DE WERKLOOZENKAS.

webstore.iisg.nl

DE WERKLOOZENKAS.

No, 496 19 December 1933

Adres voor Redactie en Administratie :

Laan van Nieuw Oost-Indië 156

DE WERKLOOZENKAS.

Op 25 November heeft de Kringraad vergaderd over

het vraagstuk van de eventueele oprichting eener werkloozenkas.

De verschillende aangesloten vereenigingen hebben

haar advies medegedeeld en verdedigd; Groningen en

Friesland, die er niet waren, hadden het schriftelijk

gedaan.

In den regel wordt van Kringraad-vergaderingen geen

uitvoerig verslag gepubliceerd, en waar het resultaat

ditmaal niet in een bepaalde stemming werd vastgesteld,

en het Kringbestuur binnenkort, op grond van het gehouden

debat en van nader te verkrijgen gegevens zijn

houding zal bepalen, zal de Kring er binnenkort wel

meer van hooren. Voor het oogenblik mogen wij ons

dus op deze plaats tot enkele opmerkingen bepalen. Wij

beperken ons daarbij tot de pracHsche zijde der zaak; de

principieele vraag, (n.1. of het eventueel oprichten van

een werkloozenkas op den weg onzer vereeniging ligt)

laten wij thans onbesproken; zij werd ter vergadering

in verschillenden zin beantwoord.

Van meer dan één kant werd gewezen op het feit,

dat de circulaire van het Kringbestuur weinig cijfergegevens

bevatte.

De opmerking is juist, maar niet juist is het, om er

een verwijt van te maken. Zij, die dit deden, verloren

ten eenenmale uit het oog, wat de bedoeling van het

Bestuur was met het bijeenroepen van den Kringraad.

Die bedoeling was volstrekt niet, aan hem voor te leggen

een uitgewerkt voorstel, teneinde daarover zijn advies

te vernemen. Daarvoor zou méér noodig zijn geweest.

De bedoeling was alleen, om over het denkbeeld

in het algemeen (de oprichting van een kas) den Kring,

belichaamd in zijn aangesloten vereenigingen, te polsen,

dus te vernemen, hoe de Kring er tegen over stond. En

daarvoor waren de mededeelingen in de circulaire, (de

aanduiding Ie van de vrij hooge contributie; 2e van het

beperkt bedrag der uitkeeringen; 3e van haar beperkten

duur) voldoende. Indien blijken zou, dat de geest in

den Kring het denkbeeld in het algemeen goed gezind

was, dan zou de tijd zijn gekomen om het nader in preciese

gegevens uit te werken. Dit is de bedoeling geweest

met het bijeenroepen van den Kringraad.

Overigens moet men zich die uitwerking nu ook weer

niet te ingewikkeld voorstellen.

Het bedrag der jaarlijksche verplichte contributie zal

Redacteur:

D. HANS

Dit blad verschijnt ten minste

éénmaal per maand.

natuurlijk afhangen van hetgeen er noodig is. Dit moet

dus geraamd worden. Maar om het te ramen moet men

drie factoren vast stellen: Ie de uitkeering; 2e de duur

der uitkeering; 3e de omvang der werkloosheid. Van

deze drie is de laatste de meest-onberekenbare. Het

Werkloosheidsbesluit 1917 (dat deze materie regelt)

spreekt in art. 4 van uitkeeringen gedurende ten minste

90 dagen, en stelt in art. 13 vast, dat de uitkeeringen

een bedrag van 70 % der gemiddelde verdiensten per

dag niet mogen overschrijden. Zou nu de contributie onzer

leden ƒ 10 per jaar bedragen, dus in totaal — naar de

gewone leden gerekend — ƒ 5500, dan zou de kas, vermeerderd

met hetzelfde bedrag van de overheid (art.

4), per jaar ƒ11.000 groot zijn. Stellen we voorts de

gemiddelde uitkeering op ƒ 6.— per werkdag, dus gedurende

90 dagen op ƒ 540, dan zouden op deze wijze

gedurende den minimum-duui van 90 dagen 20 werkloozen

per jaar te helpen zijn. Maar na die 90 dagen

zou er dan niets meer uitgekeerd kunnen worden. Kan,

op grond van dit eenvoudige gegeven, nu feitelijk iedereen

niet voor zich een verdere berekening maken? Zoodra

er of meer dan 20 werklooze journalisten per jaar zouden

zijn óf de uitkeering hooger dan ƒ 6.— per dag zou

worden gesteld óf de uitkeering langer dan 90 dagen

zou plaats hebben, zou het contributiebedrag van ƒ 10.-—

per jaar niet onbelangrijk moeten stijgen. Vooral wanneer

van deze drie factoren er eens eenige gingen samenvallen.

Daarom is elk optimisme hier uit den booze.

Wij zeggen dit natuurlijk niet om af te schrikken.

Geenszins. Dan zou het Kringbestuur het onderwerp

niet uit eigen beweging ter tafel hebben gebracht. Het

heeft dit natuurlijk gedaan, om de materie re onderzoeken

en, zoo mogelijk en door den Kring gewenscht,

iets re bereiken. Wij noemen dus geen cijfers om af

te schrikken. Maar omdat men zich de realiteit van een

blijvende belangrijke contributie goed voor oogen moet

stellen, te meer, waar er voor de invoering van het

weduwenpensioen straks ook geofferd zal moeten

worden. Overigens gelden bovenstaande cijfers slechts

als eenvoudig voorbeeld van den Redacteur; ongetwijfeld

zal het Kringbestuur uitvoeriger gegevens bijeenbrengen

en daarna meedeelen.

Wij volstaan voor het oogenblik met deze paar opmerkingen,

omdat het Kringbestuur binnenkort zijn houding

zal moeten bepalen en wij daarop natuurlijk niet

mogen en niet willen vooruitloopen.


108

INHOUD: De Werkloozenkas. — Officieele Mededeelingen. —

Bestuursvergadering. — Ledenlijst. — Angesloten Vereenigingen.—

Allerlei Onderwerpen: De G.J.V. wordt georganiseerd; J. S. F.

Walenkamp f; Regeeringspersdienst; Luchtfoto; — Boekbespreking.

— Uit onze Bladen. — Allerlei Berichten.

Officieele Mededeelingen.

BESTUURSVERGADERING.

Het Bestuur kwam bijeen op 25 November na afloop

van de bijeenkomst van den Kringraad. Aanwezig de

Bestuursleden Hans, Dekking, Polak Daniels, Schotting,

Holsboer, Cnossen en de Gedelegeerden van den Bergh,

Hoyer en Voskuil. Afwezig met kennisgeving de heeren

Biemond, Kouwenaar en Santcroos.

Candidaturen. — Een groot aantal nieuwe leden wordt

toegelaten (zie elders in dit nummer).

Ingekomen stukken. — Verschillende ingekomen stukken,

w.o. eenige klachten, werden afgedaan.

Bemiddelingsraad. — Van het Bestuur van de vereeniging

van uitgevers van dagbladen „De Nederlandsche

Dagbladpers" was bericht ingekomen, dat het heeft

aangewezen als leden van den Bemiddelingsraad, ingesteld

om geschillen tusschen directies en journalisten tot

oplossing te brengen, de heeren mr. H. Dikkers te Zwolle

en Th. M. Houwert te Enschede.

Groningsche Journalisten-Vereeniging. — De heer

Holsboer brengt rapport uit over zijn bemoeiingen te

Groningen, welke ten doel hadden deze vereeniging binnen

het Kringverband terug te brengen. Deze pogingen

zijn geslaagd. De Vereeniging zal gereconstrueerd worden,

in dien zin dat alleen Kringleden gewoon lid der

Vereeniging zullen zijn. De Voorzitter brengt den heer

Holsboer dank voor zijn werk in het belang van den

Kring.

Werkloosheidsverzekering. — Met het oog op het

reeds vergevorderde uur en in verband met de afwezigheid

van drie Bestuursleden, wordt besloten de bespreking

van de adviezen, in den Kringraad uitgebracht, tot

de volgende Bestuursvergadering aan te houden.

LEDENLIJST.

Aangenomen als gewoon lid:

J. Krim, N. Rott. Ct., Will. v. Hillegaerdsbergstr. 9b,

Hillegersberg.

Mej. M. A. de Monchy, N. Rott. Ct., Westersingelll,

Rotterdam.

C. Sytsma, N. Rott. Ct.. Hoyledesingel 31, Hillegersberg.

H. C. S. Wanting Wzn„ N. Rott. Ct., Essenburgsingel

5b, Rotterdam.

A. Willems, N. Rott. Ct., Will. Beukelszoonstr. 70b,

Rotterdam.

Mr. A. J. P. Tammes, N. Rott. Ct., Heemraadsingel

329a, Rotterdam.

G. A. W. Zalsman, N. Rott. Ct., Witte de Withstraat

55b, Rotterdam.

Mr. J. Huijts, N. Rott. Ct., Hibexlaan 6, Schiebroek.

Mej. E. Franken, Rott. Nbld., Pieter de Hoochweg

125a, Rotterdam.

J. Blumberg, verschilt, bladen, Parnassusweg 38, Amsterdam

Z.

D. C. Seip. Rott. Nbld., Drievriendenstraat 34b, Rotterdam.

R. A. Overdiep, Volksblad voor Gron. en Drente,

Gron. Brinklaan 29, Groningen.

Voorgedragen als gewoon lid:

H. Kingmans, N. Prov. Gron. Ct., Prinsesseweg 29a,

Groningen.

A. H. van Kollem, Gron. Dbld., Heereweg 16a, Groningen.

Mej. M. J. C. Schreuder, Vbld. v. Gron. en Dr., Nieuwe

Boteringestr. 81a, Groningen.

DE J O U R N A L I S T

J. N. Spoelstra, N. Prov. Gron. Ct., Friessche Straatweg

25a, Groningen.

N. van der Veen, N. Prov. Gron. Ct., Th. a Thuessinklaan

54, Groningen.

P. J. van Vogelpoel, Ons Noorden, Brink 20a, Groningen.

Mr. N. Hazenwinkel, N. v. h. N., Ubbo Emmiussingel

33, Groningen.

H. G. Alma, Gron. Dagblad, Nieuwe Kerklaan 7a,

Groningen.

W. Hensen, Prov. Gron. Crt., Pottebakkersvijge 7a,

Groningen.

Mej. H. K. van den Bergh, Prov. Gron. Crt., Moddermanlaan

30, Groningen.

A. H. E. C. Balink, Sum. Post, P. Boelanweg 274,

Medan.

S. J. Carmiggelt, Vooruit, Druivenstr. 19, Den Haag.

H. Grelinger, Versch. bl., Hooistraat 1, den Haag.

Dr. M. Ten Braak, Vaderland, Beukelsdijk 143b,

Rotterdam.

J. C. Weeraat, N. Rott. Ct., Emmalaan 41, Hillegersberg.

H. Grelinger, De Nieuwe Pers, Hooistraat 1, Den

Haag.

Aangenomen als buitengewoon lid:

Mevr. C. Kuiper-de Jongh, Versch. hl., Kruisstr. 21,

Rotterdam.

W. A. Holdert, Vondelstr. 178, Amsterdam (overgeschreven

van gewoon naar buitengewoon lid, wegens

uittreding uit de actieve journaliteit).

Mej. Hel. Hartog, Minervalaan 13, Amsterdam, Z.

(overgeschreven van gewoon naar buitengewoon lid).

Adresveranderingen en -verbeteringen:

F. C. Derks, naar Pijlslaan 105, Haarlem.

Wm. S. B. Klooster, Deli Ct., voorloopig Kanaalstraat

45, Apeldoorn.

W. A. Zuurbier, Voorw., naar Honingerdijk 32, Rotterdam.

C. Doelman, Dbl. v. Rott., naar Bergscheplaslaan 3,

Hillegersberg.

F. X. M. van Woesik, Maasb. naar Brandersteeg 2,

Schiedam.

J. Veersema, naar Oud Gondangdia 14, Batavia.

L. Stolk, naar Middelandplein 31a, Rotterdam (W.)-

B. Bruins, naar Oostzeedijk 334, Rotterdam.

M. J. G. J. van Leeuwen, naar Duinoordstraat 35,

Haarlem (N.).

A. M. D. van den Berg, naar Wierdensche straat 13,

Almelo.

P. Derjeu, Vad,, naar Roelofsstr. 111, den Haag.

W. H. R. van Manen, N. R. Ct., naar Mathenesserlaan

192, Rotterdam.

P. A. Donker, Vooruit, naar Beetslaan 9, Rijswijk

(Z.H.).

N. P. J. Smith, buit. lid, moet zijn N. ). P. Smith.

G. N. Leenders, Assen, naar Talmastraat 12, Haarlem-

P. A. Wansink en mevr. G. Wansink-Buyning naar

Nieuwe Prinsengracht 21 H, Amsterdam (C).

Dr. B. de Jong van Beek en Donk, Nieuwe Rott. Crt.,

Genève.

H. J. Kraus, naar Schubertstr. 32, Leeuwarden.

Gevraagde adressen:

Chr. de Graaff, Amsterdam.

T. Douwes, Amsterdam.

Th. Ramaker, Amsterdam.

A. A. T. Althoff, Amsterdam.

C. J. A. van Bruggen, laatste adres Ascera.

F. L. Verbeek, Hilversum.

W. J. J. M. Asselberg, Amsterdam.

Mej. E. B. van Wijk, Amsterdam.

J. Raatgever, Utrecht.

A. W. T. Schroevers, Amsterdam.

G. Ballestein, Lonneker.


Aangesloten Vereenigingen.

DE OOSTELIJKE PERS.

De Oostelijke Pers vergaderde Zaterdag 18 November

in Hotel Frans Vulker te Zwolle, ter behandeling

van het door 't Kringbestuur aan den Kringraad en

daarmee aan de aangesloten vereenigingen voorgelegde

denkbeeld van een werkloozenkas. Ter vergadering

bleek, dat voor de idee groote belangstelling bestond.

Principieele bezwaren werden niet geopperd en blijkens

mededeeling van den voorzitter, collega Holsboer, waren

alle bestuursleden, op één na, die thans wegens

werkzaamheden niet aanwezig kon zijn, zeer met het

plan ingenomen; onder dit voorbehoud, dat het ook

practisch uitvoerbaar zou blijken. Hieromtrent zou,

meende men, een zeer nauwkeurig onderzoek noodig

zijn, vooral met het oog op de financieele verplichtingen,

die de invoering van zulk een kas voor den Kring en

elk lid individueel zou meebrengen. Na zeer geanimeerde

discussie, waarbij groote waardeering voor het initiatief

van 't Kringbestuur werd betuigd, werd tenslotte

van bestuurszijde een motie voorgesteld, die de verschillende

te berde gebrachte wenschen en opmerkingen

resumeerde en als volgt luidde:

De Oostelijke Pers, in algemeene vergadering bijeen

op Zaterdag 18 November te Zwolle;

gehoord de discussies over het door 't Kringbestuur

aan de aangesloten vereenigingen voorgelegde denkbeeld

om een werkloozenkas op te richten;

van oordeel, dat principeel tegen het stichten van

zulk een kas geen bezwaren kunnen bestaan, daar het

hier geldt gebruik te maken van een volkomen wettige

regeling, die bovendien aanzienlijke offers vraagt van

de Kringleden zelf, zoodat van „profiteeren" uit de

openbare kassen of „bedeeling" geen sprake is,

van meening, dat de financieele kant dezer oprichting

wel eenige moeilijkheden zal meebrengen, maar dat

deze niet in verhouding staan tot het te verkrijgen voordeel,

dat werklooze journalisten althans voor broodsgebrek

en erger gevrijwaard zullen zijn;

nochtans overwegende, dat een regeling als de hier

bedoelde alleen mag worden ingevoerd, indien het

overgroote deel der Kringleden er volkomen mee accoord

gaat;

verzoekt den afgevaardigden naar de vergadering

van den Kringraad onder bovenvermeld voorbehoud

het denkbeeld in kwestie krachtig te steunen, en daarbij

er op aan te dringen, dat, ook bij aanvaarding van

een uitgewerkt voorstel met flinke meerderheid door de

algemeene Kringvergadering, in elk geval een referendum

zal worden gehouden en het Kringbestuur bevoegd

blijft zelfs bij gunstigen uitslag daarvan de stemmenverhouding

in aanmerking te nemen.

De motie werd met algemeene stemmen aangenomen,

waarna nog een tweetal afgevaardigden en een tweetal

plaatsvervangers naar den Kringraad werden benoemd.

In geval van verhindering der aangewezenen kreeg het

bestuur machtiging, anderen aan te wijzen. Ten slotte

moest voor den tweeden plaatsvervanger van deze

machtiging worden gebruik gemaakt, zoodat de heeren

Van Dam en Kelderman, beiden ook ter vergadering

te Zwolle aanwezig, de O.P. in Den Haag hebben vertegenwoordigd.

GRONINGSCHE JOURNALISTEN-VEREENIGING.

In verband met een door het Hoofdbestuur noodig geoordeelde

reconstitutie van de Groningsche Journalisten-

Vereeniging, had op Woensdag 22 November j.1. een

algemeene ledenvergadering dezer vereeniging plaats.

Na een inleiding woord van den voorzitter, den heer

J. J. Leeninga, werd besloten een voorloopig bestuur te

kiezen van drie personen, dat eventueel later tot vijf

DE J O U R N A L I S T 109

leden kan worden uitgebreid. Het resultaat van eenige

vrije- en herstemmingen was, dat het voorloopig bestuur

werd vastgesteld als volgt: C. de Bruin, voorzitter, Z.

}. W. van Schreven, de Savornin Lohmanlaan 20a, secretaris

en mej. M. van Oosten, penningmeesteresse. De

heeren Leeninga en Reinders, die in eerste instantie tot

bestuursleden waren gekozen, wenschten hun benoeming

als zoodanig niet te aanvaarden.

Vervolgens benoemde de vergadering een commissie

tot het nazien, eventueel aanvullen der statuten en tot

vaststelling van het huishoudelijk reglement, bestaande

uit de heeren de Bruin, Leeninga en Reinders.

De circulaire van het Kringbestuur inzake de Werkloozen-kas

en het daarop uit te brengen advies in den

Kringraad waren aanleiding tot langdurige besprekingen.

Uit de gevoerde discussies bleek, dat de vergadering

een verplichte geldelijke bijdrage aan een te vormen

Werkloozen-kas, boven de gewone Kringcontributie niet

wenschelijk achtte. In de eerste plaats was men van oordeel,

dat de Kring hiermede te veel den weg opging

van een vakvereeniging, terwijl in de tweede plaats gevreesd

werd, dat de financieele offers, die hierdoor van

de leden gevergd zouden moeten worden, te groot zijn,

waarvan het gevolg zou zijn, dat vele leden voor het

Kringlidmaatschap zouden moeten bedanken. De vergadering

bleek meer te voelen voor een versterking van

de weerstandskas voor het geval, dat zou blijken, dat

een door werkloosheid getroffen Kringlid steun van den

Kring zou behoeven. In zulk een geval zou, na een onderzoek

door het Bestuur of daartoe te benoemen commissie,

van de Kringleden een hoofdelijken omslag kunnen

worden gevraagd, waaraan zulk een vorm zou moeten

worden gegeven, dat van zekere „liefdadigheid" geen

sprake zou zijn. Een dergelijke regeling achtte de vergadering

meer aanbevelenswaardig, dan een officieele

werkloozenkas, die zooals gezegd van de leden betrekkelijk

groote financieele offers zou vragen en eerst na

1 Januari 1935 in werking zou kunnen treden.

Met algemeene stemmen werd besloten het Kringbestuur

resp. den Kringraad in dezen geest te adviseeren.

Voorts besloot de vergadering ditmaal geen afgevaardigden

naar de op 25 dezer te Den Haag gehouden

vergadering van den Kringraad te zenden, doch bovengenoemd

advies schriftelijk uit te brengen.

Aangezien de punten, welke de agenda bevatte, waren

afgehandeld en verder geen onderwerpen ter bespreking

meer ter tafel werden gebracht, werd de vergadering

hierna gesloten.

v. SCHREVEN, secretaris.

ROTTERDAMSCHE JOURNALISTENVEREENIGING.

Zaterdagmiddag 18 November heeft de R.J.V. in

„Tivoli" vergaderd ter behandeling van de aan den

Kringraad te stellen vraag betreffende uitkeeringen aan

werklooze journalisten. Bij afwezigheid van den voorzitter,

Mr, P. C, Swart, nam de heer IJ, G. Kuiper het

presidium waar.

Eerst werd echter voorzien in de vacature, door het

vertrek van Dr. Van Overbeek in het bestuur ontstaan.

Gekozen werd de heer W. Zuurbier.

Het onderwerp van de werkloozenuitkeering werd

uitvoerig besproken en tot afgevaardigden naar den

Kringraad — zonder bindend mandaat — werden aangewezen

de heeren IJ. G. Kuiper, A. Pleysier en M.

Stavenga.

Als nieuwe leden van de R.J.V. zijn voorgesteld de

heeren: W. H. R. van Manen, Mr. M. Rooy Jr., A.

Willems, J. Krim, T. Kingma Boltjes, G. Zalsman, D.

Koekebakker, S. van de Velde. J. D. Rempt.

Bezwaren binnen 8 dagen bij den secretaris.

DEKKING.


110

DE HAAGSCHE JOURNALISTEN-VEREENIGING.

De Haagsche Journalisten-Vereeniging heeft in haar

vergadering van 20 November j.1. besloten, dat de vertegenwoordigers

van de vereeniging en de gedelegeerde

van de H.J.V. bij den Kringraad daar zouden mededeelen,

dat het de vergadering niet mogelijk was, bij

het ontbreken van voldoende gegevens een bindend advies

uit te brengen, maar dat zij bij het Kringbestuur

moesten aandringen op het verkrijgen van meer afdoende

gegevens en op het maken van spoed bij de behandeling

van de quastie der werkloosheidsvoorziening,

welke op het oogenblik nog niet urgent scheen, maar

dit wellicht zou kunnen worden, zoodat het wenschelijk

zou zijn, dat een regeling dan gereed was, geheel afgezien

van de vraag, of de thans in bespreking gebrachte

regeling aanbeveling verdiende!

Voorts zou men wijzen op de mogelijkheid, door tijdige

versterking van de weerstandskas door vrijwillige

of gedwongen extra-heffingen tegemoet te komen in mogelijke

werkloosheid, op ruimer schaal dan tot nu toe

voorkomt, onder de journalisten, en op de mogelijkheid

van besteding van grootere bedragen uit die kas voor

dit doel.

— Voor het lidmaatschap der H.J.V. heeft zich aangemeld

de heer D. F. van der Pant. Eventueele bezwaren

binnen 8 dagen bij de secretaresse

Allerlei Onderwerpen.

DE G.J.V. WORDT GEREORGANISEERD.

De Groningsche Kringleden hebben Zaterdag 11 November

allen gevolg gegeven aan een uitnoodiging van

het Kringbestuur om in ,,De Harmonie bijeen te komen,

teneinde gezamenlijk te beraadslagen over de mogelijkheid,

om in den plaatselijken toestand op organisatorisch

gebied verbetering te brengen. Behalve de Kringleden

hadden ook de leden van de Groningsche Journalisten-

Vereeniging, die niet tot den N.J.K. behooren, toegang

tot deze vergadering.

Het Kringbestuur, de heer Th. Holsboer, presideerde

de bijeenkomst (de heer A. G. Biemond, door het Kringbestuur

aangewezen om eveneens! naar Groningen te

gaan, was verhinderd, maar had tevoren met collega

Holsboer overlegd).

De heer Holsboer wees er in zijn openingswoord op,

dat het Kringbestuur met leedwezen had gezien, dat de

zaken op Kringgebied zich in Groningen niet hebben

ontwikkeld als wenschelijk ware. Het K.B. wil er gaarne

toe meewerken, dat hierin verbetering komt, overtuigd

als het is van het belang van een goede plaatselijke

Kringorganisatie voor de journalisten te Groningen zelf.

Zooals de toestand nu is moest het K.B. bezwaar hebben

tegen de wijze, waarop de plaatselijke organisatie

in Kringverband bestaat. Het zou haar erkenning als

Kringorganisatie moeten intrekken, maar hoopte, dat de

bezwaren zouden worden overwonnen en alle Groningsche

Kringleden zich zouden aansluiten in één verband,

zooals de N.J.K. dat eischt voor erkenning van plaatselijke

vereenigingen.

De heer ƒ. ƒ. Leeninga, voorzitter der Groningsche

Journalistenvereniging, kreeg het eerst het woord en

begon met de verklaring, dat men ook van die zijde

een harmonisch samenwerken tusschen alle collega's op

prijs stelde. De collega's, die tot dusver georganiseerd

optrokken in het behartigen der belangen van de Groningsche

journalistiek, hebben het steeds als een gemis

gevoeld, dat de collega's van het Nieuwsbl. v. h. Noorden

niet in hun organisatie waren opgenomen. Spr.

gaf een uitvoerige uiteenzetting van den toestand in

Groningen. De Groningsche Journalisten-vereeniging

heeft in het verleden en tot nu toe veel en uitnemend

werk gedaan voor de verheffing van het vak en

DE J O U R N A L I S T

het aanzien daarvan en van de journalisten in het algemeen.

Door omstandigheden, die de heer Leeninga buiten

bespreking liet en waarover hij ook niet kon oordeelen,

zijn de Nieuwsblad-collega's buiten plaatselijk

verband geraakt.. De Christelijke collega's (R.K. en

A.R.) bedankten voor den grooten Kring en toen ontstond

de moeilijkheid, dat men met een organisatie van

5 leden zou overblijven. Men heeft toen met die 5 leden

de Kringorganisatie laten bestaan, maar daarnaast een

algemeen plaatselijke vereeniging gevormd, waarin ook

de christelijke collega's zitting gevormd, waarin ook

oplossing niet ideaal, maar de plaatselijke vereeniging

bleef bestaan en men hoopte, dat althans de protestantsch

christelijke collega's nog weer tot den N.J.K.

zouden terugkeeren. Een poging, om een Kring-organisatie-af

deeling voor het geheele Noorden (Groningen,

Friesland en Drenthe) op te richten, mislukte. Friesland

kreeg een eigen vereeniging en het K.B. had sindsdien

een „ultimatum" aan de G.J.V. gesteld terzake haar

organisatie. Er was hier volgens spr. een misverstand,

daar de heer J. N. Spoelstra ten onrechte, zij het door

een vergissing, had gefungeerd als secretaris van de

Kringorganisatie, terwijl hij dit van de algemeene vereeniging

was. Spr. zelf, voorzitter der beide vereenigingen,

fungeert in Kringzaken tevens als secretaris.

De heer Holsboer wees erop, dat bij de verdere besprekingen

men de kwestie van bladen er buiten moet

laten. Het gaat om journalisten en niet om redactieleden

van een bepaald blad.

Spr. stelde daarna de concrete vraag, of de

Groningsche Kringleden niet tot het stichten van een

organisatie, welke de N.J.K. kan erkennen, zouden kunnen

komen. Hij wees op de mogelijkheid om tot een

dergelijke organisatie niet-Kringleden als buitengewone

leden of hospitanten toe te laten. Deze groep wordt

natuurlijk (journalistiek bekeken) als geheel gelijkwaardig

beschouwd, maar haar leden hebben geen stemrecht

en kunnen geen bestuursfunctie krijgen of in Kringzaken

meeoordeelen. Trouwens de Kring treedt in het algemeen

gesproken voor iederen bonafide journalist op,

hetzij hij lid is of niet. Spr. hield een warm pleidooi om

tot elkaar te komen.

Ten slotte stelde de heer Holsboer voor, om de bestaande

organisatie op te heffen en een nieuwe op te

richten, geheel op de grondslagen der oude Kring-organisatie

en onder denzelfden naam.

Dit kon den heer Leeninga niet bevredigen, die meende,

dat de collega's van het N. v. h, N. tot de bestaande

Kringorganisatie zonder bezwaar konden toetreden en

dat men dan tot een reorganisatie zou kunnen komen.

Overigens ging hij accoord met voortzetting op den bestaanden

grondslag (naam en statuten).

De besprekingen dreigden toen weer vast te loopen,

tot het niet-Kringlid, de heer Van Vogelpoel (Ons Noorden)

in overweging gaf, om het voorstel van den voorzitter

aldus te wijzigen, dat besloten zou worden tot

het opnieuw constitueeren van de Groningsche organisatie,

door alle aanwezige Kringleden en tot het c.q.

toelaten van niet-Kringleden als buitengewone leden.

Maar buiten de Kring-organisatie, zonder stemrecht of

recht in het bestuur te worden gekozen.

Hiermee konden de Kringleden der redactie van het

N. v. h. N. zich evengoed vereenigen als met het oorspronkelijk

voorstel van den heer Holsboer. De overige

Kringleden (leden der G.J.V.) kwamen na een onderlinge

bespreking tot dezelfde conclusie, zoodat met algemeene

stemmen aldus werd besloten.

De heer Holsboer sprak zijn blijdschap er over uit, dat

zijn komst naar Groningen per slot van rekening toch

succes had gehad. Voor zijn leiding had hij hartelijke

woorden van dank in ontvangst te nemen van de heeren

De Bruin en Leeninga.

* * *

Als gevolg van bovenstaande besluiten zijn verscheidene

Groningsche journalisten tot den Kring toegetreden.


J. S. F. WALENKAMP t.

Den 2den December is een van onze oudere Kringleden

overleden, namelijk de heer J. S. F. Walenkamp

Czn., in leven redacteur voor de scheepvaartrubriek van

de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Dat deze rubriek,

vooral in een havenstad als Rotterdam, tot de belangrijkste

van een groot dagblad behoort, is wel haast onnoodig

te vertellen in een orgaan van journalisten.

ï. S. F. WALENKAMP t

Ondergeteekende, die den overledene op de N. R. Ct.

heeft zien komen en het genoegen heeft gehad bijna

dertig jaar met collega Walenkamp op de redactie

Handel en Scheepvaart samen te zijn, kan van hem

getuigen dat hij de rubriek Scheepvaart steeds met groote

kennis van zaken en met voortvarendheid heeft behartigd.

De overledene was een gevoelig man. maar nogal

spontaan in het uiten van zijne meening, welke meestal

met die van anderen verschilde. Ik zou van zijn dood

kunnen zeggen, wat ik toevallig vandaag op mijn scheurkalender

las: ,,De dood is de deksel op den pot, waarin

het soms zoo kookte en bruiste." Ik zelf heb het al die

jaren goed met hem kunnen vinden. Voor bloedverwanten

en kennissen van zeevarenden was collega Walenkamp

een vraagbaak, bij welke zij nooit tevergeefs aanklopten;

hulpvaardig was hij in hooge mate.

Op een stralenden winterdag, den 5den December,

hebben onze directeur, de heer H. Nijgh en de hoofdredacteur,

mr. G. G. van der Hoeven, alsmede ondergeteekende,

hem op het vriendelijke kerkhof te Weesp

begraven. Daar de heer Walenkamp katholiek was, is

er natuurlijk niet gesproken.

De overledene bereikte den leeftijd van bijna 61 jaar

en zou 1 Februari a.s. 30 jaar aan de N. R. Ct. werkzaam

zijn geweest. Tevoren was hij scheepvaartredacteur

aan De Telegraaf en, als ik het wel heb, aan De Zeepost.

Hij ruste in vrede.

F. W. VAN ERK.

* * *

Wij sluiten ons aan bij het weemoedige afscheidswoord

van collega van Erk. De overleden collega, hij

moge op het bureau van zijn krant nog zoo levendig zijn

geweest, behoorde tot de stillen onder ons, die, ongezien

en onbekend voor het publiek, weinig naar buiten

treden. Zoo zijn er meer. Wij echter vergeten hen niet.

Een laatste en eerbiedige groet aan den gestorven

collega!

DE J O U R N A L I S T 111

REGEERINGS-PERSD1ENST.

Tot chef van den nieuw in te stellen regeerings-persdienst

is benoemd collega A. J. Lievegoed, redacteur

van N. R. Ct., docent voor het dagbladwezen aan de

Rijksuniversiteit te Leiden en oud-hoofdredacteur van de

Sumatra' Post en van De Locomotief.

De heer Lievegoed is 31 December 1880 te Amsterdam

geboren. Na zijn opleiding aan de H.B.S. en de Handelsschool

aldaar te hebben genoten, werd hij in 1898

aan de redactie van de toenmalige Amsterdamsche Courant

verbonden. In 1901 werd hij benoemd tot redacteur

bij het dagblad De Sumatra-Post te Medan, van welke

courant hij in 1904 hoofdredacteur werd. Gedurende

tien jaar vervulde de heer Lievegoed deze hoofdredacteursfunctie;

in 1914 gerepatrieerd, werd hij benoemd

tot redacteur-buitenland aan de Nieuwe Rotterdamsche

Courant, welke betrekking hij tot einde 1916 bekleedde.

Eenigen tijd daarna ging hij weer naar Ned.-Indië, waar

hij — in 1917 — de hoofdredactie van het dagblad De

Locomotief te Semarang op zich nam, welken post hij

tot 1925 bezette. Toen keerde hij naar Holland terug

waar hij weer aan de N. R. Ct. werd verbonden, thans

als Indisch redacteur. Een paar jaar geleden werd hij

tot docent aan de Leidsche Universiteit benoemd.

De heer Lievegoed, van wiens hand verscheidene publicaties

over Indische en andere (ook journalistieke)

onderwerpen zijn verschenen, is voorts correspondeerend

medewerker aan Indische bladen geweest en is

secretaris van het Indisch Genootschap te 's-Gravenhage.

A. 3 LIEVEGOED.

Wij weten zeker uit naam van den geheelen Kring te

spreken, wanneer wij onzen begaafden collega gelukwenschen

met deze belangrijke en eervolle benoeming

en de hoop uiten, dat hij er in zal slagen, den

nieuwen persdienst tot een voor ons land belangrijke instelling

te maken. Wanneer men bedenkt, welke eischen

de Regeering aan de benoeming in deze functie heeft

gesteld, dan is zij wèl een bijzondere onderscheiding.

Wij meenen gerechtigd te zijn hem de verzekering te

geven, dat hij, zoo hij bij de vervulling van zijn taak

de medewerking van den Kring behoeft, deze hem niet

zal worden onthouden. Dat hij, eventueel, het contact

met ons zal zoeken, weten wij stellig.

Tot onze vreugde vernemen wij dat Lievegoed, ingevolge

goedkeuring van de Regeering, zijn taak te Leiden

zal blijven verrichten.

Het Kringbestuur zond den heer Lievegoed een telegrafische

gelukwensch met zijn benoeming.


112

De Haagsche Post schrijft:

,,Voor de functie van den chef van den regeeringspersdienst

is de keuze eindelijk gevallen. Het ambt was

reeds bij voorbaat geadeld door de verklaring van den

betrokken minister in de Tweede Kamer, dat het buitengewoon

moeilijk was den geschikten man te vinden,

daar het werk zeer zware eischen stelde. De uitverkorene

is de heer A. }. Lievegoed, redacteur voor Indische zaken

van de Nieuwe Rotterdamsche Courant, docent voor

het dagbladwezen aan de Rijksuniversiteit te Leiden en

oud-hoofdredacteur van de Sumatra Post en De Locomotief.

Het lijkt ons, dat de keuze moeilijk beter had

kunnen zijn. De heer Lievegoed paart een eervolle journalistieke

carrière, welke getuigt voor zijn degelijke vakkennis,

aan een breede algemeene ontwikkeling en een

aangenaam optreden. En wat den persdienst zelf betreft,

juist in de laatste jaren hebben wij bij verschillende gelegenheden

erop gewezen, hoe onmisbaar de instelling

van zulk een dienst voor ons land is. Wij herinneren,

om een voorbeeld te noemen, aan de zeer overdreven

verhalen in Fransche en andere bladen verschenen over

den aanmaak hier te lande van wapenen voor Duitschland.

De instelling van dezen dienst kan zeker op algemeene

instemming rekenen."

ONGEOORLOOFD MAKEN VAN LUCHTFOTO S.

De Minister van Defensie heeft de volgende circulaire

gezonden aan alle pers-organen:

„Niettegenstaande mijne herhaalde waarschuwingen

aan dagbladen, geïllustreerde bladen en foto-bureaux,

komt het nog herhaaldelijk voor, dat foto's worden gemaakt

en gepubliceerd van militaire werken.

Ik herinner er aan, dat zulks is verboden ingevolge

art. 430 van het Wetboek van Strafrecht, luidende:

„Hij, die zonder verlof van het bevoegd gezag eene

„opneming doet, eene teekening of beschrijving maakt

„van eenig militair werk, of dit openbaar maakt, wordt

„gestraft met rechtenis van ten hoogste twee maanden

„of geldboete van ten hoogste 300 gulden."

Ik moet er de aandacht op vestigen, dat verdere herhalingen

van de in dat artikel omschreven overtreding,

met name het maken en publiceeren van foto's, door mij

als in strijd met 'srlands belang en mitsdien als ontoelaatbaar

zullen worden beschouwd. Indien ik weder een

dusdanig, onbevoegdelijk gemaakte en gepubliceerde

foto in eenig blad of persstuk aantref, zal ik mij tot mijn

leedwezen genoopt zien een vervolging ter zake zoowel

tegen hen, die zich aan het maken, als tegen hen, die

zich aan het publiceeren van de foto's hebben schuldig

gemaakt, uit te lokken. Ik verzoek de Nederlandsche

Pers en Illustratiepers, zoomede allen fotografen, hiermede

rekening te houden.

Voor het geval twijfel mocht bestaan aan de geoorloofdheid

van eene fotografische opname, of wel van de

publiceering van zulk een opname, ben ik gaarne bereid

U daarbij voor te lichten."

DE J O U R N A L I S T

Goed betaald.

De schrijfster Grace Williams heeft onlangs tegen

de opera-zangeres Mary MacCormick, de gescheiden

echtgenoote van prins Mdivani, een eisch tot schadevergoeding

van 1.000.001 dollar ingediend, omdat de zangeres

haar een oorvijg had gegeven op haar redactiebureau,

naar aanleiding van een publicatie over de tot

dan toe geheimgehouden echtscheiding. Mej. Williams

eischt 1 dollar voor vergoeding der werkelijke schade

en 1.000.000 dollar als schadevergoeding voor de ondergane

beleediging.

— Tot zoover het bericht. Wij verklaren ons bereid,

tegen hetzelfde tarief oorvijgen in ontvangst te nemen.

Boekbespreking.

JOURNALISTIEKE HERINNERINGEN.

Gustave Halle: May f air to Maritzburg (Murray).

Hebben wij onzen Nestor in den persoon van ons eerelid P.

A. Haaxman Jr., de journalisten van Zuid-Afrika kunnen bogen

op Gustave Hallé, die thans den 85-jarigen leeftijd heeft bereikt. In

een oriderhoudenden stijl discht hij zijn mémoires op. Gelukkig heeft

hij een goed geheugen en niet het minst aantrekkelijk zijn de

staaltjes, die hij uit zijn jonge jaren vertelt, toen hij ingenieur was.

In dien tijd werd de eerste kabel tusschen Britsch Indië en Engeland

geopend. Bij die plechtigheid waren de Prins van Wales (later

Edward VII en zijn gemalin aanwezig). Een telegram werd aan

den Gouverneur-Generaal gezonden uit de zaal waar het gezelschap

verzameld was, men wachtte daarop het antwoord af.

Kort daarop begon de telegrafist aan de seintafel op te nemen,

maar toen de boodschap binnen was (men verwachtte natuurlijk een

boodschap van hulde aan den Prins) durfde de telegrafist het

telegram niet te overhandigen. De Prins vroeg wat er aan de hand

was en ten slotte werd hem de waarheid meegedeeld. Aan den

anderen kant was het nacht — men had niet aan het verschil in tijd

gedacht — de Vice-Koning sliep en moest gewekt worden, waarom

de collega van den telegrafist, die daar dienst had, maar alvast

seinde: „De oude knar wordt gewekt!" Na een half uur wachten

kwam het antwoord dat in deftigen officieelen stijl gesteld was,

het decorum van de plechtigheid was echter weg, want de Prins

merkte op: „Gelukkig dat de oude knar wakker geworden is."

Zooals zoo vele journalisten, was Hallé eerst in een ander beroep

bezig alvorens overstag te gaan. Aanleiding daartoe was

dat hij op middelbaren leeftijd een longaandoening kreeg, waarom

zijn dokter hem een zeereis voorschreef. Hij ging naar Zuid-Afrika

en begon ook daar weer als ingenieur, werd Chef van Publieke

Werken van den Oranje Vrijstaat en bouwde bruggen. De eerste

Boerenoorlog brak uit, hij was als Engelschman geen persona grata

meer, ging daarop naar de goudvelden als prospector. In dien tijd

schreef hij af en toe als los medewerker en aangezien hij een gezond

oordeel over- Zuid-Afrikaansche toestanden had, bovendien

een goede pen, trokken deze artikelen de aandacht. Een weekblad

(The Critic) werd opgericht en hem werd de leiding toevertrouwd.

Helle heeft ongetwijfeld door zijn artikelen, later toch werd hij

hoofdredacteur van de Sfar, een grooten invloed doen gelden op

de politiek van Zuid Afrika. De Unie van Boer en Brit was een

der door hem vurig voorgestane doeleinden. Bovendien had het

inboorlingenvraagstuk zijn aandacht. Uit zijn herinneringen blijkt

dat hij immer onkreukbaar was — in den oorlog trachtten de Boeren

hem de redactie van een der bladen te bezorgen, doch hij moest

zich verplichten hun belangen te dienen, hij zou £ 200 per maand

verdienen; Hallé sloeg dat af, in de eerste plaats vond hij het

niet behoorlijk om het aan te nemen, in de tweede zou hij tegen

zijn eigen land moeten schrijven. Hij belicht de vraagstukken die

thans aan de orde zijn, door Britsche bril, toch heeft hij een eerlijke

overtuiging, voor zijn nieuwe vaderland wil hij slechts het

goede; hij verdoezelt de fouten niet, die door het Engelsche Gouvernement,

in het bijzonder door Milner werden gemaakt en verzwijgt

de goede daden niet, door de Boeren verricht. In zijn kritiek

spaart hij niemand, dat maakt zijn mémoires juist zoo voortreffelijk

en wie belang stelt in dat land onzer stamgenooten, zal met belangstelling

de tweede helft van deze mémoires lezen.

Uit onze Bladen.

OVER DEN KRING.

De Javabode schreef onlangs:

E. L.

„Al is de N.J.K. geen federatie van andere bonden, toch

mag wel opgemerkt worden, dat bij den Kring verschillende

plaatselijke en gewestelijke organisaties aangesloten

zijn, die veel hebben bijgedragen tot de bevordering

van het saamhoorigheidsgevoel onder de dagbladschrijvers

buiten de groote centra. Kenmerkend voor den geest

in den N.J.K. is zeker wel, dat hij onder zijn leden landgenooten

telt, wier namen ver buiten den Kring bekendheid

verwierven. Twee leden van het huidige kabinet, de

ministers Colijn en Slotemaker de Bruine, alsmede oudminister

Jhr. D. J. de Geer, zijn Kringlid uit hoofde van

hun journalistieke werkzaamheid. Prof. Slotemaker de

Bruine en Jhr De Geer wisselden elkaar af als hoofdredacteur

van De Nederlander, terwijl dr. Colijn verschilschillende

jaren politieke leider van de redactie van De

Standaard was.

De journalisten hebben reden het gouden feest van


hun organisatie met opgewektheid te vieren, want veel

heeft zij gedaan in het belang niet alleen van de individueele

leden, maar zeker niet in het minst van de

journalistiek als geheel. In dit verband dient het in 1930

genomen besluit te worden gememoreerd om te bevorderen

dat de publiciteit ook hier te lande als leervak in

het universitair onderwijs zou worden opgenomen.

Hiermede is uiteraard geen opleiding tot de journalistiek

geschapen, hetgeen in overeenstemming is met

de aanbeveling van bekende dagbladschrijvers, die niet

genoeg kunnen betoogen dat er geen betere opleiding

dan in de journalistiek zelf is en dat er maar een middel

bestaat om journalist te worden, n.1. door de practijk.

De tijden zijn voor de journalistiek evenmin rooskleurig

als voor welk ander beroep ook. De uit economische

overwegingen steeds verder doorgevoerde concentratie

in de dagbladpers heeft het aantal plaatsen,

dat in ons land toch al niet groot genoemd kan worden,

nog verminderd. Verschillende technische uitvindingen

maakten het werk van journalisten overbodig, terwijl

radio en lichtkrant het arbeidsterrein van den dagbladschrijver

eveneens zijn komen bedreigen. Een en ander

vermag echter niet de hechtheid van den N. J. K. te

verkleinen. In hun organisatie vormen de journalisten

een krachtige eenheid als het er om gaat de belangen

van het vak te behartigen.

Daarom heeft de N.J.K. alle reden met opgewektheid

de tweede halve eeuw van zijn bestaan aan te vangen.

De Journalist en zijn lezers.

Wij lezen in De Avondpost het volgende:

.,Ons hoofdartikel over Krishnamurti heeft een eigenaardig effect

gehad.

Het eerste, dat wij er uit den kring onzer lezers over hoorden,

was een geestdriftig en door ons zeer op prijs gesteld schrijven van

een predikant uit een onzer groote steden, drager van een bekenden

naam. Hij dankt ons daarin voor ons ,.moedig getuigenis", verklaart

zich verheugd dat wij „ook in deze zaak klaren wijn willen

schenken", en deelt ons mede, dat hij in zijn preek van Zondagmorgen

van ons artikel gebruik maakte.

Het ontvangen van een dergelijken brief is voor een journalist

een groote voldoening.

Doch nauwelijks hadden wij ons daarvan rekenschap gegeven,

of de directeur van ons blad kwam bij ons binnen met twee briefkaarten

van abonné's, die op grond van hetzelfde artikel hun abonnement

opzegden.

En nu wilden wij over dit laatste gaarne eens iets schrijven.

En wel dit: lezers van een blad moeten kunnen velen, dat zij er

wel eens artikelen in vinden, waarmede zij het volstrekt oneens

zijn. Er zijn abonné's (en hun aantal is werkelijk niet zoo gering),

die meenen, dat hun blad hun van dag tot dag hun eigen meening

pasklaar heeft vóór te zetten, zooals de kleermaker hun precies

op maat een colbertje levert. Zij wenschen in hun krant alleen

datgene te lezen, waarmede zij het eens zijn, komt er eens een

beschouwing, die lijnrecht tegen hun overtuiging ingaat, dan grijpen

zij. als straf voor den zondigen journalist, dadelijk naar het wapen

van het bedankje, een enkele maal door een bedreiging voorafgegaan:

in dit geval, voorwaardelijke veroordeeling, krijgt de redactie

nog een proeftijd, hetgeen nog al christelijk is.

Een journalist, die aan zulke eischen (om steeds alle lezers te

bevredigen) zou kunnen voldoen, is niet alleen een wondermensch,

maar ook een machine, een automaat:

men werpt er het abonnementsgeld in en de abonné ontvangt

prompt een artikel naar zijn overtuiging.

Een journalist echter, die aan zulke eischen zou willen voldoen,

is verloren.

Geestelijke arbeid — die van den kunstenaar, van den predikant,

van den journalist — vraagt allereerst om onafhankelijkheid. Dan

alleen kan die arbeid tot zijn recht komen. Nu begrijpen wij natuurlijk

zeer wel, dat de lezer zich abonneert op een krant die, in het algemeen,

de eigen staatkundige en godsdienstige overtuiging van dien

lezer vertolkt. Dit is logisch. Men kan en wil niet iederen dag een

blad in huis hebben, dat een principieel-afwijkende meening verkondigt.

Maar, ten eerste, geldt dit natuurlijk slechts voor de richting,

de algemeene lijn, den grondslag, en niet voor alle concrete

onderwerpen, welke binnen de grenzen van het algemeen beginsel

behandeld kunnen worden en, in de tweede plaats, er zijn nu

eenmaal tal van onderwerpen, die door de figuur van dat beginsel

niet worden gedekt en er buiten vallen.

Men kan en mag daarom van zijn krant niet verlangen, dat

zij met haar artikelen altijd de abonné's zal bevredigen.

De journalist is niet alleen de vertolker van de publieke opinie,

maar ook de schepper, de vormer er van. Deze dubbele taak zal

hij nooit uit het oog mogen verliezen. Hij dient, maar hij leidt

evenzeer. Hij is niet alleen de musicus, die van het blad de bekende

muziek van een algemeen politiek en godsdienstig beginsel afspeelt:

hij is ook de improvisator: niet alleen uitvoerend, doch ook schep­

DE JOURNALIST 1!3

pend talent. Hij moet dingen kunnen en, vooral, durven schrijven,

die tegen een gangbare overtuiging ingaan; niet allen op geharkte

paadjes loopen, maar nieuwe wegen zoeken. De journalist, die zich

laat beheerschen door een zekere vrees voor zijn lezers en hun eventueele

abonnements-bedankjes, is — wij zeiden het al — verloren.

En die lezer zélf moet de verdraagzaamheid bezitten, om van

artikelen, waarmede hij het niet eens is, te kunnen kennis-nemen.

Want de vraag, of hij er mede instemt, is niet de hoofdzaak.

De hoofdzaak is:

of het artikel iets zegt, dat de moeite van het overdenken

waard is.

De lezer heeft het recht op eigen overtuiging. De abonné, die

het altijd maar met zijn krant eens is, omdat de krant het zegt, is

eigenlijk een beklagenswaardig wezen. De krant heeft niet het

recht eensgezindheid van de lezers te eischen, maar wél den maatstaf

van een objectieve beoordeeling; de lezer heeft niet het recht,

van de krant te verlangen dat zij hem altijd, dag aan dag, zijn

eigen overtuiging vóór zet. Zou dit trouwens niet een beetje vervelend

worden ook? Heeft de lezer niet veel meer aan: iets anders

(op zijn tijd), waaraan hij eigen meening toetsen kan? Wij ergeren

ons nooit, wanneer wij uit den kring onzer lezers hooren,

dat men het niet met ons eens is. Toen wij onlangs met onze

artikelen over de moderne vrouw en haar gedragingen zoo veel

instemming mochten verwerven (door niet één bedankje verstoord!)

hebben wij dat prettig gevonden, maar wanneer men ons

een afwijkend oordeel stuurt, b.v. over Krishnamurti, vinden wij dat

volstrekt niet onaangenaam. Mits het een ernstig oordeel is. Maar

ergeren doen wij ons aan lezers, die wenschen, dat wij hun avond

aan avond de zoete puddinkjes van hun eigen meening in de bekende

lieve vormpjes, zullen voorzetten en die, als dit niet gebeurt,

hun abonnement opzeggen.

Men versta het dus goed: de journalist is geen leverancier van

kaas of gedroogde pruimen of bitterkoekjes.

Die artikelen moeten u precies naar uw smaak geleverd worden.

Geestelijk werk echter veronderstelt onafhankelijkheid en overtuigings-moed

bij den „leverancier "; verdraagzaamheid en ruim inzicht

bij den „klant". En wij leeren in het leven dikwijls het meest

van datgene, waarmede wij het niet eens zijn."

DE"C LAftATiE, AAN TE BIEDEN

A/\N uw DIRECTIE VOOR ÜEZEM

1-tUVjR SiWOKING

TAXI HEEtV

FOOI

Fooi AM^TEL HOTE- L

DIVERSE- TeLErooWGE^PR

Obl VOOR^iEM

GEBRUÏK w.C

KRUIER Copy

S.IGAAR AAN DENi HEER HANC

CON$UMPTlE_

J

DIVERSEN

TAXI TER^G

'Htfky

AVOND

2, SO

O, ^S"

O, 25"

1

6, 3o

CP. I3i

O, lO

0, 'O

O, o

O ,10

0, éo

Ü,0


114

Allerlei Berichten.

,DE NEDERLANDSCHE DAGBLADPERS".

— Op den 21en Dec. as. zal de Directeuren-Vereeniging

,,De Nederlandsche Dagbladpers" gedurende

een kwart eeuw hebben bestaan. Het zilveren feest

wordt dan te Amsterdam herdacht, met een receptie,

een noenmaal, een feestmaaltijd (gevolgd door cabaret)

en een bezoek aan de Ford-fabrieken.

In ons feestnummer en in de rede van onzen voorzitter

aan den feestmaaltijd is reeds uitvoeriger herinnerd

aan het contact, dat de Kring met de Directeuren-

Vereeniging heeft gehad. Wij mogen daarom thans kort

zijn en haar een in alle opzichten geslaagde feestviering

toewenschen. Dat de Kring overigens bij dit jubileum van

zijn oprechte belangstelling zal doen blijken, spreekt van

zelf.

Ter navolging.

— De Kring-penningmeester ontving van een lid een

giro-overschrijving van ƒ 1.— met de vermelding, „voor

werkloosheidsverzekering resp. ondersteuningsfonds. Ik

stel mij voor tien maal deze maandbijdragen te storten."

A. Roodhuyzen.t

— In den Haag is op 21 November, 74 jaar oud, overleden

de heer A. Roodhuyzen, politiek hoofdredacteur

van Het Vaderland. Zijn hoofdartikelen genoten om

bepaalde eigenschappen een zekere vermaardheid en

werden door velen gaarne gelezen. Bij de begrafenis

heeft onze secretaris den Kring vertegenwoordigd.

G. Polak Daniels.

— Collega Polak Daniels, onze secretaris, was op

1 December 30 jaar journalist. Het werd eerst in den

loop van dien dag onder de Haagsche collega's bekend,

maar nog net tijdig genoeg, om hem een bloemenhulde

van het Kringbestuur te doen geworden. Nog menig

jaar!

Dr. M. van Blanlcenstein.

— Op 1 Jan. zal collega dr. M. van Blankenstein gedurende

een kwart eeuw aan de N. R. Ct. zijn verbonden.

Dat onze begaafde vakbroeder een klinkende

huldiging zal moeten ondergaan, spreekt vanzelf. Eerecomité

en Werk-comité zijn in voorbereiding. Onze

voorzitter vertegenwoordigt den Kring.

H. A. Meerum Terwogt.

— Op 1 Jan. a.s. zal collega H. A. Meerum Terwogt,

sportredacteur van de N. R. Ct., zijn zilveren

feest aan dat blad vieren. Uit de sportwereld heeft zich

een huldigingscomité gevormd; in het Eere-comité

nam ook onze voorzitter zitting. Op 6 Januari wordt

de jubilaris gehuldigd.

H. ]. van den Broek.

— Op 16 Dec. was collega H. J. van den Broek

gedurende een kwart eeuw aan De Maasbode verbonden

als redacteur Handel en Scheepvaart. Hij had zich door

een vlucht naar België aan de huldiging onttrokken. Nog

vele goede jaren, collega!

Bemiddel ingsraod.

— De Ned. R. K. Journalisten-Vereeniging heeft benoemd

tot lid van den Bemiddelingsraad haar bestuurslid

den heer H. Baron van Lamsweerde, redacteur van

De Tijd en tot diens plaatsvervanger den heer J. Zwet­

DE J O U R N A L I S T

sloot te Nijmegen. Nu nog de Katholieke Directeuren-

Vereeniging; dan kan de Raad geconstitueerd worden-

— In Almelo is verschenen Almelo's Dagblad. Directeur-hoofdredacteur

van dit nieuwe, neutrale dagblad

voor Almelo en omgeving is de heer A. M. D. van den

Berg, tot voor kort in Den Haag voor verschillende

bladen werkzaam, en redacteur van Reizen en Trekken.

— Voor hoofdredacteur van de Prov. Drentsche en

Asser Courant is aan aandeelhouders voorgedragen de

heer H. Clewits, die ook reeds vroeger de leiding van

dat blad had en thans ambtenaar is bij den dienst van

Publieke Werken te Amsterdam.

— In de plaats van den heer A. J. Lievegoed, is tot

koloniaal redacteur van de Nieuwe Rotterdamse he Crt.

benoemd de heer B. B. Faber, Indisch hoofdambtenaar,

die in verschillende administratieve en journalistieke betrekkingen

in Indië werkzaam is geweest.

DANKBARE JOURNALISTEN.

Uit de Dordtsche Courant:

De pers heeft in stilte gejuicht — in stilte, want luidkeels hoera

roepen past niet in de raadzaal — omdat zij mocht ontdekken, dat

eindelijk, laat is beter dan nooit, metterdaad gehoor is gegeven

aan de klachten over de tochtige perstribune in Dordrechts raadzaal.

Zij zag immers tot haar groote voldoening, dat de verhooging.

waarop de koningin der aarde troont, afgeschoten is door een

tochtgordijn, zoodat de sjaal en dassen, die de pers wel eens placht

te gebruiken, in de vestibule konden blijven hangen. In een soort

loge vertoeven de Dordtenaren, die de buitenwacht voorzien van

het nieuws, dat aan hun voeten verkondigd wordt, nu. Dat zij zich

dankbaar gestemd voelen, is te begrijpen. Want de „verbouwing

bespaart haar drop, warme groc, warme kruiken en doktersrekeningen.

De „perstribune" heeft de volgende „limeriek" aan 't college en

aan de herstelpromotors, de heeren Ouborg en Wolff, gezonden:

De Pers, die zoo heel veel moet schrijven,

En steeds in de raadszaal moet blijven, . . .

Zegt U dank, zij is blij,

Voor 't gordijn aan haar zij.

,Zij zal niet meer van koude verstijven.

Advertenties-

journalist, 30 jaar, met middelbare opleiding

en gedegen talenkennis, vlot stylist en

ambitieus werker, met meer dan 8 jaar

ervaring in leidende redactioneele functies

(Afd. Binnen- en Buitenland), tevens geroutineerd

verslaggever, zoekt plaatsing als

Redacteur-Verslaggever

of

Bureau-Redacteur

Kan desgewenscht spoedig in dienst treden.

Prima referenties en proeven van geleverd

werk staan ten dienste.

Brieven no. 75, Administratie „De Journalist' .

Journalist gevraagd.

Aan groot weekblad te Amsterdam wordt gevraagd

een jong aankomend Journalist,

behoorlijk stylist en met voldoende kennis der moderne

talen, vooral van Duitsch. Kennis van den opmaak van

een blad wordt vereischt.

Salaris nader overeen te komen.

Brieven onder Nummer 25, bij de Administratie van

De Journalist.

More magazines by this user
Similar magazines