“Anderen helpen hoorde bij hem” - Nederlandse Transplantatie ...

transplantatiestichting.nl

“Anderen helpen hoorde bij hem” - Nederlandse Transplantatie ...

Contact

Dit is een uitgave van NTS-Donorvoorlichting,

www.transplantatiestichting.nl Informatie van en voor nabestaanden van orgaan- en weefseldonoren

nabestaanden

Nummer 21 • jaargang 11 • Juli 2012

Rita Roelfsema:

In deze Nabestaanden Contact

vertelt Rita Roelfsema over de

orgaandonatie van haar man,

die vorig jaar overleed. Ook in

dit nummer een interview met

Rick Meijer, hij geniet al vier jaar

van zijn donornier. Tot slot leest

u een verslag van de Transplant-

ERENdag, die afgelopen juni

plaatsvond.

“Anderen helpen hoorde bij hem”

Op een woensdag ergens begin 2011 werd de man

van Rita Roelfsema voor de tweede keer geopereerd

aan een goedaardige hypofysetumor. De vorige keer

was alles goed gegaan, dus Rita was niet voorbereid

op het ergste toen het misging: haar man overleed

aan complicaties. Hij was geregistreerd als donor.

Voor Rita is het een troost dat vijf mensen zijn geholpen

met zijn gezonde organen.

Je vindt het belangrijk om over die ervaring te vertellen.

Waarom?

“Veel mensen vinden orgaandonatie eng, terwijl

er niets griezeligs aan is. Toen het ons overkwam,

dacht ik: daar moet ik iets mee. Ik wil mijn verhaal

vertellen om dat duidelijk te maken.”

Je wilt ook een ander misverstand uit de weg ruimen.

“Klopt. Getransplanteerden praten vaak over de donor

als een held. ‘Voor ons is iemand gestorven,’

zeggen ze dan. Ik zie dat anders. Diegene die is gestorven,

ging tóch wel, alleen kan datgene wat nog

goed is aan dat lichaam daarna nog voortleven. Ro-

nald zou toch overleden zijn, de donatie heeft daar

niets mee te maken.”

Waaraan is hij overleden?

“Kort na de operatie traden er bloedingen in zijn

hersenen op. Ik werd gebeld en ging meteen samen

met mijn zoon naar het ziekenhuis. Daar werd me

verteld dat Ronald niet meer op prikkels reageerde

en geen kans meer had om te overleven.”

Dat moet een ongelofelijke klap zijn geweest.

“Het kwam nauwelijks bij mij binnen. Het was niet

te bevatten. ’s Ochtends had ik hem nog gesproken

en ik ben gewoon gaan werken, want we hadden

het al eerder meegemaakt. Hij had dezelfde operatie

al eens ondergaan en die keer vonden we het

wel spannend, maar toen was alles goed gegaan.

Na vier dagen was hij zelfs weer thuis.”

Kon je op iemand terugvallen?

“Ja, ik heb mijn zus gebeld. Zij kent de medische

wereld omdat ze dialyseverpleegkundige is, en het

is fijn als er zo iemand bij is. Mijn zus vroeg meteen:

Tekst: Ellen Segeren

Foto’s: Melissa Ouwehand,

Foto & Studio Kuipers


is hij geregistreerd als donor? Ik zei: inderdaad, nu

je het zegt, dat is zo.”

Het lijkt me een dubbel gevoel, dat je je man aan

het verliezen bent en tegelijkertijd denkt: hij is geregistreerd

als donor.

“Dat viel wel mee, want het ging allemaal niet zo

snel. Na de boodschap dat hij geen overlevingskansen

had, gebeurde er van alles. Er werd gezegd:

hij is nog jong, we blijven doorbehandelen. Op een

bepaald moment was er toch een reactie op prikkels

gemeten in de hersenstam. Toen ging er door

mijn hoofd: mooi dat ze een reactie vinden, maar

als hij maar geen kasplantje wordt. Dan vraag je je

af: waar gaat dit naar toe?”

Hoe verliepen die dagen verder?

“Ik kon bij Ronald blijven zo lang als ik wilde en

kon er ook overnachten. Mijn zoon en dochter en

hun partners, mijn moeder en mijn zus waren er.

Wij hebben geen enkel levensteken meer van hem

gezien. Toen ze zijn ogen controleerden, zagen we

dat die volkomen verstard waren. Toen ging ik beseffen:

dit komt niet meer goed. Dat gebeurde niet

van het ene op het andere moment.”

Wanneer kwam het donorschap ter sprake?

“Al voordat het ziekenhuis ermee kwam, hebben

wij met elkaar besproken dat hij geregistreerd was

als donor. Ik had het woord ‘donor’ al eens laten

vallen, want ik was bang dat er niets meer mogelijk

was als zijn hart ermee ophield. Maar toen ik

het noemde, zeiden ze: dat is nog lang niet aan de

orde. Dat was woensdag. Op donderdag, toen Ronald

geen enkele reactie meer vertoonde, zei ik dat

hij geregistreerd was als donor en vroeg of ze dat

al hadden opgezocht. Dat was niet zo. Er gebeurt

dus niets versneld. Ik vind het belangrijk om dat te

benadrukken.”

Het verliep allemaal rustig?

“Ja, heel zorgvuldig ook. Niet van: hij is dood en

nu gaan we de procedure starten. Eerst vroegen ze

ons hoe wij ertegenover stonden. We konden toen

antwoorden dat we het er al over hadden gehad en

dat we er allemaal achter stonden, omdat het zijn

beslissing was.”

Hij is pas de volgende dag geopereerd. Was het

goed dat daar nog zo veel tijd overheen ging?

“Ze zeiden dat er veel van ons geduld werd gevraagd,

omdat hij al die tijd aan de apparatuur zou

blijven. Ik dacht: hoezo geduld? Anders was hij al

eerder afgekoppeld. Ik vond het geen probleem, ik

voelde eerder opluchting. We mochten tot de operatie

bij hem blijven. Wel wilde ik weten hoe het zat


met het tijdstip van overlijden, en het bleek dat hij

voor de wet al overleden was toen hij hersendood

werd verklaard. Dat is heel klinisch, niemand hoeft

meer iets te beslissen. Toen hadden we er helemaal

geen moeite meer mee. We gaven hem de kans om

anderen te helpen. Dat deed hij altijd, dus het hoorde

echt bij hem. In de loop van de avond merkten

we dat hij meer ondersteuning nodig had, omdat

anders bepaalde functies zouden uitvallen. Dat was

een echte bewustwording van de onomkeerbaarheid,

en we waren bang dat het voor donatie nog

te laat kon zijn.”

Hoe heb je het moment van de uitname van de organen

beleefd?

“Dat anderen een nieuwe kans kregen, hield ons

gaande. Op het moment van de operatie weet je dat

er allemaal autootjes alle kanten op rijden en dat er

mensen heel gelukkig worden gemaakt. Onze humor

liet ons ook niet in de steek, want één orgaan

werd per helikopter vervoerd en we zeiden tegen

elkaar: nou gaat hij nog vliegen ook! Hij had nog

nooit in een helikopter gezeten en dat had hij graag

eens gewild.”

Wat gebeurde er na de operatie?

“Toen hebben we hem voor het eerst écht dood gezien.

Hij had geen kleur meer, hij was een stoffelijk

overschot. Die term heeft veel inhoud gekregen.

Het klinkt misschien gek, maar we hebben koffie

gedronken bij hem, dat was heel mooi. Er was niets

aan hem te zien, alleen zijn buikje was weg. Het was

heel netjes gebeurd. Dat geldt voor alles: het is zeer

zorgvuldig gedaan, niemand hoeft hier bang voor

te zijn. Er gebeurt niets wat je niet wilt, elke stap

wordt uitgebreid besproken.”

Hoe is het met de getransplanteerde organen gegaan?

“Na een paar maanden kreeg ik bericht dat er vijf

mensen zijn geholpen. Zijn nieren, longen, lever en

hart zijn naar mensen gegaan die allemaal lang op

de wachtlijst stonden of heel urgent waren, en met

iedereen gaat het goed. Fantastisch! Als ik de ontvanger

van zijn lever ooit tegenkom, ga ik vertellen

dat Ronald gek was op droge wijntjes. Van degene

die zijn hart heeft gekregen, heb ik een bedankbrief

ontvangen via de NTS. Dat vond ik heel bijzonder

en heeft me heel gelukkig gemaakt. Ook dit ging

weer zorgvuldig, want als je geen behoefte hebt

aan nadere berichten, is dat ook goed.”

Je zit in een groep voor mensen die hun partner

hebben verloren en bent daarin de enige die met

orgaandonatie te maken heeft gehad. Is je gevoel

daardoor nu anders, denk je?

“Zeker. Ik heb nog iets waar ik mee verder kan,

maar voor de anderen in die groep is alles afgelopen.

Ronald heeft zijn organen gegeven en ik kan

mijn verhaal doen, dus ik ben met iets bezig wat

ook van hem is.


We stonden er allemaal achter,

omdat het zijn beslissing was


Ik heb bericht gehad over de transplantaties, ik ben

bij de onthulling van het donormonument geweest,

ik heb contacten met getransplanteerden, ik heb

een brief van een ontvanger gekregen. Dat zijn stukjes

rouwverwerking die anderen niet hebben.

De dood was onomkeerbaar, maar hij heeft wel anderen

kunnen helpen na zijn dood. Dat heb ik met

mijn kinderen bewust beleefd. We hebben op die

moeilijke momenten gedacht aan degenen die hij

blij kon maken. Stel je voor, er is een hart voor je,

dan ben je toch dolblij? Híj had er niks meer aan.

De goede delen van zijn lichaam zijn gered en daarmee

heeft hij anderen kunnen helpen voor wie het

anders afgelopen zou zijn. Bij alle verdriet is dat een

troostrijke gedachte.”


Donoren eren op de

Transplant -ERENdag

Dankbaarheid. Dat gevoel overheerste op zaterdag 2 juni in de Grote

Kerk in Naarden. Op deze Transplant-ERENdag kwamen in totaal 450

nabestaanden, getransplanteerden en levende donoren bij elkaar

om verhalen te delen, overleden donoren te herdenken en de nieuwe

kansen die een donororgaan bieden te vieren. Een dag vol emoties en

onderlinge steun.

Als je getransplanteerden vraagt naar hun gevoel bij het ontvangen van

een donororgaan, zeggen ze bijna steevast: “Ik ben er dolblij mee, maar

ik voel ook de schaduwkant: er is iemand overleden.” Deze twee uitersten

voerden de boventoon in de ervaringsverhalen die mensen vertelden tijdens

de tweejaarlijkse hommage aan de donor, de Transplant-ERENdag,

die dit jaar voor de achtste keer werd gehouden.

Bluesnummer

Weten dat donororganen leven geven, kan wat scherpe kantjes van het

verdriet van nabestaanden afslijpen. Een van de sprekers die dat heeft ondervonden,

is Gea Schuurman, de moeder van een klein meisje dat stierf

en met haar gezonde organen twee zieke kinderen de kans op overleven

gaf. Ze maakte indruk, mede doordat ze benadrukte dat de orgaandonatie

andere ouders het verdriet om een overleden kind heeft bespaard.

De ontvangers van een donororgaan zijn zich ten volle bewust van hun

hernieuwde leven. Dat bewees onder anderen levergetransplanteerde

Tim de Graeve alias Tiny Legs Tim met zijn bluesnummer. Ook Mijke Smit

getuigde van grote kracht: ze toonde een paar medailles die ze dankzij

haar donorhart won tijdens de World Transplant Games.

Nuchtere nier

Onder de sprekers waren ook een aantal zogenoemde Samaritaanse donoren,

mensen die bij leven een orgaan hebben afgestaan. Zoals actrice

Petra Laseur, die vertelde over haar ‘nuchtere nier’ die ze afstond aan een

voor haar onbekende ontvanger.

Behalve gesproken woord was er ook muziek. Ingetogen dwarsfluitklanken

werden afgewisseld met zang tussen de sprekers. En er was stilte,

een minuut lang, begeleid door een kring van licht.

Fakkel

Voor het eerst kon het Donormonument een mooie rol spelen in de Transplant-ERENdag.

Het beeld, ‘De Klim’, werd afgelopen winter onthuld en

onderstreepte eens te meer hoe prachtig de Grote Kerk in Naarden voor

deze bijeenkomst is. De witte mand die voor deze gelegenheid naast het

monument stond, diende als verzamelplaats voor de gedachtebriefjes die

aanwezigen er anoniem in konden achterlaten. Veel bezoekers maakten

daar gebruik van, en een aantal boodschappen werden tijdens de bijeenkomst

voorgelezen.

Het waren stille en toch sprekende getuigen van de twee overheersende

gevoelens bij orgaandonatie: verdriet om het verlies van een dierbare en

vreugde om de mogelijkheid te overleven.

Tekst: Ellen Segeren

Foto: Else van Luxzenburg


Het verhaal

van Anny

Anny Baltessen heeft veel verdriet gekend in haar leven.

In 1989 overleed haar dochter Carolien aan een hersenbloeding.

Carolien had een dochtertje dat na het overlijden

van Carolien twee jaar bij Anny en haar man heeft

gewoond.

Carolien heeft na haar overlijden haar organen gedoneerd.

Anny en haar man hadden door al hun verdriet in de eerste

instantie veel moeite hiermee. Anny schreef hierover een

boek om haar gevoelens te kunnen verwerken. Door een

noodlottig ongeval is een aantal jaren later op haar 16e jaar

ook het dochtertje van Carolien, op de zelfde dag als haar

moeder, om het leven gekomen.

Van het ziekenhuis waar destijds haar dochter overleed

hoorde Anny later dat het hart van Carolien nog steeds goed

functioneerde bij de ontvanger. Ze had inmiddels vrede met

de orgaandonatie, en was ontzettend blij dit te horen. Natuurlijk

ook voor de man die het hart had ontvangen. Helaas

His ook hij in 2001 overleden.

Anny schreef hierover het volgende gedicht:

Harttransplantatie van mijn dochter!

Onder mijn hart is haar leven begonnen,

daar klopte haar hartje, op mijn levensritme mee.

Het groeide en groeide, werd groter en bloeide,

naar een wereld vol leven, vol bergen en zee.

Haar hart vol gezondheid, het gaf om de mensen.

Het klopte vol liefde en had ook z`n wensen.

Maar, op `n dag moest haar hartje gaan stoppen.

Voor haar kon het echt niet langer meer kloppen.

Er wachtte een zeer zieke man op een voorspoedig

leven.

En, dat heeft haar hartje hem ook geven.

12 jaren hield het hem op de been.

Onze dochter stierf in 1989 haar hart stierf in 2001!

Anny!


Tekst: Ellen Segeren

Foto: Sanne van de Berg

Fotografie

Rick Meijer (37):

“Ik leef in reservetijd”

Lang slepende, vage klachten. Daarmee begon voor Rick Meijer een periode van ziek zijn en steeds

zieker worden. Oorzaak: nierfalen. Maar voordat dat duidelijk was, was er al veel water door de Maas

gestroomd. Het mondde uit in vier maal per week dialyse, tot zelfs dat niet meer afdoende was. Een

donornier bracht de langverwachte oplossing. “Ik werk weer bijna net zo hard als vroeger.”

“Als ondernemer werkte ik altijd hard. Voor ziek zijn

was geen tijd. Maar uiteindelijk was er geen ontkomen

meer aan de lamlendigheid. Mijn huisarts

heeft lang gedacht dat het door maagproblemen

kwam, dus slikte ik maagzuurremmers. Ik heb ook

een scopie gehad, waarbij ze met een slang in de

maag keken, maar dat leverde niets op. Na een hele

tijd, toen ik 28 was, kreeg ik een uitgebreid bloedonderzoek.

En prompt volgde een onheilspellend telefoontje:

of ik zo snel mogelijk naar het ziekenhuis

wilde komen en iemand uit mijn naaste omgeving

mee wilde brengen.

De bloedwaarden waren zeer afwijkend, werd me

verteld. Er zaten eiwitten en veel te veel afvalstoffen

in mijn bloed. Ik werd direct naar de nefroloog

gestuurd, de nierspecialist, die aan het einde van de

gang al op me wachtte. Op basis van de hoeveelheid

afvalstoffen en eiwitten in het bloed in verhouding

tot mijn gewicht stelde de specialist vast dat

mijn nieren nog maar voor 24% functioneerden. Dat

was een volkomen verrassing. Eigenlijk drong de

betekenis van die boodschap niet echt tot me door.

Ik dacht: ach, het zal allemaal wel meevallen.

Na dit gesprek moest ik meteen naar de predialyseverpleegkundige.

Die legde uit wat de nieren precies

doen. Die hebben dus werkelijk met álles in je lichaam

iets te maken. Zo was mijn bloeddruk belachelijk

hoog, een van de gevolgen van het nierprobleem. Ik

kreeg een berg medicijnen mee om de balans in het

bloed enigszins te herstellen. Een paar weken later

werd ik opgenomen voor een nierpunctie, waarbij

ze een stukje weefsel weghaalden voor onderzoek.


Toen was ik nog heel bang voor ziekenhuizen en alles

wat met prikken te maken heeft. Nu zeg ik: prik mij

maar lek, ik ben nergens meer bang voor.

Dit werd de start van zes jaar ziekenhuis in, ziekenhuis

uit. Ik probeerde door te werken, maar mijn

conditie werd steeds slechter. En op een dag zei een

goede vriend tegen me: nou is het afgelopen, ik zet

je nú af bij het ziekenhuis. Daar aangekomen werd

ik met spoed opgenomen en ging ik meteen aan

de dialyse, het machinaal schoonmaken van het

bloed. Dat moet als de nierfunctie nog maar 12% is.

Ik leerde zelf dialyseren met een buikspoeling met

vloeistof die vanuit een zak in je lichaam loopt en

de afvalstoffen meeneemt. Dat heb ik een jaar of

vier gedaan. Ik had er thuis speciaal een kamer voor

ingericht, zo steriel mogelijk.

Het ging steeds verder achteruit. Ik was inmiddels

weer in de nabijheid van mijn familie gaan wonen.

Ik was veel thuis en heb een hond genomen om

structuur in mijn leven te behouden. Werken lukte

niet meer. Door mijn verhuizing kwam ik bij een andere

specialist. Vanwege de slechte bloedwaardes

dacht hij dat ik mijn medicijnen niet nam, maar dat

was niet zo. Ik moest steeds vaker dialyseren en

kreeg allerlei complicaties. Uiteindelijk moest ik in

het ziekenhuis aan de kunstnier, vier keer per week,

vier uur per keer. Even leverde dit een stijgende lijn

op, maar dat duurde niet lang. Ik werd steeds zieker.

Ik leefde intussen van dialyse naar dialyse. Een

nieuwe nier werd steeds urgenter. Toen stelde de

specialist voor om binnen de familie de opties voor

orgaandonaties te bekijken. Mijn vader had niet dezelfde

bloedgroep als ik, dus die viel af. Mijn zusje

had een kinderwens, dus zou het niet verstandig

zijn als zij een nier zou afstaan. Mijn moeders bloedgroep

was dezelfde als de mijne, maar zij had net

een behandeling

voor borstkanker

achter de rug, dus


helemaal zonder

risico was dat ook

niet. Maar het was

wel de beste optie

en zij was bereid een

nier te doneren. Ik

was vrij stabiel, dus

werd de afspraak

gemaakt voor begin

april 2008. Maar bijna twee maanden daarvoor ging

ineens de telefoon. Ik moest direct komen, omdat er

een donornier beschikbaar was gekomen. Die was

van een jonge jongen die als donor geregistreerd

was van meerdere organen. Ik kwam voor een nier

in aanmerking. Dus als een haas naar het ziekenhuis.

Gelukkig was ik net gedialyseerd. Het was een

hectische dag, want ze waren voor al die organen

bezig. Ik kreeg nog een gesprek waarin de risico’s

aan de orde kwamen en ik moest worden voorbereid

op de operatie. Maar ik kon niet wachten tot ik

de operatiekamer in mocht.

Toen ik wakker werd, had ik warme voeten. Die had

ik zes jaar niet meer gehad. En ik kon meteen plassen,

dat was ook wonderlijk. Binnen een week was

ik weer thuis. Emotioneel was het een achtbaan,

ook voor mijn familie en mijn vriendin. Ze waren

al een paar keer eerder bang geweest om me kwijt

te raken, want ik had een paar jaar daarvoor bij de

spoedeisende hulp in het bijzijn van mijn vader een

hartstilstand gehad, die ik ternauwernood had overleefd.

Mijn vader kreeg de schok van zijn leven. En

later heb ik vanwege de gevaarlijk hoge bloeddruk

weer een soort aanval gehad waarbij ze voor mijn

leven vreesden. Voor de transplantatie nam mijn familie

dan ook afscheid van me, met de wetenschap

dat het wel een risicovolle operatie was, maar ook

de hoop dat het goed zou gaan.

Elk jaar vier ik de dag waarop ik ben getransplanteerd,

nu vier jaar geleden. Dat doe ik met mensen

die me na staan: mijn ouders, mijn oma en een

tante waar ik veel contact mee heb, mijn zus en

mijn vriendin. Dan drinken we een glaasje en gaan

daarna aan tafel. Fysiek heb ik soms het gevoel dat

de nier niet helemaal bij me hoort, omdat de huid

erboven een beetje gevoelloos is. Ik besef dat het

mooi is dat dit kan. Ik ben er heel blij mee, maar ik

denk er niet heel veel over na. Het is pijnlijk dat er

ergens een familie is die iemand moet missen van

wie ze net zo veel hebben gehouden als de mensen

in mijn omgeving van mij houden. En daar heb ik

een nier van ontvangen. Maar dat is een ambivalent

gevoel, want ik kan er verder niet zo veel mee

omdat ik niets over de donor weet. Dat vind ik ook

prima. Ik heb wel het gevoel dat ik in reservetijd

leef, zeker omdat ik al twee keer aan de dood ben

ontsnapt.

Ik slik pillen en sta

onder controle.

Verder doe ik alles

weer. Ik werk hard,

zoals ik voorheen


ook deed. Ik luister

wel goed naar

mijn lichaam, want

ik heb meer slaap

nodig. Maar mijn

levenshouding is niet echt veranderd. Ik houd van

aanpakken en niet te veel bij dingen stilstaan. Twee

keer per dag, als ik mijn medicijnen neem, realiseer

ik me terdege dat het een succesvolle transplantatie

is geweest. Dan besef ik hoe goed het met me gaat.

Dan weet ik: het glas is niet halfleeg, maar halfvol.’’

Emotioneel was het een

achtbaan, ook voor mijn

familie en mijn vriendin


staanden van hun donor

ft meegewerkt,

che professionals.

jn niet van de mensen die

hebben wel een relatie

tichting

l

l

op blz. 4)

antwoordkaart

Hoe kan ik je ooit bedanken?

“Hoe kan ik je ooit bedanken?” is een verzameling van bedankbrieven van mensen die een orgaan

of weefsel hebben ontvangen, opgenomen in een kleurrijk boek. Een boek met brieven van

getransplanteerden aan de nabestaanden van hun donor. In de brieven vind je alle emoties terug:

een mengeling van dankbaarheid en blijdschap, maar ook het medeleven met het verdriet van de

nabestaanden. En voor velen ook de worsteling met dit dubbele gevoel.

Hoe kan ik je ooit bedanken?

Brieven van getransplanteerden aan de nabestaanden van hun donor

Wilt u Nabestaanden Contact twee keer per jaar ontvangen, dan kunt u de

antwoordkaart naar ons toesturen. U krijgt dan een abonnement tot wederopzegging.

Als u uw abonnement wilt opzeggen, kunt u dat eveneens met deze

kaart doen. U kunt natuurlijk ook altijd bellen.

Ja, ik wil Nabestaanden Contact gratis ontvangen

Nee, u mag toezending stopzetten

Naam: heer/mevrouw: _____________________________________________________

Organisatienaam: _____________________________________________________

Straat: _____________________________________________________

Postcode en plaats: _____________________________________________________

Ik ben*: nabestaande belangstellende

(* s.v.p. aankruisen wat van toepassing is)

20-06-12 Week:25 14:30

De antwoordkaart kunt u (zonder postzegel) sturen naar:

NTS-Donorvoorlichting • Antwoordnummer 10282 • 2300 VB Leiden

Prachtige brieven, recht uit het hart. Afgewisseld

met foto’s van mensen die betrokken waren, als getransplanteerde,

partner van de getransplanteerde,

of nabestaanden van een familielid die organen of

weefsels heeft afgestaan na overlijden. De brieven

in het boek zijn van andere mensen dan op de foto’s

staan afgebeeld. We zijn al deze mensen erg dankbaar

dat ze aan dit boek hebben willen meewerken.

Het boek zal worden meegegeven aan nabestaanden

van toekomstige donoren. Door de medische

professionals die bij de donatie betrokken zijn.

Maar het boek is ook te koop tegen kostprijs, voor

iedereen die geïnteresseerd is. Te bestellen via de

webshop op transplantatiestichting.nl, voor vijf

euro inclusief verzendkosten.

Colofon

Nabestaanden Contact is een uitgave van NTS-

Donorvoorlichting en verschijnt twee keer per jaar.

Meningen verwoord in bijdragen hoeven niet overeen

te komen met opvattingen van NTS-Donorvoorlichting.

Overname van artikelen uit Nabestaanden

Contact is uitsluitend toegestaan na schriftelijke

toestemming van NTS-Donorvoorlichting.

NTS-Donorvoorlichting

Postbus 2304, 2301 CH Leiden Tel: (071) 57 98 442

vragen@transplantatiestichting.nl

www.transplantatiestichting.nl

Redactie: Patricia Batavier, Elise van Hees,

Michèle van Beek, Annet Huizing,

Jacqueline Blok-Singerling

Vormgeving: i-Matic, Leiden

Druk: Drukkerij Domstad bv

More magazines by this user
Similar magazines