N 155

bibliotheek.eyefilm.nl

N 155

N q 155


MONA LISA ZEEP

Zooals de onvergetelijke schoonheid

van Mona Lisa over de geheele wereld

erkend wordt, zoo zal U ook na

een enkele groeve met

MONA LISA ZEEP

volgaarne toegeven, dat zij, op gebied

van toiletzeepen als een

hoogstaand product

aangemerkt moet worden

Door haar fijne geur en buitengewone

kwaliteit beteekent het gebruik van

deze zeep een bijzondere verzorging

van Uw huid.

MAISON STRASTERS

KAPPER

CH. DE BOÜRBONSTRAAT 2

TEL. 71205

SPECIALITEIT IN:

BOBBED EN SINGLED HAIR

KNIPPEN GENRE 1926

I Ken* éü i

| HET POPULAIRE TIJDSCHRIFT |

Electro-Radio

I DE

VRAAGBAAK VOOR

RADIO-AMATEURS

f2.75 PER HALF 3AAR

TANGO.

CHARLESTON etc

PRIVAATLESSEN

C.KLINKERT

Amsicrdam. Tel. 24232

Te Zand voort:

Hotel d'Orange

NVZAADHANDEL

ÉSBssa3*EN ZAADTEELT

V /HA.H0BBEI

OOITGENSPLAAT

Leverinq aan landbouwers en iinnbezillers

Men vrage prijscourant

Op bijna alle plaatsen verlegcrnwoordigd

IFILOIISA

Amstelstraat - Amsterdam

Te lef. 43306

DIR.: F. A. NOGGERATH

Zaterdas 14 Augustus en

volgende avonden, 8 uur

DE ZWERVER

Nieuwe operette,

muziek van Margie Morris.

In de boofdrollen:

ELSE GRASSAU - EMILE ». BOSCH

NAP DE LA MAR - JEAN JANSSENS

Plaatsbespreking dagelijks

van 11 tot 7 uur.

VRAAGT HET NIEUWE MERK

TtJTTKFRtJTTI

VRUCHTEN DROPS IN ROLLEN

HEERLIJK FRISCH — FIJN VAN SMAAK

FABR:: VEKA - ROTTERDAM

DE

CAMERA

HET IDEALE TIJDSCHRIFT

VOOR AMATEUR-

FOTOGRAFEN

24 nummers

B per jaar m

f 1.50 per kwartaal

Een eenvoudiger behandeling van de wekelvb-

sehe wasch — veel vroeger het goed aan de lijn —

en een prachtige hagelwitte wasch — dat z^jn de

voordeelen die Rlnso U biedt boven de oude wasch«

methoden.

Geneeskrachtige

Huidzeep

De beroemde D.D.D. zeep heeft

een verzachtende werking ia

alle gevallen van huidziekten.

Deze zeep, tegelijk gebruikt met

de D D.D. oplossing, geeft ver-

lichting aan lijders van ezzeem,

ringworm, zeere plekken, jeu-

kende uitslag of eenige andere

vorm van huidziekte.

D.D.D. zeep ver »tuk ä f. I.- D.D.D.

oplossing in ft. van f. 0.76 en f. e 50

bij all'- apoth. en droy.

|||] | ABONNEERT U OP DIT BLAD | [jjj

tW-M

Het danspaar Sokoiowa—Douré

dat mei grool succes in Mille Colonnes te Amster-

dam en Pschorr Ie Rotterdam optrad

■ i >■■■■■■■■■■ ii ui i n n i—"—^^—~ J '—"—l

f VAN WEE

Hollondsche energie in het

buiïenland.

Zc zeggen zoo graag bij ons in Hol-.

;und, dat de nederlanders geen durf, geen

tut hebben.

Maar re moeten het aan mij niet vertellen!

Mijn ervaring is precies het tegenovergestelde.

Telkens ontmoet je in het buitenland

landgenooten, die zich èn door hun

kennis èn door hun energie, wel degelijk

naar voren hebben weten te brengen I

*

*

*

Nou denk ik niet aan Boon, den man, die

in de poppen v-an de onschuldige kleine

nederlandsche jonge dames cocaïne in het

vereenigde koninkrijk bracht. Zulke typen

doen onzen goeden roep schade. Gelukkig

kunnen we ook in Engeland op andere

voorbeelden wijzen.

Want niet alleen onze bekende operette

diva Beppie de Vries heeft den laatsten

tijd in Londen van zich doen spreken, er

is ook een jonge hollander in de londensche

theaterwereld op den voorgrond getreden

en wei de bekende heer Henry

M. Taunay. Hij is er in geslaagd voor

längeren tijd zich de beschikking te verzekeren

van het bekende Gaiety Theatre

aan het Strand en de eerste opvoeringen,

welke in dit theater onder zijn leiding plaats

hadden, waren een overweldigend succe^,

* *

*

Ondanks de hooge kosten heeft hij het

aangedurfd Yvonne Printemps en Sacha

Guitry' met htm geheele parijsche gezelschap

naar Londen te laten komen, teneinde

in het Gaiety Theatre het successtuk

„Mozart" te doen opvoeren. Zooals gezegd,

het succes is overweldigend geweest en

ondanks de zeer hooge prijzen is het

theater avond aan avond uitverkocht. Het

is een schouwspel op zich zelf voor en

na de voorstelling de file van luxe auto's

en den stroom van engelsche society gade

te slaan, die naar de Gaiety trekt.


Dat de ondernemingsgeest, durf en

goede smaak van onzen jongen landgenoot

niet alleen bij het gewone uitgaande lon-

densche publiek, doch ook in de allerhoog-

ste kringen ten zeerste op prijs worden

gesteld, getuigt wel het feit, dat de konink-

VAN OVERAL EN ALLtS VA

De Pittaluga-film heeft een film uitge

bracht, die de schoonheden van Napels in

beeld brengt en tot titel heeft gekregen:

„Napels zien en dan sterven .. .." Voor

de muzikale illustratie heeft zij zich de

medewerking verzekerd van een klein koor,

dat napolitaansche volksliederen bij de

film zingt. Het succes was reusachtig, zoo-

dat daarop een tweede film is gevolgd,

die heet „Napels zingt".

Deze film zal niet zonder het bijbehoo-

rende koor verhuurd worden en Pittaluga

is er van verzekerd, dat de financieele

successen groot zullen zijn. Het scenario

is van Matilde Serao, de gevierde napo-

litaansche dichteres, die reeds een keer

voor d^n Nobelprijs is voorgedragen.

Dameshoeden zijn al sinds gerudmen tijd

allemaal zoo ongeveer precies hetzelfde.

Geen man begrijpt, waarom de eene een

„snoesje" en de andere „niet te dragen"

is. Daar schijnt verandering in te komen.

Op het tooneel, de voorlooper van de

mode, ziet men hoeden wel 30 c.M. hoog

van linten en fluweel in de meest ge-

waagde bouwsels. Of het een verbetering

?al zijn

De nieuwste film van Pola Negndraa^;

tot titel „Hotel Imperial". Mauritz Stiller

heeft de regie, terwijl Erich Pommer de

supervisie in handen krijgt. Het scenario

speelt zich af aan de Russisch-Duitschc

grens gedurende den oorlog.

Rudolph Valentino zal „Benvenuto Cel-

lini" spelen.

Voor de zooveeLste maal komt een be-

richt udt Parijs om te vertellen, dat in

het najaar men zal trachten de mannen

ideeren wat op te vroolijken. Ditmaal geldt

het vooral de overjassen, die niet langer

zwart, blauw of grijs zullen zijn, doch

bordeauxrood. Men ziet al veel hoeden van

deze kleur dragen.

Het plan bestaat om ook van Frankrijk

uit een schip naar Zuid- en Noord-Ame-

rika te zenden, dat alle havensteden zal

bezoeken om reklame te maken voor flan-

sche producten. De bedoeling is, om ook

een fransch restaurant aan boord te heb-

ben, waarvoor een der beste „chefs" is

geëngageerd.

ren der meest gracieuse danseresjes welke in ons

land ontraden. Haar „Spitzentanz'' verraad een

ijoede techniek

>4

lijkc familie met gevolg reeds de vierde

voorstelling met hare tegenwoordigheid

vereerde, hetgeen sinds 1 5 jaar niet in het

theater had plaats gehad. Het vorstelijk

paar ontbood in de pauze den heer Taunay

bij zich, teneinde hem persoonlijk te com-

plimenteeren.

In de londensche theaterwereld is de

heer Taunay, de eenige hollandsche direc-

teur, tevens de jongste en tegelijkertijd op

het oogenblik de meest succesvolle.

Ondanks het enorme succes met deze

fransche artisten, vergeet de heer Taunay

de hollandsche kunstenaars echter niet.

Gezien het succes van Beppie de Vries,

heeft hij haar dan ook een contract voor

längeren tijd aangeboden en hoewel

mevrouw de Vries reeds elders te Londen

verbonden is, is er alle reden om aan te

nemen, dat de pogingen van den heer

Taunay zullen slagen, zoodat met vrij groote

zekerheid kan worden aangenomen, dat

in het komende winterseizoen in het Gaiety

Theatre een hollandsche directeur met onze

eerste hollandsche operettezangeres zal

samenwerken.

* *

Mooi hè 1


Rodi Roeters

Reeds lang koesterde ik

het voornemen, eens iets te

schrijven over mijn veel-

zijdigen hollandsoh-amerikaanp

schen kameraad Rodi Roeters.

Gèk eigenlijk, Rodi Roeters,

hollandsch-amerikaansch....

En wat nóg gekker is, ik

ken hem nu al een jaar of vier,

en in dien tijd was hij teekenaar

aan 'n humoristisch weekblad,

trucfïlm-vervaardiger, reclame-

ontwerper, snelteekenaar, goo-

chelaar, humorisit, zanger,

conferencier, tooneeldecorateur,

tooneelspeler en fkikist. Dit

laatste in een ensemble-scène

van Pisuisse.

Deze ambachtenserie zinkt

echter totaal in het niet, wan-

neer men haar vergelijkt met

de reeks beroepen welke Rodi

Roeters uitgeoefend heeft vóór

de vier jaren gedurende we-lke

ik hem kenl

Ik vroeg hem eenige ge-

gevens omtrent zijn levensloop,

teneinde deze als „Leitmotif" in

een artikel te verwerken. „Ver-

tel daarover maar niks", sprak

hij echter. ,,Däkr gelooft toch

geen mensch wat van!"

Wat moest ik dan over hem

schrijven? Dat hij zoo'n goed

artist is, welke zoo geweldig

snel en geestig teekenen kan ?

Dat weet immers heel Holland!

En dat hij een voortreffelijk

caricaturist is, hebben de lezers

van „Het Weekblad Cinema en

Theater — waaraan hij sinds

eenigen tijd medewerkt —

eveneens kunnen constateeren.

Wht dan?

Dan maar niets.

Tot mij plotseling de ge-

gevens als het ware toegewor-

pen werden, in den vorm van

een prettig, handig boekske, —

Uitgave Morks, Den Haag —

getiteld: „Hoe word ik snel-

teekenaar", door Rodi Roeters

geschreven en geïllustreerd, en

door Jean Louds Pisuisse van

een voorwoord voorzien.

En nu het met de stof voor

dit artikel tóch eenmaal ge-

loopen is, gelijk ik u vertelde,

lijkt het mij eigenlijk ook wèl

zoo nuttig, eeruge brokstukken

uit dit boekje te lichten, en de

man-in-kwestie zélf iets te laten

vertellen over zijn werk, dan

om u een avonturen-roman op

te disschen, welke zich deels

in de Oude, deels in de

_-__ , -4^.MM:

Hoe woid ik 5nelleeKer?aar

Nieuwe Wereld afspeelt, en

waar toch niemand wat van ge-

looft.

Allereerst iets uit de in-

leiding:

„De lust om te teekenen is

bij ieder mensch aanwezig, al

beeft hij zich, naar gelang er

talent bestaat, óf door veel

oefenen, bij den een wat meer

dan bij den ander ontwikkeld.

Wij .behoeven slechts bij wijze

van proef aan een klas school-

kinderen een aantal stukjes

krijt uit te deelen, en in minder

dan geen tijd, vinden wij alle

muren en wanden in den om-

trek versierd(?) met allerlei

voorstellingen die in een kin-

derbrein opkomen, en die dan

op hun eigen primitieve manier

werden weergegeven. Heeft u

zelf niet eens een oud cahier

of leerboek teruggevonden, dat

door u gebruikt werd, toen u

nog in de schoolbanken zat ?

Zeker heeft u er dan ook

krabbels in gevonden, waar-

mede u destijds uwe teeken-

gaven trachtte uit te drukken.

Menig schoolmeester is in

herinnering gebleven bij zijn

oud-leerlingen, door zijn beel-

tenis, die ergens tusschen

rekensommetjes of taaioefenin-

gen, in een aanval van teeken-

woede werd neergezet.

O

p

I

Teekenen is nu eenmaal een

eigenschap der menschen, en

zelfs zij, die niet die gave ont-

wikkela hebben, zien in elk

geval graag teekenen of weten

een goede teekening te appre-

cieeren".

Na 'n beknopte beschouwing

te hebben gegeven over de

geschiedenis van teekenkunst

en caricatuur, gaat de schrijver

aldus verder:

„Enkele lijnen willekeurig bij

elkaar geplaatst, zeggen niets...

maar laat een teekenaar deze

lijnen neerzetten en ze rang-

schikken volgens een bepaalde

gedachte van hem, en ze

zullen spreken!

Op deze basis nu is het snel-

teekenen voor het tooneel ont-

staan. Allereerst werkte daar-

aan mee de interesse voor het

teekenen, en vervolgens voor

het zien groeien van een teeke-

ning van lijn tot lijn. En juist

dit laatste is bet meesit aantrek-

kelijke voor het publiek. Als

dezelfde teekeningen van te

voren waren geteekend en ze

werden dan eenvoudig ver-

toond, och dan zou bet een

dood element blijven. Maar nu

komt er een teekenaar voor bet

voetlicht, die met een geestig

praatje de aandacht vestigt op

het nog schoone papier, en

Pisuisse zooais Roeters.

deze teelcende

daarna een serie teekeningen

op een vlugge en onderhou-

dende manier erop toovert!"

Dan legt Roeters ons uit wat

een caricatuur is:

„Het ligt bij vele menschen

zoo gauw in den mond om te

zeggen: die teekenaar teekent

een caricatuur, terwijl in wer-

kelijkheid slechts een portret

gemaakt wordt. Dat er zeer

veel verschil bestaat tusschen

een portret en een caricatuur

heb ik geprobeerd uit te laten

komen in de bijgaande illu-

straties.

Bekijk het portret van dien

meneer met kuifje en bril eens.

Zooais u bemerken zult, heb ik

hier als voorbeeld genomen,

iemand met een tamelijk alle-

daagsch gezicht, opdat ge niet

het idee zult krijgen, dat alleen

diegene geschikt zijn voor het

weergeven in caricatuur, die

door een bijzonderen gezichts-

vorm direct opvallen, .leder

gelaat heeft een eigen uitdruk-

king! Nu moet u leeren, om

bij ieder gelaat die uitdrukking

te vinden. Is u zoover gevor-

derd, dat u die uitdrukking met

een paar lijntjes op het papier

kunt zetten, dan is u reeds voor

driekwart een caricaturist.

Want heeft u het persoonlijk

gelaatskarakter goed getroffen,

dan blijven er nog maar een

paar détails over, die ge moet

chargeeren, om eert pakkend en

komisch effect te verkrijgen. In

dit voorbeela heb ik o.a. de

corpulentie van dezen meneer

overdreven, alsook zijn min of

meer naar boven wij zenden spit-

sen neus. Zooais u ziet, heb ik

de uitdrukkinig van de oogen

gekregen door een eenvoudig,

stipje in 't brilleglas te maken".

Vervolgens komt een verhan-

deling over rastypen, en over

de kunst van iemands beroep

of werkkring te leeren lezen

uit zijn uiterlijk. De auteur

vraagt ons bierbij:

„Of zou iemand, wiens gelaat

slechts tintelenden humor uit-

drukt, een betrekking kunnen

bekleeden als dienaar van be-

grafenissen, inspecteur van

politie, dominee, ontvanger van

belastingen, lakei of iets der-

gelijks ?" Vervolg op pag. 6.

',■ -r.*-!!* in.i»»a>

.


Door de Hapfilm wordt een werk in

roulatie gebracht, dat tot titel heeft „Een

dief in het Paradijs", waarin Doris

Kennyon, Ronald Colman en Aüeen Pringle

de voornaamste rollen vervullen. Het is een

drama van gestolen harten, een combinatie

van liefde, mysterie en schoonheid.

Jaren van tegenspoed hebben van Maurice

Blake 'n banneling gemaakt op 'n afgelegen

eiland. Hij is daar parelvisscher en zijn

metgezel Philip Jardine die van rijken huize

is, doch door eigen slecht gedrag achterop

is geraakt, wordt gedood door een haai.

Juist dienzelfden dag komt er een brief

van Philips vader met geld en het verzoek

naar San Francisco terug te keeren. Rosa

Carmino, Jardine's vriendin, weet Blake

over te halen de plaats in te nemen van

den verongelukten Jardine.

Blake komt bij den ouden beer aan en

ontmoet daar een jong meisje. Helen

Saville, waarop hij verliefd wordt; hij aar-

zelt evenwel haar dat te vertellen, omdat

bij zich schaamt voor de valsche rol, welke

bij speelt. Tot slot moet bij zich echter wel

aan haar verklaren en het verlovingsfeest

beeft plaats, maar Rosa Carmino, die ja-

loersch is, laat hem niet los. Zij is een

bekwaam danseres en beeft een grootc

dansscène in elkaar gezet, welke de gasten

van de luisterrijke partij in verrukking

brengt. Blake en Helen trouwen emnaken


pARADIJS

>

"life

T?*Z

' '

V


>t,

|,

^

g^ 4 ?

jj-jgpfe

3v:^lk\l ■ 11

r^iV-4mm\l fi(

til Ijt-:^ i ifep ■ ; \

f?,;.' % ■ il| | B|ip-'' " , T\^ < y'^"0

| '

hun reis per vliegmachine, maar Rosa volgt

hen. Blake vindt, dat .hij zijn vrouw niet

langer mag bedriegen en vertelt wie hij is.

Helen verlaat hem woedend. Blake, volgt

haar naar het buis van haar vader. Daar

doet hij nogmaals zijn bekentenis aan den

ouden heer Jardine, n.1. dat hij niet zijn

zoon is en breekt daarmee bijna 't hart van

den ouden man. Als Helen weigert om hem

te vergeven, tracht Blake zich van het leven

te berooven. Het ernstige gevaar, waarin hij

verkeert, doet Helen haar trots vergeten. Zij

vergeeft hem en verpleegt hem liefderijk.

De oude heer Jardine komt ook tot het

besef, dat de man, dien hij trotsch zijn zoon

noemde, werkelijk meer is dan een avon-

turier. Alles keert ten goede en als Blake

weer hersteld is, gaat hij met Helen naar

Delmonte terug, waar zij hun onderbroken

wittebroodsweken voortzetten in het heer-

lijke bewustzijn een leven van geluk voor

zich te hebben.

In het W. B. theater te Rotterdam wordt

dit filmwerk, dat verscheidene interessante

scènes vertoont, gegeven. Voor de acht

meisjes, die noodig waren voor de polo-

match in de film, passeerden er 6oo de

revue. Al deze meisjes waren schoonheden,

maar daar zij op de film moesten verschij-

nen in badcostuum moesten zij bok mopi

gevormd zijn en paard kunnen rijden.


(V r er[\)/g' pan pag. 4).

Een geheel hoofdstuk wordt

gewijd aan karaktereigenschap

pen die zich afteekenen in het

gezicht — Lombrosotheorie —

waarna een zeer uitvoerige be-

schrijving volgt over benoodigd

materiaal, waarbij zelfs aan-

wijzingen omtrent apparaten,

costumes, schmink, en orkest-

muziek niet vergeten zijn.

In het hoofdstuk „Het op-

treden", geeft Rodi Roeters ons

den raad, vooraf door een

kiertje van het voordoek eenige

geschikte slachtoffers onder het

publiek uit te zoeken. Daarbij

krijgen wij deze vaderlijke ver-

maning:

,,Xaar dames zoekt u natuur-

lijk niet .... van dames moet

u maar nooit een cancatuur

maken.... ik heb van mijn

leven al zooveel bittere lessen

daaromtrent gehad, dat ik het

u ten sterkste afraad.

Als u een dame teekent en u

flatteert haar niet.... dan vin-

den de vriendinnen het mooi,

maar de dame zelf niet

flatteert u haar wèl.... dan

vindt zij het zelf mooi, maar

de vriendinnen weer niet ....

en zoodoende heeft u nooit

succes I

Zorg dat u een reeks teekc-

ningen kunt brengen, die ge-

makkelijk voor het publiek te

begrijpen zijn en vóóral een

aardig onverwacht slot hebben.

Neem b.v. de zoogen. „Woord-

evolution", deze zijn tot in het

oneindige op te voeren."

De schrijver geeft dan zoo'n

„Woordevolutie" met het ver-

klarende smoesje er bij.

„Hooggeachte dames en

beeren.... mijn volgende tee-

kening is naar aanleidkig van

-mltn-'» •.•••!••■.

w?

^^ ^^ pp ^^^^

■ < 11 courantenbcrichtl U moet

weten] ik lees heel weinig cou-

ranteii.... tot iemand in de

zaal.... Jawel u hebt gelijk,

daar zie ik ook naar uit.... de

eenige keer dat ik eens in de

courant kijk is, om te zien of de

suiker daalt of rijst.... Daar

heb ik, moet u weten, een spe-

ciale reden voor .... omdat een

vriend van mij in suiker han-

delt .... en mij nog een klein

bedrag aan geld schuldig is ...

Kijk ik in die gevallen hoe de

kansen staan om mijn geld terug

te krijgen ... Zoo keek ik dan

gisteravond óók toevallig in de

courant ... en ziet, daar kwam

mij zóó'n groot bericht onder

de oogen.... een geweldige

1 sensatie .... ik bedoel die smok-

kelaffaire ... met opium I....

Wat kan men van smokkelaars

anders verwachten dan dat het

rare c^iineezen zijn ? Zelfs schrij-

ven doen die menschen op zoo'n

rare manier.... alles komt

onder elkaar te staan.... weet

u hoe ze bijvoorbeeld opium

zouden schrijven? Zoo: (schrijf

't woord opium op't papier) nu

moet. u weten dat dit bericht mij

een chineesche inspiratie heeft

gegeven.... ik heb mij name-

lijk afgevraagd hoe zij die

opium gebruiken en ik ben tot

deze qonclusie gekomen! (tee-

ken den chinees die de opium

schuift verder af)".

Nog vele andere raadgevin-

gen, lessen en wenken geeft

dit voor belangstellenden en

aspirant-snelteekenaars zoo in-

teressante boekje, van den all-

round artist Rodi Roeters,

wien ik, bij de verschijning

ervan veel succes en vele daar-

uit voortvloeiende looddeelen

toewensch!

ALEX DE HAAS.

ElKe abonné, die ons een

abonné aanbrengt, heefl

recht op een mooi boek

^^^—- ^^^^^^^^^^^^^^^~ ■■ — ^"

Cl eo

In het Pavillon Central in Scheve-

ningen trad dezer dagen de Finsche

Balletster Cleo Nordi op. Deze dan-

seuse, die onlangs in het Theatre

Femina in Parijs een gastvoorstelling

gaf, heeft een zeer veelzijdig talent.

Zoowel op het gebied van klassieke

ballet dansen, als van karakterdansen

biedt zij nummers, die een eerste

rangs-artiste verraden.

Tot haar repertoire behooren o.a.

Liebesfreude op muziek van Kreisler,

Chanson Hindoue (Rimsky-Korsa-

kow), Elegia (Kuula) en Variation

(Tschaikowsky) benevens een heele

suite van Spaansche dansen. Bij-

zonder goed is ook haar zigeuner-

dans, op muziek van Saint-Saëns,

waarin zij blijk geeft van een groot

uitbeeldingsvermogen en zeer veel

temperament. A.H.


\\^AROMde REIZE

Eenige jaren na de verbrm«

ning van Napoleon naar St.

IWi na, kwjmca een aantal jon-

K'-ïui m Parijs, op het ij^: ecu

flub te vormen, die zich tea

doel zou stellen, de liefde voor

den verbannen monarch aan te

kweeken en zoo mogelijk pogin-

gen in het werk te stellen. Na-

poleon weer op den troon te

verheffen.

Aanvankelijk telde de club

slechts jongelui, studenten,

officieren, kunstenaars e.d.

tot haar leden, maar weldra

vond ze aanhangers in alle krin-

gen en wel voornamelijk onder

de oud-soldaten van den ge-

wezen keizer.

In een der parijsche achter-

buurten in een klein café'tje,

hadden ze hun vergaderzaal. De

caféhouder had onder den „klei-

nen korporaal" gediend en was

een ijverig propagandist der

club, daar hij adle bezoekers,

waarvan hij dacht dat ze maar

eenigszins „napoleonachtig"

waren, in de club introduceerde.

Tot een der trouwste leden

behoorde de oude brigadier

Amot.

Hij had alle veldtochten met

Napoleon meegemaakt, had den

triomf van verschillende over-

winningen gesmaakt en had ten

laatste de bittere pil geslikt van

de russische nederlaag.

Toen de keizer van Elba ont-

snapte, was Amot een van de

eersten geweest, die hem be-

groetten.

En nu was hij de ziel van

de club, bracht de jongeren in

geestvervoering door zijn ver-

halen over de verschillende ont-

moetingen, die hij met Napo-

leon gehad had, vertelde van

de veldslagen en de marschen,

wanneer de keizer op zijn wit

paard, als een godheid voor-

uitreed.

Sinds eenige dagen kwam er

op geregelde tijden een nieuwe

bezoekers in het café'tje.

Hij kwam op geregelde tij-

den, liet zich altijd in denzelf-

den hoek neervallen, bestelde

zijn wijn en bleef dan met den

hoed diep in zijn oogen stil zit-

ten luisteren naar de gesprek-

ken van de mannen om zich

heen.

De waard had geprobeerd

een praatje met hem te maken,

maar hij kwam tot de wonder-

lijke ontdekking, dat zijn nieuwe

klant geen landsman was en

hem in 't engelsch afsnauwde.

Toch bleven de mannen op

hun hoede, wat zou daar ach-

ter dien gehedmzinnigen vreem-

deling schuilen, die geen

fransch verstond en toch zoo

ingespannen luisterde ?

Het was een kouden avond,

Arnot kwam diep in zijn kraag

gedoken van de club en liep

nu r groote haastige stappen,

door de modderige straten, naar

huis, toen hij snelle schreden

achter zich hoorde en weldra in

onvervalscht fransch werd aan-

gesproken, door den vreemde-

ling uit het café.

„Monsieur Amot, ik zou u

heel graag eens willen spreken;

is daar op 't oogenblik ge-

legenheid toe ?"

Amot stond verbaasd stil.

„Ik dacht dat u een engelsch-

man was, waarom geeft ge u

voor iets anders uit dan gij zijt ?

En wat ter wereld kunt ge met

mij uitstaande hebben om mij

te willen spreken ?"

„Ons bindt dezelfde band,"

klonk het ernstig. „Napoleon,

de fransche keizer".

„Zijt gij een van zijn aan-

hangers ?" vroeg Amot haastig.

„Ik zal u de bewijzen leve-

ren, dat onze groote keizer geen

trouwer aanhanger heeft."

—^p^-—-—WfWfP"^

NIET TERUGKWAM

„Kom dan mee naar mijn

huis, een vriend van den keizer

is een vriend van mij."

Zij waren Amot's huis ge-

naderd en na de deur geopend

te hebben, noodigde Amot den

onbekende vriendelijk hem te

volgen.

In de kamer gekomen wierp

de vreemdeling zijn hoed op

een stoel en deed den grooten

spaanschen mantel af, waarin

hij gehuld was.

Hij was een knap man van

omstreeks veertig jaren, zwart

van haar en oogen, met leven-

dige gebaren en zeer beschaaf-

de manieren.

„Wel monsieur Amot, ge

kont mijn naam niet ? Wees dan

zoo goed dezen brief eens te

lezen."

De vreemdeling haalde een

fijn bewerkte portefeuille uit

Vreeselilk spoorweg ongeluk In Dultschland.

Meer dan vele woorden geeft bovenstaande foto duidelijk weer, met welkeen ontzettende

krachtde wagens m elkaar schoven.Zooalsmen weetgebeurde hetongelukmetden D-trein

Keulen—Berlijn, bij het plaatsje Leiferde. in de hier afgebeelde wagens kwamen de eerste

ongelukken met doodelijken afloop voor.

, • .1—,-'Vg=--~~',M..'i ; r '^-

zijn zak, zocht tusschen aller-

hande documenten en overhan-

digde Amot een geparfumcci-

den brief.

Hij was op zeer zwaar papier

met een fijne dameshand ge-

schreven en bevatte de volgen-

de regels:

„Wij kennen kapitein d'Isle

als een waar vrierd en trouw

aanhanger van Napoleon, den

eenigen franschen keizer. Wie

kapitein d'Isle gehoorzaamt,

dient de zaak van den keizer."

De onderteekening was van

den, Amot zoo welbekende,

hand der keizerin.

Kapitein d'Isle, natuurlijk

kende Amot den naam, duizen-

den malen was hij genoemd als

van een der dapperste soldaten.

Amot zag hem aan. „Kan ik

u ergens mee helpen ?" vroeg

hij begeerig.

„Spreekt u Engelsch ?" vroeer

d'Isle.

„Veel bijzonders is het niet,

ik kan me verstaanbaar maken,

- dat is alles."

„O, dat is genoeg voor ons

doel," zei d'Isle, den brief weer

in de portefeuille stekend en

er een anderen uithalend.

„En wat is dat doel ?" vroeg

Amot haastig.

d'Isle glimlachte. „Voorloo-

pig afwachten en geen vragen

stellen. U heeft zeker geen werk-

kring die u bindt ?"

,,Neen, ik heb alle tijd tot

mijn beschikking," antwoordde

Amot.

„Prachtig," zei d'Isle. Dan

vertrek ik nu weer, te gelege-

ner tijd zult gij van mij hooren.

Mocht er in dien tijd iets ge

beuren, hier hebt ge mijn adres

Bonjour Amot. Ge begrijpt

alles wordt geheim gehouden

Au revodr."

De bezoeker was verdwenen.

Amot streek met zijn hand

langs zijn voorhoofd, alles wat

hij het laatste uur had door-

gemaakt, scheen . hem een

droom, wat was hij wijzer ge-

worden door het bezoek van

d'Isle?

Plotseling schoot h^m het

adres te binnen, hij nam het

papier, jlat zijn gast op tafel

gelegd had en zag dat het een

gedrukt brievenhoofd was met

de volgende vermelding:

William Blackstone.

Nerva Line

London—North-Africa.

Dat was alles. Een vreemde

naam, een vreemde taal, niets

dat eenige aanwijzing kon

geven.

* *

Maanden gingen voorbij,

maanden waarin Amot niets

hoorde van d'Isle noch van

William Blackstone.

Tot hij op een avond een

(Vervolg pag. IJ)

De

""-""" . '

Drukte In de bollenstreek

verzending van de bloembollen naar het buitenland is sinds enkele dagen begonnen. Dagelijks ziel men honderden auto's, wagens en platte schuiten met volle bollenkisten naar de

haven gaan. Links: de in zakken verpakte bollen worden in kisten getimmerd voor export. Rechts: een partij hyacintenbollen.

Een prechtlae dultsche doa

die op de hondententoonstelling te Utrecht zeer de

aandacht trok.

Het vliegongeluk in Engeland

Nabij het vliegveld te Lympse stortte een groot passagiersvliegtuig naar be-

neden, twee personen werden gedood, tien ernstig gewond. Het vliegtuig

kwam van Parijs.

Groot vuurwerk te Zendvoort

Een typische foto van de vuurbouquetten.

De grootste geïmporteerde chimpansee

Dit prachtige beest kwam met een zending dieren

voor de fa. Schultz, te Rotterdam aan.

De doorgang weer vrl]

De doorgang van Reguliersdwarsstraat naar de Vijzelstraat, die tijdelijk voor

alle verkeer was afgesloten, is thans weer voor verkeer in één richting

open gesteld.

Een Interessant bedrijf i,un,.„

Wil geven hierbij twee foto's van de klokkengieterij te Heiligeriee. Eerst het vullen van den smeltoven met bankat.n, dan het g^ten van de klokken.

J 3 een echt fantastische vertooning!


Wij kennen in ons land geen inheemsche

palmen. Hier en daar in de broeikasten

van planten- en dierentuinen ziet men wel

eens een hoogopgegroeid exemplaar van

deze wonderlijke reuzen, doch men moet

in het zuiden van Europa zijn om ze

in hun volle pracht te kunnen bewonderen.

In Zuid Spanje b.v. kent men uitge-

strekte palmbosschen.

In de nabijheid van Allicante treft men

zoo'n woud aan waar wel 120.000 dadel-

palmen met hun hooge koppen naar den

hemel wijzen.

Zij hebben een gemiddelde hoogte van

20 tot 25 meter. Vermoedelijk zijn zij

door arabieren geïmporteerd. Zij vonden

in Spanje een gunstigen bodem, waardoor

zij sterk voortteelden.

Wil men van de dadelpalmen vruchten

oogsten, dan is een zorgvuldige" verple-

ging van noode. De dadels bevinden zich

dicht bij de kroon en het eigenaardige

is, dat de bevruchting der vrouwelijke

bloesems kunstmatig geschiedt. De manne-

lijke struiken zijn zeldzaam doch hun

vruchtbaarheid is groot genoeg om daar-

mee het doel te bereiken, het vrucht-

dragend maken der vrouwelijke bloesems.

Daarvoor moet echter een geweldige

klimpartij plaats vinden. Zooals gezegd

zijn de slanke boomen meestal over de

20 meter hoog.

De bloei heeft in Mei plaats, de oogst

in November. De boomen brengen 30—45

kilo vruchten op en de geheele oogst wórdt

op een waarde van 350.000 peseta's is

fl. 175.000 geschat.

Behalve in de vruchten wordt ook een

levendigen handel in de stekken gevoerd,,

"■elko voor niomvon nnmhm' 'üincn.

, . ^—^^^^^^

, - ■ ■ ■

^^

{Vervolg van pap. 8).

brief in zijn bus vond mej als

adres van den afzender William

Blackstone, London.

Snel maakte hij de enveloppe

open en vond een kort briefje,

waarin hem gevraagd werd dien

avond om kwart over elven aan

de Gare du Nord te zijn.

Om kwart voor elven liep

Amot bij de Gare du Nord heen

en weer maar geen minuut voor

den afgesproken tijd verscheen

d'Isle in een rijtudg en noodigde

Amot uit om in te stijgen.

Nauwelijks zat Amot of de

paarden suisden weer voort.

d'Isle hield zelf het span in de

hand en had al zijn aandacht bij 't

werk, zoodat Amot de vragen

die hem op de lippen brandden,

voor zich moest houden.

Den heelen nacht reden ze

door. Togen den morgen meen-

de Amot de kustlijn te ontjdek-

ken én na eenigen tijd hield

het rijtuig stil.

Ze stapten uit. Voor zich

zagen zij de witte koppen van

de branding, aan den horizon

lag een groot schip, waarin

Amot een brik herkende.

d'Isle daalde langs natuur-

lijke trappen af naar het strand.

Amot volgde zwijgend.

Een klein roeibootje lag

klaar. d'Isle maakte het los en

roeide met Amot in de richting

van het schip. d'Isle roeide snel

en sprak weinig maar in de na-

bijheid van het schip liet hij de

riemen rusten en langzaam

dreef het bootje verder.

„Luister nu eens Amot, het

gevaarte dat ge daar ziet is mijn

schip en vaart van Londen op

Noord-Afrika. Al meer dan tien

jaar maak ik die reizen en ben

aan de Afrikaansche kust goed

bekend.

Ik woon in Londen onder een

engelschen naam, want het komt

mij voor, dat zulks beter voor

mijn plannen is. Je zult je mis-

schien verwonderen over het

wonderlijk samenraapsel dat

mijn bemanning uitmaakt, maar

ik ben er heel blij mee. De offi-

cieren weten niets of zoo goed

als niets van kaarten en afstan-

den, de matrozen zijn allemaal

domme, maar gewillige jongens,

alleen de kok is een meester

in het vak.

Dat lijkt je misschien erg

vreemd, maar het is allemaal

uitstekend voor het doel en dat

doel, je zult het nooit raden

is .. .." de oogen van d'Isle be-

gonnen te schitteren, ,,dal doel

is den keizer van St. Helena te

halen en naar Frankrijk te

brengen."

Arnot luisterde met ingehou-

den adem.

„Niemand van de bemanning

weet er iets van, want je kunt

niet te voorzichtig zijn. Jij gaat

door voor een vriend van mij,

die voor zijn pleizier het tochtje

eens mee wil maken."

Ze waren het schip genaderd.

Een touwladder. werd uitgehan-

gen en voorafgegaan door

TOONEEL IN DE HOFSTAD

Cor Ruys-Ensemble. „'t Blondje van hiernoosl. BIn-

spel in drie bedrijven, naar het Fransch van Andre

Birabeau en Pierre Wolft.

Alweer een luchtig fransch blijspel, waarin echler naast veel luchtig-

heid en veel grappige geestige zelten en looneellies een fijne gevoelige

loon voorkomt, op meesterlijke wijze door Tilly Lus in de rol van

Sylveüe. het vrouwtje van den schrijver Francois Calais, over het voel-

lichl gebracht.

Behalve auteur en artist is Calais ook dol en dol op de vrouwtjes

Hij schept er nu eenmaal een genoegen in een schoone dochter van

Eva te veroveren ; is het zoover, of gaat hel hem te gemakkelijk af. dan

ziet hij er geen aardigheid meer in.

Zoolang hij echter op verovering uil is komt hij niet of zeer moeilijk

lot werken. Zijn verstandig vrouwtje, die zichzelf geheel en al wegcijfert.

ziel zulks steeds met leedwezen en doel alles om haar Francois aan

het werk te brengen, somwijlen als hij nl. zoover gekomen is — er

hem ook aan Ie houden.

Van het innerlijk verdriet van Sylvetle merkt Frangois te midden zijner

vele avontuurtjes niets, Toldat zich hel geval met het blondje van hier-

naast voordoet, de aantrekkelijke buurdame Aline, die er een vriend op

na houdt, den ouden dwaas Simeon.

Als hel spelletje met Aline begint, koml er natuurlijk weer mels van

werken bij Framjois. die mei een ongelooflijke energie er op uil is nieuwe

zegepralen te gaan behalen, wal geenszins zoo gemakkelijk geschiedl

Tol eindelijk de overwinning vanzelf zich voordoet, tenminste, dat lijkt

zoo. Want in werkelijkheid is het Sylvelle geweesl, die een list heell

aangewend om het verzet van Aline. welke zich niet zoo maar wil lalen

veroveren, daarbij haar olTicieelen vriend verraad aandoend. Ie breken.

Als Frangois. die juist in een werkrage was gekomen, hierachter koml

en eindelijk leert beseffen, wal hij thuis bezit, hoe dwaas hij dus doel.

schijnvermaak elders te zoeken, koml hij tol de ontdekking, dal Sylvetle

heel wal meer voor hem is, dan alleen zijn verstandige Minerva: zij is

ook de vrouw, die zijn liefde verdient, boven de verliefdheden, tol dus-

verre Ie dikwerf aan brunettes en blondjes, b.v. het blondje van hier-

naast besteed.

Cor Ruys als Frangois slond zijn werkelijke en looneelcchlgenoolc

perfcel ter zijde: ook de overige actrices en acleurs zorgden er voor.

dal wij een alleraardigste en goede opvoering te zien kregen. T K

d'Isle, klom Amot aan boord.

Ze hadden een voorspoedige

reis, weldra kwam er land in

zicht.

Amot zag nu de voordeden

van de domme bemanning in,

want als de officieren naar de

kaarten gekeken hadden, zou-

den ze hebben gezien, dat de

koers voor Noord-Afrika veel

te westelijk was.

In den vooravond van den

dag, nadat ze land in 't zicht

hadden gekregen, riep d'Isle

Amot in zijn hut.

„Weet je hoe dat land heet,

dat we in 't vizier gekregen

hebben?"

„Neen," schudde Amot.

„Dat is St. Helena," zei d'Isle

ontroerd, „en vanavond begint

jouw deel van het werk. Ik had

zelf graag den keizer willen be-

vrijden, maar dat gaat niet, ik

kan mijn schip niet zonder arg-

waan te wekken zoolang alleen

laten, die eene officier heeft mij

toch al gevraagd, hoe het komt

dat het 'land aan den rechter

kant van het schip komt.

Jij gaat vanavond met

Maurice, dien ouden matroos,

in een sloep aan land, zorgt

op de een of andere manier bij

den keizer te komen en brengt

hem hier mee naar toe.

Maar denk er om, overal lig-

gen engelschen op de loer."

Arnot kon niet nalaten bij

zich zelf te denken, dat d'Isle

de zaken wel wat gemakkelijk

voorstelde, hij ging niet om oen

klaargemaakt pakje te halen,

integendeel, hij moest tusschen

een hek van schildwachten

door, dan in een huis komen,

dat natuurlijk van het dak tot

den kelder bewaakt werd, dan

den keizer, geen gewoon mensch,

aanspreken, de zaak uitleggen

en dan met dien keizer den ge-

vaarlijken" tocht opnieuw begin-

nen. Maar Amot was geen man

om voor gevaren terug te dein-

zen. Moedig stapte hij in 't roei-

bootje en bereikte na een half

uurtje het eiland.

Behoedzaam trokken Arnot

en Maurice het bootje aan land

en verborgen het onder afhan-

gende struiken, de matroos

kroop in een inham en zou daar

op de terugkomst van Arnot,

met den keizer, wachten.

Gedekt door diept 1 duister-

nis dwaalde Arnot eenigen tijd

door wat kreupelhout, toen hij

eensklaps staan bleef door een

bundel licht, die vlak voor hem

op den weg scheen. Voorzichtig

liep hij naar den weg toe en

keek in de richting van de licht-

bron.

't LicHt scheen door de ramen

van 'n kamer, welke door groote

glazen deuren met den tuin in

verbinding stond. Amot waagde

zich op den weg en liep bij eiken

stap om zich heen kijkend, naar

't huis. Vreemd dat hij nergens

i, mand zag, geen soldaat kwam

hij tegen, hij merkte geen spoor

\


aoQE) o

Deze jeugdige bevallige actrice is de

eerste vrouw, die een operette compo-

neerde. Zij geeft in dit werk blijk, over

een groote muzikaliteit en instrumenta-

tie talent, te beschikken. Wij hopen

dat deze operette door meerdere ge-

volgd zal worden.

Else Grassau en Emile van Bosch

^^^^^^^

Zelden is een oper

het publiek ontvangen

en Nap de la Mar ku

libretto van Nap de

aardige vondsten. Hij

tooneel denkbaar is e

tte zoo enthousiast door

als deze. Margie Morris

len tevreden zijn. Het

a Mar is geestig en vol

Veet alles wat op het

aan te pas te brengen.

Zeer aardig is de „vis fiscène" in de eerste acte,

waarbij Nap In het wUer valt en drijfnat op

het droge gebracht nordt. De figujur van De

Zwerver is sympathie; geschreven, hij zorgt

voor het romantisch-seitimenteele gedeelte. Deze

rol is als 't ware voc ■ Emile van Bosch ge-

schreven. Met zijn bntklourig Schiller-hemd,

fluweelen jas en sandaen aan de bloote voeten

is hij een prachtig zwi rversfiguur. Hij bemint

slechts de natuur tot lat hij Anne-Marie (Else

Grassau) ontmoet ftn Y] bemerkt, dat er nog

meer op de wereld U, dat men beminnen kan.

Voor het komische gdeelte zorgt Nap de la

Mar door zijn creatie vi n Isidoor Leeflang, wion

alles tegenloopt, totdat hij de zwerver ontmoet,

zijn „niggesman", die hm bij het vissohen geluk

aan brengt, dan laat hij hem geen moment meer

alleen.

Joh. Elsensohn zor|t voor het dramatische

gedeelte als de oude loer Peter, die een ge-

meene testamentverval :her blijkt te zijn.

Else Grassau, Emi! > van Bosch en Jean

Janssens bleken een prä htig zangtrio te vormen,

wel het beste wat i laatste jaren op ons

operette-tooneel stond. 3e muziek van Margie

Morris gaf hun dan o k alle gelegenheid hun

kunnen te laten hoorei 1 i De opera-achtige muziek

— veel meer opera-oor ique dan operette — is

knap gecomponeerd en doet de eerste operette-

componiste alle eer aai

Van de overige nw lespelenden noemen wij

nog mevr. de la Mar-Kl pper als Vrouw Derkse'

M ■^±1 ■ ;iMpr c -r". .M uWijL^ii *-. k.

Aaf Boube- als Zigeunervrouw, Dogie Bouw-

meester als kamerkatje en Mathieu van Eysden

als dokter en notaris. Edith Ruhsiana bleek als

boerenzoon over een lief stemmetje te beschikken.

Wij gelooven, dat „De Zwerver" voorloopig

zijn xehuis in Flora gevonden heeft.

ERIC WINTER

Mevr. de la Har en Mathieu

van tysaen

— o g^^> on

Finale I acte Mevr. Bouber-ten nope 0

o

ocs>oO

0


fü»

^Vier^

iéns gingen vier dames uit zeilen,

Met George, een dapper jongmensch,

Vier schoonen, in diverse Stijlen,

Voor ieder man keuze naar wensch.

De slanke brunette, Henriette,

Was George haar leven-laiig trouw,

üe andere drie: onbezette

En dus „noch zu haben" .als vrouw.

En wädr nu dit stel was gezeten,

In Zuidzee of Brasemermeer,

Dat ben ik inmiddels vergeten:

In elk geval stormde 't zeer.

Het waaide zelfs dermate hevig.

Dat 't kraakte en piepte rondom,

En 't zeiljachtje, toch al met stevig,

Sloeg zonder één waarschuwing om ..

Ze klampten zich vast aan de randen,

1 Het vijftal, tot doodsangst gebracht,

Toen . . plotseling konden ze landen ..

Wie had zulk een toeval verwacht ?

Ze spoelden, zóó maar, op een eiland,

Welk heerlijk, verlossend gezicht.

Mot heuvelen, bosschen en weiland ...

Compleet een visioen, een gedicht I

'IV midden van golfslag en branding

Met woest-loeiend water-gebeuk.

Die reddende, veilige landing I

Welk zeeman vindt zoo iets niet leuk ?

De schipbreukelingen: ze brachten.

Een dankgebed itit, innig blij I

Toen kregen ze honger en dachten

Aan 't schip en de leverpastei.

Helaas, door het slot van den zeiltocht,

Verzonk äl het picnic-proviand,

Zoodat men tenslotte zijn heil zocht

In 't zoeken naar voedsel op 't land.

Ze plukten wat bessen en noten.

Die werden met smaak en gedwee

Verorberd mot water uit slooten:

Een tamelijk schraal déjeuner.

Toen bouwden ze tijd'lijke hutten.

Precies als de oertijdsche mensch,

De stevige stammen die stutten

Het bladerendak zéér naar wensch.

Een hut was voor George en Henriette,

Eén hut voor het drietal voornoemd.

Zelfs h/er was men tot étiquette

En keurige zeden gedoemd.

De dagen, die volgden... verschrikkelijkI

Die eenzaamheid, moordend en saai.

Verveling, zoo hoogst onverkwikkelijk.

Geen auto's, geen tram. geen lawaai.

En weken en maanden vervlogen

In Robinson Crusoë sehe sfeer,

Ze zagen de boomen, de hooge,

De zee en het land ... en niets meer.

Al was dus het noodlot hun nukkig.

Toch leefden daar George en Henriette,

Als echtpaar heel lief en gelukkig:

Vroeg op, vroeg aan 't werk, vroeg

[naar bed.

Holaas, het vergif der verleiding

Sloop zelfs in dit kalme gezin,

Want George kreeg stiekum een tijding

Van Suze, de blonde godin.

'Mt^r

^OPi^^

tU* T

Z' hing dii bericht aan de heining,

,,De eenzaamheid doodt me gewoon,

Ik snak naar je knappe verschijning

Zoo mannelijk — stevig en schoon!

„Ach, wil me wat lief de vreugd geven,

Al ben je direct nog niet vrij:

Straks komen we weer in het leven,

Dan laat je je scheiden ... voor mij!"

Zoo schreef deze blonde vol smarte,

Maar ach, nog geen uurtje daarna,

Werd hij achtervolgd door de zwarte

En ook door de derde weldra.

De eene zoowel als de ander

Begeerde den éénigen man.

Ze wisten het niet van elkander

Maar keken elkaar wèl scheel ;in.

En weer gingen weken en maanden.

Voorbij op gelijke manier,

Nog steeds was de minnestrijd gaande

En flirtte men als op de Pier.

En ieder der drie ongetrouwden

Zei: „George, m'n George, ik bezwec:

Dat 'k nóóit van een ander zal houden

AJ word ik ook honderd of meer."

Zoodra één de kans even schoon zag.

Bewerkte ze George alléén,

Met duidelijk liefde-vertoon zag

Hij een van hen steeds om zich heen.

1Ö11W§

Op ieder van hen kon hij bouwen,

En als ooit de redding nog kwam,

Zou élk van de drie met hem trouwen

In 't Haagje of in Amsterdam.

En zie... welk een liefelijk wonder:

Een stoomboot in 't verre verschiet,

De vTeeselijkste hypochonder

Vergat hierbij al zijn verdriet.

Vol hoopvolle toekomst-ideeën

Volbracht men het reddende werk

^ „Door zuchten van ziedende zeeën ..."

(Zie „Iris" van wijlen Jac. Perk).

Gered! En in veilige haven,'

Weer thuis in het knusse Den Haag,

Deed George aan élk van de braven,

Eén lange, hartstocht'lijke vraag.

Hij deed het... om 't eens te probeeren,

Als sport, als vermakelijkheid,

hn om hun karakters te leeren

Maar... zonder aansprakelijkheid!

En èlk dacht, zoo bij hem gezeten,

„Hij meent het verbazend serieus,"

2e hadden het eiland vergeten

En läng reeds een andere keus.

De eerste zei: „George, beste jongen,

Vergeet, wat er daar is gebeurd.

Een ander heeft jou reeds verdrongen.

Wees mannelijk-sterkl Niet getreurd I

De tweede, de blonde, zei: ^,Sjorsje,

Ik had, op dat eiland, geen brood'.

En was al tevrec.. . met een korstjê

'k Verveelde me gaandeweg dood!"

„Maar nu ga ik fijn naar de dancings,

Vervolgens naar de bioscoop.

Een prachtige film ... Emil Jannings

Speelt d' hoofdrol erin, naar ik hoop.

En d^n Valentino I Die 's reuzig,

Ik word zijn gezicht nimmer moe.

De derde zei ietwat nerveuzig:

„Ik ga naar van Bijleveld toe/"

„Ik hunker naar 'n operette,

Aan elk ander ding heb ik lak . ..

Het laatste geld uit mijn cassette

Gaf ik voor dien éénigen Jacques!

En George bleef schaterend zitten,

Vnn 't lachen bezweek hij bijna.

Poen kochl hij ren kaart van tien ritten

En ging naar zijn huis, met lijn A.

Zijn vrouwtje was juist klaar met koken,

Z'n bittertje stond al gereed.

Tabak lei ze klaar om te rooken

Zooals ze al jarenlang deed.

Ze vroeg zijn gezelschap alléénig.

Ze streelde hem zacht op z'n haar.

En fluisterde „Mannie, wat éénig.

Weer thuis, zonder levensgevaar!"

Ze stopte z'n pijp ... niets vergat zij

Hij keek haar een oogenblik aan.

Toen huilde hij ... even ... dat had hij

Sinds kindertijd niet meer gedaan ...

De lezer, als altijd scherpzinnig.

Begrijpt äl het o'vrige vlug:

Hij kuste haar meermalen innig...

Wij trekken ons tactvol terug .. .

WOUTERTJE DEN' HAAG

ja HET TROETELKIND

„Het troetelkindje" is een film, die voor

velen erg fantastisch moge lijken, zij is

niettemin waar en leert ons een les, die

geldt voor iedereen. Het is een ameri-

kaansch product, dat spreekt van rasechte

amerikanen, van hun liefde voor hun land.

Hot gaat om een troetelkindje, een wan-

product der twintigste eeuw, dat deels lach-

lust en deels ergernis opwekt. En dan te

bedenken, dat dit mispuntje een reeks be-

roemde voorvaderen had, mannen, die hun

geboortegrond eer aandeden en die het

aanzien genoten van het gansche land. Zij

woonden van geslacht op geslacht in Ari-

zona, waar zij streden voor recht en wet.

George Washington gaf den eersten telg

van het geslacht Marshall een gouden me-

daille en deze ging van vader op zoon

over. Tenslotte belandde de medaille bij

den vijfden Richard Marshall, die niet in

Arizona woonde, doch in Europa was groot-

gebracht. En deze Richard was niet wat

zijn voorvaderen waren. Hij was een troetel-

kindje, een Jan-hou-me-vast, een schande

voor de schoonc tradities van zijn geslacht.

r > . •■

wV-rf"* ■■" ^

^"ï ff*/}] . <

i i

i

^

-

Maar nauwelijks kwam dit potsierlijke

manneke in Arizona, ternauwernood rook

hij de lucht van zijn vaderland of het troe-

telkindje hervond den geest van moed en

energie en toonde plotseling dat hij een

Richard Marshall was, voor hel en duivel

nog niet bang. Arizona . . wie kent dezen

amerikaanschen staat, Arizona het land

van de roode woestijnen, waar indianen zich

nestelen in de oude bouwvallen, de rots-

holen en de ruïnes, die eeuwenoud zijn en

romantisch .... Het gevolg is, dat deze

merkwaardige film authentieke opnamen

van de indiaansche dorpen en o.a.. van

de buitengewoon belangwekkende aardver-

schuiving in beeld brengt. Het doek ver-

toont inderdaad Arizona, het land, dat

zoo talloozc merkwaardigheden biedt en

ten onzent eigenlijk volslageti onbekend is

op een wijze, dat men zin krijgt er eens

gauw een kijkje te nemen. Bovendien speelt

de graag-gezienc filmartist Douglas Fair-

banks de hoofdrol; Loet C. Barnstijn's

standaardfilms brengen het werk hier te

ande uit.


VRAAG EN ANTWOORD

■ . ■

/. L. vraagt:

Kunt u mij ook een raad geven om een.

slaolievlek uit lichte schoenen te ver-

wijderen ?

Antwoord:.

De olievlek kan verwijderd worden met

een lapje met zeepsop (na doen met schoon

water), benzine of tetra chloor koolstof.

Laten drogen en de schoen (als die van

leer is) poetsen met schoencrème in de

juiste kleur.

A. P., Amsterdam vraagt hoe men roede

menie uit een gummi-regenjas kan krijgen

en tevens benzine-olie.

Onze medewerkster schrijft, dat zij tot

haar spijt geen positief antwoord kan

geven, qmdat zij niet weet, wat hieronder

„menie" wordt verstaan. Bevat deze ijzer-

verbindingeni, dan is de vlek misschien

met zuringzout op te lossen. Het zekerste

is een chemische wasscherij te raadplegen.

CORRESPONDENTIE

Mej. Tr. B. Uw ongeteekenden brief

hebben wij direct in de prullemand ge-

daan. Schrijf ons dus nog even wat u van

ons wilde weten. Het spijt ons, dat wij

u die moeite moeten laten doen. Doch

het is werkelijk uw eigen schuld.

O. R. de L. W. R. te Amsterdam en

anderen. Och, dergelijk geschetter laten

wij aitijd onbeantwoord. Ons deert het niet

en, zooals de heer R. terecht schrijft, het

schaadt het meest dengene, die het als

strijdmiddel gebruikt.

R. G. S., Den Haag. Dit concert ging

uit van de Joodsche Invalide. Doch er

komt nog een tweede uitvoeriing.

Me/. B. ter K. te Dordrecht. U kunt

ook omtrent de bloemen verzorging inlich-

tingen krijgen. Sluit bij uw brief f o. 5 o voor

antwoord in.

R. L. te Breda. Wij zullen zeker gaarne

meerdere malen dergelijke groote midden-

platen brengen. Natuurlijk alleen, wanneer

er een bijzonder geschikt origineel voor is.

Mevr. de B. te Haarlem. Wij zullen

gaarne die kinderportretjes van u ontvan-

gen. Natuurlijk krijgt u ze terug. Maar

zet er uw naam achter op.

A. G. W. te Rotterdam. Het spreekt

vanzelf, dat we niet voor elke vlek een

middel weten. Doch schrijf even. Het is

toch te probeeren.

R. S. te Sittard. U is de derde dteze

week, die ons vraagt of wij u kunnen aan-

raden tooneelspeler te worden. Ook aan u

antwoorden wij: Misschien is het een roe-

ping, een beroep is het zeker niet in dien

zin, dat ge er op moogt rekenen er goed.

en gemakkelijk uw kost mee te verdienen.'

A. ten H., Den Haag. Wij koopen alleen

heel bijzondere reisfoto's. Onze correspon-

denten zenden ons elke week groote ge-

talen en wij hebben er werkelijk geen

voldoende plaats voor.

Mej. L. de G. te Gouda. In den laat-

sten tijd hebben wij ons aangewend om

de correspondentie direct met de vragers

te behandelen. Vandaar dat de correspon-

dentie-rubriek niet meer zoo groot was.

Maar nu hebt u deze week weer eens een

,,ouderwetsche".

Mevr. v. d. V. te Maastricht. Zencl ons

de foto's, dan kunnen wij het 't beste

beoordeelen.

PHILIP ADRIAN

Toen we een dezer

dagen in zijn keurig

ingerichte werkkamer

tegenover den heer

Adrian waren gezeten,

hadden we, als we

het reeds grijzend

haar een moment weg-

dachten, niet vermoed,

dat deze nog steeds

daadwerkelijke beoefe-

naar van vele sporten,

de 5 kruisjes reeds

2 jaar achter den rug

had. En toch vertelde

de heer Adrian ons,

dat hij in 1874 was

geboren. Sportman in

hart en nieren, is het

juist de sport, die hem

jong, lenig en energiek

houdt. Een gezonde

geest in een gezond

lichaam, dat tracht

Adrian met z'n sport-

beoefening te berei-

ken. Hij wilaantoonen

dat, mits het lichaam

gezond is, men niet spoedig te oud wordt om

daadwerkelijk aan sport te doen. Over sport

praten en er naar kijken, dat is slechts het

halve werk^ *«// doen, daar komt het op aan.

Dat Adrian nog mee kan doen, bewees hij nog

geen maand geleden, toen hij in Frankrijk ver-

toevende, mede deed aan een veteranen wedstrijd

voor wielrenners boven de 50 jaar, die vóór 1894

aan openwedstrijden hadden deelgenomen. Adrian

kwam als overwinnaar uit den strijd eii versloeg

rijders als Rivière en Boukours. Te merkwaardiger

wordt deze overwinning, als ik u mededeel, dat

gereden werd in bergterrein en met een ge-

middelde snelheid van 28 K.M. per uur. Me dunkt

een kranige prestatie. Adrian traint dan ook nog

geregeld op zijn racekarretje.

Reeds op jeugdigen leeftijd zat Adrian op de

fiets, 't Was in de bloeitijd van Jaap Eden, dat

onder leiding van Frans Netscher met Appel,

Smit en Rademaker, dagelijks geoefend werd op

de Utrechtsche baan. Den Haag bezat er toen

nog geen, zelfs de oude wielerbaan aan de Laan

v. N.-O. Indië bestond nog niet en zoo getroostten

de heeren zich de moeite van een dagelijksche

reis naar Utrecht, om aan de oefeneningen deel

te nemen.

Toen de heer Adrian den naam Eden noemde,

konden wij den vraag niet inhouden, hoe of

Adrian dacht over de verhouding der snelheden

van Eden en Moeskops. „Natuurlijk," zeide de heer

Adrian, „natuurlijk gaat Moeskops sneller dan

Eden nu 30 jaar geleden. Dit zit 'm in het betere

materiaal," maar vervolgde Adrian, „Eden was veel

taaier dan Moeskops. Deze laatste zit veel te

gauw in den put. (Zie het verloop van den wed-

strijd te Milaan). Kaufman lijkt veel meer op

Eden, maar Jaap was een klasse beter".

*

In 1900 werd tegelijk met de U.C.I. de Ned.

Wielrenbond opgericht. Oorspronkelijk waren wiel-

rijders (toeristen) en wielrenners in één bond, den

A.N.W.B. doch in 1900 had een splitsing plaats.

Met Emonds, Brugma en Sturenburg behoorde

Adrian tot de oprichters van den N. W. B.

Gedurende 10 jaar was hij er voorzitter van, om

later vervangen te

worden door Viruly,

die op zijn beurt voor

den huldigen presi-

dent. Kolfschoten,

burgemeester van

Edam, plaats maakte.

Van de U.C.I. is

de heer Adrian nog

heden een der vice-

presidenten. Zijn gron-

dige kennis der Fran-

sehe taal vergemak-

kelijkt die functie voor

hem in niet geringe

mate. Een dankbaar

baantje is dit bes tu urs-

lidmaatschap van den

U.C.I. nu juist niet,

omdat de renners

steeds, meenen, dat

hun persoonlijke be-

langen geschaad wor-

den door het algemeen

belang.

Ter voltooiing zijner

opvoeding vertoefde

de heer Adrian een

Jaar in Frankrijk,

Londen en Berlijn en

ook daar reed hij op de wielerwedstrijden mede.

Adrian toonde ons dan ook een schitterende

kast met médailles en eenige mooie bekers, als

prijzen in zijn talrijke matches behaald.

** *

Van de beoefening der sporten kwam hij als

vanzelf in den sporthandel. Hij begon met een

rijwielzaak en ging later naar de auto-branche

over. Jaren lang was hij directeur van de be-

kende zaak aan de Koninginnegracht, waar o.a.

de uitstekende Delattayc automobielen worden

verkocht.

Adrian is geenszins een eenzijdig sportman.

Behalve wielrijden en rennen, beoefende hij

schaatsenrijden, zwemmen en boksen. Hij is

tegenwoordig nog bestuurslid van den Neder-

, landsöhen Boksbond.

Met autorijden behaalde hij eenige jaren ge-

leden een eersten prijs, een prachtigen beker, in

de snelheidswedstrijden op de Scheveningsche

Boulevard. Met zijn Vauxhall wagen bereikte hij

daar een vaartje van 117 K.M. per uur, wel

een bewijs dat hij een uitmuntend autorijder is

en over een flinke durf beschikt.

Natuurlijk moest Adrian ook de meest moderne

vervoermiddelen eens probeeren, zij het als pas-

sagier. Zoo was hij de eerste, die boven Neder-

landsch grondgebied vloog met Kuiler in 1911,

en maakte hij tochten per luchtballon en lucht-

schip. Zijn veelzijdigheid op sportgebied blijkt

bovendien uit het feit, dat hij bezitter is van

het vaardigheidsdiploma N. O. G. met gouden

médaille, waarop Adrian terecht trotsoh is.

* *


Waar de heer Adrian zich een zeer aange-

naam causeur toonde, zal het den lezers duidelijk

zijn, dat wij geenszins spijt hadden van ons

bezoek.

Mannen als hij heeft onze sport noodig en.wij

hopen dan ook voor de verschillende takken

van sport, die door Adrian worden beoefend,

dat hij nog jaren lang een der voormannen zal

blijven.

VETERAAN

De voetbal-tijd komt weer

Spelmoment tijdens den wedstrijd R.V.V. tegen D.V.P. op

het terrein aan de Klaverstraat te Rotterdam.

Overrelking van het vaandel

Op het voetbalterrein te Tilburg werd door supporters van de

vereeniging Willem II, aan het bestuur een nieuw vaandel

uitgereikt.

Wielerwedstrllden te Nijmegen

Moment ui: den persoonlijken wedstrijd voor nieuwelingen

over 45 ronden.

Feestelijke bijeenkomst te Tilburg

AtmetieK te Rotterdam Je Tilburg hordacht de voetbalvereeniging Willem II haar 30-jarig bestaan.

Een mooie sprong van den heer Kracht, een man die 2ijn naam eer aan In den schouwburg werd een receptie gehouaen. Op dezelfde oagina geven

doet, tijdens den wedstrijd in Rotterdam. wij een foto van de overreiking van het vaandel.

Zeilwedstrijden op de Zuiderzee

Op de Zuiderzee werden Zondag j.l. door de kon. ned. zeil- en roeivereeniging internationale wedstrijden gehouden Een foto van den wedstriid van de zesmeterjachten, waaroc van links

naar rechts: Antigon, Tromp, Kemphaan, Säenden. Ook kiekten wij den italiaanschen gezant, die met belangstelling dit tyosch hóllandsche schouwspel gadesloeg.'

Internationale wedstrijden door de zwemvereenlslns het Y te Amsterdam

Deze wedstrijden werden in het badhuis Obelt gehouden. Links: de start voor de 4 x 50 M. wisselslag zwemmen voor heeren, gewonnen door het Y. Rechts: een moment uit den wedstrijd

100 meter vrije slag, gewonnen door juffrouw Marie Baron.

- _ " —-='

ZwemwedstrIJden te Zutphen

Links de start voor den 8 kilometer zwemwedstrijd. Een stortregentje „frischte" den kamp wal op. Rechts een dapper drietal.

winnaar veteranen, Mej. Lubbrand, de overwinnende zwemster en de heer Ter Haar, winnaar heeren 8 K.M.

de heer C. Dekker.


Zoo zag het er uit op de teekening Dat het aan den grooten weg gelesen was, In het drukste

auto verkeer

Flink besluit.

„Max leen me vijftig

gulden."

„Waarvoor heb je ze

noodig ?"

„Ik wil er m'n schulden mee

betalen. Het wordt toch einde-

lijk tijd, dat ik niemand meer

iets schuldig ben."

/« het goedkoope frankenland.

Jonassen kwam met zijn

familie in een hotel in een

plaatsje in de Ardennen.

„Men heeft ons gezegd", zoo

begon hij, „dat je hier kamers

van 25 oji 30 francs kan

krijgen."

Waarop de hotelhouder ant-

woordde: ,,Men heeft u goed

geïnformeerd, mijnheer. 25 en

30 francs is frs. 55. We heb-

ben een paar aardige kamertjes

van frs. 55 nog open."

Enkel voor pleizierreizigers,

„Drie enkele Brussel", zei de

vacantiereiziger aan het loket.

,,Wat blieft u ?" vroeg de

man van de kaartjes.

„Drie, een voor mij, een voor

mijn vrouw en een voor mijn

schoonmoeder naar Brussel."

„Dat gaat niet meneer, u

kunt er geen krijgen voor uw

schoonmoeder."

„Waarom kan dat niet ?"

„Omdat het een pleizier-

trein is." \

Wat haar het meest

interesseerde. .

Mevrouw kwam aan het in-

formatiebureau en werd door

een jong meisje binnengelaten.

„Is dit 't informatiebureau?"

vroeg de dame.

„Jawel mevrouw, wat wenscht

u te weten ?"

„Ik zou zoo graag willen

weten, hoeveel u betaald heeft

voor die zijden blouse die u

daar aan heeft."

Voor een kop koffie.

Twee baliekluivers hingen

over de brugleuning en vertel-

den elkander hun ervaringen.

„Gisteren hielp ik een ouden

heer naar den overkant van

„Zoo in soortcostuum ? Ik wist niet dat

1 aan sport deed. Wat speelt u?"

.Ik soeel al jaren biljard." Passing Show

HET LANDHUIS3E

, ■ B^^ —-^^^^M wm

En dat er een stilstaand

watertje achter was

... vol mussen

De minnaar: „De ring, dien ik fe geef. is

het symbool van de liefde, die ik voor ie

gevoel; er is geen eind aan.

Het meisje: „Hij is eveneens het sym-

Dool van de liefde die ik voor jou gevoel:

er is geen begin aan." Passing Show

Hij: „IK heb daarnet :ocn een fla'er geslagen, IK stond met een heer te praten en zei,

da: de gastheer een gierige kerel moest zijn. om een danspartij zonder champagne te geven.

En stel u zooiets voor, het was de gastheer zelf."*

Zij: -U bedoelt mijn man!" Passing Show

een drukke straat. Toen we aan

den overkant waren zei hij:

„Hier goeie vrind, heb je iets

voor een kop koffie."

„En wat gaf hij ?"

Een klontje suiker."

Een verkwister.

M'n vriend Opdepenning

kwam onlangs met z'n vier kin-

deren in een melksalon.

Wat mag ik u brengen?

vroeg de juffrouw.

Een kop thee met vier extra

schoteltjes was het royale ant-

woord-

Onder vriendinnen.

Een paar actricetjes zaten

in den tijd van de repetitie over

alles en nog wat te praten.

Zegj heb je gehoord, vroeg

Mies, dat ze op Borneo een

bloem hebben ontdekt, bijna

een meter groot, die zes dagen

lang versch blijft ?

Zou dat niks voor jou zijn

om je te laten aanbieden, ak

het nieuwe stuk gaat ? Je hebt

dan waar voor je geld.

Een begrijpelijke vergissing.

Onlangs is er in een theater

ingebroken, de dieven vonden

geen geld en uit wraak sloegen

ze de aanwezige muziekinstru-

memten kort en klein.

Ze beweren, dat niemand er

iets van gemerkt heeft, omdat

ze allemaal dachten dat een

jazzband aan het repeteeren was.

'n Benijdenswaardig land.

Henri, oaze jongste bediende,

is ©en meester in het verzinnen

van uitvl uchtjes om een dag vrij

te krijgen. Z'n ooms en tantes

zijn al allemaal begraven. Z'n

grootouders waren vroeger al

verbruikt.

We bewonderen z'n vinding-

rijkheid maar plagen hem ook

duchtig ermee.

Onlangs komt de boekhouder

op kantoor en roept Henri.

Zeg jong, daar heb ik iet^

En dat de buurman een varken

hield... zie dat stond er niet bij

'VA, i F^i

Hasseiden in de Daily Mirror

in de krant gelezen, dat is iets

voor jou.

Wat dan, m'nheer?

Ze schrijven, dat in sommige

deelen van Indië een begrafenis

minstens een week duurt. Als

je nou weer ereis vacantie heb-

ben wil, moet je zien, dat d'r

een oom van je in dat gedeelte

van de Oost sterft....

M'n neef Janssen

was onlangs in gezelschap met

een opsnijerigen m'nheer, die

vertelde dat hij voor eiken dag

van de week een pak had.

Och, zei Janssen, ik heb een

pak voor eiken dag van 't jaar.

Verbazing.

Vinden jullie dat zoo gek ?

Hier heb je 't. Dat pak, dat ik

aan heb, draag ik eiken dag

van het jaar.

Het middel.

'n Mooie, ouwe kist hebt u

daar staan, m'n heer Lemmers,

wat zk daarin ?

Ik kan 't u niet zeggen, mijn-

heer van Zant. Het is een erfe-

"ftis van m'n grootvader, maar

wat ik er ook aan gedaan heb,

't ding wil niet open.

Zoudt u het niet ereis als

vrachtgoed per spoor versturen

met een labeltje d'r an, waarop

u zet: voorzichtig behandelen ?

Die begreep hel.

De automobielhandelaar pro-

beerde een auto aan een dame

te verkoopen.

De man deed z'n best.

Alles verklaarde hij, niets

vergat hij uk te leggen. Aan-

schouwelijk. Een doofstomme

had het kunnen verstaan.

Na een half uur vroeg hij of

d'r nog iets was wat de dame

weten wilde.

Ja, zei ze, vertelt u me eens,

als u den motor met dien slin-

ger van voren 's morgens op-

windt, blijft ie dan den heelen

dag loopen, of moet je 'm

's middags ook nog ereis op-

winden?

MooR

HET BESTE

► T LOOD

XEENX

VEHÄSSE^D

OÖßDEEL

oon

E. PHILIPS OPPENHEIM

Vertaald uit het Engelsch door

J. DE HOOP SCHEFFER.

Op het oleizierj acht, dat zich te midden van een plaatselijken

nevel, door den oceaan spoedt, bevindt zich een reisgezelscnap,

bestaande uit vogels van diverse pluimage. Door een weinig

bevaren gedeelte van den oceaan trekkende, passeert het jacht

enkele onbewoonde eilanden en ontdekt de gastheer plotseling,

bij het ontrekken van de mist, op een groote kale rots een

kruis, dat vlammend tegen de heldere lucht uitkomt. De

gastheer, gestoord in het geanimeerde onderhoud, dat hij had

met Pauline, de dame, voor wier genoegen de tocht in hoofd-

zaak ondernomen was, riep den stuurman om hem te vragen

of hij ook wist, hoe het eiland heette waarop dit natuurwonder

zich vertoonde en of hij ook wist of het eiland bewoond was.

Noch de stuurman, noch ook desgevraagd de kapitein, konden

een bevredigende oolossing vinden. Hildyard, de eigenaar van

het luxe-jacht, was echter onder den indruk gekomen, daar

volgens de aanteekeningen in zijn familie-archief, zijn voor-

ouders telkens een kruis zagen, als hun stervensuur naderde,

zoo ook o.a. Sir Francis, toen hij Monmouth tegemoet reed.

Hildyard geeft in stilte den kapitein bevel, zijn koers te ver-

anderen en op het eiland aan te houden.

's Nachts wil hij alleen in een sloep, een bezoek brengen

aan het eiland om het geheim van het kruis te ontdekken.

„Ik heb niet veel verstand van zeevaart-

kunde," merkte hij op, „maar, me dunkt,

we veranderen van koers. De machines

werken trager, is 't niet zoo, HildyardT'

„Ik merk er niets van," antwoordde zijn

gastheer onverschillig. „Henderson is

even zuinig als ik ben! Misschien zet hij

een zeil op. Er is meer wind komen op-

zetten."

Pearmain haalde de schouders op en

hield vol:

„Toch zou ik zeggen, dat we een ande-

ren koers uitgaan. Zooveel verstand heb

ik er nog wel van. Enfin," vervolgde hij

op gedempten toon, „ik berust erin, al zeil-

den we desnoods naar de Zuidpool. De

machines worden nu weer aangezet."

„Bekommer je maar niet om de machi-

nes," lachte Hildyard en vulde diens glas.

„In ieder geval, maak 't Henders«n niet

lastig met vragen. Hij houdt er niet van.

Doe Lady Bergamot het verhaal, dat je

mij van middag verteld hebt 'over Fanny

Dussein en den ouden Catherall."

Pearmain zette zijn lorgnet op en draai-

de, weifelend, zijn dun, zwart snorretje op.

„Is 't niet — wel een beetje? 't Was ver-

trouwelijk, weet je. Me dunkt, ik moest

't niet nog eens vertellen."

„Vertel 't mij onmiddellijk!" beval

Lady Bergamot snibbig.

't Duurde heel lang eer iemand op het

dek verscheen. Toen eindelijk de kajuit

verlaten werd, haalden de dames haar

omslagdoeken en ging Hildyard geheel

alleen naar de hut van den kapitein.

„Is 't gelukt?" vroeg hij.

Kapitein Henderson stond op van zijn

stoel en legde zijn pijp neer.

„Ja, Milord! We zijn omgedraaid en

zijn op 't oogenblik geen drie mijlen van

het eiland af. Het ligt ginds aan de lij-

zijde. Ik houd zooveel mogelijk af en na-

der 't dan over een half uur.

Peinzend keek Hildyard de duisternis

in en antwoordde:

■"

„Uitstekend! De sloep zal zeker tegen

middernacht wel gereed zijn?"

„De sloep is al gereed, Milord."

„Zoo eenigszins mogelijk, moet nie-

mand weten, dat ik van boord ben ge-

gaan."

„Niemand zal 't hoeren, Milord, als uw

gasten 't zelf maar niet merken."

Hij knikte en ging terug naar het dek.

Uit de schemering dook het kleine groep-

je lachende beeren en dames op. De

roode puntjes hunner sigarettes gloeiden

als glimwormen in de donkerte. Pauline

kwam naar hem toe en gaf hem een arm.

De anderen liepen door.

Ze keken terzijde. Een bank van lage,

dikke wolken verduisterde de maan. De

witgekopte golven doken op en neer op

een zee zoo zwart als inkt. Zij zagen het

zog opborrelen tegen de zijkanten en de

lichtstralen phosphoriseeren op het water.

„Heb ik een streepje voor bij mijnheer

Pearmain?" vroeg zij eensklaps.

„Natuurlijk!" •

„Dan moet ik je een vraag doen. Is 't

waar, dat onze koers veranderd is?"

„Wie zegt dat?"

„Niemand. Ik vraag 't maar. Ik wou 't

weten."

Een oogenblik van zwijgen. Hij vond het

vervelend, dat zij iets vermoedde, wat hij

opzettelijk getracht had stil te houden.

„Ja, we zijn een weinig afgedraaid," gaf

hij met tegenzin toe.

Zij trachtte door de duisternis heen te

zien. Haar oogen waren buitengewoon

helder en doordringend.

„Hoe vèr zijn we van het eiland af?"

„Nog maar een paar mijlen. Daar

ligt 't."

Hij wees over den kant van het jacht,

na eerst rondgekeken te hebben of zij

alleen waren. Weer trachtte haar blik

de drijvende schaduwen te doorboren.

Zij tuurde tot haar oogen pijn begonnen

te doen, doch zij zag niets.

„Hoor eens!" fluisterde hij. Zij hield

haar adem in. Uit de verte, achter dien

muur van donkerte ruischte een een-

tonig, onheilspellend geklots.

„'t Is de branding. Ik ben bang, dat

de anderen 't ook zullen hooren."

Zij keek even over haar schouder. Om

haar geopende lippen tintelde een min-

achtend lachje.

„O, ze merken 't niet. Lady Berga-

mot is veel te veel vervuld van mijnheer

Pearmain's verhalen. Hildyard, waarom

zijn die menschen toch hier? Waarom

heb je ze meegenomen?"

Hij keek haar stomverbaasd aan.

„Wat zijn de vrouwen toch inconse-

quent!" riep hij uit. „Je hebt mij zelf ge-

vraagd ze te inviteeren. Ik meen, dat je

er bij gezegd hebt, dat zes weken alleen

met mij op een boot niet door te komen

zouden zijn."

„'t Was dwaas van mij. Ik wist niet

wat ik wilde. Zóó gaat het soms. We zeg-

gen dingen, die we niet bedoelen en later

breekt 't ons op."

„Dat is jammer."

.jSchei uit. 't Is mijn eigen schuld, 't

Was dwaas. Ik wilde juist dit soort men-

schen een tijdlang ontloopen. Ik begin

genoeg te krijgen van dat demi-mondai-

ne gedoe."

Verbaasd keek hij haar aan. Dit was

iets nieuws voor hem.

„Zoo erg is 't niet," zei hij doodbedaard.

„Op Lady Bergamot valt niets te zeg-

gen."

Even keken zij elkaar aan; daarna

wendde hij zijn blik van haar af.

„Omdat zij nog nooit "Betrapt is," ant-

woordde zij.

Hij negeerde die opmerking.

„Jij neemt een heel eigenaardige plaats

in." herinnerde hij haar. „Jij hebt een

soort onsterfelijkheid verworven, doordat

je de mooiste vrouw in Engeland bent."

„Verscheidene mannen hebben dit reeds

gezegd — een paar couranten ook,"

merkte zij doodkalm op. „Niets ter wereld

vind ik zoo vervelend als dit te hooren.

't Geeft mij het gevoel van een heiden

te zijn,"

„Heidenen zijn we allemaal," brom-

de hij.

„Niet allemaal. Onlangs had ik een bui

— waarvan denk je wel? — van morali-

teit. Ik begon te twijfelen,of 't niet beter

voor mij was iets minder mooi en iets

strenger van zeden te zijn. Enfin, laten

we daarover vanavond maar niet praten.

Ik heb je iets te vragen."

„Zoo?"

..Ga je naar dat eiland?"

..Ja."

^Wanneer?"

„Zoodra alle gasten in hun hutten zijn."

„Waarom?"

„Dat weet ik zelf niet. Ik heb lust om

te gaan en heb in zoo'n tijd geen bepaal-

den lust in iets gehad, zoodat ik beslo-

ten ben eraan toe te geven."

„'t Is een onvruchtbaar eiland. Er is

niets te zien. Ik wou liever, dat je er niet

heenging. Toe, blijf op het schip."

Hij keek haar verbaasd aan. Haar zach-

te, schitterende oogen blikten in de zij-

nen. Zij was ernstig. Hij had haar slechts

leeren kennen als een uitblinkende, we-

reldsche vrouw; heerschzuchtig en tege-

lijk wispelturig. Op dit moment ver-

scheen zij voor hem onder een geheel

nieuw licht.

„Lieve Pauline!" riep hij uit. „Wat be-

zielt je? Als ik lust heb te gaan, waarom

zou ik 't dan niet doen? Waarom zou ik

mij de weelde niet veroorloven toe te ge-

ven aan zuivere nieuwsgierigheid, 't Zou

zonde zijn 't niet te doen."

„Zondig dan eens ter wille van mij."

„Dan zou ik er een goede reden voor

moeten hebben,' verklaarde hij. „'t Genot

komt te weinig voor dm zoo maar op

te geven. Bovendien, 't kan zoo gemakke-

lijk. Niet het minste gevaar of moeilijk-

heden zijn te verwachten. Wat heb je er

tegen?"

„Ik kan geen reden opgeven," ant-

woordde zij. „Misschien is het bijgeloo-

vigheid. Wel weet ik, dat ik liever had,

dat je niet naar dat eiland ging."

Zijn gelaat verschoot. Eensklaps werd

hij hoogst ernstig.

„Ik geloof niet, Pauline, dat ik je dik-

wijls iets geweigerd heb, maar hier

wordt mij geen keus gelaten. Ik zie geen

kans je mijn gevoelens te beschrijven.

Ik moet gaan. Aan niemand ter wereld,

behalve aan jou, zou ik die bekentenis

doen."

„Niets kan je dus ervan afbrengen —

nietsl" fluisterde zij hem in 't oor.

„Niets," antwoordde hij ernstig. „Wil

je mij werkelijk een dienst bewijzen, ga

dan naar de andere gasten en tracht ze

zoo gauw mogelijk van het dek te krijgen.

Hoe eerder ik kan gaan, des te eerder

ben ik terug. Ik zou graag hier weer

met je ontbijten."

Zij stonden achter een der hangende

sloepen; zij wendde haar gelaat naar

hem toe.

„Geef mij een zoen, Hildyard."

Hij boog zich voorover om aan haar

verzoek te voldoen, en strekte zijn arm

uit teneinde haar dichter tot zich te

trekken. Maar zij was gevlogen. In de

verte hoorde hij haar langzame, zange-

rige stem zich met de andere stemmen

vermengen. Gaandeweg stierf alle ge-

luid weg. (Wordt vervolgd).


Zeventlslarls bestaan der synagoge

te Dordrecht

Ter gelegenheid van dit zeventigjarig bestaan, hadden een

bijzondere kerkdienst en receptie plaats.

Onrust In Rotterdam

De verplaatsing van den Willemsbrug in Rotterdam heeft eigenaardige gevolgen gehad.

Ter tegemoetkoming aan de verlangens der winkeliers in de van der Takstraat, waar vroeger

de brug op „uitmondde", werden voetgangers gedwongen tot het maken van een omweg.

Van dergelijken dwang houden de rotterdammers niet. Thans is de „strijdbijl" het bord

rechts op onze foto, „begraven" en de rust hersteld.

3. A. K. H. W. Vogel f

In den ouderdom van 89 jaar is te 'sGravenhaae

overleden, de gep. kolonel der infanterie J. A. K.

H. W. Vogel, oud-commandant van het reg.

grenadiers en jagers.

Ir. A. H. van Delden f

Op 56-jarigen leeftijd is te Rotterdam overleden

ir A. H. van Delden. in leven adjunct-directeur

van de gem. drinkwaterleiding aldaar. De overledene

was 2e secretaris van het Bataalsch Genootschap.

— «SS;

\ ^ _^ \ . x

De koninsin-moeder te Amsterdam

De koningin-moeder bracht een bezoek aan de Fransche

tentoonstelling in het Stedelijk museum te Amsterdam, waar

zij door burgemeester de Vlugt werd verwelkomd.

De Palenstelnsche molens onder Zegwaart

zullen gedeeltelijk worden gesloopt. De molens worden ontwiekt en ontkapt en dan

tot woningen ingericht. Een foto van de drie molens. Op den voorgrond de onder-

molen. Men ziet thans de inwendige constructie van dit soort molens

Prof. Dr. C. H. Kuhn

oud-hoogleeraar aan de universiteit te Amsterdam,

is op 77-jarlgen leeftijd te Bern overleden.

Het „amsterdamsche strand"

Zoek het niet aan de Noord- of Zuiderzee, Ga naar den Westerdoksdijk en

ge zult onze veelbelovende jeugd in hun badplaats aantreffen. En de ouderen,

ze doen een dutje in de duinen bij het amsterdamsche strand aan het Ij.

B. 3. Hulshof f

De heer B. J. Hulshof, oud-burgemeester, van

Bergen op Zoom, is in den ouderdom van 70 jaar,

te 's-Hertogenbosch overleden.

ONZE VERDWIJNENDE MOLENS

Een oproep aan onze

lezeressen en lezers.

Met leede oogen zullen vélen onder onze lezers

met ons het verdwijnen der nederlandsche

molens aanzien. Van velen is niets meer over,

wellicht alléén de herinnering. Doch'geen foto,

geen afbeelding. Teneinde in de toekomst

te voorkomen, dat geen goed beeld van het

groote aantal en de groote verscheidenheid

der molens bewaard blijft, gaan wij met d^

gedachte rond, een speciale collectie foto's,

teekeningen of andere afbeeldingen van neder-

landsche molens van welken aard ook, bijeen

te brengen. Wilt gij ons helpen? Ja! Zendt ons

dan het materiaal, dat ge bezit. Als ieder in zijn

eigen omgeving meewerkt, dan kunnen we iets

moois bereiken. Men sture de foto's enz. mil

duidelijk daarop gtschrtuen of aangehechte mede-

deelingen omtrent de historie, het type en

andere details van den molen, aan de redactie

van ons Weekblad, Galgewater 22, Leiden en

voege er bij: Voor de rrolencollectie.

^^^^"^^^^^^^^^^" ■ ^ mimmm

«»imMM«MH»M«MHIMMMM««M««««««tl»imiM»«««M«»M««MM«MMMM«mMmMMIMm

>Mia»«aMiiMi ■■>•■■••■•••

Ä-KE)Ä.R. DQQ R flfo- p - A - ^ yAN LIMBURG BROUWER

■ »»•■»»»•■••■•••■»•■■•■■■••»■■•■■MM» ■•••»•■•■•♦♦♦♦♦♦••••••••••••■n«*»*»*»»»

Op 't laatst der 16dc eeuw trok Siddba Rama. door den eer-

waarde Koelloeka en 2 dienaren vergezeld door het Himalaya-

gebergte ten einde keiier Akbar belangrijke brieven te brengen.

Zij komen bij den kluizenaar Gaurapada. die hen hartelijk ont-

vangt. Bij het afscheid belooft Siddha Rama zich tot Gourapada

te wenden als er in ziin leven moeilijkheden mochten voorkomen

Op den verderen tocht deelt Koellaka aan Siddha in 't geheim

mede dat de kluizenaar niemand minder Is dan de vroegere koning

van zijn land Nandigoepta. Na een atevigen rit bereiken zij de

woonplaats van Siddba's oom, Salhana, alwaar eerstgenoemde zijn

verloofde Iravatt begroet. Salhana waarschuwt Siddha te waken

tegen de hccrachzuchtige plannen van den grooten Akbar waarin

een gevaar ligt voor zijn eigen land. Zij worden gestoord door

de komst van den priester Gorakh. de Yogi een invloedrijk man

aan wicn Siddba wordt voorgesteld. Salhana verwijdert zich met

den priester, terwijl Siddha naar een nabijgelegen vijver snelt, waar

bij Iravati ontdekt had. Aan hun samenzijn wordt een eind ge-

maakt door een verzoek van Salhana. aan Siddha. om met hem

en Koeltocka het avondmaal te gebruiken. Iravati gaat naar hare

vertrekken.

Den volgenden morgen wordt de reis voortgezet en de keizer-

stad bereikt, alwaar de reeds door Koelloeka gehuurde woning

wordt betrokken. Het eerste bezoek gold den eersten minister: die

hem zijn neef Parviz als vriend en leidsman aanbeveelt. Zij be-

zoeken samen het keizerlijk palels. Met Koelloeka gaat hij 's avonds

naar Feizi. den broeder van den eersten minister, 'n zeer minzaam

man. Den volgenden morgen neemt Siddha het bevel over de

Radjpoet'a over. Na den dienst ontmoet bem een dienares, die

hem uitnoodigt bij hare meesteres te komen, aan welke uitnoodi-

ging. later door hem gevolg wordt gegeven. Wandelend door

den grooten hof. heeft Siddha een onderhoud met iemand, die.

zooals later blijkt, de groote keizer zelf is.

Het gesprek wordt afgebroken door de komst van Abdal Kadir.

volgeling van den Profeet, met wien de keizer een onderhoud

heeft, den godsdienst betreffende. Abdal Kadir waarschuwt den

keizer voor mogelijke gevaren die hem van zijn naaste omgeving

bedreigen.

Onmiddellijk na dit onderhoud wordt Koelloeka aangediend en

ook bij waarschuwt den keizer, daarbij nadruk leggend op zijn

wantrouwen tegenover Sellm. des keizers zoon.

Gevolg gevend aan de ontvangen uitnoodiging. ontvangt Siddha

van een dame een geheimen brief die door Koelloeka quasi aan

eene vriendin moet bezorgd worden.

Den volgenden morgen wordt Siddha door zijn vriend Parviz

afgehaald voor een tocht naar Fattipoer Sikri. de buitenresidentie

van den Keizer. Siddha bezoekt, een oogenblik alleen zijnde, een

Civa-tempel. Hij heeft een gesprek met Gorakh, den Doerga-

priester. die vragen stelt omtrent Gaurapada. Het gesprek eindigt

met eene bedreiging voor Siddha. De Keizer houdt een wapen-

schouwing. Siddha wordt voorgesteld aan Prins Scliro, welke hem

voor een feest in z'n paleis uitnoodigt. waar hij tot z'n verbazing

z'n Oom Salhana treft. Met de schoone Rembha. die op 't feest

in zijn nabijheid terecht komt. heeft Siddha een gesprek, waaruit

haar beschaving en goedheid blijken. Eerst laat in den nacht laat

Salhana met zijn eigen Palankijn. Siddha naar huis brengen. Te

zelfder tijd van het feest in Selim's paleis, ontvangt de Keizer in

gezelschap van Feizi. bezoek van pater Aquaviva. die bescherming

voor zijn godsdienst bij den Keizer zoekt. Siddha wordt opnieuw

uitgenoodigd bij Rezia te komen, welke hem tracht te bewegen

zich ter gelegener tijd met zijn troepen tegen den Keizer tekecren.

Siddha geeft zijn woord als edelman, alles te zullen doen wat

Rrzla verlaagt; en komt nadien veel in stilte met haar samen.

Salhana ontvangt bezoek van Sellm. tot ongenoegen van Iravati

— Die tijd — antwoordde de Gouver-

neur, — zal gekomen zijn, als mijne doch-

ter z^ch eenmaal onder de hoede van haar

aanstaanden echtgenoot, mijn toekom-

stigen, nog onlangs door Uwe Hoogheid

met zooveel welwillendheid ontvangen

schoonzoon zal bevipden.

Waarom die herinnering den Prins niet

bijzonder welkom scheen, viel bezwaarlijk

te ontdekken; maar in elk geval zweeg hij

onmiddellijk, terwijl zijne donkere wenk-

brauwen zich fronsten, en een oogenblik

daarna bracht hij 't gesprek op andere

onderwerpen over. Een tijdlang werd het

nog voortgezet, en daarop vroeg Salhana

voor zijne dochter verlof zich naar hare

vertrekken terug te begeven. Met een eer-

biedige neiging verwijderde zkh Iravati.

Eenige oogenblikken later was Selim met

den Gouverneur en nog een derden

persoon aan het beraadslagen over belang-

rijker vragen dan die, hoe men 't best

in Allahabad zich den tijd zou korten. Die

derde was Gorakh, de Doerga-priester.

— Het doel waarnaar wij streven, mijne

vrienden I — dus begon de Prins, — schijnt

weldra genaderd. Doch laat ons voorzich-

tig zijn vóór alles! Ge weet dat men aan

't hof het een en ander is gaan vermoeden,

en van daar de wensch, dat wil zeggen het

bevel mijns vaders, om mij hierheen te

begeven. En nu gij, Salhana!

— Tot heden, — begon deze, — kan ik

niet anders zien of alles gaat naar wensch.

In Agra, Delhi, Lahore en andere plaatsen

zijn de echt Mohammedaansche Omrah's

»>•>■•■■■■■■■■■■ ■•»•••»••»•••■••»•••••M*M >| M*«'* > '* > M < *** >> » > "" >,> »"«»»M«M*«MM»"

en de verdere grooten ten hevigste tegen

den keizer verbitterd, en zullen niets liever

zien dan eene omwenteling. Abdal Kadir

helpt ons in dat'alles niet weinig.

— En uw neef ? — vroeg Selim.

— Die komt geheel op onze zijde. Ik

had hem eerst als onzen spion bij Akbar

willen gebruiken; maar 't is mij gebleken,

dat hij er niet voor deugt. Daarentegen

zal hij ons geheel andere en nog betere

diensten kunnen bewijzen. Nog onlangs

werd hij in rang als Mansabdar verhoogd,

en spoedig heeft hij kans op nieuwe be-

vordering, zoodat hij tegen den bepaal-

den tijd een vrij belangrijk getal ruiters

zal aanvoeren; over zijne Radjpoet's heeft

hij ook persoonlijk veel te zeggen, en in

Kafmir heeft zijn naam grooten invloed.

Wanneer wij dus het beraamde plan uit-

voeren, dan wordt ons zijne medewerking

van niet gering nut. Op het gegeven oogen-

blik laat hij de zijnen omkeeren en zich

tegen de Keizerlijken wenden, en geen twij-

fel of dat voorbeeld zal door de meerder-

heid der Radjpoet's en Patan's wel worden

gevolgd.

De legermacht van den Keizer staat

gereed; en bedrieg ik mij niet, dan is zijn

voornemen, na de aanstaande viering van

zijn geboortedag den tocht te gaan onder-

nemen. Is nu eenmaal de strijd aan den

gang, dan valt onze Siddha even als an-

dere aanvoerders hem plotseling af, ver-

eenigt zich met de onzen in het leger van

Kagmir en houdt Akbar genoeg bezig om

hem vooreerst den terugtocht te beletten.

Inmiddels hebben de onzen in Agra zelf

de handen vrij, roepen Selim tot Keizer

uit, en stellen zich in 't bezit van de ves-

ting en de schatkist. Zoo dan Akbar ten

laatste nog terugkeert dan valt er misschien

nog wat te vechten met zijne troepenj

schoon ik 't niet onderstel; maar 't eind

van de zaak moet toch zijn dat hij ten

gunste van den Kroonprins afstand doet

van den troon.

— Alles, — sprak Selim, — volkomen

goed berekend. Maar eene vraag toch!

Bestaat er geen gevaar dat er iets uitlekt ?

Zoo bijvoorbeeld die brief, die naar Kagmir

verzonden zou worden?'

— De brief — antwoordde Salhana, —

is volkomen goed aan zijne bestemming

terecht gekomen. Maar weet gij, wie hem

meenam ? Niemand anders dan onze vriend

Koelloeka zelf.

— Wat ? — riep Selim uit, — Koelloeka I

Welk onvergeeflijk waagstuk!

— In 't minst niet, — hernam de ander

bedaard; — het was juist de allerveiligste

weg. De goede man wist zelf niet wat hij

overbracht; het stuk was hem door Siddha

ter hand gesteld, die ook niet wist wat er

in stond.

— Heel goed gevonden! — sprak Selim.

Maar nu onze eerwaarde Gorakh ? Heeft

ook hij ons niet iets nieuws te vertellen ?

— Ik geloof wel van ja! — antwoordde

de Yogi, die tot dusver stilzwijgend had

toegeluisterd. Zooals ik u vroeger reeds

voorzegde, heb ik mij den weg gebaand tot

de binnenvertrekken van den Keizer. Gij

weet, welke moeite hij zich geeft om alle

stelsels van godsdienst en wijsbegeerte te

leerep kennen. En zoo wilde hij dan ook

volstrekt kennis maken met die aloude

Yoga-leer, waarvan hij veel gehoord had.

Om nu ook kracht aan de zaak bij te zetten,

en 't niet bij verzekeringen te laten, bracht

ik eens een mijner lieden mede, die bij-

zonder ver is in allerlei toeren, en deed

hem een kunst verrichten, waarover de

Keizer, met zonder reden trouwens, ver-

baasd stond. De man zette zich op een

lagfen houten stoel, waaraan een bamboe

met een haak als van een wandelstok

was bevestigd, liet toen een wit laken over

zich uitspreiden, zoodat men hem niet zien

kon, en toen nu het laken werd wegge-

trokken, zat hij letterlijk in de lucht, een

paar voet boven den stoel en enkel steu-

nend met de eene, uitgestrekte hand op

den haak van bamboe. Akbar was niet

alleen verwonderd, maar ook hoe langer

hoe meer begeerig, in onze geheimen te

worden ingewijd. En hij is dat nog. En

zoo komt het, dat ik nu altijd gelegenheid

heb om bij hem te worden toegelaten. Ik

maak er een spaarzaam gebruik van, maar,

dat wil ik u wél verzekeren, een goed!

Met de mijnen neem ik behoorlijk steeds

illes op wat voor ons en onze zaak van

ecnig belang kan zijn; en Akbar's paleizen

en eigen geheime vertrekken zijn op die

wijze met lieden gevuld, die alles uitvor-

schen wat er omgaat, terwijl hijzelf in

hen niets anders dan volgelingen van een

godsdienstig dweeper en asceet vermoedt.

— Inderdaad! — sprak Selim, toen de

Yogi zweeg, wij moeten erkennen, dat gij

een knap toovenaar zijt. Maar zeg mij nu

eens ronduit, wat verlangt gij eigenlijk

als belooning voor de diensten welke gij

ons bewijst ?

— Grootmachtig Vorst!.... vergun mij •

reeds bij voorbaat u zoo te noemen!....

— antwoordde Gorakh, — van u verlang

ik... eenvoudig niets! Dat verbaast u,

niet waar? Welnu, ik wil trachten 't u

duidelijk te maken. Wat gij wilt voor u

zelven, dat verlang ik ook voor mij: te

heerschen! En terwijl gij tot heden nog

zoo goed als niets te gebieden hebt, doe

ik het al lang. Ik, de arme onbekende,

door velen verachte priester, ik bezit een

gezag, zooals gij in al uwe grootheid het

niet kunt machtig worden. Honderden ge-

hoorzamen onvoorwaardelijk, zonder vrees

tot den geringsten mijner wenken. Endoor

welke macht zijn ze aan mij onderworpen ?

Door die waartegen niets bestand is, de

macht van het godsdienstig fanatisme. Eén

vingerwijzing van mij naar wie ik wil, is

genoeg om "een of meer der hunnen te

doen begrijpen, welk nieuw offer aan de

nooit verzadigde Doerga het meest wel-

kom zal zijn. Laat nu ook de aangewezene

zelf vooraf zijn gewaarschuwd, laat hij

voorzorgen nemen zooveel hij wil, toch

ontkomt hij nauw anders dan door een

wonder het voorbeschikte lot. Overal in

zijne nabijheid zwerven onder allerlei ver-

momming mijne getrouwen om hem heen;

en als het rechte oogenblik gekomen is,

dan, in de stilte meest van den nacht, voelt

hij eensklaps zonder vooraf eenig geluid

of geritsel vernomen te hebben, het worg-

koord om den hals, en eer hij een kreet

of zucht heeft kunnen slaken is de lange

reeks der offerranden vermeerderd met

een nieuw, 't Is waar, een enkelen keer,

schoon zelden, vindt de indringer zich be-

trapt, maar de aangevallene die hem grijpt

en tracht vast te houden, voelt een glad

lichaam, als van een slang, door zijne

handen glijden, en even snel en onhoor-

baar als het kwam, is het aanstonds weer

verdwenen. (Wordt vervolgd )

11


No. 75160. Moderne ispoa met capr voor

kasha, crêpe enz. De kraag en manchetten

evenals de voering van de cape kunnen

van dezelfde stof in afstekende kleur ge-

maakt worden.

Van deze afbeeldingen, die met toestem-

ming der firma Weldon Ltd. te Londen,

zijn gf reorndureerd. zijn fr.o.D. qeknipte

NUTTKiE WENKEN

• -

©

Wat zal de komende herfst

brengen?

Augustus is bijna weer voor-

bij, de zomer, die geen zomer

geweesi is, ligt aduter ons, de

groote magazijnen liouden uit-

verkoopen, om ruimte te krijgen

voor de nieuwste herfsttno-

delkn.

Wat zulïen we te zien

krijgen ?

Wijde of nauwe mantels,

groote of Heine hoeden, veeren

of bontgameering ?

Mantels.

De nieuwe herfstmantels wor-

den alle gemaakt met, cein-

tuurs, maar als u nu misschien

denkt dat u door een ceintuur

te koopen en die op uw mantel

van verleden jaar te dragen,

dezen daarmee gemoderniseerd

hebt, dan heeft u het mis, want

zij ondergaan nog een groote

verandering, zij hlebben n.1. zak-

ken. Zware bontkragen hebben

afgedaan, bont wordt bijna niet

meer gedragen. Sommige man-

tels worden er nog mee gegar-

neerd, doch zij hebben enkel

een smal randje antilopen of

gazellen bont, dat loopt van den

kraag tot onder aan den zoom.

Hoeden.

De hoeden hebben geen

groote Veränderung ondergaan.

Vüïen hoeden zijn nog altijd de

mode. Enkel de gameer ing is

veranderd en inplaats van een

üntje zien we nu snoezige peau

de suédte riempjes, die met een

gesp van dezelfde sitof op de

hoeden bevestigd worden.

De modellen ? Ach alles wordt

vrijwel gedragen. Over 't alge-

meen zijn de bollen wat hooger

en de' randen wat breeder dan

die van verleden jaar, maar de

©

— 5 ! -^^WPÜPP

VOOR ONZE LEZERESSEN "1

Amandelspritsjes.

2oo gram. boter; i ei;citroen-

rasp; 300 gram tarwebloem;

50 gram lichte basterdsuiker;

100 gram weespermoppenspijs.

Bereiding: Alle ingrediënten

in een kom bijeendoen en een

deeg ervan kneden. Een droog

plankje schraal bestuiven met

bloem en daarop met de sprits-

bus lange strengen spuiten.

Deze op koele plaats laten op-

stijven. Daarna met een mes

aan kleine spritsjes snijden, op

een bakplaatje zetten en in

matig wannen oven croquant

afbakken, afkoelen en in goed

gesloten trommeltjes bewaren.

De bus is van zwaar blik, de

blikken modellen worden onder-

in geplaatst en de bus met

deeg voor drie-vierde gevuld. De

houten perser wordt tot aan het

deeg in de bus gedrukt en

tegen den schouder geplaatst,

terwijl de vingers van beide

handen de bus van onderen

omklemmen. Door nu eenigen

druk uit te oefenen en de

spuit even boven plaat of plank

te houden, wordt het deeg in

strengen of sterren uitgedreven.

De sterren kunnen ineens op

het bakplaatje gespoten worden

en gebakken, de strengen op

'n met bloem bestoven plankje,

die dan even moeten rusten op

koele plaats, om ze des te ge-

makkelijker te kunnen snijden

en opzetten. Het direct op de

plaat spuiten eischt eenige

oefening, doch eenmaal deze

handelwijze machtig, zijn er

zeer aardige modellen te

maken. De bus kan gemakkelijk

gereinigd worden, moet zeer

droog bewaard worden en mag

niet met den houten perser erin

opgeborgen worden. Dus beide

apart.

Condor-pudding.

300 gram witte suiker;

4 eieren; 1 stokje vanille; 30

gram gelatine; 1 liter melk;

5 perziken; 2 bitterkoekjes.

Bereiding: Breng de melk

tegen de kook, doe er gelatine

en suiker in met't opengesneden

vanillestokje en blijf roeren tot

gelatine en suiker gesmolten

zijn. Doe de bitterkoekjes erbij

en laat het verder afkoelen.

Roer de eieren in een kom

met den eiwitklopper, voeg er

langzaam en al kloppende het

kooksel aan toe en houd V*

deel apart, dat met een weinig

keukenrood zachtrose gekleurd

wordt. Houd' de perziken even

in warm water en verwijder het

vliesje. Snijd ze door en ontpit

ze. Verdeel de vruchten in blok-

jes en leg een of twee stukjes

in steenen eierdopjes, die nu

verder volgegoten worden met

de roode nog vloeibare pudding.

Is deze onverhoopt te stijf ge-

worden, dan heel even verwar-

men. Giet 't blanke deel in een

platronde schaal en laat 't stijf

worden, stort het daarna opeen

puddingschotel en plaats de

kleine puddinkjes netjes boven

op den rand, zeer voorzichtig.

Tevoren kan men wel ongeveer

zien hoeveel men er noodig

heeft vóór men de dopjes vult.

Is er nog wat roode vla over,

giet deze uit op een plat bord

en laat ze stijf worden. Steek

of snijd er kleine figuurtjes

van, halve maantjes of chinee-

sche ruitjes en versier daarmede

verder de pudding.

No. 15187. kUdcrae \mmmt aanlcl mei

stolleplooien en cape voor tweed, laken

rips enz., de cape gevoerd met crêpe de

chine in overeenkomende kleur. Benoodigd

van 13S cm breede stof 4 M , of van

100 cm. breede stof 4.7S M Verkrijgbaar

in bustemaat 90. 95. 100 of 110 cm.

Dattonen verkrijgb., tegen toezending van

f 0.75 en vermelding van het no. aan mevr

Milly Simons, 2e Schu)rtstr.261. Den Haag

prettige hoeden met den overal-

even-breeden rand, die neerge-

slagen of opgedragen kan wor-

den, naar .verkiezing, hebben

zich door hun gemak in het

dragen, een hechte plaats ver-

zekerd en zulten zeker voor-

loopig niet uit de mode gaan.

CpstUums.

De compèets raken weer zoo'n

beetje op den achtergrond,

onder de mantels worden japon-

nen gedragen van andere kleur.

Het had iets eentonigs, dat

oostnum waarbij alles zoo in

dezelfde kleur - was, het is veel

bekoorlijker, wanneer de mantel

afgedaan wordt, dat er 'n japon-

netje onder te zien komt, dat,

hoewel niet in dezelfde kleur,

toch met den mantel harmo-,

nieert. Maar dat is de groote

fcunst, die sommige vrouwen

aangeboren is, doch waar helaas

aoovelen geen gevoel voor heb-

'ben, om versdnUende kleuren

zoo bij elkaar te dragen, dat

't schijnt alsof 't een geheel is.

Van heel veel ibekuig zijn hierbij

de ceintuurs of sieraden die ge-

dragen worden. Een ongelukkig

gekozen ketting of ceintuur kan

het heele effect van uw japon

bederven.

AUEP^J

Chyp«»e. Pacis. Opigan. enz.

1 f-M 1

f (ndien gij prijs stelt

op een hygiënische

en vlugge wijze van

inzeepen, gebruik dan

\

is direct voor het gebruik gereed en maakt water

overbodig, waardoor het schuimslaan geheel vervalt.

^(SjfiMSiM i s voikomen Alkalivrij en anti-

^© («J^^ septisch, maakt de huid blank

en elastisch, terwijl zelfs bij

het ruwste weder, het gelaat na het scheren

zacht en gaaf blijft.

wordt liefst met de vingers inge-

wreven, waardoor zelfs 't geringste

cream-verlies vermeden wordt.

spaart door zijn volkomen zui-

vere alkali-vrije samenstelling het

scheermes of apparaat en houdt

dit veel langer scherp dan bij gebruik van de

bijtende scheerzeep.

vermijdt ieder pijnlijk gevoel en

is dus geschikt voor een deli-

cate huid.

Een dunne laag, met

de vingers op de baard

gebracht,- maakt het

haar zoo zacht, dat

het scheren geen pijn

veroorzaakt

'K^a&i

Een groote pot bevattend

EEN Kg. kost franco door

het geheele land f3.—

Bij alle Coiffeurs verkrijgbaar of

direct na toezending van postwissel

Haagsche Zeepziederij

„DE OOIEVAAR"

Z. BINNENSLNGEL 211, DEN HAAG

POSTCHEQUE No. 63197

==d^


B

e a

i

I

i

a

9

It

^^^^^^^"^^^^^^^^^ ■

KLEINES, BLONDES BUBIKOPFCHEN 9 «

SAO' DAS DU MICH LIEBST

m

JntrodiuUijn Lied.

TiottèsW&ïzertemho. F

1° il

^Ft^ ÜP ^^

Kleines und holdes Katrienchen,

Reizendes, schönes Blondinchen,

Ich hab dich so gern,

Bist mein Augenstern,

Hübsches, summendes Bienciien

Du bist auf Erde die Eine,

Die ich nur liebe, sonst keine,

D'rum sage ich,

D'rum frage ich,

Sei doch auf ewig die meine I

-BCO O:

?

Klei.ne^wfid

^ iÉ

h0l.d^ka'..-brien xhen,

rrrijrrl^flrri ï

Kehrreim :

Kleines, blondes Bubiköpfchen

Sag' das du mich liebst

Das du keinem andren Manne

Deine Küsse gibst,

Das du mich nur lieben kannst.

Nur mit mir in's Leben tanzt

Das kein andrer auf der Welt

Dir gefällt.

s ^

%i.zefi.öles Ärhö.ttesfloM

^^

. F. NAQEL Jr.

P

d/en.

S

cheti

Ä*

Ich habe kein andres Verlangen,

Mädelein, lasse dich fangen,

Ich küsse dein' Lippen.

Ich küsse dein' Mund

Ich küsse dir beide Wangen.

Mädelein lasse mich schauen.

In deine Äugen, die blauen,

Ich finde das Glück

Mit dir nur zurück

Mädel, du schönste der Frauen.

W J^.^

I

V

More magazines by this user
Similar magazines