Lustrum Magazine - Henny Verhagen Stichting
Lustrum Magazine - Henny Verhagen Stichting
Lustrum Magazine - Henny Verhagen Stichting
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
<strong>Lustrum</strong><strong>Magazine</strong><br />
Deze speciale uitgave verschijnt ter gelegenheid<br />
van het 25-jarig lustrum van de <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong><br />
Eylard van Hall<br />
Droom en werkelijkheid. Over de geschiedenis van de HVS<br />
Annemiek Richters<br />
Rimpelingen in de mainstream<br />
Janneke van Mens-Verhulst<br />
Een (bijzonder) hoogleraar aan elke universiteit<br />
Ine Vanwesenbeeck<br />
Seksuele autonomie bevordert<br />
(psychische) gezondheid van jongeren
<strong>Lustrum</strong><strong>Magazine</strong> <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong> 2
VOORWOORD<br />
De <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong><br />
<strong>Stichting</strong> bestaat 25 jaar!<br />
Een zilveren jubileum vraagt om het<br />
opmaken van een balans en het<br />
verzilveren van de successen. Dat<br />
doet het bestuur van de <strong>Henny</strong><br />
<strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong> (HVS) door<br />
het organiseren van een jubileumsymposium<br />
en het uitbrengen van<br />
dit <strong>Lustrum</strong><strong>Magazine</strong>. We blikken<br />
terug en kijken ook vooral vooruit.<br />
Dit <strong>Lustrum</strong><strong>Magazine</strong> vormt een eerbetoon aan allen die een<br />
steentje hebben bijgedragen aan wat HVS in een kwart eeuw<br />
heeft bereikt. Ook is het een cadeau voor een ieder die geïnteresseerd<br />
is in het werk van de HVS. In de afgelopen 25 jaar<br />
heeft de HVS bijzondere ontwikkelingen mee gemaakt. In 1986<br />
was de oprichting van het toenmalige <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> Fonds<br />
om later omgedoopt te worden tot de <strong>Stichting</strong> VrouwenGezondheidszorg<br />
en weer later tot de huidige <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong>.<br />
Die veranderingen zijn samengegaan met de verandering<br />
van focus van de stichting, namelijk van vrouwengezondheidszorg<br />
en vrouwenhulpverlening naar sekse- en genderspecificiteit<br />
tot het hedendaagse diversiteitsperspectief. In al deze veranderingen<br />
heeft de HVS laten zien dat zij altijd openstaat voor en<br />
meegroeit met nieuwe ontwikkelingen, zonder de eigenheid te<br />
verliezen.<br />
Het belangrijkste werk van de HVS bestaat op dit moment uit<br />
het stimuleren van wetenschappelijk onderzoek en onderwijs<br />
op het gebied van gezondheid(szorg) en diversiteit. Dit doen wij<br />
door de vestiging en continuering van bijzondere leerstoelen, de<br />
uitreiking van een vierjaarlijkse prijssamenwerking met het (G)<br />
Gz-veld en de verdiensten te delen via onze website<br />
www.hennyverhagenstichting.nl. De primaire focus van de HVS<br />
ligt nu op diversiteit met nadruk op de interactie tussen sekse/<br />
gender en etniciteit/cultuur.<br />
Graag delen we met u de geschiedenis en de toekomstverwachtingen<br />
van de HVS door in dit <strong>Lustrum</strong><strong>Magazine</strong> een aantal<br />
prominenten aan het woord te laten. Allereerst leest u een<br />
interview met de oprichter van de stichting, Eylard van Hall,<br />
wiens inspanningen de basis vormen van de huidige HVS.<br />
Aan hem zijn we veel dank verschuldigd. Vervolgens leest u de<br />
interviews met de twee voormalige hoogleraren Annemiek<br />
Richters en Janneke van Mens-Verhulst, gevolgd door de huidige<br />
hoogleraar Ine Vanwesenbeeck. Gevieren leiden zij ons door<br />
de afgelopen 25 jaar, waarbij ieder een bepaalde tijdsperiode<br />
uitlicht. In bevlogen verhalen maken zij ons deelgenoot van hun<br />
ervaringen, met een mooie verwevenheid van het persoonlijke<br />
en het professionele. Met veel passie vertellen ze over hun<br />
invulling van het perspectief van de HVS. De verhalen laten aan<br />
de ene kant zien dat het bereiken van de HVS doelstellingen niet<br />
altijd zonder moeite is gegaan en aan de andere kant gunnen ze<br />
ons een blik op de effecten, de rimpelingen, de kruisbestuivingen<br />
die HVS in de loop der jaren zowel in de academische wereld als<br />
in de zorg teweeg heeft gebracht. Ook geven de geïnterviewden<br />
suggesties voor de toekomst mee. Suggesties die het huidige<br />
bestuur graag ter harte neemt.<br />
Ik wens u veel leesplezier!<br />
Indra Boedjarath<br />
Voorzitter <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong><br />
<strong>Lustrum</strong><strong>Magazine</strong> <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong> 3
<strong>Lustrum</strong><strong>Magazine</strong> <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong> 4<br />
EyLARD VAN HALL<br />
HVF en KWF: Droom<br />
en werkelijkheid 1<br />
Het <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> Fonds (HVF), met daaraan gekoppeld de<br />
<strong>Stichting</strong> Vrouwengezondheidszorg (VGZ), werd in 1986 opgericht<br />
door toedoen van Eylard van Hall, hoogleraar verloskunde<br />
en gynaecologie verbonden aan de Universiteit Leiden (1972-<br />
1997). Het Fonds zou geld moeten gaan verwerven ten behoeve<br />
van projecten op het gebied van vrouwengezondheidszorg.<br />
Dit initiatief paste in een reeks van activiteiten die Van Hall in<br />
de jaren tachtig ontplooide teneinde het gedachtegoed en de<br />
praktijken van de vrouwengezondheidszorg een institutionele en<br />
structurele verankering binnen zijn eigen vakgebied, de verloskunde<br />
en gynaecologie, te geven. Zijn eerste daad in deze was<br />
de start in 1979 van de Werkgroep Psychosomatische Obstetrie<br />
en Gynaecologie (WPOG) binnen de wetenschappelijke beroepsvereniging<br />
voor gynaecologen. In 1982 was hij oprichter/<br />
hoofdredacteur van de Journal of Psychosomatic Obstetrics<br />
and Gynaecology (JPOG). In die periode werd hij ook actief als<br />
bestuurslid in de International Society of Psychosomatic Obstetrics<br />
and Gynaecology (ISPOG). In die hoedanigheid organiseerde<br />
hij het 9e ISPOG congres The Free Woman dat in 1989 in<br />
Amsterdam plaatsvond. In 1991 startte mede door zijn toedoen<br />
de Polikliniek Psychosomatische Gynaecologie en Seksuologie<br />
van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Hij slaagde<br />
erin om hiervoor een structurele subsidie van het ministerie van<br />
Volksgezondheid te verwerven.<br />
Het HVF/<strong>Stichting</strong> Vrouwengezondheidszorg stelde twee leerstoelen<br />
in (zie onder). Later kwam de LUMC-leerstoel gynaecologie<br />
met bijzondere aandacht voor psychosociale aspecten<br />
mede op initiatief van Van Hall tot stand. De WPOG, het JPOG,<br />
de ISPOG, de polikliniek, de LUMC-leerstoel en de <strong>Stichting</strong> Vrouwengezondheidszorg,<br />
die in 2006 werd omgedoopt in <strong>Henny</strong><br />
<strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong>, bestaan tot de dag van vandaag.<br />
De belangrijkste doelstelling van het HVF was het financieel<br />
en daarmee ook ideologisch steunen van projecten en andere<br />
activiteiten op het terrein van de vrouwengezondheidszorg. De<br />
droom was ‘HVF en KWF’ (Kankerbestrijding); als evenwaardige<br />
fondsen voor de financiële ondersteuning van wetenschappelijk<br />
onderzoek en gezondheidszorg. “Het werven van geld werd<br />
een drama”. Het Ministerie van Volksgezondheid gaf een kleine<br />
startsubsidie, maar daar bleef het voorlopig bij. Banken en gezondheidsfondsen<br />
wilden geen geld ter beschikking stellen met<br />
als argument ‘het valt niet binnen onze doelstellingen’. Waar<br />
wel veel geld, vooral onderzoeksgeld, voor beschikbaar was,<br />
waren ziekten zoals kanker en reuma. Maar de farmaceutische<br />
industrie gaf geen geld aan zoiets ‘vaags’ als VGZ. Zo was het<br />
ook uitermate moeilijk geld te verwerven voor de ISPOG wereldcongressen,<br />
waaronder het congres in Amsterdam. Na veel<br />
inspanningen op financieel gebied werd dat congres uiteindelijk<br />
een groot succes.<br />
Er kwamen wel veel aanvragen bij het HVF voor financiële steun,<br />
maar die konden bij gebrek aan geld nauwelijks gehonoreerd<br />
worden. Het weinige geld dat er was ging naar autonome vrouwenhulpverleningsprojecten.<br />
“Het was allemaal heel demotiverend.<br />
Als bestuur waren wij soms de wanhoop nabij. Uiteindelijk<br />
hebben wij gezegd ‘het roer moet om’. Wij besloten toen om<br />
ons te gaan richten op onderwijs, leerstoelen en een prijs. Wij<br />
verwachtten dat dat minder emotionele energie zou kosten. Wij<br />
hebben toen ook de statuten van de <strong>Stichting</strong> veranderd.”<br />
‘het roer moet om’.<br />
In 1992 ging de eerste <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> Prijs (een geldbedrag<br />
en het beeldje ‘Free Woman’ van beeldhouwster Maja van Hall)<br />
naar het vrouwengezondheidscentrum Aletta in Utrecht. De<br />
prijs werd door Hedy D’Ancona (toenmalig minister van WVC)<br />
uitgereikt aan de directeur van Aletta, Marleen Baerveldt. De<br />
tweede <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> Prijs werd in 1996 door minister<br />
Els Borst (VWS) uitgereikt aan Nelleke Nicolai, psychiaterpsychotherapeut<br />
en vrouwenhulpverleenster, na afloop van de<br />
inaugurele rede van Annemiek Richters, hoogleraar vrouwenhulpverlening<br />
vanwege de <strong>Stichting</strong> Vrouwengezondheidszorg. In<br />
2000 werd de derde <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> Prijs wederom uitgereikt<br />
door Hedy d’Ancona, dit keer aan Ineke Wienese, orthopedagoge<br />
bij het psychomedisch centrum Parnassia in Den Haag.<br />
1 Een uitgebreid interview met Van Hall is verschenen in het Tijdschrift voor Genderstudies (Richters A., & Mens, L. van, Van feministisch<br />
gynaecoloog tot behoeder van het zelfbeschikkingsrecht voor ouderen. In gesprek met Eylard van Hall. TvG, 2010, 2, 65-72).
Voorafgaand aan de afscheidsrede van Janneke van Mens-<br />
Verhulst, tweede hoogleraar vrouwengezondheidszorg vanwege<br />
de <strong>Stichting</strong>, werd in 2006 de vierde <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> Prijs<br />
uitgereikt aan Nel Jessurun, transcultureel psychotherapeut/<br />
gezinstherapeut en lid van het IGGZ (Interculturele Geestelijke<br />
Gezondheidszorg), door Ronald May, coördinator intercultureel<br />
management bij Altrecht (geestelijke gezondheidszorg) te<br />
Utrecht. De vijfde <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> Prijs zal in 2011 ter gelegenheid<br />
van het 25-jarig bestaan van de <strong>Stichting</strong> worden uitgereikt.<br />
Dit bestaan wordt gevierd met een symposium voorafgaand aan<br />
de afscheidsrede van Annemiek Richters.<br />
‘Waarom zou er iets<br />
speciaals voor vrouwen<br />
moeten komen?’<br />
In 1995 kon de <strong>Stichting</strong> starten met de eerste leerstoel VGZ.<br />
Het geld voor een aanstelling van de bijzonder hoogleraar voor<br />
0.4 ft voor een periode van vijf jaar kwam van het Ministerie<br />
VWS en het VSB-Fonds Den Haag en omstreken. Het was Van<br />
Hall die deze financiering wist te regelen. De leerstoel werd<br />
ondergebracht bij de polikliniek psychosomatische gynaecologie<br />
en seksuologie van wat toen nog heette het Academisch Ziekenhuis<br />
Leiden (AZL). De leerstoel werd in 2000 omgezet in een<br />
reguliere leerstoel cultuur, gezondheid en ziekte aan het LUMC.<br />
Het heeft veel moeite gekost de nodige toestemming te krijgen<br />
voor het instellen van de leerstoel VGZ in Leiden. Het begon<br />
met de Faculteitsraad die er in een eerste vergadering over dit<br />
thema lang over discussieerde en een besluit uitstelde tot een<br />
volgende vergadering waarin er gestemd zou moeten worden.<br />
Uiteindelijk gaf de Faculteitsraad haar fiat. Toen moest de<br />
Universiteitsraad haar goedkeuring geven. Het waren vooral<br />
de vrouwen die tegen waren. Zij stelden de retorische vraag:<br />
‘Waarom zou er iets speciaals voor vrouwen moeten komen?’<br />
De rector magnificus van de universiteit Lammert Leertouwer,<br />
die tevens de leerstoel vergelijkende godsdienstwetenschap<br />
bezette, nam toen het heft in handen. Hij bracht als argument<br />
in: ‘U zou het toch ook niet leuk vinden als u na een operatie zou<br />
Annemiek Richters en Eylard van Hall bij haar oratie in 1996<br />
Bron: Foto Loek Zuyderduin in Cicero 8 november 1996, nr. 17<br />
merken dat uw baarmoeder verwijderd was zonder dat u daar<br />
van tevoren toestemming voor verleend had’. Dat gaf de doorslag.<br />
De leerstoel mocht er komen. Leertouwer had ooit tegenover Van<br />
Hall de traditie van de Universiteit Leiden gekenmerkt als ‘traditie<br />
met een anarchistische knipoog’. Met zijn inbreng in de discussie<br />
in de Universiteitsraad gaf hij concreet invulling aan die uitspraak.<br />
Toen Van Hall in 1997 afscheid nam als hoogleraar werd hem<br />
door Minister Borst van VWS een emancipatieprijs van 100.000<br />
gulden uitgereikt. Van Hall stelde dit geld ter beschikking voor onderzoek<br />
naar etnische verschillen in het voorkomen van gynaecologische<br />
en verloskundige problemen op de afdelingen verloskunde<br />
en gynaecologie van het Westeinde Ziekenhuis te Den Haag en<br />
het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam, beide ziekenhuizen<br />
met een relatief grote migranten patiëntenpopulatie.<br />
Het instellen van een volgende leerstoel bleek veel moeilijker.<br />
Uiteindelijk kreeg de <strong>Stichting</strong> het verzoek van de Universiteit<br />
voor Humanistiek een nieuw in te stellen leerstoel voor één dag<br />
in de week te ondersteunen. Zij stemde daar graag mee in.<br />
De <strong>Stichting</strong> zou geen financiële verantwoordelijkheid dragen<br />
voor deze leerstoel. De Universiteit Utrecht, waar de beoogd<br />
leerstoelhouder Janneke van Mens-Verhulst een aanstelling had,<br />
was bereid deze te financieren. Van Mens-Verhulst was al aan<br />
de UvH verbonden geweest als bijzonder hoogleraar op de Ribbius<br />
Peletierleerstoel. Deze tweede <strong>Stichting</strong>sleerstoel - ‘Theorie<br />
en praktijk van de Vrouwengezondheidszorg’ - werd na vijf jaar<br />
helaas niet omgezet in een reguliere leerstoel.<br />
Enkele jaren na zijn afscheid als hoogleraar heeft Van Hall het<br />
beheer van de <strong>Stichting</strong> overgedragen aan een nieuw bestuur,<br />
waarvan het secretariaat zetelde bij het NISSO. Daarmee heeft<br />
hij tevens zijn bemoeienis met de <strong>Stichting</strong> geleidelijk aan gestaakt.<br />
Wel is hij met interesse het wel en wee van de <strong>Stichting</strong><br />
blijven volgen. Hij is ervan overtuigd dat de nieuwe start die de<br />
<strong>Stichting</strong> in 2006 heeft gemaakt met de nieuwe naam <strong>Henny</strong><br />
<strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong>, en daaraan gekoppeld de lancering van een<br />
website, een sterke impuls tot vernieuwing gegeven heeft en<br />
grotere bekendheid zal brengen.<br />
Annemiek Richters<br />
<strong>Lustrum</strong><strong>Magazine</strong> <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong> 5
<strong>Lustrum</strong><strong>Magazine</strong> <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong> 6<br />
ANNEMIEK RICHTERS<br />
Rimpelingen in<br />
de mainstream<br />
Annemiek Richters (1945) is druk met de voorbereidingen<br />
van haar afscheid als ik haar ontmoet om te spreken over<br />
haar ervaringen als hoogleraar Vrouwengezondheidszorg<br />
vanwege de <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong> (HVS) bij de universiteit<br />
Leiden, over haar daaropvolgende hoogleraarschap Cultuur,<br />
gezondheid en ziekte bij het Leids Universitair Medisch Centrum<br />
(LUMC) en haar passie voor mensenrechten, met als specifiek<br />
aandachtsveld ‘vrouwen, geweld en gezondheid in de context<br />
van cultuur’. Vorig jaar al ging ze met emeritaat, maar had het<br />
nog zo druk met begeleiding van studenten, promovendi en<br />
haar veldonderzoek, dat ze pas dit jaar tijd maakt voor haar<br />
afscheid, tegelijkertijd met het symposium op 30 september ter<br />
ere van het 25-jarig bestaan van de <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong>.<br />
Na haar emeritaat bleef Richters als gastmedewerker werken<br />
bij de afdeling Public Health en Eerstelijnsgezondheidszorg in<br />
het LUMC en bij het Amsterdam Institute for Social Science<br />
Research (AISSR). Voor haar persoonlijke inzet ontving Annemiek<br />
Richters in 2008 de Corrie Hermann prijs van de Vereniging<br />
van Nederlandse Vrouwelijke Artsen en in 2010 de Koninklijke<br />
onderscheiding ‘Officier in de Orde van Oranje-Nassau’.<br />
Voor 1995 was Annemiek op diverse plekken werkzaam. Zo<br />
deed ze in 1993 voor IPSER (International Institute for Psycho-<br />
Social and Socio-Ecological Research) onderzoek naar de<br />
behoeften van bewoners van het vluchtelingenkamp Kakuma<br />
in Kenia en op verzoek van Artsen zonder Grenzen werkte<br />
ze als traumatic stress program developer in Sarajevo tijdens de<br />
burgeroorlog in voormalig Joegoslavië. Mensenrechten is<br />
een onderwerp waar Annemiek Richters geleidelijk in groeide.<br />
“Mijn proefschrift ’‘De medisch antropoloog als verteller en<br />
vertaler’ ging vooral om gezondheid en gezondheidsbeleving in<br />
de context van allerlei vormen van sociale onrechtvaardigheid<br />
en geweld. Dat presenteerde ik toen niet expliciet als<br />
mensenrechtenthema’s, maar daar gaat het in alle gevallen<br />
wel om.” Richters organiseerde tijdens haar gewoon<br />
hoogleraarschap voor geneeskundestudenten in Leiden vijf jaar<br />
lang het keuzeblok Health and Human Rights. “Ik betrok daarbij<br />
als docent artsen met charisma om te vertellen over hun inzet<br />
voor mensenrechten in verschillende delen van de wereld. En de<br />
studenten lazen drie weken lang elke dag de krant met speciale<br />
aandacht voor schendingen van mensenrechten. Dat leidde<br />
ertoe dat hun kijk op de wereld grondig veranderde.”<br />
Haar interesse in culturele aspecten van de levens van<br />
mensen dateert van haar vroege jeugd. De wetenschappelijke<br />
vertaling daarvan blijkt onder andere uit het onderzoeksproject<br />
‘vrouwen, cultuur en depressie’ eind jaren tachtig van de vorige<br />
eeuw terwijl ze ook medische filosofie doceerde aan de Vrije<br />
Universiteit in Amsterdam. Een paar jaar na haar promotie<br />
werkte ze bij VENA (Vrouwen en Autonomie) in Leiden. Ze<br />
deed een literatuurstudie over vrouwen, cultuur en geweld.<br />
“Ik moest spitten naar literatuur, want die was toen nog erg<br />
schaars. Pas de verhalen over massale verkrachtingen tijdens<br />
de burgeroorlog in voormalig Joegoslavië leidde ertoe dat er<br />
steeds meer geschreven ging worden over vrouwen en geweld<br />
in de context van oorlog. Ook kwam er in de wetenschappelijke<br />
literatuur in die periode eindelijk aandacht voor het wereldwijd<br />
voorkomen van geweld tegen vrouwen in hun dagelijkse leven in<br />
vredestijd.” Sinds eind jaren negentig hield ze zich specifiek bezig<br />
met onderzoek naar het leven van vrouwen in samenlevingen<br />
die door zware conflicten zijn ontwricht, zoals in Tajikistan en<br />
later in Rwanda. In Rwanda is de focus vooral het herwinnen van<br />
menselijke waardigheid in de context van een community-based<br />
sociotherapie programma.<br />
Haar meest recente ervaringen en de bestaande literatuur<br />
op het gebied van geweld tegen vrouwen verwerkte ze in de<br />
Annie Romein-Verschoorlezing die ze in maart 2011 uitsprak<br />
ter gelegenheid van de 100ste verjaardag van Internationale<br />
Vrouwendag. Doorspekt met sprekende praktijkvoorbeelden<br />
raakte de lezing de toehoorders. Tegelijkertijd liet ze de<br />
veerkracht van vrouwen zien en het sprankje hoop dat eruit<br />
spreekt. Iedereen weet wel dat seksueel geweld op grote<br />
schaal voorkomt in oorlogsgebieden, maar de lezing maakte<br />
het geweld bijna tastbaar. “Het verkrachten van vrouwen<br />
wordt in huidige gewelddadige conflicten steeds vaker<br />
ingezet als wapen. Vrouwen zorgen voor de reproductie<br />
en cohesie van de gemeenschap waar zij toe behoren en<br />
zijn het kernsymbool van die gemeenschap. Kwaadaardige
Community-based<br />
programma’s<br />
gericht op sociale<br />
genezing lijken<br />
effectiever te zijn.<br />
verkrachting in oorlogssituaties betekent daarom niet alleen<br />
een aanval op lichaam, ziel en waardigheid van vrouwen,<br />
maar tevens een doelgerichte totale ontwrichting van de<br />
structuur van een samenleving. Er zijn echter ook andere<br />
typen van verkrachting, zoals de lustverkrachting waarin het<br />
vooral gaat om het bevredigen van de behoefte van mannen<br />
aan seks. Wat verkrachting met vrouwen doet, hangt mede<br />
af van de reactie van haar omgeving op dit geweld. Wordt zij<br />
bijvoorbeeld door haar man, familie en dorpsgenoten verstoten<br />
of liefdevol opgevangen”. De vraag is hoe de vrouwen en andere<br />
geweldsoverlevenden het beste door speciaal daarvoor opgezette<br />
programma’s ondersteund kunnen worden in de verwerking<br />
van hun trauma’s en het weer opbouwen van hun leven: “Na<br />
de genocide in Rwanda werd het land overstroomd door<br />
hulpverleners met de intentie op grote schaal voorlichting te<br />
geven over PTSD (Post Traumatic Stress Disorder) en mensen<br />
te trainen in trauma counseling. Dat laatste werd vooral één<br />
op één counseling. Daarmee veranderde er niets ten goede<br />
in de sociale wereld waar mensen zo’n behoefte aan hadden.<br />
Community-based programma’s gericht op sociale genezing lijken<br />
effectiever te zijn. Ik heb Tutsi vrouwen geïnterviewd die zowel<br />
hadden deelgenomen aan een gemengde zelfhulpgroep als aan<br />
een groep met alleen verkrachte vrouwen. Ik vroeg of ze een<br />
verschil konden aangeven. Een van de vrouwen wilde liever in de<br />
gemengde groep (vrouwen, mannen, oud, jong, Tutsi en Hutu bij<br />
elkaar), omdat die mensen dicht bij haar woonden, dus als ze een<br />
probleem had, dan kon ze hen als buren om hulp vragen. In een<br />
gemengde groep zijn er verschillende kwaliteiten aanwezig en<br />
kun je elkaar op verschillende manieren ondersteunen, terwijl in<br />
een gelijkgestemde groep iedereen zwak is (want verkracht). Een<br />
andere vrouw had liever de ‘niet-gemengde’ groep, want daar kon<br />
ze vrijuit over al haar traumatische ervaringen spreken en werd<br />
zij door het groepsproces geleidelijk sterker.”<br />
Wat er in de loop der jaren gebeurd is met de leerstoel bij het<br />
<strong>Lustrum</strong><strong>Magazine</strong><br />
<strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong> 6<br />
LUMC, heeft zijn oorsprong in de inzet van het bestuur van de<br />
HVS. Dat de leerstoel wordt voortgezet is een goed voorbeeld<br />
van hoe de <strong>Stichting</strong> haar doel kan bereiken. “Ik vind het moeilijk<br />
om te zeggen hoe de <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong> nu verder moet<br />
en of ze een zelfstandige stichting moet blijven of wellicht beter<br />
bij een specifieke organisatie ondergebracht moet worden.<br />
Nu heeft het bestuur tentakels in verschillende organisaties,<br />
wat veel kruisbestuiving mogelijk maakt. Wat het lastig maakt<br />
is natuurlijk dat het levend houden van de <strong>Stichting</strong> draait<br />
op mensen die dat weliswaar met passie doen, maar wel in<br />
hun vrije tijd. En dat in deze tijd waar zakelijkheid overheerst.<br />
Het wordt steeds moeilijker bijzonder hoogleraarschappen<br />
te regelen die uit maatschappelijke bewegingen voortkomen.<br />
Als er in reguliere instellingen geen ruimte is, kon de <strong>Stichting</strong><br />
maatschappelijk en wetenschappelijk relevante onderwerpen<br />
via een hoogleraarschap op de kaart zetten. Dan was het aan<br />
die hoogleraar en die betreffende instelling of dat een vervolg<br />
kreeg. Als mijn leerstoel destijds niet was ingesteld, was er<br />
nu zeer waarschijnlijk niet als vervolg daarvan een leerstoel<br />
medische antropologie aan het LUMC geweest. Op bescheiden<br />
schaal hebben veel studenten via mijn leerstoel van de <strong>Henny</strong><br />
<strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong> geprofiteerd. Jonge mensen op zoek naar<br />
de mens achter de ziekte die een medisch-antropologische visie<br />
in hun werk als arts hebben weten te integreren. Het mooiste<br />
is als je als <strong>Stichting</strong> structurele veranderingen bewerkstelligt<br />
en een spin-off krijgt naar de mainstream toe, dat je in die<br />
mainstream kunt inbrengen waar je als <strong>Stichting</strong> voor staat en<br />
op z’n minst een rimpeling teweegbrengt. Het signaleren van<br />
nieuwe ontwikkelingen, lacunes en daarop inspringen op kleine<br />
schaal en kruisbestuivingen voor elkaar krijgen; gedachtegoed<br />
levend houden en zorgen dat het voeten aan de grond krijgt hier<br />
en daar, dat is wat de <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong> zeker moet<br />
blijven doen.”<br />
Diana van den Driessche<br />
Foto Diana van den Driessche<br />
<strong>Lustrum</strong><strong>Magazine</strong> <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong> 7
<strong>Lustrum</strong><strong>Magazine</strong> <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong> 8<br />
JANNEKE VAN MENS-VERHULST<br />
Een (bijzonder)<br />
hoogleraar aan<br />
elke universiteit<br />
Sinds de opkomst van de vrouwenhulpverlening als beweging in<br />
de jaren zeventig van de vorige eeuw, is er heel wat gebeurd in<br />
de gezondheidszorg. De principes van de vrouwenhulpverlening<br />
zijn voor een groot deel geïntegreerd in de reguliere gezondheidszorg.<br />
Waren het in de beginjaren vooral sekseverschillen<br />
waar men zich op richtte, later is er een verschuiving opgetreden<br />
naar gender en diversiteit. Niet alleen lichamelijke en psychische<br />
sekseverschillen spelen in de gezondheidszorg een rol, maar<br />
ook de seksespecifieke context waarin klachten zich hebben<br />
ontwikkeld – en daarbij andere bio-psychosociale verschillen,<br />
zoals iemands leeftijd, etniciteit, opleiding en maatschappelijke<br />
status. Hoe de gezondheidszorg sensitief kan worden gemaakt<br />
voor diversiteit, is een van de speerpunten van het werk van<br />
Janneke van Mens-Verhulst. Na haar studie sociale psychologie<br />
en pedagogiek / andragologie aan de Universiteit van Amsterdam<br />
startte haar loopbaan aan de geneeskundefaculteit van<br />
Universiteit Utrecht, in 1972. Ze gaf trainingen in communicatievaardigheden<br />
en organiseerde ‘praatgroepen’ voor junior<br />
co-assistenten. Ze promoveerde in 1988 met het proefschrift<br />
‘Modelontwikkeling voor vrouwenhulpverlening’. In 1995 werd<br />
Janneke van Mens-Verhulst bijzonder hoogleraar ‘Theorie en<br />
praktijk van de vrouwengezondheidszorg’ aan de Universiteit<br />
voor Humanistiek. Tot 1997 op de Ribbius Peletierleerstoel en<br />
later vanwege de <strong>Stichting</strong> VrouwenGezondheidszorg (nu de<br />
<strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong>).<br />
Haar betrokkenheid bij de vrouwenbeweging lijkt haar oorsprong<br />
te hebben in de tijd dat ze studeerde: emancipatie was ‘hot’ in<br />
de jaren zeventig van de vorige eeuw. “Maar uiteindelijk gaat die<br />
betrokkenheid veel verder terug” vertelt Janneke bij mijn bezoek<br />
aan haar woning in Hilversum: “In 1956 werd mijn moeder weduwe<br />
en verloor ik mijn vader op negenjarige leeftijd. Ik had nog een<br />
broer die niet meer thuis woonde en een oudere zus die nog wel<br />
thuis woonde. In dat vrouwenhuishouden heb ik meegemaakt<br />
hoe mijn moeder worstelde met de regels en vooroordelen die<br />
er in die tijd over vrouwenlevens heersten. Alle dingen die mijn<br />
vader altijd geregeld had, kwamen nu op mijn moeders schouders<br />
terecht. Maar tot het moment van zijn overlijden was zij, zoals<br />
alle vrouwen die in het huwelijksbootje stapten, formeel<br />
handelingsonbekwaam. Ze moest dus bijvoorbeeld nog leren hoe<br />
ze giro’s moest invullen. Ook maakte ik toen mee dat de<br />
kantonrechter mijn moeder opriep in verband met de verdeling<br />
van de erfenis omdat hij haar kans op hertrouwen moest<br />
schatten (alsof ze handelswaar was, denk ik nu). Van die tijd<br />
leerde ik dat het niet verstandig was te vertrouwen op een man<br />
die altijd voor me zou zorgen en dat ik moest zorgen voor eigen<br />
vaardigheden voor het geval ik er alleen voor zou komen te<br />
staan. Later maakte ik zelf mee hoe de controle je als vrouw<br />
volledig uit handen werd genomen. Mijn eerste zwangerschap<br />
was in 1971. De baan waarop ik net had gesolliciteerd kon ik<br />
wel vergeten, want bij de – toen verplichte – medische keuring<br />
bleek dat ik werd afgekeurd omdat ik zwanger was. Zwangerschap<br />
werd namelijk als een ziekte geadministreerd. Verder<br />
schreef de huisarts me toen onmiddellijk pillen voor waarmee<br />
‘de vrucht beter zou innestelen’. Dat vond ik maar raar en ik<br />
besloot die pillen niet te slikken, daarin gesteund door mijn man.<br />
Gelukkig maar. Achteraf bleek het om het DES-hormoon te gaan.<br />
Juist door dat soort ervaringen sloegen de vrouwenbeweging en<br />
de vrouwengezondheidsbeweging dus wel bij mij aan.”<br />
Bij de andragologiestudie (veranderkunde) was men sterk gericht<br />
op emancipatie (hoewel nog niet van vrouwen) en werd veel gebruik<br />
gemaakt van actieonderzoek Daardoor voelde Janneke niet<br />
alleen inhoudelijk maar ook methodologisch de nodige affiniteit<br />
met de vrouwenstudiesbeweging die eind jaren zeventig aan de<br />
universiteit op gang kwam, vooral op initiatief van studentes. Zij<br />
vochten voor meer aandacht voor vrouwen, vrouwenlevens en<br />
sekseverschillen in het curriculum en zochten naar alternatieven<br />
voor de `mannelijke’ onderzoekstradities. Het was echter niet<br />
vanzelfsprekend dat studentes en vrouwelijke docenten daarin<br />
met elkaar optrokken. Zo herinnert Janneke zich nog dat ze in die<br />
tijd als onderdeel van het universitair establishment werd gezien<br />
en om die reden uit een bijeenkomst over moederschap werd<br />
weggekeken. Een vruchtbare relatie tussen vrouwen die actief
waren in de vrouwenhulpverlening en studentes en docentes vrouwenstudies<br />
was ook niet vanzelfsprekend. Maar na 1980 begonnen<br />
vrouwen die actief waren in de vrouwenhulpverlening te zoeken<br />
naar wetenschappelijke onderbouwing van hun aanpak en al bij de<br />
Zomeruniversiteit Vrouwenstudies in 1981 zijn er bijdragen over<br />
hulpverlening van studentes van enkele universiteiten. Geleidelijk<br />
kwam er een coalitie tussen studentes, hulpverleensters en<br />
universitaire medewerksters tot stand die uiteindelijk leidde tot<br />
conferenties, onderzoeksprojecten, werkgroepen, proefschriften<br />
en leerstoelen op het gebied van de vrouwenhulpverlening.<br />
In de loop der jaren vindt er een verschuiving plaats van aandacht<br />
voor sekseverschillen naar gender en diversiteit. Van ‘het<br />
verschil mag er zijn’ dat in de vrouwenhulpverlening speelde, is<br />
er een verschuiving opgetreden naar ‘er zijn verschillen en hoe<br />
ga je ermee om?’. Dat heeft ook consequenties voor de manier<br />
waarop je onderzoek doet. “Verschillen zijn niet statisch en dus<br />
moeten resultaten van onderzoek steeds weer ter discussie<br />
worden gesteld. Eenmaal uitgevoerd onderzoek moet regelmatig<br />
herhaald worden om de dynamiek van de verschillen te volgen.<br />
Het kan echter heel frustrerend zijn om de moeizaam opgebouwde<br />
kennis met wantrouwen te bekijken en je resultaten<br />
steeds ter discussie te stellen, vooral omdat er nog steeds geen<br />
structuur is waarbinnen je herhaaldelijk bepaalde zaken kunt uitzoeken<br />
De bijzondere leerstoelen vanwege de <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong><br />
<strong>Stichting</strong> zijn een stap in de goede richting, naast de structurele<br />
leerstoel van Toine Lagro-Jansen in Nijmegen. Hoe meer hoogleraren<br />
met seksespecifieke en/of diversiteitsbewuste kennis bij<br />
het veld van de gezondheidszorg betrokken zijn (denk aan Marrie<br />
Bekker of Renee Römkens in Tilburg en Liesbeth Woertman in<br />
Utrecht), hoe serieuzer het thema wordt genomen en hoe meer<br />
kans er is om bijvoorbeeld via promoties voet aan de grond te<br />
krijgen in het academisch gedachtegoed.”<br />
Janneke laat haar gedachten gaan over waar het bestuur van<br />
de <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong> zich in de toekomst op zou kunnen<br />
richten. “Je zou willen dat het bestuur meer in gesprek zou<br />
raken met subsidiegevers, zoals ZonMW. En dat het gespreks-<br />
Foto Diana van den Driessche<br />
partner wordt van fondsen en sponsoren, zoals KWF Kankerbestrijding<br />
en de Hartstichting, organisaties die zich bezig houden<br />
met klachten waarbij gender en etniciteit een belangrijke rol<br />
spelen, zoals baarmoederhalskanker, borstkanker en hart- en<br />
vaatziekten. Verder is de tijd nu misschien rijp om een aantal<br />
hoogleraren en lectoren en daarmee hun expertise op het<br />
gebied van sekse, gender, etniciteit en andere diversiteitscategorieën<br />
bij elkaar te brengen. Misschien kan de <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong><br />
<strong>Stichting</strong> een taskforce in het leven roepen voor het maken<br />
van een dergelijke scan? Ik heb dan de fantasie dat er ook een<br />
kenniscentrum op het gebied van geestelijke gezondheidszorg<br />
en maatschappelijke hulpverlening opgezet zou kunnen worden,<br />
voor psychologen en pedagogen, ter aanvulling op het centrum<br />
voor Sekse & Diversiteit in het Medisch Onderwijs aan<br />
de Radboud Universiteit. En dat je aansluit bij het beleid van<br />
Academische Werkplaatsen. Maar ook zou het goed zijn om<br />
meer invloed te krijgen in het onderwijs, door visitatiecommissies<br />
op de invalshoek van de diversiteit te attenderen en experts<br />
voor mogelijke deelname aan te dragen. En dan toch weer te<br />
investeren in postacademisch onderwijs, zoals een aantal jaar<br />
geleden is geprobeerd met de opleiding Gender en Etniciteit in<br />
de hulpverlening, in samenwerking met de RINO. Daarnaast zou<br />
het goed zijn bruggen te slaan. Allereerst tussen generaties:<br />
tussen jonge vrouwen die aan het begin van hun loopbaan in<br />
de gezondheidszorg staan en vrouwen die inmiddels uit het<br />
reguliere arbeidsproces zijn gestapt maar nog wel expertise<br />
hebben op het gebied van gender, etniciteit en hulpverlening. Bovendien<br />
tussen academische en niet-academische organisaties,<br />
zoals universiteiten, hogescholen en WomenInc. En aangezien<br />
het volgend jaar het Europese jaar van de intergenerationele<br />
solidariteit is, zou de <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong> daar mooi bij<br />
kunnen aanhaken. Het mooiste zou overigens zijn om aan elke<br />
universiteit een (bijzonder) hoogleraar te hebben, zodat het gedachtegoed<br />
overal ingebed kan raken in academisch onderwijs<br />
en onderzoek.”<br />
Diana van den Driessche<br />
<strong>Lustrum</strong><strong>Magazine</strong> <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong> 9
<strong>Lustrum</strong><strong>Magazine</strong> <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong><br />
10<br />
INE VANWESENBEECK<br />
Seksuele autonomie<br />
bevordert (psychische)<br />
gezondheid van<br />
jongeren<br />
Ine Vanwesenbeeck (1956) is sinds februari 2011 bijzonder<br />
hoogleraar Seksuele ontwikkeling, Diversiteit en Gezondheid<br />
vanwege de <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong> bij de faculteit Algemene<br />
Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht. Daarmee<br />
is ze weer terug in de academische wereld waar ze tien jaar geleden<br />
uitstapte om fulltime voor de Rutgers Nisso Groep te gaan<br />
werken, dat tegenwoordig, na de fusie van de Rutgers Nisso<br />
Groep met de World Population Foundation RutgersWPF heet.<br />
De leeropdracht van de leerstoel sluit naadloos aan bij haar fascinatie<br />
voor de rol die seksualiteit speelt in de verhouding tussen<br />
mannen en vrouwen.<br />
Tijdens haar studie psychologie kwam ze in aanraking met het<br />
feminisme en volgde ze colleges en werkgroepen bij Nel Draijer<br />
en Aafke Komter. Ine Vanwesenbeeck richtte haar aandacht<br />
op seksualiteit omdat ze steeds meer overtuigd raakte van<br />
de wezenlijke rol die seksualiteit speelt in de gezonde identiteitsontwikkeling<br />
van jongens en meisjes. Het onderwerp van<br />
haar afstudeerscriptie was het ondermijnende karakter van<br />
het romantisch ideaal op status en ambitie van vrouwen: ‘Uit<br />
liefde’ (1982). Direct na haar afstuderen werkt ze bij verschillende<br />
organisaties als onderzoeker, zoals stichting de Maan, de<br />
Mr. A de Graafstichting en later het Nederlands Instituut voor<br />
Seksuologisch Onderzoek (NISSO) en promoveert ze in 1994 op<br />
onderzoek naar sekswerkers. Nel Draijer en Aafke Komter zijn<br />
haar promotoren. Naast haar onderzoeksbanen is ze universitair<br />
docent vrouwenstudies in Tilburg. Bij het NISSO is ze een<br />
aantal jaar verantwoordelijk voor het programma Gender en<br />
Seksualiteit. Als ze in 2001 uit de academische wereld stapt,<br />
wordt ze hoofd van de onderzoeksafdeling bij de Rutgers Nisso<br />
Groep. Ze zet de monitor Seksuele Gezondheid in Nederland<br />
op en is verantwoordelijk voor een aantal jeugdstudies, waaronder<br />
‘Seks onder je 25ste, seksuele gezondheid van jongeren<br />
in Nederland anno 2005’. In 2008 besloot ze een sabbatical<br />
te nemen. Later waren er weer fusieplannen, nu met de World<br />
Population Foundation (WPF). Die fusie was voor haar heel<br />
aantrekkelijk, omdat daarmee ook het internationale aspect in<br />
beeld kwam. In het eerste jaar na haar sabbatical heeft ze de<br />
vrije positie gehad om na te denken over hoe dit internationale<br />
aspect verder ontwikkeld zou kunnen worden. Haar baan als<br />
manager van het internationale onderzoek combineert ze sinds<br />
1 februari met het bijzonder hoogleraarschap dat gefinancierd<br />
wordt door het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Seksualiteit<br />
(FWOS) en GGZ-Eindhoven. In november 2011 zal ze haar oratie<br />
houden en begin volgend jaar zal ook een AIO het onderzoek<br />
gaan doen waarover ze nu nog volop aan het nadenken is. “Dat<br />
is ook meteen het mooie van een hoogleraarschap, zo aan<br />
het einde van je carrière: om van die academische vrijheid te<br />
genieten en na te denken over de invulling van de leeropdracht”,<br />
vertelt Ine Vanwesenbeeck.<br />
“Ik kan niet denken over verhoudingen tussen mannen en<br />
vrouwen zonder meteen aan seksualiteit te denken. Dat is in de<br />
loop der jaren versterkt. Mijn definitie van seksualiteit is heel<br />
breed en bevat ook intimiteit en relaties: seksueel geïnspireerde<br />
sociale interactie of ‘sociaalseksueel verkeren’. Wat ik wil documenteren<br />
is de diversiteit van posities die jongens en meisjes,<br />
mannen en vrouwen hanteren ten opzichte van de heteroseksuele<br />
dubbele moraal ofwel het heteronormatieve paradigma.<br />
Die posities zijn niet vaststaand en kunnen veranderen door<br />
omstandigheden, zoals hun persoonlijke ontwikkeling of andere<br />
partners. Het gaat om interactionele en contextuele aspecten.<br />
Mij gaat het dan vooral om de microdynamiek van menselijk<br />
gedrag: wat gebeurt er tussen mannen en vrouwen, jongens<br />
en meisjes, wanneer ze zich bevinden in een seksueel getinte<br />
interactie en hoe stereotypisch mannelijk of vrouwelijk doen ze<br />
dat. De waarneming is toegespitst op stereotypen: je ziet wat je<br />
verwacht. Die stereotyperingen wil ik ontkrachten, laten zien dat<br />
er veel meer nuances zijn, dat er alternatieve gedragingen zijn.<br />
De realiteit die niet strookt met verwachtingen en vooroordelen<br />
wil ik zichtbaar maken en laten zien dat alternatieve gedragingen<br />
bestaan en dat je anders mag zijn. Dat is best ingewikkeld,<br />
want mensen ontlenen hun identiteit en zelfwaardering juist<br />
vaak aan de mate waarin ze voldoen aan normen en waarden<br />
van groepen waartoe ze behoren of willen behoren. Ik denk dat<br />
het ‘alternatief’ mogen doen een positief effect op de gezond-
Foto Diana van den Driessche<br />
heid kan hebben. Uiteindelijk is het doel om algehele en seksuele<br />
autonomie te bevorderen bij jongens, maar vooral bij meisjes,<br />
zolang het taboe op het seksuele verlangen van meisjes zowel<br />
voor meisjes als voor jongens een negatieve invloed heeft op<br />
een gezonde identiteitsontwikkeling en een gezonde seksuele<br />
verhouding. Ook al realiseer ik me dat de controle over ons leven<br />
maar beperkt is en doordrongen is van culturele normen en<br />
waarden en dat ons handelen en denken door maatschappelijke<br />
verhoudingen worden bepaald.”<br />
“Ik kan niet denken over<br />
verhoudingen tussen mannen<br />
en vrouwen zonder meteen aan<br />
seksualiteit te denken.<br />
In de loop der jaren is er een verschuiving opgetreden van sekse<br />
naar gender en wordt er meer nadruk gelegd op diversiteit<br />
binnen vrouwenstudies. “Gaandeweg ben ik meer gaan kijken<br />
naar verschillen tussen mannen en vrouwen onderling. Enerzijds<br />
om stereotypen af te zwakken en anderzijds om te ontdekken<br />
waarom de ene persoon, of het nu een man of een vrouw is,<br />
wel de mogelijkheid heeft om zich op een bepaalde manier te<br />
manifesteren en een ander niet. Ik wil laten zien dat de verschillen<br />
binnen de seksen groter zijn dan de verschillen tussen de<br />
seksen. Dat bleek ook al in mijn onderzoek naar de situatie van<br />
sekswerkers: het was een heterogene groep vrouwen en in mindere<br />
mate jongens, die met totaal verschillende motieven in de<br />
commerciële seks terecht waren gekomen of daarvoor kozen.<br />
Die trajecten leidden tot totaal verschillende posities in termen<br />
van controle, autonomie, welzijn en gezondheid. Die inzichten<br />
kunnen helpen om te voorkomen dat mensen worden gereduceerd<br />
tot hun sekse of hun seksualiteit. Een ander onderdeel<br />
van diversiteit, etniciteit, vind ik ook belangrijk in het blootleggen<br />
van stereotypen, maar altijd denk ik erover in termen van manvrouwverhoudingen.”<br />
De <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong> bestaat dit jaar 25 jaar. Heeft de<br />
stichting nog bestaansrecht en zo ja, in welke richting denk je<br />
dat de HVS de komende jaren inspanningen zou moeten verrichten?<br />
“Allereerst waardeer ik het zeer dat de <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong><br />
dit keer voor mijn leerstoel seksualiteit geprioriteerd heeft,<br />
gezien de onmiskenbaar centrale rol die dat speelt bij allerlei<br />
aangelegenheden in verband met gender en diversiteit en in het<br />
bijzonder op complexe maar overtuigende manieren gerelateerd<br />
is aan maatschappelijk functioneren en psychische gezondheid.<br />
Seksuele problematiek vormt een belangrijk deel van de hulpvragen<br />
in de GGZ en andersom kan psychische problematiek ook<br />
sterk van invloed zijn op de seksualiteitsbeleving. Ik denk dat de<br />
<strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong> zeker bestaansrecht heeft, omdat<br />
het nog steeds nodig is om vrouwen binnen de universiteit te<br />
ondersteunen en te stimuleren. Wat ik ook erg waardeer aan de<br />
HVS is dat ze open staan voor wat er in het veld gebeurt. Voor<br />
een volgende leerstoel zou ik hen willen aanraden aan te sluiten<br />
bij iemand in het veld en samen met die persoon te werken aan<br />
een leeropdracht en buiten de academische wereld te kijken.<br />
Ik denk dan aan het onderzoeken van multiculturaliteit en het<br />
effect daarvan op de posities van mensen en hun geestelijke en<br />
lichamelijke gezondheid. Daarmee geef je diversiteit en etniciteit<br />
een extra dimensie en het is ook gendered, omdat er een steeds<br />
grotere afstand lijkt te bestaan tussen jongens en meisjes in<br />
termen van schoolprestaties, opleidingen en arbeidsmarktperspectief,<br />
waardoor de kans bestaat dat genderaspecten<br />
uitvergroot worden. En het zou goed zijn te zoeken naar een<br />
vrouw uit een etnische minderheidsgroep om op die manier aan<br />
het stimuleringsbeleid extra vorm te geven. Binnen het academische<br />
veld blijven heeft wel als groot voordeel dat een hoogleraarschap<br />
status geeft en dat kunnen vrouwen aan de universiteit<br />
op dit moment nog heel hard gebruiken. Een alternatief voor een<br />
leerstoel zou een stimuleringsprijs of extra onderzoeksbudget<br />
kunnen zijn om een zittende hoogleraar of andere vrouw binnen<br />
de academische wereld te ondersteunen.”<br />
Diana van den Driessche<br />
<strong>Lustrum</strong><strong>Magazine</strong> <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong><br />
11
<strong>Lustrum</strong><strong>Magazine</strong><br />
Colofon<br />
Uitgave <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong>, september 2011<br />
Teksten Indra Boedjarath. Diana van den Driessche,<br />
Annemiek Richters<br />
Foto’s Diana van den Driessche<br />
Redactie Katja van Vliet, Willy van Berlo en Indra Boedjarath<br />
Eindredactie Katja van Vliet<br />
Vormgeving Heleen ten Voorde<br />
Deze uitgave is mede mogelijk gemaakt door ZonMw en de Dutch Foundation of<br />
Women and Health Research (DFWHR).<br />
De publicatie kan gedownload worden via de website:<br />
http://www.hennyverhagenstichting.nl<br />
De <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong> stimuleert<br />
wetenschappelijk onderzoek en onderwijs op het<br />
gebied van gezondheid(szorg) en diversiteit. Dit doet<br />
zij door een aantal activiteiten zoals de vestiging en<br />
continuering van bijzondere leerstoelen, de uitreiking<br />
van een vierjaarlijkse prijs, samenwerking met het<br />
(G)Gz-veld en een website. Meer informatie vindt u<br />
op onze website: www.hennyverhagenstichting.nl.<br />
© <strong>Henny</strong> <strong>Verhagen</strong> <strong>Stichting</strong>, Utrecht