Bekijk - Landelijke Cliëntenraad

landelijkeclientenraad.nl

Bekijk - Landelijke Cliëntenraad

2012

Niets mis met afhankelijk zijn

Gedrag verandert niet louter

door financiële prikkels

Cultuurverandering is een

uitdaging


Colofon

ZELF is een eenmalig magazine

van de Landelijke Cliëntenraad

(LCR). De inhoud is bedoeld om

discussies aan te zwengelen

over wat 'zelf doen' eigenlijk

betekent: nu en in de toekomst.

Uitgevers

Branko Hagen

Else Roetering,

Landelijke Cliëntenraad

Conceptontwikkeling,

coördinatie en eindredactie

Rietje Krijnen

Teksten

Branko Hagen

Henk van Houtum

Rietje Krijnen

Josephine Krikke

Corrector

Barbara Bosman,

Landelijke Cliëntenraad

Fotografie

Vanda Biffani

Fotobureau Dijkstra

Ivar Gloudemans

Arnaud Mooij

UvA Jeroen Oerlemans

Jeroen Poortvliet

iStockphoto

Vormgeving

Wil Scholten

Aan deze uitgave kunnen geen

rechten worden ontleend.

Overname van artikelen met

bronvermelding alleen na

uitdrukkelijke schriftelijke

toestemming van de uitgever

en auteur.

September, 2012

2

ZELF 2012

INHOUD

Allemaal afhankelijk

Mensen zijn sociale wezens. Ze

hebben elkaar nodig om te kunnen

functioneren. Als iemand geen

werk meer heeft, is afhankelijkheid

ineens verdacht. Socioloog Jan

Willem Duyvendak zet autonomie in

een historisch perspectief. Meedoen

is op zich prima als hierin

maar niet wordt doorgeslagen.

6

Civil society

Meer eigen verantwoordelijkheid,

zelfregie, autonomie: begrippen die

passen bij civil society. Die huidige

zorgzame samenleving, zegt hoogleraar

civil society Paul Dekker, heeft

een eigen, nieuw gezicht gekregen.

Column

Dikke ikke • Henk van Houtum

10

Levenskunst

4 12 19

9

Filosoof Joep Dohmen verafschuwt

macho-vrijheid en pleit voor positieve

vrijheid waarin iedereen ontdekt

dat niemand het alleen redt

en dat we allemaal hoe dan ook op

anderen leunen. Dit zegt weer iets

over de noodzaak om zelf iets voor

anderen te willen betekenen.

Alles tegen

Sjoukje Tel is 'zelfdoener' (mét de

juiste ondersteuning) in optima

forma: zo kan het óók.

13

Weinig vertrouwen

Alles tegen of alles mee hebben:

als niemand je de juiste weg wijst,

maakt het allemaal niets uit.

Financiële prikkel

16

14

Flink bezuinigen op uitkeringen,

dát leidt wel tot arbeidstoename.

Financiële prikkels blijken echter

zelden gedragsverandering teweeg

te brengen. Dr. Will Tiemeijer van de

Wetenschappelijke Raad voor het

Regeringsbeleid: "Onderzoek naar

motieven, levert veel meer op".

Meedoen

Als het gaat om meedoen, is aansluiten

bij de interessewereld van

jongeren met een lichte verstandelijke

beperking van belang. Voetbal

kan een sleutelpositie innemen, zo

ontdekten samenwerkingspartners

MEE Noord West Holland en voetbalvereniging

AZ.

Waardering

Hoe zorg je ervoor dat 'moeilijke'

groepen bijstandsgerechtigden toch

(vrijwillig) aan de slag gaan? Werkt

boeten of belonen? Of is waardering

het sleutelbegrip?

19

20

Cultuurverandering

De samenleving is aan het veranderen.

De rol van de centrale overheid

wordt minder groot. Burgers gaan

meer voor elkaar betekenen. Voorzitter

Gerrit van der Meer meent dat

verzet op den duur niet succesvol is.

Professional-cliënt

24

22

Het is voor zowel de cliënt als de

professional moeilijk om een balans

te vinden tussen zelfregie en regie

door de professional. De vragen

die aan cliënten worden gesteld

zijn vaak tegenstrijdig. Dr. Hans

Bosselaar en collega's voerden een

onderzoek uit voor Welder naar

zelfregie.

Ik ben Harrie

Soms is een initiatief zo eenvoudig

dat de vraag opdoemt: waarom is

dit niet eerder gedaan: Een 'Harrie'

begeleidt zijn directe collega's op de

werkvloer. Het werkt!


INTRO

Zelf

Zelfredzaamheid, eigen verantwoordelijkheid, zelfre-

gie, eigen kracht. Het zijn begrippen die we steeds

vaker horen vallen. In de politiek zijn deze begrippen

helemaal populair: niet de overheid, maar mensen

moeten zelf hun problemen oplossen. Zij worden geacht

zelfstandig en zelfwerkzaam te zijn.

Is daar iets mis mee?

Nee, helemaal niet. Zelfredzaam zijn is goed en prettig.

Wanneer het lukt zelf je leven in te richten, voel je jezelf

ook verantwoordelijk voor je eigen situatie. En daarmee

voor anderen.

Maar is er iemand te vinden die werkelijk alles zelf

doet?

Een directeur van een groot bedrijf zorgt er voor dat

anderen hem assisteren: de managementassistent om

zijn agenda te beheren, de financiële en HRM-afdelingen

ondersteunen de directeur. Zo kan deze niet alleen tijd

besparen, maar hij doet waar hij zelf goed in is en organiseert

ondersteuning waar hij zelf minder sterk in is.

Voor veel mensen in de

sociale zekerheid – en ook

in de zorg - is dat niet

anders. Om zelf regie te

kunnen voeren over hun

leven hebben zij ook

assistentie nodig. Die

is niet wezenlijk anders

dan bij de manager. Het

enige verschil is dat

mensen in de sociale

zekerheid minder goed

toe- en uitgerust zijn om

zelf hun leven te organiseren. Zij hebben

tijdelijk of structureel beperkingen die maken

dat zij niet in staat zijn zelf weer regie te pakken. De

instanties waar zij een beroep op doen, zijn er vaak niet

op gericht mensen zoveel als mogelijk (weer) zelf de

regie in handen te geven

Het is erg gemakkelijk om ervan uit te gaan dat mensen

zelfredzaam kunnen zijn. Redden zij zich niet, dan

vallen zij in de armen van gemeenten en zorginstellingen.

Die hebben op hun beurt te kampen met vele

(bezuinigings)maatregelen en zijn zelf bezig met hun

eigen problemen. Het laatste waar de aandacht op

wordt gericht is op de versterking van de zelfredzaamheid

of de langdurige ondersteuning om een persoon zo

zelfstandig mogelijk te laten leven, onderwijs te volgen

en te werken.

3

ZELF 2012

Wie niet zelfredzaam is wordt afgeschilderd als bankzitter

(in plaats van cliënt van de sociale zekerheid) of

mogelijke fraudeur. Mensen die zich niet zelf weten te

redden krijgen al snel het etiketje opgeplakt dat het

hun eigen schuld is dat ze niet werken of mee kunnen

doen in de samenleving.

De LCR belicht in deze uitgave op verschillende manieren

het belang van zelfredzaamheid, maar ook de noodzaak

die zelfredzaamheid te ondersteunen, desnoods

levenslang.

Wie moet eigenlijk verantwoordelijkheid nemen om

mensen de kans te geven zelfredzaam te zijn? Als de

Staat dit goed zou doen, worden al die ‘niet’-zelfredzamen

niet afhankelijk van gemeenten en instanties.

Tijd voor een debat over de positie van cliënten in de

sociale zekerheid en zorg. Want in het beleid is de positie

van de client zelf onvoldoende gewaarborgd.


4

Armoede Magazine 2010

SAMENLEVING

Tekst: Rietje Krijnen

Foto: UvA Jeroen Oerlemans

Niets mis met afhankelijk zijn

Mensen zijn sociale wezens. Ze hebben elkaar nodig om te kunnen

functioneren. Dat lijkt ineens raar te worden als iemand geen werk meer

heeft. Dan moet iedereen zijn eigen boontjes kunnen doppen. Wie niet

snel aan de slag komt of minder goed mee kan doen, heeft het allemaal

aan zichzelf te wijten, zo luidt het politieke mantra. Socioloog Jan Willem

Duyvendak zet de autonome mens, zoals die nu wordt gepropageerd, in

historisch perspectief. "Als het eigenlijk niet draait om autonomie, maar om

bezuinigen, dan moet dát worden gezegd!"

Het begon allemaal in de jaren zestig. ‘Links’ zette een

behoorlijke vaart achter het mondig maken van de

mens. Iedereen moest autonoom kunnen zijn. "Gehandicapten

konden niet langer weggestopt worden in

instituten in bossen", zegt Jan Willem Duyvendak. "Ze

moesten meedoen in de samenleving, ongeacht hun

vermogen of ze daar wel of niet toe in staat waren.

Vrouwen konden niet langer thuis blijven. Iedereen

moest en moet voor zichzelf kunnen zorgen. Dat streven

is op zich prima, als er niet in doorgeslagen wordt. Je

ziet nu dat liberalen dit gedachtengoed hebben overgenomen,

maar er een andere vertaling aan hebben gegeven.

Je mag niet langer afhankelijk zijn van anderen. Dat

is erg en problematisch."

Vraagverlegenheid

Onafhankelijkheid is het grootste goed geworden.

Alleen dan deug je, is het credo. Terwijl er behoorlijk

wat mensen zijn die dat niet kunnen vanwege allerlei

redenen. "Het is al lang het geval dat mensen wordt

verteld dat ze voor zichzelf moeten zorgen", zegt Duyvendak.

"Daardoor durven ze vaak niet meer om hulp

te vragen. Natuurlijk, er blijven altijd brutale mensen

over. En er is ook altijd een groep die misbruik maakt

van voorzieningen, maar dat deel is veel kleiner dan

wordt gedacht. Het overgrote deel probeert het zelf uit

te zoeken, maar slaagt daar steeds minder goed in. Er is

een vraagverlegenheid ontstaan. Als je een ander alleen

al om advies vraagt, moet je namelijk toegeven dat je

iets niet weet en dat is moeilijk. Je moet het allemaal

zelf weten, waardoor er een schroom ontstaat om anderen

in te schakelen. Dat is allemaal het gevolg van het

prediken van zelfredzaamheid. Dat is het hoogste ideaal

geworden. Anderen nodig hebben, is sneu."

Allemaal afhankelijk

En het klopt niet, benadrukt hij. "We hebben allemaal

en voortdurend anderen nodig in de samenleving. Het

is een volstrekt onsociologisch beeld om iedereen het

zelf uit te laten zoeken. Het is ook naïef om te denken

dat mensen het wel alleen kunnen redden. Dat kan

niemand. We zijn allemaal afhankelijk van belastinggeld

om maar eens een voorbeeld te noemen. Iedereen doet

voortdurend beroep op anderen, alleen wordt dat niet

zo gezien. Als ik een belastingdeskundige inschakel, is

dat normaal. Als iemand hulp inroept om aan een baan

te komen of vraagt om zijn leven op orde te brengen,

dan is dat afschrikwekkend. Die verschillende interpretatie

van ‘afhankelijkheid’ is vreemd."

‘Eigen kracht’

De terminologie vindt hij ook zo verschrikkelijk. Formuleringen

als ‘mensen in hun eigen kracht zetten’ en

‘regie over hun eigen leven geven’ zijn volledig geaccepteerd

in de politiek, maar zijn goed beschouwd absurd.

"Regie over je eigen leven voeren, geeft aan dat je

buiten jezelf staat en dat je eigen leven losstaat van

die regie. Iedereen voert regie over zijn eigen leven,

ook als de uitkomst niet maatschappelijk geaccepteerd

is. In eigen kracht zetten! Het meest bizarre voorbeeld

hiervan hoorde ik over een onderzoek onder licht verstandelijk

gehandicapte jongeren. Daaruit bleek dat hun

ouders vaak ook licht verstandelijk gehandicapt zijn. Wat

zei die politicus: ‘we moeten hen in hun eigen kracht

zetten’. Waar heb je het dan over? Dan ben je zo verweven

met terminologie en vind je het normaal om zoiets

te zeggen. Die mensen doen het maximale binnen hun

vermogen. Meer is er niet. Accepteer dat nu eens."

Er is, zegt Duyvendak, soms wat nodig om mensen

eigen verantwoordelijkheid te kunnen laten nemen.

Dat moet worden geaccepteerd. "Als je zegt, in tijden

van bezuinigingen, dat mensen nu eigen verantwoordelijkheid

moeten nemen, dan zeg je ook dat ze dat de

afgelopen jaren niet hebben gedaan. Dat is niet zo. Dat


is wel degelijk gebeurd. Punt is dat het niet iedereen

gelukt is om bijvoorbeeld aan het werk te komen. Zij

hebben dan dus niet hun eigen verantwoordelijkheid

genomen? Zijn zij wel alleen verantwoordelijk? Je kunt

ook zeggen dat de samenleving niet de verantwoordelijkheid

heeft genomen om een baan aan te bieden die

bij hen past. Of dat politiek en werkgevers zich te veel

afzijdig hebben gehouden. Aan de ene kant worden

mensen ‘schuldig’ verklaard omdat ze tekort schieten,

aan de andere kant worden verplichtingen voor werkgevers

om mensen aan de slag te helpen hoe langer hoe

meer afgebouwd. Dat is eenzijdig beleid. Je moet wel

banen hebben om aan de slag te kunnen. Ben je dan

‘fout’ als er die er niet zijn? Wie is er dan schuldig? En

wie is het slachtoffer? Juist de mensen die geen baan

hebben. En die krijgen dan de schuld van alles. Dat is op

zichzelf genomen erg vreemd."

Weg wijzen

Er is, zo stelt Duyvendak, maar weinig gesproken over

de ‘verantwoordelijkheid’ van bedrijven die mensen

de WAO in gestuurd hebben. Of de slechte begeleiding

van laaggeschoolden die daardoor moeilijk aan het

5

We hebben allemaal en voortdurend anderen nodig in de samenleving

ZELF 2012

werk komen. Terwijl met wat hulp mensen wel degelijk

mogelijkheden krijgen. "De inzet van professionals is

verdacht geworden. Het punt is dat mensen zonder

professionele begeleiding soms al

snel doodlopen. Als jij niet weet welke Prof. Dr. Jan Willem Duyvendak is UvA-

wegen je moet bewandelen en je zit hoogleraar Algemene Sociologie en

in een omgeving die je de netwerken leider van programmagroep ‘Dynamics

ook niet kan bieden, dan loop je al of Citizenship and Culture’. Hij is tevens

gauw vast. Als daarentegen iemand voorzitter van de Nederlandse Sociologi-

je wijst welke kant je op moet gaan, sche Vereniging.

je laat zien dat je andere mogelijkhe- Duyvendak heeft vele publicaties over

den hebt, dan gebeurt er veel meer. sociale verbanden op zijn naam staan

Alleen zal dat op de juiste manier zoals 'De staat en de straat' en 'De

moeten gebeuren. Er moet niet wor- mixfactor - integratie en segregatie in

den gezegd: ga jij maar eens zakjes Nederland'.

plakken. Die beweging moet je samen

met mensen maken, anders wordt

het niets en is er alleen maar verzet.

Mensen die geen werk hebben of een beroep moeten

doen op voorzieningen zitten niet anders in elkaar dan

anderen! Iedereen wil waardering krijgen voor wat hij of

zij doet."


Civil society bestaat, maar

heeft nu een ander gezicht

6

ZELF 2012

Als het gaat over ‘eigen regie’ in optima forma, dan komt al snel ‘civil

society’ om de hoek kijken. Het begrip heeft de laatste jaren vooral

opgeld gedaan binnen gemeenten. Wie propageert dat mensen meer

zelf moeten doen, hoeft ook minder zorg of assistentie te regelen.

Paul Dekker van het Sociaal en Cultureel Planbureau (en hoogleraar

Civil society aan de Universiteit van Tilburg) geeft zijn bespiegeling op

wat civil society zou kunnen betekenen.

"Er bestaan vele definities van civil society. Eén ervan is

– en die is momenteel populair en tamelijk liberaal - dat

mensen in de samenleving vooral de eigen regie voeren

en niet afhankelijk zijn van instanties. Dat betekent dus

ook dat de overheidsbemoeienis minimaal is. Je kunt je

afvragen of je dat wilt. Je kunt civil society ook opvatten

als een samenleving waarin burgers zich juist bemoeien

met het landsbestuur en publieke voorzieningen. Dat

is historisch een minstens zo valide definitie als dat er

helemaal geen politiek of overheid bij komt kijken. Er

zijn omschrijvingen die het bedrijfsleven als deel van

de civil society zien en andere omschrijvingen die het

bedrijfsleven juist als bedreiging van de civil society

zien. Voor sommige theoretici vormen familie- en

vriendschapsbanden de kern van de civil society, voor

anderen hebben ze er niets mee te maken.

Van al deze omschrijvingen kun je niet zeggen: de ene

is correct en de andere is het niet. Zelf ben ik geneigd

de civil society te zien als iets van de publieke sfeer

met een politieke oriëntatie, maar ja, ik ben dan ook

politicoloog.

Of je het nou betitelt als civil society of niet, er is bij

beleidsmakers - en ook onder de bevolking - een wens

om weer meer een zorgzame samenleving te worden


CIVIL SOCIETY

Tekst: Rietje Krijnen

Foto: Jeroen Poortvliet

waarin mensen in eigen kring elkaar opvangen en

verzorgen.

Dat klinkt heel mooi en het is niet alleen een utopie

want vroeger ging het ook meer op die manier. De

wereld zag er toen echter anders uit omdat familieverbanden

en buurten op een andere manier waren georganiseerd.

Tegenwoordig werkt een groot deel van de

mensen betaald buiten familie- en buurtverbanden. Dat

geldt ook voor de traditionele zorgers: vrouwen. Betekent

dit dan dat er niets terecht kan komen van ‘zorgen

voor elkaar’. Of dat het een verdacht begrip moet zijn?

Cynisch

Het grappige is: niemand kan tegen die omschrijving

zijn, want je wilt toch niet dat anderen aan hun lot

worden overgelaten? Iedere burger zorgt op de een

of andere manier wel voor een ander. Hetzelfde geldt

voor mensen ‘in hun eigen kracht zetten’. Ook daar kan

niemand tegen zijn. Natuurlijk moeten mensen vanuit

hun eigen mogelijkheden zoveel als kan voor zichzelf

zorgen.

Het punt is dat de termen worden gebruikt om iets

anders te bereiken. Dus worden ze voor politieke doeleinden

gebruikt. Daar kun je heel cynisch van worden

en je afzetten tegen die boodschap. Je kunt echter

ook erkennen dat mensen voor bepaalde alledaagse

steun en hulp wel heel erg afhankelijk van instanties

zijn geworden. Of liever: ze zijn afhankelijk gemaakt.

In die zin is het goed om mensen duidelijk te maken

dat ze zich meer verantwoordelijk moeten voelen voor

hun eigen leven en niet direct moeten kijken naar wat

een overheid te bieden heeft. Het is daarom niet altijd

negatief.

Afhankelijkheid

Een deel van de afhankelijkheid is vrij logisch omdat we

nu eenmaal een samenleving hebben die erop ingericht

is om vangnetten te bieden. Zoals mensen die een uitkering

krijgen. Kijk je naar mensen die zich in cliëntenraden

verenigen dan zou je kunnen stellen dat het een

vreemde situatie is: je zit in een afhankelijke positie en

probeert daarbinnen je kracht te laten gelden. Dat staat

in principe haaks op het idee dat je als trotse burger je

eigen leven inricht. Toch hoeft dat zeker niet het geval

te zijn. Mensen organiseren zich voortdurend in afhankelijke

posities. Onafhankelijkheid is namelijk een lastig

begrip. Als je praat over ‘zuivere’ civil society betekent

7

ZELF 2012

Het lijkt alsof mensen steeds

egoïstischer zijn geworden.

Maar dat blijkt helemaal niet

waar te zijn.

het ook dat je geen subsidie ontvangt, geen gebruik

maakt van een gebouw dat de overheid betaald heeft,

geen professionals inschakelt. Dan ben je helemaal

onafhankelijk, maar met het risico dat die organisatievorm

geen lang leven beschoren is.

‘Ik wel’

Heel veel mensen nemen ergens hun verantwoordelijkheid

voor, ook al wordt gedacht dat dat niet zo is. Ze

zorgen ervoor dat de buurt netjes blijft, zijn er voor de

kinderen bij hun sportverenigingen, organiseren zaken

rondom hun werk. En door te roepen dat we meer ‘eigen

verantwoordelijkheid’ voor onze naasten moeten nemen

– verzorgen van onze ouders bijvoorbeeld – suggereert

de overheid dat we dat niet doen. Mensen doen dat

wél. Onderling veronderstellen ze dat ‘de ander’ minder

doet dan zijzelf.

Onbedoeld is dat ook een reactie op wat de overheid

propageert. Die roept: jullie moeten meer doen. Als je

van jezelf weet dat je al veel doet, denk je dus blijkbaar

dat heel veel anderen hun handen niet uit de mouwen

steken. En dan lijkt het alsof mensen steeds egoïstischer

zijn geworden. Maar dat blijkt helemaal niet waar te

zijn. Kijk maar naar de mensen om je heen: waarschijnlijk

doen de meeste bekenden wel wat voor een ander.

Van de rest weten we het niet en geloven we wel dat ze

weinig en steeds minder doen. Dat pessimisme wordt

gevoed door verontrustende mediaberichten en campagnes.

Terwijl het veel beter zou zijn om aan te geven:

er gebeurt al heel veel en op sommige vlakken zou er

nòg meer mogelijk zijn.

Je moet als overheid weten dat bepaalde groepen erg

gefrustreerd zijn geraakt of geen traditie hebben van

vrijwilligerswerk. Je kunt erover praten hoe je dat gaat

aanpakken, maar je bereikt het tegendeel als je hen

wegzet als mensen die geen verantwoordelijkheden

nemen.

Balans

De overheid zal altijd een vinger in de pap hebben,

want een deel van de verantwoordelijkheid hebben

burgers bij die overheid neergelegd. Burgers zitten om

allerlei redenen namelijk niet te wachten op heel veel

eigen inbreng. Als de keuze wordt voorgelegd of ze voor

de verbetering van de buurt een buurtbudget kunnen

krijgen en de boel zelf kunnen uitzoeken, willen ze dat

over het algemeen niet. Want er spelen sociale verban-


Ab Harrewijn-rede 2012

Paul Dekker mocht tijdens het jubileumcongres van de

Landelijke Cliëntenraad de Ab Harrewijn-rede uitspreken.

Hij trok een vergelijking tussen cliëntenparticipatie

en civil society. Een deel van zijn rede: "In definities

van de civil society gaat het ofwel om een deel van

de samenleving of om een goede samenleving, een

beschaafde, civiele samenleving. In het eerste geval

staan vrijwillige verbanden, verenigingen en lossere

verbanden centraal. In ieder geval is het geen staat/

overheid en in de overgrote meerderheid van definities

ook geen markt/bedrijfsleven of gezin/privésfeer. Als

ideaal van de samenleving heeft de civil society verschillende

betekenissen. Van oudsher is er de tegenstelling

tot de dictatoriale en dominante staat: als ideaal

van een samenleving die zichzelf reguleert en bestuurt

door vrijwillige verbanden, door burgers die uit zijn op

het ontdekken en ontwikkelen van hun gemeenschappelijke

belangen, tolerant tegenover de diversiteit van

opvattingen en belangen in hun midden (geweldloos,

respectvol, ook terughoudend in de behartiging van

het eigenbelang) en de overheid kritisch volgend en

bereid om te protesteren. Kijken we naar de ontwikkeling

van het ideaal in Nederland, dan zien we dat de

afgelopen jaren dat dat laatste politieke element naar

de achtergrond is verschoven. (...) Dan de cliëntenraden.

Uitgangspunt is de afhankelijke positie van gebruikers,

klanten, patiënten enzovoorts, van instellingen. Die

positie wil je versterken. Het gaat om een betere behartiging

van de specifieke belangen van die gebruikers,

tegenover het management, eventueel ook tegenover

de wetgever, andere regelgevers, financiers enzovoorts.

8

ZELF 2012

den mee: een buurman die de hele dag thuis is, heeft

allicht meer inbreng dan iemand die de hele dag werkt

en weinig tijd kan besteden aan de buurt. Er moet een

bepaalde balans worden gevonden en dus is het nodig

om bijvoorbeeld een gemeentebestuur te hebben dat

beslist. Mensen willen wél inspraak en willen ook best

hun handen uit de mouwen steken, maar ze willen het

liefst dat een democratisch orgaan op enige afstand een

beslissing neemt, zodat er een balans blijft.

Dan gaat het er niet over dat mensen geen eigen

verantwoordelijkheid willen nemen, maar dat ze vinden

dat ze belasting betalen en een gemeenteraad kiezen

die hierover gaat. Die heeft verantwoordelijkheden te

nemen, is de gedachte.

Werkelijkheid

Dat wil niet zeggen dat burgers daarmee al hun verantwoordelijkheden

van zich afschuiven. Zo’n beeld hebben

In het perspectief van de civil society zijn cliëntenraden

grofweg ook een teken van verwording.

(...)

U begrijpt dat op deze wijze bezien de cliëntenraden

geen onderdeel zijn van een ideale civil society. Ze

organiseren afhankelijke cliënten in plaats van vrije

burgers; behartigen slechts een bijzonder belang in

plaats van gerichtheid op het algemeen belang, houden

geen afstand tot de overheid, maar perfectioneren de

afhankelijkheidsrelaties met de instituties van en rond

de overheid.'

(...)

In de reëel bestaande civil society kunnen we ook

veel positiever tegen de cliëntenraden aankijken. De

behartiging van het specifieke belang van uitkeringsontvangers

is waardevol voor die groep en ze is van hoger

belang als bijdrage aan de balans van maatschappelijke

krachten en van de responsiviteit en verantwoording

van de betreffende uitvoeringsorganisaties.

(...)

Met het oog op de discussies die u gaat voeren over

vernieuwing van de participatie besluit ik met twee

punten: Probeer niet alle mogelijke behoeften en belangen

die uw cliënten hebben als cliëntenbelangen

te formuleren. Cliënt zijn is een kwetsbare positie,

kwetsbaarder dan van de consument op de markt, die

met een koopkrachtige vraag ook naar een concurrent

kan stappen. De rol van cliënt is veel kleiner dan die van

de burger."

(Voor de complete rede, kijk bij Ab Harrewijnrede op

www.landelijkeclientenraad.nl)

Het leven van

moderne mensen

is veranderd en

daardoor zijn

accenten anders

gaan liggen.

we nu wel en dat is ons opgedrongen. De werkelijkheid

ziet er anders uit. Jongeren nemen hun baan

wél serieus. We leveren uit eigen beweging ook een

bijdrage aan onderwerpen die verder van ons afstaan

zoals het milieu en ontwikkelingslanden. En dat doen

we niet alleen individueel, maar ook georganiseerd, als

leerlingen van een school die aan een actie meedoen,

of als eigenaren of werknemers van een winkel die iets

doen voor de buurt.

Accenten

Wat wel zo is: het leven van moderne mensen is veranderd.

De onderlinge verbanden zijn gewijzigd en dat

zorgt er ook voor dat accenten anders zijn gaan liggen.

Feit is dat mensen zich voor anderen in de samenleving

inzetten, maar je moet wel accepteren dat dat op een

andere manier gebeurt dan vijftig jaar geleden."


9

ZELF 2012

COLUMN

Econoom Henk van Houtum is professor in

de geopolitiek aan de Radboud universiteit

en de Universiteit van Bergamo.

Dikke ikke

De diagnose is helder. De kwaal die de westerse wereld

in een diepe crisis heeft doen belanden was een teveel

aan graai- en hebzucht. We wilden het allemaal zelf

doen, voor onszelf hebben en allemaal moest het nu.

Meer, meer, meer. Zelfs al moesten we daarvoor risicovol

lenen bij uitzuigers en woekeraars. Verblind voor de

gevaren van onze verlangens naar het altijd meer. Het

gevolg was een economie als een egonomie, waarin

de competitie om het eigenbelang gepaard ging met

een groeiend onderling wantrouwen, meer controles en

procedures, en solidariteitsverschraling. We leden aan

het syndroom van het dikke-ikke. Tot zover de diagnose.

Nu het medicijn. Dan zou je als redelijk denkend mens

verwachten dat de ideologie die voor de ineenstorting

heeft gezorgd eens flink zou indikken. Dat we eindelijk

eens durven afvallen van ons heilloze geloof. Van het

meer, meer, naar een verstandig minder, minder, minder.

Maar niets is minder waar. Ja, die politiek van het

minder is er wel. Maar dan vooral om dezelfde failliete

economische politiek van het meer te kunnen voortzetten.

Want er wordt vooral bezuinigd op de bouwstenen

van de solidaire samenhang, zoals gezondheidszorg,

sociale zekerheid, kinderopvang, onderwijs, cultuur en

ontwikkelingshulp. Ware aderlatingen. Tegelijkertijd met

deze verdergaande druk op het sociale weefsel probeert

men het consumentenvertrouwen - lees: het stimuleren

van de inhaligheid – weer aan te jagen. Consumeren

moet, want consumeren is goed voor de economie en

de economie is goed voor ons allen, dus consumeren

moet, desnoods op krediet. Want de overheid is geen

geluksmachine. We moeten het zelf doen. En als je

niet meedoet, is dat je eigen schuld. Het klinkt als de

doorzichtige managersmantra ‘succes is een keuze‘ dat

zo populair was in de zeepbeleconomie van de jaren 90

die nu geklapt is. Waarin langs de kant staan iets is voor

freeriders en losers. Maar alsof er niets is gebeurd wordt

er doodleuk een nieuwe zeepbel gemaakt van hetzelfde

sop. Het is een van de meest bizarre paradoxen van

deze tijd. De ideologie die opzichtig heeft gefaald, die

van de markt-overheid als beschermer van het najagen

van het zelfbelang, doet aan crisismanagement door

zichzelf nog verder terug te trekken en de verantwoordelijkheid

van het eigen falen af te wentelen op de

zwakste schouders. En dat onder het mom van solidariteit.

Er lijkt niets geleerd. Hoogste tijd voor een dokter

met een ander behandelplan. Uitzuigers en aderlatingen

zijn niet meer van deze tijd.


Levenskunst is beseffen dat je

afhankelijk bent van anderen

Filosoof Joep Dohmen

houdt zich sinds

tien jaar bezig met

levenskunst. ‘We zijn

afhankelijk van elkaar

en moeten daarmee

leren omgaan. Dát is

autonomie.’

10

ZELF 2012

Twee keer heeft Joep Dohmen de oscarwinnende film

‘The Iron Lady’ gezien, over Margaret Thatcher, de

eerste vrouwelijke premier van Groot-Brittannië. "De

film roept ontroering op, omdat hij over een dementerende

oude vrouw gaat die een zekere hulpeloosheid

uitstraalt", zegt Dohmen. "Maar deze 'vrouw van staal'

voerde een keiharde neoliberale politiek. Ze wilde

alles wat te maken had met solidariteit en sociale

ondersteuning kortwieken onder het motto: ik, dochter

van een kruidenier, heb mezelf op eigen kracht opgewerkt.

Als jij dat wilt, als je je maar genoeg inspant,

kun jij ook alles bereiken."

Tot zijn grote ergernis is dat precies het machobeeld

over vrijheid dat onze cultuur domineert. Dohmen

stelt daar een andere opvatting van 'positieve vrijheid'

tegenover: we moeten leren met onze vrijheid om te

gaan en ontdekken wat zelfsturing is, ‘een doener te

zijn die zelf beslist en niet iemand over wie beslist

LEVENSKUNST

Tekst: Josephine Krikke

Foto: Arnaud Mooij

wordt’. Dan ontdekken we dat niemand het alleen redt

en dat we allemaal hoe dan ook op anderen leunen. En

dat zegt weer iets over de noodzaak om zelf iets voor

anderen te willen betekenen.

Zelfzorg

In zijn bezorgdheid over de veronderstelde maakbaarheid

van het individu vond Dohmen inspiratie bij de

Franse filosoof Michel Foucault (1926 – 1984). Foucault

bestudeerde de 'zorg voor het zelf' van denkers uit de

Klassieke Oudheid zoals Socrates, Plato, Aristoteles en

de stoïcijnen. Zelfzorg heeft volgens Dohmen twee kanten.

De ene is het overleven. Hoe houd je het beheer

over je leven? De andere gaat meer over de kwaliteit

van leven. Hoe krijg je een zinvol leven? Die twee

dimensies zijn de pijlers van de bestaansethiek.

Zelfzorg is niet los te zien van anderen, stelt Dohmen.

"Niemand kan frank en vrij ronddobberen door het


leven. Mensen zijn afhankelijk en kwetsbaar en levenskunst

gaat over hoe je jezelf daartoe verhoudt. Daarom

is het zoeken van steunpunten zo belangrijk. Het idee

van absolute vrijheid dat vaak aan ons wordt voorgesteld,

is megalomane onzin."

Buitenkant

Lange tijd bestudeerde Dohmen de 'binnenkant' van

mensen: hun denken, willen en voelen. Hoe moet je

je als individu opstellen in een wereld waarin je wel

of geen geld hebt, of wel of geen macht, wel of geen

erkenning krijgt? Tegenwoordig richt hij zich meer

op de 'buitenkant': de invloeden van de omgeving

op iemands leven. "Stel: iemand heeft een uitkering

en fotografeert, doet vrijwilligerswerk of schrijft

gedichten. Hij krijgt daar veel waardering voor van zijn

vrienden. Dan heeft hij weinig in materiële zin, maar

wel veel levenslust ontwikkeld omdat zijn sociale

omgeving hem erkent."

Intussen weet Dohmen ook wel dat veel mensen zich

wel druk moeten maken omdat ze nauwelijks het hoofd

boven water kunnen houden. Maar dan nog speelt

volgens hem iets anders mee. "Ook dan blijft het punt

hoe je iets goed doet. Je kunt ontslagen zijn maar toch

proberen je kind goed op te voeden, in beweging te

blijven. Dat vormt de zingevingskant van de levenskunst:

open en aandachtig blijven. We moeten niet alles

instrumenteel beschouwen: eten is niet alleen maar iets

naar binnen werken, seks is wat anders dan porno, met

iemand praten is niet alleen maar mededelen en goed

luisteren. We moeten niet slechts gebruiken, maar ook

genieten, juist ook van gewone dingen."

Goed leven

De Amerikaanse filosoof Martha Nussbaum vindt

dat een leven pas kans van slagen heeft als eerst is

voldaan aan elementaire voorwaarden, zoals gezondheidszorg,

onderwijs, seksegelijkheid en een zekere

hoeveelheid geld. Dohmen is het daarmee volkomen

eens, maar zet er toch ook een vraagteken bij. "Zelfs

als aan alle voorwaarden is voldaan, is het leven van

iemand daarmee dan meteen goed? Ik denk het niet.

Je ziet in het westen zoveel mensen die boven het

minimum leven, aan al die voorwaarden van Nussbaum

voldoen en toch geen 'goed leven' leiden. Omdat

ze uitgeblust zijn, al jaren zonder plezier op dezelfde

plek werken, of juist alleen maar op zichzelf gericht

zijn. Ze zijn zelfredzaam maar ervaren weinig zin in het

leven."

Wat wil je met je leven en hoe leef je met anderen?

Hij mist die grondhouding bij veel mensen, ook bij hen

die het ogenschijnlijk heel goed hebben. "Aan de ene

kant van het spectrum heb je mensen die verhongeren

en helemaal geen keuze hebben. Aan de andere kant

11

ZELF 2012

zijn er veel mensen die te dik zijn en een ongehoorde

keuzevrijheid genieten."

Vrijheidspraktijk

Een ander woord voor levenskunst is ‘vrijheidspraktijk’:

ons leven is van begin tot eind in beweging, op weg

naar minder of meer vrijheid. Ons denken, voelen en

waarderen speelt daarin mee. Dohmen: "Er zijn magere

jaren waarin je helemaal vastzit, weinig geld hebt en

weinig erkenning, maar dat kan ook weer veranderen."

Zijn eigen leven zat jarenlang lang vast: een laag inkomen,

hard werken, weinig erkenning. Dat veranderde

op slag in 2007. Hij kreeg erkenning als filosoof, werd

hoogleraar, zijn boeken werden een bestseller en hij

kreeg een prachtige woning aangeboden.

Al die jaren hielp de steun van anderen hem er doorheen.

"In de tijd dat ik bijvoorbeeld

een uitkering ontving

maar intussen wel teksten

Joep Dohmen (1949) is een van de meest

schreef, knapte ik op wanneer ik gelezen hedendaagse filosofen in Nederland.

met iemand contact had die iets Hij publiceerde onder andere de boeken ‘Tegen

van me las en er wat over zei. de onverschilligheid. Pleidooi voor moderne

Aandacht krijgen en aandacht levenskunst’ (2007), ‘Brief aan een middelmatige

geven, het is allebei zo belang- man’ (2010) en samen met Maarten van Buuren

rijk. Ik ben nu in mijn filosofi- ‘De prijs van de vrijheid’ (2011). In 2008 schreef

sche ontwikkeling zeker verder, hij het essay voor de maand van de filosofie:

maar in die tijd kon ik beter ‘Het leven als kunstwerk’. Dohmen is hoogleraar

vechten. Vrijheid is altijd relatief. wijsgerige en praktijkgerichte ethiek aan

Maar nu kan ik wel weer beter de Universiteit voor Humanistiek en tevens

anderen op weg helpen. Vrijheid verbonden aan humanistisch centrum voor

is ook altijd relationeel."

onderwijs en opvoeding.

WW

Een goede kennis van Dohmen zit sinds twee jaar in de

ww. "Hij heeft tientallen jaren in het onderwijs gewerkt

en moet nu zijn hand ophouden want als vijftigplusser

kan hij geen nieuwe baan vinden. Hij vindt dat de

samenleving hem mishandelt. Een van de stomste

dingen die ik nu tegen hem zou kunnen zeggen is dat

hij aan levenskunst moet doen, te zeggen: je bent

verantwoordelijk voor je leven en nu moet je jezelf zien

te redden. Dat weet hij zelf ook wel, elke dag. Ik praat

wel met hem over zijn rancune en raad hem met zijn

partner in contact te blijven, bezig te blijven, zich niet

op te sluiten met dvd’s in zijn werkkamer. Natuurlijk is

het van belang dat hij zijn situatie onder ogen komt en

niet vlucht in woede. Maar ontdekken wat hij nog graag

zou willen doen en dat vormgeven, dat is voor hem de

beste therapie."

Dohmen wil in zijn werk een wegwijzer zijn. "Levenskunst

betekent niet zo goed mogelijk onafhankelijk

worden. Het betekent nagaan wat je werkelijk wilt en

beseffen dat je daarbij voortdurend afhankelijk bent van

anderen en zij van jou."

We moeten niet slechts gebruiken,

maar ook genieten, juist ook van gewone dingen.


Sjoukje Tel

Altijd de wind mee

‘Ik heb mijn

arbeidsdeskundige

moeten overtuigen

van mijn plan.’

12

ZELF 2012

PRAKTIJK

Sjoukje Tel (34) heeft een progressieve spierziekte

en is oprichter van Sjors Groningen. Sjors biedt een

bemiddelingsplatform aan studenten en assistentievragers.

Het initiatief heeft ze helemaal zelf bedacht. "Ik

zat in een traject met een jobcoach om aan de slag te

gaan. Maar dat hele proces ging mij veel te langzaam. Ik

heb nu nog een Wajong-uitkering, maar op termijn wil

ik uit Sjors Groningen mijn eigen inkomen halen. Ik wil

dit idee namelijk uitrollen in verschillende studentensteden.

Gaat dat eenmaal goed lopen, dan heb ik

uiteindelijk een leuke en goede baan!"

Studenten

Het idee voor Sjors is voortgekomen uit een interview

dat Tel eens gegeven heeft over de manier waarop ze

haar zorg heeft geregeld. "Daaruit kwam naar voren dat

ik het allemaal prima voor elkaar had en dat ik dit ook

aan andere mensen zou kunnen aanbieden. Ik woon

zelfstandig en heb allerlei zorgverleners om me heen.

Die werf ik voornamelijk onder studenten. Studenten

zijn vaak op zoek naar dit soort baantjes. Daar kan ik

hen dan aan helpen. Voor alle duidelijkheid: Sjors is er

voor iedereen die wel een keer een beroep wil doen op

hand- en spandiensten. Om te laten verven, boodschappen

te laten halen, maar ook om de tuin bij te houden.

Het zijn juist die klusjes die buiten het zorgaanbod vallen.

Uit eigen ervaring weet ik hoe belangrijk het is dat

je snel iemand kunt inhuren die werk voor je kan doen."

Zelfstandig ondernemer

Sjoukje is pas sinds een jaar zelfstandig ondernemer.

Voordat het zover was, heeft ze wel op allerlei knoppen

moeten drukken om haar plan door te voeren. "Ik heb

mijn arbeidsdeskundige moeten overtuigen van mijn

plan. Dat is mij eigenlijk wel meegevallen. Ik had een

bedrijfsplan op papier gezet en dat was erg helder. De

arbeidsdeskundige kon daar achter gaan staan." Van het

UWV krijgt ze een vergoeding om iemand in te huren

die kan helpen bij de uitvoering van bepaalde taken.

Sjoukje Tel praat door haar spierziekte moeilijk en is

voor buitenstaanders niet goed verstaanbaar, maar daar

heeft ze een oplossing op gevonden. Ze heeft mensen

in dienst die voor haar telefoneren of lange teksten

typen, tolken bij klantbezoeken en intakegesprekken

van studenten.

Ondernemersfamilie

Ze heeft eigenlijk zelf alles met de hulp van familie

opgezet. "Ik kom uit een ondernemersfamilie. Vanuit

die hoek ben ik goed geholpen. Daardoor is ook alles

zo snel gegaan. Ik kan veel bedenken, maar ik heb toch

andere mensen nodig. Dat heb ik zelf ook weer met

studenten geregeld."

Inmiddels is er vanuit verschillende hoeken erg enthousiast

gereageerd op haar initiatief. "Er zijn al behoorlijk

wat studenten bij Sjors ingeschreven. En ik heb ook

vragen van klanten. Zelfs van grotere klanten waaraan

Sjors meerdere studenten kan 'koppelen'."


PRAKTIJK

Bas Gaander en Sylvia Verhulst

Weinig vertrouwen

in verbetering

Sylvia Verhulst (39) heeft een lange geschiedenis

met baantjes, opleidingen, re-integratieprojecten. De

mavo heeft ze niet afgemaakt. Ze ging in de supermarkt

werken. Ze trouwde jong, kreeg op haar 19e haar eerste

kind en kwam thuis te zitten vanwege een depressie.

Kind twee en drie volgden. "Mijn man scheidde van me

omdat ik te dik werd en nooit wat deed. Ik moest weer

gaan werken. Dat heb ik gedaan, maar ik hield het niet

lang vol. Elke keer weer klachten: ik voelde me gewoon

niet goed."

Ze kreeg de kans om een administratieve opleiding

te volgen. Dat deed ze, maar ook die maakte ze niet

af. "Maar ik mocht toch een baantje op een kantoor

gaan doen. Dat beviel me wel eventjes. Ik raakte toen

toch weer depressief en moest het al na vijf maanden

opgeven. Daarna heb ik het nog eens geprobeerd. Die

werkgever was heel erg vervelend tegen me en daardoor

raakte ik weer in de knoop met mezelf."

Sylvia kreeg uiteindelijk begeleiding, maar daar schoot

ze niet veel mee op. "Meer van hetzelfde. Ik kan wel

weer ergens gaan werken, maar er is altijd wat waardoor

ik het niet meer zie zitten. Dan krijg ik maandenlang

weer pillen en kom ik het huis niet uit. Ik wil wel

hoor, maar het lijkt wel alsof ze niet naar me luisteren.

Alsof ik steeds baantjes krijg bij lullige werkgevers of zo.

Misschien kan ik beter weer naar de supermarkt. Vind ik

ook best. Of helpen bij het kinderdagverblijf hier om de

hoek. Dat doe ik wel eens en daar word ik nou blij van.

Maar ja, dat is geen betaald werk."

13

ZELF 2012

Bas Gaander (47) is net weer werkeloos nadat hij

een tijdje heeft gewerkt in de keuken van een strandtent.

Hij is bezig met de ontwikkeling van een nieuw

idee dat hem ‘veel geld’ moet opleveren. "Elk jaar heb

ik zo’n idee. Het ene werk ik verder uit dan het andere,

maar het leuke is wel dat ik zo toch contact hou met

vrienden die werken."

Bas heeft eigenlijk alles mee gehad. Hij is slim. Hij is

succesvol geweest in sporten. Hij is creatief erg sterk.

"Ik ben het typische voorbeeld van een multi-talent dat

tenonder gaat aan te veel sterke punten", zegt hij zelf.

"Inmiddels heb ik zes opleidingen gevolgd, maar ik heb

geen enkele voltooid, omdat het mij dan te saai werd.

Het vooruitzicht om dan te moeten gaan werken in dat

vakgebied vond ik beknellend. Uiteindelijk had ik beter

wel ergens een richting in kunnen kiezen."

De loopbaan van Bas is zeer grillig. Hij heeft gewerkt bij

een theatergezelschap, een reclamebureau, restaurants

en bij tijdschriften.

"Ik zie wel eens mensen op tv die laaggeschoold zijn en

weinig kansen hebben op de arbeidsmarkt. Ik heb nog

nooit begeleiding gekregen. Als ik heel eerlijk ben, zou

het voor mij wel goed zijn. Omdat ik te veel kan, lukt

het me niet om me op één ding te richten. Eigenlijk is

dat wel wat ik wil. Ik zou graag ergens willen werken en

me dan verder willen ontplooien. Maar het lukt me niet.

Ik heb wel eens gevraagd of ik begeleiding kon krijgen,

maar dat is afgewezen omdat ik het zelf allemaal wel

kan."

‘Ik heb zes

opleidingen gevolgd,

maar ik heb geen

enkele voltooid.’


Gedrag verandert niet louter

door financiële prikkels

Hoe maken mensen keuzes? Is het onvermogen om een baan

te vinden altijd een keuze? En wat is er voor nodig om mensen

te stimuleren aan de slag te gaan? Het zijn vragen die in de

politiek vaak leiden tot één gedachte: als we mensen financiële

prikkels geven, komen ze wel in actie. Dr. Will Tiemeijer van de

Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) zegt

dat dit een iets te simpele gedachte is: "Goed onderzoek naar de

drijfveren van mensen kan veel meer opleveren".

14

ZELF 2012

Will Tiemeijer heeft een aantal publicaties op zijn naam

staan over kiezen. ‘De menselijke beslisser’ en ‘Hoe

mensen keuzes maken’ draaien om de psychologie van

het beslissen, keuze en gedrag. Opmerkelijke bevindingen

uit deze rapporten zijn dat sturen via financiële prikkels

lang niet altijd zal werken. Mensen hebben vaak

andere motieven om ergens voor te kiezen. Of ze kiezen

niet, want dat is ook een keuze.

"Als je strikt rationeel wilt kiezen, moet je veel informatie

verzamelen. Mensen hebben daar simpelweg niet

altijd tijd voor. En een deel van de mensen kan het niet,

omdat daar speciale cognitieve vaardigheden voor nodig

zijn. Daarnaast spelen andere motieven een rol. Mensen

weten wel dat ze bij het afsluiten van bijvoorbeeld

een verzekering moeten kijken naar de goedkoopste

prijs voor de meest complete dekking, maar worden

toch beïnvloed door de manier waarop de keuze tussen

verzekeringen wordt aangeboden. De invloed van

dingen die niet ter zake doen is veel groter dan mensen

denken."

Altijd keuze

De politiek wil de burger doen geloven dat iedereen

altijd een keuze heeft. Om bijvoorbeeld het eigen

budget binnen de perken te houden. Om zelf regie over

het leven te gaan voeren. Het gaat er in de politiek

voortdurend om hoe je mensen zover krijgt dat ze eigen

keuzes maken of wenselijk gedrag vertonen. Tiemeijer

zegt dat dit een veel ingewikkelder proces is dan vaak

wordt gedacht.

"In het overheidsbeleid domineert sterk het idee dat

mensen uitsluitend op financiële prikkels afgaan. Maar

niet-financiële prikkels hebben vaak grote invloed,

soms zelfs groter. De strekking van de boeken die ik

heb geschreven is dat je er bij een beleidsopgave niet

klakkeloos vanuit moet gaan dat mensen alleen maar

denken aan geld. Ga eerst eens onderzoeken wat hun

drijfveren zijn. Als je dat niet weet, weet je ook niet aan

welke knoppen je moet draaien."

Hij noemt een voorbeeld van het lerarentekort. Toen

dat speelde werd direct gedacht: we bieden leraren een

beter salaris en dan komen ze wel. "We zijn eerst eens

gaan onderzoeken of dat werkelijk zo zou werken. En

toen bleek dat jongeren die een beroep moeten kiezen

helemaal niet primair afgaan op het salaris. Ze zijn veel

meer geïnteresseerd in inhoudelijk aantrekkelijk werk,

in bijvoorbeeld iets betekenen voor kinderen en mogelijkheden

om zich te ontwikkelen. Het salaris alleen is

niet voldoende om mensen te bewegen (weer) voor de

klas te gaan staan. Het klinkt volstrekt vanzelfsprekend.

Toch is het beleid vaak anders."

Calculerend

Hij trekt de lijn door naar mensen met een uitkering. "Ik

zou wel eens willen weten waarom mensen lang in de

bijstand zitten. Daar kunnen allerlei redenen achter zitten.

Niet alleen geld, maar ook: geen passende banen,

niet genoeg opleiding of niet genoeg begeleiding om

de stap naar werk te maken. Door dan alleen maar

mensen financieel te prikkelen, kan je het risico lopen

het tegendeel te bereiken."

Het beeld doemt op van uitkeringsgerechtigden die

er nauwelijks beter van worden als ze gaan werken.

Dat zou toch ook een financiële overweging genoemd

kunnen worden? Tiemeijer: "Als je mensen heel erg als

calculerende burgers gaat benaderen, gaan ze zich op

een bepaald moment ook zo gedragen. En dat wil je

dan weer juist niet. Neem het Mantelzorgcompliment.

Mensen doen iets voor een ander uit idealisme of

omdat ze daarvan een goed gevoel over zichzelf krijgen.

Toen dat Mantelzorgcompliment er kwam, werd hun

hulp anders gedefinieerd. Toen was mantelzorg niet

langer een teken van idealisme en betrokkenheid, maar

een ‘markttransactie’. Dan gaan mensen er anders naar

kijken. En dus kwamen er opmerkingen dat het bedrag

(250 euro) toch wel erg laag was, anderen waren boos

dat ze niets kregen. Het is hetzelfde verhaal van een

kind dat karweitjes voor zijn ouders doet. Eerst maait-ie

gras of helpt-ie mee met de tafel afruimen omdat het


DRIJFVEREN

Tekst: Rietje Krijnen

Foto: Fotobureau Dijkstra

zo hoort. Als ouders een kind gaan belonen voor die

normale taken krijg je dat het kind op een gegeven

moment alleen nog maar klusjes wil doen als er een

bedrag tegenover staat."

Pervers

Wordt die grens eenmaal overschreden en heeft de

overheid calculerende burgers gecreëerd dan is de weg

terug – ze bewegen om iets uit vrije wil te doen – veel

moeilijker, zo stelt hij. Het zou wel eens kunnen dat je

door te zeer te sturen op financiële prikkels het tegendeel

bereikt.

"De overheid die denkt dat economische motieven de

enige drijfveer is van mensen, is niet erg constructief

bezig. Alle onderzoeken in de psychologie wijzen erop

dat er meer nodig is. Als je begrijpt wat mensen drijft,

kan je beleid veel beter afstemmen en met oplossingen

komen die ook verantwoord zijn. Als je geen zicht

hebt op die drijfveren, dan zul je er nooit achter komen

waarom bepaald beleid gedoemd is te mislukken. In het

beste geval heb je dan beleid gemaakt dat niet zo goed

werkt. In het slechtste geval keert het beleid zich tegen

je en zit je met de perverse effecten."

Een bekend voorbeeld komt uit Israël waar ouders vaak

te laat bij de crèche kwamen om hun kind op te halen.

De crèche besloot een boete in te voeren: wie te laat

kwam moest betalen. Daarmee werd het tegendeel

bereikt. "Voordat die boete er kwam, voelden de ouders

zich nog verplicht op tijd te komen en voelden ze zich

schuldig als het niet lukte. Toen de boete werd ingevoerd,

werd dat schuldgevoel afgekocht. Ze betaalden

immers voor het te laat komen. Mensen haalden niet

15

ZELF 2012

eerder hun kind op. Integendeel, Dr. Will Tiemeijer (1964) is gepromoveerd

ze kwamen juist vaker te laat. En in de Nederlandse Taal- en Letterkunde

terugkeren naar het oude beleid met als specialisatie 'Communicatie en

bleek niet te werken. Mensen onderzoek'. Hij coördineert bij de Weten-

zagen op tijd of te laat komen schappelijke Raad voor het Regeringsbeleid

inmiddels als iets wat je financieel (WRR) het project 'Lessen van evaluaties'.

kon regelen."

Voorheen leidde hij het project 'Keuze,

gedrag en beleid'.

Alles tegen

Tiemeijer heeft verschillende publicaties

Het voorbeeld is op andere

op zijn naam staan over kiezen, zoals 'De

niveaus door te trekken in heel menselijke beslisser' en 'Hoe mensen keu-

veel sectoren in de maatschappij: zes maken'.

mensen moeten op een andere

manier worden aangesproken. Tiemeijer noemt het idee

dat voortijdige schoolverlaters beter uitgelegd zou moeten

worden dat ze zonder diploma een minder goede

baan zouden krijgen en dus minder geld zouden hebben.

"Dat kan de overheid wel roepen, maar dat weten

die leerlingen best. Het probleem zit elders. Het lukt

die jongeren vaak niet de eindstreep te halen omdat

ze kampen met allerlei moeilijkheden. Ik heb eens een

meisje gesproken dat dolgraag kapster wilde worden. Ze

had werkelijk alles tegen: problemen thuis, een moeilijk

uiterlijk, weinig intelligentie en weinig sociale vermogens.

Natuurlijk wilde zij een diploma, maar ze werd

gehinderd door andere factoren. Als je die als overheid

nu eens goed in beeld brengt, weet je veel beter hoe

je beleid kunt afstemmen. Weinig mensen zijn in staat

om altijd en zonder enige hulp de keuzes te maken die

het meest ‘verstandig’ zijn. Dus je moet ook kijken naar

andere prikkels die veel meer liggen op het vlak van de

sociale motieven."


Meedoen levert al heel veel op

16

ZELF 2012

PARTICIPATIE

Tekst: Rietje Krijnen

Het overgrote deel van de bevolking participeert in de

samenleving. Alleen is het de vraag of sommige mensen

voldoen aan de definitie van ‘eigen verantwoordelijkheid’ zoals

overheden die hanteren. En of hun waarde voor de maatschappij

puur gestoeld moet zijn op het verrichten van betaalde arbeid.

Meedoen, een rol vervullen en gewaardeerd worden, blijkt heel

wat op te leveren.

Neem Gerard. Hij is 25 jaar en woont bij zijn moeder.

Op school heeft hij moeite gehad om mee te komen.

Vlak voordat hij naar het vmbo gaat, overlijdt zijn vader.

Zijn schoolcarrière is verder een drama en hij besluit op

zijn 16e te stoppen met school. Gerard hangt veel thuis

rond of is op pad met wat vrienden. "Rare jongens",

zegt zijn moeder. Volgens haar is Gerard heel gemakkelijk

te beïnvloeden. "Hij heeft bij zijn geboorte een

lichte hersenbeschadiging opgelopen. Ik denk dat het

daardoor komt."

Via de gemeente kan hij meedoen met een project

om kinderboerderijen op te knappen. Gerard – altijd

al gek geweest op beesten – is voor het eerst in jaren

enthousiast. Hij gooit er zijn ziel en zaligheid in en bloeit

helemaal op. Niet alleen tijdens de projecturen is hij

actief voor kinderboerderijen, maar hij is ook vrijwilliger

geworden bij het dierenasiel. Zijn dagen zijn gevuld met

dieren.

"Gerard is een heel andere jongen geworden", zegt zijn

moeder. "Die vrienden ziet hij niet meer. Hij is vrolijk,

eet weer goed, blowt niet meer en heeft zelfs een

vriendin met wie hij wil gaan samenwonen. Vroeger

hadden we keiharde confrontaties, nu niet meer. de

maatschappelijk werkster is erg tevreden en komt

steeds minder. Met zijn broer en zus – allebei allang het

huis uit – heeft hij ook weer een goede band. Een vaste

baan heeft hij nog niet, maar ook dat wil hij graag."

Sport

Zoals Gerard zijn er veel meer mensen die het niet lukt

om op eigen kracht mee te doen. Ze hebben net dat

zetje in de rug nodig om uit een bepaalde situatie te

kunnen stappen. Dat is precies wat MEE Noord-West

Holland met verschillende projecten probeert te doen

rondom Alkmaar. Als ideale samenwerkingspartner

is voetbalclub AZ bereid gevonden in het project te

investeren.

John van den Oord is projectleider bij MEE Noord-West

Holland voor ‘Scoren met jongeren’ en ‘Supporters voor

supporters': "Beide projecten zijn erop gericht om via

de sport jongeren te activeren. Bij ‘Scoren met jongeren’

werken we samen met een tiental sportverenigingen

(meeste voetbalclubs) in en om Alkmaar. Licht verstandelijk

beperkte jongeren die anders moeilijk aan de

bak komen, laten we bij deze clubs ervaring opdoen

met allerlei werkzaamheden. Denk aan het onderhoud

van het terrein, kantinewerkzaamheden. De jongeren

die meedoen hebben affiniteit met voetbal en zien er

wel iets in om daar te werken. Op die manier hebben

zij lol in hun werk en leren ze tegelijkertijd hoe het is

om te werken. Na verloop van tijd kunnen ze doorstromen

naar regulier werk. Lukt dat niet, dan zie je dat ze

toch bij de clubs blijven hangen om vrijwilligerswerk te

doen."

Wesley heeft hierdoor een tijd gewerkt bij een voetbalclub.

In eerste instantie is het om werkervaring op

te doen. Zijn taken zijn erg gevarieerd: materiaal op

orde brengen, verfklusjes, lijnen op de velden in orde

brengen, schoonmaken en de kantine bemannen. Het

bevalt hem erg goed. Hij is blij met de ervaring en de

club wordt geholpen. "Geen stress", zegt Wesley. "Als je

stress hebt, heb je het zelf gedaan’" En daardoor kan hij

goed functioneren. Inmiddels heeft hij een vaste baan

gevonden, maar hij blijft verbonden aan de club.

Kracht

'Supporters voor supporters' draait ook om sport. AZ

speelt hierin een sleutelrol. Leden van de Businessclub

van AZ hebben zich aan het project verbonden. "Het

AZ-stadion ligt tegen de wijk Overdie in Alkmaar aan",

legt Van den Oord uit. "Deze wijk is ooit tot Vogelaarwijk


gemaakt. Er heerste veel jeugdwerkloosheid en de wijk

kampte met allerlei problemen door overlast. Destijds is

vanuit de gemeente met geld vanuit het Vogelaarwijkproject

Supporters voor supporters gestart om jongeren

aan de slag te helpen. Een echt groot succes is dat nooit

geworden. MEE NW Holland heeft dit project overgenomen,

maar dan gericht op jongeren met een licht

verstandelijke beperking of moeilijk lerend. Dat paste

mooi, omdat wij Scoren met jongeren al hadden. Wij

weten wat er bij komt kijken om jongeren met een

beperking te ondersteunen naar werk. Wie Overdie

kent, weet dat daar een belangrijk deel van de harde

kern van de supportersvereniging woont. De interesse

voor AZ en voetbal is er dus. Wat is dan mooier om de

kracht van AZ en voetbal in te zetten om deze jongeren

te activeren?"

Het gaat erom dat AZ faciliteiten biedt, zodat mensen in

een uitkeringssituatie aan de slag kunnen. Deelnemers

krijgen een introductie bij AZ en kunnen participeren in

sportprojecten. Daarnaast gaan ze aan de slag bij een

van de leden van de Businessclub van AZ. Vier maanden

lang doen ze werkervaring op.

"Die fase is al erg belangrijk", zegt Van den Oord. "Je

moet je niet vergissen dat alleen al het proces om op te

staan, naar het werk te gaan, je aan afspraken te houden

en afbellen als je niet kunt, voor sommige jongeren

met een licht verstandelijke beperking onbekend terrein

is. Dat werkritme te pakken krijgen, het organiseren

daarvan is een hele stap. Dan komen er stukje bij beetje

andere taken bij. De een kan meer aan dan de ander.

Uiteindelijk leert iedereen wat."

Waardering

Voor Van den Oord is sec het werk niet het belangrijkste

deel van het project. De waardering die jongeren

krijgen, is voor hem veel belangrijker. "Je ziet dat

deelnemers opgenomen worden in de voetbalcultuur.

Ze betekenen iets voor anderen. Veel jongeren waar wij

17

ZELF 2012

De politiek schijnt er niet aan te willen

dat sommige mensen hulp nodig hebben.

mee werken hebben weinig zelfvertrouwen en gebrek

aan sociale vaardigheden. Door aan dit project deel te

nemen zie je dat het zelfvertrouwen groeit en dat ze

zich veiliger voelen. Vanaf dat punt durven ze ook meer

te ondernemen. Als je de projecten puur zou afrekenen

op uitstroom naar werk dan ben je in mijn ogen te

beperkt bezig. Jongeren die in staat zijn om de sleur in

hun dagelijks leven te doorbreken, om ergens voor te

leven, zijn al een paar treden op de participatieladder

gestegen. Je praat bijvoorbeeld over jongeren met een

verstandelijke beperking die niet meer bezig zijn met

vandalisme of niet meer te veel drinken. Jongeren die

beter over zichzelf denken en daardoor zelfvertrouwen

krijgen."

En hij vervolgt: "Er wordt eindeloos geschermd met

termen als 'eigen verantwoordelijkheid' als het gaat om

mensen die een uitkering ontvangen. De politiek schijnt

er niet aan te willen dat sommige mensen hulp nodig

hebben om die verantwoordelijkheid te kunnen nemen.

Dat lijkt dan verdacht te zijn, maar wat is er mis mee als

je er met een beetje hulp ook komt?"

Levert veel op

De jongeren waar Van den Oord mee te maken heeft,

zijn kwetsbaar. Daar moet rekening mee gehouden

worden. Als jongeren een baan vinden, is dat heel mooi.

Dat is niet het enige waarmee ze kampen. "Ze zitten

vaak in een situatie met huisvestingsproblemen, schulden,

relaties die niet lopen. We praten over mensen die

niet altijd het overzicht of inzicht hebben plus gemakkelijk

beïnvloedbaar zijn. Dat zijn kenmerken die bij de

beperking horen. Dat zal niet veranderen als je hen niet

ondersteunt. Doe je dat wel, dan levert je het heel veel

op. Niet meteen in harde euro’s, maar wel op heel veel

andere vlakken. Die verdiensten zijn minder gemakkelijk

te meten. Gelukkig komen er meer en meer instrumenten

om de maatschappelijke waarde van participatie te

bepalen. Dat is hard nodig!"


Toon Gerbrands, directeur voetbalclub AZ

Supporters voor Supporters

past naadloos in onze visie

Voetballers en hun club zijn tegenwoordig met veel meer bezig dan alleen trainen en

wedstrijden spelen. Ze zijn op veel meer vlakken betrokken bij de maatschappij. Bij de

ene club wordt gemikt op chronisch zieke kinderen. En bij AZ wordt gekeken naar de rol

van de club in de omgeving. In Alkmaar is bijvoorbeeld gekozen voor het vervullen van

een voorbeeldfunctie.

18

ZELF 2012

PARTICIPATIE

Foto: Ivar Gloudemans

AZ-directeur Toon Gerbrands: "We hebben intern een

visie geformuleerd wat we doen op maatschappelijk

vlak. Bij AZ willen we het stadion een soort buurthuisfunctie

laten vervullen. We maken deel uit van die

gemeenschap en moeten daar ook middenin willen

staan."

'Supporters voor Supporters' is een project dat naad-

loos in deze visie past. Het richt zich op een deel van

de bewoners van de naburige wijk Overdie. Kansarme

jongeren krijgen met trainingen, begeleiding, toeleiding

en nazorg de mogelijkheid om toch aan het werk te

komen. AZ is samenwerkingspartner van MEE Noord-

West Holland, die erbij betrokken is speciaal voor jongeren

met een licht verstandelijke beperking. De rollen

zijn helder: MEE staat naast de jongeren die meedoen,

AZ biedt de faciliteiten en de naam.

"AZ heeft een goede naam in deze omgeving. Als je met

onze naam een project op een hoger plan kunt tillen of

beter binnenkomt bij bedrijven, dan is dat mooi en is er

weer wat bereikt. Maar we doen ook meer. Wij leveren

soms de accommodatie voor bijeenkomsten. Ik heb bij

instructiedagen wel eens een praatje gehouden."

Zijn uitgangspunt is: iedereen deugt, alleen waarvoor?

"Ik heb aan jongeren verteld die meededen aan een

van de MEE-projecten, dat inzet belangrijk is. Voetballers

die het leuk vinden om te voetballen maar hun best

niet doen, bereiken ook niets. Je ziet dat zo’n voorbeeld

aanspreekt."

AZ loopt met alle maatschappelijke inspanningen niet

zo te koop. "Sommige dingen doe je gewoon", zegt

Gerbrands. "Daar moet je niet zoveel woorden aan vuil

maken. We willen iedereen kansen gunnen. AZ straalt

dat uit. We hebben een platte organisatie waarin iedereen

gemakkelijk benaderbaar is. Iedereen is gewoon

mens en hoeft zich niet meer of minder te voelen dan

een ander. Zo zie ik die rol ook in de maatschappij. Ik

vind het erg belangrijk dat onze voetballers dat ook

uitdragen. Dat is nog nooit een probleem geweest. Als

er ooit een voetballer opstaat die zou weigeren een

bijdrage te leveren, dan zou ik me dat persoonlijk aantrekken.

Zo iemand past niet bij de club. Maar tot nu toe

heeft iedereen aan alles perfect meegewerkt!"

Met dank aan MEE Nederland.


Thomas Kampen UvA over onderzoek bijstandsgerechtigden

Waardering doet veel meer

dan straffen en belonen

Ze worden de ‘inactieven’ genoemd en zitten in het ‘granieten bestand’ van de bijstand. Marcel van

Dam gaf hen de benaming de ‘onredendabelen’ mee. Kabinetten breken het hoofd over de vraag

hoe deze groep zo klein mogelijk gemaakt kan worden. Thomas Kampen is aan de Universiteit van

Amsterdam met collega-onderzoekers bezig om te bekijken hoe mensen ‘in hun eigen kracht’ gezet

kunnen worden. Hij richt zich op het activeren van bijstandsgerechtigden via vrijwilligerswerk.

In Amsterdam, Nijmegen, Zaanstad, Leeuwarden en

Eindhoven worden al sinds 2004 mensen benaderd om

hen via vrijwilligerswerk weer aan de slag te krijgen.

Elke gemeente hanteert daarbij weer eigen methodes.

Nijmegen bood mensen bijvoorbeeld een premie, maar

dat is door de bezuinigingen onder druk komen te staan.

Amsterdam werkt met het systeem van dwang met de

mogelijkheid om te korten op de uitkering als iemand

niet meewerkt. De vraag is: wat werkt er nu echt?

Thomas Kampen: "Alles draait om de manier waarop de

boodschap wordt gebracht. Er mag best een verplichting

worden ingevoerd om aan de slag te gaan, vinden veel

mensen, maar het gaat er maar om hoe de boodschap

wordt gebracht. Wat is het doel? Draait het om mensen

zelf? Die bejegening is belangrijk."

Inmiddels is wel duidelijk geworden dat de invloed van

het beleid minder groot is dan werd gedacht. Het draait

bij het activeren van mensen die allang in de bijstand

zitten vooral om de relatie tussen geactiveerde en activeerder.

"Wij richten ons in Amsterdam op mannen van

50 jaar en ouder. Bij die groep – maar eigenlijk bij alle

doelgroepen in alle steden - zien we dat wederkerigheid

belangrijk is. Mensen blijken best iets te willen

doen, maar ze willen graag op waarde worden geschat.

Zij moeten mee kunnen denken over wat ze kunnen en

ze willen iets te kiezen hebben."

Eigenlijk draait het allemaal om het ‘zien’ van mensen

en niet het kijken naar ‘een’ bijstandsgerechtigde.

Iemand die ergens wordt geplaatst, is minder van zins

mee te werken in het traject dan iemand aan wie wordt

gevraagd mee te denken over wat hij wil of kan.

"Veel mensen weten zelf iet zo goed wat ze willen. Ze

voelen zich klein gemaakt. In het onderzoek besteden

we veel tijd aan mensen. We vragen bijvoorbeeld hoe

het met hen is en beginnen het gesprek over hén. Je

ziet dat mensen graag aandacht willen krijgen voor

hun beperkingen en ze willen daarin serieus genomen

worden. Beperkingen kunnen ook weer een aankno-

19

ZELF 2012

PARTICIPATIE

Foto: Fotobureau Dijkstra

pingspunt vormen voor het ondernemen van een vrijwilligersactiviteit.

Op die manier kan die persoon waarde

hebben voor anderen."

Respectvolle bejegening is de sleutel. Sociale diensten

nemen eerder een rigide houding aan bij het activeren

van bijstandsgerechtigden. Zij zijn gericht op een zo kort

mogelijke weg naar betaald werk. Dat kan weerstand

oproepen.

"Het volledig activeren van deze groep mensen is

moeilijk. Wat wel kan is hen de mogelijkheden geven

om anderen te helpen. Als ze dat doen, worden hun

eigen problemen in een ander daglicht geplaatst. Ze

zitten niet in een afhankelijke positie, maar hélpen. Dat

scheelt een boel."


Cultuurverandering

is een uitdaging

De samenleving is aan het veranderen. Politiek gezien is er een

meerderheid om meer naar een maatschappij te groeien waar

burgers meer voor elkaar (moeten) gaan betekenen en de rol van

(centrale) overheid minder groot is. Waarom is deze ontwikkeling

gaande? En is het nodig om je hiertegen te verzetten of is het

beter je actief in te zetten om de verandering succesvol te laten

zijn? Gerrit van der Meer, voorzitter van de Landelijke Cliëntenraad

(LCR) ziet graag dat cliënten en cliëntenraden hier over nadenken.

Gerrit van der Meer is

sinds 1 januari 2011

voorzitter van de Landelijke

Cliëntenraad (LCR).

Onder zijn voorzitterschap

wordt duidelijker

gestreefd naar

een heldere rol voor

cliëntenparticipatie in

de toekomst.

20

ZELF 2012

"Samenlevingen veranderen. Er is een beweging

ingezet naar een participatiesamenleving. Duidelijk

is dat in de politieke arena, van links tot rechts,

een meerderheid nadenkt over aanpassing van de

verzorgingsstaat. Er is een wens om weer meer een

zorgzame samenleving te worden waarin mensen

elkaar ondersteunen in hun bestaan, thuis of op het

werk. Dit betekent niet dat alle uitkeringen worden

afgeschaft of dat mensen met zorgvragen in de steek

worden gelaten. Het is de bedoeling dat mensen meer

meedoen in de maatschappij, dat burgers, buren,

werkgevers, docenten meer verantwoordelijkheid

nemen en dat mensen met beperkte mogelijkheden

kunnen meedraaien in onze maatschappij. Vaak wordt

TOEKOMST

Foto: Jeroen Poortvliet

dit aangeduid met ‘civil society’. Paul Dekker (SCP)

geeft (op pagina 6) helder aan dat er geen blauwdruk

of definitie is van dat begrip. We kunnen en moeten er

dus zelf samen vorm aan geven.

Goede redenen tot veranderingen

Er zijn redenen om kritisch naar de verzorgingsstaat te

kijken. Onze samenleving zet mensen in een uitkering

of voorziening. Mensen hebben dan wel een uitkering

of voorziening, maar staan tegelijkertijd aan de kant.

Uit onderzoek (bijvoorbeeld onder mensen met ernstige

psychiatrische problematiek) blijkt dat deze mensen

graag mee willen doen en erbij willen horen. Hun wens

om actief aan de samenleving deel te nemen - bij voorkeur

in de vorm van betaald werk - is heel groot.

Maar mensen die niet goed mee kunnen draaien,

worden uitgesloten. Dat begint al op school, daardoor

komen kinderen in het speciaal onderwijs. Uit onderzoek

blijkt dat deze kinderen een achterstand oplopen

op het gebied van maatschappelijke participatie, die ze

bijna niet meer in kunnen halen. Het is belangrijk om

uitsluiting om te vormen naar insluiting. Niet zozeer de

overheden moeten dit doen. Die taak ligt juist ook bij

burgers, scholen en bedrijven. Maatschappelijke organisaties

en cliëntenorganisaties die opkomen voor de

belangen van mensen die buitengesloten zijn, moeten

insluiting bevorderen. Ook voor mensen voor wie de

arbeidsmarkt (nu nog) onbereikbaar is. Bevorder hun

maatschappelijke deelname, waardeer die bijdrage en

zet ze niet neer als bankzitters.

Individueel

De afgelopen kabinetsperiode is het omvormen naar

een ‘civil society’ op een andere manier vertaald en

naar buiten gebracht: mensen moeten meer zelf de

verantwoordelijkheid nemen. Mensen die kunnen meedoen,

moeten daar zelf voor zorgen. Het mag geen geld

kosten. Als het niet lukt dan is het eigen schuld. Althans,

dat predikte het kabinet Rutte.

Begrijp me goed: de LCR is sterk voor zelfsturing en het

nemen van eigen verantwoordelijkheid. Alle burgers

hebben recht om hun eigen leven vorm te geven.

Maar dan wel ieder op zijn eigen manier. De een heeft

daartoe meer mogelijkheden dan de ander, maar het

uitgangspunt verandert daar niet mee. De discussie over


hervormingen schoot de afgelopen jaren ernstig tekort,

omdat een belangrijk punt steeds werd overgeslagen.

Mensen moeten de mogelijkheden krijgen om zélf vorm

aan hun leven te geven. En: daar waar nodig moeten

mensen ondersteund worden om hun verantwoordelijkheid

te kunnen nemen.

Decentralisatie

De trend is nu dat cliënten via decentralisatie (WWNV

en Wmo) worden ‘overgeleverd’ aan gemeenten. Bij

gemeenten is nog weinig begrip voor het belang en

de voordelen van zelfregie. Gemeenten denken nog

zeer aanbodgericht. Ik wil – namens de LCR - de stelling

verdedigen dat decentralisatie van de sociale zekerheid

onlosmakelijk verbonden is met het faciliteren van

verantwoordelijkheid aan burgers. Concreet betekent dit

dat zij individueel in een meer gelijkwaardige positie

komen ten opzichte van overheden en dienstverleners.

Zij moeten mogelijkheden hebben om onafhankelijk

advies in te winnen om hun verantwoordelijkheid goed

in te vullen en natuurlijk moeten noodzakelijke voorzieningen

gegarandeerd zijn.

Dit soort zaken mogen niet afhankelijk zijn van de voorkeuren

van gemeenten. Mensen moeten via wetgeving

gefaciliteerd worden om vorm te kunnen geven aan hun

verantwoordelijkheid. Dan kunnen mensen participeren.

En als hun sociale omgeving daar een bijdrage aan kan

leveren, mag die daar best op worden aangesproken.

Maar daar zitten ook grenzen aan, zo afhankelijk mogen

mensen daar niet van worden.

Veel mensen hebben het natuurlijke netwerk niet en

hun omgeving is ook niet altijd in staat om de juiste

steun te geven. Deprofessionalisering van verzorgers en

hulpverleners kan heel goed zijn, maar mensen aan hun

21

ZELF 2012

lot overlaten lost problemen niet op. Het Harrie-voorbeeld

(zie achterzijde) laat zien dat natuurlijke steun

heel goed kan werken, maar wel goed moet worden

georganiseerd. Niet vanuit de zorgvisie, maar participatiegericht

op zowel de mensen als de omgeving waarin

ze functioneren.

Grenzen

Het sterker maken – empowerment - van mensen is

maar een deel van het verhaal en heeft zijn grenzen. De

samenleving moet gericht zijn op participatie. Daar zit

ook de grote twijfel: is onze samenleving daadwerkelijk

bereid om meer mensen te laten meedoen? En is de

plicht die mensen opgelegd krijgen wel te rijmen met

de vrijblijvendheid van onze samenleving om meedoen

mogelijk te maken?

Niet alleen werkzoekenden moeten worden aangespoord

om aan het werk te gaan, ook werkgevers

moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Zij hebben in

die nieuwe samenleving een grote verantwoordelijkheid

om ouderen en mensen met beperkingen in dienst te

nemen. Daarbij moeten we ook aandacht besteden aan

de collega’s op de werkvloer. Ook zij moeten worden

aangesproken om mensen met een beperking en ouderen

als hun collega te accepteren. Het is te gemakkelijk

om alleen werkgevers aan te spreken.

En er zijn gelukkig ook positieve voorbeelden te noemen.

Daar moeten we op voortbouwen. Iedereen is op

zoek naar waardering. Dat geldt voor werkzoekenden

die terecht niet willen worden afgeschilderd als ‘luie

bankzitters’ en voor werkgevers die niet willen worden

betiteld als asociaal. Uiteindelijk is iedereen gebaat bij

een samenleving waarin meer mensen op enigerlei

wijze meedoen."


Onderzoek geeft inzicht in zelfregie

Eigen verantwoordelijkheid:

burger en professional

moeten samen optrekken

22

ZELF 2012

GEZONDHEID EN WERK

Tekst: Rietje Krijnen

Foto: Fotobureau Dijkstra

Het is voor zowel de cliënt als de professional moeilijk om de juiste

balans te vinden tussen zelfregie en de regie door de professional.

Dat blijkt uit het onderzoek ‘Zelfregie gezondheid en werk: onder

constructie’ dat dr. mr. Hans Bosselaar van bureau Meccano en de

Vrije Universiteit voor Welder heeft uitgevoerd.

Van de moderne mens wordt veel gevraagd en vaak is

de vraagstelling tegenstrijdig. Neem een man die door

ziekte niet (meer) kan werken. Aan de ene kant wordt

van deze persoon verlangd dat hij meedenkt in zijn

ziekte-proces. Hoe kan hij ervoor zorgen dat hij beter

wordt en liefst ook: beter blijft. Of hoe kan hij het zo

regelen dat zijn gezondheidsproblemen hem op bepaalde

vlakken niet meer zo beheersen. Dat vraagt zelfinzicht en

deels ook eigen regie. De man moet leren hoe de eigen

beperkingen niet zijn levensbeperkingen worden.

De man moet ook (weer) aan het werk. Zijn baas zit

op hem te wachten. Collega’s zijn het zat om taken van

hem over te nemen. De druk om terug te keren naar de

werkplek wordt ook financieel opgevoerd.

Deze twee ‘belangen’ van één en dezelfde persoon kunnen

op gespannen voet komen te staan: de empowerment

van de man die zorg nodig heeft, is een andere

dan de empowerment van de man die weer aan het

werk moet gaan.

'Cliënten verwachten dat jij ze een bepaalde

richting op wilt sturen. Zij verwachten te

horen te krijgen wat ze moeten doen en

willen in het algemeen ook aansluiten op

jouw verwachtingen.'

Gespannen

In het rapport ‘Zelfregie gezondheid en werk: onder

constructie’ stelt Hans Bosselaar samen met collegaonderzoekers

Catrien Funke en Anneke Huson: "Het

perspectief rond zelfregie en empowerment op het

terrein van re-integratie is duidelijk minder ‘breed’ dan

in de gezondheidszorg. Waar empowerment in de zorg

met name de eigen regie over het leven betreft, is de

richting van zelfregie en empowerment op het terrein

van re-integratie nadrukkelijk bepaald: betaalde arbeid.

Hoe het verkrijgen of behouden van betaalde arbeid

zich verhoudt tot de regie over het leven is kennelijk

van ondergeschikt belang. Empowerment bij reintegratie

lijkt niet de ruimte te laten om vanwege een

ziekte of handicap bijvoorbeeld tijdelijk of gedeeltelijk,

af te zien van (het zoeken naar) betaald werk, of om te

kiezen voor een traject richting vrijwilligerswerk als een

traject richting betaald werk eveneens kansrijk is. En zo

kan in de praktijk de zelfregie en empowerment in de

gezondheidszorg op gespannen voet komen te staan

met die op het terrein van re-integratie."

Een huisarts: "Huisartsen ervaren geen

financiële prikkel om empowerend te werken.

Het systeem, met het verrichtingentarief, is

niet ingericht op empowerende gesprekken

voeren.

Wel op het geven van prikken, ECG’s etc. Dus

vanuit het systeem is er geen erkenning voor

empowerende gesprekken."

Sleutelbegrip

Zelfregie moet het sleutelbegrip zijn, want als de cliënt

meer zeggenschap heeft over het proces van re-integratie,

dan is er een grotere kans op succes.

De re-integratie kan dan effectiever worden genoemd.

De onderzoekers schetsen echter drie grote risico’s die

de omslag naar meer verantwoordelijkheid van de cliënt

bij re-integratie kunnen belemmeren:

- Botsende belangen:

primaat van betaald werk versus de eigen regie bij

de inrichting van het dagelijks leven.

- Rigiditeit van de uitvoering:

de cliënt wordt geacht geheel passend binnen de

uitvoeringscultuur en -werkwijzen te operen.

- Responsibiliserende uitvoering:

zelfregie en empowerment worden ingezet als middel

om te sturen op afstand.


23

ZELF 2012

"In ons werk heb je twee petten

op. Die van uitkeringsverstrekker en

re-integratieconsulent. Dat bijt elkaar,

dagelijks. Het toepassen van het concept

empowerment is lastig."

Voorwaarden

In de casestudie zijn vijf praktijken die werken vanuit het

principe van (het bevorderen van) zelfregie en empowerment

bestudeerd. Het onderzoek komt tot diverse

voorwaarden om dit proces te ondersteunen. De voorwaarden

variëren van concrete informatieverstrekking tot

de ondersteuning van beide partijen om samen tot een

optimale invulling van een re-integratieproces te komen.

Dat dit voor professionals en de cliënt een moeizaam

proces is, heeft veel te maken met het beeld dat de cliënt

en de professional van zichzelf en van elkaar hebben.

Een van de voorwaarden is de aandacht voor een goed

gesprek. In de uitvoeringspraktijk is daar wel aandacht

voor. De vraag is alleen of die aandacht de goede is. De

belangen van de professional en de cliënt staan vaak

haaks op elkaar. Ook de persoonlijke opvattingen van de

professional spelen daarbij een rol.

Een begeleider uit de woonvoorziening van

de cliënt slaagde erin het gesprek op gang te

houden. Zonder haar zou minder informatie

van de cliënt op tafel zijn gekomen. Ze liet op

goede momenten wat ballonnetjes op waar

de cliënt op kon inhaken.

Een andere voorwaarde is de ondersteuning van de client.

Het is in de praktijk gebleken dat de ondersteuning

van de cliënt voorafgaand aan en tijdens het gesprek

van belang is. Is de ondersteuning goed geregeld dan

kan de cliënt een sterkere rol hebben en een betere

gesprekspartner zijn.

'De beleidsstukken over empowerende

werkwijze zijn mooi, in de praktijk is het wel

lastig uit te voeren. De consulenten zijn nog

gewend om heel sturend te werken. Dat is

moeilijk te veranderen.'

Ook de bescherming van de cliënt heeft aandacht

nodig. Door te veel de eigen verantwoordelijkheid te

benadrukken, bestaat het risico dat de cliënt verantwoordelijk

wordt gemaakt voor het falen van een reintegratieproces.

Strakke protocollen en goede klachtenprocedures

zijn van belang. De cliënt moet ook over

kunnen stappen naar een andere professional.

Een vierde belangrijk punt is beleids- en onderhandelingsruimte.

Het is niet altijd in het belang van de cliënt

om werk te aanvaarden waardoor de uitkomst een

succesvolle re-integratie is. Soms is maatschappelijke

participatie belangrijker. Het meten van de maatschappelijke

waarde zou in die zin deel moeten uitmaken van

het wettelijk proces van re-integratie.

Het onderzoek ‘Zelfregie

gezondheid en werk:

onder constructie’ is

uitgevoerd voor Welder.

Welder heeft sinds 1988

een traditie op het toerusten

en empoweren

van mensen met een

gezondheidsvraag via

onafhankelijke informatie

en advies met name

via ICT-voorzieningen.

Van 2008 tot 2011 heeft

Welder samen met

de NVAB het project

‘Sterk naar werk. Ziek

en mondig in de 1e

lijn’ uitgevoerd. Onder

andere op basis daarvan

is het programma ‘Op

eigen kracht werkt. Ziek

en mondig in de zorg’

ontwikkeld.


Ik ben

Van sommige mensen staat vast dat zij zonder begeleiding

niet zelfstandig kunnen werken. Zij komen

in aanmerking voor een jobcoach. Die is succesvoller

als er ook begeleiding wordt gegeven vanuit het

bedrijf. Niet ontzorgen, maar betrekken van de

werkomgeving bij het proces leidt tot een hogere

participatie. Harrie© als oplossing.

Vilans en CNV Jongeren hebben Harrie© in het leven

geroepen om interne begeleiding in bedrijven te stimuleren.

Een Harrie© is een collega die kan dienen als

leermeester, een werkgever die begeleiding biedt en

dichtbij staat. Harrie© staat voor iemand die Hulpvaardig

Alert Realistisch Rustig Instruerend en Eerlijk is.

Harrie-t

Het lijkt alsof een Harrie© altijd een man moet zijn,

maar niets is minder waar. Het kan ook gaan om een

Harrie©t, zo laten de organisaties weten. De persoon

die graag deze rol wil vervullen, moet wel aan een aantal

eisen voldoen. Het begeleiden en ondersteunen van

een collega met een arbeidsbeperking gebeurt tijdens

de dagelijkse werkzaamheden. Een Harrie© werkt op

dezelfde afdeling. Het voordeel is dat die persoon altijd

dichtbij is en een direct aanspreekpunt is.

Kenmerken

Een echte opleiding hoeft de begeleider niet te volgen.

Het is vooral aan het bedrijf om ruimte en tijd te bieden

zodat de begeleiding succesvol kan worden. Het vraagt

wel enkele kenmerken om een goede Harrie© te

kunnen worden: begrip en kennis van de beperking,

24

ZELF 2012

het vermogen om geduldig processen uit te leggen en

te begeleiden. In eerste instantie gaat het vooral om

Wajongeren.

Geen jobcoach

Op het oog lijkt een Harrie© een gewone jobcoach,

maar er zijn duidelijke verschillen. Een Harrie© ziet zijn

collega met een arbeidsbeperking het meest en weet

welke werkinhoud zijn collega heeft. De werkbegeleiding

wordt dagelijks gegeven. In feite gaat het om een

persoon die met meer geduld en ruimte iemand kan

inwerken. Belangrijk is dat Harrie© ertoe bijdraagt dat

de werknemer one-of-us wordt.

Een jobcoach begeleidt het inpassingsproces en alle

betrokkenen daarbij: De werknemer, Harrie©, de

werkgever en de ouders/verzorgers. Harrie© krijgt dus

ook ondersteuning omdat hij misschien niet gewend

is deze werknemers te begeleiding. Is de inpassing

duurzaam, dan kan de jobcoach zich terugtrekken.

Begrip

Zowel Vilans als CNV Jongeren zien dat Harrie© meer

en meer een begrip wordt. Bedrijven die eenmaal op

die manier hebben gewerkt, zijn sneller over de streep

te trekken om nogmaals een Wajongere aan te nemen.

Daarnaast is het een voorbeeld van ‘samen optrekken’

en zaken onderling oplossen. Weliswaar met een beetje

hulp, maar als daardoor meer Wajongeren aan het werk

zijn, is de investering al snel terugverdiend. In de zorg

is ook interesse voor Harrie© om de (arbeidsmatige)

dagbesteding meer participatiegericht te maken.

"Als je als organisatie

openstaat voor een

Wajonger, is 70% van

de succesformule al

bereikt. De collega die

bij ons een Wajonger

begeleidt, is een sociaal

supermens; ze zorgt

voor sturing, controle

en weet de Wajonger

ook met zijn gedrag te

confronteren."

More magazines by this user
Similar magazines