15-06-2007 V&VN Dialyse en Nefrologie magazine 2 2007

lvdt.nl

15-06-2007 V&VN Dialyse en Nefrologie magazine 2 2007

Dialyse &

Nefrologie Magazine

Kwar taaluitgave van de V&VN, Dialyse & Nefrologie, voorheen LVDT | www.lvdt.nl

HKZ-certificering:

Papieren tijger

of

praktisch

kwaliteitsinstrument?

In dit nummer o.a.

• Nederlandse NefrologieDagen 2007

• Calcium- en fosfaatregulatie: meer dan

renale osteodystrofie

Dialyse bij volwassenen en kinderen:

een wereld van verschil

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2

retouradres:

V&VN Dialyse & Nefrologie, Postbus 8212, 3503 RE Utrecht


Eurodial

Om ook voor een dialysepatiënt vakantie mede

mogelijk te maken heeft Roche Eurodial, Guide to

Dialysis Centra in het leven geroepen. Eurodial geeft

een overzicht van vrijwel alle dialysecentra van de hele

wereld, compleet met overzichtelijke landkaartjes in de

vorm van een boek en een cd-rom.

De toerist kan zelfs in de meest exotische plekjes op aarde,

vinden waar hij of zij zich kan laten dialyseren.

Op de website www.eurodial.org worden de gegevens

van dag tot dag actueel gehouden.

Zorg op maat

Zorg op Maat is een service bestemd voor bepaalde

nierpatiënten die thuis worden behandeld. De uitvoering is

in handen van ApotheekZorg, een landelijk werkende apotheek

die specifi eke zorg biedt aan patiënten. Een verpleegkundige van

ApotheekZorg komt thuis bij de patiënt die voor het eerst gaat

injecteren met een starterspakket, helpt bij het prikken en beantwoordt

eventuele vragen.

Roche Nederland B.V. Postbus 44, 3440 AA Woerden Tel. 0348-438234. www.roche.nl

info@roche4u.nl

Dieetinzicht.nl

Juist door alle voedingsvoorschriften is

lekker en gevarieerd eten voor nierpatiënten

extra belangrijk. Naast het advies van een diëtist,

is er nu een hulpmiddel in de vorm van de gratis

toegankelijke website: www.dieetinzicht.nl. Met

Dieetinzicht.nl kunnen nierpatiënten zelf een verantwoord

dagmenu samenstellen. Stap voor stap wijst de website

de weg naar de beste voeding. Dieetinzicht.nl is tot stand

gekomen in samenwerking met artsen en diëtisten en wordt

ondersteund door Roche.


Vaste rubrieken:








• Colofon en advertentietarieven 4

• Van de redactie 6

• Van het bestuur 7

• Column: the naked nurse 0

• EDTNA-column Els Westerhof 2

• Nefropuzzel 9

En verder:

• Landelijke Expertgroep Nefrologie Nederland (LENN) 28

• Vakantiedialysecentrum Weerterbergen 4

Dialyse bij volwassenen en kinderen:

een wereld van verschil 6

• Kort maar krachtig dialyseren 40



Dialyse & Nefrologie Magazine

< • HKZ-certificering: papieren tijger of

praktisch kwaliteitsinstrument? 8

• Nederlandse NefrologieDagen 2007 16

• Sondevoeding bij dialysepatiënten 26

• Xenotransplantatie:

waarheid of waanzin? 44

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2

Inhoudsopgave


Colofon

4

Dialyse & Nefrologie Magazine

Dialyse &

Nefrologie Magazine

25e jaargang, juni 2007 - nummer 2

Dialyse & Nefrologie Magazine is een kwartaaluitgave van

de V&VN Dialyse & Nefrologie

Redactieleden

Paul Gundlach, eindredacteur

Charles André, hoofdredacteur

Alice Bogaarts

Marlies van den Munckhof, corrector

Overige bijdragen

Nittert Wiertsema

Redactieadres

e-mail: magazine@lvdt.nl

De redactie behoudt zich het recht voor zonder opgaaf van

redenen tekst in te korten of in het geheel niet te plaatsen

Correspondentieadres

V&VN Dialyse & Nefrologie:

Postbus 8212

3503 RE Utrecht

Ledenadministratie

ledenservice@venvn.nl

Vragen over lidmaatschap

U kunt telefonisch contact opnemen via: 030 - 291 8900

of via de email: ledenservice@venvn.nl

Overige adressen zie www.lvdt.nl

Uw lidmaatschapsnummer staat op de

voorkant van het Dialyse & Nefrologie Magazine.

Lay-out, design en druk

Pitman Grafisch Bedrijf B.V.

Amundsenweg 13

4462 GP Goes

tel.: 0113-235660

fax: 0113-235670

e-mail: info@pitman.nl

Klachten over de bezorging

e-mail: lvdt@lvdt.nl

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2

Advertentie-

mogelijkheden & -tarieven

Voor adverteren in het Dialyse &

Nefrologie Magazine gelden de

volgende regels:

Voor het reserveren van een advertentie kunt u contact

opnemen met de hoofdredacteur Charles André.

U kunt hem bereiken via e-mail:

C.Andre@lzr.nl .

Bellen kan ook op: 0475-382144

(Dialyseafdeling Laurentius Ziekenhuis te Roermond).

Bij reservering per e-mail graag vermelden welk formaat

u wenst. De hoofdredacteur zal dan zo spoedig mogelijk

contact met u opnemen om de mogelijkheden met u

verder door te nemen.

Verder bij de aanvraag graag vermelden met wie contact

moet worden opgenomen en om wat voor soort advertentie

het gaat (personeel of product). Ook graag vermelden

aan wie de factuur en het bewijsexemplaar moeten

worden verzonden.

U ontvangt de factuur en het bewijsexemplaar zo spoedig

mogelijk na het verschijnen van het Magazine.

Tarieven:

Formaat alleen kleur

1/1 (A4) e 1000,-

1/2 (A5) e 750,-

Advertorial e 1000,-

Flyers e 1250,-

Formaat A4

bladspiegel 210 x 297 mm;

zetspiegel 178 x 260 mm.

Formaat A5

bladspiegel 210 x 148 mm;

zetspiegel 178 x 130 mm.

Advertenties dienen binnen te komen als PDF

(Liefst: Certified PDF Tijdschriften Nederland),

Adobe InDesign, Adobe Illustrator

of Quark X-press formaat.

Andere wijzen van aanleveren brengen een meerprijs

met zich mee.

Flyers en toevoegingen op aanvraag.

Bij flyers en andere toevoegingen moet u rekening houden

met een meerprijs.


Het werk van de LVDT wordt

mede mogelijk gemaakt

door onze gouden relaties:

Roche Nederland B.V.

Amgen

Zilveren relaties:

Baxter B.V.

Shire

Fresenius Medical Care Nederland B.V.

Gambro

sanofi pasteur MSD N.V.

BD Recruitment B.V.

Braun

Cablon

Cair Nederland B.V.

Dirinco

Medeco

Scholten & Associates

Standaard relaties:

Dialyse & Nefrologie Magazine

Genzyme Nederland

MR Medical

Nipro N.V.

Nutricia

Ortho Biotech

TMI detachering B.V.

Abbott

High Care

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2

Relaties


Van de redactie

6

Dialyse & Nefrologie Magazine

Wachtlijst:

banenbehoud!!

Helaas klinkt het

cynisch maar het is

wel zo want een lange

wachtlijst voor niertransplantatie is goed

voor de werkgelegenheid van dialyseverpleegkundigen.

En juist in deze tijd

waarin productiecijfers in ziekenhuizen

steeds belangrijker worden is dat goed

nieuws! Toch? Of moeten we ons allemaal,

en dan spreek ik over alle Nederlanders

en zeker niet alleen wij dialyseverpleegkundigen,

enorm schamen als

de discussies over wachtlijsten, donoren

en donorwerving weer eens het nieuws

domineren.

De afgelopen weken werd er in verschillende

media aandacht gegeven aan

de wachtlijst en het donortekort. Die

problemen zijn natuurlijk niet nieuw:

al sinds het in werking treden van de

nieuwe wet op de orgaandonatie van

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2

1998 zijn er elk jaar nieuwe discussies

ontstaan over ons donorsysteem. Niet

dat het daarvoor zo wezenlijk anders

was, het is altijd zo geweest dat we met

een codicil konden aangeven dat we

orgaandonor wilden zijn. In 1998 is enkel

een centrale registratie van start gegaan

van alle Nederlanders en hun keuzes. Dat

dit geen overweldigend succes zou worden

kon eenieder wel op zijn klompen

aanvoelen maar dat het zo slecht zou

aanslaan als nu gebleken is, dat had zelfs

de grootste pessimist niet verwacht.

Wat blijkt namelijk: niet alleen loopt het

aantal registraties nog steeds miljoenen

achter bij het aantal aangeschrevenen

maar er kiezen ook steeds meer mensen

voor de keuze om niet als potentiële

orgaandonor te worden genoteerd. Dus

wat zien wij gebeuren: minder transplantaties

en dus een langere wachtlijst.

En dat is goed nieuws voor dialyseverpleegkundigen

want dat betekent

dat naast de grote toestroom door het

steeds ouder worden van ons Nederlanders

en de groei van het aantal diabeten

door het steeds dikker worden van ons

Nederlanders er altijd genoeg werk blijft

voor ons als dialyseverpleegkundigen.

Natuurlijk zijn er wel bedreigingen voor

ons werk als je hoort over de implanteerbare

kunstnier die mede door steun van

de Nierstichting ontwikkeld wordt. Ook

de varkensnier blijft een actueel onderwerp

in de discussie. Die laatste optie

zou natuurlijk alle problemen in één klap

oplossen behalve dan voor een vegetarische

dialysepatiënt. En of zo’n nier Halal

is weet ik ook niet zeker maar daar komt

ongetwijfeld ook nog een oplossing voor.

Natuurlijk, de korting van 150 euro op

een uitvaart van een orgaandonor die

Monuta wil geven aan de nabestaanden

zal een stroom van nieuwe donoren

opleveren. Bij crematie is het ook nog

eens beter voor het milieu want er is

minder te verbranden dus ook minder

C0 2 -uitstoot.

Misschien moet er nog eens ernstig

worden gekeken naar de suggestie die

Mw. Borst-Eilers (inderdaad de latere

minister van Volksgezondheid in Paars

1 en 2) deed in 1990 tijdens een bijeenkomst

van de voorloper van de Nederlandse

Transplantatie Stichting. Zij stelde

toen voor alleen mensen die zich als

orgaandonor hadden gemeld in aanmerking

te laten komen voor het eventueel

ontvangen van een donororgaan. Maar

net als het geen-bezwaar-systeem dat in

omringende landen wordt gehanteerd

en wat meer donoren oplevert dan ons

systeem van toestemming zal dit wel

een te simpele oplossing zijn.

Charles André, hoofdredacteur V&VN,

Dialyse en Nefrologie Magazine


Beste leden,

De NND en de ALV zijn

weer achter de rug.

Tijdens deze NND koos

het bestuur voor een andere opzet van

de ALV. Deze ALV werd geleid door Judith

de Bruijn. Judith, voorheen presentatrice

bij de Avro, was onze dagvoorzitter. Daarnaast

was ook Erik op ten Berg, topcoach

en creatief denker, uitgenodigd om

tijdens deze ALV alle aanwezige leden op

te roepen ideeën aan te dragen voor de

toekomst van V&VN Dialyse en Nefrologie.

Eric deed dat op originele wijze: zo’n

40 grote ballonnen met verschillende

kleuren werden de zaal in gegooid. Elke

kleur stond voor een onderwerp, waaronder

communicatie. Iedereen schreef met

veel enthousiasme zijn of haar idee op

de ballon. Na dit 1e deel werd iedereen

uitgenodigd om, van alle ideeën die op

de ballonnen stonden, per ballon de

beste 3 aan te kruisen. Vervolgens werd

het bestuur gevraagd om de genoteerde

ideeën op een flip-over te schrijven. Eén

van de originele ideeën vond ikzelf het

informeren van de leden via SMS. Welke

ideeën uiteindelijk uitgevoerd zullen

worden kan ik nu nog niet zeggen maar

dat we er als bestuur serieus naar kijken,

mag duidelijk zijn. Zodra daar meer over

bekend is zullen we dit aangeven via de

site.

Uiteraard werd deze ALV voorafgegaan

door de gebruikelijke zaken die nu

eenmaal bij een algemene ledenvergadering

horen. Tijdens deze ALV werden

ook nieuwe bestuursleden gekozen

en wel: Esther van Wamelen, zij moest

recent het bestuur verlaten door haar

werkzaamheden in Curaçao. Als bestuur

zijn we erg blij dat Esther weer haar vertrouwde

taken op zich heeft genomen.

Suzan Dingemanse kreeg ook het groene

licht van de leden. Na 10 jaar zitting

te hebben gehad in het bestuur werd

Yvonne de Koter uitgezwaaid. Yvonne is

geen bestuurslid meer maar blijft zich

inzetten voor het onderhouden van onze

website.

Gedurende deze ALV was ook ruimte om

eventuele opmerkingen aangaande de

fusie naar voren te brengen. Hierbij wil

ik nogmaals degenen die zich tijdens

de vergadering hebben uitgesproken

bedanken. De tips en adviezen zullen we

meenemen in de toekomst. Inmiddels

hebben we alle oude opmerkingen over

de fusie in het gastenboek verwijderd, zo

kunnen we een frisse nieuwe doorstart

maken.

Communicatie:

Door alle wijzigingen, de overname van

de diverse taken en de nasleep van de

fusie, merken en horen we dat het soms

moeilijk met ons communiceren is. Hier

proberen we hard aan te werken en we

hopen dat dit snel verholpen zal zijn.

Dialyse & Nefrologie Magazine

Het contactadres voor opmerkingen of

vragen is: lvdt@lvdt.nl.

Informatie over allerhande zaken kun je

nog steeds terugvinden op: www.lvdt.nl.

Wanneer je op www.venvn.nl doorklikt

naar onze afdeling, vind je behalve een

korte beschrijving van onze afdeling, ook

het adres van de website: http://dialyse.

venvn.nl. Bij het aanklikken van dit adres

word je doorgelinkt naar de lvdt-site.

Verder zou ik eenieder nogmaals willen

vragen om te kijken of de gegevens van

je eigen dialysecentrum nog up-to-date

zijn. Veel interessante informatie kan

verloren gaan als wij naar het verkeerde

adres mailen.

Zoals al aangegeven tijdens de ALV: communicatie

is het speerpunt voor 2007!

Joke Buytelaar

Voorzitter V&VN Dialyse en Nefrologie

Van het bestuur

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2 7


8

Dialyse & Nefrologie Magazine

HKZ-certificering

Hoe gaat het nu?

Tekst: Henk Elsinga, Max Gaasbeek en Els Boeschoten

Voorwoord

Op 5 maart 2007 overleed Henk Elsinga op 62-jarige leeftijd. Niet iedereen kent Henk. Henk was de man achter menige foto en menig

artikel in de verschillende toonaangevende bladen binnen de dialyse in Nederland. Toen Henk op 5 maart plotseling overleed was hij

bezig met het onderstaande artikel. Omdat het een belangrijk artikel is en omdat Henk dit zeker zou willen, hebben Els Boeschoten

en Max Gaasbeek getracht het artikel in de geest van Henk af te maken. Henk, deze is van/voor jou!

De dialysezorg staat in ons land op een hoog peil. Dit is mede te danken aan de kwaliteitsverbe-

tering voortvloeiend uit de HKZ-certificering. Werken aan kwaliteit is leuk maar toch wordt het

werk dat aan deze certificering vast zit vaak als een zware last ervaren. Kunnen we daar wat aan

doen?

Topklinische zorg

Dialyse werd in 1974 aangewezen als

topklinische voorziening en viel vanaf

1976 onder artikel 18 van de Wet Ziekenhuisvoorzieningen

(WZV). De overheid

was toen van mening dat dialyse alleen

verricht kan worden door centra die

daartoe door de minister waren aangewezen.

Het ging toen immers om

kostbare, schaarse zorg! Artikel 18 impliceerde

dat de zorgvoorzieningen die

daar onder vielen aan een aantal criteria

moesten voldoen en goed moesten worden

gepland. Daartoe werden eens in de

vijf jaar de zogenaamde ‘planningsbesluiten

opgesteld. Het laatste planningsbesluit

dialyse liep tot 1998 want bij het

tot stand komen van de Wet Bijzondere

Medische Verrichtingen, eind 1997, was

artikel 18 WZV komen te vervallen.

Hans Mak Instituut

als monitor

Na een overgangsperiode waarbij dialyse

onder artikel 8 van de WBMV viel, werd

dialyse door minister Borst per 1 mei

2002 in de reguliere zorg ondergebracht.

Ter waarborging van een goede dialysezorg

vraagt zij de verschillende partijen

(Zorgverzekeraars Nederland, Nederlandse

Vereniging van Ziekenhuizen,

Vereniging Academische Ziekenhuizen

en Dialyse Groep Nederland) “op korte

termijn concrete afspraken te maken

over maatregelen om certificatie dan wel

accreditatie van dialysezorg te bevorderen

en een monitor in te richten die

inzicht geeft in de kwaliteit en capaciteit

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2

Els Boeschoten: ‘certificatie heeft de kwaliteit van de dialysezorg in Nederland verbeterd’


van de dialysezorg.” Deze monitor werd

het Hans Mak Instituut dat begin 2003

werd opgericht.

Certificatieschema

Het verzoek afspraken te maken om

certificatie dan wel accreditatie te

Max Gaasbeek: ‘we moeten altijd waken voor de papieren tijger’

bevorderen kwam niet helemaal uit de

lucht vallen. Met name vanuit de DGN

(tegenwoordig Nederlandse federatie

voor Nefrologie, NfN) had men de bui

al zien hangen. Het was al heel lang

duidelijk dat dialyse ooit in de reguliere

zorg zou worden ondergebracht. Op zich

Dialyse & Nefrologie Magazine

niet verkeerd, mits de kwaliteit van de

zorg geborgd is en niet in een concurrentiestrijd

ten onder gaat. In 1997 was

door de DGN en de LVDT namens andere

partijen die zich met de zorg voor nierpatiënten

bezighielden een verzoek aan

Stichting HKZ (Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling

in de Zorgsector) gedaan

om een Certificatieschema Dialysecentra

te ontwikkelen dat als basis kon dienen

voor kwaliteitsborging d.m.v. externe

certificering. Voor het ontwikkelen van

het certificatieschema werd de ‘HKZ

Werkgroep Dialysecentra’ ingesteld, een

werkgroep waarin iedere partij die iets

met dialysezorg te maken heeft vertegenwoordigd

is. Naast zorgaanbieders

ook patiënten en zorgverzekeraars; de

basis van de HKZ-schema’s is immers het

‘tripartiete” model. Het Certificatieschema

Dialysecentra is overigens uniek. Niet

alleen de eisen die aan de borging van

de verschillende zorgprocessen worden

gesteld staan erin beschreven maar ook

de beroepsinhoudelijke eisen die aan

een goede zorg moeten worden gesteld.

De visitatiestellingen, door nefrologen

en dialyseverpleegkundigen opgesteld,

zijn integraal in het certificatieschema

opgenomen. Bij de certificering gaan

leden van de PVC, plenaire visitatiecommissie

DGN (NfN)/LVDT(V&VN D&N), als

materiedeskundigen mee.

Het certificatieschema was in 1999

gereed; eind 2000 werden de eerste

dialysecentra gecertificeerd. Dankzij

een stimuleringsproject, gefinancierd

door de Nierstichting, groeide dat aantal

snel. Als men zich vóór 1 januari 2003

(later werd dat 2004) voor certificering

aanmeldde kreeg men het hele traject,

inclusief een 0-meting door Lloyds, training

van interne auditoren en de kosten

van de certificatie, cadeau.

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2 9


10

Dialyse & Nefrologie Magazine

Papieren tijger

Momenteel zijn de meeste centra gecertificeerd.

Hoewel ze er allemaal van overtuigd

zijn dat een goede kwaliteitsborging

van essentieel belang is, vraagt de

certificering toch vaak meer tijd en inzet

dan men in eerste instantie verwachtte.

Want zoals gebruikelijk bij HKZ-certificeringen

moet er volgens een vast schema

worden gehandeld. In toenemende mate

ontstaan inmiddels wat vraagtekens bij

de papierwinkel die dit steeds weer met

zich meebrengt. Max Gaasbeek, unithoofd

van de dialyseafdeling van VieCuri

in Venlo, verwoordt zijn bezorgdheid, dit

mede n.a.v. reacties van collega-hoofden

op de LVDT-hoofdendag die eind 2006

gehouden is. Hij geeft aan dat we altijd

moeten waken voor de ‘papieren tijger’.

Max Gaasbeek: “uit de LVDT-hoofdendag

kwam naar voren dat de dialyseverpleegkundigen

merken dat het soms wel een

beetje veel wordt en dat de patiëntenzorg

(gek genoeg) hier onder te lijden

heeft. Alles moet vastgelegd worden en

veranderingen kunnen pas ingevoerd

worden als alle protocollen en procedures

uitgewerkt en goed bevonden zijn.

De lat wordt soms wel érg hoog gelegd,

de verpleegkundigen kunnen het vaak

niet bijbenen. Ze hebben er gewoon

geen tijd voor. Dan kun je twee dingen

doen: óf je loopt het risico dat je je over

de kop werkt, óf je laat de certificatie-eisen

even voor wat ze zijn. Met dit laatste

loop je echter wel de kans je certificering

kwijt te raken.”

Desgevraagd zegt dr. Els Boeschoten,

directeur van het Hans Mak Instituut:

“dan ben je wel op de verkeerde weg.

Als het je niet lukt volgens de normen

te werken die mede door de eigen

beroepsgroep zijn opgesteld zal je je af

moeten vragen of de instelling kwaliteit

van zorg wel voldoende belangrijk vindt.

Voor een goede kwaliteit van zorg is het

van belang dat er in de hele organisatie

aandacht voor is. Niet alleen bij verpleegkundigen,

nefrologen en andere

professionals op de werkvloer maar ook

bij managers en Raden van Bestuur.

Voor dialyse is certificatie inmiddels dé

inkoopindicator voor de zorgverzekeraars.

Als bij de certificatie een tekort

aan personeel een knelpunt blijkt te zijn

zal daar door de organisatie iets aan

moeten worden gedaan. Hierover mag

best een kritisch woord richting de Raad

van Bestuur van het desbetreffende ziekenhuis

in de rapportage terug te vinden

zijn. Wanneer er in een instelling onvoldoende

aandacht voor de kwaliteit van

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2

de geleverde zorg is moet je je afvragen

of die instelling die zorg nog wel moet

leveren. Eigenlijk is dat onverantwoord.”

Verbetercyclus

Na de nodige voorbereiding kan een dialysecentrum

in aanmerking komen voor

het certificaat. De certificatie zelf neemt

2 dagen in beslag. Als je voldoet aan de

eisen dan krijg je het felbegeerde certificaat.

Max Gaasbeek: “uit zo’n visitatie

komen natuurlijk altijd de nodige bevindingen

en verbeterpunten, hier moet je

aan gaan werken. Vanzelfsprekend ga

je na of deze zaken kloppen en of je dit

wel moet/wil veranderen. Vervolgens ga

je na hoe je het beste voor een optimale

situatie kunt zorgen. Uiteindelijk

ontstaat een verbetercyclus waardoor

de zorg steeds beter wordt. Het moet

echter wel uitvoerbaar blijven.” Door de

auditor van de certificerende instelling,

daarbij vergezeld door materiedeskundigen

uit de PVC, wordt jaarlijks een

zogenaamd surveillancebezoek gedaan

waarbij wordt vastgesteld of de aanmerkingen

werden opgepikt en zwakke

punten werden verbeterd. Het doel is om

in kwaliteitsprocessen te denken en te

handelen. Na drie jaar is het certificaat

verlopen en dan komt er weer een auditor

van de certificerende instelling met

een complete visitatiecommissie een

paar dagen op bezoek. Els Boeschoten:

“de certificatie heeft de kwaliteit van de

dialysezorg verbeterd. Door de strenge

normen staat de zorg op een zeer hoog

peil. Mede door de certificatie zijn er in

principe geen slechte dialysecentra in

ons land. Maar door de grote werkdruk

in een aantal dialysecentra is het soms

wel moeilijk om aan de certificeringeisen

te blijven voldoen. Daar zou vanuit

het management meer aandacht voor

moeten zijn.”

En de patiënt?

De patiënt wordt dankzij de protocollen

en de procedures perfect behandeld.

Als het protocol stipt opgevolgd wordt,

kan er behandeltechnisch weinig fout

gaan. Dialysezorg gaat echter verder

dan alleen de gedeeltelijke vervanging

van de nierfunctie. Ook persoonlijke

aandacht is belangrijk. Het verblijf op

een dialysecentrum moet de patiënt

een gevoel van veiligheid geven. Max

Gaasbeek: als een patiënt zich veilig

voelt geeft dat hem of haar het idee in

een goed dialysecentrum te zitten maar

een objectieve beoordeling van de zorg

blijft nodig. De zorg moet ook aantoon-

baar veilig zijn en daarvoor hebben we

het certificatieschema. We kunnen wél

samen proberen het proces eenvoudiger

te maken, bijvoorbeeld door ervaringen

te delen of protocollen uit te wisselen

(hetgeen al op grote schaal gedaan

wordt). Een periodieke evaluatie, bijvoorbeeld

door een enquête op de werkvloer,

zou momenteel geen overbodige luxe

zijn. We moeten de motivatie er goed in

trachten te houden, ook bij de managers

en de Raden van Bestuur! Verder moeten

mogelijkheden en onmogelijkheden bij

een gevisiteerde afdeling goed in kaart

gebracht worden. Het is belangrijk dat

daarvoor bij de auditor begrip bestaat.

Forceren heeft een averechts effect. We

hebben het certificatieproces voor een

groot deel zelf ontwikkeld. Onder andere

door te participeren in de HKZ Werkgroep

Dialysecentra kunnen we er als

beroepsgroep toe bijdragen dat het te

behappen blijft. Op die manier kunnen

we samen de kwaliteit in stand houden

en verbeteren. De beroepsgroep heeft

hier altijd hard aan gewerkt.”

Al met al genoeg overdenkingen om

wat mee te doen. Het certificeren heeft

zijn waarde bewezen maar er moet

voor worden gezorgd dat het systeem

functioneel blijft. Dat kan vooral door

samen te werken en kritisch te blijven.

De verbetercyclus geldt immers ook voor

het kwaliteitssysteem!


Zorg kent vele gezichten

VieCuri, Medisch Centrum voor Noord-Limburg

VieCuri is een algemeen opleidingsziekenhuis met twee locaties in Venlo en

Venray met een verzorgings gebied van ongeveer 280.000 inwoners. Patiënten

uit de regio Noord-Limburg kunnen er voor vrijwel alle specialismen terecht.

Binnen VieCuri zetten 133 specialisten met gemiddeld 39 arts-assistenten,

ruim 2500 medewerkers en een groot aantal vrijwilligers zich in voor een

kwalitatief goede behandeling, verzorging en begelei ding van de patiënten.

De ziekenhuisorganisatie beschikt over 569 bedden, waar van 481 op de

locatie Venlo en 88 op de locatie Venray. Zowel in de directe patiënten zorg als

de ondersteunende dienstverlening staat het patiëntgericht handelen voorop.

Wij vinden dat de kwaliteit van zorg afhankelijk is van de manier waarop met

mensen wordt omgegaan. Mensenkennis zien wij als een integraal onderdeel

van vakkundigheid. Voor patiënten en hun naasten, maar ook voor collegae

met wie in de komende jaren de zorg in Noord-Limburg een ander gezicht

wordt gegeven.

Binnen Sector Algemeen Medisch, afdeling Dialyse van VieCuri, Medisch Centrum voor Noord-Limburg

ontstaat een vacature voor een gediplomeerde

Dialyseverpleegkundige (m/v)

20-36 uur per week

De dialyseafdeling van VieCuri, Medisch Centrum voor Noord-Limburg is een veelzijdige afdeling. Niet alleen worden

er alle vormen van hemodialyse en peritoneaal dialyse in het centrum aangeboden, de dialyseafdeling verzorgt ook

alle dialysebehandelingen voor Vitaal Thuisdialyse en Vakantiedialysecentrum Klein Vink te Arcen. Met een missie

die gericht is op kwalitatief goede zorg voor patiënten en medewerkers is er een uitstekend werk- en

ontwikkelklimaat.

Functieprofiel

Voor deze functie gaan onze gedachten uit naar een gediplomeerde dialyseverpleegkundige met recente en relevante

werkervaring. Ben jij de dialyseverpleegkundige die graag samenwerkt met een multidisciplinair team, die ook prima

zelfstandig kan functioneren, die d.m.v. goede communicatie afstemt met collega’s en met coördinerende kwaliteiten

creatief in zijn/haar werk kan zijn, dan moet je zeker naar deze uitdagende betrekking solliciteren.

Arbeidsvoorwaarden:

Salariëring geschiedt volgens de functieschaal 50 tot een maximum van € 2956 bruto per maand op fulltime basis

(salarisniveau 1 april 2007). De verdere arbeidsvoorwaarden zijn conform de CAO-Ziekenhuizen.

Voor nadere informatie kun je telefonisch contact opnemen met Max Gaasbeek, unithoofd Dialyse

(telefoon: 077-320 55 55) of kijk op www.viecuri.nl.

Bij een ruime respons zal een briefselectie onderdeel uitmaken van de procedure.

Sollicitaties:

Je sollicitatiebrief met CV kun je tot 28 juni a.s. richten aan VieCuri Medisch Centrum voor Noord-Limburg,

tav afdeling PO&O, postbus 1926, 5900 BX Venlo. Of mail naar: werken@viecuri.nl

www.viecuri.nl


12

Dialyse & Nefrologie Magazine

Calcium-/fosfaatregulatie:

meer dan renale osteodystrofie

Tekst: Dr. F.M. van der Sande en Dr. J.P. Kooman, internist-nefrologen, afdeling Nierziekten en Transplantatie, Academisch Ziekenhuis

Maastricht.

Inleiding

Hart- en vaatziekten zijn de belangrijkste

oorzaken voor een sterk toegenomen

sterfte bij patiënten met chronische nierinsufficiëntie

(CNI). Bij zowel hemodialyse-

als CAPD-patiënten is het risico van

overlijden in vergelijking met een normale

populatie met een factor 10 tot 20

verhoogd. De verhoogde mortaliteit bij

CNI lijkt onvoldoende verklaard te kunnen

worden door traditionele risicofactoren

als diabetes mellitus, hypertensie,

roken en dyslipidemie. Recent zijn ziekten

van bot- en verstoord mineraalmetabolisme

geïdentificeerd als de belangrijkste

risicofactoren voor de verhoogde

cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit

bij CNI. Er zijn sterke aanwijzingen

dat deze afwijkingen geassocieerd zijn

met veranderingen in de elasticiteit van

het arteriële systeem, cardiovasculaire

calcificaties en cardiovasculaire mortaliteit.

In het verleden werd voor deze afwijkingen

de term renale osteodystrofie

gebruikt, deze term dekt strikt genomen

alleen botafwijkingen en niet de andere

cardiovasculaire ziekten bij CNI. Om die

reden is er een nieuwe allesomvattende

term geïntroduceerd: CKD-MBD; chronic

kidney disease - mineral & bone disorder

(mineraal- en botstofwisselingsziekten

bij chronische nierziekten), een term die

het bredere klinische beeld omschrijft

van systemische ontregeling van mineraal-

en botmetabolisme veroorzaakt

door CNI, en die gekenmerkt wordt door

afwijkingen in bot- en mineraalhuishouding

en/of extra-skeletale (buiten het

bot gelegen) verkalkingen, zoals bijvoorbeeld

calcificaties in de bloedvaten en

het hart.

Naast atherosclerotische laesies (plaquevorming

in de intima van de vaatwand)

is er bij deze patiëntengroep vaak sprake

van arteriosclerose (calcificaties in de

media van de vaatwand) wat een toegenomen

stijfheid van de grotere slagaders

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2

met een afname in rekbaarheid (compliantie)

geeft (figuur 1).

Een tot op heden onderschatte oorzaak,

waar echter de laatste jaren meer en

meer aandacht aan besteed is, is de rol

van een gestoorde calcium-/fosfaathuishouding

in relatie tot het ontstaan en de

toename van zowel atherosclerose als

een toegenomen vaatstijfheid.

Hoe ontstaan

(cardio)vasculaire

calcificaties?

De oorzaak voor de opvallende toename

van calciumneerslagen in de vaatwand

is tot op heden nog niet geheel duidelijk.

Het fenomeen lijkt deels gekoppeld aan

stoornissen in de calcium- en fosfaatstofwisseling

bij nierpatiënten, terwijl in

sommige studies ook een relatie met het

gebruik van calciumhoudende fosfaatbinders

werd gevonden. In-vitro studies

hebben aangetoond dat een verhoogd

fosfaatgehalte de gladde spiercellen

van de vaatwand doet veranderen in

osteoblast-achtige, op bot lijkende

cellen, die daarna mineraliseren en

aanleiding geven voor het ontstaan van

de vaatverkalking. Dit ondersteunt de

later te noemen epidemiologische relatie

tussen verhoogde fosfaatwaarden en

verstoorde compliantie en overleving.

Niet alleen verhoogde fosfaatwaarden

maar ook verhoogde calciumwaarden

blijken een rol van betekenis te spelen

bij calcificaties van aorta en vaatwand.

Het gaat te ver om de mechanismen van

beide in dit artikel te beschrijven maar

calcium en fosfaat dragen zowel onafhankelijk

als synergistisch bij aan het

tot stand komen van de calcificaties. Bij

een verhoogd fosfaat in aanwezigheid

van een licht verhoogd calcium kan er al

een aanmerkelijke verkalking ontstaan.

Resultaten van diverse onderzoeken

hebben laten zien dat de abnormale

calcificatie bij CNI het gevolg is van de

verminderde mogelijkheid van de gladde

spiercellen van de vaatwand om mineralisatie

af te remmen via allerlei cel-af-


hankelijke mechanismen. Een en ander

betekent dat het proces van arteriële

calcificaties, gelijk aan botvorming, een

actief proces is en dat calcium, fosfaat

en de uremie per se, direct het proces

van vaatwandcalcificaties reguleren door

bepaalde eiwitten op de vaatwand met

botvormende activiteit te activeren.

Een andere interessante ontwikkeling is

de studie naar remmers van vaatwandcalcificatie

bij nierpatiënten. Met name

proefdieronderzoek heeft aangewezen

dat dergelijke stoffen (zoals Matrix-Gla

proteïne en fetuïne) een belangrijke

rol kunnen spelen bij de remming van

calciumneerslagen in de vaatwand.

Deze stoffen lijken bij nierpatiënten in

verlaagde concentratie aanwezig te zijn.

Het gevolg van deze verlaagde concentratie

aan ‘calcificatie-remmers’ bij het

optreden van vaatwandafwijkingen in

deze patiëntengroep is echter nog onduidelijk.

Onderzoek hiernaar wordt inmiddels

in diverse centra uitgevoerd en het

is wachten op de eerste resultaten.

Gevolgen van calcificaties

voor de patiënt

Epidemiologisch onderzoek heeft

duidelijk aangetoond dat een verhoogd

fosfaat en calcium-fosfaatproduct (Ca

x P) geassocieerd zijn met een slechte

overleving. In een studie van 40.000

hemodialysepatiënten was een fosfaatgehalte

boven de 1.6 mmol/l geassocieerd

met een toename in de mortaliteit

Dialyse & Nefrologie Magazine

en nam deze laatste progressief toe bij

een verdere verhoging van het fosfaat.

In deze studie was het relatieve risico

op overlijden direct gecorreleerd aan

veranderingen in de calciumwaarden en

steeg het risico op overlijden met 47%

wanneer het serumcalcium toenam van

2.25 mmol/l naar 2.75 mmol/l. Epidemiologische

studies hebben bevestigd

dat cardiovasculaire gebeurtenissen de

belangrijkste oorzaak van overlijden zijn

in aanwezigheid van een verhoogd fosfaat-

en calciumgehalte. Tevens hebben

onderzoeken aangetoond dat er een relatie

is tussen verhoogde fosfaatwaarden

en toegenomen vaatstijfheid, arteriële

calcificaties inclusief calciphylaxis, en

hartklepverkalkingen.

In eerder onderzoek werden de kransslagaders

van relatief jonge dialysepatiënten

onderzocht middels een speciale

CT-scan. Hieruit bleek dat bij 88% van de

patiënten met een leeftijd tussen de 20

en 30 jaar reeds vaatcalcificaties aanwezig

waren (figuur 2). Factoren die bijdragen

aan het ontstaan van calcificaties

zijn met name leeftijd, duur van dialyse,

hoogte van serumfosfaat, hoogte van Ca

x P en de dagelijkse hoeveelheid inname

van calciumhoudende fosfaatbinders.

Zeer opvallend was dat in de groep van

patiënten die opgevolgd werden de

ernst van calcificaties verdubbelde in een

tijdsbestek van gemiddeld 20 maanden.

Uit recenter onderzoek in een groep

van oudere dialysepatiënten blijkt dat

deze ernstige vorm van calcificatie van

de kransslagader aanleiding gaf tot een

toename in het optreden van myocardinfarct

en angina pectoris. Aangetoond is

dat de 5-jaars overleving van een patiënt

met een ernstige vorm van calcificaties

van de arteriële wand 50% lager ligt dan

van een patiënt zonder bovengenoemde

calcificaties.

Tevens is aangetoond dat een toename

van de calcificatie in de vaatwand kan

leiden tot een toegenomen vaatstijfheid

van het arteriële systeem (figuur 3). Dit

resulteert in een toename in systolische

bloeddruk en een verlaagde diastolische

bloeddruk. Dit leidt weer tot toename

in de belasting voor de linkerventrikel,

leidende tot een verdikking van de hartspier

en een verminderde doorbloeding

van de kransslagaders.

Streefwaarden calcium en

fosfaat

Om langetermijneffecten, gelet op het

bovenstaande, te voorkomen dan wel te

vertragen is het dus van groot belang

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2 1


14

Dialyse & Nefrologie Magazine

reeds vroeg in het proces van CNI te

starten met behandeling.

Dit betekent concreet dat er al in stadia

3 (klaring 30-59 ml/min/1.73m 2 ) en 4 (klaring

15-29 ml/min/1.73m 2 ) met behandeling

gestart moet worden. Serumfosfaat

moet tussen de 0.87 mmol/l en 1.49

mmol/l zijn (figuur 4). Indien het fosfaatgehalte

te hoog is, is het advies volgens

de K/DOQI- richtlijnen het dieet aan te

passen dan wel met een fosfaatbinder

te beginnen totdat het fosfaatgehalte

weer binnen de gestelde targets is. Ook

het serumcalcium mag niet hoger zijn

dan de door het laboratorium gestelde

normaalwaarden. Als het serumcalcium

onder de 2.10 mmol/l is wordt geadviseerd

met calciumzouten (bijvoorbeeld

calciumcarbonaat) en/of vitamine D te

starten. Als het serumcalcium boven de

2.54 mmol/l is gekomen dan is het advies

te wisselen naar een niet-calciumhoudende

fosfaatbinder, en vitamine D

dosering te verlagen dan wel te stoppen.

Het Ca x P product moet lager zijn dan

4.44 mmol 2 /l 2 .

Wanneer de patiënt in stadium 5 (klaring


Wie zijn wij:

Wij zijn de dialyseafdeling van het Spaarne Ziekenhuis in Hoofddorp. een middelgroot hoog technologisch ziekenhuis in

een moderne behuizing.

Wij zijn in 2006 gestart met een totaal nieuwe dialyseafdeling en hebben 10 dialysestations.

Binnen enkele jaren willen we uitgroeien tot een dialyseafdeling waar alle vormen van dialyse worden geboden.

Wij zijn een unieke dialyseafdeling met een eigen beleid, een open sfeer en korte communicatielijnen.

Om verder te kunnen groeien en ontwikkelen zoeken wij nieuwe collega’s:

Dialyseverpleegkundigen m/v

Fulltime/parttime (vanaf 28 uur p/week)

Wie zoeken wij:

Wij zoeken collega’s met een diploma specialistische vervolgopleiding dialyseverpleegkundige en een servicegerichte ‘de

klant is koning’ instelling. Recente ervaring op een dialyseafdeling is een pré.

Collega’s met een flexibele instelling die zich willen inzetten om de afdeling te laten groeien en verder te ontwikkelen.

Collega’s die bereid zijn om extra taken op te pakken (geen werkgroepjes).

Collega’s met humor.

Wat bieden wij:

Wij bieden bijzonder goede bijscholingsmogelijkheden waardoor je je kunt ontwikkelen door je te specialiseren binnen een

aandachtsgebied en daarvoor de verantwoordelijkheid te dragen.

Een goede bereikbaarheid, zowel per auto als per openbaar vervoer, en prima parkeervoorzieningen.

Een arbeidsovereenkomst met het Spaarne Ziekenhuis met aantrekkelijke secundaire arbeidsvoorwaarden (o.a. bedrijfsfitness,

fietsproject, spaarloonregeling en Spaarne Collectiviteit)

Een salaris op FWG-niveau 50.

Een aantrekkelijke bonus.

Interesse?

Neem contact op met Gerrit Andela of Henk Jubbinga. telefoonnummer 023-8908983, gandela@transpaarne.nl of hjubbinga@spaarneziekenhuis.nl

Graag ontvangen wij je sollicitatie, onder vermelding van vacaturenummer ZG1/0705/JR.

Onze voorkeur gaat uit naar digitaal solliciteren via WERKENAANHETSPAARNE@spaarneziekenhuis.nl of solliciteer direct

via het online sollicitatieformulier. Schriftelijke sollicitaties met curriculum vitae kunnen worden gericht aan de stafafdeling

Personeel, Organisatie en Opleiding van het Spaarne Ziekenhuis, Postbus 770, 2130 AT HOOFDDORP ter attentie van Désirée

van der Kroon, PO&O, PIT.


NND 2007

16

Dialyse & Nefrologie Magazine

Nederlandse NefrologieDagen 2007

Mega brainstormsessie is

basis voor toekomst

Tekst: Charles André

Het wordt natuurlijk steeds moeilijker om een ledenvergadering op een originele wijze in te vul-

len maar alle aanwezigen bij de algemene ledenvergadering (ALV) van de LVDT (we moeten nog

even wennen aan de V&VN Afdeling Dialyse en Nefrologie) hadden na de ALV een tevreden ge-

voel. Er was actie, humor, er waren vragen, antwoorden en nieuwe vragen. Maar bovenal waren

er ballonnen. Geen proefballonnetjes die werden opgelaten om vervolgens nooit meer weer te

keren maar echte, zo groot als skippyballen om op te schrijven!

Vooruitkijken

Voorafgaand aan de ALV waren er vast

wel een paar bestuursleden die wat

minder geslapen hadden. Immers, op het

forum van de LVDT-website was de discussie

over de contributie nog niet echt

geluwd. De verwachting was dan ook dat

het er wel eens heet aan toe kon gaan

tijdens de vergadering en dat er verbaal

vuurwerk verwacht kon worden. Maar

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2

afgezien van een paar opmerkingen uit

de zaal en een enkele vraag was er eigenlijk

geen aanleiding tot discussie. Door

de korte en bondige samenvatting van

voorzitter Joke Buytelaar werd nog eens

duidelijk dat het bestuur alle fusiestappen

minutieus doorlopen had. Dat alle

leden steeds geïnformeerd zijn over de

volgende stappen en hun mogelijkheden

tot inspraak gehad hebben. En zo werd

op heldere wijze de angel uit het debat

gehaald. De discussie over de fusie en de

daarbij horende contributie is hiermee

voorgoed afgesloten. Vanaf nu gaat het

weer over de toekomst van de vereniging

zo sprak de voorzitter.

ALV

De ALV werd dit jaar aan elkaar gepraat

door Judith de Bruin, bekend van


televisie werd mij ingefluisterd maar nu

een uitstekende gespreksleider die op

ontspannen wijze de vergaderonderdelen

aan elkaar praatte.

Judith begon met het voorstellen van

het bestuur. Het afgelopen jaar zijn er

toch wel enkele wezenlijke veranderingen

geweest waaronder de overdracht

van de voorzittershamer van Lies Janssen

aan Joke Buytelaar en de nieuwe

penningmeester in de persoon van Eric

Smits. Tevens kwam daar nu ook nog een

nieuwe secretaris bij en wel Mirabella

Kroon die het secretariaat overneemt

van WEA te Goes (bedankt Ellen van

Veen!!). Daarnaast neemt ze al het werk

op de voor- en achtergrond van onze onvolprezen

(ex)-secretaris Yvonne de Koter

over. Yvonne nam na vele jaren afscheid

van de vereniging. Een hele kluif voor

Mirabella maar we hebben er het volste

vertrouwen in dat zij dit naar behoren

zal doen.

Ook was er nog de verkiezing van het

nieuwe bestuurslid Suzanne Dingemanse

die zich in het vorige Magazine

al heeft voorgesteld en de terugkeer van

Esther van Wamelen die zich weer met

de herregistratie gaat bezighouden.

Prijzen

Die waren er allereerst voor de dames

Maaike Hengst en Gertie Smeets die de

Roche Award (voor het beste artikel in

het Magazine) in ontvangst mochten

nemen voor hun bijdragen over het omgaan

met de ‘Richtlijn ter ondersteuning

van het omgaan met een vochtbeper-

king’. Naast bloemen en een oorkonde

kregen zij een dinerbon.

Beste abstract

Deze prijs werd dit jaar ook gedeeld en

wel door G. Willems-Hartgers en D. Dekker-Stolk.

G. Willems-Hartgers schreef een abstract

samen met Regine T. Klein Schaarsberg-

Mulder over patiëntenclassificatie op de

dialyseafdeling van het Deventer Ziekenhuis.

Met de snel voortschrijdende veranderingen

en ideeën over de inzet van

personeel kan het middel van patiëntenclassificatie

wel eens op heel korte

termijn een belangrijk managementinstrument

worden bij formatieberekeningen

in de Nederlandse dialysecentra.

Transplantatie

De andere winnende paramedische

abstract kwam van de hand van D.

Dekker-Stolk, Drs. M. van Agteren en Dr.

M.G.H. Betjes, allen verbonden aan de

afdeling hemodialyse van het

Erasmus MC te Rotterdam. Zij

kwamen met het abstract over

de Immunoabsorptietechniek

waarbij je antistoffen van het

ABO-bloedgroepensysteem

wegfiltert om transplantatie van

nieren met een verkeerde bloedgroep

mogelijk te maken. Een

verheugende ontwikkeling die de

mogelijkheden voor transplantatie

weer verruimt en hoezeer dat

nodig is blijkt wel uit de gegevens

van de Stichting Transplantatie,

Dialyse & Nefrologie Magazine

in 2005 schreef Dymphna Dekker een

artikel hierover in het Magazine.

Andere abstracts en lezingen

Zoals elk jaar voert het te ver om de vele

lezingen, discussies en voordrachten er

stuk voor stuk uit te lichten. Gelukkig

worden de beste gekozen door een vakkundige

jury maar ook de publieksprijzen

zijn natuurlijk een goede graadmeter.

Neemt u van ons aan dat de NNDagen

van 2007 uitstekende lezingen, discussies

en voordrachten opleverde maar dat

die van 2008 weer beter zullen zijn. Dit

zou een reden voor u moeten zijn om de

volgende data reeds in uw agenda, PDA

of gewoon in uw geheugen te noteren,

in te voeren of op te slaan.

NND 2008: dinsdag 8 en woensdag 9

april!!!

Tot Ziens!

NND 2007

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2 17


NND 2007

18

Dialyse & Nefrologie Magazine

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2


Voorkom en behandel

ondervoeding bij nierfalen

Renilon. De juiste aanvullende drinkvoeding bij nierfalen.

• Klein volume

• Hoog in energie

• Goede smaak

• Zeer laag fosfaat

• Keuze in eiwitgehalte

Nutricia Nederland B.V., Postbus 1, 2700 MA Zoetermeer

Voor meer informatie: Nutricia Voedingslijn, telefoon 0800 - 022 33 22 (gratis),

e-mail: voedingslijn@nutricia.nl of internet www.nutricia.nl

Renilon. Uitgebalanceerde voeding voor nierpatiënten


NND 2007

20

Dialyse & Nefrologie Magazine

Beste ar tikel in Dialyse

en Nefrologie Magazine

(Voorheen LVDT Magazine) in 2006

Gertie Smeets en Maaike Hengst ontvingen tijdens de Nefrologiedagen de Roche Award, voor

het beste artikel in het Magazine in 2006 over de ‘Richtlijn ter ondersteuning van het omgaan

met een vochtbeperking’. Gertie schreef in Magazine nummer 1 - 2006 over het in de praktijk

toepassen van de richtlijn. Maaike beschreef in nummer 3 – 2006 binnen een case studie de vijf

fases van de richtlijn in het kader van haar opleiding tot nurse practitioner.

Naast bloemen en een oorkonde kregen zij een dinerbon aangeboden door de firma Roche.

Maaike Hengst (li ) en Gertie Smeets

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2


Samen steeds

een stukje verder…

Amgen is het grootste onafhankelijke

biotechnologisch farmaceutisch bedrijf

ter wereld. Met wereldwijd ruim 17.000

mensen helpen we via fundamenteel

onderzoek en klinische studies stukje

voor stukje de puzzel van chronische

ziekten op te lossen. We brengen

samen met specialisten en andere

zorgverleners problemen in kaart en

zoeken naar oplossingen. Dit alles om

patiënten een betere kwaliteit van leven

te geven en als het kan te genezen.

Dat dit allemaal niet van vandaag op

morgen kan, weten we. Maar samen

komen we wel steeds een stukje verder.

Amgen B.V.

Minervum 7061

4817 ZK Breda

www.amgen.nl

Nefrologie


NND 2007

22

Dialyse & Nefrologie Magazine

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2


Over enkele maanden opent het nieuwe dialysecentrum DIAPRIVA haar deuren in Buitenveldert Amsterdam.

Wij zijn daarom op zoek naar gespecialiseerde verpleegkundigen in (hart en) nieren.

Dialyseverpleegkundigen en

Teamleider Hemodialyse

Wie zijn wij?

DIAPRIVA is onderdeel van Cablon Medical b.v. De zorgspecialismen die Cablon Medical bedient zijn Dialyse, Radiologie, Radiotherapie

en Farmacie. DIAPRIVA biedt in nauwe samenwerking met VU medisch centrum Amsterdam kwalitatief hoogstaande

nierfunctie vervangende behandelingen. DIAPRIVA beschikt over ruim 35 hemodialysestations waarvan 15 stations speciaal

ingericht zijn voor nachtelijke centrum dialyse. De kwaliteitsnormen zoals die gehanteerd worden door de stichting Harmonisatie

Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector (HKZ) zijn ons uitgangspunt.

Wie zoeken wij?

Wij zoeken enthousiaste, betrokken en deskundige dialyseverpleegkundigen met verantwoordelijkheidsgevoel en een klantgerichte

instelling. Vind jij het ook belangrijk dat je optimale zorg kunt leveren, meedoet aan ontwikkelingen op de afdeling en

plezier hebt in je werk? Ben je in het bezit van een dialyseaantekening en heb je recente werkervaring op een dialyseafdeling?

Dan zijn wij op zoek naar jou!

Wij zoeken tevens een ervaren dialyseverpleegkundige die verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de verpleegkundige zorgverlening.

Je draagt zorg voor de directe aansturing van de medewerkers op de dialyseafdeling, coacht de medewerkers op de

werkplek en bevordert de samenwerking in het team. Je bent verantwoordelijk voor de operationele planning en je werkt deels

in de uitvoering van de patiëntenzorg mee. Je bent in het bezit van een afgeronde managementopleiding en je hebt aantoonbare

leidinggevende ervaring. Je beschikt over uitstekende communicatieve eigenschappen en je kunt goed organiseren.

Wat bieden wij?

Als je komt werken op de nieuwe afdeling van DIAPRIVA ga je deel uit maken van een jong en enthousiast team waarbij optimale

samenwerking hoog in het vaandel staat. Je werkt met geavanceerde apparatuur en krijgt de mogelijkheid om mee te denken in

patiëntenzorg en beleid. Alle (part-time) dienstverbanden en werktijden zijn bespreekbaar.

Als je teamleider wordt op de nieuwe afdeling van DIAPRIVA ga je leiding geven aan een jong en enthousiast team waarbij optimale

samenwerking hoog in het vaandel staat. DIAPRIVA biedt daarnaast uitstekende secundaire arbeidsvoorwaarden en een

aantrekkelijk salaris passend bij kennis en ervaring.

Meer informatie of solliciteren?

Voor meer informatie kun je contact opnemen met Erica Barkema,

verpleegkundig manager dialyse. Tel: 020-4442665 of 06-10784097

Schriftelijke sollicitaties met CV stuur je voor 15 juni 2007 naar:

E.Y. Barkema, Dialyseafdeling.

De Boelelaan 1117

1081HV Amsterdam


NND 2007

24

Dialyse & Nefrologie Magazine

Nederlandse NefrologieDagen 2007

In cijfers

Deelnemers 2007 2006 2005

Aanwezigen 1359 1379 1260

Commissie 16 17

Sprekers 41 37

Medewerkers 19 17

Afmeldingen 23 18

Dubbel 0 10

On-site 110 96 85

Overnachtingen 550 561 594

Overnachtingen in Geldrop 81 43

Onderverdeling 2007 2006 2005

Verpleegkundige 797 817 729

Technicus 42 42

Diëtist 64 61

Maatschappelijk werker 52 52

Medisch specialist 135 129 132

Geprom. Onderzoeker 36 31

AIO 38 55

Sponsoren 2007 2006 2005

Gratis 4 4 3

Blik 1 1 1

Brons 17 14 16

Zilver 4 5 5

Goud 7 7 6

Platina 4 3 2

Overnachtingen 114 107 81

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2


dia

soft

Diasoft Leusden B.V. is ontwikkelaar van het softwareprogramma

Diamant

een geïntegreerde software oplossing voor de dialyse-afdeling

Diasoft zoekt een

(par t-time)

Engelse ver taler/ster

Voor de vertaling van de documentatie en het programma van het

Diamant 2 softwarepakket van het Nederlands naar het Engels.

• Duur: minstens een half jaar, minimaal 16 uur per week

• Nodig: een uitstekende schriftelijke en mondelinge uitdrukkingsvaardigheid in het Engels

• Ook nodig: vaardigheid met een tekstverwerkingsprogramma

Verder:

• Beloning in overleg

• Na een inwerkperiode is deels thuis werken mogelijk

Voor een indruk van ons bedrijf verwijzen wij naar onze homepage: www.diasoft.nl

Lijkt het je leuk om mee te werken aan dit specifieke softwareprogramma of wil je meer informatie over deze functie, dan kun je

contact opnemen met de heer Jan van den Berge, jan@diasoft.nl, tel. 033-4944460, of schrijf ons een briefje.

Klepelhoek 11 - 3833 GZ Leusden - tel. 033-4944460


26

Dialyse & Nefrologie Magazine

Sondevoeding bij

dialysepatiënten

Tekst: Monique Hoogerwerf, diëtiste, Meander Medisch Centrum Amersfoort

Ondervoeding bij dialysepatiënten komt nog steeds veel voor. Met de introductie van de Subjec-

tive Global Assessment (SGA) op de dialyseafdeling is hier meer aandacht voor gekomen. Maar

het constateren van ondervoeding betekent ook reageren. Als het niet lukt om met gewone

voeding en/of drinkvoeding voldoende voeding binnen te krijgen is een volgende stap het star-

ten van sondevoeding om de ondervoeding tegen te gaan. Verpleging staat hier nog wel eens

huiverig tegenover. Alsof het ethisch niet verantwoord is om sondevoeding te geven. Laat staan

de vragen die we als diëtist krijgen over hoe het dan met de vochtinname zit, het toedienen van

medicijnen en het verdelen van de fosfaatbinders. Tijd voor een artikel hierover.

Waarom sondevoeding

We weten allemaal dat de eiwitbehoefte

bij ziekte en ook bij dialyse hoger ligt

dan normaal. Als een dialysepatiënt

niet voldoende eiwitten kan eten wordt

zijn spiermassa er op aangesproken en

wordt de patiënt zwakker en slapper. De

diëtist heeft allerlei tips en trucs om met

gewone voeding meer eiwitten binnen

te krijgen. Als dit niet meer gaat kan er

drinkvoeding voorgeschreven worden.

Deze is er in verschillende varianten met

een verschillend eiwit-, energie-, vocht-,

kalium- en fosfaatgehalte, dus een goede

keuze hierin is belangrijk. Als ook dit niet

gaat zou er overgegaan kunnen worden

op gehele of gedeeltelijke sondevoeding

om toch in de eiwit- en energiebehoefte

te kunnen voorzien. Vaak is het starten

van sondevoeding een klinische aangelegenheid

i.v.m. extra ziekte bij dialyse

waarbij minder of bijna geheel niet meer

gegeten wordt. Het starten en geven van

sondevoeding maakt onderdeel uit van

de gehele behandeling.

Toch zou ook in de poliklinische setting

het starten van sondevoeding geïnitieerd

moeten worden als de patiënt niet

kan voldoen aan zijn eiwit- en energiebehoefte.

De keus wordt hierbij echter

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2

vaak bij de patiënt zelf neergelegd maar

uitleg over de nadelen van het niet starten

van sondevoeding is zeker nodig. Het

wel of niet starten van sondevoeding

kan een behoorlijke invloed hebben op

de kwaliteit van leven.

Sondevoeding en vocht

Als iemand helemaal niet meer eet

staat het starten van sondevoeding niet

ter discussie tenzij er een abstinerend

beleid is afgesproken. De sondevoeding

is bij niet eten een compensatie van het

gewone eten en wordt in een volledige

hoeveelheid gegeven. Vast voedsel levert

ook vocht die we bij dialyse niet rekenen,

omdat we dat wegstrepen tegen het

vochtverlies met zweten en spijsvertering.

Met het geven van sondevoeding

ter compensatie van gewoon eten hebben

we dus meer ruimte qua vochtinname

en hoeft de sondevoeding niet als

puur drinkvocht gezien te worden.

Als iemand nog wel eet, maar het is

onvoldoende wordt het vochtverhaal

theoretisch wat lastiger. Als de eetlust

is verminderd wordt door de patiënt het

brood vaak vervangen door pap o.i.d. wat

al iets meer vocht met zich meebrengt.

Als aanvulling kan nachtelijke sondevoe-

ding worden voorgeschreven. Dit wordt

vaak wel als puur vocht gezien waardoor

de patiënt alleen nog wat mag drinken

voor de troost. Natuurlijk is het goed de

vochtintake goed in de gaten te houden,

maar waar aan wordt voorbijgegaan is

dat sondevoeding en pap ook gewoon

voeding is die hard nodig is om de patiënt

in conditie te houden. Belangrijk is

de interdialytische gewichtstoename in

de gaten te houden en evt. extra te dialyseren

als de vochtinname met voeding

te groot is. In de praktijk valt het extra

moeten dialyseren bij sondevoeding erg

mee, wat aan kan geven dat het met de

compensatie wel goed zit.

Soorten sondevoeding

Net als dat drinkvoeding in verschillende

varianten en samenstellingen verkrijgbaar

is geldt dat ook voor sondevoeding.

Bij het voorschrijven van de soort en

hoeveelheid sondevoeding moet goed

gekeken worden naar de individuele eiwit-

en energiebehoefte en de bloeduitslagen

wat betreft kalium en fosfaat. Een

dialysepatiënt die met een pneumonie

is opgenomen heeft bijvoorbeeld meer

eiwit nodig dan een dialysepatiënt die

is afgevallen door een actievere leefstijl.


Verder is de eiwitrichtlijn gericht op het

gewicht van de patiënt.

Meestal wordt er gekozen voor een

geconcentreerde sondevoeding om met

zo weinig mogelijk vocht toch in de voedingsbehoefte

te kunnen voorzien. Soms

kom je hier qua eiwitinname echter niet

mee uit en zijn extra maatregelen nodig,

bijvoorbeeld extra eiwitrijke drinkvoeding

via de sonde of toch kiezen voor een

sondevoeding met meer eiwit en meer

vocht.

De geconcentreerde sondevoedingen zijn

al arm aan natrium, kalium en fosfaat,

zodat ze voldoen aan de voedingsrichtlijnen

die gelden bij dialyse.

Sondevoeding en medicijnen

Het is altijd het beste om medicijnen

oraal in te blijven nemen. Als dit niet mogelijk

is, kunnen ze via de sonde worden

toegediend. Bestaat het medicijn niet in

vloeibare vorm of als zetpil, vraag dan of

de apotheker de medicijnen in poedervorm

kan leveren. Het wordt afgeraden

om de tabletten zelf fijn te maken. De

werking van de medicijnen kan dan

verminderen of veranderen. Medicijnen

mogen ook niet met de sondevoeding

vermengd worden. Medicijnen kunnen

in opgeloste vorm met een spuit, via het

y-stuk op het toedieningssysteem of de

pompset, worden toegediend. Belangrijk

is de sonde weer schoon te spoelen met

water.

In de praktijk wordt nogal eens gezien

dat het fosfaatgehalte zakt bij patiënten

die sondevoeding krijgen. Dit kan te

maken hebben met het feit dat de sondevoeding

minder fosfaat bevat en het

aantal fosfaatbinders niet is aangepast.

Ook kan het zakken van het fosfaatgehalte

met het ‘refeeding syndroom’ te

maken hebben.

Hiermee wordt bedoeld het brede scala

aan complicaties

dat kan ontstaan als

gevolg van metabole

en functionele veranderingen

na starten

van volledige voeding

bij ernstig ondervoede

patiënten. Gelukkig wordt

bij dialysepatiënten het

fosfaatgehalte in het bloed

regelmatig gecontroleerd

waardoor

fosfaatbinders

evt. verminderd of

gestopt kunnen worden of fosfaat extra

kan worden toegediend.

Niet starten van

sondevoeding

Het niet starten van sondevoeding kan

ook een keuze zijn. Als er een abstinerend

beleid is afgesproken heeft voeden

ook

geen

zin meer.

De patiënt kan

het ook zelf verkiezen om

niet met een sonde gevoed te worden. Er

wordt nogal eens tegen het starten van

sondevoeding opgezien omdat je dan

toch met een slang in je neus rondloopt.

Het poliklinisch starten van sondevoeding

vraagt ook wat meer geregel

omdat de voeding voor thuis geregeld

moet worden en thuiszorg ingeschakeld

moet worden. Het is aan de diëtist maar

ook aan het gehele dialyseteam om de

patiënt duidelijk te maken waarom het

starten van sondevoeding geadviseerd

wordt en evt. drempels van de patiënt

hierin bespreekbaar te maken. De

patiënt geeft echter zijn eigen behandelingsgrens

aan en kan om die reden

sondevoeding weigeren. Dat moeten we

dan als team ook respecteren.

Sondevoeding is in mijn ogen geen hon-

Dialyse & Nefrologie Magazine

denbaan maar de patiënt die het moet

ondergaan kan daar heel anders over

denken.

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2 27


28

Dialyse & Nefrologie Magazine

Landelijke Exper tgroep

Nefrologie Nederland (LEN N)

Tekst: Maaike Hengst en Jacqueline Knoll, nurse practitioners en lid van het dagelijks bestuur van LENN

Sinds 1997 zijn er binnen de gezondheidszorg in Nederland nieuwe professionals werkzaam,

nurse practitioners (NP). NP-ers zijn gespecialiseerde verpleegkundigen die een tweejarige

masteropleiding hebben gevolgd aan één van de hogescholen in Nederland. Zij zijn werkzaam

binnen zowel het verpleegkundige als het medische domein. Binnen de nefrologie en dialyse

komen steeds meer NP-ers te werken.

Door de inzet van de

NP-functie op dialyseafdelingen

en predialyse-

en transplantatiepoliklinieken

kan men de patiëntenzorg optimaliseren

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2

met verschillende resultaatgebieden,

namelijk: coördinatie van behandelings-

en zorgprogramma’s, kwaliteitsborging

van het behandelings- en zorgproces,

onderzoek en onderwijs.

Ontstaan van LENN

Door de groei van het aantal NP-ers binnen

de nefrologie ontstond in 2006 de

vraag om samen te komen en kennis te

delen. Tijdens de Nederlandse Nefro-


logiedagen van 2006 vond een eerste

oriënterende bijeenkomst plaats.

Deze bijeenkomst trok echter niet alleen

NP-ers maar ook zorg- en verplegingswetenschappers.

Er bleek behoefte te bestaan aan samenwerking

tussen deze groepen. In november

2006 werd een “creatieve denkdag”

georganiseerd o.l.v. Erik op ten Berg van

Pioenconsult om ideeën en plannen te

concretiseren. Er vonden gesprekken

plaats met het bestuur van V&VN Dialyse

en Nefrologie over de positie van de

groep binnen de beroepsvereniging.

Dit resulteerde in de oprichting van de

Landelijke Expertgroep Nefrologie Nederland

(LENN).

De LENN werd geïntroduceerd tijdens

de NND van 2007. Momenteel heeft de

LENN 24 leden: 18 nurse practitioners, 5

zorg- en verplegingwetenschappers en 1

bachelor in management.

Doel

Het uitgangspunt van de LENN is praktische

en wetenschappelijke kennis te

delen en te bundelen met de doelstelling

de huidige kwaliteit van de (verpleegkundige)

nefrologische zorg te verbeteren.

De LENN wil een aanzet geven tot

vernieuwende zorg die leidt tot nieuwe

inzichten. Met behulp van Evidence

Based Practice (wetenschappelijk onderzoek)

maar ook middels Best Practice

(het onderzoeken van de best mogelijke

praktijkvoering) kan de nefrologische

brug tussen cure en care verder gebouwd

worden.

De LENN wil haar kennis gaan delen met

de leden van de V&VN Dialyse en Nefrologie

middels een rubriek in het Magazine,

een eigen website, presentaties op

de NND en het geven van workshops.

De LENN moet laagdrempelig en voor

iedereen te benaderen zijn.

Organisatie van LENN

Er is een dagelijks bestuur (DB) gevormd

dat het komende jaar LENN zal gaan

vormgeven.

De leden van de LENN zullen twee keer

per jaar bij elkaar komen voor intervisie,

scholing en om actuele ontwikkelingen

binnen de nefrologie te bespreken.

Activiteiten

De leden van de LENN hebben een activiteitenplan

ontwikkeld dat door het DB

verder vormgegeven gaat worden.

De belangrijkste activiteiten zijn:

Dialyse & Nefrologie Magazine

• het opzetten van een interne organisatiestructuur;

• het schrijven van een vaste rubriek in

het Magazine. Hierin zal, onder andere,

door één van de leden van de LENN

een wetenschappelijk artikel worden

besproken. De toepasbaarheid van het

artikel in de praktijk wordt hieraan

gekoppeld. Tevens zal er aandacht zijn

voor praktijkverhalen c.q. casuïstiek uit

de praktijk van de nurse practitioner;

• het ontwikkelen van een website

(onderdeel van www.lvdt.nl ). Op

deze website vind je informatie

over de leden van de LENN en hun

aandachtsgebied(en), activiteiten, een

forum en een databank van artikelen

en onderzoeken;

• het creëren en verbreden van het

netwerk. Er zal contact worden gelegd

met verschillende organisaties zoals

de Nederlandse federatie voor Nefrologie,

Nierstichting Nederland, Nierpatiënten

Vereniging Nederland en het

Hans Mak Instituut.

Kortom, jullie zullen in de toekomst meer

van de LENN “horen”.

Informatie m.b.t. de LENN :

j.knoll@cukz.umcn.nl

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2 29


Column The Naked Nurse

0

Dialyse & Nefrologie Magazine

Ben jij er klaar voor?

Nou, het gaat er eindelijk eens van komen.

Die dingen zijn er al jaren. Ik heb er zelfs drie

ongebruikt in de kast liggen. Mijn kind van

negen moet ik het al zien doen.

Voorzichtig druk ik vier keer de zeven in voor een s maar ik krijg

meer dan een s.

School staat er maar dat wil ik helemaal niet; drie keer de drie

levert me een slak op en na drie keer een vijf staat er opeens

sloerie. Wat nou sloerie, opzouten en snel een beetje, uit dat

ding. Drie tellen op het rode telefoonhoornknopje en klaar is

Kees. Dat weet ik dan weer wel

(daar zijn dialysemachines ook gevoelig voor).

Slome manier van communiceren hoor, die sms’jes. Althans, voor

mij dan. Een collega van me heeft er 1000 per maand bij haar

abonnement. Dat zou voor mij een complete maandvulling

betekenen; wat is de zin van het bestaan?

Laatst had ik er een bij me, gewoon om te bellen en wat denk je?

Beltegoed verlopen… Daar zakt je broek toch van af of niet?

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2

’s Avonds tijdens het bevrijdingsfestival (aanrader voor volgend

jaar!) liep ik langs een dance-podium en het is echt waar: acht

van de tien mensen zijn bezig met hun apparaat. Je kunt ze herkennen

aan hun lichtgevende schermpjes. De een is erin aan het

lullen, de volgende drukt als een bezetene op de knopjes en de

ander houdt hem boven zijn hoofd en gebruikt hem als camera.

Ik voel me opeens zo oud worden.

Vroeger stak je gewoon een sigaret op als je jezelf geen houding

wist te geven of als je ergens bij wilde horen. Nou is dat natuurlijk

niet zo gezond maar die mobieltjes warmen de aarde weer

op, hoorde ik op het journaal.

Hoe het ook zij, tijdens de jaarvergadering was gezegd dat sommigen

het een goed idee zouden vinden (niet het bestuur hoor)

als er een sms-alert was voor bijvoorbeeld een volgende fusie

(haha) of voor vergaderingen. Belachelijk natuurlijk.

Het blijft wel een aardig thema voor een klinische les: het hoe en

waarom van de sms.


Relax!

Eindelijk een PD cycler

waarbij u kunt slapen

Bij Gambro weten we dat een goede nachtrust belangrijk is.

daarom hebben wij een cycler die licht, eenvoudig in gebruik,

maar bovenal, stil is.

Slaap lekker.

Leven met Gambro PD

Gambro-Hospal b.v. Postbus 2169 4800 CD Breda 088-1426200


De Nederlandse NefrologieDagen zijn inmiddels

voorbij en voor mij als keymember van de

EDTNA/ERCA zijn de voorbereidingen voor de

conferentie in Florence alweer begonnen.

Tijdens de Nefrologiedagen vertegenwoordigde ik de EDTNA/

ERCA en ik heb er diverse mensen ontmoet en gesproken. Wat

mij opvalt is dat de meeste mensen niet goed weten waar de

EDTNA/ERCA voor staat. De meerderheid denkt dat de EDTNA/

ERCA alleen een leuk congresje in het buitenland is. Maar het is

veel meer dan alleen een congres!

Interest Group Social Work

Tijdens de Nefrologiedagen ontmoette ik ook

Madelon Kleingeld. Madelon werkt sinds 10 jaar als

maatschappelijk werkster in het Wilhelmina Kinderziekenhuis.

Madelon vertelt dat zij 5 jaar geleden lid is

geworden van de EDTNA/ERCA. Op mijn vraag waarom

zij destijds lid is geworden antwoordt Madelon:

“De EDTNA/ERCA is een multidisciplinaire organisatie

waarbij iedereen hetzelfde doel heeft, de zorg voor de

nierpatiënt, en elke discipline zijn steentje kan bijdragen.

Samenwerking op psychisch, sociaal en lichame-

Madelon Kleingeld

lijk gebied is van essentieel belang om een goede zorg

te verlenen! De vereniging is internationaal waardoor

“kruisbestuiving” met andere landen ontstaat en we daardoor

van elkaar kunnen leren.”

Madelon vertelt dat zij voorzitter is van de Interest Group Social

Work. Interest Groups van de EDTNA/ERCA bestaan uit vrijwilligers

uit diverse landen en zijn actief betrokken bij actuele

ontwikkelingen en gezamenlijke problematiek in de nefrologische

zorg.

De Interest Group Social Work bestaat uit 3 leden:

Madelon Kleingeld uit Nederland

Nurith Blumental uit Israël

Werner de Ruijter uit Nederland.

2

Dialyse & Nefrologie Magazine

EDTNA /ERCA is meer dan

alleen een leuk congresje

in het buitenland!

Tekst: Els Westerhof

In het verleden heeft de Interest Group een psycho-sociaal handboek

geschreven. Dit handboek is geschikt voor alle disciplines

die betrokken zijn bij de zorg rondom de nefrologische patiënt.

Voor degenen die geïnteresseerd zijn in dit handboek: het is

gratis op te vragen door EDTNA-/ERCA-leden.

Op dit moment is de Interest Group bezig met het opstellen van

kwaliteitsstandaarden voor maatschappelijk werk op Europees

niveau. Daarnaast is de Interest Group bezig met een taakomschrijving

van maatschappelijk werk.

Een enthousiaste Madelon vertelt dat de Interest Group voor het

congres in Florence o.a. een boeiende workshop georganiseerd

heeft over ‘Violence and Agression’ vanuit het perspectief van de

professionals en de patiënt.

@-membership

Tijdens de Nefrologiedagen heb ik vaak de reactie gekregen dat

het lidmaatschap van de EDTNA/ERCA duur is. Deze column

biedt mij meteen de mogelijkheid om iedereen te attenderen

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2

op een nieuw

lidmaatschap: het

@-lidmaatschap van € 40,-. Het enige verschil met het ‘normale’

lidmaatschap is dat de Nieuwsbrief en Journal niet in papiervorm

maar digitaal te verkrijgen zijn. Ook de EDTNA/ERCA gaat

met de huidige digitale wereld mee.

Florence

De 36e EDTNA/ERCA Internationale Conferentie wordt van 15 tot

18 september 2007 in Florence gehouden. Dit jaar zijn er ca. 291

abstracts uit 33 landen ingezonden, dat is een stijging van 33%

ten opzichte van vorig jaar. De kwaliteit van de inzendingen was

hoog en om zoveel mogelijk abstracts op te nemen in het programma

is het aantal posterpresentatie dit jaar vergroot. Vanuit

Nederland zijn 9 abstracts ingezonden waarvan 5 abstracts

geaccepteerd zijn:

• Susan Rogers uit het AMC: “The successful outcome of pregnancy

for a haemodialysis patiënt”

• Karin Ipema uit het DCG: “Influence of daily nocturnal hemodialyses

on food preference”

• Lyda Engelsman van het Hans Mak Instituut: “Subjective

global assessment of nutritional status is strongly associated

with timedependent mortality in chronic dialysis patiënts”

• Helga Schrijvers van het Hans Mak instituut: “A self-related

health question predicts mortality in dialysis patiënt”

• Lucia ten Brinke van het Hans Mak instituut: “Disordered

mineral metabolism is associated with more muscle and skin

complaints in dialysis patiënt”.

Ik wens hen veel succes met hun presentaties in Florence!

EDTNA-review

Natuurlijk begrijp ik dat het niet voor iedereen weggelegd is

om naar Florence te gaan. Samen met Amgen ben ik voor in

november een EDTNA-review aan het organiseren. Er zullen 2

bijeenkomsten georganiseerd worden op 2 verschillende locaties

centraal in Nederland. Onder de deelnemers zullen een @-lidmaatschap

en een deelname aan het EDTNA-congres in 2008

verloot worden. Meer informatie hierover volgt!

Ontwikkelingen

Er zijn nog veel meer ontwikkelingen op Europees niveau: het

ontwikkelen van Europese competenties voor dialyseverpleegkundigen,

een Europees dialysehandboek, verschillende databases,

etc. Zoveel dat ik hierover al een groot deel van het Magazine

vol kan schrijven. Maar hierover in het volgende Magazine meer.

Als je niet tot dan kunt wachten, ga naar www.edtnaerca.org

om de website te bezoeken.

Het website-adres van de EDTNA/ERCA is gewijzigd!

Els

Keymember EDTNA/ERCA

e.w.westerhof@int.umcg.nl


Dialyse op twee locaties

…waar water stroomt!

De dialyseafdeling van het Laurentius Ziekenhuis is een ultramoderne afdeling waar dagelijks tientallen patiënten gedialyseerd

worden. Sinds begin dit jaar zijn onze activiteiten uitgebreid met vakantiedialyses in het Vakantiedialysecentrum Weerterbergen,

gesitueerd op het Vakantiepark Weerterbergen. In dit centrum wordt bij toerbeurt gewerkt door onze dialyseverpleegkundigen.

Op dit moment zijn wij op zoek naar:

Dialyseverpleegkundigen m/v

Wie bieden een arbeidsovereenkomst aan voor onbepaalde tijd.

Wat wordt er van je verwacht?

Naast het uitvoeren van de voorhanden zijnde therapieën is een belangrijke taak het voorlichten, begeleiden en instrueren van

therapie-afhankelijke patiënten. Ook coördinatie van de zorg bij de dialysepatiënt behoort tot de taken. Verder stel je werkvoorschriften

en verpleegplannen op en verricht je bijbehorende administratieve werkzaamheden.

Wat heb je te bieden?

• Je bent in het bezit van een verpleegkundig diploma A of HBO-V aangevuld met de opleiding

Dialyseverpleegkundige;

• Je hebt ervaring in het vakgebied;

• Je bent in staat zowel zelfstandig als in teamverband te werken;

• Je bent vindingrijk en kunt improviseren;

• Je bent stressbestendig, integer en assertief en kan met veranderingen omgaan;

• Je hebt je vak bijgehouden conform het herregistratiereglement V&VN Dialyse en Nefrologie, voorheen LVDT.

Wat hebben wij te bieden?

• Een afdeling waar de patiënt en de kwaliteit van zorg centraal staan;

• Een enthousiast en gemotiveerd multidisciplinair team;

• Een uitstekend leer- en werkklimaat met veel ruimte voor ontplooiing;

• Een na- en bijscholingsbeleid waardoor je kennis actueel blijft.

Arbeidsvoorwaarden:

De arbeidsvoorwaarden zijn conform de CAO-Ziekenhuizen. De salariëring vindt plaats in functiegroep 50.

Informatie en sollicitatie:

Informatie kan worden ingewonnen bij René Tollenaar afdelingsmanager dialyse/nefrologie, telefoonnummer 0475-382146. Uw

schriftelijke sollicitatie kunt U, binnen 14 dagen, richten aan de stafdienst PO&O t.a.v. Laura Hellebrekers, sectoradviseur P&O.

Een assessment kan onderdeel uitmaken van de sollicitatieprocedure.


4

Dialyse & Nefrologie Magazine

Vakantiedialysecentrum Weerterbergen

Dialyse in een sfeer vol centru

Vakantiedialysecentrum Weerterbergen werd op 31 maart jl. officieel geopend door de gezond-

heidswethouders van de Gemeenten Weert en Roermond. Het centrum ligt op Vakantiepark

Weerterbergen, eigendom van RP Holidays en wordt gerund door verpleegkundigen en artsen

van het Laurentius Ziekenhuis Roermond.

Locatiemanager Anne

Delissen was ruim 25 jaar

geleden ook al betrokken

bij het opzetten van de dialyseafdeling

in het Laurentius Ziekenhuis en nu vanaf

het eerste begin bij het Vakantiedialysecentrum

Weerterbergen. ”Toen de

plannen bekend werden heb ik meteen

aangegeven dat ik er wel wilde werken.

Ik had er zin in om nog eens iets nieuws

te beginnen. Ik heb ook echt mijn stempel

kunnen drukken op de inrichting

en de sfeer.” Het resultaat mag er zijn,

het centrum oogt warm en sfeervol en

uiteraard ook functioneel. De eerste patiënten

werden in januari gedialyseerd,

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2

inmiddels, bijna vijf maanden later, zijn

alle zes stoelen bezet. “We overwegen

al uitbreiding”, vertelt Anne Delissen. “In

dit centrum worden niet alleen patiënten

gedialyseerd die met vakantie zijn

maar ook mensen die hier in de buurt

wonen. Voorheen moesten die naar onze

afdeling in Roermond en nu kunnen ze

ook hier terecht. Veel dichterbij en in een

mooiere omgeving. Maar ook de vakantiedialysepatiënten

weten ons al goed te

vinden.”

In het vakantiedialysecentrum zijn op

dit moment zes dialyseplaatsen. De

dienstverlening ten behoeve van deze

patiënten is precies hetzelfde als in het

ziekenhuis. Op vrijdag is internist/nefroloog

dokter Wim Grave in het centrum

aanwezig en op alle dialysedagen zijn

er standaard twee verpleegkundigen

beschikbaar. Anne Delissen is er als locatiemanager

altijd, de andere post wordt

bij toerbeurt ingevuld door verpleegkundigen

van de dialyseafdeling van het

Laurentius Ziekenhuis. “Je merkt al dat de

verpleegkundigen hier graag werken, in

deze mooie en rustige omgeving. Ook de

patiënten beleven de dialyse anders dan

in een ziekenhuisomgeving. Dat geldt

zeker voor de vakantiepatiënten, die

wisselen ook ervaringen uit, bijvoorbeeld

over wat er te doen is in de omgeving.

Ze kunnen lekker naar buiten kijken en

genieten van de spelende kinderen en

de mensen die langskomen op weg naar

het zwembad. Uiteraard hebben we bij

iedere stoel ook een eigen televisie en

een radio.”

Er wordt op dit moment gedialyseerd op

maandag, woensdag en vrijdag en dan

zijn alle stoelen bezet. Er kan dus nog

worden uitgebreid in dialysedagen maar

het centrum biedt ook nog ruimte voor

zes extra plaatsen. “De stoelen daarvoor

en de dialyseapparatuur zijn al besteld”

vertelt Anne Delissen. “We merken dat

na de publiciteit rondom de opening ook

het aantal vakantiedialyses begint toe te

nemen.”

Verder zijn er plannen voor nachtdialyses,

daar zijn vier kamers voor beschikbaar

en voor peritonaal dialyses, daartoe

zou in het centrum een polikliniek


Dialyse & Nefrologie Magazine

m en een bosrijke omgeving

kunnen worden opgezet. Het streven is

om uiteindelijk 400 dialyses per jaar te

realiseren.

Aanmelden

Het aanmelden van vakantiedialysepatiënten

loopt via het Laurentius Ziekenhuis

(tel.nr.: 0475 - 382144). Daar moeten

mensen aangeven wanneer ze willen

komen en hoe vaak ze gedialyseerd

moeten worden. “In principe hebben we

altijd plaats, we zijn het hele jaar open

en mochten we in Weerterbergen geen

plaats hebben, dan hebben we in elk

geval plaats op de afdeling in Roermond.

Overigens hoeven mensen hun vakantie

niet op het Vakantiepark Weerterbergen

door te brengen om hier gedialyseerd

te kunnen worden, in die keuze zijn

ze volledig vrij” aldus Anne Delissen.

Zes weken voor aankomst ontvangen

patiënten een informatiemap inclusief

overdrachtformulieren, die ze drie weken

voor aanvang van de dialyse terug moeten

sturen. Voor algemene informatie

over het Dialysecentrum Weerterbergen

kunt u bellen met Anne Delissen, tel.nr.:

0495 - 456400.

Omgeving

Het Vakantiedialysecentrum Weerterbergen

ligt in een mooie bosrijke

omgeving in Midden-Limburg tussen

de Weerter en Budeler bergen in. Er zijn

uitgestrekte bossen, zandverstuivingen

en heidevelden. Het Vakantiepark biedt

een subtropisch zwemparadijs, gezellige

restaurants en een speelparadijs voor

de kinderen. Gastronomisch België ligt

vlakbij en op korte afstand zijn er tal van

dagattracties te vinden, zoals de steden

Weert, Roermond, Eindhoven, Thorn en

Maastricht, attractiepark de Efteling in

Kaatsheuvel, dierentuinen in Eindhoven

en Kerkrade en tal van fiets- en wandelroutes

in de omgeving.

Bram Rouw

“Ik ga graag op vakantie”

Voor dialysepatiënt Bram Rouw uit

Zeeland is het vakantiedialysecentrum

een uitkomst. “Ik ga graag met vakantie,

ook al kan ik niet meer zo goed lopen. Ik

ben hier nu met mijn zoon en zijn gezin

en het bevalt me prima. Zij regelen het

dagprogramma en houden rekening met

mijn dialysebehandelingen. Ik ben ook

al vaker meegeweest met reizen van de

Nierstichting, dat is me bijna altijd goed

bevallen. Ik ben ook wel eens teruggebracht

met een longontsteking en ik heb

zelfs al eens een hartstilstand gehad op

vakantie, tja, dan heb je natuurlijk pech.

Maar ik ben altijd heel goed opgevangen

en behandeld. Ik ben vrijdag begonnen

hier met de dialyse en dan vandaag

(maandag) en woensdag nog een keer

en vrijdag ga ik weer naar huis. Het is

jammer dat het weer nu niet zo meezit

maar daar kan niemand wat aan doen.

Ik weet zeker dat er ook voor dit centrum

veel belangstelling zal zijn, want het is nu

al algemeen bekend onder nierpatiënten

dat dit centrum er is en dat alles hier

prima geregeld is.”

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2


6

Dialyse & Nefrologie Magazine

Dialyse bij volwassenen en kinderen:

een wereld van verschil

Tekst: Sofia Kneppers, dialyseverpleegkundige Wilhelmina Kinderziekenhuis, Utrecht

Sofia Kneppers heeft ruim 15 jaar ervaring als verpleegkundige in de dialysezorg voor volwasse-

nen en heeft in verschillende centra gewerkt waaronder een Diatel en een ziekenhuisdialyseaf-

deling. Een half jaar geleden heeft ze de overstap gemaakt naar de kinderdialyse in het Wilhel-

mina Kinderziekenhuis (WKZ) in Utrecht, een onderdeel van het Universitair Medisch Centrum

Utrecht. Het dialysecentrum in het WKZ is het enige kinderdialysecentrum in Nederland dat in

een kinderziekenhuis is gevestigd, andere kinderdialysecentra zijn een onderafdeling van de

dialysecentra voor volwassenen.

De dialysezorg bij kinderen

was voor mij heel

anders dan al die jaren

bij de dialysezorg voor volwassenen. In

dit artikel wil ik die verschillen weergeven

en tevens een idee geven over hoe

de zorg en de sfeer bij de dialyse voor

volwassenen zou kunnen verbeteren met

een andere benadering, een benadering

die bij de kinderen vanzelfsprekend is.

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2

Activiteit

Petra, 17 jaar, wordt al jaren gedialyseerd

en heeft een uitgebreide geschiedenis

van complicaties. Ze komt tegen tien uur

op de afdeling, iedereen is aan het werk

en ze begint te gillen: “mensen, mensen

allemaal luisteren, hé, hé, jij ook! Ik heb

heel goed nieuws!” Iedereen stopt met

werken en gaat om haar heen staan. Petra

roept: “mijn lijn gaat eruit!” Iedereen

lacht en begint te klappen.

Dit illustreert hoe actief en enthousiast

kinderen zijn. Dat is wat me het meeste

opviel: hoe actief de kinderen waren

vergeleken met de volwassenen en wat

de kinderen allemaal doen tijdens een

dialyse. Om te beginnen met de binnenkomst.

Ik was gewend bij volwassenen

dat ze zo snel mogelijk na binnenkomst

aangesloten wilden worden en vaak ook

geprikkeld waren als dat niet snel genoeg

ging of anderen voorgingen. Soms

was dat zelfs onredelijk en ondanks dat

we de structuur aanpasten door vaste

tijden en duidelijker schema’s zodat

ieder op zijn eigen tijd geholpen werd,

bleef er veel onvrede. Als kinderen binnenkomen,

gaan ze meteen wat doen

zoals spelen, de radio hard aanzetten,

wat dansen met elkaar of met elkaar

kletsen. Er heerst een opgewekte sfeer.

Veel kinderen komen van ver en hebben

vaak al meerdere uren in een taxi gezeten.

Je moet ze vaak aansporen om zich

klaar te maken voor de dialyse; handen

wassen, wegen en de stoel in. Ik heb

nooit gehoord wat ik vaak bij volwassenen,

soms bijna verwijtend, hoorde “ik

was het eerste binnen en wil nu gelijk

aangesloten worden”. Dat bepaalde vaak

de sfeer van onvrede in het begin van de

dag. Ik heb dat in meerdere centra voor

volwassenen gemerkt en daarom viel het

verschil me zo op bij de kinderen.

Prikken

Het aanprikken van de shunt is bij kinderen

veel heftiger dan bij volwassenen.

Kinderen zitten vaak heel gespannen

op de prik te wachten. Opvallend is dat

ze alles willen zien en soms ook mee

willen beslissen waar geprikt wordt. Als

het prikken pijn doet kunnen ze de hele

zaal bij elkaar gillen. Dat verraste me

en ook dat kinderen heel direct kunnen

zeggen, “jij doet me pijn, ik wil jou niet

meer”. Dat was voor een ervaren prikker

als ikzelf ben wel even slikken. Een steun

bij het prikken is vaak de pedagogisch

medewerker. Zij houdt de hand van het

kind vast en praat met het kind en ik was

ervan onder de indruk hoe goed zij die

kinderen over die angst en soms ook de


pijn heen kon helpen. Bij volwassenen

was ik gewend om veel sneller te werken

en hoewel sommigen angstig waren

werd dat meer als gegeven aangenomen

dan dat er wat mee gedaan werd. Terwijl

ik soms hoorde dat patiënten van de

angst voor het prikken slapeloze nachten

hadden.

De dialysetijd

Opvallend is de structuur tijdens de

dialyse. De meeste kinderen komen driemaal

per week vier uur dialyseren. Na

het aansluiten, rond negen uur, gaan ze

eten en de bedoeling is dat ze gezamenlijk

eten, net als in een gezin. Dan krijgen

ze ook hun medicijnen. Na het eten

komt de leerkracht, want de leerplicht

geldt ook voor de dialyseafdeling. De

kinderen stappen dan uit de dialysestoel

en gaan aan een schoolbank zitten, het

gordijntje tussen de kinderen gaat dicht

en er wordt serieus gewerkt. De kinderen

die nog niet leerplichtig zijn gaan

spelen onder leiding van de pedagogisch

medewerker. Er wordt een speelmat op

de grond gelegd en de kleintjes gaan

daarop spelen met duplo, zand, klei,

water, etc. De bloedlijnen zitten met

een gesp op hun kleren vastgeklemd.

Soms is een tuigje nodig voor kleintjes

die ‘achter de bal aan willen rennen’. Na

de les is er speeltijd en mogen kinderen

zelf kiezen wat ze willen doen. Vaak

doen verpleegkundigen spelletjes met

ze, wordt de muziek hard gezet en er

wordt bijvoorbeeld ‘kabouter plop’ gedanst.

Als iemand van de staf of van de

kinderen jarig is wordt er veel aandacht

aan gegeven, er wordt gezongen door

iedereen, een cadeautje gegeven en de

dokter komt even van de poli om mee te

zingen. Na de pauze gaan ze verder met

de schoolopdrachten. Om 12 uur is er gezamenlijk

eten volgens de dieetlijst, waar

strak aan vastgehouden wordt, inclusief

de benodigde medicatie. Na het eten is

het even relaxen en dan afsluiten.

Bij volwassenen is de structuur tijdens

de dialyse veel minder vast. De starttijd

en de duur van de dialyse verschillen

sterk. Men gaat ervan uit dat de mensen

zich tijdens de dialyse zelf vermaken. Ze

hebben een televisie en er zijn enkele

laptops. In de praktijk valt me op dat volwassenen

heel verschillend hun dialysetijd

invullen. Sommigen kletsen wat met

hun groepje, een enkele leest of schrijft

wat maar de meeste patiënten liggen

passief te wachten, wat televisiekijkend

of slapend, tot de tijd erop zit. Opvallend

is dat voor de volwassenen het wachten

een grote opgave lijkt. Er gebeurt ook

weinig in die periode, een vaste structuur

ontbreekt behalve de koffie en de

soep die op een vaste tijd komen. Volwassenen

beheren hun eigen medicatie

en hun dieetlijst. Ik heb vaak gezien dat

of de medicijnen niet ingenomen werden,

dat mensen die een zoutarm dieet

hadden zoute soep namen, mensen die

Dialyse & Nefrologie Magazine

ondervoed waren wel bijvoeding kregen

maar het niet opdronken. Het beleid

was dat dieet en medicatie een eigen

verantwoordelijkheid zijn, wij bieden het

wel aan, geven voorlichting maar daar

blijft het bij.

Wat kunnen we leren van de

kinderdialyse?

Ik denk dat als er moeite gedaan wordt

om de dialysetijd bij de volwassenen

plezieriger te maken dit ten goede komt

aan de sfeer, de zorg en het er tegenop

zien van de mensen om driemaal per

week ‘er weer heen te moeten’. Dat

zou kunnen door een vaste structuur

te maken waarin activiteiten worden

aangeboden. Dat is niet een taak voor

verpleegkundigen omdat zij telkens

weggeroepen worden, ingezet worden

voor andere taken en daar niet specifiek

voor opgeleid zijn. Het is een taak voor

een pedagogisch medewerker, een muziektherapeut

of een fysiotherapeut die

ook vaak een andere invalshoek hebben

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2 7


8

Dialyse & Nefrologie Magazine

dan verpleegkundigen, hetgeen gunstig

kan werken. De therapeut zou dan op

het niveau van de individuele patiënt

een plan kunnen maken voor dagelijkse

activiteiten. Soms kan een gezamenlijke

activiteit de voorkeur hebben. Ook zou er

meer aandacht moeten zijn voor feestelijke

gebeurtenissen zoals verjaardagen

en zoveel jaar getrouwd zijn. Dat past bij

een plek waar je driemaal per week een

halve dag aanwezig bent.



25e jaargang | juni 2007 | nummer 2

Ook zou het medicatie- en dieetbeleid

meer aandacht kunnen krijgen door daar

een activiteit op af te stemmen. Het kan

bijvoorbeeld een weekthema zijn.

Een groot verschil tussen kinderen en

volwassenen is uiteraard dat kinderen

aan het begin van hun leven staan

terwijl voor veel oudere dialysepatiënten

de dialyse hun leven een of enkele jaren

verlengt. Daarnaast hebben kinderen

vaak meer energie of levenslust dan

volwassenen, vooral vergeleken met de

oudere patiënten met soms multipele

problematiek. Ondanks die verschillen

denk ik dat extra activiteiten tijdens de

dialyse een meer positieve sfeer kunnen

brengen waardoor die vele uren dialyseren

minder zwaar worden.


Nefropuzzel

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

12 13 14

15 16 17 18 19 20 21

22 23 24 25 26 27

28 29 30 31 32

33 34 35 36 37

38 39 40 41 42 43

Oplossing:

44 45 46

47 48 49

50 51 52 53

54 55 56 57 58 59 60

61 62 63 64

65 66 67 68 69 70 71

72 73 74 75 76

77 78 79 80 81

82 83 84 85

86 87

6 74 86 34 73 51 20 9 62

28 58 87 39 15 25 75 11 65 70

Dialyse & Nefrologie Magazine

Uit de goede inzendingen worden drie

prijswinnaars geloot. Alle winnaars

ontvangen een cadeaubon van 25 euro

ter beschikking gesteld door de firma

Fresenius Medical Care Nederland B.V.

Oplossing van de vorige keer:

microalbuminurie als voorspellende

factor

Winnaars V&VN Dialyse en

Nefrologie Magazine nummer

1 – 2007

Frederike van Schelven

J. van der Borchstraat 10

3515 XD Utrecht

854

C.F. Bodbijl

Comeniusstraat 253 hs

1065 B P Amsterdam

221970

H.A.M. van Zoelen-Herder

Herinckhave 17

8103 HA Raalte

221187

U kunt uw antwoord inzenden naar

lvdt@magazine.nl voor 1 augustus 2007

o.v.v. uw V&VN lidmaatschapsnummer.

25 71 2 82 1 14 74 38 49 18 55 45 36 9 53 34 83 48 79

Horizontaal

1. koningsdochter; 7. militaire rang; 12. bedorven; 13. katachtig roofdier; 14. familielid; 15. inhoudsmaat (afk.); 17. vulkanisch product; 19. deel van

mond; 21. Rolls Royce (afk.); 22. algemene ouderdomswet (afk.); 24. persoon die het ontstaan en verloop van ziektes bestudeert; 27. Vereniging voor

kind en AdoptieGezin (afk.); 28. liefkozende benaming voor een kind (scheet); 30. waterloop; 31. eikenschors; 32. teken; 33. spinnenwebweefsel;

35. vrijetijdsbesteding; 37. april (afk.); 38. plooi of groef in de huid; 41. gymnastiektoestel; 42. het achterste uiteinde van een dier; 44. insect; 46. roofdier;

47. polikliniek (afk.); 48. niet dronken; 49. ambtsgewaad van een rechter; 50. deel van hand; 52. oude Italiaanse muntsoort; 54. gevat (schrander);

56. Bart’s Nerverending Network (afk.); 58. land dat aan alle zijden door water is omringd; 61. tegenovergestelde van mager; 62. omlijsting;

64. slaapplaats; 65. zelfingenomenheid; 67. Raad voor Economische Aangelegenheden (afk.); 68. lidwoord; 70. deel van gelaat; 72. kerel (vent);

73. iemand die gewelddaden pleegt; 76. deel van mond; 77. burgerlijke stand (afk.); 78. kleiachtige grondsoort; 79. doel(punt); 81. landbouwuniversiteit

(afk.); 82. mannetjesbij; 83. Nederlandse prinses; 84. streling; 86. snelle pas; 87. gewaagd (gevaarlijk).

Verticaal

1. iemand die bij stierenvechten (te paard) de stier met een lans tracht te verwonden; 2. titel (afk.); 3. zandheuvel (duin); 4. pas; 5. strijkmes voor

zalf; 6. fiets (Zuid-Ned.); 7. boomwol; 8. inwendig orgaan; 9. deel van gelaat; 10. maanstand (afk.); 11. toneelkijker (knijpbril); 16. vod; 18. tuimeling;

20. bovendien; 21. tentoonstellingsgebouw in Amsterdam; 23. pier; 25. gentleman; 26. geen deskundige of vakman; 27. meisjesnaam; 29. middel

waardoor een gebrek niet afdoende hersteld wordt; 32. armen en benen gebruiken om te proberen zich vrij te maken; 34. scheepstouw; 36. een

soort van rob van de orde der zeeroofdieren; 37. godin van het onheil; 39. gestileerde vlakke voorstelling van Christus in de Byzantijnse kerkelijke

kunst; 40. buigzaam (soepel); 42. reeks; 43. neerslag; 45. sterke alcoholisch drank; 46. gong; 51. voorzetsel; 53. borstbeen; 54. kontlikker; 55. ogenblik;

56. gegoten staaf van kostbaar metaal; 57. draaikolk (dorsvloer); 59. de stand der edelen; 60. onderafdeling van een studentenvereniging; 62. jaarlijks

plaatselijk volksfeest en jaarmarkt; 63. vogelsoort; 66. marterachtig zoogdier; 67. hertensoort; 69. naschoolse opvang (afk.); 71. nachtroofvogel;

73. vluchtheuvel in Friesland; 74. berggeel; 75. hoop (stapel); 78. stuk doek of stof; 80. glansverf; 82. muzieknoot; 85. dierengeluid.

Puzzelpagina

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2 9


40

Dialyse & Nefrologie Magazine

KORT maar KRACHTIG dialyseren

De uitkomst?

Tekst: Lia Turkesteen-Pater, dialyseverpleegkundige, Meander Dialyse Centrum, Amersfoort

Sinds ongeveer een jaar dialyseren wij in het Meander Dialyse Centrum te Amersfoort een kleine

groep patiënten 5 maal per week 2 uur. Deze behandeling wordt genoemd: Short Daily Dialysis

(SDD).

Lia Turkesteen-Pater

Elke dialyseverpleegkundige

kent wel patiënten

die een volledige dialyse

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2

niet kunnen volbrengen en die voortijdig

moeten worden afgesloten, bijvoorbeeld

in geval van lage bloeddruk of cardiale

klachten. Dit kan leiden tot instabiele en

inefficiënte dialyses. Voor deze patiënten

werd daarom gezocht naar een andere

behandelvorm en SDD werd geïnitieerd.

Na twee uur dialyse komt vaak het moment

dat de patiënt hemodynamisch instabiel

kan worden. Bij de SDD-methode

wordt dit voorkomen omdat de patiënt

na 2 uur dialyse afgesloten kan worden.

Het grootste voordeel van SDD zit in de

continuïteit: 5 maal per week 2 uur dialyseren,

zodat grote schommelingen in

gewicht, ureum en elektrolyten worden

voorkomen. Het primaire doel van SDD is

dan ook stabielere dialyses te bereiken.

De dialysebehandeling verloopt minder

gecompliceerd en de kwaliteit van leven

voor deze patiënten neemt toe. Daarnaast

is er een bewezen verbetering op

de bloeddruk, linker-ventrikelhypertrofie

en de voedingstoestand.

Ook zijn er studies die vermindering

aantonen van het gebruik van antihypertensiva

en erythropoëtine, evenals

het aantal ziekenhuisopnames. Of dat

voor ons centrum gaat gelden, zal nog

moeten blijken. Naast KORT wordt er ook

KRACHTIG gedialyseerd. Wij dialyseren

namelijk met een bloedflow van 400 ml/

min en een dialysaatflow van 700 ml/

min, indien de vaattoegang dit toelaat.

Na ongeveer een jaar hebben wij een

spiegelbijeenkomst gehouden. Hierin

werd door twee onafhankelijke gesprekleiders

de tevredenheid met de patiënt

besproken wat betreft SDD. De patiënt

ervaart de SDD als prettig en de 5 maal

per week 2 uur dialyseren wordt beschouwd

als een aanvaardbare investe-


ing gezien de kwaliteit van leven die ze

er voor terug hebben gekregen.

De patiëntengroep die we hier beschrijven

voldoet aan dezelfde criteria als die

voor de nachtdialyse, een methode die

de laatste jaren al in meerdere centra

wordt toegepast. Waarom dan toch

SDD?

Het Meander Dialyse Centrum is destijds

als eerste gestart met de nachtdialyse

en streeft ernaar zijn patiënten de best

passende dialysebehandeling te geven.

Dialyseren heeft een grote impact op het

leven van de patiënten. Als je alleen al de

kwaliteit van leven kan verbeteren, dan

is al een belangrijk doel behaald! De ene

patiënt heeft de voorkeur voor nachtelijke

dialyse, de ander is dan toch liever

bij zijn/haar echtgenoot. Ook wanneer

er geen capaciteit is voor nachtelijke dialyse,

kun je met SDD een cardiovasculair

instabiele patiënt een passende dialysemethode

aanbieden. Dit geldt natuurlijk

andersom evengoed.

Kortom, per dialysecentrum kun je een

grote hoeveelheid patiënten de juiste

dialysebehandeling geven, passend bij

de wensen en de klinische toestand van

de patiënt.

Ik hoop dat ik de lezer overtuigd heb van

de voordelen van deze behandeling. We

hopen dat veel centra ons zullen volgen

en gaan starten met SDD!

Voor vragen kunt u uiteraard contact

met mij opnemen.

Lia Turkesteen-Pater

Meander Dialyse Centrum

033-8502555

Dialyse & Nefrologie Magazine

Dit is een man, die dankzij SDD een verbeterde conditie had gekregen, recentelijk geopereerd

kon worden aan drie nieuwe hartkleppen. Voordat hij gestart was met SDD, durfden de artsen

het niet aan om hem te opereren. Hij is nu weer in dusdanige conditie dat hij waarschijnlijk in de

toekomst weer naar drie keer per week dialyse kan.

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2 41


Wijs uw patiënten de weg

Wilt u uw patiënten helpen hun eigen koers te blijven varen?

Wijs ze dan op www.mijneigenkoers.nl. Op deze website staan persoonlijke verhalen van

nierpatiënten die peritoneale dialyse als behandelmethode hebben gekozen. Zij vertellen hoe

ze met deze behandeling zo veel mogelijk hun eigen leven kunnen blijven leiden. Dus stuur uw

patiënten de goede kant op.


Informatie over peritoneale dialyse

Uitleg over nierfunctievervangende

therapie.

Tip van de week

Culinaire recepttips en

verrassende uitgaanstips.

Vriendennetwerk

Nierpatiënten kunnen online

met elkaar in contact komen.

Nieuws

Vanuit de nierpatiëntenverenigingen.

Weblogs

Patiënten vertellen over hun ervaringen

met peritoneale dialyse in hun dagelijks

leven.

Links

Handige links naar relevante websites.

Dit is een initiatief van Baxter.


PD vloeistoffen

en klinisch

resultaat

EDUCATIONAL-SERVICES

PD-COLLEGE

Nascholing voor

dialyseprofessionals

Voor een verdere verdieping van de dialysezorg in het algemeen en de

PD zorg in het bijzonder.

Optimaliseren

PD-therapie

13 november

Vloeistoffen

en klinisch

resultaat

14 november

PD-Basics

15 november

Voor meer achtergrondinformatie, het programma en aanmeldingen:

www.pdcollege.nl

• Voor elke cursus geldt een minimum van 10 en maximum van 18 deelnemers

• De kosten bedragen 145,- euro per deelnemer

• LVDT accreditatie 48 punten

• Cursuslokatie: Baxter B.V., Kobaltweg 49, 3542 CE Utrecht

PD-College is tot stand gekomen uit een samenwerking tussen de Hogeschool van Utrecht en Baxter Renal Nederland.


44

Dialyse & Nefrologie Magazine

XENOTRANSPLANTATIE

Waarheid of waanzin?

Tekst: Tiny van de Velde, Verpleegkundige Dialyseafdeling Maria Middelares te Gent

Samenvatting

Het schaarse aanbod van menselijke

donororganen (en -weefsels) en de

steeds langer wordende wachtlijsten van

patiënten die een orgaan nodig hebben

om te overleven, hebben ervoor gezorgd

dat de interesse werd gewekt om een

alternatief te zoeken voor de huidige

behandelingsmethoden.

De mogelijkheid om organen van varkens

te gebruiken ter vervanging van

menselijke donororganen lijkt een optie

maar verloopt niet zo vlot als verwacht:

groot struikelblok blijkt afstoting van

en virusoverdracht via het xeno-orgaan.

Daarnaast zijn er talrijke ethische

bezwaren en bovendien bestaat er geen

wetgeving over het gebruik van dierlijke

organen voor transplantatie.

Het daadwerkelijk toepassen van

xenotransplantatie in de praktijk zal

afhangen van de resultaten die worden

geboekt in het wetenschappelijk

onderzoek enerzijds en de mate waarin

dit ethisch verantwoord en veilig wordt

geacht anderzijds.

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2

1. Wat is xenotransplantatie?

Xenotransplantatie is de transplantatie

van cellen, weefsels of organen van de

ene diersoort naar de andere (b.v. van

dier naar mens). Ook wanneer deze

cellen, weefsels of organen buiten het

lichaam van de ontvanger gebruikt worden,

is er sprake van xenotransplantatie

(b.v. een kunstlever met varkenscellen).

Het Griekse voorvoegsel ‘xenos’ betekent

vreemd. Xenotransplantatie is dus letterlijk

het transplanteren van vreemde

cellen, weefsels of organen.

2. Waarom

xenotransplantatie?

Dé reden waarom xenotransplantatie

in beeld komt, is het huidige tekort aan

menselijke donororganen en -weefsels.

Een tekort dat steeds groter wordt!

Enerzijds zijn er steeds meer potentiële

ontvangers omdat de transplantatiechirurgie

de laatste decennia zoveel succes

kent als behandelingsmethode (en dit

zowel voor een steeds jongere als steeds

ouder wordende populatie!), anderzijds

is er geen overtuigend aanbod van organen.

Er leeft wel belangstelling onder de

bevolking voor transplantatie maar op

het cruciale moment dat men de organen

wil wegnemen, wil de familie van de

overledene dit niet of is het de wil van de

overledene dat zijn lichaam intact blijft

na zijn dood. Bovendien is het voor een

geslaagde transplantatie noodzakelijk

dat de donor overleden is in het ziekenhuis

ten gevolge van hersendood, wat

het aantal potentiële donoren alweer

vermindert.

Hierdoor zijn lange wachtlijsten ontstaan

van patiënten die (dringend) een

orgaan of weefsel nodig hebben om te

overleven. Dierlijke weefsels en organen

daarentegen zouden vrijwel onbeperkt

voorhanden kunnen zijn. Xenotransplantatie

is dus een mogelijk alternatief om

de wachtlijsten te verkorten.

3. Welke evolutie vond er

plaats?

De eerste gegevens over xenotransplantatie

dateren ongeveer uit de 17e eeuw.

Russische artsen probeerden de schedel

van een patiënt te herstellen met

beenderen van een hond. In de 18e eeuw

probeerde men hoornvlies van katten en

honden te transplanteren naar de mens.

Of dit succesvol was, is niet bekend.

In het begin van de 20e eeuw werd het

voor het eerst technisch mogelijk om

een heel orgaan te transplanteren door

de flinke vorderingen die gemaakt werden

in de vaatchirurgie. Bij de dierproeven

die daarop volgden, stuitte men op

het probleem van afstoting. Afstoting

bleek veel heviger bij xenotransplantatie

dan bij allotransplantatie!

In de jaren zestig kwamen de eerste immunosuppressiva

op de markt, waardoor

allotransplantatie verbeterde maar de

experimenten met xenotransplantatie

nog steeds mislukten. Wat wel succes

kende was de transplantatie van

een varkenshartklep bij patiënten met

hartproblemen. De hartklep werd vooraf

chemisch behandeld zodat deze geen

levende cellen meer bevatte en er dan

ook geen afstoting kon optreden.

De doorbraak kwam met het verschijnen

van het krachtige immunosuppressivum

cyclosporine. Allotransplantatie als

behandeling bij de mens begon aan een

grote opmars!

Vandaag wordt in een aantal landen al

op kleine schaal geëxperimenteerd met

xenotransplantatie van dier naar mens

maar dit beperkt zich tot het transplanteren

van cellen, b.v. insulineproducerende

cellen uit de pancreas van een varken

bij diabetespatiënten. Doch het beoogde

doel blijft uit: genezing van de patiënt.

4. Toepassingsgebied?

Welke diersoort is het meest geschikt

als donor voor de mens? In de evolutie


staan mens en aap het dichtst bij elkaar.

Toch wordt de aap als potentiële donor

vrij snel afgekeurd. De voorkeur gaat uit

naar het varken als brondier (de term

‘brondier’ wordt bewust gekozen in

plaats van ‘donordier’ omdat er bij een

dier niet gesproken kan worden van

vrijwillige donatie van organen).

Deze voorkeur voor het varken heeft

verschillende redenen:

• de organen van varkens komen qua

grootte beter overeen met de organen

van de mens (de organen van apen zijn

kleiner dan de organen van de mens);

• bij varkens is het risico op infectieoverdracht

kleiner (apen zijn dragers van

een aantal virussen die bij de mens

bekende ziekteverwekkers zijn, b.v. HIV;

de ziekteverwekkers bij varkens zijn

beter bekend en ook beter te bestrijden,

zoals b.v. de griep) ;

• varkens kunnen sneller gekweekt worden

en gemakkelijker in de noodzakelijke

omstandigheden gehouden en

verzorgd worden (zie figuur 3);

• varkens geven ethisch gezien minder

bezwaren dan apen (mensen voelen

zich meer verwant met apen en zijn

daardoor meer bekommerd om hun

lot);

5. Welke cellen, weefsels en

organen kunnen gebruikt

worden?

5.1 Cellen

• De eilandjes van Langerhans, oftewel

de insulineproducerende cellen van de

pancreas van een varken, zouden die

van een diabetespatiënt kunnen vervangen.

De injecties met insuline en/of

een pancreastransplantatie zouden

hierdoor overbodig worden.

• Dopamineproducerende zenuwcellen

vanuit de hersenen van een jong varken

zouden een oplossing kunnen zijn

voor Parkinsonpatiënten, ofwel door

transplantatie ofwel door verwerking

in medicatie.

• Hepatocyten van een varken zouden

werkzaam kunnen zijn in een kunstlever,

waardoor bij acuut leverfalen de

wachttijd op een menselijke donorlever

overbrugd wordt.

• Beenmergcellen van een varken

zouden gebruikt kunnen worden bij

AIDS-patiënten.

Talrijke mogelijkheden worden momenteel

onderzocht maar voorlopig blijft

resultaat uit. Het grootste obstakel

blijkt het in voldoende aantal kweken

van cellen om te transplanteren én ze

vervolgens voor langere tijd werkzaam te

houden in het lichaam.

5.2 Weefsels

Het enige weefsel dat probleemloos en

zelfs routinematig gebruikt wordt, is de

varkenshartklep. Zoals eerder vermeld

kan dit zonder problemen gebeuren

omdat het weefsel geen levende cellen

meer bevat op het moment van transplantatie.

Daardoor verminderen de

risico’s en treedt geen afstoting op.

Varkenshuid komt ook in aanmerking

Dialyse & Nefrologie Magazine

voor transplantatie maar deze mogelijkheid

wordt niet (meer) benut. De

reden hiervoor is de ontwikkeling van

de kunsthuid door middel van ‘tissue

engineering’. Cellen van de patiënt of van

een donor worden in een structuur van

kunststof gekweekt en daarna gereïmplanteerd.

Verder onderzoekt men mogelijkheden

met hoornvlies, hersenweefsel en bot.

5.3 Organen

Organen zijn veel complexer dan cellen

en weefsels en oefenen vaak meer dan

één functie uit. Niet alle functies van

eenzelfde orgaan zijn gelijk bij verschillende

diersoorten (b.v. varkenslever versus

menselijke lever). De grootte moet

overeenkomen, evenals de levensduur

van het orgaan en de groeisnelheid

(vooral van toepassing bij kinderen).

Tenslotte is er infectiegevaar en kans op

afstoting. Er kan dus niet zonder meer

overgegaan worden tot transplantatie.

Een overzichtje:

Hart?

Het hart van varken en mens komen

goed overeen qua grootte en functie. Het

enige probleem is dat een varkenshart

in een mens meer bloed zou moeten

rondpompen. Het dier zou dus vóór

de transplantatie conditietrainingen

moeten doen om de hartcapaciteit te

verbeteren!

Nier?

Bij de nier bevindt zich het probleem op

het vlak van herkenning van de geproduceerde

hormonen. Het erythropoëtine

aangemaakt door de varkensnier, zal bij

de mens in het beenmerg niet herkend

worden en zal daardoor ook geen

aanleiding geven tot aanmaak van rode

bloedcellen. Dit leidt dan weer tot bloedarmoede

bij de patiënt. Het menselijke

anti-diuretisch hormoon zal op zijn beurt

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2 4


46

Dialyse & Nefrologie Magazine

niet herkend worden door de varkensnier,

waardoor vele liters urine per dag

geloosd zouden worden en waardoor de

patiënt zou uitdrogen! Met medicatie

zijn deze problemen gelukkig wel op te

lossen.

De vochtregulerende en zuiverende

functie van de nier komen bij mens en

varken wel overeen.

Lever?

De lever heeft talrijke functies (afbraak

van giftige stoffen, productie van gal,

aanmaak en omzetting van vitaminen

en stollingseiwitten, inactivatie van

verschillende hormonen, aanmaak van

bloedcomponenten, stofwisselingsfuncties,

etc.). Zelfs een kleine afwijking

in de regulatie van deze functies heeft

gevolgen voor het hele lichaam. Vandaar

dat het onmogelijk lijkt dat de lever van

een varken, aangepast aan het organisme

van dat dier, een menselijke lever

volledig zal kunnen vervangen. Er wordt

wel getracht om met bepaalde cellen ervan

een soort dialyseapparaat te maken,

waardoor de bloedzuiverende functie

van de lever kan worden overgenomen.

Longen?

De longen zijn uitgesloten voor xenotransplantatie.

Het risico op infectie is te

groot. De longen staan in rechtstreeks

contact met de buitenwereld waardoor

de kans op besmetting veel hoger is. Ook

het feit dat de patiënt zware immunosuppressiva

moet nemen, maken het te

gevaarlijk.

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2

6. Struikelblok: afstoting en

infectie!

6.1 Afstoting

Omdat het varken als brondier werd

gekozen, is de kans op afstoting van het

donororgaan bij de mens enorm groot.

Mens en varken zijn immers weinig

evolutionair verwant, waardoor de

afweerreacties (ontsteking en beschadiging

van het donororgaan) veel heviger

zijn dan tussen verwante soorten (b.v.

mens versus aap). De afstoting kan in 3

fasen verlopen: versneld acuut, acuut en

cellulair.

Versneld acute afstoting

De versneld acute afstoting vindt plaats

binnen enkele minuten tot uren na de

transplantatie. Het is een heel snelle

en hevige reactie die plaatsvindt in

de bloedvaten van het xeno-orgaan.

Wanneer het bloed van de ontvanger

erdoorheen stroomt, binden de natuurlijke

antilichamen in het bloed zich aan

de endotheelcellen van het orgaan en

veroorzaken daardoor een ontsteking. De

bloedvaten worden beschadigd en het

orgaan sterft af.

Tussen sterk verwante soorten vindt

deze reactie niet plaats omdat er geen

natuurlijke antilichamen zijn. Bij transplantatie

van cellen gebeurt dit ook niet

omdat daar geen bloedvaten bij betrokken

zijn.

Acute afstoting

De acute afstoting vindt plaats binnen

enkele dagen na de transplantatie,

wanneer er zich geen versneld acute

Fig.1 Consument

& Biotechnologie

en Natuur &

Techniek wetenschapsmagazine,

Jos van den

Broeck, 1999

afstoting heeft voorgedaan. De

afweerreactie vindt ook hier plaats

in de bloedvaten van het xeno-orgaan

(hetzelfde principe) maar is

een gevolg van antilichamen die

de ontvanger aangemaakt heeft

tegen het xeno-orgaan (in plaats van

natuurlijke antilichamen).

Cellulaire afstoting

De cellulaire afstoting kan zich voordoen

enkele weken tot maanden na de

transplantatie, wanneer zich ook hier

niet eerst een (versneld) acute afstoting

voordeed. Dit type afstoting lijkt op de

afstoting die na allotransplantatie kan

optreden en wordt veroorzaakt door verschillende

cellen van het afweersysteem

die zich richten tegen het xeno-orgaan.

Een oplossing voor het afstotingsprobleem

kan verkregen worden door

middel van genetische modificatie van

het brondier. Er kan ofwel een menselijk

gen ingebracht worden bij het varken

waardoor de varkensendotheelcellen

bepaalde menselijke eiwitten bezitten

die de versneld acute afweerreactie blokkeren

(transgeen varken 1). Het Engels

bedrijf Imutran is er in geslaagd een

genetisch gemodificeerd varken te kweken

door het menselijke gen DAF (decay

accelerating factor) in te brengen in het

DNA van varkens.

Ook kan getracht worden een transgeen

varken te kweken dat bepaalde structuren

ter hoogte van de endotheelcellen

niet langer bezit, waardoor de menselijke

antilichamen zich niet kunnen binden en

er geen afstoting kan optreden (transgeen

varken 2).

Coëxistentie van menselijke bloedcellen

en bloedcellen van het varken zou

ook een mogelijke oplossing zijn. Hierbij

worden beenmergcellen van een varken

ingebracht bij de menselijke ontvanger,


waardoor het menselijk lichaam toleranter

wordt voor het xeno-orgaan en de

afstotingsreacties ten opzichte van het

transplantaat afzwakken of uitblijven.

Het toedienen van immunosuppressiva

als enige behandeling is geen optie om

afstoting in die mate te onderdrukken.

De bestaande medicatie als dusdanig is

hiervoor niet geschikt. Er zou bovendien

een te hoge dosis moeten worden toegediend

om enig resultaat te boeken! Dat

zou een gevaar zijn voor de patiënt.

6.2 Infectie

Net zoals bij allotransplantatie kunnen

bacteriën, schimmels en virussen zich

in het transplantaat bevinden en op die

manier de ontvanger besmetten. Het kan

gaan om relatief onschuldige kiemen

maar er kunnen ook schadelijke ziekteverwekkers

tussen zitten. Het griepvirus

bijvoorbeeld, kan zowel mens als varken

infecteren. Bij xenotransplantatie is

dit risico nog groter omdat de natuurlijke

barrières van huid en slijmvliezen

wegvallen. Bovendien staat de patiënt

onder immunosuppressie, waardoor zijn

weerstand sterk onderdrukt is. In het

slechtste

geval zou

het kunnen

gaan om

een besmettelijke

ziekte, die

zich pas na

een aantal

jaren bij

de patiënt

ontwikkelt

maar

die in de

tussentijd

van mens

tot mens is

overgedragen

(b.v. via seksueel contact). Een groot

deel van de bevolking zou zonder het te

weten drager van een nieuwe ziekte zijn!

Daarnaast zijn er nog de endogene

retrovirussen (ERV). ERV zijn virussen

die in het erfelijk materiaal opgenomen

zijn en die van ouder op jong worden

doorgegeven. Bij het varken zijn al 2

ERV aangetroffen. Het is niet duidelijk

in welke mate die ERV de mens zouden

kunnen besmetten. In het laboratorium

werd alvast aangetoond dat ERV van het

varken menselijke cellen in een proefbuis

kunnen infecteren. De hoeveelheid

getransplanteerd weefsel, de tijdsduur

van blootstelling aan het weefsel en de

mate van immunosuppressie spelen

een rol. Ook hier bestaat het gevaar dat

er zich een nieuwe besmettelijke ziekte

ontwikkelt die mogelijk een groot deel

van de bevolking infecteert.

De oplossingen zijn niet voor de hand

liggend. ERV zouden door middel van

genetische modificatie uit het erfelijk

materiaal van het varken gehaald moeten

worden. Dit is technisch (nog) niet

mogelijk. Selectief fokken biedt geen

Fig.2 Consument & Biotechnologie

en Natuur & Techniek

wetenschapsmagazine, Jos van

den Broeck, 1999

Dialyse & Nefrologie Magazine

uitkomst omdat de meeste varkens dezelfde

ERV dragen, plus het feit dat deze

wijd verspreid in het DNA voorkomen.

Het is wel mogelijk om bacteriën, virussen

en schimmels zoveel mogelijk in

bedwang te houden door middel van

de ‘specified pathogen free’-methode.

De dieren worden ‘vrij van pathogenen

gehouden. De hokken, het voer, het

drinkwater en de lucht worden gesteriliseerd.

De brondieren hebben geen

contact met soortgenoten van buitenaf.

Voortplanting gebeurt door middel van

kunstmatige inseminatie en geboorte

via keizersnede. De verzorgers van de

dieren zijn beperkt in aantal en moeten

eerst douchen en beschermende kledij

dragen voordat zij de hokken betreden.

Er is regelmatig controle van bloed en

weefselmonsters van de dieren en een

blijvende alertheid op tekenen van

infectie.

7. Ethisch standpunt?

7.1 Mens

Bij de beslissing om over te gaan tot xenotransplantatie,

staan de belangen van

de individuele patiënt eigenlijk tegenover

die van de bevolking in zijn geheel.

Omdat het risico van overdracht van

infecties vanuit het xeno-orgaan naar de

ontvanger waarschijnlijk nooit helemaal

uitgesloten zal kunnen worden, blijft

het gevaar bestaan dat een (nieuwe)

besmettelijke ziekte de populatie via de

ontvanger kan infecteren. De discussie

hierbij is dus of dit risico opweegt tegen

het (tijdelijk) genezen van de patiënt.

Ook voor de patiënt is het een beslissing

die niet zomaar genomen wordt!

Vanuit de eigen levensvisie die bepaald

wordt door cultuur, geloofsovertuiging,

sociale en professionele omgeving en

persoonlijke ervaringen, moet afgewo-

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2 47


48

Dialyse & Nefrologie Magazine

gen worden of xenotransplantatie aanvaardbaar

is of niet. Bij ons in het westen

worden gezondheid en het vooruitzicht

op een beter leven hoog ingeschat. Dit

moet dan afgewogen worden tegen de

gezondheidsrisico’s en de gevolgen voor

het sociale leven na de ingreep. Vooral in

de experimentele fase zal de impact op

het privé-leven groot zijn.

Enkele voorbeelden:

• isolatie postoperatief gedurende een

bepaalde periode om eventuele infecties

die zich voordoen niet te laten

overgaan op andere mensen;

• contacten met andere mensen gedurende

de eerste jaren na de ingreep

zoveel mogelijk beperken;

• veilig vrijen (cfr. seksueel overdraagbare

virusinfecties);

• kinderwens laten varen;

• levenslang op controle gaan;

• levenslange onzekerheid.

Tenslotte kan ook het zelfbeeld van de

patiënt aangetast worden. Zoals sommige

mensen geloven dat eigenschappen

van de donor overgaan op de ontvanger

bij transplantatie van menselijke organen,

zo kan ook de ontvanger van een

dierlijk orgaan vrezen voor veranderin-

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2

gen in zijn persoonlijkheid. Reacties van

de omgeving (“je zal toch gaan knorren”)

kunnen hierbij een rol spelen. In welke

mate dit echter een probleem zal geven

is voorlopig onbekend…

Elke potentiële ontvanger van een xenoorgaan

moet grondig nadenken over zijn

keuze en bij zichzelf nagaan of hij bereid

is deze opofferingen te accepteren.

7.2 Dier

Vanuit het standpunt van de varkens

rijzen ook een heleboel ethische vragen.

Wordt het wezen van het dier niet aangetast

als we dit voor xenotransplantatie

gebruiken? Hoe zit het met de proeven

die veel dieren moeten ondergaan

voordat xenotransplantatie kan worden

toegepast? Welke gevolgen heeft de genetische

modificatie voor de gezondheid

van het dier? Zijn de levensomstandigheden

van het dier aanvaardbaar?

Voorstanders van xenotransplantatie

vinden dat deze brondieren een betere

behandeling zullen krijgen dan hun

soortgenoten, bestemd voor de vleesindustrie.

Uiteraard kan door de manier

van huisvesting (de ‘specified pathogen

free’-methode, zie figuur 3), in een aantal

natuurlijke behoeften niet worden voor-

Fig.3 Consument & Biotechnologie

en Natuur &

Techniek wetenschapsmagazine,

Jos van den

Broeck, 1999

zien, zoals het leven in familieverband,

wroeten, de biggen die na de geboorte

bij de zeug worden weggehaald …

De genetische modificatie is gelukkig

zonder nadelige gevolgen voor de

gezondheid van het dier. Het gaat hier

namelijk om heterozygote varkens, die

het gen met de eigenschap om afstoting

te helpen voorkomen, slechts in een

enkele kopie bezitten. Indien zij twee

kopieën in hun DNA zouden hebben zou

dat schadelijk kunnen zijn (homozygoot

dier).

Het varken zal natuurlijk wel blootgesteld

worden aan een reeks medische behandelingen

zoals narcose, keizersnede,

afname van weefsels en bloedcontroles,

met uiteindelijk verwijdering van de

organen en de dood tot gevolg. Vooraleer

het eindstadium bereikt is zullen

bovendien ook heel wat andere proefdieren

zoals ratten, muizen, apen e.a.

allerlei onderzoeken en testen moeten

ondergaan.

Bij de ethische overweging dient

rekening gehouden te worden met de

volgende zaken.

• Weegt het belang van de proef zwaar

genoeg op tegen het ongemak van het

dier?

• Zijn er geen alternatieven voor de

proef?

• Zijn alle maatregelen genomen om

het ongemak van het dier te verlichten?

• Wordt er zorgvuldig met het dier omgegaan?

• Wordt het aantal proefdieren zoveel

mogelijk beperkt?

De vraag of xenotransplantatie ethisch

verantwoord is, blijft heel moeilijk te

beantwoorden.


8. Wetgeving?

Heel wat landen, waaronder België,

hebben geen wettelijke richtlijnen over

xenotransplantatie. De bestaande wetten

over onderzoek en proeven bij dieren

en mensen zijn ook van toepassing bij

xenotransplantatie maar omvatten dit

niet volledig ( er is b.v. geen wet die de

kwaliteit en veiligheid van de dierlijke

organen regelt). Door de toegenomen

interesse in xenotransplantatie en het

feit dat er in een aantal landen al op

kleine schaal klinische proeven plaatsvinden,

wordt het noodzakelijk om hierover

het één en ander op papier te zetten. Een

aantal landen (Nederland, Verenigde Staten

van Amerika, Zweden) en organisaties

(de Wereld Gezondheidsorganisatie,

Raad van Europa, OESO) hebben zich al in

de materie verdiept. Drie onderwerpen

staan centraal:

• ethiek en veiligheid bij de keuze van

het brondier;

• maatregelen om verspreiding van

ziekte te voorkomen;

• het juiste moment voor toepassing

van xenotransplantatie en de voorwaarden

voor toepassing ervan in het

ziekenhuis.

9. Prijskaartje?

Als xenotransplantatie een volwaardig

alternatief wordt voor allotransplantatie,

dan heeft dit natuurlijk ook financiële

gevolgen. Een exact beeld van de

financiële kant is nog onmogelijk in te

schatten omdat xenotransplantatie

zich nog in een experimenteel stadium

bevindt. Er kan wel een ruwe schatting

gemaakt worden over eventuele kostenverschuivingen

die zich zouden kunnen

voordoen. Er zijn zowel voordelige als

nadelige gevolgen voor de gezondheidszorg.

Voordelen:

• geen tekort meer aan donororganen;

• een kortere overbruggingsperiode

tussen de beslissing om over te gaan

tot transplantatie en de eigenlijke

ingreep zelf, omdat het orgaan sneller

voorhanden is;

• geen verschil in kostprijs tussen een

xeno- en allotransplantatie wat betreft

de ingreep zelf;

• minder kosten voor verzorging en

opname van zieke patiënten die op de

wachtlijst staan, alsook voor medicatie,

bijkomende behandelingen,

onderzoeken, enz.

• minder kosten voor dialyse!

Nadelen:

• als het xeno-orgaan slechts een

tijdelijke oplossing is, kan het aantal

patiënten op de wachtlijst nog toenemen

(momenteel sterven nog veel

patiënten terwijl ze op de wachtlijst

staan);

• het zal een extra belasting voor het

ziekenhuispersoneel zijn wanneer

meer transplantaties uitgevoerd worden

en/of meer vervolgbehandelingen

nodig zijn bij tijdelijke transplantatie

met een xeno-orgaan;

• er zal een langere isolatieperiode

noodzakelijk zijn na de ingreep;

• er zal een bijkomende behandeling

van de ontvanger nodig zijn om zijn

afweersysteem tolerant te maken voor

het varkensorgaan;

• er zal extra medicatie genomen moeten

worden om het varkensorgaan te

blijven tolereren;

• er zullen bijkomende kosten voor het

nemen van extra veiligheidsmaatregelen

na xenotransplantatie zijn;

• er zullen bijkomende kosten zijn voor

opvolging en controle van patiënten

die een xeno-orgaan ontvingen, alsook

van hun naaste familie;

• het bedrijf dat de xeno-organen levert,

Dialyse & Nefrologie Magazine

zal een prijs opmaken voor zijn product

en deze prijs zal bepaald worden

op basis van vraag en aanbod;

• staat xenotransplantatie allotransplantatie

niet in de weg?

De kostprijs van en na het uitvoeren van

een xenotransplantatie moet afgewogen

worden ten opzichte van de kosten van

de behandeling van de patiënt indien

geen transplantatie zou plaatsvinden, rekeninghoudend

met de aard en de ernst

van de ziekte, de medicatie, bijkomende

behandelingen en/of complicaties die

zich zouden kunnen hebben voorgedaan,

enz.

Tegenover de kostenanalyse staat

natuurlijk het voordeel voor de patiënt,

namelijk levensverlenging én een betere

levenskwaliteit na succesvolle transplantatie.

10. Hoe zit het in de

nefrologie?

Zoals eerder vermeld komt de varkensnier

in aanmerking als (tijdelijk) vervangorgaan

voor de menselijke nier. Dit

alternatief zou een oplossing zijn voor de

lange wachtlijst én de lange wachttijd

voor de patiënt op een geschikt orgaan.

De ingreep zelf zou ook beter gepland

kunnen worden en daardoor ook minder

stresserend zijn voor de patiënt, die zich

grondig heeft kunnen voorbereiden. De

operatie zou ook doorgaan op een moment

dat de patiënt in optimale conditie

is. De patiënt zou de pro’s en contra’s

zorgvuldig kunnen afwegen en zich bewust

zijn van de gevolgen (levenslange

controle, beperkingen) en mogelijke

risico’s (infectie).

Voor een grote groep patiënten zou de

overbruggingstijd na het vaststellen

van terminale nierinsufficiëntie en het

wachten op een humaan donororgaan,

namelijk de tijd aan dialyse, helemaal

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2 49


0

Dialyse & Nefrologie Magazine

of grotendeels wegvallen. Dit verhoogt

niet alleen de levenskwaliteit maar ook

de overlevingskans op lange termijn! Op

voorwaarde natuurlijk dat de varkensnier

voldoende veilig én met hoge kwaliteitsgarantie

kan geleverd worden.

Dit laatste is de reden waarom voorlopig

bijzonder terughoudend gereageerd

wordt op de mogelijkheid om over te

gaan tot het transplanteren van xenoorganen.

Uit een Zweeds onderzoek naar meningen

over xenotransplantatie bij een

willekeurig geselecteerde groep mensen

tussen 18 en 75 jaar én een groep patiënten

wachtend op een niertransplantaat,

bleken allen vrij positief te reageren op

het gebruik van geïsoleerde dierlijke

cellen en weefsels in mensen maar

eerder bezorgd te zijn ten opzichte van

hele organen omwille van de kans op

virusoverdracht.

Ook de verenigingen van nierpatiënten

zijn niet enthousiast. Zij pleiten voor

een betere uitbouw van het bestaande

systeem.

• Uitbreiding van het ‘opting-out’ of

‘geen bezwaar’ stelsel, waarbij elke

overledene wordt verondersteld donor

te zijn, tenzij hiertegen tijdens het

leven bezwaar werd aangetekend. In

België is dit wettelijk geregeld maar in

vele andere landen niet.

• Doorvoeren van meer en grotere preventiecampagnes

om ziekte te voorkomen

en te voorkomen dat een al ziek

25e jaargang | juni 2007 | nummer 2

orgaan nog slechter gaat functioneren.

• Immunosuppressiva optimaliseren

waardoor de slaagkans van de

niertransplantatie vergroot wordt en

een tweede transplantatie overbodig

wordt.

• Levende donatie meer gaan toepassen.

• Nieren van ‘non-heart-beating’ donoren

meer gaan gebruiken.

11. Besluit

Xenotransplantatie staat op dit ogenblik

nog in de kinderschoenen. De belangstelling

voor het onderwerp is echter gewekt

en er wordt al gezocht naar mogelijkheden

om het in de praktijk te realiseren.

In hoeverre dit zal slagen hangt af van

de resultaten die geboekt worden in het

wetenschappelijk onderzoek, namelijk in

hoeverre de problemen opgelost zullen

worden die verband houden met de

verschillen tussen menselijke en dierlijke

organen. Xenotransplantatie kan een leven

redden of een oplossing bieden voor

ziekten waarvoor nog geen behandeling

is. Dit alles dient onder strikte voorwaarden

en streng toezicht te gebeuren. Wie

weet kan xenotransplantatie in de nabije

toekomst een volwaardige behandeling

worden?

12. Bronvermelding

Xenotransplantatie, kán dat?

Een project van de Stichting Consument

& Biotechnologie in opdracht van het

ministerie van Volksgezondheid, Welzijn

en Sport (Nederland)

http://www.Xenotransplantatie.nl

Xenotransplantatie: het beest in de

mens…

Een inforeeks van het Vlaams Interuniversitair

Instituut voor Biotechnologie

(VIB)

http://www.Vib.be

Helix, jaargang 12, nummer 3

Afdelingsblad biologie rijksuniversiteit

Groningen

http://helix.stichtingpuls.nl/helix123/

shanti.htm

Xenotransplantation, Annales de Médecine

Vétérinaire, 2003, 147 (3), pages 147

- 157

Dehoux J.P., Gianello P.

http://www.facmv.ulg.ac.be/amv/articles/2003_147_3_01.pdf

Toi te taiao: the Bioethics Council New

Zealand

http://www.bioethics.org.nz/publications/xeno-discussion-jan05/html/page1.

html

Public Consultation on xenotransplantation

Canadian Public Health Association

http://www.xeno.cpha.ca/english/bigissue/animal.htm

Uncertainty in xenotransplantation: individual

benefit versus collective risk

Nature Medicine 4, 1998, p.141-144

http://www.nature.com/nm/web_specials/xeno/index.html#CommentTop

Xenotransplantatie, Gezond Idee 41, p.18

Nederlandse Vereniging voor Veganisme

http://www.veganisme.non-profit.nl/gi/

g41/g41_p18.htm

Dit artikel kon geplaatst worden door

de samenwerking met onze Belgische

collega’s van ORPADT FORUM


TMI

zoekt dialyseverpleegkundigen voor opdrachten

van langere duur bij diverse dialysecentra in

Nederland. Vraag ook naar onze mogelijkheden

om in het buitenland te werken. Naast

afwisseling biedt TMI de zekerheid van een

vaste baan met een uitstekend salaris

als je minimaal 24 uur per week

beschikbaar bent.

Meer weten?

Bel één van onderstaande

accountmanagers:

Bettyanne de Rijk

06 - 46 17 67 55

Susanne van Dormolen

06 - 15 09 76 25

Ed Knoop, dialyseverpleegkundige

TMI is doorlopend op zoek naar dialyseverpleegkundigen.

“Ik was toe aan een nieuwe uitdaging en ben als gedetacheerd

dialyseverpleegkundige bij TMI aan de slag

gegaan. Een bewuste keuze voor een professionele organisatie

die mij de mogelijkheid biedt om in verschillende

dialysecentra te werken. Zodoende leer ik veel, ontmoet ik

verschillende mensen en kom ik nog eens ergens.

Kortom, een interessante manier om met mijn vak bezig te zijn!

Naast de collega’s op het werk heb ik ook TMI collega’s die ik

regelmatig zie en spreek. Zo kan je op een leuke manier ervaringen

uitwisselen.

Omdat niet elk dialysecentrum met dezelfde dialysemachines werkt,

vraagt dat extra kennis. Zo blijf je telkens leren. Wil jij ook je horizon

verbreden en gedetacheerd gaan werken? Dan ben je meer dan welkom.

TMI kan namelijk altijd extra collega’s gebruiken.”

TMI detachering

Sierplein 75

1065 LN Amsterdam

020-7173527

TMI@verpleegkundigen.nl

www.verpleegkundigen.nl


Cardioprotective Haemodialysismeer

dan dialyse

Zeer gebruiksvriendelijk voor iedereen

De beste therapiemogelijkheden

Optimaal gebruik van materialen

Met het 5008 therapiesysteem

kunt u door optimaal gebruik

van materialen en met een maximum aan comfort

uw patiënt een eersteklas therapie bieden.

Fresenius Medical Care Nederland BV • Vimmerik 22 • 5253 CB Nieuwkuijk • Telefoon +31 (0)88 122 3344 • Fax: +31 (0)88 122 3333

www.fmc-ag.com

More magazines by this user
Similar magazines