Lokalisatie van de afwijking in de borst dmv markering (nanocolloid)

sxb.nl

Lokalisatie van de afwijking in de borst dmv markering (nanocolloid)

H.291358.0112

Lokalisatie van de

afwijking in de borst

d.m.v. markering (nanocolloid)

op de afdeling radiologie


Inleiding

U heeft met uw behandelend arts afgesproken dat u wordt

opgenomen voor (o.a.) lokalisatie van de afwijking in de borst door

middel van (nanocolloid) markering op de afdeling radiologie.

Doel van het onderzoek.

Tijdens voorgaande onderzoeken is er een afwijking in uw borst

gevonden. De afwijking is niet te voelen maar is wel op de

röntgenfoto’s of op het echografie onderzoek te zien.

Om de afwijking te markeren wordt er een kleine hoeveelheid

radioactieve stof in de afwijking gespoten. Dit onderzoek is bijna

hetzelfde als het onderzoek dat gedaan is om wat stukjes weefsel uit

de borst te halen.

Tijdens de operatie kan de chirurg de radioactieve stof, die in de

afwijking zit, opzoeken met een apparaatje (detector) en aansluitend

de afwijking verwijderen. Tijdens de operatie wordt er van het

weefsel, dat verwijderd is, nog een foto gemaakt. Dit weefsel wordt

daarna opgestuurd naar het laboratorium om te onderzoeken of de

afwijking volledig is verwijderd.

Voorbereiding op het onderzoek en de operatie

Van het Bureau Patiëntenlogistiek ontvangt u een opnamebrief over

datum en tijd van opname, of u nuchter moet zijn en waar u zich

meldt.

Wat neemt u mee

• patiëntenkaart

• medicijnen die u gebruikt in originele verpakking

• pyjama, ondergoed.

Waar meldt u zich

U meldt zich bij de receptie van het ziekenhuis.

Verloop van het onderzoek

De verpleegkundige van de afdeling brengt u naar de afdeling

radiologie. Afhankelijk van het voorgaande onderzoek wordt de

afwijking onder echogeleide of stereotactisch gemarkeerd. Voor het

onderzoek is het noodzakelijk dat u de bovenkleding uit doet.

Het onderzoek duurt ongeveer 45 minuten.


Echogeleide markering

Dit is een onderzoek met behulp van echografie. De radioloog voert

het onderzoek uit samen met de radiologisch laborant en een

laborant van de nucleaire afdeling.

Met de echotransducer wordt de afwijking in beeld gebracht. De huid

wordt gedesinfecteerd. Er wordt geprikt in de borst, tot in de

afwijking, met een dunne naald waarin een klein dun draadje zit. Het

draadje wordt voorzichtig uit de naald geschoven in de afwijking,

daarna wordt de radioactieve stof in de afwijking gespoten, waarna

de naald wordt teruggetrokken.

Het kleine draadje blijft zitten en tijdens de operatie verwijderd.

Aansluitend worden twee controlefoto’s gemaakt. Van de

radioactieve stof en het kleine draadje heeft u geen last. Daarna

gaat u weer terug naar de verpleegafdeling.

Is het noodzakelijk dat ook de schildwachtklier verwijderd wordt dan

zal er nog een nucleaire scan worden gemaakt.

Stereotactische markering

Hetzelfde toestel waarmee het mammogram is gemaakt, wordt ook

voor dit onderzoek gebruikt.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door de radioloog, twee

radiologisch laboranten en een laborant van de nucleaire afdeling.

U komt met de te onderzoeken borst voor het toestel te zitten. De

laborant legt uw borst op het toestel en drukt de borst aan met een

speciaal plaatje met hierin een vierkante opening. Het is de

bedoeling dat de afwijking ter hoogte van dit vierkantje op de foto te

zien is. Dit is niet altijd makkelijk omdat de afwijking op een moeilijk

te onderzoeken plek kan zitten, bijvoorbeeld wat verder naar de

ribben toe. Daardoor kan het voorkomen dat er een aantal foto’s

gemaakt moeten worden.

Staat de afwijking eenmaal op de foto dan worden er vanuit twee

richtingen foto’s gemaakt.

Als deze foto’s gemaakt zijn is het belangrijk dat u heel stil blijft

zitten.

Uw borst blijft vastgeklemd tussen het toestel. Dit kan wat pijnlijk

zijn. Aan de hand van deze foto’s wordt de juiste diepte van de

afwijking door de computer bepaald en kan er geprikt worden. De

huid wordt eerst gedesinfecteerd. Er wordt geprikt in de borst, tot in

de afwijking, met een dunne naald waarin een klein dun draadje zit.


Het draadje wordt voorzichtig uit de naald geschoven in de afwijking,

daarna wordt de radioactieve stof in de afwijking gespoten waarna

de naald wordt teruggetrokken.

Het kleine draadje blijft zitten en wordt tijdens de operatie verwijderd.

Aansluitend worden twee controle foto’s gemaakt. Van de

radioactieve stof en het kleine draadje heeft u geen last.

Daarna gaat u weer terug naar de verpleegafdeling.

Is het noodzakelijk dat ook de schildwachtklier verwijderd wordt dan

zal er nog een nucleaire scan worden gemaakt.

Uitslag van het onderzoek.

De patholoog-anatoom onderzoekt de stukjes weefsel die de chirurg

verwijderd heeft. Dit onderzoek neemt vijf tot zeven dagen in beslag.

Wanneer de behandelend arts de uitslag heeft zal hij deze met u

bespreken.

Vragen.

Heeft u vragen stel ze gerust aan de radioloog, de laborant of uw

behandelend specialist.

De afdeling Radiologie is telefonisch bereikbaar op werkdagen van

09.00 uur – 12.00 uur

14.00 uur – 16.00 uur

(0523) 276530

More magazines by this user
Similar magazines