31.07.2013 Views

B arack Obama - Nrc

B arack Obama - Nrc

B arack Obama - Nrc

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

inhoudsopgave<br />

><br />

NRC Handelsblad 1<br />

B <strong>arack</strong><br />

<strong>Obama</strong><br />

De beste artikelen uit<br />

NRC Handelsblad en nrc.next<br />

NRC BOEKEN


I n h o u d s o p gave<br />

B<strong>arack</strong> <strong>Obama</strong><br />

4<br />

5<br />

10<br />

16<br />

17<br />

20<br />

24<br />

26<br />

34<br />

Juli 2004: B<strong>arack</strong> <strong>Obama</strong> debuteert, ziet en overwint<br />

Marc Chavannes, 28 juli 2004<br />

Mijn hart is vervuld van liefde voor dit land<br />

Menno de Galan, 26 januari 2007<br />

De eerste zwarte politicus die blanken niet afschrikt<br />

Tom-Jan Meeus, 10 februari 2007<br />

American Dream komt uit<br />

Levensloop B<strong>arack</strong> <strong>Obama</strong><br />

‘Door samen te werken kunnen we oude raciale<br />

wonden helen’<br />

Speech B<strong>arack</strong> <strong>Obama</strong>, 19 maart 2008<br />

Of zijn ‘roots’ er nou liggen of niet, voor Kansas is<br />

<strong>Obama</strong> de vijand<br />

Tom-Jan Meeus, 23 september 2008<br />

In het land van zijn vader, Kenia, zou <strong>Obama</strong> nooit<br />

president worden<br />

Koert Lindijer, 25 oktober 2008<br />

Zwart is niet langer een bezwaar<br />

Tom-Jan Meeus en Merijn de Waal, 1 november 2008<br />

Dit is niet mijn overwinning, het is de uwe<br />

Speech B<strong>arack</strong> <strong>Obama</strong>, 5 november 2008<br />

inhoudsopgave<br />

><br />

NRC Handelsblad 2


Vo o r wo o rd<br />

Zelden kreeg een race om het Amerikaanse presidentschap<br />

zo veel aandacht als de voorgaande. Ook buiten de Verenigde<br />

Staten werd al maanden voor de eerste voorverkiezingen,<br />

begin 2008, uitgebreid verslag gedaan van alle<br />

kandidaten die zich warmliepen. B<strong>arack</strong> <strong>Obama</strong>, de jonge<br />

senator uit Illinois, die als outsider in de Democratische<br />

voorverkiezingsrace begon, trok al snel de meeste aandacht.<br />

Eerst versloeg hij de Democratische favoriet Hillary<br />

Clinton. Daarna de Republikein John McCain. En ten slotte<br />

veroverde hij, als eerste zwarte Amerikaan ooit, het pres<br />

i d e n t s ch a p.<br />

Het jaar van zijn wereldwijde doorbraak werd zo ook<br />

meteen het jaar van zijn verkiezing. Voordat <strong>Obama</strong> presidentskandidaat<br />

was, hadden nog maar weinig mensen<br />

buiten de VS ooit van hem gehoord. Een jaar later was de<br />

wereld in de greep van de <strong>Obama</strong>mania.<br />

In het N RC-archief duikt zijn naam pas voor het eerst op<br />

in 2004. De twee jaar daarna zijn de artikelen over hem<br />

nog op één hand te tellen. In 2007 wordt hij 86 keer genoemd<br />

en in 2008 ineens in 1.076 artikelen. Deze bundel<br />

bevat een selectie van al die artikelen, als beknopte maar<br />

gedegen introductie van de man die op 20 januari president<br />

wordt.<br />

(MdW)<br />

inhoudsopgave<br />

><br />

NRC Handelsblad 3


inhoudsopgave<br />

><br />

NRC Handelsblad 4<br />

Juli 2004: B<strong>arack</strong> <strong>Obama</strong><br />

debuteert, ziet en overwint<br />

Bij de Democratische Conventie<br />

in de zomer van 2004 valt het<br />

oog van correspondent Marc<br />

Chavannes op een bevlogen<br />

kandidaat-senator. Het is de<br />

eerste keer dat de naam van<br />

B<strong>arack</strong> <strong>Obama</strong> in een<br />

Nederlandse krant staat.<br />

Door onze correspondent<br />

Marc Chavannes<br />

Boston, 28 Juli 2004.<br />

Wie was ook al weer de eerste zwarte<br />

president van de Verenigde Staten?<br />

B<strong>arack</strong> <strong>Obama</strong> (2009-2017). Gisteravond<br />

hield de kandidaat-senator voor Illinois<br />

(42) de keynote speech op de Democratische<br />

Conventie in Boston. Hij debuteerde,<br />

zag en overwon – met een beheersing<br />

en hartstocht die de aanwijzing van<br />

John Kerry als presidentskandidaat,<br />

donderdag, bijna in gevaar bracht.<br />

De afgevaardigden zaten verstild van<br />

opwinding te luisteren. Om regelmatig<br />

uit te barsten in gejuich. Ieder woord,<br />

ieder gebaar van de lenige jurist uit Chicago<br />

was raak. Hij was nederig en tegelijk<br />

zelfverzekerd. <strong>Obama</strong> joeg een zeldzaam<br />

soort energie door het bomvolle<br />

ijshockeystadion. Zelden is een politicus<br />

zo snel uit de regionale politiek naar<br />

landelijke bekendheid opgestoomd.<br />

<strong>Obama</strong> heeft het allemaal. Hij belichaamt<br />

de smeltkroes, de kans die iedere<br />

Amerikaan heeft om verder te komen.<br />

Zoon van een Keniaan, die in Amerika<br />

kwam studeren en op Hawaï een meisje<br />

uit Kansas trouwde. Het huwelijk hield<br />

niet lang stand. B<strong>arack</strong>, hun enig kind,<br />

bleef bij zijn moeder, die hertrouwde<br />

met een Indonesische zakenman. Toen<br />

ook dat huwelijk strandde kwam <strong>Obama</strong><br />

terug uit Jakarta en werd door zijn<br />

blanke grootouders opgevoed.<br />

<strong>Obama</strong> kon studeren aan Columbia<br />

University en de rechtenfaculteit van<br />

Harvard, waar hij de eerste zwarte redacteur<br />

van de Law Review was. In plaats<br />

van een lucratieve advocatenbaan ging<br />

hij mensen uit achterstandswijken helpen<br />

om voor hun rechten op te komen.<br />

In het voorjaar versloeg hij met een verbluffende<br />

voorsprong een peloton zware<br />

Democratische liefhebbers voor een<br />

van de twee senaatszetels voor de staat<br />

Illinois. Gister liet hij John Kerry horen<br />

hoe Democraten ongeremd sociaal én<br />

volstrekt praktisch en realistisch kunnen<br />

zijn.<br />

Bekijk de videoregistratie van dit<br />

optreden op YouTube


Mijn hart is vervuld van<br />

liefde voor dit land<br />

Half januari 2007 stelt <strong>Obama</strong><br />

zijn kandidatuur voor het<br />

presidentschap. Alle reden om<br />

eens goed te lezen in de<br />

autobiografische boeken die de<br />

Democratische senator met de<br />

„exotische achtergrond” heeft<br />

g e s ch r e v e n .<br />

Door Menno de Galan<br />

Amsterdam, 26 januari 2007.<br />

De Afro-Amerikaanse leiders Jesse Jackson<br />

en Al Sharpton schorten hun oordeel<br />

nog even op. Beide veteranen van<br />

de burgerrechtenstrijd steunen B<strong>arack</strong><br />

<strong>Obama</strong> vooralsnog niet als kandidaat<br />

voor het presidentschap. <strong>Obama</strong> is immers<br />

geen echte brother; het getto is<br />

nooit zijn referentiekader geweest. Zelfs<br />

de zwarte Republikein Alan Keyes, in<br />

2004 de tegenstander van <strong>Obama</strong> voor<br />

een senaatszetel in de staat Illinois, beschuldigde<br />

hem er tijdens de verkiezingsstrijd<br />

van geen echte Afro-Amerikaan<br />

te zijn. Hij voegde eraan toe dat<br />

<strong>Obama</strong>, die voor het recht op abortus is,<br />

evenmin op de stem van Christus kon<br />

rekenen.<br />

Maar dat is precies het punt. <strong>Obama</strong>,<br />

kind van een zwarte vader uit Kenia en<br />

een blanke moeder met wortels in de<br />

inhoudsopgave<br />

><br />

NRC Handelsblad 5<br />

B<strong>arack</strong> <strong>Obama</strong> op campagne in 2004.<br />

Foto AP<br />

staat Kansas, is inderdaad ongrijpbaar.<br />

Hij heeft niet zozeer een etnische als wel<br />

een exotische achtergrond. Hij werd geboren<br />

in Hawaï waar hij, afgezien van<br />

een verblijf in Indonesië, ook opgroeide.<br />

Hij woonde vier jaar in Jakarta omdat<br />

zijn moeder, Stanley Ann, was hertrouwd<br />

met een Indonesiër nadat zijn<br />

vader, B<strong>arack</strong> <strong>Obama</strong> senior, de benen<br />

had genomen. Hij studeerde in Los Angeles,<br />

New York (Columbia) en Boston<br />

(Harvard). Hij vond werk in Chicago,<br />

eerst als buurtwerker, later als jurist. Hij<br />

ging de politiek in op aanraden van<br />

vrienden. Hij won zijn eerste race, voor<br />

het parlement in Illinois, was daarna<br />

kansloos in de strijd om een zetel voor<br />

het Huis van Afgevaardigden in Washington<br />

en versloeg vervolgens in 2004<br />

met opvallend gemak zes Democratische<br />

en een Republikeinse tegenstander<br />

voor de Senaat. In november 2004 genoot<br />

hij al landelijke bekendheid, om-


dat John Kerry hem had uitverkoren om<br />

de prestigieuze keynote speech op de Democratische<br />

Conventie in Boston te<br />

houden.<br />

<strong>Obama</strong> gebruikt zijn vrije tijd om te<br />

schrijven. The Audacity of Hope is zijn<br />

tweede boek. In 1995 schreef hij Dreams<br />

from my Father, een boeiende mix van autobiografie<br />

en zoektocht naar zijn vader<br />

waarin hij tevens erkende hasj te hebben<br />

gerookt en cocaïne gesnoven. Toen hij er<br />

als politicus mee werd geconfronteerd<br />

reageerde hij laconiek: hij zei dat hij<br />

destijds nog niet wist dat hij de politiek<br />

‘Een zwarte man met een<br />

rare naam’ noemt<br />

B<strong>arack</strong> <strong>Obama</strong> zichzelf<br />

in zou gaan. Een ander was er misschien<br />

niet mee weggekomen, maar dat is opnieuw<br />

het punt. De relatief jonge <strong>Obama</strong><br />

geldt als de Tiger Woods van de politiek.<br />

Net als de zwarte golfkampioen<br />

koppelt hij het zeer Amerikaanse voorkomen<br />

van de geboren winner aan een<br />

jongensachtig, bijna onschuldig uiterlijk.<br />

‘A black man with a funny name’,<br />

noemt hij zichzelf spottend in het voorwoord<br />

van zijn eerste boek. Dat was, in<br />

het mijnenveld van de Amerikaanse etnische<br />

identiteit, een meesterzet. Boodschap:<br />

hij kan zijn identiteit relativeren.<br />

Evenals Woods weigert hij de race card<br />

uit te spelen; hij wil worden beoordeeld<br />

op zijn prestaties.<br />

Toch geeft hij in Dreams from my Father<br />

inhoudsopgave<br />

NRC Handelsblad 6<br />

ruiterlijk toe te hebben geworsteld met<br />

zijn identiteit. Zijn vader heeft hij nooit<br />

gekend. <strong>Obama</strong> senior belandde als student<br />

econometrie in Hawaï, in de verwachting<br />

dat hij de kennis die hij in de<br />

Verenigde Staten opdeed zou aanwenden<br />

voor de ontwikkeling van zijn land.<br />

Op Hawaï ontmoette hij een blanke studente<br />

met wie hij trouwde, een zoon<br />

kreeg en die hij achterliet nadat hij een<br />

beurs had gekregen voor Harvard; een<br />

tussenstop op de terugweg naar Nairobi.<br />

Nadat in Jakarta het tweede huwelijk<br />

van zijn moeder in zwaar weer was beland,<br />

hemelde ze haar eerste echtgenoot<br />

op: zijn zwarte identiteit, trots en intelligentie.<br />

Die koppelde ze vervolgens<br />

moeiteloos aan het karakter van haar<br />

zoon én aan de burgerrechtenstrijd in<br />

de Verenigde Staten, zodat B<strong>arack</strong> al<br />

heel jong bekend was met de mars naar<br />

de vrijheid van Martin Luther King en<br />

de onverzettelijkheid van Rosa Parks. In<br />

de bibliotheek van de Amerikaanse ambassade<br />

waar zijn moeder werkte, kreeg<br />

<strong>Obama</strong> vervolgens de schok van zijn leven.<br />

In het tijdschrift Life zag hij een<br />

gruwelijke foto van een zwarte man die<br />

in de knoop lag met zijn huidskleur en<br />

deze met een chemisch middel had bewerkt.<br />

Het experiment mislukte. In tegenstelling<br />

tot wat zijn moeder hem<br />

vrijwel dagelijks inpeperde was deze<br />

man dus niet trots op zijn zwarte voorkomen.<br />

<strong>Obama</strong> bleef in verwarring acht<br />

e r.<br />

Eenmaal terug in de VS sloeg zijn verwarring<br />

om in woede. Hij werd geconfronteerd<br />

met racisme, zocht aansluiting<br />

bij de zwarte basketbalwereld en<br />

gebruikte drugs. Pas veel later, nadat hij<br />

>


in Kenia het graf van zijn vader had bezocht<br />

– die door een auto-ongeluk was<br />

overleden – accepteerde hij naar eigen<br />

zeggen zijn gemengde afkomst. Dat wil<br />

zeggen: niet als Afrikaans-Amerikaan,<br />

maar als Afrikaan en Amerikaan, zonder<br />

streepje. Zijn vader was een ambitieuze<br />

man die zijn dromen in Kenia niet had<br />

kunnen verwezenlijken. Zijn zoon en<br />

naamgenoot gaat in de Verenigde Staten<br />

in de herkansing.<br />

De laatste zin van zijn tweede boek,<br />

The Audacity of Hope, is veelzeggend:<br />

‘Mijn hart is vervuld van liefde voor dit<br />

land.’ Het is deze liefde, onnadrukkelijk<br />

opgeschreven en niet onvoorwaardelijk,<br />

die de kern vormt van het boek, dat al<br />

wekenlang de Amerikaanse bestsellerlijsten<br />

aanvoert. Inmiddels zijn ruim<br />

800.000 exemplaren in druk verschenen.<br />

De woede die Jesse Jackson en Al<br />

Sharpton te pas en te onpas weten op te<br />

roepen en die bij beide mannen voortdurend<br />

vlak onder de oppervlakte lijkt<br />

te kolken, is <strong>Obama</strong> vreemd. In tien<br />

hoofdstukken (negen plus een epiloog)<br />

met no-nonsensetitels als ‘Po l i t i e k ’,<br />

‘Grondwet’, ‘Ras’, ‘Geloof’ en ‘Gezin’<br />

legt hij uit wat hij voorheeft met de Verenigde<br />

Staten. Hij zoekt common ground,<br />

schrijft hij om de zoveel bladzijden. Gemeenschappelijkheid<br />

en samenwerking,<br />

maar wel onder voorwaarden: die<br />

van een Democraat die zich zorgen<br />

maakt over milieuvervuiling, het Amerikaanse<br />

militaire machtsvertoon in de<br />

wereld en het verlies van banen en werk<br />

in eigen land. ‘Als we geen actie ondernemen<br />

tegen de almaar toenemende ongelijkheid<br />

in Amerika’, waarschuwt hij,<br />

‘een ongelijkheid die zich langs raciale<br />

inhoudsopgave<br />

NRC Handelsblad 7<br />

lijnen voltrekt en daardoor de rassenstrijd<br />

aanwakkert, terwijl het land juist<br />

steeds zwarter en bruiner wordt, dan<br />

zullen onze democratie en economie<br />

daar schade van ondervinden.’<br />

De Republikeinen hebben volgens<br />

hem de staat gebruikt om door middel<br />

van belastingvoordelen voor ondernemers<br />

de ongelijkheid tussen rijk en arm<br />

te vergroten. <strong>Obama</strong> wil belastinggeld<br />

aanwenden voor grootschalige omscholingsprojecten<br />

voor werklozen, betaalbare<br />

gezondheidszorg en de renovatie<br />

van verpauperde woonwijken.<br />

Dat klinkt redelijk, maar verklaart op<br />

zich nog niet waarom zo veel mensen<br />

zijn gegrepen door het boek. Want makkelijk<br />

leesbaar is The Audacity of Hope<br />

niet, in tegenstelling tot Dreams from my<br />

Fa t h e r . Zijn verhandelingen over de founding<br />

fathers, de buitenlandse politiek van<br />

de VS sinds 1945 en de politieke cultuur<br />

sinds het presidentschap van Ronald Reagan<br />

(1981-1989) zijn verhelderend,<br />

maar je moet er wel even voor gaan zitten.<br />

Het is waarschijnlijk vooral de toon<br />

die <strong>Obama</strong>’s boek tot een succes maakt.<br />

Hij komt namelijk nergens over als een<br />

betweter. Hij geeft wel een richting aan,<br />

maar heeft geen kant-en-klaar recept<br />

voor de problemen in binnenland (globalisering)<br />

en buitenland (terrorisme)<br />

waarmee Amerika worstelt.<br />

<strong>Obama</strong> schrijft dat de Amerikaanse<br />

politiek in een ‘dead zone’ is beland. Republikeinen<br />

en Democraten waren de<br />

afgelopen kwart eeuw volgens hem<br />

vooral bedreven in het binnenhalen van<br />

het eigen gelijk, met dien verstande dat<br />

de Republikeinen sinds Reagan het electoraat<br />

er vaker van hebben overtuigd dat<br />

>


zij ook gelijk hebben. Met hun strategie<br />

van polarisatie hebben de Republikeinen<br />

de Democraten in de verdediging<br />

gedrongen. Progressieve politici worden<br />

weggezet als archaïsche gelovigen in<br />

overheid en bureaucratie, vakbondsleden<br />

als losers, gettobewoners als misdadigers<br />

en pathologische studieobjecten,<br />

atheïsten als ondermijners van het gezin<br />

zonder moreel kompas, diplomaten als<br />

ruggegraatloze onderhandelaars en intellectuelen<br />

als weke naïevelingen die<br />

voorheen soft on communism waren en tegenwoordig<br />

soft on terrorism.<br />

<strong>Obama</strong> heeft vanaf het<br />

begin geen vertrouwen in<br />

het avontuur in Irak<br />

<strong>Obama</strong> verzet zich hier vanzelfsprekend<br />

tegen, maar hij steekt de hand ook<br />

in eigen boezem. De Republikeinen zijn<br />

erin geslaagd de thema’s van het debat<br />

te bepalen. De Democraten werden gedwongen<br />

te reageren en wie reageert<br />

heeft per definitie wat uit te leggen. De<br />

oplossing die <strong>Obama</strong> aandraagt voor een<br />

reveil voor zijn partij is even simpel als<br />

voor veel Amerikanen aanlokkelijk: erken<br />

het belang van typisch Republikeinse<br />

thema’s als patriottisme, ondernemingszin,<br />

gezin, geloof en normen en<br />

waarden. Maar geef ook aan dat Amerika<br />

in de toekomst op het gebied van milieu,<br />

terreurbestrijding, en het behoud<br />

van werk en banen voor uitdagingen<br />

inhoudsopgave<br />

NRC Handelsblad 8<br />

staat die niet kunnen worden opgelost<br />

met het jargon van Republikeinen in de<br />

afgelopen 25 jaar. Streef waar mogelijk<br />

naar samenwerking met de Republikeinen,<br />

maar geef ook aan dat de Democraten<br />

beter in staat zijn de nieuwe problemen<br />

op te lossen.<br />

Dat geldt vooral voor de buitenlandse<br />

politiek. <strong>Obama</strong> had vanaf het begin<br />

geen vertrouwen in het Amerikaanse<br />

avontuur in Irak. Hij sprak zich ruim<br />

voor de invasie tijdens een demonstratie<br />

in Chicago al uit tegen de oorlog, hoewel<br />

zijn adviseurs hem dat hadden afgeraden.<br />

Daarmee stak hij zijn nek uit,<br />

maar hij geeft te kennen dat het hem<br />

geen enkele voldoening geeft om achteraf<br />

zijn gelijk te behalen. In plaats daarvan<br />

spreekt hij na een bezoek aan Irak<br />

zijn bewondering uit voor de geest van<br />

‘Amerikaans vernuft, rijkdom en technische<br />

know-how’. Zijn landgenoten zijn<br />

er immers in geslaagd ‘hele steden te<br />

planten in vijandig grondgebied’. Dat is<br />

een Republikeinse benadering: wees<br />

trots op wat de Verenigde Staten in de<br />

dorre woestijn hebben neergezet. Maar<br />

zodra hij zich buiten de Groene Zone begeeft<br />

waar het Amerikaanse bestuur<br />

zich heeft gevestigd, krijgt de lezer een<br />

andere boodschap mee: de onderneming<br />

is allesbehalve een succes. Een van<br />

zijn medewerkers spreekt in Falluja, in<br />

de gewelddadige Anbar-provincie, zelfs<br />

een Amerikaanse soldaat die pleit voor<br />

volledige terugtrekking van het leger.<br />

Zo ver gaat <strong>Obama</strong> niet, maar hij schrijft<br />

wel dat de strijd in Irak alleen met politieke<br />

in plaats van militaire middelen<br />

kan worden gewonnen. Het slimme van<br />

zijn betoog schuilt in de subtiele signa-<br />

>


len die <strong>Obama</strong> de lezer geeft: altijd al tegen<br />

de oorlog, maar geen onuitstaanbare<br />

betweter; bewondering voor Amerikaans<br />

technisch en militair vernuft,<br />

maar ook oog voor de bittere politieke<br />

werkelijkheid van Irak.<br />

<strong>Obama</strong> is relatief jong en pas twee jaar<br />

s e n a t o r. In de Amerikaanse pers is gesuggereerd<br />

dat hij daardoor de ervaring<br />

mist om een succesvolle gooi te doen<br />

naar het presidentschap. Maar in vergelijking<br />

met de huidige president geeft<br />

hij blijk van een grote belangstelling<br />

voor de buitenlandse politiek. <strong>Obama</strong><br />

heeft bovendien veel meer van de wereld<br />

gezien dan de meeste van zijn Amerikaanse<br />

generatiegenoten. Door zijn verblijf<br />

in Indonesië en zijn bezoeken aan<br />

Kenia weet hij hoe willekeur, corruptie<br />

en geweld een samenleving kunnen ontwrichten.<br />

Wat hij in die landen aan den<br />

lijve ondervond, is dat de buitenlandse<br />

politiek van de VS niet per definitie goed<br />

uitpakt. Amerikaans beleid, schrijft hij<br />

in The Audacity of Hope, ‘is soms gebaseerd<br />

op foute veronderstellingen, […]<br />

die de legitieme aspiraties van andere<br />

volken ontkennen, onze eigen geloofwaardigheid<br />

ondermijnen en van de wereld<br />

een gevaarlijker oord maken.’ Dat is<br />

een uitzonderlijke uitspraak voor een<br />

Amerikaanse presidentskandidaat en<br />

een breuk met het recente verleden.<br />

Sinds Reagan was het startschot voor<br />

succes in de politiek immers de verklaring<br />

dat Amerika een land is dat niets<br />

fout kan doen.<br />

Is Amerika rijp voor de eerste zwarte<br />

president? In een portret in de New Yorker<br />

wees <strong>Obama</strong> zelf op de verkeerde veronderstelling<br />

van die vraag. In het lan-<br />

inhoudsopgave<br />

NRC Handelsblad 9<br />

delijke zuiden van de staat Illinois, waar<br />

hij campagne voerde, kwam hij veel<br />

mensen tegen die hem herinnerden aan<br />

de familie van zijn blanke moeder. ‘Ik<br />

ken deze mensen’, zei hij. ‘Het zijn net<br />

mijn grootouders. Hun houding, hun<br />

mentaliteit, hun gevoel van goed en fout<br />

– het komt mij volledig bekend voor.’<br />

Dat is een belangrijk deel van zijn<br />

kracht: hij vormt geen bedreiging voor<br />

blanken. Evenmin heeft hij de loodzware<br />

bagage waarmee de grote favoriet Hillary<br />

Clinton aan de race om het presidentschap<br />

begint. De grote vraag is of<br />

zijn kandidatuur aanslaat in het Amerikaanse<br />

zuiden, met zijn overwegend behoudende<br />

bevolking. Aan de andere<br />

kant: na acht jaar Clinton en acht jaar<br />

Bush zijn de Verenigde Staten wellicht<br />

toe aan een nieuw gezicht en een nieuw<br />

verhaal. De eerste postraciale zwarte<br />

presidentskandidaat heeft zich gemeld.<br />

Misschien te vroeg, maar misschien ook<br />

wel precies op tijd.<br />

B<strong>arack</strong> <strong>Obama</strong>: The Audacity of Hope.<br />

Thoughts on Reclaiming the American<br />

Dream. Crown, 375 blz. € 18,99<br />

B<strong>arack</strong> <strong>Obama</strong>: Dreams from my Father. A<br />

Story of Race and Inheritance. Three Rivers<br />

Press, 457 blz. € 14,99<br />

Oorspronkelijk verschenen in 1995<br />

>


De eerste zwarte politicus die<br />

blanken niet afschrikt<br />

Begin 2007 hebben alle<br />

kandidaten die een gooi willen<br />

doen naar het presidentschap<br />

zich gemeld. Geen van hen krijgt<br />

zoveel aandacht als die ene<br />

senator. Het woord<br />

‘<strong>Obama</strong>mania’ duikt op. Maar<br />

maakt een zwarte, een linkse<br />

zwarte nog wel, een reële kans?<br />

Door onze correspondent<br />

Tom-Jan Meeus<br />

Washington, 10 februari 2007.<br />

B<strong>arack</strong> <strong>Obama</strong> is een linkse man. De<br />

vraag is of hij niet te links is voor het<br />

Amerikaanse presidentschap. „In ieder<br />

g e va l ”, zegt Hank de Zutter, een gepensioneerde<br />

journalist uit Chicago die<br />

<strong>Obama</strong> twintig jaar volgde, „is hij veel<br />

linkser dan hij zich de laatste tijd voordoet.”<br />

Slechts twee Democraten bewoonden<br />

de laatste veertig jaar het Witte Huis. In<br />

beide gevallen presenteerden zij zich als<br />

kandidaat met conservatieve trekken:<br />

Jimmy Carter (1977-1981), ex-gouverneur<br />

van het zuidelijke Georgia, benadrukte<br />

in zijn campagne dat hij een born<br />

again christian was. Bill Clinton (1993-<br />

2001), oud-gouverneur van het zuidelij-<br />

inhoudsopgave<br />

><br />

NRC Handelsblad 10<br />

In 1979 speelde B<strong>arack</strong> <strong>Obama</strong> in het<br />

basketbalteam van zijn middelbare<br />

school op Hawaï. Foto AP<br />

ke Arkansas, stelde voorop dat hij een<br />

kleinere overheid en lagere uitkeringen<br />

wilde. Zo wisten zij gematigde Republikeinen<br />

aan zich te binden, en dat is volgens<br />

alle rekensommen de enige manier<br />

waarmee een Democraat kan winnen.<br />

Maar voor B<strong>arack</strong> <strong>Obama</strong> zal het las-


tig zijn leuke dingen voor rechtse Amerikanen<br />

te presenteren. Hij heeft bijna<br />

alleen maar standpunten die conservatieven<br />

verafschuwen: hij is voor het homohuwelijk,<br />

voor abortus, voor beperking<br />

van wapenbezit en voor steun aan<br />

illegale immigranten, et cetera. Sinds hij<br />

in 1996 senator in de staat Illinois werd,<br />

en in 2004 senator in Washington, bevond<br />

hij zich altijd op de linkerflank.<br />

Hij was al tegen de oorlog in Irak toen in<br />

<strong>Obama</strong> is voor alles wat<br />

conservatieven<br />

verafschuwen: voor het<br />

homohuwelijk, voor<br />

abortus enzovoorts<br />

2002 het hele land nog voor was. In dit<br />

geval een groot voordeel – waarover we<br />

hem nog veel zullen horen. Maar het<br />

voorbeeld is vooral exemplarisch voor<br />

zijn positie: het gezaghebbende weekblad<br />

National Journal, dat het stemgedrag<br />

van alle politici weegt, concludeerde onlangs<br />

dat hij tot de twintig progressiefste<br />

senatoren van de VS behoort.<br />

Dus, voordat we verder gaan: kán<br />

B<strong>arack</strong> <strong>Obama</strong> het presidentschap eigenlijk<br />

wel winnen? Als je het zo bekijkt,<br />

zegt Mike Kruglik, een goede bekende<br />

van de kandidaat die jarenlang<br />

met <strong>Obama</strong> in Chicago werkte, is dat inderdaad<br />

onmogelijk. „Maar zo móét je<br />

het niet bekijken. Politiek in Amerika<br />

inhoudsopgave<br />

NRC Handelsblad 11<br />

gaat niet over feiten: we communicate feelings,<br />

not facts.”<br />

Zijn ster is ongekend snel gerezen.<br />

Sinds hij najaar 2006, bijna uit het niets,<br />

een mogelijke Democratische kandidaat<br />

voor de presidentsverkiezingen werd,<br />

kunnen de media geen genoeg van<br />

B<strong>arack</strong> <strong>Obama</strong> krijgen. Zijn biografie,<br />

zoon van een Keniaanse vader en Amerikaanse<br />

moeder, in alle opzichten een<br />

American Dream, is zo’n beetje het<br />

meest navertelde levensverhaal van het<br />

land. Gecombineerd met zijn black cool –<br />

bruine stem, lenig lichaam, slick and<br />

smooth voorkomen – bracht dit een ware<br />

<strong>Obama</strong>mania teweeg.<br />

Het is een mengeling van politiek en<br />

entertainment, waarbij de aandacht<br />

voor zijn stijl de belangstelling voor zijn<br />

inhoudelijke programma verre overstijgt.<br />

Zo hebben deskundigen uitvoerig<br />

geanalyseerd waaróm <strong>Obama</strong> zo’n begenadigd<br />

spreker is – want waar hij ook<br />

komt: de zaal valt voor hem. Terwijl alle<br />

Amerikaanse politici volgens de wetten<br />

van de reclame in p u n ch l i n e s zijn gaan<br />

praten (waarbij na elke zin applaus<br />

moet volgen), spreekt <strong>Obama</strong> in alinea’s.<br />

Gevolg is dat tijdens zijn toespraken<br />

vaak een doodse stilte valt, ongebruikelijk<br />

intens voor Amerikanen,<br />

waarna de extatische ontlading een<br />

kwestie van tijd is.<br />

<strong>Obama</strong> verstaat de kunst van het verleiden<br />

al zijn hele leven. Begin jaren<br />

tachtig, nadat hij op Columbia University<br />

in New York literatuurwetenschappen<br />

en politicologie had gedaan, ging<br />

hij in Chicago wonen. Hij werkte er in<br />

de oude stadswijken. Collega’s en vrienden<br />

herinneren zich dat hij hun nieuws-<br />

>


gierigheid steeds opnieuw wist te wekken.<br />

Zo weet Mike Kruglik, destijds zijn<br />

mentor, nog precies te omschrijven hoe<br />

zijn appartementje erbij lag: één stoel,<br />

boeken van vooral zwarte schrijvers (James<br />

Baldwin, Richard Wright, Malcolm<br />

X) die over de vloer slingerden en een<br />

rondsluipende grijze kater. Dat was alles.<br />

„Een soort magisch hol”, zegt Kruglik.<br />

„Wat was daar gaande?”<br />

Altijd hing er mysterie om hem heen.<br />

Op het oog was hij een typische bohémien.<br />

Maar hoogst zelden kon je hem<br />

zover krijgen dat hij mee uitging. Pas jaren<br />

later merkte Kruglik wat hem in<br />

huis hield. Op een dag duwde <strong>Obama</strong><br />

hem een stapeltje papier in handen. Een<br />

kort verhaal, zei hij schielijk. Hij had het<br />

in de avonduren en het weekeinde ges<br />

ch r e v e n .<br />

Het ging over een zwarte priester in<br />

de South Side (het slechte deel van Chicago)<br />

en het was briljant, zegt Kruglik.<br />

Er sprak volgens hem een onverwacht<br />

groot inlevingsvermogen uit. Een doorleefd<br />

inzicht in de mensen voor wie hij<br />

opkwam. Hij en zijn vrouw konden het<br />

niet lezen zonder ontroerd te raken.<br />

„Deze man begrijpt de poëzie van het leven.”<br />

Ook als er succes te vieren is, blijft<br />

<strong>Obama</strong> even cool als ongrijpbaar. Hij<br />

heeft, ongebruikelijk voor een Amerikaan,<br />

ironie. Over de onwaarschijnlijk<br />

grote aandacht die hij de laatste maanden<br />

krijgt, is zijn standaardgrap: „Ik<br />

word zo totaal overbelicht: vergeleken<br />

met mij is Paris Hilton een kluizenaar.”<br />

Bruce Orenstein, nu documentairemaker<br />

voor de Amerikaanse publieke omroep,<br />

zette in de jaren tachtig met Oba-<br />

inhoudsopgave<br />

NRC Handelsblad 12<br />

ma een actie in de South Side op. Ze waren<br />

jong, vol idealen, maar uiterst onervaren.<br />

Het werd een verrassend groot<br />

succes. Orenstein was door het dolle<br />

heen. Maar toen hij <strong>Obama</strong> die avond<br />

trof, stond hij kalm een sigaret te roken:<br />

geen greintje spanning op het gezicht.<br />

„Ik dacht: jóngen, wat heb jij jezelf goed<br />

in de hand.”<br />

Het zijn eigenschappen die <strong>Obama</strong> nu<br />

gebruikt als politiek entertainer. Hij<br />

presenteerde zijn laatste boek, The Audacity<br />

of Hope, vorig najaar bij Oprah Winfrey.<br />

Sindsdien staat het vrijwel permanent<br />

op één in de bestsellerlijst van The<br />

New York Times. Recensenten zijn het er<br />

globaal over eens dat het boek vlak is,<br />

vergeleken met zijn schitterende levensbeschrijving<br />

uit 1995, Dreams from my Father,<br />

maar dat kan de opwinding niet<br />

meer wegnemen.<br />

In elke peiling staat hij een straatlengte<br />

achter op Hillary Clinton. Maar<br />

in Washington is er nauwelijks een strateeg<br />

die betwijfelt dat de race om de Democratische<br />

nominatie tussen hem en<br />

Clinton zal gaan. Journalisten hebben<br />

duidelijk een voorkeur voor hem: in de<br />

Senaat is het bekend dat Clinton nerveus<br />

door de gangen schiet als ze verslaggevers<br />

signaleert terwijl <strong>Obama</strong> er<br />

nooit voor terugschrikt vragen te beantwoorden,<br />

ook als er tientallen mensen<br />

om hem heen staan. De man is een natural.<br />

Clinton heeft bovendien twee problemen:<br />

zij is een polariserende figuur en<br />

vrijwel niemand, 3 procent van de kiezers,<br />

geeft aan nog nieuwsgierig naar<br />

haar te zijn. Ook zij zal dus moeite hebben<br />

kiezers uit het Republikeinse kamp<br />

>


los te weken. Maar <strong>Obama</strong> roept steeds<br />

meer nieuwsgierigheid op. Volgens onderzoek<br />

is hij de eerste zwarte politicus<br />

die geen angst inboezemt bij blanke kiezers.<br />

Hij heeft, kortom, meer kansen<br />

aanhang te winnen: zie daar de oplopende<br />

opwinding.<br />

En dus keren steeds meer Hollywoodsterren<br />

– trendgevoelig als altijd – z i ch<br />

af van Clinton om zich in het kamp van<br />

<strong>Obama</strong> te begeven. Steven Spielberg en<br />

David Geffen hebben het al gedaan. Barbra<br />

Streisand, vaste Clinton-supporter,<br />

maakte bekend dat ze moeite heeft met<br />

kiezen. En George Soros, de linkse belegger<br />

annex filantroop, nam begin<br />

2007 ook een besluit: zijn geld gaat naar<br />

<strong>Obama</strong>.<br />

Alles lijkt <strong>Obama</strong> dezer dagen mee te<br />

zitten. Ook in Chicago hangt een Go!<br />

B<strong>arack</strong>! Go!-sfeertje. In downtown waren<br />

op de muren en in de etalages evenveel<br />

verwijzingen naar <strong>Obama</strong> te zien als<br />

naar de footballers van de Chicago Bears,<br />

die om de Superbowl streden (en<br />

verloren), hét Amerikaanse televisieevenement<br />

van het jaar. En in Hyde<br />

Park, een studentenwijk waar <strong>Obama</strong><br />

woonde tot 2006, toen hij naar de goudkust<br />

verhuisde, werd op grote neonborden<br />

reclame gemaakt voor zijn nieuwste<br />

boek.<br />

Dat is opmerkelijk, omdat ook de<br />

roots van Hillary Clinton in Chicago liggen.<br />

Zij werd er geboren en bleef er tot<br />

en met de middelbare school. En net als<br />

<strong>Obama</strong> kwam zij in deze stad in aanraking<br />

met een radicale denker die haar<br />

sterk beïnvloedde: de criminoloog Saul<br />

A l i n s k y.<br />

inhoudsopgave<br />

NRC Handelsblad 13<br />

Hij beschreef in 1971 in het boek Ru -<br />

les for Radicals hoe in het Amerikaanse<br />

politieke stelsel de belangen van normale<br />

mensen niet meer werden gediend.<br />

Door de macht van het geld konden alleen<br />

welgestelde burgers en bedrijven<br />

de politiek beïnvloeden. Alinsky, afkomstig<br />

uit Chicago, meende dat burgers<br />

met een zo scherp mogelijke polarisatie<br />

tot verzet moesten worden gebracht,<br />

om politici te dwingen alsnog<br />

voor hen op te komen.<br />

Dat moest volgens hem gebeuren via<br />

een niet-marxistische variant van agitprop,<br />

waarin zogenoemde community or-<br />

<strong>Obama</strong> verstaat de kunst<br />

van de verleiding al zijn<br />

hele leven<br />

ganizers, burgeractivisten, zich tussen<br />

de, aldus de theorie, verongelijkte en<br />

ontredderde burgers begaven om hun<br />

grieven in kaart te brengen en hen aan<br />

te zetten tot massaverzet. „Fighting the<br />

fat cats”, in de woorden Mike Kruglik.<br />

„Protecting black folks”, volgens <strong>Obama</strong>.<br />

Hillary Clinton was in de jaren zestig<br />

al zo door deze ideeën geïmponeerd dat<br />

ze contact zocht met Alinsky. Later<br />

schreef ze een bewonderende scriptie<br />

over hem. Maar daarna zou zij via Yale<br />

de wereld van de grote politiek en de advocatuur<br />

ingaan. Bij <strong>Obama</strong> verliep het<br />

andersom: hij besloot na zijn studie in<br />

New York burgeractivist in Chicago te<br />

>


worden en kwam zo in een milieu waar<br />

het boek van Alinsky als de bijbel wordt<br />

b e s ch o u w d .<br />

Voor <strong>Obama</strong> was het werken in de<br />

slechtste wijken van Chicago ook eigenbelang,<br />

vertelt Kruglik. Door het gebroken<br />

huwelijk van zijn ouders had hij in<br />

zijn tienerjaren op Hawaï als zwart<br />

kleinkind bij zijn blanke grootouders<br />

ingewoond. Verwarrend. Op de middelbare<br />

school viel hij voor marihuana en<br />

cocaïne, zoals hij in 1995 in Dreams from<br />

my Father beschreef. Later, toen hij kort<br />

in Los Angeles studeerde, nam hij even<br />

de radicale pose, zoals hij het zelf noemde,<br />

van de zwarte leider aan. Hield ook<br />

geen stand. Toen hij in 1983 in de slechte<br />

wijken van Chicago belandde, had hij<br />

zijn draai nog steeds niet gevonden.<br />

„Hij was op zoek”, zegt Kruglik.<br />

<strong>Obama</strong> ging werken in Altgeld, een<br />

zwarte buurt in de South Side met<br />

rijtjeshuizen uit de jaren veertig. Het<br />

bekende verhaal: te weinig werk, drugs,<br />

geweld, tienerzwangerschappen, jeugdbendes.<br />

Bruce Orenstein deed hetzelfde<br />

werk in een nabijgelegen buurt. Hij zag<br />

<strong>Obama</strong> voor het eerst op een vergadering<br />

van organizers. „Hij was enorm<br />

druk. Overal had hij een mening over. Ik<br />

weet nog dat ik dacht: rustig aan, blaaskaak,<br />

je komt net kijken.” Later zouden<br />

anderen dat ook opmerken: <strong>Obama</strong> kan<br />

erg van zichzelf vervuld zijn. Zo beschreef<br />

een verslaggever van The Atlantic<br />

ooit hoe <strong>Obama</strong> tijdens telefoongesprekken<br />

stelselmatig papier volkladt:<br />

met zelfportretten.<br />

Maar hij deed nobel werk in Altgeld,<br />

zegt Hank de Zutter, die later voor The<br />

Chicago Reader, een alternatief weekblad,<br />

inhoudsopgave<br />

NRC Handelsblad 14<br />

het werk van <strong>Obama</strong> uitvoerig zou beschrijven.<br />

Andere twintigers met een<br />

academische achtergrond waren destijds,<br />

in de jaren van Reagan, geen van<br />

allen bereid dit soort werk te doen, zegt<br />

hij. En <strong>Obama</strong> hield het jaren vol: vrijwel<br />

alleen, zonder hoempapa, tegen een<br />

verwaarloosbaar salaris. „Dan moet je<br />

een groot hart voor de maatschappij<br />

hebben.”<br />

Toch klopte er iets niet. Hoeveel succes<br />

<strong>Obama</strong> volgens de maatstaven van Alinsky<br />

ook had, en hoe trots mensen als<br />

Kruglik ook waren op zijn acties tegen<br />

arrogante politici en dure zakenlui, het<br />

leven in Altgeld verbeterde nauwelijks.<br />

Voor een deel was dat, zoals <strong>Obama</strong><br />

soms melancholiek zei, de tragiek van<br />

de vooruitgang. Bewoners die er bovenop<br />

kwamen, besloten de wijk te verlaten<br />

– naar de suburbs. Maar voor een deel<br />

werden ze na de succesvolle acties nog<br />

harder getroffen door de politici die zij<br />

bestreden. Het gevolg was dat hij steeds<br />

meer kinderen zag opgroeien in slechte<br />

omstandigheden. Hij signaleerde, zegt<br />

Orenstein, dat onder zwarte jongeren<br />

een sluimerende zelfhaat groeide: If<br />

you’re light you’re all right, if you’re black get<br />

b a ck .<br />

Bij <strong>Obama</strong> ontwikkelde zich het idee<br />

dat de polariserende aanpak zich keerde<br />

tegen de mensen voor wie hij zei op te<br />

komen. Dat het politiseren van verschillen<br />

goed was voor de community organizers,<br />

maar niet voor burgers.<br />

<strong>Obama</strong> zou er uiteindelijk, in een<br />

voor zijn latere leven beslissend artikel,<br />

in 1988 over publiceren in Illinois Issues,<br />

tijdschrift van de universiteit van Illi-<br />

>


nois. In dat stuk, Why Organize?, werd<br />

B<strong>arack</strong> <strong>Obama</strong> een verzoener. Een achtergestelde<br />

burger heeft veel meer belang<br />

bij coalities met kerken, burgemeesters<br />

en bedrijven, schreef hij.<br />

Smeed zulke banden: zoek samenhang,<br />

geen verdeeldheid. Terwijl Hillary Clinton<br />

in de professionele politiek de technieken<br />

van de polarisatie verder verfijnde<br />

om er stemmen mee te winnen, keerde<br />

B<strong>arack</strong> <strong>Obama</strong> zich ervan af.<br />

Het artikel was ook in een ander opzicht<br />

een nieuw begin: in diezelfde periode<br />

besloot hij rechten op Harvard te<br />

gaan doen. Hij wist van tevoren al dat<br />

hij zou terugkeren. Op Harvard kreeg<br />

hij nationale faam als eerste zwarte<br />

voorzitter van The Harvard Law Review,<br />

maar inderdaad: in 1991, toen hij moeiteloos<br />

tonnen kon verdienen in het bedrijfsleven,<br />

ging hij opnieuw aan de slag<br />

in de slechte wijken van Chicago.<br />

Er waren wel dingen veranderd. <strong>Obama</strong><br />

woonde voortaan in een appartement<br />

omgeven door hekken. Dat paste<br />

niet bij hem, zegt De Zutter. „Hij was<br />

toch de man van het volk?” Hij was inmiddels<br />

getrouwd: op hun eerste afspraakje<br />

bezochten hij en zijn vrouw de<br />

film Do the Right Thing van Spike Lee,<br />

schets van het multiculturele drama in<br />

New York. En hij vertelde De Zutter dat<br />

hij teleurgesteld was over Chicago. De<br />

buurten in de South Side oogden viezer<br />

dan ooit tevoren, de zwarte middenklasse<br />

vluchtte nu massaal naar de suburbs,<br />

en vrijwel geen mens in de stad leek zich<br />

nog te bekommeren om de achterblijvers:<br />

zie daar het vernietigende gevolg<br />

van de polarisatie.<br />

Het is een erfenis waarmee <strong>Obama</strong><br />

inhoudsopgave<br />

NRC Handelsblad 15<br />

zich de komende periode van Clinton<br />

zal onderscheiden, voorspellen insiders.<br />

Want nu babyboomer Clinton, net als<br />

Bush op de rechterflank, nog steeds polariseert,<br />

zal <strong>Obama</strong> proberen daarboven<br />

te gaan staan. Sommige peilingen<br />

geven aan dat dit vooral jongere kiezers<br />

aanspreekt. Zelf zei <strong>Obama</strong> eerder: „Het<br />

neerslaan en verbranden van je tegenstanders,<br />

het gekibbel met negatieve advertenties,<br />

de kleingeestigheid van al<br />

dat gedrag – daar schiet dit land niets<br />

mee op.”<br />

Maar het is meer dan dat, legde hij deze<br />

week in het politieke dagblad The Politico<br />

uit. Ik kom inderdaad uit de linkerflank<br />

van mijn partij, zei hij. Maar ik<br />

ben een verzoener: „Ik heb altijd voortreffelijke<br />

relaties gehad met conservatieve<br />

collega’s. Niet omdat ik het met ze<br />

eens ben [...] maar omdat ik naar ze luister.<br />

Ik ga uit van het goede van mensen.<br />

En die houding kom je niet zoveel meer<br />

tegen in deze tijd.”<br />

Zo werd in Chicago vanaf de jaren tachtig<br />

de basis gelegd voor de strijd die bepaalt<br />

welke Democraat opgaat voor het<br />

Witte Huis. Het gaat over stijl. Over gevoelens.<br />

Over sfeer. Geen persoonlijke<br />

aanvallen, geen negatieve campagnes.<br />

Dat hoopt <strong>Obama</strong> althans. Maar najaar<br />

2006 verschenen al de eerste berichten<br />

dat hij net zo menselijk is als zijn tegenkandidaten.<br />

The Chicago Tribune onthulde<br />

een dubieuze transactie met een<br />

veroordeelde vastgoeddealer, het<br />

maandblad Harper’s belichtte dat ook<br />

<strong>Obama</strong> zich inmiddels geheel laat leiden<br />

door de macht van het geld: ook een<br />

nucleaire firma kon na een campagne-<br />

>


donatie op zijn politieke steun rekenen.<br />

Maar áls <strong>Obama</strong> president wordt, zegt<br />

Mike Kruglik, mentor van het eerste<br />

uur, zal Amerika in één opzicht spectaculair<br />

veranderen. Het grootste sociale<br />

probleem van het land, de afgestompte<br />

bevolking in de zwarte wijken van de<br />

grote steden, komt bovenaan de agenda<br />

te staan. „B<strong>arack</strong> zal in alarmerende termen<br />

uitleggen dat de segregatie in dit<br />

land nog nooit zo erg is geweest. En er<br />

daarna een full scale attack op lanceren.<br />

Pas dan zal iedereen zien hoe links zijn<br />

hart is.” Maar zal hij daar gematigde Republikeinse<br />

kiezers mee winnen? „Ik<br />

denk niet dat hij deze ideeën vóór de<br />

verkiezingen al prijsgeeft.”<br />

inhoudsopgave<br />

><br />

NRC Handelsblad 16<br />

American Dream komt uit<br />

B<strong>arack</strong> Hussein <strong>Obama</strong> (4 augustus<br />

1961) belichaamt de American Dream.<br />

Geboren op Hawaï, vader student uit<br />

Kenia, moeder student uit Kansas, ouders<br />

gescheiden toen hij twee was. Verhuist<br />

naar Indonesië, wegens een Indonesische<br />

stiefvader. Keert terug naar<br />

Hawaï. Beleeft in huis bij grootouders<br />

van moederskant – zwarte jongen met<br />

blanke opa en oma – zijn tienerjaren.<br />

Bezoekt prep school (pri vé-middelbare<br />

school voor kinderen van welgestelde<br />

ouders) in Honolulu: vaardige leerling<br />

op zoek naar identiteit. Columbia University<br />

in New York. Burgeractivist in<br />

Chicago. Daarna Harvard. Eerste zwarte<br />

voorzitter van het toonaangevende<br />

Harvard Law Review, een juridisch tijdschrift.<br />

Opnieuw burgeractivist in Chicago.<br />

In 1996 senator in Illinois. Houdt<br />

een baanbrekende toespraak op de Democratische<br />

Conventie van 2004. Datzelfde<br />

jaar gekozen tot senator in Washington<br />

voor Illinois.<br />

<strong>Obama</strong> is sinds 1992 getrouwd met advocate<br />

Michelle. Met haar heeft hij<br />

twee kinderen, Malia (10) en Sasha (7).


inhoudsopgave<br />

><br />

NRC Handelsblad 17<br />

‘Door samen te werken kunnen we<br />

oude raciale wonden helen’<br />

Hoe meer redevoeringen <strong>Obama</strong><br />

geeft, des te serieuzer de kansen<br />

die hem worden toegedicht. Hij<br />

heeft de gave van het woord. Zo<br />

pareert hij aanvallen, zoals die<br />

over zijn banden met de radicale<br />

dominee Wright. Een proeve van<br />

zijn eloquentie van maart 2008.<br />

„Ik geloof niet dat ons land zich op dit<br />

moment kan veroorloven het thema ras<br />

te negeren. [...] De commentaren en de<br />

strijdpunten van de afgelopen weken<br />

weerspiegelen [...] de complexe raciale<br />

situatie in dit land, die wij nooit echt<br />

hebben opgelost [...] En als we daar nu<br />

voor weglopen [...] zullen we nooit gezamenlijk<br />

een oplossing vinden voor uitdagingen<br />

als de gezondheidszorg of het<br />

onderwijs of de noodzaak elke Amerikaan<br />

aan een goede baan te helpen. [...]<br />

We hoeven hier niet de geschiedenis<br />

te herhalen van het rassenonrecht in dit<br />

land. Maar we moeten wel bedenken dat<br />

een groot deel van de ongelijkheid in de<br />

Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap<br />

van nu rechtstreeks is terug te voeren op<br />

de ongelijkheid die is doorgegeven door<br />

een eerdere generatie, en die weer had<br />

geleden onder de wrede erfenis van de<br />

slavernij en de rassenscheidingswetten.<br />

Zwarte scholen waren – en zijn – infe-<br />

rieure scholen; [...] en het inferieure onderwijs<br />

dat ze verschaffen, toen en nu,<br />

verklaart deels de hardnekkige prestatiekloof<br />

tussen de zwarte en blanke<br />

scholieren van nu.<br />

Wettige discriminatie – waarbij zwarten,<br />

vaak met geweld, werd belet eigendom<br />

te bezitten, of geen krediet werd<br />

verstrekt aan Afrikaans-Amerikaanse<br />

ondernemers, of zwarte huiseigenaren<br />

geen hypotheekverzekering konden afsluiten,<br />

of zwarten geen toegang hadden<br />

tot een vakbond, tot de politie of de<br />

brandweer – betekende dat zwarte families<br />

geen rijkdom van betekenis konden<br />

vergaren om aan toekomstige generaties<br />

na te laten. Die geschiedenis verklaart<br />

mede de kloof in rijkdom en inkomen<br />

tussen zwart en blank, en de concentraties<br />

van armoede zowel in de steden als<br />

op het platteland. [...]<br />

Te weinig economische kansen voor<br />

zwarte mannen, en de schaamte en frustratie<br />

over hun onvermogen om voor<br />

hun gezin te zorgen, droeg bij tot de<br />

erosie van zwarte gezinnen. Het gebrek<br />

aan basisvoorzieningen in zoveel zwarte<br />

stadswijken – parken waar kinderen<br />

kunnen spelen, wijkagenten, een geregelde<br />

vuilophaaldienst en bouwtoezicht<br />

– het heeft allemaal bijgedragen aan een<br />

cyclus van geweld, verderf en verwaarlozing<br />

die ons blijft achtervolgen.<br />

Dat is de werkelijkheid waarin dominee<br />

Wright en andere Afrikaans-Ameri-


kanen van zijn generatie zijn opgegroeid.<br />

Ze werden volwassen eind jaren<br />

vijftig, begin jaren zestig, een tijd waarin<br />

segregatie nog de norm was en de<br />

kansen systematisch werden beknot.<br />

Het opmerkelijke is niet hoeveel mislukkingen<br />

de discriminatie tot gevolg<br />

had, maar veeleer hoeveel mannen en<br />

vrouwen zich desondanks opwerkten.<br />

[...]<br />

Maar tegenover al diegenen die met<br />

kunst- en vliegwerk een stukje van de<br />

Armerican Dream bemachtigden, stonden<br />

de velen die het niet redden – die<br />

het uiteindelijk toch tegen de discriminatie<br />

moesten afleggen. De erfenis van<br />

deze nederlaag werd doorgegeven aan<br />

toekomstige generaties – de jongemannen<br />

en steeds meer jonge vrouwen die<br />

we op straathoeken zien staan of die<br />

wegkwijnen in onze gevangenissen,<br />

zonder hoop of vooruitzichten voor de<br />

toekomst. Ook bij zwarten die wel geslaagd<br />

zijn, blijft hun wereldbeeld wezenlijk<br />

bepaald worden door de thema’s<br />

ras en racisme. Bij de mannen en vrouwen<br />

uit de generatie van dominee<br />

Wright zijn de herinneringen aan vernedering<br />

en twijfel en angst niet verdwenen;<br />

evenmin als de woede en verbittering<br />

uit die jaren. Die woede wordt misschien<br />

niet in het openbaar geuit, tegenover<br />

blanke collega’s of blanke vrienden.<br />

Maar ze krijgt wel een stem bij de<br />

kapper of aan de keukentafel. Soms<br />

wordt die woede ook uitgebuit door politici,<br />

om stemmen te trekken langs raciale<br />

lijnen of om de eigen politieke tekortkomingen<br />

goed te maken.<br />

En soms krijgt ze een stem op zondagochtend<br />

in de kerk, op de kansel en<br />

inhoudsopgave<br />

NRC Handelsblad 18<br />

in de banken. Dat het zoveel mensen<br />

verbaast om in sommige preken van dominee<br />

Wright deze woede te horen, herinnert<br />

ons eenvoudig aan de oude waarheid<br />

dat de grootste segregatie in het<br />

Amerikaanse leven zich voltrekt op zondagochtend.<br />

Die woede is niet altijd<br />

productief; ze leidt immers maar al te<br />

vaak de aandacht af van een oplossing<br />

voor de echte problemen; ze weerhoudt<br />

ons van een eerlijke erkenning van onze<br />

eigen medeplichtigheid aan onze toestand,<br />

en ze belet de Afrikaans-Amerikaanse<br />

gemeenschap de benodigde alli-<br />

‘Het politieke landschap<br />

is minstens een generatie<br />

door wrok gevormd’<br />

anties aan te gaan om echte verandering<br />

teweeg te brengen. Maar de woede is<br />

echt; ze is krachtig; en wie er gewoon<br />

niet van wil weten, wie haar veroordeelt<br />

zonder de wortels te doorgronden,<br />

draagt alleen maar bij tot een verbreding<br />

van de kloof van onbegrip die er<br />

tussen de rassen bestaat.<br />

Eenzelfde woede bestaat overigens in<br />

delen van de blanke gemeenschap. De<br />

meeste blanke Amerikanen uit de arbeiders-<br />

en middenklasse vinden niet dat<br />

ze door hun ras nu zo bevoorrecht zijn.<br />

Hun ervaring is de ervaring van immigranten<br />

– wat hen betreft heeft niemand<br />

hun iets cadeau gedaan, ze hebben<br />

alles eigenhandig opgebouwd. Ze<br />

>


hebben hun hele leven hard gewerkt,<br />

om dan na een leven van ploeteren vaak<br />

ook nog hun baan naar het buitenland<br />

of hun pensioen in de goot te zien verdwijnen.<br />

Ze zijn ongerust over hun toekomst<br />

en voelen hun dromen wegglippen;<br />

in een tijd van stagnerende lonen<br />

en mondiale concurrentie worden kansen<br />

gaandeweg gezien als een nul-somspel<br />

waarin jouw droom ten koste gaat<br />

van de mijne. Dus als ze te horen krijgen<br />

dat hun kinderen met de bus naar een<br />

school aan de andere kant van de stad<br />

moeten; als ze horen dat een Afrikaanse<br />

Amerikaan wordt bevoordeeld bij het<br />

verkrijgen van een goede baan of een<br />

plaats op een goede universiteit wegens<br />

onrecht dat ze zelf nooit hebben begaan;<br />

als ze te horen krijgen dat hun angst<br />

voor de misdaad in bepaalde stadswijken<br />

eigenlijk een vooroordeel is, dan<br />

leidt dit gaandeweg tot wrok.<br />

Net als de woede in de zwarte gemeenschap<br />

wordt deze wrok in beleefd<br />

gezelschap niet altijd geuit. Maar het<br />

politieke landschap is er minstens een<br />

generatie lang mede door gevormd. [...]<br />

En zoals de zwarte woede vaak averechts<br />

bleek te werken, heeft ook deze<br />

blanke wrok de aandacht afgeleid van de<br />

echte schuldigen aan de verdrukking<br />

van de middenklasse – een bedrijfscultuur<br />

die bol staat van de handel met<br />

voorkennis, dubieuze boekhoudpraktijken<br />

en kortetermijnhebzucht; een<br />

Washington dat wordt beheerst door<br />

lobbyisten en belangengroepen; een<br />

economisch beleid dat een kleine groep<br />

bevoordeelt. Wie niet wil weten van de<br />

wrok van blanke Amerikanen, wie hen<br />

wil wegzetten als kortzichtig of zelfs ra-<br />

inhoudsopgave<br />

NRC Handelsblad 19<br />

cistisch, zonder te erkennen dat hun<br />

wrok uit legitieme zorgen voortkomt –<br />

verbreedt ook de kloof tussen de rassen<br />

en blokkeert de weg naar begrip.<br />

Dit is waarin we verzeild zijn geraakt:<br />

een raciale impasse, die al jaren voortduurt.<br />

[Ik ben] nooit zo naïef geweest<br />

om te geloven dat we onze raciale verschillen<br />

achter ons kunnen laten in één<br />

verkiezingsronde, of met één enkele<br />

kandidatuur. [...] Maar ik heb wel getuigenis<br />

afgelegd van mijn sterke overtuiging<br />

[...] dat we door samen te werken<br />

een paar oude raciale wonden kunnen<br />

helen. [...]<br />

Voor de Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap<br />

houdt dat in dat we de lasten<br />

van ons verleden moeten omhelzen<br />

zonder slachtoffers van dat verleden te<br />

worden. [...] En het betekent dat we de<br />

volledige verantwoordelijkheid op ons<br />

moeten nemen voor onze eigen levens –<br />

door meer van onze vaders te vragen, en<br />

meer tijd met onze kinderen door te<br />

brengen, en ze voor te lezen, en ze te leren<br />

dat ze – ook al kunnen ze ook in hun<br />

eigen leven op uitdagingen en discriminatie<br />

stuiten – nooit mogen toegeven<br />

aan wanhoop of cynisme; ze moeten altijd<br />

blijven geloven dat ze hun eigen lot<br />

in handen hebben.”<br />

Bekijk de videoregistratie van dit<br />

optreden via YouTube<br />

>


inhoudsopgave<br />

><br />

NRC Handelsblad 20<br />

Of zijn ‘roots’ er nou liggen of niet,<br />

voor Kansas is <strong>Obama</strong> de vijand<br />

Taai verzet van conservatief<br />

Amerika tegen de linkse ideeën<br />

van <strong>Obama</strong>. Tom-Jan Meeus<br />

neemt in september 2008 een<br />

kijkje in El Dorado, Kansas waar<br />

de wortels van de presidentskandidaat<br />

liggen. „Wat? Heeft<br />

Bahama hier gewoond?”<br />

Door onze correspondent<br />

Tom-Jan Meeus<br />

El Dorado, 23 september 2008.<br />

Vermoeid zijn ze, en klaar met het leven,<br />

de bejaarden die in El Dorado, in het<br />

hart van de Amerikaanse staat Kansas,<br />

de blanke (groot)ouders van B<strong>arack</strong> <strong>Obama</strong><br />

hebben meegemaakt. Ze herinneren<br />

zich zijn rebelse opa. Zijn cynische<br />

grootmoeder met haar stadse maniertjes.<br />

En natuurlijk <strong>Obama</strong>’s moeder,<br />

Stanley Ann Dunham, in haar jeugdjaren<br />

al een excentriek typetje.<br />

Graag zijn ze bereid de verslaggever<br />

te helpen, zo vaak komt hier geen onverwacht<br />

bezoek meer over de vloer. Een<br />

91-jarige haalt een schoenendoos met<br />

paperassen over <strong>Obama</strong>’s opa uit de<br />

kast. Een vriendin van <strong>Obama</strong>’s oma<br />

legt uit waarom ze, 17 pas, zo overhaast<br />

trouwde. Een andere vriendin herinnert<br />

zich de afkeer van <strong>Obama</strong>’s oma van de<br />

enige zwarte leerling op school. „Daar<br />

stond ze vér boven”, mokt Virginia<br />

Ewalt, die op de Senior High School van<br />

Augusta, een paar kilometer van El Dorado,<br />

het toneel met de oma van <strong>Obama</strong><br />

deelde.<br />

Het zijn geen herinneringen die passen<br />

bij het imago dat de Democratische<br />

presidentskandidaat graag van zichzelf<br />

verspreidt. Altijd benadrukt hij zijn<br />

dubbelzijdige afkomst – de vader uit<br />

Kenia, de moeder uit Kansas. Bill Clinton<br />

gebruikte in 1992 a place called Hope,<br />

zijn geboortedorp in Arkansas, om zijn<br />

band met het Amerikaanse platteland te<br />

benadrukken. <strong>Obama</strong> heeft El Dorado,<br />

K a n s a s.<br />

Probleem is alleen dat in het stadje,<br />

waar ze de bibliothecaresse dit jaar ontsloegen<br />

omdat ze twee progressieve kinderboeken<br />

had ingekocht, niet veel warme<br />

herinneringen aan <strong>Obama</strong>’s familie<br />

voortleven. Daar waren zijn moeder en<br />

grootouders „te anders” voor, zoals Clarence<br />

Kerns (91) het zegt.<br />

De rit over Interstate 70 van Denver,<br />

Colorado, naar El Dorado, voert langs<br />

duizend kilometer boerenland. De Rocky<br />

Mountains vervagen op de achtergrond,<br />

vergeelde gras- en graanvelden<br />

reiken tot de horizon, kuddes zwarte<br />

buffels lopen rond. Het is het dunst bevolkte<br />

gebied van de VS – een uur op de<br />

weg zonder tegenliggers is niets bijzond<br />

e r s.<br />

El Dorado (12.000 inwoners) is een


monument van vergane glorie. Een<br />

eeuw geleden werd hier 10 procent van<br />

de mondiale olieproductie uit de grond<br />

gehaald. Nu zijn de bronnen opgedroogd<br />

en is de neergang ingezet: de bevolking<br />

krimpt en vergrijst, de middenstand<br />

verpietert, pakhuizen in Main<br />

Street staan leeg. Politieke percepties<br />

liggen al decennia vast. Links wordt hier<br />

beschouwd als vermogend, elitair en hedonistisch;<br />

rechts, met zijn respect voor<br />

religie, is er de bondgenoot van de kleine<br />

man.<br />

Dus <strong>Obama</strong> mag hier roots hebben, de<br />

bevolking beschouwt hem als de vijand.<br />

Verpleegster Becky Bidwell kan je dat<br />

precies uitleggen. Anderhalf jaar geleden<br />

was ze de eerste inwoner van El Dorado<br />

die besloot geld te geven – 5 dollar<br />

en 25 cent – aan de campagne van <strong>Obama</strong>.<br />

Haar zoon (40) verruïneerde zijn leven<br />

sinds hij in 2006 met PTSS (posttraumatische<br />

stress-stoornis) terugkeerde<br />

uit Irak. Haar kleinzoon liet zich<br />

door de ronselaars van het leger verleiden<br />

het voorbeeld van zijn vader te volgen:<br />

hij dient nu in Irak. I hated Bush before<br />

it was cool, staat op een sticker op de<br />

zijdeur van haar truck.<br />

Bidwell was geïmponeerd door <strong>Obama</strong>’s<br />

vroege verzet tegen de oorlog. Ze<br />

gaf hem alles dat ze maandelijks overhield;<br />

om rond te komen heeft ze twee<br />

banen, één in het ziekenhuis, één als privéverpleegkundige.<br />

En toen <strong>Obama</strong> dit<br />

voorjaar voor het eerst El Dorado aandeed<br />

om zijn band met Kansas onder de<br />

aandacht te brengen, mocht zij hem introduceren.<br />

Sindsdien probeert ze het stadje<br />

inhoudsopgave<br />

NRC Handelsblad 21<br />

warm te maken voor haar held. Maar El<br />

Dorado reageert onwennig. Nadat ze telefonisch<br />

een afspraak voor een evenement<br />

had gemaakt met de barkeeper<br />

van het bekendste restaurant in Main<br />

Street, vond ze de eigenaar op haar weg.<br />

Woedend legde hij uit dat dit nooit door<br />

kon gaan. „Dan verlies ik 85 procent van<br />

mijn klanten.”<br />

Een redenering waar de hoofdredacteur<br />

van de lokale krant, Julie Clements<br />

(26) van de El Dorado Times, wel kan inkomen.<br />

Ze wantrouwt <strong>Obama</strong>’s aandacht<br />

voor het stadje. „Vóór de campagne<br />

hoorde je hem er nooit over.” Haar lezers<br />

willen niets weten van een kandidaat<br />

die het recht op abortus intact zou<br />

laten. Vandaar dat haar krant zelden<br />

over <strong>Obama</strong> schrijft. „Wie bereid is die<br />

morele grens te passeren, zal het hier altijd<br />

afleggen.”<br />

Zelfs op 1434 Olive Street – waar het<br />

woninkje staat waarin <strong>Obama</strong>’s moeder<br />

opgroeide – is pas kort bekend dat de<br />

presidentskandidaat banden met El Dorado<br />

heeft. Eigenares July Scott, een vrolijke<br />

lerares, zegt dat ze het een paar weken<br />

eerder hoorde – van een buitenlandse<br />

televisieploeg. „Wá t ? ” roept haar 9-jarige<br />

zoontje in de gang. „Heeft Bahama<br />

hier gewoond?” Sorry, grinnikt ze. „Die<br />

naam is zo gek, hij kan ’m niet onthouden.”<br />

Ze is lid van de Southern Baptist kerk,<br />

een conservatieve denominatie die de<br />

nadruk legt op „de heiligheid” van het<br />

leven. Om die reden stemde ze de laatste<br />

keren op Bush. En al is ze niet negatief<br />

over <strong>Obama</strong> – „hij is wel eerlijk, denk<br />

ik” – ze vindt het geen goed idee het<br />

land aan hem toe te vertrouwen. „Het<br />

>


zou wel goed zijn voor de waarde van<br />

ons huis”, zegt ze stralend.<br />

Een paar straten verderop doet Clarence<br />

Kerns gastvrij open. Kerns (91) zat<br />

in de jaren dertig met <strong>Obama</strong>’s grootvader<br />

Stanley Dunham in de klas. Een<br />

groot avontuur. Tot zijn dood in 1992<br />

hield hij als organisator van de jaarlijkse<br />

schoolreünie contact met Dunham, die<br />

met zijn vrouw een groot deel van <strong>Obama</strong>’s<br />

opvoeding voor zijn rekening nam.<br />

Kerns herinnert zich Stanley Dunham<br />

als een jongen die tijdens de les zonder<br />

‘Zijn grootmoeder heeft<br />

een blanke jongen van<br />

hem gemaakt’<br />

aanleiding het klaslokaal kon verlaten,<br />

meestal via het raam. Een arbeiderszoon<br />

met Kaukasisch bloed wiens moeder op<br />

zijn achtste zelfmoord pleegde. Een jongen<br />

met een onbesuisde natuur – maar<br />

ook een charmeur. „Hij kon je overal van<br />

overtuigen.”<br />

Maar de overtuigingskracht ging gemakkelijk<br />

over in overdrijving. Kerns<br />

plukt uit zijn doos een briefje dat hij in<br />

1990 nog van Dunham ontving: een afzegging<br />

voor de reünie waarin hij voor<br />

zijn oud-klasgenoten een overzicht van<br />

zijn familie geeft. Zijn eigen loopbaan<br />

vat hij samen met „twintig jaar meubels<br />

en twintig jaar verzekeringen”.<br />

Dat van die meubels klopt nog wel,<br />

zegt Kerns – in El Dorado werkte Stan-<br />

inhoudsopgave<br />

NRC Handelsblad 22<br />

ley als hulpje in een meubelzaak. „Maar<br />

verzekeringen? Twintig jaar? Dat zal<br />

wel niet.” Kerns: „Dat is weer een van<br />

die, hoe zal ik het zeggen, bijzondere<br />

verhalen van Stanley.”<br />

Toen <strong>Obama</strong> voorjaar 2008 El Dorado<br />

bezocht, besloten Kerns en zijn vrouw<br />

hun schoenendoos mee naar het evenement<br />

te nemen. De Secret Service onderzocht<br />

de doos, en korte tijd later mochten<br />

ze achter de coulissen met <strong>Obama</strong><br />

kennismaken. Als overtuigde Republikeinen<br />

– Bill O’Reilly (FoxNews) is hun<br />

favoriet – waren ze onder de indruk.<br />

„Dat warme heeft hij van zijn grootvader”,<br />

zegt Rovilla.<br />

Ze waren destijds verrast dat uitgerekend<br />

Madelyn Lee Payne – het slimste,<br />

actiefste en arrogantste meisje van de<br />

klas – met Stanley Dunham, de mislukkeling,<br />

in het huwelijk trad. Nina Parry,<br />

altijd bevriend gebleven met <strong>Obama</strong>’s<br />

oma, weet nog dat ze op zomerse zondagen<br />

gingen dansen in The Blue Moon in<br />

Wichita, waar ze muziek van Benny<br />

Goodman en Glenn Miller speelden.<br />

Daar bleef Madelyn aan Stanley plakken.<br />

Payne kwam uit een stabiel middenklasse<br />

gezin – maar voor haar klasgenoten<br />

was ze een elitaire tante. „Ze kon uit<br />

de hoogte doen”, zegt Virginia Ewalt.<br />

En ze was veel vrijer dan de andere meiden.<br />

Ze rookte. Ze dronk. „En ze was<br />

niet bang van jongens.”<br />

Het was onder haar vriendinnen een<br />

publiek geheim dat ze stiekem al met<br />

Stanley Dunham was getrouwd – hij 23,<br />

zij 17 – toen ze haar middelbareschooldiploma<br />

nog moest halen. Een keuze<br />

die op het platteland bars werd afgewe-<br />

>


zen. „Ik mocht nooit meer met haar<br />

uit”, zegt Virginia Ewalt.<br />

In de Tweede Wereldoorlog ging<br />

Stanley naar het front in Europa. <strong>Obama</strong>’s<br />

moeder werd in 1942 geboren:<br />

Stanley Ann werd ze genoemd – omdat<br />

haar vader zo graag een jongetje had gewild.<br />

Na de oorlog nam <strong>Obama</strong>’s opa<br />

Dunham zijn gezin op sleeptouw naar<br />

onder andere Californië, Texas en Hawaï,<br />

hun eindstation. Tussendoor<br />

woonden ze nog een paar jaar in El Dor<br />

a d o.<br />

Het was geen warm weerzien. <strong>Obama</strong>’s<br />

moeder was een excentriek meisje<br />

met belangstelling voor onderwerpen<br />

die in het religieuze Kansas taboe waren:<br />

sterrenbeelden, humanisme,<br />

atheïsme. <strong>Obama</strong>’s grootvader kon zijn<br />

draai nog steeds niet vinden, en na een<br />

paar jaar nam hij zijn hele familie weer<br />

mee op sleeptouw. „Ze voelden zich duidelijk<br />

niet meer thuis in Kansas”, zegt<br />

Virginia Ewalt. „Daarom is het zo eigenaardig<br />

dat <strong>Obama</strong> nu naar ons toekomt<br />

en zegt: ik hoor bij jullie.”<br />

B<strong>arack</strong> <strong>Obama</strong> werd op Hawaï voornamelijk<br />

door zijn grootouders opgevoed<br />

nadat het huwelijk van zijn moeder<br />

met zijn Keniaanse vader was mislukt.<br />

Afgezien van enkele jaren in Indonesië<br />

met zijn moeder woonde hij bij<br />

Madelyn Payne en Stanley Dunham op<br />

Hawaï – terwijl zijn moeder met de rusteloosheid<br />

van haar vader de wereld afreisde.<br />

Vriendinnen herinneren zich dat Madelyn<br />

Payne een vrouw werd die moeite<br />

had haar teleurstellingen te verbergen.<br />

Haar man bleef een type van twaalf ambachten<br />

en dertien ongelukken, zij werd<br />

inhoudsopgave<br />

NRC Handelsblad 23<br />

een afwachtende vrouw. Ze maakte –<br />

slim, hardwerkend, gesloten – een fraaie<br />

carrière in de bankwereld, maar enthousiast<br />

kon ze eigenlijk nergens meer over<br />

worden.<br />

En Nina Parry, haar levenslange vriendin,<br />

ziet veel van Madelyn Payne in <strong>Obama</strong><br />

terug. „Dat harde werken, dat ambitieuze,<br />

dat is allemaal Madelyn. Ze heeft<br />

gewoon een blanke jongen van hem gemaakt.”<br />

>


inhoudsopgave<br />

><br />

NRC Handelsblad 24<br />

In het land van zijn vader, Kenia,<br />

zou <strong>Obama</strong> nooit president worden<br />

De rest van de wereld raakt in de<br />

loop van 2008 ook besmet met<br />

de <strong>Obama</strong>manie. Zeker in Kenia,<br />

het land van zijn vader, hebben<br />

ze „hoge verwachtingen” va n<br />

B<strong>arack</strong>, merkt Afrikacorrespondent<br />

Koert Lindijer.<br />

Door onze correspondent<br />

Koert Lindijer<br />

Kisumu, 25 oktober 2008.<br />

De Oegandese president Museveni had<br />

even genoeg van al die afgoderij voor de<br />

Amerikaanse presidentskandidaat.<br />

„<strong>Obama</strong>, <strong>Obama</strong>, <strong>Obama</strong>”, viel hij geïrriteerd<br />

uit op een persbijeenkomst. „Hij is<br />

een Amerikaan! Waarom kijken jullie altijd<br />

naar hem en niet naar jezelf? Zet je<br />

krachten in voor je eigen continent.”<br />

B<strong>arack</strong> <strong>Obama</strong> is een zoon van Afrika.<br />

Geldinzamelingen onder de rijken, parafernalia<br />

– van speldjes tot T-shirts – en<br />

<strong>Obama</strong>bier, en speciaal gecomponeerde<br />

aanhankelijkheidsliedjes tonen dat op<br />

het continent geen leider zo’n grote populariteit<br />

geniet als <strong>Obama</strong>. „Wij Afrikanen<br />

hebben weinig leiders om trots op te<br />

z ij n ”, zegt een Keniaanse journalist.<br />

„Eerst hadden we Mandela in Zuid-Afrika,<br />

toen [de Ghanees] Kofi Annan bij de<br />

VN in New York, en nu dan eindelijk be-<br />

reikt iemand van het zwarte ras het Witte<br />

Huis. Afrika viert het straks als een<br />

historische overwinning.”<br />

<strong>Obama</strong>’s vader Hussein werd geboren<br />

bij het Victoriameer in de provincie Nyanza<br />

in het westen van Kenia, een groen<br />

gebied met boeren en vissers van het<br />

Luo-volk. Rond de onafhankelijkheid<br />

begin jaren zestig bestond er onder de<br />

beter opgeleide Afrikanen sympathie<br />

voor de American Dream. In plaats van<br />

de voormalige koloniale landen in Europa<br />

verkozen ze de Verenigde Staten als<br />

plek om te gaan studeren. Met steun van<br />

de populaire politicus Tom Mboya, later<br />

onder mysterieuze omstandigheden<br />

vermoord, gingen velen zoals Hussein<br />

<strong>Obama</strong> in Amerika studeren. Hij trouwde<br />

met B<strong>arack</strong>s blanke moeder en liet<br />

moeder en zoon twee jaar na B<strong>arack</strong>s geboorte<br />

in de steek en keerde terug naar<br />

Kenia, waar hij bij een auto-ongeluk omkwam.<br />

Zijn graf ligt op het kleine erf van<br />

grootmoeder Sarah Hussein Oyango<br />

<strong>Obama</strong> (86) in het gehucht Kogela in<br />

We s t- Ke n i a .<br />

„Bij zijn dood was mijn vader een mythe<br />

voor me […] Ik kende hem als kind alleen<br />

van de verhalen van mijn moeder en<br />

grootouders”, schrijft <strong>Obama</strong> in zijn autobiografie<br />

Dreams from my Father. Hij<br />

heeft Kenia een paar keer bezocht. De<br />

geest van zijn vader waarde er rond. „Ik<br />

zie hem in de schoolkinderen die voorbij


ennen, hun magere zwarte benen bewegend<br />

als zuigstangen tussen blauwe korte<br />

broeken en bovenmaatse schoenen. Ik<br />

hoor hem in het gelach van studenten<br />

die zoete melkthee drinken en samosa’s<br />

eten in een vaag verlicht theehuis. Ik<br />

ruik hem in de rook van een sigaret van<br />

een zakenman… en in het zweet van de<br />

dagarbeider die steengruis in een kruiwagen<br />

laadt, zijn gezicht en ontblote<br />

borst bedekt met stof. De Oude Man is<br />

hier, dat geloof ik, hoewel hij niets tegen<br />

me zegt. Hij is hier en vraagt me om beg<br />

r i p. ”<br />

Inwoners van Kisumu hebben het bier<br />

al koud gezet en tientallen Amerikaanse<br />

journalisten zullen de verkiezingsnacht<br />

verslaan vanuit deze stad in West-Kenia<br />

waar veel Luo’s leven. „We hebben hoge<br />

verwachtingen van <strong>Obama</strong>”, lacht Benjamin<br />

Ameach in een sloppenwijk. Begin<br />

2008 vocht hij met honderden andere<br />

werkloze jongeren tegen de politie uit<br />

woede over fraude bij de Keniaanse presidentsverkiezingen.<br />

Want in hun ogen<br />

had hun leider Raila Odinga van de Luostam<br />

gewonnen en niet president Mwai<br />

Kibaki. „Er breken opnieuw onlusten in<br />

Kisumu uit als door fraude ook onze<br />

Amerikaanse kandidaat verliest.”<br />

Volgens een opiniepeiling zou 87 procent<br />

van de Kenianen op „hun zoon”<br />

<strong>Obama</strong> stemmen en 3 procent op<br />

McCain. De steun reikt over de stamscheidslijnen<br />

heen. Ook onder Kibaki’s<br />

Kikuyu-stam, die eerder dit jaar doelwit<br />

werd van woede onder Luo’s, is de steun<br />

wijdverbreid. Tevergeefs probeerde de<br />

Amerikaanse anti-<strong>Obama</strong>-schrijver Jerome<br />

Corsi zijn controversiële boek The<br />

<strong>Obama</strong> Nation in Kenia te presenteren.<br />

inhoudsopgave<br />

NRC Handelsblad 25<br />

Hij zinspeelt in het boek op een links<br />

complot tussen Odinga en <strong>Obama</strong> om de<br />

macht in Kenia en Amerika over te nemen.<br />

De regering wees hem pardoes het<br />

land uit, zonder noemenswaardig protest<br />

van media en actiegroepen.<br />

„Oorspronkelijk uit Kenia, Afrika. Geadopteerd<br />

door de koude bossen van<br />

Amerika, deze dem youthboy”, rapt in<br />

Ghana Blakk Rasta. Muzikanten elders<br />

op het continent brengen de lofzang in<br />

een ander ritme.<br />

En ook de rijken doen mee aan de<br />

dweperij. „We can do it! Yes we can”, zongen<br />

leden van Nigeria’s elite september<br />

2008 op een speciaal <strong>Obama</strong>-diner in<br />

Lagos. Het etentje was georganiseerd<br />

door mevrouw Ndi Okereke Onyiuke,<br />

voorzitter van de beurs. Ze rekende voor<br />

een tafel van acht 21.226 dollar. De opbrengst<br />

zou worden gebruikt om Afrika<br />

te laten bidden voor <strong>Obama</strong>. De Nigeriaanse<br />

anticorruptiecommissie nam twee<br />

weken later de 630.000 dollar die het gala<br />

opbracht in beslag. <strong>Obama</strong>’s campagnevoerders<br />

meldden vanuit de VS niets<br />

van doen te hebben met deze schijnbaar<br />

corrupte praktijken in Afrika’s volkrijkste<br />

natie. Op bezoek bij zijn oma in Afrika<br />

hekelde <strong>Obama</strong> in 2006 de corruptie<br />

in Kenia. De jeugdige, hervormingsgezinde<br />

<strong>Obama</strong> heeft weinig op met het<br />

nepotisme van de oude politieke klasse<br />

in Afrika.<br />

De Keniaanse dichter en analist<br />

Mukoma wa Ngugi betreurde tegenover<br />

de BBC „het verlies van onze eigen dromen.<br />

<strong>Obama</strong>’s succesverhaal in Amerika<br />

is onmogelijk in Afrika. Door zijn stamidentiteit<br />

had hij hier geen president<br />

kunnen worden.”<br />

>


inhoudsopgave<br />

><br />

NRC Handelsblad 26<br />

Zwart is niet langer een bezwaar<br />

Tot 2008 was het ondenkbaar<br />

dat een zwarte president van de<br />

VS zou worden – hoewel er af en<br />

toe kandidaten waren geweest.<br />

Over de stille evolutie van de<br />

zwarte leiders: de wegbereiders<br />

van <strong>Obama</strong>.<br />

Door Tom-Jan Meeus<br />

en Merijn de Waal<br />

Washington, 1 november 2008.<br />

De schoolbibliotheek in Indianola, Iowa,<br />

was die avond voor driekwart gevuld.<br />

Michelle <strong>Obama</strong> was november<br />

2007 nog geen nationale bekendheid:<br />

beveiliging had ze nog niet, en op haar<br />

speeches kwamen hooguit tientallen<br />

mensen af.<br />

Maar wie haar een paar dagen langs<br />

de zaaltjes in Iowa volgde, kreeg een ongebruikelijk<br />

beeld voorgeschoteld:<br />

zwarte vrouw spreekt blank publiek toe.<br />

Want niet alleen is Iowa een nationale<br />

trendsetter – de staat houdt traditioneel<br />

de eerste voorronde van de presidentsrace<br />

– het is ook een extreem homogene<br />

staat: 98 procent van de bevolking is<br />

blank.<br />

Die avond in Indianola liet één zwarte<br />

man zijn gezicht zien. Achterin de zaal<br />

had DiMaggio Nicholas, autodealer, zijn<br />

bonten winterjas losjes over zijn armen<br />

gelegd. Als overtuigde Republikein zou<br />

Televisiekomiek Bill Cosby<br />

Foto Rob Loud<br />

Oud-stafchef en oud-minister van Buitenlandse<br />

Zaken Colin Powell Foto AP<br />

Rechter Clarence Thomas, conservatief<br />

lid van het Hooggerechtshof Foto AP<br />

Bill Clinton, de ‘eerste zwarte president’<br />

Foto Reuters<br />

hij in 2008 overstappen naar de andere<br />

partij: het succes van zijn Afro-Amerikaanse<br />

broeder emotioneerde hem. „Dit<br />

gevoel heb ik nog nooit gehad.”<br />

De reactie van de rest van het publiek<br />

was zeker zo veelzeggend. Mensen be-


grepen wel dat ras nog steeds een gevoelig<br />

onderwerp is. Maar voor henzelf<br />

speelde het eigenlijk niet zo, vertelde<br />

aannemer Simon Stanfield. Zoals veel<br />

Iowans was hij zich zeer bewust dat het<br />

hele land op Iowa lette. Hij had de programma’s<br />

van Hillary Clinton, John Edwards<br />

en <strong>Obama</strong> grondig vergeleken –<br />

en zonder veel aarzeling voor de laatste<br />

gekozen.<br />

Hij was moe van leiders die het land<br />

verdelen in plaats van bijeenbrengen.<br />

Dat trok hem in <strong>Obama</strong> – de kleur van<br />

de man had hem niet beziggehouden.<br />

„Dat”, zei hij met een goeiige blik, „kan<br />

me nou werkelijk niets schelen.”<br />

Achteraf bleek dat Iowa de polsslag<br />

van de natie voortreffelijk aanvoelde.<br />

Het koos <strong>Obama</strong> boven topfavoriet Hillary<br />

Clinton. De geestdrift die <strong>Obama</strong> in<br />

de Afro-Amerikaanse gemeenschap los<br />

zou maken was er al zichtbaar.<br />

En ook de afwezigheid van een debat<br />

over <strong>Obama</strong>’s ras en huidskleur in de<br />

eerste maanden van de campagne bleek<br />

een voorbode voor de rest ervan: na <strong>Obama</strong>’s<br />

zege in Iowa was het voor Amerika<br />

duidelijk dat het land in principe bereid<br />

was een zwarte president te kiezen –<br />

zonder zich al vast te leggen op de keuze,<br />

en zonder behoefte nog erg lang stil<br />

te staan bij dit goede nieuws.<br />

Zo werd het verkiezingsjaar ook een<br />

confrontatie tussen het zelfbeeld van<br />

Amerika en het beeld dat de rest van de<br />

wereld van Amerika heeft. Want terwijl<br />

de rest van de wereld niet uitgepraat<br />

raakte over de mogelijk eerste zwarte<br />

president, hield het land zich vooral bezig<br />

met de thema’s (en non-thema’s) van<br />

het verkiezingsjaar: de economie, de<br />

inhoudsopgave<br />

><br />

NRC Handelsblad 27<br />

leeftijd van McCain, de oorlogen, Yes we<br />

can op YouTube, Irans nucleaire programma,<br />

de zeven huizen van McCain,<br />

de dure gezondheidszorg, <strong>Obama</strong> als<br />

‘terroristenvriend’.<br />

Het werd dus een verkiezingsjaar van<br />

twee werkelijkheden: de wereld zag een<br />

strijd tussen een blanke en een zwarte<br />

kandidaat, Amerika tussen een Democraat<br />

en Republikein. Ras speelde op de<br />

achtergrond altijd een rol – maar zelden<br />

de hoofdrol. Er was, kortom, de laatste<br />

jaren iets in Amerika gebeurd wat de<br />

wereld was ontgaan.<br />

De zwarte conservatief<br />

Er wordt verschillend gedacht over het<br />

moment van de ommekeer, maar achteraf<br />

was de benoeming van Clarence<br />

Thomas tot lid van het Hooggerechtshof<br />

een symbolisch belangrijke stap.<br />

Thomas volgde Thurgood Marshall op,<br />

het eerste Afro-Amerikaanse lid van het<br />

hoogste rechtscollege en een jurist die<br />

paste bij Martin Luther King en de burgerrechtenbeweging.<br />

Marshall was een<br />

Democraat en had, als ex-medewerker<br />

van de belangrijkste burgerrechtenorganisatie<br />

van het land (de NAACP), aan<br />

de goede kant gevochten.<br />

Met Thomas was dat ingewikkelder.<br />

Hij werd in 1991 voorgedragen door de<br />

Republikein George Bush sr., en presenteerde<br />

zich, een jongen die opgroeide in<br />

de ergste armoede van Georgia, als een<br />

overtuigde conservatief: tegen het recht<br />

op abortus, tegen positieve discriminatie,<br />

tegen de welvaartsstaat.<br />

In een interview noemde hij ooit zijn<br />

eigen zuster als voorbeeld van de apa-


thie die sociale uitkeringen teweegbrengen:<br />

ze was zelfs al boos, smaalde hij, als<br />

haar wekelijkse cheque van de sociale<br />

dienst te laat door de postbode werd bezorgd.<br />

Zwarte leiders reageerden bitter op<br />

Thomas’ voordracht. Dominee Al Sharpton,<br />

het gezicht van de geradicaliseerde<br />

tak van de burgerrechtenbeweging,<br />

nam een groep aanhangers mee naar het<br />

huis van Thomas in Virginia om de<br />

waarheid uit te schreeuwen: Clarence<br />

Thomas was een „verrader”.<br />

Het werd een politiek spektakel. Een<br />

door Democraten gedomineerde commissie<br />

in de Senaat, voorgezeten door<br />

Joe Biden (<strong>Obama</strong>’s running mate), tuigde<br />

een soort tribunaal op: beschuldigingen<br />

van seksueel wangedrag werden live<br />

uitgezonden, bewijs bleef uit, maar ze<br />

zouden Thomas’ imago voor altijd beschadigen.<br />

„Een lynchpartij”, zou de opperrechter<br />

later zeggen.<br />

Dat hij toch werd benoemd paste bij<br />

het Amerikaanse zelfbeeld van die tijd.<br />

Thomas mocht zich dan tegen positieve<br />

discriminatie keren, zijn tegenstanders<br />

zagen dat als bevestiging van zijn hypocrisie:<br />

als iemand oneigenlijk was bevoordeeld<br />

door positieve discriminatie,<br />

was het Thomas zelf. En hij zou altijd<br />

een gemankeerde opperrechter blijven:<br />

in de zeventien jaar die zijn termijn nu<br />

heeft geduurd voerde hij nooit het<br />

woord op een openbare zitting.<br />

Toch groeide Clarence Thomas de<br />

laatste jaren uit tot symbool. Onder de<br />

zwarte bevolking bleef hij impopulair,<br />

maar door zijn consistente conservatisme,<br />

neergelegd in honderden opinies<br />

die hij als opperrechter schreef, werd<br />

inhoudsopgave<br />

><br />

NRC Handelsblad 28<br />

Clarence Thomas een inspiratiebron<br />

voor een relatief nieuwe groep Afro-<br />

Amerikanen: zwarte conservatieven.<br />

Het gaf de aanzet tot een dramatische<br />

verandering van het imago van de zwarte<br />

gemeenschap. Hij werd de tegenpool<br />

van Jesse Jackson en Al Sharpton, Democraten<br />

die bleven claimen dat de problemen<br />

van de zwarte gemeenschap (de<br />

hoogste werkloosheid, de meeste echtscheidingen,<br />

de hoogste misdaadcijfers)<br />

nog altijd een direct gevolg waren van<br />

de blanke onderdrukking.<br />

Maar voor blank Amerika was Thomas<br />

het bewijs dat de zwarte gemeenschap<br />

pluriformer en geëmancipeerder<br />

was dan ze lange tijd leek. Het gevolg is<br />

dat zijn levensverhaal nu wordt herzien.<br />

Alleen al in 2007 kwamen twee nieuwe<br />

boeken over hem uit – een autobiografie<br />

(waarvoor de uitgever een premie van<br />

1,5 miljoen dollar over had), en een biografie<br />

door zwarte journalisten van The<br />

Washington Post, die niet langer de beschuldigingen<br />

van seksueel wangedrag<br />

als uitgangspunt namen.<br />

In plaats daarvan schetsen zij het verhaal<br />

van een tragische held: een man die<br />

om zijn principes werd uitgestoten door<br />

de eigen gemeenschap, en die om zijn<br />

huidskleur nooit werd geaccepteerd in<br />

zijn blanke werkomgeving. Maar over<br />

zijn invloed bestaat weinig discussie<br />

meer. „Clarence Thomas”, schreef Newsweek<br />

in 2007, „is zonder twijfel de machtigste<br />

zwarte man van Amerika”.<br />

De zwarte generaal<br />

Begin jaren negentig, toen Thomas nog<br />

voor zijn geloofwaardigheid vocht, had-


den de VS al een ander zwart rolmodel.<br />

Colin Powell verscheen zonder rumoer<br />

op het nationale toneel. Hij was er ine<br />

e n s.<br />

President Reagan (1981-1989) maakte<br />

hem aan het einde van zijn ambtstermijn<br />

nationaal veiligheidsadviseur, na<br />

een fraaie loopbaan in de krijgsmacht.<br />

Daarna volgde voor Powell, ook onder<br />

Bush sr., de mooiste promotie uit zijn leven:<br />

hij werd de eerste zwarte stafchef<br />

van de krijgsmacht, officieel: voorzitter<br />

van het college van chefs van staven.<br />

Dat de krijgsmacht een zwarte leider<br />

voortbracht, was minder verrassend dan<br />

het misschien leek. Als de multiculturele<br />

samenleving ergens allang bestaat, is<br />

het in het Amerikaanse leger, zegt Larry<br />

Wilkerson, van eind jaren tachtig tot en<br />

met 2004 de persoonlijke assistent van<br />

Powell. Wie ambitieus is maar geen geld<br />

heeft, kan via een paar jaar militaire<br />

dienst een studiebeurs verdienen. Respect<br />

voor andermans afkomst en religie<br />

behoort er tot de dagelijkse routine.<br />

„Daar praat je niet over.”<br />

Ook Powell, zoon van Jamaicaanse<br />

migranten uit de South Bronx, werkte<br />

zich op zonder zijn afkomst te benadrukken;<br />

The New York Times o m s ch r e e f<br />

zijn stijl ooit als „berekenende nonchalance”.<br />

Als jonge militair in Vietnam negeerde<br />

hij het racisme van superieuren.<br />

„Als ik naar één kant van het speelveld<br />

werd verdrongen, zorgde ik ervoor dat<br />

ik de ster werd op die helft van het<br />

veld”, schreef hij in zijn memoires, My<br />

American Journey (1995).<br />

Later legde hij de zwarte schrijverprofessor<br />

Henry Gates jr. in een reeks interviews<br />

uit dat ook hij niet geloofde in<br />

inhoudsopgave<br />

NRC Handelsblad 29<br />

de confronterende stijl van veel burgerrechtenactivisten.<br />

Hij was zwart zoals<br />

hij Republikein was: zonder nadruk, als<br />

een loyale soldaat. „Ik dring geen stereotypes<br />

[…] op. Sommige zwarten doen<br />

dat wel.” En zijn lichte huidskleur hielp<br />

ook. „Ik ben niet heel zwart.”<br />

Het militaire succes van de eerste<br />

Irakoorlog (1991) was zijn nationale<br />

doorbraak. Bob Woodward beschreef<br />

hem in zijn reconstructie van de oorlog,<br />

het boek The Commanders, als de invloedrijkste<br />

adviseur van de president die afdwong<br />

dat de aanval werd uitgesteld<br />

totdat er, zoals Powell had geëist, een<br />

overweldigende militaire overmacht op<br />

de been gebracht kon worden.<br />

Zo was Colin Powell voor even de populairste<br />

(zwarte) leider van Amerika.<br />

Bill Clinton probeerde hem in 1992 als<br />

running mate te strikken. Republikeinen<br />

wilden dat hij in 1995 een gooi naar<br />

het Witte Huis deed. Hij zag er om persoonlijke<br />

redenen vanaf, zoals dat heet:<br />

hij wilde niet dat elk aspect van zijn privéleven<br />

onderzocht zou worden.<br />

Zijn terugkeer naar Washington als<br />

eerste zwarte minister van Buitenlandse<br />

Zaken onder Bush jr. (2000-2004) werd<br />

een dramatische mislukking. In de opmaat<br />

naar de tweede Irakoorlog (2003)<br />

werd zijn pleidooi voor meer diplomatie<br />

genegeerd. Zijn optreden in de VN,<br />

waarin hij ten onrechte claimde dat Irak<br />

massavernietigingswapens bezat, beschouwt<br />

hij als de grootste misstap van<br />

zijn leven.<br />

Toen hij in de openbaarheid trad om<br />

tegen zijn partij in steun aan B<strong>arack</strong><br />

<strong>Obama</strong> uit te spreken, zagen sommige<br />

conservatieven er een raciaal opzetje in:<br />

>


de ene zwarte steunt de andere. Die<br />

mensen hadden weinig van Colin Powell<br />

begrepen, zegt Wilkerson. „Deze man is<br />

aan de top gekomen omdat hij van zijn<br />

ras nooit een issue heeft gemaakt.” Het<br />

is volgens zijn voormalige rechterhand,<br />

zelf blank, de enige manier om als Afro-<br />

Amerikaan bovenaan de ladder te eindigen.<br />

„Hij en B<strong>arack</strong> <strong>Obama</strong> zijn wat dat<br />

betreft precies hetzelfde.”<br />

En <strong>Obama</strong> liet het hele jaar merken<br />

dat hij dit voortreffelijk begrepen had:<br />

terwijl de zwarte gemeenschap hartstochtelijk<br />

voor hem viel, was elke suggestie<br />

van zwarte solidariteit taboe voor<br />

hem. Noem één opperrechter die je om<br />

principiële redenen nooit zou hebben<br />

benoemd, werd hem twee maanden geleden<br />

gevraagd op een conferentie over<br />

religie. <strong>Obama</strong> hoefde niet na te denken.<br />

„Clarence Thomas.”<br />

De zwarte komiek<br />

In het mijnenveld van raciale relaties in<br />

de VS zijn sommige taboes over de zwarte<br />

onderklasse de laatste jaren met harde<br />

hand geslecht. Onderzoek na onderzoek<br />

laat zien dat zwarte meisjes het beter<br />

doen dan zwarte jongens. Het land is<br />

vergeven van projecten om tienerjongens<br />

uit slechte stadswijken op het rechte<br />

pad te brengen, zonder veel succes. In<br />

Maryland plaatsten ze tieners uit getto’s<br />

in gastgezinnen op het platteland om zo<br />

de negatieve spiraal van schooluitval,<br />

drugs, misdaad en tienerzwangerschappen<br />

te doorbreken: kids having kids. Eenmaal<br />

weg uit het getto bleken de meisjes<br />

snel in staat een nieuw leven te beginnen.<br />

De criminaliteit van de jongens ver-<br />

inhoudsopgave<br />

NRC Handelsblad 30<br />

ergerde alleen maar.<br />

Het nationale geduld met criminele<br />

zwarte jongens is niet groot meer. Ook<br />

niet binnen de zwarte gemeenschap.<br />

Hun luidruchtigste woordvoerder is de<br />

komiek Bill Cosby, die in 2004 op een<br />

bijeenkomst van de NAACP de problemen<br />

verklaarde uit het gedrag in de<br />

zwarte gemeenschap zelf. „We kunnen<br />

het niet aan de blanken wijten. […] Het<br />

is niet wat zij ons aandoen. Het is wat<br />

wij onszelf aandoen.”<br />

Het werd een lange opsomming. Ouders<br />

die te gemakkelijk scheiden, moeders<br />

die te veel kinderen krijgen, vaders<br />

die geen vinger naar kinderen uitsteken,<br />

volwassenen die te tolerant zijn<br />

voor tienerseks, armen die zich neerleggen<br />

bij hun armoede, zwarte priesters<br />

die de kerkdeuren alleen op zondag<br />

openen.<br />

Cosby belegt sindsdien vrijwel elk<br />

jaar een tournee waarin hij op besloten<br />

bijeenkomsten in gesprek gaat met de<br />

zwarte gemeenschap. Alle zalen lopen<br />

vol. Maar hij is ook omstreden. Tegenstanders<br />

zeggen dat hij generaliseert,<br />

waardoor hij de groep die hij probeert te<br />

bereiken juist zou afstoten.<br />

Maar feit is dat de invloed van Cosby<br />

groot is. Het bleek toen in 2006 een politieke<br />

commentator van NPR-radio (de<br />

Amerikaanse VPRO), Juan Williams, in<br />

een boek, Enough, een uitvoerige verdediging<br />

van Cosby publiceerde. De progressieve<br />

Williams, zelf zwart en bevriend<br />

met Clarence Thomas, zei dat<br />

„zwarte volwassenen alleen nog maar<br />

klagen waardoor ze hun kinderen een<br />

slachtoffermentaliteit bijbrengen”.<br />

Hier bleek dat hij één taboe te veel<br />

>


wilde slechten. Hoewel het verband<br />

nooit is bewezen, raakte hij bij NPR op<br />

een zijspoor, terwijl het behoudende<br />

FoxNews graag meer van zijn diensten<br />

gebruik wilde maken. Zodoende was<br />

Juan Williams in het verkiezingsjaar een<br />

van de meest zichtbare politieke commentatoren<br />

op FoxNews, waar hij zich<br />

vooral afzette tegen <strong>Obama</strong>’s banden<br />

met Jeremiah Wright. Wright („God<br />

damn America”) is een aanhanger van de<br />

bevrijdingstheologie en zijn kerk werd<br />

twintig jaar door <strong>Obama</strong> bezocht.<br />

Berichtgeving over de kerk legde nog<br />

een ander taboe bloot. Amerika kent<br />

honderden zwarte kerken waarin het tot<br />

de zondagse rituelen behoort om zich<br />

onder elkaar af te zetten tegen de blanke<br />

gemeenschap. In Wrights kerk gebeurde<br />

dat ook, zij het niet elke week. Maar Williams<br />

legde het verband met de reactie<br />

van de zwarte gemeenschap op de vrijspraak<br />

van O.J. Simpson in 1997, voor<br />

de moord van zijn ex-vrouw en diens<br />

vriend. Het feit dat de meeste Afro-Amerikanen<br />

toen, in afwijking van de rest<br />

van het land, overtuigd waren van O.J.’s<br />

onschuld bewees volgens hem dat zwart<br />

Amerika zich nog altijd isoleerde van de<br />

rest van de maatschappij. En het was<br />

„z o r g e l ij k ”, zei hij, dat <strong>Obama</strong> zich jaren<br />

in eenzelfde geïsoleerde kerkgemeenschap<br />

had opgehouden. „Dat roept<br />

de vraag op: wie is hij?”<br />

Maar maanden later, op de eerste<br />

avond van de Democratische Conventie,<br />

toen Michelle <strong>Obama</strong> na afloop van haar<br />

speech met haar twee dochters via een<br />

satellietscherm verbinding met <strong>Obama</strong><br />

had, had dezelfde Williams moeite zijn<br />

tranen te bedwingen. „Om zo’n prachti-<br />

inhoudsopgave<br />

><br />

NRC Handelsblad 31<br />

ge zwarte familie in deze situatie te zien<br />

– dat is werkelijk een grote stap vooruit<br />

voor dit land”, zei hij – en zijn collega’s<br />

bij Fox keken verstoord op: wat zegt-ie<br />

nóú?<br />

De eerste zwarte president<br />

Op een woensdag in oktober 2008 stonden<br />

ze daar dan eindelijk, op een podium<br />

in Florida: <strong>Obama</strong> en Bill Clinton,<br />

samen op campagne. Het had maanden<br />

gekost om de wonden te helen. In het<br />

voorjaar waren de spanningen opgelopen<br />

toen Clinton <strong>Obama</strong>’s klinkende<br />

overwinning in South Carolina afdeed<br />

als een zwart onderonsje. In de tijd dat<br />

Jesse Jackson zijn kansloze pogingen<br />

deed president te worden, zei Clinton,<br />

„won hij ook twee keer in South Carolina”.<br />

Supporters van <strong>Obama</strong> noemden<br />

Clinton een racist, <strong>Obama</strong>’s staf sprak<br />

het niet tegen, en de voormalige president<br />

keerde zich gekrenkt af van <strong>Obama</strong>.<br />

Maar diezelfde woensdag verzorgde<br />

hij een ronkende introductie van <strong>Obama</strong><br />

– en het publiek werd wild.<br />

Het was een vorm van rechtvaardigheid.<br />

Want als iemand er vóór <strong>Obama</strong> in<br />

slaagde de zwarte gemeenschap geloof<br />

in de politiek bij te brengen, was het Bill<br />

Clinton. ‘Clinton as the first black president’,<br />

was de kop van een essay dat Nobelprijswinnares<br />

Toni Morrison op het<br />

hoogtepunt van het Lewinsky-schandaal,<br />

herfst 1998, in The New Yorker publiceerde.<br />

Bill Clinton was „zwarter dan enige<br />

echt zwarte figuur die onze kinderen<br />

tijdens hun leven gekozen kunnen zien<br />

worden”. Hij vertoonde „bijna alle teke-


nen van zwartheid: een in een éénoudergezin,<br />

arm geboren, arbeideristisch,<br />

saxofoonspelend, van McDonald’s en<br />

junkfood houdend jongetje uit Arkansas”.<br />

Tijdens zijn jaren in het Witte Huis<br />

scoorde Clinton in de zwarte gemeenschap<br />

een populariteitscijfer van rond<br />

90 procent. Ook na de versobering van<br />

de bijstand en het ontslag van zwarte<br />

kabinetsleden, was hij geliefder dan Jesse<br />

Jackson en Colin Powell. En zelfs na<br />

de Lewinsky-affaire, toen veel blanke<br />

stemmers op Clinton afknapten, behield<br />

hij steun in de zwarte gemeenschap.<br />

Omdat Clinton veel voor de gemeenschap<br />

betekend had, maar ook wegens<br />

de zwarte (christelijke) traditie van vergiffenis<br />

en verlossing – ook voor wie<br />

vreemdgaat. Verder speelde het zwarte<br />

wantrouwen tegen justitie een rol: een<br />

ruime meerderheid geloofde Hillary<br />

Clintons claim van een „groot rechts<br />

complot” tegen haar man.<br />

Zijn presidentschap leverde hem de<br />

levenslange trouw van gerenommeerde<br />

zwarte leiders op, en paradoxaal genoeg<br />

bracht dat hen dit jaar in grote problemen.<br />

Vooral John Lewis (68), een van de<br />

helden van de burgerrechtenstrijd in de<br />

jaren zestig, moest ervaren dat zijn<br />

steun aan de ‘eerste zwarte president’<br />

hem opbrak nu een echte zwarte president<br />

tot de mogelijkheden bleek te horen.<br />

Begin jaren zestig werd Lewis tot<br />

bloedens toe gemarteld omdat hij in<br />

Alabama het recht opeiste in blanke gebieden<br />

met de bus te reizen. En in 1963<br />

betrad hij in Washington het podium<br />

voordat Martin Luther King het woord<br />

inhoudsopgave<br />

NRC Handelsblad 32<br />

nam (‘I have a dream’) om meer federale<br />

bescherming voor King en collega-strijders<br />

te eisen. In zijn latere leven was hij,<br />

als Congreslid uit Georgia, eraan gewend<br />

geraakt dat hij met het grootst<br />

mogelijke respect werd behandeld.<br />

Diezelfde John Lewis besloot najaar<br />

2007, door zijn goede verstandhouding<br />

met Bill, zijn steun te geven aan Hillary<br />

Clinton. Het gebeurde op een moment<br />

dat <strong>Obama</strong> moeite had de Afro-Amerikaanse<br />

gemeenschap te overtuigen van<br />

zijn kansen, en voor de goede verstaander<br />

was Lewis’ stap een signaal van de<br />

ervaren leider aan de jonge dromer: vergeet<br />

het maar jongen, het wordt niks.<br />

Zodoende werd Lewis gedwongen<br />

voorjaar 2008 zijn steun aan Clinton in<br />

te trekken en alsnog vertrouwen aan<br />

<strong>Obama</strong> te geven. Maar pijnlijk genoeg<br />

bleek aan het einde van de presidentsrace,<br />

dat de zwarte held de rasneutrale<br />

kandidatuur van <strong>Obama</strong> nooit helemaal<br />

had begrepen.<br />

Op bijeenkomsten met de Republikeinse<br />

vicepresidentskandidaat Sarah<br />

Palin werd die dagen geroepen dat <strong>Obama</strong><br />

een „terrorist” is die „vermoord”<br />

moet worden. Lewis zei dat dat kwam<br />

doordat McCain en Palin een punt<br />

maakten van <strong>Obama</strong>’s relatie in de jaren<br />

negentig met een man, Bill Ayers, die in<br />

de jaren zestig gewelddadige acties<br />

pleegde. Lewis trok de onvermijdelijke<br />

vergelijking tussen McCain en Palin en<br />

de omstreden gouverneur George Wallace<br />

van Alabama, die in Lewis’ jeugd<br />

toestond dat zwarten, zoals hijzelf, werden<br />

gemarteld omdat ze voor hun burgerrechten<br />

opkwamen.<br />

De verklaring kreeg veel aandacht,<br />

>


vooral door Lewis’ reputatie – maar vervolgens<br />

liet <strong>Obama</strong> in een koel en kort<br />

bericht weten dat hij Lewis’ v e r g e l ij k i n g<br />

„ongepast” vond. Beter had niet onderstreept<br />

kunnen worden dat zwart Amerika<br />

een nieuwe periode ingaat: de helden<br />

van de burgerrechtenbeweging hebben<br />

niet automatisch meer gelijk, de jaren<br />

zestig zijn voorbij, en nieuwe zwarte<br />

leiders, met nieuwe waarden, nemen<br />

hun rol over.<br />

Uiteraard staat niet vast dat B<strong>arack</strong><br />

<strong>Obama</strong> wordt gekozen tot de nieuwe<br />

president van de VS. Maar ook als hij<br />

verliest zal 2008 worden onthouden als<br />

het jaar waarin bleek dat het in Amerika<br />

mogelijk is dat een zwarte jongen uit<br />

een eenoudergezin de hoogste baan van<br />

het land krijgt. Wat voor <strong>Obama</strong> begon<br />

met een toespraak op de Democratische<br />

Conventie in 2004, eindigt met een campagne<br />

waarin hij record na record vestigde:<br />

de hoogste donorbijdragen ooit,<br />

de meeste internetsupporters ooit, de<br />

meeste zwarte supporters ooit.<br />

Maar het meest tekenende was dat<br />

‘ras’ sinds mei geen campagnethema<br />

meer is geweest. Niet sinds <strong>Obama</strong>’s toespraak<br />

over raciale relaties, in maart uitgesproken<br />

toen de controverse rond Jeremiah<br />

Wright escaleerde (zie pagina 16<br />

van deze bundel). <strong>Obama</strong>’s tegenstanders<br />

zagen er geen brood meer in. <strong>Obama</strong><br />

zelf ook niet: het onderwerp ras was<br />

dus inderdaad, zoals in Iowa al bleek,<br />

van zijn politieke lading ontdaan.<br />

Het wil natuurlijk niet zeggen dat ras<br />

ook zijn maatschappelijke lading heeft<br />

verloren. Peilingen tonen dat nog steeds<br />

30 procent van de Amerikanen niet op<br />

een zwarte kandidaat wil stemmen, ook<br />

inhoudsopgave<br />

NRC Handelsblad 33<br />

al zijn dat grotendeels mensen die sowieso<br />

nooit een Democraat zouden kiezen.<br />

En in de laatste weken van de campagne<br />

kwamen in grote industriële staten<br />

als Pennsylvania en Ohio xenofobe<br />

teksten los die een permanente angst<br />

veroorzaakten: wordt hem iets aangedaan?<br />

Vooral oudere blanke arbeiders voelden<br />

zich gevangen: een stem op McCain<br />

kon de continuering van de slechte jaren<br />

onder Bush betekenen, een stem op<br />

<strong>Obama</strong> beëindigde het leven zoals ze dat<br />

altijd gekend hebben. Woedende conservatieve<br />

commentatoren – op de radio,<br />

op het web – voedden de onrust.<br />

De verandering van 2008 was hoe het<br />

onderwerp van hun woede, <strong>Obama</strong>, reageerde:<br />

niet met dezelfde woede die het<br />

land zolang van zijn zwarte leiders gewend<br />

was – maar met de rust die blanke<br />

leiders vroeger gebruikten om razernij<br />

onder de zwarte bevolking te kalmeren.<br />

>


inhoudsopgave<br />

><br />

NRC Handelsblad 34<br />

Dit is niet mijn overwinning, het is<br />

de uwe<br />

De tijd van verandering is<br />

eindelijk aangebroken, zegt de<br />

nieuwe president van de<br />

Verenigde Staten als hij op de<br />

avond van 4 november zijn<br />

overwinningsspeech houdt.<br />

„Hello Chicago. Mocht iemand zich nog<br />

afvragen of in Amerika alles mogelijk is<br />

en of de droom van onze grondleggers<br />

nog wel voortleeft in onze tijd, of twijfelen<br />

aan de kracht van onze democratie,<br />

dan heeft hij vanavond het antwoord gekregen.<br />

Het antwoord is gegeven door<br />

jong en oud, rijk en arm, Democraat en<br />

Republikein, zwart, blank, latino, Aziaat,<br />

indiaan, homo, hetero, gezond en<br />

gehandicapt. Het antwoord heeft mensen<br />

die zo lang en van zo velen te horen<br />

kregen dat ze cynisch en bang en onzeker<br />

moesten zijn over dat wat we kunnen<br />

bereiken, bewogen hun handen op<br />

de boog van de geschiedenis te leggen en<br />

deze weer om te buigen naar de hoop op<br />

betere tijden.<br />

Het heeft lang geduurd, maar vanavond,<br />

op deze dag van deze verkiezing,<br />

op dit beslissende moment, hebben wij<br />

iets gedaan wat Amerika heeft veranderd.<br />

Ik zal nooit vergeten van wie deze<br />

overwinning werkelijk is. Die is van u.<br />

Ik ben nooit de meest waarschijnlijke<br />

Jesse Jackson huilt als CNN <strong>Obama</strong> als<br />

winnaar heeft aangewezen. Foto AFP<br />

kandidaat voor deze post geweest. Onze<br />

campagne werd niet in Washington uitgebroed.<br />

Zij won aan kracht dankzij de<br />

jonge mensen die afstand namen van de<br />

mythe dat hun generatie apathisch zou<br />

zijn, die huis en haard verlieten voor<br />

een baantje dat weinig loon en nog minder<br />

slaap bood. Zij putte kracht uit de<br />

niet-zo-jonge mensen die de barre kou<br />

en verzengende hitte trotseerden om<br />

aan te kloppen bij volslagen onbekenden,<br />

en uit de miljoenen Amerikanen<br />

die zich als vrijwilligers meldden en die<br />

organiseerden en bewezen dat meer dan<br />

twee eeuwen later een regering van het<br />

volk, door het volk en voor het volk niet<br />

van de aardbodem verdwenen is.<br />

De weg zal nog lang zijn. We zullen<br />

het misschien niet halen in een jaar of<br />

zelfs in één termijn. Er zullen nog tegenslagen<br />

en valse starts volgen. Velen


zullen het niet altijd eens zijn met de besluiten<br />

of maatregelen die ik als president<br />

zal nemen. En we weten ook dat de<br />

overheid niet elk probleem kan oplossen.<br />

Maar ik zal altijd eerlijk tegen u zijn<br />

over de uitdagingen waarvoor wij staan.<br />

Het gaat niet zonder u, zonder een nieuwe<br />

geest van dienstbaarheid, een nieuwe<br />

geest van opoffering.<br />

Als deze financiële crisis ons iets heeft<br />

geleerd, dan is het wel dat Wall Street<br />

niet kan bloeien, terwijl Main Street<br />

ontberingen doorstaat. In dit land vallen<br />

we en staan we op als één natie, als<br />

één volk. Laten we de verleiding weerstaan<br />

om terug te vallen op dezelfde partijdigheid,<br />

kleinzieligheid en onrijpheid<br />

die onze politiek zo lang hebben<br />

vergiftigd. Het was een man van deze<br />

deelstaat [Illinois, red.] die voor het eerst<br />

de banier van de Republikeinse partij<br />

naar het Witte Huis heeft gedragen, een<br />

partij die is opgericht met de beginselen<br />

van onafhankelijkheid, individuele vrijheid<br />

en nationale eenheid.<br />

Dat zijn de waarden die wij allen delen.<br />

En terwijl de Democratische partij<br />

een grote overwinning heeft behaald<br />

vannacht, doen we dat met enige nederigheid<br />

en vastbeslotenheid om de verdeeldheid<br />

te helen.<br />

Lincoln [Republikeins president, red.]<br />

heeft gezegd tot een natie die veel verdeelder<br />

was dan de onze, dat we geen<br />

vijanden zijn maar vrienden. Hoewel de<br />

hartstocht hoog is opgelaaid, mag die<br />

onze banden van affectie niet verbreken.<br />

En tot die Amerikanen wier steun ik nog<br />

moet verdienen: ik mag dan niet uw<br />

stem hebben gekregen, maar ik hoor u<br />

inhoudsopgave<br />

NRC Handelsblad 35<br />

wel. Ik heb uw hulp nodig. En ik zal ook<br />

uw president zijn.<br />

En aan allen die vanavond toekijken<br />

van buiten onze grenzen, uit parlementen<br />

en paleizen, aan allen die elkaar om<br />

de radio verdringen in de vergeten hoeken<br />

van de wereld: onze verhalen zijn<br />

uniek, maar ons lot hebben we gemeen,<br />

en een nieuwe dageraad van Amerikaans<br />

leiderschap is nabij.<br />

Aan hen die de wereld willen verwoesten:<br />

wij zullen u verslaan. Aan hen die<br />

naar vrede en veiligheid streven: wij<br />

steunen u. En aan allen die zich hebben<br />

afgevraagd of het baken van Amerika<br />

nog wel even helder brandt: vanavond<br />

hebben wij eens te meer bewezen dat de<br />

ware kracht van ons volk niet schuilt in<br />

de macht van onze wapens of de omvang<br />

van onze rijkdom, maar in de blijvende<br />

kracht van onze idealen: democratie,<br />

vrijheid, ontplooiingskansen en onverzettelijke<br />

hoop.<br />

Veel is bij deze verkiezing voor het<br />

eerst gebeurd en veel verhalen zullen<br />

nog generaties lang worden verteld.<br />

Maar vanavond gaan mijn gedachten uit<br />

naar die ene vrouw die haar stem uitbracht<br />

in Atlanta. Ann Nixon Cooper is<br />

106 jaar. Ze werd geboren toen de slavernij<br />

nog maar een generatie geleden was.<br />

En vanavond denk ik aan alles wat zij in<br />

haar eeuw in Amerika heeft meegemaakt.<br />

In een tijd dat de stem van vrouwen<br />

werd gesmoord en hun de hoop werd<br />

ontnomen, zag zij hen opstaan en hun<br />

stem verheffen en het kiesrecht opeisen.<br />

Yes we can. Toen ons land wanhoopte en<br />

in crisis was, zag zij een volk zijn angst<br />

bedwingen met een New Deal, nieuwe<br />

>


anen, een nieuw besef van een gezamenlijk<br />

doel. Yes we can.<br />

Toen de bommen op onze haven vielen<br />

en de wereld door tirannie werd bedreigd,<br />

was zij getuige van een generatie<br />

die tot grote hoogte steeg en een democratie<br />

die werd gered. Yes we can.<br />

Ze zag de bussen in Montgomery, de<br />

brandslangen in Birmingham, een brug<br />

in Selma en een dominee uit Atlanta die<br />

een volk voorhield dat „We Shall Overcome”.<br />

Yes we can.<br />

En dit jaar, bij deze verkiezing, bracht<br />

ze haar stem uit, omdat ze na 106 jaar in<br />

Amerika, na de mooiste tijden en de<br />

donkerste uren, weet dat Amerika kan<br />

veranderen. Yes we can.<br />

Laten we ons vanavond dan ook afvragen:<br />

als onze kinderen de volgende<br />

eeuw nog mogen meemaken; als mijn<br />

dochters het geluk mogen hebben zo<br />

lang te leven als Ann Nixon Cooper, welke<br />

verandering zullen zij dan zien? Welke<br />

vooruitgang zullen wij hebben geboekt?<br />

Dit is ons moment om ons volk weer<br />

aan het werk te helpen en kansen voor<br />

onze kinderen te scheppen; om de welvaart<br />

te herstellen en de zaak van de vrede<br />

te dienen; om de Amerikaanse droom<br />

te herwinnen en eens te meer de fundamentele<br />

waarheid te bevestigen dat wij<br />

met velen één zijn; dat wij ademen en<br />

daarmee hopen. En als we op cynisme en<br />

twijfel stuiten en te horen krijgen dat<br />

het niet kan, dan zullen we antwoorden<br />

met dat tijdloze credo waarin de geest<br />

van een volk is samenvat: Yes we can.”<br />

Bekijk deze overwinningstoe-<br />

spraak op YouTube.<br />

inhoudsopgave<br />

C o l o fo n<br />

U i t g av e<br />

NRC Handelsblad B.V.<br />

><br />

NRC Handelsblad 36<br />

Auteursrechten voorbehouden<br />

© NRC Handelsblad, 2009<br />

Redactie :<br />

Bas Blokker, Merijn de Waal en Roelie<br />

Fo p m a .<br />

Productie :<br />

Bas van Kooij, Jakko Mur en Edwin<br />

S ch r av e s a n d e

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!