Views
4 years ago

Poppels Oorlogsboek - Nicolaus Poppelius

Poppels Oorlogsboek - Nicolaus Poppelius

26. De bevrijding van

26. De bevrijding van Bedaf (Maria Verwimp) Dat de bevrijding komen zou wisten wij allen, maar dat wij, hier op dezen stillen hoek, wat zouden beleven, dat hadden we nooit gedacht. Dagen op voorhand hoorden we het kanongebulder en het naderde immer dichter. We zagen de Mustangs en de Spitfires laag over bosschen en wegen vliegen. De laatste Duitschers, die nog konden vertrekken, maakten zich, groen gecamoufleerd en dol van schrik, zoo vlug mogelijk, uit de voeten: eerst langs de groote baan, maar later werden ook minder belangrijke wegen gebruikt zooals den Bedafschen weg. Indien we niet zoo ernstig van hunne nederlaag waren bewust dan hadden we zeker gedacht dat we krankzinnigen voor ons hadden. Kinderwagens, fietsen met en zonder banden, triporteurs, kleine wagens waarmee de kinderen zich zoo goed vermaakten, namen ze met zich mee op hun aftocht die ging langs Bedaf naar Baerle- Nassau en Alphen. Kort maar hard klonken de bevelen. Allen waren we met grooten angst bevangen daar vele paarden verborgen stonden in de "Oude Lokken" midden in de bosschen om te ontkomen aan de ontvoering welke reeds aan velen eenige dagen te voren was te beurt gevallen. Daarom waren ze verstopt in ver afgelegen weiden. Zoo werd het 3 October. Een honderdtal Duitschers en vele Russische krijgsgevangenen verbleven nog op het kasteel in de Schrieken. Zij hadden nog juist op het nippertje, langs de wegen, kleine loopgraven aangelegd. Dat voorspelde het ergste. Rond 10 uur moesten de achterste hoeven van Bedaf, op Belgisch grondgebied, ontruimd worden. Te 11.45 uur zouden de anderen volgen, die wat dichter bij het dorp gelegen zijn. Met eenige pakken en dekens zagen we de bevolking vluchten. De eene hier, de andere weer elders, misschien den dood te gemoet! Er mocht niet te veel worden meegenomen, snauwde een officier ons toe, voor de soldaten moest er ook wat blijven. Daarmee konden we gaan, verjaagd tot 3 kilometer van huis, door niets ontziende vijanden. Intusschen naderden onze bevrijders, wier komst zoo vurig verlangd werd. Op sommige plaatsen zagen we vage wit-gele vlekken aan den gezichteinder: daar was reeds brand uitgebroken. Men hoorde nu duidelijk het knetteren van machiengeweren; wat zou de nacht ons brengen? Bijna niemand sliep; vurige gebeden werden van uit schuilgrachten en kelders ten hemel gestuurd. We waren een volk in nood. Eindelijk toch brak de morgen aan, maar nog waren de bevrijders er niet. De mannen mochten zich niet op straat begeven en zeker niet in het verboden gebied waar zich de grijze arenden nestelden voor een aanval. Schuw liepen de soldaten heen en weer om den minsten onraad te bespieden. Op de daken werden eenige dakpannen verwijderd en de loop van een machiengeweer grijnsde er door en daarachter een paar vijandige oogen die haat en wraak verrieden. De spanning had zijn toppunt bereikt. Het was namiddag op 4 October. Van op een tamelijk grooten afstand konden de bewoners een oog in 't zeil houden. 't Werd 5 uur, dan steeg er van uit een boerderij een rookwolk de hoogte in, doch er was geen hulp te bieden: de bommen vielen in de nabijheid. Een uur later nog steeds dezelfde rookwolk. Als het daar nu maar bij bleef! Maar neen! Rond 6 uur vatte alles vuur: 4 boerderijen ineens met daarbij nog vele graanmijten die in de velden stonden. 't Leek een ware vuurzee. Het begon al vroeg donker te worden en om 7 uur moest eenieder binnen zijn. Daar stonden de menschen nu, zwaar beproefd, ver van huis en zonder woning. De vlammen waren gezakt: het was nog smeulend vuur, wat overbleef van de eens zoo rustige boerderijen. Hoe ze in brand zijn geraakt is en blijft voor ons een vraag. Misschien door de Duitschers aangestoken, wat wel bijna zeker is, of misschien door het geschut! Donderdagmorgen, 5 October, waren eenige personen gaan zien hoe het er bijstond; nog steeds waren de achterste hoeven niet vrij, niemand kon ze bereiken. De voorste hoeven lagen daar verlaten en uitgebrand; men zag er nog halfverbrande dieren liggen of rondloopen. Vreeselijk schouwspel voor een vredelievend mensch! De weilanden, waarin de overgeschoten dieren van een 4 jaar lange opeisching of plundering, liepen, lagen nu bezaaid met gedoode beesten. En dat alles was het werk van een halven dag. Op den middag was het een beetje stiller geworden, als een rustpoos in een drama, om nadien met grootere hevigheid te worden voortgezet. Om van deze stilte te profiteeren, wilden vele menschen naar hun huis terugkeeren. Maar er was geen middel te vinden: de weg werd overal afgezet door de Witte Brigade. Velen maakten dan gebruik van kleine binnenwegen. De eerste hoeven bereikt, zagen we rond 2 uur groote tanks in de velden, maar dezen keer waren het onze vrienden de Polen. Een Poolsche Officier die zeer goed onze Vlaamsche taal machtig was, verklaarde ons dat ze van Baerle-Nassau kwamen om aan den rand van ons gehucht, een verbinding te sluiten met de Engelschen die het dorp hadden bevrijd. Wees voorzichtig, zoo zegde hij verder: want in de Schrieken zitten nog vele Duitschers. Het duurde niet lang of ze werden gevangen en weggevoerd om op hunne beurt kennis te maken met de kampen die zij zelf eerst voor anderen hadden voorbereid. Ga nu gauw terug, beval ons de Officier, alle gevaar is nog niet allemaal weg. Voor het vallen van den avond trad het geschut terug in volle actie. Ook de achterste hoeven van Bedaf, welke nog rechtstonden, zouden moeten buigen voor het oorlogsgeweld. 't was nogmaals het

vuur dat alles zou verslinden. Dezen keer werden er ook slachtoffers gevraagd. Twee soldaten van de verbondene legers; ze lagen er uitgestrekt langs den weg: dood. Nooit zouden ze nog naar hun geliefd Vaderland terugkeeren. Dit was de laatste, maar harde slag die aan ons gehucht werd toegebracht. Er sneuvelden ook nog enkele Duitschers. 't Was voor hun Hitler en zijn nazi-regiem, dat zooveel wanorde in de wereld heeft gebracht. Het was het bittere einde van het eens zoo trotsche Herrenvolk. Hun nederlaag was nu nabij. Oppassen was nu de boodschap want de Duitschers hadden nog vele mijnen gelegd in de Schrieken. Ze was onzichtbaar in een mijnenveld herschapen. Overal hingen er plaatjes, roode en witte, waar opstond: "Mines" als waarschuwing voor het groote, dreigende gevaar. Zoo gingen langzaam, maar zeker de dagen der gevechten voorbij. Tot op 26 October zouden we in het onmiddellijk bereik van den vijand blijven. Een onzer trouwe bezoekers was het zeer kleine verkenningsvliegtuig, het Mugske, dat elken dag boven onze hoofden zweefde. Het trok eenieders aandacht door zijn eigenaardig motorgeronk. 't Was schoon om zien hoe onze bevrijders, op den grond, berichten overseinden, en hoe het vliegtuig deze, draadloos, opving. Tot op den 26e October, daarna zou het verdere vliegtochten ondernemen; wij waren immers vrij! Al moesten we onze vrijheid duur betalen, toch zien we met hoop onze toekomst tegemoet. God zal ons blijven beschermen.

AAN 'T FRONT. KOPÉRËNNAÖEL ITAt*B Hot geveëht aan h«t ...
In het kielzog van Odysseus - Nederlandse Kring van Drascombe ...
Jeugd in Transvaalkwartier (pdf 2,6 mb) - Jos van den Berg ...
Schaak | e-book inkijkexemplaar - Vertelpunt UITGEVERS
ca. reeskampjr. - Stichting Papua Erfgoed
16/08/1914 - ten mandere Izegem
Reis naar een land dat niet meer bestaat - DeDS
WA Ti=QI(AMP '002 I(A AT~""J:l JVJ:I - Scouting Riethoven
De nieuwe vijand - Stichting Papua Erfgoed
REISVERHALEN UIT SURINAME - Surimaribonet
REDACTIEVERGADERING vrijdagmiddag vanaf 13u30 - lokaal 222
Bekijk het PDF bestand. - digitale bibliotheek voor de Nederlandse ...