Les 5-7
Les 5-7
Les 5-7
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
Nederlands WIS Woord na woord<br />
Woordenschat Grade 9<br />
<strong>Les</strong> 5-7<br />
Noteer de vetgedrukte woorden in je schrift.<br />
Zet achter elk woord de betekenis; kies daarvoor telkens een andere omschrijving uit de<br />
woordenreeks onder aan deze bladzijde.<br />
Gebruik zo nodig een woordenboek.<br />
<strong>Les</strong> 5<br />
1. Aan het evenement namen ruim driehonderd watersportliefhebbers deel.<br />
2. Alle prijzen zijn exclusief b.tw. en inclusief bediening.<br />
3. De executie van de gevangenen heeft vroeg in de morgen plaats gehad.<br />
4. De Zuidpoolexpeditie heeft haar onderzoekingen deze week beëindigd.<br />
5. Het experiment met de treintaxi is geslaagd.<br />
6. De mijnopruimingsdienst heeft de explosieven onschadelijk gemaakt en<br />
verwijderd.<br />
7. Japan zal minder personenauto' s exporteren en naar de Verenigde Staten.<br />
8. De expositie van beeldhouwwerken heeft veel bezoekers getrokken.<br />
9. Voor de tijd van het jaar is acht graden onder nul een extreem lage temperatuur.<br />
10. Voor de fabricage van de verhuisdozen wordt strokarton gebruikt.<br />
11. Er kwamen steeds minder opdrachten, zodat het bouwbedrijf wel failliet moest<br />
gaan.<br />
12. Het is niet fair om de winnaar na afloop van de wedstrijd geen hand te geven.<br />
13. Mijn broer is een fanatiek beoefenaar van badminton.<br />
14. Een apotheker verkoopt grotendeels farmaceutische producten.<br />
15. Hij kan fascinerend vertellen over zijn trektochten door Nepal.<br />
16. De otter behoort al jaren niet meer tot de fauna van Nederland.<br />
17. Hans heeft de hele avond naar het songfestival gekeken.<br />
18. Ik heb geen fiducie in de vakbekwaamheid van deze elektricien.<br />
19. Bij de filmopnames zijn honderden figuranten ingezet.<br />
20. De vishandelaar vroeg of hij de verse schol moest fileren.<br />
21. De supermarktketen opent in de nieuwbouwwijk een filiaal.<br />
22. Hoe staat de voetbalclub er financieel voor?<br />
Deze leermiddelen zijn alleen voor gebruik op de WIS.<br />
1
Nederlands WIS Woord na woord<br />
Woordenschat Grade 9<br />
<strong>Les</strong> 5-7<br />
zonder / met, erbij inbegrepen / tentoonstelling / (het) maken, vervaardigen / muziekfeest<br />
/onderzoekingstocht door geleerden / personen die een onbetekenende rol vervullen /<br />
uitvoeren /bijwinkel / dierenwereld / niet meer in staat zijn rekeningen te betalen /<br />
geneesmiddelen /ontplofbare stoffen / overdreven enthousiast / eerlijk / wat de geldzaken<br />
betreft / buitengewoon /terechtstellen / belangrijk gebeuren / proef / vertrouwen / dun<br />
uitsnijden / zeer boeiend<br />
Deze leermiddelen zijn alleen voor gebruik op de WIS.<br />
2
Nederlands WIS Woord na woord<br />
Woordenschat Grade 9<br />
<strong>Les</strong> 6.<br />
<strong>Les</strong> 5-7<br />
1. De buitenkant van de meeste meubels bestaat uit een fineerlaag.<br />
2. De uitgekeerde rente is onderdeel van uw inkomen en moet dus worden opgeven<br />
aan de fiscus.<br />
3. De ruiter drukte de sporen in de flanken van zijn rijdier.<br />
4. Het kantoor waar ze werkt, kent geen flexibele werktijden.<br />
5. De foto's in het bezoekerscentrum geven een beeld van de flora van het Zuid-<br />
Hollandse duingebied.<br />
6. Amnesty International heeft de Marokkaanse regering ervan beschuldigd<br />
gevangenen te laten folteren.<br />
7. Inbrekers hebben geprobeerd het slot te forceren.<br />
8. De forensentrein is in de spits overvol.<br />
9. Zet je het kopieerapparaat weer terug op A 4-formaat?<br />
10. De gevechtsvliegtuigen vlogen in gesloten formatie.<br />
11. Hij heeft een fortuin verdiend met het kopen en later weer verkopen van dollars.<br />
12. Fossielen tonen aan dat in dit gebied vroeger een meer is geweest.<br />
13. De bewakingsdienst heeft tot taak de passagiers te fouilleren, voordat zij het<br />
vliegtuig ingaan.<br />
14. In de foyer dronken ze koffie en aten ze een ijsje.<br />
15. De fractie van het CDA vergadert in een kamer in het hoofdgebouw.<br />
16. In het filmfragment kun je zien hoe de auto over de kop vliegt en in de<br />
middenberm belandt.<br />
17. Het frame van je fiets begint roestplekken te vertonen.<br />
18. Het bestelde artikel wordt franco thuisbezorgd.<br />
19. Je moet de brief nog frankeren.<br />
20. Aanwezigheid van voldoende leraren moet voorkomen dat leerlingen bij het examen<br />
kunnen frauderen.<br />
21. Zijn broer is een echte motorfreak.<br />
22. Voordat de graszoden worden gelegd, moet je de grond laten frezen en vlak<br />
maken.<br />
Deze leermiddelen zijn alleen voor gebruik op de WIS.<br />
3
Nederlands WIS Woord na woord<br />
Woordenschat Grade 9<br />
<strong>Les</strong> 5-7<br />
werktuig voor het losmaken en gelijkmaken van de grond / zonder portokosten, gratis<br />
/buizenstelsel; gedeelte zonder stuur, zadel, trappers enz. / verband / grootte /dunne laag<br />
van een duurdere houtsoort / plantenwereld / er een postzegel op plakken /versteende<br />
overblijfselen van plant of dier / iemands kleren doorzoeken /<br />
gezamenlijke vertegenwoordigers (van een partij) in de Tweede Kamer / wisselende,<br />
glijdende /openbreken / belastingdienst / martelen / (voor) mensen die heen en weer<br />
reizen tussen woon- en werkplaats / zeer veel geld / gedeelte /enthousiasteling / zijkanten<br />
van een dier / koffiekamer in bioscoop of schouwburg /afkijken, bedrog plegen<br />
Deze leermiddelen zijn alleen voor gebruik op de WIS.<br />
4
Nederlands WIS Woord na woord<br />
Woordenschat Grade 9<br />
<strong>Les</strong> 7<br />
<strong>Les</strong> 5-7<br />
1. De auto kwam frontaal in botsing met een tegenligger.<br />
2. „Zo'n onleesbaar naambordje is bepaald niet functioneel," zei hij spottend.<br />
3. Zowel de opstal als de fundering van het huis zijn verzekerd tegen brandschade.<br />
4. De beide scholen zullen per 1 augustus fuseren.<br />
5. Hij is door de rechter veroordeeld wegens het dreigen met fysiek geweld.<br />
6. In de galerie hangt een schilderij van Karel Appel.<br />
7. Ik kan u garanderen, dat het onderzoek goed afloopt.<br />
8. De visschotel moet je garneren met blaadjes sia, tomaat en radijs.<br />
9. De herdershond liep geagiteerd heen en weer, nadat hij door zijn baas geslagen<br />
was met de riem.<br />
10. De skiër liep een gecompliceerde beenbreuk op.<br />
11. Twee gedetineerden zijn ontsnapt uit het huis van bewaring in Leeuwarden.<br />
12. Bij de drankwinkel op de hoek is een liter gedistilleerd iets voordeliger.<br />
13. Tante Anne is geenszins van plan te verhuizen.<br />
14. De buurtbewoners hebben gegronde bezwaren ingediend tegen het<br />
verkeerscirculatieplan van de gemeente.<br />
15. Het zoutgehalte van het water van de Dode Zee is zo hoog, dat je vanzelf blijft<br />
drijven.<br />
16. Met een gekarteld mes sneed hij het stokbrood in stukken.<br />
17. De politieagenten gelasten de automobilisten door te rijden.<br />
18. Gelaten lieten de krakers toe dat het kraakpand werd ontruimd.<br />
19. De Cruquius in de Haarlemmermeer is een interessant negentiende-eeuws<br />
stoomgemaal.<br />
20. Hij was niet genegen ons naar het station te brengen.<br />
21. De jongere generatie personenwagens heeft een versnellingsbak met vijf<br />
versnellingen.<br />
22. Natuurlijk is het waar, dat punkers zich niet generen voor hun uiterlijk!<br />
Deze leermiddelen zijn alleen voor gebruik op de WIS.<br />
5
Nederlands WIS Woord na woord<br />
Woordenschat Grade 9<br />
<strong>Les</strong> 5-7<br />
bereid / met afgeronde uitstekels / uitvoering, voorwerpen van een zelfde model /<br />
hoeveelheid, percentage / terechte, geldige / sterke drank / ingewikkelde / aan de<br />
voorkant /nuttig, zinvol / metselwerk in de grond waarop een huis rust / samengaan /<br />
lichamelijk /berustend / gevangenen / verzekeren / bevelen / zich schamen / opmaken /<br />
opgewonden /helemaal niet / ruimte waar kunst wordt tentoongesteld en verkocht<br />
/gebouw met installaties om het waterpeil in een polder te regelen<br />
Deze leermiddelen zijn alleen voor gebruik op de WIS.<br />
6