s^nf ^ï f - EYE

bibliotheek.eyefilm.nl

s^nf ^ï f - EYE

Hr

1 IMl

.. .~,#

'

| RE NAT F,

mäsi

O. T H.


■1

. ■ ■ ; ■■

VROUWEN

MET CHARME

NN

IC E PS

HET WEEKBLAD MET KRACHT EN CHARME

u OOK?

PER KWARTAAL 13 Mos.

fl.3=r

EEN GRATIS PROEFNUMMER OP AANVRAGE

BUREAU NOORDEINDE 10 LEIDEN

DRAAGT ZORG VOOR UW

CHARME, SPAART UW JAP01V,

OVERTOLLIG HAAR

De nieuwe ontharingscrème

Odorono, een vervolmaakt

product, aangenaam en

gemakkelijk in het gebruik,

die noch in de tube, noch op

de huid verhardt, comple-

teert de verzorging Uwer

oksels.

Transpiratie kan de meest ele-

gante vrouw overvallen. Zij

treedt onder de armen op,

bederft het toilet en verspreidt

een vernederenden geur. Odo-

rono geeft U het onfeilbare

middel om dit te voorkomen

en om Uw smettelooze japon

volkomen droog te houden

onder Uw armen.

Past eens per dag, onverschil-

lig op welk oogenblik, de

nieuwe zachte Odorono (kleur-

loos) toe, speciaal samenge-

steld voor hen die een gevoe-

lige huid hebben en die

lichtelijk transpireeren. Hebt

U last van een bovenmatige

transpiratie, gebruikt dan,

slechts tweemaal per week,

voor U slapen gaat, de gewone

Odorono (robijnkleurig).

Past toe •«" laat drogen ~*

Teegt af.

ODORONO

Bij alle firma's die toiletartikelen

verkoopen : f. 1.- — en f. 1,80.

Stuurt 6 postzegels van 6 cent, met

navolgende coupon, aan de Globe

Trading Co., Singel 44, Amsterdam,

voor het verkrijgen van monsters.

«NUeve ml| mensiers Oderene ts deen

taskamen, tsgen Inwisseling waa 6 jesl-

«eflels vu f MBt, hlerbll Ingeslolen.

Mum

Adres ; ;

2 -

EEN VROUW

KAN NIET

GELUKKI

POND'S

COLD CREAM

ALS ZIJ

GEEN MOOIE

HANDEN HEEFT

Hoe voelen Uw handen zich in gezel-

schap ? Wees gerust. Ook U hebt mooie

handen, als U ze geregeld met Ponds

verzorgt. Pond's houdt ze zacht. Pond's

houdt ze blank. Zoo heerlijk blank, dat

het lijkt of ze slanker zijn. Het is een-

voudig een kwestie van masseeren met

Pond's reinigende en verzachtende Cold

Cream, 's avonds en zoo noodig overdag.

's Morgens gebruikt U een weinig

Vanishing Cream, een fijne, droge

cream, die de huid tegen het weer en

tegen vuil beschermt en die haar boven-

dien een fluweelige matheid geeft.

Op deze eenvoudige manier verzorgen

duizenden schoone en begaafde vrouwen

haar handen - met de 2 Pond's Creams.

Een luxe, die ieder zich kan permitteeren.

2 CREAMS

VANISHING CREAM

Gevangenisbezoeksier: „Hoe ben je hier gekomen, man?"

Veroordeelde : „Door een ongelukkigen samenloop van om-

standigheden, mevrouw."

Bezoekster : „Hoezoo ?"

Veroordeelde : „Ja, kijkt u eens, dame ; dat kwam zoo. Ik

belde ergens aan om den gasmeter te controleeren en ongeluk-

kig genoeg was er net een controleur !"

„Nee, ik weet niet welke maat

van boorden hij heeft, maar ik

kan met mijn vingers juist zijn

hals omspannen."

MODELLEN GEVRAAGD

zoowel mnl. als vrl., voor uit-

breiding' van bekende reclame-

fotostudio te Amsterdam.

Brieven liefst met foto, die op

verzoek teruggezonden wordt,

onder No. 104 Bur v. d. blad.

Dr. H. NANNINO's

Zetpillen tegen Aambeien

werken pünstillend en genezen

in korten tijd de ontstoken slijm-

vliezen. De

^JvtytedüVO*^

maakt het inbrengen zeer gemak-

kelijk. Verkrijgbaar bij alle Apo-

thekers en Drogisten h f 1.75 per

doosje van 12 stuks.

H _ ■mm

DE HOUTHAKKER

VAN ST0 FÉLIX

EEN BOEIEND. COMPLEET VERHAAL

DOOR D'ALVAREZ

k kan niet meer," zuchtte lord

A ä J! 0smon , terwijl hij zich op een

SS hoop steenen aan den kant van

den weg neerliet en voorzichtig zijn

voorhoofd begon te betten met een

hchtblauwen zijden zakdoek, waarbij hij

er angstvallig voor waakte, dat zijn ge-

verfde wenkbrauwen niet vochtig wer-

den. „Het is dwaasheid! Ik heb pijn in

mijn knieën, pijn in mijn maag en

, pijn in mijn rug. Daar ben ik niet

voor hier gekomen! Waar is de auto?"

Lord Osmon sprak, als hij boos was,

altijd heel slecht Fransch en dien mor-

gen was hij boos. Het klauteren

langs smalle, steile rotspaadjes, waar-

bij hij soms zijn weg door doomige

struiken had moeten banen, en het

naar beneden kijken van groote hoog-

ten, hetgeen hem altijd duizelig maakte,

was een onderneming geweest, welke

hem danig prikkelbaar en uit zijn

humeur gebracht had. Hij was voor

een dergelijken tocht noch gekleed,

noch gebouwd. Het gezicht van

Marianne, die blootshoofds en lachend

voor hem stond, alsof een dergelijke

excursie voor haar absoluut geen in-

spanning doch louter vermaak was, ir-

riteerde hem, evenals trouwens mon-

sieur Verstraeten, hun gids en gastheer,

die met een groote sigaar in zijn mond

opgewekt het pad opklauterda, waarvan

lord Osmon zoo juist had verklaard, dat

het alleen maar voor geiten en idioten

bestemd was.

„Ik doe geen stap verder!" ver-

klaarde lord Osmon resoluut.

„Arme oompje," zei Marianne. „Ik

had heelemaal vergeten, dat u niet ge-

wend was aan dergelijke tochten. U

hadt in Zwitserland moeten wonen, net

als ik. — Maar het panorama, — u

moet toch toegeven, dat het panorama

schitterend is!"

Het oordeel van den lord over het

uitzicht kwam in slecht Fransch en

moest alle vereerders der natuur als

een blasphemie in de ooren hebben ge-

klonken. Zelfs monsieur Verstraeten, die

aan heel wat gewend was, wat het

heftig temperament van zijn vriend be-

trof, keek hem verbaasd aan.

„Ja," zei de ander, die dit merkte,

„als ik mij wat beter voel, zal ik mijn

excuus wel maken. Op het oogenblik

kan ik niet anders zeggen, dan dat

ik het uitzicht uit den salon van mijn

hotel prefereer boven dit." Bij deze

laatste woorden maakte hij een gebaap

met zijn arm, dat de heele wereld scheen

te moeten omvatten.

„We hebben niet eens meer een

kilometer te loopen," verklaarde mon-

sieur Verstraeten. „Ik geloof, dat we

vlak achter dat boschje pijnboomen op

den grooten weg uitkomen, en daar zal,

zooals ik je heb gezegd, onze auto op

ons wachten. Kom, kerel, nog maar

een kwartiertje en we zijn al in St.

Félix."

„Als ik maar wat te drinken had,"

klaagde de lord. „Ik mis mijn ochtend-

apéritif zoo vreesebjkl"

„Dat krijg je ook wel," beloofde

monsieur Verstraeten. „Ik heb dit

tochtje al meer gemaakt en als ik me

met hèèl erg vergis, dan staat er,

waar dit pad het wagenspoor kruist,

een cafétje."

Dit "vooruitzicht was blijkbaar voldoende

om lord Osmon den moed te geven over-

eind te krabbelen. Ze klommen nog een

vijftig meter verder op het steenige

pad en bevonden zich toen op een punt,

waar een blijkbaar zonder eenige kennis

van zaken aangelegd dwarspad, bestemd

voor de karren, die de uit de rotsen

gehouwen steenen naar het dal vervoer-

den, het smalle weggetje kruiste. Op

- 3

iliiiiMiiiriiuiiiir iiiiiiiiiiiirtiiiui iiinm HIIIIIIIIII IIMIIIIIIMI

Uooidat hu de deur geopend had, wist hu het

echler reeds. Toen hu ze weer sloot — mis.

schien slechts twee seconden later — transpi-

reerde zun voorhoofd dikke droppels Alle kleur

was uit zUn £ezlcht geweken en het bloed

scheen uit zUn lichaam weéSeuloeld. Hu wan-

kelde achteruit en zocht steun aan de toonbank.

Monsieur Verstraeten was een moedig man,

en hl) hersrelde zich spoedig, maar toch hugdê

hu toen hu zich naar zUn auto haastte, die

een eind verder op hem wachtte. „Ru me

direct naar het raadhuis van St. Felix," beval

hu den chauffeur.

ul '■"■•i iiiiiiimiiiiiiiiiiiin ti iiiiiiiiuiiiuiiuii iiiiiiiiii

korten afstand vóór hen was een

klein gebouwtje zichtbaar met een rood

dak, waar monsieur Verstraeten zijn

vriend glimlachend op wees.

„Het Café du Ravinl" zei hij. „Niet

veel bijzonders te krijgen, geloof ik,

maar een fleschje Dubonnet zal ons

niet vergiftigen."

Lord Osmon lachte nu ook, tenminste

bijna. „Ik zal het er in ieder geval

mee kunnen doen," verklaarde hij. „Je

hebt gelijk, veel zaaks lijkt het Café

du Ravin mij ook niet, maar als we er

een ongeopende flesch kunnen be-

machtigen ..."

„Dat zal wel gaan," viel monsieur

Verstraeten hem vol vertrouwen in de

rede.

Eenige minuten klimmen bracht hen

bij het café. Het was klein, onzindelijk

en weinig aanlokkebjk. Toch diende het

die met Harry Kendali de hoofdrol speelt in Rich

and Strange", een B.i.P.-film, die Alfred Hitchcock tot

productieleider heeft.


' ' ' ' ■

zich door middel van een vuurrood

uithangbord aan als een gelegenheid

waar „Wijnen en Ververschingen" te

krijgen waren. Er stonden drie ijzeren

tafeltjes met bij elk een paar stoelen

op het terras, maar nergens was een

teeken van leven te bespeuren. De deur

stond open en Marianne en lord Osmon

volgden hun gids naar binnen. Er was

niemand achter de kleine toonbank,

niemand in het kleine, vierkante ver-

trek met den withouten vloer en de ruwe

banken langs de wanden. Er stonden

echter wel flesschen op de planken

achter de toonbank, en op de laatste

stond zelfs een half geledigd glas bran-

dewijn. Monsieur Verstraeten, verhief

zijn stem zóó luid, dat de glazen rin-

kelden. „Hallo!" riep hij.

Geen antwoord.

„HalloI Hallo!" riep lord Osmon, on-

geduldig. En toen, woedend weer en

daardoor slecht Fransch sprekend: „Is

er dan niemand om ons te bedienen ?"

Marianne ondervond het stilzwijgen

op zijn woorden als een angstige, drei-

gende beklemming. Ongerust keek zij

om zich heen. Ze wachtten nog een

oogenblik, waarbij lord Osmon zijn on-

geduld nauwelijks bedwingen kon, en

toen operfde monsieur Verstraeten de

deur van de kamer achter de toonbank

en keek naar binnen. Het was een

soort keuken, met een steenen vloer,

waarop in het midden een paar stoelen

en een tafel stonden. Een bos uien, een

stuk rookvleesch en een geplukte vogel

hingen aan den zolder. Op de tafel

stonden een paar schalen en borden,

maar overigens viel uit niets op te

maken, dat het vertrek kortgeleden be-

woond was geweest.

Monsieur Verstraeten verhief zijn

stem nog eens, echter wederom zonder

resultaat, opende toen een andere deur,

en stond aan den voet van een steile,

donkere trap. Hij riep naar boven:

„Hallo! Is er dan niemand thuis?"

Maar hij kreeg geen antwoord en keerde

verbaasd naar zijn metgezellen terug.

„Er is niemand te bekennen," zei hij.

„Kijkt u eens buiten," stelde

Marianne voor.

Het cafétje, dat op een soort pla-

teau lag, was in een open ruimte van

het bosch gebouwd. Op korten afstand

stond een laag schuurtje. Ook hier

was echter geen levend wezen te be-

kennen en toen zoowel de lord als

monsieur Verstraeten andermaal hadden

geroepen met stemmen, die denken

deden aan het gelui van een brand-

klok, keerden zij teleurgesteld naar

Marianne terug om haar te vertellen,

dat zij nergens een levend wezen kon-

den bespeuren.

„De heele boel is verlaten!" zei mon-

sieur Verstraeten, terwijl de lord niets

zeggen kón, omdat hij bang was, dat

er een verwensching over zijn lippen

zou komen, iets wat hij in het bijzijn

van Marianne liever vermeed.

„Ik zag in een dorpje, waar we

door gekomen zijn, dat ze bezig waren

aanstalten te maken voor een of ander

feest," zei Marianne. „Misschien zijn de

bewoners daarheen gegaan, of is de

man in het bosch aan het werk."

Lord Osmon glimlachte. Hij had de

etiketten staan bestudeeren achter de

toonbank.


. ■

„In ieder geval is er een flesch

Dubonnet thuis," zei hij. „Geef dien uit-

stekenden kurketrekker van jou eens,

vriend Verstraeten! We zullen onszelf

maar bedienen en het geld voor onze

vertering achterlaten."

Ze trokken de flesch Dubonnet, die

lord Osmon van de plank had ge-

haald, open, vonden een drietal dikke

wijnglazen en zetten zich toen met zijn

drieën qeer aan een der tafeltjes op het

terras vóór het Café du Ravin.

Marianne had een zucht van verlich-

ting geslaakt, toen zij uit de sombere

gelagkamer weer in het heldere zonlicht

waren gekomen.

„Wat is het daarbinnen droefgees-

tig," zei ze huiverend. „Het is er zoo

leeg, zoo stil..."

„Ja, het is hier eenzaam," gaf mon-

sieur Verstraeten toe, terwijl hij de

glazen volschonk.

„Hoewel er niemand is, moeten we

hun toch dankbaar zijn, dat ze de deur

hebben opengelaten," zei de lord, ter-

wijl hij van zijn wijn dronk. „Ik

heb nog nooit Dubonnet geproefd, die

een beteren smaak had. — Vertel me

eens, Verstraeten, hoe lang moeten we

nog springen en klimmen en klauteren,

vóór, we bij den auto zijn?'"

„Niet meer dan een halven kilo-

meter," verzekerde de aangesprokene

hem. „Een eindje verderop is een pad,

dat direct naar den hoofdweg leidt. We

zullen dat nemen, dan zijn we zóó bij

den auto. En dan is het nog maar een

paar minuten tot St. Félix. En dan...

krijg je een fijne lunch!"

Lord Osmon zuchtte tevreden en

schonk zijn glas nog eens vol. Marianne,

die haar leege glas had neergezet, be-

woog zich onrustig op haar stoel, alsof

■ ,- .,,.,_.. v

ze het liefst maar direct weggegaan

zou zijn.

„Heb je honger?" vroeg monsieur

Verstraeten haar.

Het meisje schudde haar hoofd.

„Neen, maar ik vind het hier vreese-

lijk onbehaaglijk. Ik kan er niets aan

doen, doch ik heb sinds we hier ge--

komen zijn, opeens een angstig voorge-

voel gekregen." .

Lord Osmon deed zeer sympathiek,

maar voelde zich volkomen op zijn ge-

mak en scheen niet van zins zich te

haasten. Hij stak een sigaret op en

leunde achterover op zijn stoel.

„Ik begrijp het," mompelde hij. „Een

verlaten cafétje midden in een woest

bosch! Gelegenheid zoowel als om-

geving uitstekend geschikt voor een

drama. Ik heb eens een verhaal ge-

lezen, dat..."

Hij zweeg plotseling en liet de

sigaret uit zijn hand vallen. Monsieur

Verstraeten sprong op. Marianne, die

was opgestaan en hoogstens een meter

van hen vandaan stond met haar ge-

zicht naar het huis, leek een stand-

beeld geworden. Haar gezicht zag asch-

grauw en de kreet, welke de beide

mannen zoo had doen schrikken, was

over häär lippen gekomen. Ze wees

met een bevenden vinger naar het

raam boven de deur.

„Ik zag een gezicht daar!" riep ze

uit. „Er was daar iemand in de kamer!"

Monsieur Verstraeten had zich het

eerst hersteld.

„Nou, dat is toch niets verschrik-

kelijks," zei hij. „Misschien ligt er

iemand ziek op die kamer. Was het

een vrouw of een man?"

„Dat weet ik niet!" antwoordde

Marianne bijna zwakjes. „Het was. ...

©m§ PyZZILi=IHI©iOi

Ditmaal eens een puzzle, waarvoor zelfs

onze scherpzinnigste puzzlaars al hun

vernuft noodig zullen hebben.

Teeken een vierkant, dat g-e door drie

horizontale en drie verticale lijnen in zes-

tien vierkante vakjes verdeelt. De moei-

lijkheid is nu, om in elk vakje een getal

van twee cijfers te zetten, zóó, dat de som

der getallen in de vier horizontale, in de

vierverticaleeninde beide diagonale rijen

steeds dezelfde is, of men de teekening

onderstboven houdt of niet. Bij de in de

vakjes te plaatsen cijfers kan men 3, 4 en

5 niet gebruiken, omdat deze, onderstboven

gezien, geen cijfer meer vormen; een 6 wordt

echter omgekeerd een 9, en een 9 een 6,

en een Zeen?. De cijfers 1, 8 en 0 blijven

natuurlijk omgekeerd hetzelfde. Teneinde

onze puzzlaars nog wat op weg te helpen,

verraden we, dat de som der getallen

steeds 179 moet zijn.

Oplossingen a.u.b. in te zenden vóór

6 October aan ons adres: Redactie

„Het Weekblad", Galgewater 22, Leiden.

Op envelop of briefkaart gelieve men

duidelijk te vermelden: Ons Puzzle-hoekje

No. 401.

5 -

Men kan Tiet antwoord op deze puzzle

desgewenscht tegelijk inzenden met dat

op onze Wekelijksche Vraag, doch men

gelieve in dit geval beide oplossingen

op een apart velletje papier te schrijven

en beide van volledigen naam en adres te

voorzien.

Hieronder volgt de oplossing van de

puzzle, voorkomende in No. 398 van

ons blad.

Het Grieksche kruis wordt op de volgende

manier in vijf stukken geknipt, waarna

men er een vierkant van legt. (Er zijn even-

wel ook andere oplossingen mogelijk).

Winnaar van den hoofdprijs werd de

heer Rf. van Dongen te Eijgelshoven (L).

Een troostprijs werd toegekend aan: den

heer P. de Geus, Dordrecht; mejuffrouw

H. A. Stilting, Gouda; den heer C. I. H.

Berns, Rotterdam.


IPsflÄÄR HET CARNAVAL.

rf rnil 3 i b ? rd -? A Ar lu CasS « on rijden in een ouderwetsche Londensche hansom naar het

Carnaval terwijl Anthony Asqulth, de zoon van Lord Asquith, hun zegt, hoe zif zich

dP R P ct.H 6 T^hobben te gedragen. Een aardige scène tijdens de opname In

de B.I.P.-studios te Welwyn voor de film „Carnaval", die naar den bekenden roman

van uompton Mackenzie wordt gedraaid.

het was aUeen maar een gezicht." Ik zag duidelijk heel veel zwart haar

„je schijnt er nogal van geschrok- doch het gezicht zelf kon ik niet zoo'

ken te zijn vervolgde monsieur Ver- goed onderscheiden. Maar de oogen

straeten. „Kom zitten, Marianne, en waren verschrikkelijk 1"

rf^nl ^V 611 hal f g laas J e , wi J n - Ik „Neen toch?" plaagde monsieur Ver-

zien ' of .. eenS f gaan kl i k ? n . om J* st "eten goedig. „Hadden ze misschien

zien, ot er misschien iemand is, die een litteeken ?"

hulp noodig heeft." Marianne stond op.

Mananne wankelde, ofschoon zij een „Toe, laten we alsjeblieft weggaan,"

moedig, en in het geheel met zenuw- verzocht ze. „Ik kan er niet melr over

achtig meisje was, naar haar stoel en praten. Ik kan u slechts één ding ver-

haar w^tn?" KK I iand 'u die 0,ldankS f ekeren: er is daar iets verschrikket/nH

, wl1 . . tot , zelfbeheersching ontzet- hjks gebeurd. Ik voel het! Kom, ga

tend beefde haar glas opnemen, dat mee, monsieur Verstraetenl"

haar oom half vol had geschonken. „Natuurlijk gaan we direct," was het

Monsieur Verstraeten verdween door de antwoord. ,Tien francs zal wel gekeerde

hii terïr' 1J minUten later n0eg . zijn VOor de flesch Keerde hij terug. tien francs en wa ^ Dubonnet, d fl

,;Er is slechts één kamer boven," is. Ik zal het geld onder het ghïs

verklaarde hij, „en daar is niemand.

„Maar ik heb toch iemand gezien,"

protesteerde Marianne.

Hij liep een paar meter achteruit

leggen, ziet u? Nou, we gaanl Nog

een paar honderd meter tusschen de

boomen door en dan vergeten we dat

nare café, nietwaar, Marianne?" besloot

en keek naar het raam, terwijl hij zijn hij hartelijk

sigaar aanstak die was uitgegaan. „Ik hoop," mompelde Marianne, toen

„Nu, er is nou niemand meer," ver- ze weer naar het pad liepen dkt ze

zekerde hij het meisje. „Er is slechts eenigen tijd geleden hadS vertaten

fem.nH 11161 '^ 11 g T kaSt 0f 1°°' Waarirl " dat ik h ^ zal kunnen vergetenï" '

iemand zich zou kunnen verbergen. Er Lord Osmon glimlachte. Kom kom

zyn twee bedden - ze zien er allebei kind," riep hij. g „je bent ved t'e ï?-'

uu alsof er kort_ geleden xn is ge- voelig en te emotioneel. Van alles lat

slapen - maar er is geen levend wezen iemand materieel ongemak kan b'ezor-

gelooven 11 " 11, ^ Unt me 0P ^ WOOrd gen ' trek ^ * niets aan geiooven. verbeeldingen kwellen je!

' en

-

dergel'ke

Kijk ge-

Mananne keek hem recht in de luklcig, onfe auto!" J ' g

nSn Wat Va?1 haar Wijn S e - Hij wees naar boven. Aan het eind

zichzelf ^ WaS Weer meeSter OV€r Van het P ad werd de hoofdweg zicht

DPTi'tc „ H.^ ^ . t T, • ^ b . aar en daar stond de aut0 > di en monhpA

f • '■ dat } k J^ et gezlcht Sleur Verstraeten had gehuurd voor hun

^tSt^ vToeg'ze 161113110 ' dle ^ ^ ÏT^' dat een da ^ OU ■ lucg ze. had een auto zoo'n groot

^^

gevoel

^oit

van

„Ik zeg met, dat je iemand bent, geluk bij lord Osmon opgfwekt

die geesten ziet," antwoordde mon- „We zijn dus goed gefooTen" ver

sieur Verstraeten. „Het eenige wat ik klaarde Lnsieur 8 Verstoepen ' S"

zeg^is, dat er niemand te bekennen eens, hoe de zon schijnt I Daar "S

\ir ■ , , hen we in het bosch haast niets van

„Maar je moet toch kunnen zeggen, gemerkt. - Over twintig minuten

Mananne, viel nu haar oom in, „of lunchen we op het terras van Sn rit

fen man za C gV. Van een Vr0UW of van 5 ek ^ d ^taurant in St. FéZ,

een man zag? . MananneI Laten we nu dat café en

„ik geloot, dat het t gezicht van zijn geestverschijning vereetenI"

een jongeman was," antwoordde J g ve rgeteni

Mananne, „maar het kan eigenlijk net De geestverschijning was niet zoo

zoo goed van een nmsje zijn geweest. gemakkllijk te vergelen. Marianne be

- 6

gaf zich, vergezeld door monsieur Ver-

straeten, dien avond van het Casino

naar haar hotel, toen ze, terwijl ze

langs het Café de Paris hepen, op-

eens den arm van haar metgezel greep.

„Kijk eensl" riep ze, met een stem

die beefde van ontroering, „kijk eens;

die jongen daar aan dat tafeltjeI"

De blikken van monsieur Verstraeten

volgden de richting waarin zij wees.

De jongeman was zeker een opvallende

figuur in de omgeving, waarin hij zat.

Zijn kleeren, ofschoon gloednieuw, zaten

slobberig om zijn. lichaam en waren

van de soort, zooals boeren ze bij feest-

dagen dragen. Zijn hoed stond achter

op zijn hoofd en ofschoon hij breed-

gerand was, zooals in de streek ge-

bruikelijk was, kon hij toch niet de

massa zwarte haren verbergen, die den

jongeman een bijna groteske gezichts-

uitdrukking verleenden. De tint van zijn

huid was bruin, verbrand door de zon,

zooals van alle menschen, die veel in

de buitenlucht zijn. Zijn oogen waren

groot en heel donker, maar er blonk

niet het genoegen in van den boer,

die uit is en zich in de stad vermaakt.

Ze keken niet naar de menschen,

die voorbij gingen; ze keken niet naar

de boomen of de bloemen op het plein

vóór het terras van het café, waarop

hij zat, noch keken zij naar de flesch

wijn die halfgelegdigd vóór hem op

tafel stond. Ze schenen naar iets te

kijken, dat, zoo het eens bestond, slechts

heel in de verte bestond.

„Dat is het gezicht," zei Marianne

heel beslist. „Dat is het gezicht dat

ik vanmorgen achter hét raam boven

de deur zagl"

De vingers van haar linker hand "

sloten zich vast om den arm van mon-

sieur Verstraeten, die er vriendelijk-

beschermend zijn hand op legde.

„Ik geloof, dat die jongen je zenuwen

danig in de war heeft gebracht," zei

hij terwijl. „Ik zal naar hem toe'gaan

en eens een praatje met hem maken.

Ga even zitten en wacht een minuutje

op me."

Marianne fluisterde een bevestiging

en liet zich op een der banken neer,

die op regelmatige afstanden langs den

boulevard stonden. Monsieur Verstrae-

ten stak over en sprak den jongen aan.

„Ben jij uit het Café du Ravin bij

St. Féhx?" vroeg hij. „Deze dame, die

je daar ziet zitten, en ik zijn daai:

vanmorgen geweest."

De jongen staarde zijn ondervrager

eenige oogenblikken met open mond

en een angstige uitdrukking in de oogen

aan. Hij gaf echter geen antwoord.

„We konden er niemand vinden,"

vervolgde monsieur Verstraeten, zoo

langzaam en duidelijk mogelijk spre-

kend. „Er is toch niets bijzonders ge-"

beurd?"

De jongen stiet een stortvloed van

onverstaanbare klanken uit. Monsieur

Verstraeten luisterde, doch zonder er

«n 'Hu»ii'

^mm^ *?mw

een woord van te verstaan. Klaarblijke-

lijk sprak de jongen . een dialect, dat

net zoo weinig op beschaafd Fransch

leek als Hottentotsch. Hij draaide zich

daarom min of meer verbouwereerd om

en begaf zich naar Marianne.

„Die jonge schaapherder praat een

eigen taaltje," zei hij. „Ik ver-

sta hem net zoo min als ik een aap

kan verstaan. Hij scheen het niet

prettig te vinden, dat ik hem aansprak,

maar ik begrijp niets van hetgeen hij

heeft gezegd."

„Hij zal het dialect van de Italianen

hier spreken," zei Marianne. „Laat ik

het eens probeeren."

Samen gingen zij naar hem toe.

Marianne sprak hem uiterst langzaam

en vriendelijk aan, maar de jonge boer

schudde slechts zijn hoofd, schonk zijn

glas vol en dronk het leeg. Toen bleef

hij sm zitten en deed ' net alsof hij

niet meer hoorde, dat zij iets tegen hem

zei. Opeens werd Marianne zich bewust

van een vreeselijk voorgevoel. Ze greep

haar metgezel bij den arm.

„Kom mee," verzocht ze. „Hij geeft

tóch geen antwoord. Hij doet, alsof hij

me niet begrijpt, ofschoon ik geloof,

dat hij me heel goed verstaat. Kom

mee."

„Ik geloof, dat dit het beste is,"

verzekerde monsieur Verstraeten. „Hij

is niet goed bij zijn hoofd, denk ik;

maar in ieder geval is het onze zaak

niet."

Ze liepen verder. De jongeman keek

hen sufferig na en schonk zich nog

een glas wijn in. Tien minuten later,

toen monsieur Verstraeten alleen langs

het café terugkeerde, was zijn stoel

leeg. De jongeman was weg.

„In ieder geval," mompelde mon-

sieur Verstraeten, die eveneens een on-

aangenaam voorgevoel niet kon onder-

drukken, „is het niet ónze zaak!"

. Niettegenstaande monsieur Verstraeten

twee keer had verklaard, dat wat er

ook in het Café du Ravin was gebeurd,

het in geen geval hun zaak was, was

het toch nauwelijks tien uur van den

volgenden morgen, toen hij uit zijn

auto stapte, dien hij op het Plein van

Monte Carlo had gehuurd en moei-

zaam het steenachtige pad volgde naar

het Café du Ravin, waar zij den vorigen

dag de flesch Dubonnet hadden ge-

dronken en waar Marianne het gezicht

had gezien. Er kwam geen rook uit

den schoorsteen en monsieur Verstraeten

uitte onwillekeurig een uitroep van ver-

bazing, toen hij op het tafeltje bij de

open deur de half geledigde flesch

Dubonnet zag staan en onder zijneigen

'glas de tien francs zag liggen.

„Voorbijgangers zijn hier zeker

schaarsch," mompelde hij. „Het lijkt

me heel zonderling, dat degeen, die het

café alleen liet, de deur niet heeft

gesloten. Misschien in haast wegge-

gaan 1"

Monsieur Verstraeten zou misschien

DEIN OGS OE FDILL .

De castagnetten klapperen, de guitaren tokkelen en de glazen gaan hoog tijdens deze

scene voor de film Carmen", waarin Marguerite Namara, Tom Burke en Leste Matthews

de hoofdrollen vertolken. Dr. Malcolm Sargent en een speciaal symphonie-orkest zorgen

voor de muziek bij deze film.

niet graag hebben toegegeven, dat hij

half luid sprak alleen om zijn eigen

stem te hooren, en tóch was het onge-

twijfeld waar, dat het onaangename

voorgevoel van den vorigen avond was

teruggekeerd en hem in nóg sterkere

mate beheerschte. Hij duwde de deur

open. Het half geledigde glas brande-

wijn stond nog op de toonbank. De

open plaats op ds plank, waarvan zij

de flesch .Dubonnet hadden wegge-

nomen, was er ook nog. Hij wierp de deur,

die naar de keuken voerde, open en

riep: „Hallo daar!"

Geen antwoord. Hij ging naar boven

en bekende zich terwijl beschaamd, dat

hij eigenlijk liever niét ging. De slaap-

kamer was net zoo leeg als den vorigen

dag. Er was geen gelegenheid om zich

ergens te verbergen — geen ander ver-

trek. Toen hij naar beneden ging, kwam

hij echter tot de ontdekking, dat het

voor den eigenaar van het gezicht dat

Marianne had gezien, heel goed moge-

lijk was geweest om door de achter-

deur naar buiten te gaan en in het

bosch te verdwijnen, hetgeen hoogstens

eenige seconden in beslag zou hebben

genomen.

Hij 'keerde terug naar de keuken.

Hier zag hij voor den eersten keer,

dat er vlak naast den schouw een deur

was, die misschien toegang gaf

tot een kamertje of een kast. Hij ging

er heen en schoof den grendel weg,

welke er voorzat. Voordat hij de deur ge-

heel open had, wist hij het echter reeds.

Toen hij ze weer sloot — misschien

slechts twee seconden later — trans-

pireerde hij op zijn voorhoofd dikke drop-

pels. Alle kleur was uit zijn gezicht ge-

\yeken en het bloed scheen uit zijn

lichaam weggevloeid. Hij wankelde ach-

teruit en zocht steun aan de toonbank;

zag een flesch brandewijn staan, greep

ze, sloeg den hals er af en dronk...

Monsieur Verstraeten was een moedig

PÜROL rijk aan geneeskracht

- 7 -

man, en hij herstelde zich spoedig.

Maar toch hijgde hij toen hij zich naar

zijn auto haastte, die een eind^verder

op hem wachtte.

„Rij me direct naar het raadhuis

van St. Félix," beval hij den chauf-

feur . ..

In het raadhuis — een klein ge-

-bouwtje aan de grens van het dorp—

werd monsieur Verstraeten "direct door

den gendarme, die aan de deur stond,

in een klein kamertje gelaten met wit

gepleisterde muren en een rij banken,

waarin een erg officieel uitziend man-

netje met een zwart baardje aan een

lessenaar verschillende papieren zat te

teekenen. Met verbazing in zijn oogen

keek hij naar zijn bezoeker, die hijgend

vóór hem bleef staan en een onsamen-

hangend verhaal deed.

„Comment, monsieur?" vroeg de bur-

gemeester.

Monsieur Verstraeten herstelde zich,

en had nu geen moeite meer om den

ander te doen begrijpen, wat er aan de

hand was.

„Er is • een vrouw vermoord in een

klein cafétje, aan den zoom van het

bosch," vertelde hij.

De burgemeester plukte zenuwachtig

aan zijn baardje. De gendarme, die

in een hoek van het vertrek had zitten

suffen, schrok op. „Vertel verder, mon-

sieur," verzocht de burgemeester.

Monsieur Verstraeten vertelde wat hij

had gezien. De burgemeester luisterde

een en al aandacht. Dat was eengroote

dag — eerst des morgens de aangifte

van een kippendiefstal, en nu een

moord. Hij begon aanteekeningen te

maken van hetgeen monsieur Verstrae-

ten verklaarde. Hij was heel vriendelijk,

maar officieel. Het lukte hem echter

niet om de nieuwsgierigheid te verber-

gen, die het nieuws in hem had opge-

wekt. Het was sinds den eersten dag,

dat hij als burgemeester van St. Félix

was opgetreden, zijn hartewensch ge-

weest, een dergelijk gróót geval te

mogen meemaken.

„Ik zal zelf met u meegaan naar

het Café du Ravin, monsieur," zei hij

opstaand. „Misschien kan er nog wel

[VervolÊ op pagina 2 O)


HET WIEUWE IMNSSEIZOEIN

DOOR COR KLINKERT, DJ^SLEERAAR

J)

anskunst is geen kwestie van mode.

hoewel zij, evenals de modekunst,

elk seizoen nieuwigheden brengt,

naar welker komst elk dansliefhebber verlangend

uitziet. Inderdaad weet elkeen, dat,

alvorens een dans-repertoire voor een nieuw

jaar wordt aangekondigd, tal van voorbereidende

besprekingen gehouden zijn door

de betrokken danstechnici. Eerst krijgen we,

in alle werelddeelen, een soort shows:

Amerika presenteert nieuwe snufjes, welke

met belangstelling gadegeslagen worden door

„toevallig" aanwezige Engelsche deskundigen.

Deze komen in hun land terug, vertellen

wat ze gezien hebben, en dcmonstreeren

een en ander voor bevriende vakgenooten.

Onder dezen zijn er altijd wel eenigeri

geneigd, uit het import-artikel iets nieuws

te maken, dat geschikt is voor de beschaafde

Europeesche balzalen. Er wordt muziek geschreven

(als die er nog niet is) ; de soms

exotische passen worden bestudeerd met

betrekking tot rhythme, indeeling in dansfiguren,

gemakkelijke instudeering en aanpassing

aan de heerschende opvattingen.

Eindelijk komt dan dê dag, waarop de nieuwe

creatie zal vertoond worden voor het

officiecle Comité van de Engelsche „Imperial

Society", dat voor het Britsche Rijk de

seizoenprogramma's vaststelt. In negen van

de tien gevallen blijkt dan de „Schlager"

(waarover intusschen reeds heel wat geheimzinnigs

geschreven is en waarvan véél goeds

voorspeld werd) absoluut niet in den smaak

te vallen en wordt definitief terzijde geschoven.

Deze uitspraken van de Imperial Society

hebben beteekenis voor de geheele wereld.

Inderdaad heeft de Engelsche danswereld zoo

geleidelijk aan den" naam gekregen van onovertrefbaar

té zijn, zoodat men in alle landen

gaarne het oordeel der Engelsche dansleeraren

als beslissend accepteert.

Toch gebeurt het ook wel eens, dat een

dans er komt, ondanks de afzijdigheid van

de Imperial Society. Maar die kansen zijn

uiterst gering en het zou wel degelijk een

• buitengewone dans moeten zijn, die aldus

insloeg, nadat de Engelschen er hun veto

over uitgesproken hebben.

Willen we dus weten, wat dit jaar waarschijnlijk

zal gedanst worden, dan behoeven

we slechts de leden van de Imperial Society

te raadplegen.

Dit jaar hebben ze geen gemakkelijke

taak gehad, want heel wat nieuwigheden

heeft men willen introduceeren. Dezen keer

ging het niet zoozeer om nieuwigheden

in den bestaanden dansstijl, dan wel om nieuwe

aanpassingen van oude, bekende dansfiguren.

Ten opzichte van enkele dansen heeft men

bovendien een veranderd standpunt ingenomen.

In een vorig artikel schreef ik reeds, dat

sommige Engelschen, (waaronder zeer vooraanstaande

danstechnici), tot de conclusie

gekomen zijn, dat men den waltz opnieuw

moet gaan dansen volgens de oude opvatting.

Het gaat hier om het onderscheid tusschen

den gehcelen draai en den drie-kwart

draai; er wordt thans beweerd, dat het natuurlijke

rhythme van den waltz verloren

gaat, als men slechts een drie-kwart draai

voltooit in plaats van een geheelen. Hierop

terug te komen is overbodig en kort-

heidshalve verwijs ik naar mijn vroeger ge-

geven toelichting hierover.

Ook ten opzichte van den tango is er

sedert eenigen tijd een groote kentering ge-

komen. Wie herinnert zich den tijd nog,

joen door koningen en keizers de tango

verboden werd aan hun hovelingen, omdat

men dien dans als onwaardig beschouwde?

Welnu, voor het eerst is de tango thans

dit jaar officieel toegelaten als ,,de" dans

op het koninklijk bal in Buckingham Pa-

lace. Ongetwijfeld zal deze officieele erken-

ning er in niet geringe mate toe bijdragen,

de populariteit van den tango tijdens het

komende seizoen te vergrooten. Tenminste,

indien de tango nog een officieele erkenning

noodig had om opgang te maken. Want

let wél: bijna gelijktijdig met deze (voor

Engelschen althans) zoo waardevolle aan-

moediging, bereiken ons van overal ter we-

reld berichten, die aantoonen, dat het juist

de Spaansch-Cubaansche dansmotieven zijn,

die dit jaar den boventoon voeren.

Vooral een nieuwe Cubaansche dans, de

„Rumba", trekt de aandacht en zal onge-

twijfeld dezen winter graag gedanst worden.

De „Rumba" gelijkt in vele opzichten op

den bekenden Amerikaanschen „Bump",

doch is (in den vorm, dien de Engelsche

dansleeraren er aan gegeven hebben) in wer-

kelijkheid een mengsel geworden, waarin fox

trot, tango en de oude Maxixe handig door

elkaar zijn geweven.

Toen het bekende deuntje van de „Peanut

Vendor" voor het eerst gehoord werd, be-

weerde een bekende dansmuziek-expert, dat

het zóó iets was, dat men noodig heeft om

de danszalen in de goede stemming te bren-

gen. En meteen begonnen alle muziekbands

Cubaansche dansliedjes te bestudeeren. Het

resultaat is eenvoudig geweest, dat we een

massa fox trots op Cubaansch rhythme ge-

kregen hebben — en ook langs dezen weg

kreeg de belangstelling voor den eigenlijken

Rumba nog een duwtje.

Jammer genoeg is die belangstelling ver-

kregen ten koste van wat we reeds hadden.

Meer dan ooit dreigt thans verwarring tus-

schen de verschillende vormen van fox trot-

muziek. Inderdaad is de bekende quick step

zoo zachtjes aan op weg, om zich compleet

in den slow op te lossen. Het kon ook niet

anders, want zelfs bekende Engelsche dans-

experts moesten erkennen, dat aan verwar-

ring niet te ontkomen is, vooral omdat de

bands niet weten, aan welk tempo ze zich

precies moeten houden. Het betreurenswaar-

dig gevolg is, dat er bij sommige dansleeraren

in Engeland neiging bestaat om zich van

den quick step te vervreemden. Er zouden

dan nog slechts drie standaarddansen over-

blijven, of juister: drie verschillende typen,

namelijk de wals, de fox trot en de tango-

Rumba. Waarschijnlijk zal het (zooals ik

NpfllPIIC en overspannen, onrustig

llCI ¥CUO en slapeloos. Men gebruike

hiertegen de zenuwstillende en zenuwsterkende

Mijnhardt's Zenuwtabletten

Glazen Buisje 75 et. Bij Apoth. en Drogisten

- 8

onlangs reeds schreef) wel degelijk die rich-

ting opgaan, maar toch valt dit aan één

kant te betreuren: in" het type van den fox

trot zijn toch wel degelijk twee verschil-

lende vormen van dansen denkbaar, een lang-

zaam en een vlug tempo. Er is dan ook vol-

strekt geen reden om een van beide af te

schaffen, zoolang we niet anderzijds een

noodige aanvulling van het dansrepertoire

krijgen.

Doch voorloopig zien wij die aanvulling

nog niet komen. Zelfs de zooeven genoemde

Imperial Society heeft, behalve dan haar er-

kenning van den Rumba, dit jaar besloten

géén nieuwe dansen te introduceeren. Daar

deed ze goed aan, want let wel, de laatste

jaren zijn wc overweldigd door pogingen

tot het „maken" van nieuwe dansen. Alsof

nieuwe dansen konden gemaakt worden!

Telkens leden die pogingen jammerlijk

schipbreuk, zonder dat ze ook maar het

minste voordeel gebracht hadden. Integen-

deel weerhielden ze het dansend publiek er

van, zich eindelijk eens ernstig te gaan bezig-

houden met het beter dansen van het wei-

nige, dat blijvende waarde heeft gekregen.

En toch moet het dien kant op. Wil men

het volle genot van den dans hebben, dan

dient men naar een hooger peil te streven

en mag men in geen enkel geval met iets

minders genoegen nemen. Het is dan ook

m. i. zeer juist gezien van de Nederlandsche

dansleeraren, dat ze dit jaar besloten heb-

ben zich gezamenlijk, in hun danslessen, te

gaan bezighouden met het aanleeren van een

meer volmaakten dansstijl. Weliswaar zul-

len ze, ter aanvulling van wat elke dans-

amateur reeds zoo ongeveer kent, een aantal

nieuwe figuren aanleeren, waardoor meer

variatie mogelijk wordt, maar het moet elk-

een goed duidelijk zijn, dat men binnen af-

zienbaren tijd niet meer op een dansvloer

kan komen, wanneer men slechts een dansje

ergens van een bevriend danspaar afgekeken

heeft. Hierdoor leert men hoogstens den

vorm van een dansfiguur kennen; maar den

inhoud er van, den stijl en de fraaiheid wordt

men niet meester. Deze moeten grondig ge-

leerd worden. Doet men dit niet, dan zal

men spoedig tot de conclusie komen, dat

er nog een oneindig verschil bestaat in den-

zelfden dans, naar gelang hij vertoond wordt

door een geoefend of een ongeoefend danser.

Vooral wordt dit het geval, nu we hier

herhaaldelijk gelegenheid gehad hebben, te

zien dansen met inachtname van het zooge-

naamde „tegengestelde lichaamsdraaien", of

„contrary body movement". Alleen reeds

door deze enkele technische "toepassing ver-

andert een dans geheel en al. Wat zonder

tegengestelde lichaamsbeweging een kunst-

matige beweging was, wordt er een zwierige

verplaatsing door. Niet ten onrechte pleitte

ik reeds anderhalf jaar geleden voor een be-

ter aanleeren van een en ander. Jammer ge-

noeg achtte men het toen nog niet de moeite

waard. Echter schijnt men thans algemeen

van de noodzakelijkheid doordrongen, zoo-

dat zelfs het demonstratie-gedeelte op ons

vakcongres dit jaar grootendeels aan het

„contrary body movement" gewijd was.

Laten we hopen, dat men de beteekenis

van dit feit algemeen zal erkennen. Het

zal een belangrijke stap voorwaarts betee-

kenen.


I

I

•»

È I'

Ï

in

ALLE

APOiriEKm

SOcEhT

, , , , , "

De kwalen

waartegen

Hoofdpijn

slapeloosheid

Gezichtsneuralgie

tandpijn

Stijve hals

Rheumatiek

Voetgewrichtspijn

en ihpbSltSBII

waarop

Pharm. &. Chem. Groothandel A. J. Ameije, Prinsengracht 1111, Amsterdam

- 10

I

n

i

1

ALLE

APOTHEKEM

ÖOcEnT

REMBRANDT

THEATER

AMSTERDAM

BRENGT STEEDS

DE BESTE

PROGRAMMA'S

CfvMoohl

„Het is belachelijk en heel verkeerd

om kinderen gebrekkige baby-taal te

laten spreken en die niet te verbeteren,"

verklaart een dokter. — Toch is het

altijd makkelijk, wanneer men in de tram

kaartjes moet nemen en men heeft zijn

zoontje van veertien jaar bij zich, dat

op zijn duim zuigt en „Da-da!" tegen

den conducteur zegtl

„Een goede sandwich is, naar mijn

meening, een kunstwerk," vertelde een

bekende kok in een interview. — Wij

zullen het onthouden en in 't vervolg

de sandwiches aan de stations-restau-

raties met denzelfden eerbied beschou-

wen, dien wij voor de oude meesters

hebben.

Een abonné vraagt ons, welke de

tien gelukkigste jaren in het leven eener

vrouw zijn. — Gewoonlijk die tusschen

de negenentwintig en dertig jaar.

„Hoe kan men iemand beletten te

snurken als hij slaapt?" — Zet in zijn

kamer een baby, die tandjes moet krij-

gen!

„Er zijn menschen, die er altijd plezier

in hebben het postwezen belachelijk te

maken en met modder te gooien," lezen

wij. — Nu weten wij, waar het post-

wezen de modder vandaan haalt, die

het in de inktpotten doet.

Op een groot stoomschip werd dezer

dagen een tentoonstelling van moderne

schilderijen en beeldhouwwerk gehou-

den. — wij begrijpen echter heel goed,

dat het alleen het rollen en stampen

van het schip was, dat een paniek onder

de passagiers veroorzaakte.

Een patiënt in een ziekenhuis te

Londen beweert, dat de behandeling

met hoogtezon hem inspireert tot het

schrijven van gedichten. — Er zijn echter

gevallen te over aan te wijzen, waarin

de hoogtezon zeer heilzaam heeft ge-

werkt.

PROSPECTI ETC. ZENDT GAARNE

^^—"—"

Een bloemlezing van den geestigsten

geïllustreerden humor uit de

buitenlandsche tydschriften.

„Heb je eun ongeluk gehud?"

„Ja. Ik heb mijn v^ouw leeren chauffeeren.

En jij?"

„Ik weigerde m'n vrouw te leeren chauffeeren."

{Guttierrez)

-*—^—

„Louise heeft een zeer moeilijke rol in het

volgende stuk."

„Moeilijk? Zij heeft geen woord te zeggen."

„Nu, is er soms iets moeilijkers?"

(Het Weekblad)

,,Indien Willem Smit zich thans alhier bevindt, wordt hij verzocht, zuh onmiddellijk naar

Amsterdam te begeven, waar zijn schoon moeder ernstig zii k Hp!."

i»i«ïi»»«rN

Tilly: „Je man heeft aan Frits verteld, dat hij een

hondenleven had."

Sylvia: „Ja, hü komt thuis met moddervoeten, maakt

het zich Bemakkelijk op het haardkleedje, wacht tot

hij eten krijgt en gromt." ^

(The Humorist)

Opgvwundeit passagier in vlicptvig: „Er is

een man overboord gevallen. Gauw! Gooi

hem een parachute toe!"

(The Passing Show)

Spreek vanuit Uw huiskamer of slaapkamer met

bezoekers of leveranciers aan de voordeur.

N.V. PH. J. SCHUT, AMSTERDAM (C), KEIZERSGRACHT 684 TEL. 36582-43377

il


WAM HESKES

Men noemt Laren wel eens het

schildersdorp. Het zijn echter

niet alleen kunstschilders, die

zich, ten behoeve van hun werk, te

Laren hebben gevestigd — er zijn er

ook, die het aardige plaatsje hebben

uitverkoren om te gemeten van de

fraaie natuur, het ongerepte landschap

en de verdere voordeelén van het buiten-

wonen. Onder hen behoort Wam Hes-

kes, de bekende teekenaar, die ons door

zijn typische, humoristische illustraties

reeds menig oogenblik heeft geboeid

en onze aandacht vastgehouden.

Ter afwisseling wil ik u dan ook een

en ander vertellen van het werk

van dezen artist.

Wam Heskes, geboren te Delft, ver-

huisde spoedig naar Rotterdam, waar

zijn vader hoogleeraar was aan de Han-

delshoogeschool. Reeds in zijn eerste

jeugdjaren openbaarde zich bij den

jongen het bewonderenswaardige talent

om grappige caricaturen te maken van

zijn vrienden en leeraren, waarmede

hij onder zijn kornuiten natuurlijk groot

succes oogstte.

Na het beëindigen van deze eerste

schooljaren, wenschte zijn vader hem

o ^ t^ - f- ^

BIJ DEN TEEKENÄÄR WAM HE3RE5

DOOR GUUS DETLEM Jr.

te doen opleiden tot teekenleeraar, waar-

in Wam evenwel al heel weinig lust

had. Hij had een groot, vèèl te groot

vertrouwen in zijn „kunst" en meende

daarom op eigen beenen te kunnen

staan. Het was dan ook reeds

spoedig daarna, dat Heskes naar Italië

vertrok, waar hij dacht in korten tijd

naam te zullen maken. Maar het kwam

helaas heel anders uit, dan hij had

verwacht. De jaren in Italië waren de

moeilijkste van zijn leven. Maar ook

misschien de aangenaamste I Hij leerde

er de armoede kennen, speelde viool

langs de straten, zong in cabarets, en

deed van alles om aan den kost te

komen, totdat... hij er eindelijk in

slaagde eenige zijner werken geplaatst

te krijgen I

Teruggekomen in Hollancf, trok zijn

werk de aandacht, en langzaam maar

gestadig verbeterde zich de positie van

dezen kunstenaar-in-zijn-genre. Totdat

hij — thäns — de hoogte heeft bereikt,

die hij aanvankelijk dacht zoo gemak-

kelijk te kunnen bestijgen.

„De Blauwe Vogel" heet de villa,

waar Heskes zich thans met de zijnen

heeft gevestigd, en inderdaad schijnt

hier de bekende vogel een bezoek te

hebben gebracht en een beetje van zijn

legendarisch geluk te hebben achter-

gelaten ...

Hoofdzakelijk kennen wij Heskes als

den illustrator van tijdschriften, dag-

bladen en boeken, en juist omdat wij

hem zóó kennen, leek het mij aardig

den lezers eens iets te doen zien van

het werk dat wij niét zoo kennenI Daar

zijn dan in de eerste plaats de portret-

teekeningen, die in hooge mate bewon-

derenswaardig zijn. Het „Jongenspor-

tret" is een prachtige, gave uitbeelding

van het eigenaardig Indische jongens-

type met de sprekende donkere oogen.

Even mooi is het portret van de groote

actrice Greta Lobo-Braakensiek, die

ons helaas te vroeg is ontvallen. Ook

dit is een kranig voorbeeld van het

„fijnere" werk van den teekenaar. Van

ANNA PAWLOWNA

■^^^^B^W .

'Èm^SL .,

1 B ; ''>•'// ^sK'

m^\ ' »

•i Iv^. --

■ 1

E :!l •

^ ■ .

•! ** jHOTB^HB

1 -

" '■■• ' £'■ Jj

J

■ i

1

GRETA LOBO-BRAAKENSIEK IN „MUZIEK"

HET FAMILIEFEEST JONGENSPORTRET

- 12 —

.,.' ■ ■ .-. , ; ■ >


,>

*'

-


v ^ J

lateren datum is het portret van wijlen

Anna Pawlowna, de eens zoo beroemde

danseres, wier tragedie ons nog versch

in het geheugen ligt.

In zijn verdere zoogenaamde „vrije"

werk — waarmee ik bedoel het werk, dat

niet in opdracht werd gemaakt — troffen

mij voorts onmiddellijk de geweldig sterke

contrasten, daarin weergegeven. Het

is óf sterk humoristisch, waarbij dan elk

belachelijk onderdeeltje door den teeke-

naar wordt opgemerkt en in caricatuur

weergegeven, óf diep-emstig en getui-

gend van een serieuzen, ja, zelfs min

of meer melancholischen aard. Een mid-

denweg bestaat niet voor Heskes. Dit

komt sterk tot uiting in zijn illustratie

van het „Familiefeest", waarin hij, met

zijn onnavolgbaren speurzin, onmiddel-

lijk het grappig-humoristische heeft ont-

EEN VAN HESKES' BEKENDE DIERENPRENTEN

HET HOFJE

dekt van een dergelijk familiegebeuren

in de kleinere plaatsjes.

Een zeldzaam mooi 'staaltje van tee-

kenkunst is voorts „Het Hofje", waarbij

we uit de in aandacht gespannen ge-

zichten der drie oudjes het voor hen

ongetwijfeld groote en gewichtige nieuws

volkomen meevoelen.

Aardig zijn voorts ook de „dieren-

prenten", waarin Heskes volkomen het

karakter en wezen van de menschen

weet vast te leggen, terwijl hij ook

daarin weer den humor sterk doet

spreken.

De Blauwe Vogel.. .

Ook over „De Blauwe Vogel" wil ik het

nog even hebben, en wel omdat een

groot deel van het intérieur der woning

een onderdeel uitmaakt van het werk

van Heskes, als... kunstnijveraar. Een

onderdeel, waarmee slechts weinigen

kennismaken, wat ongetwijfeld jammer

is. De hall, een aardig zitje met ronde

banken, uitloopend in twee kastjes van

ongelijke grootte ... een typische lamp,

alles het werk van Heskes. Maar boven-

al trekt hier de aandacht het prachtige

gebrandschilderde raam, eveneens ge-

heel door hem vervaardigd. Wanneer

men dat ziet, moet men het wel betreuren,

dat Heskes door zijn geweldig drukken

werkkring geen tijd kan vinden, zich

hierin meer te bekwamen of te speciali-

seeren. Ook de kinderkamer is een

juweel van artisticiteit, vol aardige

muurbeschilderingen, grappige gordijnen

naar eigen ontwerp en, ook hier weer,

een eigen gefabriceerde lamp in stijl.

Zoo werkt Wam Heskes in vrijen tijd

in zijn Blauwen Vogel, totdat. .. het

„échte" werk hem weer wegroept naar

andere steden, andere streken. ..

Laren, Augustus 1931.

- 13 -

F1LM-ENTHOUSIASTEN

C. 5. £e GOUDA. U meent den éenor

WiétricK. Het is dezelfde zanger, die ook

in de Emil Jannings-film „Lieveling der

Goden" zong.

W. v. H. £e AMSTERDAM. Oscar

Karlweiss wooné Podbielsky Allee 40,

Berlijn.

A. B. £e DORDRECHT. Lew Cody is

een filmarüst, die reeds jaren succes oogst.

Hij filmt thans voor de Metro-Goldwyn"

Mayer.

G. 5. v. d. H. te ROTTERDAM. Nooit

meer dan drie vragen tegelijk s.v.p, Greta

Garbo beantwoordt haar brieven zelf. U

kunt haar in het Duitsch, Zweedsch of

Engelsch schrijven. Haar adres is Metro-

Goldwyn«Mayer-5tudios, Culver-City, Ca-

lifornië. Zij gaat de film voorloopig nog

niet verlaten I Rolverdeeling van films

nemen wij in deze rubriek niet op, even-

min vermelden wij het geboortejaar der

artisten. Voor ons is de hoofdzaak, heeft

zij of hij talent.

M. d. L. te AMSTERDAM. Meldt ons

even, welke foto U wilt ontvangen.

C. J. R. te ZAANDAM. De revue-

directeur Louis Bouwmeester woont te

Rijswijk.

J. A. te GOUDA. Het adres van Greta

Garbo is Metro-Goldwyn-Mayer-Studios,

Culver-City, Californiê. Dank voor Uw

vriendelijk briefje.

TH. C. P. te SCHIEDAM. Dina Gralla,

Opitzstrasse 8, Berlijn. Harold Lloyd,

5451 Marathon Street, Hollywood. Brigitte

Helm, Kochstrasse 6—8, Berlijn. Dina Gralla

en Brigitte Helm moet U in het Duitsch,

Harold Lloyd in het Engelsch schrijven,

H. M. te HENGELO. In ons land be-

staan geen filmscholen. Spreekt U vlot de

moderne talen? Het zenden van foto's

heeft absoluut geen doel.

C. G. te ROTTERDAM. Wendt U om

inlichtingen tot: N.V. Paramountfilm»,

| Keizersgracht 399, Amsterdam.


Der kHeiiee

(äDeitem^proinct J

(HET SLIPPERTJE)

Binnenkort zal de Ufa een film-comedie in ons

land uitbrengen, waarvan onlangs de première

te Berlijn een uitbundig succes mocht oogsten. De

hoofdrol speelt de populaire filmster Renate Müller,

regie voerde Reinhold Schünzel. We brengen op deze

pagina reeds thans eenige foto's

uit „Der kleine Seitensprung".

— 14 -

IM i siik

/

Mi*-

MIJN NEEF JANSSEN

had een verkoudheid opgeloopen, zoo'n

echte hardnekkige najaarsverkoudheid.

„Je hebt 't leelijk te pakken kerel,"

beklaagde hem een collega. ,,Wat doe

je er aan ?"

„Vandaag doe ik, wat Pieters mij aan-

raadde," antwoordde mijn neef grim-

mig. „Morgen is het Hendriks zijn dag en

overmorgen komt De Bruin aan de

beurt. Als ik Zondag niet beter ben en ik

leef nog, zal ik jouw middel probeeren.

Wil je het misschien even op dit kaartje

schrijven ?"

De man 'was uit het water gehaald

en scheen dood.

Toeschouwer: ,,Wij moeten kunst-

matige ademhaling toepassen. Er bestaan

zes verschillende manieren."

Drenkeling (zijn oogen openend) : „Als

cognac één van die manieren is, hoef je

je over de andere vijf niet bezorgd te

maken."

„Kijk pappa, ik heb zelf een viool

gemaakt."

„Prachtig, hoor jongen ! En waar heb

je de snaren vandaan gehaald?"

„Uit de piano."

„Je ziet er zoo zorglijk uit. Wat

is er aan de hand ?"

„Onze kleine Jan heeft financieele

moeilijkheden."

„Wat een nonsens ! Het kind is nog

geen jaar !"

„Ja, maar hij heeft een kwartje inge-

slikt !"

ONZE WEKELIJKSCHE

PRIJSVRAAG

Vraag honderd negen en dertig.

Welke zinspreuk stond er in het wapen

van Prins Willem I van Oranje ?

Antwoorden op bovenstaande vraag

gelieve men in te zenden op een brief-

kaart, waarop duidelijk staat vermeld :

Vraag honderd negen en dertig, vóór

14 October (abonné's in overzeesche

gewesten vóór 14 November) aan ons

adres : Redactie „Het Weekblad", Galge-

water 22, Leiden.

Onder de inzenders van goede antwoor-

den verloten wij een hoofdprijs van / 2.50

en vijf aardige troostprijzen.

MENSCMEN 100%

ACHTER. DaiT5GH-

SPREKEND

TRALIES


-

EPnST LUBIT5CN P )DUCTIE DER PAPA!

In de hoofdrollen:

Nicki . Maurice Chevalier

Franzi Claudette Colbert

Prinses Anna Miriam Hopkins

Max Charles Ruggles

Koning Adolph XV G«orge Barbier

'TK TT icki, eerste luitenant in het Oostcn-

I Nil ri J^ sche le 8 er — van vóó r den oor-

JL u. log — heeft schulden, veel vrien-

dinnetjes en een goed humeur. Door zijn

vriend Max ontmoet hjj de violiste Franzi,

met wie hy al spoedig uitstekend bevriend is.

Koning Adolph van Flausenthurm en zijn

dochter Anna gaan op" bezoek bij keizer

Franz Joseph. De koning krijgt onderweg

een telegram, dat de keizer hem niet aan

het station kan ontvangen, daar hij naar

een vee-tentoonstelling moet. Adolph is

zwaar beleedigd, vooral als onderweg een

vcetrein zijn trein passeert. Hij is dan ook

bij zijn aankomst te Weenen in een heel

slecht humeur.

Nicki salueert voor de vorstelijke personen,

doch knipoogt en glimlacht tegen Franzi, die

aan de overzijde van de straat staat te kijken.

Anna meent, dat die knipoogjes voor haar

bestemd zijn en klaagt over Nicki bij haar

vorstelijken vader, die er „werk van maakt".

De Oostenrijksche militaire autoriteiten be-

loven satisfactie voor die beleediging, doch

Adolph is een goedige dikzak, die het'den

CÊNE UIT ..

ngen offkier niet al te kwalijk neemt. Hij

itbiedt hem by zich. Nicki is geheel uit

t veld geslagen als zijn kameraden hem

rtellen, jlat hij op audiëntie bij koning

dolph moet komen. Om zich er uit te

dden, verklaart Nicki in het bijzijn van

dolph's hofhouding, dat die knipoogjes

derdaad voor prinses Anna bestemd waren,

ndat zij het mooiste meisje is, dat hy ooit

zien heeft.

Anna vat al gauw liefde voor den jon-

n luitenant op, en haar vader dryft de

rloving van Nicki en zijn dochter door.

ranzi had zooiets wel zien aankomen. Zij

rzet zich niet tegen het huwelijk, doch

3lgt het bruidspaar naar het vor'stendom-

etje Flausenthurm, waar Nicki, de echt-

>noot-tegen-wil-cn-dank, zijn bruid reeds

p den huwclijksavond vergeet, als hij Franzi

haar orkest in een biertuin ontdekt.

Anna laat Franzi arresteeren en bij zich

omen. Franzi bemerkt dadelyk, waarom

[icki nooit van de prinses zal kunnen hou-

Zij is te bedeesd, haar kleeren geven

^en gunstigen indruk van haar charme en

ij huilt te veel. Franzi brengt daar ver-

ndering in. Anna's heele garderobe wq^dt

an kant gedaan en als Nicki zijn Anna weer

iet, moet hij eerst een paar flinke slokku.

Dgnac nemen om van zijn verbazing te be-MIRIAM HOPKJM«;

omen. De metamorphose is compleet CLACIDETTP

'ranzi heeft het veld moeten ruimen vóor^^j. ^

e nieuwe prinses Anna. ^"ERr

i

Iff

'

, '■?- "■-, ■

«*- ^^mÊÊbT _ . " TWftfWglljflfr

s !

K""^'^. ■ ■

1- '

0! *

^^ ymm 9 * ^g

%.


m?

"wir'

M

-!

*5*»~r- ttrS&ji s

j ~i vÊ^ M

L jgm .... *m0 i •^ /

1

»Ti ,. -JTL-,^- -

:• S

'mir *

'4- t


-


' ■ ; f'

ALS HET LEVEN EEN TRAGEDIE WORDT

JEAN JACQUES ROUSSEAU.

Het toeval in zijn leven. — Zijn zelf-

bekentenissen.

Jean Jacques Rousseau behoort tot

de zeldzame schrijvers, die van direct en

invloed op de geschiedenis zijn geweest,

[ a Vy 00r een gr00t deel die geschiedenis

hebben helpen maken. Zijn ,,Con trat

Social", dat grooten invloed heeft

uitgeoefend op verscheidene staatsrech-

telijke theorieën, heeft men wel eens

den „Bijbel der Fransche Revolutie"

genoemd. In dit werk toch, en vooral in

de verklaring, dat ,,de mensch vrij

geboren, doch overal in ketenen geslagen

is", vonden de Jacobijnen, cfe terroristen

der Fransche Revolutie, hun inspiratie

terwijl Robespierre, hun leider en slaafsch

volgeling van Rousseau's theorieën, zijn

hoofd verloor toen hij d/" stellingen van

zijn meester in practijk*wilde brengen en

daartoe stroomen onschuldig bloed vergoot

Rousseau — ,,dên deugdzamen Jean

Jacques" noemt een van zijn biografen

hem — werd in 1712 te Genève geboren als

zoon van een schoenmaker. Na aanvan-

kelijk opgeleid te zijn voor notaris en

later voor graveur, was het louter een

toeval, dat zijn levensloop anders be-

stemde en hem tot den zwerver maakte

die hij tot aan zijn dood toe gebleven is'

Den veertienden Maart 1728, dus toen

hij zestien jaar oud was, had hij met

twee vrienden in de omgeving der stad

een wandeling gemaakt. Daar hij wist

dat de poorten precies om acht uur

werden gesloten en daarna niemand

meer werd binnengelaten, droeg hij er

angstvallig zorg voor, niet te laat te zijn

Het «toeval wilde echter, dat de soldaat,

die dien bewusten avond de wacht had,'

omdat hij naar zijn meisje moest, dé

poort iets vroeger sloot. Rousseau, die

reeds vlakbij was, hoorde het geknars

der scharnieren en zette het op een

loopen, in de hoop, nog op tijd te zijn.

Het fatale oogenblik kwam echter, toen

hij nog slechts twintig schreden verwij-

derd was en de ongeduldige minnaar

wilde, hoe Rousseau ook schreeuwde en

smeekte, de poort niet meer openen !

Dit was de derde keer, dat Rousseau

voor een nacht buiten de stad gesloten

was en daar zijn ruwe leermeester hem

met een flmke straf had bedreigd, indien

mj weer eens een nacht niet thuis kwam,

besloot de jongen heelemaal niet meer

terug te gaan. Er niet aan denkend zijn

ouders of zijn leermeester te waarschu-

wen, aanvaardde hij, geheel onvoorbe-

reid, zonder geld en zonder eenig ander

bezit dan de kleeren, die hij aanhad, op

dien Zondagavond zijn zonderlingen

zwerftocht, die hem door half Europa

zou voeren en eigenlijk pas met zijn

dood, een halve eeuw later, zou eindigen.

Nadat hij drie jaar te Turijn bij een

rijke weduwe als lakei in betrekking

was geweest, vinden we hem in 1741 te

Parijs, waar hij de academie vruchteloos

trachtte te overreden een nieuwe schrijf-

wijze voor muziek, die hij had uitge-

vonden, te accepteeren.

Zijn eerste roman ,,La nouvelle He-

loise" verscheen in 1756 en bezorgde hem

een groot succes ; ,,Emile", het boek van

de opvoeding, lokte echter een vervol-

ging van de justitie uit (1766), waardoor

hij genoodzaakt was uit Parijs te vluch-

ten. Hij werd uit Bern en Mótier-Travers

verdreven, terwijl ook zijn geboortestad

haar poorten voor hem sloot. Hierdoor

voelde hij zich nergens meer veilig, zelfs

bij zijn beste vrienden niet. Hij begon

aan vervolgingswaanzin te lijden, waar-

door de laatste jaren van zijn leven,

ondanks de glorie en de oprechte vriend-

schapsbetuigingen, die hem ten deel

vielen, recht smartelijk zijn geweest. Hij

stierf, niet meer geheel normaal, in 1778,

bij zijn vriend markies de Girardin te

Ermenonville.

De meeste kennis omtrent Rousseau's

karakter en leven hebben wij ontegen-

zeglijk; te danken aan zijn „Confes-

sions", de mémoires, waarin hij met

weergalooze openhartigheid zijn karakter

tot in de kleinste détails onthult en ont-

leedt. Het eigen leven te beschrijven

behoorde tot de liefhebberijen der intel-

lectueelen van Rousseau's tijd, maar

terwijl men over het algemeen slechts de

uiterlijkheden van zijn leven releveerde

en die met allerlei romantische voor-

vallen versierde, dolf de schrijver der

„Confessions" zonder eenige» schroom

tot in het diepst van zijn ziel, om er

alles uit naar boven te brengen, zelfs

hetgeen in de verborgenste schuilhoeken

sluimerde en het prijs te geven aan de.

openbaarheid, zonder er rekening mede

te houden, of hij zich hierdoor belachelijk

en zelfs gehaat zou maken in de oogen

der wereld, zonder er ook maar iets aan

toe te voegen, dat hem sympathie of

bewondering zou kunnen bezorgen. Uit

nederigheid kwam deze meedoogenlooze

zelfontleding niet voort; dit is ten minste

moeilijk aa«i te nemen, waar hij zélf

verklaart, dat hij „steeds heeft gedacht

en nóg denkt, dat hij, alles wel beschouwd,

een van de beste menschen is." Tegen-

over deze zelfoverschatting staan echter

weer bekentenissen als deze :

,,Mijn passies zijn buitengewoon hevig •

wanneer ik onder hun invloed ben, kan

niets mijn onstuimigheid evenaren ; ten

opzichte van beleid, achting, vrees of

fatsoen ben ik dan een absolute vreem-

deling ; geen schaamte kan mij weer-

houden, geen gevaar mij intimideeren.

Soms ben ik zoo vervuld van één enkel

ding, dat al het andere ter wereld mij

geen gedachte waard schijnt. Neem mij

echter in mijn kalme oogenblikken en

ik ben de traagheid en verlegenheid in

eigen persoon ; om één woord te zeggen,

een kleine bezigheid te verrichten, lijkt

mij een onoverkomelijke arbeid; alles

doet mij opschrikken en maakt mij

bang ; het gegons van een vlieg doet mij

reeds huiveren ; ik schaam mij dan

zóó erg en ben zóó bang, dat ik mij maar

het liefst voor iedereen zou verbergen."

Op een andere plaats in zijn „Confes-

sions' erkent Rousseau, een leugenaar

en een dief te zijn. Hij vertelt, hoe hij het

duldde, dat een jonge vrouw zwaar leed

voor een vergrijp, waaraan hij zich had

schuldig gemaakt en dat hij, toen hij door

een rijke weduwe werd onderhouden,

met meer stal, „daar alles wat zij bezat,

ook vart mij was en er dus niets overbleef

om te stelen".

— 18 -

In 1744, na verschillende malen in de

liefde gedoold te hebben, ontmoette hij

in Parijs Theresa Levasseur, een keuken-

meid, die le2en noch schrijven kon,

maar met wie hij, ondanks den grooten

afstand, die hen intellectueel scheidde»

tot aan zijn dood toe een gelukkige ver-

bintenis had. Zelf verklaard«; hij van

haar : „Ze kon niet eens de twaalf maan-

den van het jaar achter elkaar opzeggen ;

evenmin kon zij de cijfers uit elkaar

houden, hoezeer ik ook mijn best deed,

ze haar te leeren. Ze kon geen geld tellen,

noch kon zij den prijs ergens van bere-

kenen. Het woord, dat haar in de gedach-

ten kwam, wanneer zij iets wilde zeggen,

was precies het tegengestelde van het-

geen zij bedoelde. Vroeger legde ik een

verzameling aan van de woorden en

zinnen, die zij gebruikte, om er mijn

vrienden mee te vermaken, bij wie haar

quid pro quibus (verkeerde wijze van

uitdrukken) -spreekwoordelijk werd.

Maar deze vrouw, die zoo beperkt was

wat haar intellect betrof, en, indien men

mij het woord vergeven wil, zóó dom,

kon mij in de moeilijkste omstandigheden

uitstekenden raad geven."

Bij Theresa had Rousseau vijf kin-

deren, die bij, direct bij hun geboorte,

aan de zorgen van het Vondelingen-

Tehuis overdroeg, welke verregaande

onnatuurlijke handelwijze hij op zijn

gebruikelijke sentimenteele wijze aldus

trachtte goed te praten :

„Nooit in zijn heele leven kan J. J.

een man zonder gevoel of een onnatuur-

lijke vader zijn geweest. Ik mag mij heb-

ben vergist, maar het is onmogelijk, dat

ik ook maar in eenig opzicht mijn gevoel

verloor. Indien ik de redenen voor mijn

daad opgaf, dan zou ik misschien te veel

zeggen ; daar zij mij op een dwaalspoor

hebben gebracht, zouden zij het ook an-

deren kunnen doen. Daarom wil ik de

jonge menschen, die mij zullen lezen,

met aan hetzelfde gevaar blootstellen.

Ik zal mij tevreden stellen met te

verklaren, dat mijn vergissing hierop

neerkomt : ik liet mijn kinderen door de

gemeenschap opvoeden omdat ik zélf

niet de middelen bezat hen groot te

brengen. Door hén voor te bestemmen

tot arbeiders en boeren, liever dan hen

avonturiers en fortuin-jagers te laten

worden, meende ik te handelen als een

eerlijk burger en een goed vader.

Sinds dien tijd heeft mijn gewetens-

wroeging mij meermalen gezegd, dat ik

verkeerd heb gedaan, maar mijn ver-

stand heeft mij in dit opzicht heelemaal

met gewaarschuwd, waardoor het zelfs

mogelijk was, dat ik vaak den hemel

heb gedankt omdat ik hen op deze wijze

voor het lot van hun vader heb behoed,

waarmee zij zeker zouden zijn bedreigd

van het oogenblik af, dat ik genoodzaakt

zou zijn geweest hen te verlaten."

Rousseau kwam in een tijd, die ziek

was van overbeschaving, met werk van

zedelijke strekking en een sterk deïstisch

karakter, waardoor hij brak met de heer-

schende meeningen zijner tijdgenooten.

In met geringe mate is het echter aan de

hartstochtelijkheid zijner taal te danken,

dat hij „school" maakte en hierdoor niet

alleen de geschiedenis van Frankrijk, doch

ook die van geheel Europa hielp maken.

il

■■■ v ' • ■ ■. ■ ^ ■■

-

^^^^^

MENSCHEN DIE ZICH VOOR HET GOEDE INTERESSEEREN

LEZEN ONS BLAD

ADVERTEERT DUS IN DIT WEEKBLAD

VRAAGT ONZE ZEER BILLIJK GESTELDE ADVERTENTIETARIEVEN. ADM. OALGEWATER 22, LEIDEN

Godfried de Groot

^an £uykenstraat 2a Amsterdam

Telef. 28474

Specialiteit in T^oderne en ^Trtistiebe foto's

J^en sie de vele reproducties van ons weih in „Het Weefeblad" Cinema ffl Theater

HIER HEEFT U EEN AFBEELDING VAN DE BEROEMDE

99

INHOXA"-ARTIKELE

HET MELKDIÈET VOOR DE HUID

's Morgens en 's avonds ge-

bruikt voor het wasschen

van het gezicht, zult U

spoedig bemerken.

dat Uw teint gezond. Uwe

huid zacht, gaaf ei ■ stevig

wordt en kleine huidaan'

doeningen verdwijnen.

Het was nu zeker en beslist de laatste kus. Zij stonden, elkaar

omarmend, in de vestibule. Zoo vond kleine Jopie ze.

„ü!" zei hij.

„We probeerden wie van ons het langst was," legde de

jongeman een weinig verward uit.

,,O, u bent wel tien centimeter langer," constateerde het ke-

reltje. „Maar Alice is zoowat tienmaal rooder."

19 -

TREKKING 1. klas 21 en 22 October

Pruissische Staatsloterij

Totaal bedrag der prijzen in 5 klassm over de

113 Millioen RM.

Hoogste prijs in het gelukkigste geval:

Een Millioen Reichsmark

Hoofdprijzen:

500000

300000

200000

100000

Dubbel 11 12

a R.M. 80.— 40.- 20.a

Gld. 48. 24.- 12.—

14 1/8 lot

TO".- 5.-

6.- 3.~

Porto en lijst 50 Pfg. of 30 ets extra.

Q P U llf A Q 7 Staatl. Lotteri

OUnVVHnL. Einnahme

BERLIN

Neue Königstrasse 86.

Postcheque conto: Berlin 31150.

Telegram-adres GLüCKSGOTT Berün /

Betalingen kunnen ook Reschieden aan:

N.V. HUGO KAUFMANN & Co's Bank, Viigendam S-MO,

Amsterdam, voor rekening van B. SCHWARZ, Berün.


{Vervolä van pagina 7)

een gendarme in uw auto zitten.. .

Laat het raadhuis open tot ik terug-

kom," beval hij aan een ondergeschikte,

die door hem was binnengeroepen. „Ver-

tel me nog eens precies wat u hebt

gezien, terwijl wij er heen rijden, mon-

sieur!" verzocht hij daarop aan mon-

sieur Verstraeten.

Deze vertelde het weinige dat hij

wist opnieuw. Op zijn vragen gaf de

burgemeester van zijn kant hem wel-

willend antwoord.

„Het café," vertelde deze, „wordt

gedreven door een zeer respectabel,

goed mensch, Louis Picard geheeten.

Hij woont er met zijn vrouw, de vrouw,

die zonder twijfel het slachtoffer

is, en zijn neef, een jongeman,

van wien we nooit veel goeds hooren.

De vrouw heeft, naar we hebben ver-

nomen, een spaarduit je, en de neef

weet dat. Drie dagen geleden kreeg

Picard bericht uit Marseille, dat er

een familielid aldaar van hem was over-

leden. Ik weet dit toevallig, omdat hij

mij is komen vragen, hoe hij het beste

naar Marseille kon reizen. Hij is Maan-

Daar ben ik . . .

De nieuwe medewerker

aan dit blad.

Petrus Pruttelaar.

Ik heb de gewoonte

om duidelijk te zijn,

wanneer ik me voorstel.

De meeste menschen ver-

staan nog niet eens de

kunst om d'r eigen naam

te zeggen, "Wanneer ze met een ander mensch

in aanraking komen.

Weet je wat je in den regel hoort:, m'nheer

Brebrebrebe. . . of zoo iets. Daarom zeg ik

duidelijk en langzaam Pe-trus Prut-te-laar.

Onlangs ontmoette ik een ouwen heer.

Zoo'n doovc kwartel. Die liet me zoowaar

drie maal m'n naam in z'n ooren brullen. En

weet je wat die ijzeren pot toen aan het slot

deed? Hij lachte.

„Grappig, hè m'nheer," zei-ie zoetsappig.

,,Als ik nou niet zoo doof was, zou ik durven

bezweren, dat u Pruttelaar gezegd had. Zoo'n

gekke naam!"

Ik heb m'n hoofd omgedraaid, om te voor-

komen, dat ik hèm z'n nek zou omdraaien.

Alsof Pruttelaar geen goed-Hollandsche

van is. Bestaan er in ons land nog namen,

die meer voorkomen dan de mijne? Negen-

tienden van alle Nederlanders zijn Pruttelaars.

Vraag het den inspecteurs van de belastingen

maar. D'r is zelfs een Professor Pruttelaar op

dit gebied. Zeggen ze. Ik lees alleen dit week-

blad. Geen andere kranten.

Toch is d'r mijns inziens geen grootere

stommiteit dan om tegen de belastingen te

pruttelen.. Ten eerste omdat het toch niks

geeft. En ten tweede. . . . omdat je altijd

de kans loopt dat ze door je gepruttel te

weten komen, hoeveel of je te weinig hebt

opgegeven.

Over een jaartje is dat gevaar ook voorbij.

Want als de malaise zoo doorgaat, dan hebben

wc over 1931 aan H. M. de Belasting alleen

maar de waarheid te zeggen. Inkomen: nul

komma nul en we vragen d'r „het bedrag voor

dagmorgen vertrokken. Hij liet zijn

vrouw en zijn neef alleen achter. U

kunt wel nagaan, wat er is gebeurd."

Monsieur Verstraeten zuchtte, omdat

hij een goedhartig man was, en omdat

het vallen van het mes der guillotine

een verschrikkelijk gezicht is wanneer er

een mensch onder ligt. Maar hij had

slechts zijn plicht gedaan toen hij den

burgemeester was gaan waarschuwen.

En hij wilde ook verder zijn plicht doen.

„Gisterenavond," zei hij daarom, „zat

de jongeman, die klaarblijkelijk de

neef van Louis Picard is, op het terras

van het Café de Paris te Monte Carlo.

Hij werd mij aangewezen door de jonge-

dame, die verklaarde, dat het zijn ge-

zicht was, dat zij achter het raam had

gezien."

De burgemeester knikte ernstig.

„Moord is een misdaad," zei hij, „die

onder het volk hier niet zeldzaam is.

Wanneer ze gedronken hebben en naar

geld verlangen, is bloedvergieten niets

voor hen. Ik weet het, monsieur,"

voegde hij er somber aan toe.

Ze waren hun bestemming genaderd.

De burgemeester en de gendarme be-

IfresH^'ttytvt&t

t*

noodig levensonderhoud" niet af te trekken,

doch ons netjes per giro toe te zenden. Inkom-

sten overheidsuitkeering! Inplaats van bslasting.

Doch laat ik op m'n apropos terugkomen.

Ik was me zelf aan het voorstellen: Petrus

Pruttelaar. De redactie heeft me volgens haar

zeggen, om een nader onderhoud aangezocht,

omdat ze m'n buitengewone snuggerheid had

ontdekt. Hoe? 't Was uitgekomen, dat ik de

man was, die elke week aan de redactie van

m'n plaatselijk blaadje per vragenbus de op-

lossing van de prijsvragen vroeg, die in dit

Weekblad zoo rijk beloond worden. Dood-

eenvoudige geschiedenis. Ze vragen in C. ö T.

wat is een Encyclopaedie. Zal ik m'n kop

breken om den rijksdaalder of een van die

„mooie cadeaux" te winnen. Laat de redactie

van de Walerveldsche Dagbode dat doen. Zij

deed het geregeld. En ik heb al vijf maal een

postwissel gehad, eenmaal een lotje van de

J. I., waarop ik een haarkam heb getrokken,

welke, zooals ge uit m'n portret kunt opma-

ken, een nuttig bezit voor mij is."

„En wat wou u nou van me?" vroeg ik

den redacteur, die me tot een bezoek had

uitgenoodigd.

„U bent Petrus Pruttelaar."

„M'nheer," zei ik.

„Mijnheer Petrus Pruttelaar. Goed, pruttel.

Pruttelaar!"

„M'nheer Pruttelaar," zei ik.

„Pruttelaar pruttel," zei hij.

Toen snapte ik hem.

„Ik pruttel niet op commando," zei ik.

„Hoeft ook niet," zei hij weer, „u kunt

het tegen betaling doen."

Toen werd ik nijdig. En ik bulderde:

„Mensch, erger me niet!"

„Eureka," riep de onverbeterlijke redacteur.

„Uw rubriek is gevonden. M'nheer Petrus

Pruttelaar, u is benoemd als redacteur van Het

Weekblad, en uw rubriek is „Mensch erger

je niet"."

Toen zei ik A-C.

En hij bood nvg een kop T.

Het Weekblad C. en T. Het leve!

^^^

'.■■■■' . .■■..■■■■■."■ ■■■■,■■■ ^ .■ - ■■.■...*.' :--.;■ ■,' -,:.■

gaven zich naar het kleine kamertje.

Monsieur Verstraeten bleef buiten wach-

ten. Hij zag het verschrikkelijke liever

niét meer. Het duurde bijna een uur,

eer zij zich weer bij hem voegden. De

burgemeester had zijn opschrijfboekje

in zijn hand.

„Alles is duidelijk," verklaarde hij.

„De spaarduitjes van de arme vrouw

zijn verdwenen! Vanavond, of morgen

vroeg op zijn laatst, zal de jongeman

in onze handen zijn. Wilt u mij alstu-

blieft uw naam en adres geven, mon-

sieur? U wilt toch wel getuigen?"

„Natuurlijk," beloofde monsieur Ver-

straeten.

„De jongeman," vervolgde de bur-

gemeester, „zal hoogstens twee dagen

van het gestolen geld profiteeren — dan

zal hij in de eenzaamheid over zijn

misdaad kunnen nadenken. Later

wel, misschien ontkomt hij wel aan de

guillotine, omdat hij nog jong is...."

Monsieur Verstraeten keek naar het

raam boven de deur. De stilte, die

heerschte, werd ■ door niets verbroken.

De gendarme, die de deur had gesloten,

zette zich buiten op een der stoelen.

„Louis Picard komt met den laat-

sten trein thuis," merkte de burge-

meester op, toen zij terugreden. „Een

treurige thuiskomst, monsieurI"

„In ieder geval nog beter dan wan-

neer hij onvoorbereid was thuisge-

komen en de deur had opengedaan,

zooals ik deed," zei monsieur Ver-

straeten huiverend, hoewel de zon hoog

aan den hemel stond.

Het beklagenswaardigste gezicht in de

kale kamer met de gepleisterde muren

van het raadhuis op den eersten mor-

gen van het onderzoek, leverde Louis

Picard, de houthakker, op. De tranen

stroomden .langs zijn bruin verweerd

gezicht, toen de burgemeester de eerste,

vriendelijke woorden tot hem richtte.

Hij was eens, men kon het hem nog

duidelijk aanzien, een flinke, kaars-

rechte man geweest. Nu. scheen hij

echter ineengekrompen, verslagen, door

de verschrikkelijke tijding, welke men

hem bij zijn thuiskomst had medege-

deeld. "

„Uw vrouw had wat geld, Louis

Plca rd?" vroeg de burgemeester hem.

„Marie was een zuinige vrouw," kwam

het antwoord met bevende lippen. „Ze

probeerde altijd wat over te leggen."

„Weet u hoeveel zij had?"

„Ze heeft het me nooit verteldI"

„Wist uw neet — de jongeman

tusschen de gendarmes daar, de jonge-

man, dien u alleen bij uw vrouw liet

— wist hij het?"

„Dat weet ik niet," antwoordde

Louis Picard. „Wel had hij altijd geld

noodig." s J a %

„U is naar Marseille geweest om een

bloedverwant te begraven?"

„Ja, mijnheer."

OEVRAAOD EEN 2e HANDSCHE

KOFFER-KINO

LIEFST „DE VRIJ"

AANBIEDING ONDER No. 401 VAN DIT BLAD


J

• ■ ■ ■•

„U dacht, dat u uw vrouw wel alleen

kon laten met dien jongeman, waarvan

wij weinig goeds hebben gehoord,

alleen met uw vrouw, op zoo'n een-

zame, afgelegen plaats?"

„Ze was zijn tante," antwoordde Louis

Picard snikkend. „Hoe kon ik denken,

dat hij zooiets verschrikkelijks zou

doen ?"

KON ZIJN SOKKEN NIET AANKRIJGEN

Had een half uur noodig' om op te staan.

Al vijftig' jaar rheumatiek.

Vijftig' jaar verdroeg deze man uit Dord-

recht ' zijn pijnen toen ontdekte hij, dat

hij er in een paar maanden af kon zijn. Uit

den brief, dien hij schrijft, kunt U zien, dat

zijn rheumatiek zeer ernstig was.

„Van mijn lie tot mijn 60ste jaar werd ik

steeds door hevige pijnen gekweld. Mijn

werkzaamheden brachten mede, dat . ik

's morgens heel vroeg op moest, maar het

gebeurde vaak, dat ik alleen voor het uit

bed komen meer dan een half uur noodig

had. Verder moest ik net als een kind ge-

holpen worden om mijn sokken aan te

trekken enz. Thans, na het gebruik van

slechts 3 flesschen Kruschen, beveel ik het

uit dankbaarheid voor mijn genezing ieder-

een, die aan dezelfde kwaal lijdt, ten zeerste

aan." J. F. Dordrecht.

II moet de rheumatiek dooden, voordat het

U neervelt. Zorg dat de rheumatiek U niet

steeds erger in zijn klauwen krijgt, zoodat

Uw gepijnigde gewrichten U ten slotte

noodzaken het bed te houden. Zoek de

grondoorzaak van Uw rheumatiek, NU, en

neem maatregelen die oorzaak te verwij-

deren. Rheumatiek is het gevolg van een

teveel aan urinezuur in het lichaam. Twee

bestanddeelen in Kruschen hebben het ver-

mogen urinezuur op t? lossen. Andere be-

standdeelen van dit zout helpen de natuur,

deze opgeloste kristallen door de natuur-

lijke kanalen te verwijderen. Verder zijn

er weer andere zouten in Kruschen, die

gisting van het voedsel in de ingewanden

voorkomen en houden daarbij niet alleen

d^ vorming van urinezuur tegen, doch

ook van andere lichaamsjfiften, die de ge-

zondheid ondermijnen. Onthoudt dus, dat

het „de kleine, dagelijksche dosis" Kruschen

is, die Uw lichaam bevrijdt van urinezuur

en Xl verre houdt van de ketenen der

rheumatiek.

Kruschen Salts is uitsluitend verkrijgbaar

bij alle apothekers en drogisten è ƒ 0.90 en

ƒ 1.60 per flacon.

Nu is het de meest geschikte tijd, dit alles

eens zelf te ondervinden — op 't oogenblik

kunt U Kruschen Salts probeeren op onze

kosten. Want door heel Holland zijn onder

de apothekers en drogisten duizenden fla-

cons Kruschen verdeeld, die verpakt zijn

met een gratis proefflacon. U kunt deze

gratis proefflacon gebruiken zonder de ge-

wone flesch Kruschen te openen. En als U

na deze proef niet volkomen tevreden bent,

kunt U de jfroote flesch terugbrengen bij

den winkelier, waar U haar kocht en hij zal

U Uw ƒ 1.60 (Uw geheele uitffave) zonder

omwegen terugbetalen. Maar vergeet niet,

dat de gratis proefflacon alleen verpakt is

bij de groote maat van ƒ 1.60 en dan nog

slechts voor een beperkten tijd.

Gaat dus naar Uw apotheker of drogist,

voordat hij deze groote proefpakken uit-

verkocht heeft.

Hollandsche verpakking waarborgt echtheid

De burgemeester boog zich over zijn

papieren. Monsieur Verstraeten, die

naast hem zat, keek naar den dunnen

bundel zonlicht, die zijn weg ge-

vonden had door de stoffige ruiten

en precies op het gezicht van den

jongeman tusschen de gendarmes viel.

Marianne, die eveneens door den

burgemeester was gevraagd aan zijn

tafel te zitten, schreef iets op een stukje

papier en gaf dit aan monsieur Ver-

straeten. Deze keek er naar en gaf

het toen aan den burgemeester, die het

met saamgeknepen lippen aandachtig

las. Daarna staarde hij eenige oogen-

blikken peinzend voor zich uit...

„Louis Picard," vroeg hij plotseling,

en het was aan den toon van zijn stem

duidelijk merkbaar, dat zijn houding

tegenover den houthakker een veran-

dering had ondergaan, „Louis Picard,

wäär heb je in Marseille gelogaord ?"

De aangesprokene hief zijn hoofd op,

en staarde zijn ondervrager niet-begrij-

pend aan.

„Ik vroeg je, waar je in Marseille

hebt gelogeerd?" herhaalde de burge-

meester geprikkeld.

Louis Picard haalde zijn schouders op.

„Dat weet ik niet meer," zei hij. „Ik

herinner me alleen, dat het een klein

hotelletje vlak bij het station was"

„Weet je niet mèèr?" vroeg de bur-

gemeester dringend. De ander schudde

koppig zijn hoofd. „Is dat niet zonder-

ling, Picard ?"

„Het was in de buurt van het huis

waar mijn neef was gestorven," ant-

woordde de ander nu driftig. „Ik zou

het ribg wel kunnen vinden, maar ik

heb den naam vergeten."

De burgemeester zweeg even; zijn

voorhoofd fronste zich. Toen, opeens,

schoot zijn rechter arm naar voren en

riep hij met groote stemverheffing uit:

„Of sta je daar soms te liegen, Picard ?

Sta je zoo te liegen, omdat je zélf,

voordat je dien Maandagmorgen weg-

ging, je vrouw vermoordde en haar

spaarduitjes stal, wat geld - aan dien

halfidioten jongen gaf en hem over-

haalde kleeren te koopen en naar Monte

Carlo te gaan om zoodoende de ver-

denking op hèm te laden ? Hoé heb je

-21

VACAnTIE-HERinMERmG

BEZOEKT HET

EFÄSTA"

TIHiim EIS

TE DEN HAAG

hem gesuggereerd, dat hij den moord

heeft gedaan ... ? Louis Picard, je bent

niét naar Marseille geweest I Zeg op,

waar ben je geweest? Antwoord,

Picard ..."

De houthakker rees half op. Zijn

oogen schenen plotseling met bloed

doorloopen. Hij slikte verscheidene

keeren, maar kon geen woord uit-

brengen.

Een gendarme trad het vertrek bin-

nen en fluisterde den burgemeester iets

in het oor. „Laat. haar direct binnen-

komen I" zei deze.

Louis Picard keek angstig naar de

deur. Een vrouw betrad, binnengeleid

door den gendarme, het vertrek. Ze

keken elkaar aan, lang en doordringend,

de man en de vrouw, en iedereen in

het vertrek begreep opeens klles. Als

een wrekende Nemesis stond de vrouw

hoog opgericht in de kamer. Haar

oogen gloeiden als vuur, en als blik-

ken werkelijk kónden dooden, had Louis

Picard zeker op staanden voet zijn

leven gelaten.

Er klonk een afschuwelijke kreet door

het vertrek. Niet van den man, niet

van Louis Picard, die absoluut niet

in staat was ook maar één woord uit

te brengen, wiens handen druk in de

lucht gebaarden en die vocht tegen een

bezwijming — maar van den jongen,

die tusschen de beide gendarmes stond.

,Zijn onverschilligheid was verdwenen.

Een zonderlinge, bijna verhelderde blik

lichtte in zijn oogen ... „Moederl"

schreeuwde hij.

„Ja, kind, ik ben het, je moeder!"

antwoordde de vrouw.

„Moeder, ik hèb tante niet gedood!"


„HOE ZALIG ALS DE JONGENSKIEL

riep de jongen. „Ik heb het niet ge

daan .. . Ik . .."

:,Neen, kind," antwoordde de vrouw,

..jij kunt het niet gedaan hebben, want

die schooier daar is de moordenaar van

mijn zusterl" Haar beenige hand wees

dreigend naar Louis Picard. „Hier, hier

is het geld, dat hij van haar gestolen

heeftI Hij bracht het me eergisteren,

zoogenaamd, omdat zijn vrouw het niet

langer veilig vond het bij haar thuis te

bewaren I Daarom vroeg hij, of ik het

onder mijn berusting wilde nemen ..."

Bij de laatste woorden wierp te

vrouw een bundel bankbiljetten op de

tafel van den burgemeester... Louis

Picard hing half bewusteloos op zijn

stoel. Hakkelend stamelde hij een be-

kentenis Toen tikte een gendarme

hem op zijn schouder. Het voorloo-

pig onderzoek was afgeloopen. Louis

Picard werd weggeleid . . .

Een half uur later zoowat zat de

burgemeester met zijn beide gasten bij

een flesch zoeten wijn in zijn mooiste

kamer. Hij was erg in zijn schik over

de wending, die de zaak had genomen.

„Dergelijke drama's zijn onder de

laagste klassen van de bevolking hier

heelcmaal geen zeldzaamheid," vertelde

hij. „Louis Picard hield, zooals nu ach-

teraf blijkt, eigenlijk van de zuster van

zijn vrouw, maar hij trouwde Marie, een

weduwe zonder kinderen, maar ' met

wat geld. De rest van de geschiedenis is

u bekend. U heeft gehoord van zijn

vrouws zuster, die in Nice woont, hoe

hij deze bijna iedere maand bezocht en

trachtte haar het hof te maken. Voor

het oog van de wereld hield hij

van zijn vrouw, maar ondertusschen be-

raamde hij plannen om haar uit den

weg te ruimen en zich van haar geld

meester te maken, in de hoop dan met

haar zuster te kunnen trouwen. Deze,

dit dient erkend, wist echter heelamaai

niets van zijn afgrijselijk voornemen.

Hoe wist u echter, monsieur," zoo

wendde hij zich tot monsieur Ver-

straeten, „nog vóórdat de zuster van

de vermoorde vrouw verscheen, dat de

jongen niet de moordenaar was, maar

dat Picard net zoo lang met hem had

geredeneerd, dat hij het in zijn simpel-

heid .geloofde ?"

Monsieur Verstraeten schudde zijn

hoofd. „Ik wist het niet," antwoordde

mj, „maar deze jongedame hier. Hét

briefje, dat ik u gaf, en waarin stond,

dat de jonge onschuldig was, kwam

van haar."

De burgemeester maakte een buiging

voor Marianne.

„Dan zou ik wel eens willen weten,"

zei hij, „hoe de jongedame aan de

schuld van den jongen is gaan

twijfelen ?"

Marianne keek heel ernstig.

„Door iets in zijn oogenl" ant-

woordde ze, rillend bij de herinnering

aan het oogenblik, waarop zij het ge-

zicht achter het raam boven de deur

had gezien. „Door iets, wat er in was,

en door iets, wat er niét in was."

De burgemeester keek haar vragend

aan.

„Ik kan het u niet nader verklaren,"

zei Marianne daarom. „Ik zou er slechts

één naam voor weten: vrouwelijke in-

tuïtie!" J

De burgemeester knikte begrijpend.

Hij hief zijn glas op en boog eerst

voor Marianne, en toen voor monsieur

Verstraeten.

„Door iets in zijn oogen," zei hij

terwijl. „Wel, ik heb eens in een

leeken-commentaar op onze wetten be-

treffende het voorloopig onderzoek ge-

lezen, dat de geboren rechter van in-

structie een instinct voor de waar-

heid dient te bezitten. Mademoiselle,

ik geloof, dat u door uw intuïtie het als

rechter van instructie verder zoudt kun-

nen brengen dan heel wat geleerde

criminalisten..."

Marianne glimlachte, maar zweeg.

Ook monsieur Verstraeten zei niets. Hij

dacht aan het mes van de guillotine,

dat nu neer zou vallen op den hals'

van Louis Picard, den houthakker van

St. Félix.

-22 —

Wij hebben altijd beweerd, dat Radox de

poriën van Uw huid reinig-t en Uw teint

verbetert, zooals niets anders dit kan doen.

Nu bieden wij U aan deze bewering te

toetsen — zonder kosten voor U. Wij heb-

ben onder de apothekers en drogisten door

heel Holland duizenden pakken Radox ver-

deeld, die eik verpakt zijn met een gratis

proefpak. U kunt dit gratis pakje gebruiken

zonder het gewone pak Radox te openen.

En als U na deze proef niet volkomen te-

vreden bent, breng dan het groote pak te-

rug naar den winkelier, waarvan U het

kocht. Hij zal U Uw ƒ1.25 (Uw geheele

uitgave) zonder omwegen terugbetalen. In

elk pak Radox is een boekje, waarin de

Radox huidverzorgingsmethode duidelijk

wordt uitgelegd. Maar vergeet niet, dat het

gratis proefpakje slechts voor beperkten

tijd verkrijgbaar is.

Gaat dus direct naar Uw apotheker of

drogist, voordat hij deze groote proef-

pakken uitverkocht heeft.

Radox is heerlijk geparfumeerd en ver-

krijgbaar bij alle apothekers en drogisten

è ƒ T.25 per pak. Een pak is toereikend

voor verscheidene weken. Imp.: N.V

Rpwntree Hnd. Mij., Keizersgracht 124,

A dam-C.

Voor Indië verkrijgbaar bij de Firma J.

van Gorkom & Co., Djocja, en hare filialen.

In nummer 399 van ons blad schreven wij onder een

foto van de bekende coloratuurzangferes Jeanne

Bacilek: Mevrouw Bacilek, die steeds medegespeeld

heeft in de aardige kinderoperettes van haar leerares,

mevrouw Hopman-Kwast, is voornemens deze nu

zelf te gaan opvoeren. — Het blijkt, dat deze zin

aanleiding tot misverstand kan zijn. Daarom zij hier

medegedeeld, dat het niet de bedoeling is van de

zangeres om deie/fde operettes te spelen, doch

alleen operettes op te voeren op de manier zooals

haar leerares mevrouw Hopman-Kwast, dit deed,

doch met eigen koor, eigen muziek, eigen costuums

en eigen parlando.

m*

Heelemaal zwart was ze niet.

Want Douglas, de groote Louis Douglas,

wiens roem aan zijn optreden is vooraf-

gegaan, en zijn medewerkers zijn café-au-

lait-achtig, al behooren ze tot het geslacht,

dat de Amerikanen „onze zwarte broeders"

noemen. Al behandelen ze hen ook alles-

behalve broederlijk.

Jazz-liefhebbers konden profiteeren van

de neger-revue.

Het orkest was subliem. Den heelen

avond speelt het. Alles uit 't hoofd, 't Zwart

van de orkestleden wordt niet vermengd

met het wit der muziekbladen.

Wanneer je je oogen dicht houdt, geloof

je niet, dat het heele orkest uit slechts vijf

leden bestaat, zooals iedereen, die zijn

oogen wel open had, kon constateeren.

De drummer vooral is een phenomeen

op zijn gebied. Het contact met de spelers

is eveneens perfect. Als bijv. een der

spelers met wijd-open mond een lied

schreeuwt en daarbij de vreemdste klanken

aan zijn strottenhoofd schijnt te ontlokken,

bemerkt niemand in de eerste oogenblik-

ken, dat niet de „zanger", doch het orkest

deze geluiden voortbrengt.

De spelers ook zijn in hun soort uit-

stekend. De mannelijke leden van den troep

beschikken over een voeten-techniek, die

verbaast; en daarbij een rhythme, zooals

slechts weinig Europeesche danseurs dit

hebben.

De stemmen zijn over het algemeen ty-

pisch Neger, zooals we dat van gramo-

phoonplaten kennen, doch in vele opzichten

beschaafder. Louis Douglas, de leider, die

tevens de mannelijke hoofdrol vervult, be-

schikt niét over een buitengewoon geluid,

hetgeen wel van Francis Mores gezegd kan

worden, die zelfs als opera-zanger lang

geen slecht figuur zou slaan. Bijzonder goed

is ook Louise Hopkins. Doch het viertal,

dat het „Neger-vokaal-quartet, de Jubilee

Singers" vormt, spant verreweg de kroon.

Zij Üjken in de wijze van hun samen-

zingen eenigszins op de Revellers, doch

verdet hebben ze met hen niets gemeen.

Ook de zeven girls leggen van goede

training en kundigheden getuigenis aL

L. E. K. Jr.

fe

^'■'

NIEUWS UIT

DE STUDIOS

nder regie van den kunstenaar Ge-

nina is een rolprent vervaardigd,

getiteld „Mitternachtsliebe". De

hoofdrollen spelen Daniella Parola, Made-

moiselle Gael, Peter Batscheff en Hans Adal-

bert von Schlettow.

Voor de Ufa-toonfilm "York" werden

de volgende artisten geëngageerd: Werner

Krauss (speelt de titelrol), Rudolph For-

ster, Grete Mosheim (de eenige vrouwen-

rol) , Hans Rehmann, Gustav Gründgens,

Theodor Loos, Raoul Asian, Waker Jans-

sen, Friedrich Kayssler, Günther Hadank,

Otto Wallburg, Eduard von Winterstein,

Carl Götz en Paul Otto. Regie voert Gustav

Ucicky.

Door de Berliner Tonfilm Manufaktur

werd Olga Tschechowa voor de titelrol in

de toonfilm „Natalie van Servië" geënga-

geerd.

De Echo-Film te Berlijn heeft drie nieu-

we filmmänuscripten aangekocht.

Onder regie van Victor Trivas is de toon-

film „Niemandsland" vervaardigd.

De bekende roman „Friedemann Bach"

van A. E. Brachvogel zal door de Deutscher

Kunstfilm G.m.b.H. worden verfilmd. Re-

gie voert Arzen von Cserépy; de hoofdrollen

spelen: Olga Tschechowa, Ciaire Rommet,

Iwa Wanja, Erna Offency, Toni Ebaerg.

Otto Gebühr, Eugen Klopfer, Hans Stuwe

Met Fritz Schulz, Hans Moser, Georg

Alexander, Trude Berliner, Ida Wüst en

Adele Sandrock in de hoofdrollen, is onder

regie van Georg Jacoby de bekende operette

„Verjüngter Adolar" (Muziek Walter Kol-

lo) verfilmd.

Charley Chaplin is van plan in 1931-

1932 twee speelfilms en acht kluchten te

vervaardigen. Deze tien films zullen alle

met toon worden opgenomen. Charley zal

zelf regie voeren. De kluchten worden door

den regisseur D'Arrast in scène gezet.

Onder regie van Richard Oswald zal Paul

Abrahams nieuwste operette „Die Blume

von Hawai" verfilmd worden.

De firma Greenbaum zal een vervolg ver-

vaardigen op haar succes-film „De Privé-

Secretaresse". Deze film zal getiteld zijn:

„De Secretaresse trouwt".

Paul Henckels is, na zes weken te Boe-

dapest gefilmd te hebben, weer te Berlijn

aangekomen.

Ernst Stahl Nachbaur zal onder regie

van Eric Charell in de Ufa-toonfilm „Het

congres danst" de rol van Napoleon I ver-

vullen.

Erika Glässner zal een vrouwelijke hoofd-

rol in de Ufa-toonfilm „Der Hochtourist"

vervullen. De mannelijke hoofdrol speelt

Otto Wallburg.

De hoofdrollen in de toonfilm „Der

Draufgänger", die onder regie van Richard

Eichberg wordt vervaardigd, spelen Hans

Albers, Martha Eggerth, Gerda Maurus en

Senta Söneland.

LOUIS DE VRIES,

die ook dit jaar wederom als gast bij de Kon. Ver. ,,Het Nederlandsch Tooneel" zal

optreden, viert 18 October zijn 60sten verjaardag.

(foto Reint Sasfiu/y, BloemendaelJ.

— *J —


«^...^•v i^m

- ■ ■ . ■ ■ ■ . ■

EEN VERRÄ3SEND 3LOT

ON3 TWEEDE COMPLETE VERHAAL

Toen Mrs. Edward Weatherby uit

haar auto stapte, die haar van

den schouwburg naar haar woning

had gebracht, bemerkte zij, dat er licht

brandde in de werkkamer van haar

man. Waarschijnlijk was hij dus thuis-

gekomen.

Zij hep haastig de stoep op en ver-

baasde zich, dat Edward haar niet reeds

tegemoet kwam, zooals zijn gewoonte

was. Zij hep naar zijn kamer en opende

de deur. De kamer was donker. Eigen-

aardig! Waarschijnlijk had hij juist op

het oogenblik, dat zij uit den auto

kwam, het licht uitgedraaid en was

hij naar boven gegaan. Het was echter

mets voor Edward, om niet op haar

te wachten 1

Zij staarde in het donker en gevolg

gevend ^an een plotselingen impuls,

draaide zij het licht aan.

Een groote, vreemde man stond voor

haar. Hij had een revolver in de hand

en keek haar kalm en ernstig aan.

„Ik had niet verwacht, dat er een

dame zou binnenkomen," zei hij veront-

schuldigend. „Het doet mij leed dat

ik u heb laten schrikken en ik zal

probeeren, het niet weer te doen, op

voorwaarde, dat u verstandig bent."

Hij sprak met de hoffelijke ge-

makkelijkheid, die den beschaafden

mensch kenmerkt en Mrs. Weatherby

was dan ook niet bij machte iets anders

te doen dan wachten tot hij was uit-

gesproken.

" He b ik de eer kennis te maken met

Mrs. Edward Weatherby?" vroeg hij.

„Ja," antwoordde zij. „Wat wilt u ?

Wie bent u? Waar is mijn man?"

„Dat weet ik niet," beantwoordde

hij haar laatste vraag. „Wilt u mis-

schien zoo vriendelijk zijn binnen te

komen en de deur te sluiten?"

Zij bespeurde, ondanks het beleefde,

verzoekende óók iets gebiedends in zijn

toon.

„U bent iets vroeger teruggekomen

dan ik verwachtte," vervolgde hij.

„Maar wie bent u dan?"

„Ik ben een man, die geen enkele

vrouw kwaad zal doen, tenminste niet

wanneer ik er niet toe gedwongen

word. Overigens... ben ik een in-

breker," vertelde hij met een onver-

schillige luchthartigheid, als zei hij: „Ik

ben tandarts of effectenhandelaar."

„InbrekerI" stootte Mrs. Weatherby

verschrikt uit.

„Ja zeker. U kwam alleen wat te vroeg

thuis, zooals ik u al zei. Ik had het

nog niet verder gebracht dan dit." Hij

wees op een artistiek Chineesch kastje,

dat in een hoek van het vertrek stond.

Ik heb het alleen nog maar opengebroken

en ik had geen tijd meer om te zien,

wat er in was."

Zij ademde verlicht op. Gelukkig had

hij dus het geheime vakje niet gevon-

den, waarin zij den briljanten armband

had opgeborgen, het laatste geschenk

van Edward, dat zij eenige dagen ge-

leden van hem had gekregen.

„U heeft dus pech gehad," merkte

zij spottend op. De wetenschap, dat

hij niets wist van het kostbare sieraad,

maakte haar overmoedig.

„Dat nu juist niet," pareerde de

man. „Ik heb in elk geval het genoegen

gehad, u te leeren kennen."

Mrs. Weatherby richtte zich be-

leedigd op.

„U doet beter, heen te gaan. Eigen-

lijk is het mijn plicht, de politie te

waarschuwen, maar ik zal het niét doen,

omdat ik mij niet goed kan voorstellen,

dat u werkelijk een misdadiger bent!"

„Zeker, het is uw plicht," beaamde

de vreemdeling. „Maar plichten zijn dik-

wijls erg vervelend. Bovendien, het

zou erg jammer zijn, als u de politie

waarschuwde — ik vermoed, dat ik

er een jaar of vijf door zou krijgen."

„Waarom kiest u niet eer. of ander

eerlijk beroep? Kunt u dat niet?"

„O, ongetwijfeld, mevrouw. Maar dat

levert zoo weinig op. Ik heb een goede

opvoeding genoten en ben gewend op

grooten voet te leven. Ik zou best

chauffeur bij. een of anderen parvenu

MOLLY LAMONT,

een Zuldamerlkaansche schoonheid, vervult haar

eerste star-rol In „House Full".

kunnen worden, maar ik zou mij dage-

lijks ergeren aan zijn manieren, of liever

aan het ontbreken er van. En overigens:

mijn tegenwoordig beroep heeft óók

zijn goede zijde. Ten eerste is het)

opwindend en avontuurlijk. Mijn leven

hangt aan een zijden draad en vroeg

of laat ga ik toch mijn ondergang

tegemoet. Ik weet bijvoorbeeld op het

oogenblik niet precies, wa't ik doen

zal. Ik kan natuurlijk het eenvoudigste

kiezen en vertrekken, want u zoudt mij

dat toch niet kunnen beletten. Maar u

zoudt om hulp kunnen roepen en dan

zou ik overhaast de vlucht moeten

nemen, hetgeen ik beneden mijn waar-

digheid acht."

„Vindt u wèl, dat het met uw waar-

digheid overeenstemt, om een dame met

een revolver te dreigen?"

„Och, dat had ik vergeten I Weest u

maar niet bang; ze is niet eens ge-

laden. Daar houd ik heelemaal niet van,

want men kan nooit weten wanneer

zoo'n ding afgaat."

Mrs. Weatherby glimlachte. Toen

zei zij peinzend: „Het is toch merk-

waardig! Hier- sta ik midden in den

nacht in mijn eigen huis te praten met

een inbreker."

Plotseling strekte zij haar hand uit

naar het schelleknopje.

„Ik zal het personeel wekken, dat is

het beste," verklaarde zij.

„Dat doet u niét," antwoordde hij,

terwijl hij haar doorborend aanzag.

[Vervolg op pagina 26}

VANAF

2 ct.

Ga met Uw Toccos ciga-

rette om als met Uw besten

wijn. Zij verdient 't, omdat

ook haar kwaliteit zoo uit

kan munten door zorg-

vuldige behandeling. De

Toccos Cigarette, in blik-

ken van 50 en 100 stuks,

kan voor onbeperkten tijd

haar volle oorspronkelijke

aroma blijven behouden.

Alléénimporteurs: Alvana Cy.

Plein 8a Den Haag

.

MÄLY DEL5CHÄFT,

DIE OPTREEDT IN „MEINE FRAU, DIE HOCHSTAPLERIN".

rForo UPA)


«o"

S -;

DqnS-

instituut

vu\!k

Privé- onder riekt

dagelijks

Cursus lessen

October-ttUxart

En^ekcii« en hol-

lanosche leeroren

Prospectus wordt

op aontrogegoarne

ycrslrdtt

^^

lcidschckadel02

hoekTnonon

amsterdamx.

Tel. 36047

(Vervolg van pagina 24)

„Maar neemt u eens aan, dat ik het

wèl deed/' opperde Mrs. Weatherby,

pogend tijd te winnen, om haar be-

sluit te nemen.

,,Pardon, mevrouw, ik moet u hierin

tegenspreken. Ik vergis mij nooit, wan-

neer ik het karakter van een vrouw be-

oordeel. Na alles, wat u thans van mij

weet, — bovendien heb ik u verteld,

dat ik ongewapend ben — zult u mij

niet aan de politie overleveren."

.,U waagt veel," vond Mrs.

Weatherby.

„Misschien hebt u gelijk. Maar ik

vrees de gevolgen niet, want mijn leven

is een aaneenschakeling van waaghal-«

zerijen."

Er klonk een ernstige ondertoon in

zijn stem en plotseling beval Mrs.

Weatherby: „Gaat u nu weg. Ik zal

u niet in handen van de «verheid laten

vallen, want ik heb medelijden met u

en ik wilde, dat u een eerlijk beroep

koos. Wilt u mij niet beloven, uw leven

heelemaal.opnieuw te beginnen?"

Hij lachte kort en bitter. „Dat is

een mooie vraag! Maar ik houd er

geen illusies op na. Die weelde kan ik

mij niet permitteeren. Ik ben er altijd

op voorbereid, dat ik iedere minuut

voor mijn ondergang kan staan. Ik heb

een inkomen noodig van vijf duizend

pond per jaar en dit is de eenige

manier, waarop ik het mij kan ver-

schaffen. Ik besteel alléén diegenen,

voor wie het geen groot verlies be-

teekent."

Mrs. Weatherby dacht aan haar

armband.

„Hoe kunt u dat altijd weten?"

vroeg zij.

„Alles wat ijc steel, is altijd ver-

zekerd. In werkelijkheid ben ik zélfs een

soort weldoener. Bedenkt u eens, hoe-

veel werk ik noodzakelijk maakl De

politie, de verzekeringsagenten, kortom,

allerlei personen zouden volkomen over-

bodig geworden zijn als er geen men-

schen zooals ik bestonden."

„En toch bent u niet meer of beter

dan een gewone dief."

„Dat ontken ik ook heelemaal niet."

„Het spijt mij zoo voor u."

Mrs. Weatherby voelde werkelijk een

innig medelijden met dezen man. Zij

wilde iets goeds, iets begrijpends tegen

hem zeggen, maar wist niets te bedenken.

Eindelijk bracht zij uit:

„Ga nu wegl Heusch, het moet. Als

iemand u hier vindt..."

Hij zuchtte en ging naar de deur.

„Vaarwel," riep zij hem nog na.

„Vaarwell" zei hij fluisterend. __

Zij hoorde de voordeur in het slot

vallen en bleef onbeweeglijk staan. De

wonderlijke ontmoeting had meer in-

druk op haar gemaakt, dan zij zichzelf

wilde bekennen.

Plotseling dacht zij aan het

Chineesche kastje, dat zij totaal ver-

geten had. Voor zoover zij kon zien,

had hij alleen het slot opengebroken.

Zij liep langzaam op hat meubel toe

en opende het geheime laatje. Het

was leeg!

Toen Edward Weatherby een half

uur later thuis kwam, vond hij zijn

vrouw in tranen voor het Chineesche

kastje in zijn werkkamer.

„Mijn armbandI" was alles wat hij

uit haar kon krijgen. Hij vatte aanvan-

kelijk niet, wat zij bedoelde, tot hij in

het geheime laatje keek en plotseling

begon hij iets te begrijpen. Doch

Edward Weatherby was een man, die

het leven aanvaardde, zooals het was.

Hij nam de zaak rustig op en poogde

zijn vrouw over het verlies te troosten.

„Huil niet, kindje," zei hij, terwijl

hij over heur verwarde haren streek,

„ik zal een anderen voor je koopen.

Wat is er eigenlijk gebeurd ?"

Hortend en stootend vertelde zij hem

hetgeen er was voorgevallen, er vooral

den nadruk op leggend, dat de inbreker

er niet als een gewone dief uitzag.

„Maar hoe is hij in 's hemelsnaam

in huis gekomen ?"

„Ja, daar heb ik heelemaal niet aan

gedacht. Hoe kän hij er in gekomen

zijn?"

Samen doorzochten zij het geheele

huis en vonden eindelijk een ingedrukte

ruit in het souterrain.

„Ik. ben blij toe," sprak Edward

GEBRUIK

STIEDS IID€ZAM ALS

VERSTERKINQSniDOEL

26 -

MARION DAVIES

zooals zij verschijnt In haar nieuwste M. G. M.-fllm

die door Robert Z. Leonard wordt geregisseerd.

Weatherby veriicht tot zijn vrouw, „dat

het alles nog zóó is afgeloopen. En

het is maar goed, dat je de politie

niet hebt trachten te waarschuwen, want

dan zou hij misschien geweld hebben

gebruikt."

„Ik begrijp het niet," zuehtte het

vrouwtje. „Hij was volkomen in mijn

macht en deed een beroep op mijn

edelmoedigheid. Hij zäg, dat ik mede-

lijden met hem had en onderwijl moet

hij den armband in zijn zak hebben

gehad 1"

Edward Weatherby lachte ■ cynisch.

„Ja, en dat was juist zijn truel Nu zie

je weer eens, dat je je niet door mooie

praatjes en smeekbeden moet laten be-

ïnvloeden I"

Den volgenden morgen zaten zij

samen aan het ontbijt, toen het dienst-

meisje binnenkwam en Mrs. Weatherby

een pakje overhandigde.

Zij opende het en bleef sprakeloos

op den inhoud staren. In haar hand

hield zij een étui en daarin lag haar

armband, waaraan een klein stukje

papier was bevestigd.

„Na uw edelmoedigheid kan ik het

niet houden," las zij.

„Heb ik het niet gezegd?" riep zij

verheugd uit. „Het was geen gewone

inbreker. Ik wist dadelijk, dat hij een

ridderlijk man wasl"

Maar Edward Weatherby bewaarde

het stilzwijgen. Hij meende de zaak

te begrijpen. Waren de briljanten in

den armband niet een onberispelijke

imitatie geweest?! Zij waren, hoewel niet

echt, toch prachtig en slechts een vak-

man kon het verschil constateeren. En

hij verdiepte zich in de vraag, of de

„inbreker" een ridderlijk man was ge-

weest of....een vakman!

N.V. AMSTEROAMSCHE

CHININE-FABRIEK

IN 'ÏWIÏII PJ&sJKlRD

(IM WEISSEN RÖSSL)

Tn „Carré" te Amsterdam is eindelijk het witte paard aangekomen.

1 Dit is echter niet een circus-paard, zooals men allicht, de traditie

getrouw, in dit gebouw zou verwachten, neen, dit witte paard is

een zangspel in drie bedrijven, bewerkt naar het blijspel van

Blumenthal en Kadelburg. Hans Müller verzorgde den tekst, (die

helaas in het Nederlandsch zeer leelijk klonk), Ralph Benatzky,

Robert Gilbert en Robert Stolz componeerden de werkelijk mee-

sleepende muziek.

Dit zangspel is onder regie van Oct. van Aerschot met zeldzanio

pracht ten tooneele gebracht en waar dit werk meer revue dun

ELSE D'HEUREUSE-GRASSAU.

FINALE TWEEDE BEDRIJF.

— 27 -

LOUIS DAVIDS.


m

operette is, speelt de aankleeding een belangrijke rol. Nu, men

kon zijn oogen den kost geven: dansen en costuums waren eerste

klas, evenals de decors.' Van alle medespelenden kan dit helaas

echter niet gezegd worden.

De vrouwelijke hoofdrol, Josepha Vogelhuber, waardin van „Het

Witte Paard", >vas in handen van Else d'Heureuse-Grassau. Ze

zag eruit om te stelen, haar stem heeft echter aan glans inge-

boet. Louis Davids was de chef-kellner Leopold Brandmeyer; zijn

humor was onweerstaanbaar.

Jacgues van Bijlevelt, Harry Collin, Oct. van Aerschot, John

Schiltnuizen, Jo Remy, Cisca Cremer en Corry Vonk waren goed

op dreef. Daarentegen waren Pola Cortez en Mirzl Jäger niet

tegen hun taak opgewassen; de eerste heeft geen stem, den tweede

hadden wij hetzelfde gewenscht.

Een extra woord van lof voor de prestaties van den kapelmeester

H. Davids. Het orkest was het hoogtepunt van den avond! E. W.

^"


•,,-- - .-


oord g-ing- en met King naar het groote

Iiotel reed, waar hij een kamer voor haar

huurde, die uitzicht g-af op de groote Kathe-

draal van St. Pieter, terwijl hij voor zichzelf

een kamer aan den anderen kant van 't hotel

en een verdieping lager gelegen, besprak,

begreep zij ten volle, dat de teerling was

geworpen en dat zij zich van haar kant niet

meer vergissen mocht. Hij had er haar op

allerlei manieren toe gekregen een onmo-

gelijke rol te spelen, en ze was vastbesloten

om ze te spelen met al de levendigheid,

handigheid en moed waarover zij beschikte.

Reeds had zij geleerd zijn blikken zonder

angst te doorstaan, en wanneer zij er aan

dacht, dat zij in haar nieuwe positie zoo-

veel te aantrekkelijker voor hem was ge-

worden, dan boezemde haar dit geen enkele'

vrees meer in. Ze verbaasde zich over de

hulpmiddelen, die ze in zichzelf had ont-

dekt en waarvan ze tot dan toe geheel on-

kundig was geweest. Ze begreep volkomen,

dat deze vermetele reis van haar in de

oogen der wereld slechts voor één uitleg-

ging vatbaar was; ze begreep heel goed,

dat het gevolg er van op de een of andere

wijze beslissend voor haar heele verdere

leven zou zijn, en dat zij Kings wil moest

breken als ze wilde voorkomen, dat hij

haar veroverde. Maar ze zag niet op tegen

de krachtproef, die van haar gevergd werd.

King bewees een bewonderenswaardige

gids te zijn. In de paar uren, die zij tot hun

beschikking hadden alvorens zij naar het

Westen vertrokken, maakten zij een tocht

door de oude stad en bewonderden het

panorama, dat zich voor hen uitstrekte,

toen zij op den top van den berg stonden,

waaraan Montreal haar naam ontleent.

Voor hen uit stroomde de breede St. Law-

rence-River naar den verren horizon, waar

zij zich scheen te verdeelen in duizenden

meren en kleinere stroomen. Terwijl zij er

naar keken, vroeg King haar, of zij er iets

voor voelde een groot gedeelte van de reis

te water af te leggen.

„Het komt zoowat op hetzelfde neer," zei

hij, „alleen zal de tocht over het meer on-

geveer een dag langer duren. Ik heb zelf

nooit die route genomen, maar iedereen

zégt me, dat ik het doen moet. Je zou

Engeland in een van die meren kunnen

stoppen," voegde hij er glimlachend bij,

„en dan zou het een eiland zijn."

Sylvia probeerde zich zooiets dergelijks

voor te stellen, maar het lukte haar niet.

„Ik geloof, dat het prachtig zal zijn. Vindt

ü het niet erg?"

„Neen, ik zou zelf liever den tocht te

water doen. Mag ik u gelukwenschen?"

„Waarmee?"

„Wel, als ik het zeggen mag, dan geloof

ik, dat u er de laatste dagen veel beter uit-

ziet."

„Ik voel me ook beter," antwoordde ze

opgewekt.

Ilk zal vanavond beslist nog

naar de sociëteit moeten...

„Dat is prachtig nieuws. Maar mag ik

vragen waarom?"

„Wilt u het werkelijk weten?"

„Het interesseert me zeer."

„Dan, eerlijk, geloof ik, dat het is omdat

ik lang niet meer zoo bang voor u ben."

Hij lachte hartelijk. „Ik heb nooit gewild,

dat u bang voor me was."

„O," antwoordde ze eenigszins geërgerd,

„neemt u me niet kwalijk. Ik moet me dan

a! heel erg hebben vergist."

Onwillekeurig kwam hij een stap nader.

Nooit nog, dacht hij, was ze zoo onweer-

staanbaar geweest als op dat oogenblik en

nooit nog had hij zich zoo onzeker van

zichzelf gevoeld. Hij begon op een nieuwe

manier naar haar te verlangen; zijn liefde

scheen minder materieel, meer geestelijk te

zijn geworden. De liefde van een nieuwen

man voor een "nieuwe vrouw. Hij begreep

niet, hoe dit kwam en waarom zij minder

genaakbaar scheen naarmate zij hem be-

geerenswaardiger leek. Toen opeens merk-

te hij, dat zij tegen hem glimlachte.

„Ik vraag me af," zei hij, „of u op weg

bent een groot actrice te worden."

„Dank u voor het compliment," ant-

woordde ze. „Misschien is het omdat ik

overtuigd ben, het goed te móeten doen,

dat ik zoo'n goed begin maak."

Op deze woorden vond hij niet direct een

antwoord.

Dien avond vertrokken zij, bereikten den

volgenden middag het begin der groote

meren en gingen aan boord van een ko-

lossaal groote boot, die minstens even veel

comfort bood als de „Mondania". De uit-

gestrektheid van den waterplas maakte een

grooten indruk op Sylvia, die van meren

geen andere voorstelling had dan van de

poelen en plassen, die zij in Engeland had

gezien. Het meer waarop zij nu voeren

scheen geen eind te hebben. Uur na uur

ploegden zij voort onder het schitterend

blauwe uitspansel, zonder ergens land te

zien, en niet voor den volgenden ochtend

bereikten zij den anderen oever. Ze waren

laag en zwaar beboscht en terwijl zij er

langs voeren zag Sylvia hier en daar wat

hutten bij elkaar liggen, die bestemd waren

binnen weinige jaren uit te groeien tot

rijk bevolkte nederzettingen. De hemel was

hoog en blauw, de lucht helder, prikke-

lend en scherp, en het gansche wijd-

sche tafereel, dat als het ware een

voorafbeelding was van haar toekomst, im-

poneerde haar ten zeerste. Eindelijk voer

de boot een breede rivier op.

Ze wendde zich tot King, die naast haar

over de verschansing leunde.

„Dit is zeker bijna het eind van de reis,"

zei ze.

„Neen, we zijn nu ongeveer halverwege.

Waar u nu is, bevindt u zich op ongeveer

duizend mijl van zout water verwijderd."

Hè, moet Je nu al weer

weg? Waarom?

MUN PIEPA 30 —

^^^_-__-___M__

B QQCUEM

„Duizend mijl?" vroeg ze verbaasd.

„Ja, en het grootste meer van alle moe-

ten we nog oversteken — het Lake Supe-

rior. De rivier, waarop we nu varen, stroomt

er in uit."

„Maar wat wordt er van al dat water?"

„Het gaat bij wijze van Niagara-water-

vallen bij Montreal en Quebec in zee. Wat

wij op het oogenblik doen is niets anders

dan de St. Lawrence opvaren tot aan haar

oorsprong."

Sylvia begreep eigenlijk niet veel van

hetgeen hij zei; ze kon er zich geen voor-

stelling van maken. Nooit had zij durven

droomen van dergelijke afstanden. Toen

herinnerde zij zich, dat dit de reis was,

waarvan Brent had verwacht, dat zij ze

alleen zou maken. Zou hij zich wel hebben

kunnen indenken, wat dit beteekende?

„In welke richting ligt de Victrix?"

vroeg zij.

King wees naar het Westen. „Vijf of

zeshonderd mijl naar dien kant, 'niet zoo

erg ver meer in vergelijking met hetgeen

wij achter ons hebben. En over een uurtje

gaan wij het Lake Superior al op."

Het gebeurde zooals hij zei. Ze kwamen

in een reusachtige sluis, waar de boot

langzaam naar een hooger gelegen water-

oppervlakte werd gebracht, terwijl Sylvia

op dek stond en geheel in het tooneel om

hoar heen opging. De twee jonge steden

lagen hier vlak tegenover elkaar, de een

Canadeesch, de ander Amerikaansch, ter-

wijl tusschen hen in de groote watervallen,

waarmee het Superior-meer haar kolossale

watermassa loost, een daverend geweld

maakten. De lucht scheen van het geluid

te trillen; een diep, zacht gerommel als van

een verren donder. Van kust tot kust strek-

ten zij zich uit, één reusachtige stortvloed,

waarover de wateren van het grenzenlooze

Westen zich met onweerstaanbare kracht

heen stortten. Prachtig waren de kleur-

schakeeringen in het vallende en bruisen-

de water, dat soms in millioenen paarse,

roode, gele en groene droppels scheen uit-

een te spatten. Het overweldigende van dit

tafereel, het zware, soms bassende geluid

en de kleurenpracht, maakten een diepen

indruk op Sylvia, een indruk, die haar de

eerste uren steeds bij bleef.

Daarna voeren zij weer verder, de onder-

gaande zon tegemoet. Weer het onmete-

lijke uitspansel, weer de spiegelgladde op-

pervlakte van het meer, dat zich tot in de

oneindigheid scheen uit te strekken.

^at beteekent dat?

1 Eon 0 In ndlj fei f.-Cl. zoV ais

er c ui «en rt-n ziln. \ erd iet

over ; (UI ■V,Tl i-s Uc ei lit-

1 irt-noot i OüKt 2 In vrouw:

het b« h'M n ppo •dlK tot t

verlt di n Nli UW I 1 ucl ti«

hanr d VOT Sll 11, in. Wat

Kopitein W. verloor in enkele jaren

zijn haar geheel en a!- Opmerkzaam

gemaakt op Silvikrin gebruikte hij dit

en herwon zijn vol haar. Dit bevestigt

Prof. Dr Polland's vaststelling, dat

Silvikrin uitgeputte haarwortels tot

nieuwen groei kan brengen.

Pe filmster Foy

Holz (dochter v. d.

letterkundigen Dr.

Holz) zegt: Mijn

haar glanstals zijde.

is geurig, valt niet

uit en is gemak-

kelijk te kappen

dank zij Silvikrin

Mevr. Tr. Flo :

Door Uwe zakelijke

argumenten over-

tuigd, gebruik ik

Silvikrin. Het houdt

mijn haar gezond

en weelderig. Ik

beveel het overal

aan.

Nadat ik tevoren alle andere middelen

tevergeefs had geprobeerd, heb ik thans

door Silvikrin nieuw prachtig haar ge-

kregen, dat gezond doorgroeit. Van de

foto's kunt U naar goeddunken gebruik

maken, schrijft ons de heer W.

niet een

haar hier

wel

haren hier

en

haren daar

beteekent dat ?

Ergens aan de grens van Tibeth, in de

buurt van Kiayukan, op een heuvel over

de groote noordelijke rivier moet hij

eindigen. Bij een klein plaatsje aan de

kust van den Stillen Oceaan duikt hij

op, klimt over rotsen en bergen, vaak

haast steil omhoog tot aan de hoogste toppen,

kronkelt zich als een draak gelijk tot in liet on-

bekende ergens aan de grens van Tibeth.

Dat is de Chineesche muur, het geweldige 4000

kilometer lange bouwwerk. Eén millioen men-

schen heett er aan gewerkt.

Het doel? Bescherming tegen vijandige volkeren.

Het resultaat? Nog staat hij, doch wat haat hij in

dezen modernen'tijd, temeer waar hij niet wordt

onderhouden?

Zijn geschiedenis dwingt als het ware tot een

vergelijk met ons hoofdhaar. 75—100.000 haar-

wortels brengen jaarlijks circa 1 kilometer haar

voort. Dit is een geweldig bouwwerk der natuur.

Het dool? De hoofdhuid, de hersenen en het cen-

traal zenuwstelsel te beschermen tegen den in-

vloed van het weer. Het resultaat? Wat baat

de verbazende hoeveelheid van haarwortels, wan-

neer hun functie door onvoldoend en verkeerd

onderhoud wordt belemmerd on het haar wordt

verwaarloosd?

Niet steeds is verwaarloozing de oorzaak van

haarverlies. Ziekten van de hoofdhuid, ziekten

van het lichaam, zooals griep, verkoudheden,

storingen van de innerlijke afscheiding vooral

zijn evenvele oorzaken, dat liet haar dunner wordt

ca tenslotte uitvalt

De ergste vijand echter is de roos. De roos ont-

staat door een ziekelijke vergrooting der vet-

klieren. Steeds heviger wordt de kwaal. Witte

schilfers bedekken weldra de kleoding en het

haar begint uit te vallen. Wasschen met water

en zeep helpt slechts tijdelijk.

Hoe kan het anders. De ziekte moet genezen wor-

den. Niet met spiritus, of middelen, die do poriën

nog meer verstoppen en de teero weefsels slechts

prikkelen en do kwaal verergeren. De haarwor-

tels willen nog wel haar voortbrengen, o ja, zij

zijn ijverig genoeg, maar bun goede wil baat niet

als zij niet door de verharde hoofdhuid, die

meestal nog met een laagje vet (roos) is bedekt,

kunnen heenkomen!

Tenslotte geven zij het op, zij kunnen niet meer

en dan wordt de hoofdhuid kaal, de haar-

wortels verzwakken, verschroniiielen en sterven

fcnslotte, de hoofdhuid wordt hard. Dat is het

einde on dan is geen redding meer mogelijk.

Laat het nooit zoover komen, hoewel het ook

meestal dan nog niet te laat is, wanneer ten-

minste de haarwortels nog toeken van leven

geven.

Bestrijdt Uw haaruitval. roos kale plekken, hevige

jeuk van de hoofdhuid en kaalhoofdigheid met

Silvikrin. het beste dat de wetenschap kent.

31 -

Kaai! Met bitterheid wordt

de foto van enkele jaren ge-

leden bekeken. Maak de foto

opnieuw waar. — Silvikrin

brengt U Uw haar terug.

Eeuwen en eeuwen hebben de geleerden van de

goheele wereld gezocht naar een middel tot her-

stel van den haargroei. Thans is de vermaarde

geleerde Dr. Weidner er in geslaagd zijn theorie

tot werkelijkheid te maken, uit gezuiverd gezond

menschenhaar een oplossing te bereiden, en deze

houdbaar te maken.

Deze vinding: Silvikrin genaamd, bevat dus alle

stoffen, die noodig zijn, om aan don verzwakte,

uitgeputte haarwortels nieuwe voeding te geven

en ze levendig on gezond te maken.

Zij bestrijdt verder krachtdadig do roos on do

verharding van de hoofdhuid en verwijdert deze

-kwalen geheel. Dat is van geweldige heteekonis.

Professoren en Doctoren zoggen: Wanneer ieder-

een, dio met zijn haar sukkelt, Silvikrin gebruikt,

dan behoort kaalhoofdigheid spoedig tot het ver-

leden.

Ondervind zelf welk een woldadigen, heerlijken

en levenopwekkenden invloed Silvikrin op Uw

hoofdhaar en hoofdhuid hoeft.

Wanneer U lijdt aan roos, vermindering van den

haargroei, kale plekken, kaalhoofdigheid, wan-

neer U 's morgens mot bezorgdheid de vele haren

in Uw kam bemerkt (een teeken dat Uw haar

ziek is), wacht dan geen dag langer, maar vraag

volledige gratis inlichtingen over Silvikrin on

het iKiekje „Ons Hoofdhaar", waarin op onder-

houdende wijze de vinding van Dr. Weidncr is

beschreven.

I.ant U monsters zonden van Silvikrin zonder

verplichting. Laat U duidelijk maken, waarom

Uw baar Silvikrin noodig beeft en boe U liet kunt

redden, maar doe het nu. Spoedig kan bet te

laat zijn. Zend slechts onderstaundon bon op.

Zend geen geld. U ontvangt alles gratis.

Aan Laboratorium Silvikrin RIIN

Verlaatslraat 52-56, Rotterdam UWIl

Als lezer van verzoek

ik U. mij zooals in Uw advertentie aan-

geboden, gratis en franco te zonden:

Naam:

Straat:

1. Hot boekje „Ons Hoofdhaar";

2. Een monster Silvikrin-Shampoon

voor twee hoofdwassebingen;

3. Een monster Silvikrin-Haarwater;

4. Ueoordeclingen van Doctoren

Plaats: I.Q3

Indien Uw adrea oii den bon ni'-t

duideltik leesbaar ja sehrlif het dan ff^

s.v.p. noH eens up een afzonderUJk f^ l

stuk papier. Beiden in open enve- i&Jx

IüPP« verzenden en met l'^ cent

f rankeeren.


BOJ DOOR eer JLBVBN

WOORDEN EN MUZIEK VAN HERMAN STENZ

s i

-tfi-

5^ fe ^

Voorspel. Wiooljjk^ Sohstm

mß f e

^m mm

wij hiermttejftt.weM Vnxzïïjk, lM4i.ti(

Kom, schep vreugde in het leven

En bekijk het met 'n lachl

Zit niet altijd vol met zorgen.

Moreen komt.er weer 'ndag.

Laat Uw liedje blij weerklinken.

Leutig moet het liedje zijn:

't Is de vreugde van het leven

En de beste medicijn I

'k5tAhier

g g

voor if met OM« di^b.je E n't

r | _ T I _ T r "

f i S ^

M4i.tig ,2or.|e. .loo/j.' JA, liet

g

lied i£ in ons le.veMVAnfiet

^ ^

Iied.je^ d

More magazines by this user
Similar magazines