Opm. Drents landschap 7 - Stichting Het Drentse Landschap

drentslandschap.nl

Opm. Drents landschap 7 - Stichting Het Drentse Landschap

Kwartaalblad

7

sept. 1995

no. 7

Kremboong


2

Kwartaalblad van de

Stichting Het Drentse Landschap

ISSN 1380-3263

Overname van artikelen met bronvermelding is toegestaan.

De inhoud van de bijdragen van gastschrijvers weerspiegelt

niet noodzakelijk de opvattingen van de StichtingHet

Drentse Landschap’.

Het Drentse Landschap is een uitgave van de Stichting

Het Drentse Landschap’. Het geeft informatie over de

terreinbezittingen en activiteiten van de Stichting.

Het blad verschijnt viermaal per jaar, bij het wisselen

der seizoenen en wordt gratis toegezonden aan de

Beschermers van het Landschap. Beschermer kan men

worden door bijgevoegde kaart in te vullen en

te verzenden. Minimale bijdrage ƒ. 30,– per jaar.

Als u ‘Het Drentse Landschap’ extra wilt steunen

dan kan dat op de volgende wijze:

Lijfrente Dit betreft een vaste periodieke uitkering

(minimaal 5 jaar) en moet worden geregeld door

een notaris.

Giften Voor minimaal 1% en maximaal 10% van

uw onzuiver inkomen zijn giften aftrekbaar voor

de inkomstenbelasting.

Legaten of erfstellingen Tot een bedrag van

ƒ. 15.310,– (1995) is ‘Het Drentse Landschap’ geen

successierechten verschuldigd. Daarboven geldt voor

Het Drentse Landschap’ een tarief van 11%.

3

5

11

12

16

18

23

Inhoud

Van de bestuurstafel

— bestuursberichten

Kremboongbos

— terreinbeschrijving

Hero Moorlag

Week van het Landschap

Ik hoef geen nieuwe nota’s...

— interview

Jan Wierenga

De Kadernota

— beleidszaken

Kortweg

— berichten

Agenda

Redactie

E.W.G. van der Bilt

J.N.H. Elerie

B.R.W. Grevink

J.D.D. Hofman

J.G. Schenkenberg van Mierop

R. H. van der Sleen

Omslag:

Kremboong

(foto: Harry Cock)


Van de bestuurstafel

Elders in dit blad zult u een bericht tegenkomen over de provinciale Kadernota 1996.

Dat is een nota waarin de Provincie alvast aangeeft hoe ze de begroting voor 1996 denkt

op te zetten. Bezuinigingen bepalen al enige jaren de trend en het leek er even op dat

Het Drentse Landschap’ een gevoelige tik zou krijgen door subsidievermindering.

Er werd gelukkig anders besloten, maar het signaal is er toch dat ons werk niet boven

alles verheven is. Vervelend elk jaar weer vol spanning te moeten afwachten of we ons

werk wel op een verantwoorde wijze zullen kunnen voortzetten.

Waar wij al jarenlang een steeds

omvangrijker opdracht met stijgende

kosten en verminderende middelen

moeten uitvoeren, lijkt de grens van

wat met maximale inzet en creativiteit

van de medewerkers haalbaar is zo

langzamerhand echt bereikt. Bewust

hebben we dan ook contact gezocht

met de nieuwe provinciale bestuurderen,

te weten de Commissaris van de

Koningin, gedeputeerden en leden van

Provinciale Staten, om hen ervan te

doordringen dat ‘Het Drentse

Landschap’ eraan bijdraagt natuur en

landschap in Drenthe in stand te

houden en daarmee een belangrijke

economische en maatschappelijke rol

vervult.

We zijn er best trots op dat we de boel

nog steeds financieel rond weten te

krijgen. Dat bleek weer uit de jaarrekening

1994 die de penningmeester

en de financiële mensen van het rentambt

in mei aan het Algemeen Bestuur

voorlegden.

Een post met een duidelijk negatieve

uitkomst – waarvoor we onze reserves

moesten aanspreken – was natuurlijk

het jubileumjaar. Maar daar malen we

niet om. Dat was nodig om ‘Het

Drentse Landschap’ nadrukkelijker dan

voorheen voor het voetlicht te brengen

en meer Drenten bij hun natuur en

landschap te betrekken. Draagvlakvergroting

heet dat. Met het nieuwe

kwartaalblad, excursies, scholenproject,

exposities van Drentse landschapsschilders,

spaaralbum en de vogelkijkhut

hebben we veel nieuwe mensen

bereikt die met ons de zorg voor de

Archief HDL

3

toekomst van natuur en landschap

delen en begunstiger zijn geworden.

En zo is er dan toch een positieve

uitkomst.

Al kijkt het bestuur met genoegen op

het jubileumjaar terug, de medewerkers

die er vele overuren voor gedraaid

hebben, zullen er wat genuanceerder

over denken. Hulde en respect voor

hun geweldige inzet!

In het streven naar kostenbewaking

past de collectieve brandverzekering

voor de gebouwen die via de Unie van

Landschappen is aangegaan. De UvL is

een 5 jaar geleden in het leven geroepen

overkoepelend orgaan van alle

provinciale Landschappen. Het doel

was enerzijds de Landschappen op

landelijk niveau via één kanaal te

vertegenwoordigen bij bestuurlijk

overleg en belangenbehartiging,

anderzijds de samenwerking en

informatie-uitwisseling op technisch en

financieel gebied te verbeteren. En dat

dat vruchten kan afwerpen, blijkt nu

bij die verzekering. ‘Het Drentse

Ingemetseld ornament in de boerderij Rheebruggen 8,

afkomstig uit het in ca. 1840 gesloopte huis

Rheebruggen


4 Bestuursberichten

Landschap’ heeft zo’n 40 gebouwen,

variërend van woningen en boerderijen

tot schaapskooien en een havezathe.

Een waarde van vele miljoenen. Met

alle Landschappen bij elkaar een veelvoud

daarvan. Door nu alle gebouwen

van alle Landschappen bij één

verzekering onder te brengen, kon een

soort kwantumkorting worden

Het bestuur vraagt uw medewerking

om een nieuwe voorzitter te vinden.

Als u het zou willen doen of als u

iemand anders ervoor geschikt vindt,

dan wil het bestuur dat graag

vernemen. Dat kunt u telefonisch

laten weten aan de secretaris,

Mr.O.W.E.Berg, privé tel. 05920-10505,

of schriftelijk p/a Kloosterstraat 5,

9401 KD Assen met vertrouwelijk op

de envelop.

Uw suggesties worden uiteraard

strikt vertrouwelijk behandeld.

Nadere inlichtingen over wat het

precies voorstelt, kunt u desgewenst

krijgen bij de voorzitster:

mw. Hollema, tel. 05924-3088.

Van de kandidaten wordt wel

verlangd, dat zij

• in Drenthe wonen of daar

werkzaam zijn;

• achter de doelstellingen van

Het Drentse Landschap’ staan;

• flexibel zijn in beschikbaarheid

overdag;

• ervaring hebben in het

besturen/leidinggeven.

bedongen. Het scheelt ons vele tienduizenden

guldens aan premie en dat

geeft een beetje lucht bij al die

stijgende kosten.

Bij het opmaken van de balans over

1994 bleek dat ons bezit aan reservaatsgrond

met 133 ha was toegenomen,

waardoor we thans op ca 4800 ha zitten.

Met de uitbreiding konden we vele

reservaten versterken. Maar na de A

van aankoop komen de B van beheer

en de C van centen. In dit ABC-tje

ligt de essentie van de Stichting

besloten. Als één facet tekort schiet,

dan komt het functioneren van de

Stichting en daarmee behoud van

natuur en landschap in Drenthe op de

tocht te staan.

In de vergadering van het Algemeen

Bestuur is de heer D.H. Keuning te

Borger tot bestuurslid benoemd.

U kunt hem toevoegen aan de lijst van

bestuursleden die in kwartaalblad

nr. 4 is gepubliceerd.

Statutair zou de voorzitster, mw.

Hollema, haar bestuurslidmaatschap dit

jaar moeten beëindigen. Aangezien zij

echter tevens vice-voorzitter van de

Unie van Landschappen is en haar

benoeming daar pas over enige tijd

afloopt, heeft het Algemeen Bestuur

tot dispensatie besloten zodat zij haar

bestuursperiode bij de Unie kan afmaken.

Het Drentse Landschap’ zal in elk

geval volgend jaar een nieuwe voorzitter

moeten hebben.

foto: Harry Cock


Het Kremboongbos

cultuur en natuur nauw verweven

Hero Moorlag*

Het parklandschap ten noordoosten van

Hoogeveen is de laatste honderd jaar

nauwelijks veranderd. Aan de Pesserdijk, ter

hoogte van het fabriekscomplex Fokker,

liggen in de gemeente Ruinen Klein

van Begin met Tonckensbos en verder

naar het oosten de Wijken van Eleveld.

Bij het streekje Siberië gaat de Pesserdijk

over in de Bottersdijk, een door

oude eiken gemarkeerd zandpad

naar Tiendeveen. Haaks op deze

overgang loopt de Pesserraai, in de

Franse Tijd ‘Limite de Drijberde et de

Pesse’ genoemd. Links van deze weg

ligt het Pesserveld met Zwartschaap en

Stuifzand, rechts het Drijberseveld met het

Kremboongbos in de uiterste zuidhoek van

de gemeente Beilen. Hier, aan de rand van

de Tiendevenen, veranderde het landschap wel

ingrijpend. Van heideveld in Kremboongbos

(ca. 1860) en van bos in cultuurland (1938).

Het restant van het Kremboongbos, ruim

31 hectare, kwam op 14 mei 1980 in handen

van de StichtingHet Drentse Landschap’.


6 Het Oude Diep

Pabrik Gula Kremboong

De naam Kremboong is niet Drents. In diverse oude stukken

staat het woord geschreven als Krembong, Kremboong,

Krembung, Kremboeng en zelfs als Crembong. In 1980 vroeg

ik op aanwijzing van de gemeentearchivarissen van

Rotterdam en Elspeet het Handboek voor Cultuur- en

Handelsondernemingen in Nederlandsch-Indië(1891) aan

bij de Koninklijke Bibliotheek. Onder het hoofd Cultures

vond ik: “Kremboong, suikeronderneming, werkende op

contract met het Nederlandsch-Indisch Gouvernement, in

de residentie Soerabaja, afdeling Sidoardjo, district

Rawapoeloe I en Rawapoeloe II, zevenenhalve paal westnoordwest

van de spoorweghalte Porong.” Het Algemeen

Rijksarchief in Den Haag vertelde dat de suikerfabriek

Kremboong in 1847 was opgericht door Frederik s’ Jacob,

een gewezen zee-officier. s’ Jacob (met komma achter de s)

was adjudant van Gouverneur-Generaal Rochussen en had

zich op 37-jarige leeftijd als suikerplanter bij de dessa

Kremboeng gevestigd.

Ter bevestiging van de aanwezigheid van de suikeronderneming

Kremboong gaf ik alle gegevens aan de Hoogeveense

persfotograaf Julius Pangkey. In 1988 liet Pangkey namelijk

zijn gezin zijn geboorteland Indonesië zien. Na een reis over

Java rustten ze drie dagen in Malang. Pangkey maakte van

de gelegenheid gebruik, bestelde een taxi en gaf de

chauffeur opdracht de dessa Krembung te zoeken binnen de

driehoek Surabaja, Porong en Sidoarjo. Krembung bleek de

grootste van zeven dessa’s in de landstreek Krembung.

Overal waren uitgestrekte suikerrietvelden waarop men

bezig was met het binnenhalen van de oogst. Pangkey vond

de suikerfabriek vlot. Op afstand las hij het jaartal 1847 op

de fabrieksschoorsteen. Hoofdgebouw en bijgebouwen,

opgetrokken in oud-Hollandse stijl, maakten de gegevens

compleet. Op het bord bij de ingang stond: Pabrik Gula

Kremboong (suikerfabriek Kremboong, met twee o’s). Na

enige aarzeling van de directie mocht hij een fotoserie

maken op het terrein van de staatsonderneming.

Dennenplantage Kremboong

Frederik s’ Jacob maakte op zijn suikeronderneming fortuin.

In 1857 keerde hij naar Nederland terug, vestigde zich in

Rotterdam en vervulde o.a. de functie van commissaris van

de Staatsspoorwegen. In hetzelfde jaar ging de Amsterdamse

wijnkoper Johan Coenraad Rahder een burgerlijk vennootschap

aan met “den oud-suikerplanter F. s’Jacob tot

verveening van de Tiender- en Drieveenen, groot

700 Hectaren” in de zuidpunt van de gemeente Beilen.

s’ Jacob bracht de helft van het kapitaal in. Tevens kocht hij

in etappes 350 hectare van het Drijbersche Heideveld van

Mr. Albertus Hermannus Witsenborg te Kampen. Zijn

kleinzoon, H.Th. s’ Jacob, vertelde in 1929 aan journalist

M.J. Brusse van de N.R.C.: “Mijn grootvader F. s’ Jacob is,

toen hij in 1857 uit Indië in Nederland teruggekeerd was,

een van de eerste ontginners geweest. Hij heeft in Drenthe

een heivlakte van 350 bunder laten bebosschen en met

kanalen laten doorgraven. Het landgoed Kremboong met

merendeels dennen en heel mooie eiken.(...) Er gaat nu een

rentmeester over, maar de leiding van den boschbouw houd

ik toch in handen.” Rentmeesters op het Kremboong waren

Herbert en Jan Rahder uit Noordscheschut.

Vervener J.C. Rahder liet ook uitgestrekte bossen aanleggen,

naast het Kremboong. Hij gaf de wijken die hij liet graven

namen van de Amsterdamse grachten waar hij had

gewoond, zoals Kattenburgswijk, Binnenkantswijk,

Buitenkantswijk, Herengrachtwijk en Keizersgrachtwijk.

s’ Jacob liet het Drijbersche Heideveld bebossen en gaf zijn

wijken namen van rivieren: Vechtwijk, Maaswijk,

Amstelwijk, IJsselwijk en Geynwijk. De heide veranderde

hier in een dennenplantage doorsneden met wijken, sloten

en greppels. Over de Drijbersche Hoofdvaart, een brede

wijk op de zuidgrens van het Kremboong, liet hij een brug

bouwen met in de bovenligger de naam KREMBOONG.

In het Handboek voor Cultuur- en Handelsondernemingen

in Nederlandsch-Indië heb ik de hoogste opbrengst van de

suikeronderneming Kremboong in de vorige eeuw opgezocht.

Er staat: “De totale opbrengst, buiten de stroop, was in

1887 49542 pikols, gemiddeld 112 pikols per bouw.” Op

Java was een bouw 7096, 5 vierkante meter. Omgerekend

had de suikeronderneming Kremboong een oppervlakte van

ongeveer 350 hectare. Is het toeval dat F. s’ Jacob in

1857 350 hectare heideveld kocht, daarop een dennen-


Links het dambordpatroon van de

vroegere Kremboongbosschen op de

topografische kaart van 1927.

Rechts het huidige Kremboongbos

(Top. kaart 1978).

Archief HDL

De Kremboongbosschen stonden

bekend om hun uitgestrekte

dennenaanplanten. Hier ontwikkelde

zich een half natuurlijke naaldhout -

vegetatie met Stekende wolfsklauw

(rechts) en Linnaeusklokje (links).

(Fotoreproductie Julius Pangkey)

Terreinbeschrijving

7

plantage aanlegde en die noemde naar zijn

suikerplantage Kremboong op Java?

s’ Jacob was een persoonlijke vriend van

Koning Willem III. De koning bracht in 1873

per stoomtrein een bezoek aan Hoogeveen en

bezichtigde de machinale veenderij van Rahder bij

Nieuweroord. s’ Jacob had de hand gehad in de aanleg van

de spoorlijn langs Hoogeveen en was grootaandeelhouder in

de veenderij van Rahder. Op verzoek van de koning werd

s’ Jacob in 1880 Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-

Indië. Hij maakte de uitbarsting van de Krakatau in de Straat

van Soenda mee. Na zijn aftreden in 1884 trok hij zich terug

op het landgoed Nieuweroord bij Utrecht en stierf in 1901.

Het beheer van de Kremboongbosschen werd overgenomen

door zijn zoon Frederik Bernard s’ Jacob, civiel ingenieur

bij de Staatsspoorwegen in Nijmegen en later burgemeester

van Rotterdam. In 1905 kocht F.B. s’ Jacob het landgoed

Staverden bij Elspeet van R.J. Kemper, baron van Ittersum,

ten behoeve van zijn zoon Herman Theodoor, landhuis-

Archief HDL


8 Kremboong

houdkundige. Later studeerde H.Th. s’ Jacob bosbouw in

Duitsland. Hij paste op landgoed Staverden een beheer toe

waarbij zaaibomen bleven staan na een kaalkap. Veel aandacht

besteedde hij aan de ondergroei en onderzocht nauwgezet

de ondergrond alvorens een bepaald boomtype te

planten. Op het Kremboong ontstonden door zijn toedoen

uitgestrekte sparrenbossen, gedeelten met Eiken, Beuken en

meer natuurlijke stukken met spontane opslag van Berken.

Samen met zijn vader bezocht hij Kremboong regelmatig

per auto, bestuurd door een Zweedse chauffeur in livrei.

Het was de eerste auto die over de Kremboongbrug reed.

Wolfsklauwen en Linnaeusklokje

Vermoedelijk is rond 1860 een begin gemaakt met de

aanplant van de Kremboongbosschen. F. s’ Jacob maakte

daartoe gebruik van de bosbaas van J.C. Rahder, Evert Kersten.

Hij werd de eerste boswachter op het Kremboong. In 1880

kwam zijn zoon, Hendrik Jan Kersten, toen vijftien jaar, als

hulpboswachter in dienst van de familie s’ Jacob. Aan de

Drijbersche Hoofdvaart, dichtbij de Kremboongbrug, werd

in 1887 een boswachterswoning gebouwd. De boswachter

bezat verlof en pension. De woning werd eindpunt van

menig dagtochtje vanuit Hoogeveen met bok, punter of Jan

Plezier. Tiendeveners spraken niet over het Kremboongbos,

maar over het Karstensbos, het bos van Kersten. Wim

Kersten, zoon van H.J. Kersten, schreef mij in 1983: “Na

het overlijden van grootvader werd mijn vader Hendrik Jan

boswachter. Hij is dat zestig jaar geweest. De bezitting

ontwikkelde zich tot een prachtig landgoed. Na de ophaalbrug

kreeg je een mooie oprijlaan met Kastanjes en aan

weerszijden hoge Douglas- en Zilversparren. Veel

Hoogeveners kwamen in de weekends Kremboong

bezoeken en de drankjes en flensjes van mijn moeder

vonden veel afnemers.” De biologen W. Beijerinck en

G.A. Brouwer zullen hiervan zeker gebruik hebben gemaakt

tijdens hun bezoeken aan Kremboong vanaf 1920.

Wie de eerste is geweest die de zeldzame naaldhoutvegetatie

in het bos heeft ontdekt, is niet zeker. Vermoedelijk heeft

L. Brandsma, leraar biologie en natuur-/scheikunde aan de

Ambachtsschool in Hoogeveen, de biologen getipt. Zeker is

dat Jac. P. Thijsse enkele keren bij Beijerinck in Wijster op

In 1938 werd het Kremboong op de schop genomen. De grond moest 90 cm

worden omgespit. (Fotoreproductie Julius Pangkey).

bezoek is geweest om niet alleen over het behoud van het

Geusingerveld (nu Dwingelderveld) te praten, maar ook

over de planten van Kremboong. Beijerinck legde deze

vegetatie vast in artikelen in het tijdschrift De Levende

Natuur van 1923, 1929, 1931 en 1943. In 1921 vond

Beijerinck de nu voor ons land door luchtvervuiling uiterst

zeldzaam geworden baardmossen Usnea barbata en Alectoria

jubata. Ze worden als relikwieën gedroogd bewaard in het

Biologisch Station in Wijster, thans Beijerinckinstituut. Ook

de combinatie van Truffelknotszwam in groepen groeiend

op Stekelige hertetruffel acht hij vermeldenswaard. Hij

beschrijft de smaragdgroene kraaiheidevelden, de Rode- en

Blauwe bosbes en de rijke mosflora van de

Kremboongbosschen. Beijerinck en Brouwer vinden op

eerste kerstdag 1928 “in een sterk bemost, blankstammig

berkenbosch” een grote plek van Stekende wolfsklauw.

Later vinden ze Grote wolfsklauw, Dennewolfsklauw en

Plompe wolfsklauw. Enthousiast vertelt Beijerinck over de

vondst van Linnaea borealis, het Linnaeusklokje. Hij noemt

de beide groeiplaatsen in het Kremboongbos Hoogeveen I

en Hoogeveen II en vergelijkt ze met de groeiplaats in de

naaldbossen bij Appelscha. In 1929 schrijft hij: “Op 28 Mei

jl. bezochten de Heer van S. (bedoeld wordt s’ Jacob van

Staverden), mijn vrouw en ik de eerste plek bij Hoogeveen

en groot was onze vreugde, toen we tal van bloemknoppen

ontdekten, een enkele reeds eenigermate roze getint.

10 Juni daarop telde ik over de 800 bloemen en 14 Juni

telde de Heer G.A. Brouwer 1030 bloemen.” Beijerinck

vermoedde dat deze boreale soort zich vanuit Scandinavië

had verspreid via Kramsvogels en Koperwieken. De vruchtjes

zouden zich met hun kleverige schutbladen aan de veren

hebben gehecht. Verder vinden de biologen Dennenorchis,

Rondbladig wintergroen, Hengel, Bosaardbei, Dalkruid,

Moeraswederik, Eikvaren, Dubbelloof, Koningsvaren en in

de resterende open heidegedeelten Wilgeroosje, Tormentil,

Zonnedauw, Valkruid, Gewoon- en Schermhavikskruid en

Liggend walstro.

Het Kremboong gaat op de schop

In het verslag van het boekjaar 1936/37 schrijft de Stichting

Het Drentse Landschap’: “Met groote teleurstelling is

ongetwijfeld in vele kringen het bericht ontvangen, dat de


ezitting Kremboong bij Hoogeveen werd verkocht en de

prachtige bosschen zouden worden gekapt.” Aan de korte,

maar hevige bloei van de Kremboongbosschen kwam abrupt

een einde. Op 15 maart 1935 overlijdt Frederik Bernard

s’ Jacob van Staverden. Zijn kinderen wensen Kremboong

af te stoten en verkopen het kaprijpe bos aan J. Langeraap

(koopman), B. van der Zee (aannemer) en L. Hof (houthandelaar).

Dit driemanschap richt een vennootschap op

onder de firmanaam Rondhouthandel Kremboong, gevestigd

in Steenwijk. De StichtingHet Drentse Landschap’ heeft

samen met het Staatbosbeheer te Assen in Den Haag gepleit

voor het behoud van het bos, maar het mocht niet baten. In

enkele jaren wordt een groot deel kaal geslagen en de

stobben gerooid.

Omdat Hof bang is met de ondergrond te blijven zitten,

biedt hij die in de Hoogeveensche Courant te koop aan. In

1938 koopt de familie Ubbens uit Uithuizermeeden de

ondergrond voor 70.000 gulden. In het kader van de werkverschaffing

kan Ubbens 90% rijkssubsidie krijgen. De

Heidemij maakt als aannemer het ontginningsplan en onder

leiding van H. Wijnbergen, Hoofd Ambtsgebied Assen,

Terreinbeschrijving

nemen werklozen uit Den Haag, Amsterdam, IJmuiden en

later uit Vlagtwedde en Emmen het Kremboong letterlijk

op de schop. Alles moet met de hand gebeuren, ook het uitgraven

van de stobben, 1400 per hectare. De grond wordt

80 tot 90 cm omgegooid, bemest met 40 ton VAM-compost

per bunder en ingepoot met Eigenheimers. De eerste

bedrijfsleider op het Kremboong, R. Buikema, vertelt dat

de opbrengsten enorm waren. Tijdens de oorlogsjaren ligt

de ontginning zo goed als stil. Incidenteel werken joden uit

Kamp Westerbork op de ontginning. Veel kaalslagen raken

weer begroeid. In het opgroeiende bos aan de Nieuwe Wijk

worden twee onderduikershutten gegraven. Bezembinders

krijgen vergunning berketakken te snijden. Veel takkenbossen

gaan als ovenhout naar bakkers in Hoogeveen.

Houtskoolbrander Beekman uit Uddel brandt de stobben in

meilers tot houtskool, een lonende bezigheid in de oorlogsjaren.

Toen uiteindelijk de kaalkap tegen het einde van de

oorlog de boswachterswoning naderde, vertrok H.J. Kersten

naar Hoogeveen. Al in 1938 had H. Wijnbergen Ubbens

voorgesteld het meest reliëfrijke deel van het bos, ruim

31 ha, niet te ontginnen. Wijnbergen vertelde mij in juni

1983: “Het was slechte, hoge grond. Ubbens was het ermee

eens dat te laten liggen. De bomen werden wel door Hof

gekapt. Wat er nu staat, zijn de uit die tijd nog niet kaprijpe

bomen en opslag van na 1938.” Er ontwikkelde zich op

deze 31 hectare ongeroerde grond een nieuw Kremboongbos

dat in 1980 alsnog in handen kwam van de Stichting

Het Drentse Landschap’.

Het Kremboongbos leeft

Het Kremboong ligt op de rand van het Drents Plateau dat

zich in dit deel van Drenthe uitstrekt tussen het Oude Diep

en de dalgronden van de vroegere Tiende- en Drievenen.

Door de geologisch gave ondergrond van dek- en stuifzandlagen

in sterk reliëf liggend op leemlagen heeft het bos in

potentie een hoge graad van natuurlijkheid. Linnaeusklokje

en Dennenorchis zijn verdwenen. Vóór de kaalkap werden

ze door L. Brandsma in fietstassen vervoerd naar het

Spaarbankbos ten noorden van Hoogeveen, de bossen van

Dwingeloo en een wal met dennen bij Kralo. Een vitale

plek van tien vierkante meter met Stekende wolfsklauw

bleef. Ieder jaar stuiven de aartjes hun sporen in het bos. De

9


10 Kremboong

plek breidt zich gestaag uit. Langs de Nieuwe Wijk of

Leemwijk en in het bos bloeien Cyperzegge, Moerasandoorn,

Waterscheerling, Glidkruid, Koningsvaren,

Poelruit, Heggewikke, de halfparasiet Hengel, Dalkruid in

grote velden, Helmkruid, Breedbladige wespenorchis, Sint

Janskruid en Stijf havikskruid. Grote delen van de bodem,

met name op de rabatten in de laagten, zijn bedekt met

Blauwe- en Rode bosbes.

Het aantal soorten paddestoelen is enorm. Evenals Beijerinck

in 1923 vond ik in 1974 de Truffelknotszwam, parasiterend

op de Stekelige hertetruffel. De Groene glibberzwam en de

Cantharel verdwenen midden zeventig. De laatste jaren

groeien weer enkele Cantharellen langs het pad op de leemwal

aan de Nieuwe Wijk. Op het vele dode hout staan

massaal Echte tonderzwam en Berkezwam en sinds 1992

hier en daar de Vermiljoenhoutzwam. Berkeboleet, Peperboleet,

Eekhoorntjesbrood, Kastanjeboleet en Fluweelboleet

staan er bijna ieder jaar. Fraai zijn de zes soorten Russula’s

waaronder de Grofplaat- en de Groene russula, de ridder-

foto: Harry Cock

zwammen waaronder Koningsmantel en de Witte duifridderzwam,

de zes Mycenasoorten waaronder Schijfsteelmycena

en de vier soorten Amanieten. In 1993 vond ik een

groep viltige bekerzwammetjes die door Bernard de Vries

van het Biologisch Station in Wijster werden gedetermineerd

als Leucoscypha leucotricha of Viltkogeltjes.

Met het ouder worden van het bos nam het aantal vogelsoorten

toe, hoewel Koekoek, Vliegenvanger, Ransuil en

Houtsnip verdwenen. De eerste Grote bonte specht

verscheen in 1985. Verder broeden in het bos Winterkoning,

Roodborst, Fitis, Tjiftjaf, Tuinfluiter, Zwartkop,

Vink, Houtduif, Koolmees, Pimpelmees, Matkopmees,

Boompieper, Merel, Geelgors en Gekraagde roodstaart.

Havik, Sperwer, Buizerd, Torenvalk, Kramsvogel en

Koperwiek komen er op bezoek.

Het beheer van de StichtingHet Drentse Landschap’ is

erop gericht exoten te verwijderen. De opslag van

Amerikaanse vogelkers wordt verwijderd en eind 1991

werden de sparren geringd. Inmiddels zijn de meeste omgewaaid,

waardoor open plekken zijn ontstaan die in het

voorjaar worden bezet door Boompiepers. Het bos heeft

een vast bestand van vier Reeën en enkele Vossen. Door de

uitbundige groei van Kamperfoelie en het vele stormhout

krijgen grote delen een oerkarakter. Het Kremboongbos ligt

als een oase in het omringende cultuurland. In de toekomst

bestaan mogelijkheden tot uitbreiding vanwege braaklegging

van akkers aan de westkant van het bos. Kremboong blijft

een typisch voorbeeld van opkomst, bloei en teloorgang van

een heidebebossing waarin de mens steeds nadrukkelijk

heeft ingegrepen. In het huidige restant wordt nauwelijks

ingegrepen, waardoor zich, zij het kleinschalig, een nieuwe

bosgemeenschap kan ontwikkelen.

* De auteur is leraar biologie, natuur-/

scheikunde in Hoogeveen. Hij is parttime toezichthouder

in de Boerenveense Plassen en het

Kremboongbos en lid van het Algemeen Bestuur

van de StichtingHet Drentse Landschap’.

Archief HDL


Week van het Landschap 1995

Zaterdag 16 t/m zondag 24 september

Evenals in de voorgaande

jaren organiseren de

provinciale Landschappen

weer de ‘Week van het

Landschap’. Dit jaarlijks

terugkerende evenement

is bedoeld om de natuur

dichter bij de mensen te

brengen. Deze keer is

gekozen voor het thema:

‘Naar een grenzeloos

mooi landschap’.

Omdat 1995 uitgeroepen

is tot Europees Natuurbeschermingsjaar

is

besloten het thema

hieraan aan te passen.

Het thema is op meerdere

manieren te vertalen:

de landsgrens waar de

natuur geen rekening

mee houdt, de landschappelijke

grens van

bos naar hei bijvoorbeeld,

het mooie landschap waar

buitenlanders (vogels)

kunnen verblijven,

etc., etc.

Wanneer u in een andere

provincie de ‘Week van

het Landschap’ wilt

bezoeken dan kunt u bij

de Unie van Provinciale

Landschappen de speciale

folder aanvragen.

Telefoon: 04117-32245

De “Week van het Landschap” in Drenthe

Waar

Natuurgebied Het Scharreveld.

De start is vanaf de schaapskooi te Westerbork aan de Pieterbergweg 14.

Het Scharreveld is gelegen op loopafstand van de schaapskooi.

Ter plaatse zal één en ander herkenbaar zijn door middel van borden en

spandoeken. De eventuele auto's graag op de aangegeven parkeermogelijkheden.

Openingstijden

Zaterdagen en zondagen: van 10.00 tot 17.00 uur

Maandag t/m vrijdag: van 13.00 tot 16.00 uur

Wat

• Wandelexcursie dagelijks om 14.00 uur en op de zondagen bovendien

om 10.00 uur

• Uitgezette wandelroute

Fietsroute met beschrijving


• Dia-show

• Foto-expositie

• Woensdagmiddag-kindermiddag

• Zaterdag 23 september “Lopen voor het Landschap

Zondag 24 september 07.00 uur vogelkijkexcursie


Uitnodiging

De officiële opening van de Week van het Landschap zal zijn op zaterdag

16 september om 13.00 uur.

Graag nodigen wij de Beschermers van het Landschap uit hierbij aanwezig

te zijn. In ieder geval hopen wij u tijdens de week te mogen verwelkomen.

Het Drentse Landschap, dicht bij de mensen... dicht bij de natuur.

11


12

’t Is een boeiende betrekking. Veelzijdig

ook: zo loop je in de stromende regen

tussen Schotse Hooglanders in een

natuurreservaat, zo zit je voor het eerst

van je leven heel officieel bij de TT. Vanuit

de diepe stilte van het Drentse landschap

naar het kabaal van huilende motoren.

Gedeputeerde Ali Edelenbosch heeft het

allemaal ’in portefeuille’ zoals dat heet.

Natuur en landschap, landinrichting,

herinrichting Veenkoloniën, plattelandsontwikkeling,

welzijnsbeleid, emancipatie,

sport. De 47-jarige gedeputeerde, dit jaar

aangetreden in het hoogste bestuurscollege

van Drenthe, is momenteel bezig

zich in te leven in haar rijkgeschakeerde

takenpakket. Letterlijk; en dat betekent

dat ze als het maar even kan ‘naar buiten’

gaat. Praten met de mensen, met eigen

ogen zien wat er gebeurt. “Dat is belangrijk,

zeker als je een groene portefeuille

hebt.”

“Ik hoef geen nieuwe nota’s. Ik wil a

Jan Wierenga - interview

Inmiddels heeft ook de StichtingHet

Drentse Landschap’ op deze wijze kennis

gemaakt met de nieuwe

gedeputeerde. Dat was in juni, toen ze

op uitnodiging van de Stichting de

terreinen Landgoed Vossenberg en

Scharreveld tussen Wijster en

Westerbork bezocht. Daar is energiek

aan natuurontwikkeling gedaan. “Het

mooie was, dat ik mij door al het

verrichte graafwerk heen al heel goed

een beeld kon vormen van hetgeen

daar bezig is te ontstaan.”

Eén ding is zeker: het groene Drenthe

heeft in gedeputeerde Edelenbosch een

enthousiaste pleitbezorgster getroffen.

“Drenthe heeft zoveel spannende

delen. Als we ook nog de weersomstandigheden

in de hand hadden, dan

hoefde niemand meer met vakantie

naar het buitenland....” Zelf houdt ze

van open, gevarieerde landschappen.

Van gebieden waar je tussen de

stoffering door ook in de verte kunt

kijken. Zoals het Drouwenerzand en

het Balloërveld, Kampsheide. “Ik kom

ook graag in de bossen, maar niet voor

al te lang. Daarvoor zijn ze me uiteindelijk

te zwaar, te donker.” De Veenkoloniën

hebben voor haar hun eigen

specifieke charme. Niet in de winter,


als alles grijs is en druipt en drupt van

regen en mist. “Men zegt ook dat het

er kaal en vlak is en dat het er geweldig

kan stuiven. ’t Is allemaal waar. Maar

het landschap is óók zeer karakteristiek;

het zegt wat over de mensen die er

wonen. En bij zonsondergang kan de

lucht hier soms zo mooi paars opkleuren

tegen de bomenrijen aan de horizon.

Dat heeft een heel aparte, zelfs wat

mystieke sfeer.” Ze woont zelf al zo’n

jaar of twintig in de Veenkoloniën.

Eerst een paar jaar in Stadskanaal,

daarna en tot op heden in

Gasselternijveenschemond, op de grens

van Drenthe en Groningen. Ze woont

daar met haar levensgezel – haar twee

zonen zijn inmiddels het huis uit – zeer

landelijk. De tuin die de behuizing

omringt, is met een oppervlakte van

eenderde hectare flink aan de maat.

Vroeger onderhield ze hier volgens

biologisch-dynamische richtlijnen een

moestuin, nauwgezet de aanwijzingen

van de zaaikalender volgend; met

inachtneming van de maanstanden. “In

weer en wind, hoor. Als het tijd was

om de wortels te zaaien en het

stroomde toevallig die dag van de

regen, wel, dan werden ze gezaaid. En

ik vond het heerlijk met m’n handen

in de modder.”

an ’t werk”

Gedeputeerde Edelenbosch beschouwt

de Veenkoloniën als een gebied waar

grote uitdagingen liggen te rijpen. “In

het kader van de herinrichting is er al

heel veel gebeurd, en zonder dat daarbij

het karakter van het gebied is aangetast.

Maar er is nog veel meer

mogelijk. Ontwikkeling van woningbouw.

Nieuwe wegen in de akkerbouw

met aandacht voor mindertraditionele

gewassen. Veeteelt ook.

De StichtingHet Drentse Landschap

heeft mooie plannen klaar liggen voor

het Hunzedal.” De uitdaging ligt vooral

hierin, dat alle betrokkenen elkaar

weten te vinden. Boeren, burgers,

beschermers, bestuurders. In het

verleden telde bij landinrichtingsplannen

het boerenbelang vaak meer

dan dat van de natuur. “De boeren

hebben wat dat betreft altijd wel veel

in de schoenen geschoven gekregen.

Maar ik kan me niet aan de indruk

onttrekken dat ook zij belang hebben

bij een mooi landschap. Maar boeren

houden niet van gezeur. Ze willen graag

een duidelijke afbakening van gebieden:

hier wij, daar jullie. Ik zou echter graag

zien dat de boer, als landschapsstoffeerder

van oudsher, zijn belangen

vervlecht met die van de natuur.”

Ze is van huisuit een stadskind.

Geboren in Den Haag, op 12-jarige

leeftijd verhuisd naar Leeuwarden. In

de Friese hoofdstad volgde ze het

middelbaar onderwijs en daarna de

kweekschool. Stond vervolgens enkele

jaren voor de klas in het dorp

Beetgum. Daarna kwam, met

Cock

Stadskanaal als tussenstation, de ruimte Harry

van het Drentse platteland. Ze kwam foto:


14 Interview

voor de PvdA terecht in de politiek en

heeft nu in dit métier via de Drentse

Staten binnen de provincie de hoogste

trede bereikt. Een mooie loopbaan

dus. “Ach, carrière.... Ik vind ’t eerlijk

gezegd een beetje een raar woord. Ik

heb nooit zo de dingen nagejaagd. Ik

zie wel hoe het loopt en probeer dan

er het beste van te maken. Ik wilde

destijds ook nog pedagogiek gaan studeren.

Maar toen kreeg ik

verkering en dat vond ik eigenlijk veel

leuker. Ik wilde best voluit blijven

werken, maar toen kwamen de

kinderen. Zie je, voor mij rolden de

dingen zoals ze rolden. Maar over de

laatste stap, die naar het gedeputeerdeschap,

heb ik wel lang nagedacht hoor.

Want ’t is een drukke baan waar erg

veel aan vast zit.” Daarbij kwam nog

dat haar benoeming in het college van

GS binnen de eigen PvdA voor

enorme deining zorgde. Ze kreeg van

een meerderheid binnen haar fractie de

voorkeur boven prominent partijgenoot

en beoogd gedeputeerde Bert

Middel. Nog waren ten tijde van dit

interview, in juni, intern naweeën van

deze turbulente episode voelbaar, maar

de nieuwe bestuursvrouw heeft zich er

niet door laten ontmoedigen, stroopte

de mouwen op en is met overtuiging

aan het werk gegaan. “’t Komt allemaal

goed en ik heb niet gemerkt dat

iemand mij persoonlijk iets kwalijk

neemt”, zegt ze.

Reeds als statenlid streed ze voor de

belangen van natuur en milieu. Juist op

dit terrein vindt ze haar politieke motivatie.

Het is de dwingende gedachte

dat ook het nageslacht, de kinderen,

recht hebben op een leefbare wereld

en niet met een vuilnisbelt mogen

worden opgeknapt. Ze wordt oprecht

kwaad op hen die menen dat ze moeder

natuur naar hartelust kunnen manipuleren.

Die de mond vol hebben van

een leefbaar milieu maar zich in werkelijkheid

laten leiden door zakelijk of

politiek gewin. “Waar halen mensen

de arrogantie vandaan om alles naar

hun hand te zetten. Wat zijn we nou

eigenlijk helemaal. Niet meer dan een

nietig schakeltje in een groot geheel.

Mieren in een mierennest, van grote

hoogte bekeken. De Fransen gaan

weer kernproeven nemen in de Stille

Zuidzee. Ik vind het een schande. Als

ze dan zo nodig moeten, laten ze ’t dan

voor de kust van Bretagne doen. Of in

de Dordogne. Maar nee: ze gaan

natuurlijk lekker ver van huis. Op dit

moment (juni, red.) is Shell met een

afgedankt booreiland onderweg naar

de oceaan om het daar te laten zinken.

Het is het oude liedje: iedereen is het

roerend eens over natuur en milieu

maar als het erop aankomt, verliest het

milieu het. Je ziet het in de plannenmakerij

rond Schiphol. Of dichter bij

huis in de gasopslag bij Langeloo. Wat

hebben we eigenlijk geleerd van

Lekkerkerk? Of van Tsjernobyl?”

(Enkele dagen na dit interview zag

Shell onder druk van de internationale

publieke opinie af van het voornemen,

het booreiland op de oceaanbodem te

dumpen, red.).

Voor het gewezen stadskind is het een

groot voorrecht te wonen en te werken

in Drenthe. Het verschil met haar

jeugd is groot. Vroeger maakte ze met

haar ouders uitstapjes naar de relatief

kleine natuurterreinen in de Randstad,

nu is haar achtertuin als het ware een

landschapspark ter grootte van een hele

provincie. Hoewel het woord park in

deze misschien niet helemaal juist is:

Drenthe is natuurlijk wel wat meer dan

dat. Niettemin blijft er in het mooie

gewest werk genoeg. “Wat ik heel erg

zonde vind is bijvoorbeeld het gemak

waarmee zomaar ergens bedrijventerreinen

worden gesticht. Bij Vries en

Tynaarlo liggen ze lukraak langs de

weg. Open en bloot in het zicht van

iedereen die er langs komt. Drenthe

moet ook wat dit betreft op z’n visitekaartje

letten. Of neem de ‘verschimmeling’

van de Hondsrug: de dorpsuitbreidingen

op de essen, die

tegenwoordig worden beheerst door in

witte steen uitgevoerde nieuwbouw.

Heel on-Drents. Dat schokt.” Een

belangrijke tendens ten plattelande is

de omvorming van landbouwgrond in

natuurterrein. De grote landschapsbeheerders

in Drenthe nemen daarin

het voortouw: Natuurmonumenten,

Het Drentse Landschap,

Staatsbosbeheer. In het verlengde hiervan

doen ook particuliere boeren mee.

Het kan voor hen dankzij subsidies

financieel aantrekkelijk zijn hun akkers

in te planten met bomen. Als iedereen

daarmee ongeremd aan de slag gaat,

dreigt echter het gevaar van wildgroei.

“Want je kunt niet overal maar lukraak

plukken bos neerleggen.” Vandaar dat

de provincie regels heeft opgesteld

waarmee de nieuwbakken bosboeren

uit oogpunt van een verantwoorde

landinrichting in het gareel gehouden

worden.


Gedeputeerde Edelenbosch zegt het

alvast maar even: ze is niet het type

bestuurder dat zich met nieuwe en

krachtig getoonzette, persoonlijk

getinte en vooral ook lijvige nota’s een

plaatsje voor de eeuwigheid wil

verwerven. “Die plannen zijn er

namelijk al. We hebben een prima

streekplan, een fonkelnieuw bestuursprogram,

een goed natuurbeleidsplan.

Laten we eerst maar eens uitvoeren

wat er allemaal aan voornemens ligt. Ik

hoef voorlopig geen nieuwe nota’s; ik

wil aan ’t werk. En als ’t aan mij ligt

niet naar de letter, maar liever naar de

geest van de wet.”

Drenthe’s nieuwe natuur-gedeputeerde

is tot in haar kleine teentje overtuigd

van de missie die ze op zich genomen

heeft. Ter illustratie en bewust een

beetje gechargeerd: “Je kunt vandaag

aan de dag zelfs geen insect zomaar,

gedachtenloos, doodtrappen. Want de

kans bestaat dat het een exemplaar is

van een zeer zeldzame soort, waarvoor

Drenthe de allerlaatste wijkplaats is.

Want zulke soorten zijn er. Een

boeiende gedachte, niet?” ’t Is een

verwijzing naar het zogeheten soortenbeleid,

dat ook tot de portefeuille van

de nieuwe gedeputeerde behoort. Ze

was al begunstiger van de Stichting

Het Drentse Landschap’. “Deze

organisatie is typisch van Drenthe zelf

en geworteld in de eigen bevolking.

Dat vind ik goed van ze; ze kennen de

mensen in de gebieden waar ze bezig

zijn. En ze houden die gebieden ook

toegankelijk voor iedereen. Dat maak

je ook wel eens anders mee.” Het

bevreemdt gedeputeerde Edelenbosch

dat ondanks dit het aantal begunstigers

van ‘Het Drentse Landschap’ relatief

gering is. Terwijl ze toch het gevoel

heeft dat de bevolking de organisatie

een warm hart toedraagt. Maar per

inwoner dragen de Drenten slechts

23 cent bij aan het werk van de

Stichting. Daarmee scoort de provincie

landelijk gezien het laagst. Pal daarboven

zit de zusterorganisatie in

Noord-Brabant: 24 cent. Heel wat

beter scoort bijvoorbeeld It Fryske

Gea: 40 cent. Maar ja: de Friezen

steunen op een legertje van 18.000

begunstigers. “Het Drentse Landschap

zou toch veel meer begunstigers dan

de huidige 4000 moeten hebben? En

begrijp me goed: ik zeg dit niet om de

Stichting op te kunnen zadelen met

nieuwe bezuinigingen! (Ten tijde van

dit gesprek lag er het voorstel de

provinciale subsidies voor ‘Het Drentse

Landschap’ te korten met een bedrag

van 110.000 gulden, red.). Ik zeg het

omdat de Drenten zo prettig wonen in

hun provincie en er ook wel wat voor

over mogen hebben om dat zo te

houden. Ik vraag me af waarom het

Interview

aantal begunstigers zo gering blijft. De

Stichting doet rustig en gedegen haar

werk. Prima. Maar ik geloof dat ze te

bescheiden is. Te Drents zeg maar.

Kijk eens naar het elan waarmee een

organisatie als Natuurmonumenten

haar plan Goudplevier heeft gelanceerd.

Kijk eens naar de Waddenvereniging,

die over het hele land verspreid een

enorme achterban heeft. Dat moet

voor Drenthe ook mogelijk zijn.

Hoeveel mensen komen hier bijvoorbeeld

wel niet hun vakantie doorbrengen?

Ik denk dat de Stichting

Het Drentse Landschap’ méér nog

moet uitleggen waar ze mee bezig is.

Als ze op de Vossenberg een groot

project aanpakt dan moet dat uitgelegd

worden. Daar gaat het om. Ik ben er

zelf geweest, heb er mijn uitleg gehad

en ben er laaiend enthousiast vandaan

gekomen. Als een weg wordt aangelegd,

dan zie je die elke dag een

stukje groeien. Met een nieuw stuk

natuur ligt dat anders; dat groeit maar

langzaam. Dat moet uitgelegd worden;

meer voor het voetlicht worden

gebracht. Ik zal mijzelf daar als

gedeputeerde sterk voor maken. En als

de Stichting dat wenst, dan wil ik haar

best ondersteunen bij het werven van

begunstigers. In de publiciteitssfeer bijvoorbeeld.”

15


16 Beleidszaken

De Kadernota 1996

123456789012345678901234567890123456789012345678901234567890123456789012345678901234567890123

12345678901234567890123456789012345678901234567890123456789012345678901234567890123456

In de kadernota 1996 van eind mei, waarin

de Provincie Drenthe haar financiële beleid

voor de komende jaren heeft vastgelegd,

werd voorgesteld om de Stichting

Het Drentse Landschap’ vanaf 1998

ƒ.110.000,– op haar subsidies te korten.

Verder zou het aankoopfonds voor de

traditionele natuurgebieden in 1996

slechts ƒ.100.000,– bedragen om pas

vanaf 1997 weer ƒ.200.000,– te worden.

Overigens nog belangrijk minder dan

de ƒ.500.000,– die het voor 1992 nog

bedroeg. Tenslotte zou ook de

Milieufederatie ƒ.100.000,– gekort

worden.

Al met al een voor de sector natuur,

landschap en milieu bedreigend

toekomstbeeld. Om de effecten van

een dergelijke bezuiniging op de

Stichting inzichtelijk te maken, werd aan

alle Statenleden een toelichting gezonden.

Bezuinigingen

Gedurende een reeks van jaren wordt ‘Het Drentse Landschap’, zoals zoveel organisaties

in deze tijd, onderworpen aan bezuinigingen. Herinnerd kan worden aan het in 1991

verdwijnen van de ISP-bijdrage, die in 1983 nog ƒ. 360.000,– bedroeg. Het Rijk heeft

recent de Stichting een bezuiniging van 10,2% opgelegd, ten bedrage van ruim

ƒ.100.000,–. In het kader van de gewijzigde omslagkostenverordening van de nieuwe

waterschappen staat ‘Het Drentse Landschap’ waarschijnlijk een stijging van de

waterschapslasten van ruim 40% te wachten. De bezwaren hiertegen worden door

de waterschappen tot nu toe niet gegrond verklaard en de verwachting is dat de

provincie daarin geen verandering zal brengen. Deze ontwikkeling resulteert in een

netto kostenverhoging van opnieuw ruim ƒ.110.000,–. Samen met de voorgenomen

bezuinigingen van de Provincie Drenthe leidt dit tot een kostenstijging van

ca. ƒ.320.000,– in korte tijd. Deze sterke vermindering van structurele middelen is

door onze Stichting niet op te vangen.

Ontwikkeling in breder perspectief

Om duidelijk te maken hoezeer de voorgestelde of reeds geëffectueerde bezuinigingen

onze bedrijfsvoering beïnvloeden, zullen de veranderingen tussen 1980 en 1995

worden beschreven.

Situatie 1980 Situatie 1995

30 medewerkers in de buitendienst 11 medewerkers in de buitendienst

(exclusief 2 leidinggevenden) (exclusief 3 leidinggevenden)

1 medewerker op 80 ha reservaat 1 medewerker op 440 ha reservaat

te beheren oppervlakte 2400 ha te beheren oppervlakte 4800 ha

waterschapslasten ƒ.38,–/ha waterschapslasten ƒ.53,–/ha

stijgend tot ca. ƒ.74,– per ha

ha-bijdrage van de Prov. ƒ. 45,– ha-bijdrage van de Prov. nog

steeds ƒ. 45,– (niet gestegen vanaf 1965)

Bovenstaande kerngetallen geven aan dat ‘Het Drentse Landschap’ haar beheer,

gemeten aan de arbeid in de buitendienst en de te beheren oppervlakte, in 1995 met

een factor 6 efficiënter uitvoert dan in 1980.

Grotere efficiëntie is niet meer te bereiken zonder dat ons terreinbeheer daadwerkelijk

verslechtert. Hetgeen onvermijdelijk betekent dat natuurwaarden verloren zullen

gaan. Sinds 1987 is de totale structurele steun van de Provincie aan het Landschap

vrijwel gelijk gebleven, terwijl er wel 800 ha meer beheerd moet worden. Nog los

van de toenemende complexiteit van onze sector.

34567890123456789012345678901234567890123456789012345678901234567890123456789012345678901234


Beleidszaken

4567890123456789012345678901234567890123456789012345678901234567890123456789012345678901234

Wanneer de waterschapslasten gekoppeld worden aan de hectare-bijdrage van de

Provincie Drenthe valt op dat in 1995 de bijdrage bij lange na niet toereikend is om deze

vaste waterschapslasten te kunnen betalen. En dan staat ons nog de geweldige stijging

te wachten. De Stichting heeft het altijd als een eer gezien om geen hogere hectarebijdrage

te vragen, hoewel daarvoor beleidsmatig indertijd wel ruimte geboden werd.

De sectorale positie van de Stichting

De Provincie Drenthe heeft zich altijd ingespannen om een goed natuurbeleid te voeren.

De voordelen van dit beleid laten zich ondermeer afmeten aan het economische

belang van de sector toerisme en recreatie. Eén en ander gebaseerd op ondermeer

de aanwezigheid van natuurreservaten in combinatie met een geheel eigen cultuurlandschap.

Deze waarden staan echter nog steeds geweldig onder druk en het vergt

een continue beheersinspanning om ze te behouden.

Het Drentse Landschap’ is een bedrijf, dat op zakelijke wijze uitvoering aan het

natuurbeleid van de Provincie geeft. Zelfs al zou de hele buitendienst opgeheven

worden en er geen enkele vorm van beheer gepleegd worden, dan nog zullen de

waterschapslasten betaald moeten worden. Daling van structurele inkomsten heeft

onafwendbaar gevolgen voor het reguliere beheer.

In onze tijd is het geen eenvoudige opdracht om de doelen van het natuurbeheer te

verwezenlijken. Tussen 1980 en 1995 is er veel veranderd. Onze opdracht is anno nu

veel moeilijker geworden en wel om de volgende redenen:

– ‘Het Drentse Landschap’ heeft de opdracht een ambitieus Provinciaal- en

Rijksbeleid mede vorm te geven. Denk aan het beleid zoals geformuleerd in het

(Provinciaal) Natuurbeleidsplan en het Structuurschema Groene Ruimte.

– De milieuproblematiek bemoeilijkt het beheer aanmerkelijk. Door verdroging,

vermesting en verzuring treden op elke vierkante centimeter effecten op. Dit wordt

onderkend in het Nationaal Milieubeleidsplan en het Provinciaal Milieubeleidsplan.

In Drenthe zijn de meeste natuurwaarden aan voedselarme omstandigheden gebonden.

Afvoer van de overvloed aan nutriënten dwingt tot een veel ingrijpender en kostbaarder

beheer. Allerhande projectmatige steunregelingen van de overheid zoals

REGIWA, GEBEVE, SEB, EGM en OBN zijn niet voor niets in het leven geroepen. Het

is uiterst tijdrovend om in de doolhof van al die regelingen steeds de juiste weg te

vinden.

– De maatschappelijke discussie over het natuurbeheer als onderdeel van de leefbaarheid

van het platteland is sterk verbreed. Op de Stichting wordt meer en meer

beroep gedaan deel te nemen aan de discussie over de toekomst.

– De bureaucratie van het Ministerie van LNV, met haar voortdurende reorganisaties,

de steeds veranderende ad hoc projectsubsidies en de schotten tussen de verschillende

potten en geldstromen van ministeries, doen een steeds groter beslag op onze formatie.

– Door reorganisaties en bezuinigingen is de rol van de Rijksoverheid inzake landinrichting,

planologie en ontwikkelingen in het buitengebied vrijwel volledig weggevallen.

Van de particuliere natuurbescherming wordt een steeds grotere inspanning

op dit veld gevraagd.

Gevolgen

De stapeling van bezuinigingen op de structurele middelen maakt de positie van ‘Het

Drentse Landschap’ als uitvoerder van het provinciale beleid kwetsbaar. Nog maar

nauwelijks nadat onder invloed van de Decentralisatie Impuls (DI) het natuur- en

landschapsbeleid als kerntaak van Rijk naar Provincie is overgeheveld, leek ‘Het

Drentse Landschap’ een korting van ƒ. 110.000,– opgelegd te worden. De Stichting

ervoer dit niet als een bemoedigende eerste stap, zeker niet in combinatie met de

reductie van het aankoopfonds voor de traditionele natuurgebieden.

Door het wegvallen van structurele middelen zal het voor ‘Het Drentse Landschap

moeilijker worden om het door de Provincie zelf vastgestelde natuurbeleid te helpen

realiseren. In plaats daarvan worden er door Rijk en Provincie steeds meer fondsen

ontwikkeld om ad hoc allerlei projecten mee uit te voeren. Het betreffen veelal

inrichtingsprojecten waarna het reguliere beheer vaak minder ondersteund wordt.

Gezien de ervaringen in het verleden kan men de effectiviteit van deze inzet van

middelen tenminste betwijfelen.

Het leek er even op dat de bereidheid om gelden te besteden aan het regulier noodzakelijke

natuurbeheer minder draagvlak krijgt. Terwijl het structureel onherroepelijk

middelen zal blijven vergen wanneer de Provincie haar eigen beleid wil realiseren en

we de plicht hebben de Drentse natuurgebieden als waardevolle erfenis voor de toekomst

in stand te houden.

Eind juni werd bekend dat de Provincie Drenthe structureel meer middelen uit het

Provinciefonds tegemoet kon zien dan aanvankelijk ingeschat was.

Hierop heeft de Provincie de voorgenomen bezuinigingen op de subsidies van ‘Het

Drentse Landschap’ en het aankoopfonds voor traditionele natuurgebieden in haar

herziene kadernota ongedaan gemaakt. Hiervoor past de Stichting erkentelijkheid.

Zij ziet dit als een stimulans om met toewijding het natuurbeleid van de Provincie zo

snel en effectief mogelijk te helpen realiseren. De voorgenomen bezuiniging op de

Milieufederatie werd tot onze spijt wel gehandhaafd.

12345678901234567890123456789012345678901234567890123456789012345678901234567890123456789012

17

12345678901234567890123456789012345678901234567890123456789012345678901234567890123456


18 Heideheim

Kortweg

Ringslang


Doldersummerveld 22

Tijdens een wandeling met het

IVN werd op 17 juni midden op

het veld een Ringslang waargenomen.

Adder, Gladde slang en

Hazelworm werden al eerder aangetroffen.

Hierdoor is aangetoond

dat het Doldersummerveld als leefgebied

voor deze steeds zeldzamer

wordende reptielen van groot

belang is.

Eind juni werden op verzoek van

de Agrarische School te Leeuwarden

15 Letlandse boeren op het veld

rondgeleid om hen een indruk te

geven hoe natuurbeheer en biologische

landbouw hier ter plaatse

met elkaar verweven zijn. De

indruk bestond echter dat zo’n

benadering in Letland meer regel

dan uitzondering is. Alleen noemt

men het daar gewoon landbouw,

zij het dan in een traditionele

vorm.

Op 23 mei vond een kennismakingsbezoek

van het bestuur van

Het Drentse Landschap’ aan de

Gemeente Diever plaats. Met

Burgemeester en Wethouders van

Diever werd op open en prettige

wijze gesproken over actuele zaken

als het Nationaal Park Drents-

Friese Woud (in oprichting), de

recreatie, natuurontwikkeling en

landbouw.

Ter afsluiting werd een bezoek aan

de beheersboerderij Sofiahoeve aan

de Huenderweg gebracht.

Archief HDL


Hunzedal 34

In het vorige nummer werd

melding gemaakt van het feit dat

de StichtingHet Drentse

Landschap’, de StichtingHet

Groninger Landschap’ en de

Milieufederatie Drenthe het

Kroonberoep tegen de grondwaterwinning

te Annen hebben

ingetrokken. De procedure speelt

al enige jaren en zou op 23 mei

behandeld worden. Het leek de

Stichting een goede zaak u wat uitvoeriger

te informeren omtrent

haar beweegredenen.

In de afgelopen jaren heeft ‘Het

Drentse Landschap’ deel uitgemaakt

van de projectgroep Oostermoer,

ingesteld om het door de Provincie

Drenthe aan de WMD opgelegde

hydrologische onderzoek rond de

winning Annen te begeleiden. Via

deze projectgroep en de verdere

contacten is een goede gespreksbasis

tussen de particuliere natuurbescherming

en de drinkwaterwinners

ontstaan. Binnen de

context van elkaars legitieme

doelen lijkt het mogelijk om in

win-win situaties tussen drinkwaterwinning

en natuurontwikkeling

een maatschappelijke meerwaarde

te genereren. Hoe dat proces vorm

zal krijgen, is nog onderwerp van

discussie. Het ligt in de bedoeling

dit streven binnenkort in een

intentieverklaring, ondermeer met

het Wereldnatuurfonds, vast te

leggen.

Het hoofdpunt in het geschil rond

de waterwinning Annen vormde

het feit dat ter plaatse van een

kerngebied van de Ecologische

Hoofdstructuur van het Natuurbeleidsplan

(NBP, 1990) een

grondwaterwinning van 4,9 miljoen

m 3 wordt gerealiseerd. Hoewel dit

deels op basis van oud beleid

ontstond, spoorde deze keuze niet

met de intenties van het NBP en

het anti-verdrogingsbeleid. Uit de

toelichting van de Provincie, zoals

op schrift gesteld voor het kroonberoep,

bleek een bredere afweging

van belangen mogelijk dan bij

eerder overleg bleek. Los van de

ontwikkelingen bij de waterwinbedrijven

heeft de Stichting in toenemende

mate vertrouwen in de

bereidheid van de Provincie om

naast economische en waterwintechnische

meer dan voorheen

ecologische aspecten in de afweging

te betrekken. Vooral dit laatste, wat

naar onze mening zou moeten leiden

tot het beperken van de effecten

van Annen, heeft ons doen

besluiten het kroonberoep in te

trekken.

Ondanks het feit dat er van toezeggingen

in welke zin dan ook op dit

moment geen sprake is,

vertrouwt de Stichting erop dat de

verschillende partijen in consensus

een nieuwe toekomst voor het

Hunzedal vorm weten te geven.

Naar wij hopen ook op interprovinciale

schaal. De voorgenomen

fusie van de verschillende drinkwaterleidingbedrijven

kan op dit

punt een eerste stap betekenen.

Recente berichten uit het

Groningse duiden op de wens van

de Provincie om integraal gebiedsbeleid

rond het Zuidlaardermeer zo

snel mogelijk in samenspraak met

de verschillende belangen vorm te

geven. De Provincie Drenthe zou

eenzelfde initiatief kunnen nemen.



Hijkerveld 10

De vogelkijkhut in Diependal

trekt steeds meer belangstelling. Via

mond op mond-reclame horen

steeds meer mensen van het bestaan

van de hut. Ook veel groepen

maken gebruik van de mogelijkheid

om tijdens een uitstapje vanuit

de hut van de vogelrijkdom van

ons reservaat te genieten. Te noemen

zijn bijvoorbeeld de Kring Drenthe

van de Notariële Broederschap,

medewerkers van de ABN-AMRO

die zoals u weet bedrijfssponsor van

Het Drentse Landschap’ is, en een

groep medewerkers van de Drentse

VVV's. Het ligt in de bedoeling

nauwer met de verschillende VVVvestigingen

te gaan samenwerken

om ook langs die weg de resultaten

van ons werk bij een groter publiek

onder de aandacht te brengen.

In juni hebben herhaaldelijk

Lepelaars de vloeivelden bezocht.

Tot genoegen van de aanwezige

vogelaars.

De kalveren van de Hooglanders

doen het goed. De drie dieren bij

de schaapskooi, verzorgd door de

scheper Tjitse Terpstra, heeft u van

nabij kunnen zien groeien. Het is

ons bekend hoeveel mensen de

schaapskooi bezoeken. Om te

weten hoeveel fietsers het

Hijkerveld doorkruisen, bleek de

Gemeente Beilen bereid om tellers

op het fietspad te plaatsen.

Zodoende kunnen we achterhalen

hoe belangrijk het veld voor de

recreant is. Het ziet ernaar uit dat

de telling een imposant resultaat zal

opleveren.

Overigens moet nog vermeld

worden dat de Provincie Drenthe

de voorgenomen bezuinigingen op

de gescheperde schaapskudden,

waaronder die van het Hijkerveld,

heeft afgeblazen.

De enorme betekenis van de heide

met schaapskudde voor het Drents

toeristisch produkt en de noodzaak

onze heideterreinen met schapenbegrazing

in stand te houden,

hebben hierbij de doorslag gegeven.


Reestdal 7

De Stichting heeft in samenspraak

met Monumentenzorg van

de Provincie Drenthe en de

Gemeente De Wijk stappen gezet

om de brandveiligheid van de als

hotel-restaurant in gebruik zijnde

havesathe De Havixhorst aan de

strengste normen te laten voldoen.

Om in een dergelijk monumentaal

pand eigentijdse funkties te

realiseren, vergt een voortdurende

inspanning.


Rheebruggen 25

In de leiding Spijk vlak ten

oosten van het landgoed ving dhr.

Pannekoek van het IVN vier

Kleine modderkruipers. Een zeldzaam

visje dat alleen in schoon,

stromend water voorkomt. Zo’n

vangst zegt veel over de waterkwaliteit

van deze watergang en

daarmee iets over de binnen het

reservaat onlangs herstelde

Scheidgruppe die hiermee in

verbinding staat.


22

25

23

HOOGEVEEN

MEPPEL

7

ASSEN

10

7

Berichten

Uffelter Binnenveld 23

In het kader van de ruilverkaveling

Havelte is de Stichting

beheerder van het gehele weidevogelgebied

“Meeuwenveen” bij

Havelte geworden. Om enerzijds

het gebied vochtiger te maken en


Hondstongen 6

De Stichting beheert al vele

jaren gronden in het beekdal van

de Runsloot. Middels een maai- en

naweidebeheer heeft verschraling

in een groot deel van het reservaat

geresulteerd in bloemrijke graslanden

met een grote rijkdom aan

insekten.

De laatste jaren zijn er ook landbouwgronden

langs de flanken verworven.

Hierdoor kunnen gradiënten

worden ontwikkeld en wordt

er aan de beekdalgronden betere

bescherming geboden.

Het zou een heel lange weg zijn

om met verschralingsbeheer op die

landbouwgronden resultaat te boeken.

Daarom is besloten de sterk

bemeste bovenste bodemlaag af te

graven. Tevens wordt de dwars

door de percelen lopende waterleiding

onderduikerd, zodat deze

de grondwaterstand niet langer zal

beïnvloeden.

anderzijds een integrale nabeweiding

mogelijk te maken, zijn

alle sloten van dammen met hooggelegen

duikers voorzien.

Uitvoering vond plaats met steun

van de Landinrichtingsdienst.


6 34

Drouwenerzand 19

Al vanaf 1982 doet de kudde

Drentse heideschapen probleemloos

haar beheerswerk. Tot onze

verbazing waren er dit jaar

onverwacht veel lammeren, wel

120 stuks op 80 ooien. Zo’n

gegeven zegt toch wel iets over de

degelijkheid van het beheersmiddel:

het heideschaap.

19

19

34

EMMEN


20 Berichten

Een Nieuwe Kijk op het Oude Diep

Het onderzoek naar de mogelijkheden voor natuurontwikkeling in het dal van het Oude Diep,

waarover in het vorige kwartaalblad werd geschreven, is afgerond. Het resultaat is neergelegd

in een rapport met de titel ‘Een Nieuwe Kijk op het Oude Diep’. Deze natuurontwikkelingsvisie

is op 14 juni door de voorzitter van ‘Het Drentse Landschap’ aangeboden aan de gedeputeerden

voor natuur en landschap en voor milieu, resp. de dames A. Edelenbosch en M. Kool.

De gebeurtenis vond plaats als sluitstuk van een kort symposium over het Oude Diep in de

Spaarbankhoeve bij Hoogeveen. Een zeventigtal vertegenwoordigers van gemeenten,

boermarken, milieuwerkgroepen, natuurbescherming, landbouw, waterschap,

bedrijfsleven, rijksdiensten en Provincie woonden de bijeenkomst bij.

In het Natuurbeleidsplan van

1990 was voor het eerst sprake

van begrippen als natuurontwikkeling

en Ecologische

Hoofdstructuur (EHS). Daarmee

werd aangegeven dat er naast

behoud het ontwikkelen van

nieuwe natuur als beleidsdoel

werd gekozen en dat de toekomst

van de natuur door grote, samenhangende

eenheden gewaarborgd

moest worden. Dit leidde tot een

hele generatie van nieuwe visies

om hieraan vorm te geven.

‘Een Nieuwe Kijk op het Oude

Diep’ is er één van. ‘Het Drentse

Landschap’ heeft hiertoe het

initiatief genomen, omdat er in

het stroomgebied van het Oude

Diep enkele prachtige natuurgebieden

liggen en het nieuwe

beleid aanleiding gaf om na te

gaan in hoeverre het mogelijk

zou zijn hier het verbindende

element – het dal van het Oude

Diep – in natuurtechnische zin te

ontwikkelen.

Door de vele cultuurtechnische

ingrepen die er hebben plaatsgevonden,

vond niet iedereen

natuurontwikkeling in het Oude

Diep een voor de hand liggende

mogelijkheid. Om het beekdal als

een geheel te zien, viel niet ieder-

een gemakkelijk. Ondanks dat

bleken alle benaderde instanties

bereid aan het onderzoek bij te

dragen door mee te denken en/of

het project financieel te steunen.

Het feit dat de visie kon worden

uitgebracht, dient vooral te

worden toegeschreven aan het

Prins Bernhard Fonds, dat als

eerste bereid was een substantiële

bijdrage voor het onderzoek te

verlenen. Ook het Waterschap

Middenveld (nu Meppelerdiep),

Zuiveringschap Drenthe,

Vereniging Natuurmonumenten

en later ook Rijk (LNV) en

Provincie stelden gelden

beschikbaar.

Na de presentatie toonde

mevrouw Kool zich namens de

Provincie ingenomen met het feit

dat het onderzoek door een groot

aantal organisaties van

verschillende signatuur werd

gedragen. In haar optiek wordt

het tijd dat ook de regio’s zelf de

integrale ontwikkeling van hun

omgeving ter hand gaan nemen.

De Provincie zal zich inspannen

hiervoor de diverse fondsen

flexibeler dan tot nu toe in te

zetten. In dat opzicht heeft de

Provincie recent besloten om met

een groot aantal instanties

Integrale Gebiedsontwikkeling

Oude Diep vorm te gaan geven.

Hiervoor is een forse bijdrage van

de Europese Unie beschikbaar.

‘Een Nieuwe Kijk op het Oude

Diep’ zal daarbij zeker een bruikbare

bouwsteen zijn.

Bij de afsluiting van de bijeenkomst

memoreerde de rentmeester

van ‘Het Drentse

Landschap’, dhr. Van der Bilt, dat

het onderzoek heeft aangetoond

dat het Oude Diep bijzondere

potenties voor natuur heeft en dat

herstel van het beekdallandschap

goed mogelijk is. De positieve

houding van het waterschap geeft

het vertrouwen op medewerking

bij de natuurgerichte herinrichting

van de beek en de waterhuishouding.

Rijk en Provincie werden

verzocht het beekdal meer dan

voorheen als één geheel te

behandelen. De ‘nieuwe kijk’

moet ook vernieuwend werken

op oude ideeën. Het zou onwaarschijnlijk

positief zijn als

Hoogeveen haar stuk van het

beekdal een harmonieuzer

bestemming zou geven dan die

van industrieterrein. Hoogeveen

heeft kapitalen uitgegeven om

een 800 m lange betonnen

cascade door het centrum te laten

meanderen. En dat terwijl aan

haar voeten een beek ligt te

wachten om weer te doen wat zij

behoort te doen: meanderen in

een afwisselend landschap.

De recreatie als sector wordt uitgedaagd

mee te doen aan het

ontwikkelen van nieuwe natuur.

Meer natuur levert meer mogelijkheden

voor recreatie en

genereert een nieuwe economische

drager in het gebied.

De VAM tenslotte heeft met haar

GAVI een 21e eeuws ridderkasteel

gerealiseerd dat net als de

stortheuvels hoog uitrijst boven

het Oude Diep. Ontegenzeggelijk

beïnvloedt dit het landschap en

de leefbaarheid. Door een goed

landschapsplan waarin het

realiseren van de ‘Nieuwe Kijk op

het Oude Diep’ een plaats krijgt,

kan de VAM de schade aan landschap

en natuur beperkt houden.

De natuurontwikkelingsvisie

biedt diverse scenario’s die

hopelijk tot creatieve plannen

zullen inspireren en in de

komende decennia vorm zullen

krijgen.


Berichten

Waterschapsverkiezingen: kies voor natuur- en milieukandidaten

Aanstaande november vinden verkiezingen plaats voor de nieuwe besturen van een vijftal

waterschappen die door fusies zijn ontstaan: drie waterschappen op het grondgebied van

Drenthe en Groningen (Noorderzijlvest, Hunze en Aa, Dollardzijlvest), één Drents waterschap

(Meppelerdiep) en één waterschap op de grens van Drenthe en Overijssel (Wold en Wieden).

Door straks te kiezen voor kandidaten die extra aandacht vragen voor de natuur- en milieuaspecten

van het waterbeheer kunt u ervoor zorgen dat de noodzakelijke verbreding van het

waterschapsbestuur tot stand komt.

Nieuwe bestuurscategorie:

ingezetenen

De Waterschapswet uit 1992

heeft ervoor gezorgd dat iedere

inwoner (ingezetene) van de

genoemde waterschappen zich

kandidaat kan stellen voor een

bestuursfunctie. Alleen in waterschap

Wold en Wieden kiezen de

inwoners van het waterschap

deze nieuwe bestuursleden rechtstreeks;

bij de andere waterschappen

brengen dit jaar de

gemeenteraadsleden hun stem op

de kandidaten uit.

Voor de ingezetenen zijn in elk

waterschap een vastgesteld aantal

bestuursplaatsen gereserveerd: in

de genoemde waterschappen gaat

het om 34 bestuurszetels. De

nieuwe bestuurscategorie hangt

nauw samen met de verruimde

taak van de waterschappen. Deze

vereist een democratisering van

het waterschapsbestuur en dus

een gevarieerder bestuurssamenstelling,

waar landbouwbelangen

minder zullen domineren.

De democratisering van het

waterschapsbestuur heeft tot

gevolg dat elk huishouden in de

genoemde waterschappen zal

moeten meebetalen aan het

waterschapswerk. Ieder huishouden

in de drie provincies zal

inmiddels wel zijn verrast door de

‘ingezetenen-omslag’ op de deurmat.

Bredere taak waterschap

De maatschappij vraagt vandaag

de dag van de waterschappen om

bij het waterbeheer duchtig

rekening te houden met de

kwaliteit van natuur en milieu.

Het rekening houden met meer

belangen dan alleen ‘droge

kelders’ en ‘bewerkbare landbouwgrond’

wordt in de waterschapswereld

sinds enkele jaren

omschreven met de term ‘brede

kijk’.

Kandidaten met oog voor

natuur en milieu

De milieufederaties en de terreinbeheerders

in Groningen,

Drenthe en Overijssel hebben al

in een vroeg stadium mensen

benaderd met de vraag of ze zich

kandidaat willen stellen voor een

bestuursplaats. Ook hebben zich

mensen spontaan aangemeld.

Van degenen waarmee over de

kandidatuur contact is geweest,

is te verwachten dat ze door hun

betrokkenheid, kennis en

ervaring, op een overtuigende en

stimulerende manier aandacht

zullen vragen voor de natuur- en

milieu-aspecten van het waterbeheer.

De mensen die zich eind

september officieel bij de waterschappen

zullen aanmelden als

kandidaat genieten de steun en

het vertrouwen van de drie

milieufederaties, de beheerders

van natuurterreinen, waaronder

Het Drentse Landschap’en de

Waddenvereniging.

Kiezen voor natuur en milieu

Op de verkiezingen voor de ingezetenen-bestuursleden

kunt u,

tenminste als u niet toevallig zelf

gemeenteraadslid bent, geen

directe invloed uitoefenen.

U kunt natuurlijk wel raadsleden

in uw gemeente vragen om op

kandidaten te stemmen die door

de natuur- en milieuorganisaties

worden ondersteund. Als u in een

gemeente in Zuidwest Drenthe

woont binnen het waterschap

Wold en Wieden kunt u in het

najaar wel uw stem laten gelden.

De kandidaten voor de bestuurs-

21

categorieën ‘ongebouwd’ en

‘gebouwd’ worden, zoals

gebruikelijk, in alle waterschappen

direct gekozen door

respectievelijk grond- en huizenbezitters.

Als u een huiseigenaar

bent en/of een zekere hoeveelheid

grond heeft, kunt u bestuurskandidaten

kiezen die een

deskundige inbreng van natuuren

milieubelangen garanderen.

Welke mensen verdienen uw

steun ?

Ruim voor de verkiezingsdatum

in november zullen de kandidatenlijsten

door de waterschappen

worden gepubliceerd. Wie van

de kandidaten met steun van de

milieufederaties, de terreinbeherende

organisaties en de

Waddenvereniging de belangen

van natuur en milieu in het bijzonder

zullen behartigen, kunt u

gewaar worden door tegen die

tijd even contact op te nemen met

Het Drentse Landschap’ of één

van de andere organisaties.

Half oktober zal een folder

beschikbaar zijn met informatie

over de ondersteunde kandidaten.


22 Berichten

Diversen

• Hemelvaartsdag

Op 25 mei, Hemelvaartsdag, vond

een door alle regionale radiozenders

in Nederland georganiseerde

natuurdag plaats. Thema in

Drenthe vormde het onderwerp

“geredde natuur”. Radio Drenthe

organiseerde één en ander samen

met Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten

en ‘Het Drentse

Landschap’. De Stichting

concentreerde haar activiteiten

vooral op het Hijkerveld.

Dauwtrap-excursies, rondleidingen,

fiets- en wandeltochten,

demonstraties van de herder met

zijn honden en de vogelkijkhut

Diependal. Daarnaast werd er aan

de meer van rust houdende fietsers

en wandelaars de mogelijkheid

geboden om vanuit het

Doldersummerveld aktief te zijn.

De dag werd bezocht door enige

honderden deelnemers.


Bezoek van de Commissaris

van de Koningin

Op 2 juni mocht de Stichting

dhr. A.L. ter Beek die enkele

maanden geleden tot Commissaris

van de Koningin in Drenthe werd

benoemd, op het rentambtkantoor

ontvangen. Het betrof een kennismakingsbezoek.

Er vond een korte

rondleiding door het kantoor plaats

waarbij medewerkers en bestuursleden

werden voorgesteld.

Onze voorzitter, mevr. Hollema,

heette de Commissaris welkom in

een korte toespraak waarin zij de

positie van de Stichting binnen de

natuur- en landschapsbescherming

aangaf. De rentmeester gaf

vervolgens kort aan hoe de

Stichting als beheersbedrijf

functioneert.

Gedurende de tweede helft van de

middag werd de Commissaris

rondgeleid over het Hijkerveld. De

grootsheid van het open heidelandschap,

de demonstratie van de

scheper met zijn schapen en honden

en de ervaring van de vogelkijkhut

Diependal spraken voor zich. De

Commissaris gaf er blijk van deze

confrontatie met natuur- en landschapsbeheer

bijzonder gewaardeerd

te hebben.


Gesprek CDA-fractie

Het bestuur van de Stichting streeft

ernaar om met de

verschillende fracties van

Provinciale Staten eens van

gedachten te wisselen over zaken

betrekking hebbend op natuur- en

landschapsbescherming. Op 14 juni

werd een afvaardiging van de

CDA-fractie op het rentambt

ontvangen. Bijna twee en een half

uur werd op een openhartige en

zakelijke manier gesproken over de

relatie landbouw en natuur, de verhouding

tussen aankoop en beheer

en andere zaken die het bestaande

natuurbeleid betreffen. De

Stichting hoopt de voltallige fractie

nog dit jaar bij een werkexcursie de

resultaten van haar werk te kunnen

tonen.

Aanbieding voor Beschermers

Vlees van het Landschap


Voor het beheer van haar natuurgebieden maakt ‘Het Drentse

Landschap’ gebruik van schapen, Limousin- en Schotse Hooglanderrunderen.

Ieder najaar wordt, na selectie, een aantal dieren verkocht.

De kwaliteit van het vee is van dien aard dat het geproduceerde vlees tot

het minst belaste en meest smakelijke behoort dat er te vinden is. Verkoop

vindt dan ook hoofdzakelijk plaats aan de slager/groothandel die zijn dieren

betrekt van biologische bedrijven.

Voor de Stichting moet het produceren van dit kwalitatief hoogwaardig

vlees gezien worden als een bijkomend beheerseffect.

U, als beschermer van het Drentse landschap, wordt de mogelijkheid

geboden van dit vlees te genieten, door één of meer vleespakketten te

bestellen voor uw diepvries. Een pakket bestaat o.a. uit gesorteerd gesneden

vlees, gehakt en soepbeenderen.

De prijs voor een Limousinpakket of Hooglanderpakket van 30 kg

bedraagt ƒ. 420,–. Een Drents heidelam kost ƒ. 140,–, een Schoonebeker

lam kost ƒ. 175,–.

U dient zelf het vlees af te halen in Anloo en in porties te verpakken.

De dieren worden in oktober en/of november geslacht.

Mogelijk heeft u ook kennissen of buren die in een kwalitatief hoogwaardig

vleespakket geïnteresseerd zijn. Voorwaarde is wel dat men beschermer

moet zijn, of dit moet worden (minimaal bedrag ƒ. 30,– per jaar).

Hooglandervlees is beperkt beschikbaar. Indien dit niet meer voorradig is

komt u in aanmerking voor Limousinvlees. Alle aanvragen worden

behandeld in volgorde van binnenkomst en zolang de voorraad strekt.

De uiterste inzenddatum is 30 september 1995. Na binnenkomst van uw

aanmeldingsformulier ontvangt u een nota die u tijdig, voor het afhalen van

het vleespakket, dient te voldoen. Op de nota staat tevens de afhaaldatum

en tijd. Indien dit problemen geeft wordt u verzocht contact op te nemen

met het kantoor.

Op bijgaande bon kunt u uw bestelling kenbaar maken. Deze zenden aan

StichtingHet Drentse Landschap’, Kloosterstraat 5, 9401 KD ASSEN.

Voor nadere informatie kunt u tussen 10.00 en 12.00 uur naar het kantoor

bellen. Aaltje Stroetinga begeleidt één en ander, tel. 05920-13552.

Bestellen vóór 30 september a.s.


Agenda 1995

De boswachterswoning van Kremboong deed dienst van 1887

tot de afbraak van het bos in de oorlogsjaren.

Algemeen Schaapskudde Hijkerveld

De schapen vertrekken met de

herder om 09.30 uur naar de heide

en komen om 16.30 uur terug bij

de kooi.

De schaapskooi is te bereiken vanaf

het dorp Hijken via de Leemdijk.

Vogelkijkhut Diependal

Tot en met 1 oktober is de hut op

zaterdagen en zondagen van 10.00

tot 18.00 uur vrij toegankelijk. De

hut is te bereiken via de Zwarte

weg, vlakbij de ‘Speelstad Oranje’.

In kwartaalblad nr. 4 heeft een uitgebreid

artikel over dit watervogelreservaat

gestaan.

foto: Harry Cock

16 t/m 24 sept.

za. 23 en

zo. 24 sept.

09.30 - 16.00 uur

zo. 8 okt.

14.00 uur

za. 14 okt.

14.00 uur

zo. 29 okt.

10.30 uur

di. 26 dec.

10.00 uur

23

Week van het Landschap

Het programma staat elders in dit

blad.

Wedstrijden schapen drijven met honden

bij de schaapskooi op het Hijkerveld.

Zaterdag zijn er promotiewedstrijden

voor jonge honden en

zondag vinden er de kwalificaties

voor de Europese Kampioenschappen

plaats. Ook de schaapsherder

van ‘Het Drentse Landschap’,

Tjitse Terpstra, zal aan de

kwalificaties deelnemen.

De schaapskooi is te bereiken vanaf

Hijken via de Leemdijk.

Wandeling door de Gasterse Duinen

met gidsen van het I.V.N.

Vertrekpunt is de parkeerplaats

aan de weg van Gasteren naar

Oudemolen

Wandeling over het Bouwersveld en de

Vledderhof onder begeleiding van

I.V.N.-gidsen.

Startpunt is de picknick/dagcamping

op de hoek van de Storklaan en de

Solweg,halverwege Vledder en

Doldersum.

Paddestoelenexcursie door de Vossenberg

onder leiding van Eef Arnolds van

het Biologisch Station Wijster.

Vertrekpunt is brug no. 4 over het

Linthorst-Homankanaal (de weg

van Wijster richting Mantinge)

Winterwandeling over het Hijkerveld

Voor alle activiteiten geldt dat honden niet mee

mogen; ook niet aangelijnd!


24

Deze uitgave werd mede mogelijk gemaakt

dankzij een financiële bijdrage van:

• Koninklijke BOOM PERS

Meppel 05220-66111

• Aannemingsbedrijf VEDDER BV

Eext 05926-2620

Grond-, weg- en waterbouw

• Bouwbedrijf H. POORTMAN

Veeningen (Zuidwolde Dr.) 05289-1482

Restauratie-nieuwbouw-onderhoud-verbouw

• IWACO

Groningen 050-214214

Adviesbureau voor water en milieu

• KUIK Assurantiën

Beilen 05930-25600

Assurantie- en pensioenadviseurs. Lid NVA. NEN-ISO 9002

• GRONTMIJ DRENTHE

Assen 05920-42971

Advies- en ingenieursbureau

• ORANJEWOUD BV - HEERENVEEN

Heerenveen 05130-34567

Ingenieursbureau

• ABN AMRO BANK N.V.

Assen 05920-33300

District Drenthe

• N.V. EDON (Holding EGD en IJsselmij)

Zwolle 038-554134

Energiebedrijf en kabelexploitant

• NAM

Assen 05920-62074

Aardoliemaatschappij

• Havesathe ‘DE HAVIXHORST’

De Wijk 05224-1487

Hotel - Restaurant

• NV Waterleidingmaatschappij ‘DRENTHE’

Assen 05920-95555

Water, het wonder uit de kraan

• Buro HOLLEMA

Rolde 05924-1313

Tuin- en landschapsarchitekten BNT

• VAM Wijster

Wijster 05936-3924

Hergebruik en (eind)verwerking van afvalstoffen

• HOLLAND CASINO Groningen

Groningen 050-123400

Prominent in uitgaan

• HEIDEMIJ ADVIES BV Regio Noord/LB&P Ecologisch Advies BV

Assen 05920-92111

Advies- en ingenieursbureau (inrichting, infrastructuur, milieu en ecologie)

Colofon

Uitgave

Stichting

Het Drentse Landschap

Kloosterstraat 5

9401 KD Assen

Tel. 05920-13552

Fax 05920-18089

Bankrek. nr. 43.97.50.962

Postbanknr. 19 45 729

Vormgeving

Albert Rademaker bNO

Annen

Zetwerk

Von Hebel bv

Groningen

Lithografie

Repro Groningen

Groningen

Druk en afwerking

Boom Pers

Drukkerijen BV

Meppel

More magazines by this user
Similar magazines