De praktijk van - Ecabo

ecabo.nl

De praktijk van - Ecabo

Meer over Levi

op de volgende

pagina…

Dé 10 zaken die

u als leerbedrijf

goed geregeld

moet hebben

p. 20

Hoe leren en

werken we over

25 jaar?

Drie experts over de werkvloer

van 2035 P. 10

Twee werelden

die dezelfde taal

gaan spreken

Verbeter het praktijkleren met subsidies

van Beroepsonderwijs in Bedrijf P. 25

# 3

sep 2009

jaargang 5

Praktijk is een

vaktijdschrift

over Praktijkleren

van de

kennis centra

beroePsonderwijs

bedrijfsleven

Calibris

ECabO

GOC

KEntEq

Vtl

Producten voor

leerbedrijven

op een rij

Waarvoor kunt u bij de vijf kenniscentra

van Praktijk terecht? P. 36

september 2009 PRAKTIJK 1


Inhoud

10

Hoe leren en werken

we over 25 jaar?

08 Pieter Jan Biesheuvel (Raad voor Werk en

Inkomen) wil iedereen bij de les houden op de

arbeidsmarkt

13 Haags cabaretier Sjaak Bral

laat zijn stagiairs los en ziet fantastische dingen gebeuren

20 Tien tips

Dé 10 zaken die uw leerbedrijf goed geregeld moet hebben

22 Bijna is het toch zover

Het competentiegericht onderwijs komt eraan

25 Gebruik die BIB-gelden

Verbeter het praktijkleren via Beroepsonderwijs in

Bedrijf

36 Winkelen bij de kenniscentra

Producten en diensten voor leerbedrijven

05 praktijkberichten

07 De praktijk van

15 Gastcolumn

16 onDerzoek onDer praktijkopleiDers

24 Wat bezielt jonGeren?

29 DaGboek van een mbo-leerlinG

38 nieuWs van De kenniscentra

40 De achterkant van De praktijkopleiDer

2 PRAKTIJK september 2009

TeCHnIek

14

18 30

InFORMATIeDIenSTveRLenInG

Simulatie is geen

computergame

34

leerlinG SCOTT:

‘Wij zijn

heel eerlijk

en direct

naar elkaar’

TRAnSPORT & LOGISTIek

Leerbedrijf TDS biedt

iedere leerling een kans

32

Intensieve opleiding

tot praktijkopleider

Op de cover

LevI HuTuBeSSy (18), BBL-LeeRLInG

- loopt stage bij grafisch bedrijf BWS

Excelsior BV in Haarlem

- is leerling op het Mediacollege

Amsterdam

Wat doe je voor opleiding?

Ik volg de 2-jarige opleiding Offsetdrukker

tweekleuren. Ik ben over en mag nog een

jaar stage lopen bij Excelsior. Als ik mijn

diploma heb, kan ik hier blijven werken en

nog een jaar doorleren voor Offsetdrukker

vierkleuren.

Waarom heb je hiervoor gekozen?

Het zit in de familie. Mijn vader is al 30

jaar drukker. Ik ben heel vaak mee

geweest naar zijn werk. Hij is ook dtp’er

en fotograaf. Alle drie de zonen hebben

één van zijn richtingen gekozen. Een is

dtp’er, de ander fotograaf en ik dus drukker.

Hoe ben je aan dit leerbedrijf gekomen?

Mijn vader heeft me hierbij geholpen,

maar ook de directeur van de school. Ik

GRAFIMeDIA

WeLzIJn

wilde namelijk stoppen met mijn opleiding.

Ze hebben op me ingepraat om te zorgen

dat ik blijf leren voor een diploma.

Wat vind je belangrijk op de werkvloer?

Een goede begeleiding. En dat krijg ik bij

Excelsior. Mijn begeleider brengt alles

met veel enthousiasme over. Hij vindt ook

dat ik het goed doe en dat ik de lesstof

snel oppak. Ik mag al alleen aan de

machine staan en dat geeft vertrouwen.

Wat staat voor jou voorop in het leven?

Mijn vriendin en ik hebben net een kind

gekregen. Onze zoon staat op de eerste

plaats. We kennen elkaar al heel lang en

het gaat allemaal goed. En ook mijn

familie is heel belangrijk voor mij. Zij

steunen en motiveren mij enorm.

Wat doe je in je vrije tijd?

Dansen en rappen. Ik treed soms op.

Mensen vinden mij via mijn hyvespagina,

waar mijn liedjes op staan.

TEKST els Frankenmolen FOTO remco bohle

Haagse bibliotheek

als the place to be

september 2009 PRAKTIJK 3


PRAkTIJk is het tijdschrift voor

praktijkleren in het beroepsonderwijs.

Het verschijnt vier

keer per jaar in een oplage van

111.000 en richt zich op

leerbedrijven, regionale

opleidingencentra, vmbo-

scholen, overheidsorganisaties

en andere partijen in het

beroepsonderwijs.

uitgever: ECABO, in nauwe

samenwerking met Calibris,

GOC, Kenteq en VTL. De

kenniscentra vormen de

schakel tussen bedrijfsleven

en beroepsonderwijs. Een

goede aansluiting tussen leren

en werken is het doel. Dit doen

zij door de erkenning en

begeleiding van leerbedrijven

en het onderhouden van de

competentiegerichte

kwalificatiestructuur.

Verder bieden ze effectieve

oplossingen om vraag en

aanbod op de arbeidsmarkt

beter op elkaar af te stemmen.

Redactie: Bart van den Born,

Karien Brinkman, Suzanne van

der Burgt, Famke Derksen, Els

Frankenmolen, Marleen Hallie

en Lucy Holl (hoofdredacteur)

Redactieadres: ECABO

Disketteweg 6, Postbus 1230,

3800 BE Amersfoort,

T 033 450 46 46

F 033 450 46 66

e praktijk@ecabo.nl

I www.ecabo.nl

Ontwerp: Lava grafisch

ontwerpers, Amsterdam

vormgeving: Def., Amsterdam

Druk: Thieme Rotatie

Overname van artikel uit

Praktijk is toegestaan met

bronvermelding.

Abonnement: PRAKTIJK wordt

kosteloos toegezonden aan

erkende leerbedrijven voor het

mbo in de sectoren van de

deelnemende kenniscentra.

En verder aan een keur aan

onderwijsinstellingen en

andere partijen in het

beroepsonderwijs.

voor informatie of wijzigingen:

T 033 450 46 39

F 033 450 46 57

Calibris is het kenniscentrum

beroepsonderwijs bedrijfsleven

voor zorg, welzijn en

sport. www.calibris.nl.

eCABO is het kenniscentrum

voor de economisch-administratieve,

ICT- en veiligheidsberoepen.

www.ecabo.nl.

GOC is het kenniscentrum

voor de grafimediabranche.

www.goc.nl.

kenteq is het kenniscentrum

voor werktuigbouwkunde/

metaal, elektrotechniek en

installatietechniek.

www.kenteq.nl.

vTL is het kenniscentrum

voor de transport en logistiek.

www.vtl.nl

FOTO bastiaan van musscher

Redactioneel

HeT LAnD HeeFT u nODIG

U weet het, het kabinet doet een dringend appél op u. Blijf jonge mensen

kansen bieden op uw werkvloer, ook al is het economisch tij ongunstig!

Straks heeft u ze ook weer hard nodig. Bied ze als vanouds stageplekken

of leerbanen aan, zodat ze niet aan de kant komen te staan. Dat is de

strekking van het Actieplan Jeugdwerkloosheid van Balkenende en

consorten. “Deze crisis raakt ons allen. Dat betekent dat een kabinet

nooit alleen zaken kan oplossen, daar heb je elkaar voor nodig”, zei

Balkenende het nog maar eens plechtig tijdens de persconferentie na

de eerste ministerraad na de zomervakantie.

De kenniscentra zijn volop bezig om hun aandeel te leveren aan het

Actieplan Jeugdwerkloosheid van het kabinet. Ze hebben hun actieplannen

opgesteld en zorgen voor verfijnde actuele stage- en arbeidsmarktinformatie

zodat knelpunten heel gericht aangepakt kunnen worden en

brengen alle mogelijke partijen bij elkaar. De contacten met het UWV

werkbedrijf en tal van gemeenten zijn intensiever dan ooit. De kenniscentra

hebben hun stage- en leerbanensite Stagemarkt.nl zodat leerlingen

snel inzicht krijgen in het aanbod en adviseren bedrijven één-op-één

over de beste aanpak in deze moeilijke tijden.

Aan gebrek aan geld zal het niet liggen. Het kabinet steekt € 100 miljoen

per jaar in de bestrijding van de jeugdwerkloosheid, en vanuit het

bedrijfsleven zelf komt – bijvoorbeeld via de sectorale O&O-fondsen

– liefst 110 miljoen om leerlingen op die werkvloer te houden.

Dus wat wordt uw inzet dit nieuwe schooljaar? Hebt u al bedacht hoeveel

BOL- en BBL-leerlingen er bij u welkom zijn? Hebt u het met uw adviseur

van het kenniscentrum al gehad over de financiële regelingen waarop

uw leerbedrijf wellicht een beroep kan doen? En twijfel vooral niet te

lang: bedenk dat opleiden nog immer heel leuk en leerzaam is voor uw

bedrijf. Haags cabaretier Sjaak Bral vertelt het mooi: lees op pagina 11

waarom hij het zo belangrijk vindt om jongeren in zijn bedrijf verder te

helpen in het leven.

Lucy Holl, hoofdredacteur Praktijk

l.holl@ecabo.nl

Hebt u nieuws over onderwijs

en arbeidsmarkt? Mail naar

praktijk@ecabo.nl.

vakcolleges techniek gaan als een trein

Dit nieuwe schooljaar zijn er al 26 Vakcolleges techniek

met in totaal 1200 leerlingen. Dat is een verdubbeling

sinds de start een jaar geleden. En de groei blijft er stevig

in, aldus het Platform Bèta Techniek. Het Vakcollege biedt

technisch talent een excellente vmbo/mbo-leergang.

Beroepstrots, een stevige relatie tussen leermeester en

leerling en veel inbreng van het bedrijfsleven staan

voorop. Kijk op www.hetvakcollege.nl

Barometer op onbestendig

Colo, de vereniging van de zeventien

kenniscentra voor beroepsonderwijs en

bedrijfsleven, heeft net voor de zomer

weer haar Colo Barometer uitgebracht met

de stand van zaken op de arbeidsmarkt en

op de stage- en leerbanenmarkt. Het

vraagt véél actie en samenwerking om

de verwachte tekorten aan praktijkleerplaatsen

te lijf te gaan (vooral voor

BBL-jongeren op leerwerkbanen).

Tegelijkertijd is in nogal wat beroepen de

vraag onverminderd groot. Dan gaat het

bijvoorbeeld om stuurmannen, applicatieontwikkelaars,

sociaal-pedagogisch

werkers en onderhoudstechnici.

Bekijk de Barometer op www.colo.nl

Leerling gezocht?

Stageplek in de aanbieding? Meld

het bij uw ROC of kenniscentrum.

Of kijk op www.stagemarkt.nl of

www.stagevinden.nl

“We moeten oppassen dat we niet van leerlingen

eisen dat ze te vroeg zelfstandig worden. Het

vraagt een gezonde balans tussen het zelfbewust

maken van leer lingen en ze bij de hand nemen.”

Voormalig hockeybondscoach Tom van ’t Hek over het competentiegericht beroepsonderwijs.

Hij is dagvoorzitter van CompetentCity op 12 oktober www.competentcity.nl,

het evenement waarbij bedrijfsleven en beroepsonderwijs elkaar treffen.

Praktijkberichten

4 PRAKTIJK september 2009 september 2009 PRAKTIJK 5

TEKST lucY holl

In actie tegen jeugdwerkloosheid

Geen jongere moet thuis ongewild op de bank zitten. De dertig arbeidsmarktregio’s

(met daarin partners als de gemeenten, UWV en de kenniscentra) hebben hun

plan getrokken voor de bestrijding komende tijd van de jeugdwerkloosheid. Het

kabinet steekt er 100 miljoen euro in. Langer doorleren en extra banen, leerwerkplekken

en stageplaatsen staan centraal. Het UWV zet bijvoorbeeld 200 jongeren

in als junior-werkcoaches.

Ook branches en sectoren zijn volop in actie. TechniekTalent.nu, waarin onder meer

FME-CWM, BOVAG, de Koninklijke Metaalunie, Uneto-Vni, Kenteq en de vakbonden

samenwerken, kwam met een noodpakket van 20 miljoen euro (uit opleidingsfondsen)

om leerwerkplekken in het technisch bedrijfsleven te behouden.

zet uw stagiair in het zonnetje

Van 9 tot en met 15 oktober is de eerste ‘6-daagse

beroepsonderwijs’. Met onder meer een conferentie

over de toekomst van het beroepsonderwijs en

een speciale-projectendag voor leerlingen.

Dinsdag 13 oktober staat in het teken van ‘Stagiair

on Stage’. De MBO Raad nodigt alle leerbedrijven

uit om hun stagiairs eens goed in het zonnetje te

zetten. Kijk voor het programma op

www. zesdaagseberoepsonderwijs.nl

vijf trends die werken

voorgoed veranderen

1. Sociale media breken door: alle

ICT zorgt voor continue beschikbaarheid

van werkgevers en

werknemers.

2. Thuiswerken wordt normaal: het

draait niet langer om aanwezigheid

maar om kwaliteit. En de

onderlinge contacten zijn er toch

via sociale media.

3. Duurzaam ondernemen wordt de

norm.

4. Kleine, creatieve flexibele bedrijven

gaan het helemaal maken: het

tijdperk van logge multinationals

is voorbij.

5. Grenzen tussen afdelingen,

tussen vestigingen, tussen

concurrenten, tussen consumenten

en producenten vervagen.

bron: flanders districts of creativity netwerk. Zie voor

meer toekomstverwachtingen het verhaal vanaf pagina 10.


Praktijkberichten

Bedrijfsleven over stages

- Bedrijven zijn niet helemaal tevreden over de voorbereiding op en

begeleiding tijdens stages.

- Stagiair én bedrijf krijgen onvoldoende informatie en voelen zich soms

aan hun lot overgelaten.

- Kenniscentra kunnen meer ondersteuning bieden.

- De meeste leerbedrijven hebben te maken met diverse ROC’s met elk

hun eigen ideeën en systematiek.

- Het competentiegericht onderwijs zorgt voor zelfstandigere leerlingen

op de werkvloer, maar vergt extra werk qua feedback en beoordeling.

bron: ‘beroepspraktijkvorming in het mbo’ van Mkb­nederland en vno­ncw na onderzoek onder zo’n 250

actieve leerbedrijven.

… en maakt harde afspraken

De MBO Raad, MKB-Nederland, VNO-NCW, de samenwerkende

kenniscentra en het ministerie van OCW hebben

meteen een BPV-protocol opgesteld om de knelpunten

daadwerkelijk aan te pakken. School en bedrijf gaan meer

in overleg, per regio of sector komt er meer uniformiteit, de

match tussen leerling en leerbedrijf krijgt meer aandacht,

en zo nog een heel stel punten. Aan de leerbedrijven wordt

regelmatig gevraagd of ze écht verschil merken.

Kijk op www.mkb.nl voor het complete BPV-protocol (zoek

op ‘BPV-protocol’).

De Google onder de stagesites

De samenwerkende kenniscentra

hebben Stagemarkt.nl gelanceerd,

voor een perfecte match tussen

leerbedrijf en mbo-leerling. Mboleerlingen

vinden op de site het

actuele aanbod aan stages en

leerwerkbanen (BOL en BBL) van

de ruim 190.000 erkende leerbedrijven.

Ze kunnen zo veel gerichter

solliciteren. Dat leidt tot een betere benutting

van de capaciteit bij de leerbedrijven. De

leerbedrijven kunnen hun stages en leerbanen

aanmelden via hun kenniscentra.

Stagemarkt.nl vervangt niet de decaan of

stagecoördinator op school. Het is vooral een

handig, onafhankelijk, interactief platform

vol actuele stage-informatie. De kenniscentra

zijn een campagne gestart in het mbo onder

de noemer ‘Wat nou stage? Regel het gewoon

zelf!’. Kijk eens op www.stagemarkt.nl

6 PRAKTIJK september 2009

Werkplekleren: meer dan stage en bpv

Mini-onderneming, leerafdeling, leerfabriek,

praktijkcentrum. Het zijn allemaal vormen van

werkplekleren. Het boekje ‘Werkplekleren: meer

dan stage en bpv’ van MBO2010 staat vol met

aansprekende voorbeelden, compleet met de

pro’s en contra’s. Download het via

www. mbo2010.nl (kijk bij ‘werkplekleren’)

vier à vijf uur

❏ Een leerbedrijf steekt gemiddeld

vijf uur begeleidingstijd per week (200

uur per jaar) in een BBL-leerling (met een

leerwerkplek). Voor de BOL-stagiair (met

vaste stageperioden) is dat vier uur

per week (164 uren per jaar).

De helft gaat zitten in de directe

begeleiding. Verder vragen het opstellen van

leerwerkplannen 15%, interne afstemming

13%, overleg met school en kennis centrum

10%, en administratie en coördinatie

11% van de tijd.

kwetsbare stagiairs

Let goed op uw stagiairs, uitzendkrachten en gedetacheerden.

Die hebben meer kans op een ongeluk op het

werk. Ze zijn minder ervaren en krijgen niet altijd de

juiste instructie en voorlichting over veilig werken. De

Arbeidsinspectie controleert er dit jaar daarom extra op.

Als de werkomstandigheden van stagiairs niet in orde

zijn, spreekt de inspectie ook de school aan op haar

verantwoordelijkheid.

Wat vindt ú daar nu van?

verleent u enthousiast uw medewerking als het

ROC een leerling een complete proeve van

bekwaamheid bij u wil laten doen? Of vindt u

die examinering op de werkvloer te veel van het

goede? In een volgend nummer van Praktijk

schrijven we erover. Mail uw ideeën naar

praktijk@ecabo.nl

De praktijk van:

Viviënne Donkers

naam: Viviënne Donkers

Bedrijf: Arrondissementsparket Breda

Functie: Sectiehoofd Administratie

Bijzonder: het Arrondissementsparket Breda heeft administratieve

medewerkers en stagiairs een training-op-maat gegeven over

‘Diversiteit op de werkvloer’.

“Op een gegeven moment werkten binnen

onze administratie veel stagiairs van

allochtone afkomst. Tegelijkertijd hebben

we ook best wat medewerkers met een

allochtone achtergrond in dienst en merkten

we dat de communicatie niet altijd even

soepel liep. Er was soms onbegrip en

frustratie. We zagen cultuurverschillen en

bijvoorbeeld ook mentaliteitsverschillen

tussen oudere medewerkers en schoolverlaters

die net in dienst kwamen. Als

organisatie willen we diversiteit juist

benadrukken, maar op de werkvloer werkte

dat nog niet zo.

We namen contact op met onze adviseur van

kenniscentrum ECABO. In dit blad Praktijk

had ik gelezen dat ECABO naast reguliere

trainingen voor praktijkopleiders ook

maatwerk kan leveren. Samen met ECABO

zijn we gaan kijken naar een specifieke

training over diversiteit. De trainers interviewden

mensen over hun ervaringen en

ontwikkelden de training ‘Diversiteit op de

werkvloer’. Onderwerpen als normen en

waarden, wederzijdse beeldvorming en de

invloed van taalgebruik, houding en gedrag

zijn aan bod gekomen. We hebben vooral

ook veel praktijkvoorbeelden besproken.

Alle medewerkers en stagiairs van de

administratie zijn uitgenodigd om de

training te volgen. Dit riep aanvankelijk wat

weerstand op. Het bleek echter dat de

training nodig was. We hadden bijvoorbeeld

toevallig net een bedrijfsuitje, maar dat viel

in de Ramadan. Voor de moslimcollega’s

betekende dit een hele dag op pad terwijl ze

niets aten. Dus niet iedereen wilde mee.

Andere collega’s reageerden wat geïrriteerd,

want ‘daar kiezen ze toch zelf voor’. Dit was

een mooi voorbeeld om het belang van de

training te benadrukken.

Naderhand zagen we duidelijke veranderingen.

De medewerkers hebben veel meer

inzicht in en begrip voor elkaar gekregen,

waardoor ze nu beter samenwerken. Op de

werkvloer ontstond een chemie tussen

medewerkers die er voorheen niet was.

Mensen zoeken elkaar meer op. Als ze er

met hun onderlinge verschillen mogen zijn

en de cultuurverschillen waarderen, dan

biedt dit een grote meerwaarde.

De andere arrondissementsparketten kijken

met veel interesse naar onze aanpak. Het

krijgt ongetwijfeld een vervolg. Dit traject is

overigens een absolute aanrader voor elke

organisatie die met veel verschillende

culturen te maken heeft. Er is bij ons een erg

goede werksfeer ontstaan en mensen zijn

erg gemotiveerd. Als medewerkers zich

thuis voelen, zetten ze zich ook meer in. Dat

klinkt logisch, maar het is best lastig om ze

zover te krijgen. Deze training heeft daar

enorm bij geholpen.”

OOk BeHOeFTe AAn een

TRAInInG-OP-MAAT?

De kenniscentra beroepsonderwijs

bedrijfsleven hebben een uitgebreid

pakket trainingen voor bijvoorbeeld

praktijkopleiders. Daarnaast kunnen

ze trainingen compleet afstemmen op

de specifieke situatie in uw bedrijf.

Informeer bij uw adviseur naar de

mogelijkheden.

TRAInInG-OP-MAAT

TEKST suzanne van Der burGt

FOTO rainier isenDam

september 2009 PRAKTIJK 7


Stellingen

8 PRAKTIJK september 2009

PIETER JAN BIESHEUVEL, VOORZITTER VAN DE RAAD VOOR WERK EN INKOMEN

‘Partijen kunnen

hier alleen sámen

sterker uit komen’

TEKST lucY holl FOTO’S De beelDreDactie

Buiten de vertrouwde eigen kaders denken, is de oplossing voor de huidige crisis.

“Dé oplossing bestaat niet in deze gecompliceerde crisis. De arbeidsmarkt ging in een vaart en

over een breedte naar beneden, dat is niet bij te houden. We proberen te dempen, schokbrekers

aan te brengen via werktijdverkorting of deeltijd-WW. De meest uiteenlopende partijen in de regio

zoeken elkaar meer dan ooit op, bijvoorbeeld in vele mobiliteitscentra of poortwachterscentra.

Ze zijn écht bereid om passende oplossingen te vinden, en denken ook búiten hun eigen sectoren.

De aandacht voor scholing is daarbij een belangrijke pijler. Die moeten we vasthouden.”

Laat het bedrijfsleven óver de crisis heen kijken, naar wat er dan op hen afkomt op de arbeidsmarkt.

“Het gaat slecht in bijvoorbeeld de auto-industrie. Maar straks hebben ze hun medewerkers wel

weer nodig. Dus massaal vakmensen laten vertrekken richting een sector als de zorg, is ook niet

de bedoeling. De crisis verhult de komende vergrijzing en de toekomstige behoefte aan stevig

gekwalificeerde medewerkers. Dus kijk niet naar de krimpende arbeidsmarkt nu, maar vooral

naar de verwachte tekorten straks. We moeten natuurlijk reëel zijn. Hoe overbrug je als werkgever

koste wat kost een moeilijke periode waarvan je niet eens weet hoe lang die duurt?”

Pas op voor het discouraged worker effect, voor mensen die de arbeidsmarkt teleurgesteld de

rug toekeren.

“Je ziet jongeren die een vervolgopleiding kiezen. Dat is deels een oplossing voor de huidige

entreewerkloosheid. Dan heb je degenen die achteroverleunen en denken dat het toch niets

meer wordt. Voor mensen die afdwalen, wordt herin treden steeds lastiger.

Ze verliezen hun competenties, inzetbaarheid en motivatie. Die onderbenutting

is op den duur zeer slecht voor onze economie. De hoofdstelling

is dus: ‘Houd iedereen bij de les op de arbeidsmarkt’.”

De nieuwe Wet Investeren in Jongeren (WIJ) die gemeenten verplicht om jongeren

een leerwerkaanbod te doen, is het ei van Columbus.

“Ik heb er hoge verwachtingen van: geen jongere zonder opleiding, baan of stage, is

het streven. We kunnen de rol van werkgevers en werknemers benadrukken, maar de

gemeenten hebben ook een belangrijke rol. Die nieuwe WIJ is bedacht toen er nog

geen crisis was, hoewel een daling in de economie er altijd aan kan komen. De partijen

moeten oplossingen vinden en die jonge mensen toch opnemen om ze arbeidsfit te

houden.”

Pieter Jan Biesheuvel is onafhankelijk

voorzitter van de Raad voor Werk en Inkomen.

Hij zat zestien jaar in de Tweede Kamer voor

het CDA. De raad telt vertegenwoordigers van

werkgevers, werknemers en gemeenten en is

overlegorgaan en expertisecentrum. Onlangs

verscheen de Arbeidsmarktanalyse 2009.

Die is te downloaden via www.rwi.nl

Laat leerlingen langer in de schoolbanken blijven zitten: het mes snijdt aan alle kanten.

“Het is goed als ze versterkt die arbeidsmarkt opkomen, want werkgevers willen hoger gekwalificeerde

mensen. Er moet natuurlijk wel de infrastructuur voor zijn. Het zijn mooie verhalen,

maar de scholen moeten die grotere stroom leerlingen wel aankunnen. De stelling blijft overeind,

maar het is de vraag wat dat betekent voor de capaciteit, zeker nu we het competentiegericht

onderwijs hebben met zijn grote nadruk op de praktijk. Het vraagt veel creativiteit en samenwerking

van de scholen, leerbedrijven en kenniscentra om dat praktijkleren in te vullen.”

kwaliteit en kennis, daar draait het om op de nederlandse arbeidsmarkt.

“Natuurlijk, al blijft het handwerk zeker overeind naast het denkwerk. Nederland heeft heel

veel serviceachtige mogelijkheden, van huismeesters tot ondersteunende functies bij

bijvoorbeeld winkels of zorginstellingen. Dus mensen hóeven niet allemaal door naar de

hoogste mbo-niveaus. Upgrading is mooi, maar vergeet degenen niet die dat niet

aankunnen. Als je een jongere stimuleert om door te stromen, is dat prima. Zit het er niet

in, dan ben je nog niet verloren. Zoek het bijvoorbeeld in deelcertificaten als een

complete opleiding theoretisch te zwaar is voor iemand.”

Bedrijven zouden zich veel drukker moeten zich veel drukker maken over de

ontwikkeling van hun mensen.

“Een denktank onder leiding van oud-minister Rogier van Boxtel heeft zijn

plannen over een leven lang leren klaar. De denktank bepleit een wettelijk

verplicht werkleercontract: werkgever en werknemer gaan jaarlijks na welke

scholing wenselijk is. Veel bedrijven maken zich drukker dan ooit over scholing,

al is het net als bij de jeugdopleiding in het voetbal. Je steekt er veel tijd en geld in,

en intussen is de vraag: leid ik ze niet op voor Italië en Spanje?

Grijze pakken in besturen weten niet wat er echt leeft onder de mensen op de werkvloer.

De oplossingen die wij in onze grijze pakken aandragen, hebben pas kans van slagen als ze

aansluiten op wat leeft in bedrijven. We moeten mensen moed inpraten. En ze moeten zich

realiseren voor wat voor risico’s we staan. Als we niets doen op die arbeidsmarkt en de

economie trekt weer aan, dan kunnen we er onvoldoende van profiteren en komen we in de

achterhoede van Europa. Zijn jongeren voldoende doordrongen van de ernst van de situatie?

Dat denk ik zeker, maar hun vertrouwen in de toekomst en in zichzelf is groot.”

september 2009 PRAKTIJK 9


TeCHnIek

GOuDen TIP

vOOR LeeR-

BeDRIJven

Marc veldhoven:

“Investeer in

opleiding,

training en HRM.

Daar zit je

concurrentievoordeel

in de

kenniseconomie.

En voel je

eigenaar van de

mbo-scholen in

de regio. Oefen

waar je kunt

invloed uit ten

gunste van je

eigen bedrijf.”

10 PRAKTIJK september 2009

DRIE ExPERTS OVER DE WERKVLOER IN 2035

Hoe werken en leren we over 25 jaar?

Competentiegericht onderwijs, ontgroening, vergrijzing,

internationalisering, automatisering, economische crisis:

het houdt de werkvloer in veel bedrijven flink in beweging.

Waar gaat dat naartoe tussen nu en pakweg 25 jaar?

Drie experts geven hun visie op de werkvloer van 2035.

TEKST paul vooGsGerD FOTO’S DE BEELDREDACTIE/THEO SCHOLTEN

MARC veLDHOven is voorzitter van het college van

bestuur van ROC De Leijgraaf. Daarnaast is hij procesmanager

Realisatie Competentiegericht Onderwijs voor

MBO 2010. Dat ondersteunt mbo-scholen bij het realiseren

van competentiegerichte opleidingen.

WeLke MeGATRenDS STAAn OnS Te WACHTen OP

1 De WeRkvLOeR?

“Ik zie drie belangrijke ontwikkelingen: 1) Het beroepsonderwijs

zal in initiële vorm steeds korter worden. De

frequentie van opleiden tijdens het werkende leven

neemt daarentegen steeds verder toe. 2) Leren wordt 24

uur per dag, 7 dagen in de week, 365 dagen per jaar. Met

name via e-learning gaan steeds meer mensen studeren

waar en wanneer zij willen. 3) Duaal leren wordt steeds

belangrijker. Onderwijs en bedrijfsleven zullen samen tot

meer maatwerk komen op dit gebied.”

2

WAT IS HeT veRSCHIL TuSSen De vAkMenSen

vAn nu en DIe In 2035?

“In het kleinbedrijf zul je geen grote verschillen zien:

vakmanschap blijft vakmanschap. Maar in het middenbedrijf

wordt meer flexibiliteit en innovatief vermogen

gevraagd. We gaan van reproduceren naar creëren en

produceren. Dat is nog sterker in het grootbedrijf. Om

daar te overleven, is veel creativiteit nodig!”

HOe BLIJvenD IS HeT COMPeTenTIeGeRICHT

3 OnDeRWIJS?

“Heel blijvend. Juist deze vorm van onderwijs sluit goed aan

bij de innovativiteit, creativiteit en flexibiliteit die we nodig

hebben, willen we ons welvaartsniveau vasthouden.”

HOe kunnen OnDeRWIJS en BeDRIJFSLeven

4 SAMen HeT BeSTe InSPeLen OP De TOekOMST?

“In toenemende mate zal dit in samenwerkingsverbanden

tussen beide partijen gaan plaatsvinden. Je ziet nu bijvoorbeeld

al steeds meer praktijkleercentra ontstaan. Ook

zullen scholen en bedrijven veel concreter gaan samenwerken

op HRM-gebied; wie heb je nodig en hoe kan het

onderwijs daar een rol in spelen? Daarnaast verwacht ik

steeds meer bovensectorale en regionale samenwerking.”

5

HOe zIeT De PRAkTIJkOPLeIDeR AnnO 2035

eRuIT? OF BeSTAAT DIe DAn nIeT MeeR?

“Ze zullen er zeker nog zijn maar er zal meer sprake zijn

van een opleidend team. De junioren binnen het team

leren van de senioren, zeg maar leermeester-gezel. Maar

gezel-leermeester zul je ook zien. De innovatie komt de

bedrijven binnen via de junioren.”

“Innovativiteit, creativiteit en flexibiliteit

hebben we nodig”

“Competentiemanagement wordt

heel belangrijk”

BeRT SMIT is directeur van het ROI utrecht, een opleidingsbedrijf

voor de installatietechniek met opleidingen in de

elektrotechnische en werktuigbouwkundige sector. Smit

staat bekend om zijn toekomstgerichte visie; in de techniek

maar ook over de grenzen van sectoren heen.

WeLke MeGATRenDS STAAn OnS Te WACHTen?

1 “Er gaat een ongekende specialisatie plaatsvinden.

Beroepen op de mbo-niveaus 2 en 3 zullen meer door

elkaar gaan lopen. Daarboven hebben we fijnbesnaarde

vakmensen nodig die zich dus vergaand specialiseren.

Er komt een sectorale uitstroom die 100% de verantwoordelijkheid

wordt van het bedrijfsleven. Er komen bedrijfsscholen

die eigendom zijn van de branches. Voor het

algemene deel van de opleiding zorgt een ROC.”

2

WAT IS HeT veRSCHIL TuSSen De vAkMenSen

vAn nu en DIe In 2035?

“Competentiemanagement wordt heel belangrijk. Over 25

jaar is nog maar zo’n 20 procent van de medewerkers in

vaste dienst. Veel vakmensen worden opgeleid tot ondernemer.

Bedrijven huren hen in als contracter, als ZZP’ers,

voor een klus op basis van hun competentieprofiel. Wel

krijgt iedere leerling een coach die hem begeleidt naar

vakvolwassenheid en hem inwijdt in de geheimen van een

contracter.”

GAAT HeT eCOnOMISCH Denken HeLeMAAL

3 PLAATSMAken vOOR DuuRzAAM Denken?

De industrie gaat gestuurd worden door een duurzame

economie. Het kan niet anders dan dat in 2035 ieder

gebouw, iedere auto, machine, jas, trui of schoen volledig

recyclebaar is. We krijgen een maatschappij die draait op

waterstofgas, windenergie, zonne-energie en biogas.

4

WAT zIJn Dé COMPeTenTIeS vAn De TOekOMST?

“Flexibiliteit, ondernemerschap en eigen verantwoordelijkheid.

Achterover leunen kan niet meer. Wie wil

werken moet aantoonbaar kunnen maken wat hij kan.”

IS De PRAkTIJkOPLeIDeR eR nOG In 2035?

5 “Zijn rol blijft. We moeten af van het idee dat je naar

school gaat om een vak te leren. Daarvoor ga je naar een

opleidingsbedrijf. Ook het idee van jaarklassen moeten we

loslaten. Je gaat een tijdje naar het opleidingsbedrijf en

komt dan bijvoorbeeld een jaar lang niet terug.”

GOuDen TIP

vOOR LeeR-

BeDRIJven

Bert Smit:

“Ga als bedrijf,

alleen of samen

met andere

bedrijven, een

strategische

alliantie aan met

het onderwijs. Er

moeten regionale

opleidingsbedrijven

komen waar

een ROC bij in

kruipt.”

september 2009 PRAKTIJK 11


Download gratis de

Hiteq-publicatie

‘Permanent

competent’ van Koen

Dingemans over

toekomstige kansen

en risico’s voor

medewerkers in de

techniek. Kijk op

www.hiteq.org

GOuDen TIP

vOOR LeeR-

BeDRIJven

koen Dingemans:

“Omdat op de

werkvloer

verschillende

generaties

samenwerken,

moeten we open

staan voor de

meerwaarde

daarvan. Accepteer

dat niet iedereen

hetzelfde is en

profiteer door

ieders kwaliteiten

te herkennen en

erkennen.”

12 PRAKTIJK september 2009

“Werken à la carte, aangepast

aan je eigen bioritme”

kOen DInGeMAnS is programmaleider Onderneming en

Arbeid bij innovatiecentrum Hiteq. Hij houdt zich bezig

met thema’s als ‘Medewerker van de Toekomst’, ‘Sociale

Innovatie & Bedrijfsstructuren’ en ‘Globalisering en

Europeanisering van de arbeidsmarkt’.

WeLke MeGATRenDS STAAn OnS Te WACHTen?

1 “De eerste trend is al gaande: mondialisering. Je ziet

een internationale uitwisseling van arbeidskrachten en

werkplekken. Ook de ICT blijft voor vernieuwing zorgen.

Het gaat steeds sneller. Daardoor zijn minder handen

nodig maar ontstaan ook nieuwe beroepen. In 2035 zijn er

ongetwijfeld beroepen die we nu nog niet kennen. En ook

de individualisering, de ‘vrijetijdscultuur’ zet door. We gaan

naar ‘werken à la carte’, aangepast aan je eigen bioritme.”

WAT IS HeT veRSCHIL TuSSen De vAkMenSen vAn

2 nu en DIe In 2035?

“Je moet hier het onderscheid maken tussen de productieindustrie

en de klantgerichte industrie. In de productie

speelt ICT een steeds grotere rol en lopen mensen het

risico overbodig te worden. In de klantgerichte industrie

ontstaat behoefte aan medewerkers die servicegericht

maatwerk kunnen leveren. En door de toenemende

aandacht voor ecologie en duurzaamheid, wordt van hen

ook kennis op dit gebied verwacht.”

WAAR HeeFT De ARBeIDSMARkT vAn De TOekOMST

3 BeHOeFTe AAn: HOGeR OPGeLeIDen OF JuIST

MenSen DIe ‘een DRuk OP De knOP’ kunnen Geven?

“Ik chargeer: aan geen van beide. Er zal vooral behoefte

zijn aan middelbaar opgeleiden die mee kunnen en willen

denken. De knoppendrukker zal in de marge gedrukt

worden en hoger opgeleiden als ingenieurs en architecten

worden de ‘denktank’. Het zal zaak zijn talentvolle lager

opgeleiden te scholen tot goede procesbeheerders.”

4

ALS We LAnGeR MOeTen DOORWeRken, STAAn

We STRAkS MeT veLe GeneRATIeS OP De WeRkvLOeR.

WAT HeeFT DAT vOOR COnSequenTIeS?

“Het wordt een heel dynamische werkvloer maar ook met

het risico van onbegrip. Jongeren zijn individueler, mondiger

en houden van vlakke structuren. Ze accepteren wel het

gezag van de ervaren praktijkopleider die hen het vak

leert, maar niet als je zegt dat iets zo gebeurt ‘omdat we

het al 25 jaar zo doen’.”

HOe zIeT De PRAkTIJkOPLeIDeR AnnO 2035 eRuIT?

5 OF BeSTAAT DIe DAn nIeT MeeR?

“Misschien heet hij anders maar hij zal er zeker nog zijn.

We zullen altijd leerlingen in de praktijk blijven opleiden,

zeker in de techniek. De taken van de praktijkopleider

zullen wel veranderen en dat vraagt om een andere set

competenties. Ik geloof dat visies en meningen over de tijd

(her)ontdekt worden. Mogelijk is over 20 jaar de ambachtsschool

weer helemaal terug.”

Dossier

Sjaak Bral

op De Werkvloer met:

Sjaak Bral

Haags cabaretier en praktijkopleider

TEKST KARIEN BRINKMAN foTo BRAL PRODUCTIES

“Na de havo heb ik de hbo-opleiding Maatschappelijk

werk gedaan. Vanuit die opleiding

liep ik stage bij het Servicebureau Zuid-

Holland, bij het onderdeel contactpunt

Jongerenwerk. Ik was er een heel jaar lang

fulltime aan het werk en kreeg veel vrijheid.

Mijn eigen initiatief werd op prijs gesteld en ik

heb vanuit deze stage ook meegeholpen aan

de oprichting van het Haags Popcentrum.

Ik was destijds al behoorlijk assertief, ik ben

echt een type dat meteen de handen uit de

mouwen steekt en kijkt waar of van wie ik iets

kan leren. Ik werd begeleid door een zeer

ervaren sociaal werker. Ik ben erg positief

over de manier waarop hij dat deed en heb

nog steeds heel goede herinneringen aan die

man. Ik kreeg alle ruimte als stagiair en hij

stond voor me klaar als er iets was. Hij gaf me

heel veel duidelijkheid over wat er wel of niet

mogelijk was. Echt een topvent.

Mijn eigen bedrijf, Bral Producties, is ook een

erkend leerbedrijf. Normaal gesproken hebben

we één stagiair per jaar en bieden we ook

snuffelstages voor een maand aan. De meeste

leerlingen komen van RoC Zadkine in Rotterdam

en dan vanuit de richting multi media. Wij

krijgen voornamelijk jongens over de vloer die

meewerken aan de technische onderdelen in

het theater, zoals het licht en geluid. Ik vind

het enorm belangrijk dat deze jongens goed

begeleid worden. Het is niet de bedoeling dat

ze bij ons kabels gaan sjouwen!

Er is één persoon binnen het bedrijf verantwoordelijk

voor de begeleiding van de stagiairs. Bij

de snuffelstages mogen de leerlingen veel

zien en kunnen ze vaak mee naar opdrachten

op locatie. De stagiairs die langer blijven

krijgen veel verantwoordelijkheid. Ik heb zelfs

een stagiair gehad die de lichttechniek van

een voorstelling volledig zelfstandig heeft

gedaan. Als je verantwoordelijkheid geeft,

dan kunnen er ook fouten gemaakt worden.

Dit is niet erg, mits er maar een betrouwbare

begeleider is die ze in de gaten houdt en die

voor ze klaar staat. Echt, als je ze loslaat,

gebeuren er de meest fantastische dingen!

Jongeren moeten veel tijd krijgen om in de

praktijk het vak te leren. Er is op de werkvloer

meer gelegenheid voor één-op-één begeleiding

dan op school en dat geeft veel meer kans op

succes. Je kunt jongeren motiveren en ze

laten zien waar hun talenten liggen. Ik vind

het erg belangrijk om jongeren verder te helpen

in het leven en help daar graag op mijn manier

‘in het klein’ aan mee.”

De vloer op

september 2009 PRAKTIJK 13


TRAnSPORT en LOGISTIek

Simulatie is geen

computergame

Begin dit jaar opende kenniscentrum vTL

(transport en logistiek) een compleet

vernieuwd Trucksimulatiecentrum in Houten.

een virtuele wereld, waarin (beginnende)

beroepschauffeurs leren in te spelen op veel

voorkomende verkeerssituaties, maar ook

op mist, linksrijden, lekke banden, weigerende

remmen en onhandige paaltjes. De simulatoren

behoren tot de meest innovatieve van

nederland.

TEKST marleen hallie FOTO’S vincent boon

In het centrum worden zowel beroepschauffeurs als

BBL’ers opgeleid. De BBL’ers combineren werken en

leren en doen de opleiding Chauffeur goederenvervoer.

In groepen van acht personen doorlopen ze een

programma, waarbij ze afwisselend achter het stuur

zitten of de ‘computer based training’ volgen. Die bevat

extra informatie over zaken als de tachograaf, lading en

veiligheid. Na deze intensieve dag ‘op de weg’ stappen

de BBL’ers in een echte truck bij een verkeersschool,

om vervolgens hun rijbewijs C en CE (met oplegger) te

behalen.

LeeRzAAM

Daan Beckers en Jan Krul begeleiden de groepen. Daan

Beckers: “Sinds de nieuwe Europese Richtlijn Vakbekwaamheid

moeten chauffeurs 35 uur cursus per 5 jaar

volgen; op onze simulatoren of bij een verkeersschool.

Dat heeft dus behoorlijk wat gevolgen voor de 140.000

beroepschauffeurs in ons land. De meesten hebben er

weinig trek in en daarom zetten we ze, als ze hier

komen, altijd een beetje op een voetstuk. Wanneer je ze

erkent als vakmensen, kun je ze makkelijker motiveren.

Aan het eind van de dag hoor je dan meestal wel dat het

toch heel leerzaam is geweest.”

OMGeDRAAID

Ook de BBL-leerlingen moeten soms even wennen. Bij

hun transportbedrijf hebben ze vaak al even mogen

rijden en dan is een simulatie toch anders. Ondanks de

echte cabine, het brede blikveld en de spiegels, is de

situatie omgedraaid: de chauffeur zit stil en de wereld

om hem heen beweegt. Voor ongeveer 5% van de deel-

nemers is de simulator dan ook minder geschikt.

Voor het merendeel is het een uitkomst: situaties

die ze in het echte leven liever niet tegenkomen,

kunnen ze hier keer op keer oefenen.

Het trucksimulatiecentrum is officieel gecertificeerd

door het CCV (onderdeel van het CBR) en neemt

examens af in opdracht van het ministerie van

Verkeer en Waterstaat. Met de certificering is het

simulatiecentrum een ideale plek voor de nascholing

en het opleiden van chauffeurs.

SCenARIO’S

Rondom het centrum in Houten is een denkbeeldige

cirkel getrokken met een straal van ongeveer 100

kilometer. Vrijwel alle jongeren in dat gebied beginnen

hun opleiding met een dag op de virtuele vrachtauto.

Ze ‘vertrekken’ op een verlaten landweggetje en

worden daarbij geholpen door de computerstem van

Sofie. Zij legt hen stap voor stap uit hoe alles werkt.

Via honderden scenario’s komen de deel nemers

steeds een stapje verder: een auto langs de kant van

de weg, een tegenligger, een verkeerslicht, een

dorpje, inparkeren en daarbij ook die voetganger in

je spiegel opmerken.

Geen SPeLLeTJe

Jan Krul zit nu alweer ruim een jaar bovenin de

controlekamer en houdt de verrichtingen van de vier

chauffeurs nauwlettend in de gaten. Met behulp van

een geavanceerd programma kan hij terugzien of

een oefening correct is uitgevoerd. Soepel rolt hij

met zijn bureaustoel op en neer om iedereen de

benodigde aandacht te geven. “Ging hartstikke

goed, man! Je was alleen wel vergeten richting aan

te geven.” Het blijkt niet mee te vallen. Er wordt

daarom ook altijd benadrukt dat een simulator geen

computergame is. Een 18-jarige gaat straks echt

met 50 ton de weg op en dient dat serieus te nemen.

BeWuST

De deelnemers komen moe maar voldaan weer naar

buiten. Daan Beckers: “Het is een zeer intensieve

dag en aan het eind gaat het kaarsje echt uit. Maar

het is ideaal dat dit mogelijk is en ik weet zeker dat

deze vorm van leren de toekomst heeft. In diverse

Europese landen gebruiken ze mobiele simulatoren,

maar dat is voor ons nog te duur. Het feit dat je

situaties kunt trainen die in de praktijk nauwelijks

voorkomen, maakt van de deelnemers goed voorbereide

en bewuste chauffeurs. En daar doen we

het allemaal voor!”

14 PRAKTIJK september 2009 september 2009 PRAKTIJK 15

Column

Ton de Bruine, directeur van Brinks Metaalbewerking

in Vriezenveen en vice-voorzitter

van FME-CWM, de branchevereniging voor de

technologisch-industriële sector.

Blijf gericht opleiden

Nu het economisch slecht gaat, is het dé tijd om personeel bij

te scholen, roept de overheid. Het achterliggende idee

ondersteun ik natuurlijk van harte: trek medewerkers naar

een hoger niveau van kennis en competenties zodat Nederland

mee blijft spelen in de wereld. Maar het moment van opleiden

is minstens zo belangrijk. Als ik mijn mensen nú op cursus

stuur, bijvoorbeeld om een complex besturingssysteem in de

vingers te krijgen, en ze doen een half jaar of langer helemaal

niets met die kennis omdat het werk simpelweg niet voorhanden

is, dan is dat absoluut weggegooid geld.

Het is te makkelijk om te zeggen van ‘nu is er tijd over, dus

hup, allemaal aan het leren.’ Als je praat over technische

vaardigheden waar je vervolgens maanden niets mee doet,

dan is die kennis simpelweg alweer verwaterd of verouderd.

Een ondernemer denkt misschien dat hij goed bezig is, maar

ik waag de effectiviteit te betwijfelen. Bovendien is het voor

de medewerkers ook niet motiverend als ze er toch niet

meteen iets mee kunnen op de werkvloer.

Tegelijkertijd kan ik me overigens niet herinneren dat we ooit

niet opgeleid hebben in dit bedrijf. We zitten eigenlijk voortdurend

in een veranderingsproces. Onze mensen moeten zich

steeds weer aanpassen, en mee met de snelle technische

ontwikkelingen. Ik ben echter zeer voor maatwerk en de

juiste timing. ‘Dit zijn onze behoeften en ontwikkel daar maar

iets voor’, roep ik tegen een opleidingsinstituut.

De grote kansen voor opleiders, van ROC’s tot commerciële

aanbieders, liggen in dat leveren van maatwerk. Bedrijven

eisen flexibiliteit. Te veel opleidingen zijn nog helemaal niet

afgestemd op het huidige technologieniveau en het behoeftepatroon.

Er zit vaak zo veel bekende stof en overbodige

ballast in voor mensen die al een tijdje op de werkvloer

rondlopen. Mensen willen in heel korte tijd heel veel informatie

te vergaren. Dus moet er heel efficiënt en gericht opgeleid

worden. Ik roep dat al een hele tijd en langzaam valt dat

kwartje ook wel.

Een ander probleem is overigens

dat een flink deel van met name

wat lager opgeleide medewerkers

zelf niet zo zeer de behoefte

heeft om bij te scholen. Ze hebben

er niet altijd zin in, zeker als ze er

ook eigen tijd in moeten steken.

Het is omdat het moet van boven.

Hoger opgeleiden, zeg maar

vanaf mbo-niveau 3, nemen wel

zelf initiatief. Mijn motto: bij

blijven leren moet. Maar wel via

maatwerk en op het juiste moment.


Onderzoek

helemaal mee eens

grotendeels mee eens

grotendeels mee oneens

helemaal mee oneens

weet niet/geen mening

bron: tns niPo

GROOT PRAkTIJk-OnDeRzOek

TNS NIPO stuurde in opdracht van Praktijk een online

enquête naar praktijkopleiders van erkende leerbedrijven.

De kenniscentra gebruiken de resultaten bij de verbetering

van hun dienstverlening.

Deel 1: hoe denken de praktijkopleiders over hun stagiairs?

Deel 2: hoe staat het bedrijfsleven tegenover opleiden?

Deel 3: Wat heeft een goede praktijkopleider in huis?

Deel 4: Hoe innig is de relatie met school en kenniscentrum?

GROOT PRAKTIJK-ONDERZOEK (4): HOE INNIG IS DE RELATIE MET SCHOOL EN KENNISCENTRUM?

Graag méér contact

in de driehoek

Scholen en kenniscentra kunnen meer

resultaat halen uit de samenwerking met de

leer bedrijven. De leerbedrijven willen over

het algemeen intensiever contact, bijvoorbeeld

over hun stagiairs of over de ontwikkelingen

in het onderwijs. Dat blijkt uit het grote,

online Praktijk-onderzoek waaraan ruim

vierduizend praktijkopleiders meededen.

“kom bij ons eens regelmatig van gedachten

wisselen.” TEKST lucY holl, i.s.m. tns nipo BEELD lava

“Luister goed, kijk goed en houd de communicatielijnen

kort.” “Zorg voor een warme relatie.” “Bezoek de leerling

tijdens zijn stage persoonlijk.” “Verhoog de frequentie

van de contacten.” Het zijn zo maar een paar van de

vele tips die de ondervraagde praktijkopleiders hebben

De ROL vAn De SCHOLen

0 10 20 30 40 50 60 70 80 90 100

voor de onderwijsinstellingen en kenniscentra. Ze zijn

er trots op dat ze jongeren op hun werkvloer kunnen

opleiden, maar een steviger onderling contact in de

driehoek bedrijf-school-kenniscentrum is gewenst.

Dat komt overeen met wat MKB-Nederland en VNO-

NCW onlangs concludeerden na onderzoek bij actieve

leerbedrijven (zie pagina 6).

DuIDeLIJke veRWACHTInGen

Bijna de helft ervaart bijvoorbeeld onvoldoende steun

vanuit school bij het begeleiden van de leerlingen.

Zowel vóór als tijdens de stageperiode willen de

praktijkopleiders expliciet horen wat er van hen

verwacht wordt en dat vraagt om goede communicatie.

“Leerlingen kunnen niet goed vertellen waaraan een

goede stage moet voldoen en welke stadia daarbij horen.

Dat moeten school en kenniscentra communiceren”,

benadrukt iemand.

scholen kunnen meer halen uit De relatie

met onze orGanisatie

scholen hebben een GoeDe kijk op Wat Wij

noDiG hebben als leerbeDrijF

scholen verlanGen te veel van onze

orGanisatie

Wij krijGen volDoenDe steun vanuit De

school bij het beGeleiDen van staGiairs

scholen moeten in De klas meer aanDacht

besteDen aan De staGevoorbereiDinG

orGanisaties moeten een Grotere rol krijGen

in het beoorDelen van staGiairs

Laat stagiairs een database vullen

met hun ervaringen, zodat andere

leerlingen beter onderbouwd kunnen

kiezen voor hun stageplaats

Houdt speeddate bijeenkomsten

voor bedrijven

en leerlingen

Zie overleg niet als verplicht

nummer maar als een

waardevol onderdeel van de

samenwerking

Tips van

praktijkopleiders

Probeer de leerlingen ervan te

overtuigen dat een juiste werk ­

houding het halve werk is

kORTe LIJnen

Houd de lijnen tussen school en werkvloer vooral kort,

komt steeds weer terug in de antwoorden. “Zorg voor

één aanspreekpunt en kom regelmatig kijken bij een

leerling. Nu moeten we zelf vaak bellen of mailen.” Kortom,

de school kan zich intensiever met de begeleiding van

haar leerlingen bezighouden. “Dat is arbeidsintensief

voor de stagedocenten, maar wel érg belangrijk voor de

leerling.”

GOeDe GeSPRekSPARTneRS

De praktijkopleiders zijn over het algemeen tevreden

over de adviseurs van hun kenniscentrum. Het zijn

goede gesprekspartners, al zouden ook zíj hier en daar

meer begeleiding kunnen bieden aan zowel de praktijkopleiders

als de stagiairs. “Blijf goed op de hoogte van

de dagelijkse gang van zaken bij de stagebedrijven.

Weet wat er speelt”, knoopt een praktijkopleider zowel

de ROC’s als de kenniscentra in de oren.

MeeR SuBSIDIeS

De praktijkopleiders zijn hongerig naar informatie, over

de stagiairs die zij in huis krijgen en bijvoorbeeld ook

over nieuwe ontwikkelingen in het onderwijs. Scholen

en kenniscentra moeten zich dus vooral niet op de

achtergrond houden. Ze zouden zich bovendien hard

Organiseer een stagemarkt

waar bedrijven zich

kunnen presenteren aan

leerlingen

Wees heel duidelijk over

aantal stagedagen, stageuren

en stagebezoeken

Zorg dat bedrijven niet

te veel tijd kwijt zijn met

formele zaken regelen

moeten maken voor méér subsidies en fiscale voordelen.

“Inwerken bij ons kost minimaal een maand. Voordat

een leerling echt mee kan werken, hebben we er een

hoop tijd en geld in geïnvesteerd. Het is eigenlijk te gek

voor woorden dat bedrijven hiervoor niets ontvangen,

maar wel een stagevergoeding betalen.”

ARBeIDSeTHOS

Ook iets dat vaker terugkomt in onderzoek is de magere

stagevoorbereiding. Volgens ruim driekwart van de

praktijkopleiders kan die beter. Op school moet aandacht

besteed worden aan arbeidsethos en gedrag op

de werkvloer. “Leerlingen moeten weten dat werken in

de realiteit heel anders is dan via de computer of uit de

boeken.” Ook kan de school de leerling stimuleren om

van tevoren meer met zijn stage bezig te zijn. “Het is

geen kwestie van op de gok kijken hoe het loopt.

Duidelijke opdrachten maken het voor iedereen veel

prettiger.” Vaak hebben stagiairs geen idee wat hen te

wachten staat, merkt iemand op. “Zorg dat leerlingen

weten wat ze er willen leren en wat zij komen brengen.”

ROC’s en kenniscentra kunnen hun voordeel doen met

de onderzoeksresultaten. En wellicht komt veel al goed

met de verdere invoering van het competentiegericht

leren: mbo-leerlingen stappen binnenkort doelgerichter

en met meer kijk op de praktijk de werkvloer op.

16 PRAKTIJK september 2009

september 2009 PRAKTIJK 17


GRAFIMeDIA

18 PRAKTIJK september 2009

“KIJKEN NAAR WAT IEMAND NEERZET, LOS VAN UITERLIJK OF ACHTERGROND”

Leerbedrijf TDS biedt

iedere leerling een kans

Tweede worden als bedrijf én als praktijkopleider bij GrafimediaMasters

- de verkiezing van het beste leerbedrijf en de beste praktijkopleider van het

GOC. Dat overkwam TDS Printmaildata in Schiedam dit voorjaar. Het gevoel

van ‘net niet’ is er nog wel een beetje. Maar wat overheerst is de wetenschap

dat hun werk hoog wordt gewaardeerd, benadrukken praktijkopleider Rahim

Ali en technisch directeur Carl Smit.

TEKST paul vooGsGerD FOTO'S joYce van tienen

De nummers 2 en 3 in de verkiezing zijn eigenlijk van

gelijk kaliber als nummer 1. Eigenlijk had het ex aequo

moeten zijn.” Dat zegt de jury van GrafimediaMasters

over de uitslag bij de praktijkopleiders. De jury moest

kiezen en wees Rob Wanrooij van Senefelder Misset

aan als winnaar. Maar de waardering voor het werk van

Rahim Ali was zeker zo groot. “Rahim is een begenadigd

praktijkopleider. Het is hem gelukt een hecht team te

maken van mensen met verschillende culturele achtergronden”,

aldus de jury. Directeur Carl Smit onderschrijft

dat van harte: “Hij bouwt heel zorgvuldig het respect

binnen het team op en investeert sterk in geven en

nemen. Daarmee ontwikkelt hij zijn medewerkers tot

flexibele vakmensen die ook bereid zijn voor elkaar iets

te doen.”

veeL nATIOnALITeITen

TDS is een full service dienstverlener op het gebied van

grafimedia en erkend leerbedrijf van het GOC. Het

bedrijf investeert nadrukkelijk in mensen en is heel

bewust maatschappelijk betrokken. Dat waardeert de

jury: “TDS geeft blijk van maatschappelijke verantwoordelijkheid;

er zijn faciliteiten voor moeilijk lerende

kinderen, langdurig werklozen en gedeeltelijk arbeidsongeschikten”,

aldus het juryrapport. “We kijken alleen

naar wat iemand neerzet, los van zijn uiterlijk of achtergrond”,

zegt Smit daarover. Het bedrijf werkt in het

gebied van het Grafisch Lyceum Rotterdam. De school

signaleert een toenemende belangstelling voor creatieve

beroepen onder allochtone Nederlanders. Ook ‘Trends

in de creatieve industrie’, het meest recente trendrapport

van Kenniscentrum GOC, maakt melding van die

groeiende interesse. Bij TDS weten ze er alles van. Het

team van Rahim Ali bestaat uit acht medewerkers onder

wie mensen uit Irak, Thailand en Suriname. Ook de

maatschappelijke achtergrond van de medewerkers is

heel verschillend. “We hebben een voormalig kok,

iemand die koerier is geweest en ook iemand de bij

wijze van spreken zo van de straat komt”, vertelt Ali.

Aan hem de taak daarvan een hecht team te smeden.

“Al tijdens zijn opleiding tot praktijkopleider is Rahim

begonnen met het opzetten van de nabewerkings afdeling.

We wilden een team dat breed inzetbaar is.

Iedereen moet elkaars werk kunnen doen. Zo’n team

heeft Rahim van de grond af aan opgebouwd.”

WIJ zIJn HeT BeDRIJF

Gelijkwaardigheid is daarbij een belangrijk sleutelwoord.

De medewerkers moeten mij niet zien als hun

baas”, zegt Ali. “Ik ben een van hen en wil iedereen het

gevoel geven dat hij erbij hoort. En ik wil ook niet dat

mensen denken in termen als wij en zij. Wij zijn het

bedrijf, met z’n allen. Dat gevoel moet iedereen hebben,

vind ik. En een snijder is bij ons niets meer dan een

inpakker; er is geen verschil in de zin van hoog en laag.”

Ook geven en nemen hoort bij het leiderschap van Ali.

“Neem bijvoorbeeld het gebruik van een mobiele

telefoon. Je kunt wel zeggen dat je die niet op de

werkvloer wilt, maar daar wordt de sfeer niet beter van.

Dan gaan ze wel naar de wc om te bellen. Als je er

flexibel mee omgaat, maken medewerkers er geen

misbruik van en bellen ze alleen als het echt nodig is.”

veILIGe LeeROMGevInG

Het is een goed verhaal van Smit en Ali. Het verhaal van

een productiebedrijf waar het draait om de mensen.

Niet voor niets heeft TDS geen moeite met het vervullen

van vacatures. “Leerlingen komen hier graag en als er

plaats is, blijven ze na de opleiding bij ons”, vertelt

Smit. “We ontvangen regelmatig scholen hier en bieden

ook snuffelstages aan. Ieder jaar hebben we – naast

BBL-leerlingen – ook altijd twee of drie stagiairs.”

Rahim Ali biedt ze een goede en veilige omgeving om

het vak te leren. “Als je iedereen het gevoel geeft dat hij

erbij hoort, ontstaat er al heel snel een hecht team.”

Het GOC-rapport ‘Trends in de creatieve industrie’ is

te downloaden via www.goc.nl (‘productaanbod’>

‘publicaties’)

HeT GeHeIM vAn PRAkTIJkOPLeIDeR RAHIM ALI

1. biedt bandbreedte voor vrijheid van handelen

Maak geen punt van kleine dingen. Als je mensen

wat ruimte geeft, is de werksfeer beter en gaan

zij ook niet snel op hun strepen staan.

2. Ga altijd in gesprek en respecteer de mening van

de ander

Praat en luister en probeer de ander met

argumenten te overtuigen. En geef het ook toe

als de ander gelijk heeft.

3. Geef mensen het gevoel dat ze erbij horen

Dat doe je ook door rekening te houden met

ieders persoonlijke achtergrond en omstandigheden.

4. blijf rustig en bewaar je geduld, ook onder druk

Als je als praktijkopleider laat zien dat stress

niet nodig is, nemen je medewerkers daaraan en

voorbeeld.

5. bewaar kritiek tot een rustig moment

Iedere dag ‘zeuren’ werkt averechts. Wacht een

paar dagen, misschien gaat het over. Als dat niet

zo is, neem de medewerker dan apart en bespreek

het rustig.

september 2009 PRAKTIJK 19


Tips

20 PRAKTIJK september 2009

10 tips over belangrijke

zaken om te regelen

rondom stages

Wanneer u een stagiair selecteert, is

een goede match tussen uw leerbedrijf

en de leerling van groot belang. Maar

zorg vooral ook dat u voorafgaand aan

de stage een aantal zaken goed regelt.

Tien tips als u in zee gaat met een BOLleerling.*

TEKST lucY holl

1

BeSTeeD AAnDACHT AAn De

PRAkTIJkOveReenkOMST

De beroepspraktijkvormingsovereenkomst (kortweg

POK) is het contract tussen uw bedrijf, de leerling en de

onderwijsinstelling. De school maakt die overeenkomst

op en legt daarin afspraken vast over bijvoorbeeld de

duur van de stage en het aantal klokuren, de begeleiding

en de beoordeling. Zie het kader rechtsonderaan.

2

BeDenk WAT u WILT MeT De STAGeveRGOeDInGen

In sommige CAO’s staan afspraken over stage- en

onkostenvergoedingen (bijvoorbeeld voor reiskosten),

maar in veel sectoren bent u niet verplicht om iets te

betalen. Een vergoeding werkt natuurlijk wel motiverend.

U bent ook niet verplicht om geld aan een eventueel

school- of stagefonds te betalen. Informeer bij belastingdienst

hoe het zit met loonheffingen.

3

LeT OP ARBeIDSTIJDen en vRIJe DAGen

Voor stagiairs is net als voor uw medewerkers

de arbeidstijdenwet van toepassing. Let goed op de

regels die gelden voor de vaak jonge leerlingen (zie

http://arbeidsinspectie.szw.nl). In de praktijkovereenkomst

staat hoeveel uren iemand moet werken in de

afgesproken periode en de school kan u het aantal vrije

dagen doorgeven. Stagiairs hebben niet altijd automatisch

vrij in schoolvakanties. Maak daarover dus goede

afspraken.

4

CHeCk ReGeLS OMTRenT veILIGHeID en

GezOnDHeID OP De WeRkvLOeR

De werkgever is volgens de Arbowet verantwoordelijk

voor de veiligheid en gezondheid van de eigen werknemers,

uitzendkrachten, vrijwilligers én stagiairs.

Jongeren met weinig werkervaring lopen extra risico’s.

Zorg voor een veilige werkplek en zo nodig voor werkkleding.

Besteed bij het inwerken en begeleiden extra

aandacht aan mogelijke risico’s.

5

WeeT HOe HeT zIT MeT veRzekeRInGen

Uw stagiair is niet verplicht verzekerd in de zin

van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,

maar wel in de zin van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening

jonggehandicapten (Wajong). Wie een

stagevergoeding krijgt, is bovendien verzekerd voor

de Ziektewet. U hoeft echter geen premies te betalen.

Betaalt u een stagevergoeding, dan is de inkomensafhankelijke

bijdrage van de premie zorgverzekering

voor uw rekening. Kijk op www.uwv.nl

6

kIJk WAT u MOeT DOen ALS een STAGIAIR

SCHADe OF LeTSeL OP zOu LOPen…

In de praktijkovereenkomst is vaak het een en ander

geregeld over de aansprakelijkheid. Belangrijker is dat

een leerbedrijf volgens de wet aansprakelijk is voor

letsel of schade die een stagiair oploopt tijdens de

stage tenzij de schade het gevolg is van opzet of

bewuste roekeloosheid van de stagiair. Het kan dus

verstandig zijn een aansprakelijkheidsverzekering af te

sluiten of te controleren of stagiairs vallen onder de

verzekering die uw bedrijf heeft voor de medewerkers.

7

…OF ALS De LeeRLInG zeLF SCHADe

veROORzAAkT

Vaak heeft de betrokken onderwijsinstelling een

WA-verzekering of een collectieve verzekering voor

alle leerlingen. Of het kan zijn dat uw leerbedrijf een

WA-verzekering voor al zijn stagiairs heeft. Zowel

school als leerbedrijf is dit echter niet verplicht.

8

Denk nA OveR De GeHeIMHOuDInG

U kunt als leerbedrijf aan uw stagiairs vragen om

bedrijfsinformatie geheim te houden of vertrouwelijk te

behandelen. Dit soort zaken kunt u regelen in een eigen

stageovereenkomst (als aanvulling op de praktijkovereenkomst

die de school opstelt). Zo kunt u ook aangeven

wat niet in een stageverslag mag komen.

9

WeeT HOe HeT zIT MeT vOORTIJDIG

BeëInDIGen vAn De STAGe

Een stage kan voortijdig eindigen als u als leerbedrijf

vindt dat uw leerling zich niet aan de afspraken houdt.

De school kan ook stellen dat uw leerbedrijf niet naar

behoren functioneert. En de leerling kan zelf zijn stage

verbreken in ‘zwaarwegende omstandigheden’. Bent u

ontevreden over de leerling, schakel dan de school in.

Een goed gesprek kan wellicht voorkomen dat de stage

beëindigd moet worden.

10

kRuIS ALLe uITSPRAken AAn DIe OP u vAn TOePASSInG zIJn.

We hebben vaste afspraken over

vergoedingen voor stagiairs.

Er is bij ons veel oog voor veiligheid

op de werkvloer, zeker ook als

het stagiairs betreft.

Ik weet wat voor eisen er gelden

voor de werktijden voor jongeren.

We stellen voor elke stagiair een

gedegen praktijkovereenkomst op.

De aansprakelijkheid bij letsel of

schade is goed geregeld.

Ik weet wie ik moet benaderen als

ik met vragen zit.

uITSLAG

vRAAG SCHOOL OF kennISCenTRuM-

ADvISeuR OM RAAD

Hebt u vragen over vergoedingen, verzekeringen, of wat

dan ook, klop dan vooral bij uw contactpersoon van

school of uw adviseur van het kenniscentrum aan.

0-1 punten: u kunt zeker meer

aandacht besteden aan zaken

rondom de stage.

2-3 punten: Wellicht is het goed om

u in een aantal kwesties verder te

verdiepen.

4-6 punten: u hebt het in het

algemeen goed geregeld en denkt

duidelijk over de belangrijkste

vragen na.

≥ kIJk GOeD nAAR De POk

DOE DE

TEST!

De beroepspraktijkvormingsovereenkomst meldt een scala aan

rechten en plichten van leerbedrijf, leerling en school. De school

maakt de (verplichte) overeenkomst op en legt die ter ondertekening

voor aan bedrijf en leerling (en diens ouders in geval van

minderjarigheid). De overeenkomst is pas geldig als alle drie de

partijen hebben ondertekend. Vaak heeft een school ook een

stagegids of onderwijs- en examenregeling waar ze rekening

mee houdt.

In de POK liggen zaken vast als:

• Begin- en einddatum van de stage

• Aantal stageuren per week

De wijze van begeleiden en beoordelen (door school en

leerbedrijf)

De taken tijdens de stage

• Gang van zaken bij voortijdige beëindiging

• Verzekeringen en aansprakelijkheden tijdens de stage

Bron: www.job-site.nl

*

Een leerling van de beroepsopleidende leerweg (BOL) zit fulltime

in de schoolbanken en loopt bepaalde perioden stage. Er is dus

geen sprake van een leerwerkplek/arbeidscontract.

** Aan de informatie in dit artikel kunnen geen rechten worden

ontleend.

september 2009 PRAKTIJK 21


Competentiegericht

opleiden

COMPETENTIEGERICHT ONDERWIJS VOLGEND SCHOOLJAAR OFFICIEEL INGEVOERD

En bijna is het zover

Op 1 augustus 2010 zijn alle mbo-opleidingen

competentiegericht. Dat betekent prikkelender

onderwijs met véél maatwerk en véél aandacht

voor de praktijk. De meeste scholen

zijn al een aardig eind op weg. Wat is het

mooie aan dat competentiegericht leren ook

alweer? en wat moet er dit nieuwe schooljaar

2009/2010 vooral nog gebeuren? Drie meningen.

TEKST suzanne van Der burGt, lucY holl BEELD lava

lid Tweede kamer voor het CDA

Het mooie aan competentiegericht opleiden is…

“… dat de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt sterk

verbetert. De partijen hebben de nieuwe kwalificatiedossiers

sámen gemaakt. Het draait om competent

handelen, dus leerlingen hebben aan het eind de

competenties om in de praktijk te functioneren. Het is

misschien nog niet allemaal perfect, maar ik heb mooie

voorbeelden gezien. Mijn zoon heeft onlangs een

mbo-4-opleiding afgerond en die kon zo de arbeidsmarkt

op. Tijdens zijn stage op een recreatiebedrijf

heeft hij groepen mensen begeleid, eerst onder toezicht

en daarna helemaal alleen.”

Het lastige is ...

“… dat de docenten een nieuwe balans moeten vinden

tussen kennis, vaardigheden en beroepshouding. We

hebben allemaal in de krant gelezen dat leerlingen in

de experimentenfase soms te veel vrijheid kregen en

belandden in een soort ‘zoek het zelf maar uit’-onderwijs.

Dat is nooit de bedoeling geweest, het is helemaal

terecht als werkgevers daarover klagen. Leerlingen

lopen niet meer zo aan het handje, ze zijn zelfstandige

medewerkers in de dop, maar we moeten niet doen

alsof ze alles zelf kunnen organiseren.”

Wat staat de scholen binnenshuis vooral te doen

dit nieuwe schooljaar?

“Dat hangt ervan af. Sommige zijn al bijna klaar. Directies

moeten vooral aan hun docenten vragen van: ‘Hoever

zijn jullie? Lukt het, komen hier écht betere leerlingen

vanaf?’ We hebben steeds gezegd dat we landelijk het

‘wat’ vaststellen, wat moeten beginnende beroepsbeoefenaars

kunnen? Hoe dat wordt geleerd, of ze nu heel

veel in de klas zitten of niet, daar gaan we niet over.

Docenten staan iedere dag met de voeten in de klei om

het onderwijs vorm te geven.’

Wat kunnen scholen doen richting bedrijfsleven?

De ROC’s kunnen het bedrijfsleven in hun regio nog

eens duidelijk vertellen hoe dat competentiegericht

opleiden werkt. ‘Hier hebben jullie stagiairs uit ons

competentiegericht programma en dit verwachten we

van jullie.’ Landelijk moeten de branches samen met

het onderwijs en de kenniscentra nog eens goed kijken

naar alle kwalificaties. Er is soms onbalans, sommige

dossiers zijn op hoofdlijnen, andere zijn erg gedetailleerd

en laten de scholen minder ruimte.”

Hoe kunnen bedrijven zich goed voorbereiden?

“Leerlingen die ze binnenkrijgen voor stages of leerwerkbanen

zijn competenter dan ooit, maar blijf ze

vooral stevig begeleiden. Praktijkopleiders hoeven

eigenlijk niets speciaals te doen, maar gooi nog steeds

niemand zo in het diepe.”

BPv-bureau, sector zorg en welzijn, van

ROC nijmegen. (roc nijmegen startte in 2006

met compe ten tie gericht opleiden en had deze

zomer zijn eerste afgestudeerden.)

Het mooie aan competentiegericht opleiden is…

“…dat leerlingen via diverse wegen hun competenties

kunnen ontwikkelen en toepassen. Ze kunnen bijna

‘shoppen’ voor competenties. We adviseren leerbedrijven

om een leerplaatsprofiel op te stellen, zodat de leerlingen

zich beter kunnen voorbereiden. Zo’n profiel is ook

handig voor de werkbegeleiders. Het maakt duidelijk

wat zij aan scholing nodig hebben.”

Het lastige zijn…

“….de trajecten-op-maat. Voor de leerlingen is dit

positief. Wij kunnen te maken krijgen met verschillende

beroepspraktijkvormingstrajecten. Dat vraagt veel

flexibiliteit van de leerbedrijven. Daarom is samen

opleiden van groot belang! Een ander lastig punt is het

toetsen van de competenties. Wanneer heb je een

competentie behaald? Ons ROC is gestart met het

afnemen van de proeven van bekwaamheid door

gecertificeerde accesoren. Die komen van de leerbedrijven

en het ROC. Het is een hele (dure) klus om

voldoende accesoren op te leiden.”

Wat staat de scholen binnenshuis vooral te doen

dit nieuwe schooljaar?

“Scholen moeten mogelijk maken dat leerlingen

versneld kunnen afstuderen, dit bespaart kosten.

Bovendien moet iedereen met de neus in dezelfde

richting komen te staan, zodat er geen verkeerde

informatie naar de leerlingen en leerbedrijven gaat.

En laat scholen ook kijken naar collega-ROC’s. Niet

iedereen hoeft het wiel opnieuw uit te vinden.”

Wat kunnen scholen doen richting bedrijfsleven?

De ROC’s moeten de leerbedrijven erbij betrekken. Wat

wordt er verwacht? Wat staat hen te wachten? Het is

goed om ze helder te informeren, bijvoorbeeld via

branchebijeenkomsten. We moeten zorgen dat de

communicatie afgestemd wordt. Leerbedrijven hebben

veel verschillende contacten met verschillende scholen.

Maak het makkelijker voor hen en zorg per ROC voor

één contactpersoon. De leerbedrijven vinden het

prettig om direct contact met het BPV-bureau te

onderhouden. Laten we duidelijke afspraken met

elkaar maken en eerlijk en open naar elkaar zijn.”

Hoe kunnen bedrijven zich goed voorbereiden?

“Ze kunnen die genoemde leerplaatsprofielen opstellen:

welke competenties kunnen waar behaald worden? Ze

kunnen zichzelf uitdagen door stagiairs van alle mboleerjaren

en -niveaus in huis te nemen. Houd de deur

open en neem een flexibele houding aan, ook al verschillen

de BPV-trajecten van de leerlingen. Laat be drijven vooral

ook deelnemen aan evaluaties van de competentiegerichte

stages of examens. Laat van je horen.”

vice-voorzitter Jongeren Organisatie Beroeps onderwijs

en mbo-leerling Sociaal cultureel werk op het

Rijn IJssel College in Arnhem

Het mooie aan competentiegericht opleiden is…

“…dat leerlingen vrij zijn om hun eigen onderwijsloopbaan

in te vullen, zoals zij dat prettig vinden.”

Het lastige is…

“… dat er geen duidelijke structuur is en dat docenten

niet altijd op één lijn zitten. Het is erg lastig voor een

leerling om daadwerkelijk ook die eigen opleiding in te

vullen zoals hij dat wil, als hij niet weet wat hij precies

moet doen. Dit veroorzaakt niet alleen problemen op

mijn school. JOB krijgt hier veel klachten over.”

Wat staat de scholen binnenshuis vooral te doen

dit nieuwe schooljaar?

“Laat ze zorgen dat als er een ander onderwijssysteem

wordt ingevoerd iedereen ook goed voorbereid is. Maak

duidelijke afspraken met elkaar en laat leerlingen, maar

zeker ook docenten, meepraten over dat systeem.”

Wat kunnen scholen doen richting bedrijfsleven?

“Ze kunnen zorgen dat de school een school blijft en

geen bedrijf wordt. Natuurlijk is het bedrijfsleven

belangrijk, want daar doe je praktijkervaring op. Dat is

tegenwoordig cruciaal voor je opleiding en dat is ook

goed, maar scholen moeten wel scholen blijven en

bedrijven bedrijven.”

Hoe kunnen bedrijven zich goed voorbereiden?

“Lees wat de mbo-stagiair meekrijgt aan opdrachten.

Weet welke competenties bij elkaar passen en maak

duidelijk contact met de school. Geef goede begeleiding,

want misschien krijgen ze deze niet vanuit school.”

MeeR WeTen OveR COMPeTenTIeGeRICHT OnDeRWIJS?

kijk op www.mbo2010.nl. in een vorig nummer van praktijk

stond het overzicht ‘alles wat u altijd al wilde weten over

competentiegericht beroepsonderwijs’. alsnog hebben?

mail naar praktijk@ecabo.nl.

22 PRAKTIJK september 2009 september 2009 PRAKTIJK 23


Jongeren

MULTITASKING IS

HET HELEMAAL

Het merendeel van

de jongeren is ook

na 9 uur ’s avonds

nog met allerlei

media en gadgets

in de weer.

- 82% kijkt tv

- 55% blijft online

- 44% belt mobiel

- 42% luistert

tegelijkertijd naar

een mp3-speler

- 34% zit nog te

sms’en

- 24% speelt

computerspel-

letjes tot diep in

de nacht

Bron: tijdschrift

Pediatrics

ABSOLuuT Geen zeeMAn

Loopt uw stagiair met een Zeeman-tasje? Dan heeft hij

veel zelfvertrouwen, want dat is typisch een merk

waarmee veel jongeren niet geassocieerd willen

worden. Dat geldt ook voor onder meer Euroshopper,

V&D, Dacia/Skoda, Wibra, Lidl en Aldi. Ze schamen zich

vooral voor goedkope kledingmerken, automerken en

supermarkten, alhoewel die schaamte door de recessie

minder is geworden.

Bron: marketingexpert Jorge Labadie

“Ik heb twee grote tassen van Gucci, één

van Dolce & Gabbana, één van Hello Kitty,

één van Turnover, één van Tod’s, één

Chanel handtasje en een merkloos ding.”

(Meisje op de website Girlscene.nl)

IkGAWeRken.nL

‘Draag geen stropdassen met stripfiguren, ongepoetste

schoenen of overhemden met korte mouwen.’ Aldus een

sollicitatietip voor jongens op de nieuwe website

www.ikgawerken.nl van CNV. De site biedt informatie

en testjes voor jongeren die voor het eerst de arbeidsmarkt

opgaan. Misschien leuk om uw leerling er eens

op te wijzen. Voor solliciterende meisjes zijn rokken

korter dan vijf centimeter boven de knie, een diep

decolleté of ongeschoren benen taboe, aldus de site.

ReCeSSIe DeeRT nIeT

De recessie heeft nauwelijks invloed op de studiekeuze

van jongeren. Negen van de tien jongeren trekken zich

er niets van aan, aldus adviesbureau Vonk Competentie

Expertise dat ruim vijfhonderd jongeren ondervroeg.

78% van de meisjes kijkt vooral welke opleiding het

beste bij hun persoonlijkheid past. 58% van de jongens

kiest de opleiding die in de toekomst de beste kansen

lijkt te bieden op de arbeidsmarkt. Bovendien kiezen

jongens net iets vaker (17%) dan meisjes (13%) voor

een studie waarbij ze bij hun ouders kunnen blijven

wonen. Tweederde van de jongeren denkt dat hun

studiekeuze bepalend is voor hun toekomst. Iets meer

(71%) zegt zijn talenten te kennen en te weten welke

studie daarbij past.

Wat bezielt jongeren?

Wat houdt uw stagiairs bezig, wat willen ze, hoe leven ze.

Praktijk brengt ze voor u in beeld. TEKST lucY holl FOTO DeF

JOnGeRen WILLen eCHT WeL

Jongeren zijn net zo ambitieus en gemotiveerd als

ouderen, al zijn ze vooral geïnteresseerd in zelfontwikkeling

en minder in hoge banen of schouderklopjes. Dat

blijkt uit internationaal onderzoek van de Ashridge

Business School. Jongeren zijn weliswaar veeleisend en

steeds op zoek naar uitdagingen, maar dat was

bij vorige generaties net zo goed. Ze zijn

bovendien erg leergierig, al verwerven ze op

heel verschillende manieren hun informatie.

Ze passen zich opvallend goed aan en laten

zich tegelijkertijd niet intimideren. Wel

snappen ze minder hoe ze op anderen

overkomen. Ze bedoelen het vaak goed,

maar communiceren net anders dan

ouderen.

kenMeRkenD MBO

Mbo’ers hebben duidelijk behoefte aan ondersteuning

om informatie te kunnen begrijpen en plaatsen, en om

gericht te leren. Wellicht heeft u die ervaring met de

leerlingen op uw werkvloer. Het blijkt ook uit onderzoek

van Hiteq, centrum van innovatie. Hiteq ondervroeg

bijna 1700 mbo-leerlingen en bracht onlangs de

publicatie ‘Kenmerkend mbo’ uit. De leerlingen willen

duidelijk weten wat er van hen verwacht wordt. De

behoefte van mbo’ers aan instructie is wel net wat

minder groot dan die van vmbo-leerlingen. Ze zijn dus

iets zelfstandiger.

Download de publicatie gratis via www.hiteq.org

WAT vOOR InSTRuCTIe WILLen LeeRLInGen BIJ HeT

MAken vAn BIJvOORBeeLD een STOeL?

43% Docent moet instructie geven over te gebruiken

materiaal

41% Docent moet precies vertellen hoe stoel eruit moet

zien

36% Leerling googlet naar instructies of bouwtekeningen

27% Leerling begint en vraagt alsnog instructie als dat

nodig blijkt

25% Docent moet instructie geven over gereedschappen

19% Leerling wil de relevantie van de opdracht weten

Bron: Kenmerkend mbo, Hiteq

outdoorbedrijf omni Mobilae zette met roc landstede het

bib­project 'brug tussen leren en werken' op.

SUBSIDIEPROGRAMMA BEROEPSONDERWIJS IN BEDRIJF VERBETERT PRAKTIJKLEREN

Hoe twee werelden

dezelfde taal gaan

spreken

Onderwijs dat niet vlekkeloos aansluit op de beroepspraktijk: het is één

van de stokpaardjes van het bedrijfsleven. Het ministerie van

econo mische zaken probeert er wat aan te doen met de subsidie regeling

Beroepsonderwijs in Bedrijf (BiB). Wat heeft BiB de leerbedrijven en

scholen te bieden? TEKST peer bataille FOTO’S thomas Donker

24 PRAKTIJK september 2009 september 2009 PRAKTIJK 25


het gezamenlijke project van

school en leerbedrijf zorgt ervoor

dat de leerlingen sport en bewegen

veel beter voorbereid de arbeidsmarkt

opkomen.

Directeur Albert de Jong van A. de Jong Groep (een

groep technische bedrijven) in Schiedam zegt het recht

voor zijn raap: “We onderkennen het immense belang

van de contacten tussen bedrijven en scholen. Alles wat

we kunnen doen om jongeren voor de techniek te laten

kiezen, zullen we aanpakken. Zelfs als ze straks niet bij

ons komen werken.” Idealisme is hem niet vreemd. Het

was de belangrijkste reden om het BiB-project ‘Samen

investeren in de regio Rijndelta’ mee op poten te zetten.

“Het hogere belang is dat de industrie de kurk is waar

onze economie op drijft. Wij houden een veelvoud van

ons personeelsbestand aan het werk bij onze leveranciers

en onderaannemers.”

Kennisinfrastructuur Mainport Rotterdam en werkgeversorganisatie

FME-CWM ondersteunen het project.

Ruim twintig bedrijven en drie ROC’s willen samen de

stages van de BOL-opleidingen Werktuigbouwkunde,

Elektrotechniek en Installatietechniek op mbo-niveau 4

verbeteren én uniformeren. Zodat het onderwijs beter

aansluit op de behoeften van de bedrijven in de regio.

SyneRGIe

Ook de drie deelnemende ROC’s (Zadkine en Albeda

College in Rotterdam en Da Vinci College in Dordrecht)

willen een hoger doel dienen, vertelt Wil van Dijk,

directeur opleidingscentrum Techniek van Zadkine.

“Het gemiddelde opleidingsniveau in het Rijnmondgebied

is laag. Door in nauwe samenwerking met het

bedrijfsleven beter, competentiegericht onderwijs te

ontwikkelen, kunnen we daar wat aan doen. Geen

onderwijs uit boekjes van doctorandussen in de onderwijskunde,

maar onderwijs dat is gericht op wat bedrijven

nodig hebben. Daarnaast streven we naar meer synergie

tussen de ROC’s, vooral naar een meer uniforme en

transparante werkwijze richting leerbedrijven.”

eyeOPeneR

In opdracht van werkgeversorganisatie FME-CWM leidt

Edwin Versluis van 2CENTER educatieve diensten het

project. Het heeft het maximale bedrag van € 500.000

aan subsidie gekregen. Het loopt al sinds medio 2008,

maar kwam aanvankelijk niet echt van de grond. Edwin

Versluis: “Ik heb in het voorjaar de plannen bekeken en

meteen voorgesteld ze concreter te maken. Daardoor

ging alles meer leven bij de betrokkenen. We kozen

bovendien voor een heldere, projectmatige aanpak,

met ingebouwde go/no go-momenten.” Edwin Versluis

zorgde dat de juiste mensen van alle betrokken partijen

bij elkaar kwamen. “Daarvoor moet je erachter zien te

komen wie waarvoor verantwoordelijk is. Bovendien

was het belangrijk knelpunten te inventariseren en

ervoor te zorgen dat iedereen zijn energie en aandacht

voor het project behield.”

Het laatste kreeg Versluis voor elkaar door alle bedrijven

en scholen, maar ook leerlingen te horen. De deelnemende

bedrijven moesten een vragenlijst invullen. “Dat

was best pittig en soms een eyeopener”, volgens Albert

de Jong van A. de Jong Groep. We weten bijvoorbeeld

wel dat het competentiegericht onderwijs eraan komt,

maar het is absoluut niet helder hoe dat concreet vorm

krijgt in het praktijkleren. Ook praktische zaken rondom

stages zijn vaak onduidelijk. Zo verschilt de frequentie

waarmee een docent een stagiair op zijn stageplek

bezoekt per ROC en zelfs per docent.”

kennIS DeLen

Na deze ‘informatieronde’ ging op ieder van de drie

ROC’s een werkgroep aan de slag. Zij formuleerden

aandachtsgebieden voor een beter stageformat. Het

gaat dan om de vorm, inhoud en het hele proces

rondom de stage. In de volgende projectfasen wordt dit

‘Zo krijgen we beroepsonderwijs

dat gericht is op

w a t b e d r ijv e n n o d i g h e b b e n’

format verder uitgewerkt, gerealiseerd, verduurzaamd

en geëvalueerd. Ondanks het feit dat het project pas

net de definitiefase is gepasseerd, zijn er toch al

resultaten zichtbaar. Projectleider Edwin Versluis:

De uitgangsposities zijn bepaald en we weten waar

verschillen en overeenkomsten liggen. Een eerste

opbrengst is dat ROC’s nu al kennis met elkaar delen.”

Wil van Dijk van Zadkine vult aan: “Niet alleen tussen

scholen, maar ook tussen bedrijven verschillen de

culturen. De een kijkt bij opleiden alleen naar de korte

termijn, bij de ander maakt het integraal onderdeel uit

van het personeelsbeleid. Belangrijk is dat er nu een

beweging op gang is gekomen waarin we samen verantwoordelijk

zijn voor efficiënt en effectief opleiden.

Zoiets kun je nooit alleen.”

zOekTOCHT

Ook voor Marian Alberts, directeur domein Economie

en Dienstverlening van ROC Rivor in Tiel, was meer

uniformiteit richting bedrijfsleven een belangrijke

reden om in een BiB-project te stappen. Alberts: “Ik

was jaloers op mijn collega’s van Techniek. Zeker voor

de recessie konden bedrijven in de technische sector

niet voldoende stagiairs krijgen, terwijl we bij Economie

en Dienstverlening een tekort aan stageplaatsen

hadden. Een kijkje bij de technische sector leerde dat

bedrijven in deze sector vergaten dat ze niet alleen

techneuten, maar ook administrateurs, receptionistes

en dergelijke nodig hebben en dus op kunnen leiden.

Dan zou het wél handig zijn, als er binnen een ROC op

dezelfde manier gewerkt zou worden.”

In het project ‘Kwaliteitsimpuls on the job’ (subsidiebedrag

ruim € 250.000) werken ROC Rivor, de kenniscentra

ECABO en Kenteq en acht bedrijven uit de regio samen

aan een betere start van en begeleiding tijdens de

stages. Een van de participerende bedrijven is Waterschap

Rivierenland in Tiel, waar Henk de Ruiter senior

p&o-adviseur is. De Ruiter: “Vanaf het begin was het

een zoektocht. Bedrijven en ROC’s hebben een andere

manier van werken, en bínnen een ROC werken afdelingen

anders. ‘Zó doen wij dat’, hoorde je dan. We hebben

daarom eerst alles wat we al hadden rondom praktijkleren

op één hoop gegooid, en gekeken wat bruikbaar was.

Daarna zijn we in drie subgroepen aan de slag gegaan

met het ontwikkelen van hand-outs waarin staat wat

bedrijven, leerlingen en docenten belangrijk vinden bij

praktijkleren.” Tegelijkertijd zijn een werkgroep Matching

en een werkgroep Begeleiding actief, met aandacht

voor begeleiding voorafgaand, tijdens en na de stage.

PIOnIeRen

Henk de Ruiter zegt verrast te zijn dat uit zo’n “grote,

ongestructureerde brij” een concreet resultaat voortkomt.

“Onderwijs en bedrijfsleven krijgen meer inzicht

in elkaars werkzaamheden. Twee verschillende werelden

komen bij elkaar en gaan elkaars taal spreken. Je merkt

nu al dat er meer terugkoppeling plaatsvindt met Rivor.

Daarnaast zie je hoe andere bedrijven met opleiden

omgaan. Voorlopig lijken de afgesproken twintig

werkdagen per jaar welbesteed te zijn.”

Marian Alberts van ROC Rivor beaamt deze positieve

ervaringen. Daarnaast signaleert ze dat er ook binnen

haar school van alles op gang komt tussen de betrokken

domeinen: “De verschillende manieren van werken

worden duidelijk. We proberen die te stroomlijnen en

willen van elkaar leren.” Ze ziet een duidelijke toegevoegde

waarde om samen met het bedrijfsleven te

opereren. Alberts: “Het is werk dat toch gedaan moet

worden. Op deze manier gebeurt het met een duidelijker

focus, waardoor het minder pionieren is.”

26 PRAKTIJK september 2009 september 2009 PRAKTIJK 27


Het project gaat dit nieuwe schooljaar verder met de

ontwikkeling van een (digitaal) productenhandboek,

met concrete uitwerkingen van de tot nu toe opgeleverde

documenten. Daarna volgen trainingen van praktijkopleiders

en docenten. Plus de borging van de resultaten

na afloop van het project in 2011, waaronder het bijhouden

van het handboek.

SALLAnDS GevOeL

Een aansprekend voorbeeld van een kleinschaliger

BiB-project is ‘Brug tussen leren en werken’ (subsidiebedrag

bijna € 120.000) van Calibris-leerbedrijf Omni

Mobilae en ROC Landstede in Zwolle en omgeving. Het

project rust leerlingen van de opleiding Sport en

bewegen (mbo-niveau 3 en 4) beter toe voor de arbeidsmarkt

door ze al tijdens de stage hoogwaardige

opdrachten uit te laten voeren. Omni Mobilae is een

outdoorbedrijf dat bedrijfsuitjes, evenementen en

teamtrainingen organiseert. Met als doel dat deelnemers

aan het eind van de dag het ‘Sallands gevoel’ mee naar

huis nemen, aldus directeur Peter Oude Vrielink.

Oude Vrielink las over de BiB-regeling in de Kamerkrant.

Oude Vrielink: “Ik liep al langer rond met het idee het

praktijkleren anders aan te pakken. Vroeger kwam een

stagiair binnen en nam je hem aan de hand mee door

het bedrijf. Hij kreeg daardoor geen compleet beeld van

het werken in deze sector.” Nu worden de eerste vier

maanden van de stage (van een jaar) aan kennis,

vaardigheden en beroepshouding besteed. Daarna

volgt een maand ‘entertainment’. Want een outdoorinstructeur

moet niet alleen kunnen instrueren, maar ook

een soort entertainer zijn; hij moet bijvoorbeeld bij

deelnemers het ijs kunnen breken. Hier tussendoor

lopen dan als rode draad de hoogwaardige praktische

opdrachten.

kLIMWAnD

Deze opdrachten zijn geen simulaties van de werkelijkheid,

maar reële opdrachten voor Omni Mobilae. Het

verzorgen van een klimwand is een mooi voorbeeld.

Peter Oude Vrielink: “We stellen een stagiair aan als

projectleider. Hij zoekt uit wat er allemaal geregeld

moet worden. Bellen over prijzen, kosten in de gaten

houden, vergaderingen leiden. De stagiair leert zo

werken in een team, omgaan met tijdsdruk en managen

van dilemma’s. Hij wordt een completer mens die

volwassen gedrag vertoont en zelfvertrouwen uitstraalt.”

kARABIneR

Maar het outdoorbedrijf gooit stagiairs niet zomaar in

het diepe. Twee praktijkbegeleiders zijn continu bezig

met de in totaal zestien stagiairs per jaar. “Dat is best

een belasting”, vertelt Oude Vrielink. “Maar dat offer

brengen we graag. We willen een innovatief bedrijf zijn,

en op deze manier innoveren we in mensen.”

De taakverdeling tussen Omni Mobilae en Landstede

stond van tevoren niet honderd procent vast. Peter

Oude Vrielink: “Je begint ergens mee en weet niet wat je

onderweg allemaal tegenkomt en waar het eindigt. Met

twee welwillende partijen kun je dan toch een heel eind

komen. In principe verzorgt de school de theoretische

en wij de praktische kant.” Hij grijpt opnieuw naar het

voorbeeld van de klimwand: “Als instructeur moet je

zelf kunnen klimmen. De kennis en vaardigheden

daarvoor leer je door ‘learning by doing’. Maar waaróm

je op een bepaalde manier met een karabiner zekert, is

een theoretisch verhaal over gewichten en krachten dat

een docent van school vertelt.”

zeLFDe veRHAAL

Theorie en praktijk blijken vaak lastig te scheiden.

“Steeds meer theorie wordt door onze praktijkbegeleiders

op de werkplek gegeven. Daarom koppelen we

continu terug met school. Want we moeten natuurlijk

wel hetzelfde verhaal vertellen”, aldus Oude Vrielink. De

docent laat hierdoor de begeleiding van de stagiair

grotendeels over aan het bedrijf, en ondersteunt vooral

de praktijkopleiders.

Peter Oude Vrielink is na ruim een jaar enthousiast over

de voorlopige opbrengst van het project. Hij zegt zijn

‘jongens’ te zien groeien. Een volgende stap is het

vastleggen van de vernieuwingen, zodat andere bedrijven

en scholen er ook gebruik van kunnen maken. Eén ding

zou daarbij helpen, moet de Omni Mobilae-directeur

van het hart: “De verantwoording aan SenterNovem is

megaveel papierwerk. Dat is jammer van de tijd, die ik

liever aan de stagiairs zou besteden.”

OOk een BIB-PROJeCT STARTen?

Beroepsonderwijs in Bedrijf is een subsidieregeling van

het ministerie van Economische Zaken. SenterNovem

voert de regeling uit. Doel is het stimuleren van de

samenwerking tussen het midden- en kleinbedrijf en

vmbo- en mbo-opleidingen. Verbeteren van het praktijkleren

staat voorop, zodat theorie en praktijk vloeiender

op elkaar aansluiten. SenterNovem heeft voor de jaren

2009 en 2010 nog 20,5 miljoen euro beschikbaar.

Ook een BiB-project starten? Kijk op

www.senternovem.nl/beroeps onderwijsinbedrijf

File Edit View Insert Format Tools Actions Help

Beste Praktijkredactie,

Hier is mijn dagboek van mijn stage bij Bureau Handhaving van de gemeente Heerlen als

beveiliger. Dit bureau ziet toe op de openbare orde en veiligheid van de gemeente.

> Maandag

Om half 9 begin ik met een kop koffie en sigaret en check mijn mail. Gelijk maar even kijken

of mijn dienstrooster van deze week niet gewijzigd is. Om 9:30 uur meld ik de porto in bij de

meldkamer en check mijn werkplek. Vandaag is dat Sociale Zaken. Om 9:45 uur ben ik

aanwezig om daar vooral preventief op te treden. Om 16:45 uur zit mijn dag erop. Vandaag

geen agressie of stress, dus een goed begin van de week.

> Dinsdag

Vandaag sta ik weer op Sociale Zaken. Ik sta bij de ingang zodat ik alles goed kan overzien.

In één van de afspraakkamers hoor ik een vrouwelijke klant ineens hard schreeuwen. Ze is

overstuur omdat haar aanvraag afgewezen is terwijl ze thuiszit met drie hongerige kinderen.

Ik kalmeer haar en spoor haar aan om toch weer te gaan praten met de cliëntmedewerker.

Dat lukt en na een lang gesprek komt ze lachend naar buiten. Ze bedankt me en heeft goed

nieuws: ze heeft toch recht op bijstand. Een bevredigende dag.

> Woensdag

Ik werk vandaag op het Werkplein/CWI. Het is onnoemelijk heet. Mensen zijn geïrriteerd en

soms lopen de gemoederen hoog op. Men is ongeduldig en er is veel onbegrip. Ik geef de

mensen vandaag maar iets meer ruimte om erger te voorkomen.

> Donderdag

Vandaag gaan we de schoolbanken in: rechtskennis en communicatie. Het is weer erg warm,

en helaas is er geen airco. Normaal gesproken is de schooldag wel een leuke afwisseling

met het werk, maar aan het einde van deze dag is de erin gepropte kennis er weer bijna

uitgezweet!

> vrijdag

Ik werk een nieuwe collega in op Werkplein/CWI. We lopen een oefensluitronde en ik leg

hem de receptiewerkzaamheden uit die soms ook tot onze taken behoren. Een belangrijk

onderdeel van de beveiliging is natuurlijk de koffieautomaat: zonder deze functioneren wij

niet ;-) Dus na nog een kop koffie keren we huiswaarts om van het weekend te gaan genieten.

28 PRAKTIJK september 2009 september 2009 PRAKTIJK 29

To...

Cc...

Groet,

Maurice

Redactie Praktijk (praktijk@ecabo.nl)

Subject: Mijn stage bij de gemeente Heerlen

Attachment: flexplek.jpg, indeschoolbanken.jpg, leerlingen.jpg, meldkamer.jpg, koffieautomaat.jpg

Send

BeveILIGInG

TEKST EN FOTO’S

maurice Fritz

Maurice Fritz (40)

volgt mbo opleiding

MTV2 (medewerker

toezicht en veiligheid)

voor een

re-integratietraject

aan het Leeuwenborg

College in Sittard. Hij

werkt als beveiliger

bij de gemeente

Heerlen. Heerlen is

dit succesvolle

traject in januari

gestart.


InFORMATIeDIenSTveRLenInG

30 PRAKTIJK september 2009

LEERBEDRIJF WEET IMAGO VAN SAAI STAGEADRES AF TE SCHUDDEN

Haagse bibliotheek

als the place to be

Stel, je bent een leerbedrijf waarvan mbo-leerlingen zeggen: ‘Da’s saai,

daar ga ik mijn stage echt niet doen.’ De Openbare Bibliotheek Den Haag

kampte daarmee. Maar dat is inmiddels compleet veranderd: dankzij

een actief stagebeleid en véél aandacht voor de begeleiding. De stagiairs

steken andere jongeren op school aan met hun enthousiaste verhalen.

TEKST lucY holl FOTO’S GreGor servais

Onlangs was kinderboekenschrijfster Selma Noort te

gast in de bibliotheek: een mbo-stagiair hielp mee met

de organisatie. Niet lang daarna werd in filiaal Haagse

Hout het 4You!-plein geopend, met een speciale collectie

boeken en andere materialen voor vmbo-leerlingen.

Leerlingen van College St. Paul voor speciaal voort gezet

onderwijs in Den Haag beschilderden de bijbehorende

graffitiwand, en ook hier hielpen mbo-stagiairs mee

met de openingsactiviteiten. Andere stagiairs werken

aan een project over laaggeletterdheid of maken

filmpjes voor het Wijkmedia Atelier.

JOnGe MenSen

Zo zijn er continu activiteiten waarbij leerlingen betrokken

worden. De bibliotheek, erkend ECABO-leerbedrijf, is

een prima stageplek, ondervinden de leerlingen: het

werk is veelzijdig, ze hebben veel vrijheid en er is

steeds contact met het publiek. “De gemiddelde

leeftijd van onze medewerkers stijgt. We willen jonge

mensen binnenhalen, liefst uit de wijken zelf. Dat is

goed voor onze dienstverlening”, zegt Ben van de Haar,

hoofd Publieksdiensten. “De leerlingen kunnen praktijkervaring

opdoen. Bezoekers treffen achter de balie

mensen uit de eigen buurt aan. En klasgenoten van de

stagiairs komen ongetwijfeld eens kijken.” Een nieuwe

generatie ontdekt dat de bibliotheek uit meer dan

boeken bestaat. Dat levert potentiële medewerkers en

klanten op. “Nu ik hier binnen ben, weet ik pas hoe leuk

het is”, zeggen leerlingen. Het imago van saai en ‘boeit

me niet’ slijt dan snel.

OP PAPIeR

De Openbare Bibliotheek Den Haag met haar negentien

vestigingen en 350 medewerkers, wil voortaan jaarlijks

ruim honderd vmbo-, mbo- en hbo-stagiairs plaatsen.

De organisatie werkte altijd al met stagiairs, maar pakt

het sinds een jaar of twee veel structureler aan. Het

stagebeleid staat op papier en er is een speciale

stagecoördinator gekomen. De vraag vanuit de scholen

om stagiairs te plaatsen, werd ook steeds pregnanter.

De ROC’s in de regio bieden overigens geen mbo-opleiding

Informatiedienstverlening aan. De mbo-stagiairs

komen daarom vooral van de opleidingen Secretarieel/

Administratief medewerker en Commercieel medewerker

marketing en communicatie. Dan zijn er nog vmboleerlingen

van de Johan de Witt Scholengroep, en een

aantal hbo’ers van de Haagse Hogeschool en Hogeschool

InHolland.

LeeRWeRkBIBLIOTHeek

De bibliotheek vatte zelfs het plan op voor een complete

leerwerkbibliotheek, waarbij stagiairs een vestiging

compleet zouden gaan runnen. Hbo’ers zouden de

leiding krijgen en de mbo’ers begeleiden. Op hun beurt

zouden die mbo’ers de vmbo’ers onder hun hoede

nemen. Het ‘zelfsturende team’ kon samen ook compleet

nieuwe activiteiten opzetten voor doelgroepen als

kinderen, jongeren en senioren. En dat allemaal onder

begeleiding van de vaste medewerkers. Het idee om die

teams zo veel mogelijk zelfstandig te laten draaien,

bleek te hoog gegrepen. Er waren te weinig hbo-studenten

en die bleken vaak onderzoek te moeten doen in plaats

van operationeel de touwtjes in handen te kunnen

nemen. De opzet belastte de vaste medewerkers veel te

veel. “Het was een bijzondere uitdaging”, zegt Joke

Petri, stadsdeelhoofd van filiaal Haagse Hout waar het

allemaal begon. “Wat we hebben ervaren is dat het met

die mbo-leerlingen heel goed samenwerken is. Daar

gaan we mee door. Nu lopen er op de locatie Haagse

Hout bijvoorbeeld steeds twee mbo-stagiairs die

telkens tien weken blijven.

kLAnTGeRICHT

Aankomend stagiairs schrijven een brief met cv en

hebben een sollicitatiegesprek. Joke Petri: “We vragen

wat voor beeld ze van het werk hebben en kijken naar

de gewenste lambèr vugts, competenties. manager operations Die passen center bij wonderwel bij

de vereiste simac ict competenties nederland in veldhoven, uit hun opleidingen. is beste Klantgerichtheid

Praktijkopleider is natuurlijk 2008 in een de ecabo­sectoren.

heel belangrijke, mensen

wegwijs maken. Wie verwacht dat hij de hele dag lekker

achter de computer door kan brengen, past hier niet.”

Leerlingen zijn stuk voor stuk enthousiast. “Het werk is

leuk en de mensen zijn aardig, melden ze. Ze willen bij

ons werken of komen terug als oproep- of vakantiekracht”,

zegt Mirjam Baron, coördinator stages en

opleidingen. Om niet onder de populariteit als stagegever

te bezwijken, is het komende tijd belangrijk om de

toenemende vraag en het aanbod nog beter af te

stemmen. Welke vestigingen kunnen hoeveel leerlingen

opnemen, hoe zit het met de scholing van de praktijkopleiders,

hoe kan het draagvlak onder de medewerkers

verder vergroot worden? Ben van de Haar: “We worden

ook steeds vaker gebeld voor de straks verplichte

maatschappelijke stages voor middelbare scholieren.

Daar gaan we goed naar kijken, want we willen er graag

aan voldoen. Maar voor onze medewerkers moet het

ook haalbaar blijven.”

LeeRInG In BeeLD

De bibliotheek is inmiddels een goede afnemer van de

ECABO-training ‘Leerling in beeld’, speciaal voor

beginnende praktijkopleiders. “We hadden in het

verleden een handjevol medewerkers die het begeleiden

in de vingers hadden, maar nu moet iedereen op de

filialen waar leerlingen rondlopen het kunnen”, aldus

Mirjam Baron. Sommige medewerkers wilden niet

begeleiden, anderen zeiden het niet te kunnen. “Joke

Petri: “We zijn eerst maar eens met de mensen van

Haagse Hout op cursus gegaan en we hebben er veel

van geleerd: wie krijg je in huis, wat zijn de behoeften

van de leerling? Het is niet één groot standaardpakket

stagiairs dat binnen geschoven wordt. Het zijn allemaal

individuen met een eigen achtergrond. De training was

een eye opener. Iedereen was ook meteen om.”

DRAAIBOek

Alle teams van de stagebibliotheken gaan nu op cursus.

“Veel mensen werken hier parttime, dus we moeten die

begeleiding met zijn allen doen. Het is ook goed voor

een leerling om steeds een andere coach te ervaren.”

Er liggen nu complete draaiboeken, waarin staat wie

welke stagiair wanneer begeleidt en wanneer leerlingen

kunnen meedraaien bij bijvoorbeeld de groepsbezoeken,

het opzetten van een tentoonstelling of het geven van

computerles. Ben van de Haar: “Als je mensen serieus

neemt, dan heb je veel aan elkaar. Wij nemen leerlingen

serieus en dan kan er veel gebeuren. Ze horen er echt bij.”

HAAGSe TIPS OM

De POPuLARITeIT

ALS STAGeBeDRIJF

Te veRGROTen

- Bied leerlingen

een gevarieerde

stage

- Zorg dat ze hun

vrienden mooie

ervaringen

kunnen vertellen

- Let op een goede

verhouding

tussen het aantal

leerlingen en

medewerkers

- Sta open voor de

ideeën van

jongeren. Ook al

houden ze soms

een confronterende

spiegel

voor.

september 2009 PRAKTIJK 31


WeLzIJn

Wie zich helemaal wil storten op

het begeleiden van mbo-leerlingen

op de werkvloer, kan de speciale,

éénjarige mbo-opleiding Praktijkopleider

doen. Met veel accent op

het organiseren van leerroutes en

het coachen van werkbegeleiders.

Twee net afgestudeerde deelnemers

vertellen over hun ervaringen.

TEKST saskia Den broeDer FOTO ivo van Der bent

SPECIALE OPLEIDING TOT PRAKTIJKOPLEIDER

Alles op tafel

Marie-Louise Arns en Ria van der Zee

rondden deze zomer de opleiding tot

Praktijkopleider af bij ROC Midden

Nederland. Beiden begonnen er aan met

grote inzet. Marie-Louise Arns: “Ik werk

al ruim twintig jaar bij Calibris-leerbedrijf

Sherpa in Baarn, een instelling voor

mensen met een verstandelijke beperking.

Ik ben momenteel groepsbegeleider van

drie woningen in de wijk met wat oudere

bewoners. Ik begeleid ook al langer

leerlingen. Nu ik wat ouder word, ben ik

steeds meer gemotiveerd om mijn kennis

en ervaring en mijn liefde voor het werk

aan jonge mensen over te dragen. Ik had

altijd al een beetje spijt dat ik destijds

niet gekozen heb voor een docentenopleiding.

Toen ik de kans kreeg om de

opleiding Praktijkopleider te gaan volgen,

dacht ik: nu of nooit!”

Ria van der Zee is pedagogisch medewerker

op een peutergroep bij Kinderopvang De

Bilt. Sinds 2007 werkt ze ook een dag per

week als praktijkopleider. “Ik heb gesolliciteerd

toen de functie vrijkwam, omdat

32 PRAKTIJK september 2009

ik echt toe was aan iets nieuws. Ik had al

vaak stagiairs begeleid. Nu kreeg ik de

kans de stagebegeleiding systematisch

te gaan opbouwen, een werkplan te

maken. Het volgen van de mbo-opleiding

Praktijkopleider was een vereiste, maar

ik had er ook erg veel zin in!”

BeWuSTWORDInG

Beide deelneemsters hebben het

opleidings jaar ervaren als zinvol en

intensief. “Het was een gemengde groep

met deelnemers uit alle richtingen binnen

de sector Zorg en Welzijn”, vertelt Ria van

der Zee. “Die verschillende achtergronden

maakten het erg interessant. Je wordt je

veel meer bewust hoe het in jouw instelling

is, als je ook hoort hoe het ergens anders

gaat.” Bewustwording is de rode draad in

de hele opleiding. Marie-Louise Arns: “De

opleiding is competentiegericht. Dat is

iets heel anders dan leren vanuit een

boek. We werkten met procesanalyses,

waarbij je een concrete situatie helemaal

analyseert. Stilstaan en kijken: waar sta

ik, waarom doe ik het zo? Veel doe je

vanzelf al goed, maar nu kun je het

benoemen. We hebben de stof aangereikt

gekregen waardoor we nu veel duidelijker

in de vingers hebben wat we aan het doen

zijn.” Bij een introductiegesprek met een

leerling kon ze bijvoorbeeld heel goed

inspelen op zijn leerstijl en zijn begeleiding

zo optimaal organiseren.

LeeRPROCeS

Ria van der Zee: “We hebben ook heel

veel moeten presenteren. Alles moet

zichtbaar gemaakt worden, je moet laten

zien dat je het kan.” De lijvige portfolio’s

waarin alle in de opleiding geleverde

prestaties aangetoond worden, getuigen

hiervan. “Omdat wij nu zelf competentiegericht

onderwijs gekregen hebben,

kunnen we de stagiairs ook op die manier

laten leren. Belangrijk is dat de praktijkopleiders

ze zelf verantwoordelijk laten

zijn voor hun leerproces.”

De opleiding Praktijkopleider is een

BBL-opleiding: de deelnemers gaan één

dag in de week naar school. Opdrachten

in de eigen werksituatie staan centraal.

Marie-Louise Arns: “Ieder had een coach

binnen zijn eigen organisatie. In de

gesprekken met die coach stond vooral

het individuele leerproces centraal, het

ging net nog wat dieper dan op school.

We hebben met elkaar ook opdrachten

uitgevoerd op school, bijvoorbeeld om te

leren netwerken. En zelfs met andere

leerlingen van het ROC: met hen oefenden

we het voeren van sollicitatiegesprekken.”

In die ene schooldag moest veel gebeuren.

Ria: “Het was een erg vol programma, we

hebben veel behandeld in korte tijd,

waardoor het lastig is alles te laten

beklijven. Ik denk dat de echte verwerking

pas nu komt.”

vAn RuPS TOT vLInDeR

Hoe ziet hun eigen beroepstoekomst er

uit? Ria van der Zee: “Mijn functie als

praktijkopleider wordt uitgebreid van een

naar twee dagen. Ik begeleid nu zelf geen

stagiairs meer, maar richt me op de

werkbegeleiders van onze zeven buitenschoolse

opvanglocaties en drie kinderdagverblijven.

Ik heb intussen mijn werkplan

klaar, met daarin ook veel werk- en

instructiemateriaal voor hen.” Marie-

Louise Arns krijgt bij Sherpa de ruimte

voor extra taken, zoals het organiseren

van bijeenkomsten voor de stagiairs. Ook

zij heeft een opleidingsplan opgesteld met

de titel ‘MATCH’, waarin zij de instelling

neerzet als een ‘modern, aansluitend,

terugkoppelend, creatief en helder leerbedrijf’.

Ze houdt haar ogen open als

ergens een plek als praktijkopleider vrij

komt, en bruist al van de ideeën: “We

zouden meer kunnen doen via intranet,

een plek maken waar leerlingen hun

ervaringen kunnen uitwisselen, of een

overzicht geven waar ze binnen de instelling

bepaalde opdrachten kunnen doen.”

De belangrijkste eigenschap van een

goede praktijkopleider? “Enthousiast zijn

over je werk, en het leuk vinden om iets

uit te dragen”, vindt Ria. Marie-Louise: “Je

moet er plezier in hebben de ander tot

bloei te laten komen: het proces van rups

tot vlinder.”

OPLeIDInG DOen?

De kenniscentra beroepsonderwijs

bedrijfsleven hebben een uitgebreid

pakket aan kortdurende trainingen voor

praktijkopleiders. Wie zich helemaal wil

toeleggen op het organiseren van stages

en leerwerkbanen en het ondersteunen

van werkbegeleiders, kan de éénjarige

BBL-opleiding Praktijkopleider (mboniveau

4) doen. een groot aantal ROC’s

in het land biedt de opleiding aan.

Het is iets voor u als u:

- enthousiast bent over het begeleiden

van leerlingen en werkbegeleiders

- graag iets uitdraagt en uw kennis als

praktijkopleider breder wilt inzetten

- bereid bent uw eigen aanpak onder de

loep te nemen

- een jaar lang een intensieve opleiding

wil doen.

september 2009 PRAKTIJK 33


TRAnSPORT en LOGISTIek

34 PRAKTIJK september 2009

LeeRLInG en PRAkTIJkOPLeIDeR

veRTeLLen WAT ze vAn eLkAAR vInDen

TEKST eD schlÜper FOTO’S annet DelFGaauW

PRAKTIJKOPLEIDER PeRRy WOLFeRT (46)

werkt sinds vier jaar als voorman magazijn en praktijk opleider

bij eecv. het magazijn beheert de onderhouds materialen

en reserveonderdelen voor de gigantische machines en

transportbanden waarmee het overslagbedrijf werkt. eecv

is een door vtl erkend leerbedrijf.

LEERLING SCOTT BeIJeR (19)

is voor de tweede keer als stagiair bij eecv. Zijn eerdere

stagejaar, vooral het halfjaar in het magazijn, beviel zo

goed dat hij besloot door te leren voor logistiek teamleider

aan het scheepvaart & transport college. dankzij

vrijstellingen kon hij als derdejaars meteen een nieuwe

stage doen.

Scott: “Ik ben hier vanaf september 2007.

Eerst heb ik in het magazijn een halfjaar stage

gelopen, daarna een halfjaar ‘buiten’, in de

operationele sfeer. Dat was voor mijn vorige

opleiding. Toen ik die had afgerond, heb ik

ervoor gekozen om verder te gaan in de logistiek,

in het magazijn. Dat sprak mij wel aan.

Op het Scheepvaart & Transport College ben

ik de opleiding Logistiek teamleider begonnen,

waarvoor ik hier opnieuw een stageplek heb

gekregen. Vandaar dat ik hier nog steeds loop.”

Perry: “Ik ken Scott natuurlijk. Ik heb hem

al een tijdje binnen en ook een beetje zelf

gevormd, bedrijfsklaar gemaakt. Van: zo doen

we dat en dit zijn de procedures. Daar is hij

heel erg in meegegroeid. Mazzel voor Scott is

dat hier een jaar nadat hij binnenkwam een

plek vrijkwam door het vervroegd uittreden

praktijkopleiDer PeRRy:

‘Ik zie in Scott

een beetje hoe

ik vroeger was’

van een van de mensen. Anders zou hij na zijn

stage elders een baan moeten zoeken. Wat

dat betreft heeft Scott geluk gehad. En ik ook,

want hij is iemand die ik zelf helemaal heb

ingewerkt en die hier goed past.”

S: “Het werk in het magazijn bevalt mij prima.

Je doet administratief werk, houdt voorraden

bij en rijdt met een vorkheftruck. Heel anders

dan buiten. Daar sta je in weer en wind te

scheppen en ben je met hogedrukslangen in

de weer. Werken in het magazijn is meer mijn

ding. Daarin wil ik verder.”

P: “Die vervolgopleiding heb ik ook min of

meer verplicht gesteld, wil hij hier komen

werken. Voor een functie in het magazijn is

het een eis dat je een gerichte opleiding hebt.

Maar Scott kwam zelf al met die wens bij me

en de vraag of hij hier mocht terugkomen. Dat

zag ik wel zitten. Hoewel wij hier allemaal nog

heel lang meekunnen, denk ik wel na over de

toekomst. Hij heeft de juiste vooropleiding

en instelling. Ik zie in Scott een beetje hoe ik

vroeger was: hij is leergierig en gáát ervoor.

Toen hij hier op zijn 17e kwam, toonde hij al

heel volwassen gedrag; hij wist waar hij mee

bezig was en had een duidelijk doel.”

S: “Voorlopig moet ik nog een hoop leren. De

praktijk is een goede leerschool. Op school

leer je wel specifieke dingen, maar in de

praktijk steek ik veel meer op. Het is goed

dat ik overal bij word betrokken en veel zelf

moet doen. Zo leer je vrij gauw omgaan met

het computersysteem en het voorraadbeheer.

Dat vind ik ook leuk. En wat je leuk vindt, pik je

snel op. Ik denk dat ik aardig meedraai en een

aardig stuk zelfstandig kan werken.”

leerlinG SCOTT:

‘Wij zijn heel

eerlijk en direct

naar elkaar’

P: “Dat verwacht ik ook van stagiairs. Ik gooi

ze niet in het diepe, maar laat ze wel zo snel

mogelijk meedraaien. Ga maar aan de gang

en vraag maar als je er niet uitkomt. Ik ga

niet alles voorkauwen. Een aap een banaan

voorhouden en een kunstje laten doen, dat

werkt niet. Ik ben zelf ook altijd opgeleid door

zelf te doen. Bovendien, je leert van je fouten.

Dat mag ook. Wij hebben een computersysteem

waarmee je fouten mág maken. Alles is terug

te draaien. Later moet hij ermee kunnen

lezen en schrijven. Dus moet hij het helemaal

doorgronden. Als hij een fout maakt, moet hij

kunnen zien wáár de fout zit en die ook zelf

kunnen oplossen. Ik wacht ook altijd even of

hij er zelf uitkomt.”

S: “Ik vind het heel goed dat Perry niet alles

voorkauwt. Ik denk niet dat je daarvan veel

opsteekt. Het is goed dat hij me mijn gang

laat gaan. Als ik er niet uitkom, kan ik het

altijd aan hem vragen. Heb ik altijd gedaan. Ik

krijg ook praktijktaken mee van school. Daar

helpt hij me mee en daar maakt hij tijd voor.

In een vorig bedrijf waar ik stage liep, werd ik

meer aan mijn lot overgelaten.”

P: “Ik merk dat het zelfstandig werken, zeker

bij Scott, zijn vruchten afwerpt. Hij is goed op

weg, maar moet nog veel leren. Hij is nog veel

te impulsief. Wil dingen te snel doen. Hij moet

voor bepaalde zaken meer tijd nemen en daar

beter over nadenken.”

S: “Ja, daar moet ik nog aan werken. Ik moet

beter controleren of ik alles goed heb gedaan.

Dat heeft ook te maken met het computersysteem.

Dat is een heel breed programma.

Daar valt voor mij nog heel wat te leren.”

P: “Het doorgronden van dat programma is

een proces van jaren. Dat doe je niet even.

Wat ik goed vind aan Scott, is dat hij mij aan

mijn jas trekt als het nodig is. Wij hebben een

open cultuur. Als hij vindt dat ík iets niet goed

doe of als hij over bepaalde zaken anders

denkt, zegt hij dat ook. Heeft hij gelijk, dan

krijgt hij ook gelijk. Zie ik het anders, dan zal

ik proberen uit te leggen waarom het op die

manier beter is.”

S: “Het is belangrijk dat je alles tegen elkaar

kunt zeggen. Wij zijn eerlijk en direct naar

elkaar. De werksfeer is daardoor relaxed. Dat

motiveert en komt mijn werk ten goede.”

P: “Geen blad voor de mond nemen, zeggen

wat je ervan vindt, dat is een beetje de havencultuur.

Dat is toch een speciale cultuur. Eén

van aanpakken, maar ook heel veel lachen

met elkaar. Daar moet je inpassen. Ik ga ook

makkelijk met die jongelui om. Je moet ze

direct aanspreken en er niet omheen draaien.

Dat werkt het beste.”

Erkend VTL-leerbedrijf Ertsoverslag bedrijf

Europoort (EECV), onderdeel van het

Duitse ThyssenKrupp, is een volcontinubedrijf

dat jaarlijks zo’n 30 miljoen ton

ijzererts en kolen op- en overslaat voor

staalbedrijven in het Ruhrgebied. Op het

enorme complex werken circa 280 eigen

medewerkers.

Dubbelportret

september 2009 PRAKTIJK 35


Dienstverlening

36 PRAKTIJK september 2009

SCALA AAN DIENSTEN EN PRODUCTEN SPECIAAL VOOR LEERBEDRIJVEN

Winkelen bij de kenniscentra (2)

Wat bieden de kenniscentra nu precies aan hun leerbedrijven? We geven u een

beknopt (en lang niet volledig) overzicht van het gevarieerde pakket aan diensten en

producten van de vijf kenniscentra die samen Praktijk uitgeven: Calibris, eCABO,

GOC, kenteq en vTL. TEKST calibris, ecabo, Goc, kenteQ, vtl ILLUSTRATIES DeF

1

vRAAG ADvIeS en BeGeLeIDInG

Calibris, eCABO, GOC, kenteq, vTL: ondersteuning en

advies. De adviseurs gaan graag het gesprek met u aan

over uw stage-, opleiding- en EVC-beleid. En ook over

bijvoorbeeld interessante financiële voordelen bij

opleiden op de werkplek. Bel voor de adviseur bij u in

de buurt:

CALIBRIS (zorg, welzijn, sport), 030 75078 88

eCABO (economisch-administratief, ICT, orde en

veiligheid), 033 450 46 02

GOC (grafimedia-, multimedia-, AV-productie-,

podium- en evenementenbedrijven), 0318 539 111

kenTeq (werktuigbouwkunde/metaal, elektrotechniek

en installatietechniek), 035 750 45 04

vTL (transport en logistiek), 0900 1442 (lokaal tarief)

verder:

CALIBRIS :

• Quick scan om sterke/zwakke punten van opleiden in

uw bedrijf vast te stellen. Meer informatie: 030 750 78 88

• Adviestraject ‘Versterken Leerklimaat’ en Development

Center traject. Hoe staat het met het leerklimaat in

uw organisatie? Meer informatie: 030 750 7888

eCABO :

• Kwaliteitsmonitor leerbedrijven om te bepalen hoe

In de vorige Praktijk

stond een zelfde

overzicht maar dan voor

de praktijkopleiders.

Gemist? vraag alsnog

een kopie via

praktijk@ecabo.nl.

het ervoor staat met het leren op de werkvloer. Er rolt

een advies op maat uit. Meer informatie: 033 450 46 02

GOC :

• Adviestraject ‘Opleidingsplan met resultaat’.

Meer informatie: 0318 539 111

• Praktisch hulpmiddel voor p&o-beleid de ‘Elektronische

Personeelsmanager’ en EPM-vraagbaak. Kijk op

www. goc.nl bij ‘werkgevers’.

kenTeq :

• Kwaliteitsbevordering BPV (BPV-scan) om kwaliteit

van het opleiden in kaart te brengen en te verbeteren.

Kijk op www.kenteq.nl (bij ‘diensten’ > ‘overzicht’).

• MDI-analyse. Management Development Instrument

om medewerkers optimaal tot hun recht te laten komen.

Kijk op www.kenteq.nl (bij ‘diensten’ > ‘overzicht’).

vTL :

• Diverse scans, waaronder De Personeelsmanagementscan.

Kijk op www.vtl.nl (bij ‘over VTL’ > ‘informatiecentrum’)

• Scans door de opleidingsadviseurs naar de kwaliteit

van leerbedrijven. Meer informatie: 0900 1442

Detacheren van leerlingen via VTL: VTL selecteert,

plaatst en begeleidt leerlingen. Kijk op www.vtl.nl

(onder ‘bedrijven’ > ‘leerbedrijf’).

2

OP zOek nAAR LeeRLInGen/MeDeWeRkeRS

Alle kenniscentra:

• VMBO Carrousel. Beroepenoriëntatie waarbij leerlingen

een ronde maken langs diverse leerbedrijven en ook

bij u langs kunnen komen. Meer informatie op

www. vmbocarrousel.nl

• Medeorganisatie van het jaarlijkse evenement ‘Kom in

het Leerbedrijf’, met bedrijfsbezoeken overal in het

land. Meer informatie op www.kominhetleerbedrijf.nl

CALIBRIS :

• Stagevinden.nl: maak uw bedrijfprofiel aan en

onderhoud het. Leerlingen zien precies wat u zoekt.

eCABO :

• Impresariaat om snel en makkelijk een bedrijfsbezoek

of gastles te regelen met een vmbo- of mbo-school.

3

5

BLIJF uP-TO-DATe

Kijk op de sites van de kenniscentra,

bijvoorbeeld voor actueel nieuws over

beroepsonderwijs en arbeidsmarkt en

over de invoering van het competentiegericht

onderwijs. Op de sites staan alle

mbo-kwalificaties beschreven die onder

een bepaald kenniscentrum vallen. Die

vindt u ook op www.kwalificatiesmbo.nl

DOe Mee AAn SPeCIALe

neTWeRken/eveneMenTen

Alle vijf kenniscentra:

• Verkiezingen Beste leerbedrijf (en beste

praktijkopleiders) van het jaar. Volg het op

de kenniscentrasites (en nomineer ook

eens úw bedrijf of praktijkopleider).

• Netwerken/branche-regiocombinaties/

verenigingen van opleiders en wat dies

meer zij. Bedrijven, scholen en kenniscentra

werken in hun regio structureel

samen aan een betere aansluiting van

onderwijs en werkvloer.

• Bijeenkomsten in de regio voor leerbedrijven,

scholen en kenniscentra en

scholen. Informeer bij uw adviseur of ROC.

4

Meer informatie op www.ecabo.nl/impresariaat

• Stagevinden.nl: maak uw bedrijfprofiel aan en

onderhoud het. Leerlingen zien precies wat u zoekt.

GOC :

• Vacaturekracht, dé ontmoetingsplaats voor vraag en

aanbod van personeel in de grafimediabranche. Kijk

op www.vacaturekracht.nl

kenTeq :

• Kenteq Impresariaat om snel en makkelijk een

gastles of bedrijfsbezoek te regelen. Meer informatie

op www.kenteq.nl (onder ‘diensten’ > ‘Impresariaat’).

vTL :

• Leerbedrijvenbank: leerlingen kunnen zoeken naar

stageplekken, bedrijven kunnen stages aanbieden.

Kijk op www.vtl.nl (bij ‘bedrijven’ > ‘leerbedrijven’).

vRAAG De SPeCIALe uITGAven

vOOR LeeRBeDRIJven AAn

CALIBRIS :

• Diverse uitgaven, waaronder ‘Handreiking beroepspraktijkvorming’

en ‘Tips & trucs: leren van leerbedrijven’.

• Arbeidsmarktmonitoren Sport en Zorg & Welzijn

Kijk op www.calibris.nl/leerbedrijf

eCABO :

• Diverse uitgaven, waaronder ‘Starten met stages’,

‘Investeren in leren: verhoog de kwaliteit van opleiden

op uw werkvloer’.

• Publicatie ‘Perspectief op werken en leren - feiten en cijfers

over de arbeidsmarkt in de economisch- administratieve,

ICT- en veiligheidsberoepen - 2009’. Kijk op www. ecabo. nl/

bedrijven

GOC :

• Diverse uitgaven, waaronder ‘Van vakman tot voorman’ en

‘Leeftijdsbewust Opleiden’

• ‘Trends in de creatieve industrie’. Kijk op www.goc.nl (onder

‘productaanbod’ > ‘publicaties’)

kenTeq :

• Diverse uitgaven, waaronder ‘Praktijkleren als i nspiratiebron’

en ‘Effecten MentorPlus’

• Brochure Arbeidsmarkt- en onderwijsinformatie 2008-2009.

kijk op www.kenteq.nl (onder ‘diensten’ > arbeidsmarktinformatie’)

vTL :

• Diverse uitgaven, waaronder de brochure ‘Employability

voor werkgevers’

• VTL Arbeidsmarktonderzoek en het Arbeidsmarktadvies.

Kijk op www.vtl.nl (onder ‘over VTL’ > ‘informatiecentrum’ >

‘bestellen & downloaden’)

september 2009 PRAKTIJK 37


Nieuws calibris

38 PRAKTIJK september 2009

De Beste van Calibris

Tijdens het Calibris jaarcongres

op 27 oktober in Zeist worden de

winnaars van de prijs Beste Calibris

Leerbedrijf 2009 bekendgemaakt.

Er zijn prijzen in drie sectoren: Zorg,

Welzijn en Assisterenden Gezondheidszorg

(AG), en Sport. Instellingen

uit alle windstreken zijn genomineerd.

De drie sectorjury’s hebben

onder meer gekeken naar de mate

waarin het leerbedrijf de leerling

centraal stelt, de samenwerking

met andere partijen en de mate van

innovativiteit. Bekijk alle finalisten op

www.calibris.nl (ga naar ‘leerbedrijf’).

Praktijkbegeleiders in

de Sport

Dit najaar biedt Calibris weer

diverse trainingen ‘Praktijkbegeleiders

in de Sport’. De Academie voor

Sportkader, een samenwerkingsverband

tussen sportbonden en

NOC*NSF, coördineert ze. Er staan

ruim twintig ééndaagse trainingen

gepland met na afloop een praktijkopdracht.

Ze zijn speciaal bedoeld

voor sportleiders vanaf mbo-niveau

3 van de kwalificatiestructuur Sport

(en Bewegen) die andere trainers

of stagiairs gaan begeleiden. Kijk

op www.academievoorsportkader.nl

voor alle data en locaties. De training

wordt volledig gesubsidieerd.

Doktersassistente

in beeld

Calibris heeft weer een nieuwe

beroepenfilm erbij: die van Doktersassistent.

Een leerling leidt rond

door een dokterspraktijk en vertelt

over haar werkdag en de leuke en

minder leuke aspecten van haar

vak. Leerbedrijven en scholen

kunnen de film bij hun voorlichting

gebruiken. Deze is te zien en te

bestellen via www.calibris.nl

EcabO

Laat stages werken!

Voor praktijkopleiders is er de

ECABO-nieuwsbrief ‘Laat stages

werken!’. Deze maandelijkse e-mailnieuwsbrief

brengt u praktische

informatie en tips over allerlei

aspecten van het werven, begeleiden

en beoordelen van stagiairs. U kunt

zich kosteloos abonneren (of voorgaande

edities bekijken) via

www.ecabo.nl/praktijkopleiders

Perspectief op

arbeidsmarkt

ECABO heeft ‘Perspectief op

werken en leren 2009’ uitgebracht.

Daarin schetst ze de kansen en

knelpunten op de arbeids- en

opleidingenmarkt in de ECABOberoepen.

Waar moeten de werkgevers

rekening mee houden,

wat zijn de perspectieven voor de

mbo-leerlingen? Welke invloed heeft

de economische crisis? Bestel de

uitgave kosteloos via www.ecabo.nl

Beste Leerbedrijf

Wie mag zich ECABO-Leerbedrijf of

Praktijkopleider van het jaar 2009

noemen? Dat wordt 20 november

bekend. Een vakjury met vertegenwoordigers

uit onderwijs en

bedrijfsleven bezoekt komende tijd

de finalisten die gekozen zijn uit

een kleine tachtig nominaties voor

leerbedrijven en vijftig nominaties

voor praktijkopleiders. Het gaat om

de leerbedrijven Europeesche

verzekeringen in Amsterdam,

Zorggroep Pantein Service Bedrijf in

Boxmeer en Teleperformance

Technical Help in Maastricht.

Volg de verkiezing via

www.ecabo.nl/verkiezing

Congres btg ESB&I in

Antwerpen

Op 18 en 19 maart 2010 is in

Antwerpen het congres van de

bedrijfstakgroep ESB&I van de MBO

Raad onder het motto ‘Grensverleggend

onderwijs’. Samenwerking

tussen scholen en bedrijven,

examinering in de praktijk en

internationale stages passeren in

allerlei presentaties en workshops

de revue. De MBO Raad organiseert

dit congres voor managers en

docenten van ROC’s. Meer weten?

Mail Yvonne Hoogvliet,

y.hoogvliet@mboraad.nl.

GOc

Het succes van Einstein

De praktijkopleidersbijeenkomsten

van GOC over ‘Generatie Einstein’

zijn een groot succes geworden.

GOC heeft de praktijkopleiders

meteen gevraagd naar suggesties

voor volgende bijeenkomsten. Al

die ideeën worden nu verwerkt en

gewogen. Daar moet een nieuw

thema uitkomen aan de hand

waarvan GOC begin volgend jaar

nieuwe bijeenkomsten voor praktijkopleiders

organiseert. Reden om

www.goc.nl regelmatig te checken.

Alles wat praktijk -

opleiders weten willen

De GOC-informatiemap voor

praktijkopleiders is niet meer.

Praktijkopleiders gaven GOC aan

dat het compacter, toegankelijker,

minder belerend en leuker kan.

Daarom verschijnt binnenkort de

brochure ‘Stage in de spotlights’.

Die beschrijft op pakkende, heldere

manier wat iedere praktijkopleider

moet weten over het begeleiden van

leerlingen. Veel handige tips, trucs

en tools staan voortaan op

www.goc.nl. Daar is achtergrond-

informatie, verdieping, testjes,

invulformulieren, checklists en meer

te vinden. Er komt overigens wel

een nieuwe map, om alles rondom

de begeleiding van leerlingen handig

op te bergen.

Focus op jongeren

Al eens rondgekeken op

www.thecrewislookingforyou.nl bij

‘bedrijven/werkgevers’? Het is de

site waarmee het GOC praktijkopleiders

ondersteunt die jongeren

willen enthousiasmeren voor de

grafimediabranche. De focus

richten op jongeren blijft ook in

mindere tijden belangrijk. Drukwerk

zegt ze vaak niets, terwijl het overal

om hun heen aanwezig is. U vindt op

de website daarom tips voor open

dagen, doe-opdrachten, beroepenfilmpjes

en brochures. Of raadpleeg

de site in aanbouw, die speciaal

wordt ingericht voor jongeren:

www.ontdekdedrukwereld.nl. Het

beschikbare materiaal voor onder

anderen basisschool- en vmboleerlingen

is gratis op te vragen.

Mail h.rosendaal@goc.nl voor meer

informatie.

KENTEQ

Pactt is vernieuwd

Pactt is de vereniging voor praktijk

opleiders actief in techniek. Vanaf

nu biedt Pactt opleidingen en

trainingen, informatie en adviezen.

Ook kunnen praktijkopleiders

onderling contact leggen tijdens

zo’n veertig bijeenkomsten dit

najaar door het hele land. Versterk

uw positie en word lid: www.pactt.nl

Basics van het vmbo

Speciaal voor Kenteq-leerbedrijven

is een brochure gemaakt met

informatie over het vmbo. Onderwerpen

als de leerplicht, sectoren

en leerwegen, vmbo-stages, de vmbo

Carrousel en leerwerktrajecten

worden toegelicht. Ook zijn de meest

recente kwalificatiestructuur,

praktische internetsites, ARBOvoorwaarden

en een model

leerwerk overeenkomst opgenomen.

Bestellen kan via communicatie@

kenteq.nl

Beste Werkgever 2009

Kenteq is in de categorie bedrijven

met minder dan 1.000 werknemers

uitgeroepen tot Winnaar Grootste

Stijger in de verkiezing Beste

Werkgever 2009. Deze verkiezing is

het grootste en meest betrouwbare

werkgeversonderzoek van Nederland

en is een initiatief van Effectory

en VKbanen. Kenteq heeft vooral

sprongen gemaakt op de onderdelen

organisatie en ontwikkelingsmogelijkheden.

Op zoek naar een nieuwe

uitdaging? Kijk op

www.werkenbijkenteq.nl

EVC-light wordt EVP

Techniek

Kenteq doopt de naam van het

succesvolle EVC-light om tot EVP

Techniek. Het is het antwoord op de

door de UWV gehanteerde naam

voor de eerste stap in een EVCprocedure,

het ervaringsprofiel of

kortweg EVP. Het instrument helpt

om inzicht te krijgen in de kennis en

kunde van een medewerker en dit te

vertalen naar doorgroeimogelijkheden.

Kijk voor meer informatie op

www.evptechniek.nl

VTl

Training assessor

VTL komt binnenkort met een nieuwe

training voor beoordelen in de

praktijk. Deze training voor praktijkopleiders

sluit aan bij de behoefte

van de scholen om de leerlingen in

een praktijksituatie te kunnen

beoordelen als onderdeel van hun

examen. Wie de training heeft gevolgd,

kan ook worden ingezet bij proeven

van bekwaamheid en als assessor

bij een EVC-traject. Kijk voor meer

informatie op www.vtl.nl en

www.depraktijkopleider.nl.

Training scheepvaart

VTL biedt praktijkopleiders in de

scheepvaart een eigen training. In

de scheepvaart is de situatie voor

praktijkopleider en leerling bijzonder.

Zij leven immers een periode samen

aan boord. Het ‘omgaan met elkaar’

is dan ook een belangrijk element

van de training. Neem via

www.depraktijkopleider.nl contact

op met de opleidingsadviseur

Scheepvaart voor meer informatie

Competentiegerichte

middelen

VTL stimuleert de continue ontwikkeling

van mensen in transport en

logistiek. Dit doet zij onder meer

door leerbedrijven daar waar nodig

te ondersteunen bij de praktijkscholing

van leerlingen. Maar VTL

speelt ook een belangrijke rol in de

kwaliteit van (beroeps)opleidingen

door de ontwikkeling van leermiddelen.

Waarschijnlijk dat ook uw

praktijkleerlingen hier gebruik van

maken. Meer informatie: www.vtl.nl

(kijk onder ‘docent en decaan’ >

competentiegerichte leermiddelen’).

Ondersteuning

praktijkopleider

De VTL-website

www.depraktijk opleider.nl is uitgebreid

met praktische informatie ter ondersteuning

van de praktijk opleider. Op

de site kunnen praktijkopleiders

deelnemen aan onderlinge discussies.

Dit najaar zijn er weer regionale

praktijkopleidersbijeenkomsten,

onder meer in Nijmegen, Amsterdam

en in de regio Zeeland/Brabant. Kijk

op de site voor de data.

september 2009 PRAKTIJK 39


“Laat zien wie

je bent, dan

kom je er wel”

40 PRAKTIJK september 2009

DE ACHTERKANT VAN…

Jolanda Heijkoop

pedagogisch medewerker en werkbegeleider bij De Blije Hoek, onderdeel van de

Centrale Organisatie kinderopvang Drechtsteden

Wat wil je jongeren anno 2009 graag

meegeven?

Mijn stagiairs probeer ik vooral

teamgevoel mee te geven. In dit

werk is het superbelangrijk dat je

op één lijn zit met je collega’s en

voor elkaar klaar staat.

Wat is je favoriete website aller

tijden, zakelijk en privé?

Op mijn werk internet ik eigenlijk

niet. Privé zit ik vooral op Hyves en

vrouwenvoetbal.nl. Tot vorig jaar

veel gevoetbald. Ik ben nu gestopt

vanwege mijn studie Pedagogisch

coach, een hbo-plus opleiding.

Wat is de beste tip die je zelf ooit

gekregen hebt?

“Laat zien wie je bent, dan kom je er

wel.” Dat zei mijn locatiemanager

tegen me toen ik als 18-jarige hier

binnenkwam. Dat heeft me erg

gestimuleerd om meer uit mijn

schulp te kruipen.

Welk boek ligt op je nachtkastje?

Een hondentrainingsboek ‘Van

clicker tot gehoorzame hond’. Ik heb

een boomer-puppie van 6,5 maand

waarmee ik train.

Wat zou je andere leerbedrijven

mee willen geven?

Leef je in in je stagiair! Besef je dat

het heel wat is om in een onbekend

bedrijf binnen te komen met veel

nieuwe mensen en nieuwe ervaringen.

TEKST suzanne van Der burGt FOTO joYce van tienen

More magazines by this user
Similar magazines