03.08.2013 Views

Handleiding STCV (eerste uitgave) - Vlaamse Erfgoedbibliotheek

Handleiding STCV (eerste uitgave) - Vlaamse Erfgoedbibliotheek

Handleiding STCV (eerste uitgave) - Vlaamse Erfgoedbibliotheek

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

<strong>STCV</strong><br />

SHORT TITLE CATALOGUS<br />

V L A A N D E R E N<br />

<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

Joost Depuydt en Goran Proot<br />

Antwerpen, 2001


Voorwoord<br />

Na een lange aanloopperiode van aftastende gesprekken en vooronderzoeken kon het<br />

<strong>STCV</strong>-project in februari 2000 dan eindelijk worden opgestart. Het Max Wildiersfonds<br />

van FWO-Vlaanderen en het Samenwerkingsverband Bibliotheek en Documentatie van de<br />

Nederlandse Taalunie maakten het mogelijk om gedurende vier jaar te werken aan de<br />

oprichting van een ‘Short Title Catalogus, Vlaanderen’.<br />

In deze <strong>eerste</strong> projectfase werken twee wetenschappelijke medewerkers aan een elektronische<br />

bibliografie van alle drukwerken die in de zeventiende eeuw het licht zagen op het<br />

grondgebied van het huidige Vlaanderen (inclusief Brussel). Uit pragmatische overwegingen<br />

werd besloten om het gezichtsveld voorlopig te beperken tot de Nederlandstalige<br />

publicaties. Daarmee sluit het <strong>STCV</strong>-project expliciet aan bij een parallelle onderneming in<br />

Nederland, de STCN. Dit langlopende project beoogt een retrospectieve bibliografie te<br />

zijn van alle publicaties die in Nederland gedrukt werden vóór 1801 én van alle<br />

Nederlandstalige publicaties die buiten de grenzen van Nederland het licht zagen, met<br />

uitzondering van België. In zijn <strong>eerste</strong> fase tracht de <strong>STCV</strong> deze bewuste lacune op te vullen.<br />

Om geen kostbare tijd te verliezen, werd ervoor gekozen om het beschrijvingsmodel van<br />

het Nederlandse zusterproject zoveel mogelijk over te nemen. Toch bleek het nodig om<br />

een eigen <strong>STCV</strong>-handleiding uit te schrijven. Voor het <strong>Vlaamse</strong> project gelden er vanzelfsprekend<br />

andere selectiecriteria dan voor het Nederlandse. Bovendien hebben de promotoren<br />

van het project resoluut gekozen voor een online bibliografie die opgebouwd<br />

wordt in de (aangepaste) catalografische module van de Antwerpse bibliotheeksoftware<br />

Brocade. Dankzij deze handleiding beschikken de projectmedewerkers over een stevige<br />

basis waarop ze steeds kunnen terugvallen. En omdat een project met een dergelijke ambitie<br />

slechts na verloop van vele jaren tot een enigszins aanvaardbaar eindresultaat kan<br />

leiden, is er ook nood aan een instrument dat van de ene ‘generatie’ medewerkers kan<br />

worden doorgegeven aan de andere. Het is denkbaar, tenslotte, dat de handleiding in de<br />

toekomst ook als inspiratiebron kan gaan dienen voor andere bibliografische ondernemingen.<br />

De beide auteurs − de toegewijde projectmedewerkers van het <strong>eerste</strong> uur − willen we<br />

hartelijk danken voor de grondigheid en het geduld waarmee ze deze <strong>eerste</strong> ‘publicatie<br />

van het <strong>STCV</strong>-project’ tot een goed einde hebben gebracht.<br />

Prof. Dr. L. Simons, promotor-woordvoerder<br />

Prof. Dr. J. Roegiers, Dr. S. van Peteghem en Dr. P. Delsaerdt, promotoren<br />

3


Inhoudstafel<br />

Voorwoord 3<br />

Inleiding 9<br />

Deel 1 Selectiecriteria, definities en bibliografische eenheden 11<br />

1 Selectiecriteria 13<br />

1.1 Beperking in tijd<br />

1.2 Beperking in ruimte<br />

1.3 Taalcriterium<br />

1.4 Materiële criteria<br />

2 Definities 15<br />

3 Bibliografische eenheden 17<br />

3.1 Algemeen<br />

3.2 Bibliografisch onafhankelijke publicaties (monografieën)<br />

3.3 Bibliografisch afhankelijke publicaties (of delen van meerdelige werken)<br />

3.4 Bibliografisch semi-onafhankelijke publicaties (of onderdelen)<br />

Deel 2 De bibliografische beschrijving 23<br />

1 Algemeen 25<br />

1.1 Catalografische opmerkingen<br />

1.2 Lidmaatschappen<br />

1.3 Type van de drager<br />

1.4 Doeltaal, mediërende taal, brontaal<br />

2 Titel 29<br />

2.1 Soorten titelpagina’s<br />

2.2 Types titels<br />

2.3 Keuze van de hoofdtitel<br />

2.4 Keuze van de oorspronkelijke titel<br />

2.5 Keuze van de uniforme titel<br />

2.6 Keuze van de sorteertitel<br />

2.7 Keuze van de paralleltitel<br />

2.8 Weergave van de hoofdtitel<br />

2.9 Weergave van de oorspronkelijke titel<br />

2.10 Weergave van de uniforme titel, de sorteertitel en de paralleltitel<br />

2.11 Invoer van de titels in Brocade<br />

3 Auteur 51<br />

3.1 Algemeen<br />

3.2 Soorten auteurs<br />

3.3 Keuze van de personele auteurs<br />

3.4 Invoer van de personele auteurs in Brocade<br />

3.5 Bijzondere gevallen van personele auteurs<br />

3.6 Keuze van de corporatieve auteurs<br />

3.7 Invoer van de corporatieve auteurs in Brocade<br />

4 Editie 61<br />

4.1 Algemeen<br />

4.2 Invoer van de editievermelding in Brocade<br />

5


5 Impressum 63<br />

5.1 Het impressum<br />

5.2 Soorten impressa<br />

5.3 Mogelijke vindplaatsen van het impressum<br />

5.4 Keuze bij meerdere vindplaatsen van impressa<br />

5.5 De drukker: keuze en weergave<br />

5.6 De functie: keuze en weergave<br />

5.7 De plaats van <strong>uitgave</strong>: keuze en weergave<br />

5.8 Het jaar van <strong>uitgave</strong>: keuze en weergave<br />

5.9 Invoer van de impressumgegevens in Brocade<br />

6 Collatie 79<br />

6.1 Algemene principes<br />

6.2 Collatie type: oblong<br />

6.3 Paginering, foliëring en kolomaanduiding<br />

6.4 Bibliografisch formaat<br />

6.5 Katernopbouw (collatieformule)<br />

6.6 Meerdelige werken<br />

6.7 Invoer van de collatiegegevens in Brocade<br />

7 Bibliografisch nummer: vingerafdruk 93<br />

7.1 Inleiding<br />

7.2 Jaar en formaat<br />

7.3 Indicatoren<br />

7.4 Signaturen<br />

7.5 Tekst boven de signatuur<br />

7.6 Invoer van de vingerafdruk in Brocade<br />

8 Noten 99<br />

8.1 Soorten noten<br />

8.2 Algemene noten<br />

8.3 Noten van het type ‘Met’<br />

8.4 Bibliografische referentie<br />

8.5 Invoer van noten in Brocade<br />

9 Relaties 103<br />

9.1 Doel<br />

9.2 Incorporates/Part of<br />

9.3 Contains/Part of<br />

9.4 Includes/Included in<br />

9.5 Invoer van relaties in Brocade<br />

10 Onderwerpsgegevens 105<br />

10.1 Doel<br />

10.2 Toelichting bij de inhoudsontsluiting<br />

10.3 Invoer van de onderwerpscodes in Brocade<br />

11 Typografische kenmerken 109<br />

11.1 Doel<br />

11.2 Algemene opmerkingen<br />

11.3 Invoer van de typografische kenmerken in Brocade<br />

11.4 Toelichting bij de typografische kenmerken<br />

11.5 Lijst van de typografische kenmerken<br />

12 Exemplaarinformatie 115<br />

12.1 Algemeen<br />

12.2 Exemplaarinformatie<br />

6


Deel 3 Bijlagen 117<br />

1 Lijst van bijbelboeken 119<br />

2 Lijst van populaire anonieme werken 121<br />

3 Formaatbepaling 123<br />

4 Controlelijst katernopbouw en paginering 125<br />

5 Bibliografische referenties 127<br />

6 Inhoudsontsluiting 131<br />

7 Typografische kenmerken 137<br />

8 Omrekening van de Romeinse kalender 139<br />

7


Inleiding<br />

Ontstaan<br />

De <strong>STCV</strong> (Short Title Catalogus Vlaanderen) is ontstaan naar het voorbeeld van de STCN (Short Title<br />

Catalogue, Netherlands). Het bureau van de STCN beschrijft immers alle drukwerken die vóór 1801<br />

binnen de grenzen van het huidige Nederland, ongeacht de taal, tot stand kwamen, en bovendien alle<br />

drukwerken die in diezelfde periode waar ook ter wereld in het Nederlands werden uitgegeven.<br />

Op die regel werd van bij het begin een belangrijke uitzondering gemaakt: de drukwerken die op het<br />

grondgebied van het huidige België het licht zagen, werden niet opgenomen. Binnen de STCN ging men<br />

er van uit dat het project in het Zuiden navolging zou krijgen.<br />

Met de <strong>STCV</strong> is er eindelijk een Zuid-Nederlandse tegenhanger opgestart, die een al even ambitieus<br />

streefdoel vooropstelt: alle drukwerken beschrijven die vóór 1801 binnen de grenzen van het huidige<br />

Vlaanderen (inclusief Brussel) tot stand kwamen. Uit pragmatische overwegingen is het project voor de<br />

<strong>eerste</strong> periode van vier jaar ingeperkt tot alle Nederlandstalige zeventiende-eeuwse drukken.<br />

Short Title Catalogus<br />

Deze bibliografie heeft karakteristieken zowel van een catalogus als van een bibliografie. Enerzijds<br />

worden enkel exemplaren beschreven die in een collectie aanwezig zijn (catalografisch karakter). In<br />

<strong>eerste</strong> instantie gaat het om de collecties in de UFSIA-bibliotheken (Centrale Bibliotheek en<br />

Ruusbroecgenootschap), de Antwerpse Stadsbibliotheek, de Leuvense Universiteitsbibliotheek (Centrale<br />

Bibliotheek en Bibliotheek van de faculteit Godgeleerdheid) en de Gentse Universiteitsbibliotheek.<br />

Anderzijds worden de werken als bibliografische eenheden ontleed. In principe beschrijft de <strong>STCV</strong> ideal<br />

copies; exemplaargebonden gegevens (band, herkomst, ...) vallen buiten het werk van de <strong>STCV</strong>. Aan<br />

elementen als de collatie en de vingerafdruk wordt extra aandacht besteed (bibliografisch karakter).<br />

De beschrijvingen<br />

Uit pragmatische overwegingen volgen beschrijvingen in de <strong>STCV</strong>-databank het Nederlandse model.<br />

Omdat de <strong>STCV</strong> van bij het begin voor het internet is ontwikkeld, zal echter geen aandacht worden<br />

besteed aan gedrukte nevenproducten. In principe worden de beschrijvingen kort gehouden, wat vooral<br />

een weerslag heeft op de titels. Daarbij wordt erop gelet dat het signalement van het boek behouden<br />

blijft. De syntactische structuur van de titel blijft behouden, en er wordt voor gewaakt dat de titel geen<br />

verkeerde of misleidende informatie over het boek verschaft.<br />

9


Deel 1<br />

Selectiecriteria, definities en<br />

bibliografische eenheden


1 Selectiecriteria<br />

Overzicht<br />

1.1 Beperking in tijd<br />

1.2 Beperking in ruimte<br />

1.3 Taalcriterium<br />

1.4 Materiële criteria<br />

1.1 Beperking in tijd<br />

De periode waarop het <strong>STCV</strong>-project zich tijdens de <strong>eerste</strong> fase van vier jaar toelegt, strekt zich uit van<br />

1 januari 1601 tot en met 31 december 1700. Ook werken die slechts gedeeltelijk of vermoedelijk uit<br />

deze periode stammen, worden opgenomen. Kranten of tijdschriften die voor het grootste deel buiten<br />

deze periode zijn verder gezet, worden voorlopig terzijde gelaten.<br />

1.2 Beperking in ruimte<br />

Uit pragmatische overwegingen worden in <strong>eerste</strong> instantie alleen werken opgenomen die exclusief op<br />

het grondgebied van het huidige Vlaanderen (inclusief Brussel) werden gedrukt. Werken met een dubbel<br />

impressum, waarbij een van de adressen niet tot dat grondgebied behoort (vb. Noord-Nederlands adres,<br />

maar ook bijvoorbeeld Luik), worden voorlopig buiten beschouwing gelaten. Werken die reeds in de<br />

STCN zijn opgenomen eveneens. Gedrukte werken, waarvan wordt vermoed dat ze op dit grondgebied<br />

tot stand zijn gekomen, worden wel opgenomen, net zoals de werken die er in het verleden zijn aan<br />

toegeschreven. Zonodig wordt daarbij vermeld of zulke toeschrijvingen stroken met de realiteit.<br />

Bij twijfelgevallen spelen de volgende overwegingen mee:<br />

• Boeken die vanuit een Zuid-Nederlands gezichtspunt zijn geschreven worden opgenomen.<br />

• Wanneer de uiterlijke, typografische kenmerken doen vermoeden dat het om een Zuid-Nederlands<br />

werk gaat, dan wordt het opgenomen.<br />

• Ernstige twijfelgevallen genieten het voordeel van de twijfel en worden opgenomen, met<br />

vermelding van de twijfelachtigheid.<br />

1.3 Taalcriterium<br />

In <strong>eerste</strong> instantie worden alleen Nederlandstalige werken opgenomen, en werken waarin een of meer<br />

substantiële onderdelen in het Nederlands zijn geschreven (bv. een uitgebreide inhoudstafel, een lang<br />

voorwoord enzovoort). Werken waarin slechts een verwaarloosbaar deel in het Nederlands is gesteld<br />

(bv. alleen de approbatie), worden voorlopig nog terzijde gelaten. Later kunnen niet-Nederlandstalige<br />

boeken aan bod komen.<br />

1.4 Materiële criteria<br />

1.4.1 Eenbladdrukken<br />

Enkel gedrukte werken worden opgenomen, met uitzondering van de plano’s of éénbladdrukken. Een<br />

tekst gedrukt op één blad, eventueel doorlopend over de recto- en versozijde, wordt eveneens als een<br />

eenbladdruk beschouwd. Deze werken zullen in een later stadium wel worden behandeld.<br />

1.4.2 Couranten en tijdschriften<br />

Couranten en tijdschriften worden voorlopig niet opgenomen. Couranten moeten voldoen aan drie<br />

criteria:<br />

1 een algemene, min of meer vaste titel<br />

2 een min of meer vaste verschijningsfrequentie<br />

3 een nummering per jaargang/aflevering<br />

Nieuwsbrief-achtige geschriften worden wel opgenomen. Ze kunnen op de titel een volgnummer<br />

dragen, maar hebben elk gewoonlijk een aparte signering en paginering. De Nieuwe Tijdingen van<br />

Abraham Verhoeven worden voorlopig niet opgenomen. Hiervan bestaat reeds een bruikbaar overzicht<br />

in de Bibliotheca Belgica.


1. Selectiecriteria<br />

1.4.3 Tweezijdig gedrukte plano’s<br />

Twee onafhankelijke planoteksten die aan weerszijden van een vel zijn gedrukt, worden voorlopig niet<br />

behandeld.<br />

1.4.4 Brieven van ambassadeurs<br />

Gebundelde brieven van ambassadeurs die voorheen niet als een afzonderlijke publicatie zijn<br />

uitgegeven, maar enkel als verzameling, worden voorlopig niet behandeld. Deze bundels zijn herkenbaar<br />

aan<br />

1 het folioformaat<br />

2 de opmaak als brief (bovenaan datering, aanhef, geen titel of opschrift tenzij ergens in een<br />

hoek)<br />

3 drukwijze (vaak slechts aan een zijde bedrukt, blad zonder impressum).<br />

1.4.5 Liederen op vliegende bladen<br />

Populaire liederen die op voor- en achterzijde van een heel of half blad verschenen (al of niet<br />

doormidden gesneden), worden reeds beschreven. Zulke bladen hebben geen duidelijke recto- of versozijde;<br />

impressa en colofons komen op elke denkbare plaats voor. Van elke kant wordt een zelfstandige<br />

beschrijving gemaakt. De impressumgegevens worden bij alle beschrijvingen van één plano opgenomen,<br />

zo nodig met de bronaanduiding ‘extern’. In de werkaantekening komt de vermelding: “Impressum<br />

ontleend aan ander lied op zelfde blad.”<br />

1.4.6 Atlassen en verzamelingen gravures<br />

Atlassen en verzamelingen gravures (bijvoorbeeld schrijfboeken, kaartverzamelingen) die van een<br />

typografische titelpagina zijn voorzien, worden summier behandeld. Indien zulke verzamelingen geen<br />

typografische titelpagina bevatten, en verderop ook nergens typografie, worden ze terzijde gelaten.<br />

14


2 Definities<br />

Alle drukken, oplagen en <strong>uitgave</strong>n van een werk worden apart beschreven.<br />

Bij de definities wordt de term editie als een neutrale term gebruikt die slaat op elke gedrukte<br />

presentatievorm, ongeacht zijn inhoudelijke of technische totstandkoming.<br />

Druk (Eng.: edition)<br />

Alle edities (exemplaren) die te eniger tijd van hetzelfde of grotendeels hetzelfde zetsel zijn gedrukt.<br />

Oplaag (Eng.: impression)<br />

Deel van een druk dat alle exemplaren bevat die binnen één tijdsspanne van de pers zijn gekomen. In de<br />

periode voor 1800 zijn druk en oplaag vrijwel identiek. De termen kunnen voor die periode door elkaar<br />

worden gebruikt. Wij spreken telkens van druk.<br />

Uitgave (Eng.: issue)<br />

Deel van een druk dat alle exemplaren omvat die gepresenteerd zijn als een opzettelijk van andere<br />

<strong>uitgave</strong>n onderscheiden publicatie-eenheid. Alle <strong>uitgave</strong>n van een druk bestaan dus uit (grotendeels)<br />

dezelfde vellen. Een wijziging op de titelpagina, bedoeld om een fout te verbeteren, creëert geen andere<br />

<strong>uitgave</strong>.<br />

Staat (Eng.: state)<br />

Exemplaren met een andere kleine afwijking in het zetsel veroorzaken een andere staat. Cancels en<br />

correcties veroorzaken daarentegen geen andere staat: ze waren niet bedoeld. In de <strong>STCV</strong> wordt niet<br />

systematisch rekening gehouden met andere staten. Zonodig worden de verschillen in een annotatie<br />

meegedeeld. Met een andere staat kan o.m. een andere lezersgroep zijn beoogd, door bv. de toevoeging<br />

van een gedicht, een ander stuk tekst, enz. Staatverschillen kunnen ook op de titelpagina voorkomen. In<br />

dat geval is het aangewezen om deze verschillen in een algemene noot te vermelden, teneinde<br />

verwarring bij de gebruiker te voorkomen.<br />

15


3 Bibliografische eenheden<br />

Overzicht<br />

3.1 Algemeen<br />

3.2 Bibliografisch onafhankelijke publicaties (monografieën)<br />

3.3 Bibliografisch afhankelijke publicaties (of delen van meerdelige werken)<br />

3.4 Bibliografisch semi-onafhankelijke publicaties (of onderdelen)<br />

3.1 Algemeen<br />

Een bibliografisch eenheid onderscheidt zich door een aparte titelpagina, gecombineerd met een aparte<br />

signering en een aparte paginering. De <strong>STCV</strong> beschrijft bibliografische eenheden. Daarom is het<br />

belangrijk te weten op welke wijze werken worden behandeld die uit verschillende onderdelen bestaan.<br />

Wij onderscheiden drie mogelijkheden:<br />

1 Bibliografisch onafhankelijke publicaties (monografieën)<br />

2 Bibliografisch afhankelijke publicaties (of delen van meerdelige werken)<br />

3 Bibliografisch semi-onafhankelijke publicaties (of onderdelen)<br />

De meeste werken bestaan uit onderdelen als hoofdstukken, boeken, delen, zonder dat voor elk deel<br />

een aparte drukgang nodig is. Dit soort onderdelen horen bibliografisch bij elkaar; ze hebben geen<br />

weerslag op het drukprocedé gehad. Dit soort werken beschouwen we als bibliografisch onafhankelijke<br />

publicaties of monografieën: ze staan volledig op zichzelf.<br />

Sommige werken zijn meerdelig, en dan meestal ook in verschillende volumes uitgegeven. Het<br />

voorkomen van een volume of een deel verwijst automatisch naar de andere delen: het werk is anders<br />

niet compleet. Toch bestaan zulke werken doorgaans uit verschillende bibliografische onderdelen, die<br />

op verschillende tijdstippen van de pers zijn gekomen: bijvoorbeeld het <strong>eerste</strong> deel in 1645, en het<br />

tweede deel in 1649. Inhoudelijk worden deze delen als één werk beschouwd, en in principe worden<br />

deze afhankelijke delen in één beschrijving gevat. In de beschrijving wordt wel voldoende aandacht<br />

besteed aan de bibliografische kenmerken van elk afzonderlijk deel (collatie, vingerafdruk...).<br />

Aan sommige onderdelen van een werk beantwoorden bibliografische verschillen, waaruit blijkt dat<br />

deze onderdelen eventueel ook apart kunnen voorkomen: zulke delen zijn semi-onafhankelijk van<br />

elkaar. Vaak worden ze vooraan in het werk min of meer expliciet aangekondigd, en zijn ze te<br />

herkennen aan een aparte titelpagina, aparte signering en aparte paginering.<br />

3.2 Bibliografisch onafhankelijke publicaties (monografieën)<br />

Voor elke bibliografisch op zich zelf staande publicatie wordt in principe slechts één beschrijving<br />

gemaakt. Voor het noteren van specifiek bibliografische informatie als het bibliografisch formaat, de<br />

katernopbouw, de paginering en het bibliografisch nummer dat de vingerafdruk bevat, volstaat<br />

gewoonlijk telkens één veld. Slechts wanneer de opname van een variante vingerafdruk nodig is, wordt<br />

een extra bibliografisch nummer aangemaakt waarin de volledige, variante vingerafdruk wordt<br />

genoteerd.<br />

Ook op het stuk van de titel- en auteursinformatie wordt alle informatie in dezelfde beschrijving<br />

genoteerd. Een uitzondering wordt gemaakt voor de publicaties die op de titelpagina meerdere werken<br />

van één of meerdere auteurs presenteren op een gelijkwaardige wijze, dus zonder dat de ene titel<br />

belangrijker schijnt dan de andere. Zulke publicaties worden volledig beschreven op de <strong>eerste</strong> titel, en<br />

per volgende gelijkwaardige titel wordt een nieuwe beschrijving aangemaakt waarmee een relatie wordt<br />

gelegd. De bijkomende beschrijvingen bevatten echter geen andere informatie dan de titel en de<br />

bijhorende auteurs; bibliografisch passen ze immers in de beschrijving van het ‘<strong>eerste</strong>’ werk. <br />

3.3 Bibliografisch afhankelijke publicaties (of delen van meerdelige werken)<br />

In de regel worden er beschrijvingen gemaakt van bibliografische eenheden. Onderdelen van boeken als<br />

hoofdstukken enzovoort worden niet apart opgenomen wanneer ze onderling bibliografisch niet te<br />

onderscheiden zijn, zelfs al hebben ze een eigen titel of worden ze op een aparte pagina aangekondigd<br />

(bv. de aanduiding van een nieuw hoofdstuk op een nieuwe rechterpagina e.d.).<br />

Omvangrijke meerdelige werken zijn echter vaak niet alleen fysiek in meerdere banden gebonden, de<br />

delen zijn dikwijls ook op een ander moment van de pers gekomen, en soms zelfs bij verschillende<br />

drukkers.<br />

17


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

Wanneer alle delen bij dezelfde drukker min of meer in een aaneengesloten periode tot stand zijn<br />

gekomen, worden die delen onder dezelfde beschrijving samengebracht. Dat om recht te doen aan de<br />

inhoudelijke samenhang van het werk. Binnen die beschrijving wordt voor de bibliografische elementen<br />

als de katernopbouw, de paginering en het bibliografisch nummer (vingerafdruk) per deel telkens een<br />

nieuw ‘blok’ aangemaakt. Elk deel wordt in een blok apart behandeld.<br />

In het <strong>eerste</strong> blok voor de ‘collatie’ worden de algemene gegevens van het werk genoteerd: het formaat<br />

en in het veld van de katernopbouw het aantal delen, met de term ‘volumes’. In het tweede blok komt<br />

de paginering en de katernopbouw van het <strong>eerste</strong> deel, in het derde blok van het tweede deel enzovoort.<br />

De aanduiding van het bibliografisch formaat kan hier achterwege blijven. Om het overzicht te<br />

behouden worden deze velden ingeleid door een volgnummer, onmiddellijk gevolgd door een hekje en<br />

een spatie.<br />

In het <strong>eerste</strong> blok van het bibliografisch nummer (vingerafdruk) komt de vingerafdruk van het <strong>eerste</strong><br />

deel, in het tweede van het tweede deel enzovoort. Ook de velden van het bibliografisch nummer<br />

worden ingeleid door een volgnummer, onmiddellijk gevolgd door een hekje en een spatie. Op die<br />

manier blijft het overzichtelijk voor de bibliograaf en de gebruiker. Per alternatieve vingerafdruk wordt<br />

gewoon een extra blok aangemaakt, en het wordt tussen de andere blokken geplaatst.<br />

De volgorde van de blokken kan in het systeem gewijzigd worden, zodat het toevoegen van een<br />

aanvankelijk ontbrekend deel probleemloos verloopt.<br />

Voorbeeld: Collatie en vingerafdruk van een driedelig werk<br />

Cornelivs Hazart, (Bouttats, Frederik [ill.]), Triomph der pausen van Roomen,<br />

Antwerpen, Michiel Knobbaert, 1678-1681<br />

Collatie 01<br />

Paginering: blanco<br />

Bibliografisch formaat: 2°<br />

Katernopbouw<br />

3 volumes<br />

Collatie 02<br />

Paginering<br />

1# [26], 452, [18] p.<br />

Bibliografisch formaat: blanco<br />

Katernopbouw<br />

1# a{6} (a1 + «03C0»1) e{6} A{2} B-3K{4} 3L{4} (3L3 + {«03C7»}3L4) 3M-N{4}<br />

Collatie 03<br />

Paginering<br />

2# [12], 430, [14] p.<br />

Bibliografisch formaat: blanco<br />

Katernopbouw<br />

2# a{6} A-3H{4} 3I{6}<br />

Collatie 04<br />

Paginering<br />

3# [8], 333 [= 335], [13] p.<br />

Bibliografisch formaat: blanco<br />

Katernopbouw<br />

3# «03C0»{4} A-2V{4} 2X{2}<br />

Bibliografisch nummer 01<br />

1# 167802 # a1 ã4 es$a : # a2 e4 vel - # b1 A t : # b2 3N3 ten$lof$<br />

Bibliografisch nummer 02<br />

2# a1=a2 a4 ete - # b1 A $ : # b2 3I4 en$v<br />

Bibliografisch nummer 03<br />

3# b1 A t$ : # b2 2X de<br />

In een aantal gevallen is het aangewezen om de verschillende delen van een meerdelig werk toch in<br />

aparte beschrijvingen onder te brengen.<br />

Dat is het geval wanneer<br />

1 niet alle delen van het werk voorhanden zijn<br />

2 de titels van de onderdelen sterk van elkaar afwijken<br />

3 de delen bij verschillende drukkers/uitgevers werden gedrukt<br />

18


In een algemene noot wordt in de afzonderlijke beschrijvingen naar het <strong>eerste</strong> deel verwezen, zodat de<br />

samenhang voor de gebruiker duidelijk blijft. Bovendien moet voor alle onderdelen een gepaste<br />

oorspronkelijke titel worden aangemaakt, die bij sortering de delen samenbrengt. In de meeste gevallen<br />

zal hiervoor de overkoepelende titel of de titel van het <strong>eerste</strong> deel dienst doen, eventueel gevolgd door<br />

een geredigeerde aanduiding van het betrokken deel. <br />

3.4 Bibliografisch semi-onafhankelijke publicaties (of onderdelen)<br />

In een aantal werken worden onderdelen<br />

1 (summier) aangekondigd op de titelpagina (of in het voorwerk),<br />

2 begonnen met een aparte titelpagina,<br />

3 apart gesigneerd en<br />

4 apart gepagineerd.<br />

De aankondiging vooraan in het werk is niet altijd even expliciet, en vaak worden de onderdelen verkort<br />

of met een andere titel aangeduid. Bij containerconstructies is vaak een apart voorwerk gevoegd waarin<br />

de onderdelen worden aangekondigd, terwijl de titelpagina de delen slechts met een algemene term<br />

aanduidt.<br />

Werken zijn niet altijd gepagineerd, maar indien wel, dan moet de paginering opnieuw beginnen. Het<br />

wegvallen van de signering of paginering in een onderdeel wordt ook als apart beschouwd. Een nieuwe<br />

signering in onderkast wordt eveneens als een nieuwe signering beschouwd, een signering als ‘AA’ niet.<br />

Bij twijfel aan onderdelen kunnen gemeenschappelijke registers, custoden, privilege etc. bijkomende<br />

aanwijzingen geven, evenals de afwisseling van signaturen in onderkast en bovenkast.<br />

In de hier beschreven gevallen is er sprake van semi-onafhankelijke onderdelen. De onderdelen zijn<br />

namelijk apart van de pers gekomen (daarop wijst de aparte signering en/of paginering en de aparte<br />

titelpagina die aan het onderdeel voorafgaat), maar toch horen ze nauw samen (daarop wijst de<br />

aankondiging vooraan het <strong>eerste</strong> deel, meestal op de titelpagina).<br />

Deze semi-onafhankelijke onderdelen worden apart beschreven, ook al worden ze samen aangekondigd.<br />

We onderscheiden twee vormen:<br />

1 De ‘incorporates’-constructie<br />

2 De ‘container’-constructie<br />

3.4.1 De ‘incorporates’-constructie<br />

De incorporates-constructie komt binnen de huidige selectie (Zuid-Nederlandse zeventiende-eeuwse<br />

boeken uit Vlaanderen) het meeste voor. In het algemeen wordt op de (<strong>eerste</strong>) titelpagina van de<br />

publicatie een bepaald werk aangekondigd, en daarna een of meerdere werken, meestal in een kleiner<br />

korps, ingeleid met een formule in de trant van ‘met’, ‘ende’ enzovoort.<br />

Voorbeeld: Volledige transcriptie (met regeleinden) van een titelpagina van een ‘incorporates’<br />

Christeliicken ⎪ waerseggher, ⎪ De principale stucken van ⎪ t’Christen Geloof en Leuen<br />

⎪ int cort begrijpende. ⎪ Met een ⎪ Rolle der devgtsaemheyt ⎪ daer op dienende. ⎪<br />

Ende een⎪ Schildt-Wacht ⎪ teghen de vasche Waer- ⎪ segghers, Tooueraers etc. ⎪ Devr<br />

den E. Heer P. Ioannes David, ⎪ Priester der Societeijt Iesv.<br />

Toelichting: Het onderdeel ‘Rolle der devgtsaemheyt...’ voldoet niet aan de criteria van het semionafhankelijk<br />

onderdeel. Het begint wel met een aparte titelpagina (zonder impressum), maar de<br />

signering en paginering loopt gewoon door. Het onderdeel ‘Schildt-Wacht...’ begint met een aparte<br />

titelpagina (met impressum), is apart gesigneerd en gepagineerd. Dit onderdeel wordt dus apart<br />

beschreven, en met een relatie aan de moeder gerelateerd.<br />

19


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

Kenmerken<br />

Op de titelpagina worden twee (of meer) afzonderlijke werken aangekondigd. De afzonderlijke werken<br />

hebben zijn gekenmerkt door<br />

1 een aparte, echte titelpagina (meestal met een eigen impressum)<br />

2 aparte signering<br />

3 aparte paginering<br />

Ook andere elementen kunnen erop wijzen dat de werken samen verwacht worden, zoals bijvoorbeeld<br />

een gemeenschappelijke inhoudstafel, een gemeenschappelijk register, een custode op de laatste folio<br />

van het <strong>eerste</strong> onderdeel die de <strong>eerste</strong> lettergreep (of lettergrepen) van het tweede onderdeel aankondigt<br />

enzovoort.<br />

Toelichting bij de beschrijving<br />

Het ‘hoofdwerk’ of <strong>eerste</strong> werk wordt beschreven volgens de normaal geldende regels. Vanuit deze<br />

zogenaamde ‘moeder’-beschrijving wordt een relatie gelegd naar de semi-onafhankelijke onderdelen<br />

(relatie van het type ‘incorp’). De relatie in omgekeerde richting vanuit de ‘dochter’-beschrijvingen<br />

worden automatisch door het systeem gegenereerd (relatie van het type ‘partofi’).<br />

In de moederbeschrijving worden in principe alle elementen van de gehele publicatie genoteerd. We<br />

overlopen de belangrijkste velden.<br />

Titel: hoofdtitel<br />

In de moederbeschrijving wordt de titel van het <strong>eerste</strong> werk opgenomen volgens de normaal geldende<br />

regels. De titel van het semi-onafhankelijke onderdeel wordt niet opgenomen in de moederbeschrijving,<br />

maar wel in de dochterbeschrijving. In de dochterbeschrijving wordt de voorkeur gegeven aan de titel<br />

zoals die op de aparte titelpagina voor dat werk is gepresenteerd. Indien er verwarrende verschillen<br />

zouden bestaan tussen de titels zoals aangekondigd op de titelpagina van de moederbeschrijving en die<br />

van de dochterbeschrijving, kan dit feit in een algemene noot worden toegelicht.<br />

Auteurs<br />

In de moederbeschrijving worden alle auteurs die op de titelpagina zijn genoemd, opgenomen; in de<br />

dochterbeschrijvingen enkel de auteurs die op de aparte titelpagina zijn vermeld. Indien een en ander<br />

verwarring zou kunnen stichten, dan kan de situatie in een algemene noot worden toegelicht. Voor de<br />

opname van illustratoren e.d. gaat men zoals anders te werk.<br />

Impressumgegevens<br />

In de moederbeschrijving worden de impressumgegevens zoals normaal opgenomen. Indien op<br />

titelpagina’s van onderdelen sterk afwijkende of relevante andere informatie voorkomt, kan die<br />

informatie in een tweede impressumblok dan wel in een algemene noot worden genoteerd. In de<br />

dochterbeschrijving neemt men enkel de impressumgegevens op die op de aparte titelpagina van dat<br />

onderdeel staan. Frappante afwijkingen met de moederbeschrijving kunnen in een algemene noot<br />

worden toegelicht.<br />

Collatie<br />

In de moederbeschrijving wordt de informatie over het formaat, de katernopbouw en de paginering<br />

voor de hele publicatie opgenomen, dus inclusief het gedeelte van de semi-onafhankelijke onderdelen,<br />

de registers, indices, enzovoort. In de katernopbouw (signering) kan men de verschillende onderdelen<br />

scheiden van elkaar door een komma te plaatsen. In de paginering kan men de verschillende onderdelen<br />

scheiden van elkaar door een puntkomma te plaatsen.<br />

Bibliografisch nummer (vingerafdruk)<br />

In de moederbeschrijving wordt in één veld de volledige vingerafdruk opgenomen voor de hele<br />

publicatie, dus inclusief voor de semi-onafhankelijke onderdelen. De verschillende onderdelen zijn van<br />

elkaar te onderscheiden door het gebruik van volgnummers in de verschillende onderdelen van de<br />

vingerafdruk (1b1 en 1b2, gevolgd door 2b1 en 2b2, enzovoort).<br />

Inhoudsontsluiting en typografische kenmerken<br />

In de moederbeschrijving worden alle inhoudscodes die van toepassing zijn op de verschillende<br />

onderdelen samengebracht. In de deelbeschrijvingen komen enkel de codes die op dat onderdeel van<br />

toepassing zijn. Hetzelfde geldt voor de typografische kenmerken.<br />

20


Voorbeeld: Beschrijving van de ‘incorporates’ (moederbeschrijving)<br />

Ioannes David, (Galle, Joannes [ill.]), Christeliicken waerseggher, de principale stucken<br />

van t'christen geloof en leuen, Antwerpen, inde Plantijnsche druckerije, by Ian<br />

Moerentorf, 1603<br />

Collatie<br />

Paginering<br />

[16], 372, [7], [1 blank]; xxxvij, [2], [1 blank], [11], [1 blank] p.<br />

Bibliografisch formaat<br />

4°<br />

Katernopbouw<br />

*-2* 4 A-Z 4 a-z 4 2A 6 , 2 A-E 4 2 F 6 (and 100 engraved f.)<br />

Bibliografisch nummer<br />

160304 - # a1 *2 in- : # a2 2*3 ijck - # 1b1 A e : # 1b2 2A4 ies$Godt - # 2b1 A2 ude : #<br />

2b2 F2 $rec<br />

Relaties<br />

Incorporates: Schild-wacht tot seker vvaerschovvvinghe teghen de valsche<br />

waersegghers, tooueraers, en[de] derghelijcke ongoddelijckheydt<br />

Algemene noot<br />

Reissue of the edition Antwerpen, inde Plantijnsche druckerije, by Ian Moerentorf, 1602<br />

Voorbeeld: Beschrijving van het ‘part’ (dochterbeschrijving)<br />

Ioannes David, Schild-wacht tot seker vvaerschovvvinghe teghen de valsche<br />

waersegghers, tooueraers, en[de] derghelijcke ongoddelijckheydt, Antvverpen, inde<br />

Plantijnsche druckerije, by Ian Moerentorf, 1602<br />

Collatie<br />

Paginering<br />

xxxvij, [2], [1 blank] p.<br />

Bibliografisch formaat<br />

4°<br />

Katernopbouw<br />

A-E 4<br />

Bibliografisch nummer<br />

160204 - # b1 A2 ude : # b2 E2 nde<br />

Relaties<br />

Part of: Christeliicken waerseggher, de principale stucken van t'christen geloof en leuen<br />

Algemene noot<br />

Some copies issued separately, other copies are part of Ioannes David, Christeliicken<br />

waerseggher, Antwerpen, 1602 and again 1603<br />

Vergelijkbare gevallen<br />

Klassieke tekst<strong>uitgave</strong>n waarvan het commentaardeel een afzonderlijke titelpagina heeft, een eigen<br />

signering en paginering, worden op dezelfde manier behandeld.<br />

Delen van boeken die van een nieuwe of een extra titelpagina werden voorzien, en waarbij de signering<br />

werd aangepast om een afzonderlijke publicatie mogelijk te maken, worden evenzeer als boven<br />

behandeld. De algemene noot begint dan met de vermelding: ‘Also issued seperately as:’<br />

Uitzonderingen<br />

Bij bijbel<strong>uitgave</strong>n die aan bovenstaande criteria voldoen worden geen annotaties toegevoegd, noch<br />

afzonderlijke beschrijvingen gemaakt.<br />

Bij psalmberijmingen met een eigen titelpagina, een aparte signering en paginering wordt echter wel een<br />

zelfstandige beschrijving gemaakt. Blijkt de Psalmberijming deel uit te maken van een groter geheel, dan<br />

worden de regels voor de incorporates-constructie toegepast.<br />

21


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

3.4.2 De ‘container’-constructie<br />

De container-constructie komt relatief minder voor dan de incorporates-constructie. In essentie bestaat<br />

de container uit een titelpagina, eventueel gevolgd door een voorwerk, waarachter andere publicaties<br />

zijn gebonden. Die publicaties zijn doorgaans eerder verschenen, als is dat niet noodzakelijk. Achteraan<br />

kan een register, een inhoudstafel enzovoort volgen die de hele verzameling ontsluit.<br />

In het algemeen is de samenstelling van een container minder vast dan die van een incorporates. Bij een<br />

incorporates ligt de samenstelling van de semi-onafhankelijke onderdelen meer vast doordat ze min of<br />

meer op de titelpagina van het <strong>eerste</strong> werk zijn aangekondigd. Bij een container draagt de speciaal<br />

vervaardigde titelpagina doorgaans een algemene, vage titel, waardoor de samenstelling van het geheel<br />

tamelijk vrij blijft.<br />

Kenmerken<br />

Een ‘verzameltitelpagina’, eventueel gevolgd door een voorwerk, wordt direct gevolgd door onderdelen<br />

met eigen titelpagina’s, die los van elkaar kunnen voorkomen. De onderdelen hebben<br />

1 een aparte, echte titelpagina (meestal met een eigen impressum)<br />

2 aparte signering<br />

3 aparte paginering<br />

Toelichting bij de beschrijving<br />

De ‘verzameltitel’ wordt beschreven volgens de normaal geldende regels. Vanuit deze zogenaamde<br />

‘moeder’-beschrijving wordt een relatie gelegd naar de semi-onafhankelijke onderdelen (relatie van het<br />

type ‘contains’). De relatie in omgekeerde richting vanuit de ‘dochter’-beschrijvingen worden<br />

automatisch door het systeem gegenereerd (relatie van het type ‘partofc’).<br />

In de moederbeschrijving worden in principe alle elementen van de gehele publicatie genoteerd. Daarbij<br />

gelden dezelfde bijzonderheden als bij de ‘incorporates’-constructie voor de velden titel, auteur,<br />

impressum, collatie, bibliografisch nummer (vingerafdruk) en inhoudsontsluiting (inclusief typografische<br />

kenmerken).<br />

Bijzondere gevallen<br />

Bij omvangrijke, kunstmatige verzamelingen zonder vaste inhoud (bv. Vondels Treurspelen) wordt<br />

de relatie ‘contains’ in de hoofdbeschrijving achterwege gelaten. De onderdelen, die apart worden<br />

beschreven, verwijzen niet naar de verzamelbeschrijving terug. In de katernopbouw wordt een formule<br />

als ‘* 4 and 24 separately entered tragedies’ gebruikt.<br />

Is er blijkens de inhoudsopgave wel een vaste inhoud, dan gelden de normale regels. Wordt de<br />

opsomming echter te lang, dan wordt in de annotatie een vermelding gemaakt bv. ‘Contains 16<br />

tragedies’.<br />

22


Deel 2<br />

De bibliografische beschrijving


1 Algemeen<br />

Overzicht<br />

1.1 Catalografische opmerkingen<br />

1.2 Lidmaatschappen<br />

1.3 Type van de drager<br />

1.4 Doeltaal, mediërende taal, brontaal<br />

1.1 Catalografische opmerkingen<br />

25<br />

1. Algemeen<br />

1.1.1 Gebruik<br />

Het veld met catalografische opmerkingen biedt de mogelijkheid om een aantal opmerkingen te<br />

formuleren op het niveau van de beschrijving. Dit veld is enkel voor intern gebruik, de gebruiker krijgt<br />

het niet te zien.<br />

In principe kan de bibliograaf er al zijn opmerkingen in kwijt. Hij kan er een bepaald element bij de<br />

beschrijving in becommentariëren, uiting geven aan twijfel bij bepaalde elementen, of suggesties doen<br />

voor latere bibliografen. Elementen die te twijfelachtig zijn om meteen in de beschrijving op te nemen<br />

kunnen voorlopig in dit veld worden weggeschreven. Later kunnen deze gegevens bij bevestiging een<br />

plaats krijgen in de eigenlijke beschrijving, of ook weer helemaal worden weggelaten.<br />

De volgende elementen komen in dit veld dikwijls aan bod:<br />

1 Fouten in de signering. Deze fouten worden meestal als volgt vermeld:<br />

f. B2 als ‘B5’<br />

f. B2 gesign. als ‘B5’<br />

f. B2 verkeerd gesigneerd als ‘B5’<br />

2 Fouten in de paginering. Deze fouten worden meestal als volgt vermeld:<br />

p. 53 als ‘35’<br />

pagina 53 verkeerd gepagineerd als ‘35’<br />

3 Negatieve resultaten van opzoekingen in de secundaire literatuur. Deze worden meestal<br />

vermeld als volgt:<br />

niet in <br />

niet in II, VII<br />

Voor de referenties wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de taalonafhankelijke codes<br />

die ook in het veld van de bibliografische noot voorkomen. Omdat zulke negatieve<br />

resultaten niet altijd waterdicht zijn (men kan een register, een verwijzing, een aanvulling<br />

over het hoofd hebben gezien) worden ze nooit in het nootveld opgenomen.<br />

4 Commentaar op de katernopbouw. Soms is de katernopbouw in realiteit complexer dan de<br />

opgenomen formule laat vermoeden. In die gevallen kan de situatie in de catalografische<br />

opmerking worden toegelicht. Bij twijfel over de werkelijke toestand kunnen ook suggesties<br />

worden opgenomen, die bij consultatie van bijkomende exemplaren eventueel in de<br />

beschrijving kunnen worden opgenomen.<br />

5 Toelichting bij informatie die in het document of extern is aangetroffen. Soms vind men<br />

bv. een auteur op een minder verwachte plaats in het werk. In die gevallen kan de<br />

vindplaats in de catalografische opmerking worden toegelicht, zodat de B-controleur of<br />

latere bibliografen de informatie snel kunnen terugvinden.<br />

6 Opname van elementen uit de approbatie of het privilege bij ongedateerde werken. Zo kan<br />

men de naam van de censor met zijn functie-aanduiding noteren om een datering te<br />

verfijnen.<br />

7 Commentaar bij typografische kenmerken. Zo kan men aangegeven waar er zich een<br />

drukkersmerk bevindt, dat niet op de titelpagina voorkomt, of de plaats waar een<br />

bijzondere lettersoort zoals ‘civilité’ werd aangetroffen.<br />

De catalografische opmerkingen moeten echter als een surplus bij de beschrijving worden beschouwd.<br />

Het is niet de bedoeling het veld met informatie te overladen. Fouten in de signering die een weerslag<br />

hebben op de vingerafdruk worden steeds vermeld. Het is echter niet de bedoeling om de fouten in de<br />

signering, paginering enzovoort exhaustief te behandelen. Als zulke informatie ontbreekt, wil dit niet<br />

zeggen dat vorige geconsulteerde exemplaren van een werk geen enkele fout bevatten.<br />

In de gevallen die onder 5, 6 en 7 zijn beschreven is een notitie echter wenselijk om het werk van de Bcontroleur<br />

of latere bibliografen te vergemakkelijken.


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

1.1.2 Invoer in Brocade<br />

Men voert de gegevens als tekst in. Voor bepaalde opmaak kan men gebruik maken van HTML-codes.<br />

Informatie die inhoudelijk samenhoort, komt achter elkaar. Informatie die op een ander aspect van de<br />

beschrijving ingaat, kan op een nieuwe lijn gebracht worden door op het einde van de vorige zin de<br />

HTML-code voor een nieuwe lijn in te tikken: of .<br />

Veel gebruikte HTML-codes:<br />

of of { begin van superscript<br />

of of } einde van superscript<br />

of π<br />

of χ<br />

of [begin van een nieuwe regel]<br />

Voorbeeld van een collatieformule:<br />

invoer: A-C{4} {2} D-E{4}<br />

resultaat: A-C 4 χ 2 D-E 4<br />

1.2 Lidmaatschappen<br />

1.2.1 Gebruik<br />

Elke beschrijving in Brocade kan één of meer lidmaatschappen dragen. Het lidmaatschap bepaalt tot<br />

welke groep(en) of verzameling(en) van records de beschrijving behoort. Alle <strong>STCV</strong>-beschrijvingen<br />

krijgen slechts één lidmaatschap, nl. ‘stcv’.<br />

Een aantal titelbeschrijvingen uit de beginperiode van het <strong>STCV</strong>-project dragen nog meerdere<br />

lidmaatschappen (naast ‘stcv’ ook nog ‘zebra’ voor de Antwerpse catalogus en ‘od’ voor oude drukken).<br />

Het is de bedoeling die beschrijvingen op termijn weer te verdubbelen, zodat er een aparte exclusieve<br />

<strong>STCV</strong>-beschrijving blijft bestaan, naast een andere Anet-beschrijving.<br />

1.2.2 Invoer in Brocade<br />

De toekenning van het lidmaatschap gebeurt bij de aanmaak van een nieuwe beschrijving, of het kan<br />

worden aangepast in de bewerkmodus door selectie uit de beschikbare set. De lijst van lidmaatschappen<br />

kan men rechtstreeks vanuit de bewerkmodus van de beschrijving oproepen met behulp van de<br />

zoekknop naast het veld van de lidmaatschappen.<br />

1.3 Type van de drager<br />

In het veld TYPE VAN DE DRAGER wordt het soort materiaal aangegeven waarop de publicatie fysiek is<br />

overgeleverd. Voor de beschrijvingen die tot de <strong>STCV</strong> behoren, genereert het systeem automatisch de<br />

veldinhoud ‘paper’ (papier).<br />

De mogelijkheid bestaat om andere dragers aan te geven. Men consultere daarvoor de lijst van fysieke<br />

informatiedragers via Catalografie-beheersfuncties of met behulp van de zoekknop naast het veld van<br />

het Type van de dragers.<br />

1.4 Doeltaal, mediërende taal, brontaal<br />

1.4.1 Definitie<br />

Binnen de <strong>STCV</strong> worden drie types talen onderscheiden: doeltalen, mediërende talen en brontalen.<br />

Onder de doeltaal verstaat men de taal waarin het werk verschijnt. Binnen deze fase van het project<br />

kan voor de meeste titels ‘Nederlands’ (code: ‘dut’) worden aangegeven. Indien ook andere talen in het<br />

werk een substantiele plaats innemen, dan worden die eveneens vermeld.<br />

De mediërende taal is de taal waarlangs een werk vertaald is. Zo zijn vele werken slechts<br />

onrechtstreeks uit het Latijn via het Frans in het Nederlands vertaald. Soms komen ook meerdere talen<br />

als mediërende taal in aanmerking.<br />

De brontaal is de taal waarin een werk oorspronkelijk verschenen is.<br />

1.4.2 Gebruik<br />

Bij werken die niet vertaald zijn, en bijvoorbeeld enkel in het Nederlands verschenen zijn, geeft men<br />

geen brontaal, noch een mediërende taal aan.<br />

In vele gevallen wordt de brontaal van een werk op de titelpagina, in de approbatie of het privilege<br />

vermeld. Soms wordt ook de mediërende taal vermeld. Deze informatie, die niet noodzakelijk met de<br />

realiteit overeenstemt, wordt in de editievermelding opgenomen. In de velden van de doeltaal,<br />

mediërende taal en de brontaal wordt alleen de reële situatie weergegeven. Ook wanneer de brontaal en<br />

26


27<br />

1. Algemeen<br />

de mediërende taal van een vertaling nergens in het werk worden vermeld, tracht de bibliograaf ze te<br />

achterhalen.<br />

Het onderscheid en de opname van deze drie types talen kunnen de gebruikers van de on line databank<br />

tot voordeel strekken, bijvoorbeeld bij vertaalonderzoek.<br />

1.4.2 Invoer in Brocade<br />

De invoer van de talen gebeurt in twee stappen: men selecteert het type taal (brontaal, mediërende taal,<br />

doeltaal), en vervolgens voert men de taalcode in. De taalcodes kunnen met behulp van de zoekknop<br />

naast het veld van de talen worden opgeroepen, of via de Catalografie-beheersfuncties (Beheer taalcodes<br />

(MARC)) worden geconsulteerd.<br />

Voor invoer van meer dan één taal van hetzelfde type (bv. 2 doeltalen), moeten beide talen in hetzelfde<br />

veld worden ingevuld. Dit kan door de beide talen achtereenvolgens te selecteren, ofwel door beide<br />

codes na elkaar in het veld in te tikken. Tussen twee codes moet telkens een puntkomma en een spatie<br />

worden ingetikt.<br />

Voorbeeld: Selectie van een taaltype<br />

Voorbeeld: Invoer van twee doeltalen<br />

Veel gebruikte taal-codes en hun Nederlandse verwoording:<br />

dut Nederlands<br />

fre Frans<br />

eng Engels<br />

ger Duits<br />

spa Spaans<br />

ita Italiaans<br />

lat Latijn<br />

grc Oud-Grieks


2 Titel<br />

Overzicht<br />

2.1 Soorten titelpagina’s<br />

2.2 Types titels<br />

2.3 Keuze van de hoofdtitel<br />

2.4 Keuze van de oorspronkelijke titel<br />

2.5 Keuze van de uniforme titel<br />

2.6 Keuze van de sorteertitel<br />

2.7 Keuze van de paralleltitel<br />

2.8 Weergave van de hoofdtitel<br />

2.9 Weergave van de oorspronkelijke titel<br />

2.10 Weergave van de uniforme titel, de sorteertitel en de paralleltitel<br />

2.11 Invoer van de titels in Brocade<br />

2.1 Soorten titelpagina’s<br />

2.1.1 Pagina’s met titels<br />

In de publicaties komen vaak verschillende pagina’s voor waarop een titel of een stuk van de titel is<br />

vermeld. We onderscheiden de volgende gevallen:<br />

29<br />

2. Titel<br />

1 Pagina met een Franse titel, Schmutztitel of voortitel. Vaak de <strong>eerste</strong> titelpagina waarop een<br />

sterk verkorte titel staat. De Duitse term Schmutztitel verwijst naar de functie van deze<br />

titelpagina: omdat de boeken in de boekhandel gewoonlijk nog niet waren ingebonden, en de<br />

katernen op stapels lagen, diende de bovenaan liggende Schmutztitel als bescherming tegen<br />

stof en vuil. De boekhandelaar zag meteen in welke stapel het gevraagde boek lag. Bij het<br />

binden werd deze pagina soms verwijderd.<br />

2 Overkoepelende titelpagina, die een overkoepelende titel of verzameltitel bevat. Vaak bij een<br />

meerdelig werk, of een werk dat bijvoorbeeld wegens de omvang in meerdere delen is<br />

uitgegeven. Elk deel heeft gewoonlijk een eigen titelpagina, maar vooraan bij het <strong>eerste</strong> deel is<br />

soms een overkoepelende titelpagina bijgebonden.<br />

3 Typografische titelpagina. Op de typografische titelpagina zijn één of meer elementen in<br />

typografie aangebracht. Dat neemt niet weg dat er ook een gravure (een afbeelding en/of<br />

gegraveerde tekst), een blokdruk of een ornament op kan staan. Zodra op een titelpagina<br />

typografie is gebruikt, wordt ze als een typografische titelpagina beschouwd.<br />

4 Gegraveerde titelpagina. Een titelpagina die volledig gegraveerd is, zowel de tekst als de<br />

mogelijke afbeeldingen. Niet elke gegraveerde titelpagina bevat een figuur of een afbeelding.<br />

Soms is de gegraveerde titelpagina uit het werk gesneden. Omdat de gegraveerde titelpagina’s<br />

vaak apart zijn gedrukt, en daardoor vaak aan de katernen zijn toegevoegd, is het niet altijd<br />

duidelijk of er een gegraveerde titelpagina is geweest of niet.<br />

2.1.2 Algemene kenmerken van een titelpagina<br />

Niet elke pagina die aan het begin van een werk staat is daarom een titelpagina. Verschillende elementen<br />

dragen ertoe bij om een titelpagina als zodanig te beschouwen. Niet alle elementen moeten op elke<br />

titelpagina aanwezig zijn, maar de titelpagina moet minimaal een titel bevatten. In een aantal gevallen<br />

kan een titel erg vaag zijn. De andere elementen kunnen afwezig blijven. In de meeste gevallen<br />

onderscheidt een titelpagina zich ook door de opmaak van de rest van het boek.<br />

De titelpagina kan de volgende onderdelen bevatten:<br />

1 Titel van het werk<br />

2 Auteur(s) van het werk<br />

3 Editievermelding<br />

4 Impressum<br />

5 Drukkersmerk<br />

6 Ornamenten en afbeeldingen<br />

Deze onderdelen worden verderop uitvoerig behandeld.


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

2.1.3 Voortitels en frontispices<br />

Een frontispice is een voor het gehele werk typerende illustratie in het voorwerk (niet noodzakelijk net<br />

voor of net na de titelpagina) waarop maximaal titelelementen voorkomen. (cfr. Van Dale, s.v. frontispice,<br />

betekenis 4.) Zodra een dergelijke illustratie ook een auteur of gegevens uit het impressum bevat, is er<br />

sprake van een gegraveerde titelpagina. (cfr. Van Dale, s.v. frontispice, betekenis 3.)<br />

Een pagina met daarop een Schmutztitel (of voortitel) wordt nooit als een titelpagina beschouwd, een<br />

frontispice evenmin. In beide gevallen kan weliswaar een (deel van de) titel van het werk zijn vermeld,<br />

maar dat volstaat niet om ze als titelpagina te beschouwen. Een frontispice is per definitie een illustratie,<br />

een Schmutztitel is nooit verlucht.<br />

2.2 Types titels<br />

2.2.1 Verschillende types van titel<br />

Nu bepaald is welke titelpagina’s kunnen voorkomen, moet ook een onderscheid naar het type titel<br />

worden gemaakt.<br />

1 Hoofdtitel: ondertitel. De hoofdtitel is de titel waaronder het werk bekend is gemaakt. De<br />

hoofdtitel staat op de titelpagina. Verderop meestal gewoon hoofdtitel genoemd.<br />

2 Oorspronkelijke titel. Bij vertalingen is dit de titel van de brontekst. Bij een tweede of latere<br />

editie is dit de titel van de <strong>eerste</strong> of de vroegst bekende editie. Deze titel komt overeen met de<br />

sorteertitel in de STCN.<br />

3 Uniforme titel. Bij <strong>uitgave</strong>n van bijbels en bijbelboeken, en bij de <strong>uitgave</strong>n van populaire<br />

anoniemen wordt een uniforme titel opgenomen. Deze titels liggen qua vorm en inhoud vast.<br />

Ze zijn opzoekbaar in het Authority bestand (Zoeksleutel: titels).<br />

4 Sorteertitel. Bij welbepaalde categorieën als overheidspublicaties en thesissen wordt een<br />

sorteertitel aangemaakt. De categorie wordt met een taalonafhankelijke code aangeduid, de<br />

datum waarop de publicatie van kracht werd (overheidspublicaties) of waarop de thesis werd<br />

verdedigd wordt in een extensieveld genoteerd. De sorteertitel zoals die hier wordt gebruikt,<br />

komt niet voor bij de STCN.<br />

5 Paralleltitel. Enkel in het zeldzame geval dat een titel op de titelpagina in een andere taal of<br />

talen wordt herhaald (afzonderlijk gepresenteerd, zonder tussenwoordjes als ‘ofte’, ‘dat is’, …),<br />

is er sprake van een paralleltitel. De opname van de paralleltitels als een apart type met een<br />

apart titelveld, laat toe dat het systeem zulke titels volgens de heersende ISBD(A)-regels<br />

presenteert. Dit type titel komt niet voor bij de STCN. In de STCN wordt hij in hetzelfde veld<br />

als de hoofdtitel ondergebracht, gescheiden volgens de ISBD(A)-regels.<br />

2.2.2 Aantal titels in een beschrijving<br />

Elke beschrijving bevat minstens een titel, met name van het type Hoofdtitel-ondertitel. Geen enkele<br />

beschrijving kan twee hoofdtitels bevatten.<br />

In tweederde van de beschrijvingen is ook een oorspronkelijke titel opgenomen. De oorspronkelijke<br />

titel laat toe om verschillende vertalingen van een werk samen te brengen (bij voorbeeld volgens<br />

doeltaal, chronologisch geordend), of om verschillende edities van een werk met afwijkende spelling in<br />

de hoofdtitel te zoeken en chronologisch te ordenen. Een beschrijving kan meer dan één<br />

oorspronkelijke titel bevatten, maar dit moet worden vermeden.<br />

De uniforme titel is verplicht voor bijbels, bijbelboeken en populaire anoniemen. In principe kan een<br />

beschrijving slechts één uniforme titel bevatten.<br />

De sorteertitel is verplicht voor overheidspublicaties en thesissen. In principe kan een beschrijving<br />

slechts één sorteertitel bevatten.<br />

De paralleltitel komt enkel in het hierboven beschreven geval voor. Een beschrijving kan zoveel<br />

paralleltitels bevatten als er op de titelpagina van het werk voorkomen.<br />

In de praktijk bevat een beschrijving doorgaans twee titels: een hoofdtitel en een oorspronkelijke titel.<br />

In een aantal gevallen kan daar een derde titel bijkomen, met name bij bijbels en populaire anoniemen,<br />

zelden moeten paralleltitels worden opgenomen. Beschrijvingen van overheidspublicaties bevatten<br />

telkens twee titels: een hoofdtitel en een sorteertitel. Bij deze publicaties komen uniforme titels nooit, en<br />

paralleltitels vrijwel niet voor.<br />

2.2.3 Hoofdwoord<br />

Het hoofdwoord, dat in de STCN in hoofdzaak wordt toegekend aan anonieme werken om ze bij een<br />

papieren uitvoer te kunnen sorteren tussen de werken met auteurs, is in de <strong>STCV</strong> afgeschaft. In de<br />

<strong>eerste</strong> plaats is dat hoofdwoord door het on line-karakter van de databank overbodig geworden. De<br />

30


31<br />

2. Titel<br />

gebruiker kan immers getrunceerd zoeken op om het even welk woord van de titel. Bovendien neemt<br />

de <strong>STCV</strong> veel meer ‘auteursnamen’ op dan de STCN: ook illustratoren, vertalers en andere ‘auteurs’<br />

worden in de databank vermeld, ook als ze alleen in het document worden vermeld, en niet op de<br />

titelpagina. Daardoor vallen veel minder werken in de <strong>STCV</strong> onder de noemer van ‘anonieme werken’<br />

dan in de STCN. Bovendien bevatten de meeste beschrijvingen twee titels, zodat de zoekmogelijkheden<br />

daardoor ook toenemen.<br />

2.3 Keuze van de hoofdtitel<br />

2.3.1 Hiërarchie<br />

In de publicaties komen vaak verschillende titelpagina’s voor, met daarop verschillende schrijfwijzen of<br />

formuleringen van de titel. Met het oog op de uniformiteit van de beschrijving is er een strikte<br />

hiërarchie opgesteld om de hoofdtitel van het werk aan te duiden. Zowel voor de beschrijver als de<br />

gebruiker heeft dit het voordeel dat er geen twijfel bestaat over de keuze van de hoofdtitel indien er<br />

bijvoorbeeld meerdere titelpagina’s in een werk aanwezig zijn.<br />

De hiërarchie is als volgt:<br />

1 Verzameltitel of overkoepelende titel op een aparte, zogenaamde overkoepelende<br />

typografische titelpagina bij meerdelige werken. Indien er enkel een gegraveerde<br />

verzameltitelpagina aanwezig is, gaat de typografische titelpagina van het <strong>eerste</strong> deel voor.<br />

2 Titel op de typografische titelpagina<br />

3 Titel op de gegraveerde titelpagina<br />

4 Titel op de bedrukte omslag (zelden voor zeventiende-eeuwse drukken)<br />

5 Bovenschrift van de tekst (geen titelpagina in de strikte zin van het woord, de tekst begint<br />

meteen na de titel op dezelfde pagina)<br />

6 ‘Running title’ (titel die doorheen het gehele werk bovenaan de pagina wordt herhaald)<br />

7 Zelfgemaakte titel op basis van een eerdere editie van hetzelfde werk<br />

8 Zelfgemaakte titel op basis van de voortitel, een vermelding in het voorwerk, in het privilegie,<br />

in de approbatie, of elders in het werk<br />

9 Zelfgemaakte titel op basis van de algemene inhoud van het boek<br />

Deze hiërarchie kan worden beschouwd als een algoritme dat van boven naar onder moet worden<br />

gelezen.


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

Afbeelding van een overkoepelende titelpagina Afbeelding van een voortitel<br />

(in zwart en rood)<br />

Afbeelding van een typografische titelpagina Afbeelding van een gegraveerde titelpagina<br />

32


2.3.2 Schema voor de bronaanduiding<br />

Afhankelijk van de titel waarvoor men kiest, verschilt de bronaanduiding van de titelgegevens. In het<br />

schema hieronder worden alle mogelijke bronaanduidingen systematisch weergegeven.<br />

Herkomst van de titel Bron Opmerkingen<br />

Titel op overkoepelende tp. tp. Afwijkende titelgegevens in noot<br />

Bijkomende gegevens van een gegrav. tp.: doc.<br />

Titel op typografische tp. tp. Afwijkende titelgegevens in noot<br />

Bijkomende gegevens van een gegrav. tp.: doc.<br />

Titel op gegraveerde tp. tp. indien er géén overkoepelende of typograf. tp. is<br />

doc. indien er wél overkoepelende of typogr. tp. is<br />

Titel op bedrukte omslag tp. indien er géén overkoepelende, typogr. of gegrav. tp. is<br />

doc. indien er wél een overkoepelende, typogr. of gegrav. tp. is<br />

Alg. noot: No title page; title from printed cover<br />

Bovenschrift doc. Alg. noot: No title page; title from [...]<br />

‘Running title’ doc. Alg. noot: No title page; title from running title<br />

Zelfgemaakte titels extern Alg. noot: No title page; [...]<br />

33<br />

2. Titel<br />

De bronaanduiding van gegevens onttrokken aan een gegraveerde titelpagina varieert: indien er geen<br />

typografische titelpagina aanwezig is, wordt de bronaanduiding ‘titelpagina’; indien er wel een<br />

typografische titelpagina aanwezig is, wordt de bronaanduiding ‘document’. Dit geldt m.m. ook voor de<br />

bedrukte omslag.<br />

De voorbeelden van de algemene noot in de opmerkingen zijn slechts indicatief.<br />

2.3.3 Sterk afwijkende titels<br />

Indien er meerdere titelpagina’s (overkoepelende en/of typografische en/of gegraveerde titelpagina)<br />

aanwezig zijn, en de titels wijken sterk van elkaar af, dan is het meestal aangewezen om in een aparte<br />

algemene noot deze afwijkende titels te vermelden. De Franse titel (ook Schmutztitel of voortitel<br />

genoemd) wordt in elk geval verwaarloosd. Indien deze titel echter relatief bekend is, en sterk van de<br />

hoofdtitel afwijkt, kan hij in een algemene noot worden vermeld.<br />

Voorbeeld: Typografische (t210) naast gegraveerde titelpagina (t200)<br />

Michael à S. Avgvstino, (Diepenbeke, Abraham van [ill.], Clouwet, Petrus [ill.]), Inleydinghe<br />

tot het landt van Carmelus, Brussel, Francois Vivien, 1659<br />

Typografische kenmerken<br />

t100, t200; t210<br />

Algemene noot<br />

Title on the engraved title page: Introdvctio in terram carmeli<br />

Voorbeeld: Typografische naast gegraveerde titelpagina (t210; t200)<br />

Petrus Marchant, (Voet, Alexander [ill.]), Af-beeldinghe des vvaerachtigh christen<br />

mensch, naer het voor-beelt vanden reghel der derder ordre van [...] S. Franchois,<br />

Ghendt, Alexander Sersanders, 1639<br />

Typografische kenmerken<br />

t100; t200; t210<br />

Algemene noot<br />

Title on the engraved title page: L'image du vraÿ chrestien sur le pourtrait de la regle du<br />

tiers ordre de N.B.P.S. Francoy<br />

2.3.4 Geen titelpagina<br />

Indien elke titelpagina ontbreekt (in de hiërarchie beschreven onder 5, 6, 7, 8 en 9), dan wordt een titel<br />

gekozen op basis van een vorige editie (bron: ‘extern’) of op basis van een ander element uit het<br />

document (bron: ‘document’).<br />

Indien geen vorige edities bekend zijn, of indien het opportuun is om een titel te kiezen op basis van<br />

een bovenschrift, de ‘running title’, een titelvermelding in het voorwoord, het privilege, de approbatie of<br />

een andere aanduiding in het werk, dan verantwoordt men de vindplaats van deze ‘titel’ in een algemene<br />

noot.


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

Zo’n algemene noot heeft de volgende structuur:<br />

No title page; title from f. A1 recto (= incipit)<br />

No title page; title from running title; incipit: [...]<br />

No title page; title from approbation (f. L6 verso); incipit: [...]<br />

Lacks title page; title from f. A1 recto (= incipit)<br />

Lacks title page; title from running title; incipit: [...]<br />

Lacks title page; title from approbation (f. L6 verso); incipit: [...]<br />

Lacks title page; title from the [...] edition<br />

Indien de Ideal Copy geen titelpagina bevat, wordt de noot ingeleid met ‘No title page’, indien de Ideal<br />

Copy vermoedelijk wel een titelpagina bevat, maar die ontbreekt in de geconsulteerde exemplaren wordt<br />

de noot met ‘Lacks title page’ begonnen.<br />

Daarna volgt de verantwoording van de (voorlopige) titel. Indien die overeenstemt met het incipit, dan<br />

volstaat de vermelding van de plaats, gevolgd door ‘(= incipit)’. Indien de titel aan de running title is<br />

ontleend, dan wordt het incipit ook apart genoemd. Indien de titel aan de approbatie, het privilege enz.<br />

is ontleend, dan volgt een aanduiding van de plaats in het werk (f. [...] recto/verso), en wordt het incipit<br />

ook apart genoemd.<br />

Voorbeeld: Geen titelpagina (t220), gekozen titel is gelijk aan het incipit<br />

Kort begryp van het lyden Christi oft Maniere van misse te hooren, [colophon:] Ghendt,<br />

Hendrick Saetreuwer, (between 1685 and 1707)<br />

Typografische kenmerken<br />

t090; t220<br />

Algemene noot<br />

No title page; title from f. A1 recto (=incipit)<br />

2.3.5 Onduidelijke en nietszeggende titels<br />

Indien de hoofdtitel geen juiste weergave van de inhoud van het werk geeft, dan moet de titel in een<br />

algemene noot worden toegelicht. De titel kan bijvoorbeeld te algemeen gesteld zijn, of zelfs een andere<br />

inhoud suggereren dan het werk bevat.<br />

Ook zeer korte titels en opschriften die niet genoeg informatie over de publicatie verschaffen, kunnen<br />

in een annotatie worden toegelicht.<br />

Voorbeeld (fictief): Titel is niet representatief voor de inhoud<br />

J. Rana, Den switsersen kaastrommel, Loven, G. Stryckwant, 1666<br />

Algemene noot<br />

On the falsification of money<br />

2.3.6 Verschillende titels ongelijkwaardig op de titelpagina gepresenteerd<br />

Het komt voor dat een werk verschillende teksten bevat naast het werk dat als belangrijkste op de<br />

titelpagina is aangekondigd. Indien deze bijkomende teksten omvangrijk zijn, en bijvoorbeeld elk<br />

afzonderlijk door een titelpagina worden voorafgegaan, dan kunnen ze in een noot worden vermeld. De<br />

verschillende auteurs die op de titelpagina worden genoemd worden in elk geval in de beschrijving<br />

opgenomen.<br />

Voorbeeld: Relatief omvangrijke secundaire teksten<br />

Thomas a Kempis, Her. Roswey, De navolginge Christi, Arnold van Brakel, 1658<br />

Noot van het type ‘wi’<br />

Heribertus Rosweydus, Het leven van Thomas a Kempis (f. 2K2 recto - 2K8 verso)<br />

34


Voorbeeld: Relatief omvangrijke secundaire teksten<br />

35<br />

2. Titel<br />

Bernieres Louvigny, Audomarus à S. Bertino [trl.], Het <strong>eerste</strong>(-vierden) deel van den<br />

inwendighen christenen, oft der Inwendighe over een-cominghe, die de christenen<br />

moeten hebben met Iesu Christo, Antwerpen, Augustinus Graet, 1685-1689<br />

Noot van het type ‘wi’<br />

Seer schoone meditatien op de principaelste mysterien des H. christen geloofs (volume<br />

3, f. O6 recto - T7 verso)<br />

In andere gevallen vat de titel een aantal teksten, al dan niet van verschillende auteurs, onder een<br />

algemene noemer samen. Dan kunnen de verschillende teksten van de verschillende auteurs in algemene<br />

noten worden opgesomd, samen met de aanduiding van de vindplaats in het werk.<br />

2.3.7 Verschillende titels gelijkwaardig op de titelpagina gepresenteerd<br />

Zoals uit de tekst hierboven reeds blijkt, gebeurt het vaker dat verschillende werken -al dan niet van<br />

verschillende auteurs- op de titelpagina worden gepresenteerd. Meestal is één van die werken<br />

belangrijker dan de andere, en moeten de andere teksten als secundair worden beschouwd. Ook de<br />

omvang van de verschillende onderdelen in de publicatie geeft daar meestal een indicatie over.<br />

Naargelang van het geval worden de als secundair beschouwde teksten in een noot genoemd.<br />

Af en toe gebeurt het dat twee of meer werken -al dan niet van verschillende auteurs- op een<br />

gelijkwaardige manier op de titelpagina zijn gepresenteerd, zonder dat één van de teksten als secundair<br />

kan worden beschouwd. In die gevallen nemen de teksten in de publicatie ook een gelijkwaardige plaats<br />

in.<br />

In dit bijzondere geval neemt men de <strong>eerste</strong> titel als hoofdtitel op in de beschrijving. De andere titels<br />

worden met hun respectievelijke auteurs elk in een aparte beschrijving opgenomen die voor het overige<br />

leeg blijft. Aan de <strong>eerste</strong>, volledige beschrijving wordt voor elke titel een relatie toegekend van het type<br />

‘Includes’ (code: ‘incl’). Vanuit de bijhorende beschrijvingen wordt telkens een relatie naar de<br />

beschrijving met de <strong>eerste</strong> titel gelegd van het type ‘Included in’ (code: ‘inclin’). <br />

2.3.8 Liederen op vliegende bladen<br />

Bij liederen op vliegende bladen met weinig- of nietszeggende titels wordt het incipit in de annotatie<br />

gegeven. Ook de beginregel wordt in een annotatie opgenomen.<br />

2.3.9 Veelgebruikte noten in verband met titels<br />

Algemene noten<br />

No title page; title from f. A1 recto (= incipit)<br />

No title page; title from running title; incipit: [...]<br />

No title page; title from approbation (f. L6 verso); incipit: [...]<br />

Lacks title page; title from f. A1 recto (= incipit)<br />

Lacks title page; title from running title; incipit: [...]<br />

Lacks title page; title from approbation (f. L6 verso); incipit: [...]<br />

Lacks title page; title from the [...] edition<br />

Title on the engraved titel page: [...] (indien de gegraveerde titelpagina een sterk afwijkende titel<br />

vermeldt, of een titel waaronder het werk algemene bekendheid geniet)<br />

Some copies have [...] in the title (indien de titelpagina staatverschillen vertoont)<br />

Some copies have the engraved title page of the [...] edition<br />

On [...] (toelichting over de inhoud van het werk)<br />

Text in Dutch and French (indien de taal van de titel iets anders zou suggereren)<br />

Brvgge on the title page pencorrected from Brvgce<br />

Noten van het type ‘wi’<br />

[auteur, titel] (volume 2, f. C3 recto - F6 verso)


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

2.4 Keuze van de oorspronkelijke titel<br />

Indien van een werk meer dan één editie bestaat, of wanneer een werk uit een andere taal is vertaald,<br />

dan is het aanbevolen om een oorspronkelijke titel te bepalen. De oorspronkelijke titel laat toe om bij<br />

het zoeken van een bepaald werk alle edities chronologisch te sorteren, of bij vertalingen alle<br />

verschillende vertalingen per taal chronologisch te sorteren.<br />

Bij vertalingen wordt de oorspronkelijke titel van de brontekst gegeven. Bij een tweede of latere editie<br />

wordt de titel van de <strong>eerste</strong> of vroegst bekende editie vermeld.<br />

Omdat de oorspronkelijke titel in feite slechts een bijkomend element bevat, moet niet met dezelfde<br />

strengheid worden gehandeld als bij de hoofdtitel. Indien de titel in de brontaal moeilijk te achterhalen<br />

is, of als informatie over vroegere edities ontbreekt, dan kan men genoegen nemen met een voorlopige,<br />

hypothetische titel, of zich op een andere titel baseren.<br />

2.5 Keuze van de uniforme titel<br />

Bij de beschrijving van bijbels en onderdelen ervan (afzonderlijk uitgegeven bijbelboeken) en bij de<br />

beschrijving van populaire anonieme werken wordt er systematisch een uniforme titel toegevoegd aan<br />

de beschrijving. Deze uniforme titels zijn reeds in Brocade opgenomen in de thesaurus van (uniforme)<br />

titels. Bij de beschrijving wordt steeds de hoofdvorm geselecteerd. De lijst van uniforme titels van<br />

bijbelboeken is te vinden in bijlage 1. De lijst van uniforme titels van populaire anonieme werken is te<br />

vinden in bijlage 2.<br />

2.6 Keuze van de sorteertitel<br />

Het eigenlijke titelveld van de sorteertitel (bij plakkaten en thesissen) levert geen problemen op: men<br />

voert er de code voor het type publicatie in (respectievelijk ‘’ en ‘’).<br />

Data bij overheidspublicaties en thesissen<br />

De keuze van de datum die in het extentieveld moet worden ingevoerd, is in een aantal gevallen wat<br />

moeilijker. Het komt namelijk regelmatig voor dat de publicatie meerdere data vermeldt: de datum<br />

waarop het plakkaat of de ordonnantie bijvoorbeeld door de koning werd uitgevaardigd; daarnaast de<br />

datum waarop het document door de plaatselijke overheid (bijvoorbeeld de magistraat van een stad)<br />

werd behandeld en goedgekeurd; de datum waarop het door de secretaris van een vergadering werd<br />

opgemaakt en/of ondertekend; de datum waarop het plakkaat of de ordonnantie voor een bepaalde<br />

plaats daadwerkelijk van kracht werd. Varianten en combinaties van deze data duiken in de werken op.<br />

Als regel geldt dat de datum waarop het document daadwerkelijk voor een bepaalde plaats van kracht<br />

werd, in het extensieveld wordt opgenomen. De andere data worden, voor zover ze al niet uitdrukkelijk<br />

in het titelveld zijn vermeld, in een algemene noot opgenomen. Ook onduidelijke situaties, waarbij de<br />

ene van de andere datum moeilijk kan worden onderscheiden, worden in algemene noten toegelicht.<br />

36


2.7 Keuze van de paralleltitel<br />

Paralleltitels worden alleen opgenomen indien een werk op de titelpagina achtereenvolgens in<br />

verschillende talen wordt aangekondigd, bijvoorbeeld eerst in het Latijn, en vervolgens in het<br />

Nederlands. Beide titels verschillen alleen qua taal, niet of nauwelijks qua inhoud. De titels worden<br />

duidelijk afzonderlijk gepresenteerd, dus zonder tussenwoordjes als ‘ofte’, ‘dat is’, …<br />

De <strong>eerste</strong> titel wordt als hoofdtitel opgenomen. De volgende titels worden elk apart als paralleltitel<br />

opgenomen, om hoeveel parallelle titels het ook moge gaan. De volgorde van de titelpagina wordt<br />

daarbij in acht genomen.<br />

Afbeelding van een typografische titelpagina Afbeelding van een gegraveerde titelpagina<br />

Voorbeeld: Paralleltitel in het Nederlands na een hoofdtitel in het Latijn<br />

37<br />

2. Titel<br />

Ioannes de Leenheer, Theatrvm stvltorvm joco-serium, sive Mvndvs fatvvs. = Tooneel<br />

der sotten, Brussel, Martinus van Bossuyt, 1669


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

2.8 Weergave van de hoofdtitel<br />

De titel is een cruciaal element van de beschrijving. Elke beschrijving bevat namelijk minstens een<br />

hoofdtitel, terwijl niet elke beschrijving een auteur, een drukker of een exacte datering bevat.<br />

Voor de slechts zelden voorkomende paralleltitel worden dezelfde regels als voor de hoofdtitel<br />

gehanteerd, maar de paralleltitel wordt in het algemeen veel sterker afgekort dan de hoofdtitel.<br />

2.8.1 Normale gevallen<br />

A Algemene regels<br />

1 De titel wordt geciteerd.<br />

2 De syntactische structuur van de titel moet kloppen.<br />

3 Nodeloos lange titels worden (overeenkomstig de naam van het project en de traditie van Short Title<br />

Catalogues) ingekort. Een niet relevante aanhef aan het begin van een titel als ‘Ad maiorem Dei<br />

gloriam’ of ‘Soli Deo gloria’ wordt zonder verantwoording weggelaten.<br />

4 Bij het inkorten mogen woorden als ‘vande’ gesplitst worden in ‘van’ en ‘de’ om een eleganter<br />

resultaat te verkrijgen. In normale omstandigheden (waarbij er niet wordt ingekort) wordt ‘vande’ of<br />

‘van de’ letterlijk geciteerd zoals het op de titelpagina voorkomt.<br />

Voorbeeld<br />

Ter gelegentheyt van het huwelyck vande zeergeleerde, voortreffelycke, edelachtbare en<br />

edelmoedige heer, de heer Christoffel van Schellingen... wordt<br />

Ter gelegentheyt van het huwelyck van [...] de heer Christoffel van Schellingen<br />

5 Bij het inkorten moet men ervoor waken dat de titel voldoende verschilt van andere, gelijkluidende<br />

titels. (Belangrijk bij plakkaten en ordonnanties.)<br />

6 Bij het inkorten moet men ervoor waken dat de titel de noodzakelijke informatie over het werk<br />

behoudt. Bij reisverhalen moet de naam van de reiziger en het reisdoel behouden blijven, bij<br />

gelegenheidsdrukken de aard van de gelegenheid en namen; bij overheidspublicaties het<br />

bestuurslichaam, de datum van uitvaardiging en het onderwerp; bij auctiecatalogi de naam van de<br />

verzamelaar en de verkoper.<br />

7 De alternatieve titel (soms ook ondertitel genoemd) wordt steeds geciteerd. De alternatieve titel<br />

wordt doorgaans ingeleid met de formule: ‘dat is’, ‘ofte’, ‘sive’, enzovoort.<br />

Voorbeeld. Een alternatieve titel ingeleid door ‘ofte’<br />

[Pretere, de, Guillaume], Catechismus ofte Christelycke leeringh, Antwerpen, weduwe van<br />

Bartholomeus Foppens, 1699<br />

Voorbeeld. Een alternatieve titel ingeleid door ‘dat is’<br />

Cornelius Hazart, Ghebovwsel sonder grondt dat is Calvinisten gheloof sonder Schriftvre,<br />

Antwerpen, Michiel Cnobbaert, 1669<br />

B Transcriptie van de hoofdtitel<br />

1 Bij het reduceren van bovenkast naar onderkast blijft de letter behouden. ‘NIEVVE’ wordt derhalve<br />

‘nievve’.<br />

2 De echte ligaturen æ, œ, Æ en Œ worden zo weergegeven. Andere ligaturen worden ontbonden.<br />

3 De ‘et’-ligatuur wordt steeds als ‘&’ (ampersand) getranscribeerd.<br />

4 De combinatie van twee V’s blijft behouden, zowel in boven- als onderkast. Indien de combinatie<br />

‘VV’ of ‘vv’ door bijsnijden van één van de letters ‘W’ resp. ‘w’ moet suggereren, dan wordt ‘W’<br />

resp. ‘w’ genoteerd.<br />

5 Variante lettervormen worden niet onderscheiden. De lange s wordt door een gewone ‘s’<br />

weergegeven, ‘ß’ als ‘ss’.<br />

6 Afkortingen worden doorgaans overgenomen. Een aantal veel voorkomende afkortingen die met<br />

een titulus worden aangeduid, worden tussen vierkante haken opgelost. ‘vande’ [met titulus op ‘e’]<br />

wordt getranscribeerd als ‘vande[n]’, ‘VA’ [met titulus op ‘A’] wordt getranscribeerd als ‘va[n]’.<br />

7 De Gotische kapitalen ‘I/J’ en ‘U/V’ worden steeds als ‘I/i’ en ‘V/v’ gelezen en/of gereduceerd.<br />

8 Cursief wordt niet onderscheiden.<br />

9 Bij transcriptie van Grieks worden alle ligaturen, afkortingen enzovoort voluit geschreven. Cfr.<br />

INGRAM, W.H., ‘The ligatures of early printed Greec’, in Greek Roman and Byzantine studies 7 (1966),<br />

38


lz. 371-389, gevolgd. Bij reductie van Griekse kapitalen vervallen accenten, spiritus en iota<br />

subscripta. De ‘Σ’ aan het eind van een woord wordt ‘ς’.<br />

10 De aanwezigheid van notenbalken met muzieknotatie wordt tussen vierkante haken vermeld, en<br />

verder niet overgenomen. Dit geldt ook voor de bijhorende tekst.<br />

C Hoofdletters<br />

1 Hoofdletters worden zoveel mogelijk klein gemaakt.<br />

Voorbeeld: Een instelling<br />

39<br />

2. Titel<br />

Wenceslavs Coberger, Amator Pietatis, Apologia ofte Bescherm-redenen teghen het<br />

kekelen van de onredelijcke vyanden, ende oock de tegenraeders, van de bergen van<br />

bermherticheyt, Mechelen, Heyndrick Iaye, 1621<br />

Voorbeeld: Afleidingen van ‘God’<br />

Franciscus de Sales, Adriaen van Meerbeeck [vert.], Aen-leydinghe oft Onderwys tot<br />

een devoot godt-vruchtigh leven, Ghendt, Ian vanden Kerckhove, 1630<br />

2 Functionele hoofdletters (eigennamen, begin van de zin) blijven behouden.<br />

3 De hoofdletter aan het begin van de alternatieve titel blijft behouden. Opgelet: woordjes als ‘ofte’<br />

leiden niet in alle gevallen een alternatieve titel in en worden dus niet automatisch gevolgd door een<br />

hoofdletter!<br />

Voorbeeld: Alternatieve titel<br />

Arnoudt van Geluwe, Dobbel slot ofte Klare ende waerachtighe ontdeckinghe van<br />

eenen verdraeyden leughen gheest [...] met name Abraham Willemsen Blijvenborgh,<br />

Antwerpen, vveduwe van Jan Cnobbaert, 1650<br />

Voorbeeld: Alternatieve titel<br />

Franciscus de Sales, Adriaen van Meerbeeck [vert.], Aen-leydinghe oft Onderwys tot<br />

een devoot godt-vruchtigh leven, Ghendt, Ian vanden Kerckhove, 1630<br />

Voorbeeld: ‘ofte’ gebruikt als voegwoord tussen twee woorden en niet tussen twee titels<br />

Belydinge van de seven pointen ofte artikelen des geloofs, Brussel, Lambert Marchand,<br />

1673<br />

4 De hoofdletter van een geciteerde titel blijft behouden. Een geciteerde titel is een titel die binnen<br />

een hoofdtitel wordt aangehaald. Het Onze Vader, Pater noster, het Ave Maria en het Wees gegroet<br />

worden eveneens als geciteerde titels beschouwd. Indien een geciteerde titel op de titelpagina echter<br />

met een letter in onderkast begint, dan mag die niet in een hoofdletter worden veranderd.<br />

Voorbeeld<br />

Voorbeeld<br />

Arnovt van Gelvwe, Zee-brandt om te verdrijven alle de archlistighe zeemonsters [...]<br />

oft Een schrift-matighe verdedinghe van het Catholyck memorie-boeck, teghen Pieter<br />

Cabeljaus Nieuw-ghereformeerde memorie-boeck, Antwerpen, Michiel Cnobbaert,<br />

1663<br />

(Geluwe, van, Arnout), Voorlooperken tot waerschovwinghe [...] over het nieuw<br />

verdicht ghereformeert Memorie boeck, uyt ghegheven door domine Petrus Cabeljau<br />

[...] ofte Een openbare [...] dispvtatie [...] tusschen Arnout van Geluwe [...] ende<br />

domine Borstius, [Antwerpen, Cnobbaert, Jan, weduwe en erfgenamen, 1661]


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

5 Er worden geen hoofdletters toegevoegd, behalve in een speciek geval: aan het begin van een<br />

hoofdtitel moet een letter in onderkast in een hoofdletter worden veranderd. Indien het <strong>eerste</strong><br />

woord van de hoofdtitel een gereduceerd lidwoord is, dan krijgt het tweede woord een hoofdletter<br />

.<br />

Voorbeeld: Een letter in onderkast na een punt dat syntactisch overbodig is, blijft behouden<br />

S. Avgvstinvs, (Hemert, van, Anthonius) [trl.], (Bredan, Daniel) [edt.], Vierige<br />

meditatien ofte aendachten. ende de alleen-spraeken der zielen tot Godt, Ghendt,<br />

Françoys d'Ercle, 1672<br />

6 Eenletterafkortingen behouden hun hoofdletter. ‘H.’ blijft dus behouden, ‘HH.’ wordt als ‘hh.’<br />

getranscribeerd. Bij andere afkortingen worden letters in superscript steeds op de lijn<br />

getranscribeerd. Daarnaast gelden de volgende transcriptieregels:<br />

a) Indien er een punt staat tussen een aantal letters of onder een aantal letters in superscript of<br />

indien er helemaal geen punt staat, dan wordt er een punt gezet op de plaats waar er letters werden<br />

weggelaten in de afkorting.<br />

Voorbeelden:<br />

B on (voor ‘baron’) wordt ‘b.on’, M t (voor ‘majesteit’) wordt ‘m.t’, S. r (voor ‘sœur’) wordt s.r<br />

b) Indien er een punt staat na de afkorting (op de lijn of superscript), dan wordt het punt op die<br />

plaats behouden.<br />

Voorbeelden:<br />

Ma t . (voor ‘majesteit’) wordt ‘mat.’, Jo e. (voor ‘joffrouwe’) wordt joe.<br />

7 Franse en Engelse titulatuur die afgekort is, behoudt de hoofdletters, ook al is de afkorting meer dan<br />

één letter lang. Bij voorbeeld ‘Mr.’, ‘Mme’ en ‘M rs ’ blijven behouden. Zijn deze titels echter voluit<br />

geschreven, dan worden eventuele hoofdletters naar onderkast gebracht.<br />

8 Nederlandse titulatuur wordt steeds met kleine letters geschreven.<br />

9 Kerkgenootschappen, geestelijke stromingen en hun aanhangers verliezen hun hoofdletters.<br />

10 Behouden de hoofdletters:<br />

Oude Testament, Nieuw Testament, Heilige Schrift, H. Schriftuere, God, onze lieve Heer (behalve<br />

indien gevolgd door ‘Jesus Christus’), onze lieve Vrouw, H. Roomse Rijk, onze Vader, H. Land,<br />

Heilig Land, H. Evangelie; het Brugse Vrije, het land vanden Vryen, het land van Waes, Raad van<br />

Vlaanderen<br />

11 Verliezen de hoofdletters:<br />

bijbel, heilige waterdoop, psalm, nationale synode, paus, bisschop, (en de andere geestelijke en<br />

wereldlijke gezagsdragers), de H. geest, antichrist, H. sacrificie (e.d.), onze heer zalichmaker Jesus<br />

Christus, afleidingen van God-: godvruchtig, godsaligh, goddelijk (e.d.)<br />

D Weglatingen<br />

1 Weglatingen aan het begin van een titel (bijvoorbeeld auteursnaam in genitief of aanroeping als<br />

‘Jesus, Maria, Jozef’) of aan het eind van een titel worden niet verantwoord.<br />

2 De hoofdtitel begint met een hoofdletter . Lidwoorden aan het begin van de titel die<br />

met een apostrof zijn afgekort, blijven behouden; het tweede woord begint dan echter verplicht met<br />

een hoofdletter. Enkel in dat geval moet een letter in onderkast in een hoofdletter worden veranderd<br />

.<br />

Voorbeeld: Lidwoord met apostrof aan het begin van een titel<br />

C. Molina, 't Heyligh sacrificie der misse, Antwerpen, Cornelis Woons, 1652<br />

Voorbeeld: Lidwoord met apostrof aan het begin van een titel vast aan het ‘tweede’ woord<br />

[Columbanus, P.], 'tBondelken van myrrhe, besluytende seker' oeffeninghe voor het [...]<br />

broederschap van de seven weeën der H. moeder Gods Maria, Brvgghe, Nic. Breygel,<br />

1644<br />

40


Voorbeeld: Een ongebruikelijke eenletterafkorting (d’) aan het begin van een titel vast aan het<br />

‘tweede’ woord wordt behandeld als de andere eenletterafkortingen<br />

41<br />

2. Titel<br />

Nicolavs Ianssenivs, G.V. Schoor [ill], D'Leven van den H. Dominicvs fundateur der<br />

predick-heeren oorden, Antwerpen, Hendrick Aertssens, 1622<br />

3 Weglatingen in de hoofdtitel worden verantwoord met ‘[...]’.<br />

E Ronde en vierkante haken<br />

1 Alle haken op de titelpagina worden weergegeven met ronde haken.<br />

2 Redactionele ronde haken komen in de titel slechts voor wanneer het weglaten van de<br />

deelaanduiding in de hoofdtitel onmogelijk, of niet wenselijk is. Het <strong>eerste</strong> geval doet zich voor<br />

wanneer de deelaanduiding een hecht syntactisch verband heeft met de rest van de titel. Het<br />

weglaten kan daarnaast niet wenselijk zijn wanneer de deelaanduiding de aanhef van de titel is, of<br />

wanneer de delen van een meerdelig werk apart beschreven moeten worden.<br />

3 Vierkante haken worden in twee gevallen gebruikt: om defecten en afkortingen met een titulus aan<br />

te vullen (bv. ‘van[de]’), en om een aperte fout in de oorspronkelijke tekst mee te markeren (met<br />

spatie + ‘[!]’).<br />

F Regeleinden<br />

1 Regelafbrekingen worden verwaarloosd.<br />

2 Woorden die gesplitst zijn over twee regels, worden voluit getranscribeerd (zonder koppelteken).<br />

G Fouten<br />

1 Aperte fouten kunnen worden aangegeven met ‘[!]’ na het woord, met een spatie ertussen.<br />

Voorbeeld: Ontbrekende letter<br />

Arenovt van Gelvwe, Corte antvvoorde, op een onschriftmatige, gereformeerde vrage,<br />

raeckende het H. sacrament d s [!] avtaers, Ghent, [gedrukt op kosten van] den<br />

Autheur, 1657<br />

Voorbeeld: Letter teveel<br />

Arnout van Geluwe, Den blyden waerhheydt-sprekenden [!] Vlaemschen nachtegael,<br />

ghestelt teghen eenen droeven Godts-lasterlijcken Hollandtschen koeckoeck-sangh,<br />

Antwerpen, Weduwe van Ian Cnobbaert, 1657<br />

H Romeinse cijfers<br />

Romeinse cijfers worden genormaliseerd: ‘( I )’ of ‘∞’ worden ‘M’. Verder worden de cijfers<br />

overgenomen zoals ze er staan. De gebruikte kapitalen en punten worden gehandhaafd, de spaties<br />

ertussen vallen weg.<br />

Voorbeeld: Normalisering van Romeinse cijfers<br />

( I ). D. C. X L I V wordt: M.D.C.XLIV<br />

I Defecten<br />

Defecten in de titelpagina worden zo mogelijk aangevuld. In de annotatie op exemplaarniveau wordt<br />

dit aangegeven.<br />

Voorbeeld: Beschadigde titelpagina<br />

Franciscus de Sales, A. van M., Aen-leydin[g]he [oft] Onderwys tot een devoot<br />

godtvruchtigh leven, Hantvverpen, Hendrick Aertssens, 1645<br />

Exemplaar Antwerpen UFSIA RG 3011 C 6<br />

Annotatie<br />

Titelpagina beschadigd


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

J Correcties<br />

Bij correcties door overplakken e.d. wordt de correctie geciteerd. Het gecorrigeerde element van de<br />

beschrijving en de correctiemethode worden in annotatie vermeld.<br />

Voorbeeld (fictief)<br />

Franciscus de Sales, A. van M., Vierighe meditatien ofte aendachten, Antwerpen,<br />

Gaspar van Gaesbeeck, [1680-]<br />

Algemene noot<br />

The original title is corrected by pasting over. It reads: Vierighe medidatien ofte<br />

aendachten<br />

K Imitatie van epigrafie<br />

Titels in kapitalen waarbij elk woord door een punt wordt gevolgd (imitatie van Latijnse opschriften)<br />

worden in onderkast weergegeven met weglating van de punten. Voor Latijnse dateringen .<br />

L Spatiëring<br />

1 Spaties die er horen te staan worden getranscribeerd. In de vingerafdruk wordt een spatie door het<br />

dollarteken weergegeven: ‘$’. <br />

2 Waar spaties ontbreken waar die evident wel moesten staan, wordt dat gesignaleerd met ‘[!]’.<br />

3 Spaties die er niet horen te staan worden getranscribeerd. Na het tweede deel van het gesplitste<br />

woord volgt ‘[!]’.<br />

Voor spaties in combinatie met apostrophes: <br />

M Spaties en apostrophes<br />

1 Bij vaste verbindingen van gereduceerde lidwoorden en voorzetsels worden de spaties genegeerd.<br />

Voorbeeld<br />

Voorbeeld<br />

eenen Religieus van het selve Ordre, Kort begryp van't [...] leven van den H.<br />

Benedictus, Loven, Peeter De Vaddere, 1698<br />

Cornelius de Bie, (Bouttats, Gaspar [ill.]), Den sedeighen toet-steen vande<br />

onverdraeghelycke welde verthoont in't leven van den verloren sone, Antwerpen, Jacob<br />

Mesens, 1689<br />

2 Bij ingekorte woorden en lossere verbindingen blijft een gegeven spatie voor of na de apostrophe<br />

behouden.<br />

Voorbeeld<br />

[Columbanus, P.], 'tBondelken van myrrhe, besluytende seker' oeffeninghe voor het<br />

[...] broederschap van de seven weeën der H. moeder Gods Maria, Brvgghe, Nic.<br />

Breygel, 1644<br />

3 Bij Franse woorden worden nooit spaties gegeven.<br />

Andere regels in verband met spatiëring: <br />

N Uitgeschreven jaartallen<br />

Bij uitgeschreven jaartallen staan soms spaties teveel of te weinig tussen de onderdelen. De feitelijke<br />

situatie wordt weergegeven.<br />

2.8.2 Bijzondere gevallen: (delen van) meerdelige werken<br />

Gewoonlijk worden meerdelige werken in één beschrijving ondergebracht. Uit de katernopbouw wordt<br />

het duidelijk om hoeveel delen het gaat, bv. “4 volumes”, en de informatie over de paginering, de<br />

katernopbouw en de vingerafdruk wordt per deel in een nieuw veld gepresenteerd. De aanduiding “1#”,<br />

“2#”, “3#” en “4#” word elke keer door een spatie gevolgd en dan door de rest van de informatie.<br />

42


43<br />

2. Titel<br />

Deze nummering, waarmee het veld begint, geeft aan bij welk deel de betrokken informatie hoort. Bij<br />

dit soort titels kan de deelaanduiding achterwege blijven, of wanneer ze om de een of andere reden niet<br />

uit de titel kan worden gelaten, kan de deelaanduiding worden vervolledigd tussen ronde haken . In dat geval wordt de aanvulling ingeleid met een liggend streepje en tussen ronde<br />

haken geplaatst, telkens met een spatie tussen de verschillende elementen.<br />

Voorbeeld: De deelaanduiding kan worden weggelaten<br />

Hieremias Drexelius, Franc[iscus] de Smidt [trl.], De conste vande hemelsche welsprekentheyt,<br />

Antwerpen, Hendrick Aertssens, 1638<br />

Katernopbouw<br />

2 volumes<br />

1# * 6 A-R 12 S 6<br />

2# 2A-2S 12 (2S12 blank)<br />

Voorbeeld: De deelaanduiding kan moeilijk worden weggelaten en wordt vervolledigd<br />

Carolvs Scribani, Hieronymus Wierx [ill.], Het <strong>eerste</strong> (-tweede) deel der Meditatien,<br />

Antwerpen, Ioach. Trognesius, 1613<br />

Katernopbouw<br />

2 volumes<br />

1# *-3* 8 A-Y 8 Z 4 2A-2G 8<br />

2# a-2b 8<br />

Voorbeeld: De deelaanduiding kan moeilijk worden weggelaten en wordt vervolledigd<br />

Bernieres Louvigny, Audomarus à S. Bertino [trl.], Het <strong>eerste</strong> (-vierden) deel van den<br />

inwendighen christenen, Antwerpen, Augustinus Graet, 1685-1689<br />

Katernopbouw<br />

4 volumes<br />

1# + 4 * 12 A-V 12 X 6<br />

2# π1 + 6 *-2* 6 A-2P 6 2Q 4 (2Q4 blank)<br />

3# + 6 (+ 1 blank) A-T 12<br />

4# [A]1 B-T 12 V 6<br />

In een aantal gevallen wordt voor elk deel toch een aparte beschrijving gemaakt: wanneer niet alle delen<br />

ter beschikking staan, en wanneer de titels van de afzonderlijke delen substantieel van elkaar verschillen.<br />

We doen dit ook wanneer verschillende delen door verschillende drukkers werden gedrukt.<br />

De deelaanduiding wordt in de titel zo mogelijk behouden. Ze is niet noodzakelijk, omdat uit de<br />

oorspronkelijke titel blijkt dat er meerdere delen in het geding zijn. Het is echter interessant om ze te<br />

behouden, omdat ze de gebruiker meteen een indicatie over de andere delen kan geven.<br />

In geen geval wordt een deelaanduiding als ‘Part 1’ e.d. aan de hoofdtitel toegevoegd. Zo nodig kan een<br />

algemene noot uitkomst bieden. De verwijzing naar het geheel gebeurt dan in de oorspronkelijke titel,<br />

waar een titel voor het geheel wordt gegeven, gevolgd door een geredigeerde deelaanduiding. <br />

Voorbeeld: Delen van een meerdelig werk worden apart beschreven<br />

Marianus Stalpaert, De ghebenedyde voester van [...] Jesus, sone vande alder-heyl.<br />

maghet Maria [...] het <strong>eerste</strong> deel, Ipre, Ioannes Moerman, 1686<br />

Oorspronkelijke titel<br />

De ghebenedyde voester. Part 1<br />

Katernopbouw<br />

A-2R 8 2S 4<br />

Marianus Stalpaert, Den wegh des doodts ofte Inleydinghe tot de verborghen godtheyt,<br />

Ipre, Joannes Baptista Moerman, 1688<br />

Oorspronkelijke titel<br />

De ghebenedyde voester. Part 2<br />

Katernopbouw<br />

π 4 A 8 (-A1) B-3B 8 3C 4


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

2.8.3 Bijzondere gevallen: overheidspublicaties<br />

Bij overheidspublicaties moet aan drie elementen bijzondere aandacht worden besteed:<br />

1 De uitvaardigende instantie<br />

2 De politiek geografische entiteit<br />

3 De datum van uitvaardiging<br />

In de mate van het mogelijke worden deze elementen in de hoofdtitel behouden. Die titel zal bij dit<br />

soort publicaties doorgaans veel langer zijn dan gewoonlijk. De hierboven genoemde elementen die niet<br />

op de titelpagina voorkomen, moeten in veel gevallen toch in de beschrijving worden opgenomen, met<br />

als bronaanduiding ‘document’ of ‘extern’. Dat geldt met name voor de uitvaardigende instantie<br />

(corporatief auteur) en de datum van uitvaardiging (extensieveld van de sorteertitel). Voor de keuze van<br />

de juiste datum van uitvaardiging verwijzen we ook naar 2.6.<br />

In tegenstelling tot de STCN wordt er geen gecodeerde aanduiding opgenomen voor de politiekgeografische<br />

entiteit waarop de overheidspublicatie van toepassing is.<br />

Indien een of meer van deze elementen niet of niet helemaal in de beschrijving kunnen worden<br />

verwerkt, kan voor elk van van hen een aparte algemene noot worden geschreven. Dit is echter niet<br />

nodig wanneer de informatie al voldoende uit de titel of een ander veld blijkt. Indien het niet duidelijk is<br />

wie verantwoordelijk is voor de publicatie, (of eventueel op welk gebied ze van toepassing was), dan kan<br />

men zijn toevlucht nemen tot een algemene noot waarin men dit element met meer vrijheid kan<br />

behandelen dan bijvoorbeeld in het veld van de corporatieve auteur. Dit is met name het geval bij<br />

ordonnanties die op een gegeven ogenblik zijn uitgevaardigd, en later een aantal keer werden aangevuld<br />

en opnieuw uitgegeven. Ook wanneer de datum van uitvaardiging niet te achterhalen is, wordt dat in<br />

een algemene noot toegelicht.<br />

Voorbeelden van algemene noten bij overheidspublicaties<br />

1 Issued by the Raad van State 14-02-1635 and amplified 28-04-1670<br />

2 Date of issue not stated<br />

3 Renewed 31-08-1643<br />

2.8.4 Bijzondere gevallen: titels in niet-Latijnse alfabetten<br />

Titels in niet-Latijnse alfabetten worden in twee groepen verdeeld: titels in Griekste alfabetten en titels<br />

in andere alfabetten (dus niet Latijnse, niet Griekse alfabetten).<br />

Grieks<br />

Titels in het Griekse alfabet worden met behulp van de UNI-codes met Griekse letters ingevoerd.<br />

Voorbeeld<br />

Cornelivs Hazart, Ονος προς την λυραν dat is Den ezel op d'harpe ofte lyere, Antwerpen,<br />

Michiel Cnobbaert, 1671<br />

de Griekse woorden in de titel worden ingevoerd als:<br />

«039F»«03BD»«03BF»«03C2» «03C0»«03C1»«03BF»«03C2» «03C4»«03B7»«03BD»<br />

«03BB»«03C5»«03C1»«03B1»«03BD»<br />

Andere alfabetten<br />

Indien een titel in Latijns of in Grieks alfabet op de titelpagina staat, dan worden de titels in het niet-<br />

Latijnse en niet-Griekse alfabet (cyrillisch, Hebreeuws, enzovoort) verwaarloosd. In een algemene noot<br />

wordt het voorkomen van deze andere titels vermeld.<br />

Indien zulke titels in cyrillisch, Hebreeuws, enzovoort relevante bijkomende informatie bevatten, dan<br />

worden ze getranscribeerd naar het Latijnse alfabet, en in een algemene noot wordt de situatie<br />

toegelicht.<br />

Indien een titel enkel in een niet-Latijns/niet-Grieks alfabet op de titelpagina voorkomt, dan wordt de<br />

titel naar het Latijnse alfabet getranscribeerd. In een algemene noot wordt de toestand toegelicht.<br />

Voorbeelden<br />

1 Title in Hebrew and Latin<br />

2 Title in Hebrew<br />

44


45<br />

2. Titel<br />

2.9 Weergave van de oorspronkelijke titel<br />

Voor de transcriptie van de oorspronkelijke titel worden zoveel mogelijk dezelfde transcriptieregels<br />

gehanteerd als voor de hoofdtitel. Indien dat opportuun is, kan de beschrijver van deze regel afwijken,<br />

bij voorbeeld wanneer de originele titel niet of slechts uit tweede hand bekend is. Zo nodig kan de<br />

beschrijver zelf een oorspronkelijke titel bedenken. In dat geval is de spelling vrij.<br />

Voorbeeld: Tweede of latere editie<br />

Philippvs Rovenivs, Het gvlden wieroock-vat, eenen ieghelycken nvt en oorbaer om syn<br />

gebeden Godt op te drage[n], Hantwerpen, Ian Cnobbaert, 1636<br />

Oorspronkelijke titel<br />

[Het gvlden wieroockvadt]<br />

Voorbeeld: Vertaling uit het Latijn<br />

Hieremias Drexelivs, Gvilielmvs Devtels [trl.], Schoone consideratien van de<br />

eeuwicheydt, Loven, Henrick van Hastens, 1625<br />

Oorspronkelijke titel<br />

De aeternitate considerationes<br />

Soms is slechts een deel van een oorspronkelijk werk vertaald of opnieuw uitgegeven. In die gevallen<br />

wordt de oorspronkelijke titel afgesloten met een punt, en volgt daarop een spatie en de aanduiding van<br />

de gepresenteerde delen, opgemaakt in de redactietaal (het Engels). Die aanduiding begint telkens met<br />

een hoofdletter.<br />

Voorbeeld: Vertaling van een deel<br />

Antonio de Roxas, E.L.G. [trl.], Een schoon tractaetken van't inwendigh gebedt [...] het<br />

tweede deel van een gouden tractaectken van de H. communie, Brvgghe, Nicolaes<br />

Breyghel, 1634<br />

Oorspronkelijke titel<br />

Vida del espiritu. Part 2<br />

Zoals hierboven reeds werd aangegeven, kan het ook nodig zijn om een oorspronkelijke titel aan te<br />

maken voor meerdelige werken waarvan niet alle delen voorhanden zijn, of waarvan de deeltitels teveel<br />

van elkaar verschillen . Volledigheidshalve herhalen we het voorbeeld hier.<br />

De oorspronkelijke titel wordt aan het <strong>eerste</strong> deel ontleend, of bij gebrek daaraan aan een vroegere<br />

editie. Daarna volgen een punt en een spatie, waarna in de redactietaal het deel wordt aangeduid. Die<br />

deelaanduiding begint met een hoofdletter.<br />

Voorbeeld: Delen van een meerdelig werk worden apart beschreven<br />

Marianus Stalpaert, De ghebenedyde voester van [...] Jesus, sone vande alder-heyl.<br />

maghet Maria [...] het <strong>eerste</strong> deel, Ipre, Ioannes Moerman, 1686<br />

Oorspronkelijke titel<br />

De ghebenedyde voester. Part 1<br />

Katernopbouw<br />

A-2R8 2S4<br />

Marianus Stalpaert, Den wegh des doodts ofte Inleydinghe tot de verborghen godtheyt,<br />

Ipre, Joannes Baptista Moerman, 1688<br />

Oorspronkelijke titel<br />

De ghebenedyde voester. Part 2<br />

Katernopbouw<br />

4 A8 (-A1) B-3B8 3C4


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

2.10 Weergave van de uniforme titel, de sorteertitiel en de paralleltitel<br />

De uniforme titel wordt gehaald uit de thesaurus van (uniforme) titels.<br />

De sorteertitel wordt gecodeerd opgenomen als voor overheidspublicaties en voor<br />

thesissen.<br />

Zoals boven reeds werd aangegeven, worden de paralleltitels weergegeven volgens de regels van de<br />

hoofdtitel. Voor die regels verwijzen we naar het onderdeel 2.8. Het belangrijkste verschil is dat<br />

paralleltitels, net omdat ze in wezen nauwelijks bijkomende informatie verschaffen, veel sterker worden<br />

afgekort dan de hoofdtitel.<br />

2.11 Invoer van de titels in Brocade<br />

In de <strong>STCV</strong> worden geen titels ‘onderdrukt’. Hetzelfde geldt voor andere informatie als auteurs,<br />

drukkers en uitgevers enzovoort.<br />

2.11.1 Hoofdtitel<br />

Titelveld<br />

In het titelveld wordt de overeenkomstige hoofdtitel genoteerd.<br />

Het systeem is geprogrammeerd om nietszeggende (lid)woorden aan het begin van de titel weg te<br />

rangschikken. Indien het programma niet de juiste keuze maakt, dan kan de underscore (‘_’) manueel<br />

worden geplaatst net voor het woord waarop de titel moet worden gesorteerd. Er wordt slechts één<br />

underscore per titel in aanmerking genomen.<br />

Extensie<br />

De extensie blijft leeg.<br />

Type<br />

Hoofdtitel: ondertitel<br />

Taal<br />

De taal waarin de titel is gesteld. Bij meertalige titels telt de taal van het <strong>eerste</strong> stuk van de titel. Deze taal<br />

moet het systeem in staat stellen om nietszeggende (lid)woorden aan het begin van een titel weg te<br />

rangschikken.<br />

Bron<br />

Titelpagina of Document of Extern<br />

Voorbeeld: Invoer van een meertalige titel in Brocade<br />

2.11.2 Oorspronkelijke titel<br />

Titelveld<br />

In het titelveld wordt de overeenkomstige oorspronkelijke titel genoteerd.<br />

Extensie<br />

De extensie blijft leeg<br />

46


Type<br />

Oorspronkelijke titel<br />

47<br />

2. Titel<br />

Taal<br />

De taal waarin de titel is gesteld. Bij meertalige titels telt de taal van het <strong>eerste</strong> stuk van de titel. Deze taal<br />

moet het systeem in staat stellen om nietszeggende (lid)woorden aan het begin van een titel weg te<br />

rangschikken.<br />

Bron<br />

Extern<br />

Afbeelding: Invoer van een oorspronkelijke titel in Brocade<br />

2.11.3 Uniforme titel<br />

Titelveld<br />

In het titelveld wordt de overeenkomstige uniforme titel genoteerd. Deze titels kunnen worden<br />

opgezocht in het authority bestand (zoeksleutel: titels). Van deze titels moet steeds de hoofdvorm<br />

worden geselecteerd.<br />

Extensie<br />

De extensie blijft leeg.<br />

Type<br />

Uniforme titel<br />

Taal<br />

Taal van de uniforme titel. Voor bijbelboeken is de taal steeds Latijn.<br />

Bron<br />

Altijd extern<br />

2.11.4 Sorteertitel<br />

Titelveld<br />

Bij de weergave van de sorteertitel rijzen geen problemen, omdat er alleen maar codes moeten worden<br />

ingevoerd.<br />

De is afhankelijk van het type publicatie:<br />

Overheidspublicaties <br />

Thesissen


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

Extensie<br />

In het extensieveld wordt de exacte datum van uitvaardiging genoteerd, op de volgende manier:<br />

4 cijfers voor het jaar, komma, 2 cijfers voor de maand, komma, 2 cijfers voor de dag. Na de komma’s<br />

worden geen spaties ingevoerd.<br />

Indien de dag niet bekend is, wordt de laatste komma weggelaten en de laatste twee cijfers vallen weg.<br />

Indien ook de maand niet bekend is, vervallen deze gegevens op een analoge wijze. Indien wel een dag<br />

bekend is, maar niet de maand, dan vult men voor de maand twee keer nul in. Indien het jaar niet<br />

bekend is, maar wel een maand of een dag, dan gaat men op een analoge wijze tewerk.<br />

Voorbeelden<br />

9 nov. 1672 1672,11,09<br />

feb. 1671 1671,02<br />

12 xx 1671 1671,00,12<br />

9 nov. xxxx 0000,11,09<br />

xx nov. xxxx 0000,11<br />

12 xx 16xx 0000,00,12<br />

Type<br />

Sorteertitel<br />

Taal<br />

Mul. [Deze taal zal in een latere fase binnen Anet worden geüniformiseerd c.q. worden omgezet.]<br />

Bron<br />

Altijd extern<br />

Afbeelding: Invoer van een sorteertitel in Brocade<br />

2.11.5 Paralleltitel<br />

Titelveld<br />

In het titelveld wordt de overeenkomstige paralleltitel genoteerd. Voor elke nieuwe paralleltitel wordt<br />

een nieuw titelblok aangemaakt.<br />

Het systeem is geprogrammeerd om nietszeggende (lid)woorden aan het begin van de titel weg te<br />

rangschikken. Indien het programma niet de juiste keuze maakt, dan kan de underscore (‘_’) manueel<br />

worden geplaatst net voor het woord waarop de titel moet worden gesorteerd. Er wordt slechts één<br />

underscore per titel in aanmerking genomen.<br />

Extensie<br />

De extensie blijft leeg.<br />

Type<br />

Paralleltitel<br />

Taal<br />

De taal waarin de titel is gesteld. Bij meertalige titels telt de taal van het <strong>eerste</strong> stuk van de titel. Deze taal<br />

moet het systeem in staat stellen om nietszeggende (lid)woorden aan het begin van een titel weg te<br />

rangschikken.<br />

48


Bron<br />

Titelpagina. Paralleltitels elders uit het document, of uit externe bronnen komen niet in aanmerking<br />

voor opname, omdat een paralleltitel van nature uit al weinig extra informatie bevat.<br />

Afbeelding: Invoer van een paralleltitel in Brocade<br />

49<br />

2. Titel


3 Auteur<br />

Overzicht<br />

3.1 Algemeen<br />

3.2 Soorten auteurs<br />

3.3 Keuze van de personele auteurs<br />

3.4 Invoer van de personele auteurs in Brocade<br />

3.5 Bijzondere gevallen van personele auteurs<br />

3.6 Keuze van de corporatieve auteurs<br />

3.7 Invoer van de corporatieve auteurs in Brocade<br />

3.1 Algemeen<br />

51<br />

3. Auteur<br />

3.1.1 Anonieme werken<br />

Het onderscheid tussen anonieme en niet-anonieme werken, en de daarmee samenhangende keuze van<br />

het hoofdwoord, is een aspect dat in de <strong>STCV</strong> vervalt. De <strong>STCV</strong> is per definitie als een digitale<br />

databank opgevat, zonder dat het de bedoeling is om te komen tot een papieren versie. Het gebruik van<br />

thesauri, de bron van de informatie en het aangeven van de functie van de auteur, maken het mogelijk<br />

dat de beschreven publicaties gemakkelijk op elke mogelijke auteur zijn terug te vinden.<br />

3.1.2 Aantal auteurs<br />

In tegenstelling tot de STCN neemt de <strong>STCV</strong> een zo breed mogelijk gamma van ‘auteurs’ op.<br />

Daaronder wordt verstaan: alle personen of instanties die inhoudelijk of artistiek waren betrokken bij de<br />

totstandkoming van het boek, en die op basis daarvan terug te vinden zijn. Auteurs die op de<br />

titelpagina(’s), in de approbatie, het privilegie of op gravures worden vermeld, worden zoveel mogelijk<br />

opgenomen; personen aan wie werken zijn opgedragen en die in voorwoorden en opdrachten worden<br />

genoemd, niet. Het vermelden van al deze ‘passieve’ auteurs zou immers te ver leiden.<br />

3.1.3 Het gebruik van de thesauri of authority files<br />

Brocade is opgevat als een geheel van deeldatabanken die met elkaar in relatie staan (gerelateerde<br />

databanken). Verschillende groepen van gelijksoortige informatie zoals informatie over auteurs,<br />

corporatieve auteurs, geografische namen, drukkers, en andere groepen informatie worden in aparte<br />

bestanden of files ondergebracht. Dat heeft het voordeel dat deze informatie in principe slechts één<br />

maal moet worden ingevoerd, en daarna telkens opnieuw kan worden opgeroepen, geconsulteerd en<br />

aangevuld.<br />

Deze bestanden zijn opgevat als authority files. Dat wil zeggen dat men de gegevens in die bestanden<br />

slechts kan wijzigen indien men daartoe gemachtigd is. Dat verhoogt de coherentie van de bestanden.<br />

Het consulteren van deze bestanden daarentegen heeft geen beperkingen.<br />

De authority files vergemakkelijken dus het beheer van steeds weerkerende informatie (zoals<br />

auteursgegevens) enerzijds en het koppelen van die informatie aan de beschrijvingen anderzijds.<br />

De auteursgegevens die in dit hoofdstuk worden behandeld vinden hun plaats in de authority file<br />

‘Personen’, de corporatieve auteurs in de file van ‘Corporatieve auteurs’. De hieronder beschreven<br />

verwerking ervan komt in hoge mate overeen met die van de geografische namen en de drukkers .<br />

Personele auteurs worden systematisch opgeslagen in de ‘Personenthesaurus’. Daarbij wordt er zorg<br />

voor gedragen dat alle mogelijke variante vormen van dezelfde persoonsnaam onder dezelfde<br />

hoofdvorm worden bijeengebracht. Hierbij geldt het principe: één persoon krijgt één thesaurusrecord.<br />

De hoofdvorm is de ‘theoretische’, ‘arbitraire’ naam waaronder de auteur het bekendst is. De<br />

naamsvorm in dit veld wordt als volgt genoteerd:<br />

achternaam, partikels, voornaam [extensie]<br />

Tussen twee elementen komt een komma gevolgd door een spatie. De extensie wordt in een apart veld<br />

ingevoerd, en verschijnt in de indexen steeds tussen vierkante haakjes. De extensie kan bijvoorbeeld de<br />

levensdata bevatten bij synoniemen, een aanduiding ‘jr.’ of ‘sr.’ bevatten enzovoort. Een Romeins cijfer<br />

dat een generatie in een ‘dynastie’ of familie aanduidt, komt echter niet in de extensie, maar wel in de<br />

hoofdvorm, na de voornaam.


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

Voorbeeld: Hoofdvorm van een auteur<br />

Brande, vanden, Stijn [jr.]<br />

Voorbeeld: Hoofdvorm van een drukker<br />

Bellerus, Petrus I [Weduwe en erfgenamen]<br />

In deze records komen vervolgens alle relevante trefwoorden terecht waaronder de auteur bekend is, of<br />

die in de geraadpleegde werken en literatuur voorkomen. Zowel de hoofdvormen als de trefwoorden<br />

worden geïndexeerd, zodat de gebruiker zonder moeite bij de juiste record terecht komt.<br />

Iemand die op het trefwoord ‘Suivius’ zoekt, wordt naar de hoofdvorm van ‘Hazart, Cornelius’<br />

doorverwezen . Na het doorklikken op de hoofdvorm, komt men bij de authority<br />

record zelf terecht, waar alle trefwoorden worden gepresenteerd .<br />

Afbeelding: Zoeken in de personenthesaurus op ‘suivius’<br />

Afbeelding: Weergave van een record in de personenthesaurus<br />

52


3.2 Soorten auteurs<br />

53<br />

3. Auteur<br />

3.2.1 Personele auteurs<br />

In <strong>eerste</strong> instantie gaat het om de personen die op de titelpagina zijn te vinden (auteur, bewerker,<br />

compilator, tekstbezorger, …). Desgevallend kunnen ook namen worden opgenomen die elders in het<br />

werk werden aangetroffen (bijvoorbeeld vertaler genoemd in voorwoord of approbatie); voor<br />

illustratoren gebeurt dit systematisch. Ten slotte kunnen ook auteurs worden opgenomen die aan<br />

externe bronnen werden ontleend, indien die informatie nuttig en betrouwbaar is. In de mate van het<br />

mogelijke wordt dit nagestreefd voor de toeschrijving van anoniem gepubliceerde werken.<br />

3.2.2 Corporatieve auteurs<br />

Naast de hierboven genoemde voorbeelden van personele auteurs, neemt de <strong>STCV</strong> ook corporatieve<br />

auteurs op. Een corporatieve auteur komt in hoofdzaak voor bij overheidspublicaties (plakkaten,<br />

ordonnanties, keuren, instructies, sententies, enz.). De corporatieve auteur is in dat geval de<br />

uitvaardigende instantie.<br />

In enkele uitzonderlijke gevallen kan een corporatieve auteur ook worden opgenomen bij andere<br />

publicaties. Zo kunnen de regels van een bepaalde kloosterorde uitgegeven zijn op naam van de orde, of<br />

toneelprogramma’s kunnen verzorgd zijn door een bepaald college van een bepaalde orde in een<br />

bepaalde stad, enzovoort.<br />

3.3 Keuze van de personele auteurs<br />

3.3.1 Eén hoofdvorm, vele trefwoorden<br />

Zoals hierboven reeds aangegeven worden de personele auteurs systematisch in de ‘Personenthesaurus’<br />

opgeslagen. Daarbij wordt er zorg voor gedragen dat alle mogelijke variante vormen van dezelfde<br />

persoonsnaam onder dezelfde hoofdvorm worden bijeengebracht. Hierbij geldt het principe: één<br />

persoon krijgt één thesaurusrecord, onder welke naamsvarianten of pseudoniemen hij zich ook uitgaf.<br />

In het voorbeeld hierboven is zo het pseudoniem Suivius voor Cornelis Hazart onder de hoofdvorm<br />

‘Hazart, Cornelius’ ondergebracht. Het aanmaken van een verwijzing van ‘Suivius’ naar ‘Hazart’ is door<br />

de automatische indexering op zowel hoofdvormen als trefwoorden overbodig geworden.<br />

3.3.2 Keuze voor hoofdwoord of trefwoord<br />

De bron van de informatie bepaalt of in de beschrijving het variante trefwoord van de naam wordt<br />

opgenomen, dan wel of er enkel naar de hoofdvorm van de naam wordt verwezen. Indien de naam<br />

wordt gevonden op de titelpagina, wordt steeds de variante vorm van de naam opgenomen. Indien die<br />

overeenkomt met de hoofdvorm van de naam, wordt er toch een identiek trefwoord aangemaakt. Een<br />

aanpassing van de hoofdvorm heeft op die manier geen invloed op de specifieke variant die werd<br />

aangetroffen en in de beschrijving is opgenomen.<br />

Indien de naam elders in het werk of extern werd aangetroffen, wordt de hoofdvorm in de beschrijving<br />

opgenomen. In de OPAC zal deze hoofdvorm, naargelang de bron van de informatie, worden<br />

gepresenteerd tussen ronde haken (bron: document) of tussen vierkante haken (bron: extern).<br />

3.3.3 Schema voor de bronaanduiding<br />

Afhankelijk van de titel waarvoor men kiest, verschilt de bronaanduiding van de auteursgegevens. In het<br />

schema hieronder worden alle mogelijke bronaanduidingen systematisch weergegeven.<br />

Herkomst van de auteur Bron<br />

Typografische tp. titelpagina<br />

Gegraveerde tp. titelpagina indien er enkel een gegraveerde tp. is<br />

document indien er ook een typografische tp. is<br />

Approbatie, privilegie, etc. document<br />

Illustraties binnen of buiten collatie document<br />

Bibliografieën, andere beschrijvingen extern<br />

Indien een typografische titelpagina een auteur niet vermeldt, en op de gegraveerde titelpagina wordt hij<br />

wel genoemd, dan wordt die auteur opgenomen onder zijn hoofdvorm met als bronaanduiding<br />

‘document’.


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

3.3.4 Functie-aanduidingen<br />

Voor het aanduiden van de functie van de personele auteur werd een beperkte lijst van elf mogelijke<br />

functies vastgelegd:<br />

Primaire auteurs<br />

aut Primaire auteur<br />

Secundaire auteurs<br />

adp Bewerker (herziener, samenvatter, …)<br />

com Compilator (bloemlezer, samensteller, …)<br />

dub Twijfelachtige auteur<br />

edt Editor (tekstbezorger, redacteur, wetenschappelijke uitgever, …)<br />

hnr Gehuldigde/passief auteur<br />

ill Illustrator (schilder/ontwerper, tekenaar, graveur)<br />

mus Musicus (componist, muziekuitvoerder)<br />

ths Promotor (van een thesis)<br />

trl Vertaler<br />

xxx nog nieuwe code aan te maken voor Promovendus of defendens (van een thesis)<br />

Daarnaast biedt Brocade nog andere functies aan (o.a. medewerker, code ‘clb’, en regisseur, code ‘drt’).<br />

De <strong>STCV</strong> maakt van deze functie-aanduidingen geen gebruik.<br />

3.3.5 Primaire versus secundaire auteur<br />

Voor de <strong>STCV</strong> primeert de functie-aanduiding boven het onderscheid tussen primair en secundair<br />

auteur. Bij een werk dat is uitgegeven omwille van de illustraties (vb. verzameling gravures met<br />

titelpagina) zou men de illustrator als ‘primair auteur’ kunnen beschouwen. Toch zullen we de illustrator<br />

hier als ‘ill’ aanduiden, om zijn werkelijke relatie tot het werk duidelijk te maken. Bij samenvattingen en<br />

bewerkingen zal de samenvatter of bewerker ook steeds alsdusdanig worden aangeduid (adp). Indien hij<br />

bekend is, wordt de oorspronkelijke auteur steeds ‘primair auteur’ (aut). Deze werkwijze is vooral van<br />

belang vanwege de formulering in de auteursvermelding.<br />

3.3.6 Bijzondere gevallen<br />

Redacteurs van tijdschriften<br />

Auteurs en redacteuren van tijdschriften worden geen ‘Primair auteur’ (aut). Ze krijgen als functieaanduiding<br />

‘Editor’ (edt).<br />

Thesissen<br />

Voor academische disputaties, dissertaties en thesissen wijkt de <strong>STCV</strong> af van wat gangbaar is in de<br />

STCN. Ongeacht wie de feitelijke auteur is van de tekst, wordt de promovendus (defendens) steeds<br />

aangeduid als ‘xxx’, de promotor (praeses) steeds als ‘ths’. Indien met zekerheid kan worden uitgemaakt<br />

wie van beiden de feitelijke auteur is, dan kan dit expliciet in een annotatie worden vermeld. Geen van<br />

beiden wordt dus als ‘primair auteur’ (aut) gekwalificeerd.<br />

De promotor mag niet worden verward met de rector magnificus op wiens gezag (‘ex auctoritate’) een<br />

promotie plaatsvindt. De rector magnificus wordt niet opgenomen in de beschrijving. Dit is niet echt<br />

een uitzondering op de regel dat alle namen van de titelpagina worden opgenomen, omdat de rector<br />

geen wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de totstandkoming van de tekst.<br />

Reisverhalen<br />

Bij anoniem gepubliceerde reisjournalen wordt de ‘reiziger’ als ‘Primair auteur’ (aut) behandeld.<br />

Redevoeringen<br />

Bij anoniem gepubliceerde publieke voordrachten van redevoeringen en gedichten wordt de declamator<br />

als ‘Primair auteur’ (aut) behandeld.<br />

Confessies<br />

Bij een confessie of belijdenis zoals bv. ‘Confessie ofte belijdenisse van Lowijs Gaufridi’ wordt Lowijs<br />

Gaufridi als ‘primair auteur’ (aut) opgenomen, ook al is de tekst bijvoorbeeld door de biechtvader<br />

bezorgd.<br />

54


3.4 Invoer van de personele auteurs in Brocade<br />

55<br />

3. Auteur<br />

3.4.1 Hoofdvorm of trefwoord?<br />

Afhankelijk van de bron van het impressum wordt de hoofdvorm dan wel het trefwoord van de auteur<br />

in de beschrijving opgenomen. Men onderscheidt twee mogelijkheden:<br />

1 De personele auteur draagt de bronaanduiding ‘titelpagina’<br />

2 De personele auteur draagt de bronaanduiding ‘document’ of ‘extern’<br />

In het <strong>eerste</strong> geval neemt men de variante naamsvorm op die op de titelpagina voorkomt. Men koppelt<br />

deze naamsvorm aan de thesaurusrecord van de betrokken auteur.<br />

In het tweede geval neemt men de hoofdvorm van de betrokken auteur op. Het trefwoord dat in het<br />

werk is aangetroffen kan echter wel belangrijk zijn, bv. voor de identificatie van een ander werk.<br />

Daarom worden deze ‘bijkomende trefwoorden’ zoveel mogelijk toch in de personenthesaurus<br />

opgenomen, echter zonder ze aan de beschrijving zelf te koppelen. De variante naamsvormen<br />

functioneren als extra zoekingangen met behulp waarvan men bij de auteur terecht kan komen.<br />

3.4.2 Weergave van de hoofdvorm<br />

Zowel de hoofdvorm als de trefwoorden van een auteur worden opgeslagen in de personenthesaurus.<br />

Bij het aanmaken van een nieuwe auteur in die thesaurus moet men de volgende regels in acht nemen:<br />

1 De hoofdvorm is representatief voor de auteur<br />

2 Auteurs met dezelfde naam zijn van elkaar te onderscheiden<br />

Men kiest bij voorkeur die hoofdvorm waaronder een auteur algemeen het bekendst is, hetzij door de<br />

frequentie van die naam, hetzij door de traditie. De hoofdvorm kan, als het nodig is, steeds gewijzigd<br />

worden, hoofdvormen zijn immers arbitrair. In principe volgt de <strong>STCV</strong> de gangbare regels in Brocade<br />

wat betreft de aanmaak van nieuwe hoofdvormen.<br />

De trefwoorden of variante naamsvormen mogen nooit worden geschrapt of aangepast: ze verwijzen<br />

namelijk naar varianten die in de drukwerken voorkomen. De wijziging van een trefwoord wijzigt<br />

meteen ook de auteursvermelding in alle beschrijvingen waarin dat trefwoord werd gebruikt.<br />

Formele regels voor de creatie van een hoofdvorm<br />

Bij het opnemen van een bepaalde hoofdvorm gelden volgende regels:<br />

1 Men noteert de naam in deze volgorde: achternaam, partikels, voornaam (+ eventueel<br />

Romeins cijfer)<br />

2 Aanduidingen als ‘junior’, ‘senior’, ‘rhetor’, ‘philosophus’, ‘weduwe’ enzovoort worden in<br />

de extensie bij de naam ondergebracht.<br />

3 Bijkomende onderscheidende informatie wordt ondergebracht in de biografische scope<br />

note.<br />

Voorbeeld: Auteur op de titelpagina, illustrator uit het document<br />

Beschrijving<br />

Ioseph vande H. Barbara, (Bouttats, Frederik) [ill.], Het gheestelyck kaert-spel met<br />

herten troef, oft t'Spel der liefde, (Antwerpen, Brakel, van, Arnout I, 1666)<br />

Personenthesaurus<br />

Hoofdvorm: Josephus a S. Barbara<br />

Trefwoord: Ioseph vande H. Barbara<br />

Hoofdvorm: Bouttats, Frederik<br />

Trefwoord: F. Bouttats


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

De biografische scope note<br />

In de mate van het mogelijke wordt elke persoon in de thesaurus van een biografische scope note<br />

voorzien. Die notities zijn louter bedoeld voor intern gebruik. De biografische scope note bevat<br />

volgende elementen:<br />

1 Biografische gegevens zoals de kloosterorde (afkortingen volgens Herwig OOMS,<br />

Repertorium universale siglorum ordinum et institutum religiosorum in ecclesia catholica, Brussel, 1959),<br />

de wereldlijke naam, het beroep<br />

2 Geboortedatum en datum van overlijden<br />

3 Geboorteplaats en plaats van overlijden<br />

4 De bron van deze informatie (afgekort m.b.v. de taalonafhankelijke codes)<br />

Afbeelding: Voorbeeld van een biografische scope note<br />

3.4.3 Weergave van het trefwoord<br />

Zoals hierboven reeds aangegeven worden alle trefwoorden die bij een bepaalde auteur horen,<br />

opgeslagen in het authoritybestand.<br />

Formele regels voor de creatie van een trefwoord<br />

Bij het transcriberen van het trefwoord gelden volgende regels:<br />

1 De naamsvariant wordt geciteerd.; omschrijvingen als ‘eenen priester der soc. Jesu’ behouden het<br />

lidwoord.<br />

2 Leestekens en spaties blijven behouden. Ook als komma bedoelde puntkomma’s of als<br />

afkortingspunt bedoelde dubbele punten blijven behouden.<br />

Voorbeelden<br />

Joan: Bapt: Clouwet<br />

3 Hoofdletters aan het begin van een naam (voornaam en achternaam) blijven behouden, andere<br />

hoofdletters worden naar onderkast gereduceerd. Losse partikels worden steeds met kleine letters<br />

genoteerd. Namen volledig die volledig in onderkast staan (bv. bij graveurs op de titelpagina), krijgen<br />

aan het begin van de voor- en achternaam een hoofdletter. De partikels (bv. ‘vande’, ‘vander’, ‘der’,<br />

‘a’ etc.) krijgen geen hoofdletter.<br />

Voorbeelden<br />

Titelpagina Weergave in de personenthesaurus<br />

EDVARDT DE VVITTE Edvardt de VVitte<br />

g.v. schoor G.V. Schoor<br />

eenen Priester der Soc. Iesv eenen priester der soc. Iesv<br />

4 De echte ligaturen æ, œ, Æ en Œ worden zo weergegeven. Andere ligaturen worden ontbonden.<br />

5 De combinatie van twee V’s blijft behouden, zowel in boven- als onderkast. Indien de combinatie<br />

‘VV’ of ‘vv’ door bijsnijden van één van de letters ‘W’ resp. ‘w’ moet suggereren, dan wordt ‘W’<br />

resp. ‘w’ genoteerd.<br />

6 Variante lettervormen worden niet onderscheiden. De lange s wordt door een gewone, korte ‘s’<br />

weergegeven, ‘ß’ als ‘ss’.<br />

56


57<br />

3. Auteur<br />

7 Afkortingen worden doorgaans overgenomen. Een aantal veel voorkomende afkortingen die met<br />

een titulus worden aangeduid, worden tussen vierkante haken opgelost. ‘vande’ [met titulus op ‘e’]<br />

wordt getranscribeerd als ‘vande[n]’, ‘VA’ [met titulus op ‘A’] wordt getranscribeerd als ‘va[n]’.<br />

8 De Gotische kapitalen ‘I/J’ en ‘U/V’ worden steeds als ‘I/i’ en ‘V/v’ gelezen en/of gereduceerd.<br />

9 Cursief wordt niet onderscheiden.<br />

10 De auteursnaam, die bij Latijnse werken meestal in de genitivus op de titelpagina staat, wordt<br />

omgezet naar de nominativus.<br />

11 Bijkomende formules, motto, deviezen, functies en beroepsaanduidingen worden verwaarloosd.<br />

3.5 Bijzondere gevallen van personele auteurs<br />

3.5.1 Namen in een taal met een ander alfabet<br />

Namen van auteurs die in het Grieks worden geciteerd op de titelpagina, worden in het Grieks<br />

opgenomen in de beschrijving en daartoe als trefwoord in Griekse karakters opgenomen in de<br />

personenthesaurus. De spelling van de hoofdvorm komt in de gangbare Latijnse vorm van deze<br />

auteursnaam.<br />

Bij namen van auteurs in andere talen, met een ander alfabet dan het Latijnse (Hebreeuws, Arabisch,<br />

cyrillisch enz.), wordt de variante naamsvorm van de auteur getranslittereerd naar het Latijnse alfabe. De<br />

hoofdvorm komt in de gangbare westerse vorm van deze auteursnaam.<br />

3.5.2 Koningen en andere regerende vorsten (ook pausen, bisschoppen enz.)<br />

In tegenstelling met de STCN, wordt in de <strong>STCV</strong> steeds de variante vorm overgenomen van de<br />

titelpagina, zelfs indien enkel de functie wordt vermeld.<br />

3.5.3 Pseudoniemen<br />

Een pseudoniem waarvan de echte auteursnaam bekend is, wordt steeds als trefwoord geciteerd in de<br />

beschrijving en daartoe als trefwoord opgenomen bij de record van de echte auteursnaam.<br />

Een onopgelost pseudoniem met naamstructuur wordt als trefwoord geciteerd in de beschrijving, maar<br />

in dit geval wordt het gekoppeld aan een hoofdvorm op naam van het niet-geïdentificeerde<br />

pseudoniem.<br />

3.5.4 Auteursaanduidingen<br />

Is de auteursnaam verborgen achter een niet als persoonsnaam te behandelen of op te vatten aanduiding<br />

als initialen, letter- of andere tekens, kwalificaties enz., dan worden deze steeds als variant trefwoord<br />

opgenomen bij de als auteur geïdentificeerde persoon.<br />

Indien de auteursaanduiding niet geïdentificeerd kan worden, wordt ze als variant trefwoord<br />

ondergebracht onder een niet nader geïdentificeerde hoofdvorm. Omschrijvingen als ‘een priester der<br />

societeyt Iesu’ of ‘eenen minderbroeder’ worden voor de hoofdvorm geredigeerd naar ‘Priester S.J.’ of<br />

‘Priester O.F.M.’. Bij andere omschrijvingen wordt in de hoofdvorm de spelling eveneens geactualiseerd<br />

en het eventuele lidwoord vooraan weggelaten. Zo wordt het variante trefwoord ‘eenen liefhebber der<br />

waerheydt’ ondergebracht onder de hoofdvorm ‘Liefhebber der waarheid’. Merk op dat zulke<br />

hoofdvormen telkens met een hoofdletter beginnen, terwijl dat voor de trefwoorden niet noodzakelijk<br />

is.<br />

Afbeelding: Resultaat na het zoeken in de personenthesaurus op ‘liefhebber’


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

3.5.5 Foutieve of dubieuze auteurs<br />

Staat er op de titelpagina een misleidende of foute auteursnaam dan kunnen er zich twee mogelijkheden<br />

voordoen:<br />

1 De foute auteursnaam berust op een vergissing (vb. drukfout).<br />

De foute naam wordt als een variant trefwoord opgenomen bij de hoofdvorm van de<br />

eigenlijke, bedoelde auteur. De functie-aanduiding wordt primair auteur (aut), met als bron<br />

titelpagina. In een algemene noot wordt de vergissing toegelicht als volgt:<br />

The real author is Voornaam Familienaam [van de juiste auteur]’<br />

2 Het gaat om een mystificatie: de eigenlijke auteur publiceert zijn boek opzettelijk onder de<br />

naam van een andere, echt bestaande persoon. De bedoeling tot mystificatie moet uit bronnen<br />

of onderzoek blijken.<br />

De foute naam wordt als een variant trefwoord opgenomen bij de hoofdvorm van de foute<br />

auteur. De functie-aanduiding wordt twijfelachtige auteur (dub). Daarnaast wordt de eigenlijke<br />

juiste auteur als een tweede auteur opgenomen, met als functie primair auteur (aut) en als<br />

bronaanduiding ‘extern’. In een algemene noot komt de vermelding:<br />

Mystification; the real author is Voornaam Familienaam [van de juiste auteur]’<br />

Indien de eigenlijke juiste auteur niet bekend is, maar het zeker om een mystificatie gaat, luidt<br />

de algemene noot als volgt:<br />

Mystification; the real author is unknown<br />

3.5.6 Meerdere auteurs<br />

In principe worden steeds alle auteurs opgenomen die op de titelpagina worden gepresenteerd. Het<br />

probleem voor de keuze van de op te nemen informatie situeert zich daardoor eerder bij de titel dan bij<br />

de auteurs.<br />

De volgende gevallen worden onderscheiden:<br />

1 Verschillende titels van meer dan één auteur zijn in één <strong>uitgave</strong> zijn verenigd onder een<br />

gemeenschappelijke titel. Uiteraard wordt die ene, gemeenschappelijke titel opgenomen,<br />

ongeacht of die titel voldoende significant is of niet. Alle auteurs worden opgenomen.<br />

2 Verschillende titels van meer dan één auteur zijn in één <strong>uitgave</strong> verenigd, met de auteursnamen<br />

en de verschillende titels op de titelpagina, en de auteurs en titels worden niet gelijkwaardig<br />

gepresenteerd. Enkel de voornaamste titel wordt in het titelveld opgenomen. De andere titels<br />

kunnen, als ze voldoende belangrijk worden geacht, in een annotatie van het type ‘wi’ (with)<br />

worden vermeld. Alle auteurs worden opgenomen. De band tussen auteurs en titels blijkt uit<br />

de noten en/of de digitale afbeelding van de titelpagina.<br />

3 Verschillende titels van meer dan één auteur zijn in één <strong>uitgave</strong> verenigd, met de auteursnamen<br />

en de verschillende titels op de titelpagina, en de auteurs en titels worden gelijkwaardig<br />

gepresenteerd. De <strong>eerste</strong> titel wordt in het titelveld opgenomen van de beschrijving. In deze<br />

beschrijving, die ook ‘moederbeschrijving’ wordt genoemd, bevat tevens alle auteurs. De<br />

andere titels worden elk afzonderlijk opgenomen in nieuwe beschrijvingen, de zogenaamde<br />

‘dochterbeschrijvingen’, die enkel de auteurs en titels bevatten die voor dat onderdeel relevant<br />

zijn. Tussen moeder- en dochterbeschrijving wordt een relatie gelegd van het type ‘incl’ c.q.<br />

‘inclin’.<br />

3.5.7 Anoniem gepubliceerde werken<br />

In de on line-databank van de <strong>STCV</strong> vervalt het gebruik van een ‘hoofdwoord’ voor anonieme werken.<br />

Er worden dus geen ‘lokale hoofdwoorden’ voor anonieme titels genoteerd.<br />

Anoniem gepubliceerde werken die met zekerheid kunnen worden toegeschreven aan een auteur,<br />

krijgen een verwijzing naar de hoofdvorm van die auteur in het auteursveld, met als bronaanduiding<br />

‘extern’.<br />

Minder zekere toeschrijvingen aan een auteur worden enkel in een algemene noot opgenomen,<br />

toeschrijvingen die eerder twijfelachtig zijn hoogstens in de catalografische opmerkingen.<br />

58


Voorbeelden<br />

Titelpagina Weergave in de personenthesaurus<br />

een Priester der Societ. Iesu hoofdvorm Priester S.J.<br />

trefwoord eenen priester der societ. Iesu<br />

een Priester der Societ. Iesu hoofdvorm Smidt, de, Aegidius<br />

trefwoord eenen priester der societ. Iesu<br />

59<br />

3. Auteur<br />

Eénzelfde trefwoord kan met andere woorden naar verschillende hoofdvormen verwijzen, afhankelijk<br />

van de identificatie van de omschrijving.<br />

3.5.8 Motto’s en deviezen<br />

Naast de auteursnaam op de titelpagina voorkomende motto’s of deviezen worden niet in de<br />

beschrijving opgenomen.<br />

3.6 Keuze van de corporatieve auteurs<br />

3.6.1 Algemeen<br />

Overheidspublicaties worden in de <strong>STCV</strong> niet anoniem beschreven (in tegenstelling met de STCN!),<br />

maar aan een corporatieve auteur toegewezen. De bibliograaf zal in de tekst van de overheidspublicatie<br />

op zoek gaan naar de ‘uitgevende instantie’, dat is de overheidsinstelling die de ordonnantie heeft<br />

uitgevaardigd. Daarbij wordt gezocht naar de instantie die zich qua niveau zo dicht mogelijk bij de<br />

praktijk bevond. Een plakkaat dat door de geheime raad is opgemaakt, en vervolgens door verschillende<br />

steden afzonderlijk is bekrachtigd en gepubliceerd, krijgt als corportatieve auteur de magistraat van de<br />

betrokken stad, en niet de geheime raad. Personen die overheidspublicaties ambtshalve ondertekenden<br />

(secretarissen van overheidsinstelling vorsten), worden niet opgevat als auteur, en verder ook op geen<br />

enkele wijze in de beschrijving vermeld.<br />

Corporatieve auteurs worden systematisch opgeslagen in de thesaurus voor Instellingen & Manifestaties.<br />

Enkel indien de uitgevende instantie op de titelpagina bij name wordt genoemd, zal dat specifieke<br />

trefwoord worden opgenomen in de beschrijving. Alle andere mogelijke formuleringen die in het werk<br />

worden aangetroffen, worden wel als trefwoorden aan het thesaurusrecord toegevoegd, zonder dat ze<br />

aan de beschrijving worden gekoppeld.<br />

3.6.2 Bijzondere gevallen<br />

Volgende soorten publicaties worden niet beschouwd als overheidspublicaties en krijgen geen<br />

corporatieve auteur. Ze worden beschreven op naam van de personele auteur of compilator.<br />

1 Brieven van ambassadeurs aan hun regering en andere semi-officiële stukken.<br />

2 Becommentarieerde compilatie-<strong>uitgave</strong>n van ordonnanties, genre Vlaems recht.<br />

Het komt ook voor dat overheidspublicaties verlucht zijn, en dat de illustrator bekend is. In dat geval<br />

wordt naast de corporatieve auteur gewoon ook een personeel auteur met de functie ‘ill’ (illustrator)<br />

aangemaakts, zoals hier boven onder 3.2 beschreven.<br />

3.7 Invoer van de corporatieve auteurs in Brocade<br />

Hoofdvorm of trefwoord?<br />

Hier gelden dezelfde regels als bij de personele auteurs. Vaak moet de corporatieve auteur in het<br />

document worden gezocht, zodat meestal de hoofdvorm in de beschrijving moet worden opgenomen.<br />

De in het werk gevonden variante trefwoorden kunnen echter steeds in de thesaurus worden<br />

opgenomen.<br />

Functie-aanduiding<br />

Bij corporatieve auteurs wordt steeds de functie ‘primaire auteur’ (aut) geselecteerd.


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

Veel voorkomende corporatieve auteurs<br />

Onderstaande lijst geeft een beknopt overzicht van de hoofdvormen van een aantal veel voorkomende<br />

corporatieve auteurs. Merk op dat voor de stedelijke overheden werd gekozen voor de algemene<br />

formulering ‘Stad’ als hoofdvorm, ongeacht de lokaal vaak zeer verschillende benamingen voor deze<br />

overheden. De lokale varianten kunnen als trefwoord worden opgenomen om de opzoekbaarheid van<br />

deze gegevens te vergroten.<br />

Bij kloosterorden wordt eerst de orde afgekort genoemd, dan de stad of de provincie, en tot slot<br />

eventueel het huis of de afdeling.<br />

Wereldlijke instellingen<br />

Centrale overheidsinstellingen<br />

Raad van State a::061.78417<br />

Geheime Raad a::061.78404<br />

Gewestelijke overheidsinstellingen<br />

Raad van Brabant a::061.78418<br />

Raad van Vlaanderen a::061.12847<br />

Lokale overheidsinstellingen<br />

Grote steden (of hoofdsteden) van Brabant<br />

Antwerpen, Stad a::061.5<br />

Brussel, Stad a::061.6717<br />

Leuven, Stad a::061.2803<br />

Mechelen, Stad a::061.5314<br />

Kleine steden (Cleyne steden) van Brabant<br />

Aarschot, Stad a::061.78416<br />

Asse, Stad a::061.78419<br />

Boom, Stad a::061.78420<br />

Diest, Stad a::061.78421<br />

Geel, Stad a::061.78422<br />

Gembloers, Stad a::061.78423<br />

Halen, Stad a::061.78424<br />

Herentals, Stad a::061.78425<br />

Hoogstraten, Stad a::061.78426<br />

Geldenaken, Stad a::061.78427<br />

Landen, Stad a::061.78428<br />

Lier, Stad a::061.68733<br />

Nijvel, Stad a::061.78429<br />

Scherpenheuvel, Stad a::061.78430<br />

Tienen, Stad a::061.78431<br />

Turnhout, Stad a::061.5306<br />

Vilvoorde, Stad a::061.78432<br />

Waver, Stad a::061.78434<br />

Zichem, Stad a::061.78435<br />

Zoutleeuw, Stad a::061.78436<br />

Kerkelijke instellingen<br />

Kloosterorden<br />

S.J., Antwerpen, college a::061.78605 jezuïeten<br />

O.Cart., Leuven a::061.78541 kartuizers<br />

O.C.D., Gent a::061.78876 ongeschoeide karmelieten<br />

O.E.S.A., Leuven, college a::061.78766 augustijnen<br />

O.F.M., Antwerpen a::061.78990 franciskanen<br />

O.F.M.Cap. capucijnen<br />

O.F.M.Rec. rekolletten(-minderbroeders)<br />

O.P., Antwerpen, college a::061.78590 dominikanen, predikheren<br />

O.Praem., Antwerpen a::061.78877 norbertijnen, premonstratenzers<br />

60


4 Editie<br />

Overzicht<br />

4.1 Algemeen<br />

4.2 Invoer van de editievermelding in Brocade<br />

61<br />

4. Editie<br />

4.1 Algemeen<br />

In het Editie-veld komen in principe de gegevens van de titelpagina (bron: titelpagina) betreffende de<br />

<strong>uitgave</strong>. Deze vermelding komt steeds in een Engelstalige redactionele formulering. Concreet gaat het<br />

hier om vermeldingen van de ‘zoveelste/nieuwe/laatste druk of editie’, eventueel met bijkomende<br />

informatie als ‘verbeterd/vemeerderd’. De volgorde van de formulering op de titelpagina wordt zoveel<br />

mogelijk overgenomen.<br />

Voorbeelden van editievermeldingen bij nieuwe drukken en <strong>uitgave</strong>n<br />

Second impression/edition<br />

New impression/edition<br />

Latest impression/edition<br />

Corrected/Enlarged<br />

Corrected and enlarged/Enlarged and corrected<br />

Second enlarged impression<br />

Sixth impression, corrected and enlarged<br />

Daarnaast wordt ook informatie over vertalingen opgenomen. Ook deze elementen worden in het<br />

Engels geredigeerd. Indien de publicatie uitdrukkelijk vermeldt dat de vertaling verbeterd of<br />

vermeerderd is (en niet de zoveelste druk), kan een dergelijke vermelding hierbij worden opgenomen.<br />

De eenvoudige vermelding ‘vertaald’ zonder nadere bijzonderheden (van brontaal, mediërende taal of<br />

doeltaal) wordt verwaarloosd.<br />

Voorbeelden van editievermeldingen bij vertalingen<br />

Translated from the Latin<br />

Translated into Dutch<br />

Translated from the Spanish into Dutch<br />

Translated from the Spanish into Latin and from the Latin into Dutch<br />

Translated from the Latin and enlarged<br />

Translated into Dutch and corrected based on the Spanish original<br />

Bij de invoer van de bovenstaande gegevens worden de elementen (gegevens over vertaling en gegevens<br />

over <strong>uitgave</strong>) die afzonderlijk op de titelpagina zijn gepresenteerd, gescheiden door een . Na de<br />

komt nooit een spatie, maar de ‘nieuwe regel’ begint wel met een hoofdletter. De ‘break’ plaatst in<br />

de bekijkmodus de daaropvolgende tekst immers automatisch op een nieuwe lijn.<br />

Voorbeeld van de invoer van een editievermelding met een ‘break’ () in Brocade<br />

De uitdrukkelijke vermelding ‘door den Autheur’, in combinatie met bovenstaande voorbeelden, wordt<br />

steeds opgenomen en vertaald als ‘by the author’.<br />

De term ‘oversien’ impliceert niet dat er iets aan de tekst is gewijzigd en wordt daarom verwaarloosd.<br />

‘Oversien en vermeerdert’ wordt ‘enlarged’, ‘oversien en ghecorrigeert’ wordt ‘corrected’.<br />

Als de vermelding van <strong>uitgave</strong> of vertaling uitdrukkelijk een persoonsnaam bevat, dan wordt die<br />

persoon als ‘auteur’ in de beschrijving opgenomen. De functie-aanduiding bij die (secundaire) auteur<br />

verduidelijkt dan zijn relatie tot het werk (bijvoorbeeld vertaler, bewerker, enz.). Indien er, zoals in


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

onderstaand voorbeeld, onduidelijkheid kan blijven bestaan wie er precies verantwoordelijk was voor<br />

wat, kan de gebruiker steeds terecht op de digitale opname van de titelpagina. Indien nodig kan een<br />

algemene noot verduidelijking brengen.<br />

Voorbeeld<br />

Editievermelding op de titelpagina<br />

Eerst in Spaensche gemaect door den Eerw. P. Alphonsus va[n] Madril [!] […] daerna<br />

in’t latyn overgheset door den Eerw. Heer Jan Hentenius […] ende nu in onse<br />

nederlantsche tale overgheset door eenen broeder der seluer minderbroeders Oorden<br />

binnen Bruessel<br />

Auteurs in de beschrijving<br />

Trefwoord: Alphonsus va[n] Madril<br />

Hoofdvorm: Alonso de Madrid<br />

Functie: aut<br />

Bron: titelpagina<br />

Trefwoord: Jan Hentenius<br />

Hoofdvorm: Hentenius, Joannes<br />

Functie: trl<br />

Bron: titelpagina<br />

Trefwoord: eenen broeder der seluer minderbroeders oorden binnen Bruessel<br />

Hoofdvorm: Farzyn, Jacobus<br />

Functie: trl<br />

Bron: titelpagina<br />

Editievermelding in de beschrijving<br />

Translated from the Spanish into Latin and from the Latin into Dutch<br />

Bron: titelpagina<br />

Indien nuttig of nodig ter onderscheiding of identificatie kunnen ook soortgelijke gegevens worden<br />

opgenomen van elders uit het boek (bron: document) of uit de bibliografische literatuur (bron: extern).<br />

4.2 Invoer van de editievermelding in Brocade<br />

Voor bijkomende informatie uit andere bronnen wordt telkens een nieuw Editie-veld aangemaakt. Dit<br />

kan door een cijfer in te vullen in het numeriek veld na de vet gedrukte aanduiding ‘Editie, en<br />

vervolgens op de knop ‘Extra editie(s)’ te klikken. De volgorde van de verschillende Editie-blokken kan<br />

worden bepaald door een hoger of een lager nummer in te voeren in het numeriek veldje naast de<br />

cursief gedrukte veldaanduiding Editie.<br />

Voorbeeld van de aanmaak van een tweede editieblok in Brocade<br />

veld voor aanmaak van een nieuw editieblok<br />

velden voor de bepaling van de volgorde van de editieblokken<br />

62


5 Impressum<br />

Overzicht<br />

5.1 Het impressum<br />

5.2 Soorten impressa<br />

5.3 Mogelijke vindplaatsen van het impressum<br />

5.4 Keuze bij meerdere vindplaatsen van impressa<br />

5.5 De drukker: keuze en weergave<br />

5.6 De functie: keuze en weergave<br />

5.7 De plaats van <strong>uitgave</strong>: keuze en weergave<br />

5.8 Het jaar van <strong>uitgave</strong>: keuze en weergave<br />

5.9 Invoer van de impressumgegevens in Brocade<br />

63<br />

5. Impressum<br />

5.1 Het impressum<br />

Het impressum (of drukkersadres) geeft aan waar, door wie en wanneer een publicatie werd bezorgd.<br />

Soms vermeldt het ook de functie van de bezorger (verderop gemakshalve ‘drukker’ genoemd): hij kan<br />

het boek hebben gedrukt, uitgegeven of alleen maar verkocht.<br />

Niet elk impressum vermeldt evenveel elementen: vaak ontbreekt een functie-aanduiding, af en toe ook<br />

de naam van de drukker, de plaats en/of het jaar van <strong>uitgave</strong>.<br />

Sommige impressa vermelden verschillende drukkers, en op sommige publicaties staan meerdere<br />

impressa: hetzij naast of onder elkaar, hetzij op verschillende plaatsen in het boek (bv. titelpagina en<br />

colofon).<br />

Zeldzame informatie in impressa<br />

Eerder uitzonderlijk vermeldt een impressum de oorspronkelijke taal van <strong>uitgave</strong>, de naam van de<br />

auteur of andere elementen. Mededelingen over de oorspronkelijke taal (‘naar de Latijnse kopij’ e.d.)<br />

worden in het editieveld opgenomen, en zo nodig in een annotatie toegelicht. <br />

Auteursvermeldingen (‘gedrukt voor den auteur’) worden in het onderdeel van de drukker behandeld.<br />

5.2 Soorten impressa<br />

Er worden twee types impressa onderscheiden: het zogenaamde ‘gewone’ impressum (waarover<br />

doorgaans sprake is), en het kopij-impressum.<br />

Kopij-impressum<br />

Het kopij-impressum is herkenbaar aan inleidingen als ‘Gedrukt na de copy tot [plaats...]’, ‘eerst gedrukt<br />

tot [plaatsnaam], bij [drukker], [jaar van <strong>uitgave</strong>]’, ‘Gedrukt naar de Latijnse kopij, die gedrukt is te<br />

[plaats...]’ en ‘Copy [...]’. Het aantal gevallen is relatief gering. De mededeling ‘Gedrukt naar de kopij’<br />

zonder enige aanduiding van plaats, drukker of jaar komt ook voor. Deze mededeling wordt echter<br />

volledig verwaarloosd.<br />

In een aantal gevallen is het moeilijk uit te maken of het impressum een gewoon dan wel een kopijimpressum<br />

is. In die twijfelgevallen wordt het type impressum ‘normaal’ geselecteerd, en kan het<br />

volledige impressum in een algemene noot worden geciteerd.<br />

Voorbeeld: Onduidelijk type impressum<br />

H.M.D.T. [vert.], Den catechismus der jesuiten ofte De verborgentheyt der<br />

ongerechtigheyt ontdeckt door hare aenhangers, Antwerpen, s.n., 1678<br />

Algemene noot<br />

The imprint reads: t'Antwerpen, gedruckt na de nieuwe getranslateerde copye, anno M<br />

DC LXXVIII<br />

In dit voorbeeld is het onduidelijk of het om een identieke herdruk gaat van een Antwerpse druk die<br />

reeds de vertaling van de Franse tekst bevatte, dan wel dat in het voorliggende werk een vertaling werd<br />

bezorgd.


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

Impressa bij overheidspublicaties<br />

Bij overheidspublicaties, die wel eens vaker herdrukt werden met behoud van het oorspronkelijke<br />

impressum zonder dat de oorspronkelijke drukker nog werkzaam was, moet men bijzonder goed<br />

opletten. Indien men met zekerheid weet dat het impressum in feite een kopij-impressum is, dan moet<br />

het type ‘kopij-impressum’ worden gekozen. In een algemene noot geeft men verdere toelichting.<br />

Indien het slechts vermoedelijk om een kopij-impressum gaat, dan geeft men in de algemene noot lucht<br />

aan zijn vermoeden, en blijft in de beschrijving het impressum van het type ‘gewoon’ behouden.<br />

Ongedateerde overheidspublicaties moeten aan de hand van andere elementen zo exact mogelijk<br />

gedateerd worden.<br />

5.3 Mogelijke vindplaatsen van het impressum<br />

Een impressum kan op verschillende plaatsen staan, en impressa kunnen ook tegelijk op verschillende<br />

plaatsen voorkomen.<br />

1 Op de overkoepelende titelpagina, meestal onderaan (meestal bij werken in meerdere delen)<br />

2 Op de typografische titelpagina, meestal onderaan<br />

3 Op de gegraveerde titelpagina, dikwijls onderaan, maar soms ook verwerkt in het één of<br />

ander decoratief element van de gravure<br />

4 Het colofon, dat meestal op de laatste pagina staat of elders achteraan in het werk<br />

Drukkersinformatie elders uit het werk of uit externe bronnen<br />

Regelmatig treft men ook informatie over de drukker aan in het privilege of elders in het werk, en soms<br />

kent men de drukkersinformatie (plaats, drukker, functie, jaar, ...) alleen uit deze bronnen. In die<br />

gevallen is er geen sprake van een ‘impressum’ in eigenlijke zin, en moet men de vindplaats (‘document’)<br />

in een algemene noot verantwoorden.<br />

Ook wanneer de informatie over de drukker, plaats van <strong>uitgave</strong> of het jaar van <strong>uitgave</strong> alleen uit externe<br />

bron bekend is (bv. een bibliografie), moet de vindplaats in een algemene noot worden vermeld.<br />

Bronaanduiding voor impressa op ‘titelpagina’s’<br />

De bronaanduiding van de impressumgegevens die onttrokken zijn aan één van de soorten titelpagina’s<br />

hangt samen met de keuze van de titelpagina. Indien de Ideal Copy van een publicatie slechts één<br />

titelpagina bevat, en daarop komt een impressum voor, dan moet men voor de bron ‘titelpagina’<br />

selecteren. In werken met meerdere titelpagina’s hangt de bronaanduiding af van het statuut van die<br />

verschillende titelpagina’s: de titelpagina waaraan de hoofdtitel wordt onttrokken krijgt in de<br />

bronvermelding het statuut van ‘titelpagina’. Andere titelpagina’s (meestal gegraveerde), die ook voor de<br />

keuze van de hoofdtitel slechts in tweede instantie in aanmerking komen, krijgen in de bronvermelding<br />

het statuut van ‘document’.<br />

Schema voor de bronaanduiding<br />

Afhankelijk van de titelpagina waarvoor men kiest, verschilt de bronaanduiding van de<br />

impressumgegevens. In het schema hieronder worden alle mogelijke bronaanduidingen systematisch<br />

weergegeven.<br />

Herkomst van de Bron Opmerkingen<br />

impressumgegevens<br />

Overkoepelende tp. tp. Afwijkende impressumgegevens in noot<br />

Bijkomende impressa opnemen met als bron ‘doc.’/ ‘col.’<br />

Typografische tp. tp. Afwijkende impressumgegevens in noot<br />

Bijkomende impressa opnemen met als bron ‘doc.’/ ‘col.’<br />

Gegraveerde tp. tp. indien er géén overkoepelende of typograf. tp. is<br />

doc. indien er wél overkoepelende of typogr. tp. is<br />

Bijkomende impressa opnemen met als bron ‘doc.’/ ‘col.’<br />

Bedrukte omslag tp. indien er géén overkoepelende, typogr. of gegrav. tp. is<br />

doc. indien er wél een overkoepelende, typogr. of gegrav. tp. is<br />

Algemene noot: Imprint from printed cover<br />

Bijkomende impressa opnemen met als bron ‘doc.’/ ‘col.’<br />

Colofon col. Afwijkende impressumgegevens in noot<br />

Bijkomende impressa opnemen met als bron ‘doc.’/ ‘col.’<br />

Privilege, approbatie etc. doc. Algemene noot: Date/Printer from [...]<br />

Bibliografieën etc. ext. Algemene noot: Date/Printer from [...]<br />

64


65<br />

5. Impressum<br />

Indien er twee verschillende impressa op de (overkoepelende) typografische/gegraveerde titelpagina, of<br />

als er twee verschillende impressa in het colofon voorkomen, krijgen beide impressa vanzelfsprekend<br />

dezelfde bronaanduiding.<br />

5.4 Keuze bij meerdere vindplaatsen van impressa<br />

De hiërarchie is als volgt:<br />

1 Impressum op de typografische titelpagina<br />

2 Impressum in het colofon<br />

3 Impressum op de gegraveerde titelpagina<br />

4 Gegevens gevonden elders in het werk<br />

5 Gegevens gevonden buiten het werk<br />

Deze hiërarchie kan worden beschouwd als een algoritme dat van boven naar onder moet worden<br />

gelezen. Indien het werk een impressum bevat (gevallen 1, 2 en 3), worden de andere gegevens uit het<br />

werk (bv. uit de approbatie) buiten beschouwing gelaten. Slechts indien die een ander licht op de zaak<br />

zouden werpen, komen ze toch in aanmerking. Die informatie krijgt dan een plaats in een algemene<br />

noot.<br />

Meerdere impressa in een werk<br />

Indien er meerdere impressa in een werk voorkomen, dan onderscheidt men twee mogelijkheden:<br />

1 De impressa verschaffen nagenoeg identieke informatie<br />

2 De impressa wijken substantieel van elkaar af<br />

In het <strong>eerste</strong> geval neemt men in de beschrijving geen extra informatie op. Zo wordt er geen extra<br />

impressum aangemaakt indien er naast het impressum op de typografische titelpagina nog een<br />

gelijkluidend impressum in het colofon of op de gegraveerde titelpagina voorkomt. Mogelijke<br />

spellingvarianten in de naam van de drukker of de plaats van <strong>uitgave</strong> worden respectievelijk in de<br />

drukkersthesaurus en de geografische thesaurus opgenomen zodat de gebruiker ook via deze varianten<br />

bij de betrokken drukker en plaats van <strong>uitgave</strong> terechtkomt.<br />

Soms is het aangewezen om in een algemene noot te wijzen op het voorkomen van andere impressa.<br />

Men verwijst dan naar de precieze locatie ervan.<br />

Voorbeeld: Substantieel van elkaar afwijkende impressa<br />

S. Avgvstinvs, Vierighe meditatien ofte aendachten, Antwerpen, [printed for] Hendrick<br />

Sleghers, 1680<br />

Algemene noot<br />

The imprint in the colofon reads: t'Antwerpen, voor de Weduwe van Reynier Sleghers<br />

inde Cammer-straet inde Schilt van Arthoys. 1680<br />

In het tweede geval neemt men in de beschrijving een extra impressum op. De bronaanduiding geeft<br />

aan waar de impressa terug te vinden zijn. Op die manier is het duidelijk of twee impressa naast of<br />

onder elkaar op de typografische titelpagina staan, dan wel elk op een andere plaats in het werk.<br />

Titel<strong>uitgave</strong>n<br />

Bij titel<strong>uitgave</strong>n is een oud impressum soms nog zichtbaar of -als het bijvoorbeeld overplakt is-<br />

reconstrueerbaar. Het oude impressum wordt in die gevallen niet in het impressumblok opgenomen,<br />

maar alleen in een algemene noot vermeld. Enkel het nieuwe impressum, dat voor het tot stand komen<br />

van het werk van belang is, wordt in het impressumblok opgenomen.


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

5.5 De drukker: keuze en weergave<br />

Men neemt de informatie voor de drukker op uit het impressum dat het hoogst in de hiërarchie staat<br />

. Dat geldt evenzeer voor de andere elementen (functie, plaats van <strong>uitgave</strong>, jaar van <strong>uitgave</strong>)<br />

die verderop worden behandeld.<br />

5.5.1 Keuze voor hoofdvorm of trefwoord<br />

De drukker is bekend<br />

Afhankelijk van de bron van het impressum wordt de naam van de drukker anders in de beschrijving<br />

opgenomen. Men onderscheidt twee mogelijkheden:<br />

1 Het impressum draagt de bronaanduiding ‘titelpagina’<br />

2 Het impressum draagt de bronaanduiding ‘colofon’, ‘document’ of ‘extern’<br />

In het <strong>eerste</strong> geval neemt men de variante naamsvorm op die op de titelpagina voorkomt. Men koppelt<br />

deze naamsvorm aan de thesaurusrecord van de betrokken drukker.<br />

In het tweede geval neemt men de hoofdvorm van de betrokken drukker op. In de drukkersthesaurus<br />

worden de bijkomende variante naamsvormen opgenomen, echter zonder ze aan de beschrijving te<br />

koppelen. De variante naamsvormen functioneren als extra trefwoorden met behulp waarvan men bij<br />

de drukker terecht kan komen.<br />

Zekere toeschrijvingen aan een drukker worden in het veld van de drukker opgenomen. De bron is<br />

‘extern’, en de hoofdvorm wordt in de beschrijving gepresenteerd. Minder zekere toeschrijvingen aan<br />

een drukker worden enkel in een algemene noot opgenomen, toeschrijvingen die niet waarschijnlijk zijn<br />

hoogstens in de catalografische opmerkingen.<br />

De drukker is niet bekend<br />

Indien de drukker niet bekend is, dan neemt men in het veld van de drukker de aanduiding ‘sine<br />

nomine’ op (code a::06.2510). Als bron voor deze informatie noteert men altijd ‘extern’.<br />

Fantasiemededelingen in het impressum als ‘gedrukt voor de Liefhebbers’ worden verwaarloosd.<br />

5.5.2 Weergave van de hoofdvorm<br />

Zowel de hoofdvorm als de trefwoorden van een drukker worden opgeslagen in de drukkersthesaurus.<br />

Bij het aanmaken van een nieuwe drukker in die thesaurus moet men de volgende regels in acht nemen:<br />

1 De hoofdvorm is representatief voor de drukker<br />

2 Drukkers met dezelfde naam zijn herkenbaar<br />

Men kiest bij voorkeur die hoofdvorm waaronder een drukker algemeen het bekendst is, hetzij door de<br />

frequentie van die naam, hetzij door de traditie. De hoofdvorm kan als het nodig is steeds gewijzigd<br />

worden. De keuze van de hoofdvorm is immers arbitrair. Variante naamsvormen (verder ook<br />

trefwoorden genoemd) mogen echter nooit worden geschrapt of aangepast: ze verwijzen namelijk naar<br />

varianten die in de drukwerken en de beschrijvingen voorkomen.<br />

Bij het opnemen van een bepaalde hoofdvorm gelden volgende regels:<br />

1 Men noteert de naam in deze volgorde: achternaam, partikels, voornaam. Drukkers met dezelfde<br />

naam worden door een achtergeplaatst Romeins cijfer onderscheiden. De oudste drukker met die<br />

naam krijgt een Romeinse ‘I’, de volgende een ‘II’ enzovoort. De geboorte- en sterfdatum in de<br />

biografische noot vermijden verdere dubbelzinnigheden bij homoniemen.<br />

2 Aanduidingen als ‘weduwe’, ‘erfgenamen’ enzovoort worden in de extentie bij de naam<br />

ondergebracht.<br />

3 Wanneer meerdere drukkers (meestal met familiebanden) voor een drukwerk hebben samengewerkt,<br />

en die samenwerking blijkt uit de gezamenlijke presentatie van hun namen in één impressum, dan<br />

wordt voor dat samenwerkingsverband een nieuwe hoofdvorm aangemaakt. De <strong>eerste</strong> naam wordt<br />

zoals gewoonlijk genoteerd (cfr. regel 1 net hierboven), de tweede naam in zijn natuurlijke volgorde.<br />

66


Voorbeeld: Drukker uit het document, hoofdvorm in beschrijving, trefwoord in thesaurus<br />

67<br />

5. Impressum<br />

Beschrijving<br />

Ioseph vande H. Barbara, (Bouttats, Frederik) [ill.], Het gheestelyck kaert-spel met<br />

herten troef, oft t'Spel der liefde, (Antwerpen, Brakel, van, Arnout I, 1666)<br />

Drukkersthesaurus<br />

Hoofdvorm: Brakel, van, Arnout I<br />

Trefwoord: Aernout van Brakel<br />

Voorbeeld: Drukkers in een samenwerkingsverband, trefwoord in beschrijving<br />

Beschrijving<br />

Ioannes de Lixbona, G.H. [ill.], T'vernievwt prieelken der ghebeden ende gheestelycke<br />

oeffeninghen, Antwerpen, Hieronymus en Ian Bapt. Verdussen, 1675<br />

Drukkersthesaurus<br />

Hoofdvorm: Verdussen, Hieronymus IV en Joannes Baptista I<br />

Trefwoord: Hieronymus en Ian Bapt. Verdussen<br />

Voorbeeld: Drukkers in een samenwerkingsverband, trefwoord in beschrijving<br />

Beschrijving<br />

Philips Numan, Mirakelen van onse lieve Vrovwe, ghebevrt op Scherpen-heuuel, zedert<br />

den lesten boeck daeraff vuytghegheuen, Brvessel, Rutgeert Velpius, ende Huybrecht<br />

Anthoni, 1614<br />

Drukkersthesaurus<br />

Hoofdvorm: Velpius, Rutgeert en Huybrecht I Anthoon<br />

Trefwoord: Rutgeert Velpius, ende Huybrecht Anthoni<br />

5.5.3 Weergave van het trefwoord<br />

Zoals hierboven reeds aangegeven worden elk trefwoord dat bij een bepaalde drukker hoort, opgeslagen<br />

in het authoritybestand.<br />

Bij het transcriberen van het trefwoord gelden volgende regels:<br />

1 De naamsvariant wordt geciteerd.<br />

2 Leestekens en spaties blijven behouden. Ook als komma bedoelde puntkomma’s of als<br />

afkortingspunt bedoelde dubbele punten blijven behouden.<br />

Voorbeelden<br />

Hendrick Aertssens; weduwe<br />

Joan: Sleghers<br />

3 Hoofdletters aan het begin van een naam blijven behouden, andere worden naar onderkast<br />

gereduceerd. Ook losse partikels tussen de naam en de achternaam worden in onderkast gezet.<br />

Voorbeelden<br />

Jacobus de Bodt<br />

Guilliam de Neue<br />

weduwe ende erf-ghenamen van Ian Cnobbaert<br />

Anna vanden Steene, weduwe van Michiel du laury<br />

4 De echte ligaturen æ, œ, Æ en Œ worden zo weergegeven. Andere ligaturen worden ontbonden.<br />

5 De combinatie van twee V’s blijft behouden, zowel in boven- als onderkast. Indien de combinatie<br />

‘VV’ of ‘vv’ door bijsnijden van één van de letters ‘W’ resp. ‘w’ moet suggereren, dan wordt ‘W’<br />

resp. ‘w’ genoteerd.


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

6 Variante lettervormen worden niet onderscheiden. De lange s wordt door een gewone ‘s’<br />

weergegeven, ‘ß’ als ‘ss’.<br />

7 Afkortingen worden doorgaans overgenomen. Een aantal veel voorkomende afkortingen die met<br />

een titulus worden aangeduid, worden tussen vierkante haken opgelost. ‘vande’ [met titulus op ‘e’]<br />

wordt getranscribeerd als ‘vande[n]’, ‘VA’ [met titulus op ‘A’] wordt getranscribeerd als ‘va[n]’.<br />

8 De Gotische kapitalen ‘I/J’ en ‘U/V’ worden steeds als ‘I/i’ en ‘V/v’ gelezen en/of gereduceerd.<br />

9 Cursief wordt niet onderscheiden.<br />

Functie-aanduiding bij Latijnse varianten<br />

Latijnse varianten worden voor wat betreft de functie-aanduidingen anders behandeld dan varianten in<br />

de zogenaamde ‘levende talen’ (Nederlands, Frans, etc.). De functie-aanduidingen bij impressa in de<br />

levende talen worden in het veld van de drukker niet overgenomen. Ook de vermelding ‘bij’ wordt<br />

verwaarloosd. Bij Latijnse impressa wordt de functie-aanduiding voor of na de naam bij de transcriptie<br />

van het trefwoord van de drukker behouden.<br />

Veel voorkomende Latijnse functie-aanduidingen zijn: apud, bibliopola, e libraria, e praelo, e<br />

typographia, ex bibliopoleo, excudebat, impensis, imprimebat, in aedibus, in officina, prostant, sub<br />

praelo, sumptibus, typis, typographus, veneunt.<br />

Vermelding van auteurs in het impressum<br />

Zoals hoger reeds is aangegeven, kan het impressum een auteur vermelden. Zulke formuleringen zijn in<br />

meer of mindere mate expliciet. Ze luiden als volgt: ‘voor den auteur’, ‘gedrukt voor Arnout van<br />

Geluwe’ (in een publicatie van zijn hand). De auteur wordt in de thesaurus van drukkers en uitgevers<br />

extra opgenomen met een nieuw record. De hoofdvorm c.q. het trefwoord (in de voorbeelden resp.<br />

‘den auteur’ en ‘Arnout van Geluwe’) worden in de beschrijving opgenomen. Als functie-aanduiding<br />

wordt ‘Gedrukt voor/op kosten van’ geselecteerd. <br />

5.6 De functie: keuze en weergave<br />

Indien het impressum de functie van de drukker/uitgever vermeldt, dan wordt ze in de beschrijving<br />

genoteerd. Men onderscheidt de volgende mogelijkheden:<br />

1 ... Boekverkoper<br />

2 Te koop bij<br />

3 Uitgegeven door/bij<br />

4 ... Boekdrukker<br />

5 Gedrukt bij<br />

6 Gedrukt voor/op kosten van<br />

7 Niet gedefinieerd<br />

Specifieke functie-aanduidingen die niet letterlijk in deze lijst voorkomen, worden tot één van de <strong>eerste</strong><br />

zes mogelijkheden teruggebracht.<br />

Voorbeelden<br />

Impressum Functie Drukker Drukker<br />

trefwoord hoofdvorm<br />

1 Gendt, By Michiel Maes, ... Boekdrukker Michiel Maes Maes, Michiel<br />

Ghezworen Stadts-drucker,<br />

in't groen Cruys 1694<br />

2 Ghendt, te koop bij Aernout Te koop bij Aernout van Gheluwe Geluwe, van, Arnout<br />

van Gheluwe, 1652<br />

3 Gendt, gedrukt voor den Gedrukt voor/ den autheur Geluwe, van, Arnout<br />

Autheur, 1657 op kosten van<br />

Indien elke functie-aanduiding in het impressum ontbreekt, kiest men voor ‘Niet gedefinieerd’, ook al<br />

zou men uit externe bron weten dat de bewuste drukker/uitgever alleen maar boeken heeft verkocht.<br />

(Het is namelijk niet mogelijk om de bron voor de informatie in dit veld apart te specificeren.)<br />

De vermelding ‘bij [naam van de drukker]’ zonder meer krijgt steeds de functie-aanduiding ‘Niet<br />

gedefinieerd’.<br />

68


69<br />

5. Impressum<br />

Indien het impressum meer dan één functie-aanduiding bevat, dan wordt alleen de functie vermeld die<br />

voor het betrokken werk relevant is. Bij meer dan één functie-aanduiding (bijvoorbeeld één voor en één<br />

na de naam van de drukker/uitgever) wordt enkel de <strong>eerste</strong> aangeduid in de beschrijving.<br />

Alle functie-aanduidingen worden in elk geval toegevoegd aan de scope note ‘beroep’ in de<br />

drukkersthesaurus.<br />

Functie-aanduiding bij Latijnse impressa<br />

Zoals hierboven reeds werd aangestipt, wordt de functie-aanduiding bij Latijnse impressa opgenomen in<br />

het trefwoord van de drukker. In het veld van de functie wordt standaard ‘niet gedefinieerd’ genoteerd.<br />

5.7 De plaats van <strong>uitgave</strong>: keuze en weergave<br />

5.7.1 Keuze voor hoofdvorm of trefwoord<br />

Indien de plaats van <strong>uitgave</strong> in het impressum wordt vermeld, en dat impressum krijgt als bronbepaling<br />

‘titelpagina’, dan wordt de variant van de plaats van <strong>uitgave</strong> in de beschrijving opgenomen.<br />

Indien de plaats van <strong>uitgave</strong> uit een impressum komt dat niet de bronaanduiding ‘titelpagina’ draagt, dan<br />

wordt de hoofdvorm van de plaats van <strong>uitgave</strong> in de beschrijving opgenomen. De bijkomende<br />

trefwoorden worden wel in de geografische thesaurus opgenomen.<br />

Hetzelfde geldt voor ‘externe’ plaatsaanduidingen. Indien het impressum bijvoorbeeld wel een drukker<br />

vermeldt, maar geen plaats van <strong>uitgave</strong>, dan kan deze plaats van <strong>uitgave</strong> toch worden gevonden en<br />

toegevoegd. In zulke gevallen noteert men dus steeds de hoofdvorm, en als bron ‘extern’. Indien de<br />

plaats van <strong>uitgave</strong> in de vorm van een bijvoeglijk naamwoord ergens in het impressum of het colofon<br />

voorkomt, dan wordt deze formulering niet als trefwoord overgenomen, maar wel de bijhorende<br />

hoofdvorm geselecteerd. De bronaanduiding luidt dan ‘document’ resp. ‘colofon’.<br />

Voorbeeld (fictief): Plaats van <strong>uitgave</strong> indirect uit het impressum afgeleid<br />

Impressum op de titelpagina<br />

Apud Judocum Coppens academia Louaniensis, 1651<br />

Invoer in Brocade<br />

Impressum<br />

Uitgever: Juducus Coppens<br />

Functie: Niet gedefinieerd<br />

Bron: titelpagina<br />

Plaats: Leuven [= hoofdvorm]<br />

Bron: document<br />

Jaar 1: type: YYYY; sorteer op: 1651<br />

5.7.2 Weergave van de hoofdvorm<br />

De hoofdvormen zijn reeds in de geografische thesaurus opgenomen. Voor de aanmaak van nieuwe<br />

plaatsnamen wordt beroep gedaan op de catalografen van de UFSIA.<br />

Indien er helemaal geen aanduiding van een plaats van <strong>uitgave</strong> is, dan noteert men ‘sine loco’ in de<br />

beschrijving (code a::91.0001). De bron is dan ‘extern’.<br />

5.7.3 Weergave van het trefwoord<br />

Elk trefwoord dat bij een bepaalde plaatsnaam hoort, wordt opgeslagen in het authoritybestand.<br />

Bij het transcriberen van het trefwoord gelden volgende regels:<br />

1 De plaatsnaamvariant wordt geciteerd.<br />

2 Leestekens en spaties blijven behouden.<br />

3 Hoofdletters aan het begin van een plaatsnaam blijven behouden, andere worden naar onderkast<br />

gereduceerd.<br />

4 Begint een plaatsnaam met een kleine letter, dan wordt die tot een hoofdletter geredigeerd. Zo wordt<br />

‘in den Haag’ geredigeerd tot ‘Den Haag’, en ‘antwerpen’ wordt ‘Antwerpen’. Wordt de plaatsnaam<br />

echter door een gereduceerd lidwoord ingeleid, dan blijft dat gereduceerd lidwoord in onderkast<br />

staan: ‘sGravenhage’ en ‘sHertogenbosch’ blijven behouden.<br />

5 De echte ligaturen æ, œ, Æ en Œ worden zo weergegeven. Andere ligaturen worden ontbonden.


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

6 De combinatie van twee V’s blijft behouden, zowel in boven- als onderkast. Indien de combinatie<br />

‘VV’ of ‘vv’ door bijsnijden van één van de letters ‘W’ resp. ‘w’ moet suggereren, dan wordt ‘W’<br />

resp. ‘w’ genoteerd.<br />

7 Variante lettervormen worden niet onderscheiden. De lange s wordt door een gewone ‘s’<br />

weergegeven, ‘ß’ als ‘ss’.<br />

8 Afkortingen worden doorgaans overgenomen. Een aantal veel voorkomende afkortingen die met<br />

een titulus worden aangeduid, worden tussen vierkante haken opgelost. ‘Antwerpe’ [met titulus op<br />

‘e’] wordt getranscribeerd als ‘Antwerpe[n]’.<br />

9 De Gotische kapitalen ‘I/J’ en ‘U/V’ worden steeds als ‘I/i’ en ‘V/v’ gelezen en/of gereduceerd.<br />

10 Cursief wordt niet onderscheiden.<br />

11 Voorzetsels die niet meteen aan de plaatsnaam vast zitten, worden verwaarloosd. De partikels die<br />

zonder meer met de plaatsnaam zijn versmolten worden wel overgenomen.<br />

12 Provincie- of landaanduidingen bij plaatsaanduidingen worden samen met de plaatsaanduiding<br />

geciteerd.<br />

Voorbeelden<br />

Impressum Transcriptie Regel van toepassing<br />

Antwerpen Antwerpen 1<br />

ANTVVERPEN Antvverpen 3 en 6<br />

t’Antwerpen Antwerpen 11<br />

T’ANTWERPEN Antwerpen 3 en 11<br />

’t Antvverpen Antvverpen 1, 6 en 11<br />

’T ANTWERPEN Antwerpen 3 en 11<br />

Thandtvverpen Thandtvverpen 1 en 11<br />

Tipre Tipre 1 en 11<br />

TIPRE Tipre 1, 3 en 11<br />

Tot Yperen Yperen 11<br />

antwerpen Antwerpen 4 (<strong>eerste</strong> letter wordt hoofdletter)<br />

’t hantwerpen Hantwerpen 4 (<strong>eerste</strong> letter wordt hoofdletter)<br />

in den Haag Den Haag 4 (<strong>eerste</strong> letter wordt hoofdletter)<br />

in sGravenhage sGravenhage 4 (gereduceerd lidwoord)<br />

in ’sHertogenbosch ’sHertogenbosch 4 (gereduceerd lidwoord)<br />

Lugdunum Batavorum Lugdunum Batavorum 12 (landaanduiding)<br />

Middelbvrgi Zelandiæ Middelbvrgi Zelandiæ 12 (provincie-aanduiding), 5, 6<br />

Latijnse plaatsnamen<br />

Latijnse plaatsnamen behouden de locatief.<br />

Schijnadressen en fictieve plaatsnamen<br />

Soms wordt in het impressum een schijnadres of een fictieve plaatsnaam vermeld. Een schijnadres is<br />

een adres dat een bestaande locatie vermeldt om de echte plaats van <strong>uitgave</strong> te verhelen. Zo vermeldden<br />

een aantal Noord-Nederlandse drukkers een Zuid-Nederlands adres in het impressum om censuur te<br />

ontlopen. De echte plaats van <strong>uitgave</strong> is in vele gevallen wel te achterhalen. Een fictief adres vermeldt<br />

daarentegen een locatie die niet bestaat. Dan is vaak de echte plaats van <strong>uitgave</strong> niet te achterhalen.<br />

De schijnadressen worden behandeld zoals de andere plaatsen van <strong>uitgave</strong>: indien ze op de titelpagina<br />

voorkomen, wordt het trefwoord opgenomen, in de andere gevallen noteert men de hoofdvorm. De<br />

schijnadressen worden, indien mogelijk, tussen vierkante haken opgelost op de volgende manier:<br />

‘Antwerpen [= Haarlem]’. Dit trefwoord wordt in de geografische thesaurus ondergebracht bij de<br />

record van ‘Haarlem’, en niet bij ‘Antwerpen’. Indien de hoofdvorm van de plaats van <strong>uitgave</strong> in de<br />

beschrijving moet worden genoteerd, dan selecteert men de hoofdvorm van de reële plaats van <strong>uitgave</strong>.<br />

In het voorbeeld is dat dus ‘Haarlem’. Het trefwoord ‘Antwerpen [= Haarlem]’ wordt in de<br />

authorityrecord van die plaats opgenomen.<br />

70


Voorbeeld<br />

Voorbeeld<br />

Impressum: Loven, N. Braau, 1657<br />

Thesaurus: hoofdvorm: Haarlem<br />

trefwoord: Loven [= Haarlem]<br />

Impressum: Tot Dryfsandt, 1648<br />

Thesaurus: hoofdvorm: Fictieve plaats van <strong>uitgave</strong><br />

trefwoord: Dryfsandt<br />

71<br />

5. Impressum<br />

De fictieve plaatsnamen worden in de record van ‘Fictieve plaats van <strong>uitgave</strong>’ in de geografische<br />

thesaurus ondergebracht (code a:: 91.00000). Deze record wordt met de bijkomende trefwoorden<br />

aangevuld, en afhankelijk van de bron van de informatie in de beschrijving wordt daar naar de<br />

hoofdvorm dan wel het trefwoord verwezen.<br />

5.8 Het jaar van <strong>uitgave</strong>: keuze en weergave<br />

In principe bevat elke beschrijving een datering, want in deze fase van het project komen enkel<br />

zeventiende-eeuwse drukken in aanmerking. Daarom krijgen niet-gedateerde, maar vermoedelijk of<br />

zeker zeventiende-eeuwse werken een tentatieve datering in de zin van ‘17th century?’ c.q. ‘17th<br />

century’. In deze paragraaf gaan we niet verder in op de precieze invoer van de gegevens in Brocade.<br />

Dat wordt verderop behandeld. We gaan hier wel dieper in op de keuze van het jaar dat moet worden<br />

gepresenteerd.<br />

Weergave van het jaar van <strong>uitgave</strong> in de beschrijving<br />

1 Het jaar wordt opgenomen zoals het in het impressum wordt vermeld, zelfs als het fouten bevat.<br />

2 Het jaar wordt in Arabische cijfers weergegeven.<br />

3 Jaartallen in Grieks schrift blijven behouden en tussen vierkante haken omgerekend.<br />

4 Jaren uit andere jaarrekeningen als joodse en islamitische jaarrekeningen blijven behouden en tussen<br />

vierkante haken omgerekend.<br />

5 Dubbele dateringen in de vorm ‘5426/1666’ of ‘an 6/1798’ blijven behouden.<br />

6 Correcties van verkeerde dateringen worden voorafgegaan door ‘=’ en een spatie en dit genoteerd<br />

tussen vierkante haken.<br />

7 Onmogelijke romeinse getallen worden geciteerd en tussen vierkante haken indien mogelijk<br />

verbeterd.<br />

8 Bij werken in meer dan één deel worden de uiterste jaren van <strong>uitgave</strong> gegeven.<br />

9 Bij werken die in twee delen verschenen, en waarbij het tweede deel voor het <strong>eerste</strong> verscheen, moet<br />

de datering deze volgorde weerspiegelen.<br />

10 Niet gedateerde werken, die men op basis van een of ander element met zekerheid kan dateren,<br />

krijgen deze datum met vermelding van de bron (‘document’, ‘extern’). De datering kan in annotatie<br />

worden toegelicht.<br />

11 Niet gedateerde werken, die men slechts bij benadering kan dateren, krijgen deze benaderende<br />

datering met vermelding van de bron (‘document’, ‘extern’). De datering kan in annotatie worden<br />

toegelicht.<br />

a Indien de onzekerheidsmarge minder dan een jaar bedraagt, dan wordt de datum door een<br />

vraagteken gevolgd.<br />

b Indien de onzekerheidsmarge meer dan een jaar bedraagt, dan wordt de datum door ‘circa’ (‘c.’)<br />

voorafgegaan.<br />

c Indien de periode begrensd kan worden door termini post en/of ante quem, dan worden die<br />

termini aangegeven.<br />

d Tenslotte kan men zijn toevlucht nemen tot vage of algemenere bepalingen van het jaar van<br />

<strong>uitgave</strong> in de zin van ‘early 17th century’, ‘17th century?’, ‘late 17th, early 18th century’.


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

Voorbeelden<br />

Regel Datering in het werk Beoogde weergave in de beschrijving<br />

1 1663 1663<br />

2 M.D.C.XXV 1625<br />

4 (islam. dat.) 1002 1002 [= 1624)<br />

4 (joodse dat.) 5420 5420 [= 1660]<br />

5 an 6/1798 an 6/1798<br />

6 1569 1569 [= 1659]<br />

7 M.D.C.XLXI M.D.C.XLXI [! = 1649]<br />

8 deel 1: 1605; deel 2: 1608 1605-1608<br />

9 deel 1: 1635; deel 2: 1632 1635, 1632<br />

10 (privilege) 1645 (1645)<br />

11 a (extern) 1672 of 1673 [1672?]<br />

11 b (extern) tussen 1682 en 1685 [c. 1682]<br />

11 c (document) tussen 1634 en 1665 (between 1634 and 1665)<br />

11 c (extern) voor 1675 [not after 1675]<br />

11 c (approbatie) na 1698 (not before 1698)<br />

11 d (extern) vermoedelijk 17de eeuws [17th century?]<br />

11 d (extern) laatste decennium 17de e. [169-]<br />

Er zij hier nogmaals op gewezen dat de weergave in de beschrijving niet volkomen overeenkomt met de<br />

manier waarop de gegevens in Brocade moeten worden ingevoerd. In de voorbeelden hierboven is<br />

bijvoorbeeld systematisch het Engels als redactietaal gepresenteerd. Bij de invoer in Brocade worden<br />

taalgebonden elementen in de mate van het mogelijke vermeden. Een aantal nuances in de datering<br />

moeten daardoor verdwijnen, en worden teruggevoerd op de bestaande, veelvoorkomende categorieën.<br />

Er zij hier nogmaals op gewezen dat de datering van overheidspublicaties niet anders verloopt dan hier<br />

beschreven. De datum die bij zulke documenten in het extensieveld van de sorteertitel moet worden<br />

ingevuld verdient wel extra aandacht. Voor dit punt verwijzen we naar 2.6 en 2.10.4.<br />

72


5.9 Invoer van de impressumgegevens in Brocade<br />

73<br />

5. Impressum<br />

5.9.1 Het impressumblok<br />

Het systeem genereert per beschrijving standaard één impressumblok van het type ‘Normaal’. Het type<br />

van het impressum kan worden gewijzigd door in het veld ‘Type’ een andere inhoud te selecteren.<br />

Voor de aanmaak van een extra impressum moet het nummeriek veld naast de vet gedrukte tekst<br />

‘Impressum’ worden ingevuld (bv. ‘1’). Als men dan op de knop ‘Extra impressum’ klikt, wordt een<br />

nieuw blok aangemaakt. Niet ingevulde extra impressumblokken worden na registratie van de<br />

beschrijving opnieuw verwijderd.<br />

Men kan de volgorde van verschillende impressumblokken wijzigen door in het numeriek veld naast de<br />

cursief gedrukte tekst ‘Impressum’ een hoger of een lager nummer in te voeren.<br />

Afbeelding: Schermafdruk van het impressumblok<br />

5.9.2 Drukker en functie<br />

Zoals uit 5.6 al kon worden opgemaakt, is de invoer van de drukkerinformatie sterk met die van de<br />

functie-aanduiding verbonden. Men kan voor de meeste gegevens immers aangeven uit welke bron ze<br />

afkomstig zijn, voor de functie-aanduiding kan dat niet. De bron waaruit de functie-aanduiding komt<br />

moet altijd dezelfde zijn als voor de informatie over de drukker.<br />

Het veld ‘Uitgever’<br />

De naam van de drukker/uitgever wordt in Brocade in het veld ‘Uitgever’ ingevoerd. Men kan in dit<br />

veld zowel vrije tekst invoeren als een verwijzing naar een hoofdvorm of een trefwoord in de<br />

drukkersthesaurus. In de beschrijvingen van de <strong>STCV</strong> moet altijd een verwijzing worden ingevoerd. De<br />

verwijzingen naar de thesaurus van Uitgevers oude drukkers zijn herkenbaar aan de code, die steeds<br />

begint met ‘a::06.’ gevolgd door een reeks getallen.<br />

Via de Zoek-knop roept men een zoekscherm op waarmee men de verschillende thesauri kan<br />

doorzoeken: niet alleen Personen (nodig om een auteur in te voeren), Geografische codes (nodig om de<br />

plaats van <strong>uitgave</strong> in te voeren), maar ook Uitgevers oude drukken. Door (een stuk van) de naam van de<br />

gewenste drukker in te tikken in het veld Zoekterm, komt men na het registreren of na het ingeven van<br />

een ‘enter’ terecht in een alfabetisch geordende indexlijst.<br />

Indien men de gewenste drukker in de lijst heeft aangetroffen, kan men voor de selectie van de<br />

hoofdvorm klikken op de blauwe bol naast de naam van de drukker.<br />

Indien men een trefwoord wil selecteren, dan klikt men op de naam zelf (die als hyperlink onderstreept<br />

is), en dan komt men in de volledige record van de betrokken drukker terecht. Door op de blauwe bol<br />

naast het gewenste trefwoord te klikken, selecteert men die vorm.<br />

Wanneer men vervolgens deze schermen (het scherm met de record van de drukker , het scherm met de<br />

indexlijst en het zoekscherm) wegklikt, ziet men dat het systeem de geselecteerde vorm in de<br />

beschrijving heeft opgenomen.<br />

Deze procedure geldt ook voor de selectie van een plaats van <strong>uitgave</strong> en een persoon (auteurs).<br />

Afbeelding: Authority record zoeken


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

Afbeelding: Zoekresultaat<br />

Men kan een eerder geselecteerde verwijzing naar een hoofdvorm of een trefwoord ook uit het veldje<br />

met favorieten selecteren, dat naast de Zoekknop staat. Het veld met favorieten bevat de laatste tien<br />

geselecteerde drukkers.<br />

Theoretisch gezien kan men deze hele procedure overslaan door de juiste code als vrije tekst in het veld<br />

‘Uitgever’ in te voeren. Wanneer men de beschrijving registreert, creëert het systeem een link naar het<br />

element (hoofdvorm/trefwoord) met die code.<br />

Het veld ‘Functie’<br />

Het veld van de functie-aanduiding vermeldt standaard de inhoud ‘Niet gedefinieerd’. Wil men deze<br />

inhoud wijzigen, dan selecteert men uit de lijst de gewenste inhoud.<br />

Het veld ‘Bron’<br />

Het veld van de bronaanduiding vermeldt standaard de inhoud ‘titelpagina’. Wil men deze inhoud<br />

wijzigen, dan selecteert men uit de lijst de gewenste inhoud.<br />

Afbeelding: Verwijzing naar een trefwoord van een drukker<br />

Afbeelding: Selectie van een drukker uit het veld met de favorieten<br />

5.9.3 Plaats van <strong>uitgave</strong><br />

De plaats van <strong>uitgave</strong> wordt in Brocade in het veld ‘Plaats’ ingevoerd. Men kan in dit veld zowel vrije<br />

tekst invoeren als een verwijzing naar een hoofdvorm of een trefwoord in de thesaurus met<br />

Geografische codes. In de beschrijvingen van de <strong>STCV</strong> moet altijd een verwijzing worden ingevoerd.<br />

De verwijzingen naar de thesaurus van Geografische code’s zijn herkenbaar aan de code, die steeds<br />

begint met ‘a::91.’ gevolgd door een reeks getallen (voor Belgische steden en gemeenten volgt<br />

gewoonlijk onder meer de postcode).<br />

Via de Zoek-knop roept men een zoekscherm op waarmee men de verschillende thesauri kan<br />

doorzoeken. Men selecteert de thesaurus van Geografische codes (nodig om de plaats van <strong>uitgave</strong> in te<br />

voeren). Door (een stuk van) de naam van de gewenste plaats in te tikken in het veld Zoekterm, komt<br />

men na het registreren of na het ingeven van een ‘enter’ terecht in een alfabetisch geordende indexlijst.<br />

Indien men de gewenste plaats in de lijst heeft aangetroffen, kan men voor de selectie van de<br />

hoofdvorm klikken op de blauwe bol naast de naam van de plaats.<br />

74


75<br />

5. Impressum<br />

Indien men een trefwoord wil selecteren, dan klikt men op de naam zelf (die als hyperlink onderstreept<br />

is), en dan komt men in de volledige record van de betrokken plaats terecht. Door op de blauwe bol<br />

naast het gewenste trefwoord te klikken, selecteert men die vorm.<br />

Wanneer men vervolgens deze schermen (het scherm met de record van de plaats, het scherm met de<br />

indexlijst en het zoekscherm) wegklikt, ziet men dat het systeem de geselecteerde vorm in de<br />

beschrijving heeft opgenomen.<br />

Zoals gezegd geldt deze procedure ook voor de selectie van een drukker en een persoon (auteurs).<br />

Men kan een eerder geselecteerde verwijzing naar een hoofdvorm of een trefwoord ook uit het veldje<br />

met favorieten selecteren, dat naast de Zoekknop staat. Het veld met favorieten bevat de tien laatst<br />

geselecteerde ‘Geografische codes’.<br />

Theoretisch gezien kan men deze hele procedure overslaan door de juiste code als vrije tekst in het veld<br />

‘Plaats’ in te voeren. Wanneer men de beschrijving registreert, creëert het systeem een link naar het<br />

element (hoofdvorm/trefwoord) met die code.<br />

Het veld ‘Bron’<br />

Het veld van de bronaanduiding vermeldt standaard de inhoud ‘titelpagina’. Wil men deze inhoud<br />

wijzigen, dan selecteert men uit de lijst de gewenste inhoud.<br />

Afbeelding: Selectie van een plaats uit het veld met favorieten<br />

5.9.4 Jaar van <strong>uitgave</strong><br />

Algemeen<br />

De velden voor het jaar van <strong>uitgave</strong> zijn anders dan in de STCN (Pica-software) geen redigeerbare<br />

velden. Aan de ene kant heeft dat het nadeel dat een aantal omschreven dateringen niet kan worden<br />

toegepast. Daar tegenover staat dan weer dat door de beperking van het aantal mogelijkheden tot een<br />

vaste set aan de kant van de OPAC meer mogelijkheden oplevert inzake vertaling en verwoording.<br />

In Brocade wordt voor elk jaar van <strong>uitgave</strong> met een aparte set gewerkt. Elke set bestaat uit drie velden.<br />

In het <strong>eerste</strong> veld wordt het type van het jaar bepaald. In het tweede veld noteert men het jaar waarop<br />

het systeem de beschrijving moet sorteren. In het derde veld is er ruimte om te nuanceren. In elke set<br />

moet het veld ‘type’ en het veld ‘sorteer op’ altijd worden ingevuld. Indien het veld ‘toon ook’ niet<br />

wordt ingevuld, dan presenteert het systeem de inhoud van het veld ‘sorteer op’ volgens de vorm<br />

aangegeven in het veld ‘type’. Indien het veld ‘toon ook’ wel wordt ingevuld, dan wordt deze informatie<br />

door het systeem gepresenteerd, welk type er ook is aangegeven.<br />

In dit laatste element schuilt ook het grootste gebrek van het systeem: men kan immers een datum uit<br />

het colofon aangeven, de sorteerdatum bepalen en toch een compleet andere informatie presenteren.<br />

Voorbeeld:<br />

type (col. YYYY); sorteer op 1645; toon ook ‘[1673]’.<br />

Het systeem presenteert dan ‘[1673]’.<br />

Het veld ‘type’<br />

Het type van een jaar moet altijd worden bepaald. Als standaard biedt het systeem de optie ‘YYYY’ aan,<br />

het meest voorkomende type. Op de plaats van de Y-tekens worden de cijfers gepresenteerd die in het<br />

veld ‘sorteer op’ zijn ingevuld, tenzij het veld ‘toon ook’ eveneens informatie bevat. Zie daarvoor de<br />

bespreking van die velden hier onder.


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

Het aantal types kan nog worden uitgebreid. De types kunnen ook nog op een andere manier door de<br />

beheerder worden gedefinieerd. In het ‘Beheer van de jaar van <strong>uitgave</strong> types’ vindt men de<br />

verwoordingen in de verschillende talen voor elk type terug.<br />

Het veld ‘sorteer op’<br />

Het veld ‘sorteer op’ moet altijd met vier cijfers worden ingevuld. Het systeem sorteert de<br />

beschrijvingen volgens het jaar dat hier is bepaald, ongeacht wat in het veld ‘toon ook’ is ingevuld. Dat<br />

maakt mogelijk om in de beschrijving een andere datum te presenteren dat die waarop de sortering<br />

moet gebeuren. Voor verkeerde data in het impressum, onmogelijke getallen of dateringen in andere<br />

kalenders is dat van groot belang.<br />

Het veld ‘toon ook’<br />

Het veld ‘toon ook’ kan worden ingevuld indien de beschrijving een andere datering moet tonen dan in<br />

het veld ‘sorteer op’ is bepaald. Het veld kan ook een vreemde, foute of twijfelachtige datering<br />

toelichten. Voor voorbeelden verwijzen we naar de tabellen hieronder.<br />

Het is echter van groot belang aandachtig te zijn bij het gebruik van ronde en vierkante haken in dit<br />

veld. Wanneer men bijvoorbeeld een externe datering wil tonen die afwijkt van de sorteerdatum, dan<br />

moet de te tonen datum tussen vierkante haken worden geplaatst. De inhoud van dit veld overschrijft in<br />

de presentatie namelijk de inhoud van de velden ‘type’ en ‘sorteer op’.<br />

In de volgende tabellen worden de meest voorkomende gevallen behandeld.<br />

Dateringen bestaande uit één jaar van <strong>uitgave</strong><br />

Voor werken met één jaar van <strong>uitgave</strong> en meerdelige werken waarvan alle delen in hetzelfde jaar zijn<br />

verschenen.<br />

In te vullen velden in Brocade<br />

Beoogd resultaat Type Sorteer op Toon ook<br />

76<br />

Resultaat<br />

zekere datering (titelpagina, colofon, document, extern)<br />

1645 YYYY 1645 1645<br />

(col. 1645) (col.YYYY) 1645 (col.1645)<br />

(1645) (YYYY) 1645 (1645)<br />

[1645] [YYYY] 1645 [1645]<br />

onzekere datering (marge van 1 jaar, meer jaren, termini, vage datering)<br />

[1678?] [YYYY?] 1678 [1678?]<br />

[c.1678] [c.YYYY] 1678 [c.1678]<br />

(not before 1666) (YYYY-) 1666 (1666-)<br />

[not after 1666] [-YYYY] 1666 [-1666]<br />

[not before 1666] [YYYY-] 1666 [1666-]<br />

[between 1624 and<br />

1645]<br />

inter [YYYY-<br />

YYYY]<br />

1624 [1624-1645]<br />

[1624-<br />

1645]<br />

[169-] [YYY-] 1690 [169-] [169-]<br />

[169-?] [YYY-?] 1690 [169-?] [169-?]<br />

[17th century] [YY--] 1600 [16--] [16--]<br />

[17th century?] [YY--?] 1600 [16--?] [16--?]<br />

fout in de datering (drukfouten, onmogelijke jaartallen)<br />

1689 [= 1698] YYYY[=YYYY] 1698<br />

M.D.C.XLXI [! =<br />

1649]<br />

YYYY 1649<br />

1689 [=<br />

1698]<br />

M.D.C.XLXI<br />

[! = 1649]<br />

1689 [=<br />

1698]<br />

M.D.C.XL<br />

XI [! =<br />

1649]<br />

verklaring van de datering (islamitische en joodse dateringen, Repub. kalender)<br />

1002 [= 1624] YYYY 1624<br />

1002 [=<br />

1624]<br />

1002 [=<br />

1624]<br />

5420 [= 1660] YYYY 1660<br />

5420 [=<br />

1660]<br />

5420 [=<br />

1660]<br />

an 6/1798 YYYY 1798 an 6/1798 an 6/1798


77<br />

5. Impressum<br />

Dateringen bestaande uit twee jaren van <strong>uitgave</strong><br />

Voor een aantal dateringen wordt gebruik gemaakt van een tweede set velden. Dat is met name het<br />

geval voor meerdelige werken waarvan delen in verschillende jaren zijn verschenen<br />

In te vullen velden in Brocade<br />

Beoogd resultaat Type Sorteer op Toon ook<br />

1645-1657<br />

1657, 1655<br />

jaar 1: YYYY<br />

jaar 2: YYYY<br />

jaar 1: YYYY<br />

jaar 2: YYYY<br />

Resultaat<br />

1645 1645-1657<br />

1657 1657-1655<br />

Beperkingen<br />

Een aantal nuances kunnen in dit systeem niet worden weergegeven. Dateringen als ‘late 17th, early<br />

18th century’ en ‘1657, 1655’ (voor een meerdelig werk waarvan het tweede deel het eerst verschenen is)<br />

moeten worden genoteerd als ‘16--’ en ‘1657-1655’.<br />

Het jaar van <strong>uitgave</strong> en het verband met de jaar- en formaatcode<br />

In hoofdstuk 7 wordt op dit element verder ingegaan. We kunnen hier volstaan met de opmerking dat<br />

alleen jaaraanduidingen van de titelpagina in de jaar- en formaatcode worden opgenomen. Zoals reeds<br />

in het hoofdstuk over de titel is gesteld, krijgt de (overkoepelende) typografische titelpagina voorrang op<br />

de gegraveerde titelpagina’s. Die pagina vormt ook het uitgangspunt voor het jaar dat in de jaar- en<br />

formaatcode wordt genoemd. Indien die pagina met andere woorden geen jaar van <strong>uitgave</strong> in het<br />

impressum heeft, dan noteert men ‘0000’ in de jaar- en formaatcode. Dat is ook zo voor alle andere<br />

dateringen op basis van het document of op basis van externe bronnen. Aperte fouten worden niet<br />

verbeterd.<br />

Voorbeelden<br />

Titelpagina Colofon Presentatie van het jaar Commentaar<br />

in de jaar- en formaatcode<br />

1654 1654 jaar op tp. wordt genoteerd<br />

1654 1658 1654 tp. gaat voor op col.<br />

1967 1967 fout op tp. blijft behouden<br />

1967 1697 1967 fout op tp. blijft behouden<br />

1676 0000 geen jaar op tp.<br />

16.9 0000 defectieve datum op tp.


6 Collatie<br />

Overzicht<br />

6.1 Algemene principes<br />

6.2 Collatie type: oblong<br />

6.3 Paginering, foliëring en kolomaanduiding<br />

6.4 Bibliografisch formaat<br />

6.5 Katernopbouw (collatieformule)<br />

6.6 Meerdelige werken<br />

6.7 Invoer van de collatiegegevens in Brocade<br />

79<br />

6. Collatie<br />

6.1 Algemene principes<br />

In de collatie wordt de materiële verschijningsvorm en de omvang van de beschreven publicatie uitgedrukt.<br />

Daarbij wordt steeds uitgegaan van een ‘ideal copy’ van de publicatie, zoals die door de uitgever was<br />

bedoeld. Afwijkingen ten opzichte van een ‘ideal copy’ zijn exemplaargebonden en worden vermeld bij de<br />

exemplaarinformatie .<br />

De STCN vermeldt in haar beschrijvingen enkel het bibliografisch formaat en de collatieformule<br />

(katernopbouw). De <strong>STCV</strong> neemt ook systematisch gegevens betreffende paginering, foliëring of<br />

kolomaanduiding op. Deze gegevens zijn meestal vrij makkelijk vast te stellen of af te lezen uit de<br />

publicatie, ook voor een minder gespecialiseerd publiek. Dit geeft als bijkomend voordeel dat de paginering,<br />

foliëring of kolomaanduiding een eenvoudige controle mogelijk maken van de eigenlijke collatieformule<br />

(katernopbouw).<br />

6.2 Collatie type: oblong<br />

De standaard invulling bij het invulveld type is ‘normaal’. Enkel wanneer de beschreven publicatie breder is<br />

dan hoog (oblong) wordt hier als type ‘oblong’ aangeduid .<br />

Afbeelding: Selectie van het type oblong in Brocade<br />

6.3 Paginering, foliëring en kolomaanduiding<br />

6.3.1 Algemeen<br />

Van elke genummerde opeenvolging van pagina’s, folio’s (bladen) en kolommen wordt het laatst<br />

voorkomende getal vermeld. Nummering in Arabische en Romeinse cijfers wordt ongewijzigd<br />

overgenomen. Ook het onderscheid tussen hoofdletters en kleine letters in de Romeinse cijfers wordt<br />

behouden. Pagina’s worden afgekort tot ‘p.’, folio’s tot ‘f.’, maar kolommen worden voluit gespeld als<br />

‘columns’.<br />

In bijlage 4 is een handige lijst te vinden om het totaal aantal pagina’s te controleren op basis van de<br />

katernopbouw.<br />

Voorbeelden<br />

LXIV, 275, 45 p.<br />

iv, 328 p.<br />

118, [2] f.<br />

824 columns


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

Is er een opeenvolging van kolommen, pagina’s en folio’s, dan wordt dit als zodanig geregistreerd.<br />

Voorbeeld: Reeksen gepagineerd, vervolgens in kolommen onderverdeeld en dan gefolieerd<br />

74 p., 624 columns, 25 f.<br />

Bij moederbeschrijvingen van een ‘incorporates’ worden de verschillende reeksen van de<br />

paginering/foliëring/kolomaanduiding van elkaar gescheiden door een puntkomma.<br />

Indien de laatste pagina, folio of kolom foutief is genummerd, wordt dit fout getal genoteerd, gevolgd door<br />

het correcte getal tussen vierkante haken (na een gelijkheidsteken, gevolgd door een spatie). Alle correcties<br />

tussen vierkante haken worden in Arabische cijfers genoteerd. Een nadere verklaring voor de foutieve<br />

nummering wordt in de catalografische opmerkingen gegeven.<br />

Voorbeeld: Gepagineerde reeks verkeerd gepagineerd<br />

Paginering<br />

[16], 579 [= 595], [13] p.<br />

Catalografische opmerkingen<br />

p. 529 als '513' en zo verder fout genummerd tot het einde<br />

Voorbeeld: In Romeinse cijfers gepagineerde reeks verkeerd gepagineerd<br />

Paginering<br />

[16], Ccccccccxiii [= 816], [4] p.<br />

Catalografische opmerkingen<br />

p. Cccccvi als 'Ccccciii' en zo verder fout genummerd tot het einde<br />

6.3.2 Ongenummerde pagina’s of folio’s<br />

Ongenummerde pagina’s of folio’s die deel uitmaken van de publicatie, worden in principe vermeld.<br />

• Indien ze zich bevinden aan het begin of binnenin een reeks genummerde pagina’s of folio’s en<br />

impliciet werden meegenummerd, worden ze niet expliciet aangeduid, maar meegeteld in de<br />

genummerde reeks.<br />

• Indien ze zich bevinden vóór of na een reeks genummerde pagina’s of folio’s worden ze geteld en<br />

tussen vierkante haken in Arabische cijfers uitgedrukt. Daarbij telt men in folio’s of in pagina’s<br />

naargelang dit voor de genummerde onderdelen het geval is.<br />

Voorbeelden<br />

[8], 328 f.<br />

[12], 273, [3] p.<br />

• Indien ze zich bevinden binnenin een reeks genummerde pagina’s of folio’s en niet impliciet mee<br />

werden genummerd, worden ze opgeteld bij het laatst voorkomend getal in de reeks genummerde<br />

pagina’s of folio’s. Het resultaat van deze optelsom wordt tussen vierkante haken geciteerd (na een<br />

gelijkheidsteken, gevolgd door een spatie). De oorzaak van dit gecorrigeerde cijfer komt meestal vrij<br />

snel aan het licht, bij vergelijking met de katernopbouw (toevoeging van χ-folio’s). Indien nodig kan er<br />

in werkaantekening nog nadere toelichting worden verschaft.<br />

Voorbeelden<br />

Paginering<br />

434 [= 454] p.<br />

Catalografische opmerkingen<br />

20 ongenummerde pagina’s binnenin reeks genummerde pagina’s<br />

80


Paginering<br />

215 [= 228] f.<br />

Catalografische opmerkingen<br />

13 ongenummerde folio’s binnenin reeks genummerde folio’s<br />

• Indien de hele publicatie ongenummerd is, dan wordt steeds het totaal aantal folio’s (en dus niet<br />

pagina’s) geteld en vermeld tussen vierkante haken.<br />

[80] f.<br />

81<br />

6. Collatie<br />

6.3.3 Blanco pagina’s of folio’s<br />

Blanco pagina’s of folio’s aan het begin of het einde van een reeks (genummerde of ongenummerde)<br />

pagina’s of folio’s worden vermeld in zover ze deel uitmaken van de publicatie (dus niet te verwarren met<br />

schutbladen). Ze worden geteld en tussen vierkante haken gezet met de expliciete vermelding ‘blank’.<br />

Voorbeelden<br />

[8], 85, [3 blank] p.<br />

[4 blank], [19], [1 blank], 24, 66, [6 blank] p.<br />

Als aan het eind van het <strong>eerste</strong> te beschrijven exemplaar van een editie één of meerdere bladen of katernen<br />

ontbreken, wordt de paginering/foliëring gegeven voor zover mogelijk, met daarachter de uitdrukkelijke<br />

vermelding ‘[the rest is missing]’. Opgelet: in het veld van de paginering worden uitsluitend vierkante haken<br />

gebruikt, in tegenstelling tot het veld van de katernopbouw .<br />

Voorbeeld<br />

[8], 88 p. [the rest is missing]<br />

6.4 Bibliografisch formaat<br />

Het bibliografische formaat wordt bepaald overeenkomstig Bowers’ Principles. De tabel in bijlage 3 geeft een<br />

handig overzicht van de meest voorkomende formaten, met aanduiding van de richting van de kettinglijnen<br />

en de positie van het watermerk.<br />

Onzeker of onbekend bibliografisch formaat<br />

Indien het formaat niet met zekerheid kan worden bepaald, dan wordt het formaatveld niet ingevuld. Het<br />

vermoedelijke formaat wordt dan in de catalografische opmerkingen vermeld. In dat geval wordt het<br />

formaat als ‘00’ aangeduid in de jaar-formaat-code van de vingerafdruk.<br />

Voorbeeld<br />

Bibliografisch formaat<br />

[niet ingevuld]<br />

Jaar- en formaatcode in het veld ‘bibliografisch nummer’ (vingerafdruk)<br />

167700 - # b1 A1 f : # b2 2R3 og<br />

Catalografische opmerkingen<br />

Het formaat is vermoedelijk 64°<br />

Oblong<br />

Oblong formaten worden expliciet aangeduid met oblong in het veld ‘type’ van de collatie. Voor het bepalen<br />

van het formaat bij een oblong, dient het boekje 90° (een kwartdraai) gedraaid te worden om dan de<br />

richting van de kettinglijnen te bepalen.


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

6.5 Katernopbouw (collatieformule)<br />

De katernopbouw wordt in principe vastgesteld volgens de regels van Bowers (cfr. met name zijn Principles,<br />

p. 196-254 en 457-461). Een korter overzicht is te vinden bij Gaskell (A new introduction, p. 328-331) en<br />

Pearce (Workbook, p. 73-92). In de praktijk worden de regels van Bowers niet tot in de kleinste details<br />

gevolgd. Wordt de collatieformule volgens het systeem van Bowers te onoverzichtelijk, dan wordt ze<br />

vereenvoudigd (cfr. o.a. Laufer, Introduction, 129). De <strong>STCV</strong> wijkt op enkele punten af van de bovenstaande<br />

voorschriften, met name waar het gaat om cancels en de weergave van toevoegingen.<br />

Als principe geldt dat alle onderdelen van het boek zo worden benoemd, dat ze eenduidig herkenbaar zijn<br />

in de collatieformule en dat er op een eenduidige wijze naar kan worden verwezen in de noten en de<br />

catalografische opmerkingen.<br />

6.5.1 Katernsignaturen<br />

De formules worden vastgesteld op basis van de in het boek gebruikte katernsignaturen. Daarvoor werd<br />

meestal gebruik gemaakt van het Latijnse alfabet met 23 letters:<br />

A B C D E F G H I K<br />

L M N O P Q R S T V<br />

X Y Z<br />

Er werd dus geen onderscheid gemaakt tussen I en J en U en V. De W is een dubbele U of V en werd<br />

normaal niet apart gebruikt. Indien naast I ook J, of naast V ook U of W voorkomt, moet dat expliciet<br />

worden vermeld.<br />

Voorbeeld: W gebruikt in een reeks wordt uit de reeks losgemaakt<br />

A-V 12 W 12 X-Y 12 Z 6<br />

Er wordt onderscheid gemaakt tussen reeksen gesigneerd in kapitaal en onderkast.<br />

Voorbeeld:<br />

A-D 8 a-g 8<br />

Herhalingen worden aangegeven met een voorgeplaatst cijfer in superscript. Ingewikkelde reeksen worden<br />

gescheiden door een komma. In de moederbeschrijving van een ‘incorporates’ worden de reeksen<br />

gescheiden door een komma.<br />

Voorbeeld:<br />

A-D 8 a-g 8 , 2 A-F 8 2 a-j 8<br />

Verschillende signaturen in voor- of nawerk worden apart benoemd.<br />

Voorbeeld:<br />

* 8 § 8 ? 8 A-G 8<br />

Als in een gesigneerde reeks een teken dubbel voorkomt, wordt de bewuste katern respectievelijk met de<br />

Griekse letter π (voorwerk) of de Griekse letter χ (hoofdwerk en nawerk) in superscript voor de<br />

katernsignatuur genoteerd. Dit kan voorkomen door een rekenfout, een zetfout, of doordat er een stuk<br />

tekst is tussengevoegd. Bij de verdubbeling van één enkel katern krijgt deze notering de voorkeur. Indien<br />

eenzelfde katernsignatuur meerdere keren opnieuw wordt gebruikt, worden de katernen met een rangcijfer<br />

in superscript aangeduid.<br />

Voorbeelden<br />

π 4 4<br />

A A-D<br />

A-D 4 χ D 4 E-F 4<br />

A-D 4 2 D 4 3 D 4 E-F 4<br />

82


83<br />

6. Collatie<br />

6.5.2 Vereenvoudigde notatie<br />

• Letters worden steeds in romein weergegeven, cijfers in Arabisch. Er worden vereenvoudigde notaties<br />

gebruikt: aaa wordt ‘3a’, ZZ wordt ‘2Z’, enz. Reeksen worden samengevoegd: A, B, C enz. t.e.m. Y<br />

wordt ‘A-Y’. Doorlopende alfabetten worden samengevoegd tot een serie: A-Z, Aa-Zz, Aaa-Ttt wordt<br />

‘A-3T’.<br />

• Een katern waarbij een vermelding tussen ronde haken wordt gemaakt (toevoegingen of cancels) wordt<br />

steeds losgemaakt uit de samengevoegde serie en apart vermeld. Dit geldt niet bij de laatste katern voor<br />

de vermeldingen ‘(lacks …, blank?)’ en ‘(… blank)’.<br />

Voorbeelden<br />

A-D 4 E 4 (E2 + χ1) F-G 4 (G4 blank)<br />

A-Q 8 (lacks Q8, blank?)<br />

• Overbodige versieringen rond de katernsignaturen worden in de collatieformule genegeerd. Zo worden<br />

ronde haakjes rond de katernsignatuur weglaten: (A), (B) t.e.m. (T) wordt genoteerd als A-T. Een<br />

uitzondering hierop vormen signaturen bestaande uit een combinatie van ronde haakjes en leestekens:<br />

(.) of ):( of (…) of iets dergelijks. Hier worden de haakjes voor de duidelijkheid wel opgenomen.<br />

• In het voor- en nawerk worden katernen regelmatig met andere symbolen gesigneerd. Drie letters<br />

kunnen met een tilde worden genoteerd (ã, ñ, õ). Andere letters met een tilde worden zonder tilde<br />

genoteerd (vb. e, i, u). In de mate van het mogelijke worden andere symbolen alsdusdanig<br />

overgenomen.<br />

Voorbeelden:<br />

*, §, ?, !, (.), ):(<br />

• Indien de gangbare tekenset geen oplossing biedt, wordt het symbool vereenvoudigd, met een<br />

verklarende werkaantekening. De onderstaande voorbeelden staan model voor mogelijke<br />

vereenvoudigingen. Nieuwe vereenvoudigingen worden na overleg vastgelegd.<br />

• + (plus-teken) wordt gebruikt voor alle mogelijke kruis-varianten<br />

• …, (…), ***, (***) voor drie punten of asterisken in een driehoek geplaatst<br />

• (pied-de-mouche) wordt genoteerd als ‘q’, met verklarende catalografische opmerking<br />

• Vermeldingen tussen ronde haken worden steeds voorafgegaan en gevolgd door een spatie. Het plus-<br />

en min-teken (‘+’ en ‘–’), voor de aanduiding van respectievelijk toevoegingen en cancels, worden ook<br />

steeds voorafgegaan (behalve indien vlak na ‘(‘ of het openen van de haakjes) en gevolgd door een<br />

spatie. Dit principe wordt gehanteerd om de overzichtelijkheid en de leesbaarheid van de<br />

collatieformule te vergroten.<br />

Voorbeeld:<br />

):( 8 (– ):(8) + 4 2+ 4 (2+3 + π1) A-D 4<br />

6.5.3 Aantal folio’s per katern<br />

• Het aantal bladen per katern wordt aangegeven met een achtergeplaatst cijfer in superscript (altijd<br />

even!). Als een slotkatern uit slechts één blad bestaat, dan is het onduidelijk of er nog andere bladen<br />

ontbreken of dat er nooit meer bladen zijn geweest. Om die reden wordt zo’n slotblad beschreven als<br />

blad (dus met het cijfer op de lijn!) en niet als incompleet katern.<br />

Voorbeelden:<br />

A-S 4 T 2 V1<br />

indien oneven aantal, maar meer dan één folio in slotkatern: A-T 4 V 4 (– V4)


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

• Katernen met regelmatig afwisselende aantallen bladen kunnen worden samengetrokken tot een reeksformule.<br />

Is er een oneven aantal katernen, dan wordt het laatste katern, regelmatig of niet, altijd apart<br />

genoemd.<br />

Voorbeelden:<br />

A 4 B 8 C 4 D 8 E 4 F 8 wordt A-F 4/8<br />

A 8 B 4 C 8 D 4 E 8 F 4 G 8 wordt A-F 8/4 G 8<br />

• Een boek bestaande uit gebonden vellen in plano (meestal op stroken gekleefd) krijgt als formule<br />

bijvoorbeeld A-V1 (niet A-V 1 ).<br />

6.5.4 Verwijzingen<br />

• Bladverwijzingen worden gemaakt met katernletter en bladnummer. Het bladnummer staat op de lijn.<br />

In de noten, de catalografische opmerkingen en de exemplaarannotatie wordt het onderscheid tussen<br />

voor- en achterkant van een blad uitdrukkelijk vermeld als ‘recto’ of ‘verso’, gescheiden door een spatie<br />

van de katernletter en het bladnummer. Conjuncte bladen worden aangegeven met een punt tussen de<br />

bladnummers (zonder herhaling van de katernletter), terwijl niet-conjuncte bladen gescheiden worden<br />

door een komma (met herhaling van de katernletter). Een opeenvolging van meerdere bladen wordt<br />

door het gebruik van een koppelteken als een reeks aangeduid (met herhaling van de katernletter).<br />

Voorbeelden:<br />

2L4 verso<br />

2 T4 recto<br />

A1.4<br />

E1, E3<br />

E1-E3 ofwel E1-3<br />

• Indien in noten, catalografische opmerkingen of exemplaarannotaties katernen worden genoemd,<br />

worden de achtergeplaatste cijfers in superscript, die het aantal bladen per katern aangeven, weggelaten.<br />

Waar nodig wordt het voorgeplaatste cijfer in superscript behouden.<br />

Voorbeeld: Katernen genoemd in een algemene noot<br />

Algemene noot<br />

Gatherings A-D are a reissue of the 1673 edition<br />

Gathering 2 C has different type in some copies<br />

6.5.5 Ongesigneerde katernen en folio’s<br />

• Ongesigneerde katernen die met een teken benoemd kunnen worden, worden tussen vierkante haken<br />

gezet.<br />

Voorbeelden:<br />

A-B 4 [C] 4 D 4<br />

[A-D] 8<br />

[A] 4 B-D 4<br />

[2] 2 A-F 4<br />

A-D 4 [E]1<br />

• Katernen uitsluitend gesigneerd met oplopende cijfers worden beschouwd als ongesigneerd. De cijfers<br />

worden wel gebruikt voor de vingerafdruk, met een verklaring in de catalografische opmerkingen.<br />

84


85<br />

6. Collatie<br />

• Tussengevoegde ongesigneerde bladen en katernen in het voorwerk worden aangeduid met de Griekse<br />

letter π (pi). Tussengevoegde ongesigneerde bladen en katernen in het hoofdwerk worden aangeduid<br />

met de Griekse letter χ (chi), ook als ze inhoudelijk een voorwerkkarakter hebben. Herhalingen van π<br />

en χ worden aangegeven door een voorgeplaatst cijfer op de lijn. De <strong>eerste</strong> keer dat π en χ in de<br />

katernopbouw genoemd worden, krijgen ze geen voorgeplaatst cijfer. Aparte tussengevoegde bladen<br />

worden beschreven als blad (dus met het cijfer op de lijn!). Het aantal bladen per katern wordt ook bij<br />

ongesigneerde katernen aangegeven met een achtergeplaatst cijfer in superscript (altijd even!). Bij losse<br />

folio’s komt het cijfer ‘1’ op de lijn.<br />

Voorbeeld:<br />

π1 § 4 2π 4 2§ 4 A-D 4 χ 2 E 4 2χ1 F 4<br />

• Als het laatste blad van een katern is teruggeslagen om de gegraveerde titelpagina of een frontispice te<br />

vormen, dan wordt dat blad beschouwd als een ongesigneerd voorgevoegd blad. Het katern mist dan<br />

dus het laatste blad.<br />

Voorbeelden:<br />

π1 § 4 (-§4) 2§ 4 A-D 4<br />

π1 A 8 (-A8)<br />

• Als van een <strong>eerste</strong> of laatste niet gesigneerd katern van twee bladen één blad blanco is, wordt dat,<br />

ongeacht de feitelijke toestand in het concrete exemplaar, geacht op de meest ‘natuurlijke’ wijze<br />

gevouwen te zijn. Dit betekent dat bij een <strong>eerste</strong> niet gesigneerde katern het blanco blad vóór het<br />

bedrukte blad hoort te worden gevouwen en bij een laatste niet gesigneerde katern het blanco blad na<br />

het bedrukte blad hoort te worden gevouwen.<br />

• Een niet gesigneerd los bijgebonden blaadje met errata wordt buiten de collatie gehouden en in<br />

algemene noot vermeld:<br />

Some copies with additional list of errata<br />

Schema van toevoegingen van ongesigneerde katernen en bladen<br />

Binnen<br />

katern<br />

Buiten<br />

katern<br />

Voorwerk Hoofdwerk<br />

Folio Katern Folio Katern<br />

§ 8 (§2 + π1) A-D 4 § 8 (§4 + π 2 ) A-D 4 A-D 4 E 4 (E2 + χ1) F-G 4 A-D 4 E 4 (E2 + χ 2 ) F-G 4<br />

§ 8 π1 * 4 A-D 4 § 8 π 2 * 4 A-D 4 A-D 4 χ1 E-F 4 2χ1 G 2 A-D 4 χ 2 E-F 4 2χ 4 G 2<br />

Als er op een systematische manier meerdere ongesigneerde bladen zijn ingevoegd, kan het voor de<br />

overzichtelijkheid raadzaam zijn om dit niet in de collatieformule weer te geven, maar in een algemene<br />

noot.<br />

Voorbeeld:<br />

Niet: * 4 χ1 A-D 12 E 12 (E7 + 2χ1) F-H 12 I 12 (I3 + 3χ1) K-M 12 N 12 (N5 + 4χ1) O-Q 12<br />

Maar: * 4 A-Q 12 met in algemene noot: 4 plays, each with an inserted engraved title page


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

6.5.6 Toevoegingen van gesigneerde katernen en folio’s<br />

• Indien een toegevoegd blad (of meerdere bladen) doornummert t.o.v. de signatuur van het blad<br />

ervoor, dan wordt de katernsignatuur geciteerd. Een conjunct ongesigneerd blad wordt volgens de<br />

regels tussen vierkante haken vermeld.<br />

Voorbeelden:<br />

A 8 (A4 + χ A5) B-D 8<br />

A 8 (A4 + χ A5.6) B-D 8<br />

A 8 (A4 + χ A5.[6]) B-D 8<br />

• Indien meerdere toegevoegde bladen (een katern) niet doornummeren, maar opnieuw vanaf 1<br />

beginnen te nummeren, dan worden ze beschreven als een apart katern (met cijfer in superscript), ook<br />

als de volgende bladen ongesigneerd zijn.<br />

A 8 (A5 + χ A 2 ) B-D 8<br />

A 8 (A5 + a 2 ) B-D 8<br />

6.5.7 Verwijderingen en vermissingen<br />

De collatieformule geeft de katernopbouw weer van een ideal copy. Heeft een afzonderlijk exemplaar<br />

incidenteel ontbrekende bladen of bladen teveel, dan wordt dit in de collatieformule stilzwijgend<br />

gecorrigeerd. Hetzelfde geldt voor fouten van de binder. Deze twee specifieke gevallen van<br />

exemplaargebonden informatie (onvolledige exemplaren en bindfouten) worden wel in een<br />

exemplaarannotatie gesignaleerd .<br />

• Als aan het eind van het <strong>eerste</strong> te beschrijven exemplaar van een editie één of meerdere bladen of<br />

katernen ontbreken, wordt de collatieformule gegeven voor zover mogelijk, met daarachter de<br />

uitdrukkelijke vermelding ‘(the rest is missing)’. Opgelet: in het veld van de katernopbouw worden<br />

voor deze vermelding de ronde haken gebruikt, in tegenstelling tot het veld van de paginering<br />

.<br />

Voorbeeld:<br />

A-P 4 (the rest is missing)<br />

• Als het laatste blad van een werk ontbreekt en waarschijnlijk blanco is, wordt dit tussen ronde<br />

haakjes vermeld achter de collatieformule met een vraagteken.<br />

Voorbeelden:<br />

A- E 4 (lacks E4, blank?)<br />

A-D 8 E 4 (lacks E4, blank?)<br />

• Als het slotblad zeker blanco is, wordt dat uitdrukkelijk vermeld. Dit geldt ook bij een laatste<br />

dubbelblad (= laatste katern met slechts 2 folio’s), waarvan de laatste folio blanco is.<br />

Voorbeelden:<br />

A-D 8 E 4 (E4 blank)<br />

A-D 8 E 2 (E2 blank) en in dit geval dus niet ‘E1’!<br />

• Als een slotkatern uit slechts één blad bestaat, dan is het onduidelijk of er nog andere bladen<br />

ontbreken of dat er nooit meer bladen zijn geweest. Om die reden wordt zo’n slotblad beschreven als<br />

alleenstaande folio (bladnummer op de lijn!) en niet als onvolledig katern.<br />

Voorbeeld:<br />

A-D 8 E1<br />

86


87<br />

6. Collatie<br />

• Als een blad ontbreekt dat in de ideal copy hoort te ontbreken, dan wordt dit aangegeven met een<br />

min-teken direct na het betreffende katern.<br />

Voorbeeld:<br />

A 8 (– A8) B-D 8<br />

• Als in een ideal copy een katern hoort te ontbreken (bij voorbeeld door een vergissing van de zetter<br />

bij het signeren), kan in een algemene noot worden aangegeven dat het boek toch compleet is.<br />

Voorbeeld: de katern F hoort te ontbreken<br />

Katernopbouw<br />

A-E 4 G 2<br />

Annotatie algemeen<br />

Complete<br />

• Als de hele tekst van een werk uit slechts één (aan beide zijden bedrukt) blad bestaat, wordt de collatie<br />

altijd A1 of [A]1, ongeacht of er een blanco [A]2 aan vast zit.<br />

6.5.8 Cancels<br />

Een combinatie van cancels (weglatingen van folio’s) en toevoegingen die de omvang van een katern niet<br />

doen veranderen worden niet apart vermeld. Indien de omvang van een katern wel verandert, worden ze<br />

wel expliciet vermeld.<br />

Voorbeeld:<br />

A-B 4 (– B3, + * 2 ) C 4<br />

6.5.9 Meerdere signaturen in één katern<br />

• We houden ons zoveel mogelijk aan het analytisch-bibliografische uitgangspunt dat de feitelijke fysieke<br />

situatie wordt beschreven. Dus als een katern in een boek van quarto-formaat gesigneerd is als [A1] A2<br />

A3 [A4] B[1] [B2], maar A1 is conjunct met B2, A2 met B1 en A3 met A4, én het enige bindtouwtje zit<br />

tussen A3 en A4, dan wordt de collatie niet A 4 B 2 , maar wel A 6 , met een catalografische opmerking:<br />

A5 gesigneerd als ‘B’.<br />

• Als binnen een grotere reeks meerdere katernen kennelijk zijn samengevoegd of ingekrompen tot één<br />

katern (van al dan niet normale omvang) met meerdere signaturen – dat wel één geheel vormt (en de<br />

ideal copy vertegenwoordigt) – dan wordt dat door middel van schuine strepen (slashes) in de collatie<br />

tot uitdrukking gebracht. In het veld van de catalografische opmerkingen kan de werkelijke toestand<br />

nader worden toegelicht.<br />

Voorbeelden:<br />

Katernopbouw<br />

A-D 8 E/F/G 8 H-K 8<br />

Catalografische opmerkingen<br />

Katern E/F/G: E1-E2, F1-F2, G1-G4<br />

Katernopbouw<br />

A/B 10 C-P 4<br />

Catalografische opmerkingen<br />

Katern A/B: A1-A4, B1-B6, met het touwtje tussen B1 and B2<br />

• Bij de overgang tussen voorwerk en hoofdwerk kan het voorkomen dat één katern verschillende<br />

signaturen heeft.<br />

Voorbeelden: Signering in het <strong>eerste</strong> katern met twee verschillende symbolen (* en A)<br />

[*1] *2 *3 A4 A5 [A6] [A7] [A8]<br />

[*1] *2 *3 A1 A2 [A3] [A4] [A5]


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

Indien in zo’n geval de overgang tussen de twee verschillende signaturen samenvalt met de<br />

inhoudelijke grens, dan wordt het voorwerk als een afzonderlijk bibliografisch onderdeel beschouwd<br />

en dus met de indicatoren ‘a1’ en ‘a2’ in de vingerafdruk opgenomen. Voor beide bovenstaande<br />

voorbeelden wordt de collatieformule dan:<br />

*/A 8 B-D 8<br />

Ligt er bij de overgang tussen de twee verschillende signaturen geen inhoudelijke grens, dan wordt de<br />

<strong>eerste</strong> (afwijkende) signatuuraanduiding beschouwd als een onregelmatigheid en krijgt de vingerafdruk<br />

slechts de hoofdwerkindicatoren ‘b1’ en ‘b2’. Voor beide bovenstaande voorbeelden wordt de<br />

collatieformule dan:<br />

A-D 8<br />

In beide gevallen wordt de werkelijke situatie in de catalografische opmerkingen verklaard.<br />

6.5.10 Afbeeldingen<br />

• Een gegraveerde titelpagina en een frontispice (titelplaat: de enige, typerende illustratie uit het hele<br />

werk) worden steeds vermeld in de collatieformule, ook al bevatten ze geen typografie en zijn ze als<br />

afzonderlijke folio’s toegevoegd. Een auteursportret dat is toegevoegd wordt echter niet in de<br />

collatieformule vermeld.<br />

• Afbeeldingen buiten collatie worden niet in de collatieformule vermeld. Indien de afbeeldingen buiten<br />

collatie echter een belangrijk en aaneengesloten deel van het boek uitmaken, worden ze na de<br />

collatieformule vermeld tussen ronde haken. Zo mogelijk wordt het aantal bladen gegeven.<br />

Voorbeeld:<br />

A-F 8 2 A-C 4 (and 13 engraved f.)<br />

• In principe worden gravures, kaarten en tabellen waarop ook typografische tekst is te vinden steeds in<br />

de collatieformule opgenomen. Voor bijbel<strong>uitgave</strong>n wordt hierop een uitzondering gemaakt. In<br />

bijbel<strong>uitgave</strong>n worden dergelijke toegevoegde bladen, bestemd voor vaste plaatsen in een bepaalde<br />

<strong>uitgave</strong>, toch niet afzonderlijk in de collatieformule opgenomen. Na de collatieformule wordt<br />

genoteerd: ‘(with additional maps and tables)’.<br />

• Een typografische tabel die is toegevoegd en door het afwijkende formaat niet in de collatieformule<br />

kan worden opgenomen, wordt genoteerd als: ‘(with folding table)’.<br />

6.5.11 Verzameling gravures<br />

• Verzamelingen gravures, zoals atlassen of schrijfboeken, worden enkel beschreven indien ze voorzien<br />

zijn van een titelpagina. Bij gebrek aan katernsignaturen wordt indien mogelijk het formaat vermeld,<br />

maar geen collatieformule gegeven. In plaats daarvan komt er in het veld katernopbouw enkel een<br />

vermelding ‘… engraved f.’ of ‘… engraved f. with typographical text’ indien er typografie op de<br />

gegraveerde bladen voorkomt. Het aantal bladen wordt genoemd indien met zekerheid vast te stellen.<br />

• Indien er wel een duidelijk aaneengesloten en afgerond geheel van typografische tekst met<br />

katernsignaturen voorkomt, dan wordt de opbouw daarvan wel in de collatieformule weergegeven. Van<br />

dit deel wordt eveneens een vingerafdruk gemaakt.<br />

• Komt een verzameling gravures ook als deel van een ander werk voor, dan wordt dit aansluitend op de<br />

collatieformule van dat werk vermeld als: ‘and … engraved f.’. In dat geval wordt er tussen beide<br />

beschrijvingen ook een relatie gelegd, van het type ‘Incorporates/Part of’.<br />

6.5.12 Bedrukte omslagen<br />

Een bedrukte omslag wordt niet in de collatieformule vermeld. <br />

88


89<br />

6. Collatie<br />

6.6 Meerdelige werken<br />

Meerdelige werken vragen een specifieke aanpak voor de invulling van het onderdeel collatie in de<br />

bibliografische beschrijving. Via de knop ‘Extra collatie’ worden er evenveel extra collatieblokken<br />

aangemaakt als het aantal delen van het meerdelig werk. Het totaal aantal collatieblokken is dus het aantal<br />

delen van het werk plus één.<br />

In het <strong>eerste</strong> collatieblok wordt de paginering opengelaten, het bibliografisch formaat wordt wel ingevuld.<br />

In de katernopbouw wordt enkel het aantal delen opgegeven, bijvoorbeeld ‘3 volumes’.<br />

In het tweede en de volgende collatieblokken wordt telkens de paginering en de katernopbouw van elk deel<br />

afzonderlijk ingevuld. Het bibliografisch formaat wordt daar opengelaten. De paginering en de<br />

katernopbouw worden telkens voorafgegaan door een specifiek gecodeerd volgnummer<br />

(volgnummer#spatie), dat aanduidt om welk deel het gaat.<br />

Voorbeeld: Collatieblokken bij een meerdelig werk<br />

Collatie<br />

Paginering [niets invullen]<br />

Bibl. formaat 8°<br />

Katernopbouw 2 volumes<br />

Collatie<br />

Paginering 1# 64 p.<br />

Bibl. formaat [niets invullen]<br />

Katernopbouw 1# A-D 8<br />

Collatie<br />

Paginering 2# 78, [1], [1 blank] p.<br />

Bibl. formaat [niets invullen]<br />

Katernopbouw 2# A-E 8<br />

Delen van meerdelige werken afzonderlijk beschreven<br />

Zoals reeds in hoofdstuk 2 is aangegeven, worden de delen van een meerdelig werk in een aantal gevallen<br />

toch apart beschreven (niet alle delen zijn aanwezig, of de titels van de afzonderlijke delen verschillen te<br />

veel van elkaar). In die gevallen worden voor de collatie de gewone regels voor afzonderlijke werken<br />

toegepast. Het collatieblok wordt in elke beschrijving op de gangbare wijze ingevuld.<br />

Voorbeeld:<br />

Hoofdtitel<br />

De ghebenedyde voester van [...] Jesus, sone vande alder-heyl. maghet Maria [...] het<br />

<strong>eerste</strong> deel<br />

Oorspronkelijke titel<br />

De ghebenedyde voester. Part 1<br />

Collatie<br />

Paginering [16], 630, [2] p.<br />

Bibl. formaat 8°<br />

Katernopbouw A-2R 8 2S 4


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

6.7 Invoer van de collatiegegevens in Brocade<br />

Er kunnen zoveel collatieblokken worden aangemaakt als nodig door een cijfer in te vullen naast de<br />

vetgedrukte tekst ‘Collatie’, en vervolgens op ‘Extra collatie’ te klikken. Niet ingevulde collatieblokken<br />

worden na registratie van de beschrijving opnieuw verwijderd.<br />

Men kan de volgorde van de verschillende collatieblokken wijzigen met behulp van het numerieke veld<br />

naast de cursief gedrukte tekst ‘Collatie’.<br />

Het veld ‘Type’<br />

In het veld ‘Type’, dat de standaardwaarde ‘Normaal’ bevat, kan ook ‘oblong’ worden geselecteerd. Dit veld<br />

bevat altijd een waarde.<br />

Het veld ‘Paginering’<br />

Het veld paginering moet manueel worden ingevuld. Ondanks het ontbreken van een scroll bar kunnen ook<br />

lange pagineringen worden ingevoerd. Het veld kan ook leeg blijven.<br />

Het veld ‘Bibl. formaat’<br />

In tegenstelling tot het veld ‘Type’, dat altijd een inhoud heeft, kan het veld ‘Bibl. formaat’ zowel een<br />

waarde bevatten als leeg blijven. Dit is van toepassing bij beschrijvingen van meerdelige werken. Met de<br />

muis kan men een bibliografisch formaat uit de lijst selecteren. De lijst kan door de beheerder worden<br />

aangepast in het beheer van de bibliografische formaten (te vinden bij de Catalografie - beheersfuncties).<br />

Het veld ‘Katernopbouw’<br />

Het veld van de katernopbouw is een vrij tekstveld en wordt -behalve in een aantal specifieke gevallen-<br />

steeds ingevuld. Voor een aantal veel voorkomende tekens en de opmaak van tekst in superscript e.d. moet<br />

men de volgende codes hanteren:<br />

Voorbeelden<br />

of of { begin van superscript<br />

of of } einde van superscript<br />

of π<br />

of χ<br />

Beoogd resultaat Invoer in Brocade<br />

π1 * 8 A-F 8 1 *8 A-F8<br />

of 1 *{8} A-F{8}<br />

A-P 4 2 A-C 4 A-P4 2A-C4<br />

of A-P{4} {2}A-C{4}<br />

A-H 8 χ1 I-K 8 2χ 2 L 8 A-H8 1 I-K8<br />

22 L8<br />

of A-H{8} 1 I-K{8} 2{2} L{8}<br />

A 8 (A4 + χ A5.[6]) A8 (A4 + A5.[6])<br />

of A{8} (A4 + {}A5.[6])<br />

90


Afbeelding: De invoer van de <strong>eerste</strong> twee collatieblokken bij een meerdelig werk<br />

91<br />

6. Collatie


7 Bibliografisch nummer: vingerafdruk<br />

Overzicht<br />

7.1 Inleiding<br />

7.2 Jaar en formaat<br />

7.3 Indicatoren<br />

7.4 Signaturen<br />

7.5 Tekst boven de signatuur<br />

7.6 Invoer van de vingerafdruk in Brocade<br />

93<br />

7. Bibliografisch nummer: vingerafdruk<br />

7.1 Inleiding<br />

De <strong>STCV</strong>-vingerafdruk neemt de regelgeving van de STCN over. De vingerafdruk is bedoeld als middel<br />

om edities uniek te identificeren en van elkaar te onderscheiden. Hiertoe wordt volgens vaste regels een<br />

formule opgesteld met de volgende onderdelen:<br />

• jaar en formaat<br />

• de positie van enkele welbepaalde katernsignaturen ten opzichte van de erboven staande<br />

tekstregel (met telkens drie elementen: indicator, signatuur en tekst boven de signatuur<br />

Algemene regels<br />

1 Bij meerdelige werken wordt voor ieder deel een aparte vingerafdruk gemaakt .<br />

2 De vingerafdruk wordt gebaseerd op de ideal copy van het boek. Eventuele bind- en opmaakfouten<br />

worden genegeerd en stilzwijgend gecorrigeerd.<br />

3 De vingerafdruk krijgt een vaste interpunctie tussen de verschillende onderdelen. Om de<br />

opzoekbaarheid in Brocade te verhogen, wordt de vaste interpunctie van de STCN-vingerafdruk nog<br />

aangevuld met een ‘#’ tussen de verschillende onderdelen.<br />

• de jaar-en-formaat-code wordt gevolgd door ‘spatie koppelteken spatie # spatie’<br />

• de voorwerk-groep(en), de hoofdwerk-groep(en) en de nawerk-groep(en) worden telkens<br />

gescheiden door ‘spatie koppelteken spatie # spatie’<br />

• de <strong>eerste</strong> en tweede positie binnen één groep worden telkens gescheiden door ‘spatie<br />

dubbelpunt spatie # spatie’<br />

• aan het einde van de vingerafdruk (na de laatste positie) volgt er niets meer<br />

Voorbeeld:<br />

167808 – # a1 *2 ai : # a2 *5 oei – # b1 A1 amaai : # b2 D5 tisniewaar<br />

7.2 Jaar en formaat<br />

Het jaar wordt gegeven zoals dat voorkomt in het impressum op de titelpagina.<br />

• Jaren worden steeds getranscribeerd in Arabische cijfers.<br />

Voorbeeld: M.DC.Lij wordt ‘1652’<br />

• Jaren in andere tijdrekeningen worden niet omgezet naar de christelijke tijdrekening.<br />

Voorbeeld: An 7 wordt ‘0007’<br />

• (Zet)fouten worden niet verbeterd.<br />

Voorbeeld: 1693 verkeerd gezet als ‘1963’ blijft ‘1963’<br />

Uitzondering: indien het jaar defectief is zoals ’16.9’, dan wordt er ‘0000’ genoteerd!<br />

• Komt er in het impressum op de titelpagina geen expliciet jaar van publicatie voor, dan wordt dit<br />

gegeven vervangen door ‘0000’.<br />

• Jaartallen in oneigenlijke (kopij-)impressa worden wel overgenomen. Jaartallen uit colofons en<br />

dergelijke worden niet opgenomen.<br />

• (Zet)fouten in Romeinse cijfers die een niet bestaand getal produceren (bijvoorbeeld M.D.Mij)<br />

worden vervangen door ‘0000’.<br />

• Bij (zet)fouten in het jaar waarvan blijkt, op basis van andere exemplaren, dat ze op de pers zijn<br />

gecorrigeerd, worden twee vingerafdrukken opgenomen.<br />

Het formaat wordt gegeven als 02, 04, 08, 12, enzovoort; oblong wordt niet aangegeven. Is het formaat<br />

niet met zekerheid vast te stellen, dan wordt het weergegeven als ‘00’.


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

7.3 Indicatoren<br />

De indicatoren worden als volgt benoemd:<br />

Eerste positie Laatste positie<br />

Voorwerk a1 a2<br />

Hoofdwerk b1 b2<br />

Nawerk c1 c2<br />

Eventuele onderverdelingen binnen een werk, die tot uitdrukking worden gebracht met een nieuw begin<br />

van de signering, worden in de vingerafdruk apart genoemd. De betreffende indicatoren krijgen dan een<br />

volgnummer (bijvoorbeeld 1b1, 1b2, 2b1, 2b2). Deze volgnummers worden afzonderlijk toegekend<br />

voor de voorwerk-, hoofdwerk- en nawerk-indicatoren.<br />

Posities die niet voorkomen worden niet als zodanig aangegeven. Als er binnen een onderdeel van het<br />

werk slechts één positie kan worden genomen, waardoor de <strong>eerste</strong> en de laatste positie samenvallen, dan<br />

wordt deze opgegeven als ‘a1=a2’ enzovoort.<br />

Bij de overgang tussen voorwerk en hoofdwerk kan het voorkomen dat één katern verschillende<br />

signaturen heeft.<br />

Voorbeelden<br />

[*1] *2 *3 A4 A5 [A6] [A7] [A8]<br />

[*1] *2 *3 A1 A2 [A3] [A4] [A5]<br />

Indien in zo’n geval de overgang tussen de twee verschillende signaturen samenvalt met een<br />

inhoudelijke grens tussen voor- en hoofdwerk, dan wordt het voorwerk als een afzonderlijk<br />

bibliografisch onderdeel beschouwd en dus met de indicatoren ‘a1’ en ‘a2’ in de vingerafdruk<br />

opgenomen. Voor beide bovenstaande voorbeelden wordt de katernopbouw dan:<br />

*/A 8 B-D 8<br />

met als vingerafdruk bijvoorbeeld: a1 *2 A : # a2 *3 en – # b1 A4 zo : # b2 D5 voort<br />

Ligt er bij de overgang tussen de twee verschillende signaturen geen inhoudelijke grens, dan wordt de<br />

<strong>eerste</strong> (afwijkende) signatuuraanduiding beschouwd als een onregelmatigheid en krijgt de vingerafdruk<br />

slechts de hoofdwerkindicatoren ‘b1’ en ‘b2’. Voor beide bovenstaande voorbeelden wordt de<br />

katernopbouw dan:<br />

A-D 8<br />

met als vingerafdruk bijvoorbeeld: b1 *2 A : # b2 D5 voort<br />

In beide gevallen wordt de werkelijke situatie in de catalografische opmerkingen verklaard.<br />

7.4 Signaturen<br />

7.4.1 Algemeen<br />

• De signaturen worden gegeven in vereenvoudige vorm .<br />

Voorbeeld: AAAiij wordt 3A3<br />

Opgelet: de <strong>eerste</strong> folio van een katern, bijvoorbeeld ‘A’, wordt meestal zonder cijfer aangetroffen<br />

en dus ook zo genoteerd (het wordt dus niet ‘A1’)!<br />

• In het uitzonderlijke geval dat er meer dan één signatuur per pagina voorkomt, wordt de onderste<br />

respectievelijk meest rechtse gebruikt.<br />

• Onder signatuur wordt de hele signatuur verstaan, dus met inbegrip van omringende haken,<br />

punten, ornamenten enz.<br />

• Zetfouten in de signatuur worden niet gecorrigeerd. Ze worden wel in de catalografische<br />

opmerkingen verantwoord.<br />

94


95<br />

7. Bibliografisch nummer: vingerafdruk<br />

7.4.2 Keuze van de signaturen<br />

De gekozen signaturen zijn de <strong>eerste</strong> en laatste van ieder primair of secundair bibliografisch (en niet<br />

inhoudelijk) onderdeel.<br />

• Het voorwerk wordt apart aangeduid in de vingerafdruk indien en voorzover het afzonderlijk is<br />

gesigneerd. Het wordt in principe als één geheel beschouwd, ook als het onlogisch of willekeurig<br />

signeert. Elk inhoudelijk onderdeel van het voorwerk dat echter samenvalt met één signatuur (* of<br />

§ of + enz., al dan niet in een reeks) krijgt een eigen onderdeel in de vingerafdruk (1a1 …1a2 …<br />

2a1 … 2a2 … enz.). Omdat juist in het voorwerk nog wel eens staat-verschillen optreden (andere<br />

opdracht, extra lofdichten) en omdat de ene binder bijvoorbeeld een register vooraan plaatst waar<br />

een ander het liever achteraan zet, kunnen er beter te veel dan te weinig onderdelen eigen<br />

vingerafdrukposities krijgen.<br />

• De tekst van het hoofdwerk wordt als één geheel beschouwd wanneer één of meer alfabetten<br />

regelmatig doorsigneren. De procedure wordt herhaald telkens als een (inhoudelijke) onderafdeling<br />

van de tekst met een nieuw alfabet begint (2A, a, 2 A, enzovoort), ook als de vorige katern toevallig<br />

eindigde met een Z.<br />

Als een nieuwe (inhoudelijke) onderafdeling weliswaar binnen een katern begint, maar vanaf dat<br />

punt met een nieuw alfabet signeert, wordt de procedure ook herhaald. Deze situatie is<br />

vergelijkbaar met de voorbeelden in , waar een dubbele signering in een katern samenvalt<br />

met een inhoudelijke overgang.<br />

• Tussengevoegde stukken tekst, die apart zijn gesigneerd, krijgen ook een aparte vermelding in de<br />

vingerafdruk. Een collatieformule als A-2D 4 a-g 4 2E-2F 4 wordt in drie onderdelen opgenomen in<br />

de vingerafdruk als<br />

1b1 A2 … : # 1b2 5D3 … – # 2b1 a1 … : # 2b2 g3 … – # 3b1 2E1 … : # 3b2 2F3 …<br />

Indien een regelmatige reeks signaturen wordt onderbroken door een gesigneerd voorwerk van een<br />

tweede inhoudelijk deel, dan wordt dat voorwerk afzonderlijk in de vingerafdruk opgenomen en<br />

het voor de rest regelmatig doorgesigneerde hoofdwerk als één geheel beschouwd.<br />

Een collatie als A-2C 8 * 8 2D-3P 8 wordt opgesplitst in een voorwerk en een hoofdwerk in de<br />

vingerafdruk als<br />

a1 *2 … : # a2 *5 – # b1 A2 … : # b2 3P5 …<br />

• Het nawerk wordt apart aangeduid in de vingerafdruk indien en voorzover het afzonderlijk is<br />

gesigneerd. Verder gelden dezelfde regels als bij het voorwerk.<br />

7.4.3 Meerdelige werken<br />

Bij meerdelige werken wordt van elk deel een volledige afzonderlijke vingerafdruk gemaakt (dus telkens<br />

een nieuwe jaar-en-formaat-code!). Elke vingerafdruk wordt voorafgegaan door ‘deelnummer # spatie’<br />

Voorbeeld<br />

1# 162508 – # a1 …<br />

2# 162608 – # a1 …<br />

3# 163008 – # b1 …<br />

Bij een variant in de vingerafdruk kan worden volstaan met een herhaling van de vingerafdruk van dat<br />

ene deel in een nieuw aangemaakt veld voor het bibliografische nummer.<br />

Voorbeeld<br />

2# 162508 – # b1 A2 onze : # b2 P3 v<br />

2# 162508 – # b1 A2 nze$ : # b2 P3 v<br />

7.4.4 Niet gesigneerd<br />

• Is een boek (of het hoofdwerk ervan) geheel ongesigneerd of zijn er uitsluitend onbruikbare<br />

signaturen , dan wordt een alternatieve vingerafdruk genomen. Er wordt gekozen voor<br />

de <strong>eerste</strong> (maar niet de titelpagina!) en laatste bedrukte rectobladzijde van iedere inhoudelijke en<br />

tegelijk bibliografische onderafdeling van het boek (voorwerk, hoofdwerk en nawerk, met eventuele<br />

duidelijk onderscheiden onderdelen). Op die bladzijden wordt het derde woord van de laatste regel


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

genomen in plaats van de afwezige signatuur (of respectievelijk de voorlaatste regel indien de laatste<br />

regel geen derde woord heeft). Dan wordt het stuk tekst genoteerd van de voorlaatste regel dat<br />

precies boven dat derde woord van de laatste regel staat (of respectievelijk het stuk tekst van de<br />

derde laatste regel dat boven het derde woord van de voorlaatste regel staat).<br />

Voorbeeld<br />

Bij een collatieformule [A]-[F]4, waarbij op [A]1, [B]1 en [F]1 respectievelijk het voorwerk, de<br />

tekst van het hoofdwerk en het register beginnen, wordt gekozen voor de f. [A]2 recto en [A]4<br />

recto voor het voorwerk (posities a1 en a2), voor de bladzijden [B]1 recto en [E]4 recto voor<br />

het hoofdwerk (posities b1 en b2) en ten slotte voor de bladzijden [F]1 recto en [F]4 recto<br />

voor het nawerk (posities c1 en c2).<br />

Indien de tekst van het hoofdwerk en het register midden in een katern beginnen, dan worden<br />

enkel de bladzijden [A]2 recto en [F]4 recto gekozen die dan het hoofdwerk aanduiden<br />

(posities b1 en b2).<br />

• Als het voor de vingerafdruk te gebruiken derde woord van de onderste regel zonder spatie<br />

verbonden is met het vierde woord (bijvoorbeeld: l’hiver, qu’ils), dan wordt die combinatie als één<br />

woord beschouwd. Een leesteken na zo’n derde woord hoort niet bij dat woord en telt dus niet<br />

mee voor het bepalen van de vingerafdruk. Dat geldt voor elk leesteken, ook voor het<br />

afkortingspunt (bijvoorbeeld: Nov.).<br />

• Wordt een ongesigneerde hoofdtekst aangetroffen in combinatie met wel gesigneerd voor- of<br />

nawerk, dan gelden voor dit voor- en nawerk de normale regels.<br />

• Indien de bovenstaande regels niet uitvoerbaar zijn (bijvoorbeeld bij atlassen, plaatwerken,<br />

bladmuziek, tafels en tabellen), dan wordt na de jaar-en-formaat-code afgezien van de verdere<br />

vingerafdruk.<br />

7.4.5 Onbruikbare signaturen<br />

Als een signatuur niet bruikbaar is, dan wordt de volgende (voor de posities a1, b1 en c1) respectievelijk<br />

de vorige (voor de posities a2, b2 en c2) wel bruikbare signatuur in plaats van de onbruikbare signatuur<br />

genomen.<br />

Een signatuur is onbruikbaar:<br />

• als er geen tekst boven staat<br />

• als de laatste regel precies boven de katernsignatuur eindigt (eindigt de laatste regel voordat de<br />

katernsignatuur begint, dan wordt de tekst van de voorlaatste regel gebruikt)<br />

• als de onderkant van de katernsignatuur meer dan 25 mm ligt van de onderkant van de laatste<br />

bruikbare tekstregel<br />

• als de katernsignatuur onder een afbeelding, grafiek, tabel, lijn, notenbalk, kaart enz. valt, of onder<br />

het wit of de verticale lijn tussen twee kolommen<br />

• als de bedoelde symbolen in een niet-Latijns of niet-Grieks alfabet staan (Arabisch, Hebreeuws,<br />

Cyrillisch, …)<br />

Soms kan het nuttig of nodig zijn een onbruikbare katernsignatuur toch te gebruiken. In dat geval<br />

wordt dat aangegeven met een * (asterisk) voor de indicatoren (bijvoorbeeld *b1 A2 …). Dit kan het<br />

geval zijn als het de enige of de enige althans enigszins bruikbare signatuur is in de betreffende sectie<br />

van een boek met verder onbruikbare signaturen. Ook indien in het hele werk de signaturen door een<br />

lijn gescheiden zijn van een omkaderde tekst, wordt op deze manier een vingerafdruk genomen.<br />

96


97<br />

7. Bibliografisch nummer: vingerafdruk<br />

7.5 Tekst boven de signatuur<br />

• Het stuk tekst dat boven de voorgeschreven signatuur valt, wordt genoteerd. Concreet betekent dit:<br />

de tekens die in hun geheel binnen de signatuur vallen. Tekens die er niet met honderd procent<br />

zekerheid binnen vallen worden verwaarloosd.<br />

• Valt een signatuur echter onder slechts een gedeelte van één teken of gedeelten van twee<br />

opeenvolgende tekens, dan gelden deze gedeelten als hele tekens.<br />

Voorbeelden<br />

M MA nu wel<br />

A A2 A 3<br />

Hier worden respectievelijk M, MA en $w opgenomen in de vingerafdruk.<br />

• Onder tekens wordt verstaan: typografische eenheden als letters, cijfers, leestekens, symbolen, enz.<br />

Een spatie geldt ongeacht de lengte ervan als één teken, en wordt weergegeven als $ (dollarteken).<br />

De tekens worden getranscribeerd volgens de algemeen geldende <strong>STCV</strong>-transcriptieregels. De ij<br />

wordt (ongeacht de taal of betekenis) als één dan wel twee tekens beschouwd, afhankelijk van de in<br />

het boek gebruikte typografie.<br />

• Bij de hoofdletter Q met een lange staart, die onder één of meer volgende letters doorloopt, wordt<br />

voor de vingerafdruk deze staart verwaarloosd. Als bijvoorbeeld bij de woorden ‘urbs. Quae est’ de<br />

staart van de Q doorloopt onder de letters ‘uae es’, dan geldt als tekst boven de signatuur:<br />

Qu indien de cirkel van de Q en de u boven de signatuur staan<br />

bs.$Q indien de letters bs. en de cirkel van de Q boven de signatuur staan<br />

ae$e indien de letters ae en de letter e boven de signatuur staan<br />

Dit alles ondanks het doorlopen van de staart van de Q. Bij vergelijkbare gevallen (civilité, swash<br />

letters, enz., waar een krul onder of boven eerdere of latere letters doorloopt) wordt naar analogie<br />

gehandeld.<br />

• De ligaturen Æ, æ, Œ, œ, & (steeds als ligatuur overgenomen) en ß (getranscribeerd als ‘ss’) worden<br />

behandeld als één teken. Alle andere ligaturen worden beschouwd als meerdere tekens.<br />

• Als een vingerafdruk van Griekse tekens kan worden vermeden door respectievelijk de volgende of<br />

de vorige signatuur te gebruiken, verdient dat de voorkeur. Daardoor worden problemen van<br />

transcriptie van ligaturen en accenten vermeden.<br />

• In de mate van het mogelijke worden andere alfabetten (Arabisch, Hebreeuws, Cyrillisch, …)<br />

getranscribeerd voor de vingerafdruk. Indien dit niet mogelijk blijkt, kan eveneens worden<br />

uitgeweken naar respectievelijk de volgende of de vorige signatuur. In het slechtste geval zal de<br />

vingerafdruk worden beperkt tot de jaar-en-formaat-code.<br />

• Teneinde interpretatieverschillen omtrent leestekens (vooral komma’s) te voorkomen, geldt als<br />

regel dat tussen een komma (e.d.) en het voorafgaande woord nooit een spatie wordt genoteerd en<br />

tussen de komma (e.d.) en het volgende woord altijd een spatie wordt genoteerd.<br />

7.6 Invoer van de vingerafdruk in Brocade<br />

Voor elk nieuw bibliografisch nummer (elke nieuwe vingerafdruk) of variant moet een nieuw<br />

bibliografisch nummerblok worden aangemaakt. Dat gebeurt door een cijfer in te vullen in het<br />

numerieke veld naast de vetjes gedrukte tekst ‘Bibliografische nummers’ en vervolgens op de knop te<br />

klikken ‘Extra nummerveld’.<br />

Men kan de volgorde van de verschillende blokken wijzigen door de nummers in het numerieke veld na<br />

het cursief gedrukte woord ‘Nummer’ aan te passen. Dit sorteerveld voor de blokken is niet te<br />

verwarren met het ‘eigenlijke’ nummerveld, dat hierna apart behandeld wordt.<br />

Indien het veld na het romein gedrukte woord ‘Nummer’ leeg blijft, wordt dat blok bij registratie van de<br />

beschrijving door het systeem verwijderd.


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

Het veld ‘Nummer’<br />

In dit veld wordt de eigenlijke vingerafdruk ingevoerd volgens het protocol dat hierboven werd<br />

beschreven. Exotische symbolen worden door de browser niet altijd herkend, en moeten in de mate van<br />

het mogelijke vermeden worden. De meest gangbare vreemde tekens worden op een gestandaardiseerde<br />

manier door een ander teken weergegeven en in de catalografische opmerkingen verantwoord. Weinig<br />

voorkomende en moeilijk weer te geven symbolen kunnen door een arbitrair teken worden vervangen.<br />

Ook dan is een verantwoording in de catalografische opmerkingen op zijn plaats.<br />

Het veld ‘Type’<br />

In dit veld kan het type van het bibliografische nummer worden aangeduid door selectie met de muis.<br />

Voor de <strong>STCV</strong> komt echter slechts één type in aanmerking: ‘fingerprint’ of vingerafdruk. Dit type is in<br />

de invulsjabloon voor <strong>STCV</strong>-records standaard reeds ingevuld.<br />

Bronaanduiding<br />

In het gebruikelijke sjabloon voor <strong>STCV</strong>-records komen in dit blok geen andere velden voor. In de<br />

invulsjabloon voor oude drukken, dat niet erg verschilt van het <strong>STCV</strong>-sjabloon, kan een veld voor de<br />

bronaanduiding verschijnen. Indien dat verschijnt moet als bron ‘document’ worden aangeduid.<br />

Afbeelding: Invoer van de vingerafdruk in Brocade<br />

98


8 Noten<br />

Overzicht<br />

8.1 Soorten noten<br />

8.2 Algemene noten<br />

8.3 Noten van het type ‘Met’<br />

8.4 Bibliografische referentie<br />

8.5 Invoer van noten in Brocade<br />

99<br />

8. Noten<br />

8.1 Soorten noten<br />

In de bibliografische beschrijving onderscheiden we drie types van noten. De redactietaal van de noten<br />

is het Engels.<br />

De bedoeling van de algemene noot (code ‘alg’) is om bij specifieke elementen van de bibliografische<br />

beschrijving meer toelichting te verschaffen.<br />

Inhoudelijk en vormelijk afzonderlijk gepresenteerde werken (bijvoorbeeld uitdrukkelijk vermeld op de<br />

titelpagina of met een afzonderlijke titelpagina binnenin een bibliografische eenheid) die bibliografisch<br />

echter deel uitmaken van een grotere bibliografische eenheid worden in een noot van het type ‘Met’<br />

(code ‘wi’) vermeld.<br />

Literatuurverwijzingen ten slotte worden opgenomen in een noot van het type ‘Bibliografische<br />

referentie’ (code ‘br’)<br />

8.2 Algemene noten<br />

De algemene noot (code ‘alg’) kan bijkomende informatie of nadere toelichting geven bij elk onderdeel<br />

van de bibliografische beschrijving. Hieronder enkele specifieke voorbeelden.<br />

Titel<br />

No title page; incipit f. A1 recto: 'Het kleyn ghetydeken'<br />

Title on engraved title page (f. A2): Lvst-hof der carmeliten<br />

Title and imprint derived from printed covers<br />

Auteur<br />

Mystification; the real author is …<br />

Drukker<br />

Possibly printed by …<br />

Datering<br />

Date from approbation<br />

Collatie<br />

Some copies without gathering * (Privilegie)<br />

Some copies with different type in gathering E<br />

Correcties door de drukker<br />

1675 corrected from 1765 by pasting over<br />

Drukonderscheiding<br />

Some copies with portrait of the author on f. +2 recto, instead of list of 'Hooft-schepenen vanden<br />

Lande van VVaes'<br />

Dedicated by Thielmans to I.A.C., 14 August 1628<br />

Dedicated by Thielmans to Ioanna de Brvyn, 20 May 1628<br />

Aanwezigheid van bedrukte omslag<br />

Printed covers<br />

Voor meer voorbeelden raadplege men de afzonderlijke hoofdstukken.


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

8.3 Noten van het type ‘Met’<br />

In het algemeen worden drie types bibliografische eenheden onderscheiden.<br />

1 Bibliografisch onafhankelijke eenheden (monografieën)<br />

2 Semi-onafhankelijke onderdelen<br />

3 Afhankelijke onderdelen<br />

Over het algemeen mag men stellen dat de bibliografisch onafhankelijke publicaties slechts één werk<br />

bevatten.<br />

Bij semi-onafhankelijke onderdelen hangen twee of meer werken min of meer aan elkaar vast. In deze<br />

categorie treffen we ofwel de incorporates-structuur, ofwel de container-structuur aan. De onderdelen<br />

hebben wel een aparte signering, aparte paginering en een aparte titelpagina, maar ze worden (meestal)<br />

in het <strong>eerste</strong> deel aangekondigd. Uit die aankondiging, die verschillende vormen kan aannemen, blijkt de<br />

samenhang van de onderdelen. De mogelijke relaties tussen zulke onderdelen komen in het hoofdstuk 9<br />

ter sprake.<br />

Men spreekt van afhankelijke onderdelen wanneer bij een werk nog andere werken zijn gevoegd, zonder<br />

dat er aanwijzingen zijn dat er een aparte drukgang voor de andere delen heeft plaatsgevonden. De<br />

doorlopende paginering en signering wijzen op het secundaire karakter van de bijgevoegde teksten.<br />

Zulke werken kunnen op de titelpagina aangekondigd zijn, en worden in de publicatie soms door een<br />

aparte titelpagina voorafgegaan. Indien de teksten voldoende relevant zijn om ze te vermelden, kan dat<br />

in een noot van het type ‘wi’, afkorting voor ‘with’ (Nederlandse verwoording: ‘Met’).<br />

De gegevens in noten van het type ‘wi’ worden indien mogelijk ontleend aan de titelpagina van het<br />

afhankelijke onderdeel. Bij het ontbreken van een dergelijke titelpagina, wordt er gekozen voor de meest<br />

volledige informatie: ofwel de gegevens op de titelpagina van het gehele werk, die naar dit onderdeel<br />

verwijzen, ofwel de gegevens aan het begin van de tekst van het onderdeel. Voor de transcriptie van de<br />

titel en de auteur(s) worden de gewone regels toegepast. Indien het variante trefwoord van de auteur<br />

nadere identificatie vereist, kan die tussen vierkante haken worden gegeven. Gegevens over secundaire<br />

auteurs moeten niet noodzakelijk worden opgenomen. Indien dat voldoende relevant is, komt die<br />

informatie na de titel, voorafgegaan door een redactionele formulering in het Engels. De aanduiding van<br />

de plaats van het onderdeel in het gehele werk komt steeds tussen ronde haken aan het einde van de<br />

noot.<br />

Voorbeelden:<br />

Noot van het type ‘wi’<br />

Petrus Dierkens, Tractaet vande vernietingh, ende verloogheningh sijns selfs (f. F8 recto<br />

– I12 recto)<br />

Noot van het type ‘wi’<br />

Raymundus Lumbier [= Ramón Lumbier O.Carm], Het leven van [...] suster Seraphina,<br />

Andrea Bonastre, translated by Jacobus a Passione Domini [O.Carm.] (f. E3 recto – H1<br />

verso)<br />

Vorbeeld (fictief): afhankelijk onderdeel in een meerdelig werk<br />

Noot van het type ‘wi’<br />

P. Abrahamus, Het belegh op den Christelijcken boterham (volume 3, f. P8 recto – V12<br />

recto)<br />

Indien het impressum op de titelpagina van een afhankelijk onderdeel afwijkende informatie bevat, dan<br />

wordt dit aangegeven in een algemene noot.<br />

Voorbeeld<br />

Algemene noot<br />

Title page volume 3, f. P8 recto: 1601<br />

100


8.4 Bibliografische referentie<br />

101<br />

8. Noten<br />

In de mate van het mogelijke worden verwijzingen naar bestaande bibliografieën of andere literatuur<br />

opgenomen in een noot van het type ‘Bibliografische referentie’. Het is niet de bedoeling hierbij<br />

exhaustief te werk te gaan. Indien er in de beschrijving gegevens uit externe bronnen worden ontleend,<br />

dienen die bronnen uiteraard wel expliciet te worden vermeld. Indien in voor de hand liggende<br />

bibliografieën geen referentie wordt aangetroffen, wordt dit niet in een noot vermeld. Deze informatie<br />

kan wel in de catalografische opmerkingen worden opgenomen, zodat deze informatie voor de <strong>STCV</strong>bibliografen<br />

wordt bewaard.<br />

Ten behoeve van de <strong>STCV</strong> is er een lijst van bibliografische referenties in gecodeerde vorm opgenomen<br />

als taalonafhankelijke codes in Brocade . Deze codes hebben tot doel een consistente<br />

invoer te garanderen en de invoer te vereenvoudigen. In de presentatie naar de gebruiker worden de<br />

codes omgezet naar de afgekorte ‘standard citation’ vorm. De lijst van bibliografische codes kan, indien<br />

nodig en na onderling overleg, nog worden aangevuld. Het is echter niet de bedoeling voor elke<br />

mogelijke referentie een code aan te maken. Indien het gaat om een éénmalige referentie, zal de<br />

bibliograaf zelf een afgekorte referentie noteren in de noot, volgens de regels van de ‘Standard Citation<br />

Forms’ van de Library of Congress.<br />

Na de eigenlijke referentie (al dan niet in gecodeerde vorm) worden, na een spatie, details over deel,<br />

pagina, kolom, nummer enz. gegeven. Daarbij gaat de voorkeur uit naar de meest logische nummering,<br />

die zo eenduidig mogelijk naar de bewuste referentie verwijst. Zo volstaat het bij een meerdelig werk<br />

met een doorlopend genummerde bibliografie om het nummer op te geven. De aanduidingen van deel,<br />

pagina, kolom en nummer worden in principe enkel door een cijfer aangeduid, dus zonder afkortingen<br />

als ‘v.’ of ‘vol.’, ‘p.’, ‘kol.’, ‘nr.’. De deelaanduiding komt steeds in Romeinse cijfers (kapitalen), ongeacht<br />

de deelaanduiding in het werk zelf. Pagina, kolom of nummer worden in principe in Arabische cijfers<br />

aangeduid, tenzij het gebruik in het werk zelf daarvan afwijkt. Indien er meerdere elementen in<br />

Arabische cijfers dienen te worden vermeld (bijvoorbeeld pagina en nummer, of kolom en nummer),<br />

dan wordt bij het laatste element toch de afkorting (meestal dus ‘nr.’) toegevoegd. Indien het nummer<br />

samengesteld is uit letters en cijfers, wordt dit overgenomen zoals in de publicatie (bijvoorbeeld letter en<br />

cijfer gescheiden door een spatie, een koppelteken of een punt ertussen).<br />

Voorbeelden<br />

Bibliografische noot<br />

13519<br />

Resultaat op het scherm<br />

Bib. catholica Neerlandica impressa 13519<br />

Enkel het nummer volstaat, want de nummering loop door over de delen heen:<br />

Bibliografische noot<br />

956<br />

Resultaat op het scherm<br />

Vanderhaeghen, F. Bib. gantoise 956<br />

De nummering begint opnieuw voor elke auteur, vandaar dat zowel het deel, de kolom als het nummer<br />

zijn aangegeven:<br />

Bibliografische noot<br />

VII, 1316-1317, nr. 24<br />

Resultaat op het scherm<br />

Backer-Sommervogel [S.J.] VII, 1316-1317, nr. 24<br />

Nummer van de onderverdelingen, niet de paginering:<br />

Bibliografische noot<br />

<br />

Resultaat op het scherm<br />

Delecourt, J.V. Anonymes et pseudonymes 255


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

De nummering in de Bibliotheca Belgica is niet altijd logisch en doorlopend, vandaar de keuze om te<br />

verwijzen naar zowel het deel en de pagina als naar het gecodeerde nummer:<br />

Bibliografische noot<br />

V, 783, V 303<br />

Resultaat op het scherm<br />

Bib. Belgica (1964-1970 éd.) V, 783, V 303<br />

8.5 Invoer van noten in Brocade<br />

Voor elke nieuwe noot moet een nieuw nootblok worden aangemaakt. Dat gebeurt door een cijfer in te<br />

vullen in het numerieke veld naast de vetjes gedrukte tekst ‘Annotatie(s)’ en vervolgens op de knop<br />

‘Extra nootveld’ te klikken.<br />

Men kan de volgorde van de verschillende blokken wijzigen door de nummers in het numerieke veld na<br />

het cursief gedrukte woord ‘Noot’ aan te passen. Dit sorteerveld voor de blokken is niet te verwarren<br />

met het ‘eigenlijke’ nootveld, dat hierna apart behandeld wordt.<br />

Indien het veld na het Romein gedrukte woord ‘Noot’ leeg blijft, wordt dat ongebruikte blok bij<br />

registratie van de beschrijving door het systeem verwijderd.<br />

Het veld ‘Noot’<br />

In dit vrije tekstveld wordt de eigenlijke noot ingevoerd op de wijze die hierboven werd beschreven.<br />

Een bibliografische verwijzing moet steeds tussen scherpe haken staan, gevolgd door een spatie. In de<br />

presentatie zet het systeem de code om naar een korte titelverwijzing.<br />

Het veld ‘Type’<br />

In dit veld kan het type noot worden bepaald. Men kan de beschikbare types opzoeken door op de<br />

knop ‘Zoek’ te klikken. Het veldje rechts van deze knop bevat de ‘favorieten’, dit zijn de laatst<br />

geselecteerde types die de bibliograaf heeft gebruikt.Voor de <strong>STCV</strong> komen slechts drie types in<br />

aanmerking: ‘alg’, ‘br’ en ‘wi’. Bij de aanmaak van een nieuw nootveld wordt het type ‘br’ standaard door<br />

het systeem aangeboden.<br />

Het veld ‘Taal’<br />

In het veld taal is standaard de waarde ‘Universele taal’ aangegeven. Alle noten die door de <strong>STCV</strong><br />

worden gegenereerd moeten deze taalaanduiding dragen. In principe moet het veld nooit worden<br />

gewijzigd.<br />

Afbeelding: Invoer van noten in Brocade<br />

102


9 Relaties met andere beschrijvingen<br />

Overzicht<br />

9.1 Doel<br />

9.2 Incorporates/Part of<br />

9.3 Contains/Part of<br />

9.4 Includes/Included in<br />

9.5 Invoer van relaties in Brocade<br />

103<br />

9. Relaties<br />

9.1 Doel<br />

In de <strong>STCV</strong> kunnen relaties worden gelegd tussen afzonderlijke beschrijvingen van verschillende<br />

bibliografische eenheden . De bedoeling is om aan te geven dat er<br />

een duidelijk bibliografisch verband is tussen de verschillende beschrijvingen.<br />

In de <strong>STCV</strong> onderscheiden we drie types van relaties: ‘incorporates’, ‘contains’ en ‘includes’. De <strong>eerste</strong> twee<br />

types zijn effectief relaties tussen afzonderlijke beschrijvingen van verschillende bibliografische eenheden.<br />

Het derde type wordt enkel in een specifiek geval gebruikt.<br />

9.2 Incorporates/Part of<br />

De ‘Incorporates/Part of’-relatie (code: ‘incorp’, resp. ‘partofi’) wordt gelegd tussen de beschrijving van een<br />

hoofdwerk en de beschrijvingen van semi-onafhankelijke onderdelen die aan het hoofdwerk zijn<br />

toegevoegd. Daarbij moeten de semi-onafhankelijke onderdelen wel degelijk aparte bibliografische<br />

eenheden zijn. In de beschrijving van het hoofdwerk (de moederbeschrijving) worden in de collatie<br />

(paginering én katernopbouw) en de vingerafdruk de gegevens van alle onderdelen reeds opgenomen .<br />

9.3 Contains/Part of<br />

Indien er alleen een verzameltitel (met eventueel voorwerk) is, onmiddellijk gevolgd door onderdelen met<br />

eigen titels enz., dan wordt er een verzamelbeschrijving gemaakt voor het geheel en de onderdelen worden<br />

apart beschreven. Tussen de moederbeschrijving en alle deelbeschrijvingen wordt dan een relatie gelegd van<br />

het type ‘Contains/Part of’ (code: ‘cont’, resp. ‘partofc’).<br />

9.4 Includes/Included in<br />

Het derde type relatie wordt enkel gebruikt wanneer verschillende werken van meer dan één auteur in één<br />

<strong>uitgave</strong> zijn verenigd, en waarbij titels (en auteur(s)) gelijkwaardig op de titelpagina zijn gepresenteerd. In<br />

dat geval wordt enkel de <strong>eerste</strong> titel in het titelveld van de beschrijving opgenomen. De andere titels worden<br />

elk afzonderlijk opgenomen in een nieuwe, ‘afgeslankte’ beschrijving, die enkel een titel en de bijhorende<br />

auteur(s) bevat. De rest van de bibliografische informatie (katernopbouw, paginering, vingerafdruk, enz.)<br />

komt enkel in de moederbeschrijving terecht. Daarna wordt er telkens een relatie gelegd van het type<br />

‘Includes/Included in’ (code: ‘incl’, resp. ‘inclin’) tussen de volledige beschrijving en de ‘afgeslankte’<br />

beschrijving(en). Het bijzondere aan deze relatie is dat er in feite voor één bibliografische eenheid twee of<br />

meer afzonderlijke beschrijvingen worden gemaakt.<br />

9.5 Invoer van relaties in Brocade<br />

Een relatie moet enkel gelegd worden in één richting, van hoofdwerk of moederbeschrijving naar onderdeel<br />

of andersom. Brocade maakt automatisch de relatie in de andere richting.<br />

Schema<br />

Relatie in Relatie in Commentaar<br />

beschrijving 1 beschrijving 2<br />

incorp partofi 2 is een semi-onafh. onderdeel van 1, type ‘incorporates’<br />

contains partofc 2 is een semi-onafh. onderdeel van 1, type ‘contains’<br />

incl inclin 1 bevat een gelijkwaardig gepresenteerd onderdeel 2


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

Om een relatie met een andere beschrijving aan te maken selecteert men in het blok ‘Relaties met andere<br />

beschrijvingen’ een type relatie. Vervolgens zoekt men de beschrijving op waarmee de relatie moet worden<br />

gelegd. Zo nodig kan de relatie een volgnummer krijgen. Na registratie van de gegevens ontstaat een<br />

hyperlink met de gerelateerde beschrijving en verschijnt een nieuw relatieblok onder het reeds ingevulde<br />

blok.<br />

Het veld ‘Type’<br />

In dit veld kan het type relatie worden bepaald. Men kan de beschikbare types opzoeken door op de knop<br />

‘Zoek’ te klikken. Het veldje rechts van deze knop bevat de ‘favorieten’, dit zijn de laatst geselecteerde types<br />

die de bibliograaf heeft gebruikt. Voor de <strong>STCV</strong> komen slechts zes types in aanmerking: ‘incorp’, ‘partofi’,<br />

‘contains’, ‘partofc’, ‘incl’ en ‘inclin’.<br />

Het veld ‘Beschrijving’<br />

In dit tekstveld moet het ID-nummer (‘c:lvd:nummer’) van de beschrijving worden ingevuld waarmee de<br />

relatie moet worden gelegd. Men kan (het nummer van) deze beschrijving opzoeken door op de ‘Zoek’knop<br />

te klikken, ofwel door de beschrijving uit het lijstje met favorieten te plukken (veld rechts van de<br />

‘Zoek’-knop).<br />

Het veld ‘Volgnummer’<br />

In dit vrije tekstveld kan de bibliograaf een volgnummer invullen. Ook nummers als ‘5 bis’ kunnen worden<br />

ingevoerd. Het systeem sorteert de verschillende beschrijvingen die aan de bewuste record gerelateerd zijn<br />

op alfanumerieke wijze op dit nummer. Dit veld mag ook leeg blijven.<br />

Afbeelding: Invoer van een relatie met een andere beschrijving<br />

Afbeelding: Resultaat na registratie van een relatie met een beschrijving<br />

104


10 Onderwerpsgegevens<br />

Overzicht<br />

10.1 Doel<br />

10.2 Toelichting bij de inhoudsontsluiting<br />

10.3 Invoer van de onderwerpscodes in Brocade<br />

105<br />

10. Onderwerpsgegevens<br />

10.1 Doel<br />

In navolging van de STCN worden de beschrijvingen in de <strong>STCV</strong> naar inhoud en vorm ontsloten.<br />

Daarvoor is binnen de STCN voor beide types ontsluiting een exhaustieve lijst uitgewerkt, die vrijwel<br />

integraal door de <strong>STCV</strong> is overgenomen. Het Pica-nummer, dat uit negen cijfers bestaat, is binnen<br />

Brocade vervangen door een code die uit een letter en drie cijfers bestaat. De systematiek die in de<br />

codering is aangebracht, wordt verder toegelicht in bijlage 6.<br />

De lijst van inhoudelijke descriptoren is gebaseerd op de Nederlandse Basisclassificatie. Dat verklaart<br />

een aantal soms anachronistisch aandoende termen die in de lijst opduiken.<br />

De descriptoren zijn niet bedoeld om de beschrijving in al zijn nuances te ontsluiten, maar enkel om een<br />

algemeen idee te geven over de algemene inhoud en de formele kenmerken van de beschreven werken.<br />

Bij beschrijvingen met meerdere lidmaatschappen (collecties CB, RG en gedeeltelijk ook SBA) zijn soms<br />

ook nog andere inhoudsontsluitingen toegevoegd. Deze behoren tot de verantwoordelijkheid van de<br />

genoemde instellingen. Mogelijke problemen op dat vlak kunnen worden opgevangen doordat de<br />

technische structuur van de <strong>STCV</strong>-codes door het systeem gemakkelijk te herkennen zijn.<br />

10.2 Toelichting bij de inhoudsontsluiting<br />

10.2.1 Inhoudelijke descriptoren<br />

In het algemeen is de optiek van waaruit een werk geschreven is, minder belangrijk dan de eigenlijke<br />

inhoud van het werk. Hieronder worden een aantal inhoudelijke descriptoren nader toegelicht. De<br />

volledige lijst is te vinden in bijlage 6.<br />

Algemene werken (d001)<br />

Verzamelwerken over uiteenlopende gebieden, zelfs van één auteur, en algemene brievenverzamelingen<br />

krijgen de code d001 Algemene werken. Briefverzamelingen over één onderwerp krijgen deze code niet,<br />

maar wel de code van het onderwerp waarover de brieven handelen.<br />

Boek- en bibliotheekwezen, schrift (d004)<br />

Ook boekveilingcatalogi krijgen de code d004.<br />

Kerkelijke praktijk (d012)<br />

Deze categorie wordt enkel toegekend aan werken die strikt betrekking hebben op wat de kerk met de<br />

leer doet, zowel organisatorisch (kerkbestuur, kerkelijke ambten, kerkrecht) als inhoudelijk (liturgie,<br />

preken, catechismussen). Een gebedenboek valt met andere woorden onder de categorie d011, tenzij er<br />

duidelijk uit blijkt dat het tijdens kerkdiensten werd gebruikt. Dan krijgt het de code d012.<br />

Geschiedenis (d014 tot en met d030)<br />

Historiewerken, zoals bijvoorbeeld van Tacitus of bijvoorbeeld de Rijmkroniek van Melis Stoke, vallen<br />

onder geschiedenis, en niet onder Letterkunde (code d031-d043).<br />

Gedichten, preken, redes etc. over historische gebeurtenissen krijgen ook een code voor geschiedenis<br />

(zo specifiek mogelijk).<br />

Bruiloftzangen, lofdichten bij een promotie, grafretoriek en dergelijke gelegenheidsgeschriften worden<br />

eveneens bij geschiedenis ingedeeld (zo specifiek mogelijk). Ze krijgen geen code voor Letterkunde/<br />

Taal- en literatuurwetenschap. Aan deze werken wordt ook de code d909 Gelegenheidsgeschriften<br />

toegekend, en desgevallend ook voor Poëzie (d917).<br />

Lofdichten op vorstelijke personen en andere openbare hoogwaardigheidsbekleders worden ook bij<br />

Geschiedenis ondergebracht, en niet bij Letterkunde/ Taal- en literatuurwetenschap.


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

Geschiedenis algemeen d014<br />

Munt- en penningkunde en geslacht- en wapenkunde vallen onder d014 Geschiedenis algemeen.<br />

Geschiedenis: Nederland, de Nederlanden (d017)<br />

De landen of gebieden in de descriptoren geschiedenis en taal- en literatuurwetenschap, slaan op de<br />

huidige nationale staten en gebiedsindelingen. De term “de Nederlanden” is enigszins verwarrend, deze<br />

term slaat enkel op het grondgebied van het huidige Nederland.<br />

Taal- en Literatuurwetenschap (d031 tot en met d043)<br />

Deze categorie sluit andere classificaties uit. Indien men bijvoorbeeld de descriptor d035 Nederlands<br />

toekent, dan sluit men de algemenere descriptoren d031 Taal- en literatuurwetenschap en d032 Talen<br />

algemeen automatisch uit.<br />

Historiewerken krijgen wel de code voor geschiedenis, maar niet de code voor Letterkunde/Taal- en<br />

literatuurwetenschap, al is het betrokken werk bijvoorbeeld volledig in rijmvorm gesteld. In dat laatste<br />

geval krijgt het werk wel de descriptor voor Poëzie (d917). <br />

Bruiloftzangen, lofdichten bij een promotie, grafretoriek en dergelijke gelegenheidsgeschriften worden<br />

bij geschiedenis ingedeeld, en niet bij Taal- en literatuurwetenschap. <br />

Hetzelfde geldt voor lofdichten op vorstelijke personen en andere openbare<br />

hoogwaardigheidsbekleders.<br />

Diergeneeskunde (d056) en Landbouwwetenschappen (d057)<br />

Werken over veeteelt vallen onder d057 Landbouwwetenschappen. Wanneer bijvoorbeeld het aspect<br />

verzorging van dieren primeert, dan krijgt het werk de descriptor d056 Diergeneeskunde.<br />

Landbouwwetenschappen (d057)<br />

Werken over tuinbouw, groente- en fruitteelt krijgen de code d057 Landbouwwetenschappen.<br />

Tuinaanleg in de zin van tuinarchitectuur krijgt echter de code d045 Afzonderlijke kunsten. Tips voor<br />

de kleinschalige, eigen moestuin vallen onder d058 Huishoudkunde.<br />

Onderwijs (d072)<br />

Elementaire schoolboeken, alfabetten, rekenboekjes, Latijnse grammatica’s en dergelijke krijgen de code<br />

d072 Onderwijs. Schooledities van Klassieke auteurs echter niet.<br />

Recht (d075)<br />

Officiële publicaties van vonnissen krijgen de code d075 Recht, en daarnaast de vormdescriptor d922<br />

Tijdsgeschriften. Ook notariële akten vallen onder de categorie d075 Recht.<br />

Bestuurskunde (d076)<br />

Overheidspublicaties die over regelgeving en verdragen handelen, krijgen de code d076. Diplomatieke<br />

stukken, brieven, rapporten en dergelijke overheidspublicaties krijgen echter een code voor geschiedenis<br />

(d014-d030).<br />

10.2.2 Vormdescriptoren<br />

Voor de toekenning van een vormdescriptor telt alleen de vorm van de hoofdtekst mee. Gedichten die<br />

in het voorwerk voorkomen leiden daarom niet tot de toekenning van de code d917 Poëzie. Anderzijds<br />

is kwaliteit geen criterium: ook dichtbundels van bedenkelijke kwaliteit krijgen de code d917 Poëzie.<br />

Almanakken en prognosticaties (d902)<br />

Niet elk boek met ‘almanak’ in de titel is daarom een almanak in strikte zin. Toch krijgen alle werken die<br />

daarvoor willen doorgaan deze code. Maar enkel de echte almanakken, die jaarlijks verschijnen, wordt<br />

ook de code d001 Algemene werken toegekend. Voor de ‘onechte’ almanakken wordt naar het<br />

eigenlijke onderwerp gekeken voor een verdere inhoudelijke specificatie.<br />

Biografieën (d904)<br />

Indien de formele descriptor d904 biografieën wordt toegekend, dan wordt daarmee ook een<br />

inhoudelijke descriptor d014-d030 Geschiedenis (betrokken land) verbonden.<br />

Voorbeeld<br />

Een zeventiende-eeuwse biografie over de heilige Jan Berchmans krijgt naast d010<br />

Kerkgeschiedenis en dogmageschiedenis, d904 Biografieën, d018 Geschiedenis België en<br />

Luxemburg<br />

106


107<br />

10. Onderwerpsgegevens<br />

Emblematabundels (d907)<br />

Alle emblematabundels krijgen ook de inhoudelijke descriptor voor Beeldende kunsten (d045), en de<br />

vormdescriptor d917 Poëzie.<br />

Gebedenboeken (d908)<br />

Publicaties die vrijwel geheel uit gebeden bestaan krijgen de code 908 voor gebedenboeken. Ook<br />

wanneer de publicatie slechts enkele pagina’s telt, wordt deze regel toegepast.<br />

Liedboeken (d912)<br />

De descriptor d912 Liedboeken wordt alleen aan een werk toegekend indien de erin opgenomen<br />

liederen ook een wijsaanduiding hebben. Indien een wijsaanduiding ontbreekt, vervalt deze descriptor,<br />

behalve bij psalmen. Psalmen en psalmbewerkingen krijgen met andere woorden in elk geval de<br />

descriptor voor liedboeken.<br />

Plaatwerken (d916)<br />

Werken die uitgegeven werden voor de illustraties, krijgen de code d916. Atlassen echter niet.<br />

Poëzie (d917)<br />

De formele descriptor poëzie (‘alles in versvorm’) wordt toegekend wanneer een substantieel deel van<br />

de publicatie in versvorm is, al of niet rijmend (in tegenstelling tot rijmvorm). Dit is geen genreaanduiding.<br />

De betrokken tekst moet niet per se als literaire vorm (poëzie, lied etc.) gepresenteerd zijn.<br />

Voorbeeld<br />

Den crvys-wech Christi. [...] Elcke plaetse met eene meditatie, ende een deuoot ghebedt. Een<br />

zeventiende-eeuws gebedenboekje waarin talrijke op rijm gestelde gebeden staan, krijgt d011<br />

christelijke leer, d908 gebedenboek, d917 poëzie<br />

Emblematabundels krijgen naast de inhoudelijke descriptor d045 Afzonderlijke kunsten: beeldende<br />

kunsten ook in elk geval de vormdescriptor d917 Poëzie.<br />

Toneelstukken die in versvorm gesteld zijn krijgen de code d917, naast de inhoudelijke descriptor d046.<br />

Tijdsgeschriften (d922)<br />

Officiële publicaties van gerechtelijke uitspraken, vonnissen, beschrijvingen van misdaden, rechtszaken<br />

en executies krijgen in elk geval de code d922 Tijdsgeschriften.<br />

Rekesten aan een overheidsinstantie die begeleid worden door een reactie van een overheidsinstantie<br />

krijgen enerzijds de ontsluiting van het rekest (bijvoorbeeld d018 Geschiedenis België en Luxemburg en<br />

d922 Tijdsgeschrift) en anderzijds de ontsluiting van de overheidspublicatie.<br />

10.3 Invoer van de onderwerpscodes in Brocade<br />

Men geeft zoveel descriptoren aan als nodig. Daarbij wordt rekening gehouden met de algemene opzet<br />

van het drukwerk.<br />

De inhoudelijke descriptoren en vormdescriptoren worden met behulp van hun codes in het veld van<br />

de inhoudsontsluiting ingevoerd. Meerdere kenmerken kunnen in een keer worden toegevoegd. Men<br />

moet er dan op letten dat elk kenmerk door een puntkomma van de het volgende gescheiden wordt, of<br />

op een nieuwe regel van het veld wordt ingevoerd.


11 Typografische kenmerken<br />

Overzicht<br />

11.1 Doel<br />

11.2 Algemene opmerkingen<br />

11.3 Invoer van de typografische kenmerken in Brocade<br />

11.4 Toelichting bij de typografische kenmerken<br />

11.5 Lijst van de typografische kenmerken<br />

109<br />

11. Typografische kenmerken<br />

11.1 Doel<br />

Met behulp van de typografische kenmerken wordt een zo volledig mogelijk beeld geschetst van de<br />

technieken en uiterlijke kenmerken die bij het drukken van een werk zijn gebruikt. Het is de bedoeling<br />

dat elk afzonderlijk (typo)grafisch element in de beschrijving wordt vermeld zodat een gebruiker<br />

moeiteloos het voorkomen van een gegraveerde titelpagina, het gebruik van het cursief in de tekst of<br />

drukkersmerken in drukwerken kan opsporen.<br />

11.2 Algemene opmerkingen<br />

Voor de opname van typografische kenmerken is het Noord-Nederlandse model overgenomen, met<br />

behoud van de vermenging van strikt formele, grafische categorieën en inhoudelijke elementen. Naast<br />

strikt formele kenmerken die de aanwezigheid van illustraties, van drukkersmerken, lettertypes en het<br />

gebruik van kleur in de typografie betreffen, bevat de lijst ook inhoudelijke kenmerken: bevat het werk<br />

boekenlijsten, wordt de prijs vermeld en is er een lijst van intekenaren aanwezig? Maar ook in de<br />

opsomming van formele kenmerken spelen inhoudelijke aspecten mee: zo wordt een onderscheid<br />

gemaakt tussen illustraties in het voorwerk en het eigenlijke werk, binnen en buiten collatie. Voor de<br />

afbakening van wat nu precies binnen het voorwerk en binnen de collatie valt en daarbuiten kunnen<br />

geen waterdichte regels worden geformuleerd.<br />

Aan de exhaustieve lijst kenmerken zijn door de <strong>STCV</strong> nog een paar sub-categorieën toegevoegd: het<br />

wapenschild op de titelpagina/in het voorwerk, het auteursportret op de titelpagina/in het voorwerk,<br />

het wapenschild buiten collatie (behalve in het voorwerk), de kaart op de titelpagina/in het voorwerk of<br />

buiten collatie (behalve in het voorwerk), en deze laatste twee elementen binnen collatie (behalve in het<br />

voorwerk), en tenslotte nog een code voor het gebruik van meerdere kleuren elders in het werk.<br />

11.3 Invoer van de typografische kenmerken in Brocade<br />

Men geeft zoveel kenmerken aan als nodig. Daarbij wordt rekening gehouden met de algemene opzet<br />

van het drukwerk.<br />

De typografische kenmerken worden met behulp van hun codes in het veld van de inhoudsontsluiting<br />

ingevoerd. Meerdere kenmerken kunnen in een keer worden toegevoegd. Men moet er dan op letten dat<br />

elk kenmerk door een puntkomma van de het volgende gescheiden wordt, of op een nieuwe regel van<br />

het veld wordt ingevoerd.<br />

Afbeelding: Invoer van inhoudelijke descriptoren, vormdescriptoren en typografische kenmerken


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

Afbeelding: Resultaat na registratie van de beschrijving<br />

110


11.4 Toelichting bij de typografische kenmerken<br />

Een aantal begrippen en kenmerken worden hier nader toegelicht.<br />

111<br />

11. Typografische kenmerken<br />

In het voorwerk, binnen collatie en buiten collatie<br />

Het is niet altijd duidelijk waar het voorwerk precies eindigt. In de <strong>eerste</strong> plaats spelen daar puur<br />

formele elementen in mee, zoals de signering. Vaak is het voorwerk niet of anders gesigneerd, wat dan<br />

in de collatieformule weerspiegeld wordt. Soms is een katern aan het begin van een werk dubbel<br />

gesigneerd. De verandering van signering houdt dan vaak verband met de overgang van het inhoudelijke<br />

voorwerk naar het hoofdwerk. Afbeeldingen voor die overgang worden dan beschouwd als horend bij<br />

het voorwerk, afbeeldingen na die overgang als deel uitmakend van het hoofdwerk.<br />

Slechts een twee soorten gravures kunnen worden beschouwd als behorend tot de collatie, ook al zijn ze<br />

op apparte bladen toegevoegd: de gegraveerde titelpagina en de frontispice (een voor het gehele werk<br />

kenmerkende afbeelding waarop noch een impressum noch een titel voorkomt).<br />

Illustraties op de titelpagina/in het voorwerk (t010, t011, t012, t013)<br />

Onder een illustratie, bijvoorbeeld op de titelpagina, wordt een afbeelding verstaan die niet louter<br />

willekeurig is gebruikt. Een alledaags ornament (bv. een bloementuil) om de titelpagina te verfraaien<br />

wordt niet als illustratie beschouwd. Een veel voorkomende afbeelding die echter wel een aspect van het<br />

werk weergeeft (bv. een stilistische weergave van een postkoets bij een reisverhaal), wordt wel als een<br />

illustratie beschouwd. Een vignet, dat niet met het drukkersmerk mag worden verward, wordt niet als<br />

illustratie beschouwd wanneer het louter als ornament is gebruikt en er geen inhoudelijke band is met<br />

het werk.<br />

Zowel illustraties op de typografische, de gegraveerde titelpagina, als de boekomslag krijgen de code<br />

t010. Ook elke illustratie die het werk als geheel typeert (zoals een frontispice), een wapenschild, een<br />

kaart of een auteursportret dat tot het voorwerk behoort, of eraan is toegevoegd, krijgt de code t010,<br />

t011 of t012. Regelmatig zijn deze laatste categorieën van illustraties op aparte bladen aan het voorwerk<br />

toegevoegd, en zijn ze daarom niet in de collatieformule vertegenwoordigd. Dat belet echter niet dat de<br />

code t010, t011 of t012 wordt toegekend.<br />

Illustraties die niet tot het voorwerk behoren (t020, t021, t023, t030, t031, t033)<br />

In de illustraties die niet tot het voorwerk behoren, maakt men een onderscheid tussen de illustraties die<br />

wel tot de collatie en de illustraties die niet tot de collatie behoren. Tenzij het om goed afgelijnde<br />

categorieën van aaneensluitende reeksen afbeeldingen gaat die bij welbepaalde passages horen, worden<br />

alle illustraties op ongesigneerde, toegevoegde bladen uit de collatie geweerd.<br />

Boekenlijsten van drukkers en boekverkopers (t050, t060)<br />

Indien een werk een boekenlijst van een drukker of een boekverkoper bevat, dan wordt de code t050<br />

resp. t060 toegekend. Ook indien het hele werk uit een lijst van een drukker of boekverkoper bestaat,<br />

zoals bij bv. veilingscatalogi, worden deze codes toegekend.<br />

De boekenlijst van de drukker kan als een fondslijst worden beschouwd. De uitgever heeft de boeken<br />

gedrukt of heeft het kopij-recht van de boeken en biedt ze in grote getale te koop aan.<br />

De boekenlijst van de boekverkoper kan als een assortimentslijst worden beschouwd. De exemplaren<br />

uit de lijst zijn in een bepaalde boekenwinkel te koop.<br />

Boekenlijst: diversen (t070)<br />

Onder de diversen vallen bijvoorbeeld advertenties, zoals aankondigingen van boeken in een tekst.<br />

Drukkersmerk (t080)<br />

Drukkersmerken op de titelpagina, achteraan of elders in het werk krijgen de code t080. Omdat er nog<br />

geen overzicht bestaat van de Zuid-Nederlandse drukkersmerken van de zeventiende eeuw, is het niet<br />

altijd meteen duidelijk of een afbeelding op de titelpagina als drukkersmerk moet worden beschouwd of<br />

niet. Bij twijfel wordt de code toch toegekend. In de werkaantekeningen kan deze twijfel worden<br />

uitgedrukt. Drukkersmerken die op een minder verwachte plaats in het werk staan, worden in de<br />

catalografische opmerkingen gelokaliseerd, bijvoorbeeld ‘t080 op f. F5 recto’.<br />

Vignetten van bepaalde organisaties en groeperingen (bijvoorbeeld IHS voor de jezuïeten), of vignetten<br />

met een louter verfraaiend karakter krijgen de code t080 niet.


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

Lettertypes (t090 tot en met t190)<br />

Een code voor een lettertype wordt slechts toegekend wanneer het overgrote deel van de tekst in dat<br />

lettertype is gezet. Een uitzondering hierop vormt de code t120 voor het lettertype civilité, en de code<br />

t170 voor muzieknotatie.<br />

Wanneer een substantieel onderdeel van een werk in romein is gezet, en een duidelijk afgebakend ander<br />

onderdeel in cursief (bv. een Latijnse tekst enerzijds en zijn vertaling anderzijds, een tekst enerzijds en<br />

de commentaar daarop anderzijds, een prozagedeelte enerzijds en gedichten anderzijds, het hoofdwerk<br />

enerzijds en een groot aantal drempeldichten anderzijds enz.), dan worden beide kenmerken toegekend.<br />

M.m. voor andere combinaties van lettertypes.<br />

Wanneer een werk geheel uit een gotische letter is gezet, en op de titelpagina een aantal woorden in<br />

romein staan, dan wordt naar de intentie van het werk in zijn geheel gekeken, en alleen het kenmerk<br />

voor de gotische letter gegeven. M.m. voor soortgelijke gevallen.<br />

Wanneer een werk geheel uit een gotische letter is gezet, maar bijvoorbeeld het privilege in romein staat,<br />

dan wordt alleen het kenmerk voor de gotische letter gegeven. Het privilege kan niet gelden als een<br />

onderdeel van de eigenlijke bedoelde tekst: het drukwerk is niet om het privilege vervaardigd maar om<br />

de eigenlijke tekst. Dat het privilegie uit romeinse letters is gezet wordt verwaarloosd. M.m. voor<br />

soortgelijke gevallen.<br />

Titelpagina gegraveerd (t200)<br />

Er is slechts sprake van een gegraveerde titelpagina indien de hele pagina gegraveerd is. Een gegraveerde<br />

titelpagina bevat minstens een titel of een impressum. Wanneer beide elementen ontbreken kan<br />

hoogstens sprake zijn van een frontispice. Een gegraveerde titelpagina bestaat meestal uit gegraveerde<br />

tekst en figuratieve elementen. In dat geval wordt zowel de code t200 als de code t010 (voor illustraties<br />

op titelpagina) toegekend, mogelijk ook de code t011 (voor een wapenschild), de code t012 (voor een<br />

auteursportret) of de code t013 (voor een kaart). In een zeldzaam geval komt het voor dat de<br />

gegraveerde titelpagina louter uit gegraveerde tekst bestaat. Dan wordt enkel de code t200 toegekend.<br />

Titelpagina typografisch (t210)<br />

Indien een titelpagina typografie bevat, dan is er sprake van een typografische titelpagina, ook al wordt<br />

de grootste ruimte op de pagina door een gravure of een houtsnede ingenomen. Bevat de typografische<br />

titelpagina naast typografische tekst ook gegraveerde tekst of een illustratie (gravure of houtsnede), dan<br />

wordt ook de code t010 (illustraties), t011 (wapenschild), t012 (auteursportret) of t013 (kaart)<br />

toegekend.<br />

Geen titelpagina (t220)<br />

De code t220 wordt in twee gevallen toegekend. Wanneer een werk zonder titelpagina is gepubliceerd<br />

dan heeft de code t220 een permanente status. Wanneer bij de beschreven exemplaren van een werk<br />

echter een titelpagina ontbreekt, maar die er vermoedelijk wel geweest is, dan wordt de code t220<br />

toegekend tot op het ogenblik dat een vollediger exemplaar wordt aangetroffen.<br />

Titelpagina in meerdere kleuren (t230)<br />

Indien op de titelpagina gebruik is gemaakt van meerdere kleuren (meestal rood en zwart), dan wordt de<br />

code t230 toegekend. Is een titelpagina echter volledig in het rood gedrukt, dan niet. In dat geval kan<br />

dat feit eventueel in een annotatie een plaats vinden. Eventueel gebruik van meerdere kleuren elders in<br />

het werk wordt aangeduid met de code t231.<br />

Gebruik van meerdere kleuren elders in het werk (t231)<br />

Indien in min of meer grote onderdelen van een werk (bv. in een uitgebreide inhoudstafel, bij de<br />

aanvang van elk hoofdstuk), op een systematische manier gebruik is gemaakt van meerdere kleuren<br />

(meestal rood en zwart), dan wordt de code t231 toegekend. Eventueel gebruik van meerdere kleuren<br />

op de titelpagina wordt aangeduid met de code t230.<br />

112


11.5 Lijst van de typografische kenmerken<br />

Brocade verwoording voor de gebruiker<br />

illustraties<br />

113<br />

11. Typografische kenmerken<br />

t010 ⎧ illustraties op de titelpagina / in het voorwerk<br />

t011 in het voorwerk ⎨ wapenschild op de titelpagina / in het voorwerk<br />

t012 ⎪ auteursportret op de titelpagina / in het voorwerk<br />

t013 ⎩ kaart op de titelpagina / in het voorwerk<br />

buiten het voorwerk<br />

t020 ⎧ illustraties buiten collatie (behalve in het voorwerk)<br />

t021 buiten collatie ⎨ wapenschild (buiten collatie, behalve in het voorwerk)<br />

t023 ⎩ kaart (buiten collatie, behalve in het voorwerk)<br />

t030 ⎧ andere illustraties (behalve in het voorwerk)<br />

t031 binnen collatie ⎨ wapenschild (behalve in het voorwerk)<br />

t033 ⎩ kaart (behalve in het voorwerk)<br />

boekenlijsten<br />

t040 boekenlijst van auteur<br />

t050 boekenlijst van drukker<br />

t060 boekenlijst van boekverkoper<br />

t070 boekenlijst: diversen<br />

drukkersmerk<br />

t080 drukkersmerk<br />

lettertypes<br />

t090 lettertype romein<br />

t100 lettertype gotisch<br />

t110 lettertype cursief<br />

t120 lettertype civilité<br />

t130 lettertype Grieks<br />

t140 lettertype Hebreeuws<br />

t150 lettertype Arabisch<br />

t160 lettertype Armeens<br />

t170 lettertype muziek<br />

t180 lettertype cyrillisch<br />

t190 lettertypen overige<br />

titelpagina<br />

t200 titelpagina gegraveerd<br />

t210 titelpagina typografisch<br />

t220 geen titelpagina<br />

kleuren<br />

t230 titelpagina in meerdere kleuren<br />

t231 gehele werk in meerdere kleuren<br />

overige<br />

t240 bedrukte omslag<br />

t250 prijsvermelding<br />

t260 lijst intekenaren


12 Exemplaarinformatie<br />

Overzicht<br />

12.1 Algemeen<br />

12.2 Exemplaarinformatie<br />

115<br />

12. Exemplaarinformatie<br />

12.1 Algemeen<br />

Zoals reeds in de inleiding werd aangehaald, is de <strong>STCV</strong> een bibliografie samengesteld op basis van<br />

exemplaren. Al dienen de exemplaren als uitgangspunt voor de beschrijving, ze vormen niet het<br />

uiteindelijke doel van het project. Daarom wordt er minder aandacht besteed aan exemplaargebonden<br />

gegevens voor zover die geen of weinig implicaties hebben voor het bibliografische aspect van de<br />

beschrijving. Informatie over de band, handgeschreven notities in het werk en herkomstgegevens<br />

worden niet in de databank opgenomen. Andere exemplaargebonden informatie over bindfouten of<br />

onvolledigheid wordt daarentegen wel systematisch genoteerd, omdat zulke elementen weldegelijk<br />

invloed kunnen hebben op de beschrijving. Bovendien is het van belang dat de gebruiker meteen kan<br />

zien welk exemplaar volledig aan de beschrijving beantwoordt, en bij welk exemplaar er eventueel<br />

stukken ontbreken of op een andere plaats steken. Indien een exemplaar onderdeel is van een<br />

convoluut, wordt dit eveneens aangegeven.<br />

Omdat de exemplaarinformatie strikt genomen buiten het hoofddoel van de <strong>STCV</strong> valt, en eerder is<br />

bedoeld voor de lokale gebruiker, wordt alle exemplaargebonden informatie in het Nederlands<br />

opgenomen.<br />

12.2 Exemplaarinformatie<br />

12.2.1 Instelling en plaatskenmerk<br />

Van elk exemplaar wordt de instelling waar het zich bevindt genoteerd samen met het plaatskenmerk.<br />

Daarbij wordt het systeem van de betrokken instelling gevolgd.<br />

12.2.2 Bezit<br />

Bij werken in meer dan één deel kan het voorkomen dat de delen onder verschillende plaatskenmerken<br />

zijn ondergebracht. In het veld Bezit geeft men aan welk deel c.q. welke delen onder het genoemde<br />

plaatskenmerk te vinden zijn.<br />

12.2.3 Annotatie<br />

Soorten annotaties<br />

In het algemeen worden drie soorten van annotaties altijd opgenomen:<br />

1 Aanduiding van convoluten<br />

2 Aanduiding van onvolledigheid<br />

3 Aanduiding van bindfouten<br />

Voor de aanduiding van convoluten kan men volstaan met de invoer van de code ‘’ (van<br />

‘convoluut’).<br />

Om onvolledigheid te signaleren begint met het veld met de code ‘’ (van ‘incomplete’), gevolgd<br />

door een spatie. Daarna geeft men aan welke folio’s of katernen ontbreken. Men begint de tekst met een<br />

kleine letter, en eindigt niet met een punt.<br />

Om bindfouten te signaleren begint het veld met de code ‘’ (van ‘binding mistake’), gevolgd door<br />

een spatie. Daarna geeft men aan welke folio’s of katernen verkeerd gebonden zijn. Men begint de tekst<br />

met een kleine letter, en eindigt niet met een punt.<br />

Nu en dan is het opportuun om een ander opvallend exemplaargebonden element te vermelden, zoals<br />

de af- of aanwezigheid van reeksen gravures, ingekleurde afbeeldingen of uitvouwbare folio’s. De<br />

aanwezigheid daarvan is immers niet altijd uit de katernopbouw af te leiden, en kan zowel voor de<br />

instelling als voor de gebruiker interessant zijn.<br />

Invoer in Brocade<br />

Indien meer dan één soort annotatie van toepassing is, begint men een volgend element op een nieuwe<br />

regel door de HTML-code ‘’ te plaatsen onmiddellijk na het <strong>eerste</strong> element. Men begint met de<br />

volgende opmerking meteen na deze code.<br />

Zowel één enkele folio als meerdere folio’s worden aangeduid met de afkorting ‘f.’. Twee conjuncte<br />

folio’s kunnen als volgt worden vermeld: f. A1.A8, een reeks folio’s (al dan niet conjunct) als ‘f. A6-A9’.


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

Indien een folio ontbreekt, en het betreft bijvoorbeeld belangrijke elementen als een gegraveerde of een<br />

typografische titelpagina, een portret, een inhoudstafel enzovoort, dan kan dat tussen haakjes na de<br />

betrokken folio’s worden vermeld.<br />

Indien men over katernen spreekt, dan is het niet nodig om telkens het aantal bladen te vermelden. Bij<br />

ontbrekende katernen kan dat wel nuttig zijn, bijvoorbeeld wanneer het katernen uit het voorwerk<br />

betreft. Zo kan de gebruiker inschatten of dat gebrek voor hem relevant kan zijn of niet.<br />

Voorbeelden<br />

1 <br />

2 f. A4 ontbreekt<br />

3 f. L2 is gebonden voor f. L1<br />

4 katern à6 ontbreekt f. B5.8 en B6.7 verkeerd gebonden na<br />

f. B11<br />

5 1 (gegraveerde titelpagina) ontbreekt f. A6.7 verkeerd gebonden<br />

voor f. A5.8<br />

116


Deel 3<br />

Bijlagen


1 Lijst van bijbelboeken<br />

Hoofdvorm Brocade-nummer<br />

Biblia a::8.22<br />

Biblia VT a::8.22.1<br />

Biblia VT. Pentateuchus a::8.22.1.1<br />

Biblia VT. Pentateuchus. Genesis a::8.22.1.1.1<br />

Biblia VT. Pentateuchus. Exodus a::8.22.1.1.2<br />

Biblia VT. Pentateuchus. Leviticus a::8.22.1.1.3<br />

Biblia VT. Pentateuchus. Numeri a::8.22.1.1.4<br />

Biblia VT. Pentateuchus. Deuteronomium a::8.22.1.1.5<br />

Biblia VT. Libri historici a::8.22.1.2<br />

Biblia VT. Libri historici. Josue a::8.22.1.2.1<br />

Biblia VT. Libri historici. Judices a::8.22.1.2.2<br />

Biblia VT. Libri historici. Ruth a::8.22.1.2.3<br />

Biblia VT. Libri historici. Samuelis 1-2 a::8.22.1.2.4<br />

Biblia VT. Libri historici. Regum 1-2 a::8.22.1.2.5<br />

Biblia VT. Libri historici. Chronicorum 1-2 a::8.22.1.2.6<br />

Biblia VT. Libri historici. Esdras a::8.22.1.2.7<br />

Biblia VT. Libri historici. Nehemias a::8.22.1.2.8<br />

Biblia VT. Libri historici. Tobias a::8.22.1.2.9<br />

Biblia VT. Libri historici. Judith a::8.22.1.2.10<br />

Biblia VT. Libri historici. Esther a::8.22.1.2.11<br />

Biblia VT. Libri historici. Machabaeorum 1-2 a::8.22.1.2.12<br />

Biblia VT. Libri didactici a::8.22.1.3<br />

Biblia VT. Libri didactici. Job a::8.22.1.3.1<br />

Biblia VT. Libri didactici. Psalmi a::8.22.1.3.2<br />

Biblia VT. Libri didactici. Proverbia a::8.22.1.3.3<br />

Biblia VT. Libri didactici. Ecclesiastes a::8.22.1.3.4<br />

Biblia VT. Libri didactici. Canticum canticorum a::8.22.1.3.5<br />

Biblia VT. Libri didactici. Sapientia a::8.22.1.3.6<br />

Biblia VT. Libri didactici. Ecclesiasticus a::8.22.1.3.7<br />

Biblia VT. Prophetae a::8.22.1.4<br />

Biblia VT. Prophetae maiores a::8.22.1.4.1.<br />

Biblia VT. Prophetae maiores. Isaias a::8.22.1.4.1.1<br />

Biblia VT. Prophetae maiores. Jeremias a::8.22.1.4.1.2<br />

Biblia VT. Prophetae maiores. Lamentationes a::8.22.1.4.1.3<br />

Biblia VT. Prophetae maiores. Baruch a::8.22.1.4.1.4<br />

Biblia VT. Prophetae maiores. Ezechiel a::8.22.1.4.1.5<br />

Biblia VT. Prophetae maiores. Daniel a::8.22.1.4.1.6<br />

Biblia VT. Prophetae minores a::8.22.1.4.2<br />

Biblia VT. Prophetae minores. Osee a::8.22.1.4.2.1<br />

Biblia VT. Prophetae minores. Joel a::8.22.1.4.2.2<br />

Biblia VT. Prophetae minores. Amos a::8.22.1.4.2.3<br />

Biblia VT. Prophetae minores. Abdias a::8.22.1.4.2.4<br />

Biblia VT. Prophetae minores. Jonas a::8.22.1.4.2.5<br />

Biblia VT. Prophetae minores. Michaeas a::8.22.1.4.2.6<br />

Biblia VT. Prophetae minores. Nahum a::8.22.1.4.2.7<br />

Biblia VT. Prophetae minores. Habacuc a::8.22.1.4.2.8<br />

Biblia VT. Prophetae minores. Sophonias a::8.22.1.4.2.9<br />

Biblia VT. Prophetae minores. Aggaeus a::8.22.1.4.2.10<br />

Biblia VT. Prophetae minores. Zacharias a::8.22.1.4.2.11<br />

Biblia VT. Prophetae minores. Malachias a::8.22.1.4.2.12<br />

119<br />

Bijlage 1. Lijst van bijbelboeken


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

Biblia NT a::8.22.2<br />

Biblia NT. Evangelia a::8.22.2.1<br />

Biblia NT. Evangelia. Matthaeus a::8.22.2.1.1<br />

Biblia NT. Evangelia. Marcus a::8.22.2.1.2<br />

Biblia NT. Evangelia. Lucas a::8.22.2.1.3<br />

Biblia NT. Evangelia. Johannes a::8.22.2.1.4<br />

Biblia NT. Actus apostolorum a::8.22.2.2<br />

Biblia NT. Epistolae S. Pauli a::8.22.2.3<br />

Biblia NT. Epistolae S. Pauli. Romanos a::8.22.2.3.1<br />

Biblia NT. Epistolae S. Pauli. Corinthios 1-2 a::8.22.2.3.2<br />

Biblia NT. Epistolae S. Pauli. Galatas a::8.22.2.3.3<br />

Biblia NT. Epistolae S. Pauli. Ephesios a::8.22.2.3.4<br />

Biblia NT. Epistolae S. Pauli. Philippenses a::8.22.2.3.5<br />

Biblia NT. Epistolae S. Pauli. Colossenses a::8.22.2.3.6<br />

Biblia NT. Epistolae S. Pauli. Thessalonicenses 1-2 a::8.22.2.3.7<br />

Biblia NT. Epistolae S. Pauli. Timotheum 1-2 a::8.22.2.3.8<br />

Biblia NT. Epistolae S. Pauli. Titum a::8.22.2.3.9<br />

Biblia NT. Epistolae S. Pauli. Philemonem a::8.22.2.3.10<br />

Biblia NT. Epistolae S. Pauli. Hebraeos a::8.22.2.3.11<br />

Biblia NT. Epistolae catholicae a::8.22.2.4<br />

Biblia NT. Epistolae catholicae. Jacobi a::8.22.2.4.1<br />

Biblia NT. Epistolae catholicae. Petri 1-2 a::8.22.2.4.2<br />

Biblia NT. Epistolae catholicae. Johannis 1-3 a::8.22.2.4.3<br />

Biblia NT. Epistolae catholicae. Judae a::8.22.2.4.4<br />

Biblia NT. Apocalypsis a::8.22.2.5<br />

Biblia. Apocrypha a::8.22.3<br />

Biblia. Apocrypha VT a::8.22.3.1<br />

Biblia. Apocrypha NT a::8.22.3.2<br />

120


2 Lijst van populaire anonieme werken<br />

Hoofdvorm Brocade-nummer<br />

Antwerps liedboek a::8.839.3.1<br />

Baghijnken van Parijs a::8.839.3.2<br />

Beatrijs a::8.839.3.3<br />

Eerste bliscap van Maria a::8.839.3.4<br />

Sevenste bliscap van Maria a::8.839.3.5<br />

Boec van den houte a::8.839.3.6<br />

Borchgrave van Couchi a::8.839.3.7<br />

Borchgravinne van Vergi a::8.839.3.8<br />

Brandaen a::8.839.3.9<br />

Cassamus a::8.839.3.10<br />

Des coninx summe a::8.839.3.11<br />

Dietsche Catoen a::8.839.3.12<br />

Dietsche doctrinale a::8.839.3.13<br />

Drie Koningen a::8.839.3.14<br />

Elckerlijc a::8.839.3.15<br />

Esmoreit a::8.839.3.16<br />

Esopet a::8.839.3.17<br />

Ferguut a::8.839.3.18<br />

Floris ende Blancefloer a::8.839.3.19<br />

Gloriant a::8.839.3.20<br />

Huge van Bordeeus a::8.839.3.21<br />

Karel ende Elegast a::8.839.3.22<br />

Lanseloet van Denemarken a::8.839.3.23<br />

Leven ons Heren a::8.839.3.24<br />

Limborch a::8.839.3.25<br />

Limburgse sermoenen a::8.839.3.26<br />

Lorreinen a::8.839.3.27<br />

Lucidarius a::8.839.3.28<br />

Madelghijs’ kintsheit a::8.839.3.29<br />

Mariken van Nieumeghen a::8.839.3.30<br />

Moriaen a::8.839.3.31<br />

Navolging van Christus a::8.839.3.32<br />

Parabelen van Cyrillus a::8.839.3.33<br />

Parthonopeus van Bloys a::8.839.3.49<br />

Perceval a::8.839.3.34<br />

Reinaert a::8.839.3.35<br />

Ridder metter mouwen a::8.839.3.36<br />

Roelantslied a::8.839.3.37<br />

Sacrament van der Nyeuwervaert a::8.839.3.38<br />

Seghelijn van Jherusalem a::8.839.3.39<br />

Sidrac a::8.839.3.40<br />

Spiegel der menscheliker behoudenisse a::8.839.3.41<br />

Theophilus a::8.839.3.42<br />

Valentijn ende Nameloes a::8.839.3.43<br />

Vier Heemskinderen a::8.839.3.44<br />

Vijf vroede en vijf dwaze maagden a::8.839.3.45<br />

Walewein a::8.839.3.46<br />

Wrake van Ragisel a::8.839.3.47<br />

Zeven vroeden van binnen Rome a::8.839.3.48<br />

121<br />

Bijlage 2. Lijst van populaire anonieme werken<br />

Deze lijst is genomen gebaseerd op de Anonymous classics, ed. by Rosemary C. Hewitt, London, IFLA,<br />

1978.<br />

Slechts 15 titels hiervan overlappen met de lijst van de STCN, die daarnaast nog 80 andere titels<br />

opgeeft. Indien nodig kunnen altijd nog titels (bv. uit de <strong>STCV</strong>-lijst) in Brocade worden toegevoegd.


3 Formaatbepaling<br />

Naam Symbool Aantal Ketting- Positie van Schematische<br />

bladen lijnen het watermerk voorstelling<br />

plano 1° 1 horizontaal 1/4 lengteas,<br />

1/2 breedteas<br />

folio 2° 2, 4, 6, 8 verticaal midden<br />

quarto 4° 2, 4, 8 horizontaal slechts gedeeltelijk<br />

zichtbaar<br />

halfweg de binnen-<br />

marge<br />

octavo 8° 2, 4, 8, 10 verticaal slechts gedeeltelijk<br />

zichtbaar<br />

halfweg de boven-<br />

marge<br />

duodecimo 12° 6, 12 verticaal slechts gedeeltelijk<br />

long zichtbaar<br />

halfweg de boven-<br />

marge<br />

duodecimo 12° 4, 6, 8, 12 horizontaal op 1/3 de buiten-<br />

common marge<br />

sextodecimo 16° 8 horizontaal slechts gedeeltelijk<br />

zichtbaar<br />

boven in de buiten-<br />

marge<br />

123<br />

Bijlage 3. Formaatbepaling


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

octodecimo 18° 6, 8, 10, 12 verticaal midden<br />

vicesimoquarto 24° 12 verticaal slechts gedeeltelijk<br />

long zichtbaar<br />

halfweg in de buiten-<br />

marge<br />

vicesimoquarto 24° 8, 12 horizontaal slechts gedeeltelijk<br />

zichtbaar<br />

boven in de binnen-<br />

marge<br />

124


4 Controlelijst katernopbouw en paginering<br />

Katernen met 4 bladen<br />

Bijlage 4. Controlelijst katernopbouw en paginering<br />

A 4 = 8 p. A-2A 4 = 192 p. A-3A 4 = 376 p.<br />

A-B 4 = 16 p. A-2B 4 = 200 p. A-3B 4 = 384 p.<br />

A-C 4 = 24 p. A-2C 4 = 208 p. A-3C 4 = 392 p.<br />

A-D 4 = 32 p. A-2D 4 = 216 p. A-3D 4 = 400 p.<br />

A-E 4 = 40 p. A-2E 4 = 224 p. A-3E 4 = 408 p.<br />

A-F 4 = 48 p. A-2F 4 = 232 p. A-3F 4 = 416 p.<br />

A-G 4 = 56 p. A-2G 4 = 240 p. A-3G 4 = 424 p.<br />

A-H 4 = 64 p. A-2H 4 = 248 p. A-3H 4 = 432 p.<br />

A-I 4 = 72 p. A-2I 4 = 256 p. A-3I 4 = 440 p.<br />

A-K 4 = 80 p. A-2K 4 = 264 p. A-3K 4 = 448 p.<br />

A-L 4 = 88 p. A-2L 4 = 272 p. A-3L 4 = 456 p.<br />

A-M 4 = 96 p. A-2M 4 = 280 p. A-3M 4 = 464 p.<br />

A-N 4 = 104 p. A-2N 4 = 288 p. A-3N 4 = 472 p.<br />

A-O 4 = 112 p. A-2O 4 = 296 p. A-3O 4 = 480 p.<br />

A-P 4 = 120 p. A-2P 4 = 304 p. A-3P 4 = 488 p.<br />

A-Q 4 = 128 p. A-2Q 4 = 312 p. A-3Q 4 = 496 p.<br />

A-R 4 = 136 p. A-2R 4 = 320 p. A-3R 4 = 504 p.<br />

A-S 4 = 144 p. A-2S 4 = 328 p. A-3S 4 = 512 p.<br />

A-T 4 = 152 p. A-2T 4 = 336 p. A-3T 4 = 520 p.<br />

A-V 4 = 160 p. A-2V 4 = 344 p. A-3V 4 = 528 p.<br />

A-X 4 = 168 p. A-2X 4 = 352 p. A-3X 4 = 536 p.<br />

A-Y 4 = 176 p. A-2Y 4 = 360 p. A-3Y 4 = 544 p.<br />

A-Z 4 = 184 p. A-2Z 4 = 368 p. A-3Z 4 = 552 p.<br />

Katernen met 8 bladen<br />

A 8 = 16 p. A-2A 8 = 384 p. A-3A 8 = 752 p.<br />

A-B 8 = 32 p. A-2B 8 = 400 p. A-3B 8 = 768 p.<br />

A-C 8 = 48 p. A-2C 8 = 416 p. A-3C 8 = 784 p.<br />

A-D 8 = 64 p. A-2D 8 = 432 p. A-3D 8 = 800 p.<br />

A-E 8 = 80 p. A-2E 8 = 448 p. A-3E 8 = 816 p.<br />

A-F 8 = 96 p. A-2F 8 = 464 p. A-3F 8 = 832 p.<br />

A-G 8 = 112 p. A-2G 8 = 480 p. A-3G 8 = 848 p.<br />

A-H 8 = 128 p. A-2H 8 = 496 p. A-3H 8 = 864 p.<br />

A-I 8 = 144 p. A-2I 8 = 512 p. A-3I 8 = 880 p.<br />

A-K 8 = 160 p. A-2K 8 = 528 p. A-3K 8 = 896 p.<br />

A-L 8 = 176 p. A-2L 8 = 544 p. A-3L 8 = 912 p.<br />

A-M 8 = 192 p. A-2M 8 = 560 p. A-3M 8 = 928 p.<br />

A-N 8 = 208 p. A-2N 8 = 576 p. A-3N 8 = 944 p.<br />

A-O 8 = 224 p. A-2O 8 = 592 p. A-3O 8 = 960 p.<br />

A-P 8 = 240 p. A-2P 8 = 608 p. A-3P 8 = 976 p.<br />

A-Q 8 = 256 p. A-2Q 8 = 624 p. A-3Q 8 = 992 p.<br />

A-R 8 = 272 p. A-2R 8 = 640 p. A-3R 8 = 1008 p.<br />

A-S 8 = 288 p. A-2S 8 = 656 p. A-3S 8 = 1024 p.<br />

A-T 8 = 304 p. A-2T 8 = 672 p. A-3T 8 = 1040 p.<br />

A-V 8 = 320 p. A-2V 8 = 688 p. A-3V 8 = 1056 p.<br />

A-X 8 = 336 p. A-2X 8 = 704 p. A-3X 8 = 1072 p.<br />

A-Y 8 = 352 p. A-2Y 8 = 720 p. A-3Y 8 = 1088 p.<br />

A-Z 8 = 368 p. A-2Z 8 = 736 p. A-3Z 8 = 1104 p.<br />

125


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

Katernen met 6 bladen<br />

A 6 = 12 p. A-2A 6 = 288 p. A-3A 6 = 564 p.<br />

A-B 6 = 24 p. A-2B 6 = 300 p. A-3B 6 = 576 p.<br />

A-C 6 = 36 p. A-2C 6 = 312 p. A-3C 6 = 588 p.<br />

A-D 6 = 48 p. A-2D 6 = 324 p. A-3D 6 = 600 p.<br />

A-E 6 = 60 p. A-2E 6 = 336 p. A-3E 6 = 612 p.<br />

A-F 6 = 72 p. A-2F 6 = 348 p. A-3F 6 = 624 p.<br />

A-G 6 = 84 p. A-2G 6 = 360 p. A-3G 6 = 636 p.<br />

A-H 6 = 96 p. A-2H 6 = 372 p. A-3H 6 = 648 p.<br />

A-I 6 = 108 p. A-2I 6 = 384 p. A-3I 6 = 660 p.<br />

A-K 6 = 120 p. A-2K 6 = 396 p. A-3K 6 = 672 p.<br />

A-L 6 = 132 p. A-2L 6 = 408 p. A-3L 6 = 684 p.<br />

A-M 6 = 144 p. A-2M 6 = 420 p. A-3M 6 = 696 p.<br />

A-N 6 = 156 p. A-2N 6 = 432 p. A-3N 6 = 708 p.<br />

A-O 6 = 168 p. A-2O 6 = 444 p. A-3O 6 = 720 p.<br />

A-P 6 = 180 p. A-2P 6 = 456 p. A-3P 6 = 732 p.<br />

A-Q 6 = 192 p. A-2Q 6 = 468 p. A-3Q 6 = 744 p.<br />

A-R 6 = 204 p. A-2R 6 = 480 p. A-3R 6 = 756 p.<br />

A-S 6 = 216 p. A-2S 6 = 492 p. A-3S 6 = 768 p.<br />

A-T 6 = 228 p. A-2T 6 = 504 p. A-3T 6 = 780 p.<br />

A-V 6 = 240 p. A-2V 6 = 516p. A-3V 6 = 792 p.<br />

A-X 6 = 252 p. A-2X 6 = 528 p. A-3X 6 = 804 p.<br />

A-Y 6 = 264 p. A-2Y 6 = 540 p. A-3Y 6 = 816 p.<br />

A-Z 6 = 276 p. A-2Z 6 = 552 p. A-3Z 6 = 828 p.<br />

Katernen met afwisselend<br />

Katernen met 12 bladen 6 en 12 bladen<br />

A 12 = 24 p. A-2A 12 = 576 p. A-B 6/12 = 36 p.<br />

A-B 12 = 48 p. A-2B 12 = 600 p. A-D 6/12 = 72 p.<br />

A-C 12 = 72 p. A-2C 12 = 624 p. A-F 6/12 = 108 p.<br />

A-D 12 = 96 p. A-2D 12 = 648 p. A-H 6/12 = 144 p.<br />

A-E 12 = 120 p. A-2E 12 = 672 p. A-K 6/12 = 180 p.<br />

A-F 12 = 144 p. A-2F 12 = 696 p. A-M 6/12 = 216 p.<br />

A-G 12 = 168 p. A-2G 12 = 720 p. A-O 6/12 = 252 p.<br />

A-H 12 = 192 p. A-2H 12 = 744 p. A-Q 6/12 = 288 p.<br />

A-I 12 = 216 p. A-2I 12 = 768 p. A-S 6/12 = 324 p.<br />

A-K 12 = 240 p. A-2K 12 = 792 p. A-V 6/12 = 360 p.<br />

A-L 12 = 264 p. A-2L 12 = 816 p. A-Y 6/12 = 396 p.<br />

A-M 12 = 288 p. A-2M 12 = 840 p. A-2A 6/12 = 432 p.<br />

A-N 12 = 312 p. A-2N 12 = 864 p. A-2C 6/12 = 468 p.<br />

A-O 12 = 336 p. A-2O 12 = 888 p. A-2E 6/12 = 504 p.<br />

A-P 12 = 360 p. A-2P 12 = 912 p. A-2G 6/12 = 540 p.<br />

A-Q 12 = 384 p. A-2Q 12 = 936 p. A-2I 6/12 = 576 p.<br />

A-R 12 = 408 p. A-2R 12 = 960 p. A-2L 6/12 = 612 p.<br />

A-S 12 = 432 p. A-2S 12 = 984 p. A-2N 6/12 = 648 p.<br />

A-T 12 = 456 p. A-2T 12 = 1008 p. A-2P 6/12 = 684 p.<br />

A-V 12 = 480 p. A-2V 12 = 1032 p. A-2R 6/12 = 720 p.<br />

A-X 12 = 504 p. A-2X 12 = 1056 p. A-2T 6/12 = 756 p.<br />

A-Y 12 = 528 p. A-2Y 12 = 1080 p. A-2X 6/12 = 792 p.<br />

A-Z 12 = 552 p. A-2Z 12 = 1104 p. A-2Z 6/12 = 828 p.<br />

126


5 Bibliografische referenties<br />

127<br />

Bijlage 5. Bibliografische referenties<br />

Uit pragmatische overwegingen hebben we gekozen voor een reeds bestaande set van ‘Standard Citations’.<br />

Omdat het <strong>STCV</strong>-project zich wil profileren als een project dat zijn resultaten in het Engels wil presenteren aan<br />

de intern ationale boekhistorische onderzoeksgemeenschap, viel de keuze op Peter M. VanWingen & Belinda D.<br />

Urquiza, Standard citation forms for published bibliographies and catalogs used in rare book cataloging (2 nd ed. 1996) van de<br />

Library of Congress. Daarnaast werd een beroep gedaan op W.A. Kelly, German and Netherlandish bibliographies and<br />

catalogues (3 rd ed., 2000) [original title Dutch, Flemish and German bibliographies and catalogues (1998)], dat wordt<br />

gepresenteerd als ‘a supplement to the second edition of Standard citation forms for published bibliographies and catalogs<br />

used in rare book cataloging’.<br />

Naast citeertitels voor bibliografieën en catalogi, kan het ook nuttig zijn biografische repertoria te vermelden in<br />

de personenthesaurus (auteurs) en in de drukkers/uitgeversthesaurus. De meest gebruikte biografische repertoria<br />

werden in de onderstaande lijst opgenomen.<br />

De volgende citeertitels komen in <strong>eerste</strong> instantie uit de lijst van de Library of Congress (2 nd ed.), aangevuld met<br />

citeertitels uit het supplement van Kelly. Indien een titel in beide lijsten (LOC en Kelly) voorkomt, maar<br />

verschillend afgekort, dan gaat de voorkeur naar de meest logische citeertitel. Aanvullend daarop worden ook<br />

citeertitels uit andere bronnen zoals Cockx-Indestege overgenomen. Waar die afwijken van de LOC-regels,<br />

hebben we de citeertitels aangepast aan de LOC-normen. Ten slotte werden uit de eigen <strong>STCV</strong>-praktijk nieuwe<br />

titels, vooral van tijdschriftartikels, toegevoegd.<br />

Voor de invoer in Brocade moeten de codes tussen ‘’ worden geplaatst. Ten behoeve van de gebruiker zet<br />

Brocade de code automatisch om in de citeertitel. Op de <strong>STCV</strong>-website (http://stcv.be/) is onderstaande lijst<br />

terug te vinden met de volledige bibliografische beschrijving van elke titel.<br />

De onderstaande lijst is alfabetisch geordend op de citeertitel.<br />

aa Aa, A.J. van der. Biogr. woordenboek,<br />

adams Adams,<br />

adb ADB,<br />

ampe Ampe, A. Makeblyde S.J.,<br />

andreas Andreas, V. Bib. Belgica,<br />

armorial Armorial belge,<br />

audenaert Audenaert, W. Bib. theses karmelieten 17-18. s. [O.Carm.],<br />

piba Audenaert, W. PIBA,<br />

kempis Audenaert, W. Thomas a Kempis,<br />

axters Axters, S. Bib. Ned. dominikaansche vroomheid [O.P.],<br />

backer Backer-Sommervogel [S.J.],<br />

barbier Barbier, A.A. Ouvrages anonymes,<br />

benezit Bénézit (4e éd.),<br />

benzing Benzing, J. Dt. Buchdrucker (1982),<br />

bb Bib. Belgica (1964-1970 éd.),<br />

bcni Bib. catholica Neerlandica impressa,<br />

bnbel Biogr. nat. belge,<br />

simoni BL Low Countries, 1601-1621,<br />

blc BLC,<br />

blogie Blogie, Rép. catalogues de ventes,<br />

bmdutch BM STC Dutch and Flemish, 1470-1600,<br />

bn BN,<br />

bom Bom, E. de. Nog Antwerpsche almanakken,<br />

borchling Borchling & Claussen,<br />

briels Briels, J.G.C.A. Zuidnederland. boekdrukkers,<br />

broekema Broekema, J. Cat. Pamfletten Zeeland,<br />

scribani Brouwers, L. Carolus Scribani (1977),<br />

brunet Brunet,<br />

elly Cockx-Indestege & Rouzet. Drukkers en boekverkopers in Brussel 15-17. s.,<br />

bt Cockx-Indestege, E. Belgica typographica,


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

cclist Coppens & de Schepper. Henrick van Hastens,<br />

cc Coppens, C. Henrick van Ha(e)stens,<br />

cox Cox, E.G. Travel,<br />

cushing Cushing, H. Bib. Vesalius (2nd ed.),<br />

daele Daele, D. van. Gerardus Rivius [thesis K.U.Leuven],<br />

daems Daems & Vandewiele. Noord- en Zuidned. pharmacopeeën,<br />

dekkers Dekkers, R. Bib. Belgica juridica,<br />

delecourt Delecourt, J.V. Anonymes et pseudonymes,<br />

desgraves Desgraves, L. Rép. 17. s.,<br />

desmaele Desmaele, B. Imprimeurs et libraires Pays-Bas 18. s.,<br />

doa Dictionary of art,<br />

ieper Diegerick, A. Bib. yproise,<br />

kortrijk Diegerick, A. Typographie courtraisienne,<br />

dirks Dirks, S. Histoire O.F.M.,<br />

doorninck Doorninck, J.I. van. Vermomde en naamlooze schrijvers,<br />

foppens Foppens, J.F. Bib. Belgica,<br />

funck Funck, M. Livre belge,<br />

geerebaert Geerebaert, A. Lijst van de gedrukte Ned. vertalingen der oude Grieksche en Latijnsche schrijvers,<br />

gerlachus Gerlachus. Aanteekeningen [O.F.M.Cap.],<br />

marialov Gistelinck, F. Bib. Mariana Lovaniensis,<br />

goovaerts Goovaerts, L. Ecrivains de l'ordre de Prémo ntré [O.Praem.],<br />

gruys Gruys & Wolf. Nederland. boekdrukkers,<br />

havre Havre, G. van. Marques typographiques anversois,<br />

heynen Heynen, E. Jan van Gorcum,<br />

belgique Histoire du livre et de l'imprimerie en Belgique,<br />

hollstein Hollstein, F.W.H. Dutch and Flemish etchings,<br />

hollsteinnew Hollstein, F.W.H. New Dutch & Flemish etchings,<br />

houzeau Houzeau & Lancaster. Astronomie (1964 éd.),<br />

huys Huys, B. Cat. impr. mus. 15-17. s.,<br />

saa Inventaris pamfletten Stadsarchief Antwerpen, 1620-1881,<br />

jocher Jöcher, C.G. Allgemeines Gelehrten-Lexikon,<br />

kempenaer Kempenaer, A. de. Vermo mde schrijvers,<br />

knuttel Knuttel,<br />

koeman Koeman, C. Atlantes Neerlandici,<br />

hasselt Laere, R. van. Hasselt in boek en druk,<br />

emblem Landwehr, J. Emblem & fable books (3rd ed.),<br />

kook Landwehr, J. Ned. kookboek,<br />

splendid Landwehr, J. Splendid ceremonies,<br />

linnig Linnig, B. Bibliothèques & ex-libris d'amateurs belges,<br />

meeus Meeus, H. Ernstige drama in de Nederlanden,<br />

mellot Mellot & Queval. Rép. imprimeurs/libraires 16-18.s.,<br />

muller Muller, F. Bib. van Nederlandsche pamfletten,<br />

nagler Nagler, Monogrammisten,<br />

nbw NBW,<br />

nk Nijhoff & Kronenberg,<br />

nissen Nissen, C. Die Botanische Buchillustration (2. Aufl.),<br />

nnbw NNBW,<br />

nuc NUC pre-1956,<br />

olthoff Olthoff, F. Boekdrukkers Antwerpen,<br />

osler Osler, W. Bib. Osleriana,<br />

paisey Paisey, D. Dt. Buchdrucker, Buchhändler u. Verleger, 1701-1750,<br />

paquot Paquot, Mémoires,<br />

bottens Paulissen, J.H.J. Fulgentius Bottens O.F.M.,<br />

petit Petit, L.D. Nederlandsche pamfletten,<br />

poncelet Poncelet, A. Necrologe S.J.,<br />

rkd Rijksbureau voor kunsthistorische documentatie, kunstenaars-databank<br />

groningen Rijkuniversiteit te Groningen. Pamfletten,<br />

rogge Rogge, H.C. Pamfletten Amsterdam,<br />

rombauts Rombauts, E. Poirters,<br />

roovers Roovers, R. Aegidius Denique,<br />

128


osier Rosier, I. Biogr. & bibl. Nederlandse Carmel [O.Carm & O.C.D.],<br />

rouzet Rouzet, A. Dictionnaire des imprimeurs,<br />

ruys Ruys, H.J.A. Duyfkens ende Willemynkens pelgrimagie,<br />

rynck Rynck & Welkenhuysen. Oudheid in het Ned.,<br />

akl Saur Allg. Künstler-Lexikon,<br />

scheurleer Scheurleer, Nederlandsche liedboeken,<br />

neve Schouteet, A. Willem de Neve 1610-1663,<br />

sloots Sloots, C. Cornelius Thielmans O.F.M.,<br />

someren Someren, J.F. van. Pamfletten,<br />

storme Storme & Bostyn. Rep. predikatieboeken,<br />

grotius Ter Meulen & Diermanse. Bib. Grotius,<br />

meulen Ter Meulen & Diermanse. Bib. sur Grotius 17. s.,<br />

luik Theux de Montjardin, X. de. Bib. liégeoise (2nde éd.),<br />

tbb Tijdschrift voor boek- en bibliotheekwezen,<br />

tooley2 Tooley, R.V. Diction. mapmakers (2nd ed.),<br />

tooley Tooley, R.V. Diction. mapmakers,<br />

gent Vanderhaeghen, F. Bib. gantoise,<br />

merken Vandeweghe & Op de Beeck. Drukkersmerken 15-16 s.,<br />

vervoort Verheyden, P. Frans Vervoort O.F.M.,<br />

mechelen Verheyden, P. Mechelse drukkers 16-17. s.,<br />

verjans Verjans, M. Franciscaansche dichters [O.F.M.],<br />

verkerken Verkerken & Grootaers. Repertorium O.S.A.,<br />

ibrux Vincent, A. Imprimerie à Bruxelles jusque 1800,<br />

ilouv Vincent, A. Imprimerie à Louvain jusque 1800,<br />

tbrux Vincent, A. Typographie bruxelloise 17-18. s.,<br />

ibel Vincent, J.B. Imprimerie en Belgique 15-18. s.,<br />

visart Visart de Bocarmé, A. Imprimeurs brugeois,<br />

visser Visser, A.S.Q. Emblem books in Leiden,<br />

voet Voet, L. Plantin Press (1555-1589),<br />

regula Welkenhuysen, A. Benedicti regula Belgice,<br />

willaert Willaert, L. Bib. Janseniana Belgica,<br />

willems Willems, A. Elzevier,<br />

witteveen Witteveen & Cuperus. Bib. gastronomica,<br />

wbi World biographical index<br />

wulp Wulp, J.K. van der. Tractaten, pamfletten enz.,<br />

almal Zech-du Biez, G. Les alamanachs malinois,<br />

zech Zech-du Biez, G. Les almanachs belges,<br />

129<br />

Bijlage 5. Bibliografische referenties


6 Inhoudsontsluiting<br />

6.1 Inhoudelijke descriptoren<br />

131<br />

Bijlage 6. Inhoudsontsluiting<br />

In de <strong>eerste</strong> kolom vindt men de code, die in het inhoudsveld van Brocade moet worden ingevuld. Elke<br />

code voor een inhoudelijke descriptor begint met de letter d, gevolgd door drie cijfers. Bij inhoudelijke<br />

descriptoren is het <strong>eerste</strong> cijfer steeds een nul.<br />

Uitleg over afzonderlijke categorieën vindt men in deel 2, hoofdstuk 10.<br />

Algemeen<br />

d001 Algemene werken (verzamelde werken op diverse wetenschapsgebieden, publicaties van<br />

wetenschappelijke genootschappen met gemengde inhoud, encyclopedieën, brieven over<br />

uiteenlopende onderwerpen, almanakken)<br />

d002 Wetenschap en cultuur in het algemeen (daarbij ook esoterische werken, occultisme)<br />

d003 Communicatiewetenschap<br />

d004 Boek- en bibliotheekwezen, schrift<br />

d005 Filosofie<br />

d006 Geesteswetenschappen in het algemeen<br />

d007 Godsdienst algemeen<br />

d008 Jodendom<br />

d009 Bijbels en bijbelexegese<br />

d010 Kerkgeschiedenis en dogmageschiedenis<br />

d011 Christelijke leer (systematische theologie, dogmatiek, ethiek, stichtelijke lectuur)<br />

d012 Kerkelijke praktijk (praktische theologie: kerkorganisatie en kerkrecht, liturgie, preken,<br />

catechismussen)<br />

d013 Godsdienst, niet-joods/christelijk<br />

Geschiedenis vanaf de middeleeuwen per gebied/land<br />

d014 Geschiedenis algemeen (hierbij: geslacht- en wapenkunde, munt- en penningkunde en andere<br />

hulpwetenschappen)<br />

d015 Oudheid<br />

d016 Europa<br />

d017 Nederland, de Nederlanden<br />

d018 België en Luxemburg<br />

d019 Frankrijk<br />

d020 Duitsland, Midden-Europa<br />

d021 Groot-Brittannië en Ierland<br />

d022 Spanje en Portugal<br />

d023 Italië<br />

d024 Skandinavië<br />

d025 Oost-Europa<br />

d026 Zuidoost-Europa<br />

d027 Azië<br />

d028 Afrika<br />

d029 Amerika<br />

d030 Overige gebieden<br />

Taal en literatuur<br />

d031 Algemene taal- en literatuurwetenschap (hierbij: vijf- en meertalige woordenboeken)<br />

d032 Talen algemeen<br />

d033 Engels<br />

d034 Duits<br />

d035 Nederlands<br />

d036 Fries<br />

d037 Frans<br />

d038 Italiaans<br />

d039 Spaans<br />

d040 Grieks<br />

d041 Latijn<br />

d042 Hebreeuws<br />

d043 Overige talen


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

Kunsten<br />

d044 Kunst algemeen<br />

d045 Afzonderlijke kunsten: beeldende kunsten, grafische kunst en architectuur<br />

d046 Theater en muziek<br />

Exacte wetenschappen<br />

d047 Exacte wetenschappen algemeen (meerdere wetenschapsgebieden)<br />

d048 Wiskunde<br />

d049 Natuurkunde<br />

d050 Scheikunde<br />

d051 Geologie, aardwetenschappen<br />

d052 Astronomie<br />

d053 Biologie<br />

d054 Milieukunde<br />

d055 Geneeskunde<br />

d056 Diergeneeskunde<br />

d057 Landbouwwetenschappen<br />

d058 Huishoudkunde (hierbij: tuinaanleg)<br />

Technische wetenschappen<br />

d059 Technische wetenschappen in het algemeen (meerdere wetenschapsgebieden)<br />

d060 Materiaalkunde<br />

d061 Werktuigbouwkunde<br />

d062 Verkeer, voertuigen en vaartuigen (hierbij: scheepsbouw, zeevaartinstrumenten)<br />

d063 Bouwkunde, civiele techniek<br />

d064 Mijnbouwkunde<br />

d065 Industrie, procestechnologie<br />

d066 Sociale wetenschappen in het algemeen (meerdere wetenschapsgebieden)<br />

d067 Aardrijkskunde, cartografie, demografie (hierbij: reisverhalen, plaatsbeschrijvingen)<br />

d068 Sport en spel (hierbij: jacht, loterijen)<br />

d069 Psychologie<br />

d070 Andragologie<br />

d071 Opvoeding<br />

d072 Onderwijs (hierbij: elementaire schoolboeken)<br />

d073 Economie<br />

d074 Bedrijfskunde<br />

d075 Recht<br />

d076 Bestuurskunde (inclusief regelgevende overheidspublicaties)<br />

d077 Staatskunde (hierbij: politicologie en krijgskunde)<br />

132


6.2 Vormdescriptoren<br />

133<br />

Bijlage 6. Inhoudsontsluiting<br />

In de <strong>eerste</strong> kolom vindt men de code, die in het inhoudsveld van Brocade moet worden ingevuld. Elke<br />

code voor een vormdescriptor begint met de letter d, gevolgd door drie cijfers. Bij vormdescriptoren is<br />

het <strong>eerste</strong> cijfer steeds een negen.<br />

Uitleg over afzonderlijke categorieën vindt men in deel 2, hoofdstuk 11.<br />

d901 Academische geschriften (disputaties, dissertaties, theses enz.; ook oraties als het gaat om<br />

inaugurale redes, afscheidsredes, disredes, maar niet de redevoeringen bij het overlijden van<br />

collega’s en bij politieke of kerkelijke aanleidingen. Gymnasia gelden niet als academies,<br />

athenea daarentegen wel; de geschriften komen dus uit Leiden, Utrecht, Groningen, Franeker,<br />

Harderwijk, Amsterdam, Deventer of Breda (1646-1669))<br />

d902 Almanakken en prognosticaties<br />

d903 Atlassen (verzamelingen gezamenlijk gepubliceerde kaarten)<br />

d904 Biografieën (NB: “memoires” zijn in deze periode meestal geen (auto-)biografieën)<br />

d905 Catalogi (van alle soorten voorwerpen; inclusief bibliografieën en boedelbeschrijvingen)<br />

d906 Catechismussen<br />

d907 Emblematabundels<br />

d908 Gebedenboeken<br />

d909 Gelegenheidsgeschriften (gedichten, preken, redevoeringen op huwelijken, overlijden enz.<br />

van privépersonen)<br />

d910 Genreparodieën<br />

d911 Kinderboeken<br />

d912 Liedboeken (teksten -ook psalmberijmingen- bedoeld om te zingen; te onderscheiden van<br />

dichtbundels door de aanwezigheid van wijsaanduidingen, muzieknoten, enz.)<br />

d913 Liturgische werken<br />

d914 Muziekboeken (bv. operalibretti)<br />

d915 Overheidspublicaties<br />

d916 Plaatwerken (werken uitgegeven omwille van de illustraties)<br />

d917 Poëzie (alles in versvorm)<br />

d918 Preken (sermoenen)<br />

d919 Samenspraken (exclusief catechismussen)<br />

d920 Schooloraties<br />

d921 Toneelstukken (inclusief bv. operalibretti, maar exclusief samenspraken)<br />

d922 Tijdgeschriften (= informerende of opiniërende geschriften over actuele zaken op elk gebied,<br />

met uitzondering van gelegenheidsgedichten en lijkredes; bv. nieuwstijdingen, actuele religieuze<br />

polemieken, spotdichten)<br />

d923 Tijdschriften<br />

d924 Woordenboek


<strong>Handleiding</strong> <strong>STCV</strong><br />

6.3 Index<br />

Index op secundair genoemde onderwerpen, die vallen onder een algemenere code.<br />

aardwetenschappen zie geologie, aardwetenschappen d051<br />

actualiteit zie tijdgeschriften d922<br />

afscheidsrede zie academische geschriften d901<br />

almanakken zie algemene werken d001<br />

architectuur zie afzonderlijke kunsten: beeldende kunsten, grafische kunst<br />

en architectuur d045<br />

autobiografieën zie biografieën d904<br />

beeldende kunsten zie afzonderlijke kunsten: beeldende kunsten, grafische kunst<br />

en architectuur d045<br />

bibliografieën zie catalogi d905<br />

bibliotheekwezen zie boek- en bibliotheekwezen, schrift d004<br />

bijbelexegese zie bijbels en bijbelexegese d009<br />

boedelbeschrijvingen zie catalogi d905<br />

brieven zie algemene werken d001<br />

cartografie zie aardrijkskunde, cartografie, demografie d067<br />

catechismussen zie kerkelijke praktijk d016<br />

civiele techniek zie bouwkunde, civiele techniek d063<br />

cultuur zie wetenschap en cultuur in het algemeen d002<br />

demografie zie aardrijkskunde, cartografie, demografie d067<br />

disputaties zie academische geschriften d901<br />

disrede zie academische geschriften d901<br />

dissertaties zie academische geschriften d901<br />

dogmageschiedenis zie kerkgeschiedenis en dogmageschiedenis d010<br />

dogmatiek zie christelijke leer d011<br />

encyclopedie zie algemene werken d001<br />

esoterische werken zie wetenschap en cultuur in het algemeen d002<br />

ethiek zie christelijke leer d011<br />

gedichten zie gelegenheidsgeschriften d909<br />

geslachtkunde zie geschiedenis algemeen d014<br />

grafische kunst zie afzonderlijke kunsten: beeldende kunsten, grafische kunst<br />

en architectuur d045<br />

huwelijk (redevoering) zie gelegenheidsgeschriften d909<br />

Ierland zie Groot-Brittannië en Ierland d021<br />

illustraties zie plaatwerken d916<br />

inaugurale rede zie academische geschriften d901<br />

jacht zie sport en spel d068<br />

kaarten (verzameling) zie atlassen d903<br />

kerkorganisatie zie kerkelijke praktijk d012<br />

kerkrecht zie kerkelijke praktijk d012<br />

krijgskunde zie staatskunde d077<br />

literatuurwetenschap zie algemene taal- en literatuurwetenschap d031<br />

liturgie zie kerkelijke praktijk d012<br />

loterijen zie sport en spel d068<br />

Luxemburg zie België en Luxemburg d018<br />

meertalige woordenboeken zie algemene taal- en literatuurwetenschap d031<br />

memoires zie biografieën d904<br />

Midden-Europa zie Duitsland, Midden-Europa d020<br />

muntkunde zie geschiedenis algemeen d014<br />

muziek zie theater en muziek d046<br />

muzieknoten zie liedboeken d912<br />

Nederlanden zie Nederland, de Nederlanden d017<br />

nieuwstijdingen zie tijdgeschriften d922<br />

occultisme zie wetenschap en cultuur in het algemeen d002<br />

operalibretti zie muziekboeken d914<br />

zie ook toneelstukken d921<br />

oraties (inaugurale redes) zie academische geschriften d901<br />

overheidspublicaties zie bestuurskunde d076<br />

overlijden (redevoering) zie gelegenheidsgeschriften d909<br />

134


135<br />

Bijlage 6. Inhoudsontsluiting<br />

penningkunde zie geschiedenis algemeen d014<br />

plaatsbeschrijvingen zie aardrijkskunde, cartografie, demografie d067<br />

polemieken (religieuze...) zie tijdgeschriften d922<br />

politicologie zie staatskunde d077<br />

Portugal zie Spanje en Portugal d022<br />

preken zie kerkelijke praktijk d012<br />

zie ook gelegenheidsgeschriften d909<br />

procestechnologie zie industrie, procestechnologie d065<br />

prognosticatie zie almanakken en prognosticaties d902<br />

psalmen zie liedboeken d912<br />

psalmberijmingen, -bewerkingen zie liedboeken d912<br />

redevoering (huwelijken...) zie gelegenheidsgeschriften d909<br />

reisverhalen zie aardrijkskunde, cartografie, demografie d067<br />

scheepsbouw zie verkeer, voertuigen en vaartuigen d062<br />

schoolboeken zie onderwijs d072<br />

schrift zie boek- en bibliotheekwezen, schrift d004<br />

spel zie sport en spel d068<br />

spotdichten zie tijdgeschriften d922<br />

stichtelijke lectuur zie christelijke leer d011<br />

theologie, systematische zie christelijke leer d011<br />

theologie, praktische zie kerkelijke praktijk d012<br />

theses zie academische geschriften d901<br />

tuinaanleg zie huishoudkunde d058<br />

vaartuigen zie verkeer, voertuigen en vaartuigen d062<br />

veeteelt zie landbouwwetenschappen d057<br />

versvorm zie poëzie d917<br />

voertuigen zie verkeer, voertuigen en vaartuigen d062<br />

wapenkunde zie geschiedenis algemeen d014<br />

wetenschap zie algemene werken d001<br />

wijsaanduidingen zie liedboeken d912<br />

woordenboeken zie algemene taal- en literatuurwetenschap d031<br />

zeevaartinstrumenten zie verkeer, voertuigen en vaartuigen d062


7 Typografische kenmerken<br />

Brocade verwoording voor de gebruiker<br />

illustraties<br />

137<br />

Bijlage 7. Typografische kenmerken<br />

t010 illustraties op de titelpagina / in het voorwerk<br />

t011 in het voorwerk wapenschild op de titelpagina / in het voorwerk<br />

t012 auteursportret op de titelpagina / in het voorwerk<br />

t013 kaart op de titelpagina / in het voorwerk<br />

buiten het voorwerk<br />

t020 illustraties buiten collatie (behalve in het voorwerk)<br />

t021 buiten collatie wapenschild (buiten collatie, behalve in het voorwerk)<br />

t023 kaart (buiten collatie, behalve in het voorwerk)<br />

t030 andere illustraties (behalve in het voorwerk)<br />

t031 binnen collatie wapenschild (behalve in het voorwerk)<br />

t033 kaart (behalve in het voorwerk)<br />

boekenlijsten<br />

t040 boekenlijst van auteur<br />

t050 boekenlijst van drukker<br />

t060 boekenlijst van boekverkoper<br />

t070 boekenlijst: diversen<br />

drukkersmerk<br />

t080 drukkersmerk<br />

lettertypes<br />

t090 lettertype romein<br />

t100 lettertype gotisch<br />

t110 lettertype cursief<br />

t120 lettertype civilité<br />

t130 lettertype Grieks<br />

t140 lettertype Hebreeuws<br />

t150 lettertype Arabisch<br />

t160 lettertype Armeens<br />

t170 lettertype muziek<br />

t180 lettertype cyrillisch<br />

t190 lettertypen overige<br />

titelpagina<br />

t200 titelpagina gegraveerd<br />

t210 titelpagina typografisch<br />

t220 geen titelpagina<br />

kleuren<br />

t230 titelpagina in meerdere kleuren<br />

t231 gehele werk in meerdere kleuren<br />

overige<br />

t240 bedrukte omslag<br />

t250 prijsvermelding<br />

t260 lijst intekenaren

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!