Het potentieel voor de winning van ... - NHL Hogeschool

nhl.nl

Het potentieel voor de winning van ... - NHL Hogeschool

Een onderzoek naar:

Het potentieel voor de winning van golfslagenergie

Student:

Freerk Dijkstra

Human Engineering

Noordelijke Hogeschool Leeuwarden

in de Noordzee bij Ameland’

Kennis & Innovatie Centrum

Ameland

Begeleiders:

Mevr: G. Porte

Dhr.: K.R. Iepema

Juni 2008


Voorwoord

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Voor u ligt het eindresultaat van mijn afstudeeropdracht naar golfslagenergie voor

Ameland. Dit onderzoek en deze scriptie vormen de afsluiting van mijn studie Human

Engineering aan de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden.

De keuze voor een afstudeeronderzoek op het gebied van duurzame energie is niet

toevallig geweest. In het tweede jaar van mijn opleiding kreeg ik de kans om mee te doen

aan het ‘Frisian Solar Challenge 2006’ project. Het bouwen van, en het varen in een boot

die volledig op de energie afkomstig van de zon een elfstedentocht kan varen heeft mijn

interesse voor duurzame energiebronnen aangewakkerd. Een scriptie schrijven over

relatief nieuwe duurzame energiebronnen zoals golfslagenergie is daarom voor mij een

mooie gelegenheid geweest om deze interesse verder te ontwikkelen.

Ik wil hierbij graag alle personen bedanken die mij geholpen hebben bij het tot

stand komen van deze scriptie.

Freerk Dijkstra

Leeuwarden, juni 2008

Golfslagenergie 2


Abstract

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Dit afstudeeronderzoek richt zich op de winning van golfslagenergie. Het gaat in

het bijzonder om de vraag of er potentie is voor de winning van golfslagenergie uit de

Noordzee bij Ameland. Het doel van het onderzoek is om aan te tonen of golfslagenergie

al dan niet een goede alternatieve, duurzame bron van energie voor het eiland kan zijn.

Daarbij zijn economische of politieke argumenten van ondergeschikt belang. Het

onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Kennis en Innovatiecentrum Ameland.

Door middel van het in kaart brengen van het golfklimaat, het berekenen van het

golfvermogen en het bepalen van omgevingsfactoren is een indicatie gemaakt. De

resultaten laten zien dat het gemiddelde golfklimaat bij Ameland mild is. Het vervolgens

berekende golfvermogen is dan ook laag. Een gemiddeld golfvermogen van 6.18 kW per

meter golfkam bij Ameland ten opzichte van 60 kW/m aan de westkust van het Verenigd

Koninkrijk is een groot verschil. Het is duidelijk dat de Noordzee veel minder

golfslagenergie bevat dan bijvoorbeeld de Atlantische Oceaan.

Desondanks kan 6.18 kW/m nog een behoorlijke hoeveelheid energie leveren. Het

probleem is de winning van de energie. Er zijn op dit moment geen geschikte WECs voor

het milde golfklimaat bij Ameland beschikbaar. Dat komt omdat de markt voor de

winning van golfslagenergie nog in haar kinderschoenen staat. Er zijn nagenoeg geen

WECs commercieel beschikbaar. Er wordt al wel veel onderzoek gedaan en getest met

prototypen. Het kan echter nog wel 10 jaar duren voordat de eerste geschikte WECs voor

Ameland beschikbaar worden. Kortom, het winnen van golfslagenergie uit de Noordzee

bij Ameland is op dit moment nog niet mogelijk maar waarschijnlijk in de toekomst wel.

Golfslagenergie 3


Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1: Inleiding

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

1.0 Inleiding ........................................................................................................................ 6

Hoofdstuk 2: Introductie

2.0 Introductie..................................................................................................................... 7

2.1 Golfslagenergie......................................................................................................... 7

2.2 Energiewinning......................................................................................................... 8

2.2.1 OWC - Oscillating Water Column..................................................................... 8

2.2.2 Overtopping Reservoir....................................................................................... 8

2.2.3 Boeien en Drijvers ............................................................................................. 9

Hoofdstuk 3: Golven en Meten

3.0 Golven & Meten ......................................................................................................... 10

3.1 Golfslag:.............................................................................................................. 10

3.2 Deining:............................................................................................................... 10

3.3 Noordzee golven: ................................................................................................ 10

3.4 Golfklimaat ......................................................................................................... 11

3.5 Golfparameters:................................................................................................... 11

3.6 Meetboei: ............................................................................................................ 12

3.7 Meetlocaties: ....................................................................................................... 13

Hoofdstuk 4: Het golfklimaat

4.0 Golfklimaat ................................................................................................................. 14

4.1 Het gemiddelde golfklimaat.................................................................................... 14

Gemiddelde golfhoogte:............................................................................................ 14

Gemiddelde golfperiode: .......................................................................................... 14

Gemiddelde deining:................................................................................................. 15

4.2 Het bereik................................................................................................................ 15

Bereik van de gemiddelde golfhoogte: ..................................................................... 16

Bereik van de gemiddelde golfperiode: .................................................................... 16

Bereik van de gemiddelde deining:........................................................................... 17

4.3 Seizoenswisselingen ............................................................................................... 17

Seizoensinvloed op golfhoogte:................................................................................ 18

Seizoensinvloed op golfperiode:............................................................................... 19

Seizoensinvloed op deining: ..................................................................................... 20

4.4 Extremen ................................................................................................................. 21

Golfslagenergie 4


Hoofdstuk 5: Energie

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

5.0 Energie ........................................................................................................................ 22

5.1 De energieflux......................................................................................................... 22

5.2 Energieflux per seizoen........................................................................................... 26

Hoofdstuk 6: Locatie en omgevingsfactoren

6.0 Locatie......................................................................................................................... 27

6.1 Omgevingsfactoren ................................................................................................. 28

Vogels: ...................................................................................................................... 28

Scheepvaart:.............................................................................................................. 28

Territoriale wateren:.................................................................................................. 28

Zandwinning: ............................................................................................................ 28

Waterdiepte:.............................................................................................................. 29

Zeebodem:................................................................................................................. 29

Hoofdstuk 7: Scenarioschetsen

7.0 Scenario Schets ........................................................................................................... 30

7.1 Toepassing van de ‘OceanStar’ .............................................................................. 30

7.2 Toepassing van de ‘Surfpower’ .............................................................................. 31

7.3 Toepassing van de ‘Wet EnGen’ ............................................................................ 32

7.4 Toepassing van de ‘Aegir Dynamo’ ....................................................................... 33

7.5 Toepassing van de ‘SeaBased AB’ ......................................................................... 34

7.6 Toepassing van de ‘Pelamis’ .................................................................................. 35

Hoofdstuk 8: Conclusie en aanbevelingen

8.0 Conclusies en Aanbevelingen ..................................................................................... 36

Hoofdstuk 9: Bronnen

9.1 Internet ........................................................................................................................ 41

9.2 Literatuur..................................................................................................................... 42

Hoofdstuk 10: Bijlage

10.0 Bijlage I - 80% bereik ............................................................................................... 43

10.1 Bijlage II – Gebruikte getallen SON......................................................................... 46

10.2 Bijlage III – Inventarisatie WECs............................................................................. 49

Golfslagenergie 5


1.0 Inleiding

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

De toenemende zorg om het klimaat en de leefomgeving hebben tot gevolg dat er

steeds meer initiatieven op het gebied van duurzame energie worden getoond. Eén van

die initiatieven komt van het Kennis- en Innovatiecentrum Ameland (KIA).

Het KIA bestaat op dit moment in de vorm van het Amelander Natuurmuseum. Dit

natuureducatieve informatiecentrum biedt bezoekers veel inzicht in de flora en fauna op

en rond Ameland. Daarbij doet men ook onderzoek naar ecologie en natuur- en

landschapsbeheer. Door een nieuwe bedrijfsformule en de bouw van een nieuw pand

krijgt het museum nog een breder bereik. Bezoekers worden geactiveerd en gestimuleerd

bij natuurbeleving. Het duurzaam omgaan met de natuur en leefomgeving is daarbij

belangrijk. Het gebruiken van duurzame energie is daar een onderdeel van.

Ameland heeft de ambitie om per 2020 in haar eigen energiebehoefte te kunnen

voorzien met behulp van duurzame energie. Het KIA speelt hierbij een rol als educatief

kenniscentrum. Het KIA heeft vooral interesse in innovatieve manieren om duurzame

energie te winnen. Men heeft daarom aan de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden de

opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de mogelijkheden van duurzame

energiewinning uit de Noordzee.

Omdat Ameland een eiland is kan de zee een aantrekkelijke energiebron zijn. Het

gaat hier specifiek om het benutten van golfslagenergie uit de Noordzee. De hoofdvraag

luidt: “Is er potentieel voor de winning van golfslagenergie bij Ameland?”. Het

onderzoek heeft als doel om vast te stellen of golfslagenergie geschikt is als duurzame

energiebron voor Ameland. Centraal staan de vragen ‘hoeveel energie is er beschikbaar?’

en ‘op wat voor manieren kan deze energie gewonnen worden’. Economische en politieke

argumenten zijn buiten deze scriptie gelaten. Als conclusie volgt een antwoord op de

hoofdvraag en er worden een aantal aanbevelingen gedaan.

Nu volgt eerst een introductie op het onderwerp.

Golfslagenergie 6


2.0 Introductie

2.1 Golfslagenergie

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Golfslagenergie is duurzame energie die uit golfslag gewonnen wordt. Het is nog

een relatief onbekende vorm van duurzame energie vergeleken met zonnepanelen en

windenergie. Toch heeft golfslag veel potentie als het gaat om het opwekken van

elektrische energie.

Zeeën en oceanen beslaan ongeveer 70% van de aarde en dat betekent dat veel

landen aan de kust golfslagenergie zouden kunnen benutten. De World Energy Council 1

schat dat het potentieel voor golfslagenergie op de wereld in de buurt van de 2000 TWh

per jaar ligt. De wereld energieproductie ligt op ongeveer 18000 TWh per jaar 2 (2005).

Golfslagenergie kan dus tot zo’n 11% van de wereld energieproductie voor haar rekening

nemen.

Op dit moment worden al volop technieken ontwikkeld die golfslagenergie

absorberen en omzetten in elektriciteit. Men noemt deze apparaten in het engels ‘Wave

Energy Converters’ en men gebruikt ook wel de afkorting ‘WEC’. Ondanks dat er,

hoofdzakelijk in het buitenland, veel research en development wordt uitgevoerd op het

gebied van golfslagenergie is deze vorm van duurzame energie nog niet zo ver gevorderd

als bijvoorbeeld windenergie en zonne-energie.

Commercieel gezien is golfslagenergie dan ook nog niet aantrekkelijk in de meeste

gevallen. De projecten die tot nu toe uitgevoerd zijn worden allemaal in stand gehouden

door middel van subsidies of soortgelijke ondersteunde financiële constructies. Maar de

verwachting is dat golfslagenergie de komende jaren steeds rendabeler gaat worden.

Enerzijds omdat de energieprijzen stijgen en anderzijds omdat de WECs efficiënter

worden en ook goedkoper naarmate er meer verkocht gaan worden. Het hele proces kan

nog wel tien jaren duren maar het winnen van energie uit golven is duidelijk bezig aan

een opmars.

1 Worldenergy.org

2 CIA – The World Fact Book

Golfslagenergie 7


2.2 Energiewinning

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Omdat er verschillende technieken zijn om golfslagenergie te winnen wordt hier

volstaan met de benoeming van basisontwerpen waar veel WECs op gebaseerd zijn.

2.2.1 OWC - Oscillating Water Column

Deze techniek maakt gebruik van een golfbeweging die lucht in een afgesloten

‘ruimte’ samendrukt. Dit wordt vooral toegepast in installaties die op de kustlijn staan.

Figuur 1: OWC - Schematisch

2.2.2 Overtopping Reservoir

Via een tunnel, onderwater, komt de golf de

‘ruimte’ binnen. Aan de bovenkant van de

‘ruimte’ zit een opening die naar een turbine

leidt. De samengedrukte lucht ontsnapt via

deze opening, en dus via de turbine, naar

buiten. De turbine drijft een generator aan

Deze techniek maakt gebruik van de snelheid van golven. Door de golven via een

‘schans’, eigenlijk een soort van kunstmatige kust, omhoog te laten lopen komt het water

in een hoger gelegen reservoir terecht.

Figuur 2: Wave Dragon - Schematisch

voor elektrische energie.

Via een kanaal in de bodem van het reservoir

kan het water weer terug naar de zee. Hierbij

passeert het water een turbine die weer een

generator aandrijft. Op deze manier wordt

elektrische energie opgewekt. Deze techniek

komt als drijvende unit voor maar ook op de

kust is het systeem toepasbaar.

Golfslagenergie 8


2.2.3 Boeien en Drijvers

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Deze techniek maakt gebruik van de op- en neergaande beweging van golven. Een

boei/drijver drijft aan de oppervlakte en deint mee met de golven. De golfenergie kan op

verschillende manieren omgezet worden naar elektriciteit.

• De golfbeweging overnemen met een zuiger die daardoor vloeistof door een

circuit pompt. De onder druk staande vloeistof drijft een generator aan.

• De golfbeweging overnemen met een lineaire generator. Een magneet beweegt op

een neer in een spoel waardoor een spanning wordt opgewekt.

De boeien verschillen sterk in uiterlijk. Het een en ander is afhankelijk van het type

boei. Zo zijn er boeien of drijvers die onder het wateroppervlak zweven, boeien die er net

zo uitzien als een gewone navigatieboei, boeien waar het gehele technische systeem in de

boei zit, boeien waar het technische systeem onder de boei hangt etc.

Meestal zitten de boeien of drijvers met kabels vast aan de zeebodem. Maar het

komt ook voor dat een deel van de boei op de zeebodem staat, vaak de generator, terwijl

de daadwerkelijke drijver zich aan de oppervlakte bevindt. Het is duidelijk dat het

concept van boeien en drijvers zeer diverse uitwerkingen kan hebben.

Figuur 3: Diverse drijvers met o.a de OPT Powerbuoy (links)

Golfslagenergie 9


3.0 Golven & Meten

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

De volgende onderwerpen worden in het belang van de leesbaarheid van dit rapport

nader toegelicht. Sommige termen en begrippen komen later in het rapport terug.

3.1 Golfslag:

Als de wind over een wateroppervlakte waait, ontstaan onder invloed van wrijving

en turbulentie, rimpels in het oppervlak. Er vindt een gedeeltelijke energieoverdracht

plaats van de wind naar het wateroppervlak. Hoe langer de wind het wateroppervlak

beïnvloedt, hoe groter de energie overdracht. Hogere windsnelheden dragen daarbij meer

energie over in dezelfde tijd. De golfhoogte wordt dus bepaald door: windsnelheid en tijd.

Deze windgolven bestaan alleen als de wind waait.

3.2 Deining:

Windgolven kunnen overgaan in deining. Dit gebeurt als gevormde golven het

windgebied verlaten of als de wind gaat liggen. Als de ruimte groot genoeg is dan blijven

de golven intact. Vooral door de zeer geringe demping en de lage inwendige weerstand

kunnen de golven zich over heel lange afstanden verplaatsen zonder veel energie te

verliezen. Vooral op oceanen is dit goed zichtbaar.

Vanwege de enorme oppervlakte van de oceanen zijn er ook golven bij geen of

weinig wind. Deze deininggolven zijn vaak dagen geleden gevormd en hebben lange

golfperioden (>10 seconden). Het voordeel van deining is dat het een vrij constante factor

is. Dit komt omdat het plaatselijk niet uit maakt of er wind staat. Er zijn bijna altijd

golven in de vorm van deining.

3.3 Noordzee golven:

Op de Noordzee komen vooral windgolven voor. Bij weinig wind zijn de golven

laag (4 meter). Er is ook een zeer lichte vorm van

deining aanwezig maar dit stelt niets voor t.o.v. deining op de Atlantische Oceaan.

Vanwege de kleine oppervlakte van de Noordzee hebben de golven minder tijd om zich

te vormen voordat ze op de kust kapot slaan. Ook de waterdieptes zijn gering. Dit

verklaart o.a. de relatief lage golfhoogtes op de Noordzee.

Golfslagenergie 10


3.4 Golfklimaat:

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

De term golfklimaat beschrijft voor een bepaalde plaats wat voor golven er voor

komen. Het zegt bijvoorbeeld iets over de golfhoogte, golfperiode en deining. In een mild

golfklimaat komen minder hoge golfhoogten voor dan bijvoorbeeld in een stormachtig

golfklimaat.

3.5 Golfparameters:

Een golfklimaat is opgebouwd uit golfparameters. De belangrijkste twee parameters

zijn de golfhoogte en de golfperiode. De sinusvorm in figuur 5 laat zien hoe deze twee

parameters zich vertalen in een golf.

De parameters golfhoogte en golfperiode worden verdeeld in de afgeleide parameters:

• Hm0 - Significante golfhoogte in meters

• Tm02 - Gemiddelde golfperiode in seconden

Met deze parameters kan een goed beeld gecreëerd worden van het golfklimaat in

een bepaald gebied. Het golfklimaat of de toestand van het wateroppervlak van een stukje

Noordzee, onder invloed van wind, kan men beschrijven als een opeenvolging van

onregelmatige golven die onderling sterk verschillen qua hoogte en periode. Daarbij

komen ze met een zekere spreiding uit een hoofdrichting die voortdurend verandert,

zowel in tijd als in ruimte.

Figuur 4: Sinus

Tijd

Figuur 5: Meting op willekeurige locatie in de Noordzee

Golfhoogte

Golfslagenergie 11


KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Het is belangrijk te weten dat de waarden van de parameters voor golfhoogten of

golfperioden niet de hoogte of periode van een enkele golf weergeven, maar een indicatie

zijn voor de in een golfveld aanwezige golfhoogten of golfperioden.

Naast de parameters voor golfhoogte en golfperiode is er ook nog een parameter

voor deining: HTE3 - Deining in meters. De parameter HTE3 is niet meetbaar maar

wordt afgeleid uit gegevens van golfhoogte en golfperiode. Er is meestal geen

onderscheid tussen windgolven en deining zichtbaar. Alleen als er geen wind staat, is

deining zichtbaar omdat de deining dan geen onderdeel meer van de windgolven is (zie

ook 3.1.2).

3.6 Meetboei:

Golfparameters komen tot stand met behulp van

meetboeien. Een veel voorkomend type meetboei is de

‘Directional WaveRider’. Rijkswaterstaat gebruikt deze boeien

om gegevens te verzamelen over het plaatselijke golfklimaat.

Er wordt een groot scala aan gegevens gemeten waaronder

golfhoogte, golfperiode en deining.

Volgens gestandaardiseerde methoden worden allerlei

eigenschappen van het bemeten golfveld vastgelegd in golfparameters. De waarden van

de golfparameters worden steeds berekend over een tijdsduur van 20 minuten. Om de

veranderingen van het golfveld goed te kunnen volgen moet deze duur zo kort mogelijk

te zijn. Aan de andere kant wordt de nauwkeurigheid van de berekende golfparameters

beter naarmate de meetduur langer wordt. De gekozen meetduur van 20 minuten is voor

het betreffende meetgebied het optimum tussen nauwkeurigheid en veranderlijkheid.

De golfparameters worden vervolgens gebruikt om allerlei berekeningen en

voorspellingen mee te doen. Dit is vooral belangrijk in het kader van kustverdediging en

overstromingsgevaar. De golfparameters kunnen echter ook gebruikt worden bij het

maken van een indicatie over het golfvermogen van golven.

Figuur 6: WaveRider

Golfslagenergie 12


3.7 Meetlocaties:

9

.

3

.

6

. 7

8

.

.

4

.

5

.

2

.

1

.

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

De meetboeien liggen op negen verschillende meetlocaties in de Noordzee waar al

sinds 1980 constant golfgegevens worden opgemeten. De meetlocaties liggen verspreid

over de hele Noordzeekust van Nederland.

Figuur 7: Meetlocaties RWS

Afkorting Naam locatie Nr.

SON Schiermonnikoog Noord 1

ELD Eierlandse Gat 2

K13 K13a Platform 3

YM6

IJmuiden munitie 4

stortplaats

Tabel 1: Benamingen

MPN Noordwijk meetpost 5

EUR Euro Platform 6

LEG Lichteiland Goeree 7

SWB Schouwenbank 8

SCW Scheur West Wandelaar 9

Meetlocatie Schiermonnikoog Noord (SON) is het dichtst bij Ameland in de buurt

en dus het meest relevant voor het onderzoek. De meetgegevens van meetlocatie SON

kunnen zondermeer gebruikt worden voor het beschrijven van het golfklimaat ten

noorden van Ameland. Navraag bij Rijkswaterstaat heeft dit bevestigd. Alle golfgegevens

in dit rapport zijn afkomstig van SON (zie bijlage 10.1). De betreffende boei ligt op

53º35'44" NB en op 06º10'00" OL. De gegevens gelden voor een diepte van 20 meter.

Golfslagenergie 13


4.0 Golfklimaat

4.1 Het gemiddelde golfklimaat

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Het golfklimaat geeft een indicatie van de omstandigheden waarin een WEC zou

moeten werken. Het golfklimaat bepaalt ook direct hoeveel energie aanwezig is in de

golven. Daarom volgt nu indicatie van het golfklimaat in de Noordzee bij Ameland.

Gemiddelde golfhoogte:

Hm0 in meters

1,4

1,3

1,2

1,1

1

Hm0 per jaar als gemiddelde

0,9

1975 1980 1985 1990 1995 2000 2005

Jaartal

Over een periode van 24 jaar is de gemiddelde golfhoogte 1,17 meter.

Gemiddelde golfperiode:

Tm02 in seconden

5

4,9

4,8

4,7

4,6

4,5

Tm02 per jaar als gemiddelde

4,4

1975 1980 1985 1990 1995 2000 2005

Jaartal

Over een periode van 24 jaar is de gemiddelde golfperiode 4,60 seconden.

Golfslagenergie 14

Hm0

Gem.

Tm02

Gem.


Gemiddelde deining:

HTE3 in meters

0,4

0,3

0,2

0,1

HTE3 per jaar als gemiddelde

0

1975 1980 1985 1990 1995 2000 2005

Jaartal

Over een periode van 24 jaar is de gemiddelde deining 0,28 meter.

4.2 Het bereik

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Golfslagenergie 15

HTE3

Wave Energy Converters werken altijd in een bepaald bereik. Met bereik wordt de

breedte van het golfklimaat bedoeld. Bijvoorbeeld, de WEC werkt optimaal in een

golfklimaat met een Hm0 bereik tussen de 1,5 – 2,5 meter. Hetzelfde geldt ook voor de

golfperiode. De WEC is dan specifiek ontworpen voor dat bereik. Als het golfklimaat

buiten het bereik van de WEC valt dan presteert deze minder goed of het functioneert

zelfs helemaal niet meer.

Om het bereik van het golfklimaat te laten zien wordt gewerkt met de parameters

q10% en q90%. Deze parameters staan voor waarden die respectievelijk 10% en 90% van

de tijd worden overschreden. Binnen deze waarden valt het golfklimaat dat 80% van de

tijd voorkomt, of te wel de meest voorkomende omstandigheden. De hoge en lage pieken

binnen het golfklimaat zijn in het 80% bereik weg gefilterd. Dit is nodig omdat deze

pieken en dalen slechts zelden voorkomen en dus minder belangrijk zijn voor het

werkbereik van een WEC. Het bereik wordt voor de golfparameters Hm0, Tm02 en

HTE3 weergegeven (zie ook bijlage 10.0).

Gem.


Bereik van de gemiddelde golfhoogte:

Hm0 in meters

3

2,5

2

1,5

1

0,5

Hm0 per jaar als q10% en q90%

0

1975 1980 1985 1990 1995 2000 2005

Jaartal

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Golfslagenergie 16

q10%

q90%

De golfhoogte van q10% is gemiddeld 2,18 meter. Voor q90% geldt een

gemiddelde golfhoogte van 0,38 meter. Dit betekent dat het gemiddelde bereik van de

golfhoogten 80% van de tijd zal variëren tussen de 0,38 en 2,18 meter.

Bereik van de gemiddelde golfperiode:

Tm02 in seconden

6,5

6

5,5

5

4,5

4

3,5

Tm02 per jaar als q10% en q90%

3

1975 1980 1985 1990 1995 2000 2005

Jaartal

Gem.

q10%

q90%

De golfperiode van q10% is gemiddeld 5,90 seconden. Voor q90% geldt een

gemiddelde golfperiode van 3,40 seconden. Dit betekent dat het gemiddelde bereik van

de golfperioden 80% van de tijd zal variëren tussen de 3,40 en 5,90 seconden.

Gem.


Bereik van de gemiddelde deining:

HTE3 in meters

0,8

0,7

0,6

0,5

0,4

0,3

0,2

0,1

HTE3 per jaar als q10% en q90%

0

1975 1980 1985 1990 1995 2000 2005

Jaartal

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Golfslagenergie 17

q10%

q90%

De deining van q10% is gemiddeld 0,57 meter. Voor q90% geldt een gemiddelde

deining van 0,05 meter. Dit betekent dat het gemiddelde bereik van de deining 80% van

de tijd zal variëren tussen de 0,05 en 0,57 meter.

4.3 Seizoenswisselingen

In verschillende seizoenen komen verschillende weersomstandigheden voor. Dit is

het best zichtbaar tussen de winter en de zomer. De weersomstandigheden, waarbij de

wind de belangrijkste factor is, beïnvloeden direct het golfklimaat. Seizoenswisselingen

hebben dus invloed op de prestaties van een WEC. Het is daarom belangrijk te weten hoe

seizoenswisselingen het golfklimaat beïnvloeden.

Per parameter wordt een grafiek weergegeven waarin het jaarlijkse gemiddelde

uitgezet is tegen het gemiddelde per maand. Dit maandelijkse gemiddelde vormt een

parabool met een maximum en een minimum. Hieruit is de seizoensinvloed op de

betreffende parameter af te lezen.

Gem.


Seizoensinvloed op golfhoogte:

Hm0 in meters

1,5

1,4

1,3

1,2

1,1

1

0,9

Seizoensinvloed Hm0

0,8

Jan. + Feb. Mrt. + Apr. Mei. + Jun. Jul. + Aug. Sep. + Okt Nov. + Dec.

Maand

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Golfslagenergie 18

Hm0

Gem.

De hoogste waarde van Hm0 komt voor in december en de laagste waarde van Hm0

komt voor in juni, respectievelijk: 1,410 meter en 0,942 meter. In de winter is Hm0 dus

maximaal 1,410 meter en in de zomer minimaal 0,942 meter. De seizoensinvloed kan ook

uitgedrukt worden in een percentage. Het algemene gemiddelde Hm0, 1,17 meter, wordt

hierbij op 100% gesteld. Afhankelijk van het seizoen is het percentage dan hoger of lager

ten opzichte van Hm0.

Hm0 = 1,17

Hm0 max = 1,410

Hm0 min = 0,942

De seizoensinvloed is dus, tussen de winter en de zomer, gemiddeld max. +20% of

-20% ten opzichte van Hm0.

1,17 / 100% = 0,0117

1,410 / 0,0117 = 120,5 % t.o.v. Hm0

0,942 / 0,0117 = 80,5 % t.o.v. Hm0


Seizoensinvloed op golfperiode:

Tm02 in seconden

4,9

4,8

4,7

4,6

4,5

4,4

4,3

Seizoensinvloed Tm02

4,2

Jan. + Feb. Mrt. + Apr. Mei. + Jun. Jul. + Aug. Sep. + Okt Nov. + Dec.

Maand

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Tm02

Gem.

De hoogste waarde van Tm02 komt voor in december en de laagste waarde van

Tm02 komt voor in juli, respectievelijk: 4,820 seconden en 4,228 seconden. In de winter

is Tm02 dus maximaal 4,820 seconden en in de zomer minimaal 4,228 seconden. De

seizoensinvloed kan ook uitgedrukt worden in een percentage. Het algemene gemiddelde

Tm02 van 4,60 seconden wordt hierbij op 100% gesteld. Afhankelijk van het seizoen is

het percentage dan hoger of lager ten opzichte van Tm02.

Tm02 = 4,60

Tm02 max = 4,820

Tm02 min = 4,228

De seizoensinvloed is dus, tussen de winter en de zomer, gemiddeld max. +5% of -8%

ten opzichte van Tm02.

4,60 / 100% = 0,0460

4,820 / 0,0460 = 104,8 % t.o.v. Tm02

4,228 / 0,0460 = 91,9 % t.o.v. Tm02

Golfslagenergie 19


Seizoensinvloed op deining:

HTE3 in meters

0,45

0,4

0,35

0,3

0,25

0,2

0,15

Seizoensinvloed HTE3

0,1

Jan. + Feb. Mrt. + Apr. Mei. + Jun. Jul. + Aug. Sep. + Okt Nov. + Dec.

Maand

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

HTE3

Gem.

De hoogste waarde van HTE3 komt voor in januari en de laagste waarde van HTE3

komt voor in juli, respectievelijk: 0,415 meter en 0,13 meter. In de winter is HTE3 dus

maximaal 0,415 meter en in de zomer minimaal 0,13 meter. De seizoensinvloed kan ook

uitgedrukt worden in een percentage. Het algemene gemiddelde HTE3 van 0,28 meter

wordt hierbij op 100% gesteld. Afhankelijk van het seizoen is het percentage dan hoger

of lager ten opzichte van HTE3.

HTE3 = 0,28

HTE3 max = 0,415

HTE3 min = 0,13

De seizoensinvloed is dus, tussen de zomer en de winter, gemiddeld max. +48% of

-44% ten opzichte van HTE3.

0,28 / 100% = 0,0028

0,415 / 0.0028 = 148,2 % t.o.v. HTE3

0,13 / 0.0028 = 46,4 % t.o.v. HTE3

Golfslagenergie 20


4.4 Extremen

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Tijdens zware stormen kan een Wave Energy Converter blootgesteld worden aan

extreme omstandigheden. De extremen in het golfklimaat bepalen onder andere aan

welke eisen een WEC moet voldoen om de storm te kunnen overleven. Het is dus

belangrijk om te weten welke extremen er bij Ameland voorkomen. De gevonden

extremen kunnen een selectiecriterium zijn bij het zoeken naar een geschikte WEC. De

belangrijkste extreme is die van de golfhoogte. De extremen van Hm0 worden

weergegeven als de kans die ‘1 keer per X jaar’ voorkomt. Voor een WEC is vooral de

periode van 10 tot 100 jaar belangrijk in verband met de levensduur van het apparaat.

De onderstaande grafiek geeft een indicatie van de extreme Hm0 per windrichting.

Het valt op dat de extremen vooral voorkomen bij noordelijke richtingen. Dit is

vanzelfsprekend omdat de golven zich vanuit die richtingen over de hele Noordzee op

kunnen bouwen. Windrichtingen van 220º tot 020º zijn het gunstigst voor de vorming

van hoge golven.

Hm0 (m)

12

10

8

6

4

2

0

0 40 80 120 160 200 240 280 320

Windrichting (º)

10 jaar

10 jaar 100 jaar 1000 jaar 10.000 jaar

1000 jaar

Windrichting in graden

0 10 240 250 260 270 280 290 300 310 320 330 340 350

4,21 3,85 3,69 4,31 4,93 5,3 5,5 5,58 5,65 5,67 5,53 5,27 4,92 4,61

Hm0 in meters eens in de 10 jaar

Golfslagenergie 21


5.0 Energie

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

In dit hoofdstuk wordt berekend hoeveel energie in de golven bij meetlocatie SON

aanwezig is. Dit gebeurt met behulp van de energieflux. De volgende parameters worden

bij de berekeningen gebruikt:

Tabel 2: Symbolen en waarden

Symbool Naam

Waarde

ρ waterdichtheid 1025 kg/m 3

g zwaartekracht 9.81 m/sec 2

π pi 3.141

Hm0 golfhoogte 1.17 meter

Tm02 golfperiode 4.60 seconden

Cg (groep) golfsnelheid (m/s)

λ golflengte (m)

5.1 De energieflux

De energieflux wordt algemeen gebruikt om aan te geven hoeveel energie, in kW

per meter golfkam, een bepaalde locatie aan golfslagenergie te bieden heeft.

Figuur 9: Golfvermogen indicatie

Een voorbeeld van een grote energieflux is te vinden rond de westkust van het Verenigd

Koninkrijk. Het zal geen verrassing zijn dat juist daar veel onderzoek naar

golfslagenergie wordt gedaan.

Golfslagenergie 22


KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Voor Nederland ligt de energieflux indicatie ergens rond de 5.0 – 15.0 kW/m. Dit is

veel lager dan de 60 kW/m die bij het Verenigd Koninkrijk te vinden is. De belangrijkste

reden daarvoor is dat de Noordzee klein is. Tegen de tijd dat de golven energie hebben

opgebouwd is de kust alweer in zicht. Op de oceaan is veel meer ruimte waardoor de

golven zich over een veel langere afstand kunnen ontwikkelen en energie opbouwen voor

ze de kust bereiken.

De energieflux wordt in de volgende formule uitgedrukt:

De formule bevat componenten van kinetische energie en van potentieel energie.

Een golf bevat namelijk energie in de vorm massa (ρ) die zich horizontaal verplaatst met

een bepaalde snelheid (Cg). Ook bevat een golf massa die zich op een bepaalde hoogte

(Hm0) bevindt die door de zwaartekracht (g) weer naar beneden wil.

Om de optimale energieflux te kunnen berekenen moeten zowel de ‘group velocity’

(Cg), golfsnelheid van een groep golven, als de significantie golfhoogte (Hm0) bekend

zijn. Het is verder belangrijk te weten dat Hm0 en Cg beïnvloed worden door de

waterdiepte. De formule voor de energieflux geldt daarom alleen voor ‘diep water’.

Men spreekt over diep water op het moment dat golven niet meer beïnvloed worden

door de waterdiepte. Voor de classificatie diep water geldt als vuistregel: ‘als de

waterdiepte groter is dan de helft van de golflengte’. Aangezien de gemiddelde golflengte

bij Ameland 33 meter is en de beoogde waterdiepte 19 meter, wordt voldaan aan de

vuistregel.

Uitwerking:

Bij een golflengte van 33 meter geldt bij Ameland vanaf 16.5 meter diepte de classificatie

‘diep water’.

Cg

Wd = 0.5 x λ = 0.5 x 33 = 16.5 meter

Vergelijking 1: Energieflux

Golfslagenergie 23


KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Omdat Hm0 al bekend is moet alleen Cg nog bepaald worden om de energieflux

voor diep water te kunnen berekenen. Cg komt voort uit Cp, de phase velocity van golven.

De formule voor Cp:

Uitwerking:

Cp = (9.81 / (2 x 3.14)) x 4.6 = 7.18 m/s

Om van phase velocity Cp naar Cg te komen geldt de volgende formule:

Uitwerking:

Cg = 0.5 x 7.18 = 3.59 m/s

De energie flux wordt dan als volgt berekend:

Uitwerking:

Een energieflux, ook wel golfvermogen genoemd, van 6.18 kW/m komt enigszins

overeen met de verwachte waarde tussen de 5.0 en 15.0 kW/m. Dit geldt dus voor een

waterdiepte vanaf 16.5 meter. De energieflux zal lager zijn bij waterdiepten van minder

dan 16.5 meter.

Cg = 0.5 x Cp

Cg

Vergelijking 2: Phase Velocity

Vergelijking 3: Group Velocity

Vergelijking 4: Energieflux

E = 0.125 x 1025 x 9.81 x 1.17 2 x 3.59 = 6.18 kW per meter

Golfslagenergie 24


KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

De energieflux kan ook bepaald worden met behulp van de tijdsduur dat een

specifiek golfklimaat voorkomt. De volgende tabel laat het aantal uren per jaar zien dat

een specifiek golfklimaat voorkomt. Tabel 3: Golfklimaat in uren per jaar

Tm02

(s)

Uren per jaar

Hm0 (m)

0.1-1 1-2 2-3 3-4 4-5 5-6 6-7

1-2 0 0 0 0 0 0 0

2-3 246 0 0 0 0 0 0

3-4 2299 281 0 0 0 0 0

4-5 1441 1737 61 0 0 0 0

5-6 411 1025 586 19 0 0 0

6-7 85 107 159 159 15 0 0

7-8 15 5 6 27 46 6 0

8-9 4 0 0 0 4 9 2

Het totale aantal uren in de tabel is 8755 wat 99,94% van het totale aantal uren per

jaar is. Het geel gemarkeerde gebied bestaat uit het golfklimaat dat 82% van de tijd

(7183 uren) per jaar voorkomt.

Het golfklimaat in elke cel in de tabel ligt tussen twee waardes, de minimale en de

maximale situatie. Per situatie kan de energieflux worden berekend. Als de minimale en

de maximale energieflux per cel vermenigvuldigd wordt met het aantal uren in de

betreffende cel dan is de minimale en de maximale opbrengst in kWh per jaar bekend.

Als dit voor het gehele geel gemarkeerde gebied wordt uitgevoerd en de waardes voor

zowel de minimale situatie als de maximale situatie apart van elkaar opgeteld worden dan

is de totale minimale en maximale opbrengst per jaar bekend:

• Minimaal: 12760 kWh/m per jaar

• Maximaal: 80997 kWh/m per jaar

Deze getallen representeren de aangeboden energie per meter golfkam die minimaal en

maximaal te verwachten is per jaar binnen het 80% bereik.

Golfslagenergie 25


KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Het gemiddelde tussen het minimale en het maximale resultaat gedeeld door het

totale aantal uren, van het gele gebied, geeft de gemiddelde energieflux per jaar.

Uitwerking:

(12760 + 80997) / 2 = 46879 kWh/m

46879 / 7183 = 6.52 kW/m

De uitkomst van 6.52 kW/m komt redelijk overeen met de gemiddelde energieflux

die eerder is vastgesteld (zie 5.1 vergelijking 4). De aangeboden energie is dan gemiddeld

per jaar binnen het 80% bereik:

• Gemiddeld: 46833 kWh/m per jaar

5.2 Energieflux per seizoen

Als gevolg van de eerder genoemde invloed van seizoenswisselingen op de

golfparameters zal ook de energieflux veranderen per seizoen.

E in kW/m

10

9

8

7

6

5

4

Seizoensinvloed op Energieflux

3

Jan. + Feb. Mrt. + Apr. Mei. + Jun. Jul. + Aug. Sep. + Okt Nov. + Dec.

Maand

Golfslagenergie 26

E

Gem.

De maximale energieflux komt voor in de winter met een waarde van 9.40 kW per

meter golfkam. In de zomer komt de kleinste energieflux voor met een waarde van 3.79

kW per meter golfkam.


6.0 Locatie

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Het kiezen van de juiste locatie voor een WEC is belangrijk. Zo zijn de prestaties

van een WEC (deels) afhankelijk van de omstandigheden op de locatie. Maar ook het

welzijn van flora en fauna moet gewaarborgd blijven. Een locatie moet daarom met zorg

worden gekozen.

Omgevingsfactoren bepalen of een locatie geschikt is voor een WEC. Voorbeelden

van omgevingsfactoren zijn scheepvaartroutes, beschermde gebieden, waterdiepte, de

aanwezigheid van scheepswrakken etc. Daarnaast is er ook een grens van het

Nederlandse grondgebied waar rekening mee moet worden gehouden. De volgende kaart

geeft een overzicht van een aantal omgevingsfactoren:

.

Figuur 10: Omgevingsfactoren

12 mijl grens (22 km)

Scheepvaart route (10 km)

Vogel Habitat (5.5 km)

Eilanden

Scheepswrak

Zandwinning (7.5 km)

Mogelijke WEC locatie

Golfslagenergie 27


6.1 Omgevingsfactoren

Vogels:

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Het is niet per definitie zo dat Wave Energy Collectors problemen opleveren voor

het plaatselijke vogelwelzijn. In hoeverre vogels toch last ondervinden hangt sterk af van

het toegepaste type WEC. Onderwater opgestelde WECs zullen veel minder invloed op

vogels hebben dan grote drijvende pontonachtige WECs.

Desondanks kan, om problemen met de vogelbeschermingrichtlijnen te voorkomen,

ervoor gekozen worden om buiten het vogelbeschermingsgebied te blijven. Dit betekent

wel automatisch dat een toegepaste WEC zich op minimaal 3 mijl afstand van de kust

bevindt.

Scheepvaart:

Het toepassen van een WEC is niet aan te bevelen in scheepvaartroutes i.v.m. de

veiligheid van schepen. De routes liggen ongeveer 10 tot 15 kilometer uit de kust van

Ameland. De route loopt niet parallel met het eiland.

Territoriale wateren:

De territoriale wateren bestrijken het gebied tussen de kust, gerekend vanaf de

laagwaterlijn, en de 12 zeemijl (≈ 22 km) grens. Binnen dit gebied geldt de Nederlandse

rechtspraak. Tot 200 zeemijl uit de kust geldt de economische zone. Dit gebied valt niet

onder de Nederlandse rechtspraak maar Nederland heeft wel recht op de bodemrijkdom

zoals zand en gas.

Hoewel het misschien mogelijk is om een WEC in de economische zone te plaatsen

is dit niet aan te bevelen omdat de afstand tot de kust te groot wordt i.v.m. de kosten van

het leggen van een kabel. Het is daarom het meest voor de hand liggend om een WEC toe

te passen binnen de territoriale wateren.

Zandwinning:

Het toepassen van een WEC is niet wenselijk in zandwinningsgebieden. Een WEC

zit over het algemeen verankerd aan de bodem. Dit kan mogelijk problemen opleveren bij

de veranderende bodemomstandigheden op plaatsen waar zand gewonnen wordt.

Golfslagenergie 28


Waterdiepte:

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Omdat waterdiepte invloed heeft op het golfklimaat is het een belangrijke factor bij

het kiezen van een locatie voor een Wave Energy Converter. De overzichtkaart laat

globaal een indicatie zien van verschillende waterdiepten voor de kust van Ameland. De

gewenste diepte van minimaal 16.5 meter is zeker te vinden op een niet al te grote afstand

van de kust.

Zeebodem:

De zeebodem moet geschikt zijn om een WEC aan te verankeren. Of een locatie

wel of niet geschikt is hangt af van de samenstelling van de zeebodem.

Figuur 12: Bodemsamenstelling

De zeebodem voor de kust van Ameland bestaat hoofdzakelijk uit zand en zwak

grindhoudend zand. Dit biedt over de hele Noordelijke lengte van Ameland prima

mogelijkheden om permanente grondankers toe te passen.

Figuur 11: Waterdiepte

Golfslagenergie 29


7.0 Scenario Schets

7.1 Toepassing van de ‘OceanStar’ 3

Gegevens:

• Breedte ponton: 50 meter

• Rendement: 25%

• Max. vermogen: 500 kW

• Type: Overtopping (zie 2.2.2)

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

De OceanStar is een brede overtopping WEC. De golven slaan over de schans langs

de turbines. De rotors draaien door de stroming, wat energie oplevert. De volgende

indicatie laat zien hoe de OceanStar bij Ameland zou presteren.

Bij een nominaal golfvermogen van 6.18 kW/m is de aangeboden energie over een

breedte van 50 meter:

6.18 kW x 50 m = 309 kW

Bij een rendement van 25% is het geabsorbeerde vermogen:

309 x 0.25 = 77 kW

Als de OceanStar 90% van de tijd (330 dagen per jaar) operationeel is dan levert deze:

77 kW x 24 x 330 = 609840 kWh per jaar

Een gemiddeld huishouden gebruikt in Nederland ongeveer 3500 kWh per jaar. Een

OceanStar produceert elektrische energie voor een x aantal huishoudens:

609840 / 3500 kWh ≈ 174 huishoudens

3 Bourneenergy.com

Golfslagenergie 30


7.2 Toepassing van de ‘Surfpower’ 4

Gegevens:

• Breedte ponton: 25 meter

• Rendement: 18%

• Max. vermogen: 275 kW

• Type: Drijver (zie 2.2.3)

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Door de golfbeweging pompt de SurfPower water onder hoge druk naar het

vasteland. Hier wordt het onder druk staande water gebruikt om elektriciteit mee op te

wekken. De volgende indicatie laat zien hoe de SurfPower bij Ameland zou presteren.

Bij een nominaal golfvermogen van 6.18 kW/m is de aangeboden energie over een

breedte van 25 meter:

6.18 kW x 25 m = 154 kW

Bij een rendement van 18% is het geabsorbeerde vermogen:

310 x 0.18 = 28 kW

Als de SurfPower 90% van de tijd (330 dagen per jaar) operationeel is dan levert deze:

28 kW x 24 x 330 = 221760 kWh per jaar

Een gemiddeld huishouden gebruikt in Nederland ongeveer 3500 kWh per jaar. Een

SurfPower produceert elektrische energie voor een x aantal huishoudens:

221760 / 3500 kWh ≈ 63 huishoudens

4 Surfpower.ca

Golfslagenergie 31


7.3 Toepassing van de ‘Wet EnGen’ 5

Gegevens:

• Breedte ponton: 5 meter breed

• Rendement 28%

• Max. vermogen: 20 kW

• Type: Drijver (zie 2.2.3)

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

De Wet EnGen bestaat uit een ponton die vast zit aan een lans. Door het

drijfvermogen van de ponton ontstaat een op- en neergaande beweging. Deze beweging

wordt omgezet in elektrische energie. De volgende indicatie laat zien hoe de Wet EnGen

bij Ameland zou presteren.

Bij een nominaal golfvermogen van 6.18 kW/m is de aangeboden energie over een

breedte van 5 meter:

6.18 kW x 5 m = 31 kW

Bij een rendement van 28% is het geabsorbeerde vermogen:

31 x 0.28 = 8.7 kW

Als de Wet Engen 90% van de tijd (330 dagen per jaar) operationeel is dan levert deze:

8.7 kW x 24 x 330 = 68904 kWh per jaar

Een gemiddeld huishouden gebruikt in Nederland ongeveer 3500 kWh per jaar. Een Wet

Engen produceert elektrische energie voor een x aantal huishoudens:

68904 / 3500 kWh ≈ 19 huishoudens

5 Waveenergytech.com

Golfslagenergie 32


7.4 Toepassing van de ‘Aegir Dynamo’ 6

Gegevens:

• Diameter boei: 3 meter

• Rendement: 93%

• Max. vermogen: 50 kW

• Type: Boei (zie 2.2.3)

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

De Aegir Dynamo is een boei. De verticale beweging van de golven wordt

rechtstreeks omgezet in elektriciteit. Men claimt hierbij een omzettingsrendement te

halen van 93%. De volgende indicatie laat zien hoe de Aegir Dynamo bij Ameland zou

presteren.

Bij een nominaal golfvermogen van 6.18 kW/m is de aangeboden energie over een

diameter van 3 meter:

6.18 kW x 3 m = 18.5 kW

Bij een rendement van 93 % is het geabsorbeerde vermogen:

18.5 x 0.93 = 17.2 kW

Als de Aegir 90% van de tijd (330 dagen per jaar) operationeel is dan levert deze:

17.2 kW x 24 x 330 = 136558 kWh per jaar

Een gemiddeld huishouden gebruikt in Nederland ongeveer 3500 kWh per jaar. Een

Aegir Dynamo produceert elektrische energie voor een x aantal huishoudens:

136558 / 3500 kWh ≈ 39 huishoudens

6 Oceannavitas.com

Golfslagenergie 33


7.5 Toepassing van de ‘SeaBased AB’ 7

Gegevens:

• Doorsnede boei: 4 meter

• Rendement: 20%

• Max. vermogen: Onbekend

• Type: Drijver (zie 2.2.3)

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

De SeaBased AB bestaat uit een drijver die verbonden is aan een gefixeerde

generator die op de bodem staat. De drijver beweegt mee met de golven. Die beweging

wordt via de kabel overgebracht naar de generator. De volgende indicatie laat zien hoe de

SeaBased AB bij Ameland zou presteren.

Bij een nominaal golfvermogen van 6.18 kW/m is de aangeboden energie over een

diameter van 4 meter:

6.18 kW x 4 m = 24.7 kW

Bij een rendement van 20% is het geabsorbeerde vermogen:

24.7 x 0.20 = 5 kW

Als de SeaBased AB 90% van de tijd (330 dagen per jaar) operationeel is dan levert deze:

5 kW x 24 x 330 = 39600 kWh per jaar

Een gemiddeld huishouden gebruikt in Nederland ongeveer 3500 kWh per jaar. Een

SeaBased AB produceert elektrische energie voor een x aantal huishoudens:

39600 / 3500 kWh ≈ 11 huishoudens

7 Seabased.com

Golfslagenergie 34


7.6 Toepassing van de ‘Pelamis’ 8

Gegevens:

• Lengte: 140 meter

• Max. vermogen: 750 kW

• Type: Onbekend

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

De Pelamis is ontworpen voor de oceanen. Het beoogde nominale golfvermogen

(55 kW/m) is dan ook veel hoger dan die van de Noordzee bij Ameland (6.18 kW/m). Nu

volgt een indicatie hoe de Pelamis in de Noordzee bij Ameland zou presteren.

Tpow = 0.857 x Tpeak = 0.857 x 4.6 = 3.94 s

Tpow staat voor de Power Period (s). Tpeak is de dominante golfperiode (s).

De Power Matrix laat de opbrengst van de Pelamis zien per Tpow en golfhoogte. Bij

Ameland is de Tpow 3.94 (s) en Hsig 1.17 (m). Deze waarden vallen buiten de matrix wat

betekent dat de Pelamis ‘idle’ zou zijn, of te wel geen energie opwekt.

8 Pelamiswave.com

Golfslagenergie 35


8.0 Conclusies en Aanbevelingen

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Het golfklimaat is in kaart gebracht, de omgevingsfactoren zijn verkend en de

energiecapaciteit van de Noordzee bij Ameland is berekend. Alle gegevens zijn bekend

om de hoofdvraag te kunnen beantwoorden:

• “Is er potentieel voor de winning van golfslagenergie bij Ameland?”

Het golfklimaat is de belangrijkste factor bij het beantwoorden van deze vraag. Het

bepaalt hoeveel golfslagenergie er beschikbaar is. Aan de hand van de metingen op

meetlocatie SON is vastgesteld dat het gemiddelde golfklimaat voor Ameland is

opgebouwd uit de volgende waarden: Hm0 = 1.17 meter, Tm02 = 4.60 seconden en

HTE3 = 0.28 meter. Dit resulteert in een gemiddeld golfvermogen van 6.18 kW/m.

In de wereld van de golfslagenergie valt een gemiddeld golfvermogen van 6.18

kW/m onder de classificatie ‘laag’. De meerderheid van de WECs die ontwikkeld

worden, werken allemaal met een nominaal golfvermogen vanaf 10 kW/m. De reden

hiervoor heeft vooral een economische achtergrond. Het is commercieel (nog) niet

haalbaar om WECs rendabel te krijgen in een golfklimaat met lage golfvermogens.

Omdat dit onderzoek geen economische inslag heeft is het potentieel van

golfslagenergie voor Ameland vooral belangrijk in de zin van golfvermogen. Een

gemiddeld golfvermogen van 6.18 kW/m levert op jaarbasis (8760 uren) 54 MWh aan

golfslagenergie per meter golfkam. Op elke meter golfkam wordt genoeg energie

aangeboden voor 15 huishoudens (per huishouden 3500 kWh per jaar). Ondanks het lage

golfvermogen is dit nog steeds een aanzienlijke hoeveelheid energie.

Het golfvermogen kan per seizoen sterk variëren. Dit komt omdat

seizoenswisselingen invloed hebben op de golfparameters. Hm0 kent een fluctuatie van

max. +20% en -20% ten opzichte van het jaarlijkse gemiddelde. Tm02 kent een fluctuatie

van max. +5% en -8% ten opzichte van het jaarlijkse gemiddelde. HTE3 fluctueert het

sterkst met max. +48% en -44%.

Golfslagenergie 36


KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Het golfvermogen schommelt hierdoor mee met de verandering van de seizoenen.

Dit is een logisch gevolg van de verschillende weersomstandigheden per seizoen. De

fluctuaties geven een goede indicatie van het gemiddelde golfklimaat dat minimaal en

maximaal te verwachten is.

Door deze minima en maxima uit te drukken in golfvermogen wordt duidelijk

hoezeer het golfvermogen daadwerkelijk verandert per seizoen. In verband met het

toerisme op Ameland is het verschil tussen zomer en winter het interessantst. Het

minimale golfvermogen in de zomer is 3.79 kW/m terwijl het maximale golfvermogen in

de winter 9.40 kW/m is. Uitgaande van deze twee uitersten valt te concluderen dat de zee

in de zomer veel minder energie heeft te bieden dan in de winter.

De genoemde golfvermogens gelden alleen in diepwater. Ondiep water beperkt de

golfsnelheid Cg waardoor het golfvermogen afneemt. De minimale diepte waarbij de

golfsnelheid niet beperkt wordt is daarom gesteld op 16.5 meter. Een waterdiepte van

meer dan 16.5 meter zal een gunstig effect hebben op het golfvermogen. Dit is echter pas

merkbaar wanneer het water tientallen meters diep is. Omdat de golfparameters gemeten

zijn bij een waterdiepte van 20 meter wordt deze diepte als ideaal beschouwd. Enkele

meters diepteverschil zullen naar verwachting echter geen merkbaar effect hebben op de

prestaties van een WEC.

Naast de waterdiepte zijn er nog een aantal factoren die belangrijk zijn bij de locatie

keuze. Het is aan te bevelen een WEC buiten scheepvaartroutes, vogelhabitatten, en

zandwinningsgebieden te plaatsen, maar binnen de territoriale wateren. Een mogelijke

locatie ligt daardoor op minimaal 5.5 kilometer en maximaal op 22 kilometer afstand van

het eiland. Dicht bij het eiland is gunstig in verband met het leggen van een onderzeese

elektriciteitskabel. Verderaf van het eiland is gunstig door het voorkomen van grotere

golfvermogens. Een mogelijke locatie ligt tussen de vogelhabitat en een

zandwinningsgebied op een afstand van minimaal 5.5 kilometer en maximaal 7.5

kilometer.

Golfslagenergie 37


KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Als de WECs uit de scenarioschets in het golfklimaat bij Ameland geplaatst worden

op de eerder genoemde locatie, dan geeft dat een indicatie van de mogelijkheden van

golfslagenergie voor Ameland.

Genoemde WECs zijn allen prototypen behalve de Pelamis. De gebruikte getallen in de

kolom ‘ideaal’ zijn daarom schattingen. Alleen van de SurfPower en de Pelamis zijn

fabrieksgegevens beschikbaar en toegepast.

Aan de hand van tabel 4 kan geconcludeerd worden dat de opbrengsten van de

genoemde WECs vrij laag zullen zijn in het golfklimaat bij Ameland. De WECs zijn

ontworpen voor een golfklimaat die in de tabel ‘ideaal’ wordt genoemd. Het is duidelijk

dat dit ideale golfklimaat niet voor elke WEC aanwezig is voor de kust van Ameland.

Vooral grote WECs zoals de OceanStar, Pelamis en de SurfPower zullen naar

verwachting aanzienlijk onder hun eigen kunnen presteren. De kleinere WECs zoals de

Aegir Dynamo, Wet EnGen en de SeaBased AB komen beter tot hun recht. Het verschil

tussen de opbrengsten in het ideale golfklimaat en het golfklimaat bij Ameland is bij deze

WECs gering. Zowel economisch als technisch gezien, o.a. terugverdientijd en

werkefficiëntie, is het gunstig dat een WEC zo goed mogelijk in het beoogde golfklimaat

past. Ondanks dat de kleine WECs veel minder opbrengen dan de grote WECs zijn de

kleintjes wel de beste optie voor Ameland. Door het toepassen van meerdere kleine

WECs is de productiecapaciteit overigens vrij gemakkelijk te verhogen.

* fabrieksopgave

Opbrengst in MWh per jaar Opbrengst in aantal huishoudens

(3500 kWh)

Ameland Ideaal Ameland Ideaal

OceanStar 610 1796 174 513

SurfPower 222 1000 * 63 285

Aegir Dynamo 136 180 38 51

Wet EnGen 69 72

Tabel 4: Opbrengst WECs

19 21

SeaBased AB 40 63 11 18

Pelamis 0 2700 *

0 771

Golfslagenergie 38


KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Een WEC die speciaal ontworpen of geconfigureerd is voor een bepaald

golfklimaat, zoals dat bij Ameland, zal naar verwachting het beste presteren. Voor de

ideale Amelander WEC gelden een aantal aanbevelingen.

Het is aan te bevelen om een WEC te plaatsen die geconfigureerd is voor het 80%

bereik (zie 4.2). Hierdoor zal de WEC het meest efficiënt kunnen werken. Het 80%

bereik is als volgt opgebouwd: 0.38 ≥ Hm0 ≤ 2.18 m, 3.4 ≥ Tm02 ≤ 5.9 s en 0.05 ≥ HTE3

≤ 0.57 m.

De WEC moet bestand zijn tegen extreme omstandigheden binnen het golfklimaat.

De WEC hoeft niet werkzaam te zijn tijdens deze omstandigheden maar moet dit wel

kunnen overleven. Voor de kust van Ameland geldt dat een WEC eens in de 10 jaar een

Hm0 van 5.67 meter moet kunnen overleven, en eens in de 100 jaar een Hm0 van 7.41

meter. Deze waardes zijn theoretische schattingen en gelden voor de ideale waterdiepte

van 20 meter.

De golven binnen het 80% bereik komen uit een richting tussen de 240 – 60 graden.

Sommige WECs moeten zodanig gepositioneerd worden dat ze recht in de baan van de

golven liggen. In die situatie is het verstandig om een WEC zodanig te positioneren dat

golven uit de richting 240 – 60 graden optimaal benut worden.

Tot slot het antwoord op de hoofdvraag.

Ondanks dat het golfvermogen bij Ameland vrij laag is, vergeleken met

bijvoorbeeld de westkust van het Verenigd Koninkrijk, is er een aanzienlijke hoeveelheid

energie beschikbaar. Het vinden van een goede locatie zal ook weinig problemen

opleveren aangezien er genoeg ruimte is binnen de gestelde voorwaarden. Er is dus zeker

potentieel voor het winnen van golfslagenergie bij Ameland.

Golfslagenergie 39


KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Het enige obstakel daarbij is de winning zelf. Er zijn op dit moment nagenoeg geen

WECs commercieel beschikbaar voor het betreffende golfklimaat. Van de genoemde

WECs is alleen de Pelamis commercieel op de markt te verkrijgen. Dit komt omdat de

markt voor golfslagenergie behoorlijk achter loopt vergeleken met bijvoorbeeld

windenergie. De ontwikkelingen gaan weliswaar snel en er wordt veel onderzoek gedaan

maar het kan nog wel 10 jaar duren voordat golfslagenergie op hetzelfde niveau is als

windenergie.

Op dit moment is het dus nog niet mogelijk om golfslagenergie te winnen bij

Ameland. Het is echter aan te bevelen om de ontwikkelingen op gebied van

golfslagenergie goed in de gaten te houden. Naar verwachting zal op de lange termijn een

WEC commercieel beschikbaar komen die ontworpen is voor de omstandigheden zoals

die bij Ameland. Het is wellicht ook mogelijk om Ameland als testlocatie aan te bieden

aan bedrijven die WECs ontwikkelen zodat op een kortere termijn toch golfslagenergie

uit de Noordzee benut kan worden (zie ook 10.2 Bijlage III - Inventarisatie WECs).

Zowel in de toekomst als in de nabije toekomst, zijn er zeker mogelijkheden voor

de winning van golfslagenergie uit de Noordzee bij Ameland.

Golfslagenergie 40


9.0 Bronnen

9.1 Internet:

• www.golfklimaat.nl Database van Rijkswaterstaat

• www.worldenergy.org World Energy Council

• www.cia.gov Fact Book van de CIA

• www.wavegen.co.uk OWC Limpet

• www.wavedragon.net Wave Dragon

• www.oceanpowertechnologies.com OPT Powerbuoy

• www.wave-energy.centre.org Promotie van golfslagenergie

• www.actuelewaterdata.nl Actuele waterdata MVW

• peswiki.com Pure Energy Systems

• www.eu-oea.com European Ocean Energy Association

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

• www.carbontrust.co.uk Organisatie t.b.v. terugbrengen CO2 uitstoot

• www.emec.org.uk European Marine Energy Centre

• www.seafriends.org.nz Informatie over zeeën, golven etc.

• www.vlaamsehydrografie.be Golftheorie

• www.coastal.udel.edu University of Delaware Coastal Research

• www.zeeinzicht.nl Digitale encyclopedie

• www.hmc-noordzee.nl Hydro Meteo Centrum RWS

• www.watermarkt.nl Kust en Zeebodem RWS

• mapserver.waddenzee.nl Digitale kaart van de Waddenzee

• www.esru.strath.ac.uk Beginnersguide Renewables

Golfslagenergie 41


9.2 Literatuur:

• Introduction to physical oceanography

Robert H. Stewart

Texas A&M University

• A radically Modern Approach to Introductory Physics

David J. Raymond

New Mexico Tech.

• Linear Wave Theory Part A

Harald E. Krogstad en Øivind A. Arntsen

Norwegian University of Science and Technology

• Technology White Paper on ‘wave energy potential

on the U.S Outer continental shelf’

• Future Marine Energy

Carbontrust UK 2006

• Potentieel voor energieopwekking uit getijden in de Westerschelde

Delta Energy BV 2004

• Vogel- en Habitatrichtlijn in de Noordzee

N.M.J.A. Dankers, M.F. Leopold, C.J. Smit

Alterra, Wageningen 2003

• Wave Energy Utilization in Europe

Center for Renewable Energy Sources (CRES)

• Wave Energy Coastal Waves Primer

R. Budd

NIWA 2004

• Windturbineparken

Rijkswaterstaat

Noordzee Oktober 2007

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Golfslagenergie 42


10.0 Bijlage I – 80% bereik

Overschrijdingsverdeling in %

100

96

92

88

84

80

76

72

68

64

60

56

52

48

44

40

36

32

28

24

20

16

12

8

4

Overschrijdingsverdeling Hm0

≈ 90%

≈ 10%

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

0

0 0,5 1 1,5 2 2,5 3 3,5 4 4,5 5 5,5 6 6,5 7 7,5 8 8,5 9 9,5 10

Hm0 in meters

De overschrijdingsverdeling laat zien dat golfhoogtes van 4.5 meter of meer, minder dan

1% van de tijd voorkomen. Een golfhoogte van 0 meter wordt 100% van de tijd

overschreden. De q10% en q90% waarden markeren de buitengrenzen van de grafiek.

Tussen deze waarden zit het golfklimaat dat 80% van de tijd te verwachten is. In de

volgende spreidingsgrafieken wordt precies duidelijk tussen welke waarden dit is.

Golfslagenergie 43


Overschrijdingsverdeling in %

100

96

92

88

84

80

76

72

68

64

60

56

52

48

44

40

36

32

28

24

20

16

12

8

4

0

Overschrijdingsverdeling Tm02

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12

Tm02 in seconden

≈ 90%

≈ 10%

De overschrijdingsverdeling laat zien dat golfperioden van 7.5 seconden of meer, minder

dan 1% van de tijd voorkomen. Een golfperiode van 2.5 seconden wordt 100% van de tijd

overschreden.

Golfslagenergie 44


Overschrijdingsverdeling in %

100

96

92

88

84

80

76

72

68

64

60

56

52

48

44

40

36

32

28

24

20

16

12

8

4

Overschrijdingsverdeling HTE3

≈ 90%

≈ 10%

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

0

0 0,2 0,4 0,6 0,8 1 1,2 1,4 1,6 1,8 2 2,2 2,4

HTE3 in meters

De overschrijdingsverdeling laat zien dat een deining van 2.4 meter of meer, minder dan

1% van de tijd voorkomen. Een deining van 0.0 meter wordt 100% van de tijd

overschreden.

Golfslagenergie 45


10.1 Bijlage II – Gebruikte getallen SON

• Gebruikte getallen Hm0

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Kengetal gemiddelde voor Hm0, periode jaar

;1979;1980;1981;1982;1983;1984;1985;1986;1987;1988;1989;1990;1991;1992;1

993;1994;1995;1996;1997;1998;1999;2000;2001;2002;

son; 1.156; 1.182; 1.197; 1.060; 1.243; 1.149; 1.115; 1.195;

1.069; 1.289; 1.180; 1.306; 1.159; 1.194; 1.225; 1.197; 1.248;

1.096; 1.024; 1.254; 1.174; 1.159; 1.154; 1.085;

Kengetal q10% voor Hm0, period jaar

;1979;1980;1981;1982;1983;1984;1985;1986;1987;1988;1989;1990;1991;1992;1

993;1994;1995;1996;1997;1998;1999;2000;2001;2002;

son; 1.950; 2.230; 2.330; 2.000; 2.390; 2.090; 2.070; 2.170;

1.970; 2.310; 2.180; 2.400; 2.170; 2.180; 2.300; 2.210; 2.290;

1.990; 1.960; 2.300; 2.110; 2.150; 2.140; 1.930;

Kengetal q90% voor Hm0, period jaar

;1979;1980;1981;1982;1983;1984;1985;1986;1987;1988;1989;1990;1991;1992;1

993;1994;1995;1996;1997;1998;1999;2000;2001;2002;

son; 0.510; 0.390; 0.370; 0.330; 0.440; 0.400; 0.400; 0.390;

0.350; 0.450; 0.390; 0.380; 0.390; 0.400; 0.390; 0.400; 0.390;

0.330; 0.350; 0.430; 0.390; 0.440; 0.380; 0.390;

• Gebruikte getallen Tm02

Kengetal gemiddelde voor Tm02, periode jaar

;1979;1980;1981;1982;1983;1984;1985;1986;1987;1988;1989;1990;1991;1992;1

993;1994;1995;1996;1997;1998;1999;2000;2001;2002;

son; 4.915; 4.622; 4.671; 4.511; 4.698; 4.543; 4.558; 4.619;

4.562; 4.643; 4.569; 4.662; 4.638; 4.649; 4.616; 4.588; 4.650;

4.563; 4.455; 4.640; 4.546; 4.519; 4.485; 4.390;

Kengetal q10% voor Tm02, period jaar

;1979;1980;1981;1982;1983;1984;1985;1986;1987;1988;1989;1990;1991;1992;1

993;1994;1995;1996;1997;1998;1999;2000;2001;2002;

son; 6.000; 6.000; 6.000; 5.800; 6.100; 5.800; 5.800; 5.800;

5.700; 5.900; 5.800; 5.900; 5.900; 5.900; 5.900; 5.900; 5.900;

5.800; 5.700; 5.900; 5.800; 5.800; 5.800; 5.500;

Kengetal q90% voor Tm02, period jaar

;1979;1980;1981;1982;1983;1984;1985;1986;1987;1988;1989;1990;1991;1992;1

993;1994;1995;1996;1997;1998;1999;2000;2001;2002;

eld; 4.000; 3.600; 3.600; 3.500; 3.700; 3.700; 3.700; 3.700;

3.800; 3.800; 3.700; 3.600; 3.600; 3.600; 3.500; 3.600; 3.600;

3.600; 3.500; 3.700; 3.600; 3.600; 3.500; 3.500;

Golfslagenergie 46


• Gebruikte getallen HTE3

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Kengetal gemiddelde voor HTE3, periode jaar

;1979;1980;1981;1982;1983;1984;1985;1986;1987;1988;1989;1990;1991;1992;1

993;1994;1995;1996;1997;1998;1999;2000;2001;2002;

son; 0.273; 0.306; 0.322; 0.268; 0.337; 0.267; 0.272; 0.253;

0.235; 0.327; 0.277; 0.346; 0.279; 0.275; 0.309; 0.276; 0.304;

0.217; 0.221; 0.289; 0.293; 0.286; 0.280; 0.230;

Kengetal q10% voor HTE3, period jaar

;1979;1980;1981;1982;1983;1984;1985;1986;1987;1988;1989;1990;1991;1992;1

993;1994;1995;1996;1997;1998;1999;2000;2001;2002;

son; 0.470; 0.640; 0.730; 0.500; 0.720; 0.530; 0.530; 0.540;

0.510; 0.650; 0.530; 0.660; 0.540; 0.550; 0.600; 0.560; 0.630;

0.460; 0.460; 0.620; 0.590; 0.570; 0.550; 0.450;

Kengetal q90% voor HTE3, period jaar

;1979;1980;1981;1982;1983;1984;1985;1986;1987;1988;1989;1990;1991;1992;1

993;1994;1995;1996;1997;1998;1999;2000;2001;2002;

son; 0.090; 0.040; 0.050; 0.050; 0.050; 0.050; 0.050; 0.050;

0.050; 0.050; 0.060; 0.040; 0.060; 0.040; 0.040; 0.040; 0.040;

0.040; 0.040; 0.040; 0.040; 0.060; 0.050; 0.040;

• Gebruikte getallen m.b.t. seizoensinvloed Hm0 + Tm02 + HTE3

Kengetallen: gemiddelde voor alle parameters.

periode januari - februari

Hm0;HTE3;Tm02;

SON; 1.367; 0.415; 4.812

maart - april

Hm0;HTE3;Tm02;

SON; 1.122; 0.308; 4.666;

mei- juni

Hm0;HTE3;Tm02;

SON; 0.942; 0.150; 4.357;

juli - augustus

Hm0;HTE3;Tm02;

SON; 0.958; 0.126; 4.288;

september - oktober

Hm0;HTE3;Tm02;

SON; 1.238; 0.295; 4.641;

november - december

Hm0;HTE3;Tm02;

SON; 1.410; 0.397; 4.824;

Golfslagenergie 47


• Gebruikte getallen m.b.t. overschrijdingskansverdelingen

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Overschrijdingskansverdeling van Hm0, periode jaar

; 0.00; 0.50; 1.00; 1.50; 2.00; 2.50; 3.00; 3.50; 4.00; 4.50; 5.00;

5.50; 6.00; 6.50; 7.00; 7.50; 8.00; 8.50; 9.00; 9.50;10.00;

son;100.000; 82.579; 48.615; 25.523; 12.590; 6.226; 3.320; 1.849;

0.965; 0.469; 0.224; 0.116; 0.047; 0.030; 0.014; 0.004; 0.001;

0.000; 0.000; 0.000; 0.000;

Overschrijdingskansverdeling van Tm02, periode jaar

; 0.00; 0.50; 1.00; 1.50; 2.00; 2.50; 3.00; 3.50; 4.00; 4.50; 5.00;

5.50; 6.00; 6.50; 7.00; 7.50; 8.00; 8.50; 9.00;

9.50;10.00;10.50;11.00;11.50;12.00;

son;100.000;100.000;100.000;100.000; 99.999; 99.927; 97.197; 85.773;

67.750; 48.322; 30.781; 16.105; 7.472; 3.301; 1.480; 0.646; 0.292;

0.107; 0.058; 0.023; 0.003; 0.001; 0.001; 0.000; 0.000;

Overschrijdingskansverdeling van HTE3, periode jaar

; 0.00; 0.10; 0.20; 0.30; 0.40; 0.50; 0.60; 0.70; 0.80; 0.90; 1.00;

1.10; 1.20; 1.30; 1.40; 1.50; 1.60; 1.70; 1.80; 1.90; 2.00; 2.10; 2.20;

2.30; 2.40; 2.50; 2.60; 2.70; 2.80; 2.90; 3.00; 3.10; 3.20; 3.30; 3.40;

3.50; 3.60; 3.70; 3.80; 3.90; 4.00; 4.10; 4.20; 4.30; 4.40; 4.50; 4.60;

4.70; 4.80; 4.90; 5.00; 5.10; 5.20; 5.30; 5.40; 5.50; 5.60; 5.70; 5.80;

5.90; 6.00; 6.10; 6.20; 6.30; 6.40; 6.50; 6.60; 6.70; 6.80; 6.90; 7.00;

7.10; 7.20; 7.30; 7.40; 7.50; 7.60; 7.70; 7.80; 7.90; 8.00; 8.10; 8.20;

8.30; 8.40; 8.50; 8.60; 8.70; 8.80; 8.90; 9.00; 9.10; 9.20; 9.30; 9.40;

9.50; 9.60; 9.70; 9.80; 9.90;10.00;

son;100.000; 66.136; 40.187; 25.597; 16.908; 11.910; 8.937; 7.054;

5.862; 4.920; 4.245; 3.699; 3.261; 2.925; 2.627; 2.364; 2.139;

1.908; 1.747; 1.567; 1.429; 1.278; 1.156; 1.072; 0.938; 0.828;

0.730; 0.650; 0.578; 0.525; 0.478; 0.419; 0.365; 0.319; 0.287;

0.242; 0.215; 0.190; 0.165; 0.153; 0.127; 0.107; 0.101; 0.086;

0.074; 0.066; 0.056; 0.051; 0.041; 0.039; 0.037; 0.037; 0.033;

0.031; 0.029; 0.024; 0.021; 0.021; 0.019; 0.013; 0.010; 0.006;

0.006; 0.004; 0.003; 0.003; 0.001; 0.001; 0.001; 0.000; 0.000;

0.000; 0.000; 0.000; 0.000; 0.000; 0.000; 0.000; 0.000; 0.000;

0.000; 0.000; 0.000; 0.000; 0.000; 0.000; 0.000; 0.000; 0.000;

0.000; 0.000; 0.000; 0.000; 0.000; 0.000; 0.000; 0.000; 0.000;

0.000; 0.000; 0.000;

Golfslagenergie 48


10.2 Bijlage III – Inventarisatie WECs

KENNIS & INNOVATIE CENTRUM

AMELAND

Golfslagenergie 49

More magazines by this user
Similar magazines