatieve isolement, maar<br />

ook om een einde te maken aan de onbekendheid van de plek en de eigen<br />

identiteit te benadrukken, spreken we inmiddels van het Coolhaveneiland.<br />

Een eiland met geschiedenis, met vele kansen voor de creatieve economie<br />

en voor de jonge Rotterdammers die de stad niet willen verlaten.<br />

We vinden in Delfshaven, ook op het Coolhaveneiland, de reguliere groot-<br />

Creatieve milieus in Rotterdam<br />

in 2007<br />

*<br />

Broedplaats<br />

Creatieve werkplaats<br />

Transactiemilieu<br />

Productiemilieu<br />

Proefuin


166<br />

Kansenkaart creatieve milieus<br />

in Rotterdam<br />

Kans op nieuw creatief milieu<br />

Kans op opschaling<br />

Kans op nieuw creatief milieu<br />

Kans op verdwijning<br />

Creatieve milieus in 2004<br />

* Proefuin<br />

stedelijke problemen die een achterstandswijk kenmerken, hoewel die<br />

hier vroeger met de aanwezigheid van heroïneprostitutie veel erger waren.<br />

Het eiland heeft verborgen charmes en vooral potenties, zoals de ligging<br />

op het einde van de KennisAs, aan de rand van de binnenstad en het water,<br />

waardoor het zich bij uitstek leent tot ontwikkelingsgebied. Met name het<br />

noordoostelijke deel beschikt over een aantal monumentale <strong>gebouwen</strong><br />

met icoonwaarde die ‘smoel’ geven aan het Coolhaveneiland. Monumenten<br />

die juist door hun <strong>nieuwe</strong> <strong>functies</strong> bijdragen tot het gewenste stedelijke,<br />

jonge en creatieve imago van het gebied. Kortom, het Coolhaveneiland<br />

is een stadswijk in verandering, op een breukvlak in de tijd en in het<br />

stedelijk leven.<br />

Behalve Puntegale zijn ook andere <strong>gebouwen</strong> in Coolhaven van functie<br />

veranderd. Terwijl de sfeer van de haven nog voelbaar is, rukken onderwijs en<br />

cultuur steeds verder op. Het gebouw van de voormalige loodswezenopleiding<br />

in gebruik genomen door Codarts (conservatorium), het World Music & Dance<br />

Centre (WMDC) en de muziekafdelingen van de Stichting Kunstzinnige<br />

Vorming Rotterdam (SKVR). In maart 2008 is de voormalige Zeevaartschool<br />

officieel in gebruik genomen als het Nieuwe Media Instituut van de Hogeschool<br />

Rotterdam.<br />

De Jeugdtheaterschool Hofplein heeft zich gevestigd in een karakteristiek<br />

pand aan de Pieter de Hoochweg. Langzamerhand en vanbuiten niet erg<br />

zichtbaar hebben steeds meer creatieve bedrijven, waaronder architectenbureau<br />

MVRDV, <strong>gebouwen</strong> op het eiland betrokken. De werkgelegenheid<br />

in de creatieve sector is de laatste paar jaar snel gegroeid en bedraagt<br />

nu al zo’n 800 personen. De voormalige Machinistenschool aan de Willem<br />

Buytewech straat zal medio 2009 onderkomen bieden aan nog een stuk of<br />

twintig ( startende) creatieve ondernemingen alsmede een grand café annex<br />

podium, restaurant en sociëteit.<br />

Kenmerken<br />

Coolhaveneiland is goed bereikbaar, betaalbaar en ligt gunstig ten opzichte<br />

van het centrum en interessante ontwikkelingslocaties: Lloydkwartier,<br />

Vierhavensstrip, Vierhavens- en Merwehavengebied en, zij het gescheiden<br />

door een drukke weg, het Erasmus Medisch Centrum. Het eiland is al een<br />

transformatiegebied, in tegenstelling tot het Lloydkwartier zonder grote ingrepen<br />

van buitenaf, waar de ‘oude economie’ plaatsmaakt voor een ontwikkeling<br />

gericht op de (creatieve) kenniseconomie.<br />

De woningtypologie van de buurt kent weinig diversiteit. Coolhaveneiland wordt<br />

gedomineerd door sociale huisvesting en er is nauwelijks eigen woningbezit.<br />

Met uitzondering van het onderwijs is het voorzieningenniveau beperkt, met<br />

name waar het gaat om de dagelijkse benodigdheden, winkels en aansprekende<br />

horeca. Dat is een zwakte. De openbare ruimte is niet erg uitnodigend,<br />

verouderd en op meerdere plekken aan slijtage onderhevig.<br />

Op het Coolhaveneiland wonen ruim 6000 mensen, waarvan 36% van autochtone<br />

afkomst. Er is geen sprake van een dominante etnische groep, wat de<br />

diversiteit van de buurt ten goede komt. Hoewel opvallend is dat in Delfshaven<br />

de grootste concentratie Kaapverdianen van Nederland woont. De bevolking<br />

is relatief jong, omdat er een fors aantal studentenwoningen is. Stedelijk<br />

gezien wonen er relatief weinig ouderen. Dit kan worden verklaard door de<br />

specifieke woningvoorraad: drie- tot vierkamerwoningen zonder lift.<br />

Tot slot, Coolhaveneiland kent een bijzondere ‘tweedeling’. Met name het<br />

noordoostelijke deel, de kop van het eiland, daar waar de monumenten en<br />

167


kennisinstellingen zich bevinden, onderscheidt zich ten opzichte van de rest<br />

van het gebied. De samenstelling van de bevolking is minder divers en onder<br />

meer het opleidings- en inkomstenniveau ligt aanzienlijk hoger dan in andere<br />

delen van het gebied. In het noordoostelijke deel is het ruimtegebruik multifunctioneler<br />

en zijn ook meer vestigingsmogelijkheden voor bedrijven, terwijl<br />

in het westelijke gedeelte de woningbouw domineert.<br />

Actoren<br />

Er zijn vier hoofdrolspelers in de herontwikkeling van het Coolhaveneiland,<br />

te weten: de woningbouwcorporaties Stadswonen en Woonbron, de gemeente<br />

Rotterdam, vertegenwoordigd door het OBR (Ontwikkelings Bedrijf Rotterdam),<br />

en de deelgemeente Delfshaven. Deze partijen vormen de stuurgroep Coolhaveneiland<br />

en hebben gezamenlijk in 2006 het convenant Coolhaveneiland<br />

opgesteld waarin de bovengenoemde missie staat omschreven. De stuurgroep<br />

is de opdrachtgever van de procesmanager.<br />

Naast deze stuurgroepleden zijn dS+V (dienst Stedenbouw en Volkshuisvesting)<br />

en Kristal (projectontwikkelaar voor woningcorporaties) actief bij<br />

het proces betrokken. Maar ook de markt, de (potentiële) ondernemer<br />

en/of (toekomstige) bewoner spelen een vitale rol in de coalitie. Ze zijn een<br />

belangrijke actor in het ontwikkelingsproces.<br />

De missie<br />

Om het Coolhaveneiland een impuls te geven, hebben corporaties en overheid<br />

in 2006 een convenant opgesteld waarin een ambitieuze missie voor het<br />

gebied is vastgelegd: ‘Coolhaveneiland omvormen tot een aantrekkelijke<br />

en creatieve stadswijk waar creatieve bedrijvigheid en onderwijs zorgen voor<br />

een klimaat waarin de huidige bewoners en hoger opgeleide stedelingen,<br />

geslaagde migranten en creatieve jongeren graag willen verblijven.’ De te<br />

ontwikkelen strategie is gericht op het tot stand brengen van een stedelijk<br />

Projectorganisatie<br />

milieu dat hoger opgeleiden, met name ook starters op de woningmarkt, kan<br />

De directies van de betrokken convenantspartijen (dan wel door hen<br />

binden aan de wijk. Daarnaast worden de creatieve klasse en de creatieve<br />

gemandateerde vertegenwoordigers) vormen een stuurgroep die eenmaal<br />

economie gezien als dragers van een aantrekkelijke stedelijke diversiteit<br />

per kwartaal bijeenkomt.<br />

met een groot absorptievermogen.<br />

Deze stuurgroep is het orgaan dat op voorstel van de (externe) procesmanager<br />

Uit de formele omschrijving valt af te leiden dat er wordt gestreefd naar<br />

besluiten neemt over alle belangrijke ontwikkelingen die zich gedurende het<br />

een integrale aanpak, waarbinnen niet alleen de fysieke (her)ontwikkeling<br />

proces voordoen. Deze procesmanager is per september 2006 door de stuur-<br />

van het gebied centraal staat, maar ook sociaal-maatschappelijke, ruimtelijk-<br />

groep aangesteld, als reactie op het advies uit de eerste expertmeeting van<br />

functionele, (financieel-)economische en demografische aspecten aan de<br />

de proeftuin (november 2005).<br />

orde dienen te komen. Deze opdracht is vertaald in de organisatie, de aanpak<br />

Voor de uitvoering is een projectgroep ingesteld. Deze komt maandelijks<br />

168 en het gewenste streefbeeld van de wijk. Niet op detailniveau, maar wel wat<br />

bijeen en bestaat eveneens uit vertegenwoordigers van de convenantpartijen, 169<br />

betreft het gewenste karakter (stadswijk), de beoogde uitstraling (aantrek-<br />

die naast beleidsmatig op uitvoerend operationeel niveau bij de gebiedskelijk<br />

en creatief), het type activiteit (creatieve bedrijvigheid en onderwijs)<br />

ontwikkeling betrokken zijn. De leden van deze groep zijn binnen hun eigen<br />

en de bevolkingssamenstelling (hoger opgeleide stedelingen, geslaagde<br />

organisatie belast met de voorbereiding van de besluitvorming in de stuur-<br />

migranten en creatieve jongeren naast de huidige bewoners).<br />

groep, met de interne afstemming van werkprocessen en voorzien de proces-<br />

Het streefbeeld is van begin af aan bepalend en richtinggevend voor de vormmanager<br />

van alle noodzakelijke informatie. De procesmanager is naast zijn<br />

geving van het communicatieproces, de doelgroepen en de wijze waarop deze<br />

werkzaamheden als uitvoerder van het plan van aanpak en van de besluiten<br />

worden benaderd.<br />

van de stuurgroep belast met het secretariaat van de stuurgroep en fungeert<br />

als voorzitter van de projectgroep.<br />

Eerdere sessies rondom identiteit en branding hebben de nodige aanknopings-<br />

In mei 2007 is maandelijks een ‘vraag-en-aanbodoverleg’ gestart.<br />

punten opgeleverd, zoals jongeren-, muziek- en straatcultuur, creatieve onder-<br />

Daarin participeren vertegenwoordigers van Stadswonen, Woonbron en het<br />

nemers en starters. In samenhang met de hiervoor weergegeven centrale<br />

ABCD-project (bewonersproject op initiatief van Woonbron) onder voorzitter-<br />

opdracht uit het convenant wordt een communicatiestrategie uitgezet.<br />

schap van de procesmanager. Dit overleg heeft vooral tot doel vragen uit de<br />

De communicatie zal deels gericht moeten zijn op de huidige bewoners<br />

markt naar woonruimte, woon-werkeenheden en bedrijfsruimte af te stemmen<br />

(en bedrijven en instellingen), deels op nieuwkomers. Waar mogelijk zal<br />

op het aanbod van met name de diverse corporaties en op de wat langere<br />

gebruikgemaakt worden van bestaande organisatievormen en platforms<br />

termijn om te komen tot een meer programmatische aanpak van dit<br />

(onder andere het ABCD-project, bewonersorganisatie), soms met kleine aanpassingen.<br />

Bijvoorbeeld het platform creatieve ondernemers Coolhaveneiland<br />

vraagstuk.<br />

binnen de bestaande creatieve netwerkorganisatie De Spaanse Vloot en<br />

Procesverloop<br />

andere stedelijke netwerken zoals het medianetwerk. De coalitie en activi-<br />

De bouwstenen en ingrediënten voor het ontstaan van een creatief milieu<br />

teiten zijn daarmee goed verankerd in de bestaande structuur van de wijk.<br />

op het Coolhaveneiland zijn aanwezig. De wijze waarop het proces tot stand<br />

Met betrekking tot de nieuw aan te trekken bewoners en bedrijven hanteert<br />

komt, maakt wel duidelijk dat de transformatie van het gebied in deze richting<br />

de coalitie het uitgangspunt dat in beginsel niet elders in de stad wordt<br />

geen vanzelfsprekendheid is. De volgende paragrafen gaan in op het proces-<br />

verteld over de ontwikkelingen op het Coolhaveneiland, maar dat potentiële<br />

verloop en tonen een aantal intrigerende vraagstukken die spelen bij de<br />

belangstellenden zo veel mogelijk naar het gebied worden gehaald en waar<br />

transformatie van het Coolhaveneiland. Zoals elke gebiedsontwikkeling komt<br />

mogelijk van begin af aan worden betrokken bij concrete projecten en pro-<br />

ook het proces rond het Coolhaveneiland niet zonder tegenslagen tot stand.<br />

gramma’s. Wat is overtuigender dan met eigen ogen zien en zelf ervaren wat<br />

Enkele dilemma’s zijn echter op innovatieve wijze verholpen en er worden<br />

de sfeer en de kansen van Coolhaveneiland zijn?<br />

ook successen geboekt.


170 171<br />

Zicht op Coolhaveneiland vanaf metrostation<br />

Coolhaven, met op de voorgrond<br />

de voormalige Machinistenschool en<br />

daarachter woonwerkgebouw Puntegale.<br />

Op de achtergrond de Euromast.<br />

De voormalige Machinistenschool


Plan- en visievorming<br />

Veranderende rollen<br />

In 2004 hebben de stuurgroeppartijen een start gemaakt met het opstellen<br />

Het bedrijfsplan van Kristal benoemt de kritische succesfactoren voor het<br />

van de ‘Ontwikkelingsvisie Coolhaveneiland’ (dS+V, 2004). Vervolgens<br />

slagen van de gebiedsontwikkeling. Heikel punt daarin is de samenwerking<br />

hebben zij een extern bureau in de arm genomen om de ontwikkelingsvisie<br />

tussen de stakeholders, die niet altijd goed blijkt te verlopen. Kristal trekt in<br />

om te zetten in een opdracht voor het ‘Ondernemingsplan Coolhaveneiland’.<br />

het rapport de conclusie dat met name de voorbereidingsgroep, die de verbin-<br />

Dit rapport is er in die vorm echter nooit gekomen. Wel is het ‘Convenant<br />

dende schakel is tussen de vier partijen en de procesmanager, niet optimaal<br />

Coolhaveneiland’ opgesteld door het OBR, de deelgemeente Delfshaven,<br />

functioneerde, al dan niet door een verkeerd mandaat. De procesmanager<br />

Woonbron en Stadswonen (2006). Daarin is het gezamenlijke belang van<br />

kwam daardoor geïsoleerd te staan, waardoor sommige projecten niet op<br />

de betrokken partijen onder woorden gebracht en de doelstelling en uit-<br />

gang zijn gekomen of hun eigen gang gingen. Feitelijk is daardoor tot dusverre<br />

voeringsrichting van de gebiedsontwikkeling zijn vastgelegd, met name ten<br />

onvoldoende sprake van een gemeenschappelijke gebiedsontwikkeling.<br />

aanzien van het procesmanagement. Er staan ook afspraken in over de<br />

In de voorbereidingsgroep zaten vooral raadgevers in plaats van uitvoerders.<br />

verschillende verantwoordelijkheden en taken. Naast de stuurgroep is een<br />

Het leek een soort echogezelschap dat de plannen van de procesmanager<br />

voorbereidingsgroep in het leven geroepen en een procesmanager<br />

rapporteerde aan hun bestuurders, maar niet zelf daarmee aan de slag ging.<br />

aangesteld.<br />

De voorbereidingsgroep zal dus meer het karakter van een uitvoeringsorgani-<br />

De procesmanager treedt op als ondernemer in de ontwikkeling en uitvoering<br />

satie moeten krijgen. Deze concretisering is ook vertaald in het bedrijfsplan,<br />

van het proces waarin het Coolhaveneiland zich moet ontwikkelen tot een<br />

waar duidelijke afspraken in zijn opgenomen over soort project, verantwoorde-<br />

gemengde stadswijk met de kenmerken: jong, stedelijk en een creatief<br />

lijkheden, uitvoering, financiering en planning. De voorbereidingsgroep wordt<br />

verblijfsklimaat. De eerste verantwoordelijkheid van de procesmanager was<br />

voortaan projectgroep genoemd en er zullen per deelproject projectverant-<br />

het opstellen van een plan van aanpak. Hierin is een heldere inventarisatie<br />

woordelijken worden benoemd uit de verschillende organisaties. Hiermee<br />

van het gebied opgenomen en een visie voor de toekomst. Vervolgens is de<br />

ontstaat naast het bestuurlijk commitment ook directe verantwoordelijkheid<br />

procesmanager voortvarend aan de slag gegaan met een aantal acties om<br />

bij de partijen voor onderdelen uit de gebiedsontwikkeling. Dit adoptieprincipe<br />

deze doelstelling te verwezenlijken, zoals:<br />

zorgt ervoor dat de gebiedsontwikkeling tot in het hart van alle organisaties<br />

– het op de kaart zetten van het gebied, middels activiteiten, evenementen<br />

wordt gedragen.<br />

en publicaties;<br />

Interessant aan dit proces is dat corporaties en overheden in gebiedsontwik-<br />

172 – verwerving van subsidie;<br />

kelingen als deze, met een sterke non-fysieke component, <strong>nieuwe</strong> posities 173<br />

– een concept-verhuurplan en de (tijdelijke) programmering voor de<br />

innemen en andere rollen moeten vervullen dan ze gewend zijn. Het komt<br />

Machinistenschool. Er zijn dertig creatieve ondernemingen geworven als<br />

niet vaak voor dat woningcorporaties de aanjager zijn van een meervoudige<br />

kandidaat-huurder, evenals een kandidaat horeca-exploitant;<br />

gebiedsontwikkeling. Kristal vervult weliswaar de rol van ontwikkelaar voor<br />

– opzet en concretisering van een Leerwerkbedrijf Coolhaveneiland in nauwe<br />

Woonbron en Stadswonen, maar voelt zich vooral verantwoordelijk voor de<br />

samenwerking met de Hogeschool Rotterdam;<br />

projectontwikkeling van individuele <strong>gebouwen</strong>, zoals de Machinistenschool.<br />

– aanpak voor een communicatieplan.<br />

De procesmanager is aangesteld om het proces rond de softwareontwikkeling<br />

in het gebied te leiden, maar kan dit niet zonder uitvoeringsorganisatie en<br />

In een intensieve stuurgroepvergadering in juli 2007 is besloten tot het<br />

krachtig mandaat van de probleemeigenaren. Dit mandaat is door de stuur-<br />

opstellen van een bedrijfsplan door Kristal om tot een meer projectmatige<br />

groep meerdere malen bekrachtigd, maar in eerste instantie onvoldoende<br />

uitwerking van het Plan van Aanpak te komen. Ook is de visie/doelstelling<br />

verder aangescherpt, nadat daar nog veel onduidelijkheid over bleek te<br />

doorgesijpeld in de eigen organisaties. Daar is nu verbetering in gekomen.<br />

bestaan. De visie uit 2004 was niet meer voldoende actueel. De uitvoering<br />

Strategie<br />

stagneerde omdat partijen van elkaar niet zeker waren of ieder zijn verant-<br />

In de eerste fase van het proces bestond veel onduidelijkheid over de taken<br />

woordelijkheid zou nemen en wie in het proces het voortouw had.<br />

die de partijen zichzelf toedichten. Zo waren er geen duidelijke afspraken<br />

Op de stuurgroepvergadering is een kaart gemaakt van het gezamenlijke<br />

tussen de corporaties en de gemeente over wie welk gebouw verwerft, waar-<br />

wensbeeld voor Coolhaveneiland, in lijn met de voorstellen uit het Plan<br />

door dit proces niet van de grond kwam en kansen voorbij dreigden te gaan.<br />

van Aanpak. Daarop zijn de belangrijke routes aangegeven (verbindingsas<br />

De urgentie ontbrak. In de projectmatige uitwerking van het plan van aanpak<br />

metro–Lloydkwartier, flaneerroute langs het water, entree vanuit het oosten)<br />

zijn deze verantwoordelijkheden daarom duidelijk benoemd, alsmede de<br />

alsmede de verschillende projecten, van de Machinistenschool tot de<br />

termijn waarop de acties gerealiseerd dienen te zijn.<br />

culturele functie in het VOC-gebouw en de publieke ruimte achter Puntegale<br />

Een aantal sleutelprojecten heeft prioriteit gekregen om de gebieds ontwikkeling<br />

en het Douanegebouw, het Kees van Dongenhof. Daarmee werd een belang-<br />

vaart en smoel te geven:<br />

rijk obstakel voor de voortgang uit de weg geruimd. De overeenstemming<br />

– Machinistenschool<br />

legde een basis voor vertrouwen.<br />

Er ligt een ambitieus verhuurplan voor creatieve ondernemers en een horeca-<br />

De overeenstemming in de stuurgroep verschaft de procesmanager<br />

gelegenheid. De besluitvorming hierover zal op korte termijn plaatsvinden en<br />

voldoende armslag om projecten te initiëren en te regisseren en de voort-<br />

verwacht wordt dat het gebouw voorjaar 2009 volop in gebruik zal zijn. Ondergang<br />

te bewaken.<br />

tussen wordt met tijdelijke activiteiten ruchtbaarheid gegeven aan het project.<br />

Daardoor staat het al op de mental map van creatieve ondernemers.


– Verwerving Douanegebouw<br />

Dit is een essentieel gebouw in de gebiedsontwikkeling. Het verschaft<br />

toegang tot het gesloten Kees van Dongenhof, waardoor een aantrekkelijke<br />

publieke ruimte ontstaat en ook Puntegale beter wordt geïntegreerd in het<br />

gebied. Het gebouw zelf kan tijdelijke en permanente ruimte bieden aan<br />

de creatieve sector.<br />

– Creëren van expressieve plinten<br />

De levendigheid, uitwisseling en sfeer in de straat kunnen aanmerkelijk worden<br />

vergroot en zichtbaar worden gemaakt door creatief gebruik van plinten in de<br />

buurt. Creatieve voorzieningen hebben daarbij prioriteit. Daarvoor zal aanbod<br />

moeten worden gecreëerd, wat een nauwe afstemming tussen de partijen vergt.<br />

Het eerdergenoemde vraag-en-aanbodoverleg draagt daar aan bij.<br />

– Evenementen op het Machinistenplein<br />

Dit <strong>nieuwe</strong> plein zal pas in 2011 worden opgeleverd, maar de identiteit en<br />

kwaliteit van de plek worden nu al bepaald. Het is een belangrijke schakel<br />

in de routing en tussen de oude en <strong>nieuwe</strong> Machinist.<br />

174<br />

Veenbrand<br />

De gebiedsontwikkeling heeft met haar aanpak onbewust een dynamiek<br />

teweeggebracht die sommigen niet voor mogelijk hebben gehouden. Hoewel<br />

er wellicht nog onvoldoende vooruitgang is geboekt in de gebiedsontwikkeling<br />

zelf, hebben de ingezette initiatieven en het enthousiasme van de corporaties<br />

en deelgemeente ertoe geleid dat de potenties van de creatieve economie<br />

zijn opgepikt door de markt zelf. Het begrip Coolhaveneiland is vooral bij<br />

creatieve ondernemers in brede kring bekend geraakt en dat uit zich in<br />

‘We vertellen niet elders in<br />

175<br />

diverse activiteiten en initiatieven. Een werkconferentie, in het najaar van<br />

2007 georganiseerd door het Centrum Ondernemen in Delfshaven (COiD) in<br />

de Machinistenschool, was een ongekend succes door de grote toeloop van<br />

creatieven van binnen en buiten Coolhaveneiland. Hieruit blijkt dat onder de<br />

grond een veenbrand woedt, die steeds vaker doordringt tot de oppervlakte<br />

(zie hoofdstuk 1, p. 63). De potenties van de creatieve economie op het<br />

Coolhaveneiland blijken geen loze gedachten te zijn.<br />

de stad over Coolhaveneiland,<br />

maar laten het met eigen ogen<br />

zien en beleven.’<br />

Een Rotterdamse aanpak<br />

Niet alle inhoudelijke en organisatorische problemen zijn op dit moment<br />

opgelost. Dat zou wellicht wenselijk zijn, maar bovenal zou een dergelijke<br />

verwachting getuigen van weinig realisme. Tenslotte gaat het om complexe<br />

processen die vragen om specifieke kennis en ervaring en een zekere vorm<br />

van lef, ondernemerschap en een optimistische en ontwikkelingsgerichte<br />

mentaliteit. Daarnaast is het beschikken over een individuele agenda niet<br />

onoverkomelijk indien er voldoende gemeenschappelijke doelen zijn. Alle<br />

partijen lijken daarmee te onderkennen dat er gaandeweg de rit ongetwijfeld<br />

nog problemen zullen opdoemen. Echter, er zijn enthousiaste mensen en<br />

middelen vrijgemaakt om de transformatie van het Coolhaveneiland tot een<br />

succesvol einde te brengen.<br />

Luchtfoto van het monumentale voormalige<br />

belastingkantoor Puntegale, door<br />

woonstichting Stadswonen herontwikkeld<br />

tot woonwerkgebouw voor jongeren en<br />

creatieve ondernemers.


Hazemeyer<br />

Hengelo<br />

Gerben van Straaten, Walas The Maverick<br />

Harrie Vranken, Gemeente Hengelo<br />

‘Van industriële naar een creatieve fabriek.’<br />

176 Situatie<br />

In Hengelo ligt, als driehoek ingeklemd tussen twee spoorwegen, het<br />

voormalig industrieterrein van Hazemeyer, meer recent bekend als Holec.<br />

De activiteiten van deze fabrieken in elektrometaal zijn in de jaren negentig<br />

afgebouwd en verhuisd naar een <strong>nieuwe</strong> locatie in Hengelo. Rond de eeuwwisseling<br />

kwam het oorspronkelijke complex leeg te staan.<br />

Het projectgebied heeft een omvang van ca. 3,5 hectare. Hazemeyer Hengelo<br />

is aantrekkelijk gelegen nabij de wijk Tuindorp, op zeer korte afstand van het<br />

centraal station van Hengelo en op steenworp afstand van de binnenstad<br />

met het kernwinkelgebied en typisch binnenstedelijke <strong>functies</strong>. De locatie<br />

177<br />

maakt onderdeel uit van een veel groter vooroorlogs industrieel complex,<br />

waarin met name de grote metaalfabrieken van Stork de overhand hebben.<br />

Ook dit gebied, onderdeel van het enorme project Hart van Zuid, zal de<br />

komende jaren worden gerevitaliseerd.<br />

In de oorspronkelijke situatie was het Hazemeyerterrein grotendeels volgebouwd.<br />

Nadat de fabrieksactiviteiten waren beëindigd, zijn de <strong>gebouwen</strong><br />

een voor een verlaten. Snel na het vrijkomen van de bebouwing is een deel<br />

van de niet-waardevolle bedrijfsbebouwing gesloopt. De historische en<br />

karakteristie ke <strong>gebouwen</strong> zijn grotendeels behouden gebleven. Meer recente<br />

toevoegingen zijn verdwenen. Slechts een enkel karaktervol gebouw kon door<br />

de ernstige aantasting destijds niet meer worden gespaard. Met deze voorbereidende<br />

werkzaamheden is het gebied geschikt gemaakt voor een <strong>nieuwe</strong><br />

dynamische en creatieve invulling.<br />

Creatieve milieus in 1996 Creatieve milieus in 2004<br />

Historisch perspectief<br />

Floris Hazemeyer beijverde zich, net als Philips en Stork, voor een veilige<br />

elektrische energievoorziening. Op 12 juli 1907 richtte hij in Hengelo zijn eigen<br />

bedrijf in schakelkasten op onder de naam F. Hazemeyer & Co. In 1915<br />

Creatieve milieus in Hengelo/Enschde<br />

in 2007<br />

*<br />

Broedplaats<br />

Creatieve werkplaats<br />

Transactiemilieu<br />

Productiemilieu<br />

Proefuin


178<br />

Kansenkaart creatieve milieus<br />

in Hengelo/Enschde<br />

Kans op nieuw creatief milieu<br />

Kans op opschaling<br />

Kans op terugschaling<br />

Kans op verdwijning<br />

Creatieve milieus in 2004<br />

* Proefuin<br />

verhuisde het bedrijfje naar de Tuindorpstraat 61 in Hengelo. Innovatie en<br />

creativiteit stonden naast techniek en gedrevenheid hoog in het vaandel bij<br />

Hazemeyer. In de Tweede Wereldoorlog werd Hazemeyer zwaar getroffen door<br />

een bombardement. De verwoesting was zo groot, dat de productie tot het<br />

einde van de oorlog bijna nihil was.<br />

Na de bevrijding werd direct gestart met de wederopbouw van Hazemeyer.<br />

Al snel floreerde de elektrotechniek wederom in Hengelo. Vanwege het verbod<br />

voor Duitse bedrijven om industriële producten met een militaire context te<br />

ontwikkelen, ging Hazemeyer met Duitse partners een samenwerking aan om<br />

radio- en radarsystemen te ontwikkelen. Hazemeyer Signaal Apparaten werd<br />

zo de voorloper van Hollandse Signaal Apparaten, nog steeds in Hengelo<br />

gevestigd en daar een belangrijke werkgever. De daaropvolgende jaren waren<br />

zeker enerverend te noemen. De naam Hazemeyer werd vervangen door<br />

andere, waarin de HH van toepassing bleef: Hemaf en Holec. Uiteindelijk<br />

volgden er vele fusies en is het uiteindelijke Eaton-Holec verhuisd naar een<br />

<strong>nieuwe</strong> locatie in Hengelo.<br />

De Hengelose metaalindustrie had te midden van omliggende textielsteden<br />

als Enschede en Almelo een bijzondere positie met een wat hoger welstandsniveau<br />

en een beter imago en zelfbeeld. In het natuurlijk verloop van de<br />

industriële economie vanaf de industriële revolutie tot de sanering ten gunste<br />

van lagelonenlanden is het de textielindustrie die de ontwikkelingen van de<br />

metaalindustrie logischerwijs steeds vooraf is gegaan. Zo is de revitalisering<br />

van Hengelo achteropgeraakt bij die van bijvoorbeeld Enschede. Dat wordt in<br />

de Hengelo doorgaans gevoeld als een achterstand. Er liggen echter aanzienlijke<br />

kansen om het instrument van de voorsprong gevende achterstand te<br />

bespelen. De ontwikkelingen van Hart van Zuid en Hazemeyer zullen hieraan<br />

ongetwijfeld een belangrijke bijdrage leveren.<br />

Identiteit<br />

Hazemeyer Hengelo ontleent zijn identiteit onmiskenbaar aan het industriële<br />

verleden en het industriële erfgoed. Hengelo heeft een belangrijk deel van zijn<br />

groei te danken aan Hazemeyer-Holec, vele generaties Hengeloërs hebben er<br />

emplooi hebben gevonden. Voor velen is de aanduiding voor bedrijf en locatie<br />

nog steeds synoniem en inwisselbaar: de namen Hazemeyer en Holec hebben<br />

een duidelijke connotatie als gebiedsaanduiding. Waar vroeger de naamsaanduiding<br />

van de bedrijvigheid Hazemeyer vastgroeide aan de locatie, streeft<br />

De Creatieve Fabriek vanaf nu naar een omgekeerde beweging. Hazemeyer<br />

is in 2008 duidelijk de naam voor deze locatie, die in de toekomst vooral zal<br />

worden gekend door de <strong>nieuwe</strong> veelzijdige en creatieve bedrijvigheid die er<br />

zal plaatsvinden. Het eindbeeld is allerminst vastomlijnd, maar de richting<br />

manifest: een boeiende mix van wonen, werken en ontmoeten, een plek waar<br />

altijd iets nieuws te beleven is voor bewoners, bedrijven en bezoekers, die<br />

zich door een sterk gevarieerde programmering voortdurend aangetrokken<br />

voelen tot de locatie.<br />

Hazemeyer Hengelo zal uiteindelijk in nauwe samenhang met Hart van Zuid<br />

en een vitale binnenstad zorgen voor nieuw elan en een hernieuwde aantrekkingskracht<br />

op de Twentse en Duitse bezoeker.<br />

Betrokken actoren<br />

In 2000 verwerft de Van Hoogevest Groep uit Amersfoort het terrein van<br />

Hazemeyer. De aanvankelijke intentie voor een meer reguliere invulling met<br />

bijvoorbeeld woningbouw, kantoren en detailhandel blijkt moeilijk haalbaar,<br />

179


omdat dergelijke <strong>functies</strong> bij de herontwikkeling van de <strong>nieuwe</strong> stadsonderde-<br />

van de herontwikkeling op zich, heeft het gewenste marktgerichte maar<br />

len van Hengelo niet voor de Hazemeyerlocatie zijn voorzien. Bij de gemeente<br />

creatieve totaalconcept dus extraverte, namelijk toeristische en recreatieve<br />

Hengelo is de herontwikkeling van Hazemeyer op dat moment nauwelijks in<br />

doelstellingen.<br />

beeld en zoals dat zo vaak gaat bij dergelijke complexen, de dan vigerende<br />

De gehandhaafde waardevolle <strong>gebouwen</strong> staan, in afwachting van verdere<br />

bestemmingen zijn ongeschikt. Uiteindelijk besluit de eigenaar in 2005 om<br />

restauratie, nog deels leeg. Een aantal van deze <strong>gebouwen</strong> heeft een<br />

het gebied te revitaliseren met een integraal concept, waarin diverse elkaar<br />

tijde lijke invulling, aanvankelijk sporadisch (2006), later regelmatig (2007)<br />

versterkende functionaliteiten worden verweven. Men wordt tot deze keuze<br />

en inmiddels intensief. De interim-activiteiten hebben bijgedragen aan publi-<br />

verleid, enerzijds omdat er meer draagvlak voor lijkt te bestaan en er zodoende<br />

citeit en enthousiaste reacties van inwoners en ondernemers. Zo langzamer-<br />

met meer snelheid en doelgerichtheid kan worden ontwikkeld, anderzijds<br />

hand staan de programmering en de mogelijkheden van Hazemeyer goed<br />

omdat de ervaringen met revitalisering van industrieel erfgoed in toenemende<br />

op het netvlies van de Hengeloër. Er is met enige regelmaat ‘leven in de<br />

mate aantonen dat een multifunctionele aanpak, waarin creatieve impulsen<br />

brouwerij’ en de eerste pioniers trekken <strong>nieuwe</strong> initiatieven en bezoekers<br />

worden gecombineerd met meer commerciële gebruikers en reguliere stads-<br />

aan. Gaandeweg ontstaan meer vaste inkomsten en daarmee groeit een<br />

<strong>functies</strong>, succesrijk kan zijn.<br />

basis voor een gezonde langjarige exploitatie van de gehele locatie. Zo hebben<br />

De Van Hoogevest Groep besluit tot een samenwerking met Walas<br />

zich zo’n twintig kleinere creatieve bedrijven gevestigd in de <strong>gebouwen</strong> C01<br />

The Maverick om de conceptuele en economische ontwikkeling van het voor-<br />

en B04 (zie afb.), vinden er diverse tentoonstellingen en activiteiten plaats<br />

malig Holec-Hazemeyerterrein, voortaan Hazemeyer Hengelo genoemd, daad-<br />

in gebouw B06 en wordt gebouw C03 momenteel gebruikt als tijdelijke<br />

krachtig en praktijkgericht te kunnen aanpakken. Om het multifunctionele<br />

theaterruimte. In de eindsituatie is deze functie gepland in het naastgelegen<br />

project integraal en effectief te kunnen realiseren en exploiteren, is een<br />

gebouw C04. In december 2007 hebben er al zo’n veertig mensen een<br />

speciaal op Hazemeyer Hengelo afgestemde onderneming opgericht met<br />

werkplek gevonden.<br />

de naam De Creatieve Fabriek BV.<br />

Op hoger schaalniveau heeft Hazemeyer inmiddels zonder meer een bij-<br />

De Creatieve Fabriek investeert in het bouwen van coalities. In brede zin<br />

zondere attentiewaarde. Provincie, regio en gemeente zijn zich er terdege<br />

wordt gewerkt aan de interactie met de provinciale overheid, culturele en<br />

van bewust dat de Hazemeyerlocatie door haar maat en schaal, het indus-<br />

sociale instellingen, kunstenaars, onderwijsinstellingen, lokale ondernemers<br />

triële erfgoed en de unieke inkadering tussen sporen een zeer bijzondere<br />

en naburige projecten. De kennismaking met ondernemers uit de binnenstad<br />

positie inneemt in het stimuleren en verankeren van creatieve bedrijvigheid<br />

180 en de actoren van de naburige Twentse projecten leiden tot relevante uitwisseling<br />

van informatie en een langzaam maar gestaag toenemend onderling<br />

vertrouwen. Vooral de aanvankelijk stroef verlopende relatie met de gemeente<br />

Hengelo groeit tot een samenwerking waarin resultaten worden geboekt.<br />

In een aantal stappen ontstaat een nauwe samenwerking, waarin op verschillende<br />

niveaus intensief wordt overlegd en gewerkt aan de toekomst van<br />

Hazemeyer. De inspanningen van beide op het creatieve vlak vallen op bij de<br />

provincie Overijssel, die besluit met een subsidie aan de gemeente de broedplaats<strong>functies</strong><br />

van Hazemeyer te ondersteunen.<br />

Naast de onderbouwing en uitwerking van de noodzakelijke gegevens komt<br />

na verloop van tijd een vruchtbare uitwisseling van randvoorwaarden, ideeën,<br />

ambities en kansen tot stand. Uit al deze resultaten heeft de gemeente<br />

Hengelo rond de jaarwisseling 2007–2008 een Nota van Uitgangspunten<br />

opgesteld, die voortaan leidraad zal zijn bij de herontwikkeling van Hazemeyer<br />

Hengelo.<br />

in stad en regio.<br />

181<br />

Het project<br />

Hengelo kent een omvangrijk en indrukwekkend arsenaal aan industrieel<br />

erfgoed. Het behouden en het tot uitgangspunt nemen bij de verdere herstructurering<br />

en ontwikkeling van de stad, biedt mogelijkheden om de historie<br />

van de stad sterker te doen leven in de toekomst. Het industrieel erfgoed op<br />

het terrein van Hazemeyer Hengelo biedt bijzondere kansen om deze ambitie<br />

waar te maken. Door realisatie van een stuk creatieve stad wordt dynamiek<br />

en diversiteit toegevoegd aan de redelijk eenzijdige economische structuur<br />

van Hengelo. Het integrale concept is multifunctioneel en moet een complete<br />

en bruisende aanvulling op de binnenstad en de belendende revitaliseringprojecten<br />

rondom de voormalige Storkcomplexen opleveren. Het totaalconcept<br />

dient zich (boven)regionaal te profileren. Behalve de introverte doelstellingen<br />

Creatieve economie als ontwikkelingsinstrument<br />

Creatieve economie kan van grote waarde zijn bij de revitalisering van regio’s<br />

waar de traditionele industrie is verdwenen. In onbruik geraakte industriële<br />

<strong>gebouwen</strong> blijken bij uitstek geschikt. De geschiktheid voor uiteenlopende<br />

gebruikers, de meervoudig geschikte stramienmaten en de uitnodigende<br />

authenticiteit hebben grote aantrekkingskracht op vindingrijke en initiatiefrijke<br />

ondernemers. In economische revitaliseringprocessen is het belangrijk dat<br />

creatieve en ondernemende geesten, jongafgestudeerden en startende ondernemers<br />

broedplekken vinden in die omgeving. Creatieve economie ontstaat<br />

door een symbiose van creatieve broedplaatsen en het reguliere bedrijfsleven.<br />

Hazemeyer wil in elk geval één van dergelijke broedplaatsen langdurig mogelijk<br />

maken. Sinds september 2007 is een broedplaats ingericht die wordt<br />

gebruikt door zo’n dertig creatieve ondernemers, die samen <strong>nieuwe</strong> productideeën<br />

ontwikkelen, daarin gesteund door de Provincie Overijssel.<br />

Hazemeyer Hengelo heeft De Creatieve Fabriek een aantal doelstellingen<br />

meegegeven:<br />

– het gebied op een niet-traditionele wijze tot ontwikkeling brengen;<br />

– vooral aandacht geven aan de ontwikkeling en consolidatie van een<br />

creatieve economie binnen een duurzame economische entourage;<br />

– het bereiken van een onderscheidende integrale formule die duurzaam<br />

geëxploiteerd moet kunnen worden.<br />

Creatieve bedrijvigheid<br />

Met De Creatieve Fabriek wordt gerefereerd aan begrippen als de ‘creatieve<br />

klasse’ en de ‘creatieve stad’. De creatieve economie wordt beschouwd als<br />

stuwende factor in een zich ver<strong>nieuwe</strong>nde regionale economie. Voortdurende


182<br />

Het plangebied van de herontwikkeling<br />

van het oude Hazemeyercomplex tot<br />

De Creatieve Fabriek<br />

C01<br />

C03<br />

B04<br />

C04<br />

A04<br />

C05<br />

B05<br />

B06<br />

innovatie en dynamiek zijn het gevolg van de creatieve processen. Een significante<br />

economische spin-off nestelt zich veelal in het reguliere regionale<br />

bedrijfsleven.<br />

Creatieve klasse<br />

Creatieve mensen zijn belangrijk voor een stad of regio en zijn een belangrijke<br />

aanjager van de stedelijke economie. Deze creatieve klasse gedijt in een<br />

open en tolerant klimaat en maakt gebruik van de stedelijke voorzieningen<br />

(onder andere cultuur en horeca). Uit de Atlas voor Gemeenten (Marlet &<br />

Van Woerden, 2004) blijkt dat een stad aantrekkelijk moet zijn voor creatieve<br />

professionals. Belangrijkste voorwaarde daarvoor is dat er voldoende werkplekken<br />

(ateliers, bedrijfsverzamel<strong>gebouwen</strong>, oefenruimten, broedplaatsen)<br />

in de stad worden gecreëerd.<br />

Broedplaatsen<br />

Een speerpunt bij het aantrekken van de creatieve bedrijvigheid is het realiseren<br />

van broedplaatsen. Plekken met minder of geen regels, waar creatieve<br />

bedrijven zich vestigen en kunnen floreren en daardoor in belangrijke mate<br />

kunnen bijdragen aan de herontwikkeling van stedelijke gebieden.<br />

Locatievoorkeuren<br />

Creatieve bedrijvigheid heeft een voorkeur voor verouderde industriegebieden,<br />

fabrieks<strong>gebouwen</strong> of kantoren dicht bij de binnenstad.<br />

Voorsorteren van keuzes<br />

Voor de ontwikkeling van creatieve economie zijn nodig: een katalysator<br />

in de vorm van kunst, cultuur, creatieve productie en bedrijvigheid versus<br />

een economisch kiembed voor duurzaamheid en haalbaarheid.<br />

Het concept van Hazemeyer Hengelo rust op drie pijlers:<br />

– Kunst, cultuur en multimedia<br />

Kunst-, cultuur- en multimedia<strong>functies</strong> vervullen een duidelijk publiektrekkende<br />

rol. Het is een opgave om voortdurend een levendig beeld te<br />

behouden. Een bijdrage hieraan wordt gegeven door de combinatie met<br />

andere (culturele en ambachtelijke) activiteiten, zoals repetitieruimten,<br />

culturele opleidingen, (amateur)ver enigingen, theater- en podiumkunsten,<br />

repetitieruimten en onderwijs. Waar mogelijk zal gebruik worden gemaakt<br />

van glasvezel en breedband.<br />

– Opleiden, starten & ontwikkelen<br />

Hazemeyer richt zich naast cultuur en economie vooral ook op sociale economie,<br />

wijkeconomie en startersbeleid. In dit kader is niet alleen werken<br />

en creëren van belang, maar ook opleiden, werkervaringsplaatsen, startersprogramma’s<br />

en reïntegratie.<br />

– Ambachtelijke productie & ontwerp<br />

Design en de ambachtelijke sector passen bij uitstek bij Hengelo als voormalige<br />

innovatieve industriestad. Ambachtelijk ontwerp en productie kunnen<br />

zich manifesteren als creatieve en stimulerende elementen in de lokale economie.<br />

Voor een groot aantal (startende) bedrijven is een laagdrempelige<br />

broedplaatsachtige omgeving een belangrijk vereiste voor een succesvolle<br />

start als volwaardig ondernemer. Ook regionale opleidingen kunnen deelnemen<br />

aan de realisatie van creatieve producerende bedrijvigheid en ambachtelijke<br />

innovatie, (vak)opleidingen, tentoonstellingen en vermarkting van de ambachtelijke<br />

producten.<br />

183


184 185<br />

boven Tijdelijke kunsttentoonstelling<br />

‘OkArt’ trekt nieuw publiek naar de<br />

voormalige fabriek.<br />

onder De Reyrolle Hal, die zal worden<br />

gebruikt voor grootschalige publieke<br />

manifestaties.<br />

De markante loopbrug in het Hazemeyercomplex


Proeftuinen Creatieve Economie<br />

De laatste twee jaar hebben de gemeente Hengelo en De Creatieve Fabriek<br />

Deelname aan de Proeftuinen Creatieve Economie was een gezamenlijk initia-<br />

bewust geïnvesteerd in een fundament van vertrouwen, openheid en een<br />

tief van gemeente en ontwikkelaar. Voor de gemeente Hengelo was deelname<br />

resultaatgerichte aanpak. Uitgezonderd enkele begrijpelijke lichte struikelingen<br />

feitelijk een logisch vervolg op het onderzoek door de Stad bv naar creatief<br />

onderweg, is dat proces tot volle bloei gekomen. Inmiddels is een Nota van<br />

ondernemen in de Twentse steden (de Stad bv, 2006a). Uit dit onderzoek<br />

Uitgangspunten voor de locatie gereed en zijn er afspraken gemaakt over de<br />

bleek onder andere dat een specifiek milieu, een plek waar creatieve bedrijvig-<br />

te volgen planologische en vergunningstechnische procedures.<br />

heid zich verzamelt, ontbreekt en dat de Hazemeyerlocatie daartoe kansen<br />

Open informatiestructuren en bekendheid met en publiciteit rondom Hazemeyer<br />

biedt. De gemeente vond het van belang ervaringen uit te wisselen met<br />

hebben het proces gunstig beïnvloed. Niet onbelangrijk is het feit dat provincie<br />

andere proeftuinen en gebruik te maken van elkaars expertise. Bovendien<br />

en gemeente zich beleidsmatig hebben uitgesproken voor versterking van<br />

een prima gelegenheid om frisse, <strong>nieuwe</strong> ideeën op te doen.<br />

de creatieve economie. Behoud van industrieel erfgoed schreeuwt om <strong>nieuwe</strong><br />

Een soortgelijke reden vormde de basis van het besluit van de projectontwik-<br />

<strong>functies</strong>. Daar dringt de tijd en wringt de schoen. Beide knellingen kunnen<br />

kelaar. Echter, het besluit om Hazemeyer op niet-traditionele wijze te ontwikke-<br />

alleen in goed overleg met coalitiepartners worden gelenigd.<br />

len vanuit een integraal multifunctioneel concept en het feit dat Hazemeyer<br />

Vraagstukken die zich de komende jaren zeker zullen aandienen, houden<br />

in die fase als project bij de gemeente een erg lage prioriteit had, deed de<br />

verband met de dynamiek van creatieve economie. Functies en bedrijvigheid<br />

noodzaak voelen om samen met die gemeente externe kennis en praktijk-<br />

zullen zich blijvend ver<strong>nieuwe</strong>n, de tijdelijke exploitatie krijgt snel vaste eleervaringen<br />

binnen te halen, te bespreken en te beoordelen. Tegelijkertijd zou<br />

menten en uiteindelijk zal het integrale Hazemeyerconcept in een permanente<br />

dit traject kunnen worden gekoppeld aan interne kennisontwikkeling en coali-<br />

bestemming moeten worden gegoten. Tot het zover is zullen de zorgvuldig<br />

tievorming met de lokale creatieve gemeenschap.<br />

opgebouwde coalitiestructuren op hun stevigheid worden getest. Onderhoud<br />

De vraag waar het om draait is: hoe zorgen we ervoor dat Hazemeyer uitgroeit<br />

en vernieuwing van die structuren zullen eenzelfde dynamiek vragen als de<br />

tot een bruisend stukje stad, waar creatieve economie, kunst, cultuur en<br />

passende bedrijvigheid naast elkaar een plek vinden in een omgeving die rijk<br />

concretisering van het creatief-economische complex.<br />

is aan (leegstaand) industrieel erfgoed? De vraag betrof vooral het draagvlak<br />

Venetiaanse brug<br />

bij allerlei partijen in het politieke en economische veld, ondernemers van<br />

Hazemeyer bevindt zich ergens net voor of voorbij het hoogste punt van de<br />

de binnenstad, naburige en vermeend concurrerende projecten en algemene<br />

Venetiaanse brug (zie Inleiding, figuur 3, p.40). Er is voorzichtig begonnen<br />

186 ongerustheid over de economische kansen van Hengelo. Technisch geformu-<br />

aan de eerste fase van convergeren. Er wordt voorzichtig verder gesmeed aan 187<br />

leerd: hoe komt een samenwerkingsconstructie tot stand die de ontwikkeling<br />

een trilaterale coalitie tussen binnenstad, Hart van Zuid en De Creatieve<br />

van een creatief Hazemeyer bevordert, waarin synergie tussen partijen<br />

Fabriek. Samenwerking komt in beeld en het ziet ernaar uit dat kansen<br />

ontstaat en waardoor risico’s hanteerbaar worden.<br />

Externe partijen reageerden wisselend: van enthousiast tot terughoudend,<br />

al naar gelang de positie en het specifieke belang. Terughoudende reacties<br />

waren er aanvankelijk van de (binnenstads)ondernemers en van de ontwikkelaars<br />

van Hart van Zuid.<br />

De publieke interesse nam snel toe toen bekend werd dat Hazemeyer huisvesting<br />

bood aan kunstenaars en kleine creatieve bedrijfjes. Aanvankelijk<br />

waren de <strong>gebouwen</strong> om uiteenlopende redenen niet (tijdig) geschikt om aan<br />

de vraag tegemoet te komen. Inmiddels is de tijdelijke exploitatie vol op<br />

stoom en medio 2008 nemen enkele belangrijke vaste gebruikers hun intrek.<br />

verzilverd kunnen worden.<br />

Procesverloop<br />

In de twee jaar sinds de start van de proeftuinen is er veel veranderd.<br />

De ambities en keuzerichtingen zijn meer gelijkgeschakeld en de onderlinge<br />

scepsis maakt gestaag plaats voor ‘samen de schouders eronder’. Deze<br />

positieve ontwikkeling leidt medio 2008 al tot ingebruikstelling van enkele<br />

bepalende <strong>gebouwen</strong>. De processen die de proeftuin op gang heeft gebracht,<br />

hebben duidelijk invloed gehad. Zeker in het tot stand brengen van een<br />

ongedwongen maar stevige coalitie met de gemeenschap van kunst, cultuur<br />

en creatieve bedrijven. Het draagvlak bij de ondernemers in de binnenstad<br />

is gegroeid en ontwikkelt zich verder. Pas zeer recent komt een voorzichtige<br />

samenwerking tot stand met het nabijgelegen project Hart van Zuid. Die relatie<br />

kan nog veel beter. Gemeente en De Creatieve Fabriek delen het besef dat<br />

er voor allen nog grote kansen liggen door het uitbouwen van coalities, niet<br />

in de laatste plaats voor de bewoners van Hengelo.<br />

Reflectie en lessen<br />

De Community of Practice in de casus Hazemeyer leert ons dat investering<br />

in vertrouwen, openheid en samenwerking rendement oplevert. Bekend maakt<br />

bemind. Ga moeilijke gesprekken met niemand uit de weg, verzamel standpunten<br />

en zoek naar gezamenlijke ‘strenghts’ en alternatieven. Dergelijke<br />

resultaten uit het verleden zijn zeker een garantie voor de toekomst.<br />

De inzichten uit andere Communities of Practice versterken deze belangrijke<br />

les. Iedere casus heeft weliswaar zijn ‘eigenaardigheden’, het bouwen van<br />

een doelmatige coalitie in een vroeg stadium, het duidelijk communiceren<br />

van verwachtingen en ambities, en de bereidheid tot het aanvaarden van<br />

consequenties zijn van onschatbare waarde. De verschillende intenties van<br />

de voornaamste spelers, met name gemeente en ontwikkelaar, kunnen beter<br />

maar meteen helder worden gemaakt, zodat het gesprek over de toekomst<br />

en de begrenzingen niet wordt gehinderd door onduidelijkheid over de posities.<br />

Een open gesprek over de kansen en ontwikkelingsmogelijkheden geeft<br />

ruimte om een gezamenlijk handelingsperspectief te ontwikkelen dat deze<br />

belangen overstijgt.<br />

Complementariteit wordt bereikt door de verschillen tussen ontwikkelingen te<br />

benoemen en vervolgens op een hoger strategisch niveau naar oplossingen<br />

te zoeken. Creatieve economie is een markt die niet concurreert met lopende<br />

projecten, maar openingen maakt naar <strong>nieuwe</strong> markten. Het openleggen van<br />

<strong>nieuwe</strong> markten is het voordeel van alle partijen, de binnenstad, Hart van Zuid<br />

en Hazemeyer.


Voor een geleidelijke groei van tijdelijk gebruik naar het definitieve concept<br />

is aansluiting bij de interne dynamiek van de creatieve markt in Twente een<br />

belangrijke voorwaarde gebleken. De combinatie van de vraag uit de sector<br />

van de creatieve bedrijven naar <strong>nieuwe</strong> bedrijfsruimte en de culturele aspiraties<br />

in de samenleving levert een stevig fundament op voor een ontwikkeling<br />

die een bovenregionale markt kan aanspreken.<br />

De Creatieve Fabriek wil het totaalconcept en de implementatie van business<br />

engineering voor creatieve economie en industrieel erfgoed uit de Angelsaksische<br />

praktijk implementeren. Voor de toetsing van die praktijk zijn de<br />

lessen uit de coalitiepraktijk van deze casus en andere concrete projecten<br />

cruciaal.<br />

Hazemeyer Hengelo<br />

188<br />

Vastgoed en ontwikkeling, initiatief<br />

Van Hoogevest Groep, Amersfoort<br />

Conceptuele ontwikkeling<br />

Business proces engineering creative economy<br />

Walas The Maverick BV, Hengelo<br />

Integrale exploitatie<br />

De Creatieve Fabriek BV, Hengelo<br />

Actieprogramma Cultuur en Economie<br />

Provincie Overijssel<br />

Startersarrangementen<br />

ROZ, gemeente Hengelo en De Creatieve Fabriek<br />

189<br />

Creatief Collectief Hazemeyer Hengelo<br />

15 deelnemende bedrijven<br />

Omvang<br />

ca. 4.500 m2 cultuur<br />

ca. 2.500 m2 opleidingen en reïntegratie<br />

ca. 3.500 m2 entertainment, tentoonstellingen en evenementen<br />

ca. 5.000 m2 veelzijdig bedrijvig, ambachten en bedrijven<br />

ca. 2.500 m2 centrum voor ontwerp en ambacht<br />

boven Luchtfoto van het te ontwikkelen<br />

Hazemeyerterrein ingeklemd tussen<br />

twee spoorlijnen aan de rand van<br />

de binnenstad van Hengelo en Hart<br />

van Zuid.<br />

onder Electrometaalfabriek in werking.


Oliemolenkwartier<br />

Amersfoort<br />

Corien Rodenburg, NRG Consult, innovatiemanager Amersfoort Creatieve Stad<br />

‘Een bruisende etalage voor ver<strong>nieuwe</strong>nde,<br />

energieke ondernemers die zelf een impuls<br />

geven aan de creatieve economie.’<br />

Creatieve milieus in Amersfoort<br />

in 2007<br />

190 Situatie<br />

Op het moment van schrijven, januari 2008, is het Oliemolenkwartier een<br />

grotendeels braakliggend terrein. Van het rijke industriële verleden van<br />

Amersfoort is slechts de Prodenttandpastafabriek nog zichtbaar. Zeepfabriek<br />

Rohm & Haas sloot in 2001 haar poorten, een deel van de monumentale<br />

panden is daarbij aan de sloophamer ontkomen. Kunstenaars hebben zich<br />

hier gevestigd en er wordt nagedacht over de ontwikkeling van het pand voor<br />

de huisvesting van creatieve bedrijven. Het Oliemolenkwartier ligt net ten<br />

noorden van de binnenstad van Amersfoort. Een nu nog wat verlaten plek<br />

vlak achter het station, maar in de toekomst een nieuw deel van de binnen-<br />

191<br />

stad en in de tussentijd een ideale plek om te experimenteren.<br />

De gemeente is eigenaar van de grond en wil het Oliemolenkwartier ontwikkelen<br />

tot het hart van de creatieve economie van Amersfoort. Het gebied moet<br />

leven, inspireren en stralen. Het Oliemolenkwartier moet worden tot een plek<br />

waar creatieve bedrijven elkaar ontmoeten, kruisbestuivingen aangaan, <strong>nieuwe</strong><br />

ideeën creëren en deze vooral tonen aan een groot publiek. Deze ‘etalage’<br />

wordt een bruisende plek waar ruimte is voor ver<strong>nieuwe</strong>nde, energieke ondernemers<br />

die samen een impuls geven aan creatieve economie in Amersfoort.<br />

Het Oliemolenkwartier ligt er nu bij als een restgebied met als belangrijkste<br />

publiekstrekker het restaurant Zandfoort a/d Eem. Dit restaurant is opgezet<br />

door de voormalige eigenaar van de Amsterdamse club Panama, die in<br />

Amersfoort woont en een leuke plek in Amersfoort wilde creëren. Naast<br />

Creatieve milieus in 1996 Creatieve milieus in 2004<br />

Zandfoort a/d Eem organiseren kunstenaars in zeepfabriek Rohm & Haas<br />

manifestaties, is popcentrum De Kelder tijdelijk in het kwartier gehuisvest,<br />

wonen studenten in kubussen en organiseert ‘Amersfoort Creatieve Stad’<br />

Broedplaats<br />

Creatieve werkplaats<br />

drukbezochte netwerkbijeenkomsten voor creatieve ondernemers. Nieuwe<br />

Transactiemilieu<br />

planontwikkelaars, veelal Amersfoortse creatieve ondernemers, werken op<br />

spraakmakende wijze aan hun voorstellen, Hogeschool Utrecht bouwt een<br />

*<br />

Productiemilieu<br />

Proefuin


192<br />

Kansenkaart creatieve milieus<br />

in Amersfoort<br />

Kans op nieuw creatief milieu<br />

Kans op opschaling<br />

Kans op terugschaling<br />

Kans op verdwijning<br />

Creatieve milieus in 2004<br />

* Proefuin<br />

nieuw onderkomen en verder is een belangrijk deel van het terrein in gebruik<br />

als parkeerterrein. Volgens de planning worden vanaf 2008 fasegewijs meer<br />

creatieve <strong>functies</strong> en activiteiten zichtbaar.<br />

Industriegebied aan de Eem<br />

Het Oliemolenkwartier maakt deel uit van het Eemkwartier. Aan de vooravond<br />

van Amersfoorts industrialisatie, omstreeks 1850, was dit een idyllisch<br />

gebied met landgoederen, buitenverblijven, stukjes bouwland, schuurtjes en<br />

een enkele stal. Aan de oever van de Eem stonden wat pakhuizen, een paar<br />

molens en wat kleine ambachtelijke ondernemingen zoals een bleekbedrijfje,<br />

een bakker en een enkel café. Oliemolen De Zon, ook wel bekend als<br />

‘de Rijzende Zon aan de kleine Koppel’, stond opvallend aan de linkeroever<br />

van de Eem in het Oliemolenkwartier. In oliemolens werden olierijke zaden<br />

zoals pinda’s, zonnebloemzaad en lijnzaad geplet tussen kantstenen. Het zaad<br />

werd vervolgens verhit in een pan, in zakken gestopt en in een perskamer<br />

tussen molenstenen geperst. Naast olie werd pulp als bijproduct verkregen,<br />

dat werd gebruikt als veevoer. De olie werd voor de huishouding of voor zeepbereiding<br />

gebruikt. In 1863 werd de oliemolen omgebouwd tot een trasmolen.<br />

Tras is gemalen tufsteen, gebruikt als ingrediënt voor cement.<br />

In de periode 1900–1950 nam de industrialisering in Amersfoort een grote<br />

vlucht. In het Oliemolenkwartier vestigden zich verschillende bedrijven, waaronder<br />

de Amersfoortse Betonmaatschappij, Van Nieuwenhuizen graan- en<br />

veevoederhandel, Erdal schoensmeer, de Prodentfabriek, de Nederlandse<br />

Kleurstoffenindustrie en Rohm & Haas. Toenemende concurrentie, schaalvergroting,<br />

opvolgingsproblemen bij familiebedrijven, het invoeren van <strong>nieuwe</strong><br />

technologieën en toenemende productiekosten zorgden vervolgens voor een<br />

lange periode van neergang. In plaats van de eerdere trots ontstond, ingegeven<br />

door de bewustwording over vervuiling en het neerkijken op industriearbeiders,<br />

schaamte over het industriële verleden. Men nam afscheid van<br />

fabrieken en maakte ze maar al te graag met de grond gelijk.<br />

In de laatste decennia is er een lichte kentering in de waardering van de<br />

industrie te herkennen. Het besef groeit dat industrie een cultuuruiting is.<br />

Als de oude, vaak interessante en karakteristieke <strong>gebouwen</strong> een zinvolle<br />

<strong>nieuwe</strong> bestemming krijgen die recht doet aan het bedrijfsmatige verleden,<br />

dragen ze naast hun rollen als monument en informatief gebouw bij aan<br />

de verlevendiging van het stadsbeeld.<br />

Groeistad Amersfoort<br />

Amersfoort is al jaren in ontwikkeling. Nieuwe wijken als Schothorst en Vathorst<br />

worden op aansprekende wijze ontwikkeld en het inwonertal is in vijftig jaar<br />

gestegen tot over de 140.000 (Marlet & Van Woerkens, 2004). De groeiende<br />

stad vraagt om een passend voorzieningenniveau op het gebied van kunst,<br />

cultuur, winkelen en uitgaan. Het Eemkwartier is hiervoor door het gemeentebestuur<br />

aangewezen als uitbreiding van het stadshart. In 2005 verschenen<br />

de eerste grote appartementencomplexen in de Eemhaven. Aan de overzijde<br />

van de Eem, op het Eemplein en direct ten noorden van de spoorlijn, worden<br />

enkele stedelijke voorzieningen gebouwd zoals een bibliotheek, bioscoop, een<br />

kunstenschool, een archief. Ook het popcentrum De Kelder, dat nu nog in het<br />

Oliemolenkwartier gevestigd is, verhuist hiernaartoe. Het Oliemolenkwartier<br />

grenst aan het Eemplein.<br />

De gemeente Amersfoort wil de aanwezigheid van creatieve bedrijvigheid in<br />

het Oliemolenkwartier stimuleren door gedurende vijftien jaar de ontwikkeling<br />

193


van broedplaatsen ruim baan te geven. Alles mag, maar wel onder de voor-<br />

Financieel gezien is het gebied voor de periode van vijftien jaar losgekoppeld<br />

waarde dat alles na die periode verwijderd kan worden. De periodering van<br />

van het mechanisme van de boekwaarde. Deze is teruggebracht tot een<br />

tijdelijkheid hangt samen met de ruimtelijke ontwikkelingsstrategie voor het<br />

niveau waarop herontwikkeling over een periode van vijftien jaar goed moge-<br />

aangrenzende Eemplein en het industriegebied Kop van Isselt, waar het<br />

lijk is. Dit betekent dat de ontwikkeling van creatieve economie niet extra<br />

gehele Eemkwartier onderdeel van uitmaakt. Het gemeentebestuur verwacht<br />

belast wordt door afschrijvingen op de boekwaarde. Het braakliggend terrein<br />

dat over vijftien jaar de <strong>nieuwe</strong> stedelijke <strong>functies</strong> van het Eemplein voldoende<br />

is ‘om niet’ beschikbaar. Alle investeringen in het gebied, het bouwrijp maken,<br />

goed zijn ingebed in het stedelijk weefsel. Vanuit die situatie is er dan vol-<br />

het aanleggen van voorzieningen en de ambtelijke begeleiding moeten worden<br />

doende zicht op een gewenste <strong>nieuwe</strong> invulling van het Oliemolenkwartier.<br />

betaald uit de opbrengsten van het gebied.<br />

Een volgende vraag was of het überhaupt mogelijk is om op basis van de<br />

Werkateliers<br />

uitgangspunten van de gevestigde orde creatieve economie te stimuleren.<br />

Om de plannen voor het tijdelijke creatieve milieu van het Oliemolenkwartier<br />

De tijdelijkheid van de bebouwing betekent dat ontwikkelaars alleen geïnte-<br />

verder uit te werken, zijn in 2006 werkateliers met groepen van creatieven in<br />

resseerd zijn als zij rechten krijgen in de toekomst van het gebied na vijftien<br />

de stad georganiseerd. De werkateliers zijn in eerste instantie geïnspireerd<br />

jaar. Op die manier wordt het indekken van risico’s een voorwaarde is om<br />

door Richard Florida’s boek uit 2002 over het belang van een sterke creatieve<br />

mee te doen, terwijl juist het aangaan van risico’s en het accepteren daarvan<br />

klasse in de stad, maar daarnaast ook door concrete voorbeelden als<br />

onderdeel van de creatieve economie is.<br />

Container City in Londen.<br />

Het blijkt dat Amersfoort verrassend veel in huis heeft waarvan het zelf<br />

Tijdens de werkateliers Oliemolenkwartier is expliciet gekozen de gebruiker<br />

weinig weet heeft. Creatieve bedrijvigheid is in Amersfoort talrijk aanwezig,<br />

als uitgangspunt te nemen. Dit heeft geresulteerd in een programmavoorstel,<br />

maar profileert zich nog onvoldoende om een aanjaagfunctie te hebben.<br />

een functionele sfeerimpressie van gebruikers en een tijdslijn die als uitgangs-<br />

Het Oliemolenkwartier biedt kansen om als etalage te fungeren. Het is een<br />

punt kan dienen voor verdere ontwikkeling van het creatieve gebied.<br />

gebied met veel potentie om de stad op een ander plan te brengen door het<br />

Potentiële gebruikers en ontwikkelaars reageerden enthousiast op het voorne-<br />

stimuleren van creatieve economie. Creatieve economie gaat over <strong>nieuwe</strong><br />

men het Oliemolenkwartier in te richten voor creatieve industrie. Kunstenaars<br />

vormen. Dit besef is doorslaggevend voor het succes. Rohm & Haas is zo’n<br />

zagen mogelijkheden voor atelierruimte, zelfstandig ondernemers waren blij<br />

<strong>nieuwe</strong> vorm. Hier werkt een diverse groep van creatieven op bijzondere wijze<br />

met de ideeën over gezamenlijke huisvesting, en bijvoorbeeld op de prijsvraag<br />

aan spraakmakende initiatieven, zijn samenhang en synergie leidend en wordt<br />

194 voor het ontwerp van een paviljoen voor het huisvesten van ‘Amersfoort 750’<br />

bijgedragen aan het op de kaart zetten van creatief Amersfoort.<br />

195<br />

– Amersfoort viert in 2009 grootscheeps dat het 750 jaar bestaat – kwamen<br />

In het nadenken over de tijdelijke functie van het Oliemolenkwartier, het ont-<br />

zestig inzendingen binnen. In de politiek was er enthousiasme over de ontwikwikkelen<br />

van broedplaatsen en de financiering daarvan, blijkt hoe lastig het is<br />

kelruimte en ambitie op het vlak van creatieve industrie. Alhoewel met name<br />

om dit project een plek te geven. Eigenlijk is het geen project, want de ontwik-<br />

vanuit de VVD vragen werden gesteld over de visie op het te ontwikkelen terrein<br />

keling heeft geen vooropgesteld einddoel. Het is immers niet zeker waar het<br />

na de periode van tijdelijk gebruik en over het hypekarakter van het gebied.<br />

naartoe gaat. Het is een proces met als doel het tijdelijk vullen van het gebied.<br />

Toch zijn de werkateliers afgerond met een slotbijeenkomst die weinig<br />

Vanuit het ‘oude’ ontwikkelidee is er behoefte aan een eindbeeld. Bijvoor-<br />

bevredi gend was voor zowel verantwoordelijke wethouders als verschillende<br />

beeld het wegvegen van alles wat gebouwd wordt na de periode van vijftien<br />

groepen van creatieve ondernemers, kunstenaars en organisatoren in de<br />

jaar. Lastigheid in het denken over het investeren in tijdelijke broedplaatsen<br />

stad. De hierop volgende radiostilte vanuit de gemeente trekt vanaf 2007<br />

blijkt het ‘gevaar van succes’: als het goed gaat en het gebied begint te<br />

langzaam weg doordat de organisatie Amersfoort Creatieve Stad netwerk-<br />

bruisen, gaat dat mogelijk tegen andere plannen in. Andere stemmen in de<br />

bijeenkomsten organiseert. Het doel van deze bijeenkomsten is om een ont-<br />

stad vinden dit open einde juist bijzonder aantrekkelijk en gaan ervan uit dat<br />

moetingsplek te creëren, waar de creatieve klasse van Amersfoort elkaar per-<br />

de creatieve <strong>functies</strong> en activiteiten hoe dan ook de waarde van het gebied<br />

soonlijk leert kennen, onderling relaties smeedt, samen projecten ontwikkelt<br />

vergroten. Wat over vijftien jaar werkt behoud je en de rest pas je aan.<br />

en Amersfoort als creatieve stad op de kaart zet.<br />

De onzekerheid over de consequenties voor de toekomst kunnen een gevaar<br />

vormen voor de ontwikkeling van het Oliemolenkwartier. Door te laten zien<br />

Amersfoort Creatieve Stad<br />

hoe creatieve economie in de praktijk werkt, door te wijzen op de bijdrage<br />

In januari 2008 heeft de gemeenteraad het plan van aanpak omarmd om de<br />

ervan voor het imago en de economische groei van de stad en verder de tijd<br />

creatieve economie, met als speerpunt de sector ontwerp en advies, in tijdelijke<br />

z’n werk te laten doen, kan de onzekerheid worden overwonnen. Dit vraagt<br />

vormen in het Oliemolenkwartier te stimuleren. In eerste instantie was het de<br />

vraag of de gemeente haar grondgebied zelf zou gaan verhuren aan initiatieven<br />

erom heel erg met het ‘hier en nu’ bezig te zijn.<br />

voor het ontwikkelen van broedplaatsen of dit zou uitbesteden aan een ontwik-<br />

Strategie<br />

kelaar. De gemeente heeft uiteindelijk besloten om zelf een leidende rol te<br />

Het Oliemolenkwartier is een breiproject. Het gebied wordt kavel voor kavel<br />

nemen om zo sturend te zijn in de visie, identiteit en programmering van het<br />

ontwikkeld. In dit organische proces is iedere <strong>nieuwe</strong> stap medebepalend<br />

Oliemolenkwartier. Zelf ontwikkelen maakt het mogelijk de beleving in de uitwer-<br />

voor de stap die volgt. Een aantal kavels is nu beschikbaar en zodra de<br />

king van de initiatieven centraal te laten staan en er zo voor te waken dat er<br />

<strong>nieuwe</strong> parkeergarage op het Eemplein gereed is, kan het huidige parkeerter-<br />

daadwerkelijk broedplaatsen ontstaan. Om tijdelijke ontwikkelingen verder mogerein<br />

herontwikkeld worden. Ondertussen dienen zich voor verschillende kavels<br />

lijk te maken, is zo veel mogelijk ruimte gecreëerd in het bestemmingsplan.<br />

<strong>nieuwe</strong> ontwikkelaars aan. In dit proces werken gebruikers, ontwikkelende


oven Voormalige lijmfabriek Rohm<br />

& Haas wordt herontwikkeld tot creatief<br />

bedrijfsverzamelgebouw.<br />

onder Het Oliemolenkwartier in<br />

Amersfoort met links Rohm & Haas<br />

en rechts tijdelijke studentenhuisvesting<br />

in zeecontainers.<br />

partijen en de gemeente samen. Het uitgangspunt van deze kavel-voor-kavelstrategie<br />

is dat de verschillende ‘<strong>nieuwe</strong> projectontwikkelaars’ zo veel<br />

mogelijk zelf het werk doen. Eventueel ondersteund door werkbudget en<br />

de organisatie Amersfoort Creatieve Stad.<br />

Vanuit Amersfoort Creatieve Stad worden gebruikers/plannenmakers gestimuleerd<br />

en gefaciliteerd om op bijzondere wijze met spraakmakende voorstellen<br />

te komen. De soms nog wat zoekende coalities worden ondersteund in het<br />

verder uitwerken van hun plannen en bijvoorbeeld bij het werven van deelnemers<br />

voor hun activiteiten en <strong>nieuwe</strong> gebruikers voor de <strong>gebouwen</strong>.<br />

196<br />

Proeftuinen Creatieve Economie<br />

Hoewel het ontwikkelen van het Oliemolenkwartier met al zijn bijzonderheden<br />

vergelijkbaar blijft met een ‘normaal’ project, verschilt de ontwikkeling van<br />

het gebied met die van andere oude industriële gebieden. Net als bij andere<br />

projecten is er een gebied, een programma van eisen, een bestemmingsplan,<br />

een ontwikkelaar, en zijn er gebruikers, maar toch moet je telkens het wiel<br />

opnieuw uitvinden. Daarbij komt dat de randvoorwaarde om het gebied tijdelijk<br />

in te vullen het verhaal niet alleen programmatisch maar ook financieel<br />

complex maakt. De gemeente is aan iets begonnen waarvan ze niet uit ervaring<br />

weet hoe het werkt. Wat is het krachtenveld in dit ontwikkelingsproces?<br />

Hoe pakt een verhaal anders uit met het label ‘creatieve economie’ erop?<br />

Om op dit soort vragen antwoord te krijgen, heeft Amersfoort zich in 2006<br />

aangesloten bij de Proeftuinen Creatieve Economie. De insteek was te willen<br />

leren van andere projecten, maar ook om Amersfoort te profileren en te<br />

profiteren van belangeloos professioneel advies.<br />

Het dilemma dat in het begin (2006) van de proeftuin van Amersfoort centraal<br />

stond, was dat de creatieve ondernemers in Amersfoort wel actief zijn en<br />

graag willen, maar toch niet met concrete plannen komen. Verbeelding blijkt<br />

de basis te zijn waarop creatieven zich ontwikkelen en een braakliggend<br />

terrein spreekt niet tot de verbeelding. Er moet dus eerst bebouwing komen.<br />

De vraag daarbij was welke ontwikkelingsstrategie er gekozen moest worden.<br />

197<br />

Ontwikkelingsstrategie<br />

Ten tijde van de eerste expertmeeting zit de gemeente met het dilemma dat<br />

ze niet zelf wil gaan ontwikkelen, maar dat ze de grond ook niet uit handen wil<br />

geven. Een samenwerking tussen overheid en ontwikkelaar, waarbij de grond<br />

in erfpacht wordt uitgegeven, lijkt de meest logische oplossing. De gemeente<br />

heeft de intentie om de ontwikkeling te initiëren met een prijsvraag voor een<br />

bedrijfsverzamelgebouw. Tijdens de expertmeeting vraagt de gemeente advies<br />

hoe deze prijsvraag vormgegeven dient te worden.<br />

De reactie van de experts is terughoudend. Zij voorzien problemen met de<br />

mogelijkheid om na vijftien jaar al het tijdelijke gebruik weg te vegen. Op die<br />

manier is de waardestijging relatief en zullen weinig ontwikkelaars willen<br />

investeren. Ze adviseren om tijdelijkheid te zien als transformatiemiddel dat<br />

<strong>nieuwe</strong> mogelijkheden voor ontwikkeling verkent. Een open inschrijving kan,<br />

beter nog dan een prijsvraag, de juiste kandidaten mobiliseren die je in het<br />

gebied wilt hebben. Als je een open inschrijving houdt, dan is de kwaliteit van<br />

de opdracht bepalend voor de kwaliteit van de inzendingen. Denk goed na<br />

over de juiste randvoorwaarden. Die moeten overeenkomen met het karakter<br />

van het gebied: open en toegankelijk; bont en rommelig; tijdelijk; spraakmakend<br />

en dynamisch. Nieuwe horecaconcepten zijn hiervoor erg interessant.<br />

Als je iets bijzonders wilt doen als gemeente, zorg dan ook voor bijzondere en


uime randvoorwaarden die de creativiteit stimuleren. Zoek naar een aanpak<br />

die creativiteit losmaakt: het goede idee. Het enige dat je daarvoor nodig<br />

hebt is een programma, ruimte en geld. Tijdelijkheid biedt veel mogelijkheden<br />

in de omgang met lopende bestemmingsplannen. Een goed voorbeeld uit het<br />

buitenland is Container City in Londen. Daar betaalt de ontwikkelaar geen<br />

huur aan de gemeente, maar stopt 20% van de opbrengst in een fonds voor<br />

de herontwikkeling van het gebied. Het is wel logisch om in een publiek-private<br />

samenwerkingsconstructie de grondexploitatie met één partij voor het hele<br />

gebied te voeren. Dan weet je ook wie de buren zijn.<br />

geheel wordt ingegeven door de deelprocessen. Het uiteindelijke doel om<br />

vanuit samenhang aan het programma bij te dragen ontstaat gaandeweg. De<br />

(potentiële) gebruikers blijken naarmate hun plannen concretere vormen krijgen<br />

en uitwisseling over plek en uitstraling noodzakelijk wordt, last te krijgen van<br />

de fragmentatie. Het besef groeit dat zij gezamenlijk de ontwikkelcoalitie voor<br />

het Oliemolenkwartier vormen en met elkaar moeten onderhandelen. Kleine<br />

coalities achten het zinvol niet alleen de eigen plannen te toetsen aan de<br />

randvoorwaarden van de gemeente, maar voelen ook de urgentie met elkaar in<br />

dialoog te gaan over de samenhang tussen de initiatieven. Hieronder worden<br />

de verschillende ontwikkelingen in het Oliemolenkwartier kort toegelicht.<br />

Soort creatieve economie<br />

Een vraag die hiermee in nauw verband staat, is welke creatieve economie je<br />

Rohm & Haas<br />

hier wilt vestigen. Niet iedere sector is in Amersfoort aanwezig en niet iedere<br />

Rohm & Haas is een van de weinige overgebleven industriële <strong>gebouwen</strong> in het<br />

ondernemer is enthousiast over dit soort gebieden. Bedrijven uit de bouw-,<br />

Oliemolenkwartier. De kunstenaars die in eerste instantie het gebouw tijdelijk<br />

advies- en ontwerpwereld zitten niet te wachten op opblaashallen. Het perso-<br />

bewoonden, mogen zich nu blijvend vestigen in een deel van de bebouwing.<br />

neel vraagt om een fatsoenlijk gebouw. Dit plan werkt dus niet voor deze doel-<br />

Het ontwikkelen van Rohm & Haas is uitgegroeid tot een samenwerking van<br />

groep. Er zijn twee opties. Ten eerste kan je ervoor kiezen om de vrijblijvend-<br />

adviesbureau Pentascope, architectenbureau Poolen en kunstenaars met als<br />

heid van het Oliemolenkwartier op te geven. Investeerders kunnen dan in het<br />

doel zich gezamenlijk in deze panden te huisvesten. Dit vindt plaats onder<br />

gebied zelf of daarbuiten grondposities verwerven. Als tweede optie kun je<br />

coördinatie van Stichting BOEi (Nationale Maatschappij tot Behoud, Ontwikke-<br />

zoeken naar <strong>functies</strong> die hier wél willen zitten en een rendabele praktijk kunnen<br />

ling en Exploitatie van Industrieel Erfgoed). De voor deze partijen haalbare<br />

opbouwen in vijftien jaar. Dan kan gedacht worden aan tijdelijke evenementen,<br />

vormen van samenwerking zijn zichtbaar geworden in een plan waar inmiddels<br />

kunstenaars of horeca. Om het gebied een impuls te geven, kan je de sociale<br />

in principe overeenstemming met de gemeente over is. De drie partijen geven<br />

faculteit van de Hogeschool betrekken en een ICT-cluster ontwikkelen door<br />

op bijzondere wijze invulling aan de ontwikkeling van de creatieve economie in<br />

een satellietlocatie van de Dutch Game Factory uit Utrecht te huisvesten en<br />

het Oliemolenkwartier. Met name in de programmering en de publiciteit zijn er<br />

198 ICT-bedrijven te mobiliseren.<br />

Ontwikkelingen<br />

mogelijkheden om samen te werken en om bij te dragen aan de doelen van<br />

Amersfoort Creatieve Stad.<br />

199<br />

Sinds de proeftuinen in 2005 zijn gestart, is een plan van aanpak ontwikkeld,<br />

De Keukentafel/Discover!<br />

zijn verschillende initiatieven vanuit de markt in gang gezet, blijkt er interesse<br />

Aan de ‘Keukentafel’ dragen creatief ondernemers zelf concrete suggesties<br />

te zijn vanuit niet-reguliere ontwikkelaars, zijn studentenwoningen geplaatst,<br />

aan voor de invulling van de ruimte die nog resteert in het Oliemolenkwartier.<br />

wordt Zandfoort a/d Eem, een van de leukste restaurants van Amersfoort,<br />

In restaurant Zandfoort a/d Eem staat in de maanden januari, februari en<br />

gebruikt als ontmoetingsplek voor creatief ondernemers, krijgt ‘Amersfoort<br />

maart een ‘fysieke’ keukentafel, waar regelmatig ontmoetingen georganiseerd<br />

750’ vorm en zijn de Hogeschool en de Dutch Game Factory aangehaakt.<br />

worden en waar de ontwikkeling van plannen permanent bekeken en becom-<br />

Door veel aandacht te besteden aan de identiteit van, en de gewenste<br />

mentarieerd kan worden.<br />

programmering in het gebied, en door ondersteuning aan te bieden bij het<br />

Rode draad in dit project is het ‘laten zien wat Amersfoort kan hebben aan<br />

ontwikkelen van concepten, hebben zich verschillende potentiële gebruikers<br />

zo veel ondernemende, creatieve inwoners’. Publiciteit en promotie van dit<br />

en coalities van <strong>nieuwe</strong> ontwikkelaars gemeld. Wat ook bijdroeg was het<br />

bijzondere initiatief is belangrijk en vraagt extra inspanning van de commu-<br />

loskoppelen van programmering en publiciteit & realisatie. Daarnaast is een<br />

nicatiemedewerkers. Het eindvoorstel ‘Discover!’ is in maart 2008 gepresen-<br />

stedenbouwkundige visie ontwikkeld waarin de randvoorwaarden zijn vastteerd.<br />

Het concept ervan is gericht op het huisvesten van zo veel mogelijk<br />

gesteld voor wat ruimtelijk wel en niet kan.<br />

verschillende creatieve ondernemers in het hart van de creatieve industrie<br />

De inspanningen van Amersfoort Creatieve Stad om beweging en dynamiek<br />

te faciliteren, bleken al snel te werken. Het verzamelen en op de rit helpen<br />

in Amersfoort.<br />

van ‘<strong>nieuwe</strong> ontwikkelaars’, werkt stimulerend. Zo heeft Amersfoort Creatieve<br />

MediaFusion<br />

Stad begeleid in het maken van concepten/plannen passend binnen de iden-<br />

Het maken van plannen voor MediaFusion is begonnen in 2006. In een van<br />

titeit van het Oliemolenkwartier en het aantrekken van creatief ondernemers.<br />

de werkateliers over het Mediaplaza is uitgebreid gesproken over de mogelijk-<br />

Het zo veel mogelijk communiceren over ontwikkelingen en bijzondere activiheden<br />

van de vestiging van een Mediaplaza in het Oliemolenkwartier en is<br />

teiten zette het vliegwiel verder in werking.<br />

daarvoor een plan ontwikkeld. MediaFusion is een innovatieve werk- en leer-<br />

De gewenste identiteit en programmering van het Oliemolenkwartier, samen<br />

omgeving voor (startende en gevestigde) bedrijven, kenniscentra en studenten<br />

met het idee het terrein per kavel te ontwikkelen, biedt ruimte voor verschil-<br />

in de creatieve industrie (zoals muziek, tv/film, gaming, internet, maar ook<br />

lende coalities binnen het grotere geheel. Er zijn nu verschillende coalities in<br />

de zich snel ontwikkelende media voor mobiele telefonie). Het is de ambitie<br />

projecten aan het werk. Dit zijn Rohm & Haas, Keukentafel/Discover!, Media-<br />

van MediaFusion om grenzen binnen de creatieve industrie te overbruggen.<br />

Fusion, Amersfoort 750 en Zandfoort a/d Eem. De ontwikkelcoalitie voor het<br />

Essentieel hierbij is een krachtige wisselwerking tussen bedrijfsleven en


200 201<br />

Atelier van Thuis Trompert en Marisja<br />

Smit in de oude fabriek Rohm & Haas<br />

Tijdelijke horecagelegenheid Zandfoort<br />

aan de Eem in het Oliemolenkwartier<br />

‘Aan de ‘keukentafel’ dragen<br />

creatieve ondernemers zelf<br />

suggesties aan voor de invulling<br />

van het Oliemolenkwartier’


onderwijs, die continu leidt tot <strong>nieuwe</strong> impulsen en frisse ideeën. Het definitief<br />

ontwerp is voorjaar 2008 gereed. Naar verwachting is MediaFusion in de<br />

zomer van 2009 operationeel.<br />

<strong>nieuwe</strong> ontwikkelaars en het werven van deelnemers heeft de gemeente<br />

een innovatiemanager aangetrokken. De kunst van het sturen in dit proces<br />

is initiatieven te laten ontstaan, plannenmakers te laten opstaan en dit alles<br />

alsof het vanzelf gebeurt.<br />

De rol van de gemeente ligt in het faciliteren in plaats van het sturen.<br />

De verleiding is groot om vanuit de politiek iets van de plannen van ontwikkelaars<br />

te vinden en daar actief op in te spelen. Terwijl het idee van de randvoorwaarden<br />

nu juist was dat er ruimte zou ontstaan voor bijzondere dingen.<br />

Waarbij de kans dus groot is dat voorstellen niet aansluiten bij al dan niet<br />

gewenste beelden van beleidsmakers.<br />

Amersfoort 750<br />

Op 12 juni 1259 gaf bisschop Hendrik van Vianden de stadsrechten aan<br />

Amersfoort. In 2009 is dat precies 750 jaar geleden. Een echt kroonjaar!<br />

De verjaardag van de stad is reden voor een grandioos feest. De voorbereidingen<br />

voor het jubileumjaar zijn in volle gang. De stichting Amersfoort 750<br />

werkt aan een feestelijk programma voor alle inwoners van Amersfoort. Van<br />

zaterdag 21 maart tot en met zaterdag 12 september 2009 staat de hele<br />

stad in het teken van verrassende ontmoetingen.<br />

Een bijzondere paradox in het ontwikkelen van een tijdelijke locatie is dat je<br />

Er is een prijsvraag uitgeschreven voor een paviljoen waarin Amersfoort 750<br />

probeert iets impulsiefs te organiseren. Het starten van creatieve bedrijven in<br />

zich kan huisvesten om de manifestaties te organiseren, dat in maart 2008<br />

een rommelige omgeving is een processen waarvan niet bij voorbaat duidelijk<br />

wordt gerealiseerd in het Oliemolenkwartier. Hierdoor zijn er nog meer moge-<br />

is of en wat het gaat worden. Het moment dat je dit proces gaat aankleden<br />

lijkheden om samen te werken in de programmering en de publiciteit, in het<br />

en onderwerp gaat maken van beleid, dood je de impuls. Dan gaat het tot<br />

bijzonder in relatie tot de totaalprogrammering van het Oliemolenkwartier.<br />

overheidsregulering behoren en daar hoort het helemaal niet thuis. In het<br />

maken van plannen zou de rol van de gemeente en de ontwikkelaars moeten<br />

Reflectie en lessen<br />

zijn om op afstand toe te kijken en het laten gebeuren.<br />

In het denken over de invulling van het Oliemolenkwartier, het uitwerken en<br />

Het bijzondere van de werkwijze in het Oliemolenkwartier is dat heel organisch<br />

het weer uitgummen van plannen, zijn bijzondere lessen geleerd, is leergeld<br />

stappen worden gezet. Afdwingen werkt namelijk averechts. Een voorbeeld.<br />

betaald en wordt gaandeweg nog steeds geleerd. Er zijn drie belangrijke<br />

Het bijeenroepen van (potentiële) gebruikers van het Oliemolenkwartier vanuit<br />

thema’s die sterk bepalend zijn voor het verloop van het traject: visie, leider-<br />

de organisatie Amersfoort Creatieve Stad stuitte op weerstand. Veel partijen<br />

schap en energie/urgentie.<br />

waren nog in een pril stadium van planvorming en onderhandeling met elkaar<br />

202 en met de gemeente en het gezamenlijk plannen uitwisselen zou te vroeg 203<br />

Visie: tijdelijkheid<br />

komen. Vier maanden later kwamen verschillende partijen zelf met de vraag<br />

Al in het prille denken over het Oliemolenkwartier is geopperd het terrein<br />

naar een dergelijke bijeenkomst, omdat het belangrijk zou zijn voor afstem-<br />

tijdelijk te ontwikkelen voor activiteiten in de creatieve economie. Planologen<br />

ming en uitwisseling en het promoten van het gehele gebied. Op dat moment<br />

stonden echter al klaar met een totaalplan om via de gebruikelijke weg van<br />

was duidelijk meer urgentie aanwezig! En daarmee volop inspiratie en energie<br />

start te gaan. Toen het vraagstuk over de financiering van de plannen en de<br />

strategie voor de boekwaarde naar voren kwam, bleek dat het totaal niet interessant<br />

is voor een ontwikkelaar om het Oliemolenkwartier voor een tijdelijke<br />

periode te ontwikkelen, tenzij er risicoafspraken tegenover staan.<br />

Dat leidde tot de vraag of deze aanpak, werken met een ontwikkelaar voor<br />

het hele gebied, nu echt was wat de gemeente wilde. Moest niet meer ruimte<br />

worden gegeven aan een grotere groep creatieven in de stad om vervolgens<br />

te ontdekken wat mogelijk was en ook meteen deze groep meer zichtbaar<br />

te maken? Het is duidelijk dat de gemeente een visie nodig had. Niet alleen<br />

over de richting en de ambitie, maar ook over de weg hier naartoe.<br />

Na het eerste zwevende ideaalbeeld van de creatieve economie staat de<br />

gemeente na twee jaar weer met de benen op de grond. De identiteit en<br />

de programmering zijn helder beschreven. De randvoorwaarden zijn duidelijk:<br />

er zijn afspraken over rolverdeling, financiering, fasering, het landschap<br />

en de programmering.<br />

om een volgende stap nader tot elkaar te zetten.<br />

Visie: een bijzonder project niet in de mal van een regulier project passen<br />

Een van de randvoorwaarden in het Oliemolenkwartier is dat er in fasen ontwikkeld<br />

wordt. Een ontwikkelaar komt met een plan voor een kavel en vanuit<br />

de gezamenlijkheid wordt gekeken hoe dit plan past binnen de gehele visie.<br />

Het ‘knippen’ zorgt ervoor dat er niet te veel te snel gaat. De gemeentelijke<br />

projectgroep Oliemolenkwartier is verantwoordelijk voor het realiseren van<br />

de plannen. Voor het ontwikkelen van het programma, het aantrekken van<br />

Urgentie leidt tot een volgende effectieve stap<br />

Daarmee is het ontwikkelen van het Oliemolenkwartier meer een kwestie van<br />

geduld en rust dan van klassiek projectmanagement. Het groeiende bewustzijn<br />

over de aard van het project Oliemolenkwartier, de werkelijke betekenis<br />

van faciliterend leiderschap en de rust en het geduld die nodig zijn om in het<br />

proces op verschillende cruciale momenten een gevoel van urgentie te laten<br />

ontstaan, maken dat in de huidige ontwikkelingsfase van visievorming naar<br />

programmering het Oliemolenkwartier in een prettige stroomversnelling<br />

is gekomen.<br />

De ontwikkeling van het Oliemolenkwartier tot het hart van de creatieve<br />

economie in Amersfoort bevindt zich nu in de overgang van visievorming naar<br />

de realisatie van het programma. Was eerst de vraag vooral hoe een plan te<br />

genereren en de tijdelijkheid te financieren, nu is het de vraag hoe de voorgestelde<br />

bebouwing en concepten van de verschillende ontwikkelende coalities<br />

daadwerkelijk zijn te verwezenlijken. En hoe de vonk van de creatieve economie<br />

toch niet verderop in het proces opgeslokt wordt door ontwikkelaars die het<br />

succes omarmen om er iets banaals van te maken.


NDSM-Werf Oost<br />

Amsterdam-Noord<br />

Luke Bruins, Red Concepts<br />

Roel de Jong, Stichting Kinetisch Noord<br />

Rob Vooren, Projectbureau Noordwaarts<br />

Jelle Adamse, de Stad bv<br />

‘Laveren tussen werf en wharf’<br />

Creatieve milieus in Amsterdam<br />

in 2007<br />

204 Situatie<br />

Op de noordelijke oever van het IJ ontwikkelt zich op de oude haventerreinen<br />

en in de industriële <strong>gebouwen</strong> van de Nederlandsche Dok- en Scheepvaart<br />

Maatschappij (NDSM) een plek voor kunst, cultuur en creatieve economie.<br />

De huidige NDSM-werf is als evenementen- en festivalterrein ook bekend door<br />

de broedplaats die hier sinds de jaren negentig is uitgegroeid tot een unieke<br />

kunstenaarskolonie met een kunstenaarsdorp in het casco van de NDSMloods.<br />

Van recenter datum is de vraag vanuit de commerciële creatieve<br />

economie naar ruimte op de NDSM-werf. Partijen als MTV, IdtV en Discovery<br />

Channel hebben er hun hoofdkantoor al gevestigd en in de nabije toekomst<br />

205<br />

komt het hoofdkantoor van de HEMA hier bij. De NDSM-werf spreekt ondernemers,<br />

bezoekers, kunstenaars en planners aan. De reden hiervan is nauw<br />

verbonden met het huidige imago van de NDSM-werf Oost als een culturele<br />

vrijplaats, een plek waar dingen kunnen die elders niet kunnen. Naast kunstenaars<br />

worden ‘gewone burgers’, commerciële investeerders en de overheid<br />

aangetrokken door het gebied.<br />

In het verleden was dat wel anders. Na de ineenstorting van de scheepsbouwsector<br />

in 1984 werd de NDSM-werf een desolaat terrein met vervuilde<br />

grond en bouwvallige fabriekshallen. Noch de overheid noch de markt wist<br />

wat met het gebied aan te vangen. Ontwikkelen was veel te kostbaar en de<br />

vraag was op welke markt Amsterdam-Noord zich zou kunnen profileren.<br />

Zowel fysiek als mentaal lag het terrein ver uit het vizier van de markt. Terwijl<br />

Creatieve milieus in 1996 Creatieve milieus in 2004<br />

vijf overheidslagen (Rijk, provincie, regio [destijds ROA], gemeente en stadsdeel)<br />

gezamenlijk naar een visie voor de Noordelijke IJ-oevers zochten, gingen<br />

vele jaren voorbij. Uiteindelijk zou pas in 2003 een gemeentelijke visie op<br />

Broedplaats<br />

Creatieve werkplaats<br />

het gebied worden aangenomen. De NDSM-werf moet zich daarin ontwikkelen<br />

Transactiemilieu<br />

tot een centrumgebied op de Noordelijke IJ-oevers en een mix van wonen,<br />

werken, recreëren en entertainen moeten bieden.<br />

*<br />

Productiemilieu<br />

Proefuin


206<br />

Kansenkaart creatieve milieus<br />

in Amsterdam<br />

Kans op nieuw creatief milieu<br />

Kans op opschaling<br />

Kans op terugschaling<br />

Kans op verdwijning<br />

Creatieve milieus in 2004<br />

* Proefuin<br />

Vóór 2003 gebeurde er echter al van alles op de werf, activiteiten die de<br />

ontwikkeling van de NDSM-werf diep hebben beïnvloed. Vanaf begin jaren<br />

negentig begonnen kunstenaars zich, aangetrokken door de uitstraling en<br />

de fysieke omstandigheden, op de werf te vestigen. Onder de Hellingbanen<br />

– waarvanaf de schepen vroeger het water ingleden – ontstonden ateliers<br />

en op het buitenterrein werden feesten en evenementen georganiseerd.<br />

Het Over het IJ Festival beleefde in 1992 zijn debuut en werd in 2007 alweer<br />

voor de vijftiende keer gehouden. De grote ontwikkelingen op de NDSM-werf<br />

startten echter pas rond de millenniumwisseling. In 1999 plaatst het Stadsdeel<br />

Amsterdam-Noord een advertentie in de krant met daarin een oproep<br />

voor creatieve ondernemers zich te melden om de NDSM-werf voor een tijdelijke<br />

periode van vijf jaar in gebruik te krijgen voor de ontwikkeling van een<br />

veel zijdige culturele verzamelplaats.<br />

Enkele jaren eerder was de gemeente Amsterdam begonnen met de grootschalige<br />

herstructurering van de zuidelijke oever van het IJ, die de sloop of<br />

herontwikkeling van oude loodsen en pak- en vrieshuizen omvatte. Krakers,<br />

kunstenaars en theatergezelschappen uit onder andere Vrieshuis Amerika en<br />

de Graansilo werden gedwongen een <strong>nieuwe</strong> plek te zoeken. Een aantal mensen<br />

uit het Gilde van Werk<strong>gebouwen</strong> – waarin krakers en kunstenaars van de<br />

Zuidelijke IJ-oever zijn verenigd – dienden naar aanleiding van de advertentie<br />

een voorstel in onder de naam Kinetisch Noord. Uit meerdere reacties koos<br />

het stadsdeel voor dit voorstel, omdat het bol stond van ambities.<br />

Kinetisch Noord had het plan ontwikkeld om in de enorme NDSM-loods<br />

(20.000 m 2 ) een complete stad te bouwen, inclusief een skatepark en een<br />

grote hoeveelheid aan festivals en activiteiten. In samenwerking met het<br />

Stadsdeel Amsterdam-Noord werkt Kinetisch Noord het voorstel uit, wat ruim<br />

een jaar in beslag nam. Ondertussen kreeg Kinetisch Noord de NDSM-loods<br />

tot hun beschikking en werden tal van activiteiten ondernomen waardoor<br />

kunstenaars en andere creatieve geesten zich aangetrokken voelden tot het<br />

gebied en zich er vestigden. Kinetisch Noord kreeg zodoende een driedelige<br />

rol. Ten eerste als verhuurder van atelierruimten voor kunstenaars en creatieve<br />

ondernemers die zich in de NDSM-loods vestigden. Daarnaast als ontwikkelaar<br />

van het kunstenaarsdorp, de stad in de loods. En ten derde als ‘programmeur’<br />

van het activiteiten- en evenementenprogramma op het buitenterrein.<br />

Al was deze rol in de praktijk meer faciliterend dan programmerend. Om deze<br />

rollen te kunnen vervullen, moest Kinetisch Noord zich officieel verenigen in<br />

een stichting Kinetisch Noord.<br />

Tijdens de uitwerking van het voorstel van Kinetisch Noord werd al snel<br />

duidelijk dat het plan veel te ambitieus was voor een periode van vijf jaar.<br />

Het stadsdeel stemde daarom in met een verlenging tot tien jaar, ook omdat<br />

er nog steeds geen politieke duidelijkheid was op de toekomstige ontwikkeling<br />

van de NDSM-werf. Dit zou er pas in 2003 komen.<br />

De sloop die op de Zuidelijke IJ-oever had plaatsgevonden, had de politiek<br />

aan het denken gezet. Vanuit verschillende hoeken werd gewaarschuwd<br />

dat Amsterdam zonder zijn alternatieve krakers- en kunstenaarsscene tot<br />

een lome monumentenstad zou verworden. De reactie van de politiek kwam<br />

in de vorm van het broedplaatsenbeleid, waarvoor 60 miljoen gulden werd<br />

gereser veerd. Het voorstel van de stichting Kinetisch Noord kwam op het<br />

juiste moment. Zij wilden juist een grote broedplaats op het NDSM-terrein<br />

ontwikkelen. Het lukte Kinetisch Noord en het Stadsdeel Amsterdam-Noord<br />

om een kwart van het broedplaatsenbudget (15 miljoen euro) te werven<br />

voor de ontwikkeling van de NDSM. Daarnaast was Kinetisch Noord zelf<br />

207


208 209<br />

boven Noorderlicht, een duurzaam en<br />

tijdelijk café-restaurant op de NDSM-werf<br />

onder De IJkantine, voormalige kantine<br />

van de havenarbeiders, nu een café-<br />

restaurant naast de aanlegsteiger van<br />

het pontje over ’t IJ op de NDSM-werf.<br />

Op de eerste en tweede verdieping zijn<br />

creatieve ondernemers gehuisvest.<br />

Monumentale kraan naast de oude<br />

scheepshelling die nu dient als buitenruimte<br />

voor festivals en als atelierruimte


succesvol in het binnenhalen van nog eens 1,3 miljoen van de gemeente<br />

Proeftuinen Creatieve Economie<br />

voor het skatepark en 1,4 miljoen van het ministerie van VROM. Onderdeel<br />

Ondanks de goede wil van Red Concepts om het creatieve en ruige karakter<br />

van het broedplaatsenbeleid was echter wel dat de broedplaatsen voor<br />

van de werf te behouden, stonden niet alle ‘bewoners’ van de broedplaats<br />

langere tijd zouden blijven bestaan. Daarop werd de broedplaats van<br />

NDSM te juichen bij de komst van MediaWharf. Toen MTV zijn hoofdkantoor<br />

Kinetisch Noord uiteindelijk verlengd tot 2027.<br />

op de werf vestigde, vreesden enkele kunstenaars dat dit wel eens het einde<br />

zou kunnen betekenen van de NDSM-werf als vrijzinnige creatieve hotspot.<br />

Nieuwe partijen<br />

Verandering is inderdaad onvermijdelijk en het zal niet mogelijk zijn om het<br />

Stichting Kinetisch Noord professionaliseerde de artistieke scene. Niet alle<br />

huidige imago voor 100% te behouden. De komst van <strong>nieuwe</strong> actoren brengt<br />

creatievelingen konden dit appreciëren en een aantal van hen, degenen die<br />

met zich mee dat <strong>nieuwe</strong> belangen, interesses en activiteiten naar de werf<br />

elke mate van structuur en regelgeving als belemmering zagen, vertrok. In<br />

komen. Niet alleen kunstenaars en creaciëlen, de kleine commerciële creatie-<br />

hun plaats kwamen steeds meer autonome, startende ondernemers uit de<br />

ven, worden aangetrokken tot de werf, maar ook commerciële partijen tonen<br />

creatieve economie. Zo veranderde het type cultureel ondernemer op de werf.<br />

interesse. In hoofdstuk 2 wordt duidelijk gemaakt dat de scheiding tussen<br />

Met hun aanwezigheid en activiteiten veranderde het fysiek van de NDSM-werf<br />

commercieel en niet-commercieel en tussen creatief en niet-creatief een<br />

en daarmee het imago ervan. Van een vervuild en verlaten terrein, ver weg<br />

geforceerde is: een menging hiervan komt zowel bij de kleine als bij de<br />

van de centrale stad, werd het een ‘eiland’ in de stad. Een eiland waar het<br />

grotere bedrijven voor. Kinetisch Noord behartigt dan wel de belangen van<br />

bruist van energie en creativiteit en met een unieke ‘ruige’ uitstraling. Dit<br />

een creatieve broedplaats, maar moet ook inkomsten genereren om zichzelf<br />

werd natuurlijk ook mogelijk gemaakt doordat Amsterdam steeds verder<br />

te bedruipen. Daarvoor zijn soms meer commerciële keuzes nodig die wel<br />

uitdijde en het NDSM-terrein een interessante investeringslocatie werd.<br />

te herkennen zijn in de culturele programmering.<br />

De NDSM-werf zelf verandert, maar dat doen de externe condities waaronder<br />

Stichting Kinetisch Noord, MediaWharf en het stadsdeel hanteren de ‘mix<br />

de NDSM-werf fungeert ook. Creatieve economie is belangrijker voor steden<br />

to the max’-strategie, die diversiteit in activiteiten en in soorten bedrijvigheid<br />

om te blijven concurreren in de wereldwijde zoektocht naar kapitaal. Unieke<br />

stimuleert. Die maximale (in de zin van optimale) mix daagt de betrokken<br />

formules en identiteiten worden belangrijker vanwege de globalising en<br />

partijen uit goed samen te werken om de vruchten van de kruisbestuiving<br />

vanwege de manier waarop kapitaal aan een gebied gebonden kan blijven.<br />

te kunnen plukken.<br />

Glocalisering (Swyngedouw, 1997) wordt dat genoemd, het toenemende<br />

Tot nauwere samenwerking komen was het doel van de deelname van de<br />

210 belang van lokale factoren in een globaliserende wereld. De NDSM-werf past<br />

partijen in de Proeftuinen Creatieve Economie. De centrale vraag was hoe 211<br />

perfect in deze ontwikkelingen. Een uniek gebied, waar creativiteit tot volle<br />

synergie tussen de verschillende partijen op de werf gestimuleerd kon worden.<br />

wasdom komt en dat een kans vormt om de positie van Amsterdam in de<br />

Het stadsdeel, Kinetisch Noord en MediaWharf wilden meedoen in deze leer-<br />

internationale stedenstrijd te verbeteren.<br />

omgeving als dit een casusoverschrijdend thema zou zijn dat ook op andere<br />

De verlenging van de broedplaatsfunctie van vijf tot tien jaar en uiteindelijk<br />

creatieve locaties bekeken zou worden. Het Stadsdeel Amsterdam-Noord<br />

tot 2027 waarborgt voor langere tijd de identiteit van de NDSM-werf.<br />

wilde dat het opdrachtgeverschap gedeeld zou worden met Red Concepts en<br />

Dit, in combinatie met de spectaculaire ligging tegenover het stadscentrum,<br />

Kinetisch Noord, als respectievelijk vertegenwoordigers van MediaWharf en<br />

met uitzicht op de skyline van Amsterdam en de nieuwgebouwde Silodam,<br />

de broedplaats. Dit vooral omdat bij de broedplaats toch een vrees bestond<br />

alsook de schijnbaar oneindige ruimte, het industriële karakter en de culturele<br />

over de <strong>nieuwe</strong> commerciële ondernemers op de werf. Voor het stadsdeel<br />

biotoop, maken het tot een locatie die tot de verbeelding spreekt.<br />

waren de proeftuinen vooral een vehikel om de partijen met elkaar in contact<br />

Hier speelde een groep investeerders onder de naam MediaWharf, onder<br />

te brengen. Samen de bijeenkomsten organiseren, faciliteren en andere<br />

leiding van concept- en gebiedsontwikkelaar Red Concepts, op in. In 2003<br />

proef tuinen bezoeken betekent samenwerken. En door samen activiteiten<br />

meldde MediaWharf zich bij het stadsdeel om het oostelijk deel van de<br />

te ondernemen, groeit het vertrouwen en de stabiliteit van de coalitie.<br />

NDSM-werf tot MediaWharf te ontwikkelen. MediaWharf gaat uit van een<br />

Het bevorderen van participatie tussen de verschillende gebruikers van de<br />

cluster van media, TV, audio en filmbedrijven. Hoewel MediaWharf als<br />

werf en het bevorderen van synergie tussen hen is het centrale vraagstuk<br />

gebiedsontwikkelaar meer commerciële activiteiten naar de NDSM-werf wil<br />

in de proeftuin NDSM-werf Oost. De rest van dit onderdeel zal ingaan op de<br />

halen, betekent dit niet dat het niet-commerciële activiteiten wil verdrijven.<br />

specifieke problemen in de ontwikkeling van de NDSM-werf en de manieren<br />

Integendeel, voor MediaWharf zijn het kunstenaarsdorp en de evenementen<br />

waarop de partijen hiermee omgaan.<br />

en festivals een belangrijk onderdeel van de uiteindelijke NDSM-werf, maar<br />

De plek waar de partijen het meest met elkaar te maken hebben, is in de<br />

wel gecombineerd met middelgrote en grotere, meer commerciële bedrijven.<br />

publieke ruimte. Deze ruimte is een belangrijk onderdeel van de culturele<br />

De gemeente en MediaWharf vonden elkaar in de uiteindelijke functie die<br />

identiteit van de NDSM-werf, aangezien hier veel evenementen plaatsvinden.<br />

ze voor de NDSM-werf in gedachte hebben: het zal een centrumgebied met<br />

Het is de evenementen- en expositieruimte, het is tegelijkertijd een werkplaats<br />

woon- en werk<strong>functies</strong> voor de Noordelijke IJ-oevers worden. Red Concepts,<br />

waar gelast en gezaagd kan worden, maar het biedt ook ruimte voor tv-opna-<br />

trekker van MediaWharf, heeft als eerste de commerciële kansen van het<br />

men, het parkeren van auto’s, et cetera. Al deze verschillende activiteiten en<br />

gebied in het concept ‘mediawharf’ weten te vangen. Daarmee begon de<br />

<strong>functies</strong> kunnen overlast veroorzaken. Bovendien moet de publieke ruimte<br />

positie van de NDSM-werf binnen de economische en politieke ontwikkeling<br />

schoongemaakt en beheerd worden, en veilig zijn. De huurders, eigenaren en<br />

van Amsterdam te veranderen. De belangen verschoven langzaam van<br />

gemeente zijn van elkaar afhankelijk om te zorgen dat dit alles goed verloopt.<br />

cultuur naar herontwikkeling.<br />

Hoewel Kinetisch Noord het buitengebied gebruikt voor het organiseren van


212 213<br />

Bijschrift Bijschrift<br />

Medewerkers van MTV Networks in de<br />

hal van hun kantoor op de NDSM-werf


evenementen zijn zij niet verantwoordelijk voor het beheer. Zij huren namelijk<br />

partijen geïntroduceerd en is tot nu toe een succesformule voor de NDSM-<br />

niet het terrein van het stadsdeel, maar ze huren alleen de NDSM-loods.<br />

werf gebleken. Het broedplaatsenbeleid in combinatie met het flexibel in te<br />

Het Stadsdeel Amsterdam-Noord is verantwoordelijk voor veiligheid, maar gaat<br />

vullen concept ‘mediawharf’ en de instrumenten om huidige gebruikers zeker-<br />

niet als enige over de programmering van het gebied. Dit is een scheve situatie<br />

heden te bieden, zijn tot op heden goede manieren om tot synergie tussen<br />

waar iets aan gedaan moet worden. Om tot een goed beheer en een voor<br />

de huurders, eigenaars en <strong>nieuwe</strong> gebruikers te komen. Daarbij zijn interactie<br />

alle partijen aantrekkelijk cultureel programma te komen, is een beheersplan<br />

en samenwerking een voorwaarde. Dit zijn de sleutelbegrippen gebleken in<br />

opgesteld in opdracht van het stadsdeel, MediaWharf en Kinetisch Noord.<br />

de huidige fase van de ontwikkeling van de NDSM. Ze hebben geleid tot een<br />

Hiervoor wordt nu een <strong>nieuwe</strong> stichting opgericht waarin de drie partijen<br />

gezamenlijke visie, een beheersplan en een initiatief om gezamenlijk de<br />

gezamenlijk vertegenwoordigd zijn. Deze stichting zal verantwoordelijk worden<br />

( culturele) programmering van de publieke ruimte ter hand te nemen.<br />

voor het beheer en de programmering van het buitenterrein. Omdat het buiten-<br />

Nog steeds liggen op alle terreinen uitdagingen. De startende creatieve<br />

terrein geen publiek terrein is (anders dan bijvoorbeeld wegen of parken) komt<br />

bedrijven in het kunstenaarsdorp klagen dat ze niet ‘zomaar even bij MTV<br />

de afvalwagen niet op de NDSM-werf. Daarvoor is nu een beheerder nodig.<br />

binnen kunnen lopen’, omdat MTV een eigen gesloten bedrijfskantine heeft.<br />

Doordat alle drie partijen vertegenwoordigd zijn, kan MediaWharf (via Red<br />

Openbare ontmoetingsplekken, in de vorm van horeca of gedeelde kantines,<br />

Concepts) directer invloed uitoefenen op de culturele programmering van<br />

kunnen de synergie tussen de creatieve bevorderen.<br />

het gebied. Dit is iets wat ze al langer willen. Als tegenwicht tegen deze<br />

Niet alleen tussen de partijen, maar ook tussen de vertegenwoordigers en<br />

‘commerciële dreiging’ is ook afgesproken dat de broedplaatsbewoners bij<br />

de achterban van de partijen liggen uitdagingen. Dit komt doordat de drie<br />

elke activiteit actief betrokken moeten zijn. Op deze manier laveren de drie<br />

partijen andere belangen behartigen. MediaWharf wil dat de NDSM-werf zo<br />

partijen tussen de belangen van hun achterban.<br />

snel mogelijk wordt ontwikkeld en krijgt vanuit de achterban de vraag wanneer<br />

Naast het buitenterrein op NDSM-werf Oost biedt ook de ontwikkeling op het<br />

die andere grote mediabedrijven nu eindelijk eens naar de NDSM komen.<br />

westelijke gedeelte van de NDSM-werf uitdagingen. Hier zal in de nabije toe-<br />

Een deel van de bewoners van het kunstenaarsdorp is kritisch tegenover<br />

komst flink gebouwd worden. Meer commerciële partijen zullen zich er vesti-<br />

het bestuur van Kinetisch Noord en vindt dat het moet oppassen dat het niet<br />

gen. Om hier de synergie te waarborgen en zekerheden te bieden aan huidige<br />

te veel opschuift richting het stadsdeel en MediaWharf. Voor het stadsdeel<br />

gebruikers, wordt onder andere met behulp van de proeftuinbijeenkomsten<br />

is het vooral van belang dat de ‘mix to the max’ gehaald wordt. Als dat wat<br />

een breed gedragen, maar flexibele visie op deze ontwikkelingen opgesteld.<br />

langer duurt dan gepland, maakt dat niet zoveel uit. Dat botst soms met<br />

214 In twee expertmeetings op de NDSM-werf is aandacht besteed aan het destil-<br />

MediaWharf. Toch is er de afgelopen jaren onderling een betere vertrouwens- 215<br />

leren van toekomstbeelden van verschillende gebruikers van de werf. Hieruit<br />

basis ontstaan, op basis van discussies, het gezamenlijk creëren van waar-<br />

zijn gezamenlijke kernwaarden geformuleerd. Uit dit proces kwam een belangden,<br />

maar door ook wanneer nodig zekerheid te geven in de onduidelijke<br />

rijke conclusie: commerciële, niet-commerciële en publieke actoren zitten<br />

ontwikkeling van de NDSM-werf.<br />

redelijk op een lijn wat betreft de toekomstige programmering en identiteit<br />

Als we de positie van de NDSM-werf op de Venetiaanse brug (zie Inleiding)<br />

en het karakter van de NDSM-werf.<br />

aan het begin en eind van de proeftuinencyclus vergelijken, dan zien we dat<br />

Intussen is duidelijk geworden dat voor alle partijen het ruige karakter,<br />

de afgelopen twee jaar een stap is gemaakt in het proces van divergentie.<br />

de culturele evenementen en het broedplaatsimago van groot belang zijn.<br />

De volle breedte is opgezocht in de ‘mix to the max’-strategie, maar ook<br />

Op basis daarvan kan de verdere ontwikkeling richting worden gegeven.<br />

in de samenwerking tussen gemeente, gebiedsontwikkelaar, Kinetisch Noord<br />

Door het gezamenlijk managen van de openbare ruimte en door inzicht in<br />

en anderen. In 2005 was er al een coalitie, maar de vraag was toen of het<br />

wensen en voorwaarden voor verdere ontwikkeling worden de verbanden tus-<br />

NDSM-terrein van alle partijen samen wordt of van alle apart. De komst van<br />

sen de ‘niet-commerciële’ bewoners van het kunstenaarsdorp en de ‘commer-<br />

MTV indertijd leidde tot een angst van kolonisering van het gebied en daarciëlen’<br />

als MTV verstevigd. Bovendien bleek dat de synergie in de praktijk ook<br />

door tot versnippering. Door kernwaarden te formuleren en op basis van inter-<br />

ontstaat doordat de ‘commerciëlen’ een opdrachtgever kunnen zijn voor de<br />

actie en samenwerking een visie op te stellen die voortbouwt op het concept<br />

kleine zelfstandige creatieven. Deze kleine zelfstandigen opereren vaak ook<br />

van MediaWharf en op de kwaliteiten van het gebied en zijn gebruikers, is<br />

commercieel en Kinetisch Noord, de huurdersvereniging van de NDSM-loods,<br />

synergie en samenhang gecreëerd. De proeftuinbijeenkomsten vormden een<br />

moet ook financiën binnenkrijgen. Zij realiseren zich dat een alternatief cultureel<br />

programma kan bestaan naast wat meer mainstream cultuur, zoals de<br />

Endemol-musical La Guardia, die in de Docklandshal heeft gestaan.<br />

MediaWharf zet in op die mix tussen kleine zelfstandigen en grotere bedrijven.<br />

Het wil stimuleren dat bedrijven hun hele carrière op de NDSM-werf kunnen<br />

doorlopen. Dat betekent in de praktijk dat er zowel werkruimten moeten zijn<br />

voor startende, middelgrote en grote bedrijven en dan met name in de mediasector.<br />

stap hierin.<br />

Venetiaanse brug<br />

‘Mix to the max’, zowel op het gebied van bedrijfsgrootte, op soorten creatieve<br />

bedrijvigheid en in de fysieke inrichting. Dit is als strategie door de drie


Creatoop-strategie<br />

Arnhem<br />

Roland Kluskens, gemeente Arnhem<br />

‘Het doordacht positioneren van cultuur<br />

schept kansen voor het verbeteren van het<br />

woon- en werkklimaat in wijken en de<br />

sociale samenhang.’<br />

Creatieve milieus in 2007<br />

216 Situatie<br />

Cultuur brengt de stad in balans<br />

Arnhem is een stad met twee gezichten. Het ene gezicht wordt bepaald door<br />

een aantal sterke punten van de stad. Arnhem is een stad met een omvangrijke<br />

werkgelegenheids- en winkelfunctie en het heeft een aantal hoogwaardige<br />

toeristische en recreatieve trekkers. De stad heeft markante wijken en<br />

een gevarieerde multiculturele bevolking. Het aanbod aan voorzieningen voor<br />

cultuur, sport en onderwijs is rijk en gevarieerd. De keerzijde van de medaille<br />

is een stad met veel werklozen en inwoners die van een uitkering afhankelijk<br />

zijn. Veel inwoners nemen onvoldoende deel aan de samenleving en er zijn<br />

217<br />

veel maatschappelijke randgroepen. Er zijn (te) veel huurwoningen en er is<br />

sprake van aanzienlijke problemen met de leefbaarheid en veiligheid.<br />

De contrasten in Arnhem zijn zichtbaar en voelbaar. Sterker dan in andere<br />

middelgrote steden is er een onderscheid, een sociale en fysieke tweedeling<br />

tussen (kans)rijk en (kans)arm, tussen gegoede en arme wijken. Om de<br />

sociaal-economische structuur te versterken zet Arnhem, evenals andere grote<br />

steden, onder meer in op het aan de stad binden van sociaal-economische<br />

zelfstandigen en (potentiële) sociaal-economische stijgers. Het imago is hierbij<br />

van doorslaggevend belang. Dit betekent dat er geïnvesteerd moet worden<br />

in een aantrekkelijke en gevarieerde woningvoorraad in combinatie met een<br />

eigentijds en hoogwaardig voorzieningenniveau op het gebied van scholing,<br />

ontplooiing en ontspanning en dat alles in een vitale omgeving, waar het<br />

Creatieve milieus in 1996 Creatieve milieus in 2004<br />

prettig wonen, werken en toeven is.<br />

We doen dit onder meer door het stimuleren van de creatieve stad. Het mes<br />

van de creatieve-stadsgedachte snijdt namelijk aan twee kanten. Ten eerste<br />

Broedplaats<br />

Creatieve werkplaats<br />

zet het investeren in cultuur Arnhem als aantrekkelijke, dynamische centrum-<br />

Transactiemilieu<br />

stad op de kaart. Daarnaast schept het doordacht positioneren van cultuur<br />

op plekken in de stad kansen voor het verbeteren van het woon- en leefklimaat<br />

*<br />

Productiemilieu<br />

Proefuin


218<br />

Kansenkaart creatieve milieus<br />

in Arnhem<br />

Kans op nieuw creatief milieu<br />

Kans op opschaling<br />

Kans op terugschaling<br />

Kans op verdwijning<br />

Creatieve milieus in 2004<br />

* Proefuin<br />

in wijken en stimuleert het de sociale samenhang en maatschappelijke<br />

participatie. Anders gezegd cultuur zorgt voor individuele waardering en ontwikkeling;<br />

emancipeert, integreert en bevordert sociale cohesie; trekt <strong>nieuwe</strong><br />

bedrijven en inwoners aan; en stimuleert het toerisme.<br />

Inzet op creatieve stad Arnhem<br />

Verder investeren in de creatieve stad is voor Arnhem een kansrijke aanpak,<br />

omdat de Arnhemse creatieve biotoop goed ontwikkeld is. Denk aan de<br />

opleidings<strong>functies</strong> van de ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten, Hogeschool<br />

Arnhem Nijmegen, het ROC Rijn IJssel en de werkplaatsen op het snijvlak<br />

tussen opleiding en professioneel, creatief ondernemerschap (Generale<br />

Oost en Plaatsmaken). Maar ook aan creatieve ondernemers in ateliers en<br />

bedrijfs verzamel<strong>gebouwen</strong> als Het Hoofdkwartier en Het Singelkwartier en<br />

culturele netwerken (Ontwerp Platform Arnhem, Centrum voor (Landschaps)<br />

Architectuur en Stedenbouw Arnhem (CASA), festivals en publieksevenementen<br />

zoals de Arnhem Mode Biënnale, de Sonsbeektentoonstelling, het<br />

Poesjkin Festival, kleinschalige culturele initiatieven, festivals op Stadsblokken<br />

en concerten in stadion Gelredome. Arnhem beschikt ook over verschillende<br />

rijksgesub sidieerde cultuurgezelschappen als Het Gelders Orkest, Introdans<br />

en Toneelgroep Oostpool, en diverse podia als poppodium Luxor, Focus<br />

Filmtheater Arnhem, KAB Posttheater, Kultuurhuis Bosch, Musis Sacrum/<br />

Schouwburg Arnhem en de Gemeentemusea. Het is dan ook niet vreemd dat<br />

verschillende landelijke en provinciale culturele beleidskaders het predikaat<br />

‘krachtcentrale’ (voor de creatieve stad in het algemeen), ‘magneetstad’<br />

(voor beeldende kunst en vormgeving) en ‘brandhaard’ (voor podiumkunst)<br />

op Arnhem plakken.<br />

De doorontwikkeling van Arnhem tot creatieve stad is echter niet vanzelfsprekend.<br />

Onderzoek toont aan dat de groei van de creatieve economie in Arnhem<br />

achterblijft bij de potentiële groei: de lokale creatieve bedrijvigheid heeft een<br />

zwakke binding met het regionale bedrijfsleven; de professionalisering en<br />

opschaling van startende creatieve ondernemers naar zogenaamde doorstarters<br />

verloopt moeizaam; en er is een toenemende mismatch tussen de vraag<br />

naar en het aanbod van permanente ruimten voor creatieve ondernemers.<br />

Hierdoor dreigt de noodzakelijke humuslaag, waarop de Arnhemse creatieve<br />

biotoop zo goed heeft kunnen gedijen, te verarmen. De doorontwikkeling van<br />

creatieve ondernemers en de wisselwerking tussen bedrijfsleven en creatieve<br />

ondernemers lopen vast en zijn daarmee nog meer afhankelijk van toeval.<br />

De creatieve stad dreigt daardoor onzichtbaar te worden.<br />

Proeftuin Creatieve Economie<br />

De noodzaak om dit tij te keren, vormt de directe aanleiding voor de Arnhemse<br />

deelname aan Proeftuinen Creatieve Economie. De centrale vraag voor de<br />

Arnhemse proeftuin is dan ook: is er een strategie te bedenken voor de ontwikkeling<br />

en realisatie van creatieve milieus in Arnhem waarbij gezamenlijke<br />

impulsen van publieke en private partijen op de korte termijn uitmonden in<br />

een organische doorgroei op de langere termijn?<br />

Om deze beleidsvraag te beantwoorden is een aantal stappen doorlopen.<br />

De eerste stap in Arnhem was het uitdragen van het belang van cultuur en<br />

creativiteit door de gemeente. Middels cultuurbeleid en het faciliteren van<br />

creatieve activiteiten in de stad prikkelt de gemeente andere stakeholders.<br />

De tweede en derde stap zijn het creëren en testen van een streefbeeld.<br />

Een van de tests die een streefbeeld moet ondergaan, is te kijken of het<br />

219


draagvlak genereert onder een brede coalitie van partijen. Op basis van een<br />

getest streefbeeld komen kansen maar ook aandachtspunten bovendrijven.<br />

Deze worden door de coalitie aangepakt.<br />

Geen city of art, maar een city of culture. Een stad met een spannend en<br />

dynamisch overgangsgebied tussen beginners en amateurs enerzijds en<br />

gelouterde professionals anderzijds. Een overgangsgebied dat wordt ingevuld<br />

door professionals in opleiding en het label ‘Made in…’.<br />

Dit profiel en de voelbare, positieve dynamiek prikkelt ook overige stedelijke<br />

stakeholders om anders te acteren in hun werkdomein. Corporaties en ontwikkelaars<br />

zien creatieve milieus in toenemende mate als een serieuze katalysator<br />

van stedelijke vernieuwing en leefbare wijken. Ondernemers steunen<br />

creatieve initiatieven om de diversiteit en levendigheid van de binnenstad te<br />

vergroten. Voortgezet onderwijs en middelbare en hogere beroepsopleidingen<br />

stemmen hun creatieve opleidingen meer op elkaar af en op de toekomstige<br />

werkpraktijk van hun studenten.<br />

Stap 1: formuleren streefbeeld<br />

Tegen de achtergrond hiervan, in de slipstream van de planvorming voor<br />

Cultuur in Rijnboog en mede op basis van de door de Stad bv opgestelde<br />

typering van creatieve milieus (zie Inleiding, p. 36), is het streefbeeld<br />

geformu leerd voor de Arnhemse creatoop. De gemeente heeft de ambitie<br />

om de creatieve biotoop te stimuleren door het ontwikkelen van een keten<br />

die begint met tijdelijke en permanente creatieve broedplaats-, werkplaats- en<br />

productiemilieus in de wijken rondom de binnenstad en die in de binnenstad<br />

doorloopt, waar het transactiemilieu al aanwezig is en wordt uitgebouwd. Het<br />

stadsvernieuwingsplan Rijnboog, waarmee Arnhem zich weer naar de rivier<br />

richt, biedt plaats aan hoogwaardige culturele podia en maakt de creatieve<br />

220 keten af. Rondom het centrum ontstaan creatieve werkplaats- en productie- 221<br />

milieus. De volkswijk Klarendal is een van de vier Arnhemse Vogelaarwijken.<br />

Via Stichting Atelier beheer SLAK wonen en werken er veel kunstenaars in de<br />

wijk. Daarnaast is 100% Mode Klarendal een interessant project dat kansen<br />

creëert voor ondernemers in de mode. Binnen het thema mode, creativiteit<br />

en ambacht worden door Volkshuisvesting Arnhem tegen lage huurprijzen<br />

(60 euro per m2 Stap 0: analyseren procesgang creatieve stad Arnhem<br />

Op het moment van het formuleren van bovenstaande vraag zijn er in Arnhem<br />

tegelijkertijd veel ontwikkelingen gaande. In een dergelijke context werkt de<br />

gebruikelijke, rationele analyse van sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen<br />

niet. Veel relevanter is te onderzoeken wat en wie er beweegt en waarom.<br />

De overheid moet de initiatieven die uit deze bewegingen voortkomen zo goed<br />

mogelijk faciliteren. Al in 2001 heeft Arnhem hiervoor lokaal cultuurbeleid<br />

opgemaakt.<br />

Het denken over het lokale cultuurbeleid wordt gevoed door drie dimensies.<br />

Ten eerste bezien wij al sinds het vaststellen van de ‘Cultuurvisie Arnhem<br />

2001–2005–2015’ (gemeente Arnhem, 2001) cultuurbeleid vanuit een breed<br />

perspectief. De notie culturele planologie sterkte ons in de gedachte om kunst<br />

en cultuur niet alleen vanuit hun intrinsieke waarde te benaderen, maar<br />

nadrukkelijk ook vanuit maatschappelijke, economische en stedelijke waarden.<br />

Dit is de eerste dimensie van ons cultuurbeleid. De door de Raad voor<br />

Cultuur gehanteerde functionele benadering van cultuur bracht ons bij de<br />

tweede dimensie: de keten van het creatieve proces. Dit is de doorgaande lijn<br />

van opleiding, via werkplaats, productie en netwerken naar podia. De derde<br />

dimensie is de rol die de overheid speelt bij het stimuleren van interactie,<br />

ontmoetingen of wisselwerking op kruispunten tussen cultuur, maatschappij,<br />

economie en stedelijkheid. In de cultuur is er een wisselwerking bij crossovers<br />

tussen disciplines en tussen high en low culture. De hernieuwde<br />

belangstelling voor cultuureducatie en nieuw cultureel burgerschap, dat een<br />

van de aandachtspunten is van de Vogelaarwijken (zie ook hoofdstuk 3), toont<br />

de interactie tussen cultuur en maatschappij. De relatie tussen cultuur en<br />

economie heeft vorm gekregen in de creatieve economie, die een keten vormt<br />

tussen know-what (idee), know-how (technologie) en know-who (businessbenul,<br />

) woon-werkcombinaties met etalages, ontmoetings- en<br />

financieel vermogen). Als laatste is er ook een relatie tussen cultuur en stede-<br />

presentatieplekken aange boden. Klarendal heeft hiermee het karakter van<br />

lijkheid, te weten de gewenste stedelijke diversiteit en dichtheid, kunst in<br />

een broedplaatsmilieu waar (door)starters in niches van de creatieve economie<br />

de publieke ruimte, oftewel de leesbaarheid van Arnhem als creatieve stad.<br />

een bestaan kunnen opbouwen. In het verlengde hiervan is de kans groot<br />

Deze denkboom en de concrete vertaling daarvan in geactualiseerde culturele<br />

dat het zich opschaalt tot een zogenaamd werkplaatsmilieu.<br />

en economische beleidskaders vormden een uitstekende basis voor het<br />

Het Spijkerkwartier heeft zich sinds de jaren tachtig ontwikkeld tot een vrucht-<br />

effectief faciliteren van een aantal <strong>nieuwe</strong> initiatieven in de stad. Zo realiseerbare<br />

bodem voor kunst en cultuur: er wonen veel kunstenaars, er zijn galeries<br />

den creatieve ondernemers met succes bedrijfsverzamelgebouw Het Hoofd-<br />

en kunstwinkels en er zijn theatervoorzieningen voor het kleine circuit. Winkelkwartier.<br />

Het Hoofdkwartier is een voorziening die de afgelopen jaren de<br />

en horecavoorzieningen zijn ruimschoots aanwezig. De recente definitieve<br />

creatieve-stadsgedachte in de praktijk bracht. Het doet dit door een multi-<br />

ontmanteling van het prostitutiegebied geeft een extra impuls aan deze<br />

functio nele aanpak waarin de functie van werkplaats gecombineerd wordt met<br />

ontwikkeling. Het Spijkerkwartier is een place to be. De wijk voldoet aan alle<br />

een productie-, netwerk- en ontmoetingsfunctie. Het Museum voor Moderne<br />

voorwaarden om uit te groeien van creatieve werkplaats naar transactiemilieu.<br />

Kunst Arnhem legde een basis voor een hernieuwde wisselwerking tussen<br />

Een milieu dat via de Steenstraat en Spijkerstraat logisch verbonden is met<br />

kunstenaars, museum en de stad door de onderzoekstentoonstelling<br />

de binnenstad.<br />

‘Made in Arnhem’. Het Ontwerp Platform Arnhem (OPA) zette de creatieve<br />

De Burgemeesterswijk is van oudsher een welgestelde buurt. De wijk staat<br />

stad Arnhem letterlijk op de kaart met zijn ‘Creatieve Kaart van Arnhem en<br />

hoog in de markt, vooral door de aansprekende, monumentale kantoorvilla’s<br />

Gelderland’. Naast het faciliteren van <strong>nieuwe</strong> initiatieven werd gestart met<br />

die er staan. De kansen liggen hier vooral in het topsegment van de creatieve<br />

het completeren van de Arnhemse creatieve keten. Hierdoor wist de stad zich<br />

en zakelijke dienstverlening. De ontwikkeling voltrekt zicht grotendeels auto-<br />

een scherper cultureel en creatief profiel aan te meten, waarbij Arnhem zich<br />

noom.<br />

vooral met de Mode Biënnale stevig in de kijker speelde. Arnhem ontwikkelt<br />

Met zijn te herbestemmen en te herontwikkelen bedrijventerreinen is Centrumzich<br />

tot een stad met een complete culturele basisinfrastructuur en een<br />

Oost in opkomst als een vestigingsplaats voor de creatieve economie.<br />

complete ketenstructuur (voor alle kunstdisciplines een doorlopende lijn).<br />

De prijzen zijn (nog) laag en er is veel ruimte. Het gebied heeft het in zich om


een creatieve hotspot te worden. Er liggen concrete plannen om op het<br />

ters van creatieve bedrijvigheid tot stand te brengen. De interactie tussen de<br />

complex van de dienst Stadsbeheer ongeveer honderd atelierwoningen te<br />

verschillende economische sectoren is te zwak ontwikkeld. De vraag vindt het<br />

realiseren. Ook de voormalige Cobercofabriek biedt kansen voor presentatie-<br />

aanbod niet snel genoeg en vice versa.<br />

en bedrijfsruimten. In de toekomst liggen er mogelijkheden voor verbindingen<br />

De studies van ETIN en SLAK zoomen in op de aard en de omvang van de mis-<br />

met Rijnboog en het Spijkerkwartier.<br />

match tussen de vraag naar en aanbod van ruimten voor creatieve bedrijven.<br />

De binnenstad van Arnhem is een gemengd gebied met een groot verzorgings-<br />

Uit deze studies blijkt dat in de sector creatieve zakelijke dienstverlening zich<br />

gebied voor de regio wat betreft winkelen, horeca en cultuur. Een mooie mix<br />

de komende vijf jaar een grote vraag van ca. 25.000 m2 kantoorruimte afte-<br />

van druk en luidruchtig, sjiek en duur, goedkoop en kansrijk. Met veel publiek,<br />

kent. In kwantitatieve zin is dit, met name tegen de achtergrond van de huidige<br />

grote omzetten en hoge huurprijzen in de winkelstraten Ketelstraat, Rogge-<br />

kantoormarkt, te matchen. In kwalitatief opzicht is er een mismatch: de aanstraat,<br />

Koningstraat en Jansstraat. Met het <strong>nieuwe</strong> Musiskwartier positioneert<br />

geboden kantooreenheden zijn veelal te groot; het prijsniveau is te hoog; en<br />

het centrum zich weer als vanouds als een van de betere winkelcentra van<br />

het lijkt moeilijk om tegemoet te komen aan de gebruikelijke garantievereisten<br />

Nederland. De meeste winkels zijn onderdeel van grote ketens, met een<br />

van de verhuurders van kantoorruimten. Ook bij de toegepaste kunsten wordt<br />

beperkt aantal merkwinkels in het hogere marktsegment. Hoewel Arnhem<br />

een toenemende vraag gesignaleerd: ca. 20.000 m2 bedrijfs-, werk- en atelier-<br />

bekendstaat als een stad van mode en cultuur is het winkelbestand in de<br />

ruimte. Naar verwachting is deze vraag in kwantitatieve zin lastig te beant-<br />

binnenstad op dit punt nog weinig verrassend. De ambitie is dan ook om het<br />

woorden. Ook hier is een kwalitatieve mismatch. Niet wat betreft geografische<br />

profiel als winkelstad voor mode, vormgeving en lifestyle te versterken: milieus<br />

ligging, diversiteit en typologie, maar nadrukkelijk wel in relatie tot de wens<br />

voor talent, eigenzinnige ontwerpen, pilotstores, flagship- en lifestylewinkels,<br />

naar permanente ruimten en de specifieke combinatie van wonen en werken<br />

presentatieplekken en expliciete verbanden met evenementen als de Mode<br />

(op één plek en toch gescheiden). SLAK stelt in de autonome kunsten een<br />

Biënnale.<br />

fors stijgende vraag naar permanente ateliers en atelierwoningen vast.<br />

Met name het stegencircuit (Kerkstraat, Kortestraat, Weverstraat, Rijnstraat)<br />

Er is momenteel een wachtlijst van 1350 ondernemers voor een atelier<br />

en de stegen direct ten zuiden van de Korenmarkt lenen zich voor een derge-<br />

of atelierwoning. Er is een toenemende vraag naar ruimten voor specifiek<br />

lijke invulling. De bestaande kwaliteitsretail en een aantal <strong>nieuwe</strong> impulsen<br />

gebruik (bijvoorbeeld van musici en beeldhouwers en gezamenlijke ruimten<br />

zoals Humanoid, Trix en Rees en Coming Soon illustreren dit en versterken<br />

voor experiment, presentatie en ontmoeting). Daarbij hebben slechts 98 van<br />

de verkleuring.<br />

de 846 ateliers/atelierwoningen die SLAK momenteel beheert een permanente<br />

222 Rijnboog biedt mogelijkheden om op middellange termijn een nieuw segment<br />

status. Er zijn 748 ateliers op tijdelijke basis (1-5 jaar) beschikbaar. Dit tijde- 223<br />

van de detailhandel aan te boren. Met name de grootschalige geplande nieuwlijke<br />

aanbod kent veel beperkingen. Zo maakt tijdelijkheid gewenste investerinbouw<br />

bij de Mandelabrug biedt aanknopingspunten voor een grote speler in<br />

gen onrendabel. Deze worden dan ook niet gedaan, waardoor de aangeboden<br />

het topsegment van mode, design en lifestyle aangevuld met kleinere speciaal-<br />

ruimten minder aan de vraag voldoen. Tijdelijkheid belemmert bovendien de<br />

zaken. Ook het Havenkwartier, waar het Kunstencluster (een krachtenbundeling<br />

doorstroming. Het beperkt de professionalisering van SLAK. Het tijdelijke aan-<br />

van museum, schouwburg en filmtheater) zal verrijzen, is een uitgelezen kans<br />

bod loopt daarnaast, vanwege de economische druk op herbestemming en<br />

voor ver<strong>nieuwe</strong>nde horeca- en winkelconcepten.<br />

herontwikkeling, de komende jaren substantieel af.<br />

In het Stationsgebied aan de <strong>Oude</strong> Kraan ontstaat, tot slot, een cluster van<br />

De onderzoeken van ETIN en SLAK bevestigen het beeld dat vooral ruimte<br />

creatieve opleidingen. Naast ArtEZ heeft ROC Rijn IJssel zich er inmiddels<br />

voor doorstarters een aandachtspunt is. Het geschetste streefbeeld en de<br />

gevestigd. Het Hoofdkwartier vervult er een belangrijke rol als knooppunt in<br />

uitkomsten van de genoemde studies zijn in een tweetal proeftuinbijeen-<br />

het creatieve netwerk. Coehoorn, een gebied ten noorden daarvan, biedt in<br />

komsten gepresenteerd aan en bediscussieerd met vertegenwoordigers van<br />

afwachting van de tweede fase van Rijnboog kansen voor tijdelijke <strong>functies</strong>.<br />

creatieve ondernemers, beheerders van werkruimten/ateliers (G72 en SLAK),<br />

corporaties (Portaal, Vivare en Volkshuisvesting Arnhem), ontwikkelaars en<br />

Stap 2: toetsen streefbeeld<br />

beleggers (Johan Matser Projectontwikkeling, Giesbers, AM, Kondor Wessels,<br />

De haalbaarheid van dit streefbeeld is getoetst aan de hand van studies<br />

Rabobank). Tijdens deze sessies zijn de kansen, knelpunten en actiepunten<br />

van ABF Research (2006), ETIN Adviseurs (2006) en Stichting Atelierbeheer<br />

SLAK (2007) en discussies tijdens proeftuinbijeenkomsten met stakeholders.<br />

nader verkend. Dit vormde de input voor de volgende stap.<br />

Tijdens deze bijeenkomsten werd vooral de mismatch tussen de vraag- en<br />

Stap 3: expliciteren kansen, aandachtspunten en actiepunten<br />

aanbodkant van ruimten voor creatieve ondernemers besproken.<br />

De partners van bestaande en potentiële coalities steunen het streefbeeld.<br />

Onderzoek van ABF Research onderschrijft het streefbeeld. Arnhem in het<br />

Sterker nog, een aantal partners is al bezig om concrete kansen te verzilveren<br />

algemeen en de genoemde wijken rondom de binnenstad in het bijzonder<br />

Projectontwikkelaar Johan Matser ontwikkelt in het stegenstelsel in de binnen-<br />

beschikken over uitstekende condities voor het ontstaan en verder opschalen<br />

stad een multifunctionele locatie voor wonen, ateliers en kleinschalige detail-<br />

van creatieve milieus. Tenminste in theorie. De bovengenoemde studies brenhandel,<br />

en beheerder en ontwikkelaar van creatieve bedrijfsverzamel<strong>gebouwen</strong><br />

gen immers twee belangrijke belemmeringen aan het licht. Arnhem heeft ten<br />

G72 programmeert het Singelkwartier op de grens van het Spijkerkwartier met<br />

eerste een tekort aan juist die milieus waarin de groei in landelijk perspectief<br />

de binnenstad, de Enk aan de Velperweg en de Federatie in Centrum-Oost.<br />

de afgelopen jaren het meest krachtig is geweest, namelijk de creatieve werk-<br />

Woningcorporaties verbinden zich met de culturele sector in Arnhem voor<br />

plaatsen en transactie/marktmilieus. Daarnaast is op dit moment de lokale<br />

de programmering van het ‘podium’ bij de onderdoorgang van parkeergarage<br />

vraag naar creatieve diensten en producten onvoldoende om duurzame clus-<br />

Langstraat in de binnenstad (Corporatie Portaal in samenwerking met CASA,


224 225<br />

Café Vrijdag, ontmoetingsplek van de<br />

creatieve klasse op de rand van het<br />

Spijkerkwartier in Arnhem.<br />

‘iedere wijk beschikt<br />

over unieke condities<br />

en kansen. Dat vergt<br />

maatwerk en...<br />

duurzame gebiedsgerichte<br />

coalities.’<br />

Coming Soon, dé conceptstore voor<br />

Nederlands ontwerptalent in de binnenstad<br />