DE JOURNALIST

webstore.iisg.nl

DE JOURNALIST

NS 327 6 October 1921

DE JOURNALIST

Orgaan van den Nederlandschen Journalisten-Kring;

Redacteur: W. N. VAN DEE HOUT, Den Haag

Van Slingelandtstraat 70 Tel. Schev. 3308

INHOUD. Brussel—Parys. — Officieele Mededeelingen: Kringraad,

Kringbestuur, De Brusselsche Conferentie, Een dankbetuiging,

Statuten-Commissie, Ledenlijst. — Plaatselijke Vereenigingen:

den Haag, Groningen. — Algemeene belangen:

De journalist in het Parlement, Een oncollegiale collega. —

Personalia en Berichten: C. K. Elout, Jan Feith, F. Lapidoth,

G. J. H. van de Vijver, Bibliografie. — Advertentiën.

Brussel-Parijs.

Op de vergadering van den Kringraad is gebleken — gelijk

trouwens ieder mocht verwachten — dat het herstel der internationale

goede betrekkingen tusschen de journalisten, algemeen

werd toegejuicht. Het succes dat ons Dagelijksch Bestuur

reeds had met zijn verzoek om de Brusselsche Conferentie

nog eenigen tijd uit te stellen, gaf goede hoop op welslagen.

Immers het doel daarvan was om tijd te winnen voor overleg

met andere neutrale landen ten einde een gemeenschappelijk

standpunt in te nemen tegenover het grondbeginsel der nieuwe

Internationale.

Tot plotseling het oude Bureau Central uit zijn assche

herrees. De vice-president daarvan, MAGALMAES LIMA en

de secretaris V. TAUNAY deden den i8 en September een oproep

uitgaan tot de bij dit Bureau aangesloten vereenigingen

om op 25 October te Parijs bijéén te komen. Tot goed verstand

zij er aanstonds aan herinnerd dat de Duitschc vereenigingen

in 1916 het lidmaatschap hebben opgezegd. Riep

men dus het Bureau bijeen, dan was aanstonds het doel

bereikt n.1. dat de Internationale hersteld is ... . zonder de

Duitschers.

Het lijdt geen twijfel of deze herleving van het Bureau

Central dat in elk geval van November 1918 tot September

1921 niets van zich deed hooren, is het onmiddellijk gevolg

van het bijeenroepen der Brusselsche Conferentie. Trouwens

in den oproepingsbrief wordt het onomwonden gezegd: „nous

vous prions de vouloir bien aviser du fait 1'association de votre

pays pour que, jugeant comme nous, elles s'abtiennent de

participer a cette assemblee (a Bruxelles) tout specialement

convoquée pour amener notre chute".

De bedoeling is dus duidelijk: de Brusselsche Conferentie

moet mislukken en de Internationale moet zijn die „des

pays allies, neutres on faisant partie de la Société des Nations."

De oproepingsbrief stelt het voor alsof alle Fransche vereenigingen

eenstemmig van oordeel zijn dat zij niet naar

Brussel moeten gaan.

We mogen er dan wel op wijzen, dat in het Bulletin de

la Federation des Associations et Syndicats Professionels de

Journalistes francais een andere opvatting wordt gehuldigd:

nous esperons, heet het daarin, que 1'importance du nouveau

bureau international de la presse n' échappera a aucune de

nos associations franchises et qu' elles voudront y être representees".

Het is onze indruk dat men in de kringen die de Brusselsche

Conferentie bijeenroepen niet geheel en al afwijzend

staat tegenover de toelating der Duitschers en de plotselinge

herleving van het Bureau Central, dat onverzoenlijk blijkt,

wijst daar mede op.

In het verslag van onze Bestuursvergadering in dit nummer

kan men lezen welke houding het Kringbestuur meent te

moeten aannemen. Ons streven zij er op gericht Brussel en

Parijs tot elkaar te brengen, en de Internationale te stichten

op den waarlijk internationalen grondslag. Gaat de vergadering

van het Bureau Central door, dan zal onze Kring daarbij

zijn om ïijn stem in dien geest te laten hooren. Het zal niet

zoo gemakkelijk gaan te bereiken wat wij wenschen, maar

nu het eerste contact is verkregen, zal het niet aan onze

volharding liggen wanneer het goede einddoel niet bereikt

wordt.

Kringraad.

Dit blad verschijnt den eersten en derden

Donderdag van iedere maand.

Officieele Mededeelingen.

Zaterdag 1 October nam. te drie uur kwam de Kringraad

bijeen in Café De Kroon, Spui 10, den Haag. Aanwezig

waren vertegenwoordigers van de Amsterdamsche Pers, H. J. V.,

Haarlemsche en Rotterdamsche Vereenigingen.

De Voorzitter deelde bij de opening mede, dat een geheel

nieuw element in de pogingen tot herleving van de oude

internationale verhouding is gekomen, doordat de overgebleven

bestuursleden van het „Bureau Central" thans een oproep

tot zijn leden heeft gericht om 25 October te Parijs bijeen

te komen. Men weet dat ook de Kring bij dit B. C. is aangesloten

en dat Duitschland in 1916 zijn lidmaatschap heeft

opgezegd. Het is zeer waarschijnlijk dat de bijeenroeping van

de Brusselsche Conferentie tot deze daad heeft geleid. De

Voorzitter wees er op dat de Kring moreel gebonden is aan

Brussel, maar dat dit niet behoefde uit te sluiten dat wij ons

te Parijs oriënteeren, vooral nu de Brusselsche bijeenkomst

is uitgesteld.

De heeren KOUWENAAR, VAN MEURS, VAN OOSTEN en

DE ROT deden mededeelingen omtrent de besprekingen in

hun vereenigingen. Daaruit bleek, dat men algemeen het

herstel der internationale verhoudingen toejuichte en algemeen

van oordeel was dat onze Kring in deze een belangrijke taak

heeft te vervullen. Het was door de onverwachte herleving

van het Bureau Central thans moeilijk precies aan te geven

in welke richting de Kring heeft te handelen. Naar Parijs

gaan, met de Belgen overleg plegen en trachten in Nederland

een internationale vergadering te houden waarop alle landen

zonder uitzondering vertegenwoordigd kunnen zijn, dat was

wel de richtsnoer die men meende dat het Bestuur thans

moest volgen. Over definitieve aansluiting van den Kring,

over zijn houding wanneer het niet gelukt de Centralen

toegelaten te krijgen, wenschte men de Kringvergadering

later te laten beslissen.

Bij acclamatie werd ten slotte aangenomen een motie-Polak,

luidende:

De Kringraad besluit het Kringbestuur te adviseeren te

trachten eenheid te brengen in de verschillende pogingen tot

de heroprichting eener algemeene internationale Persunie.

De vergadering werd hierna gesloten.

Kringbestuur.

Zaterdag 1 October des avonds te 7 uur vergaderde het

Kringbestuur in De Kroon te 's-Gravenhage. Aanwezig waren

de eerevoorzitter mr. PLEMP VAN DUIVELAND, de bestuursleden

HANS, BIEMOND, VOOGD, ED. POLAK, CRAYÉ, VAN DER

HOUT, SCHOTTING en POLAK DANIELS en de gedelegeerden

KOUWENAAR (A. P.), VAN OOSTEN (H. J. K.) en DE ROT

(R. J. V.)

Ingekomen waren o. a. dankbetuigingen van de collega's

LAPIDOTH en VAN DE VIJVER voor de hun op 15 Sept. jl.

gebrachte hulde.

Eenige nieuwe leden werden aangenomen (zie Ledenlijst

in dit No.)

Uitvoerig werd vervolgens van gedachten gewisseld over

de vraag wat het Bestuur thans heeft te doen nu de Brusselsche

Conferentie is uitgesteld en het Bureau Central weer

zijn leden bijeenroept. Algemeen stemde men in met het

advies van den Kringraad: Parijs en Brussel moeten tot

elkaar worden gebracht en Nederland moet daartoe het

initiatief nemen. De vraag was nu of wij na onze houding

tegenover de Brusselsche Conferentie toch naar Parijs moeten

gaan, waar de klaarblijkelijke bedoeling is Brussel concurrentie

aan te doen. Algemeen was men van gevoelen, dat


80 DE J O U R N A L I S T

het gewenscht is te Parijs poolshoogte te nemen; daarna zijn

wij toch vrij te beslissen wat we zullen doen. Men achtte

het.beter vooraf ons op de hoogte te stellen van de houding

die de Belgische vereeniging neemt tegenover den oproep

van Parijs. Besloten werd, dat de secretaris zich onmiddellijk

telegrafisch tot de Belgische Association zal wenden om te

informeeren wat haar houding is tegenover den oproep van

het Bureau Central. Heeft deze vereeniging geen bezwaar

om naar Parijs te gaan, dan zal de Kring daar ook heen

gaan; heeft zij wel bezwaar, dan zal de Kring trachten ook

de Parijsche bijeenkomst uitgesteld te krijgen ten einde

algemeen overleg te plegen.

•Na afdoening van eenige huishoudelijke aangelegenheden

werd de vergadering gesloten.

De Brusselsche Conferentie.

Toen het duidelijk werd dat de meeste „neutrale" landen

geen afgevaardigden zouden zenden naar de Brusselsche Persconferentie,

achtte het Dagelijksch Bestuur van den Kring

het gewenscht nader overleg te plegen om zoo mogelijk met

de collega's uit de neutrale landen tot een accoord te geraken

omtrent een gemeenschappelijke houding tegenover, eventueel

op die conferentie. Met het oog daarop seinde de Kringsecretaris

naar den president van de Association de la Presse

Beige, HERMAN DONS, uitstel van de Conferentie verzoekend.

' Omgaand ontving hij telegrafisch antwoord dat het Belgische

Bestuur onmiddellijk over ons verzoek zou beraadslagen.

Twee dagen later ontving de Kringsecretaris onderstaand

schrijven:

•Mon cher Confrère,

Comme suite a votre communication télégraphique d'hier,

j'ai Ie plaisir de vous faire savoir que nous ajournons, a-votre

. demande, la Conférence Internationale qui devait se réunir

a Bruxelles Ie 9 Octobre prochain.

J'insiste sur 1'importance qu'il y aura a pouvoir grouper

au cours de ces assises les représentants de la Presse des

pays allies et de tous les neutres faisant partie de la Société

des Nations. Nous examinerons ensembles, les moyens de

reconstituer une puissante Union Internationale de la Presse

et nous prendrons des decisions relatives a la situation des

' organismes journalistiques des puissances Centrales. Toutes

les propositions concernant ce dernier objet seront loyalement

discutées, et si vous avez a en formuler, je vous prie de me

transmettre vos textes au plus tót.

Afin de pouvoir réserver Ie meilleur accueil possible a tous

les confreres qui participeront a cette Conférence, il nous

semble que nous pourrions retarder celle-ci jusqu'au début

du printemps prochain; d'ici la nous aurons pu échanger des

vues et j'ai bon espoir que nous pourrons arriver a des

solutions capables de fortifier la confraternité internationale.

Veuillez croire, mon cher Confrère, a mes sentiments les

meilleurs.

Le Président,

HERMAN DONS.

Een dankbetuiging.

De secretaris van de Haagsche Journalisten-Vereeniging

ontving van het bestuur der „Ned. Vereeniging voor Internationaal

Recht" het volgende schrijven, gericht „aan de Pers,

bij hare Nederlandsche vertegenwoordiging: den Nederlandschen

Journalisten-Kring en de Haagsche, Amsterdamsche en

Rotterdamsche Journalisten-Vereeniging en aan den vertegenwoordiger

der Pers ter conferentie, den heer W. C. VAN MEURS

: te 's-Gravenhage".

„Bestuurderen der Nederlandsche Vereeniging voor Interl

nationaal Recht mede uit naam der International Law Association,

van welke zij eene afdeeling is, betuigen u mmgen

dank voor de wijze, waarop u hebt willen medewerken om

de.ontvangst der leden van de International Law Association

te maken tot even luisterrijke als hartelijke betooging.

„Er is op hare 3o ste Haagsche conferentie goed werk verricht;

de algemeene samenwerking der naties is krachtig

bevorderd; de goede naam van ons land op het gebied van

het internationaal recht is bevestigd.

„Dat alles is voor een groot deel aan uwen weiwillenden

steun te danken."

Volgt onderteekening: D. JOSEPHUS J ITTA, voorzitter,

G. M. W. JELLINGHAU'S, secretaris.

Statuten-Commissie.

De Commissie in zake een eventueele statuten-herziening

heeft Zaterdag 30 September in den Haag haar eerste ver­

gadering gehouden. Aanwezig waren de leden HANS, KOU-

WENAAR, VOOGD en VAN DER HOUT.

Uitvoerig werd van gedachten gewisseld over de vraag of

het'mogelijk en wenschelijk is den Kring te maken tot een

bond met afdeelingen. Zij die de mogelijkheid of de wenschelijkheid

daarvan niet inzien.meenden nochtans dat het mogelijk

zou zijn den band tusschen den Kring en de plaatselijke

vereenigingen sterker te maken en zij waren bereid mede te

werken aan een herziening die daartoe geraakt. Besloten werd

dat in een volgende vergadering dit punt nader onder het

oog zal worden gezien.

Ledenlijst.

Aangenomen als buitengewoon lid:

J. MOORMAN, Anth. Duyckstraat 129, den Haag

Verhuisd:

D. J. DE BAIXUSECK naar 3 East 47 th street, New York City.

H. Bos van Groningen naar Van Oldenbarneveldstraat 104,

Amsterdam.

Mej. B. M. VAN DEN ENDE naar Stadhoudersplein 32, den Haag.

TH. KUIJPER naar Slichtenhorststraat 46, Nijmegen.

A. RICARDO naar Laan van Meerdervoort 554, den Haag.

Q. A. DE RIDDER naar Egelantierstraat 27, den Haag.

C. L. F. SARLET DE SOIRON naar Buitenveer 50, Weesp.

GRETHA SCHRIER van Bussum naar Eemnesserweg, Pension

Wilhelmina, Laren (N. H).

K. VOSKUIL naar Wipstrikkeralleé 48, Zwolle.

JOH. M. DE ZEEUW naar Brederodestraat 77 a , Rotterdam.

Adressen gevraagd.

Kan iemand mij het tegenwoordig adres opgeven van:

L. ALETRINO, vroeger te Deventer.

W. DE VREEDE, vroeger te Utrecht.

CONSTANT VAN WESSEM, vroeger te Hilversum.

V. D. H.

Den Haag.

Plaatselijke Vereenigingen.

Onder voorzitterschap van mr. J. J. van Bolhuis hield de Haagsche

Journalisten-Vereeniging Donderdag 29 September 1.1. een ledenvergadering

ter behandeling van de agenda voor den Kringraad.

De secretaris gaf een toelichting betreffende de Brusselsche conferentie

tot oprichting van een internationale persorganisatie en van

het standpunt dienaangaande door het Kringbestuur ingenomen.

Hierna volgde eenige gedachtenwisseling, vrijwel kon men zich

vereenigen met de gedragslijn tot dusver door het Kringbestuur

gevolgd. De heer Van Zuylen meende, dat het bestuur van den

Kring de ledenvergadering had dienen bijeen te roepen alvorens

te beslissen over aanvaarding van de Brusselsche uitnoodiging.

Echter werd deze kwestie van weinig practisch belang geacht,

waar er geen bezwaren tegen bestonden, dat de Kring aan de

Brusselsche conferentie zou deelnemen. Het eenige punt, dat, naar

het - betoog van den secretaris, van belang was, betrof de vraag,

welke houding de Kringdelegatie te Brussel zou dienen aan te

nemen indien onverhoopt het Kringvoorstel niet zou worden aanvaard.

Naar de meening van den secretaris zou de Kringdelegatie

dan in geen geval een verklaring mogen afleggen, welke den

Kring zou binden in eenig opzicht. Zijns inziens diende de beslissing

of men dan toch tot een internationale organisatie zou toetreden

bij de ledenvergadering van den Kring te zijn. Eerst na

kennismaking van de te Brussel gevoerde beraadslagingen zou men

kunnen beoordeelen of bij verwerping van het Kringvoorstel toetreding

van den Kring tot een internationale organisatie nog

gewenscht zou kunnen zijn. De heer Stokvis nam dienaangaande

een ander standpunt in; hij meende, dat nu reeds kon worden

besloten, dat bij verwerping van het Kringvoorstel de Kring niet

zou moeten toetreden tot een internationale organisatie, hij toch

kon zich geen geval denken, waarin het gemotiveerd zou zijn,

om zich bij een internationale organisatie aan te sluiten, waarvan

een of meer landen waren uitgesloten. De meerderheid der aanwezigen

nam echter het standpunt, dat bij verwerping van het

Kringvoorstel de Kringdelegatie geen beslissende verklaring te

Brussel zou mogen afleggen, maar dat de Kring zelf, gehoord het

rapport van zijn delegatie, zou dienen te beslissen. Besloten werd

aan het dagelijksch bestuur over te laten een voorstel voor den

Kringraad in dien zin te redigeeren. Het voorstel is daarna aldus

vastgesteld:

De Haagsche Journalisten-Vereeniging stelt voor, dat:

a. bij aanneming van het Kringvoorstel te Brussel, de Kringdelegatie

aldaar zal verklaren, dat de Kring toetreedt tot de

internationale organisatie;

b. bij verwerping van het voorstel de Kringdelegatïe ter

Brusselsche conferentie geenerlei beslissende of den Kring bindende


verklaring zal afleggen, doch te kennen zal geven de beslissing

aan den Kring, gehoord haar rapport te moeten overlaten.

Tot afgevaardigden naar den Kringraad werden benoemd de

heeren Stokvis en Van Zuylen.

VAN MEURS, secretaris.

Groningen.

In de 21 Sept. j. 1. gehouden ledenvergadering der Groningsche

Journalisten-Vereeniging onder voorzitterschap van den heer Joh.

Boersma, kwam o. m. ter sprake het voorstel tot wederoprichting

der Wereld-Pers-Unie. De vergadering stond zeer sympathiek

tegenover dit voorstel, maar was van oordeel, dat geen enkel

land van deze Unie behoort te worden uitgesloten. Algemeen

achtte men de houding, welke pers-vereenigingen in andere neutrale

landen hebben aangenomen tegenover deze kwestie, correct en

juist.

Enkele leden vestigden de aandacht op het feit, dat ten aanzien

van het verstrekken van perskaarten dikwijls de grootste willekeur

wordt bedreven. De vergadering besloot daarom zoo noodig

krachtig op, te treden tegen dit verschijnsel en reeds aanstonds

al degenen, die voor hun onderneming vertegenwoordigers der

kranten wenschen uit te noodigen, namens de G. J. V. op hun

verplichtingen te wijzen.

De salarisactie kwam voorts ter sprake. Maar resultaten zijn

wat Groningen betreft in eigen kring nog weinig bekend, zoodat

een onderzoek werd wenschelijk geacht. In een volgende vergadering,

binnenkort te houden, zal naar aanleiding van deze kwestie een

zoo scherp mogelijk geformuleerd voorstel aan de orde worden

gesteld.

J. LEENINGA,

secretaris.

Algemeene belangen.

De journalist in het parlement.

Geachte Redactie,

Ofschoon ik niet kan gelooven, dat vele collega's het idee •

van den inzender in nummer 326 van De Journalist, zullen

toejuichen en zeker niet dat ooit de Kring zijn eigen doodvonnis

zou teekenen door zich als zoodanig met de verkiezingen

te gaan bemoeien, meen ik dat een woord van protest tegen

zulk een d waalbegrip niet achterwege mag blijven.

Ik herinner mij nog goed hoe in 1918 tegen de belangenpartijtjes

is opgekomen, hoe er op gewezen werd, dat bijv.

iedere politieman toch niet dezelfde meening is toegedaan op

het gebied van het belastingwezen, vrijhandel of protectie,

het militaire vraagstuk enz. En zoo is het toch zeker onder

ons beroep ook. Denkt u dat ik als vrijzinnig-democraat

mijn stem zou kunnen geven aan een lijst, waarop ook

sociaal-democratische of rechtsche collega's voorkomen, hoe

hoog ik hen ook als collega schat. De inzender zelf heeft

zeker geen gevestigde 'politieke overtuiging, anders zou hij

mijn inziens met een dergelijk zot plan nooit voor den dag

zijn gekomen.

Wil men de belangen van ons journalisten doen behartigen,

laat ieder van ons dan bij zijn eigen politieke partij dit

verdedigen en zeker zullen de te stellen candidaten in vele

gevallen daarnaar willen luisteren. Dit zal beter resultaat

hebben, dan dat bijv. één als zoodanig gekozen journalist

— al geloof ik, dat het niet mogelijk zou zijn er één gekozen

te krijgen — in het parlement plaats nam om uitsluitend ons

belang te dienen. Over andere onderwerpen zou hij zelfs niet

mede kunnen stemmen, zonder gevaar te loopen steeds met

het een of ander deel van zijn .kiezers in onmin te geraken.

Met dank voor de plaatsing

MIDDELBURG 20 Sept. 1921. J. P. Ph. DOORENBOS.

Een oncollegiale collega.

Geachte Redactie.

Vergun mij door middel van De Journalist de collega's even te

waarschuwen voor den heer P. Teunissen, werkzaam voor het

Nieurus van den Dag en het Nederlandsch Landbou-wajeekblad.

Op Dinsdag 13 September werd te Vlissingen de Provinciale

landbouwtentoonstelling geopend en waren daar meerdere journalisten

aanwezig onder wie ook genoemde heer Teunissen en

ondergeteekende. Toen de minister van Landbouw de openingsrede

had voorgelezen, nog voordat de andere sprekers het woord

hadden gevoerd, vroeg de heer Teunissen den minister om zijn

rede en kreeg die. Ik zat daar vlak bij. Na afloop der opening

vroeg ik even inzage te mogen nemen, doch de heer T. weigerde

dit. De heer De Zeeuw redacteur van de Vlissingsche Courant, die

op eenigen afstand had gestaan, door mij ingelicht, vroeg ook om

de rede. weer weigerde de heer T. Toen wendde de heer De Zeeuw,

DE J O U R N A L I S T 81

die vooraf den minister schriftelijk om zijn rede had gevraagd

zich tot deze met de vraag of het de bedoeling was, dat alleen

de heer T. alleen van de copie gebruik mocht maken. De minister

zeide, dat ze gegeven was voor alle tegenwoordige persmannen

en dat hij eerst Maandagavond de rede had opgesteld, en ze

daarom niet had kum:en zenden. Hierop attent gemaakt weigerde

de heer T. ten derde male inzage. Ofschoon hem hier door verschillende

personen op ondubbelzinnige wijze zijn oncollegiale

houding onder het oog is gebracht, meende ik de leden van den

Kring niet onkundig te mogen laten van dit optreden, vertrouwende

dat hun solidariteitsgevoel groot genoeg zal zijn bij voorkomende

gelegenheid den heer T. ook alle hulp te weigeren. Met dank

voor de afgestane ruimte.

Middelburg 20 September 1921 J. P. Ph. DOORENBOS.

Op ons verzoek om eenige inlichtingen zijnerzijds schreef de

heer Teunissen ons het volgende:

De zaak zit zóó.

Als gewoonlijk kreeg ik ook in Middelburg van den Minister

van Landbouw diens rede. Toen daarop de schrijver van 't ingezonden

stukje mij die rede vroeg, heb ik gezegd, haar eerst zelf

te willen bewerken en dat hij haar dan krijgen kon. Dat behoefde

niet lang te duren. Hij wilde haar direct, wat ik weigerde, omdat

ik met mijn eigen werk nog niet klaar was.

Indien de heeren wat kalmer waren geweest, was 't zaakje

best spoedig in orde gekomen, want de rede was kort en de

inhoud eenvoudig. Het heeft zoo niet mogen zijn.

. De aansporing tot boycot is kostelijk.

Op land- en tuinbouwtentoonstellingen, -vergaderingen en -congressen

— ander journalistiek werk heb ik niet — zal ik dus

voortaan mijn eigen weg moeten vinden: gelukkig dat ik een

ervaring van 23 jaar achter den rug heb en eenigszins bekend

ben met agrarische vraagstukken en toestanden.

Mijn eenzamheid zal mij dus niet al te zwaar drukken.

C. K. Elout.

Personalia en Berichten.

Na afloop van de vergadering van den Kringraad op

Zaterdag 1 October is aan collega C. K. ELOUT de teekening

aangeboden van het geschenk, dat hem ter gelegenheid van

zijn 30-jarig jubilé door zijn collega's was toegedacht. Vergezeld

van zijn vrouw en zijn jongsten zoon kwam collega

ELOUT in de vergadering van Kringbestuur, gedelegeerden en

afgevaardigden der plaatselijke vereenigingen. Mevrouw ELOUT

werd een tuil rozen aangeboden. De zaal was met palmen

versierd.

Onze Voorzitter, collega D. HANS, sprak het volgende:

„Geachte collega Elout. — Het doet ons genoegen u met

mevr. ELOUT en uw jongsten zoon in ons midden te zien.

Dat heeft moeite gekost. Gij zijt — laat mij het eerlijk

getuigen — geen gemakkelijk feestvarken. Aan een meer

uitgebreide huldiging, aan een receptie, waarop zeer velen

verschenen zouden zijn die uw werk en uw persoon waardeeren,

hebt gij u niet willen wa^en. Zelfs wat déze huldiging betreft

— wel in intiemen kring, maar dan toch in aanwezigheid van

gedeputeerden uit verscheidende deelen deelen des lands —

hebt gij ons op rantsoen gesteld. Eén spreker. Meer niet.

Eén, namens allen.

Ik acht het een voorrecht, dat ik die ééne mag zijn, en ik

hoop er in te slagen om u te zeggen, welke gevoelens ons

tegenover u bezielen. De duur van mijn speech is door u

niet gerantsoeneerd. Een mededeeling, die u misschien zal

doen denken: „De Hemel sta mij bij, dit is een mislyck

teeken". Maar het zal u meevallen.

Gij zijt hier, in deze bijeenkomst, in het milieu van den

Nederlandschen Journalisten-Kring, gij vindt hier het Kringbestuur

en vertegenwoordigers van aangesloten vereenigingen,

en het moge mij vergeven worden dat ik, als voorzitter,

allereerst aandacht vraag voor hetgeen gij voor den

Kring zijt geweest. En als ik dat doe, dan raak ik een

belangrijk deel van 's Krings geschiedenis aan. Een deel, dat

ik al dadelijk kan typeeren — daarmee ook aangevend de

rol die gij er in gespeeld hebt — door te zeggen, dat toen

de basis is gelegd voor de verdere ontwikkeling der vereeniging.

Het is zeer onlangs 25 jaar geleden geweest, dat

gij, met E. W. DE JONG, J. W. HELMER en wijlen J. H.

RÖSSING, de motie hebt ingediend, die, aanvaard, leidde tot

de benoeming van een commissie, welke de reorganisatie van

den Kring zou voorbereiden. Van die commissie, zooals van

de geheele reorganisatie, waart gij de ziel en, al was dan een

ander voorzitter van den Kring,' het is onder uwe leiding

geweest, dat de gedaanteverwisseling van de vereeniging plaats


82 DE J O U R N A L I S T

had. Een verwisseling, die van den Kring maakte een organisatie

ter behartiging van de vakbelangen in den ruimsten

zin van het woord.

Reeds in die periode gaaft gij als vereenigingsman een

staaltje van merkwaardige onafhankelijkheid: een neiging die

uw geheele loopbaan heeft gekenmerkt. Want de oppositie in

den Kring, onder uwe aanvoering, en voor die dagen van

een beteekenis welke niet mag worden onderschat, was

gericht tegen een leiding van — zooals ge ze zelf later genoemd

hebt — „hooge oomes", aan het hoofd waarvan niemand

anders stond dan CHARLES BOISSEVAIN, directeur-hoofdredacteur

van het blad, waaraan gij als jong journalist verbonden

waart, en die ten opzichte van de oppositie-partij

zeer bitter gestemd was. Dit voorbeeld van critische onafhankelijkheid

verdient vermelding èn waardeering. Wanneer dan

ook in latere jaren de Kring zich meer speciaal als vakvereeniging

heeft ontwikkeld en er in geslaagd is iets voor

de journalisten van ons vaderland tot stand te brengen, mag

niet vergeten worden het werk, door u op het eind van de

vorige eeuw verricht. Gij hebt voor die ontwikkeling, voor

den verderen uitbouw, de fundamenten' gelegd. Het tegenwoordig

geslacht (er zijn nog slechts 25 a 30 leden uit dien

tijd over) mag dat niet vergeten.

Nadat dezelfde vergadering, die tot de reorganisatie besloot,

u, op 26 September 1897, tot bestuurslid had gekozen, hebt

gij in vele functies den Kring gediend. Gij waart zijn tweede,

later zijn eerste secretaris, gij waart zijn penningmeester en

zijn vice-voorzitter, gij maaktet deel uit van de redactie

van het orgaan en van verschillende commissies, gij hebt ons

op buitenlandsche congressen vertegenwoordigd. Als voorzitter

van de Haagsche Journalisten-Vereeniging zijt gij mede langen

tijd in functie geweest. Al scheen hef in de laatste jaren wel

eens, of de band tusschen den Kring, uw Kring, en u, wat

losser was geworden, wij wisten dat gij in uw hart aan ons

gehecht waart. Voor alles, wat gij in en voor het vereenigingsleven

der Nederlandsche journalisten hebt gedaan, breng ik

u op dit oogenblik een woord van zeer hartelijker! dank.

Maar, geachte collega, boven den Kring gaat het beroep

en meer dan uw figuur als vereenigingsman is ons uw gestalte

als journalist. En het is vrijwel overbodig, u in déze omgeving

als zoodanig te schetsen, een overbodigheid, die voor mij

een uitkomst is, want het is tevens bijzonder moeilijk. Uw

kwaliteiten vinden onder ons geen bestrijding. Wij erkennen u

gaarne als één der eersten en één der besten, één der krachtigste

voortrekkers van ons beroep. Ons vak heeft voor u geen

geheimen. Al is dan het parlementaire werk sinds eenige

tientallen van jaren uw hoofdbezigheid, gij zijt in uw journalistieken

arbeid nooit gespecialiseerd. Als verslaggever, als

reporter, als kunst-criticus, als literator, als overzicht-schrijver

hebt gij werk van beteekenis verricht. Nog in den allerlaatsten

tijd hebt gij getoond welk een voortreffelijk,schrijver

gij zijt: ik denk aan uw Loodsartikelen. En een combinatie

van vele eigenschappen die u als journalist kenmerken, heb

ik voor mij altijd gevonden in uw prachtige schetsen „De

Heeren in den Haag", die getuigen van rake typeeringskunst,

fijne opmerkingsgave, en zeer bijzonder schrijftalent. In één

woord, wat het gehalte, den aard en den omvang van uw.

werk betreft behoort gij tot de betrekkelijk-weinig all-roundjournalisten,

die de huidige generatie van ons beroep kent.

Moeilijk echter zou mijn taak worden, wanneer ik u poogde

te schetsen in het karakter van uw werk en uw persoon.

Hier komt de merkwaardige tegenstrijdigheid van uw figuur

uit. Gij hebt ruimschoots getoond een organisatie-man te zijn,

een erkenner van de macht en de waarde der collectiviteit.

En zie, hoe vaak zijt gij ons niet in uw journalistieken arbeid

verschenen als de individualist, die in de eerzaamheid zijn

bekoring vond. Dan zagen wij: ELOUT als Einspanner. Ook

ais zoodanig zijt gij een bekende figuur onder ons. Uw

critische onafhankelijkheidszin, uw angst om voor kudde-dier

te worden aangezien wanneer gij u bij de overheerschende

meening voegdet, uw vrees voor gezelschap als het ging om

het bepalen en uitspreken van uw oordeel, hebben de in u

levende neiging tot geestelijke individualiteit versterkt. Het

beste wat een volk bezit — zoo hebt ge zelf eens geschreven —

is „de zelfbewustheid van het individu". Welnu, daaraan hebt

ge uw deel bijgedragen en het verbaast mij dan ook niet,

dat ge u steeds zoo aangetrokken hebt gevoeld tot een figuur

als VAN HOUTEN. En altijd hebt gij als een man, en met

talent, verdedigd wat gij het verdedigen waard vond. Gij

hebt het grootste succes behaald dat een journalist behalen

kan: men mocht het vaak niet met uw eens zijn, men was

nooit onverschillig voor uw meening en men hield er altijd

rekening mee. Zoo zijt gij — het gevaar voor een Einspanner —

in vele oogenblikken dat gij als journalist een eigen en geheel

afwijkende meening verkondigdet, niet verloren gegaan in uw

isolement, maar gij hebt voortdurend de aandacht op u

gevangen weten te houden. Men passeerde u nooit, maar

bleef altijd staan om te beluisteren.

Zoo was uw stem het geluid van een zeer begaafd journalist,

van een eerlijk man met een sterken onafhankelijkheidszin,

die ook voortdurend heeft gestreden voor het hooge peil van

ons beroep, voor zijn verheffing en veredeling. Daarom

huldigen wij u vandaag bovenal als één waarop wij als vakgenooten

trotsch zijn, als een man van beteekenis in het

geestes-leven van ons land.

Waarde collega, ge hebt heel wat lof moeten hooren. Maar

het was verdiend en wij vinden het prettig het u eens te

kunnen zeggen. Gij zult trouwens niet verwacht hebben,

vandaag aan oppositie te moeten blootstaan. Ik weet, dat gij,

die altijd hartelijk hebt meegedaan om anderen te huldigen,

afkeerig zijt van huldigingen die u zélf raken, maar gij zijt

zulk een goed en trouw collega geweest, dat wij ook ditmaal

een beroep doen op uw collegialiteit: zie dan, vin uw kant,

in deze huldiging een vreugde voor ons, omdat het ons

aangenaam was u onze hartelijke dankbaarheid en waardeering

te toonen. Mocht gij niettemin die hulde dwaas vinden,

beschouw haar dan in het licht van Horatius' wijsgeerig

woord: het is zoet bij gelegenheid eens dwaas te zijn. En

dit willen wij u nog zeggen : gij zijt zelf nooit spontaan geweest

in uw verhouding tot anderen, maar wie u naderde heeft

altijd uw sterken zin voor collegiale vriendschap ontdekt,

nooit is daarop vruchteloos een beroep gedaan, en uw aanwezigheid

op belangrijke momenten in het Kringleven is

ons altijd een reden tot blijdschap. Als ELOUT er niet bij is^

voelen wij dat altijd als een gemis.

Na deze beproeving, waarde collega, wacht u nog het

érgste. Ge zult iets van ons moeten aannemen. In de eerste

plaats een bescheiden album met de namen dergenen die

aan het geschenk hebben medegewerkt en dat ik u hierbij

kan overhandigen. In de tweede plaats een boekenkast, die

Cornelis van der Sluys voor u aan het timmeren is, een

* kast, die wordt uitgevoerd in den stijl van het ameublement,

dat dezelfde meubel-kunstenaar indertijd voor u heeft vervaardigd.

Op het oogenblik kan ik u alleen nog maar de schets

daarvan aanbieden: het cadeau zélf ontvangt ge binnenkort.

Waarde collega, ik eindig. In de boekenkast, die gij van

ons ontvangen zult, staat het embleem gesneden, dat altijd

uw werk vergezelt: het hoefijzer. Dat embleem, vriend ELOUT,

is tevens uw distinctief geworden. Wanneer wij dagbladschrijvers

een ambtscostuum droegen, een uniform, dan zou

op de kraag van degenen die onder ons den aller-hoogsten

rang hebben behaald, een hoefijzer worden geplaatst. Het

zouden er héél weinig zijn. Maar behalve op uw boekenkast

heeft het hoefijzer sinds vele jaren een plaats gekregen

in ons aller hart: een plaats van bewondering, vriendschap

en genegenheid."

Collega ELOUT antwoordde. Hij herinnerde er aan dat hij

zijn jubilé liever onopgemerkt had willen laten voorbijgaan,

't Was hem niet gelukt en een poging om de huldiging te

stuiten had hij wel moeten opgeven. De collega's hadden hem

in Domburg heel wat vacantiewerk bezorgd — 't beantwoorden

der felicitaties, maar 't was aangenaam werk geweest.

Zijn bezwaren tegen een huldiging zijn gelegen in de omstandigheid,

dat daarbij altijd alleen de goede eigenschappen

worden opgesomd, dat er te veel bij gegeten en te veel bij

gespeecht wordt. Daarom had hij dan ook op beperking van

een eventueele huldiging aangedrongen. Het had hem zeer

gespeten dat hij bij zijn jubilé van slechts een tiental hem

onbekende lezers brieven had ontvangen. Graag had hij eens

uit dien kring meer vernomen en meer belangstelling gezien.

Het lijkt wel eens alsof de geestelijke werkers gewaardeerd

worden, spr. heeft een ridderorde die nog meer is dan een

gewoon lintje, maar als men dan de 31 Augustus-lijst weer

eens inziet en men constateert hoe vele „leeuwen" er gegeven

worden aan — op zichzelf heel verdienstelijke — personen,

maar die toch achterstaan bij de geestelijke werkers, dan

wordt de eer al weer heel wat kleiner.

Voor spr. is een journalist in het civiele een predikant,

een geestelijke, die een roeping heeft te vervullen en daarin

een groot deel van zijn bevrediging, zijn loon moet vinden.

Belangstelling wekken voor het maatschappelijk en geestelijk

leven, dat was z. i. een gewichtige taak van den verslaggever

en al ziet deze niet onmiddellijk het resultaat van zijn arbeid,

hij weet dat hij meewerkt aan de algemeene geestelijke

opvoeding.

Spr. schetste de taak van den journalist, gelijk hij die zich

had gesteld.


Ten slotte zegde hij dank voor de woorden van den Voorzitter

en voor het hem aangeboden geschenk. Hij herinnerde

er daarbij aan dat hij bij de oprichting van den Kringraad

zich daartegen had verzet en hij wees op de werking van

het toeval, dat juist deze huldiging in den Kringraad plaats

had. Voor het welzijn van den Kring sprak hij de beste

wenschen uit en hij verklaarde dat deze dag voor hem een

heerlijke herinnering zou blijven.

Het geschenk zal zijn (zooals uit het bovenstaande blijkt)

een boekenkast, vervaardigd door Corn. v. d. Sluys in den

stijl van het overige ameublement in Elout's werkkamer. De

teekening van de boekenkast was reeds gereed en werd

thans aangeboden. De naamkaartjes van de deelnemers waren

in een album bijeengebracht, dat eveneens werd overhandigd.

Na nog eenige oogenblikken te midden van de aanwezigen

vertoefd te hebben, verliet mevrouw ELOUT met haar zoontje

de bijeenkomst. Het Kringbestuur en eenige afgevaardigden

van den Kringraad vereenigden • zich met collega ELOUT aan

een gemeenschappelijken maaltijd.

Jan Feith.

Zaterdag 17 September hebben de directie, hoofdredactie

en een groot aantal collega's van het Handelsblad JAN FEITH

ter gelegenheid van zijn vertrek naar Indië „uitgegeten".

Een genoeglijk, wei-verzorgd dinertje, waar een goede stemming

heerschte, en waar veel is gespeecht. JAN FEITH is er op

allerlei wijzen gehuldigd: als journalist, als literator, als

collega, en als mensch. En FEITH moet wel den indruk

hebben, dat men hem noode vertrekken ziet. Als hij eens

•weer mocht terugkomen uit Indië („je bent welkom!", interrumpeerde

de heer BOISSEVAIN), dan zal hij worden ontvangen

als een goeie vriend, een aangenaam collega, dien men altijd

gaarne zag.

FEITH sprak in antwoord op de hem gebrachte hulde

woorden van dankbaarheid en waardeering voor het „ouwe,

goeie Handelsblad", dat hem bijkans 25 jaar onder zijn

redactieleden telt. En hij haalde herinneringen op uit den

ouden tijd, zóó geestig en met kwajongensachtig genoegen,

dat het daverde in het intieme restauratiezaaltje, waar tot

elf uur getafeld werd.

L. A.

Frits Lapidoth.

Een onzer beste collega's — het adjectief best gebruikt

| voor den mensch en voor den journalist — FRITS LAPIDOTH

heeft 15 Sept. 1.1. een feestdag beleefd, dien wij hier met

een kort woord willen herdenken. Een comité had zich

gevormd om LAPIDOTH'S 6o e " verjaardag ook naar buiten,

fin den wijden kring zijner lezers te vieren. Aan den oproep

van dat comité, tot welks leden behoorden de ministers van

| Buitenlandsche Zaken en van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen,

exellenties VAN KARNEBEEK en DE VISSER, de

1 commissaris der Koningin in Zuidholland, baron SWEERTS

DE LANDAS WYEORGH, en de burgemeester van 's-Gravenhage

mr. J. A. N. PATIJN, hebben honderden gevolg gegeven.

Onder die honderden waren, behalve collega's van de dagbladpers,

tal van beoefenaars van tooneel, letteren en beeldende

kunst, die als om strijd naar de eer dongen om hun

namen te schrijven in het den jubilaris aan te bieden

vrienden-album. Zelden zal een comité van dezen aard zooveel

voldoening van zijn initiatief gehad hebben als de commissie

voor de huldiging van LAPIDOTH. Het was vooral de hartelijke,

dikwijls aandoenlijke wijze waarop aan het comité de wenschen

tot deelneming kenbaar werden gemaakt, die het voorbereidende

werk der huldiging zoo bijzonder aangenaam maakte.

Want zeer velen kwamen ongevraagd hun deelneming betuigen.

Zij kwamen, als dankbare lezers van LAPIDOTH, den fijnen

kunstkenner en litterairen journalist van den eersten rang

— zooals minister DE VISSER den jubilaris ten zijnen huize

begroette — hun hulde brengen. Zij wilden FRITS LAPIDOTH

eeren als „vermoedelijk den besten kunstonderwijzer dien

Nederland bezit" (woorden van C. K. ELOUT in het Handelsblad),

als de schrijver van den „klaren, licht malitieusen,

soms zich ver boven de middenmaat verheffenden stijl, van

het bezonken, heldere oordeel, die hem gemaakt hebben tot

een der dagbladrecensenten, naar wie Nederland het liefst

luistert" (woorden van mr. PLEMP VAN DUIVELAND in de

De Vrijheid).

En niet alleen'in Nederland. Ook van Vlamingen, o. a. van

een Vlaamsen dichter en letterkundige, die zich nog altijd

dankbaar herinnerde de fijnheid van geest en de keurigheid

van pen waarmede LAPIDOTH een kwart- eeuw geleden zijn

DE JOURNALIST 83

eersten bundel in een critiek in Elsevier 's Maandschrift, in

Noord-Nederland bekend had gemaakt.

Zoo was de hulde die den 15 Sept. aan dezen voortreffelijken

journalist en beminnelijken collega gebracht werd, des

morgens ten zijnen huize, in tegenwoordigheid van het uitvoerend

comité, door den minister van Onderwijs, K. en W.,

die, in gezelschap van zijn eerstaanwezende ambtenaren,

LAPIDOTH namens de Koningin het ofiïcierskmis van de

Oranje-Nassauorde overhandigde, des namiddags in Pulchri

Studio, waar de directie der Nieuwe Ct. te zijner eere

receptie hield, die buitengewoon bezocht was door bekende

figuren op 't gebied der beeldende kunst, van het tooneel,

de wereld der letteren en der journalisten.

De woorden daar gesproken door den voorzitter der commissie,

dr. W. G. C. BYVANCK, door den hoofdredacteur der

Nieuwe Courant, den heer BRUNA, namens den Ned. Journalisten-Kring

door zijn voorzitter D. HANS, door den heer

HUMME; namens de Haagsche Journalistenvereeniging door

mr. J. J. VAN BOLHUIS, en door den heer M. MOUTON

namens de commissarissen der Nieuwe Courant, wij behoeven

ze hier niet te herhalen. De deelnemers aan het huldeblijk

zullen die toespraken, die als een memorie van toelichting

waren op de door hen in het album geschreven namen,

in de bladen gelezen hebben.

Wat vooral trof in die toespraken, was de erkenning van

de opvoedkundige, blijvende waarde van het journalistiek

werk van LAPIDOTH, dat hij nog jaren lang tot verhooging

van het zedelijk en geestelijk peil zijner lezers moge voortzetten.

H.

G. J. H. van de Vijver.

Tegelijk met LAPIDOTH vierde nog een ander lid der redactie

van de Nieuwe Ct. den 15 Sept. zijn 6o en verjaardag, de

heer G. J. H. VAN DE VIJVER, niet minder hooggeacht onder

de collega's en onder zijn medewerkers aan de courant. De

belangrijke taak van de verzorging van het ochtendblad

rustte op hem gedurende een reeks van 18 jaren. Sedert een

paar jaar is hij als chef van de binnenland-redactie naar het

avondblad overgegaan.

Reeds in den vroegen morgen van zijn feestdag werden

aan zijn woning bloemen en geschenken gebracht, waaronder

een bloemenhulde van het technisch personeel der courant,

met 't welk hij uit den aard van zijn werk dagelijksch veel

in aanraking komt. De leden der redactie complimenteerden

VAN DE VIJVER onder aanbieding van een zinrijk, voor een

60-jarige doelmatig geschenk, waaraan ook de leden der

administratie hadden meegewerkt. De hoofdredacteur, de

heer BRUNA en de heer HAAXMAN, die met zijn vriend

vroeger samenwerkte aan het oude Dagblad, vertolkten in een

feestelijke bijeenkomst in het middaguur van het geheele

personeel van redactie, administratie, directie en zetterij, aller

hartelijke gevoelens voor den bekwamen journalist en den

trouwen kameraad. Met groote waardeering van VAN DE

VIJVER'S verdiensten voor de courant sprak ook de heer

MOUTON namens commissarissen.

In den loop van den dag maakten ook hun opwachting

aan de courant delegation van het Bestuur van den Kring

en van de Haagsche Journalistenvereeniging, namens welke

de heeren HANS en mr. VAN BOLHUIS woorden van hartelijke

waardeering spraken voor den collega, wiens journalistieke

taak als stille werker aan het „binnenland" niet de minst

belangrijke is in de dagbladpers.

Ook deze toespraken gingen vergezeld van bloemgeschenken.

De heer VAN DE VIJVER was zeer verrast en getroffen

door deze blijken van hoogachting en vriendschap.

Bibliografie.

Juli.

Maasbode i2 1 /„ jaar ochtenblad, 1 A 2 O.

Dagbladpers in Japan, H. A. Lesturgeon, N. Ct. 4 A. 5 A.

Excursie Dordrecht (zie Maandblad No. 324).

Bezoek Japansche gasten. Foto Panorama 6.

Augustus.

De krant en de menschen, H. J. Stratemeijer, de Gulden

Winckel.

De verploerting van ons leven (Badnummer) Het Leven 1 A.

Een synodale perstribune, N. R. Ct. 6 O.

Journalistiek in de samenleving, Weekbl. gewijd aan de belangen

v. Rotterdam, 6.

Corresp. Bureau journalistiek, Residentiebode 8 en 10.


84

C. K. Elout jubileum, Hbl., Vad., N. Ct. n A, Sumatrapost

ii, Locomotief 23.

Idem Huldiging ochtendbladen 2 October.

Wijlen mgr. Klönne als hoofdred., J. W. Heimer, de Nieuwe

Eeuw 13.

Mr P. Brooshooft f Vad - 16 O. 17 A., Locomotief 18.

Achter de schermen der kritiek, H. Borel Vad. 28 ü.

Intern, congres van intellectueelen te Brussel, U. D. 31 A.

September.

Bonden en idealisme (van intellectueelen) F. Lapidoth, de

Nationale 6.

T. C. Schroder jubileum, Tel. 11 O. 12 A. _ _

F. Lapidoth jubileum, De Vrijheid (mr. Plemp van Duiveland,

Toh. de Meester) 14, N. R. Ct. 14A, Hbl. (Elout) 15 O

N Ct. IS A. 16 O., Vad. 16 O. en A., N. Arnh Ct. 16,

U D. 18 A., Het Tooneel (portret), de Prins (idem) 1 Oct.

G f H. van de Vijver jubileum, N. Ct. 15 A. 16 O.

Een praatje over journalistiek, Gron. Dagblad, J. L(eemnga).

23 en 30.

In die.

Persmuskieten in de wereld van den schijn, Horseman, de

Locomotief 9 Juli.

Charivarius en de journalisten, Locomotief 12 Juli.

Werelperscongres. En Indië? Java Bode 18 Augustus.

De eeuw van pers en podium, A. G. de Brum, Locomotief

Sumatrapost 26 Aug.

DE J O U R N A L I S T

— De heer HEYTING schrijft ons nog:

Vergun mij even uitdrukkelijk de bewering van den heer

FREDERIKS in zijn laatste schrijven tegen te spreken, als zou

ik te eeniger tijd aangesteld zijn bij Aneta. Dit is natuurlijk

nimmer het geval geweest. _ ...

Voor de rest verwijs ik naar mijn vorig schrijven en een

schrijven van den heer DRION. „„.„

De heer DRION meldde ons, dat door de Eastern Service

(om bijzondere redenen in overleg met hem) een schriftelijk

contract met den heer HEYTING is gesloten, waarin deze

tegen een vast honorarium wordt aangesteld tot het houden

van interviews, het schrijven van artikelen en het geven van

berichten voor de Eastern Service in Nederland. Deze vermelding

strekt dus om de juistheid te bevestigen van de

mededeelingen van den heer HEYTING m De Journalist. De

heer D. neemt daarbij gaarne aan dat de Eastern Service

het Aneta-kantoor onkundig heeft gelaten van het bestaan

dezer overeenkomst.

(Hiermede kan dit debat wel gesloten worden. Red)

— Tot tweeden sportredacteur aan het Handelsblad is

benoemd de heer A. IZAKS, thans verbonden aan het Persbureau

Vaz Dias. „

Aan het Handelsblad is ook benoemd de heer HUGO BOS

te Groningen.

— Aan de Haagse/ie Courant is benoemd mej. WILLY VON

HETTYEY, thans werkzaam aan de Nieuwe Courant.

— De heer G M. NIEUWENHUIS, die 1 Januari 1920 de

journalistiek verliet om een andere betrekking te aanvaarden

is wederom opgenomen in de redactie van de Opr. Haarl. U.

— Mej. B. VAN DEN ENDE heeft de redactie van de

Goudsche Courant verlaten.

— Collega JAN FEITH is Zaterdag 1 October uit den Haag

vertrokken ten einde zich te Genua in te schepen naar Indië.

— In de Augustus-aflevering van Netschers Revue komt

een portret voor van onzen collega mr. P. H. RITTER.

— De Nieuwe Rotterdamsche Crt. geeft sinds 1: October

wekelijks een letterkundig bijvoegsel, dat voornamelijk beoogt

belangstelling voor het boek te wekken.

Indië:

— Het alg geïllustreerd weekblad De Revue in O.-Indië

verschijnend, gaf in zijn nummer van 23 Juli een artikel over

het Journalistiek jubileum van de Preangerbode. Een portret

van' collega TH. E. STUFKENS, den hoofdredacteur en een

kijkje in één der redactiekamers zijn o. a. daarbij opgenomen.

Het nummer van dit weekblad van 13 Augustus bracht

een foto van collega HATTINK, redacteur van het Soerabajasch

Handelsblad, die met verlof naar Holland vertrok.

— De Volksraad-tachygraaf, de heer H. W. ANDERSEN, is

benoemd tot redacteur van de op 1 September te Soerabaja

verschenen Indische Courant.

— De Belgische journalisten-bond heeft 14 Augustus te

Namen zijn achtste congres gehouden. In beginsel werd

besloten tot de oprichting van een hoogeschoolleergang voor

journalisten. De inleiders waren van oordeel, dat de inrichting

van een dergelijke leergang noodzakelijk was, daar het peil

der Belgische journalisten zeer ten achter staat bij de Engelsche,

Fransche en Nederlandsche collega's.

Het congres sprak den wensch uit, dat aan de wet op het

arbeidscontract het volgende artikel zal worden toegevoegd:

De journalisten, die aan een dagblad verbonden zijn,

hebben in geval van ontslag recht op een opzeggingstermijn

van drie maanden, indien het salaris minder dan 1000 francs

bedraagt, op een opzeggingstermijn van 6 maanden wanneer

het salaris meer dan 1000 francs bedraagt en op een van

een jaar indien het salaris meer dan 2000 francs per maand

bedraagt, of indien de journalisten meer dan 10 jaar aan

dezelfde redactie verbonden zijn. De Zondagsrust zal van

toepassing zijn voor de journalisten, die recht hebben op

minstens drie weken vacantie."

Buitenland.

— Een aantal buitenlandsche persvertegenwoordigers te

Genève hebben besloten een Vereeniging van buitenlandsche

journalisten bij den Volkenbond te stichten. Zij hebben

daartoe op 24 dezer een vergadering belegd, waartoe alle

buitenlandsche persvertegenwoordigers waren uitgenoodigd .De

vereeniging is gesticht. WILSON HARRIS (Engeland) is tot

voorzitter gekozen.

— De Italiaansche persvereeniging heeft op voorstel van

haar president, senator BARSIFALLI, met algemeene stemmen

besloten om aan de Fransche journalistenvereniging te

berichten, dat de Internationale persvereeniging moet terugkeeren

tot haar program van vóór den oorlog en alle politiek

moet buitensluiten. Dit besluit is genomen naar aanleidingvan

de Parijsche pers, om de Duitsche journalisten uitte

sluiten van het Internationale perscongres, dat op 25 October

zal worden gehouden.

Gedrukt bij A. de la Mar Azn., Amsterdam

Advertentiën.

Heden werd mijne Vrouw,

JOHANNA CORNELIA HOLST,

door den dood uit een langdurig lijden verlost.

H. TERSTEEG.

NAARDEN, 23 September 1921.

Pater Wijnterlaan 3.

Het is ondergeteekende een behoefte zijn warmen dank

te betuigen aan de vele collega's, die, ter gelegenheid van

zV Sgsten verjaardag, zoo vriendelijke woorden aan

£ hart e en g Tl d journalist, nu al bijna veertig. jaren

werkend voor de Nederlandsche Pers, ziet hij in de

waardeering der vakgenooten een bemoed.ging voor de

komende jaren!

DEN HAAG, 28 Sept. 1921

FRITS LAPIDOTH.

JOURNALIST,

er week

21 jaar, \ l A jaar werkzaam aan een 2 X P

verschijnend blad, wenscht zich verder te bekwamen

en van betrekking te veranderen.

Brieven No. 6 Redactie De Journalist.

Jongmensch,

26 jaar, P. G., einddipl. 3 j. H. B. S. en Openb.

Handelssch., eenige jaren acad. studie, zoekt plaatsing

bij een dag- of weekblad.

Brieven onder No. 8 Red. De Journalist.

More magazines by this user
Similar magazines