^ournalist

webstore.iisg.nl

^ournalist

3de Jaargang No. 3

Verschijnt maandelijks

October 1948

^ournalist

Redactie: J. J. F. v. d. Bergh

Mr. E. Elias - Yge Foppema

ORGAAN VAN DE. NEDERLANDSE JOURNALISTENKRING

DIENAREN DER KONINGIN

ET zou onbehoorlijk zijn, al was 't alleen maar tegen­

H over 't nageslacht, in dit eerste nummer van De Journalist

dat onder de regering van koningin Juliana verschijnt,

geen gewag te maken van de dingen die in de

afgelopen maanden het Nederla,ndse volk zo intens hebben

bezig gehouden en die orize collega's over de hele

wereld stof tot ^beschouwingen hebben geleverd. Maar

het zou een beetje belachelijk zijn, en zelfs wat ongepast

nu dit nummer verschijnt nadat alle feestgedruis is

verstild en de versieringen zijn opgeborgen, dit te doen

in de vorm van. een jubel- en huldigingsartikel. Al wat

wij in deze trant te zeggen hadden, hebben wij in onze

bladen gezegd, spontaan en van harte. Diegenen onder

ons die dit hebben mogen doen, hebben het als een

voorrecht ervaren. Zij die getuigen zijn geweest van de

grote ogenblikken van de' troonsafstand en de inhuldiging,

hebben iets beleefd dat méér dan hun professionele

belangstelling had, iets dat hun ziel raakte en dat ook

de ervarensten onder hen een gevoel van machteloosheid

gaf. Het was niet mogelijk de gevoelens van die

ogenblikken vast te leggen in woorden die onze lezers

hadden kunnen duidelijk maken wat er toen in ons

omging.

Voor eenmaal heeft de pers de eerste plaats moeten

afstaan aan haar jongere zusters, de radio en de film.

Wij behoeven ons hierover niet te schamen. Zeker niet

ten opzichte van onze collega's bij de radio, de ooggetuigen-verslaggevers,

die het zo onnoemelijk, veel moeilijker

hadden dan wij-van-de-krant, omdat zij op het ogenblik

zelf van de gebeurtenissen woorden moesten vinden

die, zonder overweging of mogelijkheid van herziening,

de feiten weergaven én de indruk die'het aanschouwde

op hen "maakte. Dat was in dit geval een bovenmenselijke

taak en wij-van-de-krant zijn er orize collega's van

de omroep misschien iets te hard over gevallen dat zij

daar te vaak niet tegen opgewassen zijn gebleken.

A 1'impossible nul n'est tenu.

Maar xle radio heeft ons verslagen, en volkomen verslagen

met het overbrengen van de klank der gebeurtenissen

op het ogenblik zelf, in alle huiskamers.

Het begrip „koninklijk woord" heeft voor velen in

deze dagen een nieuwe, diepere inhoud gekregen. Het

is niet meer alleen maar een versterkte manier om te

zeggen: verheven, indrukwekkend woord. Koninklijk

woord is voortaan voor ons, meer nog dan het in de

oorlogsjaren was: verheven, indrukwekkend, ja stellig,

maar bovenal ook menselijk-ontroerend, direct tot het

hart sprekend.

De film heeft, het nadeel dat zij dit woord niet direct

en in de intimiteit van de huiskamer kon laten klinken,

maar het achteraf in de onpersoonlijke atmosfeer van

de bioscoopzaal moet laten horen. Zij heeft het voordeel

dat zij er het beeld aan toevoegt. Het beeld van een ont­

roerde koningin — niet meer koningin? — tóch koningin,

wij blijven haar zo zien — die haar dochter toejuicht

öp het ogenblik dat deze de zware taak van haar

heeft overgenomen. Het beeld van een dochter dfe haar

moeder kust, haar moeder, die de Moeder des Lands is.

Het zou onbescheiden zijn dit alles te vertonen, indien

het niet menselijk én koninklijk tegelijk was, en koninklijk

vertolkte wat wij allen menselijk hebben gevoeld.

Misschien was dit alleen maar in Nederland zo mogelijk.

Misschien is er in de hele wereldgeschiedenis nog

nooit een koningin geweest die bij haar inhuldiging heeft

gezegd: „Lieve moeder," en: „Wie ben ik, dat ik dit mag

doen." •

Wie die deze woorden heeft gehoord, zal ze niet licht

vergeten. Om deze woorden nog eens te horen spreken

door die mond, staan dag aan dag drommen voor de

bioscopen waar de film van de inhuldiging draait. En al

wat wij, er over hebben geschreven, collega's, ligt in de

leggers van onze bladen te vergelen.

Wij noemen ons wel eens, en niet zonder een zeker

zelfbewustzijn, dienaren van de Koningin der Aarde. Die

koningin is een ietwat abstracte dame, en in de vertrouwelijkheid

van onze dagelijkse omgang met haar gaan

onze eerbied voor haar koninklijke waardigheid en het

besef van de nederigheid van ons dienaarschap wel eens

ietwat teloor.

De Koningin der Nederlanden heeft ons een voorbeeld

gegeven van koninklijke nederigheid, waaraan

wij goed zullen doen ons te spiegelen.

Sla de kranten op, collega's, uw eigen en die Van

anderen, en zoek van de morgen tot de avond: .waar •

vindt ge het woord, het koninklijke woord, dat in eenvoud

en nederigheid rechtstreeks tot het hart spreekt

omdat het uit het hart is voortgekomen, en dat bijblijft

aan wie het vernam, al was het maar voor de levensduur

van die ene krant?

Wij, die in deze maanden tot in de ziel hebben ervaren

wat koningschap is, wij zullen ons hebben te

bezinnen over onze taak ais dienaren van die andere

koningin, die geacht wordt die der aarde te zijn. Over

het koninklijke van die taak. Over het nederige er van.

Over de eenvoud en de menselijkheid, met behoud, neen

versterking van alle waardigheid, van die taak.

Het is niet eenvoudig, een goed koningin te zijn. Het

. is zelfs niet eenvoudig, een goed dienaar van een koningin

te zijn. Het is een zaak van bekwaamheid en

ervaring, van wil en verstand, maar bovenal van het

hart.

Wij Nederlandse journalisten hebben het bizondere

voorrecht, een levend voorbeeld dagelijks in ons midden

te hebben. Laten wij ons steeds de verplichtingen bewust

zijn die dit ons oplegt. .

Y. F-

1


De C.A.O. goedgekeurd

Zoals onze leden reeds bekend zal

zijn, is de Collectieve Arbeidsovereenkomst

voor Dagbladjournalisten

doof het College van Rijksbemiddelaars

goedgekeurd. Met ingang van

1 September j.1. is de C.A.O.'van

kracht geworden. Het verheugende

van dit feit behoeven wij zeker niet

meer Sn het licht te sflefllen. Wel

hopen wij, dat dit te lange leste

bereikte' resultaat de wankelmoedigen

onder de leden, die wisten te vertellen

dat van uitstel afstel zou komen,

herinneren zal aan het 'gezegde:

Rome iis niet in één dag gebouwd!

Dit geldt ook ten aanzien van anderen,

nog niet vervulde, desiderata

der journalisten-organisaties.

De tekst van de beschikking,

waarbij Rijksbemiddelaars hun fiat

gaven, laten wij hier in extenso volgen:

•HET COL/LEGE VAN RIJKS­

BEMIDDELAARS,

GEZIEN het verzoek d.d. 30 December

1947 van de Vereniging De

Nederlandse Dagbladpers enerzijds

aan het bestuur van de Nederlandse

Journalisten Kring en de Katholieke

Nederlandse Journalisten Kring anderzijds,

strekkende tot het verkrijgen

van goedkeuring van een Collectieve

Arbeidsovereenkomst voor

Dagblad Journalisten;

OVERWEGENDE,

dat tegen de inhoud van deze C.A.O.

zoals deze sindsdien gewijzigd en

aangevuld, geen bezwaren bestaan;

dat met deze goedkeuring van een

collectieve arbeidsovereenkomst, hier

gelijk in elke andere beschikking

van het College, op generlei wijze

een uitspraak wordt gedaan ten aanzien

van de mogelijke gevolgen in de

vorm ener verhoging van de prijzen

en/of tarieven, aangezien de beoordeling

van een verzoek tot verhoging

van de prijzen en/of tarieven tot de

uitsluitende bevoegdheid van het Directoraat-Generaal

van de Prijzen

althans niet tot die van het College

van Rijksbemiddelaars. behoort:

GELET op artikel 14 van het Buitengewoon

Besluit Arbeidsverhoudingen

1945 No. P. 214;

GEZIEN het advies van de Stichting

van de Arbeid d.d. 20 Februari

1948

BESCHIKKENDE,

KEURT GOED de hierbij gaande

gewaarmerkte collectieve arbeidsovereenkomst

voor Dagblad Journalisten.

Het College van Rijksbemiddelaars.

w.g. Prof. Mr. M, G. LEVENBACH

De adjunct-secretaris,

w.g. Mr. A. W. COOPS

De tekst van de C.A.O.

Tot het drukken van de definitieve

tekst van de C.A.O. kon uiteraard

2

niet worden overgegaan, voordat de

Rijksbemiddelaars aan de, ter tegemoetkoming

aan hun wensen, aangebrachte

wijzigingen hun goedkeuring

hadden gehecht. De definitieve lezingvan

de overeenkomst in thans ter

perse en zal zo spoedig mogelijk aan

de leden worden toegezonden.

De contributie-inning

Ingevolg art. 41 der C.A.O. zal de

contributie-inning voor dagbladjournalisten

thans via de administraties

der Bjidernemingen lopen. Bij het

overgrote deel der ondernemingen zal

reeds de over September verschuldigde

contributie worden afgehouden; bij

enkele ondernemingen zal dit i.v.m.

administratieve moeilijkheden eerst

over October het geval zijn.

Bij een paar ondernemingen bleek

er van de zijde der redacteuren bezwaar

tegen te bestaan, dat de door

hen verdiende salarissen door hun

administratie aan het Federatie-secretariaat

werden opgegeven. De aandacht

van de betrokken leden zij er

op gevestigd, dat zij in strijd handelen

met de desbetreffende bepalingen

van het Huishoudelijk Reglement der

Kringen. Art. 55 lid 1 van dit regie-,

ment zegt nl. het volgende:

De gewone leden en adspirant-leden

zijn verp'Mcht op te geven hoe

groot hun inkomsten uit journalistieke

en publicmtische arbeid zijn.

Indien de N.D.P. 19^5 bereid is hiertoe

haar medewerking te verlenen,

kan de directies der ondernemingen

een opgave van de door haar uitbebetaalde.

salarissen en vergoedingen

benevens medewerking bij de inning

gevraagd worden. De penningmeester

en verdere bestuursleden zijn verplicht

tot geheimhouding van de volgens

dit artikel verkregen inlichtingen.

Indien de genoemde leden (gelukkig

een klein aantal) hun houding

niet herzien, zullen de kringbesturen

genoodzaakt zijn van hun bevoegdheid

gebruik te maken om deze leden

ambtshalve in een contributieklasse

op te nemen. Wij vertrouwen echter

dat de betrokkenen het onredelijke

van de door hen gemaakte bezwaren

zullen inzien, zodat de Besturen te

hunnen aanzien geen maatregelen zullen

behoeven te nemen.

Nieuwe leden

De totstandkoming -van de C.A.O.

heeft tot gevolg gehad dat in de afgelopen

-weken een aantal dagbladjournalisten

zich nu voor het lidmaatschap

heeft aangemeld. Wij

doen een beroep op onze leden om

nog niet-aangesloten collega's tot

toetreding tot een der Kringen op te

wekken. Indien zij het adres van candidaten

voor het lidmaatschap of

van belangstellenden aan het Federatie-Bureau

opgeven, zal dit voor

verdere behandeling zorg dragen.

Bij voorbaat onze dank!

CONTRIBUTIE EN

INKOMSTENBELASTING

Wij vestigen de aandacht van de

leden, die in de inkomstenbelasting

aangeslagen zijn, op de mogelijkheid

de door hen aan de

Kring betaalde contributie als

vakverenigingscontributie met hun

event, -andere beroepsonkosten

(verwervingskosten) op hun aangiftebiljet

in mindering van hun

inkomen te brengen. Dit kan een

verlaging van hun aanslag ten

gevolge hebben, welke vooral bij

de hogere salarissen niet te verwaarlozen

is. In feite leidt dit tot

een soms zeer belangrijke vermindering

van de betaalde contributie,

daar de fiscus dan a.h.w. een deel

voor zijn rekening neemt. Laten

de collega's die van deze mogelijkheid

niet op de hoogte vjaren,

hier goede nota van nemen; zij

kunnen er niet anders dan wel bij

varen!

VKootrevue en pers

Er is reden om er op te wijzen, dat

bij de organisatie van de Vlootrevue,

hoe grandioos zij ook als schouwspel

geslaagd is, een belangrijke fout is

gemaakt. Die fout betrof de wijze,

waarop door de Rijkspolitie te water

ten opzichte van de speciale persboot

zoveel moeilijkheden werden

gemaakt, dat de bijkans honderd aan

boord aanwezige journalisten ten

zeerste in de uitoefening van hun

taak werden belemmerd.

Wij stellen dit hier niet, omdat wij

geen begrip zouden hebben ook van

de problemen die de waterpolitie bij

zo'n evenement heeft op te lossen,

nog minder, omdat wij ons door haar

stroeve optreden persoonlijk gekrenkt

zouden voelen. Wij stellen dit alleen

omdat met name de talrijke buitenlandse

collegae, die bijna de helft van

het gezelschap vormden, dermate

door onnodige vertraging bij de afvaart

werden gedupeerd, dat in hun

kamp sprake was van grote ontstemming.

Zo bederft Nederland zijn mét veel

moeite en kosten van bet buitenland

verkregen good will en zo ging in één

middag meer teloor dan de Amsterdamse

politie tot dusver door uiterste

welwillendheid opbouwde.

JOURNALIST

met 3-jarige opleiding en H.B.S.diploma,

ervaring als corresp. en

pi. verslaggever voor diverse bladen,

belangstelling voor politieke,

wetenschappelijke en culturele zaken,

volgens vakmensen goede

stijl en journalistieke aanleg, zag

zich gaarne geplaatst op redactiebureau

(i.v.m. studie bij voorkeur

nachtredactie) van.dagblad of periodiek.

Brieven onder No. 52/48

van De Journalist, N.Z. Kolk 28,

Amsterdam.


DIENENDE VOORLICHTINGSARBEID

AUGUSTUS en September zijn

*"* maanden van journalistieke

hoogconjunctuur geworden. In het

bijzonder de verslaggeverij, die misschien

wel het meeste te lijden heeft

onder de papierschaarste —• tot

schade van de ontwikkelingsmogelijkheden

van de jonge journalisten! —

heeft in deze maanden, dank zij de

tijdelijk verruimde toewijzing van

papier de armslag gekregen, zonder

welke de beste verslaggever niet veel

meer kan zijn dan een registrator

van feiten, zonder de jeu van sfeer en

stemming. Dat deze journalistieke

hoogconjunctuur viel in een periode,

welke vroeger met vol recht als de

komkommertijd werd gekenschetst en

v/elke idit jaar in elk geval op verschillende

terreinen des levens een

zekere slapte vertoonde, bracht mee,

dat de verslaggever ook overigens

niet behoefde te vrezen een gemutileerd

geestesproduct van de drukpers

te zien verschijnen. Vergeleken

met vroeger bleef een zekere beperking

in de omvang der verslagen nog

wel geboden, doch deze bevordert een

bondigheid, welke bij onze haastige

•tijd behoort en waaruit allerminst

een achteruitgang van journalistieke

kwaliteit behoeft voort te vloeien.

Het begon met de Olympische Spelen

te Londen, waar sportredacteuren

en -verslaggevers menigmaal een

hordenloop tegen het horloge moesten

bedrijven, waartegeh de meesten

onzer sportieve collega's ,—• en niet

in de laatste plaats de oude robten in

het vak — wonderwel opgewassen

bleken.

Elders in dit nummer verhaalt de

nestor der Nederlandse sportjournalisten

van de wederwaardigheden in

de Engelse hoofdstad.

A een korte periode yan betrek­

N kelijke rust, althans op het Nederlandse

erf, begon de curve der

journalistieke activiteit een nieuwe

stijging te vertonen, en wel , eerst

door het Wereld-Congres • der Kerken

en vervolgens door, de Oranjefeesten,

welke haar cumulatiepunt

vonden op 6 September j.1. Collega

Elias heeft vooraf in een badinerend

stukje in Haarlems Dagblad zijn

deernis uitgesproken met de arme

journalisten, die de toen komende

festiviteiten zouden moeten verslaan.

Hij heeft zich echter vergist, want

wat hem een stereotyp Oranjefeest

scheen voor te komen, heeft zich op

een zo uitzonderlijk niveau van oprechte

nationale vreugde en waardigheid

beide bewogen, dat ook de in

het vak vergrijsde en daarom misschien

wat cynisch geworden collega's

zich diep aangegrepen voelden

en uit een eerlijke bewogenheid des

gemoeds journalistieke prestaties

hebben geleverd, welke gespeend

waren van gemeenplaatsen. En onder

de jongere journalisten, die nu, eens

goed hun kans kregen, hebben zich

veelbelovende talenten geopenbaard.

Doch, wat aan de grote historische

gebeurtenissen uit journalistiek oogpunt

een bijzondere kleur verleende,

was de aanwezigheid van talrijke

buitenlandse journalisten uit alle

mogelijke landen. Er is in zo ruime

mate over Nederland geschreven,

dat een Nederlands dagbladdirecteur,

met vacantie in een klein Zwitsers

dorp vertoevend, tot zijn vreugde

mocht ervaren, hoe goed de inwoners

over de betekenis van onze nationale

feesten waren ingelicht.

Al ds er met de „Wahrheit" ook

wel in sommige buitenlandse bladen

wat romantische „Dichtung" verschenen

— de (Romeinse correspondent

van De Tijd heeft daarvan aardige

staaltjes uit de Italiaanse pers medegedeeld

—, de hoofdzaak is en

blijft, dat Nederland in deze dagen

„front-page news" heeft opgeleverd

en de waardigheid van onze nationale

feestviering respeöt in het buitenland

heeft afgedwongen. Het belangrijkste

is echter ongetwijfeld, dat deze

journalistieke activiteit van onze

buitenlandse collega's is voortgesproten

uit eigen aandrift en elk geforceerd

karakter miste. Het is opnieuw

overtuigend gebleken, dat de beste

propaganda voor Nederland in het

buitenland geleverd wordt door een

vrije journalistiek, waartegen overheidsvoorlichting

het moet afleggen.

ORENSTAANDE opmerking

V heeft, allerminst de strekking,

de activiteit van de Regeringsvoorlichtingsdienst

ter gelegenheid van

Aan alle leden van N.J.K. en K.N.J.K.

Het College van Rijksbemiddelaars heeft de Collectieve Arbeids Overeenkomst,

afgesloten door de „Ned. Dagblad Pers 1948", de Ned. Journalisten

Kring en de Katholieke Nederlandse Journalisten Kring goedgekeurd.

Een der belangrijke programpunten van de na de Bevrijding herrezen

journalisten-organisaties is verwezenlijkt. Voor de eerste maal in de geschiedenis

van het Nederlandse dagbladwezen is een zodanige regeling

van arbeidsvoorwaarden en salariëring der Nederlandse journalisten tot

stand gekomen. i

Reeds geruime tijd geleden, toen 't scheen, dat de afsluiting van de

CA.O. in 't zicht kwam, is in de kring der leden van de beide journalistenorganisaties

de gedachte opgekomen om aan dit in de geschiedenis der

beide organisaties zo belangrijk ogenblik een bijzonder accent te geven en

speciaal aan onze collega's, die als leden der Onderhandelingscommissie

met de volle inzet van hun toewijding en krachten zich zozeer voor ons

aller belang gegeven hebben, een bewijs van dankbaarheid voor en waardering

van die arbeid te geven. De loop der besprekingen met het College

van Rijk»bemiddelaars maakte het noodzakelijk dit plan nog even in

portefeuille te houden. >

'Doch thans hebben ondergetekenden gaarne dit initiatief lift' de kring

der leden overgenomen, 't Gaat er nu echter om deze gedachte zonder veel

administratieve bemoeiingen en in zeer korte tijd te verwezenlijken.

Laat ieder, die met het plan sympathiseert nu dadelijk een bescheiden

bedrag (maximum ƒ 1.—) liefst per postwissel, of anders in postzegels,

zenden aan J. J. F. v. d. Bergh (N.J.K.), of C. de Groot (K.N.J.K.), adres:

Federatie van Ned. Journalisten, N.Z. Kolk 28, Amsterdam-C, m'et vermelding:

Comité C.A.O.

Men gebruike echter hiervoor niet de giro-rekening der Kringen of van

de Federatie, daar dit de boekhouding der Federatie onnodig gecompliceerd

maakt.

Wanneer op de redacties der onderscheiden bladen een der collega's de

zaak direct ter hand neemt, dan kunnen door collectieve zendingen portikosten

voorkomen worden en kan dit plan snel zijn beslag krijgen, 't Behoeft

wel geen nader betoog, dat wij naast de collectieve zendingen, vele

individuele bewijzen van instemming verwachten!

Laat nu ieder, dadelijk na het lezen van deze oproep, zijn plan om mee

te doen, omzetten in een daad. 't Is ongetwijfeld het meest aantrekkelijk,

als deze actie in zeer korte tijd slaagt.

#

Voor de N.J.K.: Voor de K.N.J.K.:

J. J. F. v. d. BERGH O. DE GROOT

D. J. LAMBOOY ' L. FRéQUIN

j. SCHRAVER W. GOLDSCHMITZ

3


de feesten in een ongunstig daglicht

te stellen. Integendeel, aan het hoofd

van de afdeling Pers van de R.V.D.,

de heer Rebel, en zijn staf komt een

woord van bijzondere lof en erkentelijkheid

toe voor de wijze, waarop zij

de binnenlandse en de buitenlandse

persvertegenwoordigers het verrichten

van hun journalistieke arbeid

hebben vergemakkelijkt.

Reeds vroegtijdig had de heer Rebel

contact opgenomen met het Presidium

van de Federatie, dat de

voorzitter en de secretaris van de

Amsterdamse Pers bij deze besprekingen

heeft betrokken. Het bleek

aanstonds, dat dë R.V.D. een open

oog voor de behoeften van de pers

had en, wegens de toen reeds binnengekomen

aanmeldingen van buitenlandse

journalisten, op een grote belangstelling

uit andere landen rekende.

Deze dienst wenste daarom in de

onmiddellijke nabijheid van de Dam

een perscentrum in te richten, dat

vraagbaak en werkgelegenheid beide

voor de pers zou vormen. Bij voorgaande

gelegenheden was de inrichting

van zulk een centrum aan de

Amsterdamse Pers toegevallen. We-,

gens de thans vereiste grotere opzet

leek het echter gewenst, dat ditmaal

de R.V.D. organiserende instantie

zou zijn. Een en ander is echter geschied

iin voortdurend overleg met

onze organisaties, een overleg waaruit

ook een zeer bevredigende regeling

met de Amsterdamse politie is

voortgevloeid. Individuele journalisten

hebben nog wel eens wat strubbeling

gehad met klaarblijkelijk onvoldoend

ingelichte agenten, doch

de leiding van de politie was gaarne

bereid de moeilijkheden uit de weg

te ruimen, en in het algemeen waren

de journalisten zeer tevreden over

de hun verleende bewegingsvrijheid

op de afgezette gedeelten. En de

persplaatsen in de Nieuwe Kerk behoorden

tot de beste in het gehele

gebouw en %aren, dank zij het begrip

van de griffier van de Eerste

Kamer, in zodanig getal, dat aan

alle redelijke aanvragen uit binnenen

buitenland kon worden voldaan.

ET was dus journalistieke hoog­

H conjunctuur in het geldkantoor

aan de N.Z. Voorburgwal. Ruim 200

buitenlandse journalisten hadden

zich schriftelijk bij de R.V.D. (vooraf

reeds) aangemeld. De collega's, die

uit het buitenland in Amsterdam

voor het Wereldcongres der Kerken

aanwezig waren, vormden 'n nieuwe

toevloed, ook voor deze feesten, zodat

bijna 400 buitenlandse journalisten

zich aan het Perscentrum hebben

vervoegd.

Er werden krachtens de met de politie

getroffen regeling 450 bijfzondere

persinsignes met legitimatiebewijzen

verstrekt en nog 150 enkele

doorlatingsbewijzen. De hotelreservering

bracht bijzondere zorgen mee,

doch ieder is ondergebracht, en wel

90 % der gegadigden in Amsterdam,

de rest in Haarlem en Zandvoort.

De belangstelling voor de Stadionspelen

was groot: 200' journalisten

waren aanwezig bij het Jubileumspel,

4

•*

WIST U DAT....

= C. M. Schilt, oud-hoofdredacteur

van Het Vaderland op 7 September

,70 jaar is geworden en dat wij hem'

daar heel hartelijk mee feliciteren?

= Mr. D. J. V. A. Huyts zijn ontting

zag teruggebracht tot drie jaar,

zodat hij nu zijn certificaat heeft gekregen

?

— de fusie Groene-J. M.-V. N. niet

is doorgegaan, zodat de bestemde

hoofdredacteur Johan Winkler, die

reeds (welluidend) bij het Parool was

uitgeluid, naar het Parool is teruggekeerd

?

= er weer twee nieuwe bladen zijn

verschenen, D.P. en Mandril?

= D. P. wel helemaal Rotterdams en

Mandril wel gans New-Yorker-achti-g

is? .

= D. P. (een weekblad) geleid wordt

door Gerard (Tootje) Zalsman, Mr.

Stempels, Wagener en Kosmann?

= Mandril (een maandblad) onder

redactie staat van Henri (Dagboekanier)

Knap; Charles (tekenaar)

Boost; E. (Praetvaer) Elias; Frits

(Gastenboek) van der Molen en Kees

(sec) Zijlstra?

= Dr. M. Schneider is opgedragen

—• in het Voetspoor van wijlen Lievegoed

— wetenschappelijke voordrachten

over ons (mooie) vak aan

de Leidse Universiteit te houden?

= Mgr. Witlox is afgetreden als

hoofdredacteur van De Maasbode en

is opgevolgd door prof. dr. Stephanos

Tesser O.P. en Leo (Kameroverzichtschrijver)

Hazelzet?

= De Nieuwe Zwolse Courant, na

enkele maanden, aan bloedarmoede

is overleden ?

= wij ons afvragen of zo'n blad niet

met te weinig ervaring is opgezet?

150 bij de Sportfantasie en 225 bij

het Kroningsspel.

Per dag moest de staf van het

Perscentrum, die normaal uit slechts

4 personen bestond, gemiddeld 400

personen van dienst zijn. De correspondentie

beliep 870 brieven.' Op de

ochtend van de 6de September werden

in 1 uur tijds 250 bezoekers geholpen,

van wie 190 moesten worden

voorzien van de toegangsbewijzen

tot 't persbalcon in de Nieuwe Kerk.

Ook overigens was de accomodate

van het Perscentrum er op gericht

allen zo vlot mogelijk' te helpen.

Er waren een telex-apparatuur,

een beeldzender, een wisselkantoor,

12 internationale telefooneellen, een

aanneembureau voor buitenlandse

telegrammen, om nog te zwijgen van

het buffet en de schrijftafels.

ERHEUGEND is het geweest te

V ervaren, dat zovelen uit binnenen

buitenland over de getroffen maatregelen

tevreden waren. Openlijk is

hiervan van de zijde van onze gasten

getuigd op de ontvangst, ten

Stadhuize, door het Amsterdamse

gemeentebestuur aan de buitenlanders

bereid.

= wij ons eveneens afvragen hoeveel

slachtoffers dit geëist heeft?

= te Amsterdam een instituut voor

perswetenschap aan de gemeentelijke

Universiteit wordt gevestigd?

= wij het nog hopen te beleven nl.

dat al die wetenschap ons (mooie)

vak te stade en goede zal komen?

= die goeie ouwe Duitse Vorwarts

weer is opgericht?

= en die goeie ouwe Duitse Augsburger

Tagespost óók?

= in het Amsterdamse Persmuseum

een aardige tentoonstelling „Koningin

en Krant" is gehouden, waar

Schotel zijn kop onder had gezet?

= ook de Britse Overheidsvoorlichting

een tentoonstelling (in Den

Haag) had georganiseerd?

— er in dertig jaar geen blad mag

verschijnen dat ,,De Residentiebode"

heet? 1

= dr. Osinga, de Nederlands Indisdhe

regeringsvoorlichJtingsman een

ridderorde heeft ontvangen?

= Halbo C. Kool van Het Vrije Volk

naar de Wereldomroep is gegaan;

vriend Messer nu voor Adam speelt

en de Wereldspiegel, door Kool zo

knap geleid, een andere redacteur

zal krijgen?

= „Theatercourant" verschijnen zal?

En dat dit een weekblad wordt onder

leiding van Ed. Hoornik?

= Bovengenoemde Ed. het weekblad

Vrij Nederland heeft verlaten en nu

door Den Haag kris-krast voor

Haagsen Dagblad?

— Bovengenoemd weekblad samenvloeit

met J. M.-de Stem?

= Het Laatste, Nieuws uit ïndië

heeft opgehouden te bestaan?

En voelt u zich nu gelukkiger, nu

u dit allemaal weet?

Ook individuele betuigingen van

voldoening zijn naderhand binnengekomen

en het kan niet anders, of de

wijze waarop de buitenlandse pers

haar arbeid heeft kunnen verrichten,

moet van invloed zijn op hun oordeel

over ons land.

Dat de R.V.D. zich hiermede van

een zo goede zijde heeft laten zien,

is dubbel verheugend, omdat deze instantie

daarmede heeft kunnen aantonen,

dat -zij een nuttige functie kan

vervullen. De beoordeling van de

overheidsvoorlichting in journalistieke

kringen is niet altijd mals geweest.

Nu nog wordt soms een afkeurend

judicium gegrond op gegevens

omtrent de organisatie dezer

voorlichting, welke geheel verouderd

zijn. Deze houding van de pers is

echter wel begrijpelijk, omdat de

R.V.D. na de bevrijding een entree

heeft gemaakt, welke van een volkomen

onjuist inzicht t.a.v. de verhouding

tussen pers en overheid getuigde.

De rudimenten van deze opvattingen

waren nog lang aanwezig.

Thans heeft de R.V.D. getoond zijn

dienende functie volkomen te verstaan.

ROOY.

;


HET IS MEEGEVALLEN IN LONDEN

De Nederlandse Pers bij de Olympische Spelen

Op 20 Mei 1947 heeft de installatie

plaats gehad van de pers-commissie

voor de OS. 1948. De heren! C. F, Pahud

de Mortangnes en mr. N. C. van

den Houten als voorzitter en secre-,

taris van het Nederlands Olympisch

Comité, ontvingen op het bureau van

het N. O. C in den Haag de heren

J. W. Henny, Herman Levy, L. de

Wolff en ondergetekende. Na een hoflijk

speechje van de heer Pahud, in

welke deze de werkzaamheden van de

commissie in ruwe trekken schetste,

ging de commissie terstond aan de

arbeid en zij* begon de heer Henny

tot voorzitter en de heer de Wolff tot

secretaris te benoemen.

De werkzaamheden van de commissie

voor de Winterspelen te St.

Moritz kunnen hier buiten beschouwing

blijven. Alleen moge ik vermelden,

dat de heren Henny en de Wolff

een bezoek aan St. Moritz hebben

gebracht — begin September '47 —

teneinde een en ander met de Zwitserse

autoriteiten te regelen. Naar ik

van verscheidene journalisten, die in

St Moritz gewerkt hebben, mocht

vernemen, was men daar over de

gang van zaken niet ontevreden.

Voor Londen stond de commissie

voor zwaarder taak. Alarmerende geruchten

over gebrek aan logies, gebrek

aan perskaarten, gebrek bovenal

aan begrip bij de Engelse autoriteiten

voor de belangen van de Nederlandse

pers hadden in het najaar van

1947 schier een paniekstemming veroorzaakt

onder de collega's, die in

Londen zouden moeten werken; een

angst-complex deed de sterkste verhalen

ontstaan. Zo liep het hardnekkig

gerucht, dat een der hoogste persautoriteiten

te Londen zou' gezegd

hebben, dat hij het volkomen overbodig

vond, dat al die Nederlandse dagbladsdhrijvers

naar Londen zouden

komen, „omdat men zich toch op

Renter's speciale dienst zou kunnen

abonneren; dat was toch veel eenvoudiger!"

De commissie besloot toen zich ter

plaatse op de hoogte te stellen en

zij vond de heren Levy en de Wolff

bereid in de tweede helft van November

'47 enige dagen naar Londen te

gaan, waar de heren charmant ontvangen

en rondgeleid werden, maar

een rechtstreeks antwoord inzake het

onderdak, het perskaarten-systeem, de

maaltijden-rantsoenen, het benzine-

Dagblad in het Westen des lands

zoekt bekwaam

BUREAUREDACTEUR­

OPMAKER.

Brieven onder No. 48/48, „De *

Journalist", N.Z. Kolk 28, A'dam.

vraagstuk, het foto-probleem en nog

meer, kregen ze niet.

Toch is dit bezoek nuttig geweest,

want de Engelse persautoriteiten hebben

er uit begrepen, dat het Nederland

ernst was en dat de Nederlandse

pers zich niet met een kluitje in

het riet liet sturen. Ook vertegenwoordigers

van andere buitenlandse

pers-organisaties hebben dergelijke

bezoeken aan Londen gebracht.

De Londense persautoriteiten lieten

weinig van zich horen; de beantwoording

van de correspondentie

was traag, zelfs antwoorden op telegrammen

bleven uit, èn de verzoeken

van Nederlandse dag- en

sportbladen omtrent inlichtingen over

Londen werden talrijker en dringen- ,

der en vooral geruchten over het niet

of zeer'wankel functioneren van telefoonverbindingen

wekte jhier ernstige

ongerustheid, zodat de heren Levy

en de Wolff op Vrijdag 11 Juni een

bezoek aan Londen hebben gebracht;

ze kregen nu op sommig gebied

meer positieve mededelingen, maar.

toch was de commissie maar wat blij,

dat ze zowel het N.


JOURNALISTIEK JOURNAAL

• Onze collegae, de radioratores,

hebben het aardig moeten verduren.

Zij zijn hevig bekappitteld. Wanneer

er van „schuld" sprake is verdienen

zij het verwijt daarvoor niet ten volle,

doch valt een groot gedeelte daarvan

op hun hoge omes. Vele kranten

hebben het hare ten beste gegeven

over dit onderwerp. Wij gaan daar

nu maar niet meer aan mee doen.

Eén (vrij banale) opmerking zij ons

niettemin veroorloofd: ooggetuigeverslaggever

is een zéér speciaal beroep,

dat een zeer specialef wij zouden

willen zeggen aangeboren gave

vereist. En hierin schuilt, naar ons

inzicht, de grondfout: wie het ex origine

niet kan, kan het niet leren.

Men kan een primisslmus journalist

zijn en een slecht radio-verslaggever.

Zo waren hier drie factoren in het

spel: in de allereerste plaats: gebrek

aan mensenmateriaal; ten tweede: te

goed vertrouwen in het beschikbare

mensenmateriaal bij de leiding, ten

derde: zelfoverschatting bij de becritiseérden.

Het is een interessant

onderwerp, dat grote, toegewijde aandacht

verdient.

• Het spreekt vanzelf dat vrijw«l

alle dag- en andere bladen met speciale

bijlagen vanwege troonsafstand

en -bestijging zijn verschenen. Het

spreekt niet vanzelf dat verreweg het

grootste gedeelte van deze bijlagen

onleesbaar van conventionaliteit en

dorheid was. Wij zullen maar geen

namen noemen, maar het is ons wel

opgevallen dat de grote bladen in dit

opzicht over het ' algemeen slechter

voor de dag zijn gekomen dan de

meeste middel-grote. Het was zéér

conventioneel en gemeenplaatsdg,

zeer geleerd, zeer welgemeend en onzegbaar

(of liever: onleesbaar) dor.

Men overschatte de schrijfkunst der

geleerden en de geleerdheid van de

.gemiddelde lezer. Eigenlijk ds maar

één blad ons opgevallen door de originele

behandeling van deze stof. Dat

was het geïllustreerde weekblad De

Spiegel, dat de gewone man aan het

woord liet, volgens een systeem dat

ever. boeiend als origineel was. Wij

geloven dat veel moeite van schrijven

en opmaken in deze zin vergeefs is

verricht, dat „navenant" niet gelegen

is in verhouding tot het gebodene.

En het is en blijft toch het primaire

doel waarnaar wij alle streven: gelezen

te worden.

• De Amsterdamse gebeurtenissen

met de drie fusionerende-nietfusionerende

weekbladen heeft tragikomische

aspecten. Eén daarvan (het

„kapitalistische") wordt belicht door

een puntig hJoofdartikeltje in de

Nieuwe Courant, dat wij ter lezing

aanbevelen (het staat onder: „Van

6

alle kanten en kranten" in dit nummer).

Het moet, eo komt het ons

voor, toch mogelijk zijn een succesrijk

links^gericht weekblad in Nederland

te exploiteren. Wij geloven

bovendien, dat er nog verstandige

mensen genoeg zijn in Nederland die,

zelfs niet linksgericht' zijnde, een

blad van de overzijde, mits- het natuurlijk

„goed-gemaakt" • is, graag

willen lezen. Maar het zit 'm dan ook

in dit „goedgemaakt" en wat dat nu

precies is, is niet te formuleren. Dat

hangt van zeer vele factoren af. Tastbare,

doch vooral imponderabile. En

die laatste doen het hem juist.

• Een onzer weekbladen heeft

onlangs de Nederlandse pers verweten

dat zij geen recht doet wedervaren

aan het parlement in zoverre

dat de objectiviteit zoek is door onvolledigheid.

Anderen zijn daar (min

of meer) tegen op gekomen door te

verklaren dat die onvolledigheid

noodzakelijk is door de papierbeperking.

Door dit argument te noemen

heeft men het feit niet ontkend, noch

het verwijt feitelijk ontzenuwd'. Niemand

onzer zal willen (of: kunnen)

ontkennen dat onze: parlementaire berichtgeving

over de gehele linie er

bekaaid afkomt en dat het onmogelijk

is, door welk Nederlands dagblad

ook, min of meer volledig te

worden ingelicht over de , parlementaire

gebeurtenissen. Wanneer wij

onze mening hierover mogen zeggen:

wij geloven niet dat de objectieve

volledigheid — rebus hie stantibus —

bereikt kan worden; wij geloven wel

dat, met eerlijk streven naar verbetering,

%thans deze verbetering wèl

kan worden bereikt.

• Toen ministjer Stikker naar

Amerika vertrok — een opzienbarende

en onverwachte gebeurtenis —

waren twee (!) journalisten op het

vliegveld aanwezig. Onze commentaar

zit in het uitroepteken.

• tiet Amerikaanse weekblad

Time is en blijft een fenomeen dat

het bekijken waard is. Er zijn vakgenoten

die er bij zweren en andere

die het verafschuwen. Het grote artikel

van Time over het feest in Nederland

en het kleinere in het daarop

volgende 1 nummer boden fraaie gelegenheid

ons oordeel te toetsen aan

een materie die wij kennen. Het

grote stuk wekte onze bewondering;

het kleine was beneden peil. En zo

blijven wij even ver van huls als ooit

te voren,

• ' Een paar maanden geleden

hebben wij, hier in Nederland, Georges

Kent ontmoet, een yan de seniorredacteuren

van Reader's Digest. Hij

• :•

is hier een paar weken geweest,

heeft persoonlijk toegang verkregen

tot Koningin Wilhelmina, en verzamelde

verder bij tientallen, mensen

facts, facts, facts. Georges Kent

keerde naar Amerika terug en

„plantte" — volgens de wonderlijke

R.D.-methode — een lang stuk over

Koningin Wilhelmina in een provinciaal

Zondagsblad. Vervolgens „digereerde"

de R.D. dit artikel tot eeii

vrij mager geval in zijn Septembernummer.

Wie zich Digest noemt

moet digereren. Vandaar deze zonderlinge

werkwijze: op kosten van

de R.D. wordt een duur heer op een

dure reis gezonden om een artikel

te schrijven voor een antfer blad, opdat

de R.D. daar zelf dan een uittreksel

van kan geven.' De R.D. betaalt dikwijls

voor deze planterij. Er zijn zelfs

bladen die een vast jaarlijks bedrag,

dait soms tot 40.000 dollar loopt,

ontvangen om zich te laten beplanten

en vervolgens beplukken. En er

zijn zelfs Amerikaanse bladen die

zonder de Reader's Digest niet zouden

kunnen bestaan.

• Een vriend van ons plaatste

een advertentie voor een journalist.

Wij hebben de antwoordeh-oogst gezien.

Zes-en-negenitig brieven. En

men zou versteld staan wanneer men

wist wie er tot de sollicitanten behoorden

voor dit bijbaantje en welk

een indruk wij daarover kregen van

de stand van en op de journalistieke

arbeidsmarkt, zoals, die nu in Nederland

is. Bepaald niet tot optimisme

strekkend! . -

Mijnheer de Redacteur...

BINNENPBETJE

Geachte Collega,-

en terwijl wij dan vrolijk de

kermis op zouden gaan, zou ik mij

veroorloven, te zeggen: Ook voor een

Londense Courant zou, het meer dan

typisch zijn te schrijven: „Fanny

Elankers, the flying Dutch girl,

mother off two children", daar de

Londense lezers zich af zouden vragen:

„Is she really off, or are her

children?"

Vergeef me het binnenpretje, dat

de door U vermelde slinter in het

vorig nummer van Uw blad mij bezorgde

en waarvan ik.U hierbij deelgenoot

maak.

En las ik niet in mijn lijfblad dat

Tenerari, een beroemd paard off

Femme du Monde by Sir Cam kwam ?

Het komt mij voor, dat U onze nationale

heldin niet als het'voortbrengsel

van twee kinderen zult willen

doodverven. Want zoiets zou toch het

allervreemdste zijn, hoewel het haar

eerst terecht tot phenomeen zou

stempelen.

Met vriendelijke groet

* ED. DE NèVy

(Laat dit nu écht een setfiout zijn

geweest, Edouard — Red.)


De journalistiek na de

bevrijding

Lezing voor de K.J.V.

Op Maandagmiddag 13 September

verzamelden zich talrijke collega's

uit Zuid-Kennemerland in „Brinkmann"

aan de Haarlemse ' Grote

Markt, pmdat de Kennemer Journalisten

Vereniging met een uitnodiging

voor een lezing over „De Journalistiek

na de bevrijding" door de

directeur-hoofdredacteur van Haarlems

Dagblad, de heer Robert Peereboom,

het eerste levensteken sedert'

het zomerreces had gegeven.

De heer Peereboom zeide, dat de

Nazi-propaganda voor een groot deel

schuld was aan de geringschattende

uitlatingen die vele na-oorlogse collega's

zich over de voor-oorlogse

kranten veroorloven, doch dat deze

heden van hun denkbeelden na enige,

droeve confrontatiën met de financiële

zijde van het dagbladbedrijf wel

tot beter inzicht zullen komen.

De heer Peereboom 1 stemde het

sterke jongeren-element in de Kennemer

Journalisten Vereniging vriendelijk

door op te merken, dat het' gehalte

van de pers — ondanks de dartele

dingen en het bevrijdingsjool —

stijgende was, doch anderzijds was

hij van oordeel, dat de invloed van

de krant gedaald is, vergeleken bij

voor de oorlog, omdat er door de beperkte

ruimte „te veel met de pet

naar gegooid moet worden".

Houd het vak hoog!

Compact werken heeft zijn voordelen

— zo uitgebreid als vroeger

behoeven we nu ook weer niet te

worden, dat verhindert trouwens het

gebrek aan technisch personeel

maar de heer- Peereboom betreurde

• het toch wel, dat de kunst van het

persklare verslag teloor was gegaan.

Bovendien is de taak der bureauredacteuren

aanmerkelijk verzwaard.

Naar,, aanleiding van de inaugu-,

reie rede van professor Baschwitz

brak spreker een lans voor het „niet

naar het publiek toeschrijven", een

ondeugd die hij nogal eens in de

sportreportages der volksbladen

aantrof, waarin een ware „windhandel

in sportreputaties" werd gedreveni.

Na nog verscheidene topics te hebben

aangeroerd: het tekort aan inzicht

van de overheid in de persproblemen,

de C.A.O., het vraagstuk van

de opleiding, de invloedssferen van

film en radio, kwam de heer Peereboom

natuurlijk daar waar hij wezen

wilde, de grote taak van ons gilde

in het verschaffen van een bredere

kijk aan het publiek, dit te bewegen

tot het loslaten van vooroordelen,

factoren die zouden bijdragen tot de'

verwerkelijking van de Verenigde

Staten van Europa.

Na de thee bereden enkele collega's

traditionele 'vak-stokpaardjes,

als de herhalings-journalistiek, de

vrouw in het--vak en de R. V. D.

Parlementaire pers ontvangt

felitf^-oTDr 6 R ar Krl ent f re PerS >> Vie boelen". Van links naar

recnts. Pi o}. Di. R. Kranenburg, voorzitter Eerste Kamer- E van Hoon

èlefs e %r VlC rZ S fn T alt V P an de .fr lementaire Pe ! rninisieïprïZentZ:

urees, Dr. E. van Raalte, voorzitter van de Parlementaire Pers en Mr J

B. H. van Schaik.

Het etentje dat de parlementaire

pers verleden jaar de minister-president,

de kamervoorzitters en enige

andere genodigden heeft aangeboden

is de gastheren — en naar wij hopen

ook de gasten —. zo goed bevallen,

dat zij er een traditie van willen

maken. Zó waren op 16 September

j.1. de kameroverzichtschrijvVrs

en -verslaggevers in de „Vieux Doelen"

de gastheren van minister-president

Drees, de vice-voorzitter van '

de Ministerraad, Mr. van Schaik, de

voorzitters van de Eerste en de

Tweede Kamer, resp. prof. Kranenburg

en mr. Kortenhorst, voorts de

secretaris van de minister-president,

H. Hermans en collega Rooy, die,

gelijk verleden jaar, als federatievoorzitter

was uitgenodigd.

Er was weer een genoeglijke sfeer:

Gesprekken over koetjes en kalfjes,

over allerlei ervaringen en voorzichtig

aan zo eens een klein beetje over

iets politiekachtig*s. Daar gaan we

natuurlijk geen verslag van geven.

De pers, ook de parlementaire, vindt

het nu eenmaal prettig dingen te horen,

die niet in de krant hoeven (of

mogen). En tafelredevoeringen waren

er: Van collega van Raalte,

voorzitter van de parlementaire pers,

van de ministers Drees en van

Schaik, van prof. Kranenburg en

van mr. Kortenhorst (dit in chronologische

volgorde). Te genoeglijk allemaal

voor een verslag. Alleen zal

het alle collega's misschien interesseren

dat minister van Schaik een

verMaring heeft gegeven van zjijn

zwijgzaamheid in de periode, toen hij

kabinetsformateur was. Collega van

Raalte had, als een der slachtoffers

zou men kunnen zeggen, 'hem de

handschoen toegeworpen. Welnu, hier

dan de verklaring: Een kabinetsformatie

is als het scheppen van een

levend wezen; zo iets is steeds van

't begin af aan met een sluier en met

eerbied omhuld. Pas als de nieuwe

wereldburger het levenslicht heeft

aanschouwd, wordt de -buitenwereld

erbij gehaald. Bij deze vergelijking

liet minister van Schaik het intussen

niet. Hij zou niet mr. van Schaik

zijn geweest, als hij niet een staatsrechtelijk

argument had gehad: Het

verlenen van de opdracht is een

hoogst persoonlijke daad van het

Staatshoofd. De uitvoering Van de

opdracht is een kwestie alleen tussen

de opdrachtgever en de formateur.

Dus weer de conclusie: De buitenwereld

heeft er niets mee te maken.

Collega van Raalte scheen niet

uit het veld geslagen door deze uiteenzetting,

die zo zeer ons (we zouden

bijna zeggen dagelijks, maar we

leven niet in Frankrijk) werk betrof.

Het was goed deze avond te beleven

en ook weer eens iets anders te

horen, dan wat er in de Staten-Generaal

gezegd pleegt te worden. Zou

het verbazingwekkend zijn als de

beide excellenties en de beide hoog- ;

edelgestrenge gasten een klein beetje J

m dezelfde richting hadden gedacht'

S s.

Jongeman, 19 jaar, op het ogenblik

werkzaam op de redactie van een

groot dagblad,

ZOEKT BETREKKING

op redactie of verslaggeverij van

landelijk dagblad.

Brieven onder Nr. 50/48 aan De

Journalist, N.Z. Kolk 28, A'dam.

JOURNALIST,

leeftijd 32 jaar, grote ervaring reportage-

en redactiewerk, zoekt

plaatsing aan een dagblad. Br. No.

490, Adv. Bur. Betcke, 's-Gravendijkwal

95, Rotterdam.


J. J. Hesseiing

IN MEM ORIAM

Terwijl het feestgedruis „Kroningsstad"

vervulde, werd, toen de

zon in haar zenith stond, Woensdag

8 September j.1. op de ,.N. Ooster",

aan de groeve toevertrouwd het stoffelijk

omhulsel, dat eens woonplaats

verleende aan de geest van de journalist

Johannes Jacobus Hesseiing...

Plotseling, voor de naaste verwanten

zelfs nog onverwacht, — al had

een paar maanden te voren een

hartaanval hem en hen herinnerd „ik

ben een mens, die dra vergaat".

Zo, temidden van de feestvreugde,

die hij jaren geleden zelf zo dikwijls

heeft mee „verslagen", is collega

Hesseiing, oud-redacteur van „De

Standaard", „De Amsterdammer"

en „Het Schouwvenster", om niet

meer te noemen, uit de kring der

zijnen weggenomen.

Ruim veertig jaren geleden vormden

wij met ons drieën „de jongeren"

van de toen vijf leden tellende

Standaardredactie. Medio 1907 deed

hij met de enkele jaren terug reeds

ontslapen collega Bohlmeijer, zijn intree

aan het blad, dat Dr Kuyper als

voertuig zijner gedachten diende.

Veertig jaar — toen alles nog even

eenvoudig was, en er nog, óók op de

redactie, tijd voor lezen was. Toen

werd collega Hesseiing gevormd tot

wat hij later werd „de volksverteller",

die als „Jac. van Amstel" zich

een eigen lezerskring verwierf. Hij

zag hoe „niet" geschreven moest

worden, en volgde een andere lijn,

dan die hem voorgehouden werd.

Ontelbare verslagen zijn mee door

hem geschreven, want al wat in

Christelijke kring geschiedde tot

steun der goede zaak, waS voorwerp

van belangstelling. Als verslaggever

heeft, hij mee, na 1918, de Amsterdamse

Raadszittingen bijgewoond,

eni kort, zakelijk, het gesprokene

weergegeven. Zo, als journalist, in

de volle omvang van het begrip,

heeft hij gewerkt en de voldoening

gehad, dat enkele zijner „grote" reportages

als brochures verschenen.

Gevolg was, dat hij voor „De Standaard"

zitting kreeg in de redactie

van „Het Schouwvenster", om, in

1926 als mederedacteur van „De

Amsterdammer" op te treden. Hier

bleek hoe hij het hart des volks met

zijn feuilletons, vragenrubriek, de

harten-beroerende problemen raakte.

De bezettingstijd maakte aan zijn

arbeid een einde, doch hij kon hem

in gewijzigde vorm voortzetten in

het orgaan der Zondagsschoolvereniging,

welke organisatie hij van zijn

jeugd af heeft gediend, en waaraan

zijn laatste krachtsinspanning was

gewijd. *

Woensdag 8 September schreed

een lange stoet met zijn bedroefde

weduwe en dochter naar de plaats

8

V

111)1111111111 IflII IIIIWBWBgBBBMWBMi

waar hij, pas 62 jaar, ter ruste werd

gelegd. Collega J. J. F. van den

Bergh, vertolkte namens de Federatie

en Amsterdamse Pers, de gevoelens

die in deze kringen zijn ver- •

scheiden had teweeggebracht. Hij

schetste hem als collega, die trouw

lid van de Ned. Journ. Kring en A.

P. was geweest, en die zijn beginsel

nimmer verborg. Ook als vriend gewaagde

spr. van zijn trouw medeleven,

waarbij hij de achtergeblevenen

des Hoogstens troost toewenste.

Nog spraken, en dit typeerde onze

collega als volksspreker, de heer

Stroethoff, namens het „Heil des

Volks" (Willemstraat), Ds Van Kooten,

namens de Zondagsschoolvereniging,

die hem als nauwgezet werker,;

schrijver en spreker naar voren

bracht, terwijl Ds De Jong hem als

vriend deed herleven, een oprecht

Christen, die toornde tegen de mooidoenerij

aan het graf, waar geen

waarheid achter zat. i

Zo was het hier niet. Verantwoord^

was elk woord. Ik ben dankbaar, dat

ik hem op het Seniorenconvent in

Mei nog heb ontmoet, en wij die

avond veel in elkanders gezelschap

hebben mogen doorbrengen.

Baarn, September 1948.

J. K. v. L.

P. J. M. van Tetering

•IMMHIMM I II II

Men schrijft ons van de zijde der

K.J.V.:

In Princenhage, waar hij de laatste

jaren woonachtig was, is op 20 September

in de ouderdom van 68 jaar

overleden de oud-Haarlemmer, de

heer P. J. M. van Tetering, die van

November' 1906 tot 1 December 1910

verbonden is geweest aan de redactie

van de Nieuwe Haarlemse Courant.

Daarna trok hij zich uit de journalistiek

terug, om zich aan zaken te

wijden. Ook verrichtte hij vele werkzaamheden

ten bate van de stad

Haarlem en het verenigingsleven.

Weinigen in den lande zullen zich

de heer Van Tetering als journalist

herinneren, maar toch willen wij in

„De Journalist" aandacht aan het

verscheiden besteden, omdat in het

archief van de Kennemer Journalisten

Vereniging enige aantekeningen

aanwezig zijn, waaruit blijkt, hoe er

vroeger tegenover de pers is opgetreden

en op welke wijze de heer Van

Tetering een zege heeft behaald.

Van de in Maart 1907 opgerichte

vereniging „De Haarlemse Pers" was

de overledene eerst tweede secretaris

en later secretaris. In 1910 had hij

belangrijk werk te verrichten doordat

in de Haarlemmer Hout een bloemententoonstelling

werd gehouden. Koningin

Wilhelmina bracht een bezoek,

en er moest gezorgd worden voor

communique's voor de binnen- en'

buitenlandse pers. Na afloop van de

tentoonstelling is de heer Van Tete­

ring in „Groot Badhuis" te Zandvoort

een maaltijd aangeboden en de

toenmalige voorzitter, wijlen de heer

J. C; Peereboom, overhandigde een

practisch geschenk.

Over het Koninklijk bezoek aan

Haarlem vinden wij van de heer Van

Tetering het volgende opgetekend:

„Ik telefoneerde daags tevoren het

kabinet van de Koningin op het Loo

op, om inlichtingen. De secretaris,

baron Van Geen, gaf de raad naar

Apeldoorn te komen, dan zou hij alles

meedelen. Binnen het uur zat ik in

de trein. Allervriendelijkst werd ik

ontvangen en bij het vertrek was ik

de enige Haarlemmer, die o.a. wist,

hoe de Koningin de volgende dag gekleed

zou zijn. Bij het weggaan zei

Baron Van Geen: „Ik zal U nog mijn

kaartje geven, dan heeft U morgen

de gehele dag vrije toegang tot het

Stadhuis en U kunt met mij in contact

blijven". De volgende dag had Ik

mij tijdens de maaltijd in de hal van

het Haarlemse Stadhuis bescheiden

verborgen achter een dikke palmenhaag.

Toch werd ik tussen de bladeren

ontdekt door de gemeentesecretaris,

mr. dr. Wytema. Deze

wenkte de bode en gaf de opdracht:

„Wil die man van de pers onmiddellijk

verwijderen". De bode kwam op

mij af en zei: „Op last van de secretaris

moet U hier direct vandaan".

Mijn bescheid was: „Wil de secretaris

dit kaartje van baron Van Geen laten

zien". De bode kwam daarna terug

met de mededeling: ,,U kunt blijven".

Die slag was aan de»pers en aan mij.

Des avonds bij het vertrek gaf baron

Van Geen aan mij nog een briefje,

waarop het bedrag vermeld stond,

dat de Koningin aan de armen had

geschonken".

De Haarlemse journalisten hebben

in de jaren, dat de heer Van Tetering

een groot aandeel had in het verenigingsleven,

veel steun ondervonden

bij hun arbeid. ;Met eerbied blijven zij

hem gedenken.

Niek Verhaagen

Op 23 Augustus j.1. is te Turijn

geheel onverwachts overleden het lid

van onze kring, de heer Niek Verhaagen

te Delft.

Niek Verhaagen, die in 1916 te

Rotterdam werd geboren, was van

huis uit letterkundige. Hij behoorde

tot de jongere dichters van onze tijd

en publiceerde verschillende verzenbundels,

ook gedurende de bezettingstijd,

die hem kenmerkten als een veelbelovend

auteur. Van zijn hand verscheen

ook de roman Zonruiter.

De heer Verhaagen deed pas na

de bevrijding zijn intrede in de journalistiek.

Hij fungeerde als redacteur,

later als waarnemend hoofdredacteur

van het weekblad De Prinsestad

en tevens als redacteur van het

maandblad Die Constghesellen. In

korte tijd wist de heer Verhaagen

zich de reputatie van een gedegen

journalist te verwerven. Doch hij was

meer dan dat. Niek Verhaagen wist

zich door zijn open en blijmoedig karakter

zeer veel vrienden te verwer-


ven. Hij was een collega in de ware

zin des woords en zijn 'heengaan

wordt dan ook in wijde kring als een

groot verlies gevoeld. De overledene

vertoefde in Italië op een vacantiereis,

waarvan hij niet mocht terugkeren.

Hij laat een echtgenote en

twee kinderen achter.

VAN BREEN

Johan Paauw

Zo is dan nu ook Johan Paauw gestorven.

Hij overleed vrij onverwacht

in de hoofdstad, waar hij woonde, op

Vrijdag 13 Augustus, nadat een

korte, ernstige ziekte zijn toch reeds

wankele gezondheid de laatste slag

had toegebracht. Hij zou in September

veertig jaar zijn geworden. De

toch al grote groep jonge journalisten,

die voor de oorlog bij de N.V.

De Arbeiderspers werkten en die wij

nu als ons ontvallenen moeten gedenken,

is met zijn dood weer uitgebreid.

Wij geloven niet, dat één kring van

collega's in de jaren sinds '40 zo

zwaar is geteisterd als deze.

Joh Paauw was een bemind collega.

In de jaren die hij bij Het Volk en

Voorwaarts doorbracht — meest als

redacteur-opmaker — genoot hij vermaardheid

om de ontelbare grappen,

die hij bedacht en uitvoerde. De verhalen

daarover leven voort bij De Arbeiderspers.

Maar door de boertige

humor, die hij met zich bracht in elk

milieu, merkten velen zijn fijngevoeligheid

niet op. Deze uitte zich pas

als -hij -ging schrijven en hoeveel

karakter hij had, bleek in de oorlogsjaren,

toen hij een der eersten was

die weggingen bij de genazificeerde

Arbeiderspers en al spoedig illegaal

ging werken. Doordat hij zulk een

uitstekend fotograaf was, kon hij op

andere wijze dan als journalist verder

gaan en kon hij ook de vijand veel

schade doen. Hij gaf er op treffende

wijze blijk van door onder het oog van

de S.D., maar zonder dat men het

hem beletten kon, een serie navrante

foto's van het pas verwoeste Rotterdam,

zijn woonstad, te vervaardigen,

vlijmscherp in ieder opzicht, die in

het geheim hun weg naar ontelbare

goede Nederlanders hebben gevonden.

Het grote album-Paauw met honderden

platen van de oude en de nieuw

geschapen toestand, was een uniek

bezit, een sprekende aanklacht tegen

wat de vijand had gedaan.

Voor de groep-Vorrink maakte

Paauw microfoto's die naar Engeland

konden worden overgebracht. Wie

camerawerk nodig had voor namaakpersoonsbewijzen

en andere documenten,

kon bij hem terecht. Zijn handigheid

en welbespraaktheid deden hem

altijd weer de S.D. ontglippen.

Na de bevrijding gaf Paauw korte

tijd zijn steun aan hét Rotterdamse

Parool, later kwam hij bij de Radio

Nieuwsdienst, eerst als verslaggever,

tenslotte als bureauredacteur.

Zijn grote liefde voor het "land en

de natuur deed hem reeds voor de

oorlog een geregelde medewerker zijn

aan toeristische bladen, vooral aan

die van de A.N.W.B., waarin zijn ar-

„DE CHRISTEN

Maandblad van

Men kan moeilijk van ons verlangen

dat wij een nieuw blad van en

voor journalisten in Nederland met

vreugde zullen verwelkomen: daarvoor

zijn wij er te zeer van overtuigd

dat de bestaande voldoende waren.

Maar nu anderen er anders over hebben

gedacht, zullen wij natuurlijk de

laatsten zijn om de Protestants-

Christelijke Journalisten Vereniging

het recht op haar eigen orgaan De

Christen Journalist te ontzeggen. Nu

de zaken teenmaaü zo stiaaiti, aanvaarden

wij dit nieuwe blad als collega,

niet als concurrent, laat staan

als tegenstander.

In het eerste hoofdartikel betoogt

coll. Bruins Slot waaróm Kuyper wèl

voorzitter van de N.J.K. kon zijn,

maar ziin geestelijke nazaten zich

buiten de. Kring behoren te organiseren.

Dat komt doordat weleer de

N.J.K. „een typische standsorganisatie"

was; thans echter is zii «en

vakvereniging. En dan schrijft hij:

,,Wij krijgen hier dus te maken met

de keuze, die overal in het sociale

leven aan de orde kwam waar het

georganiseerde vak recht van meespreken

kreeg.

„De keuze kan niet twijfelachtig

zijn. In de eerste plaats niet omdat

er zoiets is als solidariteit. Waar wij

als journalisten voor ons terrein aan

moeten Werken en voor zullen moeten

vechten, daar werken bouwvakarbeiders,

textielarbeiders, kantoorbedienden,

'boeren en tuinders, middenstanders,

werkgevers enz. ieder op

hun terrein en op hun wijze ook aan.

„Het schijnt ons noodzakelijk met

hen zoveel mogelijk één lijn te trekken.

Te komen tot een gemeenschappelijk-

ideaal voor de toekomstige

maatschappijvormen. En met hen

samen te strijden. Deze solidariteit is

tegelijk onze roeping en ons belang.

Zij noodzaakt ons tot die organisatorische

structuur, waardoor wij deze

solidariteit kunnen beleven.

,,Dat is Christelijke organisatie."

Men kan er van mening over blijven

verschillen wat in de practijk van de

bedrijfsorganisatie (want daarvan

gaat heel deze redenering immers

uit) wezenlijker en belangrijker is: de

solidariteit met christelijke bouwvak-

tistieke foto's zijn artikelen sierden.

Na de oorlog schreef hij veel in de

linkse weekbladpers. Een luisterspelbewerking

van De Kleine Lord had

hij juist voltooid.

Zijn werkkracht was verwonderlijk

en voorbeeldig. Hoewel zijn gezichtsvermogen

tijdens de moeilijke oorlogsjaren

zeier verminderd was en

zijn gezondheidstoestand ook overigens

te wensen overliet, bleef hij rijk

aan initiatieven en wist hij van geen

ophouden.

Bij de crematie op 17 Augustus is

van zijn goede kwaliteiten als journalist,

vooral ook als radio-journa-


JOURNALIST"

de P.C.J.V.

arbeiders en tuinders of de solidariteit

met katholieke en niet-christelijke

vakgenoten. Maar hierover is de

discussie gesloten: onze collega's van

de P.C.J.V. hebben voor het eerste

gekozen en dr. Bruins Slot betoogt

het nog eens met klem: „Dat is de

christelijke organisatie". Daarop zou

men logisch hebben verwacht: En dus

heeft de P.C.J.V. zich aangesloten bij

diegenen met wie zij door deze banden

der solidariteit verbonden is: de in

het Christelijk Nationaal Vakverbond

verenigde vakorganisaties.

Merkwaardig genoeg volgt dit in

het artikel van coll. Bruins Slot niet.

Er volgt dit:

„En het is dan ook hierom vanzelfsprekend,

dat onze jonge organisatie

de vraag heeft aan de orde gesteld

en deze commissoriaal heeft gemaakt,

of aansluiting bij het C.N.V. niet behoort

te geschieden."

Ziehier wat ons er van overtuigt

dat de afscheiding van onze protestants-christelijke

collega's van de

Kring voor het minst voorbarig is

geweest. De P.C.J.V. moest er met

alle geweld komen. Nu zij er is, gaat

men als vr&ag aan de orde stellen

wat als eerste consequentie uit de bestaansgrond

van de zelfstandige organisatie

zou moeten volgen.

Déze kritiek moest ons bij de verschijning

van dit eerste nummer toch

nog van het hart.

Overigens is de Christen Journalist

een fris. blaadje, dat er typografisch

nog wat rommelig uitziet maar getuigt

van het streven om er wat van

te maken. Kuyper wordt er veelvuldig

in geciteerd en J. Snoep begint een

serie artikelen over „Dr. Abraham

Kuyper en zijn krant".

Het grapje over ,,een kuise kop" is

misplaatst. Er is nl. niets „aardigs"

aan wanneer een Vlaams blad het

heeft over een „grote kuis": dit betekent

eenvoudig grote schoonmaak.

Geen enkele Vlaming krijgt daarbij

de bijgedachten, waarvan de medewerker

van De Christen Journalist

last had. Mogen wij hem het boekje

van Daman over Het Algemeen Beschaafd

in Vlaanderen aanbevelen?

Y. F.

list, getuigd. Van de Nederlandse

Journalisten Kring is hij altijd een

bijzonder trouw lid geweest. Van zijn

belangstelling voor zuiver Nederlands

heeft hij in De Journalist meer dan

eens blijk gegeven.

Zijn vrouw en beide dochtertjes

missen de zonnige*,, goede Jman en

vader, die Jo Paauw was, zeer. Wij,

die hem als collega en vriend gekend

hebben, kunnen begrijpen hoeveel

troost zij moeten putten uit de gedachte,

dat zijn korte leven zeer gaaf

is geweest.

Pk.

9


HA! AVONTUUR!

JOURNALIST

ondernemend goed stylist, zoekt

werk als part. secr., verenigingsadm.,

orgaanred. of i.d. Ook

genegen vertrouwelijke of avontuurlijke

opdrachten uit te voeren.

Br. onder no. 90606 „Die Haghe",

Plein 11, Den Haag.

(Adv. uit de Haagse Courant)

CITIZEN KANE

Het Hotel des Champs-ElyséeiS te

Parijs herbergt altijd een keur van

grootheden onder zijn dak. Onlangs

was het mevrouw Hearst, die haar

intrek in dit weelderige gebouw nam,

doch haar naam zei de rijkelijk versierde

portier niets. Die van Rita

Hayworth interesseert het personeel

daarentegen des te meer. En toch

kan mevrouw Hearst, indien zij zulks

zou willen, in één dag de solide reputatie

van de atoom-girl No. 1 vernietigen.

Mevrouw Hearst is namelijk

de vrouw van William-Randolph

Hearst, de grote magnaat van de

Amerikaanse pers, die Orson Welles

zo goed heeft beschreven in zijn film

„Citizen Kane". Na één enkel telefoontje

van Mevrouw Hearst zou

Louella Parsons, de geduchtste journaliste

van Hollywood, een einde

hebben gemaakt aan de carrière van

de mooie Rita. Het zou niet de eerste

carrière zijn, die deze 50-jarige scribente

vernielde.

Hearst vierde op 29 April van dit

jaar zijn 85-ste verjaardag, Hoewel

hij zich uit de zaken heeft teruggetrokken

controleert hij nog steeds

19 dagbladen en 10 tijdschriften. In

zijn villa in Beverley Hill, die zijn

gasten een meesterwerk van slechte

smaak noemen, leeft Hearst tezamen

met zijn mensenhaat. De enige vrouw

die hij in zijn onmiddellijke nabijheid

verdraagt is zijn particuliere verpleegster,

Miss Ella Williams, die

hem kortweg Bill noemt. Ter gelegenheid

van zijn verjaardag weigerde

hij ieder interview, doch hij

geeft zich nog altijd met hartstocht

over aan de lectuur der, dagbladen,

die zijn kamer geheel vullen,

Sedert één jaar maakt hij geen

gebruik meer van de telefoon en

heeft een speciale lift laten installeren,

die direct naar zijn kamer

leidt. Hij heeft namelijk een hartkwaal.

Zo af en toe lanceert Hearst

eens een paar motto's. De laatste is:

Vrouwen moesten niet in ' bars

werken.

Sedert hij eens flauw gevallen is

op een trap vreest hij een plotselinge

JOURNALIST,

35 jaar oud, met 16 jaar practijk

in binnen- en buitenland, ervaren

bureau-redacteur, opmaker en reporter,

zoekt zo spoedig mogelijk

employ.

Brieven onder No. 55/48, „Dé

Journalist", N.Z. Kolk 28; A'dam.

10

VAN ALLERLEI KAN

dood te zullen sterven en prefereert

derhalve tien keer een klein beetje

te eten in plaats van twee maal

behoorlijk. Hij rijdt alleen in Cadillacs

en Buicks. Zijn wagens hebben

altijd een zwarte kleur. Evenals alle

milliardairiS 'heeft hij een grote

hartstocht: het bezitten van Arabische

paarden. Hij heeft er reeds

vijftig en heeft er onlangs nog veertien

bij gekocht voor niet minder dan

drie honderd duizend gulden.

De anecdote die het beste zijn

gierigheid typeert, luidt:

Ongeveer een jaar geleden bezocht

een Franse journalist Hearst's tuinen

waar vele palmbomen en gigantische

vruchtbomen staan geplant. De

bodem lag bezaaid met mandarijnen

en de verslaggever bukte zich om er

één op te rapen, doch de krantenmagnaat

hield hem tegen :en zei

droogjes: „In alle-kruidenierswinkels

van Hollywood kunt u zoveel mandarijnen

kopen als u wilt." (De Uitkijk)

WRIJFPAAL SCHIPHOL

De Haarlemse kantonrechter, mr.

Th. F. R a e d t, heeft hedenochtend

uitspraak gedaan in de zaak tegen

dr. J. M. Fuchs, verkeersredacteur

van „Het Parool", die op Schiphol in

conflict was gekomen met de marechaussee.

De kantonrechter veroordeelde

de verdachte tot de minimumstraf

(50 cent boete subs, één dag

hechtenis).

Als getuige werd vanmorgen nog

gehoord de heer J. Leopold van

de persdienst van de K.L.M. Hij

deelde mede, de verdachte te hebben

gezegd, dat hij n 1 e t op het platform

mocht komen, maar de verdachte

was.toch doorgelopen.

De ambtenaar van het O.M. aehtte

de feiten bewezen: inderdaad heeft

de verdachte, zonder toestemming

van de rechthebbende, op het platform

gelopen. Dat hij niet wist hoe

het briefje precies was ingevuld,

doet er niet toe. De waarschuwing,

die hij kreeg, heeft hij bovendien in

de wind geslagen. Verdachte's schuld,

is dus bewezen, maar zij is gering

en daarom vorderde spr. slechts een

boete van 50 cent.

Mr. A- H. van Namen, raadsman,

wees er nog eens op, dat de

achtergrond van deze zaak toch de

competentiestrijd tussen marechaussee,

douane en havendienst blijft. Er

is voortdurend wrijving op Schiphol,

maar gelukkig is er nu een betere

regeling in de maak waardoor journalisten

in de toekomst ten minste

niet meer als kwajongens behandeld

behoeven te worden. De verdachte

leefde in de veronderstelling, dat hij

inderdaad het platform mocht betreden

en op grond daarvan meende

. pleiter, dat verdachte van rechtsvervolging

zou moeten worden ontslagen.

Daarmee was de" kantonrechter

het echter niet eens. Het verbod om

zonder toestemming op het platform

te komen, was verdachte bekend. Hij

was ook niet gerechtigd dit terrein

te betreden, omdat op het papier,

dat de stationsdienst van de K.L.M,

had uitgereikt het woord „platform"

was doorgehaald.

De verdachte had, toen de marechaussee

hem de toegang ontzegde,

naar de reden daarvan moeten informeren

bij de stationsdienst, alvorens

door te lopen.

Maar mr. Raedt zei, wel te begrijpen,

dat voor een journalist, die

achter een „kluif" aan is, het niet

altijd gemakkelijk is zo rustig te

handelen. Verdachte nam nu een

risico en moet de gevolgen daarvan

dragen. ~-

Vonnis, conform de eis: vijftig .cent

boete, subs,, één dag. (Het Parool)

GOED!

Ter gelegenheid van het drie-jarig

bestaan van het Radio-programma

van de Nederlandse Strijdkrachten

heeft de Chef van de Generale Staf,

Luiten.-Generaal mr. H. J. Kruis,

gesproken in een bijeenkomst in

Oud-Loosdreoht over Leger en Publiciteit.

Hij zeide daarin terecht, dat

de vorming van een krijgsmacht,

voortkomende uit en gedragen door

het volk, slechts kan bestaan, indien

er voldoende begrip voor publiciteit

bestaat bij de leiding van die krijgsmacht.

Als men het devies: open de

kazernedeuren, zoals Generaal Kruis

dat indertijd reeds geformuleerd

heeft, in de practijk wil verwezenlijken,

dan is inderdaad die publiciteit

een eerste voorwaarde. Er is bepaald

iets veranderd in de verhouding tussen

leger en volk. De enthousiaste

ontvangst in de Noordelijke provincies

bij de marg van de troepen, die

binnenkort naar de overzeese gebiedsdelen

gaan, is daarvan een duidelijk

PLAATSELIJK BLAD

Een 32-jarige journalist met"vèel

jaren ervaring, op het ogenblik

werkend in een grote stad in het

Westen van ons land als correspondent

voor enkele binnen- en buitenlandse

bladen, zoekt plaats als

verantwoordelijk, resp. hoofdredacteur

aan een plaatselijk blad.

Liefst kleine plaats met een goede

omgeving.

Brieven onder No. 44/48 van „De

Journalist", N.Z. Kolk 28, Amsterdam.

J

EN EN K

bewijs. Maar zoals generaal Kruis

ook zeide, die publiciteit dient ook

met zich te brengen, dat men critiek

kan aanvaarden op het leger, dat als

er terecht en met kennis van zaken

geschreven wordt over onjuiste toestanden

bij de krijgsmacht, dat zulks

uiteindelijk slechts aan die krijgsmacht

ten goede kan komen. Het

waren goede woorden, die onze Chef

van de Generale Staf daar liet horen

en het bewijst, dat deze hoge legerautoriteit

zin heeft voor de werkelijkheid

en begrip voor de belangrijke

plaats, welke ook de publiciteit

in het huidige bestel' inneemt.

(Vrijheid en Democratie)

JALOERS?

De Amerikaanse dagbladen hebben

in grote getale plannen ontworpen,

en ten dele reeds ten uitvoer gelegd,

om hun drukkerijen uit te breiden,

hun apparatuur te vernieuwen en

allerlei moderniseringen aan te brengen.

Terwijl zij in typografisch opzicht

torenhoog boven de Europese

pers uitsteken, vinden zij de eigen

outillage verouderd.

Wat de bladen in het New-Yorkse

rayon betreft, deze zijn met een

uitbreiding druk bezig. In aanbouw

of reeds voltooid zijn o.a. een nieuw

redactiebureau van elf verdiepingen

voor de „New York Times", een

nieuw gebouw voor de „Journal of

Commerce" (dat aan de „N.Y- Times"

toebehoort), een nieuwe drukkerij

voor de „Fairchild-uitgaven (vakbladen),

een modernisering ten

koste van :? 200.000.—• van de

„Nassau Daily Review" in Rockville

Centre, en een nieuwe drukkerij voor

de „White Plains Reporter Despatch",

te Westechester (? 75.000.—).

De „Chicago Tribune" voegt acht

verdiepingen toe aan haar bestaand

bureau, in antwoord waarop de

„Chicago Daily News" en de „Chicago

Sun-Times" in dezelfde mate aan

het uitbreiden zijn gegaan. Kranten

als „The Portland Journal", „The

San Diego Union & Tribune", de

„Star News" te Culver City, „The

Portland Oregonian", en een dozijn

andere, kondigen de aankoop van

nieuwe persen tegen ,$ 1.000.000.—

en meer aan en uitbreiding der lokaliteiten

met 100%. Vele bladen

breiden ook hun eigen radio- en

televisie-stations, uit.

Het kapitaal, dit jaar voor de uitbreiding

en verbeteringen (ik haalde

.slechts enkele voorbeelden aan)

nodig, wordt verschillend geschat.

De laagste raming is ongeveer

i$ 50.000.000.—; de hoogste meer dan

het dubbele van dat bedrag.

(Handelsbelangen)

ANTEN

BELANGWEKKEND

VERSCHIJNSEL

„Wij voor ons hebben geen

enkele reden om het te verzwijgen;

om onze opvatting

inzajte de Indonesische kwestie

verloren wij veel meer dan

10.000 abonné's".

Aldus lezen wij in het weekblad

Vrij Nederland.

Met alle waardering voor de openhartigheid,

waarmede de hoofdredacteur

van Vrij Nederland . • deze

bekentenis doet, menen wij dat deze

verklaring ook aan buitenstaanders

iets te zeggen heeft.

Men bedenke hierbij hoe de „progressieve"

pers na de bevrijding*

windmee had. Door het beleid, dat de

Regering voerde inzake de ontwikkeling

van het dagbladwezen, werd

een belangrijk deel van ons volk geruime

tijd gedwongen rode of rose

dagbladen te lezen, welke grote

invloed uitoefenden op de publieke

opinie inzake het Indische'probleem.

Wat de rood-rose weekbladen

betreft had men de keuze tussen de

Groene Amsterdammer, Vrij Nederland

en Je Maintiendrai. Prof. Schermerhorn's

Je Maintiendrai kon de

strijd om het bestaan niet volhouden

en fusionneerde met de Stem van

Nederland. Zo bleven er drie over en

onlangs heeft men kunnen lezen dat

deze zouden gaan samensmelten.

Voorlopig kon daar niets van

komen, omdat een groot-aandeelhouder

van de Groene Amsterdammer

zich verzet tegen de fusie

en zich daartoe tot de rechter heeft

gewend. In het voorbijgaan moge

er de aandacht op gevestigd worden,

dat bij dit socialistisch, om. niet te

zeggen communistisch-getinte weekblad

blijkbaar één man aan de

financiële touwtjes trekt, een positie

welke door alles wat zich „progressief"

noemt scherp wordt afgekeurd

indien zij bij niet rode ondernemingen

voorkomt.. f é

Uit boven geciteerde mededeling

van Vrij Nederland blijkt nu dat ook

dit rose weekblad achteruit is gehold,

een verschijnsel dat men ook bij

de rode en rose dagbladen kan

waarnemen. Op dezelfde dag dat Vrij

Nederland met zijn merkwaardige

bekentenis kwam, lazen wij in De

Waarheid een oproep van het partijsecretariaat

van de Communistische

Partij, waarin een uiterst sombere

toon wordt aangeslagen. Natuurlijk

krijgt „de reactie" hiervan de schuld

en het zouden de strijdmethoden van

dezq „reactie" zijn, welke, volgens de

communistische oproep, financieel

ernstige gevolgen voor De Waarheid

met zich medebrengen.

f

Intussen blijkt uit een en ander

hoe de wind om ijs.

Men heeft getracht de uitslagen

der jongste Kamerverkiezingen aldus

uit te leggen, dat er weinig in de

publieke opinie veranderd zou zijn.

Dit is natuurlijk een drogreden. In

ons land pleegt de grote massa haar

stem uit te brengen, in de richting

van een bepaalde partij, wier beginsel

ment is toegedaan. Daardoor

komen grote verschuivingen niet

voor. Een verlies van 4 zetels voor

de communisten en de socialisten

was dan ook wel degelijk als symptoom

zeer belangrijk.

Het terughollen van de oplagen

der rood-rose bladen is een nieuwe

aanwijzing dat de grote meerderheid

van het Nederlandse volk te gezond

is om de voorlichting van die zijde te

blijven slikken.

(Nieuwe Courant)

ONVERMIJDELIJK

Wij wezen reeds eerder op de

noodzakelijkheid de pers en de journalistiek

een hechtere basis te geven

door hogere eisen te istellen aan de

toelating tot de uitoefening van het

journalisten-ambt. Het ontbreken

van die basis is noodlottig geworden

voor de pers onmiddellijk na de bevrijding.

Vele vooraanstaande figuren

waren verdwenen; vele andere werden

om allerlei redenen uitgeschakeld

en de opengevallen plaatsen werden

bestormd door ondeskundigen, onbevoegden

en onbekwamen. Alles

werkte tegen: papierschaarste deci-

'meerde de omvang der pers; de politieke

misère nam een groot deel van

de k!eine overgebleven ruimte in beslag;

Indië eiste een onevenredig deel

daarvan op en het eind was, dat de

culturele zending van de pers ernstig

in het nauw kwam. Alle geur en

kleur en fleur van de oude pers verdween

en altijd weer slaan wij met

een gevoel van -weemoed de kranten

op, waarin het nieuws is opgepakt en

ingeperst. Het rommelige Amerikaanse

systeem van opmaak heeft bij

de nieuwelingen navolging gevonden

en maakt de pers tot een pakhuis

zonder enige orde. De pers is niet

teruggevallen tot . een vroeger stadium

in haar ontwikkeling, zij is op

een zijweg geraakt, die onvermijdelijk

dood moet lopen

(W. N. van der Hout

in. Nederlands Studieblad)

ZWETERT

i Persmuskieten. Zeker, zo worden

wij, verslaggevers, genoemd. Boren

onze scherpe neus in allerhande

zaken en fladderen daarna weg om

Een passende werkkring wordt op

korte termijn' gezocht door Allround

REDACTEUR-VERSLAGGEVER,

onverschillig waar.

Brieven onder Nr. 51/48 aan De

Journalist, N.Z. Kolk 28, A'dam.

11


inbraak en roof, kabinetsformatie en

verkeersongeval aan de schrijftafel

te spuien. Maar heeft u wel eens een

spotnaam voor persfotografen gehoord?

Wat zegt U? Verdienen zij

die niet?

Aardige, joviale jongens, nietwaar?

Ben en al vriendelijke glimlach.

„Zou meneer misschien een

tikkie meer naar links kunnen ? Ach,

Edelachtbare, zoudt u zo goed willen

zijn de medaille nog eens te overhandigen?"

En dan zien we 's avonds van die

leuke, ongedwongen plaatjes in de

krant, waarvan alleen de ingewijde

weet, dat de glimlach van de jubilaris

net op het punt stond in een

starre grijnslach te ontaarden.

Al die poeslieve vriendelijkheid

zakt als een bretelloze pantalon van

de fotoman af als hij met zijn slachtoffer

gereed is. Dan geldt zijn gedachte

slechts het plaatje.

„Niet veel te beleven, jongens",

zegt de kiekman op het muziek-festival

en tegelijk dwalen zijn ogen af

om afstand te meten van hem naar

die mijnheer daar, die een enorme

blaastoeter draagt. Wacht es even...

dat-ie daar niet eerder aan gedacht

heeft.

„Pardon meneer, mag ik een ogenblikje

uw trompet hebben?"

„Dat is een tuba, jongeman."

„En, ja, dat bedoelde ik ook. Kijk

meneer, het is voor een plaatje in de

krant."

Meer hoeft hij niet te zeggen. De

muzikant zet zijn rechtervoet al naar

voren en er trekt een lach zoals van

een plafond-engeltje* over zijn verweerde

gelaat.

„|Nee, ik bedoelde het zo", zegt de

fotograaf. Twee minuten later heeft

hij al zwetend een hummel van zes

jaar te pakken, die hij bijna laat bezwijken

onder het gewicht van de

nikkelen monstertoeter. Nu nog een

grote trom en dat kleine meisje daar

met tromstok en bekken ernaast.

Naar links dat hoofd, wat achterover,

naar rechts, nee, nou die Stok

wat hoger. Nee, niet naar mij kijken. %

Zo,, nu nog wat meer naar voren.

,jSla es zacht met die deksel op de

trom, zusje."

Dat wil zusje wel. Net als de

muziek naar een moeilijk pianissimo

afdaalt, klinkt over de Koekamp het

klaterend geweld van brekend glaswerk,

veroorzaakt door zusje, die

zo'n kans nooit meer in haar leven

zal krijgen. Juryleden snellen haastig

toe, boze muziekminnaars klimmen

op stoelen en werpen vlammende

blikken pp zusje, dat daar triomfantelijk

jstaat te hameren of het aangenomen

werk is.

Maar de fotograaf is al naar de

B.z.a. VERSLAGGEVER,

veelzijdige en langdurige ervaring

in de dagblad-journalistiek (o.a.

v-eel reportage werk); gespecialiseerd

in muziek.

Brieven onder No. 49/48, van „De

Journalist", N.'Z. Kolk 28, A'dam.

12

uitgang gesneld. Hij heeft zijn

plaatje en dat moet vanavond nog in

de krant.

(De Waarheid)

A POLITICAL PURPOSE

Working largely on the analogy

that both law and medicine have

bodies concerned with the ethics and

practice of their profession, so why

should not journalism have the

same, a special delegate meeting of

the National Union of Journalists at

Manchester decided to tell the Royal

(Oommisision on the Press that they

favoured establishment of a Press

Council by the "newspaper industry".

That last word explodes the analogy.

Both law and medicine are professions

necessitating*, long study ^re

practice be permitted. The "newspaper

industry" — their own

phrase — is not, despite the skill

demanded of some angles of journalism.

The "Councils" of law and

medicine are composed of eminent

highly qualified practitioners. The

Council suggested by thé NUJ is six

^representatives of newspaper owners,

six of journalists' trade unions,

with an independent chairman

appointed by the Lord Chief Justice.

That might well be an admirable

body to discuss labour conditions,

practices and disputes. But that is

not its designed purpose. As we

understand the , objective of the

Union, a finger in the pie is wanted

in the direction of supervising

editorial practice, directing to some

extent the quality of reporting,

establishing "codes" and, we have no

doubt, ultimately aiming at control

or guidance of political views, thus

trenching on individual and national

freedom.

For we are convinced that,

whether it is recognised or not by

•the idealists who doubtless quite

honestly advocate a Press Council

with as yet nebulous and ill-defined

* objectives, there is a political purpose

behind this agitation. Let's

trace history. It was a Manchester

NUJ resolution which first mooted a

Press inquiry. The Prime Minister,

Mr. Attlee, replied, after consideration,

that he saw no occasion for it.

It was only later that Herbert

Morrison, astute leader of his party's

policy, seeing the possibilities of

scoring politically, reversed the

decision, staged the "free" debate in

the House which gave some disgruntled

journalistic MPs the scope

they wanted. In that debate they

unloosed a spate of charges which

some, under cross-examination later,

had to confess were based on bias

and prejudice. On that Shaky foundation

the Royal Commission was

founded. Not one major charge

freely made against British newspapers

has been proven. On the contrary,

the standard of conduct and

sense of responsibility animating the

editorial control of the Press has

been proved high-

Where then is the need for a permanent

Council to poke and pry and

be subject to such complaints as that

of an MP whose "letter to the editor"

was not published? We see no

benefit but we do see danger — the

danger that is besetting the world

today — the loss of freedom. A

leading member of our present

Cabinet said in 1936 that the inevitable

trend of Labour was to the

Left. Communistic infiltration is

wearing its pattern on the Continent

for all to see. Czechoslovakia

provides the model. There the Press

accepted first a grandiose charter.

This wiped out individual control of

newspapers and made them ''service

units" with perfect freedom "guaranteed'^

the journalists. How long did

that last? Just a little over one

year. Then, with the Press gagged,

and under control, pow%r was seized,

and that country's plight today is

known.

We- are opposed to any Press

Council which will restrict in any

way the freedom of the British

citizen. For it is that which is being

attacked. The British Press has no

freedom greater than that of any

citizen. It asks no greater freedom.

It preserves to him his right of free

speech and comment: the common

law restrains any abuse. Once any

shackle is imposed, once any machine

is insidiously prepared to do this or

that and it is given legislative

backing, it would,be a very simple

matter for any bureaucracy to

amplify its powers step by step

until — there came the grim fact

that freedom was no more! This is

no fanciful picture. See how loath

bureaucrats are to relinquish controls:

how they hate the jabs and

comment of the free Press. No case

has been proven for a Press Council.

There is, in our view, every reason

why there should n o t be one, for it

would be too convenient a beginning

for subtle and then absolute political

control to be taken of the free voice

of the people.

Another resolution passed by the

NUJ is, in our view, inviting trouble

' — that is the restriction sought to

be imposed on non-union sportswriters.

This is the closed shop in

extremis. Just as that New Zealand

ferret was used to carry the wire

through a 600-feet pipe because it

was specially fitted for the job, so

these outside experts are employed

because of their special capacity.

And to have two men do the job

— one union and the other nonunion

— would be like sending a

man through after the ferret — as

the New Zealand union more or less

desires. Is this national efficiency or

just crass restrictionism ? The evil,

if isuch it be, can best be met by

outstanding efficiency on the part of

the professional writer.

(World's Press News — Londen)


JOURNALISTIEK in INDONESIË

Uit Soerabaja zond collega Evenhuis, voorheen van het

Groninger Dagblad, thans chef-redacteur van De Nieuwe

Courant, het Soerabajase»dag>blad van de Begerings-Voorlichtingsdienst,

ons onderstaande beschouwing over de (Nederlandse)

journalistiek in Indonesië en de positie van de journalist

aldaar. Uiteraard heeft men hier te maken met persoonlijke

indrukken en meningen; het onderwerp blijft echter belangwekkend

genoeg, ook wanneer men het beschouwt „a tra­

vers un temperament".

De Nederlandse pers in Indonesië

beleeft een gulden tijd. Behalve in

Batavia, waar op het ogenblik het

Bataviaasch Nieuwsblad, Het Dagblad

en 'de Nieuwsgier (ochtenblad) verschijnen

en waar (Jus weer enige concurrentie

mogelijk is, nemen alle andere

Nederlandse dagbladen monopolie-posities

in. Men telt op het ogenblik:

het A. I. D.-De Preangerbode in

Bandöeng, De Locomotief in Semarang,

Het Nieuwsblad voor Sumatra

in Medan, de Nieuwe Courant in Soerabaja

en de Oost Indonesië-Bode in

Makassar, met de Bataviase bladen

mee dus een elftal grote kranten.

Daarnaast verschijnen hier en daar

nog kleinere dag- en nieuwsbladen,

maar de zo even genoemde staan toch

op een ander peil, dat overigens nergens

uitsteekt boven het peil van een

goede provinciale krant in Nederland.

Voor zo ver valt na te gaan, zijn de

winsten naar Nederlandse maatstaven

zeer aanizienilijik; ook bladen met

voor Nederlandse begrippen kleine

oplagen floreren goed. Er bestaat een

directeuren-vereniging, die o.m. de

abonnements- en advertentietarieven

(resp. op ƒ. 5,— per maand en ƒ. 0.50

per m.m.) heeft vastgesteld; op het

laatste tarief komen uitzonderingen

voor.

De bladen verschijnen met gemiddeld

vier pagina's per dag. Ook hierop

zijn afwijkingen: sommige bladen geven

's Zaterdags meer, andere, zoals

De Locomotief, komen enkele keren

in de week met twee pagina's uit.

Er zijn bladen, die cohtracten hebben

lopen met Nederlandse dagbladen en

tijdschriften en de inhoud hiervan tot

hun beschikking hebben. Sommige,

zoals Het Dagblad, hebben correspondenten

in Nederland. Voor cie dagelijkse

nieuwsvoorziening' zijn alle

bladen aangewezen op (geseinde telegrammen

van Aneta, en op de

postale zendingen, waaraan deze telegrammen

zijn ontleend. Wanneer er

dillega's zijn, die bezwaren hebben

tegen dte kwaliteit van het nieuws

van het A.N.P., dan zouden dezulken

„peRSBeUnqen i»

waarschijnlijk schrikken van de kwaliteit

van het (vooral buitenlandse)

nieuws van Aneta. De berichtgeving

over Nederland van Aneta is zéér

summier. .Men mag hierbij echter

niet over het hoofd zien, dat Aneta

sukkelt met grote technische moeilijkheden.

Journalisten, die naar Indonesië

gaan, mogen zich vóór hun uitzending

wel terdege beraden. Het prijspeil,

de huisvesting, de verlofregeling

zijn onderwerpen, die men niet moet

verwaarlozen bij het aangaan van

een verbintenis. Een joiumalistenorgaraisatie

bestaat hier niet; in heel

Indonesië bestaat slechts één C.A.O.

en die geldt beslist niet voor journalisten.

Het klimaat is ook een factor,

die zeer remtmend 'kan werken op die

prestaties. De tijd van de „tropenjournalistieik"

is voorbij en aan de

journalistieke erecode wordt wel de

hand gehouden, maar men stort zich

in een sociaal vacuum en de toekomst

is onzeker. Gelet echter op de

grote behoefte aan lectuur, die hier

ook in Indonesische kringen heerst,

en op het feit, dat de Indonesische

journalistiek wel actief is, maar toch

nog niet datgene kan geven, wat een

goede Hollandse krant vermag te bieden

— ook door zijn contacten met

het moederland —. wordt deze toekomst

vooralsnog niet zo heel somber

ingezien. De bakens worden echter

kenneüjik verzet en contacten met de

Indonesische en de Chinese bevolkingsgroep

zijn uit de sfeer van het

wenselijke naar de sfeer van het noodzakelijke

overgegaan.

De staven van de redacties zijn niet

zeer uitgebreid, maar toch krioelt het

in Indonesië van voorlichters. Men

klaagt in Nederland! wel eens over

het aantal officiële voorlichters, maar

hier zijn er nog aanzienlijk meer. De

R.V.D. hier spant de kroon; het is

een enorm orgaan, waarin allerlei lieden

hard werken. Hiervan ontgaat de

buitenwereld veel. Wanneer men echter

zou weten, hoeveel onderlinge

memo's er maandelijks .uitgaan en

VRAAGT

1. HAAGS CORRESPONDENT, beschikkende over goede connecties

2. BOEIENDE FEUILLETONS, verschillende genres

Brieven met uitvoerige inlichtingen en proef kopij aan: .PERSBELAN-

GEN", Postbus 35, Utrecht.

hoeveel er aan representatie wordt

uitgegeven, zou men een beter begrip

krijgen. Bij de honderden en nog eens

honderden ambtenaren van de R.V.D.

zitten slechts enkele journalisten.

Verschillende van de (minder invloedrijke)

ambtenaren huizen in vroegere

KJampejtiaiVicellen achter [het hoofdgebouw.

Er zou over de R.V.D. in Batavia

een roman te schrijven zijn „ter

voorlichting over voorlichters". Dit

laatste naar analogie van de wekelijkse

kroniek „ter voorlichting van

voorlichters", die men uitgeeft om

althans iets voor te lichten.

De R.V.D. deed onlangs pogingen,

om nog meer mensen aan te werven

in Nederland en zonderling genoeg

heeft men plotseling een voorliefde

voor journalisten gekregen. Meer nog

dan in het particuliere bedrijf geldt

hier de spreuk: weet wat ge doet.

Uiteraard is de R.V.D. een aflopende

instelling, die 'helemaal op losse

schroeven komt te staan, wanneer ce

Verenigde Staten van Indonesië worden

gevormd. Het valt immers moeilijk

aan te nemen, dat de nieuwe staat

zijn voorlichtingswerk zal laten verzorgen

door Nederlanders; dit zal een

van de eerste apparaten zijn, die in

andere handen zullen overgaan. Niet,

dat de R.V.D. zich daar op het ogenblik

op in stelt: integendeel.

Veel meer dan vroeger dus, dient

de Nederlandse journalist zich te beraden,

wanneer hij zich hier een bestaan

wil verwerven!. De kansen zijn

er, maar het blijft een onzekere onderneming,

waarbij men letterlijk alles

in de waagschaal stelt. Hierin

zou wellicht enige verandering kunnen

worden gebracht, wanneer men

hier te lande een •.journalisten-organisatie

zou oprichten, die zich, evenals

. de ambtelijke en de particuliere vakbonden

van Nederlandse werknemers

in Indonesië, zou oriënteren op de

Nederlandse organisaties, zonder zich

nochtans afzijdig te houden van een

overkoepelende organisatie van Indonesische,

Chinese en Europese journalisten!,

die hier ongetwijfeld zal

moeten ontstaan. Maar aangezien de

mogelijkheden van, de Nederlandse

journalisten in Indonesië beperkt zijn

en wellicht geleidelijk aan meer beperkt

zullen worden, mag een steyige

band met Nederland niet ontbreken.

Contact-avonden R.J.V.

Het bestuur, van 'de Rotterdamse

Journalisten Vereniging heeft besloten

een proef te nemen met contactavonden,

waarop een spreker een inleiding

van 20 minuten zal houden,

waarover gedebatteerd kan worden.

De rest van de avond zal gewijd

worden aan de gezelligheid.

De avonden worden de laatste

Woensdag van de maand gehouden te

8 uur in Atlantic-house op het Westjjlein.

SCHR AVER (?)

13


PERS EN PROPAGANDA IN PRAAG

Een bijzondere correspondent van

World's Press News schrijft uit

Praag aan zijn, blad:

Jiri Hrpnek, secretary of the International

Organisation of Journalists,

is now General-Director of

Information Services — up to four

weeks ago he directed Prague

Radio's news services. Now he is in

charge of the official news agency,

CTK (Ceskosloviensko Tiskova

Kancelar) under the Czechoslovak

Minister of . Information, Vaclav

Kopecky. His task is to co-ordinate

and control news-gathering • organisations

here and watch over the

Czechoslovak newspaper and magazine

Press and its cultural ties.

In discussing his work Mr. Hronek

said he recognised there were

different views about the meaning of

the same words. Some people, for

example, thought democracy was a

matter of having an opposition "with

all its noise and quarrelling." In

Czechoslovakia, he said, they believed

that it was possible to have a democracy

without an opposition, and all

they asked was to be left free to

conduct their experiments

He Doesn't Like the West

CTK, he said, would continue

taking the services of foreign news

agencies, but he linked foreign

agencies and the western newspaper

Press/in a condemnation of what he

called a campaign of misrepresentation.

However, like other officials with

whom I have discussed the matter,

he admitted that, from another

point of view, it might appear that

the Press of eastern countries was

publicising a special point of view.

Mr. Hronek expressed the hope

that, if the international atmosphere

could be cooled off by agreement^

between the main protagonists, the

USA and the USSR, then relations

between east and west on all planes

would settle down. -.

Capacity of Journalists

While Hronek admitted the Czech

papers were dull, he waved away any

idea that the profession was

suffering from the loss of trained

men who left newspaper work after

February. He said the newspapers,

"except for their invective," were

dull also before February, and they

were not missing "those who ran

away; they were of no use anyway."

They had before them 'the long

Voor directe indiensttreding gevr.:

ASSISTENT VAN DE

SPORTREDACTEUR;

redactie-ervaring en goede pen

vereist. Brieven met werk onder

No. 43/48 aan „De Journalist",

N.Z. Kolk 28, Amsterdam.

14

task of training- a new generation of

newspapers workers capable of

reporting and explaining the "exciting

experiment we are making,

here."

All Services Adapted

The CTK agency uses an increasing

amount of Telepress material;

the German agency, in the Eastern

zone, ADN, and Tass, although

locally regarded as slow and cumbersome,

also get due attention.

Whatever services are used they

are adapted to the rather special

point of view here. Thus, while a

western agency report of the fact of

the Ludwigshaven explosion might

be printed and credited, the Communist

charge that 'Ludwigshaven

produced armaments, carried by

-agencies such as Telepress, Tass, and

ADN, would be written into all

published material. Western agency

djenials of the Communist story

would be ignored.

News is 'Slanted'

Aided especially by agencies such

as Telepress, the newspapers contrive

to "slant" news, often to the

point of inaccuracy. Thus, the Communist

youth newspaper Mlada

Fronta, in a recent report about the

balance of the Czechoslovak Refugee

Fund in London, made it appear that

this was public money belonging to

the Republic of Czechoslovakia, and

that the British Government and the

London refugee group were combining

feloniously to canyert it to

their use.

The evidence shows that Mr.

Hronek's information services represent

western nations in the worst

possible light and tell their readers

that all that saves them from a

"new Munich" is their alliance with

the all-powerful Soviet Union. They

carry out this duty as if it were a

sacred duty, mostly using material

provided by. Mr. Hronek's agencies.

On the administrative level, the

Ministry of Information provides

good facilities for correspondents,

but "official quarters" are slow to

respond to queries and shy from

leading questions.

Unofficial sources might be

considered too plentiful in some

respects. Prague boils with rumours

which require constant, and usually

fruitless, checking.

On the whole, the news that is"

here gets out. Newspapers which

want to print it, receive it, and there

is no physical restriction on communications,

although all correspondents

are aware that the authorities

keep voluminous files which might

some day be 'taken in evidence."

In aansluiting aan het bovenstaande

betoogt het hoofdartikel van

hetzelfde nummer van World's Press

News:

„It seems to us €hat the International

Organisation of Journalists,

as at present officered, can be

written off as a total loss in relation

to its primary purpose of facilitating

understanding between the working

journalists of different countries and

promoting international amity. At

the last conference in Prague the

Communist, Jiri Hronek, was elected

secretary. Following the rape of

Czechoslovakia in February and the

ruthless'. liquidation of the Journalists'

Charter (which was supposed

to guarantee freedom to the working

journalist) demands were made from

some member organisations for his

resignation.» He refused. Today he

fills a dual position — possibly

satisfactorily to himself and his

- confrères, but in such a way as to

permanently discredit the IOJ as an

instrument of international import.

Hronek today is Director-General of

Information Services in the Communistic

régime and has expounded

his views in an illuminating manner.

His policy, he confessed, is to implement

a democracy i'fwithout an

opposition." That this was resulting

in the Czech Press being "dull" he

admitted, but they would have to

train a new generation of newspaper

workers to replace "those who ran

away" last February. The account of

his policy and practice, given in

another column, sufficiently emphasises

the utter irreconcilability of

Communist concepts with that spirit

of individuality and freedom which

characterises the Western concept of

Democracy, and shows quite plainly

that no basis exists as yet for

common working.

Our special correspondent's account

shows that in the Communist

mind the end justifies the means,

and to achieve their purpose news

will be twisted and "slanted" regardless

of truth, decency and ethics.

Unfortunately this practice of

vicious Press ' propaganda against

other countries is not confined to the

Soviet countries. The Press of the

United States can be, and sometimes

is, just as guilty, offended as they

might be at the charge. Editorial

matter, wickedly incomplete, "slanted"

and biassed, has freely

supported, in many instances, the

most malicious lies. We cite the case

the more to emphasise the sadness

of the 'breakdown of the International

Organisation of Journalists,

for there was need of its concept to

influence both the East and the

West. For the curious outcome of

humanity's urgent need of international

understanding has been an

unprecedented burst of nationalism

accompanied by selfish aggressiveness.

And that fact in itself underlines

the responsibility lying on the

journalists of the present and the

future to serve truth by honest

reporting and the fair presentation

of sound views."


Voor de boekenkast.,..

Robert Peereboom: Het Dagblad.(Volksuniversiteits-Bibliotheek,

tweede serie No. 4).

Haarlem, de Erven F; Bonn

N.V. Geb. ƒ 3.90.

Als motto heeft collega Peereboom

vóór in zijn boekje over Het Dagblad

een citaat van F. J. Mansfield gezet:

„Journalism at lts best is a public

service of no mean order." Daaronder

liet hij zijn eigen zinspreuk drukken,

die min of meer als een vertaling van

de voorafgaande kan worden beschouwd,

maar dan een vrije vertaling,

een typisch Peereboomse vertaling:

„De krant is er om de mensen

te helpen."

Het is de moeite waard deze twee

uitspraken met elkaar te vergelijken,

„Journalism at its

best" zegt Mansfield en stelt eil

daarmee een bereikbaar ideaal;

„De krant is " zegt Peereboom

en stelt daarmee aan iedere

journalist een taak die hij eenvoudig

heeft te vervullen. „A public service",

dat is gewichtig; „of no mean order",

dat is een omschrijving die de gewichtigheid

versterkt en nier vrij is

van een zekere trots — trots op een

vak dat het verdient, goed, maar die

dan ook met volle bewustheid wordt

uitgesproken.

is er om de mensen te helpen":

kan het eenvoudiger, duidelijker,

bescheidener ?

Het boekje van Peereboom munt

uit door deze drie eigenschappen:

eenvoud, duidelijkheid en bescheidenheid.

Het is kennelijk (hoe kon het

anders!) geschreven om de mensen te

helpen: de mensen die wel eens willen

weten wat een krant eigenlijk is en

hoe zij gemaakt wordt; de mensen

die enig idee willen krijgen van het

werk en de taak van een journalist,

waaronder dan niet in de laatste

plaats die vele jonge mensen mogen

worden gerekend die zich tot ons vak

voelen aangetrokken, vaak zonder er

een duidelijke voorstelling van te

hebben wat het inhoudt. De laatsten

kan men voortaan, als ze hulp en in- .

lichtingen komen vragen, niet beter

antwoorden dan: Dees Peereboom en

kom dan nog maar eens terug.

Het hoekje van collega Peereboom

kan als model dienen voor de wijze

waarop een onderwerp' in een volksuniversiteitscursus

dient te worden

behandeld. Het is aangenaam leesbaar,

maar docerend van toon, zonder

die soort van vlotheid die er op

uit is de lezer te behagen en die er

maar al te vaak toe leidt dat gezegde

lezer aan het eind even wijs is ais

aan het begin. Het geeft in zijn beknoptheid

van alles net genoeg. Het

legt de nadruk op datgene waar de l

lezers het meest mee te maken hebben;

zo behandelt het de hele persgeschiedenis

tot 1900 in 25 bladzijden,

maar besteedt 40 bladzijden aan de

ontwikkeling van het dagblad in onze

tijd, waarbij er tien zijn over de bezettingsjaren.

Een moeilijk onder­

werp als Pers en Wetgever, waar

slechts weinigen zich in kunnen (en

willen) verdiepen, wordt met hetallernoodzakelijkste

afgedaan: 15

bladzijden.

Kortom: uit een oogpunt van popularisatiekunst

durf ik dit boekje

meesterlijk noemen.

Dit houdt in dat het voor ons, vakgenoten,

aan alle kanten te weinig

geeft — maar voor ons is het dan

ook niet geschreven. Wel zal iedere

journalist kunnen genieten (en

leren!) van de wijze waarop onze

Haarlemse collega ons vak en ons

werk heeft beschreven, en om dat

genot alleen al is het boekje zijn prijs

dubbel en dwars waard.

de schrijftafe

Kies uw woord. Een lO.OOOttal

woorden en uitdrukkingen alfabetisch

gerangschikt in synoniemen

en verwante begrippen, door J. A.

Meijers. Moussaults Uitgeverij,

Amsterdam. Geb. ƒ 5.90.

Ons vak brengt mee dat wfj vaak

geneigd zijn te grijpen naar Siet

woord dat het meest voor de hand

ligt: de tijd ontbreekt ons eenvoudig

voor zoeken en overwegen. Vandaar

de schrikkelijke overdaad aan stoplappen

en gemeenplaatsen, cliché's

(voor algemeen gebruik) en individuele

„maniertjes"'; vandaar zelfs

voor een groot deel de hardnekkigheid

van veel barbarismen in de

krant, want heel vaak brengt het gebruik

van een barbarisme begripsvervaging

mee, en het is makkelijker

een woord te gebruiken waar men

van alles onder kan verstaan dan een

keuze te doen uit een aantal termen

die elk voor zich een nuance precies

weergeven.

Het zou me niet verwonderen als

de heer Meijers tot het samenstellen

van zijn synoniemenwoordenboek

gekomen was o.a. door de ervaring

dat de woordenschat van ons krantenmensen

in de praotijk zo beperkt

blijkt te zijn. Een dergelijke ervaring

is echter niet voldoende: men moet

ook een behoorlijke portie tijd en ge-'

duld hebbén om het monnikenwerk

van de samenstelling van zo'n lijst te

gaan verrichten Beide vond de heer

Meijers in de bezettingstijd, die aldus

toch nog ergens goed voor is geweest.

Want de heer Meijers heeft

hiermee voortreffelijk werk gedaan,

waarvoor iedere journalist hem wel

dankbaar mag zijn. Natuurlijk, als

de jongen van- de zètterij op de kopij

staat te wachten, is er voor enige

aarzeling, laat staan voor een snelle

raadpleging van Kies Uw Woord,

geen tijd. Maar dn tal van andere gevallen

kan het ons helpen om in plaats

van het woord dat ons uit de pen

wil vloeien'maar dat nog niet precies

dat is wat we eigenlijk bedoelen, of

dat we liever willen vermijden om­

dat we het nu al drie keer gebruikt

hebben, vlug het juiste te vinden. En

het gebruik van dit hulpmiddel (meer

is het niet, wil het ook niet zijn)

leidt vanzelf tot een verruiming van

de woordenschat die we voor dagelijks

gebruik gereed hebben liggen.

Een goed journalist zal er allicht

geen nieuwe woorden uit leren; wel

kan zijn woordvoorraad er beter door

-geordend worden en meer voor het

grijpen komen te liggen. En is dat

geen ƒ 5.90 en een beetje moeite

waard ?

Y. F.

KRING VAN NEDERLANDSE

FILMJOURNALISTEN

Het totaal-aantal leden en adspirant-leden

van de K.N.F., die .nu een

jaar bestaat, bedraagt veertig.

Het Adviesbureau Deviezentoewijzing

Pers, die beslist over de toewijzing

van buitenlandse deviezen aan

Nederlandse journalisten, heeft zich

bereid verklaard overleg te plegen

met het bestuur van de K.N.F, inzake

aanvragen voor deviezen voor

buitenlandse reizen van Nederlandse

filmjournalisten, ook indien deze geen

lid van de K.N.F, mochten zijn.

De organisatie-comité's der filmfestivals,

die dit, jaar gehouden zijn

te Docarno (Zwitserland) en te

Marianské Laznê (Tsjechoslcwakije)

hebben, nadat het secretariaat van de

K.N.F, contact met hen had gezocht,

door bemiddeling van de K.N.F, uitnodiging

aan Nederlandse filmjournalisten,

aangesloten bij onze vereniging,

verstrekt.

In verband met de opleiding van

adspirant-leden heeft het bestuur een

commissie benoemd tot het afnemen

van een mondelinge proef van bekwaamheid

in de 'vorm van een collegiaal

gesprek.

Van de acht adspirant-leden hebben

zich vijf voor de opleiding gemeld.

Twee van de drie na 28 .Februari

toegetreden adspirant-leden

hebben zich eveneens gemeld. Twee

adspirant-leden zijn na het afleggen

van de proef als gewoon lid toegelaten.

Met het Hoofdbestuur van de Ned.

Bioscoopbond zijn besprekingen geopend

aangaande de verstrekking van

op naam gestelde, voor het gehele

land geldende passepartouts welke

leden en adspirant-leden (de laatsten

alleen, indien zij zich voor a*e opleiding

hebben opgegeven) in de gelegenheid

moeten stellen bioscoopvoorstellingen

bij te wonen.

Naar aanleiding van het conflict

tussen de afdeling Amsterdam van

de Ned. Bioscoopbond en een der

Amsterdamse dagbladen heeft het

bestuur van de K.N.F, aan de afdeling

Amsterdam van de Ned. Bioscoopbond

doen weten, dat het de houding

van het bestuur dier afdeling

als onjuist beschouwt, te weten als

een aantasting van de vrijheid van

filmcritiek en daarmee van de persvrijheid.

15


VOOR ZEEUWSE JOURNALISTEN

GEEN PERSKAART MEER

Op 24 September 1938 werd in Middelburg

door de toenmalige Commissaris

der Koningin in Zeeland, jhr.

mr. J. W. Quarles van Ufford, een

fraaie, door de Delftse kunstenaar

H. J. Etienne ontworpen en door de

vereniging De Zeeuwse Pers ingestelde

perspenning aan de Zeeuwse journalisten

uitgereikt. Deze penning kon

men openen en dan trof men de beeltenis

van de persman en een door de

Commissaris ondertekend legitimatiekaartje

aan.

Het bestuur van de na de oorlog

opgerichte afdeling der Nederlandse

Journalisten Kring vatte het plan op

deze penning opnieuw in te stellen en

haar ^ndermaal aan de leden van de

R.K. journalisten te laten uitreiken

door de hoogste ambtsdrager in de

provincie, Jhr. mr. A. F. C. de Casembroot,

die een grote voorstander is

van een goede verstandhouding tussen

de provinciale overheid en de

pers, was hier gaarne toe bereid.

Door omstandigheden moest de uitreiking

enige malen worden uitgesteld,

maar Zaterdagmiddag 18 September

kon iedereen aanwezig zijn.

De overdracht geschiedde in het

Schuttershof te Middelburg in een bijeenkomst,

die wei een bijzonder aspect

had door de aanwezigheid van

circa honderd autoriteiten uit alle

delen van Zeeland en van de voorzitter

der N.J.K., mr. M. Rooy, die

zich, ondanks de moeilijke en vervelende

reis, die daarvoor moest worden

afgelegd, desgevraagd direct bereid

had verklaard voor dit gezelschap

een causerie over het onderwerp Pers

en Overheid te houden.

In zijn welkomstwoord betrok de

voorzitter van de Zeeuwse afdeling,

coll. H. A. Bosshardt, dn het bijzonder

de Commissaris, het Zeeuwse Kamerlid,

mr. W. F. E. Baron van der Feltz,

mr. Rooy en het Kringbestuurslid

coll. G. Ballintijn. Hij herinnerde er

aan, dat jhr. Quarles bij de vorige uitreiking

het streven van de Zeeuwse

pers om waarheid, rechtvaardigheid

en goed fatsoen te dienen prees en

gaf een korte schets van de „historie"

der penning.

Hierna beklom jhr. de Casembroot

de katheder om een levendige, sympathieke

en zeer huiselijke speech te

AMSTERDAMSE GRAFISCHE SCHOOL

AMSTERDAM. DINTELSTRAAT 15

VRAAGT PROSPECTUS VAN DE

SCHRIFTELIJKE CURSUS:

GRAFISCHE KENNIS

VOOR JOURNALISTEN

16

houden. Hij zei, dat hij zich, toen hij

21 maal zijn handtekening op de veel

te kleine kaartjes moest pennen, wel

even gevoeld had als de penningmeester

van een dorpsijsclub, maar dat het

hem toch buitengewoon veel genoegen

deed de penning te mogen uitreiken.

De Commissaris was vol lof oVer de

goede verstandhouding tussen de pers

en de Zeeuwse overheid en maakte

alle bladen, grote zowel als kleine,

het compliment, dat zij zonder uitzondering

hun best doen veel, verantwpord

en objectief nieuws over het

gewest en alles, wat daar leeft, aan

hun lezers te verstrekken. Na deze

woorden overhandigde hij de penning

aan de journalisten.

De voorzitter dankte voor het compliment

aan de Zeeuwse bladen en

verzekerde de hoge gast, dat zij ook

in' de toekomst op de bres zullen

blijven staan voor de belangen van

Zeeland. Als herinnering aan deze

middag bood hij de Commissaris een

penning aan, welke deze dankbaar

aanvaardde.

Vervolgens was het woord aan mr.

Rooy, die allereerst het wezen van

het dagblad behandelde en zijn toehoorders

een beeld gaf van de taak

die de pers heeft en van de plaats,

die zij inneemt in het maatschappelijk

leven.

Hij legde er daarbij de nadruk op,

dat de journalist alleen in vrijheid

kan werken, maar dat hij daarbij de

grote verantwoordelijkheid, die hij

draagt, geen ogenblik uit het oog mag

verliezen. De eisen, die aan hem

mogen worden gesteld moeten hem

tot de nodige bescheidenheid manen:

hij moet een ruime kennis en een

grote belangstelling hebben voor alle

gebieden van het maatschappelijk

leven, alsmede een sterk gevoel voor

actualiteit, objectiviteit en taal.

Uitvoerig ging mr. Rooy in op de

gevaren, die de pers bedreigen door

beïnvloeding van buiten af. Gelukkig

komt zulks in ons land slechts sporadisch

voor. Sprekend over de regionale

dagbladpers merkte hij op, dat

deze een minstens even belangrijke

functie vervult als de landelijke

bladen. Een dagbladwezen, dat alleen

pp de zg. „grote pers'' moet steunen,

is uit zijn evenwicht.

De overheid houdt over het algemeen

niet van de pers, aldus besloot

mr. Rooy, omdat zij zich op hetzelfde

terrein beweegt, namelijk het dienen

van het algemeen belang. Daarom

moet er een betrekking van wederzijds

vertrouwen tussen beide groeieiu

In zijn sluitingswoord sprak de

voorzitter de hoop uit, dat deze geslaagde

bijeenkomst van Zeeuwse

overheid en pers door andere gevolgd

zal mogen worden.

Het gezelschap bleef hierna nog

enige tijd onder het genot van een

borrel gezellig bijeen. F. A. R.

Overheidsvoorlichting

Het Contact-Centrum op voorlichtingsgebied

organiseerde een tentoonstelling

van posters en advertenties

der Britse' overheidsvoorlichting.

Op 8 September werd deze tentoon-

' stelling geopend door minister Prof.

Mr. P. Lieftinck, die in zijn openingswoord

wees op het grote belang van

goede overheidsvoorlichting in de

huidige maatschappij. De Minister

sprak de hoop uit, dat zij, die in

Nederland met het geven van overheidsvoorlichting

belast zijn, inspiratie

zouden putten uit het tentoongestelde

materiaal, waarbij hij met name

aandacht besteedde aan de „National

Savings"-campagne en het voorlichtende

werk, dat de onlangs opgerichte

Nationale Spaarraad thans te

doen staat.

Als onderdeel van het tentoonstellingprogramma

werd een bijeenkomst

gehouden in de Witte Sociëteit te

's-Gravenhage, waar twee Britse experts

op het gebied der overheidsvoorlichting

lezingen hielden.

Het uitzicht van de krant

Drukkerij-Uitgeverij „De Hofstad"

heeft aan haar relaties een circulaire

gezonden, waarin gewezen wordt op

het feit, dat de laatste tijd weer veel

van de beruchte diapositief cliché's

voor advertenties aan de uitgevers

worden toegezonden. Ook de lelijke

vette kaders worden veelvuldiger

aangeboden dan vroeger.

„De Hofstad" acht de op deze wijze

in de advertentiepagina's der tijdschriften;

optredende zwarte vlekken

weinig fraai en verzoekt de adverteerders

niet hun 'kracht te zoeken

in dit soort advertenties, die de aesthetlsche

vormgeving der tijdschriften

benadelen en minder succes bij

het publiek hebben dan men ervan

schijnt te verwachten.

De Oprechte Haarlemmer

In het „Haarlems Dagblad" lazen

wij:

Het verheugt het bestuur van de

Stichting Voorlichting, uitge'efster

van dit blad — welk bestuur bestaat

uit de heren B. F. Enschedé, Robert

Peereboom (gedelegeerd lid), mr. F.

J. D. Theyse en J. J. Thöne — mede

te kunnen delen dat gepleegd overleg

ertoe geleid heeft, dat de aloude

naam Oprechte Haarlemsche Courant

met de naam Haarlems Dagblad

wordt verbonden. Dit verklaart de

verandering in de kop van ons blad,

die de lezers vandaag ontwaren. Het

betekent dat de namen Haarlems

Dagblad en Oprechte Haarlemsche

Courant voorgoed verenigd zijn.<

De Oprechte Haarlemsche Courant,

opgericht in 1656 en in 1847 dagblad

geworden, was de oudste bestaande

courant in Europa.


Het Huis der* Nederlandse Pers

Amsterdam heeft zijn „Pershuis".

Of —• om meer waarheidsgetrouw te

citeren — een pand, dat op den duur

het „Huis van de Nederlandse Pers"

kan worden.

Zo heeft de directeur van het „Alg.

Handelsblad", de heer A. T. Boskamp

het Donderdagmiddag gezegd,

toen hij als voorzitter van het voorlopig

bestuur van het Instituut voor

Perswetenschap de persconferentie

opende, idle in het gebouw „Vrij Nederland"

aan de Herengracht 604

werd gehouden.

Collega's uit alle oorden des lands

waren hier bijeen gekomen om te

worden voorgelicht omtrent doel en

betekenis van twee onlangs opgerichte

stichtingen: ,,Het Instituut

voor Perswetenschap" en „de Nederlandse

Persbibliotheek", welke beide

in het gebouw „Vrij Nederland" zijn

gevestigd. Terwijl de aanwezigheid

van verschillende dagblad-directeuren

getuigde van de belangstelling, welke

men in de kring de „Ned. Dagbladpers

1945" heeft voor deze stichtingen,

een belangstelling, welke de donaties

uit die kring, die de verwezenlijking

der plannen mogelijk hebben

gemaakt, reeds zo duidelijk' hebben

geïlustreerd.

In deze persconferentie heeft Prof.

Dr. K. Baschwitz nadere mededelingen

over de beide instituten gedaan.

Het Instituut, dat in nauw contact

staat met de zevende faculteit der

Gem. Universiteit van Amsterdam

bedoelt bevordering van het wetenschappelijk

onderzoek van het perswezen

en aangrenzende gebieden en

opleiding van journalisten. Het Instituut,

welks cursussen waarschijnlijk

eind October zullen beginnen, kent

drie categorieën deelnemers: cursisten

zonder academische opleiding,

journalisten, die hun kennis willen

verrijken en studenten, die de journalistiek

ambiëren of een ander beroep,

waarvoor een toeter inzicht in

de journalistiek wenselijk is. Als docenten

treden op enige hoogleraren

en deskundigen uit het perswezen,

ook op het gebied van administratie,

reclame enz.

Overigens is zulk een opleiding,

hoe ontwikkelend ook, slechts een

verruiming van kennis. De journalistiek

leert men uitsluitend in de practijk.

Ook denkt het Instituut aan

vacantiecursussen buiten of op bepaalde

uren, bv. Zaterdagmiddagen,

evenals aan een levendig schriftelijk

verkeer. Verder zal,aan „de pratende

journalist", dus bij omroep of film,

aandacht worden gewijd.

Naast dit alles wil het Instituut

een centrum vormen voor een uitwisseling

van gedachten en ervaringen,

waarbij niet in de laatste plaats

gedacht is aan contact met collega's

en instellingen uit het buitenland.

Voordat het definitieve bestuur kan

worden samengesteld, zal de beslissing

van de Amsterdamse gemeenteraad

moeten worden afgewacht over

een subsidieverlening. Valt deze gun­

stig uit, dan zal het bestuur bestaan

uit vertegenwoordigers der gemeente

en der Universiteit van Amsterdam,

de donateurs-dagbladuitgevers en de

Nederlandse Journalistenkring.

De „Persbibliotheek" bedoelt te

worden een centrum van documentatie

en dank zij de medewerking der

Katholieke Universiteit te Nijmegen,

die aan haar opleiding voor journalisten

geen eigen documentatie-afdeling

zal stichten, zal dit Nederlandse

Persinstituut kunnen worden de centrale

instelling van het gehele land.

Er is reeds een kern voor de uitgebreide

en veelzijdige boekenverzameling,

die men hier hoopt te kweken,

nl. de vakbibliotheek van wijlen

A. J. Lievegoed, de pionier der perswetenschap

in ons land.

De Stichting „Nederlandse Persbibliotheek"

heeft tot heden 'n voorlopig

bestuur, welks taak het is een

definitief bestuur samen te stellen.

Volgens de stichtingsacte zullen in

't definitieve bestuur vertegenwoordigd

zijn: de Ver. „Nederlandse Dagbladpers

1945", de Federatie van Ned.

Journalisten, de Gemeentelijke Universiteit

van Amsterdam en de Katholieke

Universiteit van Nijmegen.

DE VAKOPLEIDING

De door het Bestuur van de

N.J.K. ingestelde commissie, welke

tot taak had een prae-advies

uit te brengen omtrent de vakopleiding

van journalisten, is met

haar werkzaamheden gereed gekomen.

Het rapport dat deze commissie

onder voorzitterschap van

coll. J. Schraver heeft opgesteld,

zal ingevolge een beslissing van

het bestuur aan alle leden worden

toegezonden.

Aan de afdelingen zal verzocht

worden over dit rapport vergaderingen

te beleggen en haar meningen

over de ingediende voorstellen

vóór 15 October a.s. aan

het bestuur kenbaar te maken.

Teneinde tot een goed resultaat

te komen is het van belang, dat

de leden met aandacht van het

rapport kennis nemen, daarover

hun oordeel vormen en de uit te

schrijven afdelingsvergaderingen

bezoeken.

De afdelingsbesturen ontvangen

over dit onderwerp nog nader bericht;

voor een vlotte gang van

zaken is het wenselijk dat zij reeds

thans 'met de te beleggen vergaderingen

rekening houden.

Amsterdam ontving de journalisten

't Was voor de buitenlandse, en

binnenlandse collega's, die de feesten

in Amsterdam hadden te „verslaan",

ongetwijfeld een aangename verrassing

en verpozing — dat rustige in

de Amsterdamse Raadszaal.

't Programma der feestelijkheden

was „zwaar bezet". Het journalistieke

werk was —• ondanks de „service"

van het Perscentrum (waarover

de Federatievoorzitter elders in

dit nummer schrijft) moeilijk en tijdrovend.

En voor een collegiaal „babbeltje"

— U weet wel, met zo'n tikje

„roddelarij" — was er weinig gelegenheid.

R.V.D. en Federatie hadden

zich er reeds tijdig op bezonnen, dat

er bij zulk een samentreffen van collega's

uit buiten- en binnenland toch

iets gebeuren moest. En het menu

van de maaltijd, de journalisten, die

in 1898 de inhuldiging van Koningin

Wilhelmina verslagen hebben, aangeboden

— welk menu coll. Schotel

op de in het Persmuseum georganiseerde

tentoonstelling aan bejer dagen,

had "opgehangen, (welk een waslijst!)

— riep herinneringen aanj>eter

dagen op.

Toen kwam onze oud-collega Mijk.

senaar, thans chef van de afd. Pers

en Propaganda der gemeente Amsterdam

op de goede gedachte: Het

gemeentebestuur van de „Kroningsstad"

ontvangt de buiten- en binnenlandse

journalisten ten Stadhuize.

En zo is 't geschied.

Zaterdag, in de namiddag, na de

eerste rijtoer van Koningin Juliana

door Amsterdam, ontving burge­

meester d'Ailly als een charmante

gastheer de uit buiten, en binnenland

naar Amsterdam gekomen journalisten

in de Raadszaal van het Amsterdamse

Stadhuis.

Na zijn waarderend welkomstwoord,

kreeg de Federatie-voorzitter,

Mr. M. Rooy gelegenheid de buitenlandse

collega's te begroeten. Coll.

Zanoli sprak namens het bestuur van

de Buitenlandse Persvereniging en

na diens Franse speech, beantwoordden

onze collega van de BBC en onze

Benelux-partner, onze collega van

,,Het Volk" in Gent namens de buitenlandse

gasten.

Neen, wij gaan die „speeches" niet

„verslaan". Vermelden alleen, dat ze

met elkaar nauwelijks een kwartier

in beslag namen. Voor het collegiale

„babbeltje" bleef er dus alle tijd en

de oud-vaderlandse drank, die burgemeester

d'Ailly deed serveren,

maakte mede, dat 't allemaal heel

genoegelijk was. En de burgemeester,

die toch waarlijk in deze dagen

buitengewoon bezet was, had niet de

minste haast! v. d. B.

JONGE

JOURNALISTIEKE KRACHT

biedt zich aan; ongeveer 1 jaar ervaring

en bijna de I.V.I.O.-cursus

doorlopen; leeftijd 26 jaar; het

meest bruikbaar in kunstredactie.

Brieven onder No. 45/48 aan „De

Journalist", N.Z. Kolk 28, Amsterdam-C.

17


\ .

Gemengd nieuws

Kennemer Journalisienver.

De tweede bijeenkomst in het seizoen

zal worden gehouden op Maandag

11 October om vier uur in een

per convocatie nader te melden gebouw.

De heer J. Fontijne, hoofdcommissaris

van politie te Haarlem, is

bereid een inzicht te geven in de

taak van de politie en de verhouding

tussen politie en pers.

In de tweede helft van October zal

een ledenvergadering worden gehouden.

Aan de orde zal komen de verkiezing

van'twee bestuursleden, wegens

periodieke aftreding van de collega's

J. C. Aschof en A. Overmeer. Herinnerd

wordt aan artikel 12 van het

afdelingsreglement „Elke groep van

drie leden heeft het recht candidaten

te stelle*! voor de bestuursverkiezing.

De namen der candidaten moeten

ten minste tien dagen voor de

vergadering aan de secretaris zijn

meegedeeld, die hen vermeldt op een

convocatie, welke een week voor de

vergadering aan dq| leden wordt toegezonden".

Namen van candidaten'

worden voor 10 October ingewacht

bij de secretaris.

Bestuursvergadering (U.K.

Op Zaterdag 25 September j.1.

kwam het bestuur van de N.J.K. in

vergadering bijeen. Met het. oog op

het ter perse gaan van dit nummer

moeten wij ditmaal met enkele grepen

uit het behandelde volstaan.

Tot vice-voorzitter wees het bestuur

aan coll. J. Sch'raver, tot tweede

secretaris coll. mevr. mr. M. van

Meurs—v. d. Burg.

Het rooster van jaarlijkse aftreding

der bestuursleden (art. 20 lid 2 der

Statuten) werd bij loting vastgesteld.

.In 1949 zullen aftreden de coll. J. J.

F. v. d. Bergh, mevr. mr. M. van

Meurs—v. d. Burg, G. Ballintijn en

mr. J. C. de Wit; in 1960 de coll. A.

J. Koejemans, C. A. Schilp, T. Dokter

en Jhr. J. W. J. Witsen Elias; in

1951 de coll. mr. M. Rooy, J. Schraver

en dr. E. van Raalte. De aftredende

leden van het dag. bestuur (de

eerstgenoemden van elke groep) zijn

ingevolge de Statuten onmiddellijk

herkiesbaar, de andere bestuursleden

niet. Coll. Dokter verklaarde dat hij

— daar hij weer te 's-Gravenhage

werkzaam is, zodat van de H.J.V.

thans twee leden in het bestuur zitting

hebben — voornemens was zijn

zetel bij de eerstvolgende verkiezing

beschikbaar te stellen.

Het bestuur nam kennis van het

door de Commissie Vakopleiding uitgebrachte

rapport en besloot dit aan

alle leden te ddten toekomen en het

advies der afdelingen in te winnen.

(Men zie het bericht hierover elders

in dit nummer).

Op de in November te houden bij- '

eenkomst van de Executieve der

I.O.J. zal coll. Rooy de Federatie

vertegenwoordigen.

18

Tot lid en plv. lid in de Raad van

Uitvoering van de CA.O. werden benoemd

resp. de coll. Rooy en K. Voskuil.

Het bestuur kon zich, behoudens

enkele wijzigingen, verenigen .met het

rapport, uitgebracht door een uit de

N.J.K., K.N.J.K. en uit omroepkringen

samengestelde commissie, welke

tot taak had te onderzoeken welke

omroep-medewerkers als journalist

kunnen worden beschouwd. De oprichting

van een sectie radio-journalisten

zal worden voorbereid. In een

volgend nummer zal op deze punten

uitvoeriger worden ingegaan.

Het vraagstuk-der P.C.J.V. inzake

haar toetreding tot de Federatie

werd besproken. De algemene vergadering

zal zich hierover echter nog

di'enen uit te spreken.

Gelukwensen aan Koningin Juliana

Op een op- 9 September j.1. ten

paleize op de Dam gehouden receptie

hebben de coll. Mr. M. Rooy en

J. J. F. v. d. Bergh, voorzitter en

secretaris van de N.J.K., aan H.M.

Koningin Juliana de gelukwensen

van de Kring overgebracht ter gelegenheid

van de troonsbestijging.

Vergadering der Executieve

De vergadering van de Executieve

der I.O.J. waarover wij in het vorig

nummer schreven, zou aanvankelijk

te Luxemburg worden gehouden. Een

deel der- leden van de I.O.J. bleek

echter de voorkeur aan Boedapest

te geven. Daar de andere leden zich

hiermede niet konden verenigen,

heeft de voorzitter van de I.Ö.J.,

coll.. Archibald Kenyon, voorgesteld

in November te Geneve te vergaderen.

"Vermoedelijk zal de keuze thans

op deze plaats vallen.

Nieuwe leden N. J. K.

Als lid van de N.J.K. werden toegelaten

de coll. D. A. Anema, Wielingenstr.

10 bei., A'dam; W. v. Bommel,

Ferd. Bolstraat 18, Alkmaar (De

Vrije Alkmaarder);" P. J/'Duinker,

Lijsterbesstraat 191, Den Haag (A.N.

P.); W. J. P. van Eijck, Bentinckstraat

140, Den Haag (Stichting

Landbouw); J. Hottentot, Golofkinstraat

53A, Zaandam, (Dagblad v. d.

Zaanstreek „De Typhoon"); J. J. F.

Kemminig, Prof. v. d. Waalstraat 65,

Haarlem (N.V. De Spaarnestad), G.

Th. Stavenuiter, Sijbrandsplein 7,

Ehkhuizen (N.V. Verenigde Noordhollandse

dagbladen); J. H. A. Vqjsrsema,

Weimarstraat 278, Den Haag;

A. Vegting, Herculesstraat 55AII, ,

Amsterdam (Dagblad Scheepvaart);

H. E. Zegers de Beyl, Lijsterbesstraat

183, Den Haag (N.V. De Indische

Courant); J. E. Calkoen, Driehuizerkerkweg

36, Driehuis (De IJmuider

Courant); A. J. van Dolron, Zwarte

Kijkerweg 73, Apeldoorn (Nieuwe

Apeldoornse Courant); Ad. Goede

(Nieuwe Drentsche Courant).

• Protest te Rome

Het Nederlandse gezantschap te

Rome heeft bij monde van de eerste

secretaris baron Van Lynden, bij de

Italiaanse regering geprotesteerd tegen

een beledigend artikel in het Italiaanse

geïllustreerde weekblad Europeo

over het koninklijk huis en het

Nederlandse volk naar aanleiding

van de jongste jubileums- en inhuldigingsfeesten.

Ter zake van een tweede artikel in

dit blad hebben de gezamenlijke Nederlandse

journalisten te Rome het

volgende telegram gezonden aan de

minister van Buitenlandse Zaken,

Sforza: .

„Ondergetekenden, Nederlandse

journalisten te Rome, protesteren

met klem tegen infame en schaamteloze

artikelen van Nicola Adelfi in

de nummers 151 en 152 van Europeo,

waarin het Nederlandse volk op de

meest grove wijze wordt beledigd in

zijn heiligste gevoelens voor zijn vorstenhuis

en waarin de gedragingen

van ons volk schandelijk worden

vervalst. Dergelijke artikelen vertroebelen

de goede verstandhouding

tussen Nederland en 'Italië, zijn onwaar

en beledigend voor iedere goede

smaak. Indien de Nederlandse journalisten

eenzelfde opvatting huldigden

inzake vervulling van hun plicht

als hun Italiaanse collega, dan zou

terecht hun uitwijzing uit Italië verlangd

kunnen worden. Zij verzoeken

Uwe Excellentie maatregelen te treffen

ter voorkoming van dergelijke

infamiteiten. De tekst' van dit telegram

zal in Nederlandse kranten

worden gepubliceerd, ondertekend

door alle te Rome aanwezige Nederlandse

journalisten."

De ondertekenaars van het protest

werden door de perschef van het

Italiaanse ministerie van Buiten*

landse Zaken ontvangen. Zij ontvingen

de mededeling dat graaf Sforza

een telegrafisch protest had verzonden

aan de hoofdredactie van „Europeo".

Zij kregen inzage van het antwoord,

dat in verontschuldigende

termen- was vervat met de belofte,

dat een rectificatie zou volgen.

Thans wordt onderzocht of er sprake

is geweest van belediging van een

bevriend staatshoofd, waarna eventueel,

gerechtelijke vervolging zal

worden ingesteld.

JONGE

VROUWELIJKE JOURNALIST,

21 jaar, twee jaar. ervaring in

streekverslaggeverij op vrijwel alle

gebieden, zoekt plaatsing bij dagof

weekblad, onverschillig waar of

in .welke, functie. Event, als redactie-secretaresse.

Is ook bekend

met het maken van kleine reportages,

en het verzorgen van kinderrubriek

en is gewend geheel

zelfstandig te werken.

Brieven onder No. 47/48, „De

Journalist", N.Z. Kolk 28, A'dam.


DE PERS IN DUITSLAND (li)

Zes weken na de officiële wapenstilstand,

op 27 Juni 1945, deden de

Amerikanen in Aken de eerste

Duitse krant verschijnen.

Op 31 Juli verscheen de „Frankfurter

Rundschau" in Frankfurt, op

5 September de „Rhein-Neckarzeitung"

in Heidelberg en op 6 October

de „Süddeutsche Zeitung" in München.

Pas daarna kwam een stroom van

kranten los, eerst in de Amerikaanse

zone, toen in de Franse en Britse en

tenslotte in de Russische zone.

Tegenwoordig zijn er in 't in vieren

gedeelde Duitsland 160 a 170 dagbladen

met meer dan 300 kopbladen.

De gezamenlijke oplaag bedraagt

naar schatting 17 a 18 millioen.

In 1932 verschenen er ongeveer

4700 dagbladen met een oplage van

bijna 50 millioen. Daar er toen zo'n

20 millioen gezinnen waren, betekende

dit, dat elk gezin meer dan

twee bladen las, tegen nu nauwelijks

één.

In de Amerikaans^ zone

verschijnen 46 dagbladen met een

gezamenlijke oplaag van circa 3,5

millioen. Deze bladen waren aanvankelijk

partijloos, maar op de duur

kwamen er toch weer enkele partijbladen

en dit zal nog toenemen wanneer

aanstonds de gapiersituatie het

toelaat.

De kranten in de Amerikaanse

zone hebben een eigen persbureau in

Bad Nauheim, de DENA (Deutsche

Nachrichten Agentur). Het staat hun

echter vrij zich ook te bedienen van

de beide Amerikaanse persbureau's

Associated Press en United Press,

waarvan de DENA eigenlijk niet

meer dan een verlengstuk is.

In de Britse zone telt men 50

bladen. In tegenstelling tot de Amerikaanse

zone zien we hier veel meer

partijbladen. De gezamenlijke oplaag

bedraagt ongeveer 8,5 millioen. Het

Britse persbureau is de DPD (Deut-

Een passende werkkring wordt

door

ALLROUND

REDACTEUR-VERSLAGGEVER

op korte termijn gezocht. Onverschillig

waar. Brieven onder No.

53/48, De Journalist, N,Z. Kolk 28,

Amsterdam.

Studeert Economie

Nieuwe mondelinge opleiding voor de akte

M.O. ECONOMIE

in alle grote steden

Prosp. en inl.: Instituut voor Sociale Wetenschappen

's-Gravenhage, Wassenaarseweg 39, Telefoon 775382

scher Presse-dienst) te Hamburg,

een verkleinde weergave van Reuter.

In de Franse zone is een opbouw

van de pers volgens een vast omlijnd

plan niet waar te nemen geweest.

Pas medio 1947 werd de pers daar

georganiseerd. In de drie landen van

de Franse zone — Land Baden, Land

Württembsrg Hohenzollern en Rheinland-Pfalz

— verschijnen nu acht

partijloze bladen, drie dito weekbladen

en twaalf partijbladen. In het

Saargebied verschijnen dan nog vijf

partijbladen en een partijloos blad.

De gezamenlijke oplaag bedraagt

circa 3 millioen.

Het persbureau in deze zone is de

SüDENA (Südwestdeutsche Nachrichten-Agentur)

in Baden-Baden.

In de Russische zone verschijnen

49 dagbladen, waarvan enkele

met kopbladen. Acht komen slechts

twee of drie maal per week uit. Er

zijn zes weekbladen.

Van de partijbladen behoren er elf

aan de Socialistische Eenheidspartij,

vijf aan de Christelijk-Democratische

Unie en vijf aan de Liberaal-Democratische

Partij. De totale oplaag

beloopt 4 a 5 millioen.

Wanneer men verder in aanmerking

neemt, dat er nog 160 periodieken

verschijnen, dan komt men tot de

overtuiging, dat ondanks de papierschaarste,

die obk in Duitsland

heerst, de pers in de Sowjet-zone er

lang niet slecht voor staat en van

die schaarste de minste last ondervindt.

De beste persen draaien er voor de

communistische bladen, die er over

het algemeen dan ook technisch zeer

goed verzorgd uitzien.

De kranten in de Sowjet-zone zijn

veelal groter dan die uit de andere

zones. Het orgaan van de Socialistische

Eenheidspartij „Neues Deutschland"

en het officiële Sowj et-orgaan

„Tagliche Rundschau" hebben bijvoorbeeld

een formaat van 45 bij 64

cm, de in de Britse sector van Berlijn

verschijnende „Telegraf'' en het

„Spandauer Volksblatt" b.v. 31,5 bh*

47 cm.

De bladen in de Oostelijke zone

zijn aangewezen op het onder Sowjet-

Russische controle staande persbureau

ADN (Allgemeinre Deutscher

Nachrichtendienst) te Berlijn.

Duitsland is thans noch een staat,

noch een natie, maar een land, dat

in vier zones en

zestien landen is

verdeeld, die al

naar gelang de aard

van huni bezetting

en ook landschappelijk,

economisch en

en politiek hun eigen

structuur hebben. Dit

komt ook tot uitdrukking-

in de aard

van de pers.

(Het Vrije Volk).

Perscentrum te Amsterdam

|"""|jE vorming van een centrum voor

*•" de pers in Nederland, de opvoering

van de journalistiek tot hoger

gehalte en dé opleiding van haar beoefenaren,

de inrichting van een documentatiecentrum

en het aanleggen

van een boekerij, dat zijn de doeleinden

waarop de {Stichtingen Nederlandse

persbibliotheek en Instituut

voor perswetenschap aan de universiteit

van Amsterdam zich richten

en v/aarvoor zij van alle zijden medewerking

hebben ontvangen. Ten aanzien

van de bibliotheek wordt de kern

gevormd door de collectie van wijlen

de pionier op het gebied van wetenschappelijke

journalistiek J. A. Lievegoed

— door zijn weduwe beschikbaar

gesteld — en van Nijmegen is

toezegging ontvangen dat men daar

geen .bibliotheek zal inrichten doch

aan de samenstelling ener te Amsterdam

gevestigde alle mogelijke

bijstand zal verlenen. Het instituut

voor perswetenschap richt zich dan

op de vorming van journalisten, aanvullende

oriëntering nopens journalistiek

en perswezen voor studenten,

die later in het maatschappelijk leven

functies vervullen, waarbij deze

kennis hun, bijv. als hoofdambtenaren

of in diplomatieke dienst, te

stade kan komen. Het instituut, dat

in nauwe betrekking staat me't de

universiteit van Amsterdam doch

zich daartegen niettemin in een volkomen

onafhankelijke positie schakeert,

zal door eigen krachten cursussen

doen geven en wil behalve dit

alles ook in zijn veste aan de Keizersgracht

604 een milieu worden

voor uitwisseling van gedachten en

ervaringen, waarbij tevens wordt gedacht

aan contact met collega's en

instellingen uit het buitenland.

Hulp voor geëmigreerde

Joegoslavische collega's

(N.R.C.)

De Unie van geëmigreerde journalisten

uit Joego-Slavië heeft zich tot

de Federatie gewend met een verzoek

om een aantal collega's te steunen

die tengevolge van het nazi-bewind

hun land moesten verlaten en daarnaar

niet konden terugkeren, daar

het huidige regiem het hun niet mogelijk

maakt hun beroep uit te oefenen.

De betrokkenen leven thans onder

moeilijke omstandigheden in

D.P. -kampen.

Onze verbannen collega's vragen

om kleding, schoeisel en voedsel. Het

N.J.K.-bestuur heeft besloten een bedrag

van ƒ 100.— te besteden voor

de te verlenen hulp, waarvoor de bemiddeling

van het Rode Kruis zal

worden ingeroepen. Ook de K.N.J.K.

stelde een gelijk bedrag beschikbaar.

Leden, die deze hulp-actie wensen te

steunen kunnen hun bijdragen storten

op postrekening 254336 ten name

van de penningmeester van de N.J.K.,

N.Z. Kolk 28, Amsterdam.

19


CHARÏVARIA

New look

Af en toe moet 'de journalistieke

stijl ook een r.ew look hebben (die

natuurlijk ook zo oud is als de weg

naar Kralinjgen). Eén begint, en weldra

lopen ze er allemaal mee:

Aan Rimbaud ontleend, is de stijl van

Claudel sterk symbolisch. (Tijd).

Virtuoos tekenaar met waterverf, was

Mauve één dier hartstochtelijke en hardnekkige

natuuraanbidders. (Parool).

Voortkomend uit de school van de.

symbolisten, onderscheidt hij zich toch

sterk van hen. (Parool).

Sentimenteel-romantische evocatie van

een voorbije tijd, heeft dit boek in Trilby

en Svengali zijn twee hoofdpersonen.

(Vrije Volk)'.

Hulp aam de vijand

Factisch' gelijke gezindheid. (Tijd).

Vanmorgen doorkruiste mijn vrouw dit

voorschrift. (Parool).

De uitlandse knix van de Surinaamse

vrouwen. (Volkskrant).

De v echte Grimmse sprookjes.

(Schoolblad).

Joseph Schreieder kon (als getuige

voor het Bijzonder Gerechtshof) geen

uitkomst geven. (Parool).

Oorlogsinvalide kinderen. (Parool).

Gelijk bekend is de suiker een concurrentie-artikel.

(Parool).

Wapensmokkel op grote schaal.

(N. R. C).

De smokkel van biggen neemt nog

steeds toe. (N. R. C).

Het binnensmokkelen van germanismen

helaas ook.

Engelse ziekte

Omdat de directeur eens uit wil vinden,

waar we ons in Europa eigenlijk

aan moeten gaan houden. (Vrije Volk).

Van paard gevallen en gedood.

(Vrije Volk).

Discipulus hoopt dat de daders hun

gerechte straf niet zullen ontgaan.

Er. zijn meer mensen nodig om Gods

wereld te weven in de fabriek van het

dagelijks leven (INT. R. C.).

Kijk eens in het woordenboek wat

fabric betekent.

' Engelse aandoenlijkheid

Het waren geen plichtmatige woorden

van dank, die tot de hötelière en haar

staf werden gesproken, maar zij kwamen

from the bottom of our heart,, zoals een

van de heren het aandoenlijk uitdrukte.

(Schoolblad).

Genealogische ontdekking

Twee prinsen uit het huis van Oranje:

Bernhard en Hendrik. (Trouw).

Discipulus heeft nog nooit in enige

stamboom prjBs Bernhard van Oranje

of prins Hendrik van Oranje kunnen

vinden, maar ihij! zal blijven zoeken.

Onze geleerden

Uit aethisch oogpunt. (N. R. C).

De statistische eléctriciteit bleek goed

bestudeerd te zijn.

(Meded. Min. v. O. K. en W.).

De faillure van het Rode Leger.

(Volkskrant).

Onze onnozelen

Hilversum verrastte door een 3—1zege.

(Zaanlander).

20

Het bewegelijke gaslicht, geweerkaatst

in het stille water. (Bredasche Crt.).

Als hoedanig?

Ds. W. beschikte over grote rhetorische

kanselgaven en genoot als zodanig

aanzienlijke roep in den lande. (N. R. C).

Burger in militair

De oud-commissaris, generaal prof. ir.

W. Schermerhorn. (Parool).

Militair in Burger

Schout-bij-nacht D. C. M. Hetterschij,

directeur-generaal over de onderzeeboot

K 18. (Parool).

Waaraan dan wel?

Ook de werkers van ons bedrijf maakten

een bijzonder fraaie indruk, hetgeen

niet in het minst te danken was aan de

fijne producten, welke zij meevoerden.

(Op eigen terrein).

Katholieke Oranjeliefde schaadt eenheid

Een Katholieke vorstin, zelfs begaafd

met dezelfde eigenschappen als de tegenwoordige

Prinses der Nederlanden,

zou niet zo makkelijk en zo ten nadele

van de onderlinge eenheid, de waarde- .

ring vinden, die de katholieken aan hun

christelijke Koningin hebben geschon-

• ken. (Linie).

Dichterlijke journalistiek

Perzië, land van Perzik, Poëzie en Petroleum.

Dichters, denkers en dictators

maakten geschiedenis. Raadsels op de

rotsen. (Koppen, boven één artikel, in

Kennemerland).

'Discipulus kan liet ook: Koud

kunstje in Kennemerland.

Vlagvertoon ,

band b 69 =

193) vlagvertoon bij koninklijk bezoek

aan de residentie ,

's-gravenhage 15/9. — ter gelegenheid van

de intocht van het verblijf van h. m. koningin

Juliana in de residentie zal van

overheidswege groot vlagvertoon plaats

hebben van 18 t/m 22 september.

(3880/3019/ar/jg/ (Telex)'

Vlagvertoon: het laten zien der

vlag, als vertoon van macht en wel

door middel van één of meer oorlogsbodems.

(Koenen - Endepols).

Personificatie der gedachten

In Rusland stond laaiend en ziedend

Vijfendertig' minuten hebben het

koninklijk gezin en zijn gasten Maandag

geposeerd.

Twee dagen lang heeft de fotograaf

Meyboom proefopnamen gemaakt,

waarbij zijn echtgenote als model

diende. >

Aanvankelijk was hier een gele

stof gehangen, maar deze kleur bleek

niet te bevallen.

Per vliegtuig spoedde Erwin Dolder

zich naar Zwitserland om daar

andere stof te zoeken.

(Volkskrant).

een nieuwe gedachte met het schuim op

de mond uit het volk op. —. De wijziging

van zijn ingesteldheid, de stofwisseling

der gedachten. (Elsevier).

De gedachten van Discipulus hebben,

hierbij de keel geschraapt en

langzaam het hoofd geschud.

Haareultuur

Het was kwart over twee toen het statige

zeepaleis zijn nauwe straten binnenvoer

om het Jaatste fragment van haar

lange reis af te leggen. (Parool).

Het nationalisme wordt door het cemmunisme

vaak als dekmantel voor haar

acties gebruikt. (N. R. C).

Waarop trakteerde Stalin?

Verder wilde Bedell Smith alleen nog

loslaten, dat Stalin: de Westelijke vertegenwoordigers

thee en koekjes had gepresenteerd.

(Vrije Volk).

Smith zei, dat er in die pauze thee en

gebak was geserveerd. (Waarheid).

Smith vertelde nog, dat hij en zijn collega's

kort na hun aankomst in het

Kremlin waren onthaald op thee en

koek. (Parool).

LAATSTE NIEUWS. Thee en gebak bij

Stalin. (Volkskrant).

De hemel zij dank dat er een N.R.C.

is, dacht Discipulus. Maar de N.R.C,

had! zijn kolommen voor degelijker

dingen nodig en zweeg over de tractatie.

't Kan natuurlijk ook zijn dat

hij de moeilijkheid uit de weg gegaan

ss

Van Schendel plagiator

De opstellen van P, C. Hooft en A. van

Schendel b.v. waren vaak woordelijk

gelijk. (Meded. Min. v. O. K. en W.).

Het trapt en het wipt

* Het deksel wipt op door op de pedaal

te trappen. (Groene). •

Hubert Cornèiisz. Staring

„Hoe genoeglijk rolt 't leven van de

landman heen", heeft eens de goede

Staring gezegd. (Leidsch Dbl.).

Stijl Arij Prins

Opvielen de Groninger klederdrachten.

(N. Leidsche Crt.).

Correspondentie •

Aan allen. Als U er iets aan vindt,

dank dan'de ongenoemde medewerkers

die 'knipsels stuurden en doe als

zii DISCIPULUS

Exacte berichtgeving of Hoe was het nu eigenlijk?

32 minuten: „even opletten''. Het

zijn 32 minuten geworden.

Maar toen waren de voorbereidingen

al achter de rug: proefopnamen

(met de verloofde van fotograaf Meyboom

als Koningin).

Met de draperie dreigde het Woensdag

te voren nog fout te gaan: de

kleur (room-wit) was te „warm".

. Toen kon Erwin Dolder, die even

heen en weer naar Zwitserland wou

vliegen om stof te halen, rustig blijven

zitten. (Vrije Volk).

More magazines by this user
Similar magazines