Zomernota 2014 - Gemeente Schiedam

schiedam.nl

Zomernota 2014 - Gemeente Schiedam

Koers houden voor Schiedam

Zomernota 2014


Inhoudsopgave

Voorwoord .............................................................................................................................................. 3

Inleiding .................................................................................................................................................. 4

Leeswijzer ............................................................................................................................................... 5

Samenvatting ........................................................................................................................................... 6

Hoofdstuk 1. Bestuurlijk kader Zomernota 2014 .................................................................................. 11

Afronden Collegewerkprogramma 2010 – 2014 en basis op orde brengen ...................................... 11

Afronden Collegewerkprogramma met een focus op drie dragers ................................................ 11

Samenhang CWP 2010-2014 en Stadsvisie Schiedam 2030 ......................................................... 11

Focus op drie dragers van het beleid ............................................................................................. 11

Basis op orde brengen ................................................................................................................... 12

Externe ontwikkelingen van invloed op uitvoering CWP en focus van beleid ............................. 13

Strategische positionering, samenwerking en regiegemeente ........................................................... 13

Positie en rol lokale overheid verandert ........................................................................................ 13

Invulling geven aan de regiegemeente .......................................................................................... 14

Hoofdstuk 2. De financiële basis 2014 - 2017 ...................................................................................... 16

Financieel beleid ............................................................................................................................ 16

Uitgangspunten begroting ............................................................................................................. 16

1. Tekorten bij ongewijzigd beleid .................................................................................................... 16

2. Interne en externe autonome ontwikkelingen ................................................................................ 16

Oplossingsrichtingen ......................................................................................................................... 17

a. Invulling nog niet geëffectueerde taakstellingen ....................................................................... 17

b. Achterwege laten storting algemene reserve ............................................................................. 17

c. Gedeeltelijke Inzet kortingreeks algemene uitkering (AU) ....................................................... 17

d. Schattingswijziging methode van afschrijving investeringen ................................................... 18

Resumé .............................................................................................................................................. 19

Hoofdstuk 3. Scenario’s ........................................................................................................................ 20

Samenhang ontwikkelingen woningmarkt en sociaal domein .......................................................... 20

Ontwikkeling woningmarkt stagneert, druk op voorzieningen sociale domein neemt toe ................ 21

Scenario 1: Continuïteit in de uitvoering van vastgesteld gemeentelijk beleid ................................. 26

Te verwachten effecten.................................................................................................................. 27

Dekking scenario 1 ........................................................................................................................ 27

1


Scenario 2: Uitvoeren rijksbeleid ...................................................................................................... 29

Gevolgen woningmarkt ................................................................................................................. 29

Scenario 3: Anti-cyclisch beleid voor woningmarkt en sociaal domein ........................................... 31

Meerjarige financiële gevolgen en dekkingsmogelijkheden 3 scenario’s ......................................... 33

Hoofdstuk 4. Vervolgtraject .................................................................................................................. 34

2


Voorwoord

De titel van deze Zomernota 2014 is ‘Koers houden voor Schiedam’. Die titel is niet zonder

reden gekozen. Deze Zomernota vormt het kader voor de Programmabegroting 2014 – 2017, die

de stad de komende jaren gereed zal maken voor verdere ontwikkeling. Dit college zet in op het

realiseren van de afspraken die zijn gemaakt in het Collegewerkprogramma. We doen dat

vanuit een gezonde financiële positie. De basis is beter op orde gebracht. Dat geldt ook in

bestuurlijk en organisatorisch opzicht.

De afgelopen twee jaar is hard gewerkt om de doelen uit het Collegewerkprogramma te realiseren. We

hebben ons sterk gemaakt om te komen tot goede bestuurlijke verhoudingen met de raad. Daarnaast

hebben we veel aandacht voor de doorontwikkeling van de organisatie.

We hebben ingezet op het robuuster maken van de financiële positie en het aanbrengen van focus bij

de uitvoering van het collegewerkprogramma. Daardoor konden we op gerichte wijze uitvoering geven

aan de hoofdopgaven van de stad, zoals die ook zijn verwoord in de Stadsvisie Schiedam 2030.

Afmaken van zaken die in gang zijn gezet, het beter op orde brengen van de basis en het daarmee

waarborgen van de continuïteit in de uitvoering van het beleid zijn onze kernwoorden.

Wij stellen het op prijs dat wij in de voorbereiding van deze Zomernota nauw hebben mogen

samenwerken met de raad. Zo wordt de kaderstellende rol van de raad versterkt. De samenwerking

heeft geleid tot een andere opzet van de Zomernota en in vervolg daarop tot een overzichtelijke en

beknopte Programmabegroting 2014 – 2017.

In deze Zomernota bieden wij de raad drie scenario’s aan, die actuele en maatschappelijk relevante

thema’s raken. Voor elk scenario schetsen wij de financiële en maatschappelijke effecten, zowel op

korte als langere termijn. Op deze wijze verwachten wij de gemeenteraad beter dan voorheen in staat

te stellen haar kaderstellende rol te vervullen. De keuze van de raad geeft richting aan de wijze waarop

aan de stad nieuwe kansen voor ontwikkeling worden geboden. Het is dus aan de raad om aan te geven

welk scenario in de Programmabegroting uiteindelijk nader zal worden uitgewerkt.

Voor het college staan de continuïteit in de uitvoering van het beleid en het bieden van nieuwe

perspectieven aan de Schiedammers centraal. Het scenario dat uitgaat van de continuïteit in de

uitvoering van het beleid heeft onze voorkeur.

Schiedam, 11 juni 2013

3


Inleiding

De Zomernota 2014 is als volgt opgebouwd:

Samenvatting

De samenvatting geeft in het kort de essentie van de Zomernota 2014 weer.

In hoofdstuk 1 presenteert het college het bestuurlijk kader waarin de bestuurlijke

uitgangspunten zijn opgenomen die de grondslag vormen voor de Programmabegroting

2014 – 2017.

Hoofdstuk 2 presenteert kort de financiële opgave voor de Programmabegroting 2014 – 2017

en geeft aan hoe tot een sluitende begroting te komen gezien de externe en interne

ontwikkelingen en op basis van het bestuurlijk kader.

De hoofdstukken 1 en 2 resulteren in de in hoofdstuk 3 gepresenteerde scenario’s. Het betreft

3 scenario’s. Hoofdstuk 3 is het kernhoofdstuk van de Zomernota 2014 en biedt de raad de

gelegenheid haar kaderstellende rol in te vullen.

Hoofdstuk 4 tenslotte belicht kort de planning van het vervolgtraject richting de

Programmabegroting 2014 – 2017 en geeft aan dat het college het door de raad aangegeven

scenario zal uitwerken in de Programmabegroting 2014 – 2017.

4


Leeswijzer

De lezer die snel een totaalbeeld van de Zomernota 2014 wil hebben, kan de samenvatting op pagina 6

lezen.

In relatie tot de kaderstellende rol van de raad vormt hoofdstuk 3 de kern. In dit hoofdstuk worden drie

verschillende scenario’s gepresenteerd waaruit de raad een keuze kan maken.

De lezer die geïnteresseerd in het hoe en waarom dient de volledige Zomernota te lezen. De lezer die

zich wil verdiepen in de achtergronden van de financiële opgave dient bijlage 2 te lezen.

5


Samenvatting

Bestuurlijk kader Zomernota 2014

Afronden CWP 2010 - 2014

Uitgangspunt voor het college in 2014 is het afronden van het Collegewerkprogramma 2010 – 2014

(CWP) en het invulling geven aan de aanvullende afspraken zoals verwoord in de raadsbrief van 27

september 2011(afspraken voortzetting coalitie PvdA, VVD, CDA en GroenLinks). In de

bestuursrapportage van september 2013 zal de voortgang van het CWP op basis van de CWP-monitor

worden gerapporteerd.

In 2012 heeft het college focus aangebracht op drie dragers van het beleid en is bij de

heroverwegingen ruimte gevonden voor extra investeringen in deze drie dragers:

maatwerk leveren in het sociale en economische domein;

benutten van kansen voor stedelijke herontwikkeling (A4) (= programma ‘Schiedam in

Beweging’);

Schiedam positioneren als dé historische stadskern in de regio Rotterdam-Rijnmond.

De extra investeringen worden in 2014 gecontinueerd.

Basis op orde brengen

Gericht is gewerkt aan collegiaal bestuur en goede verhoudingen met de raad. Per september 2012 is

een begin gemaakt met de doorontwikkeling van de gemeentelijke organisatie. Onderdeel hiervan

vormt een verandering van cultuur en gedrag, alsmede het uitwerking geven aan het bestuurlijk

uitgangspunt van ‘regiegemeente’.

Naast het op orde brengen van bestuur en ambtelijke organisatie is een begin gemaakt met het

uitwerken van de conclusies/aanbevelingen uit de Eindrapportage van de raadswerkgroep Verbetering

Opzet Begroting. Op basis van de aanbevelingen is in samenwerking met de raadswerkgroep

Verbetering Programmabegroting gewerkt aan een andere opzet van de Zomernota 2014 en de

Programmabegroting 2014 – 2017.

Invulling geven aan regiegemeente

Van groot belang is dat het gemeentebestuur goed weet aan te sluiten op de actuele ontwikkelingen in

de samenleving waarbij de rol van de overheid verandert. Steeds meer zal ruimte moeten worden

geboden aan de eigen kracht van burgers, partners en ondernemers. Vanuit dit besef kiest het college

ervoor om de komende jaren op slagvaardige wijze uitvoering te geven aan het bestuurlijke

uitgangspunt van regiegemeente. De beleidsvorming blijft bij de gemeente, de uitvoering van het

beleid wordt in principe door anderen gedaan. Leidend is steeds het versterken van de

uitvoeringskracht (met gelijke of lagere kosten). De gemeente blijft eindverantwoordelijke voor de

resultaten van de uitvoering.

6


Aan de regiegemeente wordt in 2014 uitvoering gegeven onder andere via samenwerking met de

gemeenten Vlaardingen en Maassluis voor wat betreft het gehele sociale domein en in het kader van

de bedrijfsvoering. In het kader van het programma Schiedam in Beweging wordt uitwerking gegeven

aan de gemeentelijke regiefunctie in een nieuwe vorm van publiek-private samenwerking.

Een groot aantal gemeentelijke taken zal in aanmerking komen voor outsourcing. Op dit moment

lopen de volgende outsourcingstrajecten:

Belastingen

BGS

Conciërges

Gemeentearchief

HALT

Instituut Sociaal Raadslieden

Ingenieursbureau

Leerplicht

Logopedie

Sport en Recreatie

Talent

Werk en Inkomen

Het financiële beeld

De huidige collegeperiode wordt gekenmerkt door teruglopende inkomsten en voortdurende

rijksbezuinigingen. Het op orde brengen van de basis houdt voor het college ook in te zorgen dat de

gemeente een toekomstbestendige robuuste en sterke financiële positie heeft. Via de heroverwegingen

in 2012 is hiervoor gezorgd én is tevens ruimte gevonden om extra investeringen te doen ten behoeve

van de stad. Deze extra investeringen betroffen de focus op de drie dragers van het beleid.

Op basis van de actuele financiële opgave van 2014 – 2017 zijn geen extra bezuinigingen nodig en kan

verder worden gewerkt aan het vitaler maken van de stad Schiedam.

Bedragen x € 1.000,- 2014 2015 2016 2017

1.Tekort bij ongewijzigd beleid -1.205 -8.265 -7.289 -10.466

2. Interne en externe autonome ontwikkelingen -1.142 -1.059 -1.104 -609

3. Invulling nog niet geëffectueerde taakstellingen 500 2.500 2.500 2.500

4. Achterwege laten storting in Algemene Reserve 1.000 1.000 1.000 1.000

5. Gedeeltelijke inzet kortingreeks Algemene Uitkering 0 3.100 3.000 3.000

6. Schattingswijziging methode van afschrijven 2.987 2.732 2.480 2.226

Verschil met sluitende begroting 2.140 8 587 -2.349

7


De begrotingsjaren 2014, 2015 en 2016 kennen een overschot, het laatste jaar van deze periode laat

een tekort zien. De overschotten van de eerste drie jaren kunnen worden gebruikt voor dekking van het

tekort in 2017 (via de algemene reserve).

Scenario’s

Het college ziet twee met elkaar samenhangende externe ontwikkelingen, die van invloed zijn op het

realiseren van het CWP 2010 – 2014 en de focus van het beleid. Deze ontwikkelingen zijn het gevolg

van de afspraken in het regeerakkoord, alsmede het voortduren van de financieel-economische crisis.

Het betreft de ontwikkelingen op de woningmarkt in samenhang met de ontwikkelingen in het sociale

domein. Deze ontwikkelingen zijn van invloed op de mogelijkheden om de door de gemeenteraad

vastgestelde woonvisie (CWP ) en kadernota van het sociale domein (drager van beleid) te kunnen

uitvoeren.

Het college presenteert drie scenario’s om hiermee te gaan.

Scenario 1: continuïteit in de uitvoering van vastgesteld beleid

In dit scenario worden extra gemeentelijke middelen ingezet die nodig zijn om het

uitvoeringsprogramma van de door de raad vastgestelde woonvisie en kadernota

sociaal domein te realiseren. Hiermee wordt de continuïteit van de uitvoering van het

collegebeleid gewaarborgd.

Om de kadernota sociaal domein volledig uit te voeren is voor de jaren 2014-2017 een

bedrag nodig van € 18 miljoen. Hiervan wordt € 10,6 miljoen gedekt uit de reguliere

begroting en € 1,2 miljoen uit de reserve sociaal domein. Om de kadernota sociaal

domein te kunnen uitvoeren wordt een extra inzet begroot van € 6,8 miljoen over vier

jaar.

Voor de woningmarkt betreft de extra inzet de opzet van een investeringsfonds (deels

revolving). Middelen uit dit fonds kunnen worden ingezet om een deel van de

voorraad te vernieuwen.

De extra middelen voor het investeringsfonds worden eenmalig begroot op ca. € 1,5

miljoen.

Dekking voor de extra inzet in scenario 1 kan gevonden door de inzet van een

verwacht structureel overschot bij de ROGplus en een eenmalige inzet van het

overschot van de jaarrekening 2012.

8


Scenario 2: uitvoeren rijksbeleid

In dit scenario worden geen extra middelen ingezet om de door de raad vastgestelde

woonvisie en kadernota sociaal domein uit te voeren.

Het Rijksbeleid wordt uitgevoerd. Dit betekent dat alleen die middelen ingezet worden

die nu al in de reguliere gemeentelijke begroting omgaan tezamen met de reserve voor

de kadernota sociaal domein. Er resteert een tekort van € 6,8 miljoen.

De uitvoering van de woonvisie en kadernota (transformatie sociale domein) stagneert

t.g.v. de maatregelen in het regeerakkoord.

Dit scenario legt op korte termijn geen extra beslag op de financiële middelen van de

gemeente.

Scenario 3: anti-cyclisch beleid voor woningmarkt en sociaal domein

Scenario 3 gaat uit van het principe dat de gemeente extra stimuleringsmaatregelen

treft in tijden van crisis.

De extra inzet in dit scenario richt zich niet alleen op het kunnen uitvoeren van door

de raad vastgestelde woonvisie en kadernota maar beoogt tevens een fors extra pakket

aan stimuleringsmaatregelen voor de woningmarkt en extra maatregelen voor de

kwetsbare Schiedammers.

Via de stimuleringsmaatregelen wordt het functioneren van de lokale woningmarkt

verbeterd wat positief doorwerkt in de lokale economie. Immers een beter

functionerende woningmarkt leidt tot een sterkere lokale economie.

Scenario 3 resulteert in een forser beslag op de financiële middelen (incidenteel en

structureel) van de gemeente. De structurele extra inzet voor het sociale domein

bedraagt in 2014 € 4- 4,5 miljoen. Deze inzet loopt geleidelijk op tot € 5,5 – 6,0

miljoen in 2017.

Voor de woningmarkt zal het bedrag in het fonds hoger worden (ca € 2,5 miljoen)

waardoor ingezet kan worden op meer woningen maar ook ruimte is voor stimulering

van woningbouw in de projecten die in de woonvisie vallen onder ‘afmaken waar we

aan begonnen zijn’.

Dekking van de extra inzet kan alleen gevonden worden door extra te bezuinigen op

de andere beleidsterreinen (programma’s).

9


Meerjarige financiële gevolgen en dekkingsmogelijkheden 3 scenario’s

Onderstaand zijn per scenario de meerjarige financiële gevolgen en mogelijke dekkingsmogelijkheden

in beeld gebracht:

Bedragen x € 1.000.000,- 2014 2015 2016 2017

Scenario 1: continuïteit in uitvoering

gemeentelijk beleid

kadernota sociaal domein:

- structureel

- dekking

woonvisie:

- structureel

- dekking

- incidenteel

- dekking

Scenario 2: uitvoeren rijksbeleid

kadernota sociaal domein:

- structureel

- dekking

woonvisie:

- structureel

- dekking

- incidenteel

- dekking

Scenario 3: anti-cyclisch crisisbeleid

kadernota sociaal domein:

- structureel

- dekking

woonvisie:

- structureel

- dekking

- incidenteel

- dekking

1,7

overschot

ROGplus

0,68

Begroting

1,5

saldo

jaarrekening 2012

0

0,37

Begroting

0

4,0 – 4,5

Dekking

ROGplus én

2,3 - 2,8 uit extra

bezuinigingen

overig beleid

1,0

- Begroting

+ 0,32

bezuinigingen

overig beleid

2,0 – 2,5

Saldo

jaarrekening 2012

+ 0,5 – 1,0

bezuinigingen

overig beleid

10

1,7

Overschot

ROGplus

0,68

Begroting

0

0,37

Begroting

4,5 – 5,0

Dekking

ROGplus én

2,8 - 3,3 uit extra

bezuinigingen

overig beleid

1,0

- Begroting

+ 0,32

bezuinigingen

overig beleid

1,7

Overschot

ROGplus

0,68

Begroting

0

0,37

Begroting

5,0 – 5,5

Dekking

ROGplus én

3,3 - 3,8 uit extra

bezuinigingen

overig beleid

1,0

-Begroting

+ 0,32

bezuinigingen

overig beleid

1,7

Overschot

ROGplus

0,68

Begroting

0

0,37

Begroting

5,5 – 6,0

Dekking

ROGplus én

3,8 - 4,3 uit extra

bezuinigingen

overig beleid

1,0

-Begroting

+ 0,32

bezuinigingen

overig beleid


Hoofdstuk 1. Bestuurlijk kader Zomernota 2014

In dit hoofdstuk presenteert het college het bestuurlijke kader voor de Zomernota 2014 dat als

leidraad dient voor de uitwerking in de Programmabegroting 2014 – 2017. In het laatste jaar

voor de verkiezingen zijn de bestuurlijke prioriteiten:

1. het afronden van het Collegewerkprogramma met een focus op de drie dragers van het beleid

en de basis op orde brengen;

2. strategische positionering, invulling geven aan samenwerking en regiegemeente.

Afronden Collegewerkprogramma 2010 – 2014 en basis op orde brengen

Afronden Collegewerkprogramma met een focus op drie dragers

Uitgangspunt voor het college in 2014 is het afronden van het Collegewerkprogramma 2010 – 2014

(CWP) en het invulling geven aan de aanvullende afspraken zoals verwoord in de raadsbrief van 27

september (afspraken voortzetting coalitie PvdA, VVD, CDA en GroenLinks). In de

bestuursrapportage van september zal de voortgang van het CWP op basis van de CWP-monitor

worden gerapporteerd.

Samenhang CWP 2010-2014 en Stadsvisie Schiedam 2030

In het CWP 2010 – 2014 is aangegeven welke actiepunten in het CWP verbonden zijn met de

hoofdopgaven van de Stadsvisie Schiedam 2030. Het activiteitenschema uit het CWP omvat in totaal

164 actiepunten. Daarvan hebben er 60 een duidelijke relatie met de Stadsvisie. In iets ruimere zin kan

worden gesteld dat er daarnaast nog zo’n 70 actiepunten indirect in verband kunnen worden gebracht

met de Stadsvisie. Met de uitvoering van het CWP 2010 – 2014 is uitvoering gegeven aan de

hoofdopgaven van de Stadsvisie Schiedam 2030.

Het college zal in de tweede helft van 2013 de voortgang van de Stadsvisie Schiedam 2030 evalueren

en daarbij aangeven op welke punten een aanscherping/actualisatie van de Stadsvisie Schiedam 2030

nodig is. De evaluatie van de voortgang en de punten van aanscherping/actualisatie maken deel uit van

het overdrachtsdossier voor de nieuwe raads-/collegeperiode.

Focus op drie dragers van het beleid

Schiedam moet een stad zijn die aantrekkelijk is om in te wonen, werken en verblijven. Daarom heeft

het college in 2012 een focus aangebracht op drie dragers van het beleid en is bij de heroverwegingen

in 2012 ruimte gevonden voor extra investeringen in deze drie dragers. De extra investeringen zijn

opgenomen in de Programmabegroting 2013 – 2016. De drie dragers van beleid zijn:

maatwerk leveren in het sociale en economische domein;

benutten van kansen voor stedelijke herontwikkeling (A4) (= programma ‘Schiedam in

beweging’);

Schiedam positioneren als dé historische stadskern in de regio Rotterdam-Rijnmond.

11


Dankzij de robuustere financiële positie in 2013 kunnen deze extra investeringen in 2014 worden

gecontinueerd.

Op basis van de door de raad vastgestelde visiedocumenten wordt hieraan met behulp van de

toepassing van programmamanagement in 2013 en 2014 op integrale wijze uitvoering gegeven.

De emancipatie van de Schiedammers is hierbij centraal gesteld: Schiedammers wordt volop kans

geboden om hun talenten te benutten en zich te ontwikkelen (sociale stijging). Daarnaast is de inzet

om Schiedammers aan de stad te binden. Hiertoe moet de stad aantrekkelijk zijn om in te blijven

wonen (mogelijk maken van een wooncarrière), werken (goed ondernemersklimaat) en verblijven. Met

de focus wordt heel gericht uitvoering gegeven aan de Stadsvisie Schiedam 2030, het coalitieakkoord

en het Collegewerkprogramma 2010 – 2014.

Basis op orde brengen

De afgelopen collegeperiode heeft zich gekenmerkt als een hectisch bestuurlijke periode. Bij de

voortzetting van de coalitie in september 2011 heeft het college zich gericht op het stabiliseren van de

bestuurlijke verhoudingen en het functioneren van de gemeentelijke organisatie.

Gericht is gewerkt aan collegiaal bestuur en goede verhoudingen met de raad. Per september 2012 is

een begin gemaakt met de doorontwikkeling van de gemeentelijke organisatie. Onderdeel hiervan

vormt een verandering van cultuur en gedrag, alsmede het uitwerking geven aan het bestuurlijk

uitgangspunt van ‘regiegemeente’.

Naast het beter op orde brengen van bestuur en ambtelijke organisatie is een begin gemaakt met het

uitwerken van de conclusies/aanbevelingen uit de Eindrapportage van de raadswerkgroep Verbetering

Opzet Begroting. Op basis van de aanbevelingen is in samenwerking met de raadswerkgroep

Verbetering Programmabegroting gewerkt aan een andere opzet van de Zomernota 2014 en de

Programmabegroting 2014 – 2017.

De andere opzet van de Programmabegroting biedt een vormgeving volgens een zogenaamde doelenmiddelen-prestaties-inspanningenboom

waarbij de raad per programma in één oogopslag (op 1 A4-tje)

een overzicht heeft van de kaderstellende doelstellingen, de voor deze doelstellingen beschikbaar te

stellen financiële middelen, alsmede de te realiseren prestaties. De doelen-middelen-prestatiesinspanningenboom

(smart geformuleerd) wordt vervolgens beknopt in het programma uitgewerkt. Het

gevolg is dat de Programmabegroting 2014 – 2017 een beknoptere versie zal worden dan de

Programmabegroting 2013 – 2016. Daarnaast is het streven om met gebruikmaking van de digitale

mogelijkheden de toegankelijkheid van de Programmabegroting voor de raadsleden te vergroten.

De andere opzet van de Zomernota en Programmabegroting is de afgelopen maanden voorbereid door

de leden van de door de raad ingestelde werkgroep Verbetering Opzet Begroting en het college.

Hiermee wordt een verbeterproces ingezet dat stap voor stap tot verbetering van de Zomernota en de

Programmabegroting moet leiden.

Het college werkt eveneens in samenwerking met de raad aan een gebruiksvriendelijke en

toegankelijke raadstermijnagenda voor het raadplegen van de jaaragenda van de gemeenteraad en het

overzicht van moties en toezeggingen.

12


Bovendien is het hiermee mogelijk raadsvragen (raadscommissies, over Zomernota en

Programmabegroting) op een gebruiksvriendelijke manier in te voeren.

Het informatiesysteem van de raadstermijnagenda is nauw verbonden met een werkwijze vanuit de

ambtelijke organisatie en griffie om te zorgen voor het up-to-date houden van informatie, het borgen

van de kwaliteit van de informatie en het bewaken van deadlines en planningen.

De huidige collegeperiode wordt gekenmerkt door teruglopende inkomsten en voortdurende

rijksbezuinigingen. Het op orde brengen van de basis houdt voor het college ook in te zorgen dat de

gemeente een toekomstbestendige robuuste en sterke financiële positie heeft. Via de heroverwegingen

in 2012 is hiervoor gezorgd én is tevens ruimte gevonden om extra investeringen te doen ten behoeve

van de stad. Deze extra investeringen betroffen de focus op de drie dragers van het beleid.

Op basis van de actuele financiële opgave van 2014 – 2017 zijn geen extra bezuinigingen nodig en kan

verder worden gewerkt aan het vitaler maken van de stad Schiedam.

Externe ontwikkelingen van invloed op uitvoering CWP en focus van beleid

Het college ziet twee met elkaar samenhangende externe ontwikkelingen die van invloed zijn op het

realiseren van het CWP 2010 – 2014 en de focus van beleid. Deze ontwikkelingen zijn het gevolg van

de afspraken in het regeerakkoord en het voortduren van de financieel-economische crisis.

Het betreft de ontwikkelingen op de woningmarkt in samenhang met de ontwikkelingen in het sociale

domein. Deze ontwikkelingen zijn van invloed op de mogelijkheden om de door de gemeenteraad

vastgestelde woonvisie en kadernota van het sociale domein te kunnen uitvoeren. Het college

presenteert in hoofdstuk 3 in de vorm van scenario’s voorstellen hoe hiermee om te gaan.

Strategische positionering, samenwerking en regiegemeente

Positie en rol lokale overheid verandert

De context van de lokale overheid verandert. Door de steeds complexer wordende maatschappij treedt

er een verandering op in de positie van de gemeentelijke overheid. De gemeente staat niet als vanouds

in het centrum van de ontwikkelingen. De tijd dat de gemeente bepaalde hoe de stad zich moest

ontwikkelen is voorbij. De gemeente is veel meer een onderdeel van de maatschappelijke

ontwikkelingen geworden. Het belang van samenwerking met maatschappelijke partners en tussen

gemeenten neemt toe.

In bestuurlijk opzicht dienen nieuwe vormen van sturing aan. Vanuit de landelijke overheid krijgen

gemeenten steeds vaker een regierol toegewezen om oplossingen te vinden voor lokale vraagstukken.

Een sturing die is gericht op de afstemming tussen diverse stakeholders om een doel vanuit een visie te

bereiken. Steeds meer zal in het openbaar bestuur de nadruk komen te liggen op onderhandelen en

onderhandelingskwaliteiten. Gedragen door het algemeen belang zal op basis van contextanalyses en

stakeholderanalyses de publieke zaak moeten worden gediend. Belangrijke begrippen daarbij zijn het

positioneren van de gemeente in het politieke en bestuurlijke krachtenveld en het zoeken naar

effectieve vormen van samenwerking met medeoverheden, partners, ondernemers en burgers.

13


De afstemming zal op verschillende schaalniveaus moeten worden geëffectueerd en kan als volgt

worden gevisualiseerd:

- Crisis en nationale veiligheid

- Onderwijs, kunst en cultuur

- Mobiliteit, OV,

verkeersveiligheid

- Duurzame economie, digitale

overheid, energie

- Verstedelijking

- Waterbeheer en klimaat

- Samenwerkingsverbanden

- Decentralisaties: Jeugdzorg,

RSD, WMO/ABWZ

- Doortrekken A4

- Recreatieschap Midden-

Delfland

Schiedam

In bijlage 1 treft u een overzicht van de stakeholders op de verschillende schaalniveaus.

Voor de gemeente Schiedam geldt van oudsher dat samenwerkingen worden aangegaan ten behoeve

van een versterking van de uitvoeringskracht. Dit principe zal ook in de toekomst worden gehanteerd

bij het aangaan van samenwerkingen met andere gemeenten. Het is daarom belangrijk te kiezen voor

een schaal en een vorm die past bij de opgaven die er liggen. Nabijheid van voorzieningen voor de

burgers blijft hierin een randvoorwaarde.

De opgaven van de stad, zoals verwoord in het Collegewerkprogramma en Stadsvisie Schiedam 2030,

vormen het vertrekpunt voor de positionering en het aangaan van samenwerkingsrelaties. De rode

draad bij het aangaan van samenwerking is daarbij steeds: “Wat is het beste voor Schiedam en de

Schiedammers?”

Invulling geven aan de regiegemeente

Strategisch positioneren, het aangaan van samenwerkingsrelaties en het invulling geven aan de

regiegemeente zijn onlosmakelijk van elkaar verbonden.

Van groot belang is dat het gemeentebestuur goed weet aan te sluiten op de actuele ontwikkelingen in

de samenleving en waarbij de rol van de overheid verandert. Steeds meer zal ruimte moeten worden

geboden aan de eigen kracht van burgers, partners en ondernemers. Vanuit dit besef kiest het college

14

- Verkeersknooppunten

- Economische agenda

Zuidvleugel

- Provinciale structuurvisie

- Ruimtelijke ordening

- Natuur, Hof van Delfland

- Nabijheid voorziening burger

- Kadernota sociale domein

- Onderwijsbeleid

- Wijkeconomie

- Differentiatie woonmilieus

- Bestemmingsplannen

- Groen structuurplan

- Veiligheidsregio

- GGD

- OV, Vervoersautoriteit

- Regionaal economisch beleid

- Vestigingsklimaat

- Structuurplannen

- Milieubeleid


ervoor om de komende jaren op slagvaardige wijze uitvoering te geven aan het bestuurlijke

uitgangspunt van regiegemeente.

Leidraad hiervoor vormen de maatschappelijke opgaven van de stad zoals onder andere geformuleerd

in de Stadsvisie Schiedam 2030. De behoeften van de Schiedammers staan centraal, waarbij de

gemeentelijke organisatie zich (door)ontwikkelt tot een efficiënte, effectieve en daadkrachtige

(kern)organisatie. De beleidsvorming blijft bij de gemeente, de uitvoering van het beleid wordt in

principe door anderen gedaan. Leidend is steeds het versterken van de uitvoeringskracht (met gelijke

of lagere kosten). De gemeente blijft eindverantwoordelijke voor de resultaten van de uitvoering.

Op basis van de bovenstaande uitgangspunten zal steeds worden bepaald wat de beste wijze van

uitvoering is. De vorm waarin de gemeentelijke taken vanuit de gemeentelijke regiefunctie worden

uitgevoerd kan verschillen. Dit kan onder andere door samenwerking met andere gemeenten,

bijvoorbeeld via een gemeenschappelijke regeling, het aangaan van publiek-private samenwerking of

het outsourcen van gemeentelijke taken.

Aan de bovengenoemde voorbeelden wordt in 2014 uitvoering gegeven onder andere via

samenwerking met de gemeenten Vlaardingen en Maassluis voor wat betreft het gehele sociale domein

en in het kader van de bedrijfsvoering. In het kader van het programma Schiedam in Beweging wordt

uitwerking gegeven aan de gemeentelijke regiefunctie in een nieuwe vorm van publiek-private

samenwerking.

Tenslotte zal een groot aantal gemeentelijke taken in aanmerking komen voor outsourcing.

Op dit moment lopen de volgende outsourcingstrajecten:

Belastingen

BGS

Conciërges

Gemeentearchief

HALT

Instituut Sociaal Raadslieden

Ingenieursbureau

Leerplicht

Logopedie

Sport en Recreatie

Talent

Werk en Inkomen

Met de bovengenoemde invullingen van het bestuurlijk uitgangspunt van de regiegemeente is

uitwerking gegeven aan de afspraken van het Collegewerkprogramma 2010 – 2014 over Gemeente

Nieuwe Stijl.

15


Hoofdstuk 2. De financiële basis 2014 - 2017

Voor de Zomernota zijn de volgende algemene (financiële) kaders gehanteerd.

Financieel beleid

Voor de berekening van de financiële basis is het van belang om de algemene uitgangspunten voor het

opstellen van de begroting te bepalen. Doelstelling is het voeren van een solide en verantwoord

meerjarig financieel beleid, waarbij de reële (meerjaren)begroting materieel in evenwicht is. Meerjarig

zijn de overige speerpunten van beleid:

de lastenontwikkeling voor burgers en bedrijven te beheersen;

te zorgen voor een investeringsruimte, die past bij de ontwikkeling van de stad;

voldoende financiële middelen aan te trekken om de programma’s binnen de door de raad

vastgestelde kaders van de begroting uit te voeren.

Uitgangspunten begroting

Daarnaast gelden voor het opstellen van de begroting onderstaande uitgangspunten:

de hoogte van de post voor Onvoorzien wordt gehandhaafd op € 700.000 per jaar;

het weerstandsvermogen dient een voldoende niveau te hebben;

de ramingen voor 2014 – 2017 worden meerjarig gedaan in constante prijzen;

de algemene lijn is dat de ramingen realistisch, uitvoerbaar en reëel zijn.

1. Tekorten bij ongewijzigd beleid

Op basis van de tot en met medio mei bij ons bekende financiële ontwikkelingen verwachten we bij

ongewijzigd beleid onderstaande tekorten.

Bedragen x € 1.000,- 2014 2015 2016 2017

Tekort bij ongewijzigd beleid -1.205 -8.265 -7.289 -10.466

Belangrijkste oorzaken voor de tekorten zijn:

het toepassen van prijscompensatie (CPB, 1,5%) op goederen, diensten en subsidies;

consequenties van het regeerakkoord voor de algemene uitkering;

de effecten van de september- en decembercirculaire en nog te effectueren algemene

taakstellingen: Gemeente Nieuwe Stijl en contract Irado.

2. Interne en externe autonome ontwikkelingen

Er zijn diverse voorstellen ingediend, die voor 2014 en volgende jaren meer middelen vragen dan nu

in de begroting zijn opgenomen. Het gaat deels om wettelijke taken, deels om ontoereikende budgetten

en deels om reële ramingen met betrekking tot inkomsten.

16


Bedragen x € 1.000,- 2014 2015 2016 2017

Interne en externe autonome ontwikkelingen -1.142 -1.059 -1.104 -609

Oplossingsrichtingen

Binnen de kaders is dekking van het financiële tekort voor een groot deel mogelijk. Voorgestelde

oplossingen zijn:

a. invulling nog niet geëffectueerde taakstellingen;

b. achterwege laten storting algemene reserve;

c. gedeeltelijke inzet van de kortingsreeks algemene uitkering;

d. schattingswijziging van afschrijvingen.

a. Invulling nog niet geëffectueerde taakstellingen

Afgesproken is dat deze taakstellingen worden ingevuld, waarbij de algemene taakstelling in eerste

instantie moet worden gezocht in het domein Stedelijke Ontwikkeling.

Invulling nog niet geëffectueerde taakstellingen

Bedragen x € 1.000,- 2014 2015 2016 2017

Taakstelling Gemeente Nieuwe Stijl 0 2.000 2.000 2.000

Algemene taakstelling 500 500 500 500

Totaal nog niet geëffectueerde taakstellingen 500 2.500 2.500 2.500

b. Achterwege laten storting algemene reserve

Bij de voortzetting van het coalitieakkoord in september 2011 zijn voor de algemene kaders voor de

uitvoering van het gemeentelijk financieel beleid onder andere de volgende afspraken gemaakt:

1. de algemene reserve wordt gebruikt om financiële risico’s af te dekken en wordt niet voor

andere doeleinden gebruikt;

2. om de algemene reserve weer op het gewenste en noodzakelijke niveau te krijgen wordt

jaarlijks, gedurende de collegeperiode, de algemene reserve aangevuld met (tenminste) € 1

miljoen.

Vorig jaar is de reservepositie door de stelselherziening erfpacht op het gewenste en noodzakelijke

niveau gebracht. In de ramingen wordt echter nog steeds rekening gehouden met een jaarlijkse

toevoeging aan de algemene reserve van minstens € 1 miljoen. Deze toevoeging is derhalve niet langer

nodig, zodat de daardoor vrijgekomen middelen kunnen worden aangewend voor het sluitend maken

van de begroting.

c. Gedeeltelijke inzet kortingsreeks algemene uitkering (AU)

In de begroting is rekening gehouden met een lagere algemene uitkering in de komende jaren. Daarom

is een algemene kortingsreeks opgenomen. Dat wil zeggen dat voor de algemene uitkering een lager

bedrag is geraamd dan is berekend op grond van de laatst bekende circulaire van het Rijk.

17


Daarmee is in de begroting een buffer opgenomen om een eventueel lager uitvallende algemene

uitkering te kunnen opvangen (lopend van € 6,4 miljoen in 2014 naar € 4,0 miljoen in 2017).

Het regeerakkoord 2013 leidt tot de volgende consequenties:

Bedragen x € 1.000,- 2014 2015 2016 2017

Consequenties regeerakkoord voor AU -1.028 -3.873 -5.276 -6.269

Daar de buffer is bedoeld voor tegenvallers in de algemene uitkering, wordt een groot deel ingezet om

de tegenvallende rijksinkomsten op te vangen. Een gedeelte van de buffer blijft in stand, omdat

rekening wordt gehouden met de onzekerheden rondom het rijksbeleid. In het ‘Oranjeakkoord’ zijn

namelijk maatregelen aangekondigd, die per saldo leiden tot een vermindering van het gemeentefonds

met € 162 miljoen. De korting voor Schiedam bedraagt dan 0,6% van dat bedrag: € 972.000.

Inmiddels is door het op 12 april jl. gesloten sociaal akkoord deze bezuiniging uitgesteld tot augustus

2013. Omdat dan echter opnieuw wordt bezien of bezuinigingen noodzakelijk zijn, is het verstandig

een kortingreeks van jaarlijks € 1 miljoen te handhaven. Dat betekent dat de kortingreeks algemene

uitkering voor de jaren 2015 tot en met 2017 voor het meerdere kan worden ingezet voor het sluitend

maken van de begroting. Het niet benodigde restant kortingsreeks algemene uitkering voor het jaar

2014 (€ 5,4 miljoen) kan worden gestort in de algemene reserve.

Samenvattend:

Bedragen x € 1.000,- 2014 2015 2016 2017

Kortingreeks algemene uitkering in begroting 6.400 4.100 4.000 4.000

Inzet voor sluitend maken begroting 0 -3.100 -3.000 -3.000

Storting in algemene reserve -5.400 0 0 0

Restant kortingreeks in begroting 1.000 1.000 1.000 1.000

d. Schattingswijziging methode van afschrijving investeringen

Op dit moment schrijft eigen regelgeving (Nota Waarderen, activeren en afschrijven) voor, dat

investeringen worden afgeschreven volgens de lineaire methode (vast bedrag afschrijving, afnemende

rentelasten). Er wordt nu voorgesteld te kiezen voor afschrijving volgens de annuïtaire methode (vast

bedrag van afschrijving en rente).

Het verschil ligt in het langzamer afschrijven, waardoor in de eerste jaren de kapitaallasten fors lager

uitkomen: ongeveer € 3 miljoen in het eerste jaar, daarna aflopend met enkele tonnen per jaar. Over de

hele periode van afschrijving zijn de lasten van de annuïtaire methode wat hoger door hogere

rentekosten, maar deze zullen worden opgevangen door een strak en effectief liquiditeitenbeheer. De

budgetruimte wordt geheel ingezet ter dekking van tekorten.

Indien eenmaal voor een schattingswijziging is gekozen, is een omgekeerde beweging volgens de

voorschriften niet meer toegestaan. De Nota Waarderen, activeren en afschrijven dient daarop te

worden aangepast.

18


Resumé

Samenvattend is het financiële beeld van de Zomernota:

Bedragen x € 1.000,- 2014 2015 2016 2017

1.Tekort bij ongewijzigd beleid -1.205 -8.265 -7.289 -10.466

2. Interne en externe autonome ontwikkelingen -1.142 -1.059 -1.104 -609

3. Invulling nog niet geëffectueerde taakstellingen 500 2.500 2.500 2.500

4. Achterwege laten storting in Algemene Reserve 1.000 1.000 1.000 1.000

5. Gedeeltelijke inzet kortingreeks Algemene Uitkering 0 3.100 3.000 3.000

6. Schattingswijziging methode van afschrijven 2.987 2.732 2.480 2.226

Verschil met sluitende begroting 2.140 8 587 -2.349

De begrotingsjaren 2014, 2015 en 2016 kennen een overschot, het laatste jaar van deze periode laat

een tekort zien. De overschotten van de eerste drie jaren kunnen worden gebruikt voor dekking van het

tekort in 2017 (via de algemene reserve).

19


Hoofdstuk 3. Scenario’s

Op basis van het in hoofdstuk 1 beschreven bestuurlijk kader en de in hoofdstuk 2 beschreven

financiële basis worden in dit hoofdstuk beleidsscenario’s gepresenteerd. De scenario’s zijn

kaderstellend. Met het aangeven van een scenario bepaalt de raad de kaders voor de

Programmabegroting 2014 – 2017. Het college werkt het door de raad aangegeven scenario

vervolgens uit in de Programmabegroting 2014 – 2017.

In het bestuurlijk kader is aangegeven dat het college het tot haar taak ziet om het CWP 2010 – 2014

af te ronden. In hoofdstuk 1 is aangegeven dat het college twee met elkaar samenhangende externe

ontwikkelingen ziet, die van invloed zijn op het realiseren van het CWP 2010 – 2014 en de focus van

het beleid. Deze ontwikkelingen zijn het gevolg van de afspraken in het regeerakkoord, alsmede het

voortduren van de financieel-economische crisis.

Het betreft de ontwikkelingen op de woningmarkt in samenhang met de ontwikkelingen in het sociale

domein. Deze ontwikkelingen zijn van invloed op de mogelijkheden om de door de gemeenteraad

vastgestelde woonvisie (CWP ) en kadernota van het sociale domein (drager van beleid) te kunnen

uitvoeren. Het college presenteert in dit hoofdstuk drie scenario’s om hiermee om te gaan.

Samenhang ontwikkelingen woningmarkt en sociaal domein

Er is samenhang tussen de woningvoorraad en het gebruik van voorzieningen in het sociale domein.

Schiedam heeft een woningvoorraad die voor een groot deel bestaat uit goedkopere woningen. Ten

gevolge hiervan is er een instroom van kwetsbare groepen bewoners vanuit met name Rotterdam.

Deze groep bewoners maakt gemiddeld genomen relatief veel gebruik van voorzieningen in het sociale

domein. Op basis van onderzoek door Onderzoek&Statistiek kan worden vastgesteld dat er een

verband is tussen de instroom van kwetsbare groepen bewoners uit Rotterdam en het gebruik van

voorzieningen in het sociale domein. Kort gezegd: hoe groter de instroom van kwetsbare groepen

bewoners, hoe groter het beslag op de voorzieningen in het sociale domein. Een voortgaande

herstructurering verkleint de goedkope woningvoorraad en leidt tot een verminderde instroom van

kwetsbare bevolkingsgroepen.

We zien hierbij ook het omgekeerde: juist de meest daadkrachtige bewoners zijn in staat om een

positieve bijdrage aan de samenleving te leveren. Steeds weer blijkt uit onderzoek dat de bewoners die

het meeste vrijwilligerswerk doen, dit combineren met een (drukke) baan en/of gezin. Dit is een

dubbele wisselwerking: veel activiteiten hangen samen met het participeren op andere terreinen, zoals

actief zijn op de school, de sportclub van de kinderen, de politiek, de kerk of moskee of de eigen

leefomgeving. Daarnaast blijkt dat juist mensen die het druk hebben goed in staat zijn hun tijd

efficiënt in te zetten en dat vervolgens ook doen.

Het hebben van een brede maatschappelijke middengroep is van onschatbare waarde voor de opbouw

van de Schiedamse samenleving. Het is deze groep, die vorm kan geven aan de sociale stijging in de

stad. Om deze groep aan Schiedam te binden moet er wel een woningaanbod zijn dat aansluit bij hun

wensen en behoeften.

20


Daarnaast is er een samenhang met het thema levensloopvriendelijke stad. Conform de Woonvisie zal

hierop de komende jaren met kracht worden ingezet. De levensloopvriendelijke stad wordt volgens de

woonvisie uitgewerkt in twee woonservicegebieden. In het sociale domein zijn inmiddels de drie

decentralisaties (jeugdzorg, Wmo en participatie) verder uitgekristalliseerd. De daarbij behorende

forse financiële bezuinigingen in combinatie met de aanhoudende crisis, de versnelde

extramuralisering in de zorg en een sterkere noodzaak om ouderen (met steeds complexere vragen)

langer zelfstandig thuis te laten wonen, betekenen een breuk met het verleden en vragen erom een

wezenlijk andere weg in te slaan. Op dit moment wordt gewerkt aan een startnotitie over de

levensloopvriendelijke stad.

De bewegingen op de woningmarkt en de woningmarktpositie van Schiedam laten zich in onderstaand

overzicht goed illustreren:

Uit bovenstaand overzicht wordt duidelijk dat aan de onderkant van de woningmarkt een (fors)

migratiesaldo is van woningzoekenden van buiten Schiedam. Daarnaast is er een kleiner saldo van

Schiedammers woonachtig in het middensegment van de woningmarkt die een woning vinden buiten

Schiedam.

Ontwikkeling woningmarkt stagneert, druk op voorzieningen sociale domein

neemt toe

De woningmarktontwikkeling stagneert. De verkoopprijzen dalen, nieuwbouw van woningen en

doorstroming stagneren. De maatregelen in het regeerakkoord leiden tot extra heffingen bij de

corporaties. De investeringsruimte bij de corporaties krimpt. Investeringen in onderhoud, sloop en

nieuwbouw dalen.

21


Schiedam heeft een grote en goedkope huurwoningenvoorraad, waarvan de lokale corporatie

Woonplus grotendeels de eigenaar is.

Woningvoorraad naar koop- en huurprijsklasse

prijsklasse KOOP Schiedam Nederland prijsklasse HUUR Schiedam Nederland

< € 175.000 41% 13% < € 348 24% 25%

€ 175.000 - € 225.000 20% 20% € 348 - € 535 48% 50%

€ 225.000 - € 350.000 27% 36% € 535 - € 632 18% 17%

€ > 350.000 12% 31% > € 632 10% 8%

totaal 100% 100% totaal 100% 100%

Bron: WoON2009

1-1-2013 Schiedam Nederland (2011)

woningvoorraad aantal % %

totaal 35.689 100%

waarvan:

eengezins 11.001 30,8% 71%

meergezins 24.688 69,2% 29%

waarvan:

Bron: BAG gemeente Schiedam en CBS

koop 17.967 50,3% 55%

huur 17.722 49,7% 45%

Ten gevolge van de maatregelen in het regeerakkoord is er de komende jaren bij Woonplus weinig tot

geen investeringsruimte voor het plegen van onderhoud, de sloop van kwalitatief slechte

huurwoningen en het plegen van nieuwbouw. Het gevolg hiervan is dat de uitvoering van de

herstructurering ernstig vertraagt. De herstructurering van de woningvoorraad is een belangrijke

randvoorwaarde voor het realiseren van de doelstellingen van de Woonvisie.

De Woonvisie beoogt de transformatie van de woningvoorraad, te weten van een eenzijdige naar een

meer evenwichtige woningvoorraad. Hierdoor wordt het voor Schiedammers mogelijk om een

wooncarrière in Schiedam te realiseren. Met het stagneren van de herstructurering kan geen halt

worden toegeroepen aan de instroom van kwetsbare groepen uit onder andere Rotterdam én zijn er

minder kansen voor een wooncarrière van de middeninkomensgroepen.

In combinatie met de drie decentralisaties in het sociale domein, die tevens gekoppeld zijn aan zware

financiële taakstellingen, komt er een grote druk op het voorzieningenniveau in het sociale domein. Op

basis van de uitgangspunten van de visienota ‘Schiedams maatwerk in het sociale domein’ en de

kadernota wordt de sociale infrastructuur de komende jaren getransformeerd. Dit is nodig om de

sociale infrastructuur toekomstbestendig te houden en te waarborgen dat er voor kwetsbare

Schiedammers kan blijven worden gezorgd. Gezien de zware financiële taakstellingen van het rijk

blijft het overigens de vraag of dit gaat lukken. De verwachting is dat de druk op het sociale domein de

komende jaren zal toenemen. Dit blijkt ook uit de cijfers op macroniveau.

22


In onderstaande tabel van het CBS wordt de toename van de zorg in meerjarenperspectief geplaatst.

Vanaf 2002 zien we een jaarlijkse toename van de uitgaven (rode lijn) die voor een belangrijk deel

gedekt worden uit de eigen premie-inkomsten en de bijdragen van het rijk. De eigen bijdrage neemt

niet procentueel toe. Met andere woorden: de AWBZ wordt gefinancierd uit collectieve en publieke

middelen, niet door de gebruikers.

Inkomsten en uitgaven AWBZ

In onderstaande tabel zien we dat het beroep op de GGZ, uitgedrukt in geld, in acht jaar tijd meer dan

verdubbeld is.

Bron: Begroting 2011 Ministerie van VWS

23


In onderstaande tabel zien we de toename van het beroep op de jeugdzorg in meerjarenperspectief.

Op alle vormen van ondersteuning zien we een toename, waarbij vooral de extra vraag naar

geïndiceerde ambulante zorg opvalt. Deze is in de loop van 5 jaar meer dan verdubbeld.

In onderstaande tabel zien we de toenemende scheve verhouding tussen de kosten van de thuiszorg en

de beschikbare middelen daarvoor.

Prognose van het aantal personen van 20-65 jaar en de publieke kosten van thuiszorg bij

ongewijzigd beleid; index 2005 = 100

CBS, Statline (personen), VWS (kosten)

24


In onderstaande tabel zien we de grote stijging in de afgelopen jaren in het verstrekken van Wajonguitkeringen.

Deze zijn in de loop van vijf jaar met de helft toegenomen.

Uitgaven aan Wajong-uitkeringen

25


Scenario 1: Continuïteit in de uitvoering van vastgesteld gemeentelijk beleid

In dit scenario worden extra gemeentelijke middelen ingezet die nodig zijn om het

uitvoeringsprogramma van de door de raad vastgestelde woonvisie en kadernota sociaal domein

te realiseren. Hiermee wordt de continuïteit van de uitvoering van het collegebeleid

gewaarborgd.

Om de kadernota sociaal domein volledig uit te voeren is structureel extra inzet van middelen nodig,

waarbij voor de jaren 2014 tot en met 2017 een bedrag nodig is van in totaal € 18 miljoen. Hiervan

wordt € 10,6 miljoen gedekt uit de reguliere begroting en € 1,2 miljoen uit de reserve sociaal domein.

Om de kadernota sociaal domein te kunnen uitvoeren wordt structureel een extra inzet begroot van €

1,7 miljoen. Voor de jaren 2014 tot en met 2017 gaat het om een totaalbedrag van € 6,8 miljoen.

Voor de woningmarkt wordt een investeringsfonds (deels revolving) ingesteld. Middelen uit dit fonds

kunnen worden ingezet om een deel van de voorraad met minder vertraging te vernieuwen. Ook zullen

de middelen uit het fonds worden gebruikt om projecten met kluswoningen te starten. In de bestaande

bouw is het inzetten van startersleningen voor mensen die hun sociale huurwoning willen omzetten in

een koopwoning een optie. Voor zowel de bestaande als de nieuwbouwmarkt is behoefte aan

woonpromotie en een fonds voor (collectief) particulier opdrachtgeverschap. De extra middelen voor

het investeringsfonds worden begroot op ca. € 1,5 miljoen incidenteel. Overzicht (mogelijke)

maatregelen investeringsfonds woningmarkt:

overname van sloopkosten van Woonplus om dichtgetimmerde panden te voorkomen en

vernieuwing op gang te houden (mogelijk ook bijdrage van het Rijk);

aankoop van woningen om deze vervolgens als kluswoning in markt te zetten;

fonds voor collectief particulier opdrachtgeverschap: de aanloopkosten voor collectief

particulier opdrachtgeverschap worden vaak niet door banken gefinancierd, een fonds kan

daarin helpen;

uitstel van erfpacht bij herstructurering;

woonpromotie.

Naast een fonds ter stimulering van de woningbouw is het voorstel om binnen dit scenario een tweetal

onderdelen structureel op te nemen in de begroting:

starterslening gericht op een specifieke doelgroep ten behoeve van verkoop van bestaand bezit

woningen Woonplus, om hiermee financiële ruimte bij Woonplus te realiseren;

vervolg op funderingsherstel en particuliere woningverbetering na 2014. De opgave van

achterstallig onderhoud in de particuliere woningvoorraad is onverminderd actueel. De context

is echter drastisch aan het veranderen. De subsidiepot droogt op; vanuit de rijksoverheid zijn

nauwelijks budgetten beschikbaar en verhuizen wordt uitgesteld vanwege lastige verkoop. De

aanpak zal gedeeltelijk veranderen, maar vraagt om een structureel budget om de aanpak te

kunnen voortzetten. Deze kosten zijn reeds structureel opgenomen in de begroting, maar

besluitvorming voor de voorzetting na 2014 moet nog plaatsvinden. Kosten voorfinanciering

funderingsherstel maken hiervan onderdeel uit.

26


Te verwachten effecten

De verwachting is dat de combinatie van extra inzet in het sociaal domein en extra inzet gericht op de

woningvoorraad zullen leiden tot positieve effecten op korte en langere termijn.

Er is synergie bij een extra inzet van middelen tussen de woonvisie en de kadernota.

De herstructurering van de woningvoorraad kan doorgaan, de instroom van kwetsbare

woningzoekende vermindert, de transformatie van het sociale domein kan doorgang vinden.

De eenzijdigheid van de woningvoorraad neemt af. De eigen kracht en burgerkracht worden versterkt.

De maatregelen komen de leefbaarheid in de wijken ten goede.

Dit scenario leidt tot een extra (incidenteel en structureel) beslag op de financiële middelen maar zal

op langere termijn leiden tot lagere uitgaven en inverdieneffecten. In het sociale domein vertaalt zich

dit in minder hoge kosten voor gespecialiseerde en dure zorg. In het fysieke domein vertaalt zich dit in

hogere OZB- en erfpachtopbrengsten en voor werkgelegenheid in de bouw en aanverwante sectoren.

Dekking scenario 1

Dekking voor de extra structurele inzet van € 1,7 miljoen per jaar voor de uitvoering van de

kadernota van het sociale domein kan gevonden worden via de te verwachten jaarlijkse

overschotten bij ROGplus. In 2012 heeft een kentering plaatsgevonden t.g.v. een aanpassing van

de dienstverlening door ROGplus. De kosten zijn afgenomen, terwijl de inkomsten toenemen.

NB : de inkomsten worden als een negatieve uitgaven weergegeven in deze tabel (dus onder de

nullijn).

27


Ontwikkeling van de kosten en uitgaven ROGplus in meerjarenperspectief

€ 10.000.000

€ 8.000.000

€ 6.000.000

€ 4.000.000

€ 2.000.000

€ -

€ 2.000.000-

€ 4.000.000-

Bron: jaarcijfers ROGplus

Dekking voor het investeringsfonds voor de uitvoering van de woonvisie kan gevonden worden door

gebruik te maken van het overschot in de jaarrekening van 2012.

28

Som van 2007

Som van 2008

Som van 2009

Som van 2010

Som van 2011

Som van 2012


Scenario 2: Uitvoeren rijksbeleid

In dit scenario worden geen extra middelen ingezet om de door de raad vastgestelde woonvisie

en kadernota sociaal domein uit te voeren.

Het Rijksbeleid wordt uitgevoerd. Dat betekent dat de gemeente geen extra middelen naast de

teruglopende rijksmiddelen in zet.

De uitvoering van de woonvisie en kadernota (transformatie sociale domein) stagneert ten gevolge van

de maatregelen in het regeerakkoord. Consequenties zijn dat een aantal transformaties niet kan worden

uitgevoerd:

het ontwikkelen van alternatieve arrangementen in de zorg die op termijn besparingen moeten

opleveren;

integrale toegang tot de zorg;

geen extra inzet op het versterken van de vrijwillige inzet van Schiedammers;

geen uitrol van het wijkondersteuningsteam naar andere wijken dan Nieuwland;

het stoppen met zelfbeheer van wijkaccommodaties door bewoners;

het uitbreiden van ondersteuning van mantelzorgers;

het doorontwikkelen van de zorgstructuur in de scholen;

het vitaliseren van sportverenigingen.

Dit scenario legt op korte termijn geen extra beslag op de financiële middelen van de gemeente. Er is

geen synergie tussen woonvisie en kadernota. Op langere termijn is de verwachting dat dit scenario tot

negatieve effecten c.q. een negatieve spiraal leidt, omdat de noodzakelijke vernieuwing van het sociale

domein achterwege blijft. In de kadernota sociaal domein wordt ervan uitgegaan dat de kosten voor de

baten uitgaan en dat eerst moet worden geïnvesteerd in de sociale infrastructuur om de Schiedamse

samenleving beter voor te bereiden op de nieuwe taken. Blijft de investering in het versterken van de

burgerkracht en de vrijwillige ondersteuning achterwege, dan zal een groter beroep worden gedaan op

de zwaardere, professionele zorg. Uiteindelijk is deze beweging op langere termijn duurder dan het

investeren aan de voorkant van de zorg.

Gevolgen woningmarkt

In dit scenario vertraagt de herstructurering in grote mate, neemt de kwaliteit van de woningvoorraad

af, neemt de instroom van kwetsbare groepen toe en daarmee het beslag op voorzieningen in het

sociale domein.

De transformatie van het sociale domein stagneert (geen middelen om kadernota uit te voeren).

Daarnaast verlaten met name huishoudens met middeninkomens de stad. Deze mensen zijn echter de

motor van de participatie. Behouden van betrokken trotse Schiedammers helpt bij de opvang van taken

die door decentralisatie bij gemeente en burgers terechtkomen. Stagnatie van nieuwbouw op nieuwe

locaties, herstructureringslocaties en kwalitatieve verbetering van wijken door vernieuwing van de

woningen versterkt de negatieve spiraal. Woningmarkt en de sociale infrastructuur komen onder een

grotere druk te staan.

29


Nog wel opgenomen in dit scenario is de hulp bij funderingsherstel (inclusief kosten voorfinanciering)

en woningverbetering bij particulieren, een belangrijk onderdeel bij de Woonvisie. Deze kosten zijn

structureel in de begroting opgenomen maar de voortzetting na 2014 moet wel worden besloten.

In dit scenario blijft de financiële positie van de gemeente op de korte termijn robuust. In dit scenario

compenseert de gemeente geen rijksbezuinigingen. Er is geen continuïteit in de uitvoering van

vastgesteld beleid.

30


Scenario 3: Anti-cyclisch beleid voor woningmarkt en sociaal domein

Scenario 3 gaat uit van het principe dat de gemeente extra stimuleringsmaatregelen treft in

tijden van crisis. De inzet in dit scenario richt zich niet alleen op het kunnen uitvoeren van door

de raad vastgestelde woonvisie en kadernota, maar beoogt tevens een fors extra pakket aan

stimuleringsmaatregelen.

Dit scenario heeft de positieve effecten van scenario 1, maar treft daarnaast extra

stimuleringsmaatregelen voor de woningmarkt en biedt ook een vangnet voor kwetsbare

Schiedammers. Via de stimuleringsmaatregelen wordt het functioneren van de lokale woningmarkt

verbeterd, wat positief doorwerkt in de lokale economie. Een beter functionerende woningmarkt leidt

immers tot een sterkere lokale economie.

Voor het sociale domein betekent dit dat de maatregelen van de rijksoverheid worden verzacht. De

transities worden uitgevoerd op het huidige niveau, waardoor kwetsbare Schiedammers dezelfde zorg

blijven ontvangen die ze nu reeds ontvangen. Het gaat om het ongedaan maken van de volgende

kortingpercentages:

40% minder budget voor huishoudelijke verzorging vanaf 2015;

25% korting op individuele begeleiding en vervoer van cliënten in de AWBZ vanaf 2015;

15% korting op de persoonlijke verzorging van AWBZ-cliënten vanaf 2015;

100% thuisverpleging na een ziekenhuisopname vanaf 2015.

50 tot 100% afbouw van rechten op verblijf in een AWBZ-voorziening (percentage is

afhankelijk van doelgroep);

15% korting op de jeugdzorg.

Scenario 3 resulteert in een forser beslag op de financiële middelen (incidenteel en structureel) van de

gemeente. Voor de woningmarkt zal het bedrag in het fonds hoger worden (circa € 2,5 miljoen.)

waardoor ingezet kan worden op meer woningen, maar ook ruimte is voor stimulering van

woningbouw in de projecten die in de woonvisie vallen onder ‘afmaken waar we aan begonnen zijn’.

Hierdoor zal ook sterker ingezet worden op de wens om meer mensen met een midden en hoger

inkomen voor de stad te behouden en daarmee een steviger kader voor de veranderingen in het sociale

domein. In dit kader past ook een uitgebreider vervolg van de particuliere woningverbetering.

Scenario 3 leidt tot optimale positieve effecten op de korte en langere termijn. De herstructurering van

de woningvoorraad kan doorgaan, de lokale woningmarkt komt meer in beweging, de instroom van

kwetsbare groepen vermindert, de transformatie van het sociale domein komt op gang, de leefbaarheid

en zelfredzaamheid in de wijken worden vergroot. Er zijn extra maatregelen voor kwetsbare groepen

Schiedammers. Het synergie effect tussen woonvisie en kadernota is groter dan in scenario 1.

Nadeel: er is een fors beslag op de gemeentelijke middelen ten gevolge van de anti-cyclische

financiering. Het verzwakt de financiële positie op korte termijn en leidt tot extra bezuinigingen op de

andere beleidsterreinen. De continuïteit in de uitvoering van vastgesteld beleid voor de andere

beleidsterreinen komt onder druk te staan.

31


De effecten van de drie scenario’s kort in beeld

Financiële positie gemeente

Korte termijn

Langere termijn

Maatschappelijke effecten

Korte termijn

Langere termijn

Synergie voordelen woningmarkt –

sociale domein

Korte termijn

Langere termijn

Scenario 1:

continuïteit uitvoering

gemeentelijk beleid

0

+

+

+

+

+

32

Scenario 2:

Sec uitvoeren

rijksbeleid

++

-

-

--

0

0

Scenario 3:

Anti-cyclisch crisisbeleid

-

--

++

++

++

++


Meerjarige financiële gevolgen en dekkingsmogelijkheden 3 scenario’s

Onderstaand zijn per scenario de meerjarige financiële gevolgen en mogelijke dekkingsmogelijkheden

in beeld gebracht:

Bedragen x € 1.000.000,- 2014 2015 2016 2017

Scenario 1: continuïteit in uitvoering

gemeentelijk beleid

kadernota sociaal domein:

- structureel

- dekking

woonvisie:

- structureel

- dekking

- incidenteel

- dekking

Scenario 2: sec uitvoeren rijksbeleid

kadernota sociaal domein:

- structureel

- dekking

woonvisie:

- structureel

- dekking

- incidenteel

- dekking

Scenario 3: anti-cyclisch crisisbeleid

kadernota sociaal domein:

- structureel

- dekking

woonvisie:

- structureel

- dekking

- incidenteel

- dekking

1,7

overschot

ROGplus

0,68

Begroting

1,5

saldo

jaarrekening 2012

0

0,37

Begroting

0

4,0 – 4,5

Dekking

ROGplus én

2,3 - 2,8 uit extra

bezuinigingen

overig beleid

1,0

- Begroting

+ 0,32

bezuinigingen

overig beleid

2,0 – 2,5

Saldo

jaarrekening 2012

+ 0,5 – 1,0

bezuinigingen

overig beleid

33

1,7

Overschot

ROGplus

0,68

Begroting

0

0,37

Begroting

4,5 – 5,0

Dekking

ROGplus én

2,8 - 3,3 uit extra

bezuinigingen

overig beleid

1,0

- Begroting

+ 0,32

bezuinigingen

overig beleid

1,7

Overschot

ROGplus

0,68

Begroting

0

0,37

Begroting

5,0 – 5,5

Dekking

ROGplus én

3,3 - 3,8 uit extra

bezuinigingen

overig beleid

1,0

-Begroting

+ 0,32

bezuinigingen

overig beleid

1,7

Overschot

ROGplus

0,68

Begroting

0

0,37

Begroting

5,5 – 6,0

Dekking

ROGplus én

3,8 - 4,3 uit extra

bezuinigingen

overig beleid

1,0

-Begroting

+ 0,32

bezuinigingen

overig beleid


Hoofdstuk 4. Vervolgtraject

Na de kaderstelling door de raad tijdens de behandeling van de Zomernota 2014, wordt het door de

raad aangegeven scenario door het college nader uitgewerkt in de Programmabegroting 2014 – 2017.

Het college werkt daarbij uit op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan het door de raad

aangegeven scenario en welke dekkingsmogelijkheden worden gehanteerd.

Het uitgewerkte scenario wordt verwerkt in de Programmabegroting 2014 – 2017 die in de

begrotingsbehandeling in november door de raad wordt besproken en vastgesteld.

34

More magazines by this user
Similar magazines