No. 480 24 Augustus 1932 laan van Nieuw Oost-Indië 156 HET ...

webstore.iisg.nl

No. 480 24 Augustus 1932 laan van Nieuw Oost-Indië 156 HET ...

No. 480

Adres voor Redactie en Administratie

laan van Nieuw Oost-Indië 156

HET WEDUWEN-PENSIOEN.

In dit nummer — en in onze algemeene vergadering

van 15 October a.s. — wordt een belangrijke zaak aan

de orde gesteld.

Wanneer wij overzien, wat het Kringbestuur in latere

jaren in economisch opzicht tot stand heeft weten te

brengen, dan vinden wij achtereenvolgens Ie de tijdelijke

salaris-regeling; 2e de definitieve salaris-regeling

(minimum-schaal); 3e de pensioen-overeenkomst en 4e

de regeling der arbeids-overeenkomst in haar geheel

met Bemiddelingsraad. Zeer zeker zou er ter volledige

invoering van een en ander nog wel iets te doen zijn,

ware het niet, dat op het oogenblik onze handen worden

gebonden door den crisis-toestand, waarvan ook de

dagbladen de gevolgen ondervinden. Zoo blijve het dus

aan het Bestuur van de naaste toekomst behouden, de

volledige en algeheele invoering met name van het Arbeidscontract

te verkrijgen.

Intusschen ontbreekt er in dien schakel van bereikte

overeenkomsten en regelingen één belangrijke zaak:

het weduwen-pensioen.

Heeft het Kringbestuur nooit aan de weduwen gedacht?

Natuurlijk. In de eerste plaats zit er in onze pensioenregeling

een stukje weduwen-zorg: want Ie toch

hebben wij daarin de mogelijkheid voorbehouden van

terugbetaling van alle gestorte premiën (ook dus het

deel der directies) aan de weduwen, indien de journalist

vóór den pensioen-leeftijd komt te overlijden en 2e

hebben wij daarin de bevoegdheid verkregen om de

10 pet. (van directie en journalist ieder 5) aan te wenden

voor een levensverzekering. Bovendien is het ons

Bestuur gelukt, in het Arbeidscontract de bepaling

opgenomen te krijgen, dat bij overlijden van den journalist

het salaris nog gedurende drie maanden (de loopende

maand niet inbegrepen) zal worden uitbetaald

en wij zijn van oordeel, dat deze bepaling als minimum

door alle directies kan en moet worden toegepast, ook

al is het Arbeidscontract nog niet volledig ingevoerd.

Dit zijn dus brokjes weduwenzorg, maar het belangrijkste,

het weduwen-pensioen is er, althans over de geheele

linie en bij overeenkomst vastgelegd, nog niet. Toen

verleden jaar de regeling der arbeids-overeenkomst tot

stand kwam, hebben wij echter van de directies de principieele

toezegging gekregen, dat zij te zijner tijd nog

eens met ons over het weduwen-pensioen zouden

spreken.

Redacteur:

D. HANS

24 Augustus 1932

Dit blad verschijnt ten minste

éénmaal per maand.

Toen echter is het Kringbestuur niet blijven stilzitten.

Het heeft, onder leiding van collega Henri Dekking, die

voor de zaak zulk een groote en warme belangstelling

heeft, een commissie ingesteld, om het vraagstuk te onderzoeken:

haar rapport, zoo voortreffelijk door collega

J. H. van Oosten (geen Kringlid meer, maar aan den

Kring oprecht verknocht gebleven) uitgebracht, vindt

men in dit nummer. Op de bijzonderheden daarvan gaan

wij hier niet in: de conclusies, door het Bestuur overgenomen,

strekken tot oprichting van een Fonds, waaruit

aan onze leden tegemoetkomingen in de premies

kunnen worden verstrekt. Met de Nationale wordt dan

een regeling inzake het weduwen-pensioen gesloten, en

aan de directies zal worden gevraagd de helft der premies

te storten, evenals bij het eigen pensioen voor de

journalisten geschiedt. En ten einde althans dadelijk iets

te kunnen doen, wordt tevens, op initiatief der Amsterdamsche

bestuursleden, voorgesteld een tijdelijk steunfonds

in het leven te roepen, waaruit, zoolang het definitieve

Fonds — dus het weduwen-pensioen — niet in

werking is getreden, in voorkomende gevallen een weduwen-uitkeering

voor éénmaal kan worden gedaan:

het saldo van dit tijdelijke fonds zal dan later in de kas

van het definitieve worden gestort. Deze weduwen-uitkeering

zal slechts van bescheiden aard kunnen zijn en

alleen noodzakelijk worden in gevallen, waarin feitelijk

geen enkele andere hulp of voorziening aanwezig is: de

ergste noodgevallen dus.

Wij vragen voor deze voorstellen de volle belangstelling

der leden. Wat hier wordt voorgesteld is niet alleen

een begin, maar een moeilijk begin, waarvan alleen door

eendrachtige samenwerking iets terecht kan komen, te

meer, waar het logisch is dat de oudere collega's hier

de dure posten vormen, die het eerst geholpen dienen te

worden. Doch jong of oud: ieder onzer kan van dag tot

dag bij deze zaak belang krijgen en het zal voor velen

een geruststellende gedachte zijn, dat, dank zij den

Kring, hun weduwen niet onverzorgd achterblijven.

De grootste boom is uit het kleinste zaadje ontsproten;

laat ons met de belangrijke zaak van het weduwenpensioen

thans een begin maken. Wij hopen dat de aangesloten

vereenigingen, ter voorbereiding van de algemeene

Kringvergadering, aan deze zaak haar volle aandacht

zullen geven. Gezamenlijk moeten wij trachten,

de definitieve invoering zoo spoedig mogelijk te doen

geschieden. Het is ons aller belang.


94 DE JOU N A L I S T

INHOUD: Het Weduwen-pensioen; Officiëele Mededeelingen;

Rapport-Weduwenpensioen; Agenda Algemeene Vergadering; Ledenlijst.

— G. Polak Daniels. — Aangesloten Vereenigingen; Plaatsen

Ridderzaal en Perskamer. — Allerlei onderwerpen; Leekepraatjes

over Taal en Stijl; J. P. van Term; De Journalistiek onderdeel?

Journalisten als buitengewoon raadslid. — Buitenland: Koningin

Victoria en de Pers. — Journalistieke Herinneringen; Een reisje

met Minister Kan. — Allerlei Berichten. — In De Laatste Kolom.

— Advertentiën.

Officiëele Mededeelingen.

RAPPORT

van de Commissie inzake het

Pensioen voor Weduwen en

Weezen van Journalisten.

Benoeming en werkwijze.

In zijn vergadering van Zaterdag 25 April 1931 benoemde het

bestuur van den Nederlandschen Journalisten-Kring ^en commissie,

die tot opdracht kreeg rapport uit te brengen over de vraag, hoe

op de beste wijze voorzien kan worden in het pensioen voor Weduwen

en Weezen van journalisten.

Tot lid en voorzitter dezer commissie werd benoemd de heer

Henri Dekking, penningmeester van den N. J. K. Tot leden werden

benoemd de heeren Mr. J. J. van Bolhuis, den Haag; J. H. Rogge,

Amsterdam; F. Th. Holsboer, Deventer en J. H. van Oosten, Haarlem.

Op zijn verzoek werd de heer Mr. J. J. van Bolhuis vöör de

eerste vergadering der commissie van deze opdracht ontheven en

vervangen door den heer F. J. W. Drion uit den Haag. Als

secretaris der commissie is opgetreden de heer J. H. van Oosten.

De commissie vergaderde op 13 Mei, op 8 Juli, op 2 November

en op 10 Februari 1932 ten huize van den heer F. J. W. Drion.

De vergadering van 13 Mei werd gewijd aan voorloopige besprekingen

van het onderwerp, dat der commissie in studie was gegeven

en aan het vaststellen van de bij het onderzoek te volgen

werkwijze.

Alhoewel de vraag of er voor den Nederlandschen Journalisten-

Kring aanleiding is, zijn aandacht te schenken aan de zorg voor

weduwen en weezen van journalisten buiten de opdracht viel der

commissie en de commissie zelf deze aanleiding als vaststaande aannam,

werd toch besloten een enquête in te stellen onder de leden

van den N. J. K., ten einde op deze wijze de mate van het tekort

aan zorg voor weduwen en weezen te leeren kennen, voor de commissie

studiemateriaal te verzamelen, de wenschen der belanghebbenden

te leeren kennen en de noodige gegevens te verkrijgen, die

eventueel noodig zouden zijn om een berekening te maken van

premiën, uitkeeringen enz.

De Enquête.

Op 22 Mei 1931 werd tot dit doel aan de leden van den Nederlandschen

Journalisten-Kring een gedrukte circulaire verzonden, met

een enveloppe voor het antwoord. Van de ongeveer 600 leden van

den Kring waren er 163, die een antwoord inzonden, welk resultaat

de Commissie, gezien de ervaringen met vroeger ingestelde enquêtes

opgedaan, hoogst bevredigend achtte. Uit de ingekomen brieven

bleek een levendige belangstelling voor het onderwerp, dat de commissie

in studie had genomen. Bijna zonder uitzondering werd door

alle inzenders sympathie met het initiatief van den Kring betuigd.

De beste wenschen werden geuit voor een spoedige invoering van

een pensioen voor weduwen en weezen van journalisten en decommissie

heeft het bij haar werk als een aanmoediging gevoeld,

dat onder degenen, 'die aan haar verzoek om inlichtingen voldeden,

zeer vele collega's waren, wier namen in de wereld der journalisten

een goeden klank hebben.

Ook gaven de ingekomen gegevens, hoewel er maar 163 antwoorden

waren, de commissie een vrijwel volledig beeld _ van de

zorg, die momenteel aan weduwen en weezen van collega's wordt

besteed. Uit de ledenlijst van den Ned. Journalisten-Kring, zooals

die is opgenomen in de jaarboekjes van den Kring, toch was na

te gaan hoeveel leden aan elke onderneming in het kranten- en

periodieken bedrijf zijn verbonden en van vrijwel iedere onderneming

was er minstens één collega zoo vriendelijk geweest, de gevraagde

inlichtingen te verschaffen. Het is zelfs waarschijnlijk, dat

vele collega's het beantwoorden van de vragenlijst overbodig vonden

als zij wisten, dat betreffende hun onderneming de commissie reeds

was ingelicht.

Uit de enquête is het volgende gebleken:

A. Twee ondernemingen tot de groote en vier tot de kleine behoorende

zijn in het bezit van een verzekering tot uitkeering

van weduwen- en weezenpensioen voor de bij haar in dienst

zijnde journalisten. Het aantal journalisten, dat hiervan geniet,

bedraagt 52.

B. Betreffende drie ondernemingen kwam bericht, dat door haar in

voorkomende gevallen iets wordt gedaan voor weduwen en

weezen, die steun noodig hebben. Hier kan echter niet van een

pensioen worden gesproken. De zorg aan die weduwen en

weezen besteed, is een welwillendheid der directie, waartoe deze

niet verplicht is. Bij deze drie ondernemingen zijn 69 leden van

den Kring betrokken.

C. Bij twee ondernemingen bleek de zorg voor weduwen en weezen

in voorbereiding te zijn. Hierbij waren 38 leden van den Kring

betrokken.

Zoodat bij overlijden: van 52 collega's, de weduwen en weezen

verzorgd zijn; van ongeveer 450 collega's, de weduwen en weezen

geen zekerheid hebben, dat er voor hen zal worden gezorgd.

Onder deze 450 collega's zijn ook begrepen zij, die zelf voor een

weduwen- weezenpensioen hebben gezorgd. Hun aantal is, naar

uit de enquête is op te maken, vermoedelijk klein. Ook dient de

aandacht te worden gevestigd op het 'feit, dat in bovenstaand résumé

geen rekening is gehouden met de grootte van het weduwen- en

weezenpensioen. In veel gevallen, dat pensioen wordt uitgekeerd,

is dit aan den lagen kant.

Van de gelegenheid om wenschen te uiten of nuttige wenken te

geven, werd vrij veel gebruik gemaakt. In eenigszins willekeurige

volgorde worden de voornaamste hieronder vermeld.

Verschillende collega's, die van het verzekeringsvak op de

hoogte zijn, verklaarden zich bereid de commissie met raad en daad

bij te staan. — Enkele collega's spraken den wensch uit, dat de

ondernemingen zullen worden verplicht iets voor de pensionneering

van weduwen en weezen te doen. Eén wenschte, dat de directeuren

hetzelfde bedrag in de te betalen premie bijdragen als de journalisten.

In denzelfden gedachtengang liggen de wenschen, die

geuit werden voor een regeling bij collectief arbeidscontract. —

In overweging werd gegeven een collectieve verzekering te sluiten

bij een soliede Mij. of bij den Raad van Arbeid of de Vrijwillige

Ouderdomsverzekering. — Eén collega wilde een vaste regeling

van de soort als de N. J. K. voor het ouderdomspensioen heeft. In

dit verband werd ook de wensch geuit, de verzorging van weduwen

en weezen te doen geschieden via het pensioenboekje van

de Nationale, b.v. door terugbetaling van gestorte premiën. Deze

laatste mogelijkheid bestaat echter al. — Natuurlijk werd ook de

overtuiging uitgesproken, dat een onderling fonds de beste oplossing

is, opdat geen premiën verloren gaan. — De meening werd

neergeschreven, dat premiën, van welke verzekering ook, die door

de directies ten gunste van haar personeel worden voldaan, toch

door haar verdisconteerd worden in de loonschalen en dus feitelijk

door de begunstigden worden betaald. Niettemin achtte deze collega

een verplichte verzekering voor de journalisten zeer aanbevelenswaardig

en nuttig, al betaalden de journalisten die geheel. — Een

collega gaf in overweging, zooveel mogelijk te streven naar het

afsluiten van lijfrente-verzekeringen door het koopen van vrije

polissen d.w.z. het ineens betalen van alle verschuldigde premiën,

waarop dan belangrijke korting mogelijk is. Voorschotten op langen

termijn zonder renteberekening maken dit mogelijk in individueele

gevallen. Colectief kan dit worden geregeld tusschen Kring en

directies, deels door bijslagen, deels door kortingen op het salaris.

De minst ingewikkelde en zekerste regeling zou, volgens hem,

kunnen worden verkregen, door deze kwestie in studie te geven

bij de Directie van de Rijksverzekeringsbank. Daar kan een speciaal

tarief gemaakt worden, mede van toepassing op andere bedrijven,

waarbij de Raden van Arbeid zoo goed als geen bemoeienis

hebben, zoodat vele administratiekosten komen te vervallen. De

hier bedoelde verzekeringen zouden individueel en collectief kunnen

worden afgesloten met de bepaling, dat, wanneer de echtgenoote c.q.

de verzekerde kinderen, vöör den man (vader) zouden komen te

overlijden, dan ineens de te hunnen behoeve gestorte verzekeringspremie

wordt terugbetaald. De gegeven toeslag vloeit dan terug

in de kas der directie, het op het salaris betaalde bedrag in de kas

van echtgenoot of vader. Deze vooropstelling zou de verzekering

psychologisch aannemelijker maken voor de betrokken partijen.

Een collega wil het personeel in alle ondernemingen voor b.v.

10% deel laten hebben in het bedrijf, middels medewerking van

de eigenaars in den trant zooals dat geregeld is bij van Marken

(Gist- en Spiritusfabriek) en Stork. Het personeel zou daardoor

elk jaar een buitenkansje krijgen. Van de overwinst ware een percentage

te bestemmen voor ziekte-, ouderdoms- en weduwenpensioen.

(De commissie veroorlooft zich hierbij de vraag te stellen

hoe het moet gaan als er geen winst wordt gemaakt).

Een collega wilde een gedwongen pensioensstorting invoeren van

b.v. 5 % van het salaris. — Een ander wilde een deel van de

weerstandskas van den Kring als grondslag voor een verzorging

van weduwen en weezen aanwenden. — Gevraagd werd een fonds

te vormen, dat tegen contributie bij overlijden van den kostwinner

uitkeering verzekert en pensioen en steun aan weduwen en weezen

verleent. Dit fonds zou behalve contributie inkomsten kunnen ont-


vangen door: bijdragen van de eigenaren der bladen; bijdragen uit

de kas der plaatselijke journalistenvereenigingen; een bijdrage door

contractueel van elke advertentie een percentage te heften voor

het weduwen- en weezenfonds van de journalisten (en administratiepersoneel,

waarvoor een regeling zou kunnen worden gemaakt

onder leiding van de directeuren); door jaarlijks een groot feest

te geven in Amsterdam, Den Haag en andere groote plaatsen

(volgde een beschrijving van een dergelijk feest in de eerezaal

van het stadhuis b.v.); door een jaarlijksche loterij van ƒ100.000

a ƒ1,— per lot met een hoofdprijs van ƒ10.000 en ƒ5.000 en

prijzen van ƒ5.—.

Een andere collega opperde eenzelfde denkbeeld. Het lijkt hem

niet moeilijk elk jaar misschien ƒ 10.000 bijeen te brengen voor het

weduwen- en weezenfonds door het geven van een gala-avond in

de groote steden. Deze collega stelt zichzelf en zijn relaties in de

artistieke wereld daarvoor bij voorbaat beschikbaar. — Gevraagd

werd of gedacht kan worden aan weduwen van gepensioneerden.

Uit den aard der zaak zullen zij geen jonge weezen achterlaten.

Aangedrongen werd op het geven van een suppletie van den Kring

op de premie van die journalisten, wier salaris te laag is om hooge

premiën te betalen; gevraagd is te denken aan de ouderen en de

alleroudsten onder de journalisten; aan de plaatselijke correspondenten;

aan de mogelijkheid, dat ook een vrouwelijk Kringlid een

verzekering voor man en kind wil sluiten; aan de medewerkers

aan bladen (dus niet alleen een regeling te ontwerpen voor de

vaste redacteuren). — Een collega vestigt de aandacht op het

groote verschil in leeftijd, dat kan bestaan tusschen man en vrouw

en wenscht niet, dat de hooge premie, die daarvoor zou moeten

worden betaald zou drukken op de premie, die anderen, zouden

moeten betalen. — Gewezen is op de wenschelijkheid van een

regeling bij overgang naar een andere krant, opdat de gestorte

premiën niet waardeloos worden. — Tenslotte waren er eenige

collega's, die inlichtingen gaven over verzekeringen in andere landen,

welke opmerkingen echter voor een weduwen- en weezenpensioenfonds

niet bruikbaar bleken.

Met bijzondere waardeering heeft de commissie kennis genomen

van een brief met bijlagen, van collega Stijns, secretaris van de

Union Professionelle de la Presse Beige, die mededeelingen, statuten

en reglementen stuurde, welke betrekking hebben op de z.g. mutualiteit

en verzekeringskas der Belgische collega's. Ook bij de

Belgische collega's kent men echter geen speciaal weduwen- en

weezenpensioen.

Geen Onderlinge Verzekering.

De commissie heeft, ter uitvoering van de haar verstrekte opdracht,

de mogelijkheid van een Onderlinge Verzekering overwogen.

Zij telde onder haar leden eenige warme voorstanders van

een onderlinge verzekering. Aan hen is verzocht van de mogelijkheid

eener onderlinge verzekering bijzondere studie te maken. Als

een belangrijk voordeel, verbonden aan een onderlinge verzekering,

wordt in den regel de veronderstelling aangevoerd, dat een dusdanige

verzekering minder onkosten heeft dan een verzekeringsmaatschappij,

omdat de administratie van een Onderlinge Verzekering

niet zoo duur behoeft te zijn. In het bijzonder zou dat

van een Onderlinge Verzekering ten behoeve van journalisten kunnen

gelden, omdat de administratie er van zoo goed als gratis

zou kunnen geschieden en de noodige deskundige voorlichting ook

zoo goed als gratis te verkrijgen zou zijn. Als bewijs van de kleinere

onkosten-rekening eener onderlinge verzekering wordt dan

gewezen op het groote bedrag aan premiën, dat door de verzekeringsmaatschappijen

aan winstaandeelhouders wordt omgezet. Bij

een Onderlinge Verzekering zou dat niet gebeuren, maar zou de

winst worden aangewend ten bate van de verzekerden.

De commissie achtte het niet noodig over de vraag, of deze

stelling juist is, langdurige besprekingen te houden, omdat zij eenstemmig,

na grondige voorlichting van de voorstanders eener onderlinge

verzekering in haar midden, op andere gronden tot de conclusie

kwam, dat aan het Kringbestuur niet moet worden geadviseerd,

ter bereiking van het beoogde doel, een Onderlinge Verzekering

te vormen. De commissie mag er aan herinneren, dat in

1922 de Pensioencommissie van den Nederlandschen Journalisten-

Kring zich voor het ouderdomspensioen reeds eenstemmig heeft

verklaard tegen de oprichting van een Eigen Fonds, omdat die

commissie daarin volstrekt geen waarborg zag van meer zekerheid

en meer voordeel. Voor het geval, dat ónze commissie bezig hield,

klemde vooral de mate van zekerheid, die den verzekerden zou

kunnen worden aangeboden bij de stichting van een onderlinge

verzekering, de zekerheid, dat de wissel, dien de verzekerde m den

vorm van een polis in handen houdt, op het moment, waarop

hij vervalt, inderdaad zal worden voldaan. Het is een der voornaamste

eischen, waaraan een verzekering moet voldoen. Ook bij

maatschappijen van levensverzekering bestaat die zekerheid met

absoluut. De toekomst en vooral een toekomst, die nog vele jaren

van ons af is, kent niemand. Zekerheid wat die toekomst brengen

zal, kan dus niet worden gegeven, maar de commissie meent wel

te mogen vaststellen, dat de grootst mogelijke zekerheid verkregen

wordt door eventueele uitkeeringen aan weduwen en weezen te

laten doen door een of meerdere, als solied bekend staande levensverzekeringsmaatschappijen.

Deze zekerheid is grooter dan die,

welke een onderlinge verzekering kan geven. Verzekering toch is

een kwestie van groote getallen. Hoe omvangrijker de portefeuille

d.i. het aantal risico's, des te stabieler en veiliger het bedrijf, des

te minder kans op storende schommelingen in de uitkomsten. Is

DE JOURNALIST 95

het aantal zeer groot, dan is het gevaar voor een deconfiture niet

belangrijk; is het aantal posten klein, dan wordt de verwachting,

dat „het wel zal meevallen" een gokkerij.

De voorstanders van een onderlinge verzekering in onze commissie

zijn overtuigd, dat onder de journalisten het aantal deelnemers

aan een onderlinge verzekering te gering is, om dat risico

aan te gaan. Derhalve besloot onze commissie eenstemmig de vorming

van een onderlinge verzekering af te raden.

Collectieve Verzekering bij Gevestigde

Maatschappijen.

Het sluiten van een verzekering voor het uitkeeren van een

weduwen- en weezenpensioen bij een gevestigde maatschappij zou

door de journalisten kunnen gebeuren in collectief verband of door

ieder individueel.

Het vermoeden, dat bij collectieve verzekering de te betalen

premiën lager zullen zijn dan bij individueele verzekering, lag voor

de hand. De commissie besloot dan ook een onderzoek in te stellen

maar de mogelijkheid van een collectieve verzekering bij een of

meer der meest bekende maatschappijen.

Door den secretaris der commissie is aan een drietal van de

meest gerenommeerde maatschappijen in het land een brief gezonden,

waarin o.m. het volgende werd geschreven;

„De bedoeling zou zijn de leden van den Kring te verzekeren

ten behoeve van hunnen echtgenooten en kinderen en daartoe met

één (eventueel meer) levensverzekeringsmaatschappijen een overeenkomst

te sluiten, waarbij voor de leden van den Kring de gelegenheid

zou worden geopend tegen gereduceerde premie een

levenslange overlevingsrente voor hunne weduwen en een tijdelijke

rente voor hunne kinderen te verzekeren. Deze laatste rente

zou eindigen bij het 18de, respectievelijk 21ste jaar. Onze commissie

zou gaarne van uwe maatschappij vernemen of zij in beginsel

bereid zou zijn zulk een overeenkomst te sluiten; en voorts:

a. hoe hoog de premiën zouden zijn per f 100.— jaarlijksche rente,

bij de in bijgaanden staat aangegeven leeftijdsverhoudingen; b. of

bij het afsluiten der verzekering een geneeskundig onderzoek van

den verzekerde noodig is; c. of indien een verband wordt gelegd

tusschen het bedrag van het salaris en dat van de te verzekeren

rente, bij verhooging der verzekering ingevolge stijging van het

salaris andermaal een geneeskundig onderzoek wordt vereischt?"

Met groote bereidwilligheid hebben genoemde maatschappijen aan

het verzoek der commissie voldaan. Zij bleken in beginsel bereid

te zijn de gevraagde overeenkomst aan te gaan. In de bijlagen

worden aan het bestuur van den N. ]. K. de opgaven van de Maatschappijen

overgelegd. Hoewel deze gegevens voor de leden ter

inzage dienen te liggen, meende de commissie geen vrijheid te

hebben ze in dit rapport te publiceeren.

Vorming van een Eigen Fonds, met uitkeeringen door

Verzekerings-maatschappijen.

Met het verzamelde materiaal was de commissie in staat, een

nauwgezette studie van het onderwerp te ondernemen.

Zij was door de ingekomen antwoorden van de verzekeringsmaatschappijen

niet geheel voldaan. Wie de door de maatschappijen verstrekte

tarieven bestudeert, ziet, dat de premiën, welke door de

oudere journalisten moeten worden opgebracht, zeer hoog zijn. Zij

meende te mogen aannemen, dat zij voor de meeste tè hoog zijn.

En toch achtte de commissie het van groot gewicht, dat in deze

aangelegenheid vooral aan de belangen der oudere journalisten aandacht

wordt besteed. Het is immers onder hen, dat zich de meest

navrante gevallen voordoen van weduwen en weezen, die onverzorgd

achterblijven. De commissie vond het daarom wenschelijk

te streven naar een regeling, waarbij alle journalisten, van welken

leeftijd ook, van den dag af, dat zij zich verzekeren, hun eventueele

weduwen en weezen verzorgd zullen weten, zulks tegen betaling

van een premie, die hun financieele draagkracht niet te boven

gaat.

Om dat te bereiken meende de commissie een beroep te mogen

doen op de medewerking van de besturen der ondernemingen, waar

de verzekerde journalisten werkzaam zijn, en op de jongere collega's.

Aan de besturen der ondernemingen mag die medewerking worden

gevraagd op grond van de overweging, dat de zorg voor

weduwen en weezen van degenen, die bij hen in dienst zijn, een

zedelijke plicht is. En vasthoudende aan dezen zedelijken plicht

mag van de genoemde besturen om redenen, ontleend aan de

eischen van goed economisch beheer hunner bedrijven, worden

gevraagd, dat zij voor de uitkeering van dat weduwen- en weezenpensioen

tijdig een verzekering sluiten. Bij elke onderneming toch

kunnen zich gevallen voordoen, dat het bestuur zich niet goedschiks

aan het geven van een ondersteuning aan een weduwe kan

onttrekken. Wanneer zich bij hetzelfde bedrijf eenige van die gevallen

opstapelen — en die mogelijkheid is geenszins denkbeeldig —

dan zouden die uitkeeringen wel eens buitensporig zwaar op de

uitgaven van die ondernemingen kunnen drukken. Door een bij

vergelijking gering jaarlijksch bedrag aan premie te betalen, kan

de onderneming niet alleen dat risico van zich afwentelen, maar

is dat bestuur tevens verzekerd, dat aan de weduwen en weezen

van zijn personeel een behoorlijke uitkeering gewaarborgd is.

Was de commissie dus van oordeel, dat medewerking van de

directies moet worden gevraagd, betaling van de geheele premie


96 DE JOURNALIST

moet van de ondernemingen niet worden gevergd. Willen de directies

eigener beweging de geheele premie voor haar rekening

nemen, dan kan dat natuurlijk dankbaar worden aanvaard. Onzentwege

dient, naar de meening der commissie, aan de werkgevers

te worden gevraagd, dat zij de helft der premie voor hun rekening

nemen. De andere helft dient te worden opgebracht door den verzekerde

zelf.

De commissie meende ook een beroep te mogen doen op de jongere

collega's ten bate van de oudere journalisten. De jongere collega's

dienen, in de eerste jaren, een iets hooger premie te betalen,

dan zij verschuldigd zouden zijn, indien geen oudere journalisten

zouden worden verzekerd. De commissie meende dit te mogen

vragen op grond van de goede kameraadschap, die onder de journalisten

moet bestaan en ook omdat voor de jongere collega's de

voorgestelde regeling zoo voordeelig blijft, dat zij zich individueel

onmogelijk voordeeliger zouden kunnen verzekeren.

De commissie heeft zich voorgesteld, dat er zal worden gevormd

een Fonds voor Weduwen- en Weezenpensioen met eigen

rechtspersoonlijkheid, zoodat de N. J. K. dus voor het Fonds geen

financieele verantwoordelijkheid draagt. De Kring zal echter door

de benoeming van bestuursleden wel de grootst mogelijke medezeggenschap

in de handelingen van het Fonds hebben.

Dat Fonds heft van de bij hem aangesloten leden premies. Het

doet echter zelf geen uitkeeringen. Het Fonds gaat met een of meer

als solied bekend staande levensverzekeringsmaatschappijen een

overeenkomst aan, waarbij die maatschappijen zich verplichten de

bedongen uitkeeringen te doen. Daarvoor betaalt het Fonds aan

die Maatschappij (en) de verschuldigde premies.

In de bijlagen wordt een concept voor de statuten en het huishoudelijk

reglement van dit Fonds opgenomen, welk schema echter

bij de definitieve stichting van het Fonds nader uitgewerkt en aangevuld

zal moeten worden.

De leden van den N. J. K., die niet in vasten loondienst zijn, doch

zonder vast verband aan verschillende bladen en tijdschriften medewerken,

dienen, naar het inzicht der commissie, op den zelfden

voet als de leden, die in vasten loondienst zijn en voor wie de

directies de halve premie betalen, in de gelegenheid te worden gesteld

aan het Fonds deel te nemen. Zij zullen echter voor de geheele

premie aansprakelijk moeten zijn, met dien verstande, dat

ook op deze premies eenzelfde toeslag zal worden gegeven als het

geval zal zijn voor de premies van de journalisten in vast verband

en het deel, dat de directies daarin bijdragen.

Er zal wel geen bezwaar bestaan, dat vrouwelijke Knngleden een

verzekering aangaan voor hun echtgenoot en hun kinderen.

De verzekering zal door het Fonds collectief worden aangegaan,

wat inhoudt dat waarschijnlijk een geneeskundig onderzoek

niet noodig zal zijn onder voorbehoud, dat sommige collega s, wier

gezondheidstoestand al te precair is op het oogenblik, dat het bonds

zal worden gesticht, door de verzekerde maatschappij kunnen worden

geweigerd. Ook is de mogelijkheid bekeken, dat een collega

zijn dienstbetrekking bij een onderneming verlaat of het journalistieke

metier vaarwel zegt. Verschillende manieren zijn er dan om

de reeds gestorte premies tot haar recht te doen komen. Het zal

hem mogelijk zijn in een nieuwe betrekking de verzekering op

denzelfden voet voort te zetten of, bij uittreding uit het vak, zulks

voor eigen rekening te doen. Indien hij de verzekering wenscht te

beëindigen, is het billijk, dat de onderneming, waar hij m dienst

is geweest, recht krijgt op een evenredig deel der beschikbare

afkoopsom zijner verzekering. De premiën hiervoor zijn immers

uitsluitend gestort met het doel den betrokkenen daarvoor een

weduwen- en weezenoensioen te doen uitkeeren. Blijkt hij achteraf

op deze uitkeering geen prijs meer te stellen dan is er alle reden,

dat de onderneming zooveel mogelijk wordt schadeloos gesteld.

In den qedachtengang der commissie is het weduwenpensioen gescheiden

gebleven van het weezenpensioen. Alleen het eerste

wordt algemeen verzekerd. Elke journalist wordt echter in de geleqenheid

gesteld voor een of meer zijner kinderen een verzekering

tot uitkeering van weezenpensioen te sluiten op de voordeelige

voorwaarden, die de commissie heeft kunnen bedingen.

De verzekering kan ingaan op den dag, dat de overeenkomst

met de levensverzekeringmaatschappij wordt gesloten. Na rijp

overleg en allerlei omstandigheden in aanmerking nemende besloot

de meerderheid der commissie aan het bestuur van den N.J.rv.

te adviseeren de verzekering te sluiten bij de Nationale Levensverzekering-Maatschappij.

Met deze Maatschappij heeft de N.J.K.

reeds vele jaren nauwe relaties met betrekking tot het ouderdomspensioen.

De commissie is van meening, dat een weduwe-pensioen van

f 1200— per jaar niet hoog, maar zeker ook niet laag mag genoemd

worden en besloot tot de vaststelling van dit bedrag te adviseeren.

Hierbij mag worden herinnerd aan het feit, dat de weduwe van

een staatsambtenaar maximum / 1400.— per jaar kan ontvangen.

Opqemerkt zij nog, dat het de bedoeling moet zijn dit bedrag van

ƒ1200— slechts als een begin te beschouwen, omdat de eerste

aren met het oog op de vele „ongustige gevallen voor het Fonds

de moeilijkste zullen zijn om door te komen. Als langzamerhand

de dure posten uit de verzekering wegvallen, zal het mogelijk zijn

dit bedrag van f 1200.— per jaar te verhoogen, zonder de premies

noemenswaard te verhoogen, zoodat de, op dit moment jongere

deelnemers aan het Fonds, waarschijnlijk later recht zullen krijgen

op een hooqer weduwe-pensioen dan ƒ 1200.— per jaar.

Om dit pensioen van ƒ 1200.- te erlangen, zullen de deelnemers

aan het Fonds een premie (waarvan voor de journalisten m vast

verband de helft door de directies moet worden betaald) moeten

forten gelijkstaande met de premie, die zij aan de Nationale Le­

vensverzekering-Maatschappij zouden moeten betalen, indien zij als

particulier deze verzekering zouden aangaan. Wij laten hieronder

deze premies volgen:

Indien de premiebetaling eindigt bij het 65ste jaar van den verzekerde:

Premie per jaar betaalbaar, ter verzekering van een weduwepensioen

van ƒ 1200.— 's jaar, indien de man 30 jaar is, en de

vrouw 10 jaar jonger / 302.40; 5 jaar jonger ƒ272.40; even oud

ƒ 242.40.

Indien de premiebetaling eerst eindigt bij het overlijden van den

man worden deze premiën resp. ƒ 284.40, ƒ 258.— en ƒ 230.40.

Indien de man bij het sluiten der verzekering 35 jaar is, worden

de premiën ƒ361.20, ƒ322.80 en ƒ282.— (bij premiebetaling tot

het 65ste jaar) en ƒ332.40, ƒ298.80 en ƒ264.— (bij levenslange

premiebetaling).

Indien de man bij het sluiten der verzekering den veertigjarigen

leeftijd heeft bereikt, zijn de premiën ƒ440.40, ƒ388.80 en ƒ 336.—

(bij premiebetaling tot het 65ste jaar) en ƒ392.40, ƒ350.40 en

ƒ306.— (bij levenslange premiebetaling).

Het bedrag, dat ieder zal moeten betalen, houdt dus verband met

zijn leeftijd en dien van zijn echtgenoote, zoodat de ouderen een

hoogere premie moeten opbrengen dan de jongeren.

Het Fonds gaat met de Nationale Levensverzekering-Maatschappij

echter een collectieve verzekering aan voor al zijn leden. De

premies voor deze collectieve verzekering zijn aanzienlijk lager dan

die, welke particulieren moeten betalen. Het voordeel dat het

Fonds hierdoor krijgt, dient te worden aangewend om, volgens een

door de leden vast te stellen maatstaf, een toeslag te geven op de

premie, die door de journalisten, die op het oogenblik, dat het

Fonds wordt gesticht, 41 jaar zijn of ouder.

Dit zal echter niet de eenige toeslag zijn, die het Fonds zal kunnen

geven. De commissie meent er op te mogen rekenen, dat ook

uit anderen hoofde dan de door de leden gestorte premies inkomsten

in de kas van het Fonds zullen vloeien b.v. door een jaarlijksche

bijdrage uit de kas van den N. J. K., door bijdragen van donateurs,

vrijwillige bijdragen van leden en anderen, legaten enz. Deze inkomsten

zouden, naar de meening der commissie, aangewend moeten

worden om (eveneens volgens een nader door de leden van het

Fonds vast te stellen maatstaf) toeslagen te geven op de premies.

Voor deze laatste toeslagen, dienen zoowel de jongere als de

oudere collega's in aanmerking te komen en ook moeten zij dienen

om het bedrag, dat de directieuren betalen te verkleinen. Hierbij

zou in de eerste jaren vooral rekening moeten worden gehouden

met de lasten, die op de oudere collega's zullen rusten. Later zullen

de jongere vanzelf voor een hoogeren toeslag in aanmerking

komen. • .

Het is niet onmogelijk, dat de toeslag, die door het bonds kan

worden gegeven, zeer aanzienlijk zal zijn. Uit de enquête toch

bleek, dat sommige collega's een extra bate van f 10.000 per jaar

voor het Fonds mogelijk achten. Niet alle collega's zullen dit optimisme

deelen, maar ongetwijfeld zal er met veler medewerking

veel te bereiken zijn. Wanneer de commissie mededeelt, dat op de

basis van de gegevens, die de enquête opleverde, een fonds van

ongeveer 260 deelnemers ter verkrijging van een weduwe-pensioen

van ƒ1200.— per jaar in totaal een bedrag van rond ƒ40.000 —

aan premiën noodig heeft, dan blijkt hieruit, dat bij ruim toevloeien

van jaarlijksche inkomsten het Fonds een aanzienlijke

reductie op de door de leden te storten bedragen zal kunnen geven.

HENRI DEKKING, Voorzitter.

F. J. W. DRION.

J. H. ROGGE.

F. TH. HOLSBOER.

J. H. VAN OOSTEN, Secretaris.

's-Gravenhage, April 1932.

CONCLUSIES.

De Commissie vatte bovenstaand Rapport samen in enkele conclusies,

die na eenige wijzigingen door het Kringbestuur werden

overgenomen en als volgt luiden:

1 Invoering van een weduwen- en weezenpensioen ten behoeve van

de leden van den N. ]. K. is mogelijk en gewenscht.

2. Vorming van een onderlinge Pensioenkas is af te raden.

3 Pensioen voor weduwen en weezen van leden van den N. ]. K.

is te bereiken door het stichten van een weduwen- en weezenfonds,

welk fonds een overeenkomst dient aan te gaan met de

Nationale Levensverzekering-Maatschappij te Rotterdam; deze

maatschappij dient de uitkeering van genoemde pensioenen te

doen.

4 Het bedrag van het weduwe-pensioen dient voorloopig te worden

bepaald op f1200.— per jaar; daarnaast hebben de journalisten

het recht een verzekering voor hun eventuecle weezen

te sluiten.

5 De leden van het Fonds betalen, behoudens het in punt 6 bepaalde,

als vremie, het bedrag dat zij zouden moeten betalen,

indien zij individueel een verzekering tot genoemd bedrag van

f 1200. per jaar bij de Nationale zouden aangaan.

6 Ter tegemoetkoming in de sub 5 bedoelde premie wordt uit het

Fonds een bijdrage verleend, waarbij in de eerste plaats gelet

wordt oo de belangen der oudere leden van het Fonds.


7. Aan de besturen der ondernemingen, waarbij de leden in vasten

dienst zijn, zal worden verzocht de helft der door die leden verschuldigde

premie (deze verminderd met de in sub 6 bedoelde

bijdrage) te betalen.

8. Voor leden, die bij de inwerkingtreding van het Fonds den

leeftijd van 50 jaar hebben bereikt, zal een speciale regeling

worden getroffen.

BIJLAGE I.

Bijlagen.

De circulaire en vragenlijst, die aan de leden van den N. J. K. in

verband met de enquête is gezonden.

BIJLAGE II.

De brieven, die wij hebben ontvangen van de drie levensverzekeringsmaatschappijen:

Nationale Levensverzekering-Maatschappij,

De Eerste Nederlandsche Maatschappij tot verzekering van het

Leven, en de Amsterdamsche Maatschappij t.v.o.h. Leven.

BIJLAGE III.

De uitvoerige tarieven van de Nationale, zoowel voor weduwepensioenen

als voor de weezen.

Voor het archief van den N. J. K. zullen den secretaris bovendien

alle correspondentie en alle ingevulde formulieren van de enquête

worden gezonden.

BIJLAGE IV.

STATUTEN.

Het Weduwen- en Weezenfonds van den Neder/. Journalisten-Kring

(Goedgekeurd bij Kon. Besluit van Staatsblad nr ).

Naam. Zetel.

Art. 1. Het Fonds draagt den naam van „Het Weduwen- en

Weezenfonds van den Nederlandschen Journalisten-Kring

en is te Amsterdam gevestigd.

Doel

Art. 2. Het Fonds heeft ten doel aan de weduwen en weezen van

gewone leden van den N. J. K. en aan die van buitengewone

leden die gewoon lid geweest zijn, een pensioen

te verzekeren.

Middelen.

Art. 3. Het Fonds tracht dit doel langs wettigen weg te bereiken

door:

a. het innen van de verschuldigde premies en pensioenbijdragen

van de besturen der ondernemingen, waar de

verzekerde leden in dienst zijn.

b. het innen van de verschuldigde premies en pensioenbijdragen

van de verzekerde leden.

c. het aangaan van overeenkomsten met een of meer

levensverzekeringsmaatschappijen, die de uitkeering der

verschuldigde pensioenen zullen moeten verzekeren.

d. wat verder kan bijdragen om het verkrijgen van een

behoorlijk pensioen te bevorderen.

Duur.

Art. 4. Het Fonds is aangegaan voor den tijd van 29 jaar, te

'rekenen van den dag der oprichting, zijnde

Art. 5. Het Fonds telt:

a. gewone leden.

b. donateurs.

Leden.

Art. 6. Gewone leden kunnen alleen zijn, zij, bedoeld in art. 2.

Donateurs zijn zij, die een jaarlijks vast bedrag aan het

Fonds schenken of een bedrag ineens storten, ten behoeve

van het Fonds.

Art. 7. Het lidmaatschap eindigt door:

a. schriftelijke opzegging door het betrokken lid;

b. wanbetaling.

(Hier nog bepalingen in te lasschen, ontleend aan de

verzekeringspolis).

Betaling premies, enz.

Art. 8. De regeling van de premiebetaling door de gewone leden

geschiedt bij huishoudelijk reglement.

DE JOURNALIST 97

Bestuur.

Art. 9. Het Fonds wordt beheerd door een bestuur, bestaande

uit vijf leden aan te wijzen door het bestuur van den

N. J. K. In vacatures wordt voorzien door het bestuur

van den N. J. K., op een door de leden van het Fonds

opgemaakte aanbeveling. De penningmeester van den

N. J.K. maakt ambtshalve deel uit van het fondsbestuur.

Het fondsbestuur regelt onderling de werkzaamheden. Jaarlijks

treden 1 volgens een op te maken rooster, tenminste

twee bestuursleden af, die onmiddellijk herkiesbaar zijn.

Het bestuur van het Fonds vertegenwoordigt het Fonds in

en buiten rechten. Het is, behoudens zijn verantwoordelijkheid

tegenover de algemeene vergadering der fondsleden,

bevoegd zelfstandig op te treden ter behartiging van de

belangen der leden.

Vergaderingen.

Art. 10. Het fondsbestuur vergadert minstens ééns per jaar. Jaarlijks

wordt ten minste één algemeene vergadering gehouden

van de leden, waarin verslag wordt uitgebracht over den

toestand en de werkzaamheden van het Fonds, en het

bestuur rekening en verantwoording doet van zijn beheer

over het afgeloopen jaar.

Huishoudelijk Reglement.

Art. 11. De verdere inrichting van het Fonds wordt nader omschrevan

in een Huishoudelijk Reglement, dat geen bepalingen

mag bevatten in strijd met deze statuten. Het wordt door

de algemeene vergadering vastgesteld.

Slotbepalingen omtrent eventueele opheffing van het Fonds.

HUISHOUDELIJK REGLEMENT.

Art. 1. Wie gewoon lid van het „weduwen- en weezenfonds van

den Ned. Journ. Kring" wenscht te worden, dient daartoe

een schriftelijke aanvraag bij den secretaris van het Fonds

in. Die aanvraag wordt gesteld op een door het Bestuur

te verstrekken formulier. Het Bestuur stelt den inhoud

daarvan vast. Naast de bewilliging van het bestuur van

het Fonds is de toelating afhankelijk van den uitslag van

een door de verzekeringsmaatschappij (en), die de uitkeeringen

doet (doen) in te stellen geneeskundig onderzoek,

tenzijn bedoelde maatschappij (en) termen aanwezig

acht (en) den betrokkene van het onderzoek vrij te stellen.

Wie donateur wenscht te worden, doet daarvan schriftelijk

opgave bij den secretaris van het Fonds met vermelding

van het bedrag, dat hij wenscht bij te dragen.

Wanneer het bestuur de overtuiging mocht hebben, dat er

redenen zijn om een donateur niet langer als zoodanig

te handhaven, is het bevoegd zijn naam van de lijst te

schrappen.

Art. 2. De inkomsten van het Fonds worden gevormd door:

a. de premiestortingen door de leden van het Fonds;

b. de premiestortingen, die de besturen van ondernemingen

doen, ten behoeve van bij hen in vasten dienst

zijnde journalisten, tevens lid van het Fonds;

c. de bijdragen van donateurs;

d. bijdragen uit de kas van den Nederlandschen Journalisten-Kring,

ieder jaar door de algemeene vergadering

van den Kring vast te stellen;

e. vrijwillige bijdragen;

f. legaten;

g. de rente van het eventueel aan te kweeken kapitaal;

h. alle verdere baten.

Art. 3. Het pensioen voor weduwen bedraagt ƒ 1200.— per jaar,

het pensioen voor weezen zooveel als met het lid zal zijn

overeengekomen.

Art. 4. Het weduwen- en weezenpensioen gaat in op den dag,

volgende op dien van het overlijden van den journalist.

Art. 5. De verklaringen, afgegeven en geteekend door den journalist,

vormen de grondslagen van de verzekeringen. De

journalist moet de hem door de verzekeringsmaatschappij

(en) gestelde vragen te goeder trouw naar waarheid

beantwoorden.

Art. 6. Indien een lid in het huwelijk wenscht te treden, moet

hij daarvan vooraf schriftelijk, onder verwijzing naar dit

artikel, aan het bestuur kennis geven. Het dientengevolge

noodzakelijk geworden geneeskundig onderzoek zal na de

ontvangst dier mededeeling zoo spoedig mogelijk plaats

hebben. Eveneens is het lid verplicht van veranderingen

in de samenstelling van zijn gezin, voor zoover van belang

voor de verzekering, aan het bestuur mededeeling

te doen. Indien aan deze verplichting niet wordt voldaan,

zal met de veranderingen, zoolang' de zaak niet naar genoegen

van het bestuur geregeld is, geen rekening worden

gehouden.


98 D E J O U N A L I S T

Art. 7. en volgende zullen moeten bevatten de rechten en plichten

op te geven door de Nationale Levensverzekeringsmaatschappij,

alsook de bepalingen, die in werking treden bij

uittreden uit het Fonds.

Art. 8. De leden van het Fonds betalen voor het weduwenpensioen

de volgende premie:

(Hier inlasschen de tarieven van de Nat. Levensverzekeringsmaatschappij).

Art. 9. Het surplus, voortspruitende uit het voordeelig verschil

tusschen de door de leden betaalde premiën en het door

het Fonds, krachtens collectieve verzekering, aan de Nationale

Levensverz.-maatschappij te betalen bedrag, wordt

allereerst aangewend om op de premiën van de leden,

die bij het inwerking treden van het Fonds 41 jaar of

ouder zijn, een toeslag te geven naar den volgenden maatstaf:

(nader te regelen).

Art. 10. De inkomsten van het Fonds boven de in art. 9 bedoelde

baten, worden aangewend om een toeslag te geven

op de premiën van alle leden naar den volgenden maatstaf:

(inlasschen het te nemen besluit).

Art. 11. De uit deze pensioenregeling voortvloeiende uitkeeringen

worden gedaan door de Nationale Levensverzekerings-

Bank te Rotterdam, die daarvoor alle risico en verantwoordelijkheid

op zich neemt.

Art. 12. In de gevallen, waarindit reglement niet voorziet, beslist

het bestuur.

Art. 13. Voor de journalisten, die onmiddellijk bij de stichting tot

het Fonds toetreden, zal geen geneeskundig onderzoek

plaats hebben. Het bestuur behoudt zich echter het recht

voor in bepaalde gevallen zulk een geneeskundig onderzoek

toch te eischen.

ALGEHEENE VERGADERING

VAN DEN

NEDERLANDSCHE 30URNALISTEN-KRING,

OP

ZATERDAG 15 OCTOBER, 's MIDDAGS 2 UUR

in hotel Victoria, Spuistraat, 's-Gravenhage

(zoo noodig des avonds voor te zetten).

AGENDA.

1. Notulen vorige Algemeene Vergadering.

2. Ingekomen stukken.

3. Voorstel van het Kringbestuur tot oprichting van

een Weduwen- en Weezenfonds:

A. De Conclusies (Zie bladz. 96/97).

B. Statuten en Huishoudelijk Reglement (Zie

bladz. 97/98).

4. Voorstel van het Kringbestuur tot oprichting van

een „Tijdelijk Steunfonds voor Weduwen en Weezen"

(Zie hieronder).

5. Rondvraag.

HET STEUNFONDS.

STICHTING VAN „HET STEUNFONDS".

Art. 1. De Nederlandsche Journalisten-Kring sticht het „Tijdelijk

Steunfonds tot steun aan weduwen en weezen".

Art. 2. Het Fonds wordt beheerd door het Bestuur van den Ned.

Journalisten-Kring. Het verkenen van een uitkeering en het

bepalen van het bedrag geschiedt door dat Bestuur. In

spoedgevallen wordt deze bevoegdheid gedelegeerd aan het

dagelijksch bestuur, onder nadere goedkeuring van het

Bestuur.

DOEL.

Art. 3. Het Fonds stelt zich ten doel, voor zoo verre zijn geldmiddelen

zulks veroorloven, bij het overlijden van een

gewoon lid van den N.J.K., aan diens nagelaten betrekkingen,

in wier onderhoud door hem of haar gehéél, of

voor een belangrijk gedeelte werd voorzien, voor éénmaal

een bedrag uit te keeren.

Art. 4. Uit het bestaan van het Fonds kunnen nagelaten betrekkingen

van leden van den N.J.K. geen recht op uitkeering

doen gelden.

MIDDELEN.

Art. 5. Het Fonds zal zijn kasmiddelen vormen uit:

a. Een heffing voor éénmaal van alle gewone Kringleden

bij het in werking treden van het Fonds, van één

gulden;

b. Een jaarlijksche storting uit de Kringkas gedurende den

tijd waarin het Weduwen- en Weezenfonds van den

N. J. K. nog niet definitief in werking is getreden;

c. Een jaarlijksche bijdrage van de gewone Kringleden,

zoolang het Fonds bestaat, van 50 cent per lid;

d. Gratificaties, donaties en andere baten.

Art. 6. Het telken jare, gedurende het bestaan van het Fonds, uit

de Kringkas voor die stichting te bestemmen bedrag,

wordt door de jaarvergadering van den N. J. K. op voorstel

van het Bestuur bepaald.

IN WERKINGTREDING.

Art. 7. Het Fonds treedt in werking op 1 Januari 1933, of zoo

veel later als noodzakelijk zal zijn.

OPHEFFING.

Art. 8. Bij het opheffen van het Fonds komen de bezittingen aan

het Weduwen- en Weezenfonds van den N. J. K.

TOELICHTING.

Met dit voorstel beoogen wij allerminst in te gaan tegen het

beginsel, dat de pensionneering van Weduwen en Weezen van

journalisten behoort te komen ten laste der bedrijven, zij het ook,

in meerder of minder mate, met financieele medewerking van de

onmiddellijke belanghebbenden.

Wij dienen rekening te houden met het feit, dat, èn door de

crisisomstandigheden waarvan ook ons land in ruime mate zijn deel

heeft, en door de belangrijke opofferingen bij het in werking treden

van het „Weduwen- en Weezenfonds" zoowel van journalisten als

van directies geëischt, er vermoedelijk nog eenigen tijd zal voorbijgaan,

voor deze pensioenregeling eenigszins volledig in werking

treedt.

Wij zouden, in verband met deze overwegingen, ijverig voor de

totstandkoming van dat groote goed willen blijven werken, doch

intusschen voor de leden iets wenschen te stichten, van tijdelijken

aard. Wij zijn er van overtuigd dat de nabestaanden van overleden

kringleden met vreugde zelfs de bescheiden verlichting

van hunne materieele zorgen, indien deze zich mochten voordoen,

zullen aanvaarden. Zelfs bedragen van ƒ75.—, / 100.— of ƒ150.—

zijn in dit opzicht niet zonder beteekenis.

Met betrekking tot de uitvoerbaarheid van het voorstel zij het

ons vergund, de aandacht te vestigen op het volgende.

In het tijdperk van 1922—1931, zijn aan den Kring vijf en

dertig gewone leden door den dood ontvallen, t.w.: in 1922 één lid:

in 1923: vijf; in 1924: drie; in 1925: drie; in 1926: twee; in 1927:

vier; in 1928: twee; in 1929: zeven; in 1930: zes; in 1931: twee.

Als het gemiddeld aantal sterfgevallen per jaar op vijf wordt gesteld,

zijn wij, epidemieën uitgesloten, aan den hoogen kant; en tegenover

de laatste is géén Fonds van dezen aard bestand. Waarop

dan ook in de artikelen is gerekend.

De heffing voor één keer brengt ongeveer ƒ500.— op, de uitkeering

uit de Kringkas, schraal berekend, zal weinig minder dan

Sietzelfde bedrag opleveren. Aan donaties en vrijwillige bijdragen,

door h v. inzamelingen op de redactiebureaux en bij nadere gelegenheden

van journalistieken aard zal ook wel een som zijn

bijeen te brengen, zoodat, naar onze opinie, het Fonds kan beginnen

met een kas van tenminste twaalf honderd gulden; alhoewel,

dit zij vooropgezet, het betreft een raming, eenigszins gebaseerd op

de te wekken belangstelling bij de leden. Een bescheiden begin,

maar dit Steunfonds wordt dan ook alleen opgericht voor zeer

bijzondere gevallen (waarin werkelijk, wegens het ontbreken van

alle andere inkomsten, een dergelijke steun noodig is) en het is

bovendien van tijdelijken aard.


LEDENLIJST.

Aangenomen als gewoon lid:

S. Baarda, N. Avblad IJmuider Courant, Kennemerlaan

42, IJmuiden.

Sj, Kuiper, Opt. Haart. Ct., Gedempte Raamgracht

29, Haarlem,

H. Seignette, Opr. Haart. Ct, Barteljorisstraat,

Haarlem.

Mr. A. J. C. Vlaskamp, Haart. Dbld., Coorschertstraat

30, Haarlem.

J. H. Voskuil, van Heythuizerweg 15, Haart. Dbld.,

Haarlem.

P. M. A. J. Vrijdal, Sum Post, Valentijnstr., Medan

(Deli).

Drs. W. Wienbelt, Het Volk, Brederodestraat 87,

Amsterdam W.

H. Mol, Dagblad v. Rotterdam, Mathenesserweg 144a,

Rotterdam.

Voorgedragen als gewoon lid:

" M. J. G. J. van Leeuwen, De Telegraaf, Joh. de

Breukstraat 34, Haarlem.

B. Gobits, De Telegraaf, Newtonstraat 8 huis, Amsterdam

O.

J. Th. Balk, Bussumsche Ct., Nassaulaan 29, Bussum.

Overleden:

J. F. Langenhorst, Amsterdam.

Adresveranderingen en verbeteringen:

R. Dinger Jr., naar Palestrinastraat 7boven, Amsterdam

(Z.).

H. Heymans, naar Koningin Emmalaan 12, Bussum.

W Bienstock woont Pieter Bothstraat 7a, Den Haag.

N.Hanekroot, naar Ruysdaelkade 43, Amsterdam.

C. L. F. Sarlet, naar State-Bolwerk 16, Haarlem.

Sj. Broersma, naar v. Breestraat 182b, Amsterdam (Z.).

Mej. Jo Ooms, naar Noorsche Bosch 20, Zaandam.

A. W. Hoeke, naar 48 Repton Road, Orpington, Kent

(Engeland).

Gevraagde adressen :

N. M. van der Roer (oud adres Valeriusstraat 227,

Amsterdam).

J. J. van Mechelen, Amsterdam; C. J. van Tilburg,

Haarlem.

Van deze leden kwam De Journalist onbestelbaar

terug.

Bedankt:

Th. H. M. van Swieten, De Auto, Haarlem.

FEDERATION INTERNATIONALE DES JOURNALISTES

De F. I. J. houdt haar tweede congres dit jaar te

Londen en wel van 10 October a.s. af. Leden van den

Kring die, voor eigen rekening, met hun dame naast den

officiëelen gedelegeerde Mr. Voorbeytel, aan dit congres

wenschen deel te nemen, wordt verzocht zich binnen

acht dagen aan te melden bij ondergeteekende.

De agenda vermeldt:

Ie. Conditions de travail des journalistes.

2e. Droits d'auteur.

3e. Nouvelles formes de la Presse.

Voor het presidentschap van de Federation — vacature-Richardson

— heeft de Belgische Journalistenvereeniging

candidaat gesteld haar oud-president Herman

Dons, die van 1928—1930 vice-president van de KI. J.

is gew^eest.

H. DEKKING.

STOPPERS

Sensatie-koppen.

Ziehier twee koppen boven een stukje in een onzer

groote dagbladen:

UIT ONZEN LEZERSKRING

Mestkalveren

DE J O U R N A L I S T _99

G. POLAK DANIELS.

De kop van den Kringsecretaris

in dit nummer

van het orgaan.

Waarom?

Omdat het op 22 Augustus

123^2 J aar geleden was, dat

hij tot bestuurslid werd benoemd.

Zélf heeft hij hieraan

volstrekt niet gedacht,

maar wij vinden het feit van

genoegzaam belang, om hem

hier hartelijk te danken voor

zijn arbeid, met groote toewijding

en met niet minder

bekwaamheid in het belang

van den Kring verricht.

Polak — die ook al vele

jaren deel van het H.J.V.bestuur

uitmaakt, waarvan hij vroeger penningmeester

was en nu vice-voorzitter is — wordt door al zijn medebestuursleden

zonder onderscheid hartelijk gewaardeerd.

Ook al kan hij wel eens scherp uit den hoek komen,

soms zelfs héél scherp. Hij is iemand van temperament,

en het juristen-bloed van zijn familie verloochent zich

in zijn waarde-volle adviezen nooit. Zij worden in het

Kringbestuur altijd op den hoogsten prijs gesteld en,

heeft hij soms eens iets te scherp gezegd, nooit aarzelt

hij, als het noodig is, de scherpe kantjes er weer af te

vijlen. Zoo is hij een knap en trouw collega in het

Bestuur.

Dat Polak Daniels zich in dit voorjaar, bij zijn vele

en drukke beroepsbezigheden, bereid verklaarde, in

moeilijke omstandigheden het secretariaat van den

Kring op zich te nemen, verdient ons aller groote waardeering.

Wij hopen hem, in het belang van den Kring, nog

lang onder de bestuursleden te behouden.

— Polak Daniels is indertijd tot bestuurslid gekozen

in de vacature, ontstaan door de benoeming van collega

D. Hans tot voorzitter. Zoodat op 22 Augustus ook onze

voorzitter 12J/2 jaar als zoodanig in functie was. Te

voren had hij ruim 2y2 jaar lang (n.1. van Juli 1917 af)

het voorzitterschap waargenomen tijdens de ziekte van

mr. Plemp van Duiveland, die in 1920 aftrad. Collega

Hans zat in het Bestuur van 1911 tot 1915 en van 1916

tot heden.

Aangesloten Vereenigingen.

PLAATSEN RIDDERZAAL EN PERSKAMERS. (H. J. V.)

Aan ondergeteekende is sinds eenigen tijd de distributie van de

persplaatsen in de Ridderzaal op den dag der opening van de zitting

der Staten-Generaal opgedragen; bovendien draagt hij sinds jaar

en dag zorg voor de plaatsen in de perskamer. Wat de Ridderzaal

betreft is het aantal plaatsen tamelijk beperkt; bovendien moeten

billijkheidshalve enkele daarvan voor buienlandsche journalisten

worden gereserveerd. Overigens hebben in het algemeen de representanten

der groote bladen, die ook geregeld op de perstribune

vertegenwoordigd zijn, de voorkeur, hoewel het niet a priori vast

staat, dat allen, die een plaats op de perstribune hebben, ook elk

jaar de opening zullen kunnen bijwonen. Ten einde voor een billijke

verdeeling van de plaatsen te kunnen zorgen, dringt ondergeteekende

er op aan, hem reeds eenigen tijd voor bedoelden datum

mede te deelen, dat men op een plaats in de Ridderzaal op den

dag van de opening der zitting van de Staten-Generaal prijs stelt.

Uiteraard zijn ook die bladen, welke niet vertegenwoordigd zijn

op de perstribune, niet a priori uitgesloten, maar veel plaatsen zijn

er niet over en wie zich pas op het laatste oogenblik aanmeldt, zal

zeker teleurgesteld worden. Aangezien ondergeteekende de namen

van allen, die op de persplaatsen de opening van de zitting der

Staten-Generaal bijwonen, aan de autoriteiten moet mededeelen,

verzoekt hij ten dringendste hem uiterlijk een week tevoren opgave

te doen. In het tegenovergestelde geval kan de toekenning van een

plaats niet gewaarborgd worden. Onder geen omstandigheden kunnen

kaarten voor heer èn dame afgegeven worden. Voorts zijn

de kaarten strikt persoonlijk en slechts bestemd voor beroeps-journalisten

(niet dus voor ooms, tantes, zusters enz.).


100 DE J O U R N A L I S T

Op de plaatsen in de perskamers der Tweede Kamer hebben

alleen de collega's recht, die geregeld de vergaderingen der Tweede

Kamer bijwonen. De bedoeling is, dat zij, voor zoover zij zelf de

opening in de Ridderzaal bijwonen, hun naaste familieleden enz. in

de gelegenheid stellen, op eenigen afstand mede de plechtigheid

bij te wonen. Aanvragen voor deze plaatsen moeten ondergeteekende

ten minste een week voor den derden Dinsdag bereikt hebben,

terwijl het niet vast staat, dat ieder recht op twee plaatsen zal

hebben, al wordt hiernaar zooveel mogelijk gestreefd. Zij, die geen

vaste plaats op de perstribune hebben, kunnen dus geen aanspraken

doen gelden en ondergeteekende is niet gemachtigd, hun eenige

plaats af te staan, tenzij toevalligerwijze op den laatsten dag niet

alle plaatsen bezet zijn. Het is dus vruchtelooze moeite voor de

outsiders, zich met aanvragen tot ondergeteekende te wenden.

Ten slotte worden nog dagkaarten te zijner beschikking gesteld

(het vorige jaar 10), welke op en buiten het Binnenhof (maar

niet in de Ridderzaal en niet in de perskamers) gebruikt kunnen

worden door journalisten, die geen persinsigne bezitten. De aanvragen

hiervoor moeten den ondergeteekende uiterlijk den tweeden

Zaterdag in September bereikt hebben.

Hij zal zeer erkentelijk zijn, als alle betrokken collega's ditmaal

zijn taak willen vergemakkelijken; het is hem op den duur niet

mogelijk, bij allen te informeeren of zij al dan niet kaarten verlangen.

Statenlaan 121, den Haag.

Mr. J. J. VAN BOLHUIS, voorzitter H.J.V.

Allerlei Onderwerpen.

LEEKEPRAATJES OVER TAAL EN STIJL.

Door Dr. Henri Polak.

III.

In de twee artikelen, die in de Mei- en Juni-nummers

van dit tijdschrift verschenen, behandelde ik een aantal

germanismen e.d., zooals ik deze in verschillende dagen

weekbladen had ontdekt. Daarvan zal men nu, evenals

ik, wel genoeg hebben, zoodat ik mij thans zal bepalen

tot het publiceeren van een lijst van barbaarsche en

onnederlandsche woorden en uitdrukkingen, alle aan de

pers ontleend. Met een f geteekend zijn verhaspelingen

cd. van Nederlandsche woorden; van een * voorzien

zijn gallicismen, van twee ** anglicismen. De collega's

kunnen dus de woorden, die niet gebruikt moeten worden

uit het hoofd leeren, of, als zij daarin geen trek

hebben, het lijstje bij de hand houden, om het bij voorkomende

gelegenheden te raadplegen. Indien er onder

ben zijn, die omtrent een of ander woord ingelicht willen

worden, dat zij mij schrijven en ik zal hen hier antwoorden.

In een volgend artikel komen taal- en stijlbloempjes

aan de beurt.

A.

Aanstrengen. Afzijdig *. Aanpassen aan (of bij). Afbouw

(in den zin van afbraak). Aanvoelen f. Aansnijden

*. Als regel **. Aangewezen zijn op. Alleenrecht.

Arbeidersvriendelijk. Arbeidersvijandig. Aaneenbouw.

Aanhangwagen. Aanzichtkaart. Alleenbezit. Aandachtvol.

Afdragen (storten). Aangedaan (gekleed). Aangetogen

(gekleed). Aanvalbaar. Afgestemd zijn op. Aanwijsbaar.

Aanname. Aangestelde (bediende). Alleenmeisje.

Anderzijds. Aangelegd op. Aanvechtbaar. Atreizen.

B.

Beëindigen t- Bemerking. Benutten. Benuttigen. Bestatigen

Becritiseeren f. Baanbreken. Beduidend. Belevenis

f. Baar (i. d. Z. V. contant). Begaving. Begeesteren.

Begeestering. Bergarbeider. Bewust (de bewuste

arbeider). Betoonen (nadruk leggen, accentueeren).

Billijk (goedkoop). Beroepsomvorming. Beluisteren f.

Bijbrengen. Bestek (eetgerei). Bergschade (verzakking).

Beroepsmatig. Beleggen (bijeenroepen). Beconcurreeren.

Blitzlicht. Bestreven. (een) Besluit vatten. Beshssmgsslag.

Beïnvloeden. Bemonsteren. Band (deel). Beaarden.

Beduidend. Bemeesteren. Bemoeien (moeite geven). Beroeren

(aanraken). Bevangen (bevooroordeeld). Bewilliging.

C.

Chemiker. Cylinder (hooge hoed).

D.

Daarstellen. Daarzijn, Daadwerkelijk. Daadzaak.

Daadkracht. Dagen (het congres daagt). Doorvoeren

(toepassen, invoeren). Doormaken. Doornemen. Doorvoeringssatz.

Doorsnee (gemiddeld). Drooglegging.

Duurvlucht. Duurrit. Duurrecord. Durend. Doorpeilen.

Dame (koningin i. h. schaakspel). Doodemanshandel **.

Dienstbereid. Dertiger (enz.) jaren. Doelbewust. Dienstman.

E.

Eigendommelijk. Eerstens. Eigenen. Eindelijksche *.

Eigener beweging. Eerst recht. Eenakter. Eenaderig.

Eenerzijds.

F.

Fijnregelschaal. Filmisch. Fijnzinnig.

G.

Gaan om (het gaat om). Gewetensvol. Gehaltvol.

Gratievol. Grondstuk. Grootstad. Grondstrook. Geheimvol.

Getalmatig. Geestvol. Gestoept ** (bukkend).

Geenzijds. Grillen ** (roosteren). Gebeuren f (als z. n.).

Getalenteerd **. Gewoontedrinker f. Grootmacht. Grootbank.

Grootindustrie. Gevangenname. Gemeenzaam f

(in den zin van gemeenschappelijk). Generzijds. Grootaardig.

H.

Hoogspanning. Hoogbouw. Hoogtijdag f. Hoogstens.

Handel** (handvat). Hopelijk. Heimvol. Hoenderoog

(likdoorn). Haag ('s-Gravenhage). Hoogstand. Hoera.

Hang naar. Heilvol. Her kampen *. Herkansen *. Het

ligt hem niet. (het is) Hoogste tijd. Handelsschip. Hoofdzakelijk.

Houdbaar. Hunnerzijds. Heenwijzen. Heilgymnastiek.

Houdbaar.

I.

Inschakelen. Inboeten. Ingesteld zijn op. In betracht

komen. In zich. Insluiten (opsluiten). Interland f. Indiëvlucht.

Indiëvlieger. Inzinking. Inhoudsvol. Initiatiefvol.

Ingaand. Indringend. Inslinden. In vraag komen. Inzichtig.

Inburgeren. Ingaan op. Inlijsten. Inwerp.

Jaarbericht. Japanner. Jaarwende.

K.

Kunstvol. Kaartschrijven. Klassebewust. Karaktervol.

Koptelefoon. Kipei. Kapitaalkrachtig. Knalrood. Keus

maken f. Kapsijzen **. Kabelen**. Keermaken (omkeeren).

Kostprijs. Kunstgevoelig. Koersmatig. Klassevijandig.

Kunstzinnig. Kopzorg. Krachtvoedsel. Klokkenlager.

Keelkop. Kogellager.

L.

Laagspanning. Laagbouw, (hij) Leve hoog! Lastwagen.

Lager. Lageren. Lachslager. Laks f. Landelijk f

(nationaal). Laagfrequentie. Levensgewichtig. Loszage.

Lastauto. Levensinstelling. Levenshouding. Looper

(raadsheer i. h. schaakspel). Loonafbouw. Loonintensief.

Lichttoren. Liedertafel.

M.

Meemaken. Maatgevend. Meerdere (vele, verscheidene).

Minstens. Moeizaam. Meerwaarde. Meerkosten.

Meerprijzen. Momenteel. Muziekgevoelig. Menschenkelen.

Mijnerzijds. Middels. Maatwerk. Mild (zacht).

N.

Nieuwbouw. Naslagwerk. Nederlage. Nuthoenders.

Nieuwgroei. Noviteit. Noorweegsch. Nevens (bij).

O.

Omkleeden. Ombouwen. Omrekenen. Omvormen.


Omschakelen. Omleggen. Opgave (taak). Opblazen**

(in de lucht doen vliegen). Onvervroren. Opbaren. Onomwonden.

Opvallen. Overzetten (vertalen). Omdoopen.

Opvorderen. Overijver. Onlosmakelijk. Onbegrip.

Onverheeld. Onbeleefd (niet ervaren). Onverwoestelijk.

Ovationneeren f. Onverwoestbaar. Overgave (toewijding).

Op zich. Omheen kunnen. Omscheppen (herscheppen).

Overvuld. Opnemen (photo). Opname

(photo). Onzegbaar. Omgaand. Omwisselingskoers.

Omgeving (omstreken). Omstandig. Offerte. Onbestemd.

Onbevangen. Onderzeeër. Onderzeeboot. Oogenblikkelijk.

Open brief. Opgeklaard.

P.

Practisch ** (i. d. z. v. practically). Pronkvol. Plaatshebben

*. Plaatsgrijpen *. Plaatsvinden *. Pestbesmet.

Piëteitsvol. Prachtvol. Personentrein.

R.

Rondschrijven. Restauratie (eethuis). Recht (juist).

Risicovol. Realiseerbaar. Rond (om). Rondom (om).

Rein (zuiver). Richtig. Roereieren.

S.

Schrijven (brief). Stijlvol. Sperre. Succesvol**.

Schijnwerper. Soepel*. Slim (erg). Springstof. Schnttstuk.

Slagwoord. Slager (Schlager). Stekker. Scherpslijper.

Starten **. Startklaar **. Speechen **. Sensatievol.

Stafarts. Speciaalhuis. Snellastwagen. Stunten .

Staatsafkeerig. Snelloop. Snelvervoer. Stammen.

T.

Terug (geleden). Toelaatbaar. Tweezitter **. Turnen.

Turnzaal Turnhal. Turnleeraar. Türnpeil. Testonderzoek**.

Tweekolommig. Techniker. Tijdtheater. Tmsoldaat.

Testen**. Toren (kasteel i. h. schaakspel).

Toepasbaarheid. Toonaard. Treffer. Teruggaan, ioeslag

(bijslag). Toesplitsen.

IL

Uitschakelen. Uitgesproken. Uitgerekend. Uitwijzen

(verbannen). Uiteindelijk f. Uitzonderlijk f- Uitbuiten.

Uitbouw. Uitgesloten. Uitgetrokken f. Uitbaten. Uitbalanceeren.

Uitexperimenteeren. Uwerzijds.

V.

Vanzelfsprekend f. Vertrouwensman. Voltreffer Verzwinden.

Verhouding (toestand). Versoberen f. Veiligstellen

f. Verslechteren. Volvet. Vol-gummi. Volballonband.

Verpuren*. Vervolmaken f. Vervolledigen f-

Voorgeschiedenis. Vertrouwenspersoon. Valsch (onjuist)

Verkapt. Verlangen (eischen). Verhoogen (ophoogen).

Vakmatig. Verstevigen f. Vertrouwd. Volkeren

Verpauperiseering f. Vallen (zakken). Van zinnen

(dol) Verkommeren. Volstandig. Verplichtend

(verplicht). Verkeersgevaarlijk. Verhullen. Verzichtbaren

Volksch. Verwijtvol. Verdiepen f (dieper maken).

Verveeld (al bijv. vnm.). Volambtenaar. Verplegen.

Vorm** (spotterm). Vastaaneengeslotenheid. Verstolen.

Verdienstblaadje. Vertrouwbaar. Voorgisteren.

Voorradig. Voorwoord. Vrijgave.

W.

Wondervol. Waterondoorlaatbaar. Welhebbend.

Wondere f. Wapenschouw. Welvertrouwd. Weerschallen.

Windkwintet**. Wereldvreemd. Warmheid -f.

Werk (fabriek).

Z.

Zinvol. Zwijgzaam. Zelfliefde. Zelfkosten. Zelfwerkzaamheid.

Zekering. Zwaarindustrie. Zijdens. Zijnerzijds.

De lijst is geenszins volledig. Maar men zou tevreden

kunnen zijn, indien alle collega's de opgesomde woorden

en uitdrukkingen achterwege zouden laten.

DE J O U R N A L I S T 101

]. P. VAN TERM.

Een bekend en

bekwaam) vakgenoot

heeft op

1 Aug. een zilveren

jubileum

gevierd: de heer

Jac. P. van Term

was toen 25 jaar

hoofdredacteur

van de Limburger

Koerier.

Van vieren,

echter, heeft hij

niets willen weten;

toch heeft

men hem een

goeden dag bezorgd.

Van Term, die

in 1869 geboren

werd, is al heel

lang in de journalistiek.

In 1884

begon hij aan De

Maasbode, waar

hij al spoedig een

goede redacteurspositie

verwierf:

in 1904 werd hij

hoofdredacteur

van het Volksdagblad

te

Maastricht, doch

nog in hetzelfde

jaar ging hij naar

De Gelderlander

over. waarvan

hij, tot 1907, met J. R. van der Lans de hoofdredactie

waarnam, tot hij op 1 Augustus 1907 de leiding van

de Limburger Koerier op zich nam.

Dit blad schrijft:

„Op uitdrukkelijk verzoek van den jubilaris is de herdenking

van het feest beperkt gebleven tot den kring

zijner huisgenooten en tot hen, die met hem in ons

bedrijf hebben samengewerkt. Reeds Zondag 31 Juli,

den dag, waarop de 25 jaren van vruchtbaren arbeid

waren voltooid, hebben de redacteuren van ons blad

met vertegenwoordigers van de administratie en van het

technisch personeel dhr. van Term te zijnent opgezocht

om hem te midden van zijn huisgenooten te huldigen.

En Maandag hebben de heeren Commissarissen, alsmede

de directeur-generaal van onze uitgeversmaatschappij,

van hun belangstelling en waardeering voor het

werk van onzen hoofdredacteur doen blijken.

De intimiteit van deze feestviering is ongetwijfeld ten

goede gekomen aan de hartelijkheid, waarmede de jubilaris

is gehuldigd. Door hen, die in staat zijn te beoordeelen,

wat de heer van Term in de afgeloopen

kwart-eeuw voor het katholieke hoofdorgaan van de

provincie Limburg in een veelbewogen tijdperk heeft

gedaan, is op ruime wijze gebruik gemaakt van de gelegenheid,

om ongedwongen uit te spreken hun warme

genegenheid voor den leider van onze redactie, die als

weinigen de kunst verstaat, zich bij zijn ondergeschikten

bemind te maken zonder in te boeten van het gezag,

dat de groote verantwoordelijkheid hem verleent, èn hun

bewondering voor den hoogbegaafden journalist, die bij

de ideeële opvatting van zijn taak, om eenige leiding te

geven aan het denken van een breeden lezerskring, de

mogelijkheden van een gezonde bedrijfsvoering nooit

verwaarloosde. Op gepaste wijze is tevens dank en

hulde gebracht aan mevrouw van Term, die als de stille

kracht op den achtergrond door haar zorg en steun de

mogelijkheid heeft geschapen, dat haar echtgenoot het

beste deel van zijn vruchtbaar arbeidzaam leven geschonken

heeft aan den groei van de Limburger Koerier."


102 DE J O U R N A L I S T

Wij, van den Kring, die van te voren van het jubileum

niet geweten hebben, bieden den jubilaris, ons medelid,

alsnog onze hartelijke gelukwenschen aan.

Men schrijft ons nog:

Den lsten Augustus werd op eenvoudige wijze in kleinen kring

het feit herdacht, dat ons lid, collega Jac. P. van Term, voor 25

jaar in dienst trad van de N.V. Uitgevers Mij. „Neerlandia" en

belast werd met het hoofdredacteurschap van de Limburger Koerier.

Voor zoover zij niet door dringende bezigheden verhinderd waren,

vereenigden alle redacteuren van de Limburger Koerier zich ten

huize van den jubilaris.

Namens administratief en technisch personeel werd collega Van

Term gehuldigd door den vertegenwoordiger van de Directie der

N.V. Uitgevers Mij. „Neerlandia", dhr. V. Willems. Collega H.

van den Berg sprak namens de redacteuren van de Koerier een

hartelijk woord van gelukwensch, terwijl het lid der Hoofdredactie,

de heer H. van den Broeck, op treffende wijze mevrouw Van

Term huldigde, aan wie voor een niet gering deel te danken is

geweest, dat haar echtvriend zich geheel aan zijn werk heeft kunnen

geven.

Collega Van Term dankte voor de hem gebrachte hulde en

zinspeelde er daarbij ook op, dat hij de dagelijksche leiding van

zijn blad zou neerleggen en toevertrouwen aan dhr. Van den Broeck.

Ondertusschen heeft deze overdracht haar beslag gekregen, al

blijft dhr. Van Term aan de Hoofdredactie van de Limburger

Koerier verbonden.

's Maandags werd de heer Van Term gehuldigd door Commissarissen

en Directie van Neerlandia, welke daartoe van Utrecht

waren overgekomen-

Op uitdrukkelijk verzoek van den jubilaris werd alle feestbetoon

achterwege gelaten en was aan het jubilé geen publiciteit gegeven.

Nadien werden door enkele bladen waardeerende beschouwingen

aan zijn persoon en zijn werk gewijd.

DE JOURNALISTIEK ONDERDEEL?

,,De journalistiek is niet meer hetgeen een Fransch

schrijver indertijd geestig kon aanduiden met de paradox:

„Le journal? C'est un monsieur": ,,'n Krant? Das

'n meneer."

Daar is inderdaad een tijd geweest, dat de krant

was als een boek: de schrijver was de hoofdzaak; de

uitgever had slechts te zorgen voor hetgeen zijn beroepsnaam

aanduidt. De leidende redacteur legde zijn

stempel op de courant: het was in den tijd, dat de

Univers Louis Veuillot, de Bien Public Verspeijen, de

Germania Majunke, en — om in een meer nabije vergelijking

van kleiner formaat te treden — de Lim~

burger Koerier pastoor Thissen was. Het publiek van

toen vroeg gedegen en weloverwogen artikelen; het

nieuws kwam op de tweede plaats. Het was de bloeitijd

van het politieke hoofdartikel en van de polemiseerende

driestar.

Dat alles is geleidelijk veranderd: het geslacht der

20ste eeuw wendde zich af van het bespiegelende, —

dat ook wel eens in haarklooverij en gekibbel ontaardde;

— het voelde meer voor het concrete feit, hetzij dat

dit z'n zich vervlakkende nieuwsgierigheid bevredigde,

hetzij dat de kennisneming ervan zijn stoffelijk belang

ten goede kwam: de economie en het groepsbelang verdrongen

de politiek, de illustratie de polemiek, de sportrubriek

het hoofdartikel. Vooral na den oorlog is deze

omzetting der waarden met snelle passen geschied. En

nu moge men theoretiseeren over den invloed, die van

de pers uitgaat op het volk, van den anderen kant kan

de pers geen maatschappelijke strooming keeren, en

moet zij, naar gelang van deze, zeil reven of bijhijschen,

wil ze koers houden en niet, met de vlag in top,

stranden.

De materiëele eischen, die de lezerskring in steeds

stijgende mate stelde, vorderden materiëele bevrediging.

Het intellectueele peil der krant verminderde

misschien in hoogtestand, het mechanische ging in elk

geval sprongsgewijs omhoog. Het overwicht in het

dagbladbedrijf verplaatste zich van de redactiekamers

naar het directie-kabinet: steeds grootere en snellere machines,

steeds meer geperfectioneerde organisatie van

techniek en distributie, van administratie en exploitatie

verlangden voortdurend meer bedrijfstalent en meer kapitaal.

Het aandeel der redactie in dien uitgroei hield

gelijken tred met het geheel..., maar het was een onderdeel,

hoe voornaam ook, geworden in het bedrijf."

— Het bovenstaande is ontleend aan een hoofdartikel

van Jac. P. van Term in de Limburger Koerier. Wij

zullen er (vermoedelijk) in een volgend nummer iets over

zeggen; ook over de vraag of de bekende uitdrukking:

,,Le journal c'est un monsieur" niet naar haar strekking

op een andere wijze moet, althans kan, worden ge-interpreteerd

dan onze collega het in bovenstaand stukje doet.

Wij hebben de bedoeling van die uitdrukking uitvoeriger

behandeld in het boekje over journalistiek, dat binnenkort

zal verschijnen.

Wij vragen echter onzen leden: voelt niemand zich

nu eens geroepen om zijn meening te zeggen over de

stelling van collega van Term, dat het redactie-werk

,,een onderdeel, hoe voornaam ook", is geworden in

het bedrijf?

Ons dunkt: de stelling is overweging en debat volkomen

waard.

Wie zegt er iets van?

JOURNALISTEN ALS BUITENGEWOON RAADSLID.

In het Volksblad i'oor Gelderland lazen wij het volgende:

,,De vroede vaderen van het dorpje Noordeloos vergaderen

in een zaaltje, dat eigendom is van den godsdienstonderwijzer

H, de Jong. Het zaaltje is sober gemeubileerd.

Plaatsen voor de verslaggevers en het publiek

ontbreken. In de laatste raadszitting, bij den aanvang

der raadsvergadering, weigerde de heer De Jong

een paar stoelen te halen voor de verslaggevers en een

paar werkloozen, die de vergadering wilden bijwonen.

Er ontstond dientengevolge een sappige woordenwisseling,

waarvan de raadsleden, die reeds op hun zetels

hadden plaats genomen, getuige waren. De burgemeester

ging zich er mee bemoeien en verzocht den zaaleigenaar,

toch een paar stoelen te halen. De heer De

Jong weigerde. Eén der raadsleden, die de gevoelige

plek in het hart van den hardnekkigen godsdienstonderwijzer

kende, stelde daarop voor, verlaging van de zaalhuur

te vragen, omdat de raadszaal toch al onvoldoende

gemeubileerd was. Onmiddellijk beloofde de deerlijk verschrikte

zaaleigenaar, dat voortaan alles in orde zou

zijn. Hij beklom ijlings de zoldertrap en haalde stoelen

voor pers en publiek naar beneden. Eén der verslaggevers

nam daarna het woord, om in ernstige bewoordingen

zijn meening over het geval te zeggen. Toen hij

uitgesproken was, verklaarde men het incident voor

gesloten en ging men zich aan de overige gemeentebelangen

wijden "

Naar aanleiding van het bovenstaande schrijft een

collega ons:

„Dit feit, het houden van een speech door een verslaggever

in een Gemeenteraad, brengt mij een soortgelijk

geval in herinnering, dat wijlen onze collega Simon

Hartog, in leven Haagsch redacteur van Het Volk, in,

zijn vroegere woonplaats Edam heeft beleefd. Kort voor

zijn aanstelling bij Het Volk was hij redacteur van een

klein plaatselijk krantje en hij woonde in die functie de

raadsvergaderingen in een Noord-Hollandsch dorp bij.

Een boeren-gemeenteraad. Er kwam daar een Waterschaps-zaak

aan de orde en de boertjes begrepen er niets

van. Ook de raadsvoorzitter bleek niet bij machte de

vroedschap duidelijk te maken wat er precies aan de

hand was. Het was toen dat Hartog het woord vroeg

en kreeg en een speech hield, waarin hij op de rustige en

vriendelijke wijze, die dezen braven collega immer kenmerkte,

den Raad duidelijk maakte wat er met die

Waterschapskwestie eigenlijk aan de hand was."

Zendt eens wat" voor het orgaan!


Buitenland.

KONINGIN VICTORIA EN DE PERS.

In het laatste deel der omvangrijke serie, waarin de

uitgezochte brieven der lijvige correspondentie van deze

vorstin zijn verschenen, komen enkele opmerkingen voor

aangaande de verhouding tot de pers,- welke de aandacht

verdienen. {The letters of Queen Victoria, Murray.)

Daar was in de eerste plaats de „Presse-Hetze" tusschen

Engeland en Duitschland. Punch kwam met zeer

hatelijke caricaturen, de groote Engelsche dagbladen

toonden een open vijandschap jegens Duitschland. Sir

Theodore Martin, in dat boek genoemd een „prominent

man of letters", werd door Koningin Victoria met een

delicate opdracht belast om deze ophitsing tegen

Duitschland te doen staken en wel in 1898. In een vertrouwelijk

schrijven berichtte hij aan Victoria dat het

hem gelukt was, na besprekingen met de hoofdredacteuren

van de Times, Standard, Daily Telegraph, Morning

Post, Daily Chronicle, Globe, St. James's Gazette en de

Pall Mall Gazette, de toezegging te verkrijgen dat de

felle campagne tegen Keizer Wilhelm en het Duitsche

volk gestaakt zou worden. Ten slotte lukte het hem ook

om Punch over te halen de venijnige karikaturen van

Wilhelm niet meer te doen verschijnen.

Een andere kwestie, welke in dien tijd op den voorgrond

trad, was het plan der groote Engelsche dagbladen

om ook op Zondag te verschijnen. Kerkelijke kringen

waren daartegen en in het bijzonder verdunt de

aandacht een schrijven van den Aartsbisschop Temple

aan de Koningin:

„Zondagarbeid zal door dezen maatregel zeer zeker

toenemen; weliswaar kunnen de bladen op Zaterdag

worden opgemaakt en gedeeltelijk gedrukt; de distributie

zal echter op Zondag plaatsvinden. Mogelijk zou

Uwe Majesteit bekend kunnen doen maken, dat het U

genoegen zou doen, als op den wekelijkschen rustdag

zoo weinig mogelijk werk zou worden verricht.

De Koningin vroeg daarop het advies van Bisschop

Davidson, die weinig voelde voor het uitdrukkelijk uitspreken

van een wensch, maar meer heil verwachtte van

een wenk.

Van eenige actie kwam niets, aangezien Lord Salisbury

aan den particulieren secretaris der Koningin

schreef, dat het hem raadzaam voorkwam, dat de Koningin

zich buiten deze kwestie hield. Hij vond de protesten

der bisschoppen schromelijk overdreven. Na het

inwinnen van informaties was hij tot de overtuiging gekomen,

dat door het verschijnen van Zondagsbladen

het redactie-werk eerder verlicht dan verzwaard zou

worden. Bovendien waren kiosken etc. op Zondag toch

open, zoodat van meer werk voor extra distributie geen

sprake was. Victoria hield zich daaraan, de Zondagbladen

verschenen en zij verschijnen nu nog, in milhoenen

exemplaren. Zelfs de wenk bleef achterwege, laat

staan de wensch. Er zijn zoo van die wenschen, die beter

onuitgesproken blijven; wij kunnen er hier van meepraten.

" E - L -

Foto M. van Kreveld.

Nog een herinnering aan Friesland! De Serenade aan den

Kring te Grouw.

DE J O U R N A L I S T 103

Journalistieke Herinneringen.

EEN REISJE MET MINISTER KAN.

Het was in de dagen, toen we nog een reisminister

hadden.

Om den haverklap kwamen Minister Kan en zijn

woelige schaduw, Meijer de Vries, een zwalktocht ondernemen

door Frieslands moerassen en heidevelden en

wij, onze fotograaf en ik, waren daarbij steeds hunne

trouwe trawanten.

Op zekeren dag vernamen we, dat de Minister op

uitnoodiging van een onzer grootste landbouworganisaties

het gebied van het ontworpen waterschap „De Verbinding"

in oogenschouw zou nemen, mede in verband

met de actie voor den aanleg van een primairen verkeersweg

Sneek—Heerenveen. 'n Gebeurtenis waar heel wat

goede copie uit te slaan zou zijn. Doch er was een moeilijkheid.

De gronden van dit waterschap liggen in het

hartje van het Friesche waterland tusschen Sneek en

De Joure. Het is daar een woest wereldje, meer water

dan land, en de hooilanden die er zijn, schijnen nog op

het water te drijven. In kilometers-omtrek is er geen

weg te bekennen; alleen met vaartuigjes van geringe

afmeting kan men in alle hoekjes van dit boezemland

doordringen; slechts de tramlijn Sneek—De Joure doorsnijdt

het in zijn geheele breedte. Er was dus geen denken

aan dat we, zooals gewoonlijk, den Minister met

onze auto zouden kunnen volgen; zelfs hadden we er

niet het flauwste begrip van, op welke wijze men Zijne

Excellentie zou brengen, waar hij wenschte te zijn. Dies

stapte ik naar den voorzitter der landbouworganisatie,

een deftige, doch zeer welwillende Friesche autoriteit, en

daar vernam ik, dat men van Sneek af per extra tram

tot halfweg De Joure dacht te rijden om dan daar, midden

in het veld, over te stappen in een klein motorbootje.

Of we van diezelfde reisgelegenheid gebruik

mochten maken? Dat mocht, tenzij de Directeur der

Tramwegmaatschappij bezwaren had of het motorbootje

te weinig plaatsruimte zou blijken te hebben; dat was

natuurlijk voor onze risico. We bespraken nog een en

ander in verband met de waterschaps- en de verkeersbelangen

en toen ik reeds afscheid had genomen bleek

de voorzitter nog iets op zijn hart te hebben.

— „Ja, kijk eens, wij hebben er niets op tegen, dat u

met onze tram meegaat, maar u begrijpt, wij zitten met

den Minister binnen in en daar willen we graag vrij uit

met hem kunnen spreken. Ik moet dus de voorwaarde

stellen, dat u tijdens de rit buiten op het balcon blijft!"

Den anderen morgen stond op de Prins Hendrikkade

te Sneek in de stralende zomerzon een spiksplinternieuw

tramrijtuig gereed met een blinkend gepoetste locomotief

ervoor. De bestuurders van landbouworganisatie en waterschap

waren in pontificaal reeds vroegtijdig aanwezig,

benevens de Directeur der Nederlandsche Tramweg

Maatschappij. Op den bepaalden tijd reed de auto met

Minister Kan voor; Zijne Excellentie was alleen. De

heeren vlogen in de houding, hoed in de linkerhand,

de rechter paraat voor de ministerieele handdruk.

Doch Zijne Excellentie scheen hen nog niet te hebben

opgemerkt, althans hij stapte regelrecht naar het tweede

klas-achterste van ÏTet rijtuig, waar wij bescheiden naast

ons balcon hadden postgevat en begroette ons, gelijk wij

dat reeds gewoon waren, als oude bekenden.

„Goed gezond? Doet me genoegen, dat jullie meegaat.

We zullen het treffen vandaag; uitgezocht weertje. •— A

propos, nog wel bedankt voor jullie bemoeiingen met die

foto."

We hadden Zijne Excellentie kort te voren een kleine

dienst bewezen door te voorkomen, dat een onbescheiden

foto van het ministerieel morgenbad in de Groote

Wielen bij Leeuwarden, in de bladen verscheen. Alleen

De Telegraaf had haar opgenomen „Maar niemand heeft

me eruit herkend", zei Z. Exc. glunder.

Na door dit joviale praatje alle kans op een officieele

begroeting te hebben verijdeld, wendde de Minister zich


104 DE J O U R N A L I S T

tot zijn reisgezelschap. Men stapte in, wij beklommen

ons achterbalcon en nadat de Directeur in hoogst eigen

persoon het vertreksein had gegeven, voegde ook die

zich bij ons; mocht blijkbaar ook al niet in het geheim

cabinet! Spoedig hadden we Sneek achter ons liggen en

we genoten volop van het ruime uitzicht over de wijde

velden en wateren. Om ook zelfs den schijn van onbescheidenheid

te vermijden waren we met de rug naar

de coupé gaan staan, doch nog hadden we geen tien

minuten gereden of we hoorden de coupédeur achter ons

rammelend openschuiven en... wie stapte bij ons op het

achterbalcon?

Zijne Excellentie Minister Kan.

— „Als de heeren er niet op tegen hebben, kom ik

liever hier staan. Daarbinnen hangt me te veel rook!"

En terwijl de heeren bestuursleden zwijgend hunne

sigaren verder oprookten, vergastte onze reisminister ons

op een flink trommeltje vol Haagsche moppen!

F W. H.

Allerlei Berichten.

3. F. Langenhorst. t

Het Handelsblad schrijft:

Na een langdurig lijden is op 50-jarigen leeftijd overleden

een onzer oudste medewerkers, de heer J. F.

Langenhorst. Ongeveer 32 jaren was hij verbonden aan

ons blad, waar hij speciaal de financieele rubriek verzorgde.

In financieele kringen was hij geen onbekende;

voor zijn mederedacteuren was hij vaak een vraagbaak,

want zijn kennis van financieele aangelegenheden was

zeer uitgebreid. Ook zullen vele lezers zich de overzichten

der Rijksmiddelen herinneren, welke hij geruimen

tijd heeft geschreven.

Langen tijd was hij reeds lijdende, maar tot het laatst

heeft hij zijn werk volgehouden, tot de toestand van zijn

gezondheid hem in letterlijken zin dwong de pen neer

te leggen.

Het Handelsblad verliest in hem een ijverig en plichtsgetrouw

redacteur. Wij verliezen een collega, die steeds

klaar stond om hulp te verleenen.

A. K. Aartsma.

— Het was op 8 Augustus 55 jaar geleden, dat de

heer A. K. Aartsma, hoofdredacteur van het Nieuwsblad

van Friesland, aan dat blad verbonden werd.

Zeker een zeldzaam journalistiek jubileum. Moge ons

mede-lid de 60 halen!

— Benoemd is tot directeur-hoofdredacteur van

De Javabode de heer H. C. Zentgraaff, van het Soer.

Handelsblad.

— Benoemd tot hoofdredacteur van Het Leven, de

heer Ph. Pinkhoff, redacteur van De Telegraaf te

Rotterdam.

De Nieuwe Provinciale Groninger Courant is overgegaan

aan De Rotterdammer, Ook in de antirevolutionaire

pers neemt de concentratie toe.

— De Goesche Courant, overgenomen door de Middelburgsche,

is dagblad geworden.

— Dit jaar zal in Italië voor den eersten keer de

Sandro Mussolini-prijs worden toegekend voor het

beste boek van een Italiaanschen journalist, verschenen

tusschen October 1931 en '32. De prijs bedraagt

20.000 lire; hij zal dezen keer verdeeld worden in

prijzen van 5000 en 2000 lire.

— Een der oudste bladen in West-Indië, vertelt

De West, is een Hernhutter blaadje, dat in het Neger-

Engelsch wordt gedrukt en den naam draagt: Makzien

vo Kristensoema zieli. Op 1 Juni ƒ.1. bestond dit blaadje

tachtig jaar. Het werd en wordt nog steeds gedrukt ter

drukkerij Heyde. Redacteur is op dit oogenblik broeder

Meifort op Charlottenburg.

In De Laatste Kolom.

De vrouw met de

zeven mannen.

De Provinciale Geldersche gaf, ter gelegenheid van

haar uitbreiding, o.a. een pagina met berichten uit haar

jaargangen van een eeuw en langer geleden. Ziehier een

bericht van 2 November 1821:

LONDEN, den 2 November. Het volgende voorval heeft dezer

dagen het criminele Geregtshof bezig gehouden.

Eene rijke vrouw in Londen had zes mannen gehad; doch des

ongeacht vond zij eenen zevenden en trouwde weder. Verscheidene

maanden leefden beide echtgenooten zeer gelukkig. Zij was gewoon,

haren man te verhalen, dat zij zijne zes voorgangers had gehaat,

dewijl zij deels dronkaarts, deels trouwelooze mannen waren. Ten

einde nu den waren inborst van zijne vrouw te leeren kennen, begon

de man 's avonds laat te huis te komen en zich alsdan dronken

aan te stellen. In den beginne waren verwijtingen, naderhand bedreigingen,

het gevolg van zijn handelwijze. Intusschen bleef de man

zijne rol getrouw, en werd zoodoende hoe langer hoe meer het

voorwerp van den laster zijner vrouw. Op een avond, toen zij dacht,

dat hij sliep, nam zij een stuk lood, smolt hetzelve, en kwam daarmede

bij haren man, met het oogmerk, om hem hetzelve in het oor te

gieten. Deze echter sprong op, en leverde zijn kwaadaardig wijf, met

behulp van eenige door hem geroepen lieden, aan den regter over.

De overblijfsels van hare zes eerste mannen werden opgedolven,

en, daar men kenteekenen van moord aan dezelve bespeurde, werd zij

schuldig verklaard en ter dood gebragt.

Ze is huiverig.

Een medewerker van het Utrechtsch Dagblad vertelt

van een onderhoud, dat Greta Garbo bij haar aankomst

in Zweden met de journalisten had.

„Ik vind" — zei ze — „dat het meeste van wat er over me

geschreven wordt absoluut overbodig is. Wat heeft het voor nut

als weekbladen en magazines vertellen wat ik eet en drink en

wat ik uitvoer. En of ik zelf mijn kleeren naai en zelf de wasch

doe. Ik geloof bovendien niet, dat een dergelijk „contact met het

publiek" iets voor een filmactrice beteekent. Dat leidt maar af

van wat het belangrijkste moet zijn: het werk in de studio. Maar

dat beteekent niet, dat ik ondankbaar ben voor alle belangstelling,

die men mij bewijst. Ik ben heelemaal niet ondankbaar. Ik voel

alleen niets voor de belangstelling van heeren en dames, die in

tijdschriften „de waarheid omtrent Greta Garbo, door haarzelf

verteld" schrijven. Ik heb nog nooit van mijn leven ook maar

één artikel geschreven en ik heb nimmer voor krantenman mijn

levensgeschiedenis zitten vertellen. En toch stuurt men mij telkens

nu dit, dan weer dat blad, waarin „de waarheid over mijzelf, uit

m'n eigen mond opgeteekend", te lezen staat, waarin ik mijn

meening zeg over Goethe en Wagner en Gandhi...... U begrijpt,

dat ik een beetje huiverig voor de journalisten ben.

Als nu dit interview tenminste maar juist is !

Sensatie-journalistiek.

Een firma te Manchester is er — zoo meldde onlangs

de Evening Standard — na jaren-lange proefnemingen

eindelijk in geslaagd onkreukbaar katoen te vervaardigen.

Cotton without creases. Een correspondentiebureau

meldde echter aan onze bladen, dat de firma

er in geslaagd was katoen te „ontvetten". Cotton without

greases.

Advertentie.

ONDERTROUWD:

H. KROON Jr.

Redacteur Nederl. Corr.-Bureau

en

DILY M. M. DE VRIES

's-Gravenhage, 23 Augustus 1932.

Receptie: Zondag 4 September des n.m. 3—5 uur:

Nieuwe Havenstraat 61, Den Haag.

Huwelijksvoltrekking: Vrijdag 9 September.

Toekomstig adres: Virulylaan 14, Park Leeuwenbergh,

Voorburg.

More magazines by this user
Similar magazines