01.08.2013 Views

nationale beroepscode - Verpleegkundigen & Verzorgenden ...

nationale beroepscode - Verpleegkundigen & Verzorgenden ...

nationale beroepscode - Verpleegkundigen & Verzorgenden ...

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

HOE gebruik je de <strong>beroepscode</strong><br />

Handreiking voor de Nationale Beroepscode van<br />

<strong>Verpleegkundigen</strong> en <strong>Verzorgenden</strong>


Inleiding<br />

Het belang van het gebruik van de Nationale Beroepscode<br />

Als verpleegkundige en verzorgende maak je deel uit van een beroepsgroep met een belangrijke<br />

maatschappelijke taak, namelijk de verpleging en verzorging van vaak kwetsbare mensen<br />

met gezondheidsproblemen. Deze taak is door de samenleving als het ware aan verpleegkundigen<br />

en verzorgenden toevertrouwd. Het is belangrijk dat verpleegkundigen en verzorgenden<br />

deze taak op een (ethisch) verantwoorde manier uitvoeren. Met een <strong>beroepscode</strong><br />

laat de beroepsgroep zien dat zij dit vertrouwen van de samenleving waard is. De Nationale<br />

Beroepscode van <strong>Verpleegkundigen</strong> en <strong>Verzorgenden</strong> geeft de waarden en normen van de<br />

beroepsgroep weer. Daarmee biedt hij de uitgangswaarden voor het handelen van jou als<br />

verpleegkundige of verzorgende. Hij vormt een leidraad voor je professionele handelen.<br />

Ook maakt de Nationale Beroepscode aan de zorgvrager, andere zorgverleners en de samenleving<br />

duidelijk wat zij van jou als verpleegkundige of verzorgende kunnen verwachten en waar<br />

zij jou op kunnen aanspreken.<br />

Het gebruik van de Nationale Beroepscode door verpleegkundigen en verzorgenden draagt zo<br />

bij aan de kwaliteit van zorg. Het is daarom belangrijk dat verpleegkundigen en verzorgenden<br />

de Nationale Beroepscode ook daadwerkelijk gebruiken in de dagelijkse praktijk.<br />

Het stimuleren van het gebruik van de Nationale Beroepscode<br />

De Nationale Beroepscode is alleen van betekenis, indien je als verpleegkundige of verzorgende<br />

weet hoe je zelf de Nationale Beroepscode kunt gebruiken of hoe je hem als team of<br />

Verpleegkundige en/of Verzorgende Adviesraad (VAR) kunt gebruiken in je werk.<br />

Dé plaats om kennis te maken met de inhoud en het gebruik van de Nationale Beroepscode is<br />

het onderwijs. Aangezien de Nationale Beroepscode de waarden en normen van de beroepsgroep<br />

weergeeft, is het belangrijk dat je tijdens je opleiding tot verpleegkundige of verzorgende<br />

al leert om de <strong>beroepscode</strong> te gebruiken.<br />

Deze uitgave geeft in aparte hoofdstukken suggesties voor het gebruik van de Nationale<br />

Beroepscode door individuele verpleegkundigen of verzorgenden, door teams of VAR's en<br />

bij scholing. Naast deze suggesties is ook een aantal casussen opgenomen, die als oefenmateriaal<br />

kunnen dienen.<br />

Het is niet alleen belangrijk dat je als verpleegkundige of verzorgende de Nationale<br />

Beroepscode gebruikt. Ook op je werk moet het gebruik van de Nationale Beroepscode<br />

bevorderd en ondersteund worden. In deze uitgave vind je daarom ook suggesties hoe je de<br />

Nationale Beroepscode onder de aandacht kunt brengen van je collega’s, leidinggevenden en<br />

directie/Raad van bestuur.<br />

3


Leeswijzer<br />

De hoofdstukken zijn ingedeeld naar activiteiten waarbij of waarvoor je de Nationale<br />

Beroepscode kunt gebruiken:<br />

- Confrontatie met een vraag of casus<br />

- Jouw persoonlijke waarden en normen en die van de beroepsgroep<br />

- Het stimuleren van het eigen nadenken en handelen<br />

- Een afspraak maken over een bepaald onderwerp<br />

- Advisering over beleid<br />

De hoofdstukken ‘Confrontatie met een vraag of casus’ (hoofdstuk 2), ‘Jouw persoonlijke<br />

waarden en normen en die van de beroepsgroep’ (hoofdstuk 3) en ‘Het stimuleren van het<br />

eigen nadenken en handelen’ (hoofdstuk 4) zijn vooral van belang voor individuele verpleegkundigen<br />

en verzorgenden en voor teams.<br />

Het hoofdstuk ‘Een afspraak maken over een bepaald onderwerp’ (hoofdstuk 5) biedt aanknopingspunten<br />

voor een team om tot afspraken te komen. Het kan ook door een VAR gebruikt<br />

worden.<br />

Het hoofdstuk ‘Advisering over beleid’ (hoofdstuk 6) is in eerste instantie van belang voor een<br />

VAR. Ook individuele verpleegkundigen en verzorgenden of teams kunnen dit hoofdstuk raadplegen<br />

als ze een onderwerp onder de aandacht van leidinggevenden willen brengen.<br />

4


Inhoud<br />

Inleiding<br />

Het belang van de Nationale Beroepscode<br />

3<br />

Het stimuleren van het gebruik van de Nationale Beroepscode 3<br />

Leeswijzer 4<br />

1. Opmerkingen vooraf 8<br />

Over de Nationale Beroepscode 8<br />

Over de voorbeelden 9<br />

2. Confrontatie met een vraag of casus 11<br />

Confrontatie met een casus als individuele verpleegkundige of verzorgende 11<br />

Confrontatie met een casus als team 13<br />

3. Jouw persoonlijke waarden en normen en die van de beroepsgroep 26<br />

4. Het stimuleren van je eigen nadenken en handelen 31<br />

5. Een afspraak maken over een bepaald onderwerp 35<br />

6. Advisering over beleid 41<br />

7. Suggesties voor scholing 44<br />

8. Voorbeelden om mee te oefenen 50<br />

9. De Nationale Beroepscode en de instelling 53<br />

10. Meer weten 58<br />

6


1 Opmerkingen vooraf<br />

Over de Nationale Beroepscode van <strong>Verpleegkundigen</strong> en <strong>Verzorgenden</strong><br />

Aandacht voor waarden<br />

De Nationale Beroepscode geeft je de uitgangswaarden voor je handelen. Belangrijke waarden<br />

zijn respect, vertrouwen, eerlijkheid, weldoen, geen schade toebrengen, autonomie en rechtvaardigheid.<br />

Sommige van deze waarden staan expliciet in de code. In artikel 2.1 staat bijvoorbeeld<br />

bij het tweede bolletje ‘dat ik iedere zorgvrager en zijn naasten met hetzelfde respect<br />

tegemoet treed’. Andere waarden worden niet expliciet genoemd, maar vormen wel de basis<br />

van artikelen. Artikel 2.7 stelt bijvoorbeeld: ‘als verpleegkundige/verzorgende vraag ik de zorgvrager<br />

(en/of zijn vertegenwoordiger) om toestemming voordat ik tot zorgverlening overga’.<br />

De bepaling dat ik de zorgvrager om toestemming moet vragen voordat ik tot zorgverlening<br />

overga is gebaseerd op de waarde (respect voor de) autonomie (van de zorgvrager).<br />

Als je bij een vraag of probleem de Nationale Beroepscode raadpleegt is het belangrijk om ook<br />

altijd na te gaan welke waarde hier van belang is of een rol speelt.<br />

Het kader van je werk<br />

Je werk als verpleegkundige of verzorgende is gericht op het bevorderen en in stand houden<br />

van gezondheid, het voorkomen van ziekte en handicap, het bijdragen aan genezing en herstel<br />

van ziekten en het verlichten van lijden en ongemak. Bij vragen en problemen die je tegenkomt,<br />

moet je dit kader ook altijd voor ogen houden en je bij je afwegingen afvragen welk<br />

handelen het beste deze doelen realiseert.<br />

Overleg met anderen wenselijk<br />

De Nationale Beroepscode is een hulpmiddel bij ethische vragen. In je dagelijkse werk kom je<br />

regelmatig voor ethische vragen te staan. Je vraagt je af wat je moet doen of wat een goede<br />

houding is. Je kunt dan de Nationale Beroepscode raadplegen. De code biedt je (meestal)<br />

geen kant en klare oplossingen of voorschriften. Hij geeft je wel aanknopingspunten om de<br />

vraag of het probleem te overdenken en om tot een weloverwogen keuze te komen.<br />

Je kunt steeds nagaan welke artikelen van de Nationale Beroepscode eventueel op een<br />

specifieke situatie van toepassing zijn. Aangezien de <strong>beroepscode</strong> aanknopingspunten biedt,<br />

moet je altijd zelf nog nadenken over de betekenis van de artikelen in deze situatie en over<br />

eventuele andere argumenten, redenen of wettelijke bepalingen (bijvoorbeeld WGBO, Wet<br />

BIG) die in deze situatie van belang zijn. Dit nadenken kan het beste in overleg met collega’s,<br />

zodat je je eigen overwegingen kunt toetsen aan de overwegingen van je collega’s, daarvan<br />

samen kunt leren en tot een afgewogen oordeel kunt komen.<br />

De formulering van de artikelen<br />

In de artikelen staat wat je van jezelf als verpleegkundige of verzorgende mag verwachten: ‘als<br />

verpleegkundige/verzorgende doe ik ….’. Daarna volgt ‘dat betekent met name …’ met een<br />

aantal bolletjes. De tekst achter de bolletjes geeft aan waaraan je bij dit artikel kunt denken.<br />

8


De opsomming achter de bolletjes is echter niet uitputtend. Een bepaald artikel van de<br />

Nationale Beroepscode kan ook van toepassing kan zijn op een situatie die niet achter een van<br />

de bolletjes staat. Of een artikel kan gedrag of een handeling van je vragen, die niet achter een<br />

van de bolletjes staat. Opnieuw betekent dit dat je als verpleegkundige of verzorgende altijd zelf<br />

moet nadenken over de situatie en eventueel in overleg met anderen moet nagaan of een<br />

bepaald artikel in deze specifieke situatie van toepassing is en wat het dan van je vraagt.<br />

Over de voorbeelden<br />

Een mogelijke uitwerking<br />

Bij verschillende suggesties voor het gebruik van de Nationale Beroepscode is een voorbeeld<br />

uitgewerkt. Deze uitwerking is slechts een mogelijkheid: zo kun je een afweging maken als je<br />

met een ethische vraag zit of zo kan een bespreking van een casus in een team verlopen.<br />

Welke argumenten in een bepaalde situatie het zwaarste wegen, moet je zelf of samen met je<br />

collega’s in die concrete situatie bepalen.<br />

Een stappenplan voor bespreking van een casus<br />

Een van de suggesties is om een casus te bespreken met behulp van een stappenplan en<br />

daarbij ook de Nationale Beroepscode te gebruiken. Wij hebben gekozen voor een stappenplan<br />

dat gebaseerd is op de ‘Utrechtse methode’. Er zijn echter ook andere methodes om een<br />

gestructureerd gesprek te voeren. Misschien gebruikt jouw instelling een van die andere<br />

methodes of een geheel eigen methode. Net als in dit boekje kun je kijken hoe je de Nationale<br />

Beroepscode bij die andere methode kunt gebruiken.<br />

Praktijk valt mee<br />

De uitwerking van de voorbeelden lijkt? zeker bij het stappenplan? heel omslachtig en<br />

onwerkbaar. Dat blijkt in de praktijk echter mee te vallen.<br />

Een gestructureerd gesprek kan helpen om een situatie goed te onderzoeken. In een team,<br />

dat een beetje ervaring met gestructureerde gesprekken heeft, kan een lastige casus in drie<br />

kwartier zo besproken worden dat aan het eind duidelijk is wat er gedaan moet worden.<br />

Opmerking<br />

De begeleiding van dit soort gesprekken vraagt wel aandacht. Een gesprek gaat nog wel eens<br />

mis als geen van de teamleden enige kennis en ervaring heeft om een dergelijk gesprek te<br />

begeleiden. Een beetje ervaren gespreksleider is wel nodig om het tot een goed einde te<br />

brengen.<br />

9


2 Confrontatie met een vraag of casus<br />

In de praktijk kun je als individuele verpleegkundige of verzorgende of als team voor een<br />

situatie komen te staan, waarbij je niet meteen weet wat in deze situatie de juiste handeling of<br />

wat goede zorg voor deze zorgvrager is.<br />

Hieronder volgt een voorbeeld van een casus voor een individuele verpleegkundige/verzorgende<br />

en een voorbeeld van een casus voor een team.<br />

Confrontatie met een casus als individuele verpleegkundige of verzorgende<br />

Casus<br />

Je werkt op een afdeling (in een ziekenhuis, verpleeghuis of instelling voor mensen met een<br />

verstandelijke beperking). Eén van je collega’s staat erom bekend dat hij de zorgvragers niet<br />

altijd met respect behandelt. Je hoort van zorgvragers dat hij hen afsnauwt en dat zij eigenlijk<br />

bang voor hem zijn. Als hij het over een van de zorgvragers heeft, zegt hij niet meneer X.<br />

of mevrouw Y. heeft last van …(vul maar in). Hij zegt dat dat mens van kamer 10 weer ligt<br />

te zeuren.<br />

Op de afdeling ligt mevrouw C.. Deze mevrouw heeft snel last van blaasontsteking en moet<br />

vaak naar de WC. Daarbij moet zij geholpen worden. Dat is soms inderdaad lastig. Dit keer<br />

reageert die collega op haar belletje. Jij bent toevallig in de buurt en ziet hoe hij zo haar kamer<br />

inloopt. Je hoort ook hoe hij tegen mevrouw C. uitvalt. Hij zegt dat ze zich niet aan moet<br />

stellen en dat hij wel wat anders te doen heeft dan haar voortdurend naar de WC te helpen.<br />

Jij maakt je zorgen over deze situatie en vraagt je af wat je het beste kunt doen.<br />

Mogelijke uitwerking<br />

Je wilt je collega aanspreken op zijn gedrag, maar je aarzelt nog. Je raadpleegt de Nationale<br />

Beroepscode om te kijken of die aanknopingspunten biedt. Allereerst inventariseer je welke<br />

artikelen mogelijk bij de casus passen. Je komt de volgende artikelen tegen: 2.1, 2.2, 2.4, 2.11,<br />

3.1, 3.2 en 3.6.<br />

Vervolgens ga je na welke van deze artikelen het meest belangrijk zijn.<br />

Je bekijkt de artikelen nog eens:<br />

- 2.1 Als verpleegkundige/verzorgende heb ik als uitgangspunt dat iedere zorgvrager recht heeft<br />

op zorg.<br />

Bij het tweede bolletje staat als toelichting dat dat inhoudt dat je iedere zorgvrager en zijn<br />

naasten met hetzelfde respect tegemoet treedt.<br />

- 2.2 Als verpleegkundige/verzorgende stel ik in de zorgverlening de belangen van de zorgvrager<br />

centraal.<br />

Bij de bolletjes staat dat je de zorg verleent die de zorgvrager nodig heeft en dat je opkomt<br />

voor de belangen van de zorgvrager als dat nodig is.<br />

11


- 2.4 Als verpleegkundige/verzorgende zorg ik dat er een zorgrelatie met de zorgvrager (en/of zijn<br />

vertegenwoordiger) tot stand komt.<br />

Volgens de toelichting bij de bolletjes betekent dit onder meer dat je je ervan bewust moet<br />

zijn dat een goede zorgrelatie van belang is voor een goede zorgverlening en dat je je in<br />

moet zetten voor een zorgrelatie die op wederzijds vertrouwen gebaseerd is.<br />

Het gedrag van je collega is volgens jou in strijd met deze artikelen. Je collega behandelt de<br />

zorgvragers niet met respect. Hij stelt ook de belangen van de zorgvrager niet centraal. Zijn<br />

manier van optreden draagt ook niet bij aan een zorgrelatie, die op wederzijds vertrouwen is<br />

gebaseerd. Deze artikelen vormen toch centrale elementen voor goede zorg.<br />

Daar komt dan ook nog artikel 2.11 bij:<br />

- 2.11 Als verpleegkundige/verzorgende respecteer en bescherm ik de privacy van de zorgvrager.<br />

Bij het eerste bolletje staat dat je niet onaangekondigd de ruimte waarin de zorgvrager<br />

verblijft binnengaat.<br />

Voor je eigen handelen haal je ook al een aanwijzing uit deze artikelen. Artikel 2.2 zegt namelijk<br />

dat je opkomt voor de belangen van de zorgvrager als dat nodig is.<br />

Deze overwegingen brengen je bij artikel 3.6:<br />

- 3.6 Als verpleegkundige/verzorgende bescherm ik de zorgvrager tegen onethische, incompetente,<br />

onveilige of anderszins tekort schietende zorgverlening van andere zorgverleners.<br />

Bij het eerste bolletje staat dat je eerst je collega aan moet spreken voordat je eventueel<br />

naar je leidinggevende stapt.<br />

Deze artikelen steunen je in je overtuiging dat je je collega moet aanspreken op zijn gedrag.<br />

Dat je eerst je collega zelf moet aanspreken heeft te maken met respect voor je collega (hij heeft<br />

als collega een eigen verantwoordelijkheid en deskundigheid) en met collegialiteit (artikelen<br />

3.1 en 3.2). In dat gesprek kun je je collega erop wijzen dat zijn manier van optreden de<br />

belangen van de zorgvrager en de integriteit van de professionele beroepsuitoefening schaadt<br />

(artikel 3.6). Ook kun je samen met je collega proberen na te gaan waardoor het komt dat hij de<br />

zorgvragers behandelt op een manier die helemaal niet bij een professionele en menselijke<br />

beroepsuitoefening past. Misschien heeft hij wel problemen thuis of is hij niet gelukkig in zijn<br />

baan. Dan kun je hem aanraden om daarvoor hulp te zoeken. Misschien is hij zich niet zo<br />

bewust van zijn gedrag. Ook daarvoor kun je samen met hem naar een oplossing zoeken,<br />

bijvoorbeeld dat hij zich een tijdje laat coachen.<br />

Wanneer blijkt dat je collega niet van plan is om ook maar iets aan zijn gedrag te veranderen,<br />

moet je afwegen of je naar je leidinggevende stapt. Dat is soms een lastige afweging. Aan de<br />

ene kant heb je te maken met de relatie met je collega en met de waarde ‘collegialiteit’. Een<br />

belangrijke betekenis van collegialiteit is dat je elkaar als collega’s niet afvalt. Aan de andere kant<br />

heb je ook te maken met de belangen van de zorgvragers en de professionele normen volgens<br />

12


de Nationale Beroepscode. Volgens de professionele normen moet je je leidinggevende op de<br />

hoogte stellen van tekortschietende zorg van andere zorgverleners als een gesprek met die zorgverleners<br />

niet mogelijk is of niet tot het gewenste resultaat heeft geleid (artikel 3.6). Dat betekent<br />

dat je naar je leidinggevende kunt stappen, als je collega zijn gedrag niet verandert.<br />

Confrontatie met een casus als team<br />

Bespreking met behulp van een stappenplan<br />

In een bespreking van een bepaalde situatie kan iedereen naar voren brengen wat volgens hen<br />

de juiste handelwijze is of wat in het belang van de zorgvrager is en waarom en dan proberen tot<br />

een oordeel te komen. Het risico daarbij is dat er misschien toch belangrijke informatie over het<br />

hoofd wordt gezien of dat de overwegingen van iemand die bij de situatie betrokken had moeten<br />

zijn niet aan bod komen (denk aan: de visie van de patiënt, cliënt of bewoner).<br />

Om alle aspecten aan bod te laten komen is het handig om de patiëntenbespreking op een<br />

gestructureerde manier te doen. Dat kan met behulp van een stappenplan. Binnen de ethiek<br />

zijn verschillende stappenplannen ontwikkeld voor de bespreking van casussen. Sommige<br />

stappenplannen zijn gericht op het vinden van een oplossing. Zij proberen een antwoord te<br />

geven op de vraag: wat is in deze situatie het beste om te doen? Andere stappenplannen zijn<br />

houdingsgericht. Het doel van die stappenplannen is om je bewust te maken van je eigen<br />

opstelling binnen je beroep.<br />

Hieronder staat een voorbeeld van een stappenplan gericht op het vinden van een oplossing.<br />

Dit stappenplan is gebaseerd op de ‘Utrechtse methode’ (voor de literatuurverwijzing zie hoofdstuk<br />

10. Meer weten).<br />

Stappenplan<br />

1. Wat is je eerste reactie op deze specifieke situatie?<br />

Ga over deze eerste reacties niet met elkaar in discussie.<br />

2. Wat is de ethische vraag?<br />

3. Welke oplossingen kun je bedenken voor de vraag? Welke handelingen zijn een antwoord<br />

op de vraag?<br />

4. Wie zijn er allemaal bij deze situatie betrokken?<br />

5. Welke argumenten brengen zij naar voren? Waarom vinden zij die argumenten belangrijk:<br />

welke waarden vormen de basis voor die argumenten?<br />

Welke van de argumenten, die naar voren zijn gebracht, zijn van belang voor een beoordeling<br />

van deze situatie? Welk argument of welke argumenten moeten in deze situatie het<br />

zwaarste wegen?<br />

6. Welke oplossing heeft op basis van de afweging nu de voorkeur?<br />

7. Maak afspraken over de uitvoering.<br />

13


1<br />

2<br />

3<br />

4<br />

Toelichting bij verschillende stappen<br />

Je eerste reactie geeft je vaak een idee van wat mogelijk het probleem is. Soms raakt een situatie<br />

je zo dat je daar bijvoorbeeld heel boos of verontwaardigd over bent. In deze stap kun je<br />

dat zeggen en kun je aangeven waarom je dat bent. Alleen is die eerste reactie niet voldoende<br />

om duidelijk te krijgen wat er precies aan de hand is. Het geeft een richting aan, maar je moet<br />

dit verder onderzoeken in de volgende stappen.<br />

Vaak is het ook nog zo dat in een casus meer dan één vraag of probleem zit en dat jij bijvoorbeeld<br />

reageert op de ene vraag en je collega zich vooral druk maakt over het andere probleem<br />

uit de casus. Het is belangrijk om die verschillende vragen uit de casus uit elkaar te halen. Dat<br />

gebeurt in stap 2. In deze stap worden alle reacties geïnventariseerd. Dat geeft een beeld van<br />

de meningen die er in het team leven.<br />

Dit is een vraag naar wat je moet of mag doen; wat in deze situatie goede zorg is. Het is<br />

belangrijk deze vraag zo precies mogelijk te formuleren. Niet: wat betekent respect voor autonomie?<br />

Maar: is het moreel wenselijk om zorgvrager B., die een verstandelijke beperking heeft,<br />

zelf te laten beslissen of hij wel of niet geopereerd wil worden?<br />

In deze stap ga je ook met elkaar na of er misschien meer dan één vraag speelt in de casus.<br />

Voor een goed verloop van het gesprek moet je die vragen onderscheiden en bepalen welke<br />

vraag je met elkaar (als eerste) wilt bespreken. Dat structureert het gesprek en voorkomt dat je<br />

in het gesprek voortdurend alle kanten op gaat en langs elkaar heen praat.<br />

Het bedenken van verschillende oplossingen voor de morele vraag maakt een probleem<br />

beter hanteerbaar. Je kunt dan beter over de casus nadenken. Het doet ook een beroep op je<br />

creativiteit en vraagt je om niet in de routine te blijven steken.<br />

Deze stap is zeker belangrijk als een casus achteraf besproken wordt, omdat iemand zich<br />

afvraagt of zij in de beschreven situatie goed gehandeld heeft en daar graag feedback op wil<br />

krijgen. Als deze inventarisatie van mogelijke oplossingen overgeslagen wordt, bestaat het<br />

gevaar dat de discussie zich helemaal richt op degene die de casus heeft ingebracht. Zij wordt<br />

dan met vragen bestookt over de gekozen handeling. Andere oplossingen komen helemaal niet<br />

meer in beeld.<br />

Nagaan wie er allemaal bij de casus betrokken zijn, is nodig om te zorgen dat alle relevante<br />

gezichtspunten en belangen meegenomen worden in de casus. De betrokkenen zijn alle<br />

personen die te maken krijgen met de gevolgen van de handeling die uiteindelijk gekozen<br />

wordt. Als verpleegkundige of verzorgende ben jij een van de betrokkenen. Je kunt bij betrokkenen<br />

verder denken aan: de zorgvrager zelf, medezorgvragers, familieleden van de zorgvrager,<br />

andere teamleden (collega verpleegkundigen of verzorgenden, de arts, andere zorgverleners).<br />

Soms kunnen niet alle betrokkenen aanwezig zijn bij de bespreking. Toch is het<br />

belangrijk dat je aan alle gezichtspunten denkt. Misschien hebben de afwezigen gezegd wat zij<br />

belangrijk vinden. Dat kun je dan inbrengen in de bespreking. Of anders kun je (gezamenlijk)<br />

14


5<br />

6<br />

7<br />

proberen vanuit hun perspectief naar de casus te kijken. Vergeet daarbij vooral niet het<br />

perspectief van de zorgvrager, indien hij niet zelf in staat is aan te geven wat hij wil. Wat denk je<br />

dat de zorgvrager wil? Wat kun je opmaken uit zijn uitingen of gedrag? Wat heeft hij zelf eerder<br />

aangegeven? Wat is het beste voor de zorgvrager?<br />

Om te bepalen welke argumenten echt van belang zijn voor een beoordeling van de situatie, moet<br />

je weer even terug naar stap 2 en je concentreren op de centrale vraag. Op dit punt kun je in de<br />

Nationale Beroepscode kijken welke aanknopingspunten je daarin voor deze situatie kunt vinden.<br />

Vervolgens kun je samen eens worden over welke argumenten leiden tot beantwoording van de<br />

centrale vraag met ‘ja’ en welke met ‘nee’. Het is handig om deze argumenten voor en tegen in<br />

twee kolommen op een flip-over te zetten. Zo kun je ervan uitgaan dat je globaal de meest relevante<br />

argumenten voor de beantwoording van de morele vraag hebt opgespoord. Daarna ga je<br />

met elkaar in gesprek over de argumenten. In dat gesprek kan duidelijk worden hoe je de<br />

verschillende argumenten kunt interpreteren en welke vragen ze oproepen. Let daarbij ook heel<br />

goed op of de aanknopingspunten uit de Nationale Beroepscode wel echt van toepassing zijn op<br />

de casus en terecht als argument genoemd worden.<br />

Het gesprek over de casus met de bijbehorende argumenten en het gezamenlijk zoeken naar een<br />

oplossing is daarbij belangrijker dan te blijven steken in het scherp tegenover elkaar zetten van de<br />

argumenten voor en tegen. Om het gesprek verder te brengen kan het helpen om na te gaan<br />

welke argumenten nu het belangrijkste zijn. Dit kun je doen door de deelnemers aan de discussie<br />

een rapportcijfer of plussen te laten zetten bij het argument dat zij het zwaarst vinden wegen.<br />

Tenslotte volgt de discussie over de weging van de argumenten: waarom vindt iemand een bepaald<br />

argument heel belangrijk? Zijn de anderen het daarmee eens of vinden zij een ander argument veel<br />

belangrijker? Zo ja, waarom? Aan welke waarden geven de argumenten uitdrukking?<br />

Bij deze stap keer je weer even terug naar stap 3. Welke oplossingen waren er ook al weer bedacht<br />

voor deze casus? Het kan zijn dat tijdens de discussie nog een mogelijke oplossing naar voren<br />

komt. Die kun je aan het rijtje toevoegen. Je bekijkt samen welke oplossingen het beste passen<br />

bij de argumenten, die het zwaarste wegen. In deze stap verbind je de uitkomsten van stap<br />

3 (oplossingen) met die van stap 5 (gewogen argumenten). Ook is het goed om nog even naar<br />

alle betrokkenen te kijken (stap 4) en om na te gaan of in de oplossing die je bedenkt zo goed<br />

mogelijk rekening gehouden wordt met de gezichtspunten van alle betrokkenen.<br />

De ervaring leert dat je met deze stap tot een heel genuanceerd beeld kunt komen van wat je<br />

kunt doen. Het gaat er niet om dat je heel streng voor het ene of voor het andere alternatief<br />

moet kiezen. Je moet juist creatief en ruimdenkend met de mogelijke oplossingen omgaan.<br />

Je moet samen een soort programma bedenken dat verschillende dingen combineert.<br />

In de concrete praktijk van de zorgverlening is deze stap belangrijk om te voorkomen dat er<br />

weliswaar een zinvolle en zorgvuldige casusbespreking is geweest, maar de gekozen aanpak<br />

niet in de praktijk wordt gebracht.<br />

15


Casus<br />

Een patiënt die al lang in dialyse is, belt naar de afdeling met de vraag of hij die middag een<br />

half uur eerder aangesloten kan worden in verband met zijn werk. De verpleegkundige die<br />

hem aan de lijn krijgt zegt, dat ze haar best zal doen, maar dat ze niets kan beloven. De dialyse<br />

is zo georganiseerd dat een half uur eerder de normale regulering van de aansluittijden<br />

doorkruist. Als de patiënt zich die middag een half uur vóór de gebruikelijke tijd meldt, blijkt dat<br />

het niet lukt om hem eerder te helpen. Hij ontbrandt in woede en scheldt de verpleegkundige<br />

die dan dienst heeft, uit. Die laat het geraas over zich heen gaan. Een collega spreekt haar in<br />

de pauze daarop aan: ‘Als je alles van die man pikt, dan bepaalt hij binnenkort wat er hier<br />

gebeurt. Bij mij had hij die kans nooit gekregen. Zo zet je ons ook nog voor het blok.’<br />

Mogelijke uitwerking<br />

1. Wat is je eerste reactie op de casus?<br />

De volgende reacties komen vanuit het team naar voren:<br />

- We moeten toch eens paal en perk stellen aan zulk gedrag.<br />

- Misschien lokken we zelf dat gedrag uit.<br />

- Je kunt je collega toch niet op die manier aanspreken.<br />

- Als we nou gewoon duidelijke regels stellen en ons daar aan houden, gebeurt er<br />

helemaal niets.<br />

- Je verandert toch niets aan het gedrag van sommige zorgvragers, dus het heeft<br />

helemaal geen zin om erop te reageren.<br />

- Waar bemoeit die collega zich mee? Weet ze het weer beter?<br />

2. Wat is de ethische vraag?<br />

Het team bekijkt de reacties uit stap 1 en ziet dat de reacties over twee dingen gaan:<br />

a. de manier waarop de verpleegkundige reageert op een zorgvrager die zich onheus en<br />

mogelijk zelfs agressief gedraagt;<br />

b. de manier waarop de leden van het team met elkaar omgaan en elkaar kritiek geven.<br />

Vaak zijn er bij een casus ook nog andere vragen. In deze casus is er bijvoorbeeld nog de<br />

‘technische’ vraag:<br />

c. wat kunnen wij doen om te voorkomen dat een zorgvrager hevig teleurgesteld en zelfs<br />

agressief reageert?<br />

Dit is geen ethische vraag. De vraag is niet: is het moreel wenselijk om …..? De vraag is:<br />

wat kunnen we bedenken om te voorkomen dat ….? Dat is een ‘technische’ vraag. Het gaat<br />

om het bedenken van handelingen/oplossingen om een bepaald doel te bereiken.<br />

16


Het team vindt de alle drie de vragen belangrijk en besluit een aantal bijeenkomsten te<br />

gebruiken om de verschillende vragen aan de orde te stellen.<br />

Overleg over a.: de manier waarop de verpleegkundige reageert op een zorgvrager die<br />

zich onheus en mogelijk zelfs agressief gedraagt<br />

Het team formuleert vraag van punt a. zo scherp mogelijk en komt tot de vraag:<br />

Is het moreel wenselijk om in deze situatie direct grenzen te stellen aan het gedrag van de<br />

zorgvrager tegenover de verpleegkundige?<br />

3. Welke oplossingen kun je bedenken voor de vraag?<br />

De inventarisatie leidt tot de volgende oplossingen:<br />

- Niets doen en de bui over je heen laten komen<br />

- Meteen zeggen dat je niet van dergelijk gedrag gediend bent<br />

- Direct met de zorg stoppen en die overdragen aan een collega<br />

- De bui over je heen laten gaan en er later bij de zorgvrager op terug komen<br />

- De zorgvrager zijn zin geven en proberen hem zo snel mogelijk aan te sluiten aan een<br />

dialyseapparaat<br />

- Eisen dat de zorgvrager zijn excuses maakt voordat je verder gaat met de zorg<br />

4. Wie zijn er allemaal bij de situatie betrokken?<br />

- De zorgvrager<br />

- De verpleegkundige tegen wie hij heeft staan schelden<br />

- Andere leden van het team (omdat zij door de zorgvrager aangesproken kunnen worden<br />

vanwege het gedrag van hun collega)<br />

- Mogelijke familieleden van de zorgvrager (indien zij aanwezig zijn en zich ook met de zaak gaan<br />

bezighouden, bijvoorbeeld om hun familielid te verdedigen of om zijn gedrag uit te leggen)<br />

- Mogelijke medezorgvragers (indien zij aanwezig zijn op het moment dat de betreffende zorgvrager<br />

de verpleegkundige uitscheldt en met een ruzieachtige sfeer geconfronteerd worden).<br />

5. Welke argumenten brengen de betrokkenen naar voren en welke argumenten moeten<br />

het zwaarste wegen?<br />

Bij de inventarisatie van de argumenten maakt het team ook gebruik van de Nationale<br />

Beroepscode. Het team vindt dat de volgende artikelen aanknopingspunten kunnen bieden voor<br />

een beoordeling van de casus:<br />

- 2.1 Als verpleegkundige/verzorgende heb ik als uitgangspunt dat iedere zorgvrager recht<br />

heeft op zorg. Bij de bolletjes staat dat je niet mag discrimineren en dat je iedere<br />

zorgvrager met hetzelfde respect tegemoet moet treden.<br />

- 2.2 Als verpleegkundige/verzorgende stel ik in de zorgverlening de belangen van de<br />

zorgvrager centraal.<br />

17


- 2.3 Als verpleegkundige/verzorgende stem ik de zorgverlening zoveel mogelijk af op de<br />

zorgbehoeften, waarden en normen, culturele en levensbeschouwelijke opvattingen<br />

van de zorgvrager.<br />

Bij het laatste bolletje staat dat je je bewust moet zijn van een mogelijk verschil tussen<br />

je eigen waarden en normen en de waarden en normen van de zorgvrager.<br />

- 2.4 Als verpleegkundige/verzorgende zorg ik dat er een zorgrelatie met de zorgvrager<br />

(en/of zijn vertegenwoordiger) tot stand komt.<br />

Een van de bolletjes wijst erop dat je je in moet zetten voor een relatie met de zorg<br />

vrager, die op wederzijds vertrouwen gebaseerd is.<br />

- 2.12 Als verpleegkundige/verzorgende neem ik in mijn relatie met de zorgvrager professionele<br />

grenzen in acht.<br />

Bij een van de bolletjes staat dat je aan de zorgvrager je eigen grenzen duidelijk maakt.<br />

Het team verdeelt de aanknopingspunten uit de Nationale Beroepscode vast over de<br />

kolommen voor en tegen direct grenzen stellen aan het gedrag van de zorgvrager tegenover<br />

de verpleegkundige.<br />

Ja (direct grenzen stellen)<br />

• want ik dien me in te zetten voor een<br />

zorgrelatie, die op wederzijds vertrouwen<br />

is gebaseerd (2.4)<br />

• want ik wordt verondersteld aan de zorgvrager<br />

mijn eigen grenzen duidelijk te<br />

maken (2.12)<br />

• andere argumenten: …..<br />

Het team onderzoekt vervolgens de verschillende argumenten. Dat de belangen van de zorgvrager<br />

centraal staan, staat niet ter discussie. Maar wat is precies het belang van de zorgvrager?<br />

De verpleegkundige heeft haar best gedaan. Het is echter niet gelukt om dialyseapparatuur<br />

een half uur eerder beschikbaar te hebben. Wat kun je dan nog doen?<br />

Een van de deelnemers zegt dat het inderdaad belangrijk is om de zorgvrager met respect<br />

tegemoet te treden, maar vraagt zich af of dat niet ook vereist dat de zorgvrager respect voor<br />

de verpleegkundige moet hebben. Respect hebben voor de ander houdt toch niet in dat je je<br />

alles moet laten welgevallen? Bovendien kun je toch heel beleefd zeggen dat je niet van die<br />

scheldpartij gediend bent.<br />

18<br />

Nee (niet direct grenzen stellen)<br />

• want ik dien de belangen van de zorgvrager<br />

centraal te stellen (en niet mijn<br />

eigen belang; 2.2)<br />

• want als ik direct grenzen stel, is het maar<br />

de vraag of ik de zorgvrager wel met<br />

voldoende respect tegemoet treed (2.1)<br />

• want ik dien me bewust te zijn van mogelijke<br />

verschillen in waarden en normen<br />

tussen de zorgvrager en mijzelf (2.3)<br />

• andere argumenten: …..


Een collega sluit zich daarbij aan. Zij wijst op het argument dat de zorgrelatie op wederzijds<br />

vertrouwen gebaseerd moet zijn. Wederzijds vertrouwen betekent ook wederzijds respect.<br />

Op het moment dat een zorgvrager zo tegen je begint te schelden, raak je als verpleegkundige<br />

dat vertrouwen toch wel een beetje kwijt.<br />

Een ander verpleegkundige vraagt zich af wat het precies betekent om je bewust te zijn van<br />

mogelijke verschillen in waarden en normen tussen de zorgvrager en jezelf. Stel dat een zorgvrager<br />

vanwege zijn sociale achtergrond en persoonlijke karakter heel ontvlambaar is en het<br />

in zijn omgeving de gewoonte is om snel te gaan schelden. Betekent dat dat je als verpleegkundige<br />

of verzorgende dit gedrag dan maar moet accepteren omdat de zorgvrager andere<br />

normen heeft dan jij? Hoeft die zorgvrager zich niet aan normale fatsoensregels te houden?<br />

Dat kan toch niet de bedoeling zijn. Misschien moet de dialyseafdeling (of het ziekenhuis) toch<br />

eens huisregels opstellen.<br />

Op basis van deze discussie neigt het team ernaar om de vraag naar het direct stellen van<br />

grenzen aan het gedrag van de zorgvrager tegenover de verpleegkundige met ‘JA’ te beantwoorden.<br />

6. Welke oplossing heeft op basis van de afweging nu de voorkeur?<br />

Het team pakt de suggesties uit stap 3 er weer bij:<br />

- Niets doen en de bui over je heen laten komen<br />

- Meteen zeggen dat je niet van dergelijk gedrag gediend bent<br />

- Direct met de zorg stoppen en die overdragen aan een collega<br />

- De bui over je heen laten gaan en er later bij de zorgvrager op terug komen<br />

- De zorgvrager zijn zin geven en proberen hem zo snel mogelijk aan te sluiten aan een<br />

dialyseapparaat<br />

- Eisen dat de zorgvrager zijn excuses maakt voordat je verder gaat met de zorg<br />

Het team komt tot het besluit dat de suggestie om de zorgvrager zijn zin te geven niet<br />

aanvaardbaar is. Dan kom je terecht in een situatie waar de hardste schreeuwer het eerste<br />

geholpen wordt. Dat is onrechtvaardig.<br />

Zij spreken het volgende af:<br />

- Indien een zorgvrager begint te schelden, geven de leden van het team meteen aan dat de<br />

zorgvrager te ver gaat en dat hij de zorgrelatie op het spel zet.<br />

- Is de zorgvrager even niet voor rede vatbaar, dan zeg je tegen de zorgvrager dat hij te ver<br />

gaat en dat je daar later op terug komt.<br />

- In een gesprek met de zorgvrager wijs je hem erop dat de zorgrelatie wederzijds vertrouwen<br />

vereist. Als de zorgvrager dat vertrouwen schaadt, heeft dat gevolgen voor de zorg zelf.<br />

- Samen met de zorgvrager ga je na waarom hij zo ging schelden. Misschien ligt de oorzaak<br />

bij andere ervaringen in het ziekenhuis.<br />

19


- Indien het vertrouwen binnen de zorgrelatie definitief geschaad is, wordt met de zorgvrager<br />

naar alternatieven gezocht. De zorg moet dan misschien overgedragen worden aan een<br />

andere verpleegkundige.<br />

7. Maak afspraken over de uitvoering.<br />

Het team maakt de volgende afspraken:<br />

- Indien een dergelijke situatie zich nog eens voordoet, komt er een teambespreking om te<br />

kijken hoe de situatie verlopen is.<br />

- Over een half jaar evalueert het team de omgang met agressieve of scheldende zorgvragers.<br />

Tijdens die evaluatie gaat het team ook na of de bij 6 afgesproken manier van<br />

werken ook lukt.<br />

Kanttekening<br />

Voor een echte afweging heeft het team niet genoeg informatie. In het voorbeeld heeft het<br />

team alleen gekeken naar aanknopingspunten vanuit de Nationale Beroepscode. In de<br />

praktijk zijn er vaak ook nog ander argumenten voor of tegen, die in de afweging een rol<br />

spelen. De afweging kan afhankelijk van de situatie anders uitvallen.<br />

Stel dat de verpleegkundige tijdens de inventarisatie van de argumenten zegt dat de zorgvrager<br />

haar de vorige keer vertelde dat hij binnenkort een heel belangrijk gesprek met zijn<br />

werkgever heeft. Misschien was dat gesprek op die dag en wilde hij daarom eerder gedialyseerd<br />

worden. En misschien was hij zo gespannen voor dat gesprek dat hij ontploft is toen<br />

bleek dat de dialyse niet eerder kon beginnen. Dat kon zij zich wel voorstellen. Daarom had<br />

zij hem maar even uit laten razen. De zorgvrager heeft haar de volgende dag trouwens nog<br />

gebeld en zijn excuses aangeboden.<br />

Op basis van deze informatie kan het team tot het oordeel komen dat het in het algemeen<br />

wenselijk is om de zorgvrager direct op zijn gedrag aan te spreken, maar dat het team<br />

zich kan voorstellen dat de verpleegkundige in déze specifieke situatie dat niet heeft<br />

gedaan.<br />

Overleg over b.: de manier waarop de leden van het team met elkaar omgaan en elkaar<br />

kritiek geven.<br />

Deze situatie lijkt op het bovenstaande voorbeeld van de collega die zorgvragers niet met<br />

respect behandelt: het gaat om het aanspreken van je collega. In de uitwerking blijkt of deze<br />

twee casussen inderdaad vergelijkbaar zijn.<br />

2. Wat is de ethische vraag?<br />

Opnieuw zoekt het team naar een zo scherp mogelijke formulering van de vraag en komt tot:<br />

Is het in deze situatie moreel wenselijk om een collega op deze wijze aan te spreken op<br />

oncollegiaal gedrag?<br />

20


3. Welke oplossingen kun je bedenken voor de vraag?<br />

Het team bedenkt de volgende oplossingen:<br />

- De verpleegkundige aanspreken op de ongewenste gevolgen van het gedrag (zoals dat in<br />

de casus gebeurt)<br />

- De situatie meer in zijn algemeenheid bespreken in een teambespreking<br />

- De verpleegkundige vragen waarom ze het geraas van de zorgvrager over zich heen<br />

heeft laten gaan zonder zelf iets daarover tegen de zorgvrager te zeggen<br />

- De verpleegkundige bemoedigen en zeggen dat het ook wel heel lastig is om met die<br />

zorgvrager goed om te gaan<br />

- Bij de leidinggevende aankaarten dat de verpleegkundige niet goed handelde.<br />

4. Wie zijn er allemaal bij de situatie betrokken?<br />

- De verpleegkundige die het geraas van de zorgvrager over zich heen heeft laten gaan<br />

- De collega die haar hier op heeft aangesproken<br />

- De andere teamleden<br />

- De zorgvragers (indien de teamleden elkaar bekritiseren in het bijzijn van de zorgvragers).<br />

5. Welke argumenten brengen de betrokkenen naar voren en welke argumenten moeten<br />

het zwaarste wegen?<br />

Opnieuw pakken de leden van het team de Nationale Beroepscode erbij om aanknopingspunten<br />

voor een beoordeling van deze situatie te vinden. Zij komen tot de volgende artikelen:<br />

- 1.6 Als verpleegkundige/verzorgende lever ik een bijdrage aan veilige zorgverlening.<br />

Een van de bolletjes zegt dat je alert moet zijn op situaties waarin de zorg niet voldoet<br />

aan eisen van veiligheid en daar actie op moet ondernemen.<br />

Bij een ander bolletje staat dat je een bijdrage dient te leveren aan het creëren van een<br />

afdelingscultuur waarin het voorkomen en leren van fouten gestimuleerd wordt.<br />

- 3.1 Als verpleegkundige/verzorgende werk ik samen met andere zorgverleners om de<br />

zorgvrager de benodigde zorg te geven.<br />

Dat betekent onder meer dat je je inzet voor een goede samenwerking met andere<br />

betrokken zorgverleners.<br />

- 3.2 Als verpleegkundige/verzorgende respecteer ik de deskundigheid, ervaring en<br />

bijdragen van andere zorgverleners.<br />

Het eerste bolletje luidt dat je andere zorgverleners met respect dient te behandelen.<br />

- 3.6 Als verpleegkundige/verzorgende bescherm ik de zorgvrager tegen onethische, incompetente,<br />

onveilige of anderszins tekortschietende zorgverlening van andere zorgverleners.<br />

Dat betekent ondermeer dat je eerst je collega aanspreekt op haar<br />

tekortschietende zorg.<br />

- 3.7 Als verpleegkundige/verzorgende steun ik andere zorgverleners, die zich volgens de<br />

<strong>beroepscode</strong> willen gedragen, maar daarbij problemen ondervinden.<br />

21


Het team zet de aanknopingspunten uit de Nationale Beroepscode weer in een tabel met<br />

argumenten voor en tegen deze wijze van aanspreken van de verpleegkundige op oncollegiaal<br />

gedrag.<br />

Ja (op deze wijze aanspreken)<br />

• want ik dien alert te zijn op situaties<br />

waarin de zorg niet voldoet aan eisen<br />

van veiligheid en daar actie op te ondernemen<br />

(1.6)<br />

• want ik dien een zorgverlener die tekort<br />

schiet aan te spreken op zijn of haar<br />

tekortschietende zorgverlening (3.6)<br />

• andere argumenten: ….<br />

Het team onderzoekt ook nu de verschillende argumenten. Een van de teamleden zit wat te<br />

schuiven op haar stoel en vraagt vervolgens heel voorzichtig of al deze argumenten wel<br />

relevant zijn in deze situatie. Zij wijst erop dat artikel 1.6 vooral gericht is op de veiligheid van<br />

de zorgvrager. Hetzelfde geldt volgens haar voor artikel 3.6. In deze situatie was er toch<br />

geen sprake van tekortschietende zorg of van een onveilige situatie voor de zorgvrager? Als<br />

haar constatering klopt, gelden de argumenten die in de ja-kolom staan niet.<br />

Het team kijkt nog eens goed naar de vraag en moet tot de conclusie komen dat de collega<br />

gelijk heeft. Het probleem is niet dat het gedrag van de verpleegkundige mogelijk leidt tot<br />

negatieve gevolgen voor de zorgvrager, maar tot negatieve gevolgen voor de andere teamleden.<br />

(Hierin verschilt dit voorbeeld van de casus over de collega die zorgvragers niet met<br />

respect behandelt.) Daarbij is het zelfs nog de vraag of de verpleegkundige zich wel oncollegiaal<br />

gedragen heeft.<br />

De verpleegkundige zelf geeft aan dat ze het op zich niet erg vindt dat ze op haar gedrag<br />

aangesproken wordt, maar dat ze de toon van de collega heel vervelend vond. Zeker omdat<br />

het ook nog in aanwezigheid van andere collega’s en zorgvragers gebeurde. Dat vindt ze niet<br />

collegiaal en ook niet getuigen van respect.<br />

22<br />

Nee (niet op deze wijze aanspreken)<br />

• want ik dien een bijdrage te leveren aan<br />

een afdelingscultuur waarin het voorkomen<br />

en leren van fouten gestimuleerd wordt (en<br />

dat gebeurt niet door mijn collega zo aan te<br />

spreken; 1.6)<br />

• want ik dien mij in te zetten voor een goede<br />

samenwerking met andere betrokken zorgverleners<br />

(3.1)<br />

• want ik dien andere zorgverleners met<br />

respect te behandelen (3.2)<br />

• want ik dien collega’s te ondersteunen die<br />

zich volgens de Nationale Beroepscode<br />

willen gedragen maar daarbij problemen<br />

ondervinden (3.7)<br />

• andere argumenten: …..


In deze situatie zijn er geen andere argumenten die pleiten voor het aanspreken van de<br />

collega op deze wijze op oncollegiaal gedrag. Anders gezegd: er zijn geen andere argumenten<br />

voor de ja-kolom. Dat betekent dat de weegschaal doorslaat naar: Nee, de collega moet niet<br />

op deze wijze aangesproken worden op oncollegiaal gedrag.<br />

6. Welke oplossing heeft op basis van de afweging nu de voorkeur?<br />

Het team kijkt naar de suggesties die ze bij stap 3 hebben gedaan:<br />

- De verpleegkundige aanspreken op de ongewenste gevolgen van het gedrag (zoals dat in<br />

de casus gebeurt)<br />

- De situatie meer in zijn algemeenheid bespreken in een teambespreking<br />

- De verpleegkundige vragen waarom ze het geraas van de zorgvrager over zich heen heeft<br />

laten gaan<br />

- De verpleegkundige bemoedigen en zeggen dat het ook wel heel lastig is om met die zorgvrager<br />

goed om te gaan<br />

- Bij de leidinggevende aankaarten dat de verpleegkundige niet goed handelde.<br />

Op basis van de argumenten uit stap 5 vallen de eerste en laatste suggestie af. De tweede<br />

suggestie (bespreken in team) is net gebeurd.<br />

Het team komt tot de conclusie dat aanspreken van een collega op gedrag dat mogelijk<br />

gevolgen heeft voor andere teamleden het beste als volgt kan:<br />

- In eerste instantie ondersteun je je collega en vraagt haar waarom zij gehandeld heeft zoals<br />

zij gehandeld heeft. Misschien heeft zij daar heel goede redenen voor (zie bijvoorbeeld de<br />

kanttekening bij de uitwerking van punt a. hierboven).<br />

- Je bekritiseert je collega niet in het bijzijn van zorgvragers.<br />

Het is ook mogelijk dat het team tot de afspraak komt dat in een situatie altijd eerst beoordeeld<br />

moet worden wat de effecten voor de meest direct betrokkenen zijn. In deze casus zijn dat de<br />

zorgvrager en de verpleegkundige, die toevallig de scheldpartij over zich heen kreeg (zie de<br />

kanttekening bij de uitwerking van punt a. hierboven).<br />

7. Maak afspraken over de uitvoering.<br />

Het team maakt de volgende afspraken:<br />

- Het team gaat de komende weken na hoe de teamleden kritische opmerkingen maken over<br />

elkaars gedrag en hoe de leden omgaan met kritiek die zij krijgen op hun gedrag.<br />

- Over drie weken komt het team daar in een teambespreking op terug.<br />

- Een van de teamleden krijgt de taak (of neemt de taak op zich) om ervoor te zorgen dat dit<br />

punt over drie weken op de agenda van de teambespreking staat.<br />

- Twee teamleden bereiden dit punt voor.<br />

23


Tip<br />

Overleg over technische vraag c.: wat kunnen wij zelf doen om te voorkomen dat zorgvragers<br />

hevig teleurgesteld en zelfs agressief reageren?<br />

Het team constateert dat de verpleegkundige de zorgvrager niet beloofd heeft dat hij eerder<br />

geholpen kan worden. Zij heeft alleen maar gezegd dat zij haar best ging doen. Dat heeft ze<br />

ook gedaan, maar het lukte niet om de dialyse van deze zorgvrager een half uur eerder te<br />

laten starten.<br />

Niettemin ging de zorgvrager er blijkbaar van uit dat hij wel een half uur eerder met zijn dialyse<br />

kon beginnen.<br />

Het team komt tot de conclusie dat de toezegging van de verpleegkundige voor de zorgvrager<br />

toch te vaag is geweest. Het team spreekt daarom het volgende af:<br />

- met zorgvragers worden vanaf nu duidelijke afspraken gemaakt<br />

- als een zorgvrager belt met een verzoek om zijn dialyse-afspraak van die dag te verzetten,<br />

gaat de verpleegkundige na of dat mogelijk is<br />

- de verpleegkundige belt de zorgvrager binnen een afgesproken tijd (bijvoorbeeld binnen een<br />

uur) terug om hem te laten weten of de afspraak verzet kan worden.<br />

- Vraag bij een lastige casus een geoefend gespreksleider om de discussie te begeleiden<br />

- Vraag iemand van de Commissie Ethiek om het gesprek te leiden als de instelling een<br />

Commissie Ethiek heeft<br />

24


3 Jouw persoonlijke waarden en normen<br />

en die van de beroepsgroep<br />

Als verpleegkundige/verzorgende heb je persoonlijke waarden en normen. Je hebt je eigen<br />

overtuigingen over wat voor jou belangrijk is, over hoe je wilt leven en over je handelen in<br />

bepaalde situaties. Deze persoonlijke waarden en normen werken in je dagelijkse werk door in<br />

de manier waarop je zorg verleent en in je relatie met de zorgvrager en collega’s.<br />

Op het moment dat je verpleegkundige of verzorgende wordt, heb je ook te maken met de<br />

waarden en normen van de beroepsgroep, zoals die opgenomen zijn in de Nationale<br />

Beroepscode. Als verpleegkundige/verzorgende word je geacht in je werk te handelen volgens<br />

deze professionele waarden en normen. Dat betekent dat je niet alleen maar volgens je eigen<br />

normen en waarden kunt handelen.<br />

Het is daarom zinvol om stil te staan bij de verhouding tussen je persoonlijke waarden en<br />

normen en de professionele waarden en normen.<br />

Hieronder volgt een casus over een euthanasieverzoek. Daarin kan een verschil tussen je<br />

eigen waarden en normen en de waarden en normen van de zorgvrager heel duidelijk naar<br />

voren komen. Toch spelen je eigen waarden en normen niet alleen in een dergelijke bijzondere<br />

situatie een rol, maar ook in de gewone alledaagse zorg.<br />

Casus euthanasieverzoek<br />

Op de oncologieafdeling ligt een zorgvrager met een uitgezaaide vorm van kanker. Hij is<br />

‘uitbehandeld’. Er is niets meer tegen de kanker te doen en hij zal gaan sterven. De kanker<br />

zorgt voor lijden van de zorgvrager. Ook de dood die hem te wachten staat, kan bij deze<br />

vorm van kanker heel naar zijn. De zorgvrager wil de regie over zijn leven in eigen hand<br />

houden. Hij wil een eind aan zijn lijden en wil niet helemaal afhankelijk en ontluisterd<br />

sterven. Hij wil afscheid nemen van zijn naasten op het moment dat hij zichzelf nog ziet als<br />

waardig en zelfstandig. De zorgvrager verzoekt daarom om euthanasie.<br />

Het euthanasieverzoek wordt helemaal volgens de regels getoetst en blijkt aan alle door de<br />

wet gestelde zorgvuldigheidseisen te voldoen. Het verzoek wordt daarom ingewilligd.<br />

Dinsdagavond zal de euthanasie van de zorgvrager plaatsvinden.<br />

De arts verzoekt een van de verpleegkundigen, die bij de verzorging van de zorgvrager<br />

betrokken is geweest, om hem te assisteren bij de euthanasie (voor de handelingen die een<br />

verpleegkundige mag uitvoeren kun je de V&VN-brochure Hoe handel je zorgvuldig bij<br />

euthanasie raadplegen, zie hoofdstuk 10. Meer weten).<br />

Vragen<br />

Het is goed om als verpleegkundige of verzorgende zelf of in je team stil te staan bij aspecten<br />

rond de dood en euthanasie, als je weet dat je daar in je werk mee geconfronteerd kunt<br />

worden. Je kunt jezelf bijvoorbeeld de volgende vragen stellen:<br />

Hoe denk je zelf over euthanasie? Kun je je voorstellen dat je zelf om euthanasie zou vragen in<br />

een dergelijke situatie? Waarom wel of waarom niet? Ben je bereid om aan euthanasie mee te<br />

26


werken? Waarom wel of waarom niet? Mag je ook weigeren om mee te werken aan euthanasie?<br />

Welke artikelen uit de Nationale Beroepscode bieden volgens jou aanknopingspunten om na te<br />

denken over meewerken aan euthanasie?<br />

Mogelijke reacties<br />

De beschreven reacties zijn ‘persoonlijke’ antwoorden en illustreren hoe je eigen beleving,<br />

keuzes of levensovertuiging je reactie in een specifieke situatie bepalen.<br />

Verpleegkundige A<br />

Verpleegkundige A vindt het prettig dat in Nederland de mogelijkheid bestaat om een euthanasieverzoek<br />

in te dienen als het lijden ondraaglijk en uitzichtloos is geworden. Zij sluit niet uit zij<br />

zelf ook om euthanasie zou vragen.<br />

Verpleegkundige A raadpleegt de Nationale Beroepscode. De <strong>beroepscode</strong> geeft haar de<br />

volgende aanknopingspunten:<br />

- 2.1 Als verpleegkundige/verzorgende heb ik als uitgangspunt dat iedere zorgvrager recht<br />

heeft op zorg.<br />

Bij het eerste bolletje staat dat allerlei kenmerken van de zorgvrager, waaronder cultuur<br />

en levensovertuiging, er niet toe doen voor de vraag of de zorgvrager zorg krijgt.<br />

- 2.2 Als verpleegkundige/verzorgende stel ik in de zorgverlening de belangen van de zorgvrager<br />

centraal<br />

- 2.3 Als verpleegkundige/verzorgende stem ik de zorgverlening zoveel mogelijk af op de<br />

zorgbehoeften, waarden en normen, culturele en levensbeschouwelijke opvattingen<br />

van de zorgvrager.<br />

Het derde bolletje zegt dat je je bewust moet zijn van een mogelijk verschil tussen je<br />

eigen waarden en normen en de waarden en normen van de zorgvrager.<br />

Verpleegkundige A overweegt wat deze artikelen van haar vragen. Vanzelfsprekend heeft<br />

iedere zorgvrager recht op zorg. In dit geval is het belang van de zorgvrager dat zijn euthanasieverzoek<br />

ingewilligd wordt en als verpleegkundige stem je de zorgverlening af op de<br />

behoeften van de zorgvrager. Van een verschil tussen haar waarden en normen en de<br />

waarden en normen van de zorgvrager is geen sprake. Op basis van deze artikelen ziet zij het<br />

als haar taak als verpleegkundige om aan het verzoek van de arts tegemoet te komen.<br />

Verpleegkundige B<br />

Verpleegkundige B heeft als persoonlijke opvatting dat je het leven en sterven moet nemen<br />

zoals het komt. Zij ziet het stervensproces als een opgave die volbracht moet worden als<br />

afsluiting van het leven. Zelf zal ze daarom nooit om euthanasie vragen. Als een euthanasieverzoek<br />

aan alle eisen voldoet, heeft zij echter geen bezwaar om bij de uitvoering daarvan<br />

betrokken te zijn ook al zal ze zelf nooit een verzoek tot euthanasie doen.<br />

Verpleegkundige B raadpleegt eveneens de Nationale Beroepscode en ziet de artikelen 2.1,<br />

2.2 en 2.3. Ook voor haar is het vanzelfsprekend dat iedere zorgvrager zorg krijgt, dat in de<br />

27


zorgverlening de belangen van de zorgvrager centraal staan en dat zij de zorgverlening zoveel<br />

mogelijk afstemt op de zorgbehoeften van de zorgverlener. De Nationale Beroepscode sluit<br />

meewerken aan euthanasie niet uit (zie bij verpleegkundige A).<br />

Verpleegkundige B besluit dat zij bereid is om mee te werken aan de uitvoering van de euthanasie.<br />

Het verschil tussen haar persoonlijke waarden en normen en de Nationale Beroepscode<br />

is dat zij voor zichzelf op basis van haar eigen waarden en normen een andere keuze maakt.<br />

Verpleegkundige C<br />

Verpleegkundige C zal op basis van haar persoonlijke waarden en normen ook nooit om euthanasie<br />

verzoeken. Haar afwijzing van euthanasie is gebaseerd op haar geloofsovertuiging, die<br />

euthanasie niet toestaat. Zij weet dat anderen daar anders over denken en een andere keuze<br />

maken. Ook weet zij dat de Nederlandse wetgeving euthanasie onder voorwaarden toestaat.<br />

Het meewerken aan euthanasie gaat echter in tegen haar diepste overtuigingen. Meewerken<br />

aan euthanasie tast haar aan in haar identiteit, in wie zij is. Vanuit haar persoonlijke waarden<br />

en normen kan zij niet aan het verzoek van de arts gehoor geven.<br />

Verpleegkundige C raadpleegt eveneens de Nationale Beroepscode en ziet de artikelen 2.1,<br />

2.2 en 2.3. Ook voor haar is het vanzelfsprekend dat iedere zorgvrager zorg krijgt, dat in de<br />

zorgverlening de belangen van de zorgvrager centraal staan en dat zij de zorgverlening zoveel<br />

mogelijk afstemt om de zorgbehoeften van de zorgverlener. De Nationale Beroepscode sluit<br />

meewerken aan euthanasie niet uit (zie bij verpleegkundige A). Voor verpleegkundige C is dat<br />

op basis van haar eigen waarden en normen wel uitgesloten. Zij ziet euthanasie ook niet als in<br />

het belang van de zorgvrager.<br />

Zij vraagt zich af of ze kan weigeren om mee te werken aan euthanasie.<br />

Je wordt als verpleegkundige/verzorgende geacht om volgens de professionele waarden en<br />

normen, zoals vastgelegd in de Nationale Beroepscode, te werken. Toch blijven ook persoonlijke<br />

waarden en normen een rol spelen. Soms zijn die persoonlijke waarden en normen zo<br />

belangrijk voor wie je bent, dat schending daarvan een ernstige aantasting van jou als persoon<br />

betekent. Het is niet de bedoeling dat je in de zorg voor anderen jezelf helemaal vergeet.<br />

Verpleegkundige C kijkt verder in de Nationale Beroepscode en vindt het volgende artikel:<br />

- 2.13 Als verpleegkundige/verzorgende heb ik het recht om op grond van gewetensbezwaren<br />

te weigeren om mee te werken aan bepaalde handelingen.<br />

Bij het eerste bolletje staat dat ik (medewerking aan) handelingen kan weigeren als<br />

deze mij in ernstig conflict brengen met mijn levensovertuiging of persoonlijk waardenen<br />

normenbesef.<br />

Dit betekent dat de Nationale Beroepscode weliswaar de ruimte biedt om als verpleegkundige<br />

mee te werken aan euthanasie, maar dat de code ook een aanknopingspunt biedt voor<br />

verpleegkundigen die vanuit hun levensovertuiging niet kunnen/mogen meewerken aan een<br />

bepaalde handeling. De vraag die verpleegkundige C zich stelt is of de handeling – in dit geval<br />

euthanasie? haar in ernstig conflict met haar levensovertuiging of persoonlijke waarden en<br />

28


normenbesef brengt. Het beroep op het geweten kan niet lichtvaardig gedaan worden. Haar<br />

professionele verantwoordelijkheid vraagt van verpleegkundige C dat zij een zorgvuldige afweging<br />

maakt tussen haar persoonlijke waarden en normen en de waarden en normen (en het<br />

belang) van de zorgvrager.<br />

Voor verpleegkundige C leidt een beoordeling op basis van haar eigen waarden en normen en<br />

op basis van de Nationale Beroepscode tot het oordeel dat zij niet zal meewerken aan euthanasie.<br />

In dit geval kan verpleegkundige C bij de beoordeling van het verzoek om mee te<br />

werken aan euthanasie niet anders dan haar persoonlijke waarden en normen het zwaarst<br />

laten wegen.<br />

Verpleegkundige C geeft daarom haar taak terug aan haar leidinggevende. Van verpleegkundige<br />

C wordt wel verwacht dat zij de zorg verleent die niet in relatie tot euthanasie staat,<br />

tenzij die zorg door een collega overgenomen wordt (artikel 2.13).<br />

In dit voorbeeld gaat het om de illustratie van de verhouding tussen je eigen waarden en<br />

normen en de waarden en normen van de beroepsgroep. <strong>Verpleegkundigen</strong> A, B en C gaan<br />

daarom voor zichzelf na of zij mee kunnen werken aan euthanasie.<br />

Indien verpleegkundigen A, B en C in hetzelfde team werken, is het belangrijk dat zij van<br />

elkaar weten hoe ze over (meewerken aan) euthanasie denken. Een gesprek daarover met<br />

behulp van bovenstaande vragen kan zorgen voor onderling begrip en respect.<br />

29


4 Het stimuleren van je eigen<br />

nadenken en handelen<br />

Om volgens de Nationale Beroepscode te kunnen werken, moet je vertrouwd zijn met de<br />

inhoud van de <strong>beroepscode</strong> en de betekenis van de artikelen. Je moet weten wat de artikelen<br />

van je vragen. Het is daarom zinvol om bij de artikelen stil te staan en na te denken over de<br />

betekenis van de verschillende artikelen en over de vraag wat er nodig is om te kunnen doen<br />

wat de artikelen van je verwachten. Dat kun je als individuele verpleegkundige of verzorgende<br />

doen, maar ook als team of VAR.<br />

Voorbeeld 1<br />

Je keuze valt op artikel 1.2:<br />

Als verpleegkundige/verzorgende houd ik kennis en vaardigheden, die nodig zijn voor een<br />

verantwoorde beroepsuitoefening op peil.<br />

Dat betekent met name:<br />

• dat ik mijn vakliteratuur bijhoud<br />

• dat ik me oriënteer op en deelneem aan deskundigheidsbevorderende activiteiten<br />

• dat ik ervoor zorg dat mijn zorgverlening aansluit bij de actuele wetenschappelijke,<br />

beroepsmatige en maatschappelijke ontwikkelingen.<br />

Je kunt dan bijvoorbeeld beginnen met de vraag:<br />

Wat vindt je prettige manieren om je kennis en vaardigheden op peil te houden?<br />

- Het artikel zegt dat je als verpleegkundige/verzorgende je vakliteratuur bijhoudt.<br />

Vragen die je hierbij kunt stellen, zijn:<br />

Doe je dat? Welke vakliteratuur is van belang? Welke tijdschriften vallen daar in ieder geval<br />

onder? Heb je gemakkelijk toegang tot de vakliteratuur? Hoe kan dat bevorderd worden? Op<br />

welke manier kun je de relevante vakliteratuur het beste bijhouden? Kan er een taakverdeling<br />

gemaakt worden (binnen een team)?<br />

- Je oriënteert je op en neemt deel aan deskundigheidsbevorderende activiteiten.<br />

De volgende vragen kunnen daarbij aan de orde komen:<br />

Welke activiteiten vallen volgens jou onder deskundigheidsbevorderende activiteiten? Welke<br />

deskundigheidsbevorderende activiteiten zijn voor jou belangrijk? Hoe kun je een goed overzicht<br />

krijgen van het aanbod van deskundigheidsbevorderende activiteiten? Welke deskundigheidsbevorderende<br />

activiteiten volg je? Is het voldoende dat je reageert op deskundigheidsbevorderende<br />

activiteiten waarop bijvoorbeeld je leidinggevende je wijst of moet je ook zelf<br />

actief op zoek gaan naar deskundigheidsbevorderende activiteiten? Word je in staat gesteld<br />

om deskundigheidsbevorderende activiteiten te volgen? Wat zijn eventueel belemmerende<br />

factoren? Hoe kunnen die opgelost worden? Mag je als verpleegkundige of verzorgende<br />

zeggen dat je geen scholing wilt, omdat je een te klein dienstverband hebt?<br />

31


- Je zorgt ervoor dat je zorgverlening aansluit bij de actuele wetenschappelijke, beroepsmatige<br />

en maatschappelijke ontwikkelingen.<br />

Dit kan leiden tot de volgende vragen:<br />

Kun je wetenschappelijke, beroepsmatige of maatschappelijke ontwikkelingen noemen die van<br />

belang zijn voor de zorgverlening of die om aanpassing van de zorgverlening vragen? Hoe kun<br />

je ervoor zorgen dat je op de hoogte bent van de actuele wetenschappelijke, beroepsmatig en<br />

maatschappelijke ontwikkelingen?<br />

Voorbeeld 2<br />

Je keuze valt op artikel 1.8:<br />

Als verpleegkundige/verzorgende pas ik mijn sieraden, lichaamsversierende elementen en<br />

kleding aan aan de eisen van het beroep.<br />

Dat betekent met name:<br />

• dat ik het beleid van de instelling over sieraden, lichaamsversierende elementen en<br />

kleding volg<br />

• dat ik geen sieraden of lichaamsversierende elementen draag waarmee ik de zorgvrager<br />

mogelijk kan verwonden<br />

• dat ik geen sieraden of lichaamsversierende elementen draag die een bedreiging vormen<br />

voor hygiënische zorgverlening<br />

• dat ik zodanig gekleed ga dat ik zo min mogelijk aanstoot geef aan zorgvragers of ongewenst<br />

gedrag uitlok.<br />

Het artikel zegt:<br />

- Je volgt het beleid van de instelling over sieraden, lichaamsversierende elementen en<br />

kleding<br />

Stel je daarbij bijvoorbeeld de volgende vragen:<br />

Heeft de instelling beleid over sieraden, lichaamsversierende elementen en kleding? Ken je dat<br />

beleid? Houd je je aan de bepalingen uit het beleid? Geldt dat ook voor je collega’s? Vind je<br />

dat een instelling beleid over het dragen van sieraden, lichaamsversierende elementen en<br />

kleding moet hebben? Waarom wel of niet?<br />

- Je draagt geen sieraden of lichaamsversierende elementen waarmee je de zorgvrager<br />

mogelijk kan verwonden.<br />

- Je draagt geen sieraden of lichaamsversierende elementen die een bedreiging vormen voor<br />

hygiënische zorgverlening.<br />

Bij deze toelichting kun je de volgende vragen stellen:<br />

Draag je graag sieraden en lichaamsversierende elementen (bijvoorbeeld piercings)? Kunnen<br />

de sieraden die je draagt de zorgvrager verwonden? Of vormen ze een bedreiging voor hygiënische<br />

zorgverlening? Heb je daar wel eens bij stilgestaan? En geldt dat ook voor je collega’s?<br />

32


- Je gaat zodanig gekleed dat je zo min mogelijk aanstoot geeft aan zorgvragers of ongewenst<br />

gedrag uitlokt.<br />

Je kunt hierbij denken aan de volgende vragen:<br />

Wat heb je graag aan? Draag je bij heet weer het liefst zo min mogelijk, bijvoorbeeld een<br />

hemdje met dunne schouderbandjes en een kort rokje? Of zijn er soms collega’s die er zomers<br />

tamelijk ‘bloot’ bij lopen? Kun je je voorstellen dat zorgvragers het niet altijd prettig vinden om<br />

door een tamelijk ‘bloot’ geklede verpleegkundige of verzorgende verzorgd te worden? Of dat<br />

ook je manier van kleden van invloed is op het beeld dat anderen hebben van de beroepsgroep<br />

van verpleegkundigen en verzorgenden?<br />

Op een vergelijkbare manier kun je bij andere artikelen stilstaan.<br />

33


5 Een afspraak maken over een<br />

bepaald onderwerp<br />

Soms blijkt in de dagelijkse praktijk dat een situatie, die vragen oproept, zo vaak voorkomt dat<br />

het wenselijk is om afspraken te maken over de omgang met die situatie op de afdeling of in<br />

de instelling als geheel.<br />

Casus<br />

Een teamhoofd in een verpleeghuis heeft nu al een paar keer gemerkt dat de verzorgenden<br />

altijd hun mobiele telefoon opnemen wanneer ze bezig zijn met de verzorging of begeleiding<br />

van een zorgvrager. De telefoon krijgt voorrang, ook al gaat het gewoon om privégesprekken<br />

met familie, vrienden en kennissen. Het teamhoofd ervaart dit gedrag als een<br />

probleem. Zij is van mening dat de zorgverlening aan de zorgvrager lijdt onder het voortdurend<br />

telefoneren. Ze besluit daarom om het gebruik van mobiele telefoons in het teamoverleg<br />

aan de orde te stellen. Deze instelling heeft nog geen richtlijn voor gebruik van eigen<br />

mobiele telefoons tijdens het werk.<br />

Mogelijke uitwerking<br />

De reden dat het teamhoofd haar collega’s wil aanspreken op hun (bel)gedrag is verbonden<br />

met de artikelen 2.2 en 3.6:<br />

- 2.2 Als verpleegkundige/verzorgende stel ik in de zorgverlening de belangen van de zorgvrager<br />

centraal<br />

- 3.6 Als verpleegkundige/verzorgende bescherm ik de zorgvrager tegen onethische,<br />

incompetente, onveilige of anderszins tekortschietende zorgverlening van anderen.<br />

Ze maakt zich zorgen over de gevolgen van het (bel)gedrag voor de zorgverlening aan de<br />

zorgvragers.<br />

Bij de bespreking van deze casus maakt het teamhoofd ook gebruik van (een aantal stappen<br />

van) het stappenplan uit hoofdstuk 2. Confrontatie met een probleem of casus staat.<br />

2. Wat is de ethische vraag?<br />

Na enige discussie is het team het eens over de volgende vraag: Geef je nog wel goede zorg aan<br />

de zorgvrager als je voortdurend je mobiele telefoon voorrang geeft en privé-gesprekken voert?<br />

3. Welke oplossingen kun je bedenken voor de vraag?<br />

Het team komt tot de volgende oplossingen:<br />

- Je mobiele telefoon opnemen en zeggen dat je nu geen tijd hebt en later terug belt<br />

- Je familie en vrienden vragen of ze je alleen een sms willen sturen als je werkt<br />

- Je mobiele telefoon alleen aanzetten tijdens je pauzes<br />

- Je mobiele telefoon uitzetten tijdens het werk (ook in de pauze)<br />

- Gesprekken via het secretariaat laten lopen.<br />

35


4. Wie zijn er allemaal bij de situatie betrokken en welke argumenten brengen zij naar voren?<br />

- Het teamhoofd<br />

- De verzorgenden<br />

- De zorgvragers<br />

- De bellers (familie, vrienden etc.)<br />

5. Inventarisatie en weging van de argumenten<br />

Op dit punt pakken de teamleden de Nationale Beroepscode erbij en kijken welke aanknopingspunten<br />

de <strong>beroepscode</strong> eventueel biedt. De volgende artikelen lijken van belang:<br />

- 2.2 Als verpleegkundige/verzorgende stel ik in de zorgverlening de belangen van de zorgvrager<br />

centraal.<br />

De discussie gaat vervolgens over het belang van de zorgvrager. Stel je het belang van de zorgvrager<br />

centraal als je voortdurend je telefoon opneemt tijdens de zorgverlening, bijvoorbeeld het<br />

wassen van de zorgvrager? De zorgverlener ligt daar dan maar. Verder zorgen die ‘rinkelende’<br />

telefoons voor een onrustige sfeer. Ook dat is toch niet in het belang van de zorgvrager?<br />

- 1.1 Als verpleegkundige/verzorgende ben ik persoonlijk verantwoordelijk voor de manier<br />

waarop ik zorg verleen.<br />

Een van de teamleden wijst op dit artikel. Zij is zelf verantwoordelijk voor de zorgverlening en<br />

vindt dat zij dat goed doet als zij de zorgvrager even om toestemming vraagt om de telefoon op<br />

te nemen.<br />

- 2.12 Als verpleegkundige/verzorgende neem ik in mijn relatie met de zorgvrager professionele<br />

grenzen in acht.<br />

Dat betekent met name dat ik geen misbruik maak van een afhankelijke positie van de<br />

zorgvrager.<br />

Een andere collega wijst op het eerste bolletje bij artikel 2.12. Het artikel slaat misschien niet op<br />

deze situatie, maar wat bij het bolletje staat is wel belangrijk. Zij zegt tegen haar collega: jij<br />

vraagt de zorgvrager wel om toestemming, maar wat moet hij zeggen? Hij ligt daar en kan geen<br />

kant uit.<br />

Toon je trouwens wel respect voor de zorgvrager als je steeds je telefoon voor laat gaan?<br />

- 3.1 Als verpleegkundige/verzorgende werk ik samen met andere zorgverleners om de zorgvrager<br />

de benodigde zorg te geven.<br />

Weer een andere collega vraagt zich af of dit artikel ook van belang is. Zij merkt dat door al dat<br />

getelefoneer collega’s soms een extra deel van het werk van de bellers moeten doen. Zij vindt<br />

dat al dat getelefoneer schadelijk is voor een goede samenwerking. Het is niet collegiaal en<br />

getuigt ook niet van respect voor je collega’s.<br />

Andere argumenten zijn:<br />

- Het is toch belangrijk om bereikbaar te zijn. Iedereen heeft zijn telefoon toch aan?<br />

- Mijn kinderen zitten zonder oppas thuis. Daarom heb ik mijn telefoon aan staan.<br />

- Het gaat slecht met mijn moeder. Daarom wil ik bereikbaar zijn.<br />

36


Weging van de argumenten<br />

Het team gaat nu na wat de belangrijke aspecten in deze casus zijn. Zij stellen vast dat het<br />

gaat om:<br />

- het belang van de zorgvrager<br />

Het is in het belang van de zorgvrager dat de verpleegkundige of verzorgende zich tijdens<br />

de zorgverlener met de zorgvrager bezig houdt en niet met andere dingen. Het is ook in het<br />

belang van de zorgvrager(s) dat er een prettige sfeer is. Steeds rinkelende telefoons lijken<br />

daar niet bij te passen.<br />

- geen misbruik maken van de afhankelijkheid van de zorgvrager<br />

Je kunt wel om toestemming vragen om je telefoon op te nemen, maar de zorgvrager is<br />

niet echt in een positie om daar nee tegen te zeggen. Je moet de zorgvrager niet in een<br />

dergelijke positie brengen.<br />

- een goede samenwerking met collega’s<br />

Een goede samenwerking met collega’s is belangrijk. Dat betekent dat je ervoor moet<br />

zorgen dat jij je deel van het werk doet en voorkomt dat je collega’s daarvoor moeten<br />

opdraaien indien daar geen echt goede reden voor lijkt te zijn.<br />

- Van de andere argumenten lijken de kinderen, die zonder oppas thuiszitten, en de slechte<br />

toestand van de moeder een ‘geldig’ argument. Je bent niet alleen verpleegkundige of<br />

verzorgende, maar ook ouder. Als ouder heb je een verantwoordelijkheid voor de zorg voor<br />

je kinderen. En het is vanzelfsprekend belangrijk dat je bereikbaar moet zijn als je moeder<br />

(of een andere naaste) er slecht aan toe is.<br />

Bereikbaarheid voor familie, vrienden en kennissen om even bij te kletsen of het laatste<br />

nieuws uit te wisselen, is in deze situatie geen relevant argument. Dit staat in geen verhouding<br />

tot het belang van de zorgvrager.<br />

6. Welk handelingsalternatief heeft de voorkeur?<br />

Het team bekijkt de mogelijkheden, die ze bij stap 3 bedacht hadden:<br />

- Je mobiele telefoon opnemen en zeggen dat je nu geen tijd hebt en later terug belt<br />

- Je familie en vrienden vragen of ze je alleen een sms willen sturen als je werkt<br />

- Je mobiele telefoon alleen aanzetten tijdens je pauzes<br />

- Je mobiele telefoon uitzetten tijdens het werk (ook in de pauze)<br />

- Gesprekken via het secretariaat laten lopen.<br />

Dit team komt tot de conclusie dat vanuit het belang van de zorgvrager en een goede samenwerking<br />

met collega’s de telefoon tijdens het werk uit moet staan. De vraag is of het noodzakelijk<br />

is om als verpleegkundige of verzorgende tijdens je werk gebeld te worden. Het antwoord daarop<br />

is nee, tenzij …. Het tenzij gaat over de uitzonderingssituaties.<br />

In de uitzonderingssituaties dat het belangrijk is dat verpleegkundigen of verzorgenden toch<br />

bereikbaar zijn, moet de verpleegkundige of verzorgende het nummer van het secretariaat aan<br />

mogelijke bellers doorgeven. In haar pauze kan de verpleegkundige of verzorgende ook zelf<br />

even bellen. Het is echter niet de bedoeling dat tijdens de pauzes voortdurend telefoons rinkelen.<br />

37


In de bovengeschetste casus gaat het om een verpleeghuisafdeling. De context van het<br />

verpleeghuis maakt het mogelijk om tot de afweging te komen dat de mobiele telefoons uit<br />

moeten en dat belangrijke telefoontjes via het secretariaat moeten gaan. In een andere context<br />

kan de afweging anders zijn, zoals bijvoorbeeld in de thuiszorg waar verpleegkundigen en<br />

verzorgenden alleen op pad zijn.<br />

38


6 Advisering over beleid<br />

Advisering over beleid is met name een taak van de VAR. De VAR heeft vooral te maken met<br />

beleidsmatige vragen. De belangrijkste taak van de VAR is het uitbrengen van adviezen aan<br />

directie/management/Raad van Bestuur over het werk van verpleegkundigen en verzorgenden.<br />

Toch kan het ook voorkomen dat een individuele verpleegkundige of verzorgende of een team<br />

een beleidskwestie onder de aandacht van leidinggevenden wil brengen.<br />

Hieronder staan twee voorbeelden over het gebruik van de Nationale Beroepscode bij het<br />

uitbrengen van een advies.<br />

Advies over scholing<br />

Uit een bespreking van artikel 1.2 (zie hoofdstuk 4.) kan bijvoorbeeld naar voren komen dat<br />

bepaalde vakliteratuur niet aanwezig of slecht toegankelijk is. Ook kan blijken dat er geen goed<br />

scholingsbeleid is, ondanks dat de CAO aangeeft dat er scholingsbeleid moet zijn. Het kan zijn<br />

dat iedere manager binnen een instelling scholingsaanvragen op zijn eigen manier beoordeelt.<br />

De ene manager vindt bijvoorbeeld deskundigheidsbevordering erg belangrijk en stelt zijn<br />

medewerkers in staat om scholing te volgen. De andere manager ziet vooral zijn beperkte<br />

budget en de kosten van de uren dat de medewerkers afwezig zijn in verband met scholing.<br />

Hij geeft zijn medewerkers nauwelijks toestemming om scholingsactiviteiten te volgen.<br />

Vanuit haar taak om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling, implementatie en evaluatie<br />

van het beleid van de instelling of organisatie (artikel 3.8) kan het team of de VAR een advies<br />

voor de directie opstellen. In dat advies wijst de VAR er bijvoorbeeld op:<br />

- dat in de zorgverlening de belangen van de zorgvrager centraal dienen te staan (artikel 2.2)<br />

- dat het voor een goede zorgverlening aan de zorgvrager van belang is dat de kennis en<br />

vaardigheden van verpleegkundigen en verzorgenden op peil zijn<br />

- dat dat ook van verpleegkundigen en verzorgenden verwacht mag worden (artikel 1.2<br />

Nationale Beroepscode)<br />

- dat voor het op peil houden van kennis en vaardigheden ook een inspanning van de instelling<br />

vereist is (zie ook de bepalingen uit de CAO)<br />

- dat op dit moment de mogelijkheden tot scholing te kort schieten<br />

- dat de VAR daarom de volgende suggesties doet om ervoor te zorgen dat de kennis en<br />

vaardigheden van de zorgverleners op peil zijn.<br />

41


Advies naar aanleiding van een nieuwe manier van bloedprikken<br />

In het ziekenhuis is het tot nu toe gebruikelijk om op een bepaalde manier en met bepaald<br />

materiaal bloed te prikken. <strong>Verpleegkundigen</strong> uit dit ziekenhuis vinden het materiaal<br />

waarmee ze bloedprikken prettig. Dat gaat allemaal goed.<br />

De directie heeft echter besloten om over te stappen op ander materiaal voor het bloedprikken.<br />

Het tot nu toe gebruikte materiaal zorgt niet voor een gestandaardiseerde manier<br />

van bloedprikken. Met het nieuwe materiaal denkt de directie te bevorderen dat het bloedprikken<br />

in het hele ziekenhuis op dezelfde gestandaardiseerde manier gebeurt.<br />

<strong>Verpleegkundigen</strong> moeten met het nieuwe materiaal aan de slag. Zij merken echter dat het<br />

bloedprikken nu veel lastiger is. Het blijkt helemaal niet zo makkelijk om met het nieuwe<br />

materiaal even een buisje bloed te vullen. Het kost veel meer moeite en tijd. Verder blijkt dat<br />

het bij sommige zorgvragers nu helemaal niet meer lukt om bloed te prikken. De aderen<br />

klappen dicht.<br />

De VAR van het ziekenhuis krijgt signalen dat er problemen zijn met het bloedprikken. De VAR<br />

bezint zich en raadpleegt de Nationale Beroepscode. Volgens de VAR zijn de artikelen 1.6 en<br />

2.2 bij het bloedprikken in ieder geval van belang:<br />

- 1.6 Als verpleegkundige/verzorgende lever ik een bijdrage aan een veilige zorgverlening.<br />

- 2.2 Als verpleegkundige/verzorgende stel ik in de zorgverlening de belangen van de zorgvrager<br />

centraal.<br />

Het ‘nieuwe’ bloedprikken lijkt niet bij te dragen aan een veilige zorgverlening en lijkt ook niet in<br />

het belang van de zorgvrager met lastige aderen.<br />

Ook artikel 1.5 lijkt van toepassing:<br />

- 1.5 Als verpleegkundige/verzorgende ondersteun en initieer ik activiteiten ter bevordering<br />

van de kwaliteit van zorg en de ontwikkeling van het beroep.<br />

Dit artikel vraagt van verpleegkundigen en verzorgenden dat zij actief meewerken aan de<br />

verspreiding van standaarden en richtlijnen. De VAR overweegt dat er in dit artikel weliswaar<br />

niet gesproken wordt over nieuwe technieken, maar de opsomming achter de bolletjes is niet<br />

uitputtend. De VAR is van mening dat ook nieuwe technieken, die de kwaliteit van de zorg<br />

bevorderen, onder dit artikel vallen.<br />

De VAR vraagt zich echter af of dit nieuwe materiaal om bloed te prikken nu wel of niet een<br />

kwaliteitsbevordering van zorg betekent.<br />

Om na te gaan of het probleem van het ‘nieuwe’ bloedprikken vrij algemeen gedeeld wordt,<br />

vraagt de VAR de verpleegkundigen van het ziekenhuis naar hun ervaringen. De VAR vraagt<br />

ook wat precies het probleem met het ‘nieuwe’ bloedprikken is. De eerder binnengekomen<br />

signalen blijken algemeen gedeeld te worden door de verpleegkundigen.<br />

42


Het ‘nieuwe’ bloedprikken is verder niet de eerste keer dat het ziekenhuismanagement van<br />

bovenaf een verandering doorvoert waarbij in de directe zorgverlening vervolgens blijkt dat die<br />

verandering geen verbetering van de zorgverlening aan de zorgvrager betekent.<br />

Vanuit haar taak om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling, implementatie en evaluatie<br />

van het beleid van de instelling (artikel 3.8) stelt de VAR een advies op. In het advies van deze<br />

VAR staat:<br />

- wat het probleem is: het ‘nieuwe’ bloedprikken<br />

- waarom dit een probleem is: de handeling is moeilijker uitvoerbaar voor verpleegkundigen. De<br />

handeling kost met het nieuwe materiaal meer moeite en tijd en is daarom niet efficiënt. Het<br />

nieuwe bloedprikken vormt ook een grotere belasting voor de zorgvrager (met lastige aderen).<br />

- een mogelijke oplossing voor het probleem:<br />

* terug naar de ‘oude’ methode van bloedprikken<br />

* invoering van de ‘nieuwe’ manier van bloedprikken:<br />

- met daarbij scholing in de ‘nieuwe’ methode van bloedprikken, opdat de verpleegkundigen<br />

hun vaardigheden op peil kunnen brengen zoals gevraagd door artikel 1.2 en<br />

deze handeling binnen de grenzen van hun deskundigheid valt zoals gevraagd door<br />

artikel 1.3; en<br />

- met behoud van de mogelijkheid om bij zorgvragers met lastige aderen op de oude<br />

manier bloed te blijven prikken, zodat voldaan wordt aan de eis dat de belangen van de<br />

zorgvrager centraal staan bij de zorgverlening (artikel 2.2)<br />

- een wens/eis voor de toekomst: dat de directie de VAR om advies vraagt voordat een dergelijke<br />

‘nieuwe’ methode ingevoerd wordt<br />

- een suggestie voor de toekomst: om een ‘nieuwe’ methode eerst op beperkte schaal uit te<br />

proberen om te zien of invoering van deze methode wel een verbetering betekent voor de<br />

zorgverlening aan de zorgvrager in vergelijking met de bestaande praktijk.<br />

43


7 Suggesties voor scholing<br />

Het reguliere onderwijs, bij- en nascholingscursussen en studiedagen bieden een uitgelezen<br />

mogelijkheid om vertrouwd te raken en te oefenen met de Nationale Beroepscode van<br />

<strong>Verpleegkundigen</strong> en <strong>Verzorgenden</strong>.<br />

Tijdens deze scholingsactiviteiten kunnen dezelfde aspecten aan de orde komen als bij het<br />

gebruik van de Nationale Beroepscode door individuele verpleegkundigen en verzorgenden en<br />

door teams of VAR's:<br />

- Oefenen met een casus<br />

- Stimuleren van eigen nadenken en handelen<br />

- Komen tot afspraken<br />

- Advisering over beleid<br />

Oefenen met een casus<br />

Het gebruik van de Nationale Beroepscode kan op verschillende manieren met casussen<br />

geoefend worden:<br />

a. Presentatie van korte casussen.<br />

b. Presentatie van een casus en bespreking daarvan via een stappenplan.<br />

1. Presentatie van korte casussen<br />

Doel vooral: oefenen met de Nationale Beroepscode en met elkaar discussiëren over de artikelen.<br />

Voorbeeld 1<br />

- De studenten of deelnemers krijgen een korte casus voorgelegd, eventueel in de vorm<br />

van een stelling.<br />

- Zij moeten vervolgens nagaan welk artikel of welke artikelen uit de Nationale Beroepscode<br />

van toepassing zijn op deze casus en wat die artikelen van hen vragen. Daarvoor krijgen<br />

ze een paar minuten de tijd.<br />

- De docent/inleider inventariseert welke artikelen volgens de deelnemers van toepassing<br />

zijn op de casus en noteert de genoemde artikelen op een flap.<br />

- Daarna volgt een korte discussie over de casus. Deze discussie begint met de vraag van<br />

de docent/inleider aan de studenten/deelnemers waarom een bepaald artikel volgens hen<br />

belangrijk is en of iedereen het daarmee eens is.<br />

44


Voorbeeld 2<br />

- De docent of begeleider zorgt ervoor dat er een tiental korte casussen op papier staan.<br />

- De studenten of deelnemers vormen twee kringen: een binnenkring en een buitenkring.<br />

Zij zitten tegenover elkaar.<br />

- Iedere student of deelnemer krijgt een papier met daarop ongeveer tien korte casusbeschrijvingen.<br />

- Ieder tweetal, dat tegenover elkaar zit, bespreekt gedurende 10 minuten de eerste casus:<br />

wat is het probleem of dilemma, welke artikelen van de Nationale Beroepscode zijn van<br />

toepassing, wat is hun conclusie.<br />

- Vervolgens schuiven de studenten/deelnemers uit de binnenkring een plaats naar rechts<br />

op. De buitenkring blijft zitten. Iedereen heeft nu een nieuwe gesprekspartner.<br />

- Het nieuwe tweetal bespreekt de tweede casus op dezelfde manier als de eerste casus.<br />

- Vervolgens schuift de binnenkring weer een plaats naar rechts op.<br />

- Het nieuwe tweetal bespreekt de derde casus.<br />

- Afhankelijk van de beschikbare tijd volgt na een aantal van deze casusbesprekingen<br />

per tweetal een nabespreking waarin de antwoorden op de besproken casussen geïnventariseerd<br />

en besproken worden.<br />

Voorbeeld 3<br />

- Studenten/deelnemers worden in kleine groepjes verdeeld.<br />

- Ieder groepje maakt een casus met daarin een probleem (bijvoorkeur gebaseerd op eigen<br />

ervaringen).<br />

- Ieder groepje geeft hun casus aan een ander groepje.<br />

- Ieder groepje bekijkt de ontvangen casus en gaat na wat het geschetste probleem is en<br />

welke aanknopingspunten de <strong>beroepscode</strong> biedt voor omgang met of aanpak van het<br />

probleem.<br />

- Nabespreking: ieder groepje zegt welke casus zij gekregen heeft en welke artikelen van de<br />

<strong>beroepscode</strong> daar volgens het groepje op van toepassing zijn.<br />

Na iedere presentatie door een groepje is er ruimte voor een korte discussie over het<br />

probleem uit de casus en de keuze van de artikelen uit de Nationale Beroepscode:<br />

* Is dit inderdaad het probleem van de casus?<br />

* Bieden de gekozen artikelen inderdaad een aanknopingspunt voor deze casus?<br />

* Ontbreken er nog relevante artikelen uit de <strong>beroepscode</strong>?<br />

* Biedt de Nationale Beroepscode wel aanknopingspunten?<br />

45


2. Presentatie van een casus en bespreking met een stappenplan<br />

Doel: ervaring op doen met het gebruik van de Nationale Beroepscode als een mogelijke bron<br />

van argumenten bij een uitgebreide bespreking van een casus.<br />

Voorbeeld 1<br />

- Geef de studenten/deelnemers een casus.<br />

Deze casus kan afkomstig zijn van de docent/inleider. Het is ook mogelijk om<br />

studenten/deelnemers van te voren te vragen om een casus in te leveren of om tijdens de<br />

bijeenkomst te vragen of iemand een casus heeft, die hij of zij wil bespreken.<br />

- De docent of inleider presenteert vervolgens een stappenplan en legt uit hoe het stappenplan<br />

werkt.<br />

- Samen met de studenten/deelnemers bespreekt de docent/inleider vervolgens de casus<br />

met behulp van het stappenplan en laat de studenten/deelnemers daarbij gebruik maken<br />

van de Nationale Beroepscode.<br />

Als stappenplan kan het stappenplan uit het vorige hoofdstuk dienen:<br />

1. Ga voor jezelf na wat je eerste reactie is op deze specifieke situatie.<br />

Over deze eerste reacties ga je niet met elkaar in discussie.<br />

2. Wat lijkt de ethische vraag te zijn?<br />

3. Welke oplossingen kun je bedenken voor de vraag? Welke handelingen zijn een antwoord<br />

op de vraag?<br />

4. Wie zijn er allemaal bij deze situatie betrokken en welke argumenten brengen zij naar<br />

voren? Waarom vinden zij die argumenten belangrijk en welke waarden vormen de basis<br />

voor die argumenten?<br />

5. Welke van de argumenten, die naar voren zijn gebracht, zijn echt van belang voor een<br />

beoordeling van deze situatie? Welk argument of welke argumenten moeten in deze<br />

situatie het zwaarste wegen?<br />

6. Welke oplossing heeft op basis van de afweging nu de voorkeur?<br />

7. Maak afspraken over de uitvoering.<br />

46


Tip<br />

Voorbeeld 2<br />

- Geef de studenten/deelnemers een casus.<br />

Deze casus kan afkomstig zijn van de docent/inleider. Het is ook mogelijk om<br />

studenten/deelnemers van te voren te vragen om een casus in te leveren of om tijdens de<br />

bijeenkomst te vragen of iemand een casus heeft, die hij of zij wil bespreken.<br />

- Presenteer vervolgens een stappenplan en leg uit hoe het stappenplan werkt.<br />

- Geef de studenten/deelnemers de opdracht om de casus met behulp van een stappenplan<br />

te bespreken en daarbij ook de Nationale Beroepscode te gebruiken. Zij krijgen daarvoor<br />

een bepaalde tijd (bijvoorbeeld een kwartier of een half uur).<br />

Afhankelijk van de grootte van de groep en de beschikbare ruimte(n) kan dit onderdeel op<br />

verschillende manieren:<br />

* Indien de studenten/deelnemers in een oplopende collegezaal zitten, kan de opdracht<br />

luiden dat de studenten/deelnemers met hun voor- en of achterburen de casus bespreken.<br />

* Indien de studenten/deelnemers in een gewone zaal zitten, kunnen zij in kleine groepen<br />

verdeeld worden (bijvoorbeeld per tafel) om de casus te bespreken.<br />

* Indien meer ruimten beschikbaar zijn kunnen de studenten/deelnemers in groepen over<br />

deze ruimten verdeeld worden om de casus per groep te bespreken.<br />

- Hierna volgt een plenaire bespreking van de casus.<br />

Voorbeeld 3<br />

Als variant op de gebruikelijke vorm waarbij de inhoud van de casus (alleen) verteld wordt of<br />

op papier staat, is het ook mogelijk om de casus kort te laten spelen door enkele<br />

studenten/deelnemers of ingehuurde acteurs.<br />

Na de presentatie van de gespeelde casus volgt een bespreking van de casus als bij presentatie<br />

van een casus en bespreking met een stappenplan 1 of 2.<br />

- Geef het publiek korte feitelijke informatie over casus voordat de casus gespeeld wordt.<br />

- Laat de indiener van de casus, als hij meedoet, niet zijn eigen rol spelen, maar pas rolwisseling<br />

toe (bijvoorbeeld: de begeleider speelt de cliënt en niet zichzelf).<br />

- Vraag de spelers zich zo nauwkeurig mogelijk in te leven in de details, zodat ze de emotie<br />

ervaren en spelen.<br />

- Laat de spelers de reacties in de casus uitvergroten.<br />

- Zorg ervoor dat het spel kort is en dat daarin de essentie van de casus naar voren komt.<br />

47


Persoonlijke waarden en normen en die van de beroepsgroep<br />

<strong>Verpleegkundigen</strong> en verzorgenden hebben hun eigen waarden en normen net zoals iedereen die<br />

heeft. Zij hebben echter ook te maken met de waarden en normen van de beroepsgroep. Zij<br />

kunnen dan niet meer alleen uitgaan van hun eigen waarden en normen. Het is daarom zinvol om<br />

aandacht te besteden aan de verhouding tussen de eigen waarden en normen van de verpleegkundigen<br />

en verzorgenden en de waarden en normen van de beroepsgroep (zie ook hoofdstuk 3.).<br />

Oefening<br />

Neem een bepaalde casus en geef de volgende opdracht aan de deelnemers:<br />

- Ga na hoe je de casus beoordeelt op basis van je persoonlijke waarden, normen en overtuigingen:<br />

Wat is er aan de hand? Welke van jouw persoonlijke waarden en normen spelen<br />

een rol? Wat zou je doen?<br />

- Noteer de uitkomsten<br />

- Bekijk de casus nu nog een keer en ga na welke artikelen van de Nationale Beroepscode<br />

aanknopingspunten bieden voor nadenken over de casus: Wat vraagt de Nationale<br />

Beroepscode? Welke waarden en normen van de <strong>beroepscode</strong> spelen een rol? Wat zou je<br />

doen als je uitgaat van de Nationale Beroepscode?<br />

- Noteer ook deze uitkomsten<br />

- Bespreking van de uitkomsten met de deelnemers<br />

Is er een verschil tussen de beoordeling van de casus op basis van je persoonlijke normen<br />

en waarden en op basis van de Nationale Beroepscode?<br />

Zo ja, waar zit het verschil en wat is de betekenis ervan?<br />

Het stimuleren van het eigen nadenken en handelen<br />

Stilstaan bij verschillende artikelen of groepen van artikelen biedt verpleegkundigen en<br />

verzorgenden de mogelijkheid om na te denken over hun eigen denken en handelen.<br />

Oefening<br />

Kies een bepaald artikel en leg de deelnemers de volgende vragen voor:<br />

- Wat denk je dat het artikel van je vraagt?<br />

- Doe je in de praktijk ook wat het artikel van je vraagt?<br />

- Waarom wel of waarom niet?<br />

- Wat zijn eventueel belemmerende factoren om te doen wat het artikel van je vraagt?<br />

- Wat is ervoor nodig om wel te (kunnen) doen wat het artikel van je vraagt?<br />

- Is er een grens bij wat het artikel van je vraagt?<br />

- Vind je dat het artikel niet bruikbaar is?<br />

48


Aanvullende oefening<br />

Misschien is een van de deelnemers van mening dat een artikel helemaal niet van toepassing<br />

is. Dan is het zaak erachter te komen of dat oordeel klopt. Het beste is om dat samen<br />

met anderen te doen, zodat de deelnemers hun eigen opvattingen kritisch kunnen toetsen.<br />

De deelnemer krijgt de volgende opdracht:<br />

- Geef aan welk artikel volgens jou niet van toepassing is.<br />

- Geef een voorbeeld van een situatie waaruit volgens jou blijkt dat dit artikel niet van<br />

toepassing is.<br />

- Ga samen met de andere deelnemers na wat er in die situatie precies aan de hand is.<br />

- Welke aanknopingspunten biedt de Nationale Beroepscode voor deze situatie?<br />

- Valt het betreffende artikel ook onder de aanknopingspunten?<br />

- Indien niet, ga dan in een gesprek na wat de betekenis van dit artikel kan zijn en voor<br />

welke situaties het misschien wel bruikbaar is.<br />

49


8 Voorbeelden om mee te oefenen<br />

Een cadeau<br />

Je komt als wijkverpleegkundige al een paar jaar bij meneer Jansen, die chronisch ziek is en<br />

veel verzorging nodig heeft. Meneer Jansen en zijn echtgenote waarderen je zorgverlening en<br />

willen dat ook graag laten zien. Ze weten dat je met je gezin naar de Efteling wilt gaan. Met<br />

Kerstmis geven ze je ‘een bon’ voor een dagje Efteling op hun kosten.<br />

De criminele zoon<br />

Je komt als verzorgende iedere week bij meneer Blok. Meneer Blok zit vol verhalen over zijn<br />

zoon. Uit die verhalen maak je op dat de zoon zich bezig houdt met criminele activiteiten.<br />

Meneer Blok is daar ook nog trots op. Wat doe je met deze informatie?<br />

Hulp bij roken<br />

Een bewoonster van een woonafdeling in een psychiatrisch ziekenhuis is een stevige rookster.<br />

Zij heeft vergroeiingen aan haar handen. Daardoor kan ze zelf geen sigaretten meer draaien.<br />

Om te kunnen roken heeft ze hulp nodig. Ze vraagt je of jij haar een sigaret wilt geven.<br />

Een andere visie<br />

De afdeling krijgt een nieuwe arts. De nieuwe arts blijkt een heel andere visie te hebben op<br />

behandelen dan tot nu toe gebruikelijk was op de afdeling. Op een dag draagt de arts jou als<br />

verpleegkundige op om onder dwang een sonde in te brengen bij een meneer, die zich in de<br />

stervensfase bevindt.<br />

Agressie<br />

Samen met de arts heb je (als verpleegkundige of verzorgende) een gesprek met een zorgvrager<br />

en zijn familie over de situatie van de zorgvrager. De zorgvrager en zijn familie zijn het<br />

niet eens met het voorgestelde beleid en worden steeds agressiever. Ze beginnen te<br />

schreeuwen en te schelden. Wat doe je?<br />

Anders denken over seks<br />

Een zorgvrager in de thuiszorg heeft seksuele contacten met verschillende personen. Jij hebt<br />

hier moeite mee vanuit jouw waarden en normen. Je vindt het lastig om deze zorgvrager met<br />

respect te behandelen. Misschien ben je wel bang dat hij jou ook zal lastig vallen.<br />

50


Je collega<br />

Je werkt op een interne afdeling van een ziekenhuis. Als je op een ochtend bij meneer<br />

Pietersen komt is hij heel blij dat hij jou ziet. Hij zegt: ‘Gelukkig dat jij er bent en niet die<br />

broeder van gisteren.’<br />

Je weet niet goed hoe je hier op moet reageren.<br />

Wiet<br />

Je werkt in de thuiszorg en ontdekt toevallig dat de zorgvrager wiet teelt. Je overweegt deze<br />

informatie door te geven aan de politie.<br />

Zelfmoord<br />

Het team heeft besloten niet in te gaan op een vraag naar hulp bij zelfdoding van een psychiatrische<br />

zorgvrager. Wanneer de betreffende zorgvrager bij een nachtelijke ronde niet op zijn<br />

kamer is, vermoed je dat hij een poging tot zelfmoord onderneemt. Als dat lukt, heeft hij eindelijk<br />

rust. Wat doe je?<br />

Stage<br />

Je loopt stage op een afdeling waar een paar collega’s leerlingbegeleiding vervelend vinden.<br />

Je hebt vaak dienst met een van hen. Hij verdeelt aan het begin van de dienst de taken en<br />

vindt dat jij het zelf maar moet uitzoeken met jouw taken. Kom je met een vraag, dan is hij<br />

geïrriteerd. Het aftekenen van punten verloopt ook moeizaam.<br />

Badkamer<br />

Een bewoner met een verstandelijke beperking kan zich niet goed zelf wassen. Jij helpt hem<br />

daarbij. Als je met de bewoner in de badkamer bezig bent, komt je collega zo de badkamer<br />

binnenlopen om even wat te vragen. Dat gebeurt wel vaker. Zeg je daar iets van? En speelt de<br />

ernst van de verstandelijke beperking van de bewoner een rol bij je oordeel?<br />

Kindermishandeling?<br />

Een kind komt voor de zoveelste keer in het ziekenhuis met blauwe plekken en alweer een<br />

botbreuk. De moeder zegt dat haar kind wild en onhandig is en daardoor weer gevallen is.<br />

Jij hebt nu toch het vermoeden dat er sprake is van kindermishandeling.<br />

51


9 De <strong>nationale</strong> <strong>beroepscode</strong> en de instelling<br />

Hoe kun je de Nationale Beroepscode onder de aandacht brengen bij je collega’s,<br />

leidinggevenden en directie of Raad van Bestuur?<br />

De Nationale Beroepscode kan pas echt van betekenis zijn als alle verpleegkundigen en<br />

verzorgenden de Nationale Beroepscode als basis voor hun handelen gebruiken. Eigenlijk<br />

moet werken volgens de Nationale Beroepscode een vanzelfsprekende zaak voor iedere<br />

verpleegkundige en verzorgende zijn.<br />

Om dit te realiseren is het nodig dat de Nationale Beroepscode een plaats krijgt binnen de<br />

instelling of organisatie. Aangezien de Nationale Beroepscode een document van de beroepsgroep<br />

is (Nationale Beroepscode van <strong>Verpleegkundigen</strong> en <strong>Verzorgenden</strong>) en gaat over professionele<br />

verantwoordelijkheid, ligt de verantwoordelijkheid voor het verwerven van een vaste<br />

plaats voor de Nationale Beroepscode binnen de instelling of organisatie in eerste instantie bij<br />

de beroepsgroep zelf (individuele verpleegkundigen of verzorgenden, teams en zeker de VAR).<br />

De instelling of organisatie kan daarbij uiteraard een rol spelen door de invoering van de<br />

Nationale Beroepscode te stimuleren en ondersteunen.<br />

Hieronder volgen enkele suggesties waar je mee aan de slag kunt om de Nationale<br />

Beroepscode binnen je instelling of organisatie in te voeren. De suggesties richten zich vooral<br />

op de VAR, omdat dit bij uitstek een taak voor de VAR is.<br />

Maak een plan<br />

Je vindt het als VAR belangrijk dat de Nationale Beroepscode binnen je instelling of organisatie<br />

algemeen ingevoerd wordt. Het is dan handig om op een rijtje te zetten:<br />

- waar je allemaal op moet letten<br />

- waaraan je aandacht moet besteden<br />

- hoe dat kan gebeuren<br />

- wat de volgorde van de verschillende activiteiten moet zijn<br />

- wie wat doet.<br />

Waar moet je op letten<br />

- Het is belangrijk dat je weet of je collega’s, leidinggevenden en directie/Raad van Bestuur op<br />

de hoogte zijn van het bestaan van de Nationale Beroepscode.<br />

- Het is ook handig om te weten hoe zij over (invoering van) de Nationale Beroepscode<br />

denken.<br />

In sommige instellingen is het vanzelfsprekend voor de Raad van Bestuur om de invoering<br />

van de Nationale Beroepscode te stimuleren en te ondersteunen. Dat is echter niet altijd<br />

het geval.<br />

- Inzicht in de manier waarop andere vernieuwingen binnen jouw instelling of organisatie zijn<br />

ingevoerd en wat daarbij goed ging of lastig was, is ook nuttig.<br />

53


Waaraan moet je aandacht besteden<br />

- Aan het creëren van draagvlak voor werken volgens de Nationale Beroepscode, zowel bij je<br />

collega’s, leidinggevenden als bij de directie/Raad van Bestuur.<br />

Daarvoor is het nodig dat je aandacht besteedt aan:<br />

- het bestaan van de Nationale Beroepscode<br />

- het belang van werken volgens de Nationale Beroepscode<br />

- manieren waarop je als verpleegkundige of verzorgende de Nationale Beroepscode in je<br />

werk kunt gebruiken<br />

- manieren waarop de Nationale Beroepscode een vaste plaats binnen de instelling of organisatie<br />

kan krijgen.<br />

Het onder de aandacht brengen (en houden) van de Nationale Beroepscode<br />

- Schrijf (af en toe) een artikeltje over de Nationale Beroepscode voor het eigen blad van je<br />

instelling of organisatie.<br />

- Plaats een stukje over de Nationale Beroepscode op intranet<br />

- Verspreid een kopie van een artikel over de Nationale Beroepscode, dat bijvoorbeeld in<br />

een vakblad verschenen is, onder je collega’s, leidinggevenden en directie/Raad van<br />

Bestuur.<br />

- Organiseer (van tijd tot tijd) een themabijeenkomst, workshop of klinische les over de<br />

Nationale Beroepscode voor je collega’s.<br />

In deze themabijeenkomst of workshop kun je:<br />

* uitleggen waarom werken volgens de Nationale Beroepscode belangrijk is (zie daarvoor<br />

de Inleiding van dit boekje)<br />

* erop wijzen dat het Kwaliteitsregister <strong>Verpleegkundigen</strong> & <strong>Verzorgenden</strong> ervan uitgaat dat<br />

je volgens de <strong>beroepscode</strong> werkt<br />

* laten zien hoe je de Nationale Beroepscode tijdens je werk kunt gebruiken (het eerste<br />

deel van dit boekje biedt je daarvoor handvatten).<br />

De VAR kan bijvoorbeeld een artikel uit de <strong>beroepscode</strong> als jaarthema nemen.<br />

* de deelnemers zelf laten oefenen met de Nationale Beroepscode<br />

- Organiseer een themabijeenkomst of workshop over de Nationale Beroepscode voor de<br />

leidinggevenden en de directie/Raad van Bestuur.<br />

Ook in deze themabijeenkomst of workshop kun je:<br />

* uitleggen waarom werken volgens de Nationale Beroepscode belangrijk is<br />

* laten zien hoe verpleegkundigen en verzorgenden de Nationale Beroepscode tijdens hun<br />

werk kunnen gebruiken<br />

* ter illustratie de deelnemers zelf laten oefenen met de Nationale Beroepscode<br />

* daarnaast kun je erop wijzen dat (collectieve) inschrijving van verpleegkundigen en/of<br />

verzorgenden in het Kwaliteitsregister <strong>Verpleegkundigen</strong> & <strong>Verzorgenden</strong> betekent dat zij<br />

werken volgens de <strong>beroepscode</strong> onderschrijven<br />

54


Tip<br />

* en kun je ook nog benadrukken dat de instelling of organisatie zich met het gebruik van de<br />

Nationale Beroepscode kan profileren: ‘voor onze verpleegkundigen en verzorgenden is<br />

werken volgens de waarden en normen van de beroepsgroep vanzelfsprekend’.<br />

Probeer een groep enthousiaste verpleegkundigen en/of verzorgenden bij elkaar te krijgen, die<br />

kunnen optreden als ‘ambassadeurs’ van de Nationale Beroepscode en die in de instelling voorlichting,<br />

themabijeenkomsten en workshops over de Nationale Beroepscode kunnen geven.<br />

Een vaste plaats voor de Nationale Beroepscode<br />

Beschikbaarheid van de Nationale Beroepscode<br />

Om ervoor te zorgen dat de verpleegkundigen en/of verzorgenden binnen jouw instelling de<br />

Nationale Beroepscode (kunnen) gebruiken als ze tijdens hun werk tegen een ethische vraag<br />

aanlopen is een eerste vereiste dat de Nationale Beroepscode beschikbaar is. Daarvoor is het<br />

belangrijk dat:<br />

- iedere verpleegkundige of verzorgende een exemplaar van de Nationale Beroepscode heeft<br />

(V&VN-leden krijgen gratis een exemplaar van de code)<br />

- iedere afdeling een exemplaar van de Nationale Beroepscode heeft<br />

- iedere nieuwe collega bij zijn/haar aanstelling een exemplaar van de Nationale Beroepscode<br />

krijgt, indien hij/zij nog geen exemplaar van de code heeft.<br />

Het afdelingshoofd kan een exemplaar van de Nationale Beroepscode geven aan het nieuwe<br />

teamlid. Er kan ook met de directie afgesproken zijn dat personeelszaken ervoor zorgt dat de<br />

nieuwe collega’s een exemplaar van de Nationale Beroepscode krijgen bij hun aanstelling.<br />

Gebruik van de Nationale Beroepscode<br />

Het raadplegen van de Nationale <strong>beroepscode</strong> bij alle casusbesprekingen, intervisie, coachinggesprekken<br />

en dergelijke moet vanzelfsprekend zijn. Om dat te bevorderen en te ondersteunen<br />

is het handig om bijvoorbeeld in afspraken vast te leggen dat:<br />

- de Nationale Beroepscode altijd geraadpleegd wordt bij teambesprekingen, casusbesprekingen<br />

of het maken van afspraken over een onderwerp (op de afdeling)<br />

- minimaal ……(vul aantal in) keer per week/maand/jaar een casuïstiekbespreking op het<br />

programma staat, waarbij de Nationale Beroepscode gebruikt wordt<br />

- minimaal ….. (vul aantal in) maal per maand/jaar een bepaald thema aan de hand van de<br />

Nationale Beroepscode besproken wordt.<br />

- de Nationale Beroepscode gebruikt wordt bij intervisie en coaching<br />

- de Nationale Beroepscode gebruikt wordt bij het jaargesprek of functioneringsgesprek<br />

- de Nationale Beroepscode opgenomen wordt in het kwaliteitsbeleid of kwaliteitsmanagementssysteem<br />

van de instelling of organisatie.<br />

55


Tip<br />

Kanttekening<br />

Indien de Nationale Beroepscode een rol speelt bij het jaargesprek of functioneringsgesprek is<br />

het belangrijk dat de code op een positieve manier ingezet wordt: om verpleegkundigen en<br />

verzorgenden te ondersteunen bij een verantwoorde beroepsuitoefening.<br />

- Laat iemand uit het team (bijvoorbeeld de leidinggevende) de Nationale Beroepscode met<br />

nieuwe medewerkers bespreken.<br />

- Laat de leidinggevende ervoor zorgen dat de Nationale Beroepscode bij alle activiteiten van<br />

het team gebruikt wordt.<br />

- Spreek af om na een bepaalde tijd het gebruik van de Nationale Beroepscode te evalueren.<br />

Randvoorwaarden gebruik Nationale Beroepscode<br />

Het gebruik van de Nationale Beroepscode vraagt niet alleen om een vaste plaats bij verschillende<br />

aspecten van de beroepsuitoefening van verpleegkundigen en verzorgenden. Het is ook<br />

nodig dat de instelling of organisatie zo ingericht is dat werken volgens de Nationale<br />

Beroepscode mogelijk is.<br />

De Nationale Beroepscode benadrukt bijvoorbeeld geheimhouding van informatie over de zorgvrager.<br />

Om die geheimhouding te realiseren is het niet voldoende dat je je als verpleegkundige<br />

of verzorgende aan het artikel uit de Nationale Beroepscode houdt. De systemen, die door de<br />

instelling of organisatie gebruikt worden voor de opslag van informatie over de zorgvrager,<br />

moeten die geheimhouding ook ondersteunen.<br />

Hetzelfde geldt voor veiligheid. Het is niet voldoende dat je je als verpleegkundige of verzorgende<br />

inzet voor veiligheid. Je inzet moet ondersteund worden door of vallen binnen het kader<br />

van een veiligheidsbeleid van de instelling of organisatie.<br />

Advies aan de directie of Raad van Bestuur<br />

Als VAR kun je een advies uitbrengen aan de directie/Raad van Bestuur over de invoering van<br />

de Nationale Beroepscode in jullie instelling of organisatie. In dat advies kun je:<br />

- uitleggen waarom werken volgens de Nationale Beroepscode belangrijk is (zie inleiding van<br />

dit boekje)<br />

- erop wijzen dat (collectieve) inschrijving van verpleegkundigen en/of verzorgenden in het<br />

Kwaliteitsregister <strong>Verpleegkundigen</strong> & <strong>Verzorgenden</strong> betekent dat zij werken volgens de<br />

<strong>beroepscode</strong> onderschrijven<br />

- benadrukken dat de instelling of organisatie zich met het gebruik van de Nationale<br />

Beroepscode kan profileren: ‘onze verpleegkundigen en verzorgenden werken volgens de<br />

waarden en normen van de beroepsgroep’<br />

- aangeven op welke manier naar het idee van de VAR binnen jullie instelling of organisatie de<br />

Nationale Beroepscode het beste gestimuleerd en ondersteund kan worden. Welke suggesties<br />

voor jullie instelling of organisatie bruikbaar zijn, zal ook van de aard van jullie instelling<br />

of organisatie afhangen.<br />

56


Opmerking<br />

Algemene gedragscode van de instelling of organisatie<br />

Sommige instellingen of organisaties stellen een gedragscode op voor al hun personeel.<br />

Artikelen uit de Nationale Beroepscode zijn in dat geval soms opgenomen in die algemene<br />

gedragscode. Op zich is dit prima. Het betekent echter niet dat de Nationale Beroepscode<br />

daarmee vervalt. De Nationale Beroepscode is gericht op een verantwoorde beroepsuitoefening<br />

van verpleegkundigen en verzorgenden. Niet alle artikelen uit de Nationale Beroepscode<br />

zijn van toepassing op al het personeel in een instelling, terwijl ze wel gelden voor verpleegkundigen<br />

en verzorgenden. De Nationale Beroepscode blijft daarom altijd gelden voor<br />

verpleegkundigen en verzorgenden naast een algemene gedragscode.<br />

57


10 Meer weten<br />

Nationale Beroepscode van <strong>Verpleegkundigen</strong> en <strong>Verzorgenden</strong><br />

Uitgave van V&VN en NU’91, januari 2007. Brochure (A-5 formaat) 7 euro.<br />

Poster (A3-formaat) 3.50 euro.<br />

Te bestellen bij V&VN, T (030) 2919050.<br />

Informatie over verschillende stappenplannen<br />

Henk Manschot & Hans van Dartel (Red.) In gesprek over goede zorg. Overlegmethoden voor<br />

ethiek in de praktijk. Amsterdam: Boom, 2003.<br />

Casuïstiek<br />

www.zorgethiek.nl<br />

www.ethiekinpraktijk.nl<br />

Algemene tips voor implementatie<br />

www.zonmw.nl/implementatie<br />

Interessante uitgaven<br />

V&VN, Verbeter de zorg, begin (bij je)zelf! Inspirerende voorbeelden van en voor verpleegkundigen.<br />

Utrecht: V&VN, najaar 2007. Te bestellen bij V&VN, T (030) 2919050.<br />

Als verpleegkundige heb je een belangrijke rol in de zorg. Zonder jouw bijdragen zouden veel<br />

verbeteringen in de zorg niet tot stand komen. In deze uitgave brengt V&VN elf van deze<br />

vernieuwingen over het voetlicht. Stuk voor stuk gaan ze over belangrijke onderwerpen als<br />

medicatieveiligheid, eten en drinken, en valpreventie. In al die projecten vormen de verpleegkundigen<br />

een belangrijke schakel in het proces. Laat je inspireren door deze vernieuwende<br />

projecten en door de talrijke implementatietips om met de kwaliteitsverbeteringen aan de slag<br />

te gaan. De zorg verbeteren? Begin (bij je)zelf!<br />

V&VN, Hoe handel je zorgvuldig bij euthanasie. Handreiking voor een goede samenwerking<br />

tussen arts, verpleegkundige en verzorgende. Utrecht: V&VN, juni 2007. Te bestellen bij V&VN,<br />

T (030) 2919050.<br />

Als verpleegkundige of verzorgende is de kans groot dat je een keer te maken krijgt met euthanasie<br />

of hulp bij zelfdoding. Degenen die het overkwam, vertellen vaak hetzelfde: het is een<br />

intensieve en indrukwekkende periode. Een periode die vragen met zich mee brengt en die<br />

gevoelens van verdriet en twijfel kan oproepen. Deze uitgave helpt je na te denken over de<br />

vragen en dilemma’s die je kunt tegenkomen in je rol van verpleegkundige of verzorgende.<br />

58


Colofon<br />

Tekst en redactie: Joke de Witte<br />

Vormgeving: Boulogne Jonkers, Zoetermeer<br />

Druk: Kapsenberg van Waesberge, Rotterdam<br />

© V&VN<br />

Het is toegestaan teksten uit deze uitgave over te nemen, mits je de juiste bron vermeldt.<br />

Februari 2008<br />

Met dank aan:<br />

Klankbordgroep Nationale Beroepscode<br />

Commissie Ethiek V&VN<br />

VAR Medisch Centrum Alkmaar<br />

VAR Medisch Spectrum Twente<br />

VAR Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis, Nijmegen<br />

VAR VieCuri Medisch Centrum voor Noord-Limburg<br />

VAR V&VN Militaire Verpleegkunde en Verzorging<br />

VAR Kempenhaeghe, Heeze<br />

VAR Medisch Centrum Rijnmond-Zuid, Rotterdam


Over deze uitgave<br />

‘Hoe gebruik je de Nationale Beroepscode<br />

van <strong>Verpleegkundigen</strong> en <strong>Verzorgenden</strong>’ geeft<br />

suggesties voor het gebruik van de Nationale<br />

Beroepscode door individuele verpleegkundigen<br />

of verzorgenden, door teams of VAR's<br />

en bij scholing. Naast deze suggesties is<br />

ook een aantal casussen opgenomen als<br />

oefenmateriaal.<br />

Deze publicatie helpt je om als verpleegkundige<br />

of verzorgende de Nationale<br />

Beroepscode te gebruiken en deze op je<br />

werk onder de aandacht te brengen van je<br />

collega’s, leidinggevenden en de<br />

directie/Raad van Bestuur.<br />

HOE-serie<br />

<strong>Verpleegkundigen</strong> & <strong>Verzorgenden</strong> Nederland<br />

helpt verpleegkundigen en verzorgenden om<br />

goede zorg te geven aan patiënten, cliënten<br />

en bewoners. Dat doet V&VN onder meer<br />

door praktische handreikingen uit te geven.<br />

In de HOE-serie verschenen eerder:<br />

‘Hoe ga je om met eten en drinken’<br />

‘Hoe bespreek je complementaire zorg in je<br />

instelling’<br />

‘Hoe handel je zorgvuldig rondom euthanisie’<br />

‘Hoe zorg je voor ongeneeslijk zieken met<br />

een verstandelijke beperking’.<br />

Meer informatie: www.venvn.nl<br />

ISBN: 978-90-78995-05-0

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!