DE KATHOLIEKE PERS

webstore.iisg.nl

DE KATHOLIEKE PERS

No. 122 15 JUNI 1936

DE KATHOLIEKE PERS

MAANDORGAAN VAN DE NEDERLANDSE ROOMS-KATHOLIEKE JOURNALISTENVERENIGING

Verschijnt elke 15e van de maand

ABONNEMENTSPRIJS

f 2.50 per jaar

JAARVERGADERING.

Op Zondag 17 Mei j.1. hebben we onze jaarvergadering gehouden

in hotel „Noord Brabant" te Utrecht.

Aan de jaarvergadering ging dezen keer vooraf een gezongen

H. Mis, opgedragen door den Geestelijken Adviseur Prof. Dr.

Titus Brandsma, O. Carm. in de kapel der Fraters van het St.

Gregoriushuis. Deze H. Mis werd opgedragen ter intentie van

onzen aftredenden voorzitter.

Prof. Brandsma heeft onder de H. Mis een korte conferentie

gehouden over den tekst uit de oratie van den dag: „dat wij,

door uwe ingeving, kennen wat goed is en het, onder uwe leiding,

ook volbrengen". Zijn Eerw. schetste de schoone roeping en taak

van den katholieken journalist. Meedeelen moet hij „quae recta

sunt" en nooit mag zijn pen dienstbaar worden aan het onrecht

en den leugen. Ook in zijn levenswandel moet de katholieke

journalist toonen, dat hij „quae recta sunt" niet alleen

kent en meedeelt, maar ook doet. Noblesse oblige.

De wisselende gezangen onder de H. Mis werden gezongen

door een klein koortje, dat zich in toog en superplie in het

priesterkoor had opgesteld. Beurt om beurt werd door dit koortje

en de „geloovigen" de „Missa de angelis" gezongen. De namen

•der leden van het koortje mogen wel met eere worden genoemd,

want zij deden 't heel verdienstelijk. Het waren de collega's

Huyvenaar, Learbuch, Van Nierop en Plug allen uit Den Haag.

Over den zang der „geloovigen" laten we ons niet uit, want.we

hoorden er zelf bij.

Hartelijk dank aan de Fraters van het St. Gregoriushuis, die

de kapel voor ons hebben beschikbaar gesteld en ons zoo vriendelijk

ontvingen.

De jaarvergadering begon te ruim half 12. Ze was goed bezocht.

Aanwezig waren volgens de presentielijst de bestuursleden:

Vesters, Bon, Stol wijk, Thomassen, Zwetsloot en Bruna; alsmede

de leden: Van der Kallen (W.), Verhulst, Frans Schneiders,

Wahlen, Wesseling, Emich, Hulsman (BJ, Hulsman (J.), Daniels,

Wouters, Vesters (J. A.), Somers, Nelissen, Irma Meyer, Andriesma,

Learbuch, Huyvenaar, Plug, Van Nierop, Valk, Van der Valk,

Kortekaas, Wahlen, Ko de Haan, Suasso de Lima de Prada,

Herman Kramer, Smits (H.), Matla, Dr. Verhagen, Muller, Wilmer,

Leijen, Drabbe, Agasi, Van Lierop, Vlooswijk, Steenhoff,

Hol, Van Eyck, Ook de Geestelijke Adviseur Prof. Dr. Titus

Brandsma O. Carm. was, als steeds, present.

Berichten van verhindering waren ingekomen van H. Baron

van Lamsweerde, Dr. Witlox, Van Oorschot, Boersma, (buiteng.

lid), Baumgarten, Piet Kasteel, Leny Schoemakers, Paulus Dieges,

Arthur Tervooren, rector Sondaal (buiteng. lid), F. Otten,

Leo Hazelzet, Van Vonderen, De Fraiture, Bekman, Van Rijthoven,

Van Dam, Aleven, Van Hilst, Vesters (H.), Creyghton,

Bressers, Schuurs, Hoogenstraaten, Raab en L. v. d. Broeke.

De voorzitter, de heer J. B. Vesters, opende de vergadering

met den christelijken groet en herdacht hierna, terwijl de leden

stonden, Z.H. Exc. Mgr. Jansen, gewezen Aartsbisschop, en Z.

Verantwoordelijk Redacteur :

G. P. BON

Weimarstraat 140 - Den Haag - Telefoon 330619

ADVERTENTIEPRIJS:

f 4.— per '/IÏ pagina

Exc. Jhr. Ruys de Beerenbrouck, beiden goede vrienden van de

kath. pers, die hoog in eere zullen blijven.

Hij dankte den Geest. Adviseur voor het H. Misofer ter zijner

intentie opgedragen en voor de treffende toespraak door hem

gehouden.

Hierna deed de secretaris mededeeling van ingekomen stukken.

De heer Paulus Dieges dankt bestuur en leden voor de

belangstelling, ondervonden bij zijn zilveren jubilé.

De jaarverslagen.

Hierna kwamen de jaarverslagen in bespreking: op de eerste

plaats dat van den secretaris.

De heer AGASI vraagt wat het bestuur gedaan heeft om den

feestdag van onzen patroonheilige St. Franciscus van Sales, tot

een vierdag te maken. Hij zou graag zien dat het bestuur een

groep-Utrecht vormde, desnoods met Hilversum en Amersfoort,

als daar soms een of andere verdwaalde collega mocht zitten, en

pleitte verder voor het organiseeren van een excursie.

De heer H. SMITS had in het jaarverslag graag iets van het

werk der groepen vermeld gezien; dat animeert een beetje.

De SECRETARIS: „Dan moet ik eerst een verslag van de

groepen hebben.

De heer SMITS; „Het onze is onderweg".

Op een verdere vraag van den heer Smits of hij het rapport

der reorganisatie-commisie ter inzage kan krijgen, repliceert de

secretaris: „Je krijgt 't toegestuurd, 't Is al onderweg".

De heer J. HULSMAN vraagt naar het resultaat van de circulaire

aan de hoofdredacties over het aanstellen van eigen leden.

Er zijn nog eigenaardige toestanden. Journalisten van neutrale

bladen zijn hier en daar nog correspondenten van groote katholieke

bladen. Kan daar niets aan gedaan worden?

Welk resultaat heeft de commissie voor 't Steunfonds bereikt?

Zoo vraagt de heer H. verder. En welke waarde hebben de uitspraken

van de commissie van overleg? Beteekenen ze slechts

een advies, dat men naar believen naast zich neer kan leggen?

Hij sluit zich verder met overtuiging aan bij de hulde die in het

jaarverslag aan Prof. Brandsma gebracht wordt voor het vele,

dat deze ook voor de stoffelijke belangen der leden heeft gedaan

en doet.

De SECRETARIS beantwoordt de sprekers. Over den feestdag

van onzen Patroonheilige, 29 Januari, zond het bestuur een

circulaire aan de groepsbesturen. Het resultaat is heelemaal niet

onbevredigend geweest. In Nijmegen, Den Haag en Breda is dien

dag een H. Mis opgedragen, die door vele leden is bijgewoond.

Een groep Utrecht ziet het bestuur graag verschijnen. Zou de

heer Agasi daar niet het initiatief voor willen nemen? Een

excursie? 't Zal niet makkelijk gaan, maar 't bestuur wil 't nog

wel eens probeeren. Het had al gedacht aan Nijmegen, maar het

houdt zich zeer aanbevolen voor plannen van leden. Het vraagstuk

der correspondenten is in de contactcommissie ter sprake

gekomen. Laat men concrete gevallen ter kennis van het bestuur

brengen, dan kan dit zien of het iets doen kan.

Aan de uitspraken van de commissie van overleg zijn de directeuren

niet contractueel gebonden. Maar moreel wel, althans


I

150 DE KATHOLIEKE PERS No. 122 15 JUNI 1936

voor zoover ze lid zijn der R.K. Directeurenvereeniging. Want de

algemeene vergadering dezer vereeniging heeft aan de instelling

der commissie van overleg haar goedkeuring gehecht.

De PENNINGMEESTER deelt mee, dat het resultaat van het

werk der commissie voor het Steunfonds voor het afgeloopen

jaar is f 332.60.

De heer KORTEKAAS vraagt of ook geen rekening zal moeten

worden gehouden met de periodieke pers.

De heer AGASI belooft pogingen in 't werk te stellen om te

komen tot een groep-Utrecht.

De heer J. HULSMAN waarschuwt om van een excursie geen

bedelpartij te maken.

De heer KO DE HAAN wil elk jaar tijdig een aansporing in het

orgaan om den feestdag van St. Franciscus van Sales te vieren.

Dr. VERHAGEN pleit voor een onpartijdigen voorzitter van de

commissie van overleg.

De SECRETARIS: „Ook het bestuur meent, dat dit alle aanbeveling

verdient. We zullen het gedaan zien te krijgen".

De heer STEENHOFF dankt voor de vriendelijke woorden in

het jaarverslag' over hem geschreven. Hij dankt ook hartelijk

voor de belangstelling, voor het bezoek van het bstuur en voor

het aangeboden geschenk op zijn 70en verjaardag. Dit alles heeft

hem zeer getroffen en hij is er oprecht dankbaar voor.

De VOORZITTER brengt ten slotte den secretaris dank. Na

zijn uitstekenden voorganger, die met zooveel ambitie en schranderheid

zijn taak vervulde, was het voor dezen secretaris niet

makkelijk. Maar ook hij heeft zijn werk voortreffelijk gedaan.

De vergadering applaudiseert ten bewijze dat ze het met 's voorzitters

woorden volkomen eens is.

's Heeren Bons verslag wordt goedgekeurd.

De financiën.

Hierna brengt de heer H. SMITS, die met den heer Hanekroot

de kascommissie vormde, rapport uit over het beheer der

financiën in 1935. Alles is keurig in orde bevonden. Zij stellen

voor den penningmeester onder zeer grooten dank décharge te

verleenen. (Applaus)

De heer WESSELING maakt eenige opmerkingen over de

boekhouding, die z. i. overzichtelijker zou kunnen zijn. De penningmeester

zou goed doen, een boekhoud-expert in den arm te

nemen. Spr. meent verder, dat de financieele grondslag onzer

vereeniging bouwvallig wordt. Het batig saldo van vorig jaar is

niet alleen opgesoupeerd, maar is in een nadeelig saldo veranderd.

Dat kan zoo niet doorgaan.

Enkele bezuinigingsmaatregelen worden door spr. aangegeven.

Daar zijn de inningskosten, bedragende f 120, dat is bijna 10

pet. Kunnen die niet op de leden zelf verhaald worden?

Dan het orgaan. We zullen niet door kunnen gaan met daar

bijna f 1000 voor uit te geven. De omvang zal bijv. tot 4 pag.

beperkt moeten worden.

En kan de post representatie — f 338.50 — niet verminderd

worden? Ook de extra-contributie der leden is nog maar gering.

De PENNINGMESTER: „'t Is veel beter dan verleden jaar. De

extra-contributies brachten ruim f 140 meer op".

De heer SMITS is wat optimistischer. De inningskosten bedragen

geen 10, zelfs nog geen 5 pet. Hij hoopt, dat het orgaan

niet verkleind zal worden. Maar kan het verslag niet wat overzichtelijker

gemaakt worden, door bijv. het Steunfonds afzonderlijk

te administreeren?

De heer VERHULST vraagt of de penningmeester, telkens als

een termijn aanbreekt, in het orgaan daarop wil wijzen: dan kun

je gireeren.

De heer KORTEKAAS: „Zou voor het drukken van het orgaan

geen inschrijving kunnen plaats hebben bij verschillende drukkers?

Dan zijn we misschien goedkooper uit".

De PENNINGMEESTER dankt voor het applaus na het rap-

port-Smits. Wat zijn boekhouding betreft, hij heeft destijds, toen

hij de schatkist te beheeren kreeg, een boekhcuddeskundig

collega geraadpleegd. En hij doet 't nog steeds volgens diens

advies.

De inningskosten zijn inderdaad hoog, gevolg vooral van het

feit, dat 40 a 50 pCt. der quitanties na eerste aanbieding onbetaald

terug komt. Hij zal graag in 't bestuur ter sprake brengen

of de inningskosten in 't vervolg ten laste der leden kunnen komen.

Zijn boekhouding is eenvoudig: een aparte administratie

van het Steunfonds zou de zaak ingewikkelder maken en voor de

controle-commissie zou 't er niet makkelijker op worden.

Zijn giro-nummer staat in bijna elk nummer van het orgaan

vermeld.

De VOORZITTER geeft den penningmeester in overweging

telkens in 't begin van 'n maand, die aan den vervaltermijn

voorafgaat een kleine herinnering in 't orgaan te plaatsen om

het verschuldigd bedrag te gireeren.

De kwestie der financiën zal het bestuur ernstig dienen te

bespreken. Het zou al gebeurd zijn als de penningmeester de

vorige bestuursvergadering niet ongesteld was geweest.

De heer NELISSEN: „Zou 't niet beter zijn de contributiequitanties

niet te adresseeren aan de woon-adressen maar aan

de redacties?"

Stemmen: Neen.

De heer DRABBE: „Kan de penningmeester geen ingevuld

girobiljet toesturen! Je moet 't zoo makkelijk mogelijk maken.

De heer KORTEKAAS: Wat verwacht de penningmeester als

iemand soms zijn quitantie op een bepaald moment niet betalen

kan? Dat kan toch gebeuren!"

De heer HULSMAN (J.) wijst op de voordeeien van het automatisch

gireeren.

De PENNINGMEESTER zegt dat het grootste deel der leden

de quitanties thuis wil gepresenteerd hebben. Automatisch gireeren

is prachtig, maar dan moet men eerst een gironummer

hebben. Als een kwitantie geweigerd wordt, verwacht de penningmeester

op z'n minst een briefje.

De penningmeester wordt hierna onder applaus gedechargeerd.

De VOORZITTER brengt hem dank voor de zorgvuldige wijze,

waarop hij zijn taak steeds waarneemt.

Als leden der controle-commissie voor het boekjaar 1936 worden

benoemd de heeren Smits en Van der Valk.

Afscheid van den voorzitter.

De verkiezing van een nieuwen voorzitter kwam nu aan de

orde en de heer Vesters ruimde zijn zetel in voor den vice-voorzitter,

den heer J. Thomassen, die een afscheidswoord spreekt,

dat elders in dit nummer staat afgedrukt.

Na de rede van den heer Thomassen, waarin zoo treffend

tot uiting kwam wat wij in voorzitter Vesters verliezen, sprak

de geestelijke adviseur, Prof. Dr. TITUS BRANDSMA O. Carm.

een kort woord.

Een dag als vandaag, aldus spr., stemt ons weemoedig, maar

toch ook dankbaar.

Wij zijn in hooge mate erkentelijk voor het vele werk door u

verricht en we brengen u daar oprechte hulde voor.

Ik hoop van harte dat u, door de offers die u voor de vereeniging

gebacht heeft, van O. L. Heer moogt verkrijgen zegen voor

uw persoon, uw gezin, uw werk; zegen ook over onze vereeniging.

Veel, zeer veel hebt u voor de vereeniging gedaan, moge

God het u vergelden. (Applaus).

Waardeering van het Kringbestuwr.

Ondertusschen werd een prachtige bloemenmand binnengebracht

en de secretaris las het volgende schrijven voor:

u


15 JUNI 1936 DE KATHOLIEKE PERS No. 122 151

Zeer geachte collega Vesters.

Op het oogenblik waarop gij afscheid neemt van een

taak, welke gij zoovele jaren en met eere en bekwaamheid

hebt vervuld, wil ik niet ontbreken om een hartelijken

groet te zenden en een betuiging van mijn groote waardeering

en sympathie voor uw arbeid en uw persoon. En ik

doe dit namens ons geheel bestuur.

Zeer vele malen heb ik het genoegen mogen ondervinden

van u te ontmoeten bij onderhandelingen, in conferenties

en op andere belangrijke oogenblikken in het vereenigingsleven.

Met onvermengde voldoening denk ik

daaraan terug. Wij zijn het niet altijd eens geweest; 'n enkele

maal hebben onze vereenigingen ietwat scherp tegen

over elkander gestaan. Veel talrijker echter waren de

momenten, waarop wij óf hebben samengewerkt óf gevoelden,

dat wij in wezen streefden naar hetzelfde doel. Aan

uw persoon behouden wij de herinnering van een eerlijk,

openhartig, bescheiden en rechtschapen figuur, die steeds,

zonder zich zelf te zoeken, voor de belangen der journalisten

heeft gestreden.

Wil op dit oogenblik onzen hartelijken dank aanvaarden

voor veel loyale samenwerking en onze beste wenschen

voor de toekomst. Onze bloemengroet moge hieraan eenigen

luister bijzetten.

Met collegiale groeten en handdruk,

namens het Kringbestuur

(w.g.) D. HANS, Voorzitter.

Wederom klonk een hartelijk applaus op. Dit schrijven

van den heer Hans namens het Kringbestuur werd klaarblijkelijk

zeer gewaardeerd.

Toen het applaus was weggezonken richtte de scheidende

voorzitter zich op voor het spreken van zijn afscheidswoord.

De voorzitter dankt.

De heer VESTERS sprak ongeveer als volgt:

Daar zijn, naar aanleiding van het feit, dat ik 34 jaar bestuurslid

en 27 jaar uw voorzitter ben geweest, veel vriendelijke woorden

aan mijn adres gericht en ik ben daar natuurlijk erg dankbaar

voor. Maar ik wil er toch op wijzen, dat ik, als ik wat heb

mogen doen, dit alleen heb gekend door de hulp en met de medewerking

van anderen. Dat werk van die anderen waardeert

men op een dag als vandaag zoo bijzonder en we

moeten die mannen dankbaar blijven voor hetgeen zij

volbrachten.

In 1902 werd onze vereeniging opgericht. Haar eerste bestuur

bestond uit Antoine Arts, voorzitter Van der Lans, Van der Kallen,

Van Vuuren en ondergeteekende. Vier van de vijf zijn ons

reeds ontvallen

Aan alle vier bewaar ik dankbare herinneringen, vooral aan

den heer Arts. Hij was een uitstekend voorzitter, de rechte man

op de rechte plaats om onze vereeniging te introduceeren. Wij

hadden in die dagen nog al veel ruzie en Arts was er juist de

man naar om het pad te effenen ten einde tot elkaar te komen.

Wij zijn, als vereeniging, hem grooten dank verschuldigd.

Een zeer bijzondere herinnering heb ik uiteraard ook bewaard

aan de ondervoorzitters, die we gekend hebben, allereerst aan

den heer Lans, een nobele figuur, aan wien ik zeer veel te danken

heb. Dan wil ik herdenken den heer Steenhoff, ondervoorzitter

uit een latere periode. Van hem weten we niets dan goeds. Het

is ons een vreugde geweest hem op zijn 70en verjaardag te mogen

huldigen. Van den heer Steenhoff hebben we geleerd hoe we

schrijven moeten. Er wordt wel eens gezegd, dat dit tegenwoordig

eigenlijk niet meer zoo noodig is, dat we kunnen volstaan

met berichten doorgeven (gelach) maar voorshands is er toch

nog een zekere leiding in een blad noodig en zullen we nog wel

eens iets te weerleggen hebben.

Wat de laatste ondervoorzitter aangaat, hij is de gemoedelijke

Limburger, die het met onze vereeniging van harte meent.

Dankbaar herdenk ik ook al de secretarissen, die ik heb meegemaakt.

Het zijn de volgende; Van der Kallen, de oude heer

Thijssen, Mr. Verschuur, Aleven, Stolwijk, Galesloot, Hulsman,

Bon. Aan al die secretarissen bewaar ik prettige en goede herinneringen.

We hebben altijd aangenaam samen kunnen werken.

Bijna zou ik zeggen, dat 't met die secretarissen steeds crescendo

gegaan is.

Ook moet ik nog herinneren aan twee buitengewone bestuursleden

die we gekend hebben, nam. Ferdinand Wierdels en Kapelaan

(thans pastoor) De Kroon. Beiden hebben zeer veel bijgedragen

om het aanzien onzer vereeniging te verhoogen.

Alle andere bestuursleden, die ik heb meegemaakt, bedank ik

ook hartelijk. We hebben altijd buitengewoon hartelijk en

vriendschappelijk samengewerkt.

Dan moet ik nog de twee voortreffelijke adviseurs herdenken,

die we gehad hebben. Toen Dr. Kruytwagen heenging dachten

we: Zoo'n eminenten adviseur krijgen we nooit weer. En ziet,

in Prof. Dr. Brandsma kregen we weer zoo'n allerbeste.

Het is nu mijn tijd geworden om als voorzitter heen te gaan,

maar ik blijf een trouw lid en zal de belangen der vereeniging

blijven voorstaan.

Voor het aangeboden geschenk ben ik dankbaar, maar ik

hoop toch, dat men 't zoo bescheiden mogelijk heeft gehouden.

Voor de hartelijke medewerking, van andere organisaties ondervonden,

ben ik oprecht dankbaar. Ik denk aan den Kring, die

me met zoo'n hartelijk schrijven en een bloemstuk herdacht, ik

denk aan de kath. directeurenvereeniging, met wie we goede relaties

willen onderhouden. Ik hoop, dat het bestuur ook in 't vervolg

zal trachten die relaties zoo goed mogelijk te houden. Daar

wordt wel eens anders over geoordeeld, maar mijn ervaring, die

toch over enkele jaren loopt, is dat men, om iets te bereiken —

en daar gaat 't om ! — het beste doet den weg van bemiddeling

en overleg in te slaan.

Nogmaals, dank aan allen, die op eenige wijze aan deze huldiging

hebben willen bijdragen of meewerken. (Langdurig applaus).

De vice-voorzitter schorst hierna de vergadering en geeft een

uurtje tijd voor de lunch.

De verkiezing van een voorzitter.

Na de pauze komt direct aan de orde de verkiezing van een

nieuwen voorzitter.

De heer VESTERS neemt het presidium waar. Hij deelt mede,

dat is ingekomen een aanbeveling van de candidatuur Max van'

Poll, onderteekend door: Smits, Van der Valk, Van Lierop, Andriesma,

Mej. Irma Meyer, Emich, Agasi, Val, Wahlen en Wesseling.

Daarna wordt een schrijven voorgelezen van den secretaris

van de groep Zuid-Holland, die meedeelt dat op de jongste vergadering

van deze groep de toen aanwezige leden eenstemmig

besloten hebben de verkiezing van den heer Bon als voorzitter

aan te bevelen.

De VOORZITTER brengt ten slotte de overwegingen van het

bestuur ter kennis. Nauwgezet is gezocht naar geschikte candidates

Er zijn ook candidaten gepolst. De een kan zich niet

beschikbaar stellen, een ander moest weer om een andere reden

uitvallen. Alles gewikt en gewogen hebbende meent het bestuur,

dat het 't beste is den heer Bon als voorzitter te kiezen. Hij'

heeft zich doen kennen als een uitstekend secretaris en zijn

groote toewijding en werkkracht zijn waarborg, dat hij ook een

goed voorzitter zal zijn.

De heer WESSELING heeft bij de aanbeveling van den heer

Bon één zeer gewichte overweging gemist, nam. de onafhankelijkheid.

Het is van het grootste gewicht, dat de voorzitter be-


152 DE KATHOLIEKE PERS No. 122 15 JUNI 1938

slist een onafhankelijke figuur is, die zich zonder vrees voor

rancune vrij kan uiten. Dat kan van den heer Bon niet gezegd

worden. Voor de overige kwaliteiten van den heer Bon heeft spr.

alle waardeering, maar hij heeft niet de onafhankelijke positie,

die aan de figuur van den heer Vesters zoo'n relief gaf. Zijn er

niet meer onafhankelijke figuren bijv. Dr. Witlox, Dr. A. C. B.

Arts, Wilmer, J. Hulsman?

De heer VERHULST verdedigt de candidatuur Bon. Hij is een

graag geziene figuur; van zijn presidium mogen goede verwachtingen

gekoesterd worden.

De heer LEARBUCH sluit zich bij den heer Verhulst aan. Den

heer Max van Poll hebben we hier nooit gezien. Spr. betwijfelt

ook of deze wel voldoende met beide beenen in de realiteit van de

journalistiek staat om onze belangen goed te kunnen dienen.

De heer SMITS vraagt van wanneer het advies van het bestuur

dateert. De voorzitter van de groep N. Holland, die toch in het

bestuur zitting heeft, heeft daar in de laatste vergadering van de

groep niet over gerept. En waarom is het bestuursadvies niet

gepubliceerd?

De VOORZITTER zegt, dat het bestuur zelfs niet den indruk

heeft willen wekken dat het aan de leden een candidaat zou willen

opleggen. Deze zijn volkomen vrij en mans genoeg. Het bestuur

meende echter verplicht te zijn om zijn gedachten over de

vervulling der voorzittersvacature te laten gaan en ook om zijn

overwegingen, nu er ook andere aanbevelingen zijn gedaan en er

allicht naar het bestuursadvies gevraagd zou worden, aan deze

vergadering mee te deelen.

Het bestuursadvies is opgemaakt in de bestuursvergadering

van 21 Maart, nadat de voorzitter van de groep-Noord Holland

de vergadering had moeten verlaten.

De heer Bon is minder afhankelijk, ook doordat hij geen vasten

bureaudienst heeft, dan zeer velen van ons. Voor Van Poli's bekwaamheid

heeft spr. groot respect, maar het gaat ook over het

min of meer ingeweven zijn met het leven eener organisatie.

De heer Van Poll heeft zich met onze vereeniging weinig kunnen

inlaten en het zal erg lastig voor hem zijn er zoo midden in

te vallen. En wat het Kamerlidmaatschap betreft, zou de figuur

van een voorzitter-Kamerlid beslist aan onze vereeniging ten

goede komen? Daar kan ook aan getwijfeld worden.

De heer WESSELING meent dat het bestuur door zijn aanbeveling

een zekere pressie heeft uitgeoefend, hij kan dit niet

goedkeuren. Het kan wel eens gewenscht zijn om frisch bloed

in een bestuur te brengen.

Er wordt overgegaan tot stemming. Uitslag: Bon 24 stemmen,

Max van Poll 17 stemmen, blanco 1 stem.

Zoodat de heer Bon gekozen is.

De heer Bon aanvaardt het presidium.

De heer BON verklaart het presidium te aanvaarden met

vreugde maar tevens in het volle besef, dat hij een zware taak

opgelegd krijgt. We hebben feitelijk maar de herinnering aan

één voorzitter, Vesters, en we kennen allen zijn enorme werkkracht

en zijn buitengewone toewijding. Het zal uitermate moeilijk

zijn hem te evenaren. Maar, aldus de nieuwe voorzitter, dit

durf ik althans te verklaren: aan liefde voor de vereeniging ontbreekt

het me niet. Ik mis de ervaring van mijn voorganger, ik

mis ook andere voortreffelijke eigenschappen van hem. Maar ik

kan althans beproeven in zijn voetstappen te treden. En ik wil

hier beloven, dat ik al mijn krachten in zal spannen om me een

waardig opvolger van den heer Vesters te toonen. (Applaus).

Dat is een program op zich zelf.

Ik weet dat ik daarbij zal kunnen rekenen op de hartelijke

medewerking van al mijn medebestuursleden; ik weet ook, dat ik

zal kunnen rekenen op den steun van de leden, voorzoover zij

aan de actie onzer vereeniging medewerken. Voor zoover noodig

doe ik op die steun en medewerking nog eens een dringend be­

roep. Zoo krachtig het mij mogelijk is zal ik de belangen van de

vereeniging en van haar leden trachten te behartigen.

De VOORZITTER wenscht den heer Bon en de vereeniging van

harte geluk met deze voorzitters-verkiezing.

De heer BON neemt het presidium over.

Aan de orde komt nu de verkiezing van een nieuw bestuurslid

in de vacature-Bon.

De VOORZITTER deelt mee, dat het in de bedoeling ligt, dat

het nieuwe bestuurslid ook het secretariaat zal waarnemen. Hij

verzoekt daarmee bij het uitbrengen van zijn stem rekening te

houden.

De heer J. HULSMAN beveelt de verkiezing van een Maasboderedacteur

aan. Er zit geen enkele vertegenwoordiger van de

Maasbode in het bestuur.

De heer SMITS vestigt de aandacht op Utrecht als centrumplaats,

waar het secretariaat goed gevestigd zou kunnen zijn.

De VOORZITTER zegt, dat het bestuur veel moeite gedaan

heeft om een Maasbode-redacteur te vinden, die bereid was het

secretariaat waar te nemen. Het is echter niet gelukt.

De eerste stemming heeft tot resultaat, dat geen der candidaten

de vereischte meerderheid heeft behaald. Er wordt een tweede

vrije stemming gehouden met het volgende resultaat.

F. Schneiders 19 stemmen, P. Dieges 7, Learbuch 3, Wesseling

2, B. Hulsman 2, Smits 1, blanco 3 stemmen.

De heer Schneiders had dus juist het vereischte aantal stemmen

behaald. De heer Schneiders had even te voren de vergadering

moeten verlaten, maar het was bekend dat hij, als hij gekozen

zou worden, bereid was de benoeming aan te nemen.

In snel tempo — het was ondertusschen bijna half 5 geworden

— werden nu de overige agendapunten afgehandeld.

Bij de bespreking van het beleid van den redacteur van het

orgaan brengt de heer MATLA een reorganisatie-plan voor het

orgaan naar voren.

Het blijkt van te ingrijpenden aard te zijn om het nog ia

deze, wegens het ver gevorderd uur reeds half leeg geloopen

vergadering te behandelen. De heer Matla zal zijn plan schriftelijk

bij het bestuur indienen en daarna zoo noodig nog gelegenheid

krijgen om het mondeling in een bestuursvergadering

toe te lichten.

Als redacteur van het orgaan wordt herbenoemd de heer G. P.

Bon, als plaatsvervangend redacteur de heer J. B. H. Hulsman.

Bij zitten en opstaan besluit de vergadering tot het houden

van een enquête naar de salarispositie der leden. Te voren was

door den voorzitter toegezegd, dat de meest strikte geheimhouding

zou worden in acht genomen. De vragenlijsten zijn zoo gemaakt,

dat de naam van den betrokkene daarop niet behoeft te

worden vermeld, doch alleen een nummer.

Retraite.

Prof. BRANDSMA doet mededeelingen over het organiseeren

van een retraite in het retraitenhuis te Amersfoort. Degenen die

zich opgegeven hebben zullen ten spoedigste nadere medeelingen

ontvangen. Men kan zich nog aanmelden bij Prof. Dr. T.

Brandsma, O. Carm., Doddenzaal, Nijmegen.

Bij de rondvraag informeert de heer W. v. d. KALLEN naar

het standpunt van het bestuur wanneer van de zijde eener directie

de salarisschaal zou worden aangevochten in verband met

de indexcijfers.

De VOORZITTER antwoordt dat het Bestuur zoo lang mogelijk

daaraan weerstand zal bieden. We moeten een houvast hebben.

De heer MULLER bepleit de wenschelijkheid van bescherming

van den journalisten titel.

De voorzitter zegt dat dit punt al de aandacht van het bestuur

heeft en binnenkort opnieuw aan de orde zal komen.


15 JUNI 1936 DE KATHOLIEKE PERS No. 122 153

Slotwoord.

De voorzitter spreekt een kort slotwoord. Hij constateert dat

het een belangrijke vergadering voor de vereeniging geweest is,

die, naar we hopen mogen, ook vruchtdragend zal blijken te zijn.

Aan de besproken punten, die nog afgedaan moeten worden, zal

het bestuur alle aandacht wijden. Als voorzitter wil spr. nogmaals

verklaren, dat hij met zijn medebestuurderen de stoffelijke

en ideëele belangen der leden zoo goed mogelijk zal trachten

te bevorderen.

De vergadering wordt hierna te 5 uur ongeveer gesloten met

den Christelijken groet.

BIJ HET AFSCHEID VAN VOORZITTER VESTERS.

Rede van den heer J. Tomassen.

De heer J. Thomassen, vice-voorzitter onzer vereniging, heeft

op de jaarvergadering van 17 Mei de volgende rede gehouden:

Hooggeachte heer Vesters, waarde collega's,

Onze Ned. Kath. Journalistenvereniging is thans genaderd

tot een ogenblik in haar bestaan, dat haar weemoedig moet

stemmen.

Haar voorzitter gaat heen, — uit haar Bestuur waarvan hij 34

jaren deel heeft uitgemaakt en uit de voorzittersstoel, waarin

hij 27 jaren gezeteld heeft.

In 1902 werd onze Vereniging gesticht. En bij de oprichting is

de heer Vesters tot bestuurslid gekozen. Sinds 1909 is hij haar

Voorzitter.

Het is zijn verlangen, beide functies thans neer te leggen.

De wens daartoe heeft u, hooggeachte voorzitter, (ik moge u

voor 't laatst deze titel geven) verscheidene jaren geleden te

kennen gegeven, maar herhaaldelijk heeft het Bestuur van u

kunnen verkrijgen, dat dit afscheid werd uitgesteld. Tot uw laatste

herkiezing, nu 3 jaar geleden.

Na de herziening onzer statuten en bij het maken van een

nieuwe rooster van aftreding werd uw aftreden in het laatste

jaar bepaald. Wij hebben uw: „Dan treed ik af" eindelijk geëerbiedigd.

Die dag is nu aangebroken.

Sinds 1902, toen de Vereniging werd gesticht, is er een bijna

geheel nieuw geslacht van journalisten gekomen. Zeker is er

uit dat jaar buiten u niemand over, die nog tot de actieve, hier

geregeld verschijnende leden behoort. Wij kunnen ons de Kath.

•Journalistenvereniging moeilijk voorstellen zonder Vesters als

voorzitter.

Die 32 jaren en 27 jaren betekenen een grote reeks van daden

voor onze vereniging, veel werk, veel tijd, veel strijd, veel geduld,

veel opoffering, naast veel voldoening, menige desillusie veel'

zorgen, gedragen voor anderen, uw collega's in ons mooie vak.

Toen in 1889 uw journalistieke loopbaan een aanvang nam en

ook nog in de tijd, toen onze vereniging het aanschijn kreeg, was

er veel idealisme nodig — meer nog dan nu — om zich aan de

journalistiek te wijden.

Onze stiel werd niet veel gewaardeerd, bij de buitenwereld niet,

maar ook niet in verschillende kringen van werkgevers in ons

bedrijf. Toonden dezen al zorg in het uitkiezen van de manschappen,

die de pen moesten voeren en het voornaamste werk

aan een dagblad hadden te doen, het werk van dezen werd

dikwijls toch minder gewaardeerd in valuta, die toen, evenals nu

nog. met een gouden standaard werd gemeten en ook door den

journalist, het kan wel niet anders, op prijs werd gesteld. Want

stemt weelde niet tot harde arbeid, zorg en ontbering deed dit

al evenmin.

Maar die tijd zijn we reeds lang te boven gekomen — al zijn

we alle sporten van de ladder nog niet opgeklommen — en wat

we verkregen, danken wij voor een goed deel aan onze vereniging

en aan u, haar voorzitter.

Het is wel eens, min of meer bedekt, beweerd, dat onze organisatie

bij de verbetering van onze levensstandaard in het gevolg

heeft gelopen van andere organisaties.

Ik wil de invloeden niet afwegen, moge alleen in herinnering

brengen, dat de strijd om lotsverbetering, om salarisverbetering

vooral, een langdurige en taaie strijd is geweest, waarin de katholieke

organisatie een hoogst verdienstelijk aandeel heeft

gehad.

Die katholieke zijde was vooral belichaamd in Ferdinand

Wierdels, dien wij hoog moeten blijven achten, en in u, die

in dit verband met hem zult genoemd blijven.

De invloed der werknemers-journalisten en hun organisaties

was over het algemeen minder dan die van de directeuren en

hun organisatie. Had dus de heer Wierdels — die én directeur

én ook lid onzer vereniging is geweest, onze oud-penningmeester

zelfs — wanneer wij de schaal gebruiken, een meer doorslag

gevende stem, ook de katholieke organisatie, onder uw leiding en

met uw gezag en aanzien onder de directeuren, heeft haar rel

deugdelijk vervuld. En ook vóór de gemeenschappelijke onderhandelingen

is het bestuur onzer vereniging altijd voor de verbetering

onzer positie werkzaam geweest, zoals in oude nummers

van de ,,Mededelingen", die ons tegenwoordig orgaan voorafgingen,

bij mij in de herinnering heeft teruggeroepen.

Onze salarissen verbeterden, al moeten wij er ons over beklagen

tot vandaag toe, dat de getroffen regeling nooit bindende

kracht heeft verkregen en dus nooit over de hele linie is uitgevoerd.

Wat verkregen werd, zullen zij vanzelf het meest appreciëren,

die de oude tijd meegemaakt en meegevoeld hebben,

— meer dan zij, die in een betere tijd onze loopbaan hebben

gekozen, al achten zij de dagen van nu nog zo moeilijk.

Onze katholieke vereniging heeft onder uw leiding verder

bereikt, dat het aanzien der journalistiek gestegen is. De tijd is

voorbij, dat een journalist bij een plechtige receptie ongezien

moest blijven en dus nederig achter een trap of de feestelijke

palmversiering moest schuil gaan — om de namen van hoge

autoriteiten, die den jubilaris kwamen feliciteren, voor diens eer

te kunnen noteren, — en toch het decorum der plechtigheid door

zijn aanwezigheid niet neer te halen.

Onder uw leiding is veel gedaan voor de representatie onzer

vereniging. Zij is nu bekend bij de Bisschoppen en op de Departementen

en bij alles, wat zich onder deze beide hoogste instanties

beweegt, behalve bekend nog niet voldoende geacht,

mijnheer de voorziiter, die heengaat; ook uw opvolger vindt

nog een ruim arbeidsveld, om naar het doel te brengen wat

daarheen op weg is.

Ook de crisistijd heeft veel van uw goede zorgen gevergd. Zeer

vele leden werden in hun salaris, menigeen in zijn bestaan

getroffen.

Herhaaldelijk heeft het Bestuur moeten samenkomen ter

bespreking van gevallen: van ontslagen, die we pogen moesten

ongedaan te maken, — of waarvan de slachtoffers met veel

grotere tegemoetkoming moesten worden behandeld.

Van u, mijnheer Vesters, vergden die gevallen het meest, om -

dat voortdurend onze conclusie was, dat de voorzitter — om zijn

overwicht onder ons aan prestige — persoonlijk in onderhandeling

moest treden met de partij, waar het overwicht lag aan

macht.

Nooit heeft de voorzitter zich aan die, vaak moeilijke taak

onttrokken. Herhaaldelijk heeft hij door persoonlijk contact iets,

soms veel kunnen bereiken en hij heeft het — als ridder voor

een goede zaak — steeds gedaan op een wijze, die de eer onzer

vereniging hoog hield.

Stemt dit afscheid allen die u kennen en waarderen, uw medebestuursleden

en den Geestelijken Adviseur niet in de laatste

plaats, met weemoed, wij zijn allen ook vervuld van grote dankbaarheid

voor alles, wat u heeft gedaan voor onze vereniging:


154 DE KATHOLIEKE PERS No. 122 15 JUNI 1936

haar standing en aanzien, voor onze leden, vooral voor degenen

onder hen, die de hulp der organisatie het meest hebben nodig

gehad.

Wij danken u daarvoor; wij danken u tevens voor de prettige

omgang met u; in onze algemene vergaderingen en in onze

bestuursvergaderingen, waarvan gij steeds de ziel zijt geweest

en die gij altijd hebt geleid op zulk een wijze, dat wij van al

onze bijeenkomsten steeds als vrienden gescheiden zijn en in een

stemming die het samenzijn met vrienden te voorschijn roept.

Uw gezag als voorzitter, dat onze vereniging ten goede kwam,

dankten we op de eerste plaats aan uw gaven als mens en als

journalist. De heer Vesters heeft zich zelven nooit willen verheffen,

is nooit met zijn ellebogen naar voren gekomen, anderen

terugdringend, en toch een dagbladschrijver geworden van het

gehalte, dat den heer Henri Kuypers bij de viering van zijn 25jarig

feest als directeur der Maasbode, in zijn woord van dank

aan den Voorzitter der K. J. V., die hem had toegespoken, hem

deed noemen: „den meest geciteerden journalist van Nederland".

Die journalistieke autoriteit straalde af op onze journalistieke

vereniging.

Toen Uw medebestuursleden met den Geestelijken Adviseur,

zich beraadden, op welke wijze onze Vereniging u haar dankbare

erkentelijkheid moest betuigen, voor hetgeen u voor haar

is geweest, al die jaren lang, kwam het spontaan in hen op en

ik ben verzekerd, dat de leden er even spontaan hun adhaesie

aan betuigen, dat de heer Vesters bij zijn heengaan moest benoemd

worden en ik bied het u bij deze namens ons allen

aan: tot ere-voorzitter van de Ned. Kath. Journalistenvereniging.

(Langdurig applaus).

De hartelijke instemming onzer leden verhoogt voor u de

waarde van dit besluit.

Bij dit ereblijk mocht het niet blijven.

Onder de leden zou men het een tekortkoming hebben geacht

bij het bestuur, wanneer het op hen geen beroep had gedaan

om ook op stoffelijke wijze van hun erkentelijkheid blijk

te geven. Wij hebben dit niet verzuimd.

En wij weten bij voorbaat, dat U het volkomen goedkeurt en

zelfs toejuicht, wanneer wij bij de keuze van dit stoffelijk huldeblijk

op de eerste plaats hebben gedacht aan haar, die u, door

uw ambt dagelijks zo lang buitenshuis geroepen, zo dikwijls

nog moest missen om onze vereniging, aan mevrouw Vesters, die

wij bij dit afscheid eveneens huldigend willen gedenken.

Wanneer u dan straks weer uw huis betreedt, zij het met

zachte schreden in een mollige versiering, aangenaam aan uw

voet, die zo menigvuldige tred voor onze vereniging heeft staan

op de harde Bosse weg en elders in den lande.

Scheidende voorzitter, wij hopen u met Gods hulp, Wiens zegen

wij hedenmorgen onder de H. Mis voor U en uw dierbaren

hebben afgebeden, in de toekomst nog gedurende een reeks van

jaren als werkzaam en gevierd journalist op onze algemene

vergaderingen te zullen zien.

Op onze bestuursvergaderingen zullen wij uw aanwezigheid

moeten ontberen, maar houd ons in een aangenaam aandenken,

zoals wij steeds bij onze samenkomsten aan u zullen terugdenken.

In een moeilijk ogenblik zullen wij wellicht ook daar nog eens

een beroep doen op onzen ere-voorzitter, maar wij zullen — dat

beloven wij — zijn „otium cum dignitate" als voorzitter er zo

weinig mogelijk storen.

Ik heb gezegd.

J. B. VESTERS.

Uit ,,Ons Noorden":

Het was gisteren voor de R.K. pers, maar voor de R. K. Journalisten

Vereniging in het bijzonder een belangrijke dag in haar

geschiedenis. Zij moest afscheid nemen van haar voorzitter den

heer J. B. Vesters, die 32 jaar lang haar als bestuurslid had gediend,

waarvan 28 jaar als voorzitter. Dat betekent, dat bijna

de gehele huidige generatie van kath. journalisten onder de zo

hoog staande en bezielende leiding van Vesters is opgevoed.

Wat dit voor ons gehele Ned. katholieke volk zeggen wil, kan

men eerst ten vole beseffen, indien men de mooie gave figuur

van Vesters ten volle kent. Belangeloos en toch met een onvermoeide

werkkracht, bescheiden en toch toegerust met een kennis,

talent en ervaring, zoals maar weinigen gegeven is, heeft hij

een mensengeneratie lang op de katholieke journalistiek een

persoonlijk stempel gedrukt. Daarbij was Vesters katholiek in

merg en been niet alleen door zijn kinderlijk aanvaarden van

alle waarheden van ons geloof, maar vooral door zijn practisch

beleven van alle katholieke deugden.

Wie het voorrecht heeft gehad in nauw contact samen te

werken met den heer Vesters zal daarvoor altijd dankbaar blijven.

Na een zo lange en eervolle staat van dienst te hebben vervuld,

heeft de heer Vesters gisteren deze taak neergelegd.

Meermalen hebben zijn collega's hem weten te bewegen dit

besluit nog weer uit te stellen, maar ditmaal moest het hoezeer

ook algemeen betreurd, geëerbiedigd worden. Zo iemand, dan

had hij het recht zijn taak thans aan jongere handen toe te

vertrouwen.

De kath. journalistenvereniging, die hem meermalen op verschillende

wijzen haar grote achting, liefde en dankbaarheid

getoond had, heeft hem gisteren het hoogste gegeven wat zij

kon schenken, het ere-voorzitterschap van haar vereniging'.

Zo heeft zij tevens nog een band geschapen, die Vesters aan

haar bindt.

De kath. journalistiek verlaat de heer Vesters gelukkig nog

niet. Daarvoor is hij nog te jeugdig, te pittig en te strijdlustig.

In de Volkskrant zullen we nog dagelijks en wij hopen nog jaren

van zijn journalistiek talent kunnen genieten.

Maar in de leiding van de kath. journalisten vereniging moest

zijn plaats door een ander bezet worden.

Zijn opvolger, collega G. P. Bon uit den Haag, die hiertoe werd

aangewezen, staat wel voor een zeer moeilijke taak.

Ook hij kan intussen van de steun van al zijn collega's verzekerd

zijn, die ook hem thans zullen begroeten als den rechten

man op de rechte plaats.

Moge hij, al zal hij het wel niet zo lang volhouden als collega

Vesters, jarenlang aan het hoofd van de Ned. katholieke journalisten

staan en evenals zijn voorganger krachtig werkzaam

zijn tot zedelijke en maatschappelijke verheffing van de Ned.

kath. journalistiek, waarvoor ook de heer Vesters zo onnoemlijk

veel heeft gedaan.

VAN VOORZITTER TOT ERE-VOORZITTER.

Uit het desbetreffende verenigingsverslag heeft men kunnen

lezen, dat Dh. J. B. Vesters de tijd gekomen achtte om het voorzitterschap

van de Katholieke Journalistenvereniging aan jongere

krachten over te laten. Er is een tijd van komen en een tijd

van gaan en wie sinds mensenheugenis bestuurslid ener vereniging

was en meer dan 25 jaar voorzitter, zal men niet kunnen

verwijten, dat hij te vroeg opstaat van zijn zetel. En toch zal er

geen Katholiek journalist zijn, die Dh. Vesters niet met lede ogen

zal zien vertrekken.

Niet alleen als collega, die de welwillendheid zelf was, maar

ook als bestuurslid was Dh. Vesters buitengewoon gezien. Hij

was op de moeilijke post als geknipt. En dat op een voorzitterspost,

die misschien moeilijker is dan welke zetel van een vakvereniging

ook.


15 JUNI 1936 DE KATHOLIEKE PERS No. 122

Het buitengewone van de Journalistenvereniging is, dat zij

feitelijk geen eigenlijke vakvereniging is. Dit brengt' mee, dat

er van scherpe strijd geen sprake kan zijn maar dat getracht

moet worden met voorzichtig overleg en overredingskracht wat te

bereiken. En uit de aard der zaak komt de taak van iets op te

knappen dan veelal op den voorzitter neer.

Wat dit betreft, was Dh. Vesters „je" man. Scherp verstand

paarde hij aan vernuft en zijn voorzichtige strategie was spreekwoordelijk

en hij heeft door zijn bemoeiingen, waarvan veelal

niets publiek werd, veel weten te bereiken. Geen wonder, dat

de vereniging hem daarom node zag heengaan en dat zijn opvolger

geen gemakkelijke taak zal hebben.

Dh. Vesters, die zo lang.het „Huisgezin" sierde en thans hoofdredacteur

van de „Volkskrant" is, wensen wij nog vele jaren van

rustige arbeid, nu hij van de veelzijdige beslommeringen van

het voorzitterschap ontheven is. Van voorzitter werd hij erevoorzitter;

maar vermoedelijk zal de rust hem niet lokken tot

niet werkend lid.

Aldus ,,De Residentiebode"

HET VERSLAG.

Een onzer collega's ontving van een onzer bekende priesterredenaars,

dien hij verslagen had, het volgende schrijven:

Ik kom juist thuis van diverse spreekbeurten en ik vind hier

De Residentiebode met het verslag van de Middenstandsavond

Hoewel ik weer direct weg moet acht ik mij verplicht U zeer

oprecht dank te zeggen voor het meer dan uitstekend verslag

dat U van de rede gaf.

Verslaggeven is een grote kunst en er zijn er maar zeer weinigen,

die deze kunst verstaan. Ik vind uw verslag een meesterstukje

— een prachtig opstel op zich zelf. Zelden vindt men een

verslag, waarin werkelijk de leitmotieven van een redevoering

harmonisch, allen zijn verwerkt.

Het verslag immers heeft een grote apostolische betekenis

vooral voor hen, die een lezing hebben bijgewoond.

De massa is na afloop de draad vergeten.

Een goed verslaggever is een groot apostel.

Daarom ben ik zo blij met dit verslag. Al jaren Werk ik ervoor

bij de Middenstand deze ideeën erin te krijgen Uw verslag helpt

enorm daarbij.

De secretaris vroeg mij na afloop een korte inhoud Ik heb er

geen tijd voor. Maar hij is voor 100 •/. geholpen met Uw werk

Ik feliciteer U met Uw talent, want 't is een werk van zeer

sterke concentratie en ik ben U ook dankbaar, omdat ü mil zo

geweldig daarmee helpt bij het bereiken van de massa.

BESTUURSVERGADERING NED. R.K. JOURNALISTEN­

VERENIGING.

Het bestuur der vereniging vergaderde Zaterdag 23 Mei in

„Terminus" te Utrecht onder presidium van den nieuwen voorzitter,

Collega G. P. Bon. Aanwezig zijn de Geestelijk Adviseur

ae bestuursleden Bon, Zwetsloot, Stolwijk, Thomassen en Schneiders

en de Groepsafgevaardigden Baron van Lamsweerde en

Bruna.

Er waren verschillende ingekomen stukken o.a. een schrijven

van de K.R.O., dat de Geestelijke Adviseur Prof Dr Titus

Brandsma op 17 Sept. a.s. (!) voor de K.R.O. is uitgenodigd te

spreken over: „De Kath. Pers in Nederland". Vervolgens was er

net verzoek van een der leden om de bemiddeling van het bestuur

ter verkrijging van een contract van bedoeld lid bij zijn

directie. Hieraan zal met de meeste spoed gevolg worden gegeven.

Betreffende het jaarboek werd besloten, dat bij de uitgave

waarvan de vereniging geen risico zal mogen lopen.

Spoedig zal de Jaarboekcommisie in vergadering bijeenkomen

Besloten werd een schrijven te richten aan het bestuur der

155

R.K. Dagbladpers met het verzoek de leden even te herinneren

zich te willen houden aan de overeenkomst onder sub 6 der salarisregeling.

Naar aanleiding van een recent geval, waarbij door een ontactische

vorm van berichtgeving de R.K. Pers in het nadeel stond

tegenover de niet-kath. Pers, werd besloten in samenwerking

met de R.K. Dagbladpers betreffende katholieke instanties hierop

te wijzen.

Aan het einde der vergadering werd in intieme kring door

het bestuur afscheid genomen van den afgetreden voorziiter, den

heer J. B. Vesters en Mevr. Vesters, die daartoe door het bestuur

waren uitgenodigd. Hierbij waren eveneens aanwezig de oudgeestelijke

adviseur Pater Dr. Kruitwagen O.F.M, en Mr. Farns

Teulings, voorz. der R.K. Directeurenvereniging. De heer Vesters

werd achtereenvolgens door den heer Bon, door Mr. F. Teulings,

door Pater Dr. Kruitwagen en Prof. Dr. Bandsma toegesproken]

terwijl hem namens het bestuur nog een geschenk werd overhandigd.

Uit de Vereniging.

AAN ALLE BRABANTSE JOURNALISTEN.

Van stad en lande.

Geachte Collega's,

Misschien is het Ulieden niet geheel en al onbekend, dat ettelijke

jaren geleden het aanzijn werd gegeven aan een onderafdeling

van de Ned. R.K. Journalistenvereniging: de Brabantse

R.K. Journalistenkring namelijk.

Misschien is het Ulieden zelfs ook al niet onbekend, dat aeze

„kring" zijn bestaan nog tot op de dag van heden rekken kon.

Als U dit alles bijgeval niet mocht weten, is dat nog zo heel

erg niet !

Ik weet het best: wij, journalisten, moeten nu eenmaal q.q.

zoveel weten, wat we niet weten, en niet-weten wat we weten dat

dit niet-weten niet bewust aan een defect of onachtzaamheid

van ons geweten kan worden geweten !

Maar, weet U: ik heb al enkele malen in het bijna grijze verleden

— wat leven we toch vlug tegenwoordig! _ Ulieden Gelukkig

gemaakt met een convocatie voor een of andere bijeenkomst

van onze Kring. En de meesten Uwer waren zo vriendelijk

op deze uitnoodiging doorgaans met geen taal of teken te reageren.

Dat is óók al zo erg niet, mits Ulieden ditmaal slechts 'n

ogenblik Uwe aandacht lenen wilt voor wat hieronder volgen

gaat.

Voornaamste doel van kringvorming is onderhouden van het

onderling contact.

Voornaamste doel van een journalist moet zijn een behoorlijke

wetenschappelijke vorming.

Welnu, beide „doelen" kunnen worden nagestreefd bij voldoende

enthousiasme van Uw zijde voor het volgende voorstel"

Wij hebben den bekenden en zeer geachten Pater Capucijn

Gervasius, docent aan de R.K. Leergangen te Tilburg op ons

verzoek bereid gevonden voor de Brabantse R.K. Journalisten

een cursus in Logica te geven.

Het ligt in de bedoeling deze cursus te houden te Tilburg en

wel eenmaal per maand op een Zaterdagnamiddag, een tijdstip

dat zich voor de meeste journalisten het beste leent.

Belangrijke is ongetwijfeld, dat de leden van de Brabantse

Knng aan deze cursus geheel gratis kunnen deelnemen Zij

hebben zich slechts aan te schaffen het boekwerk „Grondbe


156 DE KATHOLIEKE PERS No. 122 15 JUNI 1936

Laat me eerlijk zeggen, dat ik van harte hoop, dat vele Brabantse

collega's van deze unieke gelegenheid profiteren willen.

Reeds hebben verschillende collega's, die bereids van het plan

hoorden, ons hun grote instemming ermee betuigd.

Ik verwacht nu, dat allen, die in beginsel er wat voor voelen

dez Logica-leergang te volgen, in ieder geval voor het einde dezer

maand mij schriftelijk het bewijs van hun instemming zullen

toezenden.

Is het aantal candidaat-deelnemers groot genoeg om tot positieve

besluiten te komen, dan zullen die kunnen worden genomen

in een binnenkort te houden ledenvergadering, waartoe we dan

ook onzen zeereerwaarden Docent zullen uitnodigen.

Op hoop van zegen ! !

Tilburg, Juni 1936. Armhoefstraat 55.

De secretaris van de Brabantse Kring,

HARRIE VAN RIJTHOVEN.

CONTRIBUTIE.

Begin der maand Juli gaan de kwitanties uit voor de contributie

van het tweede kwartaal. Een week lang zal de penning-

•aaeester gelegenheid geven om te gireeren (gironummer 138251).

Baarna dient men bedacht te zijn op het ontvangen van een

kwitantie.

DE NIEUWE SECRETARIS.

Het Besftmr droeg collega Frans Schneiders het secretariaat

der vereniging op.

Zijn adres is: Hoogewoerd 124a, Leiden.

DE LEDENLIJST.

Adressen: Collega H. F. J. Overhoff, te Amsterdam, verhuisde

van Antillenstraat 11 naar Bilderdijkpark 3-1; H. Ch. L. Nelissen

Den Haag, van Obrechtstraat 241, naar Kastanjestraat 37 en mr.

H. F. A. Geise, van Hogenhoucklaan 81, Den Haag, naar Lorentzkade

23, Leiden.

1 Augustus wordt het adres van collega Th. B. J. Wilmer, te

Leiden, Apothekersdijk 7, inplaats van Breestraat 32a.

Voorgedragen voor het lidmaatschap. A. L. L. Groumans, Willem

de Zwijgerlaan 109, Den Haag, door Ko de Haan en G. P.

Bon.

EEN CURSUS IN VOLKENRECHT.

De Academie voor Internationaal Recht te 's Gravenhage organiseert

een cursus in Volkenrecht.

Het onderwijs, dat voornamelijk betrekking zal hebben op het

Volkenrecht in tijd van vrede, wordt gegeven gedurende acht

weken, verdeeld in twee tijdvakken; 6—31 Juli en 3—28 Augustus

en is kosteloos.

Wie deelnemen in overweging mocht willen nemen kan van

den voorzitter der N.R.K.J.V. het programma en verdere bescheiden

ter inzage ontvangen.

Journalistiek Nieuws

JOURNALISTEN BIJ DEN PAUS.

Z.H. de Paus heeft Maandag 26 Mei in de Consistoriezaal de

Vereniging' van buitenlandse Journalisten in buitengewone audiëntie

ontvangen. Nadat de Paus aan de ongeveer zestig aanwezigen

de ring had laten kussen, nam hij plaats op de troon

en hield een toespraak, waarin Hij zijn vreugde uitsprak de journalisten

te mogen begroeten, die de wereldpers vertegenwoordigen

in Rome, dat om vele redenen nog steeds de hoofdstad

der wereld mag heten. De Paus gewaagde van het recht en ds

macht der journalisten, die de verbreiders zijn van de gedachte

en het woord, dat het machtigste in de wereld is. Zoals een oude

Latijnse spreuk reeds zegt, het woord buigt de harten en regeert

de dingen. Gij hebt echter, aldus vervolgde de H. Vader, daarom

ook een buitengewoon grote verantwoordelijkheid, want men kan

zelfs niet grenzen aangeven van de verbreiding van uw woord,

dat niet alleen vliegt, zoals het woord van de redenaar, mjaar

ook blijft, zoals het geschreven is. De Paus noemde dan ook de

journalisten de luidsprekers der waarheid, maar niet als fotografen,

die slechts mechanisch hetgeen voor de lens komt afbeelden,

doch als kunstenaars, die in hetgeen zij afbeelden,

ook iets van hun eigen ziel leggen. Dit, aldus de Paus,

doet uw macht, maar ook uw verantwoordelijkheid, nog onmetelijk

groeien. De Paus besloot met de zegen uit te spreken

over de journalisten en hun werk en wenste hun toe, dat het

materiaal van hun werk steeds moge zijn een schat van waarheid,

rechtvaardigheid en welzijn en een boodschap van vrede

en voorspoed voor de wereld.

HET NUT DER INTERNATIONALE PERSKAART.

Door enkele collega's is de laatste tijd nogal eens gevraagd

naar het nut der internationale Perskaart, daar zij meenden,

dat dit nut vrijwel problematisch of misschien twijfelachtig

moest worden genoemd. De voorzitter, wien deze opmerkingen

bereikten, vroeg mij daarom 't nut der Internationale Perskaart

aan de hand van recente ervaringen in het orgaan nader te

willen uiteenzetten.

Vooraf zij echter opgemerkt, dat wat geldt voor het ene land

nog lang niet geldt voor het andere.

In het algemeen is het echter het beste deze gedragslijn te

volgen. Men ga met zijn Internationale Perskaart naar het gezantschap

van het land, waar men denkt te verblijven en verzoeke

aan den Persattaché om een introducerend schrijven,

gericht aan den Perschef op het Ministerie van Buitenlandse

Zaken. Wanneer men zich, gewapend met dit schrijven aanmeldt

bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken aldaar en zijn

wensen kenbaar maakt, zal men zeker heel wat faciliteiten

kunnen verkrijgen, als vrije toegang tot theaters, geheel of

gedeeltelijk vrij reizen in dat land of andere voordelen.

Wat de reisfaciliteiten betreft, ook deze bestaan, maar niet

oficieel en leveren daardoor enige moeilijkheden op. Deze reducties

op het vervoer zijn niet officieel bij de reisbureaux, die

overigens de reducties van alle landen precies kennen, aangegeven.

Zij kunnen deze onofficiële reducties voor journalisten

dus ook niet bij het leveren der reisbiljetten verstrekken.

Men doet daarom het beste enige tijd vóór het bestellen der

reisbiljetten zich te wenden tot alle F. I. J. Secretarissen der

landen, waardoor men reist en van het land, waarheen men

reist. Deze zullen dan ongetwijfeld de nodige inlichtingen verstrekken.

Op bovenomschreven wijze heeft ondergetekende van zijn Internationale

Perskaart zeer veel nut gehad.

FRANS SCHNEIDERS.

Inhoud:

Jaarvergadering. — Bij het afscheid van voorzitter

Vesters. — J. B. Vesters. — Van voorzitter tot ere-voorzitter. —

Het verslag. — Bestuursvergadering Ned. R. R. Journalistenvereniging.

Uit de Vereniging: Aan alle Brabantse Journalisten. — Contributie.

— De nieuwe secretaris. — De ledenlijst. — Een cursus

in volkenrecht.

Journalistiek Nieuws: Journalisten bij den paus. — Het nut

der internationale perskaart.

More magazines by this user
Similar magazines