PDF compleet - OTAR

otar.nl

PDF compleet - OTAR

Vakblad voor managers beheer en onderhoud infrastructuur

november, nummer 9

• Strooien. Wat hebben we geleerd?

• Daan Stuit van MKB Infra

‘In de infra moet alles goedkoop’

• Rooskleurige toekomst voor

waterbouwers

2010

Jaargang 91


Duurzaamheid

zit in onze genen

ARCADIS heeft een lange traditie in duurzaamheid. Al decennia lang is duurzaamheid een vanzelfsprekend onder deel

in onze projecten en adviezen op het vlak van milieu en ruimte, gebouwen, mobiliteit en water.

De komende jaren krijgt dat zelfs nog nadrukkelijker vorm, nu wij wereldwijd het maatschappelijk verantwoord

onder nemen tot integraal onderdeel hebben gemaakt van onze werkmethode: Sustainability by Design ® .

ARCADIS. Projectmanagement, ontwerpen, adviezen en ingenieursdiensten voor het v erbeteren van bereikbaarheid,

duurzaamheid en leefbaarheid. We ontwik kelen, ontwerpen, implementeren, onderhouden en exploiteren projecten.

Voor overheden en bedrijven, wereldwijd. Met 3.000 mede wer kers in Nederland, in een regionaal verankerd netwerk

van kantoren. Dichtbij onze klanten, denken we als onze klanten. Een heldere blik op het probleem. Creatief in de

oplossing. Daadkrachtig in de uitvoering. Resultaat telt.

Meer weten?

Bel 033 4771 153. Of bezoek ons op internet: www.arcadis.nl.

Kantoren in:

Amersfoort, Arnhem, Assen, Apeldoorn, Bodegraven, Eindhoven, Goes, Hoorn, Hoofddorp, Maastricht,

Marknesse, Rotterdam, Wageningen, Zwolle en ‘s-Hertogenbosch.

Imagine the result

november, nummer 9

Zoutloket alleen nog bij

crisissituatie

2010

Het zouttekort van vorige winter ligt nog vers in

ons geheugen. De winter staat weer voor de deur.

Rijkswaterstaat hoopt met 30.000 ton extra zout en

verbeterde contracten met leveranciers problemen te

voorkomen.

Daan Stuit, MKB Infra

Daan Stuit is sinds dit voorjaar de

nieuwe voorzitter van MKB Infra.

Hij maakt zich druk over de nieuwe

contractvormen, waarbij vaak te

hoge eisen worden gesteld aan

MKB’ers en over het onderwijs dat

tekort schiet.

Column Elco Brinkman

Actueel

Column Hans van der Togt

Agenda

Wie, wat, waar

Spoedaanpak

De aanleg en aanpassing van transportinfrastructuur

in Nederland kan

sneller en beter, zo rapporteerde de

commissie Elverding in 2008. De

versnelde aanpak van dertig hardnekkige

fileknelpunten is de eerste

praktijktoets. Inmiddels is ruim de

helft van deze spoedaanpakprojecten

in uitvoering.

18

4 10 28

9

17,25

22

35

36

Coverbeeld:

Rijkswaterstaat

Waterbouwers hebben

vertrouwen in de toekomst

De Nederlandse waterbouwers waren

ongetwijfeld verheugd toen staatssecretaris

Joop Atsma bekend maakte

dat het nieuwe kabinet volledig achter

de Deltacommissaris staat. Ook wil hij

de Deltawet zo snel mogelijk door de

Kamer krijgen.

november 2010

3


Daan Stuit, MKB Infra:

‘In de infra moet helaas

alles goedkoop’

Tekst: Astrid Melger

Daan Stuit is sinds dit voorjaar de nieuwe voorzitter van MKB

Infra. Hij maakt zich druk over de nieuwe contractvormen, waar-

bij vaak te hoge eisen worden gesteld aan MKB’ers en over het

onderwijs dat tekort schiet. Ook het gemak waarmee opdracht-

gevers nog steeds op laagste prijs gunnen, stuit hem tegen de

borst. “Wanneer u een televisie koopt, selecteert u toch ook niet

alleen op prijs?”

Een belangrijke verandering die de

laatste jaren in de infra-wereld heeft

plaatsgevonden, zijn de nieuwe

contractvormen. Wat betekent dat

voor uw achterban?

“Het is meer een gevestigde opvatting

dat ‘als het maar hele grote bedrijven

zijn, dan kunnen ze een opdracht wel

goed maken’. Maar in de praktijk is een

groot werk eigenlijk een kwestie van

organiseren en financieren. Als je die

twee dingen kunt, dan kun je eigenlijk

het werk maken.”

Zijn er voor MKB’ers dan voldoende

kansen? Er worden vaak hoge eisen

gesteld.

“Dat is exact wat het probleem is. Het

is niet gebaseerd op ‘kunnen ze het’,

maar de eisen worden dusdanig hoog

opgeschroefd dat veel MKB-bedrijven

niet in aanmerking komen. Dat is

een echt probleem. Vroeger sprak

men veel over scheve concurrentie

- dat ging over concurrentie tussen

aannemersbedrijven en loonbedrijven.

Omdat die in een andere CAO werken,

scheelt dat de opdrachtgever een

aantal euro’s per uur. Maar nu is er een

situatie waarin er geen concurrentie is.

Wanneer er een prachtig werk ligt dat

je als ondernemer prima zou kunnen

maken, kom je niet in aanmerking

omdat er onterechte eisen zijn. Je

mag domweg niet meedoen. Dus

eigenlijk is dat nog erger dan scheve

concurrentie.”

Komt dit vaak voor?

“We zien wel een toename. Een groot

gedeelte van wat er in de infra gebeurt,

wordt uitgevoerd door een beperkt

aantal heel grote bedrijven. Ik schat dat

dit om de helft van de bestedingen in

de infrastructuur gaat. Niemand beseft

dat die verhoudingen zo liggen. Het is

heel raar dat er altijd gefocust wordt

op die hele grote concerns. Dat is een

probleem. We proberen met elkaar wel

te onderzoeken of het inderdaad zo

is. Is er van de tien aanbestedingen

maar één geschikt voor het MKB?

Rijkswaterstaat als aanbesteder wil

ook graag weten of zij de eisen aan

moet passen. Het is ook in het belang

van de opdrachtgever dat er meer

werken geschikter zijn. Dat onderkent

Rijkswaterstaat ook. Als koper is het

natuurlijk goed om de markt zo breed

mogelijk te houden en om gebruik te

maken van de kennis die overal zit.”

De relatie met Rijkswaterstaat is dus

heel belangrijk?

“Jazeker, ik kan geen markt verzinnen

met zo’n dominante opdrachtgever als

infra. Bij 80 procent van de werken op

het gebied van infra is een overheid

opdrachtgever. Bovendien zijn ze

regelgever. Je hebt dus een gedeelde

verantwoordelijkheid voor die markt.

Je hebt elkaar nodig, je bent tot elkaar

veroordeeld. Wij betalen belasting en de

overheid is een soort rentmeester die

daar op een goede manier mee om moet

gaan. Die moet daar dingen van maken,

die daarna weer van ons allemaal zijn.

Als ik een huis laat bouwen en het is een

rothuis, dan heb ik een probleem. Als er

een weg of een riool wordt aangelegd

en die voldoet niet, dan hebben we met

zijn allen een probleem. Ik vind dat de

overheid het werk niet selectief mag

uitgeven aan een paar hele grote partijen

omdat dat toevallig heel goedkoop is, je

hebt ook een verantwoordelijkheid die

markt breed te houden. Een bedrijf met

een omzet van twee miljoen euro moet

je geen nieuwe Van Brienenoordbrug

gunnen, maar er zijn wel werken die

– net als in het verleden – in drie of

vier stukken hadden kunnen worden

geknipt. Wij zijn niet tegen het clusteren

van werk, als dat een hele goede

reden heeft. We zijn wel tegen onnodig

clusteren alleen omdat het makkelijk is.

Tegenwoordig wordt veel gesproken

over maatschappelijk verantwoord

ondernemen, ik wil graag aandacht

voor maatschappelijk verantwoord

aanbesteden. Neem als overheid je

verantwoordelijkheid.”

november 2010

5


Toch is bij Rijkswaterstaat duidelijk

het doel om naar meer zaken te

kijken dan alleen de laagste prijs,

denk aan de Economische Meest

Verantwoorde Investering.

“Dat is ook zo, maar dat zou veel verder

moeten gaan en het zou transparant

gemaakt moeten worden. Ik wil

precies weten welk onderdeel van een

inschrijving wordt gewaardeerd. Dat

is van belang en gebeurt nog veel te

weinig.”

Dus uiteindelijk draait het om de

laagste prijs?

“Ja, het draait altijd om geld en dat zou

niet zo moeten zijn. Het is ons aller bezit

en een gedeelde verantwoordelijkheid.

Als u een televisie gaat kopen, gaat

u waarschijnlijk in drie of vier zaken

kijken en besluit welke tv u voor welke

prijs wilt. Dat gebeurt nooit in de infra.

Er is een aantal aanbieders en er wordt

altijd gekeken naar de laagste prijs.

Maar verder doet niemand dat, anders

zouden we allemaal in dezelfde Lada

rijden. Je kijkt naar prijs-kwaliteit, maar

in de infra moet alles goedkoop.”

6 november 2010

U maakt zich ook druk over

opleidingen in de infra.

“Ik zie dat met opleidingen hetzelfde als

met aanbestedingen gebeurt. Als je in

Nederland doctorandus Slavische talen

wil worden, dan kan dat bijna geheel

op kosten van de overheid. Als je een

stratenmaker of een timmerman nodig

hebt, dan moeten we dat als bedrijfstak

zelf doen, anders gebeurt het niet meer.

Er is geen opleiding voor. Dat vind ik een

rare situatie. Als het dan zo is, vind ik

dat een overheidsopdrachtgever ervoor

moet zorgen dat er ook voldoende

leerplekken zijn. Als onze bedrijven

geen personeel meer kunnen vinden,

dan hebben wij een probleem. Ik vind

het een totale verantwoordelijkheid om

te zorgen dat er voldoende opleidingen

zijn en voldoende mensen worden

opgeleid om ons nationaal bezit aan te

leggen en in stand te houden. Maar dat

gebeurt niet. Wij moeten het doen, want

niemand anders doet het.”

Zijn de opleidingen verdwenen?

Vroeger had je de HTS, MTS en LTS. Er

is nooit een LTS Infratechniek geweest,

CurrICuluM VITAe

alleen een LTS Bouw. Je werd daarmee

metselaar, elektricien. Het huidige

VMBO heeft bijna helemaal niets

meer met techniek te maken. De

hele technische opleiding begint

eigenlijk op MBO-niveau. Een heleboel

drop-outs kwamen en komen in de

infratechniek terecht. Wij hebben daar

opleidingsinstituten voor opgezet,

maar die staan financieel onder

druk. Als wij het dan zelf moeten

doen, kan het kan natuurlijk niet zo

zijn dat subsidiestromen opdrogen.

Daarnaast zou je, zoals je dat in de

bouw kent, ook leerlingbouwplaatsen

in de GWW moeten hebben.

Opdrachtgevers zouden daar vaker

projecten beschikbaar voor moeten

stellen. Bijvoorbeeld het aanleggen

van een parkeerplaats, waarbij het niet

uitmaakt of die een week later klaar

is. Dit lukt niet meer. Het organiseren

van leerlingbouwplaatsen is mij wel

een paar keer gelukt, maar dan vooral

bij wethouders van linkse signatuur.

Die hebben wat meer met opleiden en

zorg en zijn bereid dat te verdedigen in

de politiek. Daar gaat het om, je moet

Opleiding

MTS Weg- en Waterbouw

Kader Opleiding Bouwnijverheid

Hogere bedrijfsleiding ISW en diverse management cursussen

Werkervaring

• Medewerker ingenieursbureau in de infrastructuur

• Civil engineer bij Chemisch concern t.b.v. nieuwbouw

projecten en onderhoud

• Bedrijfsleider aannemingsbedrijf grond-, weg en

waterbouw (GWW)

• Directeur aannemingsbedrijf in de Bouw en GWW

• Directeur / Eigenaar aannemingsbedrijf GWW

(tot medio 2006)

• Adviseur MKB ondernemingen

Functies

• Naast het dagelijks werk, jarenlang als bestuurder en

voorzitter van grote brancheorganisaties

• Commissaris bij middelgroot bedrijf

• Algemeen bestuurslid VNO/NCW

• Voorzitter landelijke branche-organisatie MKB INFRA

• Lid Presidium Aannemersfederatie Nederland

• Voorzitter Adviescentrum Aanbestedingen Grond- Weg- en

Waterbouw (ACA GWW)

je nek willen uitsteken om een goede

zaak te maken. Dat gebeurt steeds

minder.”

Is het voor een MKB’er nog wel leuk

om in de infra te zitten?

Ja, het is heel erg leuk om dingen te

maken, maar het is wel hartstikke

moeilijk. Zeker nu. De recessie heeft

zijn uitwerking op alles. Als je iets

produceert als theekopjes, dan kun je

in slechtere tijden toch doorproduceren

en het tijdelijk opslaan. Dat kan in

onze markt natuurlijk nooit. Ik heb wel

eens gepleit dat opdrachtnemers de

uitvoeringstijd mogen kiezen. Soms

komt het een aannemer veel beter uit

om iets twee maanden later te doen

en kan dan een betere prijs bieden.

Het betekent dus inkoopvoordeel voor

de opdrachtgever en een geweldig

voordeel voor de ondernemer. Want

onze beste jaren zijn als de werken

toevallig op een rijtje vallen. Ik zeg ook

bewust toevallig, want je kunt er niet op

sturen. In een aanbesteding ligt alles

vast en daar valt niet over te praten.”

Be there fi rst

Loopt het aantal bedrijven in de MKB

infra terug?

“Dat valt mee. Maar wat is MKB?

Wat is de definitie? Ik ervaar niet dat

ze met bosjes omvallen en als er al

bedrijven failliet gaan, wat natuurlijk

altijd gebeurt, dan ontstaan er ook

weer andere. Wij werken natuurlijk erg

regionaal. Je bent als bedrijf dikwijls

een verlengstuk geworden van een

aantal opdrachtgevers, die uitbezuinigd

zijn. Gemeenten doen veel minder dan

in het verleden. Bij calamiteiten worden

heel snel bedrijven uit de omgeving

gebeld. Dat is voor veel MKB-bedrijven

de basis van hun bestaansrecht.”

Dus het loont nog steeds om als pas

afgestuurde voor jezelf te beginnen?

“Jazeker, dat vind ik wel.”

U bent dit voorjaar aangetreden als

nieuwe voorzitter. Gaan de leden

daar wat van merken?

“Als het goed is wel. Wij zijn een heel

jonge organisatie en mijn voorganger,

Theo van der Kuil, heeft ons echt

fantastisch op de kaart gezet. Mijn

De wereld ontwaakt, natuurlijk zijn de straten sneeuw- en ijsvrij. We moeten kunnen vertrouwen op de

begaanbaarheid van ons wegennet. Zeker in de wintermaanden wanneer de wegen geteisterd worden

door sneeuw en gladheid. Nido, dé specialist op het gebied van gladheid bestrijding: Innovatief, betrouwbaar

en effi ciënt. Uiteraard worden de Nido strooimachines met alle zorg voor het milieu ontwikkeld en

is ook het gebruik ervan afgestemd op een minimale belasting van het milieu. Natuurlijk Nido!

focus ligt nu wat meer op de leden zelf.

Ik wil de leden meer betrekken, meer

commissies bemannen die in de gaten

houden wat er op de markt gebeurt qua

aanbestedingen, arbeidsvoorwaarden,

cao’s, duurzaamheid et cetera. De

voorzitters van die commissies die

komen in het bestuur, zodat zij terug

kunnen koppelen wat er allemaal

gebeurt. Ik vind het belangrijk de

leden te betrekken, dat zij zelf actief

zijn binnen de vereniging. Tenslotte

behartigen wij hun belangen en dan

werkt directe betrokkenheid het

beste.”

T 0548 370000, www.aebi-schmidt.nl


Verhuur en handel

Rijplaten en Draglineschotten

RUIM OP TIJD OP DE PLAATS

VAN BESTEMMING ZIJN?

Cofely maakt ’t waar.

De toename van het verkeer maakt een goede doorstroming steeds belangrijker.

Hoe kunt u vaarwegen, tunnels of bruggen bouwen of onderhouden zonder

extra hinder te veroorzaken? Of verkeerscentrales en waterinstallaties optimaal

laten functioneren? Met duurzame technologieën, een integrale projectaanpak en

ver vooruit in duurzame technologie

Met een vloot van diverse begeleidingsvoertuigen voor

de binnenwateren, biedt SwetsODV ondersteuning bij

projecten in de waterbouwkundige en watergebonden

infrastructuur.

SwetsODV is flexibel inzetbaar voor:

• assistentie bij infrastructurele waterwerken

• survey – en inspectiewerkzaamheden

• schouwen van vaarwegen

• scheepvaartbegeleiding op de binnenwateren

• transport van personeel en bemanningsleden

BEDIENING BINNENVAART VEREN NAUTISCH BEHEER

T +31 (0) 88 6191234

www.swetsodv.com

uitgekiende onderhoudsconcepten maakt Cofely Energy & Infra het waar. Waarbij

één regisseur zorgt voor een optimale planning en afstemming. Wilt u weten wat onze

oplossingen voor u kunnen betekenen? Kijk op www.cofely.nl voor meer informatie,

praktijkvoorbeelden en de mogelijkheid om een persoonlijke afspraak te maken.

Het is altijd een goede zaak wanneer organisaties bereid zijn

om hun eigen opereren bij betrokken partijen en belanghebbenden

te toetsen. Of het nu over de ingezette koers gaat of

eerder geformuleerde doelstellingen. Dat geldt zeker voor

organisaties die in de publieke arena actief zijn en hun activiteiten

ontplooien met gemeenschapsgeld. Het is dan ook te

prijzen in Rijkswaterstaat dat zij bij haar opdrachtnemers te rade

is gegaan hoe zij haar zien als opdrachtgever. Met als uitgangspunt

de ambitie van Rijkswaterstaat om een resultaatgedreven,

deskundige, vernieuwende en betrouwbare opdrachtgever te

zijn. Eén waar marktpartijen graag mee samenwerken.

Het getuigt van openheid dat zij onder meer Bouwend Nederland heeft gevraagd om gezamenlijk de vragenlijst

op te stellen. De resultaten van de enquête, die door ongeveer de helft van de 900 aangeschreven grote

en kleinere opdrachtnemers is ingevuld, verschaffen een helder inzicht hoe de geënquêteerden momenteel

tegen Rijkswaterstaat aankijken. Er is waardering waar het de betrouwbaarheid en de integriteit betreft. De

tijdigheid van betaling, die is gerealiseerd, is daarbij een belangrijke graadmeter. Op openheid en transparantie

scoort Rijkswaterstaat ook goed. Al wordt wel geconstateerd dat de besluitvorming, na bevraging van

de markt, toch vrij eenzijdig is en de bedrijven niet altijd de resultaten van hun suggesties terugzien.

De bedrijven merken wel duidelijk dat Rijkswaterstaat een nieuwe koers is ingegaan. Het beleid ’Markt,

tenzij’ heeft gezorgd voor een toename van geïntegreerde contracten, wat heeft geleid tot een betere invulling

van de toepassing, zoals functioneel specificeren en EMVI. Er wordt ten opzichte van 2004 door tweederde

van de marktpartijen geconstateerd dat er een positieve ontwikkeling is in het functioneel specificeren,

in consistent en herkenbaar marktbeleid, in meerjarige programmering en het optimaliseren van contracten.

Echter de bundeling van contracten wordt door kleinere ondernemingen en specialisten als een groeiende

hobbel ervaren om als hoofdaannemer aan de slag te kunnen gaan.

Uit de enquête blijkt verder dat er nog een weg te gaan is waar het de transactie- en inschrijvingskosten

betreft. Een kwart geeft aan dat er nog steeds niet noodzakelijke informatie bij inschrijvingen wordt gevraagd.

Hetzelfde geldt voor de risicoverdeling. Die wordt nog al eens als onevenwichtig ervaren. Het beleid van

’Markt, tenzij’ heeft in de afgelopen jaren gezorgd dat er minder technische kennis bij Rijkswaterstaat aanwezig

is. Dit geven de bedrijven ook aan in de enquête. Daarnaast merken de bedrijven dat de uitvoering

van het beleid en de uniformiteit in deze, nog wel eens kan verschillen tussen de landelijke organisaties en

de regionale diensten. Zoals gezegd verdient de enquête lof. Het is nu zaak om de verbeteringen verder

door te voeren en de minpunten aan te pakken. Dat kan door elkaar kritisch en met open vizier te blijven

volgen.

Mr. drs. L.C. Brinkman

voorzitter Bouwend Nederland

Column

Elco Brinkman

Waardering

november 2010

9


Spoedaanpak praktijktoets voor efficiëntere

infraprojecten

Snellere besluitvorming

vereist betere

samenwerking

Tekst: Constant Gras

De aanleg en aanpassing van transportinfrastructuur in Nederland kan sneller en beter, zo rap-

porteerde de commissie Elverding in 2008 aan het toenmalige kabinet Balkenende IV. De ver-

snelde aanpak van dertig hardnekkige fileknelpunten onder de wet Versnelling Besluitvorming

Wegprojecten kan in dat kader gezien worden als de eerste praktijktoets. Inmiddels is ruim de

helft van deze spoedaanpakprojecten in uitvoering.

“Van meet af aan was duidelijk dat de samenwerking met

marktpartijen, omwonenden en weggebruikers de cruciale

factor is om de gewenste versnelling ook daadwerkelijk te

realiseren”, zegt Louis Schouwstra, namens Rijkswaterstaat

ambtelijk opdrachtgever voor 22 van de dertig

spoedaanpakprojecten. In zestien van de dertig projecten

past Rijkswaterstaat dan ook ‘de nieuwe marktbenadering’

toe waarbij bouwaannemers de ruimte krijgen en

geprikkeld worden om zowel technisch als organisatorisch

met slimme en innovatieve oplossingen te komen. “De

openheid en duidelijkheid die daartoe in de communicatie

centraal staat, geldt ook in de relatie met omwonenden en

weggebruikers”, aldus Amiranda Abbes, projectleider van

enkele spoedaanpakprojecten.

Projecten op het gebied van transportinfrastructuur en

ruimtelijke ordening hebben in Nederland vaak een zeer lange

looptijd, met name door uitgebreide wettelijke procedures

in de planvormings- en beroepsfase. Het doortrekken van

de A4 vanaf Delft naar Schiedam is hiervan waarschijnlijk

het bekendste voorbeeld. Na bijna vijftig jaar praten, is dit

jaar definitief besloten om dit A4-tracé aan te leggen. Dat

de besluitvorming over ruimtelijke projecten sneller moet én

kan, wordt politiek al jaren breed onderschreven.

Sneller en beter

In 2007 stelden de toenmalige ministers van VenW en VROM

de Commissie Versnelling Besluitvorming Infrastructurele

Projecten in. Deze commissie Elverding, genoemd naar haar

voorzitter, onderzocht waar het fout gaat in de besluitvorming

rond deze projecten en hoe het beter kan.

Als één van de belangrijkste oorzaken voor vertraging in de

besluitvorming noemt de commissie ‘de beperkte en late

betrokkenheid van bewoners, maatschappelijke organisaties

en decentrale overheden in de planfase’. Daarnaast

wordt onder meer aandacht gevraagd voor ‘de kwalitatief

onvoldoende ambtelijke voorbereiding’, ‘een bestuurscultuur

met voortdurend wijzigende inzichten’, ‘onduidelijkheden

over budget, planning en organisatie’ en ‘juridische factoren,

met name op het gebied van natuur- en milieuwetgeving’.

De aanbevelingen van de commissie betroffen het

vernieuwen van de verkenningsfase (betrokkenen eerder

bij het project betrekken, strakke termijnen, helder politiek

besluit), de planuitwerkingsfase (compact, pragmatisch

en duidelijk) en de uitvoeringsfase (bedrijven eerder bij

vergunningverlening betrekken). Daarnaast pleitte de

commissie voor een consistent en krachtig bestuur (kennis,

continuïteit en stabiliteit), voldoende budgettaire ruimte en

aanpassingen in wet- en regelgeving.

Spoedwet

Uitvoering en toepassing van deze aanbevelingen kost

tijd, omdat ze van de betrokken projectpartijen niet alleen

een andere manier van werken, maar ook een andere

manier van met elkaar omgaan, een cultuuromslag,

10 november 2010 november 2010 11


‘Als één ding duidelijk was, was

het wel dat we dit samen met de

markt moesten doen’

vragen. “Wegprojecten waarvan de urgentie hoog was,

konden daar niet op wachten”, zegt Schouwstra. “Op een

groot aantal punten in het Nederlandse hoofdwegennet

was het dagelijkse fileprobleem zo groot geworden dat

snel ingrijpen noodzakelijk was.” Om de hardnekkigste

fileknelpunten versneld te kunnen aanpakken – of de

daarvoor reeds opgezette, maar vastgelopen aanpas-

singsprojecten vlot te trekken – nam de toenmalige

verkeersminister De Boer in 2002 het initiatief voor de

Spoedwet Wegverbreding. Deze wet, die voor het oplossen

van grote knelpunten in het hoofdwegennet verkorte en

vereenvoudigde besluitvormingsprocedures mogelijk maakt,

werd in juni 2003 van kracht.

De start van spoedaanpakprojecten liet echter even op

zich wachten omdat juist op dat moment de luchtkwaliteit

een rol ging spelen in de juridische bezwaren tegen

wegenbouwprojecten. Dat gold overigens niet alleen voor

de spoedaanpakprojecten. Ook wegenbouwprojecten in het

kader van de Tracéwet liepen door de fijnstofproblematiek

vertraging op. Met het van kracht worden van de wet

Versnelling Besluitvorming Wegprojecten, begin 2009,

werd dit probleem opgelost. Deze wet maakte het mogelijk

de dertig daarin genoemde fileknelpunten versneld aan te

pakken.

Uitdaging en condities

“We werden in 2008 bij toenmalig verkeersminister Eurlings

geroepen”, vertelt Schouwstra. “Hij wilde weer vaart brengen

in het voornemen van het kabinet om grote fileknelpunten

versneld aan te pakken. Wat kunnen jullie me daarvoor bieden,

was zijn vraag aan ons als medewerkers van Rijkswaterstaat.

Hoe kunnen we dat zo snel en zo goed mogelijk doen en wat

is daarvoor nodig? We hebben een crashteam geformeerd,

alle mogelijkheden geïnventariseerd en de opgave vanuit

verschillende disciplines bekeken. Het ging immers om

het versneld aanpakken van dertig fileknelpunten met een

grote concentratie in Midden-Nederland. Dan gaat het er

dus niet meer alleen om hoe je vaart krijgt in de projecten,

maar bijvoorbeeld ook om hoe je de verkeershinder beperkt

als je meerdere wegwerkzaamheden op het hoofdwegennet

tegelijkertijd uitvoert.”

De ambitie was groot. Binnen twee jaar moesten dertig

spoedaanpakprojecten opgetuigd en in uitvoering genomen

zijn en sneller opgeleverd worden dan bij een reguliere

Tracéwet-aanpak. “Een prachtige uitdaging, maar tegelijkertijd

een groot risico”, aldus Schouwstra. “Toch zijn we

de uitdaging enthousiast aangegaan. De hoge urgentie om

de fileknelpunten op te lossen en de hoge prioriteit die het

ministerie hieraan gaf, waren daarbij belangrijke drijfveren.

Die urgentie en prioriteit zijn ook de essentiële factoren om

de gewenste versnelling succesvol te kunnen realiseren.

En natuurlijk speelt ook het economische tij daarbij een

stimulerende rol.”

Samen met de markt

In het najaar van 2008 werd bij Rijkswaterstaat de organisatie

ingericht voor wat kortweg ‘de spoedaanpak’ ging heten. “De

projectteams werden samengesteld en begin 2009 hadden

we onze kick off”, vertelt Schouwstra. Maar kon de markt

de gelijktijdige uitvoering van dertig spoedaanpakprojecten

en ook nog eens 27 Tracéwetplichtige aanleg- en aanpassingsprojecten

wel aan, zo luidde de eerste vraag

die Schouwstra zich als ambtelijk opdrachtgever van

spoedaanpakprojecten moest stellen? “Daartoe hebben

we gesprekken gevoerd met brancheorganisaties in de

wegenbouw- en installatiemarkt. De uitvoeringscapaciteit

bleek groot genoeg, maar de tendercapaciteit van de

bedrijven was te beperkt om op alle projecten te kunnen

inschrijven.”

“Als er op dat moment één ding voor ons duidelijk was,

was het wel dat we dit samen met de markt moesten

doen”, benadrukt Schouwstra. “Aanpassing van de wet- en

regelgeving is immers maar één kant van de versnelling die

we met de spoedaanpak willen realiseren. Met verkorte en

vereenvoudigde plan- en besluitvormingsprocedures kan

de projectuitvoering in veel gevallen sneller beginnen, maar

ook aan de uitvoeringskant kan tijdwinst geboekt worden.

Dan heb ik het over de samenwerking met bouwaannemers

en het benutten van hun kennis en innovatiekracht. Daar

komt bij dat het versnellen van de besluitvorming nooit ten

koste mag gaan van de kwaliteit en zorgvuldigheid van die

besluitvorming.”

Kwaliteit

Het grote belang van een goede samenwerking tussen

Rijkswaterstaat en de marktpartijen werd in de spoedaanpak

onderstreept met een gedegen marktconsultatie en duidelijk

geformuleerde selectie-eisen. “We hebben gekozen voor

een verkorte aanbestedingsprocedure, met een duidelijke

focus op kwaliteit. Bedrijven zijn dan minder tijd kwijt aan

tendering, terwijl de concurrentie behouden blijft”, licht

Schouwstra toe. ‘De prijs-kwaliteitverhouding die we bij de

aannemersselectie toepassen, is zo’n dertig om zeventig

procent.”

In de afwegingen die binnen de spoedaanpak op basis van

de methode Best Value Procurement gemaakt worden, staan

de risico’s en de kansen in de projecten centraal. “Wij willen

weten of de aannemer de risico’s kent die Rijkswaterstaat

als opdrachtgever van deze projecten loopt en of deze in

staat is over de beheersing daarvan mee te denken”, legt

Schouwstra uit. “Dat stellen we vast op basis van het in te

leveren risicodossier en kansendossier en de interviews met

sleutelfiguren van de marktpartijen. Want deze uitdaging

tot een succes brengen, is alleen mogelijk als de partijen

die de projecten moeten uitvoeren, zich daar eveneens bij

betrokken voelen en de urgentie van snelle en geslaagde

oplossingen onderkennen.”

‘Het versnellen van de besluitvorming

mag nooit ten koste gaan

van de kwaliteit en zorgvuldigheid

van die besluitvorming’

12 november 2010 november 2010 13


Interactie

Het onderkennen van de urgentie, betrokkenheid, focus op het

gemeenschappelijke doel en een goede samenwerking. Dat zijn

de ingrediënten om de complexe en ambitieuze spoedaanpak

tot een succes te maken. “Dat geldt voor ons en voor de

marktpartijen”, zegt Amiranda Abbes. Als projectmanager

Spoedaanpak bij Rijkswaterstaat is zij direct betrokken bij de

samenwerking met in- en externe stakeholders en de markt.

“Een goede samenwerking tussen partijen is gebaseerd op een

goede interactie tussen mensen. Dat laatste moet je dus goed

afstemmen en bijstellen als dat nodig is.”

Vooral in de spoedaanpakprojecten, waarin de werkdruk snel

kan oplopen, is de samenwerking in het projectteam volgens

Abbes erg belangrijk. “De versnelde aanpak is voor alle partijen

nieuw, dus moet je elkaar helpen bij problemen, elkaar erop

aanspreken als iets fout gaat en je kwetsbaar durven opstellen;

open en helder communiceren.” De spoedaanpakprojecten

leveren dan ook kansen op voor de nieuwe marktbenadering

van Rijkswaterstaat, gericht op het meer en beter gebruikmaken

van de expertise, creativiteit en innovatiekracht van

marktpartijen. “Traditioneel wordt een aannemer geprikkeld

om met meerwerk op de proppen te komen, maar voor de

spoedaanpak hebben we een bonusconstructie ontwikkeld om

minderwerk te stimuleren”, vult Schouwstra hierop aan.

Innovatieve oplossingen

Een versnelde en kwalitatief hoogwaardige aanpak van

fileknelpunten, niet alleen in de besluitvorming van het project,

maar ook in de uitvoering ervan. Dat is het ambitieuze doel

van de spoedaanpak, die daarmee de praktijktoets is van

de breed gedragen politieke wens om ruimtelijke projecten

in Nederland sneller én beter op te zetten en aan te pakken.

“Dat hebben we in de praktijk ook gerealiseerd, mede dankzij

creatieve en innovatieve oplossingen van aannemers”,

stelt Abbes vast. Als voorbeeld noemt ze het project A12

Gouda-Woerden, een spoedaanpakproject waarvan zij

de projectleider is. “Het gaat hier om de aanleg van een

extra rijstrook die in korte tijd gerealiseerd en opengesteld

moet worden. De wegverbreding wordt op de middenberm

aangebracht. De grondcondities zijn hier echter dusdanig

slecht dat het aanleggen van een nieuwe fundering voor

het extra asfalt veel meer tijd zou gaan kosten dan gedacht.

We hebben de aannemer gevraagd om na te denken over

alternatieve oplossingen. Deze kwam met het voorstel de

fundering van de bestaande onderhoudsstrook aan de kant

van de middenberm optimaal te benutten. Op die manier

maken we gebruik van bestaand asfalt en is voor de strook

nieuw asfalt geen nieuwe fundering nodig. Een innovatieve

uitvoeringsmethode waardoor de aannemer verwacht de

wegverbreding hier een kleine twee jaar eerder op te leveren

dan gepland.”

Duidelijkheid

Niet alleen een betere samenwerking met marktpartijen

biedt kansen voor snellere projectuitvoering. Ook in de communicatie

met omwonenden en andere belanghebbenden

bij de spoedaanpakprojecten liggen mogelijkheden voor

versnelling. “Onder de Crisis- en Herstelwet is de duur van

een beroep tegen een tracébesluit bij de Raad van State

teruggebracht van anderhalf naar een half jaar”, vertelt Abbes.

“Maar juist door die nieuwe wetgeving heb ik als projectleider

veel meer uit te leggen aan de mensen in de omgeving van

mijn projecten. Dan kom je er achter dat bezwaren van

omwonenden en beroepsprocedures van belanghebbenden

vaak voortkomen uit onwetendheid. Onder meer doordat wij

het niet duidelijk genoeg hebben uitgelegd of niet voldoende

open en transparant geweest zijn. Ik heb nu veel meer

contact met mensen in de projectomgeving en denk dat ik

veel duidelijker geworden ben in de communicatie.”

Parallel schakelen

Een andere belangrijke component van de spoedaanpak

voor het versnellen van de projectuitvoering is het parallel

schakelen van planstudie en realisatie, daar waar dat

mogelijk is. “Voor diverse werkzaamheden hoeven we niet

te wachten tot de planstudie is afgerond”, legt Schouwstra

uit. “Bijvoorbeeld omdat die werkzaamheden niet onder het

tracébesluit of het wegaanpassingsbesluit vallen. Als je dat

goed communiceert met de aannemers en ook goed uitlegt

aan omwonenden, kan dat zonder problemen veel tijdwinst

opleveren. Ruis in de communicatie en onduidelijkheid in de

samenwerking zijn de grootste oorzaken van vertragingen.

Daarom stoppen we zoveel energie in de samenwerking

met marktpartijen en de relatie met omwonenden. Voor de

projectomgeving moet het in ieder geval duidelijk worden

dat Rijkswaterstaat, en ook de mensen die de projecten voor

ons uitvoeren, niet onderdeel zijn van het probleem, maar

van de oplossing.”

Hoge werkdruk

De spoedaanpak van dertig fileknelpunten in Nederland

is volop in uitvoering en Schouwstra is tevreden met de

gang van zaken en resultaten tot nog toe. “Maar ik wil ook

benadrukken hoeveel inzet het vergt van de mensen die

bij de projectuitvoeringen betrokken zijn. Dat aannemers

7x24 uur werken, is meer regel dan uitzondering. En ook de

projectteams maken regelmatig lange dagen. Ik vraag me

dan ook af wat sommige weggebruikers bezield om zich

agressief te gedragen tegen wegwerkers die gewoon hun

werk doen!? Met deze spoedaanpak boeken we immers

drie keer winst: de wegwerkzaamheden zijn sneller klaar, de

files worden minder en de enorme vertraging en daarmee

filekosten nemen af.”

Op 30 augustus dit jaar ging voor het zeventiende

spoedaanpakproject A2 Maasbracht-Geleen de schop de

grond in, terwijl op 15 november jongstleden het tweede

afgeronde spoedaanpakproject A9 Holendrecht-Diemen

door minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en

Milieu officieel werd geopend. “Onze ambitie is nog steeds

om in mei 2011 dertig wegaanpassingsbesluiten, dertig

schoppen in de grond en tien openstellingen gerealiseerd

te hebben”, onderstreept Schouwstra. “Daarvoor liggen we

nog steeds op schema.”

vriendendiensten

kraamzorg

| goed voor elkaar |

gezond

iza.nl

wachtlijst

bemiddeling

Daarom kiezen voor IZA. Vanwege de betrouwbaarheid,

de betrokkenheid en de goede service. Vanwege de ruime

vergoedingen tegen een scherpe premie en het extra voordeel

dankzij de collectieve verzekering. Maar zeker ook de

‘Vriendendiensten’; ledenvoordelen van IZA die het leven

leuker en makkelijker maken. Kijk voor meer informatie op

www.iza.nl/vriendendiensten

14 november 2010 november 2010 15

internet

consult

extra veel

voordeel op

brillen en

lenzen

premie

voordeel

plan

gezond

werken

test

regie op

je BMI


Waterbouw 2.0

Waterkeringen beschermen ons land langdurig tegen overstromingen en wateroverlast.

Een veilig gevoel. Maar voor hoe lang? Onze aanpak: inrichten en beheren mét water,

waarin we functies blijven combineren met nattigheid, de mens anders omgaat met water-

veiligheid en bestuurders op een andere manier gaan kijken. Hierbij zijn de adviseurs van

Oranjewoud dagelijks bezig met de vertaling van ideeën naar leefbaarheid, beheerste risico’s

en vernieuwende oplossingen. Ons uitgangspunt?

Werken in een wereld vol mogelijkheden!

Zullen wij een handje helpen?

Het vinden van het juiste personeel is

vaak een hele klus.

Almere

Laat onze jarenlange kennis en ervaring

op het gebied van werving en selectie u

helpen bij het vinden van professionele,

fl exibele arbeid.

uitzenden • detacheren • werving en selectie

Assen

Capelle a/d IJssel

Deventer

Geleen

Rivierdijk 759 • Sliedrecht • Tel. 0184-412242 • www.nauticjobs.nl

Goes

Heerenveen

Oosterhout

www.oranjewoud.nl

Rijkswaterstaat

Award voor

Winterpave

Winterpave, van Dura Vermeer, heeft

de Rijkswaterstaat Award 2010 gewonnen

in de categorie Innovatie. Onder de noe-

mer Winterpave heeft Dura Vermeer

het verwerkingsproces van asfalt zo

aangepast dat het mogelijk is om te

asfalteren onder moeilijke weersomstandigheden,

zoals onder het vriespunt.

Hierdoor zijn tijdelijke (nood)reparaties in

vriesperioden niet meer nodig.

In februari van dit jaar heeft Dura Vermeer

Infrastructuur Zuid West in opdracht van

Rijkswaterstaat onder winterse omstandigheden

een ZOAB deklaag op de A58

aangebracht. De proef bewees dat Winterpave

het mogelijk maakt om ZOAB zonder kwali-

teitsverlies onder het vriespunt aan te

brengen. Daardoor kent Winterpave slechts

eenmalige kosten van aanleg en eenmalige

verkeershinder.

Innovatiemanager Laurens Smal van Divisie

Infra van Dura Vermeer ontving de Award uit

handen van Directeur-Generaal Jan Hendrik

Dronkers van Rijkswaterstaat tijdens de

RWS Marktdag 2010. De Award is een

onderscheiding voor opdrachtnemers uit de

grond -, weg- en waterbouw die een bijzondere

prestatie hebben geleverd en wordt jaarlijks

uitgereikt.

Meer informatie:

www.duravermeer.nl

Actueel

Klaar voor de nieuwe CE normering voor

geleiderail in 2011

De constructie van een geleiderail of

afschermingsvoorziening moet vol-

doen aan de eisen, die zijn vastgelegd

in NEN-EN 1317 deel 1 tot en met

6. Die vormen op hun beurt het

referentiekader voor CE-markering,

zoals in de EN 1317 is vastgelegd.

Uiterlijk in 2011 zijn fabrikanten

van deze materialen verplicht al

hun producten van dit keurmerk te

voorzien.

Vooruitlopend op de nieuwe CE nor-

mering zijn dan ook de meest voorko-

mende Europese type geleiderailcon-

structies door Eurorail bv en de partner

Peetz al reeds volgens deze nieuwe

normen getest, gefabriceerd en geplaatst.

Sinds 1978 is Eurorail bv gespecialiseerd

in het leveren en plaatsen van geleiderail-

constructies en is het bedrijf de laatste

jaren tevens een vraagbaak geworden

voor besteksschrijvers en wegbeheerders

voor wat betreft de keuze en

toepassingsmogelijkheden voor geleiderailconstructies.

Meer informatie:

www.eurorail.nl

Milieuvriendelijk strooien

Het Nederlandse dooimiddel Lotux Defrost is niet schadelijk voor mens, dier,

materiaal en milieu. Het product bestaat uit dooivlokken die volgens de fabrikant

30x sneller en 5x langer werken dan pekel. Door de lange werkingsduur van

24 tot 45 uur zijn de vlokken geschikt voor preventief gebruik. Ook fietspaden,

bruggen en trappen zijn geschikt voor gebruik van Lotux Defrost. Volgens de

fabrikant blijft het product zelfs tijdens de meest strenge winters (-50 graden

Celsius) werkzaam.

Daarnaast is het niet schadelijk voor

materialen zoals (gelakte) metalen, beton

en wegen en blijft de vegetatie in leven.

Hierdoor is Lotux Defrost geschikt voor

omgevingen waar pekel en ureum niet te

gebruiken zijn vanwege corrosievorming.

De kosten per kilo zijn hoger dan van

andere dooimiddelen, maar dat wordt

volgens de fabrikant gecompenseerd

door de besparing op arbeid, het aantal

strooibeurten en de kostenbesparing

door schade aan materialen.

Meer informatie:

www.lotux-defrost.com

november 2010

17


Rijkswaterstaat schroeft voorraad strooizout op met 30.000 ton

Zoutloket nu alleen nog bij crisissituatie

Tekst: Astrid Melger

Sneeuw, sneeuw en nog eens sneeuw. Het leek wel of

er geen einde aan kwam. Vorig jaar was niet alleen

de koudste winter sinds 1996, maar ook nog eens

een hele lange winter met de meeste sneeuwdagen sinds

1979 (bron: KNMI). Het begon op 17 december met fikse

sneeuwval en er volgden kort op elkaar nog een aantal dagen

met sneeuw. En wanneer het sneeuwt of vriest, betekent dat

strooien. De gladheidbestrijders komen dan in actie. Vlak voor

de kerst van 2009 is er ontzettend veel gestrooid. Er is zelfs

een keer op één dag 20.000 ton zout door Rijkswaterstaat

over het wegennet verspreid. In een gemiddeld jaar gebruikt

Rijkswaterstaat 70.000 ton zout. Vorig jaar was dat 191.000

ton. Rinse Nieuwsma is medewerker gladheidbestrijding

bij Rijkswaterstaat en onder andere verantwoordelijk voor

de inkoop van strooizout. Hij vertelt dat over het algemeen

de gladheidbestrijding goed georganiseerd is, maar dat de

winter in 2009-2010 wel extreem was. “In een winter als

afgelopen jaar zijn we met man en macht bezig om de wegen

begaanbaar te houden.”

Het zouttekort van vorige winter ligt nog vers in ons geheugen.

Gemeenten die badzout op de straten strooiden en wegbeheerders die

van plan waren wegen af te sluiten. De winter staat weer voor de deur.

Rijkswaterstaat hoopt met 30.000 ton extra zout en verbeterde contrac-

ten met leveranciers problemen te voorkomen.

Zoutloket

Nieuwsma: “Vlak na de kerst constateerden wij dat de

leveranciers van strooizout niet konden voldoen aan de

vraag. Begin januari zijn daarom het nationaal zoutloket en

negen regionale zoutloketten in het leven geroepen. Bij die

regionale loketten werd gekeken waar de nood het hoogst

was en indien nodig werd het zout (her)verdeeld, Regionale

verzoeken konden in geval van nood opgeschaald worden

naar het nationale zoutloket. Die heeft verzoeken om

strooizout voor de belangrijkste wegen en calamiteitenroutes

in alle gevallen kunnen honoreren. Nieuwsma vertelt dat het

eigenlijk de bedoeling was dat andere wegbeheerders ook

hun zoutvoorraad in zouden brengen, maar dat is in de praktijk

niet gebeurd. “Uiteindelijk is alleen vanuit Rijkswaterstaat

zout ingebracht.” Ongeveer 35.000 ton is doorgeleverd aan

andere wegbeheerders als de provincies en 162 gemeenten.

Toch bleek het op een gegeven moment even kritisch

te worden. Begin februari beschikte Rijkswaterstaat nog

maar over 10.000 ton strooizout en de leveringen werden

18 november 2010 november 2010 19


steeds onzekerder. Nieuwsma: “De toenmalige minister van

Verkeer en Waterstaat, Camiel Eurlings, heeft toen bepaald

dat Rijkswaterstaat het beschikbare zout voorlopig voor het

hoofdwegennet moest aanwenden.

Extra zout

Maar wat als we nu weer zo’n lange of heel strenge winter

krijgen? Nieuwsma: “Naast de standaard voorraad van

60.000 ton zout, hebben we nu ook extra een strategische

voorraad van 30.000 ton aangelegd. Die ligt opgeslagen

in loodsen in Valkenburg (ZH). Over de inrichting van een

nationaal zoutloket zijn we in overleg met de verschillende

wegbeheerders, maar er is nog niets geformaliseerd. We

zullen bijvoorbeeld zorgvuldig afspraken met elkaar moeten

maken over de criteria die we hanteren bij de (her)verdeling

van zout in tijden van schaarste. Welke weg wel en welke

niet? Net als Rijkswaterstaat hebben ook de overige

wegbeheerders een les geleerd van afgelopen winter. “Veel

gemeenten hebben nu al extra zout ingekocht.”

Meer opleiding

Nieuwsma vindt wel dat uiteindelijk door die extreme winter

de samenwerking tussen alle partijen is verbeterd. Hij vertelt

dat het opleidingstraject naar aanleiding van wat er vorig jaar

is gebeurd, wordt aangepast. De 80 gladheidcoördinatoren

van Rijkswaterstaat volgen nu samen met coördinatoren

van andere wegbeheerders een cursus. “De opleiding wordt

uniform voor alle wegbeheerders. Zo is er veel aandacht voor

het gebruik van alternatieve dooimiddelen, verschillende

wegdekken, inzet van materieel en wordt er meer ingespeeld

op weerinvloeden.” De vernieuwde opleiding zal in

samenwerking met het CROW (het nationale kennisplatform

voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte)

worden gegeven. Nieuwsma vertelt dat er onlangs nieuwe

contracten zijn afgesloten met drie zoutleveranciers, te

weten Eurosalt, ESCO/Frisia en Rasenberg Wegenbouw. De

contracten met leveranciers zijn aangescherpt wat betreft

levertijden en boetes bij het niet nakomen van gemaakte

afspraken.

Nieuwsma benadrukt dat iedere wegbeheerder wel zelf

verantwoordelijk is en blijft voor de gladheidbestrijding.

“Iedereen moet zijn eigen zaakjes voor elkaar hebben en

dus de juiste mensen en het juiste materieel beschikbaar

hebben.”

Schade wegdek

Vorig jaar was er ook veel schade aan het wegdek. Heeft

het type strooizout daar nog invloed op? “Nee, we strooien

hier al jaren met natriumchloride. Dit heeft nagenoeg geen

nadelige gevolgen voor het wegdek. Alternatieven zijn veel

schaarser en dus ook veel duurder. Die gebruiken we alleen

bij calamiteiten. De afgelopen winter is op een gegeven

moment gestrooid met alternatieve middelen als zand en

pekel. Dit zijn prima alternatieven voor dicht asfaltbeton. De

‘De contracten met leveranciers

zijn aangescherpt’

20 november 2010

‘Ongeveer 35.000 ton is

doorgeleverd aan andere

wegbeheerders als de

provincies en 162 gemeenten’

gemeente Etten-Leur bestrooide de straten met lavendelbadzout,

omdat er niets anders voor handen zou zijn .”

Maar is het zoutloket nu een blijvertje? “Nou, als er zich

weer een crisissituatie voordoet, profiteren we zeker van de

ervaring van het afgelopen jaar. Of het zoutloket standaard

wordt ingesteld aan het begin van elke winter is nu nog

onderwerp van gesprek. Het is een scenario dat we voor nu

in de la hebben liggen, maar pas gebruiken als dat nodig is.”

Uitbesteden?

Onlangs heeft het Havenbedrijf Rotterdam de gladheidbestrijding

uitbesteed. Volgens Nieuwsma geen vreemde

ontwikkeling, maar niet iets wat op korte termijn bij

Rijkswaterstaat te verwachten is. “Na afgelopen winter

is nog maar weer eens duidelijk geworden dat we bij

zo’n essentiële taak de risico’s zo veel mogelijk dienen

te beperken. Daar waar mogelijk schakelen we de markt

uiteraard wel in. Aannemers en transportbedrijven zijn voor

dit werk essentieel, want zij leveren de voertuigen met

chauffeurs die bij nacht en ontij onze wegen begaanbaar

houden. Het materieel, zoals schuivers en strooiers, en het

zout blijven in beheer van Rijkswaterstaat.“

Nieuwsma stelt tot slot dat het goed is dat we zo’n strenge

winter hebben gehad. “De gladheidbestrijding heeft enorm

veel aandacht gehad. We weten nu weer voor wie en waarom

we het doen.”

Vóór verkeersveiligheid, tégen verkeerslawaai

Eurorail BV voor: Geleiderail, stalen duikers en geluidsschermen

Meer en meer worden wegbeheerders op verzoek uitgebreid geadviseerd en geïnformeerd over de juiste toepassing

van de bovenstaande constructies en bijgestaan bij de besteksomschrijving van de projecten. De constructies worden

uitsluitend door ISO genormeerde fabrikanten geleverd en alleen door eigen, VCA* gecertificeerde monteurs

geplaatst. Voor aanvullende informatie, bezoek de website: www.eurorail.nl

HeT GlAdHeIdMeldSySTeeM

In de optimale situatie wordt er alleen gestrooid als het

daadwerkelijk glad wordt. Er zit ongeveer twee tot drie uur

tussen de beslissing om te gaan strooien en het tijdstip

waarop de wegen daadwerkelijk zijn gestrooid. Het

gladheidmeldsysteem (GMS) is een landelijk netwerk van

zo’n 300 meetstations. Het meest in het zicht springen de

witte paaltjes met een bolletje, die langs de snelwegen

staan. Dit zijn de zogenoemde weerhutten. Daarnaast

bestaat een meetstation uit een wegkantkast en

wegdeksensoren. Soms is er nog een camera, windmeter

of sproeiinstallatie aan gekoppeld.

Het GMS ondersteunt de gladheidcoördinatoren in het

nemen van een strooibeslissing. Het GMS geeft actuele

gegevens over de wegdekconditie zoals temperatuur,

vochtigheid en het zout dat eventueel nog op de weg ligt

van een eerdere strooibeurt. Daarnaast kunnen de lokale

windrichting en –snelheid worden weergegeven of een

foto van de wegdeksituatie. Met deze gegevens kan het

GMS het ontstaan van verschillende soorten gladheid

zoals bevriezing en condensatiegladheid onderscheiden.

Met deze gegevens en weersvoorspellingen beslist de

gladheidcoördinator om wel of niet te strooien.

Eurorail BV

Postbus 62

8060 AB Hasselt

Tel.: 038 - 477 3340

Fax: 038 - 477 2594

info@eurorail.nl

www.eurorail.nl


Het is najaar en het stormt. De regen klettert zonder ophouden

tegen de ramen. Op de radio klinken berichten over wateroverlast

in België en verschillende kleine en grote incidenten in ons eigen

land. Het is lekker om thuis te zijn, met een kop thee en een pak koekjes en zo meteen een glas wijn. Niemand

maakt zich echt druk over een mogelijke overstroming. Nou ja, een enkele man of vrouw van het waterschap

die afwacht of er in de komende nacht beperkte dijkbewaking wordt ingesteld en de beheerder van de

stormvloedkering checkt of zijn pieper en zijn telefoon wel aan staan. Zijn de 6 miljoen Nederlanders die

onder de waterspiegel leven zich bewust van waterveiligheid?

Recentelijk werd in Zeeland een klein feestje gevierd; de 200ste kilometer dijkverbetering langs Ooster-

en Westerschelde was gereed. Nog 125 kilometer te gaan en dan is dat klusje ook weer klaar. Ook werd

gevierd dat de eerste cluster vooroeverbestorting van 1,1 miljoen ton steen gereed was. Het bescheiden

feestje werd gevierd in het watersnoodmuseum in Ouwerkerk. Meteen werd duidelijk waarom we dit soort

dingen doen. Het museum is gevestigd in vier caissons die in 1953 gebruikt zijn om een stroomgat te dichten.

Het is een prachtig monument voor de 1853 slachtoffers van de ramp en het vertelt beter en indringender

dan 100 beleidsnota’s dat waterveiligheid in Nederland iedere dag weer een issue is.

Toevallig was er die dag een bezoek van een grote Amerikaanse delegatie aan Zeeland. Delegatieleider was

senator Mary Landrieu van de staat Louisiana. In haar kielzog een gezelschap van 45 personen waaronder

de Deputy Assistant Secretary of the Army Civil Works, de heer Rock Salt. Het gezelschap had geen verdere

aansporing tot awarness of sense of urgency nodig. Hun ramp is nog maar vijf jaar terug. Buitengewoon

leergierig zijn ze. The Dutch zijn hun grote voorbeeld. Niet dat we ze kunnen leren hoe een dijk of een

constructie gebouwd wordt, nee dat kunnen ze zelf ook wel, en sneller ook. Wel hoe je beheer en onderhoud

doet, hoe waterveiligheid in wetten verankerd wordt en hoe geld op tafel komt om veiligheid te realiseren.

Veel kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven dus en veel Dutch pride!

De Nederlandse hoogwaardigheidsbekleders en de senator legden de laatste steen van de 200 kilometer

dijkverbetering in de Zeeuwse dijk terwijl de wind gierde en de golven klotsten. Mooier weer had het niet

kunnen zijn.

Hans van der Togt

Directeur Water en Scheepvaart Zeeland

en Voorzitter VWAR

Column

Hans van der Togt

Herfststorm

Asfaltweg als

energiebron

Duurzame energievoorziening is niet meer weg te denken uit de samenleving. De inzet van

duurzame energiebronnen wordt steeds belangrijker. Ooms speelt hier op in met Road Energy

Systems, waarbij energie uit asfalt kan worden geëxploiteerd. Het idee is simpel: plaats leidingen

in een asfaltweg en sluit die aan op een warmtekoudeopslag. Daarmee koel en verwarm je de

naastliggende gebouwen en hou je de weg in de winter vorstvrij.

Road Energy Systems bestaat uit een asfaltzonnecollector

waarmee energie in de bodem gebufferd wordt. Deze

energie wordt vervolgens via warmtepompen in de

bebouwde omgeving gebracht. Hierdoor is het mogelijk gas te

vervangen door thermische warmte. Of om kou uit het asfalt

te benutten voor koeling van gebouwen. Marcel Roozendaal,

projectmanager bij Ooms Avenhorn Groep legt uit dat het

voordeel hiervan is dat het verbruik van fossiele brandstoffen

vermeden wordt en dat de CO 2 uitstoot afneemt. “Road Energy

Systems zorgt voor regeneratie van energie in de bodem, zodat

er een duurzame temperatuur/energiebalans ontstaat bij gebruik

van de warmtekoudeopslag bij gebouwen.”

Langere levensduur

De projectmanager vertelt dat Road Energy Systems verder zorgt

voor een verlenging van de levensduur van de asfaltconstructie.

“De asfaltzonnecollector zit er als een tussenlaag van zo’n vijf à

zes centimeter tussenin en bestaat uit een versterkend raster.

Het is onverbrekelijk verbonden en vormt één geheel met de

totale asfaltconstructie.” Daarnaast is het systeem in te zetten als

milieuvriendelijke sneeuw- en gladheidbestrijding. Roozendaal:

“Dit draagt bij tot persoonlijke veiligheid en logistieke continuïteit.

Een vroegtijdige ontmoeting van initiatiefnemers van duurzaam

gebouwde omgeving met deze volwassen en bewezen

energietechniek in de infrastructuur biedt kansen voor mens,

milieu en maatschappij.”

Terug verdienen

Maar hoeveel woningen heb je nou nodig om zo’n project te

kunnen financieren? Roozendaal: “Je moet dan denken aan een

gebouwoppervlak van zo’n 10.000 m 2 . De initiële investeringen

zijn hoger dan bij een normale warmtevoorziening. Het is een

duurzame installatie en dan heb je het over tien tot twaalf procent

hogere stichtingskosten. Die zul je terug moeten verdienen in

een bepaalde terugverdientijd. Die kan variëren tussen de acht

en vijftien jaar.” Volgens de projectmanager is er veel vraag naar

deze oplossing. “Deze oplossing geeft 50 procent CO 2 reductie,

daarnaast beheers je de woonlasten van bewoners en lever je

meer comfort.”

Demonstratieproject

In 2003 is het nieuwe hoofdkantoor van Ooms te Scharwoude

met energiezuinige concepten uitgevoerd. Road Energy Systems

was hier onderdeel van. Dit project fungeert als monitoringobject

met als doel het optimaliseren van de samenhang tussen het

gebouw, de bronnen en de asfaltzonnecollector. Concreet heeft

dit geleid tot een optimale regelstrategie en daarnaast specifieke

ervaring met gladheidsbestrijding. De inmiddels bereikte

energiebesparing is 55 procent.

22 november 2010 november 2010 23


Actueel

Kennis centraal op InfraTech 2011

Van 11 t/m 14 januari 2011 verzamelt de infrabranche zich in Ahoy Rotterdam

voor InfraTech 2011. Naast diverse producten en diensten, wordt er ook veel

aandacht besteed aan een kennisprogramma. In samenwerking met CURNET

en overheden worden vrij toegankelijke bijeenkomsten georganiseerd in het

InfraTheater.

Daarnaast trakteert CROW bezoekers aan

de beurs op een seminarprogramma in het

congres- en vergadercentrum tijdens de

CROW Infraweek en organiseert zij informatiebijeenkomsten

over de nieuwe RAW

Standaard Bepalingen. Tot slot delen

young professionals hun creativiteit in de

finale van de InfraTour en worden speciaal

voor een selecte groep middelbare

scholieren rondleidingen verzorgd op de

InfraOnderwijsdag.

Discussieer mee

CURNET stelt in overleg met opdrachtgevers

het programma van het Infra-

Theater samen. Dagelijks vinden onder

leiding van een dagvoorzitter ronde

tafelgesprekken plaats met inspirerende

gastsprekers. Bezoekers kunnen live

naar deze gesprekken kijken, luisteren

en over de diverse onderwerpen mee

discussiëren. Elke beursdag staat een

ander thema centraal:

• Dinsdag: Dag van het onderwijs -

Maak werk van je loopbaan!

• Woensdag: Dag van innovatie, kennis

en kunde - Het MKB als innovatiemotor

• Donderdag: Dag van de keten - Over

rollen en relaties

• Vrijdag: Dag van de klant - Eindgebruiker

zijn we allemaal

Bezoek de CROW Infraweek

Tijdens InfraTech brengt CROW de

nieuwste ontwikkelingen in de infra in

zeven symposia onder de aandacht van

de bezoeker:

• Professioneel aanbesteden

• Wegbeheer

• Asfaltontwikkelingen

• Beton, in samenwerking met het

Cement&BetonCentrum

• Verkeersmaatregelen bij werk in

uitvoering

• Specificeren op basis van Systems

Engineering

• Blijvend Vlakke Wegen

Bezoekers kunnen zich separaat voor deze

symposia inschrijven die plaatsvinden in

het Congres- en Vergadercentrum van

Ahoy.

InfraTech Innovatieprijs

Tot eind oktober kon de volledige

infrabranche, jong en oud, bedrijf of

student, een inzending insturen voor de

InfraTech Innovatieprijs 2011. Maar liefst

29 bedrijven hebben aan deze oproep

gehoor gegeven en een poster ontwikkeld

van hun innovatie. Het gaat hierbij om

recent uitgevoerde projecten, nog in

ontwikkeling zijnde plannen of een volledig

out-of-the-box concept.

Een jury, onder leiding van Bouwend

Nederland, zal alle inzendingen beoordelen.

De genomineerden voor de prijs

worden in december bekendgemaakt.

Voor de Cobouw Publieksprijs kunnen

vakprofessionals binnenkort zelf hun stem

uitbrengen.

De inzendingen voor de InfraTech Innovatieprijs

zijn tijdens de beurs te bewonderen

in de Kennis- en innovatieplaza.

Meer informatie:

www.infratech.nl.

november 2010

25


Ultradunne (geluidreducerende) asfalt-

deklagen voor winterschade onderhoud

en regulier onderhoud.

Novachip tegen

winterschade

Nederland stelt steeds hogere kwaliteitseisen aan asfaltdeklagen. En terecht, in een land waar

zoveel kilometers aan asfalt ligt. Er wordt daarom ook veel onderzoek gedaan naar de verbetering

van de deklagen en er zijn een aantal interessante innovatieve producten op de markt. Novachip

en Microville op ZOAB bijvoorbeeld, ultradunne asfaltdeklagen met een zeer lange levensduur.

Bovendien zijn deze lagen na aanbrengen snel berijdbaar, waardoor er sprake is van minimale

overlast. Dé perfecte producten om winterschade mee te bestrijden!

Novachip Holland past deze ultradunne overlagingen reeds

jaren toe op verschillende projecten. Sinds 1995 is er door

Novachip Holland al circa 6.000.000 m 2 aangebracht. De

deklagen worden aangebracht met geavanceerde, speciaal

voor deze producten ontwikkelde verwerkingsmachines, die de

bitumenemulsie en het asfaltmengsel in één werkgang kunnen

aanbrengen. Dit gebeurt met een gemiddelde snelheid van

10 tot 20 meter per minuut en een minimale breedte van 2,65

meter. De deklagen zijn bovendien milieuvriendelijk, voldoen

aan het Besluit Bodemkwaliteit, en zijn aan het einde van de

levensduur volledig her te gebruiken.

De ultradunne asfaltdeklagen bestaan uit een dunne laag

steen- en bitumenrijk warm asfalt, ingebed en verankerd in een

relatief dikke, ononderbroken laag polymeergemodificeerde

bitumenemulsie. Ze zijn samengesteld uit de meest hoogwaardige

bouwstoffen. Door de gepatenteerde samenstelling

en door de jarenlange ervaring kan een zeer lange levensduur

worden gegarandeerd. Hierbij blijft bovendien de stroefheid tot

het einde van de levensduur op een voldoende en hoog niveau.

Naast Novachip en Microville op ZOAB produceert Novachip

Holland nog een aantal andere soorten ultradunne deklagen,

zoals de standaard Microville, Safedress en Deciville.

Novachip

Novachip is een ultradunne overlaging, met de kwaliteiten van

een asfaltdeklaag. De soorten 0/8 (met name voor stedelijk

gebied) en 0/11 (met name voor buitengebied), met minimale

laagdiktes van 15 tot 25 mm, worden voornamelijk aangebracht

voor herstel van het dwarsprofiel, reparatie van oppervlakschade

en voor verbetering van de stroefheid. De open textuur van

Novachip resulteert in een hoge aanvangsstroefheid en

vermindering van spat- en stuifwater. Het steenskelet bestaat

uit steenslag 3. Hierdoor is de stroefheid ook op lange termijn

gegarandeerd. De geluidreductie van Novachip kan, afhankelijk

van de maximale korrelmaat, tot bijna 2dB(A) bedragen ten

opzichte van standaard dicht asfaltbeton.

Microville

Microville wordt aangebracht in laagdiktes van 20 tot 30

mm en heeft een holle ruimte van circa 20%. Het heeft een

uitstekend waterbergend en -afvoerend vermogen, waardoor

het bijdraagt aan de verkeersveiligheid tijdens en na hevige

regenval. Bovendien levert de toepassing van Microville grote

geluidreducties op, 4dB(A) bij een voertuigsnelheid van 50

km/u. Het steenskelet van Microville bestaat uit electro-oven

(staal)slakken met een polijstgetal van minimaal 60 en het

bindmiddel is Sealoflex polymeergemodificeerd bitumen. Het

is daardoor goed bestand tegen rafeling, scheurvorming en

permanente deformatie, terwijl de stroefheid is gewaarborgd.

Microville is daarom niet alleen geschikt voor toepassing

binnen de bebouwde kom. Het is bijvoorbeeld ook uitstekend

toepasbaar op auto(snel)wegen.

Deciville

Deciville is de semi-dichte variant van de Microville, welke een

geluidreductie van bijna 4dB(A) geeft.

Microville op ZOAB

Microville op ZOAB is een duurzame onderhoudsmaatregel

voor snel verouderde of beschadigde ZOAB deklagen. Het

speciale procedé wat voor de reparatie of overlaging van de

oude ZOAB wordt gebruikt, zorgt er voor dat de ZOAB zijn

karakteristieke eigenschappen niet verliest (waterberging en

verminderde splash en spray), tevens geeft het systeem een

geluidsreductie van circa 5dB(A). De gemiddelde laagdikte van

de Microville op ZOAB is 20 mm welke over de ZOAB maar ook

als inlay toegepast wordt. Microville op ZOAB geeft de ZOAB

constructie een levensduurverlenging van 7 tot 10 jaar.

Safedress

Safedress wordt geleverd met een maximale korrelgrootte van 6

mm. De minimale laagdikte hiervan is 10 tot 15 mm, afhankelijk

van het bestaande wegprofiel. Het wordt voornamelijk toegepast

als alternatief voor de traditionele oppervlakbehandeling. Het

heeft dezelfde voordelen: uiterst geringe laagdikte, snel aan

te brengen, direct te berijden en budgettair concurrerend.

Echter, met Safedress kan, in vergelijking met een traditionele

oppervlakbehandeling, een geluidreductie behaald worden

van meer dan 6dB(A) bij 50km/u. Omdat er geen los steenslag

aanwezig is, treedt er geen ruitschade op. Door de wijze van

aanbrengen is er geen vervuiling van aanliggende wegen.

Bovendien is dit egale oppervlak ook aantrekkelijk voor

langzaam verkeer zoals fietsers en skaters.

Winterschade of Vorstschade

Novachip kan preventief worden aangebracht op wegen met

een dichte- of semidichte deklaag, die voor de winter al een

lichte vorm van schade vertonen. Bij deklagen die tevens

een geluidsreducerende functie hebben, kan de standaard

Microville worden toegepast. Bij gestarte rafeling en/of

oppervlakteschade bij ZOAB-wegdekken is Microville op

ZOAB preventief toepasbaar. De geluidsreducerende én de

waterafvoerende functie van de ZOAB-constructie blijft hierbij

gewaarborgd. Voordeel van deze methode is het voorkomen

van grote schades in de winterperiode en uitstel van ingrijpende

reconstructies met een aantal jaren, voor een relatief geringe

investering.

Novachip en Microville op ZOAB kan men toepassen wanneer de

schade in de winterperiode reeds heeft toegeslagen. Novachip

en Microville op ZOAB kunnen namelijk in de winterperiode

worden toegepast, wanneer de gevoelstemperatuur tot 0°

Celcius is gedaald. Na het toepassen, als noodmaatregel, in

deze winterse omstandigheden, voldoet de constructie weer

direct voor de lopende winterperiode en kan duur onderhoud

weer voor geruime tijd worden uitgesteld.

Novachip Holland kan deze noodreparaties uitvoeren, omdat

het systeem van het Novachip procedé zo uniek is. Door het

sproeien van de speciaal gemodificeerde emulsie vlak voor

de afwerkbalk (kleven en asfalteren in 1 werkgang) is men

verzekerd van perfecte hechting van het nieuwe asfaltmengsel

aan het oude asfalt. Bij het conventioneel overlagen, is deze

hechting er namelijk onvoldoende en zal de nieuwe deklaag

mogelijk in dezelfde winter weer loslaten. De extra voordelen

van de toepassing van de Novachip en Microville op ZOAB bij

winterschade of vorstschade, zijn de aantrekkelijke lage prijs en

de hoge productiesnelheid.

Kortom, Novachip en Microville op ZOAB zijn, zowel preventief

als correctief, dé perfecte producten om de winterschade of

vorstschade mee te bestrijden!

www.novachip.nl

26 november 2010 Advertorial

Advertorial

november 2010 27


Nederlandse waterbouwers

hebben vertrouwen in de toekomst

Tekst: Olav lammers

De Nederlandse waterbouwers moeten flink in de handen gewreven hebben toen staatssecre-

taris Joop Atsma op 4 november, tijdens het eerste Nationale Deltacongres in Scheveningen,

bekend maakte dat het nieuwe kabinet volledig achter de Deltacommissaris staat. Ook de aan-

kondiging dat hij de Deltawet zo snel mogelijk door de Kamer wil krijgen en het nieuwe kabinet

achter het plan blijft staan om het Deltafonds vanaf 2020 jaarlijks met 1 miljard te vullen, moet de

waterbouwers als muziek in de oren hebben geklonken.

“In ieder geval doet het ons goed te constateren dat de

nieuwe staatssecretaris al snel en goed in de materie is

ingevoerd. Wij zullen al onze kennis en expertise aanbieden

om de uitvoering van het Deltaprogramma zo goed en

efficiënt mogelijk te laten verlopen”, zegt Frank A. Verhoeven,

voorzitter van de Vereniging van Waterbouwers.

Het gaat goed met de Nederlandse waterbouwsector. Dat

bleek ook tijdens de Waterbouwdag 2010, die enkele dagen

na het Nationale Deltacongres werd gehouden in Amersfoort.

Internationaal wordt steeds meer aan de weg getimmerd

en op nationaal gebied zijn tot de verbeelding sprekende

projecten in uitvoering waar duizenden bezoekers uit binnen

en buitenland op afkomen. Vooral de aanleg van de Tweede

Maasvlakte trekt enorm veel bekijks. Maar ook projecten in

het kader van ‘Ruimte voor de Rivier’, hebben de aandacht

van menig ‘buitenland’.

Visitekaartje

“Deze projecten vormen het visitekaartje van de Nederlandse

waterbouwers en maken dat onze positie over de grenzen

heen alleen maar sterker wordt en we over een steeds sterker

groeiend exportproduct beschikken, waar ook Nederlandse

ingenieursbureaus die in de wereld voorop lopen, van

kunnen profiteren”, aldus een tevreden Verhoeven, die zelf

ook groepsdirecteur bij Boskalis is.

Rollen omgekeerd

Vervulden grote baggeraars als Van Oord en Boskalis

voorheen meestal een onderaannemersrol voor grote civiele

hoofdaannemers, de afgelopen tien jaar is die situatie

steeds vaker omgekeerd en zijn zij hoofdaannemer. Volgens

Verhoeven heeft dat vooral te maken met het feit dat grote

havenontwikkelingen dermate risicovol zijn geworden dat

grote aannemers daarmee gestopt zijn. “Wij hebben deze rol

voor een belangrijk deel overgenomen. Een goed voorbeeld

daarvan is de aanleg van de Tweede Maasvlakte waar wij

voor meer dan een miljard aan werk hebben, waarvan voor

ruim 200 miljoen naar civiele onderaannemers is gegaan

voor de aanleg van wegen en kademuren.”

Vier grote drivers

Verhoeven ziet de toekomst van de Nederlandse

waterbouwsector tamelijk rooskleurig in. Er zijn, internationaal

gezien, vier grote drivers die op de wat langere termijn een

positieve trend zullen geven. Zo is er een toenemende vraag

naar energie en transport. Opkomende landen als India en

China spelen daar een belangrijke rol in. Verhoeven: “Dat

betekent een groeiende vraag naar olie en gas, steeds meer

vraag naar pijpleidingen en dergelijke, maar ook de bouw van

LNG-havens. Vervoer- en havenontwikkeling worden steeds

belangrijker. Daarnaast is er een toenemende behoefte aan

land in delta’s waar een tekort aan ruimte ontstaat. Kijk

bijvoorbeeld naar Singapore en Dubai. Dat betekent dus

meer opspuiten van land. En als vierde driver: de verdediging

tegen water. Mede met het oog op de klimaatverandering,

maar ook door bevolkingtoename in delta’s en toename van

geïnvesteerd vermogen en aanverwante activiteiten, ontstaat

een steeds grotere behoefte aan kustverdedigingswerken.“

Internationale positie

Als baggeraars behoren Boskalis en Van Oord samen met

twee Belgische baggerondernemingen tot de wereldtop

en pakken zij de grotere projecten aan. Chinese bedrijven

zijn in opkomst, maar richten zich nog voornamelijk op de

Chinese markt. Verhoeven denkt de vooraanstaande positie

van Boskalis en Van Oord in de wereld zeker te kunnen

vasthouden. “De concurrentie neemt weliswaar toe, maar wij

denken onze positie zelfs nog verder te kunnen uitbouwen,

28 november 2010 november 2010 29


want wij lopen duidelijk voorop wat betreft de meer

gecompliceerde projecten, zoals ‘design en construct’ of

grote projecten waarbij ecologie een belangrijke rol speelt.”

Toename D&B contracten

Verhoeven vertelt over hoe vroeger klanten ontwerpen tot in detail

op de markt zetten. “Maar de laatste jaren zie je steeds meer dat

de klant alleen een aantal hoofdeisen stelt aan de opdracht en

ontwerp en uitvoering helemaal aan ons overlaat. Onze rol is dus

breder, maar ook leuker geworden. Ons personeel kan daardoor

het hele werk van begin tot eind meemaken. Die trend zet zich

voort en in Nederland hebben wij daarmee met Rijkswaterstaat

al veel ervaring opgedaan. Het mooie is dat je nu ziet dat ook

steeds meer MKB-bedrijven binnen onze vereniging daar goed

op inspelen en zelf ook meer te maken krijgen met design en

build-contracten. Veel bedrijven nemen ook extra engineers

in dienst. Wat dat betreft is een enorme verschuiving gaande

omdat deze voorheen bij de overheid zaten.”

Vrijheid

Een goede ontwikkeling, zo vindt Verhoeven omdat dit in

zijn algemeenheid meer vrijheid geeft voor beide partijen.

“Een opdrachtgever die alles tot in detail voorschrijft, heeft

vaak onvoldoende idee wat dat betekent voor uitvoering en

materieel. Wanneer meer vrijheid geboden wordt aan de

aannemer, zal dat in het algemeen leiden tot optimalisatie

en goedkopere werkmethoden en dus ook een lagere prijs.

Bovendien is er meer ruimte voor innovatie. Een project als

de Tweede Maasvlakte laat dat duidelijk zien.”

Zandsuppleties

Verhoeven noemt ook de zandsuppleties langs de Nederlandse

kust als voorbeeld waarbij het tot voor kort zo was dat

suppleties in een bepaalde vastgestelde periode plaats

moesten vinden en zijn beëindigd als het toeristenseizoen

begon. “Als je de aannemer bijvoorbeeld de opdracht geeft

in een periode van drie jaar een paar miljoen m3 zand te

suppleren en het aan hem overlaat wanneer hij dat doet,

kan hij dat zelf inplannen zodat het voor de opdrachtgever

economisch aantrekkelijker zal worden.”

Dergelijke contractvormen bieden ook een grote uitdaging voor

afgestudeerde civiele ingenieurs die bij de waterbouwbedrijven

komen werken. Zij mogen vaak direct mee naar een project

en hebben daardoor veel meer feedback. “Dat is een enorme

verrijking en het maakt het werken in de waterbouw een stuk

aantrekkelijker voor jong-afgestudeerden. En die jongeren zijn

hard nodig in onze sector.”

Promotiebeleid sector

Kijkend naar de toekomst en het vele werk wat op de

sector afkomt, is de voorzitter van de Vereniging van

Waterbouwers niet benauwd over de beschikbaarheid van

voldoende personeel. “Onze vereniging voert een heel actief

promotiebeleid. We gaan de scholen langs om de waterbouw

onder de aandacht te brengen als een aantrekkelijke sector

om later in te gaan werken. We gaan langs de basisscholen,

middelbare scholen en HBO-instellingen. En in het kader van

ecologie en waterbouw hebben wij in Delft en ook op andere

universiteiten een flink aantal promotieplaatsen kunnen

realiseren. Over de resultaten tot nu toe zijn we positief, te meer

WATerbOuWprIjZeN OM belANGSTellING VOOr WATerbOuW Te WekkeN

Rindert de Jong en Tim van Schooten van de TU Delft

hebben met hun afstudeerscripties beiden de Waterbouwprijs

2010 in de categorie Academisch gewonnen. De eerste

prijs in de categorie HBO ging naar Joost Borgers van de

Hogeschool Van Hall Larenstein. De prijzen werden tijdens

de Waterbouwdag uitgereikt door Frank Verhoeven, voorzitter

van de Vereniging van Waterbouwers.

Elk jaar stelt de Vereniging van Waterbouwers studenten die

afstuderen aan HBO of Technische Universiteit in de richting

Waterbouwkunde (of aanverwante studierichtingen) in de

gelegenheid hun afstudeerproject te laten meedingen naar

de jaarlijkse Waterbouwprijs. Het doel van de prijs is om

studenten te animeren bij deze vakgroep of studierichting af te

studeren en op deze wijze belangstelling voor de waterbouw

te wekken.

Een jury beoordeelt de afstudeerprojecten op onder andere

de innovativiteit van het afstudeerproject. Dat wil zeggen

de mate waarin nieuwe elementen worden toegevoegd aan

de bestaande kennis, de praktische toepasbaarheid van

het resultaat van het afstudeerproject en multidisciplinaire

benadering.

Rindert de Jong won met zijn scriptie ‘Beheersen van extreme

waterstanden in het IJsselmeer; een nieuw perspectief voor

een veilig en klimaatbestendig IJsselmeergebied’. In het

rapport worden creatieve maatregelen voorgesteld die de

negatieve gevolgen van een waterstandverhoging in het

IJsselmeer beperken, die zouden plaatsvinden als gevolg van

een waterstandverhoging, zoals voorgesteld in het tweede

Deltaplan van de commissie Veerman.

Tim van Schooten won eveneens de eerste prijs met zijn

afstudeerproject ‘Hydraulic mechanic cutting of rock’. In

zijn rapport wordt voor een sleephopper de combinatie van

hogedruk jetten en het snijden van gesteente bestudeerd.

Met deze studie heeft Tim van Schooten de grenzen voor

toepassing van een sleephopper niet alleen verlegd, maar ook

de mogelijkheid geopend om de productie van dit werktuig in

gesteente te verhogen.

Op HBO-niveau was de studie van Joost Borgers de eerste

prijswinnaar. Het project ‘De toetsbaarheid van het voorland’

bestudeert de gevolgen van erosie van het voorland door

golven en stroming, waarvan tot nu toe weinig bekend is. De

Waterbouwprijsjury is van mening dat een beheerder met de

bevindingen van deze studie zich op praktische wijze een

eerste oordeel kan vormen over de veiligheidsstatus van het

voorland.

30 november 2010 november 2010 31


TeCHNeuT Of TeCHNOlOOG?

“Noem uzelf, wanneer u zich voorstelt aan een bestuurder of

(hoge) ambtenaar nooit meer techneut, maar technoloog. Je

hebt het toch ook niet over een psycheut?!”

Voormalig FME-voorman, Arie Kraaijeveld, thans voorzitter

van het Netherlands Water Partnership, maar boven alles

Bèta-man, is altijd in voor een ‘peptalk’. Zo ook tijdens de

landelijke Waterbouwdag die op 9 november werd gehouden.

In de aankondiging van het congres stond dat hij het zou gaan

hebben over: ‘Wat zijn de lessen die we kunnen trekken uit

de frequente vernieuwingen van het onderwijs sinds 1968. Is

het kennisniveau in de bètavakken gestegen of gedaald? Wat

betekent dit voor de positie van ons land in de internationale

waterbouwmarkt?’

Zo ‘saai’ als de aankondiging klinkt, zo bevlogen zette hij

in twintig minuten tijd een beeld neer van de onmiskenbare

mislukkingen in het onderwijsbeleid waarmee volgens hem

‘jongeren jarenlang een kat in de zak is verkocht’. Een serieuze

act waarmee hij de zaal regelmatig plat kreeg als ware het een

oudejaarsconferentie. Maar de boodschap kwam over!

Kraaijeveld, ooit nog conrector geweest, heeft zich ingezet

voor een beter onderwijssysteem, zoals dat gold vóór de

invoering van de Mammoetwet. Hij heeft zich altijd verzet tegen

oeverloze (politieke) discussies over onderwijsstructuren,

waarbij de inhoud een ondergeschikte rol speelde. Praat hem

niet over de Middenschool (“vakkenpakketten, profielen en

het meest misdadige: kinderen van 15-16 jaar suggereren dat

ze daarmee een beroep moesten kiezen. Docenten die nooit

buiten kwamen en niets van de arbeidsmarkt wisten”) en de

vele kubieke meters papier met ongebruikte adviezen uit de

onderwijssector die hij in de kelder van voormalig minister van

Onderwijs, Deetman aantrof.

omdat grote projecten in Nederland sinds de deltawerken

zo’n dertig jaar zijn uitgebleven. Met de Tweede Maasvlakte

en Ruimte voor de Rivier zien we dat de belangstelling voor

ons vak behoorlijk toeneemt. Als we dergelijke uitdagende

projecten weten voort te zetten – en daar ziet het met het

Deltaprogramma wel naar uit – zal de interesse voor de

waterbouwsector alleen maar verder groeien.”

Deltaprogramma

Het Deltaprogramma waarmee Nederland voor de toekomst

klimaatbestendig moet worden gemaakt, belooft voor de

waterbouwsector veel werk gedurende tientallen jaren. Maar

ook nieuwe kennis en ervaring die ook op de buitenlandse

markt kan worden aangewend. Verhoeven, die aanwezig was

tijdens het eerste Nationale Deltacongres in Scheveningen, is

niet ontevreden over de eerste signalen die staatssecretaris

Joop Atsma daar afgaf. “Nu moet blijken hoe daadkrachtig

we met elkaar zijn en wat we er verder van gaan maken.

De aanpak van deltacommissaris Kuijken spreekt ons echter

Kraaijeveld is destijds ook niet voor niets toegetreden tot

het bestuur van Platform Bèta Techniek. Hij werd door

de regering gevraagd te zorgen dat er meer technici en

natuurwetenschappers uit de jongeren zouden komen.

Hij stoorde zich aan geldverkwistende ambtenaren en practiviteiten

en trok vervolgens het land in om op alle technische

en algemene universiteiten, hbo-instellingen en vwo-scholen

honderden toespraken te houden over het belang om toch

vooral exact te kiezen.

En niet zonder resultaat. Hij steunde initiatieven van

geestverwanten in het onderwijs en wist uiteindelijk het aantal

jongens en meisjes dat voor een b-opleiding koos met enkele

tientallen procenten op te krikken. “Ik verzamelde op een

gegeven moment 80 jongeren van 16-18 jaar om me heen

en vroeg hen waardoor zij geraakt werden. Toen zeiden ze

iets wat volstrekt voor de hand lag: niet door pakken papier,

niet door gladde verhalen, wij willen mensen zien, inspirerende

leraren, zoals wij allemaal wel een of meerdere leraren

kunnen opnoemen die van grote betekenis in ons leven zijn

geweest. Volgens Kraaijeveld ligt met een goede b-opleiding,

inclusief een aantal talen, de wereld voor je open. “Zeker

in de waterbouwsector.” Hij riep de aanwezigen op zich

gezamenlijk in te zetten om de kwaliteit van het onderwijs een

kick naar boven te geven. “Een taskforce Waterbouw. Dan

gaat de waterbouwsector een rijke toekomst tegemoet.”

Kraaijeveld kon het tenslotte niet laten te constateren dat

toen hij zijn strijd begon, slechts vier van de honderdvijftig

Kamerleden een exacte opleiding had genoten. “Dat zijn er

nu twee…”

bijzonder aan en de waterbouwers willen er graag hun

energie in stoppen om mee te helpen sturen en oplossingen

te vinden in een periode van grote begrotingstekorten.”

Wijsheid en nieuwe kansen

“Wat dat betreft zijn wij verheugd dat de deltacommissaris

ons vanaf het begin heeft uitgenodigd mee te denken en

onze praktijkervaring in te brengen”, zo vervolgt Verhoeven.

“Building with Nature speelt daarbij een belangrijke rol en

biedt ons nieuwe kansen op de wereldmarkt. Hoewel wij met

de Tweede Maasvlakte en Ruimte voor de Rivier nog wel even

vooruit kunnen, is het wel van belang dat er wordt nagedacht

over de periode tot 2020. Dan wordt het eerste miljard in het

Deltafonds gestort en kunnen de grote werkzaamheden van

start. Wellicht zijn hier mogelijkheden tot voorfinanciering?

De feiten wijzen uit dat we qua veiligheid door moeten zetten.

Ik ga ervan uit dat de wijsheid overheerst, we er samen uit

zullen komen in plaats van op onze lauweren te rusten met

het idee dat het allemaal wel goed komt.”

‘building with Nature’,

nieuw exportproduct

Nederlandse waterbouw

Tekst: Olav lammers

Loopt de Nederlandse water(bouw)sector internationaal al aan kop op het gebied van baggeren,

het opspuiten van grote terreinen en zandsuppleties, de bouw van stormvloedkeringen en andere

vormen van deltatechnologie, inmiddels wordt in Nederland kennis en ervaring opgedaan met

‘Building with Nature’, ofwel ‘groene waterbouw’. Een geheel nieuwe benadering van waterbouw

waarmee Nederland opnieuw hoge ogen kan gooien op de buitenlandse markt, zo bleek tijdens

de Waterbouwdag op 9 november in Amersfoort.

32 november 2010 november 2010 33


Onder de naam ‘EcoShape’ werken de Nederlandse waterbouwers

aan ecodynamisch ontwikkelen en ontwerpen.

Ze doen dit samen met overheden, kennisinstituten,

ingenieurs- en adviesbureaus, havenbeheerders en private

opdrachtgevers. Bij ecodynamisch ontwikkelen en ontwerpen

wordt gebruik gemaakt van de dynamiek van het natuurlijke

systeem. Een vijfjarig project dat in 2008 is opgezet en waarin

30 miljoen wordt gestoken. De overheid financiert de ene

helft, bedrijven de andere helft.

Duurzaamheid

Het initiatief is destijds genomen door Boskalis en Van Oord.

“Wij zijn daartoe overgegaan omdat in het verleden nogal

wat bouwkundige projecten werden teruggefloten door de

Raad van State. Bij die ontwerpen zou te weinig rekening

zijn gehouden met ecologische aspecten”, vertelt Frank

Verhoeven, voorzitter van de Vereniging van Waterbouwers

en groepsdirecteur bij Boskalis. “Vooral bij de Tweede

Maasvlakte heeft dat sterk gespeeld en spannende momenten

opgeleverd. Ook in de waterbouw is duurzaamheid hoog op

de agenda komen te staan en om de ecologie wat ‘uit de softe

hoek’ te halen, concreter te maken, zijn wij tot dit initiatief

gekomen.”

Natuurlijke dynamiek

Met het project wordt kennis en ervaring opgedaan met

krachten van de natuur om waterbouwkundige infrastructuur

tot stand te brengen en tegelijk kansen te scheppen voor de

natuur. Uitgangspunt daarbij is dat naarmate de dynamiek van

de natuur beter begrepen wordt, de mogelijkheden worden

• Werkt 30x sneller en 5x langer dan pekel

• 24 - 45 uur werkzaam waardoor preventief te gebruiken

• Direct werkzaam bij contact met sneeuw en ijs

• Geen corrosieschade bij toepassing op o.a. (gelakte) metalen

• Geen schade aan wegen

• Bespaart arbeidskosten

• Milieuvriendelijk

• Werkzaam tot -50 graden Celsius

• Voorkomt opvriezen Na 10 min. Na 1 uur

Defrost

vergroot om de natuur in het ontwikkel- en ontwerpproces te

integreren. Met behulp van nieuwe inzichten en kennis wordt

de natuur dan zelf een drijvende kracht achter de duurzame

ontwikkeling van waterbouwkundige infrastructuur.

Nederland bakermat

Verhoeven: “Deze insteek heeft een enorme potentie voor

opdrachten in het buitenland. Het mooie is dat Nederland op

dit gebied de bakermat vormt omdat wij hier al in de praktijk

met de toepassing kunnen experimenteren. Niet alleen op

papier, maar ook in de praktijk, zoals bij de aanleg van de

Tweede Maasvlakte, waar wij daadwerkelijk aan het monitoren

zijn, en het programma Ruimte voor de Rivier. Dat geeft een

enorme uitstraling die zich ook in het Deltaprogramma moet

gaan manifesteren.”

Kennis en ervaring opdoen

De voorzitter van de vereniging van Waterbouwers doelt

daarmee onder meer op grote plannen voor de Nederlandse

kust, zoals het gedoseerd suppleren in Zeeuwse intergetijdengebieden

en de megasuppletie (zandmotor) voor de

Delflandse kust. Ook het idee om voor de Noord-Hollandse

kust zandsuppleties in samenwerking met de natuur te

laten plaatsvinden en nieuwe natuur te creëren, is een goed

voorbeeld. Verhoeven: “Dat biedt bij uitstek de kans om nog

meer kennis en ervaring op te doen met nieuwe vormen van

traditionele technieken in de waterbouw en te bepalen welke

hiervan de toekomst hebben.”

Aansluiting op Watervisie

Het Building with Nature-programma sluit op een aantal

fronten nauw aan op de door het kabinet vastgestelde

Watervisie. Daarin wordt de noodzaak aangegeven voor een

fundamentele verandering in onze manier van denken en

doen en voor het toepassen van innovatieve concepten rond

watervraagstukken. Building with Nature wordt ook genoemd

in de doelstelling van de Maatschappelijke Innovatieagenda

Water (MIAW). Het doel van de MIAW is het verbinden van

maatschappelijke met economische ambities. Innovaties op

het gebied van water hebben alleen kans van slagen als een

maatschappelijke behoefte samengaat met echte kansen

voor het bedrijfsleven. Die kansen verleiden de sector om

met oplossingen te komen en mee te investeren. Projecten in

het Building with Nature-programma worden dan ook alleen

gehonoreerd als er een significante bijdrage uit de particuliere

sector komt.

Meer informatie

www.lotux-defrost.com

Agenda

Asfalt en bitumendag 2010

7 december, De Flint in Amersfoort

Dit jaar is het thema ‘Duurzaamheid en wegonderhoud’.

Het programma varieert van concepten voor duurzame

wegen, regelgeving op technisch en milieuhygiënisch vlak

en productontwikkelingen, waaronder het zelfherstellend

vermogen van asfalt. Ook de bijdrage van de verharding

aan kostenbesparing en milieuwinst door brandstofbesparing

komt aan bod. Veel invalshoeken en korte presentaties

maken het mogelijk in één dag kennis te nemen van de

nieuwe ontwikkelingen.

www.vbwasfalt.nl

Congres: Brabant bereikbaar

8 december, Sofitel Cocagne, Eindhoven

www.sbo.nl

Middagsymposium Bouwprognoses 2010-2015

9 december, Kasteel De Vanenburg, Putten

www.bouwprognoses.nl

Verkeer & Mobiliteit 2010

9 december, Expo Houten

Deze nationaal georiënteerde vakbeurs laat zien wat

er vandaag de dag en in de nabije toekomst praktisch

mogelijk is qua verkeerstoepassingen en mobiliteitsoplossingen.

Dat betekent dat u er aanbieders met verkeersproducten

en diensten vindt, verkeerskundige adviesbureaus

en andere gesprekspartners op mobiliteitsgebied.

www.verkeerenmobiliteit.nl

Infratech

11-14 januari 2011, Ahoy, Rotterdam

www.infratech.nl

CROW Infraweek

11-14 januari 2011, Ahoy, Rotterdam

CROW organiseert in samenwerking met InfraTech de

CROW Infraweek. In negen symposia worden de nieuwste

ontwikkelingen in de infra gepresenteerd. De symposia

beslaan een ochtend, een middag of een gehele dag en

worden afgesloten met een lunch- of dinerbuffet.

www.crow.nl

Injection Nederland is gespecialiseerd in het waterremmend maken van zandlagen.

Behalve als toepassing in de bouwkuip, ook een uitstekende methode om

bodemverontreiniging te isoleren.

Door onze aangepaste boortechniek is het in de meeste gevallen mogelijk om voc-emissies

uit de bodem tijdens het injecteren te voorkomen.

Injection Nederland BV

Symposium: 100 jaar afvoerreeks Borgharen

3 februari 2011, Crown Plaza, Maastricht

In 2011 bestaat de debietmeetreeks Borgharen 100 jaar.

Reden voor Rijkswaterstaat Dienst Limburg om deze mijlpaal

op 3 februari 2011 met een symposium onder de

aandacht te brengen. Tijdens het symposium zullen drie

sprekers ingaan op de afvoer bij Borgharen-dorp en het

gebruik van de meetreeks voor extreme situaties. Hoe

Koninklijk is de meetreeks en wat doen we ermee voor

extreem droge en extreem natte situaties? Genoeg vragen

om de afvoerreeks Borgharen-dorp onder de loep te

nemen.

www.rura-arnhem.eu

De BouwBeurs

7 t/m 12 februari 2011, Jaarbeurs, Utrecht

De Internationale BouwBeurs is dé tweejaarlijkse ontmoetingsplaats

waar bouwend Nederland bij elkaar komt. Deze

editie is het thema ‘Bouwen doen we samen’. Gelijktijdig

met de Internationale BouwBeurs vindt Bouw & ICT plaats

van dinsdag 8 tot en met donderdag 10 februari. Van 7

tot en met 11 februari staat hal 1 in het teken van Material

Xperience.

www.bouwbeurs.nl

Vakbeurs Grond Groen en Water

8 t/m 10 maart 2011, TT hal, Assen

www.grondgroenenwater.nl

Vakbeurs ParkeerVak

5 t/m 7 april 2011, Brabanthallen, ’s-Hertogenbosch

www.parkeervak.nl

Heeft u ook een interessant evenement voor onze agenda?

Mail het naar info@otar.nl!

Marconiweg 4, 4131 PD Vianen - Tel.: 0347-375774 - www.injection.nl


91e jaargang nummer 9, november 2010

Bestuur VWAR

Hans van der Togt (voorzitter), Dick

Ottevanger (secretaris), Albert Vink (penningmeester),

André Timmermans (lid),

Theo Berkhout (lid), Angelien van Boxtel

(lid), Jim van de Geer (lid).

Hoofd- en eindredactie

Astrid Melger

Advies en begeleiding

Redactie Advies Commissie VWAR

Medewerkers

Olav Lammers, Constant Gras,

Sandra Krens

Redactie-adres

Verhaalsuggesties, persberichten of andere

tips kunt u mailen naar info@otar.nl

Uitgever

AcquiMedia

Brouwerstraat 2-4, 3364 BE Sliedrecht

Henk van der Brugge

Tel.: 0184-481041

info@acquimedia.nl

Bladmanagement en advertentieverkoop

AcquiMedia

Wim Boer

Tel.: 0184-481042

info@otar.nl

Vormgeving

KLETS! TEKST & RECLAME B.V.

Abonnementen

Abonnementsprijs 2010 binnen Nederland

€ 79,50 excl. BTW.

Abonnementen buitenland (Europa)

€ 94,- excl. BTW.

Abonnementen lopen per jaar, ingaande de

Uitgave onder licentie van de Vereniging

van Waterstaatkundige Ambtenaren van

de Rijkswaterstaat (VWAR)

maand van aanmelding, en worden zonder

wederopzegging steeds met een jaar verlengd.

Losse nummers kosten € 9,50 per

stuk excl. BTW, excl. verzendkosten.

Voor opgave en vragen over abonnementen

kunt u terecht bij Abonnementenland,

Postbus 20, 1910 AA Uitgeest.

Tel.: 0900-ABOLAND of 0900-226 52 63

€ 0,10 per minuut.

Fax: 0251-31 04 05

Site: www.bladenbox.nl voor abonneren of

www.aboland.nl voor adreswijzigingen en

opzeggingen.

Opzeggingen (uitsluitend schriftelijk)

dienen 8 weken voor afloop van de abonnementsperiode

in het bezit te zijn van

Abonnementenland.

‘Wie Wat Waar’

Een reservering/abonnement op de rubriek

‘Wie Wat Waar’ omvat 9 achtereenvolgende

afplaatsingen voor slechts € 395,- en

wordt zonder wederopzegging steeds met

een jaar (9 afplaatsingen) verlengd.

AcquiMedia heeft in nauwe samenwerking

met de Redactie Advies Commissie van

de VWAR deze uitgave van Otar samengesteld.

De VWAR en de uitgever zijn

zich bewust van hun verantwoordelijkheid

aangaande inhoud en vormgeving

van het magazine OTAR. Desalniettemin

aanvaarden zij geen aansprakelijkheid voor

eventueel in deze uitgave voorkomende

onjuistheden.

Reproductie van artikelen of delen van artikelen

uit dit blad, op welke wijze dan ook,

is uitsluitend toegestaan na voorafgaande

schriftelijke toestemming van de uitgever.

ISSN 0376 – 6799

www.otar.nl

Asfaltonderhoud

Diepeveen VOF

De Hooge Hoek 17

3927 GG Renswoude

Tel.: 06-20417349

info@diepeveenvof.nl

www.asfalt-onderhoud.nl

Bermbeveiliging

Laura Metaal Eygelshoven BV

Postbus 42

6470 EA Eygelshoven

Tel.: +31(0)45 546 88 88

h.verstappen@verran.nl

www.verran.nl

Baggerwerken

Dredging and Contracting

Rotterdam B.V.

Zuid-Oostsingel 24d

4611 BB Bergen op Zoom

Tel.: +31 (0)164 266 144

info@dcrnl.com

www.jandenul.com

Betonfabrikant

Spanbeton BV

Postbus 5

2396 ZG Koudekerk a/d Rijn

Tel.: 071-342 02 00

info@spanbeton.nl

www.spanbeton.nl

OTAr dIGITAAl

Vanaf begin 2011 zal OTAR Magazine ook digitaal beschikbaar

komen. Alle abonnees krijgen vanaf dat moment niet alleen hun

geprinte vaktijdschrift thuisgestuurd, maar kunnen het blad ook,

per e-mail, in digitale vorm ontvangen.

Om nu reeds kennis te maken met de digitale versie van Otar kunt

u als voorbeeld de uitgave van oktober bekijken op

www.otar.nl onder OTAR Digitaal.

OTAR Digitaal oogt hetzelfde als de geprinte versie, maar is

voorzien van verschillende verrijkingen zoals bijvoorbeeld wisselde

foto’s / slideshows, extra achtergrondinformatie en, minstens zo

belangrijk, veel advertentie-uitingen met een directe link naar de

website van de betreffende adverteerder, waardoor nóg meer

interactie ontstaat tussen aanbieder en (potentiële) klant.

Nieuwsgierig? Bekijk dan de demoversie van OTAR Digitaal op

www.otar.n

Wie Wat Waar

Uw vermelding (en

foto) voordelig en

doeltreffend in deze

rubriek & op

www.otar.nl

Info: tel. 0184 - 481042

E-mail: info@otar.nl

Bermbeveiliging

Prins Dokkum B.V.

Postbus 4

9100 AA Dokkum

Tel.: +31 (0) 519 298 555

info@prinsdokkum.com

www.prinsdokkum.com

Betonreparatie

Injection

Oplossingen voor bodem en bouw

Injection Nederland B.V.

Postbus 230

4130 EE Vianen

Tel.: +31(0)347 37 57 74

injection@injection.nl

www.injection.nl

Advies en Engineering

Ingenieursbureau Boorsma B.V.

Postbus 647

9200 AP Drachten

Tel.: +31(0)512 58 03 00

j.wessels@boorsma-consultants.nl

www.boorsma-consultants.nl

Betonreparatie & Beton-/

Staalcoating producten

Sika Nederland B.V.

Zonnebaan 56

3542 EG Utrecht

Tel.: 030-241 01 20

info@nl.sika.com

www.sika.nl

Betonverbeteraars en

kleurpigmenten

Scholz Benelux BV

Postbus 356

6700 AJ Wageningen

Tel.: +31 (0)317 617 044

info@scholz-benelux.com

www.scholz-benelux.com

Geluidsschermen

Eurorail bv

Postbus 62

8060 AB Hasselt

Tel.: +31(0)38 477 33 40

info@eurorail.nl

www.eurorail.nl

Geluidsschermen

Van Campen Geluidsschermen

Postbus 2192

8203 AD Lelystad

Tel.: +31 320 277888

info@campen.nl

www.geluidsschermen.nl

Colbond bv

Postbus 9600

6800 TC Arnhem

Tel.: +31 26 366 4600

geosynthetics@colbond.com

www.colbond-geosynthetics.nl

Grondverbetering

C

Cofra

Cofra B.V.

Postbus 20694

1001 NR Amsterdam

Tel.: +31(0)20 - 693 45 96

mail@cofra.nl

www.cofra.nl

Damwanden en

beschoeiingen

Profextru Productie B.V.

Postbus 122

7770 AC Hardenberg

Tel.: +31 (0)523 654 011

info@profextru.nl

www.prolock.nl

Geografische informatie

systemen

Esri Nederland B.V.

Postbus 29020

3001 GA Rotterdam

Tel: +31 (0)10 217 07 00

bouw-infra@esri.nl

www.esri.nl/bouw-infra

Geokunststoffen Geotextielen

Grondstabilisatie

Grond- weg en waterbouw

Aquafix Milieu bv

Postbus 288

3640 AG Mijdrecht

Tel.: 0297-26 29 29

info@aquafix.nl

www.aquafix.nl

Explosieven opsporing

aDeDe bvba

Antwerpsesteenweg 56-60

B – 9000 Gent

Tel: +32 9 228 61 50

info@adede.com

www.adede.com

Geluidsschermen

Redubel B.V.

Postbus 177

4190 CD Geldermalsen

Tel.: 0345-588 500

info@redubel.nl

www.redubel.nl

Geopex Products (Europe) BV

Postbus 20

2830 AA Gouderak

Tel.: +31(0)182 377 327

europe@geopex.com

www.geopex.com

Grondkerende wanden

Terre Armée b.v.

Postbus 318

2740 AH Waddinxveen

Tel.: +31(0)182 622 735

Fax: +31(0)182 636 031

www.terrearmee.nl

Folieconstructies

C

Cofra

Cofra B.V.

Postbus 20694

1001 NR Amsterdam

Tel.: +31(0)20 - 693 45 96

mail@cofra.nl

www.cofra.nl

Grondinjectie

36 november 2010 november 2010 37

Injection

Oplossingen voor bodem en bouw

Injection Nederland B.V.

Postbus 230

4130 EE Vianen

Tel.: +31(0)347 37 57 74

injection@injection.nl

www.injection.nl


Grond- weg en waterbouw

Van Walraven Bouw/

Installatiematerialen

Postbus 62

3640 AB Mijdrecht

Tel.: 0297-231400

verkoop@walravenbv.com

www.walravenbv.com

Incident Management

IMS b.v.

Bosmanskamp 75

4190 MT Geldermalsen

Meldnummer: 0653-373406

info@imsbv.nl

www.imsbv.nl

Prefab betonelementen

Spanbeton BV

Postbus 5

2396 ZG Koudekerk a/d Rijn

Tel.: 071-342 02 00

info@spanbeton.nl

www.spanbeton.nl

Systeemgerichte

contractbeheersing

K2 Infra-Consultants

Postbus 54

3440 AB Woerden

Tel.: +31(0)348 407 000

consult@k2infra.nl

www.k2infra.nl

38 november 2010

Houtproducten

GWW Houtimport

Bedrijfsweg 11

3411 NV Lopik

Tel.: 0348-55 00 09

verkoop@gwwhoutimport.nl

www.gwwhoutimport.nl

Kwaliteitsborging

K2 Infra-Consultants

Postbus 54

3440 AB Woerden

Tel.: +31(0)348 407 000

consult@k2infra.nl

www.k2infra.nl

Rijplaten en

draglineschotten

Lekkerkerker Roterdam

Vareseweg 125

3047 AT Rotterdam

Tel.: +31(0)10 298 58 58

verhuur@lekkerkerker.com

www.lekkerkerker.com

Verkeersmaatregelen

De Jong b.v.

Postbus 91

4153 ZH Beesd

Tel.: 0345-684 590

Fax: 0345-684 530

www.dejongbv.com

Kunststof beschoeiing

Bergschenhoek Civiele

Techniek BV

Postbus 45

2650 AA Berkel en Rodenrijs

Tel.: +31(0)10 5242650

infobct@bergschenhoek-ct.com

www.kunststofbeschoeiing.nl

Landmeetkundige

systemen

Topcon Sokkia Nederland

De Kronkels 14

3752 LM Bunschoten

Tel.: 033-2992939

info@topconsokkia.nl

www.topconsokkia.nl

Signaleringsapparatuur

Marelko Benelux

Postbus 2674

6026 ZH Maarheeze

Tel.: +31(0)495-592 290

info@marelkobenelux.nl

www.marelkobenelux.nl

Houtproducten

Reef Hout

Breukersweg 9

7471 ST Goor

Tel. : +31 (0)547 - 28 63 50

info@reefhout.nl

www.reefhout.nl

Positionering- &

Monitoringsystemen

Seabed BV

Zamenhofstraat 150, unit 120

1022 AG Amsterdam

Tel.: +31 (0)20-63 68 443

sales@seabed.nl

www.seabed.eu

Sloopwerken

Lekkerkerker Rotterdam

Vareseweg 125

3047 AT Rotterdam

Tel.: +31(0)10 298 58 59

sloopwerken@lekkerkerker.com

www.lekkerkerker.com

A single good idea

often makes the

difference between

disaster and safety.

Elastocoast revetments break

the force of the waves.

Elastocoast, the polyurethane system for mechanically

bonding revetments on coasts, withstands even the

heaviest seas. It is so open-pored that the waves’

destructive energy is dissipated on impact. And it is

so ecological that it is recolonized by flora and fauna

only a short while after application.

Elastocoast ® . Making our coasts safer.

Further information: Denis Vugrek, Tel.: +49 5443 12-2859

E-mail: denis.vugrek@basf.com, www.elastocoast.com


Gladheidsmeldsystemen

Veiligheid vraagt om

betrouwbare informatie

Met het gladheidsmeldsysteem kan de gladheid op wegen worden bewaakt. De

meetstations detecteren de plaatselijke omstandigheden en geven gegevens door

aan een centrale server bij MeteoConsult. Van daaruit worden de wegbeheerders

gewaarschuwd en geïnformeerd.

Talent in techniek

Glasvezeltechniek

Aslastmeetsysteem

Openbare verlichting

Dynamisch verkeersmanagement

Postbus 2009

2470 AA Zwammerdam

Telefoon (0172) 63 21 21

Telefax (0172) 63 21 22

Internet: www.vandenberg.nl

10145 www.fige.nl

More magazines by this user
Similar magazines